SCC 3460 RDS - Autoradio GRUNDIG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SCC 3460 RDS GRUNDIG in PDF-formaat.
| Producttype | Autoradio met cassette- en CD-wisselaaraansluiting |
| Merk | Grundig |
| Model | SCC 3460 RDS |
| Stroomvoorziening | 12 V DC (continuplus klem 30, contact klem 15) |
| Uitgangsvermogen | 4 x 20 W RMS / 4 x 40 W muziekvermogen aan 4 Ω |
| Golflengtes | FM (87,5-108 MHz), AM (MW/LW) |
| RDS-functies | PTY, TP, AF, EON, intelligent zoeksysteem (IS) |
| Beveiliging | Codeerbaar (codenummer via Identity Card), afneembaar bedieningspaneel met SECURITY PANEL |
| Cassettedeck | Ja, met autos reverse, snelvooruit/terugspoelen, titelzoeken |
| CD-wisselaaraansluiting | Ja, via GRUNDIG CDP-adapter, ondersteunt CD en DAT |
| Weergave | LCD-display met instelbaar contrast (DISPL) |
| Geluidsinstellingen | Fader, Bass, Treble, Balance, Loudness, volume per verkeersmelding instelbaar |
| Aansluitingen | Antenne (75-150 Ω), luidsprekers (4x), CD-wisselaar, telefoon mute, schakelspanning voor elektrische antenne |
| Zekering | Platte zekering 10 A / DIN 72 581 |
| Onderhoud | Front reinigen met zachte, antistatische doek; cassettekop om de 50-100 uur reinigen met reinigingscassette |
| Veiligheid | Diefstalbeveiliging via codering en afneembaar paneel; SECURITY-lampje knippert bij uitgeschakeld toestel |
| Accessoires | Etui voor bedieningseenheid, Identity Card, DSS-sticker, inbouwframe, demontagebeugels |
| Expert-niveau | Extra instellingen: code, displaycontrast, beep, AM blokkeren, TP-IS, REG, contact aan/uit, phone mute, gevoeligheid, volume limieten |
| Afmetingen | Standaard DIN (niet exact vermeld) |
| Gewicht | Niet vermeld |
Veelgestelde vragen - SCC 3460 RDS GRUNDIG
Gebruikersvragen over SCC 3460 RDS GRUNDIG
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Autoradio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SCC 3460 RDS - GRUNDIG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SCC 3460 RDS van het merk GRUNDIG.
GEBRUIKSAANWIJZING SCC 3460 RDS GRUNDIG
Inhoud van de verpakking
Bijzonderheden van het toestel
6 Aanwijzingen en veiligheid
7 In een oogopslag
Bedieningselementen
Aanduiding
10 Basisfuncties
In- en uitschakelen
Volume- en geluidsinstellingen
12 Radio-mode (tuner)
Programmabron RADIO kiezen
Ontvangst verkeersmeldingen (Traffic Program) activeren
Alternatieve frequenties (AF)
Intelligente zoekloop (IS) gebruiken
RDS-programma's met zenderzoekloop instellen
Manueel naar een zender zoeken
Zenders op stationtoetsen opslaan
Opgeslagen zenders selecteren
Programmabron TAPE kiezen
Functies bandaandrijving
Programmabron TAPE kiezen
Functies bandaandrijving
23 CD-mode met CD-wisselaar
Programmabron CD kiezen
CD kiezen
CD-weergavefuncties
Storing functie cd-wisselaar
Aansluitingen cd- of DAT-speler
25 Expert-bedieningsniveau
Mogelijke EXPERT-instellingen
EXPERT-instellingen veranderen
Overzicht van de instellingen
28 Codering
Codering activeren
Codering deactiveren
Wanneer het toestel opnieuw ingeschakeld wordt
Wachttijden
31 In- en uitbouwen
Inbouwframe en toestel inbouwen, antenne aansluiten
Zekering
Stroomvoorziening
Luidsprekers
35 Informatie
Voorwaarden radio-ontvangst
Onderhoud
Verhelpen van storingen
Technische gegevens
GRUNDIG ServiceNieuwe lijst
Inhoud van de verpakking

1 CAR AUDIO SCC 3400/460 RDS
2 Etui voor afneembare bedieningseenheid
3 Identity Card
4 DSS (Double Security System)-sticker
5 Inbouwframe
6 Twee demontagebeugels
7 Gebruiksaanwijzing
Milieuvriendelijke maatregel van GRUNDIG
GRUNDIG heeft voor de verpakking van het toestel nergens van plastic gebruik gemaakt. De verpakking bestaat in zijn geheel uit karton of papier en kan gerecycled worden.
Bijzonderheden van het toestel
De SCC 3400 of 3460 is op twee manieren tegen diefstal beveiligd: door het codesysteem en de afneembare bedieningseenheid.
De Identity Card, het identiteitsbewijs van uw toestel, bevat type, serienummer en codenummer voor de codering. Het serienummer is tevens in het frame van het toestel geponst.
In geval van verlies is de Identity Card een grote hulp bij politie- opsporing. Daarnaast wordt de schadeafwikkeling bij de verzeker- ring versneld, doordat u aan kunt tonen dat het toestel uw eigendom is.
Aanwijzingen:
Bewaar de Identity Card op een veilige plek.
Wanneer u de Identity-Card (codenummer) heeft verloren, kan alleen de speciaalzaak, na aantoning van eigendomsbewijs en aan kosten gebonden, de codering weer opheffen.
De codestickers dienen goed zichtbaar op de autoruiten te worden geplakt en tonen voor iedereen aan dat het toestel voor dieven geen waarde heeft!
Codering
Wanneer het toestel met geactiveerde codering van de autoaccu (continuplusklem 30) van het voertuig wordt afgehaald, is het elektronisch beveiligd.

Alleen u kunt het toestel weer inschakelen door het codenummer in te voeren. Hoe u hierbij precies te werk moet gaan, vindt u in de paragraaf "Codering" vanaf pagina 28.
Bedieningseenheid afnemen en in werking stellen
Voor een andere diefstalpreventiemaatregel is gezorgd in de vorm van de afneembare bedieningseenheid. Nadat het front eraf is genomen, heeft het toestel voor anderen geen waarde meer. Indien u de bedieningseenheid verwijderd terwijl het toestel aanstaat, schakelt het zich uit zichzelf uit.

Pak de bedieningseenheid vast en druk op de plaats boven SECURITY PANEL op » De bedieningseenheid wordt ontgrendeld en kan eraf genomen worden.
Bewaar de bedieningseenheid altijd in het etui. Mocht u hem verliezen, dan is het mogelijk om na aantoning van eigendomsbewijs (bijv. Identity Card) en aan kosten gebonden een nieuwe bedieningseenheid in uw bezit te krijgen. Neem hiervoor contact op met de speciaalzaak.

Wanneer u het toestel opnieuw wilt gebruiken, drukt u de bedie- ningseenheid in de uitdieping tot het vastklikt.
Security-signaallampje
De Security-lichtdiode knippert, wanneer, indien juist aangesloten (zie pagina 32) het toestel uitgeschakeld en de contactsleutel uit het contact getrokken wordt. Hoe u het lampje moet deactiveren, is te vinden op pagina 26 in de paragraaf "EXPERT-bedieningsniveau".

Van nog meer functies gebruikmaken (EXPERT)
Door een speciaal bedieningsniveau wordt u in de gelegenheid gesteld om van een uitgebreid pakket functies gebruik te maken dat verder reikt dan de basisinstellingen. Dit bedieningsniveau selecteert u met behulp van de toets »EXP« (zie pagina 25).
Verbinding met autotelefoon
Het is mogelijk om uw toestel met een autotelefoon of zendontvang-apparaat te verbinden. Terwijl u belt of luistert, wordt het toestel geluidloos. Op het display verschijnt »PHONE«. Zie de instructies op pagina 27 in de paragraaf "EXPERT-bedieningsniveau" en de aanwijzingen op pagina 32, onder A 2.
PHONE
AANWIJZINGEN EN VEILIGHEID
Toestel inbouwen
Wij raden u aan het toestel door een specialist te laten monteren. Dit garandeert een onberispelijke werking van het toestel. De werkwijze die u bij het inbouwen moet hanteren vindt u op pagina 31 en verder.
Verkeersveiligheid
Het is in uw eigen belang dat u de handleiding grondig doorleest en met de verschillende functies van uw toestel oefent, vóórdat u de radio voor de eerste keer tijdens het autorijden gebruikt.
Een te hoog volume kan uzelf en andere verkeersdeelnemers in gevaarlijke situaties brengen. Stel het volume daarom altijd zo af dat omringende verkeersgeluiden (claxons, ambulances, politiewagens enz.) nog te horen zijn. U regelt het volume met de draai-knop »VOLUME«.
Verkeersmeldingen kunnen in vergelijking met de normale weergave duidelijk harder doorkomen. Zie ook pagina 27 in de paragraaf "EXPERT-bedieningsniveau".
IN EEN OOGOPSLAG
Bedieningselementen


Algemeen
10 Aan/uit.
VOLUME Draaiknop voor het volume.
SOUND/LOUD Kort indrukken: klankinstelling FADER, BASS, TREBLE, BALANCE; lang indrukken: loudnessfunctie.
SOURCE Keuze uit de programmabronnen RADIO of CD.
< > Keuzetoetsen vooruit-/terugspoelen.

Ontgrendeling bedieningseenheid.
Radio-mode
RADIO/PTY Kort indrukken: programmabron RADIO, keuze van golflengte (FM, AM); lang indrukken: PTY-functie.
IS/EXP Kort indrukken: intelligente zenderzoekloop; lang indrukken: EXPERT-bedieningsniveau (groter functieaanbod, comfortinstellingen).
IN EEN OOGOPSLAG
< > Zenderkeuze, manuele frequentie-instelling, keuze uit programmatypes (PTY).
TP/AF Kort indrukken: ontvangst verkeersmeldingen activeren; lang indrukken: instelling alternatieve frequencies.
1, 2, 3, 4 Stationtoetsen voor het opslaan van verschillende programmatypes en zenders.
Cassette-mode SCC 3400 RDS
Cassette omdraaien.
▶▶◀◀ Snel vooruit- en terugspoelen.
Eject, cassette verwijderen.
Cassette-mode SCC 3460 RDS
- Cassette omdraaien.
<> Snel vooruit- en terugspoelen, terugspoelen naar het begin van de titel/vooruitspoelen naar het begin van de volgende titel.
Eject, cassette verwijderen.
CD-mode met cd-wisselaar
SCAN Kort afspelen van cd-titels.
RAND CD-titels in toevallige volgorde afspelen.
DISC+/DISC- CD-keuze met aangesloten cd-wisselaar.
Display


TP AF PTY
M1
M2
M3
M4
Display programmabronnen (RADIO, CD, AUX) en instellingen
bijv. FM 2 FM-golflengte (1-3).
bijv. FM 87 50 FM-golflengte, frequentie.
bijv. LM/PM AM-golflengte.
bijv. ANTENNE Zendernaam.
bijv. TRPE A/B Cassette-functie.
bijv. EXPERT EXPERT-bedieningsniveau.
Symbolen en tekens
∅ Stereo-ontvangst.
TP Ontvangst verkeersmeldingen geactiveerd.
AF Alternatieve frequenties geactiveerd.
PTY PTY-functie geactiveerd.
M 1, 2, 3, 4 Geheugenplaats van de geselecteerde zender op de stationtoetsen 1, 2, 3, 4.
BASISFUNCTIONS
In- en uitschakelen
1 In- en uitschakelen met »IO«.
Aanwijzing:
Wordt het toestel met een ingeschakeld contact in werking gezet, dan wordt het automatisch met het contact uit- en weer aangezet. Voorwaarde hiervoor is dat het contact A 4 op klem 15 van het voertuig aangesloten is (zie pagina 32). Hoe u deze functie moet deactiveren, is te vinden op pagina 27, EXPERT-bedieningsniveau.
Is het contact afgezet, dan wordt het toestel ten behoeve van de accu na een uur automatisch uitgeschakeld. Zie hiervoor ook pagina 32, onder A 4.
Voorzichtig:
Wanneer de radio wordt ingeschakeld, schuift de automatische antenne uit! Voordat u bijv. een autowasserette inrijdt, altijd het toestel uitzetten!
Volume- en geluidsinstellingen
Volume instellen
1 Aan de draaiknop »VOLUME« draaien.
- Op het display verschijnt de ingestelde volumewaarde (schaal »□□« tot »46«).
Klankinstellingen
Voor FADER, BASS, TREBLE, BALANCE geldt:
1 Functie selecteren door een keer of meerdere keren op »SOUND« te drukken.
- Met FADER kunt u de volumeverdeling tussen de voorste (Front) en achterste (Rear) luidsprekergroep regelen.
- Met BASS wordt de bass-instelling veranderd (schaal »- «« tot »+ ««).
- Met TREBLE wordt de instelling van de hoge tonen gewijzigd (schaal »- « tot »+ «).
- BALANCE regelt de luidsprekerverhouding tussen de luidsprekers links en rechts.

2 Nadat u de functie heeft gekozen, stellt u deze vervolgens in met »VOLUME«.
- Display: bassen bijv. met »+09« verhogen.
3 Wanneer u de functie wilt beëindigen, moet u net zolang op »SOUND« drukken, totdat op het display de ingestelde zender weer verschijnt.
Aanwijzing:
Na ca. zes seconden springt de gekozen klankfunctie (FADER, BASS, TREBLE, BALANCE) automatisch terug.
Loudness in- en uitschakelen
De LOUD (Loudness)-functie wordt gebruikt om bij een laag volume het geluid te verbeteren door de basstonen te versterken en de hoge tonen te verhogen.

1 »LOUD« net zolang indrukken tot u een toon hoort.
– Loudness is ingeschakeld.
2 »LOUD« nog een keer indrukken.
- De functie is gedeactiveerd.

RADIO-MODE (TUNER)
Programmabron RADIO kiezen






1 Het toestel met »IO« inschakelen.
- Als het toestel uitgeschakeld werd terwijl het in de radio-mode stond, krijgt u de laatst gekozen zender te horen.
2 In de cd-mode schakelt het toestel naar radio-ontvangst over wanneer op »RADIO« wordt gedrukt.
- De zender die u het laatst had geselecteerd, is te horen.
3 In CD-mode kan, indien gewenst, ook met »SOURCE« naar RADIO-mode overgeschakeld worden.
Golflengte kiezen
1 FM (ultrakortegolf)-golflengte: »RADIO« net zolang kort indrukken, tot u de gewenste golflengte heeft gevonden.
- Display: »FM 1«, »FM 2« of »FM 3«.
2 AM-golflengte: »RADIO« net zolang kort indrukken, tot op het display »Jm« en de actuele frequentie verschijnen.
Aanwijzingen:
Tussen de lange golf en de middengolf hoeft niet overgeschakeld te worden, aangezien deze samen als één golflengte beschouwd worden.
Wanneer u de golflengte heeft geselecteerd, is de zender te horen die u op deze golflengte het laatst had ingesteld. Ook na een opnieuw inschakelen is de laatst ingestelde programmabron te horen; in de RADIO-mode is de laatst beluisterde zender op de gekozen golflengte te horen (Last Station Memory-Funktion). Indien naar een stereozender wordt geluisterd, verschijnt op het display »©«.
Ontvangst verkeersmeldingen (Traffic Program) activeren
TP in- en uitschakelen
1 U activeert de Traffic Program-functie door een keer kort op »TP« te drukken.
- Ontvangst geactiveerd. Display: »TP«.
Aanwijzingen:
Worden op de zender die u heeft ingesteld geen verkeersmeldingen uitgezonden, dan gaat er automatisch een zoekloop van start naar de eerstvolgende zender met verkeersmeldingen.
Als TP geactiveerd is, wordt eveneens de cd-mode door verkeersmeldingen onderbroken.
RADIO-MODE (TUNER)
2 TP deactiveren doet u door een keer kort op »TP« te drukken.
- Ontvangst gedeactiveerd.
- Op het display gaat »TP« uit.
Overige TP-functies
1 Wenst u de actuele verkeersmelding te onderbreken, dan drukt u kort op »TP«.
- Ontvangst verkeersmeldingen blijft geactiveerd.
2 Het is mogelijk om het volume waarmee de verkeersmeldingen doorkomen in te stellen. De instelling wordt op het EXPERT-bedieningsniveau uitgevoerd: zie pagina 27.
3 Wilt u dat uitsluitend verkeersmeldingen doorgegeven worden, dan activeert u de Traffic-Program-functie met »TP« waarna u »VOLUME« op nul draait.
Alternatieve frequenties (AF)
Luistert u naar een RDS (Radio-Data-System)-programma dat door meerdere zenders op verschillende frequenties uitgezonden wordt, dan zoekt de autoradio automatisch naar de frequentie met de beste ontvangst. De AF-functie is bij aflevering van het toestel geactiveerd.
Aanwijzing:
In een zeer slecht ontvangstgebied kunt u het als storend ervaren wanneer er voortdurend automatisch naar een alternatieve frequentie wordt gezocht. In dat geval kan de AF-functie uitgeschakeld worden.
AF-functie uit- en inschakelen
1 »AF« net zolang indrukken tot u een toon hoort.
- De functie is uitgeschakeld.
- Op het display verdwijnt het »AF«-teken.
2 Als u de functie weer wilt inschakelen, herhaalt u deze werkwijze.
- Op het display verschijnt het »AF«-teken.
Aanwijzing:
De AF-functie kan alleen bij zenders in- en uitgeschakeld worden die een RDS-signaal uitzenden.
VOL 0 0
AF
AF
RADIO-MODE (TUNER)
Er zijn drie mogelijkheden om naar een zender te zoeken: u maakt gebruik van de intelligente zoekloop (IS) of de RDS (Radio-Data-System)-zoekloop of u zoekt manueel naar een zender.

Intelligente zoekloop (IS) gebruiken
De intelligente zoekloop slaat eerst de RDS (Radio-Data-System)-programma's op (gesorteerd op programmakettingen), en daarna de overige zenders gesorteerd op zendsterkte. Wanneer de ISzoekloop afgesloten is, zijn er tot en met 30 zenders opgeslagen. Te horen is de zender met de beste ontvangst.
Golflengte kiezen
Wacht steeds het einde van de intelligente zoekloop af.
Indien geen ontvangst mogelijk is, bijv. in de parkeergarage en wanneer de antenne defect of ingeschoven is, is de zoekloop continu actief. Als u dit als storend ervaart, kunt u de zoekloop met een van de stationtoetsen »1«, »2«, »3«, »4« afbreken.
Inhoud van het IS-geheugen oproepen
1 Na succesvolle IS-zoekloop de gewenste zender met »«« of »»« activeren.
IS-functie beëindigen
2 »«« of »»« zolang indrukken, tot u een toon hoort.
- Display: kort »IS - -«, vervolgens »IS OFF « indrukken.
- De functie is uitgeschakeld.
RADIO-MODE (TUNER).
RDS-programma's met zenderzoekloop instellen
FM 3
1 Met »RADIO« de golflengte kiezen.
Om een zoekloop op FM-golflengte te kunnen starten, moet de IS-functie gedeactiveerd zijn. Hiervoor »«« of »»« net zolang indrukken tot er een toon is te horen.
- Display: kort »IS --«, vervolgens »IS OFF« indrukken.
FM 99 40
RADIO N I
2 De zoekloop in de door u gewenste richting starten door kort op »« of »« te drukken.
3 Wordt een zender met een naamkarakteristiek als zodanig geïdentificeerd, dan verschijnt de naam op het display.
Aanwijzingen:
Hoe u te werk moet gaan als u de ingestelde zender op een van de stationtoetsen op wilt slaan, is te vinden op pagina 16.
De zoekloop op FM-golflengte werkt met twee gevoeligheidsniveaus. Tijdens de eerste doorloop wordt naar zenders met hoge veldsterkte (regionale zenders) gezocht en tijdens de tweede doorloop wordt naar zenders met een lage veldsterkte (interlokale ontvangst) gezocht.
FM 3
MAN 92 90
Manueel zenders zoeken
1 Met »RADIO« de golflengte kiezen.
- De manuele zoekfunctie is ingeschakeld.
3 Door steeds weer op »«« of »»« te drukken, wordt de schakelvoortgang versneld. Door één druk op de »»«-toets gaat de frequentie op FM-golflengte met 50 kHz omhoog. Met »«« gaat de frequentie met dezelfde waarde omlaag.
Aanwijzing:
Hoe u te werk moet gaan als u de ingestelde zender op een van de stationtoetsen op wilt slaan, is te vinden op pagina 16.
RADIO-MODE (TUNER)
4 Kort »RADIO« indrukken.
- De zoekfunctie wordt beeindigd.
Aanwijzing:
Na ca. 60 seconden wordt de manuele frequentie-instelling automatisch uitgeschakeld.
Zenders op stationtoetsen opslaan
Aan de stationtoetsen »1«, »2«, »3«, »4« kunnen op elk niveau van de FM-golflengte (1-3) vier geheugenplaatsen toegewezen worden. Voor de FM-golflengte heeft u dus de beschikking over in totaal twaalf geheugenplaatsen.

FM 3
M3
1 Met »RADIO« de golflengte kiezen.
2 Met de intelligente zoekloop (IS), de RDS-zenderzoekloop of manueel de gewenste zender instellen.
Aanwijzing:
Is de ingestelde zender reeds op een stationtoets opgeslagen, dan verschijnt op het display het desbetreffende cijfer, bijv. »M3« voor geheugenplaats 3.
4 Om een zender op te slaan net zolang op »1«, »2«, »3« of »4« drukken tot u een toon hoort. - De zender is opgeslagen.
Opgeslagen zenders selecteren
1 Met »RADIO« de golflengte kiezen, bijv. »FM 3«.
2 Kort op »1«, »2«, »3« of »4« drukken.
- Te horen is de opgeslagen zender, bijv. »ENERGY«.
Aanwijzing:
Ook nadat de werkspanning van het toestel is afgehaald, blijven de zenders op de stationtoetsen staan.
ENERGY
Diverse radio-omroepen verlenen op FM-frequentie de service om programmatypes (PTY) door te geven. Zo wordt tijdens een nieuwszending bijvoorbeeld de identificatie NEWS doorgegeven. Met de PTY-functie kan automatisch een zender ingesteld worden die aan het gewenste programmatype, bijv. POP, voldoet. Een radio-omroep biedt veelal een programmapakket aan dat verschillende programmatypes omsluit.
NEWS Nieuws en actualiteiten
AFFAIRS Politiek en actualiteiten
INFO Speciale informatiezenders
SPORT Sportberichten
EDUCATE Studie en educatie
DRAMA Hoorspel en literatuur
CULTURE Cultuur, kerk en maatschappij
SCIENCE Wetenschap
VARIED Amusement
POP Popmuziek (hits etc.)
ROCK M Rockmuziek
LIGHT M Lichte muziek
CLASSICS Klassieke muziek
OTHER M Muziekprogramma's die nergens onder vallen
WEATHER Weerbericht
FINANCE Financieel nieuws
CHILDREN Kinderprogramma's
SOCIAL A Informatie uit de sociale sector
RELIGION Programma's over religie en filosofie
PHONE N Call-in
TRAVEL Reis-informatie
LEISURE Vrije tijd, hobby en recreatie
JAZZ Jazzmuziek
COUNTRY Countrymuziek
NATIONAL Nationale programma's
OLDIES Golden Oldies
FOLK M Volksmuziek
DOCU Documentaire
NO PTY Geen identificatie programmatype
RADIO-MODE (TUNER)

Programmatypes zoeken
U heeft twee mogelijkheden om een programmatype te zoeken: Bij de levering zijn er aan de stationtoetsen »1«, »2«, »3«, en »4« vier programmatypes toegewezen, »1« NEWS, »2« SPORT, »3« POP en »4« CLASSICS. Deze instellingen kunt u naar wens veranderen. U kunt echter ook een programmatype uit de lijst (pagina 17) kiezen en dan de zender met behulp van de PTY-functie zoeken.
PTY-functie
PTY activeren
1 »PTY« net zolang indrukken tot u een toon hoort.
- Display: kort »PTY« indrukken, daarna het laatst gekozen programmatype. Het teken »PTY« verschijnt.
2 Het gewenste programmatype met »1«, »2«, »3« of »4« instellen, bijv. »3« POP.
- PTY start automatisch de volgende zender die het gekozen programmatype aanbiedt.
- Display: kort »POP« indrukken, daarna de gevonden zendernaam;
of

1 »«« of »»« net zolang indrukken tot op het display het gewenste programmatype verschijnt.
2 »«« of »»« zolang indrukken, tot u een toon hoort.
- PTY start de volgende zender die het gekozen programma-type aanbiedt.
- Display: kort »POP« indrukken, daarna de gevonden zendernaam.
Aanwijzing:
Is er geen zender die het gekozen programmatype aanbiedt, dan is de laatst ingestelde zender te horen. De PTY-functie wordt afgebroken.
RADIO-MODE (TUNER)
PTY deactiveren
- Display: Het teken »PTY« gaat uit.
- De PTY-functie is gedeactiveerd.
Aanwijzing:
Na ca. 10 seconden wordt de PTY-functie automatisch uitgeschakeld.
Programmatypes op stationtoetsen opslaan
Hoewel bij de levering vier programmatypes aan de stationtoetsen zijn toegewezen, kunt u op elke toets een ander programmatype vastleggen:
1 Om PTY te activeren, net zolang op » PTY« drukken tot u een toon hoort.
- Display: kort »PTY«, vervolgens bijv. »NEWS« indrukken.
2 »«« of »»« net zolang indrukken tot op het display het gewenste programmatype verschijnt.
3 Net zolang op de gewenste stationtoets, bijv. »1« drukken, tot u een toon hoort.
- Het gewenste programmatype is op de stationtoets opgeslagen.

Voor toestel SCC 3400 RDS
Programmabron TAPE kiezen
1 Cassette in het cassettevak plaatsen.
- Display: »TRAPE R« of »TRAPE B«;
-of-
1 wanneer het toestel in RADIO-mode staat of indien er reeds een cassette in is gezet: »SOURCE« indrukken.
Functies bandaandrijving
Cassette omdraaien
1 »_« en »—« tegelijkertijd lichtjes indrukken. - Display: »TAPE A« schakelt over naar »TAPE B« en andersom.
Snel vooruit- en terugspoelen
1 »▶▶« of »◀◀« indrukken, tot de toets inklikt. – Display: »TAPE FF« (vooruit) of »TAPE FR« (terug).
2 Wanneer het vooruit- of terugspoelen af wilt breken, drukt u zacht op de toets die naar voren gedrukt staat.
Cassette-mode beëindigen
1 »▲« helemaal indrukken. - Het cassettevak gaat open.
Aanwijzingen:
Voordat u het toestel uitzet, de cassette er altijd met »« uitnemen. Dit komt de cassette ten goede.
Alleen chroomdioxide (CR)-cassettes gebruiken.
De weergave wordt voor verkeersinformatie onderbroken als de ontvangst verkeersmeldingen is geactiveerd. Om deze functie te deactiveren, drukt u kort op »TP«.
TA PE A
TA PE R
TA PE B
TA PE FF
Voor toestel SCC 3460 RDS
Programmabron TAPE kiezen
1 Cassette in het cassettevak plaatsen.
- Display: »TAPE A« of »TAPE B«;
- of -
2 wanneer het toestel in RADIO-mode staat of indien er reeds een cassette in is gezet:
»SOURCE« indrukken.
TA PE R
TA PE A

TA PE B

TA PE FF
Functies bandaandrijving
Cassette omdraaien
1 Kort »● ◦« indrukken.
- Display: »TAPE A« schakelt over naar »TAPE B« en andersom.
Snel vooruit- en terugspoelen
1 »»« of »«langer ingedrukt houden.
- Display: »TRAPE FF« (vooruit) of »TRAPE FR« (terug).
1 Kort »»« indrukken.
- Weergave springt naar het begin van de volgende titel.
2 Meerdere keren op »»« drukken.
- Weergave springt meerdere titels naar voren.
3 Kort »«« indrukken.
- Weergave springt terug naar het begin van de actuele titel.
- Weergave springt meerdere titels terug.
Aanwijzing:
Een titel kiezen of herhalen gaat alleen wanneer zich tussen de titels voldoende pauzes (ca. 2 seconden) bevinden.



- Overschakelen naar RADIO-mode.
- Display: bijv. »TAPE A« verandert in »RADIO N I«.
2 »▲« langer indrukken.
- Het cassettevak gaat open.
Aanwijzingen:
Voordat u het toestel uitzet, de cassette er altijd met »« uitnemen. Dit komt de cassette ten goede.
Alleen chroomdioxide (CR)-cassettes gebruiken.
De weergave wordt voor verkeersinformatie onderbroken als de ontvangst verkeersmeldingen is geactiveerd. Om deze functie te deactiveren, drukt u kort op »TP«.
RADIO N I
CD-MODE MET CD-WISSELAAR
Programmabron CD kiezen
DISC 01
1 Kort »SOURCE« indrukken.
CD kiezen
DISC 06
1 »DISC +« of »DISC -« zo vaak kort indrukken tot op het display het nummer van de gewenste cd verschijnt.
CD-weergavefuncties
1 »»« indrukken. - Display springt naar de volgende titel.
2 »« indrukken. - Display springt naar de vorige titel of herhaalt de actuele titel.
T09 0000
3 »«« of »»« zo vaak kort indrukken tot op het display het num- mer van de gewenste titel verschijnt.
Vooruit- en terugspoelen
1 Om vooruit te spoelen »»« indrukken en ingedrukt houden. De titels worden achtereenvolgens in een snelle doorloop en met gereduceerd volume afgespeeld.
2 Om achteruit te spoelen »« indrukken en ingedrukt houden.
CD-titels kort afspelen
1 Kort »SCAN« indrukken. - Titel wordt gedurende ca. 10 seconden afgespeeld. - Display: kort »SCAN ON«, vervolgens bijv. »TOT 00 00« indrukken.
2 Wilt u de titel die kort afgespeeld wordt, in zijn geheel beluisteren, dan kort op »SCAN« drukken.
CD-titels in een toevallige volgorde afspelen
SCAN O N
1 Kort »RAND« indrukken. - De functie is geactiveerd.
2 U deactiveert de functie door kort op »RAND« te drukken.
SCAN OF F
RND ON
RND OF F
CD-MODE MET CD-WISSELAAR
Ontvangst verkeersmeldingen aan en uit
1 Kort »TP« indrukken.
- Op het display verschijnt »TP«.
- Ontvangst is geactiveerd.
2 Kort »TP« indrukken.
- »TP« verdwijnt op het display.
- Ontvangst is gedeactiveerd.
CD-mode beëindigen
- De radio is te horen.
Storing functie cd-wisselaar
Let op de foutmeldingen op het display. Lees hiervoor ook de handleiding van de cd-wisselaar door.
MAGAZINE CD-magazijn ontbreekt of is niet vastgeklikt.
MECHANIC CD-wisselaar – mechanische storing.
NO CD CD-magazijn leeg.
NO COMMU Verbinding radio - cd onderbroken.
SURFACE CD er niet goed ingelegd of gegevensoverdracht gestoord.
TOO HOT CD-wisselaar oververhit.
Aansluitingen cd- of DAT-speler
Ook wanneer de aangesloten cd-wisselaar niet van GRUNDIG is, kunnen andere cd- of DAT (Digital Audio Tape)-spelers via de GRUNDIG CDP-adapter (verkrijgbaar als toebehoren) met de auto-radio verbonden worden.
1 »SOURCE« net zovaak kort indrukken tot op het display »RUX« verschijnt (alleen als een CDP-adapter aangesloten is).
Aanwijzingen:
De bediening kan nu via de aangesloten toestellen plaatsvinden. Lees hiervoor de handleidingen door.
De weergave wordt voor een verkeersmelding onderbroken.
Ontvangst verkeersmeldingen deactiveren
Zie hierboven (ontvangst verkeersmeldingen).
MAGAZIN E
AUX
EXPERT-BEDIENINGSNIVEAU
Ten behoeve van een zo eenvoudig mogelijke bediening, vindt u op een extra bedieningsniveau (EXPERT) comfortinstellingen die u slechts een keer of zo nu en dan hoeft te gebruiken.

Mogelijke EXPERT-instellingen
Code-instellingen (»CODE/SAFE«).
Contrast van het display (»DISPL 00«).
Security-signaallampje aan/uit (»BLK OFF/ON«).
Toon aan/uit (»BEEP OFF/ON«).
AM-golflengte blokkeren (»AM OFF/ON«).
Automatische zoekloop verkeersinformatie aan/uit (»TP-IS OFF/ON«).
Automatische overschakeling van het regionale programma aan/uit (»REG OFF/ON«).
In- en uitschakelen met het contact (»IGN OFF/ON«).
Geluidloos schakelen wanneer autotelefoon wordt gebruikt (»PHONE OFF/ON«).
Ingangsgevoeligheid in CD- of DAT-mode (»MCB«).
Volumbeperking bij het inschakelen (»ONWOL 00«).
Minimaal volume voor verkeersmeldingen (»TRVOL 00«).
EXPERT-instellingen veranderen

1 Om PTY te activeren, net zolang op »EXP« drukken tot u een toon hoort.
2 Met »«« en »»« de gewenste EXPERT-instelling (zie hierboven) kiezen, bijv. volumebeperking bij het inschakelen.
3 U activeert de functie door kort op »EXP« te drukken.
- Display: »ONVOL 12« knippert, en de gekozen zender komt in het weergegeven volume door.

4 Kies met »«« of »»« het gewenste volume. Als u meerdere keren op »«« of »»« drukt, verandert de waarde stapsgewijs. Lang drukken zet de automatische snelle zoekloop in werking.
5 Om de functie te beeindigen »EXP« kort indrukken.
- Display: »ONVOL 10« knippert niet meer.
6 Om de volgende instelling te selecteren, moet u de stappen 2 tot en met 5 herhalen.
7 Wanneer u het bedieningsniveau wilt verlaten, net zolang op »EXP« drukken tot u een toon hoort.
EXPERT-BEDIENINGSNIVEAU
Overzicht van de instellingen
Code-instellingen. Zie hiervoor de gedetailleerde werkwijze op pagina 28 e.v.
- De codering is niet geactiveerd.
- De codering is geactiveerd.
Contrast van het display.
- Display: schaal »□□« tot »6□«.
CODE
SAFE
DISPL 0 7
BLK □ N
BLK OF F
BEEP O N
BEEP OF F
AM O N
AM OF F
TP-150N
TP-IS OF F
REG O N
REG OF F
Security-signaallampje aan/uit.
- De Security-lichtdiode knippert wanneer het toestel uitstaat en het contact afgezet is.
– De Security-lichtdiode knippert niet.
Toon aan/uit.
- Toon als functiebevestiging.
- Functiebevestiging door korte geluidloosschakeling van de luidprekeruitgangen.
AM-golflengte aan/uit.
- De AM-golflengte kan met »RADIO« geselecteerd worden.
- De AM-golflengte kan niet geactiveerd worden; RADIO-mode alleen op FM-frequentie mogelijk.
Automatische zoekloop verkeersinformatie aan/uit.
Terwijl u het gebied verlaat waar de actuele verkeersinformatie niet meer kan worden ontvangen.
- Automatische zoekloop verkeersinformatie is bezig.
- Automatische zoekloop verkeersinformatie is uit.
Automatische overschakeling van het regionale programma aan/uit. Indien een RDS-programma verschillende regionale zenders aanbiedt, schakelt het toestel over op het regionale programma dat in het ontvangstgebied beschikbaar is.
- Automatische overschakeling van het regionale programma is mogelijk.
- Geen overschakeling op een ander regionaal programma.
EXPERT-BEDIENINGSNIVEAU

In- en uitschakelen met het contact.
- De autoradio kan met het contact van het voertuig in- en uitgeschakeld worden.
- In- en uitschakelen van het toestel alleen met »IO«.
Aanwijzing:
In dit geval moet het contact A 4 (zie pagina 32) op klem 15 van het voertuig aangesloten zijn.
Geluidloos schakelen wanneer autotelefoon wordt gebruikt.
- Geluidloos schakelen van de autoradio is geactiveerd.
– Geluidloos schakelen is gedeactiveerd.
Aanwijzing:
In dit geval moet het mutesignaal van de telefoon aangesloten zijn.
Ingangsgevoeligheid bij cd- of DAT-mode en voor de aanpassing van een cd-wisselaar.
- Laag.
- Normaal.
- Hoog.
Aanwijzing:
In dit geval moet een van de vermelde bronnen aangesloten zijn.
Volumebeperking bij het inschakelen.
- Geen beperking.
- Maximaal volume bijv. »20«.
- Display: schaal »□□« tot »46«.
Aanwijzing:
Het geluid wordt alleen begrensd, wanneer het volume bij het uitschakelen van het toestel boven de ingestelde waarde uitsteeg.
Minimaal volume voor verkeersmeldingen.
Tijdens het instellen komt het volume door dat voor de verkeers-informatie is geselecteerd.
CODERING
Het codenummer van het toestel staat op de Identity-Card. De codering is bij de levering niet geactiveerd. Wanneer de codering van het toestel is geactiveerd, is dit elektronisch beveiligd zodra het van de voertuigaccu resp. de continuplusklem 30 afgehaald wordt. Alleen door het codenummer opnieuw in te voeren, kan het toestel weer in gebruik genomen worden. Zie hiervoor ook de instelling op pagina 26 in de paragraaf "EXPERT-bedieningsniveau".
EXPERT
CODE
... ... ... ...

SAFE
SAFE
Codering activeren
1 EXPERT-bedieningsniveau kiezen.
2 Met »« of »» de melding »CODE« selecteren.
3 Kort »EXP« indrukken. - Display: »-- -- --« knippert.
a) Wanneer langer op »«« of »»« wordt gedrukt, start de snelle voortgang.
b) Invoeren met de stationtoetsen:
Voorbeeld: codenummer 1703
5 U bevestigt het invoeren door kort op »EXP« te drukken. - De codering is geactiveerd.
6 Wanneer u het EXPERT-bedieningsniveau wilt verlaten, net zo- lang op »EXP« drukken tot u een toon hoort.
Codering deactiveren
1 Moet het toestel uit het voertuig gebouwd worden, dan activeert u het EXPERT-bedieningsniveau en stelt u »SARFE« in.
CODERING

2 Om de instelling te activeren, kort op »EXP« drukken.
- Display: » | -- -- --« knippert.
- De codering is gedeactiveerd.
Aanwijzing:
Indien een onjuist codenummer werd opgegeven, blijft »SAFE« op het display staan; de radio loopt niet. Nogmaals beginnen en daarbij de wachttijden tussen de pogingen in de gaten houden. Zie hiervoor pagina 30.
Wanneer het toestel opnieuw ingeschakeld wordt
Wanneer de codering is geactiveerd, is het toestel elektronisch beveiligd zodra het, bijvoorbeeld tijdens een garagebeurt, van de voertuigaccu resp. de stroomtoevoer (continuplusklem 30) afgehaald wordt. Het toestel kan weer ingeschakeld worden na opgave van de code.
SAFE
1----
SAFE
1 De autoradio aanzetten.
- Display: kort »SAFE«, vervolgens »! - - - -« indrukken.
- De » I« geeft aan hoeveel pogingen er zijn ondernomen om de code in te voeren.
2 Codenummer met »«« en »»« of met de stationtoetsen »1«, »2«, »3«, »4« invoeren (codenummer invoeren zoals op pagina 28 beschreven).
3 Om te bevestigen »EXP« indrukken, tot op het display kort »SAFE« verschijnt.
- De radio staat aan.
Aanwijzing:
Indien een onjuist codenummer werd opgegeven, blijft »SAFE« op het display staan. Nogmaals de code invoeren en daarbij de wachttijden tussen de pogingen (pagina 30) in de gaten houden.
Wachttijden
Wachttijden na mislukte pogingen de code in te voeren, moeten ervoor zorgen dat het niet mogelijk is om het toestel opnieuw in te schakelen of de codering te deactiveren door uitproberen. Hoewel het gedurende de wachttijden in- en uitgeschakeld kan worden, functioneert het toestel niet.
Het is niet nodig dat het toestel tijdens de wachttijd aanstaat, maar er moet wel een doorlopende spanning van + 12 V op staan. Zolang er »SAFE« op het display staat, is de wachttijd nog bezig. De wachttijd is afgelopen, wanneer op het display het nummer van de volgende poging verschijnt, bijv. »2 --- ««. Hieronder volgt een overzicht van de duur van de wachttijden, nadat er een enkele poging is gedaan de code in te voeren.
- 21 sec.
2....1,5 min.
3 5,5 min.
4 22 min.
5....1,5 uur
6....6,0 uur
7....24 uur
8....24 uur
Aanwijzing:
Na de zevende poging bedraagt de wachttijd altijd 24 uur. Het is raadzaam om na de zesde mislukte poging de speciaalzaak in te schakelen.
Inbouwframe en toestel inbouwen, antenne aansluiten
U kunt bij uw speciaalzaak terecht met vragen over het benodigde inbouwmateriaal en ander toebehoren.
1 Inbouwframe b in de daarvoor bestemde opening a van het voertuig zetten (afbeelding 1). De afbeeldingen vindt u op pagina 34.
2 Het hangt van het type voertuig af of u de bevestigingsklepjes c om de opening a kunt buigen (afbeelding 1).
3 Het toestel in het inbouwframe b schuiven tot het niet meer verder kan. U hoort een klik als het toestel er goed inzit.
Aanwijzing:
Typisch voor dit toestel is dat het over een groot vermogen beschikt. Dit veroorzaakt tijdens het gebruik een sterke verhitting. Er mogen daarom geen kabels of andere onderdelen tegen het toestel aanliggen. Indien de isolatie smelt, bestaat gevaar voor kortsluiting of brand!
4 Als u het toestel eruit wilt nemen, dient u beide demontagebeugels d tot het eind in de openingen van de klep te schuiven (afbeelding 5).
5 Beide beugels naar buiten drukken en het toestel er langzaam uittrekken (afbeelding 5).
Voor het toestel moeten antennes worden gebruikt met 75 Ωtot 150 Ω-impedantie. Verlenging van de antennekabel, bijv. bij montage achteraf, kan de ontvangst belemmeren. Indien nodig een antenneadapter gebruiken (afbeelding 2).
1 Antenneadapter of antennekabel in de plastic clip vastzetten (afbeelding 2 en 3).
Zekering
Platte zekering 10 A/DIN 72 581 - bezet (afbeelding 4).
Stroomtoevoer
Meetcontacten A (afbeelding 4, pagina 34):
A 8 Massa-aansluiting (doorsnede minstens 2,5 mm 2 voor plus- en massakabel). Op klem 31 (massa) van het voertuig aan- sluiten.
A 7 Aansluiting voor +12 V werkspanning (doorsnede minstens 2,5 mm² voor plus- en massakabel). Op klem 30 (continuplus) van het voertuig aansluiten.
A 6 Aansluiting voor dashboardverlichting. Is A 6 op klem 58 van het voertuig aangesloten, dan kan de verlichting van het toestel (met ingeschakeld rijlicht) met de regelaar van de dashboardverlichting ingesteld worden.
A 5 +12 V uitgang schakelspanning (max. 0,5 A). De schakelspanning is, wanneer het toestel aanstaat, op meetcontact A 5 aangesloten en verzorgt het in- en uitschuiven van de automatische antenne, de werkspanning voor de antenne-versterker enz.
A 4 Aansluiting voor +12 V ontstekingsspanning. Op klem 15 van het voertuig aansluiten, indien het toestel met het contact in- en uitgeschakeld moet worden.
Aanwijzing:
De aansluiting A 4 kan ook onbezet blijven. In dit geval moet de radio altijd met »IO« aan- en uitgezet worden; de radio wordt niet na een uur automatisch uitgeschakeld.
A 2 Aansluiting Phone-Mute. Wanneer u een aangesloten auto-telefoon of zendontvangapparaat gebruikt, wordt het geluid afgezet en verschijnt er op het display "PHONE". Zie ook pagina 27 in de paragraaf "EXPERT-bedieningsniveau".
Aanwijzing:
A 2 moet van de Mute-uitgang van de telefoon/zendontvangers tegen massa omgeschakeld worden.
Luidsprekers
Meetcontacten B (afbeelding 4, pagina 34). Maximaal uitgangsvermogen aan 4 Ω-luidsprekers: 4 x 20 W/4 x 40 W muziekvermogen.
Luidsprekers voor Luidsprekers achter
De luidsprekeraansluitingen niet elektrisch met elkaar verbinden en niet tegen massa schakelen! Dit kan het toestel blijvend beschadigen.
Extra aansluitingen
Meetcontacten C (afbeelding 4, pagina 34). CD-wisselaar- of AUX-aansluiting:
C 13 CD-bus-besturingskabel, moet voor AUX-gebruik op C15 aangesloten worden.
C 15 CD-bus-massa.
C 16 Stroomtoevoer +12 V voor cd-wisselaar.
C 17 Schakelspanning voor cd-wisselaar.
C 18 CD-NF-massa of AUX-NF-massa.
C 19 CD-NF-links of AUX-NF-links.
C 20 CD-NF-rechts of AUX-NF-rechts.
C 7 Alleen voor onderhoudsdoeleinden.
C 9 Alleen voor onderhoudsdoeleinden.
Aanwijzing:
De aansluitingen C 7 en C 9 mogen niet geschakeld worden.
Afb. 1

Voorwaarden radio-ontvangst
Tijdens het rijden doen zich op de ultrakortegolf voortdurend veranderingen van de ontvangstvoorwaarden voor. Bergen, gebouwen of bruggen kunnen een negatieve uitwerking op de ontvangst hebben. Hiervan is vooral sprake wanneer u ver van de zender verwijderd bent.
RDS is een informatiesysteem waarvan de signalen door de meeste ultrakortegolfzenders uitgezonden worden. Wanneer een RDS-programma wordt beluisterd, verschijnt de naam van het programma in de vorm van een afkorting op het display, bijv. »ANTENNE«. Een RDS-programma wordt door meerdere zenders met verschillende frequenties (alternatieve frequenties) uitgezonden. Is er een RDS-programma geselecteerd, dan zoekt het toestel automatisch naar de alternatieve frequentie met de beste ontvangst, voor zover beschikbaar.
Met behulp van de EON-functie kan naar verkeersmeldingen worden geluisterd terwijl een RDS-programma is ingesteld dat geen eigen verkeersinformatie uitzendt. Dit gaat echter alleen wanneer de radio-omroep die het ingestelde RDS-programma met EON uitzendt, een ander RDS-programma met verkeersinformatie aanbiedt. Tevens moet de functie ontvangst verkeersmeldingen (TP) geactiveerd zijn.
Onderhoud
De frontzijde van het toestel uitsluitend met zachte, stofhoudende en antistatische doeken reinigen. Glans- en reinigingsmiddelen kunnen het oppervlak van de frontzijde beschadigen.
De weergave van de hoge tonen lijdt onder bandslijtage van de geluidskop van het cassettegedeelte. Daarom moet de geluidskop om de 50 tot 100 gebruiksuren met een reinigingscassette schoongemaakt worden.
Verhelpen van storingen
Als er een storing optreedt, lees dan eerst deze aanwijzingen voordat u het apparaat laat repareren.
Wanneer het u desondanks niet lukt het probleem te verhelpen, neemt u contact op met de speciaalzaak.
Probeer nooit het toestel zelf te repareren. Hierdoor komt de garantie te vervallen.
| Storing | Mogelijke oorzaak | Verhelpen |
| Toestel gaat niet aan | Bedieningseenheid is er niet goed ingezetAan/uit-toets is te kort ingedrukt | Bedieningseenheid er nog een keer inzettenAan/uit-toets langer ingedrukt houden |
| Security-signaallampje knippert niet | De functie is niet geactiveerd | De EXPERT-instelling activeren. Indien op het display »BLK OFF« verschijnt, »BLK ON« instellen |
| Slechte radio- ontvangst | Gebied met slechte ontvangstvoorwaarden | Gebied verlaten |
| Steeds terugkerende onderbreking van de radio- ontvangst | AF-functie werkt in een slecht ontvangstgebied | AF-functie deactiveren |
| Niet alle luidsprekers functioneren | Foutieve BALANCE- en FADER-instellingen | Instellingen controleren en eventueel wijzigen |
| CD-wisselaar functioneert niet | CD-magazijn ontbreekt of is niet vastgekliktMechanische storingCD-magazijn leegVerbinding radio-cd onderbrokenCD er niet goed ingelegdCD-wisselaar oververhit | De storingsmeldingen op het display beachtenGebruiksaanwijzing van de cd-wisselaar lezen |
Technische gegevens
Het toestel voldoet aan de EMV-normen (EG-richtlijn 89/336 EEG, 92/31 EEG en 93/68 EEG) conform EN 55013 en EN 55020.
GRUNDIG Service
| GRUNDIGKundendienst NordKolumbusstraße 14D-22113 Hamburg+49/40-7 33 31-0 | GRUNDIGKundendienst WestHorbeller Straße 19D-50858 Köln+49/22 34-95 81-2 51 | GRUNDIGKundendienst MitteDudenstraße 45-53D-68167 Mannheim+49/6 21-33-76-70 | GRUNDIGKundendienst SüdBeuthener Straße 65D-90471 Nürnberg+49/9 11-7 03-0 | GRUNDIGKundendienst OstWittestraße 30eD-13509 Berlin+49/30-4 38 03-21 |
| GRUNDIG BELUX N.V.Deltapark, Weihoek 3, Unit 3GB-1930 Zaventem+32/2-7 16 04 00GRUNDIG UK LTD.Elstree Way, Borehamwood, Herts, WD6 1RXGB Großbritannien/Great Britain+44/1 81-3 24 94 00Technical ServiceUnit 35, Woodside Park, Wood StreetRugby, Warwickshire, CV21 2NPGroßbritannien/Great Britain+44/1 78-8 57 00 88GRUNDIG IRELAND LTD.2 Waverley Office Park, Old Naas RoadEIR Dublin 12+3 53/1-4 50 97 17GRUNDIG FRANCE S.A.5 Boulevard Marcel PourtoutF-92563 RueilMalmaison Cedex+33/1-41 39 26 26 | GRUNDIG SCHWEIZ AGSteinacker Straße 28CH-8302 Kloten+41/1-8 15 81 11GRUNDIG PORTUGUESAComércio de ArtigosElectrónicos, Lda.Rua Bento de Jesus Caraça 17P-1495 Cruz Quebrada,Lisboa+3 51/1-4 19 75 70GRUNDIG ESPAÑA S.A.Solsonés, 2 planta baja B3Edificio Muntadas (Mas Blau)E-08820 El Prat DeLlobregat (Barcelona)+34/93-4 79 92 00GRUNDIG NORGE A.S.Glynitveien 25, Postboks 234N-1401 Ski+47/64 87 82 00GRUNDIG DANMARK A/SLejrvej 19DK-3500 Værlose+45/44 48 68 22 | GRUNDIG OYLuoteisrinne 5SF-02271 Espoo+3 58/9-8 04 39 00GRUNDIG SVENSKA ABAlbygatan 109 d, Box 4050S-17104 Solna+46/8-6 29 85 30GRUNDIG POLSKA SP.Z.O.O.Ul. Czéstochowska 140PL-62800 Kalisz+48/62-7 66 77 70GRUNDIG AUSTRIAGes.m.b.H.Breitenfurter Straße 43-45A-1120 Wien+43/1-81 11 70GRUNDIG NEDERLAND B.V.Gebouw AmstelvesteJoan Muyskenweg 22NL-1096 CJ Amsterdam+31/20-5 68 15 68GRUNDIG ITALIANA S.P.A.Via G.B. Trener, 8I-38100 Trento+39/4 61-89 31 11 | ||