PL93 - Camera SAMSUNG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PL93 SAMSUNG in PDF-formaat.
| Producttype | Digitale camera |
| Model | Samsung PL93 |
| Effectieve pixels | Ca. 16,1 megapixels |
| Lens | Samsung 5x zoomlens (brandpuntsafstand 4,7–23,5 mm, 35 mm equivalent 26–130 mm) |
| Diafragmabereik | f/3,3 (W) – f/5,9 (T) |
| Digitale zoom | Tot 25x (optisch × digitaal) |
| Scherm | 2,7 inch TFT LCD, QVGA (230K) |
| Scherpstelling | TTL autofocus (Multi AF, Centrum AF, Gezichtsherkenning AF, Tracking AF, Slimme gezichtsherkenning AF) |
| Sluitertijd | 1/2000 sec tot 8 sec (afhankelijk van modus) |
| ISO-waarde | Auto, 80, 100, 200, 400, 800, 1600, 3200 |
| Flitser | Uit, Auto, Rode ogen, Invulflits, Langzame synchronisatie, Anti-rode ogen; bereik W: 0,2–3,4 m, T: 1,0–1,9 m (ISO Auto) |
| Beeldstabilisatie | DUAL IS (optisch + digitaal) |
| Opnamemodi | Smart Auto, Programma, Panorama, Scène (Magisch kader, Beautyshot, Objectmarkering, Nacht, Landschap, Tekst, Zonsondergang, Dageraad, Tegenlicht, Strand/sneeuw), DUAL IS, Film |
| Video | MJPEG, max. 1280×720 HQ, 30 fps/15 fps, max. 4 GB per bestand, ca. 17 min |
| Opslag | Intern geheugen ca. 12 MB; microSD/microSDHC (tot 8 GB) |
| Bestandsindeling | Foto: JPEG (DCF, EXIF 2.21, DPOF 1.1, PictBridge 1.0); Video: AVI (MJPEG); Audio: WAV |
| Interface | USB 2.0, video-uitgang (NTSC/PAL), audio mono, DC-ingang 5 V |
| Stroomvoorziening | Oplaadbare lithium-ionbatterij BP70A (740 mAh, min. 700 mAh) |
| Afmetingen (B×H×D) | 89,6 × 54,8 × 17,5 mm (excl. uitstekende delen) |
| Gewicht | 95 g (zonder batterij en geheugenkaart) |
| Bedrijfstemperatuur | 0 – 40 °C |
| Reiniging | Gebruik een zachte, droge doek. Vermijd oplosmiddelen. |
| Veiligheid | Houd camera uit de buurt van water en hitte. Gebruik alleen originele Samsung-accessoires. |
| Inbegrepen accessoires | Camera, AC-adapter/USB-kabel, oplaadbare batterij, polsband, cd-rom met gebruiksaanwijzing, snelstartgids |
Veelgestelde vragen - PL93 SAMSUNG
Gebruikersvragen over PL93 SAMSUNG
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Camera in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PL93 - SAMSUNG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PL93 van het merk SAMSUNG.
GEBRUIKSAANWIJZING PL93 SAMSUNG
In deze gebruiksaanwijzing vindt u uitgebreide aanwijzingen voor het gebruik van uw camera. Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig door.
Klik op een onderwerp
Basisprobleemoplossing
Beknopt overzicht
Inhoud
Basisfuncties
Geavanceerde functies
Opnameopties
Afspelen/bewerken
Instellingen
Aanvullende informatie
Index
Informatie over gezondheid en veiligheid
Houd u altijd aan de volgende voorzorgsmaatregelen en gebruikstips om gevaarlijke situaties te vermijden en ervoor te zorgen dat de camera optimaal werkt.

Waarschuwing: situaties die bij u of anderen letsel kunnen veroorzaken
Haal de camera niet uit elkaar en probeer de camera niet te repareren.
Dit kan een schok veroorzaken of de camera beschadigen.
Gebruik de camera niet dichtbij ontvlambare of explosieve gassen en vloeistoffen.
Dit kan brand of een schok veroorzaken.
Plaats geen ontvlambare materialen in de camera en bewaren dergelijke materialen niet in de buurt van de camera.
Dit kan brand of een schok veroorzaken.
Raak de camera niet met natte handen aan.
Dit kan een schok veroorzaken.
Voorkom oogletsel bij het nemen van foto's.
Gebruik de flitser van de camera niet vlakbij (op minder dan 1 m afstand van) de ogen van mensen of dieren. Als u de flitser dicht bij de ogen van het onderwerp gebruikt, kunt u tijdelijke of permanente schade aan het gezichtsvermogen veroorzaken.
Houd de camera buiten het bereik van kleine kinderen en huisdieren.
Houd de camera en alle bijbehorende onderdelen en accessoires buiten het bereik van kleine kinderen en huisdieren. Kleine onderdelen vormen verstikkingsgevaar of kunnen schadelijk zijn wanneer deze worden ingeslikt. Bewegende onderdelen en accessoires kunnen ook fysiek gevaar opleveren.
Stel de camera niet gedurende lange tijd aan direct zonlicht of hoge temperaturen bloot.
Langdurige blootstelling aan zonlicht of extreme temperaturen kan permanente schade aan interne onderdelen van het toestel veroorzaken.
Voorkom dat de camera of oplader wordt bedekt voor kleden of kleding.
Dit kan oververhitting van de camera of brand veroorzaken.
Als er vloeistoffen of vreemde voorwerpen in de camera komen, moet u meteen alle voedingsbronnen, zoals de batterij of oplader, loskoppelen en vervolgens contact opnemen met een servicecenter van Samsung.

Voorzichtig: situaties die schade aan de camera of andere apparatuur kunnen veroorzaken
Haal de batterijen uit de camera wanneer u deze voor langere tijd opbergt.
Batterijen in het batterijvak kunnen na verloop van tijd gaan lekken of roesten en ernstige schade aan uw camera veroorzaken.
Gebruik uitsluitend authentieke, door de fabrikant aanbevolen lithium-ionbatterijen ter vervanging. Zorg dat u de batterij niet beschadigt of verhit.
Dit kan brand ontstaan of persoonlijk letsel veroorzaken.
Gebruik alleen door Samsung goedgekeurde batterijen, opladers, kabels en accessoires.
- Niet-goedgekeurde batterijen, opladers, kabels of accessoires kunnen de camera beschadigen, letsel veroorzaken of ortoe leidden dat batterijen exploderen.
- Samsung is niet aansprakelijk voor schade of letsel vercorzaakt door niet-goedgekeurde batterijen, opladers, kabels of accessoires.
Gebruik batterijen niet voor doeleinden waarvoor de batterijen niet zijn bedoeld.
Dit kan brand of een schok veroorzaken.
Raak de flitser niet aan wanneer deze wordt gebruikt.
De flitser wordt zeer heet en kan brandwonden veroorzaken.
Als u de AC-oplader gebruikt, moet u de camera uitschakelen voor u de voedingsbron van de AC-oplader loskoppelt.
Anders kunt u brand of een schok veroorzaken.
Laat de stekker van de oplader niet in het stopcontact zitten als u de oplader niet gebruikt.
Anders kunt u brand of een schok veroorzaken.
Gebruik voor het opladen van de batterijen geen elektriciteitssnoeren of stekkers die beschadigd zijn, of een loshangend stopcontact.
Dit kan brand of een schok veroorzaken.
Zorg dat de AC-oplader niet in contact komt met de plus-en minpolen van de batterij.
Dit kan brand of een schok veroorzaken.
Forceer de cameraonderdelen niet en oefen geen kracht uit op de camera.
Dit kan leiden tot camerastoringen.
Wees voorzichtig bij het aansluiten van snoeren en adapters en het plaatsen van batterijen en geheugenkaarten.
Door het forceren van aansluitingen, het niet op de juiste manier aansluiten van snoeren of het niet op de juiste manier plaatsen van batterijen en geheugenkaarten kunt u poorten, aansluitingen en accessoires beschadigen.
Houd kaarten met magnetische stroken uit de buurt van het camera-etui.
Informatie die is opgeslagen op de kaart kan worden beschadigd of gewist.
Gebruik nooit een beschadigde oplader, batterij of geheugenkaart.
Dit kan een schok, camerastoring of brand veroorzaken.
Controleer voor gebruik of de camera naar behoren functioneert.
De fabrikant is niet verantwoordelijk voor verlies van bestanden of schade die kan voortkomen uit defecten aan de camera of onjuist gebruik.
Wanneer u de USB-kabel op de camera aansluit, zorg er dan voor dat u de juiste USB-connector op de camera aansluit.
Als u de kabel omgekeerd aansluit, kunnen de bestanden beschadigen. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens.
Copyrightinformatie
- Microsoft Windows en het Windows-logo zijn geregistreerde handelsmerken van Microsoft Corporation.
- micro SD™, micro SDHC™ zijn gedeponeerde handelsmerken van de SD Association.
• Mac is een geregistreerd handelsmerk van Apple Corporation. -
Handelsmerken en handelsnamen die in deze gebruiksaanwijzing worden gebruikt, zijn eigendom van de betreffende eigenaar.
-
Cameraspecificaties of de inhoud van deze gebruiksaanwijzing kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd bij veranderde camerafuncties.
- Het is niet toegestaan om enig deel van deze gebruiksaanwijzing zonder vooraf gegeven toestemming te hergebruiken of versoreiden.
- Voor informatie over Open Source-licenties raadpleegt u het bestand "OpenSourceInfo.pdf" op de meegeleverde cd-rom.
Indeling van de gebruiksaanwijzing
Basisfuncties 11
Hier vindt u informatie over de indeling van de camera en basisfunctions voor het maken van opnamen.
Geavanceerde functies 28
Hier vindt u informatic over hoe u foto's maakt door con modus te selectoren en hoe u video's of spraakmemo's opncomt.
Opnameopties 41
Hier vindt u informatie over de instellingen waarvoor u in de opnamemodus kunt kiezen.
Afspelen/bewerken 62
Hier vindt u informatie over hoe u foto's, video's en spraakmemo's kunt weergeven of afspelen en hoe u foto's en video's kunt bewerken. Ook leest u hier hoe u de camera op een computer, fotoprinter of televisie aansluit.
Instellingen 85
Raadpleeg opties voor het configureren van de camera-instellingen.
Aanvullende informatie 91
Hier vindt u informatie over feutmeldingen, specificaties en onderhoud.
Pictogrammen in deze gebruiksaanwijzing
| Opanemodus Pictogram | |
| Smart Auto | ![]() |
| Programma | ![]() |
| Panorama | ![]() |
| Scène | ![]() |
| Film | ![]() |
| DUAL IS | [S23Y] |
Pictogrammen in de opnamemodus
Deze pictogrammen geven aan dat een bepaalde functie in de desbetroffende modi beschikbaar is. Do modus ondersteunt wellicht bepaalde functies niet voor alle scènes.
Voorbeeld:

Symbolen in deze gebruiksaanwijzing
![]() |
Uitdrukkingen in deze gebruiksaanwijzing
Op de ontspanknop drukken
- Druk [Ontspanknop] half in: druk de ontspanknop half in.
- Druk op [Ontspanknop]: druk de ontspanknop volledig in.
![Druk [Ontspanknop] half in Druk op [Ontspanknop]](/content/2026/06/1152495/images/6bfb1a84da0c7b068bacf7c0dfde90b4f1be025f82dac6b912f64002db3dd28a.jpg)
Onderwerp, achtergrond en compositie
- Onderwerp: het belangrijkste object in een scène, zoals een persoon, dier of stilleven.
- Achtergrond: de objecten rondom het onderwerp.
- Compositie: de combinatie van onderwerp en achtergrond.

Belichting (Helderheid)
De hoeveelheid licht die de camera binnenkomt bepaalt de belichting. De belichting kan worden aangepast met behulp van sluitertijd, diafragma en ISO-waarde. Wanneer u de belichting verandert, worden de foto's donkerder of lichter.

Hier vinot u antwoorden op bekende problemen. Met behulp van opname-instellingen hebt u veel problemen snel opgelost.
![]() | De ogen van de gefotografeerde zijn rood. | Dit wordt veroorzaakt door een reflectie van de flitser van de camera.Stel de flitsoptie in op►Rode ogen of►Anti-rode ogen.(pag. 44)Als de foto al is gemaakt, selecteert u►Anti-rode ogenin het bewerkingsmenu.(pag. 73) |
![]() | Foto's bevatten stofvlekjes. | Stofoeltjes die in de lucht zweven kunnen worden vastgelegd op foto's als u de flitser gebruikt.Schakel de flitser uit of neem geen foto's op stoffige plaatsen.Pas de ISO-waarde aan.(pag. 45) |
![]() | Foto's zijn wazig. | Dit kan worden veroorzaakt doordat u foto's neemt bij weinig licht of doordat u de camera niet goed stil houdt.Druk [Ontspanknop] half in om te zorgen dat er wordt scherpgesteld op het onderwerp.(pag. 26)Gebruik o►-modus.(pag. 36) |
![]() | Foto's zijn wazig bij avondopnamen. | Om meer licht binnen te laten, gebruikt de camera een langere sluitertijd.Het kan dan lastig zijn de camera stil te houden, waardoor de foto's bewogen kunnen worden.Selecteer►Nachtin de modus►pag. 34)Schakel de flitser in.(pag. 44)Pas de ISO-waarde aan.(pag. 45)Gebruik een statief om te voorkomen dat de camera bewoegt. |
![]() | Het onderwerp is te donker door tegenlicht. | Als de lichtbron zich achter het onderwerp bevindt of als er een groot contrast is tussen de lichte en donkere gebieden, kan het onderwerp donkor worden.Maak geen foto's tegen de zon in.Selectoer►Tegenl.in de modus►pag. 30)Stol de flitsoptic in op►Invulflits.(pag. 44)Stol de optio Automatische contrastbalans (ACB) in.(pag. 54)Pas de bolichting aan.(pag. 54)Stel de lichtmeting in op►Spotals er een helder onderwerp in het midden van het kader staat.(pag. 55) |
Beknopt overzicht

Foto's van mensen maken
• podus > Objectmarketing ▶33
• -modus > Beautyshot ▶ 32
- Rode ogen, Anti-rode ogen
(rode ogen voorkomen of verwijderen) ▶ 44
- Gezichtsdetectio 49

's Nachts of in het donker foto's maken
• Exodus > Nacht ▶ 34
• -modus > Zon onder, Dageraad ▶ 30
• Flitseroptics▶ 44
• ISO-waarde (de lichtgevoeligheid aanpassen) 45

Actiefoto's maken
• Continu, Bewegingsopname▶ 57

Foto's maken van tekst, insecten en bloemen
• Bodus > Tekst ▶ 30
- Macro, Auto macro (om foto's van dichtoij to maken)
▶ 46
• Witbalans (de tint wijzigen)▶55

Panoramafoto's maken
• Panoramamodus ▶ 35

De belichting aanpassen (helderheid)
• EV (de belichting aanpassen) ▶ 54
- ACB (compenseren voor onderwerpen tegen een heldere achtergrond) ▶ 54
• L.meting 55
- AEB (om drie foto's met verschillende belichtingen te maken van dezelfde soèno) ▶ 57

Een speciaal effect toepassen
•odus >Magisch kader ▶31
• Intellgents filtereffector▶58
- Beeld aanpassen (om kleurverzadging, scherpte en contrast bij te stellen) ▶ 61

Bewegingsonscherpte voorkomen
• O/S (optische beeldstabilisatie) 25
- modus ▶ 36
- Bestanden op categorie bekijken in Smart Album ▶ 65
• Ale bestanden op de geheugenkaart wissen ▶ 67 - Foto's als diavertoning woergoven ▶ 68
- Bestanden op een tv weergeven ▶ 76
- De camera op een computer aansluiten ▶ 77
- Geuid en volume aanpassen ▶ 87
- De helderheid van het schem aanpassen ▶ 87
• De schermtaal wijziger▶ 88 - De datum en tijd instellen
▶ 88
• Do gehougonkaart formatteren ▶ 88
• Problemen oplosser▶ 101
Inhoud
Basisfuncties 11
Uitpakken 12
Onderdelen en functies 13
De batterij en geheugenkaart plaatsen 15
De batterij opladen en de camera inschakelen ..... 16
De batterij opladen 16
De camera inschakelen 16
De eerste instelling uitvoeren 17
Uitleg over de pictogrammen 18
Het displaytype wijzigen 21
Het geluid instellen 21
Foto's maken 22
Zoomen 23
Bewegingsonscherpte voorkomen (OIS) 25
Tips om betere foto's te maken 26
Geavanceerde functies 28
Opnamemodi 29
De Smart Auto-modus gebruiken 29
De Scènemodus gebruiken 30
De modus Magisch kader gebruiken 31
De Beautyshot-modus gebruiken 32
De modus Objectmarkering gebruiken 33
De Nachtmodus gebruiken 34
De Panoramamodus gebruiken 35
De Dual IS-modus gebruiken 36
De Programmamodus gebruiken 36
Een video opnemen 37
De Intelligente scènedetectiemodus gebruiken 38
Spraakmemo's opnemen 40
Een spraakmemo opnemen 40
Een spraakmemo aan een foto toevoegen 40
Opnameopties 41
Resolutie en beeldkwaliteit selecteren 42
De resolutie selecteren 42
De beeldkwaliteit selecteren 42
De timer gebruiken 43
Opnamen in het donker maken 44
Rode ogen voorkomen 44
De flitser gebruiken 44
De ISO-waarde aanpassen 45
De scherpstelling aanpassen 46
Macro gebruiken 46
Autofocus gebruiken 46
Meebewegende autofocus gebruiken 47
Het scherpstelgebied aanpassen 48
Gezichtsdetectie gebruiken 49
Gezichten detecteren 49
Een zelfportret maken 50
Een foto van een lachend gezicht maken 50
Knipperende ogen detecteren 51
Slimme gezichtsherkenning 51
Gezichten als favoriet registreren (Mijn ster) 52
Helderheid en kleur aanpassen 54
De belichting handmatig aanpassen (EV) 54
Inhoud
Compenseren voor tegenlicht (ACB) 54
De lichtmeetmethode wijzigen 55
Een lichtbron selecteren (Mitbalans) 55
Serieopname 57
Uw foto's mooier maken 58
Intelligente filtereffecten toepassen 58
Uw foto's aanpassen 61
Afspelen/bewerken 62
Weergeven 63
De woergavomodus starten 63
Foto's weergeven 68
Een video afspelen 69
Sprakmomo's afspolen 70
Foto's bewerken 71
Foto's in grootte aanpassen 71
Een foto draaien 71
Intelligente filtereffecten toepassen 72
Belichtingsproblemen corrigeren 73
Een afdrukbestelling maken (DPOF) 75
Bestanden op een tv weergeven 76
Bestanden naar de computer overbrengen (Windows).. 77
Bestanden overbrengen met behulp van Intelli-studio .... 79
Bestanden overbrengen door de camera als een
verwisselbare schijf aan te sluiten 81
De camera loskoppelen (Windows XP) 82
Bestanden naar de computer overbrengen (Macintosh).. 83
Foto's met een fotoprinter afdrukken (PictBridge) ..... 84
Instellingen 85
Camera-instellingenmenu 86
Het instellingenmenu openen 86
Geluid 87
Display 87
Instellingen 88
Aanvullende informatie 91
Foutmeldingen 92
Onderhoud van de camera 93
De camera reinigen 93
De camera gebruiken of opbergen 94
Geheugenkaarten 95
De batterij 97
Voordat u contact opneemt met een servicecenter.. 101
Cameraspecificaties 104
Woordenlijst 108
Index 112
Basisfuncties
Hier vindt u informatie over de indeling van de camera en basisfuncties voor het maken van opnamen.
Uitpakken 12
Onderdelen en functies.... 13
De batterij en geheugenkaart plaatsen.... 15
De batterij opladen en de camera inschakelen.... 16
De batterij opladen 16
De camera inschakelen 16
De eerste instelling uitvoeren.... 17
Uitleg over de pictogrammen 18
Het displaytype wijzigen 21
Het geluid instellen 21
Foto's maken 22
Zoomen 23
Bewegingsonscherpte voorkomen (OIS) 25
Tips om betere foto's te maken 26
Uitpakken
Controleer of de doos de volgende artikelen bevat:



Camera AC-adapter/USB-kabel Oplaadbare batterij



Polslus Cd-rom met
gebruiksaanwijzing
Snelstartgids

- De illustraties kunnen afwijken van de werkelijke artkeien.
- U kunt door Samsung goedgekeurde accessoires die compatibel zijn met uw camera aanschaften bij het servicecentrum of de winkel waar u de camera hebt aangeschalt. Wij zijn niet aansprakelijk voor schade als gevolg van het gebruik van artikelen van andere fabrikanten.
Als optie verkrijgbare accessoires



Camera-etui Geheugenkaart/
Onderdelen en functies
Maak u vertrouwd met de diverse onderdelen en functies van de camera voordat u begint.

Statuslampje
- Knippert: Wanneer de camera een foto of video coslaat, wordt gelozen door een computer of printer of wanneer de afbeelding niet scherp is
- Brandt: Bij het maken van verbinding met de computer, als het onderwerp niel scherp is of bij het opladen van de batterij
Aanraakscherm

Zie de tabel onderaan
Modus-knop: De lijst met opnamemodi openen.
| Pictogram Modus Beschrijving | ||
![]() | Smart Auto | De camera selecteert automatisch de instellingen op basis van het gedetecteerde scènetype (Nacht, Portret, Zon onder, enzovoort). |
![]() | Programma | De camera stelt de sluitersne held en diafragmewaarde in. U kunt zich do andere opties instellen. |
![]() | Panorama | Met dazu modus kunt u een foto brede scènde maken. |
| [YTCK] | Scène | Een foto nernen met de voorgeprogrammeerde opties voor een specifieke scènde (Landschap, Zon onder, enzovoort). |
![]() | Film | Een video opnemen. |
![]() | DUAL IS | Een foto maken met opties die geschikt zijn om bewegingsonscherpte te voorkomen |
| Knop Beschrijving | |||
| MENU | MENU | Naar opties of menu's | |
![]() | Navigatie | In de opnamemodus Bij instellen | |
| DISP | Weergeveoptie wijzigen Omhoog | ||
| Macro-optie wijzigen Omlaag | |||
| Flitseroptie wijzgen Naar links | |||
| Timeroptie wijzigen Naar rechts | |||
![]() | OK | Gemarkoorde optie of menu bevestigen | |
| [SKDW] | Afspelen | Naar de woergavemodus | |
| [XBWG] | Functie | Toegang tot opties in de opnamemodusBostanden verwijdaren in de woergavemodus | |
De batterij en geheugenkaart plaatsen
Hier vindt u informatie over het in de camera plaatsen van de batterij en van een optionele geheugenkaart.

Plaats de geheugenkaart met de goudkleurige contactpunten omhoog gericht.

Zorg dat bij het plaatsen van de batterij het Samsung-logo omhoog is gericht.

De batterij en geheugenkaart verwijderen

Duw voorzichtig tegen de kaart totdat deze uit de camera loskomt en trek de kaart vervolgens uit de sleuf.

Druk op de vergrendeling om de batterij los te maken.

- Het interne geheugen kan worden gebruikt als tijdelijk opslagmedium als er geen geheugenkaart is geplaatst.
- Plaats een geheugenkaart in de juiste richting. Als u een geheugenkaart in de vorkeerde richting plaatst, kan dit uw camera en geheugenkaart beschadigen.
De batterij opladen en de camera inschakelen
De batterij opladen
Zorg ervoor dat u de batterij oplaadt voordat u de camera gebruikt. Wanneer u de USB-kabel op de camera aansluit, sluit u de kleine connector aan op de camera. De andere connector sluit u aan op de voedingsadapter.

• Rode lampje brandt: Bezig met opladen
• Rode lampje is uit: Volledig opgeladen

Gebruik alleen de netvoedingsadapter en USB-kabel die is meegeleverd met uw camera. Als u een andere netvoedingsadapter gebruikt (zoals de SAC-48), wordt de batterij van de camera mogelijk niet opgeladen of werk deze mogelijk niet naar behoren.
De camera inschakelen
Druk op [POWER] om de camera in of uit te schakelen.
- Het scherm voor de eerste instelling verschijnt wannoor u de camera voor het eerst inschakelt. (pag. 17)

Druk op [▶] De camera wordt ingeschakeld en gaat direct naar de woergavomodus.

As u uw camera inschakelt door! ongeveer 5 seconden ingedrukt te houden, geeft de camera geen ankel camerageluid.
De eerste instelling uitvoeren
Het scherm voor de eerste instelling verschijnt, waar u de basisinstellingen van de camera kunt configureren.
1 Druk op [POWER
- Het schem voor de eerste instelling verschijnt wanneer u de camera voor het eerst inschakelt.
2 Druk op [ðom Language te selecteren en druk vervolgens op [ð] of [ðK

3 Druk op [DISF] om een taal te selecteren en druk vervolgens op [OK].
4 Druk op [ ] of [ ] om Time Zone (Tijdzone) te selecteren en druk vervolgens op [ ] of [ ] OK
5 Druk op [tof [] om een tijdzone te selecteren en druk vervolgens op [OK].
- Als u zomer-wintertijd wilt instellen, drukt u op DISP
![Time Zone London [GMT+00:00] 2011/01/01 12:00 PM MENU Back ▲ DST](/content/2026/06/1152495/images/61ed6f412e35f9b9032424d88152c4cc102c7b74dd30ad8d66f62b1e6f875c00.jpg)
6 Druk op [DISP] om Date/Time Set (Datum/tijd aanpassen) te selecteren en druk op [∅] of [∅K
7 Druk op [of [] in een onderdeel te selecteren.

8 Druk op [DISP] omde datum en tijd in te stellen en druk op [OK].
9 Druk op [d] of [ ] om Date Type (Datumtype) te selecteren en druk op [∅] of [ ]

10 Druk op [DISP] om een datumnotatie te selecteren en druk op [OK].
11 Druk op [MENU]aar de opnamemodus te gaan.
Uitleg over de pictogrammen
Welke pictogrammen worden weergegeven, is afnankelijk van de geselecteerde modus of de ingestelde opties.

A. Informatie
Pictogram Beschrijving
| Autolocuskader | |
| Bowogingsonschorpte | |
| Zoomverhouding | |
| 10:00AM2011/01/01 | Huidige datum en tijd |
| Pictogram Beschrijving | |
| IM | Foloresolutie |
| 640 | Videorescurie |
| 30 | Framosnolheid |
| Fotokwaiteit | |
| Lichtmeting | |
| Filltopple | |
| Zelfontspannerinstelling | |
| Autofocusinstelling | |
| Gezichtsdetectie | |
| Pictogram Beschrijving | |
| F3.31/45s | Diafragma en sluitertijd |
| LT | Lange sluitertijd |
| Belichtingswaarde | |
| Wittbelans | |
| Gezichttint | |
| Gezicht reloucheren | |
| ISO-waarde | |
| Intelligent, tillerellect | |
| Booloanpassing(scherpte, contrast, kluverzadiging) | |
| Oculid uit | |
| Type serieopname | |
| Optische booldstaabilisatie (OS) | |
U kunt opties selecteren door te drukken op [MENU] en door gebruik te maken van de navigatiekneppen ([DISP], [∅], [∅], [∅]). Druk op [OK] om te bevestigen.

U kunt de conameoptes ook openen door ofn[] te drukken, maar dan zijn sommige opties niet beschikbaar.
1 Druk in de opnamemodus op [MENU
2 Gebruik de navigatieknoppen om naar een optie of menu te scrollen.
• Druk op DISPIJ omemhoog of omlaag te gaan.
• Druk op 4] of [kom naar links of rechts te gaan.


3 Druk op [DR]m de gemarkeerde keuze te bevestigen.
Teruggaan naar het vorige menu
Druk op [MENU]aar het vorige menu terug te gaan.

Druk [Sluiter] half in om terug te keren naar de opnamemodus.
Voorbeeld: in de P-modus de witbalans selecteren
1 Druk in de opnamemodus op [MODE]
2 Druk op [DISP] ombaar Programma te bladeren en druk vervolgens op [OK].

3 Druk op [MENU

4 Druk op [d] of [ ] om naar Opname te bladeren en druk vervolgens op [∅] of [OK
5 Druk op [DISP] omwaar Witbalans te bladeren en druk vervolgens op [∅] of [OK

6 Druk op [1 of [ ] om naar een witbalansoptie te bladeren.

7 Druk op [∅K
Display en geluid instellen
Hier vindt u informatie over hoe u de basisinstellingen van het display en het geluid naar wens kunt aanpassen.
Het displaytype wijzigen
U kunt een weergavestijl voor de opname- of afspeelmodus selecteren. Elk type geeft verschillende opname- en afspeelgegevens weer.
Druk meerdere keren op [DISP] een displaytype te wijzigen.

| Modus Beschrijving | |
| Opname | Alle opname-informatie weergevenOpname-informatie verbergen, behalve het aantal resterende foto's (of de resterende opnametijd) en het batterijpictogram |
| Afspelen | Informatie over de huidige foto weergevenInformatie over de huidige foto verbergenInformatie over het huidige bestand weergeven, behalve de opname-instellingen en de opnamedatum |
Het geluid instellen
Hiermee stelt u in of de camera een bepaald geluid laat klinken wanneer u de camera bedient.
1 Druk in de opname- of weergavemodus op [MENU
2 Selecteer Geluid → Piepjes → een optie.
Optie Beschrijving
| Uit | De camera laat geen geluid klinken. |
| 1/2/3 | De camera laat een geluid klinken. |
Foto's maken
Hier vindt u informatie over basishandelingen om in de modus Smart Auto snel en eenvoudig foto's te maken.
1 Druk in de opnamemodus op [MODE]
2 Druk op [DISF] ombaar Smart Auto te bladeren en druk vervolgens op [OK].

3 Kadreer het onderwerp.

4 Druk [Ontspanknop] half in om scherp te stellen.
- Een groen kader betekent dat het onderwerp scherp in beeld is.
- Een rood kader betekent dat het onderwerp niet scherp in beeld is.

5 Druk [Ontspanknop] volledig in om een foto te maken.

Zie pagina 26 voor Lips om belere lolo's te maken.
Zoomen
U kunt close-upfoto's maken door in te zoomen. De camera heeft een functie voor 5X optische zoom, 2X Intelli-zoom en 5X digitale zoom. Intelli-zoom en digitale zoom kunnen niet tegelijk worden gebruikt.

De beschikbare zoomverhouding voor video's wijkt af van de zoomverhouding voor logo's.
Digitale zoom


Als de zoomindicator zich in het digitale bereik bevindt, gebruikt de camera de digitale zoomfunctie. Als u zowel de optische zoom als de digitale zoom gebruikt, kunt u tot 25 keer inzoomen.

Digital bereik

- De digitale zoomfunctie is net beschikbaar voor het Smart filter-effect of de optie Tracking AF.
- Als u een foto neeml me, de digitale zoomfunclie, kan de foto van lage kwaliteit zijn.
Intelli-zoom



Als de zoomindicator zich in het Intelli-bereik bevindt, gebruikt de camera de Intelli-zoom. De fotoresolutie wisselt overeenkomstig de zoomfactor wanneer u de Intelli-zoom gebruikt. Als u zowel de optische zoom als de Intelli-zoom gebruikt, kunt u tot 10 keer inzoomen.


- Do intelligente zoomfunctie is niet beschikbaar voor het Smart filter effect of de opte Tracking AF.
- De Intell-zoom is alleen beschikbaar wanneer u een resolutverhouding van 4:3 insteit. Als u een andere resolutverhouding insteit terwijl Intell-zoom is ingeschakeld, wordt Intell-zoom automatisch uitgeschakeld.
- Met Intelli-zoom kunt u een foto maken waarvan de kwaliteit minder slecht wordt dan bij de digitale zoom. De fotokwaltet kan echter slechtor zijn dan bij gebruik van de optische zoom.
Intelli-zoom instellen
1 Druk in de opnamemodus op [MENU
2 Selecteer Opname → Intelli-zoom → een optie.
Optie Beschrijving
| Uit: Schakel de Intelli-zoom uit. | |
| Aan: Schakel de Intelli-zoom in. |
Bewegingsonscherpte voorkomen (OIS)

In de opnamemodus kunt u de bewegingsonscherpte optisch beperken.

Vóór correctie Na correctie
1 Druk in de opnamemodus op [MENU
2 Selecteer Opname of Film → OIS → een optie.
Optie Beschrijving

Uit: de OIS-functie uitzetten.

Aan: de OIS-functie aanzetten.

- OIS werkt mogelijk in de volgende omstandigheden niet goed:
- u beweegt de camera om een bewegend onderwerp le volgen
- u gebruik, digitale zoom
- de camera trit te vee
- er is sprake van een lange slutertijd (bijvoorbeeld bij opnamen in de modus)
- de batterj is bijna leeg
- U neemt een close-up
- Als u de OIS-functie met een statief gebruikt, kunnen de foto's onscherp worden door de trilling van de OIS-sensor. Schakel de OIS-functie bij gebruik van een statief uit.
- Als de camera valt of een schok krijgt, wordt het scherm wazig. Als dit geboult, moet u de camera uitschakolon on voor inschakolon.
• In sommige scènes is de OIS-functie niet beschikbaar.
Tips om betere foto's te maken

De camera op de juiste manier vasthouden

Controleer of er niets voor de lens zit.

De ontspanknop half indrukken

Druk [Ontspanknop] half in en pas de scherpstelling aan. De scherpstelling en belichting worden automatisch aangepast.
Diafragma en sluitertijd worden automatisch ingesteld.
Scherpstelkader
- Druk op [Ontspanknop] om een foto te maken als het kader groen is.
• Pas de compositie aan en druk de
[Ontspanknop] nogmaals half in als het scherostelkader rood is.

Bewegingsonscherpte voorkomen

- Stel de optie OIS (Optical Image Stabilization) in om de bewegingsonscherpte optisch te reduceren. (pag. 25)
- Selecteer de modus om de bewogingsonscherpte zowel optisch als digitaal te reduceren. (pag. 36)

Als wordt weergegeven

Bewegingsonscherpte
Zorg dat bij opnamen in het donker de fitser niet op Langz sync of Uit staat ingesteld. Het diafragma blijft dan langer open, waardoor het moeilijker is om de camera stil te houden.
- Gebruik een statief of stel de flitser in op Invulflits. (pag. 44)
• Pas de ISO-waarde aan. (pag. 45)

Voorkomen dat het onderwerp niet scherp is
In de volgende gevallen kan het moeilijk zijn om op het onderwerp scherp te stellen:
er is weinig contrast tussen het onderwerp en de achtergrond (als het onderwerp bijvoorbeeld kleren draagt met kleuren die lijken op de achtergrondkour)
- de lichtbron achter het onderwerp is te fel
- het onderwerp glanst of weerspiegelt
- het onderwerp heeft horizontale patronen, zoals jaloezeën
- het onderwerp bevindt zich niet in het midden van het beeld

Gebruik de scherpstelvergrendeling
Druk [Ontspanknop] half in om scherp te stellen. Wanneer het onderwerp scherp in beeld is, kunt u het kader verschuiven om de composite aan te passen. Druk wanneer u klaar bent op [Ontspanknop] om een foto te maken.

• Warneer u foto's maakt bij weinig licht

• Warneer onderwerpen snel bewegen

Gebruik de functie Continu of Bew. detectie. (pag. 57)
Geavanceerde functies
Hier vindt u informatie over hoe u foto's maakt door een modus te selecteren en hoe u video's of spraakmemo's opneemt.
Opnamemodi 29
De Smart Auto-modus gebruiken 29
De Scènemodus gebruiken 30
De modus Magisch kader gebruiken 31
De Beautyshot-modus gebruiken 32
De modus Objectmarkering gebruiken 33
De Nachtmodus gebruiken 34
De Panoramamodus gebruiken 35
De Dual IS-modus gebruiken 36
De Programmamodus gebruiken 36
Een video opnemen 37
De Intelligente scènedetectiemodus gebruiken ..... 38
Spraakmemo's opnemen 40
Een spraakmemo opnemen 40
Een spraakmemo aan een foto toevoegen 40
Opnamemodi
Maak foto's en video's door de beste opnamemodus voor de omstandigheden te selecteren.
De Smart Auto-modus gebruiken
In deze modus kiest de camera automatisch camera-instellingen die bij het gedetecteerde type scène passen. Dit is handig als u niet bekend bent met de camera-instellingen voor de diverse scènes.
1 Druk in de opnamemodus op [MODE]
2 Selecteer Smart Auto.
3 Kadreer het onderwerp.
- De camera selecteert automatisch een scène. Het pictogram voor de desbetreffende modus wordt linksboven in het scherm weergegeven. De pictogrammen worden hieronder weergegeven.

Pictogram Beschrijving
| Verschijnt bij foto's van landschappen. | |
| Verschijnt bij foto's met con heldero witte achtergrond. |
| Pictogram Beschrijving | |
| Verschijnt bij nachtfoto's van landschappen. Alleen beschikbaar wanneer de flitser uitstaat. | |
| Verschijnt bij nachtelijke portretfoto's. | |
| Verschijnt bij foto's van landschappen met tegenlicht. | |
| Verschijnt bij portretfoto's met tegenlicht. | |
| Verschijnt bij portretfoto's. | |
| Verschijnt bij close-upfoto's van objecten. | |
| Verschijnt bij close-upfoto's van tekst. | |
| Verschijnt bij foto's van zonsondergangen. | |
| Verschijnt bij foto's van heldere luchten. | |
| Verschijnt bij foto's van beboste gebieden. | |
| Verschijnt bij close-upfoto's van klourlijke onderworpen. | |
| Verschijnt wanneer camera en onderwerp een tijdje stabiel zijn. Dit is alleen beschikbaar als u foto's in het donkor maakt. | |
| Verschijnt bij foto's van actief bewegende onderworpen. | |
| Verschijnt bij foto's van vuurwerk. Deze functie is alleen bij gebruik van een statief beschikbaar. | |
4 Druk [Ontspanknop] half in om scherp te stellen.
5 Druk [Ontspanknop] volledig in om een foto te maken.

- As de camera geen scènemodus herkent, wordt overgegeven en worden de standaardinstellingen gebruikt.
- Ook als er een gezicht wordt gedetecteerd, is het mogelijk dat de camera geen portretmodus selectoort. Dit hangt af van de positie van het onderwerp en de lichtval.
- Door verscheidene opnameomstandigheden kan het gebeuren dat de camera de julste scène niet kan selecteren, bijvoorbeeld door het trillen van de camera, de lichtval en de afstand tot het onderwerp.
- Zelfs als u een statief gebruikt, wordt de modu: mogelijk niet horkend, afhankelijk van de bewegingen van het onderwerp.
- In de modus, mode verbruikt de camera meer stroom van de batterij omdat de instellingen vaker worden gewijzigd om de juiste scènes te kiezen.
De Scènemodus gebruiken
Maak een foto met vooraf ingestelde opties voor een specifieke scène.
1 Druk in de opnamemodus op [MODE]
2 Selecteer Scène → een scène.

- Als u de soènemodus wilt wijzigen, drukt u op MODE selectoort u Scène → een scène.
- Zie "De modus Magisch kader gebruiken" op pagina 31 voor informatie over de modus Magisch kader.
- Voor de Beautyshotmodus, zie "De Beautyshot-modus gebruiken" op bladzijde 32.
- Zie "De modus Objectmarkering gebruiken" op pagina 33 voor informatie over de modus Objectmarkering.
- Voor de Nachtmodus, zie "De Nachtmodus gebruiken" op pagina 34.
Opnamemodi
3 Kadreer het onderwerp en druk [Ontspanknop] half in om scherp te stellen.
4 Druk [Ontspanknop] volledig in om een foto te maken.
De modus Magisch kader gebruiken
In de modus Magisch kader kunt u verschillende effecten voor kaders toepassen op uw foto's. De vorm en de uitstraling van de foto's word gewijzigd al naargelang het kader dat u selecteert.
1 Druk in de opnamemodus op [MODE]
2 Selecteer Scène → Magisch kader.
3 Druk op [MENU
4 Selecteer Opname → Kader → een optie.

5 Kadeer het onderwerp en druk [Ontspanknop] half in om scherp te stellen.
6 Druk [Ontspanknop] volledig in om een foto te maken.

- In de modus Magisch keder wordt de resolutie automatisch ingestela op
- Wannoor u de modus Magisch kader inschakelt voor de camera en deze aansluit op een tv, kunt u geen foto's nemen.
De Beautyshot-modus gebruiken
Een foto van iemand nemen met opties om onvolkomenheden in het gezicht te vorbergen.
1 Druk in de opnamemodus op [MODE
2 Selecteer Scène → Beautyshot.
3 Als u de huidtint van het onderwerp lichter wilt laten lijken (alleen het gezicht), drukt u op [MENU].
4 Selecteer Opname → Gezichtstint → een optie.
- Selecteer een hogere instelling om de huidtint lichter te laten lijken.

5 Druk op [MENU] unvolkomenheden in het gezicht te verbergen.
6 Selecteer Opname → Gezichtretouch. → een optie.
- Selecteer een hogere instelling om een groter aantal onvolkomenheden te verbergen.

7 Kadreer het onderwerp en druk [Ontspanknop] half in om scherp te stellen.
8 Druk [Ontspanknop] volledig in om een foto te maken.

As u de Beautyshot-modus gebruikt, wordt de scherpostelafstand ingesteld op Auto macro.
De modus Objectmarkering gebruiken
Met de modus Objectmarkering kan het onderwerp beter worden onderscheiden door de diepte van het veld aan te passen.
1 Druk in de opnamemodus op [MODE]
2 Selecteer Scène → Objectmarketing.
3 Plaats de camera volgens de optimale afstand die op het scherm wordt weergegeven.
- De optimale afstand varieert, afhankelijk van de zoomverhouding die u gebruikt.
4 Druk op [MENU
5 Selecteer Opname → Objectmarketingseffect.
6 Selecteer een optie om Wazig of Tint aan te passen.
- Wazig: hoe hoger de waarde, des te intenser het wazigheidseffect op de foto.
• Tint: hoe hoger de waarde, des te helderder de foto.

7 Druk [Ontspanknop] half in om scherp te stellen.
- Wanneer het objectmarkeringseffect door de camera kan worden toegepast, wordt ( [icon] ) weergegeven.
- Wanneer het objectmarkeringseffect niet door de camera kan worden toegepast, wordt ( [icon] ) weergegeven. Als dit zich voordoet, moet u de afstand van de camera tot het onderwerp aanpassen.
8 Druk [Ontspanknop] volledig in om een foto te maken.

- Beschikbare resoluties in de modus Objectmarkering zijn!
- Als de conameafstand zich niet binnen het optimale bere k bevindt, kunt u een foto maken, maar wordt het objectmarkeringsoffect niet toegepast.
- Het cojectmarkeringseffect kan niet worden gebruikt op donkere plaatsen.
- Het cojectmarkeringseffect kan niet worden gebruikt of een optische zoom van 3X of hoger.
• Digitale zoom is niet beschikbaar in de objectoenadrukingsmodus. - Georuk een statef ter voorkoming van het trilen van de camera. Do camera neomt 2 opoenvolgende foto's om het effect te kunnen toepassen.
- Het onderwerp en de achtergrond moeten een duidelijk kleurcontrast hebben.
- Voor het beste effect moeten onderwerpen ver van de achtergrond worden geplaatst.
De Nachtmodus gebruiken
Gebruik de Nachtmodus om een foto te nemen met opties voor nachtelijke opnamen. Gebruik een statief om te voorkomen dat de camera beweegt.
1 Druk in de opnamemodus op [MODE]
2 Selecteer Scène → Nacht.
3 Kadreer het onderwerp en druk de [Ontspanknop] half in om scherp te stellen.
4 Druk de [Ontspanknop] volledig in om een foto te maken.
De belichting in de Nachtmodus aanpassen
In de nachtmodus kunt u een lange sluitertijd gebruiken om de sluter langer open te laten staan. Gebruik een hogere diafragmawaarde om overbelichting te voorkomen.
1 Druk in de opnamemodus op [MODE]
2 Selecteer Scène → Nacht.
3 Druk op [MENU
4 Selecteer Opname → Lange sluitert..
5 Selecteer de diafragmawaarde of sluitersnelheid.

6 Selecteer een optie.
- Als u AUTO selectoort, worden diafragma on sluitertijd automatisch aangopast.
7 Kadreer het onderwerp en druk [Ontspanknop] half in om scherp te stellen.
8 Druk [Ontspanknop] volledig in om een foto te maken.

Gebruik een staatief om te voorkomen dat de folo's onscherp worden.
De Panoramamodus gebruiken
In de modus Panorama neemt de camera een serie foto's, die worden gecombineerd tot een panoramafoto.
1 Druk in de opnamemodus op [MODE]
2 Selecteer Panorama.
- De pijl-omhoog, -omlaag, -links en -rechts worden weergegeven in het display.

3 Kadreer het onderwerp en druk [Ontspanknop] half in om scherp te stellen.
4 Druk op de [Ontspanknop] en houd deze ingedrukt om de panorama-opname te starten.
5 Terwijl u op de [Ontspanknop] drukt en deze ingedrukt houdt, beweegt u langzaam de camera in de gewenste richting.
- De pijl voor de richting waarin u beweegt wordt blauw weergegeven en het voorbeeldkader voor de beelden wordt weergegeven.
▼ Als de camera naar rechts wordt gedraaid

De richting waarin u de camera beweegt
6 Laat de [Ontspanknop] los om het opnemen te beëindigen.
• Er wordt een panoramabeeld gemaakt.
- Als u de [Ontspanknop] loslaat tijdens het maken van een opname, wordt de panorama-opname beeindigd en worden de gemaakte foto's opgeslagen.
![SAMSUNG PL93 - Laat de [Ontspanknop] los om het opnemen te beëindigen. - 1](/content/2026/06/1152495/images/a185d195c04d6fa0ffff9579ec7c5a92b215b76cfe7e8270586eb85ab030e15f.jpg)
- Afnankelijk van de camerabeweging of onderstaande opnameomstandigheden kunnen foto's niet vioeiend verbonden zijn. - wanneer de camera te veel trilt - u neemt een close-up - als de omgeving to donkor is - bij conamen onder een knipperonde lamp, bijvoorbeeld een til lamp - wanneer de helderheid, kleur of scherpselling snel verandert tijdens conamen
- De foto's die zijn genomen totdat het onderstaande zich voordoet, worden automatisch opgeslagen, maar u kunt geen foto's meer maken.
- de camera beweegt te snel
- wanneer u de richting van de camera verandert tijdens de cpanne
- do camera beweogt niet
- Als u de opname stopt, wordt vanwege de kwaliteit van de foto de laatste scène in Panorama-modus mogelijk niet opgenomen. Daarom wordt het aanbevolen verder op te nemen dan het gewenste eindpunt.
De Dual IS-modus gebruiken
U kunt bewegingsonscherpte verminderen en onscherpe foto's vermijden met de functies OIS (Optical Image Stabilization) on DIS (Digital Image Stabilization).

Vóór correctie Na correctie
1 Druk in de opnamemodus op [MODE]
2 Selecteer DUAL IS.
3 Kadreer het onderwerp en druk [Ontspanknop] half in om scherp te stellen.
4 Druk [Ontspanknop] volledig in om een foto te maken.

- De digitale zoom en Intelli zoom zijn niet beschikbaar in de modu
- De foto wordt alleen optisch gecormigeerd wanneer deze gemaakt wordt bij een lichtbron die hedder is dan TL-Icht.
- As het onderwerp snel beweegt, kan de foto onscherp worden.
- Schakel de optie OIS in om bewegingsonscherple in verschillende opnamemoci tegen te gaan. (pag. 25)
De Programmamodus gebruiken
In de Programmamodus kunt u diverse opties instellen (met uitzondering van de sluitertijd on diafragmawaarde).
1 Druk in de opnamemodus op [MODE
2 Selecteer Programma.
3 Stel opties in. (Voor een lijst met opties, zie "Opnameopties".)

4 Kadreer het onderwerp en druk [Ontspanknop] half in om scherp te stellen.
5 Druk [Ontspanknop] volledig in om een foto te maken.
Een video opnemen
In de stand Film kunt u high-definition video's opnemen met een resolutie van 1280 X 720 HQ. U kunt tot 4 GB (circa 17 minuten) opnemen met een resolutie van 1280 X 720 HQ en opgenomen video's worden in de camera opgeslagen als MJPEG-bestanden.

- Sommige geheugenkaarten ondersteuren mogelijk geen opname met. High Definition-kwaliteit. Siel in dit geval een lagere resolutie in. (pag. 12)
- Gehuogenkaarten met een lage schrijfsnelheid ondersteunen geen video's met een hoge resolutie of een hoge snelheid. Georulk voor het opnomen van video's met een hoge resolutie of een hoge snelheid geheugenkaarten met een hogere schrijfsnelheid.
- Warneer de OIS actief is, kan het gelud van de OIS op de video worden opgenomen.
1 Druk in de opnamemodus op [MODE]
2 Selecteer Film.
3 Druk op [MENU
4 Selecteer Film → Framesnelheid → een framesnelheid (het aantal frames per seconde).
- Bij een hoger aantal frames doet de actie natuurlijker aan, maar wordt het bestand ook groter.

Afhankelijk van de resolutie en de framesnelheid kan de film kleiner lijken dan de orig nele grooule zoals weergegeven op het hoofddisplay.
5 Druk op [MENU
6 Selecteer Film → Sound Alive → een geluidsoptie.
Optie Beschrijving
| Sound Alive Aan: de functie Sound Alive inschakelen. | |
| Sound Alive Uit: de functie Sound Alive uitschakelen. | |
| Dempen: geen geluiden opnemen. |
7 Stel naar wens andere opties in.
(Voor een lijst met opties, zie "Opnameopties".)
8 Druk op [Ontspanknop] om de opname te starten.
9 Druk nogmaals op [Ontspanknop] om de opname te stoppen.

- Zorg ervoor dat de microfoon niet wordt geblickkeerd als u gebruikmeakt van de functie Sound Alive.
- Opnamen die zijn gemaakt met Sound Alive kunnen afwijken van het daadwerkelijke geluid.
Het opnemen onderbreken
U kunt tijdens het opnemen van een video de opname tijdelijk onderbreken. Met deze functie kunt u uw favoriete scènes in één video opnemen.
Druk op [OK] om tijdens het opnemen te pauzeren. Druk nogmaals om de opname te hervatten.

De Intelligente scènedetectiemodus gebruiken
In deze modus kiest de camera automatisch instellingen die bij het gedetecteerde type scène passen.
1 Druk in de opnamemodus op [MODE
2 Selecteer Film.
3 Druk op [MENU
4 Selecteer Film → Intelligente scènedetectie → Aan.
5 Kadreer het onderwerp.
- De camera selectoert automatisch een scène. Het pictogram voor de desbetreffende modus wordt linksboven in het scherm weergegeven.

Pictogram Beschrijving

Verschijnt bij het maken van video's van landschappen.
Pictogram Beschrijving
| Verschijnt bij het maken van video's van heldere luchton. | |
| Verschijnt bij het maken van video's van beboste gebieden. | |
| Verschijnt bij het maken van video's van zonsondergangen. |
6 Druk op de [Ontspanknop] om de opname te starten.
7 Druk nogmaals op de [Ontspanknop] om de opname te stoppen.

- As de camera geen scenemodus herkenl, verander met en worden de standaardinstellingen gebruikt.
- Door verscheidene opnameomstandigheden kan het gebeuren dat de camera de juiste scène niet kan selecteren, bijvoorbeeld door het trilen van de camors, de lichtval en de afstand tot het onderwerp.
- In de modus intelligento scønedetectie kunt u geon smart filtereffecten instellen.
Spraakmemo's opnemen
Hier vindt u informatie over hoe u een spraakmemo opneemt die u op elk gewenst moment kunt afspolen. U kunt een spraakmemo aan een foto toevoegen als een korte herinnering aan de opnameomstandigheden.

U bereikt de beste geluidskwaliteit als u op 40 cm alstand van de camera opneemt.
Een spraakmemo opnemen
1 Druk in de opnamemodus op [MENU
2 Selecteer Opname → Spraak → Opname.
3 Druk op [Ontspanknop] om de opname te starten.
• U kunt spraakmemo's van maximaal 10 uur opnemen.
- Druk op OK] als u de opname wilt onderbreken of hervatten.

4 Druk op [Ontspanknop] om de opname te stoppen.
- Druk nogmaals op de [Ontspanknop] om een nieuwe spraakmemo op te nemen.
5 Druk op [MENU maar de opnamemodus te gaan.
Een spraakmemo aan een foto toevoegen
1 Druk in de opnamemodus op [MENU
2 Selecteer Opname → Spraak → Memo.
3 Kadreer het onderwerp en maak een foto.
- Direct nadat de foto is gemaakt, begint u met het opnemen van een spraakmemo.
4 Neem een korte spraakmemo op (maximaal 10 seconden).
- Druk op [Ontspanknop] om de opname van de spraakmemo te stoppen.

U kunt geen spraakmemo's toevoegen aan foto's als u de opties Continu, Bewegingsopname of AEB hebt ingesteld.
Opnameopties
Hier vindt u informatie over de instellingen waarvoor u in de opnamemodus kunt kiezen.
Resolutie en beeldkwaliteit selecteren..... 42
De resolutie selecteren 42
De beeldkwaliteit selecteren 42
De timer gebruiken 43
Opnamen in het donker maken 44
Rode ogen voorkomen 44
De flitser gebruiken 44
De ISO-waarde aanpassen 45
De scherpstelling aanpassen 46
Macro gebruiken 46
Autofocus gebruiken 46
Meebewegende autofocus gebruiken ..... 47
Het scherpstelgebied aanpassen 48
Gezichtsdetectie gebruiken 49
Gezichten detecteren 49
Een zelfportret maken 50
Een foto van een lachend gezicht maken ... 50
Knipperende ogen detecteren 51
Slimme gezichtsherkenning 51
Gezichten als favoriet registreren (Mijn ster)... 52
Helderheid en kleur aanpassen 54
De belichting handmatig aanpassen (EV) ... 54
Compenseren voor tegenlicht (ACB) ..... 54
De lichtmeetmethode wijzigen 55
Een lichtbron selecteren (Witbalans) ..... 55
Serieopname 57
Uw foto's mooier maken 58
Intelligente filtereffecten toepassen ..... 58
Uw foto's aanpassen 61
Resolutie en beeldkwaliteit selecteren
Hier vindt u informatie over hoe u instellingen voor de beeldresolutie en -kwaliteit kunt aanpassen.
De resolutie selecteren
Als u de resolutie verhoogt, zullen de foto's en video's meer pixels bevatten en daardoor groter worden afgedrukt en weergegeven. Bij een hoge resolutie neemt ook de bestandsgrootte toe.
Bij het maken van een foto

1 Druk in de opnamemodus op [MENU
2 Selecteer Opname → Fotoformaat → een optie.
Optie Beschrijving
| 16M | 4608 X 3456: Afdrukken op A1-formaat. |
| 4608 X 3072: Afdrukken op A1-formaat in brode verhouding (3:2). | |
| 4608 X 2592: Afdrukken op A2-formaat in panoramaverhouding (16:9) of weergeven op een HDTV. | |
| 10M | 3648 X 2736: Afdrukken op A3-formaat. |
| 5M | 2592 X 1944: Afdrukken op A4-formaat. |
| 3M | 1984 X 1488: Afdrukken op A5-formaat. |
| 1920 X 1080: Afdrukken op A5-formaat in panoramaverhouding (16:9) of weergeven op een HDTV. | |
| 1M | 1024 X 768: Voor e-mailbijlagen. |
Bij het maken van een video

1 Druk in de opnamemodus op [MENU
2 Selecteer Film → Filmformaat → een optie.
Optie Beschrijving
| 1280 | 1280 X 720 HQ: Bestanden met hoge kwaliteit weergeven op een HDTV. |
| 640 | 640 X 480: Weergeven op een algemene tv. |
| 320 | 320 X 240: Op een webpagina plaatsen. |
De beeldkwaliteit selecteren

De foto's die u maakt, worden gecomprimeerd en in JPEG-indeling opgeslagen. Een hogere kwaliteit resulteert in grotere bestanden.
1 Druk in de opnamemodus op [MENU
2 Selecteer Opname → Kwalit. → een optie.
| Optie Beschrijving | |
| Superhoog: Foto's maken met superhoge kwaliteit. | |
| Hoog: Foto's maken met hoge kwaliteit. | |
| Normaal: Foto's maken met normale kwaliteit. | |
Afhankeijk van de opnamemodus kunnen de opties verschillen.
De timer gebruiken
Hier vindt u informatie over hoe u de timer instelt om de opname met een vertraging te maken.
1 Druk in de opnamemodus op [∅]

2 Selecteer een optie.
| Optie Beschrijving | |
| Uit: De timer is uitgeschakeld. | |
| 10 sec: Over 10 seconden een foto maken. | |
| 2 sec: Over 2 seconden een foto maken. | |
| Dubbel: Over 10 seconden een foto maken en twee seconden later nog een. | |
Afinkelijk van de opnamemodus kunnen de opties verschillen.
3 Druk op [Ontspanknop] om de timer te starten.
- Het AF-hullampje/timerlampje gaat knipperen en de camera maakt na de ingestelde tijdsduur automatisch een foto.
![SAMSUNG PL93 - Druk op [Ontspanknop] om de timer te starten. - 1](/content/2026/06/1152495/images/5b8f726e6d9e8054bfa47b5ba0e68080267dbe68a9218ebd88af5ae08715db18.jpg)
- Druk op [Ontspanknop] om de timer te annuleren.
- Afnankelijk van de geselecteerde gezichtsdetectie-optie is de timer niet beschikbaar of zijn sommige timeropties niet beschikbaar.
- Wanneer u opties voor reeksopnamen instelt, kan de zefontspanner met worden gebruikt.
Opnamen in het donker maken
Hier vindt u informatie over hoe u 's nachts of bij weinig licht foto's kunt maken.
Rode ogen voorkomen

Als u in het donker een foto van iemand maakt met gebruik van de flitser, kan er een rode gloed in de ogen van het onderwerp verschijnen. U kunt dit voorkomen door Rode ogen of Anti-rode ogen te selecteren. Voor de flitseropties, zie "De flitser gebruiken".

De flitser gebruiken

Gebruik de flitser wanneer u foto's in het donker maakt of wanneer u meer licht in de foto's wilt hebben.
1 Druk in de opnamemodus op [3]

2 Selecteer een optie.
Optie Beschrijving

Uit:
• De flitser gaat niet af.
• De waarschuwing voor bewegingsonscherpte
(💡) wordt weergegeven wanneer u bij weinig licht opnamen maakt.

Anti-rode ogen\*
- De fltser gaat af wanneer het onderwerp of de achtergrond donker is.
- De camera corrigeert rode ogen door middel van geavanceerde softwarematige analyse van de opname.
Optie Beschrijving
| Langz sync:Er wordt geïlits en de sluiter blijft langer open.Deze optie wordt aanbevolen wanneer u het omgevingslicht wilt gebruiken om meer detail in de achtergrond zichtbaar te maken.Gebruik con statief om to voorkomen dat de foto's onschorp worden.De camera geeft con waarschuwing waar dat de camera beweegt ( Aircraft) wanneer u foto's neemt bij woinig licht. | |
| Invulflits:De flitser gaat altijd af.De lichtintensiteit wordt automatisch bijgesteld. | |
| Rode ogen*:De flitser gaat af wanneer het onderwerp of de achtergrond donker is.De camera gaat rode ogen tegen. | |
| Auto: De flitser gaat automatisch af wanneer het onderwerp of de achtergrond donker is. | |
| Auto: De camera selecteert een geschikte flitsinstelling voor de gedetecteerde scène in de modus Aircraft. |
Afnankelijk van de oonamomodus kunnen de opties verschillen.
* Er zit een korte tijd tussen twee filtsen. Boweeg de camera niet totdat de tweede fills is algegaan.

- Er zijn geen flitseropties beschikbaar als u de opties Continu, Bewegingsopname of AEB hebt ingesteld of als u Zelfportret of Knipperen hebt geselecteerd.
- Zorg dat uw onderwerp zich binnen de aanbevolen afstand van de flitser bevindt. (pag. 104)
- Als er licht wordt gereflectoerd of er te veel stof in de lucht is, kunnen er kleine spikkels op de foto zichtbaar zijn.
De ISO-waarde aanpassen

De ISO-waarde is een eenheid voor de mate waarin film gevoelig is voor licht, zoals gedefinieerd door de International Organisation for Standardisation (ISO). Hoe hoger de ISO-waarde, des te gevoeliger wordt de camera voor licht. Met een hogere ISO-waarde kunt u gemakkelijker foto's zonder flits maken.
1 Druk in de opnamemodus op [MENU
2 Selecteer Opname → ISO → een optie.
- Selecteen-tem een geschikte ISO-waarde te gebruiken op basis van de helderheid van het onderwerp en de lichtval.

• Hoe hoger de ISO-waarde, des te meer beeldruis kan er opreden.
- Wanneer Bewegingsopname is ingesteld, wordt de ISO-waarde ingesteld op Auto.
De scherpstelling aanpassen
Hier vindt u informatie over hoe u de manier waarop de camera scherpstelt voor diverse onderwerpen kunt aanpassen.
Macro gebruiken

Gebruik macro om close-upfoto's te maken van onderwerpen zoals bloemen en insecten. Voor de macro-opties, zie "Autofocus gebruiken".

- Probeer de camera heel stil le houden, om le voorkomen dat de foto's onsonerp worden.
- Schakel de fitser uit als de afstand tot het onderwerp minder dan 40 cm bedraagt.
Autofocus gebruiken

Om scherpe foto's te maken, selecteert u de scherpsteloptie die bij de afstand tot het onderwerp past.
1 Druk in de opnamemodus op [

2 Selecteer een optie.
| Optie Beschrijving | |
| Normaal (AF): Scherpstellen op een onderwerp op meer dan 80 cm afstand (meer dan 150 cm bij het gebruik van de zoomfunctie). | |
| Macro: Scherpstellen op een onderwerp op 5 cm - 80 cm afstand (100 cm - 150 cm bij het gebruik van de zoomfunctie). | |
Afhankelijk van do opnamomodus kunnen do optics verschillen.
Meebewegende autofocus gebruiken



Met Tracking AF kunt u het onderwerp volgen en automatisch scherp in boeld houden, ook wannoor u beweegt.
1 Druk in de opnamemodus op [MENU
2 Selecteer Opname → Scherpstelgebied → Tracking AF.
3 Stel scherp op het onderwerp dat u wilt volgen en druk op [OK].
- Er verschijnt een scherpstelkader rond het onderwerp dat het onderwerp volgt als u de camera beweegt.

- Een wit kader betekent dat de camera het onderwerp volgt.
- Een groen kader wanneer u de [Ontspanknop] half indrukt, betekent dat het onderwerp scherp in beeld is.

- Als u geen scherpstelgebied selecteert, verschijnt het scherpstelkader midden in het beeld.
- Het volgen van een onderwerp kan in de volgende gevallen mislukken:
- het onderwerp is te klein of verplaatst zich vaak
- or is sprake van togonlicht of u maar foto's op een donkoro plaats
- kleuren of patronen van het onderwerp komen met de achtergrond overoen
- de camera trift enorm
- Wanneer een onderwerp niet kan worden gevolgd, wordt het scherpstalkader weergegeven als een kader met één witte lijn (☐).
- Als de camera het onderwerp niet volgt, moet u net te volgen onderwerp opnieuw selecteren.
- Als de camera er met in slaagt om scherp te stellen, wordt het scherpstellkader een kader met een rode lijn (☐).
- Als u deze functie gebruikt, is het niet mogelijk om de opties voor zelfontspanning, gezichtshorkenning en smart-filtereffecten in te stellen.
Het scherpstelgebied aanpassen

U kunt betere foto's krijgen door een scherpstelgebied te kiezen op basis van de locatie van het onderwerp in de scène.
1 Druk in de opnamemodus op [MENU
2 Selecteer Opname → Scherpstelgebied → een optie.
Optie Beschrijving
| Centrum AF: Scherpstelling op hot midden (geschikt voor onderwerpen in het midden van het beeld). | |
| Multi AF: Scherpstelling op een of moor van de 9 mogelijke gebieden. | |
| Tracking AF: Stel scherp op en beweeg mee met het onderwerp. (pag. 4/7) |
Afnankelijk van de oonamemodus kunnen de optes verschillen.
Gezichtsdetectie gebruiken
Wanneer u de gezichtsdetectiefunctie gebruikt, herkent de camera automatisch gezichten van mensen. Wanneer u op een gezicht scherpstelt, past de camera de belichting automatisch aan. Maak snel en eenvoudig foto's met Knipperen om gesloten ogen op de foto te voorkomen en Smile shot om een lachend gezicht vast te leggen. Ook kunt u Slimme gez.herkenning gebruiken om gezichten te registreren en ze bij het scherpstellen prioriteit te geven.

- De camera volgt automatisch het geregistreerde gezicht.
- Gezichtsdetectie is mogelijk in de volgende gevallen niet effectief:
- het onderwerp bevindt zich te ver van de camera af (het scherpstelkader kleurt bij Smile shot en Knipperen oranje) - het is te licht of te donker
- het onderwerp kijkl niet in de richting van de camera
- het onderwerp draagt een zonnebril of een masker
- het onderwerp heeft tegenlicht of de lichtomstandignecen zijn veranderlijk
- do gezichtsuitdrukking van het onderwerp wijzigt drastisch
- Gezichtsherkenning is niet beschikbaar als een smart-filterefect, de opte voor beeldaanpassing of Tracking AF wordt gebruikt.
- Alhankelijk van de geselecteerde gezichsselectie-optie is de timer niet beschikbaar of zijn sommige timeropties niet beschikbaar.
- Athankelijk van de geselecteerde gezichtsdetectieoptie zijn bepaalde optes voor reeksconamen niet beschikbaar.
- As u foto's neemt van geotecteerde gezichten, worden ze geregistroord in de gezichtenlijst.
- In de woergavemodus kunt u geregistroerde gezichten op volgordo van prontel weergeven. (pag. 64) Ondanks dat gezichten zijn geregistreerd, worden ze mogelijk in de woergavemodus niet geclassificeerd.
- Het gezicht dat in de opnamemodus wordt gedetecteerd komt mogelijk niet in de gezichtenlijst of in Smart Album voor.
Gezichten detecteren
De camera detecteert automatisch menselijke gezichten (maximaal 10 gezichten).

Hot dichtstbijzjnde gezicht wordt in een wit sonrpstokador gevangen, de andere gezichten in grijze kaders.
1 Druk in de opnamemodus op [MENU
2 Selecteer Opname → Gezichtsdetectie → Normaal.

- Hoe dichter u bij het onderwerp bent, des te sneller detecteert de camera gezichten.
- De gedetecteerde gezichten worden mogelijk niet geregstreerd als u reeksopties zoals Continu, Bewegingsopname, AEB instelt.
Een zelfportret maken
U kunt foto's van uzelf maken. De scherpstelaftstand wordt op close-up ingesteld en de camera laat een piepsignaal horon.

Wanneer gezichten zich in het midden bevinden, piept de camera snel.
1 Druk in de opnamemodus op [MENU
2 Selecteer Opname → Gezichtsdetectie → Zelfportret.
3 Wanneer u een piep hoort, drukt u op [Sluiter].

Als u Volume utschakelt in de geluidsinstellingen, za de camera geen pepe laten klinken. (pag. 87)
Een foto van een lachend gezicht maken
De camera maakt automatisch een foto wanneer er een lachend gezicht wordt gedetectoord.

De camera herkent de lach eerder wanneer het onderwerp breeduit lacht.
1 Druk in de opnamemodus op [MENU
2 Selecteer Opname → Gezichtsdetectie → Smile shot.
3 Stel de opname samen.
- De camera neemt automatisch een foto wanneer er een lachend gezicht wordt gedetoctoord.
Knipperende ogen detecteren
Als de camera gesloten ogen detecteert, worden er automatisch 2 foto's na elkaar gemaakt.

1 Druk in de opnamemodus op [MENU
2 Selecteer Opname → Gezichtsdetectie → Knipperen.

- Houd do camera stil terwijl "Bezig met vastleggen" op hot schorm wordt weergegeven.
- A's de knipperdetecte niet heeft gewerkt, wordt de melding "Foto gemaakt met gesloten ogen" weergegeven. Neem in dat geval nog een foto.
Slimme gezichtsherkenning
De camera registreert automatisch gezichten die u vaak fotografcort (maximaal 10 mensen). Met deze functie krijgt de scherpstelling van deze gezichten prioriteit. Deze functie is alleen beschikbaar als u een geheugenkaart gebruikt.

1 Druk in de opnamemodus op [MENU
2 Selecteer Opname → Gezichtsdetectie → Slimme gez.herkenning.
- Het gezicht dat in de opnamemodus wordt gedetecteerd komt mogelijk niet in de gezichtenlijst of in Smart Album voor.
- □: Hiermee worden favoriete gezichten aangegeven (zie pagina 52 voor het registreren van favoriete gezichten).
- □ : Hiermee worden gezichten sangegeven die automatisch door de camera worden geregistreerd.

- Het is mogelijk dat de camera gezichten met goed herkent en registreert, afhankelijk van de lichtomstandigheden, covalonde wijzigingen in de houding of het gezicht van het onderwerp en of het onderwerp een bril draagt.
- De camera kan maximaal 12 gezichten automatisch registreren. Als de camera een nieuw gezicht herkent terwijl er al 12 gezichten zijn geregistreerd, zal de camera automatisch het gezicht met de laagste priorileit door het nieuwe vervangen.
- De camera kan maximaal 5 gezichten in een scène detecteren.
Gezichten als favoriet registreren (Mijn ster)
U kunt uw favoriete gezichten registreren om deze gezichten bij de scherpstelling en belichting prioriteit te geven. Deze functie is alleen bij gebruik van een geheugenkaart beschikbaar.
1 Druk in de opnamemodus op [MENU
2 Selecteer Opname → Smart FR wijzigen → Mijn ster.
3 Kadreer het onderwerp met de ovalen kaderlijn en druk op de [Ontspanknop] om het gezicht te registreren.


- Als het gezicht van het onderwerp niet in een lader's geplaatst met de ovalen kaderlijn, wordt het witte kader niet weergegeven.
- Maak bij het registreren van gezichten een foto per persoon tegelijk.
- Maak 5 foto's van het gezicht van het onderwerp voor de beste resultaten; van de voorkant, van links, van rechts, van oover en van anderen.
- Wanneer u foto's maakt van links, van rechts, van boven en van onderen, moet u het onderwerp verteilen zijn of haar gezicht niet meer dan 30 graoten te draaten.
- U kunt een gezicht registreren, zelfs als u maar één foto van het gezicht van het onderwerp maakt.
4 Zodra u klaar bent met het maken van de foto's, wordt een lijst met gezichten weergegeven.
- Uw favoriete gezichten worden in de gezichtenlijst met een★ gemarkeerd.

• U kunt maxima a 8 favoriete gezichten registreren.
• De lllseroptie wordt op Uit ingested.
- Als u een gezicht twee keer registreert, kunt u een van deze gezichten uit de lijst verwijderen.
Uw favoriete gezichten weergeven
1 Druk in de opnamemodus op [MENU
2 Selecteer Opname → Smart FR wijzigen → Gezichtenlijst.

- As u de classificatie van het gezicht wilt wijzigen, drukt u opf1 en selecteert u Rangorde wijzigen. (pag. 64)
- As u de lavoriete gezichten will annuieren, orukt u op Fn en selecteert u Verwijderen. (pag. 64)
Helderheid en kleur aanpassen
Hier vindt u informatie over hoe u instellingen voor de helderheid en kleur kunt aanpassen om een betere beeldkwaliteit te bereiken.
De belichting handmatig aanpassen
(EV)




Afhankelijk van de intensiteit van het omgevingslicht kunnen foto's te licht of te donker uitvallen. U kunt dan de belichting aanpassen om een beter resultaat te krijgen.



Donkerder (-) Neutraal 0) Helderder (+)
1 Druk in de opnamemodus op [MENU
2 Selecteer Opname of Film → EV.
3 Selecteer een waarde om de belichting aan te passen.

- Nadat u de belichting hebt aangepast, blijft deze instelling van kracht. Mogelijk moet dit later weer worden bijgesteld om onder- of overbelichting to voorkomen.
- Als u niet weet wet de juiste belichting zou zijn, selecteert u AEB (Auto Exposure Bracket). De camera maakt dan een reeks foto's met verschillende belichtingen: normaal, onderbelicht en overbelicht. (pag. 57)
Compenseren voor tegenlicht (ACB)

Wanneer de lichtbron zich achter het onderwerp bevindt, of als er een groot contrast is tussen het onderwerp en de achtergrond, komt het onderwerp waarschijnlijk donker op de foto. Schakel in dat geval de optie Auto Contrast Balance (ACB) in.

1 Druk in de opnamemodus op [MENU
2 Selecteer Opname → ACB → een optie.
Optie Beschrijving
Uit: ACB is uitgeschakeld.
Aan: ACB is ingeschakeld.

De functie ACB is niet beschikbaar als u Continu, Bewegingsopname, AEB-coties instelt.
De lichtmeetmethode wijzigen

De lichtmeetmethode is de manier waarop de camera de hoevoelheid opvallend licht meet. De holderheid en belichting van de foto's varieert met de gekozen lichtmeetmethode.
1 Druk in de opnamemodus op [MENU
2 Selecteer Opname of Film → L.meting → een optie.
Optie Beschrijving
| Multi:Do camera vordoelt hot boeld onder in diverse gebieden en meet de lichtintensiteit in elk gebied.Geschikt voor algemene foto's. | |
| Spot:De camera meet alleen de lichtintensiteit in het uiterste midden van het kader.Als een onderwerp zich niet midden in het beeld bevindt, kan de foto verkeerd belicht worden.Geschikt voor een onderwerp met tegenlicht. | |
| Centr. gewogen:De camera bepaat een gemiddelde voor de lichtmeting van het gehele beeld, maar met nadruk op het midden.Geschikt voor foto's waarbij het onderwerp zich in het midden van het beeld bevindt. |
Een lichtbron selecteren (Witbalans)

De kleuren in een foto zijn afhankelijk van het soort lichtbron en de kwaliteit daarvan. Als u wilt dat uw foto's realistische kleuren hebben, selecteert u een passende lichtomstandigheid om de witbalans mee to kalibroren, zoals Auto witbalans, Daglicht, Bewolkt of Kunstlicht.

1 Druk in de opnamemodus op [MENU
2 Selecteer Opname of Film → Witbalans → een optie.
Pictogram Beschrijving
| Auto witbalans: Gebruik automatische instellingen op basis van de lichtomstandigheden. | |
| Daglicht: Selecteer deze optie voor buitenfoto's op een zonnige dag. | |
| Bewolkt: Selecteer deze optie voor buitenfoto's op een bewolkte dag of in de schaduw. | |
| TL-licht H: Selecteer deze optie voor foto's bij daglichtlampen of drie-wegfluorescentielampen. | |
| TL-licht L: Selecteer deze optie voor foto's bij wit TL-licht. | |
| Kunstlicht: Selecteer deze optie wanneer u binnenfoto's maakt bij licht van gloelampen of halogeenlampen. | |
| Meten: Sluiter (Aangep. instelling): Hiermee gebruikt u uw eigen, vooraf geconfigureerde instellingen. (Zie de procedure rechts.) |
Uw eigen witbalansinstelling configureren
1 Druk in de opnamemodus op [MENU
2 Selecteer Opname of Film → Witbalans → Meten: Sluiter (Aangep. instelling).
3 Richt de lens op een wit stuk papier.

4 Druk op [Ontspanknop].
Serieopname
Het kan soms moeilijk zijn om foto's van snelbewogende onderwerpen te maken en om de natuurlijke gezichtsuitdrukkingen en gebaren van uw onderwerpen op de foto vast te leggen. Selecteer in dergelijke gevallen een van de modi voor serieopname.

1 Druk in de opnamemodus op [MENU
2 Selecteer Opname → Snelheid → een optie.
| Optie Beschrijving | |
| [3206] | 1 opname: Eén foto maken. |
![]() | Continu:Terwijl u [Ontspanknop] ingedrukt houdt, blijft de camera achter elkaar foto's makon.Hot maximumaantal foto's is afhankelijk van de capaciteit van de geheugenkaart. |
| [06H4] | Bewegingsopname:Terwijl u de [Ontspanknop] ingedrukt houdt, maakt de camera VGA-foto's (6 foto's per seconde, met een maximum van 30 foto's). |
| [3086] | AEBMaak 3 foto's met een verschillende belichting: normaal, onderbolicht on overbolicht.Gebruik een statief om onscherpe foto's te voorkomen. |
Afinkelijk van de opnamemodus kunnen de optes verschillen.

- U kunt de filter, timer, ACB en intelligente filter alleen gebruiken als u 1 opname selectoort.
- Als u Bewegingsopname selectoort, wordt de resolutie ingesteld op VGA en de ISO-instelling op Auto gezet.
- Afkankeijk van de geselecteerde gezichtsdetectieootie zijn bepaalde opties voor reeksopramen niet beschikbaar.
Uw foto's mooier maken
Hier kunt u lezen hoe u uw foto's mooier kunt maken door smart-filtereffecten toe te passen of door aanpassingen aan te brengen.
Intelligente filtereffecten toepassen

Pas allerlei filtereffecten op uw foto's toe om unicke beelden te maken.

1 Druk in de opnamemodus op [MENU
2 Selecteer Opname of Film → Smart filter.
3 Selecteer een effect.
Beschikbare filters in de modi Programma en Dual IS
| Optie Beschrijving | |
| Normaal: Goen effect. | |
| Miniatuur: Een tilt/shift-effect toepassen om een onderwerp als miniatuur weer te geven. | |
| Vignetten: De effecten retrokleuren, groot contrast en sterk vignet van Lomo-camera's toepassen. | |
| Halftoonstip: Een halftoneffect toepassen. | |
| Schets: Een schetseffect toepassen. | |
| Visoog: De randen van het kader zwart maken on objecten vervormen om het visuele effect van een visooglens te imiteren. | |
| Anti-nevel: Een foto holderdor makcn. | |
| Klassiek: Een zwart/wit-effect toepassen. | |
| Retro: Een effect met sepiatinten toepassen. | |
| Negatief: Een negatiefoffect toepassen. | |
| Aangep. RGB: Een kleurenwaarde aanpassen. | |
Beschikbare filters in de Filmmodus
| Optie Beschrijving | |
| Normaal: Geen effect. | |
| Paletteffect 1: Een heldere look maken met een scherp contrast en rode klour. | |
| Paletteffect 2: Scônos holder on strak maken door een zachte blauwo tint too te voogen. | |
| Paletteffect 3: Een zachte bruine tint toepassen. | |
| Paletteffect 4: Een koud en eenkleurig effect toepassen. | |
| Miniatuur: Een tilt/shift-effect toepassen om een onderwerp als miniatuur weer te geven. | |
| Vignetten: De effecten retrokeuren, groot contrast en sterk vignet van Lorno-camera's toepassen. | |
| Visoog: Objecten die in de buurt zijn, vervormen om de visuele effecten van een vissenooglens te imteren. | |
| Anti-nevel: Een foto holdorder makon. | |
| Klassiek: Een zwart/wit-effect toepassen. | |
| Retro: Een effect met sepiatinten toepassen. | |
| Negatief: Een negatiefeffect toepassen. | |
| Aangep. RGB: Een kleurenwaarde aanpassen. | |

- Als u Miniatuur selecteert wanneer u een video opneemt, wordt de sne held van de alspeelijd van de video hoger.
- Als u Miniatuur selecteert wanneer u een video opneemt, neemt de camera geen geluid op.
- Als u Miniatuur, Vignetten, Visoog of Anti-nevel selecteert tijdens het opnomen van een video, wordt de opnameenelheid ingested op 15 en wordt de conameresolutie ingested op een lagere waarde dan 640
- Als u smart-litterellecten inste I, kunt u de opties voor gezichtsherkenning, ACB, reeksopnamen, beeldaanpassing, Intellzoom of Tracking AF niet gebruiken.
- Als u Schets selecteeri, wordt de resolutie gewijzigd is 5 ^m en lager.
Uw eigen RGB-tint definiëren
1 Druk in de opnamemodus op [MENU
2 Selecteer Opname of Film → Smart filter → Aangep. RGB.
3 Selecteer een kleur (R: rood, G: groen, B: blauw).

4 Pas de hoeveelheid van de geselecteerde kleur aan. (-: minder of +: meer)
5 Selecteer [OK]

Pas het contrast, de scherpte en de kleurverzadiging van uw foto's aan.
1 Druk in de opnamemodus op [MENU
2 Selecteer Opname → Beeld aanpassen.
3 Selecteer een aanpassingsoptie.
- Contrast
- Scherpte
- Kleurverz.
4 Selecteer een waarde om het geselecteerde onderdeel aan te passen.
Contrastoptie Beschrijving
| - | Verminder kleuren en helderheid. |
| + | Verhoog kleuren en helderheid. |
Scherpteoptie Beschrijving
| - | Verzacht randen in de foto (geschikt voor fotobewerking op de computer). |
| + | Verscherp randen om de foto duidelijker te maken. Hierdoor kan ook de beeldruis in de foto's toenemen. |
Kleurverzadigingsoptie Beschrijving
| - | Verminder de kleurverzadiging. |
| + | Verhoog de kleurverzadiging. |

- Selectoor 0 als u geen effect wilt toopassen (geschikt voor aldrukken).
- Als u deze functie gebruikt, kunt u de opties voor gezichtsherkenning en smart filter niet instellen.
Afspelen/bewerken
Hier vindt u informatie over hoe u foto's, video's en spraakmemo's kunt weergeven of afspelen en hoe u foto's en video's kunt bewerken. Ook leest u hier hoe u de camera op een computer, fotoprinter of televisie aansluit.
Weergeven 63
De weergavemodus starten 63
Foto's weergeven 68
Een video afspelen 69
Spraakmemo's afspelen 70
Foto's bewerken 71
Foto's in grootte aanpassen 71
Een foto draaien 71
Intelligente filtereffecten toepassen ..... 72
Belichtingsproblemen corrigeren 73
Een afdrukbestelling maken (DPOF) ..... 75
Bestanden op een tv weergeven.... 76
Bestanden naar de computer overbrengen
(Windows) 77
Bestanden overbrengen met behulp van Intelli-studio 79
Bestanden overbrengen door de camera als een verwisselbare schijf aan te sluiten ..... 81
De camera loskoppelen (Windows XP) ..... 82
Bestanden naar de computer overbrengen
(Macintosh) 83
Foto's met een fotoprinter afdrukken
(PictBridge) 84
Weergeven
Hier vindt u informatie over hoe u foto's, video's en spraakmemo's kunt weergeven of afspelen en hoe u bestanden beheert.
De weergavemodus starten
Bekijk foto's en video's en beluister spraakmemo's die in de camera zijn opgeslagen.
1 Druk op [ ]
- Het recentste bestand wordt weergegeven.
- Als de camera is uitgeschakeld, wordt deze ingeschakeld en wordt het recentste bestand weergegeven.
2 Druk op [1 of [ ] om door de bestanden te bladeren.
- Houd de knop ingedrukt om snel door de bestanden te bladeren.
![SAMSUNG PL93 - Druk op [1 of [ ] om door de bestanden te bladeren. - 1](/content/2026/06/1152495/images/39e65eb5ce2c5ed9021bca4bae933bae27c302d178bd0718e502e222f6dd06c7.jpg)
- Als u bestanden in het interna gehougen wit woergoven, verwijdort u de gehougenkaart
- Bestanden die to groot zijn of die met een camera van een ander fabrikant zijn gemaakt, kunnen niet goed door de camera worden weergegeven.
Het scherm in de weergavemodus

Pictogram Beschrijving
| Foto heeft een spraakmemo | |
| Videobestand | |
| Afdrukbestelling ingesteld (DPOF) | |
| Bovoilgd bestand | |
| Foto bevat een geregistreerd gezicht; alleen beschikbaar wanneer u een geheugenkaart gebruikt | |
| 100-0001 | Mapnaam – Bestandsnaam |
![SAMSUNG PL93 - Druk op [1 of [ ] om door de bestanden te bladeren. - 3](/content/2026/06/1152495/images/570698f89684f1fe57e69189ae464d6eee7fd05373fda0b637d6178f57a8e50f.jpg)
Om bestandsinformatie op het schem weer te geven, drukdu DISP
Uw favoriete gezichten classificeren
U kunt uw favoriete gezichten rangschikken. Deze functie is alleen bij gebruik van een geheugenkaart beschikbaar.
1 Druk in de weergavemodus op [MENU
2 Selecteer Bestandopties → Gezichtenlijst bewerken → Rangorde wijzigen.
3 Selecteer een gezicht in de lijst en druk op [OK]

4 Druk op [DISF] om classificatie van een gezicht te wijzigen en druk vervolgens op [Fn].
Uw favoriete gezichten annuleren
U kunt uw favoriete gezichten verwijderen. Deze functie is alleen bij gebruik van een geheugenkaart beschikbaar.
1 Druk in de weergavemodus op [MENU
3 Selecteer een gezicht en druk op [∅K
4 Druk op [Fn
5 Selecteer Ja.
2 Selecteer Bestandopties → Gezichtenlijst bewerken → Verwijderen.
Bestanden op categorie bekijken in Smart Album
Bekijk en beheer bestanden op categorie, zoals datum, week of bestandstype.
1 Draai in de Weergavemodus de [Zoomknop] naar links.
2 Druk op [MENU
3 Selecteer een categorie.

Optie Beschrijving
| Type | Geef bestanden gesorteerd op bestandstype weer. |
| Datum | Geef bestanden op volgorde van de opslagdatum weer. |
| Kleur | Geef bestanden gesorteerd op de dominante kleur in het beeld weer. |
| Week | Geef bestanden weer op volgorde van de weekdag waarop ze zijn opgeslagen. |
| Gezicht | Hiermoo worden bestanden gesorteerd op horkendo on favoriete gezichten woergogevon. (Maximaal 20 personen) |
4 Druk op [of] om door de bestanden te bladeren.
• Houd de knop ingedrukt om snel door de bestanden te bladeren.
5 Druk op [O]m terug te gaan naar de normale weergave.

- Wanneer u Kleur selecteert, wordt Etc weergegeven als er geen kleur is opgchaald.
- Het kan enige tijd duren voordat Smart Album op de camera is geopend of de categorie is gewijzige en de bestanden opnieuw zijn geordend.
Bestanden als miniatuur weergeven
Blader vlug door miniaturen van bestanden heen.

Draai in de weergavemodus de [Zoomknop] naar links om 9 of 20 miniaturen weer te geven (draai de [Zoomknop] naar rechts om naar de vorige modus terug te keren).

| Functie Actie | |
| Door bestanden scrollen | Druk op [DISPI] op. |
| Bestanden wissen | Druk op [Fren selecteer Ja. |
Bestanden beveiligen
Beveilig uw bestanden om te voorkomen dat ze per ongeluk worden gewist.
1 Druk in de weergavemodus op [MENU
2 Selecteer Bestandopties → Beveiligen → Select..
- Als u alle bestanden wilt beveiligen, selecteert u Alles → Vergrendel.
3 Selecteer het bestand dat u wilt beveiligen en druk op [OK].
• Druk nogmaals op OK om uw selectie op te heffen.

4 Druk op [Fn

U kunt een beveiligd bestand niet verwijderen of draaten.
Bestanden wissen
Wis afzonderlijke bestanden of alle bestanden tegelijk.

Beveiligde bestanden kunnen niet worden gewist.
Afzonderlijke bestanden wissen
U kunt een afzonderlijk bestand selectoren en dit verwijderen.
1 Selecteer een bestand in de weergavemodus en druk op [Fn].
2 Wanneer het pop-upvenster verschijnt, selecteert u Ja.
Meerdere bestanden wissen
U kunt meerdere bestanden selecteren en deze tegelijk wissen.
1 Druk in de weergavemodus op [Fn
2 Wanneer het pop-upvenster verschijnt, selecteert u Meer wissen.
3 Selecteer de bestanden die u wilt wissen en druk op [OK]
• Druk nogmaals op [OK] om uw selectie op te heffen.
4 Druk op [Fn
5 Wanneer het pop-upvenster verschijnt, selecteert u Ja.
Alle bestanden verwijderen
U kunt alle bestanden selecteren en deze tegelijk verwijderen.
1 Druk in de weergavemodus op [MENU
2 Selecteer Bestandopties → Wissen → Alles.
3 Wanneer het pop-upvenster verschijnt, selecteert u Ja.
Bestanden naar de geheugenkaart kopiëren
U kunt bestanden van het interne gehougen naar een geheugenkaart kopiëren.
1 Druk in de weergavemodus op [MENU
2 Selecteer Bestandopties → Kopie.
3 Selecteer Ja om bestanden te kopiëren.
Foto's weergeven
Inzoomen op een deel van een foto of foto's als diavoorstelling bekijken.
Een foto vergroten

Draai in de weergavemodus de [Zoomknop] naar rechts om een foto te vergroten (draai de [Zoomknop] naar links om een foto te verkleinen).
Boven aan het scherm worden het vergrote gedeelte en de zoomverhouding weergegeven. De maximale zoomverhouding kan per resolutie vorschillen.

| Functie Actie | |
| Het vergrote gebied verplaatsen | Druk op [DISP[ ] of]. |
| De vergrote foto bijsnijden | Druk op [OK]te foto wordt opgeslagen als een niouw bostand). |
Een diavoorstelling starten
U kunt de diavoorstelling van geluid en effecten voorzien.
1 Druk in de weergavemodus op [MENU
3 Selecteer een effect voor de diavoorstelling.
• Ga naar stap 5 als u con diavoorstelling zonder effect wilt.
| Optie Beschrijving | |
| Starten | instellen of de diashow wordt herhaald.(Afspelen, Herhalen) |
| Foto's | Kies de foto's die u in een diavoorstelling wilt weergeven.Alles: Alle foto's in een diavoorstelling weergeven.Datum: Alle foto's van een specifieke datum in een diavoorstelling weergeven.Select.: Geselecteerde foto's in een diavoorstelling weergeven. |
| Interval | Het interval tussen foto's instellen.Dit is alleen mogelijk alsUitis geselecteord in het menu Effect. |
| Muziek | Achtergrondmuziek selecteren. |
| Effect | Selecteer een overgangseffect.SelecteerUitals u geen effect wilt. |
4 Stel het effect voor de diavertoning in.
5 Selecteer Starten → Afspelen.
- Selecteer Herhalen om de diavoorstelling continu af te spelen.
- Druk op OK] om de diavoorstelling te pauzeren of te hervatten.

Als u de davertoning wilt stoppen en terug wilt naar de Weergavemocus, drukt u op DK | on vorvolgens cop | of
Een video afspelen
U kunt een video afspelen of er een afzonderlijk beeld uithalen.
1 Selecteer in de weergavemodus een video en druk op [OK].

2 Gebruik de volgende knoppen voor de bediening:
| Druk op Functie | |
| [+] | Terugspoelen. |
| [OK] | Het afspelen onderbreken of hervatten. |
| [∅] | Vooruitspoelen. |
| [Zoomknop] naar links of rechts | Het volume regelen. |
Een beeld vastleggen tijdens het afspelen
1 Druk op [ ] do het punt waarop u een foto wilt opslaan.
2 Druk op [

Afzonderlijke boe den die worden boweard hebben dezelfde grootte als het oorspronkelijke videobestand en worden als een nieuw bestand opgeslagen.
Spraakmemo's afspelen
Een spraakmemo afspelen
1 Selecteer in de weergavemodus een spraakmemo en druk op [OK].
2 Gebruik de volgende knoppen voor de bediening:
| Druk op Functie | |
| [+] | Terugspoelen. |
| [OK] | Het afspelen onderbreken of hervatten. |
| [∅] | Vooruitspoelen. |
| [∅] | Het afspelen stoppen. |
| [Zoomknop] naar links of rechts | Het volume regelen. |
Een spraakmemo aan een foto toevoegen
1 Selecteer een foto in de weergavemodus en druk op [MENU].
2 Selecteer Bestandopties → Spraakmemo → Aan.
3 Druk op [Ontspanknop] om een korte spraakmemo op te nemen (maximaal 10 seconden).
- Druk op [Ontspanknop] om de opnamo van de spraakmemote stoppen.

U kunt geen spraakmemo toevoegen aan beveiligge bestanden.
Een aan een foto toegevoegde spraakmemo afspelen
Selecteer in de weergavemodus een spraakmemo met een spraakmemo en druk op [OK].
- Druk opokals u het afspelen wilt onderbroken of hervatten.
Foto's bewerken
Bewerk foto's door ze te draaien, in grootte aan te passen, rode ogen te verwijderen en de helderheid, het contrast en de kleurverzadiging aan te passen.

- Bewerkte foto's worden als nieuw bestand opgeslagen.
- Wanneer u foto's bewerkt, converteerd de camera deze automatisch naar een lagere resolutie. Foto's die handmatig worden gedraaid of waar het formaat handmatig van wordt aangepast, worden niet automatisch geconverteerd naar een lagere resolute.
Foto's in grootte aanpassen
U kunt het formaat van een foto wijzigen en de foto als een nieuw bestand opslaan. U kunt instellen dat een foto wordt weergegeven wanneer de camera wordt ingeschakeld.
1 Selecteer een foto in de weergavemodus en druk op [MENU].
2 Selecteer Wijzigen → Res.wijz → een optie.
- Selecteer om de foto als beginafbeelding op te slaan. (pag. 87)


De beschikbare optes verschillen, afhankeijk van de grootte van de geselecteerde foto.
Een foto draaien
1 Selecteer een foto in de weergavemodus en druk op [MENU].
2 Selecteer Wijzigen → Draaien → een optie.


De gedraaide foto worot opgeslagen als hetzelfde bestand, niet als een nieuw bestand.
Intelligente filtereffecten toepassen
Pas allerlei filtereffecten op uw foto's toe om unieke beelden te maken.
1 Selecteer een foto in de weergavemodus en druk op [MENU].
2 Selecteer Wijzigen → Smart filter.
3 Selecteer een effect.

| Optie Beschrijving | |
| Normaal: Geen effect. | |
| Miniatuur: Een till/shift-effect toepassen om een onderwerp als miniatuur waar te geven. | |
| Vignetten: De effecten retroklouren, groot contrast on sterk vignet van Lomo-camera's toepassen. | |
| Softfocus: Onvolkomenheden in het gezicht verbergen of diomerige effecten toepassen. | |
| Oude film 1: Een effect vintage film 1 toepassen. | |
| Oude film 2: Een effect vintage film 2 toepassen. | |
| Halftoonstip: Een halftoneffect toepassen. | |
| Schets: Een schetseffect toepassen. | |
| Visoog: De randen van het kader zwart maken en objecten vormoren om het visuele effect van een visooglens te imiteren. | |
| Anti-nevel: Een foto helderder maken. | |
| Klassiek: Een zwart/wit-effect toepassen. | |
| Retro: Een effect met sepiatinten toepassen. | |
| Negatief: Een negatieeffect toepassen. | |
| Aangep. RGB: Een kleurenwaarde aanpassen. | |
Uw eigen RGB-tint definiëren
1 Selecteer een foto in de weergavemodus en druk op [MENU].
2 Selecteer Wijzigen → Smart filter → Aangep. RGB.
3 Selecteer een kleur (R: rood, G: groen, B: blauw).

4 Pas de hoeveelheid van de geselecteerde kleur aan. (-: minder of +: meer)
Belichtingsproblemen corrigeren
U kunt ACB (automatische contrastbalans), helderheid, contrast en kleurverzadiging aanpassen, rode ogen wegwerken, onvolkomenheden in het gezicht verbergen of ruis toevoegen aan de foto.
ACB (automatische contrastbalans) aanpassen
1 Selecteer een foto in de weergavemodus en druk op [MENU].
2 Selecteer Wijzigen → Beeld aanpassen → ACB.
Rode ogen verwijderen
1 Selecteer een foto in de weergavemodus en druk op [MENU].
2 Selecteer Wijzigen → Beeld aanpassen → Anti-rode ogen.
Onvolmaaktheden in het gezicht verbergen
1 Selecteer een foto in de weergavemodus en druk op [MENU].
2 Selecteer Wijzigen → Beeld aanpassen → Gezichtretouch..
3 Selecteer een niveau.
• Hot gezicht wordt ogaler naarmate u het getal vorhoogt.
Helderheid/contrast/kleurverzadiging aanpassen
1 Selecteer een foto in de weergavemodus en druk op [MENU].
2 Selecteer Wijzigen → Beeld aanpassen.
3 Selecteer een aanpassingsoptie.
| Pictogram Beschrijving | |
| Helderheid | |
| Contrast | |
| Kleurverz. | |
4 Selecteer een waarde om het geselecteerde onderdeel aan te passen. (-: minder of +: meer)
Ruis aan de foto toevoegen
1 Selecteer een foto in de weergavemodus en druk op [MENU
2 Selecteer Wijzigen → Beeld aanpassen → Ruis toevoegen.
Een afdrukbestelling maken (DPOF)
Selecteer foto's om af te drukken en stel opties in zoals het aantal afdrukken on het papierformaal.

- De geheugenkaart kan naar een printshop die DPOF (Digital Print Order Format) ondersteunt worden gebracht, maar u kunt ook uw foto's thuis rechtstreeks op een DPOF-competibele printer afrukken.
- Brede foto's worden mogelijk met verles van de linker- en rechterkant afgedruk, dus houd rekening met de afmetingen van de foto's.
- Voor de foto's in het interne geneugen kunt u geen DPOF gebruiken.
1 Druk in de weergavemodus op [MENU
2 Selecteer Bestandopties → DPOF → Standaard → een optie.
Optie Beschrijving
| Select. | De geselecteerde foto's afdrukken. |
| Alles | Alle foto's afdrukken. |
| Reset | De instellingen terugzetten. |
3 Als u Select., selecteert, bladert u naar een foto en draait u de [Zoomknop] naar links of rechts om het aantal exemplaren te selecteren. Herhaal dit voor de gewenste foto's en druk op [Fn].
- Als u Alles selecteert, drukt u op [DISP[ ] omnet aantal exemplaren te selecteren en drukt u op [OK].
4 Druk op [MENU
5 Selecteer Bestandopties → DPOF → Formaat → een optie.
Optie Beschrijving
| Select. | Het afdrukformaat van de geselectoorde foto opgeven. |
| Alles | Het afdrukformaat van alle foto's opgeven. |
| Reset | De instellingen terugzetten. |
6 Als u Select., selecteert, bladert u naar een foto en draait u de [Zoomknop] naar links of rechts om het afdrukformaat te selecteren. Herhaal dit voor de gewenste foto's en druk op [Fn].
- Als u Alles selecteert, drukt u op DISP[] om het afdrukformaat te selecteren en drukt u op [OK].
Foto's afdrukken als miniaturen
Druk de foto's af als miniaturen om alle foto's in een keer te controleren.
1 Druk in de weergavemodus op [MENU
2 Selecteer Bestandopties → DPOF → Index → Ja.

As u het afdrukformaat opgeeft, kunt u alleen foto's afdrukken met DPOF 1.1-competbele printers.
Bestanden op een tv weergeven
Geef foto's en video's weer door de camera met behulp van de A/V-kabel op een televisie aan te sluiten.
1 Druk in de opname- of weergavemodus op [MENU
2 Selecteer Instellingen → Video.
3 Selecteer een video-uitgang voor uw land of regio.
4 Schakel de camera en de televisie uit.
5 Sluit de camera met behulp van de A/V-kabel op de televisie aan.

6 Schakel de televisie in en selecteer de videouitvoermodus met de afstandsbediening van de televisie.
7 Schakel de camera in en druk op [▶]
8 Bekijk foto's of speel video's af met behulp van de knoppen op de camera.

- Bij bepaalde televisies kan er digitale ruis optreden of kan het gebeuren dat het beeld niet geheel wordt weergegeven.
- Afnankelijk van de televisie-instellingen kan het voorkomen dat de beelden niet geentreerd op het schem worden weergegeven.
- Terwijl de camera op de televisie is aangesloten, kunt u gewoon foto's on video's maken.
Bestanden naar de computer overbrengen (Windows)
U kunt bestanden overbrengen door de camera op een pc aan te sluiten.
Vereisten voor Intelli-studio
| Onderdeel Vereisten | |
| Processor | Intel Pentium 4, 3,2 GHz of hoger/AMD AthlonTM FX 2,6 GHz of hoger |
| RAM | Minimaal 512 MB RAM(1 GB of meer aanbevolen) |
| Besturingssysteem | Windows XP SP2/Vista/7 |
| Schijfruimte | 250 MB of meer (1 GB of meer aanbevolen) |
| Overig | Cd-romstationnVIDIA Geforce 7600GT of hoger/ATI X1600 series of hoger1024 x 768 pixels, monitor met ondersteuning voor 16-bits kleuren(1280 x 1024 pixels, ondersteuning voor 32-bits kleuren aanbevolen)USB 2.0-poort, Microsoft DirectX 9.0c of rieuwer |
* De programma's werken mogelijk niet goed onder de 64-bits versies van Windows XP, Windows Vista en Windows 7.

- De verelsten zijn slechts aanbevolingen. Het werkt mogelijk niet correct wanneer de computer voldcel aan de vereisten, alhankelijk van de toestand van de computer.
- Als uw computer niet aan de vereisten voldoet, worden video's mogelijk niet naar behoren afgespeeld of duurt het langer om video's to beworken.
- Installoor DirectX 9.0c of een nieuwere vorsie alvorans het programma le gebruiken.
- U moet Windows XP/Vista/7 of Mac OS 10.4 of hogere versies gebruiken om de camera als een verwisselbare schilf aan te sluiten.

Het gebruik van een zelfgemonteerde pc of een niet-ondersleunde pc en besturingssysteem kan tot gevoig hebben dat uw garante vervalt.
Intelli-studio installeren
1 Plaats de installatie-cd in een compatibel cd-romstation.
2 Wanneer het installatiescherm wordt weergegeven, klikt u op Samsung Digital Camera Installer om de installatie te starten.

3 Selecteer de programma's die u wilt installeren en volg de aanwijzingen op het scherm.
4 Klik op Exit om de installatie te voltooien en start de computer opnieuw op.
Bestanden overbrengen met behulp van Intelli-studio
U kunt eenvoudig met behulp van Intelli-studio bestanden van uw camera overzetten op uw computer.
1 Schakel de camera uit.
2 Sluit de camera op de computer aan met de USB-kabel.

Wanneer u de USB-kabel op de camera aansluit, zorg er dan voor dat u de juiste USB-connector op de camera aansluit. As u de kabel omgekoerd aansluit, kunnen de bestanden beschadigen. De faorikant is met verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens.

Terwill de camera met de USB-kabel op de computer is aangesloten, wordt de batterij opgeladen.
3 Intelli-studio op uw computer uitvoeren.
4 Schakel de camera in.
• De camera wordt automatisch herkend.

Als de camera geen verbinding maakt, verschijnt er een pop-upvensler. Selecteer Computer.
5 Selecteer een map op de computer waarin u de bestanden wilt opslaan.
- Als de camera geen nieuwe bestanden bevat, zal het pop-upvenster voor het opslaan van nieuwe bestanden niet verschijnen.
6 Selecteer Ja.
- Nieuwe bestanden worden automatisch naar de computer overgebracht.
Intelli-studio gebruiken
Met Intelli-studio kunt u bestanden afspelen en bewerken. U kunt er ook bestanden mee uploaden naar websites zoals Flickr of YouTube. Selecteer Help → Help in het programma voor meer informatie.

- Als u nog andere functies wilt gebruiken, zoals het maken van diavoorstellingen op basis van sjablonen, installeert u de volled ge versie van Intelli-studio door Web Support → Update Intelli-studio → Start Update te selecteren in de werkbak van het programma.
- Bestanden kunnen niet in de camera worden bewerk. Brong bestanden naar een map op de computer over om zo te oewerken.
• Intell-studio ondersteunt de volgende bestandstrypen: - Video's: MP4. Video: H.264. Audio: AACI, WMV (WMV 7/8/9), AVI (MJPEG)
- Fcfc's: JPG, GIF, BMP, PNG, TIFF

| Nr. Beschrijving | |
| 1 | Hiermee opent u menu's |
| 2 | Hiermee geeft u bestanden in de geselecteerde map weer |
| 3 | Naar de Fotobewerkingsmodus gaan |
| 4 | Naar de Videobewerkingsmodus gaan |
| 5 | Hiermee gaat u naar de mcdus Sharing om foto's te dolen (u kunt bestanden por e-mail vorsluron of naar websites zoals Flickr on YouTube uploaden.) |
| 6 | Hiermee vergroot of verkleint u de miniaturen in de lijst |
| 7 | Een bestandstype selecteren |
| 8 | Hiermee geeft u bestanden in de geselecteerde map op de computer weer |
| 9 | Bestanden van de aangesloten camera weergeven of verbergen |
| 10 | Hiermee geeft u bestanden in de geselecteerde map op de camera voor |
| 11 | Hiermee geeft u bestanden weer als miniaturen of op een kaart |
| 12 | Hiermee bladert u door de mappen op het aangesloten apparaat |
| 13 | Hiermee bladert u door mappen op de computer |
| 14 | Naar de vorige of volgende pagina gaan |
| 15 | Bestanden afdrukken, bestanden op een kaart woorgevon, bestanden opslaan in Mijn map of gezichten registreren |
Bestanden overbrengen door de camera als een verwisselbare schijf aan te sluiten
Sluit de camera aan op de computer als een verwisselbare schijf.
1 Schakel de camera uit.
2 Sluit de camera op de computer aan met de USB-kabel.

Wanneer u de USB-kabel op de camera aansluit, zorg er dan voor dat u de juiste USB-connector op de camera aansluit. Als u de kabel omgekeerd aansluit, kunnen de bestanden beschadigen. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor en g verlies van gegevens.

• De camera wordt automatisch herkend.

As de camera geen verbinding maakt, verschijnt er een pop-upvenster. Selectoor Computer.
4 Selecteer op de computer Deze computer → Verwisselbare schijf → DCIM → 100PHOTO.
5 Selecteer de gewenste bestanden en sleep deze naar de computer of sla ze daar op.
De camera loskoppelen (Windows XP)
De USB-kabel wordt onder Windows Vista/7 op soortgelijke wijze losgokoppeld.
1 Als het statuslampje op de camera knippert, wacht u tot het knipperen ophoudt.
2 Klik op op de werkbalk rechtsonder in het scherm van de computer.

3 Klik op het pop-upbericht.
4 Klik op het berichtvenster om aan te geven dat de camera veilig is verwijderd.
5 Verwijder de USB-kabel.

De camera kan niet veilig worden verwijdero zolang Intell-studio actief is. Slut het programma af alvorens de camera los te koppelen.
Bestanden naar de computer overbrengen (Macintosh)
Wanneer u de camera op een Apple Macintosh-computer aansluit, wordt de camera automatisch door de computer herkend. U kunt de bestanden rechtstreeks van de camera naar de computer overbrengen, zonder dat het nodig is om programma's te installeren.

Mec OS 10.4 of hoger wordt onderstand.
1 Schakel de camera uit.
2 Sluit de camera met de USB-kabel op een Macintosh-computer aan.

Wanneer u de USB-kabel op de camera aansluit, zorg er dan voor dat u de juiste USB-connector op de camera aansluit. A's u de kabel omgeveerd aansluit, kunnen de bestanden beschadigen. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens.

- De computer herkont de camera automatisch en geeft op hot beeldscherm een pictogram van een verwisselbare schijf weer.

Als de camera geen verloinding maakt, verschijnt er een pop-upvenster. Selecteer Computer.
4 Dubbelklik op het pictogram van de verwisselbare schijf.
5 Breng foto's of video's naar de computer over.
Foto's met een fotoprinter afdrukken (PictBridge)
Druk foto's op een PictBridge-compatibele printer af door de camera rechtstreeks op de printer aan te sluiten.
1 Druk in de opname- of weergavemodus op [MENU
2 Selecteer Instellingen → USB → Printer.
3 Schakel de printer in en sluit de camera er met een USB-kabel op aan.

• De camera wordt automatisch herkend door de printer.
5 Druk op [of] om een foto te selecteren.
- Druk op MENU afdrukopties in te stellen. Zie "Afdrukopties instellen".
- Het afdrukken begint. Druk op 51 om het afdrukken te annuleren.
Afdrukopties instellen

Optie Beschrijving
| Foto's: kiezen of alleen de huidige foto dan wel alle foto's moeten worden afgedrukt. | |
| Formaat: geef de afdrukgrootte op. | |
| Lay-out: maak indexprints. | |
| Type: selecteer de papierscort. | |
| Kwalit.: stel de afdrukkwaliteit in. | |
| Datum: stel in dat de datum wordt afgedrukt. | |
| Best.naam: stol in dat de bestandsnaam wordt afgedrukt. | |
| Reset: stel de afdrukopties op de beginwaarden terug. |

Bepaalde opties worden niet door alle printers ondersteund.
Instellingen
Raadpleeg opties voor het configureren van de camera-instellingen.
Camera-instellingenmenu 86
Het instellingenmenu openen 86
Geluid 87
Display 87
Instellingen 88
Camera-instellingenmenu
Hier vindt u informatie over de verschillende instellingen die u op de camera kunt doen.
Het instellingenmenu openen
1 Druk in de opname- of weergavemodus op [MENU
2 Selecteer een menu.

Optie Beschrijving
| Geluid: Hier stelt u de geluiden van de camera en het volume in. (pag. 87) | |
| Display: Hier past u de scheminstellingen aan, zoals startafbeelding en helderheid. (pag. 87) | |
| Instellingen: Hier wijzigt u de instellingen voor het camerasystoem, zoals geheugenformaat, standaardbestandsnaam en de USB-modus. (pag. 88) |
3 Selecteer een optie en sla de instellingen op.

4 Druk op [MENU]aar het vorige scherm terug te keren.
Geluid
* Standaard
| Onderdeel Beschrijving | |
| Volume | Hiermee past u het volume van alle geluiden aan. (Uit, Laag, Middel*, Hoog) |
| Begingeluid | Hier selecteert u een gelucssignaal voor het inschakelen van de camera. (Uit*, 1, 2, 3) |
| Sl.toon | Hier selecteert u een geluid voor het indrukken van de ontspanknop. (Uit, 1*, 2, 3) |
| Piepjes | Kiezen wek geuid bij het indrukken van knoppen of het wisselen van modi wordt geproduceerd. (Uit, 1*, 2, 3) |
| AF-geluid | Hier stelt u in of er een geluid klinkt bij het half indrukken van de ontspanknop. (Uit, Aan*) |
Display
• Standaard
| Onderdeel Beschrijving | |
| Functiebeschrijving | Een korle beschrijving van een oplie of menu weergeven. (Uit, Aan*) |
| Beginafbeelding | Een afbeelding instellen die wordt weergegeven wanneer de camera wordt ingeschakeld.Uit*: Er wordt geen afbeelding woorgogovon.Logo: Er wordt een standaardafbeelding uit het interne geheugen weergegeven.Gebr.afb: Een afbeelding naar keuze weergeven. (pag. 71)Er wordt sechts een gebruikersafbeelding in het geneugen oogeslagen.Als u een nieuwe foto selecteert als gobr.afb of de camera opnieuw instot, wordt de huidige afbeelding verwijderd. |
| Helderh. scherm | De helderheid van het scherm aanpassen.(Auto, Donker, Normaal, Licht*)Normaalstaat voor de woorgevomodus vast, zelfs alsAutois geselactoord. |
| Snel tonen | Hier stelt u de weergaveduur voor een gemaakte foto in, voordat naar de opnamemodus wordt teruggekeerd.(Uit, 0,5 sec*, 1 sec, 3 sec) |
* Stancaard
| Onderdeel Beschrijving | |
| Spaarstand | Als u 30 soconden lang geen bewerkingen uitvoert, schakelt de camera automatisch over op de energiespaarstand. (Uit*, Aan)Druk in de spaarstand op een andere kno dan de |POWER| om de camera voor te gebruiken. |
Instellingen
• Standaard
| Onderdeel Beschrijving | |
| Formatt. | Het interne geheugen en de geheugenkaart formatteren (alle bestanden, ook beveiligde, worden gewist).(Ja, Nee)Geheugenkaar en die in een camera van een andere fabrikant of in een geheugenkaartlezer zijn gebruikt, of die met een computer zijn geformatteerd, kunnen door de camera mogelijk niet correct worden gelozen. Formatoor dergelijke kaarten in de camera alvorens ze le gebruiken. |
| Reset | Menu's en opnameopties op de beginwaarden instellen (instellingen voor datum en tijd, taal en video-uitvoer worden niet gereset). (Ja, Nee) |
| Language | Een taal selecteren voor de schemtekst. |
| Tijdzone | Een regio selecteren en zomer-wintertijd instellen. |
| Datum/tijd aanpassen | Stel de datum en tijd in. |
| Datumtype | Een datumnotatie selectoren.(JJJJ/MM/DD, MM/DD/JJJJ, DD/MM/JJJJ, Uit*) |
* Standaard * Standaard
| Onderdeel Beschrijving | Onderdeel Beschrijving | |||
| Bestandsnr. | De naamgeving van bestanden instellen.Op nul: instellen dat de bestandsnummoring waar bij 0001 begint wanneer or een nieuwe geheugenkaart worden geplaatst, een geheugenkaart wordt geformatieerd of alle bestanden worden gewist.Serie*: instellen dat de bestandsnummoring dooroopt wanneer er een nieuwe geheugenkaart worden geplaatst, een geheugenkaart wordt geformatieerd of alle bestanden worden gewist.(T830)De standaardnaam van de eerste map is 100PHOTO en de standaardnaam van het eerste bestand is SAM_0001.Het bestansnummer worden steeds met een opgehcogd, van SAM_0001 tot SAM_9899.Het mapnummer worden steeds met een opgehcogd, van 100PI IOTO tot 989PI IOTO.Het maximumaantra bestanden dat in een map kan worden cogeslagen, is 9899.De camera definiert bestandsnamen volgens de Digital rule for Camera File system-norm (DCF). Als u bestandsnamen wijzigt, kan de camera deze bestanden mogelijk niet meer weergeven. | Afdruk | Instellen of de datum en tijd op de foto's worden afgedrukt. (Uit*, Datum, Datum/tijd)[X3KT]Do datum en tijd worden in de rechteronderhoek gool woorgegeven.Bij becaalde printermodellen worden de datum on tijp niet afgedrukt.Als u Tekst selecteert in de modu##### worden de datum en tijd niet weergegeven | |
| Automatischuit | Instellen dat de camera automatisch wordt uitgeschakeld wanneer u deze niet gebruikt. (Uit, 1 min, 3 min*, 5 min, 10 min)[AWCS]Bij verwanging van de batterij blijven deze instelligen behouden.De camera schakelt in de vogetende gevallen niet automatisch uit:- wanneer doze op een computer of printer is aangosloten- wanneer u een diavertoning of video's aïspeelt- wanneer u een spraakmemo opneeml. | |||
| Het video-uitgangssignaal voor uw land of regio instellen. | ||||
* Stancaard
| Onderdeel Beschrijving | |
| AF-lamp | Een huplampje instellen ter ondersteuning van het scherpstellen in donkore omgevingen. (Uit, Aan*) |
| USB | Instellen om via een USB-verbinding met een computer of printer te communiceren.Auto*: Instellen dat de camera automatisch een USB-modus selecteert.Computer: De camera op een computer aansluiten om bestanden over te brengen.Printer: De camera op een printer aansluiten om bestanden af te drukken. |
Aanvullende informatie
Hier vindt u informatie over foutmeldingen, specificaties en onderhoud.
Foutmeldingen 92
Onderhoud van de camera 93
De camera reinigen 93
De camera gebruiken of opbergen 94
Geheugenkaarten 95
De batterij 97
Voordat u contact opneemt met een servicecenter. 101
Cameraspecificaties 104
Woordenlijst 108
Index 112
Foutmeldingen
Als een van de volgende foutmeldingen verschijnt, kunt u de onderstaande oplossingen proberen.
| Foutmelding Mogelijke oplossing | |
| Kaartfout | Schakel de camera uit en weer in.Verwijder de geheugenkaart en plaats deze weer terug.Formatteer de geheugenkaart. |
| Kaart wordt niet ondersteund. | De geplaatste geheugenkaart is niet beschikbaar voor uw camera. Plaats een microSD, microSDHC geheugenkaart. |
| DCF-fout | Bestandsnamen komen niet met de DCF-norm overeen. Breng de bestanden op de geheugenkaart naar een computer over en formatteer de kaart. |
| Bestandsfout | Wis het boschadigde bestand of neom contact op met een servicecenter. |
| Bestandssysteem wordt niet ondersteund. | De FAT-bestandsstructuur van de geplaatste geheugenkaart wordt niet ondersteund door de camera. Formattoor de geheugenkaar in de camera. |
| Batterij bijna leeg | Plaats een opgeladen batterij of laad de batterij op. |
| Geheugen vol | Wis onnodige bestanden of plaats een nieuwe geheugenkaart. |
| Geen foto | Maak foto's of plaats en geheugenkaart met foto's. |
Onderhoud van de camera
De camera reinigen
Cameralens en -scherm
Verwijder stof met behulp van een blaaskwastje en veeg de lens met een zachte doek voorzichtig af. Voor eventuele achtergebleven stof brengt u lensreinigingsvloeistof op een stuk reinigingspapier aan en veegt u de lens voorzichtig schoon.

Veeg deze voorzichtig met een zachte droge doek af.

- Gebruik nooit benzeen, thinner of alcohol om het toestel te reinigen. Deze oplosmiddelen kunnen de camera beschadigen of defecten voroorzakon.
- Druk niet op de lenskap en georuk geen blaasborsteltje op de lenskap.
De camera gebruiken of opbergen
Ongeschikte plaatsen voor het gebruiken of opbergen van de camera
- Stel de camera niet bloot aan zeer hoge of lage temperaturen.
- Gebruik de camera niet in zeer vochtige omgevingen of omgevingen waar de luchtvochtigheid snel verandert.
- Stel de camera niet bloot aan direct zonlicht en bewaar de camera niet op warme locaties met slechte ventilatie, bijvoorbeeld een auto die in de zon staat.
- Bescherm de camera en het scherm tegen stoten, ruw gebruik en sterke trillingen om ernstige schade te voorkomen.
- Gebruik of bewaar de camera niet op stoffige, vuile, vochtige of slecht-geventleerde plaatsen, om schade aan bewegende en interne onderdelen te voorkomen.
- Gebruik de camera niet in de buurt van brandstoffen, brandbare stoffen of ontvlambare chemicaliën. Bewaar geen ontvlambare vloeistoffen, gassen en explosief materiaal in dezelfde ruimte als de camera of de accessoires van de camera.
• Berg de camera niet op met mottenballen.
Gebruik op het strand of aan de waterkant
- Beschem de camera tegen zand en vuil wanneer u deze op het strand of in een andere, scortgelijke omgeving gebruikt.
- Uw camera is niet waterbestendig. Gebruik de batterij, adapter of geheugenkaart niet met natte handen. Als u de camera gebruikt met natte handen kan de camera beschadigd raken.
Camera voor langere tijd opbergen
- Als u de camera voor langere tijd opbergt, moet u de camera samen met absorberend materiaal, bijvoorboold silicagel, in een afgesloten houder plaatsen.
- Haal de batterijen uit de camera wanneer u deze voor langere tijd opborgt. Batterijen in het batterijvak kunnen na verloop van tijd gaan lekken of roesten en emstige schade aan uw camera veroorzaken.
- Batterijen die niet worden gebruikt, ontladen zich na verloop van tijd en moeten voor gebruik opnieuw worden opgeladen.
- De huidige datum en tijd kunnen worden geinitialisoord wannoor de camera wordt ingeschakeld nadat de camera en batterij gedurende langer dan 40 uur gescheiden zijn geweest.
Wees voorzichtig bij gebruik in vochtige omgevingen
Als u de camera overbrengt van een koude omgeving naar een warme, kan er condensvorming optreden op de lens of de interne onderdelen van de camera. In dit geval moet u de camera uitschakelen en minstens 1 uur wachten. Als er condensvorming optreedt op de geheugenkaart, moet u de kaart verwijderen uit de camera en wachten tot al het vocht is verdampt voordat u de kaart terugplaatst.
Overige aandachtspunten
- Zwaai de camera niet aan de polslus heen en weer. Hierdoor kunt u uzelf of anderen verwonden of schade aan uw camera veroorzaken.
- Verf de camera niet, omdat verf tussen de bewegende onderdelen kan gaan zitten en de werking van het apparaat kan beïnvloeden.
• Schakel de camera ut als u deze niet gebruikt.
- De camera bovat kwetsbaro onderdelen. Zorg daarom dat u de camera niet bloolstelt aan schokkon.
- Bewaar de camera in het olui om het schorm te beschorm tegen externe krachten. Houd de camera uit de buurt van zand, scherp goreedschap of kleingold om te voorkomen dat or kressen op de camera komen.
- Stel de lens niet aan direct zonlicht bloot. Hierdoor kan de beoldsonor verkleuron of defect raken.
- Bescherm de lens tegen vingerafdrukken en krassen. Reinig de lens met een zachte, schone doek.
- Als de camera een schok opvangt, wordt de camera mogelijk uitgeschakeld. Dit gebeurt om de geheugenkaart te beschermen. Schakel de camera weer in om de camera te gebruiken.
- De camera kan warm worden tijdens het gebruik. Dit is normaal on is niet van invloed op de levensduur of prestaties van uw camera.
- Bij lage temperaturen kan het langer duren voor de camera is ingeschakeld, kunnen kleuren tijdelijk voranderen of kunnen nabeelden worden weergegeven. Deze omstandigheden duiden niet op defecten on worden verholpen als u do camera weer bij normale temperaturen gebruikt.
- Verf of metaal aan de buitenzijde van de camera kan allergieën, jeuk, eczeem of buitjes veroorzaken bij mensen met een gevoelige huid. Als u last hebt van een van deze symptomen, stop dan onmiddellijk met het gebruik van de camera en raadpleeg een arts.
- Steek geen vreemde voorwerpen in de compartimenten, sleuven en toegangspunten van de camera. Schade als gevolg van onjuist gebruik wordt mogelijk niet door de garantie gedekt.
- Laat geen ongekwalificeerd personeel reparatie- of onderhoudswerkzaamheden aan de camera uitvoeren en probeer dit ook niet zelf te doen. Alle schade die voortvloeit uit ongekwalificeerd onderhoud of reparatie wordt niet door de garantie gedekt.
Geheugenkaarten
Geheugenkaarten voor deze camera
Uw camera ondersteunt microSD-geheugenkaarten (Secure Digital) of microSDHC-geheugenkaarten (Secure Digital High Capacity).

Als u de gegevens wilt lezen met een pc of geheugenkaartlezer, plaatst u de geheugenkaart in een geheugenkaartadapter.
Capaciteit van de geheugenkaart
De geheugencapaciteit verschilt, afhankelijk van de opnamemodus en de opnameomstandigheden. De volgende capaciteiten zijn op een 1-GB microSD-kaart gebaseerd:
| Grootte | Superhoog | Hoog Normaal 30 fps | 15 fps | ||
| Fotos | 16M | 108 212 312 -- | |||
| 123 241 353 -- | |||||
| 144 283 417 -- | |||||
| 10M | 170 332 482 -- | ||||
| 5M | 328 624 882 -- | ||||
| 3M | 537 980 1373 -- | ||||
| 882 1471 1931 -- | |||||
| IM | 1626 2575 3090 -- | ||||
| Videos | 128010 | --- | Circa4 min30 sec | Circa7 min36 sec | |
| 640 | --- | Circa9 min27 sec | Circa18 min16 sec | ||
| 320 | --- | Circa33 min44 sec | Circa61 min12 sec | ||
* Bij gebruik van de zoomfunctie kan de opnametijd van de hier gegeven waarden alwijken. Om de totale opnametijd te bepalen, zijn er verschillende video's achter elkaar opgenomen.
Aandachtspunten bij gebruik van geheugenkaarten
- Plaats een geheugenkaart in de juiste richting. Als u een geheugenkaart in de verkeerde richting plaatst, kunnen zowel camera als geheugenkaart hierdoor beschadigen.
- Gebruik geen geheugenkaarten die in een andere camera of door een computer zijn geformatteerd. Formatteer een dergelijke geheugenkaart opnieuw in uw eigen camera.
- Schakel de camera uit wanneer u een geheugenkaart plaatst of verwijdert.
- Verwijder de geheugenkaart niet en schakel uw camera niet uit wanneer het lampje knippert. Hierdoor kunnen de gegevens beschadigen.
- Warnoor de levensduur van een geheugenkaart is verlopen, kunt u geen foto's meer op de kaart opstaan. Gebruik een nieuwe geheugenkaart.
- Zorg dat gehougenkaarten niet buigen, vallen of aan zware klappen of druk worden biootgesteld.
- Zorg dat u geheugenkaart niet gebruikt of opbergt in de buurt van krachtige magnetsche volden.
- Zorg dat u geheugenkaarten niet gebruikt op locaties met hoge temperaturen of luchtvochtigheid of in de buurt van bijtende stoffen.
- Voorkom dat geheugenkaarten in contact komen met vloeistoffen, vuil of vreemde stoffen. Veeg zo nodig de geheugenkaart met een zachte doek schoon voor u de geheugenkaart in de camera plaatst.
-
Voorkom dat geheugenkaarten, of de slouf voor geheugenkaarten, in contact komen met vloeistoffen, vul of vreemde stoffen. Dergelijke stoffen kunnen ervoor zorgen dat geheugenkaarten of de camera niet goed meer werken.
-
Wanneer u een geheugenkaart bij u draagt, moet u een hoesje gebruiken om de kaart tegen elektrostatische ontlading te beschermen.
- Breng belangrijke gegevens over naar andere dragers, zoals een harde schijf of cd/dvd.
- Als u de camera langere tijd gebruikt, kan de geheugenkaart warm worden. Dit is normaal en wijst niet op een defect.

De fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens.
De batterij
Gebruik alleen door Samsung goedgekeurde batterijen.
Batterijspecificaties
| Specificatie Beschrijving | |
| Model | BP70A |
| Type | Lithium-ionbatterij |
| Capaciteit | 740 mAh (Minimaal 700 mAh) |
| Voltage | 3,7 V |
| Oplaadtijd*(wanneer de camera is uitgeschakeld) | Circa 150 min |
* Het opladen van de batterij door de USB-kabel aan te sluiten op een po on uw camera duurt mogelijk langer.
Levensduur van de batterij
| Opnametijd/Aantal foto's | Opnameomstandigheden(wanneer de batterij volledig is geladen) | |
| Foto's | Circa 100 min/Circa 200 | Dit is onder de volgende omstandigheden gemeten: in de modus op, in het duister, bij een resolutie van 16M, zijn kwaliteit Hoog en OIS ingeschakeld.1. Stel de flitser in op Uit, maak één foto en zoom in of uit.2. Stel de flitser in op Invulflits, maak één foto en zoom in of uit.3. Voer stap 1 en 2 gedurende 30 seconden uit en herhaal dit 5 minuten lang. Schakel de camera vorvolgens 1 minuut uit.4. Herhaal stap 1 tot 3. |
| Video's | Circa 80 min | Neem video's op bij een resolutie van 1280 X 720 HQ en met 30 fps. |
- De bovenstaande cijfers zijn volgens de normen van Samsung gemeten en kunnen afwijken van resultaten bij daadwerkelijk gebruik.
- Om de totale opnametijd te beoalen, zijn er verschillende video's achter elkaar opgenomen.
Melding Batterij bijna leeg
Als de batterij volledig is ontladen, wordt het batterijpictogram rood en verschijnt de melding 'Batterij bijna leeg'. Plaats een opgeladen batterij of laad de batterij op.
De batterij gebruiken
- Stel batterijen of gehougenkaart niet bloot aan zeer hoge of lage temperaturen (onder 0 °C of boven 40 °C). Door oxtreme temperaturen kan de capaciteit van batterijen verminderen en kunnen gehougenkaarten minder goed worken.
- Als u de camera langere tijd gebruikt, kan het gebied rond de baltorijklep warm worden. Dit heeft geen invloed op de normele working van de camera.
- Trek niet aan het netsnoer om de stekker uit het stopcontact te halen om te voorkomen dat u brand of een schok veroorzaakt.
- Bij temperaturen onder 0 °C kunnen de capaciteit en levensduur van de batterij afnemen.
- Bij lage temperaturen kan de batterijcapaciteit afnemen, maar de gewone capaciteit wordt hersteld bij gebruik bij hogere temperaturen.
Aandachtspunt voor het gebruik van de batterij
Bescherm batterijen, opladers en geheugenkaarten tegen schade
Voorkom dat batterijen in aanraking komen met metalen voorwerpen. Dit kan een verbinding vormen tussen de plus- en minpolen van uw batterijen on tijdolijke of permanente schade aan de batterijen en brand of een schock veroorzaken.
De batterij opladen
- Als camera tijdens het opladen is ingeschakeld, wordt de batterij mogelijk niet volledig oogeladen. Schakel de camera uit alvorens de batterij op te laden.
- Gebruik de camera niet als de batterij worot opgeladen. Dit kan brand of een schok veroorzaken.
- Trek niet aan het netsnoer om de stekker uit het stopcontact te halen om te voorkomen dat u brand of een schok veroorzaakt.
- Wacht minstens tien minuten voor u de camera inschakelt nadat de batterij is opgeladen.
- Als u de camera aansluit op een externe voedingsbron terwijl de batterij helemaal leog is, wordt de camera uitgeschakeld wanneer u bepaalde functies gebruikt die veel stroom verbruiken. Laad de batterij op om de camera op normale wijze te gebruiken.
-
Met het gebruik van de flitser en het opnemen van video's raakt de batterij snel leeg. Laad de camera, vóór gebruik, volledig op totdat het statuslampje uitgaat.
-
Als het indicatielampje niet brandt, sluit u de kabel opnieuw aan of verwijdert u de batterij en plaatst u deze opnieuw in de camera.
- Te lang opladen van batterijen kan de levensduur daarvan bekorten. Wanneer het opladen is voltooid, dient u de kabel van de camera los te koppelen.
- Knik de voedingskabel niet en plaats er geen zware voorwerpen op. Hierdoor zou de kabel kunnen beschadigen.
De batterij opladen terwijl er een computer is aangesloten
- Gebruik alleen de moegeleverde USB-kabel.
- De batterij wordt mogelijk in de volgende gevallen niet opgeladen:
- wanneer u een USB-hub gebruikt
- wanneer or andere USB-apparaten op de computer zijn aangesloten
- wanneer u de kabel op de poort aan de voorzijde van de computer aansluit
- wanneer de USB-poort van de computer de stroomuitvoemorm niet ondersteunt (5V, 500mA)
Behandel batterijen en oplader voorzichtig en voer deze af volgens de voorschriften
- Gooi batterijen nooit in open vuur. Houd u aan alle lokale regelgevingen bij het weggoolen van gebruikte batterijen.
- Leg batterijen of camera's nooit in of op verwarmingsapparaten, zoals een magnetron, kachel of radiator. Batterijen kunnen exploderen als zo to hoot worden.

Onzorgvuldig of verkeerd gebruik van de batterij kan persoonlijk letsel of de dood tot gevolg hebben. Volg voor uw eigen veiligheid de onderstaande instructies voor het juiste gebruik van de batterij:
- De batterij kan ontbranden of exploderen als deze niet op de juiste wijze wordt gebruikt. Als u vervormingen, scheuren of andere afwijkingen in de batterij opmerkt, stopt u onmiddellijk het gebruik hiervan en neemt u contact op met de producent.
- Gebruik alleen authentieke, door de producent aanbevolen, batterijopladers en -adapters en laad de batterij alleen op de in deze gebruiksaanwijzing voorgeschreven wijze op.
- Plaats de batterij niet te dicht bij warmtebronnen en stel de batterij niet bloot aan extreem warme omgevingen, zoals een gesloten auto in de zomer.
- Plaats de batterij niet in een magnetron.
- Bewaar of gebruik de batterij niet in een hete, vochtige omgeving, zoals badkamer of douche.
- Plaats de batterij niet voor langere tijd op ontvlambare oppervlakken, zoals matrassen, tapijten of elektrische dekens.
- Laat het apparaat, als het is ingeschakeld, niet voor langere tijd in een afgesloten ruimte.
-
Zorg ervoor dat de polen van de batterij niet in contact komen mot metalen voorwerpen, zoals halskettingen, munten, sleutels of horloges.
-
Gebruik uitsluitond authenticke, door de producent aanbevolen, Lithium-ionbatterijen ter vervanging.
- Haal de batterij niet uit elkaar te halen of maak er geen gal in met een scherp voorwerp.
- Stel de batterij niet bloot aan hoge druk of extreme krachten.
- Stel de batterij niet bloot aan hovige klappen, bijvoorbeeld door deze van grote hoogte te laten vallen
- Stel de batterij niet bloot aan temperaturen boven de 60 °C (140 °F).
- Stel de batterij niet bloot aan vocht of vloeistoffen.
- De batterij mag niet worden blootgesteld aan overmatige hitte, zoals die van de zon, vuur en dergelijke.
Verwijderingrichtlijnen
• Verwijder de batterij met zorg.
- Werp de batterij nooit in een open vuur.
- Athankelijk van uw land of regio kan de regelgeving met betrekking tot de afvoer verschillen. Voer de batterij af volgens de lokale en federale regelgeving.
Richtlijnen voor het opladen van de batterij
Laad de batterij alleen op volgens de procedure in deze gebruiksaanwijzing. De batterij kan ontbranden of exploderen als deze niet op de juiste wijze wordt opgeladen.
Voordat u contact opneemt met een servicecenter
Wanneer u problemen met de camera ondervindt, kunt u eerst de volgende procedures uitvoeren voordat u contact opneemt met een servicecenter. Als u hebt geprobeerd een oplossing te vinden met behulp van deze suggesties, maar nog steeds problemen ondervindt, kunt u contact opnemen met uw plaatselijke dealer of servicecenter.

Wanneer u uw camera naar een servicecenter brengt, moet u ook de andere onderdelen meenemen die mogelijk hebben bijgedragen aan de storing, zoals de geheugenkaart en de batterij..
| Situatie Mogelijke oplossing | |
| De camera kan niet worden ingeschakeld | • Controleer of de batterij in de camera is geplaatst.• Controleer of de batterij op de juiste wijze is geplaatst.• Laad de batterij op. |
| De camera wordt plotseling uitgeschakeld | • Laad de batterij op.• De camera bevindt zich mogelijk in de Spaarstand. (pag. 88)• De camera wordt mogelijk uitgeschakeld om te voorkomen dat de geheugenkaart door een harde schok beschadigd raakt. Schakel de camera weer in. |
| De batterij raakt snel leeg | • De batterij raakt bij lage temperaturen (onder 0 °C) sneller leeg. Houd de batterij warm door deze in uw zak te steken.• Met het gebruik van de flitser en het opnemen van video's raakt de batterij snel leeg. Laad de batterij indien nodig weer op.• Batterijen zijn verbruiksgoederen die na verloop van tijd moeten worden vervangen. Haal een nieuwe batterij als de levensduur drastisch afneemt. |
| Situatie Mogelijke oplossing | |
| Er kunnen geen foto's worden gemaakt | Er is geen ruimte op de geheugenkaart.Wis onncodige bestanden of plaats een nieuwe kaart.Formatteer de geheugenkaart. (pag. 88)De geheugenkaart is defect. Koop een nieuwe geheugenkaart.Controler of de camera is ingeschakeld.Laad de batterij op.Controler of de batterij op de juiste wijze is geplaatst. |
| De camera loopt vast | Verwijder de batterij en plaats deze weer terug. |
| De camera wordt warm | De camera kan warm worden tijdens het gebruik. Dit is normaal en is niet van invloed op de levensduur of prestaties van uw camera. |
| De flitser werkt niet | Mogelijk is de flitser opUit ingesteld. (pag. 44)U kunt de flitser in sommige modi niet gebruiken. |
| De flitser gaat onverwachts af | De flitser gaat mogelijk af vanwege statische elektriciteit. Dit is geen defect van de camera. |
| De datum en tijd kloppen niet | Stel in het scheminstellingenmenu de datum en tijd in. (pag. 88) |
| Het display of de knoppen werken niet | Verwijder de batterij en plaats deze weer terug. |
| Het camerascherm werkt niet goed | Als u de camera bij zeer lage temperaturen gebruikt, kan het cameraschem hierdoor niet goed werken of verkleuren.Voor betere prestaties van het scherm moet de camera bij normale temperaturen worden gebruikt. |
| De geheugenkaart heeft een fout | De geheugenkaart is niet gereset.Formatteer de kaart. (pag. 88) |
| Er kunnen geen bestanden worden afgespeeld of weergegeven | Als u de naam van een bestand wijzigt, kan de camera dit bestand mogelijk niet afspelen of weergeven (de bestandsnaam moet aan de DCF-normen voldoen).In dergelijke gevallen kunt u de bestanden op een computer afspelen of weergeven. |
| De foto's zijn onscherp | Controleer of de ingestelde scherpsteloptie voor close-upfoto's geschikt is. (pag. 46)Reinig de lens indien nodig. (pag. 93)Zorg dat het onderwerp zich binnen het bereik van de flitser bovindt. (pag. 104)Controleer of de lens schoon is. |
| Situatie Mogelijke oplossing | |
| De kleuren in de foto zijn anders dan de daadwerkelijke kleuren | Een onjuiste witbalans kan voor onrealistische kleuren zorgen. Solectoor de juiste witbalansoptie voor de lichtbron. (pag. 55) |
| De foto is te licht | Schakel de flitsor uit. (pag. 44)De foto is overbelicht. Pas de belichtingswaarde aan. (pag. 54) |
| De foto is te donker | De foto is onderbelicht.Schakel de flitser in. (pag. 44)Pas de ISO-waarde aan. (pag. 45)Pas de belichtingswaarde aan. (pag. 54) |
| De foto's worden niet op de televisie weergegeven | Controleer of de camera goed met de A/V-kabel op de externe monitor is aangesloten.Controleer of de geheugenkaart foto's bovat. |
| De computer herkent de camera niet | Controleer of de USB-kabel op de juiste wijze is geplaatst.Controleer of de camera is ingeschakeld.Controleer of het besturingssysteem wordt onderstaund. (pag. 77,83) |
| Tijdens het overbrengen van bestanden verbreekt de computer de verbindingUw computer kan geen video's afspelen | De bestandsoverdracht kan door statische elektriciteit worden gestoord. Koppel de USB-kabel los en suit deze weer aan.Het hangt af van de programma's die u gebruikt voor het afspelen van video's, of de videobestanden kunnen worden afgespeeld. Installeer en gebruik het programma Intelli-studio op uw computer voor het afspelen van videobestanden die u met uw camera hebt opgenomen. (pag. 80)Controleer of de USB-kabel op de juiste wijze is aangesloten. |
| Intelli-studio werkt niet naar behoren | Suit Intelli-studio af on start het programma opniouw.Intell-studio kan niet op Macintosh-computers worden gebruikt.Afhankelijk van de specificaties en instellingen van de computer wordt het programma mogelijk niet automatisch gestart. Kilk in dat geval op de computer op start → Deze computer → Intelli-studio → iStudio.exe. |
Cameraspecificaties
| Beeldsensor | |
| Type 1/2,3 inch (circa 7,76 mm) CCD | |
| Effectieve pixels Circa 16,1 megapixels | |
| Totaal aantal pixels Circa 16,4 megapixels | |
| Lens | |
| Brandpuntsafstand | Samsung 5X Zoom Lons = 4,7 - 23,5 mm(35-mm equivalent: 26 - 130 mm) |
| Diafragmabereik f/3,3 (G) - f/5,9 (T) | |
| Digitale zoom | Fotomodus: 1,0x - 5,0x(Optisch x Digitaal: 25,0X)Weergavernodus: 1,0x - 14,4x(aithankelijk van hot beoldformaat) |
| Scherm | |
| Type TFT LCD | |
| Eigenschap | 2,7 inch (circa 6,9 cm), QVGA (230K) |
| Scherpstelling | |
| Typo | TTL-autofocus (Multi AF, Centrum AF,Gezichtshorkonning-AF, Tracking AF voor objecten,Inteligente gezichtshorkonning-AF) |
| Bereik | Groothoek (G) Tele (T) | ||
| Normaal 90 cm - oneindig 150 cm - oneindig | |||
| Macro 5 cm - 80 cm 100 cm - 150 cm | |||
| Auto macro 5 cm - oneindig 100 cm - oneindig | |||
| Sluitertijd | |||
| Smart Auto: 1/8 - 1/2000 secondoProgramma: 1 - 1/2000 secondeNacht: 8 - 1/2000 seconde | |||
| Belichting | |||
| Bediening Programma AE | |||
| Lichtmeting Multi, Spot, Centr. gewogen, Gezichtsherkenning-AE | |||
| Compensatie ±2 BW (in stappen van 1/3 BW) | |||
| ISO-equivalent Auto, 80, 100, 200, 400, 800, 1600, 3200 | |||
| Flitser | |||
| Modus | Uit, Auto, Rode ogen, Invullits, Langz sync, Anti-rode ogen | ||
| Bereik | Groothoek: 0,2 m - 3,4 m (ISO Auto)Tele: 1,0 m - 1,9 m (ISO Auto) | ||
| Oplaadtijd | Circa 4 soc. (alfhankelijk van de toostand van de batteri) | ||
| Trillingsreductie | |
| DUAL IS [ Oplische beeldstabilisale (OIS) + Digitale beeldstabilisale (DIS)] | |
| Effect | |
| Opnamemodus voor folo's | Smart Filter: Normaal, Miniatuur, Vignetten, Haltoonstio, Schets, Visoog, Anti-nevel, Klassiek, Retro, Negatief, Aangep. RGBBeeld aanpassen: Scherpte, Contrast, Kleurverz. |
| Opnamemodus voor video's | Smart Filter: Normaal, Paleleffect 1, Paleleffect 2, Paleleffect 3, Paleleffect 4, Minialuur, Vignellen, Visoog, Anti-nevel, Klassiek, Retro, Negatief, Aangep. RGB |
| Witbalans | |
| Auto witbalans, Daglicht, Bewolkt, TL-licht H, TL-licht L, Kunstlicht, Aangep. instelling | |
| Datering | |
| Uit, Datum, Datum/tijd | |
| Opname | |
| Foto's | Modi: Smart Auto (Wil, Macro kleur, Portret, Nachportret, Portret met legenicht, Tegenlicht, Kinderen, Landschap, Actie, Statief, Nacht, Macro, Macro tekst, Bauwe lucht, Zonsondergang, Natuurlijk groen, Vuurwerk), Programma, Panorama, Scène (Magisch kader, Beautyshot, Objocmarkering, Nacht, Landschap, Tokst, Zon onder, Dagoraad, Togonl., Strand/snoouw), DUAL IS Srelheid: 1 opname, Continu, Bewegingsopname, AFB Timor: Uit, 10 soc, 2 soc, Dubbel (10 soc, 2 soc) |
| Video's | Modi: Smart-film*, Film* Smart-film: Landschap, Blauwe ucht, Natuurlijk groen, Zon onderBestandsindeing: MUPEG (max. opnametijd: 17 min.) Formaat: 1280 X 720 HQ (Per bestand: max. 4GB), 640 X 480, 320 X 240Framesnelheid: 30 fps, 15 fpsSpraak: Sound Alive Aar/Sound Alive Uit/GedemptVideo bewerken (intem): Pauzeren tijdens opnemen, Foto's maken |
| Weergave | |
| Type | Fén foto, Miniaturen, Diavoorstelling met muziek en effecten, Video, Smart Album*Smart Album-categorie: Type, Datum, Kleur, Week, Gezicht |
| Bewerken | Res.wijz, Draaien, Knippen, Smart filter, Beeld aanpassen |
| Effect | Smart Filter: Normaal, Miniatuur, Vignetten, Softlocus, Oude film 1, Oude film 2, Haltoonstip, Schots, Visoog, Anti-novol, Klassick, Retro, Nogatiof, Aangep. RGBBeeld aanpassen: ACB, Anti-rode ogen, Gezichtretouch., Helderheid, Contrast, Kleuverz., Ruis loevoegen |
| Spraakopname | |
| • Spraakopname (max. 10 uur)• Spraakmomo in een foto (max. 10 sec.) | |
| Opslag | |
| Media | Intern geheugen: circa 12 MBExtern geheugen (optioneel):- microSD-kaart (tot 2 GB gegarandeerd)- microSDI-IC-kaart (tot 8 GB gegarandeerd)Do intomo gehougoncapaciteit kan van deze specifcaties afwijken. |
| Bestandsindeling | Foto: JPEG (DCF), EXIF 2.21, DPOF 1.1,PictBridge 1.0Video: AVI (MJPEG)Audio: WAV | ||||
| Voor 1 GB microSD | |||||
| Superhoog | Hoog Normaal | ||||
| Booldformaat | IGM | 4806 X 3456 | 108 212 312 | ||
| TM | 4806 X 3072 | 123 241 353 | |||
| TM | 4806 X 2592 | 144 283 417 | |||
| 10M | 9848 X 2796 | 170 332 482 | |||
| 5M | 2592 X 1944 | 328 624 682 | |||
| 3M | 1984 X 1499 | 537 990 1373 | |||
| TM | 1920 X 1090 | 882 1471 1931 | |||
| IM | 1024 X 768 | 1626 2575 3090 | |||
| Deze waarden zijn gemeten onder standaardconditions enkunnen variëren, afhankelijk van opnemoomstandighodenen camera-instellingen. | |||||
| Interface | |
| Digitale uitvoer USB | 2.0 |
| Audio Mono (inteme speaker), Mono (microfoon) | |
| Video-uitvoer NTSC, | PAL (keuze) |
| Gelijkstroom-aansluring | 5 V |
| Energiebron | |
| Oplaadbare batterij | Lithium-ionbatterij BP70A(740 mAh, Minmaal 700 mAh) |
| Type aansluiting Micro USB (5-pins) | |
| Afhankelijk van uw roglo kan do onorgicoron vorschillen. | |
| Afmetingen (B x H x D) | |
| 89,6 x 54,8 x 17,5 mm (exclusief uitslekende onderdelen) | |
| Gewicht | |
| 95 g (zonder batterij en geheugenkaart) | |
| Bedrijfstemperatuur | |
| 0 - 40 °C | |
| Bedrijfsluchtvochtigheid | |
| 5 - 85 % | |
| Software | |
| Intell -studio | |
Specificaties kunnen zonder vooralgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Woordenlijst
Automatische contrastverbetering (ACB)
Deze functie verbetert automatisch het contrast van uw beelden wanneer het onderwerp tegenlicht heeft of als er veel contrast is tussen uw onderwerp en de achtergrond.
Opnamereeks met verschillende belichtingen (AEB)
Deze functie maakt automatisch meerdere beelden met verschillenden belichtingen om u te helpen een goedbelicht beeld te maken.
Autofocus (AF)
Een systeem dat automatisch de cameralens scherpstelt op het onderwerp. Uw camera gebruikt het contrast om automatisch scherp te stellen.
Diafragma
Het diafragma bopaalt de hoeveelheid licht die de sensor van de camera bereikt.
Bewegingsonscherpte (vaag)
Als de camera wordt bewogen wanneer de sluiter is geopend, kan het volledige beeld vaag lijken. Dit komt vaker voor wanneer de sluitertijd laag is. Voorkom bewegingsonscherpte door de gevoeligheid te verhogen, de flitser te gebruiken of een hogere sluitertijd. U kunt ook een statief of de DIS- of OIS-functie gebruiken om de camera te stabiliseren.
Compositie
Met compositie wordt de plaatsing van de verschillende elementen in het beeld bedceld. Meestal levert een compositie volgens de regel van dordon een plozierig resultaat.
Een specificatie voor het definiëren van een bestandsindeling en bestandssysteem voor digitale camera's die is gemaakt door de Japan Electronics and Information Technology Industries Association (JEITA).
Scherptediepte
De afstand tussen het dichtstojzijnde en verste punt waarop kan worden scherpgesteld in een foto. De scherptediepte verschilt per diafragma, brandpuntsafstand en afstand tussen de camera en het onderwerp. Als u bijvoorbeeld een kleiner diafragma selecteert, wordt de scherptediepte vergroot en wordt de achtergrond van een compositie vaag.
Digitale zoom
Een functie die op kunstmatige wijze de beschikbare hoeveelheid zoom met de zoomlens vergroot (optische zoom). Als u de digitale zoomfunctie gebruikt, wordt de beeldkwaliteit minder wanneer de vergroting wordt verhoogd.
Digitale afdrukbestelling (DPOF)
Een indeling voor het schrijven van afdrukgegevens, zoals geselecteerde beelden en het aantal afdrukken, op een geheugenkaart. Printers die compatibel zijn met DPOF, soms verkrijgbaar in fotowinkels, kunnen de informatie lezen van de kaart voor eenvoudig afdrukken.
Belichtingswaarde (EV)
Alle combinaties van de camerasluitertijd en diafragma die resulteren in dezelfde belichting.
EV-compensatie
Met deze functie kunt u snel de belichtingswaarde aanpassen die wordt berekend door de camera, in beperkte stappen, om de belichting van uw foto's te verbeteren. Stel de EV-compensatie in op -1,0 EV om de waarde een stap donkerder in te stellen en op 1,0 EV om de waarde een stap lichter te maken.
Een specificatie voor het definiëren van een beeldbestandindeling voor digitale camera's die is gemaakt door de Japan Electronic Industries Development Association (JEIDA).
Belichting
De hoeveelheid licht die de sensor van de camera mag bereiken. Bolichting wordt bepaald door een combinatie van sluitertijd, diafragma en ISO-waarde.
Flitser
Een flitslamp die ervoor zorgt dat er voldoende belichting is in omstandigheden met weinig licht.
Brandpuntsafstand
De afstand van het brandpunt van de lens tot het beeldvlak (in millimeters). Grotere brandpuntsafstanden resulteren in een kleinere beeldhoek en een grotere weergave van het onderwerp. Kleinere brandpuntsafstanden resulteren in een grotere booldhoek.
Beeldsensor
Het fysieke deel van een digitale camera die een fotosite bevat voor elke pixel in het beeld. Elke fotosite neemt de helderheid van het licht op dat de fotosite bereikt tijdens een belichting. Algemene sensortypen zijn CCD (Charge-coupled Device) en CMOS (Complementary Metal Oxide Semiconductor).
ISO-waarde
De gevoeligheid van een camera voor licht, gebaseerd op de equivalente filmsnelheid gebruikt in een filmcamera. Met hogere ISO-waarden gebruikt de camera een hogere sluitertijd, waardoor vervaging kan worden verminderd die wordt veroorzaakt door het bewegen van de camera en weinig licht. Beelden met een hoge gevoeligheid zijn echter veel gevoeliger voor ruis.
Een lossy-methode van compressie voor digitale beelden. JPEG-beelden worden gecomprimeerd om de algehele bestandsgrootte te verminderen met minimale afname van de beeldresolutie.
LCD (Liquid Crystal Display)
Een visuele display die algemeen wordt gebruikt in consumenten elektronica. Dit display heeft een aparte achtergrondverlichting nodig zoals COFL of LED, om kleuren te kunnen reproduceren.
Macro
Met deze functie kunt u close-upfoto's maken van zeer kleine voorwerpen. Als u de macrofunctie gebruikt, kan de camera goed scherpstellen op kleine voorwerpen met een verhouding op bijna ware grootte (1:1).
Lichtmeting
De lichtmeting heeft betrekking op de manier waarop een camera de hoeveelheid licht meet om de belichting in te stellen.
MJPEG (Motion JPEG)
Een video-indeling die wordt gecomprimeerd als een JPEG-beeld.
Ruis
Verkeerd geinterpreteerde pixels in een digitaal beeld die mogelijk worden weergegeven als verkeerd geplaatste of willekeurige, heldere pixels. Ruis treedt meestal op wanneer foto's worden gemaakt met een hoge gevoeligheid of wanneer de gevoeligheid automatisch wordt ingesteld op een donkere locatie.
Optische zoom
Dit is een algemene zoomfunctie waarmee beelden kunnen worden vergroot met een lens en waarmee de beeldkwaliteit niet vermindert.
Kwaliteit
Een uitdrukking van het compressieniveau dat is gebruikt in een digitaal beeld. Beelden met een hogere kwaliteit hebben een lager compressieniveau, wat meestal resulteert in grotere bestanden.
Resolutie
Het aantal pixels in een digitaal beeld. Beelden met hoge resolutie bevatten meer pixels en bevatten meer details dan beelden met lage resolutie.
Sluitertijd
De sluitertijd is de hoeveelheid tijd die nodig is om de sluter te openen en te sluiten. Dit is een belangrijke factor voor de helderheid van een foto, aangezien hiermee de hoeveelheid licht wordt geregeld die door het diafragma op de beeldsensor valt. Met een kortere sluitertijd valt er minder licht naar binnen en wordt de foto donkerder, maar is het ook eenvoudiger om de beweging van het onderwerp te bevriezen.
Vignetten
Een vermindering van de helderheid of de verzadiging van een boeld bij de randen in vergelijking met het midden van het beeld. Vignetten kan de aandacht richten op onderwerpen die in het midden van een boeld zijn geplaatst.
Witbalans (kleurbalans)
Een aanpassing van de intensiteit van kleuren (moestal de primaire kleuren rood, groen en blauw) in een beeld. Het doel van het aanpassen van de witbalans, of kleurbalans, is de kleuren van een beeld correct woergeven.

Correcte verwijdering van dit product (elektrische & elektronische afvalapparatuur)
Dit merkteken op het product, de accessoires of het informatiemateriaal duidt crop dat het product en zijn elektronische accessoires (bv. lader, headset, USB-kabel) niet met ander huishoudelijk afval verwijderd mogen worden aan het einde van hun gebruiksduur. Om mogelijkke schado aan het milieu of de menselijke gozenchoid door ongecontroleerde afvalvorwijdering te voorkomen, moet u deze artikelen van andere soorten afval scheiden en op een vorantwoorde manier recyclen, zodat het duurzame hergebruik van materiaalbronnen wordt bevorderd. Huishoudelijke gebruikers moeten contact opnemen met de winkel waar ze dit product hebben gekocht of met de gemeente waar ze wonen om te vernemen waar en hoe ze deze artikelen milieuvriendelijk kunnen laten recyclen. Zakelijke gebruikers moeten contact opnemen met hun leverancier en de algemene voorwaarden van de koopovereenkomst nalezen. Dit product en zijn elektronische accessoires mogen niet met ander bedrijfsaival voor verwijdering worden gemengd.

Correcte behandeling van een gebruikte accu uit dit product
(Van toepassing op de Europese Unie en andere Europese landen met afzonderlijke inzamelingssystemen voor accu's en batterijen)
Dit merkteken op de accu, gebruiksaanwijzing of verpakking geeft aan dat de accu in dit product aan het einde van de levensduur niet samen met ander huishoudelijk afval mag worden weggegooid. De chemische symbolen Hg, Cd of Pb geven aan dat het kwik-, cadmium- of loodgehaite in de accu hoger is dan de referentieniveaus in de Richtlijn 2006/66/EC. Indien de gebruikte accu niet op de juiste wijze wordt behandeld, kunnen deze stoffen schadelijk zijn voor de gezondheid van mensen of het milieu.
Tor bescherming van de natuurlijke hulpobronnen en ter bevordering van het hergebruik van materialen, verzoeken wij u afgedankte accu's en batterijen to schoidon van andere soorten afval on voor recycling aan te bieden bij het gratis inzamelingssysteem voor accu's en batterijen in uw omgoving.

PlanetFirst duidt op het streven van Samsung Electronics naar een duurzame ontwikkeling en sociale verantwoordelijkheid door middel van milieubewuste bedrijfsvoering.
Index
A
Aanpassen
Contrast
in de opnamemodus 61
in de weergavemodus 74
Helderheid 74
Kleurverzadiging
in de opnamemodus 61
In de weergavemodus 74
Scherpte 61
ACB
in de opnamemodus 54
in de weergavemodus 73
Afdruk 89
Afdrukbestelling 75
AF-geluid 87
AF-lamp 90
Afzonderlijke beelden opslaan van een video 70
Automatische
contrastverbetering (ACB) 54
B
Batterij
Levensduur 97
Opladen 98
Specifications 97
Beautyshot-modus 32
Beeld aanpassen
ACB 73
Anti-rode ogen 73
Contrast 74
Gezichtretouch 74
Helderheid 74
Kleurverzadiging 74
Ruis toevoegen 74
Beginafbeelding 71, 87
Belichting 54
Bestanden beveiligen 66
Bestanden overbrengen
voor Mac 83
voor Windows 77
Bestanden weergeven
als miniatuur 66
Diavertoning 68
op categorie 65
op televisie 76
Bestanden wissen 67
Bewegingsonscherpte 26
Bewerken 71
D
Datum/tijd aanpassen 88
Datumtype 88
Diafragma 34
Diavertoning 68
Digitale zoom 23
Digital Image Stabilization (digitale beeldstabilisatie) 36
DPOF 75
Draaien 71
DUAL IS modus 36
F
Filmmodus 37
Flitser
Anti-rode ogen 44
Auto 45
Invulflits 45
Langz. sync 45
Rode ogen 45
Uit 44
Format 88
Fotokwaliteit 42
Foto's afdrukken 84
Foutmeldingen 92
Framesnelheid 37
Functiebeschrijving 87
Functieknop 14
G
Geheugenkaart
Capaciteit 96
microSD 95
microSDHC 95
Geluid uitschakelen
Camera 16
Video 37
Gezichtsdetectie
Knipperen 51
Normaal 49
Slimme gezichtsherkenning
51
Smile shot 50
Zelfportret 50
Grootte aanpassen 71
H
Half indrukken 6
Helderheid scherm 87
Helderheid van het gezicht 32
Het apparaat loskoppelen 82
|
Instellingen
Camera 88
Display 87
Geluid 87
Openen 86
Intelligente
scènedetectiemodus 38
Intelli-studio 80
Intelli-zoom 24
ISO-waarde 45
K
Knipperen 51
L
Lange sluitertijd 34
Lichtbron (Witbalans) 55
L.meting
Centr. gewogen 55
Multi 55
Spot 55
M
Macro 46
Meebewegende focus 47
Menuknop 14
Mijn ster
Classificeren 64
Gezichten annuleren 64
Gezichten registreren 52
MJPEG 105
Modus-knop 14
Modus Magisch kader 31
Modus Objectmarkering 33
N
Nachtmodus 34
Navigatieknop 14
0
OIS 25
Onderhoud 93
Onvolkomenheden in het gezicht 32
Opnamemodus
DUAL IS 36
Film 37
Programma 36
Scène 30
Smart Auto 29
Opnemen
Spraakmemo 40
Video 37
in de opnamemodus 60
in de weergavemodus 73
Rode ogen
in de opnamemodus 44
in de weergavemodus 73
S
Scènemodus 30
Scherpstelafstand
Macro 46
Normaal (AF) 46
Scherpstelgebied
Centrum AF 48
Meebewegende AF 48
Multi AF 48
Serie-opname
Auto Exposure Bracket (AEB)
57
Bewegingsopname 57
Continu 57
Servicecenter 101
Slimme gezichtsherkenning 51
Sluitertijd 34
Smart Album 65
Smart Auto-modus 29
Smart filter
in de opnamemodus 58
in de weergavemodus 72
Smile shot 50
Snel tonen 87
Spraakmemo
Afspelen 70
Opnemen 40
T
Timer 43
Type weergave 21
V
Vergroten 68
Video 89
Afspelen 69
Opnemen 37
Volume 87
W
Weergaveknop 16
Weergavemodus 63
Witbalans 55
Woordenlijst 108
Z
Zelfportret 50
Zoomen 23
Zoomknop 13

Raadpleeg voor klantenservice of bij vragen de garantie-informatie die met het product is meegeleverd of bezoek onze website http://www.samsung.com/.



















