Tipmatic 6152 DFT - Naaimachine Gritzner - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Tipmatic 6152 DFT Gritzner in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Tipmatic 6152 DFT Gritzner
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Naaimachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Tipmatic 6152 DFT - Gritzner en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Tipmatic 6152 DFT van het merk Gritzner.
GEBRUIKSAANWIJZING Tipmatic 6152 DFT Gritzner
Elektrische aansluiting
Deze naaimachine moet worden gebruikt met het voltage dat is aangegeven op het betreffende plaatje achteraan op de machine.
Opmerkingen over de veiligheid
- Laat kinderen niet spelen met de naaimachine.
Let goed op wanneer deze naaimachine wordt gebruikt door of in de buurt van kinderen.
- Een naaimachine mag nooit zonder toezicht met de stekker in het stopcontact blijven staan.
- Verwijder direct na gebruik en voordat u de machine schoonmaakt de stekker van de naaimachine uit het stopcontact.
- Schakel de naaimachine uit wanneer u iets wilt veranderen in de omgeving van de naald, zoals een draad door de naald halen, een andere naald plaatsen, een andere naaivoet plaatsen en dergelijke.
- Gebruik de naaimachine nooit als het snoer of de stekker beschadigd zijn.
- Houd uw vingers uit de buurt van alle bewegende delen. Wees vooral voorzichtig in de buurt van de naaimachinenaald.
- Gebruik deze naaimachine alleen voor de werkzaamheden waarvoor de naaimachine bedoeld is en zoals die worden beschreven in deze handleiding. Gebruik alleen hulpstukken die door de producent zijn aanbevolen zoals in deze handleiding wordt beschreven.
- Haal altijd de stekker uit het stopcontact voordat u het lampje vervangt. Vervang het lampje door hetzelfde type: 15Watt Max.
GRITZNER®
Inhoud :
| Accessoirebox p.10 | |
| Accessoires p.8 | |
| Achteruit naaien p.24 | |
| Bedienen van de machine p.9 | |
| Bediening p.9 | |
| Benamingen van de onderdelen p.7 | |
| Blindzoomsteek p.31 | |
| Bovendraad inrijgen p.17 | |
| Bovendraadspanning instellen p.23 | |
| Boventransport p.21 | |
| DFT-systeem p.21 | |
| Dikke naden p.29 | |
| Draadafsnijder p.19 | |
| Draadinsteker p.18 | |
| Draadspanning p.15 | |
| Functietoetsen p.25 | |
| Garenklos plaatsen p.12 | |
| Garentabel | p.41 |
| Genaaide zigzag | p.32 |
| Handwiel-koppelschijf | p.11 |
| Hoofdschakelaar | p.10 |
| Inrijgen | p.12 |
| Knoopsgat met vuldraad | p.36 |
| Knoopsgaten | p.35 |
| Knopen aanzetten | p.36 |
| Kofferkap | p.9 |
| Lampje wisselen | p.44 |
| Langzaam naaien | p.9 |
| Naaien uit de vrije hand | p.38 |
| Naald wisselen | p.23 |
| Naaldpositie | p.27 |
| Naaldtabel | p.41 |
| Notities | p.46 |
| Nut- en stretchcombinaties | p.25 |
| Oliën | p.43 |
| Onderdelen | p.8 |
| Onderdraad | p.19 |
| Onderhoud | p.43 |
| Opklapbaar deksel | p.9 |
| Overlocksteek | p.33 |
| Persvoet verwijderen | p.20 |
| Persvoethevel | p.19 |
| Programmatabel | p.3 |
| Rechte steek | p.30 |
| Rits inzetten | p.39 |
| Rolzomen | p.40 |
| Schulpranden | p.34 |
| Siersteken p.26 | |
| Spoel inzetten | p.16 |
| Spoelen | p.11 |
| Spoelen door de naald | p.14 |
| Spoelen van de tweede garenpen | p.13 |
| Spoelhuls | p.16 |
| Steekbreedte | p.27 |
| Steeklengte | p.24 |
| Steekplaat wisselen | p.43 |
| Stopwerk | p.32 |
| Storingen | p.45 |
| Stretchsteken | p.24 |
| Tiptoetsen | p.25 |
| Transporteur uitschakelen | p.23 |
| Voetpedaal aansluiten | p.9 |
| Vrije arm | p.10 |
| Zigzagsteek | p.30 |
| Zoom met tweelingnaald | p.37 |
Programmatabel: niet elastische steken

| No | Benaming | Toepassingen |
| A/B/C | Knoopsgat | Automatisch, zonder de stof te keren, één voor één indrukken en het knoopsgat is klaar. De steekdichtheid is instelbaar. |
| D | Blinde steek met zigzag | Voor een onzichtbare zoombevestiging met tegelijkertijd kantversiering. Speciaal voor elastisch materiaal |
| E | Griekse sttek, breed met zizag | Een klassieke decoratiesteek bijv. voor het borduren op handdoeken. |
| F | Boogsteek | Een klassieke decoratiesteek bijv. voor het borduren op blousjes of tafelkleedjes |
| G | Rechte Steek met 15 naaldposities | Voor alle werkjes met rechte steek en doorstikwerk tot 6mm. |
| Zigzagsteek, instelwiel voor steekbreedte op 0,5 – 5 ▶ | Voor het afwerken en appliceren. Ook voor tapering, ajourborduursels en cordonneerwerk geschikt. | |
| Uiterst linker naaldpositie | Rechte steek: voor alle- naai- en doorstikwerk, waarvoor een linker naaldpositie nodig is.Zigzagsteek: om af te werken, appliceren tapering, ajour- en cordonneerwerk. | |
| Middelste naaldpositie | Rechte steek: voor alle- naai- en doorstikwerk, waarvoor een middelste naaldpositie nodig is.Zigzagsteek: om af te werken, appliceren tapering, ajour- en cordonneerwerk. | |
| Uiterst rechter naaldpositie | Rechte steek: voor alle- naai- en doorstikwerk, waarvoor een rechter naaldpositie nodig is.Zigzagsteek: om af te werken, appliceren tapering, ajour- en cordonneerwerk. |
Programmatabel: niet elastische steken

| No Benaming Toepassingen | ||
| H | Blindsteek | Onzichtbaar zomen in stevige stoffen |
| I | Grieksesteek | Een klassieke steek voor alle effen stoffen |
| K | Schulpsteek | Voor decoratieve zomen en buitenraden op fijn materiaal bijv. bij lingerie |
| L Springsteek | Voor het platstikken van naden bijv. in badstof of van het aan of op elkaar stikken van twee stoflagen. | |
| M | Gestikte zigzag | Voor herstelwerkzaamheden, elastiek opstikken, reparatie in elastisch materiaal, scheurtjes stoppen. |
| IG | Weens esteek | Decoratiesteek, bijv. voor woningstextiel |
| LC | Keizer steek, smal | Een fijne decoratiesteek |
| LG Keizer steek, breed | Een fijne decoratiesteek | |
| U Grieksesteek | Een klassieke decoratiesteek | |
| No | Benaming | Toepassingen |
| D | Pauwensteek | Een feestelijke steek op alle unistoffen |
| E | Bedeksteek Voor het doorstikken | en overstikken van rekbaar materiaal, zoals bandjes zomen en biesjes |
| F | Heksensteek Een decoratieve stre | tchsteek voor het afzomen resp.omnaaien van zomen op pyjama's en joggingpakken. |
| G | Drievoudige stretch rechte steek | Voor naden die extra versterkt moeten worden, rekt mee bij elke belasting, zonder dat de draad knapt. |
| Drievoudige stretch zigzagsteek | Bijzondere platte, elastische naadversteviging bv. in foundation, is tevens een siersteek | |
| H | Pulloversteek Elastische sluit- en | afwerknaad voor grof breiwerk. De stof dient daarbij 180° te worden gedraaid |
| I | Gesloten overlocksteek | Rekbare sluit- en afwerknaad voor rafelend materiaal |
| K | Open overlocksteek Een sluit- en | afwerknaad voor stviger of midner ralfend materiaal |
| L | Veertjessteek Voor het plat-of teg | en elkaar naaien van naden of van twee aan elkaar liggende stoflagen. Ook voor rekbaar materiaal |
| M | Wafelsteek Voor het opnaaien van | en elastiekbandjes, het platnaaien van badstofnaden en voor sierzoomnaden. |
| EK | Slakkensteek | Een decoratiesteek bijv. voor woningtextiel |
| No Benaming Toepassingen | |
| EL Diagonale bedeksteek | Voor het doorstikken resp. bedekken van rekbaar materiaal, zoals bandjes, zomen of biesjes |
| FG Turkse steek met zigzag | Een doorstiknaad voor patchwork en quilten |
| ID Twijgsteek | Elastische decoratiesteek |
| IF Vinnensteek Voor het omnaaien van zomen bijv. op pyjama's en joggingpakken. De stof dient daarbij 180° gedraaid te worden | |
| IG Wimpelsteek | Een decoratiesteek, eveneens als bedeksteen geschikt |
| KM Koordsteek | Een luchtige siernaad |
| LC Hollandse steek, smal | Een decoratiesteek |
| LD Hollandse steek | Een decoratiesteek |
| LG Randsteek | Een decoratiesteek |
| LI Weefsteek | Een siersteek |
| LK Diagonaalsteek | Een elastische decoratiesteek |
| LMK Driehoeksteek | Een elastische decoratiesteek |
| MG Florentijnse steek | Een elastische decoratiesteek |


I. Belangrijke onderdelen
1 Handgreep
2 Deksel
3 Vliegwiel
4 Koppelschroef
5 Siersteken draaiknop (model 6152)
6 Hoofdschakelaar
7 Elektrische aansluiting
8 Tiptoetsen
9 Steeklengteknop
10 Draadhefboom
11 Bovenspanning
12 Inrijggleuf
13 Draadinrijger
14 Voethouder met naaivoet
15 Afneembare accessoirebox (vrije arm)
16 Grondplaat
17 Persvoethevel
18 Naaldhouder met klemschroef
19 Achteruit toets
20 Dubbel Stoftransport (DFT)
21 Steekbreedteknop
22 Naaldpositieknop
23 Programmatabel
24 Spoelwinder
25 Lampje (Max. 15Watt)
26 Persvoetbar
27 Naaldplaat
28 Garenpen

Accessoires
- Standaard naaivoet met DFT
- a : Siersteekvoet met DFT b : Siersteekvoet
- Blindzoomvoet met DFT
- Ritsvoet met DFT
- Knoopsgatenvoet
- Stopvoet
- Rolzoomvoet
- Boord geleider
- Open applicatievoet
- Overlockvoet met DFT
II. Het bedienen van de machine

De voetpedaal en de gebruiksaanwijzing kunt u in het binnenvak van de kofferkap opbergen.

Het deksel omhoog zetten

Op de binnenkant van het opklapbaar deksel zijn de naaiprogramma's afgebeeld

Voetpedaal aansluiten
Verbindt de stekker van het pedaal met het contact van de naaimachine, en met het stopcontact. Het naaiempo wordt door het indrukken van de pedaal geregeld. Daarnaast kunt u het naaiempo ook regelen met de schuifschakelaar aan de achterkant van het pedaal.
Schakelaar ▶ = halve snelheid Schakelaar ◀◀= volle snelheid

Bij het indrukken van de hoofdschakelaar gaat het naailampje branden. Nu kan er met de naaimachine worden gewerkt.

Open het werkblad en neem de accessoiresbox eruit

De accessoires zijn genummerd, Sorteer deze in de betreffende vakjes van de accessoiresbox.

Werkblad verwijderen/vrije arm
Om met de vrije arm te kunnen naaien, draait u het werkblad geheel naar links en tilt u het bij het scharnierpunt uit de machine.
Let u erop, dat bij het terugplaatsen en terugdraaien van het werkblad de accessoiresbox gesloten is en het werkblad weer geheel op de vrije arm aansluit.

De machine op het spoelen voorbereiden
Houdt het handwiel vast en draai de handwiel-koppelschijf in de pijlrichting tot aan de aanslag. Daardoor staat de naald tijdens het spoel-opwinden stil.

Spoel op de winder plaatsen.
Plaats de lege spoel zodanig, dat de zwarte stift van de spoelwinder in het gaatje van de spoel past.

Druk nu de spoel naar rechts.
Attentie:
De machine kan alleen spoelen indien de spoelwinder op de rechter stand staat.

Spoelen vanaf de garenpen
Schuif het naaigaren op de garenpen. Voor het gelijkmatig afrollen van het garen en voor het vastzetten van de klos moet u al naar gelang de dikte van de klos een bijpassende afrolschijf op de garenpen schuiven.
Inrijgen
Het naaigaren van achter naar voor in de geleider A leggen en door opening B naar rechts onder de haak D trekken. Het begin van de draad meermaals rechtsom om het spoeltje wikkelen.
Voetpedaal indrukken
Het begin van de draad vasthouden en het voetpedaal indrukken. Zodra de spoel vol is, eindigt het opwonden automatisch. De draad doorknippen, de spoel naar links drukken en van de winder nemen.
Niet vergeten:
De handwiel-koppelschijf weer tot aan de aanslag terugdraaien. Dan het handwiel naar u toe draaien tot het inklikt.

Spoelen van de tweede garenpen
Steek de tweede garenpen in de daarvoor bestemde holte en het naaigaren erop.
Inrijgen
Het naaigaren van achter naar voor in de geleider C leggen en door opening B naar rechts onder de haak D trekken. Het begin van de draad meermaals rechtsom om het spoeltje wikkelen.
Voetpedaal indrukken
Het begin van de draad vasthouden en het voetpedaal indrukken. Zodra de spoel vol is, eindigt het opwonden automatisch. De draad doorknippen, de spoel naar links drukken en van de winder nemen.
Niet vergeten:
De handwiel-koppelschijf weer tot aan de aanslag terugdraaien. Dan het handwiel naar u toe draaien tot het inklikt.
Tip:
Indien de bovendraad reeds in ingeregen, kunt u zonder problemen vanaf de tweede garenpen opspoelen, zonder de machine uit te rijgen.


Spoelen door de naald
Ook bij een geheel ingeregen machine is het mogelijk om te spoelen. Zet de persvoet omhoog. Trek de bovendraad onder de naaivoet door en dan door de rechter inrijggleuf naar boven.
Rijg nu de draad van links naar rechts door de draadhefboom.
De hefboom moet daarbij in zijn bovenste stand staan.

Trek de draad vervolgens naar rechts onder geleidingshaak D. wikkel de draad dan meermaals om het spoeltje. Het voetpedaal indrukken en het spoelen door de naald kan beginnen.

Houdt de grijperklep aan de zijkant vast en draai de klep naar u toe.

Trek het klepje van de spoelhuls naar u toe en trek de spoelhuls eruit. Laat het klepje los en neem de lege spoel eruit.

Voor een optimaal steekbeeld en een duurzaam stiksel, moeten boven- onderspanning precies op elkaar zijn afgestemd. De verknoping van het garen vindt tussen beide stoflagen plaats. Bij siernaden en knoopsgaten moet de verknoping aan de onderkant zichtbaar zijn.

Plaats de volle spoel met de draad van u af in de spoelhuls. Trek daarbij zijdelings in gleufje A, daarna onderspanningsplaatje B (zie pijl) tot hij in het gaatje blijft liggen.
Controleren:
Wanneer u aan de draad trekt, moet de spoel met de klok meedraaien.
Onderdraadspanning controleren
Laat de spoelhuls aan het garen hangen en trek de draad met korte rukjes omhoog. Daarbij mot de spoelhuls trapsgewijs zakken.
Spanning corrigeren:
Door het instelschroefje C (altijd) minimaal naar links te draaien, wordt de spoelspanning zwakker. Draait u het instelschroefje C minimaal naar rechts, dan wordt de spoelspanning vaster.
Spoelhuls inzetten
Houdt het klepje F van de spoelhuls vast en schuif tot de aanslag op stift D van de grijper. Het open gedeelte E van de huls moet naar boven wijzen.
Controleren:
Trek met een rukje aan de spoeldraad, daarbij mag de spoelhuls niet uit de grijper vallen.

De persvoet omhoog zetten. Het handwiel naar u toe draaien tot de draadhevel helemaal boven staat. Schuif het garen op de garenpen en zet het vast met een passende afrolschijf.
Trek het garen nu met beide handen in de draadgeleider A en onder geleidingshaakje D. Leidt de draad door de linker inrijggleuf naar beneden. Het garen van links naar rechts om punt E omhoog leiden door de rechter inrijggleuf tot de draadhevel. Daar moet de draad van links naar rechts door de draadhevel worden getrokken. Daarna door de rechter inrijggleuf weer naar beneden en tot besluit de draad vanaf de zijkant achter een van de twee draadgeiders boven de naald trekken.
Hoe u de naald door de naald steekt is op de volgende pagina beschreven.

Het inrijgen van de naald gaat vlot en eenvoudig met behulp van de draadinsteker. De persvoet omlaag brengen.
Aan het handwiel draaien tot de naald in de hoogste stand staat. Druk nu de insteker geheel naar beneden en duw hem dan van u af naar de naald toe tot het haakje door het oog van de naald steekt. De draad voor de naald onderin in het haakje hangen.
Laat nu de insteker terug draaien en laat het garen voorzichtig los. Tegelijkertijd de insteker terug naar boven laten glippen. Nu kunt u de draadlus verder door het oog van de naald trekken.

Met persvoethevel word de persvoet omhoog of omlaag gebracht.

Onderdraad omhoog halen
De naaivoet omhoog zetten. Houdt de bovendraad vast en draai het handwiel naar u toe, tot de naald weer in de hoogste stand staat en de onderdraad een lus heeft gevormd. Even aan de bovendraad trekken en de draad helemaal naar boven brengen.

Sluit nu de grijperklep en leidt de draden onder de naaivoet door naar links

De draden achterin de draadafsnijder leggen en naar u toe trekken.

Naaivoet verwijderen
De naald in de hoogste stand brengen. Druk gelijktijdig het voorste gedeelte van de naaivoet omhoog en het achterste gedeelte omlaag tot de voet vrij van de persvoethouder komt.

Les de persvoet zodanig onder de persvoethouder, dat bij het omlaag brengen van de persvoethevel de stiften van de voet in de holte van de persvoethouder klikken.

Door de naaivoet omhoog te brengen kunt u nagaan of de persvoet goed vastzit.

Het DFT-systeem / geïntegreerd dubbel stoftransport (boventransport)
Voor het verwerken van problematische materialen heeft GRITZNER dé ideale oplossing: het ingebouwd dubbel stoftransport (DFT-systeem). Net als bij industriële naaimachines wordt daarmede de boven- en onderlaag van het naaigoed gelijktijdig getransporteerd. De stof wordt nauwkeurig geleid! Bij tere of lastige stoffen zoals viscose zal het dubbel stoftransport het optrekken van naden voorkomen. Het resultaat as altijd gladde naden.

Bij alle werkzaamheden met het boventransport kunnen uitsluitend naaivoeten met een uitsparing aan de achterzijde worden gebruikt.
De naaivoet omhoog zetten. Druk nu het boventransport naar beneden tot het inklikt.

Boventransport uitschakelen
Pak het boventransport op de gemerkte plaats tussen duim en wijsvinger vast. Druk het boventransport iets naar beneden, leidt het naar de achterzijde en laat het dan langzaam omhoog glippen.

Verwijderen: Breng de naaivoet in de hoogste stelling en zet de naald in de hoogste stand. Nu de naaldslotschroef losdraaien en de naald naar beneden uit de houder nemen.
Inzetten: De platte kant van de kolf A moet naar de achterkan wijzen. Met de naaivoet omlaag de naald tot de aanslag omhoog in de houder schuiven en met het slotschroefje vastdraaien.

Bovendraadspanning instellen
De gewenste instelwaarde van de bovendraadspanning met behulp van de markering A instellen.
Voor het normale naaiwerk

Transporteur uitschakelen
Voor sommige naaiwerkjes, bijv. stoppen in een borduurring, moet de transporteur worden uitgeschakeld. Daartoe opent u de grijperklep en schuift u schuif B geheel naar rechts. De transporteur is nu uitgeschakeld.

Achteruit naaien
Zolang u de achteruittoets ingedrukt houdt, naait de naaimachine achteruit.

Instelwiel voor de steeklengte
Met het instelwiel voor de steeklengte kunt u de steeklengte tussen 0 en 6 mm traploos instellen door de gewenste steeklengte naast de instelmarkering te kiezen.

Tussen de cijfers 0 en 1 vind u het symbool "knoopsgat". In deze sector ligt de optimale steekdichtheid voor het naaien van knoopsgaten en om te borduren. Hoe verder u richting 0 draait, des te korter wordt de steek.

Voor het naaien van de stretchsteken in de gekleurde velden moet het lengte-instelwiel naar beneden tot de aanslag in de gekleurde sector worden gedraaid. Het stretch-symbol is dan zichtbaar

Tiptoetsen : nutsteken instellen
Aan ieder programma zijn letters toegevoegd, die u ook op de tiptoetsen vindt. Door het indrukken van een of meerdere toetsen wordt een programma geselecteerd en de machine is gereed om te naaien.
Toets B is voor het vrijmaken van ingedrukte tiptoetsen
In het opklapbaar deksel vindt u de programmatabel met alle nutsteken en steekcombinaties.
Aanwijzing:
Bij de verscheidene modellen (6122 en 6152) zijn verschillende steekcombinaties mogelijk. De steekcombinaties die met uw machine mogelijk zijn, vindt u op de afgebeelde programmatabel aan de binnenkant van het opklapbaar deksel.

Tiptoetsen: stretchsteken instellen
Alle steken met de gekleurde achtergrond zijn stretchsteken, d.w.z. ze zijn voor rekbaar materiaal geschikt. Druk de gewenste toets naar beneden en draai het instelwiel voor de steeklengte tot de aanslag in de gekleurde sector.
Met toets B kunt de ingedrukte toetsen weer vrij maken.
Belangrijk: bij het naaien van de nutsteken moet het instelwiel voor siersteken (model 6152) uitgeschakeld zijn, dus op • staan.

Nut- en stretchcombinaties
door het intoetsen twee of meerdere toetsen kunt u combinaties bij de nutsteken maken. Het instelwiel voor de steeklengte kan daarbij zowel in het normale naaibereik als ook in het stretchbereik zijn.
Alle steekcombinaties staan afgebeeld op de programmatabel in het deksel van de machine. Met toets B kunnen de toetsen weer worden vrijgemaakt.

Instelwiel voor de siersteken (model 6152)
Elke siersteek is gekenmerkt met een letter. Eerst een motief kiezen uit de programmatabel en dan met het sierstekeninstelwiel de betreffende letter onder instelmarkering draaien. De steeklengte instellen tussen 0,5 en 1mm

Siersteken en combinaties (model 6152)
Deze combinaties kunt u bereiken door het indrukken vaneen van de toetsen in verbinding met het instelwiel voor de siersteken. Een overzicht over de mogelijkheden van de combinaties vindt u op het deksel. De steeklengte ligt tussen 0,5 en 1mm. Bij de aanwijzing "stretch" het instelwiel voor de steeklengte tot de aanslag naar boven, d.w.z. op de gekleurde sector draaien.


Instelwiel voor de steekbreedte
De steekbreedte kan met het instelwiel A traploos worden veranderd. Bij het instellen van de breedte mag de naald zich niet in de stof bevinden.
Basisinstelling: het instelwiel voor de steekbreedte op het symbool zetten.
Uitzondering: de rechte steek wordt met steekbreedte 0 genaaid.
In het hoofdstuk "Nutsteken en praktisch naaien" vindt u in de tabellen tips voor de steekbreedte-instelling van enkele steken. Ook tijdens het naaien heeft u de mogelijkheid de steekbreedte te veranderen.
Instelwiel Naaldpositie
Behoudens de middelste naaldpositie kunnen veertien verdere naaldposities worden geselecteerd door het instelwiel B voor de naaldpositie trapsgewijs naar links resp. naar rechts te draaien. De uiterst linkernaald positie bereikt u, door het instelwiel tot de aanslag naar rechts te draaien. De uiterst rechter naaldpositie wordt ingesteld door het instelwiel naar links te draaien. De naald mag bij het veranderen van de naaldpositie niet in de stof steken.
Nutsteken
en praktisch naaien
Bovendraadspanning
Om een perfect stiksel te krijgen moeten de boven- en onderdraadspanning goed op elkaar zijn afgestemd. De normale instelling voor nuttige steken ligt in het bereik tussen 4 – 5.
Controleer de spanning met een brede zigzagsteek. De verknoping van de draden moet daarbij in het midden tussen de stoflagen liggen.
Bij een te vast ingestelde bovendraadspanning ligt de verknoping bovenop de stof. Bij een te los ingesteld bovendraadspanning ligt de verknoping onder de stof.
Naaitip voor dikke naden
Om bij dikke stof, aan het begin van de naad of over een verdikking, een regelmatig transport te verkrijgen, raden wij u aan een stukje stof van gelijke dikte achter de naald onder de naaivoet te leggen, zodat dit dan recht op het naaiwerk rust.

De steeklengte kan naar wens tot 6mm worden ingesteld. Verscheidene werkzaamheden kunnen door het wijzigen van de naaldpositie gemakkelijker uitgevoerd worden, bijv. het doorstikken van een kraag of het inzetten van een ritssluiting. U hebt de keuze uit 15 naaldposities.
Let erop, dat de naald bij het instellen van de positie in de hoogste stand staat.


Voor het afwerken van verschillend materiaal is behalve de overlocksteek ook de zigzagsteek, steekbreedte 5 geschikt. Daarbij mag de stof maar voor de helft onder de naaivoet liggen. Let er bij het afwerken van de stofranden op, dat de naald afwisselend in en buiten de stofkant steekt.
Voor het afwerken van de kant moet de naald in de stof steken en vervolgens naast de kant. De afwerkbreedte kan tot op 2 mm worden verkleind.
Voor het afwerken van lastige dunne stoffen, is de blindzoomvoet zeer geschikt. Bij het naaien wordt de draad over staafje C gelegd en dat voorkomt het omrollen van de stofkant. De bovendraadspanning daarbij iets lager zetten.
De knipkant moet aansluitend langs de geleider B worden gevoerd. Deze kunt u met stelschroef A verzetten.
Belangrijk: Bij gebruik van de blindzoomvoet voor het afwerken met de zigzagsteek stelt u de rechter naaldpositie in het bereik tussen 3-5mm (geen andere naaldpositie gebruiken)

De blindzoomsteek leent zich het beste voor onzichtbare zomen, handmatig zomen vervalt in de meeste gevallen. Voor gebreide stoffen blindzoomsteek H En voor stretchstoffen blindzoomsteek D
• De zoomkant afwerken
- De zoom op zoombreedte naar binnen omslaan
- Sla het werkstuk zover terug dat de afgewerkte zoomkant 1 cm naar buiten steekt.
- Nu de stof zo onder de voet leggen, dat de vouw in de bovenlaag aansluitend langs geleider B ligt.
- Selecteer met het instelwiel voor de naaldpositie de rechter naaldpositie.
- Bij het insteken in de vouw met de naald maar één weefseldraad opnemen.
Steek D of H is een elastische blindzoomsteek. De zoom wordt genaaid en gelijktijdig afgewerkt, d.w.z. het extra afwerken van de stofnaad vervalt daardoor.

Opgelet: Als de steken aan de rechterkant zichtbaar zijn, moet de geleider B met behulp van de stelschroef A iets naar links worden geplaatst.
Tip: Indien u blindzoomsteek H of blindzoomsteek D wilt naaien met een steekbreedte van minder van 5 mm, gebruik dan de standaard naaivoet.

Behalve voor verstelwerkzaamheden wordt deze steek vanwege zijn hoge elasticiteit ook gebruikt voor het aan- of opnaaien van dubbelwandig- of enkeltailleband en gewoon elastiek bijv. bij ondergoed.
- Knip het oude elastiek direct aan de kant af.
- Rimpel de stof op maat met de 6mm lange rechte steek.
- Schuif het zo voorbewerkte deel tussen of onder het elastiek en steek het overdwars met kopspelden vast.
- Met de genaaide zigzagsteek vastnaaien. Het einde van het band iets laten overlappen en eveneens met de genaaide zigzagsteek vastzetten.

Stoppen met de genaaide zigzag
Beschadigde plekken repareren? Met de genaaide zigzagsteek lukt stoppen altijd.
- Verstevig de beschadigde plek en naai zoveel rijtjes naast elkaar tot de beschadiging bedekt is. Let bij keerpunten erop dat de steken in elkaar grijpen.
Hoe ziet een overlocksteek eruit?
Voor elastische en gebreide stoffen bieden de steken op uw Köln een keuze van overlocksteken, waarmee u in één bewerking tegelijkertijd twee delen aan elkaar kunt naaien en afwerken. Ze zijn rekbaarder dan gewone stiksels, zeer duurzaam en bovendien vlug genaaid.
TIP: wij adviseren bij het naaien van overlocknaden de blindzoomvoet te gebruiken. U kunt daarmee de naad steeds gelijkmatig geleiden en u voorkomt tevens, dat bij bredere naden de stof trekt. Vergeet niet om de rode markering van de naaivoet naar rechts te zetten. Zo geleidt u de rand van de stof.

Met deze steek kunt u stevige materialen die niet erg rafelen, zonder problemen aan elkaar naaien. TIP: Let erop, dat de naald net buiten de rechter stofkant insteekt.

Gesloten overlocksteek
Met deze steek kunnen jersey-kwaliteiten perfect worden afgewerkt. U kunt er eveneens mouwboordjes of tricotkragen mee aanzetten.
TIP: Let erop, dat het boordje tijdens het aannaaien iets moet worden uitgerekt.
OPGELET!
Indien u, tijdens het afwerken met de overlocksteek, een andere steekbreedte kiest dan 5mm, moet u erop letten dat de naald niet op de stift van de naaivoet komt. De naald kan dan breken.
Schulpranden
De schulprand heeft een bijzondere uitwerking op dunne, zachte weefsels zoals zijde, viscose en charmeuse.
Ze wordt meestal gebruikt voor het afwerken van ondergoed.
Hoe vaster de bovendraadspanning staat ingesteld, hoe dieper de schulpjes worden.
- De stofkant eerst afwerken en de naadtoeslag, naar de linker stofkant strijken.
- Erop letten, dat de stof tijdens het naaien maar voor de helft onder de naaivoet loopt. Daardoor wordt het schulpeffect versterkt.
TIP: Door het meevoeren van een dik en kleurig, los gedraaid woldraadje versterkt u de schulprand en ontstaat er gelijktijdig een mooie contrasterende afwerkrand. In plaats van een dikke woldraad kan eronder ook een gekleurd reepje dunne stof (dubbel) worden meegevoerd.

Het naaien van knoopsgaten is met alle Köln modellen eenvoudig. Omdat de stof niet gedraaid hoeft te worden. Normaal worden knoopsgaten in verstevigde, dubbele stof genaaid. Desondanks is het bij menig materiaal zoals bijv. zijde, organza en viscose nodig, dat daaronder nog dubbel vloeipapier wordt meegevoerd, zodat de stof tijdens het naaien niet uitrekt.
Ook Avalon (van Madeira) leent zich hiervoor uitstekend. Het is een speciale vlieseline dat in water oplost. Bij materiaal zoals fluweel, leer of dikke wollen stoffen, transporteert de machine anders. Dan kan de vlieseline zowel onder als op de stof worden gelegd. Het transport wordt dan door de stof minder afgeremd. Desondanks is het soms nodig (bij dikke mantelstof bijv.) met de standaard naaivoet de knoopsgaten te maken.
Het mooiste steekbeeld krijgt u met top en borduurgaren.
Geef met behulp van een textielstift of kopspeld de beginpunten van de knoopsgaten aan en probeer ze eerst uit op een proeflapje. Bij dikke stoffen de rupsen grover afstellen.
ATTENTIE: Steeds als u een knoopsgat begint, de slede van de voet geheel naar u toe schuiven, d.w.z. de rode pijl ligt parallel langs het eerste streepje. De rode streepjes op de voet zijn om de 0,5cm aangebracht. Ze geven u houvast bij het bepalen van de lengte van het knoopsgat.
Wij adviseren u voor het openknippen van een knoopsgat een tornmesje te gebruiken.

Plaats de steeklengte knop op de positie van de knoopsgaten. Zet de bovenspanning op de knoopsgaten positie.
- Plaats de knoopsgatvoet en schuif de slede van de voet geheel naar u toe.
- Kies knoopsgatsteek 1 (C) en naai de rechter rups van het knoopsgat tot de gewenste lengte. Knip de bovendraad na een paar steekjes af.
- Kies knoopsgatsteek 2 (B). Houd de toets ingedrukt voor het maken van enkele trensteken.
- Kies knoopsgatsteek 3 (A) en naai de linker rups van het knoopsgat tot de gewenste lengte.
- Kies knoopsgatsteek 2 (B). Houd de toets ingedrukt voor het maken van enkele trensteken.
- Laat toets B los en naar enkele afhechtsteken.
- Knip het knoopsgat met een schaar of tornmesje voorzichtig open.
Attentie: Indien u heel fijne knoopsgaatje wilt naaien kunt u de knoopsgatbreedte met het instelwiel voor de steekbreedte tot op 3mm verminderen. Gebruik hiervoor de middelste naaldpositie.

Knoopsgat met vuldraad
Om de duurzaamheid van knoopsgaten bijv. in sportkleding te behouden, is het verstandig deze met vuldraad te verstevigen.
Ook bij alle rekbare materialen is de vuldraad belangrijk, omdat deze het uitrekken van een knoopsgat voorkomt.
- Maak een lus van de vuldraad, leg deze over het achterste nokje A en trek de draadjes onder naaivoet recht naar voren.
- Span de draadjes rechts en links in het nokje B
- De slede van de voet tot de aanslag naar voren schuiven en het knoopsgat maken zoals voorheen is beschreven.
- Trek de lus van de vuldraad in het knoopsgat en knip de draden af.


Met de zigzagsteek (steekbreedte 4mm) kunt u knopen met twee of vier gaatjes eenvoudig aanzetten.
- Naaivoet verwijderen en de transporteur verzinken.
- Draai het handwiel naar u toe en verschuif het geheel zodanig, dat de naald in het linkergat van de knoop steekt.
- Breng nu de persvoethouder omlaag, waardoor de knoop wordt vastgehouden.
- Naai de knoop nu aan. Let erop, dat de naald ook in het rechter gaatje steekt.
Vastnaaien
- Rechte steek door draaien van het instelwiel voor de breedte op 0 instellen.
- Naaldpositie met instelwiel zodanig veranderen, dat de naald in één van beide gaatjes steekt.
- Enkele afhechtsteken naaien.

Zoom met de tweelingnaald
De tweelingnaald is niet alleen inzetbaar voor borduurwerk of biesjes, maar u kunt er ook doorstikwerk mee uitvoeren.
Professionele zomen in rekbaar materiaal zoals in T-shirts, gebreide stof os sportkleding kunt u vlot en eenvoudig met de tweelingnaald verwerken. Tweelingnaalden zijn verkrijgbaar in verschillende breedten. De gebruikelijke breedte voor doorstikwerk is 4mm. Let erop, dat u bij stretchstoffen uitsluitend een stretchnaald gebruikt. Om te vermijden dat de naald de steekplaat raakt, stelt u deze op de middelste naaldpositie in.
- Strijk de zoom eerst op de gewenste breedte om.
- Daarna de zoom aan de rechter stofkant op de dubbele laag doorstikken.
- Ten slotte de overtollige stof van de zoom langs het stiksel wegknippen.
TIP: Bij ribfluwelen stoffen of ander stretchmateriaal kunt u de zoom beter rijgen.
Naaien uit de vrije hand
Stopvoet aanzetten:
Breng de naald in de hoogste stand. Druk de beugel van de voet tegen het achterstuk en schuif de stift tot de aanslag in gat C. daarbij wordt geleidervork G om de naaldstang gelegd. De beugel E moet over de naaldklemschroef F liggen. Nu met schroef D vastdraaien.
Uit de vrije hand positie:
Druk de persvoetlichter iets van u af bij het omlaag brengen van de voet. Dan valt hij vanzelf in de eerst stand B (uit de vrije hand positie)
• Transporteur verzinken
- Haal de onderdraad naar boven en houd de draden bij de beginsteken vast.
- Kies een rechte steek of een zigzagsteek.
- Houd een gelijkmatige snelheid aan en verplaats de stof met de hand.
TIP: Verplaats de stof voor gelijkmatige steken gelijkmatig en rustig. Verplaats de stof zo, dat de steken niet kruisen.

Er zijn verschillende mogelijkheden om ritsen in te zetten. Voor rokken is de aan beide zijden bedekte ritssluiting aan te bevelen, voor heren- en dames pantalons de eenzijdige bedekte ritssluiting. De vakhandel biedt verschillende ritsen aan. Wij adviseren u voor vaste stoffen zoals jeans, een metalen rits te gebruiken. Voor alle andere stoffen een kunststof rits.
Bij alle soorten ritsen is het belangrijk dicht langs de tandjes van de rits te naaien. Daarvoor kunt u de ritsvoet links of rechts plaatsen.
Aanvullend kunt u met behulp van de 15 naaldposities de naald zodanig instellen, dat hij krap naast de tandjes insteekt. Is de naaivoet rechts geplaatst, dan mag de naaldpositie alleen naar rechts worden verschoven. Is de naaivoet links geplaatst, dan mag de naald alleen naar links verschoven worden.
Aan beide zijden bedekte ritsluiting
- De ritsvoet rechts plaatsen
- Rijg af speld de rits in en leg hem zo onder de naaivoet, dat de tandjes van de rits naast de voet lopen. De rits openen.
- De rits tot de helft instikken, de naald in de stof laten staan, de naaivoet omhoog brengen en de rits sluiten.
- Nu kunt u de naad tot het einde van de rits naaien en de dwarsnaad stikken.
- De tweede ritshelft parallel op dezelfde afstand stikken.
- Stop kort voor het einde en laat de naald in de stof staan. De naaivoet omhoog brengen en de rits openen.
- Nu kan de naad zonder obstakels tot aan het einde worden genaaid.


Zomen met de rolzoomvoet
Met de rolzoomvoet kunt u zonder problemen een blouse, sjaal of volant met een rechte steek zomen, zonder deze vooraf te strijken. Doordat de rand omgerold wordt ontstaat een keurige en duurzame zoom, rafels krijgen geen kans.
- Vouw het begin van de zoom ca. 2mm in.
- Leg de ingevouwen zoom onder de zoomvoet en naai enkele steken.
- De naald in de stof laten, de voet omhoog brengen en de zoom in de zoomtrechter leiden.
- De naaivoet omlaag brengen en de stof in een rechte lijn in de zoomtrechter begeleiden. Let daarbij op, dat de stof niet onder de rechter voethelft loopt.
TIP: Bij zijde, viscose en voering en ook bij chiffonstoffen komt de rolzoom met een zigzagsteek bijzonder goed tot zijn recht.

III. Garen en naald tabel
| StofkwaliteitDUN | StofkwaliteitMIDDEL | StofkwaliteitDIK |
| Naald60 70 75 | Naald80 90 | Naald100 110 120 |
Vorm van de naalpunt ;
| Benaming | Profiel Naaldpunt en naaldoog Geschikt voor: | ||||
| 130/705 HNaalddikte70/80 | ![]() | Kleine bolvormige punt. | Universele naald voor fijnmazige synthetische weefsels: linnen, katoen, batist, chiffon, organdie, wol, zijde, sierrandjes en borduurwerk. | ||
| 130/705H-SUKNaalddikte70/110 | ![]() | Bolvormige punt middel | Grofmazige gebreide stoffen, fijnmazig gebreid materiaal: lastex, interlock, simplex, quiana | ||
| 130/705H-PSNaalddikte75/90 | ![]() | Kleine bolvormige punt.Klein naald oog | Speciaal voor PFAFF ontwikkelde stretchnaald. Bijzonder geschikt voor delicate stretchstoffen; zijden jersey | ||
| 130/705H-SKFNaalddikte70/110 | ![]() | Grote bolvormige punt | Grofmazige foundation: lycra, simplex, lastex | ||
| 130/705H-JNaalddikte90/110 | ![]() | Spitse naaldpunt | Keper, werkkleding, zwaar linnen, jeans, fijn zeildoek | ||
| 130/705H-LRNaalddikte70/120 | ![]() | Snijpunt (rechts snijdend) Leer, wildleer, kalfsleer | |||
| 130/705H-PCLNaalddikte80/110 | ![]() | Snijpunt met gleuf (links uitlopend) | Skai, plastic, folie, wasdoek | ||
| 130 H-NNaalddikte100/110 | ![]() | Lang naaldoog.Kleine bolvormige punt | Zadelsteek met knoopsgatgaren | ||
| 130/705H-WingNaalddikte100 | ![]() | Ajour-punt | Effectvolle ajour-naald in sterk geappreteerde weefsels ; organdie, glasbatist | ||
| [2020] | Benaming Steeklengte Steekbreedte | Naaldafstand | Geschikt voor: | ||
| 130/705 H-ZWI | 2,5mm | - | 1,6mm | Normale biezen | |
| Naalddikte 80 | 2,5mm | - | 2,0mm | Normale biezen | |
| 130/705 H-ZWI | |||||
| Naalddikte 80 | 2,5mm | - | 2,5mm | Brede biezen | |
| Naalddikte 90 | 2,5mm | - | 3,0mm | Brede biezen | |
| Naalddikte 100 | 3,0mm | - | 4,0mm | Extra brede biezen | |
Sierstiksel met tweelingnaald:
Voor de gewenste steek gemaakt wordt eerst controleren, door draaien met het vliegwiel, of de naalden niet op de naaldplaat komen.
| [00WK] | Zigzagstiksels met de tweelingnaald. | ||||
| 130/705 H-ZWINaalddikte 80Naalddikte 80Naalddikte 80 | 0,5-1,5mm0,5-1,5mm0,5-1,5mm | -- | 1,6mm2,0mm2,5mm | SierstikselSierstikselSierstiksel | |
| [02HB] | Dubbele zwaardnaald/ajour | ||||
| 130/705 H-ZWI-HoNaalddikte 80Naalddikte 100 | 2,0-3,0mm2,0-3,0mm | -- | -- | Decoratief ajour-effect in grofmazige weefsels | |
V. Onderhoud van de machine

Het reinigen en oliën van de naaimachine is heel belangrijk, u wordt ervoor beloond met een zacht geluid en een langere levensduur. Hoe vaker u de machine gebruikt, des te meer verzorging hij vraagt.
Steekplaat verwijderen
- Breng de persvoet omhoog en verwijder het werkblad met accessoirebox
- Schuif nu de punt van een kleine schroevendraaier in de opening tussen steekplaat en naaimachine. Met een kwartslag naar rechts springt de steekplaat voor de helft uit de bevestiging. Nu de schroevendraaier onder de gesloten kant schuiven en de steekplaat met een kwartslag optillenen wegnemen.
Aanbrengen
- De steekplaat vanaf de achterkant opleggen en met beide handen aan de voorkant neerdrukken, tot u hoort dat deze inklikt. Controleer vóór het naaien of de steekplaat vlak ligt.

- Steekplaat verwijderen en de transporteur laten zakken.
- Reinig nu met de stofkwast de transporteur en de grijperruimte.
- Geef aansluitend een druppel olie in de grijper. Op de afbeelding herkent u precies de plek waar u moet oliën.
De machine is heeft verder geen onderhoud nodig. Wel aangeraden is om uw machine regelmatig binnen te brengen bij uw vakhandelaar.

- Trek het netsnoer en de stekker van het voetpedaal uit de machine.
- Verwijder het werkblad/accessoirebox.
Het lampje bevind zich in de behuizing boven de naald.

Om het wat handiger te maken, de naaimachine zoals afgebeeld op de kant van het handwiel leggen.
- Houd de machine met een hand tegen.
- Druk de lamp tot de aanslag in de fitting.
- Dan de lamp een halve slag, tegen de klok in, draaien en uit de machine nemen.
Inzetten
- De lamp in de scheef liggende fitting inzetten en de lamp zolang draaien, tot de twee nokjes van de lamp goed in de fitting vallen.
- Nu het lampje tot de aanslag in de fitting drukken en met de klok mee draaien tot deze vastzit.
Er mogen uitsluitend bajonetlampjes van maximaal 15Watt worden gebruikt.
VI. Opheffen van kleine storingen
| Probleem Oorzaak Opheffen | ||
| 1. De machine slaat steken over | 1. De naald is niet goed ingezet2. U gebruikt een verkeerd systeem naald3. De naald is krom of stomp4. De machine is niet goed ingeregen5. De naald is te dun voor het garen. | 1. Naald zover mogelijk naar boven schuiven, met de vlakke kant naar achteren.2. Naald systeem 130/705H inzetten.3. Nieuwe naald inzetten.4. De machine opnieuw inrijgen5. Dikkere naald inzetten. |
| 2. De bovendraad breekt | 1. Door dezelfde oorzaken als hierboven2. Bij een te zware bovenspanning3. Bij een slechte kwaliteit garen, bv. met teveel knoopjes of bij garen dat door lang liggen uitgedroogd is. | 1. Zie opheffen 12. Bovenspanning losser zetten3. Goede kwaliteit gemerceriseerd of synthetisch garen gebruiken. |
| 3. De naald breekt | 1. De naald is niet hoog ingezet2. De naald is krom3. De naald is te dun te dik4. Door trekken of duwen aan de stof is de naald schuin weggebogen en stoot op de naaldplaat5. Het spoelhuls is niet goed ingezet. | 1. Nieuwe naald inzetten en zo hoog mogelijk in de naaldhouder schuiven2. Nieuwe naald inzetten3. Naald volgens naaldtabel uitzoeken4. Niet trekken of duwen aan de stof, alleen sturen5. Het spoelhuls tot het stuitpunt op de as schuiven |
| 4. Het stiksel is onregelmatig | 1. De spanning is versteld2. Te dik, onregelmatig garen3. De onderdraad is niet regelmatig opgespoeld4. Grote lussen onder de stof. | 1. Boven- en onderspanning controleren2. Alleen goede kwaliteit garen gebruiken3. Spoelen met de draad door de spoelspanning, niet uit de vrije hand.4. Bovendraad opnieuw inrijgen |
| 5. De machine transporteert niet of onregelmatig | 1. Tussen de tandjes van de transporteur zit stof geperst.2. Transporteur is uitgeschakeld | 1. Naaldplaat wegnemen, stof met het stofkwastje weghalen.2. Transporteurschakeling naar links drukken. |
| 6. De machine loopt zwaar | 1. Draadresten in de grijperbaan | 1. Draadresten verwijderen en een druppel olie in de grijperbaan doen. |








