788 - Naaimachine Gritzner - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 788 Gritzner in PDF-formaat.
| Producttype | Naaimachine |
| Merk | Gritzner |
| Model | 788 |
| Afmetingen (ca.) | 42 x 20 x 30 cm |
| Gewicht (ca.) | 7,5 kg |
| Voeding | 230 V, 50 Hz |
| Vermogen | 90 W |
| Stiksteektypen | Rechte steek, zigzagsteek, blinde steek, knoopsgat |
| Steeklengte | Instelbaar van 0 tot 4 mm |
| Steekbreedte | Instelbaar van 0 tot 5 mm |
| Naaldsysteem | Huishoudnaalden (type 130/705H) |
| Maximale naaldgrootte | NM 90 - 110 |
| Klospoelsysteem | Binnenliggende klos, horizontaal |
| Draadspanning | Instelbaar via draadspanningsknop |
| Naaldopwaartse beweging | Handmatig via handwiel |
| Toerentalknop | Varibel instelbaar |
| Vrijloop | Ja, voor spoelen |
| Duimschroef naaldklem | Ja |
| Verlichting | Lampje (max. 15 W), vervangbaar |
| Onderhoud en reiniging | Regelmatig reinigen van spoelhuis, transporteur en naaldplaat; oliepunt voor lager |
| Veiligheid | Uitschakeling bij overbelasting, stroomonderbreker |
| Bijgeleverde accessoires | Naalden, spoelen, klosjes, schroevendraaier, olieflesje, voetpedaal |
| Reparatie en reserveonderdelen | Via gespecialiseerde winkels of online; onderdelen zoals naalden, spoelen, riemen, voetjes |
Veelgestelde vragen - 788 Gritzner
Gebruikersvragen over 788 Gritzner
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Naaimachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 788 - Gritzner en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 788 van het merk Gritzner.
GEBRUIKSAANWIJZING 788 Gritzner
Overlock Handleiding

Belangrijk: s.v.p. lezen voor gebruik van de machine.
Voor veilige bediening:
- Let tijdens het naaien steeds op de naalden. Grijp tijdens het naaien niet naar het handwiel, de voethevel, grijpers, naalden en andere bewegende delen.
-
Vergeet niet de machine met de schakelaar uit te zetten en haal de stekker uit het stopcontact:
-
bij het wisselen van lamp, naalden of persvoet.
- bij het stoppen met uw werk
- als u bij de machine wegloopt
-
schoonmaken van de machine
-
Let op dat er niets op het voetpedaal kan komen.
Voor langere levensduur:
- Als u de machine wegzet: niet in direct zonlicht en niet te vochtig. Let op met strijkapparatuur, halogeenlampen en andere hittebronnen.
- Als u de machine wilt schoonmaken, gebruik dan neutraal reinigingsmiddel. Let op met spuitbussen en agressief schoonmaakmiddel.
- Laat de machine niet vallen en zorg dat er niets op kan vallen.
- Voor meer plezier met uw machine: lees de handleiding zorgvuldig door.
Voor reparatie, onderhoud en instellen:
Mocht er een storing optreden, volg de aanwijzingen in deze handleiding. Raadpleeg in andere gevallen altijd een vakhandelaar in uw regio.
Controleer of de spanning, zoals vermeld is op de machine, juist is. Meest voorkomende spanning 220/240 volt
Handleiding kan per model afwijken.
Inhoud
Namen van onderdelen en hun functies 4
Accessoires 6
Naalden wisselen 7
Handwiel 8
Openen en sluiten van de voorklep 9
Het aanzetten van de machine 10
Voetpedaal 10
Gebruiken van vrije arm 11
Steeklengte 12
Steekbreedte 12
Differentieel transport 13
Voorbereiding bij draden inrijgen 15
Garenstandaard 15
Garenstopper en garennetjes 16
Knop ontspanning van garen 17
Inrijgen van de machine 18
Inrijgen van de bovengrijper 19
Inrijgen van de ondergrijper 21
Gebruik van de automatische draadinrijger----22
Inrijgen van de linkernaald 23
Inrijgen van de rechternaald 24
Overzicht naalden, garen, instellingen, stof 25
Draadspanning 26
Proefnaaien 30
Draadketting maken 31
Draadbreuk tijdens naaien 32
Persvoetdruk 33
Storingen verhelpen 34
Rolzomen en smalle overlocksteek 35
Overzicht rolzoom en smalle overlocksteek 38
(Optionele) voeten 39
Boven- en ondermes (uitschakelen) 40
Vervangen van de messen 41
Oliën en schoonmaken van de machine 42
Vervangen van het lampje 43
Tweedraads locken 44
Specifications 45
Namen van onderdelen en hun functies

Namen van onderdelen en hun functies
1) Handwiel
2) Aan/uit en lichtschakelaar
3) Draadgeleider
4) Telescoopstandaard
5) Regelknop persvoetdruk
6) Garenkloshouder
7) Garenstandaard
8) Knop draadontspanning
9) Persvoethevel
10) Draadspanning linker naald
11) Draadspanning rechter naald
12) Draadspanning bovengrijper
13) Draadspanning ondergrijper
14) Naalden
15) Bovenmes
16) Persvoet
17) Naaiplateau
18) Voorklep
19) Steekbreedte knop
20) Steeklengte knop
21) Differentieel transport knop
22) Knop om bovenmes uit te schakelen
23) Automatische draadinrijger van ondergrijper
24) Stekendoorn
25) Bovengrijper
26) Ondergrijper
27) Aanschuiftafel
28) Veiligheidsschakelaar
29) Vrije arm
Meegeleverde en optionele accessoires

| 1 | Stofhoes | 9 | Inbussleutel |
| 2 | Accessoire doosje | 10 | Doosje naalden |
| 3 | Pincet | 11 | Blindzoomvoet |
| 4 | Garennetje | 12 | Parelvoet |
| 5 | Garenstopper | 13 | Elastiekvoet |
| 6 | Schroevendraaier | 14 | Paspel- koordvoet |
| 7 | Olie | 15 | Rimpelvoet |
| 8 | Stofkwastje |
Vervangen van de naald
- Breng de naald in de hoogste stand door het handwiel naar u toe te draaien.
- Gebruik de bijgeleverde inbussleutel om de naaldschroef los te draaien.
- Haal de oude naald eruit en schuif de nieuwe naald zo hoog mogelijk in de gleuf van de naaldstang.
- Draai beide schroeven weer vast.
Let op: de linkernaald gaat hoger dan de rechternaald.
Positie voor 2 naalden:

Hulpmiddel voor het inzetten van de naalden:

Handwiel
De motor en het handwiel van de machine altijd tegen de klok indraaien. Dus in de richting van de pijl. Dit is hetzelfde als bij een huishoudnaaimachine.
- Handwiel

Openen en sluiten van de voorklep
Bij het inrijgen van de machine is het noodzakelijk de voorklep te openen.
Let op: Voor uw eigen veiligheid zal de machine automatisch uitgeschakeld worden, wanneer u de voorklep opent.
Openen en sluiten van de voorklep

Het aanzetten van de machine
Sluit het voetpedaal en het snoer aan. Zet de aan/uitschakelaar op (1) en de lamp gaat branden. Om de machine uit te zetten en het licht uit te doen, zet de aan/uitschakelaar op (0).
Als de voorklep open is, werkt de machine niet. Ook niet als de aan/uitschakelaar op (1) staat en u het voetpedaal indrukt.
Voetpedaal
Hoe verder u het pedaal indrukt, des te harder loopt de machine.
(1) aan/uitschakelaar, tevens lichtknop
(2) voetpedaal (230V)

Gebruik van de vrije arm
- Schuif de afdekking van de vrije arm deel A naar links.
- De vrije arm is zeer geschikt voor het naaien van mouwen, broekspijpen, manchetten enz.

- De steeklengte knop bevindt zich aan de linkerkant van de machine. (nr. 20)
- Draai de steeklengte knop naar rechts om de steken langer te maken, maximaal 4 mm Draai de steeklengte knop naar links om de steken korter te maken, minimaal 1,1 mm
- De normale steeklengte is 2,5 tot 3

De steekbreedte is te veranderen door middel van de steekbreedteknop. (nr. 19)
- Als u de knop naar links draait wordt de steek smaller (minimaal 4,5 mm)
- Als u de knop naar rechts draait wordt de steek breder (maximaal 7 mm)
- De normale steekbreedte is 5 mm
(A) Bij 2 naalds-modellen
(B) Bij 1 naalds-modellen
- Steekbreedtevinger
- N voor normaal locken, R voor rolzomen
A

Het differentieel transport voorkomt het uitlubberen van rekbare stoffen, rimpelen van dunne stoffen en het wegschuiven van de stoflagen.
Beweeg de knop van het differentieel transport zoals afgebeeld om het gewenste resultaat te verkrijgen. De knop heeft een bereik van 0.7 tot 2.0. Neutrale stand is 1.0.

| Stand knop | Transport achter | Transport voor | Effekt | Toepassing |
| 0.7 ~ 1.0 | ![]() | ![]() | Materiaal wordt strakgetrokken | Voorkomt dat dunne stof rimpelt |
| 1.0 | ![]() | ![]() | Zonder differentieel transport | Normaal naaien |
| 1.0 ~ 2.0 | ![]() | ![]() | Materiaal wordt opgehoopt | Voorkomt dat stretch-stof uitrekt |
* Voorbeeld

Om de naad vlakker te maken, stelt u het differentieel transport in tussen 1.0 en 2.0. De rekbaarheid van uw stof bepaalt de instelling van het differentieel transport. Hoe rekbaarder het materiaal hoe meer richting de 2.0 omhoog.
Maak desnoods een proeflapje voor de juiste instelling. Om het rimpelen van dunne stof te voorkomen, schuift u het differentieel meer naar 0.7 omlaag.
WAARSCHUWING
Gebruik het differentieel transport niet wanneer u niet-rekbare stoffen zoals bijvoorbeeld denim verwerkt. Dit zou de stof kunnen beschadigen.

Voorbereiding bij draden inrijgen
Trek de telescoopstandaard uit tot maximale hoogte en zet hem in de juiste positie. (4) De draadgeleider moet parallel aan de machine staan.
- Draden doorvoer in draadgeleider
- Garenpen
- Kloshouder
- Juiste positie van draadgeleider

Wanneer u een klein klosje garen gebruikt, zet u de garenstopper boven op het klosje, zodat het niet omhoog komt tijdens het naaien. (1)

Bij gebruik van gladde nylonachtige garens is het aan te raden een garennetje over de klos heen te doen. Dit voorkomt dat het garen op de klos naar beneden glijdt. (1 Garennetje)

Ontspanningsknop garen
Deze machine kan zijn uitgerust met een ontspanningsknop.
Let bij het inrijgen op het volgende:
- Houdt de ontspanningsknop, die zich aan de rechter zijkant van de machine bevindt, ingedrukt.
- Haal de draad door de spanningsschijfjes die zich in de gleuf naast de spanningsknoppen bevinden.
- Laat de knop los.

Inrijgen van de machine
- Schakel de naaimachine uit voor uw eigen veiligheid.
- Zet de persvoet omhoog.
WAARSCHUWING
Zorg ervoor dat bij het inrijgen de persvoet hevel altijd omhoog staat en let erop dat u in de goede volgorde inrijgt.
- Zet de naaldstang in de hoogste positie, door het handwiel naar u toe te draaien.
Juiste volgorde van inrijgen:
1 bovengrijperdraad
2 ondergrijperdraad
3 linkernaald
4 rechternaald
- Draadontspanner
- Draadspanningsschijfjes
- Goed!
- Fout!

Inrijgen van de bovengrijper
Bekijk de afbeelding als extra hulp. Rijg de bovengrijperdraad in langs het groene pad en volg de cijfers.

- Haal de draad vanaf de klos van achteren naar voren door het gaatje in de telescoopstandaard.
- Haal dan de draad onder de draadgeleider [1] door.
- Voer de draad via de gleuf tussen de spanningsschijfjes van de draadspanning (2) door. (Druk indien aanwezig de onspanningsknop in)
- Rijg de draad verder volgens de afbeelding langs de draadgeleiders en de groene cijfers (3 t/m 5) naar de grijper (6)
- Leg de draad naar achter weg.

Wanneer de bovengrijperdraad tijdens het naaien breekt, zou het kunnen zijn dat de ondergrijperdraad door de bovengrijper meegenomen is. Wanneer dit gebeurt, haalt u de draden uit de grijpers en rijgt u de draden tenminste vanaf de spanning opnieuw in.

Inrijgen van de ondergrijper
Bekijk de afbeelding en rijg de ondergrijperdraad in langs het gele pad en volg de gele cijfers.

- Haal de draad vanaf de klos van achteren naar voren door het gaatje in de telescoopstandaard.
- Haal dan de draad onder de draadgeleider [1] door.
- Houdt eventueel de ontspanningsknop (A) ingedrukt en voer de draad via de gleuf tussen de spanningsschijfjes van de draadspanning (2) door. Laat dan de ontspanningsknop los.
- Rijg de draad verder volgens de afbeelding door de draadgeleiders langs de gele cijfers (3 t/m 7) naar de ondergrijper.
Raadpleeg de volgende bladzijde voor de inrijghulp.
Gebruik van de automatische draadinrijger
- Steek de draad van voren naar achteren door het gaatje (4) van de ondergrijper.
- Haak de draad achter de "vinger" van de automatische draadinrijger (3). Duw de hevel (5) van de automatische draadinrijger omhoog.
- Laat de hevel (5) van de automatische draadinrijger los en leg de draad over de bovengrijper naar achteren weg.

Inrijgen van de linkernaald
Bekijk de afbeelding en rijg de linkernaald in langs het paarse pad en volg de cijfers.

- Haal de draad vanaf de klos van achteren naar voren door het gaatje in de telescoopstandaard.
- Haal dan de draad onder de draadgeleider (1) door.
- Houdt eventueel de ontspanningsknop (A) ingedrukt.
- Voer de draad via de gleuf tussen de spanningsschijfjes van de draadspanning (2) door. Laat dan de ontspanningsknop los.
- Rijg de draad verder volgens de afbeelding door de draadgeleiders langs de cijfers (3-6).
- Wanneer de draad cijfer (6) gepasseerd is, voert u de draad naar beneden door de draadgeleider (7) naar de linkernaald. Rijg dan de draad door de naald (8).
Inrijgen van de rechternaald
Bekijk de afbeelding en rijg de rechternaald in langs het rode pad en volg de cijfers.

- Haal de draad vanaf de klos van achteren naar voren door het gaatje in de telescoopstandaard.
- Haal dan de draad onder de draadgeleider (1) door.
- Houdt eventueel de ontspanningsknop (A) ingedrukt.
- Voer de draad via de gleuf tussen de spanningsschijfjes van de draadspanning (2) door. Laat dan de ontspanningsknop los.
- Rijg de draad verder volgens de afbeelding door de draadgeleiders langs de cijfers (3-6).
- Wanneer de draad cijfer (6) gepasseerd is voert u de draad naar beneden door de draadgeleider (7) naar de rechter naald. Rijg dan de draad door de naald (8).
- Leg alle losse draden onder de persvoet, zodat u bij het begin geen draden verliest.
Overzicht naalden, garen, stof en instellingen
| Materiaal | Steeksoort | Steeklengte | Garen | Naald |
| Lichte stoffen | Normale overlocksteek | 2.0 – 3.0 | Polyester: #80Katoen: #80.100Zijde: #80.100 | HAx1 #70#80 |
| Lichte stoffen | Rolzoom | Kleiner dan 2.0 | Polyester: #80Nylon: #80 | HAx1 #70#80 |
| Middelzware stoffen | Normale overlocksteek | 2.5 – 3.5 | Polyester: #60.80Katoen: #60.80Zijde: #50.80Nylon: #50.80 | HAx1 #80#90 |
| Zware stoffen | Normale overlocksteek | 3.0 – 4.0 | Polyester: #30.60Katoen: #40.60Zijde: #40.60Nylon: #30.60 | HAx1 #90 |
Let op: Siergaren wordt het mooist als het ingeregen wordt op de bovengrijper.
Draadspanning
Draadspanningsknoppen van links naar rechts:
- De paarse knop is voor de linkernaald.
- De rode knop is voor de rechternaald.
- De groene knop is voor de bovengrijper.
- De gele knop is voor de ondergrijper.
- Draadspanningsselectie merkteken.
- Draai naar boven om de spanning te verminderen. (lager getal)
- Draai naar beneden om de spanning te vermeerderen. (hoger getal)
WAARSCHUWING:
Zorg ervoor dat de draad goed tussen de spanningsschijfjes zit. Indien aanwezig, houdt de ontspanningsknop ingedrukt, terwijl u de draad tussen de spanningsschijfjes legt.

Instellen van de draadspanning
In de meeste gevallen kan de spanning op (4) staan. Wanneer er een onregelmatig stiksel verschijnt, dient u de spanning aan te passen volgens de tekening hieronder.
A. Voor zware spanning, tussen 4 en 7
B. Voor lichte spanning, tussen 4 en 2
C. Voor normale spanning, tussen 5 en 3

De juiste spanning is afhankelijk van de soort en de dikte van de stof en het garen dat u gebruikt. Wanneer u ander materiaal gaat gebruiken, kan het nodig zijn dat u de spanning aanpast. Bij een onjuist stekenbeeld past u de spanning aan volgens de tekeningen op de volgende bladzijde.
Mogelijke instellingen
A. Onderkant stof
B. Bovenkant stof
C. Linkernaald
D. Rechternaald
E. Garen bovengrijper
F. Garen ondergrijper
Garen van linkernaald is te los | Verhoog de spanning van de linkernaald |
Garen van de rechternaald is te los | Verhoog de spanning van de rechternaald |
Beide garenspanningenvan de naalden zijnte strak ingesteld | Verlaag de beide naaldspanningen |
Voorbeelden voor het instellen van de draadspanning
Garen van bovengrijper is te strakGaren van ondergrijper is te los | Verlaag de spanning van de bovengrijperVerhoog de spanning van de ondergrijper |
Garen van bovengrijper is te losGaren van ondergrijper is te strak | Verhoog de spanning van de bovengrijperVerlaag de spanning van de ondergrijper |
Garen van bovengrijper is te losGaren van ondergrijper is te los | Verhoog de spanning van de bovengrijperVerhoog de spanning van de ondergrijper |
Proefnaaien
Na het inrijgen kunt u een proeflapje gaan maken.
- Doe de persvoet omhoog. Trek de vier draden voorzichtig onder en achter de persvoet uit en draai het handwiel twee of drie keer naar u toe om een steek te vormen op de steekdoorn.
- Neem een stukje stof dat u niet meer nodig hebt.
- Leg de stof onder de persvoet en laat de persvoet weer zakken. Begin met naaien door het voetpedaal voorzichtig in te trappen. Tijdens het naaien nooit de persvoet omhoog doen. Dit veroorzaakt een onregelmatige steek.

Beëindig het naaiwerk met het maken van een ketting om te voorkomen dat de draad loslaat en om het volgende naaiwerk voor te bereiden.
Wanneer de te stikken naad klaar is houdt u het voetpedaal nog even ingetrapt.
Zo vormt zich vanzelf een draadketting.
Knip de draad af maar zorg dat er nog zo'n 10 cm. draadketting achter de persvoet blijft zitten.

Draadbreuk tijdens naaien
Wanneer er tijdens het naaien een draad breekt, haalt u het werkstuk onder de machine vandaan. Rijg alle draden opnieuw in en leg het werkstuk 3 tot 5 cm. voor de plek van de draadbreuk onder de machine en ga verder met naaien.
WAARSCHUWING:
Laat geen spelden in het werkstuk zitten. Dit kan schade aan de naalden en mesjes veroorzaken.

De druk van de persvoet kan ingesteld worden door middel van de knop links boven op de machine. De machine is zo ingesteld dat de druk geschikt is voor lichte en normale materialen. Er is geen aanpassing nodig, behalve wanneer u hele zware of hele lichte materialen gaat verwerken. Bij hele dikke materialen heeft u meer persvoetdruk nodig.
- Schroef persvoetdruk
- Minder druk
- Meer druk
- Schroef persvoetdruk
- Standaardinstelling bij normale stoffen

| STORING | OORZAAK | OPLOSSING |
| - Machine transporteert onvoldoende. | - Druk op persvoet onvoldoende. | - Draai de persvoetschroef met de klok mee om de druk te vergroten. |
| - Naald breekt. | - Gebogen of botte naald.- Naald onjuist ingezet.- Aan stof trekken tijdens het naaien. | - Zet nieuwe naald in.- Naald opnieuw inzetten.- Stof voorzichtig onder de machine door laten gaan. |
| - Draad breekt. | - Onjuist ingeregen.- Draadspanning te strak.- Naald onjuist ingezet. | - Opnieuw inrijgen.- Pas de draadspanning aan.- Zet naald opnieuw in. |
| - Steken overslaan. | - Gebogen of botte naald- Naald onjuist ingezet- Onjuist naaldsysteem gebruikt- Onjuist ingeregen- Druk op persvoet onvoldoende | - Zet nieuwe naald in.- Zet naald opnieuw in.- Gebruik de juiste naalden (HAx1SP of- Opnieuw inrijgen.- Draai de persvoetschroef met de klok mee om de druk te vergroten. |
| - Onregelmatige steken. | - Spanning niet goed afgesteld. | - Controleer de draadspanningen. |
| - Plooivorming. | - Draadspanning te strak- Draad blijft hangen | - Verminder de spanning bij dunne materialen.- Controleer inrijgen. |
Rolzomen en smalle overlocksteek
De smalle overlocksteek of rolzoom is een decoratieve afwerking voor lichte en normale materialen. Deze steek wordt verkregen door de linkernaald te verwijderen en de 3-draads overlocksteek te gebruiken.
Instructies:
A. Verwijder de linker naald.
B. Het is aan te bevelen een nylon of polyester garen in dikte 80 te gebruiken.
C. Rijg de machine in voor een drie-draads overlocksteek met gebruik van de rechternaald.
D. Schakel de stekendoorn uit:
Doe de persvoet omhoog.
Leg alle draden naar achteren.
Controleer of de draad niet om de stekendoorn heen zit.
Open de voorklep van de machine.
Draai aan het handwiel tot de ondergrijper in de laagste positie is.
Zet de stekendoorn hevel op (R)

Zorg ervoor dat u de stekendoorn hevel weer op (N) zet, als u de normale overlocksteek weer gaat gebruiken.
(1) Bovengrijper
(2) Stekendoorn
(3) Stekendoorn hevel

(4) Steekbreedte knop
(5) Steekplaat met uitgeschakelde stekendoorn
E. Stel de steekbreedte knop in op rolzoom door hem op (R) te zetten.
F. Stel de steeklengte knop in op (R). Deze instelling voldoet voor de smalle overlocksteek en de rolzoom.

F. Stel de steeklengte knop in op (R). Deze instelling vold oet voor de smalle overlocksteek en de rolzoom.

Bij deze steek wordt het randje van de stof naar binnengerold. De spanning van de ondergrijper moet hiervoor iets strakker gezet worden. Dit zorgt ervoor dat de bovengrijperdraad het randje
van de stof omtrekt. Nadat u de stappen A t/m F heeft doorlopen, zet u de draadspanningen op de volgende standen:
- bovengrijper op 4-6
- ondergrijper op 5-7
- rechternaald op 4
Afhankelijk van het gebruikte garen en materiaal kunt u de spanning nog iets variëren. Maak altijd eerst een proefstukje.
Smalle overlocksteek
Dit is een decoratieve manier om de rand van een stof af te werken. Volg de eerder beschreven stappen A t/m F. Stel daarna de spanning zo in, dat u een normale drie-draads overlocksteek krijgt. De aanbevolen spanning is 4, voor alle spanningsknoppen.
Afhankelijk van het gebruikte garen en materiaal kunt u de spanning nog iets variëren. Maak altijd eerst een proefstukje.
Overzicht rolzoom en smalle overlocksteek
| Rolzoom | Smalle overlocksteek | |
| Steek | Onderkant van de stof Bovenkant van de stof | Onderkant van de stof![]() |
| Materiaal | Lichte stof | Lichte stof |
| Garen bovengrijper | Wol, nylon, sier | Wol, nylon #80, polyester #80 |
| Garen ondergrijper | Nylon #80, polyester #80 | Nylon #80, polyester #80 |
| Steeklengte | “R” | “R” |
| Steekbreedte | R.5 (2-naaldsmodel)R (1-naaldsmodel) | R.5 (2-naaldsmodel)R (1-naaldsmodel) |
| Steekdoorn | Uitgeschakeld | Uitgeschakeld |
| Draadspanning-Naalden-Bovengrijper-Ondergrijper | 4 (4-6)4 (4-6)6 (5-7) | 4 (4-6)5 (4-6)4 (4-6) |
(Optionele) voeten
- Blindzoomvoet
- Parelvoet
- Elastiekvoet
- Koord/paspelvoet
- Rimpelvoet
(1) ![]() | ![]() |
(2) ![]() | ![]() |
(3) ![]() | ![]() |
(4) ![]() | ![]() |
(5) ![]() | ![]() |
Boven- en ondermes
Wanneer u versleten of botte mesjes gebruikt, kan de stof gaan rimpelen en de steken kunnen onregelmatig worden.
De mesjes zijn scherp genoeg als u het mes de draad doorsnijdt.
Vervang de mesjes wanneer ze bot zijn zoals hieronder beschreven. Haal dan wel eerst de stekker uit het stopcontact.
Uitschakelen van het bovenmes
Schakel het bovenmes uit door de uitschakelknop aan de linkeronderkant van de machine van (1) naar (2) te schuiven.
De bovenkant van het mes steekt boven de steekplaat uit.
U kunt het uitstekende gedeelte van het mes als geleider voor uw stof gebruiken. Het mes kan met de steekbreedte knop op de gewenste afstand zetten.

flowchart
graph LR
A["Step ①: Device icon"] --> B["Step ②: Device icon"]
B --> C["Arrow to next step"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#f9f,stroke:#333
style C fill:#ccf,stroke:#333

Let op:
Beweeg de bovenmes-uitschakelknop alleen wanneer de naald in de laagste stand staat.
Gebruik hiervoor het handwiel.
Vervangen van de messen
Bovenmes:
A. Om het mes te verwijderen draait u de schroef van het bovenmes (1) los en haalt u het mes uit de houder.
B. Zet het nieuwe mes in de houder.
C. Draai aan het handwiel, totdat het bovenmes in de laagste stand is. Zorg ervoor dat het bovenmes voor het ondermes zit met een afstand tussen de 0.5 en 1 mm.
D. Draai dan de schroef van het bovenmes voorzichtig vast.
- Schroef bovenmes
- Steekplaat
- Bovenmes
- Ondermes

A. Om het mes te verwijderen, draait u de schroef van het ondermes los en haalt u het mes uit de houder.
B. Zet het nieuwe mes in de houder.
C. Zorg ervoor dat de bovenkant van het mes op gelijke hoogte met de steekplaat (2) zit.
D. Draai dan de schroef van het ondermes vast.
De afstelling van de messen ten opzichte van elkaar is belangrijk om goed te kunnen snijden.
Oliën en schoonmaken van de machine
Om uw machine probleemloos te laten werken, moet u de bewegende delen van de machine regelmatig oliën. De punten die geolied moeten worden, ziet u in de afbeelding hieronder.
Verwijder altijd eerst het vuil, snijafval en de stofresten, voordat u olie aanbrengt. Olie de machine één of twee keer per maand bij normaal gebruik. Bij intensiever gebruik moet u de machine één keer in de week oliën.

De onderkant van de steekplaat moet regelmatig met een borsteltje schoongemaakt worden. Draai schroef (A) los en verwijder de steekplaat.
Let op: Schroef (B) niet losdraaien. Deze dient alleen voor reparatie en afstelling van de machine, door de erkende dealer.
Vervangen van het lampje
Let op:
Haal altijd eerst de stekker uit het stopcontact voordat u het lampje wisselt.
Verwijder de beschermkap (2) zoals afgebeeld.
Draai de schroef van de persvoethevel (1) los en verwijder de persvoethevel.
Verwijder de schroef van de beschermkap (1)
Draai de schroef (3) van het lampkapje (4) los en verwijder het kapje.
Haal het lampje eruit en plaats het nieuwe lampje in de machine.
Zet daarna alles weer vast.
- Schroef
- Beschermkap
- Schroef
- Lampkapje
- Lampje

Schakel de machine uit en haal de stekker uit het stopcontact.
Gebruik en plaatsen van de converter/adapter:
- Open de voorklep en zet de naalden in de hoogste positie d.m.v. het handwiel.
- Schuif de adapter (A) in de uitsparing (B) van de bovengrijper. Bevestig het einde van de adapter (D) in de ronde opening in de punt van de bovengrijper (C).
Rijg eerst garen in de ondergrijper en daarna in de linker- of rechternaald.
Stop de adapter/converter weer in de accessoirebox als u klaar bent.
Specificaties
| Gebruik | Lichte tot zware materialen |
| Naaisnelheid | Max. 1.250 steken per minuut |
| Steeklengte | 1,2 tot 4 mm |
| Steekbreedte | 2,3 tot 7 mm (2-naalds)2,3 tot 3,5 mm (1-naalds) |
| Voethoogte | 5 mm tot 6 mm |
| Naalden | HAx15P, 1301705H |
| Aantal naalden en draden | Drie/vier draads, één/twee naalds |
| Gewicht | 7 kg. |
Alle rechten voorbehouden Gritzner®






Garen van linkernaald is te los
Verhoog de spanning van de linkernaald
Garen van de rechternaald is te los
Verhoog de spanning van de rechternaald
Beide garenspanningenvan de naalden zijnte strak ingesteld
Verlaag de beide naaldspanningen
Garen van bovengrijper is te strakGaren van ondergrijper is te los
Verlaag de spanning van de bovengrijperVerhoog de spanning van de ondergrijper
Garen van bovengrijper is te losGaren van ondergrijper is te strak
Verhoog de spanning van de bovengrijperVerlaag de spanning van de ondergrijper
Garen van bovengrijper is te losGaren van ondergrijper is te los
Verhoog de spanning van de bovengrijperVerhoog de spanning van de ondergrijper
Bovenkant van de stof









