CITROEN C5 (2003) - Automobiel

C5 (2003) - Automobiel CITROEN - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis C5 (2003) CITROEN in PDF-formaat.

📄 204 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice CITROEN C5 (2003) - page 5
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Type product Auto
Merk Citroën
Model C5 (2003)
Categorie Automobile
Afmetingen (L x B x H) 4610 x 1770 x 1460 mm
Gewicht (leeg) Ongeveer 1420 kg
Brandstoftank inhoud (benzine) 66 liter
Brandstoftank inhoud (diesel) 68 liter
Brandstofsoort Loodvrije benzine (RON 95/98) of diesel
Transmissie Handgeschakeld of automatisch (4 versnellingen)
Veiligheidssystemen Airbags (bestuurder, passagier uitschakelbaar), ABS, ESP/ASR, kindersloten, supervergrendeling, anti-inbraakalarm
Comfortvoorzieningen Elektrische ramen met antiklem, stoelverwarming, automatische verlichting, regensensor, boordcomputer, multifunctioneel display
Onderhoudsinterval Indicatie op display; reset door CITROËN-dealer of via knop (zie handleiding)
Bandenspanning (aanbevolen) Raadpleeg sticker op brandstoftankklep; controleer regelmatig
Accu 12V; loskoppelen bij langdurig stilstaan; alleen opladen met constante spanning
Milieu Katalysator (benzine), roetfilter (diesel); recyclage van materialen
Starten bij kou Koppelingspedaal intrappen; diesel: wacht tot voorgloeilampje uit is
Sneeuwkettingen Alleen op voorwielen; raadpleeg dealer voor geschikte maat

Veelgestelde vragen - C5 (2003) CITROEN

Hoe vervang ik de batterij van de afstandsbediening?
Open de unit, vervang de batterij en reinitialiseer daarna de afstandsbediening door het contact aan te zetten met de sleutel en op een knop te drukken tot de functie werkt. Gebruik alleen door CITROËN aanbevolen batterijen.
Wat moet ik doen als de motor niet start bij kou?
Trap bij temperaturen onder 0 °C het koppelingspedaal in. Voor dieselmotoren: wacht tot het voorgloeilampje uitgaat. Start nooit langer dan 10 seconden achtereen.
Hoe controleer ik de bandenspanning?
Controleer de spanning wanneer de banden koud zijn (minstens om de twee maanden). De juiste spanning staat op de sticker aan de binnenkant van de brandstoftankklep. Verminder nooit de spanning van warme banden.
Kan ik een kinderzitje op de passagiersstoel plaatsen?
Ja, maar schakel de passagiersairbag uit (draai contactsleutel naar OFF) als u een kinderzitje met de rug in de rijrichting plaatst. Gebruik uitsluitend goedgekeurde zitjes zoals de KIDDY Isofix.
Wat is supervergrendeling en hoe werkt het?
Supervergrendeling vergrendelt de auto zodanig dat portieren van binnenuit niet meer geopend kunnen worden. Activeer met afstandsbediening (knop A) of sleutel. Waarschuwing: gebruik niet als er nog iemand in de auto is.
Hoe schakel ik het anti-inbraakalarm uit?
Ontgrendel de portieren met de afstandsbediening (knop B) of steek de sleutel in het contact en herken de code. Het alarm wordt automatisch uitgeschakeld.
Hoe stel ik de boordcomputer in?
Druk op het uiteinde van de ruitenwisserhendel om de verschillende functies (actieradius, verbruik, snelheid) te selecteren. Houd de knop enkele seconden ingedrukt om de waarden te resetten.
Wat betekent het waarschuwingslampje 'STOP'?
Het STOP-lampje geeft een ernstige storing aan. Stop onmiddellijk, zet de motor af en raadpleeg een CITROËN-dealer. Mogelijke oorzaken: te lage oliedruk, oververhitting, of remproblemen.
Hoe gebruik ik de automatische ruitenwissers?
Zet de hendel in stand 1 voor interval of automatisch wissen (bij regensensor). De snelheid past zich aan de regenintensiteit aan. Bij het afzetten van het contact wordt de functie onderbroken; activeer opnieuw door naar UIT en dan naar de gewenste stand te draaien.
Kan ik een aanhanger trekken met de C5?
Ja, maar tijdens de inrijperiode (eerste 1000 km) niet. Raadpleeg de dealer voor maximale aanhangerlast en montage van een trekhaak. Houd rekening met het extra brandstofverbruik.

Gebruikersvragen over C5 (2003) CITROEN

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Automobiel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding C5 (2003) - CITROEN en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. C5 (2003) van het merk CITROEN.

GEBRUIKSAANWIJZING C5 (2003) CITROEN

Een samenwerking die staat voor innovatie

CITROËN en TOTAL, al 35 jaar partners, ontwikkelen in nauwe samenwerking moto-ren en smeermiddelen met de meest geavanceerde technieken.

CITROEN C5 (2003) - Een samenwerking die staat voor innovatie - 1

CITROEN C5 (2003) - Een samenwerking die staat voor innovatie - 2

Specifieke motorolie

De onderzoeksteams van CITROËN en TOTAL werken samen om u de beste technologische combinatie te kunnen bieden op het gebied van motoren en smeermiddelen. Met de smeermiddelen van TOTAL kiest u voor specifieke motoroliën die zorgen voor topprestaties en een lange levensduur voor uw CITROËN. Daarom kiest CITROËN voor TOTAL

CITROEN C5 (2003) - Specifieke motorolie - 1

TOTAL, partner van CITROËN... UW partner.

Het lezen van dit boekje is noodzakelijk voor een optimaal gebruik van uw CITROËN.

De CITROËN ORGANISATIE, die is samengesteld uit hooggekwalificeerde vakbekwame medewerkers, staat te allen tijde te uwer beschikking om al uw vragen te beantwoorden.

Wij wensen u goede reis in uw CITROËN!

Dit instructieboekje maakt onlosmakelijk deel uit van uw auto. Bewaar het op de daarvoor bestemde plaats zodat het gemakk lijk terug te vinden is.

Vergeet niet dit boekje bij doorverkoop van uw auto aan de nieuwe eigenaar te geven.

X4-NL-4003

Edition 06-2003

CITROEN C5 (2003) - Specifieke motorolie - 2

Wij danken u voor de aankoop van deze auto en feliciteren u met uw ke

Lees, alvorens u gaat rijden, dit boekje aandachtig door: het bevat alle nodige informatie over het gebruik en de uitrusting van uw auto evenals belangrijke aanbevelingen, die u stipt dient op te volgen.

Tevens vindt u in dit boekje alles wat u dient te weten over het onderhoud van uw nieuwe CITROËN om de veiligheid en betrouwbaarheid van uw auto te kunnen garanderen en om de optimale staat van uw nieuwe aanwinst te kunnen behouden.

Leer uw auto goed kennen: u zult er des te meer plezier van hebben!

Dit instructieboekje gaat over zowel de standaard als de extra uitrustingen met de corresponderende oorspronkelijke technische gegevens.

Het uitrustingsniveau van uw auto hangt af van de uitvoering, de gekozen extra's en het verkoopland van uw auto.

Bepaalde in dit instructieboekje genoemde uitrustingen kunnen pas in de loop van het jaar beschikbaar zijn. Aansprakelijkheid voor de gegeven beschrijvingen en illustraties wordt niet aanvaard.

AUTOMOBILES CITROËN behoudt zich het recht voor tussentijds wijzigen aan te brengen in de door haar gevoerde modellen en de bijbehorende uitrusting, zonder dat daarvan melding wordt gemaakt in dit instructieboekje.

2

INHOUDSOPGAVE

CITROEN C5 (2003) - INHOUDSOPGAVE - 1

Hoofdstuk I

OP VERKENNING DOOR UW AUTO

blz. 3

CITROEN C5 (2003) - INHOUDSOPGAVE - 2

CITROEN C5 (2003) - INHOUDSOPGAVE - 3

Hoofdstuk V

PRAKTISCHE WENKEN

CITROEN C5 (2003) - INHOUDSOPGAVE - 4

blz. 127

CITROEN C5 (2003) - INHOUDSOPGAVE - 5

Hoofdstuk II

RIJDEN

blz. 71

CITROEN C5 (2003) - INHOUDSOPGAVE - 6

CITROEN C5 (2003) - INHOUDSOPGAVE - 7

Hoofdstuk VI

ALGEMENE GEGEVENS

CITROEN C5 (2003) - INHOUDSOPGAVE - 8

blz. 155

CITROEN C5 (2003) - INHOUDSOPGAVE - 9

Hoofdstuk III

COMFORT

blz. 89

CITROEN C5 (2003) - INHOUDSOPGAVE - 10

CITROEN C5 (2003) - INHOUDSOPGAVE - 11

TREFWOORDEN- REGISTER

blz. 166

CITROEN C5 (2003) - INHOUDSOPGAVE - 12

CITROEN C5 (2003) - INHOUDSOPGAVE - 13

Hoofdstuk IV

ONDERHOUD

blz. 113

CITROEN C5 (2003) - INHOUDSOPGAVE - 14

CITROEN C5 (2003) - INHOUDSOPGAVE - 15

GEBRUIKS-VOORZORGEN

Zie achterin het instructieboekje

CITROEN C5 (2003) - INHOUDSOPGAVE - 16

Hoofdstuk I OP VERKENNING DOOR UW AUTO

3

blz.
Afstandsbediening 4→6
Sleutels 7-8
Centrale vergrendeling met supervergrendeling 9
Anti-inbraakalarm 10-11
Openen en sluiten 12→14
Brandstof tanken 15
Brandstofsoort 16
Voorstoelen17 →19
Verstellen van het stuur20
Airbag21
Veilig vervoeren van kinderen22→24
Achterzitplaatsen25-26
Hoedenplank27
Koffer28 → 30
Beschermnet31
Bestuurdersplaats, overzicht32-33
Instrumentenpaneel34 →42
Onderhoudsintervalindicator43-44
Controlelampjes45 →48
Multifunctioneel display49 →51
Boordcomputer52 →54
Displayweergave55 →59
Zicht60 - 61
Signalering62 →64
Spiegels65 →67
Bediening van de ruiten68-69

AFSTANDSBEDIENING

CITROEN C5 (2003) - AFSTANDSBEDIENING - 1

De afstandsbediening heeft een hoogfrequente zender, hetgeen u de volgende voordelen biedt:

  • u hoeft de afstandsbediening niet op de auto te richten.
  • de afstandsbediening werkt ook vanaf een punt achter de auto, en de bedieningsstraal dringt door de bagage heen.
  • de afstandsbediening heeft een groter bereik.

N.b.: Het gelijktijdig gebruik van overige hoogfrequente apparatuur in de directe omgeving van de auto (bijvoorbeeld mobiele telefoons of huisalarm) kan de werking van de afstandsbediening tijdelijk verstoren.

Wanneer de werking van de afstandsbediening permanent versloord is, dient u deze te reinitialiseren. Zie « Vervangen van de batterij van de afstandsbediening ».

CITROEN C5 (2003) - AFSTANDSBEDIENING - 2

Beschermende zekeringen (onder dashboard) F14

CITROEN C5 (2003) - AFSTANDSBEDIENING - 3

Metdeafstandsbedieningkuntudeportieren, dea (break) en de brandstoftankklep ver- en ontgrendelen. Met de afstandsbediening het eveneens mogelijk de buitenspiegels in te klappen. Deze functie kan worden uitgeschakeld door de CITROËN-dealer.

Druk kort op knop A om te vergrendelen of op knop B om te ontgrendelen.

Deze handelingen worden zichtbaar gemaakt door het knipperen van het controlelampje in de schakelaar van de centrale vergrendeling en het branden van de richtingaanwijzers:

Ontgrendelen = Snel knipperen.

- Vergrendelen = Gedurende ongeveer twee seconden branden.

Wanneer een van de portieren, de achterklepruit (break) of de achterklep niet goed gesloten is of open staat, werkt de centrale vergrendeling niet.

Centrale vergrendeling met supervergrendeling

zie Hoofdstuk I - « Supervergrendeling ».

AFSTANDSBEDIENING

5

A C

Lokaliseren geparkeerde auto

Om uw geparkeerde auto op een parkeerplaats terug te kunnen vinden, drukt op de toets A. De binnenverlichting van uw auto gaat vervolgens branden en de richtingaanwijzers knipperen gedurende enkele seconden (auto vergren-deld).

N.b.: de functie lokaliseren geparkeerde auto werkt binnen een actieradius die groter is dan die van de functie ontgrendelen.

Openenensluitenvanderuiten

De toets C werkt volgens de onderstaande cyclus :

  • Met een druk op de toets C worden alle elektrische ruiten alsmede het schuifdak gesloten.
  • Bij een tweede druk op de toets worden de elektrische ruiten een klein stukje geopend.
  • Bij een derde druk worden de ruiten nog verder geopend.

CITROEN C5 (2003) - Openenensluitenvanderuiten - 1

Uitwerpen van de sleutel

Met een druk op de toets D klapt de sleutel uit de afstandsbediening.

U kunt de sleutel inklappen door deze weer in de afstandsbediening te duwen.

Als de afstandbediening wordt gebruikt om de ruiten te bedienen, moet de gebruiker er op letten dat anderen bij het sluiten van de ruiten of het dak niet beklemd raken.

De afstandsbediening werkt niet wanneer de sleutel in het contact steekt, ook niet bij afgezet contact. Dit geldt niet bij reïnitialiseren.

Let op: het per ongeluk bedienen van de afstandsbediening in uw binnenzak kan het ongewenst ontgrendelen van de portieren veroorzaken.

Indien binnen 30 seconden na het ontgrendelen geen portieren worden geopend, worden de portieren automatisch weer vergrendeld.

CITROEN C5 (2003) - Uitwerpen van de sleutel - 1

6

AFSTANDSBEDIENING

CITROEN C5 (2003) - AFSTANDSBEDIENING - 1

CITROEN C5 (2003) - AFSTANDSBEDIENING - 2

Ter preventie van inbraak

Controleer bij het uitstappen of de ramen dicht zijn en laat geen waardevolle spullen zichtbaar in de auto achter.

Verwijder de sleutel uit het contact, vergrendel het stuur en doe alle portieren op slot.

Lege batterij afstandsbediening

Wanneer de batterij van de afstandsbediening leeg is, verschijnt hierover een melding op het multifunctioneel display en hoort u een geluidssignaal.

Vervangen van de batterij van de afstandsbediening

Maak de unit open om de batterij te kunnen bereiken.

Gooi nimmer batterijen bij het huishoudelijk afval, maar lever ze in bij uw CITROËN-dealer of bij een erkend inzamelpunt (bijvoorbeeld een fotozaak).

Na het vervangen van de batterij moet de afstandsbediening worden gereïntialiseerd. Zet daartoe het contact aan met de sleutel van de afstandsbediening en druk op een knop van de afstandsbediening totdat de gew functie wordt uitgevoerd. Dit kan enkele tienden van een seconde duren.

N.b.: De nummers van de sleutels met afstandsbediening kunnen op daarvoor bestemde kaart genoteerd worden. Bewaar deze kaart op een ge plaats.

LET OP:

Als de batterij niet van het juiste type is, kan er kortsluiting ontstaan.

Gebruik uitsluitend de door CITROËN aanbevolen batterijen of soortgelijke batterijen.

CITROEN C5 (2003) - LET OP: - 1

SLEUTELS

7

CITROEN C5 (2003) - SLEUTELS - 1

N.b.: Wanneer het portier aan be-stuurderszijde is geopend en de sleutel nog in het contact steekt, is, in verband met de veiligheid, bij af-gezet contact een geluidssignaal te horen.

Met des leutel kandepas airbag worden uitgeschakeld (zie "Airbag").

Centrale vergrendeling met de sleutel

De vergrendelde toestand wordt gesignaleeerd door het knipperen van het controlelampje van de interieurvergrendelingstoets.

Wanneer een van de portieren, de achterklepruit (break) of de achterklep niet goed gesloten is of open staat, werkt de centrale vergrendeling niet.

Centrale vergrendeling met supervergrendeling

Zie Hoofdstuk I - « Supervergrendeling ».

De ELEKTRONISCHE STARTBLOKKERING blokkeert de motorbediening.

Het systeem wordt automatisch ingeschakeld zodra de sleutel uit het contactslot wordt genomen.

Alle sleutels bevatten een elektronische transponder.

Alleen met uw sleutels kan de auto worden gestart.

Steek uw sleutel in het contactslot.

Nadat het contact is aangezet, wordt er informatie uitgewisseld tussen de sleutel en het systeem van de startblokkering

Als de sleutel niet wordt herkend, kan de motor niet worden gestart.

CITROEN C5 (2003) - Centrale vergrendeling met supervergrendeling - 1

Beschermende zekeringen (onder dashboard) F14

Het sleutelnummer staat op een etiket bijgevoegd bij de sleutel. In geval van verlies kan uw CITROËN-dealer nieuwe sleutels of een nieuwe afstandsbediening leveren.

SLEUTELS

CITROEN C5 (2003) - SLEUTELS - 1

CITROËN SÉCURITE SÉCURITE SECURITE SECURITE SECURITE SECURITE SECURITE SECURITE SECURITE SECURITE SECURITE SECURITE SECURITE SECURITE SECURITE SECURITE SECURITE SECURITE SECURITE SECURITE SECURITE SECURITE SECURITE SECURITE SECURITE SECURITE SECURITE SECURITE SECURITE SECURITE SECURITE SECURITE SECU…

CODE-kaart

Bij de auto is een vertrouwelijke kaart geleverd.

Deze kaart heeft een verborgen toegangscode waarmee een CITROËN-dealer onderhoud kan verrichten aan de elektronische startbeveiliging.

Kras het verborgen gedeelte niet open: wanneer de geheime code verloren gaat kan het systeem van de elektronische startbeveiliging niet zonder meer opnieuw worden geconfigureerd.

Als de auto van eigenaar wisselt, moet de codekaart aan de nieuwe eigenaal worden gegeven.

Laat deze nooit in de auto liggen.

CITROEN C5 (2003) - CODE-kaart - 1

Advies

Bewaar de vertrouwelijke kaart met uw specifieke code van de elektronische startbeveiliging op een veilige plaats (nooit in de auto).

Wend u voor elke gewenste wijziging betreffende de sleutels (extra sleutel, minder sleutels of vervanging van de sleutels) met het codekaartje en al uw autosleutels tot een CITROËN-dealer.

LET OP

Wijzig op geen enkele wijze het elektrische circuit van de elektronische startbeveiliging.

Dit zou namelijk tot gevolg kunnen hebben dat de auto niet meer kan worden gestart.

Het verlies van het codekaartje maakt een ingrijpende handeling door een CITROËN-dealer noodzakelijk.

SUPERVERGRENDELING

AFSTANDSBEDIENING

Centrale vergrendeling met supervergrendeling

Druk kort op de toets A om de supervergrendeling in te schakelen.

Het openen van de portieren van binnenuit of van buitenaf is nu niet meer mogelijk.

Druk op B om te ontgrendelen.

Mocht dit geen effect sorteren, druk dan nogmaals op B.

Deze handelingen worden zichtbaar gemaakt door het knipperen van het controle-lampje in de schakelaar van de centrale vergrendeling en het branden van de richting-aanwijzers:

Ontgrendelen = Snel knipperen.

- Supervergrendelen = Gedurende ongeveer twee seconden branden.

eer mo- le- richting- A B

SLEUTELS

Centrale vergrendeling met supervergrendeling

Wanneer het slot met de sleutel wordt bediend, vindt supervergrendeling plaats (vergrendeling van de auto voor bir nenuit en buitenaf).

Het openen van de portieren van binnenuit of van buitenaf is nu niet meer mogelijk.

Centrale vergrendeling zonder supervergrendeling.

Wanneer meteen na het supervergrendelen opnieuw de sleutel wordt bediend, vindt centrale vergrendeling plaats er wordt de supervergrendeling uitgeschakeld. Het openen van de portieren van binnenuit is dan weer mogelijk.

N.b.: het centraal vergrendelen zonder supervergrendeling is niet mogelijk met de afstandsbediening.

De vergrendelde toestand wordt gesignaleerd door het knipperen van het lampje van de interieurvergrendelingstoets.

CITROEN C5 (2003) - SLEUTELS - 1

Beschermende zekeringen (onder dashboard) F14

WAARSCHUWING

Het is gevaarlijk de supervergrendeling in te schakelen wanneer zich iemand in de auto bevindt, omdat het daarna niet meer mogelijk is de portieren van binnenuit zonder afstandsbediening te ontgrendelen.

ANTI-INBRAAKALARM

CITROEN C5 (2003) - ANTI-INBRAAKALARM - 1

CITROEN C5 (2003) - ANTI-INBRAAKALARM - 2

Uw auto is mogelijk voorzien van een ANTHNBRAAKALARM. Dit zorgt voor :

  • Een perimetrische (uitwendige) beveiliging d.m.v. detectoren op de portieren, de achterruit van de break, de achterklep, de motorkap en de elektrische voeding.
  • Een volumetrische beveiliging of interieurbeveiliging via ultrasone sensoren (bewegingsmelders). U kunt deze uitschakelen via de schakelaar op dashboard.

A B

Hetsysteembevatverdere en Uitschakelen van het alarm met de sleutel ne en een lampje dat zichtbaar is vanbuitenafeneenvandevol de mogelijke toestanden van het Ontgendel de portieren met de sleutel en ga in de auto zitten (de sirene gaa baren 30 seconden af). Steek vervolgens de sleutel in het contact ; na her- kenning van de code zal het alarm uitgeschakeld worden. alarmvastem, senduikt.

  • Alarm niet actief (sluimerstand uitgeschakeld), lampje uit.
  • Alarm actief (in sluimerstand), lampje knippert langzaam.
  • Alarm in werking (inbraaksignaal), lampje knippert snel.

Uitschakelen van het alarm met de afstandsbediening

Het alarm wordt automatisch uitgeschakeld bij het ontgrendelen van de auto (druk op de toets B van de afstandsbediening).

CITROEN C5 (2003) - Uitschakelen van het alarm met de afstandsbediening - 1

Beschermende zekeringen (onder dashboard)

F4 - F11

ANTI-INBRAAKALARM

Inschakelen van het alarm

Check eerst of alle portieren, de achterklep en het schuifdak correct gesloten zijn.

Om het alarm in te schakelen drukt u op de toets de afstandsbediening. De uitwendige beveiliging (peri-metrisch) treedt na 5 seconden in werking, de interieur-beveiliging (volumetrisch) na 45 seconden.

Wanneer het alarm is ingeschakeld, loeit de sirene bij elke inbraakpoging gedurende 30 seconden, wat ge-paard gaat met het oplichten van de richtingaanwijzers (of de koplampen).

Vervolgens keert het alarm weer terug naar de sluimerstand en is de activering van de sirene geregistreerd.

Het alarm gaat ook af bij onderbreking van de elektrische voeding. Bij herstel van de voeding keert het ala weer terug naar de sluimerstand.

N.b.: wanneer u de auto wilt vergrendelen zonder het alarm in te schakelen, dan kunt u volstaan met het vergrendelen met de sleutel.

Uitschakelen van de interieurbeveiliging

Het is mogelijk de uitwendige beveiliging in te schakelen, terwijl de interieurbeveiliging uitgeschakeld is (wanneer u bijvoorbeeld een hond in de auto achterlaat).

Druk hiertoe bij afgezet contact ten minste één seconde op de toets van de interieurbeveiliging op het dasl board.

Het alarmlampje brandt permanent (bij inschakeling van het alarm gaat het knipperen).

De interieurbeveiliging wordt uitgeschakeld mits het alarm binnen 5 minuten na het indrukken van de toets voor de interieurbeveiliging wordt ingeschakeld (na 5 minuten dooft het lampje).

In de volgende gevallen wordt de interieurbeveiliging automatisch uitgeschakeld :

- Nadat het alarm 10 keer binnen dezelfde sluimerstandperiode is afgegaan.

- Wanneer de ruiten worden geopend met de afstandsbediening.

N.b.: de sirene wordt automatisch uitgeschakeld (bijvoorbeeld om de accu los te nemen) zodra de auto met behulp van de afstandsbediening wordt ontgrendeld.

OPENEN EN SLUITEN

CITROEN C5 (2003) - OPENEN EN SLUITEN - 1

CITROEN C5 (2003) - OPENEN EN SLUITEN - 2

Voor het ontgrendelen steekt u de sleutel in het slot en draait u hem vervolgens om. U kunt ook met behulp van de afstandsbediening ontgrendelen.

Trek de handgreep naar u toe.

Openen van binnenuit

Trek de hendel naar u toe.

Vergrendelen van binnenuit

Wanneer alle portieren dicht zijn en u op de toets A drukt, kunt u de auto traal vergrendelen of ontgrendelen.

Het openen van de portieren van binnenuit blijft mogelijk.

Het controlelampje van de toets A sig- naleert de volgende situaties :

  • het knippert wanneer de auto met de afstandsbediening of met de sleutel vergrendeld wordt,
  • het gaat uit wanneer u de portieren ontgrendelt,
  • het gaat branden wanneer u de auto met de toets A vergrendelt.

cen- A

Antidiefstalbeveiliging

De achterklep en - bij de breakuitvoering - de achterklepruit worden automa vergrendeld vanaf een snelheid van circa 10 km/u.

N.b.: bij het openen van een portier wordt deze vergrendeling opgeheven.

Automatische vergrendeling tijdens het rijden

Nadat u de motor heeft gestart, worden de portieren en achterklep automatisch vergrendeld zodra u harder rijdt dan 10 km/uur.

Let op : na het openen van een portier wordt dit automatisch opnieuw vergrendeld zodra de auto harder rijdt dan 10 km/uur.

In- en uitschakelen van de functie

Druk op de bediening van de centrale vergrendeling totdat u een piep I

CITROEN C5 (2003) - In- en uitschakelen van de functie - 1

Beschermende zekeringen

(onder dashboard)

F14

LET OP

Het rijden met vergrendelde deuren kan de toegang tot het interieur in noodgevallen bemoeilijken

OPENEN EN SLUITEN

CITROEN C5 (2003) - OPENEN EN SLUITEN - 1

Na het in werking stellen hiervan kan het betreffende achterportier alleen nog van buitenaf worden geopend.

De kindersloten werken onafhankelijk van de centrale vergrendeling. Steek de autosleutel in de rode sleuf en draai hem vervolgens om.

N.B.: Wanneer de kindersloten op beide achterportieren geactiveerd zijn, wordt dit bij aangezet contact gesignaleerd door het tijdelijk branden van het corresponderende dashboardlampje of het verschijnenvaneenmeldingophe functioneel display.

Telkens wanneer op de interieurvergrendelingstoets wordt gedrukt, wordt de actieve status van de kindersloten op het intrumentenpaneel of het display gesignaleerd.

龙 A

Achterklep

Het ontgrendelen is mogelijk bij stil- staande auto :

  • met de afstandsbediening of met de sleutel,
  • met de toets voor de centrale ont-grendeling in het interieur, of door openen van een portier.

N.B.: wanneer de auto rijdt (boven 10 km/u) worden de achterklep de achterklepruit (break) in alle gevallen vergrendeld.

CITROEN C5 (2003) - Achterklep - 1

Druk van onderen tegen de ont-grendelbediening A tussen de ken-tekenplaatlichten.

Sluiten van de achterklep

Om de achterklep te sluiten trekt u deze aan de handgrepen in de be- kleding aan de binnenzijde naar beneden.

Druk de achterklep vervolgens he- lemaal dicht.

Noodontgrendeling

Mocht de ontgrendeling van de achterklep n meer werken, dan kan het slot vanuit de kofferruimte als volgt worden ontgrendeld:

- steek een puntig voorwerp in de slotopening B (schroevendraaier of pen) en beweeg deze om de achterklep te ontgrendelen.

niet B fer- g ce

OPENEN EN SLUITEN

CITROEN C5 (2003) - OPENEN EN SLUITEN - 1

Druk de bediening voor het openen van de ruit in.

Druk de achterruit naar beneden om deze te sluiten en druk hem aan het einde stevig dicht.

Controleer of de ruit goed vergren- deld is.

CITROEN C5 (2003) - OPENEN EN SLUITEN - 2

Verricht deze handeling uitsluitend bij stilstaande auto.

Trek voor het ontgrendelen de bediening onder het dashboard naar u toe.

CITROEN C5 (2003) - OPENEN EN SLUITEN - 3

Druk de pal A in het midden onder de rand van de motorkap omhoog en licht de motorkap op.

Sluiten

Laat de motorkap zakken en laat hem vervolgens los zodat hij in het slot valt.

Controleer of de motorkap goed vergrendeld is.

BRANDSTOF TANKEN

CITROEN C5 (2003) - BRANDSTOF TANKEN - 1

Het tanken dient te gebeuren met afgezette motor en contact uit.

Druk aan de bovenkant tegen het brandstoftankklepje (zie pijl) om dit te openen. Aan de binnenzijde bevindt zich een sticker.

Sluit de brandstoftanklep en druk erlegen om deze te vergrendelen.

Tankdop met slot

Openen of sluiten: draai de sleutel een kwartslag rond.

Niet-afsluitbare dop

Het ver- of ontgrendelen van de klep van de brandstoftank gebeurt v centrale vergrendeling.

Verdraai de dop een kwartslag om te openen of te sluiten.

Bevestig voor het tanken de tankdop op de daarvoor bestemde plaats steun aan de binnenkant van de brandstoftankklep

Voor benzineauto's die uitgerust zijn met katalysator geldt dat het tan- ken van loodvrije benzine verplicht is.

De vulopening heeft een vernauwing om het risico dat de verkeerde brandstof wordt getankt te beperken.

Wanneer bij het vullen van de brandstoftank het tankpistool voor de derde keer afslaat, moet u niet verder tanken, aangezien anders storingen in de werking van uw auto kunnen optreden.

Inhoud van de brandstoftank (in liters):

- circa 66 (benzine-uitvoering).

- circa 68 (dieseluitvoering).

LET OP: Indien per vergissing de verkeerde brandstofsoort is getankt, moet de brandstoftank beslist worden afgetapt alvorens u de motor start.

BRANDSTOFSOORT

Tegen de binnenkant van de brandstoftankklep zit een sticker met informatie over de toegestane brandstofsoort.

CITROEN C5 (2003) - BRANDSTOFSOORT - 1
ONGELODE BENZINE

DIESEL

DIESEL

Hoewel benzinemotoren geschikt zijn voor RON 95 brandstof, adviseren wij u, om voor meer rijcomfort RON 98 te tanken (alleen benzinemotor).

VOORSTOELEN

CITROEN C5 (2003) - VOORSTOELEN - 1

① Verstellen in hoogte- en in lengterichting
② Verstellen van de rugleuning
③ Verstellen van de lendesteu- nen.

CITROEN C5 (2003) - VOORSTOELEN - 2

Licht de bediening aan de voorkant op of druk deze aan de voorkant omhoog te zetten of te laten zakken.

CITROEN C5 (2003) - VOORSTOELEN - 3

Licht de bediening aan de achterkant op of druk deze neer om ting aan de achterkant omhoog te zetten of te laten zakken.

CITROEN C5 (2003) - VOORSTOELEN - 4

Licht de bediening aan zowel de voor- als achterkant op of drul neer, om de zitting omhoog te zetten of te laten zakken.

CITROEN C5 (2003) - VOORSTOELEN - 5

① Schuif de bediening naar voren of naar achteren voor een voor- achterwaartse verplaatsing van de stoel.

CITROEN C5 (2003) - VOORSTOELEN - 6

② Duw de bediening aan de bovenkant naar voren of naar achtere voor het verstellen van de rugleuning.

CITROEN C5 (2003) - VOORSTOELEN - 7

③ Schuif de bediening naar voren of naar achteren om de lendest te bollen of te vlakken.

Stoelverwaming

De voorstoelen kunnen afzonderlijk worden verwarmd. Gebruik hiertoe de schakelaars op de zijkant van

ddestoelenenkieseenvanded verwarmingsstanden m.b.v. de knop :

0 : Uit

pf : Matig warm

2 : Gemiddeld warm

3:Warm

De temperatuur van de stoel wordt automatisch geregeld.

N.b.: De stoelverwarming werkt uitsuitend bij draaiende motor.

N.B.: sommige uitvoeringen kunnen voorzien zijn van een systeem met tijdelijke instellingen, welke reageren op:

- het openen van het bestuurdersportier.

- het uitschakelen van het contact.

CITROEN C5 (2003) - Stoelverwaming - 1

Beschermende zekeringen (onder dashboard)

G37 - G38 - G39 - G40

VOORSTOELEN

CITROEN C5 (2003) - VOORSTOELEN - 1

Trek de hoofdsteun uit om deze in een hogere stand te zetten.

Druk op de bediening en op de hoofdsteun om deze in een lagere stand te zetten.

Druk op de ontgrendellip van de hoofdsteun en trek de steun omhoog om hem te verwijderen.

CITROEN C5 (2003) - VOORSTOELEN - 2

Verstelknop van de lendesteunen

Gebruik de corresponderende bedie- ning voor de gewenste stand.

CITROEN C5 (2003) - Verstelknop van de lendesteunen - 1

Verstellen van de rugleuning

Zet met de corresponderende bedie- ning de rugleuning in de gewenste hel- lingshoek.

Het is mogelijk de rugleuning 45° naar voren of naar achteren te kantelen tot deze vergrendelt. Druk voor het ontgrendelen de bediening neer.

CITROEN C5 (2003) - Verstellen van de rugleuning - 1

Armsteun

Opklappen: klap de armsteun vanuit de gebruikte horizontale stand op totdat deze vergrendelt.

Wilt u de armsteun vanuit de opgeklapte stand in

een van de horizontale standen plaatsen, dan moet u deze eerst geheel neerklappen en daarna omhoog trekken, in de gewenste stand.

CITROEN C5 (2003) - Wilt u de armsteun vanuit de opgeklapte stand in - 1

Hogerzettenoflatenzakkenva zitting

Licht de bediening op of druk deze neer totdat u de gewenste stand heeft verkregen.

CITROEN C5 (2003) - Hogerzettenoflatenzakkenva zitting - 1

Stoelverwaming

De voorstoelen kunnen afzonderlijk worden verwarmd. Gebruik hiertoe de bedieningsorganen op de zijkant van de stoelen.

De temperatuur van de stoel wordt automatisch gere- geld.

N.b.: De stoelverwarming werkt uitsluitend bij draaiende motor. Het commando voor de werking van de verwarming van de stoel(en) blijft tot twee minuten na afzetten van het contact in het geheugen opgeslagen.

CITROEN C5 (2003) - Stoelverwaming - 1

Verstellen in de lengterichting

Licht de bedieningsstang op en schuif de stoel in de gewenste stand.

CITROEN C5 (2003) - Verstellen in de lengterichting - 1

Beschermende zekeringen

(onder dashboard)

G39 - G40

Het stuur is verstelbaar in hoogte en diepte.

Zet, terwijl de auto stilstaat, eerst uw stoel in de juiste stand en verstel vervolgens het stuur. Zie « Juisterijhouding »

Ontgrendel het stuur door de corresponderende hendel van u af te duwen.

Verstel het stuur en vergrendel het door de hendel geheel naar u toe te trekken.

Zorg ervoor dat u te allen tijde een goed overzicht heeft over de instrumenten en controlelampjes.

CITROEN C5 (2003) - Verstellen in de lengterichting - 2

Verricht, met het oog op de veiligheid, deze afstellingen nooit tijdens het rijden.

CITROEN C5 (2003) - Verstellen in de lengterichting - 3

AIRBAG

21

CITROEN C5 (2003) - AIRBAG - 1

AIRBAG PASS. ON OFF

Het is mogelijk de airbag aan passagierszijde buiten werking te stellen.

CITROEN C5 (2003) - AIRBAG - 3

Uitgeschakelde airbag aan pas- sagierszijde

Als u een kinderstoeltje met de rugleuning in de rijrichting op de passagiersstoel plaatst, moet u de airbag voor de passagier uitschakelen.

Dat gaat zo:

- Steck bij afgezet contact de contactsleutel in de sleutelschakelaar A.

- Draai de sleutel in de stand "OFF" om de passagiersairbag uit te schakelen.

In deze situatie brandt bij aangezet contact op het dashboard permanent het lampje van de passagiersairbag

Vergeetnietdeairbagaanp sagierszijde weer in werking te stellen.

Doe dit als volgt:

- Steek de sleutel bij afgezet contact in de sleutelschakelaar en draai deze in de stand "ON": d e airbag is weer ingeschakeld.

-Indezesituatiebrandthetcor lelampjevandeairbagenkele: conden bij aanzetten van het contact.

N.b.: Het dragen van een autogordel is verplicht.

Schakel nooit de airbag van de passagier uit (behalve als er een kinderstoeltje met de rugleuning in de rijrichting op deze stoel staat).

Het is verplicht de passagiersairbag uit te schakelen, zodra u een kinderzitje met de rug in de rijrichting op de passagiersstoel voorin monteert. Doet u dit niet, dan loopt het kind het risico om ernstig gewond of gedood te worden, wanneer de airbag afgaat.

De volgende tabel geeft aan in hoeverre, conform de richtlijn 2000/3, de afzonderlijke zitplaatsen in uw auto gescl zijn voor een als universeel gehomologeerd kinderzitje, bestemd voor een of meer gewichtsklassen, dat met een a gordel wordt bevestigd.

Raadpleeg « Meenemen van kinderen » in het hoofdstuk « VEILIGHEIDSADVIEZEN » achter in het instructieboekje om te weten hoe u uw kind zo veilig mogelijk kunt vervoeren.

Plaats(en)wettelijke gewichtsklassen
< 1 3 kg (groepen 0 et 0+)9 - 1 8 kg (groep 1)15 - 25 kg (groep 2)22 - 36 kg (groep 3)
Voorpassagier(1)L1*(2)UUU
Achterin, raamzijde U U UU
Achterin, middenL1(gordel onder de stoel)L2 L3, L4,L5L4, L5

(1) Lees « Voorschriften met betrekking tot het vervoeren van kinderen op de voorstoelen » onder « Meenemen v. kinderen / kinderbevestigingsmiddelen » achter in het instructieboekje, alvorens u een kinderzitje op de passagiersstoel voorin monteert.
(2) Het is verplicht de airbag aan passagierszijde uit te schakelen, zodra u een kinderzitje met de rug in de rijrichting op de passagiersstoel voorin monteert. Doet u dit niet, dan loopt het kind het risico om ernstig gewond te raken of gedood te worden, wanneer de airbag afgaat.

U : Zitplaats geschikt voor de montage van zowel een universeel kinderzitje met de rug in de rijrichting als een universeel kinderzitje met het gezicht in de rijrichting.

De constructeur adviseert het gebruik van de volgende kinderzitjes :

L1 : BRITAX Babysure E1 10344117 Universeel (vanaf geboorte tot 13 kg)

L2 : RÖMER Prince E1 03301058 Universeel (van 9 tot 18 kg)

L3 : RÖMER Vario E1 03301120 Universeel (van 15 tot 25 kg)

L4 : RECARO Start E1 03301108 Universeel (van 15 tot 36 kg)

L5 : KLIPPAN Optima E1 7030007 Universeel (van 15 tot 36 kg)

ISOFIX bevestigingspunten en ISOFIX systemen

De zijitplaatsen achterin zijn voorzien van ISOFIX bevestigingen in de vorm van 2 ogen die op 28 cm van elkaar tussen de rugleuning en de zitting plaatst.

ISOFOX kinderzitjes hebben 2 vergrendelingen die eenvoudig aan deze ogen te bevestigen zijn. Dit bevestigingssysteem is geschikt voor kinderen 22 kg.

zijn ge- tot erd emen

Wanneer een kinderzitje niet op de juiste wijze in de auto wordt gemonteerd loopt het kind gevaar in geval van een aanrijding. ISOFIX bevestigingssystemen beperken het risico van een verkeerde montage. ISOFIX bevestigingssystemen slaan garant voor een betrouwbare, stevige en snelle montage van een kinderzitje in uw auto.

Het ISOFIX kinderzitje dat is goedgekeurd voor montage in auto's van het merk CITROËN en te koop bij de CITR dealer heet KIDDY Isofix (1). Het kan met de rug in de rijrichting gemonteerd worden voor pasgeboren baby's tot kinderen die 13 kg wegen, en met het gezicht in de rijrichting bij een lichaamsgewicht van 9 tot 18 kg.

Houd u in alle gevallen stipt aan de montagevoorschriften van de fabrikant van het kinderzitje.

Adviezen voor de montage van ISOFIX kinderzitjes.

  • Controleer voor het bevestigen van een KIDDY Isofix zitje in uw auto of de verankeringspunten vrij toegankelijk z
  • Klik de ISOFIX geleiders aan de verankeringspunten vast zodat u er beter bij kunt.
  • Zet de voorstoel in de auto in een tussenstand met de rugleuning rechtop.

KIDDY ISOFIX zitjes zijn ook geschikt voor montage in auto's zonder ISOFIX bevestigingspunten. Het zitje moet dar wel - onafhankelijk van de positie (rug of gezicht in de rijrichting) - met de driepunts autogordel aan de stoel wor bevestigd.

(1) Bevestig aan de ISOFIX bevestigingspunten alleen ISOFIX kinderzitjes die zijn goedgekeurd voor uw auto en ge verd door de CITROËN-dealer.

ACHTERZITPLAATSEN

CITROEN C5 (2003) - ACHTERZITPLAATSEN - 1

De achterbank is geheel of in gedeelten neerklapbaar.

CITROEN C5 (2003) - ACHTERZITPLAATSEN - 2

De achterzittingen zijn uitneembaar om de bergruimte te vergroten.

Trek een van de scharnierpennen uit de bevestiging, verwijder daarna

Zitting

Trek de zitting aan de voorzijde omhoog en kantel deze tegen de rugleunje de andere en neem de complete gen van de voorstoelen. Let er bij het terugplaatsen van de zitting op dat ziting uit. autogordels op de goede plaats komen te zitten.

ACHTERZITPLAATSEN

CITROEN C5 (2003) - ACHTERZITPLAATSEN - 1

CITROEN C5 (2003) - ACHTERZITPLAATSEN - 2

Hoofdsteunen achterin

Er zijn twee standen voor de hoofdsteunenachterin:

- de opgeborgen stand, voor wanneer de zitplaats vrij is.

- de uitgetrokken stand, voor de veiligheid van de passagier ; trek de hoofdsteun uit, tot hij blokkeert.

Om de hoofdsteunen te laten zakken, drukt u op de ontgrendelbediening.

Om ze te verwijderen, trekt u ze omhoog tot de aanslag en drukt u vervolgens op de ontgrendelbedie- ning.

CITROEN C5 (2003) - Hoofdsteunen achterin - 1

Neerklappen van de rugleuning

Plaats de zitting tegen de rugleun-ningen van de voorstoelen.

Schuif de hoofdsteunen in.

Druk op de knop op het uiteinde van de rugleuning en klap de rugleuning helemaal naar voren.

De rugleuning van de achterbank is in twee delen neerklapbaar. Let er bij het terugplaatsen van de rugleuning op dat hij goed vergrendeld is.

CITROEN C5 (2003) - Neerklappen van de rugleuning - 1

Luik voor het vervoeren van lange voorwerpen (ski's)

In de achterbankrugleuning achter de armsteun bevindt zich een luik voor het transport van lange voorwerpen.

Let erop dat deze voorwerpen het hanteren van de versnellingspook niet hinderen.

Sjor ze vast.

CITROEN C5 (2003) - Luik voor het vervoeren van lange voorwerpen (ski's) - 1

Voorkom beschadiging van de gordels

Houd tijdens het terugklappen van de achterbank de gordels zorgvuldig aan weerszijden van de rugleuning tegen (zie afbeelding).

Een klem A op de zijkant van de bekleding is daarvoor bedoeld

HOEDENPLANK

(Berline)

27

CITROEN C5 (2003) - HOEDENPLANK - 1

Neem de ophangkoorden los van de haken; licht de hoedenplank aan de achterzijde iets op en trek dezenaarutoe.

CITROEN C5 (2003) - HOEDENPLANK - 2

Ontgrendel de rugleuningen van de achterzitplaatsen en verwijder de hoedenplank.

Schuif de hoedenplank over de steunen met de bovenzijde langs de rugleuningen van de achterzitplaatsen en met de ronde rand naar beneden en druk de hoedenplank met de pootjes vast in de steunen.

Vergrendel de rugleuningen van de achterzitplaatsen.

CITROEN C5 (2003) - HOEDENPLANK - 3

Leg de hoedenplank met de steun-pootjes op de uitsparingen in de hoedenplanksteunen en druk de pootjes in de uitsparingen.

U kunt de hoedenplank aan de achterklep bevestigen door de koorduiteinden bij B te bevestigen.

Plaats geen scherpe of zware voorwerpen op de hoedenplank, enerzijds om te voorkomen dat de weerstandsdraden van de achterruitverwarming beschadigd worden en anderzijds om het riscico te beperken dat de inzittenden verwondingen oplopen wanneer bij plotseling remmen of een botsing de voorwerpen naar voren schieten.

KOFFER

CITROEN C5 (2003) - KOFFER - 1

Gebruik de vier sjorogen in de vloerplaat van de koffer voor het bevestigem met de aan weerszijden in de kof- van uw bagage. In verband met de veiligheid in geval van sterk afremmen is het verstandigen (verbandtrommel, gevaren- zwarebagageindekofferruimtezovermogelijknaarvorenteplaatsen. driehoek, jerrycan olie, enz.)

Bagagenet

Ditnetisbedoeldomdebagageindekoffervasttezetten.

KOFFER

(Break)

29

CITROEN C5 (2003) - KOFFER - 1

Wanneer u de toets in de kofferruimte ingedrukt houdt, kunt u de wagenhoogte achter verlagen om het inladen va gage te vergemakkelijken.

Deze functie is gekoppeld aan een tijdschakeling waardoor de auto automatisch terugkeert in de oorspronkelijke stand:

  • bij het sluiten van de achterklep, de achterklepruit of de portieren,
  • bij het starten van de motor.

Via een geluidssignaal wordt het stijgen of zakken van de auto aan de achterzijde kenbaar gemaakt.

N.B.: Deze functie werkt alleen bij open achterklep of achterklepruit in combinatie met afgezette motor.

3. Omkeerbare vloerbedekking in de koffer

De rubber zijde is afwasbaar en geschikt voor het vervoer van vuile voorwerpen.

KOFFER

(Break)

CITROEN C5 (2003) - KOFFER - 1

Aan weerszijden in de kofferbekleding bevindt zich een bergvak: u kunt de klep openen door eraan te trekken; duw ertegen om de klep te sluiten.

De bergvakken zijn voorzien van sjorriemen voor het vastzetten van de diverse objecten.

2. Bergruimte onder de vloer- plaat

Biedt ruimte aan verschillende voorwerpen (verbanddoos, gevarendriehoek, reservelampen,...).

Raadpleeg het hoofdstuk "Praktische wenken" - Verwisselen van een wiel voor meer informatie.

CITROEN C5 (2003) - Bergruimte onder de vloer- plaat - 1

De hoedenplank en bagagedek kunnen naar behoefte als volgt worden gebruikt:

  • Vaste hoedenplank met afgerold bagagedek
  • Vaste hoedenplank met opgerold bagagedek
  • Hoedenplank en bagagedek verwijderd

Bagagedek met rolmechanisme

Licht het bagagedek via de handgreep iets aan de rand op en houd het vas terwijl het automatisch oprolt.

Hoedenplank

Verwijderen hoedenplank/bagagedek:

Pak, zodra het bagagedek is opgerold, dit aan een van de uiteinden vast en licht het uit de bevestiging en trek het vervolgens naar u toe.

Terugplaatsen hoedenplank/bagagedek:

Verricht bovenstaande handelingen in omgekeerde volgorde en druk de twee uiteinden van de hoedenplank in de bevestigingen vast.

BESCHERMNET

(Break)

31

CITROEN C5 (2003) - BESCHERMNET - 1

  • Het beschermnet dient om de in-zittenden te beschermen tegen de bagage. Rol het net uit door aan de lip te trekken. De staaf aan de bovenzijde van het net kunt u in de bevestigingen bij 2 plaatsen (open hiertoe het scharnierend af-dekkapje volgens de afbeelding).
  • Wilt u de koffer met neergeklapte achterbank gebruiken, dan kan de staaf aan de bovenzijde van het net in de bevestigingen 1 worden geplaatst (zie afbeelding).

N.B: het 2/3 deel van de achterbank is slechts dan met net neerklapbaar indien het 1/3 deel is neergeklapt.

CITROEN C5 (2003) - BESCHERMNET - 2

Demonteren van het beschermnetsysteem

Duw de rolstang bij neergeklapte zittingen en opgerold net naar rechts om hem van de rolgeleider te verwijderen en duw hem naar voren om hem te kunnen uitnemen (zie afbeelding).

Ga in omgekeerde volgorde te werk voor het monteren van het bescherm-netsysteem.

1 Ontwaseming zijruiten.

2 Luchtrooster aan de zijkant.

3 Linker luidspreker (Tweeter).

• Richtingaanwijzer.

- Mistlampen.

• Mistachterlichten.

5 Claxon.

6 Bestuurdersairbag.

7 Instrumentenpaneel.

8 Bediening radio op stuurkolom.

9 Bedieningsorganen :

• Ruitenwissers voor.

- Ruitensproeier.

• Ruitenwisser achter.

- Boordcomputer.

10 • Bediening black panel.

• Anti-inbraakalarm.

- Bediening achterklepont-grendeling.

11 Multifunctioneel display.

12 Alarmverlichting.

13 Centrale ventilatieroosters.

14 Centrale bediening van portie- renenachterklep.

15 Passagiersairbag.

16 Luchtrooster aan de zijkant.

17 Rechterluidspreker(Tweeter).

18 Ontwaseming zijruiten.

19 Handschoenenkastje.

- Opbergvak voor de boord-documentatie.

20 Inbouwruimte autoradio.

21 Airconditioning of verwarming/ventilatie.

22 Asbak.

23 Sigarenaansteker.

36 Sleutelschakelaar:

- Inschakelen/uitschakelen airbag aan passagierszijde.

37 Bedieningsorganen :

- Bediening van de ruiten.

- Spiegels.

INSTRUMENTENPANEEL

CITROEN C5 (2003) - INSTRUMENTENPANEEL - 1

Bediening :

• Nulstelling van de dagteller

Toerenteller

Voor de inrijperiode: zie instructies onder «inrijden».

Bediening :

- Sterkte van de dashboardverlichting

CITROEN C5 (2003) - Bediening : - 1

Koelwatertemperatuurmeter

Waarschuwingslampje koelwaterniveau en -temperatuur

Wijzer in het middelste gebied : normale werking.

Bij zware gebruiksomstandigheden in combinatie met warm weer kan de wijzer het rode gebied naderen.

Mocht de wijzer in het rode gebied komen, of wanneer een waarschuwingslampje gaat branden, stop dan onmidde en zet het contact af. De koelventilator kan in zo'n geval nog een tijdje werken; laat de motor afkoelen en neem de voorzorgsmaatregelen beschreven in hoofdstuk IV - Onderhoud- "Niveaus, controles".

Waarschuw de CITROËN-dealer.

R 1/2 1

Brandstofmeter

Zodra het lampje van de minimumhoeveelheid brandstof permanent brandt, zit er nog onge veer 6 liter reserve-brandstof in de tank.

INSTRUMENTENPANEEL

Bediening :

• Nulstelling van de dagteller

Toerenteller

Voor de inrijperiode: zie instructies onder «inrijden».

Bediening :

- Sterkte van de dashboardverlichting - Black panel.

CITROEN C5 (2003) - Bediening : - 1

Koelwatertemperatuurmeter

Waarschuwingslampje koelwaterniveau en -temperatuur

Wijzer in het middelste gebied : normale werking.

Bij zware gebruiksomstandigheden in combinatie met warm weer kan de wijzer het rode gebied naderen.

Mocht de wijzer in het rode gebied komen, of wanneer een waarschuwingslampje gaat brander stop dan onmiddellijk en zet het contact af. De koelventilator kan in zo'n geval nog een tijd-

je werken; laat de motor afkoelen en neem de voorzorgsmaatregelen beschreven in hoofdstuk IV - Onderhoud- "Niveaus, controles".

Waarschuw de CITROËN-dealer.

CITROEN C5 (2003) - Waarschuwingslampje koelwaterniveau en -temperatuur - 1

Aanduiding olietemperatuur

Waarschuwingslampje temperatuur motorolie

Onder normale omstandigheden blijft de wijzer in de witte markering.

Onder zwaardere gebruiksomstandigheden en bij een hoge buitentemperatuur, kan het gebeuren dat de wijzer dicht bij het rode gebied komt.

De wijzer mag in geen geval in het rode gebied komen. Gebeurt dit toch, rijd dan langzamer, zet eventueel de motor af en controleer de niveaus (zie hoofdstuk - Onderhoud - "Niveau controles,").

Waarschuw de CITROËN-dealer.

R 1/2 1

Brandstofmeter

Zodra het lampje van de mini- mumhoeveelheid brandstof permanent brandt, zit er nog on- geveer 6 liter reserve-brandstof in de tank.

Voltmeter

Onder normale omstandigheden, moet, bij aangezet contact en draaiende motor, de wijzer zichtussen del weeroden bevinden. Begeeft de wijzer zich in een van de rode gebieden, waarschuw dan een CITROËN-dealer.

degebie-

INSTRUMENTENPANEEL

Bediening :

• Nulstelling van de dagteller

Toerenteller

Voor de inrijperiode: zie instructies onder «inrijden».

Bediening :

- Sterkte van de dashboardverlichting - Blackpanel.

CITROEN C5 (2003) - Bediening : - 1

Koelwatertemperatuurmeter

Waarschuwingslampje koelwaterniveau en -temperatuur

Wijzer in het middelste gebied : normale werking.

Bij zware gebruiksomstandigheden in combinatie met warm weer kan de wijzer het rode gebied naderen.

Mocht de wijzer in het rode gebied komen, of wanneer een waarschuwingslampje gaat brander stop dan onmiddellijk en zet het contact af. De koelventilator kan in zo'n geval nog een tijd-

je werken; laat de motor afkoelen en neem de voorzorgsmaatregelen beschreven in hoofdstuk IV - Onderhoud- "Niveaus, controles".

Waarschuw de CITROËN-dealer.

CITROEN C5 (2003) - Waarschuwingslampje koelwaterniveau en -temperatuur - 1

Aanduiding olietemperatuur

Waarschuwingslampje temperatuur motorolie

Onder normale omstandigheden blijft de wijzer in de witte markering.

Onder zwaardere gebruiksomstandigheden en bij een hoge buitentemperatuur, kan het gebeuren dat de wijzer dicht bij het rode gebied komt.

De wijzer mag in geen geval in het rode gebied komen. Gebeurt dit toch, rijd dan langzamer, zet eventueel de motor af en controleer de niveaus (zie hoofdstuk - Onderhoud - "Niveau controles").

Waarschuw de CITROËN-dealer.

R 1/2 1

Brandstofmeter

Zodra het lampje van de minimumhoeveelheid brandstof permanent brandt, zit er nog ongeveer 6 liter reserve-brandstof in de tank.

INSTRUMENTENPANEEL

Multifunctioneel display

Bij het aanzetten van het contact, verschijnt op het display achtereenvolgens:

  • Onderhoudsintervalindicator.
  • Olieniveau-indicator.
  • Kilometerteller en dagteller/Dag-teller.

Indicator motorolieniveau

Wanneer het contact wordt aanzet, wordt de onderhoudsintervalindicator enkele seconden verlicht. Vervolgens wordt gedurende enkele seconden het motorolieniveau aangegeven. (Zie «Onderhoudsintervalindicator.»)

F M0 MAX

MAX. = Lampje brandt permanent

Wanneer de signalering knip- pert, duidt dat op een manke- ment van de meter of een olieni- veau boven MAX.

Raadpleeg een CITROËN-dealer.

F TND PGX

Olieniveau te laag = Knipperen v a n d e l e d j e s

Vul zo snel mogelijk olie bij om motorbeschading te voorkomen.

F TIN MSCN

MIN.

Controleer met de oliepeilstok.

Controleer nadat de motor min- stens tien minuten is afgezet.

F Tn

Het knipperen van de ledjes en de signalering minimumniveau duidt op een mankement van de meter.

Raadpleeg een CITROËN-dealer.

INSTRUMENTENPANEEL

Bij het openen van een portier verschijnen op het display de dagtotaalkilometerstanden totdat u het contact heeft aangezet.

km 235.5 024 182 250 en

Wanneer u het contact aanzet verschijnt eerst informatie over het olieniveau en het onderhoud; vervolgens worden de dag- en de totaalkilometerteller getoond.

km 000.0 024:182 250

CITROEN C5 (2003) - INSTRUMENTENPANEEL - 3

Functie beschikbaar bij aangezet contact.

Houd de knop even ingedrukt voor het verkrijgen van de nulstelling.

INSTRUMENTENPANEEL

0 1 2 3 4 5 6 7 min/km (100km) max/100km

CITROEN C5 (2003) - INSTRUMENTENPANEEL - 2

Wanneer u op de bediening drukt, verdwijnt alle informatie van m.u.v. de snelheidsmeter en signaleringen van actieve functies.

N.b.: Automatisch oplichten van de functies bij:

  • Waarschuwingsmeldingen.
  • Bediening van een van de displaytoetsen.
  • Selectie autoradio.

- Bediening van een van de toetsen van de airconditioning.

Sterkte van de dashboardver- lichting het display

Het verstellen dient te gebeuren bij draaiende motor en ontstoken parkeerlichten; houd de toets ingedrukt tot het verkrijgen van de gewenste lichtsterkte.

ONDERHOUDSINTERVALINDICATOR

Deze meter informeert u wanneer de volgende voorgeschreven onderhoudsbeurt dient plaats te vinden. D informatie wordt bepaald op basis van de volgende twee factoren: het aantal afgelegde kilometers en de verstreken tijd sinds de laatste onderhoudsbeurt.

Werking:

Bij het aanzetten van het contact wordt op het display heta aani meters getoond dat nog verreden kan worden tot de volgende onderhoudsbeurt (in duizenden en honderden kilometers)

Bijvoorbeeld: de onderhoudsbeurt is over:

CITROEN C5 (2003) - Werking: - 1

Enkele seconden later wordt het oliepeil getoond en daarna zal de kilometerteller normaal functioneren. Het display to aantal gereden kilometers en de dagteller.

Over minder dan 1 000 km moet de volgende onderhoudsbeurt worden uitgevoerd.

Telkens wanneer u het contact aan- zet, licht de kilometerstand op knippert de onderhoudssleutel. Dit duurt ongeveer vijf seconden.

Bijvoorbeeld: de onderhoudsbeurt is over: 900 km

Bij het aanzetten van het contact geeft het display gedurende vijf seconden de volgende informatie:

CITROEN C5 (2003) - Over minder dan 1 000 km moet de volgende onderhoudsbeurt worden uitgevoerd. - 1

Enkele seconden later wordt het olie- peil getoond, waarna de kilometertel- ler normaal gaat functioneren terwijl de onderhoudssleutel zichtbaar blijft.

Dit geeft aan dat er op korte te eent onderhoudbeeft indet worden uitgevoerd. Het display geeft de stand van de totaalteller of de dagtel- ler weer.

Als de kilometerstand voor de onderhoudsbeurt is overschreden:

- Bij het aanzetten van het contact enknipperen de onderhoudssleutel en de teveel gereden kilometers even.

Voorbeeld : De kilometerstand voor de volgende onderhoudsbeurt is met 300 kilometer overschreden. De onderhoudsbeurt dient nu op korte termijn te worden uitgevoerd.

CITROEN C5 (2003) - Als de kilometerstand voor de onderhoudsbeurt is overschreden: - 1

Enkele seconden na het aanzetten van het contact zal de kilometertel- ter normaal functioneren en blijft de onderhoudssleutel zicht- baar.

CITROEN C5 (2003) - Als de kilometerstand voor de onderhoudsbeurt is overschreden: - 2

CITROEN C5 (2003) - Als de kilometerstand voor de onderhoudsbeurt is overschreden: - 3

CITROEN C5 (2003) - Als de kilometerstand voor de onderhoudsbeurt is overschreden: - 4

ONDERHOUDSINTERVALINDICATOR

CITROEN C5 (2003) - ONDERHOUDSINTERVALINDICATOR - 1

Onderhoudsinterval

Indien uw auto onder bijzonder zware omstandigheden wordt gebruikt, dient u zich te houden aan het onderhoudsp gramma voor "zware gebruiksomstandigheden" waarbij kortere onderhoudsintervallen worden gehanteerd (zie Onderhoudsboekje).

CITROEN C5 (2003) - Onderhoudsinterval - 1

Opmerking : als de maximumtijd tussen twee onderhoudsbeurten is verstreken voordat het maximumaantal kilometers is verreden, gaat de sleutel branden en geeft het display "0" aan'.

CITROEN C5 (2003) - Onderhoudsinterval - 2

Uw Citroën-dealer voert deze handeling uit na elke onderhoudsbeurt. In het geval dat u het onderhoud zelf uitvoert, is de resetprocedure als volgt:

=0

  • Zet het contact af.
  • Drukknop1 in en houd deze ingedrukt.
  • Zet het contact aan.
  • De termijn tot de volgende onderhoudsbeurt knippert.

Houd de toets 1 ingedrukt tot "=0" wordt weergegeven en de onderhoudssleutel verdwijnt.

CONTROLELAMPJES

STOP 0000 00:102 250 10 30 50 70 90 110 130 150 170 190 210 230 250 Stop Speed

CITROEN C5 (2003) - CONTROLELAMPJES - 2

Richtingaanwijzer naar links

Zie "Signalering"

CITROEN C5 (2003) - CONTROLELAMPJES - 3

Richtingaanwijzer naar rechts

Zie "Signalering"

CITROEN C5 (2003) - CONTROLELAMPJES - 4

Mistachterlichten

Zie "Signalering"

Wanneer de alarmverlichting aanstaat knipperen gelijktijdig alle richtingaanwijzers

CITROEN C5 (2003) - Wanneer de alarmverlichting aanstaat knipperen gelijktijdig alle richtingaanwijzers - 1

Mistlampen

Zie "Signalering"

CITROEN C5 (2003) - Wanneer de alarmverlichting aanstaat knipperen gelijktijdig alle richtingaanwijzers - 2

Dimlichten

Zie "Signalering"

CITROEN C5 (2003) - Wanneer de alarmverlichting aanstaat knipperen gelijktijdig alle richtingaanwijzers - 3

Grootlicht

Zie "Signalering"

CITROEN C5 (2003) - Wanneer de alarmverlichting aanstaat knipperen gelijktijdig alle richtingaanwijzers - 4

Controlelampje slijtage voorremblokken

Indien dit lampje oplicht wanneer het rempedaal

CITROEN C5 (2003) - Wanneer de alarmverlichting aanstaat knipperen gelijktijdig alle richtingaanwijzers - 5

Waarschuwingslampje niet dragen autogordel bestuurder

Dit lampje brandt wan- bestuurder zijn autogordel ft omgegespt.

Dit gaat gepaard met een piepge- luid bij rijdende auto.

CITROEN C5 (2003) - Wanneer de alarmverlichting aanstaat knipperen gelijktijdig alle richtingaanwijzers - 6

Lampje airbags

Zodra het contact wordt aangezet gaat het contro-lelampje gedurende enke-

le seconden branden. In geval van een storing knippert het lampje enkele minuten en brandt vervolgens permanent. Waarschuw in zo'n geval, of wanneer het lampje helemaal niet brandt, zo snel mogelijk een CITROËN-dealer."

CITROEN C5 (2003) - Wanneer de alarmverlichting aanstaat knipperen gelijktijdig alle richtingaanwijzers - 7

Waarschuwingslampje handrem, remvloeistof-niveau en storing rem-drukverdeling

Het branden van dit lampje bij draaiende motor kan erop duiden dat de handrem niet of niet goed is vrijgezet, dat het remvloeistofni-veau onvoldoende is of dat er een storing in het remsysteem is.

CITROEN C5 (2003) - Wanneer de alarmverlichting aanstaat knipperen gelijktijdig alle richtingaanwijzers - 8

Kindersloten

Dit lampje brandt enkele seconden indien de kindersloten op de achterportieren zijn geactiveerd.

CITROEN C5 (2003) - Wanneer de alarmverlichting aanstaat knipperen gelijktijdig alle richtingaanwijzers - 9

Controlelampje uitgeschakelde passagiers-airbag

Zie "Airbag"

Mocht het lampje blijven branden terwijl de handrem is vrijgezet, stop dan onmiddellijk en waaschuw een CITROËN-dealer.

CONTROLELAMPJES

CITROEN C5 (2003) - CONTROLELAMPJES - 1

Controlelampje trans- pondersleutel

Dit lampje gaat branden zodra het contact wordt aangezet.

Hetlampjegaatuitzodr tormanagement is ontgrendeld.

Indien het lampje blijft branden klinkt een zoemer die aangeeft dat de elektronische startbeveiliging een storing heeft.

CITROEN C5 (2003) - Controlelampje trans- pondersleutel - 1

Anti-blokkeersysteem (ABS)

Het controlelampje van het ABS brandt zodra u

het contact aanzet. Het dooft na en- kele seconden.

andiert met - controlelampje niet dooft, dan kan dat duiden op een mankement in het ABS-systeem. (Zie Hoofdstuk II - «Remmen»).

CITROEN C5 (2003) - Anti-blokkeersysteem (ABS) - 1

Waarschuwings- lampje koelwaterni- veau en -temperatuur

Indien het rode lampje brandt, dient u onmiddellijk te stoppen en de motor af te zetten.

Het kan zijn dat de koelventilator nog een tijdje draait. Laat de motor afkoelen en neem de voorgeschreven voorzorgsmaatregelen (zie hoofdstuk "Niveaus").

Waarschuw de CITROËN-dealer.

CITROEN C5 (2003) - Waarschuwings- lampje koelwaterni- veau en -temperatuur - 1

Controlelampje laad- stroom

Hetlampjemoet wanneer de motor draait.

Mocht het permanent branden, waarschuw dan een CITROËN-dealer.

CITROEN C5 (2003) - Controlelampje laad- stroom - 1

"STOP"-lampje Stop onmiddellijk met rijden.

CITROEN C5 (2003) - "STOP"-lampje Stop onmiddellijk met rijden. - 1

Controlelampje motoroliedruk en -temperatuur

Als het oplicht tijdens het rijden, zet dan de motor af. Controleer het niveau (zie hoofdstuk "Niveaus").

Als de lamp blijft branden terwijl het niveau in orde is, dient u de dichtstbijzijnde CITROËN-dealer te raadplegen.

CITROEN C5 (2003) - Controlelampje motoroliedruk en -temperatuur - 1

Controlelampje voor- gloeien diesel

Zie de instructies van hoofdstuk "Rijden - Starten".

CITROEN C5 (2003) - Controlelampje voor- gloeien diesel - 1

Waarschuwings-lampje minimum brandstofvoorraad

Zodra dit lampje permanent brandt, terwijl de auto zich op een horizontale en vlakke ondergrond bevindt, zit er nog ongeveer 6 liter brandstof in de tank.

CONTROLELAMPJES

CITROEN C5 (2003) - CONTROLELAMPJES - 1

CITROEN C5 (2003) - CONTROLELAMPJES - 2

Controlelampje werking motor (zelfdiagnose)

Wanneer dit lampje onderweg knippert of oplicht, duidt dat op een storing in het injectie-, ontstekings- of uitlaatsysteem (katalysator) (afhankelijk van verkoopland).

Raadpleeg zo snel mogelijk een CITROËN-dealer.

CITROEN C5 (2003) - Controlelampje werking motor (zelfdiagnose) - 1

ESP/ASR-lampje

In werking

Wanneer het ESP- of het ASR-systeem in werking treedt, knippert het ESP/ASR-lampje.

Bij een storing

Wanneer bij rijdende auto de signalering ESP/ASR of SERVICE oplicht en er een geluidssignaal te horen is terwijl op het multifunctioneel display melding "ESP/ASR BUITEN WERKING" getoond wordt, is er een storing in het systeem. Raadpleeg een CITROËN-dealer.

Uitgeschakeld

wanneer het ESP/ASR-lampje bij uitschakelen van het systeem brandt, klinkt er een geluidssignaal en verschijnt op het multifunctionele display de ding "ESP/ASR NIET ACTIEF".

CITROEN C5 (2003) - Uitgeschakeld - 1

Service-lampje

Combinatie met signaleringen op het display.

Dit lampje blijft branden zo lang de storing die verband houdt met de waarschuwingssignalering aanhoudt.

Voor herhaling van de corresponderende waarschuwingsmelding, zie 'Boordcomputer'.

MULTIFUNCTIONEEL DISPLAY

Display A
06:02:03 6:02 AM ① ② A B

A Bediening voor het gebruik van de displayfuncties.
B Bediening van de instellingen van de displayfuncties.

1 Mededelingengebied.
2 Tijd of temperatuur.

Bijaanzettenvanhetcontactwordtdetijven, behalve bij een temperatuur tussen de +3 °C de -3 °C (kans op ijzel).

Druk voor het wisselen van de displayweergave tegen het uiteinde van de ruitenwisserhendel.

N.b.: De weergegeven temperatuur kan hoger zijn dan de werkelijke temperatuur wanneer de auto in de volle zon staat.

Waarschuwing snelheidsoverschrijding

Bewaking van een gekozen maximum snelheid (zie "weergave meldingen").

Bij een overschrijding van de geprogrammeerde snelheid, verschijnt de melding "TE HOGE SNELHEID" en hoort u een geluidssignaal.

Om de snelheid in te stellen geeft u gas tot de gewenste snelheid is bereikt. Zodra dit het geval is drukt u op het uiteinde van de ruitenwisserhendel totdat u een piep ter bevestiging hoort.

Uitschakelen van de snelheidswaarschuwing

Bij het uitschakelen van het contact.

CITROEN C5 (2003) - Uitschakelen van de snelheidswaarschuwing - 1

Beschermende zekeringen (onder dashboard)

F11

MULTIFUNCTIONEEL DISPLAY

Display B
CITROEN C5 (2003) - MULTIFUNCTIONEEL DISPLAY - 1

A Bediening voor het gebruik van de displayfuncties.
B Bediening van de instellingen van de displayfuncties.

1 Mededelingengebied.
2 Tijd.
3 Temperatuur

Bij temperaturen tussen de +3°C en -3°C wordt de temperatuur knipperend weergegeven (kans op ijzel).

Let op: wanneer de auto enige tijd in de zon heeft gestaan, kan de weergegeven temperatuur hoger zijn dan de werkelijke temperatuur.

CITROEN C5 (2003) - MULTIFUNCTIONEEL DISPLAY - 2

Beschermende zekeringen (onder dashboard)

F11

MULTIFUNCTIONEEL DISPLAY

Bij aanzetten van het contact worden de tijd, de datum, de temperatuur alsmede de functies van de autoradio en de signalering van de openstaande portieren weergegeven.

Displaymenu (zie tabel)

Diverse parameters kunnen worden gewijzigd.

Volgordevanweergavevandefunctiesenwijzigingvandeinstellingen

- H o u d A even ingedrukt om in het menu te komen.

- Door kort op A te drukken, kunt u de gewenste functie kiezen.

- Door kort op B te drukken, kunt u de instelling van de functie wijzigen.

VolgordeFunctie Parameters
1TA A L
2UURinstelling van het uur (van "0" tot "11" uur (AM/PM) of van "0" tot "23" uur).
3MINUTENinstelling van de minuten (van "0" tot "59" minuten).
4JAARwijzigen jaar ("00", "01" enz.).
5MAANDinstelling van de maand (van "1" tot "12").
6DAGinstelling van de dag (van "1" tot "31").
7TIJDCYCLUStijdcyclus (van "12 uren" of "24 uren").
8TEMPERATUUREENHEIDinstellen van de temperatuureenheid ("°C" of "°F").
9AFSTAND / SNELHEIDwijziging van de afstandseenheid / snelheid ("KM" of "M" en "KM/H" of "MPH").

BOORDCOMPUTER

Display B

CITROEN C5 (2003) - Display B - 1

De boordcomputer geeft 5 typen informatie weer op het display, boven het dashboard.

  • Actieradius.
  • Afgelegde afstand.
    • Gemiddeld verbruik.
  • Brandstofverbruik van het moment.
    • Gemiddelde snelheid.

Hiermee kunt u ook naar de 2 volgende functies :

• Waarschuwing snelheidsoverschrijding
- Controle waarschuwingen.

CITROEN C5 (2003) - Display B - 2

Voor het verkrijgen van de selectie en de weergave van de verschillende typen informatie en functies drukt u tegen het uiteinde van de bedieningshendel van de ruitenwisser voor.

Om de vijf typen informatie van de boordcomputer te resetten d dens de weergave van deze informatie enkele seconden tegen het uiteinde van de hendel te drukken.

470 km » ⚡

Actieradius

De actieradius geeft het aantal kilometers aan dat kan worden afgelegd met de in de brandstoftank resterende hoeveelheid brandstof (gebaseerd op het werkelijke brandstof-verbruik over de laatste tien minuten). Wanneer de hoeveelheid brandstof in de brandstoftank minder dan 2 liter bedraagt, verschijnen er op het display slechts drie horizontale streepjes.

Na de nulstelling van de computer is de actieradius pas van betekenis na een bepaalde gebruikstijd.

BOORDCOMPUTER

Display B

53

↑»228 km

Afgelegde afstand

Dit is het aantal kilometers dat is afgelegd sinds de laatste nulstelling van de boordcompute

↑» 7,31/100

Gemiddeld brandstofverbruik

Het gemiddeld verbruik is de verhouding tussen de verbruikte brandstof en het aantal afgele de kilometers sinds de laatste stelling van de computer.

CITROEN C5 (2003) - Gemiddeld brandstofverbruik - 1

Huidig brandstofverbruik

Dit is de uitkomst van het gemeten verbruik over de laatste twee seconden. Deze functie w pas weergegeven vanaf een snelheid van 30 km/h.

↑ >> 108 km/h

Gemiddelde snelheid

De gemiddelde snelheid wordt verkregen door de sinds de nulstelling van de computer afgelegde afstand te delen door de tijd dat de auto in gebruik is (sinds het aanzetten van het (tact).

BOORDCOMPUTER

Display B

CITROEN C5 (2003) - Display B - 1

SURVITESSE ON

Waarschuwing snelheidsoverschrijding

Bewaking van een gekozen maximum snelheid (zie "weergave meldingen"). Bij een overschrijding van de geprogrammeerde snelheid, verschijnt de melding "TE HOGE SNELHEID" en hoort u een geluidssignaal.

  • Op het scherm staat "SNELHEIDSOVERSCHRIJDING UIT" :
  • Door kort tegen het uitende van de hendel te drukken, gaat u naar het volgende scherm.
  • Om deze functie te activeren, drukt u wat langer tegen de bedieningshendel : het display geeft de melding "SNELHEIDSOVER-SCHRIJDING AAN".
  • Het display geeft de melding "SNELHEIDSOVERSCHRIJDING AAN":
  • Door kort op het uiteinde van de hendel te drukken verschijnt "PROGRAMMERING".
  • Om deze functie uit te schakelen, drukt u wat langer tegen het uiteinde van de hendel : op het scherm verschijnt "SNELHEIDS-OVERSCHRIJDING UIT".
  • Indien het display "PROGRAMMEREN" weergeeft :
  • dient u voor het vastleggen wat langer tegen het uiteinde van de hendel te drukken, zodra de gewenste snelheid is bereikt.
  • naar het volgende scherm gaan, door kort tegen het uiteinde van de hendel te drukken.

CITROEN C5 (2003) - Waarschuwing snelheidsoverschrijding - 1

Controle waarschuwingsmeldingen

Wanneer u tegen het uiteinde van de bedieningshendel drukt, krijgt u weer he beginscherm.

Door wat langer tegen het uiteinde van de bedieningshendel te drukken, activeert u deze functie en verschijnen op het display de actieve waarschuwingsmeldingen, opeenvolgend en enkele seconden.

Na verdwijnen van de laatste waarschuwingsmelding wordt opnieuw het beginscherm getoond.

Wanneer de accu is losgenomen, lichten alle ledjes en symbolen van het display op, wanneer de spanning weer hersteld.

Mochten tijdens het rijden horizontale ledjes oplichten i.p.v. cijfers, raadpleeg dan een CITROËN-dealer.

DISPLAYWEERGAVE*

Display A

WEERGEGEVEN TEKST CORRESPONDERENDE INFORMATIE
ECO-MODUS Zie hoofdstuk II - "Spaarstand"
TE HOGE RIJSNELHEID Waarschuwing snelheidsoverschrijding
BATTERIJ AFSTANDSBEDIENING LEEG Vervang de batterij van de afstandsbediening
PORTIER LINKSVOOR OPEN Linker voorportier open of niet goed dicht
PORTIER RECHTSVOOR OPEN Rechter voorportier open of niet goed dicht
PORTIER LINKSACHTER OPEN Linker achterportier open of niet goed dicht
PORTIER RECHTSACHTER OPEN Rechter achterportier open of niet goed dicht
KOFFER OPEN Achterklep of achterklepruit (break) niet goed dicht.

* De meldingen kunnen wijzigen afhankelijk van uitvoering of land.

DISPLAYWEERGAVE*

Display B

WEERGEGEVEN TEKSTCORRESPON-DERENDE LAMPJECORRESPONDERENDE INFORMATIE
ZACHTE BAND(EN) Breng de band(en) op spann SERVICE
REMVLOEISTOFNIVEAU TE LAAG Stop onmidc CITROEN C5 (2003) - DISPLAYWEERGAVE* - 1doleeg een CITROËN-dealer
ERNSTIGE STORING VERING Raadpleeg een CIT CITROEN C5 (2003) - DISPLAYWEERGAVE* - 2-dealer
OLIETEMPERATUUR MOTOR TE HOOG Zet de r CITROEN C5 (2003) - DISPLAYWEERGAVE* - 3 af encontroleer het niveau (zie hoofdstuk IV - «Niveaus»
KOELVLOEISTOFTEMP. TE HOOG Stop onmiddellijk CITROEN C5 (2003) - DISPLAYWEERGAVE* - 4 hoofdstuk IV - «Niveaus»
RISICO VERONTREINIGING ROETFILTER Zie hoo CITROEN C5 (2003) - DISPLAYWEERGAVE* - 5 II -«Roetfilter Diesel»
MINIMUMPEIL ADDITIEF DIESEL Snel bijvullen do CITROEN C5 (2003) - DISPLAYWEERGAVE* - 6 CITROËN-dealer
LEKKE BAND(EN) Onmiddellijk stoppen CITROEN C5 (2003) - DISPLAYWEERGAVE* - 7
KOELVLOEISTOF BIJVULLEN Zet de motor af en CITROEN C5 (2003) - DISPLAYWEERGAVE* - 8 het niveau bij (zie hoofdstuk IV - «Niveaus»)
OLIEDRUK TE LAAG CITROEN C5 (2003) - DISPLAYWEERGAVE* - 9Zet de motor af en vul het niveau bij (zie hoofdstuk IV - «Niveaus»)

* De meldingen kunnen wijzigen afhankelijk van uitvoering of land.

DISPLAYWEERGAVE*

WEERGEGEVEN TEKSTCORRESPON-DERENDE LAMPJECORRESPONDERENDE INFORMATIE
STORING EMISSIE Raadpleeg zo snel mogelijkCITROEN C5 (2003) - DISPLAYWEERGAVE* - 1 [IMAGE]Dealer
REMBLOKKEN VERSLETEN Laat de remblokkenCITROEN C5 (2003) - DISPLAYWEERGAVE* - 2 gen
STORING AUTOM. VERSNELLINGSBAK Storing veCITROEN C5 (2003) - DISPLAYWEERGAVE* - 3 ngsbak, raadpleeg een CITROËN-dealer
STORING ABS Raadpleeg een CITROËN-dealeCITROEN C5 (2003) - DISPLAYWEERGAVE* - 4 [IMAGE]
STORING REMSYSTEEM Stop onmiddellijk erCITROEN C5 (2003) - DISPLAYWEERGAVE* - 5 [IMAGE]CITROËN-dealer
STORING AIRBAG Raadpleeg een CITROËN-deal[CA1]CITROEN C5 (2003) - DISPLAYWEERGAVE* - 6 [IMAGE]
WATER IN DIESELFILTER Zo spoedig mogelijk afCITROEN C5 (2003) - DISPLAYWEERGAVE* - 7brandstofffilter (zie hoofdstuk IV - “Brandstofsysteem Diese
STORING ACCULAADSTROOM Raadpleeg een CICITROEN C5 (2003) - DISPLAYWEERGAVE* - 8 N-dealer
HANDREM VERGETEN Zet de handrem vrijCITROEN C5 (2003) - DISPLAYWEERGAVE* - 9
VEILIGHEIDSGORDEL VERGETEN Gesp de autogeCITROEN C5 (2003) - DISPLAYWEERGAVE* - 10 vast

* De meldingen kunnen wijzigen afhankelijk van uitvoering of land.

DISPLAYWEERGAVE*

WEERGEGEVEN TEKSTCORRESPON-DERENDE LAMPJECORRESPONDERENDE INFORMATIE
PASSAGIERSAIRBAG UITGESCHAKELD Airbag pas verszijce uitgeschakeld
RUITENSPROEIERVLOEISTOF BIJVULLEN Vul het SERVEU bij
TE HOGE RIJSNELHEID Overschrijding geprogrammeerde snelheid
SLEUTEL VERGETEN Verwijder de sleutel uit het contact
PARKEERLICHTEN VERGETEN Doof de parkeerlichten
BATTERIJ AFSTANDSBEDIENING LEEG Vervang de batterij van de afstandsbediening
ZET SELECTEURHENDEL IN P-STANDAutomatische versnellingsbak : zet de schake hendel in de stand P
LAAG BRANDSTOFNIVEAU Tank zo snel mogelijk brandstof
X BANDENSPANNINGSSENSOREN ONTBREKEN Niet-gedetecteerde wiel(en) (voorbeeld : wiel in reparatie...) of raadpleeg de CITROËN-dealer

* De meldingen kunnen wijzigen afhankelijk van uitvoering of land.

DISPLAYWEERGAVE*

WEERGEGEVEN TEKSTCORRESPON-DERENDE LAMPJECORRESPONDERENDE INFORMATIE
KINDERSLOT AAN Kinderslot op de twee achterportieren
AUTOMATISCHE VERLICHTING AAN Automatische verlichtingaan
AUTOMATISCH WISSEN AAN Automatische ruitenwisser aan
STORING ELEKTRONISCHE DIEFSTALBEVEILIGINGMotormanagement vergrendeld of sleutel niet herkend
ECO-MODUS Zie hoofdstuk II - "Spaarstand"
GLAD WEGDEK Temperatuur tussen + 3°Cen - 3°C
STORING KATALYSATORCITROEN C5 (2003) - DISPLAYWEERGAVE* - 1 CITROEN C5 (2003) - DISPLAYWEERGAVE* - 2Storing emissiesysteem, raadpleeg een CITROËN-dealer
ESP/ASR BUITEN WERKINGCITROEN C5 (2003) - DISPLAYWEERGAVE* - 3 CITROEN C5 (2003) - DISPLAYWEERGAVE* - 4Laat het systeem nakijken door uw CITROËN dealer.
ESP/ASR UIT Uitschakelen van de systemenESP CITROEN C5 (2003) - DISPLAYWEERGAVE* - 5 .SR

BEDIENING WAGENHOOGTE (Zie Hoofdstuk Comfort - Bediening wagenhoogte)

ZICHT

CITROEN C5 (2003) - ZICHT - 1

CITROEN C5 (2003) - ZICHT - 2

1 Interval-wissen of automatisch wissen.
0 Wissen uit.
4 Eén keer wissen. Druk de hen- del naar beneden.

CITROEN C5 (2003) - ZICHT - 3

Beschermende zekeringen (onder de motorkap) F17

Ruitenwissers voor

Auto zonder regensensor.

Stand 1 : De wissnelheid wordt, afhankelijk van de snelheid van de auto, tomatisch geregeld.

N.b.: In de standen 2 en 3 valt de ruitenwissersnelheid automatisch terug wanneer de auto stilstaat.

Auto voorzien van een regensensor.

Stand 1 : De wissnelheid wordt automatisch afgestemd op de hevigheid va de regen.

N.b.: In de standen 2 en 3 valt de ruitenwissersnelheid automatisch terug wanneer de auto stilstaat.

Zodra u het contact afzet, wordt de ruitenwisfunctie uit veiligheid: overwegingen onderbroken.

Na aanzetten van het contact kunt u deze functie als volgt weer activeren : - ga terug naar de UIT-stand,

- selecteer de gewenste stand.

De activering van de functie wordt gesignaleerd door één keer wissen.

Let op:

Bedek de regensensor niet. Deze bevindt zich op de voorruit, achter de binnenspiegel.

Autowassen met aangezet contact, bijvoorbeeld in een wasstraat: - zet de schakelaar in de stand 0-Wissen uit.

CITROEN C5 (2003) - Let op: - 1

Advies

U kunt de ruitenwissers in de stand onderhoud zetten (om ze te vervangen). Druk hiertoe de ruitenwisserbediening neer bij afgezet contact.

Om terug te keren naar de laatstgebruikte stand, dient u de bediening opnieuw te activeren.

CITROEN C5 (2003) - Advies - 1

ZICHT

CITROEN C5 (2003) - ZICHT - 1

A - Ruitensproeier voor

Trek de hendel naar u toe: onder het sproeien wissen de ruitenwis- sers een aantal keren (3 x wissen).

Bij ontstoken koplampen treden in zo'n geval de koplampwissers eveneens in werking.

Sproeien en drie keer wissen.

Wanneer de ruitenwissers voor in werking zijn en wanneer de achteruitversnelling wordt ingeschakeld.

N.B.: een CITROËN-dealer kan deze functie uitschakelen.

N.b.: de achterruitenwisser werkt niet :

- Vanaf 175 km/u, - Bij geopende achterklepruit (break).

CITROEN C5 (2003) - A - Ruitensproeier voor - 1

De achterruitverwarming werkt alleen bij draaiende motor.

Druk de bedieningstoets in om de achterruitverwarming en de elektrischespiegelverwarminginwerl te stellen.

Na 12 minuten wordt de werking automatisch onderbroken om overmatig stroomverbruik te voorkomen.

U kunt de werking ook onderbreken door opnieuw de bedie- ningstoets in te drukken.

CITROEN C5 (2003) - A - Ruitensproeier voor - 2

Beschermende zekeringen

(onder dashboard)

F2- F26

(onder de motorkap)

F7 - F14

Let erop dat de ruitenwisserbladen voor en achter vrij zijn bij gebruik van bijvoorbeeld een fietsdrager of door vorst.

Verwijder een eventuele opeenhoping van sneeuw aan de onderkant van de voorruit.

SIGNALERING

CITROEN C5 (2003) - SIGNALERING - 1

CITROEN C5 (2003) - SIGNALERING - 2

Linksaf: druk de hendel naar beneden. Rechtsaf: duw de hendel naar boven. O m v an r i c h t i n g t e moet de hendel door de weerstand naar boven of beneden worden be- wogen. De richtingaanwijzer wordt automatisch uitgeschakeld bij het terugdraaien van het stuur.

Lichtsignaal

Trek de hendel naar u toe. Het geven van een lichtsignaal is ook mogelijk bij afgezet contact.

Claxon

Druk op een van de stuurwielspaken.

CITROEN C5 (2003) - Claxon - 1

Beschermende zekeringen (onder de motorkap) F13

Alarmverlichting

Wanneer de alarmverlichting aan- staat knipperen gelijktijdig alle rich- tingaanwijzers.

Gebruik deze verlichting uitsluitend indien sprake is van gevaar:

bij een noodstop of bij stilstaan tijdens ongebruikelijke omstandigheden.

Deze verlichting werkt ook met afgezet contact.

Geluidssignaal

Uw auto geeft diverse geluidssignalen af :

1e piep = Signaal ter bevestiging van een commando (b.v.: aan- of uitzetten van de functie "automatisch vergrendelen van de achterklep").

- 1 gong = waarschuwing niveau 1 (b.v. : openstaand of slecht-gesloten portier)

- 3 opeenvolgende gongs = waar- schuwing niveau 2 (b.v. : te hoge koelwatertemperatuur)

CITROEN C5 (2003) - Geluidssignaal - 1

Automatisch branden van de alarmverlichting

Wanneer u plotseling remt of bij een forse snelheidsvermindering van de auto gaat de alarmverlichting automatisch branden.

De alarmverlichting gaat automatisch uit wanneer u daarna weer gasgeeft of wanneer u op de corresponderende schakelaar op het dashboard drukt.

Zolang u met alarmverlichting rijdt kunt u geen richting aangeven.

SIGNALERING

63

Bediening van de verlichting

CITROEN C5 (2003) - SIGNALERING - 1

Alle lichten gedoofd

Draai ring A van u af.

CITROEN C5 (2003) - SIGNALERING - 2

Parkeerlichten

Het instrumentenpaneel is verlicht.

Draai ring A van u af.

A 0 +15 +20 +30 +40

Automatisch branden van de koplampen

De parkeer- en dimlichten gaan automatisch branden bij nacht of donker weer, maar ook bij een continu gebruik van de ruitenwissers.

Ze gaan uit zodra het licht genoeg is, of met het uitschakelen van de ruitenwissers.

Aan- of uitzetten van de functie

  • draai de contactsleutel in de stand "Accessoires",
  • zorg dat de bediening van de ver- lichting in de stand 0 staat.
  • druk tegen het uiteinde van de bediening tot u een bevestigings-

CITROEN C5 (2003) - Aan- of uitzetten van de functie - 1

Overschakelen van dim- naar grootlicht en omgekeerd

piep hoort. van

Trek de hendel door de weerstand dim- naar grootlicht en omgekeerd.

Zoemer vergeten verlichting of contactsleutel niet verwijderd

Aan de binnenkant van de voorruit, achter de spiegel, bevindt zich een lichtsensor ; dek deze nimmer af.

Deze zoemer is te horen wanneer bij afgezet contact het bestuurdersportier wordt geopend, terwijl de verlichting niet gedoofd is of de sleutel nog in het contact sleekt. De zoemer stopt bij het sluiten van een portier, bij het doven van de verlichting of wanneer de sleutel uit het contact is verwijderd.

CITROEN C5 (2003) - Zoemer vergeten verlichting of contactsleutel niet verwijderd - 1

Beschermende zekeringen

(onder dashboard)

F12 - F22

(onder de motorkap)

F9 - F10 - F11 - F12

SIGNALERING

CITROEN C5 (2003) - SIGNALERING - 1

CITROEN C5 (2003) - SIGNALERING - 2

Uitvoeringen met MISTACHTERLICHTEN (Ring B)

CITROEN C5 (2003) - SIGNALERING - 3
Mistachterlichten ge- doofd

Draai ring B van u af.

CITROEN C5 (2003) - SIGNALERING - 4
Mistachterlichten aan

Het controlelampje brandt.

De mistlampen werken in combinatie met de dimverlichting of het grootlicht.

Uitvoeringen met MISTLICHTEN VOOR EN ACHTER (Ring C)

CITROEN C5 (2003) - SIGNALERING - 5

Mistlichten vóór en achter gedoofd

Draai ring C vanuaf.

CITROEN C5 (2003) - SIGNALERING - 6

Mistlichten vóór aan

OK OK

De mistlampen voor werken in combinatie met de parkeerlichten of de dimver- lichting.

Draai de ring C van u af.

CITROEN C5 (2003) - SIGNALERING - 8

Mistlichten vóór en achter aan

Deze werken in combinatie met de parkeerlichten of de dimlichten

Doven:

één stand naar u toe draaien: mistlichten voor gaan uit.

twee standen naar u toe draaien: mistlichten voor en achter gaan uit.

N.b.: De mistachterlichten mogen alleen bij mist of sneeuwbuien worden gebruikt (zicht minder dan 50 meter).

CITROEN C5 (2003) - Doven: - 1

Beschermende zekeringer (onder dashboard) F1

(onder de motorkap) F6

SPIEGELS

CITROEN C5 (2003) - SPIEGELS - 1

Hiermee wordt automatisch overgeschakeld van de dag- naar nachtstand.

Om verblinding te voorkomen, wordt het spiegelglas automatisch donkerder wanneer er meer licht op valt. Bij verminderde lichtinval wordt het spiegelglas helderder voor het behoud van een optimaal zicht.

CITROEN C5 (2003) - SPIEGELS - 2

Met het palletje aan de onderkant Zet het contact aan en druk op de bediening 1. kunt u de spiegel in een van de vol- - lampje 2 brandt (schakelaar ingedrukt): automatische stand aan. gende standen zetten: - lampje 2 is gedopfd: automatische stand uit: de spiegel blijft in de heldere

1 - Normalestand: het palletijstand staan. niet zichtbaar.

2 - Nachtstand (tegen verbliN.B.: om u een optimaal zicht te bieden wordt het spiegelglas automatisch ding): het palletje is zichtbaar. helder, wanneeruindeachteruitversnellingschak

SPIEGELS

CITROEN C5 (2003) - SPIEGELS - 1

CITROEN C5 (2003) - SPIEGELS - 2

Mocht tijdens het geparkeerd staan van de auto het spiegelhuis uit zijn oorspronkelijke stand zijn geraakt, dan kunt u dit weer met de hand op zijn plaats drukken. U kunt ook gebruik maken van de toets voor het inklappen van de spiegels.

Het buitenste deel van de spiegel aan bestuurderszijde (begrensd door zwarte stippen) heeft een bol- le vorm om het gezichtsveld aan de zijkant te vergroten.

De objecten die in dit gedeelte worden waargenomen, zijn in werkelijkheid dichterbij.

Hiermee moet rekening worden gehouden bij het inschatten van de afstand.

CITROEN C5 (2003) - De objecten die in dit gedeelte worden waargenomen, zijn in werkelijkheid dichterbij. - 1

Verstellen van de spiegels

Defunctiewerktmetaangezetc tact.

Kies vanaf de bestuurdersplaats de te verstellen spiegel met de schakelaar 1 en gebruik tuimelschakelaar 2 voor het verstellen in vier richtingen.

De verwarming van de buitenspiegels werkt gelijktijdig met de achterruitverwarming.

SPIEGELS

Inklappen van de buitenspiegels

Wanneer u de auto heeft geparkeerd, kunt u de buitenspiegels handmatig elektrisch inklappen.

Druk de bediening 1 naar achteren om de spiegels in de klappen.

Wanneer u deze handeling herhaalt, klappen de spiegels weer uit,

Het automatisch inklappen van de buitenspiegels gebeurt eveneens bij het vergrendelen van de portieren met de afstandsbediening.

Wanneer u het contact aanzet, klappen de spiegels automatisch uit, tenzij zijn ingeklapt voordat het contact werd uitgezet.

N.b.: De functie voor het automatisch inklappen van de buitenspiegels kan aan en uit worden gezet door schakelaar 1 even ingedrukt te houden.

of 1 ze

Instellen van de geheugenstand van de rechter buitenspiegel:

  • druk bij draaiende motor tegen de bediening 1 van de rechter buitenspiegel
  • schakel de achteruitversnelling in : de rechter buitenspiegel gaat automatisch in een stand staan waarin u beter z heeft op het trottoir.
  • stel de spiegel naar wens in door op de elektrische bediening te drukken.

De buitenspiegel keert automatisch terug naar zijn normale stand in de volgende gevallen :

  • 20 seconden na opheffen van de achteruitstand van de versnellingsbak,
  • wanneer de auto sneller dan 10 km/uur rijdt
  • wanneer de spiegelschakelaar 1 in de stand bestuurdersspiegel of in de neutrale stand staat.
  • bij afgezette motor.

Uitschakelen van de geheugenstand van de rechter buitenspiegel

Zet de schakelaar 1 op linker buitenspiegel of in de middelste stand.

BEDIENING VAN DE RUITEN

CITROEN C5 (2003) - BEDIENING VAN DE RUITEN - 1

CITROEN C5 (2003) - BEDIENING VAN DE RUITEN - 2

Met de schakelaars op het bestuurdersportier kunnen alle ruiten in de auto worden bediend.

CITROEN C5 (2003) - BEDIENING VAN DE RUITEN - 3

N.b. : de bediening van de portierruiten is in de volgende gevallen tijdelijk De elektrische ruiten bij de passagiersplaatsen zijn bedienbaar met behulp van de schakelaars op de desbetreffende portieren. beschikbaar: - bij het openen van het bestuurdersportier - na uitzetten van het contact

Tiptoetsbediening

Wanneer u de ruitbedieningschakelaar in de eerste stand drukt, kunt u de ruit in elke gewenste stand openen : zo de schakelaar loslaat, stopt de beweging van de ruit.

Druk de schakelaar in de tweede stand, indien u de ruit in één keer volledig wilt openen of sluiten ; om deze be te onderbreken, drukt u kort op de ruitbedieningstoets.

Antiklemvoorziening

Bij de voorste zijruiten kan een antiklemfunctie voorkomen dat de ruit helemaal dicht gaat. Als de ruit een obstake genkomt, gaat hij weer open.

Als de accu losgekoppeld is geweest of in geval van een storing, moet de antiklemfunctie weer opnieuw worden geïntialiseerd: doe de ruit helemaal open met de bediening en sluit hem weer.

- De ruit gaat iedere keer een paar centimeter omhoog. - Druk net zo lang op de knop totdat de ruit helemaal dicht is.

Let op: Tijdens deze handeling is de antiklemfunctie buiten werking.

Handbediende ruiten

Draai aan de kruk om het raam open of dicht te doen.

BEDIENING VAN DE RUITEN

A 3

N.B.: Als het regent en de motor draait, worden de elektrisch bediende ruiten automatisch gesloten. Het sluiten kunt u stoppen door op een ruitschakelaar te drukken. Deze functie kan door een CITROËN-dealer worden uitgeschakeld.

Let op de veiligheid van in uw auto aanwezige kinderen :

Omwille van de veiligheid van de kinderen achterin kan de ruitbediening achter worden geblokkeerd door op knop A te drukken.

De bediening wordt geactiveerd door op de knop te drukken, een tw keer indrukken schakelt de functie uit.

Verwijder bij het verlaten van de auto altijd de sleutel uit het contact, ook wanneer u de auto slechts gedurende korte tijd verlaat.

Als de ruit klemt tijdens het openen of sluiten, moet u de bewegingsrichting van de ruit omkeren. Druk daarvoor op de desbetreffende schakelaar.

Als u als bestuurder de ruiten van de passagiers bedient, moet u erop letten dat de passagiers het sluiten niet belemmeren..

Let erop dat de passagiers de ruiten correct gebruiken. Als u de afstandbediening gebruikt om de ruiten te bedienen, let er dan wel op dat anderen bij het sluiten van de ruiten of het dak niet beklemd raken.

LETBIJHETBEDIENENVANDERUITENOP IN DE AUTO AANWEZIGE KINDEREN.

CITROEN C5 (2003) - Let op de veiligheid van in uw auto aanwezige kinderen : - 1

Beschermende zekeringen (onder dashboard) F9 - F15

CITROEN C5 (2003) - Let op de veiligheid van in uw auto aanwezige kinderen : - 2

CITROEN C5 (2003) - Let op de veiligheid van in uw auto aanwezige kinderen : - 3

Hoofdstuk II RIJDEN

71

Bladzijde

Stuurslot - Contact - Startmotor - Spaarstand 72-73

Starten 74-75

Versnellingspook 76

→81

Snelheidsregelaar 82-83

Handrem - Anti-blokkeersysteem (ABS) -

Antislipregeling 84-85

Dynamische stabiliteitscontrole 86

Parkeerhulp

87

Roetfilter dieselmotor 88

STUURSLOT - CONTACT - STARTMOTOR

CITROEN C5 (2003) - STUURSLOT - CONTACT - STARTMOTOR - 1

CITROEN C5 (2003) - STUURSLOT - CONTACT - STARTMOTOR - 2

Om de stuurinrichting van het slot te halen, dient u het stuurwiel iets te bewe gen terwijl u zonder te forceren de sleutel in het contact omdraait.

• A : Accessoires

In deze stand kunt u bepaalde elektrische accessoires gebruiken. Het acculampje brandt.

• M: Contact

De lampjes laadstroom, handrem, oliedruk en koelvloeistoftemperatuur moetengaanbranden.

Afhankelijk van de uitvoering van uw auto, moeten de volgende lampjes eveneens oplichten: autodiagnose motor, ABS, ESP/ASR, automatische vergrendeling, kindersloten, airbag, uitgeschakelde airbag aan passagierszijde, voorgloeien (Diesel), controlelampje slijtage voorremblokken, minimum brandstofvoorraad, controlelampje transpondersleutel, STOP-lamje.

Als een van deze lampen niet brandt, is er sprake van een defect.

• D : Startmotor

Laat de sleutel los, zodra de motor aanslaat. Start nooit als de motor al draa

De werking van de hieronder afgebeelde lampjes wordt getest, wanneer de sleutel in de contactstand sl

CITROEN C5 (2003) - • D : Startmotor - 1

S Na het verwijderen van de sleutel uit het contact kan de stuurinrichting worden vergrendeld. Dit blokkeren van de stuurinrichting is mogelijk in diverse stuurstanden. De sleutel kan alleen verwijderd worden in de stand S.

A De stuurinrichting is ontgrendeld (draai de sleutel in de stand A en beweeg daarbij eventueel iets het stuurwiel).

M Contactstand

D Startstand

Voor starten en afzetten van de motor, zie « Starten »

Spaarstand

Om te voorkomen dat de accu leeg raakt wanneer de motor is afgezet, schakelt de stroomvoorziening van uw aut een gebruikstijd van 30 minuten van een of meer elektrische voorzieningen automatisch over op de sp Elektrische voorzieningen ten behoeve van het comfort worden automatisch onderbroken.

Wanneer u ze opnieuw in werking wilt stellen, dient u opnieuw de motor te starten.

WAARSCHUWING VERWIJDER DE SLEUTEL NOOIT UIT HET CONTACT VOORDA DE AUTO VOLLEDIG STILSTAAT. HET IS NOODZAKELIJK OM, ALS DE AUTO RIJDT, DE MOTOR TE LATEN DRAAIEN OM DE BEKRACHTIGING VAN HET REMSYSTEEM EN VAN HET STUUR TE BEHOUDEN (om te voorkomen dat de blokkeerinrichting van het stuur wordt ingeschak…

STARTEN

Alvorens u de motor start dient u zich ervan te vergewissen dat de versnellingshendel in de vrijstand staat (handgeschakelde versnellingsbak) of in de stand P of N (automatische versnellingsbak).

BENZINE

Starten van de motor

Kom niet aan het gaspedaal.

Start de motor en laat de sleutel los, zodra de motor aanslaat (start niet langer dan 10 seconden achtereen).

Trap bij temperaturen beneden 0 °C het koppelingspedaal in om het starten te vergemakkelijken. Laat het koppelin pedaal vervolgens langzaam opkomen.

N.B.: wanneer de motor bij de eerste startpoging niet aanslaat, zet dan het contact af, wacht zes seconden en stel de startmotor opnieuw in werking, zoals hierboven omschreven.

WAARSCHUWING

LAAT DE MOTOR NIMMER DRAAIEN INDIEN DE AUTO ZICH IN EEN AFGESLOTEN OF ONVOLDOENDE GEVENTILEERDE RUIMTE BEVINDT.

STARTEN

Alvorens u de motor start dient u zich ervan te vergewissen dat de versnellingshendel in de vrijstand staat (handgeschakelde versnellingsbak) of in de stand P of N (automatische versnellingsbak).

DIESELMOTOR

Starten van de motor

Draai de sleutel in de startstand. Wacht tot het voorgloeilampje, indien dit brandt, uitgaat en stel vervolgens de startmotor in werking totdat de motor loopt.

Indien de motor niet wil aanslaan, zet dan het contact af en probeer het opnieuw.

Trap bij temperaturen beneden 0°C het koppelingspedaal in om het starten te vergemakkelijken. Laat het koppeling pedaal vervolgens langzaam opkomen.

N.B.: Raak het gaspedaal niet aan tijdens het starten.

CITROEN C5 (2003) - Starten van de motor - 1

Advies

Auto's met turbomotor:

Laat de motor voor het afzetten altijd een paar seconden stationair draaien om de turbocompressor tot een norma snelheid te laten terugvallen.

Gas geven tijdens het afzetten van de motor kan de turbocompressor ernstig beschadigen.

WAARSCHUWING

LAAT DE MOTOR NIMMER DRAAIEN INDIEN DE AUTO ZICH IN EEN AFGESLOTEN OF ONVOLDOENDE GEVENTILEERDE RUIMTE BEVINDT.

VERSNELLINGSPOOK

1 2 3 4 5 R

Versnellingspook van de handgeschakelde versnellingsbak

R 1 3 5 2 4 A

R 1 3 5 2 4 6 A

Achteruitrijstand

Schakel nooit in de achteruitversnelling als de auto (nog) niet geheel stilstaat.

Schakel rustig om "kraken" tijdens het schakelen te voorkomen.

Wanneer u de achteruitversnelling inschakelt, hoort u een geluidssignaal.

Achteruitrijstand

Trek de ring A omhoog om in de achteruitversnelling te kunnen schakelen.

Schakel nooit in de achteruitversnelling als de auto (nog) niet geheel stilstaat.

Schakel rustig om "kraken" tijdens het schakelen te voorkomen.

Wanneer u de achteruitversnelling inschakelt, hoort u een geluidssignaal.

Achteruitrijstand

Trek de ring A omhoog om in de achteruitversnelling te kunnen schakelen.

Schakel nooit in de achteruitversnelling als de auto (nog) niet geheel stilstaat.

Schakel rustig om "kraken" tijdens het schakelen te voorkomen.

Wanneer u de achteruitversnelling inschakelt, hoort u een geluidssignaal.

VERSNELLINGSPOOK

77

CITROEN C5 (2003) - VERSNELLINGSPOOK - 1

Versnellingspook van de automatische versnellingsbak

De automatische versnellingsbak met vier versnellingen biedt de volgende mogelijkheden :

  • Werking volgens het auto-actieve principe, waarbij het schakelen automatisch op uw rijstijl wordt afgesternd.
  • Werking in de sequentiële stand, waarbij het schakelen handmatig gebeurt.
  • Werking in de automatische stand Sport of Sneeuw.

CITROEN C5 (2003) - Versnellingspook van de automatische versnellingsbak - 1

Stand van de versnellingspook

De instelling van de versnellingsbak en de stand van de versnellingspook zijn zichtbaar op een scherm in het instrumentenpaneel.

CITROEN C5 (2003) - Stand van de versnellingspook - 1

Beschermende zekeringen

(onder dashboard)

F18

(onder de motorkap)

F4

De automatische versnellingsbak en veiligheid:

  • De versnellingspook kan alleen vanuit de stand P in een andere stand worden gezet met ingetrapt rempedaal.
  • Zodra een portier wordt geopend terwijl de versnellingspook niet in de stand P staat, klinkt een geluidssignaal.
  • Verlaat nimmer de auto zonder dat u eerst de versnellingspook in de stand P heeft gezet.

VERSNELLINGSPOOK

Het starten van de motor is alleen mogelijk met de versnellingspook in de stand P of N.

Een veiligheidsvoorziening zorgt ervoor dat het starten vanuit een andere stand niet mogelijk is.

Als u de motor heeft gestart terwijl de versnellingspook in de stand P staat, moet u het rempedaal intrappen om deze stand te verlaten :

  • zet de versnellingspook in de stand D, R of M,
  • gebruik D voor het inschakelen van de automatische stand,
  • gebruik R voor het schakelen in de achteruitstand,
  • gebruik M voor het inschakelen van de handbediende stand.

Het schakelen van D (automatische stand) naar M (handbediende stand) is op elk gewenst moment mogelijk.

CITROEN C5 (2003) - VERSNELLINGSPOOK - 1

Gebruik van de automatische versnellingsbak

CITROEN C5 (2003) - Gebruik van de automatische versnellingsbak - 1

Parkeerstand

Schakel in stand P om te voorkomen dat de stilstaande auto zich kan verplaatsten.

Wacht met het schakelen in deze stand tot de auto stilstaat. In deze stand zijn de aangedreven wielen geblokkeer Zorg dat de versnellingspook in de goede stand staat en trek de handrem aan.

Let op:

  • Schakel nooit in de stand N wanneer de auto rijdt.
  • Schakel nooit in de stand P of R als de auto nog niet stilstaat.

VERSNELLINGSPOOK

CITROEN C5 (2003) - VERSNELLINGSPOOK - 1

Achteruit

Schakel uitsluitend in deze stand nadat de auto met de voetrem tot stilstand is gebracht. Om schokken te vermijden, is het aan te raden niet te snel gas te geven.

CITROEN C5 (2003) - Achteruit - 1

Vrijstand

Schakel niet in deze stand als de auto nog rijdt - ook niet voor een korte tijd.

CITROEN C5 (2003) - Vrijstand - 1

Automatische vooruitversnelling

Gebruik doorgaans deze stand. De versnellingsbak schakelt automatisch in één van de vier versnellingen. Bij bepaat de manoeuvres (bijvoorbeeld inhalen) kan een maximale acceleratie worden verkregen door het gaspedaal helemaal in te trappen, waardoor automatisch een lagere versnelling wordt ingeschakeld (kickdown).

Opmerking:

Tijdens het remmen schakelt de versnellingsbak automatisch in een lagere versnelling zodat u efficiënt op kunt afremmen.

Wanneer u plotseling uw voet van het gaspedaal haalt, schakelt de versnellingsbak niet in een hogere versnelling, de veiligheid ten goede komt.

CITROEN C5 (2003) - Opmerking: - 1

Sequentieel schakelen in een vooruitversnelling

Stand van de versnellingspook voor handmatig schakelen.

Let op:

Mocht u, terwijl de auto rijdt, per ongeluk in de stand N schakelen, laat dan het gaspedaal los alvorens u een normale stand inschakelt.

VERSNELLINGSPOOK

CITROEN C5 (2003) - VERSNELLINGSPOOK - 1

De versnellingsbak kiest steeds de stand die het best past bij devol- gende factoren :

- rijstijl,

- wegdek,

- belading van de auto.

De versnellingsbak werkt in zo'n geval volgens het auto-adaptieve principe, d.w.z. zonder ingrijpen van de bestuurder.

Werking in de handbediende stand

Handmatig schakelen in de vier versnellingen :

  • zet de versnellingspook in de stand M,
  • duw de versnellingspook naar het teken «+» voor het schakelen in een hogere versnelling,
  • duw de versnellingspook naar het teken «-» voor het schakelen in een lagere versnelling.

U kunt op elk gewenst moment de stand D (automatische stand) in de stand M (handbediende stand) schakelen.

CITROEN C5 (2003) - Werking in de handbediende stand - 1

Opmerking : het schakelen van de ene in de andere versnelling is mogelijk voorzover de snelheid van de auto en het motortoerental dit toelaten.

De programma's Sport en Sneeuw werken niet in de handschakelstand.

  • Zolang in het schakelschema de stand waarin geschakeld is knippert, betekent dit dat de betreffende versnelling nog niet is ingeschakeld.
  • Wanneer de stand permanent verlicht is, is de stand ingeschakeld.
  • Het knipperen van het complete schakelschema duidt op een storing ; raadpleeg zo snel mogelijk een CITROËN-dealer.

VERSNELLINGSPOOK

Werking in de automatische stand Sport of Sneeuw

Kies de gewenste rijstijlstand :

- Normaal, voor het rijden onder normale omstandigheden : de lampjes zijn in deze stand gedoofd.

CITROEN C5 (2003) - Kies de gewenste rijstijlstand : - 1

CITROEN C5 (2003) - Kies de gewenste rijstijlstand : - 2

- Sport, voor een sportief rijgedrag met het accent op prestaties en optrekken.

- Sneeuw, voor een voorzichtige rijstijl, afgestemd op gladde wegen.

- Zorg dat de schakelhendel in de stand D staat, en druk op de toets :

CITROEN C5 (2003) - Kies de gewenste rijstijlstand : - 3

het corresponderende lampje op net instrumentenpaneel licht op : de stand "SPORT" is ingeschakeld.

- Zorg dat de schakelhendel in de stand D staat, en druk op de toets :

CITROEN C5 (2003) - Kies de gewenste rijstijlstand : - 4

het corresponderende lampje op net instrumentenpaneel licht op : de stand "SNEEUW" is ingeschakeld.

- Bij een tweede druk op de toets gaat het la de of en bevindt de versnellingsbak zich opnieuw in de stand "NORMAAL".

CITROEN C5 (2003) - Kies de gewenste rijstijlstand : - 5

LET OP: het gelijktijdig knipperen van de lampjes «SPORT» en «SNEEUW» op het instrumentenpaneel duidt op een storing. Een hevige schok kan dan worden waargenomen bij het schakelen in R (achteruit). Raadpleeg hierover zo snel mogelijk een CITROËN-dealer.

SNELHEIDSREGELAAR

Deze rijhulpvoorziening stelt u in staat om constant met een door u ingestelde snelheid te rijden, mits een van de hogere versnellingen is ingeschakeld en umeteen minimalesnelheidvantussende 40en60km/van het type motor) rijdt.

De snelheidsregelaar werkt alleen :

  • in de derde versnelling of hoger (handgeschakelde versnellingsbak).
  • met de schakelhendel in de stand 2 of D (automatische versnellingsbak).
    Hendel A van de snelheidsregelaar bevindt zich onder de bediening van de verlichting en signalering.

Aanzetten : zet de schakelaar 1 in de stand ON.

Uitzetten : zet de schakelaar 1 in de stand OFF.

tel- td km/hafhankelijk A

Instellen van een kruissnelheid

Trap het gaspedaal in tot de gewenste snelheid is bereikt. Druk even op achterzijde van de toets 2 of 4 van bediening A. De cruise-control is ingeschakeld, terwijl de snelheid is vastgelegd.

Tijdens de werking van de cruise-control is het elk moment mogelijk om intrappen van het gaspedaal de geprogrammeerde snelheid te overschrijden (bijvoorbeeld om in te halen).

Bij loslaten van het gaspedaal valt de auto automatisch terug naar de geprogrammeerde snelheid.

Door kort op de achterzijde van toets 4 te drukken, kunt u de snelheid iets verhogen.

Door kort op de achterzijde van toets 2 te drukken, kunt u de snelheid iets verlagen.

de door pro- ① ② ④

SNELHEIDSREGELAAR

Opheffen van de ingestelde snelheid

Trap het rem- of koppelingspedaal in.

De uitschakeling van de snelheidsregelaar gebeurt verder bij het in werking tredenvaneenvandesystemen ESPofASR.

U kunt de snelheidsregelaar ook uitzetten door een druk op toets 3 op het uiteinde van de bediening A.

De geprogrammeerde snelheid blijft ondanks deze handelingen gehandhaafd.

CITROEN C5 (2003) - Opheffen van de ingestelde snelheid - 1

Terugkeer naar de laatst ingestelde snelheid

Druk na het uitschakelen kort op de achterzijde van toets 2 of 4 van de bedie- ning A.

De laatst ingestelde snelheid wordt hervat.

Verhogen van de ingestelde snelheid

Druk toets 4 van bediening A aan de achterzijde in, tot u de gewenste snelheid heeft bereikt.

Laat de toets los ; de nieuw ingestelde snelheid is vastgelegd.

Verlagen van de ingestelde snelheid

Druk toets 2 van de bediening A aan de achterzijde in, tot u de gewenste snelheid heeft bereikt (boven 40 km/uur).

Laat de toets los ; de nieuw ingestelde snelheid is vastgelegd.

Opheffen van de ingestelde snelheid

Stop en zet het contact uit.

Of verdraai de schakelaar in de stand OFF.

CITROEN C5 (2003) - Opheffen van de ingestelde snelheid - 1

Beschermende zekeringen (onder dashboard) F16

Maak uitsluitend gebruik van de snelheidsregelaar indien de rijomstandigheden een constante snelheid toelaten. Gebruik deze voorziening niet op drukke wegen, op een ongelijkmatig wegdek, op gladde wegen of onder andere omstandigheden die het rijden bemoeilijken.

REMMEN

CITROEN C5 (2003) - REMMEN - 1

Om het aantrekken van de handrem te vergemakkelijken, wordt aanbevolen tegelijkertijd het rempedaal in te trappen.

Schakel onder alle omstandigheden als voorzorgsmaatregel de eerste versnelling in. Zet, indien uw auto voorzien is van een automatische versnellings bak, de versnellingspook in de parkeerstand (P).

Draaiopsteilehellingendewielennaardetrottoirr

De handrem vrijzetten: druk de knop in en trek de handrem iets omhoog; du de handrem vervolgens geheel omlaag, terwijl u de knop ingedrukt houdt.

Het lampje gaat branden indien de handrem is aangetrokken of niet goed is vrijgezet.

CITROEN C5 (2003) - REMMEN - 2

ABS Anti-blokkeersysteem

Dit systeem biedt u meer veiligheid doordat het voorkomt dat de wielen geblokkeerd raken bij hevig remn of bij remmen op een ondergrond met weinig grip.

Met het ABS blijft de besturing beter onder controle.

Alle elektrische componenten die essentieel zijn voor het ABS worden voor en tijdens het rijden op hun goede we gecontroleerd door een elektronisch controlesysteem. Het controlelampje van het ABS brandt bij het aanzetten van contact en moet na enkele seconden uitgaan. Indien het controlelampje niet dooft, betekent dit dat het ABS vanwe een storing is uitgevallen. Ook wanneer het controlelampje tijdens het rijden brandt, is dit een teken dat het ABS werkt. In beide gevallen behoudt het gewone remsysteem zijn normale werking, net als bij auto's zonder ABS. Om voorkomen dat zich andere storingen voordoen, dient in zo'n geval het ABS echter onmiddellijk te worden nagekel door een CITROËN-dealer.

Op gladde wegen (grind, sneeuw, ijzel, enz.) blijft voorzichtig rijden een vereiste.

CITROEN C5 (2003) - ABS Anti-blokkeersysteem - 1

Beschermende zekeringen (onder dashboard) F23

(onder de motorkap) F3

REMMEN

CITROEN C5 (2003) - REMMEN - 1

Wanneer de handrem is vrijgezet en het handremlampje in combinatie met het STOP-lampje brandt, vergezeld van de melding "STORING REMSYSTEEM", dan duidt dat op een te laag remvloeistofniveau of een n kement aan de remdrukverdeler.

Ga niet door met rijden, maar raadpleeg zo snel mogelijk een CITROËN-dealer.

Brake assist system

Dit systeem zorgt ervoor dat in geval van nood in nog kortere tijd een optimale remdruk kan worden opgebouwd, einde de remweg te bekorten. Het treedt in werking afhankelijk van de snelheid waarmee u het rempedaal intrapt; houd het rempedaal ingelrapt tot de auto stilstaat.

Wanneer u plotseling remt of bij een forse snelheidsvermindering van de auto gaat de alarmverlichting automatisch branden.

De alarmverlichting gaat automatisch uit wanneer u daarna weer gasgeeft of wanneer u op de corresponderende schakelaar op het dashboard drukt.

Antislipregeling

Tijdens het wegrijden op een wegdek met weinig grip wordt door het remsysteem de snelheid van het snelst draa wiel verminderd, teneinde het wegrijden te vergemakkelijken.

Een acceleratie die in overeenstemming is met de gesteldheid van het wegoppervlak moet ondanks alles behouder blijven.

VEILIGHEIDSADVIEZEN

Dynamische stabiliteitscontrole (ESP)

Hoewel het ESP-systeem extra veiligheid biedt onder normale rijomstandigheden, wil dat nog niet zeggen dat de be stuurder extra risico kan nemen of harder kan rijden.

De werking van dit systeem wordt gewaarborgd mits de auto voldoet aan de specificaties van de constructeur t.a. wielen (banden en velgen), de remcomponenten, de elektronische componenten alsmede de door de CITROËN-org nisatie voorgeschreven procedures voor montage, reparatie en onderhoud.

Na een aanrijding dient het systeem gecontroleerd te worden door een CITROËN-dealer.

DYNAMISCHE STABILITEITSCONTROLE

A B

Dynamische stabiliteitscontrole (ESP) en tractiecontrole (ASR)

Deze systemen dienen als aanvulling op het ABS. Is er een verschil tussen de door de auto gevolgde baan en de door de bestuurder gewenste, dan grijpt h ESP-systeem automatisch in door het afremmen van een of meer van de wielen of door het afremmen op de motor, teneinde de auto in de gewenste baat te leiden. Het ASR-systeem zorgt voor een optimale tractie doordat slippen van de voorwielen wordt voorkomen. Dit wordt bereikt door de aangedreven wielen af te remmen of door het motorkoppel terug te nemen. Het systeem be tekent tevens een verbetering van de koersvastheid van de auto tijdens accele- reeren.

Werking:

Wanneer het ESP- of het ASR-systeem in werking treedt, knippert het ESP/ASR-lampje.

Uitschakelen

Onder bijzondere omstandigheden (auto vastgelopen in modder, sneeuw of mul zand, gebruik van sneeuwkettingen...) kan het nuttig zijn het ESP/ASR-systeemuitteschakelen, zodatdewiel endoorslip gevonden wordt.

- Drukopdetoets A.

- Het ESP/ASR-lampje brandt, er klinkt een geluidssignaal en de melding "ESP/ASR NIET ACTIEF" verschijnt op het multifunctioneel display : de systemen ESP en ASR zijn uitgeschakeld.

De systemen ESP en ASR treden opnieuw in werking :

  • automatisch wanneer u het contact opnieuw aanzet,
  • handmatig wanneer u opnieuw op de bediening A drukt.

Storingen

Bij een storing van de systemen lichten de signaleringen ESP/ASR en SERVICE op en is er een geluidssignaal te ho- ren terwijl op het multifunctioneel display de melding "ESP/ASR BUITEN WERKING" getoond wordt. Laat het systee nakijken door een CITROËN-dealer.

PARKEERHULP

Parkeerhulp

Tijdens het achteruitrijden wordt u door afstandssensoren in de bumper door middel van een gemoduleerd geluidssignaal geïnformeerd over de aanwezigheid van een obstakel in de achter de auto gelegen detectiezone.

Bijhetschakelenindeacht versnelling wordt u door een kort geluidssignaal gewaarschuwd dat het systeem actief is:

  • hoe dichter de auto het obstakel nadert, hoe sneller het geluidssignaal.
  • zodra de auto minder dan 20 centimeter van het obstakel verwijderd is, verandert het geluidssignaal in een doorlopend signaal.

De sensoren van de parkeerhulp kunnen echter geen voorwerpen detecteren die zich direct onder de achterbumper bevinden. Sommige voorwerpen, zoals een paaltje, kunnen aan het begin van de manoeuvre wel gedetecteerd worden terwijl die bij nadering niet meer worden opgemerkt.

BIP BIP BIP eruit-

Detectiezone

Uitschakelen

De voorziening wordt uitgeschakeld zodra de versnellingspook de vrijstand passeert.

N.b.:

Het systeem wordt automatisch uitgeschakeld als er een aanhangwagen wordt aangekoppeld.

Het verwijderen van de sleepkogel is noodzakelijk om te voorkomen dat de werking van de afstandssensoren wordt gehinderd bij rijden zonder aanhanger.

CITROEN C5 (2003) - N.b.: - 1

Beschermende zekeringen (onder dashboard) F24

LET OP

Indien u bij het schakelen in de achteruitversnelling eerst een kort geluidssignaal hoort en vervolgens een lang, is er sprake van een storing in de werking. Raadpleeg een CITROEN-dealer.

ROETFILTER DIESELMOTOR

Als aanvulling op de katalysator draagt dit filter actief bij tot een vermindering van de uitstoot van onverbrande, vervuilende deeltjes. Het verhindert op die manier de uitstoot van zwarte rook.

Verstopt roetfilter.

Mocht er een risico zijn dat het roetfilter verstopt raakt, dan verschijnt op het multifunctioneel display de melding "RISICO VAN VERSTOPPING ROETFILTER" en hoort u een geluidssignaal.

Deze waarschuwing treedt op als gevolg van een begin van een verzadiging van het roetfilter (buitengewoon lange stadritten : langzaam rijden, files...).

Teneinde het roetfilter te zuiveren is het raadzaam om, zodra de omstandigheden dit toelaten, ten minste 5 minute met een snelheid van 60 km/uur of hoger te rijden (tot het waarschuwingssignaal verdwijnt).

Mocht deze storing aanhouden, raadpleeg dan een CITROËN-dealer.

Opmerking: na lange tijd rijden met zeer lage snelheid of bij stationair draaiende motor, kan bij wijze van uitzondering waterdamp worden uitgestoten tijdens het accelereren. Dit verschijnsel heeft geen gevolgen voor de werking van de auto en is onschadelijk voor het milieu.

Additief diesel

Bij verschijnen van de melding "MINIMUMNIVEAU ADDITIEF DIESEL" op het multifunctioneel display moet het additi worden bijgevuld.

Raadpleeg zo snel mogelijk een CITROËN-dealer.

CITROEN C5 (2003) - Additief diesel - 1

Beschermende zekeringen

(onder dashboard)

F4

(onder de motorkap)

F5

CITROEN C5 (2003) - Additief diesel - 2

Hoofdstuk III COMFORT

89

Bladzijde

Airconditioning 90-91

Handbediende airconditioning 92-93

Luchtverdeling 94

Automatische airconditioning 95 →99

Binnenverlichting 100-101

Comfort in de auto 102 →105

Bediening wagenhoogte 106-107

Hydractieve vering III 108

Radioaansluiting 109

Montage van de luidsprekers 110

Schuifdak 111-112

AIRCONDITIONING

CITROEN C5 (2003) - AIRCONDITIONING - 1

Houd het luchtinlaatrooster onder de voorruit altijd schoon (verwijder dorre bladeren, sneeuw, enz.)

Indien u voor het wassen van uw auto gebruik maakt van een hogedrukspuit, richt dan nimmer de straal op de luchtinlaatroosters.

Extra verwarming

Auto's met HDI-motor kunnen voorzien zijn van een extra verwarming ter verhoging van het comfort. Het is normaal wanneer enige rook of stank wordt waargenomen, met name wanneer de auto stilstaat of bij stationair draaiende motor.

Ventilatieroosters

De ventilatieroosters in het dashboard zijn voorzien van wieltjes voor het openen en sluiten van de roosters. De roosters kunnen worden bewogen om de luchtstroom te regelen (hoog-laag, links-rechts).

Luchtcirculatie

Een aangename atmosfeer wordt in de eerste plaats verkregen door een goede luchtverdeling in de auto, zowel vóór als achter.

In de vloer van de auto, onder de voorstoelen, zijn ventilatieroosters aangebracht voor een betere verwarming van het achtercompartiment. Zorg ervoor dat deze roosters niet worden afgedekt.

Pollenfilter

De airconditioning is uitgerust met een filter dat fijne stofdeeltjes uit de aangevoerde lucht weert.

Houd u voor het vervangen van dit filter aan de onderhoudsvoorschriften.

HANDBEDIENDE AIRCONDITIONING

1 - Luchtverdeling

CITROEN C5 (2003) - - Luchtverdeling - 1

Luchtstroom recht naar voren.

CITROEN C5 (2003) - - Luchtverdeling - 2

Luchtstroom naar de voeten bij de voor- en achterzitplaatsen.

CITROEN C5 (2003) - - Luchtverdeling - 3

Luchtstroom langs de voorruit en de voorportierruiten en naar de voeten van de inzittenden.

CITROEN C5 (2003) - - Luchtverdeling - 4

Luchtstroom uit alle ventilatieroosters.

CITROEN C5 (2003) - - Luchtverdeling - 5

Luchtstroom gericht op de voorruit en de voorportierruiten.

Ontwasemen-ontdooien.

U kunt de verdeling van de aangejaagde lucht naar wens wijzigen door de verdeler 1 in een senstand te plaatsen.

CITROEN C5 (2003) - - Luchtverdeling - 6

2 - Het interieur afsluiten van de buitenlucht - Recirculatie vandeinterieurlucht

Met een druk op de toets wordt het interieur afgesloten van de buitenlucht en brandt het corresponderende controlelampje. In deze stand wordt voorkomen dat rook of onaangename geuren in het interieur kunnen dringen. Deze stand verhoogt eveneens de doeltreffendheid en de snelheid van de airconditioning bij extreem warm weer. Zet de aanjagerbediening 3 in of nabij de maximumstand.

Hef deze stand op als hij niet meer nodig is, teneinde het interieur van verse lucht te voorzien.

HANDBEDIENDE AIRCONDITIONING

3 - Regeling van de aanjagersnelheid

De aanjager werkt alleen bij draaiende motor.

Voor een aangename atmosfeer in het interieur is het belangrijk dat deze bediening niet op OFF blijft staan.

4 - Regeling van de tempera- tuurvande aanjagerl

CITROEN C5 (2003) - - Regeling van de tempera- tuurvande aanjagerl - 1

5 - Airconditioning

De airconditioning werkt alleen bij draaiende motor.

Druk op de schakelaar in het dashboard.

Voor een doeltreffende werking van de airconditioning dienen de ramen gesloten te zijn.

Dit systeem bevat een (milieuvriendelijk) koudemiddel.

Wanneer de auto langere tijd in de zon heeft gestaan, waardoor het in de a to zeer warm is geworden, zet dan eerst enkele minuten alle ramen open or het interieur te ventileren en sluit vervolgens alle ramen.

De airconditioning werkt niet wanneer de aanjagerbediening in de stand OFF staat.

Let op : het condenswater van de airco wordt via een speciale opening afg. voerd ; het is dan ook mogelijk dat zich een plasje water onder de stilstaan auto vormt.

Voor het behoud van een goede afdichting van de aircocompressor is het noodzakelijk de airconditioning minstens één keer per maand aan te zetten.

Zowel in de zomer als in de winter is het gebruik van de airconditioning me name bij vochtig weer nuttig. Het systeem zorgt voor minder vochtige lucht en het voorkomt dat de ruiten beslaan.

CITROEN C5 (2003) - Voor het behoud van een goede afdichting van de aircocompressor is het noodzakelijk de airconditioning minstens één keer per maand aan te zetten. - 1

Beschermende zekeringen (onder dashboard) F11 - F24

(onder de motorkap) F18

Airconditioning

De airconditioning wordt verkregen door het mengen van warme met gekoelde lucht. Met de bediening 4 kan de temperatuur worden geregeld terwijl de bediening van de airconditioning 5 is ingeschakeld.

LUCHTVERDELING

Voor een goed gebruik van het systeem gelden de volgende adviezen :

Buitentemperatuur Optimale luchtverdeling
Laag of gemiddeld zonder zonCITROEN C5 (2003) - LUCHTVERDELING - 1
Gemiddeld* met zonCITROEN C5 (2003) - LUCHTVERDELING - 2 of lussen er CITROEN C5 (2003) - LUCHTVERDELING - 3 CITROEN C5 (2003) - LUCHTVERDELING - 4
Hoog*CITROEN C5 (2003) - LUCHTVERDELING - 5

AUTOMATISCHE AIRCONDITIONING

Bedieningspaneel

① ② ③ ④ ⑤ ⑥ ⑦ ⑧ ⑨ ⑩

1 - Display

2 - Instellen van de temperatuur (Links)

3 - Instellen van de temperatuur (Rechts)

4 - Automatische werking

5 - Economy-stand

6 - Recirculatie van de interieurlucht

7 - Luchtverdeling

8 - Snelheid van de luchtstroom

9 - Ontwaseming - Ontdooiing

Dit systeem regelt automatisch de temperatuur, de stroomsnelheid en de verdeling van de aangevoerde lucht in het interieur, afhankelijk van de door u ingestelde temperatuur.

Wanneer de ventilatie permanent in de automatische stand staat (druk hiervoor op de toets AUTO) en alle ventilatieroosters geopend zijn, verkrijgt u een zo aangenaam mogelijke ventilatie onder alle klimatologische omstandigheden, hetgeen bijdraagt tot een optimaal comfort.

De temperatuur in het interieur kan nooit lager zijn dan de buitentemperatuur als de airconditioning niet aanstaat.

Het systeem voorziet in een afzonderlijke regeling van de temperatuur links (bestuurder) en rechts (passagier).

1 - Display
2 21 8 9 7 3 22

AUTOMATISCHE AIRCONDITIONING

CITROEN C5 (2003) - AUTOMATISCHE AIRCONDITIONING - 1

2-3 - Instellen van de temperatuur

Verdraai de bediening voor de weergave van de gewenste temperatuur :

Links : Verlagen van de temperatuur

Rechts : Verhogen van de temperatuur

Weergave van de gewenste interieurtemperatuur

21 22 ②③

2 - Links

3 - Rechts

CITROEN C5 (2003) - Weergave van de gewenste interieurtemperatuur - 2

Dit is de normale gebruiksstand.

Wanneer u op deze toets drukt, gaat het lampje branden en worden de volgende vijf functies afhankelijk van de ingestelde temperatuur automatisch geregeld:

-Luchttoevoer.
- Interieurtemperatuur.
- Luchtverdeling.
-Economy-stand
- Recirculatie interieurlucht.

Het verdient daarom aanbeveling in deze situatie alle ventilatieroosters open te houden.

Druk op de bediening voor terugkeer naar de handmatige stand.

Stel de temperatuur in op 22°C voor een optimaal comfort.

Opmerking:

  • Na een koude start bereikt de aanjager slechts geleidelijk zijn maximale snelheid om te voorkomen dat een ona name hoeveelheid koude lucht wordt aangevoerd.
  • Wanneer de auto wat langere tijd stil heeft gestaan en de temperatuur in het interieur veel kouder (of warmer) is wat als comfortabel wordt ervaren, heeft het geen zin de aangegeven temperatuur te wijzigen om snel het gewer comfort te bereiken. Het systeem werkt namelijk automatisch met maximale capaciteit om zo snel mogelijk het te peratuurverschil op te heffen.

AUTOMATISCHE AIRCONDITIONING

97

Handmatige bediening van bepaalde functies

Het is mogelijk om een of meer van de volgende functies handmatig in te stellen, terwijl de automatische regeling van de andere functies gehandhaafd blijft. Het lampje van de functie "AUTO" is in deze situatie gedoofd.

CITROEN C5 (2003) - Handmatige bediening van bepaalde functies - 1

5 - Economy-stand

Druk op de schakelaar in het dashboard. De airconditioning is uitgeschakeld. Lampje brandt = economy-stand.

CITROEN C5 (2003) - - Economy-stand - 1

6 - Recirculatie van de interieurlucht

Met een druk op de toets wordt het interieur afgesloten van de buitenlucht en brandt het corresponderende controle-lampje.

Om het beslaan van de ruiten bij koud of vochtig weer te voorkomen, is het raadzaam de functie AUTO te gebruiken.

Met deze stand kunt u de aanvoer van buitenlucht stoppen, wanneer u door een onaangenaam ruikende omgeving rijdt. Zet de ventilatie, zodra de omstandigheden dit toelaten, weer in een normale stand om het interieur te voorzien van verse lucht en om te voorkomen dat de ruiten beslaan.

Drukhiertoeopdetoets"AUTO" of druk opnieuw de toets voor de recirculatie van de interieurlucht.

N.B.: het condenswater van de aircocompressor wordt via een speciale opening afgevoerd, waardoor zich een plasje water onder uw geparkeerde auto kan vormen.

Voor het behoud van de afdichting van de aircocompressor, adviseren wij om minstens één keer per ma de airconditioning aan te zetten.

Het gebruik van de airconditioning is in alle seizoenen nuttig omdat het de luchtvochtigheid terugdringt en voorkomt dat de ruiten beslaan.

Door op de toets AUTO te drukken, wordt opnieuw de automatische stand verkregen.

AUTOMATISCHE AIRCONDITIONING

CITROEN C5 (2003) - AUTOMATISCHE AIRCONDITIONING - 1
7 - Luchtverdeling

Door op de toets te drukken kunt u de luchtstroom van de aanjager in de volgende standen zetten :

CITROEN C5 (2003) - AUTOMATISCHE AIRCONDITIONING - 2
8 - Snelheidvandeluchtstrc

Regeling van de aanjagersnelheid. Druk op de toets:

CITROEN C5 (2003) - AUTOMATISCHE AIRCONDITIONING - 3
Voorruit en voorportierruiten.

CITROEN C5 (2003) - AUTOMATISCHE AIRCONDITIONING - 4
Centrale ventilatieroosters, zijventilatie-roosters, voeten inzittenden en voorruit.

CITROEN C5 (2003) - AUTOMATISCHE AIRCONDITIONING - 5
Voorruit, voorportierruiten en voeten passagiers.

CITROEN C5 (2003) - AUTOMATISCHE AIRCONDITIONING - 6
De voeten van de passagiers.

CITROEN C5 (2003) - AUTOMATISCHE AIRCONDITIONING - 7
Centrale ventilatieroosters en zijventila- tieroosters en die bij de voeten van de passagiers.

CITROEN C5 (2003) - AUTOMATISCHE AIRCONDITIONING - 8
Centrale ventilatieroosters en zijventilatieroosters

CITROEN C5 (2003) - AUTOMATISCHE AIRCONDITIONING - 9
Voor minder aangejaagde lucht

CITROEN C5 (2003) - AUTOMATISCHE AIRCONDITIONING - 10
Voor meer aangejaagde lucht

De aanjagersnelheid is afleesbaar op het display : hoe hoger de snelheid, hoe meer zichtbare ventilatorschoepen (7 mogelijke standen).

AUTOMATISCHE AIRCONDITIONING

99

CITROEN C5 (2003) - AUTOMATISCHE AIRCONDITIONING - 1

9 - Ontwaseming - Ontdooiing

Tijdens de werking brandt het lampje en wordt het symbooltje weergegeven op het display.

Deze toets kan gebruikt worden voor een snelle ontdooing of ontwaseming van de voorruit; hiermee worden automatisch de luchthoeveelheid, de temperatuur, de aircon-

ditioning en de luchttoevoer geregeld.

Wilt u deze functie onderbreken, druk dan opnieuw op de toets of op de toets " AUTO ".

N.b.:

Het systeem verhindert het gelijktijdig gebruik van de functie ontwasemen en recirculatie van de interieurlucht, teneinde het beslaan van de ruiten te voorkomen.

De airconditioning is uitgerust met een filter dat fijne stofdeeltjes en onaangename geuren uit de aangevoerde lucht weert.

Houd u voor het vervangen van dit filter aan de onderhoudsvoorschriften.

CITROEN C5 (2003) - N.b.: - 1

Beschermende zekeringen

Bij het bedienen van een van de schakelaars wordt de leesspot aan- of uitgezet.

De verlichting werkt niet bij afgezet contact.

CITROEN C5 (2003) - N.b.: - 2

Bedien de schakelaar op de binnenverlichting voorin om de binnenverlichting aan of uit te zetten.

U kunt de binnenverlichting achterin onafhankelijk van de binnenverlichting voorin bedienen : bedien de corresponderende schakelaar.

De verlichting gaat langzaam aan en dooft eveneens langzaam.

Verlichting onder het dash- board

Dewerkingisgekoppelda automatisch branden van de binnenverlichting.

Automatisch inschakelen van de binnenverlichting

Bij het instappen :

De binnenverlichting gaat aan met het ontgrendelen van de autoportieren of bij het openen van een portier.

De verlichting dooft 30 seconden na sluiten van de portieren of bij aanzetten van het contact.

Bij het uitstappen :

De binnenverlichting gaat aan zodra de sleutel uit het contact wordt verwijderd (gedurende 30 seconden) of bij het openen van een portier.

De verlichting dooft 30 seconden na sluiten van alle portieren of onmiddellijk bij vergrendelen van de auto.

Uitschakelenvandeautomatischewerkingvandeverlichting

Wanneer u de schakelaar van de binnenverlichting voorin bedient bij openstaand portier of wanneer de sleutel uit het contact is verwijderd, wordt deze functie in- of uitgeschakeld.

BINNENVERLICHTING

CITROEN C5 (2003) - BINNENVERLICHTING - 1

Verlichting handschoenenkastje

De verlichting gaat automatisch aan wanneer de klep wordt geopend.

Vergeetnietdeklepweertesluiten.

De verlichting werkt niet bij afgezet contact.

CITROEN C5 (2003) - BINNENVERLICHTING - 2

De kofferverlichting gaat branden zodra de achterklep wordt geopend.

Drempelverlichting

Deze verlichting gaat automatisch branden bij het openen van een van de voorportieren.

- rood licht: ter waarschuwing van medeweggebruikers

- wit licht: voor het verlichten van de vloer

CITROEN C5 (2003) - Drempelverlichting - 1

Verlichting kofferruimte (Break)

De kofferverlichting gaat aan bij het openen van de achterklep of de achterklepruit.

CITROEN C5 (2003) - Drempelverlichting - 2

Trek de klep aan de handgreep open.

De klep van het handschoenen-kastje is voorzien van zowel een pennen- als een brillenhouder

De klep bevat eveneens een opbergvoorziening voor credit cards of andere kaarten van dit formaat.

CITROEN C5 (2003) - Drempelverlichting - 3

Handschoenenkastje met venti- latie.

Het handschoenenkastje is voor- zien van een sluitbaar ventilatie- rooster voor de toevoer van gekoel- de lucht afkomstig van de airco-installatie.

CITROEN C5 (2003) - Handschoenenkastje met venti- latie. - 1

Onder elk van de voorstoelen bevindt zich een lade. Licht de lade op en trek deze naar voren.

Het handschoenenkastje bevat :

  • Een verwijderbaar aflegplankje. Voor grotere voorwerpen kunt u het plankje verwijderen door dit naar buiten te trekken.
  • Onderin bergruimte voor een 1½-literfles.

LET OP:

Houd, i.v.m. de veiligheid,

tijdens het rijden de klep van het handschoenenkastje gesloten.

COMFORT IN DE AUTO

CITROEN C5 (2003) - COMFORT IN DE AUTO - 1

Opbergvak - Muntenhouder Trek de handgreep naar u toe.

CITROEN C5 (2003) - COMFORT IN DE AUTO - 2

Opbergruimte in voorportieren Trek de handgreep naar u toe.

CITROEN C5 (2003) - COMFORT IN DE AUTO - 3

Bergruimte in de middenconsole Wanneer u op het middelste gedeelte drukt, komt een schotje omhoog en kunt u deze ruimte gebruiken voor het plaatsen van maximaal 2 blikjes.

Opbergvak

Bekerhouder (centrale armsteun achterin)

Neergeklapte armsteun : Lichtdeklepopomdebergr te kunnen bereiken.

Trek de lade naar buiten om de drie bekerhouders te kunnen gebruiken.

CITROEN C5 (2003) - Opbergvak - 1

Klap de zonneklep neer om te voorkomen dat u verblind wordt door de zon. Schijnt de zon van opzij via de portierruiten naar binnen, maak dan de zonneklep bij de binnenspiegel los en klap hem naar de zijruit toe om.

Afhankelijk van de uitvoering kunt u een extra zonneklep neerklappen om verblinding van voren te voorkomen.

Zonneklep met make-upspiegel met verlichting

De verlichting gaat automatisch aan wanneer u het afdekklepje opent bij aangezet contact.

CITROEN C5 (2003) - Zonneklep met make-upspiegel met verlichting - 1

Trek het zonnescherm aan de lip uit en druk de uiteinden van de roede in de uitsparingen in de achter-klepstijlen.

Het is mogelijk de achterklep met uitgerold zonnescherm te openen.

CITROEN C5 (2003) - Zonneklep met make-upspiegel met verlichting - 2

De warmlewerende voorruit bevat een pasjesvenster boven de binnenspiegel.

Parkeerkaarthouder

Deze bevindt zich op de voorruitstijl aan bestuurderszijde.

Handgrepen/Kleerhangerhaken.
CITROEN C5 (2003) - Parkeerkaarthouder - 1

Functie beschikbaar bij aangezet contact.

Druk op de knop en wacht tot de aansteker naar buiten komt. De aansteker komt iets naar boven, zo- dat u hem gemakkelijker kunt uitne- men.

Asbak

Druk voor het openen op de klep.

Trek het geheel naar u toe om de asbak te kunnen legen.

Terugplaatsen

Steek de asbak in de opening en druk hem naar binnen.

CITROEN C5 (2003) - Terugplaatsen - 1

Deze bevindt zich op de midden-console.

In de koffer van de breakuitvoering is een extra stekker aangebracht (onder de laadhulpbediening)

Break : De stekker wordt eveneens gevoed bij afgezet contact. Zie : (extra elektrische accessoires)

CITROEN C5 (2003) - Terugplaatsen - 2

Asbak/prullenbak op de achterconsole

Kantel het deksel naar achteren. Trek voor leegmaken het geheel naar boven.

Terugplaatsen

Druk het geheel terug in de behui- zing.

Bergruimte

Nadat u de asbak heeft verwijderd kunt u het verchroomde rooster uit- nemenendeasbakterugplaatsen omextrabergruimtetescheppen.

BEDIENING WAGENHOOGTE

CITROEN C5 (2003) - BEDIENING WAGENHOOGTE - 1

Verstel de wagenhoogte uitsluitend bij draaiende motor

De wagenhoogte is verstelbaar en kan worden aangepast aan alle mogelijke situaties. Gebruik, afgezien van speciale omstandigheden, altijd de normale rijstand.

1 - Verstellen van de wagenhoogte

Druk één keer op een van de bedieningen.

Eerst wordt de oorspronkelijk ingestelde stand weergegeven; de nieuw-ingestelde stand wordt pas na het daadwerkelijk bereiken ervan op het display getoond.

2 - Informatie wagenhoogtestand

Via de signalering op het dashboard of het multifunctioneel display.

10 km.h

40 km.h

CITROEN C5 (2003) - - Informatie wagenhoogtestand - 3

Verwisselen van een wiel.

Tussenstand:

Bedoeld voor tijdelijk gebruik.

Geeft meer bodemvrijheid bij rijden op een oneffen wegdek. Rijd in de- zestandaltijdmetlagesne

Normale stand.

Laagste stand:

Als hulp bij het in- of uitladen van bagage.

Controle in de werkplaats en controle LHM-niveau.

Niet gebruiken om te rijden onder normale omstandigheden.

LET OP

Plaats bij werkzaamheden onder de auto altijd steunen onder de auto.

BEDIENING WAGENHOOGTE

Automatische correctie van de wagenhoogte

Uw auto is voorzien van een elektronisch gestuurde hydractieve vering, waardoor de wagenhoogte automatisch aan de snelheid en de staat van de weg wordt aangepast.

Standskeuzebeperkingen

Hoogste stand:

Onmogelijk indien snelheid > 10 km/h.

Tussenstand:

Onmogelijk indien snelheid > 40 km/h.

Normale stand :

Altijd toegestaan

Laagste stand:

Onmogelijk indien snelheid > 10 km/h.

N.b.: indien de voor een bepaalde stand toegestane snelheid overschreden wordt, keert de auto automatisch terug naar de normale wagenhoogte.

Signalering van een geselecteerde wagenhoogtestand die niet is toegestaan

CITROEN C5 (2003) - Signalering van een geselecteerde wagenhoogtestand die niet is toegestaan - 1

Het lampje van de ge- selecteerde stand knippert tijdelijk en dooft vervolgens.

Het lampje van de ge- oorloofde stand brandt.

10 km/h

Op het display wordt tijdelijk de ge- selecteerde stand doorgehaald weergegeven.

De wagenhoogte blijft in de geoor- loofde stand.

Automatisch variëren van de wagenhoogte

- Wanneer de snelheid boven 110 km/uur uitkomt, wordt de bodemvrijheid automatisch kleiner.

De auto keert terug naar de oorspronkelijke wagenhoogte bij een slechter wegdek of een snelheid onder de 90 km/uur.

- Wanneer u bij lage snelheid over een slecht wegdek rijdt, wordt de bodemvrijheid vergroot.

De auto keert terug naar de normale hoogtestand bij een hogere snelheid of wanneer u niet meer over een slecht wegdek rijdt.

CITROEN C5 (2003) - Automatisch variëren van de wagenhoogte - 1

Beschermende zekeringen (onder dashboard) F23

(onder de motorkap) F3

HYDRACTIEVE VERING III

CITROEN C5 (2003) - HYDRACTIEVE VERING III - 1

De hydractieve vering III past zich automatisch aan de weggesteldheid en uw rijstijl aan.

Naast de automatische aanpassing van de wagenhoogte heeft dit veersysteem het voordeel om afwisselend soepel en stug te zijn, waardoor een voortdurend samenspel van maximaal comfort en hoge veiligheid mogelijk is.

De hydractieve vering III biedt u bovendien de mogelijkheid te kiezen uit twee veerstanden.

Het wijzigen van de stand van de vering is zowel bij rijdende als stilstaande auto mogelijk. Druk hiervoor op de knop.

1 Normale stand, voor een maximaal comfort.
2 Sportieve stand, waarbij de vering is afgestemd op een sportief rijgedrag, met name op bochtige wegen.

Signalering:

  • De bediening is standaard onverlicht bij dag en groen verlicht bij nacht.
  • In de sportstand is de bediening zowel bij dag als bij nacht amberkleurig verlicht.

CITROEN C5 (2003) - Signalering: - 1

Beschermende zekeringen (onder dashboard) F23

(onder de motorkap) F3

RADIOAANSLUITING

Radioinbouwruimte

Verwijder het afdekpaneel van de autoradio om de bedrading van de radio, de luidsprekers, de antenne-kabel en de voeding van de anten-neversterker te kunnen bereiken.

CITROEN C5 (2003) - Radioinbouwruimte - 1

Zie de gebruiksaanwijzing bij de boorddocumentatie.

2 4 6 8 1 3 5 7 A 2 4 6 8 1 3 5 7 B

N.b.: Raadpleeg voor het aansluiten van de autoradio een CITROËN-dealer.

CITROEN C5 (2003) - Radioinbouwruimte - 3

Beschermende zekeringen (onder dashboard) F5 - F20 - G36

MONTAGE VAN DE LUIDSPREKERS

Montage van de luidsprekers in de voor- en achterportieren

CITROEN C5 (2003) - MONTAGE VAN DE LUIDSPREKERS - 1

Verwijder het rooster om de aan- sluitingen te kunnen bereiken.

Diameter: 165 mm

CITROEN C5 (2003) - MONTAGE VAN DE LUIDSPREKERS - 2

Verwijder het rooster om de aan- sluitingen te kunnen bereiken.

Diameter: 165 mm

In het dashboard

Montage tweeters links en rechts in het dashboard: wip het betreffende rooster los en verwijder het. Sluit de tweeter aan en monteer deze vervolgens op het rooster door de tweeter een kwartslag te verdraaien. Plaats het rooster terug.

SCHUIFDAK

Elektrisch bediend schuifdak

Het dak kan aan de achterzijde omhoog worden geklapt of naar achteren worden opengeschoven, waarbij het zonnescherm meeschuift.

CITROEN C5 (2003) - Elektrisch bediend schuifdak - 1

Draai de bediening naar links om het dak te laten schuiven (6 openingsstanden).

CITROEN C5 (2003) - Elektrisch bediend schuifdak - 2

Draai de bediening naar rechts om het dak aan de achterzijde omhoog te klappen (3 openingsstanden).

Break : De schuifstand van het dak wordt automatisch afgestemd op de snelheid van de auto, teneinde rijgeluiden te beperken.

Berline : De opengeklapte stand van het dak wordt automatisch af-gestemd op de snelheid van de auto, teneinde rijgeluiden te beperken.

Wanneer de auto bijna stilstaat, keert het zonnedak automatisch te- rug naar de oorspronkelijk ingestel- de stand.

CITROEN C5 (2003) - Elektrisch bediend schuifdak - 3

Beschermende zekeringen (onder dashboard) F9

CITROEN C5 (2003) - Elektrisch bediend schuifdak - 4

Het schuifdak sluit automatisch met het sluiten van de ruiten, indien dit gebeurt via de speciale functie van de afstandsbediening.

Een anti-klemvoorziening zorgt ervoor dat in het geval van obstakels het dichtschuiven of klappen van het schuifdak wordt onderbroken : het gaat dan onmiddelijk weer open.

Zonnescherm van het schuifdak

Het zonnescherm kan met de hand worden bediend, wanneer het schuifdak gesloten is of aan de achterzijde omhoog is gezet.

LET OP

De inbouw van een schuifdak achteraf is niet geoorloofd indien uw auto voorzien is van zijarbags, aangezien dan niet meer aan de veiligheidsnormen van de fabrikant wordt voldaan.

SCHUIFDAK

Als de motor draait, wordt het open dak automatisch gesloten als het regent; het indrukken van de schakelaar onderbreekt het automatisch sluiten tot de eerstvolgende keer dat het contact wordt uitgezet. Deze functie kan door een CITROËN-dealer worden uitgeschakeld.

Indien na een automatische handeling (sluiten van het schuifdak met de afstandsbediening of bij regen) de stand van het schuifdak niet meer overeenkomt met de stand die getoond wordt op de bediening, kunt u met een druk op de bediening terugkeren naar de getoonde stand.

Indien het schuifdak tijdens het sluiten onverwacht open gaat, zet dan de bediening in de stand sluiten en druk net zo lang tot het schuifdak volledig gesloten is.

Na losnemen van de accu of bij een storing dient u de antiklemvoorziening te reinitialiseren. Doe dit al volgt : zet de schakelaar in de stand « geheel open » en houd na bereiken van deze stand de schakel gedurende ten minste 1 seconde ingedrukt.

Let op : tijdens deze handeling blijft de anti-klemvoorziening uitgeschakeld.

Verwijder bij het verlaten van de auto altijd de sleutel uit het contact, ook wanneer u de auto slechts gedurende korte tijd verlaat.

Als er tijdens het openen of sluiten van het dak iets klem komt te zitten, moet u het dak de andere kant op laten gaan. Druk daartoe op de andere kant van de betreffende schakelaar.

Als de bestuurder het open dak bedient, moet deze erop letten dat de passagiers het openen of sluiten niet belemmeren.

De bestuurder moet er op toezien dat de passagiers het open dak op de juiste wijze bedienen.

Als de afstandbediening wordt gebruikt om de ruiten te bedienen, moet de gebruiker er op letten dat anderen bij het sluiten van de ruiten of het dak niet beklemd raken.

HOUD KINDEREN GOED IN DE GATEN TIJDENS HET OPEN OF DICHT GAAN VAN HET SCHUIFDAK.

CITROEN C5 (2003) - SCHUIFDAK - 1

Hoofdstuk IV ONDERHOUD

113

Bladzijde

Controles 114

Benzinemotoren 115

→117

Dieselmotoren 118-119

Brandstofsysteem diesel 120-121

Niveaus 122

→124

Inhoud reservoirs 125

CONTROLES

CITROEN C5 (2003) - CONTROLES - 1

Luchtfilter

Volg de instructies in het onderhoudsboekje op.

CITROEN C5 (2003) - Luchtfilter - 1

Vloeistof ruitensproeier voor, achter en kop- lampwissers

Gebruik bij voorkeur de door CITROËN voorgeschreven producten.

CITROEN C5 (2003) - Vloeistof ruitensproeier voor, achter en kop- lampwissers - 1

Koelvloeistof

Het vloeistofniveau moet zich tussen de maat-streepjes MIN. en MAX.

op de vultank bevinden.

Wacht, indien de motor warm is, 15 minuten.

Soort: Zie « Het onderhoudsboekje ».

Voer geen ingrepen aan het koelcircuit uit bij warme motor. (Zie « Niveaus »).

CITROEN C5 (2003) - Voer geen ingrepen aan het koelcircuit uit bij warme motor. (Zie « Niveaus »). - 1

12-volts accu

Zie « Starten met een hulp-accu ».

CITROEN C5 (2003) - 12-volts accu - 1

Motorolie

Controleer nadat de motor minstens tien minuten is afgezet.

Soort: Zie « Het onderhoudsboekje ».

CITROEN C5 (2003) - Motorolie - 1

Trek de oliepeilstok uit de houder.

Hetniveaumoet sen de maatstreepjes MIN. en MAX. op de oliepeilstok bevinden.

Het niveau mag nimmer boven het maximum uitkomen.

MAX. MIN.

CITROEN C5 (2003) - Het niveau mag nimmer boven het maximum uitkomen. - 1

Remvloeistof

Het niveau moet zich tussen de maatstreepjes MIN. en MAX. op het rebevinden.

Soort: Zie « Het onderhoudsboekje ».

Wanneer de handrem tus is vrijgezet: Stop onmiddellijk indien het lampje brandt.

CITROEN C5 (2003) - Wanneer de handrem tus is vrijgezet: Stop onmiddellijk indien het lampje brandt. - 1

Vloeistof stuurbekrachtiging en vering

Soort: Zie « Het onderhoudsboekje ».

Let op: Tijdens verrichtingen onder de motorkap bij warme motor kan, zelfs bij afgezet contact, de koelventilator elk moment in werking treden.

Controleer tussen de voorgeschreven periodieke onderhoudsbeurten door regelmatig het oliepeil van de motor en doe dit tevens systematisch voor iedere lange rit.

MOTOR 1.8i 16V MOTOR 2.0i 16V

115

CITROEN C5 (2003) - Vloeistof stuurbekrachtiging en vering - 1

met of zonder roetfilter

CITROEN C5 (2003) - met of zonder roetfilter - 1

Het brandstofcir dieseluitvoering staat onder zeer hoge druk:

HET IS DERHALVE NIET TOEGE- STAANZELFINGR DITSYSTEEMUITTEVOI

u Det NDamotdr és zhet resultaat van de meestvooruitstrevende technologie.

Het verrichten van werkzaamheden aan deze motor vereist specialistische kennis. E P E N A A N Hierover beschikt uitsluitend uw CITROËN-dealer. B E N

MOTOR 2.2 HDi

met roetfilter

CITROEN C5 (2003) - met roetfilter - 1

Het brandstofcir dieseluitvoering staat onder zeer hoge druk:

HET IS DERHALVE NIET TOEGE- STAANZELFINGR DITSYSTEEMUITTEVOI

u Det NDamotdr és zhet resultaat van de meestvooruitstrevende technologie.

Het verrichten van werkzaamheden aan deze motor vereist specialistische kennis. E P E N A A N Hierover beschikt uitsluitend uw CITROËN-dealer.

BRANDSTOFSYSTEEM DIESEL

CITROEN C5 (2003) - BRANDSTOFSYSTEEM DIESEL - 1

Aftappen van water uit het brandstofffilter

Ontlucht het systeem regelmatig (bij elke keer dat de motorolie wordt ververst).

Draai de ontluchtschroef of de detectiesonde water in diesel aan de onderkant van het brandstofffilter los.

Laat het water geheel weglopen.

Draai vervolgens de ontluchtschroef of de detectiesonde water in diesel weer dicht.

De HDi-motor is het resultaat van de meestvooruitstrevende technologie. Het verrichten van werkzaamheden aan deze motor vereist specialistische kennis. Hierover beschikt uitsluitend uw CITROËN-dealer.

BRANDSTOFSYSTEEM DIESEL

CITROEN C5 (2003) - BRANDSTOFSYSTEEM DIESEL - 1

Op gang brengen van het brandstofcircuit MOTOR 2.0 HDi (90 pk) met opvoerpomp

Verwijder de afdekplaat van de motor

- Verdraai de 4 bevestigingen A een kwartslag,

- Verwijder de afdekplaat.

Vul het brandstofcircuit.

In geval van brandstofpech:

Motor 2.0 HDi (90 pk) met opvoerpomp

  • Vul de brandstoftank met minimaal 5 liter brandstof en knijp vervolgens in de balg van de opvoerpomp tot een weerstand wordt gevoeld.
  • Start de motor terwijl u het gaspedaal iets intrapt, totdat de motor loopt.

Indien de motor niet bij de eerste poging wil aanslaan, wacht dan 15 seconden alvorens opnieuw te starten.

Wil de motor na verscheidene pogingen nog niet aanslaan, herhaal dan de handeling vanaf het begin.

Geef, terwijl de motor stationair draait, iets gas om het ontluchten te voltooien.

Motor zonder opvoerpomp

Zet na het tanken de contactsleutel eerst enige ogenblikken in de stand M en start vervolgens de motor. Laat de sleutel los, zodra de motor loopt.

NIVEAUS

CITROEN C5 (2003) - NIVEAUS - 1

Stuurbekrachtigingsvloeistof

Wend u tot een CITROËN-dealer voor het bijvullen van het niveau.

Soort: Zie « Het onderhoudsboekje ».

Motorolie

Controleer nadat de motor min- stens tien minuten is afgezet.

Trek de oliepeilstok uit de houder.

Hetniveaumoetzic maatstreepjes MIN. en MAX. op de oliepeilstok bevinden.

ntussende HDI

Bijvullen motorolie

Verwijder de peilstok alvorens olie bij te vullen.

Controleer het niveau na het bijvullen.

Het niveau mag nimmer boven het maximum uitkomen.

Draai de olievuldop vast voordat u de motorkap sluit.

Soort: Zie « Het onderhoudsboekje ».

Let op:

Tijdens verrichtingen onder de motorkap bij warme motor kan, zelfs bij afgezet contact, de koelventilator elk moment in werking treden.

NIVEAUS

CITROEN C5 (2003) - NIVEAUS - 1

Verricht de handelingen van het controleren en bijvullen van de koelvloeistof uitsluitend bij koude motor.

Warme motor:

Verwijder het beschermkapje.

Wacht 15 minuten of in ieder geval zolang tot de temperatuur lager is dan 100 °C. Draai de dop met een beschermende doek eerst langzaam los tot de eerste nok om de druk te laten ontsnappen. Draai de dop vervolgens helemaal los.

Bijvullen koelvloeistof

Het vloeistofniveau moet zich tussen de maatstreepjes MIN. en MAX. op de vultank bevinden.

Vul de vloeistof bij. Als het koelvloeistofniveau met meer dan 1 liter moet worden bijgevuld, is het raadzaam het cuit te laten nakijken door een CITROËN-dealer.

CITROEN C5 (2003) - Bijvullen koelvloeistof - 1

Draai de dop goed vast.

N.B.: Als het vloeistofniveau vaak moet worden bijgevuld, duidt dit op een defect en moet het systeem zo snel mogelijk worden gecontroleerd door een CITROËN-dealer.

Koelvloeistof

De koelvloeistof bevat een dosis antivries die niet alleen beschermt tegen bevriezing (bescherming af fabriek tot -35°C), maar ook tegen hoge temperaturen en bovendien de vloeistof corrosiewerende eigenschappen verleent.

Soort: Zie « Het onderhoudsboekje ».

Let op:

Tijdens verrichtingen onder de motorkap bij warme motor kan, zelfs bij afgezet contact, de koelventilator elk moment in werking treden.

NIVEAUS

CITROEN C5 (2003) - NIVEAUS - 1

Ruitensproeiervloeistof voor en achter

Gebruik voor een optimale reiniging en voor uw eigen veiligheid bij voorkeur de door CITROËN goedgekeurde producten.

Inhoud: Zie « Inhoud reservoirs ».

Remvloeistofreservoir

Controleer regelmatig het peil.

Het niveau moetzic maatstreepjes MIN. en MAX. op het reservoir bevinden.

Wanneer het controlelampje tijdens het rijden oplicht, stop dan onmiddellijk en waarschuw de dichtstbij-zijnde CITROËN-dealer.

CITROEN C5 (2003) - Remvloeistofreservoir - 1

De synthetische remvloeistof dient roestwerende eigenschappen te bezitten en tevens de goede werking van het remsysteem te bevorderen, ongeacht de omstandigheden. Gebruik daarom uitsluitend de door CITROËN aanbevolen remvloeistof (de remvloeistof dient elke twee jaar ververst te worden).

Houdt u zich stipt aan deze voorschriften; ze zijn te vinden in het Onderhoudsboekje.

Soort: Zie « Het onderhoudsboekje ».

Let op:

Tijdens verrichtingen onder de motorkap bij warme motor kan, zelfs bij afgezet contact, de koelventilator elk moment in werking treden.

INHOUD RESERVOIRS

Ruitensproeiervloeistof voor en achterVloeistof ruitensproeier voor,achter en koplampwissers4 liter6,5 liter
Type motorInhoud motorolie (in liters) 1)
Met airconditioning
MOTOR 1.8i 16V 4,1
MOTOR 2.0i 16V 4,1
MOTOR 2.0 HPi 4,1
MOTOR V6/24V 5,4
MOTOR 2.0 HDi 4,7
MOTOR 2.2 HDi 4,8

(1) Verversen met vervangen filterelement

CITROEN C5 (2003) - INHOUD RESERVOIRS - 1

Hoofdstuk V PRAKTISCHE WENKEN

127

Bladzijde

12-volts accu 128-129

Zekeringen 130

→138

Vervangen van de lampen 139

→144

Veiligheidsadviezen 145

Allesdragers 146

Verwisselen van een wiel 147→150

Bandenspanning

151-152

Slepen - Oplichten

153

12-VOLTS ACCU

CITROEN C5 (2003) - 12-VOLTS ACCU - 1

CITROEN C5 (2003) - 12-VOLTS ACCU - 2

Starten van de motor na aansluiten van de losgenomen accu

  • Draai de sleutel in het contact om.
  • Wacht ongeveer één minuut voordat u de motor start om de elektronische systemen de tijd te gunnen zichzelf te resetten. Het opnieuw invoeren van de autoradiocode kan noodzakelijk zijn.

Wanneer de accu enige tijd niet aangesloten is geweest, kan het noodzakelijk zijn dat u de volgende functies opn instelt:

  • de antiklemvoorziening van de ruitbediening,
  • de antiklemvoorziening van het schuifdak,
  • de displaywaarden (datum, tijd, taal, afstandseenheid, temperatuureenheid),
  • de snelheidswaarschuwing
  • de radiozenders
  • de navigatieontvangst

LET OP : controleer, wanneer de accu wordt losgenomen, of het navigatiesysteem met kleurenscherm in het dashboardkastje klaar is met het registreren van informatie bij afzetten van het contact: het lampje moet gedoofd zijn.

ACCU

Starten met een hulp-accu

Als de accu ontladen is, kan een hulp-accu worden gebruikt of de accu van een andere auto.

Het opvolgen van onderstaande instructies in de juiste volgorde is essentieel.

A Lege accu, aangesloten op de auto (onder de motor-kap)
B Hulp-accu
C Massa-aansluiting op de auto

Controleer of de accu de juiste spanning heeft (12 volt).

Als u een accu gebruikt van een andere auto, dient u de motor van deze auto af te zetten. De twee auto's mogen elkaar niet raken.

Sluit de kabels aan volgens de tekening en in de aange-geven volgorde. Zorg dat de kabelklemmen goed vast zitten, om vonken te voorkomen.

Start de auto die de stroom geeft. Laat de motor gedurende ca. één minuut draaien met een iets verhoogd toere Start vervolgens de stroom-ontvangende auto.

CITROEN C5 (2003) - Starten met een hulp-accu - 1

Raak de klemmen niet aan tijdens deze handelingen.

Hang niet met uw bovenlichaam boven de accu.

Neem de kabels in omgekeerde volgorde los en zorg ervoor dat ze elkaar niet raken.

LET OP

Kom nooit met open vuur in de buurt van de accu (explosiegevaar).

De accu bevat verdund zwavelzuur, dat een bijtende vloeistof is.

Bescherm bij werkzaamheden aan de accu altijd gezicht en handen. Mocht de huid toch in aanraking komen met het zuur, veeg het dan onmiddellijk af en spoel de huid met veel schoon water na.

ZEKERINGEN

Zekeringkast

Onder het dashboard en in het motorcompartiment bevinden zich drie zekeringkasten.

Zekeringen onder het dashboard

Open de klep van het dashboardkastje links van het stuur en kantel hem eruit terwijl u de vergrendeling indrukt.

Kast C1
CITROEN C5 (2003) - Zekeringen onder het dashboard - 1

Kast C2
CITROEN C5 (2003) - Zekeringen onder het dashboard - 2

Vervangen van een zekering

Voordat u een defecte zekering vervangt, moet u eerst de oor zaak van de storing opsporen en verhelpen. De nummers van de zekeringen staan op de zekeringkast.

Kies voor het vervangen van een defecte zekering altijd een met dezelfde sterkte (dezelfde kleur).

Gebruik de speciale tang A die zich in de uitsparing vlakbij de zekeringkastjes bevindt. U vindt hierin eveneens reservezekeringen.

Tang A
CITROEN C5 (2003) - Kies voor het vervangen van een defecte zekering altijd een met dezelfde sterkte (dezelfde kleur). - 1

CITROEN C5 (2003) - Kies voor het vervangen van een defecte zekering altijd een met dezelfde sterkte (dezelfde kleur). - 2

CITROEN C5 (2003) - Kies voor het vervangen van een defecte zekering altijd een met dezelfde sterkte (dezelfde kleur). - 3

Zekeringen onder het dashboard (Kast B1)

NummerSterkte Functie
F1 10 AMistachterlicht
F2 15 AAchterruitehwisser
F3 - -
F4 15 AAdditief diesel - Module bestuurdersportier - Alarm
F5 15 ALinker remlicht
F6 - -
F7 20 A12-volts stekker voorin
F8 - -
F9 30 ASchuifdak/ruitbediening voor - 12-volts accessoirestekker in koffer - Bediening kofferhoogte (voeding)
F10 15 A + Accu
F11 15 ADisplay - Sirene alarm - Navigatie - Airconditioning - Autotelefoon
F12 10 AStadslicht rechtsvoor - Stadslicht rechtsachter
F13 - -

ZEKERINGTABEL

Zekeringen onder het dashboard (Kast B1)

NummerSterkte Functie
F14 30A Centralevergrendeling/Supervergrendeling
F15 30A Ruitbediening achter
F16 5 AStuurkolom module - Airbagmodule - Zekeringkast onder motorkap
F17 10A Remlichtrechts
F18 10ASensor stuurhoek - Contact schakelhendel automaat - Diagnosestekker
F19 -
F20 10AAutoradio- Navigatie
F21 -
F22 10A Stadslichtlinksvoor - Stadslicht linksachter
F23 15AVoedingen computers (ABS - Motor - Vering) - ESP/ASR
F24 15AAirconditioning - Autotelefoon - Parkeerhulp - Instrumenten - Versterker telefoon
F25 -
F26 40AAchterruitverwarming

ZEKERINGTABEL

Zekeringen onder het dashboard (Kast C1)

NummerSterkte Functie
G36 30A Hi-fi versterker
G37 30A Elektrischbediende stoel rechtsvoor
G38 30A Elektrischbediende stoel linksvoor
G39 30A Stoelverwarming rechtsvoor
G40 30A Stoelverwarming linksvoor

ZEKERINGTABEL

Zekeringen onder het dashboard (Kast B2)

NummerSterkte Functie
F1 10 AMistachterlicht
F2 15 AAchterruitenwisser
F3 - -
F4 15 AAdditief diesel - Modulator bestuurdersportier - Anti-inbraakalarm
F5 15 ARemlicht linksachter - 3 ° remlicht
F6 - -
F730 ASigarenaansteker - Verlichting handschoenenkastje - Binnenverlichting - Verlichting bedieningspaneel airco
F8 - -
F930 ASchuifdak - Bediening voorportierruiten - 12-volts stekker in koffer - Bediening koffer-hoogte (voeding) - 12-volts accessoirestekker vooring
F10 15A + accu
F11 20A Display -Sirene alarm - Navigatie - Airconditioning - Autotelefoon
F12 10A Parkeerlicht rechtsvoor - Parkeerlicht rechtsachter
F13 - -

ZEKERINGTABEL

Zekeringen onder het dashboard (Kast B2)

NummerSterkte Functie
F14 30A Centraalbediende vergrendeling/Supervergrendeling
F15 30A Bedieningachterportierruiten
F16 10A Bedieningonder stuur - Airbagmodulator - Zekeringkast onder motorkap
F17 10A Remlichtrechtsachter
F18 10A Stuurhoeksensor - Schakelaar hendel automatische versnellingsbak - Diagnosestekker
F19 SHUNT -
F20 -
F21 -
F22 10A Parkeerlicht linksvoor - Parkeerlichten linksachter
F23 15A Voedingcomputers (ABS - Motor - Vering) - ESP/ASR
F2415 AAirconditioning - Autotelefoon - Parkeerhulp - Instrumentenpaneel - Versterker telefoon
F25 -
F26 5 AAchterruitverwarming

ZEKERINGTABEL

Zekeringen onder het dashboard (Kast C2)

NummerSterkte Functie
G29 30A Achterruitverwarming
G30 5A Kofferverlichting
G36 30A Hifi versterker
G37 30A Elektrischbediende stoel rechtsvoor
G38 30A Elektrischbediende stoel rechtsvoor
G39 30A Stoelverwarming rechtsvoor
G40 30A Stoelverwarming linksvoor

ZEKERINGEN

CITROEN C5 (2003) - ZEKERINGEN - 1

Zekeringen onder de motorkap

Zekeringkast

Wip het deksel los van de zekeringkast (naast de accu) in het motor-compartiment.

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 4

Verzuim niet het deksel na de werkzaamhedeng ten.

oedteslui-

Ingrepen aan de MAXI zekeringen, die een extra bescherming bieden en die zich in de zekeringkasten bevinden, zijn uitsluitend voorbehouden aan CITROËN-dealers.

ZEKERINGTABEL

Zekeringen onder de motorkap

NummerSterkte Functie
F1 10A Achteruitril licht
F2 15A Brandstofpomp
F3 10A Computers (ABS, geregelde vering) - ESP/ASR
F4 10A Computers (motormanagement, automaat)
F5 10A Roetfilter diesel
F6 15A Mistlichter voor
F7 20A Koplampsproeiers
F8 20A Motormanagementrelais
F9 15A Dimlicht links
F10 15A Dimlicht rechts
F11 10A Grootlicht links
F12 10A Grootlicht rechts
F13 15A Claxon
F14 10A Ruitensproeier
F15 30A Elektrische componenten motormanagement (bobine, elektroklep, lambdasonde)
F16 30A Luchtpomp
F17 30A Ruitenwisser voor
F18 40A Aanjager

VERVANGEN VAN DE LAMPEN

CITROEN C5 (2003) - VERVANGEN VAN DE LAMPEN - 1

① Dimlichten
② Grootlicht/Mistlampen
③ Parkeerlichten
4 Richtingaanwijzer

N.b. : Onder bepaalde gebruiks- omstandigheden kan zich op het koplampglas een dun laagje con- dens vormen.

CITROEN C5 (2003) - VERVANGEN VAN DE LAMPEN - 2

Indien de koplamp voor- zien is van dit symbool, is vanwege het gevaar van elektrocutie elke ingreep

m.b.t. het vervangen van de xenon D2R gloeilampen voor de dimlich- t e n v o o r b e CITROËN-dealer.

CITROEN C5 (2003) - VERVANGEN VAN DE LAMPEN - 3

Neem de kunststof beschermkap los door deze met een kwartslag te verdraaien.

Maak de stekker los.

Druk op de klemmen en maak deze los.

Trek de gloeilamp naar buiten.

Lamp:

  • H7 Voor auto's zonder xenonlampen.
  • Xenon D2R Voor auto's uitgerust met xenonlampen.

Neem de kunststof beschermkap los door deze met een kwartslag te verdraaien.

Maak de stekker los.

Druk op de klemmen en maak deze los.

Trek de gloeilamp naar buiten.

Lamp:

  • H4 Voor auto's zonder xenonlampen.
  • H1 (zonder mistlamp) Voor auto's uitgerust met xenonlampen.

Let op:

Vervang de halogeenlampen nadat de koplampen minstens enkele minuten gedoofd zijn (om te voorkomen dat u uw vingers ernstig brandt).

Raak de nieuwe lamp niet met de blote vingers aan, maar gebruik een niet-pluizende doekn a a n e e n

Het gebruik van anti U.V.-lampen is essentieel voor het behoud van de kwaliteit van de koplampen.

VERVANGEN VAN DE LAMPEN

CITROEN C5 (2003) - VERVANGEN VAN DE LAMPEN - 1

Verdraai de lamphouder een kwart- slag en verwijder het lampje.

Plaats de richtingaanwijzerunit te- rug door deze met de pasnokjes in de uitsparingen te vergrendelen.

Lamp: PY 21 W (amber).

Parkeerlichten :

Neem de kunststof beschermkap los door deze met een kwartslag te verdraaien.

Verdraai de lamphouder een kwart- slag en verwijder het lampje.

Lamp: W 5 W.

CITROEN C5 (2003) - Parkeerlichten : - 1

Druk de unit naar voren of naar achteren zodat deze losklikt en trek de unit naar u toe.

Verdraai de lamphouder een kwart- slag.

Lamp: PY 5 W.

VERVANGEN VAN DE LAMPEN

CITROEN C5 (2003) - VERVANGEN VAN DE LAMPEN - 1

Trek de transparante kap van de binnenverlichting los om de gloeilamp te kunnen bereiken.

Lamp: W 5 W

CITROEN C5 (2003) - VERVANGEN VAN DE LAMPEN - 2

Verlichting kofferruimte

Trek de verlichting los om de gloei-lamp te kunnen bereiken.

Lamp: W 5 W

CITROEN C5 (2003) - Verlichting kofferruimte - 1

Verlichting handschoenenkastje

Trek de verlichting los om de gloeilamp te kunnen bereiken.

Lamp: W 5 W

Leesspot

Trek de transparante kap van de binnenverlichting los en verwijder vervolgens de afddekking van de desbetreffende spot om de lamp te kunnen bereiken.

Lamp: W 5 W

Verlichting onder het dash- board

Trek de verlichting los om de gloei-lamp te kunnen bereiken.

Lamp: W 5 W

Drempelverlichting

Trek de lampunit los om de gloei-lamp te kunnen bereiken.

Lamp: W 5 W

CITROEN C5 (2003) - Drempelverlichting - 1

① Remlichten: P 2 1 W.
② Richtingaanwijzers: PY 21 W.
③ Achteruitrijlichten: P 2 1 W.
④ Mistachterlicht en parkeerlicht: P 21/4 W.

CITROEN C5 (2003) - Drempelverlichting - 2

Trek via het zijbergvak achter in de Vervang de gloeilamp en zet de heauto de houder van zijn plaats door le unit weer op zijn plaats. de lipjes in te duwen en maak de stekker los om de lamp te kunnen bereiken.

VERVANGEN VAN DE LAMPEN

(Break)

CITROEN C5 (2003) - VERVANGEN VAN DE LAMPEN - 1

① Rem- en parkeerlichten: P 21/5 W.
② Richtingaanwijzers: P 2 1 W.
③ Achteruitrijlichten: P 2 1 W.
④ Mistachterlicht: P 2 1 W.

Demonteren

Onderste verlichting :

A - Verwijder het afdekplaatje en demonteer de moer.
B - Verwijder het afdekplaatje en trek met de vinger via de opening de lampunit los.

Verdraai de lamphouder een kwart- slag en verwijder deze.

Bovenste verlichting :

C - Verwijder het afdekplaatje en demonteer de moer.

Houd het van onderen vast en trek de lampunit naar u toe los.

Verdraai de lamphouder een kwart- slag en verwijder deze.

A B C

Monteer na vervanging eerst de bovenste verlichting en daarna de onderste.

WAARSCHUWING: Demonteer eerst de onderste verlichting en daarna de bovenste.

VERVANGEN VAN DE LAMPEN

CITROEN C5 (2003) - VERVANGEN VAN DE LAMPEN - 1

Open de achterklep, verwijder de kunststof kap en trek de fitting van zijn plaats.

Test na elke ingreep de werking van de verlichting.

VEILIGHEIDSADVIEZEN

Trekhaak

Wij adviseren u de montage van deze voorziening over te laten aan een CITROËN-dealer, aangezien hij bekend is de sleepgewichten van de auto en over de benodigde instructies beschikt met betrekking tot een dergelijk veilighei systeem.

Trekken van een aanhanger

(boot of caravan)

Wanneer u tegen een zeer steile berg oprijdt of bij oververhitting van de motor kunnen bepaalde functies uitvallen (bijvoorbeeld de air-conditioning of de sequentiële bediening van de automatische versnellingsbak).

CITROEN C5 (2003) - Trekken van een aanhanger - 1

Gebruik in verband met het ontwerp, ten behoeve van uw veiligheid en om beschadiging van het dak te verkomer door CITROËN geteste en goedgekeurde daklastdragers.

Adviezen

  • Zorg voor een gelijkmatige verdeling en voorkom overbelasting aan één kant.
  • Plaats de zwaarste last zo dicht mogelijk tegen het dak.
  • Sjordeladinggoedvastenmarkeereenbuitendeautostekendelading.
  • Rijd rustig: de zijwindgevoeligheid is toegenomen en uw auto is mogelijk niet meer zo stabiel.
  • Verwijder de allesdragers of imperiaal direct na het transport.

Houd u aan de toegestane gewichten. Maximum toegestane daklast:

Zie hoofdstuk "Gegevens".

VERWISSELEN VAN EEN WIEL

CITROEN C5 (2003) - VERWISSELEN VAN EEN WIEL - 1

Uitnemen van het reservewiel (Berline)

Zobereiktuhetreservewiel:

Licht de kofferplaat op m.b.v. de treklus.

Haak de lus aan de haak onder de hoedenplank.

Gereedschap

Het gereedschap bevindt zich in een gereedschapsdoos in het reservewiel. Verwi de riem om deze te kunnen bereiken.

CITROEN C5 (2003) - Gereedschap - 1

Uitnemen van het reservewiel (Break)

Rol het bagagedek op en verdraai de sjorogen een kwartslag.

Licht de vloer op en bevestig de haak aan de dakgoot.

Verwijder eerst de riem en daarna de gereedschapsdoos om bij het wiel te kunnen komen

d'Vier aan de ed- en

Gereedschap

Het gereedschap bevindt zich in de gereedschapsdoos in het reservewiel.

VERWISSELEN VAN EEN WIEL

Demonteren

1 - Parkeer uw auto op een vlakke ondergrond. Trek de handrem aan.
2 - Zet bij stationair draaiende motor de wagenhoogte in de hoogste stand (zie Hoofdstuk III - Comfort 'Instellen wagenhoogte'). Zet het contact af en schakel de eerste of de achteruitversnelling in (aff kelijk van de positie van de auto op een eventuele helling) (automatische versnellingsbak: zet de schakelhendel in de stand P).
3 - Plaats de krik onder een van de vier krikpunten aan de onderzijde van de zijdorpels, bij het wiel in kwestie, en draai deze met behulp van de kriksleutel uit tot de grond.
4 - Trek de wieldop bij een van de openingen met het uiteinde sleutel los. Wanneer uw auto lichtmetalen velgen heeft :

- verwijder de wieldop met behulp van het gereedschap om de kunnen bereiken.

- verwijder, wanneer de bouten zichtbaar zijn - de chromen doppen van de wielbouten m.b.v. het gereedschap en draai vervolgens de los.

5 - Draai de krik opnieuw uit tot het wiel enkele centimeters van de grond komt.
6 - Verwijder de bovenste bout en plaats de centreerpen in het wiel.
7 - Draai de overige bouten los en verwijder het wiel.

10 km.h

n de ksleu- van de wiel- bouten te n bouten d

VERWISSELEN VAN EEN WIEL

CITROEN C5 (2003) - VERWISSELEN VAN EEN WIEL - 1

Wiel voor tijdelijk gebruik

Indien uw auto voorzien is van een reservewiel voor tijdelijk gebruik, dan zult u merken dat bij de monta- ge ervan de ringen van de wielbou- ten niet tegen de velg aankomen.

Bij montage van het reservewiel wordt gebruik gemaakt van het co-nische gedeelte van de wielbout (zie afbeelding).

Controleer, wanneer u het originele wiel weer monteert, of de ringen van de wielbouten schoon zijn.

Opnieuw monteren van het re- servewiel

1 - Plaats het wiel met behulp het centreergereedschap voor over de naaf.

2 - Draai de bouten aan, maar nog niet vast en verwijder het centreergereedschap van het wiel om de laatste bout te kunnen plaatsen.

3 - Draai de krik in en verwijder de ze.

4 - Draai de wielbouten vast met de wielsleutel.

5 - Wacht met het mon 5e de wieldop.

6 - Breng de auto weer op normale rijhoogte (zie hoofdstuk III - Comfort - «Bediening wagenhoogte»). 6

7 - Monteer zo snel mogelijk na reparatie het originele wiel.

8 - Paszosnelmogelijkdesning van deze band aan (zie «Bandenspanning») en laat de wielbalans controleren.

Opnieuw monteren van het oorspronkelijke wiel

van- Plaats het wiel met behulp van de centreerpen van het wiel over de naaf.

2 - Draai de bouten aan, maar nog niet geheel vast en verwijder de centreerpen uit het wiel om de laatste bout te kunnen monteren.

3 - Verwijder de krik nadat u deze heeft ingedraaid.

4 - Draai de wielbouten geheel vast met de wielsleutel.

5e ePlaats nde wieldop terug en let erop dat de uitsparing bij het ventiel komt te zitten. Druk te- gen de randen van de wieldop tot deze vastklikt.

6 - Breng de auto weer op normale rijhoogte (zie hoofdstuk III - Comfort - «Bediening wagenhoogte»).

7- Breng de band op de juiste spanning (zie «Bandenspanning») en laat de wielbalans controleren.

WAARSCHUWING

Ga nooit onder een auto liggen die slechts wordt ondersteund door een krik.

De krik is een gereedschap dat speciaal voor uw auto is ontworpen. Gebruik dit gereedschap niet voor andere doeleinden.

VERWISSELEN VAN EEN WIEL

Terugplaatsen van het wiel (Berline)

Bevestig de gereedschapsdoos m.b.v. de riem aan het reservewiel en plaats het reservewiel terug in de koffer.

Verwijder de treklus van de haak en leg de vloerplaat weer terug in zijn oorspronkelijke stand.

Terugplaatsen van het wiel (Break)

Plaats het wiel terug in de koffer en leg de gereedschapsdoos in het wiel en daarna de opbergdoos en bevestig het geheel met de riem.

Verwijder de haak om de vloer te latenzakkenenvergrendeldogen.

Wiel voorzien van een detectiesysteem voor te lage bandenspanning

Deze wielen zijn voorzien van een druksensor ; laat reparaties over aan een CITROËN-dealer.

Wiel met aluminium velg esjor-Anti-diefstalbouten

Elk wiel is voorzien van een anti-diefstalbout. Om deze bout te verwijderen, draait u hem met een van de anti-diefstaldoppen (deze zijn bij de nieuwe auto met de extra sleutel en het codekaartje meegeleverd) en de wielsleutel los.

Let op:

De wielbouten zijn specifiek voor elk type auto.

Wanneer u de wielen vervangt, informeer dan eerst bij uw CITROËN-dealer of de bouten in de nieuwe wielen passen.

Opmerking : noteer zorgvuldig het nummer dat gegraveerd is bovenin de antidiefstaldop. Hiermee kunt u via uw dealer nieuwe antidiefstaldoppen bestellen.

BANDENSPANNING

Detectie te lage bandenspanning

Dit systeem waarschuwt u voor een te lage bandenspanning of een lekke band. Dit gebeurt via sensoren die vana snelheid van 28 km/uur regelmatig de staat van de wielen controleren.

Controleer, ondanks dit systeem, regelmatig de bandenspanning.

Signalering onvoldoende bandenspanning

Wanneer op het display de volgende melding veschijnt : "BANDENSPANNING TE LAAG" in combinatie geluidssignaal, dan duidt dat op onvoldoende spanning van een of meer banden.

Controleer de bandenspanning en herstel deze zo snel mogelijk.

Lekke band

Schermmelding: LEKKE BAND(EN).

Wanneer deze melding vergezeld gaat van een geluidssignaal heeft u een lekke band.

Ontsteek uw waarschuwingsknipperlichten en stop onmiddellijk, zonder bruuske manoeuvres. Neem de noodzakelijke voorzorgsmaatregelen in acht (zie Gebruiksvoorzorgen - Adviezen voor de veiligheid - Lekke band).

Wordt een beschadigd wiel tijdelijk in de koffer opgeborgen, dan geeft het opnieuw een signaal af dat het gerepar moet worden, en worden waarschuwingsmeldingen met betrekking tot andere wielen geblokkeerd.

Niet-gedetecteerd wiel

Displaymelding "X SENSOR(EN) BANDENSPANNING NIET AANWEZIG".

Wanneer deze melding gepaard gaat met een geluidssignaal, betekent dit dat ten minste één wiel niet meer gedet teerd wordt.

N.B. : deze melding verschijnt indien:

- een van de wielen voorzien van een sensor van de auto is verwijderd (bijvoorbeeld voor reparatie).

- de auto voorzien is van wielen zonder sensor (bijvoorbeeld in het geval van tijdelijke montage van het reservewie sneeuwbanden).

- een wielsensor defect is. Raadpleeg zo snel mogelijk een CITROËN-dealer.

LET OP

Laat het repareren en verwisselen van de banden op wielen voorzien van een sensor altijd over aan de CITROËN-dealer. Indien zich in de buurt van uw auto elektrische systemen bevin-den die signalen uitzenden waarvan de frequentie identiek is aan die van de sensoren op de wielen, dan kan de werking van detectiesysteem op de wielen daardoor tijdelijk verstoord zijn.

BANDENSPANNING

CITROEN C5 (2003) - BANDENSPANNING - 1

Adviezen - Aanbevelingen

Om veilig te kunnen rijden is het uiterst belangrijk dat de bandenspanning altijd overeenkomt met de aanbevelinger van de autofabrikant. Controleer de spanning daarom regelmatig, bijvoorbeeld iedere maand, en systematisch voor elke lange rit. Vergeet daarbij het reservewiel niet.

Controleer uitsluitend de spanning als de banden koud zijn; de banden worden namelijk warm tijdens het rijden, waardoor de bandenspanning oploopt.

Verminder nooit de spanning van warme banden.

ZORG DAT UW BANDEN VOORTDUREND IN GOEDE STAAT VERKEREN EN DE JUISTE SPANNING HEBBEN.

Houd de bandenspanning aan zoals vermeld op de sticker bij het bestuurdersportier.

Zie "Identificatie".

SLEPEN - TAKELEN

Het slepen met opgelichte voor- of achterkant van de wagen of met de vering in de laagste hoogtestand is niet toegestaan.

CITROEN C5 (2003) - SLEPEN - TAKELEN - 1

Alleen bij hoge uitzondering is het toegestaan de auto over een korte afstand en met lage snelheid te slepen (informeer naar de wettelijke bepalingen).

Indien niet voldaan wordt aan deze voorwaarden mag uw auto uitsluitend op een autoambulance worden getransporteerd.

Slepen over de weg

Zowel aan de voor- als achterzijde van de auto zijn sleepogen aangebracht. Klik de kap los met een muntstukje of een puntig voorwerp.

Zorg dat de contatsleutel in de stand « A » staat om te voorkomen d het stuurslot in werking treedt.

Gebruik een sleepstang die u kunt bevestigen aan de bovenvermelde sleepogen.

Het demontabele sleepoog zit opgeborgen in de beschermdoos van de krik in het reservewiel.

VOORSCHRIFT SLEPEN UIT-VOERINGEN MET AUTOMAAT Zet de schakelhendel in de stand N (neutrale stand).

LET OP:

Bij afgezette motor is noch de besturing, noch het remsysteem bekrachtigd.

CITROEN C5 (2003) - Slepen over de weg - 1

CITROEN C5 (2003) - Slepen over de weg - 2

Hoofdstuk VI

ALGEMENE GEGEVENS

Bladzijde

Algemene gegevens 156

→161

Brandstofverbruikscijfers 162

Afmetingen 163-164

Identificatie 165

Trefwoordenregister 166

→168

ALGEMENE GEGEVENS BENZINE

Berline

Type motor 1.8i 16V1.8i 16Vautomaat2.0i 16V
Inhoud brandstoftank circa 66 liter
Toegestane brandstof ONGELODE BENZINE RON95 - RON 98
Mimimale draaicirkel tussen muren (in mm) 11,39
Fiscaal vermogen 7 8 9
Maximum theoretische snelheid (km/h) 196 193208
Gewicht (kg)
Ledig (ziekenteken)1 2 9 01 3 1 5
B eladen1 8 1 01 8 35 1 8
Maximum toegestane belasting op achteras900 900 900
Totaal treingewicht3 3103 3353 345
Geremde aanhanger
10% < Helling ≤ 12%/8% < Helling ≤ 10% 1 5001 5001 500
1 5501 5501 600
Helling ≤ 8% 1 8001 8001 900
Ongeremde aanhanger680 695695
Maximum toegestane kogeldruk757575
Maximum toegestane dakbelasting757575

131

ALGEMENE GEGEVENS BENZINE Berline

2.0i 16Vautomaat2.0 HPi V6/24VV6/24Vautomaat
circa 66 liter
Ongelode benzine RON 95 - RON 98
11,39 12,46
9 8 134
201 210240 232
Gewicht (kg)
1 3 2 5 13 2 5 1 4 8 01 5 2 0
1 8 4 5 18 4 5 2 0 1 02 0 2 0
900 900950 950
3 3 4 5 33 4 5 3 6 1 03 4 2 0
1 5 0 0 15 0 0 1 6 0 01 4 0 0
1 6 0 0 16 0 0 1 7 0 01 7 0 0
1 9 0 0 19 0 0 2 0 0 02 0 0 0
700 700750 750
75 75 7575
75 75 7575

Gewicht : zie typeplaatje

Houd u aan de wettelijk voorge- schreven aanhangergewichten van uw auto.

U dient zich te houden aan de wet- telijk voorgeschreven aanhanger- gewichten van het land waarin u zich bevindt. Wend u tot een CITROËN-dealer voor informatie over het trekken van een aanhanger en het totaal toelaatbaar treingewicht.

ALGEMENE GEGEVENS DIESELMOTOR

Berline

Type motor2.0 HDi 90pk2.0 HDi 109pk FAP2.0 HDi 110pk2.0 HDi 110pk automaat2.0 HDi 110pk FAP automaat2.2 HDi FAP2.2 HDi FAP automaat
Inhoud brandstoftank ongeveer 68 liter
Toegestane brandstof Diesel
Mimimale draaicirkel tussen muren (in mm) 11,39 12,46
F i s c a alvermog
Maximum theoretische snelheid (km/h) 180 191 192188 187205 203
Gewicht (kg)
Ledig (zie kenteken)1 3601 3991 3851 4101 4241 4851 520
Beladen1 8801 9051 9051 9101 9101 9852 020
Maximum toegestane belasting op achteras950 900900900 900950950
Totaal treingewicht3 3803 4053 4053 4103 4103 4853 120
Geremde aanhanger
10% < Helling ≤ 12% 1 5001 5001 5001 5001 5001 500 1 100(2)
8% < Helling ≤ 10% 1 6001 6001 6001 6001 6001 700 1 250(2)
Helling ≤ 8% 2 0002 0002 0002 0002 0002 000 1 300(2)
Ongeremde aanhanger715730 730740 740750 750
Maximum toegestane kogeldruk75757575757575
Maximum toegestane dakbelasting75757575757575

e

ALGEMENE GEGEVENS BENZINE Break

1.8i 16V2.0i 16V2.0i 16Vautomaat2.0 HPiV6/24VV6/24Vautomaat
circa 66 liter
Ongelode benzine RON 95 - RON 98
12,46
799914
193 203194 204234 226
Gewicht (kg)
1 371 1367 1 3741 374 1522 1 547
1 971 1967 1 9741 974 2142 2 160
1 080 1080 1 0801 080 1100 1 100
3 271 3467 3 4743 474 3500 3 460
1 300 1500 1 5001 500 1600 1 300(1)
1 400 1600 1 6001 600 1700 1 600
1 800 1900 1 9001 900 2000 1 900
720 720720 720750 750
75 7575 75 7575
75 7575 75 7575

1 4

Gewicht : zie typeplaatje

(1) Het totaalgewicht van de ge- remde aanhanger mag maximaal 1600 kg bedragen, mits daarmee het totaal treingewicht niet wordt overschreden.
(2) Het totaalgewicht van de ge- remde aanhanger mag maximaal 1400 kg bedragen, mits daarmee het totaal treingewicht niet wordt overschreden.

Houd u aan de wettelijk voorge- schreven aanhangergewichten van uw auto.

U dient zich te houden aan de wettelijk voorgeschreven aanhangergewichten van het land waarin u zich bevindt. Wend u tot een CITROËN-dealer voor informatie over het trekken van een aanhanger en het totaal toelaatbaar treingewicht.

ALGEMENE GEGEVENS DIESELMOTOR

Break

Type motor2.0 HDi 90pk2.0 HDi 109pk FAP2.0 HDi 110pk2.0 HDi 110pk automaat2.0 HDi 110pk FAP automaat2.2 HDi FAP2.2 HDi FAP automaat
Inhoud brandstoftank ongeveer 68 liter
Toegestane brandstof Diesel
Mimimale draaicirkel tussen muren (in mm) 12,46
F i s c a alvermog
Maximum theoretische snelheid (km/h) 175 136 187183 182201 198
Gewicht (kg)
Ledig (zie kenteken) 1 423 1 452 1 438 1464 1 478 1 518 1 558
Beladen2 0232 038 2038 2064 2 064 2 148 2 175
Maximum toegestane belasting op achteras1080 1080 1080 1080 1080 1100
Totaal treingewicht3 4233 500 3500 3500 3 5500 3 500 3 175
Geremde aanhanger
10% < Helling≤12%1 4001 500 1500 1500 1 5500 1 450(1)1 000(2)
8% < Helling≤10%1 5001 600 1600 1600 1 6600 1 6501 050(2)
Helling ≤8%1 9002 000 2000 2000 2 0000 2 0001 100(2)
Ongeremde aanhanger745750 750750 750750 750
Maximum toegestane kogeldruk75757575757575
Maximum toegestane dakbelasting75757575757575

e

100

ALGEMENE GEGEVENS DIESELMOTOR Break

Gewicht : zie typeplaatje

automatische versnellingsbak

(1) Het totaalgewicht van de ge- remde aanhanger mag maximaal
1500 kg bedragen, mits daarmee
hettotaaltreingewichtnietwordt overschreden.
(2) Het totaalgewicht van de ge- remde aanhanger mag maximaal 1300 kg bedragen, mits daarme
hettotaaltreingewichtnietwordt overschreden.

Houd u aan de wettelijk voorgeschreven aanhangergewichten van uw auto.

U dient zich te houden aan de wettelijk voorgeschreven aanhangergewichten van het land waarin u zich bevindt. Wend u lot een CITROËN-dealer voor informatie over het trekken van een aanhanger en het totaal toelaatbaar treingewicht.

BRANDSTOFVERBRUIKSCIJFERS*

(in liters/100 km, volgens ECE-norm)

Type motor1.8i 16V 2.0i 16V2.0 HPiV6/24V2.0 HDi 90pk2.0 HDi 110pk2.0 HDi 110pk Roetfilter2.2 HDi Roetfilter
BERLINEhandge-schakeldautomaathandge-schakeldautomaathandge-schakeldhandge-schakeldautomaathandge-schakeldhandge-schakeldautomaathandge-schakeldautomaathandge-schakeldautomaat
Stadstraject10,612,3 11,5 123 10,313,914,5 77 7,48,9 7,88,7 8,7 9,8
90 km/uur6,06,2 6,46,4 6,07,17,6 4,74,65,1 4,64,8 4,8 5,4
Gemiddeld7,7 8,48,38,6 7,59,6 10,2 5,75,66,5 5,86,3 6,3 7,0
Uitstoot CO2 (1)182201 197 206177 226 24152147 173 153165167 185
Breakhandge-schakeld-handge-schakeldautomaathandge-schakeldhandge-schakeldautomaathandge-schakeldhandge-schakeldautomaathandge-schakeldautomaathandge-schakeldautomaat
Stadstraject10,8-11,912,7 10,4 138 14,87,7 7,6 9,38,0 9,08,7 9,9
90 km/uur6,2-6,46,46,27,47,74,84,65,24,95,05,05,4
Gemiddeld7,9-8,48,77,79,810,45,95,76,76,06,56,47,1
Uitstoot CO2 (1)187-200208 185 230245 155 149178159 173 169187

(1) In g/km bij een gemiddeld verbruik.
* Volgens EU-richtlijn 1999/100.

De gegeven brandstofverbruikscijfers waren juist ten tijde van druk van dit boekje.

AFMETINGEN

(in meters)

BERLINEBREAK
A 2,752,75
B 4,624,76
C 0,970,97
D 0,901,04
E 1,511,51
F 1,541,54
G 1,771,77
H 1,481,521,56*
I 2,102,10

C A D B

F l

H E G

* Met dakdragers

AFMETINGEN

(in meters)

CITROEN C5 (2003) - AFMETINGEN - 1

Onder de achterbankzitting links.

1 : Nummer Europese type-goedkeuring
2 : VIN-nummer
3 : Totaal toelaatbaar gewicht
4 : Totaal treingewicht
5 : Maximumgewicht op de vooras
6 : Maximumgewicht op de achteras

B VIN-nummer op de carrosse-rie

CVIN-nummer op het da board

DKleurcodevandelak Bandenmaat Bandenspanning

Het type auto en het VIN-nummer staan eveneens vermeld op het kentekenbewijs.

Elk CITROËN onderdeel is exclusief voor het merk CITROËN.

Om redenen van veiligheid en garantie adviseren wij u om voor uw auto uitsluitend CITROËN onderdelen te gebruik

CITROEN C5 (2003) - AFMETINGEN - 2

166

TREFWOORDENREGISTER

CITROEN C5 (2003) - TREFWOORDENREGISTER - 1

CITROEN C5 (2003) - TREFWOORDENREGISTER - 2

A Aanhangergewicht ... 156→ 161-XVII ABS .... 47-84-XVI
Accessoirestekker (12 volt) .. 29-105
Accu 128-129-XV-XVIII
Accu vervangen 129
Accupech 129
Achterklep 13
Achterruit (ontwasemen) 61
Achterstoelen 25-26
Achteruitversnelling 76-79-87
Aflegbak 103
Afmetingen 163-164
Afstandsbediening 4→6
Airbag 21-III→VII
Airconditioning.
automatisch 95 → 99
Airconditioning, handmatig ..... 92-93
Algemeen 156→161
Anti-inbraakalarm 10-11
Asbakken 105
Autogordels VIII-IX
Automatische versnellingsbak .... 77 → 81
Autoradio 109

B Bagagenet 28
Banden XX
Banden (onderhoud) ...... XX
Bandenslijtage XX
Bandenspanning 151-152-XXV
Batterijen afstandsbediening vervangen 6

B Bediening verlichting ..... 62→ 64
Beschermnet (Break) 31
Bestuurdersplaats 32-33
Binnenverlichting 100-101
Bodemvrijheid 106-107
Boordcomputer 52→54
Boorddocumentatie 102
Boorddocumentatiemapje 102
Brake assist system 85
Brandstof 15-16
Brandstof tanken 15
Brandstofcircuit (Diesel) ..... 120-121
Brandstofcircuit dieselmotor ..... 121
Brandstofmeter 35-37-39
Brandstofsoort 16
Brandstoftankklep 15
Brandstoftoevoer (onderbreking) . XV
Brandstofvulopening 15
Buitentemperatuur 49→51

C Centrale vergrendeling 4-7-9
CITROËN prefereert TOTAL ..... XXXII
Claxon 62
Codekaart 8
Comfort 89-102→105
Contact 72-73
Controlelampjes 45→48
Controles 114→119
Controles, niveaus ..... 122→ 124

D Daklastdragers 146-XXV
Dashboard 32-33
Dashboardinstrumenten ..... 34 → 42
Dashboardverlichting 42
Derde remlicht 144
Digitaal klokie 51
Dimlichten 46-63
Displayweergave 55→59
Drempelverlichting 101-141
Dynamische stabiliteitscontrole
(ESP) 85-86

E Eco-Modus 73
Elektrische accessoires ..... XIX
Elektrische ruiten 68-69
Elektronische startbeveiliging .... 7-47

G Geluidssignaal 62
Geluidssignaal vergeten
verlichting 63
Gereedschap 147
Gewichten 156→161
Gordelspanners ...... VIII-IX
Gordelverstelling VIII-IX
Grootlicht 46-63

H Handgeschakelde
versnellingsbak 76
Handgrepen 104
Handschoenenkastje 102
Hoedenplank 27-30-XVII
Hoofdsteun 19-26
Hydractieve vering 108

I Identificatie auto 165
Inhoud 1
Inhoud reservoirs 125
Inrijden XXII
Instrumentenpaneel 34→42
Interieur (onderhoud) ...... XXX

K Kaartleeslampje 100
Katalysator ...... XXI
Kilometerteller 34-36-38
Kinderbevestigings-
middelen 22→24-X→XII
Kinderen 13-46-XI
Kinderen (beschermende mid-
delen) X-XII
Kindersloten 13-46

CITROEN C5 (2003) - TREFWOORDENREGISTER - 3

TREFWOORDENREGISTER

167

CITROEN C5 (2003) - TREFWOORDENREGISTER - 1

K Kinderzitje 22→24-X→XII
Klep opbergvak 30
Kleurcode van de lak 165
Koelyloeistof 123
Koelwatertemperatuur-
meter 35-37-39
Koffer 28→30
Koffer (vergrendeling) 12-13
Koffermat 29
Koplampen (bediening) 63
Koplampwissers 61-125
Krik 147→149

L Laadstroomlampje 47
Lade 102
Lak (onderhoud) ...... XXVIII→ XXIX
Lampen vervangen ..... 139→ 144
Lekke band 147→151
Lichtsignaal 62
Lokaliseren geparkeerde auto ..... 5
Luchtfilter 114→119
Luchtverdeling 94
Luidsprekers 110
Luidsprekers (montage) 110

M Meldingen (display) 55→59
Milieu XXVII
Mistlampen voor 46-64
Mistlichten 46-64
Motor 1.8i 16V 114-115
Motor 2.0 HDi 114-118
Motor 2.0 HPi 114-116
Motor 2.0i 16V 114-115
Motor 2.2 HDi 114-119
Motor V6 Injectie
24 kleppen 114-117

M Motorkap 14
Motorolie (inhoud) 125
Motorolie bijvullen ..... 114→ 124
Motortypeplaatje 165
Multifunctioneel display ..... 49→51

N Nachtrijden 42
Neerklapbare bank 25-26
Niveaus 122→124
Niveaus en controles 114
Noodstop 47

Olieniveau-indicator 40
Onder de motorkap ..... → 11159
Onderbreking brandstof ...... XV
Onderhoud 113
Onderhoudsintervalindicator .. 43-44
Ontdooien - ontwasemen ...... 61-92-95-99
Ontwaseming achterruit 61

P Parkeerhulp 87
Parkeerlichten 63
Parkeerrem 46-84-XVI
Pasjesvenster 104
Plafondlampen 100
Pollenfilter 91-99
Portieren 12→14
Praktische wenken 127

R Radiateur (niveau) 123-XV
Radio 109
Radioaansluiting 109
Recirculatie interieurlucht ..... 92-97
Recycling materialen ...... XXVIII

R Remblokken (controle) ...... XVI
Remblokslijtage 46-XVI
Remlichten 142-144
Remmen (controle slijtage) ... 46-XV
Remvloeistof 124-XVI
Richtingaanwijzers 62
Rijden 71
Rijhouding XX
Ruitbediening 68-69
Ruitensproeier 61-125
Ruitensproeier (inhoud) 125
Ruitenwisser 60-61

S Schakelen 76
Schakelen (automaat) ..... 77→81
Schakelhendel automaat ... 77→81
Schuifdak 111-112
Schuifdakscherm 111
Sigarenaansteker 105
Signalering 62→64
Sjorogen 28
Skiluik 26
Sleepoog 153
Slepen 145-153-XV-XVII
Slepen, oplichten 153
Sleutels 7-8
Snelheidsoverschrijding,
waarschuwing 54
Snelheidsregelaar 82-83
Spiegels 65→67
Spiegelverwarming 65
Spot 100
Starten 74-75
Starten van de motor 74-75
Startmotor 72-73
Stoelverstelling 17→19

CITROEN C5 (2003) - TREFWOORDENREGISTER - 2

168

TREFWOORDENREGISTER

CITROEN C5 (2003) - TREFWOORDENREGISTER - 1

S Stoelverwarming 17-19

Stuurbekrachtiging 114-122

Stuurslot 72-73

Stuurverstelling 20

Supervergrendeling 9

U Uitlaatgas ...... XXI-XV

Uitlezen chipkaart 104

V Veiligheid (adviezen) 145-XIII → XVII

Ventilatie 91→98

Ventilatieroosters 91

Verbruik 162

Verlichting 62→64-XIII

Versnellingspook 76

Voorgloeien (diesel) 47

Voorstoelen 17→19

W Waarschuwingsknipperlichten ..... 62

Wagenhoogteverstelling ..... 106-107

Wiel vervangen 147→150

Wiel verwisselen 147→150

Wieldoppen 148-149

Winter (voorzorgen) ...... XXIII

Z Zekeringen 130→138

Zekeringen vervangen ... 130→138

Zicht 60-61-XIII

Zonneklep 104

Zonnescherm achter 104

Zuinig rijden ...... XXIV→ XXVI

GEBRUIKSVOORZORGEN

!

JUISTE RIJHOUDING II

AIRBAG III →VII

AUTOGORDELS VIII - IX

VEILIG VERVOEREN VAN KINDEREN X → XII

VEILIGHEIDSADVIEZEN XIII → XVII

ACCU XVIII

EXTRA ELEKTRISCHE ACCESSOIRES XIX

BANDEN XX

KATALYSATOR XXI

INRIJDEN XXII

VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE WINTER XXIII

TIPS VOOR ZUINIG RIJDEN XXIV →XXVI

RECYCLING EN MILIEU XXVII

ONDERHOUD CARROSSERIE XXVIII - XXIX

Verstellen van de stoel (zie «Voorstoelen»)

- Verstellen in de lengterichting:

houd tijdens het rijden uw rechter voet op het gaspedaal en uw linker voet op de speciale steunZet de stoel in een stand waarin het koppelingspedaal zonder moeite geheel ingetrapt kan worden; houd tijdens het rijden uw rechter voet op het gaspedaal en uw linker voet op de speciale steun. Zorg ervoor dat uw dijen door het zitvlak van de stoel ondersteund worden.

- Verstellen van de rugleuning

Zet de rugleuning in een stand waarbij uw rug geheel tegen de leuning rust. Voor een zo efficiënt mogelijke werking van de autogordels, mag de rugleuning niet te ver naar achteren zijn geplaatst.

- Standvandehoofdsteun:

Voor een doeltreffend gebruik van de hoofdsteun moet deze op zijn minst zo hoog zijn ingesteld dat hij in lijn is met het hoogste punt van uw hoofd. Zet hem anders in de hoogste stand.

① Goed
② Slecht (te dichtbij)
③ Slecht (te veraf)

Verstellen van het stuur

(zie «Verstellen van het stuur»)

Verstel het stuur zodanig dat uw armenslechtseenkleinehcken, gelijk aan een klokstand van 9 uur 15, terwijl u een goed overzicht heeft over het complete instrumentarium van het dashboard.

Verstellenvande (Zie «Autogordels»)

Zet de gordel in een stand waarbij hij over het midden van de schouder loopt.

Wijzig indien nodig de afstellingen voor een juiste rijhouding.

LET OP Wijzig, met het oog op de veiligheid, nimmer uw rijhouding terwijl u rijdt.

AIRBAG*

III

GEBIED VAN ZIJDELINGSE BOTSING GEBIED VAN FRONTALE BOTSING GEBIED VAN ZIJDELINGSE BOTSING

Gebieden waarbij de airbag(s) wordt (worden) geactiveerd

Het systeem bevat:

  • De elektronica voor de controle-, de detectie en de werking zorgt ervoor dat de airbags, nodig om u te beschermen, afgaan afhankelijk van de intensiteit en de invalshoek van de botsing.
  • Een bestuurdersairbag in het stuur, onder de stuurwielkap.
  • Een airbag aan passagierszijde geïntegreerd in het dashboard.

Het is mogelijk de airbag aan passagierszijde buiten werkingtestellen. Zie «Buitenwerkings airbag aan passagierszijde».

  • Twee zijairbags aangebracht in de rugleuning van de voorstoelen (bestuurder en passagier), aan portierzijde.
  • In de binnenste dakranden bevinden zich twee hoofd-airbags.

Afhankelijk van de uitvoering:

  • Zodra het contact wordt aangezet gaat het controle-lampje gedurende enkele seconden branden. In ge-val van een storing knippert het lampje enkele minu-ten en brandt vervolgens permanent. Waarschuw in zo'n geval, of wanneer het lampje helemaal niet brandt, zo snel mogelijk een CITROËN-dealer.
  • Bij een storing verschijnt een melding op het scherm; raadpleeg zo snel mogelijk een CITROËN-dealer.

IV

CITROEN C5 (2003) - Afhankelijk van de uitvoering: - 1

De airbag dient gezien te worden als aanvulling op de autogordel. Hij treedt in werking bij een hevige frontale botsing.

Doordat hij zich tussen de inzittende(n) voorin en het dashboard opblaast, wordt de klap voor hen bij het naar voren schieten door een botsing opgevangen; het risico van letsel aan het hoofd of borstkasbeschadiging blijft hierdoor beperkt.

Het opblazen van de frontale airbag past zich afhankelijk van de uitvoering automatisch aan de hevigheid van de schok aan.

De airbag treedt niet in werking bij een lichte frontale botsing, een botsing van achteren of van opzij, net zo min als bij het over de kop slaan, aangezien dit geen nut heeft.

Het is mogelijk de airbag aan passagierszijde buiten werking te stellen. Zie «Buiten werking stellen van de airbag aan passagierszijde».

Werking:

Bij een hevige frontale botsing worden de airbag(s) onmiddellijk opgeblazen en scheuren de breekpunten in de stuurwielkap of in het dashboard aan passagierszijde open. De airbag remt de vorwaartse beweging van de inzittende af en loopt vervolgens leeg (het poeder in de airbag kan in zo'n geval gezichtsirritaties veroorzaken).

Dit alles voltrekt zich in een fractie van een seconde.

AIRBAG*

V

CITROEN C5 (2003) - AIRBAG* - 1

Zij zijn zo geconstrueerd dat ze in geval van een hevige botsing van opzij aan de zijde van de botsing in werking treden.

De zij- en hoofdairbags treden niet in werking bij lichte aanrijdingen aan de voor- zij- of achterkant van de auto en ook niet wanneer de auto over de kop slaat, omdat de airbag dan geen effect heeft.

De zijairbag fungeert als buffer tussen de inzittende (bestuurder of voorpassagier) en het portierpaneel om het risico van letsel aan borstkas zo veel mogelijk te beperken.

De hoofdairbag fungeert als buffer tussen de inzittende voor of achter en de ruiten, teneinde het risico van hoofdletsel te beperken.

Werking:

In geval van een hevige zijdelingse botsing blaast de zijairbag en de hoofd-airbag (aan de zijde van de botsing) zich onmiddellijk op. Vervolgens loopt de airbag snel leeg.

De hoofdairbags, die zich in de binnenste dakranden bevinden, blazen zich langs de portierruiten op.

Het gehele voorval verloopt uiterst snel, gedurende een tiende van een seconde.

AIRBAG*

Voorzorgsmaatregelen met betrekking tot de voor- airbags:

  • De autogordels moeten altijd worden gedragen.
  • Plak of bevestig nooit iets op het midden van het stuurwiel, aangezien hierdoor verwondingen aan het gezicht kunnen ontstaan wanneer de airbag afgaat.
  • Er mogen zich geen voorwerpen tussen de inzittende en de airbag bevinden.
  • Houd tijdens het rijden nooit het stuur bij de spaken vast en laat evenmin uw handen op het centrale stuurgedeelte rusten.
  • Rook niet op zitplaatsen voorzien van airbag (hierdoor kunnen brandwonden of andere verwondingen ontstaan bij het afgaan van de airbag).
  • Laat nooit een accessoire of voorwerp op het dashboardrustenenzorgervoordatzichg tussen de inzittende en de airbag bevinden die de werking van de airbag kunnen hinderen en de inzittende voorin tijdens het afgaan van de airbag kunnen verwonden.
  • Let erop dat de passagier voorin tijdens het rijden zijn voeten niet op het dashboard legt.
  • Kinderen onder de tien jaar moeten altijd achterin plaatsnemen (zie "kinderbeveiligingsmiddelen").
  • De bestuurder en de voorpassagier moeten de gewoonte hebben een verticale en normale zitpositie in te nemen om te voorkomen dat men te dicht bij het stuur of het dashboard zit en om het afgaan van de airbags niet te hinderen.

Voorzorgsmaatregelen met betrekking tot de zijairbags:

  • De autogordels moeten altijd worden gedragen.
  • Plak of bevestig nooit iets op de rugleuningen van de voorstoelen, aangezien hierdoor verwondingen aan borst of armen kunnen ontstaan, wanneer de zijairbag afgaat.
  • Er mogen zich geen obstakels tussen de inzittende en de zijairbag bevinden.
  • Breng alleen speciale, door CITROËN geleverde stoelhoezen aan.
  • De bestuurder en de voorpassagier moeten de gewoonte hebben een verticale en normale zitpositie aan te houden en voorkomen dat het bovenlijf zich dichterbij het portierpaneel bevindt dan noodzakelijk.

eenobstakels Voorzorgsmaatregelen met betrekking tot de hoofdairbags:

  • De autogordels moeten altijd worden gedragen.
  • Plak of bevestig nooit iets op de stijlen en het dak, aangezien hierdoor verwondingen aan het hoofd kunnen ontstaan wanneer de hoofdairbag afgaat.
  • Er mogen zich geen obstakels tussen de inzittende en de hoofdairbag bevinden.
  • De bestuurder en de voorpassagier moeten de gewoonte hebben een verticale en normale zitpositie aan te houden en het hoofd niet dichter bij de zijruit houden dan noodzakelijk.

WAARSCHUWING:

Voor uw eigen veiligheid is het van belang dat u met uw rug steeds tegen de rugleuning rust.

AIRBAG*

VII

Waarschuwing

Het afgaan van de airbag(s) gaat gepaard met het vrijkomen van een kleine hoeveelheid onschuldige rook en een geluid, beide als gevolg van de ontploffing van de in het systeem geïntegreerde pyrotechnische ontsteker.

Deze rook is niet schadelijk, maar kan irritaties opwekken bij personen met gevoelige luchtwegen.

Verlaat de auto na het afgaan van de airbag zo snel mogelijk, zonder dat u zich hierbij in gevaar brengt. Indien u hier niet in slaagt, open dan de ruiten of de portieren.

Het ontploffingsgeluid kan even een verminderd gehoor teweegbrengen.

Zelfs wanneer alle voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen, is er een risico dat onder bepaalde omstandigheden lichte verwondingen aan het hoofd, het bovenlijf of de armen optreden bij het activeren van een zijairbag. Dit vanwege de specifieke werking van het systeem.

Aangezien de airbag slechts één keer in werking treedt, kan hij niet opnieuw afgaan indien zich -hetzij tijdens hetzelfde ongeval, hetzij tijdens een ander ongeval - een tweede keer een botsing voordoet.

Na het afgaan van de airbag is geheel of gedeeltelijke vervanging van het systeem door een CITROËN dealer zonder meer noodzakelijk.

Vervanging van de pyrotechnische elementen

De pyrotechnische systemen, de air-bags en de pyrotechnische gordelspanners zijn ontworpen om gedurende een periode van 10 of 15* jaar probleemloos te functioneren.

Laat voor alle zekerheid 10 jaar na aankoop van het voertuig de elementen controleren.

* Afhankelijk van model, uitvoering of land

Deze controle moet door uw Citroën dealer uitgevoerd worden.

VIII

AUTOGORDELS*

CITROEN C5 (2003) - AUTOGORDELS* - 1

Het afgaan van de gordelspanners gaat gepaard met het vrijkomen van een kleine hoeveelheid onschuldige rook en een geluid, beide als gevolg van de ontsteking van het in het systeem geïntegreerde pyrotechnisch patroon.

* Afhankelijk van model, uitvoering of land

Autogordels met pyrotechnische gordelspanner en spanbegrenzing

  • De gordelspanners dienen ertoe de gordels strak te trekken waardoor de betreffende inzittende extra tegen de rugleuning van de voorstoel wordt gedrukt. De werking van de gordels is hierdoor efficiënter.
  • Autogordels met spanbegrenzing. Dit systeem beoogt een betere bescherming bij een aanrijding doordat de gordel minder kracht uitoefent op het lichaam van de inzittende.
  • Het dragen van de veiligheidsgordel is verplicht en noodzakelijk voor een effectieve werking van de voorairbag.
    Schakel de airbag aan passagierszijde nooit uit als er iemand op de voorstoel zit (behalve wanneer er een kinderzitje met de rug in de rijrichting is geplaatst).
    Een verklikkerlampje op het instrumentenpaneel geeft bij aangezet contact aan dat de bestuurder de gordel niet heeft omgegespt.

Tijdens een botsing of bij een noodstop houdt de autogordel u op uw plaats en voorkomt dat u uit de auto geworpen wordt.

Om deze reden geldt een wettelijke verplichting voor het dragen van de gordel zowel voor- als achter, ook voor aanstaande moeders.

Vervanging van de pyrotechnische gordelspanners

Nadat de airbags in werking zijn getreden moeten deze worden vervangen en in ieder geval elke tien à vijftien jaar na de eerste ingebruikname van de auto. Het vervangen van de airbags is voorbehouden aan de CITROËN-dealer. Laat, voor de veiligheid, de airbags tien jaar na aankoop van uw auto controleren.

In verband met de geldende veiligheidsvoorschriften mogen ingrepen of controles aan de airbags uitsluitend door een CITROËN-dealer worden verricht.

Ingrepen die niet volgens de voorschriften worden uitgevoerd kunnen mankementenindewerkingvandeairbagsveroorzakeno onbedoeld in werking treden van deze systemen en lichamelijk letsel te- weegbrengen.

AUTOGORDELS*

IX

CITROEN C5 (2003) - AUTOGORDELS* - 1

Vastmaken van de gordels:

Trek de gordel rustig naar voren en let erop dat hij niet gedraaid komt te zitten. Maak de gordel vast door de gesp in de sluiting te steken en controleer of hij goed is vergrendeld door aan de gordel te trekken.

Het heupgedeelte van de gordel dient zo laag mogelijk over de buik telopenenmoetzostrakmo zitten.

Zorg ervoor dat de rugleuningen van de voorstoelen zo veel mogelijk in de verticale stand staan, om te voorkomen dat de inzittende bij een botsing onder de gordel door glijdt.

* Afhankelijk van model, uitvoering of land

De zitplaatsen voorin de auto zijn voorzien van in hoogte verstelbare autogordels met gordelspanner en spanbegrenzing.

Op de achterbank vindt u drie 3-punts rolgordels met gordelkrachtbegrenzers.

De draagplicht van autogordels geldt voor alle inzittenden.

Voor een optimale bescherming is het belangrijk dat de gordels goed worden vastgemaakt. Hiertoe gelden de volgende adviezen.

CITROEN C5 (2003) - De draagplicht van autogordels geldt voor alle inzittenden. - 1

In hoogte verstellen van de gordel

De gordel dient over het midden v and es choudertelopen (beelding). Hij mag niet tegen uw hals drukken en ook niet onder uw arm doorlopen.

  • Verstel de gordels uitsluitend bij stilstaande auto.
    Laatkde gordel niet over harde of breekbare voorwerpen lopen die in uw kleding zijn opgeborgen.
  • Gebruik nimmer wasknijpers of klemmen om de gordel losser te dragen.
  • Gebruik nimmer één gordel voor verscheidene personen tegelijk.
  • Vervoer nimmer een kind op uw knieën.
  • Controleer regelmatig de staat van de gordels en de bevestigingen.
  • Laat uw gordels regelmatig door een CITROËN-dealer nakijken en sowieso na elke aanrijding, hoe klein die ook is.

VEILIG VERVOEREN VAN KINDEREN*

CITROEN C5 (2003) - VEILIG VERVOEREN VAN KINDEREN* - 1

Groep 0+: vanaf de geboorte tot 13 kg Britax Babysure: dit zitje dient met de rug in de rijrichting te worden gemonteerd en bevestigd met een driepunts gordel. Bijmontageopderech stoel is het verplicht de voorairbag uit te schakelen.

Gebeurt dit niet, dan loopt het kind het risico bij afgaan van de airbag zwaar of dodelijk te worden verwond. Voor het installeren van de BRITAX Babysure kunt u kiezen uit een montage met een standaard gordelbevestiging en een alternatieve montage, waarbij de gordel onder het stoeltje door loopt, bijvoorbeeld in het geval van een korte gordel.

Groep 1: van 9 tot 18 kg

Römer Prince: dit zitje dient bevestigd te worden met een twee- of driepunts gordel. Voor de veiligheid van uw kind is het essentieel dat het zitje altijd inclusief het tafeltje wordt gemonteerd.

Groep 2: van 15 tot 25 kg

Römer Vario: dit zitje dient met een twee- of driepuntsgordel te worden bevestigd.

Groep 2 en 3: van 15 tot 36 kg

L4: Recaro Start: bevestig dit zitje met een driepunts gordel. De hoogte en de breedte van de rugleuning evenals de lengte van het zitgedeelte kunnen in overeenstemming met de leeftijd en de lichaamsomvang van het kind worden afgesteld.

L5: Klippan Optima : bevestig dit zitje met een driepunts gordel. Vanaf 6 jaar (circa 22 kg) wordt alleen de verhoging gebruikt.

Het merendeel van de ernstige blessures die veroorzaakt worden door een ongeluk ontstaan doordat het kind niet of slecht is bevestigd. Houd u daarom strikt aan de montagevoorschriften van de fabrikant van het zitje en gebruik bij voorkeur een Isofix*** zitje, aangezien deze gemakkelijk en veilig te monteren zijn.

Zie (België) en (Nederland) voor de specifieke regelgevingen.

Kleine kinderen zijn geen volwassenen in miniatuur : tot ze een jaar of 7, 8 oud zijn wijkt de verhouding tussen het hoofd en het lichaam sterk af van die van volwassenen.

In geval van fors afremmen van de auto of bij een aanrijding, kunnen door het relatief zware hoofd in combinatie met zwakke nekspieren ernstige wervelblessures ontstaan. Pas vanaf circa 10 jaar en een lichaamslengte van 1.50 m zijn autogordels voor volwassenen zonder extra voorzieningen veilig genoeg voor kinderen.

* Afhankelijk van model, uitvoering of land
** Raadpleeg bevoegde instan- ties in uw land over de wettelij- ke voorschriften met betrekking tot het vervoeren van kinderen op de passagiersstoel voorin.
*** Zie het instructieboekje bij de auto : bevestiging van de Isofix kinderstoeltjes.

VEILIG VERVOEREN VAN KINDEREN*

XI

In Frankrijk geldende voorschriften met betrekking tot het vervoeren vankinderenopdevoo

De wet staat het vervoeren van kinderen op de passagiersplaats voorin slechts toe in de volgende gevallen :

  • Wanneer het kind in een kinderstoelje zit met de rug in de rijrichting (vanaf de geboorte tot 13 kg of 18 kg). In dat geval is het verplicht de frontairbag aan passagierszijde uit te schakelen, om te voorkomen dat het kind ernstig of dodelijk wordt verwond wanneer de airbag afgaat.
  • Wanneer de achterzitplaatsen worden ingenomen door andere kinderen.
  • Wanneer de achterzitplaatsen niet gebruikt kunnen worden of wanneer de achterbank ontbreekt of is neergeklapt.

Wanneer het kind met het gezicht in de rijrichting op de passagiersstoel zit, zorg er dan voor dat deze stoel zo ver mogelijk naar achteren is geplaatst en schakel de airbag niet uit.

CITROËN levert een compleet gamma kinderstoeltjes die met de autogordel dienen te worden bevestigd. Deze kinderstoeltjes, die tijdens botsproeven in CITROËN-auto's zijn getest, garanderen een optimale veiligheid voor het kind. Zij zijn eveneens geselecteerd op criteria als eenvoudig te monteren en comfort.

Houd u in alle gevallen stipt aan de montagevoorschriften van de fabrikant van het kinderzitje.

De meeste landen hebben regels voor hetvervoerenvankindereni

alentelde voor de verkoop en het gebruik van kinderzijtes naar gewicht van het kind. Met het oog op een optimale veiligheid gelden de volgende adviezen :

  • Vanaf 1992 is het verplicht om alle kinderen onder de 10 jaar ** te vervoeren in goedgekeurde bevestigingsmiddelen die zijn afgestemd op het gewicht van het kind, op de zitplaatsen die voorzien zijn van een autogordel. Een reglementair kinderzitje is herkenbaar aan de oranje sticker met vermelding van de gewichtsklasse en het goedkeuringsnummer.
  • Een kind dat lichter is dan 9 kg moet zonder meer met de rug in de rijrichting worden vervoerd en liefst zo lang mogelijk (tot 2 of 3 jaar). Tot deze leeftijd is de nek van het kind namelijk zeer kwetsbaar. In de stand met de rug in de rijrichting wordt de rug en het hoofd van het kind gelijkmatig ondersteund in geval van een frontale botsing of bij plotseling remmen. De nek van het kind wordt daardoor zo veel mogelijk ontzien.
  • Statistisch gezien zijn de achterzitplaatsen het veiligst voor het vervoer van kinderen. CITROËN adviseert deze plaatsen voor het vervoeren van uw kind te gebruiken, ook wanneer het met de rug in de rijrichting is geplaatst.

Meenemen van kinderen

  • De achterportieren zijn voorzien van kindersloten; het blijft, bij gebruik van deze sloten, mogelijk om de portieren van buitenaf te openen.
  • Laat een kind niet achter in een auto die met gesloten ramen in de zon staat.
  • Kinderen mogen zich niet ophouden tussen de rugleuningen van de voorstoelen, omdat ze dan het risico lopen bij plotseling remmen of een bot-sing naar voren geworpen te worden.
  • Kijk goed uit voordat u een portier opent: dit mag geen gevaar opleveren voor passerende weggebruikers.
  • Verwijder steeds de sleutel uit het contact wanneer u de auto verlaat en trek de handrem stevig aan.
  • Het is nimmer toegestaan kinderen op de schoot van een passagier voorin te laten zitten (gevaar voor tegen het dashboard of de voorruit schieten tijdens een aanrijding of bij plotseling remmen).
  • Het gebruik van een goedgekeurd bevestigingssysteem dat is aangepast aan het gewicht en de leeftijd van het kind is verplicht.
  • Laat uw autosleutel nooit in de auto achter: achtergebleven kinderen kunnen zich met de afstandsbediening of door het indrukken van de vergrendelknoppen van de centrale vergrendeling opsluiten.

XII

Houdt u zich voor wat de montage betreft stipt aan de voorschriften van de fabrikant van de bevestigingssystemen.

Volgens de wettelijke bepalingen is het toegestaan bevestigingssystemen te gebruiken waarbij het kind met zijn rug in de rijrichting zit. Deze kunnen zowel voor als achter worden gebruikt.

Zitjes, reiswiegen en kussens bestemd voor huishoudelijk gebruik mogen in geen geval worden toegepast. Het is alleen toegestaan bevestigingssystemen te gebruiken die zijn goedgekeurd voor het vervoer per auto.

Voor een zo veilig mogelijk vervoer van kinderen heeft CITROEN een reeks van bevestigingssystemen in uw auto getest en zijn vervolgens die systemen geselecteerd die een maximale bescherming bieden in geval van een botsing.

VOORIN ACHTERIN
Kinderen van 0 tot 3 jaarGoedgekeurd bevestigingssysteem, aan- gepast aan de grootte en het gewicht van het kind, voorzover het voertuig ermee uit- gerust is.- babyzitje met rugleuning in de rijrichtingBevestigingssysteem, aangepast aan de grootte en het gewicht van het kind, goedgekeurd om voorin geplaatst te wor- den:- babyzitje met rugleuning in de rijrichting- verankerde autoreiswieg.
Kinderen van 3 tot 12 jaarGordel of bevestigingssysteem verplicht (aangepaste bevestigingssystemen worden steeds sterk aanbevolen)- tot = 4 jaar of 18 kg: goedgekeurd kinderzitje- vanaf ± 5 jaar: goedgekeurde zitverhoging in combinatie met de autogordel
Volwassenen en kinderen vanaf 12 jaarGordel verplicht, behalve:- bestuurder < 1.50 m- vrijstellingenGordel verplicht

Deze bevestigingssystemen zijn verkrijgbaar bij een CITROËN-dealer; hij kan u de nodige adviezen en informatie verstrekken.

Als op de rechter voorstoel een kinderzitje wordt geplaatst met de rug in de rijrichting moet ten allen tijde de voor-airbag worden uitgeschakeld. Anders kan het kind ernstig gewond raken of zelfs gedood worden als de air-bag zich ontvouwd.

Nederland (Algemeen)

- De draagplicht van autogordels geldt voor alle motorvoertuigen die ermee uitgerust zijn en voor zover er autogordels aanwezig zijn.

- Passagiers moeten eerst de zitplaatsen innemen die zijn voorzien van autogordels voordat een zitplaats zonder autogordel gebruikt mag worden.

Dit is echter niet verplicht wanneer een passagier daardoor op een zitplaats voorin plaats moet nemen.

- Personen die kleiner dan 150 cm zijn mogen de 3-puntsgordel als 2-puntsgordel gebruiken.

- Indien een kinderbevestigingsmiddel (kinderzitje of zitkussen) wordt gebruikt, dan moet dit een goedgekeurd en voor de lengte en het gewicht van het kind geschikt kinderbevestigingsmiddel zijn.

- Om medische redenen kan een vrijstelling van de draagplicht worden verleend door het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Hoofddirectie Verkeersveiligheid, Koningskade 4, 2596 AA Den Haag. Telefoon 070-374 43 57.

Op de voorbank

- De bestuurder en de naast hem zittende passagiers moeten veiligheidsgordels dragen.

Personen die jonger zijn dan 12 jaar en kleiner dan 150 cm, mogen op de voorbank alleen in een kinderbevestigingsmiddel worden vervoerd (een kind van 10 jaar en 160 cm lang mag dus op de voorbank worden vervoerd zonder een kinderbevestigingsmiddel, maar dient wel een veiligheidsgordel te dragen).

Op de achterbank

- Personen van 0-3 jaar moeten slechts in een kinderbevestigingsmiddel worden vervoerd als dat in de auto beschikbaar is. Is er geen kinderbevestigingssmiddel beschikbaar, dan behoeft geen veiligheidsgordel gedragen te worden.

- Personen van 3-12 jaar moeten in een kinderbeveiligingsmiddel worden vervoerd als dat in de auto beschikbaar is. Is er geen kinderbevestigingsmiddel beschikbaar, dan moet een veiligheidsgordel gedragen worden.

- Personen van 12 jaar en ouder moeten altijd een veiligheidsgordel dragen.

Als op de rechter voorstoel een kinderzitje wordt geplaatst met de rug in de rijrichting moet ten allen tijde de voor-airbag worden uitgeschakeld. Anders kan het kind ernstig gewond raken of zelfs gedood worden als de air-bag zich ontvouwd.

VEILIGHEIDSADVIEZEN*

XIII

Adviezen - aanbevelingen

Ter verhoging van het comfort, voor meer rijplezier en met het oog op uw veiligheid geven wij u, afgezien van de tips op de vorige bladzijden, graag de volgende aanvullende adviezen.

VEILIG RIJDEN

Bij regen en koude

• Houdbijregenofmistafstand

snelheid aan, houd rekening met een

langere remweg, ontsteek de dimlich-

ten en, bij dichte mist, tevens de mistlichten.

Op natte wegen hebben de banden minder grip, met name wanneer door slijtage de profieldiepte te klein is geworden.

Aquaplaning kan zich, afhankelijk van de hoeveelheid water op de weg, in meerdere of mindere mate voordoen, zelfs bij goede banden.

- Vervang de ruitenwisserbladen zodra ze strepen op de ruit achterlaten.

- Rijd vooral voorzichtig bij buitentemperaturen van 3°C of lager (kans op ijzel)

Gebruik de ruitenwissers en -sproeier bij vorst pas wanneer de ruiten ontdooid zijn.

- Sneeuw: op een besneeuwd wegdek is de grip zeer klein, met als gevolg een aanzienlijk verminderde trekkracht, bestuurbaarheid en remwerking.

U kunt deze omstandigheden verbeteren door M+S banden te gebruiken, mits u voorzichtig rijdt zonder plotseling accelereren of remmen.

Voorkom slippen van de wielen tijdens het wegrijden en rijd met sterk verminderde snelheid.

Laat de auto tijdens het afdalen zo veel mogelijk op de motor afremmen (in de 2e of 1e versnelling) en rem zo voorzichtig mogelijk.

Uw CITROËN-dealer levert sneeuwkettingen en sneeuwbanden om zo veilig mogelijk te rijden over dik besneeuwde wegen.

Verlichting en zicht

  • Zorg dat u steeds een goed zicht heeft.
  • Zorg voor schone ruiten en achteruitkijkspiegels
  • Controleer of uw spiegels goed zijn afgesteld.
  • Zorg dat u te allen tijde een stel reservelampen in de auto heeft liggen.
  • De verlichting van uw auto dient in de eerste plaats voor de veiligheid van uzelf en van de medeweggebruikers. Zorg dat de verlichting altijd in orde, goed afgesteld en schoon is.

Zeer slecht wegdek, overstroomde wegen

Door het rijden over wegen met een zeer slecht wegdek (diepe gaten) kunnen de banden, de velgen en het onderstel beschadigd worden; een ander gevaar is het verlopen van de afstellingen van voor- en achtertrein.

Op overstroomde wegen kan water in de motor binnendringen, waardoor deze onherstelbaar beschadigd wordt.

Mocht u overvallen worden door wassend water, stop dan onmiddellijk wanneer het water tot de wagenbodem is gestegen en breng uzelf in veiligheid.

* Afhankelijk van model, uitvoering of land

XIV

VEILIGHEIDSADVIEZEN*

TE NEMEN VEILIGHEIDSMAATREGELEN BIJ EEN INGREEP

Voor elke ingreep onder de motorkap is een minimum aan voorzorgsmaatregelen vereist.

Vóór en tijdens alle controles is voorzichtigheid geboden.

- Laat de motor afkoelen en laat kinderen uitstappen.

- Verricht geen reparaties aan de auto als u niet over de nodige kennis en gereedschap beschikt.

Pech onderweg

De eerste veiligheidsregel is het zoeken naar een geschikte plaats.

Blijf niet op de rijbaan staan: andere auto's vormen een bron van gevaar.

Zorg ervoor dat uw auto nooit stilstaat boven licht-ontvlambare materialen: de extreem hoge werkingstemperatuur van de katalysator zou bijvoorbeeld droog gras en koolwaterstofhoudende stoffen tot ontbranding kunnen brengen.

Kies een plek uit die vlak is en uit de wind ligt. Houd kinderen uit de buurt van de auto.

Indien tijdens het rijden een waarschuwingslampje gaat branden, stop dan met inachtneming van de veiligheid van overige weggebruikers en zet de motor af.

Lekke band

Ontsteek de waarschuwingsknipperlichten, laat de inzittenden uitstappen en leid ze naar een veilige plaats, weg van het verkeer, bijvoorbeeld achter de vangrails of in de berm.

Plaats de krik correct onder de auto om te voorkomen dat de auto wankelt (zie "Verwisselen van een wiel").

Verricht geen handelingen onder een opgekrikte auto zonder er eerst bokken of andere stevige en betrouwbare steu- nen onder te hebben geplaatst.

Motorkap

Bescherm, alvorens u de motorkap oplicht, uw handen en kleding en laat de motor afkoelen.

Vergewis u ervan dat de motorkap voldoende ondersteund wordt in de geopende stand. Hoed u voor rukwinden! De motorkap kan namelijk plotseling dichtslaan, hetgeen zeer gevaarlijk is.

Bewegende delen

Mijd het werken in een gesloten ruimte bij draaiende motor: uitlaatgassen zijn levensgevaarlijk.

Wanneer de motor draait, zijn een aantal organen in beweging. Zorg er dan ook voor dat niets in een poelie verstren-geld kan raken of kan worden meegesleurd door een aandrijfriem : bijvoorbeeld stropdas, das, shawl, loshangend haar, enz.

Wanneer de motor is afgezet en hij nog warm is, kan de ventilator elk moment in werking treden.

* Afhankelijk van model, uitvoering of land

Onderschat de gevaren niet, maar voer de ingreep alleen uit indien u over de nodige middelen en kennis beschikt om een maximale veiligheid te kunnen garanderen.

VEILIGHEIDSADVIEZEN*

XV

Accu (zie "Accu")

A l s d e t w e e a c c u p o l e n v i a m e elkaar in contact komen of wanneer de (+)-pool van de accu contact maakt met de carrosserie, dan kan dit kortsluiting veroorzaken met ernstige brandwonden en brand tot gevolg.

De accu bevat zwavelzuur, wat gevaarlijk is voor de huid en de ogen.

Bij elke ingreep aan de accu is het dragen van beschermende kleding (handschoenen, bril) dan ook noodzakelijk.

Uitdeaccuontsnappenkleineho heden waterstof, dat onder bepaalde omstandigheden explosief kan zijn ; kom daarom nimmer met vuur in de buurt van de accu.

Blokkering van de brandstoftoevoer

Uw auto is voorzien van een veiligheidssysteem dat de brandstoftoevoer naar de motor blokkeert in geval van een botsing.

Slepen (zie "Slepen - oplichten")

Wij herinneren u eraan dat u 24 uur per dag een beroep kunt doen op onze hulpdienst Citroën Assistance. De sleepkosten als gevolg van elke aan de wagen ontstane technische storing worden gedurende drie jaar na de eerste aflevering vergoed.

* Afhankelijk van model, uitvoering of land

Radiateur

Beakel vloeistof bereikt of overschrijdt onder normale omstandigheden de 100°C. Draai dan ook nooit de dop van een warme radiateur los, gezien het gevaar van opspatten en ontsnappen van zeer hete vloeistof en dampen (zie hoofdstuk - Onderhoud - "Niveaus, controles").

Olie

Onder normale omstandigheden overschrijdt de motorolietemperatuur de 130°C: gevaar van verbrandingen.

Uitlaat

Hetzelfde geldt voor de onderdelen van de uitlaat. Let op de hoge temperatuur van deze componenten.

Benzine

Let op het brandgevaar bij het hanteren van benzine en in geval van lekkages.

Diesel

Vanwege de hoge druk in het brandstofcircuit van de HDi dieseluitvoering is voor ingrepen aan dit systeem specialistische kennis vereist. Het is derhalve verstandig dergelijke verrichtingen toe te vertrouwen aan een CITROËN-dealer.

HOUD TE ALLEN TIJDE DE VOLGENDE VEILIGHEIDSREGELS IN ACHT:

- Houd kinderen op een veilige afstand van de auto.

  • Verricht geen ingrepen langs de rijbaan.
    Indien het echt niet anders kan, verricht dan alleen ingrepen in de nabijheid van het verkeer nadat u alle nodige voorzorgsmaatregelen heeft getroffen.
  • Breng de inzittenden op een plaats buiten de auto en van de rijbaan verwijderd in veiligheid (vluchtstroken en bermen zijn geen veilige plaatsen)
  • Breng de gevarendriehoek aan en ontsteek de waarschuwingsknipperlichten.
  • Doe bij voorkeur een beroep op een professionele, door CITROËN erkende hulpinstantie.

XVI

VEILIGHEIDSADVIEZEN*

CITROEN C5 (2003) - VEILIGHEIDSADVIEZEN* - 1

Het remsysteem, dat essentieel is voor uw veiligheid, werkt met schijfremmen of remtrommels en heeft gescheiden hydraulische circuits.

Door de rembekrachtiging wordt de benodigde kracht op het pedaal verminderd wanneer de motor draait.

Remmen

  • Indien het lampje van het remvloeistofniveau tijdens het rijden permanent blijft branden, stop dan onmiddellijk en waarschuw een CITROËN-dealer.
  • Op natte wegen of na het wassen van uw auto is het mogelijk dat de remmen minder snel reagerendanugewendbent af en toe licht te remmen worden de remmen warm, waardoor eventueel vocht van de remcomponenten wordt verwijderd.

* Afhankelijk van model, uitvoering of land

ABS: dit systeem biedt u meer veiligheid doordat het voorkomt dat de wielen geblokkeerd raken bij hevig remmen of bij remmen op een glad wegdek.

De auto blijft met dit systeem in noodsituaties beter bestuurbaar.

Parkeerrem (zie hoofdstuk - Rijden - "Remmen")

Zorg, voordat u de auto verlaat, dat de handrem voldoende is aange- trokken om te voorkomen dat de auto spontaan verrijdt op een helling of, al dan niet door opzet, door een stuwende kracht van buitenaf verplaatst wordt.

Op steile hellingen is het nog be- langrijker de handrem goed aan te trekken. Het is in zo'n geval raad- zaam bovendien een versnelling in teschakelenendewielenn trottoirrand te draaien.

Remblokken

De slijtage van de remblokken is afhankelijk van het gebruik van de auto (in de stad: vaak remmen), van uw rijstijl en van de wegomstandigheden.

Het lampje van de remblokslijtage op het dashboard (indien aanwezig) gaat branden voordat de remblokken geheel versleten zijn.

Het is absoluut noodzakelijk versleten remblokken zo spoedig mogelijk te laten vervangen door een CITROËN-dealer.

Remvloeistof

De remvloeistof is onderhevig aan veroudering en dient eveneens regelmatig vervangen te worden. Wanneer de remvloeistof te oud is kan de doeltreffende werking ervan verloren gaan.

Houd u stipt aan de voorschriften in het Onderhoudsboekje.

N.b.:

Indien u zich stipt aan het voorge- schreven onderhoud houdt, kunt u verzekerd zijn van een doeltreffen- de en betrouwbare werking.

Door

LET OP

Wanneer de motor is afgezet, is de rembekrachtiging uitgevallen.

Het remmen verloopt dan aanzienlijk zwaarder. Neem alle nodige voorzorgsmaatregelen, mocht het nodig zijn de auto te verplaatsen.

VEILIGHEIDSADVIEZEN*

XVII

Beladen van de auto

Om de goede rij-eigenschappen van uw auto te behouden, is het verstandig de volgende voorzorgsmaatregelen in acht te ne- men:

  • kom nooit boven het maximum toelaatbaar gewicht uit,
  • pas uw rijstijl en snelheid aan de belading van de auto aan,
  • sjor te allen tijde zware voorwerpendieuindekoffer vast. Mocht het nodig zijn voorwerpen in het interieur te vervoeren, bevestig ze dan bijvoorbeeld met behulp van de autogordels op de achterbank,
  • leg op de hoedenplank uitsluitend lichte en voor de inzittenden on- gevaarlijke voorwerpen zoals kledingstukken; zware en harde voorwerpen kunnen bij abrupt remmen van de auto gevaar ople- veren en bovendien de elektri- sche weerstandsdraden op de achterruit beschadigen.
  • Het is raadzaam de reikwijdte van de lichtbundel van de koplampen aan te passen aan de belading van de auto.

CITROEN C5 (2003) - Beladen van de auto - 1

Trekken van een aanhanger (boot of caravan)

  • Voor u gaat rijden, de volgende tips:
  • controleer de spanning van de banden van de auto en van de aanhanger.
  • controleer de verlichting van de aanhanger.
  • oefen de diverse manoeuvres, vooral die van het achteruitrijden
  • smeer regelmatig de kogel van de trekhaak.
  • Verdeel de belading over de aanhanger en houd u aan de toela gewichten.

- Rijd met matige snelheid, schakel tijdig terug bij zowel het beklimmen als bij het afdalen van een helling en pas op voor zijwind.

• Tijdens het trekken van een aanhanger is het brandstofverbruik hoger.

- De remweg is langer. Rem geleidelijk en rustig. Voorkom plotseling remmen.

- Indien u uw auto op een helling parkeert, trek dan niet alleen de aan maar controleer ook of de aanhanger goed is bevestigd en blokkeer eventueel de aanhanger.

U dient zich te houden aan de wettelijk voorgeschreven aanhangergewichten van het land waarin u zich bevindt. Wend u tot een CITROEN-dealer voor informatie over het trekken van een aanhanger en het totaal toelaatbaar treingewicht.

Aanhangergewichten: Zie Hoofdstuk «Algemene gegevens».

XVIII

ACCU*

CITROEN C5 (2003) - ACCU* - 1

Uitnemen van de accu**

Indien uw auto voorzien is van anti-inbraakalarm, dan dient u deze eerst uit te schakelen alvorens de aansluitingen van de accu los te nemen.

Maak de accupoolklemmen los, altijd beginnend met de (-) kabel.

Plaatsen van de accu***

Zorg ervoor dat de accu juist plaatst is: de beugel moet zich precies tussen de twee accupolen bevinden.

Sluit de klemmen aan, te beginnen met de (+) kabel.

* Afhankelijk van model, uitvoering of land

Voorzorgsmaatregelen

Zorg dat de polen en klemmen schoon zijn. Als ze gecorrodeerd zijn, ze los te nemen en schoon te maken. Neem de accupoolklemmen niet los met draaiende motor. Laad de accu niet op zolang beide accupoolklem niet zijn losgenomen. Gebruik geen elektrische voorzieningen voordat de motor op bedrijfstemperatuur is gekomen.

Opladen

De spanning mag nooit meer bedragen dan 15,5 volt. Duur van het opladen: 24 uur.

Gebruik uitsluitend een acculader met constante spanning en variabel stroomsterkte (ampere).

Lang buiten gebruik

Het is aan te raden de accuklemmen los te halen als uw auto langer dan een maand buiten gebruik is.

** Wacht na het uitzetten van het contact minimaal 1 minuut voordat de accuklemmen worden losgenomen.
*** Wacht na het terugplaatsen van de accu minimaal 1 minuut voor het contact weer wordt aangezet.

ge- LET OP Kom nooit met open vuur in de buurt van de accu (explosiegevaar). De accu bevat verdund zwavelzuur, dat een bijtende vloeistof is. Bescherm bij werkzaamheden aan de accu altijd gezicht en handen. Mocht de huid toch in aanraking komen met het zuur, veeg het dan onmiddellijk af en spoel de huid met vee schoon water na.

EXTRA ELEKTRISCHE ACCESSOIRES

XIX

LET OP: EXTRA ELEKTRISCHE ACCESSOIRES

Het elektrisch/ electronische circuit van uw auto isniet zonder meer geschikt voor optionele voorzieningen.

Raadpleeg uw CITROËN-dealer alvorens andere dan de standaard elektrische voorzieningen of accessoires in uw auto te (laten) installeren.

Sommige elektrische accessoires (bijvoorbeeld autoradio, gecodeerde startbeveiliging, anti-inbraakalarm, autotelefoon) of de wijze waarop die zijn gemonteerd kunnen een nadelige invloed hebben op de werking van uw auto, of storingen veroorzaken, bijvoorbeeld van de elektronische bedieningssystemen, de geluidsweergave of het laadcircuit.

CITROËN is niet aansprakelijk voor beschadigingen of storingen en even-min voor de kosten die voortvloeien uit het opheffen van storingen veroor- zaakt door de installatie van extra accessoires die door CITROËN noch ge-leverd noch aanbevolen worden of door voorzieningen die niet volgens de voorschriften van CITROËN zijn geïnstalleerd.

CITROEN C5 (2003) - LET OP: EXTRA ELEKTRISCHE ACCESSOIRES - 1

BANDEN

Controleer de banden regelmatig op: vroegtijdige slijtage, slijtplekken, barsten, scheurtjes, bulten, enz.

Ook vreemde voorwerpen in de band kunnen inwendige beschadigingen veroorzaken.

Met een juiste bandenspanning bereikt u:

  • een betere wegligging
  • een nauwkeurige en soepele besturing
  • een optimale benutting van de energie
  • een langere levensduur van de banden

Houd u aan de door de fabrikant voorgeschreven bandenspanning.

Kijk regelmatig de banden na. Controleer de spanning wanneer de banden koud zijn. Verminder nooit de spanning van warme banden.

CITROEN C5 (2003) - BANDEN - 1

Zorg dat uw banden voortdurend in goede staat verkeren en de ju spanning hebben.

CITROEN C5 (2003) - BANDEN - 2

Te lage bandenspanning heeft een abnormale temperatuurstijging van de 1 band tot gevolg, wat de band onherstelbaar kan beschadigen. Hard tegen trottoirranden stoten evenals met hoge snelheid over kuilen en hobbels of gen obstakels rijden kan tot beschadiging van de banden en verstoring va de wieluitlijning leiden. Wij adviseren u dan ook zowel de wieluitlijning banden na dergelijke incidenten te laten controleren. Dit geldt ook wanneer

langdurig over slechte wegen is gereden waardoor beschadigingen kunnen ontstaan die zich vroeg of laat openbaren.

Sijtage-indicatoren

Controleer regelmatig het profiel van uw banden.

Dit dient minimaal 1,6 mm te be- dragen.

Als de slijtage-indicatoren op het loopvlak van de band zichtbaar worden is de uiterste grens van de veiligheid bereikt.

Lekke band

Een lekke band moet altijd van de velg worden verwijderd om te controleren

of er geen verdere beschadigingen zijn opgetreden. Laat eventuele reparaties altijd uitvoeren bij onze dealerorganisatie, om verdere beschadigingen van de structuur te voorkomen.

Laat, hoe dan ook, alle werkzaamheden aan de banden uitsluitend verrichten door een van onze dealers aangezien werkzaamheden hieraan direct gerelateerd zijn aan de veiligheid van de inzittenden.

Rijd extra voorzichtig op gladde wegen.

KATALYSATOR*

XXI

Auto's met benzinemotor zijn uitgerust met een katalysator, die de schadelijke bestanddelen in de uitlaatgassen vermindert.

LET OP: de katalysator is een kwetsbaar onderdeel; houdt u zich daarom aan de onderstaande aanwijzingen.

  • Gebruik uitsluitend ongelode benzine (benzine-uitvoering).
  • Gebruik alleen de door CITROËN voorgeschreven toevoegin-gen in de brandstof.
  • Gebruik uitsluitend de door CITROËN voorgeschreven toevoegingen in de motorolie.

Aangezien een onregelmatige werking van de motor de katalysator kan beschadigen, gelden de volgende dwingende adviezen:

1 - Houd u aan het in het onderhoudsboekje voorgeschreven onderhoud.
2 - Raadpleeg in geval van moeilijk starten bij koude motor zo snel mogelijk een CITROËN-dealer.
3 - Matig bij onregelmatig lopen of schokken uw snelheid en raadpleed snel mogelijk een CITROEN-dealer.
4 - Tank zo snel mogelijk brandstof bij, indien het waarschuwingslampje van de minimum brandstofvoorraad gaat branden. Een te laag brandstofni-veau kan tot een onregelmatige brandstoftoevoer leiden.
5 - Start de auto nooit door deze te slepen of aan te duwen.
6 - Laat de motor nooit draaien terwijl één of meer bougiekabels zijn losgenomen, zelfs niet om te testen.
7 - Zet het contact uitsluitend af bij stationair draaiende motor.
8 - Parkeer de auto niet op en laat hem evenmin rijden over materiaal dat gemakkelijk vlam vat: droog gras, koolwaterstofhoudende stoffen (de katalysator is zeer heet).

Blijf, i.v.m. de hoge temperatuur van uitlaatgassen, uit de buurt van duitlaat.

De uitlaatgassen bevatten onder sommige omstandigheden koolmonoxyde, dat uitermate giftig is. Het is bovendien niet waarneembaar, doordat het reuken kleurloos is; het inademen van deze gassen kan leiden tot het verlies van het bewustzijn, gevolgd door de dood.

Het is daarom zeer gevaarlijk de motor te laten draaien indien de au zich in een afgesloten of slecht geventileerde ruimte bevindt.

Wanneer u de auto op loodhoudende benzine laat rijden, raakt de katalysator defect en kunnen ook andere ernstige beschadigingen optreden.

Inrijden

Indien u zich de eerste 1 500 km aan de volgende eenvoudige adviezen houdt, zult u later profiteren van de pres het rijplezier en de lange levensduur die u van deze auto verwacht:

- start en rijd soepel met matige motortoerentallen (indien uw auto is uitgerust met een toerenteller: 2/3 van het m mum toerental).

- Rijdt nooit lang met constante snelheid.

- Mijdabruptremmen.

- Trek geen aanhanger tijdens de eerste 1 000 km.

Verhoog vanaf 1 000 km (benzinemotor) of 1 500 km (dieselmotor) geleidelijk de snelheden en accelera maximum toerental.

De motorprestaties volgens fabrieksopgave worden in de regel pas bereikt vanaf ongeveer 3 000 km voor de ben motor en vanaf 5 000 km voor de dieselmotor.

Om in aanmerking te komen voor fabrieksgarantie is het laten uitvoeren van een controlebeurt door een dealer tussen 1 500 en 2 500 km verplicht.

De handeling van het verversen van de motorolie, die vroeger deel uitmaakte van deze controlebeurt, is meer nodig.

* Afhankelijk van model, uitvoering of land

Controleer tijdens de inrijperiode regelmatig het motoroliepeil,

aangezien het olieverbruik dan mogelijk hoger ligt.

VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE WINTER*

XXIII

Ruitensproeiervloeistof

Gebruik voor een optimale reiniging en voor uw eigen veiligheid bij voorkeur de door CITROËN goedgekeurde procten.

Starten bij extreme kou: aangezien de motor- en versnellingsbakolie onder deze omstandigheden minder vloeibaar zijn dan normaal, raden wij u aan het koppelingspedaal in te trappen alvorens u de motor start. Laat het koppeling daal als de motor loopt langzaam opkomen.

Voorverwarming diesel

Uw auto is uitgerust met een voorverwarmingssysteem voor de brandstof om toevoerproblemen bij lage temperaturen te voorkomen.

Gebruik uitsluitend de door CITROËN voorgeschreven koelvloeistof, die het koel- en verwarmingssysteem tegen bevriezing en corrosie beschermt.

De koelvloeistof in alle nieuw afgeleverde auto's biedt bescherming tegen bevriezing tot -37 °C.

Sneeuwkettingen

Het is mogelijk sneeuwkettingen te gebruiken voor de bandenmaten vermeld in hoofdstuk - Praktische wenken "Banden".

Monteer de sneeuwkettingen uitsluitend op de voorwielen.

Gebruik alleen fijnmazige sneeuwkettingen, afgestemd op uw auto ; raadpleeg een CITROËN-dealer.

Verwijder de sneeuwkettingen zodra u niet meer op besneeuwde wegen rijdt, omdat anders de rijeigenschappen verslechteren, de banden aangetast worden en de sneeuwkettingen sneller slijten.

CITROEN C5 (2003) - Sneeuwkettingen - 1

Advies

Tijdens het rijden met sneeuwkettingen dient u uw snelheid aan te passen aan de wegomstandigheden en het verk-Wees voorzichtig bij plotseling remmen.

XXIV

TIPS VOOR ZUINIG RIJDEN

Rijd vloeiend

Hierbij gelden de volgende eenvoudige regels:

- Bij het starten is het niet nodig de motor stilstaand op te laten warmen.

Rijd direct rustig weg en trek beheerst op.

- Rijd steeds in de hoogst mogelijke versnelling, waarbij het motortoerental hoog genoeg is om de motor niet te zwaar te belasten.

CITROEN C5 (2003) - Rijd vloeiend - 1

Rijd steeds met een constante snelheid.

Mijd fors accelereren. Plotseling remmen kost brandstof. Anticipeer daarom op de verkeerssituatie.

Letopdesnelheidvandeauto.

Het verbruik neemt toe met de snelheid: lussen bijvoorbeeld 110 en 130 km/h neemt het verbruik toe met 25 %.

Plan het gebruik van de auto

Gebruik uw auto niet voor korte afstanden. Denk erom dat de eerste kilometers tweemaal zoveel kosten als norma doordat de motor de optimale bedrijfstemperatuur nog niet heeft bereikt.

De verkeersomstandigheden in de stad zijn niet bevorderlijk voor het brandstofverbruik.

Kies minder drukke wegen uit. Een kleine omweg kost u minder brandstof dan langdurig in de file staan.

TIPS VOOR ZUINIG RIJDEN

XXV

CITROEN C5 (2003) - TIPS VOOR ZUINIG RIJDEN - 1

Controleer de bandenspanning minstens één keer in de twee maander

Een te lage bandenspanning betekent een grotere rijweerstand, een hoger brandstofverbruik, verslechterde rijeigenschappen en een nadelig effect op de wegligging.

Zorg dat de auto op doordachte wijze beladen wordt

Wanneer u voorwerpen op het dak vervoert, verhoogt dat de luchtweerstand en dus het brandstofverbruik.

Zorg er in ieder geval voor dat de daklast gelijkmatig is verdeeld en houd deze zo compact mogelijk.

Wanneer u een grote of zware hoeveelheid vervoert, is het verstandig een aanhanger te gebruiken. Dat is minder gungstig voor het brandstofverbruik.

Vergeet niet de allesdragers van het dak te verwijderen als deze niet meer nodig zijn. Laat evenmin zware spullen der reden in uw auto liggen. U voorkomt hiermee een onnodig hoog brandstofverbruik.

TE LAGE BANDENSPANNING = GEVAAR

(kans op klapband).

XXVI

TIPS VOOR ZUINIG RIJDEN

Spaar brandstof en voorkom milieuvervuiling

Het brandstofverbruik van uw auto wordt niet alleen bepaald door het ontwerp en de techniek van de auto, maar door uzelf.

Als u onderstaande adviezen opvolgt, zal het brandstofverbruik van uw auto aanzienlijk worden beperkt.

Zorg dat de auto in een goede staat verkeert

Houd u aan het door de constructeur voorgeschreven onderhoudsschema.

Vergeet niet om tussen de onderhoudsbeurten regelmatig die onderdelen te controleren die het meest van invloed op het brandstofverbruik van uw auto (bijvoorbeeld de staat van de banden).

Motorafstellingen

Het verdient aanbeveling minstens één maal per jaar de belangrijkste onderdelen te laten controleren, zoals houdsboekje voorschrijft.

Luchtfilter

Een vervuild luchtfilterelement vermindert het motorrendement en verhoogd het brandstofverbruik; laat het element vervangen volgens de aanwijzingen in het onderhoudsboekje en vaker als in stoffige streken wordt gereden.

RECYCLING EN MILIEU

XXVII

Voor een betere bescherming van het milieu moet in het jaar 2002 per auto het niet-recyclebare deel mir van het totaalgewicht bedragen en onder het gewicht van 200 kg blijven.

In deze auto is geen asbest, cadmium of een niet-toegestaan koudemiddel toegepast.

RECYCLING VAN DE MATERIALEN

Kunststoffen:

- De kunststof delen zijn gemerkt en gemakkelijk te demonteren. Ter bevordering van de recycling is de diversiteit de materialen beperkt gehouden: de meeste kunststof delen zijn van thermoplastisch materiaal dat voor hergebruil vermalen, tot korrels verwerkt of gesmolten kan worden.

Metalen:

- Deze kunnen worden teruggewonnen en zijn voor 100% recyclebaar.

Glazen delen:

- Deze kunnen worden gedemonteerd en ingezameld voor de glasverwerkende industrie.

Rubber:

- De banden en ruitrubbers kunnen tot her te gebruiken korrels worden vermalen.

BESCHERMING VAN HET MILIEU

Door het onderhoud van uw auto toe te vertrouwen aan een CITROËN-dealer, verkleint u de kans op milieuvervuillir en draagt u bij tot bescherming van het milieu.

Versleten of beschadigde onderdelen :

- Laat deze niet zomaar in de natuur achter. De constructeur heeft zich niet voor niets gecommitteerd aan recyclin bescherming van het milieu.

Gebruikte olie:

- CITROËN zorgt ervoor dat gebruikte olie wordt ingezameld en verwerkt. Door het olieverversen toe te vertrouwen uw CITROËN-dealer houdt u de schade aan het milieu zo beperkt mogelijk.

Gebruikte batterijen :

- De batterijen van de afstandsbediening zijn schadelijk voor het milieu. Werp ze derhalve niet in een gewe maar voeg ze bij het chemisch afval of lever ze in bij uw CITROËN-dealer.

CITROËN heeft zich ten doel gesteld auto's te vervaardigen die optimale prestaties leveren en tegelijkertijd een minimum aan schadelijke stoffen uitstoten.

XXVIII

ONDERHOUD CARROSSERIE

Wrijf nooit over een droge carros- serie.

Gebruik nooit benzine, petroleum, trichloorethyleen of alcohol voor het schoonmaken van de carrosserie of van de plexiglas onderdelen; gebruik evenmin sterke oplosmiddelen.

Wassen van de carrosserie

Voor het behoud van de laklaag is het nodig de auto dikwijls te wassen. Was niet in de volle zon, noch bij vorst. Wacht altijd tot de oppervlakken afgekoeld zijn. De carrosserie moet met veel water worden gewassen.

Als u autoshampoo gebruikt, dient u de auto met overvloedig water te spoelen en met een zeem droog te wrijven.

Harmonica dak van zacht materiaal

Als u het harmonica dak van zacht materiaal met een hogedrukreiniger (maximaal 90 bar) reinigt dient u de lans minimaal 40 cm van het dak verwijderd te houden.

Antenne radio

Verwijder altijd de antenne voordat u uw auto in een wasstraat rijdt.

Uitwerpselen van vogels, verpletterde insecten, evenals boomhars kunnen de lak in ernstige mate aantasten en moeten daarom zo snel mogelijk worden verwijderd. De destructieve werking ervan is bij warm weer aanzie hoger.

U kunt uw auto in een autowasstraat laten wassen, mits de aanlegdruk van de borstels zo laag mogelijk is en voor het wassen een in water opgelost middel wordt gebruikt. Na het wassen moet de auto met overvloedig water worden afgespoeld. Moderne autowasstraten voldoen in het algemeen aan deze eisen.

Het herhaalde malen wassen in een slecht onderhouden autowasstraat kan lichte krasjes teweegbrengen, hetgeen de carrosserie een dof aanzien geeft, met name op donkere plaatsen. U kunt de carrosserie weer glanzend maken door deze te poetsen met een licht polijstmiddel.

Reinigen van de ruiten

Gebruik voor een optimale werking van de wissers een ruitenreiniger die krijgbaar is bij uw CITROEN-dealer. Producten die siliconen bevatten worden ontraden.

af

Ruitenwissers

Maak regelmatig het wisserblad schoon met een ruitenreiniger en een zachte doek. Restjes smeer, siliconenhoudende middelen en brandstof belemme-ren namelijk de doeltreffende werking van het wisserblad.

CITROEN C5 (2003) - Ruitenwissers - 1

Advies

Vervang één à twee keer per jaar de ruitenwisserbladen, bijvoorbeeld in herfst of in het voorjaar.

LET OP! Trap voor het wegrijden enkele malen op het rempedaal om eventueel vocht van de remvoeringen te verwijderen.

ONDERHOUD CARROSSERIE

XXIX

Onderhoud van de lak

Na het wassen met autoshampoo of wanneer vocht op de carrosserie niet meer automatisch wordt omgezet in wa druppels, dient de auto in de was gezet te worden. Gebruik een CITROËN autowas om de van buiten komende s delijke invloeden te neutraliseren.

Was deze met zeepwater en spoel ze vervolgens af met overvloedig water. Om de glans te bewaren verdient het beveling deze delen te behandelen met een beschermingsproduct.

Teervlekken op de carrosserie en op kunststof delen

Verwijder deze zo snel mogelijk met een speciale teerverwijderaar. Niet krabben.

Uw CITROËN-dealer levert voor alle CITROËN-kleuren spuitbussen en stiften voor het repareren van lichte lakbescha digingen. Houd u stipt aan de gebruiksaanwijzing.

Raadpleeg uw dealer wanneer uw auto roestplekjes vertoont.

CITROEN C5 (2003) - Teervlekken op de carrosserie en op kunststof delen - 1

Advies

Gebruikt u een hogedrukspuit voor het reinigen van uw auto, richt dan nimmer de straal op de ber beschermingen van de aandrijfassen, besturing enz. en evenmin op de beschermstrips of het dakrubber.

LET OP: Het is niet toegestaan een hogedrukspuit of perslucht onder de motorkap te g bruiken

Ondanks de uitstekende kwaliteit van de materialen en de anti-corrosiebehandelingen in de fabriek, is het raadzaam na veel rijden over met zout bestrooide wegen de onderkant van de auto te laten reinigen.

Let op! Gebruik geen polish voor de kunststof delen, aangezien die moeilijk te verwijderen is.

ONDERHOUD INTERIEUR

- Kunststof delen:

Stof deze eerst af en gebruik vervolgens een interieurreiniger van CITROËN.

- Bekleding en stoffering:

Reinig deze met een stofzuiger een borstel en verwijder vlekken met zeepwater of, met een textielreiniger van CITROEN.

Gebruik geen azijn of alcohol.

CITROEN C5 (2003) - - Bekleding en stoffering: - 1

Advies

Het beste resultaat bij het onderhoud van zowel het interieur als de buitenkant verkrijgt u door gebruik te maken van onderhoudsmiddelen van CITROËN. Deze middelen zijn door CITROËN getest op zowel gebruiksvriendelijke eigenschappen als doeltreffendheid.

Te gebruiken reinigingsmiddelen voor de buitenkant:

  • autoshampoo
  • autowas/polish
    • teerverwijderaar
  • ruitenreiniger
  • beschermingsmiddel voor de rubber delen
  • speciaal reinigingsmiddel voor de aluminium delen en velgen

Te gebruiken reinigingsmiddelen voor het interieur:

  • textielreiniger
  • reinigingsmiddel voor het leer
  • geparfumeerde kunststofreiniger voor het interieur

N.B.:

Gebruik geen alcohol of oplosmiddelen voor het reinigen van de lederen be- kleding (aanbevolen middel: zeepwater)

In geval uw auto langdurig aan de zon wordt blootgesteld, is het raadzaam het bovendeel van de achterbank alsmede de hoedenplank te bedekken of af te schermen.

CITROËN PREFEREERT TOTAL

XXXI

De onderzoeken die permanent plaatsvinden naar een grotere betrouwbaarheid van auto's resulteren voortdurend in nieuwe ontwikkelingen. Autofabrikanten en oliemaatschappijen worden daardoor genoodzaakt zo nauw mogelijk samen te werken.

Sedert 1964 verrichten CITROËN en TOTAL gezamenlijk onderzoeken en tests in laboratoria en op de weg.

Deze samenwerking wordt sinds 1967 uitgedrukt in de slogan:

"CITROËN PREFEREERT TOTAL"

Deze samenwerking heeft tot resultaat dat de gebruikers van CITROËN-automobielen steeds hoogwaardige producten aangeboden krijgen die beantwoorden aan eisen die CITROËN stelt.

TOTAL is de partner van CITROËN

-UW PARTNER-

CITROEN C5 (2003) - "CITROËN PREFEREERT TOTAL" - 1

TOTAL

XXXII

CITROËN NEDERLAND BV

Postbus 75895

1070 AW AMSTERDAM

Bezoekadres:

Stadionplein 26-30

1076 CM AMSTERDAM

Tel.: 020-5701911

Fax 020-5701308

CITROËN BELUX S. A . - N . V .

IJzerplein 7

1000 BRUSSEL BELGIË

T e l . 02/206.06.11

F a x 02/201.50.42

CITROËN behoudt zich het recht voor wijzigingen in haar modellen door te voeren,

zonder dat daarvan in het instructieboekje melding wordt gemaakt. Eventuele aanspraken op grond van de in dit boekje vermelde gegevens, illustraties en beschrijvingen kunnen

derhalve niet worden aanvaard.

De gegevens in dit boekje waren correct ten tijde van druk,

wijzigingen en vergissingen voorbehouden.

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : CITROEN

Model : C5 (2003)

Categorie : Automobiel