ALLIXX SCD 5490 RDS - Autoradio GRUNDIG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ALLIXX SCD 5490 RDS GRUNDIG in PDF-formaat.
| Producttype | Autoradio met cassette- en cd-speler |
| Model | ALLIXX SCD 5490 RDS |
| Merk | Grundig |
| Afmetingen (ca.) | 1-DIN (ongeveer 18 x 5 x 15 cm) |
| Gewicht (ca.) | 1 kg |
| Voedingsspanning | 12 V gelijkstroom (auto-accu) |
| Maximaal uitgangsvermogen | 4 x 50 W (muziekvermogen) |
| Radio-ontvangst | FM (RDS), AM, FM1/2/3, AM-golflengte, KW-golflengte |
| CD-speler | Ja, geschikt voor CD-R/RW |
| Cassettespeler | Ja, automatische omschakeling |
| CD-wisselaar aansluiting | Ja, voor externe CD-wisselaar (6/10-voudig) |
| AUX-ingang | Via CDP-adapter (extern) |
| RDS-functies | AF (alternatieve frequenties), EON, PTY (programmatype), radiotekst, TP (verkeersinformatie) |
| Overige functies | IS (intelligente zoekloop), SCV (snelheidsafhankelijk volume), Expert-menu, geluidsgeheugen |
| Diefstalbeveiliging | Afneembaar frontpaneel en codeerbeveiliging |
| Display | Dot-matrix grafisch display, instelbaar contrast, dag/nachtmodus |
| Onderhoud | Front reinigen met zachte, antistatische doek; geen schoonmaakmiddelen |
| Veiligheid | Laser klasse 1, oververhittingsbeveiliging (PROTECTED weergave) |
| Inhoud verpakking | Frontpaneel etui, Identity Card, DSS-sticker, inbouwframe, 2 uittrekbeugels, gebruiksaanwijzing |
| Garantie | Raadpleeg de handleiding of leverancier |
Veelgestelde vragen - ALLIXX SCD 5490 RDS GRUNDIG
Gebruikersvragen over ALLIXX SCD 5490 RDS GRUNDIG
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Autoradio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ALLIXX SCD 5490 RDS - GRUNDIG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ALLIXX SCD 5490 RDS van het merk GRUNDIG.
GEBRUIKSAANWIJZING ALLIXX SCD 5490 RDS GRUNDIG
Inhoud van de verpakking
Bijzonderheden van het toestel
Diefstalbeveiliging
Bedieningseenheid verwijderen
Expert-Menu
4 Aanwijzingen en veiligheid
5 In een oogopslag
Bedieningselementen
Display
7 Basisfuncties
In- en uitschakelen
Volume- en geluidsinstellingen
8 Radio (tuner)-mode
Programmabron RADIO kiezen
RDS-wisselfunctie
TP (Traffic Program) in- en uitschakelen
Overige TP-functies
AF-functie in- en uitschakelen
Intelligente zoekloop (IS)
Zenders met zenderzoekloop instellen
Manueel naar een zender zoeken
Zenders op geheugentoetsen
Programmeren
Opgeslagen zenders oproepen
Zendertypes (PTY)
Zendertype kiezen
11 CD (Disc)-mode
CD inleggen
Signaalbron kiezen
Track kiezen
Passage van een track zoeken
Track kort afspelen (Scan)
Random functie
CD-weergave beeindigen
CD uitschuiven
12 Cassette-mode
Cassette insteken
Signaalbron kiezen
Passage van een titel zoeken
Muziekstuk(ken) overslaan of herhalen
Cassettekant kiezen
Cassetteweergave beeindigen
Cassette uitschuiven
13 CD-mode met CD-wisselaar
Programmabron CD-wisselaar kiezen
CD direct kiezen
Track kiezen
CD-weergavefuncties
Andere AUX-aansluitingen
14 Expert-menu
Mogelijke EXPERT-instellingen
EXPERT-instellingen veranderen
Overzicht van de instellingen
16 Codering
Codering activeren
Codering deactiveren
Hernieuwde ingebruikneming bij
geactiveerde codering
17 In- en uitbouwen
Inbouwframe en toestel inbouwen
Antenne aansluiten
Zekering
Voedingsspanningen
Luidsprekers
Extra aansluitingen
19 Informatie
Voorwaarden radio-ontvangst
Verhelpen van storingen
ALLIXX
Inhoud van de verpakking

Etui voor afneembare front
Identity Card
DSS (Double Security System)-sticker
Inbouwframe
Twee uittrekbeugels
Gebruiksaanwijzing
Bijzonderheden van het toestel
Deze autoradio met een hoogwaardig design beschikt over een geïntegreerd loopwerk, changer-controle en high-power-uitgangstrappen met 4 x 50 watt muziekvermogen.
Het toestel is met een Dynamic-FM-RDS-tuner met EON- en PTY-functies voor een uitstekende ontvangst uitgerust.
Radiotekst en CD-tekst kunnen op het dot-matrix grafische display weergegeven worden.
Diefstalbeveiliging
Deze autoradio is met een codering en een afneembare bedieningseenheid tegen diefstal uitgerust.
De identity card bevat type, serienummer en codenummer voor de codering. Het serienummer is tevens in het frame van het toestel geponst.
Bewaar de identity card op een veilige plek. Bij verlies van de identity card kan de speciaalzaak de card tegen betaling en na aantoning van eigendomsbewijs vervangen.
Frontpaneel verwijderen
Als bijkomende diefstalbeveiliging kunt u het frontpaneel verwijderen.
1 »OPEN« indrukken. Het frontpaneel zwenkt naar voren.

2 Frontpaneel uit de houder trekken.
3 Zwenkbeugel om veiligheidsredenen altijd inklappen.
Bewaar het frontpaneel altijd in het etui.
Bedieningseenheid plaatsen
1 Zwenkbeugel uitklappen.
2 Bedieningseenheid van voren op de geleidingen plaatsen en door druk op het toestel inklikken.
Expert Menu
Door het Expert-Menu wordt u in de gelegenheid gesteld om van een uitgebreid pakket functies gebruik te maken dat verder reikt dan de basisinstellingen. Dit bedieningsniveau selecteert u door de toets »SOUND« langer in te drukken (zie pagina 14).

AANWIJZINGEN EN VEILIGHEID
GRUNDIG-milieu-initiatief
GRUNDIG heeft voor de verpakking van het toestel nergens van plastic gebruik gemaakt. De verpakking bestaat in zijn geheel uit karton of papier en kan gerecycled worden.
Toestel inbouwen
Wij raden u aan het toestel door een specialist te laten monteren. Daarmee heeft u aan de voorwaarde voldaan die een probleemloze werking van het toestel mogelijk maakt. De werkwijze die u bij het inbouwen moet hanteren vindt u op pagina 17 en verder.
Verkeersveiligheid
Het is in uw eigen belang dat u de handleiding grondig doorleest en met de verschillende functies van uw toestel oefent, vóórdat u de radio voor de eerste keer tijdens het autorijden gebruikt.
Een te hoog volume kan uzelf en andere verkeersdeelnemers in gevaarlijke situaties brengen. Stel het volume daarom altijd zo af dat omringende verkeersgeluiden (claxons, ambulances, politiewagens enz.) nog te horen zijn. U regelt het volume met de "draaiknop".
Verkeersmeldingen kunnen in vergelijking met de normale weergave duidelijk harder doorkomen.
CD
Op multimedia-CD's zijn naast audiotracks ook gegevenstracks vastgelegd. Wanneer u een dergelijke CD tegen de waarschuwingen in desondanks afspeelt, kan dit zulke harde geluiden tot gevolg hebben dat ze u en anderen in een verkeersgevaarlijke situatie brengen. Bovendien kunnen hierdoor toestellen en luidsprekers beschadigd raken.
Laser
Aan de onderkant van uw toestel vindt u een plaatje met het opschrift CLASS 1 LASER PRODUCT. Dit betekent dat de ingebouwde laser op grond van zijn technische constructie van zichzelf veilig is. Zo kan de maximaal toegestane uitstralingswaarde nooit overschreden worden.
Codering
Wordt het toestel bij een geactiveerde codering van de accu van uw voertuig gescheiden, dan is het elektronisch beveiligd (zie pagina 16).
Onderhoud
De frontzijde van het toestel uitsluitend met zachte, stofhoudende en antistatische doeken reinigen. Glans- en reinigingsmiddelen kunnen het oppervlak van het frontpaneel beschadigen.
Technische gegevens
Het toestel voldoet aan de EMV-normen (EG-richtlijn 89/336 EEG, 92/31 EEG en 93/68 EEG) conform EN 55013 en EN 55020.

IN EEN OOGOPSLAG
Bedieningselementen

Algemeen
① IO Aan/uit.
② Draaiknop
Wijzigt het volume, SOUND en EXPERT-instellingen.
③ SOUND
Kort indrukken: kiest geluidsinstelling BASS, TREBLE, FADER of BALANCE; Lang indrukken kiest de EXPERT-functie.
④ SOURCE
Kiest de programmabronnen RADIO (FM, AM), CD/cassette of CD-changer.
⑤ OPEN
Ontgrendelt het frontpaneel, het front zwenkt naar voren.
⑥ DISPLAY
U kunt de displayweergave omschakelen tussen normale weergave, datum- en tijd-saanduiding of radiotekst.
Radio-mode
⑦ Bovenste softkey
kiest de modus »IS«, »SRC«, »MAN«,
»PTY«, »SCN«.
⑧ Onderste softkey
GO start de zoekloop IS of PTY.
⑨ Tuimelschakelaar
start de gekozen functie indien in de EXPERT-mode geactiveerd (pagina 14).
⑩ TP Kort indrukken: activeert ontvangst verkeersmeldingen.
⑪ 1, 2, 3, 4, 5
Geheugentoetsen voor zenders, zendertypes en geluidsinstellingen.
⑫
Geheugenniveau wisselen; langer indrukken schakelt de AF-functie (alternatieve frequenties) in of uit.
CD-mode
⑦ Bovenste softkey
kiest de afspeelfunctie NRM, SCN, RND en RPT.
⑧ Onderste softkey
bevestigt de keuze (GO). (CLR) wist de keuze.
⑨ Tuimelschakelaar
Kiezen van de CD-track, starten van het snel vooruit- en terugspoelen (SEARCH) van de CD of cassette.
Bij geopende frontzijde:
⑬ ▲Voor het uitschuiven van de CD of cassette.
CD-wisselaar-mode
⑪ 1, 2, 3, 4, 5, ||
Keuze van de CD's 1 - 6.
⑫ (bij 10-voudige wisselaar)
Schakelt op 2e keuzeniveau (CD's 6 - 10).
IN EEN OOGOPSLAG
Display

Programmabronnen (Radio)
Bron FM gekozen

FM-golflengte (1-3)

CD-changermode (indien aangesloten)

Telefoonmode

Symbolen en tekens

Temperatuur te hoog
PROTECTED Toestel codeert
TP Ontvangst verkeersmeldingen geactiveerd.
AF Alternatieve frequenties geactiveerd.
1...5 Geheugenplaats van de gekozen zender op de geheugentoetsen 1, 2, 3, 4, 5.
■ ■ ■ ■ ■ ■ Geheugenniveau 1, 2, 3
Radio:
IS Intelligente zoekloop
SCN Scan-mode, kort afspelen van de zenders
CD:
NRM Normale weergavefunctie
SCN Scan-mode, tracks worden telkens 10 sec. afgespeeld
RND Random-mode, tracks worden in een toevallige volgorde afgespeeld.
RPT Repeat-mode, tracks van de CD worden herhaald.
BASISFUNCTIONS.
In- en uitschakelen
1 In- en uitschakelen met »IO«.

Voorzichtig:
Wanneer de radio wordt ingeschakeld, schuift de automatische antenne uit! Voordat u bijv. een wasinstallatie inrijdt, altijd het toestel uitzetten!
Volume- en geluidsinstellingen
Volume instellen
1 Met de draaiknop het volume veranderen. - Display: ingesteld volume (schaal »□« tot »30«).
Geluidsinstellingen
Voor »BASS«, »TREBLE«, »FADER«, »BALANCE«:
1 Functie selecteren door een keer of meerdere keren op »SOUND« te drukken.
2 Met de draaiknop de betreffende instelling uitvoeren.
- Met »BASS« de instelling van de lage tonen veranderen;
- Met »TREB« de instelling van de hoge tonen veranderen;
- Met »FAD« de volumeverdeling tussen de voorste (Front) en achterste (Rear) luidspreker-groep regelen;
- Met »BAL« de luidsprekerverhouding tussen de luidsprekers links en rechts regelen.
3 Wanneer u de functie wilt beeindigen, moet u net zolang op »SOUND« drukken, totdat op het display de ingestelde zender weer verschijnt.
Geluidsgeheugen
Op de geheugentoetsen "1 - 5" kunt u persoonlijke geluidsinstellingen opslaan en indien gewenst opnieuw oproepen. U kunt de instellingen voor lage en hoge tonen, fader, balance en loudness bewaren en indien gewenst opnieuw oproepen.
Aanwijzing:
Voor elke signaalbron (SOURCE) wordt de informatie voor BASS en TREB opgeslagen. De SOUND-informatie die op de geheugentoetsen geprogrammeerd werd, is afhankelijk van de bronkeuze.
Instellen en opslaan
Druk, terwijl u zich nog in de instelmodus »SOUND« bevindt, op een geheugentoets tot de signaaltoon te horen is.
Op het display verschijnt: »SOUND 1«.
Instellingen oproepen
Druk op »SOUND« en daarna bijvoorbeeld kort op de geheugentoets "2".
Op het display verschijnt: »SOUND 2«.
Middelste stand oproepen
Druk op »SOUND« en daarna op de toets III. Op het display verschijnt: »LINEAR«.
Alle instellingen worden op de middelste stand gezet.
De loudness-functie wordt ingeschakeld.
Loudness in- en uitschakelen
De LOUD-functie (loudness) wordt gebruikt om bij een laag volume het geluid te verbeteren door de lage tonen te versterken en de hoge tonen te verhogen.
1 »SOUND« drukken, BASS verschijnt op het display.
2 Bovenste softkey »LD« indrukken.
- LOUDNESS is geactiveerd. Het symbool is weergegeven.
3 Onderste softkey »LIN« indrukken.
- LOUDNESS is gedeactiveerd.
RADIO (TUNER)-MODE
Programmabron radio kiezen
1 Met »SOURCE« de programmabron RADIO-FM of RADIO-AM kiezen.

Aanwijzingen:
Na het eerste aansluiten wordt automatisch de RDS-zoekloop (IS) gestart.

Bij het kiezen van een nieuwe golflengte wordt altijd de laatst ingestelde zender genomen (Last Station Memory).

RDS-wisselfunctie
1 Voor het in- en uitschakelen van de functie "Alternatieve frequenties" de toets II lang indrukken. De functie is in de uitgangspositie ingeschakeld en wordt evt. samen met de zender op de geheugentoets opgeslagen.

TP (Traffic Program) in- en uitschakelen
1 Voor het in- en uitschakelen van de functie »TP« indrukken.
- Display: »TP«.
Aanwijzingen:
Worden op de zender die u heeft ingesteld geen verkeersmeldingen uitgezonden, dan gaat er automatisch een zoekloop van start naar de eerstvolgende zender met verkeersmeldingen.
Als TP geactiveerd is, wordt eveneens de CD-of cassette-mode door verkeersmeldingen onderbroken.
Overige TP-functies
1 Wenst u de actuele verkeersmelding te onderbreken, dan drukt u kort op »TP«.
- Ontvangst verkeersmeldingen blijft geactiveerd.
2 Het nogmaals indrukken van »TP« schakelt de ontvangst voor de verkeersmeldingen uit. Het TP-symbol op het display verdwijnt.
3 Het is mogelijk om het volume waarmee de verkeersmeldingen doorkomen in te stellen. Voor het instellen het EXPERT-menu kiezen (zie pagina 14).
4 Wilt u dat uitsluitend verkeersmeldingen doorgegeven worden, dan activeert u de TP-functie met »TP« waarna u de draaiknop op nul zet.
Radiotekst bekijken
1 »DISPLAY« indrukken.
2 Met de bovenste softkey schakelt u op datum, tijd en radiotekst van een regel.
3 Met de onderste softkey schakelt u op radiotekst met twee regels.
AF-functie in- en uitschakelen
1 Voor het in- en uitschakelen »III« indrukken tot op het display AF ON of AF OFF te zien is. - Display: bij ingeschakelde AF-functi »AF ON«.

Aanwijzing:
De AF-functie kan enkel bij RDS-zenders, de alternatieve frequenties zender, in- en uitschakelen.
Intelligente zoekloop (IS)
De intelligente zoekloop slaat eerst de RDS-zenders op, gesorteerd op zenderkettingen, en daarna de overige zenders gesorteerd op zendsterkte. Wanneer de IS-zoekloop afgesloten is, zijn er tot en met 30 zenders opgeslagen. Te horen is de zender met de beste ontvangst. De IS is altijd geactiveerd, tenzij u een andere zoekloopfunctie gekozen hebt.
Intelligente zoekloop (IS) starten
1 Met de bovenste softkey IS kiezen.
2 Met de onderste softkey (GO) de zoekloop starten.
- Display: »IS---»«.
Aanwijzing:
De zoekloop kan echter door het indrukken van een van de stationstoetsen »1« - »5« of met de doorschakeltoets afgebroken worden.
Inhoud van het IS-geheugen oproepen
1 Na een succesvolle IS-zoekloop de gewenste zender met de tuimelschakelaar kiezen. - Display: »IS-Scan«.
Zenders met zenderzoekloop instellen
1 Met de bovenste softkey SRC kiezen.
2 De zoekloop met de tuimelschakelaar in de gewenste richting starten.
3 Is er een zender gevonden, dan verschijnt de frequentie ervan op het display.
Manueel zenders zoeken
1 Met de bovenste softkey MAN kiezen.
2 Met de tuimelschakelaar de frequentie stapsgewijs verder schakelen.
3 Tuimelschakelaar lang indrukken zorgt ervoor dat snel gezocht wordt. Herhaaldelijk indrukken verhoogt of verlaagt de frequentie op de FM-golflengte met telkens 50 kHz.
Zenders op geheugentoetsen programmeren
FM-geheugenniveau kiezen
1 » II« indrukken tot het gewenste geheugenniveau FM1 – FM3 actief is.
2 Voor het opslaan van een gewenste zender »1«, »2«, »3«, »4« of »5« indrukken tot een signaaltoon (biep) of mute-schakeling hoorbaar is.
Opgeslagen zenders oproepen
1 »Geheugentoets« kort indrukken. - Display: de opgeslagen zender, b.v. »ENERGY«.
Ook nadat de werkspanning van het toestel is afgehaald, blijven de opgeslagen zenders behouden.
RADIO (TUNER)-MODE
Zendertypes (PTY)
Diverse radio-omroepen verlenen op FM-frequentie de service om zendertypes (PTY) door te geven. Met de PTY-functie kan automatisch een zender ingesteld worden die aan het gewenste zendertype, bijv. POP, voldoet. Een radio-omroep biedt veelal een zenderpakket aan dat verschillende zendertypes omsluit.
De zendertypes kunnen in de talen D, GB, F en I weergegeven worden. De keuze gebeurt in het EXPERT-menu (pagina 14).
Aangeboden worden:
News Nieuws en actualiteit Affairs Politiek en actualiteit Info Speciale informatiezenders Sport Sportuitzendingen Educate Studie en educatie Drama Hoorspel en literatuur Culture Cultuur, religie en maatschappij Science Wetenschap Varied Amusement Pop Popmuziek (hits etc.) Rock Rockmuziek Easy M Lichte muziek (Easy listening)
| Light M Lichte muziek | |
| Classics Ernstige klassieke muziek | |
| Other M | Andere muziek |
| Weather | Weerberichten |
| Finance | Economisch nieuws |
| Children | Kinderuitzendingen |
| Social | Sociale informatie |
| Religion | Programma's over religie en filosofie |
| Phone in | Hoorntelefoon |
| Travel | Touristische informatie |
| Leisure | Vrije tijd, hobby en tijdverdrijf |
| Jazz Jazz-muziek | |
| Country | Country-muziek |
| Nation M | Nationale uitzendingen |
| Oldies Golden | Oldies |
| Folk M | Volksmuziek |
| Document | Documentaire |
| Test | Alarmtest |
| Alarm Alarm | Alarmmelding |
| No PTY Geen identificatie programma-type | |
Zendertype kiezen (PTY)
1 Bovenste softkey indrukken tot PTY op het display te zien is.
2 Het gewenste zendertype met de tuimelschakelaar kiezen, b.v. POP M.
- Display: kort »POP«, daarna de zendernaam.
Is er geen zender die het gekozen programmatype aanbiedt, dan is de laatst ingestelde zender te horen. De PTY-functie wordt afgebroken.
3 Met de onderste softkey (GO) de PTYzoekloop starten.
4 PTY's kunnen op geheugentoetsen geprogrammeerd worden (pagina 9).
Aanwijzing:
PTY deactiveren
1 Bovenste softkey indrukken, functie verla- ten, basisfunctie IS kiezen.
CD (DISC)-MODE
CD inleggen
1 »OPEN« indrukken. De frontklep gaat open.
2 CD in het CD-vak schuiven.
- Display: »T01 00 00«. De weergave start automatisch.

3 Staan er op de in het CD-vak geplaatste CD tekstgegevens, dan worden die automatisch weergegeven. Als CD-tekst worden b.v. de naam van het album, de uitvoerder en het muziekstuk weergegeven.
4 Met »DISPLAY« verschillende weergavetypes kiezen, kort indrukken start de doorlopende tekst, lang indrukken schakelt op trackweergave.
Signaalbron kiezen
1 »SOURCE« indrukken tot CD op het display te zien is.
Aanwijzing:
De geplaatste CD wordt automatisch herhaald.
Track kiezen
1 Voor het kiezen van een track de tuimelschakelaar bovenaan of onderaan zo vaak kort indrukken tot op het display het nummer van de gewenste track verschijnt.
Passage van een track zoeken
1 Tijdens de weergave de tuimelschakelaar bovenaan of onderaan indrukken en ingedrukt houden tot de gewenste passage gevonden is.
- De tracks worden achtereenvolgens in een snelle doorloop en met gereduceerd volu- me afgespeeld.
Tracks kort afspelen (SCAN)
1 Met de bovenste softkey de functie »SCN« kiezen.
2 Met de onderste softkey Scan starten (GO).
- Track wordt gedurende ca. 10 seconden afgespeeld.
Aanwijzing:
Als de track helemaal afgespeeld moet worden, dan kort de onderste softkey (OK, CLR) indrukken.
Tracks in een willekeurige volgorde afspelen (Random)
1 Met de bovenste softkey de functie »RND« kiezen.
2 Met de onderste softkey de keuze bevestigen (GO) of verwerpen (CLR).
- Tracks worden in een willekeurige volgorde afgespeeld.
3 Om te beëindigen de functie »NRM« kiezen.
CD-weergave beëindigen
1 Om te wisselen naar b.v. RADIO-mode kort »SOURCE« indrukken tot »RADIO FM« op het display verschijnt.

1 »OPEN« indrukken, het front gaat open.
2 ▲indrukken.
- De CD wordt eruit geschoven.
Aanwijzing:
Wordt de eruit geschoven CD er niet binnen 6 seconden uitgenomen, dan trekt het toestel de CD om veiligheidsredenen opnieuw in.
CASSETTE-MODE
CASSETTE insteken
1 »OPEN« indrukken. De frontklep gaat open.
2 CASSETTE in het cassettevak schuiven.
- Display: kort »CASS«, dan »PLAY A«.
De weergave van de weergegeven kant start automatisch.
Signaalbron kiezen
Bij een reeds geplaatste cassette:
1 »SOURCE« indrukken tot CC op het display te zien is.
Passage van een titel zoeken
1 Met de bovenste softkey de functie snel vooruit- of terugspoelen (WND) kiezen.
2 Tijdens de weergave de tuimelschakelaar boven- of onderaan indrukken.
3 Is de gewenste passage gevonden, de tuimelschakelaar dan boven- of onderaan opnieuw indrukken, de weergave start.
- De weergave is bij snelle doorloop op mute geschakeld.
Muziekstuk(ken) overslaan of herhalen
APF = Automatic Program Finder Voorwaarde zijn pauzes van minstens 3 seconden tussen de muziekstukken (zonder meldingstekst e.d.). Ongeschikt zijn muziekstukken met heel stille passages (b.v. bij klassieke muziek), omdat die als pauzes behandeld zouden kunnen worden.
1 Met de bovenste softkey de functie APF kiezen.
Het muziekstuk dat u hoort overslaan:
Tuimelschakelaar bovenaan kort indrukken. Op het display verschijnt » RPF +1 «. Muziekstukken overslaan, b.v. 4 (max. 9): Druk tijdens het vooruitspoelen op de toets > tot » RPF +4 « verschijnt.
Het muziekstuk dat u hoort herha- len:
Tuimelschakelaar onderaan kort indrukken. Op het display verschijnt » APF -1 «.
Muziekstukken herhalen, b.v. 6 (max. 9):
Druk tijdens het terugspoelen op de toets < tot » APF -6 « verschijnt.
CASSETTE omdraaien
1 Tijdens de weergave de onderste softkey indrukken en u wisselt tussen kant A en B.
CASSETTE-weergave beëindigen
1 Om te wisselen naar b.v. RADIO-mode kort »SOURCE« indrukken tot »RADIO FM« op het display verschijnt.
CASSETTE uitschuiven
1 »OPEN« indrukken, het front gaat open.
2 Indrukken.
- De cassette wordt uitgeschoven.

Programmabron CD-wisselaar kiezen
Deze functie is enkel mogelijk als er een CD-wisselaar aangesloten is.

1 »SOURCE« indrukken tot op het display »HCD« en daarna de gekozen CD verschijnt.
CD direct kiezen
6-voudige wisselaar:
1 Met de geheugentoetsen 1...5 of » III« de CD kiezen.
10-voudige wisselaar:
1 Met de geheugentoetsen 1...5 de eerste 5 CD's kiezen.
2 Met de toets » III« schakelt u over op het tweede niveau.
3 Met de geheugentoetsen 1...5 de volgende 5 CD's kiezen (CD's 6 - 10).
4 Na een bepaalde tijd wordt de functie automatisch verlaten.
Track kiezen
1 Tuimelschakelaar zo vaak kort tot het nummer van de gewenste track, b.v. »Tr. 06« op het display verschijnt.
CD-weergavefuncties
Zie hiervoor de paragraaf "CD-mode" op pagina 11 e.v.
Andere AUX-aansluitingen
Ook wanneer de aangesloten CD-wisselaar niet van GRUNDIG is, kunnen ook andere CD-spelers of externe toestellen via de Hadok/GRUNDIG CDP-adapter (verkrijgbaar als toebehoren) met de autoradio verbonden worden.
1 »SOURCE« net zovaak indrukken tot op het display »AUX« verschijnt (alleen als een CDP-adapter aangesloten is).
Aanwijzingen:
De bediening kan nu via de aangesloten toestellen plaatsvinden. Lees hiervoor de betreffende handleidingen door.
EXPERT-MENU
Ten behoeve van een zo eenvoudig mogelijke bediening, vindt u op een extra bedieningsniveau (EXPERT) comfortinstellingen die u slechts een keer of zo nu en dan hoeft te gebruiken.
EXPERT-instellingen veranderen
1 Voor het oproepen van het Expert-menu »SOUND« zo lang indrukken tot op het display »EXPERT« verschijnt.

2 Met »de Volumeknop« de gewenste EXPERT-instelling kiezen, b.v. volumebeperking bij het inschakelen, display: »ON Volume: 3«.
3 U activeert de functie door kort op »SOUND« te drukken.
- Weergave b.v. »ONVOL 12«: inverse weergave, het gekozen programma wordt in de aangegeven volumesterkte weergegeven.
4 Met de softkeys »« of »» of met de »Volumeknop« het gewenste volume instellen.
5 Om de instelling te beëindigen kort »SOUND« indrukken.
6 Om de volgende instelling te selecteren, moet u de stappen 2 tot en met 5 herhalen.
7 Wanneer u het Expert-menu wilt verlaten, net zolang op »SOUND« drukken tot u een toon hoort.
Overzicht van de instellingen
1: Language- Engels, Duits, Frans, Italiaans: Keuze van de taal van het display.
2: Protection - Code-instellingen voor de diefstalbeveiliging - Zie hiervoor de handleiding vanaf pagina 16.
3: ON-Volume - Volumebeperking bij het in-
schakelen.
- Display: »ON Volume —«, geen beperking.
- Display: »ON Volume 00« tot »ON Volume
30«, er is een beperkingswaarde ingevoerd.
4: Loudness – Verhogen van de lage frequenties bij gering volume
- Display: »Loudness« »low«, »normal« of »high«.
5: SCV – Van de snelheid afhankelijk volume
– Display: »SCV: AUS«; SCV 1...140.
De instelling is enkel mogelijk als aan de SCV-aansluiting (A1) een van de snelheid afhankelijk signaal voorhanden is.
Het veranderen van het volume tijdens het rijden wordt op het display bovenaan rechts weergegeven, b.v. +4.
6: TP-mode - TP-functie aan/uit
- Display: aan/uit
Bij TP: »off« is de toets »TP« buiten werking.
7: TP-volume - Minimaal volume voor verkeersmeldingen.
-
Display: »TP Volume 5« tot »TP Volume 30«, volume en balkindicatie.
8: Phone Mode - Mutefunctie bij gebruik van de autotelefoon. -
Display: »Mute«, geluidloos schakelen van de autoradio is geactiveerd.
- Display: »off«, geluidloos schakelen is niet geactiveerd.
- Display: »on« de telefoon kan via de luidspreker gehoord worden.
Aanwijzing:
Het telefoon-mutesignaal (zie pagina 17) moet aangesloten zijn.
EXPERT-BEDIENINGSNIVEAU
9: Beep on - signaaltoon aan/uit
- Display: »Beep On«, signaaltoon als functiebevestiging.
- Display: »Beep Off«, functiebevestiging door korte geluidloosschakeling van de luidsprekeruitgangen.
10: AM-golflengte - aan/uit
- Display: »on«, de AM-golflengte kan gekozen worden.
- Display: »off«, de AM-golflengte wordt uitgeschakeld.
11: KW-golflengte - aan/uit
- Display: »on«, de KW-golflengte kan gekozen worden.
- Display: »off«, de KW-golflengte wordt uitgeschakeld.
12Search - zoekloopgevoeligheid
- Display: »Local«: eerst geringere zoekloopgevoeligheid
- Display: »DX« onmiddellijk hogere zoekloopgevoeligheid.
13: RDS Regional – Automatisch wisselen van de regionale zender
- Display: »RDS Regional On«, frequentiewissel enkel binnen de regionale zender is mogelijk.
- Display: »RDS Regional Off«, zenderwissel na automatische zoekloop.
14: Date Format
- Display: »TTMMJJ« of »JJMMTT«
15: Time Display »on«, »off« of »RDS« (RDS-synchronisatie)
Aanwijzing: Bij RDS-synchronisatie verdwijnen de instellingen 16 - 18 van het scherm, bij tijd = uit verdwijnen de instellingen 15-19 van het scherm.
16: Tme instellen
17: Year instellen
18: Date instellen
19: Standby time - aan of uit, weergave van de tijd bij ingeschakeld contact.
- Ignition - in- en uitschakelen
- Display: »Ignition On«, de autoradio kan met het contact van het voertuig in- en uitgeschakeld worden.
- Display: »Ignition Off«, in- en uitschakelen van het toestel alleen met »IO«.
21: Tape-Level/CD-Level - instellen
Aanpassing van het volume van het cassettedeel resp. van het CD-deel.
22: MCD/AUX/MP3-Level - instellen
Aanpassing van het volume van het extra apparaat (indien aangesloten).
23: Display – positieve, negatieve weergave van het display instellen (inverse schakeling)
24: Displaycontrast - contrast van het displayveld instellen
- Display: »Disp Contrast«, balkindicatie
25: Dag/Night – aanpassing aan de instrumentenverlichting
Het codenummer van het toestel staat op de Identity-Card. De codering is bij de levering niet geactiveerd. Bij een geactiveerde codering van het toestel is het toestel elektronisch beveiligd. Na demontage kan het toestel alleen door het codenummer opnieuw in te voeren weer in gebruik genomen worden.
Codering activeren
1 EXPERT-menu kiezen, hiervoor »SOUND« zo lang indrukken tot EXPERT te zien is.
2 Met de Volumeknop de aanduiding »Protection« kiezen.
3 Kort »SOUND« indrukken.
- Display: »----« knippert.
4 Codenummer door het meermaals indrukken van de geheugentoetsen »1« – »4« invoeren.
Voorbeeld: codenummer 1703
5 U bevestigt het invoeren door kort op »SOUND« te drukken.
- Display: »SAFE«, de codering is geactiveerd.
6 Wanneer u het EXPERT-menu wilt verlaten, net zolang op »SOUND« drukken tot u een toon hoort.
Codering deactiveren
1 Moet het toestel uit het voertuig gebouwd worden, dan activeert u het EXPERT-menu en stelt u »SAFE« in.
2 Voor het deactiveren van de codering dient u de stappen 3 tot 6 te herhalen.
Hernieuwde ingebruikneming bij geactiveerde codering
1 De autoradio aanzetten.
- Display: kort »SFFE«, vervolgens »i----« indrukken.
- De »i« geeft aan hoeveel pogingen er zijn ondernomen om de code in te voeren.
Enkel het correcte codenummer invoeren! Houd rekening met de toenemende wachttijden tussen de verschillende pogingen.
Het is raadzaam om na de zesde mislukte poging de speciaalzaak in te schakelen. Indicatie voor resterende wachttijd.
IN- EN UITBOUWEN
Inbouwframe en toestel inbouwen
1 Inbouwframe b in de toestelopening a van het toestel plaatsen (afbeelding 1). De afbeeldingen vindt u op de binnenste omslagpagina achteraan.
2 Het hangt van het type voertuig af of u de bevestigingsklepjes c om de opening a kunt buigen (afbeelding 1).
3 Het toestel in het inbouwframe b schuiven tot het niet meer verder kan. U hoort een klik als het toestel er goed inzit.
Aanwijzing:
Typisch voor dit toestel is dat het over een groot uitgangsvermogen beschikt. Dit veroorzaakt tijdens het gebruik een sterke verhitting. Er mogen daarom geen kabels of andere onderdelen tegen het toestel aanliggen. Brandgevaar!
4 Om het toestel eruit te trekken, de klep verwijderen en beide demontagebeugels d in de openingen brengen en tot aan de aanslag inschuiven (afbeelding 5).
5 Beide beugels naar buiten drukken en het toestel er langzaam uittrekken (afbeelding 5).
Antenne aansluiten
Voor het toestel moeten antennes worden gebruikt met 75 Ω tot 150 Ω-impedantie. Verlenging van de antennekabel, bijv. bij montage achteraf, kan de ontvangst belemmeren. Indien nodig een antenneadapter gebruiken (afbeelding 2).
1 Antenneadapter of antennekabel in de plastic clip vastzetten (afbeelding 2 en 3).
Zekering
Platte zekering 10 A/DIN 72 581 - bezet (afbeelding 4).
Voedingsspanningen
Meetcontacten A (afbeelding 4, pagina xx):
A 8 Aansluiting voor massa (doorsnede minstens 2,5 mm²). Klem 31 (massa) van het voertuig.
A 7 Aansluiting voor +12 V bedrijfsspanning (doorsnede minstens 2,5 mm²). Klem 30 (continuplus) van het voertuig.
A 6 Aansluiting voor dashboardverlichting. Klem 58 van het voertuig. De verlichting van het toestel kan met de regelaar van de instrumentenverlichting ingesteld worden.
A 5 +12 V schakelspanningsuitgang (max. 0,5 A). De schakelspanning is, wanneer het toestel aanstaat, op meetcontact A 5 aangesloten en verzorgt het in- en uitschuiven van de automatische antenne, de werkspanning voor de antenneversterker enz.
A 4 Aansluiting voor +12 V ontsteking. Klem 15 van het voertuig.
A 2 Als er 0 V voorhanden is (van de mute-uitgang van de autotelefoon), dan kan op de PHONE IN-ingang (Pin C11 en C12) geschakeld of kan het toestel geluidloos geschakeld worden. Dit is afhankelijk van de instelling in het EXPERT-menu (pagina 14/15).
A 1 SCV-aansluiting voor de van de snelheid afhankelijke volumeregeling. Het tachosignaal (op Gala, GAL genoemd) wordt automatisch herkend. Digitale signaalprotocollen kunnen daarentegen niet geëvalueerd worden. (zie Expert-mode op pagina 14).
Luidsprekers
Meetcontacten B (afbeelding 4, pagina 31). Maximaal uitgangsvermogen aan 4 Ω-luidsprekers: 4 x 25 W/4 x 50 W muziekvermogen.
Vooraan Achteraan
De luidsprekeraansluitingen niet elektrisch met elkaar verbinden en niet tegen massa schakelen! Dit kan het toestel blijvend beschadigen.
C 11 PHONE IN +
C 12 PHONE IN Min
C 13 CD-bus-besturingskabel, moet voor AUX-gebruik op C 15 aangesloten worden.
C 15 CD-bus-massa.
C 16 Stroomtoevoer +12 V voor CD-wisselaar.
C 17 Schakelspanning voor CD-wisselaar.
C 18 CD-NF-massa of AUX-NF-massa.
C 19 CD-NF-links of AUX-NF-links.
C 20 CD-NF-rechts of AUX-NF-rechts.
Extra aansluitingen
Meetcontacten C (afbeelding 4, pagina 31). CD-wisselaar- of AUX-aansluiting:
C 1/2 LINE OUT achteraan links/rechts
C 3 Massa
C 4/5 LINE OUT vooraan links/rechts
INFORMATIE
Voorwaarden radio-ontvangst
Tijdens het rijden doen zich op de ultrakortegolf voortdurend veranderingen van de ontvangst- voorwaarden voor. Bergen, gebouwen of bruggen kunnen een negatieve uitwerking op de ontvangst hebben. Hiervan is vooral sprake wanneer u ver van de zender verwijderd bent.
RDS is een informatiesysteem waarvan de signalen door de meeste ultrakortegolfzenders uitgezonden worden. Wanneer een RDS-programma wordt beluisterd, verschijnt de naam van het programma in de vorm van een afkorting op het display, bijv. »DILF«. Een RDS-programma wordt door meerdere zenders met verschillende frequenties (alternatieve frequenties) uitgezonden. Is er een RDS-programma geselecteerd, dan zoekt het toestel automatisch naar de alternatieve frequentie met de beste ontvangst, voor zover beschikbaar.
Alternatieve frequenties (AF)
Luistert u naar een RDS-zender dat door meerdere zenders op verschillende frequenties uitgezonden wordt, dan zoekt de autoradio automatisch naar de frequentie met de beste ontvangst. De AF-functie is bij aflevering van het toestel geactiveerd.
Aanwijzing:
In een zeer slecht ontvangstgebied kunt u het als storend ervaren wanneer er voortdurend automatisch naar een alternatieve frequentie wordt gezocht. In dat geval kan de AF-functie uitgeschakeld worden.
Met behulp van de EON-functie kan naar verkeersmeldingen worden geluisterd terwijl een RDS-programma is ingesteld dat geen eigen verkeersinformatie uitzendt. Dit gaat echter alleen wanneer de radio-omroep die het ingestelde RDS-programma met EON uitzendt, een ander RDS-programma met verkeersinformatie aanbiedt. Tevens moet de functie ontvangst verkeersmeldingen (TP) geactiveerd zijn.
Afspeelmogelykheid van CD-media
Met dit toestel kunnen deugdelijke CD-R/RW-media afgespeeld worden. Kopieerbeschermingsfuncties kunnen de afspeelmogelijkheden echter beperken. Vraag om advies bij uw speciaalzaak of bij de GRUNDIG-klantenservice als u enige hinder ondervindt.
INFORMATIE
Verhelpen van storingen
Als er een storing optreedt, lees dan eerst deze aanwijzingen voordat u het apparaat laat repareren.
Wanneer het u desondanks niet lukt het probleem te verhelpen, neemt u contact op met de speciaalzaak.
Probeer nooit het toestel zelf te repareren. Hierdoor komt de garantie te vervallen.
| Storing | Mogelijke oorzaak | Verhelpen |
| Toestel gaat niet aan | Bedieningseenheid is er niet goed ingezetAan/uit-toets is te kort ingedrukt | Bedieningseenheid er nog een keer inzettenAan/uit-toets langer ingedrukt houden |
| Slechte radio-ontvangst | Gebied met slechte ontvangstvoorwaarden | Gebied verlaten |
| Steeds terugkerende onderbreking van de radio-ontvangst | AF-functie werkt in een slecht ontvangstgebied | AF-functie deactiveren |
| Niet alle luidsprekers functioneren | Slechte BALANCE- en FADER-instellingen, aansluiting verkeerd | Instellingen controleren en eventueel wijzigen |
| CD-speler functioneert niet Titels springen | Toestel is niet goed ingebouwdCD is vuil | Toestel vastzettenCD met een zachte, pluisvrije doek reinigen; geen reinigingsproducten gebruiken |
| Toestel is te heet | Meer dan 70°C | Volume verlagen |
| Telkens na het inschakelen via de ontsteking moet een code ingevoerd worden | Bedrijfsspanning (A7) en ontsteking (A4) verwisseld | Stekkerindeling controleren (pagina 17) |
| Het toestel schakelt na 1 uur uit | Pin A4/A7 verwisseld | A7 en A4 correct aansluiten (pagina 17) |




GRUNDIG Service
| GRUNDIG BELUX N.V.Deltapark, Weihoek 3, Unit 3GB-1930 Zaventem+32/2-7 16 04 00 | GRUNDIG SCHWEIZ AGSteinacker Straße 28CH-8302 Kloten+41/1-8 15 81 11 | GRUNDIG OYLuoteisrinne 5SF-02271 Espoo+3 58/9-8 04 39 00 |
| GRUNDIG UK LTD.Elstree Way, Borehamwood,Herts, WD6 1RXGB Großbritannien/Great Britain+44/1 81-3 24 94 00 | GRUNDIG PORTUGUESAComércio de ArtigosElectrónicos, Lda.Rua Bento do Jesus Caroça 17P-1495 Cruz Quebrada,Lisboa+3 51/1-4 19 75 70 | GRUNDIG SVENSKA ABAlbygatan 109 d, Box 4050S-17104 Solna+46/8-6 29 85 30 |
| Technical ServiceUnit 35, Woodside Park,Wood StreetRugby, Warwickshire, CV21 2NPGroßbritannien/Great Britain+44/1 78-8 57 00 88 | GRUNDIG ESPAÑA S.A.Solsonés, 2 planta baja 83Edificio Muntadas (Mas Blau)E-08820 El Prat DeLlobregat (Barcelona)+34/93-4 79 92 00 | GRUNDIG POLSKA SP.Z.O.O.Ul. Czéstochowska 140PL-62800 Kalisz+48/62-7 66 77 70 |
| GRUNDIG IRELAND LTD.2 Waverley Office Park,Old Noas RoadEIR Dublin 12+3 53/1-4 50 97 17 | GRUNDIG NORGE A.S.Glynitveien 25, Postboks 234N-1401 Ski+47/64 87 82 00 | GRUNDIG AUSTRIA Ges.m.b.H.Breitenfurter Straße 43-45A-1120 Wien+43/1-81 11 70 |
| GRUNDIG FRANCE S.A.5 Boulevard Marcel PourtoutF-92563 RueilMalmaison Cedex+33/1-41 39 26 26 | GRUNDIG DANMARK A/SLejvrej 19DK-3500 Værløse+45/44 48 68 22 | GRUNDIG NEDERLAND B.V.Gebouw AmstelvesteJoan Muyskenweg 22NL-1096 CJ Amsterdam+31/20-5 68 15 68 |
| GRUNDIG ITALIANA S.P.A.Via G.B. Trener, BI-38100 Trento+39/4 61-89 31 11 |