Traffic Assist Z 112 - Browser BECKER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Traffic Assist Z 112 BECKER in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Traffic Assist Z 112 BECKER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Browser in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Traffic Assist Z 112 - BECKER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Traffic Assist Z 112 van het merk BECKER.
GEBRUIKSAANWIJZING Traffic Assist Z 112 BECKER
Bedieningshandleiding

NHOUDSOPGAVE
→D
→ GB
→ F
→ |
→ E
→ P
→ NL
→ DK
→ S
→ N
→ FIN
→ TR
→ GR
→ PL
→ CZ
→ H
→ SK
Inhoudsopgave 2
Veiligheidsvoorschriften 5
De Traffic Assist 7
Inhoud van de gebruiksaanwijzing 7
Gebruik 7
Navigatie 7
Telefoon ^* 8
De Traffic Assist uitpakken 8
Levering controleren 8
Levering 8
Bij reclamatics 9
Behandeling van de
verpakking 9
Beschrijving van het apparaat 9
Traffic Assist - basisapparaat 9
Kabel voor voedingsspanning via
sigarettenaansteker 10
Accu 10
Aanwijzingen ten aanzien van de
documentatie 11
Quick Start Guide 11
Bedieningshandleiding 11
Registratie 11
Reparatie 11
Emissie en afvoer 11
Overzicht Traffic Assist
Algemene bediening
Onderhoud en verzorging 15
Accukwaliteit 16
Displaykwaliteit 16
Ingebruikname 16
Voedingsspanning 16
Aansluiten op de sigarettenaansteker 17
Aansluiten op het stopcontact 18
Stroomvoorziening tot stand brengen 18
TMC-antenne ^* 18
GPS-Antenne 18
Apparaatantenne 18
Geheugenkaart 19
Geheugenkaart plaatsen 19
De geheugenkaart verwijderen 19
Apparaathouder 19
De apparaathouder aanbrengen 20
Op de voorruit 20
Apparaathouder verstellen 21
Traffic Assist opstellen 21
Traffic Assist verwijderen 21
Traffic Assist in-/uitschakelen 21
Inschakelen 21
Uitschakelen 22
Het touchscreen 23
Bediening 23
Kalibrering 23
De menu's 23
Het hoofdmenu 23
Invoeren met behulp van het
invoermenu 24
Tekens invoeren 25
Voorstellen overnemen 25
In de lijsten bladeren 25
Speciale tekens en trema's 26
Andere tekensets 26
Cijfers invoeren 27
Omschakeling hoofdletters/kleine letters 27
Tekens wissen 27
Spatie invoegen 27
De Becker-toets 28
Content Manager 28
Content Manager installeren 28
Content Manager starten 29
Bij storingen 30
Gebruiksmodus Navigatie 31
Wat is navigatie? 31
Navigatie kiezen 32
De snelkoppeling 32
Snelkoppeling opvragen 32
Het overzicht bestemmingen 32
Gebruikte pictogrammen 33
Snelkoppeling bedienen 33
Met aanwezige bestemming starten. 33
In het bestemmingsgeheugen bladeren 33
Bestemming weergeven of bewerken 33
Huisadres 34
Menu Bestemming invoeren oproepen 34
INHOUDSOPGAVE

Het menu Bestemmingen invoeren 34
Structuur van het menu
Bestemming invoeren 35
Adres invoeren 35
POI selecteren 35
Persoonlijke bestemmingen 35
Contacten 35
Op kaart selecteren 35
Geo-coördinaten invoeren 35
Route plannen 35
Bestemming invoeren 35
Land kiezen 36
Adres kiezen en routebegeleiding
starten 36
Bijzondere bestemmingen 41
Bijzondere bestemming in de omgeving 41
Bijzondere bestemming bij een adres 42
Bijzondere bestemming in de omgeving van de bestemming 43
Bijzondere bestemming rechtstreeks
invoeren 43
Telefoonnummers van bijzondere bestemmingen bellen* 43
Aanvullende informatie over bijzondere bestemmingen 44
Bestemming uit Persoonlijke
bestemmingen selecteren 44
Persoonlijke bestemmingen bewerken 45
Bestemming uit Contacten selecteren 45
Route plannen 46
Nieuwe route aanmaken 48
Route bewerken 48
Route optimaliseren 49
Bestemming vanuit de kaart selecteren 49
Coördinaten invoeren 50
Navigatie-instellingen 51
De toets Begeleidingsinfo 52
De toets Routeopties 53
Tijdafhankelijke navigatie* 53
Mijden van soorten wegen 54
De toets TMC ^* 54
De toets Kaartvenster 55
Autozoom 57
POI-categorieën instellen 57
De toets Waarschuwingen 58
De toets Bestuurderswaarschuwingen* 58
De toets Snelheidsinfo 59
De toets Gespr. begeleiding 60
De toets Stem 61
De toets Volume 61
De toets Formaat 61
De toets Tijd 62
De toets Geblokkeerde wegen 62
De toets Resetten 64
/erkeersberichten via TMC* 64
Weergave van TMC-berichten op
de wegenkaart* 65
TMC gebruiken* 65
Melding lezen* 66
Betreffende straat in de kaart weergeven* 66
Rekening houden met berichten
voor de routeberekening ^* 67
Automatisch een nieuwe route
berekenen ^* 67
Handmatig een nieuwe route
berekenen ^* 67
De kaartweergave 68
Kaartweergave oproepen 68
Opbouw van kaartweergave 68
Kaartweergave zonder navigatie 68
Kaartweergave met navigatie 68
Gedeeld beeldscherm met navigatie 70
Navigatie met pijlen 71
Kaartweergave met Junction View 71
Kaartweergave bedienen 72
Laatste aankondiging herhalen 72
Volume van aankondigingen
veranderen 72
Kaart in-/uitzoomen 72
Kaart verschuiven 73
Opties voor de kaartweergave 73
Bijzondere bestemming op de route 74
TMC op de route* 75
Navigatie afbreken 75
Routeopties wijzigen 75
Traject blokkeren 76
Kaartweergave omschakelen 76
Oriëntatie van de kaart wijzigen 77
Tripcomputer ^* 77
Dag-/nachtmodus instellen 79
Bestemming invoeren 79
Tussenstop invoeren/wissen. 79
Gehele route weergeven 80
Overzicht bestemmingen weergeven 82
Bestemming overslaan 83
Telefoon oproepen* 84
Display uitschakelen 84
Sneltoetsen definiëren 85
TELEFOONFUNCTIE\* 86
Telefoonfunctie oproepen 86
Telefoonmenu 87
Nummer kiezen 87
Telefoonboek 88
Nummerlijsten 90
Gebruikte pictogrammen 90
In de nummerlijst bladeren 90
Bestaande nummers kiezen 91
Vermeldingen weergeven of bewerken 91
Van de mobiele telefoon geladen lijsten 91
Bluetooth-telefoons aansluiten 92
Apparaatlijst oproepen 92
Mobiele telefoons zoeken 93
Vanuit de apparaatlijst verbinden 94
Verbinding vanuit de mobiele telefoon 94
Verbinding met telefoon verbreken 94
Telefoongesprekken 95
Gesprek tot stand brengen 95
Oproep aannemen 95
Gesprek beeindigen 96
Tijdens een gesprek 96
Telefooninstellingen 97
Bluetooth in-/uitschakelen 98
Volume van de telefoon 99
Telefoonboek bijwerken 99
Bluetooth-naam 99
Instellingen 100
Systeeminstellingen selecteren 100
Het menu Systeeminstellingen 100
Bediening 100
Keuzemogelijkheden 100
Menu instellingen sluiten 100
De afzonderlijke menuopties 101
Accu 101
Dag-/nachtmodus 101
Kalibrering 102
Helderheid 102
Taal 102
Automatisch aan/uit 103
Tonen 103
Kleur instellen 104
Fabrieksinstellingen 104
Informatie 104
My XTRAS 105
Terminologie 106
Trefworden 107
Technische specificaties 110
EG-conformiteitsverklaring 111
Afvoer van het apparaat 112
Afvoer van de accu 113
Informatieplicht conform het
Besluit verwijdering batterijen 113
Accu uitbouwen 113
De specificaties en gegevens in deze documentatie kunnen niet zonder voorafgaande aankondiging worden gewijzigd.
Zonder de uitdrukkelijke schriftelijke goedkeuring van HARMAN/BECKER Automotive Systems GmbH mag geen enkel onderdeel van deze documentatie voor ongeacht welk doel worden verveelvoudigd of overgedragen. Alle technische specificaties, tekeningen enz. worden beschermd door het auteursrecht.
Alle rechten voorbehouden.
⚠️ Veiligheidsvoorschriften
- Het apparaat mag alleen dan worden bediend wanneer de verkeerssituatie dat toelaat en u er absoluut zeker van bent, dat u uwzelf, uw medeweggebruikers of andere verkeersdeelnemers niet in gevaar kunt brengen, kunt hinderen of tot last zult zijn.
- In ieder geval gelden de voorschriften van de wegenverkeerswet. Alleen wanneer de auto stilstaat mag een bestemming worden ingevoerd.
- Het navigatiesysteem is slechts een hulpmiddel, in afzonderlijke gevallen kunnen de gegevens/aanwijzingen onjuist zijn. De bestuurder moet in iedere situatie zelf beslissen, of hij of zij de aanwijzingen wel of niet opvolgt. De aansprakelijkheid voor onjuiste aanwijzingen door het navigatiesysteem is uitgesloten. Op grond van gewijzigde verkeerssituaties of afwijkende gegevens kan het gebeuren, dat onnauwkeurige of onjuiste aanwijzingen worden gegeven. Daarbij moeten altijd de concrete verkeerstekens en verkeersregels worden opgevolgd. Het navigatiesysteem mag in het bijzonder bij slechte zichtomstandigheden niet als oriëntatiehulp worden gebruikt.
- Het apparaat mag alleen overeenkomstig de reglementaire bestemming worden gebruikt. Het volume van het navigatiesysteem moet zodanig worden ingesteld, dat geluiden van buiten het voertuig nog kunnen worden waargenomen.
- In geval van een storing (bijv. rook- of stankontwikkeling) moet het apparaat onmiddellijk worden uitgeschakeld.
- Uit veiligheidsoverwegingen mag het apparaat alleen door een technicus worden geopend. Neem wanneer reparatie noodzakelijk is, contact op met uw leverancier.
→→→ VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
- De spanningswaarden (volt) op de voeding, de voertuiglaadadapter en het toestel mogen niet worden overschreden. Als u dat toch doet, kunnen het toestel en het laadapparaat onherstelbaar worden beschadigd en kan de accu exploderen.
- Open het toestel en de accu onder geen beding. Elke andere wijziging aan het toestel is niet toegestaan en leidt tot verlies van de vergunning.
- Gebruik uitsluitend originele accessoires van BECKER. Zo zorgt u ervoor dat alle geldende bepalingen worden aangehouden en voorkomt u letsel en materiële schade. Voer onbruikbare toestellen of de accu volgens de geldende wettelijke bepalingen af.
- Door ondeskundig gebruik komt elke aanspraak op garantie te vervallen! Deze veiligheidsvoorschriften gelden ook voor de originele BECKER-accessoires.
Inhoud van de gebruiksaan- wijzing
In deze gebruiksaanwijzing worden de toestellen Traffic Assist Z112,
Traffic Assist Z113 en Traffic Assist Z116 beschreven.
Op enkele plaatsen in deze gebruiksaanwijzing zijn er verschillen tussen de genoemde toestellen. Deze verschillen worden door een sterretje gemarkeerd en in een voetnoot toegelicht.
Functies die alleen als optie ter beschikking staan, zijn eveneens met een sterretje (*) en een bijbehorende voetnoot gemarkeerd. De optionele functies kunnen naderhand tegen betaling via de Contentmanager worden geactiveerd.
Gebruik
Met de Traffic Assist beschikt u over een krachtige PND (Personal Navigation Device) voor het gebruik in voertuigen en binnenshuis. Het apparaat en de accessoires beschermen tegen vocht en vuil.

De Traffic Assist kan worden gebruikt als:
- Navigatieapparaat
- *Via een mobiele telefoon met Bluetooth® als uiterst comfortabele handsfree-installatie.
Navigatie
Door het GPS = Global Positioning System vervalt het moeizame zoeken in wegenkaarten.
Door de in het apparaat geïntegreerde ontvangstantenne heeft u buiten gebouwen een permanente toegang tot de navigatiemogelijkheden. In gebouwen kan de navigatiefunctie, afhankelijk van de ontvangst, niet worden gebruikt.
Uw Traffic Assist beschikt over TMC**. Met TMC kunt u verkeersinformatie ontvangen. Zo krijgt u informatie over mogelijke verkeersproblemen.
Afhankelijk van de instellingen wordt u automatisch of op aanvraag geïnformeerd over verkeersproblemen.

DE TRAFFIC ASSIST
→D
→ GB
→F
→1
→ E
→P
→NL
→DK
→ S
→ N
→FIN
→TR
→GR
→ PL
→ CZ
→H
→ SK
Telefoon\*
Uw Traffic Assist is uitgerust met Bluetooth® wireless technology. Via Bluetooth® kunt u verbinding maken met een mobiele telefoon met Bluetooth® wireless technology. Uw Traffic Assist fungeert dan als uiterst comfortabele handsfree-installatie. Bovendien kunt u het adres- en telefoonboek van de mobiele telefoon bekijken.
De Traffic Assist uitpakken
Opmerking:
Uw Traffic Assist wordt in een stevige verpakking geleverd. Wanneer de verpakking of de inhoud van de verpakking ernstig beschadigd is, mag het apparaat niet verder worden uitgepakt. Neem in dat geval contact op met uw leverancier.
Levering controleren
Voordat de Traffic Assist in gebruik wordt genomen, moet de volledigheid en de toestand van de levering worden gecontroleerd (zie ook pagina 12).
→ Pak de inhoud van de verpakking voor- zichtig uit en controleer deze.
Levering

① Traffic Assist
② Apparaathouder met draagplaat
③ USB-kabel
④ Autoadapter 12/24 V voor sigarettenaansteker met ingebouwde TMC-antenne**
⑤ DVD met Content Manager en handleidingen (niet afgebeeld)
DE TRAFFIC ASSIST

Bij reclamaties
Neem in geval van reclamaties contact op met uw leverancier. Het apparaat kan ook in de originale verpakking rechtstreeks aan Harman/Becker worden gestuurd.
Behandeling van de verpakking
De originele verpakking moet minimaal gedurende de garantietijd op een droge plaats worden bewaard.
Opmerking:
De verpakking moet overeenkomstig de landspecifieke voorschriften als afval worden behandeld. De verpakking mag niet worden verbrand. Afhankelijk van het land waar het product wordt geleverd kan de verpakking bij de leverancier worden ingeleverd.
Beschrijving van het apparaat
De Traffic Assist bestaat uit het basisapparaat Traffic Assist en de accessoires die worden meegeleverd.
De afzonderlijke onderdelen worden weergegeven onder:
• "Overzicht Traffic Assist" op pagina 12
Opmerking:
Het basisapparaat en de accessoires mo- gen niet worden geopend en op geen en- kele wijze worden gewijzigd.
Traffic Assist - basisapparaat
Het basistoestel bevat de gehele elektronic- ca:
- een geïntegreerde antenne,
- een TMC-ontvanger voor het ontvangen van verkeersmeldingen**,
- een touchscreen,
- een geïntegreerde luidspreker voor de weergave van navigatieaanwijzingen en telefoongesprekken*,
- een microfoon*.
Bovendien bevinden zich aan de zijkant van het apparaat diverse aansluitingen en interfaces.
Zie voor aanvullende gegevens:
- "Technische specificaties" op pagina 110

DE TRAFFIC ASSIST
→D
→ GB
→ F
→ |
→ E
→ P
→ NL
→ DK
→ S
→ N
→ FIN
→ TR
→ GR
→ PL
→ CZ
→ H
→ SK
Kabel voor voedingsspanning via sigarettenaansteker
Deze kabel maakt het mogelijk om het apparaat op de sigarettenaansteker van het voertuig aan te sluiten.
Eisen die aan de voedingsspanning worden gesteld zijn:
• gelijkstroom 12/24 volt 0,5 ampère
Accu
Na het ontladen van de geïntegreerde accu kan deze door het aansluiten van de Traffic Assist op de voeding weer worden opgeladen.
Daartoe sluit u het toestel via de auto-adapter op een 12/24 V-bus in de auto aan of via de optioneel verkrijgbare netsteker op het 230V-net aan.
Opmerking:
U kunt uw Traffic Assist via de meegeleverde laadkabel voor in de auto of via de optioneel verkrijgbare netsteker voor het stopcontact opladen.
Terwijl uw Traffic Assist met een pc verbonden is, wordt het toestel via de pc van stroom voorzien en verbruikt het toestel geen stroom van de accu.
Via de meegeleverde USB-verbindingskabel kan de Traffic Assist worden aangesloten op een pc met USB-interface. De 2GB-flashgeheugens van de Traffic Assist en een eventueel geplaatste micro-SD-kaart kunnen dan via de pc als een mobiele gegevensdrager worden gebruikt.
Apparaathouder
De Traffic Assist kan met behulp van de apparaathouder in het voertuig worden bevestigd.
Accessoires
Voeding stopcontact
Met deze voeding kunt u de Traffic Assist op een stopcontact aansluiten.
De eisen m.b.t. de voeding zijn:
- Wisselstroom
100-240 volt
0,3 ampère
50-60 hertz
DE TRAFFIC ASSIST

Aanwijzingen ten aanzien van de documentatie
Quick Start Guide
Voor een snelle inleiding tot de bedieningsopties van uw Traffic Assist verwijzen wij u naar de Quick Start Guide. In de Quick Start Guide vindt u nadere uitleg over de meest belangrijke basisfuncties van de Traffic Assist.
Bedieningshandleiding
Een uitvoerige beschrijving van de werking van de Traffic Assist vindt u in deze handleiding.
Registratie
U kunt zich laten registreren bij onze software-service.
U krijgt dan informatie over updates en ander nieuws.
U kunt zich laten registreren op de Becker-homepage www.mybecker.com.
„Software update“ vindt u op de pagina „SERVICE/SUPPORT“.
Reparatie
In geval van storingen mag het apparaat niet worden geopend. Neem contact op met uw leverancier.
Emissie en afvoer
Gegevens over emissies, elektromagnetische compatibiliteit en afvoer vindt u in "NORMEN EN RICHTLIJNEN" op pagina 111.
→ D
→ GB
→ F
→ |
→ E
→ P
→ NL
→ DK
→ S
→ N
→ FIN
→ TR
→ GR
→ PL
→ CZ
→ H
→ SK
→→→ OVERZICHT TRAFFIC ASSIST
→D
→ GB
→F
→1
→E
→P
→NL
→DK
→ S
→ N
→FIN
→TR
→GR
→ PL
→ CZ
→H
→ SK

Omvang levering
1 Traffic Assist - PND (Personal Navigation Device)
2 USB-verbindingskabel
3 Apparaathouder met draagplaat
4 Kabel voor voeding via de sigarettenaansteker (12/24 volt) met ingebouwde TMC-antenne*
OVERZICHT TRAFFIC ASSIST


Apparaatfront met bedienings- en weergave-elementen
1 Becker-toets

Drukken = in de meeste toepassingen de functie Terug Lang drukken = hoofdmenu oproepen
2 Touchscreen met gekozen hoofdmenu
3 Touchscreen-toets
indrukken = activeren van het desbetreffende
toetscommando
4 Microfoon*
→→→ OVERZICHT TRAFFIC ASSIST
→D
→ GB
→F
→1
→ E
→P
→NL
→DK
→5
→ N
→FIN
→TR
→GR
→ PL
→ CZ
→H
→ SK


Bovenkant van het toestel
1 De Traffic Assist in-/uitschakelen (stand-by)
Onderkant van het toestel
2 Sleuf voor micro-SD-kaart
3 Mini-USB-aansluiting/voedingsaansluiting
4 On/Off-schakelaar
ALGEMENE BEDIENING
Onderhoud en verzorging
Het toestel is onderhoudsvrij.
Ter verzorging kan een standaard reinigingsmiddel voor elektronische apparatuur met een vochtige, zachte doek worden aangebracht.
⚠ Gevaar!
Levensgevaar door elektrische schokken.
Schakel het toestel vóór het verzorgen van het toestel, de meegeleverde onderdelen en de accessoires altijd uit en verwijder de voeding.
Opmerkingen:
gebruik geen agressieve of schurende middelen of wislappen die het oppervlak bekrassen.
Het toestel mag niet met water in aanraking komen.
Uw mobiele navigatietoestel is met grote zorgvuldigheid ontwikkeld en moet ook zorgvuldig worden behandeld. Neem de onderstaande aanbevelingen in acht om zo veel mogelijk plezier aan uw mobiele navigatietoestel te beleven:
- Bescherm uw mobiel navigatiesysteem en de accessoires tegen vocht! Als het apparaat blootgesteld werd aan vocht, moet u het uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken. Laat het apparaat bij kamertemperatuur opdrogen.
- Gebruik en bewaar uw navigatietoestel niet in een stoffige of vuile omgeving.
-
Bewaar uw mobiele navigatietoestel niet in warme omgevingen. Hoge temperaturen kunnen de levensduur van elektronische onderdelen in uw toestel verkorten, accu's beschadigen en bepaalde kunststoffen vervormen of doen smelten.
-
Bewaar uw mobiele navigatietoestel niet in koude omgevingen. Wanneer het bij gebruik weer tot bedrijfstemperatuur opwarmt, kan er sprake zijn van interne condensvorming die schade aan de elektronische componenten toebrengt.
- Laat uw mobiele navigatietoestel niet vallen, stel het niet bloot aan schokken en schud het niet. Door ondeskundig behandelen kunt u componenten in het toestel beschadigen.
- Gebruik voor het reinigen nooit bijtende chemicaliën, reinigingsoplossingen of scherpe reinigingsmiddelen.
Alle instructies gelden navenant voor het mobiele navigatietoestel, de accu, de neten voertuiglaadadapter en alle accessoires. Neem contact op met uw dealer wanneer één van deze onderdelen niet goed functioneert.

ALGEMENE BEDIENING
→D
→ GB
→ F
→ |
→ E
→ P
→ NL
→ DK
→ S
→ N
→ FIN
→ TR
→ GR
→ PL
→ CZ
→ H
→ SK
Accukwaliteit
De capaciteit van de accu van uw mobiele navigatietoestel neemt bij elke laad-/ontlaadcyclus af. Ook kan de capaciteit als gevolg van ondeskundige opslag bij een te hoge of lage temperatuur langzamerhand afnemen. Op deze wijze kan de bedrijfstijd ook bij een volle accu aanzienlijk worden verkort.
In elk geval is de constructie van de accu zodanig dat deze ook na gebruik geduren- de 6 maanden na aankoop van uw mobiele navigatietoestel nog kan worden geladen en ontladen.
Displaykwaliteit
Bij uitzondering kunnen er door de specifieke technologie een paar puntjes (pixels) met een andere kleur op het display verschijnen. Ook kunnen sommige scherm-puntjes een lichter of donkerder kleur hebben. In deze gevallen is er echter geen sprake van gebreken.
Ingebruikname
Wanneer de Traffic Assist is uitgepakt en is gecontroleerd of het geheel vrij van schade is, kan het apparaat in gebruik worden genomen. De afzonderlijke stappen zijn:
• Voedingsspanning aansluiten
• Toestel inschakelen
- Voor antenneontvangst zorgen (indien navigatie gewenst)
Voedingsspanning
Opmerking:
U kunt uw Traffic Assist via de meegeleverde laadkabel voor in de auto of via de optioneel verkrijgbare netsteker voor het stopcontact opladen.
Terwijl uw Traffic Assist met een pc verbonden is, wordt het toestel via de pc van stroom voorzien en verbruikt het toestel geen stroom van de accu.
ALGEMENE BEDIENING
Voeding via accu's
De interne voeding wordt verzorgd via een ingebouwde accu. De accu is onderhoudsvrij en behoeft geen bijzondere verzorging.
Opmerking:
Bij een volledig ontladen accu kan het tot een minuut duren voordat het toestel weer kan worden ingeschakeld.
Opmerking:
Neem bij een defecte accu contact op met de dealer. Probeer de accu niet zelf uit te bouwen.
Aansluiten op de sigaretten- aansteker
Opmerking:
Als de sigarettenaansteker kort daarvoor gebruikt is en dus nog heet is, wacht u tot deze in zijn houder is afgekoeld.
De stroomvoorziening vanuit de auto-accu via de bijgeleverde kabel voor de sigarettenaansteker komt als volgt tot stand:
→ Pak de stekker van de aansluitkabel en schuif deze zonder veel kracht tot aan de aanslag in de aansluitbus van de Traffic Assist.

Door stroomvoorziening via de sigarettenaansteker wordt de accu van de auto bij uitgeschakelde motor langzaam ontladen.
Gebruik de Traffic Assist daarom niet gedurende langere tijd bij uitgeschakelde motor.

ALGEMENE BEDIENING
→D
→ GB
→ F
→ |
→ E
→ P
→ NL
→ DK
→ S
→ N
→ FIN
→ TR
→ GR
→ PL
→ CZ
→ H
→ SK
Aansluiten op het stopcontact
⚠ Levensgevaar!
Let crop dat u geen natte handen hebt en dat de voedingseenheid droog is. Sluit de voedingseenheid alleen op een hiervoor goedgekeurd stroomnet aan.
Stroomvoorziening tot stand brengen
Het toestel wordt via een netsteker als volgt op het openbare stroomnet aangesloten:
→ Pak de stekker en schuif deze zonder veel kracht tot aan de aanslag in de aansluitbus van de Traffic Assist.
→ Steek de netsteker in het stopcontact.
Opmerking:
Trek de netsteker uit het stopcontact als u de Traffic Assist lange tijd niet gebruik.
TMC-antenne\*
De meegeleverde TMC-antenne is in de voedingskabel geïntegreerd.
De TMC-antenne loopt bij levering parallel met de kabel voor de sigarettenaansteker.
Als het TMC-ontvangst niet voldoet, dient u de kabel van de TMC-antenne van de kabel voor de sigarettenaansteker te verwijderen. Met de meegeleverde zuignap kunt u de TMC-antenne dan aan de voorruit bevestigen.
Opmerking:
de TMC-antenne moet zo worden gelegd dat deze u tijdens het rijden niet hindert.
GPS-Antenne
Apparaatantenne
De GPS-antenne is in de behuizing geïntegreerd.
Opmerking:
De geïntegreerde GPS-antenne is slechts beperkt bruikbaar in auto's met zonwe-rende ruiten (opgedampt metaal of metaalfolie, te herkennen aan de opdruk SIGLA SOL, SIGLA CHROM, SIGLA, KOOL-OF, SUNGATE o.i.d.) en in auto's met fijnmazige verwarmingsdraden in de ruiten.
Geheugenkaart
Uw Traffic Assist beschikt over een sleuf voor een micro-SD-geheugenkaart. Omdat bij de Traffic Assist de kaartgegevens in een intern geheugen opgeslagen zijn, wordt de sleuf voor een micro-SD-geheugenkaart voor updates gebruikt. De geheugenkaart kan ook voor een uitbreiding van de kaartgegevens worden gebruikt.

De kaartsleuf bevindt zich aan de onderkant links van het toestel. Het kaartvak is voorzien van een verbediend vastklik- en uitwerpmechanisme.
Geheugenkaart plaatsen
→ Haal de Memory Card uit de verpakking zonder de contacten aan te raken en vuil te laten worden.
→ Pak de geheugenkaart zo vast dat de contacten in de richting van de achterkant van het apparaat wijzen.
→ Schuif de geheugenkaart in het kaart-vak.
→ Schuif de geheugenkaart met lichte druk in het kaartvak, waarna de kaart automatisch wordt vergrendeld.
De geheugenkaart verwijderen
Het kaartvak schuift de kaart zover naar buiten, dat u deze met twee vingers kunt beetpakken.
→ Druk met de vinger lichtjes tegen de veerdruk in tegen de geheugenkaart en laat gelijk los.
De kaart wordt naar buiten geschoven.
→ Trek de Memory Card eruit en leg deze in de verpakking zonder de contacten aan te raken.
Apparaathouder
De Traffic Assist kan met de apparaathouder rechtstreeks op de voorruit worden bevestigd.
Opmerking:
De Traffic Assist en de apparaathouder mogen niet gedurende langere tijd worden blootgesteld aan de rechtstreekse inwerking van zonnestralen. Binnentemperaturen van +70 C en hoger kunnen de onderdelen van de houder beschadigen.
→→→ ALGEMENE BEDIENING

① Zuignap
② Hendel
③ Voet
④ Klemschroef
⑤ Draagplaat
⑥ Ongrendelknop
De apparaathouder aanbren-gen
Opmerking:
Bevestig de toestelhouder zodanig dat deze uw zicht met gemonteerde Traffic Assist niet inperkt en zich niet in het activeringsgebied van de airbag bevindt.
U moet er op letten dat de elektrische aansluitkabel geen hinder oplevert voor het gebruik van de bedieningselementen van het voertuig.
Let er tevens op dat er voldoende ruimte overblijft om de Traffic Assist zonder problemen uit de houder te kunnen schuiven.
Reinig het bevestigingsvlak op de voorruit zodat het vetvrij en schoon is. Gebruik geen smerende, zeephoudende reinigingsmiddelen.
Op de voorruit
Met de zuignap kan de apparaathouder direct op de voorruit worden gemonteerd.
→ Leg de klemschroef bij gedemonteerde houder op de kogel van de voet ② Schuif daarna de draagplaat op de kogel en draai de klemschroef ④ets vast.
→ Zoek een geschikte plaats.
→ Druk de voet ② net de zuignap te-1 gen de voorruit. Draai de apparaathouder zodanig dat de draagplaat ongeveer in de gewenste kijkrichting staat.
→ Druk de hendel ③ naar onderen.
De houder heeft zich aan de voorruit vastgezogen. U kunt deze vervolgens precies afstellen. Om te verwijderen moet u de hendel weer gebruiken
ALGEMENE BEDIENING
Apparaathouder verstellen
→ Draai de klemschroeven 4los tot de draagplaat 5zonder veel kracht kan worden bewogen.
→ Zet de draagplaat ⑤ in de gewenste positie en houd de draagplaat in deze positie vast.
→ Draai de klemschroeven 4veer zodanig vast dat de Traffic Assist tijdens het rijden veilig vast blijft zitten.
Traffic Assist opstellen
→ Zet de Traffic Assist met het bevestigingspunt op de onderkant van de behuizing op de draagplaat ⑤
→ Druk de Traffic Assist zonder al te veel krachtsinspanning op de draagplaat ⑤ De Traffic Assist klikt vast.
Traffic Assist verwijderen
Druk op de knop aan de bovenkant van de draagplaat ⑤n verwijder de Traffic Assist met de vrije hand van de draagplaat.
Traffic Assist in-/uitschake- len
Met de On/Off-schakelaar ikunt u de Traffic Assist inschakelen of helemaal uitschakelen. Met behulp van de toets aan de bovenkant van de Traffic Assist kunt u het toestel in de slaapstand zetten of vanuit de slaapstand weer inschakelen.

→ Zet de On/Off-schakelaar aan de onderkant van het toestel op On.
→ Druk op de toets aan de bovenkant van de Traffic Assist.
Het toestel wordt ingeschakeld. Op het aanraakscherm verschijnt het logo van de fabrikant.

Als u de Traffic Assist voor de eerste keer start, wordt automatisch de taalkeuze weergeven.

Met de toetsen kunt in de desbetreffende pijlrichting in de lijstweergave bladeren.
→→→ ALGEMENE BEDIENING
→ Druk op het keuzeveld van de gewenste taal.
→ Bevestig uw keuze door de knop OK in te drukken.

→ Selecteer nu de gewenste spreker.
Opmerking:\*
Sprekers die met (TTS) worden aangeduid, ondersteunen de weergave van teksten via spraak (bijv. straten melden).
Er klinkt een korte voorbeeldaanwijzing.
→ Bevestig uw keuze door het indrukken van de toets OK.
Kort daarop verschijnt de volgende bood- schap:

→ Als u deze boodschap accepteert, drukt u op de knop OK
Opmerking:
De Traffic Assist mag uitsluitend volgens de desbetreffende nationale verkeerswetgeving worden gebruikt!
Uitschakelen
U kunt het apparaat op elk gewenst moment uitschakelen.
→ Druk op de toets aan de bovenkant van de Traffic Assist.
De Traffic Assist schakelt over naar de slaapstand.
→ Zet de On/Off-schakelaar aan de onderkant van het toestel op Off om de Traffic Assist helemaal uit te schakelen.
Opmerking:
Bij korte onderbrekingen (tot een week) in het gebruik raden wij u aan de Traffic Assist alleen in de slaapstand te zetten. De inschakeltijd wordt hierdoor aanzienlijk korter en de Traffic Assist satellicten die voor de navigatie noodzakelijk zijn, worden veel sneller gevonden. Als er bij een activeren van de slaapstand een navigatie actief was, gaat deze automatisch verder als de Traffic Assist binnen ca. 4 uur weer wordt ingeschakeld.
ALGEMENE BEDIENING
Het touchscreen
De Traffic Assist is voorzien van een tou- chscreen.

Opmerking:
Om het oppervlak van het display niet te beschadigen, mag dit alleen met de vingers of een stomp, niet smerend voorwerp worden aangeraakt.
Bediening
Als u een keuzeveld van het touchscreen aanraakt, verschijnt ter bevestiging van uw keuze kort een rood kader om dit keuzeveld.
Als een keuzeveld aanraakt dat momenteel niet actief is, klinkt een kort signaal.
Kalibrering
Indien het touchscreen onnauwkeurig reageert, bijv. wanneer de button alleen buiten het midden van de button op het indrukken met de vinger reageert, moet een kalibrering worden uitgevoerd. De kalibratiefunctie wordt vanuit het menu Instellingen gestart (zie ook pagina 102).
De menu's
Bij de bediening wordt u geholpen door middel van de verschillende menu's en het invoerscherm.
Het hoofdmenu
Het bovenste menuniveau is het hoofd- menu. Vanuit het hoofdmenu worden de afzonderlijke toepassingen opgestart.

In de desbetreffende hoofdstukken staat informatie ten aanzien van de afzonderlijke toepassingen.
Naast het opyragen van de diverse toepassingen ziet u in het hoofdmenu nadere informatie of nog meer bedieningsopties.

ALGEMENE BEDIENING
→D
→GB
→F
→1
→E
→P
→NL
→DK
→ S
→ N
→FIN
→TR
→GR
→ PL
→ CZ
→H
→ SK
*Op het symbool van knop Telefoon ziet u of er al een telefoon verbonden is.

①

②
① Telefoon verbonden
② Telefoonniet verbonden
Links op de knop Bestemming selecteren geeft een satellietsymbool aan of er momenteel GPS-ontvangst is.

①

②
① GPS-ontvangst beschikbaar
② GPS-ontvangst niet beschikbaar
Als er al een navigatie actief is, verschijnt tussen de beide knoppenrijen het huidige bestemmingsadres en een knop voor het afbreken van de navigatie.

Druk op de toets Ⓤom rechtstreeks in het hoofdmenu de navigatie naar de getoonde bestemming af te breken.
Invoeren met behulp van het invoermenu
In enkele toepassingen is het invoeren met behulp van het invoermenu noodzakelijk. Het invoermenu wordt net als een toetsenbord bediend.

In de bovenste schrijfregel geeft het invoermenu de via het toetsenbord ingevoerde tekens aan. Het middengebied dient voor het invoeren van de tekens. In de onderste regel worden de hulpfuncties aangegeven. Hieronder wordt het gebruik beschreven.
ALGEMENE BEDIENING
Tekens invoeren
De tekens worden door het indrukken van de toetsen in het middengebied ingevoerd.

Nadat de invoer is beeindigd, wordt deze met behulp van de toets afgesloten en voor bewerking aan de Traffic Assist doorgegeven.
Bij de invoer van de navigatiebestemming vergelijkt de Traffic Assist de gegevens met het databestand.
U kunt steeds alleen kiezen uit de op dat moment mogelijke letters.
Tekens die u niet kunt kiezen, worden met een lichtere kleur weergegeven.
Voorstellen overnemen
Bij de invoer worden doo Assist in de bovenste regel voorstellen gedaan.
Bij de voorstellen wordt rekening gehouden met uw gebruiksgewoonten. Als u bijvoorbeeld vaker de stad Hamburg invoert, verschijnt na invoer van de letter 'H' automatisch het voorstel 'Hamburg'. Als u niet eerder een stad met de ingevoerde letter hebt gebruikt, worden steden/plaatsen die overeenkomen met de invoer als voorstel weergegeven.

→ Druk naar keuze op het invoerveld of op de toets on het voorstel over te nemen.
In de lijsten bladeren
Indien aT enkelf letters van de gewenste keuze zijn ingevoerd, kunt u met behulp van de keuzelijst alle bestemmingen met de in aanmerking komende lettercombinaties laten weergeven.

→ Om de keuzelijst te kunnen openen moet u de toets indrukken.
Opmerking:
Het aantal keuzemogelijkheden wordt door het getal op de knop weergegeven. Bij meer dan 300 mogelijkheden worden het precieze aantal niet weergegeven.
Alleen de vermeldingen die de al ingevoerde letters bevatten, worden weergegeven. De ingevoerde letters zijn bij de aparte vermeldingen rood gekleurd.

ALGEMENE BEDIENING
→D
→ GB
→F
→1
→ E
→P
→NL
→DK
→ S
→ N
→FIN
→TR
→GR
→ PL
→ CZ
→H
→ SK
De keuzelijst verschijnt.

→ Druk op de pijltjestoetsen op de rechter beeldschermrand om door de lijst te bladeren.
→ Klik de gewenste bestemming aan.
De bestemming wordt overgenomen en
de keuzelijst wordt gesloten.
Speciale tekens en trema's
Tijdens het invoeren van plaats- of straatnamen hoeft u geen speciale tekens en trema's in te voeren. De Traffic Assist wijzigt indien nodig de invoer in AE, OE en UE.
→ Als u bijvoorbeeld de plaats 'Würzburg' zoekt, typt u 'WUERZBURG' of 'WURZBURG'.
Speciale tekens kunnen bij het benoemen van bestemmingen en routes nuttig zijn.

→ Druk op de knop met het pijltje om naar het toetsenbord voor speciale tekens te gaan.
Het toetsenbord voor speciale tekens verschijnt.

→ Voer het gewenste speciale teken in. Na het invoeren van een teken verschijnt automatisch het normale invoermenu op de Traffic Assist.
Druk op de toets met het pijltje om het toetsenbord voor speciale tekens af te sluiten zonder een teken in te voeren.
Andere tekensets
Voor het toetsenbord van de Traffic Assist kunnen diverse tekensets worden ingesteld.

→ Druk steeds op de knop met het pijltje totdat de gewenste tekenset is ingesteld.
ALGEMENE BEDIENING
Cijfers invoeren
Ga voor het invoeren van cijfers naar het cijfertoetsenbord.
→ Druk op de toets .123 Het cijfertoetsenbord verschijnt.

→ Druk op de knop met het pijltje om weer letters te kunnen invoeren.
Omschakeling hoofdletters/kleine let- ters
Bij het invoeren van vrije tekst kan tussen hoofdletters, kleine letters en de automatische functie worden geschakeld.

→ Druk steeds rechtsboven op het display totdat de gewenste invoerwijze geactiveerd is.
Het opschrift van de knop geeft de invoerwijze aan.
- De knop staar voor de automatische modus. Dit betekent dat de eerste letter automatisch een hoofdletter wordt en alle letters erna kleine letters worden.
- De toets staat voor het invoeren van hoofdletters.
- De toets staat voor het invoeren van kleine letters.
Tekens wissen
Om het laatst ingevoerde teken te kunnen wissen moet de backspace-toets worden ingedrukt.

→ Om het teken links van de cursor te kunnen wissen, moet u de toets in-drukken.
Spatie invoegen
Wanneer twee woorden, bijv. bij namen van steden, moeten worden ingevoerd, moeten deze door middel van een spatie van elkaar worden gescheiden.

→ Om een spatie in te kunnen voegen moet u de toets indrukken.

ALGEMENE BEDIENING
→D
→ GB
→ F
→ |
→ E
→ P
→ NL
→ DK
→ S
→ N
→ FIN
→ TR
→ GR
→ PL
→ CZ
→ H
→ SK
De Becker-toets
De toets is in de hoek linksonder van de behuizing geïntegreerd.

Deze heeft verschillende functies:
- Afhankelijk van de menucontext zorgt de toets bij kortstondig indrukken voor de terugkeer naar een voorgaand invoerscherm.
- Door lang te drukken, wordt het hoofd-menu weergegeven.
Content Manager
De Content Manager is een pc-toepassing die een aantal belangrijke functies biedt om de content te beheren op uw Traffic Assist.
Met de Content Manager kunt u:
- Op de Traffic Assist opgeslagen content back-uppen op uw pc en later op uw Traffic Assist herstellen,
- Content die op de DVD is opgeslagen, installeren,
- Actuele content van het internet downloaden en op de Traffic Assist installeren.
Om de Content Manager te gebruiken hebt u de bijgeleverde USB-kabel nodig en een pc die voldoet aan deze minimumvereisten.
| Minimum | |
| Besturingssysteem Windows XP | |
| Processor 300 MHz | klokfrequentie |
| RAM-geheugen 256 MB | |
| Vrij geheugen 2 G B | |
Content Manager installeren
Volg onderstaande stappen om de Content Manager op uw pc te installeren:
→ Plaats de DVD met de Content Manager in het DVD-station van uw pc.
→ Als de DVD niet automatisch wordt gestart, gaat u naar de map „CONTENTMANAGER“ en start u het bestand „BECKERCMSETUP.EXE“.
→ Selecteer een taal uit de lijst en klik vervolgens op OK.
→ Lees de welkomsttekst en klik op Vol-gende om door te gaan.
→ Selecteer de installatiemap. Een standaard installatiemap wordt voorgesteld. Om een andere map te selecteren geeft u het pad in of klikt u op Bladeren en bepaalt u een andere map.
ALGEMENE BEDIENING
→ Klik op Installeren om het kopieerproces te starten. Klik op Details weergeven om tijdens het kopieerproces de details te bekijken.
De Content Manager wordt meteen na het installeren automatisch gestart. Verwijder het vinkje uit het aankruisvakje als u dit niet wilt.
Het installatieproces is voltooid.
→ Klik op Voltooien om het installatieproces te beeindigen.
Content Manager starten
Voer deze stappen uit om de Content Manager te starten:
→ Sluit de bijgeleverde USB-kabel aan op de USB-poort van de Traffic Assist en op een USB-aansluiting van de computer.

→ Zet de Traffic Assist aan met de toets

Opmerking:
Wanneer u de Becker Traffic Assist de eerste keer aansluit op de pc, worden de nodige stuurprogramma's geïnstalleerd. Daarna verschijnt het bericht dat uw apparaat gebruiksklaar is.
Even later wordt de Traffic Assist als mobiele gegevensdrager op de computer weergegeven.
→ Klik op de computer op Start > Alle programma's.
→ Selecteer Becker.
→ Klik op Content Manager.
Wanneer de Content Manager wordt gestart, voert het programma enkele stappen uit voordat u de content van de navigatiesoftware kunt beheren.
Bij iedere oproep wordt verbinding gemaakt met het internet om na te gaan of een recentere versie van de Content Manager beschikbaar is. Wanneer een nieuwe softwareversie wordt gevonden, stelt de Contant Manager voor deze te installeren. Wij adviseren de upgrades te installeren zodra deze beschikbaar zijn. Wanneer een nieuwe softwareversie wordt gevonden, kunt u een van deze opties kiezen:
- K l i kJaop de nieuwe softwareversie te accepteren. De nieuwe versie wordt gedownload en geïnstalleerd voordat u de Content Manager kunt gebruiken.
- K I i kNeepom de Content Manager te starten met de geïnstalleerde oudere versie.
- Wanneer de nieuwe versie een belangrijke upgrade bevat, wordt in plaats van Nee de optie Sluiten weergegeven. U moet dus ofwel de nieuwe versie installeren ofwel de toepassing afsluiten.
Wanneer u de DVD in het DVD-station van uw pc plaatst, leest en catalogiseert de Content Manager automatisch de content van de DVD voor zover deze nog niet werd toegevoegd aan de lijst van contents. Als u nog geen back-up hebt gemaakt van het navigatieapparaat, vraagt de Content Manager bij iedere start of u een volledige of gedeeltelijke back-up wilt maken.
Opmerking:
We adviseren in ieder geval een back-up te maken. Alleen dan kunt u de content herstellen als er gegevens zijn verloren.
Bij storingen
Storingen in het besturingssysteem of in het apparaat worden overeenkomstig weergegeven. Als de gewenste functie vervolgens niet kan worden uitgevoerd, moet u de Traffic Assist met de On/Off-schakelaar opnieuw starten.
Indien de meldingen terugkeren of het apparaat door andere oorzaken niet goed werkt, verzoeken wij u om contact op te nemen met uw leverancier.
U kunt ook op de homepage van Becker op www.mybecker.com onder Support bij de veelgestelde vragen een oplossing voor uw probleem proberen te vinden.
Opmerking:
Probeer nooit het toestel zelf te openen. Neem contact op met uw dealer wanneer u de opgetreden storingen niet zelf kunt verhelpen.
GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
Wat is navigatie?
Onder navigatie (lat. navigare = op zee varen) verstaat men in het algemeen de plaatsbepaling van een voer- of vaartuig, de bepaling van richting en afstand ten opzichte van de gewenste bestemming, en het vaststellen van de route en het begeleiden naar de bestemming. Als navigatie-hulpmiddelen worden o. a. sterren, markante punten, kompas en satellieten gebruikt.
Bij de Traffic Assist zorgt de GPS-ontvanger voor de plaatsbepaling. Het Global Positioning System (GPS) is in de jaren 70 ontwikkeld door het Amerikaanse leger als wapenrichtmiddel.
GPS is gebaseerd op de ontvangst van signalen van in totaal 24 satellieten die de aarde banen omcirkelen en daarbij signalen uitzenden. De GPS-ontvanger vangt de signalen op en berekent uit de looptijden de afstand tot iedere satelliet afzonderlijk. Daaruit is dan weer de actuele geografische positie te bepalen.
Voor de positiebepaling zijn de signalen van ten minste drie satellieten nodig. Als er vier signalen beschikbaar zijn, kan ook de hoogte boven de zeespiegel worden vastgesteld.
De Traffic Assist bepaalt de richting en afstand tot de bestemming met behulp van de navigatiecomputer en een digitale wegenkaart in het interne geheugen.
Om veiligheidsredenen vindt de navigatievoornamelijk door verbale aanwijzingen plaats. Ter ondersteuning dienen de richtingspijl en de kaartweergave op het touchscreen.
⚠️ Veiligheidsvoorschriften
- De geldende verkeersregels zijn te allen tijde bepalend. Het navigatiesysteem is maar een hulpmiddel, in sommige gevallen kunnen de gegevens onjuist zijn. De bestuurder moet in elke situatie zelf besluiten of hij de gegevens betrouwbaar vindt.
Wij zijn in geen geval aansprakelijk voor onjuiste gegevens in het navigatie-systeem. - Bij de eerste inbedrijfstelling kan het bepalen van een positie zo'n 30 minu- ten in beslag nemen.
- Verkeersborden en plaatselijke verkeersvoorschriften hebben altijd prioriteit.
- De verkeersgeleiding geldt alleen voor personenauto's. Er is geen rekening gehouden met specifieke aanbevelingen over de route en voorschriften voor andere voertuigen (b. v. bedrijfswagens).
- De plaats van bestemming mag alleen worden ingevoerd als de wagen stilstaat.
→→→ GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
Navigatie kiezen
De navigatiemodus wordt uit het hoofd- menu opgeroepen.

→ Druk in het hoofdmenu op Bestemming selecteren.
De snelkoppeling Telefoon verschijnt.
Opmerking:
Wanneer tussen de beide rijen toetsen een adres wordt weergegeven, betekent dit dat voordien reeds een navigatie naar het vermelde adres werd gestart.
De snelkoppeling
In de snelkoppeling worden de laatste bestemmingen en de opgeslagen bestemmingen weergegeven en kunt u deze rechtstreeks kiezen. Ook kan via de snelkoppeling het menu Bestemmingen invoeren worden opgeroepen.

Snelkoppeling opvragen
In de snelle toegang wordt op de bovenste regel de toets Bestemming invoeren voor het opvragen van het menu Bestemming invoeren weergegeven.
Op de tweede regel kunt u de navigatie naar het thuisadres starten, als u deze al hebt ingevoerd.
Het overzicht bestemmingen met de laatst bereikte en opgeslagen bestemmingen verschijnt in de onderliggende regels.
Het overzicht bestemmingen
Het overzicht bestemmingen bevat regelsgewijs alle beschikbare bestemmingen die u snel kunt kiezen. Op de eerste regel kunt u de navigatie naar het thuisadres starten, als u deze al hebt ingevoerd.
Elke regel van het overzicht bestemmingen is in twee velden opgedeeld. Elk lijstveld is als toets weergegeven. Op de rechtertoets wordt de bestemming weergegeven en met het linkerpictogram worden de eigenschappen ervan weergegeven.
Opmerking:
In de bestemmingenlijst worden automatisch de max. laatste 200 bestemmingen opgeslagen. Als het geheugen vol is, wordt voor een nieuwe bestemming de oudste automatisch gewist. Echter, belangrijke bestemmingen kunnen worden beveiligd.
Als u het thuisadres selecteert en deze nog niet werd gedefinieerd, wordt u gevraagd het adres in te voeren.
GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
Gebruikte pictogrammen
In het overzicht bestemmingen worden de volgende pictogrammen gebruikt.
| Pictogram | Betekenis |
| [w8YW] | Deze bestemming is een standaardbestemming zonder bijzonderheden. |
![]() | Deze bestemming is beveiligd.Als het bestemmingengeheugen vol is, wordt deze bestemming niet automatisch gewist.U kunt dit indien gewensthandmatig doen.Bij een beveiligde vermelding kunt u de positie ook in de snelkoppeling vastleggen. |
![]() | Deze bestemming is het huidige thuisadres. |
Snelkoppeling bedienen
Met aanwezige bestemming starten.
De bestemmingen in de snelkoppeling verschijnen in de bestemmingenlijst.
→ Druk op de toets met de gewenste bestemming om de routeberekening te starten.
De berekening wordt gestart.
Na het berekenen verschijnt de kaartweergave en begint de navigatie.
In het bestemmingsgeheugen bladeren
Met de toets en kunt in de desbetreffende pijlrichting in de lijstweergave bladeren.
Bestemming weergeven of bewerken
Elke bestemming in de snelkoppeling kan worden weergegeven of bewerkt.
→ Druk op het toets enpaneel links naast de gewenste bestemming.
→ Op het display verschijnt een keuzeme-
nu.

| Keuze Betekenis | |
| Details weer-geven | De gegevens m.b.t. de bestemming worden weerge-geven. Via dit scherm kunt u de bestemming op de kaart weergeven, de route weergeven of de navigatie starten. |
| Naaminvoer | De naam van de bestem- ming kan worden gewijzigd. De bestemming wordt automatisch beveiligd als deze een naam heeft. |
→→→ GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
| Keuze Betekenis | |
| Invoer wissen | De bestemming wordt uit de snelkoppeling gewist. |
| Invoer bevei-ligen | De bestemming wordt te-gen automatisch wissen beveiligd. Deze functie is alleen bij onbeveiligde be-stemmingen beschikbaar. |
| Beveil. ophef-fen | De beveiliging van de be-stemming wordt ongedaan gemaakt. Deze functie is alleen bij beveiligde be-stemmingen beschikbaar. |
| Omhoog De bestemming wordt een positie naar voren verscho-ven. De bestemming wordt automatisch bevei-ligd als deze wordt ver-plaatst. | |
| Omlaag De bestemming wordt een positie naar achteren ver-schoven. De bestemming wordt automatisch bevei-ligd als deze wordt ver-plaatst. | |
| Alle invoer wissen | Alle bestemmingen (met uitzondering van de bevei-ligde bestemmingen en het huisadres) worden uit de lijst gewist. |
Huisadres
Als u de knop Thuis indrukt, wordt u, als er nog geen huisadres is ingevoerd, verzocht een adres in te voeren.

→ Druk Ja lang in om het adres in te voeren.
U kunt dan, zoals onder 'Het menu Bestemmingen invoeren' op pagina 34 beschreven een bestemming invoeren.
Opmerking:
Ook kunt u gebruikmaken van de menuopties Huidige positie instellen en Uit laatste best. selecteren (snelkoppeling) om de bestemming te kiezen.
Menu Bestemming invoeren oproepen
Met de toets Bestemming invoeren kunt u het menu voor het invoeren van de bestemming oproepen.
• Zie 'Het menu Bestemmingen invoeren' op pagina 34.
Het menu Bestemmingen in- voeren
Als geen snelkeuze van een bestemming gewenst is of de geplande bestemming nog niet in de snelkoppeling staat, kunt u via het menu Bestemmingen invoeren een nieuwe bestemming bepalen.

→ Druk in de snelle toegang op de toe Bestemming invoeren op de bovenste beeldschermrand.
Op het display verschijnt het menu Bestemming invoeren.

GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
Structuur van het menu Bestemming invoeren
Adres invoeren
Met de toets Adres invoeren worden de verschillende stappen van het kiezen van een adres tot aan het starten van de navigatie mogelijk gemaakt.
• Zie 'Bestemming invoeren' op pagina 35.
POI selecteren
Met de toets POI selecteren kunt u een bijzondere bestemming als b. v. vliegvelden en veerhavens, restaurants, hotels, tankstations of openbare instellingen selecteren en een navigatie erheen starten.
• Zie 'Bijzondere bestemmingen' op pagina 41.
Persoonlijke bestemmingen
Met de toets Persoonlijke bestemmingen kunt u in de Traffic Assist geïmporteerde bijzondere bestemmingen van Google™ oproepen en de navigatie naar deze bestemmingen starten.
- Zie 'Bestemming uit Persoonlijke bestemmingen selecteren' op pagina 44.
Contacten
Met de toets Contacten kunt u in de Traffic Assist geïmporteerde contactpersonen van Microsoft® Outlook® oproepen en de navigatie naar het opgegeven adres van deze contactpersonen starten.
- Zie 'Bestemming uit Contacten selecteren' op pagina 45.
Op kaart selecteren
Met de toets Op kaart selecteren kunt u direct op de kaart een bestemming kiezen en een navigatie erheen starten.
- Zie 'Bestemming vanuit de kaart selecteren' op pagina 49.
Geo-coördinaten invoeren
Via de toets Geo-coördinaten invoeren kunt u de geografische coördinaten voor een bestemming invoeren en de navigatie naar deze bestemming starten.
• Zie 'Coördinaten invoeren' op pagina 50.
Route plannen
Met de toets Route plannen kunt u een route met meerdere tussenstops plannen.
• Zie 'Route plannen' op pagina 46.
Bestemming invoeren
Vanuit het menu Bestemming invoeren wordt met de toets Adres invoeren het menu voor het invoeren van een adres geopend.

→ Druk in het menu Bestemmingen invoeren op het keuzeveld Adres invoeren.
Het menu voor het invoeren van adressen verschijnt.

Opmerking:
Door het indrukken van toets Form. wis. (rechtsboven) kunt u alle ingevoerde gegevens tot en met het land wissen.
→→→ GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
Land kiezen
Met het veld voor het land van bestemming kunt u de beschikbare landen kiezen. Na het kiezen van een land wordt dit automatisch in het menu voor het invoeren van adressen overgenomen. Als er al een land van bestemming is opgegeven, blijft dit behouden totdat u een ander land kiest.
Opmerking:
Door indrukken van de toets naast het land kunt u landspecifieke informatie, zoals bijv. de toegestane maximumsnelheid, voor het ingestelde land weergeven.

→ Druk op de toets met het land van bestemming om naar het landenoverzicht te gaan. De keuzelijst verschijnt.

→ Druk op de toets van het gewenste land.
Opmerking:
Druk indien gewenst op de pijltoets en rechts om door alle beschikbare landen te bladeren.
Adres kiezen en routebegeleiding starten
In het menu Adres invoeren kunt u het precieze adres van bestemming invoeren.

In het menu Adres invoeren kunt u het volgende instellen:
-plaats
- postcode
- straat en huisnummer
- dwarsstraten ter orientatie
Ook kunt u:
- Een bijzondere bestemming in de omgeving van het ingevoerde adres zoeken (POI zoeken). Het invoeren verloopt zoals onder 'Bijzondere bestemming bij een adres' op pagina 42 beschreven.
- De bestemming in de snelkoppeling opslaan.
- De route op de kaart laten weergeven.
- Direct met de navigatie starten.
GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
Plaats selecteren
De opgave van de plaats van bestemming kan plaatsvinden via de naam of via de postcode.
Tijdens het invoeren van de letters van een plaats geeft de Traffic Assist voorstellen weer (zie 'Voorstellen overnemen' op pagina 25). Als u het voorstel niet wilt overnemen, voert u simpelweg de andere letters van de gewenste plaatsnaam in.
De Traffic Assist verbiedt alle onmogelijke lettercombinaties en postcodes en activeert alleen letters resp. cijfers die behoren bij een bestaande plaatsnaam resp. postcode.
→ Kies tussen het invoeren van de plaatsnaam of de postcode.

→ Voer achter elkaar de letters van de plaatsnaam van bestemming of de cijfers van de postcode in.
Opmerking:
Scheid twee in te voeren woorden met het teken -
Na het invoeren van voldoende letters verschijnt er automatisch een lijst waarin u de plaatsnaam kunt kiezen. U kunt echter ook al eerder naar de lijst gaan door op de toets >300 te drukken.
Opmerking:
Na het invoeren van een postcode verdwijnt in het invoermenu eerst de naam van de plaats. Voer vervolgens de straatnaam in. Vervolgens verschijnt dan ook de plaatsnaam.
De lijst met plaatsnamen gebruiken
Als er al een paar letters van de gewenste plaatsnaam zijn ingevoerd, kunt u via een lijst alle plaatsnamen met de desbetreffende lettercombinaties laten weergeven of verschijnt deze lijst automatisch.
→ Druk op de toets >rechts om de lijst op te vragen.

Met de toets en kunt in de lijst op het scherm bladeren.
→ Druk op het keuzeveld van de gewenste plaatsnaam.
→→→ GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
Straat selecteren
In de menuoptie Straat kunnen, via een letter- en cijferveld, de straatnaam en het huisnummer afzonderlijk worden ingevoerd.
De Traffic Assist verbiedt alle onmogelijke lettercombinaties en activeert alleen nog lettervelden die behoren bij een bestaande straatnaam.
Een huisnummer kunt u pas na het kiezen van de straatnaam selecteren en als de gegevens huisnummers bevatten.
→ Druk achtereenvolgens op de letters van de straatnaam van bestemming.
Na het invoeren van voldoende letters verschijnt er automatisch een lijst waarin u de straatnaam kunt kiezen. U kunt echter ook al eerder naar de lijst gaan door op de toets te drukken.
De lijst met straatnamen gebruiken
Als er al een paar letters van de gewenste straatnaam zijn ingevoerd, kunt u via een lijst alle straatnamen met de desbetreffende lettercombinaties laten weergeven of verschijnt deze lijst automatisch.
→ Druk op de toetsrechts om het straatnamenoverzicht op te vragen.

Met de toets en kunt u in de lijst op het scherm bladeren.
→ Druk op het keuzeveld met de gewenste straatnaam.
Kruispunt kiezen
Nadat u de plaats en straat van bestemming hebt ingevoerd, kunt u ter verdere aanvulling een dwarsstraat invoeren.
Opmerking:
In plaats van de dwarsstraat kunt u ook een huisnummer invoeren, maar beide tegelijkertijd is niet mogelijk.
→ Druk op de toets Kruispunt.
Het invoermenu voor de naam van de dwarsstraat verschijnt.
→ Voer de gewenste naam van de dwars-
straat in.
Na het invoeren van de eerste letters van de straatnaam verschijnt er automatisch een lijst.
→ Druk op het keuzeveld met de gewenste straatnaam.
GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
Het huisnummer kiezen
Nadat u de plaats en straatnaam van bestemming hebt ingevoerd, kunt u ter verdere aanvulling een huisnummer invoeren.
Opmerking:
In plaats van het huisnummer kunt u ook een dwarsstraat invoeren, maar beide tegelijkertijd is niet mogelijk.
→ Druk op de toets Nr.
Het invoermenu voor het huisnummer
verschijnt.
→ Voer het huisnummer in en druk ver-
volgens op .OK
Route weergeven
Na het invoeren va het adres kunt u in het menu Adres invoeren de route naar de bestemming op de kaart laten verschijnen.
→ Druk op toets Route wrg. om de route op de kaart weer te geven.
De route wordt berekend.

Via de toets Start kunt u de navigatie ook rechtstreeks vanuit dit scherm starten.
Voor de andere bedieningsopties voor dit scherm verwijzen wij u naar 'Gehele route weergeven' op pagina 80.
Bestemming opslaan
In het menu Adres invoeren opent u via het veld Opslaan een invoermenu om een naam voor de ingevoerde bestemming in te voeren.
Als de gewenste naam is opgegeven en met is overgenomen, wordt deze bestemming overgebracht naar de snelkoppeling en daar beveiligd.
Navigatie starten
Met de toets Start kunt u de navigatie starten.
Alle tot nu toe ingevoerde gegevens worden bij het berekenen van de route verwerkt.
→ Druk op de toets Start om de navigatie te starten.

De route wordt berekend. Vervolgens verschijnt de kaartweergave en begint de navigatie.
→→→ GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
Opmerking:
Door de symbolen boven de statusbalk wordt op eventueel door u geactiveerde beperkingen (bijv. onverharde wegen, tolwegen) gewezen.
*Het symbool - raast de statusbalk geeft aan dat de onder 'De toets Routeopties' op pagina 53 beschreven tijdafhankelijke navigatie geactiveerd is.
Als er al een navigatie wordt uitgevoerd wordt u gevraagd of de nieuwe bestemming de oude bestemming moet vervangen of dat de nieuwe bestemming als tussenstop moet worden gebruikt.

→ Kies tussen Toev. als tus.stop of Oude best. verv..
Als er al een navigatie wordt uitgevoerd en als er ook al een tussenstop is ingevoerd, wordt u gevraagd of de nieuwe bestemming de oude bestemming moet vervangen.

→ Kies tussen Tussenstop verv of Oude best. verv..
Opmerking:
Als er ten tijde van de routeberekening geen GPS-signaal beschikbaar is, verschijnt de volgende melding.

Als het GPS-signaal beschikbaar is, wordt de routeberekening automatisch gestart. Door het indrukken van Laatste pos. wordt de laatst bekende positie gebruikt en wordt de route vanaf deze positie berekend.
GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
Bijzondere bestemmingen
Bijzondere bestemmingen, of kortweg ook POI (Point of Interest) genannt, staan op de kaart en kunnen daar worden weergegeven. Bijzondere bestemmingen zijn o.a. vliegvelden en veerhavens, restaurants, hotels, tankstations of openbare instellingen. U kunt bijzondere bestemmingen als bestemming voor navigatie invoeren.
Opmerking:
Bijzondere bestemmingen uit de huidige omgeving zijn alleen een optie als er voldoende GPS-ontvangst voor de positiebepaling is. Anders wordt de laatst opgeslagen positie gebruikt.
→ Druk in de snelkoppeling op Bestemming invoeren.

→ Druk op de toets POI selecteren.

U kunt kiezen tussen:
- een bijzondere bestemming in de omgeving,:
- een bijzondere bestemming bij een adres,
- een bijzondere bestemming bij de bestemming en
- rechtstreeks een bijzondere bestemming invoeren.
Bijzondere bestemming in de omgeving → Druk op POI nabij.

Met de pijltjestoets en kunt u in de lijst op het scherm bladeren.
→ Kies een van de beschikbare categoreen.
Opmerking:
U kunt ook op Alle categ. drukken. Daarna verschijnt er een invoermenu en u kunt rechtstreeks de naam van een bijzondere bestemming invoeren en bevestigen.
Bij sommige categorieën, bijv. tankstation, verschijnt er nog een keuzemenu waarin u een nadere inperking, bijv. op merk, kunt invoeren.
Na het kiezen van de categorie verschijnen nu de in de huidige omgeving beschikbare bijzondere bestemmingen van de desbetreffende categorie.

Voor elke vermelding verschijnen de aan- duiding, de hemelsbrede afstand en het adres.
→→→ GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
→ Selecteer de gewenste bijzondere bestemming.

Er verschijnt nu informatie m.b.t. de ge- kozen bestemming.
→ Druk op de toetsStart om de navigatie naar de bijzondere bestemming meteen te starten.
U kunt echter ook:
- de geselecteerde bijzondere bestemming weergeven op de kaart (Op kaart),
- de geselecteerde bijzondere bestemming in de snelkoppeling opslaan (Opslaan),
- de route naar de bijzondere bestemming laten weergeven (Route wrg.),
- *bellen als een telefoon verbonden is en het telefoonnummer beschikbaar is, door op de toets met het symbool te drukken.
Bijzondere bestemming bij een adres → Druk op POI's bij locatie.

→ Selecteer het gewenste land.
→ Geef in het veld Stad of Pcode de plaatsnaam op waarin u naar een bijzondere bestemming wilt zoeken.
Opmerking:
Als u al eerdere een adres hebt ingevoerd, verschijnt dit adres al meteen.
→ Druk op POI zoeken.
→ Druk op Categorie selecteren.
Opmerking:
U kunt ook op POI selecteren drukken. Daarna verschijnt er een invoermenu en u kunt rechtstreeks de naam van een bijzondere bestemming invoeren en bevestigen.
De beschikbare categorieën bijzondere bestemmingen voor de ingevoerde plaatsnaam verschijnen.
→ Kies zoals onder 'Bijzondere bestemming in de omgeving' op pagina 41 beschreven de gewenste bijzondere bestemming.

→ Druk op de toets Start om de navigatie naar de bijzondere bestemming meteen te starten.
U kunt de gekozen bijzondere bestemming echter ook in de snelkoppeling opslaan (Opslaan) of de route naar de bijzondere bestemming laten weergeven (Route wrg.).
Door indrukken van de toets naast de gewenste bijzondere bestemming kunt u de extra beschikbare informatie m.b.t. de bestemming weergeven.
GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
Bijzondere bestemming in de omgeving van de bestemming
→ Druk op POI nabij.

De beschikbare categorieën bij de bestemming verschijnen.
→ Kies zoals onder 'Bijzondere bestemming in de omgeving' op pagina 41 beschreven de gewenste bijzondere bestemming.
Bijzondere bestemming rechtstreeks invoeren
→ Druk op POI's op naam zoeken.

→ Voer de gewenste bijzondere bestemming of een deel van de naam in.
→ Druk op de toets OK De Traffic Assist toont in een lijst alle bijzondere bestemmingen die met de ingevoerde naam overeenkomen in een lijst.
Opmerking:
De zoekradius is beperkt tot 50 kilometer rondom de huidige positie.
→ Selecteer de gewenste bestemming in de lijst.

Er verschijnt nu nadere informatie m.b.t. de gekozen bestemming.
→ Druk op de toetsStart om de navigatie naar de bijzondere bestemming meteen te starten.
U kunt de gekozen bijzondere bestemming echter ook op de kaart laten verschijnen (Op kaart), in de snelkoppeling opslaan (Opslaan) of de route naar de bijzondere bestemming laten weergeven (Route wrg.).
Telefoonnummers van bijzondere bestemmingen bellen\*
U kunt telefoonnummers die in de informatie over een bijzondere bestemming worden vermeld, direct bellen.
Voorwaarde hiervoor is dat een mobiele telefoon via Bluetooth met de Traffic Assist verbonden is.

→ Druk in de informatie over de bijzondere bestemming op de toets met het symbool in het onderste gedeelte.
Het nummer wordt gebeld.
*Geldt alleen voor de Traffic Assist Z116
→→→ GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
Aanvullende informatie over bijzondere bestemmingen
Als een bijzondere bestemming aanvullende informatie bevat, kunt u deze informatie laten weergeven.

Druk in de informatie over de bijz bestemming op de toets Meer in het onderste gedeelte om de aanvullende informatie op te roepen.

Met de weergegeven pijltjestoetsen kunt u in de tekst op het scherm bladeren.
Bestemming uit Persoonlijke bestemmingen selecteren
U kunt in de Traffic Assist geïmporteerde bijzondere bestemmingen van Google™ oproepen en de navigatie naar deze bestemmingen starten.
Opmerking:
Voor het bekijken van speciale eigen Google™ bestemmingen moeten de Google™ KML-bestanden in de directory iGO8\content\userdata\mydest van der Traffic Assist worden opgeslagen.
→ Druk in de snelkoppeling op de Bestemming invoeren.

→ Druk op de toets Persoonlijke bestemmingen.

Er verschijnt een lijst met de beschikbare bestemmingen.
Met de pijltjestoetsen kunt n in de lijst op het scherm bladeren.
Opmerking:
Als de lijst veel vermeldingen bevat, is het roets eventueel zinvol om de gewenste bestem- ming na het selecteren van Bestemming zoeken met behulp van het invoermenu te zoeken.
Er kunnen maximaal 1000 bestemmingen worden geïmporteerd.
Nieuw geïmporteerde bestemmingen verschijnen bovenaan de lijst.
→ Selecteer de gewenste bestemming. De navigatie naar de gekozen bestemming wordt gestart.
GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
Persoonlijke bestemmingen bewerken
→ Druk in de lijst met eigen bestemmingen op de toets voor de bestemming die u wilt bewerken.
U kunt nu met Invoer wissen de bestemming uit de lijst verwijderen.
Met Alle invoer wissen kunt u de com- plete lijst wissen.
Met Details weergeven kunt u de details van de bestemming laten weergeven.

Druk op de toStart om de navigatie naar de bestemming meteen te starten.
U kunt de gekozen bestemming echter ook op de kaart laten verschijnen (Op kaart) of in de snelkoppeling opslaan (Opslaan), u kunt de route naar de bestemming laten weergeven (Route wrg.) of u kunt de gekozen bestemming bellen als een telefoon* verbonden is en het telefoonnummer beschikbaar is, door op de toets met het symbool te drukken.
Bestemming uit Contacten selecteren
U kunt in de Traffic Assist geïmporteerde contactpersonen van Microsoft® Outlook® oproepen en de navigatie naar het adres van deze contactpersonen starten.
Opmerking:
het importeren van de Microsoft® Outlook®-contacten verloopt via de Content Manager.
Er kunnen maximaal 2000 contacten worden geïmporteerd.
→ Druk in de snelkoppeling op Bestemming invoeren.

→ Druk op de toets Contacten.

Bij meer dan 10 opgeslagen contactpersonen verschijnt er een invoermenu. Bij minder dan 10 vermeldingen verschijnt direct een lijst met de contactpersonen.
→ Kies in het invoermenu de beginletter van de gezochte vermelding.
→ Druk op toets oals de gewenste naam op de bovenste regel wordt weergegeven.
Als er vijf of minder vermeldingen met de ingevoerde lettercombinatie beschikbaar zijn, worden deze automatisch in een lijst weergegeven.
Opmerking:
U kunt ook al eerder een lijst met vermeldingen die overeenkomen met de ingevoerde lettercombinatie laten weergeven.
Druk hiervoor in het invoermenu op de toets >300.
→ Selecteer de gewenste vermelding in de lijst.
→→→ GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE

Druk op de toets Start om de navigatie naar het bij deze contactpersoon weergegeven adres meteen te starten.
U kunt het weergegeven adres van de contactpersoon echter ook op de kaart laten verschijnen (Op kaart) of in de snelkoppeling opslaan (Opslaan), u kunt de route naar de bestemming laten weergeven (Route wrg.) of het weergegeven telefoon-nummer bellen* als dat beschikbaar is (toets met het symbool
Als voor de geselecteerde contactpersoon meerdere adressen beschikbaar zijn, kunt u deze na het indrukken van de toets ① kiezen.
Als voor de geselecteerde contactpersoon meerdere telefoonnummers beschikbaar zijn, kunt u deze na het indrukken van de toets ② kiezen.
Route plannen
Het menu Route plannen biedt de mogelijkheid individuele routes samen te stellen en te kiezen. Voer hiertoe de afzonderlijke bestemmingen van de gewenste route in. Deze punten kunnen achter elkaar zonder invoer van verdere gegevens worden bereikt. Ook kunt u de ingevoerde bestemmingen optimaliseren en daardoor de volgorde wijzigen.
→ Druk in de snelkoppeling op Bestemming invoeren.

→ Druk op de toets Route plannen. In het routemenu kunt u met de toets Nieuwe route maken een nieuwe route aanmaken. In de onderliggende lijst wor- den de tot nu tot opgeslagen routes weer- gegeven.

Opmerking:
Als er nog geen route is opgeslagen, is het routemenu leeg.
Opgeslagen routes doorbladeren
→ Druk op de pijltoets en rechts om door de opgeslagen routes te bladeren.
Opgeslagen routes bewerken
U kunt aan een opgeslagen route nog meer etappes toevoegen, de naam van de route wijzigen of een route wissen.
→ Druk op de toets yóór de route die u wilt bewerken.
GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
U kunt nu door te drukken op Plaats toevoegen een etappe aan de route toevoegen.
Na het indrukken van Route hernoemen kunt u een nieuwe naam aan de route toe- kennen.
Door te drukken op Route wissen kunt u de route uit de opgeslagen routes wissen.
Route selecteren en starten
→ Door op het desbetreffende keuzevlak te drukken kiest u een route.
De route wordt geladen en in het etappe- menu weergegeven.

→ Druk op de bovenste knop.
Opmerking:
U kunt ook een etappe van de route kiezen. De route wordt dan vanaf deze etappe gestart.

→ Kies het startpunt of de huidige positie als startpunt voor de navigatie.
Opmerking:
Als een startpunt wordt gekozen, dient dit alleen om een route te bekijken.
De afzonderlijke etappes worden bere- kend.
Vervolgens verschijnt een kaart met de etappes.

→ Druk op de toetsStart om de navigatie van de route te starten.
Met de toets Opties kunt u de routeopties oproepen.
Met de toets Optimaliseer kunt u de volgorde van de diverse etappes optimaliseren.
Met de toets of kunt u de gehele route langzamer of sneller simuleren. Door aantippen van het scherm kunt u de simulatie beeindigen.
Op de onderste regel kunt u met de toets en en do afzonderlijke etappes van de route doorbladeren. Bij het blade- ren verschijnt dan de desbetreffende etappe.
→→→ GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
Nieuwe route aanmaken
→ Druk in het routemenu op Nieuwe route maken.

U kunt dan, zoals onder 'Het menu Bestemmingen invoeren' op pagina 34 beschreven (Adres invoeren, POI selecteren, Persoonlijke bestemmingen, Contacten, Op kaart selecteren of Geocoördinaten invoeren), beschreven een tussenstop invoeren. Ook kunt u met de toets Uit laatste best. selecteren een bestemming in de snelkoppeling kiezen.
→Druk in de invoermenu's op Toevoegen om de desbetreffende etappe over te nemen.

→ Druk op de toets Plaats toevoegen om nog meer etappes, zoals bovenstaand omschreven over te nemen.
→ Druk op de toets Klaar als u alle etappes hebt ingevoerd.

d e> Voert een zelfgekozen naam voor de route in.
Het etappemenu van de nieuwe route verschijnt.
Route bewerken
→ Kies de te bewerken route.
→ Druk op de toets voor de etappe die u wilt bewerken.

Op het display verschijnt het menu voor het bewerken. U hebt de volgende mogelijkheden:
| Keuze Betekenis | |
| Details weer-geven | De gegevens m.b.t. de etappe worden weergegeven. Vanuit dit scherm kunt u de etappe op de kaart weergeven. |
| Omhoog De etappe wordt een positie naar voren verschoven. | |
| Omlaag De etappe wordt een positie naar achteren verschoven. | |
| Plaats wissen | De etappe wordt uit de route gewist. |
GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
| Keuze Betekenis | |
| Plaats vervangen? | U kunt de gekozen etappe door een andere etappe vervangen. |
Route optimaliseren
Na het invoeren van meerdere bestemmingen van een route kunt u de Traffic Assist opdracht geven de bestemmingen op het traject te optimaliseren. De opgeslagen route blijft echter ook na het optimaliseren behouden.
Roep de kaartweergave van de etappes op.

→ Druk op de toets Optimaliseer.
De route wordt geoptimaliseerd en opnieuw berekend.

De geoptimaliseerde route verschijnt.
Bestemming vanuit de kaart selecteren
U kunt een bestemming rechtstreeks in de kaartweergave selecteren.
→ Druk in de snelkoppeling op Bestemming invoeren.

→ Druk op de toets Op kaart selecteren.
Op het display verschijnt de kaartweergave.
Opmerking:
Met de zoomtoets en en moet u evt. nog het bereik vergroten om het gewenste punt te vinden. U kunt de kaart ook door verplaatsen op het gewenste punt zetten.
→→→ GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE

→ Druk op het scherm licht op het ge- wenste punt.
Op deze plek verschijnt een pulserende rode cirkel.
Opmerking:
Door indrukken van de toets Terug n GPS kunt u weer uw huidige positie laten verschijnen.
Door op de toets Blokkeren te drukken, kunt u de straat voor de navigatie blokkeren, zoals wordt beschreven onder 'De toets Geblokkeerde wegen' op pagina 62.
→ Druk op de toets Details.

Er verschijnt nu voorzover beschikbaar het adres van het gekozen punt.
→ Druk op de toetsStart om de navigatie naar de gekozen bestemming meteen te starten.
U kunt ook in de omgeving van het gekozen punt met de toets POI's nabij naar bijzondere bestemmingen zoeken.
U kunt het gekozen punt echter ook in de snelkoppeling opslaan (Opslaan) of de route naar de bijzondere bestemming laten weergeven (Route wrg.).
Coördinaten invoeren
U kunt uw bestemming ook invoeren met geografische coördinaten.
→ Druk in de snelkoppeling op Bestemming invoeren.

→ Druk in het navigatiemenu op de toets Geo-coördinaten invoeren.

→ Kies met behulp van de toets en 2de betreffende waarde die u wilt wijzigen.
→ Kies met behulp van de beide toets en bij die gewenste richting van de geografische lengte en breedte (oost/west resp. noord/zuid).
GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
→ Voer daarna de gewenste waarden met de toets en tot en met in. 0
U kunt coördinaten op drie verschillende schrijfwijzen invoeren.
De volgende schrijfwijzen zijn mogelijk:
- Graad Minuut Seconde Decimaalseconde, bijv. 42°52'46.801"
• Graad Minuut.Decimaalminuut, bijv. 48° 53.56667'
• Graad Decimaal, bijv. 48,89277778
Aanwijzingen:
- De ingevoerde coördinaten moeten overeenkomen met WGS84 (World Geodetic System 1984).
- Door op de toets wordt uw huidige geografische positie in de velden ingevoerd.
→ Druk op de toets OK Voor zover mogelijk verschijnt er een adres met de desbetreffende coördinaten. U kunt de bestemming op de kaart bekijken, de route naar de bestemming weergeven of de navigatie meteen starten.
Navigatie-instellingen
In de navigatie-instellingen bevinden zich alle voor de navigatiefuncties relevante instellingen.
Opmerking:
Alle instellingen moeten worden bevestigd door op de toets OK te drukken. Met de toets - kunt u op elk gewenst moment het huidige menu verlaten zonder iets te hebben gewijzigd.

→ Druk in het hoofdmenu op Instell..

→ Druk op de toets Navigatie-inst.. U komt in het menu voor de navigatie-in- stellingen:
Structuur
In het menu staan u verschillende pagina's met de functies ter beschikking:

U komt op de volgende cq. Vorige pagina van de instellingen met de toets en en ▲.
→→→ GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
De toets Begeleidingsinfo
In het venster Begeleidingsinfo kunt u instellen, welke extra informatie tijdens de navigatie wordt weergegeven.
→ Druk in het instellingenmenu op de toets Begeleidingsinfo.

Het venster Begeleidingsinfo wordt weergegeven.

De volgende instellingen zijn mogelijk:
| Instelling Betekenis | |
| Rijstrookinfo | Bij geactiveerde functie wordt u, bij wegen met meerdere rijstroken door een kleine pijl, geadviscerd over de te volgen rijstrook. |
| Instelling Betekenis | |
| Wegwijzers Bij geactiveerde functie krijgt u bij klaverbladen bovendien informatie over de borden die u moet volgen. | |
| Landinfo Na het activeren van deze functie ontvangt u automatisch algemeen geldende verkeersinformatie over het desbetreffende land, bij het passeren van de landsgrens (b. v. snel-heidslimieten). | |
| Junction View* | Als deze functie geactiveerd is, krijgt u, voor zo-ver beschikbaar, bij veel klaverbladen een realis-tisch overzicht van de actuele rijstrooksituatie te zien. |
Opmerking:
de informatie kan alleen worden weergegeven als deze in het kaartmateriaal aanwezig is.
→ Schakel de gewenste functie door te drukken op het desbetreffende veld in
→ Bevestig uw keuze door het indrukken van de toets OK.

GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
De toets Routeopties
In het instellingenmenu Routeopties kunt u uw rijprofiel instellen. De hier gemaakte instellingen hebben invloed op de routekeuze en de berekening van de vermoedelijke rittijden.
→ Druk in het instellingenmenu op de toets Routeopties.

Het venster Routeopties wordt weergegeven.

→ Kies na het drukken op het veld naast Voertuig de manier waarop u zich verplaatst.
Deze instelling beïnvloedt de berekening van de vermoedelijke aankomsttijd en blokkeert bijv. voor de fiets de snelwegen. → Kies na het drukken op het veld naast Soort route één van de volgende opties:
| Optie Betekenis | |
| Zuinige route | Bij deze optie wordt de met het oog op de benodigde tijd en de af te leggen afstand zo voordelig mogelijke route berekend, waarbij ook rekening wordt gehouden met andere parameters zoals hellingen. |
| Snelste route | Bij deze optie wordt de, met het oog op de benodigde tijd, snelste route berekend. |
| Kortste route | Bij deze optie wordt de, met het oog op de benodigde tijd en de af te leggen afstand, kortste route berekend. |
| Gemakkelijkste route | Bij deze optie wordt een route met zo min mogelijk manocuvres berekend. Dit heeft eventueel grotere omwegen tot gcvolg. |
*Geldt alleen voor de Traffic Assist Z116
Tijdafhankelijke navigatie\*
Als deze functie ingeschakeld is (95) wordt voor zover beschikbaar (momenteel alleen Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië) bij de routeberekening rekening gehouden met (statistische) informatie over de mogelijke snelheid op bepaalde trajecten op bepaalde tijden. Op basis van deze gegevens kan de aankomstijd nauwkeuriger worden berekend of kan een andere route worden gekozen.
→→→ GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
Mijden van soorten wegen
Na het drukken op het veld naast Vermijden kunt u verschillende soorten wegen (bijv. snelwegen, veren en tolwegen van de routeberekening uitsluiten.
U kunt voor deze types een van de volgen- de opties instellen.
| Optie Betekenis | |
| Toegestaan | Bij deze optie wordt het desbetreffende type weg in de berekening van de route opgenomen. |
| Vermijden | Bij deze optie wordt het desbetreffende type weg zo mogelijk vermeden. |
| Verboden | Bij deze optie wordt het desbetreffende type weg niet in de berekening van de route opgenomen. |
→ Bevestig uw keuze door het indrukken van de toets OK.
De toets TMC\*
In het instellingenvenster TMC kunt u de ontvangst van de verkeersmeldingen in- stellen.
→ Druk in het instellingenmenu op de toets TMC.

Het venster TMC wordt weergegeven.

| Instelling Betekenis | |
| Zender autom. inst. | Geef aan of automatisch de zender met de beste ontvangst moet worden gezocht (functie ingeschakeld ). |
| Door drukken op de pijltoets en wordt de automatische zenderzoek-functie geactiveerd. De TMC-zender die nu wordt ontvangen, wordt in het veld daarnaast getoond. Het instellen is alleen mogelijk als de functie Zender autom. inst. uitgeschakeld is. | |
GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
| Instelling Betekenis |
| Herberek. Met dit keuzevlak kunt u kiezen of een routeverandering Nooit, Automatisch of Handm. plaatsvindt. (Zie 'Rekening houden met berichten voor de routeberekening*' op pagina 67.) De instelling Nooit komt overeen met het uitschakelen van de TMC-functionaliteit. |
→ Bevestig uw instellingen door op de toets OK te drukken.
De toets Kaartvenster
U kunt de kaartweergave tussen 3D- of 2D-weergave, een gedeeld beeldscherm met 3D- of 2D-weergave of de pijlweergave omschakelen.
*Ook kunt u instellen of in 3D-weergave in steden beschikbare 3D-gebouwen wel of niet moeten worden weergegeven.
In de uitgebreide instellingen kunt u kiezen uit nog meer instelopties.
→ Druk in het instellingenmenu op de toets Kaartvenster.

Het venster Kaartvenster wordt weergegeven.

→ Selecteer door het indrukken van de toets④resp. ⑤u de 2D- of 3D-weergave wilt gebruiken.
→ Druk op de toets1 om de hele kaart te kiezen.


→ Druk op de toets ②por het gedeelde beeldscherm.

→→→ GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE

→ Druk op de toets3 voor de pijlweergave.

3D-gebouwen in-/uitschakelen* U kunt instellen of in 3D-weergave in ste- den beschikbare 3D-gebouwen wel of niet moeten worden weergegeven.
Opmerking:
deze instelling is alleen bij 3D-weergave beschikbaar.
→ Druk in het menu voor de kaartweergave op de toets 3D-gebouwen en schakel de functie in of uit.

Kaart met geactiveerde 3D-gebouwen.
→ Bevestig de instellingen door het indrukken van de toets OK Voor het opvragen van de uitgebreide instellingen drukt u op de toets Geavanceerd.

In de uitgebreide instellingen hebt u de volgende instelopties:
- Autozoom
U kunt instellen hoe de kaart bij het naderen van een manoeuvreerpunt of bij het veranderen van de snelheid verandert.
- POI-categ. selecteren
U kunt instellen welke symbolen voor speciale bestemmingen in de kaart moeten worden weergegeven.
• Straatnamen 2D/Straatnamen 3D
U kunt instellen of in 3D- of 2D-weergave de straatnamen wel () of niet () moeten worden weergegeven.
• 2D rijricht. boven
U kunt instellen of de kaart in de 2D-weergave in de rijrichting () of naar het noorden () moet wijzen.
GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
Autozoom
→ Druk in de uitgebreide instellingen op de toets Autozoom.

Door te drukken op de toets Autozoom kunt u de zoomfunctie in- ( ) of uitschakelen ().
Bij het inschakelen van de zoomfunctie kunt u voor een zwakke, middelmatige of een sterke autozoom kiezen.
POI-categorieën instellen
U kunt instellen welke POI-symbolen op de kaart moeten worden weergegeven.
→ Druk in de uitgebreide instellingen op de toets POI-categ. selecteren.

Door selectie van Alle POI's weergeven verschijnen alle bijzondere bestemmingen op de kaart.
Door selectie van Geen POI's weergeven verschijnen er geen bijzondere bestemmingen.
Door selectie van Gebruikersvoorkeuren en het vervolgens indrukken van de toets POI's selecteren kunt u in het daaropvolgende menu voor elke categorie bijzondere bestemmingen zelf bepalen of bijzondere bestemmingen van deze categorie wel of niet op de kaart moeten verschijnen.

→ U kunt nu het weergaven van hele categorieën in- () of uitschakelen (). Door te drukken op de toets achter een categorie kunt u in andere menu's subcategorieën in- of uitschakelen.
→ Bevestig al uw instellingen door op de toets OK te drukken.
→→→ GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
De toets Waarschuwingen
In het instellingenvenster Waarschuwingen kunt u instellen welke waarschuwingen door de Traffic Assist moeten worden weergegeven of welke waarschuwingstonen er moeten klinken.
→ Druk in het instellingenmenu op de toets Waarschuwingen.

Het venster Waarschuwingen wordt weergegeven.

U kunt nu tussen de volgende instelopties kiezen:
• Bestuurderswaarschuwingen*
voor zover deze informatie op de kaarten is opgeslagen, kunt u aanwijzingsborden voor bijv. gevaarlijke bochten of hellingen laten weergeven.
- Snelheidsinfo
U kunt instellen of snelheidsbeperkingen parallel aan de navigatie worden weergegeven.
Bovendien kunt u bij het overschrijden van de snelheid een akoestische waarschuwing instellen.
• Gev. plaatsen*
U kunt waarschuwingen voor gevaarlijke punten, zoals bijv. vaste snelheids- controlles, instellen.
Opmerking:
het gebruik van deze functie (waarschuwing voor snelheidscontroles) is in Europa niet uniform geregeld. Stel uzelf van de geldende wetten in het betreffende land op de hoogte.
Zo is in Duitsland het gebruik ervan onderweg in strijd met de verordeningen.
De toets Bestuurderswaarschuwingen\*
Voor zover deze informatie op de kaarten is opgeslagen, kunt u aanwijzingsborden voor bijv. gevaarlijke bochten of hellingen laten weergeven. Bovendien kunt u instellen of bij het weergeven van een aanwijzingsbord ook een waarschuwingssignaal moet klinken.
→ Druk in het instellingenmenu op de toets Bestuurderswaarschuwingen.
Het venster Bestuurderswaarschuwingen wordt weergegeven.

De beschikbare aanwijzingsborden zijn in vier categorieën verdeeld. Deze categorieen kunnen afzonderlijk worden in- of uitgeschakeld.
Door op het belsymbool te drukken, kan het waarschuwingssignaal voor elke van de vier categorieën apart worden ingesteld (waarschuwingssignaal ingeschakeld).
GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
→→
De afzonderlijke categorieën bevatten de volgende aanwijzingsborden:
- Bochtwaarschuwing
Deze categorie bevat waarschuwingsborden die betrekking hebben op scherpe bochten.
• Algemene waarschuwing
Deze categorie bevat de overige waarschuwingsborden die bijv. waarschuwen voor hellingen of steenslag.
- Verkeersreglement
Deze categorie bevat verkeersvoorschriften zoals inhaalverboden.
• Informatieve verkeersborden
Deze categorie bevat alle beschikbare aanwijzingsborden.
→ Bevestig uw instellingen door op de toets OK te drukken.
De toets Snelheidsinfo
In het instellingenvenster Snelheidsinfo kunt u parallel aan de navigatie snelheidsbeperkingen laten weergeven. Bovendien kunt u bij het overschrijden van de snelheid een akoestische waarschuwing instellen.
Opmerking:
Deze informatie kan alleen worden weergegeven als deze in het kaartmateriaal aanwezig is.
⚠ Gevaar voor ongevallen!
De informatie op het kaartmateriaal kan vanwege kortstondige wijzigingen (bijvoorbeeld wegwerkzaamheden) onjuist zijn.
De verkeerssituatie en de borden ter plaatse hebben prioriteit boven de informatie van het navigatiesysteem.
→ Druk in het instellingenmenu op de toets Snelheidsinfo.
Het venster Snelheidsinfo wordt weergegeven.

De volgende instellingen zijn mogelijk.
Druk voor de instelling altijd op het veld naast de instelling die u wilt wijzigen.
| Instelling Betekenis | |
| Borden weerg. | Geef aan of snelheidsbeperkingen nooit, altijd of alleen bij een snelheidsoverschrijding moeten worden weergegeven. |
| In beb. kom Kies vanaf welke snelheidsoverschrijding u binnen de bebouwde kom akoestisch wilt worden gewaarschuwd. | |
| Buiten beb. kom | Kies vanaf welke snelheidsoverschrijding u buiten de bebouwde kom akoestisch wilt worden gewaarschuwd. |
→→→ GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
| Instelling Betekenis | |
| Voorwaardel. snelheidslimi eten | Kies of u ook bij snelheidsbeperkingen die alleen bij regen, sneeuwval of op be-paalde tijdstippen gelden, akoestisch wilt worden gewaarschuwd ( functie ingeschakeld). |
→ Bevestig uw keuze door het indrukken van de toets OK.
De toets Gespr. begeleiding
In het instellingenvenster Gespr. begeleiding kunt u instellingen m.b.t. de spraakbesturing van de Traffic Assist instellen.
→ Druk in het instellingenmenu op de toets Gespr. begeleiding.

Het venster Gespr. begeleiding wordt weergegeven.

U kunt nu tussen de volgende instelopties kiezen:
- Stem
U kunt instellen welke spreker voor de ingestelde taal de navigatieaanwijzingen moet uitspreken.
• Volume
U kunt het volume van de verbale aanwijzingen standaard voor elke start van de Traffic Assist instellen of de verbale aanwijzingen helemaal uitschakelen.
- Straten aankond.\*
Met de knop Straten aankond. kunt u het melden van straatnamen waarheen u wilt afbuigen in- ( ) of uitschakelen ( ).
Opmerking:
deze functie is niet voor alle talen/sprekers beschikbaar. Als de functie niet beschikbaar is, is de knop geen optie.
• Aankomst aankon.
Met de knop Aankomst aankon. kunt u het automatisch melden van de verwachte aankomsttijd in- () of uit-schakelen ().
GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
De toets Stem
In het instellingenvenster Stem kunt u instellen welke spreker voor de ingestelde taal de navigatieaanwijzingen moet uitspreken.
→ Druk in het instellingenmenu op de toets Stem.
Het venster Stem wordt weergegeven.

→ Selecteer de gewenste spreker.
Er klinkt een korte voorbeeldaanwijzing.
→ Bevestig uw keuze door het indrukken van de toets OK.
Opmerking:\*
Sprekers die met (TTS) worden aangeduid, ondersteunen de weergave van teksten via spraak (bijv. straten melden).
De toets Volume
Met het instellingenvenster Volume kunt u het volume van de verbale aanwijzingen standaard voor elke start van Traffic Assist instellen of de verbale aanwijzingen helemaal uitschakelen. Afhankelijk van de situatie kunt u deze instelling in de kaartweergave aanpassen.
→ Druk in het instellingenmenu op de toets Volume.
Het venster Volume wordt weergegeven.

→ Kies met de toets en en het gewenste volume.

→ Druk op de toets -om de verbale aanwijzingen helemaal uit te schakelen.
→ Bevestig uw instellingen door op de toets OK te drukken.
De toets Formaat
In het instellingenvenster Formaat kunt u instellen welke welk formaat en welke maateenheden voor tijdstippen en afstanden moeten worden gebruikt.
→ Druk in het instellingenmenu op de toets Formaat.

Het venster Formaat wordt weergegeven.

Druk op het veld naast Tijd om tussen de 12-uurs- en de 24-uurs-weergave om te schakelen.
Druk op het veld naast Afstand om tussen kilometers en miles om te schakelen.
→ Bevestig uw instellingen door op de toets OK te drukken.
→→→ GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
De toets Tijd
In het instellingenvenster Tijd kunt u de voor uw woonplaats geldende tijdzone instellen. Deze instelling is belangrijk voor het juist berekenen van vermoedelijke aankomsttijden.
→ Druk in het instellingenmenu op de toets Tijd.

Het venster Tijd wordt weergegeven.

Met de toets naast Tijdzone kunt u instellen of de tijdzone wel of niet automatisch door de Traffic Assist moet worden ingesteld (automatisch aan automatisch uit).
Na het uitschakelen van de automatische functie kunt u door te drukken op de toets onder Tijdzone de gewenste tijdzone kiezen.
Door te drukken op de knop onder Zomertijd kunt u aangeven of de zomertijd automatisch door de Traffic Assist moet worden ingesteld of dat u de zomertijd zelf in- of uitschakelt.
De toets Geblokkeerde wegen
In het instellingenvenster Geblokkeerde wegen kunt u de blokkering van eerder permanent geblokkeerde straten (zie 'Delen van de route/straten blokkeren' op pagina 81) opheffen of aanpassen (tijdstip en weekdagen van de blokkering).
→ Druk in het instellingenmenu op de toets Geblokkeerde wegen.

Het venster met de reeds geblokkeerde straten verschijnt.

Druk op de toets Alle blokkeringen wissen en op het aansluitend weergegeven scherm op de toets Ja om de lijst met geblokkeerde straten te wissen.
GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
→→
→ Selecteer de gewenste geblokkeerde straat.

→ Druk op de toets Form. wis. om de straat uit de lijst te verwijderen.
of
→ Druk op de toets Wijzigen om de blokkering aan te passen.

U kunt nu voor elke dag van de week instellen of de straat wel of niet moet worden geblokkeerd.
→ Druk op de toetsen met de dagen waarop de straat niet geblokkeerd moet zijn (het kloksymbool onder de dag verdwijnt).
→ Bevestig uw instellingen door op de toets OK te drukken.
of
→ Druk op de toets conder één van de dagen en stel maximaal twee perioden in waarin de straat geblokkeerd moet zijn.

→ Stel met behulp van de toetsen 10e eerste periode in waarin de straat op deze dag geblokkeerd moet zijn.
→ Stel zo nodig met behulp van de toetsen
② de tweede periode in waarin de straat op deze dag geblokkeerd moet zijn.
Opmerking:
Druk op de toets Blok. 24 uur om de straat de hele dag te blokkeren.
Druk op de toets Gebr. instelling voor om de blokkering ook op andere dagen toe te passen.
→ Bevestig uw instellingen door op de toets OK te drukken.
→→→ GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
De toets Resetten
U kunt alle navigatie-instellingen op de fabrieksinstellingen terugzetten. Hierbij worden de instellingen teruggezet. De gegevens van de snelkoppeling, opgeslagen routes, geblokkeerde straten van de sprekers en het huisadres blijven behouden.

→ Druk op de toets Resetten.

→ Druk op de toets Ja. De navigatie-instellingen worden op de fabrieksinstellingen teruggezet.
Verkeersberichten via TMC\*
Uw Traffic Assist kan verkeersberichten (TMC-meldingen) van radiozenders ontvangen. Hiervoor moeten de TMC-antenne en de voeding op de draagplaat aangesloten zijn.
Opmerking:
TMC is niet in alle landen beschikbaar (op het ogenblik alleen in België, Duitsland, Denemarken, Frankrijk, Italië, Nederland, Oostenrijk, Zweden, Zwitserland en Spanje).
De verkeersberichten worden via het TMC-kanaal (Traffic Message Channel) van radiozenders tegelijk met het radioprogramma uitgezonden en door het navigatiesysteem ontvangen en verwerkt. De ontvangst van deze verkeersberichten is kosteloos.
Opmerking:
Omdat de verkeersinformatie door radiozenders wordt uitgezonden, kunnen wij de volledigheid en juistheid van deze berichten niet garanderen. Oostenrijk: De locatie- en eventcode wordt door de ASFINAG en de BMVIT ter beschikking gesteld.
Door Traffic Assist wordt voortdurend gecontroleerd of er relevante verkeersberichten voor de ingestelde route zijn. Op de kaartweergave worden alle ontvangen verkeersopstoppingen weergegeven. Wordt daarbij geconstateerd dat een verkeersbericht voor de navigatie van belang is, dan kan door het apparaat automatisch een nieuwe route naar de bestemming worden berekend (zie 'De toets TMC*' op pagina 54).
GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
Weergave van TMC-berichten op de wegenkaart\*
Actuele TMC-meldingen worden op de kaart grafisch weergegeven. Zo worden weggedeelten waarop zich een verkeersbelemmering bevindt, blauw gemarkeerd. Verder geven pijlen de richting van de rijstrook met de verkeersopstopping aan.
De kleurmarkering wordt aangevuld met een gevaarteken bij het desbetreffende weggedeelte.

TMC gebruiken\*
Als de Traffic Assist zich op de draagplaat bevindt en de TMC-antenne aangesloten is, ontvangt uw Traffic Assist actuele verkeersberichten, waardoor het mogelijk wordt een dynamische route (filevermijding) te berekenen. U kunt ook verkeersberichten direct bekijken.
Instellingen voor TMC kunt u, zoals onder 'De toets TMC*' op pagina 54 beschreven configureren.

→ Druk in het hoofdmenu op TMC.

De lijst met meldingen verschijnt.
Met de pijltjestoets en aan do rechterkant van het beeldscherm kunt u door de lijst bladeren.
Bij elk verkeersbericht ziet u:
① het soort belemmering en de hemelsbrede afstand vanaf de huidige positie van de auto
② het wegnummer (snelweg, provinciale of lokale weg) en het traject bij de rijrichting
③ de lengte van de belemmering
Bij een TMC-melding op uw route wordt de melding door het teken kangegeven.
→→→ GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
Melding lezen\*
→ Druk op de gewenste melding in de lijst.
De melding wordt weergegeven.

→ Druk op de pijltoets en [●m] ▼ door de meldingen te bladeren.
→ Druk op de toets om terug te gaan naar de lijst met meldingen.
Als er zoals in dit voorbeeld een melding op uw route ligt, kunt u door indrukken van Bericht toepassen aangeven hoe het systeem de melding moet verwerken.

Als u de route opnieuw wilt berekenen, drukt u op de toets Ja.
De route wordt opnieuw berekend en indien van toepassing een omleiding berekend.
Als u de wijziging eventueel weer ongedaan wilt maken, kunt u de bijbehorende melding weer opvragen en vervolgens op de knop Bericht negeren drukken.
Er volgt dan weer een vraag die u met Ja moet beantwoorden. De route wordt dan zonder met de bijbehorende melding rekening te houden opnieuw berekend.
Betreffende straat in de kaart weergeven\*
→ Druk in de melding op de toets . De betreffende straat verschijnt op de kaart.

Door op de toets Lijst te drukken kunt u weer naar het meldingenscherm gaan.
Op de onderste regel kunt u met de toets en ◀n alle meldingen in het meldingenoverzicht doorbladeren en op de kaart weergeven.
Met de toets Toepassen kunt u voor elke melding vastleggen of het gemelde traject bij een routeberekening moet worden vermeden.
Als u een traject hebt geblokkeerd, (Toepassen) kunt u met de toets Negeren deze blokkering ongedaan maken.
GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
Rekening houden met berichten voor de routeberekening\*
Uw Traffic Assist kan bij het berekenen van een route rekening houden met verkeersmeldingen. Of dat automatisch, handmatig of nooit gebeurt, kunt u met 'De toets TMC*' op pagina 54 instellen.
Automatisch een nieuwe route berekenen\*
Als er een verkeersopstopping op uw route is, wordt door de Traffic Assist gecontroleerd of de opstopping via een zinvolle omleiding kan worden omzeild. Als dit het geval is, wordt een uitwijkroute berekend en wordt u via deze uitwijkroute geleid.
Handmatig een nieuwe route berekenen\*
Als een verkeersbericht uw route betreft, verschijnt er een venster met gedetailleerde informatie over de melding.

Als u een omleiding van de verkeersbelemmering wilt berekenen, drukt u op Bericht toepassen, zo niet, dan op Bericht negeren.
Opmerking:
Bij de keuze Bericht toepassen wordt niet altijd een uitwijkroute berekend. Dit gebeurt alleen als dit tijdwinst oplevert en het te rijden traject zinvol is.
U kunt de gekozen instelling te allen tijde weer in het meldingenoverzicht wijzigen.
Als de Traffic Assist na het kiezen van Bericht toepassen heeft vastgesteld dat een zinvolle uitwijkroute mogelijk is, verschijnt het volgende scherm.
Opmerking:
Dit scherm kan ook worden weergegeven als bijvoorbeeld een traject met een eerdere verkeersopstopping nu weer vrij is.

Het scherm geeft een overzicht van de berekende uitwijkroute.
Het rood of bij een opstopping blauw gemarkeerde traject toont de oorspronkelijke route. Het geel gemarkeerde traject toont de berekende uitwijkroute.
In het rechtergedeelte van het display wordt aangegeven in hoeverre de nieuwe route gewijzigd is ten opzichte van de oorspronkelijke route en hoeveel tijdwinst u naar verwachting behaalt door de uitwijkroute te nemen.
→ Druk nu op de toets om de uitwijkroute te gebruiken of op de toets om toch de oorspronkelijke route te volgen.

GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
→D
→GB
→F
→1
→E
→P
→NL
→DK
→S
→ N
→FIN
→TR
→GR
→ PL
→ CZ
→H
→ SK
De kaartweergave
De kaartweergave wordt op de eerste plaats voor de navigatie gebruikt. U kunt via de kaartweergave echter ook zonder navigatie altijd uw huidige positie nagaan en bijv. bij snelheidsovertredingen een waarschuwing doen uitgaan.
Kaartweergave oproepen
Bij het starten van een navigatie wordt de kaartweergave automatisch opgeroepen. Zonder navigatie kunt u de kaartweergave via het hoofdmenu oproepen.

→ Druk in het hoofdmenu op Toon kaart. Nu verschijnt de kaartweergave en geeft deze, voor zover er GPS-ontvangst aanwezig is, de huidige positie aan.
Als er reeds een navigatie actief is, verschijnt de kaart met navigatiefunctie.
Opbouw van kaartweergave
De opbouw verschilt al naar gelang de instellingen onder 'Kaartweergave omschakelen' op pagina 76 of onder 'De toets Kaartvenster' op pagina 55 en of er wel of geen navigatie actief is.
Kaartweergave zonder navigatie

Als de navigatie niet actief is, neemt de kaart bijna het gehele oppervlak van het touchscreen in.
① Maximumsnelheid voor de straat waarop u nu rijdt (aanduiding niet voor alle straten beschikbaar). Bovendien worden waarschuwingsborden weergegeven.
② Zoomknoppen
③ Indicator laadtoestand/telefoonstatus*
④ Knop voor het opvragen van de opties
⑤ Positie van auto
⑥ Huidige straat
⑦ Infobox (indien weergegeven) met snelheid en hoogte boven zeeniveau van de auto
Kaartweergave met navigatie

① Maximumsnelheid voor de straat waarop u nu rijdt (aanduiding niet voor alle straten beschikbaar)
② Waarschuwingen voor de bestuurder (optioneel)
③ Zoomknoppen
④ Indicator laadtoestand/telefoonstatus*
⑤ Knop voor het opvragen van de opties
GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
⑥ Rijstrookadvies (alleen bij bepaalde wegen met meerdere rijstroken te zien, groene pijlen = aanbevolen rijstroken)
Opmerking:
als u het rijstrookadvies opvolgt, kunt u de volgende rijmanoeuvre uitvoeren zonder van rijstrook te hoeven wisselen.
⑦ Positie van auto
⑧ Huidige straat of straat waar de volgende rijmanoeuvre naartoe leidt
⑨ Afstand tot de volgende rijmanoeuvre
⑩ Volgende rijmanoeuvre
⑪ Volumeregeling oproepen
⑫ TMC-meldingen van de route weergeven**
⑬ Bijzondere bestemmingen op de route weergeven
⑭ Vermoedelijke aankomsttijd, resterende reistijd en resterende afstand tot bestemming of, indien weergegeven, snelheid en hoogte boven zeeniveau van de auto
De kaart toont via het pictogram Positie de actuele positie.

Tijdens de navigatie kunt u informatie la- ten weergeven.

①

2

③
Druk links op het beeldscherm op de toets ①. De melding verandert tussen:
- informatie over de bestemming of tussenstop 2verwachte aankomsttijd, resterende reistijd en resterende afstand tot aan de bestemming/tussenstop),
- uw huidige snelheid en hoogte boven zeeniveau van de auto ③
Verder wordt in de hoek linksonder de vooraankondiging met bijbehorende informatie getoond.

Daarbij wordt het verdere verloop van de reis via een pijl, met daaronder de resterende afstand, getoond. Bij twee aanstaande rijmanoeuvres korte tijd achter elkaar verschijnt boven de eerste pijl nog een kleinere pijl voor de tweede rijmanoeuvre. Als in de preview op de knop met het luidsprekersymbool drukt, kunt u het volume voor de navigatieaanwijzingen instellen (zie 'Volume van aankondigingen veranderen' op pagina 72).

GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
→D
→GB
→ F
→1
→ E
→P
→NL
→DK
→S
→ N
→FIN
→TR
→GR
→ PL
→ CZ
→H
→ SK
*Als een TMC-melding zich op uw route bevindt, wordt in het vooraankondigingsgedeelte aan de linkerrand het volgende symbool weergegeven.

Door te drukken op het symbool verschijnen de TMC-meldingen die op de route liggen. Zie 'TMC op de route*' op pagina 75.
U kunt bijzondere bestemmingen die op de route liggen laten weergeven.

Druk links op het beeldscherm op het symbool voor bijzondere bestemmingen. De bijzondere bestemmingen verschijnen. Neem ook de beschrijving onder 'Bijzondere bestemming op de route' op pagina 74 in acht.
Gedeeld beeldscherm met navigatie

① Maximumsnelheid voor de straat waarop u nu rijdt (aanduiding niet voor alle straten beschikbaar). Bovendien worden waarschuwingsborden weergegeven.
② Waarschuwingen voor de bestuurder (optioneel)
③ Zoomknoppen
④ Positie van auto
⑤ Indicator laadtoestand/telefoonstatus*
⑥ Knop voor het opvragen van de opties
⑦ Rijstrookadvies (alleen bij bepaalde wegen met meerdere rijstroken te zien, groene pijlen = aanbevolen rijstroken)
Opmerking:
als u het rijstrookadvies opvolgt, kunt u de volgende rijmanoeuvre uitvoeren zonder van rijstrook te hoeven wisselen.
⑧ Volgende rijmanoeuvre
⑨ Bijzondere bestemmingen op de route weergeven
⑩ Huidige straat of straat waar de volgende rijmanoeuvre naartoe leidt
⑪ Afstand tot de volgende rijmanoeuvre
⑫ Balk voor visualisatie van de afstand tot aan de volgende rijmanoeuvre
⑬ TMC-meldingen van de route weergeven**
⑭ Volumeregeling oproepen
15 Vermoedelijke aankomsttijd, resterende reistijd en resterende afstand tot de volgende bestemming of infobox met snelheid en hoogte boven zeeniveau van de auto
GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
Navigatie met pijlen

① Snelheid en hoogte boven zeeniveau van de auto
② Bijzondere bestemmingen op de route weergeven
③ TMC-meldingen van de route weer-geven**
④ Indicator laadtoestand/telefoonstatus*
⑤ Knop voor het opvragen van de opties
⑥ Verwachte aankomsttijd, resterende reistijd en resterende afstand tot aan de volgende bestemming
⑦ Volumeregeling oproepen
⑧ Maximumsnelheid voor de straat waarop u nu rijdt (aanduiding niet voor alle straten beschikbaar)
⑨ Waarschuwingen voor de bestuurder (optioneel)
⑩ Rijstrookadvies (alleen bij bepaalde wegen met meerdere rijstroken te zien, zwarte pijlen = aanbevolen rijstroken)
Opmerking:
als u het rijstrookadvies opvolgt, kunt u de volgende rijmanoeuvre uitvoeren zonder van rijstrook te hoeven wisselen.
⑪ Huidige straat of straat waar de volgende rijmanoeuvre naartoe leidt
⑫ Afstand tot de volgende rijmanoeuvre
⑬ Balk voor visualisatie van de afstand tot aan de volgende rijmanoeuvre
⑭ Volgende rijmanoeuvre
⑮ Rijmanoeuvre na volgende rijmanoeuvre
Kaartweergave met Junction View
Bij veel klaverbladen kunt u een gedetailleerd en realistisch overzicht van de rijstroken laten weergeven.
Schakel hiervoor zoals onder 'De toets Begeleidingsinfo' op pagina 52 beschreven de functie Junction View in.
Als de Traffic Assist u nu via een klaverblad leidt, verschijnt deze op het scherm.

→ Volg de met pijlen gemarkeerde rijstro- ken.
Opmerking:
Door op het scherm te drukken, kunt u weer naar de normale kaartweergave terugkeren.
Deze functie kan via de Contentmanager naderhand worden geactiveerd.
→→→ GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
Kaartweergave bedienen
Laatste aankondiging herhalen
Tijdens de navigatie ontvangt u belangrijke informatie, b. v.de volgende afslag. De laatste aankondiging kan met geactualiseerde gegevens worden herhaald.

→ Druk tijdens actieve navigatie in de preview op het luidsprekersymbool. De laatste aankondiging wordt herhaald met geactualiseerde gegevens. Bovendien wordt het geluidsvolume getoond.
Volume van aankondigingen veranderen
Het volume van de aankondigingen kan worden veranderd.

→ Druk tijdens actieve navigatie in de preview op het luidsprekersymbool.

Balken visualiseren het volume.
→ Druk op de toets of om het volume te verhogen of te verlagen.
→ Druk op toets om het geluid voor aankondigingen te onderdrukken.
De toets is nu rood omkaderd.
→ Druk opnieuw op de toets om de geluidsonderdrukking op te heffen
⚠️ Let op!
Stel het geluidsvolume zo in dat u de omgevingsgeluiden goed kunt waarnemen.
Als er geen toets wordt ingedrukt, verdwijnen de balken na korte tijd van het scherm.
Kaart in-/uitzoomen
Met de zoomtoets en kunt u stapsgewijs op de kaart in- of uitzoomen.

→ Druk op Inzoomen -om op de kaart in te zoomen en meer details te zien.
→ Druk op Uitzoomen -om op de kaart uit te zoomen voor een beter overzicht.
→ Druk op de toets om na een verandering weer het ingestelde zoomniveau in te schakelen.
Opmerking:
Door de toets of lang in te drukken, worden de zoompercentages snel achter elkaar doorlopen.
GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
Kaart verschuiven
U kunt de kaart op een willekeurig punt verschuiven.
→ Druk hiervoor kort op de kaart.

Stauffenbergstrasse, Berlin, Tiergarten
→ Druk op een willekeurig punt op de kaart en verschuif deze onmiddellijk in de gewenste richting.
De kaart wordt nu ook in dezelfde richting verschoven.
Opmerking:
Door indrukken van de toets Terug n GPS kunt u weer uw huidige positie laten verschijnen.
U kunt ook zoals onder 'Bestemming vanuit de kaart selecteren' op pagina 49 beschreven een punt als bestemming kiezen of een straat blokkeren.
Opties voor de kaartweergave
In de opties voor de kaartweergave kunt u instellingenvenster voor de navigatie, voor het weergeven van de kaart en voor de route configureren.

Druk in de kaartweergave op de knop rechtsonder.

Het menu Opties voor de kaartweergave verschijnt.
De beschikbare opties worden midden op het scherm weergegeven.
U komt op de volgende c.q. vorige pagina van de opties met de toetsen | en

Opmerking:
welke functies verschijnen, hangt ervan af of navigatie of een route met meerdere bestemmingen actief is.
In het linkergedeelte van het menu Opties verschijnen vier sneltoetsen. U kunt zoals beschreven onder 'Sneltoetsen definiëren' op pagina 85 belangrijke functies van het menu Opties aan deze knoppen toewijzen.
U sluit het menu Opties af door een functie te selecteren of door op de knop te drukken.
→→→ GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
Bijzondere bestemming op de route
(Alleen beschikbaar bij geactiveerde navigatie.)
Tijdens de navigatie kunt u bijzondere bestemmingen die op de route liggen laten weergeven. U kunt hierbij de categorieën bijzondere bestemmingen vastleggen. Ook kunt u kiezen of u alleen de onmiddellijk volgende bijzondere bestemmingen, de bijzondere bestemmingen van de gehele route of alleen bijzondere bestemmingen in de buurt van de bestemming wilt bekijken.
→ Roep het optiemenu voor de kaartweergave op.

→ Druk op de toets POI's op route.

De volgende bijzondere bestemmingen van de drie ingestelde categorieën verschijnen. De eerste kilometeraanduiding geeft de afstand tot de bijzondere bestemming aan. De gegevens aan de rechterkant toont de omweg die ontstaat als u naar de bijzondere bestemming begint te rijden.
Aan de hand van de symbolen aan de rechterrand kunt u in één oogopslag zien of de omleiding naar de betreffende bijzondere bestemming klein ( ), gemiddeld () of groot () is,
Door op een van de bijzondere bestemmingen te drukken wordt de navigatie erheen gestart. Door te drukken op de knop bij een bijzondere bestemming kunt u informatie over de bijzondere bestemming laten weergeven.
Categorieën vastleggen
→ Druk op de toets Categorieën:.

→ Druk op de toets met de te wijzigen categorie.
→ Selecteer vervolgens de gewenste categorie.
→ Bevestig uw wijzigingen keuze door het indrukken van de toets OK.
Bijzondere bestemming in de buurt van de bestemming/op de gehele route
→ Druk in het menu Bijzondere bestemmingen op de route voor bijzondere bestemmingen in de buurt van de bestemming op toets of voor bijzondere bestemmingen op de gehele route op toets.

→ Selecteer de gewenste categorie.
→ Selecteer vervolgens de gewenste bijzondere bestemming.
De navigatie naar de gekozen bijzondere bestemming wordt gestart.
GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
TMC op de route\*
(Alleen beschikbaar bij geactiveerde navigatie.)
U kunt TMC-meldingen die op uw route liggen bekijken en bewerken.
Opmerking:
Ook de TMC-meldingen die tot een wijziging van de route hebben geleid worden weergegeven.
→ Roep het optiemenu voor de kaartweergave op.

→ Druk op de toets TMC op route.

De TMC-meldingen die op uw route liggen, verschijnen.
Na het kiezen van een melding kunt u bijv. beïnvloeden of u wel of niet om de verkeersopstopping heen wordt geleid. Neem hiervoor de beschrijvingen onder 'Verkeersberichten via TMC*' op pagina 64 in acht.
Navigatie afbreken
(Alleen beschikbaar bij geactiveerde navigatie.)
U kunt een actieve navigatie afbreken.
→ Roep het optiemenu voor de kaartweergave op.

→ Druk op de toets Stop geleiding.
De navigatie naar alle bestemmingen wordt afgebroken.
Opmerking:
Zo nodig kunt u de navigatie zoals beschreven onder 'Het hoofdmenu' op pagina 23 afbreken.
Routeopties wijzigen
(Alleen beschikbaar bij geactiveerde navigatie.)
U kunt de routeopties (o.a. keuze van de route) tijdens de navigatie beïnvloeden..
→ Roep het optiemenu voor de kaartweergave op.

→ Druk op de toets Routeopties.

→ Stel, zoals onder 'De toets Routeopties' op pagina 53 beschreven de routeopties in.
Na een wijziging wordt de route opnieuw berekend.
→→→ GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
Traject blokkeren
U kunt een vóór u liggend deel van het traject blokkeren. U legt hierbij een bepaald traject vast waar u niet wilt rijden. De Traffic Assist probeert daarna een omleiding te berekenen.
Aanwijzingen:
- De gekozen lengte van de blokkering is slechts een benadering, omdat de werkelijk geblokkeerde afstand afhankelijk is van de beschikbaarheid van een afrit.
- U kunt ook bepalen of het traject permanent of alleen voor de actuele route moet worden geblokkeerd.
→ Roep het optiemenu voor de kaartweergave op.

→ Druk op de toets Blokkeren.

→ Kies met een van de toetsen de gewenste lengte van de blokkering.
Aanwijzingen:
- Als geen navigatie actief is, kunt u alleen tussen 200 en 500 m (250 en 500 yards) kiezen. U kunt dan direct bepalen op welke dagen en op welke tijden het traject moet worden geblokkeerd.
- Door op de toets Alle tijdelijke blokkeringen wissen te drukken, worden alle tijdelijke blokkeringen opgeheven.

→ U kunt nu kiezen of dit traject permanent of alleen voor de actuele route moet worden geblokkeerd.
De verdere bediening komt overeen met de beschrijving onder 'De toets Geblokkeerde wegen' op pagina 62.
Kaartweergave omschakelen
U kunt de kaartweergave tussen 3D- of 2D-weergave, een gedeeld beeldscherm met 3D- of 2D-weergave of de pijlweergave omschakelen.
*Ook kunt u instellen of in 3D-weergave in steden beschikbare 3D-gebouwen wel of niet moeten worden weergegeven. In de uitgebreide instellingen kunt u kiezen uit nog meer instelopties.
→ Roep het optiemenu voor de kaartweergave op.

→ Druk op de toets Kaartvenster.

Zie voor de verdere bediening de beschrijving onder 'De toets Kaartvenster' op pagina 55.
GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
Oriëntatie van de kaart wijzigen
U kunt de omgeving rondom uw positie in de 3D-modus bekijken.
Hierbij kunt u de kijkrichting, de kaarthoek en de grootte van het kaartgedeelte wijzigen.
→ Roep het optiemenu voor de kaartweergave op.

→ Druk op de toets Kaartrichting.

Door de toetsen kunt u de kijkrichting wijzigen c.q. het kaartscherm draaien. Het kompas linksboven geeft aan in welke richting de kaart momenteel wijst.
Door de toetsen Ⓚkunt u de kaarthoek wijzigen.
Door de toetsen kunt u de grootte van het zichtbare gedeelte van de kaart veranderen.
U verlaat dit scherm met de toets
Tripcomputer\*
Op de tripcomputer kunt u onder andere de gemiddelde snelheid en de maximale snelheid laten weergeven. Bovendien beschikt u hiermee over een stopwatch met rondetijdregistratie.
→ Roep het optiemenu voor de kaartweergave op.

→ Druk op de toets Rittencomputer.

Het gegevensscherm wordt weergegeven.
Het gegevensscherm bevat de volgende informatie:
① Huidige snelheid (als getal en met balkjes)
② Maximale snelheid
③ Gemiddelde snelheid zonder ritonderbrekingen
④ Gemiddelde snelheid met ritonderbrekingen
⑤ Totaal afgelegde afstand
→→→ GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
⑥ Rijtijd zonder ritonderbrekingen
⑦ Rijtijd met ritonderbrekingen
⑧ Kompas
⑨ Stopwatch met rondetijdregistratie oproepen
Druk op de toets Resetten om de waarden weer op nul te zetten.
Om de stopwatch met de rondetijdregistratie weer te geven, drukt u in het gegevensscherm op de toets ⑨

→ Druk op de toets Start om de registratie te starten.

→ Druk op de toets Routedeel om de huidige registratie te stoppen en een nieuwe registratie te starten.

Op deze manier kunt u nu maximaal 300 rondes registreren.
Aanwijzingen:
- De in het bovenste gedeelte weergegeven tijd is de totaaltijd van de gereden ronden.
- Door op de pijltoets in het linkerge-deelte van het scherm of op de toets te drukken, keert u terug naar het gegevensscherm.
Druk op de toets Stop om de registratie te stoppen. Wanneer u na het stoppen van de registratie weer op de toets Start drukt, gaat de tijd verder.
Druk op de toets Resetten om alle registraties te wissen en alle tijden weer op nul te zetten.
Met de toets Lijst kunt u de afzonderlijke ronden in een lijst laten weergeven.

→ Druk op de toets Alle invoer wissen om de geregistreerde ronden te wissen.
GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
Dag-/nachtmodus instellen
U kunt het scherm van de Traffic Assist van de dagmodus naar de nachtmodus en omgekeerd instellen.
→ Roep het optiemenu voor de kaartweergave op.

→ Druk op de toets Dag / Nacht.
Het scherm wisselt van de dagmodus naar de nachtmodus en omgekeerd.
Bestemming invoeren
(Alleen beschikbaar bij niet geactiveerde navigatie.)
U kunt een bestemming invoeren.
→ Roep het optiemenu voor de kaartweergave op.

→ Druk op de toets Bestemming invoeren.

U kunt nu zoals beschreven onder 'Het menu Bestemmingen invoeren' op pagina 34 Thuis, Adres invoeren, POI selecteren, Persoonlijke bestemmingen, Contacten, Route plannen, Op kaart selecteren of Geo-coördinaten invoeren) een bestemming invoeren.
Tussenstop invoeren/wissen.
(Alleen beschikbaar bij geactiveerde navigatie.)
U kunt met deze functie een tussenstop invoeren of een ingevoerde tussenstop weer wissen.
→ Roep het optiemenu voor de kaartweergave op.

→ Druk op de toets Tuss. toev..

U kunt dan, zoals onder 'Het menu Bestemmingen invoeren' op pagina 34 beschreven (Adres invoeren, POI selecteren, Persoonlijke bestemmingen,
Contacten, Op kaart selecteren of Geocoördinaten invoeren), beschreven een bestemming als tussenstop invoeren. Ook kunt u met de toets Uit laatste best. selecteren een bestemming in de snelkoppeling kiezen.
Na het invoeren van de gewenste tus- sentop wordt de route opnieuw berekend.
→→→ GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE

De ingevoerde tussenstop wordt op de kaart met een rood vlaggetje aangegeven.
Tussenstop wissen
→ Roep het optiemenu voor de kaartweergave op.

→ Druk op de toets Tuss. wissen.

→ Druk op de toets Ja. De tussenstop wordt gewist.
Gehele route weergeven
(Alleen beschikbaar bij geactiveerde navigatie.)
U kunt de gehele route naar de bestemming op de kaart laten weergeven. Bovendien kunt u een complete routebeschrijving bekijken en bepaalde delen van de route/straten permanent blokkeren.
Als verdere optie kunt u de verschillende routes die u bij de routeopties kunt instellen, laten weergeven en indien gewenst ook kiezen.
→ Roep het optiemenu voor de kaartweergave op.

→ Druk op de toets Route wrg..

De gehele route wordt weergegeven.
Door indrukken van de toets Opties kunt u de routeopties instellen.
Met de toets of kunt u de gehele route langzamer of sneller simuleren. Door aantippen van het scherm kunt u de simulatie beeindigen.
Routebeschrijving
→ Druk met de gehele route op het scherm op de toets Kruisp..

Het eerste punt van de routebeschrijving verschijnt op de kaart.
Met de toets en ◆n kunt u door de gehele routebeschrijving heen blade-ren.
GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
U kunt de routebeschrijving ook als lijst opvragen. Druk hiervoor op de toets Lijst.

→ Druk op de pijltoets en rechts op het scherm om in de lijst te bladeren.
Als u op een vermelding in de routebeschrijving drukt, verschijnt deze op de kaart.
Delen van de route/straten blokkeren U kunt afzonderlijke delen van de route/ straten blokkeren. De Traffic Assist bere- kent dan een nieuwe zinvolle omleiding om het geblokkeerde weggedeelte heen.
→ Kies in de routebeschrijving met de toetsen en het pleel van de route dat u wilt blokkeren.
→ Druk op de toets Blokkeren.

→ Kies Voor huidige route blokkeren om het deel van de route alleen voor de huidige routebegeleiding te blokkeren.
Opmerking:
Bij een traject van meer dan 10 km kunt u in een submenu aangeven of het gehele traject of slechts een deel van het traject moet worden geblokkeerd.
→ Kies Permanent blokkeren om het deel van de route ook voor toekomstige routebegeleidingen te blokkeren.

U kunt nu voor elke dag van de week instellen of de straat wel of niet moet worden geblokkeerd.
→ Druk op de toetsen met de dagen waarop de straat niet geblokkeerd moet zijn (het kloksymbool onder de dag verdwijnt).
→ Bevestig uw instellingen door op de toets OK te drukken.
of
→ Druk op de toets onder één van de dagen en stel maximaal twee perioden in waarin de straat geblokkeerd moet zijn.

→ Stel met behulp van de toetsen 1de eerste periode in waarin de straat op deze dag geblokkeerd moet zijn.
→ Stel zo nodig met behulp van de toetsen
② de tweede periode in waarin de
straat op deze dag geblokkeerd moet
zijn.
→→→ GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
Opmerking:
Druk op de toets Blok. 24 uur om straat de hele dag te blokkeren.
Druk op de toe Gebr. instelling voor om de blokkering ook op andere dagen toe te passen.
→ Bevestig uw instellingen door op de toets OK te drukken.
Opmerking:
De lijst met door u permanent geblokkeerde straten kunt u zoals onder 'De toets Geblokkeerde wegen' op pagina 62 beschreven bewerken.
Verschillende routetypes weergeven/kiezen
U kunt de verschillende routes door de Traffic Assist op een scherm laten weergeven.
→ Druk met de gehele route op het scherm op de toets Alternatief.
Na korte tijd verschijnt de kaart. zonderlijke routes worden achter elkaar berekend en op de kaart ingetekend.

Rechts ziet u de verschillende kleuren voor de diverse routes, van elk het af te leggen traject en de vermoedelijke duur van de reis.
Opmerking:
Let op: in veel gevallen wordt een eenvoudige of economische route door de snelste route verborgen.
Kies de gewenste route door op een van de rechtertoetsen te drukken.
Overzicht bestemmingen weergeven
Als er een geplande route met meerdere bestemmingen actief is, kunt u het gehele traject met alle bestemmingen op de kaart als een lijst laten verschijnen.
→ Roep het optiemenu voor de kaartweergave op.

→ Druk op de toets Routebeschr..

De geplande route verschijnt op de kaart. Met de toets of kunt u de gehele
route langzamer of sneller simuleren. Door aantippen van het scherm kunt u de simulatie beeindigen.
GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
Op de onderste regel kunt u met de toets en -en do afzonderlijke etappes van de route doorbladeren. Bij het blade- ren verschijnt dan de desbetreffende etappe.
Door het kiezen van Form. wis. kunt u de desbetreffende etappe laten blokkeren.
Druk op Lijst om de etappes van de route als een lijst weer te geven.

De afzonderlijke etappes van de route verschijnen in de vorm van een lijst. Met de bovenste de toets kunt u weer naar navigatie van de route terugkeren.
Als u een van de etappes wilt bewerken, drukt u op de toets óór de desbetreffende etappe.
U hebt dan de volgende opties:
• M eDetails weergeven informatie m.b.t. de gekozen etappe weergeven.
- M eOmhoog en Omlaag de volgorde van de etappes wijzigen.
- Met Plaats wissen de gekozen etapp wissen.
- M eGeleiding starten die navigatie voor de gekozen etappe starten.
Bestemming overslaan
Als er een geplande route met meerdere bestemmingen actief is, kunt u de actuele bestemming van de route wissen. Vervolgens wordt de navigatie naar de volgende bestemming gestart.
Dit kan noodzakelijk worden wanneer u niet rechtstreeks naar een bestemming bent gereden. De Traffic Assist probeert u anders nog steeds naar de huidige bestemming te leiden.
→ Roep het optiemenu voor de kaartweergave op.

→ Druk op de toets Volgende bestemming.
De navigatie naar de volgende bestemming wordt gestart.
U kunt uw huidige positie laten weergeven en deze positie opslaan. Ook kunt u informatie over de huidige GPS-ontvangst en het huidige land laten weergeven.
→ Roep het optiemenu voor de kaartweergave op.

→ Druk op de toets Positie-info.

De huidige positie wordt weergegeven. Indien mogelijk verschijnt er een adres bij. Als er voor de huidige positie geen adres beschikbaar is, verschijnen de geografische coördinaten.
Met de toets Overzicht kunt u weer naar de kaart gaan.
Na het kiezen van Opslaan kunt u de huidige positie in de snelkoppeling opslaan.
→→→ GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE
Na het indrukken van Landinfo kunt u landspecifieke informatie, zoals bijv. de toegestane maximumsnelheid voor het land waar u zich op dat moment bevindt laten weergeven.
Na het indrukken van GPS-info verschijnt er informatie over de GPS-ontvangst.

U kunt nagaan hoeveel satellieten er worden ontvangen en of er voldoende satellieten voor de navigatie worden ontvangen. Ook verschijnen de actuele tijd en de geografische positie.
Positie opslaan
U kunt de huidige positie opslaan.
→ Roep het optiemenu voor de kaartweergave op.

→ Druk op de toets Positie opslaan.

→ Voer de gewenste naam voor de positie in. → Druk op de toetsokom de naam te bevestigen.
Telefoon oproepen\*
U kunt de telefoonfuncties opvragen.
→ Roep het optiemenu voor de kaartweergave op.

→ Druk op de toets Telefoon. De telefoonfunctie wordt opgeroepen.
Display uitschakelen
U kunt het display van de Traffic Assist uitschakelen zodat u minder wordt afgeleid. Tijdens de navigatie krijgt u dan alleen akoestische aanwijzingen. Alle ontvangen berichten worden echter wel weergegeven.
→ Roep het optiemenu voor de kaartweergave op.

→ Druk op de toets Weergave uit.
Om de uitschakeling van het display op te heffen, kunt u het display aanraken of op de toets drukken.
GEBRUIKSMODUS NAVIGATIE

Sneltoetsen definiëren
De Traffic Assist heeft links in het menu Opties vier vrij toewijsbare toetsen waar- aan u functies van het menu Opties kunt toewijzen.
Zo hebt u snel toegang tot functies die belangrijk voor u zijn. De toetsen zijn al af fabriek toegewezen.
→ Roep het optiemenu voor de kaartweergave op.

→ Druk op de toets Sneltoetsen.

→ Selecteer nu de te wijzigen sneltoets.

→ Selecteer in de weergegeven lijst de ge-
wenste functie.
→ Bevestig uw keuze door het indrukken van de toets OK.
Het kaartscherm verschijnt en bij de volgende keer opvragen van het menu Opties heeft de sneltoets de door u geselecteerde functie.
→D
→GB
→F
→1
→ E
→P
→ NL
→DK
→S
→N
→FIN
→TR
→ GR
→ PL
→ CZ
→H
→ SK
U kunt uw Traffic Assist verbinden met een mobiele telefoon die over Bluetooth® wireless technology beschikt.
Uw Traffic Assist fungeert dan als uiterst comfortabele handsfree-installatie.
Opmerkingen:
- Bij sommige met Bluetooth® wireless technology uitgevoerde mobiele telefoons zijn bepaalde functies mogelijk niet beschikbaar.
- Bij de onderstaande beschrijvingen wordt aangenomen dat Bluetooth op de telefoon ingeschakeld is. Hoe u Bluetooth op de mobiele telefoon activeert, vindt u in de gebruiksaanwijzing van de mobiele telefoon.
- Voor een automatische verbinding met de mobiele telefoon moet deze functie ook op de mobiele telefoon geactiveerd zijn.
Telefoonfunctie oproepen
De telefoonfunctie kan vanuit het hoofdmenu ⑩ of de kaartweergave met weergegeven optiemenu ② worden opgeroepen.

→ Druk op de Telefoon sin het hoofdmenu om de telefoonfunctie op te roepen.
of
→ Druk in het menu Opties van het kaart-
scherm op de toets Telefoon.
Als Bluetooth is ingeschakeld en Traffic Assist al met een mobiele telefoon verbonden is, wordt het telefoonmenu weergegeven.

Als Bluetooth bij het oproepen van de telefoonfunctie nog niet is ingeschakeld, wordt u gevraagd Bluetooth in te schakelen.

→ Druk op de toets Ja om Bluetooth in te schakelen.
TELEFOONFUNCTIE\*
Traffic Assist probeert nu een verbinding tot stand te brengen met de mobiele telefoon waarmee het laatst een verbinding tot stand is gekomen. Zodra de verbinding tot stand is gebracht, verschijnt korte tijd het telefoonmenu. Als nog geen verbinding met een mobiele telefoon bestaat of als het laatst verbonden toestel niet beschikbaar is, verschijnt de volgende melding.

→Druk op d eJa t one mobiele telefoons met Bluetooth te zoeken zoals wordt beschreven onder 'Mobiele telefoons zoeken' op pagina 93.
Telefoonmenu
Vanuit het telefoonmenu kunt u het volgende doen:
- nummers te kiezen of uit het telefoonboek te kiezen,
- nummerlijsten oproepen,
• naar Bluetooth-telefoons zoeken, - de verbinding met een mobiele telefoon verbreken.
Als Bluetooth is ingeschakeld en Traffic Assist al met een mobiele telefoon verbonden is, wordt na het oproepen van de telefoonfunctie het telefoonmenu weergegeven.

In het bovenste gedeelte van het telefoonmenu worden, voor zover beschikbaar, de ontvangststerkte, de laadtoestand en de naam van de mobiele telefoon en de naam van de netwerkexploitant weergegeven.
Nummer kiezen
U kunt een telefoonnummer invoeren en dit nummer bellen of een nummer uit het telefoonboek kiezen.
→ Druk in het telefoonmenu op het keuzeveld Kiezen.

→ Gebruik de weergegeven toetsen om het gewenste telefoonnummer in te voeren.
→→→ TELEFOONFUNCTIE\*
Opmerking:
Druk op de toets ingevoerd teken te wissen.
Druk op de toePauze om tijdens het kiezen een pauze in te voeren.
→ Druk op de toets Kiezen.
De Traffic Assist probeert nu een verbinding tot stand te brengen met het ingevoerde telefoonnummer. Meer informatie over de verdere bediening vindt u onder 'Telefoongesprekken' op pagina 95.
Telefoonboek
In het telefoonboek worden de van de SdMrkaart enruit het geheugen van de mobiele telefoon geladen telefoonboekvermeldingen weergegeven. Na het kiezen van de gewenste vermelding kunt u het desbetreffende telefoonnummer bellen.
Opmerkingen:
- De overdracht van het telefoonboek kan enkele minuten duren.
- Als verbinding wordt gemaakt met de mobiele telefoon waarvan het telefoonboek al is overgedragen, wordt het telefoonboek niet opnieuw geladen. Als in de tijd dat geen verbinding met de mobiele telefoon bestond, vermeldingen zijn gewijzigd of toegevoegd, moet het telefoonboek van de Traffic Assist handmatig worden geladen om het telefoonboek bij te werken. Zie 'Telefoonboek bijwerken' op pagina 99.
→ Druk in het telefoonmenu op het keuzeveld Telefoonboek.

Bij meer dan 10 vermeldingen in het telefoonboek verschijnt er een invoermenu. Wanneer er minder dan 10 vermeldingen zijn, wordt er direct een lijst met de vermeldingen weergegeven.
TELEFOONFUNCTIE\*
→ Kies in het invoermenu de beginletter van de gezochte vermelding.
Opmerkingen:
- Als u bijvoorbeeld de letters 'M' en 'T' hebt ingevoerd, worden vermeldingen weergegeven waarvan de achternaam of voornaam met 'MI' begint. Zoals bijvoorbeeld 'Miller John' of 'Bauer Michael'.
- U kunt de beginletter van de achternaam gevolgd door een spatie (toets) en vervolgens de beginletter van de voornaam invoeren.
→ Druk op toets onals de gewenste naam op de bovenste regel wordt weergegeven.
Als het telefoonboek 5 of minder vermeldingen met de ingevoorde lettercombinatie bevat, worden deze automatisch in een lijst weergegeven.
Opmerking:
U kunt ook al eerder een lijst met vermeldingen die overeenkomen met de ingevoerde lettercombinatie laten weergeven. Druk hiervoor in het invoermenu op de toets >300
→ Selecteer de gewenste vermelding in de lijst.
Wanneer de geselecteerde vermelding meerdere telefoonnummers heeft, kunt u nu het gewenste nummer kiezen.

De verschillende telefoonnummers worden met pictogrammen aangegeven.
| Pictogram | Betekenis |
![]() | Privételefoonnummer |
![]() | Zakelijk telefoonnummer |
![]() | Mobiel telefoonnummer |
→ Kies het gewenste telefoonnummer. De Traffic Assist probeert nu een verbinding tot stand te brengen met het gekozen telefoonnummer. Meer informatie over de verdere bediening vindt u onder 'Telefoongesprekken' op pagina 95.

TELEFOONFUNCTIE\*
Nummerlijsten
In de nummerlijsten worden de laatst gekozen, aangenomen of niet-aangenomen nummers of namen in chronologische volgorde weergegeven. Voor zover mogelijk worden in de diverse lijsten ook de telefoonnummers of de namen van de in de mobiele telefoon opgeslagen lijst weergegeven.
→ Druk in het telefoonmenu op het keuzeveld Laatste oproepen.

Via de toetsen Gemist, Aangenomen en Gekozen kunt u de van de mobiele telefoon geladen lijsten oproepen.
De nummerlijst met de op de Traffic Assist laatst gekozen, aangenomen of niet-aangenomen nummers of namen wordt in de regels daaronder weergegeven.
Elke regel van de nummerlijst is in twee velden opgedeeld. Elk lijstveld is als toets weergegeven. Op de rechtertoets wordt het nummer/de naam weergegeven en met het linkerpictogram worden de eigenschappen van de vermelding weergegeven.
Aanwijzingen:
- In de nummerlijst worden automatisch de laatste 100 nummers/namen opgeslagen. Als het geheugen 100 nummers bevat, wordt voor een nieuw nummer het oudste automatisch gewist. Belangrijke nummers kunnen echter worden beveiligd.
- Vermeldingen in de nummerlijst verwijzen altijd uitsluitend naar de tijd gedurende welke de mobiele telefoon met Bluetooth® wireless technology met de Traffic Assist verbonden was. Via de toetsen Gemist, Aangenomen en Gekozen kunt u de van de mobiele telefoon geladen lijsten, voor zover beschikbaar, oproepen.
Gebruikte pictogrammen
In de nummerlijst worden de volgende pictogrammen gebruikt.
| Pictogram | Betekenis |
| Deze vermelding is een standaardvermelding zonder bijzonderheden. | |
| Deze vermelding is beveiligd.Als de nummerlijst vol is,wordt deze vermelding niet automatisch gewist. U kunt dit indien gewenst handmatig doen.Bij een beveiligde vermelding kunt u de positie ook in de snelkoppeling vastleggen. |
In de nummerlijst bladeren
Met de toetsen kunt u in de desbetreffende pijlrichting in de nummerlijst bladeren.
TELEFOONFUNCTIE\*

Bestaande nummers kiezen
De nummers/namen in de nummerlijst kunnen rechtstreeks worden gekozen.
→ Druk op de toets met de gewenste vermelding om het bellen te starten.
De vermelding wordt gebeld.
Vermeldingen weergeven of bewerken
Elke vermelding in de nummer worden weergegeven of bewerkt.
→ Druk op het toetsenpaneel links naast de gewenste vermelding.
Op het display verschijnt een keuzemenu.

| Keuze Betekenis | |
| Details weer-geven | De gegevens voor de vermelding worden weergegeven (indien aanwezig nummer en naam, gesprekstijd en gespreksdatum). |
| Keuze Betekenis | |
| Invoer beveiligen | De vermelding wordt tegen automatisch verwijderen beveiligd (alleen bij onbeveiligde vermeldingen beschikbaar). |
| Beveil, opheffen | De beveiliging van de vermelding wordt opgeheven (alleen bij onbeveiligde vermeldingen beschikbaar). |
| Omhoog / Omlaag | De vermelding wordt een positie naar voren/achteren verschoven. |
| Invoer wissen | De vermelding wordt uit de nummerlijst verwijderd. |
| Alle invoer wissen | Alle vermeldingen (ook de beveiligde) worden uit de nummerlijst verwijderd. |
Van de mobiele telefoon geladen lijsten
→ Roep in de nummerlijst de desbetreffende lijst op via de toetsen Gemist, Aangenomen en Gekozen.

Met de toetsen kunt in de desbetreffende pijlrichting in de lijst bladeren.
→ Druk op de toets met de gewenste vermelding om het bellen te starten.
Opmerking:
Door op de toets voor een vermelding te drukken, worden de gegevens van de vermelding weergegeven (indien aanwezig nummer en naam, gesprekstijd en gespreksdatum).

TELEFOONFUNCTIE\*
Bluetooth-telefoons aansluiten
U kunt met de Traffic Assist telefoneren door een mobiele telefoon die over Bluetooth® wireless technology beschikt met de Traffic Assist te verbinden. In het volgende gedeelte worden de verschillende mogelijkheden voor het tot stand brengen van een verbinding beschreven.
Apparaatlijst oproepen
→ Druk in het telefoonmenu op het keuzeveld Telefoons.

De apparaatlijst wordt weergegeven.
Vanuit deze lijst kunt u mobiele telefoons zoeken of een verbinding met mobiele telefoons tot stand brengen.
Opmerking:
Als u tot nu toe nog geen verbindingen met mobiele telefoons hebt opgebouwd, is de lijst leeg.
De apparaatlijst toont per regel alle mobiele telefoons die tot nu toe met de Traffic Assist gekoppeld waren.
Elke regel van de apparaatlijst is in twee velden opgedeeld. Elk lijstveld is als toets weergegeven. Op de rechtertoets wordt het apparaat weergegeven en met het linkerpictogram worden de eigenschappen ervan weergegeven.
| Pictogram | Betekenis |
| Dit apparaat is een standaardapparaat zonder bijzonderheden. | |
| Dit apparaat is beveiligd. Als de apparaatlijst vol is, wordt dit apparaat niet automatisch verwijderd. U kunt dit indien gewenst handmatig doen. Bij een beveiligde vermelding kunt u de positie ook in de apparaatlijst vastleggen. | |
| Dit apparaat is de mobiele telefoon die momenteel verbonden is. |
Door op het pictogram te drukken, kunt u een menu oproepen waarin u bijv. het apparaat kunt beveiligen.

| Keuze Betekenis | |
| Invoer beveiligen | Het apparaat wordt tegen automatisch verwijderen beveiligd (alleen bij onbeveiligde apparaten beschikbaar). |
| Beveil. opheffen | De beveiliging van het apparaat wordt opgeheven (alleen bij onbeveiligde apparaten beschikbaar). |
| Omhoog / Omlaag | Het apparaat wordt een positie naar voren/achteren verschoven. |
| Wissen Het apparaat wordt uit de apparaatlijst verwijderd. | |
| Alles Wissen | Alle apparaten (ook de beveiligde) worden uit de lijst gewist. |
TELEFOONFUNCTIE\*
→→
Uw Traffic Assist probeert na het inschakelen een verbinding tot stand te brengen met de mobiele telefoon waarmee het laatst een verbinding tot stand is gekomen.
Opmerking:
De verbinding met de laatst verbonden mobiele telefoon wordt alleen tot stand gebracht als in de apparaatlijst geen beveiligd apparaat vóór dit apparaat staat.
Onder 'Automatische verbinding' op pagina 98 wordt beschreven hoe u deze functie kunt in- of uitschakelen.
Voorwaarden voor een succesvolle verbinding zijn:
- Op uw Traffic Assist is Bluetooth® ingeschakeld. (Zie 'Bluetooth in-/uitschakelen' op pagina 98.)
- De mobiele telefoon is ingeschakeld, bevindt zich binnen bereik en Bluetooth® is geactiveerd.
Mobiele telefoons zoeken
Opmerking:
Schakel vóór het zoeken Bluetooth® in op de mobiele telefoon die u zoekt.
→ Roep de apparaatlijst op.

→ Druk op de toe Bluetooth-telefoons zoeken.
Het zoeken begint.
Tijdens het zoeken worden eventueel gevonden apparaten weergegeven. U kunt een zoekopdracht afbreken door op de toets Zoeken stoppen te drukken.
Na het zoeken of na het indrukken van de toets Zoeken stoppen verschijnt een lijst met de gevonden apparaten.

→ Druk nu op de naam van de mobiele telefoon die u wilt verbinden.
De Traffic Assist probeert nu de verbinding tot stand te brengen. De mobiele telefoon moet nu om de invoer van een wachtwoord vragen. Dit wachtwoord wordt door de Traffic Assist bepaald.

→ Voer het weergegeven wachtwoord op de mobiele telefoon in.
De verbinding wordt tot stand gebracht. Bij een succesvolle verbinding verschijnt het telefoonmenu.

TELEFOONFUNCTIE\*
Vanuit de apparaatlijst verbinden
Vanuit de apparaatlijst kunt een verbinding met een mobiele telefoons tot stand brengen. Als al een verbinding met een mobiele telefoon bestaat, wordt deze automatisch verbroken en wordt de verbinding met het nieuwe apparaat tot stand gebracht.
→ Roep de apparaatlijst op.

→ Druk op de gewenste mobiele telefoon in de lijst.
De verbinding met de geselecteerde mobiele telefoon wordt tot stand gebracht. Bij een succesvolle verbinding verschijnt het telefoonmenu.
Verbinding vanuit de mobiele telefoon
U kunt ook proberen om de verbinding met de Traffic Assist vanuit de mobiele telefoon tot stand te brengen.
Als dit gebeurt vanuit een nog niet verbonden mobiele telefoon, wordt u gevraagd of u de verbinding wilt toestaan.

→ Druk op de toets Ja om de verbinding toe te staan.

→ Voer het weergegeven wachtwoord (vier keer nul) op de mobiele telefoon in. De verbinding wordt tot stand gebracht. Bij een succesvolle verbinding verschijnt het telefoonmenu.
Verbinding met telefoon verbreken
U kunt de verbinding met de momenteel via Bluetooth verbonden mobiele telefoon verbreken.

→ Druk op de toets Verbreken.
De verbinding met de momenteel verbonden mobiele telefoon wordt verbroken.
TELEFOONFUNCTIE\*
Telefoongesprekken
Onder het gedeelte Telefoongesprekken vindt u een overzicht van de bedieningsopties voor het tot stand brengen van een gesprek, het aannemen van een oproep en het beeindigen van een gesprek.
→ Voer een telefoonnummer in of kies een vermelding uit de nummerlijst of het telefoonboek.
Het nummer wordt gekozen.
Zodra de oproep aan de andere kant van de lijn wordt beantwoord, verandert het scherm en bent u met uw gesprekspartner verbonden.

Oproep aannemen
Bij een binnenkomende oproep hoort u een beltoon. Bovendien verschijnt het volgende display.

Indien beschikbaar verschijnen het telefoonnummer en de naam van de better.
U hebt bij binnenkomende oproepen meerdere bedieningsopties:
| Keuze Betekenis | |
| Aannemen | Het gesprek wordt aangenomen. Het gespreksscherm verschijnt. |
| Weigeren | Het gesprek wordt geweigerd. De better hoort de bezettoon. Het laatste actieve display verschijnt. |
*Geldt alleen voor de Traffic Assist Z116
| Keuze Betekenis | |
| Negeren De beltoon wordtuitgeschakeld. Hetlaatste actieve displayverschijnt. Het gesprekwordt beëindigd als debeller ophangt. |
Als u zoals onder 'Automatisch aannemen' op pagina 98 beschreven het automatisch aannemen van oproepen inschakelt, verschijnt bij de toets Aannemen bovendien de tijd tot aan het aannemen van de oproep.
→→→ TELEFOONFUNCTIE\*
Gesprek beëindigen
U kunt een actief gesprek beeindigen.

→ Druk in het gespreksscherm op de toets Einde oproep.
Het gesprek wordt beeindigd. Het laatste actieve display verschijnt.
Opmerking:
Het gesprek wordt ook beeindigd als de gesprekspartner ophangt. Ook dan verschijnt het laatste actieve display.
Tijdens een gesprek
Tijdens een gesprek hebt u de verschillende bedieningsopties.

In het bovenste gedeelte van het gespreksscherm worden, voor zover beschikbaar, de ontvangststerkte, de laadtoestand en de naam van de mobiele telefoon en de naam van de netwerkexploitant weergegeven.
Daaronder worden de gesprekstijd en, voor zover beschikbaar, het telefoonnummer en/of de naam van de gesprekspartner weergegeven.
Als de navigatie actief is, verschijnen de pijlen van de navigatie aanwijzingen in het gespreksscherm.
Opmerking:
Als u tijdens een gesprek nog een oproep ontvangt, wordt dit niet met een signaal weergegeven. Het nummer van de beller verschijnt wel in de nummerlijst.
→Druk op de toets Opties om het optiemenu van het gespreksscherm op te roepen.

• Volume
Door op de toets Volume te drukken, kunt u de volume-instelling oproepen. Zie 'Volume van de telefoon' op pagina 99.
- Microfoon uit/Microfoon aan
Voor een privégesprek in de auto kunt u de microfoon van de Traffic Assist uitschakelen. De gesprekspartner aan de telefoon hoort dan niets.
Druk op de toets Microfoon uit om de microfoon uit te schakelen. Druk op de toets Microfoon aan om de microfoon weer in te schakelen.
TELEFOONFUNCTIE\*
- Privémodus/Handsfree
U kunt een gesprek weer op de mobiele telefoon zelf voeren. De handsfree-functie wordt dan beeindigd. Na het beeindigen van het gesprek wordt de verbinding met de mobiele telefoon automatisch weer tot stand gebracht.
Druk op de toets Privémodus. De handsfree-functie wordt beëindigd. Druk op de toets Handsfree om weer via de Traffic Assist te telefoneren voordat het gesprek wordt beëindigd.
- DTMF-beltonen
U kunt tijdens een gesprek DTMF- tonen verzenden (bijv. om het antwoordapparaat af te luisteren). Druk op de toets DTMF-beltonen. Voer in het weergegeven menu met de gewenste toets de bijbehorende toon in.
Telefooninstellingen
In de telefooninstellingen bevinden zich alle voor de telefoonfunctie relevante instellingen.
Opmerking:
Alle instellingen moeten worden bevestigd door op de toets OK te drukken. Met de toets kunt u op elk gewenst moment het huidige menu verlaten zonder iets te hebben gewijzigd.

→ Druk in het hoofdmenu op Instell..

→ Druk op de toetsTelefooninstellingen.
*Geldt alleen voor de Traffic Assist Z116
U komt in het menu voor de telefooninstellingen.
Structuur
In het menu staan u verschillende pagina's met de functies ter beschikking:


U komt op de volgende c.q. vorige pagina van de instellingen met de toetsen en
→→→ TELEFOONFUNCTIE\*
Bluetooth in-/uitschakelen
Met de toets Bluetooth kunt u Bluetooth in- of uitschakelen.
→ Druk in het instellingenmenu op de toets Bluetooth.
Naargelang de vorige instelling schakelt u Bluetooth in of uit.

- Bovenste pictogram: functie ingeschakeld
- Onderste pictogram: functie uitgeschakeld
Met de toets Autoconnect kunt u in- of uitschakelen of na het inschakelen van de Traffic Assist automatisch wordt geprobeerd verbinding te maken met een mobiele telefoon.
→ Druk in het instellingenmenu op de toets Autoconnect.
Naargelang de vorige instelling schakelt u de functie in of uit.

- Bovenste pictogram: functie ingeschakeld
- Onderste pictogram: functie uitgeschakeld
Zichtbaarheid
Met de toets Zichtbaarheid kunt u in- of uitschakelen of andere Bluetooth-apparaten de Traffic Assist bij een zoekopdracht wel of niet herkennen.
→ Druk in het instellingenmenu op de toets Zichtbaarheid.
Naargelang de vorige instelling schakelt u de functie in of uit.

- Bovenste pictogram: functie ingeschakeld
- Onderste pictogram: functie uitgeschakeld
Automatisch aannemen
Met deze functie kunt u instellen of en na hoeveel tijd een binnenkomende oproep automatisch wordt aangenomen.

→ Druk in het instellingenmenu op de toets Autom.aangen..

→ Kies of binnenkomende gesprekken na 3, 5 of 10 seconden automatisch moeten worden aangenomen.
Door het kiezen van de optie Uit wordt de functie uitgeschakeld.
De momenteel gekozen instelling is met een vinkje () gemarkeerd.
→ Bevestig uw instellingen door op de toets OK te drukken.
TELEFOONFUNCTIE\*
Volume van de telefoon
U kunt met deze functie het beltoonvolume en het gespreksvolume instellen.

→ Druk in het instellingenmenu op de toets Volume.

→ Kies met de toetsen en het + gewenste volume.
→ Druk op de toets som het geluid te onderdrukken.
→ Bevestig uw instellingen door op de toets OK te drukken.
Telefoonboek bijwerken
Met deze functie kunt u de opgeslagen telefoonboekvermeldingen in de Traffic Assist bijwerken en opnieuw overdragen.

→ Druk in het instellingenmenu op de toets Verversen.

Het laden van het telefoonboek kan enkele minuten duren.
Bluetooth-naam
Met deze functie kunt u voor uw Traffic Assist een naam opgeven. Deze toegekende naam wordt door andere Bluetooth-apparaten weergegeven.

→ Druk in het instellingenmenu op de toets Bluetooth-naam.

→ Voer de gewenste naam in.
→ Bevestig de ingevoerde naam door op de toets OK te drukken.
Systeeminstellingen selecteren
U kunt verschillende elementaire instellingen voor alle toepassingen van de Traffic Assist configureren.

→ Druk in het hoofdmenu op Instell..

→ Druk op de toets Systeeminst.. Het menu van de systeeminstellingen wordt opgeroepen.
Het menu Systeeminstellingen
Het menu Systeeminstellingen biedt de keuze uit de verschillende instelopties.


Bediening
Keuzemogelijkheden
De gewenste keus volgt door indrukken van de desbetreffende toets. De functie van de toets en is - afhankelijk van de keuze - verschillend en wordt onder 'De afzonderlijke menuopties' op pagina 101 beschreven.
U komt op de volgende cq. Vorige pagina van de instellingen met de toets en en

Menu instellingen sluiten
Door te drukken op wordt het menu Instellingen afgesloten.
De afzonderlijke menuopties
Accu
Uw Traffic Assist kan met een externe stroomvoorziening of met de ingebouwde accu werken.
Opmerking:
Bij het werken met accu is de actuele ladingstoestand belangrijk. Als er nog maar weinig energie ter beschikking staat, kan. B. de navigatie niet meer tot aan de bestemming worden volgehouden.
U kunt de energievoorziening en de toestand ervan op een statusscherm bekijken.
Voedingsniveau weergeven
Met de volgende toets kunt u het status- scherm opvragen:

→ Druk op de toets Batterij.
De het statuscherm verschijnt en u ziet het voedingsniveau.

Het laadniveau verschijnt op basis van de peilindicator. In dit voorbeeld is de accu nog voor ca. twee derde geladen. Het opladen wordt door een steker op het statusscherm aangegeven.

Statusscherm afsluiten
Door indrukken van de toets OK wordt het statuscherm afgesloten en verschijnt het menu Instellingen.
Dag-/nachtmodus
U kunt het scherm van de Traffic Assist op de dagmodus, de nachtmodus of op automatisch instellen.
Bij de instelling Automatisch wordt al naar gelang het tijdstip, de huidige positie en het seizoen automatisch tussen de dagen de nachtmodus overgeschakeld.
Met de volgende toets kunt u de instelling opvragen:

→ Druk op de toets Dag / Nacht.

→ Kies tussen Automatisch, Dag en Nacht.
De gewenste functie is geactiveerd en de systeeminstellingen worden op het beeldscherm weergegeven.

INSTELLINGEN
Kalibrering
Als het touchscreen niet goed op het aan- tippen van velden reageert, moet u het sys- teem kalibreren.
Kalibreren starten
Met de volgende toets kunt u het kalibre- ren starten:

→ Druk op de toets IJken.
Het kalibreren wordt gestart. Aanwijzingen op het scherm leiden u door de procedure.
Helderheid
U kunt de helderheid van het display voor de dag- en nachtweergave apart instellen. Met de volgende toets kunt u de instelling opvragen:

→ Druk op de toets Helderheid.

→ Stel met de toetsen en de + gewenste helderheid voor de dag- en nachtweergave in.
→ Bevestig uw instellingen door op de toets OK te drukken.
Taal
De teksten op het touchscreen kunnen in verschillende talen worden weergegeven.
Taalkeuze oproepen
Met de volgende toets kunt u tussen verschillende talen kiezen:

→ Druk op de toets Taal.
Op het display verschijnt de taalkeuze.

De taalkeuze toont de beschikbare talen als een lijst met meerdere pagina's. Elk lijstveld is als veld weergegeven. Op de afzonderlijke velden staan de taalcode en de bijbehorende nationale vlag.
INSTELLINGEN

Bladeren
Met de toets en kunt u in de desbetreffende pijlrichting in de lijstweergave bladeren.
Taal selecteren
→ Druk op het keuzeveld van de gewenste taal.
→ Bevestig uw keuze door de knop OK in te drukken.
Er verschijnt een melding dat de software opnieuw wordt gestart en de vraag of u de taal inderdaad wenst te wijzigen.
→ Bevestig de boodschap met Ja.
Taalkeuze afbreken
Door indrukken van de toets wordt de taalkeuze afgebroken en verschijnt het menu Instellingen.
Automatisch aan/uit
Traffic Assist kan automatisch in de slaapstand schakelen als het contact van de auto wordt uitgeschakeld.
Voorwaarden hiervoor:
- Traffic Assist is op de sigarettenaansteker van de auto aangesloten (zie ook pagina 17).
- De sigarettenaansteker is na het uitschakelen van het contact stroomloos.
- De desbetreffende functie is op Traffic Assist ingeschakeld.
Functie in- en uitschakelen
→ Druk op de toets Autom. aan/uit.
Naargelang de vorige instelling schakelt u de functie in of uit. De huidige instelling wordt weergegeven door het pictogram.

- Bovenste pictogram: de functie is ingeschakeld, Traffic Assist schakelt automatisch uit.
- Onderste pictogram: de functie is uitgeschakeld, Traffic Assist schakelt niet automatisch uit.
Tijdens de automatische uitschakeling wordt het volgende display weergegeven.

Door op de toets Abbrechen te drukken, kunt u de automatische uitschakeling afbreken.
Tonen
U kunt de signaaltonen van de Traffic Assist in- en uitschakelen. Daaronder valt ook het aanklikken van de schermknoppen.
→ Druk op Toetsgeluiden.
Naargelang de vorige instelling schakelt u de signaaltonen in of uit.

- Bovenste pictogram: tonen ingeschakeld
- Onderste pictogram: tonen uitgeschakeld

INSTELLINGEN
Kleur instellen
U kunt de kleur van de pictogrammen en andere designelementen veranderen.

→ Druk op de toets Kleuren.

→ Selecteer een van de 8 vooraf gedefinieerde kleuren.
of
→ Selecteer met de schuifregelaar ②on-
deraan het display de gewenste kleur.
Opmerking:
De kleur van de toets is gelijk aan de af fabriek ingestelde roodtint.
→ Bevestig uw instellingen door op de toets OK te drukken.
Fabrieksinstellingen
U kunt de fabrieksinstellingen voor de Traffic Assist herstellen.
Hierbij worden de volgende gewijzigde gegevens gewist: opgeslagen bestemmingen, opgeslagen routes, het huisadres, de telefoongegevens, in het interne geheugen opgeslagen afbeeldingen, video's, enz.

→ Druk op de toets Reset fabr.inst..

→ Druk op de toets Ja.
De fabrieksinstellingen van de Traffic Assist worden hersteld.
Informatie
Via de volgende knop kunt u informatie over de Traffic Assist bekijken.

→ Druk op de toets Informatie.
Op het display verschijnt het informatiescherm.

Let met name op de productaanduiding en de specificaties van de softwareversie. Vermeld bij verzoeken aan de serviceafdeling van Harman/Becker steeds deze specificaties.
Via de toets Kaartversie-informatie kunt u informatie m.b.t. de geïnstalleerde kaartgegevens bekijken.
INSTELLINGEN

My XTRAS
U kunt laten weergeven welke inhoud op uw Traffic Assist is geïnstalleerd, welke inhoud al is bijgewerkt, welke inhoud is gekocht en welke extra inhoud nog via de Contentmanager kan worden aangeschaft.

→ Druk op de toets XTRAS.

→ Druk op de toets met de informatie over de gewenste inhoud.
De inhoud wordt weergegeven.
Door op de verschillende inhoud te drukken, kunt u extra informatie bekijken.

TERMINOLOGIE
→D
→ GB
→ F
→ |
→ E
→ P
→ NL
→ DK
→ S
→ N
→ FIN
→ TR
→ GR
→ PL
→ CZ
→ H
→ SK
GMT
Midden-Europese tijd
De tijd op de lengtegraad 0 (de lengtegraad die over Greenwich, Groot-Brittannie loopt). Deze tijd wordt wereldwijd als standaardtijd voor de synchronisatie van dataregistratie gebruikt.
Bluetooth
Draadloze datacommunicatietechniek voor afstanden tot ca. 10 meter.
GPS
(Global Positioning System)
GPS bepaalt m.b.v. van satellieten uw actuele geografische positie. Dit wordt gedaan d.m.v. 24 satellieten, die rond de aarde cirkelen en daarbij een signaal uitzenden. De GPS-ontvanger ontvangt deze signalen en berekent aan de hand van de tijdsverschillen die de signalen nodig hebben, de afstand tot de afzonderlijke satellieten en daarmee de actuele positie in geografische lengte en breedte. Voor de positiebepaling zijn de signalen van minimaal drie satellieten nodig, vanaf de vierde satelliet kan tevens de hoogte waarop de satellietontvanger zich bevindt worden bepaald.
SD-kaart
(Secure Digital)
De SecureDigital-kaart is in 2001 door SanDisk op basis van een oudere MMC-standaard ontwikkeld. Een SD-kaart is een herschrijfbare wisselgeheugenkaart.
Stylus
Een stylus is een invoerstift, die voor de bediening van touchscreens, mobiele telefoons of PDA's wordt gebruikt.
De stylus is meestal een kunststof stift met een zachtere kunststof kern. Het omhulsel is hard en ligt gemakkelijk in de hand, de zachte kern mondt uit in een punt en is bedoeld, om het scherm zo voorzichtig mogelijk (dus zonder gevaar voor krassen) aan te raken.
De stylus is nauwkeuriger dan de vingers, omdat alleen de dunne punt het scherm aanraakt. Bovendien wordt zodoende de verontreiniging van het scherm door vingerafdrukken voorkomen.
TMC
Verkeersberichten die door sommige FM-zenders via RDS worden ovegebracht. Basis voor de dynamische navigatie.
USB
(Universal Serial Bus)
De Universal Serial Bus (USB) is een bus-systeem om een computer aan te sluiten op externe USB-randapparatuur, voor het uitwisselen van data.
TREFWORDEN

Numerics
3D-gebouwen 56
3D-weergave ....55,76
A
aankomsttijd 69
Aanwijzingsborden weergeven .....58
Adres invoeren ....36
Automatisch aannemen .....98
Bestemming invoeren .....34
Bestemming kiezen Adres invoeren ....36
Bestemming vanuit kaart .....49
Bestemmingen beveiligde ....33, 92
invoeren ....35
opslaan 39
Standaard- 33
standaard-....92
Bestemmingsgeheugen doorbladeren ....33 wijzigen ....33, 90
Bijzondere bestemmingen bellen ....43
bij een adres .....42
in de omgeving .....41
in de omgeving van de bestemming ....43
op de route .....74
rechtstreeks invoeren .....43
Bijzondere bestemmingen van Google™ 44
Blokkering 76
Bluetooth....92, 106 in-/uitschakelen....98
C
Coördinaten invoeren .....50
D
DTMF-tonen 97
Dwarsstraat 38
E
Eco Route ....53
Economische route ....53
Eenvoudige route ....53
F
Fabrieksinstellingen .....64
G
Geblokkeerde straten .....62
Gebouwen in 3D .....56
Geheugenkaart .....19
Geografische coördinaten .....50
Gesprek aannemen .....95
beeindigen 95, 96
negeren 95
weigeren 95
Gesprekslijst 90
GMT 106
GPS 106
GPS-ontvangst .....84
→ D
→ GB
→ F
→ |
→ E
→ P
→ NL
→ DK
→ S
→ N
→ FIN
→ TR
→ GR
→ PL
→ CZ
→ H
→ SK
→→→ TREFWORDEN
→ D
→ GB
→ F
→ |
→ E
→ P
→ NL
→ DK
→ S
→ N
→ FIN
→ TR
→ GR
→ PL
→ CZ
→ H
→ SK
H
Hoofdmenu 23
Hoogte boven zeeniveau 69
Hoogte boven zeeniveau van auto .. 69
Huidige positie 83
Huisadres 34
Huisnummer 39
|
Instellingen
Navigatie 51
Systeem 100
telefoon 97
K
Kaart
vergroten 49,72
verkleinen 49,72
weergeven 68
Kaartweergave 68
Kaartweergave instellen ..... 55, 76
Kiezen 87
Korte route 53
L
Laatste aankondiging 72
Land kiezen 36
Landspecifieke informatie ..... 52
Lijsten
Lijst met steden 37
Overzicht bestemmingen ..... 32
Stratenlijst 38
telefoonnummers 90
M
Maateenheden 61
Menu Bestemming invoeren: ..... 34
Structuur 35
Microfoon aan/uit 96
N
Navigatie 31
afbreken 24,75
starten 39
Nieuwe bestemming 34
Nummer kiezen 87
Nummerlijst
bewerken 91
doorbladeren 90
Nummer kiezen 91
Nummerlijsten 90
0
Oriëntatie van de kaart 56
Overzicht bestemmingen 32
P
Plaats selecteren 37
Positie weergeven 50
R
Rijsnelheid weergeven 69
Rondetijdregistratie 78
Route plannen 35,46
Route weergeven 39,80
Routebeschrijving 80
Routeopties 53,75
Routetypes 82
TREFWORDEN

S
Satellieten 84
SD-kaart 19
Snelheid weergeven .....69
Snelheidsbeperking 59
Snelheidslimiet .....59
Stad invoeren ....37
Straat selecteren ....38
Straatnamen weergeven .....56
Straten melden 60
Stylus 106
Systeeminstellingen ....100
T
Telefoon verbinden .....92
Telefoon zoeken 93
Telefoonboek....87, 88 bijwerken....99
Telefoonfunctie 86
Telefoonmenu 87
Tijdformaat ....61
Tijdzone 62
TMC 54,64
Berekening van een nieuwe route 67
op de route .....75
Weergave op de kaart .....65
TMC-antenne .....18
Tolwegen 54
Veiligheidsvoorschriften .....5, 31
Verkeersinformatie ....52
Volume instellen .....72, 99
W
Waarschuwingen Snelheidslimiet ....59
Waarschuwingen voor de bestuurder .58
Z
Zichtbaarheid 98
Zomertijd 62
→ D
→ GB
→ F
→ |
→ E
→ P
→ NL
→ DK
→ S
→ N
→FIN
→ TR
→ GR
→ PL
→ CZ
→ H
→ SK
- Beeldscherm: 4,3 inch touchscreen 6400 Kleuren Reflectie-arm Displayresolutie: 480 horizontaal en 272 verticaal
- Geheugen: 2 GB Flash-geheugen 128 MB SD-RAM (Z116) 64 MB SD-RAM (Z112, Z113)
- Micro SD-kaartlezer: Ondersteuning tot 8 GB class 6 SDHC FAT 32 formatteerd
• USB-interface: USB Client 2.0 MINI USB
• 1 Interne luidsprekers: 2 watt max.
• Voedingsspanning: LPS (Limited Power Source) 5 volt/1 A via USB-aansluiting
- AC-adapter (niet meegeleverd): 110 - 240 volt 0,2 ampère 50 - 60 Hz Uitgangsspanning 5 volt
Dit apparaat mag volgens de geldende EG-richtlijn door iedereen worden gebruikt. Dit toestel voldoet aan de op dit moment geldende Europese en geharmoniseerde nationale richtlijnen. Het kenmerk biedt u de garantie, dat aan de voor het apparaat geldende specificaties m.b.t. elektromagnetische compatibiliteit is voldaan. Dat betekent, dat storingen bij andere elektrische/elektronische apparaten door uw radio, alsmede storende invloeden op uw radio door andere elektrische/elektronische apparaten zo veel mogelijk worden voorkomen.
De door Luxemburg verleende EG-typegoedkeuring (E13) conform de Europese EMC-richtlijn inzake motorvoertuigen, zoals laatstelijk gewijzigd in ECE-R10, staat inbouw en gebruik in voertuigen (categorie L, M, N en O) toe.
EG-conformiteitsverklaring
Harman/Becker Automotive Systems GmbH verklaart dat Traffic Assist voldoet aan de fundamentele vereisten van de toepasselijke EG-richtlijnen en in het bijzonder aan de fundamentele vereisten en de andere relevante voorschriften van de R&TTE-richtlijn 1999/5/EG.
Een uitgebreide EG-conformiteitsverklaring vindt u op de website http://www.mybecker.com bij het betreffende product onder 'Downloads'.

Z112/Z113//Z116

10 R - 03 10138
→ D
→ GB
→ F
→ |
→ E
→ P
→ NL
→ DK
→ S
→ N
→ FIN
→ TR
→ GR
→ PL
→ CZ
→ H
→ SK

Afvoer van het apparaat
Informatie voor de klant m.b.t. de afvoer van elektrische en elektronische apparatuur (privéhuishoudens)
Overeenkomstig de zelf voorgeschreven bedrijfsprincipes van Harman/Becker Automotive Systems GmbH werd dit product uit hoogwaardige en recyclebare materialen en componenten ontwikkeld en vervaardigd.
Dit symbool op het product en/of de begeleidende documenten betekent, dat elektrische en elektronische producten aan het eind van hun levensduur gescheiden van het huisvuil moeten worden afgevoerd. Lever deze producten voor verdere verwerking of recycling kosteloos in bij de gemeentelijke inzamelpunten of milieuparken.
Door een juiste afvoer van het product wordt het milieu ontzien en worden mogelijk schadelijke gevolgen voor de volksgezondheid en het milieu verhinderd.
Voor meer informatie over het dichtstbijzijnde inzamelpunt kunt u contact opnemen met het gemeentehuis in uw woonplaats.
Voor zakelijke klanten binnen de Europese Unie
Neem contact op met de dealer of leverancier als u deze elektrische/elektronische apparatuur wilt afvoeren.
Informatie over de afvoer in landen buiten de Europese Unie
Dit symbool geldt alleen binnen de Europese Unie.

Afvoer van de accu
Informatieplicht conform het Besluit verwijdering batterijen
Batterijen en accu's horen niet in de vuilnisbak. De consument is wettelijk verplicht afgedankte batterijen en accu's in te leveren. U kunt deze op alle plaatsen waar batterijen worden verkocht en bij de verzamelpunten van uw gemeente inleveren. Hiermee levert u een concrete bijdrage aan de bescherming van het milieu. De leveranciers en fabrikanten zijn wettelijk verplicht deze batterijen en accu's kosteloos in te nemen en volgens de voorschriften te recyclen of als chemisch afval af te voeren. Uw batterijen en accu's kunt u bij ons inleveren door deze voldoende gefrankeerd naar het volgende adres te sturen:
Fa.
Harman/Becker Automotive Systems GmbH
Op de ingebouwde lithium-ion-accu van de Traffic Assist staat het hiernaast afgebeelde symbool van een afvalcontainer met een kruis erdoor en het soort accu.

Li-ion
Accu uitbouwen
Voordat u uw afgedankte apparaat weggooit, moet de accu uit het apparaat worden verwijderd.
Opmerking:
Bij de hier beschreven instructies voor het uitbouwen van de accu kan uw apparaat onherstelbaar beschadigd raken.
Bouw de accu alleen uit als u het apparaat daarna wilt weggooien.

→ Zorg ervoor dat de accu helemaal ontladen is (apparaat zonder externe voeding ingeschakeld laten tot het vanzelf uitschakelt).
→ Verwijder de twee rubberafdekkingen Ⓜa de schroefgaten.
→ Draai de twee schroeven ② met een kleine kruiskopschroevendraaier uit de behuizing.
→ Wip met een sleufschroevendraaier (bij de sleuven aan de zijkanten van de behuizing) de achterkant van de behuizing ③ eraf.
→ Trek de stekker van de aansluitkabel van de accu eruit ④
→ Verwijder de accu ⑤
Opmerking:
Sluit het door u geopende apparaat niet opnieuw op de voeding aan.




