Traffic Assist Pro Z 250 - Browser BECKER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Traffic Assist Pro Z 250 BECKER in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Traffic Assist Pro Z 250 BECKER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Browser in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Traffic Assist Pro Z 250 - BECKER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Traffic Assist Pro Z 250 van het merk BECKER.
GEBRUIKSAANWIJZING Traffic Assist Pro Z 250 BECKER
Bedieningshandleiding

NHOUDSOPGAVE
→D
→ GB
→ F
→ |
→ E
→ P
→ NL
→ DK
→ S
→ N
→ FIN
→ TR
→ GR
→ PL
→ CZ
→ H
→ SK
Inhoudsopgave 2
Veiligheidsvoorschriften 6
De Traffic Assist Pro uitpakken 9
Levering controleren 9
Levering 9
Bij reclamatics 9
Behandeling van de
verpakking 9
Beschrijving van het apparaat 10
Traffic Assist Pro - basisapparaat 10
Kabel voor voedingsspanning
via sigarettenaansteker 10
Accu 10
SD-geheugenkaart (Memory Card) 11
Aanwijzingen ten aanzien van
de documentatie 13
Quick Start Guide 13
Bedieningshandleiding 13
Registratie 13
Reparatie 13
Emissie en afvoer 13
Overzicht Traffic Assist Pro 14
Algemene bediening 19
Onderhoud en verzorging 19
Accukwaliteit 20
Displaykwaliteit 20
Ingebruikname 20
Geheugenkaart 20
Geheugenkaart plaatsen 21
De geheugenkaart verwijderen 21
Voedingsspanning 22
Aansluiting op een stopcontact 22
Voedingsspanning aansluiten 22
Voedingsspanning loskoppelen 23
Aansluiting op sigarettenaansteker 23
TMC-antenne 23
TMC-antenne (optic) 24
Inbouwen van de TMC-antenne 24
GPS-Antenne 24
Apparaatantenne 24
Externe antenne aansluiten 25
USB-aansluiting gegevensdrager 25
De apparaathouder aanbrengen 28
Op de voorruit 28
De apparaathouder verstellen 29
Verticaal 29
Horizontaal 29
De Traffic Assist Pro plaatsen 29
Traffic Assist Pro verwijderen 29
Het touchscreen 30
Bediening 30
Kalibrering 30
De menu's 30
Het hoofdmenu 30
Invoeren met behulp van het
invoermenu 31
Tekens invoeren 31
Suggesties overnemen 31
In de lijsten bladeren 32
Speciale tekens en trema's 32
Cijfers invoeren 32
Omschakeling hoofdletters/
kleine letters 33
Tekens wissen 33
Spatie invoegen 33
De On-toets 33
Volumeregeling 34
Overige kaarten 34
Installatieprogramma 34
INHOUDSOPGAVE

Bestanden overdragen 34
Overdragen met behulp van
SD-kaartlezer 34
Overdragen met behulp van
USB-interface 35
Kaarten overdragen 35
Muziek, afbeeldingen en video's overdragen 35
Bij storingen 36
Navigatie 37
Wat is navigatie? 37
Navigatie selecteren 38
Hulpmiddelen voor de navigatie 38
Snelle toegang 38
Navigatiemenu 38
Kaartweergave 38
De snelle toegang 38
Opbouw van de snelle toegang 39
Navigatiemenu en kaartweergave 39
De lijst met bestemmingen 39
Gebruikte symbolen 39
Bediening van de snelle toegang
Met beschikbare bestemming starten 40
In het bestemmingengeheugen
bladeren 40
Bestemming weergeven of bewerken 40
Naar de kaartweergave wisselen 41
Navigatiemenu openen 41
Het Navigatiemenu 42
Opbouw van het navigatiemenu 42
Adres 42
Bijzondere bestemming 42
Uit kaart 42
Coördinaten invoer 42
Routeplanning 42
Instellingen 42
Navigatiemenu: Adres 43
Land kiezen 43
Adres selecteren en starten 43
De navigatie afbreken 49
Navigatiemenu: Bijzondere
bestemming 49
Bijzondere bestemming: In omgeving 49
Bijzondere bestemming:
In het hele land 50
Bijzondere bestemming: In een plaats 51
Navigatiemenu: Uit kaart 52
Navigatiemenu: Routeplanning 53
Routelijst 53
Een route toepassen 54
De toets Nieuw 54
De toets Bewerken 55
De toets Berekenen 55
De toets Starten 56
Navigatiemenu: Coördinaten invoeren 56
Navigatiemenu: Instellingen 57
De toets Routeopties 57
De toets Automodus 58
De toets Formaat 59
De toets Kaartinfo 59
De toets Route-info 60
De toets Snelheid 61
De toets TMC 62
De toets Tijdzone 63
De toets Smart Speller 63
De toets Kruispuntinformatie 63
De toets Thuisadres 64
De toets Volume 65
De toets GPS 65
De toets Kaart laden 65
De toets Offroad 66
Wat is dynamische navigatie? 66
Weergave van TMC-berichten op
de wegenkaart 67
TMC gebruiken 67
Melding lezen 68
Betreffende straat in de kaart
weergeven 68
Meldingen actualiseren 68
Rekening houden met berichten
voor de routeberekening 69
Automatisch een nieuwe route
berekenen 69
Handmatig een nieuwe route
berekenen 69
Offroad-navigatie 70
Bestemming in offroad-gebied 70
Startpunt in het offroad-gebied 70
→ D
→ GB
→ F
→ |
→ E
→ P
→ NL
→ DK
→ S
→ N
→ FIN
→ TR
→ GR
→ PL
→ CZ
→ H
→ SK

NHOUDSOPGAVE
→D
→GB
→ F
→ |
→ E
→ P
→ NL
→ DK
→ S
→ N
→ FIN
→ TR
→ GR
→ PL
→ CZ
→ H
→ SK
De kaartweergave 71
Opbouw van de kaartweergave 71
Kaartweergave zonder navigatie 71
Navigatie met volledige kaart 71
Gedeeld beeldscherm met navigatie 72
Navigatie met pijlen 73
Kaartweergave met Reality View 73
Kaartweergave met toolbar 74
Bediening van de kaartweergave 74
Laatste aanwijzing herbalen 74
Volume van aankondigingen veranderen 74
Extra informatie 75
Positie-informatie 75
Optiemenu oproepen (toolbar) 76
Routebeschrijving weergeven/bewerken 77
Kaart in-/uitzoomen (toolbar) 78
Route weergeven (toolbar) 78
TMC-meldingen tonen (Toolbar) 78
Dag-/nachtverlichting (toolbar) 79
Weergave wijzigen (toolbar) 79
Naar het noorden richten (toolbar) 79
Beschikbare bijzondere
bestemmingen op de route (toolbar) 79
Kaart verschuiven (toolbar) 81
MP3-bestanden afspelen tijdens e en actieve navigatie (toolbar) 81
Telefoonfunctie oproepen (toolbar) 81
Telefoonmodus
Telefoon-gebruiksmodus oproepen 82
Snelle toegang telefoon
Opbouw van de snelle toegang 82
De nummerlijst 83
Gebruikte pictogrammen
Bediening van de snelle toegang 83
Aanwezig nummer kiezen 83
In de nummerlijst bladeren 83
Vermeldingen weergeven of bewerken 84
Telefoonmenu
Nummer kiezen 85
Telefoonboek 85
Mobiele telefoon verbinden 86
Lijst met toestellen oproepen 86
Mobiele telefoons zoeken 88
Vanuit toestellenlijst verbinden 88
Verbinding met mobiele telefoon
verbreken 89
Telefoon-/Bluetooth-instellingen 89
Bluetooth in-/uitschakelen 89
Zichtbaarheid van de Traffic Assist Pro 89
Telefoonboek bijwerken 90
Volume van de telefoon instellen 90
Naam van toestel 90
Telefoongesprekken
T'ot stand komen van een gesprek 91
Aannemen van een gesprek 91
Beëindigen van een gesprek 92
Bij een actieve navigatie 92
Zonder navigatie 92
Muziekmodus
Muziekweergave selecteren 93
De MP3-speler 93
Bediening van de MP3-Players 94
Titelsprong 94
Afspelen 94
Weergave onderbreken 94
Weergave afbreken 94
Overzicht mappen 95
Navigatie tijdens het gebruik
van de mp3-speler 96
MP3-Player uitschakelen 96
Fotomodus
Fotoweergave selecteren 97
De Picture Viewer 97
Bediening van de Picture Viewers 98
Bladeren 98
Diapresentatie 98
Volledig beeld 98
Picture Viewer uitschakelen 98
Het mapoverzicht 99
Bediening van het mapoverzicht 99
Subdirectory 99
Bladeren 99
INHOUDSOPGAVE

Foto selecteren 99
Van mapniveau wisselen 99
Mapoverzicht sluiten 99
Videoweergave 100
Videoweergave kiezen 100
De Video Player 100
Bediening van de Video Player 100
Video openen en weergeven 100
Toetsenbalk tijdens de weergave
op het scherm tonen 101
Versneld vooruit/achteruit 101
Volume instellen 101
Instellingen 102
Instellingen selecteren 102
Het instellingenmenu 102
Bediening 102
Keuzemogelijkheden 102
Instellingenmenu sluiten 102
De verschillende menupunten 103
Energie 103
Voedingsspanning weergeven 103
Statusaanduiding beeindigen 103
Dag-/nachtdisplay 103
Kalibrering 104
Kalibrering starten 104
Taal 104
Taalkeuze openen 104
Bladeren 104
Taal selecteren 104
Taalkeuze afbreken 104
Moodlight 105
Tonen 105
Automatisch aan/uit 105
Functie in- en uitschakelen 105
Informatie 106
Fabrieksinstellingen 106
Inbouw in auto 106
PIN-beveiliging 107
PIN-beveiliging activeren 107
PIN-beveiliging deactiveren/wijzigen 107
Terminologie 108
Trefworden 110
Technische specificaties 113
EG-conformiteitsverklaring 114
Afvoer van het apparaat 115
Afvoer van de accu 116
Informatieplicht conform het
Besluit verwijdering batterijen 116
Accu uitbouwen 116
De specificaties en gegevens in deze documentatie kunnen niet zonder voorafgaande aankondiging worden gewijzigd.
Zonder de uitdrukkelijke schriftelijke goedkeuring van HARMAN/BECKER Automotive Systems GmbH mag geen enkel onderdeel van deze documentatie voor ongeacht welk doel worden verveelvoudigd of overgedragen. Alle technische specificaties, tekeningen enz. worden beschermd door het auteursrecht.
Alle rechten voorbehouden.
→ D
→ GB
→ F
→ |
→ E
→ P
→ NL
→ DK
→ S
→ N
→ FIN
→ TR
→ GR
→ PL
→ CZ
→ H
→ SK
→→→ VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
⚠️ Veiligheidsvoorschriften
- Het apparaat mag alleen dan worden bediend wanneer de verkeerssituatie dat toelaat en u er absoluut zeker van bent, dat u uwzelf, uw medeweggebruikers of andere verkeersdeelnemers niet in gevaar kunt brengen, kunt hinderen of tot last zult zijn.
- In ieder geval gelden de voorschriften van de wegenverkeerswet. Alleen wanneer de auto stilstaat mag een bestemming worden ingevoerd.
- Het navigatiesysteem is slechts een hulpmiddel, in afzonderlijke gevallen kunnen de gegevens/aanwijzingen onjuist zijn. De bestuurder moet in iedere situatie zelf beslissen, of hij of zij de aanwijzingen wel of niet opvolgt. De aansprakelijkheid voor onjuiste aanwijzingen door het navigatiesysteem is uitgesloten. Op grond van gewijzigde verkeerssituaties of afwijkende gegevens kan het gebeuren, dat onnauwkeurige of onjuiste aanwijzingen worden gegeven. Daarbij moeten altijd de concrete verkeerstekens en verkeersregels worden opgevolgd. Het navigatiesysteem mag in het bijzonder bij slechte zichtomstandigheden niet als oriëntatiehulp worden gebruikt.
- Het apparaat mag alleen overeenkomstig de reglementaire bestemming worden gebruikt. Het volume van het navigatiesysteem moet zodanig worden ingesteld, dat geluiden van buiten het voertuig nog kunnen worden waargenomen.
- In geval van een storing (bijv. rook- of stankontwikkeling) moet het apparaat onmiddellijk worden uitgeschakeld.
- Uit veiligheidsoverwegingen mag het apparaat alleen door een technicus worden geopend. Neem wanneer reparatie noodzakelijk is, contact op met uw leverancier.
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
- De SD-geheugenkaart kan worden verwijderd. Voorzichtig! Kleine kinderen kunnen deze inslikken.
- De spanningswaarden (volt) op de voeding, de voertuiglaadadapter en het toestel mogen niet worden overschreden. Als u dat toch doet, kunnen het toestel en het laadapparaat onherstelbaar worden beschadigd en kan de accu exploderen.
- Open het toestel en de accu onder geen beding. Elke andere wijziging aan het toestel is niet toegestaan en leidt tot verlies van de vergunning.
- Gebruik uitsluitend originele accessoires van BECKER. Zo zorgt u ervoor dat alle geldende bepalingen worden aangehouden en voorkomt u letsel en materiële schade. Voer onbruikbare toestellen of de accu volgens de geldende wettelijke bepalingen af.
- Door ondeskundig gebruik komt elke aanspraak op garantie te vervallen! Deze veiligheidsvoorschriften gelden ook voor de originele BECKER-accessoires.

DE TRAFFIC ASSIST PRO
→D
→ GB
→ F
→ |
→ E
→ P
→ NL
→ DK
→ S
→ N
→ FIN
→ TR
→ GR
→ PL
→ CZ
→ H
→ SK
Gebruik
Met de Traffic Assist Pro beschikt u over een krachtige PND (Personal Navigation Device) voor het gebruik in voertuigen en binnenshuis. Het apparaat moet tegen vocht en verontreinigingen worden beschermd.

De Traffic Assist Pro kan worden gebruikt als:
- Navigatieapparaat
- MP3-speler
• Bekijken van foto's - Video Player
- Via Bluetooth® als zeer comfortabele handsfree-installatie
Navigatie
Door het GPS = Global Positioning System vervalt het moeizame zoeken in wegenkaarten.
Door de in het apparaat geïntegreerde ontvangstantenne heeft u buiten gebouwen een permanente toegang tot de navigatiemogelijkheden. In gebouwen kan de navigatiefunctie, afhankelijk van de ontvangst, niet worden gebruikt. Bij het gebruik in voertuigen kan het afhankelijk van de inbouwpositie van de Traffic Assist Pro gebeuren dat er onvoldoende ontvangst van de GPS-gegevens mogelijk is. Voor dit geval kan een externe antenne worden aangesloten (wordt niet meegeleverd).
De Traffic Assist Pro beschikt over TMC, waardoor het mogelijk is via de meegeleverde TMC-antenne verkeersberichten te ontvangen. Als TMC actief is, wordt u op de hoogte gehouden van verkeersbelemmeringen. Afhankelijk van de instelling wordt u automatisch of op verzoek om verkeersbelemmeringen heen geleid.
Muziek
Met behulp van de geïntegreerde MP3-Player kunt u uw lievelingsmuziek mee op reis nemen.
Foto's
De Traffic Assist Pro beschikt over een Picture Viewer met vele functies voor het weergeven van foto's.
Video
Traffic Assist Pro beschikt over een Video Player voor het afspelen van video's.
Telefoon
Uw Traffic Assist Pro is met Bluetooth® wireless technology uitgevoerd. Via Bluetooth® kunt u een met Bluetooth® wireless technology uitgevoerde mobiele telefoon aansluiten. Uw Traffic Assist Pro werkt dan als een zeer comfortabele handsfree-installatie. Bovendien kunt u het adres- en telefoonboek van de mobiele telefoon bekijken.
De Traffic Assist Pro uitpak- ken
Opmerking:
Uw Traffic Assist Pro wordt in een stevige verpakking geleverd. Wanneer de verpakking of de inhoud van de verpakking ernstig beschadigd is, mag het apparaat niet verder worden uitgepakt. Neem in dat geval contact op met uw leverancier.
Levering controleren
Voordat de Traffic Assist Pro in gebruik wordt genomen, moet de volledigheid en de toestand van de levering worden gecontroleerd (zie ook pagina 14).
→ Pak de inhoud van de verpakking voorzichtig uit en controleer deze.
Levering

1 Traffic Assist Pro, het mobiele navigatiesysteem met geïntegreerde MP3-speler, Video Player, Picture Viewer en een zeer comfortabele Bluetooth® handsfree-installatie
2 Apparaathouder
3 Auto-adapter 12/24 V voor sigarettenaansteker
4 Memory Card (SD-geheugenkaart) met voorgeïnstalleerde kaartgegevens
5 TMC-antenne
6 USB-kabel
7 Dvd met installatieprogramma voor kaartgegevens, de kaartgegevens zelf en de handleidingen (niet afgebeeld).
Bij reclamaties
Neem in geval van reclamaties contact op met uw leverancier. Het apparaat kan ook in de originale verpakking rechtstreeks aan Harman/Becker worden gestuurd.
Behandeling van de verpakking
De originele verpakking moet minimaal gedurende de garantietijd op een droge plaats worden bewaard.
Opmerking:
De verpakking moet overeenkomstig de landspecifieke voorschriften als afval worden behandeld. De verpakking mag niet worden verbrand. Afhankelijk van het land waar het product wordt geleverd kan de verpakking bij de leverancier worden ingeleverd.
→→→ DE TRAFFIC ASSIST PRO
Beschrijving van het apparaat
De Traffic Assist Pro bestaat uit het basisapparaat Traffic Assist Pro en de accessoires die worden meegeleverd. De afzonderlijke onderdelen worden weergegeven onder: • "Overzicht Traffic Assist Pro" op pagina 14
Opmerking:
Het basisapparaat en de accessoires mo- gen niet worden geopend en op geen en- kele wijze worden gewijzigd.
Het basistoestel bevat de gehele elektronic- ca:
- een geïntegreerde antenne,
- een TMC-ontvanger voor het ontvangen van verkeersmeldingen,
- een touchscreen,
- een geïntegreerde luidspreker voor de verbale besturing bij de navigatie resp. voor MP3-bestanden en telefoongesprekken,
- een microfoon.
Bovendien bevinden er zich aan de zijkanten van het toestel verlichte balken en diverse aansluitingen en interfaces.
Zie voor aanvullende gegevens:
• "Technische specificaties" op pagina 113
Kabel voor voedingsspanning via sigarettenaansteker
Deze kabel maakt het mogelijk om het apparaat op de sigarettenaansteker van het voertuig aan te sluiten.
Eisen die aan de voedingsspanning worden gesteld zijn:
• gelijkstroom 12/24 volt 0,5 ampère
Accu
Na het ontladen van de geïntegreerde accu kan deze door het aansluiten van de Traffic Assist Pro op de voeding weer worden opgeladen.
Daartoe sluit u het toestel via de auto-adapter op een 12/24 V-bus in de auto aan of via de optioneel verkrijgbare netsteker op het 230V-net aan.
Opmerking:
U kunt uw Traffic Assist Pro via de mee-geleverde laadkabel voor in de auto of via de optioneel verkrijgbare netsteker voor het stopcontact opladen.
Terwijl uw Traffic Assist Pro met een pc verbonden is, wordt het toestel via de pc van stroom voorzien en verbruikt het toestel geen stroom van de accu.
SD-geheugenkaart (Memory Card)
Een Memory Card is een opslagmediu voor wegenkaarten, muziekstukken en afbeeldingen.
De meegeleverde geheugenkaart heeft een opslagcapaciteit van 4 GB en biedt ruimte voor bijna alle wegenkaarten. Memory Cards met een grotere opslagcapaciteit worden niet door Traffic Assist Pro ondersteund. Als u met de Traffic Assist Pro naar muziek wilt luisteren of foto's/video's wilt bekijken, moeten deze op een aparte kaart of een USB-gegevensdrager worden opgeslagen (niet meegeleverd).
Aanwijzingen:
Voor de wegenkaarten is bijna de volledige opslagcapaciteit nodig.
Als u met Traffic Assist Pro naar muziek wilt luisteren of afbeeldingen of video's wilt bekijken, raden wij u aan deze gegevens op een aparte Memory Card op te slaan (niet meegeleverd).
Als u tijdens de navigatie met de Traffic Assist Pro naar muziek wilt luisteren, moet de muziek op de meegeleverde geheugenkaart of een USB-gegevensdrager opgeslagen zijn. Het wisselen van de Memory Card tijdens de navigatie wordt door Traffic Assist Pro niet ondersteund.
De geheugenkaart moet buiten het apparaat in de meegeleverde verpakking op een droge plaats en tegen zonnestralen beschermd worden bewaard. Het aanraken of verontreiniging van de contactstrip moet worden voorkomen.
Zie voor meer informatie ten aanzien van de geheugenkaart onder:
- "Technische specificaties" op pagina 113
Met behulp van de USB-verbindingskabel kan het apparaat op een normale personal computer met USB-interface worden aangesloten. Om het apparaat samen met de pc te kunnen gebruiken moet uiteraard de gratis software "Active Sync" van Microsoft® zijn geïnstalleerd.
Apparaathouder
De Traffic Assist Pro kan met behulp van de apparaathouder in het voertuig worden bevestigd.
→→→ DE TRAFFIC ASSIST PRO
Accessoires
Voeding stopcontact
Met deze voeding kunt u de Traffic Assist Pro op een stopcontact aansluiten. De eisen m.b.t. de voeding zijn:
Spraak via de interne microfoon van de Traffic Assist Pro kan bij een ongunstige plaats van de Traffic Assist Pro in de auto van onvoldoende kwaliteit zijn. Gebruik in deze gevallen de als optie verkrijgbare externe microfoon. Informeer daarnaar bij uw dealer. De aansluiting wordt nader beschreven onder "Docking station (optie)" op pagina 25.
Opmerking:
De aansluiting is alleen met het eveneens als optie verkrijgbare docking station mogelijk.
Externe GPS-antenne
Met behulp van een externe antenne kunt u in voertuigen, waar slechts een beperkte GPS-ontvangst mogelijk is, een verbetering in de ontvangst realiseren (wordt niet meegeleverd). Vraag hiertoe informatie bij uw leverancier. De aansluiting wordt nader beschreven onder "Externe antenne aansluiten" op pagina 25.
Docking station
Het als optie verkrijgbare docking station vervangt de meegeleverde draagplaat van de Traffic Assist Pro. Het docking station bevat diverse aansluitingen. Met deze aansluitingen kunt u uw Traffic Assist Pro op een reeds in de auto gemonteerd audiosysteem aansluiten. De aansluitingen van het docking station worden nader beschreven onder "Docking station (optie)" op pagina 25.
TMC-antenne
De meegeleverde draadantenne voor de TMC-ontvangst kan door de als optie verkrijgbare beugelvormige TMC-antenne worden vervangen. De montage van de beugelvormige TMC-antenne wordt nader beschreven onder "TMC-antenne (optie)" op pagina 24.
Hoofdtelefoon
Bij het gebruik van de Traffic Assist Pro als mp3-speler kan een standaard hoofdtelefoon met 3,5 mm stekker of een navenante adapter worden aangesloten (niet meegeleverd).
⚠️ Gevaar!
Gehoorschade vermijden

Het gebruik van hoofdtelefoons en oortelefoons gedurende een lange periode met
een hoog volume kan permanente gehoorbeschadiging veroorzaken.
De conformiteit met de grenswaarden voor geluidsdruk volgens de norm NF EN 50332-1:2000 overeenkomstig French Article L. 5232-1 wordt gegarandeerd.
Opmerking:
Tijdens het rijden is het gebruik van hoofdtelefoons niet toegestaan. Neem hiervoor de wettelijke voorschriften en bepalingen voor het betreffende land in acht.
Aanwijzingen ten aanzien van de documentatie
Quick Start Guide
Voor een snelle inleiding tot de bedieningsopties van uw Traffic Assist Pro verwijzen wij u naar de Quick Start Guide. In de Quick Start Guide vindt u nadere uitleg over de meest belangrijke basisfuncties van de Traffic Assist Pro.
Bedieningshandleiding
Een uitvoerige beschrijving van de werking van de Traffic Assist Pro vindt u in deze handleiding.
Registratie
U kunt zich laten registreren bij onze software-service.
U krijgt dan informatie over updates en ander nieuws.
U kunt zich laten registreren op de Becker-homepage www.mybecker.com.
„Software update“ vindt u op de pagina „SERVICE/SUPPORT“.
Reparatie
In geval van storingen mag het apparaat niet worden geopend. Neem contact op met uw leverancier.
Emissie en afvoer
Gegevens over emissies, elektromagnetische compatibiliteit en afvoer vindt u in "NORMEN EN RICHTLIJNEN" op pagina 114.
→→→ OVERZICHT TRAFFIC ASSIST PRO
→D
→GB
→F
→1
→ E
→P
→ NL
→DK
→ S
→ N
→FIN
→TR
→ GR
→ PL
→ CZ
→H
→ SK

Omvang levering
1 Traffic Assist Pro - PND (Personal Navigation Device)
2 Geheugenkaart met navigatiegegevens)
3 USB-verbindingskabel
4 Kabel voor voedingsspanning via sigarettenaansteker van voertuig (12 volt)
5 Apparaathouder
6 TMC-antenne

Apparaatfront met bedienings- en weergave-elementen
1 Touchscreen met gekozen hoofdmenu
2 Touchscreen-toets
indrukken = activeren van het desbetreffende
toetscommando
3 Microfoon met knipperende activiteitsindicatie voor Bluetooth
4 On-toets ()
indrukken = terugspringen naar vele toepassingen
Lang indrukken = in- en uitschakelen
van de Traffic Assist Pro
5 Lichtstrip (mood light)
→→→ OVERZICHT TRAFFIC ASSIST PRO
→D
→ GB
→F
→1
→ E
→P
→NL
→DK
→5
→ N
→FIN
→TR
→GR
→ PL
→ CZ
→H
→ SK

Achterkant apparaat
1 Aansluitmogelijkheid voor externe antenne (externe antenne wordt niet meegeleverd)
2 Interface voor docking station (docking station niet meegeleverd)
OVERZICHT TRAFFIC ASSIST PRO


Linker apparaatzijde
1 Opening geheugenkaart
2 Reset-knop
3 ON/OFF-schakelaar

Rechter apparaatzijde
4 Instelling volume
naar boven verplaatsen = volume harder zetten
naar onderen verplaatsen = volume zachter zetten
indrukken = mute inschakelen
5 3,5 mm-aansluiting voor hoofdtelefoon/aansluitbus TMC-antenne (hoofdtelefoon wordt niet meegeleverd)
6 USB-aansluiting voor gegevensdrager met mp3- of beeldbestanden
7 Mini-USB-aansluiting
1 Aansluiting voor kabel voor geluidsonderdrukking (accessoire)
2 Aansluiting voor audiosignaalkabel (accessoire)/Externe microfoon (accessoire)
3 Aansluiting voor TMC-antenne
4 Aansluiting voor externe voeding
Docking station rechts
ALGEMENE BEDIENING
Onderhoud en verzorging
Het toestel is onderhoudsvrij.
Ter verzorging kan een standaard reinigingsmiddel voor elektronische apparatuur met een vochtige, zachte doek worden aangebracht.
⚠ Gevaar!
Levensgevaar door elektrische schokken.
Schakel het toestel vóór het verzorgen van het toestel, de meegeleverde onderdelen en de accessoires altijd uit en verwijder de voeding.
Opmerkingen:
gebruik geen agressieve of schurende middelen of wislappen die het oppervlak bekrassen.
Het toestel mag niet met water in aanraking komen.
Uw mobiele navigatietoestel is met grote zorgvuldigheid ontwikkeld en moet ook zorgvuldig worden behandeld. Neem de onderstaande aanbevelingen in acht om zo veel mogelijk plezier aan uw mobiele navigatietoestel te beleven:
- Bescherm uw mobiele navigatietoestel tegen nat worden en vocht. Schakel het toestel bij blootstelling aan vocht uit en koppel de voeding los. Laat het apparaat op kamertemperatuur drogen.
- Gebruik en bewaar uw navigatietoestel niet in een stoffige of vuile omgeving.
-
Bewaar uw mobiele navigatietoestel niet in warme omgevingen. Hoge temperaturen kunnen de levensduur van elektronische onderdelen in uw toestel verkorten, accu's beschadigen en bepaalde kunststoffen vervormen of doen smelten.
-
Bewaar uw mobiele navigatietoestel niet in koude omgevingen. Wanneer het bij gebruik weer tot bedrijfstemperatuur opwarmt, kan er sprake zijn van interne condensvorming die schade aan de elektronische componenten toebrengt.
- Laat uw mobiele navigatietoestel niet vallen, stel het niet bloot aan schokken en schud het niet. Door ondeskundig behandelen kunt u componenten in het toestel beschadigen.
- Gebruik voor het reinigen nooit bijtende chemicaliën, reinigingsoplossingen of scherpe reinigingsmiddelen.
Alle instructies gelden navenant voor het mobiele navigatietoestel, de accu, de neten voertuiglaadadapter en alle accessoires. Neem contact op met uw dealer wanneer één van deze onderdelen niet goed functioneert.
→→→ ALGEMENE BEDIENING
Accukwaliteit
De capaciteit van de accu van uw mobiele navigatietoestel neemt bij elke laad-/ontlaadcyclus af. Ook kan de capaciteit als gevolg van ondeskundige opslag bij een te hoge of lage temperatuur langzamerhand afnemen. Op deze wijze kan de bedrijfstijd ook bij een volle accu aanzienlijk worden verkort.
In elk geval is de constructie van de accu zodanig dat deze ook na gebruik geduren- de 6 maanden na aankoop van uw mobiele navigatietoestel nog kan worden geladen en ontladen.
Displaykwaliteit
Bij uitzondering kunnen er door de specifieke technologie een paar puntjes (pixels) met een andere kleur op het display verschijnen. Ook kunnen sommige scherm-puntjes een lichter of donkerder kleur hebben. In deze gevallen is er echter geen sprake van gebreken.
Ingebruikname
Wanneer de Traffic Assist Pro is uitgepakt en is gecontroleerd of het geheel vrij van schade is, kan het apparaat in gebruik worden genomen. De afzonderlijke stappen zijn:
- Geheugenkaart plaatsen
• Voedingsspanning aansluiten - Toestel inschakelen
- Voor antenneontvangst zorgen (indien navigatie gewenst)
Geheugenkaart
De meegeleverde geheugenkaart heeft een opslagcapaciteit van 4 GB en biedt ruimte voor een aantal wegenkaarten. Geheugenkaarten met een grotere opslagcapaciteit worden niet door Traffic Assist Pro ondersteund.
Als u met de Traffic Assist Pro naar muziek wilt luisteren of foto's/video's wilt bekijken, raden wij u aan deze gegevens op een aparte geheugenkaart of een USB-gegevensdrager op te slaan (niet meegeleverd).
Als u tijdens de navigatie met de Traffic Assist Pro naar muziek wilt luisteren, moet de muziek op de meegeleverde geheugenkaart of een USB-gegevensdrager opgeslagen zijn. Het wisselen van de geheugenkaart tijdens de navigatie wordt door de Traffic Assist Pro niet ondersteund.
ALGEMENE BEDIENING
Opmerkingen:

Aan één kant van de kaart bevindt zich een schuifje. Als dit in de richting van de pijl wordt geschoven, is de Memory Card beveiligd tegen overschrijven.

Aan de linkerkant van het toestel bevindt zich de kaartsleuf. Het kaartvak is voorzien van een veerbediend vastklik- en uitwerpmechanisme.
Opmerkingen:
De geheugenkaart mag alleen bij een uitgeschakeld apparaat geplaatst en verwijderd worden. Wanneer dit niet in acht wordt genomen bestaat het risico dat de gegevens verloren gaan.
Wanneer de geheugenkaart met kaartgegevens niet is geplaatst, is geen navigatiewerking mogelijk. Wanneer u de geheugenkaart tijdens het navigeren verwijderd, wordt dit onmiddellijk afgebroken.
Geheugenkaart plaatsen

→ Haal de Memory Card uit de verpakking zonder de contacten aan te raken en vuil te laten worden.
→ Pak de Memory Card zodanig vast de contacten naar het toestel en in de richting van de achterkant van het toestel wijst.
→ Schuif de geheugenkaart in het kaart- vak.

→ Schuif de geheugenkaart met lichte druk in het kaartvak, waarna de kaart automatisch wordt vergrendeld.
De geheugenkaart verwijderen
Het kaartvak schuift de kaart zover naar buiten, dat u deze met twee vingers kunt beetpakken.
→ Druk met de vinger lichtjes tegen de veerdruk in tegen de geheugenkaart en laat gelijk los.
De kaart wordt naar buiten geschoven.
→ Trek de Memory Card eruit en leg deze dat in de verpakking zonder de contacten aan te raken.

ALGEMENE BEDIENING
→D
→ GB
→ F
→ |
→ E
→ P
→ NL
→ DK
→ S
→ N
→ FIN
→ TR
→ GR
→ PL
→ CZ
→ H
→ SK
Voedingsspanning
Opmerking:
U kunt uw Traffic Assist Pro via de mee-geleverde laadkabel voor in de auto of via de optioneel verkrijgbare netsteker voor het stopcontact opladen.
Terwijl uw Traffic Assist Pro met een pc verbonden is, wordt het toestel via de pc van stroom voorzien en verbruikt het toestel geen stroom van de accu.
Voeding via accu's
De interne voeding wordt verzorgd via een ingebouwde accu. De accu is onderhoudsvrij en behoeft geen bijzondere verzorging.
Opmerking:
Bij een volledig ontladen accu kan het tot een minuut duren voordat het toestel weer kan worden ingeschakeld.
Opmerking:
Neem bij een defecte accu contact op met de dealer. Probeer de accu niet zelf uit te bouwen.
Aansluiting op een stopcontact
⚠ Levensgevaar!
Let er op dat u geen vochtige handen heeft en de voedingsadapter droog is. Sluit de voedingsadapter alleen op een daarvoor goedgekeurd stroomnet aan.
Voedingsspanning aansluiten
Sluit het toestel als volgt met de optioneel verkrijgbare voeding op een stopcontact aan:
→ Pak de USB-stekker bij het geribbelde stuk vast en schuif deze zonder te force-ren tot aan de aanslag in de aansluitbus.

→ Plaats de voedingsadapter met de stekker in het stopcontact.
Voedingsspanning loskoppelen
→ Koppel de voedingsspanning in omgekeerde volgorde los.
Opmerking:
Verwijder de voedingsadapter wanneer u de Traffic Assist Pro langere tijd niet gebruikt.
Aansluiting op sigarettenaan- steker
Opmerking:
Wanneer de sigarettenaansteker net gebruikt is en nog heet is, moet u wachten tot de houder van de sigarettenaansteker is afgekoeld.
Met behulp van de meegeleverde kabel voor de sigarettenaansteker wordt de voedingsspanning als volgt via het boordnet van het voertuig aangesloten.
→ Pak de USB-aansluiting bij het geribbelde stuk vast en schuif deze zonder te forceren tot aan de aanslag in de aansluitbus.
→ Steck de adapter in de sigarettenaansteker.
Opmerking:
De voedingsspanning via de sigaretten- aansteker zorgt er voor dat de accu van het voertuig langzaam wordt ontladen als de motor is uitgeschakeld! Gebruik op grond daarvan de Traffic Assist Pro niet gedurende een langere tijd wanneer de motor is uitgeschakeld.
TMC-antenne
De bijgevoegde TMC-antenne wordt gebruikt voor het ontvangen van radio-verkeersberichten.
→ Druk de aansluitsteker van de TMC-antenne met geringe kracht in de bus van de Traffic Assist Pro.

De TMC-antenne moet zo worden gelegd dat deze u tijdens het rijden niet hindert.
Na het aansluiten van een TMC-antenne kan er geen hoofdtelefoon worden aangesloten. Na het aansluiten van een hoofdtelefoon kunnen echter wel verkeersberichten worden ontvangen.

ALGEMENE BEDIENING
TMC-antenne (optie)
De als optie verkrijgbare beugelvormige TMC-antenne kan in plaats van de meegeleverde draadantenne worden gebruikt. De antenne moet nog op de apparaathouder worden gemonteerd.
Inbouwen van de TMC-antenne

→ Draai de arreteerschroef ① compleet los.
→ Schuif de kant met het slobgat 4an de TMC-antenne 3over de nok 2 op de houder.
→ Lijn het gat op de andere kant van de TMC-antenne ③odanig uit dat het zich boven het schroefgat van de arreteerschroef bevindt.

→ Draai de arreteerschroef①weer vast.

De antenne is nu gemonteerd.
GPS-Antenne
Apparaatantenne
De GPS-antenne is in de behuizing geïntegreerd.
Opmerking:
De geïntegreerde GPS-antenne is niet bruikbaar in auto's met zonwerende ruiten (opgedampt metaal of metaalfolie, te herkennen aan de opdruk SIGLA SOL, SIGLA CHROM, SIGLA, KOOL-OF, SUNGATE o. a.) en in auto's met fijnmazige verwarmingsdraden in de ruiten. Gebruik in die gevallen een externe GPS-antenne. Informeer daarnaar bij uw dealer.
ALGEMENE BEDIENING
Externe antenne aansluiten
Voor ontvangst onder slechte omstandigheden kan een externe GPS-antenne worden aangesloten (niet meegeleverd). Hiervoor bevindt er zich op de achterkant van de behuizing een afsluitbare aansluitbus. Sluit deze aansluiting altijd af als er geen externe antenne wordt aangesloten.

→ Open het kapje door voorzichtig aan de bovenkant ervan te trekken.
→ Sluit de externe antenne met de als optie verkrijgbare adapter aan.
USB-aansluiting gegevensdra- ger
U kunt een USB memory stick of een externe vaste schijf op uw Traffic Assist Pro aansluiten.
Van deze gegevensdrager kunnen vervolgens afbeeldingen, muziek of video's worden opgevraagd.
Aanwijzingen:
- Gebruik een externe vaste schijf alleen als het stroomverbruik maximaal 500mA is. De vaste schijf kan alleen worden gebruikt als uw Traffic Assist Pro via de netsteker of via de autoadapter wordt gevoed.
- Let crop dat de batterij snel uitgeput kan raken (zonder externe voeding) als er een USB memory stick voor het weergeven van MP3-bestanden, afbeeldingen of video's wordt gebruikt.
De USB-aansluiting voor gegevensdragers bevindt zich aan de rechterkant van het toestel.
Docking station (optie)
Het als optie verkrijgbare docking station vervangt de meegeleverde draagplaat van de Traffic Assist Pro.
Met de aansluitingen van het docking station kunt u uw Traffic Assist Pro op een reeds in de auto gemonteerd audiosysteem aansluiten.
Opmerking:
Welke aansluitingen van het docking station moeten worden gebruikt, ziet u op Pagina 18.
Geluidsonderdrukking
U kunt uw Traffic Assist Pro met een als optie verkrijgbare kabel voor geluidsonderdrukking op uw audiosysteem aansluiten.
Als de kabel correct aangesloten is, schakelt uw Traffic Assist Pro het geluid van de autoradio tijdens de navigatieaanwijzingen uit.

ALGEMENE BEDIENING
Audiosignaal weergeven
U kunt uw Traffic Assist Pro met een als optie verkrijgbare kabel voor het weergeven van het audiosignaal op uw audiosysteem aansluiten.
Als de kabel correct is aangesloten, kunt u het audiosignaal via het audiosysteem van de auto weergeven.
Externe microfoon
Met een als optie verkrijgbare kabel kunt u een externe microfoon op uw Traffic Assist Pro aansluiten.
Traffic Assist Pro in-/uit- schakelen
Met behulp van de toets wordt het apparaat in- en uitgeschakeld.

Aanwijzing:
Deactiveer de Becker-Moodlights tijdens het rijden in de auto om visuele afleiding van het wegverkeer te voorkomen.
Inschakelen
→ Zet de On/Off-schakelaar aan de lin-
kerkant van het toestel op On.
→ Druk enkele tellen op de toets
Het apparaat wordt ingeschakeld. Op het touchscreen verschijnt het fabriekslogo.

Als u de PIN-beveiliging hebt geactiveerd (zie ook pagina 107), dient u nu de PIN-code in te voeren.

→ Voer met de toetsen t/m de 0 PIN-code in.

Opmerking:
Uw PIN-code vergeten?
→ Druk op PIN vergeten? en volg de instructies.
→ Bevestig de invoer door op OK te drukken.
Kort daarop verschijnt de volgende melding: Volg de verkeersregels!

→ Wanneer u accoord gaat met deze melding, moet u de toets OK indrukken.
Opmerking:
Het gebruik van de Traffic Assist Pro is alleen toegestaan in overeenstemming met de op dat moment geldende nationale wegenverkeerswetgeving!
Uitschakelen
U kunt het apparaat te allen tijde uitschakelen. Indien dit is gewenst moeten eerste nieuwe bestemmingen worden opgeslagen.
→ Druk enkele tellen op de toets.
Het toestel schakelt over op de slaapstand.
→ Zet de On/Off-schakelaar op Off om het toestel definitief uit te schakelen.
Opmerking:
Bij korte onderbrekingen (tot een week) in het gebruik raden wij u aan de Traffic Assist Pro alleen in de slaapmodus te zetten.
De inschakeltijd wordt hierdoor aanzienlijk korter en de Traffic Assist Pro satellieten die voor de navigatie noodzakelijk zijn, worden veel sneller gevonden.
Apparaathouder
De Traffic Assist Pro kan met de apparaathouder rechtstreeks op de voorruit worden bevestigd.
Opmerking:
De Traffic Assist Pro en de apparaathouder mogen niet gedurende langere tijd worden blootgesteld aan de rechtstreekse inwerking van zonnestralen. Binnentemperaturen van +70 C en hoger kunnen de onderdelen van de houder beschadigen.
De apparaathouder aanbren-gen
Opmerking:
Bevestig de toestelhouder zodanig dat deze uw zicht met gemonteerde Traffic Assist Pro niet inperkt en zich niet in het activeringsgebied van de airbag bevindt. U moet er op letten dat de elektrische aansluitkabel geen hinder oplevert voor het gebruik van de bedieningselementen van het voertuig.
Let er tevens op dat er voldoende ruimte overblijft om de Traffic Assist Pro zonder problemen uit de houder te kunnen schuiven.
Reinig het bevestigingsvlak op de voorruit zodat het vetvrij en schoon is. Gebruik geen smerende, zeephoudende reinigingsmiddelen.
Op de voorruit
Via het zuigmechanisme kan de apparaathouder rechtstreeks op de voorruit worden bevestigd.
→ Zoek een geschikte plaats.
→ Druk de voet (5) met het zuigvlak tegen de voorruit.
→ Daai de apparaathouder zodanig dat de dragerplaat ongeveer in de gewenste kijkrichting staat.
→ Druk de hefboom (3) naar beneden. De houder heeft zich aan de voorruit vastgezogen. Deze kan aansluitend nauwkeurig worden ingesteld. Om de houder te kunnen verwijderen moet de hendel (3) opnieuw worden gebruikt.
ALGEMENE BEDIENING

De apparaathouder verstellen
De dragerplaat (6) kan in twee richtingen (horizontaal en verticaal) worden verdraaid. Daardoor kan vrijwel iedere kijkhoek ten opzichte van de bestuurder worden ingesteld.
Opmerking:
Draai de dragerplaat niet gelijktijdig in beide richtingen! Verwijder de Traffic Assist Pro altijd van te voren van de apparaathouder.
Verticaal
→ Draai de arreteerschroef (2) zo ver los dat de draagplaat (6) zich zonder al te grote krachtsinspanning laat kantelen.
→ Houd met één hand de voet (5) vast en kantel de draagplaat (6) met de andere hand in de gewenste stand.
→ Draai arreteerschroef (2) weer zodanig vast dat de Traffic Assist Pro tijdens het rijden veilig vast blijft zitten.
Horizontaal
→ Draai de arreteerschroef (1) zo ver los dat de draagplaat (6) zich zonder al te grote krachtsinspanning van links naar rechts laat kantelen.
→ Houd met één hand de voet (5) vast en kantel de draagplaat (6) met de andere hand in de gewenste stand.
→ Draai arreteerschroef (1) weer zodanig vast dat de Traffic Assist Pro tijdens het rijden veilig vast blijft zitten.
De Traffic Assist Pro plaatsen
Uw Traffic Assist Pro is van vier geleidingen voorzien, de draagplaat (6) heeft na- venante bevestigingsnokken.
→ Plaats de Traffic Assist Pro met de geleidingen op de bevestigingsnokken van de draagplaat (6).
→ Schuif de Traffic Assist Pro tot aan de aanslag naar beneden.
→ Zet de Traffic Assist Pro met de bevestigingspunten op de onderkant van de behuizing op de draagplaat (6).
→ Druk de Traffic Assist Pro zonder al te veel krachtsinspanning op de draagplaat (6) totdat de beugel (7) in de houder vastklikt.
Traffic Assist Pro verwijderen
Druk met één vinger op de beugel (7) van de apparaathouder en haal het toestel met de vrije hand uit de apparaathouder.

ALGEMENE BEDIENING
Het touchscreen
De Traffic Assist Pro is voorzien van een touchscreen.

Opmerking:
Om het oppervlak van het display niet te beschadigen, mag dit alleen met de vingers of een stomp, niet smerend voorwerp worden aangeraakt.
Bediening
Als u een keuzeveld van het touchscreen aanraakt, verschijnt ter bevestiging van uw keuze kort een rood kader om dit keuzeveld.
Als een keuzeveld aanraakt dat momenteel niet actief is, klinkt een kort signaal.
Kalibrering
Indien het touchscreen onnauwkeurig reageert, bijv. wanneer de button alleen buiten het midden van de button op het indrukken met de vinger reageert, moet een kalibrering worden uitgevoerd. De kalibratiefunctie wordt vanuit het menu Instellingen gestart (zie ook pagina 104).
De menu's
Bij de bediening wordt u geholpen door middel van de verschillende menu's en het invoerscherm.
Het hoofdmenu
Het bovenste menuniveau is het hoofd- menu. Vanuit het hoofdmenu worden de afzonderlijke toepassingen opgestart.

In de desbetreffende hoofdstukken staat informatie ten aanzien van de afzonderlijke toepassingen.
ALGEMENE BEDIENING
Invoeren met behulp van het invoermenu
In enkele toepassingen is het invoeren met behulp van het invoermenu noodzakelijk. Het invoermenu wordt net als een toetsenbord bediend.

In de bovenste schrijfregel geeft het invoermenu de via het toetsenbord ingevoerde tekens aan. Het middengebied dient voor het invoeren van de tekens. In de onderste regel worden de hulpfuncties aangegeven. Hieronder wordt het gebruik beschreven.
Tekens invoeren
De tekens worden door het indrukken van de toetsen in het middengebied ingevoerd.

Nadat de invoer is beeindigd, wordt deze met behulp van de toets OK afgesloten en voor bewerking aan de Traffic Assist Pro doorgegeven.
Suggesties overnemen
Tijdens het invoeren van een navigatiebestemming vergelijkt de Traffic Assist Pro de reeds ingevoerde tekens met het gegevensbestand op de geheugenkaart. De Traffic Assist Pro biedt dan alleen nog de op dat moment mogelijke letters aan en vult de reeds ingevoerde letters aan met een zinvol voorstel.
Het voorstel en de niet-selecteerbare tekens worden in licht gemarkeerde letters weergegeven. Als daarom na het invoeren van de eerste letters of getallen de gewenste informatie reeds bovenaan het display verschijnt, kunt u dit voorstel meteen overnemen.
Opmerking:
Indien gewenst kunt u de smart speller in de navigatie-instellingen uitschakelen. Ook moet in zuidelijke landen (bijv. Italië) de naamsoort (bij via Gran Mundo) op de tweede positie worden ingevoerd (bijv. Gran Mundo_via).

→ Als u accoord gaat met het voorstel, drukt u op de toets OK drukken.

ALGEMENE BEDIENING
→D
→GB
→F
→1
→E
→P
→NL
→DK
→S
→ N
→FIN
→TR
→GR
→ PL
→ CZ
→H
→ SK
In de lijsten bladeren
Indien al enkele letters van de gewenste keuze zijn ingevoerd, kunt u met behulp van de keuzelijst alle bestemmingen met de in aanmerking komende lettercombinaties laten weergeven.

→ Om de keuzelijst te kunnen openen moet u de toets indrukken.
De keuzelijst verschijnt.

bar
| City | Value | |---|---| | Berlin (10117), Berlin | ▲ | | Baabe (18586), Rügen, Mecklenburg-Vorpommern | 1/50 | | Baach (71384), Rems-Murr-Kreis, Baden-Württemberg | ▼ |→ Druk op de pijltjestoetsen ▲ ▼ op de rechter beeldschermrand om door de lijst te bladeren.
→ Klik de gewenste bestemming aan. De bestemming wordt overgenomen en de keuzelijst wordt gesloten.
Speciale tekens en trema's
Tijdens het invoeren van plaats- of straatnamen hoeft u geen speciale tekens en trema's in te voeren. De Traffic Assist Pro wijzigt indien nodig de invoer in AE, OE en UE.
→ Als u bijvoorbeeld de plaats 'Würzburg' zoekt, typt u 'WUERZBURG' of 'WURZBURG'.
Speciale tekens kunnen bij het benoemen van bestemmingen en routes nuttig zijn.

→ Om naar het toetsenbord voor speciale tekens te kunnen wisselen, moet u op de toets AU drukken.
Het toetsenbord met speciale tekens wordt weergegeven.

→ Voer het gewenste speciale teken in. Zodra u een speciaal teken heeft ingevoerd, wordt automatisch teruggeschakeld naar het normale toetsenbord.
Cijfers invoeren
Voor het invoeren van cijfers moet naar het numerieke toetsenbord worden gewisseld.
→ Druk op de toets . 123 Het numerieke toetsenbord wordt weergegeven.

→ Om weer terug te kunnen gaan naar de normale alfabetische weergave, moet u op de toets drukken.
ALGEMENE BEDIENING

Omschakeling hoofdletters/kleine let- ters
Bij het invoeren van vrije tekst kan tussen hoofdletters en kleine letters worden geschakeld.
→ Druk op .abc
Het display schakelt over op kleine letters.

→ Druk op de toets 001 weer terug te keren naar hoofdletters.
Tekens wissen
Om het laatst ingevoerde teken te kunnen wissen moet de backspace-toets worden ingedrukt.

→ Om het teken links van de cursor te kunnen wissen, moet u de toets in- drukken.
Spatie invoegen
Wanneer twee woorden, bijv. bij namen van steden, moeten worden ingevoerd, moeten deze door middel van een spatie van elkaar worden gescheiden.

→ Om een spatie in te kunnen voegen moet u de toets indrukken.
De On-toets
De toets is in de hoek linksonder van de behuizing geïntegreerd.

Deze heeft verschillende functies:
- Door lang drukken wordt de Traffic Assist Pro op standby of weer ingeschakeld.
- Afhankelijk van de menucontext zorgt de toets bij kortstondig indrukken voor de terugkeer naar een voorgaand invoerscherm.

ALGEMENE BEDIENING
Volumeregeling
De volumeregeling kan zowel via de op de Traffic Assist Pro geïntegreerde volumeregelaar als in diverse toepassingen worden geconfigureerd.
Aanwijzing:
Voor de beschrijving van de volumeregeling in de diverse toepassingen verwijzen wij u naar de desbetreffende hoofdstukken.

De volumeregelaar bevindt zich rechts op de Traffic Assist Pro.
→ Druk de volumeregelaar naar keuze naar boven of naar beneden om het volume hoger of lager te zetten.
of
→ Druk op de volumeregelaar om het geluid van de Traffic Assist Pro te onderdrukken.
Overige kaarten
Op de geheugenkaart is door de fabrikant al een set wegenkaarten geïnstalleerd. Als de set niet het gewenste land bevat, vindt u op de meegeleverde dvd nog een set wegenkaarten. Vóór de installatie kan met het installatieprogramma worden gecontroleerd welke sets welke landen bevatten. Als u de meegeleverde Memory Card verliest of als deze kapot gaat, kunt u de wegenkaarten op een andere Memory Card installeren.
Installatieprogramma
Op de kaarten-DVD is een kaarteninstallatieprogramma opgeslagen, dat nadat de DVD in een personal comuper met DVD-station is geplaatst normaal gesproken automatisch wordt gestart. Het programma voert u door de installatie.
Wanneer dit niet gebeurt moet u het pro- gramma met de hand starten.
→ Open de Windows®-verkenner.
→ Selecteer de map van uw DVD-station.
→ Dubbelklik op het bestand "Setup.exe".
Bestanden overdragen
De bestanden kunnen indirect via de geheugenkaart of rechtstreeks via de USB-interface worden verplaatst.
Opmerking:
Alleen de meegeleverde kaarten mogen in de Traffic Assist Pro worden gebruikt. De installatie of het overdragen van bestanden of programma's, die de functie van de Traffic Assist Pro beperken of veranderen, is verboden!
Overdragen met behulp van SD-kaartlezer
Het overdragen is het meest eenvoudig met een in de handel verkrijgbare SD-kaartlezer (wordt niet meegeleverd). Hier wordt de geheugenkaart in gestoken.
De gewenste bestanden worden dan met behulp van de computersoftware op de geheugenkaart geschreven.
ALGEMENE BEDIENING
Overdragen met behulp van USB-interface
De Traffic Assist Pro wordt rechtstreeks via de USB-interface met de personal computer verbonden.
Voor de overdracht moet op de computer het programma Microsoft® Active Sync geinstalleerd zijn. Microsoft® Active Sync bevindt zich op de meegeleverde dvd.

De verbinding wordt in meerdere stappen uitgevoerd:
→ De Traffic Assist Pro uitschakelen.
→ De Traffic Assist Pro en de computer met behulp van de USB-kabel met elkaar verbinden.
→ Schakel Traffic Assist Pro weer in (druk na het inschakelen niet op het beeld-scherm!).
ActiveSync maakt automatisch een verbinding met de Traffic Assist Pro.
Kaarten overdragen
Voor de overdracht moet de installatie-software op de DVD worden gebruikt. Dit gebeurt in onderstaande stappen:
→ De Traffic Assist Pro uitschakelen.
→ De geheugenkaart verwijderen en in een SD-kaartlezer steken of de Traffic Assist Pro met behulp van de USB-kabel op de computer aansluiten.
→ De computer opstarten en de DVD plaatsen.
→ Met behulp van het installatieprogramma de gewenste kaart overdragen.
→ De geheugenkaart weer in de Traffic Assist Pro schuiven of de USB-kabel op de juiste wijze loskoppelen.
→ De Traffic Assist Pro opnieuw inschakelen. De nieuwe kaart is onmiddellijk beschikbaar
Muziek, afbeeldingen en video's overdragen
Omdat alle wegenkaarten samen bijna de volledige geheugencapaciteit van de meegeleverde geheugenkaart in beslag nemen, kunt u foto's, muziek en video's beter op een aparte geheugenkaart of een USB-gegevensdrager opslaan (niet meegeleverd). De bestanden kunnen met behulp van een kaartlezer of de USB-aansluiting worden overgedragen.
Opmerking:
Maak zelfverklarende mapnamen aan, omdat deze u later zullen helpen om het gewenste bestand in de Traffic Assist Pro terug te vinden.

ALGEMENE BEDIENING
→D
→ GB
→ F
→ |
→ E
→ P
→ NL
→ DK
→ S
→ N
→ FIN
→ TR
→ GR
→ PL
→ CZ
→ H
→ SK
Bij storingen
Storingen in het besturingssysteem of in het toestel worden als zodanig gemeld. Als de gewenste functie vervolgens niet kan worden uitgevoerd, moet de Traffic Assist Pro via de On/Off-schakelaar of de resettoets opnieuw worden opgestart.
Indien de meldingen terugkeren of het apparaat door andere oorzaken niet goed werkt, verzoeken wij u om contact op te nemen met uw leverancier.
U kunt ook op de homepage van Becker op www.mybecker.com onder Support bij de veelgestelde vragen een oplossing voor uw probleem proberen te vinden.
Opmerking:
Probeer nooit het toestel zelf te openen. Neem contact op met uw dealer wanneer u de opgetreden storingen niet zelf kunt verhelpen.
Wat is navigatie?
Onder navigatie (lat. navigare = ter zee varen) wordt over het algemeen de plaatsbepaling van een voertuig, de bestemming, de richting en de afstand tot de gewenste bestemming en de bepaling en het volgen van de route daar naar toe bedoeld. Als navigatiepunten worden o.a. sterren, markante punten, kompas en satellieten gebruikt.
Bij de Traffic Assist Pro gebeurt de plaatsbepaling door middel van de GPS-ontvanger. Het Global Positioning System (GPS) is in de jaren 70 door de Amerikaanse defensie ontwikkeld, om als wapenbesturingssysteem te dienen.
GPS is gebaseerd op 24 satellieten, die rond de aarde cirkelen en daarbij een signaal uitzenden. De GPS-ontvanger ontvangt deze signalen en berekent uit de tijd die signalen nodig hebben de afstand tot de afzonderlijke satellieten. Vanuit dat gegeven wordt wederom de actuele geografische positie bepaald.
Voor de positiebepaling zijn de signalen van minimaal drie satellieten noodzakelijk, vanaf de vierde satelliet kan ook de hoogte ten opzichte van het zeeniveau worden bepaald).
De bepaling van de richting en de afstand tot de bestemming gebeurt bij de Traffic Assist Pro met behulp van een digitale wegenkaart op de SD-kaart en de navigatiecomputer.
Uit veiligheidsoverwegingen worden de navigatieaanwijzingen overwegend in gesproken vorm weergegeven. Ter ondersteuning wordt de richting en de kaart op het touchscreen weergegeven.
⚠️ Veiligheidsvoorschriften
- Hierbij heeft de wegenverkeerswet altijd voorrang boven de aanwijzingen van het navigatiesysteem. Het navigatiesysteem is slechts een hulpmiddel, in afzonderlijke gevallen kunnen de gegevens/aanwijzingen onjuist zijn. De bestuurder moet in iedere situatie zelf beslissen, of hij of zij de aanwijzingen wel of niet opvolgt. De aansprakelijkheid voor onjuiste aanwijzingen door het navigatiesysteem is uitgesloten.
- Wanneer het systeem voor de eerste keer wordt gebruikt kan het wel 30 minuten duren voordat een positie kan worden bepaald.
- Verkeersborden en plaatselijke voorschriften hebben altijd voorrang boven de aanwijzingen.
- De navigatie heeft uitsluitend betrekking op personenauto's. Er wordt geen rekening gehouden met speciale rijadviezen en voorschriften voor andere voertuigen (bijv. vrachtwagens).
- Alleen wanneer de auto stilstaat mag een bestemming worden ingevoerd.
→D
→ GB
→ F
→1
→ E
→P
→ NL
→DK
→ S
→ N
→FIN
→TR
→ GR
→ PL
→ CZ
→H
→ SK

NAVIGATIE
Navigatie selecteren
De navigatie wordt vanuit het hoofdmenu geopend.

→ Druk hiervoor in het hoofdmenu op de toets Navigatie.
De snelle toegang wordt geopend.
Hulpmiddelen voor de navigatie
Voor de navigatie zijn drie hulpmiddelen beschikbaar: Snelle tocgang, navigatiemenu en kaartweergave.
Snelle toegang
De navigatiemodus start steeds met de snelle toegang voor het direct kiezen van reeds opgeslagen bestemmingen.
Navigatiemenu
Vanuit de snelle toegang kan wanneer dat wordt gewenst het navigatiemenu, bijv. voor het invoeren van een nieuwe, nog niet aanwezige, bestemming worden geopend.
Kaartweergave
Tevens kan de kaartweergave worden geopend. Naast de weergave van de actuele positie kan hier ook een bestemming worden gekozen.
De snelle toegang
De snelle toegang biedt een keuze uit de belangrijkste functies voor het snel opstarten van de navigatie. De snelle toegang wordt hierna met behulp van voorbeeldbestemmingen weergegeven.

Opbouw van de snelle toegang
Navigatiemenu en kaartweergave
In de snelle toegang wordt in de bovenste regel links de toets Navigatiemenu weergegeven voor het openen van het navigatiemenu.
Rechts daarnaast zit een toets met kaart-symbool. Deze dient voor het omschakelen naar de kaartweergave.
De lijst met bestemmingen wordt in de daaronder liggende regels weergegeven.
De lijst met bestemmingen
De lijst met bestemmingen geeft per regel alle beschikbare bestemmingen aan. Op de onderste regel kunt u de navigatie naar het thuisadres starten, als u deze al hebt ingevoerd.
Iedere regel is verdeeld in twee velden. Ieder lijstveld wordt als toets weergegeven. Op de rechter toets staat de bestemming en met het linker symbool worden de eigenschappen van de bestemming weergegeven.
Opmerking:
In de bestemmingenlijst worden automatisch de laatste 50 bestemmingen opgeslagen. Wanneer de max. geheugencapaciteit is bereikt wordt de oudste bestemming automatisch vervangen door de nieuwste. Belangrijke bestemmingen kunnen echter worden beveiligd.
Als u het thuisadres selecteert en deze nog niet werd gedefinieerd, wordt u gevraagd het adres in te voeren.
Gebruikte symbolen
In de lijst met bestemmingen worden de onderstaande symbolen gebruikt.
| Symbool Betekenis | |
![]() | Deze bestemming is een standaardbestemming zonder bijzonderheden. |
![]() | Deze bestemming is beveiligd. Wanneer het bestemmingengeheugen vol is, wordt deze bestemming niet automatisch vervangen.Wanneer dat nodig is kan dat handmatig worden gedaan.Bij een beveiligde vermelding kunt u de positie ook in de snelle toegang vastleggen. |
![]() | Deze bestemming is het huidige thuisadres. |

NAVIGATIE
Bediening van de snelle toe-gang
Met beschikbare bestemming starten
In het bestemmingengeheugen beschikbare bestemmingen worden in de lijst met bestemming opgevoerd.
→ Druk op de toets met de gewenste bestemming om de routeberekening te starten.
De berekening wordt gestart. Nadat de berekeningen zijn beëindigd wordt de kaart weergegeven en begint de navigatie.
In het bestemmingengeheugen bladeren
Met behulp van de toets | kan ▼ in de desbetreffende pijlrichting door de lijst worden gebladerd.
Tussen de toetsen verschijnt de actuele pagina van de lijst en het totale aantal pagina's.
Bestemming weergeven of bewerken
Elk van de in het bestemmingengeheugen beschikbare bestemming kan weergegeven of bewerkt worden.
→ Druk op het naast de gewenste bestemming aanwezige symbool.
→ Er verschijnt een keuzemenu.

bar
| Category | Value (%) | |---|---| | Details tonen | ▲ | | In kaart | 1/2 | | Invoer benoemen | 1/2 | | Invoer wissen | 1/2 | | Invoer beschermen | ▼ || Keuze Betekenis | |
| Details tonen | Alle gegevens met betrekking tot de bestemming worden weergegeven. |
| In kaart De kaartweergave wordt met behulp van de toolbar geopend en de bestemming wordt weergegeven. | |
| Invoer benoemen | De naam van de bestemming kan worden gewijzigd. |
| Invoer wissen | De bestemming wordt uit het bestemmingengeheugen gewist. |
| Invoer beschermen | De bestemming wordt tegen automatisch wissen beveiligd. Deze functie is alleen bij onbeveiligde bestemmingen beschikbaar. |
| Bescherming opheffen | De beveiliging van de bestemming wordt ongedaan gemaakt. Deze functie is alleen bij beveiligde bestemmingen beschikbaar. |
| Invoer omhoog | De bestemming wordt een positie naar voren verschoven. Deze functie is alleen bij beveiligde bestemmingen beschikbaar. |
| Invoer omlaag | De bestemming wordt een positie naar achteren verschoven. Deze functie is alleen bij beveiligde bestemmingen beschikbaar. |
NAVIGATIE

| Lijst wissen | Alle bestemmingen (ook de beveiligde) worden uit de lijst gewist. Het thuisadres wordt niet gewist. |
Vermeldingen in het keuzemenu die vervolgens verschijnen, als een thuisadres ingevoerd is:

| Keuze Betekenis | |
| Details tonen | Alle gegevens van het thuisadres worden weergegeven. |
| Instellen Als er | nog geen adres is ingevoerd, kunt u het nu hier kiezen. |
| Wijzigen Het | opgeslagen thuisadres kan worden gewijzigd. |
| Thuisadres wissen | Het opgeslagen thuisadres wordt gewist. |
Naar de kaartweergave wisselen
Vanuit de snelle toegang kan met behulp van de onderstaande toetsen naar het kaartaanzicht worden gewisseld.

→ Druk op de toets met het kaartsymbool. De kaartweergave met de verschillende functies verschijnt.

U kunt uw actuele positie in de kaartweergave laten weergeven.
→Druk in de snelle toegang op de toe met het kaartsymbool in de bovenste beeldschermrand.

Navigatiemenu openen
Met behulp van de toets Navigatiemenu krijgt u de beschikking over uitgebreidere mogelijkheden van het navigatiemenu.
- Pagina "Het Navigatiemenu" op pagina 42.
Het Navigatiemenu
Wanneer geen snelle selectie van een bestemming is gewenst of wanneer de gewenste bestemming nog niet in het bestemmingengeheugen zit, heeft u de mogelijkheid om met behulp van het navigatiemenu een nieuwe bestemming vast te leggen.

→ Druk in de snelle toegang op de toeh Navigatiemenu in de bovenste beeld schermrand. • Basine "Navigariemenu Bijandere be
Het navigatiemenu verschijnt.

Opbouw van het navigatieme- nu
Adres
Met de toets Adres worden de verschillende stappen van het kiezen van een bestemming tot aan het starten van de navigatie mogelijk gemaakt.
- Pagina "Navigatiemenu: Adres" op pagina 43.
Bijzondere bestemming
Met de toets Bijzondere bestemming kunt u een bijzondere bestemming als b. v. vliegvelden en veerhavens, restaurants, hotels, tankstations of openbare in- tellingen selecteren en een navigatie er- heen starten.
- Pagina "Navigatiemenu: Bijzondere bestemming" op pagina 49.
Uit kaart
Met de toets Uit kaart kunt u direct op de kaart een bestemming kiezen en een navigatie erheen starten.
- Pagina "Navigatiemenu: Uit kaart" op pagina 52.
Coördinaten invoer
Via de toets Coördinaten invoer kunt u de geografische coördinaten voor een bestemming invoeren en de navigatie naar deze bestemming starten.
- Pagina "Navigatiemenu: Coördinaten invoeren" op pagina 56.
Routeplanning
Met de toets Routeplanning kunt u een route met meerdere tussenstops plannen.
- Pagina "Navigatiemenu: Routeplanning" op pagina 53.
Instellingen
Via de toets Instellingen zijn verschillende algemene specificaties voor de navigatiemodus mogelijk.
- Pagina "Navigatiemenu: Instellingen" op pagina 57.
NAVIGATIE
Navigatiemenu: Adres
Vanuit Navigatiemenu wordt met behulp van de toets Adres een keuzevenster voor de bestemming geopend.

→ Druk in het navigatiemenu op de button Adres.
Het keuzevenster bestemming verschijnt.

Land kiezen
Het keuzeveld Land levert alle landen die op de Memory Card voor navigatie beschikbaar zijn. Na het kiezen van een land wordt dit automatisch in het menu voor het invoeren van adressen overgenomen. Als er al een land van bestemming is opgegeven, is dat vermeld in de eerste regel en dientengevolge geldig.

→ Druk op de toets Land van bestemming om in de keuzelijst van landen te kunnen komen.
De keuzelijst verschijnt.

bar
| Country | Value | |---|---| | Denmark | ▲ | | Duitsland | 2/8 | | Estland | 2/8 | | Finland | 2/8 | | Frankrijk | ▼ |→ Druk op de toets van het gewenste land.
→ Druk indien nodig op de pijltjestoetsen in de rechter beeldschermrand om door alle bestemmingslanden te kunnen bladeren.
Opmerking:
Door te drukken op het vlaggetje vóór de landcode verschijnt er informatie over het desbetreffende land.
Adres selecteren en starten
In het adresvenster kunt u het precieze adres van bestemming invoeren.

In het adresseervenster kunnen onderstaande gegevens worden ingevoerd:
- Stad
- Postcode
• Straat met huisnummer
• Dwarsstraten als orientatiehulp
Tevens bestaat de mogelijkheid om:
- de bestemming op de kaart te laten weergeven
- de opties voor het rijprofiel vast te leggen
- de bestemming in het bestemmingengeheugen op te slaan
- direct met de navigatie te beginnen.
De stad selecteren
Een bestemmingsstad kan via de naam van de stad of de postcode worden i voerd. Hierbij wordt na het invoeren van iedere letter een mogelijke stad c.q. een cijfer van een mogelijke postcode aangegeven. Bij de weergave van de steden wordt aan grote steden voorrang gegeven boven de alfabetische volgorde. Voorbeeld: U voert de beginletter 'K' in, Traffic Assist Pro toont dan als mogelijke stad 'Keulen', en niet de stad die alfabetisch gezien op de eerste plaats staat.
Traffic Assist Pro sluit alle onmogelijke lettercombinaties en postcodes uit en activeert alleen nog letter- c.q. cijfervelden, die bij een bestaande stad c.q. postcode horen (Smart Speller).
Geef aan of u de bestemming via plaatsnaam of postcode wilt zoeken.
Voer achter elkaar de letters van de naam van de plaats van bestemming of de cijfers van de postcode in.
nge- Opmerking:
- In de navigatie-instellingen kunt u de Smart Speller naar keuze uitschakelen.
- Bedenk bij het invoeren dat in zuidelijke landen (b. v. Italië) het soort weg (b. v. via Gran Mundo) op de tweede positie moet worden ingevoerd (b. v. Gran Mundo_via).
- Na het invoeren van een postcode verdwijnt in het invoermenu eerst de naam van de stad. Voer vervolgens de straatnaam in. Vervolgens verschijnt dan ook de naam van de stad.
De OK-toets
Met behulp van de OK-toets kan de gekozen bestemming in het routeberekeningsmenu worden overgenomen. Wanneer na het invoeren van de eerste letters c.q. cijfers de gewenste bestemming in de bovenste display verschijnt, kunt u zonder dat u gebruik maakt van de lijstfunctie de bestemming met behulp van OK overnemen.
Druk op de OK-toets om uw bestemming in het routeberekeningsmenu over te nemen.
Opmerking:
Wanneer twee woorden zijn ingevoerd moeten deze met behulp van het teken van elkaar worden gescheiden.
NAVIGATIE

De stedenlijst gebruiken
Indien al enkele letters van de gewenste stad zijn ingevoerd, kunt u met behulp van de Lijst-functie alle steden met de in aanmerking komende lettercombinaties laten weergeven.
→ Druk op de toets rechtsboven in de hoek van het scherm om het stedenlijst op te vragen.
→ U kunt een stad selecteren door de desbetreffende button in te drukken.

bar
| Category | Value (%) | |---|---| | Baabe (18586), Rügen, Mecklenburg-Vorpommern | 1/50 | | Baach (71384), Rems-Murr-Kreis, Baden-Württemberg | ▼ |De straat selecteren
In het menugedeelte straat van bestemming kunnen met behulp van een letteren cijferveld de staat en het huisnummer gescheiden worden ingevoerd. Ook hierbij wordt na het invoeren van iedere letter een mogelijke straat weergegeven.
Traffic Assist Pro sluit alle lettercombinaties die niet mogelijk zijn uit en activeert alleen nog lettervelden, die tot een bestaande straat leiden.
Er kan pas een huisnummer worden gekozen wanneer de straat is geselecteerd, c.q. wanneer ook huisnummers beschikbaar zijn.
→ Druk achtereenvolgens op de letters van de straat van bestemming.
De OK-toets
Met behulp van de OK-toets kan de gekozen bestemming in het routeberekeningsmenu worden overgenomen. Wanneer na het invoeren van de eerste letters c.q. cijfers de gewenste bestemming in de bovenste display verschijnt, kunt u zonder dat u gebruik maakt van de lijstfunctie de bestemming met behulp van OK overnemen.
→ Druk op de OK-toets om uw bestemming in het routeberekeningsmenu over te nemen.

NAVIGATIE
De stratenlijst gebruiken
Indien al enkele letters van de gewenste straat zijn ingevoerd, kunt u met behulp van de Lijst-functie alle straten met de in aanmerking komende lettercombinaties laten weergeven.
→ Druk op de toets rechtsboven in de hoek van het scherm om het stratenlijst op te vragen.
→ U kunt de straat selecteren door de desbetreffende button in te drukken.

bar
| Category | Value (%) | |---|---| | Unter Den Birken | ▲ | | Unter Den Eichen | 1/2 | | Unter Den Linden | | | Unter Den Rüstern | | | Unterbaumstrasse | ▼ |Opmerking:
Door aanraken van het veld links naast de straatnaam kunt u nadere informatie over de straat bekijken. Dit kan handig zijn als de gezochte straat meerdere malen in de lijst voorkomt.
De Dwarsstraat selecteren
Nadat u de stad en de straat van de bestemming hebt ingevoerd, kunt u ter verdere aanvulling een dwarsstraat invoeren.
Opmerking:
In plaats van de dwarsstraat kunt u ook een huisnummer invoeren, maar beide tegelijkertijd is niet mogelijk.
→ Druk op de toets Dwarsstraat.
Het invoermenu voor de naam van de dwarsstraat verschijnt.
→ Voer de naam van de dwarsstraat in en druk vervolgens op OK.
U gaat hierbij op dezelfde manier te werk als bij het invoeren van de straat, zie “De straat selecteren” op pagina 45.
→ Bij het invoeren van de dwarsstraat kunt u ook de straatnamenlijst gebruiken, zie "De stratenlijst gebruiken" op pagina 46.
Het huisnummer kiezen
Nadat u de stad en de straat van de bestemming hebt ingevoerd, kunt u ter verdere aanvulling een huisnummer invoeren.
Opmerking:
In plaats van het huisnummer kunt u ook een dwarsstraat invoeren, maar beide tegelijkertijd is niet mogelijk.
→ Druk op de toetsNr.
Het invoermenu voor het huisnummer verschijnt.
→ Voer het huisnummer in en druk vervolgens op OK.
U gaat hierbij op dezelfde manier te werk als bij het invoeren van de straat, zie “De straat selecteren” op pagina 45.
Bij het invoeren van het huisnummer kunt u ook de huisnummerlijst gebruiken.
U gaat hierbij op dezelfde manier te werk als bij de straatnamenlijst, zie "De stratenlijst gebruiken" op pagina 46.
NAVIGATIE

Bestemming op de kaart laten weergeven Na het invoeren van de bestemming be- staat de mogelijkheid om een omgevings- kaart te laten weergeven.
→ Druk op de toets In kaart, om de geselecteerde bestemming op de kaart te laten weergeven.

Opties voor het routeprofiel
In het adresseringsvenster kunt u ook uw rijprofiel instellen. Druk hiervoor op de toets Opties. De hier geconfigureerde instelling heeft invloed op de berekening van de vermoedelijke reistijden en de lengte van het traject.

→ Kies de manier waarop u zich verplaatst door meerdere keren op het veld linksboven te drukken.
→ Kies een van de volgende opties door meerdere keren op het veld rechts naast de weergave Soort route te drukken.
| Optie Betekenis | |
| optimaal Bij deze optie wordt de met het oog op de benodigde tijd en de af te leggen afstand optimale route berekend. | |
| Snel Bij deze optie wordt de qua tijd kortste route berekend. | |
| Kort Bij deze optie wordt de qua afstand kortste route berekend. | |
| mooi Bij deze optie wordt een zo bochtig mogelijke route berekend. |
→ Met de keuzevelden rechts naast de velden Snelwegen, Veren en Tolwegen kunt u steeds een van de volgende opties instellen.
Optie Betekenis
Toegestaan Bij![]() | deze optie wordt tij-dens het berekenen van de route rekening gehou-den met het desbetreffende wegtype. |
Vermijden Bij![]() | deze optie wordt het desbetreffende wegtype waar mogelijk vermeden. |
Verboden Bij de![]() | deze optie wordt tij-dens het berekenen van de route het desbetreffende wegtype vermeden. |
| Vermijden Bij |
| Verboden Bij |
→ Druk op de toets om de navigatie naar de ingevoerde bestemming te starten.
Bestemming opslaan
Met behulp van de button Opslaan wordt een invoermenu voor het invoeren van een naam voor de ingevoerde bestemming geopend. Wanneer een naam wordt ingevocerd en met behulp van OK is overgenomen, wordt de bestemming in de snelle toegang overgenomen en daar beveiligd. Het invoermenu biedt de mogelijkheid om te wisselen tussen hoofd- en kleine letters.
De navigatie starten
Met behulp van de button Starten kan onmiddellijk met de navigatie worden begonnen. Alle tot dusver ingevoerde gegevens worden tijdens het berekenen van de route verwerkt.
→ Druk op de toets Starten, om met het navigeren te beginnen.

De route wordt berekend. Aansluitend verschijnt de kaartweergave en wordt begonnen met de navigatie.
Opmerking:
Als er bij het berekenen van de route geen GPS-signaal beschikbaar is, verschijnt de volgende melding.

Als het GPS-signaal ter beschikking staat, wordt de routeberekening automatisch gestart.
Door te drukken op Simulatie verschijnt er een kort traject als simulatie tot aan de bestemming.
Door op Demo te drukken, wordt een demonstratievideo afgespeeld.
NAVIGATIE
De navigatie afbreken
→ Druk op de toets


→ Druk op de toetsJa, om het beeindigen te bevestigen.
Navigatiemenu: Bijzondere bestemming
Bijzondere bestemmingen, ook wel kortweg POI (Point of Interest) genoemd, zijn in de kaart opgenomen en kunnen daar worden weergegeven. Tot de bijzondere bestemmingen behoren vliegvelden en veerhavens, restaurants, hotels, tankstations, openbare instellingen en andere. Bijzonder bestemmingen kunnen als navigatiebestemming worden gebruikt.
Opmerking:
Bijzondere bestemmingen uit de actuele omgeving kunt u alleen dan selecteren, wanneer de ontvangst voor de positiebepaling voldoende is.
U heeft de keuze tussen:
- een bestemming in de omgeving,
- een bestemming in het hele land en
- een bestemming in een plaats.

→ Druk op de toets Bijzondere bestemming, om de bijzondere bestemmingen te laten weergeven.
Het keuzevenster zoekgebied verschijnt.

Nu heeft u de mogelijkheid om met behulp van de buttons het zoekgebied te selecteren.
Bijzondere bestemming: In omgeving
→ Raak In de omgeving aan.

In het bijzondere bestemmingenvenster kunt u de onderstaande zoekcriteria invoeren.
→ Voer in de bovenste button de straal in kilometers aan, waarin u een bijzondere bestemming zoekt.
→ Kies uit het veld Alle categorieën een hoofdcategorie (bijv. Benzinestation). Nu worden alleen de voor de actuele omgeving beschikbare bijzondere bestemmingen weergegeven.
→ Kies in het volgende menu de subcategorie (bijv. Aral, Esso).
Informatie vindt u in het hoofdstuk "In de lijsten bladeren" op pagina 32.
Opmerking:
Als u geen subcategorie kiest, worden alle bijzondere bestemmingen van de hoofdcategorie in de gekozen omgeving weergegeven.
→ Druk op Bijzondere bestemming om naar het invoermenu te gaan.
→ Kies de gewenste bijzondere bestemming via het invoermenu.
Informatie over het werken met het invoermenu vindt u in het hoofdstuk "Invoeren met behulp van het invoermenu" op pagina 31.
Informatie over het bladeren in lijsten vindt u in het hoofdstuk "In de lijsten bladeren" op pagina 32.
Opmerking:
De categorie-velden hoeven niet te worden ingevuld. Deze hebben slechts ten doel om de lijst met bijzondere bestemmingen te beperken. Deze lijst kan, in het bijzonder in grote steden, heel lang worden.
Bijzondere bestemming: In het hele land
→ Klik de button In het hele land aan.

→ Selecteer het gewenste land.
→ Druk op Alle categorieën.

→ Selecteer de gewenste categorie.
→ Klik de toets Bijzondere bestemming aan om in het invoermenu te kunnen komen.
→ Selecteer via het invoermenu de ge- wenste bijzondere bestemming.
NAVIGATIE
In het hoofdstuk "Invoeren met behulp van het invoermenu" op pagina 31 is de informatie vermeld ten aanzien van het werken met het invoermenu.
In het hoofdstuk "In de lijsten bladeren" op pagina 32 is de informatie vermeld ten aanzien van het bladeren in de lijsten.
Opmerking:
Het Categorie-veld hoeft niet te worden ingevuld. Deze heeft slechts ten doel om de lijst met bijzondere bestemmingen te beperken. Deze lijst kan, afhankelijk van de kaart die u op dat moment gebruikt, heel lang worden.
Bijzondere bestemming: In een plaats
→ Klik de button In een plaats aan.

→ Selecteer het gewenste land.
→ Voer in het veld Plaats of Postcode de plaats in, waar u naar een bijzondere bestemming wilt zoeken.
→ Druk op Alle categorieën.
→ Kies een hoofdcategorie (bijv. Cultuur). Alleen de in de opgegeven schikbare categorieën worden weergegeven.
→ Kies in het volgende menu de subcategorie (bijv. Museum).
→ Klik de toets Bijzondere bestemming aan om in het invoermenu te kunnen komen.
→ Selecteer via het invoermenu de gewenste bijzondere bestemming.
In het hoofdstuk "Invoeren met behulp van het invoermenu" op pagina 31 is de informatie vermeld ten aanzien van het werken met het invoermenu.
In het hoofdstuk "In de lijsten bladeren" op pagina 32 is de informatie vermeld ten aanzien van het bladeren in de lijsten.
Opmerking:
De Categorie-velden hoeven niet te worden ingevuld. Deze hebben slechts ten doel om de lijst met bijzondere bestemmingen te beperken. Deze lijst kan, in het bijzonder in grote steden, heel lang worden.
P Bedleningsopties in de invoermenu's Bijzondere bestemmingen
Met de toetsen rechts op het scherm hebt u na het selecteren van een bijzondere bestemming de volgende opties:
- Met de toets In kaart bijzondere bestemmingen op de kaart weergeven.
- Met de toets Opties de opties voor het rijprofiel vastleggen.
- Met de Opslaan de bijzondere bestemming in het bestemmingsgeheugen opslaan.
- Met de toets Starten rechtstreeks met de navigatie naar de bijzondere bestemming beginnen.
U kunt ook informatie over de geselecteerde bijzondere bestemming laten weergeven.
→ Druk hiervoor op de toets .i
Aanwijzing:
De toets kan alleen worden gekozen als er ook daadwerkelijk informatie beschikbaar is.

De beschikbare informatie over de geselecteerde bijzondere bestemming verschijnt (precieze adres en voorzover beschikbaar een telefoonnummer).
Door te drukken op de toets Opbellen kan, voorzover er een telefoon via Bluetooth verbonden is, het weergegeven nummer rechtstreeks worden gebeld.
Navigatiemenu: Uit kaart
Indien een gewenste bestemming nog niet of niet meer in het bestemmingengeheugen is te vinden, kunt u met behulp van de button Uit kaart rechtstreeks selecteren. Daarbij wordt niet om adresdetails gevraagd.

→Druk op de toets Uit kaart, om rechtstreeks te kunnen selecteren. De kaartweergave verschijnt.
Opmerking:
Met de zoomtoetsen +n moet u evt. nog het gebied groter maken om een gewenste straat te vinden. U kunt de kaart ook door verschuiven op het gewenste punt brengen.

→ Druk lichtjes op het beeldschermoppervlak totdat een cirkel van puntjes rond de gewenste bestemming wordt getekend. De bestemming wordt geregistreerd.
Vanuit het gegevensbestand wordt informatie met betrekking tot het geselecteerde punt geladen en weergegeven. Onder het informatieveld zitten buttons waarmee meerdere functies, die voor het geselecteerde routepunt beschikbaar zijn, kunnen worden geopend.

NAVIGATIE

De volgende keuzevelden zijn bij een inactieve navigatie beschikbaar:
| Keuzeveld Betekenis | |
| Navigatie Start de navigatie | |
| Toevoegen Hiermee voegt u de bestemming van de laatst gebruikte opgeslagen route toe, zie “Navigatie-menu: Routeplanning” op pagina 53. | |
| Opslaan Maakt de benaming van uw bestemming met behulp van het invoer-menu mogelijk en slaat deze op in het bestemmingengeheugen | |
| In de omgeving zoeken | Invoervenster als bij een normale POI-invoer |
Wanneer de navigatie actief is, is bovendien de button Tussenbestemming beschikbaar.
Via dit keuzeveld kunt u de gekozen bestemming uit de kaart van uw route als tussenstop toevoegen.
→ Druk op een toets, om de gewenste actie uit te kunnen voeren.
Navigatiemenu: Routeplanning
Het routeplanningsmenu biedt de mogelijkheid individuele routes samen te stellen en te kiezen. Vocr hiervoor de afzonderlijke bestemmingen van de gewenste route in. U wordt dan achter elkaar langs deze punten geleid zonder dat u verdere gegevens hoeft in te voeren.
→ Druk in Navigatiemenu op toets Routeplanning om in het routemenu terecht te kunnen komen.
In het routemenu ziet u rechtsboven het wegenkaartsymbool. Linksboven is de naam van de laatst gebruikte route weergegeven, daaronder de afzonderlijke etappes van deze route.

Opmerking:
Na een reset, of als nog geen route is gepland, is het routemenu leeg.
Routelijst
Met de routelijst kan uit tevoren opgeslagen routes worden gekozen.
→ Druk in het routemenu op De routelijst wordt geopend.

bar
| Category | Value (%) | |---|---| | Route Berlin 10963 Berlin Stresemannstrasse | ▲ | | Route Hamburg 22397 Hamburg Alsterallee | 1/1 | | Route München 81475 München Bellinzonastrasse | ▼ |Door de routelijst bladeren
→ Druk op de pijltoetsen rechts om door de routelijst te bladeren.
Routedetails tonen
→ Druk op de toetsom de details van de route te laten zien.
Routedetails wordt geopend. In dit venster kunt u de route ook een andere naam geven of deze wissen.
Druk op de toets om terug te gaan naar de routelijst.

NAVIGATIE
→D
→ GB
→F
→1
→E
→P
→NL
→DK
→5
→ N
→FIN
→TR
→GR
→ PL
→ CZ
→H
→ SK
Route kiezen
→ Door op het desbetreffende keuzevlak te drukken kiest u een route.
De route wordt geladen en in het route- menu weergegeven.

Een route toepassen
De volgende toetsen staan tot uw beschikking:
| Toets Betekenis | |
![]() | Hiermee worden na de routeberekening in het kaartscherm alle etappen van de huidige route weergegeven. |
![]() | Met behulp van deze to-etsen kan binnen de lijs-ten omhoog en omlaag worden gebladerd. |
| Nieuw Opent | het "Adres-seervenster" voor het in-voeren van een nieuw bestemmingsadres |
| Bewerken | Activeert afzonderlijf routepunten voor bewer-king |
| Berekenen | Berekent het traje schil en de trajecttijd van de actuele invoeren |
| Starten | Start de na |
De toets Nieuw
Met Nieuw kunt u een nieuwe route samenstellen.
→ Druk op Nieuw.
Er verschijnt een leeg routevenster. Onderin dit lege venster bevindt zich Toevoeg.

→ Druk op Toevoeg.

ctver> Selecteer een bestemming uit de ge- toonde snelle toegang.
of
NAVIGATIE

→ Door te drukken op toets Andere bestemming om te kiezen tussen Adres, Bijzondere bestemming of Uit kaart doorlopen en uw etappebestemming invoeren.
→ Herhaal voor iedere etappebestemming deze opgave vanuit het routenplanningvenster met Toevoeg.
→ Met de toetsen ⇔ ⇔ kunnen de afzonderlijke opgaven worden verschoven.
→ Als alle opgaven in het routeplanning-venster gereed zijn, sluit u de bestemmingsopgaven af met OK.
Het opgavemenu verschijnt.
→ Geef de route een veelzeggende naam.
→ Druk op OK.
De routeplanning wordt afgesloten. Het routemenu met de nieuwe route verschijnt.

De toets Bewerken
In het menu Bewerken kunnen bestaande routes worden gewijzigd.

→ Druk op de toets Bewerken, om be- staande routes te wijzigen.
Het routeplanningsvenster verschijnt. De onderstaande functies zijn beschikbaar:
| Toets Betekenis | |
| Toevoeg Met | behulp van dit veldkan een nieuw routepuntworden toegevoegd. |
| Wissen Met behulp van dit veldkan een gemarkeerd routepunt worden gewist. | |
| OK Met behulp van dit veldkan de bewerkte routeopgeslagen en in de snelletoegang overgenomenworden. | |
| Met behulp van deze to-etsen kan binnen de lijs-ten omhoog en omlaag worden gebladerd. | |
| Via deze toetsen kunnen de afzonderlijke vermel-dingen worden verschoven. |
De toets Berekenen
Een geplande route kan ook zonder GPS- ontvangst worden berekend, zodat u een overzicht kunt krijgen van het traject.
Daarbij wordt het eerste aangegeven routepunt als startpunt van de route aangenomen.
Opmerking:
Bij de navigatie is de actuele standplaats het startpunt. De eerste etappe is dan het traject naar het eerste aangegeven route-punt.
→ Druk op de button om het totale traject alsmede de vermoedelijke reisduur van de route te laten bereken.
Het invoervenster Routeopties wordt geopend.
→ Leg de gewenste instellingen vast.
→ Druk op de button
De route wordt berekend. Een venster verschaft u informatie omtrent de voortgang van de berekening.


Als de berekening gereed is, worden in het venster Routeplanning boven de lijst met routepunten het totale traject vanaf het eerste tot en met het laatste routepunt en de vermoedelijke ritduur weergegeven.

De toets Starten
→Druk op de toets Starten in het route-planningsmenu.
De routeopties worden nogmaals weergegeven.
→ Druk opnieuw op de toets, om met het navigeren te beginnen.
Opmerking:
Als geen gps-Signaal wordt ontvangen, begint de navigatie zodra een signaal beschikbaar is.
Navigatiemenu: Coördinaten invoeren
U kunt een bestemming ook invoeren met geografische coördinaten.

→ Druk in het navigatiemenu op de toets Coördinaten invoer.

→ Selecteer de betreffende waarde die u wilt wijzigen.
→ Voer de gewenste waarden vervolgens
met de toetsen tot en met 0
in.
→ Met de rechtertoetsen in de reeks bij LON en LAT kunt u de richting van de geografische lengte en breedte instellen.
Opmerking:
De ingevoerde coördinaten moeten overeenkomen met WGS84 (World Geodetic System 1984).
Druk op de toets Starten om de navigatie naar de ingevoerde coördinaten te starten.
NAVIGATIE

Navigatiemenu: Instellingen
In het menu Instellingen staan de voor de navigatiefuncties relevante instellingen.
Opmerking:
Alle instellingen moeten door middel van het indrukken van de toets OK worden bevestigd. Met behulp van de toets kunt u op ieder willekeurig moment de actuele instelling verlaten zonder iets te hebben gewijzigd.

→ Blader in het navigatiemenu met de toets maar de menuoptie Instellingen en druk hierop.
U kommt terecht in het instellingenmenu.
Opbouw
In het instellingenmenu heeft u de beschikking over diverse buttons:

De functies van de verschillende toetsen worden hier achtereenvolgens uitgelegd.
De toets Routeopties
In het instellingenvenster Routeopties kunt u uw routeprofiel instellen. De hier gemaakte instellingen hebben invloed op de routekeuze en de berekening van de vermoedelijke rittijden.
→ Druk in het instellingenmenu op de toets Routeopties.

Het venster Routeopties wordt weergegeven.

→ Kies de manier waarop u zich verplaatst door meerdere keren op het veld Profiel te drukken.
→ Kies een van de volgende opties door meerdere keren op het veld rechts naast de weergave Soort route te drukken.
| Optie Betekenis | |
| optimaal Bij de | zee optie wordt de met het oog op de benodigde tijd en de af te leggen afstand optimale route berekend. |
| Snel Bij deze | optie wordt de qua tijd kortste route berekend. |
| Kort Bij deze | optie wordt de qua afstand kortste route berekend. |
| mooi Bij deze | optie wordt een zo bochtig mogelijke route berekend. |
Met de keuzevelden rechts naast de velden Snelwegen, Veren en Tolwegen kunt u steeds een van de volgende opties instellen.
| Optie Betekenis | |
Toegestaan Bij![]() | deze optie wordt tij-dens het berekenen van de route rekening gehou-den met het desbetreffen-de wegtype. |
Vermijden Bij![]() | deze optie wordt het desbetreffende wegtype waar mogelijk vermeden. |
Verboden Bij ![]() | deze optie wordt tij-dens het berekenen van de route het desbetreffende wegtype vermeden. |
→ Bevestig uw keuze door middel van het indrukken van de toets OK.
De toets Automodus
In het venster Automodus kunt u de weergave van de kaarten (2D/3D-weergave, autozoom en richting van de kaart) instellen.
→ Druk in het instellingenmenu op de toets Automodus.

Het venster Automodus wordt weergegeven.

NAVIGATIE

| Instelling Betekenis | |
| Starten met Kies of de kaart stand-aard in 3D of 2D moet worden weergegeven. | |
| 2D Autozoom | Kies of u tijdens een na-vigatie met 2D-weergave als standaardinstelling voor autozoom Laag, Normaal, Hoog of Geen autozoom wenst.Bij autozoom wordt de zoomgrootte afhankelijk van uw snelheid gewijzigd: Wanneer u lang-zaam rijdt wordt de schaal kleiner. Wanneer u sneller rijdt wordt de schaal groter. |
| 2D afbeelding | Kies of de kaart tijdens een navigatie met 2D-weergave standaard op het noorden of op de rijrichting georiënteerd moet worden weergegeven. |
→ Bevestig uw keuze door middel van het indrukken van de toets OK.
De toets Formaat
In het instellingenvenster Formaat kunt u instellen, welke eenheden voor tijd en afstanden moeten worden gebruikt.
→ Druk in het instellingenmenu op de toets Formaat.

Het venster Formaat wordt weergegeven.

| Instelling Betekenis | |
| Uur Druk op dit veld om tus- sen 12 uurs- en 24 uur- saanduiding om te scha- kelen. | |
| Afstand Druk op dit veld om tus- sen kilometer- en mij- lenaanduiding om te schakelen. |
→ Bevestig uw instellingen door middel van het indrukken van de toets OK.
De toets Kaartinfo
In het venster Kaartinfo kunt u de extra informatie in de kaartweergave instellen.
→ Druk in het instellingenmenu op de toets Kaartinfo.

Het venster Kaartinfo wordt weergegeven.

| Instelling Betekenis | |
| Bijzondere bestemmingen | Wanneer u de invoer in-schakelt, worden in de kaart alle bijzondere bestemmingen weergegeven. |
| Straatnamen (2D) | Wanneer u de invoer in-schakelt, worden in de 2D-kaart alle straatna-men weergegeven. |

NAVIGATIE
| Straatnamen (3D) | Wanneer u de invoer in-schakelt, worden in de 3D-kaart alle straatna-men weergegeven. |
| Infovak Als u | deze optie inscha-kelt, toont de kaart de kompasrichting, de rijs-nelheid en de hoogte bo-ven de zeespiegel. (Kan alleen worden geselecteerd als bij Kaartweergave de optie Hele kaart werd geselecteerd.) |
→ Druk bij de optiekeuzevelden telkens op of om de instellingen te activeren of te deactiveren.
→ Bevestig uw keuze door middel van het indrukken van de toets OK.
De toets Route-info
In het venster Route-info kunt u instellen, welke extra informatie tijdens de navigatie wordt weergegeven.
→ Druk in het instellingenmenu op de tocts Route-info.

Het venster Route-info wordt weergegeven.

De onderstaande instellingen zijn mogelijk.
| Instelling Betekenis | |
| Kaartweergave | Kies één van de opties voor de kaartweergave door op het keuzeveld te drukken:Hele kaart- de complete kaart wordt weergegeven.Gesplitst scherm- er wordt een gedeeld beeld-scherm weergegeven waarbij op het het ene deel een kaart en op het andere deel pijlen worden weergegeven.Alleen pijl- er worden alleen pijlen weergegeven. |
| Info bestemming | Weergave van ETA, de nog te rijden afstand, duur tot de aankomst op de hoofdbestemming. |
| Info etappe | Weergave van ETA, de nog te rijden afstand, duur tot de aankomst op de tussenbestemming. |
| Landinformatie | Na het activeren van deze functie ontvangt u automatisch algemeen geldende verkeersinformatie voor het desbetreffende land, bij het overschrijden van de landsgrens (b. v. maximumsnelheden). |
Opmerking:
Afhankelijk van de instelling die u bij Kaartweergave hebt gekozen, kunnen enkele instellingen in dit menu en enkele instellingen die onder "De toets Kaartinfo" op pagina 59 worden beschreven, niet meer worden geselecteerd.
→ Druk bij de optiekeuzevelden telkens op of om de instelling te active-ren of te deactiveren.
→ Bevestig uw keuze door middel van het indrukken van de toets OK.
De toets Snelheid
In het instellingenvenster Snelheid kunt u instellen, of tijdens de navigatie snelheidsbegrenzingen moeten worden weergegeven en of u bij overschrijdingen van de max. snelheid akoestisch wilt worden gewaarschuwd.
Opmerking:
Deze informatie kan alleen dan worden weergegeven, wanneer deze in het kaartenmateriaal is opgenomen.
→ Druk in het instellingenmenu op de toets Snelheid.

Het venster Snelheid wordt weergegeven.

De onderstaande instellingen zijn mogelijk.
| Instelling Betekenis | |
| Borden tonen | Geef aan of maximumsnelheden altijd of alleen bij het overschrijden van de snelheid worden weergegeven. |
| Alarm bin.beb.kom | Geef de limiet van de snelheidsoverschrijding aan vanaf welke u binnen de bebouwde kom met een gesproken boodschap wilt worden gewaarschuwd. |
| Alarm bui.beb.kom | Geef de limiet van de snelheidsoverschrijding aan vanaf welke u buiten de bebouwde kom met een gesproken boodschap wilt worden gewaarschuwd. |

NAVIGATIE
| Alarm Kies of | u ook bij snel-heidsbeperkingen die al-leen bij regen, sneeuwval of op bepaalde tijdstip-pen gelden, met een ge-sproken boodschap wilt worden gewaarschuwd (functie ingeschakeld ). |
→ Druk op een button en selecteer de ge-
wenste instelling.
→ Bevestig uw keuze door middel van het indrukken van de toets OK.
⚠ Gevaar voor ongevallen!
De informatie in het kaartenmateriaal kan op grond van recente wijzigingen (bijv. bij wegwerkzaamheden) onjuist zijn!
De verkeerssituatie en de borden ter plaatse hebben voorrang boven de informatie van het navigatiesysteem.
De toets TMC
In TMC kunt u de volgende instellingen uitvoeren.

| Instelling Betekenis | |
| Zender automatisch | Kies of automatisch de zender met de beste ontvangst moet worden gezocht (functie ingeschakeld ). |
| Instelling Betekenis | |
| Omleiding Met dit keuzevlak kunt u kiezen of de routeverandering nooit, automatisch of handmatig moet worden geconfigureerd. (Pagina "Rekening houden met berichten voor de routeberekening" op pagina 69.) De instelling nooit komt overeen met het uitschakelen van de TMC-functies. |
→ Bevestig uw instellingen door middel van het indrukken van de toets OK.
NAVIGATIE

De toets Tijdzone
In het instellingenvenster Tijdzone kunt u de voor uw standplaats geldende tijdzone instellen. Deze instelling is belangrijk voor de correcte berekening van vermoedelijke aankomsttijden.
→ Druk in het instellingenmenu op de toets Tijdzone.

Het venster Tijdzone wordt weergegeven.

| Instelling Betekenis | |
| Tijdzone Leg de voor uw standplaats geldende tijdzone vast. | |
| Zomeruur Leg vast of voor de actuele tijdzone de zomertijd geldt ( ) of niet ( ). |
→ Bevestig deze opgave door het indrukken van toets OK.
De toets Smart Speller
De Smart Speller maakt het mogelijk steden, wegen of andere bestemmingen sneller op te geven door middel van een handige uitsluitmethode.
→ Druk in het instellingenmenu op de toets Smart Speller.

Het venster Smart Speller wordt weergegeven.

→ Druk op het keuzeveld om de functie in- of uit te schakelen.
→ Bevestig deze opgave door het indrukken van toets OK.
De toets Kruispuntinformatie
In het instellingenvenster Kruispuntinformatie kunt u de beschikbare hulpmiddelen voor complexe richtingveranderingen in- of uitschakelen, zoals bijv. bij verkeerspleinen of bepaalde wegen met meerdere rijstroken.
→ Druk in het instellingenmenu op de toets Kruispuntinformatie.

Het venster Kruispuntinformatie wordt weergegeven.

| Instelling Betekenis | |
| Reality View | Na het activeren van de functie verschijnen er, voorzover beschikbaar, realistische afbeeldingen van de plaatselijke rijstro-oksituatie. |

NAVIGATIE
| Verkeersbor-den | Na het activeren van deze functie krijgt u informatie over de borden die u moet volgen. |
| Rijbaan Na het | activeren van deze functie wordt u bij wegen met meerdere rijstroken door een kleine pijl over de te volgen rijstrook ge-adviseerd. |
Opmerking:
De informatie kan alleen worden weergegeven als deze in het kaartmateriaal aanwezig is.
→ Druk op de gewenste vermelding om de desbetreffende functie in- of uit te schakelen ✗.
→ Bevestig uw keuze door het indrukken van de toets OK.
De toets Thuisadres
In het venster Thuisadres kunt u uw eigen adres vastleggen en wijzigen en de adresgegevens laten weergeven.
→ Druk in het instellingenmenu op de toets Thuisadres.

Het thuisadres wordt weergegeven mits u deze al hebt vastgelegd.
Thuisadres vastleggen:
→ Druk op de toets Instellen.
De snelkoppeling verschijnt.

→ Druk op een bestemming in de lijst om als thuisadres vast te leggen.
of
→ Druk op toets Andere bestemming om naar het navigatiemenu te gaan.
In het navigatiemenu kunt u het thuis- adres op een andere manier invoeren(bijv. door de adresgegevens in te voeren), zie "Opbouw van het navigati- menu" op pagina 42.
Al vastgelegd thuisadres wijzigen:
→ Druk op de toets Wijzigen.
De snelle toegang verschijnt. De verdere werkwijze komt overeen met die bij het vastleggen van het thuisadres (zie boven).
NAVIGATIE

De toets Volume
Met het venster Volume kunt u het volume van de verbale aanwijzingen voor elke start van Traffic Assist Pro instellen of de verbale aanwijzingen helemaal uitschakelen. Afhankelijk van de situatie kan deze kaartweergave worden aangepast.
→ Druk in het instellingenmenu op de toets Volume.

Het venster Volume wordt weergegeven.

→ Kies het gewenste volume met de toet-
sen - +en .
→ Bevestig uw instellingen door middel van het indrukken van de toets OK.
Opmerking:
Het volume kan ook met de volumeregelaar aan de zijkant worden aangepast. Pagina "Volumeregeling" op pagina 34.
De toets GPS
In het informatievenster GPS verschijnen het aantal ontvangen satellieten, de huidige positie en de huidige snelheid ter informatie. Ook kunt u hier de huidige positie opslaan.
→ Druk in het instellingenmenu op de toets GPS.

Het informatievenster GPS verschijnt.

→ Om uw actuele positie op te slaan drukt u op de toets Locatie opslan.
Het opslaan van de positie gaat op dezelfde manier als beschreven onder "Bestemming opslaan" op pagina 48.
De toets Kaart laden
De Traffic Assist Pro werkt met het op de Memory Card opgeslagen kaartmateriaal. Met Kaart laden wordt het geladen kaartmateriaal getoond. Indien beschikbaar kunt u een andere kaart selecteren.
→ Druk in het instellingenmenu op de toets Kaart laden.

Het venster Kaart laden wordt weergegeven.

→ Kies de gewenste kaart door op de desbetreffende toets te drukken.
De toets Offroad
In het venster Offroad kunt u instellen, of de Traffic Assist Pro de navigatie start als:
- u zich in een niet-gedigitaliseerd gebied (offroad) bevindt.
- uw bestemming zich in een niet-gedigitaliseerd gebied bevindt.
Bij actieve offroad-functie toont de Traffic Assist Pro de hemelsbrede richting naar de dichtstbijzijnde gedigitaliseerde straat of de hemelsbrede richting van de gedigitaliseerde straat die het dichtst bij de bestemming ligt naar de bestemming in het niet-gedigitaliseerde gebied. Pagina "Offroad-navigatie" op pagina 70.
→ Druk in het instellingenmenu op de toets Offroad.

Het venster Offroad wordt weergegeven.

→ Druk op of om de offroad-functie te activeren of te deactiveren.
→ Bevestig uw keuze door het indrukken van de toetsOK.
Wat is dynamische navigatie?
Met dynamische navigatie wordt de route berekend, rekening houdend met actuele verkeersberichten.
Opmerking:
Dynamische navigatie is niet in alle landen mogelijk (op het ogenblik alleen in België, Duitsland, Denemarken, Frankrijk, Italië, Nederland, Oostenrijk, Zweden, Zwitserland en Spanje). In Duitsland worden meldingen ook via TMCpro ontvangen.
Om dynamische navigatie en de hierna beschreven functies toe te kunnen passen moet TMC-ontvangst mogelijk zijn.
De verkeersberichten worden via het TMkanaal (Traffic Message Channel) van radiozenders tegelijk met het radioprogramma uitgezonden en door het navigatiesysteem ontvangen en verwerkt. De ontvangst van deze verkeersberichten is kosteloos.
Opmerking:
Omdat de verkeersinformatie door radiozenders wordt uitgezonden, kunnen wij de volledigheid en juistheid van deze berichten niet garanderen.
Oostenrijk: De lokatie- en eventcode wordt door de ASFINAG en de BMVIT ter beschikking gesteld.
Er wordt voortdurend gecontroleerd of er relevante verkeersberichten voor de ingestelde route zijn. Verkeersbelemmeringen worden echter ook bij niet-actieve navigatie op de kaart weergegeven.

Wordt daarbij geconstateerd dat een verkeersbericht voor de navigatie van belang is, dan wordt door het apparaat automatisch een nieuwe route naar de bestemming berekend (zie "De toets TMC" op pagina 62).
Weergave van TMC-berichten op de wegenkaart
Actuele TMC-meldingen worden op de kaart grafisch weergegeven. Zo worden weggedeelten waarop zich een verkeersbelemmering bevindt, blauw gemarkeerd. Verder geven pijlen de richting van de rijstrook met de verkeersopstopping aan.
De kleurmarkering wordt aangevuld met een gevaarteken bij het desbetreffende weggedeelte.

TMC gebruiken
Als u de TMC-antenne heeft aangesloten, ontvangt uw Traffic Assist Pro actuele verkeersberichten, waardoor het mogelijk wordt een dynamische route (filevermijding) te berekenen. U kunt ook verkeersberichten direct bekijken.
Voorinstelling van TMC zie "De toets TMC" op pagina 62
→ Activeer de toolbar in het kaartscherm (zie ook pagina 74) en druk op of
→ Druk in het hoofdmenu op TMC.
Opmerking:
Het keuzeveld is alleen zichtbaar als u eenmaal naar de navigatiemodus hebt geschakeld en daarna het hoofdmenu weer hebt opgeroepen.
Na het uit- en weer inschakelen van Traffic Assist Pro met de On/Offschakelaar is het keuzeveld TMC opnieuw pas na de hierboven beschreven procedure zichtbaar.

NAVIGATIE
→D
→GB
→F
→1
→ E
→P
→NL
→DK
→5
→ N
→FIN
→TR
→GR
→ PL
→ CZ
→H
→ SK
Nadat op een van beide keuzevelden is gedrukt, verschijnt de lijst met meldingen.

Met de pijltoetsen ▲aan de rechterkant van het beeldscherm kunt u door de lijst bladeren.
Bij ieder verkeersbericht wordt het wegnummer (snelweg, autoweg of lokale weg), eventueel het weggedeelte met de rijrichting alsmede de aard van de belemmering aangegeven.
Opmerking:
Bij de weergave van meldingen worden TMCpro-meldingen gekenmerkt door het teken TMC.
Melding lezen
→ Druk op de gewenste melding in de lijst.
De melding wordt weergegeven.

Als de melding langer is dan de beschikbare ruimte op het scherm, verschijnt rechtsonder de toets ...
→ Druk op de toets om de rest van de melding te kunnen lezen.
→ Druk op de pijltoetsen | om ▼ door de meldingen te bladeren.
→ Druk op de toets om terug te gaan naar de lijst met meldingen.
Betreffende straat in de kaart weergeven
→ Druk in de melding op de toets . De betreffende straat verschijnt op de kaart.

Meldingen actualiseren
→ Druk in de melding op de toets
NAVIGATIE
Rekening houden met berichten voor de routeberekening
Uw Traffic Assist Pro kan bij het berekenen van een route rekening houden met verkeersmeldingen. Of dat automatisch of handmatig gaat, kunt u met "De toets TMC" op pagina 62 instellen.
Automatisch een nieuwe route berekenen
Als een verkeersbericht uw route betreft, wordt een nieuwe route berekend met de snelste omleiding.

Handmatig een nieuwe route berekenen Als een verkeersbericht uw route betreft, verschijnt er een venster met gedetailleer- de informatie over de melding.

Als u een omleiding van de verkeersbelemmering wilt berekenen, drukt u op Ontwijken, zo niet, dan op Negeren.

Status veranderen
U kunt te allen tijde achteraf wijzigen of er met een melding rekening wordt gehouden of niet.
→ Activeer de toolbar in het kaartscherm (zie ook pagina 74).
→ Druk op


De lijst met meldingen verschijnt. De voor uw route relevante berichten verschijnen als eerste.
→ Druk op het desbetreffende verkeersbericht.
→ Druk op de toets onderaan om te wisselen tussen wordt ontweken en wordt ge- negeerd.

Offroad-navigatie
Wettelijke voorschriften:
Neem de geldende voorschriften van het land waarin u zich momenteel bevindt in acht.
Het rijden met een auto buiten de officiële wegen is niet in elk land toegestaan.
Afhankelijk van de instelling onder "De toets Offroad" op pagina 66 kunt u een navigatie starten, als u zich in een niet-gedigitaliseerd gebied bevindt of als uw bestemming zich in een niet-gedigitaliseerd gebied bevindt.
Bij geactiveerde offroad-functie leidt de Traffic Assist Pro u hemelsbreed:
- naar de volgende gedigitaliseerde straat of
• van de gedigitaliseerde straat die het dichtst bij de bestemming ligt naar de bestemming in het niet-gedigitaliseerde gebied.
Bestemming in offroad-gebied
U kunt een bestemming in een niet-gedigitaliseerd gebied (offroad) selecteren door de coördinaten in te voeren ("Navigatiemenu: Coördinaten invoeren" op pagina 56) of door de bestemming rechtstreeks op de kaart te kiezen ("Navigatiemenu: Uit kaart" op pagina 52).
Nadat u de bestemming hebt ingevoerd en de navigatie hebt gestart, leidt de Traffic Assist Pro u rechtstreeks naar de gedigitaliseerde straat die het dichtst bij de offroad-bestemming ligt.

Als u het berekende punt op de gedigitaliseerde straat (grijs bestemmingsvlaggetje) hebt bereikt, geeft de Traffic Assist Pro met een richtingspijl de hemelsbrede richting naar de offroad-bestemming aan.

Startpunt in het offroad-gebied
Als u de navigatie in een niet-gedigitaliseerd gebied start, geeft de Traffic Assist Pro de hemelsbrede richting naar de dichtstbijzijnde gedigitaliseerde straat aan.

Het punt waarop u de gedigitaliseerde straat bereikt, wordt met een grijs bestemmingsvlaggetje aangeduid. Als u de gedigitaliseerde straat hebt bereikt, wordt de navigatie met reguliere aanwijzingen voortgezet.
De kaartweergave
De kaartweergave wordt vanuit verschillende toepassingen in de miniatuurweergave van de kaart geopend.

→ Druk op de toets met de miniatuur-weergave.
Daarop verschijnt de kaartweergave.
Opbouw van de kaartweergave
De structuur is gericht op het actuele gebruik van de Traffic Assist Pro en de instelling van Kaartweergave onder "De toets Route-info" op pagina 60.
Kaartweergave zonder navigatie

Wanneer de navigatie niet actief is, wordt vrijwel het gehele oppervlak van het touchscreen door de kaart opgevuld. Hiernaast verschijnt in de hoek rechtsonder altijd een symbool voor het wisselen naar de instellingenmodus met toolbar.
Navigatie met volledige kaart

1 Straat waar de volgende rijmanocuvre
naartoe leidt
2 Snelheid en hoogte boven zeeniveau van de auto
3 Route
4 Positie van auto
5 Maximumsnelheid voor de straat waarop u nu rijdt (aanduiding niet voor alle straten beschikbaar)
6 Rijstrookadvies (alleen bij bepaalde wegen met meerdere rijstroken te zien, rode pijlen = aanbevolen rijstroken)
Opmerking:
Als u het rijstrookadvies opvolgt, kunt u de volgende rijmanoeuvre uitvoeren zonder van rijstrook te hoeven wisselen.
7 Verwachte aankomsttijd, resterende reistijd en resterende afstand tot aan de bestemming
8 Afstand tot de volgende rijmanoeuvre en de straat waarop u momenteel rijdt
9 Volgende rijmanoeuvre
Wanneer de navigatie actief is, wordt op de kaart uw actuele standplaats met behulp van het positiesymbool gevisualiseerd.

De infobox rechts op het scherm toont uw huidige snelheid en de hoogte boven zee-niveau in meters. De weergave van de infobox kan in de instellingen zoals onder "De toets Kaartinfo" op pagina 59 beschreven worden in-/uitgeschakeld.

Verder wordt in de hoek linksonder de vooraankondiging met bijbehorende informatie getoond.

Daarbij wordt de richtingsverandering met behulp van een pijltje, met daaronder de resterende afstand, weergegeven. Wanneer kort na elkaar meerdere richtingsveranderingen moeten worden doorgevoerd, verschijnt boven de eerste een kleiner pijltje voor de tweede richtingsverandering. Afhankelijk van de instelling kan de kaartweergave nog meer informatie bevatten. Pagina "Extra informatie" op pagina 75.
NAVIGATIE
7 Snelheid en hoogte boven zeeniveau van de auto
Opmerking:
Bij twee aanstaande rijmanoeuvres korte tijd achter elkaar verschijnt in plaats van deze informatie een kleine pijl die de volgende rijmanoeuvre weergeeft.
8 Volgende rijmanoeuvre
9 Balk voor visualisatie van de afstand tot aan de volgende rijmanoeuvre
10 Verwachte aankomsttijd, resterende reistijd en resterende afstand tot aan de bestemming
Navigatie met pijlen

1 Maximumsnelheid voor de straat waarop u nu rijdt (aanduiding niet voor alle straten beschikbaar)
2 Volgende rijmanoeuvre
3 Rijstrookadvies (alleen bij bepaalde wegen met meerdere rijstroken te zien, rode pijlen = aanbevolen rijstroken)
Opmerking:
Als u het rijstrookadvies opvolgt, kunt u de volgende rijmanoeuvre uitvoeren zonder van rijstrook te hoeven wisselen.
4 Straat waar de volgende rijmanoeuvre naartoe leidt
5 Afstand tot de volgende rijmanoeuvre
6 Balk voor visualisatie van de afstand tot aan de volgende rijmanocuvre
7 Snelheid en hoogte boven zeeniveau van de auto
8 Verwachte aankomsttijd, resterende reistijd en resterende afstand tot aan de bestemming
Kaartweergave met Reality View
U kunt het toestel op veel verkeerspleinen een gedetailleerde een natuurgetrouwe afbeelding van het verkeersplein laten weergeven.
Schakel hiervoor in de instellingen, onder "De toets Kruispuntinformatie" op pagina 63, de functie Reality View in.
Als u door de Traffic Assist Pro over een verkeersplein wordt geleid, ontvangt u een navenante melding.

→ Volg in dat geval de met de rode pijlen aangeduide stroken.
Kaartweergave met toolbar
Door het indrukken van de onderstaande toets kan de toolbar geactiveerd en door nogmaals indrukken uitgeschakeld wor- den.

Naast de kaartweergave worden extra functietoetsen getoond.

De onderstaande functietoetsen zijn beschikbaar:
| Symbool Betekenis | |
![]() | Pagina "Route weergeven (toolbar)" op pagina 78. |
![]() | Pagina "TMC-meldingen to- nen (Toolbar)" op pagina 78. |
![]() | Pagina "Dag-/nachtverlich- ting (toolbar)" op pagina 79. |
![]() | Pagina "Weergave wijzigen (toolbar)" op pagina 79. |
![]() | Pagina "Naar het noorden richten (toolbar)" op pagina 79. |
![]() | Pagina "Beschikbare bijzon- dere bestemmingen op de route (toolbar)" op pagina 79. |
![]() | Pagina "Afspelen" op pagina 94. |
![]() | Telefoonfunctie oproepen. Pagina "Telefoon-gebruiks- modus oproepen" op pagina 82. |
Bediening van de kaartweergave
Laatste aanwijzing herhalen
Tijdens de navigatie ontvangt u belangrijke informatie, b. v. de volgende afslag. De laatste aankondiging kan met geactualiseerde gegevens worden herhaald.

→ Druk tijdens actieve navigatie en gede- activeerde toolbar op het veld met de vooraankondiging.
De laatste aankondiging wordt herhaald met geactualiseerde gegevens. Bovendien wordt het geluidsvolume getoond.
Volume van aankondigingen veranderen
Het volume van de aankondigingen kan worden veranderd.

→ Druk tijdens actieve navigatie en gedeactiveerde toolbar op het veld met de vooraankondiging.

Balken visualiseren het volume.
→ Druk op de toets of om - het volume te verhogen of te verlagen.
→ Druk op toets *om het geluid voor aankondigingen te onderdrukken.
→ Druk opnieuw op de toets om de ge-
luidsonderdrukking op te heffen
⚠️ Let op!
Stel het geluidsvolume zo in dat u de omgevingsgeluiden goed kunt waarne- men.
Als er geen toets wordt ingedrukt, verdwijnen de balken na drie seconden van het scherm.
Opmerking:
Het volume kan ook met de volumeregelaar aan de zijkant worden aangepast. Pagina "Volumeregeling" op pagina 34.
Extra informatie
Links op het scherm kunt u de informatie (vermoedelijke aankomsttijd, resterende reistijd en resterende afstand tot de bestemming/tussenstop) naar de hoofdbe-stemming ⑩en naar de tussenstop ② weergeven resp. verbergen. Het linkerge-deelte van het scherm toont de verborgen informatie.


Opmerking:
Extra informatie kan alleen worden in-/uitgeschakeld als onder "De toets Route-info" op pagina 60 bij Kaartweergave de optie Hele kaart werd geselecteerd.
Positie-informatie
Als u op een willekeurig punt op de kaartweergave informatie wenst, kan het informatievenster worden opgevraagd. Hiermee wordt informatie over het geselecteerde punt weergegeven (als deze in de kaartgegevens zijn opgeslagen) en beschikt u over verschillende functies voor de verdere handelwijze.
→ U kunt de kaart ook door verschuiven of zoomen op het gewenste punt brengen.
→ Blijf op het gewenste punt drukken tot het informatievenster verschijnt.

→ Maak eventueel de gewenste keuze, zie "Navigatiemenu: Uit kaart" op pagina 52.

NAVIGATIE
Optiemenu oproepen (toolbar)
In het optiemenu worden nuttige functies aangeboden.
→ Druk op Opties.
Het optiemenu verschijnt. Met behulp van de toets of het indrukken van het kaartsymbool wordt het optiemenu weer gesloten.

bar
| Category | Value | |---|---| | Navi-menu | ▲ | | Tussenbestemming | ▲ | | Volgende bestemming | 1/2 | | Routeopties | ▼ | | Blokkade | ▼ | | Instellingen | ▲ | | Routebeschrijving | 2/2 | | GPS-status | ▼ | | Landinformatie | ▼ |U heeft de keus uit de onderstaande mogelijkheden.
| Keuze Betekenis | |
| Navi-menu Beëindigt de navigatie en springt naar de snelle toegang. | |
Kaartsymbool Springt naar de kaart-weergave | |
| Tussenbestemming | Maakt de invoer van een tussenbestemming mogelijk (alleen bij actieve navigatie).Pagina "Navigatiemenu: Adres" op pagina 43. |
| Volgende bestemming | Als meerdere bestem- mingen opgeslagen zijn, wordt de route naar de volgende bestemming berekend (alleen bij actieve navigatie). |
| Routeopties Maakt het mogelijk om de route-opties te wijzigen (alleen bij actieve navigatie).Pagina "Opties voor het routeprofiel" op pagina 47. |
| Blokkade Op de door de TrafficAssist Pro geplande routes kunnen onvoorziene wegafsluitingen aanwezig zijn.Met behulp van deze functie wordt de lengte van de wegafsluiting aan het systeem meegedeeld. Reeds vaststaande wegafsluitingen kunnen worden geselecteerd. Na het invoeren wordt een nieuwe routeberekening uitgevoerd met dienovereenkomstig gewijzigde route (alleen bij actieve navigatie). |
| Instellingen Pagina "Navigatieme-nu: Instellingen" op pagina 57. |
NAVIGATIE

| Routebeschrijving | U kunt een routebeschrijving laten weergeven en afzonderlijke ge-deelten van de route blokkeren. Pagina "Routebeschrijving weergeven/bewerken" op pagina 77. |
| GPS-Status Met deze functie kunt u het aantal ontvangen satellieten, de huidige positie en de huidige snelheid weergeven.Ook kunt u hiermee de huidige positie opslaan. | |
| Landinformatie | Hier verschijnt landspecifieke informatie, zoals b. v. de toegestane maximumsnelheid. |
Routebeschrijving weergeven/bewerken
In de routebeschrijving kunt u de berekende route in delen laten weergeven. U kunt ook afzonderlijke gedeelten blokkeren en de route zonder deze gedeelten opnieuw laten berekenen.
→ Roep het optiemenu via de toolbar op.
→ Kies de optie Routebeschrijving.

bar
| Location | Average Distance (m) | |---|---| | Hamburg, Specksaalredder | 500m | | POPPENBÜTTELER. | 3.5km | | POPPENBÜTTELER. | 1.6km | | Doorgaan | 1/4 |→ Druk op de pijltoetsen | om ▼ door de delen van de route te blader
Door de toets Vernieuwen in te drukken, kunt u aangebrachte wijzigingen weer ongedaan maken.
Door op de toets Doorgaan te drukken, kunt u zonder wijzigingen naar de navigatie terugkeren.
Delen van de route blokkeren
Druk op de toets voor het betreffende deel van de route om dit deel te blokkeren. Een geblokkeerd gedeelte wordt door de toets aangeduid. Door op deze toets te drukken kan de blokkering weer worden opgeheven.
→ Druk op de toets Opnieuw berekenen nadat u het gewenste gedeelte van de route hebt geblokkeerd.
De route wordt opnieuw berekend en het navigatiescherm wordt weergegeven.

NAVIGATIE
Kaart in-/uitzoomen (toolbar)
Met de zoomtoetsen kunt u stapsgewijs op de kaart in- of uitzoomen.

→ Druk op inzoomen ■ om "op de kaart in te zoomen" waarmee weergegeven details dichterbij komen.
→Druk op uitzoomen - om "op de kaart uit te zoomen" en daarmee minder details maar een beter overzicht te krijgen.
Route weergeven (toolbar)
Met behulp van deze kaart wordt de kaart automatisch zodanig uitgezoomd dat de gehele route wordt weergegeven. Deze functie is alleen dan actief, wanneer voor de navigatie een route is geselecteerd.

→ Druk op de routetoets.
Er wordt op de kaart ingezoomd en de afzonderlijke routedoelen worden weergegeven.
TMC-meldingen tonen (Toolbar)
Met deze toets worden alle TMC-verkeersberichten getoond die door de op dat moment ingestelde zender zijn ontvangen.

Zo krijgt u een overzicht van de actuele verkeerssituatie, zodat u eventueel een omleidingsroute kunt laten berekenen of een vroeger berekende omleiding kunt wissen (zie "Rekening houden met berichten voor de routeberekening" op pagina 69).

→ Druk op de toets TMC-meldingen.
Een lijst met TMC-meldingen opent zich.
→ Druk op de pijltoetsen rechts om door de lijst te bladeren.
NAVIGATIE

Dag-/nachtverlichting (toolbar)
Om het touchscreen aan de lichtomstandigheden aan te kunnen passen, kan tussen dag-/nachtverlichting worden omgeschakeld. Wanneer voor nachtverlichting is gekozen, wordt de toets als ingedrukt gevisualiseerd.


Met behulp van de dag-/nachttoets wordt de weergave veranderd.

→ Druk op de dag-/nachttoets.
Het design wordt veranderd. Door het nogmaals indrukken wordt het voorgaande design weer opgeroepen.
Weergave wijzigen (toolbar)
De kaart kan tweedimensionaal ① of driedimensionaal ② worden weergegeven.


Met behulp van de 3D-toets wordt de weergave veranderd.

→ Druk op de 3D-toets.
De weergave wordt veranderd. Door het nogmaals indrukken wordt het voorgaande design weer opgeroepen.
Naar het noorden richten (toolbar)
Met behulp van de kompastoets kunt u de kaart op het touchscreen op het noorden richten.

→ Druk op de kompastoets.
De kaart wordt op het touchscreen naar het noorden gericht.
Beschikbare bijzondere bestemmingen op de route (toolbar)
Met de POI-toets kunt u op de route beschikbare bijzondere bestemmingen laten weergeven en een speciale bestemming als tussenstop overnemen.

→ Druk op de POI-toets.
De op de route beschikbare bijzondere bestemmingen worden weergegeven.

Tegelijkertijd kunnen maximaal zes bijzondere bestemmingen worden weergegeven. U herkent de categorie aan de pictogrammen links van de afstandsaanduidingen. De afstandsaanduidingen zijn de hemelsbrede afstanden tot aan de bijzondere bestemmingen. De gestilecrde weg aan de linkerkant laat zien aan welke kant van de weg de bijzondere bestemmingen zich bevinden. De nummering van de bijzondere bestemmingen heeft betrekking op de positie van de bijzondere bestemmingen in de rechterlijst (bijzondere bestemming 1 staat helemaal onder aan de lijst).
Een bijzondere bestemming als tussen- stop overnemen:
→ Druk op de gewenste bijzonder bestemming.
De bestemming wordt als tussenstop overgenomen en Traffic Assist Pro berekent de route tot aan de tussenstop.
Categorieën voor bijzondere bestemmingen vastleggen:
U kunt vastleggen in welke categorieën Traffic Assist Pro de bijzondere bestemmingen moet weergeven.
→ Druk op de toets U ziet de huidige instelling.

→ Druk op een van de ingestelde categorieën, bijv. Tankstation.
De volledige lijst met categorieën wordt weergegeven.
→ Blader eventueel door de lijst en druk op een van de categorieën die u als nieuwe categorie wilt instellen, bijv. Station.
U ziet opnieuw de huidige instelling. De categorie Tankstation is nu vervangen door de categorie Station.

→ Ga indien nodig bij de andere twee categorieën op dezelfde wijze te werk.
→ Druk afsluitend op de toets OK. Afhankelijk van de categoriewijziging verschijnt een bijgewerkte lijst met op de route beschikbare bijzondere bestemmingen.
NAVIGATIE

Kaart verschuiven (toolbar)
In de verschuifmodus kan de kaart in wil- lekeurige richtingen worden verschoven.
→ Druk bij geactiveerde toolbar op een willekeurig punt op de kaart en verschuif deze onmiddellijk in de gewenste richting.
De kaart wordt kort daarna ook in dezelf-de richting verschoven.
Opmerking:
Als u te lang wacht met verschuiven, verschijnen de positiegegevens voor het punt op de kaart, zie "MP3-bestanden afspelen tijdens een actieve navigatie (toolbar)" op pagina 81.
MP3-bestanden afspelen tijdens een actieve navigatie (toolbar)
Tijdens een actieve navigatie kunt u uw eerder geïnstalleerde mp3-bestanden afspelen.
→ Druk op de -toets.
De mp3-speler wordt geactiveerd.
U kunt nu uw muziekbestanden afspelen (zie "Afspelen" op pagina 60).
Telefoonfunctie oproepen (toolbar)
Tijdens een actieve navigatie kan de telefoonfunctie worden opgeroepen, om bijvoorbeeld te gaan bellen.
→ Druk op de toets
Het telefoonmenu wordt geopend.
U kunt nu, zoals onder "Telefoonmodus" op pagina 82 beschreven, de telefoon-functie gebruiken.
→ D
→ GB
→ F
→ |
→ E
→ P
→ NL
→ DK
→ S
→ N
→ FIN
→ TR
→ GR
→ PL
→ CZ
→H
→ SK

TELEFOONMODUS
U kunt uw Traffic Assist Pro op een mobiele telefoon die is uitgevoerd met Bluetooth® wireless technology aansluiten. Uw Traffic Assist Pro werkt dan als comfortabele handsfree-installatie.
Opmerkingen:
- Bij sommige met Bluetooth® wireless technology uitgevoerde mobiele telefoons kunnen bepaalde functies mogelijk niet beschikbaar zijn.
- Als er geen mobiele telefoon op de Traffic Assist Pro is aangesloten, worden onbruikbare menupunten en -opties inactief weergegeven (uitgegrijsd).
Telefoon-gebruiksmodus op-roepen
De telefoonfunctie kan vanuit het hoofdmenu ⑩ of de kaartweergave met weergegeven toolbar ② worden opgeroepen.

→ Druk op de toets Telefoon in het hoofdmenu om de telefoonfunctie op te roepen.
of → D r u k o p d e t o e kaartweergave met weergegeven toolbar.
De snelle toegang tot de telefoon verschijnt.
Snelle toegang telefoon
In de snelle toegang staan de laatste 50 gekozen, aangenomen of geweigerde nummers of namen in chronologische volgorde. De snelle toegang wordt met voorbeeld-telefoonnummers en -namen onderstaand weergegeven.

Opbouw van de snelle toegang
In de snelle toegang wordt op de bovenste regel de toets Telefoonmenu voor het oproepen van het telefoonmenu weergegeven. Daarnaast wordt er op de eerste regel, voor zover er al een telefoon aangesloten is, de naam van de netwerkexploitant en de desbetreffende ontvangststerkten van e de telefoon weergegeven. Met de toets kunt u de navigatiefunctie oproepen.
De nummerlijst verschijnt in de onderliggende regels.
De nummerlijst
De nummerlijst toont per regel alle voor snelle selectie ter beschikking staande nummers/namen.
Elke regel van de nummerlijst is in twee velden opgedeeld. Elk lijstveld is als toets weergegeven. Op de rechtertoets wordt het nummer/de naam weergegeven en met het linkerpictogram worden de eigenschappen van de vermelding weergegeven.
Aanwijzingen:
- In de nummerlijst worden automatisch de laatste 50 nummers/namen opgeslagen. Als de geheugencapaciteit van 50 nummers bereikt is, wordt het oudste nummer automatisch voor een nieuw gewist. Maar belangrijke nummers kunnen worden beveiligd.
- Vermeldingen in de snelle toegang verwijzen altijd uitsluitend naar de tijd gedurende welke de mobiele telefoon met Bluetooth® wireless technology met de Traffic Assist Pro verbonden was. De vermeldingen in de snelle toegang van de Traffic Assist Pro worden niet met de gesprekslijsten van de mobiele telefoon gesynchroniseerd.
Gebruikte pictogrammen
In de nummerlijst worden de volgende pictogrammen gebruikt.
| Pictogram | Betekenis |
![]() | Deze vermelding is een stand-aardvermelding zonder bij-zonderheden. |
| [WWW] | Deze vermelding is beveiligd.Als de nummerlijst vol is,wordt deze vermelding nietautomatisch gewist. Dit kannaar keuze handmatig gebeuren.Bij een beveiligde vermeldingkunt u de positie ook in desnelle toegang vastleggen. |
Bediening van de snelle toe-gang
Aanwezig nummer kiezen
De in de nummerlijst aanwezige nummers/namen kunnen rechtstreeks worden gekozen.
Opmerking:
Als er tot nu toe nog geen telefoon aangesloten is, kan er geen vermelding worden gekozen.
→ Druk op de toets met de gewenste ver-
melding om het gesprek te starten.
Het gesprek wordt gestart.
In de nummerlijst bladeren
Met de toetsen kunt in de desbetreffende pijlrichting in de nummer- lijst bladeren. Tussen de toetsen verschijnt de huidige lijstpagina en het totaal aantal ervan.

TELEFOONMODUS
→D
→ GB
→F
→1
→ E
→P
→NL
→DK
→ S
→ N
→FIN
→TR
→GR
→ PL
→ CZ
→H
→ SK
Vermeldingen weergeven of bewerken
Elk nummer in de snelle toegang kan worden weergegeven of bewerkt.
→ Druk op het toetsveld links naast het ge-
wenste nummer.
Op het display verschijnt een keuzemenu.

Keuze Betekenis
| Details tonen | De gegevens van de vermelding worden weergegeven (indien aanwezig nummer en naam, tijd en datum van gesprek). |
| Invoer benoemen | De naam van de vermelding kan worden gewijzigd. |
| Invoer wissen | De vermelding wordt uit de nummerlijst gewist. |
Keuze Betekenis
| Vermelding beveiligen | De vermelding wordt tegen automatisch wissen beveiligd (alleen bij onbeveiligde toestellen beschikbaar). |
| Bescherming opheffen | De beveiliging van de vermelding wordt ongedaan gemaakt (alleen bij beveiligde toestellen beschikbaar). |
| Invoer omhoog | De vermelding wordt een positie naar voren verschoven (alleen bij beveiligde toestellen beschikbaar). |
| Invoer omlaag | De vermelding wordt een positie naar achteren verschoven (alleen bij beveiligde toestellen beschikbaar). |
| Lijst wissen | Alle bestemmingen (ook de beveiligde) worden uit de lijst gewist. |
Telefoonmenu
In het telefoonmenu kunt u rechtstreeks een nummer kiezen, het telefoonboek opvragen, uw Traffic Assist Pro op een mobiele telefoon aansluiten en instellingen voor de Bluetooth®-modus configureren.

→Druk in de snelle toegang op de toe Telefoonmenu op de bovenste beeld-schermrand.
Het menu Telefoon verschijnt.

TELEFOONMODUS
Nummer kiezen
Met deze functie kunt u een telefoonnummer invoeren en het bellen van dit nummer starten resp. het ingevoerde nummer onder een zelfgekozen naam opslaan.
→ Druk in het menu Telefoon op het keuzeveld Nummer kiezen.

→ Voer met de weergegeven toetsen het gewenste telefoonnummer in.
→ Druk op de toets Kiezen.
De Traffic Assist Pro probeert nu een verbinding tot stand te brengen met het gewenste telefoonnummer. Meer informatie over de bediening vindt u onder "Telefoongesprekken" op pagina 91.
Door indrukken van de toets Opslaan kunt u het ingevoerde nummer onder een willekeurige naam opslaan.
Telefoonboek
In het telefoonboek worden de van de SIM-kaart en uit het geheugen van de mobiele telefoon geladen telefoonboekvermeldingen weergegeven. Na het kiezen van de gewenste vermelding kunt u het desbetreffende telefoonnummer bellen.
Opmerkingen:
- De overdracht van het telefoonboek kan enkele minuten duren.
- In het telefoonboek worden de uit het geheugen van de mobiele telefoon geladen telefoonboekvermeldingen met de achternaam eerst weergegeven. Bij vermeldingen die vanaf de SIM-kaart werden geladen, is de scheiding van voor- en achternaam niet mogelijk.
→Druk in het telefoonmenu op het keuzeveld Telefoonboek.

Bij meer dan 30 vermeldingen in het telefoonboek verschijnt er een invoermenu. Wanneer er minder dan 30 vermeldingen zijn, wordt er rechtstreeks een lijst met de vermeldingen weergegeven.
→ Kies in het invoermenu de beginletter van de gezochte vermelding.
Opmerkingen:
- Als u bijvoorbeeld de letters 'M' en 'I' hebt ingevoerd, worden vermeldingen weergegeven waarvan de achternaam of voornaam met 'MI' begint. Zoals bijvoorbeeld 'Miller John' of 'Bauer Michael'.
- U kunt de beginletter van de achternaam gevolgd door een spatie (toets) en vervolgens de beginletter van de voornaam invoeren.
→ Druk op toets OK als de gewenste naam op de bovenste regel wordt weergegeven.
De Traffic Assist Pro probeert nu een verbinding tot stand te brengen met het gewenste telefoonnummer. Meer informatie over de bediening vindt u onder "Telefoongesprekken" op pagina 91.
Als u nog niet de volledig e naam hebt ingevoerd, kunt u ook door indrukken van de toets Lijst een lijst opvragen. In deze lijst ziet u dan alleen de vermeldingen zoals deze zijn ingevoerd.

bar
| Company | Value | | :--- | :--- | | Daniela R. Mobil | 100 | | Joachim Mobil | 100 | | Madeleine | 100 | | Miller | 100 | | Mobilbox-Abfrage | 100 |→ Druk op de pijltoetsen | om ▼ door de meldingen te bladeren.
→ Druk op de gewenste vermelding. De Traffic Assist Pro probeert nu een ver- binding tot stand te brengen met het ge- wenste telefoonnummer.
Mobiele telefoon verbinden
Om met uw Traffic Assist Pro te kunnen telefoneren moet er een mobiele telefoon die met Bluetooth® wireless technology uitgevoerd is, met de Traffic Assist Pro worden verbonden. De diverse mogelijkheden voor het tot stand brengen van een verbinding zijn in de volgende tekst beschreven.
Lijst met toestellen oproepen
→ Druk in het menu Telefoon op het keuzeveld Met telefoon verbinden.

De lijst met toestellen wordt weergegeven. Vanuit de lijst met toestellen kunt u mobiele telefoons zoeken of mobiele telefoons verbinden.
Opmerking:
Als u tot nu toe nog een verbindingen met mobiele telefoons tot stand hebt gebracht, is de lijst leeg.
De toestellenlijst toont per regel alle voor selectie ter beschikking staande toestellen. Elke regel van de toestellenlijst is in twee velden opgedeeld. Elk lijstveld is als toets weergegeven. Op de rechter toets wordt het toestel weergegeven en met het linker pictogram de eigenschappen ervan weergegeven.
| Pictogram | Betekenis |
![]() | Dit toestel is een standaardto-estel zonder bijzonderheden. |
![]() | Dit tostel is beveiligd. Als de lijst toestellen vol is, wordt dit toestel niet automatisch gewist. Dit kan naar keuze handmatig gebeuren.Bij een beveiligde vermelding kunt u de positie ook in de toestellenlijst vastleggen. |
Door te drukken op het pictogram kunt u een menu opvragen waarin u b. v. het toestel kunt beveiligen.
TELEFOONMODUS


| Keuze Betekenis | |
| Details tonen | De gegevens van het toestel worden weergegeven. |
| Invoer beschermen | Het toestel wordt tegen automatisch wissen beveiligd (alleen bij onbeveiligde toestellen beschikbaar). |
| Bescherming opheffen | De beveiliging van het toestel wordt ongedaan gemaakt (alleen bij beveiligde toestellen beschikbaar). |
| Invoer omhoog | Het toestel wordt een positie naar voren verschoven (alleen bij beveiligde toestellen beschikbaar). |
| Keuze Betekenis | |
| Invoer omlaag | Het toestel wordt een positie naar achteren verschoven (alleen bij beveiligde toestellen beschikbaar). |
| Invoer wissen | Het toestel wordt uit de toestellenlijst gewist. |
| Lijst wissen | Alle toestellen (ook de beveiligde) worden uit de lijst gewist. |
Uw Traffic Assist Pro probeert na het inschakelen een verbinding tot stand te brengen met de mobiele telefoon waarmee het laatst een verbinding tot stand is gekomen.
Onder "Automatische verbinding in-/uitschakelen" op pagina 90 wordt beschreven hoe u deze functie kunt in- of uitschakelen.
Voorwaarden voor een succesvolle verbinding zijn:
- Op uw Traffic Assist Pro is Bluetooth® ingeschakeld. (Pagina "Telefoon-/Bluetooth-instellingen" op pagina 89.)
- De mobiele telefoon is ingeschakeld, bevindt zich binnen bereik en Bluetooth® is geactiveerd.

TELEFOONMODUS
→D
→GB
→F
→1
→E
→P
→NL
→DK
→S
→ N
→FIN
→TR
→GR
→ PL
→ CZ
→H
→ SK
Mobiele telefoons zoeken
Opmerking:
Schakel vóór het zoeken op de te zoeken mobiele telefoon Bluetooth® in.
→ Roep de toestellenlijst op.

→ Druk op de toets Telefoons zoeken.
Het zoeken begint.
Tijdens het zoeken verschijnen eventueel gevonden toestellen en u kunt door indrukken van de toets Annuleren de zoekfunctie afbreken.
Na het zoeken resp. na het indrukken van de toets Annuleren verschijnt er een lijst met de gevonden toestellen.

→ Druk nu op de naam van de te verbinden mobiele telefoon.
De Traffic Assist Pro probeert nu de ver- binding tot stand te brengen. Uw mobiele telefoon moet nu om de invoer van een wachtwoord vragen. Dit wachtwoord wordt door de Traffic Assist Pro vooraf gespecificeerd.

→ Geef het getoonde wachtwoord op de mobiele telefoon in.
De verbinding wordt tot stand gebracht. Na het tot stand komen van de verbinding verschijnt de snelle toegang van de telefoon.
Vanuit toestellenlijst verbinden
Vanuit de lijst met toestellen kunt u een verbinding met een mobiele telefoon initiëren. Als er al een mobiele telefoon verbonden is, wordt deze verbinding verbroken en de verbinding met de geselecteerde mobiele telefoon tot stand gebracht.
→ Roep de toestellenlijst op.

→ Druk in de lijst op de gewenste mobiele telefoon.
De verbinding met de geselecteerde mobiele telefoon wordt tot stand gebracht. Na het tot stand komen van de verbinding verschijnt de snelle toegang van de telefoon.
TELEFOONMODUS
Verbinding met mobiele tele- foon verbreken
U kunt een verbinding met een mobiele telefoon verbreken.
→ Druk in het telefoonmenu op het keuzeveld Telefoon verbreken.
De verbinding met de mobiele telefoon wordt na korte tijd verbroken. De snelle toegang tot de telefoonfunctie wordt weergegeven.
Telefoon-/Bluetooth-instellingen
In de telefoon-/Bluetooth instellingen kunt u Bluetooth® inschakelen, een Bluetooth-naam aan uw Traffic Assist Pro toe-kennen, de zichtbaarheid van uw Traffic Assist Pro instellen en het volume van de telefoon en de beltoon instellen.
→ Druk in het menu Telefoon op het keuzeveld Instellingen.

De telefoon-/Bluetooth-instellingen verschijnen.
Bluetooth in-/uitschakelen
Om automatisch na het inschakelen van de Traffic Assist Pro een verbinding met een mobiele telefoon tot stand te kunnen brengen (zie "Automatische verbinding" op pagina 87) moet Bluetooth worden ingeschakeld.
→ Druk in de telefoon-/Bluetooth-instellingen op de toets Bluetooth actief om Bluetooth in-uit te schakelen.
Zichtbaarheid van de Traffic Assist Pro
U kunt hier instellen of andere Bluetooth-toestellen bij het zoeken de Traffic Assist Pro wel of niet kunnen herkennen.
→ Druk in de telefoon-/Bluetooth-instellingen op de toets Zichtbaar voor andere apparaten om de zichtbaarheid in- of uit te schakelen.

TELEFOONMODUS
→ D
→ GB
→ F
→ |
→ E
→ P
→ NL
→ DK
→ S
→ N
→ FIN
→ TR
→ GR
→ PL
→ CZ
→ H
→ SK
Automatische uitschakelen
verbinding
in-/
U kunt hier instellen of na het inschakelen van de Traffic Assist Pro automatisch een verbinding tot stand moet worden gebracht met de mobiele telefoon waarmee het laatst een verbinding tot stand is gekomen.
→ Druk in de telefoon-/Bluetooth-instellingen op de toets Autom. verbinden om de automatische verbinding in ☑ of uit te schakelen □.
Telefoonboek bijwerken
U kunt 'Traffic Assist Pro de opdracht geven om de gegevens van het telefoonboek opnieuw van de mobiele telefoon over te nemen. Het telefoonboek wordt dan bijgewerkt.
→ Druk in de telefoon-/Bluetooth-instellingen op de toets Telefoonboek actualiseren.
Volume van de telefoon instellen
U kunt het volume van de telefoon instellen.
→ Druk in de telefoon-/Bluetooth-instellingen op de toets Volume.

→ Kies met de toetsen en het + gewenste volume.
→ Bevestig uw instellingen door op de toets OK te drukken.
Opmerking:
Het volume kan ook met de volumeregelaar aan de zijkant worden aangepast. Pagina "Volumeregeling" op pagina 34.
Naam van toestel
U kunt uw Traffic Assist Pro een naam toekennen. Deze toegekende naam wordt door andere Bluetooth toestellen weergegeven.
Opmerking:
De huidige naam wordt tussen haakjes op de toets Apparaatnaam wijzigen weergegeven.
→ Druk in de telefoon-/Bluetooth-instellingen op de toets Apparaatnaam wijzigen.
Er opent zich een invoermenu.
→ Voer de gewenste naam in.

Telefoongesprekken
Onder de optie Telefoongesprekken ziet u de bedieningsopties die bij het tot stand komen van een gesprek, het aannemen van een gesprek en voor het beeindigen van een gesprek beschikbaar zijn, samengevat.
Tot stand komen van een gesprek
→ Voer een telefoonnummer in of kies een vermelding uit de snelle toegang of het telefoonboek.
Het nummer wordt gekozen.
Als de gesprekspartner opneemt, verandert het display en bent u met de gesprekspartner verbonden.

heatmap
| Region | Value | | :--- | :--- | | Actief gesprek | 07248711634 | | Oproep afsluiten | (value not labeled) | | Telefoonmodus | (value not labeled) |Opmerkingen:
- Door indrukken van de toets Telefoonmodus kan het gesprek weer op de mobiele telefoon zelf worden gevoerd en wordt de handsfree-functie afgesloten.
Na het beeindigen van het gesprek wordt de verbinding met de mobiele telefoon automatisch weer tot stand gebracht. - Door het indrukken van de toets kunt u tijdens een actief gesprek naar de navigatieweergave schakelen.
Aannemen van een gesprek
Bij een inkomend gesprek klinkt er een beltoon. Ook verschijnt het volgende display.

bar_stacked
| Category | Value | |---|---| | Inkomende oproep | 71634 | | Negeren | | | Accepteren | | | Weigeren | |Indien beschikbaar verschijnen het telefoonnummer en de naam van de beller.
| Keuze Betekenis | |
| Accepteren Het gesprek wordt aan-genomen. Bij een actieve navigatie verschijnt de kaartweergave weer op het display. | |
| Weigeren Het gesprek wordt niet aangenomen. De better hoort de bezettoon. Het laatste actieve display verschijnt. |

TELEFOONMODUS
| Keuze Betekenis | |
| Negeren De beltoon wordt uitgeschakeld. Het laatste actieve display verschijnt.Het gesprek wordt beeindigd als de beller ophangt. |
Beëindigen van een gesprek
Hoe een gesprek wordt beeindigd hangt ervan af of er al dan niet een navigatie actief is.
Bij een actieve navigatie

→ Druk bij weergegeven toolbar op de toets ①.

heatmap
| Category | Value | |---|---| | Actief gesprek | 07248711634 | | Oproep afsluiten | (value not labeled) | | Telefoonmodus | (value not labeled) |→ Beëindig het gesprek door op de toets Oproep afsluiten te drukken.
Het gesprek wordt beeindigd en de kaart verschijnt op het display.
Zonder navigatie

heatmap
| Category | Value | |---|---| | Oproep afsluiten | 07248711634 | | Telefoonmodus | (value not labeled) |→ Druk op de toets Oproep afsluiten. Het gesprek wordt beëindigd. Het laatste actieve display verschijnt.
Muziekweergave selecteren
De muziekweergave wordt uit het hoofdmenu opgeroepen. Dat kan eventueel ook zoals onder "MP3-bestanden afspelen tijdens een actieve navigatie (toolbar)" op pagina 81 wordt beschreven.
Het oproepen van de muziekweergave via het hoofdmenu verschilt bij de beide toestellen die in deze gebruiksaanwijzing worden beschreven.

→ Druk in het hoofdmenu op de toets Muziek/Foto's.
Als de muziekweergave als laatste gekozen was, wordt deze weer direct opgeroepen.
Als de Picture Viewer als laatste gekozen was, wordt deze weergegeven. U kunt dan naar de muziekweergave gaan door op de toets te drukken.
De MP3-Player wordt geopend en het hoofdscherm van de MP3-speler verschijnt.
- Als eerder het afspelen van een nummer is afgesloten, verschijnt de titel van dit nummer.
- Is deze niet meer beschikbaar, dan wordt de eerste muziektitel op de geheugenkaart weergegeven.
- Staat er geen muziektitel op de geheugenkaart, dan verschijnt de melding Geen muziek beschikbaar.
De MP3-speler
Met de mp3-speler kunnen de op een Memory Card opgeslagen mp3-stukken worden opgevraagd en afgespeeld.
Opmerking:
Voor het opslaan van muziekstukken op een Memory Card verwijzen wij u naar "Muziek, afbeeldingen en video's overdragen" op pagina 35.
De standaardaanduiding van de MP3-Player wordt met een voorbeeldtitel als volgt weergegeven.

In het middelste gebied van de MP3-spe- ler wordt de titel van het huidige nummer met de uitvoerende artiest en het nummer in de map op de titelregel weergegeven.
Opmerking:
De Interpret en titel worden uit de ID3-Tag van de MP3 bestanden gelezen. Heeft het afgespeelde MP3-nummer geen ID3-Tag, dan wordt de bestandsnaam van de titel weergegeven.
Bediening van de MP3-Players
Voor een eenvoudige bediening zijn diverse toetsvelden rondom de titelbalk gegroepeerd.
Titelsprong
Boven resp. onder de actuele muziektitel wordt de vorige resp. volgende titel met bijbehorende naam getoond.
→ Druk op een muziektitel.
De muziektitel wordt in de titelregel geladen.
- Indien de afspeeltoets niet wordt ingedrukt, wordt het nummer niet afgespeeld.
- Wordt er al een bepaald nummer weergegeven, dan wordt dit nummer afgebroken waarna met de weergave van de nieuwe titel wordt begonnen.
Afspelen
De muzieknummers vanaf de in de titelbalk weergegeven muziektitel worden met de volgende toets afgespeeld.

→ Druk op de toets met het afspeelsymbool.
De MP3-Player start met de weergave. De toetsweergave springt naar het pauze-symbol.

Onder de huidige titel wordt de duur van het nummer vermeld, met daaronder de verstreken tijd in de vorm van een balk.
Opmerking:
De weergegeven tijden kunnen afhankelijk van de toegepaste bitrate (comprimering) van het MP3-nummer afwijken van de daadwerkelijke tijd.
Weergave onderbreken
De weergave kan op elk moment worden onderbroken of weer worden voortgezet.

→ Druk op de toets met het pauze-symbool.
Het weergeven wordt onderbroken. De huidige titel wordt nog steeds op de titelregel weergegeven. De toetsweergave schakelt over op het afspeelpictogram. Door nogmaals indrukken wordt de weergave voortgezet.
Weergave afbreken
U kunt de weergave afbreken.

→ Druk op de toets naast het pauzepictogram.
Het weergeven wordt afgebroken. Als u de weergave opnieuw start, wordt de titel weer vanaf het begin afgespeeld.
MUZIEKMODUS

Overzicht mappen

→ Druk op de toets (zie pijl).

De inhoud van de huidige map verschijnt.
Op de bovenste regel ziet u de naam de map, daaronder eventuele submappen en nummers.
Het momenteel afgespeelde nummer is voorzien van een rood kader.
→ Druk op toets om een niveau hoger in de mapstructuur te gaan.

Ook hier ziet u op de bovenste regel de naam van de huidige map, daaronder de submappen en daarna de nummers.
→ Druk op een map om de inhoud van de map weer te geven.
n→ Druk op een nummer om het nummer af te spelen.
U kunt een nummer voortdurend laten herhalen of de nummers in willekeurige volgorde laten afspelen.

→ Druk op de met de pijl gemarkeerde toets tot de gewenste functie ingeschakeld is.
Het getoonde pictogram verandert al naar gelang de gekozen functie.
- Pictogram Functies zijn uitgeschakeld
- Pictogram Shuffle
- Pictogram Nummer herhalen ingeschakeld
Met de toetsen of kan het geluidsvolume worden verhoogd resp. verlaagd.
⚠️ Let op!
Stel het geluidsvolume zo in dat u de omgevingsgeluiden goed kunt waarne- men.
→ Druk op de toets of om - het volume te verhogen of te verlagen.
→ Druk op toets om het geluid van de muziek te onderdrukken.
→ Druk opnieuw op de toets om de geluidsonderdrukking op te heffen.
Opmerking:
Het volume kan ook met de volumeregelaar aan de zijkant worden aangepast. Pagina "Volumeregeling" op pagina 34.
Navigatie tijdens het gebruik van de mp3-speler
Bij het afspelen van muziek door de mp3-speler kunt u een actieve navigatie starten of voortzetten.

→ Druk hiervoor op het wegenkaarten- symbool rechtsboven op het beeld- scherm.
Het kaartscherm verschijnt, de muziek blijft spelen.
Opmerking:
Er moet een geheugenkaart met zowel kaartgegevens als MP3-bestanden zijn geplaatst.
Opmerking:
Tegen simultaan vaste van zeevaartkunde en MP3- weergave tin op voor woelingen en afgezien van zuinig tegen Musikwiedergabe overkomst.
MP3-Player uitschakelen
Door indrukken van de toets wordt de MP3-speler afgesloten en verschijnt het hoofdmenu resp. verschijnt bij een geactiveerde navigatie de kaartweergave.
Opmerking:
Let erop dat ondanks het verlaten van het MP3-menu de muziekweergave doorgaat. Om de muziekweergave te beëindigen drukt u op het Pauze-icoon (Pagina "Weergave onderbreken" op pagina 94.).
Fotoweergave selecteren
De Picture Viewer wordt uit het hoofdmenu opgeroepen.
Het oproepen van de Picture Viewer via het hoofdmenu verschilt bij de beide toestellen die in deze gebruiksaanwijzing worden beschreven.

→ Druk in het hoofdmenu op de toets Muziek/Foto's.
Als de Picture Viewer als laatste gekozen was, wordt deze weer direct opgeroepen.
Als de muziekweergave als laatste gekozen was, wordt deze weergegeven. U kunt dan naar de Picture Viewer gaan door op de toets te drukken.
De Picture Viewer wordt geopend en het hoofdscherm van de Picture Viewer verschijnt.
- Als de laatst weergeven afbeelding nog op de Memory Card staat, verschijnt deze in het beeldgedeelte.
- Is deze foto niet meer beschikbaar, dan wordt de eerstvolgende foto uit dezelfde map weergegeven. Indien er geen foto's meer in de betreffende map staan, wordt geen enkele foto weergegeven.
- Staat er geen enkele foto op de geheugenkaart, dan verschijnt de melding Geen foto's beschikbaar.
De Picture Viewer
Met de Picture Viewer kunnen de op een Memory Card opgeslagen afbeeldingen worden opgevraagd en afgespeeld. De standaardaanduiding van de Picture Viewer wordt met een voorbeeldfoto als volgt weergegeven.
Opmerking:
- De indelingen JPG, PNG, BMP en GIF worden ondersteund.
- Voor het opslaan van afbeeldingen op een Memory Card verwijzen wij u naar "Muziek, afbeeldingen en video's overdragen" op pagina 35.

In het midden van de Picture Viewers wordt de op dat moment geladen foto weergegeven.
Bediening van de Picture Viewers
Voor een eenvoudige bediening zijn diverse toetsvelden rondom de foto gegroepeerd.
Bladeren
Met de toetsen kan in de richting van de betreffende pijl tussen de foto's in de actuele map worden gebladerd.
Diapresentatie
Tijdens de diapresentatie worden alle foto's van de actuele map automatisch achter elkaar weergegeven. De diapresentatie kan met de volgende toetsen worden gestart.

→ Druk op de toets met het diapresentatiesymbool.
Het beeldscherm schakelt over op volledig scherm en start de show met het weergegeven beeld van het huidige mapniveau.
Als alle afbeeldingen zijn getoond, wordt gevraagd wat u verder wilt doen.
→ Als u de diavoorstelling wilt herhalen, drukt u op Ja. → Als u de diavoorstelling wilt beeindigen, drukt u op Nee.
Volgt er geen opgave, dan wordt de dia- voorstelling automatisch herhaald.
→ Voor het beeindigen van de diavoorstelling drukt u op de toets
Volledig beeld
In het volledige beeld wordt de actuele foto tot het volledige oppervlak van het touchscreen vergroot. Het volledige beeld kan met de volgende toetsen worden ge- start.

→ Druk op de toets met het volledigbeeld-symbool.
Het beeldscherm schakelt over op volledig scherm en start de show met het weergegeven beeld van het huidige mapniveau.
Door de drukken op het linker of rechter touchscreengedeelte gaat u naar de vorige of volgende afbeelding op het huidige mapniveau.
Met de toets keert u terug naar de standaardweergave.
Picture Viewer uitschakelen
Door op de toets te drukken wordt de Picture Viewer uitgeschakeld en verschijnt het hoofdmenu.
FOTOMODUS

Het mapoverzicht
Onder de in de Picture Viewer weergegeven foto wordt de map van de foto in een toetsenveld weergegeven.

→ Druk op het toetsenveld. Het mapoverzicht verschijnt.

In dit overzicht wordt de naam van de huidige map in de bovenste regel weergegeven. De inhoud verschijnt in een eronder geplaatste lijst.
De lijstvelden zijn bovendien als buttons geactiveerd. Foto's en submappen worden met hun naam weergegeven.
Bediening van het mapoverzicht
Subdirectory
In de directorystructuur verschijnen alle bestandsdirectory's met beeldbestanden.
Bladeren
Met behulp van de toets kan in de desbetreffende pijlrichting door de lijst worden gebladerd.
Tussen de toetsen verschijnt de actuele pagina van de lijst en het totale aantal pagina's.
Foto selecteren
Een foto uit de lijst kunt u direct in de Picture Viewer laden.
→ Druk op de button van de gewenste foto.
Het mapoverzicht wordt gesloten en de Picture Viewer verschijnt met de gewenste foto.
Van mapniveau wisselen
Met de toets gaat u één niveau hoger in de mapstructuur.
→ Druk op de desbetreffende knop om de inhoud van een subdirectory weer te geven.
Mapoverzicht sluiten
U sluit de directorystructuur door op de toets te drukken.
→D
→GB
→ F
→1
→ E
→P
→ NL
→DK
→ S
→ N
→FIN
→TR
→ GR
→ PL
→ CZ
→H
→ SK

VIDEOWEERGAVE
→D
→ GB
→F
→1
→E
→P
→NL
→DK
→ S
→ N
→FIN
→TR
→GR
→ PL
→ CZ
→H
→ SK
Videoweergave kiezen
De videoweergave wordt opgeroepen via het hoofdmenu.

→ Druk in het hoofdmenu op Video. Na het oproepen van de videoweergave gelden de volgende voorwaarden:
- Als de laatst afgespeelde video nog op de Memory Card beschikbaar is, wordt deze in de Video Player getoond.
- Is deze niet meer beschikbaar, dan wordt de volgende video in dezelfde map getoond. Bevinden zich geen video's meer in deze map, dan wordt geen video getoond.
De Video Player
Met de Video Player kunnen de op de Memory Card opgeslagen video's worden afgespeeld.
Traffic Assist Pro ondersteunt de volgende video-indelingen:
- MPEG1
• WMV
Opmerking:
Hoe u video's op een Memory Card kunt opslaan, leest u onder 'Muziek, afbeeldingen en video's overdragen' op pagina 35".
Hierna ziet u een voorbeeldweergave van de Video Player terwijl een video wordt afgespeeld.

Bediening van de Video Player
Video openen en weergeven

→ Druk op de maptoets (zie pijl).

De inhoud van de huidige map verschijnt. Op de bovenste regel ziet u de naam van de map, daaronder eventuele submappen en video's. De momenteel afgespeelde video is voorzien van een rood kader.
→ Druk op maptoets | rechtsboven om een niveau hoger in de mapstructuur te gaan.
VIDEOWEERGAVE
Ook hier ziet u op de bovenste regel de naam van de huidige map, daaronder de submappen en daarna de video's.
→ Druk op een map om de inhoud van de map weer te geven.
→ Druk op een video om deze weer te geven.
Toetsenbalk tijdens de weergave op het scherm tonen

Onderaan en bovenaan de Video Player bevindt zich de knoppenbalk. Deze verdwijnt tijdens het afspelen van een video na een bepaalde tijd automatisch van het scherm.
→ Druk op een willekeurige plek van het display om de toetsenbalk opnieuw weer te geven.
Weergave pauzeren en weer voortzetten
Hiervoor dienen de volgende twee toetsen:

→ Geef de toetsenbalk weer.
→ Druk op de toets om de weergave te pauzeren.
De weergave van de toets verandert in ▶.
→ Druk op de toets om de weergave voort te zetten.
De weergave van de toets verandert in
II.
Versneld vooruit/achteruit
Hiervoor dienen de volgende twee toetsen:

→ Geef de toetsenbalk weer.
→ Druk voor de versneld vooruit op de
toets ↗.
→ Druk voor de versneld achteruit op de
toets ←.
→ Druk op de toets ▶om versneld vooruit of achteruit te beeindigen.
Volume instellen
Hiervoor dienen de volgende toetsen:

→ Geef de toetsenbalk weer.
→ Druk op de toets om het volume te verlagen en op de toets om het volume te verhogen.
→ Druk voor de geluidsonderdrukking op de toets of op de toets om de geluidsonderdrukking op te heffen.
Opmerking:
Het volume kan ook met de volumeregelaar aan de zijkant worden aangepast. Zie 'Volumeregeling' op pagina 34.

INSTELLINGEN
Instellingen selecteren
U kunt verschillende fundamentele instellingen voor alle toepassingen van de Traffic Assist Pro invoeren.

→ Druk hiervoor in het hoofdmenu op de toets Instellingen.
Het instellingenmenu voor verdere selectie wordt geopend.
Het instellingenmenu
Vanuit het instellingenmenu kunnen diverse instelmogelijkheden worden geselecteerd.



Bediening
Keuzemogelijkheden
U maakt uw keuze door op de gewenste toets te drukken. De functies van de toetsen verschilt afhankelijk van de selectie en wordt onder "De verschillende menupunten" op pagina 103 beschreven.
Door indrukken van de toetsen en komt u op de volgende resp. vorige pagina van de instellingen.
Instellingenmenu sluiten
Door op de toets te drukken wordt het instellingenmenu gesloten en verschijnt het hoofdmenu.
De verschillende menupun- ten
Energie
Uw Traffic Assist Pro kan via een externe voeding of via de ingebouwde accu worden gebruikt.
Opmerking:
Bij de voeding door middel van een accu is de laadtoestand van de accu van belang. Indien er onvoldoende voeding beschikbaar is, blijft de navigatie wellicht niet meer ingeschakeld tot u uw bestemming heeft bereikt.
De voedingsspanning en de toestand van de accu wordt weergegeven in een status-aanduiding.
Voedingsspanning weergeven
Met de volgende toets kan de statusaanduiding worden geopend.

→ Druk op de toets Energie.
De statusaanduiding wordt geopend en de voedingsspanning wordt weergegeven.

De laadtoestand wordt aan de hand van een vulpeilaanduiding weergegeven. In het voorbeeld is de accu nog maar voor ca. 2/3 geladen.
Het opladen worden door een stopcontactsymbool op het statusscherm aangeduid.

Door op de toets OK te drukken, wordt de statusaanduiding beëindigd en verschijnt het instellingenmenu.
Dag-/nachtdisplay
Met de volgende toets kunt u tussen dag- en nachtweergave van het scherm omschakelen:


→ Druk op de toets Helderheid.
De helderheid van de schermweergave wisselt van dag- naar nachtweergave en omgekeerd.
Het pictogram van de actieve instelling wordt gemarkeerd.
- Linker pictogram: Dagdisplay
- Rechter pictogram: Nachtdisplay

INSTELLINGEN
Kalibrering
Als het touchscreen niet correct op de aanraking van de buttons reageert, moet een kalibrering worden doorgevoerd.
Kalibrering starten
Met de volgende toets kan de kalibrering worden gestart.

→ Druk op de toets Kalibrering.
De kalibreerprocedure wordt gestart.
Aanwijzingen op het scherm leiden u door de procedure.
Taal
De tekst op het touchscreen kan in diverse talen worden weergegeven.
Taalkeuze openen
Met de volgende toets kunt u uit de verschillende talen kiezen.

→ Druk op de toets Taal.
De taalkeuze verschijnt.

Onder de taalkeuze treft u een lijst van meerdere pagina's aan, met daarin alle beschikbare talen. Ieder lijstveld wordt als button weergegeven. De afzonderlijke buttons zijn voorzien van de naam van een taal en de bijbehorende landsvlag.
Bladeren
Met behulp van de toets kan in de desbetreffende pijlrichting door de lijst worden gebladerd.
Tussen de toetsen verschijnt de actuele pagina van de lijst en het totale aantal pagina's.
Taal selecteren
Wanneer u een andere taal kiest, wordt de software opnieuw gestart.
→ Druk op de button van de gewenste taal.
Taalkeuze afbreken
Door op de toets te drukken wordt de taalkeuze afgebroken en verschijnt het instellingenmenu.
INSTELLINGEN

Moodlight
Met deze toets kunt u de zijlichtbalken rood, blauw of niet doen oplichten.



→ Druk op de toets Mood light.
De balken worden navenant doorgeschakeld.
Aanwijzing:
Deactiveer de Becker-Moodlights tijdens het rijden in de auto om visuele afleiding van het wegverkeer te voorkomen.
Tonen
U kunt de signaaltonen van Traffic Assist Pro in- en uitschakelen. Daaronder valt ook het klikken van de beeldschermtoetsen.
→ Druk op Tonen.
Naargelang de vorige instelling schakelt u de signaaltonen in of uit. De huidige stelling wordt door de kleur van het desbetreffende pictogram aangegeven.


- Linker pictogram: tonen ingeschakeld
- Rechter pictogram: tonen uitgeschakeld
Automatisch aan/uit
Traffic Assist Pro kan automatisch in de slaapstand schakelen als het contact van de auto wordt uitgeschakeld.
Voorwaarden hiervoor:
- Traffic Assist Pro is op de sigarettenaansteker van de auto aangesloten (zie ook pagina 23).
- De sigarettenaansteker is na het uitschakelen van het contact stroomloos.
- De desbetreffende functie is op Traffic Assist Pro ingeschakeld.
Functie in- en uitschakelen
→ Druk op Autom. aan/uit.
Naargelang de vorige instelling schakelt u de functie in of uit. De huidige instelling wordt door de kleur van het desbetreffende pictogram aangegeven.


- Linker pictogram: De functie is ingeschakeld, Traffic Assist Pro schakelt automatisch uit.
- Rechter pictogram: De functie is uitgeschakeld, Traffic Assist Pro schakelt niet automatisch uit.

INSTELLINGEN
Informatie
Met de volgende toets wordt informatie over de Traffic Assist Pro weergegeven.

→ Druk op de toets Informatie. Het informatiedisplay verschijnt.

Let met name op de productbenaming en de aangegeven softwareversie. Gebruik bij vragen aan de klantenservice van Harman/Becker altijd deze gegevens.
Fabrieksinstellingen
U kunt de fabrieksinstellingen voor de Traffic Assist Pro herstellen.
Hierbij worden alle gewijzigde instellingen ongedaan gemaakt en worden opgeslagen bestemmingen, opgeslagen routes, nummerlijsten en lijsten met Bluetooth-toestellen gewist.

→ Druk op de toets Fabrieksinstelling.

→ Druk op de toets Ja. De fabrieksinstellingen van de Traffic Assist Pro worden hersteld.
Inbouw in auto
Bij het gebruik van de als optie verkrijgbare kabel voor de weergave van het audiosignaal/microfoonaansluiting dient u vast te leggen of aanwijzingen en muziek via de interne luidspreker moeten worden weergegeven.

→ Druk op de toets Inbouw in auto.

→ Schakel de interne luidspreker met de toets of met de toets uit. → Bevestig de instellingen door op de toets OK te drukken.
PIN-beveiliging
U kunt uw Traffic Assist Pro met behulp van een viercijferige zelfgekozen PIN-code tegen onbevoegd gebruik beveiligen.
Na het inschakelen van de Traffic Assist Pro via de On/Off-schakelaar aan de linkerkant van het apparaat dient u deze PIN-code in te voeren. De Traffic Assist Pro kan pas worden gebruikt nadat de juiste PIN-code is ingevoerd.
Op het display verschijnt het menu voor de PIN-beveiliging.
PIN-beveiliging activeren
Roep het menu voor de PIN-beveiliging op.

→ Voer met de toetsen t/m een zelfgekozen PIN-code in.
0
Opmerking:
Gebruik een code die u goed kunt onthouden.
→ Voer de zojuist ingevoerde PIN-code opnieuw in.
→ Bevestig de invoer door op OK te drukken.
Uw Traffic Assist Pro is nu tegen onbevoegd gebruik beveiligd en kan na het inschakelen via de On/Off-schakelaar alleen met de juiste PIN-code worden geactiveerd.
PIN-beveiliging deactiveren/wijzigen
Roep het menu voor de PIN-beveiliging op.

→ Voer met de toetsen t/m de 0 PIN-code in.
Opmerking:
Uw PIN-code vergeten?
→Druk op de toets PIN vergeten? en volg de instructies.

→ Druk op de toDeactiveren om de PIN-beveiliging uit te schakelen.
PIN-code wijzigen
→ Druk op PIN wijzigen om de PIN-code te wijzigen.
→ Ga te werk zoals beschreven onder 'PIN-beveiliging actieveren'.

TERMINOLOGIE
→D
→ GB
→ F
→ |
→ E
→ P
→ NL
→ DK
→ S
→ N
→ FIN
→ TR
→ GR
→ PL
→ CZ
→ H
→ SK
Active Sync
Active Sync is een product van de firma Microsoft. Het gaat hierbij om standaard afstemmingssoftware voor mobiele Windows-apparatuur, zoals uw Traffic Assist Pro. Het programma kan gratis van internet worden gedownload.
Bluetooth
Draadloze datacommunicatietechniek voor afstanden tot ca. 10 meter.
GMT
Midden-Europese tijd
De tijd op de lengtegraad 0 (de lengtegraad die over Greenwich, Groot-Brittannie loopt). Deze tijd wordt wereldwijd als standaardtijd voor de synchronisatie van dataregistratie gebruikt.
GPS
(Global Positioning System)
GPS bepaalt m.b.v. van satellieten uw actuele geografische positie. Dit wordt gedaan d.m.v. 24 satellieten, die rond de aarde cirkelen en daarbij een signaal uitzenden. De GPS-ontvanger ontvangt deze signalen en berekent aan de hand van de tijdsverschillen die de signalen nodig hebben, de afstand tot de afzonderlijke satellieten en daarmee de actuele positie in geografische lengte en breedte. Voor de positiebepaling zijn de signalen van minimaal drie satellieten nodig, vanaf de vierde satelliet kan tevens de hoogte waarop de satellietontvanger zich bevindt worden bepaald.
HDOP
HDOP geeft de kwaliteit van de positiebepaling aan. Theoretisch zijn waarden van 0 tot 50 mogelijk, waarbij geldt: hoe lager de waarde, hoe nauwkeuriger de positiebepaling (waarde 0 = geen afwijking van de daadwerkelijke positie). Waarden tot 8 zijn voor de navigatie acceptabel.
ID3-tag
"Inhoudsopgave" van een MP3-titel. Bevat informatie als titel, vertolker, album, jaar en genre.
JPG/JPEG
Bij JPEG gaat het om het meest gangbare opslagformaat voor beeldcompressie waarbij verliezen optreden. D.w.z. dat tijdens de compressie beelddetails verloren gaan. Levert ondanks het comprimeren een goede beeldkwaliteit, de compressie-niveau's kunnen afzonderlijk worden ingesteld. Meest gangbare formaat voor het weergeven en uitwisselen van foto's via internet.
Memory Card
Een herschrijfbare geheugenkaart.
In Traffic Assist Pro een SD-kaart.
MP3
Speciale compressietechniek voor audiodata (bijv. muziek).
TERMINOLOGIE

Map
Directorie
Map op een een CD/geheugenkaart/
Microdrive, die MP3-titels bevat.
SD-kaart
(Secure Digital)
De SecureDigital-kaart is in 2001 door SanDisk op basis van een oudere MMC-standaard ontwikkeld. Een SD-kaart is een herschrijfbare wisselgeheugenkaart.
Stylus
Een stylus is een invoerstift, die voor de bediening van touchscreens, mobiele telefoons of PDA's wordt gebruikt.
De stylus is meestal een kunststof stift met een zachtere kunststof kern. Het omhulsel is hard en ligt gemakkelijk in de hand, de zachte kern mondt uit in een punt en is bedoeld, om het scherm zo voorzichtig mogelijk (dus zonder gevaar voor krassen) aan te raken.
De stylus is nauwkeuriger dan de vingers, omdat alleen de dunne punt het scherm aanraakt. Bovendien wordt zodoende de verontreiniging van het scherm door vingerafdrukken voorkomen.
TMC
Verkeersberichten die door sommige FM-zenders via RDS worden ovegebracht. Basis voor de dynamische navigatie.
USB
(Universal Serial Bus)
De Universal Serial Bus (USB) is een bus-systeem om een computer aan te sluiten op externe USB-randapparatuur, voor het uitwisselen van data.
→ D
→ GB
→ F
→ |
→ E
→ P
→ NL
→ DK
→ S
→ N
→ FIN
→ TR
→ GR
→ PL
→ CZ
→ H
→ SK
→→→ TREFWORDEN
→D
→ GB
→ F
→ |
→ E
→ P
→ NL
→ DK
→ S
→ N
→FIN
→TR
→ GR
→ PL
→ CZ
→ H
→ SK
A
Aankomsttijd 60
Aanzicht 59
Aard van de route 62
Active Sync 35, 108
Bediening van het mapoverzicht .... 99
Beeldweergave kiezen 100
Beperkingen: Veer 47,58
Bestemmingen beveiligde 39, 86
invoeren 42
opslaan 48
Standaard-....39,86
Bestemmingsgeheugen Bijzondere bestemmingen ..... 51
wijzigen 83
Bijzondere bestemmingen ..... 49
In omgeving 49
op de kaart laten weergeven .... 60
Bladeren
in de fotomap 98
in de lijsten 99
in de map met afbeeldingen .. 100
Bluetooth-instellingen 89
D
Diapresentatie 98
Dwarsstraat 46
E
ETA 60
F
Foto selecteren 99
Fotoweergave selecteren 97
G
Geheugenkaart 20
GMT 108
GPS 108
H
HDOP 108
Hoofdmenu 30
|
ID3-tag 94,108
Instellingen voor de navigatie .... 57 voor navigatie .... 42
J
JPG/JPEG 108
K
Kaartweergave 39
2D, 3D ..... 59
Actuele positie 38
Bijzondere bestemmingen ..... 51
Weergave van bestemming .... 47 wisselen vanuit de snelle toegang .... 41
Kaartweergave wijzigen 60
Keuze van de bestemming Adres invoeren .... 43 Bijzondere bestemming .... 49 vanuit de kaart .... 52
TREFWORDEN

L
Land selecteren .....43
Lijst met bestemmingen .....39
Lijsten Lijst met bestemmingen .....39 Stedenlijst .....45 Stratenlijst .....46 Telefoonnummers .....82
M
Maateenheden 59
Map 109
Mapoverzicht .....99
Mapoverzicht sluiten .....99
Max. snelheid .....61
Memory Card ....108
MP3 94,108
MP3-speler 93
openen 93
uitschakelen 96
muziekweergave 93
N
Navigatie 37
beëindigen ....49
Snelle toegang....38
starten 48
Navigatiemenu 38, 39, 42
Opbouw....42
Nummer kiezen....85
Nummerlijst 83
Bewerken 84
doorbladeren 83
uitschakelen .....98
Picture Viewer uitschakelen .....98
PIN vergeten 107
PIN-beveiliging .....107
PIN-code....107
PIN-code vergeten .....27
R
Reality View 73
Reglementair gebruik ....6
Reistijd 60
Resterende reistijd ....60
Route kortste 47, 58
Naam veranderen ....53
Soort 62
Wissen 53
Route kort 47,58
Route mooi 47,58
Route optimaal 47, 58
Route plannen 42
Route snel 47,58
Routelijst bewerken 54
nieuwe route ....54
Routeplanning ....53
Routeprofiel ....47
→ D
→ GB
→ F
→ |
→ E
→ P
→ NL
→ DK
→ S
→ N
→ FIN
→ TR
→ GR
→ PL
→ CZ
→ H
→ SK
→→→ TREFWORDEN
→D
→ GB
→ F
→ |
→ E
→ P
→ NL
→ DK
→ S
→ N
→ FIN
→ TR
→ GR
→ PL
→ CZ
→ H
→ SK
S
SD-kaart 20
Snelheidsbegrenzing 61
Snelle toegang 40
Pictogrammen 83
Symbolen 39
Snelle toegang telefoon 83
Snelweg 47,58,62
Stad selecteren 44
Straat selecteren 45
Straatnamen weergeven 60
Stylus 109
T
Telefoonboek 85
Telefoonfunctie 82
Telefoonmenu 82, 84
Tijdformaat 59
Tijdzone 63
TMC 66
Berekening van een nieuwe route 69
Berichten actualiseren ..... 68
Instellingen 62
Weergave op de kaart 67
TMC-antenne 23
Toets kaartsymbool 41
Tolweg 47,58,62
Traffic Assist Pro inschakelen ..... 26
Tussenbestemming 53
U
USB 109
V
Van mapniveau wisselen ..... 99
Veer 47,58
Veerboot 62
Veiligheidsvoorschriften .....6, 37
Volledig beeld 98
Volume
instellen ..... 65, 74, 75, 90, 96, 101
Volumeregelaar 34
W
Waarschuwingen Max. snelheid .... 61
Weergave onderbreken 94
Wijze van voortbeweging 62
Z
Zomertijd 63, 64
TECHNISCHE SPECIFICATIES

- Afmetingen:
400 MHz-processor CISC-architectuur
- Beeldscherm:
4,3 inch
touchscreen met 24 bit kleuren
16,7 Mio Kleuren
Reflectie-arm
- Geheugen:
128 MB Flash-geheugen
64 MB SD-RAM
- SD-kaartlezer:
Ondersteuning tot 4 GB
FAT 32 formatteerd
- USB-interface:
USB 1.1
USB Client 2.0
MINI USB
• Hoofdtelefoonuitgang:
3,5 mm stereobus
• 1 Interne luidsprekers:
2 watt max.
• Voedingsspanning:
• AC-adapter (niet meegeleverd):
110 - 230 volt
0,2 ampère
50 - 60 Hz
Uitgangsspanning 5 volt
→ D
→ GB
→ F
→ |
→ E
→ P
→ NL
→ DK
→ S
→ N
→ FIN
→ TR
→ GR
→ PL
→ CZ
→ H
→ SK

Dit apparaat mag volgens de geldende EG-richtlijn door iedereen worden gebruikt. Dit toestel voldoet aan de op dit moment geldende Europese en geharmoniseerde nationale richtlijnen. Het kenmerk biedt u de garantie, dat aan de voor het apparaat geldende specificaties m.b.t. elektromagnetische compatibiliteit is voldaan. Dat betekent, dat storingen bij andere elektrische/elektronische apparaten door uw radio, alsmede storende invloeden op uw radio door andere elektrische/elektronische apparaten zo veel mogelijk worden voorkomen.
De door Luxemburg verleende EG-typegoedkeuring (E13) conform de Europese EMC-richtlijn inzake motorvoertuigen, zoals laatstelijk gewijzigd in ECE-R10, staat inbouw en gebruik in voertuigen (categorie L, M, N en O) toe.
EG-conformiteitsverklaring
Harman/Becker Automotive Systems GmbH verklaart dat 'Traffic Assist Pro voldoet aan de fundamentele vereisten van de toepasselijke EG-richtlijnen en in het bijzonder aan de fundamentele vereisten en de andere relevante voorschriften van de R&TTE-richtlijn 1999/5/EG.
Een uitgebreide EG-conformiteitsverklaring vindt u op de website http://www.mybecker.com bij het betreffende product onder 'Downloads'.
Afvoer van het apparaat
Informatie voor de klant m.b.t. de afvoer van elektrische en elektronische apparatuur (privéhuishoudens)
Övereenkomstig de zelf voorgeschreven bedrijfsprincipes van Harman/Becker Automotive Systems GmbH werd dit product uit hoogwaardige en recyclebare materialen en componenten ontwikkeld en vervaardigd.
Dit symbool op het product en/of de begeleidende documenten betekent, dat elektrische en elektronische producten aan het eind van hun levensduur gescheiden van het huisvuil moeten worden afgevoerd. Lever deze producten voor verdere verwerking of recycling kosteloos in bij de gemeentelijke inzamelpunten of milieuparken.
Door een juiste afvoer van het product wordt het milieu ontzien en worden mogelijk schadelijke gevolgen voor de volksgezondheid en het milieu verhinderd.
Voor meer informatie over het dichtstbijzijnde inzamelpunt kunt u contact opnemen met het gemeentehuis in uw woonplaats.
Voor zakelijke klanten binnen de Europese Unie
Neem contact op met de dealer of leverancier als u deze elektrische/elektronische apparatuur wilt afvocren.
Informatie over de afvoer in landen buiten de Europese Unie
Dit symbool geldt alleen binnen de Europese Unie.

Afvoer van de accu
Informatieplicht conform het Besluit verwijdering batterijen
Batterijen en accu's horen niet in de vuilnisbak. De consument is wettelijk verplicht afgedankte batterijen en accu's in te leveren. U kunt deze op alle plaatsen waar batterijen worden verkocht en bij de verzamelpunten van uw gemeente inleveren. Hiermee levert u een concrete bijdrage aan de bescherming van het milieu. De leveranciers en fabrikanten zijn wettelijk verplicht deze batterijen en accu's kosteloos in te nemen en volgens de voorschriften te recyclen of als chemisch afval af te voeren. Uw batterijen en accu's kunt u bij ons inleveren door deze voldoende gefrankeerd naar het volgende adres te sturen:
Fa.
Harman/Becker Automotive Systems GmbH
Op de ingebouwde lithium-ion-accu van de Traffic Assist Pro staat het hiernaast afgebeelde symbool van een afvalcontainer met een kruis erdoor en het soort accu.
Accu uitbouwen
Voordat u uw afgedankte apparaat weggooit, moet de accu uit het apparaat worden verwijderd.

Li-ion
Opmerking:
Bij de hier beschreven instructies voor het uitbouwen van de accu kan uw apparaat onherstelbaar beschadigd raken. Bouw de accu alleen uit als u het apparaat daarna wilt weggooien.

→Zorg ervoor dat de accu helemaal ontladen is (apparaat zonder externe voeding ingeschakeld laten tot het vanzelf uitschakelt).
→ Verwijder de vier rubberafdekkingen via de schroefgaten.
→ Draai de vier schroeven ② met een kleine kruiskopschroevendraaier uit de behuizing.
→ Wip met een sleufschroevendraaier (bij de sleuven aan de zijkanten van de behuizing) de achterkant van de behuizing ③ eraf.
→ Wip met een sleufschroevendraaier de op de printplaat gelijmde accu 4raf.
→ Trek de stekker van de aansluitkabel van de accu eruit.
Opmerking:
Sluit het door u geopende apparaat niet opnieuw op de voeding aan.



















Springt naar de kaart-weergave

