GTS 300 - Scooter SYM - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GTS 300 SYM in PDF-formaat.
| Producttype | Scooter |
| Merk | SYM |
| Model | GTS 300 |
| Motorinhoud | 278 cc (enkele cilinder, vloeistofgekoeld) |
| Maximaal vermogen | 17,6 kW (24 pk) bij 7.500 tpm |
| Maximaal koppel | 24,5 Nm bij 6.000 tpm |
| Startmethode | Elektrische starter |
| Transmissie | Continu variabele transmissie (CVT) |
| Voorrem | Schijfrem (260 mm) |
| Achterrem | Schijfrem (240 mm) |
| Voorvering | Telescoopvork |
| Achtervering | Dubbele schokdempers, verstelbaar |
| Banden | Voor: 120/70-15, Achter: 140/70-14 |
| Afmetingen (L x B x H) | 2190 x 800 x 1440 mm |
| Wielbasis | 1570 mm |
| Zithoogte | 790 mm |
| Rijklaar gewicht | 195 kg |
| Brandstoftankinhoud | 12,0 liter |
| Verbruik (gemiddeld) | 3,5 L/100 km |
| CO2-uitstoot | 80 g/km |
| Kofferruimte | Onder het zadel, geschikt voor 1 integraalhelm |
| Dashboard | Analoog + LCD-scherm |
| Verlichting | Vol-LED (koplamp, achterlicht, richtingaanwijzers) |
| Onderhoud | Olie verversen elke 3000 km, kleppen stellen elke 12000 km |
Veelgestelde vragen - GTS 300 SYM
Gebruikersvragen over GTS 300 SYM
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Scooter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GTS 300 - SYM en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GTS 300 van het merk SYM.
GEBRUIKSAANWIJZING GTS 300 SYM
Handleiding GTS 125/250/300

- Inhoudsopgave .... 1
- Locatie bedieningsorganen 3
- Voor het rijden.... 4
- Veilig rijden 4
- Rijden 5
- Gebruik originele onderdelen 5
- Aflezen van het instrumentenpaneel 6
Meters 6
Contactslot 8
Schakelaars 9
Controle schakelaar motor 11
Helmhaak 12
Openen zadel....12
Opbergruimte 12
Voetsteunen....12
Tankdop 13
Remmen 14
- Aandachtspunten bij het starten 15
- De beste manier om te vertrekken 16
Controle over het gashendel 16
Parkeren 16
- Inspectie en onderhoud voor het rijden 17
Dagelijkse inspectie 17
Motorolie nakijken en vervangen 17
Benzineniveau controleren 18
Transmissieolie controleren en vervangen 18
Vrije slag (speling) van de remmen controleren en afstellen 19
Schijfremmen controleren (afhankelijk van het model) 19
Afstellen van het gashendel 20
Controle en onderhoud van de batterij 21
Banden controleren 22
Stuur en voorvork controleren 22
Instellen achtervering 23
Controleren en vervangen van de zekeringen 23
Controleren van de richtingaanwijzers en het claxon 23
Smeerpunten van verschillende mechanismen controleren 24
Ontstekingskaars (bougie) controleren 24
Inspectie koelsysteem 25
Bijvullen koelvloeistof 25
Carterventilatie 26
Luchtfilter controleren 27
-
Storing zoeken in geval van panne en diagnose in geval van niet starten 28
-
C.D.I. Electrical Ignition System 29
-
Suggesties omtrent brandstof 29
-
Transmissieolie 29
-
Voorzorgsmaatregelen voor tijdens het rijden 29
-
Periodiek Onderhoudsschema 30
2. Plaats van de bedieningsorganen




3. VOOR HET RIJDEN
Deze handleiding beschrijft het correcte gebruik van deze scooter. Ook worden veilig rijden, eenvoudige inspectiemethodes en controles van de scooter in deze handleiding besproken. Voor een veiliger en comfortabeler gebruik van de scooter is het noodzakelijk deze handleiding goed door te lezen.
Vraag uw SYM dealer om de handleiding van uw scooter en lees de volgende hoofdstukken zorgvuldig:
- het juiste gebruik van de scooter
- inspectie en onderhoud voor aflevering
Bedankt voor uw keuze
Om de prestaties van uw scooter op het juiste niveau te houden, is het belangrijk om periodiek onderhoud en controles door uw dealer te laten uitvoeren. Wij adviseren u om na 300 km rijden met uw nieuwe scooter naar de SYM dealer te gaan voor een controle en afstelling van uw scooter. Na de eerste beurt dient u om de 1000 km naar de dealer te gaan voor periodiek onderhoud.
Wanneer de specificaties en de constructie van de scooter anders zijn dan de in deze handleiding afgebeelde scooter, horen de diagrammen en gegevens bij de afgebeelde scooter.
4. Veilig rijden
Het is belangrijk dat u ontspannen en juist gekleed bent voordat u op de scooter stapt. Houd u aan de geldende verkeersregels, denk na bij de acties die u in het verkeer doet en wees voorzichtig wanneer u medeweggebruikers inhaalt. De meeste mensen rijden erg voorzichtig met een nieuwe scooter, maar worden snel roekelozer naarmate ze meer gewend raken aan de scooter. Dit roekeloze gedrag kan ongelukken veroorzaken.
Ter herinnering:
Draag altijd een goedgekeurde helm en draag deze op de correcte manier.
Draag stevige en praktische kledij of motorkledij. Loszittende kledij kan door de wind openwaaien en in de weg zitten bij de hendels, wat het veilig rijden kan beïnvloeden.
Dus, draag kledij met aansluitende mouwen.
Houd het stuur met 2 handen vast wanneer u rijdt. Rij nooit met één hand.
Houd u aan de snelheidslimieten opgelegd in het land waar u rijdt.
Draag geschikt schoeisel met lage hakken.
Zorg voor uw scooter zoals het onderhoudsschema voorschrijft.
LET OP
- Tijdens en na het rijden wordt de uitlaat heet. U of anderen kunnen zich hieraan branden. Let er op wanneer er een passagier mee rijdt, dat hij/zij de voeten op de pedalen zet.
- Let ook op als u een inspectie uitvoert of onderhoud pleegt als de scooter net uit staat.
- Na het rijden wordt de uitlaat heet, kies een geschikte plaats om uw scooter te parkeren om te vermijden dat anderen zich kunnen verbranden aan de uitlaat
LET OP
Het ombouwen van de scooter zal de structuur en het vermogen beïnvloeden en resulteren in een slecht werkend blok of een luide uitlaat, waardoor de scooter minder lang zal meegaan.
Bovendien zijn ombouwingen illegal en niet conform met het originele design en de specificaties. Een verbouwde scooter wordt niet gedekt door de fabrieksgarantie
5. Het rijden
Hou uw armen, handen en rug ontspannen en rij met een zo comfortabel mogelijke zithouding om snel te kunnen reageren als het nodig is.
- De houding van de bestuurder is een belangrijke veiligheidsfactor. Hou uw zwaartepunt steeds in het midden van het zadel. Als het zwaartepunt achteraan op het zadel is, wordt de belasting op het voorwiel verminderd, waardoor het stuur zal beginnen schudden. Het is gevaarlijk om een scooter te besturen waarvan het stuur onstabiel is.
- Het is makkelijker in een bocht te sturen als de bestuurder met zijn lichaam naar de binnenkant van de bocht overhelt. De bestuurder zal voelen dat het voertuig onstabiel is als hij zijn lichaam en zijn voertuig niet overhelt naar de binnenzijde van de bocht.
- De scooter is moeilijk bestuurbaar op een hobbelige, onregelmatige of niet-verharde weg. Probeer op voorhand de conditie van de weg in te schatten, vertraag en gebruik de kracht in uw schouders om de controle over het stuur te behouden.
- Suggestie: laadt niet onnodig bagage op de voetsteunen, dit om te vermijden dat uw veiligheid tijdens het rijden of sturen in gedrang komt.
LET OP
Het stuurgedrag is voor de bestuurder licht verschillend wanneer een voertuig geladen of onbeladen is. Overlading kan heen en weer slaan van het stuur veroorzaken en negatieve invloed hebben op de rijveiligheid.
LET OP
Plaats geen ontvlambaar materiaal zoals doeken tussen de zijpanelen en de motor, dit om brand te voorkomen. Plaats geen lading op plaatsen die daar niet zijn voor voorzien, dit om schade te voorkomen.
SUGGESTIE
Om het vermogen van de scooter te maximaliseren en de levensduur te verlengen: de fste 1000km dient als inrijperiode voor de motor en andere componenten. Vermijdt hard optrekken en hou de snelheid onder 60km/h.
Om de scooter in optimale conditie te houden, moet de kwaliteit, het materiaal en de precieze afwerking van elk onderdeel conform zijn met de specificaties. “De originele SYM Wisselstukken” zijn gemaakt van materiaal met dezelfde hoge kwaliteit als de onderdelen die origineel op het voertuig gemonteerd zijn. Geen enkel onderdeel wordt gecommercialiseerd, zolang ze niet voldoen aan de specificaties van de hoge en strenge technische kwaliteitscontrole. Daarom raden wij u aan om “originele SYM Wisselstukken” te kopen bij een “erkend SYM-verdeler” voor het vervangen van onderdelen. Als u goedkope onderdelen of imitaties aankoopt, kan er geen garantie gegeven worden voor de kwaliteit noch voor de duurzaamheid. Bovendien kan dit resulteren in onverwachte pannes en een verminderd motorvermogen. Gebruik steeds
originele SYM wisselstukken om de authenticiteit te behouden en de levensduur van uw voertuig te verzekeren
2. Gebruik van elk component
(de volgende tekst beschrijft het courante gebruik van de SYM 4-takt scooter 125cc, 250 en 300cc die van model tot model kan variëren.)
METERS

LET OP
Gelieve de kickstarter niet te gebruiken om de motor te starten voor dat de batterij gemonteerd is, dit om problemen of beschadiging aan het dashboard te voorkome
Reinig plastic onderdelen (zoals dashboard, koplamp) niet met organische solventen zoals benzine,... etc. om beschadiging aan deze componenten vermijden.
INFORMATIE OVER DE KNOPPEN VAN DE INDICATORS
- O / R: Olie wissel indicator resetten.
- T / T: Wisselen tussen totale en trip afstand.
- T / R: Trip afstand resetten.
- HOUR: tijd( uur) instelling.
- MIN: tijd( minuut) instelling.
Lamp verstraler : licht op wanneer de verstralers aan staan.
Lamp mistlichten : licht op wanneer de mistlichten aan staan (enkel op 300 versie, montage mistlichten op 125 versie is niet mogelijk).
Lamp kofferruimte : lichtop wanneer koffer geopend is.
Lamp richtingsaanwijzer : licht op wanneer richtingsaanwijzers gebruikt worden.
Benzinemeter : De wijzer toont aan hoeveel benzene er nog in de tank is (E is leeg, F is vol). De wijzer blijft op E staan wanneer het contact af staat.
Zijstandaard indicator :
Wanneer de zijstandaard ingeklapt is, gaat het lampje branden en kan het voertuig niet gestart worden.

LET OP
Zorg ervoor dat de zijstandaard ingeklapt is alvorens weg te rijden.
Snelheidsmeter:
Toont de snelheid in mijl per uur en in kilometer per uur.
Kilometerteller:
Toont het totaal aantal kilometers dat het voertuig gereden heeft.
Totaal kilometer: Het totaal aantal kilometers van deze scooter. Het dashboard toont 6 cijfers; 5 in kilometers en 1 in 100 meter.
Trip kilometer : de bestuurder kan de afstand van zijn trip meten. Er worden 4 cijfers getoond; 3 in kilometers en 1 in 100 meter
Koelvloeistof temperatuur
Duidt de temperatuur van de koelvloeistof aan. Wanneer het contact aan gaat, gaat de LCD en de koelvloeistof temperatuur aan. Normaal blijft de LCD indicator onder de H positie wanneer de motor draait. Als hij boven de H positie gaat, flitst de temperatuur meter op het dashboard. Gelieve het peil van de koelvloeistof na te kijken evenals werking van ventilator op de radiator.

LET OP
De indicator zal boven de H positie gaan wanneer de motor voor een zeer lange tijd draait bij warme buitentemperatuur. De enige manier om dit tegen te gaan is door de motor af te zetten en het de motor te laten afkoelen.
Tijdsinstellingen
De tijd wordt weergegeven in 24uur modus.
Wanneer het contact aangezet wordt, toont het dashboard de tijdsweergave. Druk tegelijkertijd op de UUR en MINUUT knop om de tijdsweergave te wijzigen. De tijdsweergave flikkert op het dashboard. Druk dan op de UUR knop om het uur te doen toenemen. De UUR knop ingedrukt houden zorgt voor een versnelling van de toename. De MINUUT knop werkt op dezelfde manier. Wanneer de instellingen goed staan, druk op de ALARM knop of druk gedurende drie seconden of langer op MINUUTof UUR knop om de tijdsinstellingen te verlaten.
WERKING CONTACTSLOT

CONTACT SLOT SLEUTEL

- Motor kan gestart worden in deze positie
- Sleutel mag niet verwijderd worden

"Stop" positie
- Motor staat af en kan niet opnieuw gestart worden in deze positive.
- Sleutel mag verwijderd worden.

"Stuurslot" positie
- Draai het stuur naar links, duw de sleutel naar beneden en duw hem zachtjes naar links in de 'lock' positive..
- Het stuur staat op slot in deze positie
- Sleutel mag verwijderd worden
- Voor los te maken, draai de sleutel van LOCK naar OFF

"OPEN" positie (benzinedop openen) :
- Open : Sleutel in brengen en naar links draaien.
- Sluiten : Duw op de knop en deze sluit automatisch.

LET OP
Draai de contactsleutel nooit op 'OFF' wanneer de scooter rijdt. Om te schakelen van de schakelaar van de ontsteking op "OFF" en "LOCK", het elektrisch systeem zal uitgeschakeld worden wat kan leiden tot een gevaarlijke ongeval. De Contactschakelaar mag alleen worden uitgeschakeld nadat de scooter is volledig gestopt.
Altijd de sleutel verwijderen en meenemen bij het verlaten van uw scooter.
Als het contact in de positie "ON" blijft voor een langere periode nadat de motor is gestopt, zal de capaciteit van de batterij verminderen en dit kan een invloed hebben op het startvermogen.
GEBRUIKT VAN SCHAKELAARS


- Licht schakelaar

Als de schakelaar in deze stand staat en de motor is gestart, zullen koplamp, achterlicht, dashboardverlichting en standlicht gaan branden.
Nota:
Standlicht functie:
Dit licht kan de positie van het voertuig duidelijk maken aan het verkeerd in donker, natte of mistige omstandigheden.

Als de schakelaar in deze stand staat en de motor is gestart, zullen de achterlichten, dashboardverlichting en standlichten branden.
• Dodemansknop

Schakel in deze stand om de motor stil te leggen in geval van nood.

Schakel in deze stand en de motor kan gestart worden.
• Zadel schakelaar

Zet het contact aan en druk op de knop. Het slot van het zadel zal meteen opengaan. De knop zal na het loslaten terug naar zijn oorspronkelijke positie gaan.
• Elektrische startknop
De schakelaar dient om de motor te starten. Het contactslot moet op de stand "ON" staan, duw op de startschakelaar terwijl u de achterremhendel of voorremhendel intrekt.
OPGELET:

- Laat de startknop onmiddellijk los als de motor draait en druk de knop nooit in als de motor reeds draait, dit om motorschade te voorkomen.
- De motor kan enkel worden gestart als de voor of achterrem ingetrokken is. Dit is een veiligheidsvoorziening.
- Zet tijdens het starten de verlichting uit. Zet de koplamp en de pinkers op de "OFF" positie wanneer de motor wordt gestart.
• Groot/dimlicht schakelaar
Dit is de keuzeschakelaar voor grootlicht en dimlicht. Verzet deze knop om van groot naar dimlicht te
verwisselen.

Grootlicht

Dimlicht
• Waarschuwingschakelaar

Zet het contact aan en duw op de knop. Hierdoor zal het grootlicht of dimlicht meteen aangaan. Na het loslaten van de knop zal de verlichting meteen naar zijn oorspronkelijke stand terugkeren.
- Claxon

Zet het contact aan en druk op de knop. De claxon zal geluid maken.
Gevaren verlichting

Alle richtingsaanwijzers gaan, om gevaarlijke situaties duidelijk te maken.

- Richtingsaanwijzers
Duw de schakelaar naar de kant die u duidelijk wil maken aan het verkeer. Duw de knop in zijn oorspronkelijke stand om de richtingsaanwijzer uit te schakelen.
• Elektrische voeding
Deze bevindt zich in het vakje rechts voor de knieën van de bestuurder. U kan er een lampje, PDA, radio, GSM,... op aansluiten.

LET OP
Sluit geen warmte opwekkende toestellen zoals sigaretten aanstekers aan. Dit kan de aansluiting beschadigen.
Gebruik de aansluiting niet wanneer het regent.
Zorg ervoor dat de aansluiting niet in contact komt met water.
Om de aansluiting te gebruiken, zet het contact op ON om de motor te starten. Zet daarna de koplampen af en open het afdekkapje.
Capaciteit van de aansluiting: DC 12V, Max 60Watts (5A) maximum gebruik 4uur.

- Deze schakelaar bevindt zich in de koffer
- Om de ontsteking te blokkeren, zet deze op "ON" of 🔒.
- Zet deze op "OFF" 或 "☐", alvorens de motor te starten
- Sluit het zadel goed na de schakelaar te hebben bewogen.
Ontstekingsblokkering

Breng de sleutel in en duw deze naar links
• Vastzetten:
Duw het zadel naar beneden en het zal automatisch vastklikken. Het lampje van het zadel op het dashboard mag niet meer branden.
Bagagehaakje

- Onder het zadel
• Maximum 10kg. - Bewaar geen waardevolle goederen in de koffer.
- Zorg dat het zadel goed sluit wanneer u het naar beneden duwt.
- Verwijder voorwerpen uit de koffer alvorens het voertuig te wassen.
- Geen hittegevoelige voorwerpen in plaatsen.
VOETSTEUNEN
Duw op de voertsteun knop om deze uit te klappen
Knop

- Breng de sleutel in, draai deze tegen de klok in (naar links) en verwijder de stop.
- Plaats de stop en zet deze op slot door de sleutel in wijzerszin (naar rechts) te draaien.

Het voertuig moet op de middensteun staan, de motor moet afstaan en vuur is strikt verboden in de buurt van het voertuig tijdens het tanken.
Vul het reservoir niet meer bij dan het maximum niveau. Anders zal de benzine langs een gaatje in de dop kunnen wegvloeien en zo de verf van het koetswerk beschadigen. Dit levert ook ernstig brandgevaar op.
Wees zeker dat de dop na het tanken goed vast zit.
REMMEN
Trek aan de rechterhendel om de voorrem te activeren.
Trek aan de linkerhendel om de voor en achterrem simultaan te activeren (CBS model).
Trek aan de linkerhendel om de achterrem te activeren (ABS model).
- Gebruik voor- en achterrem gelijktijdig tijdens het remmen. Vermijd onnodig plots remmen.
- Vermijd contant remmen voor een langere periode, dit kan de remmen oververhitten en voor een sterk verminderde remwerking zorgen.
- Vertraag en rem vroegtijdig tijdens het remmen op regenachtige dagen en gladde wegen. Rem niet plots om glijden en vallen te vermijden.
- Enkel de voorrem of achterrem gebruiken vergroot de kans op vallen omdat het voertuig dan de neiging kan hebben naar een kant te trekken.
Zelfs bij voertuigen die met ABS zijn uitgerust, kan het activeren van de rem tijdens het nemen van een bocht leiden tot het schuiven van het wiel. Bij het nemen van een bocht is het beter om licht te remmen met beide remmen, of om helemaal niet te remmen. Verminder uw snelheid voordat u de bocht in gaat.
ABS model

CBS model

Motorrem
Draai de gashendel terug naar zijn oorspronkelijk positie om gebruik te maken van de motorrem. Het is noodzakelijk om de motorrem samen met de remmen te gebruiken wanneer men van een lange en steile helling rijdt!

LET OP
Kijk het olie- en benzinepeil na alvorens het voertuig te starten.
Start de motor wanneer de middenstandaard stabile op de grond staat en wanneer er geremd word op achterwiel om te vermijden dat het voertuig plots naar voren schiet.
STARTPROCEDURE
Draai het contactslot in de "ON" positie

- Trek de remhendel in.
- Geef geen gas, druk op de startknop terwijl de rem ingetrokken is.


LET OP
- Als de motor na een 3-5 tal seconden nog steeds niet gestart is, draai de gashendel dan 1/8-1/4 toer open en druk nogmaals op de startknop voor een vlotte start.
- Om motorschade te voorkomen, de startknop nooit langer dan 15 seconden ingedrukt houden.
- Mocht de motor nog niet aanslaan na 15 seconden op de startknop geduwd te hebben, wacht dan 10 seconden alvorens opnieuw te proberen.
- Het is moeilijk een motor te starten die lange tijd stationair gedraaid heeft of wanneer de benzinetank leeg is geweest. In dit geval is het aangeraden de startknop meerdere malen ingedrukt te houden en de gashendel in een gesloten positie te houden.
- Het kan enkele minuten duren voor de motor warm is na een koude start.
- Uitlaatgassen bevatten schadelijke gassen (CO), daarom is het belangrijk de motor steeds te starten in goed verluchte plaatsen
Zet het knipperlicht aan voor het vertrekken verzeker u ervan dat er geen voertuigen aankomen.
Het gebruik van het gashendel
- Acceleratie: om de snelheid te vergroten. Geef op een stijgend wegdek rustig gas, zodat de motor zijn vermogen kan overbrengen op het wegdek.
- Deceleratie: om snelheid te verminderen.
Parkeermethode
- Bij het benaderen van een parkeerplaats:
- Gebruik op tijd de knipperlichten en let op de voertuigen tegenover u, achter u, links en rechts van u. Neem dan de voorzichtig de bocht en rij tot op de parkeerplaats.
- Draai de gashendel volledig dicht en gebruik de remmen goed op tijd. (Het remlicht zal branden en de voertuigen achter u waarschuwen)
• Bij het volledig stoppen:
- Zet de knipperlichtschakelaar terug in zijn originele positie en zet het contact uit om de motor stil te leggen.
- Stap langs links van de motorfiets af nadat de motor stil ligt en zoek een geschikte parkeerplaats waar het voertuig het verkeer niet blokkeert en de ondergrond goed vlak is. Zet daar het voertuig op zijn middenstand.
- Houd het stuur me uw linkerhand vast en neem met uw rechterhand de voorkant van het zadel of de beugel die gelijk met het zadel loopt stevig vast.
- Druk de middenstand met uw rechtervoet stilaan naar beneden totdat het voertuig stevig op zijn middenstand staat.
- Trekt de parkeerrem op.
Ter herinnering: blokkeer het stuurslot en verwijder de sleutel na het parkeren om te vermijden dat het voertuig gestolen wordt.
OPGELET:
Parkeer uw voertuig op een veilige plaats waar het andere verkeer niet wordt geblokkeerd.
Routine inspectie
| Controle elementen | Controle punten | |
| Motorolie | Is er genoeg motorolie ? | |
| Benzine | Is er genoeg benzine? Is het octaangehalte meer dan 90? | |
| Remmen | Vooraan | Remwerking ? [vrije speling remhendel: 10~20mm] |
| Achteraan | Remwerking ? [vrije speling remhendel: 10~20mm] | |
| Banden | Vooraan | Is de bandenspanning in orde? [Standaard : 1,5 kg/cm2] |
| Achteraan | Is de bandenspanning in orde ? [Standaard : 2,25kg/cm22,5 kg/cm2voor twee personen] | |
| Stuur | Is de vibratie in het stuur normaal of is het moeilijk om te draaien? | |
| Snelheidsmeter, verlichting en spiegels | Werken de onderdelen naar behoren? Werkt de verlichting? Is er een duidelijk beeld in de spiegels? | |
| Fixatie van algemene componenten | Zijn er bouten of moeren los? | |
| Abnormaliteiten | Zijn de vorige problemen nog steeds aanwezig? | |

LET OP
Als er tijdens de inspectie een probleem tevoorschijn komt, probeer het probleem op te lossen voor er nog met het voertuig gereden wordt. Laat indien nodig het voertuig controleren en herstellen bij een erkende SYM dealer.
Controle en bijvullen oliepeil motor
Inspectie:
- Zet het voertuig op zijn middenstand op een vlakke ondergrond. Zorg ervoor dat de motor warm gedraaid is. Verwijder de oliepeilstok een 3 tot 5 tal minuten na het stilleggen van de motor. Veeg alle olie van de peilstok en steek de peilstok terug in de voorziene opening. Draai hem niet vast, maar laat hem gewoon op de opening rusten.
- Verwijder de peilstok en controleer of het olieniveau zich tussen de onderste en bovenste markering bevindt.
Vul olie bij tot de bovenste limiet indien het niveau tot onder de onderst limiet is gezakt.
Controleer de motor op lekkage aan de cilinder, carter,...

- Vervang de olie na de eerste 300 kilometer, hierna moet u de olie elke 3000 kilometer vervangen. Reinig de oliefilter na de eerste 300 kilometer en hierna elke 3000 kilometer.
- Om het volle vermogen van de motor te behouden, controleer het niveau van de olie elke 500 kilometer. Vul olie bij tot de bovenste limiet indien het niveau tot onder de onderste limiet is gezakt.
- Motorolie: gebruik een olie met een graad van minstens API SJ, SAE 10W-40. Zoniet is schade niet gedekt door de garantie.
- Oliehoeveelheid 125: 1 liter (0.8 liter bij wissel)
- Oliehoeveelheid 250/300: 1.4 liter (1.2 bij wissel)
[Oliefilter reinigen]

Open de oliefilter door de stop uit het carter te draaien. Reinig de filter volledig met behulp van benzine of een luchtpistool.

LET OP
Het niveau van de olie zal niet correct worden weergegeven indien de motorfiets niet volledig horizontaal staat geparkeerd of indien de motor net is stilgelegd.
De motor en de uitlaat zijn zeer warm nadat de motor warm gedraaid is. Let er op dat u zich niet verbrand bij het nazien of vervangen van de motorolie.
Controle van het benzinepeil
- Draai het contactslot op "ON" en controleer of de naald van de benzinemeter zich verzet, zodat u zeker bent dat er voldoende benzine in de tank aanwezig is.
• Dit voertuig is ontworpen voor het gebruik van benzine met een octaangehalte van minstens 90. - Zet tijdens het tanken het voertuig op zijn middenstand, zet de motor af en hou elke vorm van vuur buiten het bereik van het voertuig.
- Vul de tank niet meer dan tot aan de bovenste limiet.
- Wees zeker dat de benzinedop goed vastzit na het tanken.
Controle van de transmissie olie
Zet het voertuig op zijn middenstand op een vlakke ondergrond. Zorg ervoor dat de motor warm gedraaid is. Verwijder de transmissieolie bijvuldop een 3 tot 5 tal minuten na het stilleggen van de motor los. Hou een maatbeker onder de transmissieolie aflaatdop, zet deze los en vang de stromende olie op. Controleer of de oliehoeveelheid voldoende is (bij demontage 350 cc, bij oliewissel 330 cc).
(300/250 : bij demontage: 180 cc. / bij wissel: 170 cc.
( 125 : bij demontage: 110 cc. / bij wissel: 100 cc).

OLIE VERVANGING:
Leg de motor stil en zet het voertuig op zijn middenstand. Verwijder de transmissieolie bijvuldop en aflaatdop en tap de olie af.
Plaats de aflaatdop terug en zet deze goed vast. Vul de nieuwe transmissieolie bij (160 cc / 100 cc) en plaats de transmissie bijvuldop terug en zet deze goed vast.
Wees zeker dat de bouten goed vastzitten en dat er geen lekkage is!
Gebruik een Hypoid transmissie olie van SAE 85W-140
Controle en regeling van de remmen
Inspectie: (de vrije slag van de remhendels moet gecontroleerd worden wanneer de motor niet draait)
Vrije slag van de remhendel van voor en achteraan: de vrije slag van de remhendels (de slag van de remhendel tussen "niet remmen" en "net beginnen remmen") moet tussen de 10 en 20 mm liggen.
Wanneer de remmen "sponzig" aanvoelen tijdens het remmen moet het remsysteem nagekeken worden.

Inspectie van de remschijver (enkel voor modellen met schijfremmen)
Controleer de remleidingen op lekkage of beschadiging en controleer of de verbindingen goed vastzitten met het gepaste maeriaal. Controleer of stuurvibraties of andere onderdelen de remleidingen hebben beschadigd. Indien dit het geval is, breng dan het voertuig naar een erkende SYM dealer.


LET OP
Controleer de remwerking van uw voertuig op een droge weg en rem voorzichtig om te zien of het remsysteem in optimale conditie is en een veilig gebruik kan waarborgen.
Controleer de rem langs achter de remklauw. De remblokjes moeten vervangen worden wanneer de remblokjes de slijtagelimiet bereikt hebben.
Plaat het voertuig op een vlakke ondergrond en controleer of er remvloeistof boven de onderste limiet aanwezig is. Indien nodig, vul de remvloeistof bij (type: DOT 3).

Bijvullen van de remvloeistof
- verwijder de schroefjes van het deksel van de hoofdremcilinder.
- Veeg voorzichtig al het vuil van de hoofdremcilinder en zorg er voor dat er zeker geen vuil in het reservoir valt.
- Verwijder het rubberen tussenschot
- Vul de remvloeistof bij.
- plaats het rubberen tussenschot terug en bevestig het deksel van de hoofdremcilinder met behulp van de schroefjes.
- Let bij het monteren van het rubberen tussenschot op de juiste richting en zorg ervoor dat en zeker geen vuil in de remcilinder valt.
Maak het deksel zeker goed vast.
![graph TD A["Schroef"] --> B["Deksel"] B --> C["Tussenschot"] C --> D["Bovenste limiet"] D --> E["Remvloeistof"]](/content/2026/05/1123842/images/7b20738accb8a8a0445ea03d5c39260633c164a1d0edc92c2c0086739c41e5f2.jpg)

LET OP
om chemische reactie te vermijden, gebruik zeker geen andere remvloeistof dan bovenvermelde. vul de remvloeistof niet meer bij dan tot de bovenste limiet. Vermijd het spatten van de vloeistof op geverfde oppervlakken en plastiek om schade te voorkomen. Indien dit toch gebeurd, onmiddellijk afspoelen met overvloedig water.
Controle en regeling gashendel
Bij een correcte speling kan de gashendel zo'n 2 \~6 mm draaien zonder dat er weerstand voelbaar is. Zet de contramoer los en verdraai de regelmoer dan totdat de gewenste speling ingesteld is. Zet de contramoer dan weer vast.

Inspectie en onderhoud van de batterij
Dit voertuig is uitgerust met een onderhoudsvrije batterij, het is dus niet nodig om elektrolyt toe te voegen. Indien er zich problemen voordoen met de batterij, contacteer dan uw erkende SYM dealer.
Batterijpolen proper maken
Verwijder de aansluitingen van de batterij en kuis de polen als er zich vuil heet opgestapeld of corrosie te zien is.
Verwijder de batterij als volgt:
Zet het contact op "OFF", open het batterijdekseltje en maak eerst de negatieve kabel los. Verwijder dan de kabel van de positieve pool.

Reinig de batterij polen met warm water als de polen gecorrodeerd zijn en een witte uitslag vertonen. Als er sterke corrosie zichtbaar is, verwijder de batterij en reinig de polen met een stalen borstel of schuurpapier.
Installeer na het reinigen de kabels terug en geef de polen een laagje vet. Installeer de batterij in omgekeerde volgorde waarin u ze verwijderd hebt.
- Dit voertuig is uitgerust met een onderhoudsvrije batterij, het is dus niet nodig het niveau van het elektrolyt na te kijken of bij te vullen.

LET OP
Dit is een gesloten batterij, verwijder nooit de vulstoppen.
Om te vermijden dat de spanning daalt na een lange periode van stilstand, verwijder de goed opgeladen batterij en zet ze op een droge, goed geventileerde plaats. Verwijder de negatieve kabel als de batterij in het voertuig blijft zitten.
Het is aan te raden om de batterije regematig bij te laden bij langere periodes van stilstand. Contacteer uw dealer voor meer info.
De garantie op de batterij is beperkt. Vraag uw dealer om de garantievoorwaarden.
Als de batterij vervangen moet worden, doe dit dan steeds door hetzelfde type batterij. (onderhoudsvrij) de batterij niet verwijderen wanneer de motor draait
Inspectie van de banden
- De banden moeten nagekeken en aangepast worden wanneer de motor af staat.
- Wanneer het contactvlak met de weg abnormaal is, controleer dan de druk in de band en blaas er zo nodig lucht bij tot de druk correct is.
- De luchtdruk in de band moet steeds nagezien worden wanneer de band koud staat.


Kijk in de specificaties om de correcte bandendruk te kennen

- Controleer visueel de voor- en zijkanten van de banden op barsten en scheuren.
- Controleer visueel de voor- en zijkanten van de banden op nagels of kleine steentjes die zich in het rubber hebben genesteld.
- Controleer of de diepte van de groeven nog voldoende is aan de hand van de "slijtage-indicator"
- Wanneer de band versleten is tot op de slijtage-indicator, moet hij meteen vervangen worden.

LET OP
Abnormale bandendruk, slijtage of barsten zijn de belangrijkste redenen van het ontstaan van lekke banden en het verlies van de controle over het stuur.
Inspectie van de voorvork en de achtervering
Voer deze controle uit wanneer de motor stil ligt en de contactsleutel uit het slot genomen is. Controleer visueel of de vering schade heeft opgelopen.Beweeg het stuur op en neer en controleer of de vering geluid maakt tijdens het inveren.
Controleer of de bouten en moeren van de voor- en achtervering goed vast staan.
Beweeg het stuur sterk op en neer, naar links en naar rechts en naar voor en achter om te controleren of het goed vast staat, dat er te veel weerstand is, of het naar één kant trekt.
Controleer of de beweging van het stuur niet wordt belemmerd door de remkabels.
Breng het voertuig naar een erkende SYM dealer indien er aanpassingen moeten gebeuren of abnormale zaken gevonden worden.

Aanpassen van de hardheid van de achtervering
De achtervering is in 5stappen instelbaar, standaard staat ze op de 3de stand. Draai de regelring om de hardheid van de veer aan te passen aan de eigen behoefte.

- Draai de regeling tegen de klok in om de veer harder te maken en draai ze met de klok mee om ze zachter te maken.
- regel steeds beide veringen tegelijkertijd om er voor te zorgen dat de rijstabiliteit niet in het gedrang komt.
Controle en vervangen van de zekeringen
Zet het contact af en controleer of de zekeringen nog intact zijn. Vervang een zekering door een gelijkaardige nieuwe zekering indien deze doorgebrand is. Het steken van een zekering met een hogere Ampère waarde, een brug of ijzeren draadje is strikt verboden om schade aan het elektrische circuit en systeem te voorkomen.
- Verwijder de bagageruimte, daar vind u de zekeringdoos.
- Open de doos en trek de zekering er uit. Controleer of ze doorgebrand of gebroken is.
- De zekeringen moeten goed op hun plaats zitten. Indien de zekering niet goed in zijn zitting zit, ontstaat er kans op oververhitting en schade aan het elektrisch systeem.
- Gebruik enkel vervangonderdelen die de juiste specificaties hebben, zoals lampen. Onderdelen die niet de juiste specificaties hebben kunnen de zekeringen doen doorbranden en de batterij overladen.
- Vermijd het gebruik van water in de buurt van de zekeringdoos tijdens het reinigen van het voertuig.
- Breng het voertuig naar een erkende SYM dealer indien er een zekering is doorgebrand om onbekende redenen.




Doorgebrande zekering
Controle van de richtingaanwijzers en claxon
• Zet het contact aan
- Verzet de knipperlichtschakelaar en controleer of beide knipperlichten (links voor en achter of rechtsvoor en achter) branden.
- Controleer of de knipperlichten beschadigd zijn, vuil zijn of los staan.
- Controleer ook of de claxon werkt wanneer u op de schakelaar duwt.
Controle van de voor- en achterlichten
Start de motoren zet de verlichting op. Controleer of het voorlicht en het achterlicht branden.
Controleer de sterkte en de richting van het licht door tegen een muur te schijnen.
Controleer of het licht vooraan vuil of gebarsten is of los staat.
Controle van het stoplicht
Zet het contact aan en bedien de voor of achterrem. Controleer of het stoplicht brand.
Controleer of de licht achteraan vuil of gebarsten is of los staat.
Controle van het stoplicht
Zet het contact aan en bedien de voor of achterrem. Controleer of het stoplicht brand.
Controleer of de licht achteraan vuil of gebarsten is of los staat,

LET OP
-Voor de knipperlichten moeten speciale lampjes worden gebruikt. Zoniet zal de normale werking van de knipperlichten verstoord worden.
- Gebruik de knipperlichten voor u wil afdraaien of van richting veranderen om de achterliggers te waarschuwen.
- Zet na het manoeuvre meteen de knipperlichten uit, zodat achterliggers niet in de war worden gebracht.
J Controle op brandstoflekkage
Controleer de benzinedop en tank, benzineleidingen en carburator op lekkage.
Controle smering van alle mechanische delen
Controleer of de scharnierpunten voldoende gesmeerd zijn (zoals de scharnierpunten van de middenstand, de zijstand, de remhendel,...)
Controle van de bougie
Verwijder de bougiekap en verwijder de bougie met behulp van het speciale gereedschap in het gereedschapsetje.
Controleer of de elektrode vuil is of bedekt is met een laag koolstof.
Verwijder de koolaanslag, dompel de bougiekop in benzine en droog ze met een propere vod.
Controleer de elektrode en stel de elektrodeafstand in op 0.8 mm. (Doe dit met een voelermaatje).
Zet de bougie vast met de hand en draai ze dan 180° tot 270° verder met een sleutel.
bougiekap

- de motor is zeer warm nadat deze gedraaid heeft.
Gebruik enkel een bougie met de juiste specificaties. Het monteren van een verkeerde bougie kan ernstige schade toebrengen aan de motor.
Inspectie van de koelvloeistof
Controleren van het niveau van de koelvloeistof
- Zet het voertuig op zijn middenstand op een vlakke ondergrond.
- Kijk of het niveau van de koelvloeistof correct is via het peilglaasje
- Als het niveau tot de onderste limiet is gezakt, vul dan koelvloeistof bij.

Controleren van het koelsysteem op lekkage
-
Controleer de radiator en de rubberen slangen op lekkage.
-
Controleer de grond waar het voertuig geparkeerd is om te zien of er koelvloeistof uit het voertuig druipt.
Bijvullen van de koelvloeistof
Laat de radiatordop steeds gesloten!
-
Zet het voertuig op zijn middenstand op een vlakke ondergrond.
-
Open het batterijdekseltje
-
Open de dop van het expansievat van de koelvloeistof en vul de koelvloeistof bij tot de bovenste limiet
- Als het koelvloeistofniveau regelmatig te laag wordt, duidt dit op een lekkage in het koelsysteem.
- Gebruik enkel de voorgeschreven koelvloeistof om te vermijden dat de radiator verroest.

- gebruik gedestilleerd water om de koelvloeistof te mengen.
- onthoud dat het gebruik van verkeerde koelvloeistof de levensduur van de radiator sterk kan inkorten.
- de koelvloeistof moet elk jaar vervangen worden.

LET OP
Kijk in de tabel met de percentages antivries die gebruikt moeten worden wanneer het voertuig in regio's gebruikt wordt waar de temperatuur vaak onder 0° komt.
Referentietabel van de percentages antivries die gebruikt moeten worden onder verschillende temperaturen:
- de antivries specificatie die gebruikt moet worden is H68 (SYM BRAMAX)
- correcte percentages antivries die gebruikt moeten worden bij verschillende vriestemperaturen zijn:
| Antivriespercentage | Temperatuur | Opmerking |
| 20% | -8 | 50% concentratie wordt voor nieuwe voertuigen gebruikt om het effect van het antivries te garanderen. |
| 30% | -15 | |
| 40% | -24 | |
| 50% | -36 |
- als de voorgeschreven koelvloeistof niet voorhanden is, gebruik dan een koelvloeistof met dezelfde hoge kwaliteit.
- verhoog de onderhoudsintervallen van de radiator wanneer het voertuig in extreem koude regio's wordt gebruikt.
Carterontluchting
Verwijder de stop van de ontluchting om afzetting te verwijderen

LET OP
Wanneer u vaak in de regen rijdt of met de gashendel in volledig open stand, moet het onderhoudsinterval ingekort worden.

Controle van de luchtfilter
demontageprocedure:
- verwijder de bevestigingsschroefjes van het luchtfilterdeksel
- verwijder het luchtfilterdeksel en neem het luchtfilter eruit.
- kuis het filter uit. (zie onderhoudsschema)
montageprocedure:
- monteer het luchtfilter in omgekeerde volgorde van de demontage.


CONTROLE VAN DE LUCHTFILTER VAN HET LINKSE CARTER
Demontageprocedure
-
Verwijder vijzen uit het linkse carterdeksel
-
Verwijder het deksel en de filter
-
Verwijder de filter en reinig deze (zie onderhoudsschema)
montageprocedure:
- monteer het luchtfilter in omgekeerde volgorde van de demontage.

- vuilophoping in het luchtfilter is een van de grootste redenen van vermogenverlies en toename van het benzineverbruik.
- vervang het luchtfilterelement regelmatiger wanneer het voertuig veel op stoffige wegen wordt gebruikt.
- wanneer het luchtfilter niet correct geïnstalleerd wordt kan er stof in de cilinder gezogen worden. Dit kan vroegtijdige slijtage en een verminderd vermogen veroorzaken, alsook de levensduur van de motor sterk inkorten.
- zorg ervoor dat tijdens het kuisen het luchtfilter niet nat wordt. Dit kan startproblemen veroorzaken.
11. Diagnose wanneer de motor niet start



Is de sleutel verdraaid Is er genoeg brandstof Is de voor- of achterrem bediend naar de "ON"positie? in de tank? wanneer de startknop wordt gebruikt?

Heeft u aan de gashendel gedraaid tijdens het starten?
Zet het contact op en druk op de claxonschakelaar.
Als u de claxon niet hoort kan er een zekering doorgebrand zijn.

Staat de start beveiligings schakelaar aan?
Laat uw voertuig nakijken door een erkende SYM-dealer indien een van de voorgaande oplossingen niet volstaan om uw voertuig te starten.
13. BRANDSTOF
- Dit voertuig gebruik benzine met een octaan gehalte van minstens 90.
- Als het voertuig gebruikt wordt in hoger gelegen regio's is het aan te raden de lucht/brandstofverhouding aan te passen om het maximum vermogen te behouden.
14. TRANSMISSIE OLIE
Aanbevolen transmissieolie: SYM Hypoid transmissieolie (SAE 85W-140)
15. VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET RIJDEN
- Ga op het zadel zitten als het voertuig op zijn middenstand staat.
Duw het voertuig naar voor om de middenstand op te trekken.

LET OP
Geef voor het wegrijden geen gas door aan de gashendel te draaien zodat het toerental toeneemt.
- Stap langs links het voertuig op en ga stevig op het zadel zitten. Zet uw voeten goed vast op de grond om te voorkomen dat het voertuig omvalt.

LEP OP
Bedien de remhendel voor het wegrijden zodat het voertuig niet kan bewegen.
- draai voorzichtig aan de gashendel zodat het voertuig stilaan begint te rijden.

LET OP
Snel aan de gashendel draaien veroorzaakt een plotse beweging van het voertuig en is zeer gevaarlijk.
Controleer voor het wegrijden of de zijstand volledig ingeklapt.
Bedien niet plots de remmen of en maak geen scherpe bochten
Plots remmen of scherpe bochten kunnen tot slippen en vallen leiden.
Plots remmen of scherpe bochten kunnen tot slippen, zijdelings slippen of vallen, zeker wanneer de weg nat is.
Rij zeer voorzichtig op regenachtige dagen
De remafstand op regenachtige dagen of natte wegen is langer dan normaal. Daarom is het belangrijk op tijd af te remmen en de remmen voorzichtig te gebruiken.
Tijdens het afdalen van een steile helling moet de gashendel toegedraaid worden en de remmen worden gebruikt.
| Onderhoud mileage | 200mi | 600mi | 2,000mi | 4,000mi | 8,000mi | Opmer-kingen | |
| Nakijken Onderhoud kilometerstand | 300km | Elke 1,000km | Elke3,000km | Elke 6,000km | Elke12,000km | ||
| Onderhoudsinterval | NIEUW | 1 MAAND | 3 MAAND | 6 MAAND | 1 JAAR | ||
| 1 | Luchtfilter element | I | C | R | |||
| 2 | Oliefitler (raster) | C | C | ||||
| 3 | Motor olie | R | Vervanging elke 3000 km | ||||
| 4 | Banden druk | I | I | ||||
| 5 | Batterij | I | I | ||||
| 6 | Bougie | I | I | R | |||
| 7 | Carburator (vrijloop) | I | I | ||||
| 8 | Balhoofdlagers en hendels | I | I | ||||
| 9 | Transmissie (lekken) | I | I | ||||
| 10 | Carter (lekken) | I | I | ||||
| 11 | Transmissie olie | R | Vervanging elke 5,000km of 3,000mi(6 maanden) | ||||
| 12 | Riem / gewichten | I | R | ||||
| 13 | Benzinekraan en leidingen | I | I | ||||
| 14 | Gasklepbehuizing en kabel | I | I | ||||
| 15 | Bouten en moeren van motor | I | I | ||||
| 16 | Cilinder kop, cylinder en zuiger | I | |||||
| 17 | Uitlaatsysteem | I | |||||
| 18 | Distributie timing | I | I | ||||
| 19 | Klepspeling | I | I | ||||
| 20 | Schokdempers | I | I | ||||
| 21 | Voor - achtervering | I | I | ||||
| 22 | Midden- en zijstandaard | I | I/L | ||||
| 23 | Carterontluchting | I | I | ||||
| 24 | Koelvloeistof | I | I | R | |||
| 25 | Ventilator / leidingen koelvloeistof | I | I | ||||
| 26 | Koppelling | I | |||||
| 27 | Remmen mechanisme / remblokken | I | I | ||||
| 28 | Moeren en bouten | I | I | ||||
In geval van problemen of vragen omtrent het onderhoudsschema, gelieve een officiële SYM dealer te contacteren. Laat uw scooter periodiek nakijken en onderhouden door uw officiële SYM dealer om het voertuig in de optimale toestand te houden. Controleer en onderhoud uw scooter vaker indien u het in uitzonderlijke toestanden gebruikt, zoals gebruik aan continue hoge snelheid, lange afstanden, gebruik in stoffige omgeving, enz...
Code: I \~ Inspectie, reinigen, en aanpassen R \~ Vervanging
C \~ Reinigen (vervanging indien nodig) L \~ Smering
Vervang de filter elke 5000km bij gebruik in een stoffige omgeving Gebruik nooit gecompresseerde lucht om te reinigen. Vervang indien nodig.
De bovenstaande onderhouden dienen uitgevoerd te worden na het bereiken van het aantal voorgeschreven kilometers of na het verstrijken van de voorgeschreven periode (naargelang welke van beide eerst komt).