GEBRUIKSAANWIJZING Fiddle II SYM
- Inhoudsopgave 49
- Locatie Bedieningsorganen 51
- Voor het rijden 52
- Veilig rijden 52
- Rijden 53
- Gebruik originele onderdelen 53
7 Gebruik van elk component 54
Sensoren 54
Bediening van de contactschakelaar 55
Bediening van de vergrendelknop van het stuur 55
Bediening van de openingschakelaar van het zadel 55
Schakelaars 55
Opbergruimte 57
Haak veiligheidshelm 58
Benzinetankdop 58
Remmen 58
- Aandachtspunten en voorzorgen bij het starten 59
- De beste manier om te vertrekken 60
Bediening van het gashendel 60
Parkeren 60
- Inspectie en onderhoud voor het wegrijden 61
Dagelijkse inspectie 61
Motorolie controleren en vervangen 61
Benzineniveau controleren 62
Transmissie olie controleren en vervangen 62
Vrije slag van de remmen controleren en afstellen 63
Schijfrem controle (naargelang het model) 64
Gashendel afstellen 65
Inspectie en onderhoud van de accu 65
Banden controleren 66
Stuur- en voorvork controleren 66
Zekeringen controleren en vervangen 67
Richtingaanwijzers en claxon controleren 67
Voor- en achterlichten controleren 67
Remlicht controleren 67
1. INHOUD
Brandstoflekkage controleren 68
Smeerpunten van verschillende mechanismen controleren 68
Ontstekingskaars (bougie) controleren 68
Luchtfilter controleren 68
11. In geval van een defect of storing 69
Wanneer de motor niet start 69
12. C.D.I. elektrisch startsysteem 69
13. Welke brandstof 69
14. Transmissieolie 69
15. Voorzorgsmaatregelen om de motorfiets te berijden 70
16. Periodiek onderhoudsschema 71
17. Specificaties 72

3. VOOR HET RIJDEN
Deze handleiding beschrijft het correcte gebruik van deze motorfiets, evenals veilig rijden, eenvoudige inspectiemethodes en controles van de motorfiets.
Voor een veiliger en comfortabeler gebruik van de motorfiets is het noodzakelijk deze handleiding goed door te nemen.
Vraag uw SANYANG dealer om de handleiding van uw motorfiets en lees de volgende hoofdstukken zorgvuldig door:
- Het juiste gebruik van demotorfiets.
- Inspectie en onderhoud voor aflevering.
Bedankt voor uw keuze
Om de prestaties van uw motorfiets op het juiste niveau te houden, is het belangrijk om periodiek onderhoud en controles door uw dealer te laten uitvoeren.
Wij adviseren u om na 300 km rijden met uw nieuwe motorfiets naar de SYM dealer te gaan voor een controle en afstelling van uw motorfiets. Na de eerste beurt dient u om de 3000 km naar de dealer te gaan voor periodiek onderhoud.
- Wanneer de specificaties en de constructie van de motorfiets anders zijn dan de in deze handleiding afgebeelde motorfiets, dan gelden de specificaties en de constructie van uw motorfiets.
4. VEILIG RIJDEN
Het is belangrijk dat u ontspannen en juist gekleed bent voordat u op de scooter stapt. Houd u aan de geldende verkeersregels, handel voorzichtig in het verkeer, ga niet te snel, rij ontspannen.
De meeste mensen rijden erg voorzichtig met een nieuwe motorfiets, maar worden snel roekelozer naarmate ze meer gewend raken aan de motorfiets. Dit roekeloze gedrag kan ongelukken veroorzaken.

Ter herinnering:
- Draag altijd een goedgekeurde helm en draag deze op de correcte manier.
- Loszittende kledij kan door de wind openwaaien en in de weg zitten bij de hendels, wat het veilig rijden kan beïnvloeden.
- Draag dus kledij met aansluitende mouwen.
- Houd het stuur met twee handen vast wanneer u rijdt. Rijd nooit met één hand.
- Houd u aan de snelheidslimieten.
- Draag geschikt schoeisel met lage hakken.
- Zorg voor uw motorfiets zoals het onderhoudsschema voorschrijft.
⚠OPGELET!!
- Om brandwonden van de uitlaat te vermijden als u een passagier meeneemt. Let erop dat hij/zij de voeten op de pedalen zet.
- Tijdens en na het rijden wordt de uitlaat heet: Let ook op als u een inspectie uitvoert of onderhoud pleegt als de scooter net uit staat.
- Na het rijden is de uitlaat heet, kies een geschikte plaats om uw scooter te parkeren om te vermijden dat anderen zich kunnen verbranden aan de uitlaat.

WAARSCHUWING:
Het ombouwen van de motorfiets zal de structuur en het vermogen beïnvloeden en resulteren in een slecht werkend blok of een luide uitlaat, waardoor de motorfiets minder lang zal meegaan Bovendien zijn ombouwingen illegal en niet conform met het originele design en de specificaties.
Een verbouwde motorfiets wordt niet gedekt door de fabrieksgarantie. Vermijd dus om de motorfiets zelf te wijzigen.
5. RIJDEN
- Neem een comfortabele houding aan waar alle delen van uw lichaam ontspannen zijn: armen, benen, tenen, handen, rug, zodat u zo snel mogelijk kunt reageren indien nodig.
- De houding van de rijder is van groot belang voor de veiligheid. Houd het zwaartepunt van uw lichaam altijd in het midden van het zadel. Wanneer u te ver achterop zit, neemt de druk af en begint het stuur te schudden. Het is gevaarlijk om een motorfiets met een onstabiel stuur te bereiden.
- Het zal veel makkelijker zijn om een bocht te nemen wanneer de rijder zijn lichaam naar binnen helt bij het draaien. Anderzijds zal de rijder een instabiel gevoel krijgen wanneer zijn lichaam en de motorfiets niet hellen.
- Op ongelijke wegen met kuilen en hobbels kan uw motorfiets onstabiel worden. Tracht de omstandigheden van de wegen op voorhand te achterhalen, minder snelheid en gebruik de kracht van uw schouders om het stuur te controleren.
- Suggestie: Laad geen bagage op de treeplank, om de veiligheid niet te beperken en het stuurgedrag niet in gevaar te brengen.

WAARSCHUWING:
Het gevoel van de rijder aan het stuur is verschillend met of zonder lading.
Wanneer u teveel gewicht op de motorfiets laadt zal deze onstabiel stuurgedrag vertonen wat de veiligheid beïnvloedt.
Let dus op uw motorfiets niet te overladen.

WAARSCHUWING:
- Plaats geen ontvlambare materialen zoals vodden tussen de motor en de bedekking om te vermijden dat onderdelen vuur vatten.
- Om schade te vermijden, laad geen voorwerpen op plaatsen die niet specifiek voor ladingen zijn bestemd.
SUGGESTIE
Om de prestaties en de levensduur van uw motorfiets te optimaliseren en te verlengen:
De eerste 1000 km is de inrijd periode voor de motorfiets en componenten.
Geef niet meteen vol gas en houd de snelheid onder de 45km/uur.
Om de beste prestaties van uw scooter te garanderen moet de kwaliteit, het materiaal en de precisie van elk onderdeel overeenstemmen met de ontwerpeisen. "SYM Originele onderdelen" worden van dezelfde hoogwaardige materialen gemaakt als de rest van de oorspronkelijke motorfiets. Geen enkel onderdeel wordt verhandeld indien het niet de design specificaties volgt overeenstemmend met een precieze engineering en een strenge kwaliteitscontrole. Daarom is het noodzakelijk "SYM Originele Onderdelen" te kopen van "SYM Erkende Dealers of Gefranchiseerde Dealers" als u onderdelen moet vervangen. Als u goedkope of verkeerde onderdelen koopt in de handel kan de kwaliteit en duurzaamheid daarvan niet gewaarborgd worden. Niet originele onderdelen kunnen onverwachte problemen veroorzaken en de prestaties van de motorfiets verlagen.
- Gebruik dus altijd SYM Originele Onderdelen om de maximale prestaties en levensduur van uw scooter te waarborgen.
7. Gebruik van elk component
(Hieronder wordt de bediening beschreven van de SYM 4-takt luchtgekoelde 50 c.c. scooter, die kan verschillen van de diverse individuele modellen. Gelieve hiervoor de eindpagina's van deze handleiding te raadplegen)
§SENSOREN §
De afbeelding van het paneel van de snelheidsmeter kan verschillen naar gelang van het model, maar deze bevindt zich op dezelfde plaats.


WAARSCHUWING:
Kunststof componenten zoals instrumentenpanelen, koplampen enz. niet schoonmaken met oplosmiddelen zoals benzine enz. om schade aan de componenten te voorkomen.
- Snelheidsmeter:
Geeft de motersnelheid of het motortoerental aan.
- Odometer :
Geeft de totaal afgelegde afstand aan.
- Grootlicht lampje :
Dit lampje gaat aan als het grote licht van de koplamp aan is.
- Richtingaanwijzerlampje (links/rechts) :
Dit lampje zal knipperen wanneer de linker-of rechter richtingaanwijzer wordt gehanteerd, respectievelijk links of rechts.
- Brandstofmeter:
Deze meter geeft weer hoeveel benzine er nog in de tank is.
Deze gaat automatisch naar de "E" stand wanneer het contact uit staat ("OFF").
- Storinglampje:
Als er iets fout ging met ECU/ECS,
zal het waarschuwingslicht
voortdurend oplichten.
- Waarschuwingslicht laag brandstofniveau :
Wanneer er weinig brandstof in de tank aanwezig is, licht het waarschuwingslicht op.
1. "S" knop:
Houd de "S" knop één of twee seconden ingedrukt voor het omschakelen naar de spanningsweergave. Automatische terugkeer naar de tijdweergave na één minuut of druk de "S" knop kort in om onmiddellijk terug te keren.
2. "M" knop:
a. Druk de "M" knop langdurig in om de uren in te stellen,de uurweergave knippert. Druk op de "S" knop om het uur in te stellen en kortstondig op de "M" knop om de minuten in te stellen. De minuutweergave zal dan knipperen. Druk de "S" knop kort in om minuten toe te voegen en druk de "S" knop lang in om het aantal minuten automatisch en continu te verhogen.
b. Nadat de tijd is ingesteld de "M" knop lang indrukken om de instelfunctie te verlaten of 1 \~ 2 minuten wachten om de functie automatisch te verlaten.

"ON" stand:
- De motor kan gestart worden in deze stand.
- De contactsleutel kan niet verwijderd worden

"OFF" stand:
- De motor staat uit en kan niet gestart worden in deze stand.
- De contactsleutel kan verwijderd worden.
CONTACTSCHAKELAAR

§BEDIENING VAN DE VERGRENDELKNOP VAN HET STUUR §

"LOCK" stand (stuurslot)
- Draai het stuur naar links en steek de sleutel in het contactslot, druk de contactsleutel rechtsom en draai hem dan zachtjes naar links naar de "LOCK" stand.
- In deze stand is het stuur geblokkeerd.
- De contactsleutel kan verwijderd worden.
- Voor het ontgrendelen draait u de sleutel eenvoudig van de "LOCK" stand naar de "OFF" stand

WAARSCHUWING:
- Verzeker u ervan dat u uw sleutel in handen hebt voordat u het zadel vergrendelt.
§BEDIENING VAN DE OPENINGSCHAKELAAR VAN HET ZADEL§

- Steek de contactsleutel in de contactschakelaar.
- Draai de contactsleutel rechtsom in de stand "zadel open".
• Het zadel gaat dan open.

WAARSCHUWING:
- Gebruik de contactsleutel niet wanneer de motor draait. Het contact naar "OFF" en "LOCK" draaien tijdens het draaien van de motor zou het elektrisch systeem afsluiten wat kan resulteren in een zwaar ongeval. Daarom mag het contact alleen afgezet worden wanneer de motorfiets volledig stil staat.
- Verwijder steeds de sleutel en neem de sleutel altijd mee nadat u de motorfiets op het stuurslot hebt gezet en u uw motorfiets achterlaat.
- Als de sleutel langere tijd op de „ON“ positie staat, terwijl de motor niet draait, kan de capaciteit van de accu minder worden. Dit kan invloed hebben op het starten van de scooter
- Verzeker u ervan dat u uw sleutel in handen hebt voordat u het zadel vergrendelt.
§SCHAKELAARS §


- Elektrische starter

dit is de startknop om de motor te starten.
Met de hoofdschakelaar op "ON", druk op deze knop om de motor te starten terwijl u de voor- of achterrem dichthoudt.

WAARSCHUWING:
- Laat deze knop meteen los na het starten van de motor, druk er niet meer op terwijl de motor draait om schade aan het blok te vermijden.
- Dit is een beveiligingsmechanisme. De motor kan enkel gestart worden als de voor- of achterremhendel (pedaal) gebruikt wordt.
- Zet geen lichten aan Zet de lichtschakelaar en de richtingaanwijzers in de "OFF" stand wanneer u de motor start.
Dit is de schakelaar voor de hoog en laagstralende koplamp. Druk op deze schakelaar om van grootlicht naar dimlicht en terug te schakelen.

Dit symbool staat voor het grootlicht.

Dit symbool staat voor het dimlicht. (gelieve met dimlicht te rijden in de bebouwde kom.)
• Lichtsignaalschakelaar
Lichtsignaal
schakelen
Draai het contact op "ON" en druk deze knop neer. Dan gaat het grote licht aan om de bestuurder van het voertuig voor u te waarschuwen dat u hem/haar wilt voorbij rijden. (Voor het inhalen zal het grootlichtlampje op dat moment aangaan). Deze knop keert terug naar de oorspronkelijke stand na het loslaten.
• Bedieningsschakelaar motor starten
De schakelaarstand ziet u onder het zadel.
"ON" stand: De motor staat uit en kan niet gestart worden in deze stand.
"OFF" stand: Wanneer de contactschakelaar op "on" staat, staat de bedieningsschakelaar Starten op "off". Druk de elektrische startknop in terwijl u de voor- of achterrem dichthoudt om de motor te starten.
Bedieningsschakelaar
motor starten

Druk op deze knop wanneer het contact op "ON" staat en de claxon zal weerklinken.
- Richtingaanwijzer schakelaar
Wanneer u links of rechts afdraait of een straat indraait moet u dit melden door gebruik van uw richtingaanwijzers.
Draai het contact op "ON" en schuif de richtingaanwijzer naar links of naar rechts. De richtingaanwijzers zullen knipperen.
Om ze uit te zetten zet u de schakelaar gewoon weer in de oorspronkelijke stand.

Een knipperend signaal aan de linkerkant toont aan dat u naar links wilt afslaan.

Een knipperend signaal aan de rechterkant toont aan dat u naar rechts wilt afslaan.
§OPBERGRUIMTE§
- Deze ruimte bevindt zich onder het zadel.
• Maximum laadgewicht:10kg.
- Berg geen waardevolle spullen op in deze ruimte.
- Controleer of het zadel afgesloten is nadat u het hebt dichtgeklapt.
- Haal waardevolle spullen uit deze ruimte voor u uw motorfiets wast.
- Plaats geen warmtegevoelige zaken zoals vers voedsel in deze ruimte want deze wordt warm door de temperatuur van de motor.

SHAAK VEILIGHEIDSHELMS
- Stop de scooter en haak de kinriem van de veiligheidshelm vast aan de haak.

WAARSCHUWING:
- Maak geen gebruik van de helmhaak wanneer u rijdt, anders kunt u de motorfiets beschadigen en de helmhaakfunctie verliezen.

§BENZINETANKDOP§
- Steek de sleutel in het zadelslot, open het zadel en draai de brandstofdop linksom totdat hij kan worden verwijderd.
- Let op dat u niet meer tankt dan de maximum limiet.
- De markering "△" moet op één lijn worden geplaatst met de markering "△" op de brandstoftank.
Vervolgens draait u de brandstofdop rechtsom en vergrendelt u het zadel.

WAARSCHUWING:
- Zet de motorfiets stabiel op zijn hoofdstandaard, zet de motor uit en houd vlammen weg van de motorfiets tijdens het vullen.
- Vul niet meer dan de maximaal toegelaten hoeveelheid. Anders zal de brandstof naar buiten vloeien via een opening in de dop waardoor de lak zou kunnen worden beschadigd en in ernstige gevallen; in ernstige gevallen; kan het brand veroorzaken waardoor de motorfiets afbrandt.
• Zorg dat de tankdop correct is afgesloten.
§REMMEN§
• Vermijd onnodig plots remmen.
- Gebruik bij het remmen zowel de voor- als de achterrem.
- Vermijd langdurig remmen want dit kan de remmen oververhitten en hun efficiëntie beïnvloeden.
- Minder tijdig vaart en rem op tijd bij regenweer of op een glad wegdek. Maak geen plotselinge remmanoeuvres om slippen en vallen te voorkomen.
- Gebruik van enkel de voorrem of enkel de achterrem verhoogt het risico op vallen doordat de motorfiets naar één kant zal overhellen.
《Motorrem》
Draai het gashendel tot de oorspronkelijke stand en gebruik de motorrem.
Het is noodzakelijk om de rem afwisselend aan te trekken voor het voor- en achterwiel wanneer u een lange of steile helling afdaalt.


WAARSCHUWING:
- Voordat u de motor start, controleert u of er voldoende olie en brandstof aanwezig is.
-
Als de motor wordt gestart, moet de hoofdstandaard stevig op de grond staan en de achterrem geactiveerd. Dit voorkomt dat de motorfiets plotseling naar voren schiet.
-
Draai de contactsleutel op de "ON" stand.
- Trek de hand(voet)rem aan van het achterwiel.
- Versnel niet, druk op de starter knop als de rem geactiveerd is.


[ Wij geven om uw welzijn! Voordat u start, houdt u de handrem vast op het achterwiel. ]

WAARSCHUWING:
- Als de motor niet kan worden gestart na 3 tot 5 keer indrukken van de kickstarter, draait u gashendel 1/8\~1/4 slag en drukt u de kickstarter opnieuw in voor eenvoudig starten.
- Om schade aan de startmotor te voorkomen, mag de starterknop niet 15 seconden lang continu worden ingedrukt.
- Wanneer na 15 seconden de motor nog steeds niet start, wacht dan 10 seconden voor u opnieuw probeert.
- Het is moeilijker om de motor te starten nadat hij een lange tijd stationair heeft gedraaid of wanneer u pas tankt nadat de tank volledig leeg was. U moet dan meerdere malen de starchendel of de startknop indrukken en het gashendel in gesloten stand houden om de motor te starten.
- Bij een koude start kan het een aantal minuten duren voor de motor opwarmt.
- De uitstoot bevat schadelijke gassen (CO), start daarom de motorfiets alleen op een goed verluchte plaats.
【Wanneer u de motor start met het gashendel.】
- Nadat stappen 1 tot 5 zijn voltooid, drukt u de kickstarter krachtig in met de voet, met gesloten gashendel.
- Als de motor koud is en het starten moeilijk verloopt, draait u het gashendel 1/8\~1/4. het starten gaat dan gemakkelijker.
- Plaats de kickstarter terug in de beginpositie nadat de motor is gestart.

WAARSCHUWING:
- Houd de motorfiets stevig vast in de voornaamste parkeerstand, voordat u de motor start met de kickstarter.
- Start de motor regelmatig met de kickstarter om te voorkomen dat deze zijn functie verliest door lange tijd niet te zijn gebruikt.
- Gebruik de richtingaanwijzer voordat u wegrijdt en verzeker u ervan dat er geen voertuig achter u komt. U kunt dan wegrijden.
Acceleratie: Om de snelheid op te voeren. Wanneer u op een hellend vlak rijdt draait u zachtjes aan het gashendel om de motor toe te laten rustig zijn kracht vrij te geven.
Deceleratie: Om de snelheid te minderen.

SPARKEREN §
- Bij het naderen van een parkeerplaats:
- Zet tijdig uw richtingaanwijzer aan en let op de voertuigen voor en achter en links en rechts van u, benader dan rustig uw parkeerplaats.
- Draai het gashendel tot de oorspronkelijke stand en gebruik de remmen op voorhand (De remlichten zullen oplichten om naderend verkeer te waarschuwen).
• Bij complete stilstand:
- Zet de richtingaanwijzer uit en draai de contactsleutel naar de "OFF" stand om de motor uit te zetten.
- Stap van de motorfiets langs de linkerkant nadat u de motor hebt uitgeschakeld. Kies een parkeerplaats uit waar de motorfiets het verkeer niet hindert en het grondoppervlak effen is. Zet de motorfiets op zijn hoofdstandaard.
- Houd het stuur met uw linkerhand vast en duw het voorste uiteinde van het zadel naar beneden of neem de parkeerhendel linksonder het zadel vast met de rechterhand.
- Duw op de hoofdstandaard met uw rechtervoet en zet hem stevig op de grond.
Ter herinnering: Zet het stuurslot op en verwijder de contactsleutel na het parkeren om te vermijden dat uw motorfiets wordt gestolen.

ARSCHUWING:
- Parkeer uw motorfiets op een veilige plaats waar hij het verkeer niet hindert.
(Zie het locatie schema van de componenten voor de volgende componenten)
§DAGELIJKSE INSPECTIE §
| Controle items | Controle punten |
| Motorolie | Is er voldoende olie in de tank? |
| Brandstof | Hebt u voldoende benzine? Is het 90 Octaan of hoger? |
| Rem | Voor | Staat van de remmen?(Vrije slag: 10~20mm) |
| Achter | Staat van de remmen?(Remhendel vrije slag: 10~20mm) |
| Banden | Voor | Is de bandendruk correct?(Standaard: 1.75kg/cm2) |
| Achter | Is de bandendruk correct?(Standaard: 2,0 kg/cm2 voor 1 persoon, 2,25 kg/cm2 voor 2 personen) |
| Stuur | Vibreert het stuur abnormaal of draait het moeilijk? |
| Snelheidsmeter, lichten en achteruitkijkspiegel | Werken deze correct?Gaan de lichten aan? Is de achterkant goed zichtbaar? |
| Montage van de onderdelen | Zijn er geen losse schroeven of moeren? |
| Afwijkingen | Werden alle eerdere problemen opgelost? |

ARSCHUWING:
- Wanneer u een probleem tegenkomt tijdens de routinecontrole, los dit dan eerst op voor u gaat rijden, laat indien nodig uw motorfiets nakijken en herstellen door een officiële "SYM dealer of erkend onderhoudspersoneel" indien nodig.
§MOTOROLIE CONTROLEREN EN VERVANGEN §
- CONTROLE:
-
Zet de motorfiets op een stabiele ondergrond op zijn hoofdstandaard. Nadat de motor 3 tot 5 minuten uit staat kunt u de peilstok verwijderen. Veeg deze schoon en plaats hem opnieuw in de peilstokhouder (zonder hem te draaien).
-
Haal de peilstok eruit en check of het oliepeil tussen de minimum en maximum limiet staat.
- Wanneer het oliepeil te laag is, vul dan bij tot de maximale limiet. (Controleer cilinder, carter, etc. op lekken.)

- Vervang de olie na de eerste 1000km en herhaal dit nadien om de 3000km.
- Om steeds over het maximaal vermogen te beschikken controleert u om de 500km het oliepeil. Wanneer er niet genoeg olie is vult u bij tot aan de maximum limiet.
- Motorolie: Gebruik API SJ, SAE 10W-30 grade of betere motorolie. Zo niet zal eventuele schade niet meer onder de garantie vallen.
※ Aanbevolen olie: SYM Genuine 4X OIL.
- Olie capaciteit: 0,8 Liter (0,75 liter voor routine check).
- Gebruik SAE85-90 als de buitentemperatuur onder 0°C is.
【Kuisen van het oliefilter】
Draai de filterschroefeenheid van het element en verwijder het element. Verwijder vuil van de filter met een benzine- of lucht spuitpistool.
⚠ OPGELET!!
- Het oliepeil zal niet correct weergegeven worden wanneer u de motorfiets op een oneffen oppervlak parkeert of meteen na het uitzetten van de motor.
- Wanneer u de motor uitzet zullen het blok en de uitlaat nog heet zijn. Let erop u niet te verbranden bij het controleren of het vervangen van de motorolie.
- Als het oliepeil laag is na het vullen, controleert u of de motor lekt en vult u vervolgens weer olie bij.
- Blijf uit de buurt van vonken en vlammen wanneer u olie bijvult.


Vermijd het emulgeren van de olie
- Opwarmen met regelmatige tussenpozen
- Een warme moter start elke keer binnen een minuut
- Rijd een keer per maand minstens 10 km.
• Vervang de olie elke 3 maanden of na 1000 km
§BENZINENIVEAU CONTROLERENS
- Draai de contactsleutel naar de "ON" stand en controleer de indicatienaald op de benzinemeter om te zien of u nog voldoende benzine hebt.
- De motor van deze motorfiets is voorzien op loodvrije benzine van 90 Octaan of meer
- Zet de motorfiets stabiel op zijn standaard, zet de motor uit en houd vlammen weg van de motorfiets tijdens het vullen.
- Vul niet meer dan de maximaal toegelaten hoeveelheid.
• Zorg dat de tankdop correct is afgesloten.
TRANSMISSIEOLIE CONTROLEREN EN VERVANGENS
CONTROLE:
- Zet de motorfiets op een stabiele ondergrond op zijn centrale standaard. Wacht tot de motor 3 tot 5 minuten stil staat. Verwijder de bout van de vulopening, plaats een meetglas onder de aftapbout en verwijder ze. Vang de olie op in de meetbeker en controleer of er minder is. (bij het demonteren:110c.c./bij olieverversen: 100c.c.).
OLIE VERVANGEN
- Zet de motor uit en plaats de motorfiets op zijn hoofdstandaard op een stabiele ondergrond. Verwijder de bout van de vulopening en de aftapbout en vang de olie op.
- Installeer de aftapbout en draai hem vast. Vul met nieuwe transmissieolie (100c.c.), installeer de infusiebout en maak hem vast. (controleer of de bouten goed bevestigd zijn en of er geen lekken zijn).
- Aanbevolen olie: Genuine SYM HYPOLD GEAR OIL (SAE 85W-140).
- §VRIJE SLAG VAN DE REMMEN CONTROLEREN EN AFSTELLEN§
CONTROLE: (Om de speling van de remmen te controleren moet de motor uitgeschakeld zijn).
- Speling van de handrem voor voorwiel en achterwiel
Bij het controleren van de handrem voor het voorwiel moet de speling (de afstand van de remhendel vanuit niet-remstand naar beginnende remstand) 10-20mm bedragen. Het is niet normaal wanneer het volledig dichtknijpen van de rem sponsachtig aanvoelt.
Als u de rempedaal voor de achterwielen controleert, moet er een vrije speling (de slag van het rempedaal van niet remmen tot beginnen remmen) zijn van 20\~30mm. Het is niet normaal wanneer het volledig dichtknijpen van de rem sponsachtig aanvoelt.
10\~20 mm

Type handrem voor achterwiel
Afstellen: (Trommelrem)
- De inkeping van de stelmoer van de rem moet uitgelijnd worden met de "pin". (zie figuur hieronder)

WAARSCHUWING:
Als de vrije slag tussen 10\~20 mm is, controleert u de slijtage-indicatoren van de voor en achterremmen. Als het pijltje op de remarm uitgelijnd is met de “△” op de remschijf, betekent dit dat de remvoering versleten is en onmiddellijk vervangen moet worden.
- Draai aan de stelmoer van de achterrem- en voorremkabels totdat de speling binnen de aangegeven waarden valt
- Na het afstellen trekt u de beiden remmen in totdat u de werking van de remmen voelt.
- Meet de speling met een lineaal.

§SCHIJFREM CONTROLEREN§((Van toepassing voor em.)

- Controleer de remvoering op lekken of schade, controleer met een schroefsleutel of een geschikt gereedschap of de aansluitpunten van de remvoering goed vastzitten en controleer of de remkabels beschadigd zijn door de trillingen van het stuur of door enig ander onderdeel. Als dat het geval is brengt u uw motorfiets naar een officiële SYM dealer voor reparatie of onderhoud.

WAARSCHUWING:
- Controleer het functioneren van de remmen tijdens het rijden op een droog wegdek en aan een lage snelheid zodat u zeker bent dat uw motorfiets in prima staat is en u veilig de weg op kunt.
(Controle van de remvoering vooraan)
- controleer de rem achter de remklauw. Het remblok moet nieuwe voering krijgt als de slijtage indicator van de remblokken de schijfrem bereikt.

Controleer de hoeveelheid olie in de remolietank)
- Parkeer de motorfiets op een effen ondergrond en controleer of het vloeistof peil onder het "LOWER" teken staat. Aanbevolen remvloeistof: WELL RUN REMOLIE (PUNT 3).

(Vullen van de remvloeistof van het voorwiel)
- Maak de schroeven los en verwijder het deksel van de rempomp.
- Verwijder vuil van rond het reservoir, let op dat er geen vuil in het reservoir valt.
- Verwijder het deksel van het membraan en het membraan zelf.
- Vul remvloeistof bij tot de max. limiet
- Monteer membraan, membraandeksel en deksel rempomp terug op hun plaats
- let op dat het membraan op dezelfde manier wordt teruggeplaatst en dat er niets in het reservoir valt. Zet het deksel van de rempomp correct vast.


WAARSCHUWING:
- Om chemische reacties te vermijden: gebruik geen andere remvloeistof dan aanbevolen.
- Zorg er bij het vullen voor dat u de max. limiet niet overschrijdt en u niet morst op de gelakte of plastic onderdelen om schade te vermijden.
- Bij een correcte afstelling heeft het gashendel een vrije slag van 2\~6mm.
- Draai de borgmoer los, zet de stelmoer in de gewenste positie. Draai de borgmoer weer goed vast.
Controleer de volgende punten:
- Controleer de kabel van het gashendel om na te gaan of het hendel soepel van een open tot een gesloten stand draait.
- Controleer of bij stuurslag naar beide zijden het gashendel kabel niet belemmerd worden.
- Controleer of de gaskabel door andere kabels gehinderd wordt om soepel te functioneren.
Afstelbare moer

§INSPECTIE EN ONDERHOUD VAN DE ACCU §
- Deze scooter is uitgerust met een onderhoudsvrije batterij dus u hoeft deze niet te controleren en elektrolyt toe te voegen. Laat uw motorfiets controleren door een officiële SYM dealer mocht u abnormaliteiten opmerken.
(Schoonmaken van accupolen)
- Verwijder de accu en maak de accupolen schoon als deze vuil of gecorrodeerd zijn.
- Demontage van de accu:
Draai de contactschakelaar in de "OFF" stand en verwijder eerst de kabelschroef van de min-kabel en koppel vervolgens de min-kabel los. Verwijder vervolgens de pluspool moer en de pluskabel.

⚠ WAARSCHUWING:
- Maak de accupolen schoon met warm water als ze vuil zijn of als er wit poeder op zit.
- Als er een duidelijke corrosie op de polen is, maak dan de kabels los en verwijder het vuil met een staalborstel of een stukje schuurpapier.
- Na het schoonmaken, monteer de kabels weer en bedek ze met een beetje vet.
- Installeer de accu op omgekeerde wijze.
- Deze scooter is uitgerust met een onderhoudsvrije batterij dus u hoeft deze niet te controleren en elektrolyt toe te voegen. Laat uw motorfiets controleren door een officiële SYM dealer mocht u abnormaliteiten opmerken.
⚠ WAARSCHUWING:
- Dit is een gesloten accu. Verwijder nooit de dopjes.
- Om elektrische lekkage en ontlading te voorkomen als de accu niet werkt gedurende lange periodes: Verwijder de accu uit de motorfiets en bewaar hem op een goed geventileerde en donkere plaats nadat de accu goed opgeladen is. Als de accu in de motorfiets bewaard moet worden, maak dan de minpoolkabel los.
- Als de accu vervangen moet worden, kies dans hetzelfde type (onderhoudsvrij).
§BANDEN CONTROLEREN §
- Banden moeten gecontroleerd en opgeblazen worden wanneer de motor uitgeschakeld is.
- Als een band niet de correcte spanning heeft is de contactcurve van de band met de grond niet goed, controleer dit met een geijkte bandenspanningsmeter en pomp op tot de aangegeven druk.
- Het controleren van de banden met een bandenspanningsmeter moet gebeuren als ze koud staan.

Vreemde
voorwerpen
(nagels of
steentjes)

- Controleer de banden op scheuren en andere schade.
- Controleer of er scherpe voorwerpen in het loopvlak zitten.
- Controleer de slijtage indicator van de band om na te gaan of de groeven niet onvoldoende zijn.
- Een band waarvan de slijtagebalk zichtbaar is moet onmiddellijk vervangen worden.

WAARSCHUWING:
- Een foute bandendruk, slijtage of beschadigingen zijn de voornaamste oorzaak van verlies van controle over het stuur en van kapotte banden.
§STUUR- EN VOORVORK CONTROLEREN §
- Voer deze controle uit met uitgeschakelde motor en verwijder de contactsleutel.
- Controleer de vorkpoten op beschadiging.
- Druk de voorvering in door het stuur op en neer te bewegen. Let op vreemde geluiden.
- Controleer of de bouten en moeren aan de voorvork goed vastzitten.
- Beweeg het stuur op en neer, van links naar rechts om te controleren of alles goed vastzit, of er niet te veel weerstand is en dat het niet te veel naar één kant helt.
- Controleer of de stuurbewegingen niet door de remkabels belemmerd worden.
- Als er iets aan de hand is met uw motorfiets, laat hem door een SYM dealer nakijken en/of repareren.

Zet het contact uit en controleer of de zekeringen intact zijn. Vervang de gesprongen zekering door een nieuwe met dezelfde amperage (2A/5A/10A/15A). Om schade aan het elektrische systeem en het circuit te vermijden is het strikt verboden om een zekering van meer dan (2A/5A/10A/15A) ampère of een van koper of staal te gebruiken.
- Verwijder de opbergruimte. De zekeringhouder bevindt zich naast het licht.
- Open het deksel van de zekeringhouder en verwijder de zekering. Controleer of een zekering beschadigd of gebroken is.
- De zekering dient stevig in de zekeringhouder te zitten met wire connectors. Losse koppelingen kunnen leiden tot oververhitting en schade.
- Gebruik altijd elektrische onderdelen met de originele verbruikswaarden (lampen bijvoorbeeld). Het gebruik van andere lampen met andere waarden dan standaard kan ervoor zorgen dat de zekering kapot gaat of dat de accu overladen wordt.
- Vermijdt dat water direct op de zekering of zekeringhouder komt.
- Als de nieuwe zekering snel springt, controleert u of er geen defecten zijn voordat u een nieuwe zekering installeert. Ga naar de dealer als de zekering kapot gaat om onbekende redenen.
【VERWIJDEREN】

- Draai de contactsleutel op de "ON" stand.
- Zet de richtingaanwijzer aan en controleer of voor en achter de lampen gaan knipperen en dat u het knipperen hoort. Doe hetzelfde voor links en rechts.
- Inspecteer of de richtingaanwijzer glaasjes vuil of kapot zijn.
- Druk op de schakelaar van de claxon en luister of deze naar behoren werkt.

WAARSCHUWING:
- Gebruik lampen met de correcte specificaties voor de richtingaanwijzers. Anders wordt de goede werking van de richtingaanwijzers beperkt.
- Draai de richtingaanwijzer aan voor u van richting verandert of een straat inslaat om de bestuurders achter u te waarschuwen.
- Zet nadien meteen uw richtingaanwijzer weer uit door de knop nogmaals in te drukken. Om de andere bestuurders niet te verwarren over uw intenties.
- Start de motor en schakel het licht aan. Controleer of voor- en achterlichten werken.
- Controleer de afstelling van de koplamp door ze op een muur te richten.
- Controleer de cover van de koplamp op vuil en scheuren en kijk of ze niet los zit.
- Draai de contactsleutel naar de "ON" stand, knijp de remhendels van de voor- en achterrem dicht. Controleer of de remlichten werken.
- Controleer de cover van het remlicht op vuil en scheuren en kijk of ze niet los zit.

WAARSCHUWING:
- Gebruik enkel de voorgeschreven lampen om schade aan het elektrische systeem, uitbranden van de lampen en leeglopen van de batterij te vermijden.
- Wijzig geen elektronische componenten en voeg geen componenten toe om overbelasting van het elektrische circuit en/of kortsluiting te voorkomen, want dit kan tot brand leiden.
§BENZINE LEKKAGE CONTROLERENS
- Controleer de benzinetank, de tankdop, de brandstofleidingen en carburateur op lekkage.
§SMEERPUNTEN VAN VERSCHILLENDE MECHANISMEN CONTROLERENS
- Controleer of alle scharnierende onderdelen voldoende zijn gesmeerd. (Voorbeeld: middenbok-as, zijstandaard, remhendels, etc.).
§BOUGIE CONTROLERENS
- Verwijder de dop van de bougie (verwijder de bougie met behulp van het speciale gereedschap in de gereedschapskit).
- Controleer de elektrode op vuil of koolstofaanslag.
- Verwijder de koolstof met een staalborstel, schuurpapier of een doek. Maak de bougie schoon met benzine en droog met een doek.
- Controleer de elektrode en stel eventueel de opening bij op 0,6\~0,7 mm. (Controleren met een maatschuifje)
- Draai de bougie zo ver mogelijk dicht en draai dan nog eens 1/2\~3/4 draaien vaster met een sleutel.


OPGELET!!
Na het rijden is de motor heet. Let op dat u zich niet verbrandt.
※ Gebruik enkel bougies in overeenstemming met de motorspecificaties van deze motorfiets zoals aanbevolen door de fabrikant. (Zie specificaties).
SLUCHTFILTER CONTROLERENS
- Verwijder de schroeven van het luchtfilterdeksel
- Verwijder de afdekking van het luchtfilter, eerst de schroeven en vervolgens het filterelement.
- Neem het element eruit en maak het schoon. (check het onderhoudsschema).
《MONTAGE PROCEDURE》
Schroeven

- Monteer de luchtfilter in de omgekeerde volgorde van de demontage.

ARSCHUWING:
- Stof is de grootste oorzaak van vermogensverlies of een verhoogd brandstofverbruik.
- Om de levensduur van de motorfiets te verlengen is het aanbevolen het luchtfilter vaker te vervangen wanneer u dikwijls op stoffige wegen rijdt.
- Wanneer de luchtfilter niet goed is gemonteerd komt er stof in de cilinders. Dit leidt tot vermogensverlies en een kortere levensduur van de motor.
- Als u de motorfiets wast, zorg ervoor dat het luchtfilter niet te nat wordt. Anders kan dit leiden tot een moeilijke start van de motor.
11. STORINGS- EN DIAGNOSESCHEMA
SWANNEER DE MOTOR NIET STARTS


(1). Staat de contactsleutel in de "ON" stand?
(2). Is er voldoende benzine in de tank?
(3). Houdt u de voor- of achterrem dicht bij het starten?

Richtingaanwijzer
schakelaar

(4). Draait u het gashendel terwijl u de startknop indrukt?
(5). Draai de contactsleutel op "ON", en druk op het claxon. Wanneer deze niet functioneert, kan de zekering gesprongen zijn.
【 Wanneer u al het bovenstaande hebt gecontroleerd en de motorfiets start nog steeds niet, laat hem dan controleren door een officiële SYM dealer.】
12. C.D.I. ELEKTRISCH STARTSYSTEEM
Het ladings- en ontladingsprincipe van een condensor is geschikt voor het C.D.I systeem om de door de generatorspoel opgewekte elektrische energie te leveren aan de ontstekingspoel volgens de opgegeven ontstekingsduur, zodat de bougie naar behoefte vonken kan genereren.
13. SUGGESTIES INZAKE BENZINE
- Deze scooter is ontworpen voor gebruik met LOODVRIJE benzine of Octaan nr. 90 of hoger.
- Wanneer de motorfiets op een hoogte wordt gebruikt (waar de luchtdruk lager is) dient de lucht/benzine verhouding aangepast te worden voor een optimaal vermogen.
14. TRANSMISSIEOLIE
• Aanbevolen olie: GENUINE SYM HYPOID GEAR OIL (SAE 85W-140)
15. VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET BERIJDEN VAN EEN MOTORFIETS
- Zet de motorfiets op de hoofdstandaard en ga op het zadel zitten.
Duw de motorfiets naar voor om de hoofdstandaard in te klappen.

WAARSCHUWING:
- Draai nooit aan het gashendel om de toeren op te drijven voor u wegrijdt.
- Stap langs de linkerkant op uw scooter en zet u behoorlijk op het zadel, houd uw rechtervoet goed op de grond om te vermijden dat de scooter valt.

WAARSCHUWING:
- Houd de achterrem dicht voor u vertrekt.
- Draai zachtjes het gas open en de motorfiets zal zich in beweging zetten.

WAARSCHUWING:
- Het snel opendraaien van het gas kan het plots naar voor schieten van de motorfiets veroorzaken, wat heel gevaarlijk is.
- Controleer of uw zijstandaard volledig is ingeklapt voor u vertrekt.
【Ga niet plots remmen of draai niet scherp af】
- Plots remmen en scherp afdraaien kan resulteren in een slip- en/of valpartij.
- Plots remmen en scherp afdraaien kan vooral bij regenweer resulteren in slip-, glijd- en/of valpartijen.
【Wees uitermate voorzichtig bij regenweer】
| Item | Onderhoud kilometerControle items Interval | 300KM | 1000KM | Elke 3.000KM | Elke 6.000KM | Elke 12.000KM | Opmerkingen |
| NIEUW | 1 maand | 3 maanden | 6 maanden | 1 jaar |
| 1 | Luchtfilterelement (Opmerking) | I | C | | R(papier) | R(spons) | |
| 2 | Luchtfilter | I | | | | | |
| 3 | Oliefilter (Scherm) | C | | | C | | |
| 4 | Motorolie | I | R vervolgens vervanging elke 3000KM | |
| 5 | Brandstofpompfilter | I | Vervanging elke 10.000KM | |
| 6 | Banden, Druk | I | I | | | | |
| 7 | Accu | I | I | | | | |
| 8 | Bougie | I | | I | | R | |
| 9 | Carburator (stationair) | I | | | I | | |
| 10 | Balhoofdlagers en stuurhendels | I | | I | | | |
| 11 | Controleer transmissie op lekkage | I | I | | | | |
| 12 | Controleer carter op lekkage | I | I | | | | |
| 13 | Transmissieolie | I | R vervolgens vervanging elke 6000KM (6 | |
| 14 | Aandrijfriem/rol | | | | I | R | |
| 15 | Benzinemeter en -leidingen | I | | I | | | |
| 16 | Werking gashendel en gaskabel | I | I | | | | |
| 17 | Motormoeren en -bouten | I | | I | | | |
| 18 | Cilinderkop, cilinder en zuiger | | | | I | | |
| 19 | Uitlaatsysteem/interne reiniging | | | | I | | |
| 20 | Ketting nokkenas / ontstekingstijd | I | | I | | | |
| 21 | Kleppenspeling | I | | | I | | |
| 22 | Schokdempers | I | | | I | | |
| 23 | Ophanging voor en achter | I | | | I | | |
| 24 | Midden- en zijstandaard | I | | | I/L | | |
| 25 | Carterontluchting (PCV) | I | | I | | | |
| 26 | Koppeling | | | | I | | |
| 27 | Remsysteem/remvoering (remblok) | I | I | | | | |
| 28 | Bouten/moeren voor alle componenten | I | I | | | | |
☆ Het bovenstaande onderhoudsschema moet worden uitgevoerd als de onderhoudscriteria van duur of van kilometerstand bereikt zijn (1.000 kilometer of maandelijks)
※ Om de motorfiets in optimale conditie te houden raden we u aan om een periodiek onderhoud te laten uitvoeren bij uw erkende SYM Dealer of gefranchiseerde Dealer.
Code: I \~ Inspectie, schoonmaken en afstellen R \~ Vervangen
C \~ Schoonmaken (vervangen indien nodig) L \~ Smeren
Opmerking: 1. Maak het luchtfilterelement schoon of vervang het vaker dan voorzien als u op stoffige wegen rijdt of in erg vervuilde zones.
2. U moet de scooter vaker een onderhoud geven wanneer deze dikwijls aan hoge snelheid rijdt, of lange afstanden aflegt.
【Nota's in de opmerkingen zijn bedoeld om de toepasbare modellen aan te duiden.】
- SPECIFICATIE
| ModelItem Specifications | AF05W4-EU | AF05W4-NL |
| Lengte | 1875mm |
| Breedte | 690mm |
| Hoogte | 1.140mm |
| Wielbasis | 1285mm |
| Netto gewicht | 103 kg(Voor:39kg Achter:64kg) |
| Model | Een enkele cilinder, 4-takt, motor met geforceerde motorkoeling |
| Vereiste brandstof | Loodvrije benzine |
| Cilinderinhoud | 49.46c.c. |
| Compressie ratio | 12,6±0,2 :1 |
| Maximum netto vermogen | 2,6kW bij 7.500 tpm | 2,2kW bij 6.500 tpm |
| Netto maximum koppel | 3,4 N.m/6.500 tpm | 3,3 N.m/6.500 tpm |
| Kleppenspeling: IN/EX | 0,05±0,02/ 0,05±0,02mm |
| Startmethodes | Kickstarter & elektrische starter |
| Schokdemper Voor | Telescopische vork |
| Schokdemper Achter | Unit swing |
| Koppeling type | Autocentrifugaal type |
| Transmissie | C.V.T. |
| Voorband | 110/70-12 47J |
| Achterband | 120/70-12 51J |
| Type rand | Aluminium |
| Bandendruk | Voor: STD 2,00 kg/cm2,Achter: STD 2.00kg/cm2voor 1 persoon, 2.25kg/cm2voor 2 personen |
| Rem vooraan | Schijfrem (∅ 190 mm) |
| Rem achteraan | Trommel type (∅ 110 mm) |
| Koplamp (hoog, laag) | 12V 35/35W |
| Koplamp | 12V 5W |
| Richtingaanwijzer voor/achter | 12V 10W/12V 10W |
| Positielicht/Remlicht achter | 12V 5W 21W |
| Motorolie inhoud | 0,80 L (0,65 L bij vervangen) |
| Transmissieolie inhoud | 110 c.c (100c.c bij verversen) |
| Benzinetank inhoud | 5.5L |
| Zekering | 15Ax1/10Ax1/5Ax1/2Ax1 |
| Bougie | CR6HSA |
| Accu vermogen | 12V 6Ah (gesloten type, onderhoudsvrije accu) |
| Luchtfilter | Papiertype |