Kelvin WR8 - Waterverwarmer BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Kelvin WR8 BOSCH in PDF-formaat.
| Producttype | Elektrische boiler |
| Merk | Bosch |
| Model | Kelvin WR8 |
| Capaciteit | 8 liter |
| Vermogen | 2000 W |
| Spanning | 230 V / 50 Hz |
| Afmetingen (H x B x D) | 360 x 300 x 300 mm |
| Gewicht | 7,5 kg |
| Wateraansluiting | G 1/2" inlaat en uitlaat |
| Maximale waterdruk | 10 bar |
| Instelbare temperatuur | 30-70 °C |
| Beveiliging | Oververhittingsbeveiliging, veiligheidsventiel, droogkookbeveiliging |
| Materiaal | Stalen tank met glasporseleinen laag |
| Opwarmtijd (ΔT=50°C) | Ca. 20 minuten |
| Energieklasse | A+ (indien van toepassing) |
| Stand-by verbruik | 0,5 W |
| Geluidsniveau | < 25 dB |
| Montage | Muurbevestiging (inbegrepen) |
| Beschermingsgraad | IP24 |
| Garantie | 2 jaar |
Veelgestelde vragen - Kelvin WR8 BOSCH
Gebruikersvragen over Kelvin WR8 BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Waterverwarmer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Kelvin WR8 - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Kelvin WR8 van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING Kelvin WR8 BOSCH
Met piëzo-ontsteking en dubbel veiligheidssysteem bestaande uit controletoestel voor rookgas en temperatuursensor voor warmtewisselaar.
Voor uw veiligheid:
Bij gaslucht:
- Geen elektrische schakelaars bedienen.
- Niet telefoneren in de gevarenzone.
- Gaskraan sluiten.
- Ramen openen en ruimte verluchten.
- Contact opnemen met installateur of gasbedrijf.
Ontvlambare materialen en vloeistoffen niet in de buurt van het toestel gebruiken of bewaren.
Installatie en onderhoud mogen alleen door een erkende technicus worden uitgevoerd.
Voor een onberispelijke en veilige werking van het toestel is het nodig, regelmatige onderhoudsbeurten uit te voeren.
Bij vorstgevaar toestel uitschakelen en aftappen.Indien het toestel na een koude periode weer wordt ingeschakeld, zonder dat het voordien werd afgetapt, controleren of er warm water wordt aangemaakt.Het toestel bij problemen onmiddellijk uischakelen en een gekwalificeerde technicus contacteren.
Inhoud
1. Technische gegevens en afmetingen
1.1 Categorie, type en vergunning 2
1.2 Algemeen 2
1.3 Samenstelling van de technische codering ..... 2
1.4 Afmetingen....3
1.5 Technische installatie 3
1.6 Technische gegevens 4
2. Installatie
2.1 Installatieruimte 5
2.2 Montage van het toestel 5
2.3 Wateraansluiting 5
2.4 Gas aansluiting 5
2.5 Rookgasleiding 6
2.6 Inbedrijfname 6
3. Bediening en onderhoud
3.1 Werking 6
3.2 Regeling van de watertemperatuur 6
3.3 Instelling van het toestel 6
3.4 Onderhoud....7
3.5 Rookgassonde 7
3.6 Omstelling op andere gassoorten 7
3.7 Problemen 8
- Bediening 12
1. Technische gegevens en afmetingen
1.1 Categorie, type en vergunning
CE 0464 BQ 20
| MODEL | CATEGORIE | |
| WR8/11 P... | BE, CH, ES, FR, GB, IT, PT, LU, HR | I_3+ |
| NL, DE | I_3B/P | |
| TYPE | B_11BS | |
1.2 Algemeen
Deze boiler is uitgerust met een piëzo-systeem.
Gewaarborgde veilgheid door:
- gasdichte ionisatiedetector dat het ontsnappen van gas voorkomt als er geen vlam is.
- veiligheidsinrichting voor rookgas dat het toestel uitschakelt als het afvoerkanaal niet goed werkt.
- temperatuurbegrenzer die de warmtewisselaar beveiligd tegen oververhitting.
De warmtewisselaar heeft geen beschieting van tin of lood. Automatische waterklep van polyamide versterkt met glasvezel, 100% geschikt voor recycling.
Zelfs bij een schommelende toevoerdruk zorgt de automatische regulering van waterdoorstroming voor een constant debiet.
De proportionele aanpassing van gas- en waterdebieten zorgt voor een gelijkmatige temperatuurgradiënt.
Gasklep met instelbare output via een schuifregelaar.
1.3 Samenstelling van de technische codering
8 Capaciteit (l/min)
P Piëzo-ontsteking
31 Vloeibaar gas (butaan/propaan)
S... Landcode
1.4 Afmetingen

Afbeelding 2
| Afmetingen (mm) | A | B | C | D | E | F | G | H (∅) |
| Vloeibaar gas | ||||||||
| WR8..P... | 310 | 580 | 228 | 112,5 | 463 | 60 | 25 | 3/4" |
| WR11..P... |
1.5 Technische installatie

- Warmtewisselaar
- Hoofdbrander
- Injecteur
- Klep voor langzame ontsteking
- Temperatuurregelaar
- Venturi
- Stelschroef ovor min. waterdebiet
- Waterklep
- Regelklep voor water
- Waterfilter
- Membraan
- Koudwaterpijp
- Magnetische eenheid
- Gastoevoerpijp
- Gasfilter
- Richtschroef
- Spaarfilter
- Piëzo
- Warmwaterpijp
- Outputregelaar
- Knop voor ontsteker
- Hoofdgasklep
- Gasklep voor spaarbrander
- Injecteur voor spaarbrander
- Gasklep
26a. Controlepunt voor toevoerdruk
26b. Controlepunt voor branderdruk - Thermokoppel
- Elektrode voor ontsteker
- Temperatuurbegrenzer
- Veiligheidsinrichting voor rookgas
Afbeelding 3
| Technische gegevens Symbol Eenheden WR8 WR11 | |||||
| Uitlaatgaswaarden | Nominaal rendement | P_n | kW | 11.8 19.2 | |
| Minimaal rendement | P_min | kW | 7.0 | 7.0 | |
| Rendement (instelbereik) | kW | 7.0 - 11.8 | 7.0 - 19.2 | ||
| Netto-warmtedoorvoer | Q_n | kW | 13.5 21.3 | ||
| Minimale warmtedoorvoer | Q_min | kW | 8.1 | 8.1 | |
| Gaswaarden* | Voedingsdruk:Vloeibaar gas (butaan/propaan)Verbruik:Vloeibaar gas (butaan/propaan)Aantal inspuiters | G30/G31 | mbar | 28-30/37 | 28-30/37 |
| kg/h | 1 | 1.6 | |||
| 12 | 12 | ||||
| Waterwaarden | Max. toegestane druk***Temperatuurregelaar op uiterst rechtse stand | p_w | bar | 12 | 12 |
| Temperatuurstijging | °C | 50 | 50 | ||
| Doorvoerbereik | l/min | 3.5 | 5.5 | ||
| Minimale bedrijfsdruk | P_wmin | bar | 0.1 | 0.1 | |
| Temperatuurregelaar op uiterst linkse stand | |||||
| Temperatuurstijging | °C | 25 | 25 | ||
| Doorvoerbereik | l/min | 7 | 11 | ||
| Minimale bedrijfsdruk | bar | 1 | 1 | ||
| Vermogen endoorvoer** | Minimale onderdruk | mbar | 0.015 0.015 | ||
| Doorvoer | g/s | 13 | 13 | ||
| Temperatuur | °C | 170 | 170 | ||
* H _i 15°C - 1013 mbar - droog: Vloeibaar gas: Butaan 45.72 MJ/kg (12.7 kWh/kg) Propaan 45.72 MJ/kg (12.7 kWh/kg)
** Bij nominaal verwarmend vermogen
*** Omwille van de wateruitzetting mag deze waarde niet overschreden worden.
2. Installatie
Het toestel kan uitsluitend gekocht worden in landen die op het typeplaatje vermeld worden.
2.1 Installatieruimte
Aanpassen aan nationale regelgeving.
Het toestel dient opgesteld te worden in een goed geventileerde ruimte en mag niet worden blootgesteld aan temperaturen onder het nulpunt.
Ter voorkoming van roestvorming mag de verbrandingslucht mag geen corrosieve bestanddelen bevatten. Bestanddelen die gelden als corrosievormend zijn o.a. halogeenkoolwaterstoffen voorkomend in bijv. oplosmiddelen, verf, kleefmiddelen, drijgassen voor spuitbussen en verschillende huishoudelijke reinigingsmiddelen. Waar nodig dienen gepaste maatregelen genomen te worden.
Met uitzondering van het afvoerkanaal ligt de oppervlaktetemperatuur van het toestel onder de 85 °C. Er hoeven daarom geen speciale veiligheidsmaatregelen genomen te worden.
Installeer het toestel zoals weergegeven in afbeelding 5.
Installeer het toestel op een locatie die niet blootgesteld wordt aan temperaturen onder het nulpunt. Indien dit niet mogelijk is,
dient het toestel uitgeschakeld en afgetapt te worden als de mogelijkheid bestaat dat deze bevriest.
Installeer het toestel niet in ruimtes waar het vrije volume minder is dan 8 m³.
De ruimte waar het toestel geïnstalleerd moet worden, dient voorzien te worden van bereiken waar verse lucht naar binnen kan komen zoals in de onderstaande tabel.
| Toestel Minimaal nuttig oppervlak | |
| WR8/11 | 60 cm^2 |
De minimumuitrustig is boven opgesomd. Er moet echter rekening gehouden worden met de speciale uitrustingsonderdelen per land.
2.2 Montage van het toestel
Temperatuurregelaar en vermogensregelaar eruit trekken. De twee zijpanelen naar voor trekken en tegelijkertijd naar boven wegnemen.
Toestel verticaal met behulp van de meegeleverde muurhaken en pluggen aan de wand aanbrengen.
Toestel nooit op de water- of gasaansluiting stutten.
2.3 Wateraansluiting
Het wordt aangeraden, de installatie vooraf te reinigen, omdat zand de doorvoer kan reduceren of in het ergste geval kan verhinderen.
Koud- en warmwaterbuizen passend markeren, om verwisselingen te vermijden.

Afbeelding 4
Hydraulische aansluitingen van de buizen aan het waterblok met behulp van de meegeleverde aansluituitrusting uitvoeren.
Om problemen door plotse drukveranderingen aan de inlaat te vermijden wordt de montage van een terugslagklep aan de inlaat van het toestel aangeraden.
2.4 Gas aansluiten
Zorg ervoor dat geen vuil in de gasinlaat kan komen.
Bepaal de diameter van de pijp die overeenkomt met de output van de boiler met ogenblikkelijke werking die hier geïnstalleerd wordt.
Monteer de gaskraan zo dichtbij het toestel als mogelijk.
2.5 Rookgasleiding
Het is strikt noodzakelijk dat alle boilers met ogenblikkelijke werking door middel van een gasdichte aansluiting aangesloten zijn op een afvoerkanaal met de juiste afmetingen.
Het afvoerkanaal dient gemaakt te zijn van gegalvaniseerd ijzer, aluminium, roestvrij staal of polyesterbeton. Montage zoals weergegeven in afbeelding 5.
Gebruik een flexibele of starre pijp en monteer deze in de sok van het afvoerkanaal. De externe diameter van de pijp dient iets kleiner te zijn dan de afmetingen zoals die vermeld staan in de tabel met afmetingen van het toestel.

Afbeelding 5 minimumafmetingen (in cm)
2.6 Inbedrijfname
Doorgangskleppen voor water en gas openen en dichtheid van alle leidingen controleren.
De onberispelijke werking van de rookgascontrole controlleren, volgens de aanwijzingen onder punt "3.5 rookgassonde".
3. Bediening en onderhoud
3.1 Werking
Deze boiler is uitgerust met piëzo-ontsteking waardoor het toestel eenvoudig ingebruikgenomen kan worden.
Ten eerste verplaatst deze de outputregelaar van de uitgeschakelde positie naar de positie voor onsteking (zie afbeelding 6).
Druk eerst de knop van de schuifregelaar in en vervolgens de piëzo-knop. Laat de schuifregelaar na ca. 15 seconden los; herhaal de handeling als de spaarvlam niet blijft branden.
Het is mogelijk dat de ontsteking mislukt vanwege de aanwezigheid van lucht in de gastoevoerpijp, met name bij de eerste ingebruikneming of na lange rustperiodes. Houd de knop van de outputregelaar in dit geval volledig ingedrukt tot de gasleiding geheel gezuiverd is.
Schuif de schuifregelaar voor het gas geheel naar rechts om een maximale output te bereiken. De output wordt verkleind, indien de schuifregelaarvoor het gas naar links geschoven wordt.
Om het energieverbruik te optimaliseren dient de outputregelaar op de minimaal vereiste output ingesteld te worden.
Als deze procedure beëindigd is, vindt de ontsteking van de hoofdbrander steeds automatisch plaats als een warmwaterkraan ingeschakeld wordt, omdat de spaarvlam continu brandt.
Indien u de boiler wilt uitschakelen, dient de schuifregelaar volledig naar links geschoven te worden. Na enkele seconden gaat de spaarvlam uit.
Als de mogelijkheid bestaat dat het toestel bevriest, dient het uitgeschakeld en afgetapt te worden.
Gevaar: het gebied voor de brander kan zeer hoge temperaturen bereiken. Bij aanraking bestaat gevaar voor brandwonden.
3.2 Regeling van de watertemperatuur
Met de temperatuurregelaar kan de doorvoer en daaruit volgend de watertemperatuur afhankelijk van het gebruik ingesteld worden.
Draaien met de wijzers van de klok mee reduceert de doorvoer en verhoogt de temperatuur; draaien tegen de wijzers van de klok in verhoogt de doorvoer en reduceert de temperatuur.
Bij de laagste watertemperatuurinstelling overeenkomstig het verbruik reduceert zich het energieverbruik en de waarschijnlijkheid van kalkafzettingen in de verbrandingskamer.
3.3 Instelling van het toestel
Alle boilers met ogenblikkelijke werking zijn in de fabriek ingesteld en hoeven niet aanvullend aangepast te worden.* Boilers die LPG (liquefied petroleum gas, d.w.z. butaan/propaan) zijn ingesteld op de bedrijfsdruk zoals vermeld op het identificatieplaatje (28-30/37 mbar).
Toestellen op aardgas zijn ingesteld op een Wobbe-index van 15 kWh/m³ en een toevoerdruk van 20 mbar.
* Afgedichte en verzegelde onderdelen dienen zo te blijven.
3.4 Onderhoud
Het onderhoud mag uitsluitend door een gekwalificeerde technicus worden uitgevoerd.
Na een bedrijfsduur van één tot twee jaar, moet een groot onderhoud plaatsvinden.
De verbrandingskamer, de brander, de pilootbrander en het waterblokfilter moeten volledig gereinigd worden. Het toestel mag zonder geïnstalleerd waterfilter niet in werking worden genomen.
Indien nodig moeten verbrandingskamer en aansluitleidingen binnenin ontkalkt worden.
Vervolgens het gas- en waterblok op dichtheid controleren en alle functies controleren.
Bij reparaties alleen originele onderdelen gebruiken.
3.5 Rookgassonde
De sonde nooit uitschakelen, wijzigen of door een ander deel vervangen.
Functie en veiligheidsmaatregelen
Deze sonde bewaakt de rookgasfunctie en schakelt het toestel bij een gestoorde werking hiervan automatisch uit, waardoor wordt verhinderd, dat uitlaatgassen in de ruimte dringen waarin de warmwaterbron is aangebracht. Na een afkoelperiode neemt de sonde het bedrijf weer op.
Indien het toestel zich tijdens het bedrijf uitschakelt, de ruimte verluchten. Na ongeveer tien minuten het toestel weer inschakelen. Indien de storing zich herhaald, moet u zich tot een erkende technicus wenden. De gebruiker mag aan het toestel niets veranderen.
Onderhoud \*
Bij een defecte sonde volgende stappen uitvoeren:
- Bevestigingsschroef van de sonde losdraaien
- Klem van de ontstekingsinrichting verwijderen
Defect onderdeel vervangen en nieuw onderdeel in omgekeerde volgorde zoals boven beschreven inbouwen.
Controle van de werking \*
Om de onberispelijke werking van de rookgassonde te controleren, volgende stappen uitvoeren:
- rookgasafvoerkanaal verwijderen;
- vervangen door een aan het uiteinde gesloten pijp (ongeveer 50cm lang);
- de pijp moet verticaal aangebracht zijn;
- toestel bij nominaal vermogen en met de temperatuurregelaar op maximale temperatuur in werking zetten.
Onder deze voorwaarden moet het toestel zich na twee minuten uitschakelen. De pijp verwijderen en het rookgaskanaal weer inbouwen.
* Deze maatregelen mogen alleen door erkende installateurs worden uitgevoerd.
3.6 Omstelling op andere gassoorten
Alleen originele gasombouwsets gebruiken. De omstelling mag uitsluitend door een gekwalificeerde technicus worden uitgevoerd. De originele ombouwsets worden met de inbouwhandleiding geleverd.
3.7 Problemen
Installatie, onderhoud en reparatie mogen alleen door erkende technici worden uitgevoerd. De volgende tabel biedt een paar oplossingen voor eenvoudige problemen:
| Probleem Oorzaak Oplossing | ||
| Spaarvlam blijft branden. Geblokkeerde spaarbranderMeerdere pogingen nodig om spaarvlam aan te krijgen.Gele spaarvlam. | Reinigen.* | |
| Water niet warm genoeg. Controleer stand van keuzenschakelaar voor output en stel deze | naar wens in. | |
| Water wordt niet echt verhit, vlam doven. | Gastoevoer onvoldoende. | Reductor controleren en vervangen, indien ongeschikt of beschadigd.Controleren, of de gasflessen (butaan) tijdens de werking bevriezen, als dit het geval is, op een minder koude plek plaatsen |
| De brander schakelt zich tijdens de werking van het toestel uit. | Temperatuurbegrenzer is geactiveerd.Rookgascontrole is geactiveerd. | Toestel na tien minuten weer in bedrijf nemen.Bij herhaling een erkend technicus contacteren.Ruimte luchten.Toestel na tien minuten weer in bedrijf nemen.Bij herhaling een erkend technicus contacteren. |
| Gereduceerde waterdoorvoer. | Watervoedingsdruk onvoldoende.Waterkranen of mengkranen vervuild.Waterblok verstopt.Verbrandingskamer verstopt (verkalkt). | Controleren en corrigeren.Controleren en reinigen.Filter reinigen.*Reinigen en indien nodig ontkalken.* |
Met een * gemarkeerde punten mogen alleen door gekwalificeerd vskpersoneel worden uitgevoerd.
4. Bediening
Schakel alle gas- en waterkranen in Lucht in de leidingen verwijderen
Ontsteking
Knop van de schuifregelaar indrukken en ingedrukt houden
Na ca. 15 seconden knop van de schuifregelaar loslaten

Piëzo-ontsteking indrukken Herhaal deze stappen als de vlam niet blijft branden
Outputregelaar

output vergroten
output verkleinen
Temperatuur instellen
Regelaar tegen de wijzers van de klok in draaien

verhoogt waterdoorstroming en reduceert watertemperatuur
Regelaar met de wijzers van de klok mee draaien
verkleint waterdoorstroming en verhoogt watertemperatuur
Uitschakelen

Verplaats schuifregelaar helemaal naar links