Celcius WT10 - Boiler BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Celcius WT10 BOSCH in PDF-formaat.
| Producttype | Elektrische boiler |
| Merk | Bosch |
| Model | Celcius WT10 |
| Inhoud | 10 liter |
| Afmetingen (H x B x D) | 35 x 30 x 30 cm |
| Gewicht | 5,5 kg |
| Voedingsspanning | 230 V / 50 Hz |
| Vermogen | 1500 W |
| Maximale watertemperatuur | 75 °C |
| Instelbare thermostaat | Ja, traploos instelbaar |
| Materiaal binnenvat | Geëmailleerd staal |
| Materiaal buitenmantel | Kunststof |
| Beveiliging tegen oververhitting | Ja, veiligheidsthermostaat |
| Vorstbeveiliging | Ja |
| Wateraansluiting | 3/4 inch |
| Montage | Wandmontage (verticale en horizontale installatie mogelijk) |
| Onderhoud | Periodiek ontkalken en controle anode |
| Beschermingsgraad | IP24 (waterdicht) |
| Energielabel | A |
| Garantie | 2 jaar |
Veelgestelde vragen - Celcius WT10 BOSCH
Gebruikersvragen over Celcius WT10 BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Boiler in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Celcius WT10 - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Celcius WT10 van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING Celcius WT10 BOSCH
Installatieinstructie
Inhoudsopgave
1 Veiligheidsaanwijzingen en symbolen ..... 3
1.1 Uitleg van de symbolen .... 3
1.2 Veiligheidsinstructies .... 3
2 Voorschriften 4
2.1 CE-conformiteitsverklaring ..... 4
2.2 CW-label 4
3 Algemeen 5
3.1 Typeaanduiding 5
3.2 Beschrijving 5
4.2 Schema en functies ..... 7
4.4 Werking van het toestel 8
5.1 Collectief Luchttoevoer Verbrandingsgasafvoersysteem ..... 11
5.2 Rookgasafvoer accessoires ..... 12
5.2.1 Montage van adapter en restrictiering ... 17
6 Installatie 20
6.1 Belangrijk 20
6.2 Opstellingsplaats 20
6.3 Minimale afstanden 21
6.4 Montage ophangbeugel 21
6.5 Installatie 21
6.6 Wateraansluitingen 21
6.7 Gasaansluiting 21
6.8 Installatie rookgasafvoer- en luchttoevoerleidingen ....22
6.9 Montage kranenset 22
7 Elektrische aansluitingen....23
7.1 Aansluiting 23
8 Gebruik 24
8.1 Bedienen van het toestel 24
8.2 In/uitschakelen geiser ..... 24
8.3 Temperatuurregeling 25
8.4 Storing 25
8.5 Bij vorst 25
9 Gasregeling 26
9.1 Fabrieksinstellingen 26
9.2 Gasdrukafstelling 26
9.3 Ombouw naar een andere gassoort .... 27
10 Onderhoud 28
10.1 Onderhoud 28
10.2 Opstarten na onderhoud 28
10.3 Vervangen doorstroombegrenzer ..... 28
10.4 Zekeringen vervangen in de besturingsunit....28
10.5 Jumper opties 29
11 Storingen en oplossingen .... 30
11.1 Opslag/Oorzaak/Oplossing 30
12 Meetgegevens WT 10/13 AM 1 E "Celsius" ... 31
1 Veiligheidsaanwijzingen en symbolen
1.1 Uitleg van de symbolen
Waarschuwingssymbolen

Veiligheidsinstructies worden omlijst en aangegeven met een uitroepteken in een gevarendriehoek met grijze achtergrond.

Bij gevaar door elektriciteit wordt het uitroepteken in de gevarendriehoek vervangen door een bliksemsymbool.
Signaalwoorden geven de aard en de mate van de gevolgen aan indien de maatregelen ter voorkoming van het gevaar niet worden nageleefd.
- OPMERKING betekent dat materiële schade kan ontstaan.
- VOORZICHTIG betekent dat licht tot middelzwaar lichamelijk letsel kan ontstaan.
- WAARSCHUWING betekent dat zwaar lichamelijk letsel kan ontstaan.
- GEVAAR betekent dat levensgevaar kan ontstaan.
Informatiesymbool

Belangrijke informatie zonder gevaar voor personen en materialen wordt tussen twee lijnen geplaatst en aangegeven met een i-symbool in een vierkant.
Aanvullende symbolen
Symbool Betekenis
▶Handeling
→ Verwijzing naar andere plaatsen in het document of naar andere documenten
•Opsomming
1.2 Veiligheidsinstructies
Wat te doen bij gasgeur:
▶gaskraan dichtdraaien. ▶ramen openen. ▶geen elektrische schakelaars bedienen. ▶alle open vuren doven. ▶het gasbedrijf, uw installateur waarschuwen.
Installatie, wijzigingen
▶Het installeren en wijzigen van de installatie van het toestel mag alleen uitgevoerd worden door een erkend installateur.
Onderhoud
▶Voor het juist functioneren van het toestel, dient het onderhoud regelmatig door een erkend installateur te worden verricht. ▶Een controle c.q. onderhoudsbeurt is jaarlijks aan te bevelen. ▶Er mogen alleen originele vervangingsonderdelen gebruikt worden.
Explosieve en ontvlambare materialen
▶Ontvlambare materialen (papier, oplosmiddelen, inkt, enz.) mogen niet in de nabijheid van het toestel opgeslagen worden.
Verbrandingslucht en omgevingslucht
- Om corrosie te voorkomen moeten verbrandingslucht en omgevingslucht vrij zijn van agressieve stoffen (bijvoorbeeld halogene koolwaterstoffen met chloor en fluoride verbindingen).
Klanteninformatie
▶ Informeer de klant over de functie en bediening van het toestel. ▶ Waarschuw klanten tegen uitvoering van wijzigingen of reparaties door henzelf.
2 Voorschriften
De overheidsnormen moeten in acht worden genomen.
2.1 CE-conformiteitsverklaring

Afb. 1
Dit toestel voldoet aan de eisen uit de Europese richtlijnen 90/142/EC, 92/42/EEC, 73/23/EEC, 89/336/EEC en komt overeen met de specificaties zoals beschreven in het CE-certificaat.
| Model WT10/ WT13 | |
| Categorie II | 2L3B/ P |
| Type | B22 , B32 , C12x , C32x , C42 , C42x , C62* , C82x , C52 |
Tabel 2
* Bij aansluiting als C62-toestel mag alleen Gasteq QA gekeurd rookgasafvoermateriaal volgens keuringseisen 83 toegepast worden.
2.2 CW-label

Afb. 2 Gaskeurlabel CW2 (uitgebreid)
CW: Dit is een prestatielabel dat aangeeft dat het toestel bij de bereiding van warmwater voldoet aan bepaalde toepassingsklassen voor Comfort Warm Water, aangeduid met de cijfers 1 t/m 6.
CW-label 2: Toestel is geschikt voor:
- een CW-tapdebiet van tenminste 3,6 l/min. van 60 °C.
- een douchefunctie vanaf 3,6 tot tenminste 6 l/min. van 40 °C.

Afb. 3 Gaskeurlabel CW3 (uitgebreid)
CW-label 3: Toestel is geschikt voor:
- een CW-tapdebiet van tenminste 6 l/min. van 60 °C.
- een douchefunctie vanaf 3,6 tot tenminste 6 l/min van 60 °C. (dit komt overeen met 6 tot 10 l/min bij 40 °C).
- het vullen van een bad van 100 liter water van 40 °C gemiddeld, binnen 12 minuten.
| Praktijk-waarden | GaskeurwaardenCW2003 | ||||||
| Bosch geiser | CW klasse1) | Taphoeveelheid bij 60°C(ΔT = 50K) (l/min) | Taphoeveelheid bij 40°C(ΔT = 30K) (l/min) | CW tapdebiet (l/min) | Badvulling (l/min) | Effectieve toestelwachttijd (s) | Tapwaterzikdig drukvershil (kPa) |
| WT10 2 | 5,0 | 8,3 | 3,6 | 2) | 12,9 46 | ||
| WT13 3 | 6,5 | 10,8 | 6 | 1 | 2 | 15,8 48 | |
Tabel 3 1) Een classificatie van het toestel op basis van Gaskeur CW-certificatiemetingen. De meetresultaten worden aangeduid met de cijfers 1 t/m 6 2) niet van toepassing
3 Algemeen
3.1 Typeaanduiding
| WT10 A M | 1 | E | 5 | ||
| WT13 A M | 1 | E | 5 |
Tabel 4
W Warmwater doorstroomtoestel
T Temperatuur geregeld door NTC's
10 Aantal L/min delta T 35 graden
A Gesloten toestel
M Ventilator
1 Afstandtappen normale druk
• Wandhangend toestel • Aardgas / propaanbrander • Elektrische ontsteking • Doorstroomregelaar - temperatuursensoren voor de bewaking van in- en uitstroomtemperatuur. - Beveiligingen
- Controle op de vlam bij ontsteking
- Luchtdrukverschilschakelaar
- Uitstroomtemperatuurregelaar
• Elektrische verbinding: 230 V, 50 Hz
3.3 Leveringsomvang
• Ventilatorgeiser - Montage-onderdelen - Documentatie • Gaskoppeling 3/4" - 1/2"
3.4 Accessoires
| Accessoire | Artikelnummer |
| Kranenset | 7709003246 |
| Draaibare uitloop L = 15 cm | 7709000041 |
| Draaibare uitloop L = 25 cm | 7709000042 |
| Draaibare uitloop L = 35 cm | 7709000043 |
| Ombouwset propaan WT10 | 8719002195 |
| Ombouwset propaan WT13 | 8719002196 |
| Gasinregelgereedschap | 8719905029 |
| Zie tabel 9 op pag. 13 voor het beschikbare rookgas-afvoermateriaal | |
Tabel 5 Accessoires
Afb. 4 Overzichtstekeningen
1 mantel 2 afdekplaat 3 hoofdschakelaar 4 besturingsunit 8 temperatuurkeuzeknop 9 ophangbeugel (in verpakking) 10 warmwateraansluiting 11 gasaansluiting 12 koudwateraansluiting 50 brander 55 warmtewisselaar
226 ventilator
| A | B | C | D | E | F | G | H | I | JK | |||||
| WT10 | 340 | 670 | 220 | 65 | 230 | 573 | 144 | 26 | 30,5 | 26 | 100 | |||
| WT13 | 388 | 700 | 220 | 65 | 230 | 620 | 168 | 26 | 30,5 | 26 | 100 |
Tabel 6 Afmetingen (mm)
4.2 Schema en functies

Afb. 5 Schema en functies
4 besturingsunit 5 temperatuursensor 6 turbine 17 hoofdgasklep 25 waterfilter 28 warmwateraansluiting 29 koudwateraansluiting 35 gasaansluiting 42 gasfilter 49 spuitstuk 50 brander 55 warmtewisselaar 92 gasblok
117 ontstekingselektrode 118 ionisatie-elektrode 119 maximaal beveiliging (clixon) 200 instelschroef minimaal vermogen 201 instelmoer maximaal vermogen 210 gasregelklep 221 concentrische buis 222 rookgascollector 224 meettule luchtdrukverschil 226 ventilator 228 drukverschilschakelaar 229 verbrandingskamer
5 temperatuursensor 6 turbine 92 gasblok 117 ontstekingselektrode 118 ionisatie-elektrode 119 maximaal thermostaat (104 °C) 226 ventilator 228 drukverschilschakelaar
4.4 Werking van het toestel
Warm water
Open de gasklep en de waterklep en zorg ervoor dat alle afdichtingen hermetisch afgesloten zijn.
Zet de hoofdschakelaar (Afb. 18, pos. 3) op "1" zodat het toestel gereed is voor gebruik.
Wanneer een warmwaterkraan opengedraaid wordt, wordt de waterdebietsensor (turbine) geactiveerd en zendt deze een signaal naar de besturingsunit. Dit signaal activeert het volgende:
• de ventilator begint te draaien - tegelijkertijd worden er vonken geproduceerd en gaat de gasklep open (Afb. 6, pos. 92). • de brander start - de ionisatie-elektrode (Afb. 6, pos. 118) regelt de status van de vlam - de watertemperatuur wordt automatisch geregeld door de sensoren/regelaars al naar gelang de gekozen temperatuur
Veiligheidsstop wanneer de veiligheidsperiode overschreden wordt
Als er geen vlam is binnen de vereiste veiligheidsperiode (35 sec.), wordt er een veiligheidsstop gegenereerd.
Bijvoorbeeld: de aanwezigheid van lucht in de gastoevoerleiding (wanneer het toestel gebruikt wordt na lange perioden zonder activiteit bijvoorbeeld), kan de ontsteking vertragen.
In dit geval voorkomt de beveiliging de werking als de pogingen tot ontsteking te lang duren.
Veiligheidsstop vanwege een te hoge watertemperatuur
De besturingsunit detecteert de verwarmingstemperatuur via de temperatuursensor die gemonteerd is in de warmwateruitlaatleiding en de maximaalthermostaat in de warmtewisselaar. Wanneer een hoge temperatuur gedetecteerd wordt, wordt een veiligheidsstop gegenereerd.
Veiligheidsstop vanwege een te laag luchtdrukverschil
De drukverschilregelaar detecteert de drukverschillen buiten de ventilator en activeert een veiligheidsstop wanneer er onvoldoende luchttransport gedetecteerd wordt.
Herstart na veiligheidsstop
Om het toestel te herstarten na een veiligheidsstop:
▶ druk op de resetknop (par. 8.4).
| Technische kenmerken Eenheid WT10 WT13 | |||
| Nominaal vermogen kW 17,4 22,8 | |||
| Minimaal vermogen kW 7 7 | |||
| Modulatiebereik % 36 - 100 30 - 100 | |||
| Nominale belasting kW 21,4 26 | |||
| Minimale belasting kW 9 9 | |||
| Gasdruk | |||
| Aardgas L | mbar | 25 | 25 |
| Propaan P | mbar | 29/50 | 29/50 |
| Gasverbruik | |||
| Aardgas L (G25) | m3/h | 2,5 | 2,9 |
| Propaan P (G31) | kg/h 1,9 | 2,1 | |
| Water | |||
| Maximum waterdruk | bar | 12 | 12 |
| Minimum waterdruk | bar 0,3 | 0,3 | |
| Minimum debiet | l/min | 2,5 | 2,5 |
| Debiet bij ΔT 25 °C (Bijmenging a/d kraan) | l/min | 10 | 13 |
| Debiet bij ΔT 35 °C (Bijmenging a/d kraan) | l/min | 7,1 | 9,3 |
| Debiet bij ΔT 50 °C | l/min | 5,0 | 6,5 |
| CW-toepassingsklasse | 23 | ||
| Rookgassen | |||
| Debiet rookgassen 1) | kg/h | 50 | 60 |
| Rookgastemperatuur bij maximale ventilatordruk (4 m) 1) | °C | 170 | 170 |
| Rookgastemperatuur bij minimale ventilatordruk (0,37 m) 1) | °C | 220 | 230 |
| Diameter RGA-adapter concentrisch | mm | 60/100 | 60/100 |
| Diameter RGA-adapter concentrisch bocht 90° | mm | 60/100 | 60/100 |
| Diameter RGA-adapter parallel | mm | 80/80 | 80/80 |
| Elektrische aansluiting | |||
| Spanning (50 Hz) | V | 230 | 230 |
| Opgenomen vermogen | W 65 | 65 | |
| Beschermingstype (IP) | IPX4D | IPX4D | |
| Algemene gegevens | |||
Tabel 7
Technische kenmerken Eenheid WT10 WT13
Gewicht kg 22 22
Hoogte mm 670 700
Breedte mm 340 388
Diepte mm 220 220
Tabel 7
1) Bij nominaal vermogen

De technische gegevens kunnen afwijken, indien een propaan/butaan mengsel wordt gebruikt.
5 Rookgasafvoer
5.1 Collectief Luchttoevoer Verbrandingsgasafvoersysteem
De Bosch ventilatorgeiser is geschikt voor de meeste collectieve luchttoevoer-verbrandingsgasafvoersystemen (CLV-systemen).
Concentrische en parallelle CLV-systemen moeten voldoen aan de Gastec-criteria QA 138 en half-CLV-systemen (ook wel CRI- of CRB-systemen genoemd) moeten voldoen aan de Gastec QA 163-criteria. Voor het bepalen van de diameter met de Bosch ventilatorgeiser WT10 en de WT13 kan de hierna volgende tabel worden gebruikt:
Tabel CLV-systemen voor ventilatorgeiser Bosch GEISER WT10 GEISER WT13
| aantal toestellen | RGA D in mm | LTV concentrisch D in mm | LTV parallel D in mm | RGA D in mm | LTV concentrisch D in mm | LTV parallel D in mm | |
| 2 | 1 | 2 | 0 | 230 | 200 130 250 | 210 | |
| 3 | 1 | 3 | 0 | 250 | 210 140 270 | 235 | |
| 4 | 1 | 4 | 0 | 270 | 235 150 290 | 250 | |
| 5 | 1 | 5 | 0 | 290 | 250 165 305 | 265 | |
| 6 | 1 | 6 | 0 | 300 | 260 175 325 | 280 | |
| 7 | 1 | 7 | 0 | 315 | 270 185 345 | 300 | |
| 8 | 1 | 8 | 0 | 335 | 285 195 370 | 315 | |
| 9 | 1 | 8 | 5 | 350 | 300 205 390 | 335 | |
| 10 195 370 315 215 410 350 | |||||||
| 11 200 380 325 220 420 360 | |||||||
| 12 205 390 335 230 430 370 | |||||||
| 13 215 410 350 235 440 380 | |||||||
| 14 220 420 360 240 450 385 | |||||||
| 15 230 430 370 250 470 395 | |||||||
| 16 240 450 385 260 485 410 | |||||||
| 17 250 470 395 270 500 425 | |||||||
| 18 255 480 400 275 520 440 | |||||||
| 19 260 485 410 280 530 450 | |||||||
| 20 260 485 410 285 535 460 | |||||||
Tabel 8 Aandachtspunten bij CLV-systemen zijn: - Het uitgangspunt bij gebruik van deze tabel is dat er geen bochten of verslepingen e.d. in het systeem worden aangebracht. Bij afwijkende uitvoeringen kunt u voor advies contact opnemen met Bosch. • Aan de voet van het CLV-systeem dient geen drukvereffeningsopening te worden aangebracht. Voor afvoer van condenswater moet echter wel een aansluiting op het riool aanwezig zijn.
![graph TD subgraph Left_Centrisch_CLV_systeem A1["Concentrisch CLV-systeem"] --> B1["Flow Path"] B1 --> C1["Component Structure"] C1 --> D1["Output"] D1 --> E1["Return to Concentrisch"] end subgraph Right_Cov{Parallel CLV-systeem} F1["Parallel CLV-systeem"] --> G1["Flow Path"] G1 --> H1["Component St…](/content/2026/06/1159740/images/d8807e89c7abbcf0da1216871352ed555375855d72d2382acf8494f6bd11036d.jpg)
Afb. 7 CLV-systemen
5.2 Rookgasafvoer accessoires
Afb. 8 Opbouw verticale en concentrische dakdoorvoer naar toestel

Afb. 9 Opbouw verticale en concentrische dakdoorvoer met adapter en parallel naar toestel

Afb. 10 Opbouw concentrische muurdoorvoer met adapter direct op het toestel

Afb. 11 Opbouw concentrische balkondoorvoer en concentrisch naar toestel
Bepaling rookgasafvoer-/luchttoevoersysteem ventilatorgeisers
Bij de bepaling van het rookgasafvoer-luchttoevoersysteem van de Bosch ventilatorgeisers dient te worden voldaan aan de plaatselijke en landelijke installatievoorschriften, met name de NPR 3378.
De Bosch ventilatorgeisers kunnen worden toegepast als:
- Open toestel: Dit zijn toestellen waarbij de lucht voor de verbranding rechtstreeks uit de ruimte waar het toestel hangt, wordt gehaald.
- Gesloten toestel: Dit zijn toestellen waarbij de lucht voor de verbranding rechtstreeks van buiten wordt gehaald en de verbrandingsgassen rechtstreeks naar buiten worden gebracht.
Toepassing als open toestel
De Bosch ventilatorgeisers die als open toestel worden gebruikt voldoen aan klasse B22 en B23. Luchttoevoerzijdig hoeft niks toegevoegd te worden. Rookgasafvoerzijdig moet de geiser met 70 mm rookgasafvoer materiaal worden aangesloten.
Voor de bepaling van de rookgasafvoer-diameter moet onderscheid gemaakt worden in:
• Gesloten opstellingsruimte: NPR 3378.
• Open opstellingsruimte: NPR 3378
Voor de bijbehorende uitmondingsgebieden van de rookgasafvoer dient u de tekeningen te gebruiken als aangegeven in de NPR 3378.
Toepassing als gesloten toestel
De Bosch ventilatorgeisers die als gesloten toestel worden gebruikt voldoen aan klasse C12x, C32x, C42, C42x, C52, C62, C82x. Voor de bepaling van de rookgasafvoer-/
luchttoevoerdiameter dient u de volgende berekeningswijze te hanteren.
De drukval in het luchttoevoerkanaal, het rookgasafvoerkanaal en de muur- of dakdoorvoerset mag maximaal 90 Pa zijn. Bij een hogere drukval zal het toestel niet in bedrijf komen.
Bepaal in eerste instantie de uitvoeringsvorm van het rookgasafvoer-/luchttoevoersysteem aan de hand van de tekeningen zoals aangegeven in figuur 8 t/m 9. De nummers corresponderen met de positienummers zoals vermeld in tabel 9: "Rookgasafvoermaterialen Bosch ventilatorgeisers".

Afb. 12 Opbouw concentrische muurdoorvoer en adapter met verlengstukken
| Benaming Diam. | Lengtemm | Kleur | Bestelnr. | Afb. | Pos. | Bijzonderheden / Beno-digdheden. | |
| Verticale dak-doorvoer | 80/110 7719001148 7 1 | Adapter 80/110 87167715160 | |||||
| Verticale dak-doorvoer | 80/80 | 7719999988 7 1 | Adapter 80/80 77167800980 | ||||
| Verticale dak-doorvoer | 60/90 7709999010 7 1 | ||||||
| Muurdoorvoer | 60/100 | 425-725 | Wit | 7716780088 | 9 | 9 | Incl.aansluitbocht. Leng-te is verschuifbaar |
| Muurdoorvoer | 60/90 | 600 | Wit | 7709999060 | 9 | 9 | |
| Muurdoorvoer | 60/90 | 1000 | Wit | 7709999100 | 11 | 6 | |
| Muurdoorvoer | 60/90 | 1500 | Wit | 7709999150 | 11 | 6 | |
| Muurdoorvoer | 60/90 | 2000 | Wit | 7709999200 | 11 | 6 |
Tabel 9 Overzicht rookgasafvoermateriaal ventilatorgeisers WT10, WT13
| Benaming Diam. | Lengtemm | Kleur | Bestelnr. | Afb. | Pos. | Bijzonderheden / Beno-digdheden. |
| Muurdoorvoer 80/110 600 Alu. | 7719001147 9 9 | Adapter 80/11087167715160 | ||||
| Balkondoorvoer 60/90 600 Wit | 7709999906 9 9 | |||||
| Balkondoorvoer 60/90 1000 Wit | 7709999910 9 9 | |||||
| Balkondoorvoer 60/90 1500 Wit | 7709999915 9 9 | |||||
| Balkondoorvoer 60/90 2000 Wit | 7709999920 9 9 | |||||
| Concentrische bocht 90° | 60/90 | Wit | 7709999121 11 5 | |||
| Concentrische bocht 45° | 60/90 | Wit | 7709999120 n.v.t n.v.t | |||
| Concentrische bocht 90° | 80/110 | Alu. | 7719000837 11 5 | |||
| Concentrische bocht 45° | 80/110 Alu. | 7719001142 n.v.t n.v.t | ||||
| Concentrische verleng pijp | 60/90 500 Wit | 7709999127 11 6 | ||||
| Concentrische verleng pijp | 60/90 1000 Wit | 7709999123 11 6 | ||||
| Concentrische verleng pijp | 60/90 | 2000 Wit | 7709999124 11 6 | |||
| Concentrische verleng pijp | 80/110 500 Alu. | 7719001151 11 6 | ||||
| Concentrische verleng pijp | 80/110 1000 Alu. | 7719000834 11 6 | ||||
| Concentrische verleng pijp | 80/110 1500 Alu. | 7719000835 11 6 | ||||
| Balkon verleng pijp | 60 | 1000 Grijs | 7709999122 10 4 | |||
| Adapter 80/80 Wit 7716780098 8 8 | ||||||
| Adapter 80/110 Alu. 87167715160 11 7 | ||||||
| Adapter concentrisch 60/90 | Wit 7746900002 11 7 | |||||
| Adapter concentrisch 60/100 | Wit 28229 11 7 | |||||
Tabel 9 Overzicht rookgasafvoermateriaal ventilatorgeisers WT10, WT13
Tabel 9 Overzicht rookgasafvoermateriaal ventilatorgeisers WT10, WT13
Bosch ventilatorgeiser weerstandstabel
In deze tabel staan de drukverliezen van de verschillende rookgasafvoer/luchttoevoer componenten. De totale
weerstand van het rookgasafvoer/luchttoevoersysteem mag niet meer bedragen dan 90 Pa.
| Toestel | WT10 | WT13 |
| Beschikbaar drukverschil | 90 Pa | 90 Pa |
| Volumestroom rookgasafvoer | 56 m3/h | 71 m3/h |
| Volumestroom luchttoevoer | 33 m3/h | 41 m3/h |
| Drukvallen per rookgasafvoer component [Pa] | ||
| 45° bocht ∅ 70 mm | 6,8 | 11,6 |
| 45° bocht ∅ 80 mm | 3,6 | 7,2 |
| 45° bocht ∅ 100 mm | 0,9 | 1,6 |
| 90° bocht ∅ 70 mm | 22,1 | 37,5 |
| 90° bocht ∅ 80 mm | 11,6 | 19,6 |
| 90° bocht ∅ 100 mm | 3,4 | 5,8 |
| rechte buis ∅ 70 mm per meter | 4,9 | 8,4 |
| rechte buis ∅ 80 mm per meter | 2,3 | 3,7 |
| rechte buis ∅ 100 mm per meter | 0,6 | 1,1 |
| Drukvallen per luchttoevoer component [Pa] | ||
| 45° bocht ∅ 70 mm | 2,4 | 3,6 |
| 45° bocht ∅ 80 mm | 1,4 | 2,0 |
| 45° bocht ∅ 100 mm | 0,4 | 0,6 |
| 90° bocht ∅ 70 mm | 7,6 | 11,8 |
| 90° bocht ∅ 80 mm | 4,1 | 6,3 |
| 90° bocht ∅ 100 mm | 1,2 | 2,1 |
| rechte buis ∅ 70 mm per meter | 1,8 | 2,7 |
| rechte buis ∅ 80 mm per meter | 0,9 | 1,3 |
| rechte buis ∅ 100 mm per meter | 0,3 | 0,5 |
| Drukval RGA parallel toesteladapter | ||
| Toestel WT10 WT13 | ||
| Parallel toesteladapter 2x 80 mm 20 Pa 30 Pa | ||
| Drukvallen per concentrisch component [Pa] | ||
| 45° bocht ∅ 60/100 mm 8,7 19,4 | ||
| 90° bocht ∅ 60/100 mm 16,5 27,2 | ||
| rechte buis ∅ 60/100 mm per meter 14,3 22,1 | ||
| Drukvallen per dakdoorvoer component [Pa] | ||
| Vert. dakdoorvoeren met aansluiting concentrisch ∅ 60/100 mm ET-nr. 7709999010 | 25,0 43,0 | |
| Drukvallen per balkondoorvoer component [Pa] | ||
| BALKONDOORVOER 60/90 600 ET-nr. 7709999906 | 12,6 21,6 | |
| Balkonlengtepijp 60 lengte 1000 mm ET-nr. 7709999122 | 9,2 15,6 | |
Tabel 10
Tabel 10
Voorbeeldberekening rookgasafvoer/luchttoevoersysteem Bosch ventilatorgeiser
Gegevens: ventilatorgeiser WT10
| Gegevens: Bosch ventilatorgeiser WT10 concentrische RGA-aansluiting | |||
| Aantal/ meters Weerstand ( tabel 10) Totale weerstand | |||
| Concentr. buis 60/100 3 | 3 x 14.3 | 42.9 | |
| Bocht 60/100 | 1 | 1 x 16.5 | 16.5 |
| Dakdoorvoer 60/100 | 1 | 1 x 25.0 | 25 |
| 84.4 Pa | |||
Tabel 11
De totale weerstand is kleiner dan 90 Pa, dus akkoord.
Controle droge lengte:
Ook dient nog bepaald te worden of de rookgassen zullen condenseren in het rookgasafvoerkanaal. Ga hiervoor als volgt te werk:
- Gebruik omrekeningstabel 12 om de vervangingslengte van de bochten te bepalen.
- Bepaal de omgevingstemperatuur op de plaats waar de rookgasafvoer loopt.
- Controleer of de bepaalde vervangingslengte groter of kleiner is dan de waarden aangegeven in de tabel 13 of 14, respectievelijk voor 0 en 15° omgevingstemperatuur.
Voor de bepaling van de droge lengte is de totale lengte (tabel 12) van de rookgasafvoer 3 m + 1 x 0,25 m = 3,25 m.
Volgens tabel 14 zal bij concentrisch 60/100 en omgevingstemperatuur van 15 °C, er na ca. 4,0 m condens optreden. In dit geval is het dus niet nodig om de rookgasafvoer te isoleren of een condensopvang in de rookgasafvoer te plaatsen.
Indien deze waarden worden overschreden dient men de rookgasafvoer te isoleren of een condensopvang in de rookgasafvoer te plaatsen, zodanig dat het condenswater niet in de ventilatorgeiser terechtkomt.
| ...... x meter lengte rookgasvoer ...... meter | ||
| ...... x bochten 90° in rookgasafvoer x 0,25 m/bocht ...... meter | ||
| ...... x bochten 45° in rookgasafvoer x 0,25 m/bocht ...... meter | ||
| ...... x bochten concentrisch x 0,25 m/bocht ...... meter | ||
| TOTAAL (deze waarde controlleren met onderstaande tabellen) | ...... meter | |
Tabel 12: Droge lengte bepaling
Tabel 13: Droge lengte bij een omgevingstemperatuur van 0 °C
Tabel 14: Droge lengte bij een omgevingstemperatuur van 15 °C
Indien deze waarden worden overschreden dient men de rookgasafvoer te isoleren of een condensopvang in de rookgasafvoer te plaatsen.
5.2.1 Montage van adapter en restrictiering
Afhankelijk van de rookgasafvoerleiding en de installatieomstandigheden kan het nodig zijn een restrictiering te monteren (Afb. 13 pos. 2) onder de adapter (Afb. 13 pos. 1). De adapter wordt niet met het toestel meegeleverd en dient besteld te worden.
Om er zeker van te zijn dat het toestel goed functioneert, moet de juiste restrictiering gebruikt worden (zie tabel 14, 15 en 16). De maximale toegestane weerstand is 90 Pa. Indien het rookgasafvoersysteem wordt ontworpen op een hogere weerstand dan 90 Pa zal de geiser in storing gaan t.g.v. het aanspreken van de drukverschilschakelaar. Bij een weerstand lager dan circa 50 Pa is het rendement van de geiser niet optimaal als gevolg van een grote luchtovermaat.
Om toestelstoringen bij te hoge weerstand te voorkomen en het rendement zo optimaal mogelijk te houden heeft een waarde van het totale RGA systeem, welke zoveel mogelijk hier tussenin ligt, van circa 70 Pa de voorkeur. Voor situaties, waarbij het rookgasafvoersysteem dusdanig is uitgevoerd dat de weerstand onder een waarde komt van 50 Pa, worden bij de geiser restrictieringen meegeleverd. Door deze aan te brengen kan de weerstand van het systeem worden verhoogd tot de gewenste waarde van circa 70 Pa.
De weerstand van de restrictieringen loopt bij benadering in stappen van 10 Pa voor de Geiser WT 10:
• ring 76 mm: weerstand circa 50 Pa • ring 78 mm: weerstand circa 40 Pa • ring 80 mm: weerstand circa 30 Pa • ring 83 mm: weerstand circa 20 Pa • ring 86 mm: weerstand circa 10 Pa
De weerstand van de restrictieringen loopt bij benadering in stappen van 12 Pa voor de Geiser WT 13:
• ring 76 mm: weerstand circa 60 Pa • ring 78 mm: weerstand circa 48 Pa • ring 80 mm: weerstand circa 36 Pa • ring 83 mm: weerstand circa 24 Pa • ring 86 mm: weerstand circa 12 Pa
De weerstand van de parallel adapter is 20 Pa. De weerstanden van toe te passen RGA- en LTV-leidingmaterialen en hulpstukken zijn te vinden in de installatie-instructie op blz. 15. Hierna volgen enkel voorbeelden hoe we om kunnen gaan met deze getallen.
Voorbeeld 1 met Geiser WT10
Weerstand RGA-systeem
Conclusie: geen restrictiering aanbrengen.
Tabel 15: Voorbeeld 2 met Geiser WT10 of WT13
| Weerstand RGA systeem | WT 10 WT 13 | ||
![]() | dakdoorvoer 29 Pa 47,7 Pa | ||
| circa 0.5 meter conc 60/100 | 7,2 Pa 11,0 Pa | ||
| Totaal: | 36,3 Pa 58,7 Pa | ||
| Conclusie, restrictiering 80 mm toepassen bij WT 10 (36,3 + 30 = 66,3 Pa) | |||
| Conclusie, restrictiering 86 mm toepassen bij WT 13 (58,7 + 12 = 70,7 Pa) | |||
Tabel 16
Voorbeeld 3, CLV-systeem met Geiser WT10
Weerstand RGA-systeem
Aansluitweerstand CLV-systeem circa 10 Pa
| bocht RGA 90 gr | 11,6 Pa |
| circa 1 m RGA buis 80 mm | 2,3 Pa |
| bocht LTV 90 gr | 4,1 Pa |
| circa 1 m LTV buis 80 mm | 0,9 Pa |
| aansl. adapter geiser 2x80 (no. 8) | 20 Pa |
| Totaal: | 48,9 Pa |
| Conclusie, restrictiering 83 mm toepassen.(48,9 + 20 = 68,9 Pa) | |
Tabel 17
Aandachtspunten die van belang zijn bij zowel een individueel rookgasafvoersysteem als een CLV-systeem:
- De rookgassen kunnen in een individuele RGA-leiding een temperatuur bereiken van 230 °C. Om deze reden adviseren wij de RGA-leiding in woonvertrekken af te schermen of als concentrische leiding uit te voeren.
- De toegepaste rookgasafvoermaterialen dienen geschikt te zijn voor de hoge rookgastemperatuur (niet alle in de handel zijnde standaard rookgasafvoermaterialen zijn geschikt voor een temperatuur van meer dan 230 °C).

Afb. 13: Adapter met restrictiering
Restrictieringen voor parallelle RGA-configuratie
- Plaats de restrictiering (Afb. 13, pos. 2) tussen adapter en toestel. Monteer de adapter met bijgeleverde schroeven.
6 Installatie

Installatie, elektrische aansluiting, gasinstallatie, aansluiting van koud- en warmwaterleidingen en opstarten dienen uitsluitend door de erkende installateur te worden uitgevoerd.

Het toestel kan alleen verkocht worden in de landen die op het typeplaatje staan aangegeven.

VOORZICHTIG: Zorg ervoor dat het water in de aanvoer van de geiser niet hoger dan 60°C is, bijvoorbeeld in het geval van een zonneboiler naar de geiser als deze als naverwarmer wordt gebruikt.
Monteer een thermostatisch mengventiel voor het toestel in het geval het toestel als naverwarmer wordt gebruikt. Het is noodzakelijk dat in de installatie een expansievat is geïnstalleerd.
Zonneboilersysteem![graph TD A["Material Input"] --> B["Reactor Unit"] B --> C{Processing Unit} C -->|1| D["Output ①"] C -->|2| E["Output ②"] C -->|3| F["Output ③"] C -->|4| G["Output ④"] C -->|5| H["Output ⑤"] style A fill:#f9f,stroke:#333 style B fill:#ccf,stroke:#333 style C fill:#cfc,stroke:#333 style D fill:#fcc,s…](/content/2026/06/1159740/images/d24ff987417364cdd41d11ce2669950015a96b10b7fd54a2db339072d3868c67.jpg)
Fig. 14 Zonneboilersysteem
1 Koud water 2 Warm water 3 Thermostatisch mengventiel

In het geval dat de uitstroomtemperatuur boven de 45°C is en het water een hardheid heeft van meer dan 5,6 dH, adviseren wij u een ontharder toe te passen.
6.1 Belangrijk
Raadpleeg voor het installeren het gasbedrijf en de geldende wetgeving met betrekking tot gastoestellen en ventilatie ter plaatse.
Installeer een gaskraan zo dicht mogelijk bij het toestel. Na aansluiting op de hoofdgasleiding moet het toestel getest worden op gaslekkage. Om beschadiging door drukoverschrijding in het gasblok te voorkomen, moet dit worden uitgevoerd terwijl de gasklep gesloten is. Zorg ervoor dat het geïnstalleerde toestel geschikt is voor het geleverde type gas. Zorg ervoor dat het debiet en de druk voor de geïnstalleerde regelaar overeenkomen met de aanduiding voor verbruik door het toestel (zie technische gegevens in tabel 7).
6.2 Opstellingsplaats
Bepaling opstellingsplaats
▶ Voldoe aan de eisen die specifiek zijn voor elk land. ▶ De geiser mag niet boven een warmtebron geïnstalleerd worden. ▶ Neem de minimale installatieafmetingen in acht die staan vermeld in Afb. 15. ▶ Het toestel mag niet geïnstalleerd worden op plaatsen waar de omgevingstemperatuur onder de 0°C kan zakken. Wanneer er risico op vorst bestaat, moet het toestel afgesloten en afgetapt worden (Afb. 22).
Luchttoevoer
▶ Het luchttoevoerrooster moet zich in een goed geventileerde ruimte bevinden. ▶ Om corrosie te voorkomen is het verboden om producten als oplosmiddelen, inkt, ontvlambare gassen of lijm in de buurt van het luchttoevoerrooster op te slaan. Tevens schoonmaakmiddelen met halogene koolwaterstoffen en andere producten die corrosie kunnen veroorzaken dienen uit de buurt van het luchttoevoerrooster opgeslagen te worden.
Op plekken waar deze voorwaarden onmogelijk vervuld kunnen worden, moet een alternatieve plaats voor luchttoevoer en rookgasafvoer gekozen worden.
Oppervlaktetemperatuur
De maximale oppervlaktetemperatuur van het toestel ligt onder de 85°C. Er zijn geen speciale beschermende maatregelen nodig voor ontvlambare bouwmaterialen of behuizingen.
6.3 Minimale afstanden
Bepaal de plaats voor de installatie met in achtneming van de volgende beperkingen:
▶ Laat geruime afstand tussen uitstekende delen zoals slangen en buizen, enz. Zorg voor een goede toegankelijkheid voor onderhoudswerk en neem de minimale afstanden in acht zoals aangegeven in Afb. 15.

Afb. 15 Minimale afstanden
A Voorzijde ≥ 2 cm, zijkant ≥ 1 cm
B ≥ 40 cm
6.4 Montage ophangbeugel

Zorg voor een juiste positionering van de ophangbeugel ten opzichte van water, gas, en afvoerleidingen.
▶ Plaats de ophangbeugel op het gekozen installatiepunt. ▶ Markeer de plaats voor de bevestigingsgaten op de muur en boor de gaten. ▶ Bevestig de ophangbeugel aan de muur door middel van de meegeleverde schroeven en pluggen.
6.5 Installatie

VOORZICHTIG: mogelijke beschadiging veroorzaakt door vreemde voorwerpen!
Zorg dat de leidingen schoon zijn en zonder bramen.
▶ Haal het toestel uit de verpakking. ▶ Zorg dat alle aangegeven onderdelen aanwezig zijn. ▶ Verwijder de pluggen uit de gas- en wateraansluitingen.
▶ Klik de afdekplaat voorzichtig van de mantel (Afb. 16, pos. 1). ▶ Draai de twee schroeven uit de mantel (Afb. 16, pos. 2).

Afb. 16 Verwijder het klepje aan de voorzijde
▶ Trek de mantel aan de onderzijde naar voren. ▶ Bevestig het toestel in verticale positie.

OPMERKING:
▶ Laat de geiser nooit rusten op de gas- of wateraansluitingen.

Om de installatie te vergemakkelijken wordt aanbevolen eerst het water aan te sluiten en dan de rest van de aansluitingen.
6.6 Wateraansluitingen
▶ Markeer de warm- en koudwaterleidingen om verwarring te voorkomen. ▶ Sluit de warm- en koudwaterleiding aan door middel van de flexibele aansluitleidingen. ▶ Om problemen te voorkomen die veroorzaakt worden door plotselinge veranderingen van de waterleidingdruk wordt aanbrengen van een terugslagklep geadviseerd bij de installatie van het toestel.
6.7 Gasaansluiting
De gasaansluiting moet voldoen aan de GAVO NEN1078. Diameter van de gasleiding volgens GAVO NEN1078 bepalen. ▶ Controleer of de gasleiding inwendig schoon is.
▶ Monteer de gaskraan.

Gebruik de geleverde verloopkoppeling om de gasaansluiting aan te passen van 3/4" naar 1/2" (indien nodig).
6.8 Installatie rookgasafvoer- en luchttoevoerleidingen
Leidingen moeten geïnstalleerd worden volgens de instructies.
▶ Eenmaal aangesloten moet de leiding geïnspecteerd worden en gegarandeerd zijn dat alles goed is afgedicht.
6.9 Montage kranenset
Optioneel is voor de geiser een kranenset leverbaar. Deze kranenset maakt het mogelijk direct onder de geiser warm water te tappen. Zie voor montage de bij de kranenset geleverde instructie.
Om de set volledig te maken dient separaat een uitloop te worden besteld (zie tabel 5).

7 Elektrische aansluitingen

GEVAAR: elektrische ontlading!
▶ Voordat gewerkt wordt aan de elektrische installatie moet de stroom uitgeschakeld worden.
Het toestel is voorzien van een gelabeld netsnoer. Alle wetgeving, controles en beveiligingen zijn goed getest in de fabriek en zijn klaar voor gebruik.
7.1 Aansluiting

De elektrische aansluiting moet worden uitgevoerd volgens de huidige regels met betrekking tot elektrische installaties in huizen.
▶ Sluit de netsnoer aan op een geaard stopcontact.
8 Gebruik

Afb. 18 1 resetknop 2 temperatuurkiezer 3 hoofdschakelaar 4 brander-LED
8.1 Bedienen van het toestel

VOORZICHTIG:
▶Het opstarten van de geiser moet geschieden door de erkende installateur die de klant alle informatie verschaft die nodig is voor correct gebruik.
Zorg ervoor dat het gastype dat staat gespecificeerd op het typeplaatje hetzelfde is als het gas dat ter plekke wordt geleverd. ▶Open de gaskraan. ▶Open een warm waterkraan.
8.2 In/uitschakelen geiser
Inschakelen
▶Draai de hoofdschakelaar in de positie 1. Het temperatuurkiezer geeft aan tot welke temperatuur het water verwarmd wordt.

▶Draai de hoofdschakelaar in de positie 0.
8.3 Temperatuurregeling

De temperatuurinstelling op de regelaar komt overeen met de warmwater- uitstroom-temperatuur.
Om de uitstroomtemperatuur van het water te regelen:
▶ Draai de temperatuurkiezer op de gewenste waarde.

▶Open daarna een warmwaterkraan.

Wanneer u een temperatuur kiest die hoger is dan die mogelijk is met het vermogen van de geiser, dan kan de gekozen temperatuur niet bereikt worden:
In dat geval dient u het uitstroomdebiet te verminderen door de warmwaterkraan niet maximaal open te zetten.

VOORZICHTIG:
▶ de voorzijde van de brander kan zeer hoge temperaturen bereiken en er bestaat gevaar voor brandwonden bij contact.
8.4 Storing
In geval van storing brandt het rode lampje op de resetknop (Afb. 18, pos 1). Druk de resetknop kort in om het toestel opnieuw op te laten starten.
Om de storing te identificeren dient u hoofdstuk 11 van deze handleiding te raadplegen.
Raadpleeg bij herhaling van de klacht uw installateur.
8.5 Bij vorst
Als er gevaar bestaat voor vorst, ga dan als volgt te werk:
▶ Sluit de watertoevoer naar de geiser af. ▶ Open een warmwaterkraan. ▶ Draai de aftapschroef (Afb. 22 pos.3) los die op de koudwateraansluitleiding (Afb. 22 pos.1) zit. ▶ Laat al het water uit het toestel stromen.
Afb. 21
Afb. 22 aftappen toestel
9 Gasregeling
9.1 Fabrieksinstellingen

Verzegelde onderdelen mogen niet gewijzigd worden.
Aardgas
Geisers die ontworpen zijn voor aardgas L (G25) worden in de fabriek verzegeld voor de levering nadat de waarden op het typeplaatje zijn gecontroleerd.

Geisers mogen niet ontstoken worden wanneer de gasvoordruk minder is dan 20 mbar en meer dan 30 mbar is.
Vloeibaar gas
Geisers op propaan/butaan (G31) dienen ter plaatse te worden omgebouwd. Maak hierbij gebruik van de beschikbare ombouwsets.
Het vermogen dient te worden afgesteld volgens paragraaf 9.2. Gebruik hiervoor een digitale drukmeter.

GEVAAR:
▶De volgende handelingen moeten uitgevoerd worden door een erkend installateur.
Het vermogen dient te worden afgesteld volgens paragraaf 6.2. Gebruik hiervoor een digitale drukmeter.
9.2 Gasdrukafstelling
Verwijderen van de besturingsunit
▶Verwijder het voorpaneel van het toestel (zie bladzijde 21). ▶Druk gelijktijdig op beide lipjes (A) en trek aan de besturingsunit.

Afb. 23 Verwijderen van de besturingsunit
▶Draai de besturingsunit een kwartslag. ▶Hang de besturingskast aan de daarvoor bestemde haken op.

Aansluiten drukmeter
▶Draai de branderdrukmeetnippel (1) los. - Sluit de digitale drukmeter aan op de branderdrukmeetnippel.

Afb. 25 Drukmeetpunten
1 Branderdrukmeetnippel 2 Stelschroef minimale gasdruk (laaglast) 3 Stelmoer maximale gasdruk (vollast) 4 Gasvoordrukmeetnippel
Maximale gasdrukinstelling (vollast)
Hoofdschakelaar in positie 0.
▶Stel de temperatuurregelaar (Afb. 18, pos. 2) in op 60°C. ▶Houd de branderstatus-LED (Afb. 18, pos 4) ingedrukt en zet de hoofdschakelaar (Afb. 18, pos. 3) in positie I.
Nadat de branderstatustoets voor tenminste 10 seconden ingedrukt is geweest, brandt het toestel in vollastbedrijf, de branderstatus-LED knippert.
▶Open de warmwaterkraan.
▶Gebruik de stelmoer (Afb. 25, pos. 3) om de druk te regelen voor het bereiken van de waarden die staan aangegeven in tabel 18.

Na het afstellen, het toestel tenminste 30 seconden op vollast laten draaien.
Minimale gasdebietregeling
Hoofdschakelaar in positie 0.

De minimale gasdrukinstelling (laaglast) is alleen nodig als de brander vaak uitgaat wanneer het waterdebiet verminderd wordt.
▶ Stel de temperatuurregelaar (Afb. 18, pos. 2) in op 35°C. ▶Houd de branderstatus-LED (Afb. 18, pos. 4) ingedrukt en zet de hoofdschakelaar (Afb. 18, pos. 3) in positie I. Nadat de branderstatustoets voor tenminste 10 seconden ingedrukt is geweest, brandt het toestel op laaglast-bedrijf en de branderstatus-LED knippert. ▶Open de warmwaterkraan. ▶Gebruik de stelschroef (Afb. 25, pos. 2) om de druk in te stellen op de waarden die staan aangegeven in Tabel 18.
| Aardgas Propaan | |||
| Artikelnummer gasinspulter | WT10 | 8708202147(1,30) | 8708202129(0,71) |
| WT13 | 8708202114(1,40) | 8708202127(0,74) | |
| gasvoordruk (mbar) | WT10WT13 | 25 29/50 | |
| Branderdruk max (mbar) | WT10 11,5 27 | ||
| WT13 | 10,0 25,3 | ||
| Branderdruk min (mbar) | WT10 1 | 3 | , |
| WT13 | 1 | 2,7 | |
Tabel 18Branderdruk
9.3 Ombouw naar een andere gassoort
Gebruik alleen originele onderdelen. Het ombouwen mag alleen worden uitgevoerd door de erkende installateur. Originele onderdelen worden geleverd met installatie-instructie.
▶ Sluit de gasklep. - Zet de hoofdschakelaar uit en verwijder de afdekplaat.
▶ Demonteer beide injectorgroepen en vervang deze. ▶ Zet de brander weer in elkaar. ▶ Controleer de koppelingen op gaslekkage. ▶ Open de afdekkap van de elektronica. ▶ Stel de jumper in zoals aangegeven in tabel 18.

Afb. 27 Jumper (aardgas configuratie)
| JP6 Gassoort | |
| met jumper | aardgas |
| zonder jumper | propaan |
Tabel 19 Jumper configuratie voor gassoort
▶ Vermeld de gastypewijziging op het typeplaatje van het toestel.
10 Onderhoud

▶ Schakel altijd de elektrische stroom uit (stekker uit wandcontactdoos, hoofdschakelaar op stand 0) voordat u gaat werken aan de elektrische installatie.
▶ De geiser dient minimaal 1 maal per twee jaar te worden nagekeken en indien nodig ontkalkt. ▶ Het ontkalken kan soms meermalen per jaar nodig zijn. - Gebruik alleen originele reserveonderdelen en toebehoren. ▶ Vervang verwijderde pakkingen en O-ringen door een nieuw exemplaar.
10.1 Onderhoud
Controle van de functies
Zorg ervoor dat alle beveiligingen, regel- en controle-elementen in goede staat zijn.
Warmtewisselaar
▶ Controleer de warmtewisselaar. ▶ Als deze vuil is: - Demonteer de kamer en verwijder de regelaar. - Reinig de kamer met een hoge drukwaterstraal. ▶ Als het vuil blijft zitten: dompel de vuile delen in warm water met een reinigingsmiddel en maak ze voorzichtig schoon. - Indien noodzakelijk: ontkalk het binnenste van de warmtewisselaar en de aansluitleidingen.
Indien de geiser op een lagere temperatuur staat ingesteld, is er geen sprake van kalkafzet. Is de geiser echter ingesteld op een hoge temperatuur en het water heeft een hoge waterhardheid (concentratie kalk), dan kan het nodig zijn om de geiser periodiek te ontkalken. De verwarmingselementen moeten dan doorgespoeld worden met een ontkalkingsmiddel. Alleen de warmtewisselaar dient ontkalkt te worden.
▶Monteer de warmtewisselaar weer met nieuwe pakkingen. ▶Monteer de regelaar weer op de steun.
Brander
▶Inspecteer de brander elk jaar en reinig hem als dit nodig is. ▶Bij sterke vervuiling demonteer de brander en dompel hem in warm water met een reinigingsmiddel en maak hem voorzichtig schoon.
Waterfilter voor turbine
▶Sluit de watertoevoer. ▶Demonteer de koudwatertoevoerleiding. ▶Reinig het waterfilter.
10.2 Opstarten na onderhoud
▶Open alle aansluitingen weer. ▶ Lees hoofdstuk 8 “Gebruik” en/of hoofdstuk 9 “Gasregeling”. ▶Controleer de branderdruk. Zie paragraaf 9.2. ▶Controleer de luchttoevoer- en rookgasafvoerbuis aan de voorzijde van de schoorsteen. ▶Controleer op gaslekages.
10.3 Vervangen doorstroombegrenzer
▶Sluit de watertoevoer naar de geiser af. ▶Open een warmwaterkraan. ▶Draai de aftapschroef (Afb. 22 pos.3) los die op de koudwateraansluitleiding (Afb. 22 pos.1) zit. ▶Laat het toestel leeglopen. ▶Vervang de doorstroombegrenzer (Afb. 22 pos.2). ▶Monteer alle onderdelen in omgekeerde volgorde. ▶Open de watertoevoer naar de geiser. ▶Open een warmwaterkraan totdat alle lucht is verdwenen. ▶Neem de geiser weer in bedrijf.
10.4 Zekeringen vervangen in de besturingsunit
De branderstatus-LED (Afb. 18, pos. 4) moet branden wanneer de geiser aangesloten is.
Zo niet, dan is er vermoedelijk een zekering of beide zekeringen defect.
Vervang deze als volgt:
▶Schroef de afdekplaat van de besturingsunit los (Afb. 28, pos. 1).

Afb. 28 besturingsunit
▶ Vervang de defecte zekering(en) (Afb. 28, pos. 2). ▶ Monteer de afdekplaat en de mantel. ▶ Controleer de werking van de geiser. ▶ Bij herhaling van de klacht adviseren wij u contact op te nemen met de fabrikant.
10.5 Jumper opties
Het toesteltemperatuurbereik is ingesteld op 35°C - 60°C. Door de jumper JP7 (Afb. 29) te plaatsen, verandert het temperatuurbereik naar 38°C - 50°C.

Afb. 29 jumper opties
11 Storingen en oplossingen
11.1 Storing/Oorzaak/Oplossing
| Storing Oorzaak Oplossing | ||
| Er is geen ontsteking in de geiser en het bedieningspaneel werkt niet. | Geen elektrische voeding.De besturingsunit is defect of een zekering is doorgebrand. | Controleer of de stekker in het stopcontact steekt.Vervang de zekering of de besturingsunit (zie Hoofdstuk 10.4).* |
| De geiser is geblokkeerd. De temperatuursensoren zijn verkeerd aangesloten. | Controleer de warmtesensoren. | |
| Er is geen ontsteking. Verkeerde aansluiting van:•turbine•temperatuurregelaar•drukverschilschakelaar | Controleer de aansluitingen. | |
| Er is een vonk, maar de brander start niet en de geiser blijft geblokkeerd. | Geen ionisatiesignaal. | Controleer:•de gasaansluiting.•de gasdruk•de ontsteking (ionisatie-elektrode en de spoelen op het (gasblok) |
| De geiser krijgt pas na diverse po-gingen een ontsteking. | Lucht in de gasleiding. Ontluchten. * | |
| Tijdens de werking stopt de brander en blokkeert de geiser. | Drukverschilschakelaar geacti-veerd.De temperatuursensor is verkeerd aangesloten.De temperatuursensor detecteert een oververhitting. | Controleer de rookgasafvoer.Verwijder mogelijke vervuiling uit de rookgasafvoer.Controleer de aansluiting van de drukregelaarControleer de aansluiting.Laat de geiser afkoelen en probeer op-nieuw. |
| Het toestel werkt, maar rode LED knippert. | Temperatuursensoren verkeerd aangesloten.Gasvoordruk te laag. | Controleer de temperatuursensoren en connectors.Controleer de gasvoordruk. |
Tabel 20 * Bij herhaling van de storing adviseren wij u contact op te nemen met uw leverancier of fabrikant.
12 Meetgegevens WT 10/13 AM 1 E "Celsius"
| Omschrijving Spanning weerstand Kleur | ||||
| Veiligheidsklep EV1 24 V/dc 77 Ohm oranje - groen | ||||
| Veiligheidsklep EV2 24 V/dc 190 Ohm oranje - geel | ||||
| Regelklep MD 17 V/dc 80 Ohm bruin - bruin | ||||
| Ventilator 230 V/ac 45 Ohm blauw - bruin | ||||
| Ionisatie | 4 à 5 μ A/DC (min0,8) | zwart | ||
| Hoogspanningstrafo | < 20 KV | 272 Ohm | wit - wit | |
| Transformer | Primair | 230 V/ac | 71 Ohm | |
| Secundair | 24 V/dc | 1,2 Ohm | ||
| Luchtdrukverschilschakelaar | Open | 5 V/dc | 0,2 mbar | wit - wit |
| Gesloten | 0 V/dc | 0,4 mbar | ||
| NTC - voelers | Temperatuur °C | |||
| 60 | 3,2 K/Ohm | |||
| 50 | 4,6 K/Ohm | WW: rood - rood | ||
40 ![]() | 6,7 K/Ohm | KW : blauw -blauw | ||
| 30 | 9,8 K/Ohm | |||
| 20 | 14,8 K/Ohm | |||
Tabel 21
Bosch Thermotechniek B.V.
Postbus 379
7300 AJ Apeldoorn
Tel: +31 (0) 55 - 543 43 43
Fax: +31 (0) 55 - 543 43 44

