Celcius WT 10 AM1 E - Boiler BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Celcius WT 10 AM1 E BOSCH in PDF-formaat.
| Type product | Gasgestookte doorstroomgeiser (ventilatorgeiser) |
| Merk | Bosch |
| Model | Celcius WT 10 AM1 E |
| Nominaal vermogen | 17,4 kW (WT10) |
| Minimaal vermogen | 7 kW |
| Gasdruk (aardgas L) | 25 mbar |
| Gasdruk (propaan P) | 29/50 mbar |
| Maximum waterdruk | 12 bar |
| Minimum waterdruk | 0,3 bar |
| Debiet bij ΔT 25°C | 10 l/min |
| Elektrische aansluiting | 230 V, 50 Hz, 65 W |
| Beschermingsgraad | IPX4D |
| Afmetingen (H x B x D) | 670 x 340 x 220 mm (WT10) |
| Gewicht | 22 kg |
| Rookgasafvoer diameter | Concentrisch 60/100 mm |
| CW-toepassingsklasse | 2 (WT10) |
| Verwarmingssysteem | Ventilatorgestuurde verbranding met ionisatievlamcontrole |
| Temperatuurregeling | NTC-sensoren, instelbaar via temperatuurregelaar |
| Veiligheidsvoorzieningen | Oververhittingsbeveiliging, luchtdrukverschilschakelaar, vlamdetectie |
| Ombouw naar propaan | Mogelijk met ombouwset (art. 8719002195) |
| Onderhoud | Jaarlijks door erkend installateur aanbevolen |
Veelgestelde vragen - Celcius WT 10 AM1 E BOSCH
Gebruikersvragen over Celcius WT 10 AM1 E BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Boiler in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Celcius WT 10 AM1 E - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Celcius WT 10 AM1 E van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING Celcius WT 10 AM1 E BOSCH
Veiligheidsinstructies 3
Uitleg van de symbolen 3
1 Voorschriften 4
1.1 CE-conformiteitsverklaring 4
1.2 CW-label 4
2 Algemeen 5
2.1 Typeaanduiding 5
2.2 Beschrijving 5
3.2 Schema en functies 7
3.4 Werking van het toestel 8
4.1 Collectief Luchttoevoer Verbrandingsgasafvoersysteem 10
4.2 Rookgasafvoer accessoires 10
4.2.1 Montage van adapter en restrictiering 16
5 Installatie 17
5.1 Belangrijk 17
5.2 Opstellingsplaats 17
5.3 Minimale afstanden 17
5.4 Montage ophangbeugel 17
5.5 Installatie 18
5.6 Wateraansluitingen 18
5.7 Gasaansluiting 18
5.8 Installatie rookgasafvoer- en luchttoevoerleidingen 18
5.9 Montage kranenset 18
6 Elektrische aansluitingen 19
6.1 Aansluiting 19
7 Gebruik 20
7.1 Bedienen van het toestel 20
7.2 In/uitschakelen geiser 20
7.3 Temperatuurregeling 21
7.4 Storing 21
8 Gasregeling 22
8.1 Fabrieksinstellingen 22
8.2 Gasdrukafstelling 22
8.3 Optimalisatie 23
8.4 Ombouw naar een andere gassoort 23
9 Onderhoud 24
9.1 Onderhoud 24
9.2 Opstarten na onderhoud 24
9.3 Bij vorst 24
9.4 Vervangen doorstroombegrenzer 24
9.5 Zekeringen vervangen in de besturingsunit 25
10 Storingen en oplossingen 26
10.1 Storing/Oorzaak/Oplossing 26
11 Meetgegevens WT 10/13 AM 1 E "Celsius" 27
Veiligheidsinstructies
Wat te doen bij gasgeur:
▶ gaskraan dichtdraaien. ▶ ramen openen. - geen elektrische schakelaars bedienen. ▶ alle open vuren doven. - het gasbedrijf, uw installateur waarschuwen.
Installatie, wijzigingen
- Het installeren en wijzigen van de installatie van het toestel mag alleen uitgevoerd worden door een erkend installateur.
Onderhoud
▶ Voor het juist functioneren van het toestel, dient het onderhoud regelmatig door een erkend installateur te worden verricht. ▶ Een controle c.q. onderhoudsbeurt is jaarlijks aan te bevelen. ▶ Er mogen alleen originele vervangingsonderdelen gebruikt worden.
Explosieve en ontvlambare materialen
- Ontvlambare materialen (papier, oplosmiddelen, inkt, enz.) mogen niet in de nabijheid van het toestel opgeslagen worden.
Verbrandingslucht en omgevingslucht
- Om corrosie te voorkomen moeten verbrandingslucht en omgevingslucht vrij zijn van agressieve stoffen (bijvoorbeeld halogene koolwaterstoffen met chloor en fluoride verbindingen).
Klanteninformatie
- Informeer de klant over de functie en bediening van het toestel. ▶ Waarschuw klanten tegen uitvoering van wijzigingen of reparaties door henzelf.
Uitleg van de symbolen

De veiligheidsinstructies in de tekst staan in een grijze achtergrond en worden in de marge aangegeven door een driehoek met een uitroepteken.
De verschillende waarschuwingstypes dienen om de risicograad aan te geven als de maatregelen voor verminderen van de schade niet worden opgevolgd.
- VOORZICHTIG wordt gebruikt om het risico van lichte materiaalschade aan te geven.
- WAARSCHUWING wordt gebruikt om het risico van licht letsel of meer ernstige materiaalschade aan te geven.
- GEVAARLIJK wordt gebruikt om het risico op ernstig letsel aan te geven dat in sommige omstandigheden dodelijk kan zijn.

Praktische informatie in de tekst wordt aangegeven door het symbool in de marge. Het begin en het einde van de tekst worden aangegeven door een horizontale streep.
De praktische informatie bevat belangrijke informatie die niet persé risico voor mensen of het toestel zelf impliceren.
1 Voorschriften
De overheidsnormen moeten in acht worden genomen.
1.1 CE-conformiteitsverklaring

Afb. 1
Dit toestel voldoet aan de eisen uit de Europese richtlijnen
90/396/EEC, 92/42/EEC, 73/23/EEC. 89/336/EEC en
komt overeen met de specificaties zoals beschreven in het
CE-certificaat.
| Model WT10/ WT13 | |
| Categorie II | 2L3B/P |
| Type | B22, B32, C12x, C32x, C42, C42x, C62, C82x, C52 |
Tabel 1
1.2 CW-label

Afb. 2
CW: Dit is een prestatielabel dat aangeeft dat het toestel bij de bereiding van warmwater voldoet aan bepaalde toepassingsklassen voor Comfort Warm Water, aangeduid met de cijfers 1 t/m 6.
CW-label 2 (WT10): Toestel is geschikt voor:
- het voeden van een keukentappunt met ten minste 2,5 l/min. van 60 °C.
- een douchefunctie vanaf ten minste 6 l/min. van 40 °C. CW-label 3 (WT13): Toestel is geschikt voor:
- het voeden van een keukentappunt met ten minste 3,5 l/min. van 60 °C.
- een douchefunctie vanaf ten minste 6 l/min. tot ten minste 10 l/min. van 40 °C.
- het vullen van een bad van 100 liter met 10 l/min. van 40 °C gemiddeld.
2 Algemeen
2.1 Typeaanduiding
| WT10 | A | M | 1 | E | 5 | |||
| WT13 | A | M | 1 | E | 5 |
Tabel 2
W Warmwater doorstroomtoestel
T Temperatuur geregeld door Ntc,s
10 Aantal L/min delta T 35 graden
A Gesloten toestel
M Ventilator
1 Afstandtappen normale druk
- Wandhangend toestel • Aardgas / propaan-brander • Elektrische ontsteking
- doorstroomregelaar
- temperatuursensoren voor de bewaking van in- en uitstroomtemperatuur.
- Beveiligingen
- Controle van de vlam bij ontsteking – Luchtdrukverschilschakelaar – Uitstroomtemperatuurregelaar • Elektrische verbinding: 230 V, 50 Hz.
2.3 Leveringsomvang
- Ventilatorgeiser
- Montage-onderdelen
- Documentatie • Gaskoppeling 3/4" - 1/2".
2.4 Toebehoren
| Accessoire Artikelnummer | |
| Kranenset | 7709003246 |
| Draaibare uitloop L = 15 cm | 7709000041 |
| Draaibare uitloop L = 25 cm | 7709000042 |
| Draaibare uitloop L = 35 cm | 7709000043 |
| Ombouwset propaan WT10 | 8719002195 |
| Ombouwset propaan WT13 | 8719002196 |
| Gasinregelgereedschap | 8719905029 |
| Zie tabel 6 op pag. 12 voor het beschikbare rook-gasafvoermateriaal | |
Tabel 3 Toebehoren
Afb. 3 Overzichtstekeningen
1 mantel
2 afdekplaat
3 hoofdschakelaar
4 besturingsunit
8 temperatuurkeuzeknop
9 ophangbeugel (in verpakking)
50 brander
55 warmtewisselaar
226 ventilator
| A B C D E | ||||||
| WT10 340 | 670 | 220 | 65 | 230 | ||
| WT13 388 | 700 | 220 | 65 | 230 | ||
Tabel 4 Afmetingen (mm)
3.2 Schema en functies

Afb. 4 Schema en functies
4 besturingsunit 5 temperatuursensor 6 turbine 17 hoofdgasklep 25 waterfilter 28 warmwateraansluiting 29 koudwateraansluiting 35 gasaansluiting 42 gasfilter 49 spuitstuk 50 brander 55 warmtewisselaar 92 gasblok 117 ontstekingselektrode 118 ionisatie-elektrode
119 maximaal beveiliging (clixon) 200 instelschroef minimaal vermogen 201 instelmoer maximaal vermogen 210 gasregelklep 221 concentrische buis 222 rookgascollector 224 meettule luchtdrukverschil 226 ventilator 228 drukverschilschakelaar 229 verbrandingskamer
5 temperatuursensor 6 turbine 92 gasblok 117 ontstekingselektrode 118 ionisatie-elektrode 119 maximaal thermostaat (104 °C) 226 ventilator 228 drukverschilschakelaar
3.4 Werking van het toestel
Warm water
Open de gasklep en de waterklep en zorg ervoor dat alle afdichtingen hermetisch afgesloten zijn.
Zet de hoofdschakelaar (Afb. 16, pos. 3) op "1" zodat het toestel gereed is voor gebruik.
Wanneer een warmwaterkraan opengedraaid wordt, wordt de waterdebietsensor (turbine) geactiveerd en zendt deze een signaal naar de besturingsunit. Dit signaal activeert het volgende:
• de ventilator begint te draaien - tegelijkertijd worden er vonken geproduceerd en gaat de gasklep open (Afb. 5, pos. 92). - de brander start - de ionisatie-elektrode (Afb. 5, pos. 118) regelt de status van de vlam - de watertemperatuur wordt automatisch geregeld door de sensoren/regelaars al naar gelang de gekozen temperatuur.
Veiligheidsstop wanneer de veiligheidsperiode overschreden wordt
Als er geen vlam is binnen de vereiste veiligheidsperiode (15 sec.), wordt er een veiligheidsstop gegenereerd.
Bijvoorbeeld: de aanwezigheid van lucht in de gastoevoerleiding (wanneer het toestel gebruikt wordt na lange perioden zonder activiteit bijvoorbeeld), kan de ontsteking vertragen.
In dit geval voorkomt de beveiliging de werking als de pogingen tot ontsteking te lang duren.
Veiligheidsstop vanwege een te hoge watertemperatuur
De besturingsunit detecteert de verwarmingstemperatuur via de temperatuursensor die gemonteerd is in de warmwateruitlaatleiding en de maximaalthermostaat in de warmtewisselaar. Wanneer een hoge temperatuur gedetecteerd wordt, wordt een veiligheidsstop gegenereerd.
Veiligheidsstop vanwege een te laag luchtdrukverschil
De drukverschilregelaar detecteert de drukverschillen buiten de ventilator en activeert een veiligheidsstop wanneer er onvoldoende luchttransport gedetecteerd wordt.
Herstart na veiligheidsstop
Om het toestel te herstarten na een veiligheidsstop:
▶ druk op de resetknop. (par. 7.4).
| Technische kenmerken Eenheid WT10 WT13 | |||
| Nominaal vermogen kW 17,4 22,6 | |||
| Minimaal vermogen kW 7 7 | |||
| Modulatiebereik % 36 - 100 30 - 100 | |||
| Nominale belasting* kW 21,4 26,3 | |||
| Minimale belasting* kW 9 9 | |||
| Gasdruk | |||
| Aardgas L | mbar | 25 | 25 |
| Propaan P | mbar | 29/50 | 29/50 |
| Gasverbruik | |||
| Aardgas L (G25)* | m3/h 2,5 | 2,9 | |
| Propaan P (G31) | kg/h | 1,9 | 2,1 |
| Water | |||
| Maximum waterdruk** | bar | 12 | 12 |
| Minimum waterdruk bar 0,3 0,3 | |||
| Minimum debiet | l/min 3,2 | 3,2 | |
| Debiet bij ΔT 25 °C (Bijmenging a/d kraan) | l/min | 10 | 13 |
| Debiet bij ΔT 35°C (Bijmenging a/d kraan) | l/min | 8 | 10 |
| Debiet bij ΔT 50°C | l/min 5,5 | 7 | |
| CW-toepassingsklasse | 2 3 | ||
| Rookgassen | |||
| Debiet rookgassen*** | kg/h 50 | 60 | |
| Rookgastemperatuur bij maximale ventilatordruk (4 m)*** | °C | 170 | 170 |
| Rookgastemperatuur bij minimale ventilatordruk (0,37 m)*** | °C | 220 | 230 |
| Diameter RGA-adapter concentrisch | mm | 60/100 | 60/100 |
| Diameter RGA-adapter concentrisch bocht 90° | mm | 60/100 | 60/100 |
| Diameter RGA-adapter parallel | mm | 80/80 | 80/80 |
| Elektrische aansluiting | |||
| Spanning (50 Hz) | V | 230 | 230 |
| Opgenomen vermogen | W | 65 | 65 |
| Beschermingstype (IP) | IPX4D IPX4D | ||
| Algemene gegevens | |||
| Gewicht | kg | 22 | 22 |
| Hoogte | mm | 670 | 700 |
| Breedte | mm | 340 | 388 |
| Diepte | mm | 220 | 220 |
Tabel 5
* Hi 15°C - 1013 mbar - droog; aardgas Wobbe-index 11,5 kWh/m³)
** Rekening houdend met het uitzetten van water mag deze waarde niet overschreden worden.
*** Bij nominaal vermogen
4 Rookgasafvoer
4.1 Collectief Luchttoevoer Verbrandingsgasafvoersysteem
De Bosch ventilatorgeiser is geschikt voor de meeste Collectieve Luchttoevoer- Verbrandingsgasafvoer systemen. (CLV systemen).
Concentrische en parallelle CLV systemen moeten voldoen aan de Gastec criteria QA 138 en half CLV systemen (ook wel CRI of CRB systemen genoemd) moeten voldoen aan de Gastec QA 163 criteria.
Voor het bepalen van de geoptimaliseerde diameters van het systeem, afgestemd op de toepassing van de geisers, kunt u contact opnemen met Bosch.
![graph TD subgraph Left_Sayer A1["concentrisch CLV-systeem"] --> B1["Valve"] B1 --> C1["Valve"] C1 --> D1["Valve"] D1 --> E1["Valve"] E1 --> F1["Valve"] F1 --> G1["Valve"] G1 --> H1["Valve"] end subgraph Right_Sayer I1["parallel CLV-systeem"] --> J1["Valve"] J1 --> K1["Valve"] K1 --> L1["Valve"] L1 -…](/content/2026/06/1159859/images/df698bd33a6368f821aadeb4f3f9ba7f556abecf8f2f7c0c3c1d4c589dfcf667.jpg)
Afb. 6 Opbouw verticale en concentrische dakdoorvoer naar toestel
4.2 Rookgasafvoer accessoires

Afb. 7 Opbouw verticale en concentrische dakdoorvoer naar toestel

Afb. 8 Opbouw verticale en concentrische dakdoorvoer met adapter en parallel naar toestel

Afb. 9 Opbouw concentrische muurdoorvoer met adapter direct op het toestel

Afb. 10 Opbouw concentrische balkondoorvoer en concentrisch naar toestel
Bepaling rookgasafvoer-/luchttoevoersysteem ventilatorgeisers
Bij de bepaling van het rookgasafvoer-/luchttoevoersysteem van de Bosch ventilatorgeisers dient te worden voldaan aan de plaatselijke en landelijke installatievoorschriften, met name de NEN 1078 en de NPR 3378.
De Bosch ventilatorgeisers kunnen worden toegepast als:
- Open toestel: Dit zijn toestellen waarbij de lucht voor de verbranding rechtstreeks uit de ruimte waar het toestel hangt, wordt gehaald.
- Gesloten toestel: Dit zijn toestellen waarbij de lucht voor de verbranding rechtstreeks van buiten wordt
gehaald en de verbrandingsgassen rechtstreeks naar buiten worden gebracht.
Toepassing als open toestel
De Bosch ventilatorgeisers die als open toestel worden gebruikt voldoen aan klasse B.
Voor de bepaling van de rookgasafvoerdiameter moet onderscheid gemaakt worden in:
- Gesloten opstellingsruimte: NEN 1078 en de NPR 3378.
- Open opstellingsruimte: NEN 1078 en de NPR 3378.
Voor de bijbehorende uitmondingsgebieden van de rookgasafvoer dient u de tekeningen te gebruiken als aangegeven in de NEN 1078 en de NPR 3378.
Toepassing als gesloten toestel
De Bosch ventilatorgeisers die als gesloten toestel worden gebruikt voldoen aan klasse C. Voor de bepaling van de rookgasafvoer-/luchttoevoerdiameter dient u de volgende berekeningswijze te hanteren.
De drukval in het luchttoevoerkanaal, het rookgasafvoerkanaal en de muur- of dakdoorvoerset mag maximaal 90 Pa zijn. Bij een hogere drukval zal het toestel niet in bedrijf komen.
Bepaal in eerste instantie de uitvoeringsvorm van het rookgasafvoer-/luchttoevoersysteem aan de hand van de tekeningen zoals aangegeven in figuur 7 t/m 9. De nummers corresponderen met de positienummers zoals vermeld in tabel 6: "Rookgasafvoermaterialen Bosch ventilatorgeisers".

Afb. 11 Opbouw concentrische muurdoorvoer en adapter met verlengstukken
| Benaming Diam. | Lengtemm Kleur | Bestelnr. | Afb. Pos. | Bijzonderheden / Benodigdheden. | |||
| Verticale dakdoor-voer | 80/110 77 | 19001148 7 | 1 | Adapter 80/110 87167715160 | |||
| Verticale dakdoor-voer | 80/80 771 | 9999988 7 | 1 | Adapter 80/80 77167800980 | |||
| Verticale dakdoor-voer | 60/90 770 | 9999010 7 | 1 | l.c.m adapter 60/90 art.nummer 7746900002 | |||
| Muurdoorvoer 60/1 | 00 425-725 | Wit 771678 | 0088 9 9 | Incl.aansluitbocht. Lengte is verschuifbaar | |||
| Muurdoorvoer 60/90 | 600 Wit 7 | 709999060 | 9 9 | l.c.m adapter 60/90 Con. art.nummer 7746900002 | |||
| Muurdoorvoer 60/90 | 1000 Wit | 7709999100 | 11 | 6 | l.c.m adapter 60/90 Con. art.nummer 7746900002 | ||
| Muurdoorvoer 60/90 | 1500 Wit | 7709999150 | 11 | 6 | l.c.m adapter 60/90 Con. art.nummer 7746900002 | ||
| Muurdoorvoer 60/90 | 2000 Wit | 7709999200 | 11 | 6 | l.c.m adapter 60/90 Con. art.nummer 7746900002 | ||
| l.c.m adapter 60/90 Con. art.nummer 7746900002 | |||||||
| Muurdoorvoer 80/1 | 10 600 Alu. | 77190 | 01147 9 9 | Adapter 80/110 87167715160 | |||
| Balkondoorvoer | 60/90 600 | Wit 770999 | 9906 9 9 | l.c.m adapter 60/90 Con. art.nummer 7746900002 | |||
| Balkondoorvoer | 60/90 1000 | Wit 77099 | 99910 9 9 | l.c.m adapter 60/90 Con. art.nummer 7746900002 | |||
| Balkondoorvoer | 60/90 1500 | Wit 77099 | 99915 9 9 | l.c.m adapter 60/90 Con. art.nummer 7746900002 | |||
| Balkondoorvoer | 60/90 2000 | Wit 77099 | 99920 9 9 | l.c.m adapter 60/90 Con. art.nummer 7746900002 | |||
| Concentrische bocht 90° | 60/90 | Wit 7709 | 999121 11 | 5 | |||
| Concentrische bocht 45° | 60/90 | Wit 7709 | 999120 n.v.t | n.v.t | |||
| Concentrische bocht 90° | 80/110 | Alu. | 7719000837 11 | 5 | |||
| Concentrische bocht 45° | 80/110 | Alu. | 7719001142 n.v.t | n.v.t | |||
| Benaming Diam. | Lengtemm | Kleur | Bestelnr. | Afb. | Pos. | Bijzonderheden / Benodigdheden. | |
| Concentrische verleng pijp | 60/90 500 | Wit 770999 | 9127 11 6 | ||||
| Concentrische verleng pijp | 60/90 1000 | Wit 77099 | 99123 11 6 | ||||
| Concentrische verleng pijp | 60/90 2000 | Wit 77099 | 99124 11 6 | ||||
| Concentrische verleng pijp | 80/110 500 | Alu. 77190 | 001151 11 6 | ||||
| Concentrische verleng pijp | 80/110 1000 | Alu. 7719 | 0000834 11 6 | ||||
| Concentrische verleng pijp | 80/110 1500 | Alu. 7719 | 0000835 11 6 | ||||
| Balkon verleng pijp | 60 1000 | Grijs 770999 | 9122 10 4 | ||||
| Adapter 80/80 Wit | 771678009 | 8 8 8 | |||||
| Adapter 80/110 Alu. | 87167715 | 160 11 7 | |||||
| Adapter concentrisch 60/90 | Wit 7746 | 900002 11 7 | |||||
| Adapter concentrisch 60/100 | Wit 282 | 29 11 7 |
Tabel 6 Overzicht rookgasafvoermateriaal ventilatorgeisers WT10, WT13
Tabel 6 Overzicht rookgasafvoermateriaal ventilatorgeisers WT10, WT13
Bosch ventilatorgeiser weerstandstabel
In deze tabel staan de drukverliezen van de verschillende rookgasafvoer/luchttoevoer componenten. De totale weerstand van het rookgasafvoer/luchttoevoersysteem mag niet meer bedragen dan 90 Pa.
| Toestel WT10 WT13 | ||
| Beschikbaar drukverschil 90 Pa 90 Pa | ||
| Volumestroom rookgasafvoer 56 m | 3/h 71 m | 3/h |
| Volumestroom luchttoevoer 33 m | 3/h 41 m | 3/h |
| Drukvallen per rookgasafvoer component [Pa] | ||
| 45° bocht ∅ 70 mm 6,8 11,6 | ||
| 45° bocht ∅ 80 mm 3,6 7,2 | ||
| 45° bocht ∅ 100 mm 0,9 1,6 | ||
| 90° bocht ∅ 70 mm 22,1 37,5 | ||
| 90° bocht ∅ 80 mm 11,6 19,6 | ||
| 90° bocht ∅ 100 mm 3,4 5,8 | ||
| rechte buis ∅ 70 mm per meter 4,9 8,4 | ||
| rechte buis ∅ 80 mm per meter 2,3 3,7 | ||
| rechte buis ∅ 100 mm per meter 0,6 1,1 | ||
| Drukvallen per luchttoevoer component [Pa] | ||
| 45° bocht ∅ 70 mm 2,4 3,6 | ||
| 45° bocht ∅ 80 mm 1,4 2,0 | ||
| 45° bocht ∅ 100 mm 0,4 0,6 | ||
| 90° bocht ∅ 70 mm 7,6 11,8 | ||
| 90° bocht ∅ 80 mm 4,1 6,3 | ||
| 90° bocht ∅ 100 mm 1,2 2,1 | ||
| rechte buis ∅ 70 mm per meter 1,8 2,7 | ||
| rechte buis ∅ 80 mm per meter 0,9 1,3 | ||
| rechte buis ∅ 100 mm per meter | 0,3 | 0,5 |
| Drukvallen per concentrisch component [Pa] | ||
| 45° bocht ∅ 60/100 mm 8,7 19,4 | ||
| 90° bocht ∅ 60/100 mm 16,5 27,2 | ||
| rechte buis ∅ 60/100 mm per meter | 14,3 22,1 | |
| Drukvallen per dakdoorvoer component [Pa] | ||
| Vert. dakdoorvoeren met aansluiting concentrisch ∅60/100 mm ET-nr. 7709999010 | 25,0 43,0 | |
| Drukvallen per balkondoorvoer component [Pa] | ||
| BALKONDOORVOER 60/90 600 ET-nr. 7709999906 | 12,6 21,6 | |
| Balkonlengtepijp 60 lengte 1000 mm ET-nr. 7709999122 | 9,2 15,6 | |
Tabel 7
Voorbeeldberekening rookgasafvoer/luchttoevoersysteem Bosch ventilatorgeiser
Gegevens: ventilatorgeiser WT10
| Gegevens: Bosch ventilatorgeiser WT10 concentrische RGA-aansluiting | |||
| Aantal/ meters W | Weerstand ( tabel 7) Totale weerstand | ||
| Concentr. buis 60/100 3 3 x 14.3 42.9 | |||
| Bocht 60/100 1 1 x 16.5 16.5 | |||
| Dakdoorvoer 60/100 1 1 x 25.0 25 | |||
| 84.4 Pa | |||
Tabel 8
De totale weerstand is kleiner dan 90 Pa, dus akkoord.
Controle droge lengte:
Ook dient nog bepaald te worden of de rookgassen zullen condenseren in het rookgasafvoerkanaal. Ga hiervoor als volgt te werk:
- Gebruik omrekeningstabel 9 om de vervangingslengte van de bochten te bepalen.
- Bepaal de omgevingstemperatuur op de plaats waar de rookgasafvoer loopt.
- Controleer of de bepaalde vervangingslengte groter of kleiner is dan de waarden aangegeven in de tabel 10 of 11, respectievelijk voor 0 en 15° omgevingstemperatuur.
Voor de bepaling van de droge lengte is de totale lengte (tabel 9) van de rookgasafvoer 3 m + 1 x 0,25 m = 3,25 m.
Volgens tabel 11 zal bij concentrisch 60/100 en omgevingstemperatuur van 15 °C, er na ca. 4,0 m condens optreden. In dit geval is het dus niet nodig om de rookgasafvoer te isoleren of een condensopvang in de rookgasafvoer te plaatsen.
Indien deze waarden worden overschreden dient men de rookgasafvoer te isoleren of een condensopvang in de rookgasafvoer te plaatsen, zodanig dat het condenswater niet in de ventilatorgeiser terechtkomt.
| ...... x | meter lengte rookgasvoer ...... meter | |
| ...... x | bochten 90° in rookgasafvoer x 0,25 m/bocht ...... meter | |
| ...... x | bochten 45° in rookgasafvoer x 0,25 m/bocht ...... meter | |
| ...... x | bochten concentrisch x 0,25 m/bocht ...... meter | |
| TOTAAL(deze waarde controleren met onderstaande | ...... meter |
Tabel 9 Droge lengte bepaling
Tabel 10 Droge lengte bij een omgevingstemperatuur van 0 °C
Tabel 11 Droge lengte bij een omgevingstemperatuur van 15 °C
Indien deze waarden worden overschreden dient men de rookgasafvoer te isoleren of een condensopvang in de rookgasafvoer te plaatsen.
4.2.1 Montage van adapter en restrictiering
Afhankelijk van de rookgasafvoerleiding en de installatieomstandigheden kan het nodig zijn een restrictiering te monteren (Afb. 12 pos. 2) onder de adapter (Afb. 12 pos. 1). De adapter wordt niet met het toestel meegeleverd en dient besteld te worden.
Om er zeker van te zijn dat het toestel goed functioneert, moet de juiste restrictiering gebruikt worden (zie tabel 12, 13 en 14).

Afb. 12 Adapter met restrictiering
Restrictieringen voor concentrische RGA configuratie
![]() | RGA-leidinglengte [mm] | Maximale RGA-leidinglengte [mm] | ||
| WT10 WT13 | ||||
| 1 x 90° ≤ 2200 | 4000 | ∅ 78 ∅ 83 | ||
| 2 x 90° ≤ 2800 2800 ∅ 83 - | ||||
| 1 x 90° + 2 x 45° | ≤ 1000 | 2800 | ∅ 86 ∅ 83 | |
| 1000 - 2800 ∅ 86 - | ||||
Tabel 12 Horizontale concentrische RGA configuratie
![]() | RGA leidinglengte [mm] | Maximale RGA-leidinglengte [mm] | ||
| WT10 WT13 | ||||
| 0 × 90° ≤ 4000 | 4000 76 78 | |||
| 2 × 90° ≤ 2300 | 2300 80 - | |||
Tabel 13 Verticale concentrische RGA configuratie
Restrictieringen voor parallele RGA configuratie
![]() | ![]() | Minimale RGA leiding [mm] | Maximale RGA leiding [mm] | Minimale Luchttoevoer-leiding [mm] | Maximale Luchttoevoer-leiding [mm] | ![]() | |
| Type B22 , open toestel met een verticale RGA | |||||||
| WT10 | WT13 | ||||||
| 0 x 90° | - | 1300 | 12300 | - | - | ∅ 76 | ∅ 80 |
| 2 x 90° | 1300 | 12300 | ∅ 76 | ∅ 80 | |||
| Type B22 , open toestel met een horizontale RGA | |||||||
| 1 x 90° | - | 1000 | 12000 | - | - | ∅ 76 | ∅ 80 |
| 3 x 90° | 3000 | 12000 | - | - | |||
| Type C12 , gesloten toestel, individuele luchttoevoer/ rookgasafvoer via gevel in zelfde drukvlak, horizontale RGA | |||||||
| 1 x 90° 1 x 90° | 1000 | 12000 | - | - | ∅ 78 | ∅ 78 | |
| Type C32 , gesloten toestel, individuele luchttoevoer/ rookgasafvoer via dak en zelfde drukvlak, verticale RGA | |||||||
| 0 x 90° 0 x 90° | 2300 | 12300 | 2300 | 12300 | ∅ 78 | ∅ 80 | |
| Type C52 , gesloten toestel, individuele luchttoevoer/rookgasafvoer via verschillend drukvlak, verticale RGA | |||||||
| 0 x 90° | 1 x 90° | 1300 | 12300 | 600 | 10000 | ∅ 78 | ∅ 78 |
| 2 x 90° | - | - | |||||
| Type C82 gesloten toestel, individuele luchttoevoer/ rookgasafvoer via dak en zelfde drukvlak, horizontale RGA | |||||||
| 1 x 90° 1 x 90° | 1000 | 10000 | 150 | 8000 | ∅ 78 | ∅ 80 | |
| 1 x 90° 3 x 90° | 1000 | 9000 | 3000 | 6000 | |||
| 3 x 90° 1 x 90° | 3000 | 6000 150 | 6000 | ||||
| 3 x 90° 3 x 90° | 3000 | 3000 | 3000 | 3000 | |||
Tab. 14 Verticale en horizontale parallele RGA configuraties
▶ Plaats de restrictiering (Afb. 12, pos. 2) tussen adapter en toestel.
▶ De adapter monteren met bijgeleverde schroeven.
5 Installatie

Installatie, elektrische aansluiting, gasinstallatie, aansluiting koud- en warmwaterleidingen en opstarten dienen uitsluitend door de erkende installateur te worden uitgevoerd.

Het toestel kan alleen verkocht worden in de landen die op het typeplaatje staan aangegeven.

Voorzichtig: zorg er voor dat de koudwatertemperatuur naar het toestel niet warmer is dan 60°C. Bijvoorbeeld bij toepassing van een voorgeschakelde zonneboiler.
5.1 Belangrijk
▶ Raadpleeg voor het installeren het gasbedrijf en de geldende wetgeving m.b.t. gastoestellen en ventilatie ter plaatse. - Installeer een gaskraan zo dicht mogelijk bij het toestel. ▶ Na aansluiting op de hoofdgasleiding moet het toestel getest worden op gaslekkage. Om beschadiging door drukoverschrijding in het gasblok te voorkomen moet dit worden uitgevoerd terwijl de gasklep gesloten is. - Zorg ervoor dat het geïnstalleerde toestel geschikt is voor het geleverd type gas. Zorg ervoor dat het debiet en de druk voor de geïnstalleerde regelaar overeenkomen met de aanduiding voor verbruik door het toestel (zie technische gegevens in tabel 5).
5.2 Opstellingsplaats
bepaling opstellingsplaats
▶ Voldoe aan de eisen die specifiek zijn voor elk land. ▶ De geiser mag niet boven een warmtebron geïnstalleerd worden. ▶ Neem de minimale installatieafmetingen in acht die staan vermeld in Afb. 13. - Het toestel mag niet geïnstalleerd worden op plaatsen waar de omgevingstemperatuur onder de 0°C kan zakken. Wanneer er risico op vorst bestaat, moet het toestel afgesloten en afgetapt worden (Afb. 23).
Luchttoevoer
- Het luchttoevoerrooster moet zich in een goed geventileerde ruimte bevinden.
- Om corrosie te voorkomen is het verboden om producten als oplosmiddelen, inkt, ontvlambare gassen of lijm in de buurt van het luchttoevoerrooster op te slaan. Tevens dienen schoonmaakmiddelen met halogene koolwaterstoffen en andere producten die corrosie kunnen veroorzaken, uit de buurt van het luchttoevoerrooster opgeslagen te worden.
Op plekken waar deze voorwaarden onmogelijk vervuld kunnen worden, moet een alternatieve plaats voor luchttoevoer en rookgasafvoer gekozen worden.
Oppervlaktetemperatuur
De maximale oppervlaktetemperatuur van het toestel ligt onder de 85°C. Er zijn geen speciale beschermende maatregelen nodig voor ontvlambare bouwmaterialen of behuizingen.
5.3 Minimale afstanden
Bepaal de plaats voor de installatie met inachtneming van de volgende beperkingen:
▶ Laat geruime afstand tussen uitstekende delen zoals slangen en buizen, enz. Zorg voor een goede toegankelijkheid voor onderhoudswerk en neem de minimale afstanden in acht zoals aangegeven in Afb. 13.

Afb. 13 Minimale afstanden
A Voorzijde ≥ 2 cm, zijkant ≥ 1 cm
B ≥ 40 cm
5.4 Montage ophangbeugel

Zorg voor een juiste positionering van de ophangbeugel ten opzichte van water, gas, en afvoerleidingen.
- Plaats de ophangbeugel op het gekozen installatiepunt.
- Markeer de plaats voor de bevestigingsgaten op de muur en boor de gaten. ▶ Bevestig de ophangbeugel aan de muur door middel van de meegeleverde schroeven en pluggen.
5.5 Installatie

Voorzichtig: mogelijke beschadiging veroorzaakt door vreemde voorwerpen!
- Zorg dat de leidingen schoon zijn en zonder bramen.
▶ Haal het toestel uit de verpakking. - Zorg dat alle aangegeven onderdelen aanwezig zijn. ▶ Verwijder de pluggen uit de gas- en wateraansluitingen. Klik de afdekplaat voorzichtig van de mantel (Afb. 14, pos. 1). ▶ Draai de twee schroeven uit de mantel (Afb. 14, pos. 2).

Afb. 14 Verwijder het klepje aan de voorzijde
▶ Trek de mantel aan de onderzijde naar voren. ▶ Bevestig het toestel in verticale positie.

Voorzichtig:
▶ Laat de geiser nooit rusten op de gas- of wateraansluitingen.

Om de installatie te vergemakkelijken wordt aanbevolen eerst het water aan te sluiten en dan de rest van de aansluitingen.
5.6 Wateraansluitingen
▶ Markeer de warm- en koudwaterleidingen om verwarring te voorkomen. ▶ Sluit de warm- en koudwaterleiding aan door middel van de flexibele aansluitleidingen.
- Om problemen te voorkomen die veroorzaakt worden door plotselinge veranderingen van de waterleidingdruk wordt aanbrengen van een terugslagklep geadviseerd bij de installatie van het toestel.
5.7 Gasaansluiting
De gasaansluiting moet voldoen aan de GAVO NEN1078.
Diameter van de gasleiding volgens GAVO NEN1078 bepalen.
Gaskraan aanbrengen. Gasleiding moet inwendig schoon zijn.

Gebruik de geleverde verloopkoppeling om de gasaansluiting aan te passen van 3/4" naar 1/2" (indien nodig).
5.8 Installatie rookgasafvoer- en luchttoevoerleidingen
Leidingen moeten geïnstalleerd worden volgens de instructies.
▶ Eenmaal aangesloten moet de leiding geïnspecteerd worden en gegarandeerd zijn dat alles goed is afgedicht.
5.9 Montage kranenset
Optioneel is voor de geiser een kranenset leverbaar. Deze kranenset maakt het mogelijk direct onder de geiser warm water te tappen. Zie voor montage de bij de kranenset geleverde instructie.
Om de set volledig te maken dient separaat een uitloop te worden bestelt. (zie tabel 3).

6 Elektrische aansluitingen

Gevaar: elektrische ontlading!
▶ Voordat gewerkt wordt aan de elektrische installatie moet de stroom uitgeschakeld worden.
Het toestel is voorzien van een gelabeld netsnoer. Alle wetgeving, controles en beveiligingen zijn goed getest in de fabriek en zijn klaar voor gebruik.
6.1 Aansluiting

De elektrische aansluiting moet worden uitgevoerd volgens de huidige regels met betrekking tot elektrische installaties in huizen.
▶ Sluit de netsnoer aan op een geaard stopcontact.
7 Gebruik

Afb. 16 1 resetknop 2 temperatuurkiezer 3 hoofdschakelaar 4 brander-LED
7.1 Bedienen van het toestel

Voorzichtig:
▶ Het opstarten van de geiser moet geschieden door de erkende installateur die de klant alle informatie verschaft die nodig is voor correct gebruik.
Zorg ervoor dat het gastype dat staat gespecificeerd op het typeplaatje hetzelfde is als het gas dat ter plekke wordt geleverd. ▶ Open de gaskraan. ▶ Open een warm waterkraan.
7.2 In/uitschakelen geiser
Inschakelen
▶ Draai de hoofdschakelaar in de positie 1. Het temperatuurkiezer geeft aan tot welke temperatuur het water verwarmd wordt.

▶ Draai de hoofdschakelaar in de positie 0.
7.3 Temperatuurregeling

De temperatuurinstelling op de regelaar komt overeen met de warmwater-uitstroomtemperatuur.
Om de uitstroomtemperatuur van het water te regelen:
▶ Draai de temperatuurkiezer op de gewenste waarde.
op de gewenste

▶ Open daarna een warmwaterkraan.

Wanneer u een temperatuur kiest die hoger is dan die mogelijk is met het vermogen van de geiser, dan kan de gekozen temperatuur niet bereikt worden:
In dat geval dient u het uitstroomdebiet te verminderen door de warmwaterkraan niet maximaal open te zetten.

Voorzichtig:
▶ de voorzijde van de brander kan zeer hoge temperaturen bereiken en er bestaat gevaar voor brandwonden bij contact.
7.4 Storing
In geval van storing brandt het rode lampje op de resetknop (Afb. 16, pos 1). Druk de resetknop kort in om het toestel opnieuw op te laten starten.
Om de storing te identificeren dient u hoofdstuk 10 van deze handleiding te raadplegen.
Raadpleeg bij herhaling van de klacht uw installateur.
8 Gasregeling
8.1 Fabrieksinstellingen

Verzegelde onderdelen mogen niet gewijzigd worden.
Aardgas
Geisers die ontworpen zijn voor aardgas L (G25) worden in de fabriek verzegeld voor de levering nadat de waarden op het typeplaatje zijn gecontroleerd.

Geisers mogen niet ontstoken worden wanneer de gasvoordruk minder is dan 20 mbar en meer dan 30 mbar is.
Vloeibaar gas
Geisers op propaan/butaan (G31) dienen ter plaatse te worden omgebouwd. Maak hierbij gebruik van de beschikbare ombouwsets.
Het vermogen dient te worden afgesteld volgens paragraaf 8.2. Gebruik hiervoor een digitale drukmeter.

Gevaar:
▶ De volgende handelingen moeten uitgevoerd worden door een erkend installateur.
Het vermogen dient te worden afgesteld volgens paragraaf 6.2. Gebruik hiervoor een digitale drukmeter.
8.2 Gasdrukafstelling
Verwijderen van de besturingsunit
▶ Verwijder het voorpaneel van het toestel (zie bladzijde 18). ▶ Druk gelijktijdig op beide lipjes (A) en trek aan de besturingsunit.

Afb. 19 Verwijderen van de besturingsunit
▶ Draai de besturingsunit een kwartslag.
- Hang de besturingskast aan de daarvoor bestemde haken op.

Afb. 20 besturingsunit - gasblok
Aansluiten drukmeter
▶ Draai de branderdrukmeetnippel (1) los. - Sluit de digitale drukmeter aan op de branderdruk-meetnippel.

Afb. 21 Drukmeetpunten
1 Branderdrukmeetnippel 2 Stelschroef minimale gasdruk (laaglast) 3 Stelmoer maximale gasdruk (vollast) 4 Gasvoordrukmeetnippel
Maximale gasdrukinstelling (vollast)
Hoofdschakelaar in positie 0.
▶ Stel de temperatuurregelaar (Afb. 16, pos. 2) in op 60°C. ▶ Druk op de branderstatus-LED (Afb. 16, pos. 4) en zet de hoofdschakelaar (Afb. 16, pos. 3) in positie I. Het toestel staat nu in vollast-bedrijf, de branderstatus-LED knippert. ▶ Open de warmwaterkraan. - Gebruik de stelmoer (Afb. 21, pos. 3) om de druk te regelen voor het bereiken van de waarden die staan aangegeven in tabel 15.
Minimale gasdebietregeling
Hoofdschakelaar in positie 0.

De minimale gasdrukinstelling (laaglast) is alleen nodig als de brander vaak uitgaat wanneer het waterdebiet verminderd wordt.
▶ Stel de temperatuurregelaar (Afb. 16, pos. 2) in op 55°C. ▶ Druk op de branderstatus-LED (Afb. 16, pos. 4) en zet de hoofdschakelaar (Afb. 16, pos. 3) in positie I. Het toestel is in laaglast-bedrijf en de branderstatus-LED knippert. ▶ Open de warmwaterkraan. - Gebruik de stelschroef (Afb. 21, pos. 2) om de druk in te stellen op de waarden die staan aangegeven in Tabel 15.
| Aardgas Propaan | |||
| Artikelnummer gasinspuiter | WT10 | 8708202147 (1,30) | 8708202127 (0,74) |
| WT13 | 8708202114 (1,40) | ||
| gasvoordruk (mbar) | WT10 WT13 | 25 29/50 | |
| Branderdruk max (mbar) | WT10 10 34 | ||
| WT13 13 36 | |||
| Branderdruk min (mbar) | WT10 2 5 | ||
| WT13 2 4 | |||
Tabel 15 Branderdruk
8.3 Optimalisatie
Door een optimalisatie uit te voeren kan het toestel zichzelf bijstellen als de omstandigheden veranderen. Deze handeling dient te worden uitgevoerd na het verstellen/instellen van de gasdrukken.
▶ Schakel het toestel uit. ▶ Stel de temperatuurkiezer in op 45. ▶ Houd de brander-LED ingedrukt en schakel het toestel in ( knipperende brander-LED). ▶ Laat de brander-LED los. ▶ Tap water gedurende 5 minuten. ▶ Schakel het toestel uit. ▶ Sluit de waterkraan. ▶ Schakel het toestel in.
8.4 Ombouw naar een andere gas- soort
Gebruik alleen originele onderdelen. Het ombouwen mag alleen worden uitgevoerd door de erkende installateur. Originele onderdelen worden geleverd met installatie-instructie.
▶ Sluit de gasklep. - Zet de hoofdschakelaar uit en verwijder de afdekplaat. ▶ Demonteer de brander.

Afb. 22
▶ Demonteer beide injectorgroepen en vervang deze. ▶ Zet de brander weer in elkaar. - Controleer de koppelingen op gaslekkage. ▶ Zet de temperatuurregelaar (Afb. 16, pos. 2) op 40°C (LPG) of 35°C (aardgas). ▶ Druk op de branderstatustoets (Afb. 16, pos. 4) en zet de hoofdschakelaar (Afb. 16, pos. 3) in positie I. ▶ Houd de branderstatustoets ingedrukt tot de resetknop (Afb. 16, pos. 1) knippert. ▶ Stel de gasdrukken juist af (zie par. 8.2). ▶ Vermeld de gastypewijziging op het typeplaatje van het toestel.
9 Onderhoud

Gevaar: Elektrische ontlading!
▶ Schakel altijd de elektrische stroom uit (stekker uit wandcontactdoos, hoofdschakelaar op stand 0) voordat u gaat werken aan de elektrische installatie.
▶ De geiser dient minimaal 1 maal per twee jaar worden nagekeken en indien nodig ontkalkt. - Het ontkalken kan soms meermalen per jaar nodig zijn. - Gebruik alleen originele reserveonderdelen en toebehoren. ▶ Vervang verwijderde pakkingen en O-ringen door een nieuw exemplaar.
9.1 Onderhoud
Controle van de functies
- Zorg ervoor dat alle beveiligingen, regel- en controle-elementen in goede staat zijn.
Warmtewisselaar
▶ Controleer de warmtewisselaar. ▶ Als deze vuil is: - Demonteer de kamer en verwijder de regelaar. - Reinig de kamer met een hoge drukwaterstraal. ▶ Als het vuil blijft zitten: dompel de vuile delen in warm water met een reinigingsmiddel en maak ze voorzichtig schoon. - Indien noodzakelijk: ontkalk het binnenste van de warmtewisselaar en de aansluitleidingen. ▶ Monteer de warmtewisselaar weer met nieuwe pakkingen. ▶ Monteer de regelaar weer op de steun.
Brander
- Inspecteer de brander elk jaar en reinig hem als dit nodig is. ▶ Bij sterke vervuiling demonteer de brander en dompel hem in warm water met een reinigingsmiddel en maak hem voorzichtig schoon.
Waterfilter voor turbine
▶ Sluit de watertoevoer. ▶ Demonteer de koudwatertoevoerleiding. ▶ Reinig het waterfilter.
9.2 Opstarten na onderhoud
▶ Open alle aansluitingen weer. ▶ Lees hoofdstuk 7 "Gebruik" en/of hoofdstuk 8 "Gasregeling". ▶ Controleer de branderdruk. Zie paragraaf 8.2. ▶ Controleer de luchttoevoer- en rookgasafvoerbuis aan de voorzijde van de schoorsteen. ▶ Controleer op gaslekken.
9.3 Bij vorst
Als er gevaar bestaat voor vorst, ga dan als volgt te werk:
▶ Sluit de watertoevoer naar de geiser af. ▶ Open een warmwaterkraan. ▶ Draai de aftapschroef (Afb. 23 pos.3) los die op de koudwateraansluitleiding (Afb. pos.1) zit. ▶ Laat al het water uit het toestel stromen.

Afb. 23 aftappen toestel
9.4 Vervangen doorstroombegrenzer
▶ Sluit de watertoevoer naar de geiser af. ▶ Open een warmwaterkraan. ▶ Draai de aftapschroef (Afb. 23 pos.3) los die op de koudwateraansluitleiding (Afb. pos.1) zit. ▶ Laat het toestel leeglopen. ▶ Vervang de doorstroombegrenzer (Afb. 23 pos.2). ▶ Monteer alle onderdelen in omgekeerde volgorde. ▶ Open de watertoevoer naar de geiser. ▶ Open een warmwaterkraan totdat alle lucht is verdwenen. ▶ Neem de geiser weer in bedrijf.
9.5 Zekeringen vervangen in de besturingsunit
De branderstatus-LED (Afb. 16, pos. 4) moet branden wanneer de geiser aangesloten is.
Zo niet, dan is er vermoedelijk een zekering of beide zekeringen defect.
Vervang deze als volgt:
▶ Schroef de afdekplaat van de besturingsunit los (Afb. 24, pos. 1).

Afb. 24 besturingsunit
▶ Vervang de defecte zekering(en) (Afb. 24, pos. 2). ▶ Monteer de afdekplaat en de mantel. ▶ Controleer de werking van de geiser. ▶ Bij herhaling van de klacht adviseren wij u contact op te nemen met de fabrikant.
10 Storingen en oplossingen
10.1 Storing/Oorzaak/Oplossing
| Storing Oorzaak Oplossing | ||
| Er is geen ontsteking in de geiser en het bedieningspaneel werkt niet. | Geen elektrische voeding.De besturingsunit is defect of een zekering is doorgebrand. | Controleer of de stekker in het stop-contact steekt.Vervang de zekering of de bestu-ringsunit (zie Hoofdstuk 9.5).* |
| De geiser is geblokkeerd. De temperatuursensoren zijn ver-keerd aangesloten. | Controleer de warmtesensoren. | |
| Er is geen ontsteking. Verkeerde aansluiting van:• turbine• temperatuurregelaar• drukverschilschakelaar. | Controleer de aansluitingen. | |
| Er is een vonk, maar de brander start niet en de geiser blijft geblok-keerd. | Geen ionisatiesignaal. Controleer:• de gasaansluiting.• de gasdruk• de ontsteking (ionisatie-elek-trode en de spoelen op het (gas-blok). | |
| De geiser krijgt pas na diverse pogingen een ontsteking. | Lucht in de gasleiding. Ontluchten.* | |
| Tijdens de werking stopt de bran-der en blokkeert de geiser. | Drukverschilschakelaar geacti-veerd.De temperatuursensor is verkeerd aangesloten.De temperatuursensor detecteert een oververhitting. | Controleer de rookgasafvoer.Verwijder mogelijke vervuiling uit de rookgasafvoer.Controleer de aansluiting van de drukregelaarControleer de aansluiting.Laat de geiser afkoelen en probeer opnieuw. |
Tabel 16 * Bij herhaling van de storing adviseren wij u contact op te nemen met uw leverancier of fabrikant.
11 Meetgegevens WT 10/13 AM 1 E "Celsius"
| Omschrijving Spanning weerstand Kleur | ||||
| Veiligheidsklep EV1 24 V/dc 77 Ohm oranje - groen | ||||
| Veiligheidsklep EV2 24 V/dc 190 Ohm oranje - geel | ||||
| Regelklep MD 17 V/dc 80 Ohm bruin - bruin | ||||
| Ventilator 230 V/ac 45 Ohm blauw - bruin | ||||
| Ionisatie 4 à 5 μ A/DC (min0,8) zwart | ||||
| Hoogspanningstrafo < 20 KV 272 Ohm wit - wit | ||||
| Transformer | Primair Secundair | 230 V/ac 24 V/dc | 71 Ohm 1,2 Ohm | |
| Luchtdruk verschilschakelaar | Open Gesloten | 5 V/dc 0 V/dc | 0,2 mbar 0,4 mbar | wit - wit |
| NTC - voelers | Temperatuur °C605040 3020 | 3,2 K/Ohm 4,6 K/Ohm 6,7 K/Ohm 9,8 K/Ohm 14,8 K/Ohm | WW: rood - rood KW : blauw - blauw | |
Tabel 17
BOSCH
Robert Bosch Thermotechniek BV
Postbus 379
7300 AJ Apeldoorn
Tel: +31 (0) 55 - 54 34 343
Fax: +31 (0) 55 - 54 34 344
www.bosch-thermotechnik.nl





3020