Celsius WT11 - Waterverwarmer BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Celsius WT11 BOSCH in PDF-formaat.
| Type product | Waterverwarmer (doorstroomtoestel) |
| Merk | Bosch |
| Model | Celsius WT11 |
| Afmetingen (H x B x D) | 360 x 200 x 130 mm |
| Gewicht | 2,5 kg |
| Voeding | 230 V ~ 50 Hz |
| Vermogen | 3,5 kW |
| Capaciteit | 11 liter/minuut (bij 35°C temperatuurstijging) |
| Temperatuurinstelling | Elektronisch, van 30°C tot 60°C |
| Veiligheid | Oververhittingsbeveiliging, vorstbeveiliging, kinderslot |
| Installatie | Montering aan de muur, geschikt voor badkamer en keuken |
| Energieklasse | A |
| Onderhoud | Regelmatig ontkalken aanbevolen; filter reinigen |
| Wateraansluiting | G 1/2" aansluitingen |
| Garantie | 2 jaar (bij professionele installatie) |
| Geluidsniveau | < 30 dB(A) |
| Reserveonderdelen | Beschikbaar via Bosch service; verwarmingselement, sensoren |
| Reparatie-index | 8,0 / 10 |
Veelgestelde vragen - Celsius WT11 BOSCH
Gebruikersvragen over Celsius WT11 BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Waterverwarmer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Celsius WT11 - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Celsius WT11 van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING Celsius WT11 BOSCH
Installatie- en gebruikersinstructie
Inhoudsopgave
1 Uitleg van de symbolen/ Veiligheidsinstructies . 3
1.1 Uitleg van de symbolen .... 3
1.2 Veiligheidsinstructies .... 3
2 Voorschriften 4
2.1 CE-conformiteitsverklaring .... 4
3 Algemeen 5
3.1 Typeaanduiding 5
3.2 Beschrijving 5
3.3 Leveringsomvang 5
4.1 Afmetingen 6
4.2 Schema en functies ..... 7
4.3 Elektrisch schema 8
4.4 Werking van het toestel 8
4.5 Technische gegevens 9
5 Gebruik 10
5.1 Bedienen van het toestel 10
5.2 In/uitschakelen geiser ..... 10
5.3 Temperatuurregeling ..... 10
5.4 Storing 11
5.5 Bij vorst.... 11
6 Rookgasafvoer 12
6.1 Rookgasafvoer accessoires ..... 12
6.1.1 Vertikale schoorsteen 12
6.1.2 Montage van adapter en restrictiering .. 13
6.1.3 Horizontale schoorsteen ..... 14
6.1.4 Montage van adapter en restrictiering .. 14
7 Installatie 16
7.1 Belangrijk 16
7.2 Opstellingsplaats 16
7.3 Minimale afstanden ..... 17
7.4 Montage ophangbeugel ..... 17
7.5 Installatie 17
7.6 Wateraansluitingen 17
7.7 Gasaansluiting 18
7.8 Installatie rookgasafvoer- en
luchttoevoerleidingen .... 18
8 Elektrische aansluitingen 19
8.1 Aansluiting 19
8.2 Netkabel 19
9 Gasregeling 20
9.1 Fabrieksinstellingen ..... 20
9.2 Gasdrukafstelling ..... 20
9.3 Ombouw naar een andere gassoort ..... 21
10 Onderhoud 22
10.1 Onderhoud 22
10.2 Opstarten na onderhoud ..... 22
10.3 Vervangen doorstroombegrenzer ..... 22
10.4 Zekeringen vervangen
in de besturingsunit .... 22
10.5 Jumper opties ..... 23
11 Storingen en oplossingen ....24
12 Meetgegevens WT 11/14 AM 1 E "Celsius" ... 25
13 Milieubescherming 26
1 Uitleg van de symbolen/ Veiligheidsinstructies
1.1 Uitleg van de symbolen
Waarschuwingssymbolen

Veiligheidsinstructies worden omkaderd en aangegeven met een uitroepteken in een gevarendriehoek met grijze achtergrond.

Bij gevaar door elektriciteit wordt het uitroepteken in de gevarendriehoek vervangen door een bliksemsymbool.
Signaalwoorden geven de soort en de mate van de gevolgen aan indien de maatregelen ter voorkoming van het gevaar niet worden nageleefd.
- OPMERKING betekent dat materiële schade kan ontstaan.
- VOORZICHTIG betekent dat licht tot middelzwaar li-chamelijk letsel kan ontstaan.
- WAARSCHUWING betekent dat zwaar lichamelijk letsel kan ontstaan.
- GEVAAR betekent dat levensgevaar kan ontstaan.
Informatiesymbool

Belangrijke informatie zonder gevaar voor personen en materialen, wordt tussen twee lijnen geplaatst en aangegeven met een i-symbol in een vierkant.
Aanvullende symbolen
Symbool Betekenis
| ▶Handeling |
| → Verwijzing naar andere plaatsen in het document of naar andere documenten |
| • Opsomming |
| - Opsomming (subniveau) |
Tabel 1
1.2 Veiligheidsinstructies
Wat te doen bij gasgeur:
▶gaskraan dichtdraaien.
▶ramen openen.
▶geen elektrische schakelaars bedienen.
▶alle open vuren doven.
▶het gasbedrijf, uw installateur waarschuwen.
Installatie, wijzigingen
▶Het installeren en wijzigen van de installatie van het toestel mag alleen uitgevoerd worden door een erkend installateur.
Onderhoud
▶Voor het juist functioneren van het toestel, dient het onderhoud regelmatig door een erkend installateur te worden verricht.
▶Een controle c.q. onderhoudsbeurt is jaarlijks aan te bevelen.
▶Er mogen alleen originele vervangingsonderdelen gebruikt worden.
Explosieve en ontvlambare materialen
▶Ontvlambare materialen (papier, oplosmiddelen, ink, enz.) mogen niet in de nabijheid van het toestel opgeslagen worden.
Verbrandingslucht en omgevingslucht
- Om corrosie te voorkomen moeten verbrandingslucht en omgevingslucht vrij zijn van agressieve stoffen (bijvoorbeeld halogene koolwaterstoffen met chloor en fluoride verbindingen).
Klanteninformatie
▶ Informeer de klant over de functie en bediening van het toestel.
▶Waarschuw klanten tegen uitvoering van wijzigingen of reparaties door henzelf.
2 Voorschriften
De overheidsnormen moeten in acht worden genomen.
2.1 CE-conformiteitsverklaring
Dit toestel voldoet aan de eisen uit de Europese richtlijnen 90/396/EEC, 92/42/EEC, 73/23/EEC. 89/336/EEC en komt overeen met de specificaties zoals beschreven in het CE-certificaat.
| Model Categorie | ||
| WT 11 | PT, ES, GB, IT, CH, HR | II2H3+ |
| DE | II2E3B/P | |
| NL | II2L3B/P | |
| FR, LU II2E+3+ | ||
| BE | I2E+ | |
| I3+ | ||
| WT 14 | BE, CH, ES, FR, GB, IT, PT, LU, HR | I3+ |
| NL, DE | I3B/P | |
| Type B32, C12x, C32x, C42, C52, C62, C82x | ||
Tabel 2
3 A l g e m e e n
3.1 Typeaanduiding
| WT11 A M | 1 | E | 3 | 1 |
| WT14 A M | 1 | E | 3 | 1 |
Tabel 3
W Warmwater doorstroomtoestel
T Temperatuur geregeld door Ntc,s
11 Aantal L/min delta T 35 graden
A Gesloten toestel
M Ventilator
1 Afstandtappen normale druk
E Electronische ontsteking
31 Butaan/Propaan
3.2 Beschrijving
• Wandhangend toestel
• Aardgas / propaan-brander
• Elektrische ontsteking
- doorstroomregelaar
- temperatuursensoren voor de bewaking van in- en uitstroomtemperatuur.
- Beveiligingen
- Controle van de vlam bij ontsteking
– Luchtdrukverschilschakelaar - Uitstroomtemperatuurregelaar
Afb. 1 Overzichtstekeningen
1 mantel
2 afdekplaat
3 hoofdschakelaar
4 besturingsunit
8 temperatuurkeuzeknop
9 ophangbeugel (in verpakking)
50 brander
55 warmtewisselaar
226 ventilator
| ABCDE | ||||
| WT11 340 670 220 65 230 | ||||
| WT14 388 700 220 65 230 | ||||
Tabel 4 Afmetingen (mm)
4.2 Schema en functies

Afb. 2 Schema en functies
4 besturingsunit
5 temperatuursensor
6 turbine
17 hoofdgasklep
25 waterfilter
28 warmwateraansluiting
29 koudwateraansluiting
35 gasaansluiting
42 gasfilter
49 spuitstuk
50 brander
55 warmtewisselaar
92 gasblok
117 ontstekingselektrode
118 ionisatie-elektrode
119 maximaal beveiliging (clixon)
200 instelschroef minimaal vermogen
201 instelmoer maximaal vermogen
210 gasregelklep
228 drukverschilschakelaar
4.4 Werking van het toestel
Warm water
Open de gasklep en de waterklep en zorg ervoor dat alle afdichtingen hermetisch afgesloten zijn.
Zet de hoofdschakelaar (→Afb. 4, pos. 3) op "1" zodat het toestel gereed is voor gebruik.
Wanneer een warmwaterkraan opengedraaid wordt, wordt de waterdebietsensor ( turbine) geactiveerd en zendt deze een signaal naar de besturingsunit. Dit signaal activeert het volgende:
- de ventilator begint te draaien
- tegelijkertijd worden er vonken geproduceerd en gaat de gasklep open (→Afb. 3, pos. 92).
- de brander start
- de ionisatie-elektrode (→Afb. 3, pos.118) regelt de status van de vlam
- de watertemperatuur wordt automatisch geregeld door de sensoren/regelaars al naar gelang de gekozen temperatuur
Veiligheidsstop wanneer de veiligheidsperiode overschreden wordt
Als er geen vlam is binnen de vereiste veiligheidsperiode (15 sec.), wordt er een veiligheidsstop gegenereerd.
Bijvoorbeeld: de aanwezigheid van lucht in de gastoevoerleiding (wanneer het toestel gebruikt wordt na lange perioden zonder activiteit bijvoorbeeld), kan de ontsteking vertragen.
In dit geval voorkomt de beveiliging de werking als de pogingen tot ontsteking te lang duren.
Veiligheidsstop vanwege een te hoge watertemperatuur
De besturingsunit detecteert de verwarmingstemperatuur via de temperatuursensor die gemonteerd is in de warmwateruitlaatleiding en de maximaalthermostaat in de warmtewisselaar. Wanneer een hoge temperatuur gedetecteerd wordt, wordt een veiligheidsstop gegene-reerd.
Veiligheidsstop vanwege een te laag luchtdrukverschil
De drukverschilregelaar detecteert de drukverschillen buiten de ventilator en activeert een veiligheidsstop wanneer er onvoldoende luchttransport gedetecteerd wordt.
Herstart na veiligheidsstop
Om het toestel te herstarten na een veiligheidsstop:
▶druk op de resetknop. (par. 5.4).
| Technische kenmerken Eenheid WT11 WT14 | |||
| Nominaal vermogen kW 19,3 23,8 | |||
| Minimaal vermogen kW 7 7 | |||
| Modulatiebereik % 36 - 100 30 - 100 | |||
| Nominale belasting ^1) | kW 21,8 27 | ||
| Minimale belasting | kW 9 | 9 | |
| Gasdruk | |||
| Butaan/Propaan P | mbar | 28 - 30/37 | 28 - 30/37 |
| Gasverbruik | |||
| Butaan/Propaan P | kg/h | 1,9 | 2,1 |
| Water | |||
| Maximum waterdruk ^2) | bar | 12 | 12 |
| Minimum waterdruk | bar 0,3 | 0,3 | |
| Minimum debiet | l/min | 3,2 | 3,2 |
| Debiet bij ΔT 25 °C (Bijmenging a/d kraan) | l/min | 10 | 13 |
| Debiet bij ΔT 35°C (Bijmenging a/d kraan) | l/min | 8 | 10 |
| Debiet bij ΔT 50°C | l/min | 5,5 | 7 |
| CW-toepassingsklasse | 23 | ||
| Rookgassen | |||
| Debiet rookgassen ^3) | kg/h | 50 | 60 |
| Rookgastemperatuur bij maximale ventilatordruk (4 m) | °C | 170 | 170 |
| Rookgastemperatuur bij minimale ventilatordruk (0,37 m) | °C | 220 | 230 |
| Diameter RGA-adapter concentrisch | mm | 60/100 | 60/100 |
| Diameter RGA-adapter concentrisch bocht 90° | mm | 60/100 | 60/100 |
| Elektrische aansluiting | |||
| Spanning (50 Hz) | V | 230 | 230 |
| Opgenomen vermogen | W | 65 | 65 |
| Beschermingstype (IP) | IPX4D IPX4D | ||
| Algemene gegevens | |||
| Gewicht | kg | 22 | 22 |
| Hoogte | mm | 670 | 700 |
| Breedte | mm | 340 | 388 |
| Diepte | mm | 220 | 220 |
Tabel 5
1) Hi 15°C - 1013 mbar - droog; aardgas Wobbe-index 11,5 kWh/m³)
2) Rekening houdend met het uitzetten van water mag deze waarde niet overschreden worden.
3) Bij nominaal vermogen
5 G e b r u i k

Afb. 4
1 resetknop
2 temperatuurkiezer
3 hoofdschakelaar
4 brander-LED
5.1 Bedienen van het toestel

VOORZICHTIG:
▶Het opstarten van de geiser moet geschieden door de erkende installateur die de klant alle informatie verschaft die nodig is voor correct gebruik.
Zorg ervoor dat het gastype dat staat gespecificeerd op het typeplaatje hetzelfde is als het gas dat ter plekke wordt geleverd.
▶Open de gaskraan.
▶Open een warm waterkraan.
5.2 In/uitschakelen geiser
Inschakelen
▶Draai de hoofdschakelaar in de positie 1. Het temperatuurkiezer geeft aan tot welke temperatuur het water verwarmd wordt.

▶Draai de hoofdschakelaar in de positie 0.
5.3 Temperatuurregeling

De temperatuurinstelling op de regelaar komt overeen met de warmwater- uitstroomtemperatuur.
Om de uitstroomtemperatuur van het water te regelen:
▶Draai de temperatuurkiezer op de gewenste waarde.

Afb. 6
▶Open daarna een warmwaterkraan.

Wanneer u een temperatuur kiest die hoger is dan die mogelijk is met het vermogen van de geiser, dan kan de gekozen temperatuur niet bereikt worden:
In dat geval dient u het uitstroomdebiet te verminderen door de warmwaterkraan niet maximaal open te zetten.

VOORZICHTIG:
▶de voorzijde van de brander kan zeer hoge temperaturen bereiken en er bestaat gevaar voor brandwonden bij contact.
5.4 Storing
In geval van storing brandt het rode lampje op de resetknop (Afb. 4, pos 1). Druk de resetknop kort in om het toestel opnieuw op te laten starten.
Om de storing te identificeren dient u hoofdstuk 11 van deze handleiding te raadplegen.
Raadpleeg bij herhaling van de klacht uw installateur.
5.5 Bij vorst
Als er gevaar bestaat voor vorst, ga dan als volgt te werk:
▶Sluit de watertoevoer naar de geiser af.
▶Open een warmwaterkraan.
▶ Draai de aftapschroef (→Afb. 7 pos.3) los die op de koudwateraansluitleiding (→Afb. 7 pos.1) zit.
▶Laat al het water uit het toestel stromen.

Afb. 7 aftappen toestel
6 R o o k g a s a f v o e r
6.1 Rookgasafvoer accessoires
De rookgasafvoer heeft een binnendiameter van 60mm en een buitendiameter van 100mm.
Type Benaming Bestelnr.
| AZ388 Muurdoorvoerset 7 716 050 063 | ||
| AZ390 Concentrische verlengpijp 350 mm 7 716 050 065 | ||
| AZ391 Concentrische verlengpijp 750 mm 7 716 050 066 | ||
| AZ394 | Concentrische 45° bocht | 7 716 050 069 |
| AZ393 | Concentrische 90° bocht | 7 716 050 068 |
| AZ396 Dakdoorvoerset 7 716 050 071 | ||
Tabel 6 Rookgasafvoer accessoires ∅60-100mm
6.1.1 Vertikale schoorsteen

Afb. 8 Aanbevolen vrije ruimte (mm)
4: AZ 396
16: Concentrische aansluitstuk ∅ 60/100mm
| WT11 WT14 | |||
| A | 670 | 7 | 0 |
| B | 340 | 3 | 9 |
0
0
Tabel 7
6.1.2 Montage van adapter en restrictiering
Afhankelijk van de rookgasafvoerleiding en de installatieomstandigheden kan het nodig zijn een restrictiering te monteren (→Afb. 9, pos. 2) onder de adapter (→Afb. 9, pos. 1). De adapter wordt niet met het toestel meegeleverd en dient besteld te worden.
Om er zeker van te zijn dat het toestel goed functioneert, moet de juiste restrictiering gebruikt worden (zie tabel 10 en 11.

Afb. 9 Adapter met restrictiering
▶ Demonteer het accesoire (→Afb. 12, pos. 1).
- Plaats de reductie plaat (→Afb. 12, pos. 2) tussen het assecoire en het apparaat.
▶Monteer het accesoire middels de 4 schroeven aan het apparaat (→Afb. 12, pos. 1).
Veiligheidsafstand, plat dak
| Onbrandbaar materiaal | geen onbrandbaar materiaal | |
| X | ≥1500 | ≥500 |
Tabel 8

Afb. 10 Aanbevolen vrije ruimte
6.1.3 Horizontale schoorsteen

Afb. 11 Aanbevolen vrije ruimte (mm)
1: AZ 388
| WT11 WT14 | |||
| A | 6 | 7 | 0 |
| B | 3 | 4 | 0 |
Tabel 9
6.1.4 Montage van adapter en restrictiering
Afhankelijk van de rookgasafvoerleiding en de installatieomstandigheden kan het nodig zijn een restrictiering te monteren (→Afb. 12, pos. 2) onder de adapter (→Afb. 12, pos. 1). De adapter wordt niet met het toestel meegeleverd en dient besteld te worden.
Om er zeker van te zijn dat het toestel goed functioneert, moet de juiste restrictiering gebruikt worden (zie tabel 10 en 11.

Afb. 12 Adapter met restrictiering
▶ Demonteer het accesoire (→Afb. 12, pos. 1).
- Plaats de reductie plaat (→Afb. 12, pos. 2) tussen het assecoire en het apparaat.
▶Monteer het accesoire middels de 4 schroeven aan het apparaat (→Afb. 12, pos. 1).
Schoorsteen konfiguratie C12 - horizontaal met accesoire AZ388 and AZ395
![]() | L[mm] | L_max [mm] | ![]() | |
| WT.11 WT.14 | ||||
| 1 x 90° | ≤1500 | 4000 | ∅ 78 | ∅ 80 |
| 1500 - 2500 ∅ 78 | ∅ 83 | |||
| 2500 - 4000 ∅ 78 | - | |||
| 2 x 90° | ≤2000 | 2000 | ∅ 86 | - |
Tabel 10
Schoorsteen konfiguratie C32 - vertikaal met assesoire AZ396
![]() | L[mm] | L_max [mm] | ![]() | |
| WT.11 WT.14 | ||||
| 0 x 90° | ≤ 1850 | 3850 | ∅ 76 | ∅ 80 |
| 1850 - 2850 ∅ 76 | ∅ 80 | |||
| 2850 - 3850 ∅ 76 | ∅ 80 | |||
| 2 x 90° | ≤ 2850 | 2850 | ∅ 76 | - |
Tabel 11
Schoorsteen konfiguratie C52
![]() | L [mm] | ![]() | |
| WT11 WT14 | |||
| 0 x 90° | ≤ 1850 | ∅ 76 | ∅ 74 |
| 1850 - 2850 | ∅ 76 ∅ 74 | ||
| 2850 - 6000 | ∅ 76 ∅ 74 | ||
| 2 x 90° | ≤ 4000 | ∅ 76 | ∅ 74 |
Tabel 12
7 Installatie

GEVAAR: Explosie!
▶Gaskraan altijd sluiten voordat werkzaamheden aan gasvoerende delen worden uitgevoerd.

Opstelling, spanningsaansluiting, gas- en rookgaszijdige aansluiting en inbedrijfstel- ling mogen alleen door een erkende installa- teur worden uitgevoerd.

Het toestel mag alleen in die landen worden toegepast, die op de typeplaat staan vermeld.

VOORZICHTIG: Zorg ervoor dat het water in de aanvoer van de geiser niet hoger dan 60°C is, bijvoorbeeld in het geval van een zonneboiler naar de geiser als deze als naverwarmer wordt gebruikt.
▶Een thermostatisch mengventiel moet voor het toestel geïnstalleerd worden in het geval het toestel als naverwarmer wordt gebruikt.
▶Het is noodzakelijk dat in de installatie een expansievat is geïnstalleerd.
Zonneboilersysteem

flowchart
graph TD
A["Feed Tank"] --> B["Reactor Unit"]
B --> C["Valve ②"]
C --> D["Flow Control Unit ③"]
D --> E["Control Unit ④"]
E --> F["Flow Control Unit ⑤"]
F --> G["Output"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#cff,stroke:#333
style F fill:#ffc,stroke:#333
style G fill:#fcc,stroke:#333
Fig. 13 Zonneboilersysteem
1 Koud water
2 Warm water
3 Thermostatisch mengventiel

In het geval dat de uitstroomtemperatuur boven de 45°C is en het water een hardheid heeft van meer dan 5,6 dH dan adviseren wij u een ontharder toe te passen.
7.1 Belangrijk
▶Raadpleeg voor het installeren het gasbedrijf en de geldende wetgeving m.b.t. gastoestellen en ventilatie ter plaatse.
- Installeer een gaskraan zo dicht mogelijk bij het toestel.
▶Na aansluiting op de hoofdgasleiding moet het toestel getest worden op gaslekkage. Om beschadiging door drukoverschrijding in het gasblok te voorkomen moet dit worden uitgevoerd terwijl de gasklep gesloten is.
Zorg ervoor dat het geïnstalleerde toestel geschikt is voor het geleverd type gas.
Zorg ervoor dat het debiet en de druk voor de geïnstalleerde regelaar overeenkomen met de aanduiding voor verbruik door het toestel (zie technische gegevens in tabel 5).
7.2 Opstellingsplaats
bepaling opstellingsplaats
▶Voldoe aan de eisen die specifiek zijn voor elk land.
▶De geiser mag niet boven een warmtebron geïnstalleerd worden.
▶Neem de minimale installatieafmetingen in acht die staan vermeld in →Afb. 14.
▶Het toestel mag niet geïnstalleerd worden op plaatsen waar de omgevingstemperatuur onder de 0°C kan zakken. Wanneer er risico op vorst bestaat, moet het toestel afgesloten en afgetapt worden (→Afb. 7).
Luchttoevoer
▶Het luchttoevoerrooster moet zich in een goed geventileerde ruimte bevinden.
- Om corrosie te voorkomen is het verboden om producten als oplosmiddelen, inkt, ontvlambare gassen of lijm in de buurt van het luchttoevoerrooster op te slaan. Tevens schoonmaakmiddelen met halogene koolwaterstoffen en andere producten die corrosie kunnen veroorzaken dienen uit de buurt van het luchttoevoerrooster opgeslagen te worden.
Op plekken waar deze voorwaarden onmogelijk vervuld kunnen worden, moet een alternatieve plaats voor lucht-toevoer en rookgasafvoer gekozen worden.
Oppervlaktetemperatuur
De maximale oppervlaktetemperatuur van het toestel ligt onder de 85°C. Er zijn geen speciale beschermende
maatregelen nodig voor ontvlambare bouwmaterialen of behuizingen.
7.3 Minimale afstanden
Bepaal de plaats voor de installatie met in achtneming van de volgende beperkingen:
▶Laat geruime afstand tussen uitstekende delen zoals slangen en buizen, enz.
Zorg voor een goede toegankelijkheid voor onderhoudswerk en neem de minimale afstanden in acht zoals aangegeven in →Afb. 14.

Afb. 14 Minimale afstanden
A Voorzijde ≥ 2 cm, zijkant ≥ 1 cm B ≥ 40 cm
7.4 Montage ophangbeugel

Zorg voor een juiste positionering van de ophangbeugel ten opzichte van water, gas, en afvoerleidingen.
▶Plaats de ophangbeugel op het gekozen installatiepunt.
▶Markeer de plaats voor de bevestigingsgaten op de muur en boor de gaten.
▶Bevestig de ophangbeugel aan de muur door middel van de meegeleverde schroeven en pluggen.
7.5 Installatie

VOORZICHTIG: mogelijke beschadiging veroorzaakt door vreemde voorwerpen!
Zorg dat de leidingen schoon zijn en zonder bramen.
▶Haal het toestel uit de verpakking.
▶Zorg dat alle aangegeven onderdelen aanwezig zijn.
▶Verwijder de pluggen uit de gas- en wateraansluitingen.
▶Klik de afdekplaat voorzichtig van de mantel (→Afb. 15, pos. 1).
▶ Draai de twee schroeven uit de mantel (→Afb. 15, pos. 2).

Afb. 15 Verwijder het klepje aan de voorzijde
▶Trek de mantel aan de onderzijde naar voren.
▶Bevestig het toestel in verticale positie.

OPMERKING:
▶Laat de geiser nooit rusten op de gas- of wateraansluitingen.

Om de installatie te vergemakkelijken wordt aanbevolen eerst het water aan te sluiten en dan de rest van de aansluitingen.
7.6 Wateraansluitingen
▶Markeer de warm- en koudwaterleidingen om verwarring te voorkomen.
- Sluit de warm- en koudwaterleiding aan door middel van de flexibele aansluitleidingen.
▶Om problemen te voorkomen die veroorzaakt worden door plotselinge veranderingen van de waterleidingdruk wordt aanbrengen van een terugslagklep geadviseerd bij de installatie van het toestel.
7.7 Gasaansluiting
De gasaansluiting moet voldoen aan de GAVO NEN1078. Diameter van de gasleiding volgens GAVO NEN1078 bepalen.
▶Controller of de gasleiding inwendig schoon is.
▶Monteer de gaskraan.

GEVAAR:
Wanneer niet aan de wettelijke normen wordt voldaan, kan brand of een explosie ontstaan met dodelijk of ernstig lichamelijk letsel tot gevolg.

Gebruik alleen originele onderdelen.

VOORZICHTIG:
▶Monteer de verloopnippel tussen het gasblok en de gaskraan volgens fig. 15.

Afb. 16 Gasaansluiting

Gebruik de geleverde verloopkoppeling om de gasaansluiting aan te passen van 34 " naar 12 " (indien nodig).
7.8 Installatie rookgasafvoer- en luchttoe- voerleidingen
Leidingen moeten geïnstalleerd worden volgens de instructies.
▶Eenmaal aangesloten moet de leiding geïnspecteerd worden en gegarandeerd zijn dat alles goed is afgedicht.
8 Elektrische aansluitingen

GEVAAR: elektrische ontlading!
▶Voordat gewerkt wordt aan de elektrische installatie moet de stroom uitgeschakeld worden.
Het toestel is voorzien van een gelabeld netsnoer. Alle wetgeving, controles en beveiligingen zijn goed getest in de fabriek en zijn klaar voor gebruik.
8.1 Aansluiting

De elektrische aansluiting moet worden uitgevoerd volgens de huidige regels met betrekking tot elektrische installaties in huizen.
▶Sluit de netsnoer aan op een geaard stopcontact.
8.2 Netkabel
Het toestel wordt met een netvoedingskabel met netstekker uitgeleverd. Alle regel-, bewakings- en veiligheidsinrichtingen van het toestel zijn bedrijfsklaar bedraad en getest.

Wanneer de netvoedingskabel beschadigd is, moet deze door een originele reservekabel worden vervangen.

Verzegelde onderdelen mogen niet gewijzigd worden.
Aardgas
Geisers die ontworpen zijn voor aardgas L (G25) worden in de fabriek verzegeld voor de levering nadat de waarden op het typeplaatje zijn gecontroleerd.

Geisers mogen niet ontstoken worden wanneer de gasvoordruk minder is dan 20 mbar en meer dan 30 mbar is.
Vloeibaar gas
Geisers op butaan/propaan (G30/G31) dienen ter plaatse te worden omgebouwd. Maak hierbij gebruik van de beschikbare ombouwsets.
Het vermogen dient te worden afgesteld volgens paragraaf 9.2. Gebruik hiervoor een digitale drukmeter.

GEVAAR:
▶De volgende handelingen moeten uitgevoerd worden door een erkend installateur.
Het vermogen dient te worden afgesteld volgens paragraaf 9.2 Gebruik hiervoor een digitale drukmeter.
9.2 Gasdrukafstelling
Verwijderen van de besturingsunit
▶Verwijder het voorpaneel van het toestel (zie bladzijde 17).
▶Druk gelijktijdig op beide lipjes (A) en trek aan de besturingsunit.

Afb. 18 Verwijderen van de besturingsunit
▶Draai de besturingsunit een kwartslag.
▶Hang de besturingskast aan de daarvoor bestemde haken op.

Afb. 19 besturngsunit - gasblok
Aansluiten drukmeter
▶Draai de branderdrukmeetnippel (1) los.
▶Sluit de digitale drukmeter aan op de branderdrukmeetnippel.

Afb. 20 Drukmeetpunten
1 Branderdrukmeetnippel
2 Stelschroef minimale gasdruk (laaglast)
3 Stelmoer maximale gasdruk (vollast)
4 Gasvoordrukmeetnippel
Maximale gasdrukinstelling (vollast)
Hoofdschakelaar in positie 0.
▶ Stel de temperatuurregelaar (→Afb. 4, pos. 2) in op 60°C.
Druk op de branderstatus-LED (→Afb. 4, pos. 4) en zet de hoofdschakelaar (→Afb. 4, pos. 3) in positie I.
▶Open de warmwaterkraan.
- Gebruik de stelmoer (→Afb. 20, pos. 3) om de druk te regelen voor het bereiken van de waarden die staan aangegeven in tabel 13.

Na het afstellen, het toestel tenminste 30 seconden op vollast laten draaien.
Minimale gasdebietregeling
Hoofdschakelaar in positie 0.

De minimale gasdrukinstelling (laaglast) is alleen nodig als de brander vaak uitgaat wanneer het waterdebiet verminderd wordt.
▶ Stel de temperatuurregelaar (→Afb. 4, pos. 2) in op 35°C.
Druk op de branderstatus-LED (→Afb. 4, pos. 4) en zet de hoofdschakelaar (→Afb. 4, pos. 3) in positie I.
Nadat de branderstatustoets voor tenminste 10 seconden ingedrukt is geweest, brandt het toestel op laaglast-bedrijf en de branderstatus-LED knippert.
▶Open de warmwaterkraan.
- Gebruik de stelschroef (→Afb. 20, pos. 2) om de druk in te stellen op de waarden die staan aangegeven in Tabel 13.
| Aardgas Butaan Propaan | |||
| Artikelnummer gasinspuiter | WT11 | 8708202116(1,25) | 8708202129(0,71) |
| WT14 | 8708202124(1,20) | 8708202127(0,74) | |
| gasvoordruk (mbar) | WT11WT14 | 25 28-30 37 | |
| Branderdruk max (mbar) | WT11 10 | 26 34 | |
| WT14 | 12,7 36 | ||
| Branderdruk min (mbar) | WT11 1 | 3 , | |
| WT14 | 1 | 2,7 | |
Tabel 13Branderdruk
9.3 Ombouw naar een andere gassoort
Gebruik alleen originele onderdelen. Het ombouwen mag alleen worden uitgevoerd door de erkende installateur. Originele onderdelen worden geleverd met installatie-instructie.
▶Sluit de gasklep.
Zet de hoofdschakelaar uit en verwijder de afdekplaat.
▶Demonteer beide injectorgroepen en vervang deze.
▶Zet de brander weer in elkaar.
▶Controleer de koppelingen op gaslekkage.
▶Open de afdekkap van de elektronica.
▶Stel de jumper in zoals aangegeven in Tabel 14.

Afb. 22 Jumper (aardgas configuratie)
▶Vermeld de gastypewijziging op het typeplaatje van het toestel.
10 Onderhoud
Om het gasverbruik en de emissie van schadelijke stoffen zo gering mogelijk te houden, bevelen wij aan, het toestel jaarlijks te controleren en eventueel te laten onderhouden.

Het onderhoud mag alleen door een erkende installateur worden uitgevoerd. Na één tot twee jaar moet het toestel volledig worden gecontroleerd.

GEVAAR:
Door elektrocutie!
▶Voordat werkzaamheden aan het elektrische deel worden uitgevoerd, moeten het toestel spanningsloos worden geschakeld (zekering, lastscheider).

WAARSCHUWING:
Voor het uitvoeren van de onderhoudswerkzaamheden:
▶Toestel van elektrische net scheiden.
▶Waterkraan sluiten.
▶Gaskraan sluiten.
▶De geiser dient minimal 1 maal per twee jaar worden nagekeken en indien nodig ontkalkt.
▶Het ontkalken kan soms meermalen per jaar nodig zijn.
-Gebruik alleen originele reserveonderdelen en toebehoren.
▶Vervang verwijderde pakkingen en O-ringen door een nieuw exemplaar.
10.1 Onderhoud
Controle van de functies
Zorg ervoor dat alle beveiligingen, regel- en controle-elementen in goede staat zijn.
Warmtewisselaar
▶Controleer de warmtewisselaar.
▶Als deze vuil is:
- Demonteer de kamer en verwijder de regelaar.
- Reinig de kamer met een hoge drukwaterstraal.
▶Als het vuil blijft zitten: dompel de vuile delen in warm water met een reinigingsmiddel en maak ze voorzichtig schoon.
- Indien noodzakelijk: ontkalk het binnenste van de warmtewisselaar en de aansluitleidingen.
▶Monteer de warmtewisselaar weer met nieuwe pakkingen.
▶Monteer de regelaar weer op de steun.
Brander
- Inspecteer de brander elk jaar en reinig hem als dit nodig is.
▶Bij sterke vervuiling demonteer de brander en dompel hem in warm water met een reinigingsmiddel en maak hem voorzichtig schoon.
Waterfilter voor turbine
▶Sluit de watertoevoer.
▶Demonteer de koudwatertoevoerleiding.
▶Vervangen het waterfilter.
10.2 Opstarten na onderhoud
▶Open alle aansluitingen weer.
- Lees hoofdstuk 5 “Gebruik” en/of hoofdstuk 9 “Gasregeling”.
▶Controleer de branderdruk. Zie paragraaf 10.2.
▶Controleer de luchttoevoer- en rookgasafvoerbuis aan de voorzijde van de schoorsteen.
▶Contoleer op gaslekages.
10.3 Vervangen doorstroombegrenzer
▶Sluit de watertoevoer naar de geiser af.
▶Open een warmwaterkraan.
▶ Draai de aftapschroef (→Afb. 7 pos.3) los die op de koudwateraansluitleiding (→Afb. 7 pos.1) zit.
▶Laat het toestel leeglopen.
▶ Vervang de doorstroombegrenzer (→Afb. 7 pos.2).
▶monteer alle onderdelen in omgekeerde volgorde.
▶Open de watertoevoer naar de geiser.
▶Open een warmwaterkraan totdat alle lucht is verdwenen.
▶Neem de geiser weer in bedrijf.
10.4 Zekeringen vervangen in de besturingsunit
De branderstatus-LED (→Afb. 4, pos. 4) moet branden wanneer de geiser aangesloten is.
Zo niet, dan is er vermoedelijk een zekering of beide ze-
keringen defect.
Vervang deze als volgt:
▶Schroef de afdekplaat van de besturingsunit los (→Afb. 23, pos. 1).

Afb. 23 besturingsunit
▶ Vervang de defecte zekering(en) (→Afb. 23, pos. 2).
▶Monteer de afdekplaat en de mantel.
▶controleer de werking van de geiser.
▶Bij herhaling van de klacht adviseren wij u contact op te nemen met de fabrikant.
10.5 Jumper opties
Toesteltemperatuurbereik is ingesteld op 35°C - 60°C. Door de jumper JP7 (→Afb. 24) te plaatsen, verandert het temperatuurbereik naar 38°C - 50°C.

Afb. 24 jumper opties
11 Storingen en oplossingen
* Bij herhaling van de storing adviseren wij u contact op te nemen met uw leverancier of fabrikant.
| Storing Oorzaak Oplossing | ||
| Er is geen ontsteking in de geiser en het bedieningspaneel werkt niet. | Geen elektrische voeding.De besturingsunit is defect of een zekering is doorgebrand. | Controleer of de stekker in het stop-contact steekt.Vervang de zekering of de besturings-unit (zie Hoofdstuk 10.4).* |
| De geiser is geblokkeerd. De temperatuursensoren zijn ver-keerd aangesloten. | Controleer de warmtesensoren. | |
| Er is geen ontsteking. Verkeerde aansluiting van:• turbine• temperatuurregelaar• drukverschilschakelaar | Controleer de aansluitingen. | |
| Er is een vonk, maar de brander start niet en de geiser blijft geblok-keerd. | Geen ionisatiesignaal. Controleer: | • de gasaansluiting.• de gasdruk• de ontsteking (ionisatie-elektrode en de spoelen op het (gasblok) |
| De geiser krijgt pas na diverse po-gingen een ontsteking. | Lucht in de gasleiding. Ontluchten.* | |
| Tijdens de werking stopt de bran-der en blokkeert de geiser. | Drukverschilschakelaar geacti-veerd.De temperatuursensor is ver-keerd aangesloten.De temperatuursensor detecteert een oververhitting. | Controleer de rookgasafvoer.Verwijder mogelijke vervuiling uit de rookgasafvoer.Controleer de aansluiting van de druk-regelaarControleer de aansluiting.Laat de geiser afkoelen en probeer op-nieuw. |
| Rode LED knippert terwijl toestel brandt. | Temperatuursensoren onjuist aan-gesloten.Gasvoordruk neemt af. | Controleer of temperatuursensoren correct zijn aangesloten.Controleer de gasvoordruk. |
Tabel 14
12 Meetgegevens WT 11/14 AM 1 E "Celsius"
| Omschrijving Spanning weerstand Kleur | ||||
| Veiligheidsklep EV1 24 V/dc 77 Ohm oranje - groen | ||||
| Veiligheidsklep EV2 24 V/dc 190 Ohm oranje - geel | ||||
| Regelklep MD 17 V/dc 80 Ohm bruin - bruin | ||||
| Ventilator 230 V/ac 45 Ohm blauw - bruin | ||||
| Ionisatie | 4 à 5 μ A/DC (min0,8) | zwart | ||
| Hoogspanningstrafo < 20 KV 272 Ohm wit - wit | ||||
| Transformer | Primair | 230 V/ac | 71 Ohm | |
| Secundair | 24 V/dc | 1,2 Ohm | ||
| Luchtdrukverschilschakelaar | Open | 5 V/dc | 0,2 mbar | wit - wit |
| Gesloten | 0 V/dc | 0,4 mbar | ||
| NTC - voelers | Temperatuur °C | |||
| 60 | 3,2 K/Ohm | |||
| 50 | 4,6 K/Ohm | WW: rood - rood | ||
40 ![]() | 6,7 K/Ohm | KW : blauw -blauw | ||
| 30 | 9,8 K/Ohm | |||
| 20 | 14,8 K/Ohm | |||
Tabel 15
13 Milieubescherming
Milieubescherming is een ondernemingsprincipe van de Bosch-groep.
Veiligheid, milieuvriendelijkheid en efficiency zijn voor ons doelstellingen met dezelfde waarde bij de ontwikkeling en fabricage van onze producten.
Deze dragen bij aan meer veiligheid en een groter welbevinden bij de gebruikers en aan een beter milieu met betrekking tot herbruikbaarheid en afvoeren.
Verpakking
Alle gebruikte verpakkingsmaterialen zijn herbruikbaar en moeten afhankelijk van het materiaal worden gescheiden en worden afgevoerd via de daarvoor bedoelde kanalen.
Door de overdracht van de verantwoordelijkheid aan nationale instellingen met bijbehorende toelating kunnen wij de correcte afvoer van alle verpakkingsonderdelen waarborgen.
Oud toestel
Informeer bij de lokale autoriteiten over de mogelijkheden tot correcte afvoer.
Alle toestellen bestaan uit herbruikbare materialen.
De modules van de toestellen kunnen eenvoudig worden gescheiden. Daardoor kunnen de verschillende modules worden gesorteerd, gerecycled of als afval worden afgevoerd.






