CC 05 - Fornuis Cramer - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CC 05 Cramer in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over CC 05 Cramer
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CC 05 - Cramer en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CC 05 van het merk Cramer.
GEBRUIKSAANWIJZING CC 05 Cramer
Bedienings- en installatiehandleiding
voor
CRAMER Keramische gaskookplaat
Model CC 05

DE, AT, CH,
CE-0085
Hartelijk gefeliciteerd met de aankoop van deze keramische gaskookplaat van de firma Cramer. Met deze kookplaat kunt u genieten van het kookcomfort dat vele huishoudens tegenwoordig al in huis hebben.
A. Bedieningshandleiding
1. Gebruik van het toestel
1.1 Inbedrijfstelling
Voordat u het toestel gaat gebruiken, controleer a.u.b.
- of het toestel door officieel erkende gasinstallateurs ingebouwd is.
- of u het juiste gas aangesloten hebt! De keramische gaskookplaat is geconcipieerd voor vloeibaar gas, d.w.z. butaan, propaan of mengsels daarvan. Andere gassoorten hebben niet alleen een nadelige invloed op de functie van het toestel, maar kunnen ook tot gevaarlijke situaties leiden. Voor welke aansluitdruk het toestel geconcipieerd is, staat op het typeplaatje aangegeven.
- of de openingen voor de luchttoevoer en luchtafvoer aan de buitenkant van het toestel vrij zijn! Door deze openingen stroomt de lucht naar binnen die nodig is voor de gasverbranding en wordt tevens het verbrandingsgas afgevoerd.
- dat de verbrandingsgasleiding nergens neerwaarts geplaatst is,
- of de spanning 11,5 – 12,5 V (gelijkspanning) bedraagt! De stroomkring moet met een 10A smeltzekering beveiligd worden. Als de spanning te hoog is kan het toestel beschadigd worden. Als de spanning te laag is kunnen er ontbrandingsproblemen ontstaan.
- of de keramische plaat vrij is van verontreinigingen! Verontreinigingen kunnen de keramische plaat beschadigen resp. ontsieren (inbranden of bekrassen).
Als u al deze punten zorgvuldig gecontroleerd hebt, kunt u het toestel als volgt in gebruik nemen:
- Flesventiel openen
- Afsluitventiel openen
- De ontstekingsprocedure dient als volgt te gebeuren:
a) Draaiknop naar 0-stand draaien (voorste draaiknop voor rechter brander, achterste draaiknop voor linker brander).
b) Draaiknop indrukken totdat de gloeionstekers beginnen te gloeien.
c) Attentie: De gloeionstekers zijn als rode punten onder de glazen keramische plaat te zien. Als dit niet het geval is, is er een defect in de elektrische installatie. Ontstekingsprocedure stoppen en de elektrische installatie laten controleren.
d) Draaiknop ingedrukt houden en in de hoogste stand draaien.
e) Maximaal 15 seconden ingedrukt houden, totdat de ontstekingsprocedure beëindigd is en de thermo-elektrische ontstekingsbeveiliging geactiveerd is.
f) Draaiknop loslaten. De brander moet nu branden.
g) Als de brander weer uit gaat, nadat u de draaiknop los hebt gelaten, herhaal de ontstekingsprocedure (a.-f.) dan na een pauze van minstens 10 seconden.
h) Gewenste branderpositie instellen. Tussen de standen „Laag“ en „Hoog“ op de draaiknop kan de temperatuur van de keramische plaat traploos ingesteld worden.
Attentie: de „0“ – stand heeft een vergrendeling, d. w.z. dat deze vergrendeling eerst ingedrukt moet worden, voordat men aan de bedieningsknop kan draaien.
Attentie: Als het toestel voor de eerste keer in gebruik genomen wordt en nadat de gasfles vervangen is kan de ontstekingsduur van 15 seconden overschreden worden, omdat zich nog lucht in de gasleidingen bevindt.
1.2 Bediening
Attentie: het oppervlak van een kookplaat (keramische plaat) wordt HEET als het in werking is, zonder dat er een open vlam zichtbaar is. Daarom KINDEREN ALTIJD UIT DE BUURT HOUDEN!
Het toestel heeft twee branders. De linker brander is iets groter en heeft een diameter van 200 mm en een belasting van 1,8 kW. Deze brander hoort bij de achterste draaiknop. De rechter brander is iets kleiner en heeft een diameter van 180 mm en een belasting van 1,5 kW. Deze brander hoort bij de voorste draaiknop. Achter elke brander bevindt zich een doorkookzone die verwarmd wordt door het verbrandingsgas van de ervoor liggende brander. Daardoor is de oppervlaktetemperatuur in deze doorkookzones lager dan op de branders. Toch kunnen deze doorkookzones gebruikt worden om te koken. Dat betekent dat u op één brander met twee ketels kunt koken, waarbij de achterste ketel iets minder sterk verhit wordt dan de voorste. Tussen de standen „Laag“ en „Hoog“ op de draaiknop kan de temperatuur van de keramische plaat traploos ingesteld worden.
U kunt de beide branders in willekeurige volgorde gebruiken. Bij elke afzonderlijke bediening hoort een rode LED-melder. Deze melder geeft aan welke van de twee branders aan is (rechter LED = rechter brander, linker LED = linker brander). De middelste, gele LED-melder is verlicht als het toestel niet in gebruik is. Het gaat hierbij om een (rest-) warmte-melding van de kookplaat (keramische plaat). Deze waarschuwt voor het aanraken van het nog hete oppervlak van het toestel en schakelt daarom pas ca. 20 min., nadat het toestel niet meer in gebruik is, vanzelf weer uit.
Let op: Als maar één brander uitgezet wordt en de andere nog in gebruik is, is de waarschuwingsmelding niet verlicht, hoewel de kookplaat boven de uitgeschakelde brander natuurlijk nog een tijd lang heet blijft.

1.3 Toestel uitschakelen
- Bedieningsknop met de klok mee naar de stand „dicht“ („0“-stand) draaien. De kookplaat koelt af.
- Afsluitventiel sluiten.
- Flesventiel sluiten (bij een langere onderbreking).
Let op:
De stroomvoorziening mag niet onmiddellijk nadat het toestel uitgeschakeld is afgekoppeld worden.
Nadat de gaskranen dichtgedraaid zijn, moet het toestel nog minstens 1 minuut aan de stroom aangesloten blijven, zodat het door de lopende ventilatoren voldoende koellucht krijgt.
Nadat de stroomvoorziening onderbroken is, geeft de melding geen restwarmte meer aan.
2. Storingen, controle en onderhoud
2.1 Bij alle optredende storingen:
- schakel het toestel onmiddellijk uit
- sluit de gastoevoer af (afsluitventiel, flesventiel)
- roep de hulp in van een vakman (gasinstallateur)
- probeer nooit de storing zelf te verhelpen
2.2 Controle van de vloeibare gasinstallatie:
Wanneer wordt gecontroleerd?
- vóór de eerste inbedrijfstelling
- telkens na afloop van 2 jaar
Welke controlevoorschriften gelden?
- EN 1949
- EN 1646-1
- EN721
Wat wordt bovendien gecontroleerd?
- de plaats waar het toestel opgesteld wordt
- de gasdichtheid van de installatie en het toestel
- de brandveiligheid
- de toevoer van frisse lucht naar het toestel en naar de plaats van opstelling
- de veiligheids- en regelinrichtingen (vooral van de drukregelaars)
- veilige afvoer van het gas inclusief de ventilatie in het dak, resp. in de buitenmuur
Wie controleert?
- een erkende vakman
Vakmensen zijn erkende gasinstallateurs die vanwege hun opleiding, hun kennis en in de praktijk opgedane ervaring kunnen waarborgen, dat ze de controle volgens de voorschriften doorvoeren. Vakmensen zijn officieel geregistreerd, het registratienummer moet in het controllerapport aangegeven worden.
Wie is verantwoordelijk?
- de gebruiker is er verantwoordelijk voor dat de controle wordt uitgevoerd en dient hierop toe te zien. Daarom adviseren wij om een onderhoudscontract met een vakman af te sluiten.
Waar moet nog op gelet worden?
- de plaats van opstelling moet ventilatieopeningen hebben die voldoen aan de eisen van de norm EN 1646-1. Deze kunnen weliswaar gesloten zijn (bijv. dakraam), maar ze moeten geopend worden als het toestel in gebruik genomen wordt.
- de ventilatoren voor het verbrandingsgas en de frisse lucht moeten steeds vrij gehouden worden. Let er dus op dat deze nooit met bladeren, sneeuw, ijs etc. bedekt zijn.
- De gebruiker moet dit regelmatig controleren.
2.3 Onderhoud, instandhouding en praktische tips
- thermische en mechanische belastbaarheid
De keramische kookplaat is bestand tegen een temperatuurschok, d. w.z. hij is bestand tegen kou. U kunt de kookplaat belasten met een zware ketel. Kritisch zijn echter puntvormige schokbelastingen, bijv. door vallende voorwerpen. Hierdoor kan de plaat breken.
- Reiniging en onderhoud
Voordat u uw keramische gaskookplaat voor de eerste keer gebruikt moet u het toestel grondig schoon maken. In ieder geval moet u voorkomen dat vuile deeltjes herhaaldelijk vastbranden. Voor het onderhoud en de reiniging van de handwarme of koude keramische plaat adviseren wij:
a) keukenpapier of een schone doek
b) schraapmes (van de firma Schott)
c) in de handel verkrijgbare reinigingsmiddelen voor het reinigen van keramische kookplaten.
De keuze van de bovengenoemde middelen hangt af van de mate van vervuiling:
a) Lichte, niet vastgebrande vervuilingen kunnen met een vochtige doek afgeveegd worden.
b) Grove en stevig vastplakkende vervuilingen kunt u het beste met het schraapmes verwijderen.
c) Kalk- en waterkringen, vetspetters en metallieke verkleuringen reinigt u het beste met een normaal in de handel verkrijgbaar reinigingsmiddel voor keramische kookplaten.
Attentie: Alle reinigingsmiddelen moeten altijd nat en volledig afgeveegd worden. Vervolgens moet de kookplaat droog gewreven worden! Reinigingsmiddelen die zich nog op de kookplaat bevinden als deze verhit wordt, kunnen bijtend werken.
3. Wat u niet mag doen resp. mioet vermijden:
Het oppervlak van de keramische kookplaat mag niet als aanrecht gebruikt worden.
- Gebruik geen schurende of agressieve reinigingsmiddelen, zoals bijv. grill- en bakovensprays, vlek- en roestverwijderaars, schuurzand, sponzen met een schurend oppervlak.
- Er kunnen ook krassen ontstaan als bijv. bij het groente schoonmaken zandkorrels achterblijven die vervolgens met de ketel over de kookplaat worden geschuurd.
- Ketel- en panbodems kunnen randen hebben die bij het verschuiven lelijke sporen achterlaten of een schurende werking op de kookplaat kunnen hebben. Dit geldt vooral voor gietijzeren- en email-ketels met geëlektrografeerde bodem.
- Ketelfs mogen geen vuile bodem hebben. Vermijd het droogkoken van ketels.
- Attentie: Krassen op de keramischer kookplaat kunnen niet verwijderd worden.
- Op het hete oppervlak mag geen kunststof, aluminiumfolie, suiker of sterk suikerbevattende stoffen terechtkomen.
- Al deze stoffen moeten onmiddellijk, zo lang ze nog heet zijn, met een schraapmes verwijderd worden.
Attentie: Schoonheidsfouten door gesmolten voorwerpen kunnen niet verholpen worden. De functie van het toestel wordt daardoor echter niet nadelig beïnvloed.
Preventieve maatregelen tegen schade door suiker: de keramische kookplaat voor het koken reinigen met een reinigingsmiddel voor keramische kookplaten. Daardoor ontstaat een dunne siliconenlaag op de kookplaat die niet alleen beschermt, maar uw kookplaat ook nog gladder maakt; bovendien heeft deze laag een water- en vuilafstotende werking. Deze dunne siliconenlaag is echter niet bestand tegen hoge temperaturen en moet daarom steeds weer worden vernieuwd.
4. Welke ketels en pannen moet u gebruiken?
U kunt vrijwel alle ketels en pannen gebruiken, de hoofdzaak is dat ze een goede bodem hebben. Om korte kooktijden te verkrijgen en de keramische kookplaat dus economisch
te gebruiken, moeten de ketels en pannen, als ze heet zijn, goed recht op de kookplaat staan en moet de grootte van de bodem aan het kookvlak aangepast zijn. Ketels en pannen van aluminium zijn niet geschikt voor gebruik op een keramische kookplaat. De doorsnede van de ketel moet altijd groter zijn dan de doorsnede van het kookvlak of minstens net zo groot. De fabrikant van de keramische plaat (Schott) verleent een keurteken voor door hem gekeurd kookgerei.
5. Aanwijzing
De originele verpakking goed bewaren. Reclamaties kunnen alleen in behandeling genomen worden als het toestel in de originele verpakking naar ons wordt teruggestuurd.
B. Installatiehandleiding
1. Belangrijke aanwijzingen
Het toestel mag uitsluitend geïnstalleerd worden door hiervoor opgeleide vaklieden!
Belasting van het toestel (Hs)
Hoogste stand:
1,8 kW (linker brander) + 1,5 kW (rechter brander) (Mn = 240 g/h, propaan/butaan)
Laagste stand:
1,3 kW (linker brander) +1,2 kW (rechter brander)
Aansluitwaarde: 12 Volt DC(aan 12 Volt stopcontact aan het toestel)
Verbruik: - tijdens het ontstekingsproces: 3 A
- bij het gebruik: 0,6 A
Dit toestel is als klasse 3 toestel bestemd voor de inbouw in een keukenblok.
Dit toestel moet overeenkomstig de geldende installatievoorwaarden geplaatst en aangesloten worden. Er moet vooral op geschikte ventilatievoorzieningen worden gelet. Voordat het toestel voor de eerste keer in gebruik genomen wordt en vervolgens telkens na 2 jaar, moeten de gasgeleidende delen en de aangesloten leidingen voor de verbrandingsgassen (pijp voor uitlaatgas) door een deskundige, overeenkomstig de geldende normen, vooral volgens de norm EN 1949 gecontroleerd worden. Bij de leiding voor de luchttoevoer moet gecontroleerd worden of de schoorsteen voor de luchttoevoer, inclusief de bijbehorende ventilator, aan de buitenwand vrij is en niet verstopt.
Het toestel bezit een gesloten branderkringloop, dat betekent dat de frisse lucht van buitenaf wordt aangezogen en dat het uitlaatgas naar buiten afgevoerd wordt. Daarom moet er bij de installatie en de controle van het toestel vooral op worden gelet dat de leiding voor de luchttoevoer en luchtafvoer goed zijn geplaatst.
Voordat het toestel aangesloten wordt moet gecontroleerd worden of de plaatselijke aansluitvoorwaarden (gassoort en de gasdruk) overeenkomen. Het gassoort en de gasdruk voor dit toestel staan aangegeven op het typeplaatje (of op het toestel).
De gebruiker is er verantwoordelijk voor dat de controle wordt uitgevoerd en dient hierop toe te zien. Degene die de installatie plaatst moet de gebruiker schriftelijk op zijn verantwoordelijkheid attenderen.
Het toestel mag uitsluitend worden gebruikt om te koken en onder de hieronder genoemde voorwaarden. Het toestel mag in geen geval worden gebruikt voor andere doeleinden dan degene die in deze handleiding zijn beschreven (bijv. verwarmen, enz.).
Wanneer het toestel wordt gebruikt kan in de ruimte waar het staat opgesteld, warmte- of vochtvorming voorkomen. Zorg voor een goede ventilatie van de keuken: de natuurlijke ventilatieopeningen open houden of zorgen voor een mechanische ventilatievoorziening.
Een intensief en langdurig gebruik van het toestel kan een extra ventilatie noodzakelijk maken, bijv. een raam openen of de mechanische ventilatievoorziening hoger zetten.
Wanneer de gaskraan moeilijk open te draaien is of klemt, moet de kraan vervangen worden of het desbetreffende gedeelte van de kraanbehuizing moet uitgebouwd, met wasbenzine gereinigd en met speciaal kraanvet bijv. van de firma Klüber, München, type „Staburgas Nr. 32“ ingevet en vervolgens weer ingebouwd worden. Dit mag uitsluitend door een erkende gasinstalleur uitgevoerd worden.
De tussen gasfles en toestel te gebruiken drukregelaars moeten overeenkomen met de categorieën die in de volgende tabel aangegeven zijn:
| Toestelcategorie drukregelaar | Aanvoerdruk | Gas | Vermogen | van | de |
| I_3+ | 28-30/37 mbar butaan/propaan 1,5 kg/h | ||||
| I_3B | 30 mbar | butaan | 1,5 | kg/h | |
| I_3B/P | 28-30 mbar butaan/propaan 1,5 kg/h | ||||
| I_3B/P | 30 mbar butaan/propaan 1,5 kg/h | ||||
ATTENTIE: HET TOESTEL MOET VOLGENS DE GELDENDE NORMEN DOOR EEN VAKMAN INGEBOUWD WORDEN (EN 1949).
BELANGRIJK: OM ALLE MOGELIJKE ONGEVALLEN TE VOORKOMEN IS HET NOODZAKELIJK DAT HET TOESTEL VOLGENS DE ONDERHAVIGE HANDLEIDING GEÏNSTALLEERD WORDT. DOOR ONDESKUNDIGE INSTALLATIE KOMT DE GARANTIE TE VERVALLEN.
ELKE WIJZIGING AAN HET TOESTEL KAN GEVAARLIJK ZIJN EN IS NIET TOEGESTAAN!
2. Ventilatie op de plaats van opstelling
Elke ruimte waarin één of meerdere toestellen geïnstalleerd moeten worden, moet een of meerdere openingen hebben die de toevoer van frisse lucht mogelijk maken. Boven het toestel moeten zich één of meerdere ventilatieopeningen bevinden, om de verbrandingsproducten af te voeren en voor frisse lucht voor de gebruiker te zorgen.
Deze ventilatieopeningen moeten voldoen aan de eisen van de normen EN 1949, EN 1646-1 en EN 721.
Deze openingen, alsmede de afvoer van het uitlaatgas en de toevoer van frisse lucht moeten af en toe door de gebruiker gecontroleerd en eventueel gereinigd worden (bijv. in de winter vrij maken van sneeuw, ijs, etc.).
Bij het inbouwen van het gastoestel moeten de geldende voorschriften in acht genomen worden, vooral de norm EN 1949.
De afstand en de positie van de gasuitlaatopening t.o.v. deuren, ramen, ventilatieopeningen, zoals vereist in norm EN 1949, moeten in acht genomen worden.
De minimale afstand t.o.v. de meubels die zich boven het toestel bevinden bedraagt 400 mm
Bij de leiding voor het uitlaatgas moet erop worden gelet dat deze nergens neerwaarts geplaatst wordt.
3. Het toestel aan de gasvoorziening aansluiten
De gasleidingen van het toestel mogen uitsluitend met gasdichte aansluitstukken en volgens de voorschriften van de norm EN 1949 aangesloten worden.
De aansluitpijpen naar het toestel moeten van verzinkt ijzer of van koper zijn. Deze pijpleidingen moeten voorzien zijn van een gasdichte aansluiting. Nadat het toestel aangesloten is moeten de gasleidingen op dichtheid worden gecontroleerd door middel van een zeepsopje op de aansluitplek; als een aansluiting ondicht is, vormen zich luchtbellen.
ATTENTIE: BIJ HET INSTALLEREN EN AANSLUITEN VAN HET TOESTEL MAG DE GASAANSLUITPIJP AAN HET TOESTEL NIET GEDRAAID, GETROKKEN OF ANDERSZINS VERSPANNEN WORDEN.
4. Gasflessen
Er moet gebruik worden gemaakt van de gasflessen die normaal in de handel verkrijgbaar zijn in het land waarin het toestel wordt verkocht. Het te gebruiken gassoort staat duidelijk op de verpakking en op het onuitwisbare typeplaatje op de achterkant van het toestel aangegeven.
WANNEER EEN DRUK OF GAS WORDT GEBRUIKT DAT NIET OVEREENKOMSTIG DE VOORSCHRIFTEN IS, KAN DIT ERTOE LEIDEN DAT HET TOESTEL ONREGELMATIG FUNCTIONEERT; DAAROM STELT DE FABRIKANT ZICH OP GEEN ENKELE WIJZE AANSPRAKELIJK WANNEER HET TOESTEL NIET VOLGENS DE VOORSCHRIFTEN WORDT GEBRUIKT.
In ieder geval moeten de volgende aanwijzingen in acht genomen worden:
- De gasflessen moeten, compleet met ventiel en drukregelaar, rechtop in de speciaal hiervoor voorziene kast opgesteld worden; de toegang tot de flessen moet vrij zijn.
- De gasflessen moeten gemakkelijk en zonder hindernissen vervangen kunnen worden.
ATTENTIE Bij het vervangen van de gasfles moeten de volgende veiligheidsmaatregelen worden getroffen:
a) Kranen van het toestel sluiten (draaiknop in de 0 – stand).
b) Het afsluitventiel in het voertuig sluiten dat aan het toestel is toegewezen.
c) Controleer of er zich in de buurt geen vlam of gloeiende voorwerpen bevinden;
d) Ventiel van de te vervangen gasfles sluiten;
e) De drukregelaar van de lege gasfles afschroeven, de lege gasfles uit de kast halen en door een nieuwe gasfles vervangen – bij het aansluiten van de nieuwe gasfles in de omgekeerde volgorde te werk gaan.
f) Dichtheid van de gasfles controleren met behulp van zeepsop, zoals hierbover beschreven.
g) Brander aansteken en het gebruik volgens de voorschriften controleren; bij problemen de hulp van een gespecialiseerde vakman inroepen.
5. Gasflessenkast
Bij de gasflessenkast moeten de normen EN 1646-2 en EN 1949 in acht genomen worden.
De gasflessenkast moet groot genoeg zijn voor het aangegeven type gasfles met de gemonteerde drukregelaar. De kast moet voldoen aan de eisen van de normen EN 1646-2 en EN 194.
6. Optische controle van de vlam
De branders van de keramische gaskookplaat van de firma Cramer branden onder de keramische kookplaat. Doordat de kookplaat donker gekleurd is, wordt de brander ongeveer 1 minuut nadat hij ingeschakeld is zichtbaar. Door een gepatenteerde bijzonderheid van de brander is enkel een deel van het branderoppervlak gloeiend, zodat de vorm ontstaat van een taart waarvan elk tweede stuk al opgegeten is.
- de vlam moet rustig en met een gelijkmatige kleur branden.
- wanneer de vlam niet goed brandt, moet gecontroleerd worden of de openingen voor de luchttoevoer en van de uitlaatgasleiding vrij zijn. Als dit niet het geval is, moeten de verstoppende delen verwijderd worden.
- in geval van twijfel moet de hulp van een vakkundige gasinstallateur ingeroepen worden
7. Stroomvoorziening en elektrische aansluiting:
- Stroomvoorziening van het toestel: 12 Volt gelijkstroom.
- Voor de elektrische aansluiting van het toestel moet een twee-aderige, 1,5 mm ^2 rode en zwarte kabel gebruikt worden die aan de klem aangesloten wordt die zich vooraan aan de rechterkant van het toestel bevindt. Aan deze klem zijn de twee polen met + en - gekentekend. De positieve pool is herkenbaar aan de rode kleur. Let bij het aansluiten van de kabel beslist op de juiste poling! De stroomkring moet met een 10 A smeltzekering (niet bij de levering inbegrepen) beveiligd worden.

text_image
Klen met +12V spinning Diameters 1.5mm² PVC zwart Stekker aan de zijkant van het toestel Platte steekverbinding 6.3x0.8 met Isolatie Platte steekverbinding 6.3x0.8 met Isolatie Diameters 1.5mm² PVC roodHET TOESTEL MAG IN GEEN GEVAL OP HET 230 VOLT NET AANGESLOTEN WORDEN! DIT ZOU DE DEFINITIEVE VERNIETIGING VAN DE ELEKTRISCHE EN ELEKTRONISCHE ELEMENTEN TOT GEVOLG HEBBEN EN ZOU GROOT GEVAAR VOOR DE GEBRUIKER MET ZICH MEE BRENGEN.
8. Gasondichtheid
Wij adviseren om bij de controle van de gasdichtheid een elektronische, voor het type goedgekeurde gasdetektor te gebruiken. Bij een storing moet het ventiel van het stroomvoorzieningsnet gesloten worden. Daarna moet de hulp van een installateur, de vakhandelaar of een gespecialiseerde technicus ingeroepen worden.
9. Bevestiging van het toestel in het keukenblad
Voor de inbouw van het toestel moet al naargelang het toestelmodel (zie typeplaatje aan het toestel) een vrije ruimte worden geschapen met de op afbeeldingen 1 – 6 aangegeven maten. De positie van deze vrije ruimte kan afhankelijk van de gewenste installatie worden gekozen.
Daarbij moet een minimale afstand van 400 mm t.o.v. de meubels die zich boven de kookplaat bevinden (hangkasten enz.) aangehouden worden.
Het toestel rust op het frame in het keukenblad. Het moet met behulp van de meegeleverde schroeven en 4 bevestigingsdelen stevig aan het keukenblad vastgeschroefd worden (zie afbeelding 1). Voor de bevestiging mogen de gasleidingen, de kranen of delen van de brander niet worden gebruikt.
Aan de onderzijde van het toestel moet een vrije ruimte met een hoogte van minstens 10 mm overblijven voor een goede doorstroming van de koellucht.
Voor de warmteafvoer van de kookplaat zijn onder de kookplaat ventilatieopeningen met een vrije doorsnede van minstens 7,5 cm ^2 noodzakelijk. De minimale breedte van de ventilatieopeningen is 5 mm, dus de opening moet minstens 150 x 5 mm zijn.
De positie van de ventilatieopeningen kan zich afhankelijk van de inbouwsituatie aan de zijkant, vooraan, achteraan of onderaan bevinden.
Afb. 1 Uitsparing in het keukenblad

Afb. 2 Schoorsteengeleiding voor uitlaatgas en frisse lucht horizontaal achteraan rechts (buitenwand schoorsteensysteem zie afb. 6)

text_image
Doorsnedetekening A-A 80,2 min.98 577 444±5 30 25 45,6 Truma Schoorsteenpijp 80 Art.nr. 39580-00 Cramer Pijp voor luchttoevoer 30 Cramer Dubbele buitenschoorsteen Truma Schoorsteenpijp 55 Art.nr. 39320-00 Truma Schoorsteenpijp 80 Art.nr. 39580-00 Cramer Pijp voor luchttoevoer 30 Truma Schoorsteenpijp 55 Art.nr. 39320-00 94,7 450 545 AAfb. 3 Schoorsteengeleiding voor uitlaatgas en frisse lucht horizontaal rechts aan de zijkant (buitenwand schoorsteensysteem zie afb. 6)

text_image
Door street cleaning A-A 17,53 80,2 644,07 424-05 37,5 537=0,5 Cramer Dubbele buitenschoorsteen Truma Schoorsteenpljp 55 Art nr. 39320-00 Truma Schoorsteenpljp 80 Art.nr. 39580-00 Cramer Pljp voor luchttoevoer 30 94,7 545Afb. 4 Schoorsteengeleiding voor uitlaatgas en frisse lucht horizontaal links aan de zijkant (buitenwand schoorsteensysteem zie afb. 6)

text_image
Cramer Dubbele buitenschoorsteen Cramer Pijp voor luchttoevoer 30 Truma Schoorsteenpijp 80 Art.nr. 39580-00 Truma Schoorsteenpijp 55 Art.nr. 39320-00 A min.14 537±0.5 A 60,7 450 80,2 80 min.50 30 62,2 95 444±0.5 533 37,5 25 45,8 Doorsnedetekening A-AAfb. 5 Geleiding van uitlaatgas links verticaal. Schoorsteengeleiding voor frisse lucht verticaal van onderen door de voertuigbodem

text_image
Luchtafvoer Luchttoevoer Cramer Pijp voor luchttoevoer ≥30 Cramer Rohre ≥30 Truma Bodemschoorsteen BK 24 Art.nr. 39081-00 Truma Dakschoorsteen Art.nr. 30700-03 Abluft Truma Schoorsteenpilp ≥80 Art.nr. 39580-00 Truma Schoorsteenpilp ≥55 Art.nr. 39320-00 537mm 545 49.5 450 137 37.5 42.5 49.8 max.1500Afb. 6 Buitenwand schoorsteensysteem

text_image
T.Nr.44883 ISO 7045 Z M4x20mm 4 Schroeven aan de oontrek Buitenwand van het voertuig min. 25mm ÷ max. 45mm T.Nr.44606 (Standaardtoeboren) T.Nr.44882 ISO 7047-Z M4x35mm T.Nr.44879 T.Nr.44539 T.Nr.45288 T.Nr.44667 T.Nr.44814 Borging 3N 4/2, a 050mm T.Nr.16291 Trum Pijp voor ulltagas 55 Art.nr. 39320-00 (van de fabrikant) T.Nr.44605 Truma Schoorsteenpijp 80 Art.nr. 39580-00 (van de fabrikant) T.Nr.44604 Cramer Pijp voor luchtoevoer 30 T.Nr.44604 (Standaardtoeboren) Montage in de volgarde van de nummers!De afvoerleiding voor verbrandingsgassen door een schoorsteenpijp mag in geen geval neerwaarts worden geplaatst. De maximale lengte van de afvoerleiding voor verbrandingsgassen bedraagt 2000 mm.
De wanden en de elementen die zich dichter dan 50 mm bij de afvoerleiding voor verbrandingsgassen bevinden, moeten worden bekleed of beveiligd met materiaal dat bij de vuurvastheidsgroep M0 hoort (zie de aangegeven normen), bijv. TRUMA schoorsteenpijp ∅ 80, art. nr. 39580-00 (zie afb. 6).
De afvoerleiding voor verbrandingsgassen bestaat uit een flexibele metalen pijp ∅ 55 mm en moet bij de uitgang van het toestel alsmede bij het intreden in de zijwand- of de dakventilatie bevestigd worden door middel van een schroefdraadklem (Truma - klem art.-nr. 39590-00 passend bij de pijp ∅ 50 - ∅ 60 mm) resp. door middel van de bij de Truma-dakschoorsteen meegeleverde bevestigingsschroeven.
De toevoerleiding voor frisse lucht bestaat uit een flexibele metalen pijp ∅ 30 mm (Cramer) en moet aan de toevoeringang van het toestel alsmede aan de dubbele
buitenwand schoorsteen van de firma Cramer volgens de afbeeldingen 2, 3 en 4 worden bevestigd met behulp van een schroefdraadklem ∅ 25 - 40 mm (Cramer).
-
Het toestel mag niet in de buurt van lichtontvlambare materialen opgesteld worden.
-
Het toestel uit het keukenblad verwijderen
-
Hoofdgasventiel sluiten
- Bevestigingsschroeven losdraaien
-
Gasaansluitingen en eventuele elektrische kabels los maken
-
Technische gegevens en CE-registratienummer
a) Technische gegevens:
- Keramische kookplaat: model CC05
- Toestelcategorie: I 3
- Belasting: 3,3 kW
- Gasverbruik: 240 g/h propaan/butaan
- Stroomvoorziening: DC +12 V, 5 A
- Datum: 03/2005
b) CE-registratienummer: CE-0085BQ0092
Klantenservice bij de fabrikant:
DOMETIC CRAMER SR s. r. o.
- Tehelná 8 • SK – 986 01 Fi ^3 / _4 akovo • Telefoon: +421-47 4319100 •
• Fax: +421-47 4319144, 4319166 •
• E-mail: cramer@cramer.sk • - Internet: www.cramer.sk • www.dometic.com •