CDR950 - CD Speler/Recorder PHILIPS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CDR950 PHILIPS in PDF-formaat.
| Producttype | CD-recorder/-speler |
| Afmetingen (b x h x d) | 435 x 88 x 310 mm |
| Gewicht | 4 kg |
| Stroomverbruik (aan) | 15 W |
| Stroomverbruik (stand-by) | 6 W |
| Frequentiebereik | 2 Hz – 22.050 Hz |
| Signaal-ruisverhouding (weergave) | 115 dB (A-gewogen) |
| Dynamisch bereik (weergave CDR) | 96 dB |
| Harmonische vervorming (weergave CDR) | 0,0017% (95 dB) |
| Kanaalscheiding | 115 dB |
| Opneembare discs | CD-R, CD-RW (audio) |
| Afspelbare discs | Audio-CD, CD-R, CD-RW (gef Sealiseerd) |
| Ingangen | Analoog (RCA), digitaal coax (2x), digitaal optisch |
| Uitgangen | Analoog (RCA), digitaal coax, digitaal optisch |
| Microfooningang | Ja (stereo) |
| Hoofdtelefoonuitgang | Ja, met volumenregeling |
| Opnamefuncties | Automatisch (RECORD DISC, TRACK, MAKE CD) en handmatig |
| Finaliseren | Handmatig of automatisch (MAKE CD) |
| Speciale functies | Programmeren, shuffle, repeat, fade, balans, tekstbewerking |
| Meegeleverde accessoires | Analoge audiokabels, digitale coaxkabel, netsnoer, afstandsbediening, batterijen |
Veelgestelde vragen - CDR950 PHILIPS
Gebruikersvragen over CDR950 PHILIPS
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw CD Speler/Recorder in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CDR950 - PHILIPS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CDR950 van het merk PHILIPS.
GEBRUIKSAANWIJZING CDR950 PHILIPS
Over deze handleiding 98
Discs voor opnemen....99
Discs voor afspelen....99
Onderhoud....99
Accessoires....99
BEDIENINGSELEMENTEN EN AANSLUITPUNTEN
Bedieningselementen aan de voorzijde....100
Aansluitpunten aan de achterzijde....100
DISPLAY
Aansluitingen algemeen....103
Analoge aansluitingen....103
Digitale coaxiale aansluiting 104
Digitale optische aansluiting....104
Stroomvoorziening 105
Plaatsen van de CD-recorder....105
Plaatsen van batterijen in de afstandsbediening....105
AFSTANDSBEDIENING
Bedieningstoetsen op de afstandsbediening......106
Plaatsen van discs 106
OPNEMEN
Opmerkingen over het opnemen....107
Opnamefuncties....107
Opnemen met automatische start....108
Handmatig opnemen....109
Opnemen met de microfoon 110
Finaliseren van CDR- en CDRW-discs 111
Definaliseren van CDRW-discs....111
Wissen van CDRW-discs....112
AFSPELEN
Afspelen van een CD 113
Selecteren van een track....113
Zoeken....113
Afspelen in willekeurige volgorde....114
Herhaald afspelen van een CD, track of programma....114
PROGRAMMEREN
Opmerkingen over het programmeren....114
MENUFUNCTIE
Opmerkingen over de menufunctie....115
Tekstfuncties....115
Opname-instellingen....117
VERHELPEN VAN PROBLEMEN
Oplossen van storingen 118
Welkom!
Gefeliciteerd met de aankoop van deze Philips compact-disc-recorder.
In de jaren tachtig vond Philips een nieuw audiosysteem uit: de CD. De CD (compact disc) bracht een nieuwe dimensie van digitaal geluid en verhoogde daarmee uw luisterplezier. De CD-technologie maakt een groot contrast in zowel harde als zachte passages mogelijk bij een perfecte kanaalscheiding.
Philips heeft deze technologie nu verder ontwikkeld, met als resultaat de CD-recorder.
Met de Philips CD-Recordable/Rewritable recorder kunt u uw eigen audio-CD's opnemen, afspelen en wissen, met als enige beperking de geldende wetgeving op het auteursrecht. Natuurlijk kunt u op dit apparaat ook alle voorbespeelde audio-CD's afspelen.
Het is verboden materiaal te kopieren dat auteursrechtelijk beschermd is, inclusief computerprogramma's, films, televisie- en geluidsopnamen. Het apparaat mag dan ook niet voor dergelijke doeleinden gebruikt worden.
Over deze handleiding
Deze handleiding geeft aanwijzingen voor het gebruik van deze CD-recorder, waarbij:
- de getallen (1) in de tekst de volgorde aangeven van een aantal acties die nodig zijn om een bepaalde handeling te verrichten;
- de pijlen (→) de reactie van de recorder aangeven;
- de punten (●) opmerkingen, tips of keuzemogelijkheden aangeven binnen een reeks van acties. De met een punt gemerkte aanwijzingen zijn niet noodzakelijk om de gewenste handeling te verrichten.
Technische gegevens
Wijzigingen voorbehouden
Algemeen
Opgenomen vermogen 15 W
Opgenomen vermogen in wachtstand 6 W
Werktemperatuur 5 - 35 °C
Gewicht....4 kg
Afmetingen 435 x 310 x 88 mm
Audio
Frequentiebereik 2 Hz - 22.050 Hz
S/R-verhouding bij afspelen (A-gewogen)....115 dB
S/R-verhouding bij afspelen....110 dB
Dynamisch bereik bij afspelen CDR....96 dB
Totale harmonische vervorming bij afspelen CDR ....95 dB = 0.0017%
Kanaalscheiding 115 dB
S/R-verhouding bij opnemen (A-gewogen) 105 dB
S/R-verhouding bij digitaal opnemen zonder SRC ....gelijk aan bron
Dynamisch bereik bij opnemen 95 dB
Totale harmonische vervorming + ruis bij opnemen....95 dB (0.0017%)
Discs voor opnemen
Voor het maken van opnamen moeten speciale audiodiscs gebruikt worden (uitsluitend voor muziek). Deze discs zijn herkenbaar aan onderstaande logo's en aan de tekst DIGITAL AUDIO!
Voor een opname gebruikt uw recorder twee typen discs:
- CD-Audio Recordable (CDR)-discs:
Als deze discs volledig zijn opgenomen en gefinaliseerd, kunnen ze op alle CDspelers en CD-recorders worden afgespeeld.

Deze discs kunnen honderden keren opgenomen, gewist en opnieuw gebruikt worden. Als ze gefinaliseerd zijn, kunnen ze op CD-spelers en -recorders worden afgespeeld die compatibel zijn met CDRW. In de loop van 1999 zullen de meeste CD-spelers en -recorders van Philips compatibel zijn met CDRW.
Om zeker te zijn van een goede werking van het apparaat adviseren wij u uitsluitend audio CDR- en audio CDRW-discs van Philips te gebruiken.
Discs voor afspelen
Uw CDRecorder kan de volgende discs afspelen:
- Alle voorbespeelde audio CD's
- Alle audio CDR- en audio CDRW-discs
Opmerking: CDR(W)-discs die met een computer zijn opgenomen, kunnen alleen worden afgespeeld wanneer ze zijn behandeld volgens de audionorm (IEC958: consumentengedeelte). Uitsluitend single session!
Onderhoud
Voor een goede opname is het van groot belang dat stof- en krasvrije discs worden gebruikt.
Maak de CD schoon door met een pluisvrije doek in een rechte lijn van het midden van de disc naar de rand toe te vegen. Een schoonmaakmiddel kan de disc beschadigen! Schrijf alleen op de bedrukte zijde van een CDR- of CDRW-disc met een zachte viltstift.

Maak de CD-recorder schoon met een zachte, licht bevochtigde, pluisvrije doek. Gebruik geen schoonmaakmiddelen, aangezien deze de CD kunnen beschadigen.

De CD-recorder, batterijen en CD's mogen niet worden blootgesteld aan vocht, regen, zand of hoge temperaturen (verwarming of volle zon).

Als de CD-recorder de CD's niet goed kan lezen, dient u de lens schoon te maken met een in de handel verkrijgbare reinigings-CD voordat u het apparaat ter reparatie aanbiedt. Andere reinigingsmethoden kunnen de lens beschadigen. Houd de disclade altijd dicht om te voorkomen dat er stof op de lens komt.
Als de CD-recorder van een warme naar een koude omgeving wordt verplaatst, kan de lens beslaan. Het afspelen van een CD is dan niet mogelijk. Laat de CD-recorder in dat geval in een warme omgeving staan tot het vocht verdampt is.
Accessoires
- 2 Hoogwaardige analoge audiokabels (met rode en witte pluggen)
- 1 Hoogwaardige digitale coaxiaalkabel (met zwarte pluggen)
- Netsnoer
- 2 Batterijen
- Afstandsbediening
- Garantiebewijs

Bedieningselementen aan de voorzijde
1 ON/OFF ......AAN- of UITzetten van het apparaat
2 Wachtstandindicator
3 DISPLAY......selecteren van display-informatie/tekst
4 SCROLL....eenmalig activeren van het rollen van tekst over het display
5 PROGRAM ......openen/sluiten van het program-
mageheugen
6 REPEAT......herhaald afspelen (complete disc, programma of track)
7 SHUFFLE......afspelen van CD(RW) of programma in willekeurige volgorde
8 Disclade
9 Display......informatiescherm
10 ERASE......selecteren van wisfunctie
11 FINALIZE ....finaliseren van een opname
12 SOURCE ......selecteren van ingangsbron
13 PLAY/PAUSE ▶ II .....starten van weergave/onderbreken van weergave of opname
14 STOP ■......stoppen/wissen van een programma
15 EASY JOG ▶ ......- vorige/volgende track (voor weergeven en- regelen van opnameniveau (opnemen) - selecteren van instellingen (in menufunctie)
ENTER (drukken)......- afspelen van geselecteerde tracks
- selecteren van instellingen in menufunctie
- programmeren van tracknummers
16 STORE/MENU ......- oproepen van menufunctie
- opslaan van menu-instellingen
17 CANCEL/DELETE .....- wissen van tracks uit een programma
- wissen van tekst in menufunctie
- teruggaan naar een hoger niveau in het menu
18 ▶▶ ......- vooruit zoeken
- besturen van cursor in
Menu/Prog.-controlefunctie
19 - achteruit zoeken
- besturen van cursor in
Menu/Prog.-controlefunctie
20 OPEN/CLOSE ▲......openen/sluiten van disclade
21 RECORD ....starten van opnemen, finaliseren, wissen
22 REC(ord) TYPE ......selecteren van opnamefuncties
23 LEVEL volumeregelaar hoofdtelefoon
24 PHONES......aansluiting voor hoofdtelefoon
25 LEVEL (MIC)......regelaar voor microfoon/mengsterkte
26 MIC ......aansluitpunt voor (stereo)microfoon
Opmerking: Tenzij anders vermeld, bevinden alle bedienings-elementen zich aan de voorzijde van het apparaat. Voor zover deze aanwezig zijn, kunt u ook de corresponderende toetsen op de afstandsbediening gebruiken nadat u de CD-recorder of CD-speler hebt geselecteerd door de toets CDR of CD in te drukken.
Aansluitpunten aan de achterzijde
1 ANALOG IN ....voor aansluiting op de lijnuitgang van een versterker (links en rechts)
2 ANALOG OUT .......voor aansluiting op de lijningang van een versterker (links en rechts)
3 DIGITAL IN......voor aansluiting op de digitale coaxiale uitgang van een externe CD-speler
4 DIGITAL OUT ....voor aansluiting op de digitale coaxiale ingang van b.v. een versterker of recorder
5 DIGITAL IN 2 ......oor aansluiting op de digitale coaxiale uitgang van een extra CD-speler
6 OPTICAL IN ....voor aansluiting op de digitale optische uitgang van een externe CD-speler
7 OPTICAL OUT ......voor aansluiting op de digitale optische ingang van bijv. een versterker of recorder
8 Aansluitpunt voor netsnoer
DISPLAY-indicaties

flowchart
graph TD
A["1"] --> B["REM"]
C["2"] --> D["REC"]
E["3"] --> F["TIME"]
G["4"] --> H["TRACK"]
I["5"] --> J["TOTAL"]
K["6"] --> L["REMARK"]
M["7"] --> N["TRACK"]
O["8"] --> P["FADE"]
Q["9"] --> R["STEP"]
S["10"] --> T["MANUAL SYNC"]
U["11"] --> V["SHUFFLE"]
W["12"] --> X["REPEAT TRACK ALL"]
Y["13"] --> Z["RW"]
AA["14"] --> AB["R"]
AC["15"] --> AD["L"]
AE["16"] --> AF["RW"]
AG["17"] --> AH["L"]
AI["18"] --> AJ["RW"]
AK["19"] --> AL["L"]
AM["20"] --> AN["RW"]
AO["21"] --> AP["L"]
AQ["22"] --> AR["RW"]
AS["23"] --> AT["L"]
AU["24"] --> AV["RW"]
AW["25"] --> AX["L"]
AY["26"] --> AZ["OPTICAL ANALOG"]
BA["27"] --> BB["PROGRAM"]
BC["28"] --> BD["RW"]
BE["29"] --> BF["L"]
BG["30"] --> BH["L"]
BI["31"] --> BJ["RW"]
BK["32"] --> BL["L"]
BM["33"] --> BN["RW"]
BO["34"] --> BP["L"]
BQ["35"] --> BR["RW"]
BS["36"] --> BT["L"]
BU["37"] --> BV["RW"]
BW["38"] --> BX["L"]
BY["39"] --> BZ["RW"]
CA["40"] --> CB["L"]
CC["41"] --> CD["RW"]
CE["42"] --> CF["L"]
DG["43"] --> DH["RW"]
DI["44"] --> DJ["L"]
DK["45"] --> DL["RW"]
DV["46"] --> DW["L"]
DX["47"] --> DXR["RW"]
DXF["48"] --> DXG["L"]
1 REM/REC TIME ...... resterende opnametijd / opname- tijd
2 TRACK tracknummer
3 balans
4 TOTAL REM
TRACK TIME ....totale of resterende tijd van disc
of track
5 FADE de fade-functie is actief
6 O) ) ) O )....afstandsbediening actief
7 STEP......indicates the number of tracks in a program
8 Track bar ...... geeft aan:
- tracks op een disc of in een
programma
- weergegeven track
9 + 20 .....disc of programma bevat meer dan 20 tracks
10 SCAN .....licht op wanneer de eerste 10 seconden van elke track worden afgespeeldd
11 REPEAT TRACK/ALL..licht op wanneer een track / complete disc (of programma) wordt herhaald
12 SYNC gesynchroniseerd opnemen actief
13 SHUFFLE ALL......de tracks worden in willekeurige volgorde afgespeeld
14 MANUAL handmatig opnemen actief
15 L/R II II....Opname-/weergaveniveaumeter, geeft het audiosignaalniveau aan
16 PROGRAM ......knippert tijdens programmeren / brandt in programmeerfunctie
17 II....pauzefunctie is actief
18 ▶ brandt tijdens weergeven
19 ● brandt tijdens opnemen
20 R(W) er is een niet-gefinaliseerde CDR-of CDRW-disc geladen
[21] CD ......er is een CD geladen (een voorbespeelde CD of gefinaliseerde CDR- of CDRW-disc)
22 brandt tijdens opnemen
23 er is een microfoon aangesloten
24 ANALOG → ......analoge ingang geselecteerd
25 OPTICAL I → ......optische ingang I geselecteerd voor opname van externe bron
26 DIGITAL I → ......digitale ingang I geselecteerd voor opname van externe bron
DIGITAL II → ......digitale ingang II geselecteerd voor opname van externe bron
DISPLAY-meldingen
De onderstaande meldingen kunnen op het display worden weergegeven.
Algemeen
READING......tijdens het lezen van disc-informatie
OPEN......tijdens het openen van de disc-lade
CLOSE ......tijdens het sluiten van de disc-lade
NO DISC ....er is geen disc geladen, de disc is onleesbaar of de disc ligt ondersteboven
INSERT DISC ....laad een disc of plaats de disc op de juiste wijze
WRONG DISC ......de geladen disc is geen audio-CD
UNFINALIZED ....niet-gefinaliseerde CDR- of CDRW-disc
MEMORY xxxo/o ......geeft de hoeveelheid tekstgeheugen aan die is gebruikt voor niet-gefinaliseerde discs
Opnemen
WRIT ....- wanneer op STOP ■ is gedrukt tijdens opnemen
- wanneer op STOP ■ is gedrukt tijdens het opnemen van de eerste 4 seconden van een track
UPDATE ....inhoud van disc bijwerken
DISC FULL opnemen is niet meer mogelijk
DIGITAL 1 .....digitale coaxiale ingang 1 geselecteerd
DIGITAL 2 .....digitale coaxiale ingang 2 geselecteerd
OPTICAL .....digitale optischge ingang geselecteerd
ANALOG ......analoge ingang geselecteerd
MICROPHONE ......microfooningang geselecteerd
COPY PROTECT ......er kan geen digitale opname worden gemaakt van de aangesloten bron
| NOTFINALIZED | ......bij opening van de disc-lade wanneer deze een niet-gefinaliseerde disc bevat |
| MAKE CD | ......start van gesynchroniseerde opname van een complete disc en automatische finalisatiefunctie geselecteerd |
| RECORD DISC | ......start van gesynchroniseerde opname van een complete disc |
| RECORD TRACK | ......start van gesynchroniseerde opname van één track |
| REC MANUAL | ......handmatige start van geselecteer-de opname |
| -XX DB | ......het opnameniveau wordt ingesteld |
| ERASE TRACK | ......bij het wissen van een of meer tracks |
| ERASE DISC | ......bij het wissen van een disc |
| FINALIZE | ......bij het finaliseren van een disc |
| FINALIZED | ......bij een poging een reeds gefinaliseerde disc te finaliseren |
| CHECK INPUT | ......wanneer op RECORD is gedrukt en er geen digitale bron gevonden is |
| XX XX ERASE | ......aftellen van de tijd bij het wissen van een track of een disc |
| XX XX FINAL | ......aftellen van de tijd bij het finaliseren van een disc |
| MONITOR MODE | ......de sample rate converter is actief |
| PRESS RECORD | ......voor het starten van handmatig opnemen, finaliseren of wissen |
| START SOURCE | ......voor het starten van een gesynchroniseerde opname van een bron |
| FINALIZED CD | ......bij een poging een opname te maken op een gefinaliseerde CDR of een voorbespeelde CD |
| UNFINALIZE/ | ......bij een poging een opname te |
| PRESS ENTER | maken op een gefinaliseerde CDRW |
| PROF SOURCE | ......wanneer een professionele bron is aangesloten |
Weergave
| PROGRAM......programmeerfunctie geselecteerd | ||
| ALBUM | TITLE ......wordt gevolgd door titel van het album | |
| TRACK | TITLE ......wordt gevolgd door titel van de track | |
| ALBUM | ARTIST ......wordt gevolgd door de naam van de artiest | |
| TRACK | ARTIST ......wordt gevolgd door de naam van de artiest van de track | |
Overige meldingen
| NO AUDIO TR......wanneer de recorder tijdens het opnemen een datatrack vindtFINALIZE CD ......lasercalibratie 96 maal uitgevoerd, disc finaliserenINITIALIZING ......tijdens lasercalibratie voor niet-gefinaliseerde discs |
| DISC RECOVER | ......tijdens de herstelprocedure na het uitvallen van de stroom |
| OPC ERROR | ......OPC mislukt tijdens de OPC-procedure (OPC = Optimale calibratie) |
| RECORD ERROR | ......opnamefout in menufunctie |
| DISC ERROR | ......bij een poging op te nemen op een gerepareerde disc of deze te finaliseren |
| MEMORY FULL/...... | wanneer er geen tekst meer kan |
| FINALIZE worden opgeslagen voor een bepaalde disc. Er dient nog een disc te worden gefinaliseerd om geheugenruimte vrij te maken. | |
MENU-meldingen - Zie menufunctie

| NO TRACKS | ......bij een poging tekst te bewerken voor een disc zonder tracks |
| TEXT EDIT | ......wanneer naar de tekstbewerkingsfunctie wordt gegaan |
| CD ARTIST | ......bij het bewerken of wissen van de naam van een artiest |
| CD TITLE | ......bij het bewerken of wissen van een titel |
| TR N ARTIST | ......bij het bewerken of wissen van de naam van een artiest per track |
| TR N TITLE | ......bij het bewerken of wissen van een titel per track |
| TEXT ERASE | ......bij het wissen van tekst |
| ALL TEXT | ......bij het wissen van alle geselecteerde tekst |
| ERASE OK | ......wanneer een wisopdracht moet worden bevestigd met de ENTER-toets |
| ERASE ALL OK | ......wanneer een wisopdracht moet worden bevestigd met de ENTER-toets |
| ERASE MEMORY | ......tijdens wachten op bevestiging bij het wissen van een disc |
| MEMORY VIEW | ......bij selecteren van tekstcontrole per niet-gefinaliseerde disc in het geheugen |
| MEMORY EMPTY | ......wanneer tekstcontrole wordt geselecteerd terwijl er geen tekst in het geheugen aanwezig is |
| AUTO TRACK | ......wanneer automatische tracknum-mering AAN of UIT geselecteerd wordt |
| ON | ......automatische tracknummering of FADE aan |
OFF ....automatische tracknummering of FADE uit
SET BALANCE ....wanneer BALANCE geselecteerd wordt
SET FADE ......bij het selecteren van het SET FADE-submenu
FADE ON/OFF ......bij het in- of uitschakelen van de FADE-functie
SET FRADE IN......bij het instellen van de infade-tijd
SET FRADE OUT ......bij het instellen van de uitfade-tijd
NO TEXT ......er is voor de disc geen tekst opgeslagen
NAME SOURCE ......bij het benoemen/hernoemen van ingangsbronnen
Aansluitingen algemeen
Voor opnemen heeft de CD-recorder de volgende ingangen:
- Digitale optische uitgang
- Digitale coaxiale ingang 1
- Digitale coaxiale ingang 2
- Analoge ingang.
Voor afspelen heeft de CD-recorder de volgende uitgangen:
- Digitale coaxiale uitgang
- Digitale optische uitgang
- Analoge uitgang
Wij adviseren u deze aan te sluiten op de CD-ingang van uw versterker.
De aansluitingen die u kunt maken, zijn afhankelijk van de mogelijkheden van uw geluidsapparatuur. Raadpleeg daarom eerst de gebruiksaanwijzing van deze apparatuur.
Digitale opnamen (via een optische of coaxiale aansluiting) bieden de beste geluidskwaliteit en mogelijkheden (bijv. automatische tracknummering).
(De digitale optische aansluiting is minder gevoelig voor storingen van buiten).
Als uw geluidsapparatuur geen digitale aansluitmogelijkheden heeft, zorgt de hoogwaardige analoog-digitalomzetter van uw CD-recorder voor een zeer goede geluidskwaliteit bij opnames via de analoge ingang.
Weergave via de digitale coaxiale uitgang van de CD-recorder geeft de beste geluidskwaliteit.
Als uw geluidsapparatuur geen digitale aansluitmogelijkheden heeft, zorgt de hoogwaardige digitaal-analoogomzetter van uw CD-recorder voor een zeer goede geluidsweergave via de analoge uitgang.
We raden u aan in alle gevallen zowel digitale als analoge aansluitingen te maken. U kunt dan altijd nog analoog opnemen wanneer digitaal opnemen niet mogelijk is.
We hebben de meest gebruikte aansluitmogelijkheden van de CD-recorder beschreven. Als u toch nog problemen met aansluiten hebt, kunt u altijd contact opnemen met een Philips Servicecentrum bij u in de buurt.
Analoge aansluitingen
Analoge aansluiting is nodig voor weergave van CD's (gebruik kabel ②) en voor opnemen van externe analoge bronnen (gebruik kabel ①).

flowchart
graph TD
A["RECEIVER"] --> B["CD RECORDER"]
B --> C["Analog IN"]
B --> D["OUT"]
B --> E["Input IN"]
B --> F["Output IN"]
B --> G["Tape"]
B --> H["Optical IN OUT"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
Gebruik de bijgeleverde audiokabels. Sluit de rode pluggen aan op de R(echter) aansluitbussen en de witte op de L(inker) bussen.
1 Om op te nemen dient u kabel ① aan te sluiten op de ANALOG IN-bussen van de CD-recorder en de CDR LINE- of TAPE OUT-bussen van een versterker.
Opmerking: Om rechtstreeks van een CD-speler op te nemen, moeten de ANALOG IN-bussen van de CD-recorder op de analoge uitgang van de CD-speler worden aangesloten.
2 Om af te spelen dient u kabel ② aan te sluiten op de ANALOG OUT-bussen van de CD-recorder en de ingangsbussen van een versterker, bijv. TAPE IN, CDR of AUX.
Opmerking: Gebruik nooit de PHONO-ingang.
Digitale coaxiale aansluiting
Digitale coaxiale aansluiting is alleen nodig als u wilt opnemen van een CD-speler met een digitale coaxiale uitgang.

Gebruik hiervoor de bijgeleverde digitale coaxiale kabel.
1 Om op te nemen, dient u kabel ③ aan te sluiten op bus DIGITAL IN 1 van de CD-recorder en bus DIGITAL OUT van een CD-speler.
- U kunt eventueel een extra digitale recorder (bijv. een DAT- of DCC-recorder) op bus DIGITAL IN 2 van de recorder aan- sluiten.
Opmerking:Uw CD-recorder heeft een digitale coaxiale uitgang (DIGITAL OUT). Deze uitgang kan voor digitale weergave gebruikt worden.
Digitale optische aansluiting
Digitale optische aansluiting is alleen nodig als u wilt opnemen van een CD-speler met een digitale optische uitgang.

Bij het aansluiten van de digitale optische kabel dient u erop te letten dat deze zo ver mogelijk in de aansluitbus gestoken wordt (totdat u een klik hoort).
1 Verwijder het stofkapje van de digitale optische aansluiting. (Wij adviseren u het kapje te bewaren).
2 Om op te nemen, dient u een glasvezelkabel ④ op de digitale optische ingang OPTICAL IN van de CD-recorder en de digitale optische uitgang van een CD-speler aan te sluiten.
Opmerking:Uw CD-recorder heeft een digitale optische uitgang (OPTICAL OUT). Deze uitgang kan voor digitale weergave gebruikt worden.
Stroomvoorziening

1 Steek het bijgeleverde netsnoer in aansluitpunt MAINS op de CD-recorder en steek daarna het andere uiteinde in het stopcontact.
2 Druk op ON/OFF.
→ De recorder komt in de wachtstand.
3 Door vervolgens op een willekeurige andere toets te drukken wordt de recorder actief.
Opmerking:
- De CD-recorder stellt zich automatisch in op de lokale net-spanning.
- Als de CD-recorder uitstaat (OFF) verbruikt hij toch nog stroom. Wilt u dat het apparaat helemaal geen stroom verbruikt, neem dan de stekker uit het stopcontact.
Plaatsen van de CD-recorder
- Plaats de CD-recorder op een stevige, trillingsvrije ondergrond.
- Plaats de CD-recorder niet in de buurt van een warmtebron of in de volle zon.
- Gebruik de CD-recorder niet in een extreem vochtige omgeving.
- Als u de CD-recorder in een kast plaatst, dient u rondom het apparaat ten minste 2,5 cm vrij te laten voor een goede ventilatie.
Plaatsen van batterijen in de afstandsbediening

1 Verwijder het klepje van het batterijcompartiment.
2 Plaats de 2 bijgeleverde batterijen ("AA", LR-6 of UM-3) zoals hierboven aangegeven.
3 Breng het klepje weer aan.
Opmerking: Wij raden u aan 2 batterijen van hetzelfde type en dezelfde conditie te gebruiken.
Batterijen bevatten chemische stoffen en dienen daarom na gebruik als chemisch afval behandeld te worden.

Bedieningstoetsen op de afstandsbediening

STANDBY......schakelen naar
Wachtstand/Aan/Uit
SCAN ......afspelen van de eerste 10
seconden van elke track
SHUFFLE......afspelen van een CD, CDR, CDRW of programma in een willekeurige volgorde
REPEAT......herhaald afspelen
Cijfertoetsen 0 - 9 ......- selecteren van een track op nummer
- selecteren van teken voor in- voeren van tekst
TRACK INCR(ement) ......verhogen van tracknummers tijdens opnemen
SCROLL....activeren van het rollen van tekst over het display
CDR ......selecteren van CD-recorder
CD ....selecteren van CD-speler, kan worden gebruikt voor bediening van een aparte Philips CD-speler
afspelen van CD, CDR of CDRW starten
vorige track (bij afspelen en programmeren)
I volgende track (bij afspelen en programmeren)
■ ......stoppen van CD, CDR of CDRW en wissen van programma
- achteruit zoeken
- besturen van cursor in Menu/Prog.-controlefunctie
▶▶......- vooruit zoeken
- besturen van cursor in Menu/Prog.-controlefunctie
II ......afspelen van CD, CDR of CDRW onderbreken
MENU/STORE ......- oproepen van menufunctie - opslaan van menu-instellingen
PROG.(ram) ......openen/sluiten van programma- geheugen
ENTER......- selecteren van instellingen in menufunctie
- programmeren van tracknummers
- afspelen van geselecteerde track starten
CANCEL ......- tracks uit een programma wissen
- wissen van tekst in menufunctie
- teruggaan naar een hoger niveau in het menu
Plaatsen van discs

→ De aanduiding OPEN verschijnt.
2 Leg een CD, CDR of CDRW met het label naar boven in de uitsparing van de disclade.
3 Druk op OPEN/CLOSE om de lade te sluiten (zie tevens Afspelen van een CD).
→ De aanduiding CLOSE verschijnt, gevolgd door READING en het type disc dat u geladen hebt, wordt aangegeven op het display.

- Als een CDR- of CDRW-disc gefinaliseerd is, verschijnt de aanduiding CD op het display.
- Als CD-tekst aanwezig is, worden TITLE en ARTIST op het display weergegeven.

Opmerking:
- Er worden alleen Audio-CD's geaccepteerd. Als een andere disc wordt geladen, verschijnt de melding WRONG DISC.
- Voor een goede opname is het van belang dat de blanco disc volkomen stof- en krasvrij is (zie Onderhoud van de disc,).
- Als u een blanco of gedeeltelijk opgenomen CDR of niet-gefinaliseerde CDRW plaatst, kalibreert de CD-recorder de disc voor een optimale opname. Tijdens dit proces verschijnt eerst de aanduiding INITIALIZING op het display en vervolgens het aantal audiotracks. Het kalibreren kan maximaal 25 seconden duren.

Opmerkingen over het opnemen
U zult snel merken hoe gemakkelijk het is om uw eigen CD's te maken. Toch is het raadzaam de eerste keer een CDRW-disc te gebruiken.
- Als u wilt opnemen op een CDRW-disc die al gefinaliseerd is, moet u deze eerst definaliseren.
- De opnameprocedure is gelijk voor CDR- en CDRW-discs.
- Als de disc al opnamen bevat, zoekt de CD-recorder automatisch naar het einde van de laatste track om vanaf dat punt met opnemen te beginnen.
- De disc moet nog een resterende opnametijd van minimaal 7 seconden bezitten, anders kunt u het apparaat niet in de opname-wachtstand zetten. In dat geval verschijnt de melding DISC FULL op het display.
- Als de aanduiding COPY PROTECT op het display verschijnt, kunt u geen digitale opname van het bronmateriaal maken. Het opnemen zal niet worden gestart.
-
Het Serial Copy Management System (SCMS) zorgt ervoor dat u alleen onder bepaalde voorwaarden digitaal kunt opnemen:
-
Het is niet mogelijk om een digitale kopie van een digitale kopie te maken.
- Analoog opnamen is altijd mogelijk!
- Van het origineel kan een onbeperkt aantal kopieën worden gemaakt.
- Er kunnen maximaal 99 tracks op een disc worden opgenomen. De minimale lengte van een track is 4 seconden.
- Opnamen van een DAT-recorder of DCC-speler zullen niet altijd automatisch worden gestopt.
Belangrijk:
Als u een opgenomen disc wilt afspelen op een gewone CD-speler, moet de disc eerst gefinaliseerd worden. Zie Finaliseren van CDR- en CDRW-discs.
Gefinaliseerde CDRW-discs kunnen alleen worden afgespeeld op een CD-speler die geschikt is voor het afspelen van CDRW-discs.
Gebruik REC MANUAL niet als u opneemt van een CD-wisselaar.
Opnamefuncties
Uw recorder heeft verschillende opnamefuncties.
- RECORD DISC - voor het maken van een gesynchroniseerde opname van een complete disc of een programma, simpelweg door de bron te starten.
- RECORD TRACK - voor het maken van een gesynchroniseerde opname van één track, simpelweg door de bron te starten.
- REC(ord) MANUAL - voor het handmatig starten van een opname, simpelweg door op de toets RECORD te drukken.
- MAKE CD - voor het maken van een gesynchroniseerde opname van een complete disc of een programma, simpelweg door de bron te starten. Het finaliseren gebeurt automatisch.

Enkele opmerkingen over het opnemen:
- Als de functie AUTO TRACK (Automatische tracknummering) op ON staat (standaardinstelling), worden de tracks tijdens het opnemen automatisch genummerd.
- U kunt een selectie opnemen door eerst de bron te programmeren.
- Als u een gefinaliseerde CDR-disc in de recorder plaatst, verschijnt de aanduiding FINALIZED CD wanneer toets REC TYPE wordt ingedrukt. Opnemen is dan niet mogelijk.
- Als u een gefinaliseerde CDRW-disc in de recorder plaatst, verschijnen de aanduidingen UNFINALIZE en PRESS ENTER op het display wanneer toets REC TYPE wordt ingedrukt. Wanneer op toets ENTER wordt gedrukt, wordt de disc gedefinaliseerd.
Opnemen met automatische start

Met deze functie kunt u snel en eenvoudig opnames maken van een CD. De tracknummering wordt automatisch overgenomen van het bronmateriaal. Er kunnen geen tracknummers handmatig worden toegevoegd. Bij analoog bronmateriaal wordt een geluidspauze van 2.7 seconden of meer automatisch als een volgend tracknummer geïnterpreteerd.
Belangrijk:
- Een opname van een CD-wisselaar moet altijd worden gestart in de functie RECORD DISC, RECORD TRACK of MAKE CD.
1 Controleer of de disc volkomen stof- en krasvrij is.
2 Druk een aantal malen op SOURCE totdat:
→ DIGITAL I →, DIGITAL II →, OPTICAL I → of ANALOG → oplicht en DIGITAL 1, DIGITAL 2, OPTICAL of ANALOG op het display verschijnt (afhankelijk van de gebruikte aansluiting).

3 Druk vanuit de stopstand van de CD-recorder op REC TYPE eenmaal: om 'RECORD BISCE' te selecteren; tweemaal: om 'RECORD TRACK' te selecteren; viermaal: om 'MAKE CD' te selecteren.
→ ↗ en SYNC beginnen te knipperen en het display toont de gekozen opnamefunctie.

- Als tevens de melding CHECK INPUT knippert, is de digitale aansluiting niet in orde.
Het opnemen starten
1 Druk op PLAY op de geselecteerde bron om het opnemen te starten.
→ De CD-recorder begint automatisch op te nemen en brandt continu.
- Als u echter de bron midden in een track start, begint het opnemen aan het begin van de volgende track of, bij een analoge opname, na een geluidspauze van 2.7 seconden.
- U kunt de verstreken opnametijd controleren door op DISPLAY te drukken. (Dit kan ook tijdens het opnemen gebeuren)
- De CD-recorder stopt automatisch.
2 Het opnemen kan handmatig worden gestopt door op STOP te drukken op de CD-recorder.
→ WAIT licht op en SYNC en → gaan uit.
- Als op STOP ■ wordt gedrukt binnen 3 seconden nadat op PLAY werd gedrukt, zal er geen opname worden gemaakt.
- Het opnemen kan worden onderbroken door op PAUSE te drukken op de CD-recorder.
→ ↗ begint te knipperen. Druk op RECORD op de CD-recorder om door te gaan met opnemen.
Na het opnemen verschijnt gedurende enkele seconden de aanduiding UPDATE op het display.
Opmerking: Als wordt opgenomen van een DAT- of DCC-recorder of van analoge bronnen, zal het opnemen pas na een geluidspauze van 20 seconden worden gestopt.
Belangrijk:
Als u de opgenomen CDR- of CDRW-disc wilt afspelen op een gewone CD-speler, moet de disc eerst gefinaliseerd worden. Zie Finaliseren van CDR- en CDRW-discs.
Gefinaliseerde CDRW-discs kunnen alleen worden afgespeeld op een CD-speler die geschikt is voor het afspelen van CDRW-discs.
Handmatig opnemen

- Een opname van een CD-wisselaar moet altijd worden gestart in de functie RECORD DISC, RECORD TRACK of MAKE CD.
- Maak alleen analoge opnamen als digitaal opnemen niet mogelijk is.
Voorbereidende handelingen voor handmatig opnemen
1 Controleer of de disc volkomen stof- en krasvrij is.
2 Druk een aantal malen op SOURCE totdat:
→ DIGITAL I →, DIGITAL II →, OPTICAL I → of ANALOG → oplicht en DIGITAL 1, DIGITAL 2, OPTICAL of ANALOG op het display verschijnt (afhankelijk van de gebruikte aansluiting).

- Als de functie Auto Track (Automatische tracknummering) op ON staat (standaardinstelling), worden de tracks tijdens het opnemen automatisch genummerd.
- Om de functie Auto Track uit te schakelen dient u de menu-functie op te roepen.
Druk op TRACK INCR(ement) op de afstandsbediening als u tracks handmatig wilt nummeren. Zie voor verdere aanwijzingen de Menufunctie.
ON (AUTOMATISCH): De tracknummering wordt automatisch overgenomen van het digitale bronmateriaal.
OFF (Handmatig): Tracks kunnen handmatig worden genummerd door op TRACK INCR(ement) op de afstandsbediening te drukken. (De minimale lengte van een track is 4 seconden) (Dit kan ook in de functie Auto Track)
- Tracknummers kunnen na het opnemen niet worden gewijzigd.
Opmerking: Automatische tracknummering werkt alleen bij bronnen waarvan het digitale uitgangssignaal voldoet aan de audionorm IEC 958 (consumentengedeelte).
3 Druk vanuit de stopstand van de CD-recorder drie maal op REC TYPE om naar de wachtstand voor handmatig opnemen te gaan.
→ MANUAL begint te knipperen en de aanduiding REC MANUAL verschijnt op het display.

- Als tevens de melding CHECK INPUT knippert, is de digitale aansluiting niet in orde.
4 Start de bron om de CD-recorder in te stellen op het optimale opnameniveau.
5 Verdraai de knop EASY JOG/ENTER totdat op de opname-/weergaveniveaumeter alle blauwe segmenten branden, maar de rode segmenten tijdens de luidste passages niet continu branden.
→ Op het display is de aanduiding -×× ⅢB te zien.
6 Stop de bron.
Het opnemen starten
1 Start de opname door op RECORD op de CD-recorder te drukken en start onmiddellijk daarna de bron (vanuit de stopstand).
→ ↗ brandt continu. Het tracknummer en de opnametijd verschijnen op het display.
- Om aan het begin van een track een geluidspauze van 3 seconden op te nemen, dient u op PAUSE op de CD-recorder te drukken voordat u de bron start.
- U kunt de verstreken opnametijd controleren door op DISPLAY te drukken. (Dit kan ook tijdens het opnemen gebeuren)
2 Druk op STOP op de CD-recorder wanneer u met opnemen wilt stoppen.
→ WAIT licht op en ↗ gaat uit.
- Als op STOP wordt gedrukt binnen 3 seconden nadat op RECORD werd gedrukt, zal er geen opname worden gemaakt.
- Het opnemen kan worden onderbroken door op PAUSE op de CD-recorder te drukken. ➡ begint te knipperen. Herhaal stap 1 om door te gaan.
Na het opnemen verschijnt gedurende enkele seconden de aanduiding UPDATE op het display.
Opmerking: Als de functie AUTO TRACK op ON staat, zal de recorder automatisch stoppen en gedurende 1 minuut naar de opnamewachtstand geschakeld worden. Daarna wordt de recorder automatisch in de stopstand geschakeld. Als wordt opgenomen van een DAT, of DCC recorder of van analoge bronnen, zal het opnemen pas na een geluidspauze van 20 seconden worden gestopt. Als de functie AUTO TRACK op OFF staat, zal er geen automatische stop plaatsvinden.
Belangrijk:
Als u de opgenomen CDR- of CDRW-disc wilt afspelen op een gewone CD-speler, moet de disc eerst gefinaliseerd worden. Zie Finaliseren van CDR- en CDRW-discs.
Gefinaliseerde CDRW-discs kunnen alleen worden afgespeeld op een CD-speler die geschikt is voor het afspelen van CDRW-discs.
Opnemen met de microfoon
Karaoke-opname
1 Sluit een (stereo)microfoon aan op bus MIC.
→ ↗ licht op. De bron die het laatst actief was, wordt automatisch geselecteerd.
- U kunt nu uw stem mengen met het geluid van de gekozen bron (DIGITAL I →, DIGITAL II →, OPTICAL I → of ANALOG →).
2 Kies met toets REC TYPE de gewenste opnamefunctie: RECORD DISC, RECORD TRACK, REC MANUAL of MAKE CD.
3 Druk op PLAY op de gekozen bron om het opnemen te starten (als RECOR) DISC, RECOR TRACK OF MAKE [ ] geselecteerd is).
- Druk op RECORD op de recorder en PLAY op de geselecteerde bron (als REC MANUAL geselecteerd is).
- Gebruik knop LEVEL (MIC) om uw stem met het geluid van de bron te mengen.
- Stel het gewenste opnameniveau in met knop EASY JOG.
- Meer informatie over opnemen vindt u in de voorgaande hoofdstukken.
Microfoonopname
1 Sluit een (stereo)hoofdtelefoon aan op bus MIC.
→ ↗ licht op. De bron die het laatst actief was, wordt automatisch geselecteerd.
2 Druk herhaaldelijk op SOURCE totdat MICROPHONE oplicht.

3 Kies met toets REC TYPE de functie REC MANUAL.
4 Druk op RECORD om het opnemen te starten.
- Gebruik knop LEVEL (MIC) om uw stem met het geluid van de bron te mengen.
- Stel het opnameniveau in met knop EASY JOG.
- Meer informatie over opnemen vindt u in de voorgaande hoofdstukken.
De sample rate converter wordt gebruikt om ingangssignalen om te zetten in digitale uitgangssignalen volgens het CD-for-maat.
1 Sluit de niet-digitale bron op een van de ingangen van de recorder aan.
2 Sluit eventueel een extra recorder aan op uitgang DIGITAL OUT of OPTIONAL OUT.
3 Druk op REC TYPE (zonder CD in de recorder).
→ MONITOR MODE licht op. Het signaal wordt nu geconverteerd in een digitaal uitgangssignaal volgens CD-formaat (44,1 kHz).
- Stel het opnameniveau in met knop EASY JOG.
Finaliseren van CDR- en CDRW-discs
Finaliseren is een eenvoudige handeling die nodig is om:
- opnamen af te kunnen spelen op een CD-speler
- latere ongewenste opnamen op de disc te voorkomen
- het wissen van tracks op een CDRW te voorkomen.
Automatisch finaliseren is mogelijk bij gebruik van de opnamefunctie MAKE CD.
Handmatig finaliseren
1 Controleer of de disc (in de CD-recorder) volledig kras- en stofvrij is.
2 Druk vanuit de stopstand op FINALIZE.
→ De aanduidingen FINALIZE en PRESS RECORD verschijnen op het display.


3 Druk op RECORD.
→ De aanduiding xx xx FINAL en de geschatte finalisatietijd verschijnen op het display. Het display telt de finalisatietijd af. Na afloop worden het totale aantal tracks en de totale opgenomen tijd op het display weergegeven. Bij CDR- en CDRW-discs verandert de indicatie cDR(W) op het display in CD.
Het finaliseren duurt ten minste 2-4 minuten.
Opmerking: Tijdens het finaliseren reageert de CD-recorder niet op bedieningscommando's.
Definaliseren van CDRW-discs
Alleen voor CDRW-discs.
Als u nog meer opnamen wilt maken (of tracks wilt wissen) op een gefinaliseerde CDRW-disc moet u deze eerst definaliseren. De inhoudsopgave (TOC) wordt dan verwijderd. Het definaliseren gaat als volgt:
1 Druk vanuit de stopstand van de CD-recorder op REC TYPE of ERASE.
→ De aanduidingen UNFINALIZE en PRESS ENTER verschijnen op het display.


2 Druk op ENTER.
→ De disc wordt nu gedefinaliseerd en er kan weer op opgenomen worden.

Opmerking:
- Het definaliseren duurt circa 2 min.
- Als een CDRW-disc wordt gedefinaliseerd waar tekst op staat, wordt deze tekst in het geheugen van de CD-recorder geladen. Het tekstgeheugen kan echter vol zijn. In dat geval verschijnt de melding MEMORY FULL/FINALIZE CD. Om meer geheugenruimte vrij te maken moet u nu tekst wissen die opgeslagen is voor andere discs, of een andere disc finaliseren.
Wissen van CDRW-discs

Alleen voor gedefinaliseerde CDRW-discs.
U kunt:
- een of meer tracks wissen vanaf het einde.
- de hele disc wissen.
Om een of meer tracks te wissen vanaf het einde gaat u als volgt te werk:
1 Druk eenmaal op ERASE.
→ Op het display verschijnt het aantal tracks en hun totale speelduur. De aanduidingen ERASE TRACK en PRESS RECORD lichten op.
- Als de disc gefinaliseerd is, verschijnt de aanduiding CD op het display nadat u een CDRW-disc geladen hebt. De recorder zal u eerst vragen te bevestigen dat u de disc wilt definaliseren. Bevestig dit door op de EASY JOG/ENTER knop te drukken, of op ENTER op de afstandsbediening.
2 Selecteer de track(s) die u wilt wissen door de EASY JOG/ENTER knop naar links te draaien en bevestig uw keuze door de knop in te drukken.
→ De geselecteerde tracknummers gaan knipperen op de trackbalk.
→ Op het display verschijnen het overgebleven aantal tracks en de resterende speelduur na het wissen van de geselecteerde track(s).


3 Druk op RECORD.
→ Op het display verschijnen de totale afteltijd en de aanduiding ERASE.
→ Nadat de geselecteerde track(s) is (zijn) gewist, toont het display de overgebleven tracks en hun totale speelduur.
Om de hele disc te wissen gaat u als volgt te werk:
1 Druk tweemaal op ERASE.
→ Op het display verschijnt het aantal tracks en hun totale speelduur. De aanduidingen ERASE DISC en PRESS RECORD lichten op.
- Als de disc gefinaliseerd is, verschijnt de aanduiding CD op het display nadat u een CDRW-disc geladen hebt. De recorder zal u eerst vragen te bevestigen dat u de disc wilt definaliseren. Bevestig dit door op de EASY JOG/ENTER knop te drukken, of op ENTER op de afstandsbediening.


2 Druk op RECORD.
→ Op het display verschijnen de totale afteltijd en de aanduiding ERASE. De hele disc zal worden gewist.

Het wissen van een hele disc kan maximaal 1,5 minuut duren.
Afspelen van een CD

1 Druk op PLAY/PAUSE ▶ II om het afspelen van de CD te starten.
→▶ licht op en het tracknummer en de speelduur van de weergegeven track verschijnen op het display.
2 Druk een-, twee- of driemaal op DISPLAY om:
→ De resterende speelduur van de track, de totale resterende speelduur of tekstinformatie te zien (zie Menufunctie).
3 Om het afspelen te onderbreken drukt u nogmaals op PLAY/PAUSE ▶ II.
→ II brandt op het display.
4 Om het afspelen te hervatten drukt u opnieuw op PLAY/PAUSE ▶ II.
5 Om het afspelen te beëindigen drukt u op STOP ■.
→ Het aantal tracks en de totale speelduur verschijnen op het display.
Selecteren van een track

Selecteren van een track tijdens het afspelen
1 Verdraai de EASY JOG/ENTER knop totdat het gewenste tracknummer op het display verschijnt.
→ Het afspelen wordt voortgezet vanaf het begin van de geselecteerde track.
of
Toets het gewenste tracknummer in met de cijfertoetsen van de afstandsbediening. Bij tweecijferige tracknummers moeten de cijfers snel na elkaar worden ingetoetst.
→ Het afspelen wordt voortgezet vanaf het begin van de geselecteerde track.
of
Druk ◀ of ▶ op de afstandsbediening een of meer keren in.
→ Het afspelen wordt voortgezet vanaf het begin van de huidige, vorige of daaropvolgende tracks.
Selecteren van een track vanuit de stopstand
1 Verdraai de EASY JOG/ENTER knop totdat het gewenste tracknummer op het display verschijnt.
2 Bevestig uw keuze door op EASY JOG/ENTER of op ENTER op de afstandsbediening te drukken, of druk op PLAY/PAUSE ▶ II om het afspelen te starten.
of
1 Toets het gewenste tracknummer in met de cijfertoetsen van de afstandsbediening. Bij tweecijferige tracknummers moeten de cijfers snel na elkaar worden ingetoetst. Het afspelen begint.
of
1 Druk ◀ of ▶ op de afstandsbediening een of meer keren kort in.
2 Start het afspelen door op PLAY/PAUSE ▶ II of EASY JOG/ENTER te drukken, of op ENTER op de afstandsbediening.
Zoeken

1 Houd ◀◀ of ▶▶ ingedrukt.
→ De CD-speler zoekt eerst vooruit of achteruit bij 10 maal de normale snelheid en bij een laag volume, en schakelt vervolgens over op 50 maal de normale snelheid zonder geluid.
2 Laat de knop los wanneer de gewenste passage is bereikt.
→ Het afspelen begint bij de gewenste passage.
Opmerking: Bij afspelen in willekeurige volgorde, herhaald afspelen van de track of het afspelen van een programma kan alleen binnen de huidige track worden gezocht.
Afspelen in willekeurige volgorde
1 Druk vóór of tijdens het afspelen op SHUFFLE om met afspelen in willekeurige volgorde te beginnen.
→ De tracks op de CD (of van het programma) worden in willekeurige volgorde afgespeeld.
2 Druk nogmaals op SHUFFLE wanneer u de CD weer normaal wilt afspelen.
Opmerking: De shuffle-functie wordt ook opgeheven als u de disclade opent.
Herhaald afspelen van een CD, track of pro- gramma
1 Druk tijdens het afspelen een of meer keren op REPEAT.
→ Wanneer REPEAT TRACK oplicht, wordt de huidige track telkens herhaald. Wanneer REPEAT ALL oplicht, wordt de disc of het programma telkens herhaald.

2 Om terug te gaan naar normaal afspelen een of meer keren op REPEAT drukken totdat:
→ De aanduiding REPEAT van het display verdwijnt.
Opmerking:
- U kunt het afspelen in willekeurige volgorde gebruiken in combinatie met REPEAT ALL of het afspelen van een programma.
- REPEAT wordt ook opgeheven als u de disclade opent.
Opmerkingen over het programmeren
- Er kunnen maximaal 99 tracks in willekeurige volgorde worden geprogrammeerd.
- Een track kan meerdere keren worden geprogrammeerd, maar telt dan steeds als één track (STEP).
Programmeren
1 Druk vanuit de stopstand op PROGRAM om naar de programmeerfunctie te gaan.
→ PROGRAM knippert en de aanduiding PROGRAM verschijnt op het display.

2 Selecteer de gewenste tracknummers door de EASY JOG/ENTER knop naar links of rechts te draaien en leg uw keuze in het geheugen vast door op ENTER te drukken.

of:
Toets een tracknummer in met de cijfertoetsen. Bij tweecijferige tracknummers moeten de cijfers snel na elkaar worden ingetoetst.
→ De track wordt in het programma opgeslagen.
→ Het tracknummer, de totale speelduur van het programma en het aantal geprogrammeerde tracks (STEPS) verschijnen op het display.
3 Herhaal stap 2 voor alle te programmeren tracks.
4 Druk op STOP of PROGRAM om het programmeren te beëindigen.
→ PROGRAM brandt continu.
5 Druk op PLAY/PAUSE ▶ II om het programma af te spelen.
Opmerking:
- U kunt het programma controleren door op PROGRAM te drukken, gevolgd door ◀◀ of ▶▶ terwijl de CD-recorder in de stopstand staat.
- Om tracks aan een programma toe te voegen dienen de stappen 1 t/m 5 te worden herhaald.
- Als u meer dan 99 tracks probeert te programmeren, verschijnt de aanduiding PROG FULL op het display.
Wissen van een programma
1 Druk op STOP ■ indien nodig om het afspelen van een programma te stoppen.
2 Druk nogmaals op STOP ■ om het programma te wissen.
→ De aanduiding PROGRAM verdwijnt van het display.
- Het programma wordt ook gewist als u de disclade opent.
Wissen van een track uit een programma
1 Druk vanuit de stopstand op PROGRAM om naar de programmeerfunctie te gaan.
2 Selecteer de te wissen track met toets ◀◀ of ▶▶.
→ Het tracknummer en de programmastap verschijnen op het display.
3 Wis de track uit het programma door op CANCEL te drukken.
→ De overgebleven tracks en de resterende speelduur van het programma verschijnen op het display.
Opmerkingen over de menufunctie

- De menufunctie biedt een aantal mogelijkheden die niet toegankelijk zijn door middel van de normale toetsen (aan de voorzijde van het apparaat en op de afstandsbediening).
- In de TEXT-submenu's kunt u discs, tracks en ingangsbronnen een naam geven. De disc- en tracknamen worden tijdens het afspelen op het display weergegeven. De namen van ingangsbronnen verschijnen op het display wanneer de bronnen geselecteerd worden.
- In de RECORDING-submenu's kunt u de automatische track-nummering, balans en fade instellen.
- Alle instellingen (behalve de balansinstelling) die in de menufunctie worden gedaan, worden in het geheugen van het apparaat opgeslagen en kunnen op elk gewenst moment worden opgeroepen en gewijzigd.
Algemene werkwijze
1 Kies CDR vanuit de stopstand.
2 Ga naar de menufunctie door op STORE/MENU op het apparaat of op de afstandsbediening te drukken.
→ De aanduiding TEXT EDIT verschijnt op het display.
3 Kies het gewenste submenu door verdraaien van de EASY JOG/ENTER knop.
4 Bevestig elke keuze door op EASY JOG/ENTER te drukken of op ENTER op de afstandsbediening.
5 Kies de gewenste opties in de submenu's door verdraaien van de EASY JOG/ENTER knop.
6 Bevestig elke keuze door op EASY JOG/ENTER te drukken of op ENTER op de afstandsbediening.
7 Druk op STORE/MENU om de instellingen op te slaan en terug te keren naar het submenu.
8 Druk op STOP ■ om de instellingen op te slaan en de menufunctie te verlaten.
Opmerking: Tekst kan alleen aan niet-gefinaliseerde discs worden toegevoegd.
Tekstfuncties
Vastleggen van namen
1 Kies het submenu TEXT EDIT.
→ De aanduiding TEXT EDIT verschijnt op het display.
2 Bevestig uw keuze door op EASY JOG/ENTER te drukken of op ENTER op de afstandsbediening.
3 Kies de gewenste optie in het submenu door verdraaien van de EASY JOG/ENTER knop: CD Artist, CD Title, Track 1 Artist, Track 1 Title, etc.
4 Bevestig uw keuze door op EASY JOG/ENTER te drukken of op ENTER op de afstandsbediening.
5 Kies de tekens door verdraaien van de EASY JOG/ENTER knop of door te drukken op de overeenkomstige alfanumerieke toetsen op de afstandsbediening.

6 Druk op EASY JOG/ENTER of op ENTER op de afstandsbediening om de tekens op te slaan en door te gaan naar de volgende cursorpositie.
7 Druk op STORE/MENU om een ingevoerde naam te bevestigen en terug te gaan naar het submenu, of op STOP ■ om de menufunctie te verlaten.
Opmerkingen:
- Per item kunnen maximaal 60 tekens worden opgeslagen.
- U kunt een spatie invoegen door op de EASY JOG/ENTER knop te drukken of op ENTER op de afstandsbediening zonder eerst een teken te kiezen.
- Met de ◀◀ ▶▶ toetsen kunt u met de cursor naar een gewenste positie gaan.
- Met de DELETE/CANCEL-toets kunt u een teken wissen.
- Als de naam van een artiest is opgeslagen voor een bepaalde track, wordt deze automatisch gekopieerd voor de volgende track. De naam kan worden bevestigd door te drukken op STORE/MENU of er kan een nieuwe naam worden ingegeven zoals hierboven beschreven.
Het wissen van namen
1 Kies het submenu TEXT ERASE.
→ De aanduiding TEXT ERASE verschijnt op het display
2 Bevestig uw keuze door op EASY JOG/ENTER te drukken of op ENTER op de afstandsbediening.
3 Kies de gewenste optie in het submenu door verdraaien van de EASY JOG/ENTER knop: All Text, CD Title, CD Artist, Track 1 Title, Track 1 Artist, etc.
4 Bevestig uw keuze door op EASY JOG/ENTER te drukken of op ENTER op de afstandsbediening.
→ Op het display verschijnt de vraag uw keuze opnieuw te bevestigen.
5 Bevestig uw keuze opnieuw door op EASY JOG/ENTER te drukken of op ENTER op de afstandsbediening.
6 Druk op STORE/MENU om terug te gaan naar het submenu of op STOP ■ om de menufunctie te verlaten.
Text Memory Review/Erase Text Memory
1 Kies het submenu MEMORY VIEW.
→ De aanduiding MEMORY VIEW verschijnt op het display.
2 Bevestig uw keuze door op EASY JOG/ENTER te drukken of op ENTER op de afstandsbediening.
4 Bevestig uw keuze door op EASY JOG/ENTER te drukken of op ENTER op de afstandsbediening.
→ De aanduiding ERASE MEMORY verschijnt op het display.

5 Bevestig uw keuze nogmaals door op EASY JOG/ENTER te drukken of op ENTER op de afstandsbediening.
6 Bevestig het wissen van de tekst voor de betreffende disc door op EASY JOG/ENTER te drukken of op ENTER op de afstandsbediening.
7 Druk op STORE/MENU om terug te gaan naar het submenu of op STOP ■ om de menufunctie te verlaten.
Opmerking:
- Als er geen tekstinformatie in het geheugen is opgeslagen, verschijnt de melding MEMORY EMPTY op het display.
- Als het tekstgeheugen van uw CD-recorder vol is, verschijnt de melding MEMORY FULL, gevolgd door FINALIZE CD. Als u een CD wilt toevoegen aan de lijst van discs waarvoor tekst is opgeslagen, moet u een disc uit de lijst wissen of een andere disc (waarvoor tekst is opgeslagen) finaliseren.
- Tevens kan de melding MEMORY FULL/FINALIZE CD verschijnen bij het definaliseren van een CDRW-disc waarvoor tekst is opgeslagen (zie Definaliseren van CDRW-discs). In dat geval dienen dezelfde handelingen te worden verricht om meer geheugenruimte te krijgen.
Benoemen/hernoemen van ingangsbronnen
1 Kies het submenu NAME SOURCE.
→ Op het display verschijnt NAME SOURCE.
2 Druk ter bevestiging op EASY JOG/ENTER of op ENTER op de afstandsbediening.
3 Selecteer de ingangsbron die u een (nieuwe) naam wilt geven.
4 Druk ter bevestiging op EASY JOG/ENTER of op ENTER op de afstandsbediening.
5 Selecteer de karakters door aan knop EASY JOG/ENTER te draaien of door op de gewenste cijfer-/lettertoets op de afstandsbediening te drukken.
6 Druk op EASY JOG/ENTER of op ENTER op de afstandsbediening om de karakters op te slaan en naar de volgende cursorpositie te gaan.
7 Druk op STORE/MENU om een ingevoerde naam te bewaren en naar het volgende item in het submenu te gaan.
Opname-instellingen
1 Kies het submenu AUTO TRACKING.
→ De aanduiding AUTO TRACK verschijnt op het display.
2 Bevestig uw keuze door op EASY JOG/ENTER te drukken of op ENTER op de afstandsbediening.
3 Kies AUTO TRACK ON of OFF.

4 Bevestig uw keuze door op EASY JOG/ENTER te drukken of op ENTER op de afstandsbediening.
→ De aanduiding ON of OFF verschijnt gedurende 2 seconden op het display.
- Als □N wordt gekozen, worden de tracks tijdens het opnemen automatisch genummerd.
- Als OFF wordt gekozen, kunt u de opgenomen tracks zelf nummeren.
5 Druk op STORE/MENU om de instelling op te slaan en terug te gaan naar het submenu, of op STOP ■ om de menu-functie te verlaten.
Balans (alleen actief in de opnamewachtstand)
1 Kies het submenu SET BALANCE.
→ De aanduiding SET BALANCE verschijnt op het display.
2 Bevestig uw keuze door op EASY JOG/ENTER te drukken of op ENTER op de afstandsbediening.
→ ▶ ▶ en L - 128 R - 128 verschijnen op het display.

3 Stel de opnamebalans in door verdraaien van de EASY JOG/ENTER knop.
- Linksom draaien: het linker getal (▶) wordt hoger, het rechter getal lager.
- Rechtsom draaien: het rechter getal (—) wordt hoger, het linker getal lager.
4 Bevestig de instelling door op EASY JOG/ENTER te drukken of op ENTER op de afstandsbediening.
5 Druk op STORE/MENU om de instelling op te slaan.
Faden
1 Selecteer het submenu SET FADE. → Op het display verschijnt SET FADE.

2 Druk ter bevestiging op EASY JOG/ENTER of op ENTER op de afstandsbediening.
4 Druk ter bevestiging op EASY JOG/ENTER of op ENTER op de afstandsbediening.
→ ON of OFF verschijnt 2 seconden lang op het display.
5 Draai aan knop EASY JOG/ENTER of selecteer SET FADE IN of SET FADE OUT.
6 Druk ter bevestiging op EASY JOG/ENTER of op ENTER op de afstandsbediening.
→ Op het display verschijnt 2000 MS.
7 Draai aan knop EASY JOG om de infade- of uitfade-tijd in te stellen.
- Het infaden begint automatisch wanneer u op RECORD drukt om het opnemen te starten. Als u op toets STOP ■ of PLAY/PAUSE ▶ II drukt, wordt de opname automatisch uitgefaded.
8 Druk op STORE/MENU om de instellingen op te slaan en naar het submenu terug te gaan of druk op STOP ■ om het submenu te verlaten.
OPLOSSEN VAN STORINGEN
Als u denkt dat uw CD-recorder defect is, is het raadzaam eerst de onderstaande lijst te raadplegen. Wellicht hebt u iets eenvoudigs over het hoofd gezien.
Waarschuwing!
Probeer in geen geval de CD-recorder zelf te repareren. Hierdoor komt de garantie te vervallen.
PROBLEEM • oplossing:
Geen spanning
- controleer of de toets ON/OFF op ON staat: de CD-recorder staat in de wachtstand, druk daarna op een toets om de recorder te activeren
- controleer of het netsnoer goed is aangesloten
- zet de recorder uit en onmiddellijk daarna weer aan
Automatische tracknummering werkt niet
• controleer of Auto Track is geselecteerd
- controleer of er tussen de tracks geluidspauzes van 2.7seconden zitten (alleen bij een analoge opname)
- controleer of de bron een digitale uitgang heeft volgens de IEC-audionorm
- de bron is een DVD-speler (geen track informatie)
Geen geluid
• controleer de audioaansluitingen
- als u een versterker gebruikt, probeer dan een andere bron
Het geluid van de versterker is vervormd
- controleer of de analoge uitgang van de CD-recorder niet op de Phono-ingang van de versterker is aangesloten
Weergave start niet
- controleer of het label van de CD boven ligt
- maak de disc schoon
- controleer of de disc niet defect is door een andere disc te proberen
Afstandsbediening werkt niet
- richt de afstandsbediening op de CD-recorder
- controleer de batterijen en vervang deze indien nodig
- kies eerst de correcte bron
Opnemen is niet mogelijk
- maak de disc schoon
- controleer of de CDR(W) niet gefinaliseerd is
- controleer of de disc opneembaar is en vervang deze indien nodig
- de disc is geen AUDIO-disc (WRONG DISC)
- verkeerde ingangsbron geselecteerd. Ingangsaanduiding knippert (CHECK INPUT)
- het tekstgeheugen is vol (MEMORY FULL / FINALIZE CD) wanneer een CDRW moet worden gedefinaliseerd om te kunnen opnemen. Wis tekst van andere disc(s) of finaliseer andere disc(s) om geheugenruimte vrij te maken.
De opname is vervormd
• controleer het opnameniveau
Geluidspauze van 20 seconden tussen de opnames
- zie Opnemen met automatische start
Speler reageert niet
- zet de speler met de toets ON/OFF aan de voorzijde uit en weer aan
DISC RECOVER
op display
- tijdens het opnemen is de stroom uitgevallen, de CD-recorder probeert de disc te repareren
- als daarna de aanduiding DISC ERROR op het display verschijnt, kan niet meer op de disc worden opgenomen en kan deze niet worden gefinaliseerd. De disc kan echter wel op de CD-recorder of een andere CD-recorder worden afgespeeld.
- bij een CDRW-disc is de track die werd opgenomen weliswaar verloren, maar verder opnemen en finaliseren is nog steeds mogelijk.