CS163_173_193 - Printer Océ - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CS163_173_193 Océ in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over CS163_173_193 Océ
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Printer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CS163_173_193 - Océ en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CS163_173_193 van het merk Océ.
GEBRUIKSAANWIJZING CS163_173_193 Océ
1.1 Het apparaat aanzetten 5
1.2 Papierlades 6
1.3 Origineleninvoer 7
1.4 Kopieer- en printteller 7
1.5 Onderhoud 8
1.5.1 Kalibreren 8
1.5.2 Toner vervangen 9
1.5.3 Image unit vervangen 9
1.5.4 Afvaltank vervangen 10
2 De kopieerfunctie
2.1 De knoppen van het bedieningspaneel 11
2.2 Touchscreen 13
2.3 Een kopie maken 14
2.4 Veelgestelde vragen 17
2.4.1 Hoe maak ik een A5 boekje? 17
2.4.2 Hoe werkt de functie: afbeelding herhalen 17
2.4.3 Hoe werkt de functie: kaften? 18
2.4.4 Hoe beveilig ik het apparaat tegen
gebruik door derden 19
3 De printfunctie
3.1 De printfunctie configureren
3.1.1 Openbare gebruikersboxen aanmaken 20
3.1.2 Printinstellingen standaard maken 21
3.2 De printfunctie gebruiken
3.2.1 Papierbron selecteren 21
3.2.2 Afdrukken naar een box 22
3.2.3 De openbare gebruikersbox gebruiken 23
4 De scanfunctie
4.1 De scanfunctie configureren 25
4.2 Het adresboek vullen. 25
4.3 Een document scannen 26
5 De faxfunctie
5.1 De faxfunctie configureren
5.1.1 Adresboek aanmaken 27
5.2 De fax gebruiken
5.2.1 Een fax versturen 28
5.3 Veelgestelde vragen
5.3.1 Hoe selecteer ik de lade waar de fax op afgedrukt wordt? 29
5.3.2 Hoe stel ik de lade in voor de bevestigingspagina 29
6 Storingen
6.1 Er verschijnt een foutcode op het display, wat nu? 30
6.2 Er zit papier vast in het apparaat, hoe kan ik dit verwijderen? 30
6.3 Er staat een streep op mijn kopie, hoe kan dat? 30
6.4 Als ik meerdere setjes wil nieten, worden alle setjes aan elkaar geniet, hoe kan dat? 31
6.5 De kleuren van de kopie verschillen sterk ten opzichte van het origineel. 31
6.6 Waar vind ik de tellerstand van het apparaat? 31
7 Algemene gegevens
7.1 Algemeen 32
8 Persoonlijke aantekeningen
1 HET APPARAAT
1.1 Het apparaat aanzetten
Het apparaat heeft twee aan/uit schakelaars. Eén schakelaar bevindt zich op het bedieningspaneel aan de rechter kant. Met deze knop kunt u het apparaat aan- en uitzetten. De controller zet u met deze knop niet uit, deze blijft dus gewoon aan. Wanneer een print of eventueel een fax gestuurd wordt naar de machine blijft deze opdracht in de controller staan. Wanneer u het apparaat aanzet worden de gestuurde documenten afgedrukt.

De tweede knop bevindt zich achter de klep aan de voorzijde van de machine. Met deze knop zet u de gehele machine aan of uit, inclusief de controller, die zich in de machine bevindt. Gebruik deze knop alleen om de machine te resetten.
1.2 Papierlades
Het apparaat telt maximaal 4 papierlades, plus een handinvoer aan de rechter zijkant van het apparaat.
Lade 1, 2, 3 en 4
Lade 3 en 4 (of 1 groot volume cassette) zijn optioneel
Deze lades zijn geschikt voor:
■ Standaard formaten papier
■ Papier van 60 gr. tot 256 gr.
■ Stickervellen
■ Gekleurd papier
■ Briefhoofdpapaier
De handinvoer, deze lade is geschikt voor:
■ Alle papierformaten. De standaard formaten zal de machine automatisch herkennen, andere formaten dienen ingesteld te worden.
■ Papier van 60 gr. tot 271 gr.
■ Overheadsheets (alleen zwart wit)
■ Gekleurd papier
■ Enveloppen
Het apparaat herkent de standaard papierformaten automatisch. U dient wel aan te geven om welk materiaal het gaat. Vult u bijvoorbeeld briefhoofdpapier bij, dan zult u dat aan moeten geven. Dit omdat de machine deze lade dan niet zal gebruiken wanneer de machine staat ingesteld op “auto papier selectie”
Hoe u de instellingen van de lades kunt wijzigen leest u hieronder:
■ Druk op: papier
■ Selecteer de lade waarvan u de instellingen wilt wijzigen
■ Druk op de knop: wijzig instellingen
■ Selecteer de inhoud van de papierlade
■ Druk op: OK
1.3 Origineleninvoer
In de origineleninvoer kunnen alle standaard formaten aangeboden worden. De originelen dienen onbeschadigd te zijn en niet voorzien van een nietje. Wanneer een origineel vastloopt geeft het scherm aan waar het origineel zich bevindt. Dit is te herkennen aan een bolletje op het scherm.
1.4 Kopieer- en printteller
Het apparaat heeft twee tellers. Eén teller voor de zwart/wit afdrukken en één teller voor de kleuren afdrukken. U kunt deze tellers aflezen door rechts op de knop Hulpprogramma te drukken.

U treft dan linksboven in het scherm een touchscreenknop aan met de naam: teller. Wanneer u op deze knop drukt ziet u de tellerstanden in het scherm verschijnen.
1.5 Onderhoud
1.5.1 Kalibreren
Om de kleur die het apparaat afdrukt constant te houden dient het apparaat 1 maal per twee weken gekalibreerd te worden. Hieronder treft u het stappenplan aan.
- Laad A3- of A4 papier in een papierlade.
- Druk op de knop: Hulpprogramma.
- Kies: 3 Beheerderinstelling.
- Voer de juiste toegangscode in (standaard: 12345678) en druk op: OK.
- Kies: 1 Systeeminstelling
- Kies: 7 Expert afstelling
- Kies: 8 Gradatie aanpassing
- Druk op: de blauwe start knop (het apparaat gaat nu stabiliseren)
- Kies: Kopie
- Druk op de toets: Start. Na enige seconden zal een testpatroon zoals hieronder is afgebeeld worden geprint.
- Plaats de afdruk op de glasplaat met de zwarte blokken naar links en leg hier nog tien blanco velletjes van hetzelfde formaat op.
- Sluit de origineleninvoer (klep)
- Druk op de starttoets om de afdruk te scannen
- Herhaal stap 9 tot 14 nog twee keer

Inien de toner leeg raakt van het apparaat zal de machine eerst een melding genereren dat de toner bijna op is, op dat moment kunt u uw voorraad controleren, maar hoeft u nog geen toner te vervangen. De machine geeft tevens aan welke kleur (C, M, Y, K) bijna op is. Pas wanneer de machine aangeeft dat de toner op is, stopt de machine (ongeacht welke kleur op is) en dient u de desbetreffende kleur te vervangen. Na het vervangen van de toner herkent het apparaat dat er nieuwe toner aanwezig is en zal het afdrukken worden voortgezet. U kunt het unit vervangen door de voorklep te openen, vervolgens kunt u het desbetreffende unit naar u toe trekken. In de klep staat een uitgebreide beschrijving van deze handelingen.
1.5.3 Image unit vervangen
De machine geeft eerst de melding dat het image bijna aan vervanging toe is, op dat moment dient u bij Océ het desbetreffende unit te bestellen, maar hoeft u nog geen unit te vervangen. Pas wanneer de machine aangeeft dat het unit vervangen dient te worden, stopt de machine en kunt u het unit vervangen. De machine geeft tevens aan welke kleur (C, M, Y, K) vervangen dient te worden. Open de voorklep. U kunt het betreffende unit ontgrendelen door het naar beneden te drukken en vervolgens naar buiten te schuiven. In de klep staat een uitgebreide beschrijving van deze handelingen.
1.5.4 Afvaltank vervangen
De machine geeft eerst de melding dat het afvalbakje bijna vol is, op dat moment kunt u uw voorraad controleren, maar hoeft u nog geen afvalbakje te vervangen. Pas wanneer de machine aangeeft dat het bakje helemaal vol is, stopt de machine en dient u het afvalbakje te vervangen. Het bakje bevindt zich achter de voorklep aan de linkerkant naast de image units.
2 DE KOPIEERFUNCTIE
2.1 DE KNOPPEN VAN HET BEDIENINGSPANEL
Op het bedieningspaneel treft u een hoeveelheid knoppen aan. Hieronder treft u de functionele betekenis van deze knoppen aan.
Blauwe knop
Hiermee start u de machine, dit kan een kopieer- print- scan- of faxopdracht zijn.
Wanneer de rand rond deze knop blauw is, is het apparaat gereed om te starten. Is deze rand oranje, dan is een instelling foutief, of een instelling nog niet gemaakt.
Voorbeeldkopie
Deze gebruikt u als u van een set meerdere afdrukken wenst, maar daarvoor één voorbeeldset wilt bekijken.
Stopknop
Deze gebruikt u wanneer u het apparaat tijdens het afdrukken wilt stoppen.
Interruptie
Deze gebruikt u wanneer u tijdens het kopieren van een grote opdracht één of twee kopieën tussendoor wilt maken.
Gele knop
Hiermee reset u de zojuist gemaakt instellingen
“C” knop
Hiermee reset u de numerieke instellingen
Kopie
Hiermee stelt u het apparaat in als kopieermachine
Fax/Scan
Hiermee stelt u het apparaat in als fax of scanner
Box
Hiermee heeft u toegang tot de gebruikersboxen. Deze worden gebruikt bij het printen.
Toegang
Deze knop gebruikt u, om toegang te krijgen tot het apparaat wanneer u ervoor gekozen heeft om een pincode systeem te gebruiken.
Geheugenfunctie
Hiermee kunt kopieerinstellingen per opdracht opslaan om vaker te gebruiken.
Hulpprogramma
Met deze knop komt u in het configuratiescherm van de machine. Hier kunt u onder andere de tellerstand aflezen.
Helderheid
Hiermee kunt u het contrast van het touchscreen wijzigen.
Spaarstand
Hiermee kunt u de machine in de spaarstand zetten.
Toegankelijkheid
Hiermee kunt u instellingen wijzigen die betrekking hebben op het toetsenbord.
Display vergroten
Hiermee vergroot u het scherm, er valt echter wel informatie weg.
Help
Hier vindt u uitleg over de diverse kopieer-, print-, en scanfuncties.
2.2 Touchscreen
Het touchscreen is opgebouwd uit vier tabbladen. Deze ziet u hieronder weergegeven. Met behulp van de tabbladen kunt instellingen wijzigen.

Hier kunt u de basisinstellingen ten behoeve van het kopieren instellen.
Combineer origineel
Hier kunt u diverse instellingen wijzigen die te maken hebben met manier waarop het apparaat de originelen gaat behandelen.
Kwaliteit / densiteit
Hier kunt de kwaliteit van de kopieën aanpassen.
Toepassing
In dit tabblad treft u extra kopieerfuncties aan die mogelijk zijn.
2.3 Een kopie maken
Druk op de functietoets kopie. Hiermee zet u het apparaat in de kopieermodus.

Kies de instellingen voor Kleur, Papier, Zoom, Eenzijdig / Tweezijdig voor uw kopieeropdracht.

Hier geeft u aan of u een afdruk in kleur, of in zwart/wit afdruk wilt maken. Wanneer u op deze knop drukt treft u drie knoppen aan. Te weten:
Auto kleur
Apparaat kijkt naar het origineel. Bij een kleuren origineel maakt het apparaat een kleuren kopie. Ziet het apparaat een zwart/wit origineel, dan kopieert hij ook zwart/wit. De juiste kopieteller zal daarbij worden opgehoogd.
Full color
Alles zal in kleur worden afgedrukt, alleen de kleurenteller wordt opgehoogd.
Zwart
Alles wordt in zwart/wit afgedrukt, alleen de zwart/wit teller wordt opgehoogd.
Papier
Hier geeft u aan uit welke lade het apparaat het papier dient te pakken waar op afgedrukt wordt.
Zoom
Hier geeft u aan, of u de afdruk wilt vergroten of verkleinen.
Enkelzijdig/dubbelzijdig
Hier geeft u aan of origineel enkel- dan wel dubbelzijdig is. En of uw kopie enkel- dan wel dubbelzijdig dient te worden.
Leg uw originelen met de beeldzijde naar beneden op de glasplaat, of met de beeldzijde naar boven in de origineleninvoer.

Druk tenslotte op de blauwe start knop.
2.4 Veelgestelde vragen
2.4.1 Hoe maak ik een A5 boekje?
■ Plaats de A4 originelen in de automatische invoer.
■ Ga naar het tabblad toepassing
■ Druk op: boekje
■ Kies: links inbinden
■ Druk op: OK
■ Kies eventueel in het tabblad basis: Afwerking
■ Kies: vouwen/inbinden
■ Kies: midden nieten en vouwen
■ druk op: OK
■ druk op: OK
■ Druk op: Start
2.4.2 Hoe werkt de functie: afbeelding herhalen
■ Plaats de afbeelding op de glasruit
■ Ga naar het tabblad: toepassingen
■ Druk op: Boek kopie/herhaal
■ Druk op: afbeelding herhalen
■ Kies voor: met marge
■ Kies bij bestandformaat voor: stel bereik in
■ Kies: aangepast formaat
■ Stel het formaat van de afbeelding in
■ Druk op: aangepast formaat
■ Druk op X en vul de lengte van de x-as in
■ Druk op Y en vul de lengte van de y-as in
■ Druk op: ok
■ Druk op: ok
■ Druk op: ok
■ Druk op: ok
■ Druk op: Basis
■ Kies bij Papier het gewenste papier waar op wilt afdrukken
■ Druk op de blauwe start knop.
2.4.3 Hoe werkt de functie: kaften?
■ Plaats de kaften in een papierlade
■ Ga naar het tabblad: toepassingen
■ Druk op: vel/omslag/hoofdst. invoer
■ Druk op: omslag
■ Kies: voorblad kopie indien u het eerste blad gekopieerd wil hebben.
■ Kies: voorblad Blanco indien u het eerste blad blanco wilt hebben.
■ Kies: achterblad kopie indien u het laatste blad gekopieerd wilt hebben.
■ Kies: achterblad Blanco indien u het laatste blad blanco wilt hebben.
■ Druk op: voorblad papier en geef aan, uit welke lade het apparaat het eerste vel moet pakken.
■ Druk op achterblad papier en geef aan, uit welke lade het apparaat het laatste vel moet pakken.
■ Druk op: OK
■ Druk op: OK
■ Druk op het tabblad: Basis. Kies bij: Papier een papierlade voor de kopieën tussen het voor- en achterblad.
2.4.4 Hoe beveilig ik het apparaat tegen gebruik door derden
- Druk op de knop: hulpprogramma
- Druk op: beheerderinstelling (3)
- Voer de pincode in (12345678)
- Druk op: gebruikers auth./gebr.reg.(4)
- Druk op: algemene instell. (1)
- Zet gebruikersregistratie: aan
- Druk op: gebr.registr.invoermethode. Kies: alleen wachtwoord
- Verlaat het scherm met: ok
- Bevestig met ja en druk op ok
- Druk op: gebruikerregistr.instel. (3)
- Druk op: gebruikersbeheer regist. (1)
- Druk op blokje: 001 en vervolgens op bewerken
- Druk op de knop: Wachtwoord
- Toets een wachtwoord in (bij voorkeur cijfers)
- Toets deze code nogmaals in
- Druk op de knop: Naam
- Toets de naam van de gebruiker in
- Druk eventueel op: uitvoer bestemming om de gebruiker rechten of beperkingen te geven (niet verplicht)
- Druk eventueel op: inst. max. toegest. om het aantal kopieën te beperken (niet verplicht)
- Druk op: ok en vervolgens op sluit
- Herhaal stap 12 t/m 20 om nieuwe gebruikers toe te voegen
- Druk op: wachtwoord en voer de opgeslagen pincode in
- Druk op: ok en aansluitend op de touchscreenknop aanmelden
3 DE PRINTFUNCTIE
3.1 De printfunctie configureren
3.1.1 Openbare gebruikersboxen aanmaken
Wanneer u een print stuurt naar de machine kunt er voor kiezen om de opdracht direct af te drukken. Dit is niet handig als het apparaat op de gang staat en meerdere mensen gebruik maken van de machine. Het gevolg is, dat verschillende opdrachten van verschillende gebruikers door elkaar liggen. Om dit te voorkomen maken we gebruik van gebruikersmailboxen. Dit is een persoonlijke box waar alleen de opdrachten van één persoon in komen te staan. Hieronder leest u hoe u deze box kunt aanmaken.
■ Druk op de knop: Hulpprogramma
■ Druk op: 1 adres gebruikersbox
■ Druk op: 2 gebruikersbox
■ Druk op: 1 openbare/persoonlijke gebruikersbox
■ Druk op: Nieuw (om een nieuwe gebruikersbox aan te maken)
■ De machine kiest een vrij boxnummer, u kan dit wijzigen door op boxnummer te drukken
■ Druk op: Gebr. boxnaam (hier geeft u de naam op die wilt toekennen aan de box, na het invullen van de naam drukt op OK)
■ U heeft de keuze of u de box wil beveiligen met een wachtwoord.
■ Wanneer u daar voor kiest drukt op: wachtwoord. Vervolgens toetst u een wachtwoord in en volgt u de instructies op het scherm.
■ Druk op: OK
■ Wilt u nog een box aanmaken, druk dan op: nieuw.
■ Wanneer alle boxen zijn aangemaakt drukt op: sluit.
■ Als laatste drukt op de gele reset knop om weer terug te keren naar de basis
Zie hoofdstuk 3.2.2 hoe een document kunt printen naar de juist aangemaakte box.
3.1.2 Printinstellingen standaard maken
Wanneer u instellingen in de printerdriver standaard wilt veranderen doet u het volgende op uw PC.
■ Ga naar: start
■ Ga naar: printers en faxen
■ Selecteer de printer waar u de instellingen van wilt wijzigen
■ Klik met de rechter muisknop op deze printer
■ Kies: printer voorkeuren of printing preferences
■ Voer de wijzigingen door
■ Druk op: apply
■ Druk op: OK
3.2 De printfunctie gebruiken
Er zijn een aantal drivers beschikbaar. In de kantooromgeving wordt de PCL driver het meeste gebruikt, daarom wordt hier alleen deze driver behandeld.
3.2.1 Papierbron selecteren
a) Bij uitvoerformaat kiest u het formaat waarop u wilt afdrukken. Wanneer u een ander formaat selecteert dan waar uw document op is gemaakt, dan wordt het document automatisch vergroot of verkleind. Als dat niet wenselijk is kiest u bij zoom voor 100%.
b) Bij papierbron geeft u aan uit welke lade u wilt afdrukken. Kiest u voor auto dan zoekt het apparaat de lade die overeenkomt met het formaat van uw keuze. Maar u kunt hier ook zelf een andere lade kiezen. Dit doet u niet door een lade te kiezen maar door de inhoud te selecteren. Wanneer bijvoorbeeld briefpapier wilt gebruiken, selcteert u bij bij materiaalssort: Briefpapier. Het apparaat zoekt dan zelf de bijbehorende lade op.
3.2.2 Afdrukken naar een box
Selecteer bij uitvoermethode: opslaan in gebruikersmailbox

text_image
Ukrvoemethode Afdk Aldi. Aldiuk boveligen Opslean in gebr mailbox Opel in gebr.mailbox/Afdk Proofdruk OffsetVul eventueel bij bestandsnaam de naam in van uw bestand. Doet u dit niet dan zal het apparaat de naam gebruiken zoals u het document noemt.

text_image
Gebruikersinstellingen Afduk beveligen [Beveringsdatum] Wachtwert Aftoumendwijk 15 Aftoumendwijk 6 Gebruik het volgende op het bederingspanel van de printer om de documenten te gebruiken die worden algedrukt met "Afduk beveligen". [Gebruikersbox] -> [Systemgebruikersbox]> Opsien in gebruikbox Bestandenaam Max 30 Gebruikersboxen Max 9 Voor de [Bestandenaam] en het [Boenummet] in die worden gebruikt met [Opsien in gebruik. mailbox] OK Annuleren Standard HelpVul bij Gebruikersboxnr. het nummer in van uw mailbox.
Nu zal uw document in uw box terecht komen, en wordt pas afgedrukt wanneer u hier, bij de machine, opdracht voor geeft.
3.2.3 De openbare gebruikersbox gebruiken
Om uw document uit de mailbox af te drukken drukt op de knop: Box

Druk op de knop: documenten

text_image
Select an operation. BUY BIG UNTHING Add Preferences Add Numbers Add Numbers Add Numbers Add Numbers Add Numbers Add Numbers Add Numbers Add Numbers Add Numbers Add Numbers Add Numbers Add Numbers Add Numbers Add Numbers Add Numbers Add Numbers Add Numbers Add Numbers Add Numbers Add Numbers Add Numbers Add Numbers Add Numbers Add Numbers Add Numbers Add Numbers Add Numbers Add Numbers Add Numbers Add Numbers Add Numbers Add Numbers Add Numbers Add NumbersSelectuur de juiste gebruikersmailbox

Selecteer de juiste opdracht en druk op: print.

Druk daarna op de blauwe knop om het afdrukken te starten.
Om uw documenten te verwijderen drukt u eerst op de knop: box Vervolgens op de knop: Documenten opnieuw ordenen.

Open daarna uw gebruikers mailbox. Vervolgens kunt u uw documenten verwijderen.
4 DE SCANFUNCTIE
4.1 De scanfunctie configureren
Om gebruik te kunnen maken van de scanfunctie dient het apparaat eerst door uw systeembeheerder geconfigureerd te zijn. Er wordt namelijk van een papieren document een digitaal document gemaakt. De belangrijkste vraag daarbij is: Waar moet dat digitale document naar toe gestuurd worden door het apparaat? Er zijn diverse mogelijkheden, namelijk:
■ Scannen naar de gebruikersbox
■ Scannen naar de FTP server
■ Scannen naar één PC
■ Scannen naar e-mail
Deze laatste is de meest gebruikte optie. U kunt een document in de origineleninvoer of op de glasruit plaatsen en dit vervolgens naar uw mailadres versturen. U ontvangt dan een mail met als bijlage het gescande document.
4.2 Het adresboek vullen.
Om te voorkomen dat gebruikers telkens hun e-mail adres moeten opgeven kunt u gebruik maken van het adresboek. In onderstaand stappenplan staat beschreven hoe u het adresboek kunt vullen.
■ Druk op de knop: Hulpprogramma
■ Druk op: 1 Adres/gebruikersbox
■ Druk op: 1 Scan/Faxadres registreren
■ Druk op: 1 Adresboek
■ Druk op: 1 e-mail
■ Druk op: Nieuw
■ Druk op: Naam en vul uw naam in
■ Druk op: e-mail adres en vul uw e-mail adres in
■ Druk op: index
■ Druk op: Hoofd Hiermee plaatst u het nummer ook in het hoofdscherm.
■ Druk op: ok
■ Als laatste drukt op de gele reset knop om weer terug te keren naar de basis
4.3 Een document scannen
Om een scan te maken doet u het volgende:
Druk eerst de functieknop fax/scan in op het bedieningspaneel.

Kies de bestemming waar u uw document naar toe wilt sturen. Wellicht is uw naam aangemaakt in het adresboek door de systeembeheerder. Zie hoofdstuk 4.2 hoe u dit adresboek kunt vullen. Druk dan op adresboek en selecteer uw naam.
Druk op de knop scaninstellingen als u nog instellingen wilt wijzigen.
Druk vervolgens op: OK

Leg uw originelen met de beeldzijde naar beneden op de glasplaat, of met de beeldzijde naar boven in de origineleninvoer
Druk tenslotte op de blauwe startknop. Uw document wordt gescand en verstuurd.
5 DE FAXFUNCTIE
5.1 De faxfunctie configureren
5.1.1 Adresboek aanmaken
U kunt een aantal namen en faxnummers programmeren in de machine, dit heet een adresboek. Hoe u deze namen en faxnummers programmeert leest u in onderstaand stappenplan.
■ Druk op de knop: Hulpprogramma
■ Druk op: 1 Adres gebruikersbox
■ Druk op: 1 faxScan/fax adres registreren
■ Druk op: 1 adresboek
■ Druk op: 3 Fax
■ Druk op: Nieuw
■ Druk op: Naam en vul de naam in
■ Druk m.b.v. de cijfer knoppen het faxnummer in
■ Druk op: Index
■ Druk op: Hoofd om het nummer in het hoofdscherm zichtbaar te maken.
■ Druk op: OK
■ Druk op: OK
■ Druk tenslotte op de gele reset knop om weer terug te keren
5.2 De fax gebruiken
5.2.1 Een fax versturen
Druk op de functieknop: fax/scan om het apparaat in de faxmodus te zetten.

Kies een fax methode. Dit zal veelal het adresboek zijn.

Of druk het faxnummer direct in wanneer u geen gebruik maakt van het adresboek.

Leg uw originelen met de beeldzijde naar beneden op de glasplaat, of met de beeldzijde naar boven in de origineleninvoer. Druk tenslotte op de blauwe knop om het faxen te starten.
5.3 Veelgestelde vragen
5.3.1 Hoe selecteer ik de lade waar de fax op afgedrukt wordt?
■ Druk op de knop: Hulpprogramma
■ Druk op: 3 beheerderinstelling
■ Voer het wachtwoord in om in deze mode te komen, dit is standaard: 12345678
■ Druk op: OK
■ Druk op: 8 fax instelling
■ Druk op: 4 tx/rx instelling
■ Druk op: ↓
■ Druk op: Cassette selectie voor RX afdruk
■ Selecteer de lade waaruit het apparaat de fax dient af te drukken. Gebruik hiervoor de knop: Vorige en Volgende
■ Druk op: Sluiten
■ Druk op de gele reset knop om terug te keren naar het basis scherm.
5.3.2 Hoe stel ik de lade in voor de bevestigingspagina
■ Druk op de knop: Hulpprogramma
■ Druk op: 2 Gebruikersinstelling
■ Druk op: 1 Systeeminstelling
■ Druk op: 3 Papier cassette-instelling
■ Druk op: 4 Druk lijsten af
■ Selecteer de lade waaruit het apparaat de bevestigingpagina dient te printen
■ Druk op: OK
■ Druk op de gele reset knop
6 STORINGEN
6.1 Er verschijnt een foutcode op het display, wat nu?
Zet de machine met de schakelaar achter het klepje uit. Druk op de knop hulpprogramma en houd deze vast. Zet nu de machine met de hoofdschakelaar weer aan. Wanneer u in het scherm rechtsboven een bolletje ziet, kunt u de knop hulpprogramma weer loslaten. Wacht totdat “trouble reset” in het scherm verschijnt. Druk op deze tekst. Er verschijnt een pijl met de tekst OK. Nu kunt u met de hoofdschakelaar de machine weer uit- en aanzetten. Komt de foutcode terug , neem dan contact op met Océ Service. Telefoonnummer 073 - 6815 500.
6.2 Er zit papier vast in het apparaat, hoe kan ik dit verwijderen?
Wanneer het papier vastloopt treft u op het scherm de plek aan waar het vastgelopen papier zich bevindt. Open de desbetreffende kleppen en verwijder het papier. Probeer het papier in zijn geheel te verwijderen zodat er geen snippers achter kunnen blijven.
6.3 Er staat een streep op mijn kopie, hoe kan dat?
De CS163, 173 & 193 beschikken over een klein glasruitje links naast de grote glasruit. Het apparaat maakt, voor het maken een kopie, gebruik van dit ruitje. Zorg er daarom voor dat dit ruitje schoon is. Wanneer hier een puntje op zit, resulteert dit in een streep op uw kopie.
6.4 Als ik meerdere setjes wil nieten, worden alle setjes aan elkaar geniet, hoe kan dat?
Dat komt omdat u het vinkje bij sorteren (collate) aan heeft staan. Zet dit vinkje uit. Dit doet u als volgt:
■ Klik op: bestand (of file)
■ Klik op: afdrukken (of print)
■ Zet het vinkje bij "sorteren" (of "collate") uit
6.5 De kleuren van de kopie verschillen sterk ten opzichte van het origineel.
Océ adviseert om uw apparaat minstens één keer in de twee weken te kalibreren. Dit doet u om er voor te zorgen dat de kleuren op uw origineel, vrijwel gelijk zijn aan de kleuren op uw kopie. Wanneer er grote verschillen optreden tussen de kleuren op uw origineel en uw kopie dient u het apparaat te kalibreren. Hoe u dit kunt doen leest u op blz. 8
6.6 Waar vind ik de tellerstand van het apparaat?
Deze vindt u als u op de knop Hulpprogramma drukt. Zie voor meer informatie blz. 7
7 ALGEMENE GEGEVENS
7.1 Algemeen
Océ Nederland B.V.
Brabantlaan 2
© 2008 Océ. De informatie in deze publicatie kan worden gewijzigd zonder voorafgaande kennisgeving. Wijzigingen in illustraties en specificaties voorbehouden. De genoemde handelsmerken en geregistreerde handelsmerken behoren toe aan hun respectievelijke eigenaren. Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaardt Océ geen aansprakelijkheid voor de gevolgen van eventuele aanpassingen en drukfouten.
Voor informatie en service, bezoek onze website:
www.oce.nl