DJX PSR-D1 - Toetsenbord YAMAHA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DJX PSR-D1 YAMAHA in PDF-formaat.
| Producttype | Draagbaar elektronisch toetsenbord |
| Merk | Yamaha |
| Model | DJX PSR-D1 |
| Aantal toetsen | 61 toetsen (standaardformaat, C1 – C6) |
| Toetsaanslaggevoeligheid | Touch Response (drie niveaus) |
| Polyfonie | 32 stemmen |
| Geluidsgeneratie | AWM (Advanced Wave Memory) |
| Aantal voices | 284 (140 paneelvoices + 128 GM-voices + 15 drumkits + DJX Demo Voice + Sampled Voice) |
| Stijlen | 100 vooraf ingestelde stijlen |
| Effecten | Reverb (8 types), Chorus (4 types), DSP (33 types), Arpeggiator (16 types) |
| Digitale sampling | Ja, maximaal 12 samples opneembaar, met bewerkingsfuncties |
| Opnamefunctie | Realtime en step recording, 6 sporen, 3 user songs |
| Display | Multi-functioneel LCD-scherm |
| Stroomvoorziening | 6x D-batterijen (R20/SUM-1) of AC-adapter PA-5B/PA-5C (niet meegeleverd) |
| Stroomverbruik | 12 V gelijkstroom, 1,5 A (bij gebruik van adapter) |
| Luidsprekers | Ingebouwde stereo luidsprekers |
| Aansluitingen | DC IN 10‑12V, PHONES/AUX OUT, FOOT SWITCH, MIDI IN/OUT, LINE IN, MIC |
| MIDI | IN en OUT, GM System Level 1 compatibel |
| Bedieningselementen | RIBBON CONTROLLER, PITCH BEND wiel, ASSIGN-knop, PART CONTROL, PATTERN CONTROL, diverse draaiknoppen |
| Afmetingen (ongeveer) | 1000 x 350 x 130 mm (geschat op basis van vergelijkbare modellen) |
| Gewicht (ongeveer) | 7,5 kg (geschat) |
| Reiniging | Alleen droge, schone doek gebruiken; geen oplosmiddelen of chemische reinigingsmiddelen |
| Veiligheidswaarschuwing | Niet openen, niet blootstellen aan regen of vocht, alleen goedgekeurde adapter gebruiken, batterijen correct plaatsen |
| Repareerbaarheid | Geen onderdelen die door de gebruiker vervangen kunnen worden; reparatie alleen door gekwalificeerd Yamaha-personeel |
Veelgestelde vragen - DJX PSR-D1 YAMAHA
Gebruikersvragen over DJX PSR-D1 YAMAHA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Toetsenbord in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DJX PSR-D1 - YAMAHA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DJX PSR-D1 van het merk YAMAHA.
GEBRUIKSAANWIJZING DJX PSR-D1 YAMAHA
* Bewaar deze voorzorgsmaatregelen op een veilige plaats voor later.

WAARSCHUWING
Volg altijd de algemene voorzorgsmaatregelen op die hieronder worden opgesomd om te voorkomen dat u gewond raakt of zelfs sterft als gevolg van electrische schokken, kortsluiting, schade of andere gevaren. De voorzorgsmaatregelen houden in, maar zijn niet beperkt tot:
- Open het instrument niet, haal de interne onderdelen niet uit elkaar en modificeer het instrument niet. Het instrument bevat geen door de gebruiker te vervangen onderdelen. Als het instrument stuk schijnt te zijn, stop dan met het gebruiken van het instrument en laat het nakijken door gekwalificeerd Yamaha personeel.
- Stel het instrument niet bloot aan regen, gebruik het niet in de buurt van water of natte omstandigheden, plaats geen voorwerpen op het instrument die vloeistoffen bevatten die in de openingen kunnen vallen.
- Als het snoer van de adaptor beschadigd is of stuk gaat, als er plotseling geluidsverlies is in het instrument, of als er plotseling een geur of rook uit het instrument komt, moet u het instrument onmiddellijk uitzetten, de
stekker uit het stopcontact halen en het instrument na laten kijken door gekwalificeerd Yamaha personeel.
- Gebruik alleen de gespecificeerde adaptor (PA-5B, PA-5C of aanverwante, door Yamaha aangeraden) adaptor. Het gebruik van een verkeerde adaptor kan schade veroorzaken aan het instrument, te wijten aan oververhitting.
- Haal altijd de stekker uit het stopcontact voor u het instrument schoonmaakt. Haal nooit een stekker uit het stopcontact als u natte handen hebt.
- Controleer zo nu en dan de stroomstekker, en verwijder stof en viezigheid die zich verzamelt op de stekker.

PAS OP!
Volg altijd de algemene voorzorgsmaatregelen op die hieronder worden opgesomd om te voorkomen dat u gewond raakt of zelfs sterft als gevolg van elektrische schokken, kortsluiting, schade, brand of andere gevaren. De voorzorgsmaatregelen houden in, maar zijn niet beperkt tot:
- Plaats het stroomsnoer niet in de buurt van warmtebronnen zoals verwarming en kachels, verbuig of beschadig het snoer niet, plaats geen zware voorwerpen op het snoer, leg het snoer uit de weg, zodat niemand er op trapt, er over kan struikelen en zodat er geen zware voorwerpen over heen kunnen rollen.
- Als u de stekker uit het stopcontact haalt moet u altijd aan de stekker trekken, nooit aan het snoer. Aan het snoer trekken kan het beschadigen.
- Sluit het instrument niet aan op een stopcontact die een T-Plug beval. Dit kan resulteren in een verminderde geluidskwaliteit en het stopcontact oververhitten.
- Haal het instrument uit het stopcontact als u het lange tijd niet gebruikt, of tijdens onweer.
- De batterijen moeten in het instrument zitten volgens de +/- polariteit markeringen. Doet u dit verkeerd kan oververhitting, brand of lekkende batterijen het resultaat zijn.
- Vervang batterijen altijd tesamen. Meng geen oude en nieuwe batterijen. Meng ook geen verschillende soorten batterijen zoals alkaline en mangan batterijen, batterijen van verschillende merken, of verschillende typen batterijen van dezelfde fabrikant, aangezien dit kan resulteren in oververhitting, brand of lekkende batterijen.
- Werp de batterijen niet in het vuur.
- Probeer de batterijen niet op te laden, als ze hier niet voor bedoeld zijn.
- Als het instrument voor een langere tijd niet gebruikt wordt, haal dan de batterijden uit het instrument om lekkage te voorkomen.
- Houd de batterijen weg van kinderen.
- Voordat u het instrument aansluit op andere elektronische componenten moet u alle betreffende apparatuur uitzetten. Voordat u alle betreffende apparatuur aanzet moet u alle volumes op minimum zetten.
- Stel het instrument niet bloot aan overdreven schokken of stof, extreme koude of warme omstandigheden (zoals in direct zonlicht, bij de verwarming of in de auto) om verkleuren te voorkomen aan het paneel of schade aan de interne elektronica.
- Gebruik het instrument niet in de buurt van elektrische produkten zoals televisies, radio's of speakers, aangezien deze interferentie kunnen ver-
oorzaken die de prestaties van de andere apparatuur kunnen beïnvloeden.
- Plaats het instrument niet op een onstabiele plek waar deze kan vallen.
- Verwijder alle kabels alvorens het instrument te verplaatsen.
- Gebruik bij het schoonmaken van het instrument een droge, schone doek. Gebruik geen oplosmiddelen, schoonmaakmiddelen of chemische schoonmaakdoekjes. Plaats daarbij geen voorwerpen van vinyl op het instrument aangezien deze het paneel en het toetsenbord kunnen verkleuren.
- Leun niet op, en plaats geen zware voorwerpen op het instrument, ga voorzichtig om met de knoppen, schakelaars en aansluitingen.
- Gebruik alleen de standaard van dit instrument. Bij het bevestigen van de standaard moet u alleen gebruik maken van de meegeleverde schroeven. Doet u dit niet kan er schade ontstaan aan de interne componenten of er voorzorgen dat het instrument valt.
- Gebruik het instrument niet te lang op een niet comfortabel geluidsniveau aangezien dit permanent gehoorverlies op kan leveren. Als u gehoorverlies constateert of geruis in uw oren, neem dan contact op met een K.N.O.-arts.
■ USER DATA BEWAREN
- Bewaar alle data op een extern apparaat zoals de Yamaha MIDI data filer MDF3 om het verlies van belangrijke data door een fout of een persoonlijke fout te voorkomen
Yamaha kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor schade die is te wijten aan onzorgvuldig gebruik of modificaties die zijn aangebracht aan het instrument, of data die kwijt is geraakt of vernietigd.
Doe het instrument altijd uit als u het niet gebruikt.
Gooi batterijen niet zo maar weg, maar volg de lokale regels omtrent het weggooien van batterijen.
De illustraties en LCD schermenzoals getoont in deze nederlandstalige handleiding zijn alleen voor instructie doeleinden bedoelt, het kan anders voorkomen dan op uw instrument.
Gefeliciteerd met uw de aanschaf van de Yamaha DJX!
U bezit nu een draagbaar toetsenbord met vele geavanceerde functies bevat, een fantastisch geluid en die buitengewoon gemakkelijk is in het gebruik. Deze kenmerken maken dit instrument een uitzonderlijk expressief en veelzijdig instrument.
Lees deze handleiding zorgvuldig door om optimaal gebruik te kunnen maken van de verschillende kenmerken bij het bespelen van uw nieuwe DJX.
Hoofd Kenmerken
Real-time Knoppen
De DJX is uitgerust met een stel verbazendwekkende real-time knoppen, waardoor u het geluid van verschillende instrumentgedeelten kunt "verdraaien" — terwijl u speelt!
- Bedieningsknoppen
Met deze vijf knoppen kunt u dynamische wijzigingen in voices en patterns maken.
- ASSIGN knop
In de bedieningsknoppen is er een speciale ASSIGN knop inbegrepen waaraan een aantal functies kan worden toegewezen.
• RIBBON CONTROLLER
Aan deze expressieve knop kunt u aantal functies toewijzen om te bedienen.
Selecteer het gedeelte dat u wilt gebruiken met de bedieningsknoppen of met de RIBBON CONTROLLER.
Met deze functie kunt u specifieke muziek gedeelten van de pattern muten en un-muten terwijl u speelt.
- PITCH BEND wiel
Hiermee kunt u de toonhoogte verhogen en verlagen terwijl u speelt.
Digitaal Sampling
Met deze functie kunt u uw eigen geluiden opnemen en spelen op het toetsenbord. Tot twaalf verschillende samples kunnen worden opgenomen. Er zijn ook bewerkingsfuncties aanwezig zoals: eindpunt instelling en looping.
Andere krachtige inbegrepen kenmerken:
- Buitengewoon realistisch en dynamisch geluid in de 284 voices, gebruik makend van digitale opnamen van echte instrumenten.
- Met de Dual voice en Split voice modes kunt u twee lagen geluid op elkaar stapelen of twee voices aan aparte gedeelten van het toetsenbord toekennen.
- Vier hoge kwaliteit effecten—Reverb, Chorus, DSP en Arpeggiator — ieder met een aantal verschillende types.
- 100 pattern stijlen, ieder met verschillende Lead In/Out en Beat A/B gedeelten. Alle stijlen bevatten ook vier Break Out patterns. Met de DJX kunt u ook gemakkelijk de pattern Stijlen bedienen — inclusief BPM (Tempo) en onafhankelijke Pattern Volume.
- Krachtige songopname functies voor het opnemen en afspelen van complete composites (er zijn drie User songs beschikbaar). Tot zes tracks kunnen gebruikt worden voor het opnemen van een song, inclusief een speciale akkoord track voor de stijl pattern.
- Performance Setup, voor het automatisch oproepen van een toegewezen voice die met de geselecteerde stijl speelt, en 16 extra User Performance Setup geheugen plaatsen waarin u uw zelfgemaakte paneelinstellingen kunt bewaren zodat u deze direct kunt oproepen.
- Touch response voor maximale expressieve beheersing van de voices.
- De gemakkelijke voetschakelaar bedient een aantal functies — inclusief sustain, start/stop en meer.
- GM (General MIDI) compatibel en volledige GM voice instellingen.
- De grootte van de LCD geeft u gemakkelijke, directe bevestigingen van belangrijke instellingen en ook akkoord- en toonhoogte indicatie.
- Met de veelomvattende MIDI functies kunt u de DJX in een MIDI muziek systeem integreren, om sequence opnamen te maken en voor andere geavanceerde toepassingen.
- Ingebouwd, hoge kwaliteit stereo versterker en luidsprekers.
Inhoud
PANEELKNOPPEN EN AANSLUITIN- GEN 6 6
- Frontpaneel 6
- Achterpaneel ....7
OPSTELLEN 8
STROOMVOORZIENING 8
HET INSTRUMENT AANZETTEN .....8
ACCESSOIRES JACKS......9
Snelle Gids 10
Stap 1 De DJX — Testritje! .... 10
Stap 2 Het toetsenbord gebruiken . 12
Stap 3 Demo Song/Voice/Style ... 14
Stap 4 Digital Sampling ..... 16
Stap 5 Functie Parameters ..... 18
Stap 6 Toewijzingen van een Aantal bedieningen aan de ASSIGN Knop, RIBBON CONTROLLER, en Voetpedaal .... 20
PANEEL DISPLAY INDICATIES 22
VOICES BESPELEN — DE VOICE MODE 24
EEN VOICE BESPELEN — MAIN VOICE ...25
• Over Paneel Voices en GM Voices ....26
Functie Parameters — Main Voice .....27
TRANSPONEREN EN STEMMEN ..... 28
Transponeren 28
Stemmen 29
TWEE VOICES BESPELEN —
DUAL VOICE ......29
Functie Parameters — Dual Voice .....30
TWEE VOICES BESPELEN —
SPLIT VOICE 31
Functie Parameters — Split Voice ..... 32
EXTRA VOICE FUNCTIONS — VOICE SET, TOUCH SENSITIVITY EN PITCH BEND
RANGE 33
Functie Parameters —
Voice Set, Touch Sensitivity en
Pitch Bend Range 33
EFFECTEN 34
REVERB....34
CHORUS 35
DSP 36
ARPEGGIATOR 37
Functie Parameters — Effecten .....37
HET PATTERN VOLUME WIJZIGEN......49
FINGERING 50
BEAT REVERSE ....52
PART ON/OFF 52
• over de Parts ....53
HET PATTERN SPLIT PUNT INSTELLEN .....54
Functie Parameter — Pattern Splitpunt ....55
PERFORMANCE SETUP
PERFORMANCE SETUP — USER .....56
Een User Performance Setup opnemen....56
Een User Performance Setup opnieuw oproepen ....57
- Een User Bank selecteren ....57
PERFORMANCE SETUP — PRESET ..... 58
Selecteer een Preset Performance Setup....58
DE KNOPPEN
DE KNOPPEN GEBRUIKEN ....59
• Over CUTOFF en RESONANCE ....62
• Over GROOVE 62
ASSIGN KNOP 63
ASSIGN Knop Parameters ......64
RIBBON CONTROLLER
DE RIBBON CONTROLLER GEBRUIKEN ...66
RIBBON CONTROLLER Parameters ...67
• Hoe de RIBBON CONTROLLER werkt 68
DIGITAL SAMPLING 69
• Leidraad voor sampling .....71
- Trigger Niveau ....71
- Het sampling geheugen capaciteit .. 73
- Een sample wissen ....74
• Extra samples opnemen ..... 74
SAMPLE BEWERKING 75
Het Eindpunt instellen ....75
Loops creëren 78
• Over de resolutie instelling .....79
SONG OPNAME 80
EEN USER SONG OPNEMEN —
REALTIME OPNAME 81
• Extra Handelingen .....84
EEN USER SONG OPNEMEN —
STEP OPNAME 85
Noten opnemen 86
• Extra Handelingen .....88
Een Noot of Rust Vervangen 89
Velocity Curves invoeren .....90
Velocity Curve Tabel 90
EEN SONG WISSEN 91
MIDI FUNCTIES 92
WAT IS MIDI? 92
• MIDI Aansluitingen .....94
FUNCTIE PARAMETERS — MIDI ..... 95
GEBRUIK BULK DUMP SEND/
SAMPLING SEND OM DATA OP TE
SLAAN 97
Bulk Data/Sampling Data opslaan ..... 97
Bulk Data/Sampling Data laden .....99
INITIAL SETUP SEND GEBRUIKEN
MET EEN SEQUENCER 100
Initial Setup Data versturen .....100
TROUBLESHOOTING (IN DE PROBELEMEN?), 102
DATA BACKUP & INITIALIZEREN .....103
VOICE LIJST 104
DRUM KIT LIJST 108
STYLE LIJST ......111
MIDI IMPLEMENTATION CHART .....112
SPECIFICATIES 115
INDEX 116
PANEELKNOPPEN EN AANSLUITINGEN
Frontpanel

Dit bepaalt het algemene volume van de DJX.
② OVERALL, DEMO START knoppen (▲, ▼, +, -)
Hiermee selecteert u een aantal algemene functies en stelt hun waarden in. (Zie pagina 22.) Ze worden ook gebruikt om de Demo songs af te spelen. (Zie pagina's 14, 40.) In de Digital Sampling functie, worden deze gebruikt om de sample editing parameters te selecteren en in te stellen. (Zie pagina 75.)
③ FUNCTION knop
Dit selecteert de Functie mode. (Zie pagina 18.)
④ SONG knop
Dit selecteert de Song mode. (Zie pagina 40.)
⑤ STYLE knop
Dit selecteert de Style mode. (Zie pagina's 15, 44.)
⑥ VOICE knop
Dit selecteert de Voice mode. (Zie pagina's 14, 25.)
⑦ Numeriek toetsenbord, +/- knoppen
Deze zijn voor het selecteren van songs, voices en stijlen. (Zie pagina's 40, 25 en 44.) Ze worden ook gebruikt voor het maken van een aantal instellingen, zoals:
- Selecteren en wijzigen van Functie parameters (pagina 18)
- Instellen van toon waarden en andere instellingen voor de Step Record functie (pagina 86)
8 DIGITAL SAMPLING gedeelte — RECORD button en INPUT LEVEL knop
Deze twee knoppen worden gebruikt voor de Digital Sampling functies. (Zie pagina 69.)
Met deze knoppen kunt u expressieve,, dynamische, real-time wijzigingen aan een aantal aspecten van de voices en stijlen maken. (Zie pagina 59.)
10 RIBBON knop
Met deze toewijzende knop kunt u expressieve,, dynamische, real-time wijzigingen aan een aantal aspecten van de voices en stijlen maken. (Zie pagina 66.)
PART CONTROL knop
Dit zet de Part Control function aan en uit. (Zie pagina 59.)
⑫ PATTERN CONTROL knop
Dit schakelt, als de Stijl mode is geselecteerd, de toetsenbordbediening van de pattern akkoorden aan en uit. (Zie pagina 45.)
13 SYNC-START knop
Dit schakelt de Sync-Start functie aan en uit. (Zie pagina 46.)
14 START/STOP knop
Als de Stijl mode is geselecteerd, start en stopt dit de pattern. (Zie pagina's 45, 47.) In de Song mode, start en stopt dit het afspelen. (Zie pagina 41.)
Dit wordt gebruikt, als de Stijl mode is geselecteerd, om de Lead In en Lead Out functies te bedienen. (Zie pagina's 46, 47.)
⑯ BEAT A/B (BREAK OUT) knoppen
Deze worden gebruikt, als de Stijl mode is geselecteerd, om het pattern gedeelte te wijzigen en de Break Out functies te bedienen. (Zie pagina 48.)
17 RECORD knop
Dit wordt gebruikt om de opname functies te selecteren en aan te zetten: Song (pagina's 82, 85) en Performance Setup (page 56).
18 PERFORMANCE SETUP / SONG MEMORY buttons
Deze worden gebruikt, als de Stijl mode is geselecteerd, om de Performance Setup registrations te selecteren (pagina's 57, 58). Als de Song mode is geselecteerd worden deze gebruikt om specifieke tracks te selecteren (pagina's 82, 86).
19 ARPEGGIATOR knop
Dit zet het Arpeggiator effect aan en uit. (Zie pagina 37.)
20 REVERB knop
Dit zet het Reverb effect aan en uit. (Zie pagina 34.)
21 DUAL knop
Dit zet de Dual mode aan en uit. (Zie pagina 29.)
22 PITCH BEND wiel
Dit wordt gebruikt om de toonhoogte van de voices te verhogen of te verlagen terwijl u speelt. Dit beïnvloedt alleen de voices in het PERFORMANCE gedeelte van het toetsenbord. Het toonhoogtebereik kan ook worden ingesteld (zie pagina 33).

23 STAND BY/ON schakelaar
Achterpaneel

① DC IN 10-12V jack
Dit is voor de aansluiting van een PA-5B/5C AC adaptor. (Zie pagina 8.)
② PHONES/AUX OUT jack
Dit is voor het aansluiten van een paar stereo hoofd-telefoons of een externe versterker/speaker systeem. (Zie pagina 9.)
③ FOOT SWITCH jack
Dit is voor het aansluiten van een los verkrijgbare FC4 of FC5 Voetschakelaar. De voetschakelaar wordt in het algemeen gebruikt om de sustain te bedienen, maar het kan makkelijk worden ingesteld om één of meerdere functies daar in tegen te bedienen. (Zie pagina's 9, 21.)
④ MIDI IN, OUT aansluitingen
Deze zijn voor het aansluiten van andere These MIDI instrumenten en apparaten. (Zie pagina's 94.)
⑤ LINE IN jack
Dit wordt gebruikt met de Digital Sampling functies, en voor het aansluiten en het opnemen en externe geluidsbron (line level), zoals een CD speler of een cassette deck. (Zie pagina's 9, 70.) (Connector: mono, 1/4" phone jack.)
⑥ MIC jack
Deze wordt gebruikt met de Digital Sampling functies en is voor het aansluiten van een microfoon voor het opnemen van akoestisch geluid. (Zie pagina's 9, 70.) (Connector: mono, 1/4" phone jack.)
In dit gedeelte vind u informatie over het opstellen van uw DJX. Lees dit gedeelte zorgvuldig door alvorens het instrument te gebruiken.
STROOMVOORZIENING
Alhoewel de DJX werkt op een los verkrijgbare AC adaptor of batterijen, raadt Yamaha het gebruik van een AC adaptor aan. Volg de hieronderstaande instructies over de stroom- voorziening die u wilt gebruiken.
PAS OP

Onderbreek nooit de stroomvoorziening (b.v. door de batterijen te verwijderen of door de AC adaptor uit het stopcontact te halen) tijdens een opname! Dit kan resulteren in het verliezen van data.
Het gebruik van de Adaptor
Om uw PortaTone op een stopcontact aan te sluiten, heeft u de extra verkrijgbare Yamaha PA-5B/5C Adaptor nodig. Het gebruik van een andere adaptor kan leiden tot schade aan het instrument, dus let er op dat u de goede adaptor gebruikt. Steek de adaptor in een stopcontact en in de DC IN 10-12V jack aan de achterkant van de PortaTone.
WAARSCHUWING

- Gebruik ALLEEN de Yamaha PA-5B/5C Adaptor (of een andere, speciaal door Yamaha aanbevolen adaptor) om uw instrument van stroom te voorzien. Het gebruik van andere adaptors kan resulteren in onherstelbare schade aan zowel de adaptor als de DJX.
- Haal de adaptor uit het stopcontact als u de DJX niet gebruikt en als het onweert.
Het gebruiken van batterijen
■ Het Plaatsen van Batterijen
Keer het instrument om en verwijder de deksel van het batterijencompartiment. Plaats zes 1,5 volt "D" (SUM-1, R-20 of vergelijkbare) batterijen, zoals getoond in de illustratie. Zorg er voor dat de positieve en negatieve aansluitingen juist zitten en doe het deksel er weer op.

■ Als de Batterijen Zwak Worden
Als de batterijen zwak worden en het batterijvoltage beneden een bepaald niveau komt, klinkt of functioneert de PortaTone niet meer naar behoren. Vervang alle zes de batterijen zodra dit gebeurt.
PAS OP

- Gebruik nooit oude en nieuwe batterijen of verschillende typen batterijen (bv alkaline en mangaan) door elkaar.
- Voorkom eventuele schade aan het instrument door batterijlekkage, door de batterijen te verwijderen als u het instrument voor langere tijd niet gebruikt.
HET INSTRUMENT AANZETTEN
Druk, als de adaptor is aangesloten of de batterijen zijn geïnstalleerd, op de STAND BY schakelaar zodat deze op de ON positie blijft staan. Als het instrument niet wordt gebruikt, zet deze dan uit. (Druk de schakelaar opnieuw in zodat deze omhoog komt.)

■ STAND BY
— ON
PAS OP

Zelfs als de schakelaar op "STAND BY" staat, stroomt er nog steeds een klein beetje elektriciteit naar het instrument. Als u de DJX voor langere tijd niet gebruikt, haal dan de adaptor uit het stopcontact en/of verwijder de batterijen.
ACCESSORY JACKS
■ Het gebruiken van een hoofdtelefoon
Om privé te oefenen en te spelen zonder anderen te storen, kunt u een hoofdtelefoon aansluiten op het achterpaneel in de PHONES/AUX OUT jack. De ingebouwde luidsprekers worden onmiddellijk losgekoppeld zodra u de plug van de hoofd-telefoon in de jack steekt.

■ Een toetsenbord versterker of een stereosysteem aansluiten
Hoewel de PortaTone is uitgerust met ingebouwde luidsprekers, kunt u ook op een extern versterker/ geluidssysteem spelen. Kijk eerst of de DJX en de externe apparaten uitstaan. Sluit vervolgens het ene eind van de stereo audiokabel aan op de LINE IN of AUX IN jack(s) van het andere apparaat en het andere eind op de PHONES/AUX OUT jack op het achterpaneel van de DJX.

PAS OP
Zet het volume van de externe apparaten op minimum alvorens ze aan te sluiten, om schade aan de luidsprekers te voorkomen. Onachtzaamheid kan in dit geval leiden tot een elektrische schok of schade aan de apparatuur.
■ Het gebruik van het Voetpedaal
Met dit onderdeel kunt u een los verkrijgbare voetschakelaar gebruiken (Yamaha FC4 of FC5) om een aantal functies te bedienen. (Zie pagina 21.)

- Zorg ervoor dat het voetpedaal op de juiste wijze is aangesloten op de FOOT SWITCH jack voor u het instrument aanzet.
- Druk het voetpedaal niet in tijdens het aanzetten van het instrument. Daarmee wijzigt u de polariteit van het voetpedaal, hetgeen resulteert in een omgekeerde voetpedaalbediening.
■ Het Gebruik van
MIDI Aansluitingen
De DJX is ook uitgerust met MIDI aansluitingen, waar-mee u de DJX op andere MIDI instrumenten en media aan kunt sluiten (zie voor meer informatie pagina 94.)

■ Het gebruik van de MIC en LINE IN jacks
Deze worden gebruikt bij het opnemen van een externe geluidsbron in de Digital Sampling functies (pagina 70). De MIC jack is voor het aansluiten van een microfoon voor het opnemen van stemmen en akoustische instrumenten. De LINE IN jack is voor het aansluiten en het van een line level signaal, zoals dat van een CD speler of een kasette deck.

PAS OP
Sluit NOOIT een line niveau signaal (CD player, cassette deck, electronisch instrument, enz..) aan op de MIC input jack! Als u dit doet kan de DJX en de Digital Sampling functies beschadigen.
Snelle Gids
Behalve als u van handleiding lezen houd, wilt u nu waarschijnlijk zo snel mogelijk op uw nieuwe DJX spe- len. Als dit het geval is is het volgende gedeelte voor u!
Natuurlijk, de DJX kan meteen uit de doos bespeelt worden — maar we raden u toch aan om de tijd te nemen om dit korte, makkelijk te begrijpen, gedeelte door te nemen. Zelfs als u nog nooit een electronisch keyboard heeft aangeraakt, zorgt het volgen van de stappen in dit gedeelte er voor dat u de onmiddellijk begrijpt! Daarbij bezit u hiermee de hulpmiddelen om de geavanceerde functies te ontdekken en te benutten in uw eigen muziek. Veel Plezier!
Veel Plezier!
Stap 1 De DJX – Testritje!
U kunt niet langer wachten? Hieronder staat alles om een beat te maken en te beginnen met jammen op uw nieuwe DJX! Volg gewoon de nummers...
1 Doe de adaptor er in, en zet het instrument aan.

Speel met de knoppen!
3 Deze drie knoppen bieden dynamisch, realtime controle over de knoppen. Probeer ze!
Laten we beginnen!
2 Start de pattern door op de START/STOP knop te drukken. U kunt de pattern ook starten door één van de toetsen aan te slaan in het PATTERN gedeelte van het toetsenbord.
• Wilt u meer weten? Zie pag. 45.

• Wilt u meer weten? Zie pag. 59.



BASS BOOST knop
"Pump up the bass" van het DJX geluid met deze knop!
GROOVE knop
Wijzig de "feel" of timing van de pattern. Draai hieraan voor meer swing, geef het een laidback gevoel... of juist 'straight'.
ASSIGN knop
U bepaalt wat er gebeurt met deze knop... Wijs hem toe aan dynamics, tempo/pitch, of een andere functie!
Speel met de "ribbon"!
4 Beweeg uw vinger over de RIBBON CONTROLLER en luister naar de geluidswijzigingen. U kunt bovendien van alles aan dit ding toewijzen!
• Wilt u meer weten? Zie pag. 66.

Mix de beats door elkaar!
5 Speel met de BEAT A en BEAT B knoppen, en zorg er voor dat het ritme lekker loopt.

6 Met een speciale Beat Reverse toets kunt u de beat opbreken en aan het begin van de maat doorgaan. Bespeel de toets met regelmaat om het ritme te laten "stotteren"!
• Wilt u meer weten? Zie pag. 52.


Laat Parts weg, stop ze weer
terug!
7 Met de PART ON/OFF toetsen bent u de baas over de mix. Controleer de naam van Part (instrument) onder iedere toets, en druk hem in om het Part aan en uit te zetten. De parts die momenteel aan-staan worden aangegeven door donkere toetsen in de display.


• Wilt u meer weten? Zie pag. 52.
Arpeggiator magic!
8 Druk eerst op de ARPEGGIATOR knop om de functie aan te zetten. Houd vervolgens twee of drie knoppen ingedrukt in het PERFORMANCE gedeelte van het toetsenbord, en laat de Arpeggiator zijn magische werk doen!
• Wilt u meer weten? Zie pag. 37.
ARPEGGIATOR

REVERB

Wijzig de voice — onder het spelen!
9 Draai aan de twee voice-gerelateerde knoppen voor wilde effecten, tijdens het spelen van de voice in het PERFORMANCE gedeelte van het keyboard.
Selecteer uw eigen Parts!
10 U kunt bepalen wekje Parts bestuurd worden met de voice-gerelateerde knoppen (in stap 9 hierboven) door te drukken op één van de PART SELECT knoppen. De geselecteerde wordt getoond als donkere toets in de display.


• Wilt u meer weten? Zie pag. 59.
• Wilt u meer weten? Zie pag. 60.

RESONANCE knop
Bepaal hiermee hoeveel de CUTOFF knop het geluid beïnvloedt. Draai naar rechts voor maximum filter effect en naar links voor subtielere filter wijzigingen.
CUTOFF knop
Net als op vintage analoge synthesizers kunt u met deze knop het geluid van de cutoff frequency van de filter "sweepen" tijdens het spelen. Draai de knop naar rechts om het filter te "openen" voor een helderder geluid, en draai deze naar links om de filter te "sluiten".
Speel met het wheel!
11 Met het hoogst expressieve PITCH BEND wheel komen we aan het einde van de verzameling hulpmiddelen op de DJX! Speel op het toetsenbord en verhoog de toonhoogte door het wheel omhoog te bewegen met uw linkerduim. Breng de toonhoogte omlaag door het wheel omlaag te bewegen. Als u het wiel loslaat keert de toonhoogte terug naar normaal!
PITCH BEND

Stap 2 Het Toetsenbord Gebruiken
Het Multi-functionele Toetsenbord van de DJX Gebruiken
Het Toetsenbord van de DJX is erg verschillend (en krachtiger!) van welke dan ook u ooit heeft gezien. Laten we eens een kijkje nemen...
ledere keer als u de DJX aanzet, is het toetsenbord in de volgende functies verdeeld:
Geeft aan dat Part Control en Pattern Control beide aan zijn.

Wat doen deze toetsen?
Part Select
Met deze toetsen kunt u een specifiek deel selecteren om met de knoppen en de RIBBON CONTROLLER te bedienen. (Zie pagina 60.)
Part On/Off
Met deze toetsen kunt u een specifiek deel van de pattern aan- en uitzetten alvorens of tijdens het spelen. (Zie pagina 52.)
Pattern
Met deze toetsen kunt u direct de akkoorden van de pattern wijzigen. (Zie pagina 50.)
Spel
Met deze toetsen zijn voor het normaal te bespelen van de geselecteerde voice (of voices).
Speciale DJX Demo Voice
Een speciale DJX Demo voice (#000) wordt automatisch geselecteerd iedere keer als u de DJX aanzet. Deze voice heeft een groot aantal geluiden, met iedere toets speelt u een ander geluid — percussie, drum loops, scratch, special FX, menselijke stem en vele anderen!
Let er op, om de DJX Demo voice juist over het gehele toetsenbord te horen, dat Part Control, Pattern Control en Sync-Start uitstaan. (Zie pagina 13.)
1 Voer de Voice mode in.
3 Speel verschillende toetsen en luister naar de aantal geluiden.

Meer toetsenbord instellingen
Er zijn ook andere Toetsenbord instellingen beschikbaar, afhankelijk van de on/off instelling van Part Control en Pattern Control. (U kunt deze aan en uit zetten met de PART CONTROL en PATTERN CONTROL knoppen.)
Als Part Control uitstaat:
Druk, om Part Control uit te zetten, op de PART CONTROL knop.

Als Pattern Control uitstaat:
Druk, om Pattern Control uit te zetten, op de PATTERN CONTROL knop.

Als Part Control en Pattern Control beide uitstaan:
Druk, om Part Control uit te zetten, op de PART CONTROL knop; druk, om de Pattern Control uit te zetten, op de PATTERN CONTROL knop. Nu kunt u het gehele toetsenbord normaal bespelen.

Alle drie de songs afspelen
De DJX bevat drie Demo's die de authentieke en dynamische patterns van het instrument demonstreren.

Druk tegelijkertijd beide OVERALL ▲/▼
knoppen in.



Stop de song.

Wilt u meer weten? Zie pagina 41.
Een voice selecteren
De DJX bevat totaal 284 hoog-kwaliteit voices. Laten we er een paar uitproberen...
Selecteer een voïce.
VOICE STYLE
002TalkBox


wilt u meer weten? Zie pagina 25.
Paneel Voice Lijst
| Nr. Voice Naam | Nr. Voice Naam | Nr. Voice Naam | Nr. Voice Naam | Nr. Voice Naam | Nr. Voice Naam | Nr. Voice Naam | Nr. Voice Naam |
| 0 DJX | SAW LEAD | 45 Nu Swing | 67 Rave Pipe 1 | 91 Uhh+Hit | 114 Jazz Organ 2 | FLUTE | |
| SYNTH LEAD | 22 Break It | 46 Synth Bass | 68 Rave Pipe 2 | 92 Yeah... | 115 Rock Organ | 136 Ethnic Flute | |
| 1 Fuzzline | 23 Scary | ANALOG BASS | 69 FMTB 2 | DRUM LOOP | 116 Cheez Organ | 137 Coco Flute | |
| 2 Talkbox | 24 Move It | 70 GtrChord | 117 16'+2' Organ | PERCUSSIVE | |||
| 3 Acid Sync | 25 Robot Lead | 47 Analog Bass | 71 HiquiTB | 93 091bpmC4 | 118 Dance Organ | 138 Claps-X | |
| 4 Universe | 26 Fat | 48 Dance Bass | 72 Reverse | 94 095bpmC4 | 119 MissU | 139 Rim-X | |
| 5 Adrenaline | 27 Seq Ana | 49 Snap Bass | 73 Signal | 95 096bpmC4 | 120 R&B Organ | 140 Tom-X | |
| 6 Fragile | 28 Stab | 50 Old Mini | 74 Aah | 96 102bpmC4 | |||
| 7 Cut Glass | 29 Pulse Saw | 51 Power Bass | 75 Turntable | 97 103bpmC4 | GUITAR | DRUM KITS | |
| BASS LEAD | 30 Sawtooth Lead 1 | 52 Dub Bass | HIT | 98 106bpmC4 | 121 Octave Guitar | 141 Standard Kit 1 | |
| 8 Killer S | 31 Sawtooth Lead 2 | 53 Factory | 76 Metal Hit | 99 110bpmC4 | 122 Clean Guitar | 142 Standard Kit 2 | |
| 9 Reso-X | 32 Bedtime | 54 Hyper | 77 Sharp Hit | 100 114bpmC4 | 123 Muted Guitar | 143 Room Kit | |
| 10 Choppy | SYNTH PAD | 55 Kidz Bass | 78 Mild Hit | 101 134bpmC4 | 124 Overdriven Guitar | 144 Rock Kit | |
| 11 PhatMan | 33 Sequenza | 56 Techno | HUMAN VOICE | 102 135bpmC4 | STRINGS | 145 Electronic Kit 1 | |
| 12 Organese | 34 Insomnia | BASS | 79 Come On 1 | 103 137bpmC4 | 125 Strings | 146 Analog Kit 1 | |
| 13 Happy Vibes | 35 Wave2001 | 57 Acoustic Bass | 80 Come On 2 | 104 138bpmC4 | 126 Marcato Strings | 147 Dance Kit | |
| 14 TriTouch | 36 Amber | 58 Finger Bass | 81 GetUp! | 105 144bpmC4 | 127 Synth Strings | 148 Jazz Kit | |
| 15 Sync | 37 Eerie | 59 Pick Bass | 82 Go!! | 106 160bpmC4 | 128 StringPad | 149 Brush Kit | |
| 38 Trance Pad | 60 Fretless Bass | 83 Huea | 107 Samba137 | 129 Pizzicato | 150 Symphony Kit | ||
| SQUARE LEAD | RESONANCE BASS | 61 Slap Bass | PIANO | BRASS | SPECIAL KITS | ||
| 16 MC-Line | 39 Techno Bass | SCRATCH | 108 Funky Electric Piano | 130 Techno Brass | 151 Analog Kit 2 | ||
| 17 Alien | 40 Kickin'B | 62 Scratch | 109 DX Electric Piano | 131 Jump Brass | 152 Analog Kit 3 | ||
| 18 Psyche | 41 Bassline | 63 Killer DJ | 110 CP 80 | 132 Brass Phase | 153 Electronic Kit 2 | ||
| 19 Clanger | 42 Nu Floor | SFX | 111 Bell Electric Piano | 133 Synth Brass | 154 B900 Kit | ||
| 20 Square Lead 1 | 43 Fish303 | 64 FMTB 1 | 112 Clavi | 134 Bright Brass | 155 DJX Kit | ||
| 21 Square Lead 2 | 44 No.No.No | 65 BLJ Trill | ORGAN | 135 Brass Tek | |||
| 66 Omen-FX | 113 Jazz Organ 1 |

Een stijl selecteren
De PortaTone bevat 100 verschillende stijlen in een aantal muziek genres. Met de Performance Setup functie kunt u een voice en andere instellingen oproepen die het beste passen bij de geselecteerde stijl. Iedere stijl is geprogrammerd met twee Preset Performance Setups.
① Gaadte Stijlmoodbeim.

STYLE 001 Techno

0011482

2 Sæteteereeenstijl. Voor een lijst met stijlen, zie hieronder

002 TriPHoP

3 DrukkeënwandlePerformance Setup knoppen: Preset A of B.

flowchart
graph LR
A["1"] --> B["2"]
B --> C["3"]
C --> D["4"]
D --> E["5"]
E --> F["6"]
F --> G["PRESET"]
style A fill:#fff,stroke:#000
style G fill:#fff,stroke:#000
style B fill:#fff,stroke:#000
style C fill:#fff,stroke:#000
style D fill:#fff,stroke:#000
style E fill:#fff,stroke:#000
style F fill:#fff,stroke:#000
style G fill:#fff,stroke:#000
4 Starttablepatternmeenspreekloppheet toetsenbord.

Wilt u meer weten? Zie pagina 44.
Stijl Lijst
| Nr. Stijl Naam | Nr. Stijl Naam | Nr. Stijl Naam | Nr. Stijl Naam | Nr. Stijl Naam | Nr. Stijl Naam |
| INTRODUCTION | 19 Modern Detroit Techno20 Vintage Detroit Techno21 Modern Berlin Techno32 Minimal Techno43 Speed Garage54 Acid Techno6 Handbag 17 Romantic House8 Ambient9 Acid Jazz10 Treach11 Steppa12 Struttin'13 All That14 Soulful | 36 Hypnotic37 Dark Trance | 53 Club House54 Dub House | 70 SupaBad71 WestSide | R & B |
| DRUM'N'BASS | ABSTRACT BEATS | OLD SKOOL | 86 Bouncy87 Do it up88 Hump89 Plush90 Powl91 Skippin'92 Solid | ||
| 38 Drum'n'Bass39 Hard Jungle40 Soul 2001 | 55 Digital Rock56 Underground57 Chill Out | 72 Beatbox73 Delight74 Flares75 Funked Up76 Jack77 Old Skool78 Party79 Theque | |||
| DANCE FLOOR | RAP | SLO JAMS | |||
| TRIP HOP | 41 Euro Dance42 Euro Latin43 Pop Reggae44 Handbag 2 | 58 Bomb59 Dance Hall60 Hype61 Money62 Ragga63 Shakin'64 Tip | FRESH | ||
| ELECTRO | HOUSE | 93 1stLuv94 Cool95 DaLadies96 Daydream97 Loverz98 On Hit99 Pushin'100 Sultry | |||
| 29 Plastic Electro30 Cosmic Beat31 Body Rock32 Compilation | 45 House46 Acid House47 Deep House48 Progressive House49 Tribal House50 Vintage Chicago51 Hard Floor52 Hip House | HARDCORE65 Buggin'66 Diesel67 Hi Rolla68 Homies69 SuckaMC | 80 Chillin'81 Dreamin'82 EastSide83 Grind84 Hezee85 Loc | ||
| TECHNO | TRANCE | ||||
| 15 Tribal Techno16 Gabba17 Soft Gabba18 Euro Techno | 33 Trance34 Psychodelic Trance35 Relaxx |
Doe mee met de sampling revolutie!
Ja, Digital Sampling is in uw nieuwe DJX ingebouwd — en het is echt makkelijk te gebruiken. Probeer het uit!
1 Stell de DJX in voor sampling.
Sluit op één van twee manieren aan zoals hieronder wordt getoond.

Als u een microfoon gebruikt, kunt u deze aansluiten op de MIC jack op het achterpaneel.
Als u een CD speler gebruikt, kunt u deze aansluiten op de LINE IN jack op het achterpaneel. (sluit deze NIET aan op de MIC jack! Dit kan de DJX beschadigen!)
2 Ga de Sampling mode im.
Druk op de RECORD knop in het DIGITAL SAMPLING gedeelte.


3 Stel het sampling niveau in.
Draai aan de INPUT LEVEL knop (Terwijl u zingt in de microfoon of een CD speelt).

Let er op dat het "niveau meter" in de display niet boven dit niveau uitkomt:

4 Druk een toets op het toetsenbord.
Sla de centrale C (C3) aan in dit voorbeeld. Het geluid dat u opneemt wordt toegekend aan deze toets.


5 Zet sampling op standby.
Druk op de START/STOP knop.



Het microfoon icoon geeft sample opname aan.
6 Startt Inett oppnermem.
Zing in de microfoon of speel de CD. Het sampelen begint als de DJX een signaal ontvangt. Het sampelen stopt na ongeveer drie seconden.
RECORD indicatie blijft branden tijdens het werkelijke samplen.

7 Speel die sample warnaff linett troetssenbond.
Sla diverse toetsen aan en houdt deze vast om uw nieuwe sample te horen.

8 De Sampling mode wentlatten.
Druk nog éénmaal op de RECORD (DIGITAL SAMPLING) knop.
Voice #284 ("Sampled") Wordt automatisch geselecteerd om te spelen.

Wilt u meer weten? Zie pagina 69.
Functie parameters gebruiken
De Funndtie pannammetkens wann de (D)X boevattern een aantallinstellingen.
Deze bieden een nauwkeurige bediening van veel opties in de DJX. U kunt ze zo gebruiken:
1 Dnulk opp die FUNCTION I knopp.

2 Selecteer een Funktie nummer.
Zie, voor een lijst van functies, pagina 19.

Het functie nummer kan worden geselecteerd terwijl de "FUNCTION" indicatie knippert.

Voer het Functie-nummer in via het numerieke toetsen-bord.

Druk op de FUNCTION knop; met iedere druk wandelt u door de nummers. Houdt de knop intgedrukt om snel door de nummers heen te scrollen.
BELANGRIJK
- Aangezien de "FUNCTION" indicatie maar een paar seconden knippert, moet u de parameter snel genoeg selecteren na stap 1 hierboven.
3 Wijzig, nadat "FUNCTION" in de display stopt met knipperen de waarde of instelling.
Na een paar seconden stopt de "FUNCTION" indicatie met knipperen en blijft branden. Op
hetzelfde moment wijzigt het Functie nummer ("F02" in het voorbeeld hierboven) automatisch naar de huidige waarde van de Functie parameter.

Huidige waarde van de geselecteerde Functie parameter.
4 Wijzig met het numerieke toetsenbord de waarde of instelling. Gebruik voor on/off instellingen de +/- knoppen.


De Standaard Waarde oproepen
Als u de parameter instelling heeft gewijzigd, kunt u de standaard waarde direct oproepen door tegelijkertijd de beide +/- knoppen in te drukken.
Negatieve waarden
Druk, om negatieve waarden (voor die parameters die negatieve waarden bevatten), tegelijkertijd de - knop en de gewenste nummer knop.
5 Verlaat de Functie mode.
Druk, als u eenmaal alle gewenste instellingen heeft gemaakt, op één of andere mode knoppen (SONG, STYLE, or VOICE).
Functie Parameters Lijst
| Functie | pag. | ||
| FO1M | MVUbluere | MalaiVoice Volume27 | 27 |
| FO2M | MOObtavere | MalaiVoice Octave27 | 27 |
| FO3M | MRBanMain | VoltaerPani27 Pan | 27 |
| FO4M | MRBeLuvi | MalaiVoice Reverbl SendLevele27 | 27 |
| FO5M | MCObluvi | MalaiVoice Chorus SendLevele27 | 27 |
| FO6M | MDBeLuvi | MalaiVoice DSB Effectc SendLevele27 | 27 |
| F11D | DVUbluere | DalaVoice Volume30 | 30 |
| F12D | DOObtavere | DalaVoice Octave30 | 30 |
| F13D | DRBanDual | VoltaePani30 Pan | 30 |
| F14D | DRBeLuvi | DalaVoice Reverbl SendLevele30 | 30 |
| F15D | DCObluvi | DalaVoice Chorus SendLevele30 | 30 |
| F16D | DDBeLuvi | DalaVoice DSB Effectc SendLevele30 | 30 |
| F17 | D. Voice | Dual Voice | 30 |
| F18 | Dual | Dual On/Off | 30 |
| F21S | Subbuiwes | SplitVoice Volume | 322 |
| F22S | SOObtavere | SplitVoice Octave | 322 |
| F23S | SPBanSplit | Voice Pan 32 | |
| F24 | S. RevLvl | Split Voice Reverb Send Level | 32 |
| F25 | S. ChoLvl | Split Voice Chorus Send Level | 32 |
| F26 | S. DsPLvl | Split Voice DSP Effect Send Level | 32 |
| F27 | S. Voice | Split Voice | 32 |
| F28S | Split Split On/Off | 32 | |
| F29S | SplitPnt Split Point | 32 | |
| F31 | Reverb | Reverb On/Off | 38 |
| Functie | pag. | ||
| F32 | RevType | Reverb Type | 38 |
| F33 | Chorus | Chorus On/Off | 38 |
| F34 | ChoType | Chorus Type | 38 |
| F35 | Dsp | DSP On/Off | 38 |
| F36 | DsPType | DSP Type | 38 |
| F37 | Arpgator | Arpeggiator On/Off | 38 |
| F38 | ArpgType | Arpeggiator Type | 38 |
| F41 | UserBank | Performance Setup User Bank | 57 |
| F51 | PtrnSPnt | Pattern Split Point | 55 |
| F61 | USng1Cir | User Song 1 Clear | 91 |
| F62 | USng2Cir | User Song 2 Clear | 91 |
| F63 | USng3Cir | User Song 3 Clear | 91 |
| F71 | FootSw | Footswitch | 21 |
| F72 | VoiceSet | Voice Set | 33 |
| F73 | TouchSns | Touch Sensitivity | 33 |
| F74 | PBRange | Pitch Bend Range | 33 |
| F81 | RemoteCh | Remote Channel | 95 |
| F82 | KbdOut | Keyboard Out | 95 |
| F83 | PtrnOut | Pattern Out | 95 |
| F84 | Local | Local On/Off | 96 |
| F85 | ExtClock | External Clock | 96 |
| F86 | BulkSend | Bulk Data Send | 96,97 |
| F87 | InitSend | Initial Data Send | 96,100 |
| F88 | SmplSend | Sampling Send | 96,97 |

ASSIGN Knop en RIBBON CONTROLLER – De Toewijzing Wijzigen


1 Dnuk de OXERALL ▲ of ▼ knop herhaaldelijk totdat de donkere balk aan de linkerkant van de display direct tegenover "KNOB ASSIGN" of "RIBBON CONTROLLER ASSIGN" staat.
2 Wijzig die toerwijzig woon die gress lece- teerde knop met de OVERALL +/- knop- pen.

Zie, voor meer informatie over de ASSIGN knop en RIBBON CONTROLLER, pagina's 63, 66.

Huidige geselecteerde knop.

Huidige toegewezen knop of functie.
ASSIGN Knop/RIBBON CONTROLLER Functie Lijst
| Functie Naam Display Naam | Omschrijving | |
| Cutoff Frequency * Cutoff | Dit is dezelfde parameter als die van de de CUTOFF knop (pag. 61). | |
| Resonance * Resonanc | Dit is dezelfde parameter als die van de RESONANCE knop (pag. 61). | |
| Reverb Send Level RevLevel | Dit bepaalt de sterkte van het Reverb effect. (Zie pagina 34.) Het draaien aan de knop zet ook automatisch het Reverb aan, als het oorspronkelijk uitstond. | |
| Chorus Send Level ChoLevel | Dit bepaalt de sterkte van het Chorus effect. (Zie pagina 35.) | |
| DSP Send Level DspLevel | Dit bepaalt de sterkte van het DSP effect. (Zie pagina 36.) | |
| Modulation Mod | Dit bepaalt een vibrato-achtig effect. | |
| Attack Time Attack | Dit bepaalt het "opkomen" van het geluid — of, met andere woorden, hoe lang nodig is voor het geluid zijn volle volume heeft bereikt als er een toon gespeeld wordt. Voor bepaalde percussie geluiden kan dit een klein of niet hoorbaar effect hebben. | |
| Release Time Release | Dit bepaalt hoe lang de tonen door blijven klinken als een toon wordt losgelaten. Voor bepaalde percussie geluiden kan dit een klein of niet hoorbaar effect hebben. | |
| Pan Pan | Dit bepaalt de positie van het geluid in een stereo beeld (links, midden en rechts). | |
| Volume | Volume | Dit bepaalt het volume (niveau) van het geluid. |
| Groove * ** Groove | Dit is dezelfde parameter als die van de GROOVE knop (pag. 61). | |
| Dynamics ** | Dynamics | Dit brengt zowel subtiele als dramatische wijzigingen in het Pattern teweeg door het niveau te wisselen van het individuele tonen. Dit beïnvloedt het gehele Pattern. |
| Dynamics Strength ** | Strength | Dit stelt de hoeveelheid of sterkte van het niveau in de Dynamics parameter (#09, boven). Dit beïnvloedt het gehele Pattern. |
| Turntable ** | Turntbl | Dit beïnvloedt zowel tempo en de toonhoogte van het gehele DJX geluid, beïnvloedt alle Delen van de Pattern en alle voices. |
| Arpeggiator Speed *** | ArpSpeed | Dit bepaalt de snelheid van de Arpeggiator functie. (Zie pagina 37.) |
* Deze functie kan alleen worden toegewezen aan de RIBBON CONTROLLER.
** Deze functies zijn effectief ongeacht de Part Select instelling. (Zie pagina 60.)
*** Deze functie parameters zijn alleen effectief voor de Main voice, ongeacht de Part Select instellingen.
Voetpedaal Bediening – De Toewijzing Wijzigen

De DJX bevat een voetpedaal optie waarmee een aantal functies en handelingen bediend kunnen worden. Door deze functies met uw voet te bedienen heeft u uw handen vrij om op uw spel te concentreren.
Toewijzing van de voetpedaal wordt gedaan met het functie parameter #71. (Zie, voor instructies over het gebruik van de Functie parameters, pagina 18.) De standaard instelling voor de voetpedaal is #13 Tap.

Voetpedaal Functie Lijst
| Functie Naam Display Diaplay Naam | Omschrijving | |
| Sustain Sustain | Sustain | Demppedaal of sustain handeling. Trapt u de voetpedaal in dan wordt er een natuurlijke sustain aan de, op het toetsenbord gespeelde, voice toegevoegd. |
| Arpeggiator Hold ArpgHopHold | Als het Arpeggiator effect (pag. 37) aanstaat, kunt u met de voetpedaal de Arpeggiator blijven laten werken, zelfs als u uw vingers van het toetsenbord afhaalt of verschillende tonen speelt. Trap en houdt de voetpedaal in voor zolang dat u het Arpeggiator effectief wilt hebben. | |
| Start/Stop StartStp | StartStp | Als de Song mode of de Style mode aktief is, biedt dit dezelfde functei als de START/STOP knop (zie pagina's 41, 45). Iedere druk met de voetpedaal start em stopt het afspelen van de song of pattern. |
| Lead In/Lead Out Ld InOut | Als de Stijl mode aktief is, biedt dit dezelfde functie als de LEAD IN/LEAD OUT knop (zie pagina's 46, 47). Trapt u de voetschakelaar twee maal in als de Pattern speelt veroorzaakt dit dat het Lead Out gedeelte in stappen vertraagt (pagina 47). | |
| Beat A Beat A | Beat A | Als de Stijl mode aktief is, biedt dit dezlefde functioe als de BEAT A (BREAK OUT) knop (zie pagina 48). |
| Beat B Beat B | Beat B | Als de Stijl mode aktief is, biedt dit dezelfde functie als de BEAT B (BREAK OUT) knop (zie pagina 48). |
| Arpeggiator On/Off ArpgAtator | Als de Stijl mode aktief is, biedt dit dezelfde functie als de ARPEGGIATOR knop (en de Arpeggiator On/Off parameter, #37). (Zie pagina 37.) | |
| Dual On/Off Dual | Dual | Dit biedt dezelfde functie als de DUAL knop (en de Dual On/Off parameter, #18). (Zie pagina 29.) |
| Split On/Off Split | Split | Dit biedt dezelfde functie als de Split On/Off parameter, #28. (Zie pagina 31.) |
| Reverb On/Off Reverb | Reverb | Dit biedt dezelfde functie als de REVERB knop (en de Reverb On/Off parameter, #31). (Zie pagina 34.) |
| Chorus On/Off Chorus | Chorus | Dit beidt dezelfde functie als de Chorus On/Off parameter, #33. (Zie pagina 35.) |
| DSP On/Off | Dsp | Dit beidt dezelfde functie als de DSP On/Off parameter, #35. (zie pagina 36.) |
| Tap | Tap | In deze bruikbare functie kunt u met het voetpedaal het BPM (Tempo) laten verminderen en automatisch een geselecteerde song of pattern starten op dezelfde verminderde snelheid. Tik (druk/loslaten) het voetpedaal (vier keer voor een 4/4 maatsort), en de song of pattern start automatisch op dezelfde BPM die u verminderd hebt. De BPM kan ook gewijzigd worden tijden het afspelen door twee maal op het voetpedaal te trappen op het gewenste tempo. |
De DJX bevat een grote multi-functioneel display waarin u alle belangrijke instellingen van het instrument kunt zien. Het gedeelte hieronder legt in het kort de diverse iconen en indicators in de display uit.

① Mode indicators
Deze geven de huidig geselecteerde mode aan - Voice, Style, Song of Functie - met de mode naam omcirkelt door een afgeronde rechthoek. Wanneer er "STYLE" of "SONG" verschijnt zonder de rechthoek is de corresponderende mode actief in de achtergrond.
In het eerste voorbeeld is er een Style mode geselecteerd.

In het tweede voorbeeld is er een Voice mode geselecteerd maar de Style mode is nog steeds actief in de achtergrond (dit betekent dat de style bedieningen nog steeds aktief zijn en gebruikt kunnen worden om de huidige geselecteerde style af te spelen.)

② Algemene functies
De PortaTone heeft vijf Algemene functies of parameters. De huidig geselecteerde functie wordt aangegeven door een donkere balk die naast de naam (afgedrukt op het paneel) verschijnt.
③ Toetsenbord
Als Part Control (pagina 59) aanstaat, geeft dit de status aan van PART SELECT en PART ON/OFF toetsen. De lagere oktaaf in de display correspondeert met de PART SELECT toetsen; Het geselecteerde deel is donker. Het hogere oktaaf correspondeert met de PART ON/OFF toetsen; Donkere toetsen geven aan dat het corresponderende gedeelte aanstaat.
Dit geeft het huidige maat aan tijdens afspelen van een song fo een stijl en de huidige ingestelde BPM (Tempo) waarde van de song OF stijl.
⑤ Tel indicators
Deze donkere balken (één grote, drie kliene) knipperen beurelings en op maat met de song of style. De grote balk geeft de eerste tel van de maat aan. (Zei pagina 42.)
⑥ Akkoord
Als er een user song (met akkoorden) wordt afgespeeld, geeft dit het huidige grondakkoord en type aan. Het geeft ook de akkoorden die in het PATTERN gedeelte van het toetsenbord weer als de Stijl mode en Pattern Bediening aanstaan.
Dit gedeelte van de display geeft de naam en het nummer van de huidige geselecteerde song, voice of stijl weer. Het geeft ook de naam en de huidige waarde of instelling en de Functie parameters weer, en ook andere belangrijke berichten.
8 Ikoon window
Afhankelijk van de mode of functie die geselcteerd is, geeft dit een aantal symbolen (ikonen) weer en andere berichten om een handig, in één oogopslag informatie over de toestand van de DJX weer. Als er bijvoorbeeld een song of een pattern afgespeeld wordt, geeft dit display het niveau van iedere instrumentale track weer.

Tijdens song opname en het afspelen, geeft dit de status van de tracks weer. (Zie pagina's 82, 86.)
10 GM ikoon
Dit verschijnt als er een GM (General MIDI) voice geselecteerd is. (Zie pagina 26.)

GM System Level 1
"GM System Level 1" is een toevoeging op de MIDI standard die u ervan verzekert dat iedere GM-compatibele muziek music data juist kan worden afgespeeld door iedere GM-compatibele toongenerator, ongeacht de fabriekant. Het GM teken is aangebracht op alle software en hardware produkten die GM System Level 1 ondersteunen. De DJX ondersteunt GM System Level 1.
De Voice mode bevat 270 authentieke voices (inclusief 128 General MIDI voices), plus 15 speciale drum kits — deze zijn allemaal gemaakt met de Yamaha AWM (Advanced Wave Memory) toongenerator. De Voice mode bevat vele krachtige en veelzijdige hulpmiddelen om deze voices te bespelen en te verrijken.
De voices zijn onderverdeeld in een aantal instrumenten categoriëen, die staan voor het gemak afgebeeld op het paneel. Zie, voor een complete lijst van de beschikbare voices, pagina 104.
De Voice mode is eigenlijk onderverdeeld in drie verschillende modes: Main, Dual and Split. In de Main Voice mode (zie pagina 25), kunt u een enkele voice over het gehele bereik van het toetsenbord bespelen. Met de Dual Voice mode (pagina 29) kunt u "lagen" van twee verschillende voices maken voor een rijk, complex geluid. Met de Split Voice mode (pagina 31) kunt u twee verschillende voices oververschillende gedeeltes van het toetsenbord bespelen.
De DJX bevat speciale Drum Kit voices — #141 - #155 — waarmee u een aantal drum- en percussiegeluiden op het toetsenbord kunt bespelen. ((Zie voor meer informatie de Drum Kit Voice tabel op pagina 26.) Er zijn ook symbolen afgebeeld boven het toetsenbord, die gemakkelijk tonen met welke toetsen welke geluiden bespeeld worden.
De DJX bevat ook een "Sampled" voice #284, waarnaar u eigen originele samples opgenomen kunnen worden. (Zie pagina 69.)
FAST ▶ ▶TRACK
1 Selecteer de Voice mode. (Druk op de VOICE knop.)
2 Selecteer een voice (met het numerieke toetsenbord).
U kunt ook een Dual voice en/of een Split voice selecteren:
Dual voice
1 Zet de Dual voice aan. (Druk op de DUAL knop.)
2 Selecteer de Dual voice (vanuit de Function mode).
Split voice
1 Zet de Split voice aan (vanuit de Function mode).
2 Selecteer de Split voice (Functie mode).
EEN VOICE BESPELEN - MAIN VOICE
1 Selecteer de Voice mode.
Druk op de VOICE knop.

flowchart
graph TD
A["FUNCTION"] --> B["SONG"]
B --> C["STYLE"]
C --> D["VOICE"]
Geeft aan dat de Voice mode is geselecteerd.

2 Selecteer het gewenste voice number
met het numerieke toetsenbord. De basis categoriëen van voices met hun nummers worden getoond aan de rechterkant van het paneel. Een complete lijst van de beschikbare voices staat op pagina 104.
Er zijn drie verschillende manieren om voices te selecteren: 1) direct het voice nummer invoeren met het numerieke toetsenbord, 2) gebruik makend van de +/- knoppen om omhoog en omlaag door de voices te lopen, of 3) door op de VOICE knop drukken om door de voice nummers te lopen
Het numerieke toetsenbord gebruiken
Voer de cijfers van het voice nummer, die getoond worden op het paneel, in. Om bijvoorbeeld de voice #42 te selecteren moet u op "4" drukken op het numerieke toetsenbord en vervolgens op "2."


Met de +/- knoppen
Druk op de + knop om het volgende voicenummer te selecteren, en druk op de - knop om de vorige voice te selecteren. Hou één van de knoppen tegelijkertijd ingedrukt om omhoog of omlaag door de nummers te scrollen. De +/- knoppen bevatten een "wrap around" functie.
bijvoorbeeld, druk op de + key van de voice #284 om terug te keren naar #000.

Alle twee cijferige voice nummers kunnen geselecteerd worden zonder een "0" aan het begin. Alhoewel, als er een voice nummer van 1 - 28 geselecteerd word, pauzeert de DJX kort alvorens deze eigenlijk de voice oproept. (Door deze pauze kunt u een drie cijferige voive nummer invoeren, zoals "235." Als u de nummers "2" en daarna "9" invoert dan roept u onmiddelijk voice #29 op, omdat er geen voices van #290 of hoger zijn.)
Als u onmidelijk voices #1 - #28 wilt oproepen, voer dan één of twee nullen voor het nummer in; bijvoorbeeld selecteer voice #9 door "0," "0," en daarna "9" in te drukken. Drukt u alleen een "0" dan wordt de voice niet gewijzigd.
De VOICE knop gebruiken
Druk op de VOICE knop om het volgende voice nummer te selecteren. (Dit functioneert precies hetzelfde als de + knop.)

flowchart
graph TD
A["FUNCTION"] --> B["SONG"]
B --> C["STYLE"]
C --> D["VOICE"]
3 Bespeel de geselecteerde voice.
Herhaal, om naar een andere voice te wijzigen, stap 2 hierboven.

Over Paneel Voices en GM Voices
Hou er rekening mee dat de PortaTone twee apparte sets voices bevat: 100 Paneel voices en 128 GM (General MIDI) Voices. De GM Voices kunnen gebruikt worden voor een optimaal geluid voor GM-compatible song data. Dit betekent dat alle GM song data
(gespeeld vanaf een sequencer of een ander MIDI apparaat) precies zo klinkt zoals de programmeur of componist het bedoelde.
Als er een GM voice geselecteerd is, verschijnt er een General MIDI ikoon in de linker bovenkant van de display.

Als één van de 15 paneel Drum Kit voices geselecteerd zijn kunt u verschillende drums- en percussieinstrumenten op het toetsenbord bespelen.

141Std.Kit.1
Nr. Naam LCD
DRUM KITS
141 Standard Kit 1 Std.Kit1
142 Standard Kit 2 Std.Kit2
ledere voice wordt automatisch opgeroepen met de meest geschikte oktaafbereikinstelling. Dus als u de midden C speelt met één voice kan deze hoger of lager klinken als wanneer u een andere voice op dezelfde toets bespeelt.

Als u een voice selecteert, roept de PortaTone ook automatisch een aantal instellingen op die passen bij de voice. [Dit is waar als de Voice Set (Function #72, page 33) aanstaat— de standaard instelling.]
Functie Parameters — Main Voice
De Functie parameters bevatten belangrijke instellingen van de Main voice. Deze instellingen zijn bijzonder bruikbaar als u een tweede voice gebruikt in de Dual of Split mode, omdat u met deze functie het geluid van de Main voice kunt wijzigen of verrijken, los van de Dual of Split voice. Deze instellingen bevatten:
• Volume
- Reverb Send Level
- Octave
- Chorus Send Level
• Pan
- DSP Effect Send Level
Selecteer en wijzig de Functie parameters:
Druk op de FUNCTION knop en selecteer vervolgens met het numerieke toetsenbord de parameter. Wijzig, nadat "FUNCTION" stopt met knipperen, met het numerieke toetsenbord of de +/- knoppen de instelling te wijzigen. (Voor details, zie pagina 18.)
N.B.
Deze instellingen worden niet opgeslagen als u het instrument uitzet. Als u deze wenst op te slaan moet deze opslaan in een User bank met de Performance Setup functie (pag. 56).
Functie Parameters
| Nr. Parameter Naam Display Naam Bereik/Instelling | Omschrijving | ||
| F01 Main Voice Volume M.Volume 0 — 127 | Dit bepaalt het volume van de Main voice, zodat u een optimale mix kunt creëeren met de Dual or Split voice. | ||
| F02 Main Voice Octave M.Octave -2 — 2 (octaves) | Dit bepaalt het oktaaf bereik van de Main voice. Stel hiermee het meest passende bereik van de Main voice in als u de Split mode gebruikt, of creër in de Dual mode hiermee een oktaaf layer ("laag"). | ||
| F03 Main Voice Pan M.Pan -7 (full left) — 0 (center) — 7 (full right) | Dit bepaalt de pan positie van de Main voice in het stereobeeld. | ||
| F04 Main Voice Reverb M.RevLvl 0 — 127Send Level | Dit bepaalt de hoeveelheid signaal van de Main voice die naar het reverb effect verstuurd wordt. (Zie pagina 34.) Hogere waarden resulteren in een groter Reverb effect. | ||
| F05 Main Voice Chorus M.ChoLvl 0 — 127Send Level | Dit bepaalt de hoeveelheid signaal van de Main voice die naar het Chorus effect verstuurd wordt. (Zie pagina 35.) Hogere waarden resulteren in een groter Chorus effect. | ||
| F06 Main Voice DSP Effect Send Level | M.DspLvl | 0 — 127 | Dit bepaalt de hoeveelheid signaal van de Main voice die naar het DSP effect verstuurd wordt. (Zie pagina 36.) Hogere waarden resulteren in een groter DSP effect. |
TRANSPONEREN EN STEMMEN
U kunt ook de stemming en de transpositie (toonhoogte) van de gehele geluid van de DJX wijzigen met de Transpose en Tuning functies.
Transpose (Transponeren)
Het transponeren bepaalt de toonhoogte van zowel de hoofdvoice als de bass/akkoordbegeleiding van de geselecteerde stijl. Het bepaalt ook de toonhoogte van de songs en de Multi Pads. Hierdoor kunt u gemakkelijk de toonhoogte van de PortaTone afstemmen op andere instrumenten of zanger(essen)s, of in een andere toonsoort spelen zonder uw 'fingering' te wijzigen. De Transpose instellingen kunnen aangepast worden binnen een bereik van ± 12 halve tonen (±1 octaaf).
Selecteer de Transpose functie in het Overall menu.
Druk op de OVERALL ▲/▼ knoppen, indien nodig herhaaldelijk, totdat "Transpos" in de display verschijnt.

2 Wijzig de waarde.
Verhoog of verlaag de Transpose waarde met de OVERALL +/- knoppen. Hou de knop constant ingedrukt om de waarde snel te verhogen of verlagen.

N.B.
De Transpositie- en stemmingsinstellingen hebben geen effect op de Drum Kit voices (#141 - #155).

Default (standaard) Transpose Waarde Terugroepen
Als u de Transpose instelling hebt gewijzigd kunt u in één handeling de standaard (default) instelling "00" terug-roepen door beide OVERALL +/- knoppen tegelijkertijd in te drukken (als Transpose is geselected in het Overall menu).
Stemmen
Het stemmen bepaalt de fijne toonhoogte instelling van zowel de hoofdvoice als de bass/akkoordbegeleiding van de geselecteerde stijl. Het bepaalt ook de toonhoogte van de songs en de Multi Pads. Hiermee kunt u nauwkeurig de stemming afstemmen op andere instrumenten. De Tuning instellingen kunnen aangepast worden binnen een bereik van ± 100 (ongeveer 1halve toon).
1 Selecteer de Tuning functie in het Overall menu.
Druk op de OVERALL ▲/▼ knoppen, indien nodig herhaaldelijk, totdat "Tuning" in de display verschijnt.

2 Wijzig de waarde.
Verhoog of verlaag de Tuning waarde met de OVERALL +/- knoppen. Hou de knop constant ingedrukt om de waarde snel te verhogen of verlagen.


Het oproepen van de Standaard Stemming Waarde
Als u de Stemming instelling heeft gewijzigd, kunt u onmiddellijk de standaard instelling "00" oproepen door tegelijk op beide OVERALL +/- knoppen te drukken (indien Transpose is geselecteerd in het Overall menu).
TWEE VOICES BESPELEN – DUAL VOICE
In de Dual Voice mode kunt u rijke in elkaar verweven geluiden creëeren door twee verschillende voices op elkaar te stapelen — één voice wordt de Main voice, op de normale manier geselecteerd (pagina 25), en de andere Dual voice wordt geselecteerd op de manier zoals hieronder wordt omschreven.
1 Zet de Dual Voice mode aan.
Druk op de DUAL knop.

flowchart
graph TD
A["ARPEGGIATOR"] --> B["REVERB"]
B --> C["DUAL"]
C --> A

Als u op het toetsenbord speelt hoort u de huidige geselecteerde Main and Dual voices.
Druk de DUAL knop nog een keer in, om de Dual mode af te zetten.


De Dual Voice mode kan ook uit- en aangezet worden met een aangesloten voetschakelaar. (Zie pagina 21.)
2 Selecteer de gewenste Dual voice en maak andere instellingen voor de voice (indien gewenst) in de functie mode.
Selecteer en wijzig de Functie parameters:
Druk de FUNCTION knop en selecteer vervolgens met het numerieke toetsenbord het parameternummer. Wijzig, nadat "FUNCTION" stopt met knipperen, met het numerieke toetsenbord of met de +/- knoppen de instelling. (Zie, voor details, pagina 18.) BELANGRIJK
3 De functie mode verlaten.
Druk op één of andere mode knop (SONG, STYLE, or VOICE), als u eenmaal de gewenste instellingen heeft gemaakt.
- Let erop, om de Dual voice goed te horen dat u:
* Een verschillende voice selecteert (#17, Dual Voice).
* Het volume op een aanemelijk niveau instelt (#11, Dual Volume).
N.B.
Deze instellingen worden niet bewaard als u de PortaTone uitzet. Als u de instellingen wenst te bewaren, kunt u dit doen in een User bank met de One Touch Setting functie (pagina 56).
Functie Parameters — Dual Voice
De Functie parameters bevatten alle instellingen van de Dual voice. Net als overeenkomstige instellingen in de Main Voice mode, kunt u met deze instellingen het geluid van de Dual voice apart van de Main voice wijzigen of verrijken. Deze instellingen bevatten:
• Volume
- Octave
- Pan
| Nr. Parameter Naam Display Naam Bereik/Instelling | Omschrijving | ||
| F11 Dual Voice Volume D.Volume 0 — 127 | Dit bepaalt het volume in de Dual voice, hiermee kunt u een optmale mix met de Main voice creëeren. | ||
| F12 Dual Voice Octave D.Octave -2 — 2 (octaves) | Dit bepaalt het oktaaf bereik voor de Dual voice. Creër hiermee een oktaaf layer met de Main voice. | ||
| F13 Dual Voice Pan D.Pan -7 (full left) — 0 (center) — 7 (full right) | Dit bepaalt de pan positie van de Dual voice in het stereo beeld. Zet deze waarde op of ongeveer bij -7 en de Main Voice Pan (pagina 27) op een tegenover-gestelde positieve waarde voor een ruimtelijk geluidseffect. | ||
| F14 Dual Voice Reverb D.RevLvl 0 — 127 Send Level | Dit bepaalt de hoeveelheid van het signaal van de Dual voice die naar het reverb effect verstuurd wordt. (Zie pagina 34.) Hogere waarden resulteren in een groter Reverb effect. | ||
| F15 Dual Voice Chorus D.ChoLvl 0 — 127 Send Level | Dit bepaalt de hoeveelheid van het signaal van de Dual voice die naar het chorus effect verstuurd wordt. (Zie pagina 35.) Hogere waarden resulteren in een groter Reverb effect. | ||
| F16 Dual Voice DSP Effect Send Level | D.DspLvl | 0 — 127 | Dit bepaalt de hoeveelheid van het signaal van de Dual voice die naar het DSP effect verstuurd wordt. (Zie pagina 42.) Hogere waarden resulteren in een groter DSP effect. |
| F17 Dual Voice D.Voice | 0 — 284 | Dit bepaalt de Dual voice. (Zie de lijst op pagina 104.) | |
| F18 Dual On/Off | Dual | on, off | Dit zet de Dual Voice mode on/off. (Dit is dezelfde functie als de DUAL knop. Het kan ook bediend worden met de voetschakelaar; zie pagina 21.) |
TWEE VOICES BESPELEN – SPLIT VOICE
In de Split Voice mode kunt u twee verschillende Voices aan tegenovergestelde gedeelten van het toetsenbord toewijzen en met uw linkerhand één voice bespelen terwijl u met uw rechterhand een andere voice bespeelt. Zo kunt u bijvoorbeeld de bass met uw linkerhand bespelen en de piano met de rechter. De rechterhand (of 'upper') Voice wordt geselecteerd in de Main Voice mode (pagina 25) en de linkerhand (of 'lower') Voice wordt geselecteerd in de Split Voice mode, zoals hieronder wordt omschreven.
Waar de Split voice werkelijk op het toetsenbord gespeeld wordt hangt af van de Part Control en Pattern Control on/off instellingen. Als beide uit staan kan het gehele toetsenbord gebruikt worden voor de Main en Split voices. (Zie, voor details, pagina 13.)

1 Zet de Split voice aan in de Functie parameters (#28).
Druk, om dit te doen, de FUNCTION knop en selecteer vervolgens met het numerieke toetsenbord het parameter nummer 28. Wijzig, nadat "FUNCTION" stopt met knipperen, met de +/- knoppen de instellingen. (Zie, voor details, pagina 18.)
2 Maak andere instellingen voor de Split voice (indien gewenst) in de Functie mode.
3 Verlaat de Functie mode.
Druk, als u eenmaal alle gewenste instellingen heeft gemaakt, op één van de mode knoppen (SONG, STYLE, or VOICE).
BELANGRIJK
- Let erop, om de Dual voice goed te horen dat u:
* De volgende functies uitzet: Part Control (pagina 59) en Pattern Control (pagina 45).
* Het volume op een aannemelijk niveau instelt (#21, Split Volume).
* Het oktaaf aannemelijk instelt (#22 Split Octave). Een bass voice klinkt bijvoorbeeld het beste met een "-1" instelling, terwijl een strings voice het beste klinkt op "1."
* Het gewenste Splitpunt (#29) instelt. In de meeste gevallen is het standaard Splitpunt van "071" geschikt (Main voice begint op midden C). (Zie de "Parameters" lijst hieronder voor details.)
N.B.
Deze instellingen worden niet opgeslagen als u het instrument uitzet. Als u deze wenst op te slaan moet deze opslaan in een User bank met de Performance Setup functie (pag. 56).
Functie Parameters — Split Voice
De Functie parameters bevatten alle instellingen van de Dual voice. Net als de overeenkomstige instellingen in de Main Voice mode, kunt u met deze instellingen het geluid van de Dual voice apart van de Main voice wijzigen of verrijken. Deze instellingen bevatten:
• Volume
- Reverb Send Level
- Split Voice
- Oktaaf
- Chorus Send Level
- Split On/Off
- Pan
- DSP Effect Send Level
- Split Point
Function Parameters
| Nr. Parameter Naam Display Naam Bereik/Instelling | Omschrijving | ||
| F21 Split Voice Volume S.Volume 0 — 127 | Dit bepaalt het volume in de Split voice, hiermee kunt u een optmale mix met de Main voice creëeren. | ||
| F22 Split Voice Octave S.Octave -2 — | 2 (octaves) | Dit bepaalt het oktaaf bereik voor de Split voice. Gebruik dit om het meest passende bereik voor de Split (lager) voice in te stellen. | |
| F23 Split Voice Pan S.Pan -7 (full left) — | 0 (center) —7 (full right) | Dit bepaalt de pan positie van de Split voice in het stereo beeld. Zet deze waarde op of ongeveer op -7 en de Main Voice Pan (pagina 27) op een tegenovergestelde positieve waarde voor een ruimtelijk geluidseffect. | |
| F24 Split Voice Reverb S.RevLvl 0 — 127 Send Level | Dit bepaalt de hoeveelheid van het signaal van de Split voice die naar het reverb effect verstuurd wordt. (Zie pagina 34.) hogere waarden resulteren een groter Reverb effect. | ||
| F25 Split Voice Chorus S.ChoLvl Send Level | 0 — 127 | Dit bepaalt de hoeveelheid van het signaal van de Splitvoice die naar het chorus effect verstuurd wordt. (Zie pagina 35.) hogere waarden resulteren een groter Reverb effect. | |
| F26 Split Voice DSP Effect Send Level | S.DspLvl | 0 — 127 | Dit bepaalt de hoeveelheid van het signaal van de Split voice die naar het DSP effect verstuurd wordt. (Zie pagina 36.) hogere waarden resulteren een groter DSP effect. |
| F27 Split Voice | S.Voice | 0 — 284 | Dit bepaalt de Split voice. (Zie de lijst op pagina 106.) |
| F28 Split On/Off | Split | on, off | Dit zet de Split Voice mode aan/uit. Dit kan ook worden bediend door een aangesloten voetschakelaar. (Zie pagina 21.) |
| F29 Split Point | SplitPnt | 000 — 127 | Dit bepaalt de hoogste toonhoogte voor de Split voice en stelt het Split “punt” in — met andere woorden, de toets die de Split (lagere) en de Main (hogere) voices scheidt. (De Split voice klinkt rechts van het splitpunt, inclusief de Splitpunt toets.) Het standaard Splitpunt is 071 (B3). De waarde kan ook direct worden ingesteld door de gewenste toets in te drukken terwijl deze param-eter is geselecteerd. Terwijl dit wordt ingesteld, produceert het toetsenbord geen geluid. Let erop, nadat u dit heeft ingesteld, dat u een andere parameter selectereert of de Function mode verlaat alvorens iets aanslaat op het toetsenbord.N.B.De Splitpunt instelling is gerelateerd aan, en wordt beïnvloedt door de Accompaniment Split Point instelling. (Zie pagina 54.)Om het gehele toetsenbord voor de Split en Main voices te gebruiken moet u de volgende functies uitzetten: Part Control (pagina 59) en Pattern Control (pagina 45). |
AANVULLENDE VOICE FUNCTIONS – VOICE SET, TOUCH SENSITIVITY EN PITCH BEND RANGE
Voice Set, Touch Sensitivity en Pitch Bend Range zijn drie belangrijke voice gerelateerde parameters en bevinden zich in de Functie parameters.
Als Voice Set (hieronder beschreven in meer detail) wordt aangezet, kunt u automatisch een aantal voice gerelateerde instellingen oproepen die het beste passen bij de geselecteerde voice.
Met Touch Sensitivity (ook hieronder omschreven) kunt u instellen hoe het volume van de PortaTone reageert op uw speelsterkte, hierdoor bereikt u een dynamische, expressieve beheersing over de voices.
Met Pitch Bend Range kunt u de hoeveelheid wijzigingen in toonhoogte instellen als u de PITCH BEND wiel gebruikt. (Zie pagina 7.)
Functie Parameters — Voice Set, Touch Sensitivity en Pitch Bend Range
Selecteer en wijzig de Functie parameters:
Druk op de FUNCTION knop en selecteer vervolgens met phet numereike toetsenbord de parameter nummer. Wijzig, nadat "FUNCTION" stopt met knipperen, met het nummerieke toetsenbord de instelling. (Zie, voor meer details, pagina 18.)
Functie Parameters
| Nr. Parameter Naam Display Naam Bereik/Instelling | Omschrijving |
| F72 Voice Set VoiceSet oFF, on | Als dit aanstaat en u selecteert een voice, wordt ook automatisch de speciale voice gerelateerde parameters en waarden die het beste bij de voice passen opgeroepen. De parameters in de Voice Set zijn:Main Voice — Volume, Octave, PanDual Voice — Number, Volume, Octave, Pan, Reverb Send Level, Chorus Send Level, DSP Send LevelArpeggiator — Type, On/OffMet de paneel ARPEGGIATOR en DUAL knoppen kunt u de respectivelijke functie’s aan- en uitzetten. |
| F73 Touch Sensitivity TouchSns 1 — 3 | Een instelling van “1” resulteert in een beperkte aanslag reactie; deze instelling biedt een relatief klein dynamisch bereik, het maakt niet uit hoe hard u de totesen aanslaat. “2” speelt op een normaal dynamisch bereik (zacht en luid), terwijl “3” is ontworpen voor het spelen van erg zachte passages, dit geeft u een meer contole over het volumebereik. |
| F74 Pitch Bend Range PBRange 1 — 12(semitones) | Dit bepaalt de hoeveelheid toonverlaging of verhoging van de toonhoogte als u het PITCH BEND wiel gebruikt. In de minimale instelling kunt u door het wiel omhoog of omlaag te bewegen, de toonhoogte met een maximum van 1 halvetoon in beide richtingen wijzigen. Op de maximale instelling van 12 wijzigt de toonhoogte in een bereik van ± één oktaaf (12 halvetonen). Het PITCH BEND wiel beïnvloedt alleen de voice die gespeeld wordt in het SPEEL gedeelte van het toetsenbord. |
De PortaTone bevat een groot aantal effecten die het geluid van de voices kunnen verrijken. Er zijn vier algemene categoriëen effecten aanwezig — Reverb, Chorus, DSP en Arpeggiator — en elke categorie bevat vele effecten om uit te kiezen.
Toepassing van de effecten is buitengewoon flexibel. Alle vier de effecten kunnen tegelijkertijd gebruikt worden en de mate van de Reverb, Chorus en DSP effecten kunnen individueel voor elke voice: Main, Dual en Split worden gewijzigd.
FAST ▶ ▶TRACK
1 Zet het effect aan.
2 Stel het effect type in (Functie mode).
3 Stel het effect send niveau voor de gewenste voices in — Main, Dual, Split (Functie mode). (Voor Arpeggiator niet nodig.)
REVERB
Het Reverb effect produceert een natuurlijk "atmosfeer" geluid dat overeenkomt als een instrument gespeeld wordt in een kamer of een concertzaal. Er zijn totaal acht verschillende Reverb types aanwezig, die verschillende ruimten simuleren.
1 Zet het Reverb effect aan
Druk op de REVERB knop.

2 Stel het gewenste Reverb Type (#32) in de Functie mode in.
Selecteer en wijzig de Functie parameters:
Druk op de FUNCTION knop en selecteer vervolgens met het numerieke toetsenbord het parameternummer. Wijzig, nadat "FUNCTION" stopt met knipperen, met het numerieke toetsenbord of met de +/- knoppen de instelling. (Zie, voor details, pagina 18.)
Zie, voor een lijst van de Reverb Types, pagina 39.
HOT TIPS
Reverb Kan ook aan en uit worden gezet met een aangesloten voetschakelaar (pagina 21), of met een Function parameter #31 (pagina 38).
N.B.
- De paneel REVERB aan/uit knop beïnvloedt alleen de voices die op het toetsenbord bespeeld worden. Stel het Reverb Type (#9, pagina 39), als u het Reverb effect voor het algemene PortaTone geluid (inclusief begeleiding en songs) uit wilt zetten, in op "uit."
- Deze instellingen worden niet bewaard als u de DJX uitzet. Als u de instellingen wenst te bewaren, bewaar ze dan in een User bank in de Performance Setup optie (pagina 56).
- Er zijn drie extra Reverb Types aanwezig als de DJX vanaf een MIDI apparaat bestuurt wordt. (Voor details, zie pagina 114.)
3 Stel het Reverb Send Level van de voice(s) in.
De Main, Dual en Split voices kunnen ieder apart op een bepaalde hoeveelheid reverb worden gezet. Doe dit met de de corresponderende Reverb Send Level parameters in de Functie mode (Main: #04, Dual: #14, Split: #24). (Zie pagina's 27, 30, 32.)
4 De Functie mode verlaten.
Druk op één of andere mode knoppen (SONG, STYLE, of VOICE) als u eenmaal alle gewenste instellingen heeft gewijzigd.
N.B.
Als het Reverb Send Level op of bijna op "000" wordt gezet, dan hoort u het Reverb effect niet.
CHORUS
Met het Chorus effect kunt u het geluid van een voice verrijken met pitch modulatie. Twee basis types zijn aanwezig: Chorus en Flanger. Chorus genereert een dikker, warmer en een meer levendig geluid, terwijl Flanger een bewegend, metalig effect genereert. Er zijn totaal vier Chorus type's beschikbaar.
1 Zet het Chorus effect (#33) aan en stel het Chorus Type (#34) in de Function mode in.
Selecteer en wijzig de Functie parameters:
Druk op de FUNCTION knop en selecteer vervolgens met het numerieke toetsenbord het parameternummer. Wijzig, nadat "FUNCTION" stopt met knipperen, met het nummerieke toetsenbord de instelling. (Zie, voor meer details, pagina 18.)
Zie, voor een lijst met Chorus Types, pagina 39.
2 Stel het Chorus Send Level voor de gewenste voice(s) in.
De Main, Dual en Split voices kunnen ieder apart op een bepaalde hoeveelheid Chorus worden gezet. Doe dit met de corresponderende Chorus Send Level parameters in de Functie mode (Main: #05, Dual: #15, Split: #25). (Zie pagina's 27, 30, 32.)
3 De Functie mode verlaten.
Druk op één van de mode knoppen (SONG, STYLE, of VOICE) als u eenmaal alle gewenste instellingen heeft gewijzigd.
HOT TIPS
Het Chorus effect kan ook worden aan- en uitgezet met een aangesloten Voetschakelaar. (Zie pag. 21.)
N.B.
- Het Chorus effect voorziet alleen de voices die op het toetsenbord worden bespeeld van effect.
- Deze instellingen worden niet bewaard als u de DJX uitzet. Als u de instellingen wenst te bewaren, bewaar ze dan in een User bank in de Performance Setup functie (pagina 56).
- Als de DJX door een ander MIDI apparaat bestuurt wordt zijn er drie toegevoegde Chorus Types beschikbaar. (Zie voor details, pag. 114.)
N.B.
Als het Chorus Send Level op of bijna op "000" wordt gezet dan hoort u het Chorus effect niet.
DSP
Het DSP effect gedeelte bevat vele reverb en chorus effecten, en een overvloed aan andere bruikbare dynamische effecten voor het wijzigen en verrijken van de voices. Deze effecten bevatten o.a. reverse gate reverb, phaser, rotary speaker, tremolo, echo, delay, distortion, equalization en wah. Totaal 33 DSP type's zijn beschikbaar.
1 Zet het DSP effect (#35) aan en stel het Chorus Type (#36) in de Function mode in.
Selecteer en wijzig de Functie parameters:
Druk op de FUNCTION knop en selecteer vervolgens met phet numerieke toetsenbord het parameternummer. Wijzig, nadat "FUNCTION" stopt met knipperen, met het nummerieke toetsenbord de instelling. (Zie, voor meer details, pagina 18.)
Zie, voor een lijst met DSP Types, pagina 39.
2 Stel het DSP Send Level voor de gewenste voice(s) in.
De Main, Dual en Split voices kunnen ieder apart op een bepaalde hoeveelheid DSP worden gezet. Doe dit met de corresponderende DSP Send Level parameters in de Functie mode (Main: #06, Dual: #16, Split: #26). (Zie pagina's 27, 30, 32.)
3 De Functie mode verlaten.
Druk op één of andere mode knoppen (SONG, STYLE, of VOICE) als u eenmaal alle gewenste instellingen heeft gewijzigd.
HOT TIPS
Het DSP effect kan ook aan en uit worden gezet met een aangesloten voetschakelaar. (Zie pagina 21.)
N.B.
- Het DSP effect heeft alleen invloed op de voices die op het toetsenbord bespeeld worden.
- Deze instellingen worden niet bewaard als u de DJX uitzet. Als u de instellingen wenst te bewaren, bewaar ze dan in een User bank in de Performance Setup functie (pagina 56).
- Als de DJX door een MIDI apparaat wordt aangestuurd zijn er achtien toegevoegde DSP Types beschikbaar. (Zie voor details, pagina 114.)
N.B.
Als het DSP Send Level op een waarde van of bijna"000" wordt gezet hoort u het DSP effect niet.
ARPEGGIATOR
Met het Arpeggiator effect kunt u automatisch een aantal patterns en arpeggios in de Main voice creëeren, hou hiervoor één of meer toetsen in het SPEEL gedeelte van het toetsenbord vast. Totaal zestien verschillende Arpeggiator typen zijn beschikbaar.
De snelheid van de Arpeggiator hangt af van de BPM instelling (pagina 41). De snelheid kan ook bediend worden terwijl u speelt met de ASSIGN knop of de RIBBON CONTROLLER (als één van beide knoppen althans op "Arpeggiator Speed" staat; zie pagina's 64 en 67).
1 Zet het Arpeggiator effect aan
Druk op de ARPEGGIATOR knop.

2 Stel het Arpeggiator Type (#38) in de Functie mode in.
Selecteer en wijzig de Functie parameters:
Druk op de FUNCTION knop en selecteer vervolgens met het numerieke toetsenbord het parameter nummer. Wijzig, nadat "FUNCTION" stopt met knipperen, met het numerieke toetsenbord of met de +/- knoppen de instelling. (Zie, voor details, pagina 18.)
Zie, voor een lijst van de Reverb Types, pagina 38.
3 De Functie mode verlaten.
Druk op één of andere mode knoppen (SONG, STYLE, of VOICE) als u eenmaal alle gewenste instellingen heeft gewijzigd.
Functie Parameters — Effecten
De Effect Functie parameters bevatten alle effect gerelateerde instellingen (met de uitzondering van de Send parameters in de Main, Dual en Split gedeelten). Deze instellingen bevatten:
- De DJX bevat ook een Arpeggiator Hold functie die u met een aangesloten voetschakelaar kunt aktiveren, zelfs als u uw handen van het toetsenbord haalt. (zie pagina 21.)
- Het Arpeggiator effect kan ook aan en uit gezet worden met een aangesloten voetschakelaar (pag. 21), of met de Functie parameter #37 (pag. 38).
N.B.
- Deze instellingen worden niet bewaard als u de DJX uitzet. Als u de instellingen wenst te bewaren, bewaar ze dan in een User bank in de Performance Setup functie (pagina 56).
- Als de toetsen worden vastgehouden als de Arpeggiator aanstaat, begint het Arpeggiator effect alleen als een andere toets wordt aangeslagen. Als de toetsen worden ingehouden als de Arpeggiator uitstaat blijft het effect klinken totdat alle toetsen worden losgelaten.
Functie Parameters
| Nr. Parameter Naam Display Naam Bereik/Instellingen | Omschrijving | ||
| F31 Reverb On/Off Reverb on, off | Dit zet het Reverb effect aan/uit. (Dit is de zelfde functie als dat van de REVERB knop. Het kan ook bediend worden met een aangelsoten voetschakelaar; zie pagina 21.) | ||
| F32 Reverb Type RevType (See “Reverb Type” list below.) | (Zie “Reverb Type” lijst hieronder.) | ||
| F33 Chorus On/Off Chorus on, off | Dit zet het Chorus effect aan/uit. Dit kan ook bediend worden met een aangesloten voetschakelaar. (Zie pagina 21.) | ||
| F34 Chorus Type ChoType (See “Chorus Type” list below.) | (Zie “Chorus Type” lijst hieronder.) | ||
| F35 DSP On/Off Dsp on, off | Dit zet het DSP effect aan/uit. (Dit is de zelfde functie als dat van de REVERB knop. Het kan ook bediend worden met een aangelsoten voetschakelaar; zie pagina 21.) | ||
| F36 DSP Type | DspType | (See “DSP Type” list below.) | (Zie “DSP Type” lijst hieronder.) |
| F37 Arpeggiator On/Off | Arpgator on, off | Dit zet het Arpeggiator effect aan/uit. (Dit is de zelfde functie als dat van de ARPEGGIATOR knop. het kan ook bediend worden met een aangesloten voetschakelaar;zie pagina 21.) | |
| F38 Arpeggiator Type | ArpgType | (See “Arpeggiator Type” list below.) | (Zie “Arpeggiator Type” lijst hieronder.) |
■ Effect Types
Arpeggiator Types
| Nr. | Naam | LCD Display | Omschrijving |
| 1 | Techno-A | Techno-A | Typisch Eurobeat techno pattern. |
| 2 | Techno-B | Techno-B | Typisch UK techno pattern. |
| 3 | Techno-C | Techno-C | Typisch Japanese techno pattern. |
| 4 | Techno-D | Techno-D | Typisch German techno pattern. |
| 5 | Dance/House | DAHouse | Syncopische dance of house muziek pattern. |
| 6 | Syncopation | Syncopa | Syncopisch pattern met extreme oktaaf sprongen. |
| 7 | BaseLine | BaseLine | Arpeggio pattern in het byzonder geschikt voor bass. (Het beste met één of twee tonen.) |
| 8 | Echo | Echo | Two-maat pattern met echo effect. |
| 9 | Techno echo TekkEcho | Techno pattern met echo effect. | |
| 10 | Sweep | Sweep | Two-maat pattern met extreme oktaaf sprongen. |
| 11 | Pulse | Pulse | Two-maat pattern met extreme oktaaf sprongen, werkt goed met één toon vastgehouden in een lager oktaaf (voor bass pulsen). |
| 12 | Up | Up | Arpeggio pattern van stijgende tonen (voor alle vastgehouden tonen). |
| 13 | Down | Down | Arpeggio pattern van dalende tonen (voor alle vastgehouden tonen). |
| 14 | Up & Down (A) | UpDownA | Arpeggio pattern (versie A) van dalende en stijgende tonen (voor alle vastgehouden tonen). |
| 15 | Up & Down (B) | UpDownB | Arpeggio pattern (versie B) van dalende en stijgende tonen (voor alle vastgehouden tonen). |
| 16 | Random | Random | Willekeurige arpeggio pattern (voor alle vastgehouden tonen). |
Reverb Typen
| Nr. Reverb Display Type Naam | Omschrijving |
| 1 Hall 1 Hall12 Hall 2 Hall2 | Concertzaal reverb. |
| 3 Room 1 Room14 Room 2 Room2 | Kleine kamer reverb. |
| 5 Stage 1 Stage16 Stage 2 Stage2 | Reverb voor solo instrumenten. |
| 7 Plate 1 Plate18 Plate 2 Plate2 | Gesimuleerde stalen plaat reverb. |
| 9 Off Off | Geen effect. |
Chorus Typen
| Nr. Chorus Display Type Naam | Omschrijving |
| 1 Chorus 1 Chorus12 Chorus 2 Chorus2 | Conventioneel chorus programma met een rijke, warme chorus. |
| 3 Flanger 1 Flanger14 Flanger 2 Flanger2 | Uitgesproken drie fase modulatie met een klein metalen geluid. |
| 5 Off Off | Geen effect. |
DSP Typen
| Nr. DSP DisplayType Naam | Omschrijving | |
| 1 Hall 1 Hall12 Hall 2 Hall2 | Concertzaal reverb. | |
| 3 Room 14 Room 2 | Room1Room2 | Kleine kamer reverb. |
| 5 Stage 16 Stage 2 | Stage1Stage2 | Reverb voor solo instrumenten. |
| 7 Plate 18 Plate 2 | Plate1Plate2 | Gesimuleerde stalen plaat reverb. |
| 9 Early Reflection 1 ER110 Early Reflection 2 ER2 | Alleen vroege reflecties. | |
| 11 Gate Reverb | Gate1 | Gated reverb effect, waarin de reverb snel wordt afgesneden voor special effects. |
| 12 Reverse Gate | Gate2 | Gelijk aan het Gate Reverb, maar met een omgedraaide verhoging van reverb. |
| 13 Chorus 114 Chorus 2 | Chorus1Chorus2 | Conventioneel chorus programma met een rijke, warme chorus. |
| 15 Flanger 116 Flanger 2 | Flanger1Flanger2 | Uitgesproken drie fase modulatie met een klein metalen geluid. |
| 17 Symphonic | Symphony | Bijzonder rijke & vette chorus. |
| 18 Phaser | Phaser | Uitgesproken, metalen modulatie met een periodieke fase wijziging. |
| 19 Rotary Speaker 120 Rotary Speaker 2 | Rotary1Rotary2 | Roterende luidspreker simulatie. |
| 21 Tremolo 122 Tremolo 2 | Tremolo1Tremolo2 | Rijk Tremolo effect met volume en toonhoogte modulatie. |
| 23 Guitar Tremolo | Tremolo3 | Gesimuleerde electrische gitaar tremolo. |
| 24 Auto Pan | AutoPan | Verschillende pan effecten die automatisch de positie van het geluid verschuiven (links, rechts, voor, achter). |
| 25 Auto Wah | AutoWah | Herhaalde filter veeg “wah” effect. |
| 26 Delay Left - Center - Right | DelayLCR | Drie onafhankelijke delays, voor links, rechts en midden stereo posties. |
| 27 Delay Left - Right | DelayLR | Delay voor ieder stereo kanaal in het begin en twee appartate feedback delays. |
| 28 Echo | Echo | Stereo delay, met onaghankelijke feedback niveau instellingen voor ieder kanaal. |
| 29 Cross Delay | CrossDly | Complex effect die de delayed herhalingen laat “botsen” tussen de linker en rechter kanalen. |
| 30 Distortion Hard | D Hard | Hard-edge distortion. |
| 31 Distortion Soft | D Soft | Soft, warm distortion. |
| 32 EQ Disco | EQ Disco | Equalizer effect die de hoge en loga frequenties opblaast, die typisch is in disco muziek. |
| 33 EQ Telephone | EQ Tel | Equalizer effect die de hoge en lage frquenties afsnijt, om het geluid te simuleren die u hoort door een telefoon. |
| 34 Off | Off | Geen effect. |
SONG AFSPELEN— DE SONG MODE
De Song mode bevat zes songs — drie demo's, gecreëerd om de rijke en dynamische geluiden van de DJX te demonstreren, en drie User (gebruikers) songs waarin u uw eigen spel kunt opnemen.
De demo's zijn hoofdzakelijk voor uw plezier; alhoewel u ook kunt meespelen op het toetsenbord.
De User songs zijn "leeg" en kunnen niet afgespeeld worden tot er iets in wordt opgenomen. (Voor instructies voor het opnemen van uw eigen songs, zie pagina 80.)
Song Afspeel Display
Als Part Control aanstaat, geeft dit de status aan van de PART SELECT en PART ON/OFF knoppen. (Zie pagina 60.)
Huidige maat
Song nummer; "All" geeft aan dat alle songs in volgorde worden afgespeeld.

Als er User songs gespeeld worden (opgenomen met Chord track), geeft dit de naam van het huidige akkoord weer.
"Level meters" toont data van het spel opgenomen op iedere track.
Geeft de tracks aan die momenteel worden afgespeeld. (Deze kunnen beurtelings worden gemute en worden aangezet tijdens het afspelen door op de corresponderende SONG MEMORY knoppen te rukken.)
FAST ▶▶ ▶TRACK
1 Selecteer de Song mode. (Druk op de SONG knop.)
2 Selecteer een song (met het numerieke toetsenbord).
3 Start (en stop) het afspelen van een song (met de START/STOP knop).
SELECTEER EEN SONG EN SPEEL DEZE AF
1 Selecteer de Song mode.
Druk op de SONG knop.

2 Selecteer het gewenste song nummer
met het numerieke toetsenbord.
Songnummers kunnen op dezelfde manier geselecteerd worden als de voices (zie pagina 25). Selecteer met het numerieke toetsenbord direct het songnummer, loop met de +/- knoppen omhoog en omlaag door de songs, of druk op de SONG knop om door de song nummers te lopen.

3 Start de geselecteerde song.
Druk op de START/STOP knop. Als de song wordt afgespeeld wordt de maat en de akkoorden getoond in de display.

4 Als u een song wilt wijzigen, herhaal dan stap 2 hierboven.
5 Stop de song.
Druk op de START/STOP knop. Als het afspelen gestart was door het in-drukken van de START/STOP knop, dan stopt de geselecteerde stop onmid-dellijk.
HOT TIPS
- U kunt met de huidig geselecteerde voice, of zelfs met een andere geselecteerde voice de song meespelen. Roep de Voice mode op terwijl de song afspeelt en selecteer de gewenste voice.
- Start/stop kan ook bediend worden met een aangesloten voetschakelaar. (Zie pagina 21.)
HET BPM WIJZIGEN (TEMPO)
Het BPM (Tempo) van het afspelen van een song (en pattern) kan worden gewijzigd over een bereik van 32 - 280 bpm (beats per minute).
1 Selecteer de BPM functie in het Overall menu.
Druk één van de OVERALL ▲/▼ knoppen in, herhaaldelijk indien nodig, totdat "BPM" in de display verschijnt.

2 Wijzig de waarde.
Verhoog of verlaag de BMP waarde met de OVERALL +/- knoppen. Houdt u één van de knoppen ingedrukt dan verhoogt of verlaagt de waarde continue.

De Standaard BMP Waarde Opnieuw Oproepen.
Iedere song en stijl is voorzien van een standaard BPM waarde. Als u de BPM gewijzigd heeft, kunt u de originele standaard instelling oproepen door beide OVERALL +/- knoppen tegelijkertijd in te drukken (als BPM geselecteerd is in het Overall menu).
De BPM (Tempo) van een song of stijl keert ook terug naar de standaard instelling als u een andere song of stijl selecteert. (De ingestelde BPM blijft echter gehandhaafd als u tijdens het afspelen stijlen wisselt.) Als u de DJX aanzet, wordt de BPM (Tempo) automatisch ingesteld op 142 bpm.
OVER HET BEAT DISPLAY
Dit gedeelte van de display geeft een makkelijk en gemakkelijk te begrijpen overzicht van het afspelen van het ritme van de song en de stijl. De donkere balken onder het naam gedeelte in de display knippert op de maat. De eerste balk geeft de eerste tel van de maat aan, en de andere balken knipperen beurtelings om de volgende maten aan te geven.

HET SONG VOLUME WIJZIGEN
Het volume van het afspelen kan worden gewijzigd. Deze volume parameter heeft alleen invloed op de song volume. Het volume bereik loopt van 000 - 127.
1 Het Song volume selecteren in het Overall menu.
Druk één van de OVERALL ▲/▼ knoppen, herhaaldelijk indien nodig, in totdat er "SongVol" in de display verschijnt.

2 De waarde wijzigen.
Met de OVERALL +/- knoppen kunt u Song Volume waarde verhogen of verlagen. Houdt u constant één van de knoppen in dan verhoogt of verlaagt u de waarde in hoog tempo.

De Standaard waarde opnieuw oproepen
Druk, om de standaard Song Volume waarde (100) opnieuw op te roepen, beide OVERALL +/- knoppen tegelijkertijd in (als Song Volume is geselecteerd in het Overall menu).
N.B.
Het Song Volume kan niet gewijzigd worden als de Song mode niet actief is. (Deze functie wordt begeleiding Volume als de Stijl mode actief is.)
PATTERNS – DE STYLE MODE
De Stijl mode bevat een overvloed aan opwindende, dynamische patterns — inclusief ritme, beats en instrumentale gedeelten — praktisch het gehele spectrum van dance en moderne muziek!
Er zijn totaal 100 verschillende stijlen beschikbaar, in een aantal dance muziek genres. Iedere stijl bestaat uit aparte "gedeelten" — Lead In, Beat A en B (met Break Outs) en Lead Out — hierdoor kunt u verschillende gedeelten oproepen als u speelt. Iedere stijl bevat ook zijn eigen "begeleiding" voice selectie — die als u een stijl selecteert, het beste passende voice voor die stijl automatisch oproept.
De pattern onderdelen die in de stijlen zijn ingebouwd geven u de opwinding van een volledig instrumentale achtergrond voor uw spel. Die maken het ook mogelijk om de achtergrond bass, chords en andere frases gemakkelijk te bedienen — door alleen maar enkele tonen of akkoorden in het PATTERN gedeelte van het toetsenbord te spelen. (Zie pagina 50.)
FAST ▶ ▶TRACK
1 Selecteer de Stijl mode. (Druk op de STYLE knop.)
2 Selecteer een stijl (met het numerieke toetsenbord).
3 Zet de Pattern Control aan (als het al niet aanstaat).
4 Start de pattern. (Druk op de START/STOP knop of gebruik de Sync-Start functie.)
5 Stop de pattern. (Druk één van deze knoppen in: START/STOP, LEAD IN/LEAD OUT, of SYNC-START.)
SELECTEER EEN STIJL EN SPEEL DE PATTERN
1 Selecteer de Stijl mode.
Druk op de STYLE knop.

flowchart
graph TD
A["FUNCTION"] --> B["SONG"]
B --> C["STYLE"]
C --> D["VOICE"]

2 Selecteer het gewenste stijl nummer
met het numerieke toetsenbord. De basis categorieën van stijlen en hun nummers worden getoond aan de linkerkant van het paneel. Een complete lijst van de beschikbare stijlen is gegeven op pagina 111.

Stijlnummers kunnen geselecteerd worden op dezelfde manier als de voices (zie pagina 25). U kunt met het numerieke toetsenbord direct het nummer invoeren, gebruik de +/- knoppen om omhoog en omlaag door de parameters te lopen, of druk op de STYLE knop om door de parameter nummers te lopen.
3 Zet Pattern Bediening aan (als het al niet aanstaat).
Druk, als Pattern Control uitstaat ("----" verschijnt in het Pattern Bedieningsgedeelte van het ikoon window), op de PATTERN CONTROL knop om deze aan te zetten.

4 Start de pattern.
U kunt dit op de volgende manieren doen:
Druk op de START/STOP knop
De pattern begint onmiddellijk met spelen. De huidige geselecteerde Beat A of B gedeelte speelt.

Druk op de overeenkomstige knop om het Beat A of B gedeelte te selecteren — BEAT A of BEAT B — alvorens de START/STOP knop in te drukken. (Het ikoon gedeelte van de display toont kort de letter van het geselecteerde gedeelte: "A" or "B.")


Start/stop kan ook bedient worden door een aangesloten voetschakelaar. (Zie pagina 21.)
Sync-Start Gebruiken
De DJX bevat ook een Sync-Start functie waarmee u de pattern kunt starten door een toets aan te slaan op het toetsenbord. Druk, om Sync-Start te gebruiken, eerst op de SYNC-START knop (de tel balken onder de naam knipperen allemaal om aan te geven dat de Sync-Start stand-by is) en sla vervolgens een willekeurige toets aan op het toetsenbord in het PATTERN gedeelte.

Starten met een Lead In gedeelte
ledere stijl bevat zijn eigen twee- of vier-maat Lead In gedeelte. Veel van de Lead In gedeelten bevatten ook speciale akkoord wijzigingen en verfraaiingen om uw spel te verrijken.
Te beginnen met het Lead In gedeelte:
1) Druk de BEAT A of BEAT B knop — om het gedeelte (A of B) te selecteren die de Lead In volgt.

2) Druk op LEAD IN knop.

Druk, om werkelijk het Lead In gedeelte en pattern te starten, op de START/STOP knop.
Als eenmaal het Lead In gedeelte klaar is, toont het ikoon gedeelte van de display kort de letter "A" of "B" om aan te geven dat het geselecteerde Beat gedeelte speelt.
N.B.
Sync-Start Wordt automatisch op stand-by ingestelt als:
* De DJX aanstaat.
* Part Control (pagina
59) aanstaat.

Lead In kan ook worden bediend door een aangesloten voet- schakelaar. (Zie pagina 21.)
Over het Tel Display
De donkere balken onder de stijlnaam in de display knipperen op tijd met het huidige tempo tijdens het afspelen (of Sync-Start standby) van de pattern. De knipperende balken bieden een visuele indicatie van tempo en maatsoort van de pattern. (Zie, voor meer informatie, pagina 42.)
5 Stop de pattern.
U kunt dit op twee manieren doen:
Druk op de START/STOP knop
De pattern stopt gelijk met spelen.
Een Lead Out gedeelte gebruiken
Druk op de LEAD IN/LEAD OUT knop. De pattern stopt nadat het Lead Out gedeelte klaar is.
Druk op de SYNC-START knop
Dit stopt de pattern onmiddelijk en schakelt automatisch de Sync-Start in, hierdoor kunt u de pattern opnieuw starten door een akkoord te spelen of een toets in het PATTERN gedeelte aan te slaan op in toetsenbord.
HOT TIPS
- Start/stop en Lead Out kunnen ook bediend worden door een aangesloten voetschakelaar. (Zie pagina 21.)
- Om het Lead Out gedeelte in stappen te verlagen terwijl het speelt, druk snel twee maal op de LEAD IN/LEAD OUT knop.
PATTERN KNOPPEN
Als de Stijl mode actief is, functioneren de paneelknoppen onder de display als Pattern knoppen.
Het drukken op deze knop zet het PATTERN gedeelte op het toetsenbord beurtelings aan en uit. Als Pattern Control uitstaat kan het toetstenbord niet gebruikt worden om akkoorden te wijzigen in de pattern.
Het drukken op deze knop start en stopt beurtelings het afspelen van de 1 pattern.
Het drukken op deze knop selecteert het Beat A gedeelte, of voegt een Break Out A gedeelte toe. (Zie pagina 48.)

PATTERN GEDEELTEN (BEAT A, BEAT B EN BREAK OUTS)
Terwijl de pattern speelt kunt u variatie toevoegen door op één van de BEAT A/B (BREAK OUT) knoppen te drukken. Dit speelt automatisch één van de vier Break Out gedeelten, en vloeit een beetje over in het volgende gedeelte — zelfs als het hetzelfde gedeelte is.

ledere stijl heeft vier verschillende Break Out gedeelten die in de volgende omstandigheden afspelen:
- Beat A → Beat A (Break Out "AA")
- Beat A → Beat B (Break Out "AB")
- Beat B → Beat A (Break Out "BA")
- Beat B → Beat B (Break Out "BB")
HOT TIPS
Deze functie kan ook bediend worden door een aangesloten voetschakelaar. (Zie pagina 21.)
N.B.
Als u op de BEAT A of B knop drukt, begint het Break Out onmiddelijk en nieuwe geselecteerde gedeelte (A of B) begint werkelijk met spelen vanaf het begin van de volgende maat, tenzij de BEAT A of B knop wordt ingedrukd tijdens de laatste tel van de maat — in dit geval begint de Break Out vanaf de eerste tel van de volgende maat.
HET BPM WIJZIGEN (TEMPO)
Het BPM (Tempo) van het afspelen van een song (en pattern) kan worden gewijzigd in een bereik van 32 - 280 bpm (beats per minute). Zie pag. 41 voor instructies over het wijzigen van de BPM (Tempo).
N.B.
ledere stijl bevat een standaard BPM (Tempo). (Zie, voor instructies over het oproepen van de standaard BPM, pagina 42.) Als het afspelen van een pattern wordt gestopt en een nieuwe stijl wordt geselecteerd, keert de BPM instelling terug naar de standaard instelling van de nieuwe stijl. Als er tijdens het afspelen tussen de stijlen wordt gewisseld blijft de laatste BPM instelling gehandhaafd. (Hierdoor kunt u dezelfde BPM houden, zelfs als u de stijlen wijzigt.)
HET PATTERN VOLUME WIJZIGEN
Het afspeelvolume van de pattern kan gewijzigd worden. Het wijzigen van het volume beïnvloedt alleen het pattern volume. Het volumebereik loopt van 000 - 127.
1 Selecteer de Pattern Volume functie in het Overall menu.
Druk op één van de OVERALL ▲/▼ knoppen, herhaaldelijk indien nodig, totdat er "PtrnVol" in de display verschijnt.

2 Wijzig de waarde.
Met de OVERALL +/- knoppen kunt u de waarde van het Pattern Volume verhogen of verlagen. Houdt één van de beide knoppen ingedrukt om de waarde te verhogen of te verlagen.

De standaard waarde opnieuw oproepen Druk tegelijkertijd, om de standaard waarde van het begeleidingsvolume (100) opnieuw op te roepen, op beide OVERALL +/- knoppen (als begeleidingsvolume geselecteerd is in het Overall menu).
N.B.
Pattern Volume kan niet gewijzigd worden als de Stijl mode niet actief is.
FINGERING
Als Pattern Control aan staat (page 45), creëert de DJX automatisch de begeleiding tracks — drums, percussie, bass, akkoorden, hits en andere frases — en wijzigen de akkoorden van de begeleiding gelijk met u mee. Alles wat u hoeft te doen is enkele tonen of akkoorden in het PATTERN gedeelte van het toetsenbord te spelen — en de DJX volgt u!
Natuurlijk, kunt u volle akkoorden spelen (zoals getoond in de tabel hieronder), en het antwoord van de pattern wijzigt harmonisch. Als u enkele tonen speelt, produceert de DJX automatisch de akkoorden die gebaseerd zijn op de grondtoon die u speelt en die het passen bij de geselecteerde stijl.

Alle uit 1 toon bestaande akkoorden in de Techno stijl (#001) zijn mineur, alle akkoorden voor Trip Hop (#002) zijn mineur 7e 11e, enz. Hierdoor kunt u snel en makkelijk de meest muzikaal bruikbaar en stilistisch toegewezen akkoord wijzigen spelen — door een enkele toets aan te slaan!
De tabel hieronder toont de types van de akkoorden die herkend worden, met de C toets als voorbeeld. Als Part Control aanstaat, kan het bereik van het PATTERN gedeelte te smal zijn voor een juiste herkenning van de volgende akkoorden in alle twaalf toetsen. Zet Part Control uit, voor het beste resultaat, als u volle akkoorden speelt in het PATTERN gedeelte. (Zie pagina 59.)
N.B.
- Als u een vol akkoord speelt kan het voorkomen dat het pattern akkoord niet wijzigt zoals verwacht. Bijvoorbeeld, speelt u een majeur septime akkoord dan wijzigt het akkoord van de pattern die een mineur en een dominante zevende frases en lijnen bevat niet.
- Akkoorden die gespeeld worden in het PATTERN gedeelte van het toetsenbord worden ook waargenomen en worden gespeeld als de pattern stopt. Dit biedt u in feite een "split toetsenbord," met bass en akkoorden in de linker hand en de normaal geselecteerde voice in de rechter.
Herkende Akkoorden (Grondtoon: C)

* Pauzes die noten bevatten zijn optioneel; de akkoorden worden zonder de noten herkent.
| Akkoordnaam (afkorting) Normale vingerzetting | Akkoord | Display | ||
| Majeur 1 - 3 - 5 C C | ||||
| none 1 - 2 - 3 - 5 C(9) C(9) | ||||
| sext 1 - (3) - 5 - 6 C6 C6 | ||||
| sext met toegevoegde none 1 - 2 - 3 - (5) - 6 C6(9) C6(9) | ||||
| majeur septime 1 - 3 - (5) - 7 of | CM7 | CM7 | ||
| 1 - (3) - 5 - 7 | ||||
| majeur none | 1 - 2 - 3 - (5) - 7 CM7(9) | CM7(9) | ||
| majeur overmatig undecime | 1 - 2 - 3 - #4 - (5) - 7 of | CM7#11 | CM7#11 | |
| 1 - (2) - 3 - #4 - 5 - 7 | ||||
| verminderde kwint | 1 - 3 - b5 | C(b5) C(b5) | ||
| majeur septime verminderde kwint | 1 - 3 - b5 - 7 | CM7b5 | CM7b5 | |
| toegevoegde kwart | 1 - 4 - 5 Csus4 | Csus4 | ||
| vermeerderd | 1 - #3 - 5 | Caug | Caug | |
| vermeerderd majeur septime | 1 - (3) - #5 - 7 | CM7aug | CM7aug | |
| mineur | 1 - b3 - 5 | Cm | Cm | |
| mineur met toegevoegde none | 1 - 2 - b3 - 5 | Cm(9) | Cm(9) | |
| mineur sext | 1 - b3 - 5 - 6 | Cm6 | Cm6 | |
| mineur septime | 1 - b3 - (5) - b7 Cm7 | Cm7 | ||
| mineur septime met toegevoegde none | 1 - 2 - b3 - (5) - b7 | Cm7(9) | Cm7(9) | |
| mineur undecime | 1 - (2) - b3 - 4 - 5 - (b7) | Cm7_11 | Cm7 11 | |
| mineur majeur septime | 1 - b3 - (5) - 7 | CmM7 | CmM7 | |
| mineur majeur septime met toegev. none | 1 - 2 - b3 - (5) - 7 | CmM7(9) | CmM7(9) | |
| mineur septime verminderde kwint | 1 - b3 - b5 - b7 | Cm7b5 | Cm7b5 | |
| majeur mineur verminderde kwint 1 - b3 - b5 - 7 | CmM7b5 | CmM7b5 | ||
| verminderd | 1 - b3 - b5 | Cdim | Cdim | |
| verminderd septime | 1 - b3 - b5 - 6 | Cdim7 | Cdim7 | |
| septime | 1 - 3 - (5) - b7 of | C7 C7 | ||
| 1 - (3) - 5 - b7 | ||||
| verminderd none | 1 - b2 - 3 - (5) - b7 | C7(b9) | C7(b9) | |
| verminderd tredecime | 1 - 3 - 5 - b6 - b7 | C7b13 | C7b13 | |
| septime met toegevoegde none 1 - 2 - 3 - (5) - b7 | C7(9) C7(9) | |||
| overmatig undecime | 1 - 2 - 3 - #4 - (5) - b7 of | C7#11 | C7#11 | |
| 1 - (2) - 3 - #4 - 5 - b7 | ||||
| tredecime | 1 - 3 - (5) - 6b - 7 | C7(13) | C7(13) | |
| kleine none | 1 - #2 - 3 - (5) - b7 | C7(#9) | C7(#9) | |
| septime verminderde kwint | 1 - 3 - b5 - b7 | C7b5 | C7b5 | |
| vermeerderd septime | 1 - 3 - #5 - b7 | C7aug | C7aug | |
| septime met toegevoegde kwart | 1 - 4 - (5) - b7 | C7sus4 | C7sus4 | |
| 1 + 2 + 5 | 1 - 2 - 5 C1+2+5 | C1+2+5 | ||
N.B.
- Tonen in pauze kunne worden weggelaten.
- Als u drie aangrensende toetsen speelt (inclusief de zwarte toetsen), wordt het geluid van de akkoord geannuleerd en alleen de ritme instrumenten spelen door (CHORD CANCEL functie).
- Het spelen van twee dezelfde grondtoetsen in de aangrenzende octaven geven een pattern die alleen gebaseerd is op de root.
- Een perfecte vijfde (1 + 5) genereert alleen begeleiding gebaseerd in de root en vijfde, die kan gebruikt worden met beide majeur en mineur akkoorden.
- De akkoord fingerings zoals getoond, zijn allen in de "root" positie, maar andere inversies kunnen gebruikt worden — met de volgende uitzonderingen:
m7, m7b5, 6, m6, sus4, aug, dim7, 7b5, 6(9), m7(11), 1+2+5.
- Inversie van de 7sus4 akkoord worden niet herkent als de 5e akkoord wordt weggelaten.
- De Pattern wijzigt soms niet als gerelateerde akkoorden in volgorde gespeeld worden (bijvoorbeeld sommige mineur akkoorden gevolg door 7e mineur).
- Twee toon fingerings produceert een akkoord gebaseerd op de vorige gespeelde akkoord.
BEAT REVERSE
De DJX bevat ook een speciale Beat Reverse knop, hierdoor kunt u de pattern beeindigen met stotterende ritmische effecten en ongebruikelijke syncopen. Drukt u op de toets dan reset automatisch de pattern naar het begin van de maat (eerste tel).
1 Selecteer een stijl en start de pattern.
Doe dit op de normale manier. (Heeft u een verfrissende cursus nodig? Zie pag. 44.)
2 Zet de Part Control aan (als deze al niet aanstaat).
Druk op de PART CONTROL knop.

3 Druk op de Beat Reverse toets (C1).
Druk op de laagste toets op het toetsenbord (C1) iedere keer als u de pattern vanaf het begin wil laten beginnen. Druk het herhaaldelijk voor een stotterend effect en ritmische stoten.

PART ON/OFF
Met deze functie waant u zich in de stoel van de producer — hierdoor kunt u, wanneer u maar wilt, de individuele Parts van de pattern aan- en uitzetten, door de toets in het PART ON/OFF gedeelte van het toetsenbord aan te slaan.

1 Selecteer een stijl en start de pattern.
Doe dit op de normale manier. (Heeft u een verfrissende cursus nodig? Zie pagina's 44-46.)
2 Zet Part Control aan (als deze al niet aanstaat).
Druk op de PART CONTROL knop.

3 Druk op de toegewezen toetsen om gewenste delen aan en uit te zetten.
Druk, als de pattern speelt, de toets in het PART ON/OFF gedeelte dat correspondeert met het Part dat u uit en aan wilt zetten. (U kunt ook verschillende toetsen tegelijkertijd indrukken om direct de verschillende delen uit en aan te zetten.)

Druk, om de Part On/Off functie uit te zetten, nog een keer op de PART CONTROL knop. (Als Part Control uitstaat, verschijnt er “- - - -” in het Part Control gedeelte van het icon window.)

Geeft aan dat Part Control (inclusief Part On/Off) uitstaat.
N.B.
ledere keer dat Part Control wordt aan- en uitgezet worden de PART ON/OFF toetsen gereset in de standaard instellingen (alle Parts aan).
N.B.
- In zekere patterns en gedeelten zijn niet alle Parts beschikbaar — met andere woorden, sommige Parts kunnen "leeg" zijn en niet klinken. Bijvoorbeeld, Beat A van de "Acid" stijl (#009) heeft geen enkele Percussie, Frase 2, of Frase 3 Delen, dus als u de corresponde- rende toets aanslaat, heeft dit geen effect; alhoewel het Beat B gedeelte van die stijl bevat wel Percussie, Frase 2 en Frase 3 Delen.
- Als u een pattern in een Akkoord track of de User song (zie pagina 80) heeft opgenomen, kunt u met de Part On/Off functie gemakkelijk de specifieke instrumenten Delen van de pattern uit en aan zetten als deze speelt.
Over de Delen
De werkelijke instrumenten en de muzikale begeleiding voor Frases 1, 2 en 3 kunnen sterk verschillen afhankelijk van de geselecteerde stijl. Dit geldt ook voor sommige andere Delen.
Bijvoorbeeld, het Snare Gedeelte in sommige pattern klinken niet als een snare drum! (In het bijzonder, "Kick," "Snare," en "Hi-hat" refereren hoofdzakelijk naar deze speciale elementen van ritme — en niet noodzakelijk het geluid.)
HET PATTERN SPLITPUNT INSTELLEN
Het begeleidingssplitpunt bepaalt de hoogste toets van het pattern ge- deelte. De pattern wordt gespeeld met de toetsen tot en met de Splitpunt toets.
Deze parameter kan lager (maar niet hoger) worden ingesteld dan de Split Punt in de Split mode. De twee instellingen beïnvloeden elkaar, als andere waarden worden ingesteld, op de volgende manier:
- Als het Split mode Split Punt hoger wordt ingesteld dan het begeleiding Splitpunt:

- Als het Split mode punt op dezelfde toets wordt ingesteld als de Begeleiding Splitpunt:

De werkelijke splitpunten (van de Split voice en de Pattern toetsen beide) wijzigen volgens de Part Control on/off instelling. Als Part Control aanstaat, zijn de splitpunt ook ingesteld. Als Part Control uitstaat, worden beide splitpunten één octaaf lager, om het bereik van het Speelgedeelte te verho-gen. De volgende voorbeelden geven aan hoe de splitpunten in ieder geval wijzigen.

flowchart
graph TD
A["• Als Part Control aanstaat: PART SELECT"] --> B["Part Selecteer toetsen"]
B --> C["Part On/Off toetsen"]
C --> D["Pattern toetsen"]
D --> E["Split voice"]
E --> F["Main voice"]
G["• Als Part Control uitstaat: PART SELECT"] --> H["Pattern toetsen"]
H --> I["Split voice Main voice"]
I --> J["PERFORMANCE"]
J --> K["Split mode Splitpunt Pattern Splitpunt"]
Functie Parameter — Pattern Splitpunt
Selecteer het Pattern Split Punt en wijzig deze:
Druk op de FUNCTION knop en selecteer vervolgens met het nummerieke toetsenbord het parameter nummer 51. Wijzig, nadat "FUNCTION" stopt met knipperen, met het numerieke toetsenbord of met de +/- knoppen de instelling. (Zie, voor details, pagina 18.)
De waarde kan ook direct in worden ingesteld door de gewenste toets aan te slaan terwijl de parameter is geselecteerd. Let er op, nadat u dit heeft ingesteld, om een andere parameter te selecteren of de functie mode te verlaten alvorens op het toetsenbord te spelen.
Functie Parameters
| Nr. Parameter Naam Display Naam Bereik/Instelling | Omschrijving |
| F51 Pattern PtrnSPnt 000 — 127 Split Point | Dit bepaalt de hoogste toets van het PATTERN gedeelte en stelt de pattern splitpunt in — met andere woorden, de toets die het PATTERN gedeelte en SPEL gedeelte scheidt. (Als Pattern aanstaat loopt het PATTERN gedeelte tot en met de Pattern splitpunt toets.) Het standaard Pattern Splitpunt is PATTERN 068 (G#3). Deze kan niet hoger worden ingesteld dan het Splitpunt in de Splitmode (pagina 32). Tijdens het instellen produceert het toetsenbord geen geluid. Let er op, nadat u dit geselecteerd heeft, dat u een andere parameter selecteert of de Functie mode verlaat alvorens iets aan te slaan op het toetsenbord. |
Performance Setup is een krachtig en handig Stijl mode functie waarmee u direct feitelijk alle instellingen van de DJX opnieuw kunt configureren — Met de druk op één enkele toets. Twee typen van performance Setups zijn beschikbaar: User en Preset.
PERFORMANCE SETUP – USER
Vier Userbanken met elk vier verschillende instellingen — een totaal van zestien — zijn beschikbaar voor uw zelf gemaakte instellingen. Elk van de zestien User Performance Setups kunnen verschillende instellingen voor de volgende parameters bevatten:
- Main voice nummer
- Alle Main voice instellingen (Volume**, Octave, Pan**, Reverb Send Level**, Chorus Send Level**, DSP Send Level**, Cutoff*, Resonance*, Attack*, Release* en Modulation*)
• Dual voice nummer - Alle Dual voice instellingen (On/Off, Volume**, Octave, Pan**, Reverb Send Level**, Chorus Send Level**, DSP Send Level**, Cutoff*, Resonance*, Attack*, Release*, and Modulation*)
- Split voice nummer
- Alle Split voice instellingen (On/Off, Split Point, Volume**, Octave, Pan**, Reverb Send Level**, Chorus Send Level**, DSP Send Level**, Cutoff*, Resonance*, Attack*, Release*, and Modulation*)
- Reverb Type en On/Off
- Chorus Type en On/Off
-
DSP Type en On/Off
-
Arpeggiator Type, On/Off en Speed*
- Style nummer en stijl gerelateerde instellingen: Pattern Control On/Off, Section (Beat A of B), Pattern Splitpunt, Track instellingen (Part Aan/Uit, Volume*, Pan*, Cutoff*, Resonance*, Reverb Send Level*, Chorus Send Level*, DSP Send Level*, Attack*, Release* en Modulation*), Groove*, Dynamics* en Dynamics Strength
• Part Select (Knobs en Ribbon Controller) - Overall menu instellingen: BPM (Tempo), Transpose, Tuning, Pattern Volume, Ribbon Controller toewijzing en Assign Knop toewijzing
• Voetschakelaar toewijzing - Touch Sensitivity
- Pitch Bend Range
* Laatste instellingen die gemaakt zijn met de Knoppen en de Ribbon Controller worden onthouden.
** Laatste instellingen die gemaakt zijn in de Functie mode en met de knoppen en de Ribbon Controller worden onthouden.
Een USER Performance Setup Opnemen
1 Maak alle gewenste instellingen voor de DJX.
Feitelijk alle DJX instellingen kunnen worden opgeslagen in een USER knop. Zie de lijst hierboven voor details.
2 Selecteer de PSU (Performance Setup) Opname mode.
Druk op de RECORD knop, herhaaldelijk indien noodzakelijk, totdat er "PSU User" aan de bovenkant van de display verschijnt.

3 Selecteer de gewenste bank.
Selecteer met de +/- knoppen of het nummerieke toetsenbord het gewenste User banknummer (1 - 4).
4 Selecteer het gewenste User nummer.
Druk op de corresponderende USER PERFORMANCE SETUP knop (1 - 4). Hiermee neemt u de instelling in de geselecteerde knop op.

Verschijnt kort om aan te geven dat de instellingen zijn opgeslagen in de Performance Setup User knop 1.
5 De Record mode verlaten.
Druk op de RECORD knop.
Een User Performance Setup Opnieuw Oproepen
Als u eenmaal uw instellingen in uw User knop heeft opgenomen, kunt u direct deze instellingen op ieder moment oproepen als u maar wilt.
1 De Stijl mode oproepen.
Druk op de STYLE knop.
2 Druk op de toegewezen PERFORMANCE SETUP USER knop.
Druk op de USER knop (1 - 4) die correspondeert met de gewenste instellingen.

flowchart
graph LR
A["1"] --> B["2"]
B --> C["3"]
C --> D["4"]
D --> E["A"]
E --> F["B"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#ffc,stroke:#333
style F fill:#cfc,stroke:#333

Verschijnt kort om aan te geven dat de Performance Setup User 1 aktief is.
Het selecteren van een User Bank
Alvorens een User Performance Setup (in stap #2) te selecteren wilt u misschien een andere bank selecteren. Om dit te doen:
1) Selecteer Funtie #41. (Druk op de FUNCTION knop en gebruik vervolgens de +/- knoppen of het numerieke toetsenbord om #41 te selecteren.)
2) Selecteer, nadat de "FUNCTION" indicatie stopt met knipperen, het gewenste banknummer met de +/- knoppen of het numerieke toetsenbord.
PERFORMANCE SETUP – PRESET
Vooraf ingestelde Spel Instellingen worden een beetje anders gebruikt dat de Gebruikersinstellingen. De vooraf ingestelde A en B instellingen zijn speciaal in de fabriek geprogrammeerd om bij de geselecteerde stijl te passen. Dit betekent dat u een stijl kunt selecteren die u maar wilt, en vervolgens een voorinstelling selecteren die de best passende voice, effect en andere instellingen voor die stijl heeft.
- Main voice nummer
- Alle Main voice instellingen (Volume, Octave, Pan, Reverb Send Level, Chorus Send Level en DSP Send Level)
• Dual voice nummer - Alle Dual voice instellingen (On/Off, Volume, Octave, Pan, Reverb Send Level, Chorus Send Level en DSP Send Level)
- Split voice nummer
- Alle Split voice instellingen (On/Off, Split Point, Volume, Oktaaf, Pan, Reverb Send Level, Chorus Send Level en DSP Send Level)
-
Reverb Type en On/Off
-
Chorus Type en On/Off
- DSP On/Off
• Arpeggiator Type, On/Off en Speed - Stijl gerelateerde instellingen: Pattern Control Aan*, Sync-Start On*, Section (Beat A of B)*, Pattern Splitpunt*, Part On/Off, Groove, Dynamics en Dynamics Strength
• Part Select (Knobs en Ribbon Controller) - Overall menu instellingen: Ribbon Controller toewijzing en Assign knop toewijzing
- Pitch Bend Range
* Wordt alleen ingesteld als de pattern is gestopt.
Selecteer een Preset Performance Setup
1 Selecteer een stijl.
Selecteer één van de stijlen in stappen 1 - 2 op pagina 44.
2 Druk de toegewezen PERFORMANCE SETUP PRESET knop.
Druk op de PRESET knop (A, B) die correspondeert met de gewenste instellingen.

3 Speel de pattern.
Aangezien beide Sync-Start en Pattern Control automatisch op On worden gezet als Preset Performance Setup on is, start de pattern als er een toets of een akkoord wordt aangeslagen in het PATTERN gedeelte van het toetsenbord.
De Bedieningsknoppen van de DJX bieden een enorme expressieve controle over een aantal delen van het geluid. U kunt met de knoppen een "draai" aan het geluid of één van de voices (Main, Dual, of Split) geven als u speelt. Of u kan de knoppen gebruiken om het geluid van de individuele delen van de pattern te wijzigen — rechtstreeks als de pattern speelt!

DE KNOPPEN GEBRUIKEN
FAST ▶ ▶TRACK
1 Zet Part Control aan. (Druk op de PART CONTROL knop.)
2 Selecteer het Part dat u wilt bedienen. (Druk één van de PART SELECT toetsen aan het begin van het toetsenbord.)
3 Start de pattern. / Start de song.
4 Draai aan de knobs om het geluid te wijzigen als u speelt.
1 Als Part Control niet aanstaat, zet het aan door op de PART CONTROL knop te drukken.
Als u de DJX aanzet, wordt Part Control automatisch aangezet — het kan dus zijn dat u deze stap niet hoeft te doen.
Controleer, om te kijken of Part Control aanstaat of niet, het icoon in de diplay. Als Part Control aanstaat, ziet het icoon er als volgt uit:

Als Part Control uitstaat, ziet het icoon er als volgt uit:

Druk, om Part Control aan en uit te zetten, op de PART CONTROL knop.

2 Selecteer het Part dat u wilt wijzigen.
Druk op één van de PART SELECT toetsen aan het begin van het toetsen-bord (C#1 - B1). ledere toets correspondeert met een andere voice of part van de pattern — hierdoor kunt u de individuele instrument geluiden selecteren die u met de knoppen wilt "be-draaien".
De naam van iedere Part is afgebeeld boven iedere toets:

De PART SELECT toetsen functioneren anders als de Song mode is geselecteerd:

De toets die het geselecteerde part aangeeft is donker.

Druk op de START/STOP knop. Zie, voor instructies over andere manieren om de pattern te starten, pagina 46.
4 Draai de knoppen om het geluid te wijzigen.
Draai aan de gewenste knop naar links voor het minimum (of negatief) effect en naar rechts voor een maximum (of positief) effect. ledere knop bevat een palletje in het midden voor de "0" of "12 klok positie, dit maakt het makkelijk om de nul in te stellen.

Hier staat wat ieder knop doet:
CUTOFF
Draait u aan deze knop creëert u een wah-wah en "swooshing" filter sweep effect in het geselecteerde Part of voice. (Wilt u meer weten? Zie de aantekening op pagina 62.)
RESONANCE
Draai aan deze knop om het niveau van de bovenstaande CUTOFF knop in te stellen. Voor de meeste applicaties, zult u dit op een bepaald punt willen instellen en aan de CUTOFF draaien. (Wilt u meer weten? Zie de aantekening op pagina 62.)
GROOVE
Draai aan deze knop om de "groove" of "gevoel" van de hele pattern te wijzigen. Dit beïnvloed alleen de pattern Parts (Bass, Kick, Phrase 1, Snare, Hi-hat, Phrase 2, Percussion en Phrase 3) en niet de voices. (Wilt u meer weten? Zie de aantekening op pagina 62.)
ASSIGN
Dit is een "wild card" knop — hieraan kan ieder van de 12 verschillende functies worden toegekent. Zie, om uit te vinden hoe u deze kunt gebruiken, pagina 63.
BASS BOOST
Dit is gelijk aan de basknop op een stereo versterker; het beïnvloedt alle Parts en voices. Draai, om het gehele geluid wat vetter en meer dieper te maken, de knop naar rechts. Draait u de knop naar links dan snijdt u de bas af en creëert een meer helder en "dunner" geluid. De BASS BOOST knop heeft ook invloed op het bereik en diepte van de CUTOFF en RESONANCE knoppen. (Dit is in het bijzonder waar voor de Bass Part of voor "bassige" geluiden.)
N.B.
Knopbewegingen zijn alleen gericht op het spel — ze worden niet verstuurd via MIDI en kunnen niet opgenomen worden in een User song.
HOT TIPS
- Wilt u zelfs meer toetsen in het PERFORMANCE gedeelte van het toetsenbord tot uw beschikking heb- ben?
Probeer een lagere Pattern Splitpunt waarde. Bijvoorbeeld, stel het Pattern Split Punt op "47", hierdoor kunt u de toetsen C2 en hoger gebruiken voor het spelen van de voices. (Zie pagina 54.)
• Wilt u direct uw favorite instellingen oproepen?
Veel van de bovenstaande genoemde instellingen (Zelfs de positie van de GROOVE knop!) kunnen onthouden-blijven als deel van de Performance Setup parameters. Als u eenmaal zelf een Performance Setup heeft gemaakt dan kunt u deze direct oproepen door op de toegewezen PERFORMANCE SETUP knop te drukken. (Zie, voor een lijst van de onthouden instellingen en hoe deze functie te gebruiken, pagina 56.)
Over CUTOFF en RESONANCE
Dit zijn twee knoppen die vaak op analoge synthesizers gevonden worden. Met de filter kunt u bepaalde delen van het geluid (frequentie bereik) van het geluid horen, terwijl u alle hoge geluiden mute. De grafiek hieronder toont u hoe het werkt:

De cutoff frequentie bepaald welk frequentie bereik wordt "gepasseerd" of door de filter wordt gelaten — het bepaalt wat u hoort. Alle hogere frequenties worden ge-mute. Met de CUTOFF knop kunt u deze cutoff frequentie wijzigen; met andere woorden kunt u de frequentie "bult" verplaatsen over het gehele bereik van frequenties, zoals dit:

Met Resonance kunt u het niveau of nadruk van de filter wijzigen. Draait u aan de RESONANCE knop naar rechts verhoogt u het volume van de resonantie "piek" op en rond de cutoff frequentie; draait u het naar rechts dan verlaagd u het volume, zoals dit:

Wat betekent dit in muziektermen? Stelt u de RESONANCE knop naar rechts in dan maakt u het Cutoff effect sterker, of u creëert een bredere toon variatie als u aan de CUTOFF knop draait. Stelt u de RESONANCE naar links dan maakt u het Cutoff effect meer "mellow," of verkleint u het bereik van de toon variatie.
Let er op dat het effect van de CUTOFF en de RESONANCE knoppen afhankelijk is van ieder andere instelling en ook de frequentie van het geluid dat bediend wordt. Afhankelijk van de positie van de RESONANCE knop, kan het zijn dat de CUTOFF knop geen effect heeft op het geluid. Het omgekeerde kan ook waar zijn.
Over GROOVE
Muziekaal gezien beïnvloed Groove de hoeveelheid van "swing" gevoelens in de pattern. Technisch gezien verschuift de timing van de pattern een beetje om een verschillend ritmisch gevoel te krijgen.
Afhankelijk van de positie van de GROOVE knop, kan het voorkomen dat bepaalde Parts (zoals Phrase 1, 2 en 3) niet klinken.
ASSIGN KNOP
De ASSIGN knop, zoals de naam suggereert, kan worden toegekend aan één of een groot aantal functies — twaalf in één — die niet beschikbaar zijn bij andere knoppen.

FAST ▶ ▶TRACK
1 Selecteer de KNOB ASSIGN in het Overall menu. (Druk, herhaaldelijk indien nodig, op één van de OVERALL ▲/▼ knoppen.)
2 Selecteer de Assign parameter. (Gebruik de OVERALL +/- knoppen.)
3 Gebruik de ASSIGN knop op dezelfde manier als de andere knoppen. (Heeft u een verfrissingscursus nodig? Zie "Fast Track," op pagina 59.)
1 Selecteer de KNOB ASSIGN in het Overall menu.
Druk op één van de OVERALL ▲/▼ knoppen, herhaaldelijk indien nodig, totdat er KNOB ASSIGN is geselecteerd. (De donkere balk aan de linkerkant van de display hoort direct naast de "KNOB ASSIGN" op het paneel te zijn.)

Selecteer met de OVERALL +/- knoppen de parameter die bediend moet worden door de ASSIGN knop.

De volgende tabel laat de parameters zien en legt deze in het kort uit.
N.B.
- De standaard instelling van de ASSIGN knop is #09 Dynamics.
- Het selecteren van een Part is niet nodig en heeft geen effect voor de volgende parameters:
• Dynamics
• Dynamics Strength
- Turntable
- Arpeggiator Speed
Deze parameters zijn al ingesteld om bepaalde Part of Parts te beïnvloeden.
ASSIGN Knop Parameters
| Nr. Parameter Naam Display Naam | Omschrijving | |
| 01 Reverb Send Level RevLevel | Dit bepaalt de sterkte van het Reverb effect. (Zie pagina 34.) Draait u de knop dan wordt ook automatisch het Reverb aangezet, ook al stond deze uit. | |
| 02 Chorus Send Level ChoLevel | Dit bepaalt de sterkte van het Chorus effect. (Zie pagina 35.) Draait u de knop dan wordt ook automatisch de Chorus aangezet, ook al stond deze uit. | |
| 03 DSP Send Level DspLevel | Dit bepaalt de sterkte van het DSP effect. (Zie pagina 36.) Draait u de knop dan wordt ook automatisch de DSP aangezet, ook al stond deze uit. | |
04 Modulation Mod0 (geen modulation)Minimum | Maximum![]() | Dit creëert een vibrato-achtig waaier effect. Als de knop op een 12:00 positie is, dan is er geen wijzing in het geluid. Draait u de knop in een willekeurige richting dan wordt er een modulatie geproduceerd. | |
| 05 Attack Time Attack | Dit bepaalt het "opkomen" van het geluid — of met andere woorden, hoe lang het duurt voordat het geluid zijn volledige volume heeft bereikt als er een toon gespeeld wordt. Voor zekere percussie geluiden, kan dit een klein of niet hoorbaar effect hebben. Draait u de knop naar rechts dan wordt er een langere "losaat" tijd geproduceerd (meer sustain); draait u de knop naar links dan wordt er een kortere losaat tijd geproduceerd, die resulteert in "dippen" van het geluid. | |
| 06 Release Time Release | Dit bepaalt hoe lang het geluid blijft doorklinken nadat een toon is losgelaten. Voor bepaalde percussie geluiden, kan dit een klein of niet hoorbaar effect hebben. Draait u de knop naar rechts dan wordt er een langere "losaat" tijd geproduceerd (meer sustain); draait u de knop naar links dan wordt er een kortere losaat tijd geproduceerd, die resulteert in "dippen" van het geluid. | |
| 07 Pan Pan | Dit bepaalt de positie van het geluid in een stereo beeld (links, midden, of rechts). (De midden positie is op 12:00; draait u de knop in een willekeurige positie dan verschuift het geluid in de corresponderende richting.) | |
| 08 Volume Volume | Dit bepaalt het volume (niveau) van het geluid. De knop volledig naar de linkerkant (7:00) correspondeert met een volume van "0." volledig rechts correspondeert met het maximale volume. | |
09 Dynamics Dynamics0 (no change)![]() | · Wijzigd de Dynamics template in stappen. Draait u het in iedere richting dan zal dit hetzelfde resulteren. | Dit maakt zowel subtiele als dramatische wijzigingen in een pattern door het niveau te wisselen van de individuele tonen. Draai de ASSIGN knop in stappen door een aantal voor geprogrammeerde Dynamics instellingen (templates). Iedere template is geprogrammeerd om het niveau van bepaalde tonen in een pattern te verhogen, te accentueren of anderen te verlagen. Het effect van deze parameter is ook afhankelijk van de Dynamics Strength instelling (#10, hieronder). Dynamics beïnvloedt de gehele pattern, ; Part Select heeft geen effect.Als de knop op twaalf uur staat , is er geen wijziging in het geluid. Draait u het in een willekeurige richting dat wijzigt de Dynamics template. |
| 10 Dynamics Strength | Strength | Dit bepaalt de hoeveelheid van sterkte van de niveau wijzigingen in de Dynamics parameter (#09, hierboven). Dit beïnvloedt het gehele pattern; Part Select heeft geen effect. |
11 Turntable Toont de huidige Turntable waarde(in bpm). | Turntbl | Dit bepaalt het tempo en de toonhoogte van het gehele DJX geluid, beïnvloedt alle Parts van de pattern en alle voices. Feitlelijk lijkt dit op de snelheid knop op een draaitafel. Als de knop helemaal naar links (minimum) is gedraaid dan stopt de pattern. Het bereik van het effect loopt van -59% tot 41.4%. Voor tempo is het absolute minimum 32 bpm en het maximum 280 bpm. Voor de toonhoogte is het bereik -800 cents tot +600 cents. Afhankelijk van de geselecteerde voice, kan er een kleine wijziging in de toonhoogte zijn. De draaitafel tempo waarde in de display wijzigt als er aan de knop wordt gedraait (zie de illustratie). |
| 12 Arpeggiator Speed ArpSpeed | Dit bepaalt de snelheid van de Arpeggiator functie. (Zie pagina 37.) | |
Let er op dat de toegewezen parameter een klein of geen effect kan hebben, afhankelijk van de geselecteerde song, stijl, of voice
HOT TIPS
- Wilt u een andere parameter gebruiken op hetzelfde moment?
Vergeet niet dat dezelfde parameters ook beschikbaar zijn voor de RIBBON CONTROLLER. Wijs de gewenste parameter toe aan de RIBBON CONTROLLER. (Zie pagina 66.)
- Wilt u snel tussen verschillende ASSIGN knob parameters wisselen?
Gebruik de Performance Setup functie om de knop toewijzingen op één van de PERFORMANCE SETUP knoppen te bewaren om direct de parameters te kunnen oproepen. Let er op dat belangrijke knop instellingen ook bewaard kunnen worden. (Zie pagina 56.)
In uw eentje...
- Selecteer voice #136 ("EthnicFI"). Selecteer de Main Voice Part (met de PART SELECT toetsen) en probeer dit uit:
- Stel teneerste de ASSIGN knop in op Attack en stel de knop in op ongeveer 2:00 uur. Merkt u hoe de abrupt ademend attack van het geluid zachter is geworden?
- Vervolgens, stel de ASSIGN knop in op Release bediening, en stel de knop in op ongeveer 3:00 uur. Merkt u hoe de flute een reverb achtig geluid heeft, zonder het Reverb effect te gebruiken?
- Selecteer een stijl #002 (TripHop) en speel deze af. Selecteer Percussion (met de PART SELECT toetsen), stel de ASSIGN knop in op Release bediening, en probeer dit uit:
- Draai de knop naar ongeveer 4:00 voor een sustained elektronisch triangel geluid.
- In dit voorbeeld kunt u de Dynamics en Dynamics Strength op hetzelfde moment gebruiken.
- Stel de ASSIGN knop in op Dynamics Strength (#10) bediening. Stel dan de RIBBON CONTROLLER in op Dynamics (zie pagina 67). Druk de RIBBON CONTROLLER in en houdt deze vast op verschillende plaatsen terwijl u de ASSIGN knop draait om wijzigingen in de pattern te horen.
De RIBBON CONTROLLER is een schitterend expressief en gemakkelijk te gebruiken performanceknop. Eens een felbegeerd onderdeel die alleen werd gevonden op ouderwetse analoge synthesizers, nu zeldzaam inbegrepen op moderne instrumenten — tot nu, met de nieuwe DJX!

U kunt de RIBBON CONTROLLER toewijzen aan één van de vijftien verschillende parameters. Deze bevatten dezelfde parameters als die gebruikt kunne worden met de ASSIGN knop, plus dezelfde parameters bediend door de CUTOFF, RESONANCE en GROOVE knoppen.
1 Selecteer RIBBON CONTROLLER ASSIGN in het Overall menu. (Druk op één van de OVERALL ▲/▼ knoppen, herhaaldelijk indien nodig.)
2 Selecteer de Ribbon Controller Assign parameter. (Gebruik de OVERALL +/- knoppen.)
3 Selecteer een Part (met de PART SELECT toetsen) en start de pattern (met de START/STOP knop).
4 Wijzig met de RIBBON CONTROLLER het geluid.
1 Selecteer RIBBON CONTROLLER ASSIGN in het Overall menu.
Druk één van de OVERALL ▲/▼ knoppen, herhaaldelijk indien nodig, totdat RIBBON CONTROLLER ASSIGN is geselecteerd. (De donkere balk aan de linkerkant van de display hoort direct naast de "RIBBON CONTROLLER ASSIGN" op het paneel te staan.)

Selecteer met de OVERALL +/- knoppen de parameter die bediend moet worden door de RIBBON CONTROLLER.

VOICE STYLE

N.B.
- De standaard instelling voor de RIBBON CONTROLLER is #14 Turntable.
- Een Part selecteren is niet nodig is heeft geen effect op de volgende parameters:
• Dynamics
• Dynamics Strength
- Turntable
- Arpeggiator Speed Deze parameters zijn al ingesteld om een bepaalde Part of Parts te beïnvloeden.
De volgende tabel toont de parameters en legt deze in het kort uit. Zie voor meer informatie over de werking van de RIBBON CONTROLLER, de aantekening op pagina 68.
RIBBON CONTROLLER Parameters
| Nr. Parameter Naam Display Naam | Omschrijving | |
| 01 Cutoff Frequency Cutoff | Dit is dezelfde parameter als die bediend wordt door de CUTOFF KNOP (pagina 61). Het middelpunt van de ribbon corresponddert met de 12:00 positie van de CUTOFF knop. | |
| 02 Resonance Resonanc | Dit is dezelfde parameter als die bediend wordt door de RESONANCE knop (pagina 61). Het middelpunt van de ribbon corresponddert met de 12:00 positie van de RESONANCE knop. | |
| 03 Reverb Send Level RevLevel | Dit is dezelfde parameter als #01 in de ASSIGN knop parameters. (Zie pagina's 34, 64.) | |
| 04 Chorus Send Level ChoLevel | Dit is dezelfde parameter als #02 in de ASSIGN knop parameters. (Zie pagina's 35, 64.) | |
| 05 DSP Send Level DspLevel | Dit is dezelfde parameter als #03 in de ASSIGN knop parameters. (Zie pagina's 36, 64.) | |
| 06 Modulation Mod0 (geen modulation) | Maximum | Dit is dezelfde parameter als #04 in de ASSIGN knop parameters. (Zie pagina 64.) Alhoewel, in tegenstelling tot de ASSIGN knop (voor de 12:00 corresponddert tot geen modultaie), beïnvloedt de RIBBON CONTROLLER de modulatie op deze manier:![]() |
| 07 Attack Time Attack | Dit is dezelfde parameter als #05 in de ASSIGN knop parameters. (Zie pagina 64.) | |
| 08 Release Time Release | Dit is dezelfde parameter als #06 in de ASSIGN knop parameters. (Zie pagina 64.) | |
| 09 Pan Pan | Dit is dezelde parameter als #07 in de ASSIGN knop parameters. (Zie pagina 64.) Het middelpunt op de ribbon corresponddert met de midden pan positie. | |
| 10 Volume Volume | Dit is dezelfde parameter als #08 in de ASSIGN knop parameters. (Zie pagina 64.) | |
| 11 Groove Groove | Dit is dezelfde parameter die bedient wordt door de GROOVE knop (pagina 61). Het middenpunt op de ribbon corresponddert met de 12:00 positie op de GROOVE knop. | |
| 12 Dynamics | Dynamics | Dit is dezelfde parameter als #09 in de ASSIGN knop parameters. (Zie pagina 64.) |
| 13 Dynamics Strength | Strength | Dit is dezelfde parameter als #10 in de ASSIGN knop parameters. (Zie pagina 64.) |
| 14 Turntable | Turntbl | Dit is dezelfde same parameter als #11 in de ASSIGN knop parameters. (Zie pagina 64.) als de meest linker deel van de ribbon (minimum) vastgehouden wordt, stopt de pattern. |
| 15 Arpeggiator Speed | ArpSpeed | Dit is dezelfde parameter als #12 in de ASSIGN knop parameters. (Zie pagina 64.) |
N.B.
Let er op dat de toegewezen parameter weinig of geen effect kan hebben, afhankelijk van de geselecteerde song, stijl, of voice.
3 Selecteer een Part en start de pattern/song.
Doe dit op dezelfde manier als met de knoppen:
1) Let er op dat Part Control aanstaat. (Druk op de PART CONTROL knop, indien nodig.)
2) Selecteer een Part (met de PART SELECT toetsen aan het begin van het toetsenbord).
3) Zet Part Control uit (om meer van uw toetsenbord vrij te maken).
4) Start de pattern/song. (Druk op de START/STOP knop.)
4 Wijzig met de RIBBON CONTROLLER het geluid.
Raak de RIBBON CONTROLLER aan met één van uw vingers en beweeg uw vinger over de ribbon om het geluid van het geselecteerde Part te wijzigen.
De meest linker positie van de ribbon correspondeert met "0" of minimum en de meest rechter met het maximum. (Zie, voor meer informatie de aantekening hieronder.)
HOT TIPS
- Wilt u een andere van deze gebruiken op hetzelfde moment?
Onthoudt dat dezelfde parameters ook beschikbaar zijn op de ASSIGN knop. Wijs de gewenste parameter toe aan de ASSIGN knop. (Zie pagina 63.)
- Wilt u snel wisselen tussen de RIBBON CONTROLLER parameters?
Gebruik de Performance Setup functie om de RIBBON CONTROLLER toewijzingen naar één van de PERFORMANCE SETUP knoppen te bewaren zodat u deze direct kunt oproepen. Let er op dat ook andere belangrijke instellingen bewaard kunnen worden. (Zie pagina 56.)
Hoe de RIBBON CONTROLLER werkt
De RIBBON CONTROLLER begint het geluid te beïnvloeden zodra u het aanraakt en wijzigt direct het geluid volgens de plek waar u uw vinger op de ribbon plaatst. Het onderdrukt ook automatisch de instellingen van de knoppen. Als u uw vinger van de ribbon haalt, springt de geselecteerde parameter direct naar de standaard instelling.
Hoe de RIBBON CONTROLLER werkt en hoe het relateert met de knoppen kan het beste uitgelegd worden met een voorbeeld:
Laten we zeggen dat u de RIBBON CONTROLLER zo hebt ingesteld dat deze Cutoff beïnvloedt.
VOICE STYLE
01Outoff
Draai vervolgens de CUTOFF knop ongeveer op de 3:00 of 4:00 uur, dit maakt het geluid helderder. Laat u de knop in die positie blijft dat heldere geluid gehandhaafd.

Als u nu de RIBBON CONTROLLER aanraakt wijzigt het geluid direct volgens de positie van uw vinger op de ribbon — dit onderdrukt het effect van de knop.

Houdt uw vinger op de ribbon en plaats deze terug- en voorwaarts om het geluid continu te wijzigen. Als u uw vinger van de ribbon haalt dan keert het geluid direct terug naar was het was toen de CUTOFF knop was ingesteld op de 12:00 uur (midden).

Wat is sampling? Technisch gezien is sampling het digitaal opnemen van een geluid. Het geluid kan uw stem of een akoestisch instrument zijn (opgenomen met een microfoon), of een opgenomen geluid (vanaf een CD of cassette speler). Als het eenmaal is opgenomen kan het resulterende "sample" worden bewerkt (bijvoorbeeld trimmen of loop'en) en kan de sample vanaf het toetsenbord op verschillende toonhoogtes gespeeld worden.
Natuurlijk is sampling een revolutionair nieuwe technologie. Maar het is niet meer dan dat. In het geval dat u even niet opgelet heeft, sampling is uiterst populair en is een geïntrigeerd deel van de meeste spraakmakende muziek van vandaag. Het is ook een revolutionaire manier van muziek maken — omdat feitelijk alles ge-sampled kan worden en dan digitaal verdraaid- en verwerkt kan worden in nieuwe muziek.
Met het ingebouwde Digital Sampling onderdeel maakt de DJX het u buitenge-woon makkelijk om deze doorbrekende technologie in uw eigen muziek te gebruiken! De samples die u creëert worden automatisch opgeslagen in voice #284 ("Sampled"), en kan met het toestenbord net als iedere andere voice bespeeld worden — en kan worden "verdraaid" met de knoppen, RIBBON CONTROLLER en ook met het PITCH BEND wiel!

In dit gedeelte, worden de woorden "sampling" en "opname" uitwisselbaar gebruikt; ze verwijzen naar hetzelfde proces.
N.B.
Let er op dat de kwaliteit van de sample kan verschillen van het originele geluid. In het bijzonder kan er ruis en vervorming optreden (afhankelijk van de toonhoogte) als de CUTOFF en RESONANCE knoppen gebruikt worden.
FAST ▶▶
▶TRACK
1 Stel de DJX in voor sampling. (Sluit een microfoon of een line level source aan.)
2 Ga naar de Sampling mode (druk op de RECORD knop in het DIGITAL SAMPLING gedeelte).
3 Stel het sampling niveau in (met de INPUT LEVEL knop).
4 Sla de toets aan naar waar de sample wordt toegewezen.
5 Zet sampling op standby. (Druk de START/STOP knop; sampling begint wanneer er een audio signaal wordt ontvangen.)
6 Stop sampling (druk op de START/STOP knop).
7 Verlaat de Sampling mode (druk nog een keer op de RECORD knop).
NEEM EEN SAMPLE OP EN SPEEL DEZE AF
1 Stel de DJX voor sampling in.
Sluit, als u uw stem of een akoestisch instrument sampled met een microfoon, de microfoon aan op de MIC input jack op het achterpaneel. Als u een line geluidsbron sampled, zoals een CD speler, cassette deck, of een elektronisch instrument sluit deze dan aan op de LINE IN input jack.

2 Ga naar de Sampling mode.
Druk op de RECORD knop (in het DIGITAL SAMPLING gedeelte).

Dit annuleert automatisch iedere andere handeling of functie van de DJX, en gaat u de Sampling mode in. Het schakelt ook de MASTER VOLUME dial uit — het niveau van het geluid kan alleen bedient worden met de INPUT LEVEL knop.
3 Stel het sampling niveau in.
Spreek of zing in de microfoon (of speel de aangesloten lijnniveau geluidsbron af). Wijzig, als u dit doet, met de INPUT LEVEL knop het sampling niveau. Draai het langzaam naar rechts totdat het niveau geschikt is. De "niveau meter" in de display geeft het niveau van het signaal aan.

Normaal hoeft het trigger niveau niet ingesteld te worden (hierboven getoond). U kunt, als u wilt, de instelling wijzigen. Zie, voor meer informatie het vierkante gedeelte "Trigger Level" hieronder.
PAS OP
Sluit nooit een lijnniveau signaal (CD speler, cassette deck, electronisch instrument, enz.) aan op de MIC input jack! Als u dit doet kunt u de DJX en zijn digitale sample functies beschadigen.
N.B.
Als het trigger niveau hoger is dan het ingangssignaal wordt het signaal niet opgenomen. (Zie, voor meer informatie, het vierkante gedeelte "Trigger Level" hieronder, op pagina 71.)
HOT TIPS
Leidraad voor sampling
• Aansluitingen:
Let er op, als u een microfoon gebruikt, dat deze is aangesloten op de MIC jack en niet op de LINE IN jack. Als u een mircofoon op de LINE IN aansluit dan beschadigd de DJX niet; echter, is onmogelijk om een opgenomen signaal te krijgen (het microfoon niveau is te laag).
- Feedback vermijden:
Let er op, om feedback te vermijden, dat de microfoon niet in de richting van de luidsprekers is gericht en deze op een redelijke afstand staat.
• Sample start punten:
Neem uw sample zo dicht mogelijk bij het bedoelde startpunt op, aangezien dit later niet gewijzigd kan worden. Bijvoorbeeld, als u een vier-tel ritmische frase sampled van een CD, speel door tot de selectie (en pauzeer het) zodat als u op PLAY drukt, de frase vanaf het begin van de maat speelt.
De trigger niveau instelling kan met dit ook helpen, aangezien het sample recording op standby stelt totdat er een sterk genoeg signaal (b.v., de eerste tel van een frase) binnenkomt om het opnemen te starten. (Zie "Trigger Level" hieronder.)
- Juiste niveau's:
In het algemeen, wilt u een signaal zo perfect mogelijk opnemen — luid genoeg om op te nemen en juist te kunnen beluisteren, maar zacht genoeg om clipping en vervorming te vermijden. De niveau meter in 8 balken in hoogte; probeer het ingangssignaal tot een maximum van 7 balken houden.
Signaal pieken die soms de meter op 8 brengen

kunnen nog steeds resulteren in een juiste opname. U moet, alhoewel, vermijden dat het signaal niet de meter naar "8" vasthoudt (tenzij u een zorgvuldig vervormt geluid wilt). Laat ook u oren oordelen — breng, als u een vervorming in het signaal hoort, het ingangsniveau omlaag.
- Tegelijkertijd MIC en LINE IN gebruiken:
De beide MIC en LINE IN ingangen kunnen tegelijkertijd voor sampling gebruikt worden. Het geheim om uw stem met een lijningang te mixen is dat uw lijngeluidsbron een uitgangsbediening bevat (b.v., CD speler) — in dit geval kunt u de balans tussen de line geluidsbron en de zanger(es) wijzigen, gebruik dan de INPUT LEVEL knop op de DJX om het algemene niveau de bedienen.
Trigger Niveau
Eigenlijk start de DJX niet onmiddellijk met samplen als er op de de START/STOP knop gedrukt wordt (in stap #5). Als de START/STOP knop wordt ingedrukt, wacht de DJX op een signaal van een geschikt niveau (ingesteld door het trigger niveau). Als het zo'n soort signaal hoort begint de sampling.
Stel het trigger niveau in met de +/- knoppen of met het numerieke toetsenbord. Druk op de + knop om het trigger niveau te verhogen en druk de - knop om het te verlagen.


Hoe hoger het trigger niveau, hoe luider het signaal moet zijn om het (trigger) sampling te starten.
N.B.
U kunt direct het standaard niveau opvragen door de beide +/- knoppen tegelijkertijd in te drukken. Om beter te begrijpen
hoe het trigger niveau werkt, laten we een specifiek voorbeeld bekijken — sampling van de frase "a one and a two." In deze frase, zijn "one" en "two" luider dan de andere woorden.

Aangezien de eerste "a" zachter is dan het trigger niveau, start feitelijk de DJX het samplen niet met het woord "one." Als u wilt dat frase vanaf het eerste woord wordt ge-sampled, moet het trigger niveau lager ingesteld worden.

Met deze nieuwe trigger niveau instellingen wordt de gehele frase ge-sampled. Let er echter op dat u het trigger niveau niet te laag instelt, of anders kan het samplen beginnen door een toevallig of een geluid van buitenaf (zoals ademhalende geluiden, het aanraken van microfoon, enz.).
4 Sla een toets aan waaraan de sample moet worden toegewezen.
Sla de gewenste toets aan op het toetsenbord.


De nummers linksonder in de display geven het oktaaf van de geselecteerde toets aan.
5 Stel sampling op standby.
Druk op de START/STOP knop. Dit start feitelijk niet de sample opname — sampling start als er een audio signaal ontvangen wordt.

Sampling standby:

Tijdens sampling:

N.B.
Als u op de START/STOP knop drukt (om het samplen te starten) zonder eerst een toets aan te slaan, een "Sel. Key" verschijnt kort, om u er aan te herinneren dat u een toets moet selecteren.
N.B.
Als u niet handmatig de sampling handeling stopt in stap #6 hieronder, stopt de DJX automatisch na ongeveer drie seconden (als de helft van het beschikbare geheugen wordt gebruikt).
6 Het samplen stoppen.
Druk op de START/STOP knop om samplen te stoppen. De hoeveelheid van de overgebleven beschikbare opnametijd wordt getoond in percentages in de display ("100" is het maximum):

N.B.
Let er op onmidellijk te stoppen aan het einde van het geluid. Het opnemen van extra onbruikbaar geluid vermindert de hoeveelheid beschikbaar geheugen voor extra samples.
Het sampling geheugen capaciteit
De DJX bevat geheugenruimte voor 6 seconden samplen. Tot 12 aparte samples kunnen er opgenomen worden. (Zie, voor meer informatie over extra samples, pagina 74.)
Hieronder zijn sommige voorbeeld percentages opgesomd die de resterende beschikbare opnametijd met de corresponderende werkelijke tijd (in seconden) afbeelden.
Let er op dat alhoewel er totaal zes seconden beschikbaar zijn voor sampling, niet één sample langer kan zijn dan drie seconden. (De DJX stopt automatisch na drie seconden samplen.)
Als er geen beschikbare opnametijd meer is, verschijnt de volgende display verschijnt:
Als alle twaalf beschikbare samples zijn opgenomen (zelfs als er nog steeds beschikbare opnametijd is), verschijnt de volgende display:
% Vrij Beschikbare Tijd (ong.)
| 100 6 seconden |
| 80 4.8 " |
| 75 4.5 " |
| 50 3.0 " |
| 25 1.5 " |
| 10 0.6 " |
Non Full
BankFull
7 De Sampling mode verlaten.
Druk nog een keer op de RECORD knop (in het DIGITAL SAMPLING ge- deelte). Voice #284 ("Sampled") wordt automatisch geselecteerd om te bespelen.

Draai de INPUT LEVEL knop naar zijn minimum (of koppel de MIC of LINE IN input los) en stel de MASTER VOLUME dial geschikt in voor het bespelen van de voice. U zult wel merken dat de toonhoogte en snelheid van de sample het toetsenbord "volgt": slaat u toetsen aan lager dan het origineel dan resulteert dat is een lagere toonhoogte en een langzamere snelheid; bespeelt u hogere toetsen dan resulteert dit in een hogere toonhoogte en hogere snelheid.

PAS OP
Verlies van spanning betekent verlies van de samples!
Net zo lang als de AC adaptor blijft aangesloten (of een werkende set batterijen is geïnstalleerd), houdt de DJX de sample data vast, zelfs als de STAND BY/ON knop uitstaat. Alhoewel als de spanning voor enige reden dan ook weg valt is alle data verloren. (In dit geval wordt de originele fabriek samples automatisch opnieuw geladen naar voice #284.) Let er op om alle belangrijke samples te bewaren, door het gebruik van de Sampling Data Bulk Dump functie (pag. 97).
Een sample wissen
U kunt ieder sample die u heeft opgenomen wissen. Om dit te doen:
1 Ga naar de Sampling mode.
Druk op de RECORD knop (in het DIGITAL SAMPLING gedeelte).
2 Sla de originele toets van de sample aan.
3 Wis de sample door het indrukken van de +/FWD knop.
Druk, op de "Delete?" prompt in de display, op de + / FWD knop om werkelijk de sample te wissen.
"End" verschijnt kort in de display, alvorens naar de handeling terug te keren
Druk, als u onoplettend de toets met een sample die u wilt bewaren heeft aangeslaan, op de -/BWD knop om te annuleren.


Extra samples opnemen
De DJX bevat ruimte voor een totaal van twaalf samples. Het opnemen van extra samples is erg makkelijk. Volg dezelfde stappen als u heeft gedaan voor de eerste sample, maar selecteer een verschillende toets in stap #4.
N.B.
Extra samples worden afgebeeld op het toetsenbord zodat er een gelijke verdeling in ruimte is tussen de samples. Bijvoorbeeld, als u één sample heeft opgenomen op C3 en vervolgens een nieuwe sample op A3 heeft opgenomen, worden deze samples afgebeeld in het toetsenbord op deze manier:

Tweede sample opgenomen op A3. ("Splitpunt" tussen de samples is half de afstand tussen de orginele toetsen.)

- Vergeten waar uw samples zijn?
Als u verschillende samples heeft opgenomen, kan het moeilijk zijn om te onthouden waar u ze heeft opgenomen. Met de DJX kunt u gemakkelijk controleren waar de originele toets van iedere sample is.
Iedere originele toets is donker in de display. Aangezien er niet genoeg ruimte in de display is om het gehele toetsenbord te tonen, wordt iedere octaaf apart getoond (aangegeven aan de onderkant door een nummer). Met de OVERALL +/- knoppen kunt u door de octaven wandelen.

SAMPLE BEWERKING
De DJX bevat ook een paar simpele maar krachtige bewerkings-hulpmiddelen. Deze bevatten het instellen van het eindpunt van een sample en het creëren van loops.
Het Eindpunt instellen
In dit gedeelte leert u hoe het eindpunt in te stellen van een opgenomen sample. Het eindpunt bepaald hoeveel van een sample wordt afgespeeld iedere keer als u een toets aanslaan. Er zijn drie verschillende resoluties — Coarse, Mid en Fine — beschikbaar om u te verplaatsen in de sample data als u het gewenste of beste eindpunt zoekt.
N.B.
Let er op dat het instellen van het eindpunt vroeger dan het werkelijke einde van de sample niet de werkelijke lengte van de sample wijzigt of enige data van de sample wist — het wijzigt alleen de manier waarop de sample wordt afgespeeld.
FAST ▶ ▶TRACK
1 Ga naar de Sampling mode.
2 Roep de Sample Editing functies op. (Druk op de FUNCTION knop.)
3 Selecteer de gewenste sample (wave). (Speel een willekeurige toets in het sample's bereik.)
4 Stel de sample in voor het "one shot" afspelen.
5 Wijzig het eindpunt. Gebruik, indien nodig, verschillende bewerkingsresoluties.
6 Verlaat de Sampling mode.
1 Ga naar de Sampling mode.
Druk op de RECORD knop (DIGITAL SAMPLING).
2 Roep de Sample Editing functies op.
Druk op de FUNCTION knop.


De Sample Editing functies bevatten:
- Wave Select
• End Point Mid (1/256) - Loop / One Shot
• End Point Fine (1/4096)
• End Point Coarse (1/16)
Met de OVERALL ▲/▼ knoppen kunt u tussen deze selecteren.
N.B.
De Sample Editing functies kunnen niet geselecteerd worden als er nog geen samples zijn opgenomen. (de foutmelding "No Data" verschijnt in de display.)
3 Selecteer de gewenste sample (wave).
Speel een willekeurige toets in het sample bereik. Als u eenmaal de gewenste sample heeft gevonden vermijdt het spelen van andere toetsen en ga door naar stap #4.
4 Stel de sample in voor het "one shot" spelen.
Met de One Shot instelling, zoals de naam suggereert, kunt u de sample éénmaal afspelen iedere keer als u de toets aanslaat. Om dit te doen:
1) Selecteer met de OVERALL ▲/▼ knoppen de Loop / One Shot functie.

2) Wijzig, indien nodig, met de OVERALL +/- knoppen de instelling. (Voor One Shot, moet dit ingesteld worden op "no.")
5 Wijzig het eindpunt.
De DJX bevat drie verschillende bewerkingsresoluties: Coarse, Mid en Fine. Door deze samen te gebruiken is het erg makkelijk om precies het eindpunt te lokaliseren waar u het afspelen van de sample wilt stoppen. Om dit te doen:
1) Selecteer de Coarse (1/16) bewerkingsresolutie (met de OVERALL ▲/▼ knoppen.)

Een ruwe afbeelding van de gehele sample waveform verschijnt aan de rechteronderkant in de display:

2) Verplaats de cursor over de waveform met behulp van de OVERALL +/- knoppen.
De cursor positie bepaalt het eindpunt — het punt waarop het afspelen van de sample stopt. Ieder geluid achter de cursor wordt niet afgespeeld.

De cursor is op de derde piek in de waveform. (Het afspelen van de sample stopt op dit nieuwe geselecteerde punt.)
3) Speel op het toetsenbord en luister naar de bewerkte sample.
Herhaal dit net zo vaak als nodig — sla een toets aan, luister en ga verder met het verplaatsen van de cursor, wijzig het eindpunt totdat u tevreden bent.
In het algemeen is het beter om lagere toetsen van de sample te aan te slaan, aangezien de voice hierdoor langzamer af gaat spelen — dit maakt het makkelijker om het gewenste eindpunt te lokaliseren. Als u de lokatie niet precies kunt lokaliseren, ga dan door naar stap 4).
4) Selecteer een meer detaileerde resolutie en herhaal stap 2) en 3) hierboven.
De beste manier om het eindpunt te wijzigen is het gebruik van de drie resoluties in de gegeven volgorde: 1) Coarse, 2) Mid, 3) Fine. Als u eenmaal zo dicht mogelijk als mogelijk bij het gewenste eindpunt in Coarse bent gekomen, selecteer Mid (met de OVERALL ▲/▼ knoppen), dan verplaats de cursor met de OVERALL +/- knoppen.
Hier is een voorbeeld waveform zoals gezien in de Mid resolutie:

De display is een vergroting van het blok die we geselecteerd hebben in stap 2). Het toont alleen het begin deel van de derde piek in ons voorbeeld. (Zie, voor meer details over de Coarse, Mid en Fine resoluties, het vierkante gedeelte "Over de resolutie instellingen" op pagina 79.)
U zult ook wel merken dat de cursor terug is gekeerd naar de rechter (einde) van de sample. Dit gebeurt als u voor de eerste keer een verschillende resolutie selecteert in een bewerkingssessie.
N.B.
Let er op dat u iedere keer als u een nieuwe cursor/eindpunt instelling wilt selecteren de toets moet indrukken en loslaten.
6 De Sampling mode verlaten.
Druk nog een keer op de RECORD knop (DIGITAL SAMPLING). Uw nieuwe eindpunt instelling wordt automatisch bewaard en wordt iedere keer opgeroepen als u de sampled voice (#284) selecteert.
Herhaal, om andere samples in de voice te bewerken, de gehele handeling hierboven.
Loops Creëren
Looping is één van de meest opwindende en bruikbare aplicaties van Digital Sampling. Als u een loop creëert kunt u een sample voor een onbepaalde tijd herhalen, door een toets in te houden.
FAST ▶ ▶TRACK
1 Ga naar de Sampling mode.
2 Roep de Sample Editing functies op. (Druk op de FUNCTION knop.)
3 Selecteer de gewenste sample (wave). (Speel een willekeurige toets in het sample bereik.)
4 Stel de sample in voor het "loop" afspelen.
5 Wijzig het eindpunt. Gebruik verschillende bewerkingsresoluties indien nodig.
6 Verlaat de Sampling mode.
1 Ga naar de Sampling mode.
Druk op de RECORD knop (DIGITAL SAMPLING).
2 Roep de Sample Editing functies op.
Druk op FUNCTION knop.
3 Selecteer de gewenste sample (wave).
Speel een willekeurige toets in het sample bereik. Als u de gewenste sample heeft gevonden speel dan geen andere toetsen en ga door met stap #4.
4 Stel de sample in voor het "loop" spelen.
Met de Loop instelling, zoals de naam suggereert, kunt u de sample herhaaldelijk afspelen als een toets wordt vastgehouden. Om dit te doen:
1) Selecteer met de OVERALL ▲/▼ knoppen de Loop / One Shot functie.


2) Wijzig, indien nodig, met de OVERALL +/- knoppen de instelling. (Dit moet, voor Loop, worden ingesteld op "YES.")
5 Wijzig het eindpunt.
Deze handeling is hetzelfde als in stap #5 van "Instellen van het Eindpunt" hierboven.
6 De Sampling mode verlaten.
Druk nog een keer op de RECORD knop (DIGITAL SAMPLING). Uw nieuwe loop en eindpunt instellingen worden automatisch bewaard en worden iedere keer opgeroepen als u de sampled voice (#284) selecteert.
Herhaal, om andere samples in de voice te bewerken, de gehele handeling hierboven.
Over de resolutie instellingen
De coars (1/16) instelling toont de gehele opgenomen sample. De Mid (1/256) en de Fine (1/4096) instellingen zijn achtereenvolgend 16-kracht microscopen waarmee u een gewenst blok kunt vergroten — hierdoor kunt u precies het eindpunt instellen.

leder blok in Coarse is opgedeeld in 16 blokken en wordt weergeven zoals in de Mid resolutie.
Evenzo wordt ieder blok in de Mid opgedeelt in 16 blokken en wordt weergeven als in de Fine resolutie.
De DJX bevat een krachtige en gemakkelijk te gebruiken opname functie waarmee u alles wat u speelt op het toetsenbord kunt opnemen — gebruikmakend van zes verschillende tracks — om zo uw eigen complete composites te creëren. Tot drie user songs kunnen worden opgenomen en bewaard. Er zijn twee opname modes: Realtime en Step.

flowchart
graph TD
A["004RealTime"] --> B["1PSU User"]
B --> C["004Step"]
C --> A
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
ledere druk op de RECORD knop voert u door de drie opname modes — Realtime, Step en PSU (Performance Setup) - alvorens terug te gaan naar de normale toestand. (De PSU mode heeft niets te maken met Song opname; ze worden omschreven op pgina 56.)
Realtime opname is gelijk aan het gebruik van een tape recorder; wat u op het toestenbord speelt wordt rechtstreeks opgenomen als u het speelt. Als u opvolgende delen in andere tracks opneemt kunt u het eerder opgenomen deel horen tijdens het opnemen van een nieuwe track.
Met Step opname kunt u de noten individueel invoeren. Het is alszodanig gelijk aan het schrijven van noten op muziekpapier; elke noot wordt noot voor noot ingevoerd.
ledere methode heeft zijn eigen voordelen en toepassingen. Stap opname is bijzonder precies en handig bij het invoeren van noten wiens plaats, ritmische waarde en velocity vastgelegd of consequent zijn — zoals individuele drumgedeelten in een ritme patroon, of enkele noten in een syncopisch basgedeelte. Het is bovendien een exacte methode bij het opnemen van snelle of complexe passages die moeilijk of onmogelijk
zijnom realtime op te nemen. Realtime opnamen aan de andere kant, "vangt" het beste het natuurlijke gevoel van uw spel, aangezien u speelt en tegelijkertijd hoort wat u opneemt.
Welke methode u gebruikt hangt gedeeltelijk af van het soort van muziek u wilt creëeren en gedeeltelijk van uw eigen voorkeuren. U kan zelfs beide methoden gebruiken in een compositie. U kunt bijvoorbeeld realtime een basis song bruggetje op track 1 opnemen en vervolgens de "preciese" gedeelten op andere plekken in de compositie Step opnemen (en zelfs misschien track 1 opnieuw opnemen, als alle andere gedeelten klaar zijn). Zo kunt u ook basisriffs en patronen step opnemen en vervolgens melodieën en verfraaingen in realtime aanbrengen.
N.B.
Let er op dat alle opneemhandelingen data "vervangt". Met andere woorden, als u een track opneemt in een track die al opgenomen data bevat, dan wordt alle vorige opgenomen data in de track gewist en vervangen door de nieuwere opgenomen data.
EEN USER SONG OPNEMEN — REALTIME OPNAME
FAST ▶ ▶TRACK
1 Maak alle gewenste DJX instellingen.
2 Selecteer de Realtime Record mode. (Druk op de RECORD knop.)
3 Selecteer een User song voor opname (met het numerieke toetsenbord).
4 Selcteer een track nummer (Met de SONG MEMORY buttons).
5 Start de opname (Door het spelen op het toetsenbord of door op de START/STOP knop te drukken).
6 Stop de opname. (Druk, als u klaar bent, op de START/STOP knop.)
7 Luister naar uw nieuwe opname (door op de START/STOP knop te drukken).
8 Het opnemen naar andere tracks, indien gewenst. (Herhaal stap #4 - #7 hierboven.)
9 De Record mode verlaten. (Druk op de RECORD knop.)
De data die kan worden opgenomen naar normale (melodie) tracks:
- Noot aan/uit
- Velocity
- Main voice instellingen (Voice Nummer*, Volume*, Oktaaf, Pan*, Reverb Send Level, Chorus Send Level, DSP Send Level)
- Dual voice instelling (Voice Nummer*, Volume*, Oktaaf, Pan*, Reverb Send Level, Chorus Send Level, DSP Send Level)
- Reverb aan/uit, Reverb Type*
- Chorus aan/uit, Chorus Type*
- DSP aan/uit, DSP Type*
- Arpeggiator aan/uit, Arpeggiator Type*, Arpeggiator Snelheid*
- Sustain aan/uit
- BPM (Tempo)*, Time Signature* (als er niet van zulke data in de akkoorden track aanwezig is)
Data die kan worden opgenomen naar de Akkoorden track:
- Stijl nummer*
- Akkoord wijzigingen en timing
• Gedeelte wijzigingen (Lead In, Beat A/B, enz.) en timing - Pattern Volume*
• BPM (Tempo), Time Signature*
* Deze instellingen kunnen slechts eenmaal opgenomen worden aan het begin van een song; andere instellingen kunnen gewijzigd worden in het midden van een song.
1 Maak alle gewenste DJX instellingen.
Alvorens u echt begint op te nemen, dient u een aantal instellingen voor de song te maken — zoals een stijl, het insetllen van de BPM (Tempo) en het selecteren van een voice. (Zie pagina's 44, 41, and 24.)
Door een stijl te selecteren kunt u de geavanceerde pattern onderdelen als onderdelen van uw song gebruiken. Op deze manier hoeft u alleen maar akkoorden aan te slaan waarop de DJX automatisch de overeenkomstige bas- en akkoordbegeleiding creëert . (Zie voor meer informatie over automatische begeleiding pagina 44.)
Stel, indien gewenst, ook andere instellingen in. Zie de lijst hierboven voor instellingen die in een song kunnen worden opgenomen.
2 Selecteer de Realtime Opname mode.
Druk, indien nodig, op de RECORD knop tot "RealTime" in de display verschijnt.
RECORD indicatie knippert even, daarna blijft deze opgelicht om aan te geven dat de opname standby staat.


3 Selecteer een User song voor opname.
Selecteer met het numerieke toetsenbord de gewenste song: User 1 (004), User 2 (005), of User 3 (006). User songnummers kunnen op dezelfde manier geselecteerd worden als de voices (zie pagina 25). U kunt met het numerieke toetsenbord direct het song-nummer invoeren, met de +/- knoppen kunt u omhoog en omlaag door de songs lopen, en u kunt drukken op de SONG knop om door de songnummers te lopen.

4 Selecteer een track nummer.
Druk op de SONG MEMORY knop die correspondeert met de gewenste track. (Deze stap is optioneel; de DJX selecteert automatisch de eerste beschikbare track. Als er geen songdata beschikbaar is wordt automatisch track 1 geselecteerd.)

N.B.
Realtime en Step opnamen kunnen samen worden gebruikt in dezelfde song, maar niet in dezelfde track.
Opnemen in de Akkoord Track
Een speciale Akkoord track is beschikbaar voor het opnemen van pattern data. Deze wordt automatisch opgenomen in de Akkoord track (track 6). Druk, om de Akkoord track te selecteren en de Pattern aan te zetten, op de PATTERN CONTROL knop.


U kunt ook tegelijkertijd één van de melodie tracks (1 - 5) en de Akkoord track (6) opnemen.
5 Start opnemen.
Als de "RECORD" indicatie stopt met knipperen en de beatbalken en de tracknummers beginnen te knipperen, kunt u het opnemen starten door op het toetsenbord te spelen (of door op de START/STOP knop te drukken).

Druk, als u uw gedeelte wilt oefenen alvorens op te nemen, op de SYNC-START knop om Sync-Start uit te zetten. Druk, na het oefenen, nog een keer op de SYNC-START om deze weer aan te zetten.
Wanneer de Akkoord track opnemen
Sla, terwijl Sync-Start aanstaat, de eerste akkoorden van de song aan in het automatische begeleidingsgedeelte van het toetsenbord. De begeleiding begint automatisch en u kunt gaan opnemen, door akkoorden in de maat met de begeleiding aan te slaan.

Druk, als u de opname op dit punt wilt annuleren, nog een keer op de RECORD knop.
6 Stop de opname.
Druk, nadat u klaar bent met het spelen van het gedeelte, op de START/STOP knop.
N.B.
Als de begeleiding al uitstaat alvorens u naar de Opname mode gaat, dan wordt de akkoordentrack automatisch geselecteerd.
N.B.
Deze functie kan ook worden bediend met een aangesloten voetschakelaar. (Zie pagina 21.)
7 Naar uw nieuwe opname luisteren.
Druk, om de song vanaf het begin te spelen, nog een keer op de START/STOP knop. Het afspelen stopt automatisch aan het einde van de song, en wanneer de START/STOP knop nog een keer wordt ingedrukt.
8 Opnemen op een andere gewenste track. indien gewenst.
Herhaal, om dit te doen, de stappen #4 - #7 hierboven. Let er op dat wanneer u op de SONG MEMORY knop drukt die correspondeert met de gewenste track, het tracknummer in de display knippert.
9 De Opname mode verlaten.
Druk op de RECORD knop.
HOT TIPS
Extra Handelingen
Tracks mute'n Tijdens Het Afspelen
Als de opname op enable staat, kunt u naar wens verschillende tracks mute'n (tijdelijk uitschakelen). Dit is handig als u, tijdens het opnemen, een bepaalde track, en geen anderen, duidelijk wilt horen. U kunt ook mute'n tijdens het afspelen. Druk, om te mute'n, op de corresponderende SONG MEMORY knop, herhaaldelijk indien nodig, totdat het gewenste tracknummer in de display uitstaat.
Met iedere druk op een SONG MEMORY knop (als het afspelen is gestopt) loopt u door de volgende instellingen:

Track nummer aan — Track speelt af.
Opnieuw opnemen van een Track
Als u een fout heeft gemaakt en u wenst een track opnieuw op te nemen:
Druk, herhaaldelijk indien nodig, op de corresponderende SONG MEMORY knop totdat het gewenste track nummer in de display knippert (Geeft aan dat de opname van die track op standby staat). Aangezien dit de Sync-Start uitzet, moet u op de SYNC-START knop drukken om Sync-Start opnieuw aan te zetten, vervolgens de opname starten (zoals is uitgelegd in stap #5 hierboven). Nu kunt u op START/STOP knop drukken om de opname te starten.
Een enkele Track Wissen
Als u één enkele track wilt wissen zonder de gehele song te wissen (in de Song Clear handeling, pagina 91). (Dit kan alleen in een melody track gebruikt worden):
1) Druk op de RECORD knop.
2) Selecteer de gewenste track (Met de corresponderende SONG MEMORY knop).
3) Druk éénmaal op de START/STOP knop om de opname te starten en nog een keer om te stoppen (zonder op de toetsen te drukken). Dit wist alle ovorige data en creëert een lege track.
EEN USER SONG OPNEMEN – STEP OPNAME
FAST ▶ ▶TRACK
1 Maak alle gewenste DJX instelingen.
2 Selecteer de Step Record mode. (Druk op de RECORD knop.)
3 Selecteer een User song voor opname (met het numerieke toetsenbord).
4 Selecteer een track nummer (met de SONG MEMORY knoppen).
5 Start het opnemen. (Voer individuele noten en rustpunten in; zie pagina 86.)
6 Luister naar uw nieuwe opname (druk op de START/STOP knop).
7 Neem naar een andere track op indien gewenst. (Herhaal stap #4 - #6 hierboven.)
8 De Record mode verlaten. (Druk op de RECORD knop.)
De Data die kan worden opgenomen naar nomale (melodie) tracks:
- Noot aan/uit
- Velocity**
- Main voice instellingen (Voice Nummer*, Volume*, Octave, Pan*, Reverb Send Level*, Chorus Send Level*, DSP Send Level*)
- Dual voice instellingen (Voice Nummer*, Volume*, Octave, Pan*, Reverb Send Level*, Chorus Send Level*, DSP Send Level*)
- Reverb aan/uit, Reverb Type*
- Chorus aan/uit, Chorus Type*
- DSP aan/uit, DSP Type*
- BPM (Tempo)*, Time Signature* (als er niet zulke data in de Akkoorden track aanwezig is)
Data die kan worden opgenomen naar de Akkoorden track:
- Style nummer*
- Akkoord wijzigingen en timing
• Gedeelte wijzigingen (Lead In, Beat A/B, enz.) en timing - Pattern Volume*
• BPM (Tempo), Time Signature*
* Deze instellingen kunnen eenmaal worden opgenomen aan het begin van een song; andere instellingen kunnen gewijzigd worden in het midden van een song.
** Alle noten worden met dezelfde velocity ingevoerd; alhoewel dit op verschillende manieren gewijzigd kan worden met de Velocity Curve functie (pagina 90).
1 Maak alle gewenste PortaTone instellingen.
Deze handeling is hetzelfde als die bij Realtime opnemen (pagina 81).
2 Selecteer de Step Record mode.
Druk, herhaaldelijk indien nodig, op de RECORD knop, tot "Step" in de bovenkant van de display verschijnt.


N.B.
Realtime en Step opnamen kunnen beiden gebruikt worden in dezelfde song, maar niet in dezelfde track.
3 Een User song selecteren voor opname.
Deze handeling is hetzelfde als bij Realtime opnamen (pagina 82).
4 Selecteer een track nummer.
Druk op de SONG MEMORY knop die correspondeert met de gewenste track. (Deze stap is optioneel; de DJX selecteert automatisch de eerste beschikbare track. Als er geen song data is wordt automatisch track 1 geselecteerd.)

Opname naar de Akkoord Track
Een speciale Akkoord track is beschikbaar voor het opnemen van pattern data. Dit wordt automatsich opgenomen op de Akkoord track (track 6). Druk, om de Akkoord track te selecteren en de pattern aan te zetten, op de PATTERN CONTROL knop.

5 Opname starten.
Als de RECORD indicatie stopt met knipperen en het tracknummer begint te knipperen, dan kunt u het opnemen starten. Neem elke noot (of akkoorden) individueel op zoals hieronder omschreven:
Noten opnemen
1) Selecteer de gewenste positie in de song (maat/tel) met de +/- knoppen. (ledere druk op de knop brengt u één tel voor- of achterwaarts.)
2) sla de gewenste toets of toetsen aan. (De nootnaam wordt getoond in de bovenkant van de display.)
Als u akkoorden in de Akkoorden track opneemt, moet u even kijken of de begeleiding aanstaat, en waarop u het gewenste akkoord aan kunt slaan in het PATTERN gedeelte van het toetsenbord.
N.B.
- In tegenstelling tot Realtime opname, kunt u met Step opname alleen één track per keer opnemen; de akkoord track kan niet tegelijkertijd met een andere track worden opgenomen.
- Als de pattern al uitstaat alvorens de Record mode in te gaan, wordt de Akkoord track automatsich geselecteerd.
N.B.
Meer als één noot kan per keer worden opgenomen; alhoewel alleen de laatste ingedrukte noot verschijnt in de display.
3) Selecteer de noot (tijd) waarde met het numerieke toetsenbord. (De nootwaarde wordt weergegeven als een ikoon in de display.)
Sla bijvoorbeeld een centrale C aan en druk de "4" knop in (1/8 noot).


De beat balken geven ook de huidige opnamepositie weer (als tel in de maat).
De noot wordt automatisch ingevoerd en Step opname verplaatst zich naar de volgende beschikbare positie. Bijvoorbeeld, als een hele noot aan het begin van de maat 1 wordt ingevoerd dan is de volgende positie het begin van maat 2.
U kunt, zoals hierboven al vermeld werd, met de +/- knoppen vooruit en achteruit door de track wandelen. Hiermee kunt u door de noten lopen, en deze beluisteren.
HOT TIPS
Extra Handelingen
Akkoorden en Secties in een Akkoordtrack opnemen:
1) Sla een akkoord aan in het begeleidingsgedeelte van het toetsenbord. ("Chord" en de akkoordnaam verschijnt in de display.)

Voer akkoorden op de normale manier in, zoals enkele noten of volle akkoorden. (Zie pagina 50.)
2) Selecteer een gedeelte door op de corresponderende knop te drukken. als u een Lead In of een Lead Out gedeelte hebt geselecteerd is de lengte bepaald en hoeft deze niet in stap 3 hieronder ingevoerd te worden.
3) Selecteer de noot (tijd) waarde met het numerieke toestenbord
4) Voer de extra akkoorden in door stap 1-3 hierboven te herhalen. (Een gedeelte selecteren in stap 2 is optioneel.)
Triplets en Dotted noten opnemen:
1) Druk, op de gewenste positie, op de corresponderende numerieke toetsenbord knop ("7" voor dotted of "9" voor triplets).
2) Druk op de numerieke toetsenbord knop voor de gewenste noot waarde.

flowchart
graph TD
A["7. + 4. →"] --> B["Dotted noot"]
C["9. + 4. →"] --> D["Triool"]
E["7. + 8. rest"] --> F["NO"]
G["9. + 3. ~"] --> H["YES"]
I["0. wicky"] --> J["FWDFWD"]
K["+"] --> L["Yes"]
Rustpunten opnemen:
1) Selecteer de gewenste positie in de song met de +/- knoppen.
2) Druk de "8" (rust) knop in op het numerieke toetsenbord.
3) Druk, als u een dot rust of een triool rust wilt opnemen, op de toegewezen numerieke toetsenbordknop ("7" voor dotted of 9" voor triolen).
4) Druk op het numerieke toetsenbordknop (1 - 6) die correspondeert met de gewenste rustwaarde. (De gespecificeerde rustwaarde verschijnt als een ikoon in de display.)

5) Neem, na het opnemen van de gewenste rust waarde(n), de volgende noot op.
N.B.
- Het Lead In gedeelte kan alleen worden opgenomen aan het bgein van een song.
- Als een Lead Out gedeelte is geselecteerd kunnen er geen verdere noten worden opgenomen.
N.B.
Triolen zijn drie noten in een enkele tel — met andere woorden, één tel is opgedeelt in drie gelijke delen. Iedere noot (of rust) van een triool moet appart worden ingevoerd.

Twee achste noten (in een vier kwarts maat).

Drie achste noot triool (in een vierkwartsmaat).
N.B.
Dotted noten verlengen de lengte van een halve noot een half — met andere woorden, de lengte van een dotted noot is een achtste noot plus een zestiende noot.

HINT
Als u meer als twee of meer achtereenvolgende rusten invoert, kunt u met de + knop door de track wandelen (voor de gewenste aantal tellen rust). Dit bespaart u het probleem van herhaaldelijk invoeren van rusten als er meerdere tellen of maten stilte tussen de noten zitten.
6 Luister naar uw nieuwe opname.
U kunt de gehele step opgenomen track op ieder moment beluisteren door op de START/STOP knop te drukken. De track waar u op werkt speelt af (totdat deze gestopt wordt) en keert terug in Step opname naar de volgende positie.
Let er op, dat dit alleen de geselecteerde track afspeelt. Verlaat, om alle tracks van de song te beluisteren, de Step opname (druk op de RECORD knop) en druk op de START/STOP knop om het afspelen van de song te starten.
7 Het opnemen op een andere track.
Herhaal, om dit te doen, de stappen #4 - #6 hierboven. Let er op dat als u de SONG MEMORY knop indrukt die correspondeert met de gewenste track, het tracknummer in de display knippert.
8 De Record mode verlaten.
Deze handeling is het zelfde als stap #9 van opname (pagina 84).
Een Noot of Rust Vervangen
Als u een noot of rust wilt vervangen die u net heeft opgenomen, kunt u deze gemakkelijk vervangen door een nieuwe. Om dit te doen:
1) Selecteer de gewenste positie in de song met de +/- knoppen.
2) Sla de nieuwe toon aan op het toetsenbord (of de toegewezen rust waarde knop op het numerieke toetsenbord).
3) Voer een nieuwe noot waarde in op het numerieke toetsenbord. (Voer, indien gewenst, een dotted of een triool noot eerst in.)
4) Druk, op de "Delete?" prompt, de + knop. Druk, om te annuleren, op de - knop.
PAS OP
Deze handeling verwijdert alle vorige opgenomen noten die gevolgd wordt door de geplaatste noot. Let er op dat u alle volgende gewenste noten verwijdert alvorens de geselecteerde noten of rustpunten echt te vervangen.
Velocity Curves invoeren
In Step opname, worden alle noten met dezelfde velocity of volume opgenomen. Gebruik, om een Step opgenomen track natuurlijker te laten klinken of sommige dynamische wijzigingen te creëeren, de Velocity Curve functie.
1) Selecteer de eerste noot die beïnvloed moet worden door de Velocity Curve (met de +/- knoppen of het numerieke toetsenbord). Alle volgende noten worden velocity getransformeerd.
2) Houdt tegelijkertijd de VELOCITY knop ("0" op het numerieke toetsenbord) en druk + of - om de gewenste Velocity Curve te selecteren.

3) Druk op de "Change?" melding op de + knop ("YES") om daadwerkelijk de geselecteerde Velocity Curve in te voeren, of druk op de - knop om de handeling te annuleren.

Geselecteerde Velocity Curve verschijnt als ikoon in display.


U kunt een Velocity Curve specificeren in het midden van een track ALVORENS het opnemen van de noten waarvan de Curve invloed heeft. Selecteer, om dit te doen, de laatste noot van de track (met de +/- knoppen) en voer vervolgens de gewenste Velocity Curve in. In dit geval wordt de Velocity Curve NIET aan de laatste noot toegevoegd maar aan alle daarop volgende ingevoerde noten.
Velocity Curve Tabel
| Display | Type/Omschrijving | Display | Type/Omschrijving |
| MezzoforteDit stelt alle opvolgende noten in op een velocity waarde van 80. | Diminuendo 1Dit creëert een twee maat diminuendo, beginnende met de huidige velocity op de geselecteerde noot en eindigend met een velocity verhoging van 40. | ||
| ForteDit stelt alle opvolgende noten in op een velocity waarde van 100.. | Diminuendo 2Dit creëert een twee maat diminuendo, beginnende met de huidige velocity op de geselecteerde noot en eindigend met een velocity verhoging van 20. | ||
| FortissimoDit stelt alle opvolgende noten in op een velocity waarde van 120. | Diminuendo 3Dit creëert een twee maat diminuendo, beginnende met de huidige velocity op de geselecteerde noot en eindigend met een velocity verhoging van 10. | ||
| MezzopianoDit stelt alle opvolgende noten in op een velocity waarde van 60. | Accent 1Dit verhoogt de velocity van eerste noten (1e tel) van alle maten met 30. (Display ikoon presenteert twee maten.) | ||
| PianoDit stelt alle opvolgende noten in op een velocity waarde van 40. | |||
| PianissimoDit stelt alle opvolgende noten in op een velocity waarde van 20. | Accent 2Dit verhoogt de velocity van eerste noten en haverwege punten van alle maten met 30. (Display ikoon presenteert twee maten.) | ||
| Crescendo 1Dit creëert een twee maat crescendo, beginnende met de huidige velocity op de geselecteerde noot en eindigend met een velocity verhoging van 40. | Triangle waveDit verhoogt en verlaagt geleidelijk wisselend de velocity met 30 in een patroon van een driehoek golf. De golf herhaalt elke twee maten door de track heen. (Display ikoon presenteert twee maten.) | ||
| Crescendo 2Dit creëert een twee maat crescendo, beginnende met de huidige velocity op de geselecteerde noot en eindigend met een velocity verhoging van 20. | Square waveDit verhoogt en verlaagt geleidelijk wisselend de velocity met 30 in een patroon van een rechthoek golf. De golf herhaalt elke twee maten door de track heen. (Display ikoon presenteert twee maten.) | ||
| Crescendo 3Dit creëert een twee maat crescendo, beginnende met de huidige velocity op de geselecteerde noot en eindigend met een velocity verhoging van 10. |
EEN SONG WISSEN
De song wis functie (in de Functie parameters) wist compleet alle opgenomen data van alle tracks of een geselecteerde User song. Gebruik deze functie alleen als u er zeker van bent dat u een song wilt wissen en een nieuwe song wilt opnemen.
1 Selecteer de Functie mode.
Druk op de FUNCTIE knop.

flowchart
graph TD
A["FUNCTION"] --> B["SONG"]
B --> C["STYLE"]
C --> D["VOICE"]

Knippert om aan te geven dat de Functie parameter geselecteerd kan worden.
2 Selecteer de Functie parameter (61 - 63) die correspondeert met de song die u wilt wissen.
Selecteer, terwijl de "FUNCTION" indicator knippert, met het numeriek toetsenbord het gewenste Functie parameter nummer:
• 61 — Wis song #1 ("F61 USng1Clr")
• 62 — Wis song #2 ("F62 USng2Clr")
• 63 — Wis song #3 ("F63 USng3Clr")
3 Start de Song Wis handeling.
Druk, nadat de "FUNCTION" indicator stopt met knipperen en de "Clr?" melding verschijnt, op de + knop om de Song Clear handeling uit te voeren.

4 Wis, na de "Sure?" melding, de geselecteerde song.
Druk op + om de corresponderende song daadwerkelijk te wissen, of druk op de - knop om de handeling te annuleren en naar stap 3 terug te keren.

Druk, om de Song Clear functie te verlaten, op één van de andere mode knoppen: SONG, STYLE, or VOICE.
N.B.
Deze parameter nummers kunnen geselecteerd worden op dezelfde manier als bij de voices (zie pagina 25). U kunt met het het numerieke toetsenbord direct het nummer in voeren, met de +/- knoppen omhoog en omlaag door de parameters lopen, of op de FUNCTION knop drukken om door de parameter nummers te lopen.
BELANGRIJK
Aangezien de "FUNCTION" indicator maar een paar seconden knippert, moet u er op letten dat u de parameter snel na stap 1 hierboven invoert.
Alhoewel de DJX enorm veelzijdig en krachtig is in zijn eentje kan de DJX perfect gebruikt worden in iedere MIDI setup.
De DJX is MIDI-compatible, is uitgerust met MIDI IN en MIDI OUT aansluitingen en bevat een groot aantal MIDI functies. Met deze MIDI functies kunt u uw muzikale mogelijkheden flink uitbreiden. Dit gedeelte verklaart wat MIDI is, wat het voor u kan betekenen en hoe u MIDI kunt gebruiken.
BELANGRIJK De MIDI functies kunnen niet gebruikt worden tijdens de Song mode.
WAT IS MIDI?
U heeft zonder twijfel wel eens de term "akoestisch instrument" en "digitaal instrument" gehoord. In de wereld van vandaag zijn dit twee hoofdcategorieën instrumenten. Laten we verder stellen dat een akoestische piano en een klassieke gitaar goede voorbeelden van akoestische instrumenten zijn. Ze zijn gemakkelijk te begrijpen. Als u op een piano een toets aanslaat, slaat de hamer binnen in de piano enkele snaren aan en hoort u een geluid. Met de gitaar slaat u een snaar aan en het geluid klinkt, maar hoe brengt een digitaal instrument geluid voort?
Akoestische gitaar geluid

Tokkel een snaar en de kast resoneert het geluid.
Digitaal instrument geluid

flowchart
graph LR
L["Input"] -->|Sample Noot| Toogenerator["Toogenerator (Electronisch component)"]
Toogenerator -->|Sample Noot| R["Output"]
Toetsenbord_spelen --> Toogenerator
Toetsenbord_spelen --> R
L -->|Feedback| L
R -->|Feedback| R
Gebaseert op het spelen van informatie van het toetsenbord, wordt een gesampelde toon die opgeslagen is in de toongenerator gespeeld door de luidsprekers.
Zoals getoond in de bovenstaande illustratie, wordt een gesampeld geluid (van te voren opgenomen geluid) in een elektronisch instrument, opgeslagen in het toongenerator gedeelte (elektronisch component) afgespeeld, gebaseerd op informatie dat ontvangen wordt van het toetsenbord. Welke informatie wordt er dan verstuurd door het toetsenbord die de basis is van de geluidsproductie?
Laten we bijvoorbeeld stellen dat u een "C" kwartnoot speelt die gebruik maakt van het grand piano geluid in de DJX. In tegenstelling tot een akoestisch instrumentgeluid, stuurt het elektronisch instrument informatie van het toetsenbord uit zoals "met welke voice," "met welke toets," "hoe sterk," "wanneer het aangelagen werd" en "wanneer het losgelaten werd." Deze stukjes informatie wordt vervolgens omgezet in een nummerwaarde en verzonden naar de toongenerator. Gebruik makend van deze nummers als basis, brengt de toongenerator vervolgens het opgeslagen gesampelde geluid voort.
Voorbeeld van Toetsenbord Informatie
| Voicenummer (met welke voice) 156 (grand piano) |
| Nootnummer (met welke toets) 60 (C3) |
| Note on (waneer het werd aangeslagen) en Timing numeriek uitgedrukt (quarter note)note off (wanneer het werd losgelaten) |
| Velocity (hoe sterk) 120 (sterk) |
De afkorting MIDI staat voor Musical Instrument Digital Interface, waarmee u elektronische muziek instrumenten met elkaar kunt laten communiceren, door het versturen en ontvangen van compatibele Note, Control Change, Program Change en een aantal andere soorten van MIDI data, ofwel messages. De DJX kan een MIDI apparaat besturen door het versturen van noot data en andere typen controller data. De DJX kan bestuurd worden door ontvangen MIDI messages die automatisch de toongenerator mode bepalen, MIDI kanalen, voices en effecten selecteren, parameter waarden wijzigen en natuurlijk de voices bespelen van de verschillende parts.
MIDI messages bestaan uit twee groepen: Channel messages en Systeem messages. Hieronder staat een opsomming van de verschillende soorten MIDI berichten die de DJX kan ontvangen/versturen.
- Channel messages
De DJX is een elektronisch instrument die 16 kanalen tegelijk aankan. Meestal zeggen we dan "hij kan 16 instrumenten tegelijkertijd voortbrengen." Channel messages versturen data zoals Note On/Off, Program Change, voor alle 16 kanalen.
| Bericht Naam DJX Handeling/Paneel Instelling | |
| Note ON/OFF Berichten die gegenereerd worden als er op het toetsenbord gespeeld wordt. ledere message bevat een specifiek nootnummer dat corresponeert met de toets die wordt aangeslagen, plus een velocity waarde gebaseerd op hoe hard u de toets aanslaat. | |
| Program Change Voice nummer (selecteert samen met de corresponderende bank MSB/LSB instellingen, indien nodig). | |
| Control Change Berichten die sommige aspecten van het geluid wijzigen(modulatie, volume, pan, enz.). |
- Systeem Berichten
Deze data wordt in het algemeen door het gehele MIDI systeem gebruikt. Systeem messages bevatten data zoals Exclusive Messages die unieke is voor een merk instrument en Realtime Messages die het MIDI instrument bestuurt.
| Bericht Naam PSR-225 Handeling/Paneel Instelling | |
| Exclusive Message Reverb/chorus/DSP instellingen, enz. | |
| Realtime Messages Clock instellingen | Start/stop handeling |
De berichten verzonden/verstuurd door de DJX worden getoond in de MIDI Implementation Chart op pagina 112.
HET AANSLUITEN OP EEN PERSONAL COMPUTER
Door de MIDI aansluitingen van de DJX aan te sluiten op een personal computer krijgt u de mogelijkheid gebruik te maken van een groot aantal soorten muziek-software.
Als u gebruik maakt van een MIDI interface, geinstalleerd op uw personal computer, moet u de MIDI aansluitingen van de personal computer aansluiten op de DJX.
Gebruik alleen speciale MIDI kabels bij het aansluiten van MIDI instrumenten.
- Sluit de MIDI poorten van de DJX aan op de MIDI poorten van de personal computer.

flowchart
graph LR
A["Computer sequencer software"] -->|MIDI IN MIDI OUT| B["DJX"]
B -->|MIDI OUT MIDI IN| A
- Als u een MIDI interface en een Macintosh computer gebruikt, moet u de RS-422 terminal van de computer (modem of printer terminal) aansluiten op de MIDI interface, zoals getoond wordt in de onderstaande illustratie.

flowchart
graph LR
A["Computer sequencer software"] -->|RS-422| B["MIDI interface"]
B -->|MIDI IN| C["DJX"]
C -->|MIDI OUT| B
N.B.
Stel, als u een Macintosh computer gebruikt, de MIDI interface clock instelling in de software zo in dat deze overeenkomt met de instelling van de gebruikte MIDI interface. Lees voor details zorgvuldig de gebruikershandleiding van de gebruikte software door.
MIDI Aansluitingen
Om MIDI data tussen diverse apparaten uit te wisselen moet ieder apparaat aangesloten worden met een kabel. U vindt de MIDI aansluitingen van de DJX op de achterkant van het paneel.

MIDI IN ......Ontvangt MIDI data van een ander MIDI apparaat.
MIDI OUT ......Verstuurt de informatie van het toetsenbord van de PSR-225 als MIDI data naar een ander MIDI apparaat.
N.B.
- Gebruik alleen speciale MIDI kabels bij het aansluiten van MIDI apparaten. U kunt ze kopen in muziekwinkels.
- Gebruik nooit een MIDI kabel die langer is als 15 meter. Langere Kabels kunnen storingen en data errors veroorzaken.
FUNCTIE PARAMETERS - MIDI
In de Functie parameters vindt u extra, meer gedetaileerde MIDI instellingen voor de DJX. Deze instellingen bevatten:
De MIDI instellingen hieronder worden opgeslagen zelfs wanneer de stroom uit staat. Echter, MIDI instellingen worden NIET inbegrepen in de data die bewaard worden in de User banks in de Performance Setup optie (pagina 56).
Het selecteren en wijzigen van de Functie parameters:
Druk op de FUNCTION knop en selecteer vervolgens met het numerieke toetsenbord het parameter nummer. Wijzig, nadat de "FUNCTION" stopt met knipperen, met het numerieke toetsenbord of met de +/- knoppen de instelling. (Zie, voor details, pagina 18.)
Functie Parameters
Nr. Parameter Naam Display Naam Bereik/Instelling
81 Remote Channel RemoteCh off, 01 - 16
Dit bepaalt hoe de PortaTone bestuurd wordt door een "remote" (extern) MIDI toetsenbord. Zet deze parameter op één van de 16 kanalen (01 - 16) om de DJX functies over de geselecteerde kanalen op afstand door een extern toetsenbord te laten bedienen. (De overblijvende 15 kanalen kunnen gebruikt worden voor multi-timbrale functies.) Als deze op "off" staat, kan de DJX gebruikt worden als een volledige 16 kanaals multi-timbrale geluidsbron. De standaard (default) instelling is "off."
Dit bepaalt of de data van het spel op het keyboard van de PortaTone verstuurd wordt of niet.
Als deze op "off" staat beïnvloeden de noten die gespeeld worden op de PortaTone niet (worden niet verstuurd naar) het aangesloten MIDI apparaat. Als deze op "on" staat worden de volgende toetsenbord data verstuurd: Main voice part op kanaal 1, Split voice part op kanaal 2 en Dual voice part op kanaal 11. De standaard (default) instelling is "on."
N.B.
IAls zowel Keyboard Out en Local Control (#84 hieronder) op "off" staan, klinken noch het aangesloten MIDI apparaat noch de DJX voices als er op het toetsenbord gespeeld wordt.
83 Pattern Out PtrnOut on, off
Dit bepaalt of de data van de pattern verstuurd wordt via MIDI OUT of niet.
Als deze op "on" staat wordt de pattern data verstuurt over kanalen 3 - 10 (zoals hieronder opgesomd). De standaard instelling is "off." HINT
Pattern Verstuur Kanalan:
U kunt de Pattern Out op verschillende manieren gebruiken. Één bruikbare toepassing is het afspelen van alle geselecteerde delen via een aangesloten MIDI toongenerator te spelen. Op deze manier kunt u de geluiden van de DJX versterken door de geluiden te stapelen (of verdelen) met de geluiden van de toongenerator. Een andere toepassing is het opnemen van individuele delen van ieder kanaal in een sequencer opnemen om met de uitgebreide bewerkingsmogelijkheden van de sequencer de begeleidingsgedeelten opnieuw te arrangeren.
Nr. Parameter Naam Display Naam Bereik/Instellingen
Dit bepaalt of het toetsenbord is "aangesloten" op de interne Voices van de DJX.
Als deze op "on" staat reageren de Voices op de noten die worden gespeeld op het toetsenbord. Als dit op "off" staat reageren de Voices alleen op ontvangen MIDI data (via MIDI IN). De standaard (default) instelling is "on." Als u de MIDI OUT van de PortaTone op een sequencer aansluit en terug aansluit via de MIDI IN, moet u deze op "off" zetten om MIDI "feedback" te voorkomen.
Dit bepaalt of de stijl en de song afspeel functies door de Interne clock (off) van de DJX worden bestuurd of door MIDI data van een externe sequencer of computer (on.)
Deze hoort op "on" te staan als wilt dat het afspelen van stijlen of songs het externe apparaat (zoals een ritme machine of een sequencer) volgt. De standaard (default) instelling is "off."
N.B.
- Als dit op "on" ingesteld is kan het afspelen van de stijl NIET bestuurd worden door de knoppen op het DJX paneel.
- Als de song mode wordt geselecteerd dan wordt de External Clock automatisch op "off" gezet.
86 Bulk Dump Send BulkSend
Hiermee kunt u belangrijke DJX data en instellingen op een ander apparaat (zoals een sequencer, computer of MIDI data filer) opslaan.
De opgeslagen instellingen zijn: User Performance Setup banken 1 - 4, User Songs 1 - 3 en EZ Chord banken 1 - 8), die u opnieuw kunt inladen op het moment dat u ze nodig heeft. U kunt bijvoorbeeld de data oplaan op een floppy disk van een computer, of op een MIDI data filer (zoals de Yamaha MDF3), om zo de beschikking te hebben over een ongelimiteerde opslagcapaciteit van uw waardevolle DJX data. (Zie voor gedetaileerde instructies het gedeelte "BULK DUMP SEND GEBRUIKEN OM DATA OP TE SLAAN" op pagina 97.)
87 Initial Setup Send InitSend
Met deze functie kunt u de Begin setup instellingen van de DJX naar een sequencer versturen en opnemen als een gedeelte van een song.
Dit zorgt er voor u dat u tijdens het afspelen van een song de DJX direct en automatisch opnieuw terugzet in de juiste instellingen van de song. (Zie voor gedetailerde instructies het gedeelte "INITIAL SETUP SEND GEBRUIKEN MET EEN SEQUENCER" op pagina 100.)
88 Sampling Send SmplSend
Met deze functie kunt u alle user-sampled data van de "Sampled" voice (#284) op een ander apparaat bewaren (zoals een sequencer, computer, of MIDI data filer).
Dit is gelijk aan de Bulk Dump Send functie hierboven, behalve dit bewaart alleen de sampled data. (Zie, voor gedetaileerde instructies het gedeelte "USING BULK DUMP SEND/SAMPLING SEND TO SAVE DATA" op pagina 97.)
GEBRUIK BULK DUMP SEND/SAMPLING SEND OM DATA OP TE SLAAN
De werkelijke handeling stappen vooor deze twee functies zijn identiek. De Bulk Dump Send functie slaat User Performance Setup en User Song op. De Sampling Send functie slaat alleen user-sampled data ("Sampled" voice, #284) op.
Bulk Data/Sampling Data opslaan
1 Stel eerst het aangesloten MIDI apparaat in voor het opnemen van data.
De werkelijke procedure kan verschillen afhankelijk van uw persoonlijke apparatuur en software. Bijvoorbeeld, als u de Yamaha MDF3 MIDI Data Filer gebruikt:
1) Maak de overeenkomstige MIDI aansluitingen..

flowchart
graph LR
A["DJX"] --> B["MIDI INMIDI OUT"]
B --> C["MDF3"]
2) Stel de MDF3 in op MIDI data opnemen. (Zie voor meer informatie in MDF3 gebruikershandleiding.)
2 Selecteer op de DJX de Bulk Dump Send/Sampling Send functie.
1) Druk op de FUNCTION knop.
2) Selecteer de gewenste Functie parameter met het numerieke toetsenbord: #86 voor Bulk Dump Send, of #88 voor Sampling Send.

3 Zet, na de "BulkSnd?/"SmplSnd?" melding, de handling op standby.
Druk op de + knop om met de handeling te beginnen.
N.B.
Deze functie kan niet worden gebruikt in de Song mode of als de begeleiding speelt.
N.B.
De Bulk Dump Send/Sampling Send functies kunnen niet gebruikt worden in de volgende condities:
• Terwijl een pattern speelt
• In de Song mode
• In één van de Recording modes
• Terwijl u een Performance Setup oproept
• Tijdens het ontvangen van bulk/sampling data
Als u de functie probeert tijdens één van de handelingen hierboven, verschijnt er “- - -” in de display en de data is niet verstuurt.
4 Start, na de "Sure?" melding, het versturen van de data.
Druk op de + knop om daadwerkelijk te beginnen met het versturen van de data, of druk op de - knop om de handeling te annuleren en terug te keren naar stap 3. Denmk eraan dat deze handeling enkele minuten kan duren

Als de data verzonden wordt, geeft de display het aantal stappen van het versturen van de data weer totdat de handeling klaar is:

Als de handeling klaar is, verschijnt het volgende in de display:

flowchart
graph TD
A["STYLE FUNCTION"] --> B{END}
B --> C["STYLE FUNCTION"]
D["STYLE FUNCTION"] --> E{END}
E --> F{STYLE FUNCTION}
G{END} --> H{YESBulkEnd?}
H --> I{STYLE FUNCTION}
style A fill:#f9f,stroke:#333
style D fill:#f9f,stroke:#333
style G fill:#f9f,stroke:#333
5 De Bulk Dump Send/Sampling Send handling verlaten.
Druk, om de Bulk Dump Send functie te verlaten, op één van de andere mode mode knoppen: SONG, STYLE, of VOICE.
N.B.
Bulk Dump Send/Sampling Send kan midden in de handeling gestopt worden door op de - knop te drukken.
Bulk Data/Sampling Data laden
Als u op de hierboven omschreven manier DJX data heeft opgeslagen kunt u op gemakkelijke wijze de data terugladen in de DJX.
1 Het aangesloten MIDI apparaat instellen op het verzenden van de toegewezen data.
De werkelijke procedure kan verschillen afhankelijk van uw persoonlijke apparatuur en software. Bijvoorbeeld, als u de Yamaha MDF3 MIDI Data Filer gebruikt:
1) Maak de overeenkomstige MIDI aansluitingen.

flowchart
graph LR
A["DJX"] --> B["MIDI OUTMIDI IN"]
B --> C["MDF3"]
2) Stop de gewenste floppy disk (die de gewenste data bevat) in de MIDI Data Filer.
2 Let er op dat de DJX op Style mode staat ingesteld.
Let er op dat de Make DJX NIET in de Song mode staat en dat deze niet midden in een handeling is, zoals het opnamen of afspelen van een song, het afspelen van een pattern, Bulk Dump Send, enz.
3 Beginnen met versturen van de data van het aangeloten MIDI apparaat.
Verstuur de data van het aangesloten apparaat. (Zie voor meer details de gebruikershandleiding van het apparaat.)
De DJX ontvangt automatisch de data. Als de data ontvangen wordt, geeft de display de aantal stappen van data ontvangst weer totdat de handeling klaar is:

N.B.
- Als de DJX bulk data/sampling data ontvangt kunnen er geen paneelknoppen gebruikt worden.
-
De Bulk Dump Send/Sampling Send functies kunnen niet geladen worden in de volgende condities:
-
Terwijl een pattern speelt
- In de Song mode
• In één van de Recording modes - Terwijl u een Performance Setup oproept
• Tijdens het versturen van bulk/sampling data
Als u de functie probeert tijdens één van de handelingen hierboven, verschijnt er “- - -” in de display en de data wordt niet ontvangen.
Als de handeling klaar is, verschijnt het volgende kort in de display: (alvorens naar de originele handeling terug te keren).

INITIAL SETUP SEND GEBRUIKEN MET EEN SEQUENCER
Het meeste algemene gebruik van de Initial Setup Send functie is het opnemen van een song op een sequencer die later af moet spelen op de DJX. Feitelijk maakt deze handelding een "momentopname" van de DJX instellingen en stuurt deze data naar de sequencer. Door het opnemen van deze "momentopname" aan het begin van de song (voor de speeldata), worden direct de benodigde instellingen op de DJX opgeroepen. Mits er een pauze is in de song kunt u dit in het midden van de song doen — om bijvoorbeeld alle instellingen van de DJX te wijzigen voor het volgende gedeelte van de song.
Initial Setup Data Versturen
1 Stel eerst de sequencer in voor opname.
De werkelijke procedure kan verschillen, afhankelijk van uw persoonlijke apparatuur en software.
Het beste kunt u twee of meer maten stilte vrijlaten (geen speeldata) alvorens de song begint. De Initial Setup data wordt in deze ruimte opgenomen.
2 Selecteer op de DJX de Initial Setup Send functie.
1) Druk op de FUNCTION knop.
2) Selecteer parameter #87 (met het numerieke toetsenbord).

N.B.
De Initial Setup Send functie kan niet gebruikt worden in de volgende condities:
- Als er een pattern speelt
• In de Song mode
• In één van de Recording modes
• Tijdens het ontvangen van receiving bulk/sampling data
Als u de functie probeert tijdens bovenstaande condities, verschijnt er “- - -” appears in de display en de data wordt niet verstuurt.
3 Zet de handelding na de "InitSnd?" melding op standby.
Druk op de + knop.

4 Start de opname op de sequencer en verstuur vervolgens de Initial Setup data.
Start de opname op de sequencer op de normale manier, en druk vervolgens — zo snel mogelijk — op de + knop om daadwerkelijk te beginnen met het versturen van de data.
Een "End" bericht verschijnt kort in de display als de handeling klaar is, gevolgd door de "InitSnd?" melding.
5 Stop de opname op de sequencer.
Stop de opname op de sequencer op de normale manier. Let er op dat er tussen de Initial Setup en de opvolgende speeldata minstens één maat aanwezig is.
6 Delinitial Setup Send Handeling Verlaten.
Druk, om de Initial Setup Send te verlaten, op één van de andere mode knoppen: SONG, STYLE of VOICE.
| Probleem Mogelijke Oorzaak | en Oplossing |
| Een plopgeluid is kort hoorbaar als de DJX wordt aan- of uitgezet. | Dit is normaal en geeft aan dat de DJX stroom ontvangt. |
| Er is een voortdurend “brommend” of “zoemend” geluid. | Let er op dat de adaptor niet te dicht bij of op het DJX paneel ligt. |
| Er is geen geluid, zelfs niet als het toetsenbord wordt bespeeld of een Song wordt afgespeeld. | Controleer dat er niets is aangesloten op de PHONES/AUX jack op het achterpaneel. Als er een hoofdtelefoon is aangesloten, klinkt er geen geluid. |
| De geselecteerde voice klinkt niet goed, of het volume is te laag. | Let er op dat de volgende instellingen juist zijn ingesteld: Main Voice Volume (#01, pagina 27), Dual Voice Volume (#11, pagina 30) en Split Voice Volume (#21, pagina 32). |
| Er is geen geluid als er op het toetsenbord gespeeld word. | Als het Splitpunt wordt ingesteld dan wordt het toetsenbord alleen gebruikt om waarden te wijzigen en produceert geen geluid. |
| Het geluid van de voices of ritmes klinkt ongewoon of vreemd. | De batterij is zwak. Vervang de batterijen (zie pag. 8). |
| De pattern speelt niet af zelf als er op de START/ STOP knop gedrukt wordt. | Als de Externe Klok (pagina 98) op “on” wordt ingesteld dan kan het afspelen van de stijl NIET bedient worden door de DJX paneelknoppen. |
| Er is geen geluid, niet op de DJX en ook niet op het aangesloten MIDI apparaat. | • Als Local Control (Functie #84, pagina 96) op “off” staat dan klinken de voices van de DJX niet, zelfs niet als er op het toetsenbord gespeeld wordt.• Als Toetsenbord Out (Functie #82, pagina 95) op “off” staat dan klinkt het aangesloten MIDI apparaat niet, zelfs niet als er op het toetsenbord gespeeld wordt. |
| De pattern klinkt niet naar behoren. | • Let er op dat de Pattern volume (pagina 49) op een aannemelijk niveau is ingesteld.• Let er op dat het Pattern splitpunt (#51, page 54) op een aannemelijke waarde staat. |
| Sommige gedeelten klinken niet. | Let er op dat geen van de gedeelten onopzettelijk met Part Control zijn uitgezet. (Alle relevante toetsen in de display horen donker te zijn.) |
| De Reverb/Chorus/DSP/Harmony is niet hoorbaar. | • Let er op dat de Send Level parameter van het effect (en de bedoelde voice: Main, Dual, of Split) op een aannemelijke waarde staat. (Zie pagina’s 27, 30, 32)• Let er op dat het corresponderende effect aanstaat. (Zie pagina’s 34, 35, 36). |
| Niet alle voices klinken, of het geluid wordt afgesneden. | The DJX is maximaal 32 stemmig polyfoon. Als in u de Dual voice of Split voice mode bent en op hetzelfde moment een stijl of song wordt afgespeeld, worden sommige noten/geluiden van de pad weggelaten (“gestolen”) uit de begeleiding of song (Zie de opmerking op pagina 104.) |
| Een raar “flanging” of “dubbel” geluid kan optreden als u de PortaTone met een sequencer gebruikt. (Dit kan ook klinken als een “dual” gestapeld geluid van twee voices, zelfs als Dual uitstaat.) | • Als u de MIDI OUT van de PortaTone op een sequencer aansluit en weer aansluit op de MIDI IN, moet u de Local Control (pagina 96) op “off” zetten om MIDI “feedback” tegen te gaan.• Als u begeleiding gebruikt met een sequencer, stel MIDI Echo (of de relevante bediening) in op “off.” (Zie voor meer details de gebruikershandleiding van u bepaalde apparaat en/of software. |
| Het geluid is verstoort of lawaaierig. | • Veel van de DJX geluiden zijn zorgvuldig met een “lo-rez” of “grunge” geluid ontwikkeld of gecreëerd om het beste bij een bepaalde stijl van muziek te passen.• Als u de CUTOFF en RESONANCE knoppen op of tegen het maximum instelling gebruikt (in het byzonder als de MASTER VOLUME dial ook op het maximum is ingesteld) kan dit resulteren in verstoring.• Als dit is toegevoegd aan de “Sampled” voice (#284), kan u de sample(s) op een te hoog niveau hebben opgenomen. (Zie pagina 70.) |
| Probleem Mogelijke Oorzaak en | Oplossing |
| De ASSIGN knop en/of de RIBBON CONTROLLER lijken het geselecteerde Part niet te beïnvloeden. | Het geluid van bepaalde Parts wijzigen een klein beetje of helemaal niet, afhankelijk van het geluid zelf en het effect of de gebruikte parameter. |
| GROOVE of Dynamics heeft geen enkel effect op de the Drum Loop voices. | Dit is nomaal. De Drum Loop voices zijn sampled rhythms; GROOVE en Dynamics beïnvloeden alleen pattern data. |
| De voetschalaar prodceert het tegenovergestelde effect. Als u de voetschakelaar voor sustain gebruikt, wordt het geluid afgesneden als u de voetschakelaar intrapt, klinkt het geluid weer door als u hem loslaat. | De polariteit van de voetschakelaar is omgedraaid. Let er op dat de voetschakelaar juist is aangesloten op de FOOT SWITCH jack alvorens de PortaTone aan te zetten. |
| Sample recording werkt niet. | Let er op dat de input kabel juist is aangesloten op de MIC of LINE IN jack. (Zie pagina 70.) |
| Sample recording begint te snel of te laat. | Let er op dat het trigger niveau op een aannemelijk niveau is ingesteld. (Zie pagina 71.) |
| Het geluid van de voices veranderen van toon tot toon. | De AWM toongenerator maakt gebruik van multi ('meerdere') opnamen (samples) van een instrument over het gehele bereik van het toetsenbord; dus het werkelijke geluid van de voice kan een beetje afwijken van toon tot toon. |
DATA BACKUP & INITIALIZEREN
Behalve voor de lijst hieronder worden alle DJX paneelinstellingen in hun begin instellingen teruggezet als de DJX wordt aangezet. De data hieronder getoond worden gebackup'd — d.w.z. blijft in het geheugen — zolang een AC adaptor aangesloten is of de batterijen zijn geïnstalleerd.
- User Song Data • Split Punt
- User Performance Setup Data • Pattern Split Punt
- Performance Setup Bank Nummer • Voetschakelaar ToewijzingsFunctie
- Touch Sensitivity • Sampling Voice Data
Data Initializeren
Alle data kunnen geïnitailiseerd en teruggezet worden in de staat waarin ze verkeerde toen het instrument de fabriek verliet, door op de powerknop te drukken terwijl u de hoogste (meest rechtse) witte toets indrukt. "CLr Backup" verschijnt eventjes in de display.

PAS OP
- Deze functie wist en vervangt geheel all User Performance Setup data, User Song data en user-sampled data ("Sampled" voice, #284).
- Als u de data initializeren procedure uitvoert wordt de normale toestand opgeroepen, na het vastslaan van de DJX vastslaat of als deze onregelmatigheden vertoont zonder goede reden.
■ Maximum Polyfony
De DJX is 32-stemmig polyfoon. Dit betekent dat hij maximaal 32 noten tegelijkertijd voort brengen, ongeacht welke functie gebruikt wordt. De begeleiding gebruikt een aantal van de beschikbare stemmen, dus als u begeleiding gebruikt wordt het aantal beschikbare stemmen voor het toetsenbord corresponderend verminderd. Hetzelfde geldt voor de Dual Voice, Split Voice en Song functies.
N.B.
- De Voice Lijst bevat MIDI program change nummers voor elke voice. Gebruik deze program change numbers als u de DJX bespeeld via MIDI, via een extern apparaat.
- Sommige voices klinken soms continue door, of hebben een lange decay nadat de tonen losgelaten zijn zolang het sustainpedaal (voetpedaal) ingetrapt is.
Paneel Voice Lijst
| Voice Nummer | Bank Select | MIDI Program Change# | Voice Naam | |
| MSB LSB | ||||
| 0 0 1 | 23 48 DJX | |||
| SYNTH LEAD | ||||
| 1 0 1 | 15 84 Fuzzline | |||
| 2 0 1 | 13 84 Talkbox | |||
| 3 0 1 | 14 84 Acid Sync | |||
| 4 0 1 | 13 83 Universe | |||
| 5 0 1 | 12 84 Adrenaline | |||
| 6 0 1 | 12 85 Fragile | |||
| 7 0 1 | 12 83 Cut Glass | |||
| BASS LEAD | ||||
| 8 0 1 | 12 87 Killer S | |||
| 9 0 1 | 18 87 Reso-X | |||
| 10 0 1 | 17 87 Choppy | |||
| 11 0 1 | 13 87 PhatMan | |||
| 12 0 1 | 14 87 Organese | |||
| 13 0 1 | 15 87 Happy Vibes | |||
| 14 0 1 | 16 87 TriTouch | |||
| 15 0 1 | 19 87 Sync | |||
| SQUARE LEAD | ||||
| 16 0 1 | 17 80 MC-Line | |||
| 17 0 1 | 16 80 Alien | |||
| 18 0 1 | 15 80 Psyche | |||
| 19 0 1 | 14 80 Clanger | |||
| 20 0 1 | 12 80 Square Lead | 1 | ||
| 21 0 1 | 13 80 Square Lead | 2 | ||
| SAW LEAD | ||||
| 22 0 1 | 22 81 Break It | |||
| 23 0 1 | 17 81 Scary | |||
| 24 0 1 | 20 81 Move It | |||
| 25 0 1 | 19 81 Robot Lead | |||
| 26 0 1 | 16 81 Fat | |||
| 27 0 1 | 15 81 Seq Ana | |||
| 28 0 1 | 18 81 Stab | |||
| 29 0 1 | 14 81 Pulse Saw | |||
| 30 0 1 | 12 81 Sawtooth Lead 1 | |||
| 31 0 1 | 13 81 Sawtooth Lead 2 | |||
| 32 0 1 | 21 81 Bedtime | |||
| SYNTH PAD | ||||
| 33 0 1 | 12 90 Sequenza | |||
| 34 0 1 | 12 94 Insomnia | |||
| 35 0 1 | 12 95 Wave2001 | |||
| 36 0 1 | 13 91 Amber | |||
| 37 0 1 | 12 89 Eerie | |||
| 38 0 1 | 12 91 Trance Pad | |||
| Voice Nummer | Bank Select | MIDI Program Change# | Voice Naam | |
| MSB LSB | ||||
| RESONANCE BASS | ||||
| 39 0 1 | 13 38 Techno Bass | |||
| 40 0 1 | 16 38 Kidin'B | |||
| 41 0 1 | 14 38 Bassline | |||
| 42 0 1 | 17 38 Nu Floor | |||
| 43 0 1 | 15 38 Fish303 | |||
| 44 0 1 | 18 38 No.No.No | |||
| 45 0 1 | 19 38 Nu Swing | |||
| 46 0 1 | 12 38 Synth Bass | |||
| ANALOG BASS | ||||
| 47 0 1 | 12 39 Analog Bass | |||
| 48 0 1 | 13 39 Dance Bass | |||
| 49 0 1 | 14 39 Snap Bass | |||
| 50 0 1 | 15 39 Old Mini | |||
| 51 0 1 | 16 39 Power Bass | |||
| 52 0 1 | 17 39 Dub Bass | |||
| 53 0 1 | 18 39 Factory | |||
| 54 0 1 | 19 39 Hyper | |||
| 55 0 1 | 20 39 Kidz Bass | |||
| 56 0 1 | 21 39 Techno | |||
| BASS | ||||
| 57 0 1 | 12 32 Acoustic Bass | |||
| 58 0 1 | 12 33 Finger Bass | |||
| 59 0 1 | 12 34 Pick Bass | |||
| 60 0 1 | 12 35 Fretless Bass | |||
| 61 0 1 | 12 36 Slap Bass | |||
| SCRATCH | ||||
| 62 0 1 | 12 120 Scratch | |||
| 63 0 1 | 13 120 Killer DJ | |||
| SFX | ||||
| 64 0 1 | 23 16 FMTB 1 | |||
| 65 0 1 | 23 17 BL Trill | |||
| 66 0 1 | 23 18 Omen-FX | |||
| 67 0 1 | 23 19 Rave Pipe 1 | |||
| 68 0 1 | 23 20 Rave Pipe 2 | |||
| 69 0 1 | 23 21 FMTB 2 | |||
| 70 0 1 | 23 22 GtrChord | |||
| 71 0 1 | 23 23 HiquiTB | |||
| 72 0 1 | 23 24 Reverse | |||
| 73 0 1 | 23 25 Signal | |||
| 74 0 1 | 23 26 Aan | |||
| 75 0 1 | 12 126 Turntable | |||
| HIT | ||||
| 76 0 | 14 55 Metal Hit | |||
| 77 0 | 13 55 Sharp Hit | |||
| 78 0 | 12 55 Mild Hit | |||
| HUMAN VOICE | ||||
| 79 0 | 23 0 Come On 1 | |||
| 80 0 | 23 1 Come On 2 | |||
| 81 0 | 23 2 GetUp! | |||
| 82 0 | 23 3 Go! | |||
| 83 0 | 23 4 Huea | |||
| 84 0 | 23 5 Hiuhu | |||
| 85 0 | 23 6 Yo-Kurt | |||
| 86 0 | 23 7 Oh Babe | |||
| 87 0 | 23 8 Ohh 1 | |||
| 88 0 | 23 9 Ohh 2 | |||
| 89 0 | 23 10 One More Time | |||
| 90 0 | 23 11 Uhh | |||
| 91 0 | 23 12 Uhh+Hit | |||
| 92 0 | 23 13 Yeah... | |||
| DRUM LOOP | ||||
| 93 0 | 23 32 091bpmC4 | |||
| 94 0 | 23 33 095bpmC4 | |||
| 95 0 | 23 34 096bpmC4 | |||
| 96 0 | 23 35 102bpmC4 | |||
| 97 0 | 23 36 103bpmC4 | |||
| 98 0 | 23 37 106bpmC4 | |||
| 99 0 | 23 38 110bpmC4 | |||
| 100 0 | 23 39 114bpmC4 | |||
| 101 0 | 23 40 134bpmC4 | |||
| 102 0 | 23 41 135bpmC4 | |||
| 103 0 | 23 42 137bpmC4 | |||
| 104 0 | 23 43 138bpmC4 | |||
| 105 0 | 23 44 144bpmC4 | |||
| 106 0 | 23 45 160bpmC4 | |||
| 107 0 | 23 46 Samba137 | |||
| PIANO | ||||
| 108 0 | 12 4 Funky Electric Piano | |||
| 109 0 | 12 5 DX Electric Piano | |||
| 110 0 | 13 2 CP 80 | |||
| 111 0 | 14 5 Bell Electric Piano | |||
| 112 0 | 12 7 Clavi | |||
| ORGAN | ||||
| 113 0 | 12 16 Jazz Organ 1 | |||
| 114 0 | 12 17 Jazz Organ 2 | |||
| 115 0 | 12 18 Rock Organ | |||
| 116 0 | 13 16 Cheez Organ | |||
| 117 0 | 18 16 16'+2' Organ | |||
| 118 0 | 13 17 Dance Organ | |||
| 119 0 | 14 17 MissU | |||
| 120 0 | 15 17 R&B Organ | |||
| Voice Nummer | Bank Select | MIDI Program Change# | Voice Naam | |
| MSB LSB | ||||
| GUITAR | ||||
| 121 0 | 13 26 Octave Guitar | |||
| 122 0 | 12 27 Clean Guitar | |||
| 123 0 | 12 28 Muted Guitar | |||
| 124 0 | 12 29 Overdriven Guitar | |||
| STRINGS | ||||
| 125 0 | 12 48 Strings | |||
| 126 0 | 12 49 Marcato Strings | |||
| 127 0 | 12 50 Synth Strings | |||
| 128 0 | 13 50 StringPad | |||
| 129 0 | 12 45 Pizzicato | |||
| BRASS | ||||
| 130 0 | 14 62 Techno Brass | |||
| 131 0 | 13 62 Jump Brass | |||
| 132 0 | 16 62 Brass Phase | |||
| 133 0 | 12 62 Synth Brass | |||
| 134 0 | 12 61 Bright Brass | |||
| 135 0 | 15 62 Brass Tek | |||
| FLUTE | ||||
| 136 0 | 13 73 Ethnic Flute | |||
| 137 0 | 12 73 Coco Flute | |||
| PERCUSSIVE | ||||
| 138 0 | 13 115 Claps-X | |||
| 139 0 | 12 115 Rim-X | |||
| 140 0 | 12 117 Tom-X | |||
| DRUM KITS | ||||
| 141 12 | 7 0 0 Standard Kit | 1 | ||
| 142 12 | 7 0 1 Standard Kit | 2 | ||
| 143 12 | 7 0 8 Rodm Kit | |||
| 144 12 | 7 0 16 Rock Kit | |||
| 145 12 | 7 0 24 Electronic Kit | 1 | ||
| 146 12 | 7 0 25 Analog Kit | 1 | ||
| 147 12 | 7 0 27 Dance Kit | |||
| 148 12 | 7 0 32 Jazz Kit | |||
| 149 12 | 7 0 40 Brush Kit | |||
| 150 12 | 7 0 48 Symphony Kit | |||
| SPECIAL KITS | ||||
| 151 12 | 6 0 19 Analog Kit | 2 | ||
| 152 12 | 6 0 20 Analog Kit | 3 | ||
| 153 12 | 6 0 21 Electronic Kit | 2 | ||
| 154 12 | 6 0 22 B900 Kit | |||
| 155 12 | 6 0 23 DJX Kit | |||
GM Voice Lijst
| Voice Nummer | Bank Select | MIDI Program Change# | Voice Naam | |
| MSB LSB | ||||
| PIANO | ||||
| 156 0 | 0 0 Acoustic Grand | Piano | ||
| 157 0 | 0 1 Bright | Acoustic | Piano | |
| 158 0 | 0 2 Electric | Grand Piano | ||
| 159 0 | 0 3 Honky-tonk Piano | |||
| 160 0 | 0 4 Electric | Piano 1 | ||
| 161 0 | 0 5 Electric | Piano 2 | ||
| 162 0 | 0 6 Harpsichord | |||
| 163 0 | 0 7 Clavi | |||
| CHROMATIC PERCUSSION | ||||
| 164 0 | 0 8 Celesta | |||
| 165 0 | 0 9 Glockenspiel | |||
| 166 0 | 0 10 Music Box | |||
| 167 0 | 0 11 Vibraphone | |||
| 168 0 | 0 12 Marimba | |||
| 169 0 | 0 13 Xylophone | |||
| 170 0 | 0 14 Tubular Bells | |||
| 171 0 | 0 15 Dulcimer | |||
| ORGAN | ||||
| 172 0 | 0 16 Drawbar Organ | |||
| 173 0 | 0 17 Percussive Organ | |||
| 174 0 | 0 18 Rock | Organ | ||
| 175 0 | 0 19 Church Organ | |||
| 176 0 | 0 20 Reed | Organ | ||
| 177 0 | 0 21 Accordion | |||
| 178 0 | 0 22 Harmonica | |||
| 179 0 | 0 23 Bandoneon | |||
| GUITAR | ||||
| 180 0 | 0 24 Acoustic Guitar (nylon) | |||
| 181 0 | 0 25 Acoustic Guitar (steel) | |||
| 182 0 | 0 26 Electric Guitar (jazz) | |||
| 183 0 | 0 27 Electric Guitar (clean) | |||
| 184 0 | 0 28 Electric Guitar (muted) | |||
| 185 0 | 0 29 Overdriven Guitar | |||
| 186 0 | 0 30 Distortion Guitar | |||
| 187 0 | 0 31 Guitar Harmonics | |||
| BASS | ||||
| 188 0 | 0 32 Acoustic Bass | |||
| 189 0 | 0 33 Electric Bass (finger) | |||
| 190 0 | 0 34 Electric Bass (pick) | |||
| 191 0 | 0 35 Fretless Bass | |||
| 192 0 | 0 36 Slap Bass 1 | |||
| 193 0 | 0 37 Slap Bass 2 | |||
| 194 0 | 0 38 Synth Bass 1 | |||
| 195 0 | 0 39 Synth Bass 2 | |||
| Voice Nummer | Bank Select | MIDI Program Change# | Voice Naam | |
| MSB LSB | ||||
| STRINGS | ||||
| 196 0 0 40 Violin | ||||
| 197 0 0 41 Viola | ||||
| 198 0 0 42 Cello | ||||
| 199 0 0 43 Contrabass | ||||
| 200 0 0 44 Tremolo Strings | ||||
| 201 0 0 45 Pizzicato Strings | ||||
| 202 0 0 46 Orchestral Harp | ||||
| 203 0 0 47 Timpani | ||||
| ENSEMBLE | ||||
| 204 0 0 48 Strings Ensemble 1 | ||||
| 205 0 0 49 Strings Ensemble 2 | ||||
| 206 0 0 50 Synth Strings 1 | ||||
| 207 0 0 51 Synth Strings 2 | ||||
| 208 0 0 52 Choir Aahs | ||||
| 209 0 0 53 Voice Oohs | ||||
| 210 0 0 54 Synth Voice | ||||
| 211 0 0 55 Orchestra Hit | ||||
| BRASS | ||||
| 212 0 0 56 Trumpet | ||||
| 213 0 0 57 Trombone | ||||
| 214 0 0 58 Tuba | ||||
| 215 0 0 59 Muted Trumpet | ||||
| 216 0 0 60 French Horn | ||||
| 217 0 0 61 Brass Section | ||||
| 218 0 0 62 Synth Brass 1 | ||||
| 219 0 0 63 Synth Brass 2 | ||||
| REED | ||||
| 220 0 0 64 Soprano Sax | ||||
| 221 0 0 65 Alto Sax | ||||
| 222 0 0 66 Tenor Sax | ||||
| 223 0 0 67 Baritone Sax | ||||
| 224 0 0 68 Oboe | ||||
| 225 0 0 69 English Horn | ||||
| 226 0 0 70 Bassoon | ||||
| 227 0 0 71 Clarinet | ||||
| PIPE | ||||
| 228 0 0 72 Piccolo | ||||
| 229 0 0 73 Flute | ||||
| 230 0 0 74 Recorder | ||||
| 231 0 0 75 Pan Flute | ||||
| 232 0 0 76 Blown Bottle | ||||
| 233 0 0 77 Shakuhachi | ||||
| 234 0 0 78 Whistle | ||||
| 235 0 0 79 Ocarina | ||||
| SYNTH LEAD | ||||
| 236 0 | 0 80 Lead | 1 (square) | ||
| 237 0 | 0 81 Lead | 2 (sawtooth) | ||
| 238 0 | 0 82 Lead | 3 (calliope) | ||
| 239 0 | 0 83 Lead | 4 (chiff) | ||
| 240 0 | 0 84 Lead | 5 (charang) | ||
| 241 0 | 0 85 Lead | 6 (voice) | ||
| 242 0 | 0 86 Lead | 7 (fifth) | ||
| 243 0 | 0 87 Lead | 8 (bass+lead ) | ||
| SYNTH PAD | ||||
| 244 0 | 0 88 Pad | 1 (new age) | ||
| 245 0 | 0 89 Pad | 2 (warm) | ||
| 246 0 | 0 90 Pad | 3 (polysynth) | ||
| 247 0 | 0 91 Pad | 4 (choir) | ||
| 248 0 | 0 92 Pad | 5 (bowed) | ||
| 249 0 | 0 93 Pad | 6 (metallic) | ||
| 250 0 | 0 94 Pad | 7 (halo) | ||
| 251 0 | 0 95 Pad | 8 (sweep) | ||
| SYNTH EFFECTS | ||||
| 252 0 | 0 96 FX 1 | (rain) | ||
| 253 0 | 0 97 FX 2 | (soundtrack) | ||
| 254 0 | 0 98 FX 3 | (crystal) | ||
| 255 0 | 0 99 FX 4 | (atmosphere) | ||
| 256 0 | 0 100 FX 5 | (brightness) | ||
| 257 0 | 0 101 FX 6 | (goblins) | ||
| 258 0 | 0 102 FX 7 | (echoes) | ||
| 259 0 | 0 103 FX 8 | (sci-fi) | ||
| Voice Nummer | Bank Select | MIDI Program Change# | Voice Naam | |
| MSB LSB | ||||
| ETHNIC | ||||
| 260 0 0 104 Sitar | ||||
| 261 0 0 105 Banjo | ||||
| 262 0 0 106 Shamisen | ||||
| 263 0 0 107 Koto | ||||
| 264 0 0 108 Kalimba | ||||
| 265 0 0 109 Bagpipe | ||||
| 266 0 0 110 Fiddle | ||||
| 267 0 0 111 Shanai | ||||
| PERCUSSIVE | ||||
| 268 0 0 112 Tinkle Bell | ||||
| 269 0 0 113 Agogo | ||||
| 270 0 0 114 Steel Drums | ||||
| 271 0 0 115 Woodblock | ||||
| 272 0 0 116 Taiko Drum | ||||
| 273 0 0 117 Melodic Tom | ||||
| 274 0 0 118 Synth Drum | ||||
| 275 0 0 119 Reverse Cymbal | ||||
| SOUND EFFECTS | ||||
| 276 0 0 120 Guitar Fret Noise | ||||
| 277 0 0 121 Breath Noise | ||||
| 278 0 0 122 Seashore | ||||
| 279 0 0 123 Bird Tweet | ||||
| 280 0 0 124 Telephone Ring | ||||
| 281 0 0 125 Helicopter | ||||
| 282 0 0 126 Applause | ||||
| 283 0 0 127 Gunshot | ||||
Sampled Voice
| Voice Nummer | Bank Select | MIDI Program Change# | Voice Naam | |
| MSB LSB | ||||
| 284 11 | 1 | 0 | 0 Sampled | |
- “<——” Geeft aan dat de drum geluid hetzelfde is als de “Standard Kit 1”.
- ledere percussie voice gebruikt één toon.
- De MIDI Note # en de Toon zijn in werkelijkheid één oktaaf olager dan aangegeven. Bijvoorbeeld, in "141: Standaard Kit 1", de "Seq Click H" (Note# 36/Note C1) correspondeerd met de (Note# 24/Note C0).
- Key Off: Toetsen gemarkeerd met "O" stoppen direct met klinken zodra deze losgelaten worden.
- Voices met dezelfde Alternate Note Number (*1 ... 4) kunnen niet tegelijkerijd bespeeld worden. (Ze zijn ontworpen om achtereenvolgens met elkaar te spelen.)
Drum Kit Lijst
| Voice# | 141 142 143 | 144 145 | |||||||||
| Bank MSB# | 127 127 127 | 127 127 | |||||||||
| Bank LSB# | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||||||
| Program Change# | 0 | 1 | 8 | 1 | 6 | ||||||
| Keyboard | MIDI Key | Alternate Assign | Standard Kit 1 Standard Kit 2 Room Kit Rock | Kit Electronic Kit 1 | |||||||
| Note# | Note | Note# | Note off | ||||||||
| 25 | C# | 0 | 13 | C# -1 | 3 | Surdo Mute | <—— | <—— | <—— | <—— | |
| 26 | D | 0 | 14 | D -1 | 3 | Surdo Open | <—— | <—— | <—— | <—— | |
| 27 | D# | 0 | 15 | D# -1 | Hi-Q | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 28 | E | 0 | 16 | E -1 | Whip | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 29 | F | 0 | 17 | F -1 | 4 | Scratch H | <—— | <—— | <—— | <—— | |
| 30 | I# | 0 | 18 | I# -1 | 4 | Scratch L | <—— | <—— | <—— | <—— | |
| 31 | G | 0 | 19 | G -1 | Finger Snap | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 32 | G# | 0 | 20 | G# -1 | Click | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 33 | A | 0 | 21 | A -1 | Metronome Click | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 34 | A# | 0 | 22 | A# -1 | Metronome Bell | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 35 | B | 0 | 23 | B -1 | Seq Click L | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 36 | C | 1 | 24 | C 0 | Seq Click H | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 37 | C# | 1 | 25 | C# 0 | Brush Tap | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 38 | D | 1 | 26 | D 0 | ○ | Brush Swirl | <—— | <—— | <—— | <—— | |
| 39 | D# | 1 | 27 | D# 0 | Brush Slap | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 40 | E | 1 | 28 | E 0 | ○ | Brush Swirl W/Attack | <—— | <—— | <—— | Reverse Cymbal | |
| 41 | F | 1 | 29 | F 0 | ○ | Snare Roll | <—— | <—— | <—— | <—— | |
| 42 | F# | 1 | 30 | F# 0 | Castanet | <—— | <—— | <—— | Hi Q | ||
| 43 | G | 1 | 31 | G 0 | Snare H Soft | Snare H Soft2 | <—— | SD Elec M | Snare L | ||
| 44 | G# | 1 | 32 | G# 0 | Sticks | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 45 | A | 1 | 33 | A 0 | Bass Drum L | Bass Drum L2 | <—— | <—— | Bass Drum H | ||
| 46 | A# | 1 | 34 | A# 0 | Open Rim Shot | Open Rim Shot2 | <—— | <—— | <—— | ||
| 47 | B | 1 | 35 | B 0 | Bass Drum M | <—— | <—— | Bass Drum H3 | BD Rock | ||
| 48 | C | 2 | 36 | C 1 | Bass Drum H | Bass Drum H 2 | <—— | BD Rock | BD Rock 2 | ||
| 49 | C# | 2 | 37 | C# 1 | Side Stick | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 50 | D | 2 | 38 | D 1 | Snare L | Snare L2 | SD Room L | SD Rock | SD Elec M | ||
| 51 | D# | 2 | 39 | D# 1 | Hand Clap | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 52 | E | 2 | 40 | E 1 | Snare H Hard | Snare H Hard2 | SD Room H | SD Rock Rim | SD Elec H | ||
| 53 | F | 2 | 41 | F 1 | Floor Tom L | <—— | Room Tom 1 | Rock Tom 1 | E Tom 1 | ||
| 54 | F# | 2 | 42 | F# 1 | 1 | Hi-Hat Closed | <—— | <—— | <—— | <—— | |
| 55 | G | 2 | 43 | G 1 | Floor Tom H | <—— | Room Tom 2 | Rock Tom 2 | E Tom 2 | ||
| 56 | G# | 2 | 44 | G# 1 | 1 | Hi-Hat Pedal | <—— | <—— | <—— | <—— | |
| 57 | A | 2 | 45 | A 1 | Low Tom | <—— | Room Tom 3 | Rock Tom 3 | E Tom 3 | ||
| 58 | A# | 2 | 46 | A# 1 | 1 | Hi-Hat Open | <—— | <—— | <—— | <—— | |
| 59 | B | 2 | 47 | B 1 | Mid Tom L | <—— | Room Tom 4 | Rock Tom 4 | E Tom 4 | ||
| 60 | C | 3 | 48 | C 2 | Mid Tom H | <—— | Room Tom 5 | Rock Tom 5 | E Tom 5 | ||
| 61 | C# | 3 | 49 | C# 2 | Crash Cymbal 1 | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 62 | D | 3 | 50 | D 2 | High Tom | <—— | Room Tom 6 | Rock Tom 6 | E Tom 6 | ||
| 63 | D# | 3 | 51 | D# 2 | Ride Cymbal 1 | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 64 | E | 3 | 52 | E 2 | Chinese Cymbal | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 65 | F | 3 | 53 | F 2 | Ride Cymbal Cup | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 66 | F# | 3 | 54 | F# 2 | Tambourine | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 67 | G | 3 | 55 | G 2 | Splash Cymbal | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 68 | G# | 3 | 56 | G# 2 | Cowbell | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 69 | A | 3 | 57 | A 2 | Crash Cymbal 2 | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 70 | A# | 3 | 58 | A# 2 | Vibraslap | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 71 | B | 3 | 59 | B 2 | Ride Cymbal 2 | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 72 | C | 4 | 60 | C 3 | Bongo H | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 73 | C# | 4 | 61 | C# 3 | Bongo L | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 74 | D | 4 | 62 | D 3 | Conga H Mute | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 75 | D# | 4 | 63 | D# 3 | Conga H Open | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 76 | E | 4 | 64 | E 3 | Conga L | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 77 | F | 4 | 65 | F 3 | Timbale H | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 78 | F# | 4 | 66 | F# 3 | Timbale L | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 79 | G | 4 | 67 | G 3 | Agogo H | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 80 | G# | 4 | 68 | G# 3 | Agogo L | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 81 | A | 4 | 69 | A 3 | Cabasa | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 82 | A# | 4 | 70 | A# 3 | Maracas | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 83 | B | 4 | 71 | B 3 | ○ | Samba Whistle H | <—— | <—— | <—— | <—— | |
| 84 | C | 5 | 72 | C 4 | ○ | Samba Whistle L | <—— | <—— | <—— | <—— | |
| 85 | C# | 5 | 73 | C# 4 | Guiro Short | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 86 | D | 5 | 74 | D 4 | ○ | Guiro Long | <—— | <—— | <—— | <—— | |
| 87 | D# | 5 | 75 | D# 4 | Claves | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 88 | E | 5 | 76 | E 4 | Wood Block H | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 89 | F | 5 | 77 | F 4 | Wood Block L | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 90 | F# | 5 | 78 | F# 4 | Cuica Mute | <—— | <—— | <—— | Scratch Push | ||
| 91 | G | 5 | 79 | G 4 | Cuica Open | <—— | <—— | <—— | Scratch Pull | ||
| 92 | G# | 5 | 80 | G# 4 | 2 | Triangle Mute | <—— | <—— | <—— | <—— | |
| 93 | A | 5 | 81 | A 4 | 2 | Triangle Open | <—— | <—— | <—— | <—— | |
| 94 | A# | 5 | 82 | A# 4 | Shaker | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 95 | B | 5 | 83 | B 4 | Jingle Bell | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 96 | C | 6 | 84 | C 5 | Bell Tree 1 | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| Voice# | 146 147 148 149 150 | ||||||||||
| Bank MSB# | 127 127 127 127 127 | ||||||||||
| Bank LSB# | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||||||
| Program Change# | 25 27 32 40 48 | ||||||||||
| Keyboard | MIDI Key | Alternate Assign | Analog Kit 1 Dance | Kit Jazz Kit Brush Kit Symphony Kit | |||||||
| Note# | Note | Note# | Note off | ||||||||
| 25 | C# | 0 | 13 | C# -1 | 3 | <—— | <—— | <—— | <—— | <—— | |
| 26 | D | 0 | 14 | D -1 | 3 | <—— | <—— | <—— | <—— | <—— | |
| 27 | D# | 0 | 15 | D# -1 | <—— | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 28 | E | 0 | 16 | E -1 | <—— | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 29 | F | 0 | 17 | F -1 | 4 | <—— | <—— | <—— | <—— | <—— | |
| 30 | I# | 0 | 18 | I# -1 | 4 | <—— | <—— | <—— | <—— | <—— | |
| 31 | G | 0 | 19 | G -1 | <—— | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 32 | G# | 0 | 20 | G# -1 | <—— | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 33 | A | 0 | 21 | A -1 | <—— | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 34 | A# | 0 | 22 | A# -1 | <—— | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 35 | B | 0 | 23 | B -1 | <—— | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 36 | C | 1 | 24 | C 0 | <—— | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 37 | C# | 1 | 25 | C# 0 | <—— | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 38 | D | 1 | 26 | D 0 | ○ | <—— | <—— | <—— | <—— | <—— | |
| 39 | D# | 1 | 27 | D# 0 | <—— | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 40 | E | 1 | 28 | E 0 | ○ | Reverse Cymbal | Reverse Cymbal | <—— | <—— | <—— | |
| 41 | F | 1 | 29 | F 0 | ○ | <—— | <—— | <—— | <—— | <—— | |
| 42 | F# | 1 | 30 | F# 0 | Hi Q | Hi Q | <—— | <—— | <—— | ||
| 43 | G | 1 | 31 | G 0 | SD Elec H2 | SD Analog 2 | <—— | Brush Slap L | <—— | ||
| 44 | G# | 1 | 32 | G# 0 | <—— | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 45 | A | 1 | 33 | A 0 | Bass Drum H | BD Analog 2 | <—— | <—— | Bass Drum L3 | ||
| 46 | A# | 1 | 34 | A# 0 | <—— | SD Analog Open Rim | <—— | <—— | <—— | ||
| 47 | B | 1 | 35 | B 0 | BD Analog 1L | BD Analog 3 | <—— | <—— | Gran Casa | ||
| 48 | C | 2 | 36 | C 1 | BD Analog 1H | BD Analog 4 | BD Jazz | BD Jazz | Gran Casa Mute | ||
| 49 | C# | 2 | 37 | C# 1 | Analog Side Stick 1 | Analog Side Stick 1 | <—— | <—— | <—— | ||
| 50 | D | 2 | 38 | D 1 | SD Analog 1H | SD Analog 3 | SD Jazz L | Brush Slap H | Marching SD M | ||
| 51 | D# | 2 | 39 | D# 1 | <—— | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 52 | E | 2 | 40 | E 1 | SD Analog 1L | SD Analog 4 | SD Jazz H | Brush Tap | Marching SD H | ||
| 53 | F | 2 | 41 | F 1 | Analog Tom 1 | Analog Tom 1 | Jazz Tom 1 | Brush Tom 1 | Jazz Tom 1 | ||
| 54 | F# | 2 | 42 | F# 1 | 1 | Analog HH Closed1 | Dance HH Closed1 | <—— | <—— | <—— | |
| 55 | G | 2 | 43 | G 1 | Analog Tom 2 | Analog Tom 2 | Jazz Tom 2 | Brush Tom 2 | Jazz Tom 2 | ||
| 56 | G# | 2 | 44 | G# 1 | 1 | Analog HH Closed2 | Dance HH Closed2 | <—— | <—— | <—— | |
| 57 | A | 2 | 45 | A 1 | Analog Tom 3 | Analog Tom 3 | Jazz Tom 3 | Brush Tom 3 | Jazz Tom 3 | ||
| 58 | A# | 2 | 46 | A# 1 | 1 | Analog HH 1 Open | HH Open2 | <—— | <—— | <—— | |
| 59 | B | 2 | 47 | B 1 | Analog Tom 4 | Analog Tom 4 | Jazz Tom 4 | Brush Tom 4 | Jazz Tom 4 | ||
| 60 | C | 3 | 48 | C 2 | Analog Tom 5 | Analog Tom 5 | Jazz Tom 5 | Brush Tom 5 | Jazz Tom 5 | ||
| 61 | C# | 3 | 49 | C# 2 | Analog Cymbal | Analog Cymbal | <—— | <—— | Hand Cym.L Open | ||
| 62 | D | 3 | 50 | D 2 | Analog Tom 6 | Analog Tom 6 | Jazz Tom 6 | Brush Tom 6 | Jazz Tom 6 | ||
| 63 | D# | 3 | 51 | D# 2 | <—— | <—— | <—— | <—— | Hand Cym. L Closed | ||
| 64 | E | 3 | 52 | E 2 | <—— | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 65 | F | 3 | 53 | F 2 | <—— | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 66 | F# | 3 | 54 | F# 2 | <—— | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 67 | G | 3 | 55 | G 2 | <—— | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 68 | G# | 3 | 56 | G# 2 | Analog Cowbell | Analog Cowbell | <—— | <—— | <—— | ||
| 69 | A | 3 | 57 | A 2 | <—— | <—— | <—— | <—— | Hand Cym. H Open | ||
| 70 | A# | 3 | 58 | A# 2 | <—— | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 71 | B | 3 | 59 | B 2 | <—— | <—— | <—— | <—— | Hand Cym. H Closed | ||
| 72 | C | 4 | 60 | C 3 | <—— | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 73 | C# | 4 | 61 | C# 3 | <—— | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 74 | D | 4 | 62 | D 3 | Analog Conga H | Analog Conga H | <—— | <—— | <—— | ||
| 75 | D# | 4 | 63 | D# 3 | Analog Conga M | Analog Conga M | <—— | <—— | <—— | ||
| 76 | E | 4 | 64 | E 3 | Analog Conga L | Analog Conga L | <—— | <—— | <—— | ||
| 77 | F | 4 | 65 | F 3 | <—— | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 78 | F# | 4 | 66 | F# 3 | <—— | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 79 | G | 4 | 67 | G 3 | <—— | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 80 | G# | 4 | 68 | G# 3 | <—— | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 81 | A | 4 | 69 | A 3 | <—— | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 82 | A# | 4 | 70 | A# 3 | Analog Maracas | Analog Maracas | <—— | <—— | <—— | ||
| 83 | B | 4 | 71 | B 3 | ○ | <—— | <—— | <—— | <—— | <—— | |
| 84 | C | 5 | 72 | C 4 | ○ | <—— | <—— | <—— | <—— | <—— | |
| 85 | C# | 5 | 73 | C# 4 | <—— | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 86 | D | 5 | 74 | D 4 | ○ | <—— | <—— | <—— | <—— | <—— | |
| 87 | D# | 5 | 75 | D# 4 | Analog Claves | Analog Claves | <—— | <—— | <—— | ||
| 88 | E | 5 | 76 | E 4 | <—— | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 89 | F | 5 | 77 | F 4 | <—— | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 90 | I# | 5 | 78 | I# 4 | Scratch Push | Scratch Push | <—— | <—— | <—— | ||
| 91 | G | 5 | 79 | G 4 | Scratch Pull | Scratch Pull | <—— | <—— | <—— | ||
| 92 | G# | 5 | 80 | G# 4 | 2 | <—— | <—— | <—— | <—— | <—— | |
| 93 | A | 5 | 81 | A 4 | 2 | <—— | <—— | <—— | <—— | <—— | |
| 94 | A# | 5 | 82 | A# 4 | <—— | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 95 | B | 5 | 83 | B 4 | <—— | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
| 96 | C | 6 | 84 | C 5 | <—— | <—— | <—— | <—— | <—— | ||
DJX Speciale Drum Kit Lijst
| Voice# | 141 151 152 | 153 154 155 | ||||||||
| Bank MSB# | 127 126 126 | 126 126 126 | ||||||||
| Bank LSB# | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||||
| Program Change# | 0 | 1 | 9 | 2 | 0 | |||||
| Keyboard | MIDI | Standard Kit 1 Analog Kit 2 Analog Kit 3 Electronic Kit 2 B900 Kit | DJX Kit | |||||||
| Note# | Note | Note# | Note | |||||||
| 25 | C# | 0 | 13 | C# -1 | Surdo Mute | <—— | <—— | <—— | ||
| 26 | D | 0 | 14 | D -1 | Surdo Open | <—— | <—— | <—— | ||
| 27 | D# | 0 | 15 | D# -1 | Hi-Q | <—— | <—— | <—— | ||
| 28 | E | 0 | 16 | E -1 | Whip | <—— | <—— | <—— | ||
| 29 | F | 0 | 17 | F -1 | Scratch H | <—— | <—— | <—— | ||
| 30 | F# | 0 | 18 | F# -1 | Scratch L | <—— | <—— | <—— | ||
| 31 | G | 0 | 19 | G -1 | Finger Snap | <—— | <—— | <—— | ||
| 32 | C# | 0 | 20 | C# -1 | Click | <—— | <—— | <—— | ||
| 33 | A | 0 | 21 | A -1 | Metronome Click | <—— | <—— | <—— | ||
| 34 | A# | 0 | 22 | A# -1 | Metronome Bell | <—— | <—— | <—— | ||
| 35 | B | 0 | 23 | B -1 | Seq Click L | <—— | <—— | <—— | ||
| 36 | C | 1 | 24 | C 0 | Seq Click H | <—— | <—— | <—— | ||
| 37 | C# | 1 | 25 | C# 0 | Brush Tap | <—— | <—— | <—— | ||
| 38 | D | 1 | 26 | D 0 | Brush Swirl | <—— | <—— | <—— | ||
| 39 | D# | 1 | 27 | D# 0 | Brush Slap | <—— | <—— | <—— | ||
| 40 | E | 1 | 28 | E 0 | Brush Swirl W/Attack | <—— | <—— | <—— | ||
| 41 | F | 1 | 29 | F 0 | Snare Roll | <—— | <—— | <—— | ||
| 42 | F# | 1 | 30 | F# 0 | Castanet | <—— | <—— | <—— | ||
| 43 | G | 1 | 31 | G 0 | Snare H Soft | SD T8 1 | SD T9 1 | <—— | ||
| 44 | G# | 1 | 32 | G# 0 | Sticks | <—— | <—— | <—— | ||
| 45 | A | 1 | 33 | A 0 | Bass Drum L | BD Analog | BD Analog | <—— | ||
| 46 | A# | 1 | 34 | A# 0 | Open Rim Shot | <—— | <—— | <—— | ||
| 47 | B | 1 | 35 | B 0 | Bass Drum M | BD T8 2 | BD Jungle 4 | <—— | ||
| 48 | C | 2 | 36 | C 1 | Bass Drum H | BD T8 3 | BD T9 1 | BD T8 2 | BD Jungle 4 | BD T9 Distortion |
| 49 | C# | 2 | 37 | C# 1 | Side Stick | T8 Side Stick | T9 Side Stick | BD T8 2Long | BD T8 2Long | BD T9 4 |
| 50 | D | 2 | 38 | D 1 | Snare L | SD T8 3L | SD T9 4L | BD T8 3 | BD Jungle 1 | BD T8 Low Long |
| 51 | D# | 2 | 39 | D# 1 | Hand Clap | <—— | <—— | SD T8 1 | BD Jungle 2 | BD T8 4 |
| 52 | E | 2 | 40 | E 1 | Snare H Hard | SD T8 3M | SD T9 4H | SD T8 3M | BD T8 2Cont | BD Hard Distortion |
| 53 | I | 2 | 41 | I 1 | Floor Tom L | T8 Tom 1 | T9 Tom 1 | SD T8 4 | BD Jungle 5 | BD Jungle 6 |
| 54 | F# | 2 | 42 | F# 1 | Hi-Hat Closed | T8 HH 1 Closed1 | T9 HH 1 Closed1 | SD T8 5 | BD HipHop1 | SD T8 6 |
| 55 | G | 2 | 43 | G 1 | Floor Tom H | T8 Tom 2 | T9 Tom 2 | T8 Conga 1 | BD HipHop2 | SD Snap Hl |
| 56 | G# | 2 | 44 | G# 1 | Hi-Hat Pedal | T8 HH 1 Closed2 | T9 HH 1 Closed2 | T8 Cowbell | SD Jungle 1 | SD T9 4 |
| 57 | A | 2 | 45 | A 1 | Low Tom | T8 Tom 3 | T9 Tom 3 | T8 Conga 2 | SD Jungle 2 | SD brutal |
| 58 | A# | 2 | 46 | A# 1 | Hi-Hat Open | T8 HH 1 Open 1 | T9 HH 1 Open 2 | T8 Maracas | SD Jungle 3 | SD Snap Lo |
| 59 | B | 2 | 47 | B 1 | Mid Tom L | T8 Tom 4 | T9 Tom 4 | T8 Conga 3 | SD Jungle 4 | SD Elect.2 |
| 60 | C | 3 | 48 | C 2 | Mid Tom H | T8 Tom 5 | T9 Tom 5 | T8 Conga 4 | SD HipHop1 | SD T9 4 |
| 61 | C# | 3 | 49 | C# 2 | Crash Cymbal 1 | <—— | <—— | T8 Side Stick | SD HipHop2 | SD noisy scratch |
| 62 | D | 3 | 50 | D 2 | High Tom | T8 Tom 6 | T9 Tom 6 | T8 Clave | SD HipHop3 | SD T8 3 |
| 63 | D# | 3 | 51 | D# 2 | Ride Cymbal 1 | <—— | <—— | T8 Clap | SD Elect.1 | HH MS Closed |
| 64 | E | 3 | 52 | E 2 | Chinese Cymbal | <—— | <—— | <—— | SD Elect.2 | HH MS Open |
| 65 | F | 3 | 53 | F 2 | Ride Cymbal Cup | <—— | <—— | T8 Tom 1 | SD Elect.3 | T9 HH 2 Hard Closed |
| 66 | F# | 3 | 54 | F# 2 | Tambourine | <—— | <—— | T8 HH 1 Closed1 | SD Elect.4 | T9 HH 2 Hard Open |
| 67 | G | 3 | 55 | G 2 | Splash Cymbal | <—— | <—— | T8 Tom 2 | SD T8 3M | T8 HH 2 Closed |
| 68 | G# | 3 | 56 | G# 2 | Cowbell | <—— | <—— | T8 HH 1 Closed2 | SD 78 | T8 HH 2 Open |
| 69 | A | 3 | 57 | A 2 | Crash Cymbal 2 | <—— | <—— | T8 Tom 3 | HH 1 Closed | HH FX1 |
| 70 | A# | 3 | 58 | A# 2 | Vibraslap | <—— | <—— | T8 HH 1 Open | HH 2 Closed | HH FX2 |
| 71 | B | 3 | 59 | B 2 | Ride Cymbal 2 | <—— | <—— | T8 Tom 4 | HH 2 Open | T9 HH 3 Closed |
| 72 | C | 4 | 60 | C 3 | Bongo H | <—— | <—— | Analog Cymbal | HH 3 Closed | T9 HH 3 Open |
| 73 | C# | 4 | 61 | C# 3 | Bongo L | <—— | <—— | <—— | HH 78 Open | T6 HH Closed |
| 74 | D | 4 | 62 | D 3 | Conga H Mute | <—— | <—— | <—— | HH 4 Closed | T6 HH Open |
| 75 | D# | 4 | 63 | D# 3 | Conga H Open | <—— | <—— | BD T9 1 | HH 4 Open | HH Nat Closed |
| 76 | E | 4 | 64 | E 3 | Conga L | <—— | <—— | BD T9 3n | PC Snap | HH Nat Open |
| 77 | F | 4 | 65 | F 3 | Timbale H | <—— | <—— | BD Jungle 4 | PC Tamb2 | HH FX3 |
| 78 | F# | 4 | 66 | F# 3 | Timbale L | <—— | <—— | T9 HH 1 Open 2 | BD Jungle 4Long | HH FX4 |
| 79 | G | 4 | 67 | G 3 | Agogo H | <—— | <—— | SD T9 1L | BD Analog | HH 9Low Closed |
| 80 | G# | 4 | 68 | G# 3 | Agogo L | <—— | <—— | SD T9 2 | Hit 1L | HH 9Low Open |
| 81 | A | 4 | 69 | A 3 | Cabasa | <—— | <—— | SD T9 1M | Hit 1M | HH Metal Closed |
| 82 | A# | 4 | 70 | A# 3 | Maracas | <—— | <—— | SD T9 3 | Hit 1H | HH Metal Open |
| 83 | B | 4 | 71 | B 3 | Samba Whistle H | <—— | <—— | SD T9 1H | Hit 2L | CBD |
| 84 | C | 5 | 72 | C 4 | Samba Whistle L | <—— | <—— | SD T9 4L | Hit 2M | CSD |
| 85 | C# | 5 | 73 | C# 4 | Guiro Short | <—— | <—— | T9 Side Stick | Hit 2H | Analog Claves |
| 86 | D | 5 | 74 | D 4 | Guiro Long | <—— | <—— | SD T9 4M | Hit Brass 1 | Pulse L |
| 87 | D# | 5 | 75 | D# 4 | Claves | <—— | <—— | T9 Clap | SCR 1L | Pulse M |
| 88 | E | 5 | 76 | E 4 | Wood Block H | <—— | <—— | SD T9 4H | SCR 1M | Pulse H |
| 89 | F | 5 | 77 | F 4 | Wood Block L | <—— | <—— | T9 Tom 1 | SCR 1H | Analog BD |
| 90 | F# | 5 | 78 | F# 4 | Cuica Mute | <—— | <—— | T9 HH 1 Closed1 | SCR 2L | Analog Tom |
| 91 | G | 5 | 79 | G 4 | Cuica Open | <—— | <—— | T9 Tom 2 | SCR 2M | Analog SD |
| 92 | C# | 5 | 80 | G# 4 | Triangle Mute | <—— | <—— | T9 HH 1 Closed2 | SCR 2H | Pulse&Noise |
| 93 | A | 5 | 81 | A 4 | Triangle Open | <—— | <—— | T9 Tom 3 | SCR 3L | Reverse Pulse&Noise |
| 94 | A# | 5 | 82 | A# 4 | Shaker | <—— | <—— | T9 HH 1 Open 2 | SCR 3M | Analog Snaps 1 |
| 95 | B | 5 | 83 | B 4 | Jingle Bell | <—— | <—— | T9 Tom 4 | SCR 3H | Noise Echo |
| 96 | C | 6 | 84 | C 5 | Bell Tree 1 | <—— | <—— | T9 Crash 1 | SCR 4L | Reverse BD |
| 97 | C# | 6 | 85 | C# 5 | Bell Tree 2 | Bell Tree 2 | T9 Ride | SCR 4M | Reverse Percussion | |
| 98 | D | 6 | 86 | D 5 | Bell Tree 3 | Bell Tree 3 | T9 Crash 2 | SCR 4H | Analog Snaps 2 | |
| 99 | D# | 6 | 87 | D# 5 | BD T8 2 | BD T8 2 | BD T8 2 | SCR 6L | Analog Claps | |
| 100 | E | 6 | 88 | E 5 | SD T8 4 | SD T8 4 | SD T8 4 | SCR 6ML | Reverse Claps | |
| 101 | F | 6 | 89 | F 5 | SD T8 3H | SD T8 3H | SD T8 3H | SCR 6MH | ||
| 102 | F# | 6 | 90 | F# 5 | T8 HH 2 Closed1 | T8 HH 2 Closed1 | T8 HH 2 Closed1 | SCR 6H | ||
| 103 | G | 6 | 91 | G 5 | T8 Cowbell | T8 Cowbell | T8 Cowbell | SCR 7L | ||
| 104 | G# | 6 | 92 | G# 5 | T8 HH 2 Closed2 | T8 HH 2 Closed2 | T8 HH 2 Closed2 | SCR 7ML | ||
| 105 | A | 6 | 93 | A 5 | T8 Tambourine | T8 Tambourine | T8 Tambourine | SCR 7MH | ||
| 106 | A# | 6 | 94 | A# 5 | T8 HH 2 Open | T8 HH 2 Open | T8 HH 2 Open | SCR 7H | ||
| 107 | B | 6 | 95 | B 5 | T8 Guiro | T8 Guiro | T8 Guiro | Hit Brass 2 | ||
| 108 | C | 7 | 96 | C 6 | Metal | Metal | Metal | Analog Cymbal | ||
*1 *1 Default (fabrieksinstellingen) functioneert de DJX als een 16-kanaals multi-timbrale toongenerator en heeft ontvangen data geen invloed op de paneelvoices of paneelinstellingen. De MIDI messages hieronder hebben echter wel invloed op de paneelvoices, pattern en songs.
• MIDI Master Tuning
- System exclusive messages voor het wijzigen van het Reverb Type, Chorus Type en DSP Type.
De Remote Channel functie kan worden toegewezen met Functie parameter #81. De messages die ontvangen worden op het ingestelde kanaal worden op dezelfde manier behandeld als key (toetsen) data ontvangen van de DJX zelf. De volgende messages worden ontvangen op het ingestelde kanaal, geselecteerd in deze Functie parameter, alle andere messages worden genegeerd.
*2 Messages voor deze control change numbers kunnen niet verstuurd worden door de DJX zelf. Ze worden echter verstuurd als er pattern wordt afgespeeld en tijdens het gebruik van de Arpeggiator.
*3 Exclusive
- Deze message roept automatisch alle standaard instellingen op van het instrument, met uitzondering van MIDI Master Tuning.
- Deze message zorgt ervoor dat het volume van alle kanalen tegelijkertijd gewijzigd worden (Universal System Exclusive).
- De waarden "mm" worden gebruikt voor MIDI Master Tuning. (Waarden voor "II" worden genegeert.)
- Dit message zorgt ervoor dat alle stemmingen voor alle kanalen tegelijkertijd gewijzigd worden.
- De waarden "mm" en "II" worden gebruikt voor MIDI Master Tuning.
- De standaard waarden "mm" en "II" zijn respectievelijk 08H en 00H. ledere waarde kan gebruikt worden als "n" en "cc."
- Dit wordt gebruikt voor het bewaren (opnemen) van User data (User songs, User One Touch Setting en EZ Chord).
F0H, 43H, 73H, 01H, 02H, F7H (Interne Klok)
F0H, 43H, 73H, 01H, 03H, F7H (Externe Klok)
- Deze messages bedienen de klankinstellingen van de pattern.
Zie Effect Map (pagina 114) voor details.
Zie Effect Map (pagina114) voor details.
Zie Effect Map (page 114) voor details.
• II : Dry Level
• 0m : Channel Number (kanaalnummer)
*4 Het is mogelijk om tussen de externe en interne clock te wisselen.
*5 Als de pattern gestart wordt, wordt er een FAH message verstuurd. Als de pattern wordt gestopt wordt er een FCH message verstuurt. Als de klok op Extern wordt ingesteld, worden beide FAH (het starten van de pattern) en FCH (het stoppen van pattern) messages herkend.
Geen MIDI messages worden ontvangen of verstuurd tijdens de Song mode.
■ Effect map
* Als de ontvangen waarden geen effect type bevat in de TYPE LSB, de LSB wordt naarTYPE 0 toegewezen.
* Paneel Effecten zijn gebaseert op de “(Number) Effect Name”.
* Door het gebruik van een externe sequencer, die bekwaam is voor het bewerken en versturen van system exclusive messages en parameter wijzigingen, kunt u de Reverb, Chorus en DSP effect types selecteren die niet toegankelijk zijn voor de DJX paneel zelf. Als één van de effecten is geselecteerd door de extere sequencer, “-” zal in de display verschijnen.
REVERB
| TYPE TYPE LSB | ||||||||
| MSB 00 01 02 08 16 17 18 19 20 | ||||||||
| 000 NO EFFECT | ||||||||
| 001 (1)HALL1 (2)HALL2 | ||||||||
| 002 ROOM (3)ROOM1 (4)ROOM2 | ||||||||
| 003 STAGE (5)STAGE1 (6)STAGE2 | ||||||||
| 004 PLATE (7)PLATE1 (8)PLATE2 | ||||||||
| 005...127 NO EFFECT | ||||||||
CHORUS
| TYPE TYPE LSB | |||||||||
| MSB 00 | 01 02 08 16 17 18 19 20 | ||||||||
| 000...064 | NO EFFECT | ||||||||
| 065 CHORUS | (2) CHORUS2 | ||||||||
| 066 CELESTE | (1)CHORUS1 | ||||||||
| 067 FLANGER | (3)FLANGER1 | (4)FLANGER2 | |||||||
| 068...127 | NO EFFECT | ||||||||
DSP
| TYPE TYPE LSB | ||||||||
| MSB 00 | 01 02 08 16 17 18 19 20 | |||||||
| 000 NO EFFECT | ||||||||
| 001 (1) | HALL1 (2)HALL2 | |||||||
| 002 ROOM (3)ROOM1 (4)ROOM2 | ||||||||
| 003 STAGE (5)STAGE1 (6)STAGE2 | ||||||||
| 004 PLATE (7)PLATE1 (8)PLATE2 | ||||||||
| 005 DELAY L,C,R | (26) | DELAY L,C,R | ||||||
| 006 (27) | DELAY L,R | |||||||
| 007 (28) | ECHO | |||||||
| 008 (29) | CROSS DELAY | |||||||
| 009 | (9)EARLY REFLECTION1 | (10)EARLY REFLECTION2 | ||||||
| 010 (11) | GATE REVERB | |||||||
| 011 (12) | REVERSE GATE | |||||||
| 012...019 | NO EFFECT | |||||||
| 020 KARAOKE | ||||||||
| 021...063 | NO EFFECT | |||||||
| 064 THRU | ||||||||
| 065 CHORUS | (14)CHORUS2 | |||||||
| 066 CELESTE | (13)CHORUS1 | |||||||
| 067 FLANGER | (15)FLANGER1 | (16)FLANGER2 | ||||||
| 068 SYMPHONIC | (17) | SYMPHONIC | ||||||
| 069 ROTARY SPEAKER | (19)ROTARY SPEAKER1 | |||||||
| 070 TREMOLO | (21) | TREMOLO1 | ||||||
| 071 AUTO PAN | (24) | AUTO PAN | (20)ROTARY SPEAKER2 | (22)TREMOLO2 | ||||
| 072 (18) | PHASER | |||||||
| 073 DISTORTION | ||||||||
| 074 OVERDRIVE | ||||||||
| 075 AMP SIMULATION | (30)DISTORTION HARD | (31)DISTORTION SOFT | ||||||
| 076 3BAND EQ | (32) | EQ DISCO | (33)EQ TEL | |||||
| 077 2BAND EQ | ||||||||
| 078 AUTO WAH | (25) | AUTO WAH | ||||||
| 079...127 | THRU | |||||||
Toetsenbord
- 61 standaard-afmeting toetsen (C1 - C6), met Touch Response
Display
• Groot multi-functioneel LCD display
Setup
- Stand by/ON
• Master Volume : MIN - MAX
Panel Bedieningen
• OVERALL (▲▼, +,-), FUNCTION, SONG, VOICE, STYLE, [0]-[9], +, -
Demo Song
• 3 songs
Voice
• 140 paneel voices + 15 Drum Kits + 128 GM Voices + Speciale DJX Demo Voice + Sampled Voice
- Polyphony : 32
- Voice Set
- Dual Voice Mode
- Split Voice Mode
Pattern
- 100 stijlen
- Pattern Knoppen : PATTERN CONTROL, SYNC-START, START/STOP, LEAD IN/LEAD OUT, BEAT A/B (BREAK OUT)
- Beat Indicator
- Pattern Volume
Part Knoppen
Bijgeleverde Accessories
• Nederlandstalige Handleiding
Los Verkrijgbaar (niet meegeleverd)
• Hoofdtelefoon : HPE-150, HPE-3
• AC adaptor : PA-5B/5C
• Voetschakelaar : FC4, FC5
• Toetsenbord standaard: L-2L, L-2C
Diverse
+/- knoppen 25
A
AC adaptor....8
accessory jacks 9
ARPEGGIATOR knop 37
Arpeggiator 37
Arpeggiator Hold 21
Arpeggiator Speed 64, 67
Arpeggiator types.... 38
ASSIGN Knop 63
Attack 64, 67
B
BASS BOOST knop 61
Bass (Part) 52, 60
batteries 8
BEAT A/B 48
beat display 42
beat indicators 23
Beat Reverse toets 52
bewaren bulk data 97
bewaren data 97
BPM (Tempo) 41
Break Out 48
Bulk Dump Send 97
C
Chord Naam 51
chord track.... 83, 88
Chorus 35
Chorus types 39
clock 96
cutoff 61, 62
CUTOFF knop 61
D
Demo songs 14
DEMO START knoppen.... 14
Digital Sampling 69
display indicaties 22
dotted noten 88
Drum Kit Voice Tabel 26
Drum Kit voices 108
DSP 36
DSP types 39
DUAL knop.... 29
Dual voice 29
Functie parameters 18
G
gedeelten (pattern) 48
laden van bulk data 99
Local control 96
Loop 78
M
Main voice 25
MIDI aansluitingen 94
MIDI, over 92
mode indicator.... 22
Modulation 64, 67
N
numeriek toetsenbord 25
0
opname 80
opname, Performance Setup .... 56
opname, Realtime 81
opname, song 80
opname, Step 85
OVERALL knoppen 6,22
Overall indicator.... 22
P
pan 27,30,32
PART CONTROL knop 59
Part On/Off 52
PART ON/OFF toetsen 52
part select 60
PART SELECT toetsen 60
pattern 44
pattern gedeelten.... 48
Pattern Splitpunt 54
Pattern Volume 49
pattern, spelen 44
songs, selecteren en spelen 40
Specifications 115
Splitpunt 32
Split voice 31
tracks, opnieuw opnemen 84
Transponeren 28
triplets 88
Troubleshooting (in de problemen) ..... 102
turntable 64, 67
U
User Performance Setup 56
User songs....81
V
velocity curves 90
versterker/stereo systeem, gebruik een extern .. 9
voetpedaal 21
Voice Lijst 104
Voice Set 33
© Yamaha Corporation. Alle rechten zijn voorbehouden.
Er mag geen gedeelte van de Nederlandse Handleiding worden gereproduceerd of uitgegeven in wat voor vorm dan ook, of op wat voor manier dan ook zonder toestemming van de Yamaha Corporation.


Toont de huidige Turntable waarde(in bpm).