Challenge 500 - Autoradio GRUNDIG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Challenge 500 GRUNDIG in PDF-formaat.
| Type de produit | Autoradio met cassette- en CD-wisselaar aansluiting |
| Merk | Grundig |
| Model | Challenge 500 |
| Afmetingen (ca.) | Standaard DIN (182x53 mm) |
| Gewicht (ca.) | 1,2 kg |
| Voeding | 12 V DC, 10 A zekering |
| Uitgangsvermogen | 4 x 20 W (max.) op 4 Ω |
| Radio-ontvangst | FM (UKW) met RDS, AM (MW/LW) |
| Cassette | Ja, automatische omschakeling, CR-optimalisatie |
| CD-wisselaar aansluiting | Ja, voor Grundig CD-wisselaar of andere via adapter |
| Expert-bedieningsniveau | Uitgebreide instellingen (contrast, code, volume, etc.) |
| Diefstalbeveiliging | Afneembaar bedieningspaneel, codering, security-diode, code-stickers |
| Verkeersinformatie | TP (Traffic Program) en EON |
| PTY (Programmatype) | Zoeken op genre (nieuws, pop, etc.) |
| Luidsprekerinstellingen | Fader, balans, loudness, toonregeling |
| Onderhoud | Reinig bedieningspaneel met zachte doek; toonkop om de 50-100 uur reinigen |
| Garantie | Alleen bij onverbroken garantiezegel |
| Reparatie | Neem contact op met dealer; ruiltoestel mogelijk |
| Milieu | Verpakking zonder kunststof, recyclebaar |
Veelgestelde vragen - Challenge 500 GRUNDIG
Gebruikersvragen over Challenge 500 GRUNDIG
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Autoradio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Challenge 500 - GRUNDIG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Challenge 500 van het merk GRUNDIG.
GEBRUIKSAANWIJZING Challenge 500 GRUNDIG
Inhoud Gebruiksaanwijzing
Uw aandacht voor ... 2
Diefstalbeveiligingen 2
Bedieningspaneel afnemen en inzetten .... 3
Algemene tips 4
In- en uitschakelen 5
Instelling van volume en geluid 6
Volume 6
LOUD (Loudness) 6
Radio (tuner) 7
Gebied kiezen 7
Standby voor verkeersinformatie (TP) ..... 7
Alternatieve frequencies (AF) 7
RDS-zenders instellen
(IS-functie) 8
Zendertoetsen ○1, ○2, ○3, ○4 ...... 8
Zenders/RDS-zenders met
zenderzoekfunctie instellen 9
Handmatige frequentie-instelling ..... 9
Programmatypen (PTY) 10
PTY-functie 10
PTY-programma-toetsen indelen ..... 11
CD- of DAT-modus 11
CD- of DAT-speler aansluiten 11
CD- of DAT-modus inschakelen
(AUX-modus) 11
Cassette (TAPE) bij Challenge 400 12
Programmabron TAPE kiezen 12
Loopwerkfuncties 12
Cassette (TAPE) bij Challenge 500 13
Programmabron TAPE kiezen 13
Loopwerkfuncties 13
Compact Disc (CD) 14
Programmabron CD kiezen 14
CD kiezen 14
CD weergavefuncties 14
TRACK FAST, SCAN, RANDOM ...... 14
EXPERT-bedieningsniveau 15
Lijst met EXPERT-instellingen 15
EXPERT-instellingen veranderen 15
Mogelijke instellingen ① ... ⑫ ...... 16
Codering 18
Is de codering geactiveerd? ...... 18
Codering activeren 18
Codering uitschakelen 18
Opnieuw in gebruik nemen 19
Wachttijden 19
Voedingsspanningen 20
Luidsprekers 21
Extra aansluitingen 21
Wetenswaardigheden 22
Audio-cassettes 22
Radio-ontvangstomstandigheden 22
Onderhoud 22
Als iets niet werkt 23
Toestel kan niet ingeschakeld worden .... 23
Security-diode knippert niet 23
De ontvangst is slecht 23
CD speelt niet 23
CE
Het toestel voldoet aan de EMV-veiligheidseisen (EG-richtlijn 89/336 EEG, 92/31 EEG en 93/68/EEG) conform de normen EN 55013 en EN 55020.
Technische en optische wijzigingen voorbehouden!
Uw aandacht voor ...
Diefstalbeveiligingen
De identity card, het pasje van uw autoradio
bevat type, serienummer en het codenummer voor de codering.

Het serienummer is identiek met het in het frame van de autoradio ingeponste nummer.
De identity card vergemakkelijkt bij verlies van de autoradio de opsporing door de politie en versnelt door eigendomsbewijs de schade-afwikkeling met de verzekering.
⚠️ Leg de identity card op een plaats, waar vreemden niet bij kunnen.
Bij verlies van de identity card (code-nummer) kan alleen uw dealer, na bewijs van aankoop en tegen betaling, de codering weer opheffen.
Code-sticker

De code-stickers, goed zichtbaar achter de autoruiten aangebracht, laten iedereen zien:
De autoradio heeft voor dieven geen waarde!
Codering
Is de codering geactiveerd en wordt de autoradio van de auto-accu (resp. permanente implus klem 30) van uw wagen gescheiden, dan is de radio elektronisch geblokkeerd. Alleen u kunt de radio, door invoer van het codenummer, weer in gebruik nemen.
Bedieningspaneel afnemen
Afgezien van de codering kunt u het bedieningspaneel van de autoradio afnemen en meenemen. De autoradio heeft daardoor voor de dief geen enkele waarde.
Security-diode
De security-diode wordt zichtbaar, als u de autoradio uitgeschakeld en de contactsleutel eruit getrokken heeft. Om de verlichte diode uit te schakelen, neemt u pagina 16, EXPERT ^③ in acht.
Veiligheid
Om ervoor te zorgen, dat de autoradio blijft waar hij is:
- Codering geactiveerd.
- Code-stickers op de autoruiten.
- Bedieningspaneel meegenomen.
- Security-diode (knippert).
GRUNDIG milieu-initiatief

Het is u vast al opgevallen, wij hebben bij de verpakking van de autoradios geheel afgezien van
kunststoffen.
Alle onderdelen zijn van karton/papier en kunnen in de bestaande oudpapierkringloop afgevoerd worden.
Inbouwen van de autoradio
Geachte klant ...
Laat uw autoradio a.u.b. door een vakman inbouwen. Daarmee heeft u de voorwaarden voor een perfect functioneren van het toestel gecreëerd.
De benodigde inbouwtips bevinden zich aan het einde van de gebruiksaanwijzing.
Bedieningspaneel afnemen
U kunt het bedieningspaneel eraf nemen. Daarna heeft het toestel voor anderen geen enkele waarde.
Als u het bedieningspaneel met ingeschakeld toestel eraf haalt, dan schakelt het toestel uit.
Houd het bedieningspaneel vast en druk van boven op de toets
Het bedieningspaneel klikt los en u kunt het eraf halen.

Bedieningspaneel opbergen
Berg het eruit genomen bedieningspaneel steeds in de etui op.
Het bedieningspaneel zit in de etui vast.
Aan de beide smalle lengtekanten kan het bedieningspaneel makkelijk weer uit de etui getrokken worden (zie afbeelding).

Bij verlies van het bedieningspaneel is tegen bewijs van aankoop (bv. identity card) tegen betaling vervanging mogelijk.
Wendt u zich tot uw dealer.
Bedieningspaneel inzetten
Plaats het bedieningspaneel weer in de opening van het toestel, tot het vastklikt.

Verkeersveiligheid

Voor begin van de rit
Maak uzelf voordat u gaat rijden vertrouwd met de verschillende functies van uw auto-radio.

Volume en verkeer
Door een te hard volume kunt u uzelf en anderen in het verkeer in gevaar brengen. Stel daarom het volume steeds zo in, dat u geluiden van buitenaf (b.v. claxons, ziekenwagens, politiewagens enz.) nog kunt horen. Het volume kunt u met de VOLUME draaiknop instellen.

Bij verkeersinformatie kan een duidelijk hoger volume dan de normale weergave optreden, zie ook pagina 17, EXPERT ⑫.

Op multimedia CD's zijn naast audiotracks ook datatracks opgenomen. Speelt u een dergelijke CD ondanks de waarschuwingen af, kunnen er geluiden optreden, die zo hard zijn, dat ze een gevaar voor het verkeer vormen. Bovendien kunnen eindtrappen en luidsprekers beschadigd worden.
Uitgebreid aantal functies
Het EXPERT-bedieningsniveau biedt u de mogelijkheid, een boven de basisbediening uitgaand aantal functies te gebruiken, zonder het overzicht te verliezen.
Gebruik met autotelefoon (phone)
U kunt uw toestel op uw autotelefoon resp. mobilofoon aansluiten.
Bij gebruik van de autotelefoon resp. van de mobilofoon wordt het geluid van de autoradio uitgeschakeld.
In het display verschijnt: » PHONE «, zie ook pagina 17, EXPERT ⑨ en pagina 21, A2.
Signaal
Uw autoradio is vooraf zo ingesteld, dat functies met een kort signaal bevestigd worden.
Op het EXPERT-bedieningsniveau kunt u met de instelling » BEEP OFF « het signaal door een kort geluidloos schakelen van de luidsprekers vervangen, zie pagina 16, EXPERT ④.
In- en uitschakelen
U heeft meerdere mogelijkheden om het toestel in- en uit te schakelen.
- IQ-toets indrukken.
- In- en uitschakelen met de contact-/start- schakelaar van het voertuig.
U moet de autoradio daarvoor één keer met ingeschakeld contact inschakelen, daarna schakelt de radio automatisch met het contact uit en weer in.
i Deze functie kan in het EXPERT-bedieningsniveau gewijzigd worden, zie pagina 17, EXPERT ⑧.
- Wilt u de autoradio inschakelen, nadat u de radio met de contact-/startschakelaar van uw voertuig uitgeschakeld heeft:
IO -toets indrukken.
in-/ ____ uitschakelaar

Blijft de contact-/startschakelaar uitgeschakeld, dan schakelt de autoradio na 1 uur automatisch uit, zie ook pagina 21/A4.
De autoradio kan op elk moment uitgeschakeld worden.
10 -toets indrukken.
Meermaals inschakelen is mogelijk.
⚠ Tijdens het inschakelen wordt ook uw automatische antenne uitgeschoven! Schakel daarom het toestel steeds uit, voordat u bv. een wastunnel inrijdt!
Instelling van volume en geluid
Volume
○VOLUME Draaiknop draaien:
In het display verschijnt:
-
Functies door één- of meermaals kort indrukken van de toets O SOUND kiezen.
-
Stel de gewenste geluidsindruk met de ○VOLUME draaiknop in of Basisinstelling kiezen: ○SUND zo lang indrukken, tot het signaal te horen is.
-
Instelling beëindigen: ○SOUND zo vaak indrukken, tot de ingestelde zender weer weergegeven wordt.
Na ca. 10 seconden wordt het bedieningsniveau met actuele instellingen automatisch verlaten.
Voorbeeld: Lage tonen instellen
Toets ◦ SOUND zo vaak kort indrukken, tot in het display verschijnt:

Met de O ^V OLUME draaiknop kunt u nu de in- druk van de weergave van de lage tonen veranderen.
Wilt u de instelling van de weergave van de lage tonen direct in de middelste stand terugzetten:
Toets ○SOUND zo lang indrukken, tot het signaal te horen is.

LOUD (Loudness)
Een ingeschakelde Loudness levert een klankverbetering bij en laag volume op. U kunt de functie vanuit de basisstand in- en uitschakelen.
Druk zo lang op de toets ○SOUND, tot u twee signalen hoort. In het display ziet u » LOUD ON « (aan) of » LOUD OFF « (uit).
Volumeverdeling FAD (fader)
Met de fader verandert u de „volume-verdeling“ tussen voorste („F“ front) en achterste („R“ rear) luidsprekergroep.

Balansregeling BAL (balance)

Balance is de „volumeverhouding“ tussen de luidsprekers links en rechts.
Radio (tuner)
Gebied kiezen
FM(UKW)-gebied: ○RADIO-toets zo vaak kort indrukken, tot het gewenste gebied »FII« of »FII« in het display verschijnt.
AM-gebied:
Toets ○RADIO zo vaak kort indrukken, tot in het display » LW « (middengolf) of » LW « (lange golf) en de ingestelde frequentie verschijnt. Midden- en lange golf vormen een doorgaand gebied, omschakelen is daarom niet nodig.
Last Station Memory
Nadat u het gebied gekozen heeft, hoort u de laatst ingestelde zender (Last Station Memory) in dit gebied. Last Station Memory betekent, uw toestel onthoudt de instellingen, die u gekozen heeft, voordat u het toestel uitschakelt. Na het weer inschakelen hoort u deze zender, resp. TAPE/CD weer.
Stereo-ontvangst (alleen bij FM)
U ontvangt een stereo-zender, als »∞« in het display verschijnt.
Standby voor verkeersinformatie (TP)
TP (TRAFFIC PROGRAM) = zender met verkeers-informatie.
TP in-/uitschakelen:
○TP -toets kort indrukken.
Standby voor verkeersinformatie ingeschakeld: Het teken » TP « wordt weergegeven.

Is de ingestelde zender geen zender met keersinformatie, dan start automatisch en zoekfunctie naar de volgende zender en verkeersinformatie.
Actuele verkeersinformatie onderbreken:
- toets kort indrukken. Standby voor verkeersinformatie blijft bestaan.

Verkeersinformatie begint met een minimumvolume:
In het EXPERT-bedieningsmenu kunt u het minimumvolume, waarmee de verkeers-informatie te horen zijn, veranderen, zie pagina 17, EXPERT ^12 .

Wilt u alleen verkeersinformatie horen, dan activeert u de functie „standby voor verkeersinformatie” met de toets ○TP en stelt u het volume met de ○VOLUME draaiknop op „nul”.

Ook de cassette- of CD-weergave wordt ens de verkeersinformatie onderbroken.
Alternatieve frequenties (AF)
Als u een RDS-programma ontvangt, dat door meerdere zenders met verschillende frequenties uitgezonden wordt, dan wisselt uw autoradio automatisch naar de best te ontvangen frequentie.

Als u zich in een zeer slecht verzorgd entvangstgebied bevindt, kunnen wissel- ogingen tussen AF's als storende pauzes porbaar worden. In een dergelijk geval an de AF-functie uitgeschakeld worden.
In de standaardinstelling is AF geactiveerd.
AF-functie uitschakelen
Dit is alleen bij zenders met alternatieve frequenties mogelijk.
OTP - toets langer indrukken, tot het signaal te horen is.
Het teken » AF « wordt niet meer weergegeven.
AF-functie weer inschakelen
- toets langer indrukken, tot het signaal te horen is.
Het teken » AF « wordt weergegeven.
RDS-zenders instellen (IS-functie)
Met een druk op de toets kunt u in het IS-geheugen maximaal 30 zenders vastleggen. De vastgelegde zenders kunt u na elkaar oproepen, zie „Wetenswaardigheden” pagina 22.
1 Het gebruik van het IS-geheugen is zinvol, als u de zendertoetsen opnieuw wilt indelen of u zich in een ander ontvangstgebied bevindt en de reeds vastgelegde zenders niet wilt wissen.
IS-zoekfunctie in werking zetten
Kies met toets ○RADIO/IS het gebied » FM I « of » FM II «.
Druk op de toets O ^R ADIO/IS, tot het eerste signaal te horen is:
» 15 ... « verschijnt in het display, de ontvanger zoekt het UKW-gebied af.
Wacht steeds, tot de intelligente zoekfunctie (IS) beëindigd is.
Is geen ontvangst mogelijk, dan kan de zoekfunctie permanent actief zijn, bv. in de ondergrondse parkeergarage of bij een defecte antenne. In dat geval kunt u de zoekfunctie door indrukken van één van de zendertoetsen ⚙①… ⚙④stoppen (zie ook pagina 23).
Zodra de IS-zoekfunctie afgesloten is, zijn maximaal 30 zenders vastgelegd en u hoort de zender met de beste ontvangst.
Bij de intelligente zoekfunctie worden eerst de RDS-zenders vastgelegd (gesorteerd naar zenders), dan de overige zenders naar de zendsterkte.
Inhoud van het IS-geheugen oproepen
Modus IS kiezen. Daarvoor één van de toetsen TUNING zo lang indrukken, tot »IS ON« kort verschijnt. Na een geslaagde IS-zoekfunctie wordt de modus IS automatisch ingesteld.
Door kort indrukken van één van de toetsen TUNING kunt u de zenders van het IS-geheugen in de gewenste richting oproepen. In het display is tijdens de zenderkeuze » IS-SCAM « te zien.
Modus IS uitschakelen. Daarvoor een van de toetsen ⬆ TUNING √ zo lang indrukken, tot »IS OFF« kort verschijnt.
De zenderzoekfunctie is op pagina 9 beschreven.
Zendertoetsen ○1, ○2, ○3, ○4
Gebied kiezen: FMI, FMII, MW of LW.
Zender/RDS-zender instellen:
Is de ingestelde zender/RDS-zender in het gekozen gebied, bv. » F71 «, al op een zendertoets vastgelegd, dan wordt in het display „M” en het desbeteffende cijfer weerge-geven, bv. » 73 « voor geheugenplaats 3.
Ingestelde zender/RDS-zender vastleggen:
Zendertoets zo lang indrukken, tot het signaal te horen is.
De gekozen AF-instelling wordt samen met de zender vastgelegd.
Zendertoetsen ○①... ○④

Radio
Vastgelegde zenders/RDS-zenders oproepen:
Gebied kiezen: FMI, FMII, MW of LW.
Zendertoets kort indrukken.
1 Ook na het loskoppelen van de werkspanning blijft de inhoud van het geheugen van de zendertoetsen bestaan.
Zenders/RDS-zenders met zenderzoekfunctie instellen
- Gebied met de toets ○RADIO kiezen:
Bij een zoekfunctie in het gebied FM I of FM II moet de modus IS uitgeschakeld zijn. Daarvoor één van de toetsen ⬤ TUNING ⬇ zo lang indrukken, tot »/S OFF« kort verschijnt.
De zoekfunctie in de FM-gebieden werkt met twee gevoeligheidsniveaus. In de eerste doorloop door het ontvangstgebied wordt naar zenders met een grote veldsterkte (plaatselijke zender), in de tweede doorloop naar zenders met een kleine veldsterkte (ontvangst op grote afstand) gezocht.
Bij het zoeken naar zenders wordt in het AM-gebied eerst de LW-, dan de MW-band afgezocht.
- Door kort indrukken van één van de toetsen ⬇ TUNING ⬇ kunt u de zoekfunctie in de gewenste richting starten. In het display is de frequentie bv. » 99,40 « te zien. Als een zender met een naam gevonden is, ziet u de afkorting in het display, anders blijft de weergave van de frequentie.
Is de ingestelde zender/RDS-zender in het gekozen gebied, bv. » FM I «, al op een zendertoets vastgelegd, dan wordt in het display „M” en het desbetreffende cijfer weerge-geven, bv. » 73 « voor geheugenplaats 3.
- Als u de ingestelde zender op een zendertoets wilt vastleggen, gaat u zoals in paragraaf „Zendertoetsen” beschreven te werk (zie pagina 8).
Handmatige frequentie-instelling
-
Gebied met de toets ○RADIO kiezen: »FII «, »FII « of »W« resp. »LW«.
-
Druk zo lang op één van de toetsen ⏻ TUNING √, tot u twee signalen hoort en » MAN ... « met de actuele frequentie-instelling te zien is, bv. » MAN 100.50 «.
Bij continu indrukken van één van de toetsen TUNING wordt er in snel tempo doorgeschakeld.
- Stel met de toetsen ⬇ TUNING √ de frequentie in de gewenste richting in. Met ⬇ TUNING verhoogt u de frequentie bij FM met steeds 50 kHz, bij AM met steeds 1 kHz. Met √ TUNING verlaagt u de frequentie steeds met dezelfde waarde. In het display ziet u bv. » MAN 92.70 «.
Is de ingestelde zender/het ingestelde RDS-programma in het gekozen gebied, bv. » F71 «, al op een zendertoets vastgelegd, dan wordt in het display „M” en het desbetreffende cijfer weergegeven, bv. » 73 « voor geheugenplaats 3.
-
Als u de ingestelde zender op een zendertoets wilt vastleggen, gaat u zoals in paragraaf „Zendertoetsen” beschreven te werk (zie pagina 8).
-
Handmatige frequentie-instelling beeindigen: Toets ⒶRADIO kort indrukken.
Als u 60 seconden geen toets indrukt, wordt de handmatige frequentieinstelling automatisch beëindigd.
Radio
Programmatypen (PTY)
Veel radiostations bieden in het UKW-gebied (FMI, FM II) de service „Programmatypen” (PTY) aan. Tijdens de nieuwsberichten wordt bijvoorbeeld de melding » NEWS « uitgezonden.
Met de PTY-zoekfunctie kan automatisch een zender ingesteld worden, die een vooraf ingesteld programmatype bv. » POP « aanbiedt.
Programmatypen
De aangeboden programmatypen van een radiostation kunnen al naar gelang het uitgezonden programma variëren.
NEWS Nieuws en actualiteiten
AFFAIRS Politiek en actuele gebeurtenissen
INFO Speciale praatprogramma's
SPORT Sportuitzendingen
EDUCATE Leren en bijscholing
DRAMA Hoorspel en literatuur
CULTURE Cultuur, kerk en maatschappij
SCIENCE Wetenschap
VARIED Amusement
POP Popmuziek (hits en schlagers)
ROCK M Rockmuziek
MOR M Lichte muziek
LIGHT M Lichte klassieke muziek
CLASSICS Serieuze klassieke muziek
OTHER M Muziekprogramma's die niet ingedeeld kunnen worden (bv. folklore)
WEATHER Weerbericht
FINANCE Financiën en economie
SOCIAL A Sociale informatie
RELIGION Religieuze en filosofische uitzendingen
PHONE IN Telefoonnummer voor luisteraars
TRAVEL Toeristische informatie
LEISURE Vrije tijd en hobby
JAZZ Jazz-muziek
COUNTRY Country-muziek
NATIONAL Nationale uitzendingen
OLDIES Golden oldies
FOLK M Volksmuziek
DOCU Reportages
NO PTY Geen programmatype-code
PTY-zoekfunctie

Voor de keuze van een programmatype heeft u twee mogelijkheden voor het oproepen van de zoekfunctie.
-
Op de vier PTY-programma-toetsen (zendertoetsen) zijn vier programmatypen ingedeeld. U kunt deze vooraf ingestelde indeling naar eigen wens veranderen.
-
U kunt een programmatype uit de vastgelegde lijst kiezen en dan de zoekfunctie starten.
De handeling wordt in de volgende paragrafen toegelicht.
PTY-functie
1. PTY-functie inschakelen
OPTY -toets zo lang indrukken, tot het signaal te horen is: het laatst gekozen programmatype wordt weergegeven.
2. Programmatype instellen ...
– met de toetsen ○1 ... ○4
Toets kort indrukken:
PTY-zoekfunctie start automatisch naar de volgende zender, die het vooraf ingestelde programmatype aanbiedt en toont even het programmatype, bv. » POP «, daarna de benaming van de ingestelde zender
- of -
Radio
- Toetsen ⬇ TUNING ⬇ zo vaak indrukken, tot het gewenste programmatype in het display verschijnt.
Een van de toetsen 📊 TUNING ⬇ zo lang indrukken, tot het signaal te horen is: PTY-zoekfunctie start naar de volgende zender, die het gekozen programmatype aanbiedt en toont het programmatype, by. » POP «.
Biedt geen enkele zender het gekozen programmatype aan, dan hoort u de laatst ingestelde zender en de PTY-functie wordt uitgeschakeld.
3. PTY-functie uitschakelen
OPTY -toets kort indrukken of automatisch na ca. 10 seconden.
PTY-programma-toetsen indelen
De zenderstoetsen
zijn in de fabriek met de programmatypen:
U kunt op elke stationstoets een programmatype van uw keuze indelen:
- PTY-functie inschakelen:
OPTY -toets zo lang indrukken, tot het signaal te horen is. In het display ziet u even » PTY « en het ingestelde programma-type, bv. » NEWS «.
-
Toetsen ⬇ TUNING ⬇ zo vaak indrukken, tot het gewenste programmatype in het display verschijnt.
-
Gewenste zendertoets bv. ⚙1 zo lang indrukken, tot het signaal te horen is.

CD- of DAT-modus
CD- of DAT-speler aansluiten
CD = Compact Disc (zonder CD-wisselaar) DAT = Digital Audio Tape
Heeft u geen GRUNDIG CD-wisselaar aangesloten, dan kunt u ook andere CD- of DATspelers met de GRUNDIG CDP-adapter op de autoradio aansluiten.
CD- of DAT-modus inschakelen (AUX-modus)
Druk zo vaak op de toets OCD/TAPE, tot » RUX « in het display verschijnt.
Voor de bediening moet u de knoppen op de aangesloten toestellen zelf gebruiken. Neem de techn. gegevens en informatie van de toestellen in acht. De maximale uitgangsspanning mag niet meer dan 2 V _RMS bedragen.
De CD-weergave wordt tijdens de verkeers-informatie onderbroken.
Actuele verkeersinformatie onderbreken: ○TP -toets kort indrukken.
Cassette (TAPE) bij Challenge 400

Schuif de cassette er altijd met de toets

uit voordat u het toestel
uitschakelt. Dit is beter voor de cassette.
Modus cassette inschakelen
Schuif een cassette in het cassettevak.
Op het display verschijnt » TAPE «.
Snel voorwaarts spoelen
Voorwaarts spoelen

-toets tot de eerste arrêteerstand (tot de helft) indrukken.
Op het display verschijnt » WHO «.

U kunt naar de radio of een cd luisteren wijl er een cassette voorwaarts of uggespoeld wordt. Druk hiervoor op de ets ○RADIO of ○CD/TAPE.
Wanneer het einde van de band is bereikt begint automatisch de radio of een cd te spelen. Draai de cassette in dit geval om of haal hem eruit.
Voorwaarts spoelen afbreken

-toets een beetje indrukken.
Modus cassette beëindigen
Druk op de ▲▶▶ -toets tot de cassette eruit geschoven is.

Algemene instructies

Het toestel is voor CR (chroomdioxide)-ndjes geoptimaliseerd.

De cassette-weergave wordt, als verkeers- formatie geactiveerd is, tijdens de keersinformatie onderbroken.
Actuele verkeersinformatie onderbreken:
- toets kort indrukken.
Cassette (TAPE) bij Challenge 500

Schuif de cassette er altijd met de toets
uit voordat u het toestel uitschakelt. Dit is beter voor de cassette.
Modus cassette inschakelen
Schuif een cassette in het cassettevak. Op het display verschijnt » TRAPE B « of » TRAPE B «.
Cassettekant wisselen
- toets en ▶▶-toets tegelijkertijd licht indrukken. Op het einde van de band wisselt de cassettekant automatisch.
Op het display betekent: » TAPE A « - bovenste cassettekant » TAPE B « - onderste cassettekant.
Snel voorwaarts en terugspoelen
Voorwaarts en terugspoelen
of ▶-toets indrukken tot hij vast-klikt. Op het display verschijnt na ca, 1,5 seconden » « WIND « of »WIND » ». U kunt naar de radio of een cd luisteren terwijl er een cassette voorwaarts of teruggespoeld wordt. Druk hiervoor op de toets ○RADIO of ○CD/TAPE.
Functie afbreken
of -toets half indrukken.
De weergave van de cassette begint automatisch.

Modus cassette beëindigen
Druk op de toets ▲ tot het einde. De cassette wordt eruit geschoven.
Algemene instructies
Het toestel is voor CR (chroomdioxide)-bandjes geoptimaliseerd. De cassette-weergave wordt, als verkeers-informatie geactiveerd is, tijdens de verkeersinformatie onderbroken.
Actuele verkeersinformatie onderbreken: ○TP -toets kort indrukken.
Compact Disc (CD) met »GRUNDIG CD-wisselaar«\*

- Deze functies kunt u alleen uitvoeren, als u een geschikte CD-wisselaar* aangesloten heeft.
Neem a.u.b. ook de gebruiksaanwijzing van uw CD-wisselaar in acht.
De lijst met eventueel optredende foutmeldingen bevindt zich op pagina 23.
Programmabron CD kiezen
Druk zo vaak kort op de toets CD/TAPE, tot » CD « in het display verschijnt.
CD kiezen
Toets ODisc\~of ODisc\~zo vaak kort indrukken, tot het nummer van de gewenste CD in het display verschijnt.
Muziekstuk kiezen resp. herhalen
Druk zo vaak kort op de toetsen 🏠 TRACK √, tot het nummer van het gewenste muziekstuk in het display verschijnt.

TRACK : volgende muziekstuk
TRACK : het muziekstuk, dat u
hoort, her-halen, resp.
vorige muziekstuk.
* Welke Grundig CD-wisselaar geschikt is, kan uw dealer u vertellen.
De nummers van de gekozen CD ca.10 seconden kort afspelen (TRACK SCAN)
○SCAN -toets kort indrukken.
» SCAN ON « verschijnt kort in het display.
Beëindigen:
○SCAN -toets opnieuw kort indrukken.
» SCRN OFF « verschijnt kort in het display.
Deze functie wordt tijdens het uitschakelen automatisch teruggezet.
Vooruit- en terugpsoelen (TRACK FAST)
Nummers in „snel tempo“ met gereduceerd volume beluisteren:
Vooruitspoelen: TRACK indrukken en ingedrukt houden.
Terugspoelen: ☑ TRACK indrukken en ingedrukt houden.
Keuze van de nummers in willekeurige volgorde (TRACK RANDOM)
Willekeurig nummer zoeken starten:
Druk op de toets ○RANDOM, in het display verschijnt: » RND ON «. De nummers van de gekozen CD worden in willekeurige volgorde afgespeeld.
Willekeurig nummer zoeken beeindigen: Druk op de toets ○®RANDOM, in het display verschijnt: » RNO OFF «.
Deze functie wordt tijdens het uitschakelen automatisch teruggezet.
CD-modus beëindigen
○RADIO -toets indrukken, om weer radio te horen.
EXPERT-bedieningsniveau
Om de bediening van de autoradio zo eenvoudig mogelijk te houden, bevindt zich een groot aantal instellingen, die u maar één keer of zelden nodig heeft, op een extra bedieningsniveau (EXPERT).
Lijst met mogelijke Expert-instellingen
① Code-instellingen
② Contrast van het display
③ Security-diode Aan/Uit
④ Signaal Aan/Uit
⑤ AM-gebied blokkeren
⑥ Automatische zoeken naar verkeersinformatie Aan/Uit
⑦ Automatisch wisselen van het regionale programma Aan/Uit
⑧ In- en uitschakelen met de contact-/ startschakelaar
⑨ Uitschakelen van het geluid bij auto-telefoon-modus
⑩ Ingangsgevoeligheid bij CD- of DAT-modus
⑪ Volume-beperking tijdens het inschakelen
⑫ Minimumvolume voor verkeers-informatie
Expert-instellingen veranderen
1. EXPERT inschakelen
OEXPERT- toets zo lang indrukken, tot het signaal te horen is. In het display ziet u even » EXPERT «.

2. Instelling kiezen
Kies met de toetsen Ⓗ TUNING √ de instelling uit, die u wilt controleren, resp. veranderen
Voorbeeld
⑪ Veranderen van de volume-beperking tijdens het inschakelen
Met de toetsen ⚠ TUNING √, de gewenste functie » ONVOL 13 « instellen, in het display verschijnt:

U hoort de gekozen zender met het ingestelde volume.
3. Instelling activeren
Toets OEXPERT kort indrukken:
De indicatie knippert.

4. Instelling veranderen
Stel met de toetsen ⚠ TUNING √ het gewenste volume in.
In het display verschijnt bv.:

TUNING : Waarde verhogen of functie inschakelen,
√ TUNING : Waarde verlagen of functie uitschakelen.
U kunt door meermaals indrukken van de toets de waarde stap voor stap veranderen of door lang indrukken het automatische snel spoelen gebruiken.
5. Instelling beëindigen
Toets ○EXPERT kort indrukken: De indicatie verschijnt weer continu.
EXPERT
6. Volgende instelling kiezen
(Punt 2. t/m 5. herhalen)
7. EXPERT uitschakelen
OEXPERT-toets langer indrukken, tot het signaal te horen is.
Mogelijke instellingen ①...⑫
① Codering activeren (een gedetailleerde beschrijving vindt u in hoofdstuk
» Codering «, pagina 18)
Verschijnt » CODE « in het display, dan is de codering niet geactiveerd.
Verschijnt » SAFE « in het display, dan is de codering geactiveerd.
② Contrast van het display
» DISPL 07 « (00 ... 63), al naar gelang de inbouwpositie van de auto-radio zo instellen, dat het display voor u goed leesbaar is.
③ Security-diode (Aan/Uit)
» BLK ON « De security-diode knippert met uitgeschakeld toestel en uitgeschakeld contact.
» BLK OFF « De security-diode knippert niet.
④ Signaal (Aan/Uit)
» BEEP ON « Signaal als bevestiging van de functie.
» BEEP OFF « Bevestiging van de functie door kort uitschakelen van het geluid van de luid-spreker-uitgangen.
⑤ AM-gebied (Aan/uit)
» RM ON « Het AM-gebied kan met de toets ○RADIO gekozen worden.
» AM OFF « Tijdens het omschakelen tussen de gebieden wordt AM overgeslagen.
⑥ TP-IS (radio-modus)
Als u zich in een ontvangstgebied bevindt, waarin u RDS-zenders met verkeers-informatie slecht ontvangt, kunt u het automatisch naar zenders zoeken in de radio-modus blokkeren.
» TP-IS ON « automatisch zoeken naar zenders met verkeers-informatie gewenst,
» TP-IS OFF « geen automatisch zoeken naar zenders met verkeers-informatie gewenst.
Bij volumes kleiner dan »VOL 4« geldt het zoeken naar zenders met verkeers-informatie als gewenst (»TP-IS ON «).
⑦ Autom. wisselen van het regionale programma
Als een RDS-programma uit verschillende regionale uitzendingen bestaat, kan het gebeuren, dat uw autoradio al naar gelang het ontvangstgebied tussen verschillende regionale uitzendingen wisselt.
» REG ON « autom. wissel van het regionale programma is mogelijk.
» REG OFF « geen wissel naar een ander regionaal programma.
⑧ In- en uitschakelen met de contact-/startschakelaar
» IGN ON « U kunt de autoradio met de contact-/startschakelaar van het voertuig in- en uitschakelen. » IGN OFF « In- en uitschakelen alleen met de IO-toets.
⑨ Geluid uitschakelen bij telefoon-modus
» PHONE ON « Geluid uitschakelen geactiveerd. » PHONE OFF « Geluid uitschakelen uitgeschakeld.
Het telefoon-mutesignaal moet in dat geval aangesloten zijn.
⑩ MCD- resp. AUX-ingangsgevoeligheid
Aanpassen van een CD-wisselaar » MCD LOW « laag » MCD MID « midden (bv. MCD 36/MCD 40) » MCD HIGH « hoog.
⑪ Volume-beperking tijdens het inschakelen
» ON VOL - - « geen beperking of » ON VOL 20 « max. volume, bv. 20 (instelgebied: -- (0) ... 46).
Het volume wordt alleen beperkt, als het volume tijdens het uitschakelen van de autoradio groter dan de ingestelde waarde is!
⑫ Minimumvolume voor verkeersinformatie
» TR VOL 16 « (5 ... 46) u hoort tijdens de instelling het dan voor de verkeersinformatie gekozen volume.
Codering

Het code-nummer van uw autoradio vindt zich op de identity card.
De codering is in de fabriek niet geactiveerd.
Als u de codering van uw autoradio geactiveerd heeft:
Zodra de autoradio van de auto-accu (resp. permanente implus klem 30) van uw voertuig gescheiden wordt, is hij elektronisch geblokkeerd.
Hij kan alleen door invoer van het code-nr. weer in gebruik genomen worden.
Is de codering geactiveerd?
Kies het EXPERT-bedieningsniveau en druk op de toetsen ⬇ TUNING √, tot in het display » SAFE « of » CODE « verschijnt:

Codering geactiveerd

Codering niet geactiveerd
Codering activeren
- Kies het EXPERT-bedieningsniveau en druk op de toetsen ⬇ TUNING √, tot » CODE « in het display verschijnt.
Activeer de instelling: Druk kort op de toets ○EXPERT. I het display knippert » - - - - «.
- Voer het code-nr. (zie identity card) met de toetsen ⬆ TUNING √ of ○1... ○4 (zie voorbeeld) in.
Bij lang indrukken van een van de toetsen TUNING wordt in snel tempo doorgeschakeld.
Voorbeeld: 1703 Display:
Toets Ⓐ 1 x kort indrukken >/ - - <
Toets Ⓞ2 7 x kort indrukken >/ 7 - -<
Toets Ⓐ310 x kort indrukken >170 -<
Toets Ⓐ 3 x kort indrukken >1703<
Bij lang indrukken wordt het desbetreffende cijjfer achteruit geteld.
- Code-nr. bevestigen:
Toets OEXPERT kort indrukken, in het display verschijnt » SAFE «. De codering is geactiveerd!
- EXPERT uitschakelen:
○EXPERT-Toets indrukken, tot het signaal te horen is.
Codering uitschakelen
bv. voor het demonteren van de autoradio:
-
EXPERT-modus is ingeschakeld en » SAFE « verschijnt in het display. Activeer de instelling: Druk kort op de toets ○EXPERT. In het display knippert »/----«.
-
Code-nr. (zie identity card), zoals in het hoofdstuk „Codering activeren“ beschreven, door indrukken van de toetsen ⚠ TUNING √ resp. ⭕1... ⭕4 instellen.
-
Code-nr. bevestigen: Toets OEXPERT indrukken, tot in het display even » CODE « verschijnt. Na ca. 3 seconden speelt de radio.
De codering is niet meer geactiveerd!
Als u een verkeerd code-nr. ingevoerd heeft: » SAFE « blijft in het display staan, de radio speelt niet.
Begin nogmaals. Neem de wachttijden tussen de pogingen in acht (zie pagina 19).
Codering
Opnieuw in gebruik nemen
De autoradio is met een geactiveerde codering elektronisch geblokkeerd, nadat hij van de auto-accu (resp. het permanente implus klem 30) van uw voertuig gescheiden was, bv. na een bezoek aan de garage.
- Autoradio inschakelen: In het display verschijnt » SAFE «. Na ca. 3 seconden verschijnt » / - - - « in het display. De » / « geeft het aantal invoer- pogingen aan.
- Code-nr. (zie identity card), zoals in het hoofdstuk „Codering activeren“ beschreven, met de toetsen ⬤ TUNING √ of ⭕1... ⭕4 invoeren.
- Code-nr. bevestigen: Toets OEXPERT indrukken, tot in het display even » SAFE « verschijnt. Na ca. 3 seconden speelt de radio.
Als u en verkeerd code-nr. ingevoerd heeft:
» SAFE « blijft in het display staan, de radio speelt niet.
Begin nogmaals.
Neem de wachttijden tussen de pogingen in acht.
Wachttijden
Om ervoor te zorgen dat het opnieuw in gebruik nemen en het uitschakelen van de codering niet door uitproberen mogelijk is, zijn na mislukte pogingen wachttijden ingesteld. Gedurende deze tijden kan de autoradio weliswaar in- en uitgeschakeld worden maar hij speelt niet.
Tijdens de wachttijd
hoeft de autoradio niet ingeschakeld te zijn. Hij moet echter op de permanente spanning + 12 V aangesloten zijn. Zolang » SAFE « in het display staat, is de wachttijd nog niet verstreken.
De wachttijd is afgelopen, als het getal van de volgende poging in het display te zien is, bv. » 2 - - - - «.
De tabel toont de wachttijden tussen de afzonderlijke pogingen.
Wachttijd na de 7e poging altijd 24 uur! Na de 6e poging is het raadzaam, „opnieuw in gebruik nemen” resp. „codering uitschakelen” door uw dealer te laten uitvoeren.
| Poging (in Wachttijd het display) (ca.) | |
| 1 | 21 sec. |
| 2 | 1,5 min. |
| 3 | 5,5 min. |
| 4 | 22 min. |
| 5 | 1,5 uur |
| 6 | 6,0 uur |
| 7 | 24 uur |
| 8 | 24 uur |
De afbeeldingen voor de montage en de- montage vindt u aan het begin van dit boekje.
Inbouwmateriaal en accessoires
Welk inbouwmateriaal u nodig heeft en wat er aan accessoires verkrijgbaar is, kan uw dealer u vertellen.
Inbouwframe monteren - afb. 1...5
Afbeelding 1
- Inbouwframe b in de opening voor het toestel a van uw wagen monteren.
- Klemijzers c achter de opening voor het toestel a indien nodig (al naar gelang het type wagen) omhoogbuigen.
Autoradio erin schuiven
Afbeelding 1
– Autoradio tot aan de aanslag in het gemonteerde inbouwframe b erin schuiven. De autoradio klikt vast.
Alleen bij Challege 500:
⚠ Uw autoradio heeft een hoge elektrische krachtontneming. Hierdoor wordt het toestel erg warm.
Alleen bij Challege 500:
⚠ Er mogen dan ook geen leidingen of andere voorwerpen tegen het toestel liggen omdat de isolatie ervan anders smelt waardoor er een kortsluiting of brand kan ontstaan.
Autoradio eruit trekken
Afbeelding 5
⚠️ Verwijder a.u.b voor u de autoradio eruit haalt, het bedieningselement zodat er geen krassen op komen.
Beide beugels d in de opening van de klep steken en tot aan de aanslag erin schuiven.
- Beide beugels naar buiten drukken en de autoradio langzaam eruit trekken.
Antenne
De autoradio is voor antennes met 75 Ω (tot 150 Ω)-impedantie uitgevoerd. Verlengingen van de antennekabel, bv. bij montage achter op het voertuig, kunnen de ontvangst verslechteren.
Afbeelding 2 en 3
- indien nodig antenneadapter (afb. 2) gebruiken.
- Antenneadapter (afb. 2) resp. antennekabel (afb. 3) in de kunststof houder vastzetten.
Zekering
Afbeelding 4
Platte zekering ingestoken
5 A/DIN 72581 bij Challenge 400
10 A/DIN 72581 bij Challenge 500.
Voedingsspanningen
Mescontacten A: Afbeelding 4
A8 Aansluiting voor massa\*
Op klem 31 (massa) van het voertuig aansluiten.
A7 Aansluiting voor +12 V werkspanning\*
Op klem 30 (permanente plus) van het voertuig aansluiten.
Alleen bij Challege 500:
* Als de doorsnede van de leidingen van de voertuigbedrading niet voldoende is, kan het maximale uitgangsvermogen beperkt worden en kunnen er schommelingen van de helderheid van de dashboardverlichting optreden.
A6 Aansluiting voor dashboardverlichting
Mescontact A6 op klem 58 van het voertuig aangesloten:
De verlichting van de uitgeschakelde auto-radio kan met ingeschakeld rijlicht met de regelaar van de dashboardverlichting geregeld worden.
Mescontact A6 niet aangesloten: Geen verlichting met uitgeschakelde autoradio.
A5 +12 V Schakelpanningsuitgang (max. 0,5 A)
ligt op het mescontact A 5 bij een ingeschakelde autoradio.
Voor automatische antenne (uit-/inschuiven), Antenneversterker (werkspanning) enz.
A4 Aansluiting voor +12 V contact-spanning
Op klem 15 van het voertuig aansluiten, als u de autoradio met de contact-/startschakelaar wilt in- en uitschakelen.
De aansluiting A4 kan ook niet aangesloten blijven. In dat geval moet de radio steeds met de toets IO in- en uitgeschakeld worden.
Het toestel schakelt dan met uitgeschakeld contact niet na 1 uur uit. De security-diode knippert niet.
A2 Phone-mute-aansluiting
voor autotelefoon of mobilofoon:
Het geluid van de autoradio is uitgeschakeld tijdens het gebruik van de aangesloten autotelefoon of van de mobilofoon.
In het display verschijnt » PHONE «, zie pagina 17, EXPERT-instellingen.
Het mescontact A2 moet daarbij van de mute-uitgang van de telefoon/mobilofoon op massa aangesloten worden!
Luidsprekers
Mescontacten B: Afbeelding 4
Maximale uitgangsvermogen
op 4Ω-luidsprekers:
4 x 7 W bij Challenge 400
4 x 20 W bij Challenge 500.
Luidsprekers voor Luidsprekers achter
De luidsprekeraansluitingen niet elektrisch met elkaar verbinden en niet op massa aansluiten!
Extra aansluitingen
Mescontacten C: Afbeelding 4
CD-wisselaar- resp. AUX-aansluiting
C13 CD-bus-stuurleiding, moet voor AUX-modus met C15 verbonden worden.
C15 CD-bus-massa
C16 Voedingsspanning +12 V voor CD-wisselaar
C17 Schakelspanning voor CD-wisselaar
C18 CD-NF-mass resp. AUX-NF-massa
C19 CD-NF-links resp. AUX-NF-links
C7 Alleen voor service
C9 Alleen voor service
⚠️ De aansluitingen C7 en C9 mogen niet aangesloten worden.
Wetenswaardigheden
Audio-cassettes
Cassettes zijn in een autoradio aan hoge thermische belasting blootgesteld. Gebruik daarom a.u.b. alleen goede en hittebestendige CrO₂ C 60- en C 90-cassettes van een bekend merk.
Radio-ontvangstomstandigheden
UKW-ontvangst
Tijdens de rit veranderen de ontvangst- omstandigheden voortdurend.
Bergen, gebouwen of bruggen kunnen de ontvangst verslechteren.
Dit geldt vooral, als u ver van de zender verwijderd bent.
RDS is een informatiesysteem, waarvan de signalen aanvullend door de meeste UKW-radiozenders uitgezonden worden.
Programm Service
Bij RDS-zenders ziet u de naam van de zender als afkorting in het display, bv. »BAYERN 3« voor Bayerischer Rundfunk – radio 3.
Let u er a.u.b. op, dat RDS-zenders verschillende regionale uitzendingen en zendernamen kunnen hebben.
Alternatieve frequencies (AF)
Een RDS-programma wordt door meerdere zenders met verschillende zendfrequenties (alternatieve frequenties) uitgezonden. U kiest een RDS-programma en uw autoradio wisselt automatisch naar de best te ontvangen alternatieve frequentie, indien voorhanden.
Deze functie biedt u de mogelijk naar verkeersinformatie te luisteren, ook als u een RDS-programma zonder eigen verkeers-informatie ingesteld heeft.
Voorwaarde:
Het station, dat het ingestelde RDS-programma met EON uitstraalt, heeft nog een RDS-programma, dat verkeersinformatie aanbiedt.
Standby voor verkeersinformatie
voor verkeersinformatie ook bij RDS-programma's met EON, als » TP « in het display geactiveerd is en het ingestelde RDS-programma hoorbaar blijft.
TP in-/uitschakelen:
○TP -toets kort indrukken.
Mocht er een storing optreden
wendt u zich a.u.b. tot uw dealer. Op verzoek kan hij in de Duitse Bonds-republiek als service Grundig autoradio's bij een defect door een in de fabriek geteste ruiltoestel vervangen.
Uw aandacht voor:
Voorwaarde voor deelname aan dit ruil- systeem is het onverbroken garantiezegel op uw autoradio.
Onderhoud
De frontklep van de autoradio alleen met een zachte, stofopnemende en antistatische doek reinigen. Poets- en reinigingsmiddelen zouden het oppervlak van de klep kunnen beschadigen.
De toonkop van het cassettegedeelte moet vrij van bandresten zijn, om verlies in de weergave van hoge tonen te voorkomen. Daarom dient u om de 50 ... 100 bedrijfsuren de toonkop met een reinigingscassette te reinigen.
Als er eens iets niet werkt
Toestel kan niet ingeschakeld worden
Plaats het bedieningspaneel nogmaals.
Houd de IO -toets tijdens het inschakelen minimaal 1 seconde ingedrukt.
Is de zekering van het toestel (aan de achterkant, zie ook afbeelding 4 aan het begin van dit boekje) defect? Dan brengt u uw toestel naar uw dealer.
Security-diode knippert niet
Controleer, of op het EXPERT-bedieningsniveau » BLK ON « gekozen is.
Kies het EXPERT-bedieningsniveau (zie pagina 16),» BLK ON «.

Laat de aansluiting van het toestel door uw dealer controleren (zie pagina 21, aan-sluiting A4).
De ontvangst is slecht
Bevindt u zich in een gebied met slechte ontvangstomstandigheden (bv. ondergrondse parkeergarage, tunnel, tussen bergen)? Dan zal de ontvangst bij een verandering van plaats zeker verbeteren.
Verbetert de ontvangst niet, dan kan de antenne zelf of de antennekabel defect zijn. Laat u dit a.u.b. door een vakman controleren.
Radio-ontvangst wordt vaak onderbroken
U bevindt zich in een zeer slecht verzorgd ontvangstgebied. Hier kan het gebeuren, dat de wisselpogingen tussen alternatieve frequenties als pauzes hoorbaar worden. In een dergelijk geval kan de AF-functie uitgeschakeld worden (zie pagina 7).
CD speelt niet
Let op de foutmelding in het display en lees de gebruiksaanwijzing van de CD-wisselaar.
MAGAZINE CD-magazijn ontbreekt resp. niet vastgeklikt
NO CD CD-magazijn leeg
NO COMMU Verbinding radio-CD onderbroken
SURFACE CD verkeerd geplaatst of datatransmissie gestoord
TOO HOT CD-wisselaar oververhit
Niet alle luidsprekers werken
Controleer, of u de FADER of de BALANCE veranderd heeft. Levert dit niets op, laat dan de toevoerleidingen naar de luidsprekers en de luidsprekers zelf door een vakman controleren.
Challenge 400/Challenge 500
Challenge 400

Challenge 500

0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 GRUNDIG AG
• D-90762 Fürth Challenge 400/Challenge 500
18352-941.61