EC 4890 CD - Autoradio GRUNDIG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis EC 4890 CD GRUNDIG in PDF-formaat.
| Type product | Autoradio met CD-speler |
| Merk | Grundig |
| Model | EC 4890 CD |
| Kleur | Zwart (afwijkend van EC 4790 CD) |
| Uitgangsvermogen | 4 x 20 W bij 4 Ohm |
| Frequentiebereik FM | 87,5 - 108 MHz |
| Frequentiebereik AM | LW (150-280 kHz) / MW (530-1710 kHz) |
| Geheugenplaatsen | 48 FM, 15 AM |
| CD-speler | Ja |
| RDS-functies | AF, TP, EON, REG, LEARN |
| Codering | Elektronisch (code via identity card) + afneembare linker draaiknop |
| Expert-bedieningsniveau | Ja (14 instelbare functies) |
| Geluidsinstellingen | Volume, Bass, Treble, Fader, Balance, Loudness |
| Voeding | 12 V DC (autobatterij) |
| Zekering | Plat zekering T 10 A (DIN 72581) |
| Antenne-impedantie | 75 Ohm (tot 150 Ohm) |
| Aansluitingen | ISO-stekker (A/B/C), telefoon-mute, CD-wisselaar/AUX |
| Afmetingen (geschat) | 1-DIN (ca. 180 x 50 x 160 mm) |
| Gewicht (geschat) | ca. 1,5 kg |
| Onderhoud frontklep | Zachte, antistatische doek; geen poetsmiddelen |
Veelgestelde vragen - EC 4890 CD GRUNDIG
Gebruikersvragen over EC 4890 CD GRUNDIG
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Autoradio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EC 4890 CD - GRUNDIG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EC 4890 CD van het merk GRUNDIG.
GEBRUIKSAANWIJZING EC 4890 CD GRUNDIG
Inhoud Gebruiksaanwijzing
Uw aandacht voor ... 2
Diefstalbeveiligingen.... 2
Draairegelaar eraf halen en inzetten...... 3
Algemene tips 4
In- en uitschakelen 5
Sound-/klank-instelling 6
Volume......6
LOUD (Loudness)...... 6
Radio (TUNER) 7
Gebied TUNER FM kiezen.... 7
Standby voor verkeersinformatie (TP) ..... 7
Alternatieve frequenties (AF)....7
RDS-zenders instellen
(LEARN-geheugen)......8
FM-presets indelen 8
Zenders/RDS-zenders met zoekfunctie
instellen 9
Handmatige frequentie-instelling ..... 9
AM-zenders instellen.... 10
CD-modus 11
Zenderbron CD kiezen 11
TRACK, FAST, RANDOM 11
CD-modus beëindigen 11
CD eruit schuiven 11
CD-wisselaar-modus (GRUNDIG) 12
Zenderbron MCD kiezen 12
CD kiezen 12
CD weergavefuncties 12
TRACK, FAST, RANDOM 12
DAT-modus 12
DAT-speler aansluiten 12
DAT-modus inschakelen (AUX-modus) ... 12
EXPERT-bedieningsniveau 13
Functie-overzicht.... 13
EXPERT-instellingen veranderen...... 13
Mogelijke instellingen 14
Tijd 15
Codering 16
Tips over de codering 16
Is de codering geactiveerd?...... 16
Codering activeren 16
Codering uitschakelen 16
Opnieuw in gebruik nemen.... 17
Wachttijden.... 17
Voedingsspanningen 18
Luidprekers 19
Extra aansluitingen 19
Wetenswaardigheden 20
Cassettes 20
Radio-ontvangstomstandigheden 20
Onderhoud 20
Als iets niet functioneert 21
Toestel kan niet ingeschakeld worden .... 21
Lichtgevende security-diode 21
De ontvangst is slecht 21
CD speelt niet 21
CE
Toestel voldoet aan de EMV-veiligheidseisen (EG-richtlijn 89/336 EEG, 92/31 EEG en 93/68/EEG) conform de normen EN 55013 en EN 55020.
Technische en optische wijzigingen voorbehouden!
Uw aandacht voor ...
Diefstalbeveiligingen
De identity card, het pasje van uw autoradio
bevat type, serienummer en het codenummer voor de codering.

Het serienummer is identiek met het in het frame van de autoradio ingeponste nummer.
De identity card vergemakkelijkt bij verlies van de autoradio de opsporing door de politie en versnelt door eigendomsbewijs de schade-afwikkeling met de verzekering.

Leg de identity card op een plaats, waar vreemden niet bij kunnen.

Bij verlies van de identity card (code-nummer) kan alleen de dealer, na eigen-domsbewijs en tegen kosten, de codering weer opheffen.
Code-sticker

De code-sticker, goed zichtbaar achter de autoruit aangebracht, laat iedereen zien:
De autoradio heeft voor dieven geen enkele waarde!
Codering
Is de codering geactiveerd en wordt de autoradio van de autobatterij (resp. permanente implus klem 30) van uw voertuig gescheiden, dan is het toestel elektronisch beveiligd. Alleen u kunt het toestel weer in gebruik nemen, door het codenumner in te voeren.
Bedieningspaneel eraf halen
Aanvullend op de codering kunt u de linker ①① draairegelaar van de autoradio eraf halen en meenemen. De autoradio heeft daardoor voor de dief geen enkele waarde.
Lichtgevende security-weergave
De lichtgevende security-diode wordt zichtbaar, als u het bedieningspaneel eraf gehaald heeft. Om de verlichte weergave te activeren, neemt u pagina 14 in acht.
Veiligheid

Om ervoor te zorgen dat de autoradio blijft ar hij is:
- Codering geactiveerd.
- Code-sticker op de autoruiten.
- Linker draairegelaar meegenomen.
- Lichtgevende security-weergave (knippert).
GRUNDIG milieu-initiatief

Het is u vast al opgevallen, wij hebben bij de verpakking van de autoradio geheel afgezien van
kunststoffen.
Alle onderdelen zijn van karton/papier en kunnen in de bestaande oudpapierkringloop afgevoerd worden.
Inbouwen van de autoradio
Geachte klant...
Laat u a.u.b. uw autoradio door een vakman inbouwen. Daardoor heeft u de voorwaarden voor een goed functioneren van het toestel gecreëerd.
De benodigde inbouwtips vindt u aan het ein- de van de gebruiksaanwijzing.
Draairegelaar eraf halen
U kunt de linker ①draairegelaar eraf halen. Daarna heeft het toestel voor anderen geen enkele waarde. Dit wordt door de knipperende lichtgevende security-diode in de houder van de draairegelaar weergegeven.
Trek de draairegelaar gewoon eraf en neem hem mee.
Als u de linker ①draairegelaar met ingeschakeld toestel eraf trekt, dan schakelt het toestel automatisch uit.

Draairegelaar inzetten
Zet de draairegelaar, in het gedeelte van het toestel links, weer erin.
Schuif hem voorzichtig in het toestel, tot hij vastklikt.
Mocht het toestel niet met de 10 -toets ingeschakeld kunnen worden, haal dan de draairegelaar nog eens eraf en zet hem er opnieuw weer in.
De draairegelaar kunt u in de bijgevoegde etui aan de sleutelring veilig meenemen.

⚠️ Voor begin van de rit
Maak uzelf voordat u gaat rijden vertrouwd met de verschillende functies van uw autoradio.
Volume en wegverkeer
Door een te hard volume kunt u uzelf en andere verkeersdeelnemers in gevaar brengen.
Stel daarom het volume zo in, dat u geluiden van buitenaf (b.v. claxons, ziekenwagens, politiewagens enz.) nog kunt horen. Het volume stelt u met de linker ①draai-regelaar in.
⚠ Bij verkeersinformatie kunnen duidelijk hardere volumes ten opzichte van de normale weergave optreden, zie ook pagina 15, EXPERT ⑪.
Op multimedia CD's zijn naast audiotracks ook datatracks opgenomen. Speelt u een dergelijke CD ondanks de waarschuwingen af, dan kan er een ruis met een volume, dat een gevaar voor het verkeer vormt, optreden. Bovendien kunnen eindtrappen en luidsprekers beschadigd worden.
Uitgebreide omvang van functies
Het EXPERT-bedieningsniveau maakt het mogelijk, een groter aantal functies dan de basisbediening te gebruiken, zonder het overzicht te verliezen.
Gebruik met autotelefoon (phone)
U kunt uw toestel met uw autotelefoon resp. mobilofoon verbinden.
Bij gebruik van de autotelefoon resp. van de mobilofoon wordt het geluid van de autoradio uitgeschakeld.
In het display verschijnt: » PHONE «, zie ook pagina 14, EXPERT ⑧ en pagina 19, A2.
Signaal
Uw autoradio is vooraf zo ingesteld, dat functies met een kort signaal bevestigd worden. Op het EXPERT-bedieningsniveau kunt u met de instelling » BEEP OFF « het signaal door een kort geluidloos schakelen van de luidsprekers vervangen, zie pagina 14, EXPERT ④.
In deze gebruiksaanwijzing zijn de toestellen EC 4490 CD en EC 4790 CD beschreven. De toestellen verschillen qua symbolen op de toetsen (zie achterkant). In de gebruiksaanwijzing zijn de toetsen van de EC 4490 CD weergegeven. De toestellen EC 4790 CD en EC 4890 CD verschillen alleen wat betreft kleur van elkaar.

In- en uitschakelen
- 10 -Toets (minimaal 1 seconde) indrukken, want het toestel is tegen per ongeluk inschakelen beveiligd, of
- CD erin schuiven, het toestel schakelt automatisch in en geeft de CD weer, of
- met de contact-/startschakelaar van uw wagen, als de autoradio daarvoor met de contact-/startschakelaar uitgeschakeld werd.

Deze functie kan op het EXPERT- edieningsniveau veranderd worden, zie pagina 14, EXPERT ⑦, of
- nadat u uw autoradio met de contact-/startschakelaar van uw wagen uitgeschakeld heeft:
10-Toets indrukken.
Aan-/Uitschakelaar

Blijft de contact-/startschakelaar uitgeschakeld, dan schakelt de autoradio na 1 uur automatisch uit, zie ook pagina 19/A4.
De autoradio kan op elk moment uitgeschakeld worden.
10-Toets indrukken. Meermaals inschakelen is mogelijk.
⚠ Tijdens het inschakelen schuift ook uw automatische antenne uit! Schakel daarom het toestel op uit, voordat u b.v. een wastunnel binnenrijdt!
Volume- en klankinstelling
Volume
Linker ①draairegelaar draaien: In het display verschijnt:
Voor elk van de instellingen FADER, BASS, TREBLE, BALANCE geldt:
-
Functies door één of meerde malen kort indrukken van de linker ①draairegelaar kiezen.
-
Stel de gewenste geluidsindruk door draaien van de linker ①draairegelaar in. of basisinstelling kiezen: Linker ①draairegelaar indrukken, tot het signaal te horen is.
-
Instelling beëindigen: Linker ①draairege- laar opnieuw indrukkken, tot b.v. naam of frequentie van de zender in het display te zien is.
Na ca. 10 seconden wordt het bedieningsniveau met actuele instellingen automatisch verlaten.
Voorbeeld: Lage tonen instellen
Linker ①draairegelaar zo vaak kort indrukken, tot in het display verschijnt:

Met de linker ①draairegelaar kunt u nu door draaien de indruk van de weergave van de lage tonen veranderen.
Wilt u de instelling van de weergave van de lage tonen meteen in de middelste stand terugzetten:
Linker ①draairegelaar indrukken, tot het signaal te horen is.

LOUD (Loudness)
Loudness ingeschakeld, klankverbetering bij laag volume. U kunt de functie met de linker ①draairegelaar vanuit de basisstand uitschakelen. Druk de linker ①draairegelaar, tot een signaal te horen is. In het display ziet u » LOUD ON « of » LOUD OFF «.
Volumeverdeling FAD (Fader)
Met de fader verandert u de „volumeverde-ling“ tussen voorste („F“ Front) en achterste („R“ Rear) luidsprekergroep.


Wilt u slechts één luidsprekerpaar aan- uiten, gebruik dan de bijgevoegde
2 x 20 watt-adapter. Dan moet de regelaar voor de fader in de middelste stand staan.
Volumeverhouding BAL (Balance)

Balance is de „volumeverhouding” tussen de luidsprekers links en rechts.
Radio (tuner)
Gebied TUNER FM kiezen
- Toets zo vaak kort indrukken, tot » TUNER FM « in het display verschijnt.
Stereo-ontvangst (alleen FM)
U ontvangt een stereo-zender, als »∞ « in het display verschijnt.
Standby voor verkeersinformatie (TP)
TP (TRAFFIC PROGRAM) = Zender met verkeersinformtie
TP in-/uitschakelen:
TP -Toets kort indrukken.
Standby voor meldingen ingeschakeld: Het teken » TP« is door een oranje vierkant omgeven.
Is de ingestelde zender geen zender met verkeersinformatie, dan start er automatisch een zoekfunctie naar de volgende zender met verkeersinformatie.
Actuele verkeersinformatie afbreken: TP -Toets kort indrukken.
⚠️ Verkeersinformatie beginnen met een minimumvolume:
In het EXPERT-bedieningsmenu kunt u het minimumvolume, waarmee de verkeers-informatie te horen zijn, veranderen, zie pagina 15, EXPERT ⑪.
Wilt u alleen verkeersinformatie horen, dan activeert u de functie » Standby voor verkeersinformatie « met de toets TP en zet het volume met de linker ①draairegelaar op „nul” (naar links draaien).
Ook de CD- of CD-wisselaar-weergave wordt tijdens de verkeersinformatie onderbroken.
Alternatieve frequencies (AF)
Als u een RDS-programma ontvangt, die door meerdere zenders met verschillende frequenties uitgezonden wordt, dan wisselt uw autoradio automatisch naar de best te ontvangen frequentie.
Als u zich in een zeer slecht verzorgd ontvangstgebied bevindt, kunnen wisselpogingen tussen AF's als storende pauzes hoorbaar worden. In een dergelijk geval kan de AF-functie uitgeschakeld worden.
AF-Functie uitschakelen
Dit is alleen bij zenders met alternatieve fre- quenties mogelijk.
TP - Toets langer indrukken, tot het signaal te horen is. het teken » AF« is niet meer door een rood vierkant omgeven.
Weergave:
AF uitgeschakeld, maar de ontvangen zender biedt AF aan.
AF-functie weer inschakelen
TP - Toets langer indrukken, tot het signaal te horen is. Het teken » AF« is door een rood vierkant omgeven.
Weergave:
AF AF wordt aangeboden en de functie is geactiveerd. In de standaardinstelling is AF geactiveerd.
Radio
RDS-zenders instellen (LEARN-geheugen)
Met een druk op de toets kunt u in het LEARNgeheugen maximaal 25 RDS-zenders vastleggen.
De vastgelegde RDS-zenders kunt u achter elkaar oproepen, zie wetenswaardigheden pagina 20.
1 Het gebruik van het LEARN-geheugen is zinvol, als u zich in een ander ontvangstgebied bevindt en de reeds vastgelegde zenders (presets) niet wilt wissen.
LEARN-zoekfunctie starten
Kies met toets ☐ het gebied »TUNER FM«. Druk de rechter ○draairegelaar, tot het 1e signaal te horen is:
» LRN ... « verschijnt in het display, de ont- vanger zoekt het UKW-gebied door.
Wacht steeds, tot de LEARN-zoekfunctie beëindigd is. De zoekfunctie kan niet onderbroken worden.
Bij een onmogelijke ontvangst kan de LEARN-zoekfunctie steeds actief zijn, b.v. in de ondergrondse garage, bij defecte antenne, zie ook pagina 21. Zodra de LEARN-zoekfunctie afgesloten is zijn maximaal 25 zenders vastgesteld en u hoort de zender met de beste ontvangst.
Inhoud van het LEARN-geheugen oproepen
Modus LEARN kiezen. Daarvoor de rechter ○○ draairegelaar zo vaak kort indrukken, tot »LEARN« even verschijnt.
Rechter Odrairegelaar draaien: U kunt de zenders van het LEARN-geheugen in de gewenste richting oproepen. Het display geeft tijdens de keuze van het station »ROS-SCAN« aan.
FM presets (geheugenplaatsen) indelen
In het UKW-gebied » TUNER FM « staan 48 presets ter beschikking.
-
Kies het gebied: » TUMER FM « met de toets 丰 .
-
Stel een zender/RDS-zender (UKW) in, b.v. door oproepen van een LEARN-geheugen:
Is de ingestelde zender/RDS-zender al op een geheugenplaats gezet, dan wordt het desbetreffende cijfer in het display weergegeven.
- Ingestelde zender/RDS-zender vastleggen: Toets ♦ kort indrukken. Het teken STORE in het display is te zien. Stel met de rechter ○draairegelaar de gewenste geheugenplaats tussen 1 en 48 in.
Bevestig de invoer, door de toets of de rechter Ódrairegelaar indrukken, tot het signaal te horen is en het display » STORED « verschijnt.
Kiest u geen geheugenplaats, dan wordt de zender op de volgende vrije geheugenplaats vastgelegd. In het display is »FREE« te zien.
De gekozen AF en TP-instellingen worden samen met het station vastgelegd.
Radio
Preset oproepen
-
Modus » PRESET « kiezen. Daarvoor de rechter Odrairegelaar zo vaak kort indrukken, tot » PRESET « kort te zien is en het groene teken PRESET verschijnt.
-
Draai de rechter ○draairegelaar, om de gewenste preset te kiezen.

Ook na losmaken van de werkspanning ijft de inhoud van de geheugens bestaan.
Preset wissen
Wilt u een ingedeelde geheugenplaats wissen, druk dan één keer kort op de toets [Φ], tot het teken » STORE « in het display te zien is. Roep met de rechter Ódrairegelaar de te wissen geheugenplaats op. Druk zo lang op de rechter Ódrairegelaar, tot u het signaal twee keer hoort en in het display twee secon- den » ERASED « te zien is.
Zenders/RDS-zenders met zoekfunctie instellen
- Kies het gebied: » TUMER FM « met de toets
- Rechter Odrairegelaar zo vaak kort indrukken, tot even » SEARCH « in het display te zien is.
- Draai de rechter ○draairegelaar, om de zoekfunctie in de gewenste richting te starten.
De zoekfunctie werkt met twee gevoeligheidsniveaus, in de eerste doorloop door het ontvangstgebied wordt naar zenders met hoge veldsterkte (plaatselijke zender), in de tweede doorloop naar zenders met geringe veldsterkte (ontvangst op grote afstand) gezocht. - Wilt u de ingestelde zender op presets (geheugenplaatsen) leggen, zie pagina 8/PRESETS indelen.
Handmatige frequentie-instelling
-
Gebied kiezen: »TUNER FM « of »TUNER AM «.
-
Druk zo lang op de rechter Odraai-regelaar, tot u het tweede signaal hoort en » RANURL « kort in het display te zien is en het rode teken » MAN « verschijnt.
- Stel met de rechter ○draairegelaar de frequentie in de gewenste richting in. Draait u naar rechts, dan verhoogt u de waarde bij FM met steeds 50 kHz, bij AM met steeds 1 kHz. Draaien naar links verlaagt de waarde steeds met dezelfde waarde. In het display ziet u bv. » FM 92.70 «.
De rechte Draairegelaar heeft een „vleig-wiel-functie" voor het snel verstellen. Draait u de knop snel, dan geschiedt het door-schakelen snel. - Wilt u de ingestelde zender op presets (geheugenplaatsen) leggen, zie pagina 8/PRESETS indelen.
- Handmatige frequentie-instelling beëindigen: Druk op de rechter Odraai-regelaar.
AM zender met zoekfunctie instellen
- Gebied » TUNER AM « (LW/MW) kiezen: -toets zo vaak kort indrukken, tot » TUNER AM « in het display verschijnt: bij middengolf verschijnt » MW «, bij lange golf » LW «.
- Druk zo vaak op de rechter Odraai-regelaar, tot kort » SEARCH « in het display te zien is.
- Door draaien van de rechter draairegelaar start u de zoekfunctie in de gewenste richting.
Bij het zoeken naar een zender wordt in het AM-gebied (AM-TUNER) eerst de LW-, dan de MW-band doorzocht.
AM geheugenplaatsen (presets) indelen
In het gebied » TUNER AM «15 presets ter beschikking.
- Ingestelde zender vastleggen: Toets ☐ kort indrukken. Het teken STORE in het display is te zien.
- Stel met de rechter Odraairegelaar de gewenste geheugenplaats tussen 1 en 15 in.
- Bevestig de invoer, door de toets of de rechter Odrairegelaar in te drukken, tot het signaal te horen is en de weergave » STORED « verschijnt.
Last Station Memory
Nadat u het gebied gekozen heeft, hoort u de laatst ingestelde zender (last-station-memory) in dit gebied. Last station memory betekent, uw toestel onthoudt de instellingen, die u gekozen heeft, voordat u het toestel uitschakelt. Na het weer inschakelen hoort u deze zender, resp. CD/CD-wisselaar weer.
Programm abronnen

Keuze geheugenplaats, vastleggen (indrukken)

CD-modus
Zenderbron CD kiezen
Schuif een CD met de bedrukte kant naar boven in het CD-vakje of druk de toets ☐ zo vaak kort in, tot » DISC « in het display verschijnt.
Druk de rechter Odraairegelaar zo vaak kort in, tot »TRACK« in het display verschijnt. Draai nu de rechter Odraairegelaar, tot het nummer van het gewenste muziekstuk in het display verschijnt. Draaien naar rechts: volgende nummer, naar links: het nummer dat u hoort, wordt herhaald resp. vorige nummer.
Snelle zoekfunctie (FAST)
Druk de rechter Odraairegelaar zo vaak kort in, tot u » FAST « in het display ziet.
Draaien
naar rechts: snel vooruitspoelen naar links: snel terugspoelen
Naar weergave terugkeren: Draai de draairegelaar in de tegengestelde richting of druk kort op de draairegelaar.
Keuze van nummers in willekeurige volgorde (TRACK RANDOM)
Willekeurig nummer zoeken starten: Druk langer op de rechter Odraairegelaar, in het display verschijnt: » RND ON «.
Willekeurig nummer zoeken beëindigen: Druk langer op de rechter Odraairegelaar, in het display verschijnt: » RND OFF «.
Deze functie wordt tijdens het uitschakelen automatisch teruggezet.
CD-modus beëindigen
Druk kort op de toets ☐ en kies een andere zenderbron.
CD eruit schuiven
Druk tijdens de CD-modus kort op de Φ -toets.
In het display verschijnt: » EJECT «, de CD wordt na een tijdje eruit geschoven.
Wordt de uitgeschoven CD niet binnen 15 seconden eruit gehaald, dan wordt de CD om veiligheidsredenen weer erin getrokken.
Moet de CD er opnieuw uitgeschoven worden, dan moet u eerst met de -toets op CD-modus schakelen en dan de -toets indrukken.

De CD-weergave wordt tijdens de verkeers- formatie onderbroken.
Actuele verkeersinformatie afbreken: IP -toets kort indrukken.
CD-wisselaar-modus met »GRUNDIG CD-wisselaar«\*

Deze functies kunt u alleen uitvoeren, als u n geschikte CD-wisselaar* aangesloten eft.
Neem a.u.b. ook de gebruiksaanwijzing van uw CD-wisselaar in acht.
De lijst met eventueel optredende foutmeldingen bevindt zich op pagina 21.
Programmabron MCD kiezen
Druk kort zo vaak op de toets ☐, tot »MCD « in het display verschijnt.
CD kiezen
- Toets zo vaak kort indrukken, tot het nummer van de gewenste CD in het display verschijnt.
Druk op de rechter ○draairegelaar, tot » TRACK « in het display verschijnt. Draai nu de rechter ○draairegelaar, tot het nummer van het gewenste nummer in het display verschijnt. Draaien naar rechts: volgende nummer
naar links: het nummer dat u beluistert,
herhalen, resp. vorige nummer.
* Welke Grundig CD-wisselaar geschikt is, kan uw dealer u vertellen.
Snelle zoekfunctie (FAST)
Druk op de rechter ○drairegelaar, tot u »FAST « in het display ziet.
Draaien
naar rechts: volgende nummer naar links: het nummer dat u beluistert, herhalen, resp. vorige nummer.
Naar afspelen terugkeren: Draai de draai-regelaar in de tegengestelde richting of druk kort op de draairegelaar.
Nummer in willekeurige volgorde kiezen (TRACK RANDOM)
Willekeurig nummer zoeken starten: Druk langer op de rechter Ódraairegelaar, in het display verschijnt: » RND ON «.
Willekeurig nummer zoeken beëindigen: Druk langer op de rechter Ódrairegelaar, in het display verschijnt: » RND OFF «.
Deze functie wordt tijdens het uitschakelen automatisch teruggezet.
CD-wisselaar-modus beëindigen
Druk kort op de toets ☐ en kies een andere programmabron.
DAT-modus
DAT-speler aansluiten
DAT = Digital Audio Tape CD = Compact Disc (zonder CD-wisselaar)
Heeft u geen GRUNDIG CD-wisselaar aangesloten, dan kunt u ook een DAT-speler (of een externe CD-speler) met de CDP-adapter van GRUNDIG (best. nr. G.IG 71-00) op de auto-radio aansluiten.
DAT-modus inschakelen (AUX-modus)
Druk zo vaak kort op de toets ⚡, tot » RUX « in het display verschijnt.

De bediening van de aangesloten toestellen schiedt via de toestellen zelf. Neem de hn. gegevens en tips van de toestellen in nt.
De maximale uitgangsspanning mag niet meer dan 2 V _RMS bedragen.

De DAT-weergave wordt tijdens de ver- ersinformatie onderbroken.
Actuele verkeersinformatie afbreken:

-Toets kort indrukken.
EXPERT-bedieningsniveau
Om de bediening van de autoradio zo eenvoudig mogelijk te houden, bevinden zich een groot aantal instellingen, die u maar één keer of af en toe nodig heeft, in een apart bedieningsniveau (EXPERT).
Lijst met mogelijke Expert-instellingen
① Code-instellingen
② Lichtsterkte van het display
③ Security-diode Aan/Uit
④ Signaal aan/uit
⑤ Automatische LEARN-zoekfunctie aan/uit
⑥ Automatische wissel van het regionale programma aan/uit
⑦ In- en uitschakelen met de contact-/ startschakelaar
⑧ Geluid uitschakelen bij autotelefoonmodus
⑨ Ingangsgevoeligheid bij CD-wisselaar of DAT-modus
⑩ Volumebeperking tijdens het inschakelen
⑪ Minimumvolume voor verkeers-informatie
⑫ Weergave van de tijd aan/uit
⑬ RDS-synchronisatie van de tijd aan/uit
⑭ Invoeren van de tijd.
Expert-instellingen veranderen
1. EXPERT inschakelen
- Toets zo lang indrukken, tot het signaal te horen is. In het display ziet u kort » EXPERT «.

2. Instelling kiezen
Kies de instelling uit, die u wilt controleren, resp. veranderen door draaien van de rechter Odrairegelaar.
Mogelijke instellingen ①...⑭
Voorbeeld (functie 10):
⑩ Veranderen van de volume-beperking tijdens het inschakelen.
Rechter Odrairegelaar draaien, tot de gewenste functie » ONVOL 13 « in het display verschijnt.

3. Instelling activeren
rechter Odrairegelaar kort indrukken: In het display verschijnt »CH« (CH: Change = veranderen).

4. Instelling veranderen
Stel met de rechter Odrairegelaar door draaien het gewenste volume in. In het display verschijnt b.v.:

Draai de rechter ○draairegelaar naar rechts: Waarde verhogen of functie inschakelen. naar links: Waarde verlagen of functie uitschakelen
5. Instelling beeindigen
Rechter Odrairegelaar kort indrukken: » CH « gaat uit in het display.
6. Volgende instelling kiezen
(Punt 2. t/m 5. herhalen)
7. EXPERT uitschakelen
-Toets indrukken, of rechter ○draairegelaar indrukken, tot het signaal te horen is.
Mogelijke instellingen ①...⑭
① Codering activeren (een precieze beschrijving vindt u in het hoofdstuk »Codering«, pagina 16)
Verschijnt » CODE « in het display, dan is de codering niet geactiveerd.
Verschijnt » 5RFE « in het display, dan is de codering geactiveerd.
② Lichtsterkte van het display
» DISPL 07 « (00 ... 07), al naar gelang de inbouwpositie van de auto-radio zo instellen, dat het display voor u goed afleesbaar is.
Heeft u de verlichtingsaansluiting in het aansluitinsteekveld ingedeeld? Dan verandert de verlichtingssterkte, al naar gelang, of het rijlicht ingeschakeld is (nacht-instelling) of niet (dag-instelling). Beide instellingen kunnen met ingeschakeld of uitgeschakeld rijlicht apart gekozen en vastgelegd worden.
③ Security-diode (Aan/Uit)
» BLK ON « De security-diode knippert bij uitgeschakeld toestel en uitgeschakeld contact.
» BLK OFF « De security-diode knippert niet.
④ Signaal (aan/uit)
» BEEP ON « Signaal als functiebevesti- ging.
» BEEP OFF « Functiebevestiging door kort geluidloos schakelen van de luidspreker-uitgangen.
⑤ Autom. LEARN (radio-modus)
Als u zich in een ontvangstgebied bevindt, waarin u RDS-zenders met verkeers-informatie slecht ontvangt, kunt u de automatische zenderzoekfunctie in de radio-modus voorkomen.
» LRN ON «: automatische LEARN gewenst
» LRM OFF «: geen automatische LEARN gewenst.
⑥ Autom. wissel van de regionale zender Als een RDS-programma uit verschillende regionale uitzendingen bestaat, kan het voorkomen, dat uw autoradio door het ontvangstgebied tussen verschillende regionale uitzendingen wisselt.
» REG ON « autom. wissel van het regionale programma is mogelijk.
» REG OFF « geen wissel naar een ander regionaal programma.
⑦ In- en uitschakelen met de cotanct-/startschakelaar
» IGN ON « U kunt de autoradio met de contact-/startschakelaar van uw wagen in- en uitschakelen.
» IGN OFF « in- en uitschakelen alleen met de 10 -toets.
⑧ Geluid uitschakelen bij telefoon-modus
» PHONE ON «Geluid uitschakelen geactiveerd.
» PHONE OFF «Geluid uitschakelen uitgeschakeld.
⑨ MCD- resp. AUX-ingangsgevoeligheid
Aanpassen van een CD-wisselaar
» RCD LOW « laag
⑩ Volume-beperking tijdens het inschakelen
» ON VOL - - « geen beperking of
Het volume wordt alleen beperkt, als het volu- me tijdens het uitschakelen van de autoradio groter dan de ingestelde waarde is!
⑪ Minimumvolume voor verkeersinformatie
U hoort tijdens de instelling het dan voor de verkeersinformatie gekozen volume.
⑫ CLOCK ON/OFF
» CLOCK ON « Tijd wordt weergegeven.
» CLOCK OFF « Tijd wordt niet weergegeven.
⑬ Synchronisatie van de klok
» SYNC ON « De ingebouwde klok wordt door RDS-informatie bijgesteld (gesynchroniseerd).
» SYNC OFF « In gebieden, waarin geen RDS TIMER-signaal ontvangen wordt, kan de synchronisatie uitgeschakeld worden.
⑭ DIGITIME instellen
» TR 00:00 « Hier kunt u de tijd handmatig instellen. Draai de rechter ○draairegelaar snel, geschiedt het doorschakelen snel.
i De handmatig ingestelde tijd wordt bij
» SYNC ON « (zie) door de op dat moment ontvangen RDS-zender eventueel gecorrigeerd! Mocht deze RDS-zender een niet gewenste tijd uitzenden, dan moet u met » SYNC OFF « de tijd-correctie blokkeren.
Codering

1 Het code-nummer van uw autoradio bevindt zich op de identity card. De codering is in de fabriek niet geactiveerd.
Als u de codering van uw autoradio geactiveerd heeft:
Zodra de autoradio van de autoaccu (resp. het permanente implus klem 30) van uw wagen gescheiden wordt, is de radio elektronisch beveiligd.
De radio kan alleen door invoer van het code-nr. weer in gebruik genomen worden.
Is de codering geactiveerd?
Kies het EXPERT-bedieningsniveau. Draai de rechter Odrairegelaar, tot in het display» SAFE « of » CODE « verschijnt:

Codering geactiveerd

Codering niet geactiveerd
Codering activeren
-
Kies het EXPERT-bedieningsniveau en draai de rechter ○draairegelaar, tot » CODE « in het display verschijnt.
Activeer de instelling:
Druk kort op de rechter Odraairegelaar. In het display verschijnt » CH - - - - « (CH: Change = veranderen). -
Code-nr. (zie identity card) instellen: Stel door draaien met de rechter Odraairege- laar de juiste getalwaarde in.

De rechtedrairegelaar heeft een
» vliegwiel-functie « voor het snel verstellen. Draait u de knop snel, dan geschiedt het doorschakelen in snel tempo.
-
Code-nr. bevestigen: Rechter ○drairegelaar kort indrukken, in het display verschijnt » SAFE «. De codering is geactiveerd!
-
EXPERT uitschakelen:
- toets indrukken, of rechter ○draai-regelaar indrukken, tot het signaal te horen is.
Codering uitschakelen
b.v. voor het uitbouwen van de autoradio:
- EXPERT-modus is ingeschakeld en » SRF E « verschijnt in het display. Activeer de instelling.
Druk kort op de rechter Odraairegelaar. In het display verschijnt » CH/----« (CH: Change = veranderen).
-
Code-nr. (zie identity card), zoals in het hoofdstuk „Codering activeren“ beschreven, door draaien van de rechter Odraaire-gelaar invoeren.
-
Code-nr. bevestigen: Rechter Odrairegelaar indrukken, tot in het display even » CODE « verschijnt. Na ca. 3 seconden speelt de radio.
De codering is niet meer geactiveerd!
Als u een verkeerd code-nr. ingevoerd heeft: » SAFE « blijft in het display staan, de radio speelt niet.
Begin nogmaals. Neem de wachttijden tussen de pogingen in acht (zie pagina 17).
Opniew in gebruik nemen
De autoradio is met geactiveerde codering elektronisch beveiligd, nadat de radio van de autoaccu (resp.het permanente implus klem 30) van uw wagen gescheiden was, b.v. na een bezoek aan de garage.
- Autoradio inschakelen: In het display verschijnt » SAFE «. Na ca. 3 seconden verschijnt »/----« in het display. (De »/ « geeft het aantal pogingen aan).
- Code-nr. (zie identity card), zoals in het hoofdstuk „Codering activeren” beschreven, door draaien van de rechter Odraaire-gelaar invoeren.
- Code-nr. bevestigen: Rechter ○draairegelaar indrukken, tot in het display even » SAFE « verschijnt. Na ca. 3 seconden speelt de radio.
Indien u een verkeerd code-nr. ingevoerd heeft:
» SAFE « blijft in het display staan, de radio speelt niet.
Begin nogmaals.
Neem de wachttijden tussen de pogingen in acht.
Wachttijden
Om ervoor te zorgen dat het uitschakelen van de codering niet door uitproberen mogelijk is, zijn na verkeerde pogingen wachttijden aangebracht. Tijdens deze tijden kan de autoradio weliswaar in- en uitgeschakeld worden, de radio speelt echter niet.
Tijdens de wachttijd
hoeft de autoradio niet ingeschakeld te zijn. De radio moet echter op permanente spanning + 12 V aangesloten zijn. Zo lang » SAFE « in het display staat, is de wachttijd nog niet afgelopen.
De wachttijd is afgelopen, als het getal van de volgende poging in het display te zien is, b.v. » 2 ---- «.
De tabel toont de wachttijden tussen de afzonderlijke pogingen.
Wachttijd na de 7e poging altijd 24 uur! Na de 6e poging is het raadzaam, „opnieuw in gebruik nemen” resp. „codering uitschakelen” door uw dealer te laten uitvoeren.
| Poging (in Wachttijd het display) (ca.) | |
| 1 | 21 sec. |
| 2 | 1,5 min. |
| 3 | 5,5 min. |
| 4 | 22 min. |
| 5 | 1,5 uur |
| 6 | 6,0 uur |
| 7 | 24 uur |
| 8 | 24 uur |
De afbeeldingen voor het monteren en demonteren vindt u aan het begin van het boekje.
Inbouwmateriaal en accessoires
Welk inbouwmateriaal u nodig heeft en wat er aan accessoires verkrijgbaar is, kan uw dealer u vertellen.
Inbouwframe monteren – afb. 1 ... 5
Afbeelding 1
- Inbouwframe b in de opening voor het toestel a van uw wagen monteren.
- Klemijzers c achter de opening voor het toestel a indien nodig (al naar gelang type wagen) onhoogbuigen.
Autoradio erin schuiven
Afbeelding 1
- Autoradio tot aan de aanslag in het geplaatse inbouwframe b schuiven. De autoradio klikt vast.
Autoradio eruit trekken
Afbeelding 5
Beide beugels d in de opening van de klep steken en tot aan de aanslag erin schuiven.
- Beide beugels naar buiten drukken en de autoradio langzaam eruit trekken.
Antenne
De autoradio is voor antennes met 75 Ω (tot 150 Ω)-impedantie uitgevoerd. antenne-verlengsnoeren, b.v. bij montage achter op de wagen, kan de ontvangst verslechterd worden.
Afbeelding 2 en 3
- indien nodig antenneadapter (afb. 2) gebruiken.
- Antenneadapter (afb. 2) resp. antennesnoer (afb. 3) in kunststof houder vastzetten.
Zekering
Afbeelding 4
EC 4490 CD
Platte zekering T 7,5 A/DIN 72581–ingestoken.
EC 4790 CD
Platte zekering T 10 A/DIN 72581– ingestoken.
Voedingsspanningen
Mescontacten A: afbeelding 4
A8 Aansluiting voor massa
Op klem 31 (massa) van de wagen aansluiten.
A7 Aansluiting voor +12 V werkspanning
Op klem 30 (permanent implus) van de wagen aansluiten.
A6 Aansluiting voor dashboardverlichting
Mescontact A6 op klem 58van de wagen aan-gesloten:
De verlichting van de uitgeschakelde autoradio kan met ingeschakeld rijlicht met de regelaar van de dashboardverlichting geregeld worden.
Mescontact A6 niet aangesloten: Geen verlichting met uitgeschakelde auto- radio.
A5 +12 V Schakelspanningsuitgang (max. 0,5 A)
ligt op mescontact A 5 met ingeschakelde autoradio.
Voor automatische antenne (uit-/inschuiven), antennenversterker (werkspanning) enz.
A4 Aansluiting voor +12 V contactspanning
Op klem 15 van de wagen aansluiten, als u de autoradio met de contact-/startschakelaar in en uit wilt schakelen.
- Klem 30. De autoradio kan met de contact-/startschakelaar niet in- en uitgeschakeld worden.
Het toestel schakelt met uitgeschakeld contact niet na 1 uur uit. De lichtgevende security-diode knippert niet.

Om de goede werking van het toestel te randeren, moet dit contact steeds met em 15 of klem 30 bezet zijn!
A2 Phone-Mute-aansluiting
voor autotelefoon of mobilofoon:
De autoradio is geluidloos geschakeld bij het gebruik van de aangesloten autotelefoon of van de mobilofoon.
In het display verschijnt » PHONE «, zie pagina 14, EXPERT-instelling ⑧.
Het mescontact A2 moet daarbij van de muteuitgang van de telefoon/mobilofoon op massa aangesloten worden!
Luidsprekers
Mescontacten B: afbeelding 4
Maximale uitgangsvermogen
EC 4490 CD op 4Ω-luidsprekers: 4 x 7 W, met bijgevoegde adapter 2 x 20 W.
Wilt u slechts 2 luidsprekers aansluiten:
U kunt de vier 7 W uitgangen via de meegeleverde adapter (afb. 6) tot twee 20 W uitgangen combineren. Daarvoor de 20 W adapter op bus B (afb. 4) aansluiten.
De indeling van de aansluiting voor de luidsprekers voor blijft identiek met boven. De aansluitingen voor de luidsprekers achter zijn in dit geval niet bezet.
EC 4790 CD op 4Ω-luidsprekers: 4 x 20 W.
Luidspreker voor luidspreker achter
De luidsprekeraansluitingen niet elektrisch met elkaar verbinden en niet op massa aansluiten!
Extra aansluitingen
Mescontacten C: afbeelding 4
CD-wisselaar- resp. AUX-aansluiting
C13 CD-bus-stuurleiding, moet voor AUX-modus met C15 verbonden worden.
C15 CD-bus-massa
C16 Voedingsspanning +12 V voor CD-wisselaar
C17 Schakelspanning voor CD-wisselaar
C18 CD-NF-massa resp. AUX-NF-massa
C19 CD-NF-links resp. AUX-NF-links
Aansluitmogelijkheid voor vermogens-versterker (booster) of actieve luidsprekers.
Geschikte adapter:
Adapter 416 (best. nr. G.ID 16-00)
C 1 Luidspreker links achter +
C 2 Luidspreker rechts achter +
C 3 Massa -
C 4 Luidspreker links voor +
C 5 Luidspreker rechts voor +
C 6 Schakelspanning voor het in-/uit-schakelen van een vermogensversterker (max. 0,3 A).
De totale stroomopname uit de aansluitingen C17, C6 en A5 mag samen niet meer dan 0,5 A bedragen.
Wetenswaardigheden
CD
Verwijder, als de radio uitgeschakeld is, een uitgeschoven CD, om verwonding door de CD tijdens plotseling remmen of een ongeluk te voorkomen.
Bevestig de radio goed in het inbouwframe, zodat u ook bij een slecht wegdek van de goede kwaliteit van de CD-muziek kunt genieten.
Radio-ontvangstomstandigheden
UKW-ontvangst
Tijdens de rit veranderen de ontvangst- omstandigheden voortdurend.
Bergen, gebouwen of bruggen kunnen de ont- vangst verslechteren.
Dit geldt vooral, als u ver van de zender verwijderd bent.
RDS is een informatiesysteem, waarvan signalen aanvullend door de meeste UKW-radiozenders uitgezonden worden.
Programm Service
Bij RDS-programma's ziet u de naam van de zender als afkorting in het display,
b.v. » BAYERN 3 « voor Bayerischer Rundfunk – radio 3.
Let er a.u.b. op, dat RDS-zenders verschillende regionale uitzendingen en programmanamen kunnen hebben.
Alternatieve frequenties
Een RDS-programma wordt door meerdere zenders met verschillende zendfrequenties (alternatieve frequenties) uitgezonden.
U kiest een RDS-programma en uw autoradio wisselt automatisch naar de best te ontvangen alternatieve frequentie, indien voorhanden.
Deze functie maakt het mogelijk verkeers-informatie te horen, als u een RDS-programma zonder eigen verkeersinformatie ingesteld heeft.
Voorwaarde:
De zender, die het ingestelde RDS-programma met EON uitzendt, heeft nog een RDS-programma, dat verkeersinformatie aanbiedt.
Standby voor verkeersinformatie
voor verkeersinformatie ook bij
RDS-programma's met EON, als
» TP « in het display geactiveerd is en het ingestelde RDS-programma hoorbaar blijft.
TP in-/uitschakelen:
TP -toets indrukken; ingeschakeld: kader rond TP zichtbaar.
Mocht er een storing optreden
wendt u zich a.u.b. tot uw dealer.
Op uw verzoek kan hij in de Duitse Bondsrepubliek als service Grundig autoradio's in geval van een defect door in de fabriek geteste ruiltoestellen vervangen.
Uw aandacht voor:
Voorwaarde voor deelname aan dit ruil-systeem is het onverbroken garantiezegel op uw autoradio.
Onderhoud
De frontklep van de autoradio alleen met zachte, stofopnemende en antistatische doek reinigen. Poets- en reinigingsmiddelen zouden het oppervlak van de klep kunnen beschadi-gen.
Als iets eens niet functioneert
Toestel kan niet ingeschakeld worden
- Zet de linker ①draairegelaar er nogmaals in.
- Houd de 10 -toets tijdens het inschakelen minimaal 1 seconde ingedrukt.
- Is de zekering van het toestel (op de achterkant, zie ook afbeelding 4 aan het begin van het boekje) defect? Dan brengt u uw toestel naar uw dealer.
Security-diode knippert niet
- Kies het EXPERT-bedieningsniveau (zie pagina 14),» BLK ON «.

- Laat de aansluiting van het toestel door uw dealer controleren (zie pagina 19, aansluiting A4).
De ontvangst is slecht
Bevindt u zich in een gebied met slechte ont- vangstomstandigheden (b.v. ondergrondse garage, tunnel, dal)?
Dan zal de ontvangst bij een verandering van plaats zeker verbeteren.
Verbetert de ontvangst niet, dan zou de antenne zelf of het antennesnoer defect kunen zijn. Laat u dat a.u.b. door een vakman controle- ren.
Radio-ontvangst wordt vaak onderbroken
U bevindt zich in een zeer slecht verzorgd ontvangstgebied. Hier kan het gebeuren, dat de wisselpogingen tussen alternatieve frequenties als pauzes hoorbaar worden. In een dergelijk geval kan de AF-functie uitgeschakeld worden (zie pagina 7).
CD speelt niet
Zit er geen CD in het CD-vakje, dan kan met de toets de CD-functie niet gekozen worden. Neem de foutmeldingen in het display in acht.
SURFACE CD verkeerd geplaatst of het zenden van gegevens gestoord
TOO HOT Toestel oververhit
CD-wisselaar speelt niet
Neem de foutmelding in het display aan het begin van het boekje in acht en lees de gebruiksaanwijzing van de CD-wisselaar.
MAGRZINE CD-magazijn ontbreekt resp. niet vastgeklikt
MECHANIC CD-wisselaar – mechanische fout NO CD CD-magazijn leeg
NO COMMU Datatransmissie onderbroken
SURFACE CD verkeerd geplaatst of datatransmissie gestoord
TOO HOT CD-wisselaar oververhit
Een luidspreker is geluidloos
Controleer, of u de FADER of de BALANCE anders ingesteld heeft. Levert dit geen resultaat op, laat u de toevoerleidingen naar de luidsprekers en de luidsprekers zelf door een vakman controleren.
0123456789 GRUNDIG AG
- D-90762 Fürth EC 4490 CD, EC4790 CD, EC4890 CD
18383-941.6100