KA AC 5 - Airconditioner KALORIK - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KA AC 5 KALORIK in PDF-formaat.
| Merk | Kalorik |
| Model | KA AC 5 |
| Type product | Mobiele airconditioner |
| Koelcapaciteit | 12.000 BTU/uur |
| Energie-efficiëntie | Energieklasse A |
| Vermogen koelen | 1.200 W |
| Vermogen verwarmen | Niet van toepassing |
| Geluidsniveau | 55 dB (max) |
| Luchtdebiet | 350 m³/uur |
| Ontvochtigingscapaciteit | 1,5 L/uur |
| Watertankinhoud | 2,5 L |
| Afmetingen (BxDxH) | 35 x 30 x 70 cm |
| Gewicht | 22 kg |
| Voeding | 220-240 V, 50 Hz |
| Stroomverbruik (koelen) | 1.200 W |
| Stroomverbruik (stand-by) | < 1 W |
| Koelmiddel | R32 |
| Afstandsbediening | Ja |
| Timer | 24 uur programmeerbaar |
| Ventilatiestand | 3 snelheden |
| Zelfdiagnose | Ja (foutcodes) |
| Onderhoud filter | Wasmachinebestendig, maandelijks reinigen |
| Veiligheidsvoorzieningen | Oververhittingsbeveiliging, anti-vries |
| Garantie | 2 jaar |
Veelgestelde vragen - KA AC 5 KALORIK
Gebruikersvragen over KA AC 5 KALORIK
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Airconditioner in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KA AC 5 - KALORIK en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KA AC 5 van het merk KALORIK.
GEBRUIKSAANWIJZING KA AC 5 KALORIK
Wij danken u voor de aankoop van een van onze airconditioners. Lees deze GEBRUIKSAANWIJZING aandachtig voor u de airconditioner in bedrijf stelt en berg deze handleiding daarna zorgvuldig op.
U kunt contact opnemen met onze serviceafdeling voor een snelle, vakkundige installatie van dit product. Dit product mag uitsluitend door koeltechnisch geschoold personeel worden geïnstalleerd. Wij kunnen in geen geval aansprakelijk zijn voor eventuele reparaties en/of kosten ontstaan door installations verricht door ongeschoold personeel.
De buitenunit moet te allen tijde verticaal vervoerd worden.
INHOUD
Inhoud.... 1
Veiligheidsvoorschriften 2
Onderdelen 4
Gebruik
Afstandsbediening voorbereiden.... 6
Werkingsprincipe 7
Onderhoud 12
Storingzoeken 14
Lees de onderstaande voorschriften aandachtig voor u dit apparaat gebruikt.
De onderstaande symbolen duiden op belangrijke veiligheidsvoorschriften die onvoorwaardelijk moeten worden opgevolgd.

flowchart
graph TD
A["Stekker uit het stopcontact trekken"] --> B["Dit apparaat moet geaard worden"]
A --> C["Strikt verboden"]
A --> D["Absoluut noodzakelijk"]

OPGELET
- Trek nooit aan het snoer om de stekker uit het stopcontact te trekken. Wilt u de airconditioner spanningsloos maken, trek dan de stekker in de hand en trek het uit het stopcontact. Dit voorkomt dat het snoer breekt en er brand ontstaat.

- Blijf niet te lang in de koude luchtstroom. Langdurige blootstelling is schadelijk voor de gezondheid.

- Sluit het apparaat in geen geval op het net aan met kroonsteentjes of lasverbindingen met isolatieband en gebruik geen verlengsnoeren. Gebruik in geen geval driewegstekkers of tafelcontactdozen. Losse verbindingen defecte isolatie of overstroom kunnen brand veroorzaken.

- De stekker mag niet uit het stopcontact worden getrokke terwijl het apparaat in bedrijf is aangezien dit vonken en brand kan veroorzaken. Haal de stekker uit het stopcontact wanneer het apparaat voor langere tijd niet gebruikt wordt (stof ka brand veroorzaken).

- Gebruik nooit een beschadigd snoer en gebruik geen verlengsnoeren. De elektrische installatie moet strikt volgens de voorschriften worden uitgevoerd en mag onder geen beding door de gebruiker worden gewijzigd.

- Elk apparaat moet op een eigen wandcontactdoos worden aangesloten. Elk apparaat moet over een gezekerde automaat op het net worden aangesloten.


OPGELET
- Reinig de binnenunit uitsluitend met een zachte, droge doe Gebruik in geen geval chemische oplosmiddelen, insectici of brandbare vloeistoffen aangezien deze de omkastin beschadigen.


- Het apparaat moet volgens de plaatselijke voorschriften op net worden aangesloten. Het apparaat mag niet in een was worden geïnstalleerd. Het apparaat moet op een hoogte va 2,3 m boven de vloer worden geïnstalleerd. Het apparaat m zodanig worden geïnstalleerd dat de stekker goed toegank is. Zorg ervoor dat de op de achterkant van de airconditione aangegeven spanningssoort gelijk is aan de bij u geleverde netspanning.

- Installeer geen gasgestookte verwarmings- of kookapparatuur waar de vlam door de airconditioner kan worden uitgeblazen en waardoor onverbrand gas vrij kan komen.

- Installeer de airconditioner niet in ruimten waar brandt gassen kunnen vrijkomen. Bij het onverhoopt ontstaan v vonken in de airconditioner kan dit aanleiding geven tot bra of explosie.

- Schakel de airconditioner onmiddellijk uit en trek de stekk uit het stopcontact wanneer u een kennelijke storing bespeurt (brandlucht e.d.).

- Gebruik dit apparaat alleen voor geadviseerde toepassing. Gebruik het niet voor luchtverversing in opslagruimten van precisieapparatuur, voedingsmiddelen, verven en lakken aangezien deze hierdoor kunnen worden beschadigd.

- Bij gebruik van de airconditioner moeten deuren en rar gesloten blijven. Mocht niettemin de lucht in een vertre ververst moeten worden, open dan kort een raam of een de

- Gebruik de aitrconditioner niet langdurig in de functie COOL/DRY (koelen/ontvochtigen) bij een luchtvochtigheid meer dan 80 % of met geopende deuren en/of ramen. Dit kan in het apparaat condensatie veroorzaken die op de vloer ka druppen.


- De airconditioner kan en mag door uzelf niet worden geïnstalleerd, gerepareerd of verplaatst. Werkzaamheden aan deze apparatuur door onbevoegden kan brand, elektrocutie, waterlekken en zelfs het van de muur vallen van de airconditioner en lichamelijk letsel tot gevolg hebben. Neem contact op met onze technische dienst.


text_image
BINNENUNIT Filter Frontpaneel Luchtaanzig- opening Snoer met stekker Luchtklep linkerkant / rechterkant Luchtklep Display Handbediening (frontpaneel openen) Handbedieningsknop Controleknop Afstands- bediening LED TIJD- PROGRAMMERING STANDBY-LED (nacht) SpanningsverklikkerBUITENUNIT

text_image
Luchtaanzuigopening Verbindingsleiding Condensleiding Uitblaasrooster Condenswaterafvoer◆ AFSTANDSBEDIENING

text_image
Infraroodzender DISPLAY AUTOMATISCHE LUCHTVERDELING BLAASRICHTING INSTELLEN FUNCTIEKEUZE UITSCHAKELTIJD INSCHAKELTIJD ANNULATIE VAN DE INGESTELDE TIJD TIJD INSTELLEN NACHTSCHAKELING TEMPERATUUR INSTELLEN AAN-/UIT VENTILATORTOERENTAL I/O OFF ON TIME CANCEL SET FAN SPEED SLEEP RESETAfstandsbediening

Open de afstandbediening aan de achterkant en breng de batterijen aan.

Druk met een puntig voorwerp op de RESET-knop (eveneens wanneer de batterijen vervangen zijn).

- Wanneer de afstandsbediening niet naar behoren werkt moet op de RESET-knop worden gedrukt.

- De afstandsbediening heeft een bereik van 6 meter (recht tegenover de binnenunit).

Ga voorzichtig met de afstandsbediening om. Behoed de afstandsbediening tegen vallen, schokken en vocht.

Wanneer u op een van de knoppen van de afstandsbediening drukt, geeft de binnenunit één of twee geluidsignalen om aan te duiden dat het signaal ontvangen is. Hoort u geen geluidsignaal, dat moet u opnieuw op de knop drukken.

- Wanneer de afstandsbediening gedurende langere tijd niet wordt gebruikt, moeten u de batterijen eruit verwijderen.

Gebruik afstandsbediening

In- en uitschakelen
- Druk op de knop I/O om de airconditioner in te schakelen en opnieuw op dezelfde knop om het apparaat uit te schakelen.

Temperatuur instellen
- Druk op de knoppen voor het instellen van de temperatuur: eenmaal drukken op “▼” verlaagt de te handhaven temperatuur met 1°C en eenmaal drukken op “▲verhoogt de te handhaven temperatuur met 1°C.
- De temperaturen worden weergegeven op de LCD van de afstandsbediening.

Snelheid van de ventilator instellen
Druk op de FAN SPEED-knop om het ventilatortoerental van de binnenunit in stellen:
- (laag) - (matig) - (hoog) - (autolatisch).

Nachtschakeling
Druk éénmaal op de SLEEP-knop om de functie in te schakelen en opnieuw om de functie uit te schakelen.

Instellen van de uitblaasrichting
- Uitblaasrichting hoog/laag instellen
1 Druk op de MANUAL-knop: de luchtklep wordt thans onder een bepaalde hoek versteld. De hoek van de uitblaasrichting wordt als volgt versteld:
Bij ontvochtigen (DRY) en koelen (COOL) wordt de lucht gedurende een uur naar beneden uitgeblazen ♦ (4), ♦ (5) en wordt daarna automatisch op horizontaal ingesteld.
Gebruik van de airconditioner
2 Druk op de SWING-knop: dit verstelt de klep automatisch tussen hoog en laag. Opnieuw op de knop drukken schakelt de functie uit.
• Uitblaasrichting naar links/rechts
De luchtkleppen die de lucht naar links en naar rechts geleiden moeten met de hand worden nagesteld. Stel de uitblaasrichting in voor u de airconditioner inschakelt. Bij instellen terwijl het apparaat in bedrijf is loopt u het risico, de vingers te beknellen (Afb. 1).

Bij drogen (DRY) en koelen (COOL) verdient het aanbeveling het ventilatortoerental op (auto) en de uitblaasrichting op (1) in te stellen. Bij verwarmen (HEAT) verdient het aanbeveling het ventilatortoerental op (auto) en de uitblaasrichting op (4) in te stellen.
Uitblaasrichting hoog/laag instellen met de afstandsbediening luchtklep niet met de hand verstellen aangezien dit letsel kan veroorzaken.

flowchart
graph TD
A["KOELEN"] --> B["ONT-VOCHTI-GEN"]
B --> C["VERWAR-MEN"]
C --> D["(1)"]
C --> E["(2)"]
C --> F["(3)"]
C --> G["(4)"]
C --> H["(5)"]
(Afb.2)
Het gebruik van de airconditioner

Functie kiezen
1 Automatisch bedrijf (AUTO)

Wanneer de airconditioner is ingeschakeld wordt automatisch en aan de hand van de omgevingstemperatuur KOELEN, ONTVOCHTIGEN of VERWARMEN gekozen. Wanneer de airconditioner binnen 2 uur na uitschakelen wordt ingeschakeld, wordt automatisch de functie gekozen waarin het apparaat zich bevond toen het werd uitgeschakeld. Wanneer de functie eenmaal gekozen is, wordt deze gehandhaafd zelfs als de temperatuur in het vertrek verandert. Druk op de knoppen MANUAL SWING en SWING om de uitblaasrichting op hoog of laag te stellen.
| O m g evin gs - temperatuur (OT) | W a r m t e p o m p e n | |
| Mode | T e handhaven temperatuur | |
| H ogerdan 26°C | K o e i e n | 24°C |
| 25-26°C O T -2 | ||
| 23-25°C | O ntvo c h tigen | O T -2 |
| Lagerdan 23°C | V e r w a r m e n | 26°C |
2 Koelen (COOL)

Druk op de knoppen MANUAL SWING en SWING om de uitblaasrichting op hoog of laag in te stellen. Druk op de knop FAN SPEED om het ventilatortoerental van de binnenunit in stellen. Druk op de temperatuurknoppen om de te handhaven temperatuur in te stellen.
3 Ontvochtigen (DRY)

Druk op de knoppen MANUAL SWING en SWING de uitblaasrichting op hoog of laag in te stellen. Druk op de knop FAN SPEED om het ventilatortoerental van de binnenunit in stellen.
4 Ventilatie (FAN)

Druk op de knoppen MANUAL SWING en SWING om de uitblaasrichting op hoog of laag in te stellen. Druk op de knop FAN SPEED om het ventilatortoerental van de binnenunit in stellen.
5 Verwarmen (HEAT)

Druk op de knoppen MANUAL SWING en SWING om de uitblaasrichting op hoog of laag in te stellen. Druk op de knop FAN SPEED om het ventilatortoerental van de binnenunit in stellen. Druk op de temperatuurknoppen om de te handhaven temperatuur in te stellen.

1
Verwarmen (HEAT) : Een gezonde verwarming mag niet al teveel afwijken van de buitentemperatuur ! De ingestelde temperatuur mag niet te veel afwijken van de buitentemperatuur. Stel de te handhaven temperatuur in tussen 20 en 24°C. Bij een buitentemperatuur van 5°C en lager verwarmt de airconditioner vrijwel niet meer.
Het gebruik van de airconditioner
7
Geprogrammeerde werking
• Tijdschakelaar aangeschakeld
- Druk op om de tijd in te stellen waarop de airconditioner ingeschakeld moet worden wanneer het toestel uitgeschakeld is. "I" van Dikkert op het display van de afstandsbediening.
Druk op Com de tijd in te stellen waarop de airconditioner uitgeschakeld moet worden wanneer het toestel in werking is. Van fikkert op het display van de afstandsbediening.
- Druk op ON of OFF om de klok in te stellen. Elke druk op een van die knoppen zal een uur toevoegen en de tijd zal op de afstandsbediening verschijnen.
- Druk op ⏻ om de tijd op te slaan. "I" of ⚙ zal stoppen met flikkeren op het display van de afstandsbediening.
• Tijdschakelaar uitgeschakeld
Indien u het toestel zonder programmering van de tijdschakelaar wilt gebruiken, druk op de CANCEL knop totdat of Van het display van de afstandsbediening verdwijnt.
OPMERKINGEN
- Indien de stroom uitvalt moet u de klok opnieuw instellen, anders kan de tijdschakelaar niet correct werken.
- Indien de airconditioner met aan- of uitgeschakelde tijdschakelaar gewerkt heeft, en u de tijd wilt veranderen, moet u de eerste toestand annuleren om de nieuwe tijd in te stellen, anders treedt een fout op.
- Wanneer de airconditioner volgens de eerder ingestelde tijd werkt, en u opnieuw op SET drukt, zal de tijdschakelaar opnieuw van het begin starten. Bijvoorbeeld: indien u 3 uur hebt ingesteld (wat betekend dat de airconditioner 3 uur later zal starten) en u drukt op SET, dan zal de tijdschakelaar starten. Indien u na 2 uur (dus wanneer de resterende tijd één uur is) opnieuw op SET drukt, zal de tijdschakelaar van in het begin starten (dus 3 uur vanaf nu).
In werking stellen – Contrôle met de handbedieningsknop

Het gebruik van de handbediening
- De handbediening kan gebruikt worden wanneer de batterijen van de afstandsbediening leeg zijn of wanneer de afstandsbediening defect is. (
Met elke druk op de knop wordt een andere functie gekozen, en wel in de onderstaande volgorde:
koelen (COOL) → verwarmen (HEAT) → uit (STOP)

De handbediening werkt als volgt:
| Te handhaven temperatuur | Ventilatortoerental | Luchtklep |
| 24°C | Hoog | Automatische luchtverdeling |
Reiniging en onderhoud
Voor langere tijd niet gebruik
1 Schakel de ventilator voor 3 à 4 uur in om de binnenunit volledig te drogen.
- Schakel de koelfunctie (COOL) of de verwarmingsfunctie in (HEAT) en stel de te handhaven temperatuur zo hoog mogelijk in.

text_image
VENTILATOR INGESCHAKELD2 Wanneer de aironcitioner voor langere tijd niet gebruikt zal worden, trek dan de stekker uit het stopcontact of schakel het apparaat van het net (ook stof kan vonken en dus brand veroorzaken)

3 Neem de batterijen uit de afstandsbediening.

1 Reinig en breng de filters aan. Reinig de binnenunit uitsluitend met een zachte, droge doek.
- Gebruik voor reinigen nooit benzine, benzeen, oplosmiddelen, VIM, afwasmiddelen, insecticiden e.d. aangezien dit de behuizing beschadigt

2 Controleer of de aanzuig- en uitblaasroosters van de binnen- en buitenunit niet verstopt of afgedekt zijn.

3 De aardkabel mag niet losgenomen worden. Breng batterijen aan in de afstandsbediening en sluit de machines aan op het net

Reiniging en onderhoud
De filters moeten regelmatig gereinigd worden. Open het frontpaneel pa wanneer de ventilator volledig tot stilstand gekomen is.

text_image
Filters om de 14 dagen reinigen Geurfilter en de luchtreiniger schoon Open het frontpaneel en verwijder de filters. Verwijder eerst de hoofdfilters en daarna het geurfilter en de luchtreiniger. Maak de filters schoon met een stofzuiger of klop ze buiten voorzichtig uit (wanneer ze erg vuil zijn, kunnen ze in zeepsop van niet meer dan 45°C gereinigd worden). Reinig het geurfilter en de luchtreiniger in zeepsop van niet meer dan 45°C. Spoel de filters uit met schoon water en leg ze in een geventileerde ruimte te drogen. Spoel de filters uit met schoon water en leg ze in een geventileerde ruimte te drogen. Breng de filters aan op de juiste plaats en klap het voorpaneel dicht. Breng de filters aan op de juiste plaats e klap het voorpaneel dicht.(*) optie alhankelijk van model
Kleine storingen opheffen
Wanneer het probleem aan de hand van de onderstaande tabel niet opgelost kan worden wende men zich tot een van onze servicecenters voor assistentie.
Symptoom
De airconditioner functioneert niet.

De afstandsbediening werkt niet en de LCD blijft leeg.

De airconditioner schakelt na het drukken op de ON/OFF-knop niet direct in.

De airconditioner koelt en verwarmt onvoldoende.

Er komt bij inschakelen van verwarmen (HEAT) niet direct lucht uit de binnenunit.

Heeft er zich een netstoring voorgedaan? Stekker goed in het stopcontact? Doorgeslagen zekering of uitgeschakelde automaat? Is de spanning hoger dan 253V of lager dan 207V ?
Is de timer goed ingesteld?
In geval van externe storingen of het te veelvuldig veranderen van functie kan het voorkomen dat de signalen van de afstandsbediening niet worden herkend. De stekker uit het stopcontact nemen en een weer in steken kan de storing opheffen.
Wanneer de weergave van de LCD onduidelijk word of wanneer alle pictogrammen tegelijkertijd worden weergegeven betekent dat de batterijen bijna leeg z en dus vervangen moeten worden.
De compressor is beveiligd met een microprocessorgestuurde antipendeltimer. De inschakelvertraging is 3 minuten.
Is de te handhaven temperatuur goed ingestel Zijn de filters vervuild ?
Zijn de aanzuig- en uitblaasroosters van de buitenunit verstopt of afgedekt ?
Is de nachtschakeling overdag geprogrammeerd ?
Is het ventilatortoerental van de binnenunit te laag ingesteld?
Zijn alle ramen en deuren dicht ?
■ Voor de ventilator wordt ingeschakeld moet de microprocessor het signaal ontvangen dat het warm genoeg is. Even geduld.
Kleine storingen opheffen
Symptoom
Tijdens het verwarmen wordt de ventilator van de binnenunit ongeveer 10 minuten lang uitgeschakeld.

De warmtewisselaar van de buitenunit wordt ontdooid. Ontdooien duurt uiterlijk10 minuten (de warmtewisselaar berijpt bij vochtige, koude buitenlucht).
De airconditioner maakt krakende geluiden.

- Dit wordt veroorzaakt door het krimpen en uitzetten van het frontpaneel wegens temperatuurveranderingen.
Er wordt het geluid var stromend water vernomen.

- Dit wordt veroorzaakt door het uitzettende koelmiddel in de airconditioner.
- Dit wordt veroorzaakt door water dat op de warmtewisselaar druipt.
- Dit wordt veroorzaakt door het ontdooien van de rijp op de warmtewisselaar.
De binnenunit maakt suizende en klikkende geluiden.

- Het klikkende geluid is afkomstig van de ventilator of de compressor bij in- en uitschakelen.
- Dit wordt veroorzaakt door het koelmiddel in de airconditioner.
De uitgeblazen lucht heeft een onaangename geur.

De aangezogen lucht kan geuren van de vloerbedekking, de muren, het meubilair of recirculatielucht meevoeren.
Er komt water uit de buitenunit.

Tijdens het koelen wordt de verbindingsleiding of de koppeling koud waardoor condens ontstaat.
Tijdens verwarmen of ontdooien ontsnapt er dooiwater en waterdamp. Tijdens het verwarmen druipt het water van de warmtewisselaar.
Technische gegevens
| Model | KAAC5 | |
| Binnenunit | Buitenunit | |
| Type | Warm tepomp | |
| Aansluitspanning | 230V~,50Hz | |
| Nominalekoeleverwarmingscapaciteit(W) | 5100/5500 | |
| Nominalalopgenomenvermogen(W) | 2100(koeling)/2300(verwarming) | |
| Nominalestroomopname(A) | 5,8(koeling)/6,4(verwarming) | |
| Luchtdebiet(m3/u) | 750 | |
| Ontvochtigingsvermogen(l/u) | 2,5 | |
| Beschermingsklasse | I | |
| Dichtheid | IP20(binnenunit)/IP24(buitenunit) | |
| Klimaattype | T1 | |
| Koelmiddelvulling(g) | 2000 | |
| Geluidsniveau[dB(A)] | 43 | 56 |
| Nettogewicht(kg) | 14,5 | 46 |
| Afmetingen(mm)(L×H×B) | 1020×315×178 | 860×690×370 |

-
Het geluidsniveau wordt gemeten in het laboratorium voor de airconditioner de fabriek verlaat.
-
De nominale koel- en verwarmingscapaciteit worden gemeten bij de onderstaande condities:
| Koelen | Binnenunit27 | °C (DB) 19 °C | NB) Buiten unit35 °C (DB) 24 °C (NB) | |
| Verwarming | Binnenunit20 | °C (DB) 15 °C (NB) Buiten unit7 °C (DB) 6 °C (NB) |
- De bovenstaande gegevens kunnen zonder voorafgaande aankondiging gewijzigd worden. De meest recente (en nauwkeurigste) technische gegevens zijn vermeld op het typeplaatje van de airconditioner.
- Bedrijfstemperaturen :
| Max. koeling | Min. koeling | Max. verwarming | Min. verwarming | |
| DB/NB bin n en tem p. (°C) | 32 /23 | 21 /15 | 27 /-- | 20 /-- |
| DB/NB bu iten tem p. (°C) | 46 /26 | 21 /15 | 24 /18 | -5 /-6 |
- Bij spanningsafwijkingen van 230 V ±10 % werkt de airconditioner abnormaal.
- De aansluitschema's van de binnen- en buitenunit worden meegeleverd.
-
Beschadigde net- en verbindingskabels mogen uitsluitend door de fabrikant of een erkend servicecenter worden vervangen.
-
Installatieschema

text_image
Afstand 105 mm Afstand 155 mm Afstand 24 mm ① ② ③ ④ ⑦ H E C B D Afstand 7 mm ⑥ ⑤ Afstand 100 mm Afstand 100 mm Afstand 500 mm Afstand 350 mm Afstand 100 mm Afstand100 mm ⑨ EGebruik de boringen in de wandmontageplaat van de binnenunit om de boorpunten af te tekenen

Opgelet: geen knik of bocht in de leiding maken

De verbindingsleiding kan aan de rechterachterkant, de onderkant of de linkerachterkant worden aangesloten

text_image
Achterkant Rechterkant Achterkant Onderkant Voorkant Linkerkant LinkerachterkantBreng thermische isolatie op de verbindingsslang aan

Isolatiedikte 8mm
Plaats een stuk hout van minimaal 20 mm tussen de muur en de verbindingsslang of plak de slang af met 7 à 8 lagen tape wanneer de muur met gaas o.i.d. bedekt is.
Controleer voorafgaande aan installatie of de onderstaande onderdelen geleverd zijn:
| M e e g e l e v e r d e o n d e r d e l e n | A a n t a l | In s t a l l a tie -a c c e s s o i r e s | A a n t a l | ||
| 1 | W andm ontageplaat | 1 | A | Verbindingsleiding | 1 |
| 2 | Zelftappers ST4 x 25 | 5 | B | Plakband | 1 |
| 3 | Rubber m of | 5 | C | Slangklem | 3 |
| 4 | Expansiebouten | 2 | D | Betonspijkers | 5 |
| 5 | Batterij | 2 | E | Condensafvoerslang | 1 |
| 6 | Afstandbediening | 1 | F | S luitmoer | 1 |
| 7 | Vilt | 1 | G | Muurafdekplaat buiten | 1 |
| 8 | Thermische isolatie | 1 | H | Muurafdekplaat binnen | 1 |
| 9 | Verbindingskabel | 1 | I | M astiek | 1 |
| 10 | A fta p a a n s l u itin g(n i e t m e e g e l e v er d) | 1 | J | A fd ich ting s o lie | 1 |
| K | R u b b e r trilling d e m p e r s(n i e t m e e g e l e v er d) | 4 | |||
Installatievoorschriften
1 Opstelling binnenunit
De gekoelde lucht moet over het gehele vertrek verdeeld kunnen worden
- Het maximale hoogteverschil tussen de binnen- en de buitenunit is 5 m.
- Bevestig de binnenunit aan een stevige muur om vibratie te voorkomen.
Monteer de binnenunit uit het directe zonlicht.
- Condenswater moet gemakkelijk af kunnen vloeien.
- Bedenk dat neonlampen de ontvangst van het afstandsbedieningssignaal kunnen storen.
■ Minimumafstand tussen de airconditioner en huishoudelijke apparaten (TV, radio, enz.): 1 m.
2 Opstelling buitenunit
De buitenlucht moet ongehinderd aangezogen en uitgeblazen kunnen worden.
Plaats de buitenunit op een droge en schaduwrijke plek waar zo weinig mogelijk stof wordt aangezogen.
Stel de buitenunit zodanig op dat de buren geen geluidsoverlast hebben.
Bevestig de unit stevig op een sokkel o.i.d. om geruis en vibratie zo gering mogelijk te houden.
Stel de unit niet op in de buurt van gasflessen e.d.
De unit moet worden verankerd wanneer deze niet op de grond wordt opgesteld.
De unit moet uit de wind worden geplaatst.
INSTALLATIE
BINNENUNIT
1
Wandmontageplaat aanbrengen
- De wandmontageplaat moet aan een stevige muur worden bevestigd.

text_image
Bevestig het koord aan het middelste gat Minimaal 60mm Minimaal 175 mm vanaf een zijnmuur Minimaal 245 mm vanaf een zijnmuur Schietlood Wandmontage plaatsgat
- Bouten aangeduid met volle pijlen moeten stevig worden aangehaald om vibreren van d montageplaat te voorkomen.
- Bij gebruik van expansiebouten moeten er twee gaten (11×20 of 11×26) met een tussenruimte van 450mm worden geboord.
2
Muur doorboren
Linker-achterste leidingen

• Gaten aftekenen en boordiameter 65 gebruiken.
3
Bekabeling
1 Open het frontpaneel;
2 Verwijder de schroef van de aansluitklemmendoos Verwijder de bevestigingsbout maar houd deze bij de hand.
3 Bevestig de kabel.
4 Breng de bevestigingsbout en het deksel van de
5 aansluitklemmendoos aan.

text_image
Schema Bout Aansluitklemmendo os binnenunit Verbindingskabel
text_image
Deksel aansluitklemmendoos Bout Borgplaat Druk de ader van de kabel volledig in de klem VerbindingskabelINSTALLATIE
4 Leidingen
1 CONDENSAFVOER
- De condensafvoerslang moet onder de de koperen leiding worden geplaatst.
- De condensafvoerslang mag niet worden gebogen of geknikt.
- Niet aan de condensafvoerslang trekken.
- Indien de condensafvoerslang door de woning moet worden verlegd moet deze geïsoleerd worden.
- De koperen leiding en de condensafvoerslang moeten met vilt omwikkeld worden. Plaats isolatiemateriaal tussen de leiding en de muur.
2 AANSLUITZIJDE
- Verwijder het gedeelte aangeduid met "1" wanneer de leiding aan de rechterkant word aangesloten;
- Verwijder het gedeelte aangeduid met "2" wanneer de leiding aan de rechteronderkant word aangesloten;
- Verwijder het gedeelte aangeduid met "3" wanneer de leiding aan de linkerkant word aangesloten.
3 CONDENSAFVOER DOOR DE BINNENUNIT
- Als de condensafvoerslang aan de linkerkant moet worden uitgevoerd moet de slang door de binnenunit worden gevoerd om lekken te voorkomen.
- Slang doorvoeren: Wissel de slang en de afvoeraansluiting om. De tekening rechts geeft de normale plaatsing te zien.
- Na het omwisselen is ontstoppen niet meer mogelijk zonder lekken te veroorzaken.

text_image
Vloeistofleiding Persgasleiding Condensafvoer Isolatiemateriaal
text_image
Vilt 1 2 3
text_image
Rubber loosdop Condensafvoer5 Installatie binnenunit
- Nadat u de klemvormige bedekking van de leiding in de haakjes hebt geplaatst in de richting aangeduid door de pijltjes en in de volgorde aangeduid door "1" en "2" om het voorlopig vast te maken, moet u de schroeven vastdraaien om het geheel veilig te bevestigen.
- Voer de slang door de muur en bevestig de binnenunit aan de wandmontageplaat (de twee haakjes bovenaan de achterkant van de binnenunit moeten in de bovenrand van de montageplaat passen)

text_image
onder Tappen Leiding Condensafvoer- slang Schroeven Klemvormige bedekking van de leiding6 MONTAGE CONDENSAFVOERSLANG
- Om het condenswater gemakkelijk af te kunnen voeren moet de condensleiding met afschot worden geïnstalleerd. De afbeeldingen 2 t/m 5 tonen hoe het niet moet.

text_image
Afschot Lek Opschot Stagnerend water Lucht Lek Slangeind onder water Minimaal 50mm t.o.v. grond (Afb.5)(Afb.1) (Afb.2)
(Afb.3)
(Afb.4)
- Indien de aan de binnenunit gemonteerde afvoerslang te kort blijkt kan deze verlengd worden met de bij de accessoires meegeleverde slang.
- Indien de condensafvoerslang door het huis moet worden verlegd moet deze thermisch geïsoleerd worden.

text_image
Condensafvoer Slang van hard-PVC, 15 cm dia. inw.INSTALLATIE

• Dicht het gat in de muur af met mastiek.
- Bevestig de slang met de slangklem

text_image
er af met met de Binnenuit Aldichten met mastiek Vastzatten met de slangklom Hier afkosten Blout
BUITENUNIT

Leidingen

text_image
Aarsluikklemmendoos buitenunit VerbindingskabelAansluitschema

text_image
Aansluitingsklemmendoos binnenunit Verbindingskabel Rood Wit Blauw Geel/groen Aansluitingsklemmendogs buitenunit N 2 3 4 Netkabel Koppeling Blauw Bruin Geel- De verbindingskabels moeten met kabelbinders aan elkaar worden bevestigd.
- Gebruik de meegeleverde kabels voor de verbindingsleidingen. De kabels mogen geen belasting overbringen op de aansluitklemmen. Slechte verbindingen kunnen
INSTALLATIE
3 | Vacuüm trekken
- Sluit de verbindingsleiding op de bijbehorende afsluiter van de binnenunit en de buitenunit aan en schroef de wartels handvast aan (zie afb. 1).
- Haal de wartels met een momentsleutel en een steeksleutel tot het voorgeschreven moment (zie onderstaande tabel).

-
In de leiding naar de binnenunit mogen niet meer dan 10 bochten worden aangebracht.
-
In de verbindingsleiding tussen de binnen- en de buitenunit mogen niet meer dan 15 bochten worden aangebracht.
-
De boogstraal van de bochten moet groter zijn dan 10 cm.
| LEIDING | LEIDINGDIAMETER | AANHAALMOMENT (Nm) |
| Vloeistofleiding | 6,35mm | 13,7---17,6 |
| Persgasleiding | 12,7mm | 49,0—56,4 |
- Sluit op het persgasserviceventiel en de controle-eenheid een soepele slang aan.
- Open het lagedrukventiel en sluit het hogedrukventiel.
- Trek een vacuum tot onder 12 Pa.
- Sluit het lagedrukventiel en ontkoppel de slang.
- Neem een inbussleutel en draai het vloeistofventiel 90° tegen de wijzers van de klok in open en sluit het ventiel na 10 seconden. Lektest de leidingen met zeepsop, in het bijzonder aan het serviceventiel en flare-aansluiting.
- Breng de dopmoeren op de serviceventielen aan.

text_image
Vloeistofafsluiter Persgasafsluiter Vloeistofleiding Inbussleutel Persgasleiding Serviceventiel Dopmoeren(Afb.2)
Serviceventieldop

text_image
Controle-eenheid Lagedrukventiel Manometer Hogedrukafsluiter VulleidingServiceventiel
(Afb.3)
Vacuüm-
pomp
Opgelet
Er mag tijdens het vacuümtrekken geen lucht in de leiding komen.

Koelmiddel navullen
- Wanneer de verbindingsleiding langer is dan 7 m moet koelmiddel bijgevuld worden. Toe te voegen hoeveelheidA=(Lm-7m)×50g/m. (A: hoeveelheid toe te voegen koelmiddel, L: lengte verbindingsleiding)
| Lengte verbindingsleiding (m) | 7 | 8 | 9 | 10 |
| Na te vullen koelmiddel (g) | 0 | 50 | 100 | 150 |
Ga bij navullen als volgt te werk:
- Sluit het persgasventiel, koppel de vulslang aan de lagedrukaansluiting en open het persgasventiel.
- Sluit de vulslang op een koelmiddelcilinder aan, keer de cilinder om en vul na met de be,nodigde hoeveelheid koelvloeistof (zie bovenstaande tabel).
- Sluit het persgasventiel, koppel de vulslang af en open het persgasventiel.
- Haal alle wartels aan en breng de dopmoeren aan.

- Het circuit mag uitsluitend met koelvloeistof worden gevuld.
■ Condensafvoerleiding
- Monteer de afvoerkoppeling in het gat in de bodem van de buitenunit en sluit de slang op de koppeling aan.

text_image
RATCServiceventiel

text_image
BodAfvoerkoppeling
Slang
Testen
- Wanneer het vacuum getrokken is en de lektesten zijn uitgevoerd kan de airconditioner getest worden. Kijk voordien of alle elektrische aansluitingen goed zijn uitgevoerd.
- Testprocedure:
-
Zelftest, kan enkel met de controleknop, niet met de afstandsbediening
-
Steek de stekker in het stopcontact en open het frontpaneel.
- Druk op de controleknop.
- Wanneer alle LEDs de een na de ander ontsteken en doven werkt de airconditioner naar behoren; bij knipperende LEDs is er een storing aanwezig en moet de airconditioner nagezien worden.
