H 4062 BM - Magnetron MIELE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis H 4062 BM MIELE in PDF-formaat.
| Type product | Inbouw magnetron met heteluchtoven |
| Merk | Miele |
| Model | H 4062 BM |
| Elektrische aansluiting | 230 V, 50 Hz, 16 A |
| Max. magnetronvermogen | 1000 W |
| Vermogensstanden magnetron | 80, 150, 300, 450, 600, 850, 1000 W |
| Verwarmingssoorten | Magnetron, Hetelucht plus, Braadautomaat, Grill, Circulatiegrill, Combinatieprogramma's, Automatische programma's |
| Bediening | Functieschakelaar (draai- en drukfunctie) en Aan/Uit-schakelaar, groot grafisch display |
| Inhoud ovenruimte | Ca. 40 liter (geschat) |
| Inschuifhoogten | 3 niveaus |
| Accessoires inbegrepen | Glazen schaal, combirooster, kookstaafje, kerntemperatuurvoeler (Bratometer) |
| Materiaal ovenruimte | Roestvrij staal met PerfectClean-veredeling |
| Reiniging | PerfectClean: eenvoudig te reinigen, geen schurende middelen gebruiken |
| Veiligheidsvoorzieningen | Deurcontactschakelaar, automatische uitschakeling, kinderslot (blokkering), SOLO-programma |
| Miele@home | Voorbereid voor communicatiemodule (optioneel) |
| Verlichting binnenruimte | Halogeenlamp 12 V / 10 W, uitschakelbaar |
| Beschermklasse | I (met randaarde) |
| Geschikt voor inbouw | Ja, in hoge kast of onderkast |
Veelgestelde vragen - H 4062 BM MIELE
Gebruikersvragen over H 4062 BM MIELE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Magnetron in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding H 4062 BM - MIELE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. H 4062 BM van het merk MIELE.
GEBRUIKSAANWIJZING H 4062 BM MIELE
Lees beslist de gebruiksaanwijzing voordat u uw apparaat plaatst, installeert en in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt onnodige schade aan uw apparaat.
Algemeen 4
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen....7
Een bijdrage aan de bescherming van het milieu 14
Bedieningselementen 15
Vóór het eerste gebruik....16
Taal kiezen 16
Dagtijd instellen 16
Reiniging voor het eerste gebruik 17
Kookwekker 19
Dagtijd veranderen....20
Principe 21
Verwarmingsssoorten 23
Verwarmingsssoort "Magnetron" 23
Conventionele verwarmingsssoorten 24
Hetelucht plus....24
Braadautomaat 24
Grill 24
Circulatiegrill 24
Combinatieprogramma's 25
Automatische programma's 25
Bediening 26
Bereidingstijden instellen 30
Automatische programma's 32
Eigen programma's 34
Instellingen 37
Servies dat geschikt is voor de magnetron 40
Materiaal en vorm 40
Test....43
Afdekken 44
Ontdooien 45
Tabel voor het ontdooien 46
Verwarmen 47
Tabel voor het verwarmen....48
Koken 49
Tabel voor braden, gratineren en bruineren....52
Ontdooien en verwarmen / koken....53
Grilleren 54
Tabel voor het grilleren 55
Braden....56
Het gebruik van de Bratometer....58
Braden....60
Tabel voor het braden....60
Bakken 61
Tabel voor het bakken....63
Inmaken 64
Geteste gerechten 66
Reiniging en onderhoud 68
Nuttige tips 73
Klantcontacten 76
Elektrische aansluiting 77
Inbouwen 78
Miele@home 80

① Aan/Uit-schakelaar
② Display
③ Functieschakelaar met draai- en drukfunctie (verzinkbaar)
Ovenruimte
④ Grillelement
⑤ Ovenverlichting
⑥ Aansluitpunt voor de kerntemperatuurvoeler
⑦ Drie inschuifhoogten (niveaus)
⑧ Deur van de ovenruimte
Bijgeleverde accessoires
Glazen schaal
U kunt de glazen schaal voor alle ver- warmingsssoorten gebruiken.
Combirooster (in combinatie met de glazen schaal)
Gebruik het combirooster altijd samen met de glazen schaal.

Het rooster kan afhankelijk van de verwarmingsssoort en de grootte van het gerecht met de gewelfde kant naar boven of beneden op de glazen schaal worden gelegd. U kunt zo de optimale afstand ten opzichte van het grill-element kiezen.
Het combirooster is speciaal ontwikkeld voor gebruik in de magnetron. Het rooster mag echter niet op de bodem van de ovenruimte worden gezet, omdat er bij direct contact met de roestvrijstalen bodem vonken kunnen ontstaan.
Kookstaafje

Gebruik altijd het kookstaafje als u een vloeistof verhit. De vloeistof wordt dan gelijkmatig verwarmd.
Kerntemperatuurvoeler

De kerntemperatuurvoeler (Bratometer) wordt in het gerecht gestoken. U kunt zo het temperatuurverloop gedurende de bereiding nauwkeurig volgen (zie ook "Het gebruik van de Bratometer").
Bij te bestellen accessoires
Miele@home
Met het Miele@home-systeem kunt u op elk moment informatie van uw apparaat opvragen, bijvoorbeeld over een bereidingsproces (temperatuur, startprogrammering, resttijd, etc.).
Om deze mogelijkheden te kunnen benutten, moet u een Miele@home-weergaveapparaat hebben (bijvoorbeeld een Miele@home-InfoControl) en moet het apparaat worden voorzien van een communicatiemodule (XKM).
Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsbepalingen. Onjuist gebruik echter kan persoonlijk letsel of beschadiging van het apparaat tot gevolg hebben.
Lees daarom de gebruiksaanwijzing aandachtig door, voordat u het apparaat in gebruik neemt. In de gebruiksaanwijzing vindt u belangrijke instructies met betrekking tot veiligheid, gebruik en onderhoud.
Bewaar de gebruiksaanwijzing zorgvuldig en geef deze door aan een eventuele volgende eigenaar!
Verantwoord gebruik
Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk gebruik en wel voor het ontdooien, verwarmen, koken, bakken, braden, grilleren en inmaken van voedingsmiddelen. Gebruik voor andere doeleinden is voor eigen risico en kan gevaarlijk zijn. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die wordt veroorzaakt door gebruik voor andere doeleinden dan hier aangegeven of door foutieve bedie- ning.
Gebruik het apparaat nooit voor het bewaren of drogen van ontvlambare producten. Aanwezig water verdampt en er ontstaat brandgevaar.
Dit apparaat mag alleen worden gebruikt door personen die in staat zijn het apparaat veilig te bedienen en die volledig op de hoogte zijn van de inhoud van de gebruiksaanwijzing!
Houd kinderen in de gaten wan- neer deze zich in de buurt van het apparaat bevinden. Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.
Kinderen mogen het apparaat alleen zonder toezicht gebruiken als ze weten hoe ze het apparaat veilig moeten bedienen. De kinderen moeten zich bewust zijn van de gevaren van een foutieve bediening.
Als de aansluitkabel beschadigd is, moet deze door Miele Nederland worden vervangen of door een door de fabrikant opgeleide vakman.
Gebruik de verwarmingssoort "Magnetron" niet als
– de deurscharnieren los zitten.
- er gaatjes of scheuren in de ommanteling, de deur, de deurdichting of de binnenwanden van het apparaat zitten. Als de magnetronfunctie wel wordt ingeschakeld, kunnen er microgolven vrijkomen die gevaarlijk kunnen zijn voor de gebruiker.
Maak de ommanteling van het apparaat nooit open. Als onder spanning staande delen worden aangeraakt en/of als er iets aan de elektrische of mechanische opbouw van het apparaat wordt veranderd, kan de gebruiker gevaar lopen (bijvoorbeeld een elektrische schok). Bovendien is het mogelijk dat het apparaat dan niet meer goed functioneert.
Voordat u het apparaat aansluit, dient u de aansluitgegevens (spanning en frequentie) op het typeplaatje te vergelijken met de waarden van het elektriciteitsnet. Deze gegevens moeten beslist overeenkomen om beschadiging van het apparaat te voorkomen. Raadpleeg bij twijfel een elektricien.
Gebruik om veiligheidsredenen geen verlengsnoer om het apparaat op de netspanning aan te sluiten. Dit in verband met gevaar voor bijvoorbeeld oververhitting.
De elektrische veiligheid van het apparaat is uitsluitend gegarandeerd, als het wordt aangesloten op een aardingssysteem dat volgens de geldende veiligheidsbepalingen is geinstalleerd. Het is zeer belangrijk dat wordt nagegaan of aan deze fundamentele veiligheidsvoorwaarde is voldaan en dat de huisinstallatie bij twijfel door een vakman wordt geïnspecteerd. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die wordt veroorzaakt door een ontbrekende of beschadigde aarddraad (bijvoorbeeld een elektrische schok).
Gebruik het apparaat alleen als het is ingebouwd. Dit om te voorkomen dat u per ongeluk elektrische onderdelen aanraakt.
Installatie- en onderhoudswerkzaamheden, alsmede reparaties mogen uitsluitend door erkende vakmensen worden uitgevoerd. Ondeskundig uitgevoerde installatie-/onderhoudswerkzaamheden en reparaties kunnen onvoorziene risico's voor de gebruiker opleveren, waarvoor de fabrikant niet aansprakelijk kan worden gesteld.
Dit apparaat mag uitsluitend door een vakman op een niet-stationaire locatie (bijvoorbeeld een boot of camper) worden ingebouwd en aangesloten. Hierbij moet aan alle voorwaarden voor een veilig gebruik worden voldaan.
Er staat alleen dan geen elektrische spanning op het apparaat als aan één van de volgende voorwaarden is voldaan:
- als de hoofdschakelaar van de huis-installatie is uitgeschakeld.
- als de zekering van de huisinstallatie er geheel is uitgedraaid.
- als de stekker uit de contactdoos is getrokken.
Trek aan de stekker om het apparaat van de netspanning los te koppelen, niet aan het snoer!
Gebruik
Algemeen
Zorg ervoor dat voedsel altijd voldoende wordt verwarmd. De tijd die daarvoor nodig is, hangt af van verschillende factoren, zoals de temperatuur van het gerecht op het moment dat het in de magnetron wordt gezet, de hoeveelheid, het soort voedsel, de kwaliteit ervan en mogelijke wijzigingen in het recept.
Eventuele bacteriën in het eten worden alleen gedood wanneer de temperatuur hoog genoeg is (>70 °C) en lang genoeg wordt aangehouden (>10 min.). Wanneer u twijfelt of een gerecht voldoende is verwarmd, verleng dan de bereidingstijd nog iets.
Het is belangrijk dat de temperatuur in het gerecht gelijkmatig wordt verdeeld en hoog genoeg is. Roer het gerecht daarom regelmatig door of keer het. Let ook op de aangegeven doorwarmtijden (de tijd waarin de warmte zich gelijkmatig verdeelt) bij het ontdooien, verwarmen en koken.
Houd bij ontdooien, verwarmen of koken met de verwarmingsssoort
"Magnetron" rekening met het feit dat de bereidingstijden vaak veel korter zijn dan bij gewone ovenfuncties ("Hete-lucht plus", "Braadautomaat", "Grill", "Circulatiegrill"). Als gerechten te lang in de magnetron staan, drogen ze uit en kunnen in brand vliegen.
Gebruik de verwarmingsssoort "Magnetron" liever niet om bijvoorbeeld brood te verwarmen of bloemen en kruiden te drogen. Gebruik hiervoor de functie "Hetelucht plus".
Kussens met kersenpitten, gel en dergelijke mogen niet met de verwarmingsssoort "Magnetron" worden verhit. Zulke kussens kunnen in brand vliegen, ook nadat ze uit het apparaat zijn gehaald. Brandgevaar!
Zet de magnetron niet op het hoogste vermogen, wanneer u leeg serviesgoed wilt verwarmen. Het apparaat zou beschadigd kunnen raken, omdat er te weinig in staat.
Houd de magnetron goed in de gaten als u met olie of vetten werkt.
Olie en vet kunnen in brand raken.
Laat de deur van het apparaat dicht als de levensmiddelen in de binnenruimte rook ontwikkelen. Eventuele vlammen worden op deze manier gedoofd. Schakel het apparaat uit met de Aan/Uit-schakelaar of trek de stekker uit het stopcontact. Open de deur pas wanneer de rook is weggetrokken.
Gebruik alleen de speciale Miele-Bratometer.
Wanneer de kerntemperatuurvoeler moet worden vervangen, bestel dan een originele Miele-Bratometer. Deze is verkrijgbaar bij de Miele-vakhandelaar of rechtstreeks bij Miele Nederland.
Laat de Bratometer niet in de oven als u met de grill werkt.
Door de hoge temperaturen kan de kunststof smelten.
Verwarm nooit onverdunde alcohol. De alcohol kan in brand raken. Brandgevaar!
Gebruik voor het inmaken in het apparaat nooit conservenblikken.
Deze kunnen door overdruk uiteenspatten en het apparaat beschadigen. U kunt zich daarbij verwonden.
Dek gerechten altijd af als ze in het apparaat worden bewaard. Het vocht uit de gerechten kan corrosie veroorzaken. Bovendien voorkomt u zo dat de gerechten uitdrogen.
Zorg ervoor dat gerechten of vloeistoffen die keukenzout bevatten
meteen worden verwijderd wanneer deze in aanraking komen met de roestvrijstalen wanden van de binnenruimte. U voorkomt zo dat er corrosie ontstaat.
Schakel het apparaat niet uit, als u de restwarmte wilt benutten om gerechten warm te houden. Stel de laagste temperatuur in, maar kies geen andere ovenfunctie.
Schakel de oven in geen geval uit, anders stijgt de luchtvochtigheid in het apparaat, wat leidt tot het beslaan van het bedieningspaneel, tot condensvorming onder het werkblad en tot het beslaan van het meubelfront.
Door condenswater kan
- de kastombouw/het werkblad beschadigd raken.
– in het apparaat corrosie ontstaan.
U mag de glazen schaal en het combirooster met maximaal 8 kg belasten. Als u er meer op legt, kunnen deze accessoires beschadigd raken.
Ga niet op de geopende ovendeur zitten of staan. Zet er ook geen zware voorwerpen op, anders kunt u het apparaat beschadigen. De deur kan maximaal 8 kg dragen.
Als de glazen schaal heet is, mag deze niet op een koud oppervlak, zoals een granieten werkblad of tegeltjes, worden gezet. De schaal kan anders beschadigd raken. Zet de schaal bijvoorbeeld op een metalen onderzetter.
Gebruik voor het reinigen van het apparaat nooit een stoomreiniger. De stoom kan in aanraking komen met delen die onder spanning staan en kortsluiting veroorzaken.
Gebruik het apparaat niet om er een ruimte mee te verwarmen.
Door de hoge temperaturen in het apparaat kunnen licht ontvlambare voorwerpen, die zich in de buurt bevinden, vlam vatten.
Als u een stopcontact in de buurt van het apparaat gebruikt, mogen de aansluitsnoeren van de betreffende apparaten niet tussen de deur beklemd raken, anders kan schade aan de kabelisolatie het gevolg zijn. U kunt dan een elektrische schok krijgen.
Verwarmingsssoort "Magnetron"
Als u de gerechten uit het apparaat haalt, controleer dan of de temperatuur goed is. Beoordeel de temperatuur niet op basis van de temperatuur van het serviesgoed! Als gerechten met de magnetronfunctie worden verwarmd, ontstaat de warmte in het voedsel zelf, waardoor het serviesgoed minder heet wordt. Het serviesgoed wordt alleen warm door de warmte die het gerecht afgeeft. Let vooral bij babyvoeding op de juiste temperatuur!
Babyvoeding goed doorroeren of schudden. Proef er zelf even van, zodat u zeker weet dat de baby zich er niet aan brandt.
Verwarm eten of drinken nooit in een gesloten potje of fles. Anders ontstaat er druk waardoor het potje of de fles uiteen kan spatten. U zou hierbij letsel kunnen oplopen! Bij zuigflessen moeten de dop en de speen van tevo-ren worden verwijderd.
Als u een vloeistof wilt verwarmen, zet dan het bijgeleverde kookstaaf-je in de beker of het glas.

Als u het kookstaafje niet gebruikt, is het mogelijk dat bij het koken en vooral het naverwarmen van vloeistoffen het kookpunt wordt bereikt, zonder dat de bekende luchtbelletjes opstijgen. De vloeistof kookt dan niet gelijkmatig. Als u nu het glas of de beker uit de magnetron haalt, kan de vloeistof ineens gaan borrelen en overkoken. U kunt zich daarbij branden.
Als de vloeistof nog in het apparaat staat en plotseling hevig gaat koken, kan de deur openspringen. U kunt daarbij letsel oplopen. Bovendien kan het apparaat beschadigd raken. U voorkomt dit door het kookstaafje te gebruiken.
Gebruik bij de verwarmingsssoort "Magnetron" geen metalen pannen, geen aluminiumfolie, geen bestek, geen serviesgoed met een metalen laagje, geen kristal dat lood bevat, geen schalen met een kartelrand, geen kunststof die niet tegen hitte bestand is en geen houten serviesgoed. Gebruik ook geen metalen clips, geen kunststof en papieren clips waar ijzerdraad in zit en geen slagroombekertjes waarvan het dekseltje niet helemaal is verwijderd. Als u deze voorwerpen wel gebruikt, kan het serviesgoed beschadigd raken of kan er brand ontstaan.
Het bijgevoegde combirooster is speciaal ontwikkeld voor de magnetron en kan dus zonder problemen worden gebruikt.
Blijf bij het apparaat als u voedingsmiddelen bereidt in weg-werpbakjes van kunststof, papier of andere brandbare stoffen.
Wegwerpbakjes van kunststof zijn geschikt als ze voldoen aan de eisen die in de rubriek "Kunststof" staan.
Het combirooster wordt heet als u het in de magnetron gebruikt. Er bestaat dan gevaar voor verbrandingen.
Kook eieren alleen in speciaal serviesgoed. Ook hardgekookte eieren mogen niet met de magnetronfunctie worden verhit. Door de druk kunnen ze uiteenspatten, ook nadat u ze uit het apparaat heeft gehaald.
Eieren zonder schaal mogen in het apparaat worden bereid als u van tevoren een paar gaatjes in de dooier prikt. Als u dit niet doet, kan het eigeel er na het koken onder hoge druk uitspuiten. U kunt daarbij letsel oplopen.
Gebruik de magnetronfunctie niet om gerechten in isolatieverpakking te verwarmen, zoals kip in een braadzak. Deze verpakkingen bestaan onder meer uit een laagje aluminiumfolie dat de microgolven terugkaatst. Hierdoor kan de verpakking oververhit raken en in brand vliegen.
Bij voedingsmiddelen waarvan de schil of het vel hard is (tomaten, aubergines, worstjes, etc.), moet u eerst een paar gaatjes of inkepingen in de schil of het vel maken, voordat de voedingsmiddelen in het apparaat worden verwarmd. Op deze manier kan de waterdamp ontsnappen en voorkomt u dat de voedingsmiddelen ontploffen.
Gebruik in combinatie met de magnetronfunctie geen serviesgoed met holle handgrepen en knoppen. Hierin kan zich vocht ophopen, waardoor druk ontstaat en het servies uiteen kan spatten. U loopt daarbij het risico zich te verwonden. Als deze delen goed ontlucht zijn, kunt u het servies wel gebruiken.
Onderbreek het bereidingsproces als u de temperatuur van het ge-recht wilt meten. Gebruik nooit kwik- of vloeistofthermometers, aangezien deze niet geschikt zijn voor hoge temperatu-ren en gemakkelijk breken. Gebruik uit-sluitend speciale thermometers.
Conventionele verwarmingsssoorten: "Hetelucht plus", "Braadautomaat", "Grill", "Circulatiegrill"
Als u met de conventionele verwarmingsssoorten werkt, ontstaan in de oven hoge temperaturen! Er bestaat dus gevaar voor verbrandingen.
Voorkom dat kinderen het apparaat aanraken als het in werking is. Het apparaat wordt niet alleen bij het venster in de deur heet, maar ook bij de wasemafvoer, de greep en het bedieningspaneel. Let op! Gevaar voor verbrandingen!
Draag altijd ovenwanten als u hete gerechten in het apparaat zet of eruit haalt of als u in het apparaat bezig bent. Vooral het grillelement boven in de ovenruimte wordt zeer heet bij de verwarmingsssoorten "Grill" en "Circulatiegrill", zowel solo als in combinatie met "Magnetron". U kunt zich hieraan branden!
U kunt het verwarmingselement la- ten zakken, om de bovenwand van de oven te reinigen. Laat het element wel eerst afkoelen, anders kunt u zich eraan branden.
Duw het grillelement niet met geweld omlaag, want daardoor kan het beschadigd raken.
Het afdanken van het apparaat
Maak afgedankte apparaten onbruikbaar. Haal de stekker uit het stopcontact en maak deze samen met de aansluitkabel onbruikbaar. Een apparaat met een vaste aansluiting moet door een vakman worden losgekoppeld. Hiermee voorkomt u dat het apparaat gevaar oplevert, bijvoorbeeld voor spelende kinderen.
Als de "Veiligheidsinstructies en waarschuwingen" niet worden opgevolgd, kan de fabrikant niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die daarvan het gevolg is.
Het verpakkingsmateriaal
De verpakking beschermt het apparaat tegen transportschade. Het verpak- kingsmateriaal is uitgekozen met het oog op een zo gering mogelijke belasting van het milieu en de mogelijkheden voor recycling.
Hergebruik van het verpakkingsmateriaal remt de afvalproductie en het gebruik van grondstoffen. Vaak neemt de leverancier de verpakking terug. Als u de verpakking zelf wegdoet, informeer dan bij de reinigingsdienst van uw gemeente waar u die kunt afgeven.
Het afdanken van het apparaat
Oude elektrische en elektronische apparaten bevatten vaak nog waardevolle materialen. Ze bevatten echter ook schadelijke stoffen die voor het functioneren en de veiligheid van het apparaat nodig waren. Als u het apparaat bij het gewone afval doet of bij verkeerde behandeling kunnen deze stoffen schadelijk zijn voor de gezondheid en het milieu. Verwijder het afgedankte apparaat dan ook nooit met het gewone afval.

Lever het apparaat in bij een gemeentelijk inzameldepot voor elektrische en elektronische apparatuur.
Het afgedankte apparaat moet tot die tijd buiten het bereik van kinderen worden opgeslagen. Hierover vindt u meer informatie in het hoofdstuk "Veiligheids-instructies en waarschuwingen".

Het apparaat heeft een groot grafisch display en twee bedieningsknoppen. Met deze beide knoppen wordt het apparaat bediend.
Bedieningsknoppen
Bij aflevering zijn de bedieningsknoppen verzonken. U kunt het apparaat alleen bedienen als u de knoppen eerst naar buiten laat springen.
U kunt beide knoppen indrukken, maar alleen de rechter knop kan worden gedraaid.
De linker knop is de Aan/Uit-schakelaar. Als u deze knop indrukt, wordt het apparaat in- of uitgeschakeld. Bij het inschakelen verschijnt het hoofdmenu, bij het uitschakelen de dagtijd. De Aan/Uit-schakelaar kan niet worden gedraaid.
De rechter knop is de functieschake- laar. Deze knop is voor de selectie van de afzonderlijke menupunten.
U kunt de knop draaien en er op drukken.
Door aan de knop te draaien, kunt u een ovenfunctie of instelling kiezen dan wel een waarde wijzigen, zoals tijden en temperaturen.
Druk op de knop om de gemarkeerde keuze of instelling te bevestigen.
Display
De parameters en instellingen die bevestigd kunnen worden, lichten in het display op.
Achter de actuele instelling staat een vinkje √.
Het driehoekje rechts boven of onder in het display geeft aan dat er nog meer menupunten zijn. Deze worden zichtbaar als u aan de functieschakelaar draait.
Als u "terug" kiest en bevestigt, gaat u terug naar een hoger menu.
Als het apparaat op de netspanning wordt aangesloten, wordt het automatisch ingeschakeld.
Eerst verschijnt een welkomstscherm:
Miele
Willkommen
Vervolgens moet u enkele basisinstellingen uitvoeren die voor de ingebruikneming van het apparaat nodig zijn. Volg daarbij de aanwijzingen op het display:
Taal kiezen
Na enkele seconden wisselt het display naar het menu "Sprache" ("Taal").
In de rechter kolom verschijnen de beschikbare talen in alfabetische volgorde. De ingestelde taal is gemarkeerd.
De linker kolom wordt in de ingestelde taal weergegeven.
Kies nu de door u gewenste taal of bevestig de standaard ingestelde taal:

■ Draai aan de functieschakelaar totdat de gewenste taal oplicht.
■ Druk op de functieschakelaar om uw keuze te bevestigen.
Als u een taal bevestigt, verschijnt achter de gekozen taal een vinkje √. In de gebruiksaanwijzing wordt ervan uitgegaan dat u "Nederlands" kiest.
Dagtijd instellen
Stel vervolgens de juiste dagtijd in.
12
0 0
Stel de dagtijd in
■ Draai aan de functieschakelaar totdat het juiste uur wordt weergegeven.
■ Druk op de functieschakelaar om uw keuze te bevestigen.
Vervolgens lichten de minuten op. U stelt de minuten op dezelfde wijze in als de uren. Na de bevestiging van de waarde verschijnt de dagtijd in het display. U heeft daarna de mogelijkheid de dagtijdweergave uit te schakelen.
10:15
Dagtijd: weergave
aan
uit
■ Druk op de functieschakelaar als u de dagtijdweergave wilt uitschakelen.
De weergave verschijnt daarna alleen nog gedurende korte tijd als u op de Aan/Uit-schakelaar of de functieschakelaar drukt.
Als de dagtijdweergave wel ingeschakeld moet blijven, wacht dan een ogenblik totdat het display overschakelt of draai de functieschakelaar op "aan" en bevestig uw keuze.
Omdat uw apparaat voorbereid is op het Miele@home-systeem verschijnt kort de melding:

Apparaat voorbereid op Miele@home
Daarna verschijnt de actuele dagtijd.
10:15
Kookwekker
Dagtijd
Het apparaat is klaar voor gebruik.
Reiniging voor het eerste gebruik
Verwijder de eventueel aanwezige beschermfolie van het front van het apparaat.
Neem de aanwijzingen in acht uit het hoofdstuk "Reiniging en onderhoud".
Voordat u het apparaat gebruikt, raden wij u aan
- de accessoires uit de ovenruimte te halen en af te wassen.
- het apparaat een keer leeg aan te zetten.
Bij nieuwe apparaten ontstaat vaak een onaangename geur als u ze voor het eerst gebruikt. Als u het apparaat enige tijd op een hoge temperatuur inschakelt, verdwijnt deze geur sneller.
Verhit het lege apparaat gedurende minimaal een uur.
De keuken dient gedurende die tijd goed te worden geventileerd. Sluit de deuren naar eventuele andere vertrekken.
■ Verwijder voordat u de oven inschakelt eerst eventuele verontreinigingen en verpakkingsresten uit de ovenruimte. Gebruik hiervoor een vochtige doek.
■ Druk op de Aan/Uit-schakelaar om in het hoofdmenu te komen.
■ Draai aan de functieschakelaar totdat de verwarmingssoort "Hetelucht plus" oplicht. Druk op de functieschakelaar om uw keuze te bevestigen.
De ventilator begint te lopen en 160 °C verschijnt als voorgeprogrammeerde temperatuur.
■ Draai aan de functieschakelaar totdat de maximale temperatuur oplicht (225 °C).
■ Druk op de functieschakelaar om de hoogste temperatuur te bevestigen.
■ Schakel het apparaat na minimaal één uur weer uit met de Aan/Uit-schakelaar.
U kunt de oven ook automatisch laten uitschakelen (zie "Bereidingstijden instellen").
■ Wacht tot het apparaat weer tot kamertemperatuur is afgekoeld.
■ Reinig de binnenruimte met een warm sopje van water met een mild reinigingsmiddel. Wrijf de ruimte daarna met een schone doek droog.
Sluit de deur van het apparaat pas als de binnenruimte droog is. Anders kunnen er geurtjes en corrosie ontstaan.
Voor het controleren van externe bereidingen, zoals het koken van eieren, kunt u de kookwekker gebruiken. U kunt deze functie apart maar ook tegelijk met andere functies gebruiken.
Kookwekker instellen
12:05
Kookwekker Dagtijd
■ Draai aan de functieschakelaar en kies de functie "Kookwekker".
■ Druk op de functieschakelaar.
12:05
Kookwekker
0:00 min Dagtijd
■ Draai aan de functieschakelaar totdat de gewenste kookwekkertijd verschijnt.
■ Druk op de functieschakelaar om de kookwekker te starten. De kookwekkertijd loopt af.
Als u de kookwekker en een ovenfunctie tegelijk gebruikt, kunt u aan de verschillende akoestische signalen horen, welke functie beëindigd is.
Kookwekkertijd wissen
■ Kies de functie "Kookwekker" en zet de tijd op 0:00.
12:20
Kookwekker
Dagtijd
■ Om de dagtijd te veranderen, draait u aan de functieschakelaar totdat de functie "Dagtijd" oplicht.
■ Druk op de functieschakelaar.
■ Draai aan de functieschakelaar totdat het juiste uur wordt weergegeven.
■ Druk op de functieschakelaar om uw keuze te bevestigen.
■ Draai aan de functieschakelaar totdat ook de minuten kloppen. Druk op de functieschakelaar om de ingevoerde waarde te bevestigen.
Bedieningsfuncties
Ovenfuncties
U kunt de volgende verwarmingssoorten kiezen (solo-functies):
- Magnetron Hiermee kunt u gerechten in korte tijd ontdooien, verwarmen en koken.
- Hetelucht plus Hiermee kunt u gerechten met een hete luchtstroom bakken en koken.
- Braadautomaat Hiermee kunt u automatisch aanbraden en doorbraden.
- Grill Hiermee kunt u platte stukken vlees grilleren. Houd tijdens het grilleren de deur gesloten.
- Circulatiegrill Hiermee kunt u grotere stukken vlees grilleren, bijvoorbeeld rollade en ge- vogelte. Houd tijdens het grilleren de deur gesloten.
Combinatieprogramma's
Bij deze programma's wordt de magnetron met een conventionele ovenfunctie gecombineerd ("Hetelucht plus", "Circulatiegrill", "Grill", "Braadautomaat").
Automatische programma's
Met deze programma's kunt u bepaalde voedingsmiddelen ontdooien, verwarmen en koken met de magnetron of met combinatieprogramma's.
Automatisch in-/uitschakelen
Met deze functie kunt u een bereidingsproces automatisch laten beëindigen dan wel laten starten én beëindigen.
Kookwekker
De kookwekker kunt u gebruiken voor een bereiding buiten het apparaat, bijvoorbeeld voor het koken van eieren.
Dagtijdweergave
Als het apparaat niet is ingeschakeld, verschijnt in het display de dagtijd. De dagtijdweergave kan ook worden uitgezet.
Veiligheidsvoorzieningen
Vergrendeling apparaat
Met de vergrendeling voorkomt u dat er ongewild functies worden geactiveerd.
Automatische uitschakeling
Een bereiding met een conventionele verwarmingsssoort kunt u starten zonder dat u eerst een tijd moet invoeren. Om te voorkomen dat het apparaat te lang aanstaat en er brandgevaar ontstaat, wordt het apparaat afhankelijk van de verwarmingsssoort en de temperatuur na een bepaalde tijd automatisch uitgeschakeld (1 tot maximaal 10 uur nadat het apparaat voor het laatst is bediend).
Na afloop van een bereidingsproces met de verwarmingsssoort "Magnetron" kan pas na 30 seconden opnieuw een bereiding met de magnetronfunctie worden gestart.
Energiebesparende functies
Deurcontactschakelaar
Als u de deur tijdens een bereidingsproces opent, worden de verwarming en de heteluchtventilator automatisch uitgeschakeld. Nadat u de deur heeft gesloten en de toets "Start" heeft ingedrukt, gaat de bereiding verder. Als u bij een bereidingsproces met een conventionele verwarmingssoort (solo) de deur heeft geopend, wordt de bereiding meteen na het sluiten van de deur voortgezet. U hoeft de bereiding niet opnieuw te starten.
Bij de verwarmingsssoorten "Hetelucht plus" en "Braadautomaat" wordt de verwarming op een bepaald moment automatisch uitgeschakeld, als de deur gesloten is en de restwarmte voldoende is om de bereiding te voltooien. Als er warmteverlies optreedt, wordt de verwarming weer ingeschakeld.
Verlichting binnenruimte uitschakelen
Als u niet wilt dat de verlichting gedurende de gehele bereiding ingeschakeld blijft, kunt u deze functie uitschakelen.
Verwarmingsssoort "Magnetron"
Met de verwarmingsssoort "Magnetron" worden gerechten in korte tijd ontdooid, verwarmd en gekookt.
U kunt de volgende vermogensstanden kiezen:
80 W, 150 W, 300 W, 450 W, 600 W, 850 W en 1000 W.
Principe
In het apparaat zit een magnetronbuis. Deze zet stroom om in elektromagnetische golven: de micro-golven. Deze microgolven worden gelijkmatig over de binnenruimte verdeeld. Daarnaast worden ze door de metalen zijwanden gereflecteerd, zodat ze van alle kanten bij en in het voedsel kunnen komen.
Omdat de microgolven het gerecht moeten bereiken, moet het serviesgoed geschikt zijn voor de magnetron. Microgolven dringen door porselein, glas, karton en kunststof heen, maar niet door metaal. Gebruik daarom geen metalen pannen of schalen dan wel pannen of schalen met een metaalhoudend decorlaagje (zie ook het hoofdstuk "Servies dat geschikt is voor de magnetron"). Metaal weerkaatst de golven, waardoor vonken kunnen ontstaan.
Als u het juiste servies gebruikt, dringen de microgolven meteen door tot in het gerecht.
Levensmiddelen bestaan uit moleculen. Deze moleculen, vooral watermoleculen, worden door de microgolven in trilling gebracht tot maar liefst 2,5 miljard bewegingen per seconde. Hierdoor ontstaat warmte, die zich vanaf de buitenkant naar de binnenkant van het voedsel verplaatst.
Hoe meer water een gerecht bevat, des te sneller wordt het verwarmd of gaar gekookt.
De warmte ontstaat dus direct in het gerecht, waardoor
- een gerecht over het algemeen met weinig of geen toevoeging van vloeistof of vet met de magnetronfunctie kan worden bereid.
- ontdooien, verwarmen en koken sneller gaan dan met een conventio- nele ovenfunctie.
- voedingsstoffen zoals vitaminen en mineralen voor het grootste deel behouden blijven.
- de natuurlijke kleur en smaak van de gerechten nauwelijks veranderen.
De magnetron wordt uitgeschakeld, zo- dra u het bereidingsproces onderbreekt of de deur van het apparaat opent. Tij- dens een bereiding biedt de gesloten deur voldoende bescherming tegen de microgolven. De deur mag niet beschadigd zijn!
Conventionele verwarmingsssoorten
Tot de conventionele verwarmingssoorten behoren:
- Hetelucht plus
- Braadautomaat
- Grill
- Circulatiegrill
Met de conventionele verwarmings- soorten worden gerechten bereid en te- gelijkertijd gebruineerd.
Hetelucht plus
Bij deze ovenfunctie wordt met een hete luchtstroom gewerkt.
De ventilator aan de achterkant zuigt de lucht uit de oven aan, leidt deze langs het verwarmingselement en blaast de verwarmde lucht door de openingen in de achterwand weer terug.
Omdat het voedsel direct wordt verwarmd, is voorverwarmen niet nodig. Uitzondering: Voor het braden van biefstuk/filet en voor het bakken van donker brooddeeg moet u de oven wel voor-verwarmen.
Bij "Hetelucht plus" kunt u op twee in-schuifhoogten tegelijk bakken.
Braadautomaat
Bij de braadautomaat werkt de oven eerst met een hoge temperatuur, zodat het vlees snel dichtschroeit. Daarna wordt automatisch naar de ingestelde temperatuur teruggeschakeld.
Grill
Het grillelement wordt al enkele minu- ten na het inschakelen roodgloeiend en produceert de infraroodstraling die voor het grilleren nodig is.
Circulatiegrill
De hitte van het grillelement wordt door de ventilator aan de achterkant over het gehele gerecht verspreid. Hierdoor kan met een lagere temperatuur worden gewerkt dan bij gewoon grilleren.
Combinatieprogramma's
- Magnetron + Hetelucht plus
- Magnetron + Braadautomaat
- Magnetron + Grill
- Magnetron + Circulatiegrill
Met de gecombineerde ovenfuncties kunt u gerechten snel bereiden en tegelijk bruineren.
U kunt de verwarmingsssoort "Magnetron" met iedere andere conventionele verwarmingsssoort combineren.
Het beste kunt u de magnetron met de verwarmingssoort "Hetelucht plus" combineren. Met dit combinatieprogramma wordt het voedsel direct verwarmd. Zo bespaart u de meeste tijd en de meeste energie.
Bij gebruik van een gecombineerd programma hoeft u, als u wilt bakken, meestal geen hoger magnetronvermögen in te stellen dan 150 W, en als u wilt koken, braden en grilleren geen hoger vermogen dan 450 W.
Automatische programma's
- Ontdooien
- Verwarmen
- Koken
Bij de automatische programma's worden de levensmiddelen met de magnetronfunctie of met een combinatieprogramma ontdooid, verwarmd of gekookt. Het vermogen en de tijd die daarvoor nodig zijn, worden door het apparaat automatisch gekozen. U hoeft alleen het soort voedingsmiddel en het gewicht ervan in te stellen.
Hoofdmenu
Het hoofdmenu verschijnt als u het apparaat inschakelt. Druk daartoe op de Aan/Uit-schakelaar.
QUICK MAGNETRON
ALLE SYSTEMEN...
MAGNETRON AUTOMATIC...
HETELUCHT PLUS
EIGEN PROGRAMMA'S...
MAGNETRON+...
INSTELLINGEN ⚠...
Het hoofdmenu bestaat uit acht submenu's die verder onderverdeeld zijn. Zo is het mogelijk dat met twee knoppen alle functies van het apparaat kunnen worden gekozen.
De eerste drie verwarmingsssoorten uit het hoofdmenu ("Quick Magnetron", "Magnetron" en "Hetelucht plus") zijn suggesties. U kunt de volgorde van die drie functies veranderen of hier zelf verwarmingsssoorten of programma's plaatsen die u vaak gebruikt.
De vijf andere submenu's kunnen niet worden gewijzigd.
Quick Magnetron
Dit is een programma waarbij u de magnetron gedurende 1 minuut op het maximale vermogen van 1000 Watt inschakelt. Deze functie is geschikt voor het opwarmen van vloeistoffen, waarbij afhankelijk van de grootte van het kopje of de beker mogelijk andere tijden nodig zijn. U kunt de instellingen van dit programma dan ook wijzigen.
Magnetron
Bij deze functie kunt u de parameters voor een bereiding met de magnetron vastleggen: de vermogensstand, de bereidingstijd (duur) en eventueel een uitgestelde start.
Hetelucht plus
Als u dit programma kiest, begint de heteluchtventilator meteen te draaien en wordt het apparaat tot de voorgeprogrammeerde temperatuur van 160 °C opgewarmd. Maar u kunt ook zelf een temperatuur instellen tussen 30 en 225 °C. Ook bij deze functie kunt u een bereidingstijd instellen en eventueel een uitgestelde start. Als u het apparaat liever handmatig inschakelt, kunt u de functie "automatische inschakeling" uitzetten.
Magnetron+...
Hier vindt u de verwarmingsssoorten die u met de magnetronfunctie kunt combine- ren: "Braadautomaat", "Grill", "Hetelucht plus" en "Circulatiegrill". Deze ovenfuncties noemt men ook wel de conventionele verwarmingsssoorten.
Hier kunt u de bereidingstijd, de starttijd, de vermogensstand van de magnetron (max. 450 Watt) en de temperatuur van de conventionele verwarmingsssoort vastleggen.
Alle systemen
Hier kunt u de ovenverlichting en alle verwarmingsoorten inschakelen, zoals "Braadautomaat", "Grill", "Hetelucht plus", "Magnetron", "Magnetron+", "Circulatiegrill" en "Quick Magnetron".
Automatic
Onder dit menupunt vindt u een aantal automatische programma's. Voor een overzicht van de programma's zie de rubriek "Automatische programma's".
Eigen programma's
Hier kunt u instellingen van bereidingen opslaan die u vaak gebruikt en eventueel een naam invoeren waardoor u gemakkelijker uw keuze kunt maken.
Instellingen
Hier kunt u tal van instellingen uitvoeren of veranderen, bijvoorbeeld de taal (zie ook het hoofdstuk "Instellingen").
Als u op de Aan/Uit-schakelaar drukt, verschijnt het hoofdmenu:

■ Draai aan de functieschakelaar om een menupunt te kiezen.
Het geselecteerde menupunt licht op.
Druk op de functieschakelaar als u in het submenu van het geselecteerde menupunt wilt komen (bijvoorbeeld MAGNETRON).

In het display verschijnt het voorgeprogrammeerde vermogen van 1000 W.
■ Draai aan de functieschakelaar als u een ander vermogen wilt instellen.
Na enkele seconden wisselt het display en kan de bereidingstijd voor de magnetronbereiding worden ingesteld. U kunt deze wachttijd verkorten door het ingestelde vermogen te bevestigen. Druk daartoe op de functieschakelaar.

■ Draai aan de functieschakelaar totdat de gewenste bereidingstijd (duur) in het display verschijnt.
■ Druk op de functieschakelaar om de ingevoerde tijd te bevestigen.

De functie "START" licht nu gedurende enkele seconden op.
■ Als u in deze tijd op de functieschakelaar drukt, wordt de bereiding gestart.
Als de tijd verstreken is en de functie "START" niet meer oplicht, druk dan twee keer op de functieschakelaar om de bereiding te starten.
Tijdens de bereiding kunt u op het display de bereidingstijd, het magnetronvermögen en de dagtijd aflezen.
| MAGNETRON 1000 W | 9:47 |
| Duur 2:20 min STOP | |
| Kookwekker Timer Opslaan | |
Als een bereiding is gestart, kunt u deze onderbreken door op de functieschakelaar te drukken. U kunt de bereiding afbreken door op de Aan/Uit-schakelaar te drukken.
Als u de magnetronfunctie gebruikt, is de deur niet vergrendeld. U kunt de deur op elk moment openen zonder de bereiding te moeten onderbreken. De magnetron wordt meteen uitgeschakeld. De bereiding wordt voortgezet, zodra u de deur weer sluit en in het display het woordje "START" oplicht. Druk op de functieschakelaar om de start te bevestigen.
U kunt bereidingsprocessen ook automatisch laten uitschakelen of laten in- en uitschakelen.
Zodra u een ovenfunctie kiest, verschijnt in het display de functie "Timer".

Wanneer u de functie "Timer" oproept, verschijnen de invoermogelijkheden: "Starttijd", "Duur", "Einde".

Via Duur voert u de tijd in die voor de bereiding nodig is.
Na afloop van die tijd wordt het apparaat automatisch uitgeschakeld.
Via Starttijd en Einde bepaalt u het tijdstip waarop een bereiding moet beginnen c.q. eindigen.
De oven wordt op dat tijdstip automatisch in- dan wel uitgeschakeld.
Om een bereidingsproces automatisch te laten uitschakelen, kunt u een "Duur" of een "Einde" invoeren.
Als u een bereidingsproces automatisch wilt laten in- en uitschakelen, kunt u de tijden op verschillende manieren invoeren. Via:
- "Duur" en "Einde".
- "Starttijd" en "Duur".
- "Starttijd" en "Einde".
De niet ingevoerde tijd wordt automatisch berekend.
Tot het inschakelen van de ovenverwarming wordt de starttijd weergegeven.
Bij een lopend bereidingsproces kunt u de duur op het display volgen.
Na afloop van een bereiding verschijnt de melding "Bereiding afgerond" en hoort u het ingestelde akoestische signaal.
Energiebesparende functie
Vlak voor het einde van een bereiding met een conventionele verwarmingssoort wordt de ovenverwarming uitgeschakeld.
De warmte in de oven is voldoende om de bereiding af te ronden.
Door deze automatische benutting van de restwarmte bespaart u energie.
In het display verschijnt de melding "Energiebesparende fase". De werkelijke temperatuur is niet meer te zien.
De koudeluchtventilator en (afhankelijk van de gekozen ovenfunctie) ook de heteluchtventilator blijven ingeschakeld.
Ingestelde tijden controleren en veranderen
De tijden die voor een bepaalde bereiding zijn ingesteld, kunt u op elk moment controleren of veranderen. Kies daarvoor de juiste functie.
Ingevoerde tijden wissen
■ Druk op de Aan/Uit-schakelaar.
Bij een stroomstoring worden alle ingevoerde waarden gewist.
Voor diverse bereidingen (koken, verwarmen, ontdooien) kunt u automatische programma's gebruiken.
Laat het apparaat na een bereiding eerst tot kamertemperatuur afkoelen voor- dat u een automatisch programma start. Een nog warm apparaat kan het berei- dingsresultaat beïnvloeden.
Let daarbij op de aanwijzingen in het display. U wordt bijvoorbeeld gevraagd het gewicht in te voeren, het aantal aan te geven of vocht toe te voegen.
U kunt de automatische programma's ook onder de "Eigen programma's" opslaan en bij veelvuldig gebruik in het hoofdmenu opnemen.
| QUICK MAGNETRON | ALLE SYSTEMEN... |
| MAGNETRON | AUTOMATIC... |
| HETELUCHT PLUS | EIGEN PROGRAMMA'S... |
| MAGNETRON+... | INSTELLINGEN... |
■ Kies het menupunt "Automatic".
■ Kies vervolgens bij de rubrieken "Ontdooien", "Verwarmen" of "Koken" het gewenste submenu en afhankelijk van het gerecht ook het volgende menupunt.
■ Volg de instructies en aanwijzingen totdat het programma start.
■ De starttijd kan worden verschoven.
■ Na de start kunt u een automatisch programma alleen voortijdig beëindigen als u het apparaat uitschakelt.
In het onderstaande overzicht vindt u de submenu's voor het ontdooien en verwarmen. In de volgende tabel vindt u de beschikbare kookprogramma's.
Overzicht automatische programma's
Ontdooien
Vlees, gevogelte, vis, groente, fruit, éénpansgerechten, soep, brood, kant-en-klaargerechten (bord)
Verwarmen
Vlees, gevogelte, vis, groente, éénpansgerechten, soep, kant-en-klaargerechten (bord)
Koken
(zie tabel)
Tabel automatische programma's "Koken"
De voedingsmiddelen worden met de magnetronfunctie of met een combinatieprogramma bereid.
| Vlees | |
| Gevogelte | |
| Vis | |
| Bakwaren | |
| Appeltaart | |
| Biscuittaart | |
| Gistkoek | |
| Marmercake | |
| Kruimelkoek | |
| Gebak | |
| Brood | |
| Opbakken | |
| Ovenscho-tels/gratins | |
| Lasagne | |
| Aardappelen (ovenschotel) | |
| Pasta (ovenschotel) | |
| Diepvriesge-rechten | |
| Stokbrood, belegd | |
| Kroketten | |
| Filet | |
| Groente | |
| Fruit | |
| Eenpansgerecht | |
| Soep | |
U kunt instellingen die u vaak gebruikt als eigen programma opslaan. U kunt dat programma dan op elk moment onder een eigen naam oproepen.
U kunt dergelijke programma's ook in het hoofdmenu opnemen.

■ Kies in het hoofdmenu het submenu "Eigen programma's".

■ Druk op de functieschakelaar om uw keuze te bevestigen.

■ Kies eerst de ovenfunctie.
■ Bevestig bijvoorbeeld de ovenfunctie "Hetelucht plus".

■ Verander eventueel de voorgeprogrammeerde temperatuur.

■ Stel vervolgens de bereidingstijd (duur) in of bij gebruik van de Bratometer een kerntemperatuur. Bevestig de ingestelde waarde, bijvoorbeeld een bereidings- tijd van 1 uur en 30 minuten.

■ Controleer de instellingen en bevestig deze met "OK".
U heeft nu de keuze uit de volgende menupunten:

"terug"
Hiermee gaat u weer terug naar het begin van het menu "Eigen programma's".
"Hetelucht plus"
Hier kunt u de ingevoerde waarden controleren en eventueel wijzigen.
"volgende stap..."
Hiermee kunt u eventueel een volgende programmastap invoegen, als u bijvoorbeeld na de eerste ovenfunctie nog een functie wilt gebruiken. U gaat hierbij net zo te werk als in het voorgaande is beschreven.
"Niveau wijzigen..."
Hier kunt u het gewenste niveau (inschuifhoogte) vastleggen.
"opslaan"
Hiermee kunt u uw programma een eigen naam geven.

■ Draai aan de functieschakelaar om de letters of cijfers te kiezen. Achter de letter "Z" vindt u het teken voor een spatie.
■ Zodra het gewenste teken oplicht, drukt u op de functieschakelaar. Het teken verschijnt dan op de tweede regel achter "opslaan als".
■ Kies op dezelfde wijze de overige tekens.
Met het submenu "wissen" kunt u schrijffouten corrigeren. Hierbij wordt telkens het laatst ingevoerde teken gewist.

■ Bevestig de programmanaam met "OK".
"Start"
Hiermee kunt u het programma meteen starten.
Eigen programma's oproepen
■ Kies in het hoofdmenu het submenu "Eigen programma's".

Hier kunt u alle eigen programma's oproepen en starten, nieuwe programma's samenstellen en bestaande programma's weergeven, wijzigen en wissen.
Onder het menupunt "Instellingen ⚠" kunt u de volgende submenu's kiezen en wijzigen:
Taal
Hier kunt u de ingestelde taal veranderen. Na het wijzigen verschijnen alle displayteksten in de gekozen taal.
Dit menupunt is voorzien van een vlaggetje zodat u het altijd gemakkelijk kunt terugvinden als u per ongeluk een verkeerde taal kiest.
Mocht het toch niet lukken, ga dan als volgt te werk: Kies in het hoofdmenu het laatste menupunt (Instellingen).
Kies vervolgens in dit submenu het eerste menupunt (Taal).
Dagtijd
U kunt kiezen uit een 24- en een 12-uurs-weergave.
Verlichting
U kunt kiezen uit de standaardinstelling "15 seconden aan" en "aan". Bij de standaardinstelling dooft de verlichting 15 seconden na het begin van een bereiding. Als u op de Aan/Uit-schakelaar drukt of op de functieschakelaar, schakelt u de verlichting weer voor 15 seconden in. Bij de instelling "aan" blijft de verlichting gedurende de gehele bereiding ingeschakeld.
Hoofdmenu
De eerste drie punten van het hoofdme-nu kunt u voor programma's gebruiken die u vaker gebruikt dan de voorgeprogrammeerde programma's "Quick Magnetron", "Magnetron" en "Hetelucht plus". Elk menupunt wordt u als positie aangeboden en kan worden gewijzigd. U kunt daarbij kiezen uit de overige ovenfuncties en uit eventuele eigen programma's.
U wisselt naar de gewenste positie door "Verder" te bevestigen, ook als u geen veranderingen heeft uitgevoerd.
Quick Magnetron
Voor het snel starten van de magnetron is een vermogen van 1000 W en een tijd van 1 minuut geprogrammeerd. Deze waarden kunt u hier wijzigen.
Warmhouden (alleen magnetron)
Bij ovenfuncties waarbij een magnetronvermogen wordt ingesteld, wordt standaard ook een warmhoudfunctie geactiveerd. Hiermee worden gerechten die na de bereiding niet uit het apparaat worden gehaald gedurende enige tijd warmgehouden. Deze functie kan hier worden uitgezet. De warmhoudfunctie kan niet apart worden aangezet.
Naloop ventilator
U kunt kiezen uit een temperatuur- of tijdgestuurde naloop van de ventilator. De ventilator wordt automatisch uitgeschakeld zodra de temperatuur in de oven lager is dan 70 °C (temperatuur-gestuurd) of na ca. 20 minuten (tijdgestuurd).
Start
Het apparaat kan automatisch of handmatig worden gestart. Een bereiding met de magnetron kan alleen handmatig worden gestart.
De standaardinstelling "automatisch" wil zeggen dat een programma meteen start, zonder verdere bevestiging. Als u voor "handmatig" kiest, moet u de start bevestigen.
Temperaturen
Hier kunt u de voorgeprogrammeerde temperaturen voor de verwarmingssoorten "Braadautomaat" (160 °C), "Hetelucht plus" (160 °C) en "Circulatiegrill" (200 °C) wijzigen. Ook kunt u hier de voorgeprogrammeerde temperaturen voor deze verwarmingssoorten voor de combinatieprogramma's wijzigen.
Magnetronvermogens
Hier kunt u de voorgeprogrammeerde vermogens wijzigen voor de verwarmingsssoort "Magnetron solo" en voor de combinatieprogramma's met magnetronfunctie.
Display
Hier kunt u de displayweergave in- c.q. uitschakelen. Kiest u de instelling "Display", "Weergave", "aan", dan verschijnt de dagtijd ook in het display als het apparaat uitgeschakeld is. Bij de instelling "Display", "Weergave", "60 seconden aan" wordt het display na afloop van die tijd uitgeschakeld.
Ook het contrast en de lichtsterkte kunt u hier instellen.
Signalen
U kunt verschillende volumestanden kiezen. Via het melodieën-menu kunt u een melodie kiezen voor de kookwekker en de verwarmingsssoorten (systemen). Hiermee kunt u akoestisch het verschil aangeven tussen de signalen van een bereiding en van de kookwekker voor een externe bereiding.
Ook de lengte van het signaal kan worden vastgelegd. U kunt kiezen uit kort en lang.
Veiligheid
Dit menupunt heeft 3 submenu's: "Blok-kering", "In gebruik" en "SOLO-pro-gramma".
"Blokkering":
U kunt het apparaat eventueel blokke- ren. Verander daarvoor de standaardin- stelling "niet toelaten" in "toelaten". In dat geval is in het display in het midden van de onderste regel een slot zicht- baar. Het slot is geopend als het appa- raat niet geblokkeerd is. Het slot is ge- sloten als het apparaat wel geblok- keerd is. Kiest u het slot, dan kunt u het openen of sluiten of de functie SOLO kiezen. SOLO betekent dat slechts één programma kan worden gestart. Dat programma start meteen. Alle andere programma's zijn geblokkeerd. De kookwekkerfunctie blijft beschikbaar. De blokkeringsfunctie blijft ook na een stroomstoring actief.
"In gebruik":
Het is ook mogelijk het apparaat te vergrendelen als het in gebruik is, zodat de instellingen niet kunnen worden gewijzigd. Hiervoor kan men de standaardinstelling wijzigen van "niet toelaten" in "toelaten". In het display verschijnt nu in het midden van de onderste regel een slot.
"SOLO-programma":
Hier kunt u uit alle ovenfuncties en de eigen programma's een programma selecteren dat men ook kan starten als het apparaat vergrendeld is. In het display verschijnt dan in het midden van de onderste regel een slot en de aanduiding "SOLO".
Eenheden
Hier kunt u andere eenheden instellen. Bij gewicht kunt u kiezen uit kg en lbs en bij temperatuur uit °C en °F.
Demo-functie
Dit is een speciale functie voor de vak- handel, waarmee de apparaten zonder ingeschakelde verwarming kunnen wor- den gepresenteerd. Voor huishoudelijk gebruik is deze instelmogelijkheid niet van belang.
Fabrieksinstelling
Hier kunt u uw persoonlijke instellingen en wijzigingen wissen en terugzetten op de standaardinstellingen bij aflevering.
U kunt alle instellingen compleet of af- zonderlijke instellingen resetten. Zo kunt u bijvoorbeeld alleen de eigen programma's wissen of de inhoud en de volgorde van het oorspronkelijke hoofdmenu herstellen. Of u kunt de temperaturen en magnetronvermogens weer op de standaardwaarden zetten.
Servies dat geschikt is voor de magnetron
Microgolven

- worden door metaal teruggekaatst.

- dringen door glas, porselein, kunst- stof en karton heen.

- worden door het gerecht opgenomen.
Zet het gerecht bij gebruik van de magnetronfunctie altijd op de glazen schaal (op de eerste inschuifhoogte van onderen).
Als u het gerecht op de bodem van de ovenruimte zet, wordt het gerecht onvoldoende en ongelijkmatig ont-dooid/gekookt/verwarmd, omdat de microgolven van de magnetron dan niet van onderen bij het gerecht kunnen komen.
Zet het gerecht midden op de glazen schaal.
Zet ook schalen, borden, etc. op de glazen schaal.
Materiaal en vorm
Het materiaal en de vorm van het serviesgoed kunnen van invloed zijn op de bereidingstijd. Het beste kunt u ronde of ovale platte schalen gebruiken. De gerechten worden dan gelijkmatiger verwarmd dan in rechthoekige schalen.
Metaal
Metalen schalen, aluminiumfolie en bestek zijn niet geschikt voor gebruik in de magnetron, evenmin als serviesgoed met een metaalhoudend laagje (bijvoorbeeld een goudkleurig of kobaltblauw randje als decoratie).
Metaal kaatst microgolven terug, waar- door het gerecht niet warm kan worden.
Uitzonderingen:
- Kant-en-klaarmaaltijden in aluminium bakjes kunt u in dit apparaat ontdooi- en en verwarmen. Verwijder altijd van tevoren het deksel.
Op deze manier wordt het gerecht alleen van boven verwarmd. Als u het gerecht uit de verpakking haalt en in een geschikte schaal doet, wordt de warmte gelijkmatiger verdeeld.
Bij gebruik van aluminium bakjes kunnen knetterende geluiden of von-ken ontstaan. Plaats dergelijke bakjes niet op het rooster.
- Aluminiumfolie
Vlees met een onregelmatige vorm, zoals gevogelte, wordt het beste ontdooid en bereid als u de platte delen de laatste paar minuten met kleine stukjes aluminiumfolie afdekt.
De folie moet minstens 2 cm van de binnenwanden van het apparaat verwijderd blijven!
- Metalen spiesen en klemmen
Deze kunt u alleen gebruiken als het vlees veel groter is dan het metaal.
Het bijgevoegde combirooster is geschikt voor gebruik in de magnetron.
Plaats het rooster echter niet op de bodem van de ovenruimte!
Het rooster kan heet worden.
Glas
Vuurvast glas en keramisch glas zijn zeer geschikt.
Kristalglas (dat vaak lood bevat) en glazen schalen met een gekartelde rand kunnen uiteenspatten. Ze zijn dan ook niet geschikt.
Porselein
Porseleinen serviesgoed is zeer geschikt.
Het mag echter geen metalen decoratie (zoals een goudrand) hebben en geen holle handgrepen.
Aardewerk
Beschilderd aardewerk is alleen geschikt als het motief zich onder een glazuurlaag bevindt.
Aardewerk kan heet worden.
Servies met een glazuurlaagje of verf
Een aantal soorten glazuur en verf bevat metalen. Daarom is dit serviesgoed niet geschikt voor de magnetron.
Kunststof
Kunststof serviesgoed mag alleen voor de verwarmingsssoort "Magnetron - solo" worden gebruikt. Dus niet voor de andere verwarmingsssoorten of voor combinatieprogramma's. Het serviesgoed moet hittebestendig zijn (tot minimaal 110 °C), anders kan de kunststof vervormen of zelfs smelten.
Kunststof serviesgoed voor de magnetron is verkrijgbaar in speciaalzaken.
Kunststof serviesgoed van melamine is niet geschikt, omdat het energie opneemt en daardoor te heet wordt. Informeer dus altijd eerst van welk materiaal het kunststof serviesgoed is.
Serviesgoed van piepschuim, bijvoorbeeld polystyreen, kunt u gebruiken als u gerechten maar eventjes wilt verwar- men.
Kunststof kookbuiltjes kunt u voor het verwarmen en koken van de inhoud gebruiken. Prik eerst gaatjes in het builtje zodat de stoom eruit kan.
Daardoor voorkomt u dat de druk te hoog wordt en het builtje uiteenspat.
U kunt ook braadfolie en braadzakken gebruiken. De braadfolie moet ca. 40 cm en de braadzak ca. 20 cm langer zijn dan het vlees. Het geheel moet zorgvuldig worden dichtgemaakt met een draadje (garen). De uiteinden kunt u omslaan en dichtbinden. Prik er gaatjes in volgens de aanwijzingen op de verpakking.
Gebruik geen metalen clips of clips van kunststof of papier waar ijzerdraad in zit in verband met brandgevaar.
Hout
Houten schalen of bakjes zijn niet geschikt. Tijdens het koken verdampt het water in het hout waardoor het uitdroogt en barst.
Wegwerpbakjes
Wegwerpbakjes van kunststof moeten voldoen aan de eisen in de rubriek "Kunststof".
Blijf bij het apparaat als u voedingsmiddelen bereidt in wegwerpbakjes van kunststof, papier of andere brandbare stoffen.
U kunt uit milieu-overwegingen beter geen gebruik maken van wegwerpbakjes.
Test
Als u niet zeker weet of u serviesgoed van glas, aardewerk of porselein in de magnetron kunt gebruiken, kunt u het servies als volgt testen:
■ Zet het lege serviesgoed midden op de glazen schaal op de eerste in-schuifhoogte van onderen.
■ Sluit de deur.
De magnetron start alleen als de deur gesloten is!
■ Druk op de Aan/Uit-schakelaar om in het hoofdmenu te komen.
■ Draai aan de functieschakelaar totdat de verwarmingsssoort "Magnetron" oplicht. Druk op de functieschakelaar om uw keuze te bevestigen.
Het hoogste magnetronvermogen (1000 W) licht op.
■ Druk op de functieschakelaar om het hoogste vermogen (1000 W) te bevestigen.
■ Draai aan de functieschakelaar en voer een tijd in van 30 seconden. Druk op de functieschakelaar om de instelling te bevestigen.
■ Druk op de functieschakelaar om te starten.
Gaat het serviesgoed vervolgens kraken en springen er vonkjes af, schakel de magnetron dan meteen uit. Druk daartoe op de Aan/Uitschakelaar.
Serviesgoed dat tot een dergelijke reactie leidt, is niet geschikt voor de magnetron.
Als u twijfelt, adviseren wij u bij de fabrikant of winkelier te informeren of het servies geschikt is voor de magnetron.
Met het bovenstaande kunt u overigens niet controlleren of eventuele holle handgrepen voldoende ontlucht zijn.
Servies dat geschikt is voor de magnetron
Afdekken
- Een deksel voorkomt dat bij lange kooktijden teveel waterdamp ontsnapt, zoals bij aardappelen.
- zorgt dat het gerecht sneller warm wordt.
- voorkomt dat het gerecht uitdroogt.
- voorkomt dat het gerecht aroma verliest.
- houdt de ovenruimte schoon.

Dek de gerechten daarom altijd af met een glazen of kunststof deksel dat geschikt is voor de magnetron. Geschikte deksels zijn verkrijgbaar bij de speciaalzaak.
U kunt ook speciale magnetronfolie gebruiken. Pas op met gewone huishoudfolie. Deze kan vervormen of zelfs een verbinding aangaan met het voedsel.
Verhit nooit afgesloten potjes, zoals potjes babyvoeding. Open de potjes eerst!
Gebruik geen deksel
- als u gepaneerde gerechten verwarmt.
- als het gerecht een korstje moet krijgen, bijvoorbeeld toast.
- als u een combinatieprogramma instelt.
Een kunststof deksel mag alleen voor de verwarmingsssoort "Magnetron" worden gebruikt, niet voor andere verwarmingsssoorten of combinatieprogramma's.
Het materiaal moet geschikt zijn tot een temperatuur van 110 °C. Bij hogere temperaturen (grill, hete lucht, etc.) kan de kunststof vervormen en smelten.
Het deksel mag de schaal niet helemaal afsluiten. Als de schaal een kleine diameter heeft, kan het voorkomen, dat de stoom niet door de openingen aan de zijkant van het deksel kan ontsnappen. Het deksel wordt dan te heet en kan smelten.
Met de verwarmingsssoort "Magnetron" kunt u kwetsbare levensmiddelen snel en behoedzaam ontdooien.
Voor het ontdooien kunt u het beste de volgende vermogens kiezen:
- 80 W
voor het ontdooien van zeer kwetsbare voedingsmiddelen, zoals room, boter, slagroom- en crèmetaarten. - 150 W
voor het ontdooien van andere voedingsmiddelen.
De beschikbare automatische programma's zijn ideaal voor ontdooien.
De bijbehorende tijden vindt u in de tabel op de volgende bladzijde.
■ Haal het ingevroren product uit de verpakking en leg het in een schaal die geschikt is voor de magnetron.
■ Zet het serviesgoed midden op de glazen schaal op de eerste inschuif-hoogte van onderen.
Bij het ontdooien van grote hoeveelheden, bijvoorbeeld 2 kg vis, kunt u de glazen schaal ook als opvangschaal gebruiken (voor het vrijkomende vocht). Schuif de schaal dan op de eerste inschuifhoogte van onderen in het apparaat.
Opmerking bij automatisch ontdooi- en:
Als u een grote hoeveelheid wilt ont-dooien die in meerdere porties is ingevroren (bijvoorbeeld stukken vlees), kunt u een lager totaalgewicht invoeren dan voor één groot stuk met hetzelfde gewicht.
Het voedingsmiddel zal dan gelijkmatiger ontdooien. Voer voor bijvoorbeeld 1,5 kg vlees dat in drie pakketten van 500 g is ingevroren 1000 g in, in plaats van 1500 g.
Halverwege de ontdooitijd moet het gerecht worden gekeerd, in stukken gesneden of doorgeroerd. Bij het automatische programma herinnert een akoestisch signaal u hieraan.
Na het ontdooien
Laat het gerecht nog enkele minuten op kamertemperatuur staan, zodat de temperatuur zich gelijkmatig over het gerecht kan verdelen.
Tabel voor het ontdooien
| Magnetronvermogen | ||||
| Hoeveelheid 150 W | 80 W | Doorwarmtijd bij kamertemperatuur 1) in min. | ||
| Tijd in min. | Tijd in min. | |||
| Zuivelproducten | ||||
| Room | 250 ml | - | 13 – 17 | 10 – 15 |
| Boter | 250 g | - | 8 – 10 | 5 – 10 |
| Plakjes kaas | 250 g | - | 6 – 8 | 10 – 15 |
| Melk | 500 ml | 14 – 16 | - | 10 – 15 |
| Kwark | 250 g | 10 – 12 | - | 10 – 15 |
| Taart / gebak / brood | ||||
| Cake | 1 stuk ca. 100 g | 1 – 2 | - | 5 – 10 |
| Cake | 300 g | 4 – 6 | - | 5 – 10 |
| Vruchtentaart | 3 stukken ca. 300 g | 6 – 8 | - | 10 – 15 |
| Boterkoek | 3 stukken ca. 300 g | 5 – 7 | - | 5 – 10 |
| Slagroom-, crèmetaart | 1 stuk ca. 100 g | - | 1,5 | 5 – 10 |
| 3 stukken ca. 300 g | - | 4 – 4,5 | 5 – 10 | |
| Gebak (gist-/bladerdeeg) | 4 stukken | 6 – 8 | - | 5 – 10 |
| Vlees 2) | --- 10 – 15 | |||
| Gevogelte 2) | --- 10 – 15 | |||
| Vis 2) | --- 10 – 15 | |||
| Groente 2) | --- 10 – 15 | |||
| Fruit 2) | --- 5 – 10 | |||
| Eenpansgerecht 2) | --- 10 – 15 | |||
| Soep 2) | --- 10 – 15 | |||
| Brood 2) | --- 5 – 10 | |||
| Bordmaaltijden 2) | --- 5 – 10 | |||
1) Tijdens de doorwarmtijd wordt de temperatuur gelijkmatig over het gerecht verdeeld.
2) Gebruik het betreffende automatische programma.
De getallen in de tabel zijn slechts algemene richtlijnen.
Met de verwarmingsssoort "Magnetron" kunt u levensmiddelen verwarmen.
Kies een vermogen van
- 1000 W voor dranken,
- 850 W of 600 W voor gerechten,
- 450 W voor baby- en kindervoeding.
Baby- en kindervoeding mogen niet te heet zijn. Verwarm deze producten daarom niet langer dan ^1/_2 tot 1 minuut op 450 Watt.
De beschikbare automatische programma's zijn ideaal voor verwar- men.
Verwarm gerechten afgedekt. Alleen gepaneerde gerechten moet u niet afdekken.
Maak gesloten potjes altijd open. Bij potjes kindervoeding moet u van tevoren het deksel verwijderen.
Zuigflessen mogen alleen zonder dop en speen worden verwarmd.
Plaats voor het verwarmen van vloeistoffen het bijgevoegde kookstaafje in het glas of de beker!
Verwarm nooit hardgekookte eieren in de magnetron, ook niet zonder ei- erschaal. De eieren kunnen explode- ren.
De tijd die nodig is voor het verwarmen, is afhankelijk van de kwaliteit en de hoeveelheid van het product, alsmede van de temperatuur ervan op het moment dat u het in de magnetron doet.
Voor gerechten uit de koelkast bijvoorbeeld is meer tijd nodig dan voor gerechten op kamertemperatuur.
Zorg ervoor dat voedsel altijd vol- doende wordt verwarmd.
Als u twijfelt of het gerecht warm genoeg is, stel dan opnieuw een tijd in.
U dient de gerechten tijdens het verwarmen af en toe om te roeren of om te keren. Bij het automatische programma wordt u daar door een akoestisch signaal aan herinnerd.
Omdat de buitenkant het eerst warm wordt, raden wij u aan de buitenste la-gen naar het midden toe te roeren.
Na het verwarmen
Wees voorzichtig als u het gerecht uit het apparaat haalt! Het serviesgoed kan heet zijn.
Het serviesgoed wordt niet door de microgolven warm (behalve vuurvast aardewerk), maar door de warmte die het gerecht afgeeft.
Laat het gerecht nadat het is verwarmd een paar minuten bij kamertemperatuur staan. De warmte wordt dan gelijkmatig verdeeld.
Vergeet niet gerechten om te scheppen of te schudden, nadat u ze heeft verwarmd, vooral baby- en kindervoeding. Controleer of deze niet te heet zijn!
Tabel voor het verwarmen
| Dranken ** Magnetronvermogen | ||||
| Hoeveelheid 1000 W | 450 W Tijd in min. | Doorwarmtijd bij kamertemperatuur * in min. | ||
| Tijd in min. | ||||
| Koffie,drinktemperatuur 60 – 65 °CMelk,drinktemperatuur 60 – 65 °CWateraan de kook brengenBabyflesje (melk)Bisschopswijn, grog,drinktemperatuur 60 – 65 °C | 1 kopje, 200 ml | 0:50 – 1:10 | - | - |
| 1 kopje, 200 ml | 1– 1:50*** | - | - | |
| 1 kopje, 125 mlca. 200 ml | 1 – 1:50- | -0:50 – 1*** | -1 | |
| 1 glas, 200 ml | 0:50 – 1:10 | - | - | |
| Gerechten *** Magnetronvermogen | ||||
| Hoeveelheid 600 W | 450 W Tijd in min. | Doorwarmtijd bij kamertemperatuur * in min. | ||
| Tijd in min. | ||||
| Kindervoeding(kamertemperatuur)Vlees **** | 1 potje, 200 g | - | 0:30 – 1 | 1 |
| - | - | - | 3 – 5 | |
| Gevogelte ****Vis **** | - | - | - | 3 – 5 |
| - | - | - | 3 – 5 | |
| Groente ****Eenpansgerecht ****Soep **** | - | - | - | 3 – 5 |
| - | - | - | 3 – 5 | |
| Kant-en-klaar (bord) ****Kookworst in 250 ml water | - | - | - | 3 – 5 |
| 100 g | 3 – 4 | - | 1 | |
| Karbonade, gebradenVisfilet, gebakken | 200 g | 3 – 5 | - | 2 |
| 200 g | 3 – 4 | - | 2 | |
| AardappelpannenkoekenVleesjusWijnschuimsaus | 250 g | 3 – 5 | - | 1 |
| 250 ml | 4 – 5 | - | 1 | |
| 250 ml | - | 3*** | 1 | |
* Tijdens de doorwarmtijd wordt de temperatuur gelijkmatig over het gerecht verdeeld.
** Plaats het kookstaafje in het glas of de beker.
*** De tijden gelden voor gerechten met een uitgangstemperatuur van ca. 5 °C.
**** Gebruik het betreffende automatische programma.
Bij voedingsmiddelen die normaal niet in de koelkast worden bewaard, wordt uitgegaan van een kamertemperatuur van ca. 20 °C.
Gerechten moeten tot een temperatuur van 70 - 75 °C worden verhit, met uitzondering van babyvoeding en niet-gebonden sauzen.
De getallen in de tabel zijn slechts algemene richtlijnen.
Voor het koken van voedingsmiddelen kunt u alle verwarmingsssoorten en de combinatieprogramma's gebruiken.
De verwarmingsssoort "Magnetron" is onder meer geschikt voor het bereiden van ovenschotels en het wellen van gerechten, zoals rijstepap en griesmeel. Kies voor het aan de kook brengen een vermogen van 850 W en voor het doorkoken een vermogen van 450 W respectievelijk voor het afmaken een vermogen van 150 W.
De verwarmingsssoort "Hetelucht plus" kunt u gebruiken voor het smoren en blancheren van bijvoorbeeld aard-appelen of groenten.
Kies een combinatieprogramma als u de kooktijd wilt verkorten en een bruin korstje wilt krijgen.
Het combinatieprogramma "Magnetron + Grill" is bijzonder geschikt voor het bereiden en gratineren of bruineren van bijvoorbeeld ovenschotels of toast.
Verwarmingsssoort "Magnetron"
Doe het gerecht in een schaal die geschikt is voor de magnetron en kook het gerecht afgedekt.
Zet de schaal op de glazen schaal op de eerste inschuifhoogte van onderen.
De kooktijd van groente varieert al naar gelang de versheid. Verse groente bevat meer water en is daardoor sneller gaar. Bij groente die al enige tijd is bewaard, moet u wat water toevoegen.
Voor gerechten uit de koelkast geldt een langere bereidingstijd dan voor gerechten op kamertemperatuur.
Tijdens het koken moet u het gerecht minstens één keer omscheppen. Bij het automatische programma herinnert een akoestisch signaal u hieraan.
Bij voedingsmiddelen waarvan de schil of het vel hard is (tomaten, aubergines, worstjes, etc.), moet u eerst een paar gaatjes of inkepingen in de schil of het vel maken, voordat de voedingsmiddelen in het apparaat worden verwarmd. Op deze manier kan de water-damp ontsnappen en voorkomt u dat de voedingsmiddelen ontploffen.
Eieren kunt u alleen in speciaal serviesgoed met de verwarmingsssoort "Magnetron" koken.
De eieren kunnen anders uiteen-spatten, ook nadat u ze uit het apparaat heeft gehaald! Speciaal serviesgoed is in de handel verkrijgbaar.
Eieren zonder schaal mogen met de magnetronfunctie worden bereid als u eerst een paar gaatjes in de dooier prikt. Als u dit niet doet, kan het eigeel er na het koken onder druk uitspuiten.
Verwarmingsssoort "Hetelucht plus"
■ Schuif de glazen schaal met het combirooster op de eerste inschuif-hoogte in het apparaat.
Voor deze verwarmingsssoort kunt u het volgende serviesgoed gebruiken:
Vuurvaste glazen schalen, porseleinen serviesgoed, een römertopf en pannen met hittebestendige grepen.
Dek gerechten die u wilt smoren of blancheren af, zoals aardappelen of groenten. U voorkomt zo dat ze uitdrogen.
Als gerechten een korstje moeten krijgen (zoals vlees), moet u deze zonder deksel bereiden.
Combinatieprogramma's
■ Zet het serviesgoed op de glazen schaal en schuif deze op de eerste inschuifhoogte in het apparaat.
Gebruik alleen hittebestendig servies dat geschikt is voor de magnetron. Gebruik geen metalen serviesgoed!
In de meeste gevallen moet het gerecht tijdens de bereiding niet worden afge- dekt.
Bij het combinatieprogramma "Magnetron + Grill" moet u de gerechten onafgedekt bereiden. Ze worden anders niet gebruineerd.
Laat zeer bederfelijke voedingsmiddelen (zoals vis) goed gaar worden. Houd voor dergelijk voedsel beslist de tijden uit de tabellen aan!
Tabel voor het koken
| Magnetronvermogen | |||||
| Hoeveel-heid | 850 W | + 450 W | Doorwarmtijd bij kamertem-peratuur* in min. | ||
| Tijd in min. | Tijd in min. | ||||
| Vlees | |||||
| Gehaktballen in jus ** | - | - | - | 2 - 3 | |
| Kalfsgoulash in saus ** | - | - | - | 2 - 3 | |
| Gevogelte | |||||
| Kip in mosterdsaus ** | - | - | - | 2 - 3 | |
| Reepjes kippenvlees in kerriesaus ** | - | - | - | 2 - 3 | |
| Gevogelte-risotto | ca. 1,6 kg | 10 | + | 15 | 3 - 5 |
| Vis | |||||
| Visfilet in saus ** | - | - | - | 2 - 3 | |
| Vis in kerrie ** | - | - | - | 3 - 5 | |
| Verse groente | |||||
| Wortels ** | - | - | - | 2 - 3 | |
| Bloemkoolroosjes ** | - | - | - | 2 - 3 | |
| Erwten ** | - | - | - | 2 - 3 | |
| Paprikareepjes ** | - | - | - | 2 - 3 | |
| Koolrabi (in stiften) ** | - | - | - | 2 - 3 | |
| Spruitjes ** | - | - | - | 2 - 3 | |
| Asperge ** | - | - | - | 2 - 3 | |
| Broccoliroosjes ** | - | - | - | 2 - 3 | |
| Prei ** | - | - | - | 2 - 3 | |
| Sperziebonen ** | - | - | - | 2 - 3 | |
| Diepvriesgroente | |||||
| Erwten, gemengde groenten | 450 g | 5 | + | 11 | 2 |
| Spinazie | 450 g | 5 | + | 7 | 2 |
| Spruitjes | 300 g | 4 | + | 6 | 2 |
| Broccoli | 300 g | 3 | + | 6 | 2 |
| Prei | 450 g | 4 | + | 8 | 2 |
| Desserts | |||||
| Kwarkschotel (500 g kwark) | 10 - 12 | - | - | ||
| Vruchtendessert (500 ml sap of 500 g vruchten) | 6 - 8 | - | - | ||
* Tijdens de doorwarmtijd wordt de temperatuur gelijkmatig over het gerecht verdeeld.
** Gebruik het betreffende automatische programma.
De getallen in de tabel zijn slechts algemene richtlijnen.
Tabel voor braden, gratineren en bruineren
| Hoeveelheid Verwarmingsssoort Tijd in min. | |||
| Vlees 1) | |||
| Hamschotel | 1000 g | 300 W + HL plus 160 °C | ca. 65 |
| Casselerrib met honing | 1000 g | HL plus 180 °C | ca. 70 |
| Kalfsvlees | 1000 g | HL plus 180 °C | ca. 120 |
| Gehakt | ca. 1200 g | 300 W + HL plus 180 °C | ca. 40 |
| Gevogelte 1) | |||
| Kip, heel | 1000 g | 300 W + HL plus 180 °C | 35 – 45 |
| Ganzenbout, 3 stuks | ca. 1500 g | HL plus 170 °C | ca. 120 |
| Kalkoen (borst) | ca. 1000 g | HL plus 170 °C | ca. 100 |
| Snacks 2) | |||
| Toast met divers beleg | 4 sneetjes | Grill | 5 – 9 3) |
| Artisjokkenharten, gegratineerd | 8 – 10 stuks | Grill | 8 – 10 3) |
| Chicken nuggets, vers 1) | ca. 1000 g | HL plus 190 °C | ca. 20 4) |
1) Eerste inschuifhoogte
2) Tweede inschuifhoogte, rooster met gewelfde kant naar boven
3) Grill 5 minuten voorverwarmen, gerecht op het rooster leggen
4) Apparaat voorverwarmen
Plaats de glazen schaal met het rooster op de aangegeven inschuifhoogte in het apparaat.
Doorkooktijd bij kamertemperatuur:
ca. 5 minuten, bij kooktijden onder 10 minuten ca. 2 minuten.
De getallen in de tabel zijn slechts algemene richtlijnen.
Voor het tegelijk ontdooien en verwarmen of koken van levensmiddelen kunt u gebruik maken van:
- de verwarmingsssoort "Magnetron".
- het combinatieprogramma "Magnetron + Grill".
De verwarmingsssoort "Magnetron" is aan te bevelen voor ingevroren voedingsmiddelen die niet gebruineerd hoeven te worden.
Het combinatieprogramma is aan te bevelen voor ingevroren gerechten die moeten worden gegratineerd en gebruineerd.
Verwarmingsssoort "Magnetron"
Diepvriesgerechten kunt u in één keer ontdooien en verwarmen c.q. bereiden. Neem daarbij de aanwijzingen van de fabrikant in acht.
Haal het gerecht uit de verpakking en leg het in een schaal die geschikt is voor de magnetron. Laat het gerecht afgedekt ontdooien en warm respectievelijk gaar worden. Soep of groente af en toe doorroeren. Plakjes vlees voorzichtig van elkaar halen en halverwege de tijd omkeren. Vis moet u ook halverwege omkeren.
Diepvriesmaaltijden in een kartonnen verpakking kunnen in de magnetron worden bereid als dat op de verpakking vermeld staat.
Combinatieprogramma
Voor kant-en-klaargerechten die moeten worden gegratineerd en gebruineerd, kunt u het combinatieprogramma "Magnetron + Grill" kiezen. Stel een vermogen van 450 W in. De temperatuur van de grill wordt automatisch ge-regeld. U kunt deze temperatuur niet wijzigen.
Doe het gerecht in hittebestendig serviesgoed dat geschikt is voor de magnetron en zet het servies op de glazen schaal. Schuif de glazen schaal op de tweede inschuifhoogte in het apparaat. Dek het gerecht niet af.
Gerechten in aluminium bakjes kunt u meteen op de glazen schaal zetten.
Mocht het gerecht niet naar wens zijn gebruineerd, zet het servies dan de volgende keer op het combirooster en schuif het rooster met de glazen schaal op de eerste inschuifhoogte in het apparaat.
Voor grilleren kunt u gebruik maken van de verwarmingsssoorten "Grill", "Circulatiegrill", alsmede de combinatieprogramma's "Magnetron + Grill" en "Magnetron + Circulatiegrill".
De verwarmingsssoort "Grill" is aan te bevelen voor platte stukken vlees zoals karbonade, biefstuk en hamburgers en voor toast en belegde toast.
De verwarmingsssoort "Circulatiegrill" is aan te bevelen voor vlees met een vrij grote doorsnede, zoals rollade en gevogelte.
Bij de combinatieprogramma's kan tijdens de gehele bereiding een magnetronvermogen van maximaal 450 W worden gebruikt.
Vlees voorbereiden
Spoel het vlees snel onder koud stromend water af. Droog het goed af. Zout het vlees niet vóór het grilleren, omdat het anders teveel vocht verliest. Bestrijk mager vlees alleen met olie. Andere soorten vet worden zwart of leiden tot rookontwikkeling. Maak platte vissen en stukken vis zoals gewoonlijk schoon. Daarna licht zouten en met citroensap besprenkelen.
Grilleren
Bij grilleren kunt u geen temperatuur instellen. De grill werkt op één stand. U hoeft dus alleen de functie "Grill" te kiezen.
Het verwarmingselement van de grill moet ca. 5 minuten worden voorverwarmd. De deur dient daarbij gesloten te zijn. Gebruik de magnetronfunctie niet.
Bestrijk het combirooster voor het grilleren met olie en leg het gerecht erop.
U kunt het beste stukken vlees grilleren die ongeveer even groot zijn, zodat de bereidingstijden niet teveel uiteenlopen.
Schuif de glazen schaal met het combirooster op de tweede of derde inschuifhoogte van onderen in het apparaat (afhankelijk van het gerecht).
Met het rooster kan de beste afstand tot het grillelement worden gekozen.
Draai het gerecht halverwege de bereidingstijd om.
Circulatiegrill
Meestal is de eerste inschuifhoogte van onderen het meest geschikte niveau. U kunt eventueel gebruik maken van het rooster. Ook hier is het vaak zinvol het rooster omgekeerd te gebruiken zodat de luchtstroom beter onder het gerecht kan komen. U kunt eventueel ook de tweede inschuifhoogte van onderen gebruiken, bijvoorbeeld bij plat vlees.
Is het vlees gaar?
Als u wilt controleren of het vlees vol- doende gaar is, druk dan met een lepel op het vlees.
- Als het nog veerkrachtig aanvoelt, is het vlees van binnen nog rood.
- Als het een beetje meegeeft, is het vlees van binnen roze ("medium").
- Als het bijna niet meegeeft, is het door en door gaar ("doorbakken").
Tabel voor het grilleren
Verwarm de grill ca. 5 minuten voor.
| Platte gerechten1) | Totale bereidings- tijd in min.2) |
| Runderbiefstuk 25 – 30 | |
| Gehaktballen 30 – 35 | |
| Braadworst 20 – 25 | |
| Visfilet 16 – 20 | |
| Toast 2 – 4 | |
| Toast met beleg 5 – 9 | |
| Tomaten 8 – 10 | |
| Perziken 7 – 10 |
1) Derde inschuifhoogte.
2) Draai het gerecht halverwege de bereidings- tijd om.
De waarden in de tabel zijn slechts algemene richtlijnen.
Ideaal voor braden zijn:
- de verwarmingsssoort "Braadautomaat".
- het combinatieprogramma "Magnetron + Braadautomaat".
Met de verwarmingsssoort "Braadautomaat" krijgen vlees en gevogelte een bruin korstje.
Voor het braden is minder tijd nodig als u het combinatieprogramma kiest.
Gebruik het combinatieprogramma niet voor het braden van biefstuk en filet.
Het vlees wordt anders al gaar, voordat het een korstje krijgt.
Zet het vlees of het gevogelte in de koude ovenruimte.
Uitzondering: biefstuk en filet. Hiervoor moet de ovenruimte worden voorverwarmd volgens de aanwijzingen in het recept.
U kunt vlees het beste in een gesloten braadpan braden:
- Het vlees blijft van binnen mals.
- De ovenruimte blijft schoner dan bij braden op het combirooster.
- Er blijft genoeg fond over voor een saus.
Haal halverwege de tijd het deksel van de pan. Zo krijgt het vlees een bruin korstje.
Braadautomaat
Schuif de glazen schaal met het combirooster op de eerste inschuif-hoogte in het apparaat.
Als servies kunt u gebruiken:
ovenschalen, braadpannen, vuurvaste glazen schalen, braadfolie of een römertopf.
Het servies moet hittebestendige hand-grepen hebben.
Zet het serviesgoed op de glazen schaal.
De bereidingstijd is afhankelijk van de vleessoort en van de grootte en de dik- te van het vlees.
U kunt de bereidingstijd als volgt berekenen:
Vermenigvuldig de hoogte van het stuk vlees met de tijd die dit vlees per centimeter nodig heeft. Zie tabel.
| Vleessoort Tijd per cm vlees |
| Rundvlees / wild 15 - 18 min. |
| Varken / kalf / lam 12 - 15 min. |
| Biefstuk / filet 12 - 15 min. |
Voorbeeld:
rundvlees, 8 cm dik =
8 x 15 minuten = 120 minuten bereidingstijd.
Hoe groter het vlees, des te lager de temperatuur. Stel vanaf 3 kg een temperatuur in die ca. 10 °C lager is dan in de tabel voor het braden is aangegeven. Het braden duurt dan weliswaar iets langer, maar het vlees wordt gelijkmatig gaar en krijgt geen te dikke korst.
Voor braden op het combirooster moet u een 20 °C lagere temperatuur instellen dan voor braden in een pan.
Plaats het rooster omgekeerd (met de gewelfde kant naar boven) op de glazen schaal.
Stel de temperatuur niet hoger in dan aangegeven, anders wordt het vlees wel bruin, maar niet gaar.
Magnetron + Braadautomaat
Schuif de glazen schaal met het combirooster op de eerste inschuif-hoogte in het apparaat.
Gebruik alleen hittebestendig servies- goed zonder metalen deksel. Microgol- ven kunnen niet door metaal heen en bereiken het gerecht dus niet.
Bij gebruik van braadfolie
- moet de folie ca. 40 cm langer zijn dan het vlees en
- moet het geheel zorgvuldig met een draadje (garen) worden dichtgemaakt. Zie ook het hoofdstuk "Servies dat geschikt is voor de magnetron".
Als u de braadautomaat gebruikt, stel dan voor de hele bereidingstijd
- voor het braden van vlees en vis een magnetronvermogen van 300 W in.
- voor het braden van gevogelte een vermogen van 150 W.
Na het braden
Haal het vlees uit de ovenruimte, wikkel het in aluminiumfolie en laat het ca.
10 minuten staan. Het vlees verliest dan minder vocht als u het snijdt.
Bereidingstips
Braden in de pan
Kruid het vlees en leg het in een pan die met koud water is omgespoeld. Leg blokjes boter of margarine op het vlees of giet er olie of vet overheen. Voeg bij grote magere stukken vlees (2 tot 3 kg) en bij vet gevogelte ongeveer ^1/_8 liter water toe.
Het vlees wordt pas aan het einde van de bereidingstijd bruin. Het wordt extra bruin als u 15 tot 20 minuten vóór het einde van de bereidingstijd het deksel van de pan haalt.
Braden op het combirooster
Mager vlees kunt u met vet bestrijken, met plakjes spek bedekken of larderen.
Giet er tijdens het braden niet teveel vocht bij, want anders wordt het vlees niet goed bruin.
Gevogelte braden
Het vel wordt extra knapperig als u het gevogelte 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd bestrijkt met licht gezouten water.
Diepgevroren vlees braden
Met de braadautomaat kunt u diepgevroren vlees (tot ca. 1,5 kg) meteen braden zonder het eerst te laten ont-dooien. De bereidingstijd neemt per kilo met ca. 20 minuten toe.
Het gebruik van de Bratometer
Uw oven is voorzien van een kerntem- peratuurvoeler (Bratometer).
Met de kerntemperatuurvoeler kunt u tijdens de bereiding de temperatuur van het vlees nauwkeurig controleren.
De punt van de voeler, die u in het vlees steekt, meet de temperatuur in het vlees: de kerntemperatuur. Als de ingestelde temperatuur bereikt is, wordt de verwarming van de oven automa-tisch uitgeschakeld.
De kerntemperatuurvoeler kunt u voor de volgende ovenfuncties gebruiken:
- Braadautomaat
- Hetelucht plus
- Magnetron (solo en combinatieprogramma's)
Het gebruik van de Bratometer
■ Bereid het vlees voor.
■ Steek de Bratometer helemaal in het vlees. De punt moet zich midden in het vlees bevinden.

Steek de punt bij gevogelte in het dikste gedeelte van het borstvlees.
Let op!
U kunt het vlees in een pan doen of op het rooster met de glazen schaal leg- gen. U kunt ook braadfolie gebruiken. Steek de voeler dan door de folie tot in het midden van het vlees.
Vet en botten kunnen de werking van de voeler zodanig beïnvloeden dat de oven voortijdig wordt uitgeschakeld. Daarom mag de punt van de voeler
- geen botten aanraken.
- niet in zeer vette vleesdelen worden gestoken.
Kies bij doorregen vlees de hoogste waarde van het kerntemperatuurbereik uit de braadtabel.
■ Plaats het gerecht in de oven.

■ Steek de stekker van de voeler in het aansluitpunt. De stekker moet vast-klikken.
■ Sluit de deur van het apparaat.
■ Kies de gewenste ovenfunctie.
In het display verschijnt nu eerst de voorgeprogrammeerde oventemperatuur (bijvoorbeeld 160 °C).
■ Verander eventueel de voorgeprogrammeerde temperatuur.
■ Kies de functie "Kerntemp" en stel de gewenste waarde in.
In het display staat standaard 60 °C als voorgeprogrammeerde kerntemperatuur. Indien nodig kan deze temperatuur worden veranderd in een waarde tussen 30 en 99 °C. De juiste kerntemperatuur hangt af van het soort vlees (zie ook de "Tabel voor het braden").
Zodra de waarde is overgenomen,
- wordt de ovenverwarming ingeschakeld.
- kan het stijgen van de kerntemperatuur worden gevolgd.
De bereidingstijd wordt automatisch vastgesteld.
Vlak voor het einde van een bereidingsproces wordt de ovenverwarming uitgeschakeld.
De energiebesparende functie wordt nu ingeschakeld.
In het display verschijnt de melding "Energiebesparende fase".
De ovenverwarming wordt weer ingeschakeld als de oventemperatuur verandert of als u de kerntemperatuur verhoogt.
Zodra de ingestelde kerntemperatuur bereikt is,
- wordt de oven automatisch uitgeschakeld.
- blijft de koudeluchtventilator ingeschakeld.
Let op het volgende
U kunt de bereiding eventueel ook naar een later tijdstip verschuiven.
Bedek het vlees na het braden met aluminiumfolie en laat het nog ca. 10 minuten staan. In deze tijd stijgt de kerntemperatuur nog 5 – 10 °C.
Als de temperatuurvoeler na afloop van het bereidingsproces in het vlees gelaten wordt, verschijnt in het display van de oven eerst het stijgen en vervolgens het dalen van de kerntemperatuur.
Steek de voeler nog eens op een andere plaats in het vlees en herhaal de voorgaande stappen als:
- de voeler bij grote stukken vlees (vanaf 3 kg) niet tot in het midden gestoken kan worden.
- het vlees nog niet gaar genoeg is.
De tijd voor het braden met temperatuurbewaking (met de kerntemperatuurvoeler) is ongeveer gelijk aan die voor het tijdafhankelijke braden.
Tabel voor het braden
| Braadautomaat Magnetron + Braadautomaat | ||||||
| Temperatuur in °C 1) | Tijd in min. | Magnetron-vermogen in W | Temperatuur in °C 1) | Tijd in min. | Kern-temperatuur °C | |
| Rundvlees (ca. 1 kg) 170 | -190 | 100 - 120 | 300 | 180 | 70 - 80 | 85 - 90 |
| Runderfilet, rosbief 2)(ca. 1 kg) 190 - 210 | 45 | --- | 40 - 653) | |||
| Wild (ca. 1 kg) 180 - 200 | 90 - 110 | 300 | 180 | 65 - 75 | 75 - 85 | |
| Varkensvlees, nekstuk (ca. 1 kg) 170 - 190 | 120 | 300 | 180 | 70 - 80 | 80 - 85 | |
| Varkensfilet, karbonade (ca. 1 kg) 170 - 190 | 80 | 300 | 180 | 45 - 55 | 70 - 75 | |
| Casselerrib (ca. 1 kg) | 170 - 190 | 60 - 70 | 300 | 180 | ||
| Gehakt (ca. 1 kg) | 160 - 180 | 60 - 70 | 300 | 180 | ||
| Kalfsvlees (ca. 1 kg) | 170 - 190 | 100 - 120 | 300 | 180 | 70 - 80 | 75 - 80 |
| Lamsbout (ca. 1,5 kg) | 170 - 190 | 90 - 120 | 300 | 180 | ||
| Gevogelte (0,8 - 1 kg) | 170 - 190 | 50 - 60 | 150 | 180 | ||
| Gevogelte (ca. 2 kg) | 170 - 190 | 90 - 110 | 150 | 180 | ||
| Gevogelte (ca. 4 kg) | 160 - 180 | 150 - 180 | 150 | 100 - 120 | 85 | |
| Moot vis (ca. 1,5 kg) | 160 - 180 | 35 - 55 | --- | 75 - 80 | ||
De tijden gelden, tenzij anders aangegeven, voor een ovenruimte die niet is voorverwarmd.
1) Braden in de pan.
Als het vlees op het rooster wordt bereid: temperatuur 20 °C lager instellen.
2) Ovenruimte voorverwarmen.
3) Rood 40 – 45, medium 50 – 55, doorbakken 60 – 65 °C.
De getallen in de tabel zijn slechts algemene richtlijnen.
Ideaal voor bakken zijn:
- de verwarmingssoort "Hetelucht plus".
- het combinatieprogramma "Magnetron + Hetelucht plus".
De verwarmingsssoort "Hetelucht plus" is aan te bevelen voor het bakken van koekjes, biscuitdeeg, soezendeeg, bladerdeeg en appelflappen.
Het combinatieprogramma is aan te bevelen voor het bakken van deeg met een langere baktijd, zoals gistdeeg, cakebeslag en kneeddeeg.
Verwarmingsssoort "Hetelucht plus"

Bak taarten in een bakvorm op de eerste inschuifhoogte van onderen. Zet het rooster daarbij met de gewelfde kant naar boven op de glazen schaal, zodat de hete lucht goed onder de vorm kan komen.
Gebruik voor het bakken van plat ge- bak (koekjes, plaatkoek, etc.) de twee- de inschuifhoogte van onderen. Het ge- bak wordt dan gelijkmatig bruin. Ge- bruik de tweede en derde inschuif- hoogte van onderen als u op twee niveaus bakt.
De bakvorm mag van elk temperatuurbestendig materiaal zijn. U kunt ook lichtkleurige, blanke, dunwandige vormen gebruiken, al zijn die niet aan te bevelen.
Kies geen te lange baktijd, want anders droogt het gebak uit.
Combinatieprogramma

■ Schuif de glazen schaal op de eerste inschuifhoogte in het apparaat en zet de bakvorm erop.
Gebruik bij voorkeur bakvormen van hittebestendig glas of keramiek, omdat microgolven door dit materiaal heen kunnen dringen. Bakvormen van metaal zijn niet geschikt, omdat de microgolven door het metaal worden gereflecteerd. De microgolven kunnen dan alleen van boven bij het gerecht komen, waardoor de bereidingstijd toeneemt.
Bovendien kunnen er bij metalen vormen vonken ontstaan. Zet de vorm dan zo op de glazen schaal dat de vorm de wanden van de magnetron niet aanraakt.
Als er dan nog steeds vonken ontstaan, mag u deze vorm niet weer voor het combinatieprogramma gebruiken.
Gebruik geen papieren bakvormen met aluminiumfolie (bijvoorbeeld van bakmixen). Dit in verband met brandgevaar!
Stel voor de gehele baktijd de magnetron in. Het vermogen mag niet hoger zijn dan 150 W.
Tips voor het bakken
Houdt u zich aan de temperaturen, magnetronvermogens, inschuifhoogten en tijden die in de baktabel worden genoemd. Daarbij is rekening gehouden met diverse bakvormen, deeghoeveelheden en bakgewoonten.
Als u cakes en dergelijke in langwer- pige vormen bakt, plaats deze dan dwars in de ovenruimte. De warmtever- deling in de vorm is dan optimaal en u bereikt een gelijkmatig bakresultaat.
Voor een gezonde voeding, dienen de voedingsmiddelen zo behoedzaam mogelijk te worden bereid.
Bak taarten, pizza's, patat en dergelijke dan ook goudgeel en niet don- kerbruin.
Voor een behoedzame bereiding en een gelijkmatige bruinering ...
... van cake, gebak en diepvriesproducten zoals patat, kroketten, diepvriestaarten, -pizza's, -stokbroden, etc. raden wij u aan het volgende in acht te nemen:
- Houd in principe de laagste temperatuur uit het recept of op de verpakking aan.
Kies geen hogere temperatuur dan daar is aangegeven. Een hoge temperatuur verkort weliswaar de baktijd, maar het gebak wordt vaak niet gelijkmatig bruin en onder ongunstige omstandigheden ook niet gaar.
- Controleer na afloop van de kortste baktijd of het gebak gaar is.
Prik bij taarten en gebak met een houten stokje (bijvoorbeeld een satéstokje) in het deeg. Als niets aan het stokje blijft kleven, is het gebak gaar.
- Leg bakpapier onder patat, kroketten en soortgelijke producten.
Tabel voor het bakken
| Hetelucht plus Magnetron + Hetelucht plus | |||||
| Temperatuur in °C | Tijd in min. | Magnetron- vermogen in W | Temperatuur in °C | Tijd in min. | |
| Roerdeeg | |||||
| Zandtaart | 150 – 170 | 55 – 70 | - | - | - |
| Tulband^2) | 150 – 170 | 70 – 80 | 80 | 160 | 60 – 70 |
| Muffins^1) | 150 – 170 | 25 – 35 | - | - | - |
| Marmercake (vorm) | 150 – 170 | 60 – 70 | - | - | - |
| Vruchtentaart met schuim of couverture (glazen schaal) ^1) | 150 – 170 | 45 – 50 | - | - | - |
| Vruchtentaart (glazen schaal)^1) | 150 – 170 | 35 – 45 | - | - | - |
| Vruchtentaart (vorm) | 150 – 170 | 55 – 65 | - | - | - |
| Taartbodem | 150 – 170 | 25 – 30 | - | - | - |
| Koeken/koekjes^1) | 150 – 170 | 20 – 30 | - | - | - |
| Biscuitdeeg | |||||
| Taart | 160 – 180 | 30 – 35 | - | - | - |
| Taartbodem | 160 – 180 | 25 – 30 | - | - | - |
| Rol^1) | 160 – 180 | 20 – 25 | - | - | - |
| Kneeddeeg | |||||
| Taartbodem | 150 – 170 | 25 – 30 | - | - | - |
| Kruimeltaart (glazen schaal)^1) | 150 – 170 | 40 – 50 | - | - | - |
| Koeken/koekjes^1) | 150 – 170 | 20 – 30 | - | - | - |
| Kwarktaart | 150 – 170 | 85 – 95 | - | - | - |
| Appeltaart | 150 – 170 | 45 – 55 | - | - | - |
| Abrikozentaart | 150 – 170 | 60 – 70 | - | - | - |
| Gistdeeg / kwark-olie-deeg | |||||
| Kruimeltaart (glazen schaal)^1) | 150 – 170 | 35 – 45 | - | - | - |
| Vruchtentaart (glazen schaal)^1) | 160 – 180 | 40 – 50 | 150 | 170 | 35 – 40 |
| Stol | 150 – 170 | 55 – 65 | - | - | - |
| Witbrood | 160 – 180 | 40 – 50 | - | - | - |
| Volkorenbrood | 140 – 160 | 150 – 180 | - | - | - |
| Pizza (glazen schaal)^1) | 170 – 190 | 40 – 50 | 150 | 180 | 30 – 40 |
| Uientaart (glazen schaal)^1) | 150 – 170 | 35 – 40 | - | - | - |
| Appelflappen^1) | 150 – 170 | 25 – 30 | - | - | - |
| Soezendeeg, roomsoezen ^1) | 160 – 180 | 30 – 40 --- | |||
| Bladerdeeg^1) | 180 – 200 | 20 – 25 --- | |||
| Eiwitgebak, makronen^1) | 120 – 140 | 35 – 45 --- | |||
Deze tijden gelden, tenzij anders aangegeven, voor een oven die niet is voorverwarmd. Bij een voor-verwarmde oven zijn de baktijden ca. 10 minuten korter.
1) Tweede inschuifhoogte.
2) Plaats de vorm bij een combinatieprogramma op de glazen schaal.
De waarden in de tabel zijn slechts algemene richtlijnen.
Ideaal voor inmaken zijn:
- de verwarmingsssoort "Magnetron".
- de verwarmingssoort "Hetelucht plus".
De volgende potten (glazen) zijn geschikt voor inmaken:
- Weckpotten.
- Alleen voor "Hetelucht plus": glazen met schroefdeksels. Gebruik alleen speciale glazen die bedoeld zijn voor inmaken. Geschikte glazen zijn in de handel verkrijgbaar.
Gebruik voor het inmaken nooit con- servenblikken. Deze kunnen door overdruk uiteenspatten. U kunt daar- bij letsel oplopen en het apparaat kan beschadigd raken.
Bereid de weckpotten (glazen) zoals gebruikelijk voor.
Vul de potten tot maximaal 2 cm onder de bovenrand.
U kunt maximaal 5 potten van een halve liter inmaken.
Verwarmingsssoort "Magnetron"
Sluit de potten af met een klem die geschikt is voor de magnetron of met doorzichtig plakband.
Gebruik nooit metalen klemmen om- dat daardoor vonken kunnen ont- staan.

■ Zet de potten op de glazen schaal op de eerste inschuifhoogte van onderen.
■ Breng de inhoud met een vermogen van 850 W aan het borrelen (het gelijkmatig opstijgen van luchtbelletjes in alle potten).
De benodigde tijd hangt af van:
- de begintemperatuur van de inhoud van de potten.
- het aantal potten.
De tijd die nodig is totdat er gelijkmatig luchtbelletjes opstijgen, is bij:
1 pot. . . . . . . . . . . ca. 3 minuten
2 potten . . . . . . . . . ca. 6 minuten
3 potten . . . . . . . . . ca. 9 minuten
4 potten . . . . . . . . ca. 12 minuten
5 potten . . . . . . . . ca. 15 minuten
Bij fruit zijn deze tijden voldoende voor het inmaken.
Verlaag bij groenten het vermogen tot 450 W als de inhoud is gaan borrelen en kook
- wortels ca. 15 minuten en
- erwten ca. 25 minuten
na.
Verwarmingsssoort "Hetelucht plus"

■ Zet de potten op de glazen schaal en schuif deze op de eerste inschuif-hoogte in het apparaat.
■ Stel een temperatuur van 150 – 170 °C in.
Deze temperatuur moet worden aangehouden totdat de inhoud gaat borrelen. Bij 5 potten van een halve liter duurt het 30 – 40 minuten totdat de inhoud gaat borrelen.
Als het vocht begint de borrelen
- Bij fruit:
Laat de potten nog 25 – 30 minuten in de magnetron staan. Gebruik daarvoor de restwarmte.
■ Laat de functieschakelaar op de ingestelde verwarmingssoort staan en stel de laagste temperatuur in.
Alleen dan blijft de koudeluchtventilator ingeschakeld en kan er geen wasem in het apparaat neerslaan.
- Bij groente:
■ Verlaag de temperatuur tot 100 °C en laat de groente doorkoken:
Asperges, wortels . . . . 60 - 90 minuten.
Erwten ..... 90 – 120 minuten.
Ga daarna verder zoals beschreven is voor fruit.
Na het inmaken
■ Haal de potten uit het apparaat, leg er een doek overheen en laat ze ca. 24 uur op een tochtvrije plaats staan.
■ Verwijder de klemmen of het plakband en controleer of alle potten goed dicht zitten.
Geteste gerechten
| Gerechten getest volgens EN 60705 | Programma / Magnetronvermogen (Watt) / Grill | Gewicht / Tijd (in min.) | Doorwarm-tijd (in min.) * | Opmerking |
| Frambozen ontdooi-en, 250 g | Programma 250 | g 3 onafgedekt | ontdooien | |
| 150 7 | ||||
| Rundergehakt ont-dooien, 500 g | Programma 500 | g 5 – 10 onafge | edekt ontdooi-en, halverwege keren | |
| 150 16 – 18 | ||||
| Gehakt bereiden, 900 g | Programma 900 | g 5 schaal: Pyrex 03.838.80, | 28 cm lang, onafgedekt | |
| 600 + 450 8,5 + 11 | ||||
| Aardappelschotel be-reiden, 1105 g | 300 + Grill 33 – | 37 5 schaal: Pyrex 03.827.80 | ||
| Biscuit bereiden, 475 g | 450 7,5 – 8,5 | 5 schaal: Pyrex 03.827.80, | onafgedekt | |
| Kip grilleren, 1200 g (diepvriesgewicht), 2 helften | 150 + Grill 38 – | 42 2 combiroooster met gewelfde | kant naar boven in glazen schaal, 1e van onderen | |
| Eiercrème bereiden, 1000 g | 450 25 – 27 | 120 schaal: Pyrex 07.227.8 | (25 x 25 cm) | |
| Andere geteste gerechten | ||||
| Gehakt bereiden, 750 g | Programma 750 | g 5 onafgedekt bereiden | ||
| 850 + 450 | 8 + 18 | |||
| Roodbaarsfilet ontdooien en bereiden, 400 g | 850 + 450 | 4,5 + 4,5 | 3 gerecht afdekken, halver - wege de tijd omkeren | |
| Kip ontdooien, 1200 g (diepvriesgewicht) | Programma | 1200 g | 10 | borstzijde eerst naar bene-den, halverwege keren |
| 150 38 – 40 | ||||
* Tijdens de doorwarmtijd wordt de temperatuur gelijkmatig over het gerecht verdeeld.
| Gerechten getest volgens EN 60350 | Bakvorm/aantal glazen schalen | Verwarmingssoort/programma | Magnetronvermogen (Watt) | Temperatuur in °C | Bereidingstijd in min. |
| Sprits 1 glazen schaal | 2) | Hetelucht plus – | 140 55 – 58 | ||
| 2 glazen schalen3) | Hetelucht plus – | 140 58 – 63 | |||
| Zacht biscuitdeeg springvorm, 1) 4)26 cm, donker | 1) 4) | Hetelucht plus – | 170 33 – 37 | ||
| Appeltaart springvorm, 1) 4)20 cm, donker | 1) 4) | Hetelucht plus – | 160 95 – 105 | ||
| Small cakes 1 glazen schaal | 2) | Hetelucht plus – | 160 33 – 37 | ||
| 2 glazen schalen3) | Hetelucht plus – | 160 40 – 44 | |||
| Toast combirooster op glazen schaal2) 4) | 2) 4) | Grill – max. 4,5 – | 6 | + 5 min. voorver-warmen | |
| Biefstuk grilleren (12 stuks) | combirooster op glazen schaal2) 4) | Grill 300 max. kant 1: 16 – 18 | kant 2: 12 – 14+5 min. voorver-warmen |
| Andere geteste gerechten | |||||
| Plaatgebak/gist-deeg1) | 1 glazen schaal2) | Hetelucht plus | - | 170 | 50 – 60 |
| 1 glazen schaal2) | Magnetron + Hetelucht plus | 150 | 170 | 43 – 48 | |
| Cake1) | bakvorm1)4) | Hetelucht plus | - | 160 | 55 – 65 |
| bakvorm1) | Magnetron + Hetelucht plus | 80 | 160 | 38 – 42 | |
| Eend1)1700 g | combirooster op glazen schaal1)4) | Hetelucht plus | - | 180 | 100 – 120 |
| glazen schaal1) | Magnetron + Hetelucht plus | 150 | 180 | 75 – 85 | |
| Varkensvlees1)1500 g | combirooster op glazen schaal1)4) | Hetelucht plus | - | 160 | 120 – 140 |
| glazen schaal1) | Magnetron + Hetelucht plus | 300 | 160 | 80 – 90 | |
1) eerste inschuifhoogte van onderen
2) tweede inschuifhoogte van onderen
3) tweede en derde inschuifhoogte van onderen
4) rooster met de gewelfde kant naar boven in de glazen schaal zetten
Ovenruimte
De ovenruimte is na gebruik erg heet. U kunt zich branden!
Reinig de ovenruimte, de binnenkant van de deur en de deurdichting daarom pas als de oven voldoende is afgekoeld. Hoe langer u wacht, des te moeilijker is de oven schoon te krijgen. In extreme gevallen is het zelfs onmogelijk.
Grove verontreinigingen kunnen beschadiging van het apparaat tot gevolg hebben.
De ovenruimte is van roestvrij staal waarvan het oppervlak PerfectCleanveredeld is.
Door de veredeling krijgt het materiaal een glanzende uitstraling.
PerfectClean-veredelde oppervlakken kenmerken zich door goede anti-aanbakeigenschappen en een eenvoudige reiniging.
Verontreinigingen als gevolg van bakken en braden kunnen veel eenvoudiger worden verwijderd dan bij normaal email.
Voor een optimaal effect dient u de oppervlakken bij voorkeur na ieder gebruik te reinigen, zodat de anti-aanbakwerking niet ongunstig wordt beïnvloed. Het effect neemt af, wanneer het PerfectClean-oppervlak verontreinigd is.
Bij herhaaldelijk gebruik zonder tussen- tijdse reiniging zijn verontreinigingen moeilijker te verwijderen.
Onderhoud
Om jarenlang plezier te hebben van het email dient u bij de reiniging met de volgende aanwijzingen rekening te houden.
PerfectClean-veredelde oppervlakken kunt u in principe net zo reinigen als glas. Als u niet zeker weet of een middel geschikt is voor PerfectClean, ga dan na of u uw ramen ermee zou kunnen reinigen.
Gebruik bij normale verontreinigingen een zacht keukensponsje, heet water en afwasmiddel. U kunt de onderdelen nog gemakkelijker reinigen, als u de verontreinigingen eerst enkele minuten laat weken in een sopje van afwasmiddel. U kunt eventueel ook de harde kant van een keukensponsje gebruiken.
Spoel de oppervlakken na afloop met schoon water af. Het water moet van het oppervlak parelen. Resten afwas-middel hebben hierop een negatief effect.
Bij hardnekkige verontreinigingen kunt u ovenspray gebruiken.
Laat de te reinigen delen tot kamertemperatuur afkoelen. Spuit de oppervlakken met ovenspray in en laat deze kort (ca. 10 minuten) inwerken. Indien nodig kunt u na de inwerktijd ook nog de harde kant van een keukensponsje gebruiken. Herhaal zo nodig deze stappen.
Reinig de oppervlakken vervolgens met water en droog de delen weer af.
Met de genoemde hulpmiddelen kunt u de oppervlakken altijd goed en zonder beschadigingen reinigen.
Om de PerfectClean-veredelde oppervlakken niet te beschadigen, dient u het volgende te vermijden:
- schurende reinigingsmiddelen, zoals schuurpoeder en vloeibaar schuurmiddel,
– reinigingsmiddelen voor keramische kookplaten, - staalsponsjes,
– schurende sponsjes zoals pannensponsjes en gebruikte sponsjes die nog resten schuurmiddel bevatten, - ovenspray op niet afgekoelde PerfectClean-oppervlakken en een te lange inwerktijd.
Let ook op het volgende:
- Neem de ovenruimte niet met een te natte doek af, anders kan er water in de openingen komen.
- Vruchtensap of deeg, dat bijvoorbeeld uit een slecht sluitende bakvorm is gelopen, kunt u het beste verwijderen als de ovenruimte nog warm is.
- Door overgelopen vruchtensap kan het email verkleuren. Dit heeft echter geen effect op de eigenschappen van het email. Probeer dergelijke vlekken niet met geweld te verwijderen. Gebruik alleen de beschreven hulpmiddelen.
Geurtjes kunt u neutraliseren door een kopje water met citroensap een paar minuten in de magnetron te laten koken.
Bovenwand
Mochten de verontreinigingen op de bovenwand hardnekkig zijn, dan kunt u het verwarmingselement omlaagklappen. Hierdoor kunt u de bovenwand gemakkelijker reinigen.
Laat het verwarmingselement pas zakken als het koud is. U kunt zich er anders aan branden.

■ Draai de moer los als u het verwarmingselement omlaag wilt klappen.

■ Laat het verwarmingselement zakken.
Duw het verwarmingselement niet met geweld omlaag, want daardoor kan het beschadigd raken.
■ Klap het verwarmingselement na het reinigen weer omhoog. Draai de moer weer vast.
Binnenkant van de deur
De binnenkant van de deur is na gebruik heet. U kunt zich eraan branden!
Houd de binnenkant van de deur en de deurdichting altijd schoon.
Reinig de binnenkant van de deur en de deurdichting met een doek, een zachte spons of een zachte borstel. Gebruik daarbij heet water en afwas- middel. Droog vervolgens alles weer af.
Gebruik voor het reinigen van de glazen oppervlakken geen schuur-middelen, dan wel harde sponzen of borstels. Gebruik ook geen scherpe metalen schrapers. Al deze middelen kunnen krassen veroorzaken.
Controleer de deur en de deurdichting op beschadigingen.
Als de deur beschadigd is, mag u de magnetronfunctie niet gebruiken. De deur moet eerst door Miele worden gerepareerd.
Front, bedieningselementen
■ Reinig alle oppervlakken alleen met een sponsdoekje, afwasmiddel en warm water.
■ Wrijf alles daarna met een zachte doek droog.
Neem ook de specifieke aanwijzingen voor de volgende oppervlakken in acht.
Gebruik voor het reinigen van alle glazen oppervlakken geen scherpe metalen schrapers. Deze kunnen krassen veroorzaken.
Apparaten met glazen front
Het front en de bedieningselementen zijn krasgevoelig.
Gebruik geen:
- schurende reinigingsmiddelen, zoals schuurpoeder en vloeibaar schuur-middel.
– schurende sponsjes, zoals pannensponsjes of gebruikte sponsjes die nog resten schuurmiddel bevatten.
– scherpe metalen schrapers. - ovenspray.
Reinig de greep van de deur en de bedieningselementen bij voorkeur na ieder gebruik. Als u te lang wacht, kunnen vetspatten en andere verontreini-gingen soms niet meer worden verwijderd.
Apparaten met aluminium front
Aluminium is een bijzonder materiaal. Gezichtshoek, lichtval en de omgeving bepalen het reflecterende effect en daarmee de optische uitstraling van het apparaat.
De aluminium delen kunnen verkleuren of aangetast worden als verontreinigingen lang inwerken. Verwijder verontreinigingen daarom meteen.
Het front en de bedieningselementen zijn krasgevoelig.
Gebruik geen:
- soda-, zuur-, of chloridehoudende reinigingsmiddelen.
- schurende reinigingsmiddelen, zoals schuurpoeder en vloeibaar schuur-middel.
- schurende sponsjes, zoals pannensponsjes of gebruikte sponsjes die nog resten schuurmiddel bevatten.
- reinigingsmiddelen voor roestvrij staal.
– kalkoplossende reinigingsmiddelen. - reinigingsmiddelen voor afwasautomaten.
- ovenspray.
Apparaten met roestvrijstalen front
Het front en de bedieningselementen zijn krasgevoelig.
Houdt u zich aan de speciale reini- gingsinstructies voor:
- roestvrijstalen oppervlakken.
- metaalkleurige bedieningselementen (roestvrijstaal-look).
- Roestvrijstalen oppervlakken
Gebruik voor het reinigen een niet-schurend middel voor roestvrij staal.
Gebruik geen:
- soda-, zuur-, of chloridehoudende reinigingsmiddelen.
- schurende reinigingsmiddelen, zoals schuurpoeder en vloeibaar schuur-middel.
- schurende sponsjes, zoals pannensponsjes of gebruikte sponsjes die nog resten schuurmiddel bevatten.
U kunt de delen extra tegen vervuiling beschermen door deze in te wrijven met een speciaal onderhoudsmiddel (bijvoorbeeld Neoblank, te verkrijgen bij Miele Nederland). Verdeel een kleine hoeveelheid van het middel met een zachte doek gelijkmatig over het gehele oppervlak.
- Metaalkleurige bedieningselementen (roestvrijstaal-look)
De bedieningselementen kunnen verkleuren of aangetast worden als verontreinigingen lang inwerken. Verwijder verontreinigingen daarom meteen.
Gebruik geen:
- soda-, zuur-, of chloridehoudende reinigingsmiddelen.
- schurende reinigingsmiddelen, zoals schuurpoeder en vloeibaar schuur-middel.
- schurende sponsjes, zoals pannensponsjes of gebruikte sponsjes die nog resten schuurmiddel bevatten.
- reinigingsmiddelen voor roestvrij staal.
- ovenspray.
Bijgeleverde accessoires
Combirooster
Het verchroomde oppervlak van het combirooster is
PerfectClean-veredeld.
Voor reiniging en onderhoud gelden dan ook dezelfde aanwijzingen zoals beschreven in het hoofdstuk "Reiniging en onderhoud - Ovenruimte".
Glazen schaal
De schaal kan in de afwasautomaat of met de hand worden afgewassen.
Gebruik geen schuurmiddelen, omdat deze krassen veroorzaken.
Kookstaafje
Het kookstaafje kan in de vaatwasser worden gereinigd.
Kerntemperatuurvoeler
Neem de voeler met een vochtige doek af.
Leg de temperatuurvoeler niet in water en reinig deze niet in de vaatwasser. De voeler kan anders beschadigd raken.
Laat installatie-, onderhouds- en re-paratiewerkzaamheden uitsluitend door erkende vakmensen uitvoeren. Ondeskundig uitgevoerde werkzaamheden leveren grote risico's op voor de gebruiker. De fabrikant kan hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld.
De volgende storingen kunt u echter zelf verhelpen.
Wat moet u doen als ...
... het display donker is?
■ Controleer of
- de stekker goed in de contactdoos zit.
– de zekering in orde is. - de dagtijdweergave is uitgezet (zie onder "Instellingen - Display").
... een bereidingsproces niet kan worden gestart?
■ Controleer of
- de deur van het apparaat bij een bereiding met de verwarmingssoort "Magnetron" goed gesloten is.
- u een vermogen en tijd heeft ingevoerd bij een bereidingsproces met de verwarmingsssoort "Magnetron".
- u bij een combinatieprogramma een vermogen en een tijd voor de verwarmingsssoort "Magnetron" heeft ingesteld en een temperatuur voor de conventionele verwarmingsssoort.
... u de deur van het apparaat tijdens een bereiding met een conventionele verwarmingsssoort opent en u dan geen geluid hoort?
Dit is geen storing!
Als u tijdens een bereiding de ovendeur opent, schakelt de deurcontactschakelaar de verwarming uit en afhankelijk van de gekozen verwarmingssoort ook de heteluchtventilator.
... na de bereiding een geluid te horen is?
Dit is geen storing!
Bij een bepaalde temperatuur in de ovenruimte draait de koudeluchtventilator nog enige tijd door.
Als u de deur tijdens de nalooptijd opent, wordt de ventilator automatisch uitgeschakeld. Als u de deur weer sluit, werkt de ventilator nog enige tijd door.
... de magnetron of de verwarming wel werkt, maar de verlichting niet?
■ Controleer of de verlichting is uitgezet (zie "Instellingen - Verlichting").
Is dit niet het geval, dan is de halogeenlamp defect.
U vervangt de lamp als volgt:
Trek de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering van de huisinstallatie uit.
■ Draai de schroef van de lampafdekking los en verwijder de afdekking.
■ Trek de halogeenlamp eruit.
■ Zet er een nieuw halogeenlampje in.
Aansluitgegevens van de halogeenlamp:
12 V, 10 W, thermisch belastbaar tot 300 °C, fitting W271, fa. Osram, type 64418.
■ Plaats de lampafdekking terug en schroef deze vast.
■ Steek de stekker in het stopcontact of schakel de zekering van de huisinstallatie weer in.
... het gerecht na afloop van de bereiding niet voldoende warm of gaar is?
■ Controleer of
- na een onderbroken bereiding de magnetron weer is ingeschakeld.
- bij het verwarmen of koken met de magnetron een tijd is gekozen die bij het magnetronvermogen past. Hoe lager het vermogen, des te langer de bereidingstijd.
... het gebak nog niet gaar is na de in de baktabel aangegeven tijd?
■ Controleer of
- u de juiste temperatuur heeft ingesteld.
- u het recept heeft veranderd. Als het deeg vochtiger is, bijvoorbeeld door het toevoegen van extra vocht of eieren, moet een langere bereidingstijd worden ingesteld.
... het gebak niet overal even bruin is geworden?
Een zeker verschil is er altijd.
■ Controleer bij zeer grote verschillen
- of de ingestelde temperatuur niet te hoog is geweest.
- van welk materiaal de bakvorm is en welke kleur deze heeft. Bakvormen van licht, blank en dun materiaal zijn minder geschikt.
... de gerechten te snel afkoelen na dat ze met de magnetronfunctie zijn bereid?
De warmte ontstaat altijd eerst aan de buitenkant van het gerecht en verplaatst zich vervolgens naar het midden.
Wordt een gerecht op een hoog vermogen verwarmd, dan kan het van buiten al warm zijn, maar van binnen nog niet. Tijdens de doorwarmtijd wordt de temperatuur gelijkmatig over het gerecht verdeeld.
Verwarm gerechten die uit verschillende ingrediënten bestaan, zoals een menu, daarom op een wat lager vermogen, gedurende een iets langere tijd.
... tijdens het gebruik van de magnetron vreemde geluiden te horen zijn?
■ Controleer of
- er vonken ontstaan door het gebruik van metalen serviesgoed (zie het hoofdstuk "Servies dat geschikt is voor de magnetron").
- het gerecht met aluminiumfolie is afgedekt. Zo ja, verwijder de folie.
... in het display een foutmelding verschijnt?
Fout – 54: Bratometer kortsluiting
De kerntemperatuurvoeler is defect. Zodra u de voeler uit de aansluiting trekt, verdwijnt de foutmelding.
Fout – 55: Tijdoverschrijding
Het apparaat is tijdens het gebruik automatisch uitgeschakeld. Dit gebeurt wanneer het apparaat langer dan gebruikelijk aanstaat. De tijdsduur hangt af van de gekozen ovenfunctie en de temperatuur.
Het apparaat kan meteen weer worden gebruikt, als u het uit- en weer inschakelt. Het bereidingsproces moet opnieuw worden ingesteld.
Andere foutmeldingen:
Waarschuw Miele Nederland als er andere foutmeldingen in het display verschijnen.
Open nooit de ommanteling van het apparaat, als u een storing niet kunt verhelpen aan de hand van de bovenstaande aanwijzingen!
Het apparaat mag alleen door vak- mensen worden gerepareerd.
Voor storingen die u niet zelf kunt ver- helpen, waarschuwt u
- uw Miele-vakhandelaar
of
- de afdeling Klantcontacten van Miele Nederland B.V.
De gegevens van Miele Nederland B.V. vindt u op de achterkant van deze gebruiksaanwijzing.
Voor een goede en vlotte afhandeling is het noodzakelijk dat de afdeling Klantcontacten weet welk type apparaat u heeft en wat het serienummer is. Beide nummers vindt u op het typeplaatje dat zich voor bij de ovenruimte bevindt.
Miele Service Verzekering Certificaat
Voor informatie over het Miele Service Verzekering Certificaat kunt u zich wenden tot uw Miele-vakhandelaar of de bijgaande folder raadplegen.
Het apparaat wordt standaard geleverd met een aansluitkabel en een stekker met randaarde, geschikt voor aansluiting op wisselstroom 50 Hz, 230 V.
De zekering dient te geschieden met 16 A.
Het apparaat mag uitsluitend worden aangesloten op een contactdoos met randaarde en op een huisinstallatie die volgens NEN 1010 is geïnstalleerd.
Als de gebruiker niet meer bij het stopcontact kan komen of als er sprake is van een vaste aansluiting, moet het apparaat via een schakelaar met alle polen van de netspanning kunnen worden losgekoppeld.
De contactopening in uitgeschakelde toestand moet minimaal 3 mm bedragen. Geschikte schakelaars zijn zelf-uitschakelaars, zekeringen en relais (EN 60335).
Ter verhoging van de veiligheid moet de groep waarop het apparaat wordt aangesloten voorzien zijn van een aardlekschakelaar (30 mA).
Voordat u het apparaat aansluit, dient u de aansluitgegevens (spanning en frequentie) op het typeplaatje te vergelijken met de waarden van het elektrici- teitsnet. Deze gegevens moeten beslist overeenkomen. Het typeplaatje bevindt zich aan de voorkant bij de ovenruimte.
Als de aansluitkabel beschadigd is, moet deze door Miele Nederland worden vervangen.
Dit product voldoet aan de eisen van de Europese norm EN 55011. Het product is ingedeeld in groep 2, klasse B. Groep 2 betekent dat het apparaat hoogfrequente energie in de vorm van elektromagnetische stralen genereert waarmee voedingsmiddelen worden verwarmd. Klasse B betekent dat het apparaat geschikt is voor huishoudelijk gebruik.
Inbouw- en combinatiemoge- lijkheden
Het apparaat kan worden ingebouwd
- in een hoge kast in combinatie met een gewone oven,
- in een hoge kast,
- in een onderkast.
Afmetingen
Inbouw in een hoge kast in combinatie met een gewone oven

Inbouw in een hoge kast

Inbouw in een onderkast

Als het apparaat met een kookplaat wordt gecombineerd, moeten de in-bouwinstructies van de kookplaat worden opgevolgd.
Inbouwinstructies
■ Sluit het apparaat op het elektrici- teitsnet aan.
■ Schuif het apparaat tot aan de wa-semlijst in de inbouwkast en stel het.

■ Open de deur en bevestig het apparaat met twee schroeven aan de zijwanden van de kast.
Het apparaat mag alleen worden gebruikt als het is ingebouwd.
Voordat uw apparaat geschikt is voor Miele@home moet het apparaat eerst worden voorzien van de Miele@home-communicatiemodule.
Miele@home-communicatie- module inbouwen en aanmelden
■ Maak het apparaat spanningsvrij.
■ Draai de schroeven los waarmee het apparaat aan de zijkanten van de kast is vastgezet.
■ Trek het apparaat zover uit de ombouwkast dat de schacht voor de Miele@home-communicatiemodule toegankelijk is.
■ Plaats de communicatiemodule.
■ Schuif het apparaat terug en zet het weer vast.
■ Sluit het apparaat weer op het elektriciteitsnet aan.
Na ca. 60 seconden kunt u uw apparaat bij het Miele@home-systeem aanmelden.
Lees eerst de gebruiksaanwijzing van uw Miele@home-systeemapparaat, voordat u de communicatiemodule aanmeldt.
■ Schakel het Miele@home-systeemapparaat in.
■ Schakel het apparaat in en ga naar het menu "Instellingen".
Daar verschijnt nu ook het menupunt "Miele@home".
■ Bevestig het punt en roep de functie "aanmelden" op.
De aanmelding wordt gestart. U kunt dit proces op het display volgen. Het aanmelden duurt enkele minuten. Na afloop verschijnt de melding "Aanmelding succesvol afgesloten".
Nadat de aanmelding succesvol is ver- lopen, kunt u via het Miele@home-systeemapparaat informa- tie opvragen over uw oven, bijvoor- beeld over een geprogrammeerde be- reiding.
Uw Miele@home-systeemapparaat informeert u ook met een akoestisch signaal, bijvoorbeeld als een bereidingsproces is afgesloten of wanneer tijdens een automatisch programma het gerecht moet worden besprenkeld.
Mocht de aanmelding mislukken, probeer het dan opnieuw. Als het probleem daarna nog niet is verholpen, neem dan contact op met Miele Nederland.
Miele@home-communicatiemodule afmelden
■ Om het apparaat af te melden, gaat u te werk als bij het aanmelden.

Plan nu zelf een serviceafpraak via www.miele.nl. Snel en gemakkelijk.
Bovendien vindt u op de Miele-website informatie over:
- brochures en gebruiksaanwijzingen
- gebruiksadviezen en tips
- onderdelen en accessoires
- stofcassettes en reinigingsmiddelen
U kunt ook bellen met onze afdeling Klantcontacten, bereikbaar via (0347) 37 88 88
Miele Nederland B.V.
Postbus 166
4130 ED VIANEN
(0347) 37 89 11
Infocentrum Miele-inbouwapparaten:
De Limiet 2
4131 NR VIANEN