H 5030 - Magnetron MIELE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis H 5030 MIELE in PDF-formaat.
| Producttype | Combi-magnetron (magnetron + oven) |
| Merk | Miele |
| Model | H 5030 |
| Voedingsspanning | 230 V, 50 Hz |
| Zekering | Minimaal 16 A |
| Magnetronvermogen (max) | 1000 W, instelbaar: 80, 150, 300, 450, 600, 850, 1000 W |
| Ovenfuncties (conventioneel) | Hetelucht plus, Grill, Circulatiegrill, Ontdooien (zonder magnetron) |
| Gecombineerde functies | Magnetron+Hetelucht plus, Magnetron+Grill, Magnetron+Circulatiegrill |
| Snelopwarmsysteem | Ja |
| Ovenverlichting | Halogeenlamp (12 V, 10 W) |
| Koelventilator | Ja, automatisch |
| Deurvergrendeling (kinderslot) | Ja, apparaatvergrendeling instelbaar |
| Automatische uitschakeling | Ja, via duur en/of einde instelbaar |
| Kookwekker | Ja, max. 59 min. 55 sec. |
| Display | Digitaal met symbolen voor dagtijd, duur, einde, vermogen, temperatuur |
| Bediening | Draaischakelaars (functie, temperatuur) en sensortoetsen (OK, <, >, kookwekker) |
| Materiaal ovenruimte | Roestvrij staal met PerfectClean-veredeling (anti-aanbaklaag) |
| Meegeleverde accessoires | Glazen schaal, rooster met uittrekbeveiliging, kookstaafje |
| Reiniging ovenruimte | PerfectClean: reinigen met mild afwasmiddel en warm water; geen schuurmiddelen of stoomreiniger |
| Veiligheidsvoorzieningen | Deurcontactschakelaar, veiligheidsuitschakeling, apparaatvergrendeling |
| Inbouw | Ja, inbouwapparaat (niet geschikt voor vrijstaand gebruik) |
| Garantie | 2 jaar |
Veelgestelde vragen - H 5030 MIELE
Gebruikersvragen over H 5030 MIELE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Magnetron in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding H 5030 - MIELE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. H 5030 van het merk MIELE.
GEBRUIKSAANWIJZING H 5030 MIELE
Gebruiks- en montagehandleiding

Lees beslist de gebruiks- en montage-handleiding voordat u uw apparaat plaatst, installeert en in gebruik neemt.
Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt schade aan uw apparaat.
n l - N L
M.-Nr. 07 954 220
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen....5
Een bijdrage aan de bescherming van het milieu....12
Algemeen 13
Model 13
Bijgeleverde accessoires 14
Mogelijkheden 16
Ovenfuncties 18
Magnetron 18
Ovenfuncties zonder magnetron 19
Hetelucht plus 19
Grill 19
* Ontdooien 19
Circulatiegrill 19
Snelopwarmsysteem 19
Ovenfuncties met magnetron (gecombineerde ovenfuncties) ..... 19
Magnetron+Grill 19
Magnetron+Hetelucht plus.... 19
Magnetron+Circulatiegrill....19
Ingebruikneming 20
Dagtijd instellen 20
Dagtijd veranderen 20
Reiniging voor het eerste gebruik 21
Serviesgoed voor de magnetron 22
Materiaal en vorm 22
Test 25
Serviesgoed in het apparaat zetten. 25
Afdekken 26
Bedieningselementen 27
Functieschakelaar 27
Temperatuurschakelaar. 27
Sensortoetsen 28
Display 29
Symbolen 29
Driehoekje ▲ in het display 29
Bediening 30
Ovenfuncties zonder magnetron 30
Koelventilator 30
Voorgeprogrammeerde temperaturen. 30
Temperatuur veranderen 30
Controlelampje temperatuur 📁 31
Snelopwarmsysteem 31
Oven voorverwarmen 31
Bereidingstijden programmeren 32
Automatische uitschakeling 32
Startvoorkeuze met automatische uitschakeling 33
Na afloop van een bereiding 34
Ingestelde tijden controleren en veranderen 34
Ingestelde tijden wissen 34
Ovenfunctie Magnetron ≈ 35
Gecombineerde ovenfuncties 36
Magnetron+Hetelucht plus ≈, Magnetron+Circulatiegrill ≈. . . . . . . . . . . 36
Magnetron+Grill 37
Na afloop van een bereiding 37
Kookwekker 38
Vergrendeling apparaat....39
Instellingen 40
Status van een instelling veranderen. 41
Ontdooien, verwarmen, koken met magnetron....42
Tabel voor het ontdooien....46
Tabel voor het verwarmen 47
Tabel voor het koken 48
Bakken 49
Tabel voor het bakken 52
Braden....53
Tabel voor het braden 56
Grilleren 57
Tabel voor het grilleren 59
Ontdooien zonder magnetron....60
Inhoud
Tijden voor het ontdooien 60
Inmaken 61
Aanwijzingen voor keuringsinstituten 63
Reiniging en onderhoud 65
Ovenruimte 65
Binnenkant deur en deurdichting 68
Front. 68
Bijgeleverde accessoires 69
Storingen en foutmeldingen 70
Bij te bestellen accessoires 73
Service en garantie 75
Elektrische aansluiting 76
Inbouwen 77
Afmetingen apparaat en kast 77
Inbouw in een hoge kast. 77
Inbouw in een onderkast 77
Gedetailleerde afmetingen front 78
Inbouwinstructies. 78
Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften. Onjuist gebruik echter kan persoonlijk letsel of beschadiging van het apparaat tot gevolg hebben.
Lees daarom de gebruiks- en montagehandleiding aandachtig door, voordat u het apparaat in gebruik neemt. In de handleiding vindt u belangrijke instructies met betrekking tot inbouw, veiligheid, gebruik en onderhoud.
Bewaar de gebruiks- en montagehandleiding en geef deze door aan een eventuele volgende eigenaar!
Verantwoord gebruik
▶ Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor particulier huishoudelijk gebruik (of daarmee vergelijkbaar).
▶ Het apparaat mag niet buiten worden gebruikt.
▶ Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor het ontdooien, verwarmen, koken, bakken, braden, grilleren en inmaken van voedingsmiddelen. Gebruik voor andere doeleinden is voor eigen risico en kan gevaarlijk zijn. Miele kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die wordt veroorzaakt door gebruik voor andere doeleinden dan hier aangegeven of door foutieve bedie- ning.
Gebruik het apparaat nooit voor het bewaren of drogen van ontvlambare producten. Aanwezig water verdampt en er ontstaat brandgevaar.
Dit apparaat mag alleen worden gebruikt door personen die in staat zijn het apparaat veilig te bedienen en die volledig op de hoogte zijn van de inhoud van de gebruiksaanwijzing!
Kinderen
Houd kinderen in de gaten wanneer deze zich in de buurt van het apparaat bevinden. Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.
Kinderen mogen het apparaat alleen zonder toezicht gebruiken als ze weten hoe ze het apparaat veilig moeten bedienen. De kinderen moeten zich bewust zijn van de gevaren van een foutieve bediening.
Zorg dat kinderen uit de buurt van het apparaat blijven als het in werking is. Het apparaat wordt heet bij de deur, het bedieningspaneel en de wasemafvoer. De huid van kinderen is gevoeliger voor hoge temperaturen dan de huid van volwassenen. Gevaar voor verbrandingen!
Laat installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden uitsluitend door vakmensen uitvoeren die door de fabrikant zijn geautoriseerd. Ondeskundig uitgevoerde werkzaamheden leveren grote risico's op voor de gebruiker. De fabrikant kan hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld.
Controleer het apparaat voor de inbouw op zichtbare schade. Neem een beschadigd apparaat nooit in gebruik. Een beschadigd apparaat kan uw veiligheid in gevaar brengen.
Gebruik de magnetronfunctie van het apparaat niet als
– de deur niet goed afsluit.
– de deurscharnieren los zitten.
- er gaatjes of scheuren in de ommanteling, de deur, de deurdichting of de binnenwanden van het apparaat zitten.
Als u de magnetron wel inschakelt, kunnen er microgolven vrijkomen die gevaarlijk kunnen zijn.
De elektrische veiligheid van het apparaat is uitsluitend gegarandeerd, als het wordt aangesloten op een aardingssysteem dat volgens de geldende veiligheidsbepalingen is geïnstalleerd. Het is zeer belangrijk dat wordt nage-gaan of aan deze fundamentele veilig-heidsvoorwaarde is voldaan en dat de huisinstallatie bij twijfel door een vak-man wordt geïnspecteerd. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die wordt veroorzaakt door een ontbrekende of beschadigde aard-draad (bijvoorbeeld een elektrische schok).
▶ Voordat u het apparaat aansluit, dient u de aansluitgegevens (spanning en frequentie) op het typeplaatje te vergelijken met de waarden van het elektriciteitsnet. Deze gegevens moeten beslist overeenkomen om beschadiging van het apparaat te voorkomen. Raadpleeg bij twijfel een elektricien.
Het apparaat mag niet via een stekkerdoos of verlengsnoer op het elektriciteitsnet worden aangesloten. Hiermee kan een veilig gebruik van het apparaat niet worden gewaarborgd. Er kan bijvoorbeeld oververhitting ontstaan.
Gebruik het apparaat alleen als het is ingebouwd, zodat de veiligheid ge-waarborgd is.
▶ Open in geen geval de ommanteling van het apparaat.
Wanneer onderdelen worden aange-raakt die onder spanning staan of wan- neer elektrische of mechanische onder- delen worden veranderd, levert dit ge- vaar op voor de gebruiker. Het kan er tevens toe leiden dat het apparaat niet meer goed functioneert.
Als dit apparaat binnen de garantie-periode defect raakt, mag het alleen door Miele worden gerepareerd, anders vervalt de garantie.
Bij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden dient het apparaat spanningsvrij te worden gemaakt. Het apparaat is alleen dan spanningsvrij als aan één van de volgende voorwaarden is voldaan:
- als de hoofdschakelaar van de huis-installatie is uitgeschakeld.
- als de zekering van de huisinstallatie er geheel is uitgedraaid.
- als de stekker uit de contactdoos is getrokken.
Trek aan de stekker om het apparaat van de netspanning los te koppelen, niet aan het snoer!
▶ Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderdelen worden vervangen. Alleen van die onderdelen kan Miele garanderen dat zij aan de veiligheidseisen voldoen.
Als de aansluitkabel beschadigd is, moet deze door Miele worden vervangen of door een door de fabrikant geautoriseerde vakman.
▶ Dit apparaat mag niet op een niet-stationaire locatie (zoals een boot) worden gebruikt.
Veilig gebruik
Bij ovenfuncties zonder magnetron en bij ovenfuncties die met magnetron worden gecombineerd, ont-staan in de ovenruimte hoge temperaturen. Wees voorzichtig. U kunt zich branden!
Gebruik ovenhandschoenen als u gerechten in de oven zet of hete gerechten eruit haalt of in de oven bezig bent. Het verwarmingselement voor de bovenwarmte/grill wordt erg heet bij de ovenfuncties Grill 📌, Hetelucht plus 📌, Circulatiegrill 📌, Magnetron+Gri 📌, Magnetron+Circulatiegrill 📌. U kunt zich branden!
Gebruik geen kunststof serviesgoed bij ovenfuncties zonder magnetron en bij ovenfuncties die met magnetron worden gecombineerd. Kunststof smelt bij hoge temperaturen. Het apparaat kan hierbij beschadigd raken.
Voedsel moet altijd voldoende worden verwarmd. De tijd die daarvoor nodig is, hangt af van verschillende factoren, zoals de temperatuur van het gerecht op het moment dat het in de magnetron wordt gezet, de hoeveelheid, het soort voedsel, de kwaliteit ervan en mogelijke wijzigingen in het recept.
Eventuele bacteriën in het eten worden alleen gedood als de temperatuur hoog genoeg is (>70 °C) en lang genoeg wordt aangehouden (>10 min.).
Verleng de bereidingstijd nog iets als u twijfelt of een gerecht voldoende is verwarmd.
Het is belangrijk dat de temperatuur in het gerecht gelijkmatig wordt verdeeld en hoog genoeg is. Roer het gerecht daarom regelmatig door of keer het. Let ook op de aangegeven doorwarmtijden (de tijd waarin de warmte zich gelijkmatig verdeelt).
Bij het ontdooien, verwarmen of koken met de magnetronfunctie zijn de bereidingstijden vaak veel korter dan bij ovenfuncties zonder magnetron.
Houdt u zich ook bij de ovenfuncties Grill 📁 en Circulatiegrill 📁 aan de aanbevolen bereidingstijden.
Door te lange bereidingstijden drogen gerechten uit. De gerechten kunnen zelfs vlam vatten. Brandgevaar!
- Gebruik de magnetronfunctie niet voor het drogen van bijvoorbeeld bloemen, kruiden, brood en broodjes.
- Gebruik de ovenfuncties met grill niet voor het afbakken van bijvoorbeeld broodjes en brood of voor het dro-gen van bijvoorbeeld bloemen en kruiden.
Gebruik hiervoor de ovenfunctie Hete- lucht plus 📁 en houd altijd toezicht!
Houd het apparaat goed in de gaten als u met olie en/of vetten werkt. Olie en vet kunnen bij oververhitting vlam vatten. Brandgevaar!
▶ Verhit geen onverdunde alcohol. Voor de bereiding van voedingsmiddelen worden vaak alcoholhoudende dranken gebruikt, zoals rum, cognac of wijn. Door de hoge temperaturen verdampt de alcohol. Houd er rekening mee dat deze dampen vlam kunnen vatten als ze met hete verwarmingselementen in aanraking komen. Brandgevaar!
Gebruik voor het inmaken geen conservenblikken en verwarm deze ook niet in het apparaat. De blikken kunnen door overdruk uiteenspatten. Hierdoor kan persoonlijk letsel ontstaan en schade aan de oven.
Laat de deur van het apparaat dicht als de voedingsmiddelen in de oven rook ontwikkelen. Eventuele vlammen worden op deze manier gedoofd. Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact. Open de deur pas als de rook is weggetrokken.
▶ Door condenswater kan corrosie in de ovenruimte ontstaan en kunnen het bedieningspaneel, het werkblad en de keukenkast beschadigd raken.
- Dek gerechten altijd af als u alleen de magnetronfunctie gebruikt (magnetron solo). Stel na het aankoken een lager vermogen in voor het doorkoken. Er komt anders teveel water-damp vrij.
- Schakel het apparaat niet uit als u de restwarmte wilt benutten om gerechten warm te houden. Kies geen andere ovenfunctie en stel de laagste temperatuur in. U voorkomt zo dat condens neerslaat.
- Dek gerechten steeds af als u deze in de ovenruimte bewaart. U voorkomt zo tevens dat de gerechten uitdrogen.
Gebruik het apparaat niet om er een ruimte mee te verwarmen. Door de hoge temperaturen in de ovenruimte kunnen licht ontvlambare voorwerpen in de buurt van het apparaat vlam vatten.
Ga niet op de geopende ovendeur zitten of staan. Zet er ook geen zware voorwerpen op, anders kunt u het apparaat beschadigen. De deur kan maximaal 8 kg dragen.
Zet het apparaat niet op het hoogste vermogen als u leeg serviesgoed wilt verwarmen of kruiden wilt drogen. Het apparaat kan beschadigd raken, omdat er te weinig in staat.
Kussens met kersenpitten, gel en dergelijke mogen niet met de magnetronfunctie worden verhit. Zulke kussens kunnen in brand vliegen, ook nadat ze uit het apparaat zijn gehaald. Brandgevaar!
Het apparaat is niet geschikt voor het reinigen en desinfecteren van gebruiksvoorwerpen.
Bovendien kunnen er hoge temperatu-
ren ontstaan waardoor u zich kunt
branden als u de voorwerpen uit het
apparaat haalt. Brandgevaar!
Als u de gerechten uit het apparaat haalt, controleer dan of de temperatuur goed is. Beoordeel de temperatuur niet op basis van de temperatuur van het serviesgoed! Als u gerechten met de magnetronfunctie verwarmt, ontstaat de warmte in het voedsel zelf, waardoor het serviesgoed minder heet wordt. Het serviesgoed wordt alleen warm door de warmte die het gerecht afgeeft.
Let vooral bij babyvoeding op de juiste temperatuur!
Babyvoeding goed doorroeren of schudden. Proef er zelf even van, zodat u zeker weet dat de baby zich niet brandt.
▶ Verwarm eten of drinken nooit in een gesloten potje of fles.
Anders ontstaat er druk waardoor het potje of de fles uiteen kan spatten. U zou hierbij letsel kunnen oplopen!
Bij zuigflessen moeten de dop en de speen van tevoren worden verwijderd.
Zet altijd het bijgeleverde kookstaafje in de beker of het glas als u een vloeistof met de magnetronfunctie wilt verwarmen.

Door het kookstaafje wordt de vloeistof gelijkmatig verhit en ontstaan de lucht-belletjes op het juiste moment.
Als u het kookstaafje bij de magnetronfunctie niet gebruikt, kan bij het koken en vooral het naverwarmen van vloeistoffen het kookpunt worden bereikt, zonder dat de bekende luchtbelletjes opstijgen. De vloeistof kookt dan niet gelijkmatig. Als u nu het glas of de beker uit de magnetron haalt, kan de vloeistof ineens gaan borrelen en overkoken. U kunt zich daarbij branden. Als de vloeistof nog in het apparaat staat en plotseling hevig gaat koken, kan de deur openspringen. U kunt daarbij letsel oplopen en het apparaat kan beschadigd raken.
Gebruik voor de magnetronfunctie en voor de ovenfuncties die met magnetron worden gecombineerd alleen geschikt magnetronbestendig serviesgoed. Houdt u zich aan de aanwijzingen uit het hoofdstuk "Serviesgoed voor de magnetron".
Gebruik voor de magnetronfunctie geen serviesgoed met holle handgrepen en knoppen. Hierin kan zich vocht ophopen, waardoor druk ontstaat en het servies uiteen kan spatten. U loopt daarbij het risico zich te verwonden. Als deze delen goed ontlucht zijn, kunt u het servies wel gebruiken.
Gebruik de magnetronfunctie niet om gerechten in isolatieverpakking te verwarmen, zoals kip in een braadzak. Deze verpakkingen bestaan onder meer uit een laagje aluminiumfolie dat de microgolven terugkaatst. Hierdoor kan de verpakking oververhit raken en in brand vliegen.
Blijf bij het apparaat als u voedingsmiddelen bereidt in wegwerpbakjes van kunststof, papier of andere brandbare stoffen.
Wegwerpbakjes van kunststof zijn geschikt als ze voldoen aan de eisen uit de rubriek "Kunststof".
Kook eieren alleen in speciaal serviesgoed. Ook hardgekookte eieren mogen niet met de magnetronfunctie worden verhit. Door de druk kunnen ze uiteenspatten, ook nadat u ze uit het apparaat heeft gehaald.
Eieren zonder schaal mag u met de magnetronfunctie bereiden als u van te- voren een paar gaatjes in de dooier prikt. Als u dit niet doet, kan het eigeel
er na het koken onder hoge druk uitspuiten. U kunt daarbij letsel oplo- pen.
Bij voedingsmiddelen waarvan de schil of het vel hard is (tomaten, aubergines, worstjes, etc.), moet u eerst een paar gaatjes of inkepingen in de schil of het vel maken, voordat u de voedingsmiddelen in het apparaat verwarmt. Zo kan de waterdamp ontsnappen en voorkomt u dat de voedingsmiddelen ontploffen.
Onderbreek het bereidingsproces als u de temperatuur van het gerecht wilt meten. Gebruik nooit kwik- of vloeistofthermometers, aangezien deze niet geschikt zijn voor hoge temperaturen en gemakkelijk breken. Gebruik uitsluitend speciale thermometers.
Toebehoren
Toebehoren mogen alleen dan worden aan- of ingebouwd, als deze uitdrukkelijk door Miele zijn vrijgegeven. Als er andere onderdelen worden aan- of ingebouwd, kan Miele niet voor de gevolgen instaan en kan er geen be-roep worden gedaan op bepalingen met betrekking tot garantie en product-aansprakelijkheid.
Als de "Veiligheidsinstructies en waarschuwingen" niet worden opgevolgd, kan de fabrikant niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die daarvan het gevolg is.
Het verpakkingsmateriaal
De verpakking beschermt het apparaat tegen transportschade. Het verpak- kingsmateriaal is uitgekozen met het oog op een zo gering mogelijke belasting van het milieu en de mogelijkheden voor recycling.
Hergebruik van het verpakkingsmateriaal remt de afvalproductie en het gebruik van grondstoffen. Vaak neemt de leverancier de verpakking terug. Als u de verpakking zelf wegdoet, informeer dan bij de reinigingsdienst van uw gemeente waar u die kunt afgeven.
Het afdanken van het apparaat
Oude elektrische en elektronische apparaten bevatten meestal nog waardevolle materialen. Ze bevatten echter ook schadelijke stoffen die nodig zijn geweest om de apparaten goed en veilig te laten functioneren. Wanneer u uw oude apparaat bij het gewone afval doet of er op een andere manier niet goed mee omgaat, kunnen deze stoffen schadelijk zijn voor de gezondheid en het milieu.

Verwijder uw oude apparaat dan ook nooit samen met het gewone afval, maar lever het in bij een gemeentelijk inzameldepot voor elektrische en elektronische apparatuur. Vraag uw handelaar indien nodig om inlichtingen.
Het afgedankte apparaat moet tot die tijd buiten het bereik van kinderen worden opgeslagen.
Model

Bedieningspaneel
① Functieschakelaar
② Display
③ Sensortoetsen <, OK, >, ♠
④ Temperatuurschakelaar
Ovenruimte
⑤ Grillelement
⑥ Verlichting
⑦ Drie niveaus
⑧ Deur van de ovenruimte
Bijgeleverde accessoires
Glazen schaal

U kunt de glazen schaal voor alle oven- functies gebruiken.
Gebruik voor de magnetronfunctie (magnetron solo) altijd de glazen schaal.
Belast de glazen schaal met niet meer dan 8 kg.
Zet de hete glazen schaal niet op een koude ondergrond, zoals een werkblad van graniet of tegels. De glazen schaal kan anders beschadigd raken. Gebruik geschikte onderzetters.
Rooster met uittrekbeveiliging

Het rooster is speciaal voor dit apparaat ontwikkeld. U kunt het voor de traditionele ovenfuncties gebruiken en voor de ovenfuncties die met magnetron worden gecombineerd.
Plaats het rooster niet op de bodem van de ovenruimte en gebruik het niet voor de magnetronfunctie (magnetron solo).
Er kunnen anders vonken ontstaan, waardoor het apparaat beschadigd kan raken.
Belast het rooster met niet meer dan 8 kg.
Het rooster wordt heet bij gebruik van de magnetron. U kunt zich er- aan branden!
Het rooster heeft een uittrekbeveili- ging die voorkomt dat u het rooster he- lemaal uit de oven trekt, terwijl u het slechts gedeeltelijk wilde uittrekken.
Bij het inschuiven moet de uittrekbeveiliging zich aan de achterkant bevinden.

Als u het rooster tot de uittrekbeveili- ging uit de oven heeft getrokken, kunt u het helemaal uit de oven halen door het rooster aan de voorkant iets op te tillen.

Voor bepaalde toepassingen (bijvoorbeeld bij braden op het rooster) is het aan te bevelen het rooster samen met de glazen schaal te gebruiken (zie afbeelding).
Kookstaafje

Gebruik altijd het kookstaafje als u een vloeistof met de magnetronfunctie ver- hit. De vloeistof wordt dan gelijkmatig verwarmd.
Mogelijkheden
| Functie Toelichting | |
| Magnetron ≈ (magnetron solo) | Gerechten worden in korte tijd ontdooid, verhit of gekookt. |
| Ovenfuncties zonder magnetron | Met de traditionele ovenfuncties worden gerechten gekookt en tegelijk gebruineerd. |
| Ovenfuncties met magnetron Gecombineerde ovenfuncties | Gerechten worden snel verhit / gekookt en tegelijk gebruineerd. Hierbij wordt een traditionele ovenfunctie gecombineerd met de magnetronfunctie. |
| Snelopwarmsysteem | Voor het verkorten van de opwarmtijd van de oven en voor versneld voorverwarmen. |
| Verlichting | De ovenverlichting kan apart worden ingeschakeld, bijvoorbeeld als u de ovenruimte wilt reinigen. |
| Instellingen | Bepaalde standaardinstellingen kunt u wijzigen. |
| Automatische uitschakeling | U kunt een bereidingsproces automatisch laten beëindigen. |
| Startvoorkeuze | U kunt een bereiding op een later tijdstip laten starten. |
| Kookwekker ⚙ (eierwekker) | De kookwekker kunt u gebruiken voor een bereiding buiten het apparaat, bijvoorbeeld voor het ko-ken van eieren. |
| Veiligheidsvoorzieningen | Toelichting |
| Vergrendeling apparaat | De vergrendeling voorkomt dat het apparaat kan worden bediend. |
| Veiligheidsuitschakeling | Een bereiding met een ovenfunctie zonder magnetron kunt u starten zonder dat u eerst een tijd moet invoeren. Om te voorkomen dat het apparaat te lang aanstaat en er brandgevaar ontstaat, wordt het apparaat afhankelijk van de ovenfunctie en de temperatuur automatisch uitgeschakeld (1 tot maximaal 10 uur nadat u het apparaat voor het laatst heeft bediend).Als u na een bereiding met magnetron nog een bereiding met magnetron wilt uitvoeren, wordt het magnetronsysteem pas na ca. 10 seconden ingeschakeld. Start een tweede bereiding pas na afloop van die tijd. |
| Energiebesparende functie | Toelichting |
| Deurcontactschakelaar | Als u de deur tijdens een bereiding zonder magnetron opent, wordt de verwarming automatisch uitgeschakeld. De ventilators blijven aan. Een bereiding zonder magnetron wordt na het sluiten van de deur meteen voortgezet.Als u de deur tijdens een bereiding met magnetron opent, wordt de koelventilator uitgeschakeld.Nadat u de deur heeft gesloten, moet u de bereiding opnieuw starten. |
| Functie "Dagtijdweergave uitschakelen" | U kunt de standaardinstelling van de dagtijdweergave wijzigen. De tijd loopt dan op de achtergrond af en het display blijft donker. De tijd verschijnt alleen als u het apparaat bedient (zie "Instellingen - Dag-tijdweergave"). |

Magnetron
In het apparaat zit een magnetronbuis. Deze zet stroom om in elektromagnetische golven: de micro-golven. Deze microgolven worden gelijkmatig over de binnenruimte verdeeld. Daarnaast worden ze door de metalen zijwanden gereflecteerd, zodat ze van alle kanten bij en in het voedsel kunnen komen.
Omdat de microgolven bij het gerecht moeten kunnen komen, moet het serviesgoed de microgolven doorlaten (zie ook het hoofdstuk "Serviesgoed voor de magnetron"). De microgolven kunnen de voedingsmiddelen dan rechtstreeks verhitten.
Voedingsmiddelen bestaan uit moleculen. Deze moleculen, vooral watermoleculen, worden door de microgolven in trilling gebracht. Hierdoor ontstaat warmte die zich vanaf de buitenkant naar de binnenkant van het voedingsmiddel verplaatst. Hoe meer water een gerecht bevat, des te sneller wordt het verwarmd of gekookt.
Omdat de warmte meteen in het ge-recht ontstaat,
- kunt u een gerecht over het algemeen met weinig of geen vloeistof of vet met de magnetronfunctie bereiden.
- gaat het ontdooien, verwarmen en koken sneller dan met een ovenfunc-tie zonder magnetron.
- blijven voedingsstoffen zoals vitaminen en mineralen voor het grootste deel behouden.
- verandert de natuurlijke kleur en smaak van de voedingsmiddelen nauwelijks.
Vermogen
U kunt de volgende vermogensstanden kiezen: 80 W, 150 W, 300 W, 450 W, 600 W, 850 W, 1000 W.
De magnetron gaat uit, zodra u de be-reiding onderbreekt of de deur opent.
Ovenfuncties zonder magnetron
Hetelucht plus
Deze functie werkt met een hete luchtstroom. De warmte bereikt het voedingsmiddel rechtstreeks en er wordt met lagere temperaturen gewerkt dan bij "Boven-Onderwarmte". U kunt twee niveaus tegelijk gebruiken.
Grill
Deze functie is ideaal voor het grilleren van plat vlees en voor het bruineren van ovengerechten. Het verwarmings-element wordt roodgloeiend en levert de infraroodstraling die voor het grille-ren nodig is.
\* Ontdooien
De ventilator laat de lucht in de oven- ruimte op kamertemperatuur circuleren. Met deze functie kunt u diepvriesproducten behoedzaam ontdooien.
Circulatiegrill
Deze functie werkt met lagere temperaturen dan de ovenfunctie "Grill". De functie is ideaal voor het grilleren van vlees met een grote diameter, zoals een rollade of gevogelte.
Snelopwarmsysteem
Het apparaat wordt zo snel mogelijk op de gewenste temperatuur gebracht. Zodra het controlelampje voor de temperatuur dooft en u een signaal hoort, is de ingestelde temperatuur bereikt. Zet de functieschakelaar nu op de gewenste ovenfunctie.
Ovenfuncties met magnetron (gecombineerde ovenfuncties)
Magnetron+Grill
Magnetron+Hetelucht plus
Magnetron+Circulatiegrill
Met de gecombineerde ovenfuncties kunt u gerechten snel bereiden en tegelijk bruineren.
De ovenfunctie Magnetron+Hetelucht plus voldoet over het algemeen het best. De magnetron en de hete luchtstroom verhitten samen het voedingsmiddel. U bespaart zo de meeste tijd en de meeste energie.
Bij een gecombineerde ovenfunctie hoeft u voor bakken meestal geen hoger magnetronvermogen in te stellen dan 150 W. Voor koken, braden en grilleren is een vermogen tot 300 W voldoende.
Voordat u het apparaat in gebruik kunt nemen, moet u eerst
- de bedieningselementen (als deze nog verzonken zijn) tevoorschijn laten komen door er op te drukken.
- de dagtijd invoeren.
Dagtijd instellen
U kunt de dagtijd alleen instellen of wijzigen als de functieschakelaar op "0" staat.
In het display
- brandt het symbool ⏻ (dagtijd).
- knipperen de waarde "12:00" en het driehoekje ▲ onder het symbool ⏻.
12:00


■ Stel met de temperatuurschakelaar of de toets < of > eerst de uren in.
■ Druk op de toets OK.
De uren worden in het geheugen opgeslagen en de minuten beginnen te knipperen.
■ Stel met de temperatuurschakelaar of de toets < of > de minuten in.
■ Druk op de toets OK.
De minuten worden in het geheugen opgeslagen.
De dagtijd is ingevoerd.
Na een stroomstoring blijft de actuele dagtijd ca. 24 uur behouden. Na die tijd verschijnt net als bij de eerste ingebruikneming de waarde "12:00".
Als de stroomstoring voorbij is, knippert de dagtijd. Bevestig de tijd met de toets OK.
Dagtijd veranderen
■ Druk twee keer op de toets OK.
■ Stel met de temperatuurschakelaar of de toets < of > eerst de uren in.
■ Druk op de toets OK.
■ Stel met de temperatuurschakelaar of de toets < of > de minuten in.
■ Druk op de toets OK.
De dagtijd is veranderd.
Reiniging voor het eerste gebruik
Verwijder de eventueel aanwezige beschermfolie van het front van het apparaat.
Neem de aanwijzingen in acht uit het hoofdstuk "Reiniging en onderhoud".
Voordat u het apparaat gebruikt, raden wij u aan
- de accessoires uit de ovenruimte te halen en af te wassen.
- het apparaat een keer leeg aan te zetten.
Bij nieuwe apparaten ontstaat vaak een onaangename geur als u ze voor het eerst gebruikt. Als u het apparaat enige tijd op een hoge temperatuur inschakelt, verdwijnt deze geur snel- ler.
Zorg voor een goede ventilatie van de keuken. U voorkomt zo dat de geurtjes in andere vertrekken te rui- ken zijn.
■ Verwijder voordat u de oven inschakelt eerst eventuele verontreinigingen en verpakkingsresten uit de ovenruimte. Gebruik hiervoor een vochtige doek.
■ Kies met de functieschakelaar de ovenfunctie Hetelucht plus 📁.
In het display verschijnt de voorgeprogrammeerde temperatuur (160 °C).
■ Stel met de temperatuurschakelaar de hoogste temperatuur in (250 °C).
■ Verhit het lege apparaat gedurende minimaal 1 uur.
Zet het apparaat niet eerder uit.
U kunt de oven ook automatisch laten uitschakelen (zie "Bediening - Bereidingstijden programmeren - Automatische uitschakeling").
■ Wacht tot het apparaat weer tot kamertemperatuur is afgekoeld.
■ Reinig de ovenruimte vervolgens met een sopje van warm water en mild reinigingsmiddel. Wrijf de ruimte daarna met een schone doek droog.
Sluit de deur pas als de ovenruimte droog is.
Serviesgoed voor de magnetron
Microgolven

- worden door metaal teruggekaatst.

- dringen door glas, porselein, kunststof en karton heen.

- worden door het gerecht opgenomen.
Materiaal en vorm
Het materiaal en de vorm van het serviesgoed zijn van invloed op de bereidingstijd. Het beste kunt u ronde of ovale platte schalen gebruiken. De gerechten worden dan gelijkmatiger verwarmd dan in rechthoekige schalen.
⚠ Gebruik voor de magnetronfunctie geen serviesgoed met holle handgrepen en knoppen. Hierin kan zich vocht ophopen, waardoor druk ontstaat en het servies uiteen kan spatten. U loopt daarbij het risico zich te verwonden. Als deze delen goed ontlucht zijn, kunt u het servies wel gebruiken.
Metaal
Metalen schalen, aluminiumfolie en bestek zijn niet geschikt voor in de magnetron. Hetzelfde geldt voor serviesgoed met een metaalhoudend laagje (bijvoorbeeld een gouden of kobaltblauw randje). Metaal weerkaatst de magnetrongolven en belemmert zo de bereiding van het gerecht.
Gebruik geen kunststof bekertjes waarvan het aluminium dekseltje niet helemaal is verwijderd. Door dekselresten kunnen vonken ontstaan.
Uitzonderingen:
Het bijgeleverde rooster is ook geschikt voor gecombineerde ovenfuncties.
Leg het rooster niet op de bodem van de ovenruimte en gebruik het niet voor de magnetronfunctie (magnetron solo).
- Metalen bakvormen kunt u ook gebruiken voor gecombineerde ovenfuncties.
- Kant-en-klaarmaaltijden in aluminium bakjes:
Deze kunnen in de magnetron worden ontdooid en verwarmd. Verwijder altijd van tevoren het deksel. De gerechten worden nu alleen van boven verwarmd. Als u het gerecht uit de verpakking haalt en in een geschikte schaal doet, wordt de warmte over het algemeen gelijkmatiger verdeeld.
Bij gebruik van aluminium bakjes kunnen knetterende geluiden of von- ken ontstaan. Plaats dergelijke bak- jes niet op het rooster.
- Aluminiumfolie:
Vlees met een onregelmatige vorm, zoals gevogelte, wordt het beste ont-dood en bereid als u de platte delen de laatste paar minuten met stukjes aluminiumfolie afdekt.
De folie moet minstens 2 cm van de binnenwanden van het apparaat verwijderd blijven!
- Metalen spiesen en klemmen:
Deze kunt u alleen gebruiken als het vlees veel groter is dan het metaal.
Glas
Vuurvast glas en keramisch glas zijn zeer geschikt.
Kristalglas dat meestal lood bevat, kan barsten. Gebruik kristalglas dan ook niet in de magnetron.
Porselein
Porseleinen serviesgoed is zeer geschikt.
Het mag echter geen metalen decoratie (zoals een goudrand) hebben en geen holle handgrepen.
Aardewerk
Beschilderd aardewerk is alleen geschikt als het motief zich onder een glazuurlaag bevindt.
Aardewerk kan heet worden.
Servies met een glazuurlaagje of verf
Sommige glazuur- en verfsoorten bevatten metalen. Dergelijk serviesgoed is niet geschikt voor de magnetron.
Hout
Houten schalen of bakjes zijn niet geschikt.
Tijdens het koken verdampt het wa- ter dat zich in het hout bevindt waar- door het uitdroogt en barst.
Kunststof
Kunststof serviesgoed en wegwerpbakjes van kunststof moeten voldoen aan de eisen uit de rubriek "Kunststof". Uit milieu-overwegingen kunt u beter geen gebruik maken van wegwerpbakjes.
⚠! Kunststof serviesgoed mag alleen voor de ovenfunctie Magnetron ≈ (magnetron solo) worden gebruikt. Het moet hittebestendig zijn (tot minimaal 110 °C), anders kan de kunststof vervormen of zelfs smelten.
Kunststof serviesgoed voor de magnetron is verkrijgbaar in speciaalzaken.
Kunststof serviesgoed van melamine is niet geschikt, omdat het energie opneemt en daardoor te heet wordt. Informeer dus altijd eerst van welk materiaal het kunststof serviesgoed is.
Blijf bij het apparaat als u voedingsmiddelen bereidt in wegwerpbakjes van kunststof, papier of andere brandbare stoffen.
Serviesgoed van piepschuim (bijvoorbeeld polystyreen) kunt u gebruiken als u gerechten maar eventjes wilt verwarmen.
Kunststof kookbuiltjes kunt u voor het verwarmen en koken van de inhoud gebruiken. Prik eerst gaatjes in het builtje zodat de stoom eruit kan. Daardoor voorkomt u dat de druk te hoog wordt en het builtje uiteenspat.
U kunt ook braadfolie en braadzakken gebruiken. Houdt u zich aan de aanwijzingen van de fabrikant.
⚠ Gebruik geen metalen clips of clips van kunststof of papier waar ijzerdraad in zit. Brandgevaar!
Test
Als u niet zeker weet of u servies- goed van glas, aardewerk of porse- lein in de magnetron kunt gebruiken, kunt u het servies als volgt testen:
Ga als volgt te werk:
■ Schuif de glazen schaal op het eerste niveau van onderen in de oven. Zet het lege serviesgoed midden op de glazen schaal.
■ Sluit de deur.
■ Kies de ovenfunctie Magnetron ≈ en stel het hoogste vermogen in (1000 W).
■ Bevestig met "OK".
■ Stel een tijd in van 30 seconden en bevestig de instelling met "OK".
Kraakt het serviesgoed en springen er vonkjes af, schakel de magnetron dan meteen uit.
Serviesgoed dat tot een dergelijke reactie leidt, is niet geschikt voor de magnetron.
Informeer bij twijfel bij de fabrikant of winkelier of het servies geschikt is voor de magnetron.
Met het bovenstaande kunt u niet con- troleren of eventuele holle handgrepen voldoende ontlucht zijn.
Serviesgoed in het apparaat zetten

■ Schuif de glazen schaal op het eerste niveau van onderen in de oven.
■ Zet het serviesgoed met het gerecht altijd midden op de glazen schaal.
Als u het gerecht op de bodem van de ovenruimte zet, wordt het onvoldoende en ongelijkmatig ontdooid en bereid. De magnetrongolven kunnen het gerecht dan niet van onderen bereiken.
Serviesgoed voor de magnetron
Afdekken
- Afdekken voorkomt dat bij lange bereidingstijden teveel waterdamp ontsnapt,
- zorgt dat het gerecht sneller warm wordt,
- voorkomt dat het gerecht uitdroogt,
- houdt de ovenruimte schoon.

Gebruik bij bereidingen met de magnetron (magnetron solo) daarom altijd een magnetronbestendig deksel van glas of kunststof.
Geschikte deksels zijn in de handel verkrijgbaar.
U kunt ook speciale magnetronfolie gebruiken. Pas op met gewone huishoudfolie. Deze kan vervormen en een verbinding aangaan met het voedsel.
⚠️ Verhit nooit afgesloten potjes, zoals potjes babyvoeding. Open de potjes eerst!
Gebruik geen deksel
- als u gepaneerde gerechten verwarmt.
- als het gerecht een korstje moet krijgen, bijvoorbeeld toast.
- als u een gecombineerde ovenfunc-tie kiest.
⚠️ Een kunststof deksel mag alleen voor de ovenfunctie Magnetron ≈ (magnetron solo) worden gebruikt.
Het materiaal moet geschikt zijn voor temperaturen tot 110 °C. Bij hogere temperaturen (grill, hetelucht, etc.) kan de kunststof vervormen en smelten.
Het deksel mag de schaal niet helemaal afsluiten. Als de schaal een kleine diameter heeft, kan het voorkomen, dat de stoom niet door de openingen aan de zijkant van het deksel kan ontsnappen. Het deksel wordt dan te heet en kan smelten.

Functieschakelaar
Met de linker schakelaar kiest u de ovenfunctie.
U kunt de schakelaar rechts- of linksom draaien.
In de nulstand is de knop verzinkbaar.
Magnetron
Magnetron+Hetelucht plus
Magnetron+Grill
Magnetron+Circulatiegrill
Snelopwarmsysteem
Hetelucht plus
Grill
Circulatiegrill
* Ontdooien
Verlichting
Instellingen
Temperatuurschakelaar
Met de rechter schakelaar < &= >
- stelt u de temperatuur in.
- kunt u tijden invoeren (als alternatief voor de sensortoetsen < en >).
U kunt de schakelaar rechts- of linksom draaien.
De knop is in elke stand verzinkbaar.
Als u de schakelaar naar rechts draait, verhoogt u de waarden. Als u de knop naar links draait, verlaagt u deze.
Sensortoetsen
Onder het display bevinden zich sen- sortoetsen die op een lichte aanraking met de vinger reageren.
Als u een toets aantipt, hoort u een akoestisch signaal. Dit signaal kunt u ook uitzetten (zie het hoofdstuk "Instellingen ± - P 4" .
| Functie | |
| OK | – Voor het oproepen van functies in het display. Het driehoekje ▲ verschijnt.– Voor het bevestigen van ingevoerde waarden. |
| < > | – Voor het verplaatsen van het driehoekje ▲ naar links of rechts.– Voor het verlagen of verho-gen van het magnetronver-mogen/van tijdwaarden.– Voor het kiezen van de instel-ling P en het veranderen van de status S . |
| ♡ | Voor het invoeren van een kook-wekkertijd, bijvoorbeeld voor het koken van eieren. |
Met elke druk op de toets < of > wijzigt u de tijd
- bij de magnetronfunctie (magnetron solo) bij het invoeren van de duur (bereidingstijd) ⚫ in stappen van 10 seconden.
- bij het invoeren van een duur 😊 en een einde ⚡ in stappen van een minuut.
- bij het invoeren van een kookwekkertijd ⚠ eerst in stappen van 5 seconden, daarna in stappen van een minuut.
Als u de toetsen langer ingedrukt houdt, veranderen de waarden in het display in een verhoogd tempo.
Display

Afhankelijk van de stand van de functieschakelaar en/of de bediening van een sensortoets verschijnt het volgende:
| Symbolen | Betekenis |
| Temperatuur | |
| W Magnetronvermogen | |
| Dagtijd | |
| Duur | |
| Einde | |
| Vergrendeling apparaat | |
| Start Magnetron starten | |
| Temperatuurcontrole | |
| Kookwekker | |
| h Uren | |
| min Minuten |
Driehoekje ▲ in het display

Als u een sensortoets aantipt, lichten (afhankelijk van de stand van de functieschakelaar) in het display de symbolen van de functies op die u kunt instellen.
Tip de sensortoets < of > zo vaak aan totdat het driehoekje ▲ onder het symbool van de gewenste functie staat.
Roep vervolgens met de OK-toets de functie op.
Het driehoekje ▲ knippert nu geduren-de ca. 15 seconden.
Alleen zolang het driehoekje ▲ knippert, kunt u de gewenste waarden invoeren.
Als de invoertijd verstreken is, moet u de betreffende functie opnieuw met de OK-toets oproepen.
Ovenfuncties zonder magnetron
■ Plaats het gerecht in de oven.
■ Kies de gewenste ovenfunctie (bijvoorbeeld Hetelucht plus 📁).
In het display verschijnen:

- de voorgeprogrammeerde temperatuur "160".
- het controlelampje voor de temperatuur 📁.
- het driehoekje ▲ onder het symbool ⚠.
Tegelijk worden de ovenverwarming, de verlichting en de ventilator ingeschakeld.
U kunt het stijgen van de temperatuur op het display volgen. Als de ingestelde temperatuur voor het eerst wordt bereikt, dooft het controlelampje en klinkt er een akoestisch signaal.
■ Na afloop van de bereiding zet u de functieschakelaar op "0" en kunt u het gerecht uit de oven halen.
Koelventilator
Om te voorkomen dat er vocht in de binnenruimte, op het bedieningspaneel of in de inbouwkast neerslaat, blijft de ventilator nog enige tijd ingeschakeld.
De ventilator wordt automatisch uitgeschakeld als de ovenruimte onder een bepaalde temperatuur komt.
Voorgeprogrammeerde temperaturen
Bij de ovenfuncties zonder magnetron hoort een voorgeprogrammeerde temperatuur.
Hetelucht plus 📁 160 °C Grill 📋. vaste temperatuur Circulatiegrill 📋 200 °C Snelopwarmsysteem 🏠 160 °C
De ovenfunctie "Ontdooien" heeft geen voorgeprogrammeerde temperatuur. De lucht in de ovenruimte circuleert bij kamertemperatuur.
Temperatuur veranderen
Als de voorgeprogrammeerde temperatuur niet met de temperatuur uit uw recept overeenkomt, kunt u de waarde met de temperatuurschakelaar binnen de aangegeven grenzen veranderen (in stappen van 5°).
Hetelucht plus 📁 . . . . . . 30–250 °C Circulatiegrill 📋. . . . . . . 100–220 °C Snelopwarmsysteem 🌿 ⚠️ . . . 30–250 °C
Voor een bereiding met de ovenfunctie Grill 📄 geeft het apparaat automatisch de grilltemperatuur aan. U kunt deze waarde niet wijzigen. Het controlelampje voor de temperatuur brandt als het apparaat verwarmt.
Controlelampje temperatuur
Naast de temperatuur verschijnt het controlelampje voor de temperatuur
in het display. Het controlelampje verschijnt steeds als de ovenverwarming ingeschakeld is.
Is de gekozen temperatuur bereikt,
- wordt de ovenverwarming uitgeschakeld.
- dooft het controlelampje voor de temperatuur.
- hoort u een signaal, als deze functie ingeschakeld is (zie "Instellingen ± - P 2 ").
Zodra de temperatuur onder de ingestelde waarde komt, wordt de ovenverwarming weer ingeschakeld en verschijnt het controlelampje voor de temperatuur.
Snelopwarmsysteem
De ovenfunctie Snelopwarmsysteem kunt u gebruiken om de oven voor te verwarmen.
Oven voorverwarmen
De meeste gerechten kunt u in de koude oven zetten. Zo wordt ook de warmte van de opwarmfase benut.
Bij "Hetelucht plus" hoeft u het apparaat alleen voor te verwarmen
- voor het bakken van donker brooddeeg.
- voor het braden van rosbief en filet.
Gebruik bij pizza en gevoelige deegsoorten (zoals biscuit en koekjes) voor de opwarmfase niet het Snelopwarmsysteem ⚠️, anders worden deze producten aan de bovenkant te snel bruin.
Ga als volgt te werk als u de oven wilt voorverwarmen:
■ Kies het Snelopwarmsysteem ⚠️↗.
■ Stel met de temperatuurschakelaar de gewenste temperatuur in.
De ovenverwarming wordt ingeschakeld.
■ Zodra het controlelampje voor de temperatuur voor het eerst uitgaat en het signaal klinkt, kunt u de gewenste ovenfunctie instellen en het gerecht in de oven plaatsen.
Het Snelopwarmsysteem ⚡≡↗ is niet geschikt voor traditionele bereidingen.
Bereidingstijden programmeren
Als u een duur en/of einde invoert, kunt u een bereiding automatisch laten uitschakelen of laten in- en uitschakelen.
Duur
Hier voert u de tijd in die voor de bereiding nodig is.
Na afloop van die tijd wordt de oven automatisch uitgeschakeld.
De tijd die u maximaal kunt instellen, is afhankelijk van de gekozen ovenfunctie en het ingestelde magnetronvermogen.
Bij een bereiding met magnetron moet u altijd een tijd instellen.
Einde
Via "Einde" bepaalt u het tijdstip waarop de bereiding beëindigd moet zijn. Op dat tijdstip wordt de oven automatisch uitgeschakeld.
Automatische uitschakeling
Om een bereidingsproces automatisch te laten uitschakelen, moet u een "Duur" of een "Einde" invoeren.
- Voorbeeld: Duur invoeren
■ Plaats het gerecht in de oven.
■ Kies de ovenfunctie en stel de temperatuur in.
De ovenverwarming, de verlichting en de ventilator worden ingeschakeld.

■ Druk zo vaak op de toets > totdat het driehoekje ▲ onder het symbool 😊- staat.
In het display verschijnt "0:00".
■ Druk op de toets OK.
■ Zolang het driehoekje ▲ knippert, kunt u de gewenste tijd met de temperatuurschakelaar of de toets > in uren en minuten invoeren.
Na korte tijd of na bevestiging met OK kunt u het aflopen van de tijd op het display volgen.
Startvoorkeuze met automatische uitschakeling
Als u een bereidingsproces automatisch wilt laten in- en uitschakelen, voert u de bereidingstijd via "Duur" en "Einde" in.
Automatisch in- en uitschakelen is ideaal voor het braden van vlees. Als u een taart of brood wilt bakken, kunt u de bereiding beter niet te lang van tevoren programmeren. Het deeg kan uitdrogen en de werking van het rijsmiddel kan afnemen.
- Voorbeeld: Duur invoeren en einde verschuiven
Het is 10:45 uur. Een stuk vlees kan in 90 minuten worden bereid. Het vlees moet om 13:30 uur klaar zijn.
■ Plaats het gerecht in de oven.
■ Kies de ovenfunctie en stel de temperatuur in.
De ovenverwarming, de verlichting en de ventilator worden ingeschakeld.
Voer nu eerst de bereidingstijd (duur) in:

■ Druk zo vaak op de toets > totdat het driehoekje ▲ onder het symbool 😊 (duur) staat.
In het display verschijnt "0:00".
■ Druk op de toets OK.

■ Zolang het driehoekje ▲ knippert, kunt u de gewenste tijd met de temperatuurschakelaar of de toets > in uren en minuten (1:30) invoeren.
■ Druk op de toets OK.
Verschuif nu de eindtijd:

■ Druk zo vaak op de toets > totdat het driehoekje ▲ onder het symbool ⚡ (einde) staat.
In het display verschijnt de dagtijd vermeerderd met de ingevoerde bereidingstijd (10:45 + 1:30 = 12:15 uur).
■ Druk op de toets OK.

■ Verschuif met de temperatuurschakelaar of met de toets > de eindtijd naar het gewenste tijdstip (13:30 uur).
■ Druk op de toets OK.
De ovenverwarming, de verlichting en de ventilator worden uitgeschakeld.
In het display wordt het einde aangegeven (zolang u het driehoekje niet naar een ander symbool verschuift).
Zodra de begintijd (13:30 - 1:30 = 12:00 uur) bereikt is, worden de verwarming, de verlichting en de ventilator ingeschakeld.
Na afloop van een bereiding
Na afloop van de bereidingstijd
- wordt de ovenverwarming automatisch uitgeschakeld.
- blijft bij een bereiding met de magnetronfunctie de ventilator ingeschakeld.
- knippert het symbool 😊.
- hoort u een signaal, als deze functie ingeschakeld is (zie "Instellingen ± - P 2 ").
■ Zet de functieschakelaar op "0".
De akoestische en optische signalen worden uitgezet.
■ Haal het gerecht uit de oven.
Ingestelde tijden controleren en veranderen
De tijden die voor een bepaalde bereiding zijn ingesteld, kunt u op elk moment controlleren of veranderen. Kies daarvoor het betreffende symbool met de toets < of >.
Om een tijd te veranderen, drukt u op de toets OK. Zolang het driehoekje ▲ knippert, kunt u de tijd veranderen met de temperatuurschakelaar of met de toets < of >.
Ingestelde tijden wissen
■ Zet de tijd op "0:00" of zet de functieschakelaar op "0".
Bij een stroomstoring worden alle ingevoerde waarden gewist.
Ovenfunctie Magnetron ≈
U kunt de volgende vermogens- standen kiezen: 80 W, 150 W, 300 W, 450 W, 600 W, 850 W en 1000 W.
■ Zet de functieschakelaar op de ovenfunctie Magnetron ≈.
Het apparaat stelt een vermogen van 1000 W voor.

■ Zolang het driehoekje ▲ knippert, kunt u de instelling met de toets < veranderen, als u een lagere vermogensstand wenst.
Na korte tijd of na bevestiging met OK verschijnt in het display:

■ Zolang het driehoekje ▲ knippert, kunt u de gewenste bereidingstijd met de temperatuurschakelaar of met de toets > in minuten en seconden invoeren (bijvoorbeeld 1 minuut en 30 seconden).
Na korte tijd of na bevestiging met OK verschijnt in het display:

■ Druk op de toets OK om het bereidingsproces te starten.
Als u geen ander symbool kiest, kunt u op het display het aflopen van de bereidingstijd volgen.
Na afloop van de bereidingstijd
- knippert het symbool 😊.
- blijft de ventilator draaien.
- hoort u een signaal, als deze functie ingeschakeld is (zie "Instellingen ± - P 2"). U kunt het signaal uitzetten door op een willekeurige toets te drukken.
In het display verschijnt de dagtijd. De ovenverlichting wordt uitgeschakeld.
Gecombineerde ovenfuncties
Bij de gecombineerde ovenfuncties wordt de ovenfunctie "Magnetron" gecombineerd met een ovenfunctie zonder magnetron, zoals "Hetelucht plus", "Grill" of "Circulatiegrill".
Magnetron+Hetelucht plus ≈ ≈ ≈ Magnetron+Circulatiegrill ≈ ≈
■ Kies de gewenste ovenfunctie.
Het apparaat reikt een vermogen van 300 W aan. U kunt ook een vermogen van 150 W of 80 W instellen.

■ Zolang het driehoekje ▲ knippert, kunt u de instelling met de toets < veranderen, als u een lagere vermogensstand wenst.
Na korte tijd of na bevestiging met OK verschijnt in het display:

■ Zolang het driehoekje ▲ knippert, kunt u de gewenste bereidingstijd met de temperatuurschakelaar of met de toets > in uren en minuten invoeren (bijvoorbeeld 1:30).
Afhankelijk van de gekozen vermogensstand kunt u een tijd invoeren van maximaal 2 uur.
Na korte tijd of na bevestiging met OK verschijnt in het display:

Als de gewenste temperatuur niet overeenkomt met de voorgeprogrammeerde temperatuur:
Magnetron+Hetelucht plus ≈ 160 °C, Magnetron+Circulatiegrill ≈ 200 °C,
kunt u deze binnen het aangegeven bereik wijzigen:
Magnetron+ Hetelucht plus ≈ 30–250 °C, Magnetron+ Circulatiegrill ≈ 100–220 °C.
■ Stel met de temperatuurschakelaar de gewenste temperatuur in.
Na korte tijd verschijnt in het display:

■ Druk op de toets OK om het bereidingsproces te starten.
Als u geen ander symbool kiest, kunt u op het display het aflopen van de bereidingstijd volgen.
Magnetron+Grill
■ Kies de ovenfunctie Magnetron+Grill ≈.
Het apparaat reikt een vermogen van 300 W aan. U kunt ook een vermogen van 150 W of 80 W instellen.

■ Zolang het driehoekje ▲ knippert, kunt u de instelling met de toets < veranderen, als u een lagere vermogensstand wenst.
Na korte tijd of na bevestiging met OK verschijnt in het display:

■ Zolang het driehoekje ▲ knippert, kunt u de gewenste bereidingstijd met de temperatuurschakelaar of met de toets > in uren en minuten invoeren (bijvoorbeeld 1:30).
Afhankelijk van de gekozen vermogensstand kunt u een tijd invoeren van maximaal 2 uur.
Na korte tijd of na bevestiging met OK verschijnt in het display:

Voor het grilleren geldt een vaste temperatuur die niet kan worden gewijzigd.
■ Druk op de toets OK om het bereidingsproces te starten.
Als u geen ander symbool kiest, kunt u op het display het aflopen van de bereidingstijd volgen.
Na afloop van een bereiding
Na afloop van de bereidingstijd
- wordt de ovenverwarming automatisch uitgeschakeld.
- blijft de ventilator draaien.
- knippert het symbool 😊.
- hoort u een signaal, als deze functie ingeschakeld is (zie "Instellingen ± - P 2 ").
■ Zet de functieschakelaar op "0".
De akoestische en optische signalen worden uitgezet.
■ Haal het gerecht uit de oven.
De kookwekker kunt u onder meer gebruiken als u iets buiten de oven bereidt, bijvoorbeeld als u eieren kookt.
De maximale kookwekkertijd is 59 minuten en 55 seconden.
U kunt de kookwekker los van ingestelde bereidingsprocessen gebruiken, bijvoorbeeld om u eraan te herinneren dat u na een bepaalde bereidingstijd kruiden moet toevoegen of het vlees moet besprenkelen.
Kookwekker instellen
■ Druk op de sensortoets ⚙.

In het display verschijnt "0:00".
■ Zolang het driehoekje ▲ knippert, kunt u met de temperatuurschakelaar of met de toets > een kookwekkertijd invoeren.
■ Druk op de toets OK.
Als het driehoekje ▲ onder het symbool ⚙ staat, kunt u de (in seconden) aflopende kookwekkertijd in het display volgen.
Na afloop van de kookwekkertijd
- knippert het symbool ♠.
- hoort u een signaal, als deze functie ingeschakeld is (zie "Instellingen ± - P 3 ").
- loopt de kookwekkertijd na het verstrijken door (nu oplopend).
■ Druk ten slotte op de toets OK.
Kookwekkertijd wissen
■ Roep met de toets OK de functie ♘ op.
Het driehoekje ▲ onder het symbool moet knipperen.
■ Zet met de temperatuurschakelaar of met de toets < de kookwekkertijd op "0:00".
De vergrendeling 🔒 voorkomt dat het apparaat onbedoeld wordt bediend.
■ Zet de functieschakelaar op "0".

■ Druk zo vaak op de toets > totdat het driehoekje ▲ onder het symbool 🔒 staat.
■ Druk op de toets OK.

■ Zolang het driehoekje ▲ onder het symbool 🔒 knippert, kunt u met toets < of > wisselen tussen de instellingen "I" en "O".
"0" De vergrendeling is uitgeschakeld.
"I" De vergrendeling is ingeschakeld. Het apparaat kan niet worden bediend.
■ Bevestig de instelling met de toets OK.
Als u de instelling "I" kiest, kan het apparaat niet meer worden bediend.
Het symbool ⏻ herinnert u aan de ingeschakelde vergrendeling.
Na een stroomstoring blijft de vergrendeling ingeschakeld.
Af fabriek heeft uw apparaat bepaalde standaardinstellingen.
U kunt voor deze instellingen een alternatief kiezen door de status "5" van een instelling "P" te veranderen (zie tabel).
| Instelling Status (* standaardinstelling) | ||
| P1Dagtijdweergave | 50 | De dagtijdweergave isuitgeschakeld.Het display is donker als de functieschakelaar op "0" staat. De dagtijd loopt op de achtergrond af. |
| 51* | De dagtijdweergave isingeschakeld.De dagtijd is zichtbaar in het display. | |
| P2Akoestisch signaal bereidings-tijd | 50 | Na afloop van een bereidingstijd en aan het einde van de opwarmfase hoort ugeensignaal. |
| 51*(kort) | Na afloop van een bereidingstijd en aan het einde van de opwarmfase hoort uwel een signaalU kunt uit twee akoestische signalen kiezen. | |
| P3Akoestisch signaal kookwekker | 50 | Na afloop van een kookwekkertijd klinkt ergeenakoestisch signaal. |
| 51*(kort) | Na afloop van een kookwekkertijd klinkt erwelenakoestisch signaal. | |
| 52 (lang) | ||
| P4Toetssignaal | 50 | Als u een toets aanraakt, klinkt ergeenakoestisch signaal. |
| 51* | Als u een toets aanraakt, klinkt erwelen akoes-tisch signaal. | |
| P5Volume akoestisch signaal | 50*tot 530 | Als u voor het signaal van de bereidingstijd P2en voor het signaal van de kookwekkertijd P3de status 52 heeft gekozen, kunt u het volume veranderen.Bij "P2-S1" en "P3-S1" is dit niet mogelijk. |
| P6Tijdformaat | 24* | De dagtijd wordt in24-uurs-formaatweergegeven. |
| 12 | De dagtijd wordt in12-uurs-formaatweergegeven. | |
Status van een instelling veranderen
■ Kies de functie "+".
■ Druk op de toets OK.

In het display verschijnt "P I".
■ Druk zo vaak op de toets < of > totdat het gewenste cijfer in het display verschijnt.
■ Druk op de toets OK.

In het display verschijnt de actuele status "5" van de instelling.
■ Met de toets < of > verandert u de status.
■ Druk op de toets OK.
De gewijzigde status wordt in het geheugen opgeslagen.
In het display verschijnt weer "P" en het cijfer van de instelling.
Zolang u de functieschakelaar niet op "0" zet, kunt u nog meer instellingen wijzigen.
Na een stroomstoring blijven de wijzigingen behouden.
Ontdooien, verwarmen, koken met magnetron
| Ovenfunctie Vermogen/temperatuur | Geschikt voor: | ||
| Ontdooien | Magnetron ≈ | 80 W | zeer kwetsbare producten: room, boter, slagroom- en crèmetaart, kaas |
| 150 W alle andere producten | |||
| Verwarmen | Magnetron ≈ | 450 W | baby-, kindervoeding |
| 600 W diverse gerechten; diepgevroren kant-en-klaarmaaltijden die niet bruin hoeven te worden | |||
| 850 W | |||
| 1000 W dranken | |||
| Koken Magnetron ≈ 850 W | Aankoken | ovenschotels;wellen van bijvoorbeelddessertrijst, griesmeel;diepgevroren producten die niet bruin hoeven te worden | |
| 450 WDoorkoken | |||
| 150 WVerder wellen | |||
| Kies een met magnetron gecombineerde ovenfunctie als u de bereidingstijd wilt verkorten en een bruin korstje wilt krijgen. | |||
| Magnetron+Grill ≈ | 300 W +vaste temperatuurbereiden en gratineren of bruineren van bijvoorbeeld toast of kleine voorgerechten | ||
| Magnetron+Hetelucht plus ≈ | 300 W +160 - 180 °Ckant-en-klaarmaaltijden die gegratineerd of gebruineerd moeten worden, bijvoorbeeld gratins | ||
De tijd die nodig is voor de bereiding, is afhankelijk van de kwaliteit en de hoeveelheid van het product en de temperatuur ervan op het moment dat u het in de oven doet. Voor gerechten uit de koelkast bijvoorbeeld is meer tijd nodig dan voor gerechten op kamertemperatuur.
Zie voor de tijden de tabellen op de volgende pagina's.
Voor het ontdooien, verwarmen en koken
■ Doe het product in magnetronbestendig serviesgoed en dek het af.
■ Zet het serviesgoed midden op de glazen schaal op het eerste niveau van onderen.
Bij gecombineerde ovenfuncties
Gebruik alleen magnetron- en hittebestendig serviesgoed.
Bereid het gerecht in principe zonder het af te dekken. Bij de ovenfunctie Magnetron+Grill moet het gerecht zonder afdekking worden bereid, anders wordt het niet bruin.
■ Schuif de glazen schaal op het tweede niveau van onderen in de oven.
Gerechten in aluminium bakjes kunt u meteen op de glazen schaal zetten.
Tijdens het ontdooien, verwarmen en koken
U moet de gerechten tijdens de bereiding herhaaldelijk omkeren, verkleinen of omroeren. Roer de buitenste lagen naar het midden toe (de buitenkant wordt het eerst warm).
Na het ontdooien, verwarmen en ko-ken
Laat het gerecht nog enkele minuten op kamertemperatuur staan, zodat de temperatuur zich gelijkmatig over het gerecht kan verdelen (doorwarmtijd).
⚠️ Vergeet niet gerechten om te scheppen of te schudden, nadat deze zijn verwarmd, vooral baby- en kindervoeding. Controleer of de voedingsmiddelen niet te heet zijn!
⚠️ Wees voorzichtig als u het serviesgoed uit de oven haalt. Het serviesgoed wordt niet door de microgolven warm (behalve vuurvast aardewerk), maar door de warmte die het gerecht afgeeft. U kunt zich branden!
Zorg dat voedsel altijd voldoende wordt verwarmd en voldoende gaar is.
Als u twijfelt of een gerecht voldoende verwarmd (voldoende gaar) is, verleng de tijd dan nog iets.
Zorg dat zeer bederfelijke voedingsmiddelen (zoals vis, gevogelte en gehakt) correct worden bereid.
Aanwijzingen voor het verwar- men
Voeding voor baby's en kinderen mag niet te heet zijn. Verwarm deze producten daarom niet langer dan 30 seconden tot 1 minuut op 450 Watt.
Maak dichte potjes altijd open. Verwijder bij potjes babyvoeding het deksel.
Verwarm babyflesjes zonder dop en speen.
Plaats bij het verwarmen van een vloeistof het kookstaafje in het glas of de beker!
Verhit geen hardgekookte eieren met de magnetronfunctie, ook niet zonder dop. De eieren kunnen uiteenspatten.
Aanwijzingen voor het koken
Bij voedingsmiddelen waarvan de schil of het vel hard is (tomaten, aubergines, worstjes, etc.), moet u eerst een paar gaatjes of inkepingen in de schil of het vel maken, voordat de voedingsmiddelen in het apparaat worden verwarmd. Op deze manier kan de waterdamp ontsnappen en voorkomt u dat de voedingsmiddelen ontploffen.
Eieren kunt u alleen in speciaal serviesgoed met de ovenfunctie Magnetron ≈ koken.
De eieren kunnen anders uiteen-spatten, ook nadat u ze uit het apparaat heeft gehaald! Speciaal serviesgoed is in de handel verkrijgbaar.
Eieren zonder schaal mogen met de magnetronfunctie worden bereid als u eerst een paar gaatjes in de dooi-er prikt. Als u dit niet doet, kan het eigeel er na het koken onder druk uitspuiten.
Ontdooien, verwarmen, koken met magnetron
| Toepassing Tips en aanwijzingen | |
| Ontdooien van grote hoeveelheden, bijvoorbeeld 2 kg vis. | Hiervoor kunt ook de glazen schaal gebruiken (eerste niveau van onderen). |
| Verwarmen van ge-rechten. | Gebruik altijd een deksel. Bereid alleen gebraden voedingsmiddelen die gepaneerd zijn zonder deksel. |
| Bereiden van groente. | De kooktijd van groente is afhankelijk van de versheid. Verse groente bevat meer water en is daardoor sneller gaar. Bij groente die al enige tijd is bewaard, moet u wat water toevoegen. |
| Bereiden van kant-en-klaargerechten. | U kunt dergelijke gerechten tegelijk ontdooien en ver-warmen of koken. Houdt u zich aan de aanwijzingen van de fabrikant. |
| Probleem Oorzaak en oplossing | |
| Na de bereiding is het gerecht niet voldoende warm of gaar. | Controleer of na een onderbroken bereiding de magnetron weer is ingeschakeld.Controleer of bij het verwarmen of koken met de magnetron een tijd is gekozen die bij het magnetronvermogen past.Hoe lager het vermogen, des te langer de tijd. |
| Na een bereiding met de magnetronfunctie koelen de gerechten te snel af. | De warmte ontstaat altijd eerst aan de buitenkant van het gerecht en verplaatst zich vervolgens naar het midden.Als u een gerecht op een hoog vermogen verwarmt, kan het van buiten al warm zijn, maar van binnen nog niet.Tijdens de doorwarmtijd wordt de temperatuur gelijkmatig over het gerecht verdeeld.Verwarm gerechten die uit verschillende ingrediënten bestaan, zoals een menu, daarom op een wat lager vermogen, gedurende een iets langere tijd. |
Tabel voor het ontdooien
| Magnetronvermogen | ||||
| Hoeveelheid 150 W Tijd in min. | 80 W Tijd in min. | Doorwarmtijd ^1) in min. | ||
| Zuivelproducten | ||||
| Room | 250 ml | - | 13-17 | 10-15 |
| Boter | 250 g | - | 8-10 | 5-10 |
| Plakjes kaas | 250 g | - | 6-8 | 10-15 |
| Melk | 500 ml | 14-16 | - | 10-15 |
| Kwark | 250 g | 10-12 | - | 10-15 |
| Taart / gebak / brood | ||||
| Zandtaart | 1 stuk ca. 100 g | 1-2 | - | 5-10 |
| Zandtaart | 300 g | 4-6 | - | 5-10 |
| Vruchtentaart | 3 stukken ca. 300 g | 6-8 | - | 10-15 |
| Boterkoek | 3 stukken ca. 300 g | 5-7 | - | 5-10 |
| Slagroom-, crèmetaart | 1 stuk ca. 100 g | - | 1,5 | 5-10 |
| 3 stukken ca. 300 g | - | 4-4,5 | 5-10 | |
| Gebak (gist-/bladerdeeg) | 4 stuks | 6-8 | - | 5-10 |
| Fruit | ||||
| Aardbeien, frambozen | 250 g | 7-8 | - | 5-10 |
| Bessen | 250 g | 8-9 | - | 5-10 |
| Pruimen | 500 g | 12-16 | - | 5-10 |
| Vlees | ||||
| Rundergehakt | 500 g | 16-18 | - | 5-10 |
| Kip | 1000 g | 34-36 | - | 10-15 |
| Groente | ||||
| Erwten | 250 g | 8-12 | - | 5-10 |
| Asperge | 250 g | 8-12 | - | 10-15 |
| Bonen | 500 g | 13-18 | - | 10-15 |
| Rode kool | 500 g | 15-20 | - | 10-15 |
| Spinazie | 300 g | 12-14 | - | 10-15 |
1) Laat het product bij kamertemperatuur staan.
In deze tijd wordt de temperatuur gelijkmatig over het product verdeeld.
Houdt u zich aan de aangegeven magnetronvermögens, tijden en doorwarmtijden. Hierbij is rekening gehouden met de hoedanigheid, de hoeveelheid en de uitgangstemperatuur van de producten.
Kies in principe de gemiddelde tijd.
Tabel voor het verwarmen
| Dranken^2) | Magnetronvermogen | |||
| Hoeveelheid 1000 W Tijd in min. | 450 W Tijd in min. | Doorwarmtijd^1) in min. | ||
| Koffie,drinktemperatuur 60 – 65 °CMelk,drinktemperatuur 60 – 65 °CWateraan de kook brengenBabyflesje (melk)Bisschopswijn, grog,drinktemperatuur 60 – 65 °C | 1 kopje, 200 ml | 0:50 – 1:10 | – | – |
| 1 kopje, 200 ml | 1-1:50^3) | – | – | |
| 1 kopje, 125 mlca. 200 ml | 1 – 1:50– | – 0:50 - 1^3) | –1 | |
| 1 glas, 200 ml | 0:50 – 1:10 | – | – | |
| Gerechten^3) | Magnetronvermogen | |||
| Hoeveelheid 600 W Tijd in min. | 450 WTijd in min. | Doorwarmtijd^1) in min. | ||
| Kindervoeding (kamertemperatuur) | 1 potje, 200 g | – | 0:30 – 1 | 1 |
| Karbonade, gebraden | 200 g | 3 – 5 | – | 2 |
| Visfilet, gebakken | 200 g | 3 – 4 | – | 2 |
| Vlees met jus | 200 g | 3 – 5 | – | 1 |
| Bijgerechten | 250 g | 3 – 5 | – | 1 |
| Groente | 250 g | 4 – 5 | – | 1 |
| Vleesjus | 250 ml | 4 – 5 | – | 1 |
| Soep/eenpansgerecht | 250 ml | 4 – 5 | – | 1 |
| Soep/eenpansgerecht | 500 ml | 7 – 8 | – | 1 |
1) Laat het product bij kamertemperatuur staan.
In deze tijd wordt de temperatuur gelijkmatig over het product verdeeld.
2) Plaats het kookstaafje in het glas of de beker.
3) De tijden gelden voor gerechten met een uitgangstemperatuur van ca. 5 °C.
Bij voedingsmiddelen die normaal niet in de koelkast worden bewaard, wordt uitgegaan van een kamertemperatuur van ca. 20 °C.
Gerechten moeten tot een temperatuur van 70 - 75 °C worden verhit, met uitzondering van babyvoeding en niet-gebonden sauzen.
Houdt u zich aan de aangegeven magnetronvermögens, tijden en doorwarmtijden. Hierbij is rekening gehouden met de hoedanigheid, de hoeveelheid en de uitgangstemperatuur van de producten.
Kies in principe de gemiddelde tijd.
Ontdooien, verwarmen, koken met magnetron
Tabel voor het koken
| Magnetronvermogen | |||||
| Hoeveelheid 850 W Tijd in min. | +450 W Tijd in min. | Doorwarm- tijd1)in min. | |||
| Vlees | |||||
| Gehaktballetjes in jus (400 g vlees) | 10-12 | 2-3 | |||
| Kalfsgoulash in saus (750 g vlees) | 16+15 | 2-3 | |||
| Gevogelte | |||||
| Kip in mosterdsaus | ca. 800 g | 4 | + | 12 | 2-3 |
| Reepjes kippenvlees in kerriesaus | ca. 900 g | 5 | + | 12 | 2-3 |
| Gevogelte-risotto | ca. 1,6 kg | 10 | + | 15 | 3-5 |
| Vis | |||||
| Visfilet in saus | ca. 900 g | 8-10 | 2-3 | ||
| Vis in kerrie | ca. 1,5 kg | 5 | + | 12 | 3-5 |
| Verse groente | |||||
| Wortels | 300 g | 2 | + | 6 | 2 |
| Bloemkoolroosjes | 500 g | 6 | + | 10 | 2 |
| Erwten | 450 g | 5 | + | 10 | 2 |
| Paprikareepjes | 500 g | 5 | + | 10 | 2 |
| Koolrabi (in stiften) | 500 g | 3 | + | 8 | 2 |
| Spruitjes | 300 g | 3 | + | 9 | 2 |
| Asperge | 500 g | 5 | + | 8 | 2 |
| Broccoliroosjes | 300 g | 4 | + | 4 | 2 |
| Prei | 500 g | 5 | + | 8 | 2 |
| Sperziebonen | 500 g | 4 | + | 12 | 2 |
| Diepvriesgroente | |||||
| Erwten, gemengde groenten | 450 g | 5 | + | 11 | 2 |
| Spinazie | 450 g | 5 | + | 7 | 2 |
| Spruitjes | 300 g | 4 | + | 6 | 2 |
| Broccoli | 300 g | 3 | + | 6 | 2 |
| Prei | 450 g | 4 | + | 8 | 2 |
| Desserts | |||||
| Kwarkschotel (500 g kwark) | 10-12 | - | - | ||
| Vruchtendessert (500 ml sap of 500 g vruchten) | 6-8 | - | - | ||
1) Laat het product bij kamertemperatuur staan.
In deze tijd wordt de temperatuur gelijkmatig over het product verdeeld.
Houdt u zich aan de aangegeven magnetronvermögens, tijden en doorwarmtijden. Hierbij is rekening gehouden met de hoedanigheid, de hoeveelheid en de uitgangstemperatuur van de producten.
Kies in principe de gemiddelde tijd.
Ovenfunctie
- Hetelucht plus
Deze ovenfunctie is ideaal voor het bakken van koekjes, roerdeeg, soezen-deeg, bladerdeeg en appelflappen.
- Magnetron+Hetelucht plus ≈
Deze gecombineerde functie is ideaal voor het bakken van deeg met een langere baktijd, zoals gistdeeg, kwarkoliedeeg, cakebeslag en kneeddeeg.
De bereidingstijd neemt bij deze ovenfunctie af.
Stel voor de gehele bereidingstijd een magnetronvermogen in van maximaal 150 W.
Bakvormen
Houd bij de keuze van de ovenfunctie rekening met het materiaal van de bakvorm.
Hetelucht plus
De bakvorm mag van elk temperatuurbestendig materiaal zijn. U kunt ook lichtkleurige, blanke, dunwandige vormen gebruiken, al zijn die niet aan te bevelen.
Magnetron+Hetelucht plus ≈
Gebruik alleen magnetron- en hittebestendige bakvormen (zie ook het hoofdstuk "Serviesgoed voor de magnetron"), zoals vormen van hittebestendig glas of hittebestendige keramiek. De magnetrongolven dringen door deze materialen heen.
Metalen vormen reflecteren de magnetrongolven die het product dan alleen van boven kunnen bereiken. De bereidingstijd zal hierdoor toenemen. Bovendien kunnen bij metalen vormen vonken ontstaan.
Zet de vorm zo op de glazen schaal dat de vorm niet in aanraking komt met de wanden van het apparaat. Gebruik een vorm niet weer voor de gecombineerde ovenfunctie als er vonken ontstaan.
Niveau
Hetelucht plus
| Cakes in bak-vormen | 1e niveau van onderen |
| Plat gebak (koekjes, plaatkoek, etc.) | 2e niveau van onderen |
| Bakken op twee niveaus tegelijk (afhankelijk van de hoogte van het ge-bak) | 1e en 3e niveau of 2e en 3e niveau van onderen |
Magnetron+Hetelucht plus ≈
■ Schuif de glazen schaal op het eerste niveau in het apparaat en zet de bakvorm erop.
Tips voor het bakken
U kunt ook een bereidingstijd (duur) programmeren (zie "Bediening - Bereidingstijden programmeren"). U kunt de bereiding beter niet te lang van tevoren programmeren. Het deeg kan uitdrogen en de werking van het rijsmiddel kan afnemen.
Als u cakes en dergelijke in langwer- pige vormen bakt, plaats deze dan dwars in de ovenruimte. De warmtever- deling in de vorm is dan optimaal en u bereikt een gelijkmatig bakresultaat.
Voor een gezonde voeding dienen de voedingsmiddelen zo behoedzaam mogelijk te worden bereid.
Bak taarten, pizza's, patat en dergelijke dan ook goudgeel en niet don- kerbruin.
Cake, gebak en diepvriesproducten (zoals patat, kroketten, diepvriestaarten, -pizza's, -stokbroden, etc.) worden behoedzaam bereid en gelijkmatig bruin als u de volgende punten in acht neemt:
- Houd in principe de laagste temperatuur uit het recept of op de verpakking aan.
Kies geen hogere temperatuur dan daar is aangegeven. Een hoge temperatuur verkort weliswaar de baktijd, maar het gebak wordt vaak niet gelijkmatig bruin en onder ongunstige omstandigheden ook niet gaar.
- Controleer na afloop van de kortste baktijd of het gebak gaar is.
Prik bij taarten en gebak met een houten stokje (bijvoorbeeld een satéstokje) in het deeg. Als niets aan het stokje blijft kleven, is het gebak gaar.
- Leg bakpapier onder patat, kroketten en soortgelijke producten.
| Probleem Oorzaak en oplossing | |
| Het gebak is nog nietgaar na de in debaktabel aangegeventijd. | Controleer of u de juiste temperatuur heeft ingesteld.Controleer of u het recept heeft veranderd. Als hetdeeg vochtiger is (bijvoorbeeld door het toevoegen vaneieren of melk), neemt de bereidingstijd toe.Controleer van welk materiaal de bakvorm is en welkekleur de vorm heeft.Lichtkleurige, blanke en dunwandige vormen zijn minder geschikt. Dergelijke vormen reflecteren dewarmtestraling van de oven. Hierdoor kan de warmtehet product minder goed bereiken en wordt het nietgoed gaar. |
| Het gebak is niet overaleven bruin. | Een zeker verschil is er altijd.Als het verschil erg groot is, controleer dan of de ingestelde temperatuur niet te hoog is geweest, van welkmateriaal de vorm is en welke kleur de vorm heeft.Lichtkleurige, blanke en dunwandige vormen zijn minder geschikt. Dergelijke vormen reflecteren dewarmtestraling van de oven. Hierdoor kan de warmtehet product minder goed bereiken en wordt het nauwelijks bruin of niet gelijkmatig bruin. |
Tabel voor het bakken
| Hetelucht plus | Magnetron+Hetelucht plus | ||||
| Temperatuur in °C | Tijd in min. | Vermogen in W | Temperatuur in °C | Tijd in min. | |
| Roerdeeg | |||||
| Zandtaart | 140 – 160 | 60 – 80 | - | - | - |
| Tulband | 150 – 170 | 65 – 80 | 80 | 160 | 60 – 70 |
| Muffins1) | 150 – 170 | 25 – 35 | - | - | - |
| Marmercake (vorm) | 150 – 170 | 60 – 70 | - | - | - |
| Vruchtentaart met couverture (glazen schaal)1) | 150 – 170 | 35 – 45 | - | - | - |
| Vruchtentaart (glazen schaal)1) | 150 – 170 | 35 – 45 | - | - | - |
| Vruchtentaart (vorm) | 150 – 170 | 55 – 65 | 80 | 160 | 45 – 60 |
| Taartbodem | 150 – 170 | 30 – 35 | - | - | - |
| Koeken/koekjes | 150 – 170 | 15 – 30 | - | - | - |
| Biscuitdeeg | |||||
| Taart | 150 – 170 | 30 – 35 | - | - | - |
| Taartbodem (2 eieren) | 150 – 170 | 25 – 30 | - | - | - |
| Rol1) | 150 – 170 | 20 – 25 | - | - | - |
| Kneeddeeg | |||||
| Taartbodem | 150 – 170 | 30 – 38 | - | - | - |
| Kruimeltaart (glazen schaal)1) | 150 – 170 | 40 – 50 | - | - | - |
| Koeken/koekjes1) | 150 – 170 | 20 – 30 | - | - | - |
| Kwarktaart | 150 – 170 | 75 – 85 | - | - | - |
| Appeltaart | 150 – 170 | 65 – 75 | - | - | - |
| Abrikozentaart | 150 – 170 | 60 – 70 | - | - | - |
| Gistdeeg / kwark-olie-deeg | |||||
| Kruimeltaart (glazen schaal)1) | 150 – 170 | 35 – 45 | - | - | - |
| Vruchtentaart (glazen schaal)1) | 150 – 170 | 40 – 50 | 150 | 170 | 35 – 45 |
| Guglhupf | 140 – 160 | 55 – 65 | |||
| Stol | 150 – 170 | 55 – 65 | - | - | - |
| Witbrood | 160 – 180 | 40 – 50 | - | - | - |
| Volkorenbrood | 150 – 170 | 110 – 130 | - | - | - |
| Pizza (glazen schaal)1) | 170 – 190 | 40 – 50 | 80 | 180 | 30 – 40 |
| Uientaart (glazen schaal)1) | 150 – 170 | 35 – 40 | - | - | - |
| Appelflappen1) | 150 – 170 | 25 – 35 | - | - | - |
| Soezendeeg, roomsoezen1) | 160 – 180 | 30 – 40 | - | - | - |
| Bladerdeeg1) | 170 – 190 | 25 – 35 | - | - | - |
| Eiwitgebak, makronen1) | 120 – 140 | 35 – 45 | - | - | - |
De gegevens voor de aanbevolen ovenfunctie zijn vet gedrukt.
De tijden gelden, tenzij anders aangegeven, voor een niet voorverwarmde ovenruimte.
Bij een voorverwarmde oven zijn de baktijden ca. 10 minuten korter.
1) Tweede niveau van onderen.
Houdt u zich aan de aangegeven temperaturen, magnetronvermögens, niveaus en tijden. Daarbij is rekening gehouden met diverse bakvormen, deeghoeveelheden en bakgewoonten.
Kies in het algemeen de gemiddelde temperatuur en controleer het product na de kortste tijd.
Ovenfunctie
- Hetelucht plus
Geschikt voor vlees en gevogelte dat een bruin korstje moet krijgen.
- Magnetron+Hetelucht plus ≈
De bereidingstijd neemt bij deze ovenfunctie af.
Stel voor de gehele bereidingstijd het volgende magnetronvermogen in:
- bij vlees en vis: max. 300 W.
- bij gevogelte: 150 W.
Deze gecombineerde functie is niet geschikt voor het braden van biefstuk en filet. Het vlees wordt anders al gaar, voordat het een korstje krijgt.
Kookgerei
Houd bij de keuze van de ovenfunctie rekening met het materiaal van het serviesgoed.
Hetelucht plus
U kunt elk hittebestendig kookgerei gebruiken, zoals een braadpan, een braadslede, een vuurvaste schaal en een römertopf.
Het serviesgoed moet hittebestendige grepen hebben.
Magnetron+Hetelucht plus ≈
Gebruik alleen magnetron- en hittebestendig serviesgoed. Gebruik geen metalen deksels. Zie ook het hoofdstuk "Serviesgoed voor de magnetron".
Braden in een pan met deksel
U kunt vlees het beste in een gesloten pan braden:
- Het vlees blijft van binnen mals.
- De oven blijft schoner dan bij braden op het rooster.
- Er blijft genoeg fond over voor een saus.
Kruid het vlees en leg het in de pan. Leg er blokjes boter of margarine op of giet er olie of vet overheen. Voeg bij grote magere stukken vlees (2 tot 3 kg) en vet gevogelte ongeveer 1/8 liter water toe.
Zet het vlees of het gevogelte in de koude ovenruimte.
Uitzondering: biefstuk en filet. Hier- voor moet de oven worden voorver- warmd volgens de aanwijzingen in het recept.
Niveau
Hetelucht plus
■ Schuif het rooster met het gerecht op het eerste niveau van onderen in de oven.
Magnetron+Hetelucht plus ≈
■ Schuif het rooster of de glazen schaal op het eerste niveau van onderen in de oven.
Temperatuur
De temperatuurinstellingen vindt u in de tabel voor het braden.
Hoe groter het vlees, des te lager de temperatuur (maximaal 3 kg, behalve gevogelte). Stel vanaf 3 kg een temperatuur in die ca. 10 °C lager is dan in de tabel voor het braden is aangegeven. Het braden duurt dan weliswaar iets langer, maar het vlees wordt gelijkmatig gaar en krijgt geen te dikke korst.
Bereidingstijd
De tijd is afhankelijk van de vleessoort, de grootte en de dikte van het vlees. De bereidingstijd kunt u als volgt bepalen:
De dikte van het vlees x de tijd per cm (voor de vleessoorten, zie de tabel).
| Vleessoort Tijd per cm | vlees |
| Rundvlees / wild | 15 – 18 min. |
| Varken / kalf / lam | 12 – 15 min. |
| Biefstuk / filet | 12 – 15 min. |
Voorbeeld:
rundvlees, 8 cm dik =
8 x 15 minuten = 120 minuten bereidingstijd.
Het vlees wordt pas aan het einde van de bereidingstijd bruin. Het wordt extra bruin als u 15 tot 20 minuten vóór het einde het deksel van de pan haalt.
Tips voor het braden
Haal het vlees uit de ovenruimte, wikkel het in aluminiumfolie en laat het ca. 10 minuten staan. Het vlees verliest dan minder vocht als u het snijdt.
Braden op het rooster
Bij braden op het rooster moet u de temperatuur ca. 20 °C lager instellen dan bij braden in een dichte pan.
Mager vlees kunt u met vet bestrijken, met plakjes spek bedekken of larderen.
Giet er tijdens het braden niet teveel vocht bij, want anders wordt het vlees niet goed bruin.
Braden in braadfolie/braadzakken
Houdt u zich aan de aanwijzingen van de fabrikant als u braadfolie of braadzakken gebruikt.
Gevogelte braden
Het vel wordt extra knapperig als u het gevogelte 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd bestrijkt met licht gezouten water.
Diepgevroren vlees braden
Diepgevroren vlees (tot ca. 1,5 kg) kunt u meteen braden, zonder het eerst te laten ontdooien. De bereidingstijd neemt per kilo met ca. 20 minuten toe.
Tabel voor het braden
| Hetelucht plus | Magnetron+Hetelucht plus | ||||
| Temperatuur in °C 1) 2) | Tijd in min. | Vermogen in W | Temperatuur in °C 2) | Tijd in min. | |
| Rundvlees (ca. 1 kg) | 170 – 190 | 100 – 120 | - | - | - |
| Runderfilet, rosbief 3), 4) (ca. 1 kg) | 190 – 210 | 40 – 60 --- | |||
| Wild, bout (ca. 1 kg) | 180 – 200 | 100 – 120 | - | - | - |
| Wild, rug (ca. 1 kg) | 180 – 200 | 70 – 100 | - | - | - |
| Varkensvlees (fricandeau, nekstuk; ca. 1 kg) | 170 – 190 | 110 – 130 | 150 | 180 | 90 – 100 |
| Casselerrib (ca. 1 kg) | 170 – 190 | 70 – 80 | 150 | 180 | 60 – 70 |
| Gehakt 4) (ca. 1 kg) | 160 – 180 | 65 – 75 | 300 | 180 | 35 – 45 |
| Kalfsvlees (ca. 1 kg) | 170 – 190 | 80 – 100 | 150 | 180 | 70 – 80 |
| Lamsbout (ca. 2 kg) | 170 – 190 | 110 – 130 | 150 | 180 | 90 – 110 |
| Lamsrug 3) (ca. 2 kg) | 170 – 190 | 60 – 80 | - | - | - |
| Gevogelte (ca. 1 kg) | 170 – 190 | 55 – 65 | 150 | 180 | 45 – 55 |
| Gevogelte (ca. 4 kg) | 170 – 190 | 200 – 220 | 150 | 160 | 120 – 150 |
| Moot vis (ca. 1,5 kg) | 160 – 180 | 45 – 55 | 150 | 170 | 35 – 45 |
De tijden gelden, tenzij anders aangegeven, voor een niet voorverwarmde ovenruimte.
1) Braden in de dichte pan.
Als het vlees op het rooster wordt bereid: temperatuur 20 °C lager instellen.
2) Stel de temperatuur niet hoger in dan aangegeven. Het vlees wordt anders wel bruin, maar niet gaar.
3) Gerecht niet afdekken.
4) Oven voorverwarmen.
Houdt u zich aan de aangegeven temperaturen, magnetronvermogens, niveaus en tijden. Daarbij is rekening gehouden met divers kookgerei, diverse vleessoorten en gewoonten.
Kies in het algemeen de gemiddelde temperatuur en controleer het product na de kortste tijd.
Ovenfunctie
- Grill
Deze ovenfunctie is ideaal voor platte voedingsmiddelen: karbonade, biefstuk, gehakt, toast, belegde toast.
- Circulatiegrill
Deze functie is met name geschikt voor relatief dikke voedingsmiddelen, zoals schaschlik, rollade en gevogelte.
- Magnetron+Grill
● Magnetron+Circulatiegrill
De bereidingstijd neemt hierbij af.
Stel voor de gehele bereidingstijd een magnetronvermogen in van maximaal 300 W.
Vlees voorbereiden
Spoel het vlees af met koud water en droog het goed af. Zout het vlees niet voor het grilleren, anders verliest het zijn vocht.
Bestrijk mager vlees met een beetje olie. Andere soorten vet worden snel te donker of leiden tot rookontwikkeling. Kip kunt u met boter bestrijken.
Platte vissen en moten vis kunt u zoals gebruikelijk voorbereiden, zouten en met een beetje citroensap besprenkelen.
Grilleren op het rooster
Verwarm het verwarmingselement van de grill ca. 5 minuten voor. Houd de deur daarbij gesloten. Gebruik de magnetronfunctie niet tijdens het voorverwarmen.
■ Bestrijk het rooster voor het grilleren met olie en leg het vlees erop. Zorg dat de stukken ongeveer even dik zijn, zodat de bereidingstijden niet te veel verschillen.
■ Kies de gewenste ovenfunctie.
Grill
Temperatuur
Voor het grilleren geldt een vaste temperatuur. U kunt dus geen temperatuur instellen.
Niveau
■ Gebruik afhankelijk van de grootte van het vlees het tweede of derde niveau van onderen.
■ Keer het product halverwege de tijd om.
Circulatiegrill
Temperatuur
| 220 °C | plat vlees (bijvoorbeeld karbonade en biefstuk) |
| 180 - 200 °C | dikkere stukken (bij- voorbeeld gevogelte en rollade) |
Als tijdens het grilleren het vlees aan de buitenkant al een korstje krijgt, terwijl het van binnen nog niet gaar is, kunt u op een lagere temperatuur verder grilleren.
Niveau
■ Gebruik afhankelijk van de grootte van het vlees het eerste of tweede niveau van onderen.
Tijden voor het grilleren
| 6 - 8 min. per kant | platte stukken vlees en vis |
| 7 - 9 min. | dikkere stuk- ken |
| ca. 10 min. per cm diameter | rollade |
Is het vlees gaar?
Als u wilt controleren of het vlees vol- doende gaar is, druk dan met een lepel op het vlees.
- Als het nog veerkrachtig aanvoelt, is het vlees van binnen nog rood.
- Als het een beetje meegeeft, is het vlees van binnen roze ("medium").
- Als het bijna niet meegeeft, is het door en door gaar ("doorbakken").
Verwarm het grillelement ca. 5 minuten voor. Schakel daarbij niet de magnetron in!
| Gerechten | Aanbevolen niveau van onderen | Grill [IMAGE] | Circulatiegrill [IMAGE] | |
| Stand Totale bereidings- tijd in min.1) | Temperatuur in °C | Totale bereidings- tijd in min.1) | ||
| Platte gerechten | ||||
| Runderbiefstuk 2 of 3 | 2) | 3 18–22 220 10 – | 16 | |
| Schaschlik 2 – – 220 15 – 20 | ||||
| Spies met gevogelte | 2 | – – | 220 | 15 – 20 |
| Schnitzel 2 of 3 | 2) | – – 220 14 – 18 | ||
| Gehaktballen 2 of 3 | 2) | 3 20–25 220 20 – | 25 | |
| Braadworst 2 of 3 | 2) | 3 15–20 – | – | |
| Visfilet | 2 of 32) | 3 15–20 – | – | |
| Forel | 2 of 32) | – – 220 20 – 25 | ||
| Toast bruineren 2 of 3 | 2) | 3 2–4 – | – | |
| Toast Hawaii | 2 | 3 5–9 | – | – |
| Tomaten | 2 of 32) | 3 10–12 220 | 6 – 8 | |
| Perziken | 2 | 3 4–8 | 220 | 7 – 10 |
| Dikke gerechten | ||||
| Kip, heel (ca. 1 kg) | 1 of 23) | 2 50–60 18 | 0 – 200 45 – 55 | |
| 150 W + 2004) | 35 – 45 | |||
| Rollade, ∅ 10 cm (ca. 1,5 kg) | 1 | 2 80 – 100 | 180 – 200 | 80 – 100 |
| Schenkel (ca. 1 kg) | 1 | – – | 180 – 200 | 100 – 120 |
De gegevens voor de aanbevolen ovenfunctie zijn vet gedrukt.
1) Draai het gerecht halverwege de bereidingstijd om.
2) Houd bij het niveau rekening met de dikte van het gerecht.
3) Tweede niveau van onderen bij "Circulatiegrill [icon]".
4) Kies de ovenfunctie "Magnetron+Circulatiegrill [≈]".
Houdt u zich aan de aangegeven temperaturen, magnetronvermogens, niveaus en tijden. Daarbij is rekening gehouden met diverse vleessoorten en gewoonten.
Kies in het algemeen de gemiddelde temperatuur en controleer het product na de kortste tijd.
Ovenfunctie
- Ontdooien
De ventilator laat de lucht in de oven- ruimte bij kamertemperatuur circuleren. Het voedingsmiddel wordt zo heel be- hoedzaam ontdooid.
Niveau
■ Haal het diepvriesproduct uit de verpakking en leg het op de glazen schaal of in een andere schaal.
Leg klein gevogelte op een omgekeerd schoteltje in de glazen schaal. Het vlees ligt dan niet in het vocht dat bij het ontdooien vrijkomt.
■ Gebruik afhankelijk van de grootte van het diepvriesproduct het eerste of tweede niveau van onderen.
Tijden voor het ontdooien
De tijden zijn afhankelijk van het gewicht en het soort voedsel dat u ont-dooit.
| Gerecht Gewicht Tijd in min. |
| kip 800 g 90 – 120 |
| vlees 500 g 60 – 90 |
| vlees 1.000 g 90 – 120 |
| braadworst 500 g 30 – 50 |
| vis 1.000 g 60 – 90 |
| aardbeien 300 g 30 – 40 |
| plaatkoek 500 g 20 – 30 |
| brood 500 g 30 – 50 |
Tips
⚠ Let bij het ontdooien van gevo- gelte extra op de hygiène. Gebruik het vocht dat bij het ontdooien vrij- komt niet. De kans op bacteriën is groot (bijvoorbeeld salmonella).
Vlees, gevogelte en vis hoeven niet volledig ontdooid te zijn voor verdere bereiding. Het is voldoende als de buitenlaag zo zacht is dat de kruiden goed worden opgenomen.
Ovenfunctie
- Hetelucht plus
Deze ovenfunctie is ideaal voor grote hoeveelheden fruit en groente (max. 5 glazen van 1/2 liter).
- Magnetron ≈
Deze ovenfunctie is geschikt voor kleine hoeveelheden fruit en groente.
Geschikte potten/glazen
⚠ Gebruik voor het inmaken nooit conservenblikken. Deze kunnen door overdruk uiteenspatten. U kunt daarbij letsel oplopen en het apparaat kan beschadigd raken.
Hetelucht plus
Voor inmaken kunt u weckpotten of glazen met schroefdeksel gebruiken.
Gebruik alleen speciale glazen met schroefdeksel. Geschikte glazen zijn in de vakhandel verkrijgbaar.
Magnetron
Gebruik voor deze ovenfunctie weckpotten.
Sluit de potten af met klemmen die geschikt zijn voor de magnetron of met doorzichtig plakband. Gebruik nooit metalen klemmen omdat daardoor vonken kunnen ontstaan.

Bereid de weckpotten (glazen) zoals gebruikelijk voor. Vul de potten tot maximaal 2 cm onder de bovenrand.
Hetelucht plus
| 5 potten/glazen (inhoud 1/2 l) ^1) | Temperatuur Inmaaktijd | vanaf het borrelen ^2) in min. | Restwarmte tijd in min. |
| Fruit, komkommer | 150 – 170 °C tot aan het borrelen.Daarna in uitgeschakeld apparaat laten staan. | geen 25 – 30 | |
| Asperges, wortels | 150 – 170 °C tot aan het borrelen.Daarna op 100 °C verder koken. | 60 – 90 25 | -30 |
| Erwten, bonen | 90 – 120 | 25 – 30 | |
| 1) Glazen schaal op het eerste niveau van onderen.2) Borrelen = het gelijkmatig opstijgen van luchtbelletjes. | |||
Magnetron ≈
| Weckpotten (inhoud 1/2 l) ^1) | Vermogen Inmaaktijd tot het borrelen ^2) in min. | Inmaaktijd vanaf het borrelen ^2) in min. |
| Fruit, komkommer | 850 W tot aan het borre- len.Daarna in uitgeschakeld apparaat laten staan. | 3 – 15 afhankelijk van het aantal potten |
| Asperges, wortels | 850 W tot aan het borre- len. Daarna met 450 W dporkoken. | 3 – 15 afhankelijk van het aantal pot- ten |
| Erwten, bonen ca. | ||
| 1) Glazen schaal op het eerste niveau van onderen.2) Borrelen = het gelijkmatig opstijgen van luchtbelletjes. | ||
Na het inmaken
Haal de potten uit het apparaat, leg er een doek overheen en laat ze ca. 24 uur op een tochtvrije plaats staan. Verwijder de klemmen of het plakband en controleer of alle potten goed dicht zitten.
Aanwijzingen voor keuringsinstituten
| Gerechten getest volgens EN 60705 | Vermogen (in Watt) / grill | Tijd in min. | Doorwarmtijd in min.1) | Opmerking |
| Frambozen ontdooien, 250 g2) | 150 7 3 onafgedekt ontdooien | |||
| Rundergehakt ontdooien, 500 g2) | 150 | 16 – 18 | 5 – 10 | onafgedekt ontdooien, halverwege keren |
| Gehakt bereiden, 900 g2) | 600 + 450 | 8,5 + 11 | 5 | schaal: Pyrex 03.838.80, 28 cm lang, onafgedekt |
| Aardappelschotel bereiden, 1105 g2) | 300 + Grill | 35 – 40 | 5 | schaal: Pyrex 03.827.80 |
| Biscuit bereiden, 475 g2) | 450 | 7,5 – 8,5 | 5 | schaal: Pyrex 03.827.80, onafgedekt |
| Kip grilleren, 1200 g (diepvriesgewicht), 2 helften3) | 150 + Grill | 38 – 43 | 2 | borstzijde naar beneden, halverwege keren |
| Eiercrème bereiden, 1000 g2) | 450 25 – 27 | 120 schaal: Pyrex 07.227.8 | (25 x 25 cm) | |
| Andere geteste gerechten | ||||
| Roodbaarsfilet ontdooien en bereiden, 400 g2) | 850 + 450 | 4,5 + 4,5 | 3 | gerecht afdekken, halverwege de tijd omkeren |
| Kip ontdooien, 1200 g (diepvriesgewicht)2) | 150 | 38 – 40 | 10 | borstzijde naar beneden, halverwege keren |
1) Laat het product bij kamertemperatuur staan.
In deze tijd wordt de temperatuur gelijkmatig over het product verdeeld.
2) Glazen schaal, eerste niveau van onderen
3) Glazen schaal en rooster, eerste niveau van onderen
Aanwijzingen voor keuringsinstituten
| Geteste gerechten volgens EN 60350 | Bakvorm/ aantal gla-zen schalen | Ovenfunctie Temperatuur in °C | Bereidingstijd in min. |
| Spritsen 1 glazen schaal | 1) | Hetelucht plus 📁 | 140 |
| 2 glazen schalen 2) | Hetelucht plus 📁 | 140 | |
| Zacht biscuitdeeg spring | gvorm, 3)26 cm, donker | Hetelucht plus 📁 | 170 |
| Appeltaart springvorm, | 3)20 cm, donker | Hetelucht plus 📁 | 160 |
| Small cakes 1 glazen schaal | 1) | Hetelucht plus 📁 | 160 |
| 2 glazen schalen 2) | Hetelucht plus 📁 | 160 | |
| Toast rooster | 4) | Grill 📁 - 5 - 7 + 5 min. | - |
| Biefstuk grilleren (12 stuks) | rooster op glazen schaal 1) | Grill 📁 | - |
| 1) tweede niveau van onderen | 3) eerste niveau van onderen | ||
| 2) eerste en derde niveau van onderen | 4) derde niveau van onderen | ||
| Andere geteste ge-rechten | Bakvorm/aantal glazen schalen | Ovenfunctie /programma | Magnetron-vermogenin Watt | Tempera-tuurin °C | Berei-dingstijdin min. |
| Plaatgebak/gist-deeg | 1 glazen schaal 1) | Hetelucht plus 📁 | - | 170 | 45 – 55 |
| 1 glazen schaal 1) | Magnetron+Hetelucht plus ≈ | 150 170 | 30 – 40 | ||
| Cake bakvorm | 2) | Hetelucht plus 📁 | - | 160 | 55 – 65 |
| bakvorm 2) | Magnetron+Hetelucht plus ≈ | 80 160 | 40 – 50 | ||
| Eend,ca. 2000 g | rooster en glazenschaal 2) | Hetelucht plus 📁 | - | 180 | 100 – 120 |
| rooster en glazenschaal 2) | Magnetron+Hetelucht plus ≈ | 150 180 | 80 – 90 | ||
| Varkensvlees, ca.1500 g | rooster en glazenschaal 2) | Hetelucht plus 📁 | - | 160 | 110 – 130 |
| rooster en glazenschaal 2) | Magnetron+Hetelucht plus ≈ | 150 160 | 85 – 95 | ||
| Afbakken van diepvries-pizza's | rooster 1) | Hetelucht plus 📁 | - | 200 | 12 – 16+ voorver-warmen |
| 1) tweede niveau van onderen2) eerste niveau van onderen | |||||
⚠ Gebruik voor het reinigen van het apparaat nooit een stoomreiniger. De stoom kan in aanraking komen met delen die onder spanning staan en kortsluiting veroorzaken.
Reinig de ovenruimte, de binnenkant van de deur en de deurdichting, zo- dra deze zijn afgekoeld. Hoe langer u wacht, des te moeilijker wordt het om de verontreinigingen te verwijde- ren. Soms lukt dat helemaal niet meer.
Door ernstige verontreinigingen kan het apparaat beschadigd raken.
Ovenruimte
⚠️ De ovenruimte is na gebruik heet. U kunt zich eraan branden!
De ovenruimte is van roestvrij staal waarvan het oppervlak PerfectClean-veredeld is. Door de veredeling heeft het materiaal een glanzende uitstraling. PerfectClean-veredelde oppervlakken kenmerken zich door zeer goede anti-aanbakeigenschappen en een zeer eenvoudige reiniging.
Voor een optimaal effect moet u de oppervlakken na ieder gebruik reinigen, zodat de anti-aanbakwerking niet ongunstig wordt beïnvloed. Het effect neemt af, wanneer het PerfectClean-oppervlak verontreinigd is.
Bij herhaaldelijk gebruik zonder tussen- tijdse reiniging zijn verontreinigingen moeilijker te verwijderen.
Normale verontreinigingen
Neem de ovenruimte niet met een te natte doek af, anders kan er water via de openingen in het apparaat komen.
Gebruik voor het reinigen een zacht keukensponsje, heet water en afwasmiddel. U kunt de onderdelen nog gemakkelijker reinigen als u de verontreinigingen eerst met een sopje van afwasmiddel vochtig maakt en alles enkele minuten laat inweken. U kunt eventueel ook de harde kant van een keukensponsje gebruiken.
Wis de oppervlakken na afloop met schoon water af. Het water moet van het oppervlak parelen. Resten afwas-middel hebben hierop een negatief effect.
Hardnekkige verontreinigingen
Laat de te reinigen delen tot kamertemperatuur afkoelen. Spuit de oppervlakken met ovenspray in en laat deze kort (ca. 10 minuten) inwerken.
Bij gebruik van de speciale ovenreiniger van Miele is ook een langere inwerktijd mogelijk (zie de verpakking). Indien nodig kunt u na de inwerktijd ook nog de harde kant van een keukensponsje gebruiken. Herhaal zo nodig deze stappen.
Reinig de oppervlakken vervolgens met water en droog de delen weer af.
Met de genoemde hulpmiddelen kunt u de oppervlakken altijd goed en zonder beschadigingen reinigen.
Om PerfectClean-veredelde oppervlakken niet te beschadigen, dient u het volgende te vermijden:
- schurende reinigingsmiddelen, zoals schuurpoeder, vloeibaar schuurmiddel en reinigingssteen.
- reinigingsmiddelen voor keramische kookplaten.
- staalwol.
– schurende sponsjes, zoals pannensponsjes of gebruikte sponsjes die nog resten schuurmiddel bevatten. - ovenspray op niet afgekoelde PerfectClean-oppervlakken of een te lange inwerktijd.
– puntreiniging met mechanische reini- gingsmiddelen.
Let ook op het volgende:
- Vruchtensap of deeg, dat bijvoorbeeld uit een slecht sluitende bakvorm is gelopen, kunt u het beste verwijderen als de ovenruimte nog warm is.
- Door overgelopen vruchtensap kan het email verkleuren. Dit heeft echter geen effect op de eigenschappen van het email. Probeer dergelijke vlekken niet met geweld te verwijderen. Gebruik alleen de beschreven hulpmiddelen.
- Geurtjes kunt u neutraliseren door een kopje water met citroensap een paar minuten in de magnetron te laten koken.
Bovenwand
Mochten de verontreinigingen op de bovenwand hardnekkig zijn, dan kunt u het verwarmingselement omlaagklappen. Hierdoor kunt u de bovenwand gemakkelijker reinigen.
⚠ De verwarmingselementen moe- ten uitgeschakeld en afgekoeld zijn. U kunt zich anders branden!

■ Draai de moer los als u het verwarmingselement omlaag wilt klappen.

■ Laat het verwarmingselement zakken.
Duw het verwarmingselement niet met geweld omlaag, anders kan het beschadigd raken.
■ Klap het verwarmingselement na het reinigen weer omhoog. Draai de moer weer vast.
Binnenkant deur en deurdichting
⚠️ De binnenkant van de deur is na gebruik heet. U kunt zich eraan branden!
Reinig de binnenkant van de deur en de deurdichting met een schoon sponsdoekje, afwasmiddel en warm water of met een schoon, vochtig microvezeldoekje. Droog het geheel daarna af met een zachte doek.
⚠️ Controleer of de deur en de deurdichting beschadigd zijn. Bij beschadigingen mag u de magnetronfunctie van het apparaat niet gebruiken! Laat het apparaat eerst door Miele repareren.
Glazen oppervlakken zijn krasgevoelig. Krassen kunnen glasbreuk tot gevolg hebben.
Gebruik voor de reiniging van glazen oppervlakken geen
- schurende reinigingsmiddelen, zoals schuurpoeder, vloeibaar schuurmiddel en reinigingssteen.
- schurende harde sponzen en borstels, bijvoorbeeld pannensponsjes.
- scherpe metalen schrapers.
Front
Verwijder verontreinigingen op het front bij voorkeur meteen. Als verontreinigingen te lang inwerken, kunt u ze soms niet meer verwijderen en kunnen de oppervlakken verkleuren of aangetast worden.
Reinig het front met een schoon spons- doekje, afwasmiddel en warm water of met een schoon, vochtig microvezeldoekje. Droog het geheel daarna af met een zachte doek.
Alle oppervlakken zijn krasgevoelig. Bij glazen oppervlakken kunnen krassen glasbreuk tot gevolg hebben.
Alle oppervlakken kunnen verkleuren of aangetast worden als deze met ongeschikte reinigingsmiddelen in aanraking komen.
Voorkom dat de oppervlakken be- schadigd raken. Gebruik voor het rei- nigen geen:
- soda-, ammoniak-, zuur- of chloride-houdende reinigingsmiddelen.
- kalkoplossende reinigingsmiddelen.
- schurende reinigingsmiddelen, zoals schuurpoeder, vloeibaar schuurmiddel en reinigingssteen.
- oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen.
- reinigingsmiddelen voor roestvrij staal.
- reinigingsmiddelen voor afwasautomaten.
- ovensprays.
- glasreinigers.
– schurende harde sponzen en borstels, bijvoorbeeld pannensponsjes. - scherpe metalen schrapers.
Bijgeleverde accessoires
Rooster
Het verchroomde oppervlak is PerfectClean-veredeld.
Voor reiniging en onderhoud gelden dan ook dezelfde aanwijzingen zoals beschreven in het hoofdstuk "Reiniging en onderhoud - Ovenruimte".
Glazen schaal
De schaal kan in de afwasautomaat of met de hand worden afgewassen.
Gebruik geen schuurmiddelen, om- dat deze krassen veroorzaken.
Kookstaafje
Het kookstaafje kan in de afwasauto- maat worden gereinigd.
De meeste storingen en fouten die bij gebruik kunnen optreden, kunt u zelf oplossen. Het volgende overzicht helpt u daarbij. Neem contact op met Miele als u de oorzaak van een probleem niet kunt vinden of het probleem niet kunt verhelpen.
⚠️ Open nooit de ommanteling van het apparaat!
Laat installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden uitsluitend door vakmensen uitvoeren die door de fabrikant zijn geautoriseerd. Ondeskundig uitgevoerde werkzaamheden leveren grote risico's op voor de gebruiker. De fabrikant kan hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld.
| Probleem Oorzaak en oplossing | |
| Het display is donker. | - Controleer of de dagtijdweergave ingesteld is (zie het hoofdstuk "Instellingen ⋆ – P I").- Controleer of de stekker goed in de contactdoos zit.- Controleer of de zekering van de huisinstallatie door-geslagen is. Waarschuw zo nodig een elektricien of Miele. |
| Een bereiding kan niet worden gestart. | - Controleer bij een bereiding met magnetron of de deur goed gesloten is.- Controleer of u een vermogen en tijd heeft ingevoerd bij een bereiding met de ovenfunctie "Magnetron".- Controleer of u bij een gecombineerd programma een vermogen en een tijd heeft ingesteld voor de ovenfunctie "Magnetron" en een temperatuur voor de conventionele ovenfunctie. |
| Als u de deur opent tij-dens een bereiding met de magnetronfunctie (magnetron solo), hoort u geen geluid. | Dit is geen storing!Als u tijdens een bereiding de deur opent, schakelt de deurcontactschakelaar de ventilator uit. |
| Na een bereiding is een geluid te horen. | Na een bereiding blijft de ventilator ingeschakeld. De ventilator gaat uit, zodra de ovenruimte een bepaalde temperatuur bereikt. |
| Tijdens een bereiding met magnetron hoort u vreemde geluiden. | Controleer of metalen kookgerei vonken veroorzaakt (zie "Serviesgoed voor de magnetron").Controleer of het gerecht met aluminiumfolie is afge- dekt. Zo ja, verwijder de folie.Controleer of het rooster zich in de ovenruimte bevindt. Gebruik voor bereidingen met de ovenfunctie "Magne-tron" (magnetron solo) altijd de glazen schaal. |
| De magnetron of de verwarming werkt, maar de verlichting niet. | Controleer of het halogeenlampje defect is.U vervangt het lampje als volgt:Maak het apparaat spanningsvrij. Trek daarvoor de stekker uit het stopcontact of schakel de betreffende zekering van de huisinstallatie uit.De lampafdekking bestaat uit twee losse delen: een glasplaatje en een lijst.Houd de lampafdekking vast als u deze demonteert, zodat de afdekking niet valt. Leg veiligheidshalve een doek op de bodem van de ovenruimte en de ge-opende deur.■ Draai de schroef van de lampafdekking met een torx-schroevendraaier (T20) los en verwijder de afdekking.■ Trek de halogeenlamp eruit. |
![]() | |
Storingen en foutmeldingen
| ■ Plaats de nieuwe lamp.De aansluitgegevens van de halogeenlamp:12 V, 10 W, thermisch belastbaar tot 300 °C,fitting G4, fa. Osram, type 64418. | |
| Pak de halogeenlamp niet met blote vingers vast.Neem de aanwijzingen van de fabrikant in acht. | |
| ■ Leg het glasplaatje in de lijst en plaats de afdekking terug. Steek het neusje van de lijst in de uitsparing in de bovenwand. Druk de lijst tegen de bovenwand en bevestig de lijst met de schroef.■ Steek de stekker in het stopcontact of schakel de zeker ing van de huisinstallatie weer in. |
| Foutmeldingen in het display | Oorzaak en oplossing |
| Foutmeldingen aangeduid met "Fout en cijfer". | Neem contact op met Miele. |
Speciaal voor uw apparatuur biedt Miele een uitgebreid assortiment aan toebehoren, alsmede reinigings- en onderhoudsmiddelen. U kunt deze producten heel eenvoudig bestellen via www.miele-shop.com, bij Miele (zie omslag) en bij de Miele-vakhandel.
Braadpan
Gebruik de braadpan niet voor ovenfuncties met magnetron.
Het oppervlak van de braadpan is voor- zien van een anti-aanbaklaag.
U plaatst de braadpan op de glazen schaal op het eerste niveau van onderen.
De pan is in twee dieptematen leverbaar.
Vermeld bij aanschaf de typeaanduiding van uw apparaat:
- HUB 61-22/HUB 62-22 (diepte: 22 cm)

Voor de braadpannen zijn deksels verkrijgbaar.


U kunt de braadpan HUB 61-35 niet samen met het deksel in de ovenruimte plaatsen. De totale hoogte overschrijdt dan de hoogte van de ovenruimte.
Vermeld bij bestelling de type-aanduiding van uw braadpan.
Pizzavorm
Gebruik de pizzavorm niet voor ovenfuncties met magnetron.

Deze ronde vorm is ideaal voor pizza's, plat gebak van gist- of roerdeeg, zoete en hartige taarten, gegratineerde desserts, plat brood en dergelijke, alsmede voor het afbakken van diepvriesgebak en -pizza's.
Het geëmailleerde oppervlak is PerfectClean-veredeld.
Miele-microvezeldoek
Met een microvezeldoekje kunt u lichte verontreinigingen en vingerafdrukken heel eenvoudig verwijderen.
Miele-ovenreiniger
Met de ovenreiniger kunt u ook hard- nekkige verontreinigingen verwijderen. De ovenruimte hoeft hiervoor niet te worden verwarmd.
Miele Service
Voor storingen die u niet zelf kunt ver- helpen, waarschuwt u
- uw Miele-vakhandelaar
of
– de service-organisatie van Miele.
De gegevens van Miele vindt u op de achterkant van deze gebruiks- en montagehandleiding.
Voor een goede en vlotte afhandeling is het noodzakelijk dat de afdeling Klantcontacten weet welk type apparaat u heeft en welk serienummer het heeft.
Deze gegevens staan op het typeplaatje vermeld (front ovenruimte).
Garantie en garantievoorwaarden
De garantietermijn voor dit apparaat bedraagt 2 jaar.
Voor meer informatie zie de bijgevoegde garantievoorwaarden.
Het apparaat wordt standaard geleverd met een aansluitkabel met stekker, geschikt voor aansluiting op wisselstroom 50 Hz, 230 V.
De zekering dient te geschieden met minimaal 16 A.
Het apparaat mag uitsluitend worden aangesloten op een contactdoos met randaarde en op een huisinstallatie die aan alle voorschriften voldoet (zoals NEN 1010).
Plaats het apparaat zo, dat de stekker bereikbaar is.
Als de gebruiker niet meer bij het stopcontact kan komen of als er sprake is van een vaste aansluiting, moet het apparaat via een schakelaar met alle polen van de netspanning kunnen worden losgekoppeld.
De contactopening in uitgeschakelde toestand moet minimaal 3 mm bedragen. Geschikte schakelaars zijn zelf-uitschakelaars, zekeringen en relais (EN 60335).
Voordat u het apparaat aansluit, dient u de aansluitgegevens (spanning en frequentie) op het typeplaatje te vergelijken met de waarden van het elektrici-teitsnet. Deze gegevens moeten beslist overeenkomen. Het typeplaatje bevindt zich aan de voorkant bij de ovenruimte.
Als de aansluitkabel beschadigd is, moet deze door Miele worden vervangen.
Dit product voldoet aan de eisen van de Europese norm EN 55011. Het product is ingedeeld in groep 2, klasse B. Groep 2 betekent dat het apparaat hoogfrequente energie in de vorm van elektromagnetische stralen genereert waarmee voedingsmiddelen worden verwarmd. Klasse B betekent dat het apparaat geschikt is voor huishoudelijk gebruik.
Afmetingen apparaat en kast
Inbouw in een hoge kast

* Apparaten met glazen front
** Apparaten met metalen front
Inbouw in een onderkast
Als het apparaat met een kookplaat wordt gecombineerd, moeten de in-bouwinstructies van de kookplaat worden opgevolgd.

* Apparaten met glazen front
** Apparaten met metalen front
Gedetailleerde afmetingen

front
A Apparaten met glazen front: 22 mm
Apparaten met metalen front: 23 mm
B H 5030 BM: 53,2 mm
H 5040 BM: 47,5 mm
C Apparaten met glazen front: 1,5 mm
Apparaten met metalen front: 0,5 mm
Inbouwinstructies
⚠ U mag het apparaat alleen gebruiken als het is ingebouwd.
■ Sluit het apparaat op het elektrici- teitsnet aan.
■ Schuif het apparaat tot aan de wa-semlijst in de inbouwkast en stel het.

■ Open de deur en bevestig het apparaat met twee schroeven aan de zijwanden van de kast.
Plan nu zelf een serviceafpraak via www.miele.nl. Snel en gemakkelijk.
Bezoek op www.miele.nl ook de Miele Shop voor een compleet overzicht van alle accessoires, toebehoren en reinigings- en onderhoudsproducten voor uw Miele-apparaat.
U kunt ook bellen met onze afdeling Klantcontacten, bereikbaar via telefoonnummer (0347) 37 88 88.
Miele Nederland B.V. Postbus 166 4130 ED VIANEN (0347) 37 88 88
Bezoek het Miele Inspirience Centre: De Limiet 2 4131 NR VIANEN
Wijzigingen voorbehouden / 1311
