RCD 215 - Autoradio VOLKSWAGEN - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis RCD 215 VOLKSWAGEN in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over RCD 215 VOLKSWAGEN
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Autoradio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RCD 215 - VOLKSWAGEN en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RCD 215 van het merk VOLKSWAGEN.
GEBRUIKSAANWIJZING RCD 215 VOLKSWAGEN
Markeert een verwijzing naar een paragraaf met belangrijke informatie en veiligheidsaanwijzingen ⚠ binnen een hoofdstuk, die u zou moeten lezen.

De pijl geeft aan, dat het onderwerp op de volgende pagina verder gaat.

De pijl geeft het einde van een onderwerp aan.

Het symbool markeert situaties, waarin de wagen onmiddellijk moet worden stilgezet.

Het symbool markeert een geregistreerd handelsmerk. Het ontbreken van dit teken garandeert niet dat begrippen vrij mogen worden gebruikt.

Symbolen van deze soort verwijzen naar waarschuwingsaanwijzingen, binnen de-

zelfde paragraaf of op de aangegeven bladzijde, die op mogelijk gevaar voor ongevallen en verwondingen wijzen en hoe u dit kunt voorkomen.

Verwijzing naar een waarschuwingsaan-wijzing, binnen dezelfde paragraaf of op de aangegeven bladzijde, die op mogelijk gevaar voor beschadiging van uw wagen wijst en hoe u dit kunt voorkomen.

GEVAAR
Teksten met dit symbool wijzen u op gevaar- lijke situaties, die bij veronachtzaming zware verwondingen of zelfs de dood tot gevolg zul- len hebben.

WAARSCHUWING
Teksten met dit symbool wijzen u op gevaar- lijke situaties, die bij veronachtzaming zware verwondingen of zelfs de dood tot gevolg kunnen hebben.

VOORZICHTIG
Teksten met dit symbool wijzen u op gevaar- lijke situaties, die bij veronachtzaming lichte of zware verwondingen tot gevolg kunnen hebben.

LET OP
Teksten met dit symbool wijzen u op gevaarlijke situaties, die bij veronachtzaming beschadigingen aan de wagen tot gevolg kunnen hebben.

In teksten met dit symbool staan aanwijzingen over het behoud van het milieu.

In teksten met dit symbool staat extra informatie.
Inhoudsopgave
Over dit instructieboekje 2
3
Inleiding
- Voordat u begint 3
- Veiligheidsaanwijzingen 3
- Overzicht van het apparaat 6
-Basisinformatie voor bediening 8
Audiofunctie
- Radiofunctie 10
- TP-functie (Traffic Program) 15
-
Mediafunctie 17
-
RCD 210: externe cd-wisselaar ..... 24
- RCD 215: integratie van een draagbaar navigatieapparaat 27
Instellingsmenu's
- Klankinstellingen (SOUND) 29
- Systeem- en functie-instellingen (SETUP) 30
Gebruikte afkortingen 32
Trefwoordenlijst 33
Over dit instructieboekje
- Een alfabetisch geordende trefwoordenlijst vindt u aan het einde van het instructieboekje.
- Een lijst met afkortingen licht vaktechnische afkortingen en benamingen toe.
- Richtingsaanduidingen hebben normaliter betrekking op de rijrichting.
- Afbeeldingen dienen ter oriëntatie en zijn als principeweergaven op te vatten.
- Bij wagens met rechts stuur zijn de bedienings-elementen gedeeltelijk anders gerangschikt dan op de afbeeldingen of in de tekst wordt weergegeven.
Beschreven zijn alle uitvoeringen en modellen, zonder deze als meeruitvoering of modelvarianten te kenmerken. Zo kunnen meeruitvoeringen zijn beschreven waarmee uw wagen mogelijk niet is uitgerust. Nadere informatie hierover geeft uw Volkswagen Partner u graag.
Alle gegevens in dit instructieboekje komen overeen met de stand van de informatie bij het sluiten van de redactie van deze brochure en zijn alleen geldig voor af fabriek ingebouwde apparaten. Vanwege voortschrijdende ontwikkeling van een apparaat en mogelijke updates van de apparaatsoftware zijn afwijkingen tussen weergave en functies op het apparaat en de gegevens in dit instructieboekje mogelijk. Uit afwijkende gegevens, afbeeldingen of beschrijvingen in dit instructieboekje kunnen geen aanspraken worden afgeleid.
Mocht u de wagen verkopen of uitlenen, zorg er dan voor, dat dit instructieboekje zich in de wagen bevindt.
Inleiding
Voordat u begint
Vóór ingebruikname van het apparaat dient u de volgende stappen uit te voeren om het apparaat goed te kunnen bedienen en de aangeboden functies volledig te kunnen gebruiken:
√ Veiligheidsaanwijzingen ⚠ in acht nemen ⇒ pagina 3.
Vertrouwd raken met de functies van het apparaat ⇒ pagina 6.
√ Voor de mediafunctie geschikte opslagmedia gebruiken ⇒ pagina 17.
Veiligheidsaanwijzingen

WAARSCHUWING
Als de bestuurder wordt afgeleid, kunnen ongevallen en verwondingen worden veroorzaakt. Het bedienen van de radio kan u van het verkeer afleiden.
- Altijd oplettend en met verantwoordelijk-heidsbesef rijden.
- De volume-instellingen zo kiezen, dat u akoestische signalen van buiten, bv. de sirene van de politie en de brandweer, altijd goed kunt horen.
- Een te hoog ingesteld volume kan het gehoor beschadigen. Dat geldt ook wanneer het gehoor maar korte tijd aan een te hoog volume wordt blootgesteld.

WAARSCHUWING
Het wisselen of aansluiten van een audiobron kan tot plotselinge volumeschommelingen leiden.
- Vóór het wisselen of aansluiten van een audiobron het basisvolume verlagen.

WAARSCHUWING
Het aansluiten, plaatsen of verwijderen van een opslagmedium tijdens het rijden kan u van het verkeer afleiden en ongevallen tot gevolg hebben.

WAARSCHUWING
Verbindingskabels van externe apparaten kunnen de bestuurder hinderen.
- Verbindingskabels zo leggen, dat de bestuurder niet wordt gehinderd.

WAARSCHUWING
Niet of niet goed bevestigde externe apparaten kunnen bij een plotselinge rij- of remmanoeuvre en bij een ongeval door het interieur worden geslingerd en verwondingen veroorzaken.
- Externe apparaten nooit aan de portieren, aan de voorruit, boven of bij de met "AIR-BAG" gemarkeerde plek op het stuurwiel, het dashboard, de stoelleuningen of tussen deze plaatsen en de inzittenden zelf plaatsen of vastmaken. Externe apparaten kunnen bij een ongeval tot zware verwondingen leiden, in het bijzonder als de airbags worden geactiveerd.

WAARSCHUWING
Een middenarmsteun kan de bewegingsvrijheid van de armen van de bestuurder belemmeren en daardoor ongevallen en zware verwondingen veroorzaken.
- Armsteun tijdens het rijden altijd gesloten houden.

WAARSCHUWING
Wanneer de behuizing van een cd-speler wordt geopend, kunnen onzichtbare lasers-tralen verwondingen veroorzaken.
- Cd-speler alleen door een specialist laten repareren.

LET OP
Verkeerd naar binnen schuiven of naar binnen schuiven van een niet-passend opslagmedium kan het apparaat beschadigen.
LET OP (vervolg)
- Cd's altijd recht en haaks ten opzichte van de voorzijde van het apparaat in de cd-speler schuiven of verwijderen, zonder de cd scheef te houden en daardoor te bekrassen.
- Het erin schuiven van een tweede cd terwijl er al een cd in de speler zit of op het moment dat een cd wordt uitgeschoven kan de cd-speler beschadigen. Altijd afwachten tot het opslagmedium helemaal eruit geschoven is!
LET OP
Aan een opslagmedium klevende verontreini-gingen en niet-ronde cd's kunnen de cd-speler beschadigen.
LET OP (vervolg)
- Alleen schone 12 cm standaard cd's gebruiken!
- Geen stickers of iets dergelijks op het opslagmedium plakken. Stickers kunnen losraken en de speler beschadigen.
- Geen bedrukbare opslagmedia gebruiken. Coatings en opdrukken kunnen losraken en de speler beschadigen.
- Geen 8 cm single-cd's en niet-ronde cd's (shape-cd's) erin schuiven.
- Geen dvd-plus, Dual Disc en Flip Disc erin schuiven, deze zijn dikker dan normale cd's.
LET OP
Door een te luide of vervormde weergave kunnen de wagenluidsprekers worden beschadigd.
Overzicht van het apparaat

Afbeelding 1 Overzicht van de bedieningselementen
① Draai-drukknop:
- Indrukken om in of uit te schakelen ⇒ pagina 8.
- Draaien om het volume te regelen ⇒ pagina 8.
② Apparaattoetsen: indrukken om een functie op te roepen.
- RADIO: de radiofunctie inschakelen. In de radiofunctie het frequentiebereik en de weergave van de voorkeuzetoetsen wisselen ⇒ pagina 10.
- MEDIA: de mediafunctie inschakelen. In de mediafunctie een andere mediabron kiezen ⇒ pagina 17.
③ SOUND of 📌: indrukken om de klankinstellingen op te roepen ⇒ pagina 29.
④ Cd-opening: voor het plaatsen en verwijderen van cd's ⇒ pagina 17.
⑤ Beeldscherm: de helderheid kan worden ingesteld ⇒ pagina 29.
⑥ EJECT of △: indrukken om een cd eruit te schuiven ⇒ pagina 17.
⑦ TP: indrukken, om de verkeersinformatiefunctie (Traffic Program) in of uit te schakelen ⇒ pagina 15.
⑧ Stelknop: de werking is afhankelijk van de functie die op dat moment actief is (draai-druk-knop ⇒ pagina 8).
- Radiofunctie: voor handmatige zenderinstelling draaien en voor starten en stoppen van de scanfunctie indrukken ⇒ pagina 10.
- Mediafunctie: voor het handmatig wisselen van titel draaien en voor het starten en stoppen van de scanfunctie indrukken ⇒ pagina 17.
- Instellingenmenu's: draaien om een instelling te wijzigen ⇒ pagina 29.
⑨ MENU: indrukken, om extra functies voor de actuele functie (radio, media etc.) weer te geven. Vanuit de weergave van de extra functies kan de functietoets SET worden opgeroepen voor het weergeven van de systeem- en functie-instellingen (SETUP) ⇒ pagina 29.
⑩ △ en ▶ pijltoetsen:
- Radiofunctie: om van zender te wisselen, kort indrukken ⇒ pagina 10.
- Mediafunctie: voor wisselen van titel kort indrukken of om snel voor- of achteruit te gaan ingedrukt houden ⇒ pagina 17.
⑪ Functietoetsen: om op te roepen kort indrukken. Welke functie de functietoetsen op dat moment hebben, wordt erboven op de betreffende positie in de onderste beeldschermregel weergegeven ⇒ pagina 8.
⑫ Multimediaibus AUX-IN: voor het aansluiten van een externe audiobron ⇒ pagina 17.
⑪ Functietoetsen: om op te roepen kort indrukken. Welke functie de functietoetsen op dat moment hebben, wordt erboven op de betreffende positie in de onderste beeldschermregel weergegeven ⇒ pagina 8.
⑫ Multimediaibus AUX-IN: voor het aansluiten van een externe audiobron ⇒ pagina 17.
Basisinformatie voor bediening

Inleiding voor het onderwerp
In dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen:
Draai-drukknoppen, apparaat- en functietoetsen 8 In- of uitschakelen 8 Basisvolume wijzigen 9
Het kiezen van een andere zender en titel en het doen van volume-instellingen kan wagenafhankelijk ook via het multifunctiestuurwiel worden uitgevoerd ⇒ brochure Instructieboekje, hoofdstuk Interieur.
Extra weergaven
Afhankelijk van de wagen worden wijzigingen in de airco-instellingen of weergaven met betrekking tot af fabriek ingebouwde bestuurdershulpsystemen tijdelijk op het beeldscherm weergegeven. Deze weergaven worden automatisch gesloten wanneer ze niet meer ter ondersteuning nodig zijn.
Alle weergaven kunnen pas na een volledige start van het radiosysteem worden weergegeven.
Aanvullende informatie en waarschuwingsaanwijzingen:
• Veiligheidsaanwijzingen ⚠ ⇒ pagina 3
• Apparaatoverzicht ⇒ pagina 6

Een lichte druk op de toets is voldoende om de apparatuur te bedienen.
Vanwege landspecifieke wettelijke eisen zijn vanaf een bepaalde snelheid enkele functies niet meer beschikbaar.
Het gebruik van een mobiele telefoon in de wagen kan bijgeluiden in de luidsprekers veroorzaken.
Bij enkele wagens met parkeerhulp wordt bij ingeschakelde achteruitversnelling het volu- me van de actuele audiobron automatisch ver- laagd.
Draai-drukknoppen, apparaat- en functietoetsen

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen ⚠ op pagina 3 en de informatie in de in- op pagina 8 en volg deze op.
Overzicht
- Draai-drukknoppen
- Apparaattoetsen (hardkeys) met opschrift.
• Functietoetsen (softkeys).
Draai-drukknoppen
De linkerdraai-drukknop Afbeelding 1 ① wordt als volumeregelaar of aan-uitknop aangeduid.
De rechterdraai-drukknop ⑧ wordt als stelknop aangeduid.
Apparaattoetsen en functietoetsen
De toetsen met opschrift worden als "apparaattoetsen" aangeduid en door een toetssymbool met blauwe inhoud weergegeven, bv. apparaattoets [MEDIA] ⇒ Afbeelding 1 ②.
Onder het beeldscherm zitten zes blanco apparaattoetsen Afbeelding 1 ⑪. Deze apparaattoetsen worden als "functietoetsen" aangeduid, omdat hun daadwerkelijke functie afhangt van de actuele functie van het apparaat.
Welke functie een functietoets op een bepaald moment heeft, wordt boven de betreffende positie in de onderste beeldschermregel weergegeven (bv. Afbeelding 6).
In- of uitschakelen

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen ⚠ op pagina 3 en de informatie in de in- op pagina 8 en volg deze op.
- Draai-drukknop Afbeelding 1 ① kort in- drukken, om het apparaat handmatig in of uit te schakelen.
Na het inschakelen start het systeem. De laatst afgespeelde audiobron wordt met het laatst ingestelde volume afgespeeld, tenzij het ingestelde "inschakelvolume" wordt overschreden (VOL) ⇒ pagina 30).
Afhankelijk van het apparaat en het land wordt het apparaat bij het afzetten van de motor of het uit het contact trekken van de sleutel automatisch uitgeschakeld. Als het apparaat weer wordt ingeschakeld, wordt het na ca. 30 minuten opnieuw automatisch uitgeschakeld (nalooptijd).
Energiemanagement
Als bij uitgeschakeld contact en ingeschakeld apparaat de accuspanning onder de minimale spanning voor de elektrische installatie daalt, klinkt een signaaltoon en wordt LOW BATTERY op het scherm weergegeven. Het apparaat moet dan worden uitgeschakeld.
Wanneer de accuspanning nog verder daalt wordt heel even RADIO OFF weergegeven en gaat het apparaat automatisch uit.
Antidiefstalcode
Nadat u de antidiefstalcode voor het eerst ingeeft, blijft deze in het instrumentenpaneel van de wagen opgeslagen (comfortradiocodering). Als de antidiefstalcode met de hand moet worden opgeheven, omdat het apparaat bijvoorbeeld in een andere wagen werd ingebouwd, een Volkswagen Partner raadplegen.
Wanneer alleen de accukabels losgemaakt zijn geweest, het contact inschakelen voordat u het apparaat weer inschakelt.
Basisvolume wijzigen

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen ▲ op pagina 3 en de informatie in de inleiding op pagina 8 en volg deze op.
| Functie | Handeling |
| Volume verhogen. | Volumeregelaar Afbeelding 1 1 rechtsom draaien of overeenkomstige toets op het multifunctiestuurwiel indrukken brochure Instructieboekje, hoofd-stuk Interieur. |
| Volume verlagen. | Volumeregelaar linksom draaien of de overeenkomstige toets op het multi-functiestuurwiel indrukken. |
Wijzigingen in het volume worden op het beeld- scherm met een "balk" weergegeven.
Bij "0" is het geluid van het apparaat onderdrukt (weergave: 📁) en een actueel beluisterde media-bron wordt stilgezet.
Sommige volume-instellingen en -aanpassingen kunnen vooraf worden ingesteld ⇒ pagina 30.
Als het basisvolume voor de weergave van een audiobron sterk is verhoogd, dan het vo-lume vóór het wisselen van de audiobron verlagen.
Audiofunctie
Radiofunctie
Inleiding voor het onderwerp
In dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen:
Hoofdmenu RADIO 10
RDS en automatisch zendervolgsysteem .... 11
Frequentiebereik kiezen 11
Een andere zender kiezen 11
Scanfunctie (SCN) 12
Geheugenniveaus en weergave van voorkeuzezenders 13
Zenders op voorkeuzetoetsen opslaan ..... 13
Opgeslagen zenders oproepen 14
Het radiosysteem wordt land- en uitvoeringsafhankelijk in verschillende varianten geleverd. In het apparaatoverzicht worden alle mogelijke apparaatvarianten voorgesteld ⇒ pagina 6.
Aanvullende informatie en waarschuwingsaanwijzingen:
• Veiligheidsaanwijzingen ⚠ ⇒ pagina 3
• Apparaatoverzicht ⇒ pagina 6
- Basisinformatie voor bediening ⇒ pagina 8
i Parkeergarages, tunnels, hoge gebouwen of bergen kunnen het radiosignaal storen.
Folies of stickers met een metaallaag op de ruiten kunnen bij wagens met ruitantennes de ontvangst belemmeren.
Hoofdmenu RADIO

Afbeelding 2 Hoofdmenu RADIO: Geheugenniveau en frequentiebereik kiezen
Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de in-leiding op pagina 10 en volg deze op.
- Apparaattoets RADIO ⇒ Afbeelding 1 indrukken, om de radiofunctie te starten.
Na het overschakelen op de radiofunctie worden in de onderste beeldschermregels eerst de beschikbare frequentiebereiken (FM, AM) weergegeven

Afbeelding 3 Hoofdmenu RADIO: Weergave van voorkeuzetoetsen
⇒ Afbeelding 2. Na ca. 5 seconden worden vervolgens de "voorkeuzetoetsen" weergegeven ⇒ Afbeelding 3. Op voorkeuzetoetsen kunnen zenders worden opgeslagen ⇒ pagina 13.
De actueel beluisterde radiozender wordt op het midden van het beeldscherm weergegeven. Bij zenders met RDS kan bij voldoende ontvangst de zendernaam in plaats van de zenderfrequentie worden weergegeven, bv. RADIO 1.
△
RDS en automatisch zendervolgsysteem

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen ⚠ op pagina 3 en de informatie in de in- op pagina 10 en volg deze op.
RDS is een radiodatadienst, die extra diensten zoals de weergave van zendernamen, het automatisch volgen van zenders en de TP-functie (Traffic Program ⇒ pagina 15) mogelijk maakt.
Bij het automatisch volgen van zenders wordt tijdens het rijden altijd naar die frequentie van de actuele zender overgeschakeld, die op dat moment
de beste ontvangst oplevert. Bij ongunstige ont- vangstomstandigheden kan het controleren van al- ternatieve frequenties (AF) ertoe leiden dat het ge- luid van het apparaat kort wordt onderdrukt.
RDS is niet overal en via elke radiozender beschikbaar.
Afhankelijk van het land en het apparaat kunnen RDS en het wisselen naar alternatieve frequenties (AF) worden gedeactiveerd ⇒ pagina 30.
△
Frequentiebereik kiezen

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen ▲ op pagina 3 en de informatie in de in- op pagina 10 en volg deze op.
Het actueel gekozen frequentiebereik (FM of AM) staat boven de zenderweergave.
- In de radiofunctie de apparaattoets RADIO ⇒ Afbeelding 1 kort indrukken, om de functietoetsen FM1, FM2, AM1 en AM2 in te schakelen ⇒ Afbeelding 2.
- Een van de FM- of AM-functietoetsen indrukken, om binnen het FM- of AM-frequentiebereik te wisselen.
- OF: Apparaattoets RADIO kort achter elkaar indrukken, om de onderste functietoetsen achtereenvolgens te doorlopen.
△
Een andere zender kiezen

Afbeelding 4 Zenderwissel via de pijltoetsen naar de volgende te ontvangen zender

Afbeelding 5 Zenderwissel via de pijltoetsen alleen mogelijk naar opgeslagen zenders

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de in- op pagina 10 en volg deze op.
Afhankelijk van de voor de zoekmodus (SKM: SEEK MODE) gekozen instelling wordt tussen alle te ontvangen zenders of alleen naar de opgeslagen zenders geschakeld ⇒ pagina 30.
- Pijltoets ◀ ⇒ Afbeelding 1 ⑩ of ▷ kort indrukken.
| Status | Effect |
| Radiofunctie met weergave van ◀...▷ in de mid-delste beeldschermregel ⇒ Afbeelding 4. | Wisselt naar de volgende goed te ontvangen zender van het actuele frequentiebereik. |
| Radiofunctie met weergave van ◀...▷ in de onderste beeldschermregel ⇒ Afbeelding 5. | Selecteert de volgende opgeslagen zender ⇒ pagina 13. |
| Radiofunctie met weergave van ◀...▷ in de mid-delste beeldschermregel en met weergave: TP. | Wisselt naar de volgende te ontvangen TP-verkeers-informatiezender ⇒ pagina 15. |
Zenderfrequentie handmatig instellen
- Het gewenste frequentiebereik kiezen ⇒ pagina 10.
- Stelknop Afbeelding 1 ⑧ draaien, totdat de gewenste zenderfrequentie (bv. 89.9 MHz) op het beeldscherm wordt weergegeven.
Scanfunctie (SCN)

Afbeelding 6 Menu 'Extra functies' in de radio-functie: Scanfunctie (SCN), Autostore (AS) en Setup (SET)

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de in- op pagina 10 en volg deze op.
Scanfunctie starten en stoppen
- In de radiofunctie het gewenste frequentiebereik kiezen ⇒ pagina 10.
- Stelknop Afbeelding 1 ⑧ indrukken om de scanfunctie te starten.
- OF: Apparaattoets MENU indrukken en scan-functie via de functietoets SCN starten ⇒ Afbeelding 6.
De scanfunctie start met de volgende te ontvangen zender. Alle te ontvangen zenders van het actuele frequentiebereik elk gedurende ongeveer 10 seconden weergegeven. Op het beeldscherm worden de extra functies voor de radiofunctie weergegeven en de functietoets SCN is onderstreept weergegeven.
- Op de stelknop ⑧ of de onderstreepte functietoets [SCN] drukken, om de scanfunctie bij de beluisterde zender te beeindigen.
Uitzondering: SEEK MODE ▶PRESET◀ na beëindigen van de scanfunctie
Ook wanneer voor de zenderwissel is gekozen voor alleen opgeslagen zenders (SEEK MODE ▶PRESET◀ ⇒ Afbeelding 29), worden na het beeindigen van de scanfunctie met de pijltoetsen eerst nog steeds alle te ontvangen zenders doorlopen ⇒ Afbeelding 4.
Pas als een zender via een voorkeuzetoets is opgeroepen, worden daarna weer alleen opgeslagen zenders met de pijltoetsen opgeroepen ⇒ Afbeelding 5.
Geheugenniveaus en weergave van voorkeuzezenders

Afbeelding 7 Frequentiebereik en geheugenniveau kiezen

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen ⚠ op pagina 3 en de informatie in de in- op pagina 10 en volg deze op.
Voor elk frequentiebereik (FM en AM) zijn er twee geheugenniveaus (FM1, FM2 en AM1, AM2) met elk zes voorkeuzetoetsen beschikbaar.
Een ander geheugenniveau kiezen
- In de radiofunctie kort op de apparaattoets ⇒ Afbeelding 1 drukken, om gedurende ongeveer vijf seconden de beschikbare frequentiebereiken en geheugenniveaus weer te geven ⇒ Afbeelding 7.
- Opnieuw op de apparaattoets RADIO drukken, om naar het volgende geheugenniveau te wisselen, bv. FM2 ⇒ Afbeelding 7.
- OF: Frequentiebereik en geheugenniveau oproepen door een functietoets (FM1, FM2, AM1 of AM2) in te drukken.

Afbeelding 8 Voorkeuzetoetsen van geheugenniveau FM1
Na ongeveer vijf seconden worden de voorkeuzet-oetsen weergegeven ⇒ Afbeelding 8.
FM1: Voorkeuzetoetsen ① t/m ⑥
FM2: Voorkeuzetoetsen 7 t/m 12
AM1: Voorkeuzetoetsen ① t/m ⑥
AM2: Voorkeuzetoetsen 7 t/m 12
Voorkeuzetoetsen van een geheugenniveau kunnen afzonderlijk handmatig of automatisch worden toegewezen ⇒ pagina 13.
△
Zenders op voorkeuzetoetsen opslaan

Afbeelding 9 Zenders in geheugenniveau FM1 op voorkeuzetoets 2 opgeslagen

Afbeelding 10 Menu 'Extra functies' in de radio-functie: Scanfunctie (SCN), Autostore (AS) en Setup (SET)

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen ⚠ op pagina 3 en de informatie in de in- op pagina 10 en volg deze op.
Reeds opgeslagen zenders worden overschreven, als in hetzelfde geheugenniveau onder de dezelfde voorkeuzetoets een andere zender wordt opgeslagen.
Voorkeuzetoetsen afzonderlijk handmatig toewijzen
- Frequentiebereik en geheugenniveau kiezen.
- Zender kiezen.
- Gewenste voorkeuzetoets ingedrukt houden tot een signaaltoon klinkt.
- De actueel beluisterde zender (RADIO 1) is dan onder deze voorkeuzetoets opgeslagen.
De voorkeuzetoets, waaronder de beluisterde zender is opgeslagen, wordt onderstreept weergegeven ⇒ Afbeelding 9.
Zenders met Autostore (AS) automatisch opslaan
Met de Autostore-functie worden de plaatselijk het best te ontvangen zenders opgeslagen onder de zes voorkeuzetoetsen van het actuele geheugenniveau.
- Frequentiebereik en geheugenniveau kiezen.
- Apparaattoets MENU ⇒ Afbeelding 1 indrukken, om de extra functies te openen ⇒ Afbeelding 10.
- Functietoets AS ingedrukt houden tot STORE verschijnt.
- Dit kan enkele seconden duren. De weergave STORE verdwijnt als het opslaan is beëindigd.
△
Opgeslagen zenders oproepen

Afbeelding 11 Weergave radiofunctie: Zenderwissel via pijltoetsen alleen mogelijk naar opgeslagen zenders

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen ⚠ op pagina 3 en de informatie in de in- op pagina 10 en volg deze op.
- Frequentiebereik en geheugenniveau kiezen, waarin de gezocht zender is opgeslagen.
- Voorkeuzetoets, waaronder de gewenste zender is opgeslagen, kort indrukken.
Afhankelijk van de instelling kunnen de opgeslagen zenders van een frequentiebereik met de pijltoetsen ◀ ⇒ Afbeelding 1 ⑩ en ▶ worden doorlopen (SKM: SEEK MODE ►PRESET◀ ⇒ pagina 30).
Een opgeslagen zender kan alleen dan worden beluisterd, als deze op uw huidige locatie nog te ontvangen is.
△
TP-functie (Traffic Program)

Inleiding voor het onderwerp
In dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen:
Verkeersinformatiefunctie via de TP-functie .. 15
De TP-functie is een RDS-radiodatadienst.
RDS is niet overal en via elke radiozender beschikbaar en kan afhankelijk van het land en het apparaat worden gedeactiveerd ⇒ pagina 30.
Als de verkeersinformatiefunctie actief is (weergave: TP), worden verkeersberichten tijdens de actuele audiofunctie weergegeven.
In het AM-bereik is de verkeersinformatiefunctie niet beschikbaar.
Aanvullende informatie en waarschuwingsaanwijzingen:
• Veiligheidsaanwijzingen ⚠️ ⇒ pagina 3
• Apparaatoverzicht ⇒ pagina 6
- Basisinformatie voor bediening ⇒ pagina 8
• Radiofunctie ⇒ pagina 10
△
Verkeersinformatiefunctie via de TP-functie

Afbeelding 12 TP-functie ingeschakeld

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de in-
leiding op pagina 15 en volg deze op.
De verkeersinformatiefunctie is alleen via de TP-functie beschikbaar, zolang een verkeersinformatiezender te ontvangen is.
Enkele zenders zonder eigen verkeersinformatie ondersteunen de TP-functie door met een verkeersinformatiezender samen te werken (EON). Verkeersberichten van de corresponderende verkeersinformatiezender worden tijdens de actuele audiofunctie weergegeven.
TP-functie in- en uitschakelen
- Apparaattoets TP ⇒ Afbeelding 1 ⑦ indrukken.
Als de in de FM-functie beluisterde zender de TP-functie niet ondersteunt, wordt na enkele seconden automatisch een zender gezocht die dat wel doet (weergave: TP SEEK).
- Apparaattoets TP indrukken, om de TP-functie weer uit te schakelen.
Als in gebieden zonder TP-ondersteuning de TP-functie wordt geactiveerd, wordt een zoekopdracht naar een verkeersinformatiezender gestart, waarbij geen zender kan worden gevonden. Het zenderzoeksysteem eindigt bij de eerder beluisterde zender. De TP-functie blijft ingeschakeld (weergave: No TP). TP-functie beslist deactiveren, omdat anders bij de volgende zenderzoekopdracht via de pijltoetsen evenmin een zender kan worden gevonden.
Geactiveerde TP-functie
Zolang de verkeersinformatiefunctie ingeschakeld en actief is, wordt TP weergegeven ⇒ Afbeelding 12.
In de radiofunctie moet de beluisterde zender de TP-functie ondersteunen. Als met de voorkeuzet-oetsen of handmatig op een zender is afgestemd die de TP-functie niet ondersteunt, is de verkeers-informatiefunctie niet beschikbaar (weergave: NO TP).
Als de beluisterde verkeersinformatiezender niet meer te ontvangen is, wordt ook NO TP weergegeven en moet het zoeken van een zender handmatig via de pijltoetsen ◀⇒ Afbeelding 1 ⑩ en ▶ worden gestart ⇒ pagina 10.
Bij het zoeken van een zender met de pijltoetsen of de scanfunctie (SCN) worden alleen zenders gezocht die de TP-functie ondersteunen.
Tijdens de mediafunctie of tijdens de geluidsonderdrukking van het apparaat wordt op de achtergrond altijd automatisch een te ontvangen verkeersinformatiezender ingesteld, zolang een dergelijke zender te ontvangen is. Dit kan enige tijd duren.
Binnenkomend verkeersbericht (INFO)
Een binnenkomend verkeersbericht (weergave: INFO) wordt in de ingeschakelde audiofunctie weergegeven.
- Indien noodzakelijk schakelt de radio voor de duur van het bericht over naar de verkeersinformatiezender (EON).
-
De mediafunctie wordt op pauze gezet en het volume wordt in overeenstemming met de voorinstellingen aangepast.
-
Tijdens het verkeersbericht kan het volume van het bericht met de volumeregelaar Afbeelding 1 ① gewijzigd worden. Deze instelling wordt voor de volgende berichten overgenomen.
- Het afspelen van het verkeersbericht kan worden beeindigd door de apparaattoets TP in te drukken. De TP-functie blijft hierbij gewoon beschikbaar en een volgend verkeersbericht wordt weer in de actuele audiofunctie weergegeven.
- Tijdens het verkeersbericht kan het volume van het bericht met de volumeregelaar Afbeelding 1 ① gewijzigd worden. Deze instelling wordt voor de volgende berichten overgenomen.
- Het afspelen van het verkeersbericht kan worden beeindigd door de apparaattoets TP in te drukken. De TP-functie blijft hierbij gewoon beschikbaar en een volgend verkeersbericht wordt weer in de actuele audiofunctie weergegeven.
Mediafunctie

Inleiding voor het onderwerp
In dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen:
Eisen aan mediabronnen en audiobestanden 17
Afspeelvolgorde van bestanden en mappen . 18
Hoofdmenu MEDIA 19
Cd plaatsen of uitschuiven 19
Mediabron kiezen 20
Weergave van titelinformatie 21
Handmatig een andere titel kiezen 21
Andere weergavemodus kiezen (SCN en MIX) 22
Externe audiobron in multimediabus AUX-IN . 23
Met "mediabronnen" worden audiobronnen aangeduid die op verschillende opslagmedia (bv. cd, externe mp3-speler) audiobestanden bevatten. Deze audiobestanden kunnen via de overeenkomstige spelers of audio-ingangen van de radio worden weergegeven.
Aanvullende informatie en waarschuwingsaanwijzingen:
• Veiligheidsaanwijzingen ⚠ ⇒ pagina 3
• Apparaatoverzicht ⇒ pagina 6
- Basisinformatie voor bediening ⇒ pagina 8
△
Eisen aan mediabronnen en audiobestanden

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de in-
leiding op pagina 17 en volg deze op.
Er mogen alleen 12 cm standaard-cd's ingeschoven worden.
Af fabriek ingebouwde cd-spelers voldoen aan veiligheidsklasse 1 volgens DIN IEC 76 (CO) 6/ VDE 0837.
| Mediabron | Voorwaarden voor het afspelen |
| © Audio-cd's (t/m 80 min). | - Cd-digital-audiospecificatie. |
| © Cd-rom, cd-r, cd-rw tot max.700 MB (megabyte) volgens ISO9660 of in Joliet-bestandssys- teem. | - Mp3-bestanden (.mp3) met bitrates van 48 tot 320 kbit/s of variabele bitrate.- Afspeellijsten in de formaten PLS en M3U.- Afspeellijsten niet groter dan 20 kB en met niet meer dan 250 koppe-lingen.- Max. 32 afspeellijsten op een opslagmedium.- Bestandsnamen niet langer dan 64 tekens.- Mapstructuren met maximaal tien niveaus.- Max. 120 mappen en max. 500 bestanden op een opslagmedium. |
| AUX: Externe audiobron. | - 3,5mm-jackplugsteker aansluitbaar voor audioweergave ⇒ pagina 23. |
Beperkingen en aanwijzingen
Verontreinigingen, hoge temperaturen en mechanische beschadigingen kunnen een opslagmedium onbruikbaar maken. Let op de aanwijzingen van de fabrikant van het opslagmedium.
Kwaliteitsverschillen tussen opslagmedia van verschillende fabrikanten kunnen bij de weergave storingen veroorzaken.
Houd rekening met de wettelijke bepalingen ten aanzien van het auteursrecht!
Cd's worden niet afgespeeld, als deze in het UDF-of direct cd-format werden opgenomen. Let onder Windows Vista® op het format.
De configuratie van een opslagmedium of voor de opname gebruikte apparaten en programma's kunnen ertoe leiden dat afzonderlijke titels of het opslagmedium niet leesbaar zijn. Informatie over hoe audiobestanden en opslagmedia het beste kunnen worden vervaardigd (compressierates, ID3-tag etc.), vindt u bijvoorbeeld op internet.
Het inlezen van een opslagmedium met gecomprimeerde audiobestanden (mp3) duurt vanwege de grotere hoeveelheid gegevens langer dan het inlezen van een "normale" audio-cd. Complexe map-structuren kunnen het inlezen extra vertragen.
Afspeellijsten leggen alleen een bepaalde afspeelvolgorde vast. In afspeellijsten zijn geen bestanden opgeslagen. Afspeellijsten worden niet af-
gespeeld, als de bestanden op het opslagmedium niet daar zijn opgeslagen, waar de afspeellijst naartoe verwijst (relatieve padaanduidingen).
△
Afspeelvolgorde van bestanden en mappen

flowchart
graph TD
A["Center"] --> B["F1"]
A --> C["F2"]
B --> D["Cluster 1"]
B --> E["Cluster 2"]
B --> F["Cluster 3"]
B --> G["Cluster 4"]
B --> H["Cluster 5"]
B --> I["Cluster 6"]
C --> J["Cluster 7"]
C --> K["Cluster 8"]
C --> L["Cluster 9"]
Afbeelding 13 Mogelijke structuur van een mp3-cd

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen
op pagina 3 en de informatie in de in-
leiding op pagina 17 en volg deze op.
Vaak zijn de audiobestanden op een opslagmedium ingedeeld in mappen en afspeellijsten om zo een bepaalde afspeelvolgorde vast te leggen.
Titels, mappen en afspeellijsten zijn in overstemming met hun naam op het opslagmedium numeriek en alfabetisch gesorteerd.
Submappen worden daarbij weergegeven als mappen en overeenkomstig de volgorde op de cd, doorgenummerd.
De afbeelding ⇒ Afbeelding 13 toont als voorbeeld een typische mp3-cd, die titels □, mappen □ en submappen bevat.
De titels en mappen op deze cd worden daarbij in de volgende volgorde afgespeeld en weergegeven:
- Titel ① en ② in de hoofddirectory (ROOT) van de cd
- Titel ③ en ④ in de eerste map F1 van de hoofddirectory van de cd (☐ 01).
- Titel ⑤ in de eerste submap F1.1 van de map F1 (☐ 02).
- Titel ⑥ in de eerste submap F1.1.1 van de submap F1.1 (☐ 03).
- Titel ⑦ in de tweede submap F1.2 van de map F1 (☐ 04).
- Titel ⑧ en ⑨ in de tweede map F2 (☐ 05).
Afspeellijsten 📁 worden bij de afspeelvolgorde als mappen behandeld.
De afspeelvolgorde wordt door de keuze van een andere weergavemodus (MIX) gewijzigd ⇒ pagina 22.

Afbeelding 14 Hoofdmenu MEDIA: Weergave van de beschikbare mediabronnen (RCD 210)

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de inleiding op pagina 17 en volg deze op.
In de mediafunctie kunnen verschillende media-bronnen gekozen en bediend worden.
- Apparaattoets [MEDIA] Afbeelding 1 indrukken.
Het afspelen van de als laatste ingeschakelde mediabron wordt voortgezet.
In het midden van de bovenste beeldschermregel wordt de soort afgespeelde mediabron weergegeven, bv. MP3 ⇒ Afbeelding 15. Erachter staat de lengte van het nummer.
In de middelste beeldschermregel staat standaard de titel die wordt afgespeeld ⇒ pagina 21.
Als naar de mediafunctie wordt omgeschakeld, worden in de onderste beeldschermregel eerst de beschikbare mediabronnen weergegeven ⇒ Afbeelding 14.

Afbeelding 15 Hoofdmenu MEDIA: Afspelen van een mp3-cd
Na enkele seconden worden hier de extra functies voor het afspelen en eventueel voor titels zoeken en weergave van de afgespeelde mediabron weergegeven Afbeelding 15. De keuze is afhankelijk van het geplaatste opslagmedium.
Functietoets: betekenis
SCN: scanfunctie (Scan) ⇒ pagina 22.
MIX: afspelen in willekeurige volgorde ⇒ pagina 22.
en: mappenstructuur doorzoeken ⇒ pagina 21.
INF: soort titelinformatie wisselen ⇒ pagina 21.
SCR: titelinformatie scrollen (lopende tekst) → pagina 21.
Als er niet naar de mediafunctie kan worden gewisseld, is er geen afspeelbare mediabron beschikbaar (weergave: NO CD).
Cd plaatsen of uitschuiven

Afbeelding 16 Hoofdmenu MEDIA: Geluidsweergave van een audio-cd zonder cd-tekst

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de inleiding op pagina 17 en volg deze op.
De interne cd-speler kan zowel audio-cd's als mp3-cd's afspelen.
Een audio-cd wordt als CD ⇒ Afbeelding 16 weergegeven, een mp3-cd als MP3 ⇒ Afbeelding 15.
Cd plaatsen
- Cd met de zijde met tekst naar boven houden.
- De cd altijd slechts zo ver in de cd-opening ④ ⇒ pagina 6 schuiven, tot deze automatisch erin wordt getrokken.
- Het afspelen begint na het plaatsen automatisch.
Als er een cd in de interne cd-speler geplaatst is, wordt in andere functies CD-IN weergegeven, bv. Afbeelding 25.
Cd eruit schuiven
- Eject-toets cd ⇒ Afbeelding 1 ⑥ indrukken.
- De geplaatste cd wordt uit het apparaat geschoven en moet binnen 10 seconden worden verwijderd.
Als de cd niet binnen 10 seconden wordt verwijderd, wordt deze om veiligheidsredenen weer erin getrokken.
Foutmeldingen op het beeldscherm
Een leesfout wordt door ERROR in de kopregel weergegeven.
Een foutmelding op de onderste regel van het scherm geeft een aanwijzing over de mogelijke oorzaak.
NO CD: geen leesbaar opslagmedium. Het is niet mogelijk naar de mediafunctie over te schakelen.
CD ROM: gegevens-cd geplaatst. Cd wordt eruit geschoven.
CHECK CD: geplaatste cd niet leesbaar. Cd wordt eruit geschoven. Op beschadiging controleren.
TEMPERATURE: cd-speler te heet. Cd's worden niet meer geaccepteerd. Andere audiobron wordt beluisterd.
SERVICE: cd-speler mechanisch defect. Een specialist raadplegen.
i Op een slecht wegdek en bij heftige trillingen kan de cd-speler bij het afspelen overslaan.
Mediabron kiezen

Afbeelding 17 Mediakeuzemenu: Cd in de interne cd-speler wordt afgespeeld

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen
op pagina 3 en de informatie in de inleiding op pagina 17 en volg deze op.
Na omschakeling naar de mediafunctie worden in de onderste beeldschermregel gedurende enkele seconden de beschikbare mediabronnen weergegeven. De op dat moment afgespeelde mediabron wordt onderstreept weergegeven ⇒ Afbeelding 17.
Mediakeuzemenu handmatig openen en mediabron kiezen
- In de mediafunctie de apparaattoets MEDIA ⇒ Afbeelding 1 kort indrukken, om het mediakeuzemenu opnieuw weer te geven.
- Gewenste mediabron kiezen door op de bijbehorende functietoets te drukken.
- OF: Herhaaldelijk op de apparaattoets MEDIA drukken, om de beschikbare mediabronnen achter-eenvolgens te doorlopen.
Functietoets: mediabron
CD: audio- of mp3-cd in de interne cd-speler
⇒ pagina 19.
CDC (alleen bij RCD 210): externe cd-wisselaar
⇒ pagina 24.
NAV (alleen bij RCD 215): draagbaar navigatie-apparaat ⇒ pagina 27.
AUX: externe audiobron op de multimediabus AUX-IN aangesloten ⇒ pagina 23.
Als een voorheen beluisterde mediabron opnieuw wordt gekozen, wordt het afspelen vervolgd op de plek waar deze is gestopt (uitzondering: AUX ⇒ pagina 23).
△
Weergave van titelinformatie

Afbeelding 18 Titelinformatie van een afgespeel- de audio-cd zonder cd-tekst

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de inleiding op pagina 17 en volg deze op.
Bij audio-cd's zonder cd-tekst wordt in de middelste beeldschermregel alleen TRACK en het titelnummer overeenkomstig de volgorde op het opslagmedium weergegeven ⇒ Afbeelding 18.
Bij audiobestanden, die extra titelinformatie bevatten (cd-tekst 12), id3-tag bij mp3-bestanden), kan verschillende titelinformatie weergegeven worden.
Weergave van titelinformatie wijzigen
Links in de bovenste beeldschermregel wordt de soort gekozen titelinformatie weergegeven, bv. TITLE ⇒ Afbeelding 19.
- Kort op de functietoets INF drukken om de soort weergegeven titelinformatie te wisselen.

Afbeelding 19 Titelinformatie van een beluisterde mp3-cd
Weergave: titelinformatie
TITLE: titelnaam.
ARTIST: artiest.
ALBUM: albumnaam.
FILE: bestandsnaam (alleen mp3-functie)
FOLDER: mapnaam (alleen mp3-functie)
OF: PLAYL: naam van de afspeellijst (alleen mp3-functie).
CD-IN: opslagplaats volgens afspeelvolgorde ⇒ pagina 18
Als de gekozen titelinformatie voor de weergave in de middelste beeldschermregel te lang is, wordt rechtsonder de functietoets [SCR] ingeschakeld ⇒ Afbeelding 19.
- Functietoets SCR kort indrukken om de weergegeven titelinformatie eenmalig als lopende tekst weer te geven.
Handmatig een andere titel kiezen

Afbeelding 20 Titelweergave in mp3-functie

Afbeelding 21 Weergave van de opslagplaats bij kiezen van titel in mp3-functie

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de inleiding op pagina 17 en volg deze op.
• Mediafunctie starten.
Titels met pijltoetsen doorlopen
De titels van de beluisterde cd kunnen met de pijltoetsen Afbeelding 1 ⑩ achter elkaar worden doorlopen.
Voor de volgorde en weergave de afspeelvolgorde van de mp3-cd's in acht nemen ⇒ pagina 18.
| Handeling | Effect |
| Eenmaal kort in-drukken. | |
| Tweemaal kort na elkaar indruk-ken. | |
| Ingedrukt hou-den. | |
U kunt ook tussen titels wisselen door stelknop ⇒ Afbeelding 1 ⑧ te draaien.
Mappen in mp3-functie wisselen
- Op de functietoets of drukken ⇒ Afbeelding 20, om naar de eerste titel van de volgende of de laatste map te wisselen.
Bij een map- of titelwissel wordt gedurende enkele seconden de opslagplaats weergegeven, bv. map- 5, titelnummer 3 ⇒ Afbeelding 21 weergegeven. Na enkele seconden wordt hier weer de gekozen titelinformatie weergegeven ⇒ Afbeelding 20.
Afspeellijsten worden bij het doorlopen als mappen behandeld.
Andere weergavemodus kiezen (SCN en MIX)

Afbeelding 22 Hoofdmenu MEDIA: Weergavemodus 'afspelen in willekeurige volgorde' geactiveerd

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de inop pagina 17 en volg deze op.
Let op de afspeelvolgorde van bestanden en mappen ⇒ pagina 18.
Weergavemodi kiezen
De voor het actuele opslagmedium beschikbare weergavemodi worden linksonder als functietoetsen weergegeven.
- Een functietoets indrukken, om de overeenkomstige weergavemodus te starten. De functietoets wordt onderstreept weergegeven.
SCN scanfunctie: alle titels worden eenmalig gedurende ongeveer 10 seconden weergegeven. De scanfunctie start met de volgende titel en wordt automatisch beëindigd, wanneer alle titels van de gekozen map of de gekozen cd kort zijn afgespeeld.

Afbeelding 23 Hoofdmenu MEDIA: 'Afspelen in willekeurige volgorde' alleen uit de afgespeelde map gekozen
MIX In willekeurige volgorde afspelen: titels worden in willekeurige volgorde afgespeeld. Het afspelen in willekeurige volgorde blijft voor de betreffende mediabron zo lang ingeschakeld tot deze daar wordt beëindigd.
- Functietoets SCN of MIX opnieuw indrukken om de ingeschakelde weergavemodus bij een actueel afgespeelde titel te beëindigen.
De scanfunctie kan ook door indrukken van stelknop ⇒ Afbeelding 1 ⑧ worden gestart en gestopt.
Weergavemodus tot mappen resp. afspeellijsten beperken
Afhankelijk van de afgespeelde audiobron kan de weergavemodus tot mappen resp. afspeellijsten worden beperkt door meerdere keren op de functietoets te drukken. De weergave op het beeldscherm verandert dienovereenkomstig, bv. in MIX FOLDER ⇒ Afbeelding 23.
Weergave: effect
...CD: alle titels van het actuele opslagmedium worden met de gekozen weergavemodus afgespeeld.
...FOLDER: alleen titels uit de actuele map worden met de gekozen weergavemodus afgespeeld.
...PLAYLIST: alleen titels uit de actuele afspeel- lijst worden met de gekozen weergavemodus af- gespeeld.
Externe audiobron in multimediabus AUX-IN

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen ⚠ op pagina 3 en de informatie in de in- op pagina 17 en volg deze op.
Wagenafhankelijk zit er een multimediabus AUX-IN aan de voorzijde van de radio Afbeelding 1 ⑫, in het dashboardkastje aan bijrijderszijde, in de middenconsole of in de armsteun tussen de voorstoelen.
De multimediabus AUX-IN kan alleen met een 3,5 mm jackplugsteker worden gebruikt.
Een aangesloten externe audiobron kan alleen via de wagenluidsprekers worden weergegeven, maar niet via de radio worden bediend.
De multimediabus AUX-IN moet in de systeeminstellingen worden geactiveerd ⇒ pagina 30, zo- dat deze in het mediakeuzemenu kan worden weergegeven ⇒ Afbeelding 17.
Externe audiobron op multimediabus AUX-IN aansluiten
- Basisvolume van de radio verlagen.
- Externe audiobron op multimediabus AUX-IN aansluiten.
- Geluidsweergave van de externe audiobron starten.
- In de mediafunctie de apparaattoets MEDIA ⇒ Afbeelding 1 kort indrukken, om het keuzemenu van de beschikbare mediabronnen weer te geven ⇒ Afbeelding 17.
• Functietoets AUX indrukken.
Het weergavevolume van een extern aangesloten audiobron moet aan het weergavevolume van de andere audiobronnen worden aangepast.
Weergavevolume aanpassen
Als het weergavevolume van de externe audiobron moet worden verhoogd, van tevoren het basisvolume van de radio verlagen.
Als de aangesloten audiobron te zacht wordt weergegeven, verhoogt u eerst het uitgangsvolume van de externe audiobron. Als dit niet voldoende is, dan het ingangsvolume (AUX VOL LEVEL) in de systeeminstellingen op niveau 2 of niveau 3 zetten ⇒ pagina 30.
Als de aangesloten externe audiobron te hard of vervormd wordt weergegeven, verlaagt u eerst zo ver mogelijk het uitgangsvolume van de externe audiobron. Is dat niet voldoende, dan het AUX VOL LEVEL (ingangsvolume) in de systeeminstellingen op Niveau 2 of Niveau 1 zetten.
Wanneer het afspelen op de externe audio-bron wordt beeindigd of de steker van de multimediabus AUX-IN wordt losgetrokken, blijft de radio in het menu 'AUX'.
Als de externe audiobron op het 12 volt stopcontact van de wagen is aangesloten, kan dit storende geluiden veroorzaken.
Lees en neem de gebruiksaanwijzing van de fabrikant van de externe audiobron in acht.
RCD 210: externe cd-wisselaar

Inleiding voor het onderwerp
In dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen:
Overzicht 24
Bediening via het RCD 210 25
Op de RCD 210 kan ook een externe cd-wisselaar zijn aangesloten. Wagenafhankelijk zit de externe cd-wisselaar in het dashboardkastje aan bijrijderszijde of in de middenarmsteun voorin.
In de cd-wisselaar kunnen zes 12 cm standaard audio-cd's worden geplaatst. De cd-wisselaar hoeft niet geheel gevuld te zijn.
Geplaatste cd's kunnen via de radio worden gekozen en bediend.
Aanvullende informatie en waarschuwingsaanwijzingen:
• Veiligheidsaanwijzingen ⚠ ⇒ pagina 3
• Apparaatoverzicht ⇒ pagina 6
- Basisinformatie voor bediening ⇒ pagina 8
• Mediafunctie ⇒ pagina 17
Mp3-cd's en audio-dvd's kunnen in de externe cd-wisselaar niet worden afgespeeld.
Cd's met kopieerbeveiliging en zelfgebrande cd-r en cd-rw worden onder bepaalde omstandigheden niet of slechts beperkt weergegeven.
Er kan geen cd-tekst van cd's worden weergegeven, die in een externe cd-wisselaar worden afgespeeld.
Overzicht

Afbeelding 24 Externe cd-wisselaar in het dashboardkastje aan bijrijderszijde of in de middenarmsteun voorin

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen
op pagina 3 en de informatie in de in-
leiding op pagina 24 en volg deze op.
Cd's plaatsen
- Op de apparaattoets Afbeelding 24 drukken. Led ② boven de toets van het volgende vrije cd-vak knippert langzaam.
- Om handmatig een vrij cd-vak te kiezen, een van de apparaattoetsen ① t/m ⑥ indrukken. Anders wordt automatisch het volgende vrije vak beschikbaar gesteld.
- Als de led snel knippert, een audio-cd met de onbedrukte zijde naar de apparaattoetsen in cd-opening ③ schuiven, tot de audio-cd automatisch naar binnen wordt getrokken ⇒ ⚠.
Om snel te laden, de apparaattoets LOAD langer dan ongeveer drie seconden ingedrukt houden. De vrije vakken van de cd-wisselaar worden na elkaar voor het laden klaargezet.
Cd's eruit schuiven
- Als een cd uit de cd-wisselaar wordt afge-speeld, op de apparaattoets EJECT drukken om de cd eruit te schuiven.
- Als geen cd uit de cd-wisselaar wordt afgespeeld, kiest u na het drukken op de apparaattoets EJECT een van de apparaattoetsen 1 t/m 6 om het betreffende cd-vak te kiezen.
- Wanneer de eruit geschoven cd niet wordt verwijderd, wordt het eruit schuiven van cd's afgebroken en de cd wordt na ca. 15 seconden weer naar binnen getrokken ⇒ ⚠.
Om alle cd's in een keer eruit te schuiven, de apparaattoets EJECT langer dan ongeveer 3 seconden ingedrukt houden. De cd's worden na elkaar eruit geschoven.
Statusweergave van de leds ②
| Status | Weergave |
| Cd-vak leeg. | Led is uit. |
| Cd-vak bezet. | Led brandt. |
| Cd-vak wordt voorbereid. | Led knippert langzaam. |
| Cd-vak paraat. | Led knippert snel.Cd kan erin worden geschoven. |
LET OP
Voor het sluiten van het dashboardkastje aan bijrijderszijde of de middenarmsteun voorin controleren, of de cd is verwijderd of volledig erin getrokken is. Anders kan de cd-wisselaar of de cd worden beschadigd.
△
Bediening via het RCD 210

Afbeelding 25 Hoofdmenu MEDIA: Cd-wisselaar-functie
Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de in-leiding op pagina 24 en volg deze op.
Cd's in de externe cd-wisselaar plaatsen ⇒ pagina 24.
Geluidsweergave vanuit de cd-wisselaar starten
- In de mediafunctie de apparaattoets [MEDIA] Afbeelding 1 kort indrukken, om het keuzemenu van de beschikbare mediabronnen weer te geven Afbeelding 25.
• Functietoets CDC indrukken.

Afbeelding 26 Hoofdmenu MEDIA: Cd-keuzemenu, cd 2 gekozen
Het afspelen wordt vanuit het eerste bezette cd-vak van de cd-wisselaar gestart met de eerste titel. Als de cd-wisselaar eerder al was gekozen, wordt de weergave van de laatst afgespeelde cd met de laatst gespeelde titel voortgezet.
Om de beschikbare weergavemodi weer te geven, apparaattoets MENU kort indrukken en een weergavemodus kiezen, zoals beschreven ⇒ pagina 17.
Andere cd kiezen
Ongeveer vijf seconden nadat is omgeschakeld naar de cd-wisselaar, worden in de onderste beeldschermregel de bezette en beschikbare cd-vakken met de overeenkomstige cd-vaknummers weergegeven, bv. 1, 2, 3 en 5 ⇒ Afbeelding 26 Lege cd-vakken worden met - weergegeven (cd-vak 4 en 6).
Het cd-vak van de actueel beluisterde cd wordt onderstreept weergegeven (cd-vak ②).
- Functietoets van een beschikbaar cd-vak in-drukken, om het afspelen van deze cd te starten.
Als de cd wordt gewisseld, start de volgende cd altijd met de eerste titel.
Een geplaatste, maar niet leesbare cd wordt met ERR via de betreffende functietoets weergegeven.

RCD 215: integratie van een draagbaar navigatieapparaat

Inleiding voor het onderwerp
In dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen:
Aansluiten en bedienen 27
Een speciaal via Volkswagen gekocht draagbaar navigatieapparaat kan met de RCD 215 worden bediend.
Via het draagbare navigatieapparaat kunnen verschillende mediabronnen worden afgespeeld en bediend.
Via het draagbare navigatieapparaat is bovendien een verregaande weergave en bediening van een in het RCD 215 afgespeelde mp3-cd mogelijk (titelweergave, titelkeuze uit titellijst).
Aanvullende informatie en waarschuwingsaanwijzingen:
• Veiligheidsaanwijzingen ⚠ ⇒ pagina 3
• Apparaatoverzicht ⇒ pagina 6
- Basisinformatie voor bediening pagina 8
• Mediafunctie ⇒ pagina 17
Lees voor de media- en telefoonbediening en het navigeren met het draagbare navigatie-apparaat de gebruiksaanwijzing van de fabrikant en neem deze in acht.
Aansluiten en bedienen

Lees eerst de informatie in de inleiding op pagina 27 en volg deze op.
Draagbaar navigatieapparaat in de houder plaatsen en inschakelen, zoals beschreven in de gebruiksaanwijzing van de fabrikant.
Weergave via de wagenluidsprekers starten
- Op de RCD 215 in de mediafunctie op de apparaattoets [MEDIA] Afbeelding 1 drukken, om het keuzemenu van de beschikbare mediabronnen weer te geven en daar op de functietoets [NAV] drukken.
- OF: Herhaaldelijk op de apparaattoets MEDIA drukken, tot NAV is geselecteerd.
Op het beeldscherm van de RCD 215 wordt POR-TABLE weergegeven.
Het afspelen wordt met de als laatste gespeelde titel voortgezet, als de overeenkomstige mediabron nog via het draagbare navigatieapparaat beschikbaar is.
Als er via het draagbare navigatieapparaat op dat moment geen mediabronnen beschikbaar zijn, wordt kort NO MEDIA op het beeldscherm van de RCD 215 weergegeven en het afspelen van de laatst beluisterde audiobron op de RCD 215 wordt voortgezet.
Draagbaar navigatieapparaat in de mediafunctie
Via het draagbare navigatieapparaat afgespeelde mediabronnen worden via de wagenluidsprekers weergegeven. De bediening van het afspelen gebeurt vrijwel geheel via het draagbare navigatieapparaat.
Handmatig een andere titel kiezen is ook met de pijltoetsen ⇒ Afbeelding 1 ⑩ op de RCD 215 mogelijk ⇒ pagina 17.
Het is niet mogelijk om de titel op de RCD 215 weer te geven.
Het kiezen van een andere audiobron die via het draagbare navigatieapparaat wordt afgespeeld, gebeurt via het draagbare navigatieapparaat.
Via het RCD 215 kunnen alleen audiobronnen worden gekozen, die in het apparaat beschikbaar zijn (radio, cd, AUX).
Navigatieaanwijzingen
Gesproken navigatieaanwijzingen worden via de luidsprekers van de wagen weergegeven.
De bediening gaat via het draagbare navigatieapparaat.
Bellen
Koppelen, verbinden en bedienen gebeurt op het draagbare navigatieapparaat.
Een telefoongesprek wordt via de luidsprekers van de wagen weergegeven. Op het beeldscherm van de RCD 215 wordt PHONE weergegeven.
Als de spraakbediening op het draagbare navigatieapparaat is geactiveerd, wordt de spraakweergave eveneens via de luidsprekers van de wagen verzorgd.
Volume wijzigen
De geluidsweergave van media, telefoongesprekken en berichten die door het draagbare navigatie-apparaat wordt verzorgd, gaat via de luidsprekers van de wagen.
Het weergavevolume kan met de volumeregelaar ⇒ Afbeelding 1 ① worden gewijzigd.
Als het geluid van het apparaat wordt onderdrukt (weergave: 📁), wordt ook een op het draagbare navigatieapparaat afgespeelde mediabron stilgezet.
Instellingsmenu's Klankinstellingen (SOUND)

Inleiding voor het onderwerp
In dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen:
Klank- en volume-instellingen uitvoeren ..... 29
Aanvullende informatie en waarschuwingsaanwijzingen:
• Veiligheidsaanwijzingen ⚠ ⇒ pagina 3
• Apparaatoverzicht ⇒ pagina 6
- Basisinformatie voor bediening ⇒ pagina 8

Klank- en volume-instellingen uitvoeren

Afbeelding 27 Klankinstellingen

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de in- op pagina 29 en volg deze op.
Klankinstellingen wijzigen
- Apparaattoets SOUND ⇒ Afbeelding 1 ③ of vanuit een willekeurig menu indrukken.
- Eén van de onderste functietoetsen indrukken, om het betreffende instellingenmenu te openen Afbeelding 27.
- Stelknop Afbeelding 1 ⑧ draaien of een van de pijltoetsen ⑩ indrukken om de actuele instelling te wijzigen.
Overzicht van de klankinstellingen
Functietoets: instelling
TRE: hoge tonen (treble)
BAS: lage tonen (bass)
BAL: volumeverdeling rechts en links (balance)
FAD: volumeverdeling voorin en achterin (fader)
Systeem- en functie-instellingen (SETUP)

Inleiding voor het onderwerp
In dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen:
Instellingen wijzigen 30
Aanvullende informatie en waarschuwingsaanwijzingen:
• Veiligheidsaanwijzingen ⚠ ⇒ pagina 3
• Apparaatoverzicht ⇒ pagina 6
- Basisinformatie voor bediening ⇒ pagina 8
Instellingen wijzigen

Afbeelding 28 Extra functies radio

Afbeelding 29 Setup-menu: Zenderkeuze via pijltoetsen vastleggen

Lees eerst de informatie in de inleiding op pagina 30 en volg deze op.
Instellingenmenu's weergeven en instellingen wijzigen
- In de radio- of mediafunctie de apparaattoets MENU ⇒ Afbeelding 1 indrukken.
- Functietoets SET Afbeelding 28 indrukken, om het SETUP-menu te openen Afbeelding 29.
- Als één van de functietoetsen wordt ingedrukt, wordt het betreffende instellingenmenu weergegeven.
- Stelknop Afbeelding 1 ⑧ draaien, om de weergegeven instelling te wijzigen.
- Wijzigingen worden automatisch overgenomen.
- Apparaattoets [MENU] indrukken, om het SETUP-menu te sluiten.
Tijdens het wijzigen van de volume-instellingen wordt de actuele audiobron analoog aan de doorgevoerde instellingen weergegeven.
Overzicht van beschikbare instellingenmenu's
Afhankelijk van het land en apparaat en afhankelijk van de uitrusting van de wagen varieert de keuze aan mogelijke instellingen.
Functietoets: effect
SKM SEEK MODE: gedrag van de pijltoetsen ◀ en ⇒ Afbeelding 1 ⑩ en ▶ bij het wisselen van zender in de radiofunctie vastleggen ⇒ pagina 10.
ALL: met de pijltoetsen worden alle te ontvangen zenders doorlopen (weergave: ◀...▷ links en rechts van de ingestelde zender ⇒ Afbeelding 4).
PRESET: met de pijltoetsen worden alleen de opgeslagen zenders van het gekozen frequentiebereik doorlopen (weergave: ◀...> links en rechts van de voorkeuzetoetsen ⇒ Afbeelding 5).
RDS^a) : in gebieden zonder RDS-verzorging kunnen RDS-afhankelijke diensten (automatisch zendervolgsysteem, TP-verkeersinformatie) worden uitgeschakeld ⇒ pagina 10.
Functietoets: effect
| ▶ON◀: RDS is ingeschakeld.▶OFF◀: RDS is uitgeschakeld en de functietoets AF kan in het SETUP-menu niet meer worden ge-kozen. | |
| ^a) | ALT-FREQ.: instelling voor het automatische zendervolgsysteem vastleggen ⇒ pagina 10.▶ON◀: tijdens het rijden wordt altijd naar de frequentie van de ingestelde radiozender gewisseld die op dat moment de beste ontvangst heeft, ook als daardoor een lopende regionale uitzending wordt onderbroken.▶OFF◀: er vindt geen frequentiewisseling plaats. De ingestelde frequentie blijft ingeschakeld, totdat de ontvangst afbreekt. |
| VOL | ON-VOLUME: maximaal inschakelvolume vastleggen. |
| GAL | GALA: snelheidsafhankelijke volumeregeling instellen. |
| DIS | DISPLAY LIGHT: helderheid van het beeldscherm bij ingeschakeld dimlicht instellen. |
| PDC | PDC VOL ATTENU.: het volume van de actuele audiobron wordt bij actieve parkeerhulp tot het ingestelde niveau verlaagd. |
| AUX | instellingen voor het gebruik van een externe audiobron via de multimediabus AUX-IN ⇒ pagina 17. |
| AUX VOL LEVEL 1-3: ingangsvolume voor een externe audiobron (AUX) aan het weergavevo-lume van de andere audiobronnen aanpassen.AUX VOL LEVEL ▶OFF◀: de multimediabus AUX-IN is uitgeschakeld en wordt in het mediakeuze-menu niet weergegeven. |
a) Niet overal beschikbaar.
GAL Werking van de snelheidsafhankelijke volumeregeling (GALA)
De snelheidsafhankelijke volumeregeling stelt het volume afhankelijk van de rijsnelheid automatisch bij.
De mate van volumetoename (snelheidsafhankelijke volumeregeling) wordt in stappen van 1 tot 7 ingesteld.
Als een lage waarde is ingesteld, dan wordt het vol- lume bij stijgende rijsnelheid maar gering ver- hoogd. Bij een hoge waarde wordt het volume bij stijgende rijsnelheid sterk verhoogd. Bij 0 is de snelheidsafhankelijke volumeregeling uitgeschak- eld.
Gebruikte afkortingen
| Afkorting | Betekenis |
| AM | Amplitudemodulatie (middengolf, MW) |
| AUX | Extra audio-ingang (Auxiliary Input). |
| EON | Ondersteuning voor andere netwerken (Enhanced Other Network). |
| FM | Frequentiemodulatie (ultrakorte golf, UKW) |
| PDC | Parkeerhulp (Park Distance Control) |
| RDS | Radiodatasysteem (Radio Data System). |
| TP | Verkeersinformatiefunctie (Traffic Program). |
Trefwoordenlijst
A
Aanwijzingen en foutmeldingen Cd-functie 20
AM 32
Antidiefstalcode 9
Apparaattoetsen (hardkeys) 8
AUX 23,32
B
Basisvolume Geluid onderdrukken (Mute) 9 Wijzigen 9
Bedieningselementen 6
Beknopte informatie 3
C
Cd-functie Zie: MEDIA 19
CD-IN 19
Cd-wisselaar (RCD 210) 24
Code 9
D
Draagbaar navigatieapparaat (RCD 215) ... 27
Draai-drukknoppen 8
E
Eisen aan cd's 17
Energiemanagement 9
EON 32
Externe audiobron (AUX) 23
Externe cd-wisselaar (RCD 210) 24
F
FM 32
Functie-instellingen 30
Functietoetsen (softkeys) 8
H
Hoofdmenu MEDIA 19 RADIO 10 SETUP 30 SOUND 29
|
INFO (verkeersbericht) 16
Inleiding 3
Inschakelen 8
Instellingen 29
K
Media 17 Mediabron kiezen 20
MEDIA
Aanwijzingen 17
Aanwijzingen en foutmeldingen ..... 20
Achteruit 21
Afspeellijsten 17
Afspeelvolgorde 18
Afspelen in willekeurige volgorde (Mix) ... 22
Audio-cd 17
AUX 23
Cd-functie 19
Cd-wisselaar (RCD 210) 24
Draagbaar navigatieapparaat (RCD 215) . 27
Eisen 17
Hoofdmenu 19
Keuzemenu mediabron 20
Map kiezen 21
MIX (Afspelen in willekeurige volgorde) ... 22
Mp3-bestanden 17
NAV (RCD 215) 27
Scanfunctie (Scan) 22
Titelinformatie 21
Titel kiezen 21
Vooruit 21
Weergavemodus 22
Mediabron 19
Multifunctiestuurwiel 9
Multimediabus AUX-IN 23
Mute 9
MW 32
N
Nalooptijd (timeout) 8
NAV (RCD 215) 27
0
Overzichtsafbeelding 6
Overzicht van het apparaat 6
R
RADIO
Scanfunctie (SCAN) 12
Voorkeuzetoetsen 13
Zenderfrequentie instellen 12
Zender kiezen 11
Zendernaam 11
Zenders opslaan 13
Radiocode 9
RCD 215
Draagbaar navigatieapparaat 27
RDS 11,32
On - Off 30
Storingen door mobiele telefoon 8
Systeeminstellingen 30
T
Timeout 8
Titelzoeksysteem
Zie: Scanfunctie 22
Veiligheidsaanwijzingen 3
Verkeersbericht (TP-INFO) 16
Verkeersinformatiefunctie (TP) 15
Volume
Zie: Basisvolume 9
Volumeverdeling (Balance/Fader) 29
Volumeverlaging 8
W
Weergaven
Extra 8
Weergavevolume aanpassen 23
Z
Zenderzoeksysteem
Zie: Scanfunctie 12
Volkswagen AG werkt voortdurend aan de verdere ontwikkeling van alle modellen en typen. Wij vragen u om begrip, dat om deze reden wijzigingen van de leveringsomvang in de vorm, uitvoering en techniek mogelijk zijn. De gegevens over leveringsomvang, uiterlijk, maten, gewichten, brandstofverbruik, normen en functies van de wagen komen overeen met de stand van de informatie op het moment van het ter perse gaan van deze brochure. Enkele van de meeruitvoeringen zijn mogelijk pas later leverbaar (voor meer informatie kunt u uw lokale Volkswagen Partner benaderen) of worden alleen in bepaalde landen aangeboden. Uit de gegevens, afbeeldingen en beschrijvingen in dit instructieboekje kunnen geen aanspraken worden afgeleid.
Nadruk, reproductie of vertaling, ook van gedeelten, is zonder schriftelijke toestemming van Volkswagen AG niet toegestaan.
Volkswagen AG behoudt zich uitdrukkelijk alle rechten op grond van het auteursrecht voor. Wijzigingen voorbehouden.
Gedrukt in Duitsland.
© 2012 Volkswagen AG

Dit papier is gemaakt van chloorvrij gebleekte cellulose.
RCD 210, RCD 215:
Radio
Stand:12.03.2012