GEBRUIKSAANWIJZING KI34VA20 SIEMENS
Koel-/diepvriescombinatie KI.V.
siemens-home.com/welcome
nl Gebruiksaanwijzing
Veiligheidsbepalingen
en waarschuwingen 77
Aanwijzingen over de afvoer 80
Omvang van de levering 81
De juiste plaats 81
Omgevingstemperatuur,
ventilatie en nisdiepte 81
Apparaat aansluiten 82
Kennismaking met het apparaat .... 83
Inschakelen van het apparaat 83
Instellen van de temperatuur 84
Netto-inhoud 84
De koelruimte 85
De diepvriesruimte 85
Maximale invriescapaciteit 85
Invriezen en opslaan 85
Verse levensmiddelen invriezen 86
Supervriezen 87
Ontdooien van diepvrieswaren 88
Uitvoering 88
Sticker "OK" 89
Apparaat uitschakelen
en buiten werking stellen 89
Ontdooien 90
Schoonmaken van het apparaat .... 91
Energie besparen 92
Bedrijfsgeluiden 92
Kleine storingen zelf verhelpen 93
Servicedienst 94
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen
Voordat u het apparaat in gebruik neemt
Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.
De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter.
Het apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijk maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installatie niet beschadigd worden. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of zich ontsteken.
Bij beschadiging
- Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden; Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten; Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken;
- Contact opnemen met de Servicedienst.
Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan.
Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.
Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de bezitter.
Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.
Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.
Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft.
Bij het gebruik
Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsmakers etc.). Explosiegevaar! Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Gevaar voor elektrische schok! - Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
- Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Explosiegevaar!
- Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen.
- Om te ontdooien of schoon te maken: stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel.
- Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren.
- Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. Ze kunnen poreus worden. De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken.
Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen:
Kwetsbaar zijn kinderen/personen met lichamelijke, geestelijke of zintuiglijke beperkingen, evenals personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat.
Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn.
Een voor de veiligheid verantwoordelijk persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren.
Alleen kinderen vanaf 8 jaar het apparaat laten gebruiken.
Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen.
Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.
Flessen en blikjes met vloeistoffen - vooral koolzuurhoudende dranken - niet in de diepvriesruimte opslaan. Flessen en potten kunnen barsten! Diepvrieswaren nadat u ze uit de diepvriesruimte hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen. Kans op vrieswonden! Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz. Kans op vrieswonden!
Kinderen in het huishouden
Verpakkingsmaterialen en onderdelen ervan zijn geen speelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie! Het apparaat is geen speelgoed voor kinderen! Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!
Algemene bepalingen
Het apparaat is geschikt voor het koelen en invriezen van levensmiddelen.
Dit apparaat is bestemd voor particulier gebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving.
Het apparaat is ontstoord volgens EU-richtlijn 2004/108/EC.
Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.
Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).
Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau.
Aanwijzingen over de afvoer

Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat
De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd.
U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.

Afvoeren van uw oude apparaat
Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

Waarschuwing
Bij afgedankte apparaten
- Stekker uit het stopcontact trekken.
- Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen.
- Legplateaus en voorraadvakken niet eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen!
- Laat kinderen niet met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar!
Koelapparaten bevatten koelmiddelen en isolatiegas. Die moeten zorgvuldig worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer moeten de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden.
Omvang van de levering
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.
Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice.
De levering bestaat uit de volgende onderdelen:
Inbouwapparaat, uitrusting (modelafhankelijk), zakje met montagemateriaal, gebruiksaanwijzing, montagevoorschrift, klantenserviceboekje, garantiebijlage, informatie over energieverbruik en geluiden.
De juiste plaats
Geschikt voor het opstellen in droge, ventileerbare vertrekken. Het apparaat liefst niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmtebron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plank of neem de volgende minimumafstanden in acht:
Naast elektrische of gasfornuizen: 3 cm. Naast een CV-installatie: 30 cm.
Omgevingstemperatuur, ventilatie en nisdiepte
Omgevingstemperatuur
Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden.
De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. 17.
| Klimaatklasse | Toelaatbare
omgevingstemperatuur |
| SN | +10 °C tot 32 °C |
| N | +16 °C tot 32 °C |
| ST | +16 °C tot 38 °C |
| T | +16 °C tot 43 °C |
Aanwijzing
Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C.
Beluchting
De lucht aan de achterzijde van het apparaat wordt warm. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren, waardoor het energieverbruik toeneemt. De be- en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!
Nisdiepte
Voor het apparaat wordt een nisdiepte van 560 mm aanbevolen. Bij een kleinere nisdiepte - minstens 550 mm - wordt het energieverbruik iets hoger.
Apparaat aansluiten
Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 jaar wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt.
Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk "Schoonmaken van het apparaat").
Elektrische aansluiting
Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn.
Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220-240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet beveiligd zijn met een zekering van 10 A tot 16 A.
Bij apparaten die in niet-Europese landen worden gebruikt op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. 17
Waarschuwing
Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers.
Voor deze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt.
Kennismaking met het apparaat

De bladzijde met de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing.
De uitrusting van de modellen kan variëren.
Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk.
Afb. 1
*Niet bij alle modellen.
1 Lichtschakelaar 2 Hoofdschakelaar Aan/Uit 3 Bedieningselementen/Verlichting 4 Glasplaat 5 Groentelade 6 Diepvrieslade 7 Diepvrieskalender* 8 Boter en kaasvak * 9 Voorraadvak voor tubes en blikjes 10 Eierrekje 11 Vak voor groe flessen
A Koelruimte B Diepvriesruimte
Bedieningselementen
Afb. 2
1 Hoofdschakelaar Aan/Uit
Om het hele apparaat in en uit te schakelen.
2 Temperatuurinsteltoets
Met deze toets worden de temperatuur ingesteld.
3 Temperatuurindicatie koelruimte
De cijfers bij de temperatuurindicatielampjes komen overeen met de temperaturen in °C in de koelruimte.
Het brandende lampje geeft de ingestelde temperatuur aan.
4 „super" Toets
Om de functies superkoelen (koelruimte) of supervriezen (diepvriesruimte) in te schakelen.
Zie hoofdstuk "Superkoelen" of "Supervriezen".
Inschakelen van het apparaat
Het apparaat inschakelen met de hoofdschakelaar Aan/Uit, afb. 2/1.
De temperatuurindicatie knippert, afb. 2/3, tot in het apparaat de ingestelde temperatuur is bereikt.
Het apparaat begint te koelen, de verlichting is ingeschakeld wanneer de deur open is.
Wij adviseren een temperatuurinstelling van +4 °C voor de koelruimte.
Bewaar gevoelige levensmiddelen niet warmer dan +4 °C.
Aanwijzingen bij het gebruik
De temperatuur in de koelruimte wordt warmer:
als de deur van het apparaat te vaak geopend wordt, door het inladen van grote hoeveelheden levensmiddelen, door een hoge omgevingstemperatuur.
Instellen van de temperatuur
Afb. 2
Koelruimte
De temperatuur is instelbaar van +2 °C tot +8 °C.
Temperatuur-insteltoets 2 net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur in de koelruimte is ingesteld.
De eerst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt aangegeven op de temperatuurindicatie 3.
Diepvriesruimte
De temperatuur in de diepvriesruimte is afhankelijk van de koelruimtetemperatuur.
Lagere koelruimtetemperaturen veroorzaken ook lagere vriesruimtetemperaturen.
Netto-inhoud
De gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat.
Afb. 17
Vriesvermogen volledig benutten
Om de maximale hoeveelheid diepvrieswaren in te ruimen, kunnen alle uitrustingsonderdelen worden verwijderd. De levensmiddelen kunnen dan rechtstreeks op de legplateaus en op de bodem van de vriesruimte worden gestapeld.
Onderdelen eruit halen
Diepvriesladen tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen. Afb. 3
De koelruimte
De koelruimte is de ideale bewaarplaats voor bereide gerechten, bakproducten, conserven, gecondenseerde melk en harde kaas.
Attentie bij het inruimen
De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen. Hierdoor blijven geur, kleur en versheid behouden. Bovendien wordt voorkomen dat de levensmiddelen naar elkaar gaan smaken en de kunststof onderdelen verkleuren.
Aanwijzing
Voorkom dat de levensmiddelen de achterwand raken. Anders wordt de luchtcirculatie verminderd.
Levensmiddelen of verpakkingen kunnen aan de achterwand vastvriezen.
Let op de koudezones in de koelruimte
Door de luchtcirculatie in de koelruimte verschillen de koudezones:
De koelste zone bevindt zich tussen de aan de zijkant afgebeelde pijl en de glasplaat eronder. Afb. 4
Aanwijzing
Bewaar in de koudste zone gevoelige levensmiddelen (bijv. vis, worst, vlees).
De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Aanwijzing
Bewaar in de warmste zone bijv. harde kaas en boter. Kaas kan zo zijn aroma verder ontwikkelen en de boter blijft goed smeerbaar.
De diepvriesruimte
De diepvriesruimte gebruiken
hoort het opslaan van diepvriesproducten, om ijsblokjes te maken, om levensmiddelen in te vriezen.
Aanwijzing
Let erop dat de deur van de diepvriesruimte goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In de diepvriesruimte vormt zich veel ijs. Bovendien: energieverspilling door te hoog stroomverbruik!
Maximale invriescapaciteit
Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje. Afb. 17
Invriezen en opslaan
Inkopen van diepvriesproducten
De verpakking mag niet beschadigd zijn. Neem de houdbaarheidsdatum in acht. De temperatuur in de verkoopkoelkast moet -18 °C of kouder zijn. - De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in de diepvriesruimte leggen.
Attentie bij het inruimen
Grote hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur invriezen in het bovenste vak. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren. - De levensmiddelen naast elkaar in de vakken resp. diepvriesladen leggen.
Aanwijzing
De vers in te vriezen levensmiddelen mogen niet met de al ingevroren levensmiddelen in aanraking komen. Tot in de kern bevroren levensmiddelen eventueel in een andere diepvrieslade leggen.
Diepvrieswaren opslaan
De diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven om een goede luchtcirculatie te waarborgen.
Verse levensmiddelen invriezen
Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen.
Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika's, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk.
Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.
Aanwijzing
Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen.
Geschikt om in te vriezen: Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes. Niet geschikt om in te vriezen: Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonnaise.
Diepvrieswaren verpakken
De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.
- Levensmiddelen in de verpakking leggen.
- Lucht eruit drukken.
- Het geheel van een goede sluiting voorzien.
- Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.
Voor verpakking geschikt:
Kunststof-, polyethyleen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.
Niet geschikt voor verpakking:
pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakken en gebruikte boodschappentasjes.
Als sluiting geschikt:
elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.
Zakjes en folie van polyetheen kunnen met een folie-lasapparaat worden dichtgelast.
Houdbaarheid van de diepvrieswaren
De houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen.
Op een temperatuur van -18 °C:
Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket: tot 6 maanden. Kaas, gevogelte, vlees: tot 8 maanden. Groente, fruit: tot 12 maanden.
Supervriezen
De levensmiddelen zo snel mogelijk door en door invriezen zodat vitamine, voedingswaarden, uiterlijk en smaak behouden blijven.
Schakel enkele uren voordat u de verse levensmiddelen inlaadt het supervriezen in, om ongewenste temperatuurstijging te voorkomen.
Doorgaans is 4-6 uur van tevoren voldoende.
Na het inschakelen werkt het apparaat permanent, in de diepvriesruimte wordt een zeer lage temperatuur bereikt.
Als u het max. vriesvermogen wilt gebruiken, dient u 24 uur voor het inladen van de verse waar het supervriezen in te schakelen.
Kleinere hoeveelheden levensmiddelen (max. 2 kg) kunnen zonder gebruik van het supervriessystem worden ingevroren.
Aanwijzing
Als het supervriessysteem is ingeschakeld, kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.
In- en uitschakelen
Afb. 2
Toets "super" 4 indrukken.
Is super vriezen ingeschakeld, dan licht de toets op.
Het supervriessysteem wordt na 21/2 uur automatisch uitgeschakeld.
Ontdooien van diepvrieswaren
Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:
■ bij omgevingstemperatuur in de koelkast in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator in de magnetron

Attentie
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.
De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.
Uitvoering
U kunt de legplateaus en de deurvakken naar wens verplaatsen:
Legplateau naar voren trekken, iets laten zakken en aan de zijkant uitzwenken. Afb. 5. Vakken in de deur iets optillen en eruit halen. Afb. 6.
Speciale uitvoering
(niet bij alle modellen)
Varioplateau Afb. 7
Om hoge voorwerpen te koelen (bijv. kannen of flessen), kan het voorste deel van het varioplateau worden verwijderd en onder het achterste deel worden geschoven.
Lade voor worst en kaas Afb. 8
Om de lade te vullen of leeg te maken, kunt u hem verwijderen. Daartoe tilt u de lade op. De houder van de lade is variabel.
Flessenrek Afb. 9 A/B
In het flessenrek kunnen flessen veilig worden bewaard. De houder is variabel.
Temperatuur- en vochtigheidsregelaar voor groentelade Afb. 10
Wanneer u groente, sla en fruit langdurig wilt bewaren, schuift u de regelaar geheel naar rechts - de ventilatieopening is open - de temperatuur wordt lager.
Bij kortstondig opslaan de regelaar naar links schuiven. De ventilatieopening is gesloten - hoge luchtvochtigheid - de temperatuur wordt hoger.
Flessenhouder
Afb. 11
De flessenhouder voorkomt dat de flessen kantelen bij het openen en sluiten van de deur.
IJsbakje Afb. 2
- IJsbakje voor 3/4 met drinkwater vullen en in de diepvriesruimte zetten.
- Het vastgevroren ijsbakje alleen met een bot voorwerp losmaken (steel van een lepel).
- Om de ijsblokjes los te maken: het ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water houden.
Diepvrieskalender Afb. 13
Om kwaliteitsvermindering van de diepvriesproducten te voorkomen, dient u de opslagduur niet te overschrijden. De cijfers bij de symbolen geven in maanden de toelaatbare bewaartijd voor de diepvrieswaren aan. Neem bij gewone diepvriesproducten de productie- of houdbaarheidsdatum in acht.
Koude-accu
(indien meegeleverd, aantal stuks verschillend)
De koude-accu vertraagt bij het uitvallen van de stroom of bij een storing het verwarmen van de opgeslagen diepvrieswaren. De langste opslagtijd wordt bereikt wanneer u het koelelement in het bovenste vak op de levensmiddelen legt.
De koude-accu kan ook voor het tijdelijk koel houden van levensmiddelen (bijv. in een koeltas) eruit genomen worden.
Sticker "OK"
(niet bij alle modellen)
Met de "OK"-temperatuurcontrole kunnen temperaturen onder +4°C worden geregistreerd. Stel de temperatuur trapsgewijs kouder in als de sticker niet "OK" aangeeft.
Aanwijzing
Bij ingebruikneming van het apparaat kan het tot 12 uur duren voor de temperatuur is bereikt.
Correcte instelling
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen
Uitschakelen van het apparaat
Afb. 2
Hoofdschakelaar Aan/Uit 1 indrukken (rode cirkel worden zichtbaar).
De temperatuurindicatie gaat UIT. Koeling en verlichting zijn uitgeschakeld.
Buiten werking stellen van het apparaat
Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:
- Schakel het apparaat uit.
- Trek de stekker uit het stopcontact of draai de zekering los resp. schakel deze uit.
- Maak het apparaat schoon.
- Laat de deur van het apparaat open.
Ontdooien
De koelruimte wordt volautomatisch ontdooid.
Als de koelmachine loopt, vormen zich dooiwaterdruppels of een laagje rijp op de achterwand van de koelruimte. Dit is normaal. U hoeft de waterdruppels niet af te wissen of de rijp af te schrapen. De achterwand wordt automatisch ontdooid. Het dooiwater loopt via het dooiwatergootje, afb. 14. Het dooiwater loopt van het dooiwatergootje naar de koelmachine, waar het verdampt.
Aanwijzing
Maak het dooiwatergootje en het afvoergaatje regelmatig schoon, zodat het dooiwater kan weglopen.
Ontdooien van de diepvriesruimte
De diepvriesruimte wordt niet automatisch ontdooid. De diepvrieswaren mogen niet ontdooien. Een laagje rijp in de diepvriesruimte vermindert de koudeafgifte aan de diepvrieswaren, waardoor het stroomverbruik wordt verhoogd. Verwijder regelmatig de laag rijp of ijs.

Attentie
Verwijder een laag rijp of ijs niet met een mes of een scherp voorwerp. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
U gaat als volgt te werk:
Aanwijzing
Schakel ca. 4 uur vóór het ontdooien het supervriessysteem in, zodat de levensmiddelen een zeer lage temperatuur bereiken en hierdoor langer bij kamertemperatuur bewaard kunnen worden.
- Haal de diepvrieswaren eruit en bewaar ze op een koele plek.
- Schakel het apparaat uit.
- Trek de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering uit of draai deze los.
- Om het ontdooiproces te versnellen, zet u een pan met heet water op een onderzetter in de diepvriesruimte. (Afb. 15)
- Wrijf het dooiwater met een spons of doekje op.
- Wrijf de diepvriesruimte droog.
- Apparaat weer inschakelen.
- Diepvrieswaren weer in het apparaat leggen.
Schoonmaken van het apparaat
Attentie
Gebruik geen schoonmaakmiddelen of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten. - Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken. Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan. De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasautomaat gereinigd worden. Ze kunnen vervormen!
U gaat als volgt te werk:
- Vóór het schoonmaken het apparaat uitschakelen.
- Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen!
- Levensmiddelen verwijderen en op een koele plaats bewaren. De koude-accu (indien aanwezig) op de levensmiddelen leggen.
- Wachten tot de rijplaag is ontdooid.
- Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH-neutraal schoonmaakmiddel. Het afwaswater mag niet in de verlichting of via het afvoergat in het verdampingsgedeelte terechtkomen.
- Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven.
- Na het schoonmaken apparaat weer aansluiten en inschakelen.
- Levensmiddelen weer aanbrengen.
Uitvoering
Voor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd.
Glasplateaus eruit halen
Afb. 5
De glasplateaus optillen, naar voren trekken, laten zakken en zijdelings eruit zwenken.
Reservoir verwijderen
Afb. 3
Reservoir tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.
Dooiwatergoot
Afb. 14
De dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig reinigen met wattenstaafjes o.i.d., zodat het dooiwater goed kan weglopen.
Legplateaus uit de deur nemen
Afb. 6
Legplateaus optillen en verwijderen.
Energie besparen
Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis.
Gebruik eventueel een isolatieplaat.
Een nisdiepte van 560 mm aanhouden.
Een kleinere nisdiepte leidt tot een hoger energieverbruik.
Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen. Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen. - Deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen. Een laag rijp of ijs in de diepvriesruimte regelmatig laten ontdooien.
Een laag rijp of ijs vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.
Let erop dat de deur van de diepvriesruimte goed gesloten is. Om een verhoogd stroomverbruik te vermijden, moet de achterkant van het apparaat af en toe worden gereinigd. De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen invloed op de energieopname van het apparaat.
Bedrijfsgeluiden
Heel normale geluiden
Brommen
De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).
Borrelen, zoemen of gorgelen
Koelmiddel stroomt door de buizen.
Klikgeluiden
Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit.
Voorkomen van geluiden
Het apparaat staat niet waterpas
Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Leg er zo nodig iets onder.
Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen
Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.
Flessen of serviesgoed raken elkaar
De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.
Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept:
Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.
Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!
| Storing | Eventuele oorzaak | Oplossing |
| De temperatuur wijkt erg af van de instelling. | | In sommige gezallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schaken.
Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is.
Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren. |
| De verlichting functioneert Niet. | Het lampje is kapot. | Lampje verrangen. Afb. 16/B
1. Apparaat uitschaken.
2. Stekkeruit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschaken.
3. Lampafdekking van achteren eraf halen.
4. Lampje verrangen.
(Reservlamp: 220-240 V wisselstroom, fitting E14, voor wattage zie het kapotte lampje.) |
| De lichtschakelaar klemt. | Controler of er beweging in zit. Afb. 16/A |
| De bodem van de koelruimte is nat. | De dooiwatergoten of het afvoergatঃ发展格局. | De dooiwatergoten en het afvoergaatje schoonmaken (zie „Schoonmaken van het apparaat”). Afb. 14 |
| De koelmachine worden steeds vaker en longer ingeschakeld. | De deur van het apparaat发展格局. | Deur van het apparaat Niet onnodig openen. |
| De be en ontluchtingsopeningenঃ发展格局. | Afdekkingen verwijderen. |
| Invriezen van grotere hoeveelheden verse levensmiddelen. | Max. invriescapacitet Niet overschrijden. |
| Het apparaat koelt nicht. | ■ Het apparaat isuitgeschakeld. | Hoofdschakelaar aan/uit drukken. Afb. 2/1Controleren of er stroom is. Zekeringcontroleren. |
| ■ Stroomuitval. |
| ■ De zekering isuitgeschakeld. |
| ■ De stekker zich Niet goed inhet stopcontact. |
Servicedienst
Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD) van het apparaat op.
U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. 17
Door vermelding van het fabrikaat- en productnummer kunt u onnodige voorrijkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden kosten.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.

1 2
3
4
5
6
7
8
9/A
9/B
10
11
12
13
14
15


16 17
BSH Hausgeräte GmbH
Carl-Wery-Straße 34
81739 München, DUITSLAND
siemens-home.com
Gefabriceerd door BSH Hausgeräte GmbH onder handelsmerklicentie van Siemens AG