MJ-L11 - Audiorecorder PIONEER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MJ-L11 PIONEER in PDF-formaat.
| Producttype | Groente- en fruitsapcentrifuge |
| Model | MJ-L11 |
| Merk | Pioneer |
| Afmetingen (hoogte x breedte x diepte) | 40 x 20 x 25 cm |
| Gewicht | 3,2 kg |
| Voeding | 220-240 V, 50/60 Hz |
| Vermogen | 150 W |
| Capaciteit pulpreservoir | 1,0 L |
| Capaciteit sapkan | 0,6 L |
| Snelheden | 2 snelheden + pulsfunctie |
| Mestype | Roestvrijstalen dubbelwerkend mes |
| Filter | Fijnmazig roestvrijstalen uitneembaar filter |
| Materialen | ABS kunststof behuizing, glazen kannen, roestvrijstalen messen |
| Hoofdfuncties | Sapwinning met pulpafscheiding, pulsfunctie |
| Veiligheid | Veiligheidsvergrendelingssysteem: het apparaat werkt alleen als alle onderdelen correct zijn gemonteerd |
| Reiniging | Uitneembare onderdelen geschikt voor vaatwasser (behalve motorblok) |
| Uitneembare onderdelen | Dop, duwer, deksel, filter, sapkan, pulpreservoir |
| Repareerbaarheid | Modulair ontwerp; reserveonderdelen verkrijgbaar via de officiële technische dienst |
| Inbegrepen accessoires | Sapkan, pulpreservoir, reinigingsborstel, gebruikershandleiding |
| Garantie | 2 jaar |
Veelgestelde vragen - MJ-L11 PIONEER
Gebruikersvragen over MJ-L11 PIONEER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Audiorecorder in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MJ-L11 - PIONEER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MJ-L11 van het merk PIONEER.
GEBRUIKSAANWIJZING MJ-L11 PIONEER
Manual de instrucciones Gebruiksaanwijzing
De volgende labels zijn aangebracht op de achterkant van het toestel.
CAUTION
ATTENTION
PRECAUCIÓN
Dit product bevat een laser-diode van een hogere orde als 1. Om veiligheidsredenen mogen geen panelen worden verwijderd of de ombouw van het apparaat op andere wijze worden geopend.
Laat alle reparaties over aan bevoegd vakpersoneel.
Het onderstaande waarschuwingslabel is op uw speler aangebracht.
Plaats: onderkant van het toestel

WAARSCHUWING: Deze luidsprekercontactpunten kunnen onder GEVAARLIJKE SPANNING staan. Om het risico van een elektrische shock te vermijden gelieve men, bij het insteken of uittrekken van de luidsprekerkabeltjes, de niet geïsoleerde punten niet aan te raken voordat het stroomsnoer is uitgetrokken. H047 Du
Plaats van gebruik H045 Du
Temperatuur en vochtigheidsgraad op de plaats van gebruik:
+5°C - +35 °C (+41 °F - +95 °F); minder dan 85 %RH (ventilatie niet geblokkeerd)
Niet installeren op de volgende plaatsen:
- Onder rechtstreekse zonnestraling of onder sterke kunstmatige belichting
- Bij hoge vochtigheidsgraad of op een slecht verluchte plaats location
VENTILATIE: Zorg dat u bij het installeren van dit toestel rondom wat vrije ruimte laat voor de ventilatie (tenminste 30 cm boven, 15 cm achter en 15 cm aan weerskanten van het toestel).
WAARSCHUWING: Spleten en openingen in het omhulsel dienen voor ventilatie en een gepast gebruik van het product, alsook om het te beschutten voor oververhitting. Om het te beschermen tegen vuur mogen deze openingen nooit afgesloten of bedekt worden met voorwerpen zoals dagbladen, tafellakens, gordijnen, enz. Plaats het toestel ook nooit op een dik tapijt, op een bed, sofa of om het even welk zacht en dik materiaal. H040 Du
1 Antes de comenzar
Contenidos
Deze component werkt niet autonoom. Sluit hem aan op de CD-tuner XC-L11 (of de DVD/CD-tuner XV-DV77/DV88).
1 Alvorens te beginnen
De doos openen 6
Gebruikswijze van deze handleiding 6
Raadgevingen voor de installatie 7
Problemen met condensatie vermijden 7
Over minidisks 8
Over MiniDisc Long Play (MDLP) 8
Verschillende MD-types 9
Omgaan met MD's 9
MD's opbergen en van een etiket voorzien 10
Ongewild wissen vermijden 10
Analoge en digitale opnames 11
Kopieerbeperkingen 11
Over de inhoudstafel (TOC) 12
Over de beperkingen van het MD-systeem 12
2 Aansluiten
De CD-tuner XC-L11 (of de DVD/CD-tuner
XV-DV77/DV88) aansluiten 15
Aansluiten op het stroomnet 16
3 Bedieningen en displays
Voorpaneel 17
Display 17
4 Basisfuncties
Een MD afspelen 18
Basisbedieningen voor het afspelen van disks ....19
Het display veranderen 20
Wanneer een MD gestopt is.... 20
Wanneer een MD wordt weergegeven 21
Tijdens het opnemen op een MD 21
Inleiding tot het opnemen op MD's 22
Opnameniveaus 22
Tracknummer 22
Automatisch opnemen vanaf een CD 23
Automatisch opnemen vanaf de optionele cassettedeck (CT-L11) 25
Gebruik van het menusysteem 27
De MD-menufuncties 28
5 Meer weergavefuncties
Groepen gebruiken 29
Een groep maken 30
Een groep selecteren 31
De groepeerstand gebruiken 31
Een groep bewerken 32
Groepen opheffen 33
De trackvolgorde programmeren 34
De trackvolgorde in de afspeellijst controleren .... 35
De afspeellijst wissen 35
Herhaald weergeven 36
In willekeurige volgorde weergeven.... 37
6 Meer opnamefuncties
Opnameopties 38
Tracknummer 38
Extra-lange opnames maken 39
Het digitale volume regelen 41
Manueel opnemen vanaf een bron 42
Opnames maken via de analoge ingangen 43
Opnemen over ongewenst materiaal 44
Een opname programmeren 45
De opnametimer uitschakelen 47
7 Bewerken
Over MD-bewerking 48
Een naam geven aan een disk 49
Een naam geven aan een track 51
Een naam geven aan een groep tracks 52
Een track in twee tracks opsplitsen 53
Twee tracks tot één track samenvoegen 54
Tracks verplaatsen op een disk 55
Tracks op een disk wissen 57
Alle tracks op de disk wissen 57
Afzonderlijke tracks wissen 58
Een fout ongedaan maken 59
8 Bijkomende informatie
De betekenis van de foutberichten 63
Oplossen van storingen 65
Wij danken u voor uw aankoop van dit Pioneer-product. Controleer of u de volgende onderdelen heeft ontvangen, alvorens uw nieuwe minidiskrecorder te installeren:
- Optische digitale kabel
- Netsnoer
- Handleiding
• Waarborgkaart
Belangrijk: Wees voorzichtig bij het installeren van of omgaan met de optische kabel.

Plooi de kabel niet rond scherpe hoeken. Rol de kabel losjes op wanneer u hem opbergt.
■ Gebruikswijze van deze handleiding
Deze handleiding is bestemd voor de minidiskrecorder MJ-L11. Ze is in twee delen onderverdeeld: het eerste behandelt de installatie en het tweede de bediening. Het installatiegedeelte begint hier en behandelt alles wat u moet doen om uw nieuwe minidiskrecorder aan te sluiten op uw CD-tuner XC-L11 of uw DVD/CD-tuner XV-DV77/DV88. Als u nog nooit eerder minidisks heeft gebruikt, doet u er goed aan eerst Over minidisks op de volgende pagina te lezen alvorens de recorder voor de eerste keer te gebruiken.
In het tweede deel van deze handleiding, dat begint op pagina 18, leert u alle functies van deze recorder gebruiken, van het gewone afspelen van minidisks tot het bewerken van disks. In het laatste deel van de handleiding vindt u uitleg over foutberichten die tijdens het afspelen van minidisks op het display kunnen verschijnen, evenals een lijst van storingen en hun oplossing en ten slotte de technische gegevens.
■ Raadgevingen voor de installatie
We hopen dat u jarenlang genoegen zal beleven aan deze recorder en geven u daarom de volgende raadgevingen voor het zoeken van een geschikte installatieplaats.
Wel...
- Gebruiken in een goed geventileerde kamer.
- Plaatsen op een stevige, vlakke, waterpasse ondergrond, zoals een tafel, legplank of audiotoren.
Niet...
- Gebruiken op een plaats die blootgesteld is aan hoge temperaturen of vochtigheid, zoals bijvoorbeeld dichtbij verwarmingsradiators en andere warmte opwekkende apparaten.
- Plaatsen op een vensterbank of andere plaats waar de recorder aan rechtstreeks zonlicht wordt blootgesteld.
- Gebruiken in een omgeving waar veel stof of damp aanwezig is.
- Plaatsen bovenop een versterker, of een andere component in uw audiosysteem, die warm geworden is tijdens het gebruik.
- Gebruiken in de buurt van een televisietoestel of monitor, aan gezien dit storingen kan veroorzaken – in het bijzonder als het televisietoestel op een binnenantenne is aangesloten.
- Gebruiken in een keuken of andere ruimte, waar de recorder aan rook of stoom kan worden blootgesteld.
- Plaatsen op een onstabiel oppervlak of een oppervlak dat niet groot genoeg is om alle vier de poten van het apparaat te ondersteunen.
■ Problemen met condensatie vermijden
Als de recorder van buiten in een warme kamer wordt gebracht of als de temperatuur in de kamer snel stijgt, kan zich binnenin het apparaat condensaat vormen. Hoewel het condensaat geen schade zal toebrengen aan de recorder, kan het de prestaties ervan wel tijdelijk aantasten. Daarom moet u de recorder ongeveer een uur lang aan de hogere temperatuur laten gewennen alvorens hem in te schakelen en te gebruiken.
Acerca del minidisc
Minidisk, beter bekend als MD, is een uiterst flexibel en handig diskformaat voor het afspelen en opnemen van digitale audio van hoge kwaliteit. De MD heeft vele van de voordelen van de compact disk: u kunt rechtstreeks eender welke track op de disk kiezen, de weergavevolgorde programmeren, tracks die u nu niet wilt beluisteren onmiddellijk overslaan of tracks die u opnieuw wilt beluisteren onmiddellijk terug afspelen enz. Het fantastische aan de MD is zijn flexibiliteit bij het maken van opnames. Wat bij opnames op analoge cassettes onmogelijk was – tracks herordenen, tracknamen programmeren en tracks wissen zonder een leegte te creëren – is met MD's geen enkel probleem. Minidisks bieden nog een voordeel ten opzichte van cassettes: de recorder vindt automatisch de volgende lege ruimte voor een opname en kan u tonen hoeveel resterende vrije ruimte een disk bevat alvorens u begint op te nemen. Wanneer u iets van de disk wist, wordt de resterende beschikbare opnametijd automatisch aangepast.
Neem even de tijd om het volgende deel door te nemen als u nog nooit eerder een MD heeft gebruikt. Hier vindt u informatie over de correcte omgang met de disks, de verschillende disktypes en enkele basiseigenschappen van MD's.
■ Over MiniDisc Long Play (MDLP)
MiniDisc Long Play (MDLP) biedt u twee opties voor extra lange opnametijd bovenop de normale mono- en stereo-opties. De ene optie (LP2) biedt u de dubbele opnametijd van een normale MD, terwijl de tweede optie (LP4) u de vierdubbele opnametijd geeft. Dit betekent dat u maximaal 320 minuten kunt opnemen op een normale MD van 80 minuten! De geluidskwaliteit verschilt lichtjes naargelang de gekozen opnameoptie. U kiest dus best LP2 voor uw belangrijkste opnames. Met MDLP opgenomen disks kunnen enkel worden afgespeeld met MD-spelers die over de optie long play beschikken. MD-spelers die niet compatibel zijn met MDLP kunnen dit formaat niet herkennen en tonen op het display LP: wanneer u een track afspeelt die is opgenomen met LP2 of LP4. Het is echter niet nodig om een speciaal type van disk te kopen om long play-opnames te maken. Elke disk met het MiniDisc-logo is hiervoor geschikt.
Alle MD's dragen het bovenstaande logo. Gebruik in uw MD-recorder nooit disks die niet van dit logo zijn voorzien. Er zijn beschrijfbare en niet-beschrijfbare (enkel voor weergave) MD's. In de handel verkrijgbare muziek op MD staat meestal op disks die enkel geschikt zijn voor weergave De onderstaande tekeningen tonen de verschillen tussen de beide types.

Disk heeft slechts aan één zijde een afsluitplaat
MD voor uitsluitend weergave

Disk heeft afsluitplaten aan beide zijden
Beschrijfbare MD
■ Omgaan met MD's
De eigenlijke disk met de audiogegevens is vrij kwetsbaar en wordt bijgevolg beschermd tegen stof, vingerafdrukken enz. door een omhulsel. Forceer de diskafsluitplaatjes niet open om de disk bloot te stellen en raak de disk nooit aan. Tracht nooit het diskomhulsel uit elkaar te halen.
Verwijder vuil of vlekken van het diskomhulsel met een zachte, droge doek.

1 Antes de comenzar
Alvorens te beginnen
MD's opbergen en van een etiket voorzien
Plaats een minidisk die u momenteel niet afspeelt terug in het opbergdoosje. U mag de disks niet opbergen op warme of vochtige plaatsen, in de auto tijdens de zomer bijvoorbeeld. Laat de disks ook niet rechtstreeks blootgesteld aan zonlicht en vermijd ook plaatsen waar zand of grit in het diskomhulsel kan terechtkomen.
Bij beschrijfbare MD's zitten zelfklevende etiketten die u op het omhulsel kunt aanbrengen en waarop u kunt vermelden wat u op de disk heeft opgenomen. Breng het etiket enkel op de daartoe voorziene plaats aan, zodat u het niet op de diskafsluitplaat en de randen van de disk kleeft.
Als het disketiket aan de hoeken begint los te komen, moet u het verwijderen en vervangen door een nieuw etiket. Het volstaat niet een nieuw etiket bovenop het oude te kleven.

■ Ongewild wissen vermijden
Nadat u een opname heeft gemaakt, doet u er goed aan de disk tegen ongewild wissen te beschermen door het rechthoekje aan de zijkant van de disk naar de open positie te verschuiven.
Als u de disk wilt wissen of er nieuwe opnames op registreren, verschuift u het rechthoekje naar de gesloten positie, alvorens de disk in de recorder te plaatsen.

Doe dit met een schroevendraaier, een pen of uw vingernagel.
Alles wat u op een MD opneernt, wordt op de disk opgeslagen als digitale gegevens (cijfers met andere woorden). Dit noemen we digitaal formaat. Wat u invoert in de recorder kan echter analoog (zoals het uitgangssignaal van een platendraaier of een tuner) of digitaal (zoals het rechtstreekse digitale ingangssignaal van een CD-speler of een andere MD-speler) zijn.
Als u een analoog signaal opneemt, moet de recorder dit eerst in digitaal formaat omzetten alvorens het op de disk te schrijven.
Als u van een ander digitaal formaat opneemt, zoals een CD, is het beter om de digitale gegevens rechtstreeks op te nemen. Daarom heeft deze MD-recorder een digitale ingang, die u kunt aansluiten op CD-tuner XC-L11 (of DVD/CD-speler XV-DV77/DV88). Alle digitale audio is voorzien van een zogenaamde bemonsteringsfrequentie, die wordt gemeten in kHz (kilohertz). De uiteindelijke geluidskwaliteit hang hier grotendeels van af: des te hoger de frequentie, des te beter de kwaliteit. Dit apparaat heeft een omzetter voor bemonsteringsfrequenties voor de meeste digitale bronnen onder 96 kHz, wat betekent dat u normaal gezien geen problemen ondervindt bij het maken van digitale opnames van CD's of andere MD's. Denk er echter aan dat u geen digitale opnames kunt maken van DVD's met een bemonsteringsfrequentie van 96 kHz. In Kopieerbeperkingen hieronder vindt u meer informatie over de beperkingen van digitale opnames.
■ Kopieerbeperkingen
Bepaalde kopieerbeperkingen bij digitale opnames zijn afkomstig van SCMS (Serial Copy Management System). Hierdoor wordt belet dat u meervoudige digitale opnames van hetzelfde origineel kunt maken, ter voorkoming van het illegala digitaal kopiëren van auteursrechtelijk beschermd materiaal. Het aantal opnames dat SCMS u toelaat, hangt af van de bron. Van de meeste bronnen mag u slechts één opname maken.
■ Over de inhoudstafel (TOC)
Ongeacht het type disk, leest de recorder eerst het diskgedeelte dat de inhoudstafel wordt genoemd, in het Engels Table of Contents (TOC). Net als de inhoudstafel van een boek aan de lezer vertelt waarover elk hoofdstuk handelt en waar het te vinden is in het boek, zo vertelt de TOC aan de recorder waar zich de tracks bevinden op de disk, de naam en lengte van elke track, de naam van de disk enz. Tijdens die enkele seconden dat dit duurt, toont het display van de recorder MD TOC READ.
Aangezien u de inhoud van een beschrijfbare MD kunt veranderen, is ook de inhoudstafel herschrijfbaar. Ze wordt daarom de gebruikersinhoudstafel genoemd, in het Engels User Table of Contents (UTOC). Als de recorder een beschrijfbare MD bevat en u op de toets voor het uitwerpen van de MD drukt, past de recorder automatisch de UTOC aan, alvorens de disk uit te werpen. In beide gevallen toont het display het bericht MD TOC WRITE tijdens het aanpassen van de UTOC.
Voor de recorder is deze UTOC enorm belangrijk om de disk correct te kunnen weergeven. Zolang u de disk niet laat uitwerpen, slaat de recorder alle informatie van opnames en bewerkingen van de huidige opnamesessie op in zijn geheugen. Als de stroom uitvalt of als u ongewild het snoer uittrekt alvorens de recorder de tijd heeft gehad om de UTOC aan te maken, bestaat het gevaar dat al die diskinformatie verloren gaat.
■ Over de beperkingen van het MD-systeem
De gesofistikeerde weergave-, bewerkings- en opnamefuncties van de MD worden mogelijk gemaakt door de manier waarop de geluidsgegevens op de disk worden opgeslagen, samen met het hierboven beschreven systeem van TOC's en UTOC's. De werkwijze van het systeem kan echter af en toe rare bijwerkingen vertonen. Dit zijn geen storingen, maar systeembeperkingen. Op de volgende pagina vindt u een lijst van symptomen die u mogelijk tegenkomt, naargelang de manier waarop u disks opneemt of bewerkt.
| Symptoom | Beperking van het MD-systeem |
| De recorder toont het bericht MD TOC FULL, terwijl er minder dan 255 tracks op de disk staan (het maximale aantal). | Hoewel u bij het luisteren de indruk heeft dat elke track van begin tot einde een ononderbroken sequentie vormt, zijn de eigenlijke audiogegevens over de disk verspreid. Des te vaker u op dezelfde disk opnames of bewerkingen maakt, des te meer deze informatie verspreid geraakt op de disk. Gewoonlijk heeft dit geen gevolgen voor de gebruiker. De recorder houdt alles bij via de UTOC. De recorder moet weten waar elke kleine opening op de disk zich bevindt (en hij telt elke opening als een track, hoewel u het niet ziet). Hierdoor geraakt de UTOC vol en zal de recorder geen opnames meer maken op die disk. U kunt dit verhelpen door een volledige track of de volledige disk te wissen. |
| De recorder toont het bericht DISC FULL voordat de maximale opnametijd van de disk bereikt is. | Indien een disk gedeeltelijk gekrast of beschadigd is, wordt dat deel automatisch onbruikbaar voor opnames. In dit geval toont de recorder de verminderde beschikbare opnametijd. |
| De hoeveelheid beschikbare opnametijd neemt niet toe na het wissen van enkele korte tracks. | Als u een track van minder dan 12 seconden wist, kan de recorder die tijd niet toevoegen aan de beschikbare opnametijd. |
| De totale opnametijd plus de resterende opnametijd blijken samen minder dan de lengte van de disk. | De opnametijd op een disk is verdeeld in blokken van twee seconden. Dit is de kleinste eenheid van een minidisk. Hoewel een audiogegeven kleiner kan zijn dan dat, neemt het toch twee seconden tijd in van de disk en het ongebruikte gedeelte gaat ‘verloren’ (tot het hele blok wordt gewist). Aangezien deze gedeeltelijk ongebruikte blokken zich opstapelen, kan het zijn dat u merkt dat de totale diskduur lijkt te verkorten. (Zie ook de hogervermelde opmerking over beschadigde disks.) |
| Het is niet mogelijk om twee tracks samen te voegen tot één lange track tijdens het bewerken. | Er zijn twee situaties waarin u de samenvoegfunctie niet kunt gebruiken:• Wanneer een van de tracks van een digitale bron werd opgenomen en de andere van een analoge bron.• Wanneer de tracks met verschillende opnameopties zijn opgenomen (bijvoorbeeld LP2 en stereo). |
| Het geluid wordt onderbroken tijdens het snel vooruit- of achteruitspoelen. | Zoals reeds gezegd, des te vaker u op dezelfde disk opnames of bewerkingen maakt, des te meer deze informatie verspreid geraakt. Tijdens het snel vooruit- of achteruitspoelen kan dit het effect van onderbroken geluid hebben. |
■ De CD-tuner XC-L11 (of de DVD/CD-tuner XV-DV77/DV88) aansluiten
De MJ-L11 wordt rechtstreeks op de CD-tuner XC-L11 (of de DVD/CD-tuner XV-DV77/DV88) aangesloten. Als u het systeem voor de eerste maal installeert, moet u ook de handleiding voor de XC-L11 of de XV-DV77/DV88 lezen voor de volledige informatie over installatie en aansluiting.

Belangrijk
Alvorens aansluitingen te maken of te veranderen op het achterpaneel, moet u alle componenten uitschakelen en hun stekkers uit het stopcontact trekken.

Opmerking
De volgende afbeeldingen hebben enkel betrekking op het achterpaneel van de CD-tuner. De aansluitingen voor de DVD/CD-tuner zijn echter dezelfde.
1 Sluit de systeemkabel van de MD-recorder aan op de CD-tuner of de DVD/CD-tuner.
De aansluiting op de CD-tuner en de DVD/CD-tuner is gemerkt met FROM MODEL MJ-L11 OR CT-L11.

2 Sluit de optische digitale uitgang van de MD-recorder aan op de optische digitale ingang de CD-tuner of DVD/CD-tuner.
Gebruik hiervoor de meegeleverde optische digitale kabel.

BELANGRIJK: De systeemlinkkabels nooit aansluiten of loskoppelen terwijl de stroomstekker in het stopcontact zit. U kunt het apparaat hierdoor beschadigen.

Om de stekker aan te brengen moet u het stevig in de aansluiting drukken tot u een klik hoort.

Om de stekker te verwijderen, houd u hem stevig vast aan beide zijden, met duim en wijsvinger, en trekt hem uit de aansluiting.
Aansluiten op het stroomnet
1 Steek het ene uiteinde van het meegeleverde netsnoer in de aansluiting AC INLET.
2 Steek het andere uiteinde in een stopcontact.

Pak het netsnoer beet bij de stekker. Trek de stekker er niet uit door aan het snoer te trekken en trek nooit aan het netsnoer met natte handen aangezien dit kortsluiting of een elektrische schok tot gevolg kan hebben. Plaats geen toestel, meubelstuk o.i.d. op het netsnoer, en klem het niet vast. Maak er nooit een knoop in en en verbind het evenmin met andere snoeren. De netsnoeren dienen zo te worden geleid dat er niet per ongeluk iemand op gaat staan. Een beschadigd netsnoer kan brand of een elektrische schok veroorzaken. Kontroleer het netsnoer af en toe. Wanneer u de indruk krijgt dat het beschadigd is, dient u bij uw dichtstbijzijnde erkende PIONEER onderhoudscentrum of uw dealer een nieuw snoer te kopen.
Panel frontal

■ Display (XC-L11 o XV-DV77/DV88)

1 Tekendisplay
2 ▷ Licht op wanneer een MD wordt afgespeeld, knippert wanneer de weergave van de MD tijdelijk onderbroken is.
3 Licht op wanneer de MD-speler aan het opnemen is, knippert tijdens record-pause.
4 REC Licht op bij het opnemen op een MD
5 DIGITAL Licht op wanneer een digitale bron geselecteerd is. – pagina 43
6 SYNCHRO Synchro-opnames – pagina 23-24
7 MONO LP Licht op tijdens het opnemen of weergeven van een track in MONO LP long-playstand.
8 LP2 Licht op tijdens het opnemen of weergeven van een track in LP2 long-playstand.
9 LP4 Licht op tijdens het opnemen of weergeven van een track in LP4 long-playstand.
10 ▶ MD Licht op wanneer wordt opgenomen met de functie Auto Mark – pagina 38-39
11 ALL Licht op wanneer de groepindexering uitgeschakeld is – pagina 31
12 RPT-1 Licht op in de herhalingsstand voor één track – pagina 36
RPT Licht op in de herhalingsstand voor alle tracks — pagina 36
13 D. VOL Licht op wanneer het digitale volume niet op 0 dB staat—pagina 41
14 PGM Licht op tijdens de weergave van de afspeellijst – pagina 34-35
15 RDM Licht op bij de weergave in willekeurige volgorde – pagina 37
Primeros pasos


Uw MD-recorder zou nu op de rest van het systeem en het elektriciteitsnet moeten zijn aangesloten. In dit hoofdstuk leert u de basisfuncties van de MD-recorder kennen: diks afspelen en opnames maken vanaf de CD-tuner (of DVD/CD-tuner).
Gebruik voor de onderstaande stappen enkel een disk voor uitsluitend weergave, of een beschrijfbare MD waarop reeds enkele tracks zijn opgenomen.
1 Schakel de MD-recorder in.
U kunt hiervoor de toets STANDBY/ON gebruiken op het apparaat zelf, of op de afstandsbediening.
2 Plaats een MD in het apparaat.
Duw de MD zachtjes in de gleuf in de richting die is aangeduid op het diskomhulsel. De recorder trekt de MD automatisch naar binnen.
MD TOC READ
De MD-recorder leest de inhoudstafel wanneer u een disk in het apparaat plaatst.
MD 5 43:24
Het display toont een MD met 5 tracks en een totale speelduur van 43:24.
Als u een disk voor uitsluitend weergave in het apparaat heeft geplaatst, zou u die nu reeds moeten horen.
3 Druk op de toets MD om de weergave te starten.
U kunt ook de sensor ▶/■ op het voorpaneel aanraken.
IT'S A BUST
Als een track een naam heeft meegekregen, verschijnt die op het display tijdens de weergave.
Primeros pasos
Als u de XV-DV77/DV88-afstandbediening gebruikt, kunt u tracks rechtstreeks selecteren met de cijfertoetsen:
Voor de tracknummers 1 tot 10 gebruikt u de overeenkomstige cijfertoetsen.
Voor tracknummers boven 10, drukt u op de toets >10 en geeft u het tracknummer in. Bijvoorbeeld, om track 28 te kiezen:



Voor tracknummers boven 100, drukt u tweemaal op de toets >10 en geeft u het tracknummer in. Bijvoorbeeld, om track 108 te kiezen:






Opmerking
U moet de toetsen ◀◀◀ en ▶▶▶I gebruiken om tracks te selecteren bij de weergave van een afspeellijst, willekeurige weergave en weergave van trackgroepen.
■ Basisbedieningen voor het afspelen van disks
Toets Functie
| MD (►/II) Start de weergave van de disk of onderbreekt tijdelijk de weergave van de disk die wordt afgespeeld. |
■Stopt de weergave.
◀◀Blijven indrukken voor snel terugspoelen.
▶▶Blijven indrukken voor snel vooruitspoelen.
◀◀Springt naar het begin van de huidige track en vervolgens naar de vorige tracks.
▶▶ISpringt naar de volgende track.
▲Werpt de disk uit.

Tip
Als er al een MD in de recorder zit, kunt u op de MD-toets drukken (zelfs in stand-by) om de MD-speler in te schakelen en de MD te laten afspelen.
Primeros pasos
Basisfuncties4
■ Het display veranderen
Tijdens het afspelen of opnemen van een MD, of terwijl een MD gestopt is, kun allerlei informatie op het display worden opgeroepen. U kunt van de ene informatie naar de andere overschakelen door op de toets SYSTEM DISP (DISP) te drukken.
■ Wanneer een MD gestopt is
Als het display de disknaam/totale speelduur toont:
DISC NAME - toont de naam van de disk, indien een naam geprogrammeerd werd
JAZZ: Pfeuti
DISC TOTAL - toont de totale speelduur van de disk
MD 255 159:59
REC REMAIN- toont de beschikbare opnametijd (wordt niet getoond bij disks voor uitsluitend weergave)
MD 74:54
CLOCK - toont het uur
4:12 am
Als het display de naam/speelduur van een track toont:
TRACK NAME - toont de naam van de nu weergegeven track, indien een naam geprogrammeerd werd
IT'S A BUST
TRACK TIME - toont de totale speelduur van de nu weergegeven track
MD 1 0:59
GROUP NAME - toont de naam (of de begin- en eindtracks indien er geen naam is geprogrammeerd) van de groep waartoe de nu weergegeven track behoort, indien een naam geprogrammeerd werd
BONUS TRACKS
CLOCK - toont het uur
■ Wanneer een MD wordt weergegeven
TRACK NAME - toont de naam van de nu weergegeven track, indien een naam geprogrammeerd werd
TRACK TIME ELAPSED - toont de verstreken speelduur van de nu weergegeven track
MD 1 0:59
TRACK REMAIN - toont de resterende speelduur van de nu weergegeven track
MD 1 0:50
ALL REMAIN - toont de resterende speelduur van de disk
MD ALL 21:28
GROUP NAME - toont de naam (of de begin- en eindtracks indien er geen naam is geprogrammeerd) van de groep waartoe de nu weergegeven track behoort, indien een naam geprogrammeerd werd
CLOCK - toont het uur
■ Tijdens het opnemen op een MD
TRACK NAME - toont de naam van de nu weergegeven track, indien een naam geprogrammeerd werd
RECORDING TIME ELAPSED - toont de verstreken duur van de track die nu wordt opgenomen
REC REMAIN- toont de beschikbare opnametijd
MD 11 64:34
CLOCK - toont het uur
SOURCE DISPLAY - toont informatie over de bron waarvan wordt opgenomen.
Inleiding tot het opnemen op MD's
Als u Over minidisks (pagina's 8–14) al heeft gelezen, heeft u reeds een goed idee van de mogelijkheden van MD's.
■ Opnameniveaus
U moet het opnameniveau normaal gezien niet zelf instellen, ongeacht of u opneemt van een analoge of een digitale bron. Bij digitale opname kunt u echter via de menuoptie DIGITAL VOLUME (p. 41) het opnameniveau veranderen indien nodig. Zo niet, worden de geluidsgegevens eenvoudigweg onveranderd op de disk gekopieerd. Ook de regelingen voor het volume, de toon en de balans zijn van geen invloed op de opname. Dit betekent dat u iets kunt opnemen met de volumeknop op nul, indien gewenst.
Tracknummering
Dit apparaat zorgt ook automatisch voor de tracknummering. Bij de digitale opname vanaf een CD komen de tracknummers overeen met die van de CD. Bij opnames vanaf analoge bronnen, start de recorder een nieuwe track telkens als hij meer dan 1,5 seconde stilte waarneemt in het bronmateriaal. Indien gewenst, kunt u de automatisch toegekende tracknummers veranderen via tal van bewerkingsfuncties.
Van zodra de opname gestart is, kunt u niet meer overschakelen naar een andere component tot de opname beeindigd is, of tot u de opname onderbreekt (pauze). U kunt dus niet overschakelen naar de tuner terwijl u vanaf een CD aan het opnemen bent.

Opmerking
De toetsenbenamingen op de afstandsbediening voor zowel de CD-tuner XC-L11 als de DVD/CD-tuner XV-DV77/DV88 zijn in alle instructies in deze handleiding opgenomen. Waar de bediening dezelfde is, zijn eerst de benamingen voor de DVD/CD-tuner gegeven, gevolgd door die voor de CD-tuner tussen haakjes.
Primeros pasos
Basisfuncties

■ Automatisch opnemen vanaf een CD
Deze functie maakt het opnemen vanaf een CD zo eenvoudig mogelijk door de CD en de MD automatisch samen te starten en te stoppen. Er zijn twee mogelijkheden: all-track synchro neemt de hele disk op; 1 track synchro neemt slechts één track op en stopt (enkel bij de CD-tuner XC-L11).
1 Plaats een beschrijfbare MD in het apparaat.
Vergewis u ervan dat op het diskomhulsel het rechthoekje ter beveiliging tegen ongewild wissen gesloten is, zodat het mogelijk is om opnames te maken.
MD BLANK DISC
Het display toont dat u een lege disk heeft aangebracht.
Als er op de disk reeds materiaal is opgenomen, neemt de recorder het nieuwe materiaal automatisch na de reeds aanwezige tracks op. U hoeft dus zelf niet op zoek te gaan naar beschikbare opnameruimte.
Door de displaystand te veranderen kunt u zien hoeveel lege ruimte nog beschikbaar is op de disk. Op pagina 21 kunt u lezen hoe u dit moet doen.
2 Druk op DVD/CD (CD) om naar de CD-speler over te schakelen.
3 Plaats de CD waarvan u wilt opnemen.
Druk op ■ om er zeker van te zijn dat de disk niet aan het spelen is.
CD 14 59:47
Het CD-display toont een disk met 14 tracks en een totale speelduur van 59:47.
Primeros pasos
Basisfuncties4
4 Als u slechts één CD-track wilt opnemen, selecteert u deze met de toetsen ◀◀◀ en ▶▶◀ (enkel CD-tuner XC-L11).
5 Druk op ● (enkel op het voorpaneel).
De recorder schakelt in de stand opname-pauze en wacht tot u de CD start.
CD 14 59:47
Het lichtje SYNCHRO en ☐ knipperen en het rode REC-lichtje begint te branden.
6 Druk op DVD/CD (CD) om de CD te starten.
De opname start automatisch samen met de CD.
CD 1 0:02
Van zodra de opname begint, blijven het lichtje SYNCHRO en continu branden.
Mocht u de opname willen stopzetten vooraleer de weergave van de track/disk ten einde is, kunt u op eender welk moment tijdens de opname op ■ drukken.
Wanneer de weergave van een track of disk ten einde is, schakelt de recorder weer in de stand opname-pauze. U kunt nu ofwel op ■ drukken om de opnamesessie te beëindigen, ofwel een andere disk (of tracks) opnemen door stappen 3, 4 en 6 te herhalen.

Deze functie maakt het opnemen van een cassette zo eenvoudig mogelijk door de cassette en de MD automatisch samen te starten en te stoppen. U kunt kiezen om de volledige cassette op te nemen ofwel om vanaf eender welk punt te beginnen opnemen, maar u zal de opname manueel moeten stopzetten.

Opmerking
Deze functie is enkel beschikbaar als u de optionele cassettedeck CT-L11 op uw systeem heeft aangesloten. Raadpleeg de handleiding van de cassettedeck voor meer informatie. Merk op dat syncro recording niet werkt met andere cassettedeckmodellen.
1 Plaats een beschrijfbare MD in het apparaat.
Vergewis u ervan dat op het diskomhulsel het rechthoekje ter beveiliging tegen ongewild wissen gesloten is, zodat het mogelijk is om opnames te maken.
MD BLANK DISC
Het display toont dat u een lege disk heeft aangebracht.
Als er op de disk reeds materiaal is opgenomen, neemt de recorder het nieuwe materiaal automatisch na de reeds aanwezige tracks op. U hoeft dus zelf niet op zoek te gaan naar beschikbare opnameruimte.
Door de displaystand te veranderen kunt u zien hoeveel lege ruimte nog beschikbaar is op de disk. Op pagina 20 kunt u lezen hoe u dit moet doen.
2 Druk op TAPE (◀▶) en plaats een cassette in de cassettedeck.
3 Selecteer de afspeelrichting van de cassette.
Als u de afspeelrichting moet veranderen, drukt u tweemaal op TAPE (◀▶) en vervolgens op ■.
Primeros pasos
Basisfuncties4
4 Gebruik de toetsen ◀◀ en ▶▶ om het punt te vinden vanaf waar u de opname wilt starten en druk vervolgens op ■.
Als u de hele cassette opneemt, gebruik dan de toetsen ◀◀ en ▶▶ om de cassette terug te spoelen naar het begin van de zijde waarvan u wilt opnemen. Druk op TAPE (◀▶) om de weergave te starten. Stop vervolgens de cassette juist voor het begin van de eerste track.
5 Schakel Dolby-ruisonderdrukking in of uit en stel de functie Auto-reverse in naar vereist.
Raadpleeg de handleiding van de cassettedeck voor meer informatie over Dolby-ruisonderdrukking en het instellen van de functie Auto-reverse.
6 Druk op ● (enkel op het voorpaneel).
De recorder schakelt in de stand opnamepauze en wacht tot u de cassette start. Het lichtje SYNCHRO en de symbolen knipperen en het rode REC-lichtje begint te branden.
7 Druk op TAPE (◀▶) om de cassette te beginnen afspelen.
De opname start automatisch samen met de cassette.
TAPE 0002
Van zodra de opname begint, blijven het lichtje SYNCHRO en de symbolen Eontinu branden.
Mocht u de opname willen stopzetten vooraleer de weergave van de cassette ten einde is, kunt u op eender welk moment tijdens de opname op ■ drukken.
Wanneer de cassette aan het einde is, schakelt de recorder in de stand opnamepauze. Op dit moment kunt u ofwel op ■ drukken om de opnamesessie te beëindigen, ofwel van een andere cassette opnemen door die cassette in de cassettedeck te plaatsen en stappen 5 en 7 te herhalen. Als de cassette langer is dan de resterende tijd op de MD, stopt de cassettedeck op hetzelfde moment als de MD.

Opmerking
Tijdens de opname worden automatisch trackafbakeningssignalen ingevoegd telkens als de recorder een vrije ruimte waarneemt (meer dan 1,5 seconde stilte) in het bronmateriaal.
* Dolby-ruisonderdrukking vervaardigd onder licentie van Dolby Laboratories Licensing Corporation.
* "DOLBY" en het dubbele-D-symbol zijn merknamen van Dolby Laboratories Licensing Corporation.

■ Gebruik van het menusysteem
Via het menusysteem krijgt u toegang tot de minder vaak gebruikte functies van de MJ-L11. Elke component (CD-speler, tuner, via de aux-ingangen aangesloten apparatuur, en deze MD-recorder) heeft zijn eigen menuopties, maar u heeft toegang tot al deze functies via de toets SYSTEM MENU (MENU).
Door op SYSTEM MENU (MENU) te drukken, toont het display de menuopties voor het systeem en vanuit dat menu kiest u het menu voor de component die u nu gebruikt. Zo vindt u bijvoorbeeld de meeste functies van de MD-recorder in het MD MENU. U kunt de getoonde optie veranderen door op ◀ en ▶ (|◀◀ en ▶▶) te drukken.
Om de nu getoonde menuoptie te selecteren, drukt u op de toets ENTER (SET). Als u een fout maakt terwijl u in het menusysteem bent, drukt u op ■ om te annuleren en het menusysteem te verlaten.

Opmerking
De toetsbenamingen op de afstandsbediening voor zowel de CD-tuner XC-L11 als de DVD/CD-tuner XVDV77/ DV88 zijn in alle instructies in deze handleiding opgenomen. Waar de bediening dezelfde is, zijn eerst de benamingen voor de DVD/CD-tuner gegeven, gevolgd door die voor de CD-tuner tussen haakjes.
In het MD-menu vindt u de volgende weergavefuncties:
PROGRAM - Bepaal de trackvolgorde van een disk (pagina 34)
RANDOM PLAY - De recorder speelt de tracks in een willekeurige volgorde af (pagina 37)
REPEAT MODE - Activeer de herhalingsfunctie voor de track of disk die nu wordt afgespeeld (pagina 36)
PLAY MODE - Beperk de weergave tot een enkele groep (pagina 31)
In het MD-menu vindt u de volgende opnamefuncties:
AUTO MARK - Bepaal wanneer een nieuwe track moet worden gestart (pagina's 38)
INPUT SELECT - Stel in of de bron waarvan u opneemt analoog of digitaal is (pagina 43)
REC MODE - Stel in of de opname moet gebeuren in de standen voor gewone stereo, LP2, LP4 of long-play mono (pagina 39)
DIGITAL VOLUME - Stel het digitale opnamegeluidsniveau in (pagina 41)
In het MD-menu vindt u de volgende bewerkingsfuncties:
ALL ERASE - Wis alle tracks op een disk (pagina 57)
COMBINE - Voeg twee tracks samen in één nieuwe track (pagina 54)
DISC NAME - Geef aan een disk een naam, die op het display verschijnt wanneer u de disk in het apparaat plaatst (pagina 49)
DIVIDE - Splits één track op in twee afzonderlijke tracks (pagina 53)
GROUP CANCEL - Wis een of alle groepen (pagina 33)
GROUP EDIT - Verander eerder ingestelde groepen (pagina 32)
GROUP NAME - Geef een naam aan een groep (pagina 52)
MOVE - Geef aan een track op de disk een nieuw tracknummer (pagina 55)
NEW GROUP - Maak een trackgroep (pagina 30)
TRACK ERASE - Wis een track op de disk (pagina 58)
TRACK NAME - Geef aan een track een naam, die op het display verschijnt wanneer de track wordt afgespeeld (pagina 51)
UNDO - Maak de laatste bewerking ongedaan (pagina 59)
Met zoveel beschikbare opnameruimte op een MD kan het manueel springen van track tot track een langdurig werkje worden. Daarom kunt u uw MD indelen in verschillende trackgroepen, die u nadien gemakkelijk en snel kunt terugvinden. Om een groep te maken, moeten de tracks in die groep naast elkaar staan op de disk. Zie Tracks verplaatsen op een disk op pagina 55, als u de trackvolgorde van een MD wilt wijzigen. U kunt maximaal tien groepen aanmaken op één MD en elke groep kan zoveel tracks bevatten als u wenst. Na het instellen van de groepen zullen ze automatisch worden aangepast als u op de disk bewerkingen uitvoert door middel van Move, Erase, Divide of andere bewerkingsfuncties. Merk op dat eenzelfde track slechts tot één groep kan behoren. Als u dezelfde track in twee groepen tracht te plaatsen, wordt de track in de laatste groep geplaatst.

Belangrijk
Hoewel niet gebruikt, kunnen MD-spelers zonder groepeerfunctie wel disks met trackgroepen afspelen. De groepsinformatie wordt dan naast de disknaam getoond op het display. Als u echter op zulk apparaat de disk bewerkt, worden de groepen op de disk niet aangepast en verliest u misschien de correcte groepsinstellingen.
Er zijn ook MD-recorders die wel over de groepeerfunctie beschikken, maar toch anders functioneren dan dit systeem. Als u MD's met gegroepeerde tracks (en met groepeerfuncties) van zulke systemen bewerkt, kunnen er groepen worden gewist of groepsinstellingen verloren gaan.

Opmerking
De toetsenbenamingen op de afstandsbediening voor zowel de CD-tuner XC-L11 als de DVD/CD-tuner XVDV77/DV88 zijn in alle instructies in deze handleiding opgenomen. Waar de bediening dezelfde is, zijn eerst de benamingen voor de DVD/CD-tuner gegeven, gevolgd door die voor de CD-tuner tussen haakjes.

Gebruik de toetsen ◀ en ▶ (1◀◀ en ▶▶▶) om de nu getoonde menuoptie te veranderen. Druk op ENTER (SET) om de optie te selecteren. U kunt op eender welk moment op ■ drukken om te annuleren en het menu te verlaten.
2 Selecteer NEW GROUP in het MD-menu.
NEW GROUP
3 Gebruik de toetsen ◀ en ▶ (|◀◀ en ▶▶|) om de track te kiezen die het begin van uw groep aangeeft en druk vervolgens op ENTER (SET).
TRACK


4 Gebruik de toetsen ◀ en ▶ (|◀◀ en ▶▶|) om de track te kiezen die het einde van uw groep aangeeft en druk vervolgens op ENTER (SET).
TRACK

COMPLETE
Het display toont COMPLETE wanneer de groep gemaakt is.
■ Een groep selecteren
1 Vergewis u ervan dat de MD-recorder geselecteerd is.
2 Gebruik - FOLDER/GROUP + (GROUP -/+) om de gewenste groep te kiezen.
MD
5 - 13
BONUS TRACKS
De begin- en eindtracks in de groep worden kort getoond en dan rolt de naam van de groep over het display.
Als u aan de groep geen naam heeft toegekend, toont het display NO NAME.
■ De groepeerstand gebruiken
U kunt ervoor kiezen slechts één groep weer te geven in plaats van de hele disk te beluisteren. Dit is mogelijk met de functies Repeat en Random Play.

Opmerking
U kunt de MD-bewerkingsfuncties (waaronder Group edit/Cancel of New group) niet gebruiken terwijl de groepeerfunctie ingeschakeld is.
1 Druk op SYSTEM MENU (MENU) en selecteer MD MENU.

Niet vergeten!
Gebruik de toetsen ◀ en ▶ (|◀◀ en ▶▶|) om de nu getoonde menuoptie te veranderen. Druk op ENTER (SET) om de optie te selecteren. U kunt op eender welk moment op ■ drukken om te annuleren en het menu te verlaten.
2 Selecteer PLAY MODE in het MD-menu.
PLAY MODE
3 Selecteer een weergavestand.
Er zijn twee mogelijke opties:
- ALL MODE?—geeft alle tracks weer
- GROUP MODE?— geeft enkel de nu geselecteerde groep tracks weer
Wanneer u ALL MODE? (normale weergave) selecteert, licht het lampje ALL op.
Een en dezelfde track kan slechts tot één groep behoren. Als u een track in twee groepen tracht te plaatsen, wordt de track automatisch in de laatste groep geplaatst.
1 Selecteer de groep die u wilt bewerken.
Als de disk wordt gestopt, moet de groep nog altijd geselecteerd zijn. Gebruik - FOLDER/GROUP + (GROUP +/-) om groepen te selecteren terwijl de disk gestopt is.
2 Druk op SYSTEM MENU (MENU) en selecteer MD MENU.

Niet vergeten!
Gebruik de toetsen ◀ en ▶ (|◀◀ en ▶▶|) om de nu getoonde menuoptie te veranderen. Druk op ENTER (SET) om de optie te selecteren. U kunt op eender welk moment op ■ drukken om te annuleren en het menu te verlaten.
3 Selecteer GROUP EDIT in het MD-menu.
GROUP EDIT
4 Gebruik de toetsen ◀ en ▶ (|◀◀ en ▶▶|) om de track die het begin van uw groep aangeeft te veranderen en druk vervolgens op ENTER (SET).
TRACK

Als de begintrack niet moet worden veranderd, drukt u gewoon op ENTER (SET).
5 Gebruik de toetsen ◀ en ▶ (|◀◀ en ▶▶|) om de track die het einde van uw groep aangeeft te veranderen en druk vervolgens op ENTER (SET).
TRACK

Als de eindtrack niet moet worden veranderd, drukt u gewoon op ENTER (SET).
COMPLETE
Het display toont COMPLETE wanneer de bewerking van de groep voltooid is.
Deze functie haalt gewoon de liedjes uit de geselecteerde groep. De tracks zelf blijven op de disk staan.
1 Terwijl de disk gestopt is, selecteert u de groep(en) die u wenst op te heffen.
Als u alle groepen wenst op te heffen, drukt u op ■. Zo niet, gebruikt u FOLDER/GROUP (GROUP +/-) om de groep te selecteren die u wenst op te heffen.
2 Druk op SYSTEM MENU (MENU) en selecteer MD MENU.

Niet vergeten!
Gebruik de toetsen ◀ en ▶ (l◀◀ en ▶▶) om de nu getoonde menuoptie te veranderen. Druk op ENTER (SET) om de optie te selecteren. U kunt op eender welk moment op ■ drukken om te annuleren en het menu te verlaten.
3 Selecteer GROUP CANCEL in het MD-menu.
GROUP CANCEL
TRACK 5-13 ?
De momenteel geselecteerde groep knippert. Als u in stap 1 geen groep heeft geselecteerd, toont het display ALL CANCEL.
ALL CANCEL?
4 Druk op ENTER (SET) om te bevestigen.
U kunt ook op ■ drukken als u de trackgroep niet wilt opheffen.
COMPLETE
Het display toont COMPLETE wanneer de groep opgeheven is.
De trackvolgorde programmeren
U kunt een reeks (een afspeellijst) van maximaal 24 tracks programmeren. Een track kan meerdere malen in de afspeellijst worden opgenomen, of kan er helemaal niet in worden opgenomen. Als u de disk uitwerpt (of het systeem uitschakelt), gaat de afspeellijst verloren. De afspeellijst wordt gaat eveneens verloren als u begint op te nemen.
Afstandsbediening van de CD-tuner:
1 Wanneer de MD gestopt is, drukt u op MENU en selecteert MD MENU.

Niet vergeten!
Gebruik de toetsen ◀◀◀ en ▶▶▶ | om de momenteel getoonde optie in het menu te veranderen. Druk op SET om een optie te selecteren.
2 Selecteer PROGRAM in het MD-menu.
PROGRAM
P 1 -- 0:00
3 Selecteer een track om aan de afspeellijst toe te voegen, door op de toetsen ◀◀◀ en ▶▶▶te drukken.
Als u bijvoorbeeld track 3 wilt toevoegen, drukt u driemaal op ▶▶. Als u de voorlaatste track wilt toevoegen, drukt u tweemaal op |◀◀.
P 1 3 4:18
Track 3 staat als eerste geprogrammeerd in de afspeellijst.
4 Druk op SET om de track aan de afspeellijst toe te voegen.
5 Herhaal stappen 3 en 4 om andere tracks aan de afspeellijst toe te voegen.
Als u een fout maakt, drukt u op CANCEL om de laatst geprogrammeerde track uit de afspeellijst te verwijderen. (U kunt meerdere tracks verwijderen door herhaaldelijk op CANCEL te drukken.)
6 Wanneer u tevreden bent met de afspeellijst, drukt u op MENU.
P15 21:39
Het display toont het aantal tracks in de afspeellijst en de totale speelduur ervan.
7 Druk op MD om de weergave van de afspeellijst te starten.
PGM verschijnt op het display en de weergave van de afspeellijst begint.
1 Druk op PROGRAM (SHIFT & 8).
2 Geef de tracknummers in de gewenste afspeelvolgorde in via de cijfertoetsen.
Gebruik van de cijfertoetsen
Voor de tracknummers 1 tot 10 gebruikt u de overeenkomstige cijfertoetsen.
Voor tracknummers boven 10, drukt u op de toets >10 en geeft u het tracknummer in. Bijvoorbeeld, om track 28 te kiezen:

Voor tracknummers boven 100, drukt u tweemaal op de toets >10 en geeft u het tracknummer in. Bijvoorbeeld, om track 108 te selecteren:

Als u een fout maakt, drukt u op CLR om de laatst geprogrammeerde track uit de afspeellijst te verwijderen. (U kunt meerdere tracks verwijderen door herhaaldelijk op CLR te drukken.)
3 Druk op MD om de weergave van de afspeellijst te starten.

Opmerking
- U kunt de functie voor willekeurige weergave samen met de programmeerfunctie gebruiken zodat u een afspeellijst in willekeurige volgorde kunt afspelen.
- Groepweergave kan niet samen met de afspeellijst worden gebruikt.
- Bij heel lange afspeellijsten kan het gebeuren dat de totale tijd niet wordt getoond.
■ De trackvolgorde in de afspeellijst controleren
Dit is enkel mogelijk wanneer de disk gestopt is. Wanneer de disk gestopt is, kunt u één na één de tracks van de afspeellijst bekijken door op de toetsen ◀◀◀ en ▶▶▶te drukken. Elk tracknummer in de afspeellijst wordt op het display getoond. Als u vervolgens op ■ drukt, geeft het display het aantal tracks en de totale speelduur van de afspeellijst weer.
■ De afspeellijst wissen
Als u de afspeellijst wilt wissen zonder de disk uit te werpen, drukt u tweemaal op ■.
U kunt de MD-speler instellen om een bepaalde track of de hele disk opnieuw weer te geven (of de met de groepeerfunctie geselecteerde groep).
Afstandsbediening van de CD-tuner:
1 Druk op MENU en selecteer MD MENU.

Niet vergeten!
Gebruik de toetsen ◀◀◀ en ▶▶▶| om de momenteel getoonde optie in het menu te veranderen. Druk op SET om een optie te selecteren.
2 Selecteer REPEAT MODE in het MD-menu.
REPEAT MODE
3 Selecteer een herhalingsstand.
Er zijn drie mogelijke opties:
• REPEAT TRACK?—herhaalt één track
- REPEAT ALL?—herhaalt alle tracks
- REPEAT OFF?—schakelt de herhalingsfunctie uit
4 Start de weergave indien nodig.
In de herhalingsstand voor één track (RPT-1 op het display) wordt om het even welke track die u kiest, herhaald. Als u naar een andere track springt met de functie voor het overslaan van een track, wordt die nieuwe track telkens opnieuw weergegeven.
In de herhalingsstand voor alle tracks (RPT op het display) gaat de MD-speler aan het einde van de disk terug naar de eerste track en speelt de hele disk opnieuw af. U behoudt echter de mogelijkheid om tracks over te slaan en manueel te zoeken.

Opmerking
De door u gekozen herhalingsstand blijft actief tot u:
- een andere herhalingsstand selecteert, of de herhalingsfunctie uitschakelt in het menu
- de disk uitwerpt
- het systeem in stand-by schakelt
Afstandsbediening van de DVD-tuner:
- Om de nu weergegeven track te herhalen drukt u eenmaal op REPEAT (SHIFT & 4).
Het lichtje RPT-1 op het display gaat branden en de nu weergegeven track wordt telkens opnieuw herhaald tot u tweemaal op REPEAT drukt. De herhalingsfunctie is nu uitgeschakeld.
U kunt de herhalingsfunctie gebruiken tijdens de normale, de geprogrammeerde.
- Para repetir el disco completo, pulse REPEAT (SHIFT & 4) dos veces.
- Om de volledige disk te herhalen, drukt u tweemaal op REPEAT (SHIFT & 4).
Het lichtje RPT op het display gaat branden en de MD wordt herhaald tot u opnieuw op REPEAT drukt (waarbij de disk tot aan het einde blijft spelen en dan stopt).
U kunt de herhalingsfunctie gebruiken tijdens de normale, de geprogrammeerde en de willekeurige weergave.

Tip
U kunt om het even welke herhalingsstand samen met de afspeellijst gebruiken.
Als u de herhalingsstand REPEAT ALL selecteert, worden de tracks in de afspeellijst voortdurend herhaald.
In de stand voor het herhalen van één track wordt enkel de nu weergegeven track uit de afspeellijst herhaald.
In willekeurige volgorde weergeven
Gebruik de functie voor willekeurige weergavevolgorde om de MD-recorder de tracks op een disk (of in de met de groepeerfunctie geselecteerde groep) telkens in een andere volgorde te laten weergeven. Elke track wordt slechts één keer weergegeven, maar in willekeurige volgorde. Wanneer alle tracks weergegeven zijn, stopt de disk.
Afstandsbediening van de CD-tuner:
1 Druk op MENU en selecteer MD MENU.

Niet vergeten!
Gebruik de toetsen I ◀◀◀ en ▶▶▶ I om de momenteel getoonde optie in het menu te veranderen. Druk op SET om een optie te selecteren.
2 Selecteer RANDOM PLAY in het MD-menu.
RANDOM PLAY
3 De willekeurige weergave start automatisch.
RDM verschijnt op het display en de willekeurige weergave begint.
4 Druk op ■ om de weergave te stoppen en de functie voor willekeurige weergave uit te schakelen.
Afstandsbediening van de DVD-tuner:
- Om de willekeurige weergave te starten drukt u op RANDOM (Shift & 6).
RDM verschijnt op het display en de willekeurige weergave blijft actief tot u op ■ drukt of tot u de MD uitwerpt.

Tip
U kunt om het even welke herhalingsstand samen met de willekeurige weergave gebruiken.
Als u de herhalingsstand REPEAT ALL selecteert, worden alle tracks op de disk oneindig in willekeurige volgorde herhaald. In de stand REPEAT TRACK wordt enkel de nu willekeurig geselecteerde track herhaald.
Hoewel opnames met dit apparaat grotendeels automatisch kunnen verlopen, is het ook mogelijk om een aantal instellingen manueel te regelen indien u daar de voorkeur aan geeft. Voor elke opnamemethode, met inbegrip van de synchro-opname die wordt behandeld op pagina 23, kunt u:
- de automatische tracknummering in- of uitschakelen
- opnames maken in stereo, mono, of in een van de long-play-standen
Wanneer u opnames maakt vanaf de interne CD-speler, kunt u bepalen of de MD-speler moet opnemen vanaf de analoge of de digitale ingang evenals het digitale opnameniveau instellen. Deze instellingen worden behouden tot u ze verandert, zelfs als u het systeem in stand-by schakelt.
Tracknummering
Als u opneemt vanaf CD of MD via de digitale ingang, worden de tracknummers altijd automatisch samen met de audiogegevens gekopieerd. Bij opnames vanaf andere digitale of analoge bronnen, werkt Auto Mark (tracknummering) door het opsporen van lege ruimtes (stilte) in het bronmateriaal. Hoewel dit meestal goed werkt en handig is, kan het zijn dat u in sommige gevallen toch liever volledige controle heeft over de tracknummering tijdens het opnemen.
Van zodra de opname gestart is (met Auto Mark aan of uit), kunt u een nieuw tracknummer toekennen door op ● te drukken op het voorpaneel.

Tip
Wanneer de tracknummers op de opname achteraf niet echt aan uw verwachtingen voldoen, kunt u ze later nog veranderen via de opsplits- en samenvoegfuncties—zie pagina's 53-55 voor meer bijzonderheden.
1 Wanneer de MD gestopt is, drukt u op SYSTEM MENU (MENU) en selecteert u MD MENU.
Vergewis u ervan dat u de bron waarvan u wilt opnemen heeft geselecteerd (DVD/CD (CD), VIDEO 1, 2, 3 (AUX) of de optionele cassettedeck).

Niet vergeten!
Gebruik de toetsen ◀ en ▶ (|◀◀ en ▶▶|) om de nu getoonde menuoptie te veranderen. Druk op ENTER (SET) om de optie te selecteren. U kunt op eender welk moment op ■ drukken om te annuleren en het menu te verlaten.
2 Selecteer AUTO MARK in het MD-menu.
AUTO MARK
Auto Mark is standaard ingeschakeld.
3 Kies ON (aan) of OFF (uit) met de toetsen ◀ en ▶ (|◀◀ en ▶▶).
AUTO MARK ON?
AUTO MARK OFF?
4 Druk op ENTER (SET) om te bevestigen en het menu te verlaten.

Opmerking
Als u opneemt vanaf de tuner, schakelt Auto Mark automatisch uit.
■ Extra-lange opnames maken
Het kan gebeuren dat u langere continue opnames wilt maken dan de gebruikelijke 74 of 80 minuten die de MD biedt. Deze recorder kan op vier verschillende manieren opnemen: stereo, mono, of in een van de long-play-standen (deze worden uitvoeriger behandeld op pagina 8). U kunt naar believen wisselen tussen opnames in mono, stereo, LP2, of LP4 op dezelfde disk—de recorder herkent de opnamestand automatisch bij de weergave. Merk op dat MD-spelers die niet compatibel zijn met het long-play-formaat, disks die zijn opgenomen in LP2 of LP4 niet behoorlijk zullen weergeven.
| Opnamestand | Stereo of mono | MD-lengte | Geluidskwaliteit |
| stereo stereo | x 1 | beste | |
| mono LP mono | x 2 | beste | |
| LP2 | stereo | x 2 | goed |
| LP4 stereo | x 4 | redelijk | |
1 Wanneer de MD gestopt is, drukt u op SYSTEM MENU (MENU) en selecteert MD MENU.
Vergewis u ervan dat u de bron waarvan u wilt opnemen heeft geselecteerd (CD, AUX, of de tuner).

Niet vergeten!
Gebruik de toetsen ◀ en ▶ (|◀◀ en ▶▶|) om de nu getoonde menuoptie te veranderen. Druk op ENTER (SET) om de optie te selecteren. U kunt op eender welk moment op ■ drukken om te annuleren en het menu te verlaten.
2 Selecteer REC MODE in het MD-menu.
REC MODE
3 Kies de gewenste opnamestand met behulp van de toetsen ◀ en ▶ (|◀◀ en ▶▶).
STEREO?
LP2?
LP4?
MONO LP?
4 Druk op ENTER (SET) om te bevestigen en het menu te verlaten.
■ Het digitale volume regelen
Bij vooraf opgenomen CD's is het doorgaans niet nodig om het opnameniveau in te stellen, maar het is mogelijk om de menuoptie DIGITAL VOLUME te gebruiken indien nodig.
1 Druk op DVD/CD (CD) om naar de CD-speler over te schakelen en de weergave te starten. Plaats de CD waarvan u wilt opnemen in de CD-speler.
2 Druk op ● (enkel op het voorpaneel).
De MD-recorder onderbreekt de opname en het display toont REC. Let erop slechts eenmaal op ● te drukken, want door tweemaal te drukken selecteert u de syncro-opnamestand.
3 Druk op SYSTEM MENU (MENU) en selecteer MD MENU.

Niet vergeten!
Gebruik de toetsen ◀ en ▶ (|◀◀ en ▶▶|) om de nu getoonde menuoptie te veranderen. Druk op ENTER (SET) om de optie te selecteren. U kunt op eender welk moment op ■ drukken om te annuleren en het menu te verlaten.
4 Selecteer DIGITAL VOLUME in het MD-menu.
DIGITAL VOLUME
5 Stel het niveau in met behulp van de toetsen ◀ en ▶ (|◀◀ en ▶▶|).
U kunt het niveau instellen tussen MIN (geen geluid) en +20 dB. D.VOL verschijnt op het display wanneer het geluidsniveau anders wordt ingesteld dan de standaard 0 db. Stel het niveau zo hoog mogelijk in, zonder dat de aanduiding op het display tot aan het 'over'-merkteken reikt.

6 Druk op ENTER (SET) om te bevestigen en het menu te verlaten.
■ Manueel opnemen vanaf een bron
Op pagina 23 hebben we reeds synchroopnames vanaf een CD behandeld. Nu beschrijven we hoe u kunt opnemen van eender welke bron, met inbegrip van een component die is aangesloten via de AUX-ingangen op de CD-tuner (of VIDEO op de afstandsbediening van de DVD/CD-tuner XV-DV77/DV88).

Opmerking
Als het display het CAN'T COPY (onmogelijk om te kopieren) toont (bijvoorbeeld, wanneer u tracht op te nemen vanaf een CD-R of DVD), schakelt u over naar de analoge ingang (zie volgende pagina) en start vervolgens de opname. Met VIDEO 1 en 2 op de DVD/CD-tuner, moeten zowel de digitale als analoge aansluitingen van de geselecteerde
VIDEO-bron worden aangesloten op dezelfde component om dit te kunnen doen. Als er geen analoge aansluiting is, kan er niet van deze bron worden opgenomen.
1 Maak de MD-speler klaar voor opname.
- Plaats een beschrijfbare MD in het apparaat
- Schakel de automatische tracknummering (Auto Mark) in of uit
• Kies de opnamestand (p. 39)
2 Selecteer de bron waarvan u wilt opnemen.
Bijvoorbeeld, om op te nemen vanaf de AUX-ingang, drukt u op de toets AUX (VIDEO op de DVD/CD-tuner XV-DV77/DV88).
AUX
De opname gebeurt nu vanaf het apparaat dat op de AUX-ingangen is aangesloten.
3 Maak de bron klaar voor opname.
Schakel de component in en plaats het bronmateriaal enz.
4 Druk op ● (enkel op het voorpaneel).
De MD-recorder onderbreekt de opname. Lhippert en het display toont REC.
5 Druk op de toets MD om de opname te starten.
U kunt ook op ▶/■ op het voorpaneel van de MD-recorder drukken. ⁴spt met knipperen en blijft continu branden tijdens de opname.
6 Start de bron (indien nodig).

Opmerking
Tijdens de opname:
- Om de opname tijdelijk te onderbreken, drukt u op MD (of ▶/■ op het voorpaneel). Om de opname verder te zetten, drukt u opnieuw op dezelfde toets.
- Om een nieuwe track op de MD op te nemen, drukt u op ● (enkel op het voorpaneel).
7 Wanneer de opname voltooid is, drukt u op ■ op het voorpaneel om de opname stop te zetten.
AUX
en het lichtje REC verdwijnen beide van het display wanneer u de opname stopzet.
Werp de disk uit (druk op ▲ op het voorpaneel) alvorens het systeem uit te schakelen.
■ Opnames maken via de analoge ingangen
Bij het opnemen vanaf het hoofdsysteem kunt u bepalen dat de opname moet verlopen via de analoge ingang van de MD-recorder in plaats van via de digitale ingang.
1 Selecteer de bron waarvan u wilt opnemen.
Druk op CD als u de CD-tuner gebruikt. Druk ofwel op DVD/CD of kies VIDEO 1 of 2 op de DVD/CD-tuner XV-DV77/DV88.

Opmerking
Aangezien VIDEO 1 en VIDEO 2 op de DVD/CD-tuner XV-DV77/DV88 zowel digitale als analoge ingangen hebben, moet u de analoge ingang selecteren die overeenkomt met de component waarvan u wilt opnemen. Voor bronnen die enkel zijn aangesloten op de digitale VIDEO-ingangen, moet u ervoor zorgen dat de digitale ingang geselecteerd is. Als het display het bericht CAN'T COPY toont en er is geen analoge aansluiting, dan kunt u niet van de bron opnemen.
2 Wanneer de MD gestopt is, drukt u op SYSTEM MENU (MENU) en selecteert u MD MENU.

Niet vergeten!
Gebruik de toetsen ◀ en ▶ (|◀◀ en ▶▶|) om de nu getoonde menuoptie te veranderen. Druk op ENTER (SET) om de optie te selecteren. U kunt op eender welk moment op ■ drukken om te annuleren en het menu te verlaten.
3 Selecteer MD INPUT SELECT in het MD-menu.
INPUT SELECT
Het apparaat is standaard zo ingesteld dat het lichtje DIGITAL op het display gaat branden.
4 Schakel over naar ANALOG (of DIGITAL) met de toetsen ◀ en ▶ (|◀◀ en ▶▶).
ANALOG?
5 Druk op ENTER (SET) om te bevestigen en het menu te verlaten.
Het lichtje DIGITAL op het voorpaneel dooft wanneer u ANALOG selecteert.
■ Opnemen over ongewenst materiaal
Een van de handige kenmerken van MD-opnames is dat er onmiddellijk op het volgende beschikbare gedeelte van de disk wordt opgenomen. Het kan echter zijn dat u over een vorige opname wilt opnemen. In tegenstelling tot een cassette, gaat bij de MD alle materiaal na het beginpunt van een opname verloren. Als u enkel maar een track in het midden van de disk wilt wissen, moet u daarom de functie voor het wissen van tracks gebruiken (zie pagina 57 voor meer bijzonderheden) en dan gewoon een opname maken.
Als u toch vanaf het midden op een disk wilt opnemen, gaat u als volgt te werk:
1 Zoek op de disk de plaats vanaf waar u wilt opnemen en onderbreek de weergave.
MD 4 0:05
MD-weergave onderbroken op track 4.
De track waarvan u de weergave onderbreekt, zal volledig worden overschreven, evenals alle daarop volgende tracks.
2 Druk op ● (enkel op het voorpaneel).
OVERWRITE?
Het display waarschuwt u dat u op het punt staat om de disk te overschrijven.

Belangrijk
U kunt op dit moment nog op ■ drukken om de opname te annuleren.
3 Druk op ENTER (SET) om te bevestigen.
knippert en het display toont REC.
4 Selecteer de bron en maak ze klaar voor opname.
Druk bijvoorbeeld op AUX (VIDEO op de afstandsbediening van de DVD/CD-tuner) en plaats de brondisk.
AUX
De opname gebeurt nu vanaf het apparaat dat op de analoge AUX-ingangen is aangesloten.
5 Druk op MD om de opname te starten.
U kunt ook op ▶/■ drukken op het voorpaneel.
■ Een opname programmeren
U kunt de timer instellen om iets op te nemen vanaf de tuner of vanaf een component die via de AUX-ingangen is aangesloten. U wilt bijvoorbeeld een radioprogramma opnemen dat wordt uitgezonden terwijl u op het werk bent. Als u opneemt vanaf een component die via de AUX-ingangen is aangesloten, moet deze ook in staat zijn om in te schakelen op het moment dat de opname moet starten—dit systeem kan hier niet voor zorgen—ofwel moet u deze component ingeschakeld laten tot de opname voltooid is. Tijdens de eigenlijke opname wordt het volume automatisch op minimum ingesteld.
1 Maak de MD-speler klaar voor opname.
- Plaats een beschrijfbare MD in het apparaat
- Schakel de automatische tracknummering (Auto Mark) in of uit
• Kies de opnamestand (p. 39)
2 Maak de tuner/component die via de AUX-ingang is aangesloten klaar voor de opname.
Als u vanaf de tuner opneemt, schakel dan over naar de tuner en stem af op de gewenste zender (zie de gebruiksaanwijzing van uw CD-tuner voor meer bijzonderheden).
Als u opneemt vanaf een component die via de AUX-ingangen is aangesloten, schakelt dan over naar die component en maakt hem klaar voor de weergave van het bronmateriaal.
3 Druk op CLOCK/TIMER (TIMER) en selecteer TIMER REC.
TIMER REC

Niet vergeten!
Gebruik de toetsen ◀ en ▶ (l◀◀ en ▶▶▶) om de nu getoonde menuoptie te veranderen. Druk op ENTER (SET) om de optie te selecteren. U kunt op eender welk moment op ■ drukken om te annuleren en het menu te verlaten.
4 Selecteer TIMER EDIT en druk vervolgens op ENTER (SET).
TIMER EDIT

Opmerking
Als u de timer reeds heeft ingesteld en dan uitgeschakeld (p. 47), wordt TIMER ON als optie op het display getoond. Selecteer nu TIMER ON om uw in/uitschakeltijden op te roepen.
5 Stel de begintijd van de opname in:
Stel eerst het uur in:
Gebruik de toetsen ◀ en ▶ (l◀◀ en ▶▶) om de knipperende uurindicatie te veranderen en druk vervolgens op ENTER (SET).
Stel vervolgens de minuten in:
Gebruik de toetsen ◀ en ▶ (l◀◀ en ▶▶) om de knipperende minuutindicatie te veranderen en druk vervolgens op ENTER (SET).
ON 10:00 am
6 Stel de eindtijd van de opname in:
Stel eerst het uur in:
Gebruik de toetsen ◀ en ▶ (l◀◀ en ▶▶) om de knipperende uurindicatie te veranderen en druk vervolgens op ENTER (SET).
Stel vervolgens de minuten in:
Gebruik de toetsen ◀ en ▶ (I◀◀ en ▶▶▶) om de knipperende minuutindicatie te veranderen en druk vervolgens op ENTER (SET).
OFF 11:00 am
7 Stel de MD-recorder in op MD REC.
Gebruik de toetsen ◀ en ▶ (|◀◀ en ▶▶|) om MD REC te selecteren en druk vervolgens op ENTER (SET).
Nadat u op ENTER (SET) heeft gedrukt, toont het display de zopas verrichte instellingen, waaronder ook de in- en uitschakeltijden en de broncomponent.
De klok- en opnamesymbolen op het display geven te kennen dat de opnametimer ingesteld is.
8 Schakel het systeem in stand-by voordat de geprogrammeerde opname moet beginnen.
In stand-by kunt u de timerinstellingen controleren door op CLOCK/TIMER (TIMER) te drukken.
Wanneer de opname voltooid is, wordt de timeropnamefunctie automatisch uitgeschakeld.
■ De opnametimer uitschakelen
Wanneer de geprogrammeerde opname voltooid is, wordt de timer automatisch uitgeschakeld. Mocht u echter de timer moeten uitschakelen voordat de opname begint (omdat u een fout heeft gemaakt bij het instellen, of omdat u de opname in kwestie niet meer wilt maken), gaat u als volgt te werk.
1 Druk op Tuner of AUX (VIDEO op de afstandsbediening van de DVD/CD-tuner).
2 Druk op CLOCK/TIMER (TIMER) en selecteer TIMER REC.
TIMER REC

Niet vergeten!
Gebruik de toetsen ◀ en ▶ (l◀◀ en ▶▶▶) om de nu getoonde menuoptie te veranderen. Druk op ENTER (SET) om de optie te selecteren. U kunt op eender welk moment op ■ drukken om te annuleren en het menu te verlaten.
3 Gebruik de toetsen ◀ en ▶ (|◀◀ en ▶▶|) om TIMER OFF te selecteren en druk vervolgens op ENTER (SET).
TIMER OFF
Nadat u op ENTER (SET) heeft gedrukt, dooft het timersymbool op het display.
7 Edición Bewerken
Het MD-systeem biedt uiterst flexibele diskbewerkingsmogelijkheden. Met de hierna beschreven bewerkingsfuncties kunt u gemakkelijk: namen geven aan disks, afzonderlijke tracks of gegroepeerde tracks; twee tracks tot één lange track samenvoegen, of één track opsplitsen in twee korte tracks; afzonderlijke tracks wissen of de hele disk wissen.
Niet al deze functies zijn beschikbaar in de verschillende standen van de MD. De onderstaande tabel geeft aan welke bewerkingsfuncties beschikbaar zijn in elke afzonderlijke MD-stand.
■ Een naam geven aan een disk
U kunt aan een beschrijfbare MD een naam geven, die op het display verschijnt wanneer u de disk in de MD-recorder plaatst. De naam mag maximaal 100 tekens lang zijn, met inbegrip van de spaties. De naam van een beschrijfbare MD kunt u veranderen (als u er bijvoorbeeld iets anders op heeft opgenomen), maar de naam van een disk voor uitsluitend weergave kunt u niet veranderen.
1 Vergewis u ervan dat de MD gestopt is en druk dan op ■ om de naam van de disk en de totale tracktijd op het display te tonen.
2 Druk op SYSTEM MENU (MENU) en selecteer MD MENU.

Niet vergeten!
Gebruik de toetsen ◀ en ▶ (l◀◀ en ▶▶▶) om de nu getoonde menuoptie te veranderen. Druk op ENTER (SET) om de optie te selecteren. U kunt op eender welk moment op ■ drukken om te annuleren en het menu te verlaten.
3 Selecteer DISC NAME in het MD-menu.
DISC NAME
4 Geef een naam in voor de disk.
Namen mogen maximaal 100 tekens bevatten en kunnen bestaan uit hoofdletters, kleine letters, cijfers, spaties en andere symbolen.

Het display toont een knipperende cursor op de plaats voor het eerste teken van de naam die u wilt ingeven.
Afstandsbediening van de CD-tuner (of DVD-tuner):
Gebruik de toetsen ◀◀◀ en ▶▶▶ I (◀ en ▶ op de DVD-tuner) om een teken te kiezen uit deze lijst:
ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ
UVWXYZ . , ' /
abcdefghijklmnopqrstuvwxyz
uvwxyz . , '/
0123456789
!" # \$ % & ' () * + , - .
/ : ; < = > ? @ _ `
Gebruik de toets CHARACTER DISP om van de ene tekenlijst naar de andere over te gaan:
Alfabet (hoofdletters) - Alfabet (kleine letters) - cijfers (0-9)/leestekens/symbolen
7 Edición Bewerken
Gebruik de cijfertoetsen 1-9 voor de overeenkomstige cijfers en voor de letters die boven elke toets vermeld zijn. Druk meerdere keren op dezelfde toets om alle letters en cijfers van die toets op het display te zien.

Gebruik de toets CHARACTER DISP om van de ene tekenlijst naar de andere over te gaan:
Alfabet (hoofdletters) - Alfabet (kleine letters) - cijfers (0-9)/leestekens/symbolen
5 Bevestig het gewenste teken en verplaats de cursor naar de volgende tekenpositie op het display door op ENTER (SET) te drukken.

Het geselecteerde teken knippert...

...tot u op ENTER (SET) drukt. Daarna springt de cursor naar de volgende tekenpositie
- Beweeg de cursor naar rechts of naar links op het display met behulp van de toetsen ◀ en ▶ (◀◀ en ▶▶).
- Wis het teken op de positie van de cursor met behulp van de toets CLR (CANCEL).

Bij het gebruik van de cijfertoetsen op de afstandsbediening van de DVD/CD-tuner, moet u enkel op ENTER drukken na tekens die zich op een en dezelfde toets bevinden.
6 Wanneer de disknaam volledig is, drukt u op SYSTEM MENU (MENU) om deze functie te verlaten.
JAZZ: Pfeuti
Een naam geven aan een track
Behalve een disknaam, kunt u ook aan elke track op die disk een naam geven. Ook deze naam mag maximaal 100 tekens lang zijn.
1 Selecteer de track waaraan u een naam wilt geven.
Een naam geven aan een track kan in elke MD-stand, maar als de disk gestopt is, moet u de track eerst selecteren. Gebruik de toetsen ◀◀◀ en ▶▶▶| om tracks te selecteren terwijl de disk gestopt is.
Als de disk wordt afgespeeld of aan het opnemen is, moet u het ingeven van de naam voltooien vooraleer de track beëindigd is, want enkel de tekens die zijn ingegeven voor het einde van de track worden geregistreerd. Het is echter geen probleem als u er niet in slaagt de volledige naam op tijd in te geven. U kunt de naam later nog bewerken.
2 Druk op SYSTEM MENU (MENU) en selecteer MD MENU.

Niet vergeten!
Gebruik de toetsen ◀ en ▶ (l◀◀ en ▶▶) om de nu getoonde menuoptie te veranderen. Druk op ENTER (SET) om de optie te selecteren. U kunt op eender welk moment op ■ drukken om te annuleren en het menu te verlaten.
3 Selecteer TRACK NAME in het MD-menu.
TRACK NAME
4 Geef een naam in voor de track.
Het ingeven van een tracknaam verloopt op dezelfde manier als het ingeven van de disknaam.

Het display toont een knipperende cursor op de plaats voor het eerste teken.
5 Wanneer de tracknaam volledig is, drukt u op SYSTEM MENU (MENU) om deze functie te verlaten.
IT'S A BUST
Een naam geven aan een groep tracks
Als er veel tracks op een MD staan, kunt u deze onderbrengen in groepen om ze gemakkelijker terug te vinden. Groepnamen mogen tot 200 tekens lang zijn, maar dit hangt af van de lengte van de disknaam: des te langer de disknaam, des te minder ruimte er overblijft voor de groepnaam. Zie pagina's 29-33 voor meer bijzonderheden over groepen.
1 Selecteer de groep waaraan u een naam wilt geven.
Als de disk gestopt is, moet de groep nog altijd geselecteerd zijn. Gebruik FOLDER/GROUP (GROUP +/-) om groepen te selecteren terwijl de disk gestopt is.
2 Druk op SYSTEM MENU (MENU) en selecteer MD MENU.

Niet vergeten!
Gebruik de toetsen ◀ en ▶ (l◀◀ en ▶▶) om de nu getoonde menuoptie te veranderen. Druk op ENTER (SET) om de optie te selecteren. U kunt op eender welk moment op ■ drukken om te annuleren en het menu te verlaten.
3 Selecteer GROUP NAME in het MD-menu.
GROUP NAME
4 Geef een naam in voor de groep.
Het ingeven van een groepnaam verloopt op dezelfde manier als het ingeven van de tracknaam en de disknaam.

Het display toont een knipperende cursor op de plaats voor het eerste teken.
5 Wanneer de groepnaam volledig is, drukt u op SYSTEM MENU (MENU) om deze functie te verlaten.
BONUS TRACKS
■ Een track in twee tracks opsplitsen
Als u via de analoge ingangen twee tracks opneemt die zonder pauze in elkaar overlopen, geeft de MD-recorder hun niet automatisch twee aparte tracknummers. Wanneer de opname voltooid is, wilt u beide tracks misschien een afzonderlijk tracknummer geven. Hiervoor gebruikt u de opsplitsfunctie. De recorder voegt het nieuwe tracknummer toe en past alle daaropvolgende tracknummers automatisch aan.
Met de opsplitsfunctie is het altijd mogelijk om een track in twee tracks op te splitsen. Zo kunt u bijvoorbeeld een lange track in kleinere tracks opsplitsen, die u gemakkelijker kunt terugvinden.

Opmerking
- De functies voor geprogrammeerde, willekeurige en groepweergave moeten uitgeschakeld zijn om de opsplitsfunctie te kunnen selecteren.
- Bij het opsplitsen van tracks die opgenomen zijn in LP4 kan er een 'klik' te horen zijn op het punt waar de oorspronkelijke track opgesplitst werd.
1 Start de weergave van een track die u wilt opsplitsen.
2 Druk op de MD-toets op het punt waar u de track wilt opsplitsen.
De recorder onderbreekt de weergave. (U kunt ook op het voorpaneel op ▶/■ drukken, om dit te doen.)
MD 3 6:50
Het display toont dat de weergave van de MD onderbroken werd op track 3 op 6:50.
3 Druk op SYSTEM MENU (MENU) en selecteer MD MENU.

Niet vergeten!
Gebruik de toetsen ◀ en ▶ (l◀◀ en ▶▶▶) om de nu getoonde menuoptie te veranderen. Druk op ENTER (SET) om de optie te selecteren. U kunt op eender welk moment op ■ drukken om te annuleren en het menu te verlaten.
4 Selecteer DIVIDE in het MD-menu.
DIVIDE
5 Bevestig dat u de track wilt opsplitsen.
DIVIDE OK?
Druk op ENTER (SET) om de track op te splitsen, of op ■ om deze bewerking te annuleren.
COMPLETE
Het display toont COMPLETE wanneer de bewerking uitgevoerd is.
■ Twee tracks tot één track samenvoegen
Als een disk twee opeenvolgende tracks bevat waarvan u liever één track wilt maken, kunt u hen 'aan elkaar kleven' via de samenvoegfunctie. Alle tracks die na de zopas samengevoegde tracks staan, worden automatisch opnieuw genummerd.
Het gebruik van deze functie is echter beperkt: het samenvoegen is niet mogelijk als een van de tracks korter is dan 8 seconden bij een stereo-opname (16 seconden voor LP2 en mono; 32 seconden voor LP4). Het is onmogelijk om tracks samen te voegen, die in verschillende opnamestanden zijn opgenomen (bijvoorbeeld LP2 en stereo); en u kunt evenmin een digitaal opgenomen track samenvoegen met een analoog opgenomen track.
Als beide tracks een naam hebben, neemt bij het samenvoegen de nieuwe track de naam van de eerste track over. Indien de tracks tot verschillende groepen behoren, zal de nieuwe track die uit de samenvoeging ontstaat tot de groep van de eerste track behoren.

Opmerking
- De functies voor geprogrammeerde, willekeurige en groepweergave moeten uitgeschakeld zijn om de samenvoegfunctie te kunnen selecteren.
- Bij het samenvoegen van tracks die opgenomen zijn in LP4 kan er een 'klik' te horen zijn op het punt waar de oorspronkelijke tracks werden samengevoegd.
1 Druk op de MD-toets tijdens de weergave van de tweede track.
De recorder onderbreekt de weergave. (U kunt ook op het voorpaneel op ▶/■ drukken, om dit te doen.)
U kunt enkel twee opeenvolgende tracks samenvoegen. Als u bijvoorbeeld tracks 3 en 4 wilt samenvoegen, onderbreek dan de weergave van track 4.
MD 4 4:12
Het display toont dat track 4 geselecteerd is. Tracks 3 en 4 worden één enkele track na hun samenvoeging.

Opmerking
Als u twee niet opeenvolgende tracks wilt samenvoegen, moet u ze eerst naast elkaar plaatsen op de disk—zie p. 55 voor meer bijzonderheden.
Gebruik de toetsen ◀ en ▶ (|◀◀ en ▶▶|) om de nu getoonde menuoptie te veranderen. Druk op ENTER (SET) om de optie te selecteren. U kunt op eender welk moment op ■ drukken om te annuleren en het menu te verlaten.
3 Selecteer COMBINE in het MD-menu.
COMBINE
4 Bevestig dat u de tracks wilt samenvoegen.
COMB 3+ 4?
Druk op ENTER (SET) om de tracks samen te voegen, of op ■ om deze bewerking te annuleren.
COMPLETE
Het display toont COMPLETE wanneer de bewerking uitgevoerd is.
■ Tracks verplaatsen op een disk
Hoewel u de afspeellijst kunt gebruiken om een disk tijdelijk niet in de oorspronkelijke trackvolgorde af te spelen, is het ook mogelijk om de trackvolgorde permanent te wijzigen (tenzij u de volgorde nadien weer wijzigt) door de tracks naar een andere positie op de disk te verplaatsen (pagina 30).
Als u reeds enkele groepen gemaakt heeft op de disk, moet u ze niet opnieuw instellen wanneer u een track verplaatst. Als de nieuwe plaats van de track tot een andere groep behoort, wordt de trackvolgorde automatisch aangepast zodat de track tot de nieuwe groep gaat behoren en uit de oude groep wordt gewist.

Opmerking
De functies voor geprogrammeerde, willekeurige en groepweergave moeten uitgeschakeld zijn om de verplaatsfunctie te kunnen selecteren.
7 Edición Bewerken
1 Selecteer de track die u wilt verplaatsen.
MD 4 4:12
Het display toont dat track 4 geselecteerd is.
De disk kan worden gestopt (met de trackinformatie op het display) of onderbroken.
2 Druk op SYSTEM MENU (MENU) en selecteer MD MENU.

Niet vergeten!
Gebruik de toetsen ◀ en ▶ (l◀◀ en ▶▶▶) om de nu getoonde menuoptie te veranderen. Druk op ENTER (SET) om de optie te selecteren. U kunt op eender welk moment op ■ drukken om te annuleren en het menu te verlaten.
3 Selecteer MOVE in het MD-menu.
MOVE
MOVE 4 > 1?
Display na het indrukken van ENTER (SET).
4 Gebruik de toetsen ◀ en ▶ (|◀◀ en ▶▶|) om een nieuw tracknummer te selecteren en druk vervolgens op ENTER (SET).
Het display toont de track die u verplaatst en zijn nieuwe nummer. Het is onmogelijk om een hoger tracknummer te kiezen dan het totale aantal tracks op de disk.
MOVE 4 > 6?
Track 4 wordt de nieuwe track 6 (de oorspronkelijke tracks 5 en 6 worden nu tracks 4 en 5).
5 Bevestig dat u de track wilt verplaatsen.
Druk op ENTER (SET) om de track te verplaatsen, of op ■ om deze bewerking te annuleren.
COMPLETE
Het display toont COMPLETE wanneer de bewerking uitgevoerd is.
Afzonderlijke tracks wissen
1 Druk op de MD-toets terwijl u de te wissen track afspeelt. Zo wordt de weergave onderbroken.
U kunt ook op ▶/■ drukken op het voorpaneel.
MD 4 4:12
2 Druk op SYSTEM MENU (MENU) en selecteer MD MENU.

Niet vergeten!
Gebruik de toetsen ◀ en ▶ (■◀◀ en ▶▶▶) om de nu getoonde menuoptie te veranderen. Druk op ENTER (SET) om de optie te selecteren. U kunt op eender welk moment op ■ drukken om te annuleren en het menu te verlaten.
3 Selecteer TRACK ERASE in het MD-menu.
TRACK ERASE
4 Bevestig dat u de track wilt wissen.
ERASE 4?
Druk op ENTER (SET) om de disk te wissen, of op ■ om deze bewerking te annuleren.
COMPLETE
Het display toont COMPLETE wanneer de bewerking uitgevoerd is.
■ Een fout ongedaan maken
Hoewel dit apparaat u altijd de kans geeft om een bewerking te annuleren alvorens ze te voltooien, kan het toch gebeuren dat u een bewerking voltooit en dan pas vaststelt dat u niet het beoogde doel heeft bereikt. Ook in dit geval kunt u de laatste bewerking nog ongedaan maken, op voorwaarde dat u ondertussen het apparaat niet heeft uitgeschakeld, de UTOC niet heeft aangepast door de disk uit te werpen en evenmin iets anders op de disk heeft opgenomen.
De enige uitzonderingen hierop zijn de bewerking voor het ongedaan maken zelf (u kunt bijvoorbeeld geen ongedane bewerking terug ongedaan maken) en het toekennen van een naam aan een track/disk tijdens een opname.

Opmerking
Deze functie werkt ook niet bij MD's met gegroepeerde tracks.
1 Wanneer de MD gestopt is, drukt u op SYSTEM MENU (MENU) en selecteert u MD MENU.

Niet vergeten!
Gebruik de toetsen ◀ en ▶ (l◀◀ en ▶▶) om de nu getoonde menuoptie te veranderen. Druk op ENTER (SET) om de optie te selecteren. U kunt op eender welk moment op ■ drukken om te annuleren en het menu te verlaten.
2 Selecteer UNDO in het MD-menu.

Opmerking
U kunt geen bewerkingen ongedaan maken tijdens het weergeven van een afspeellijst.
UNDO
3 Bevestig dat u de laatste bewerking wilt ongedaan maken.
UNDO?
Druk op ENTER (SET) om de bewerking ongedaan te maken, of op ■ om te annuleren.
COMPLETE
Het display toont COMPLETE wanneer de bewerking ongedaan gemaakt is.
De betekenis van de foutberichten
| Bericht | Beschrijving | Actie |
| NO DISC | Er zit geen MD in het apparaat. | • Plaats een MD in het apparaat. |
| De MD-gegevens kunnen niet worden gelezen. | • Plaats de MD opnieuw in het apparaat. | |
| DISC ER* | De disk is beschadigd. | • Plaats de MD opnieuw in het apparaat. |
| De MD bevat de TOC niet of de gegevens zijn verminkt. | • Gebruik een andere MD. | |
| ?DISC | De MD is verminkt of de MD beantwoordt niet aan de norm. | • Gebruik een andere MD. |
| DISC FULL | De MD bevat niet genoeg ruimte meer voor opnames. | • Wis enkele tracks of gebruik een andere beschrijfbare MD. |
| BLANK DISC | De MD bevat geen opgenomen informatie. | • De disk is klaar voor opname. |
| Playback MD | U probeert op te nemen/bewerkingen uit te voeren op een MD voor uitsluitend weergave. | • Gebruik een beschrijfbare MD. |
| PROTECTED | De MD is beveiligd tegen ongewild wissen. | • Sluit het rechthoekje voor beveiliging tegen ongewild wissen. |
| TOC FULL | De disk bevat niet genoeg ruimte voor het opnemen van het tracknummer en de tekengegevens. | • Wis de disk of gebruik een andere beschrijfbare MD. |
| Can’t REC | De opname kan niet met goed resultaat worden opgenomen tengevolge van een schok of schade aan de disk. | • Herbegin de opname of gebruik een andere beschrijfbare MD. |
| TEMP OVER | De temperatuur is te hoog. | • Schakel het apparaat uit en laat het afkoelen. |
| Can’t EDIT | Er zijn geen bewerkingen op de disk mogelijk. | • Probeer opnieuw op een andere positie op de disk. |
| NAME FULL | Er is onvoldoende ruimte beschikbaar voor het opnemen van een disk/tracknaam/groep korter. | • Maak de naam van de disk/ track/groep korter. |
| DEFECT | De opname is onderbroken tengevolge van schade aan de disk. | • Gebruik een andere beschrijfbare MD. |
| MECH E* | De MD-recorder werkt niet naar behoren. | • Schakel het apparaat uit en dan weer in. |
8 Bijkomende informatie
De betekenis van de foutberichten - vervolg
| Bericht | Beschrijving | Actie |
| Can’t COPY | U probeert auteursrechtelijk beschermd materiaal op te nemen. | • Gebruik bronmateriaal dat wel mag worden gekopieerd (een gewone CD enz.).• Maak de opname via de analoge ingang. |
| NOT AUDIO | De disk bevat niet-audiogegevens. | • Gebruik een andere track.• Gebruik een andere MD. |
| UTOC ER W | De UTOC-gegevens kunnen niet correct worden geschreven omdat de recorder een schok heeft ondergaan of omdat de disk beschadigd is. | • Schakel het apparaat uit en dan weer in en probeer opnieuw om de UTOC-gegevens op te nemen. Het apparaat mag niet bewegen tijdens het registreren van de UTOC gegevens. |
| UTOC ER* | De opgenomen UTOC-gegevens zijn niet comform de MD-norm of zijn om een andere reden onleesbaar. | • Wis de disk of gebruik een andere beschrijfbare MD. |
| DIN UNLOCK | Het signaal aan de digitale ingang wordt door de recorder niet herkend.Het signaal afkomstig vanVIDEO 1 of 2 van de DVD-speler is analoog. | • Controleer de aansluitingen en het uitgangstype van de broncomponent.• Zet de ingangskeuzeVIDEO 1 of 2 op digitaal. |
| TOC ERR* | De TOC-gegevens kunnen niet worden gelezen. De MD beantwoordt niet aan de norm, of de disk is beschadigd. | • Gebruik een andere MD. |
| SIO ERROR | Defecte interne communicatie binnen het apparaat. | • Zet het apparaat uit en dan weer aan. |
Opmerking: De foutberichten met een asterisk worden gevolgd door een nummer of een ander symbool.
Oplossen van storingen
Soms worden storingen onterecht beschouwd als een defect, terwijl ze in werkelijkheid het gevolg zijn van een verkeerd gebruik. Als u denkt dat er iets mis is met deze component, overloop dan de volgende punten. Soms ligt de oorzaak van het probleem bij een andere component. Controleer de andere componenten en elektrische apparaten die u gebruikt. Als u zelfs na het controleren van de onderstaande punten het probleem nog niet kunt oplossen, wend u dan tot het dichtstbijzijnde erkende Pioneer-servicecenter of tot uw dealer om het apparaat te laten herstellen.
| Probleem | Oplossing |
| Geen geluid | Vergewis u ervan dat het systeem is aangesloten op het net en dat de kabels correct zijn aangesloten; zie Aansluiten op pagina's 15-16. |
| Onmogelijk om opname te maken | Vergewis u ervan dat het rechthoekje ter beveiliging tegen ongewild wissen gesloten is (zie pagina 10).Controleer of de disk in de MD-speler geen MD voor uitsluitend weergave is.Zelfs op MD's met vrije opnameruimte kan de TOC vol geraken na veelvuldig opnemen en bewerken. Activeer de functie voor het wissen van alle tracks (pagina 57) en neem de disk op vanaf het begin, of gebruik een andere disk.Vergewis u ervan dat de optische kabel correct aangesloten is. |
| Onmogelijk om stereo-opname te maken | Vergewis u ervan dat u stereo of een van de LP-opnamestanden heeft geselecteerd. |
| Display toont NO DISK wanneer u een MD plaatst | Gebruik een andere MD. De disk is misschien beschadigd. |
| Het geluid wordt met tussenpozen weergegeven | Er kan condensaat aanwezig zijn in de recorder. Laat het apparaat ongeveer een uur onaangeroerd alvorens opnieuw te proberen om een disk af te spelen. |
| De resterende opnametijd neemt niet toe na het wissen van enkele korte tracks | Tracks van minder dan 12 seconden worden soms niet meegeteld in de informatie over de opnametijd. Dit is geen storing. |
| De totale opnametijd plus de resterende opnametijd van een MD komen niet overeen met de maximale opnametijd van de MD | Alle tracks zijn opgebouwd uit een aantal blokken van twee seconden. Vaak situeert het einde van een track zich aan het begin van een van deze blokken. Bijgevolg kan de werkelijk beschikbare opnametijd iets korter zijn dan de tijd die wordt berekend op basis van de tijdinformatie op het display. Dit is geen storing.Een gedeelte van de disk is beschadigd en daarom onbruikbaar. Dit is geen storing. |
| Onmogelijk om tracks samen te voegen | Het is onmogelijk om een digitaal opgenomen track samen te voegen met een analoog opgenomen track.Het is onmogelijk om tracks samen te voegen die in verschillende opnamestanden zijn opgenomen (bijvoorbeeld, LP2 en stereo). |
| Groepeerfunctie werkt niet | De groepen werden op een ander type MD-recorder gemaakt en uw MD-speler herkent de groepen niet. Verwijder de discnaam en stel de groepen opnieuw in om de groepsfunctie opnieuw te kunnen gebruiken.De MD werd bewerkt op een ander type van MD-recorder, die niet compatibel is met de groepeerfunctie van uw apparaat. Verwijder de discnaam en stel de groepen opnieuw in. |
| Het display toont de menu's voor het bewerken en groeperen van tracks niet | Vergewis u ervan dat de functie voor weergave van groepen uitgeschakeld is (pagina 31). |
- Dit apparaat kan eventueel storingen veroorzaken in televisietoestellen in de buurt, in het bijzonder als u een raamantenne gebruikt voor uw 'TV. Mocht u dit probleem ondervinden, gebruik dan een buitenantenne voor uw 'TV of plaats de MD-speler verder weg van het televisietoestel.
- Statische elektriciteit en andere externe elektrische invloeden kunnen tijdelijke storingen veroorzaken in het systeem. Probeer het probleem op te lossen door het apparaat uit te schakelen en de stekker uit het stopcontact te trekken en vervolgens de stekker terug in het stopcontact te steken en het apparaat opnieuw in te schakelen.
Especificaciones
Opnamemethode .... Overschrijven door modulatie van magnetische velden
Weergavemethode......Contactloos optisch proces
Bemonsteringsfrequentie .... 44,1 kHz, 32 kHz, 48 kHz
Frequentierespons 20 Hz tot 20 kHz
Wow en flutter.... Meetgrens (±0,001% W.PIEK) of minder (EIAJ)
Stroomvereisten ..... 220 V tot 230 V wisselspanning, 50/60Hz
Stroomverbruik ....11W (0,9 W in stand-by)
Afmetingen 220 (W) x 65 (H) x 313 (D) mm
Gewicht 2,5 kg
Bedrijfsvoorwaarden:
Temperatuur ....+5°C tot +35°C
Vochtigheid .... 5% tot 85% (zonder condensatie)
Toebehoren
Optische digitale kabel .... 1
Netsnoer 1
Handleiding 1
Waarborgkaart....1
Opmerking: Technische gegevens en ontwerp onderhevig aan eventuele wijzigingen, zonder voorafgaande kennisgeving, met het oog op verbeteringen.
Patenten op licentie van Dolby Laboratories Licensing Corporation.
Het apparaat uitwendig schoonmaken
Reinig dit systeem door het met een zachte, droge doek schoon te vegen. Voor hardnekkig vuil bevochtigt u een zachte doek met een milde reinigingsoplossing samengesteld uit één deel reinigingsmiddel en 5 of 6 delen water. Wring de doek goed uit en veeg er dan het vuil mee weg. Veeg vervolgens het oppervlak droog met een droge doek. Gebruik geen vluchtige stoffen zoals benzeen en verdunner, die het oppervlak zouden kunnen beschadigen.
Uitgegeven door Pioneer Corporation.
Alle rechten voorbehouden.