KI8878FE0 - Koelkast NEFF - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KI8878FE0 NEFF in PDF-formaat.
| Merk | NEFF |
| Model | KI8878FE0 |
| Producttype | Inbouw koel-vriescombinatie |
| Klimaatklasse | SN, N, ST, T |
| Nis diepte | 560 mm |
| Nis breedte (min.) | 560 mm |
| Gewicht (max.) | 75 kg |
| Stroomvoorziening | 220-240 V ~, 50 Hz |
| Koelkast temperatuurbereik | 3 °C tot 8 °C |
| Vriezer temperatuurbereik | -16 °C tot -24 °C |
| Aanbevolen koelkasttemperatuur | 4 °C |
| Aanbevolen vriezertemperatuur | -18 °C |
| Superkoeling | Ja |
| Supervriezen | Automatisch en handmatig |
| Vakantiemodus | Ja |
| Deuralarm | Ja |
| Temperatuuralarm | Ja |
| Ontdooien koelkast | Automatisch |
| Ontdooien vriezer | Handmatig |
| Cool-fresh lade | Ja (0 °C) |
| LED-verlichting | Ja |
| Inbegrepen accessoires | Eierrek, ijsblokjeshouder, koelpak, flessenhouder, vriesbak |
| Legplanken | Verstelbare glasplanken |
| Deurvakken | Verstelbaar |
Veelgestelde vragen - KI8878FE0 NEFF
Gebruikersvragen over KI8878FE0 NEFF
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KI8878FE0 - NEFF en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KI8878FE0 van het merk NEFF.
GEBRUIKSAANWIJZING KI8878FE0 NEFF
Gebruiksaanwijzing
KI887..

1

2

Algemene aanwijzingen 39
Bestemming van het apparaat..... 39
Inperking van de gebruikers ..... 39
Veiliger transport 40
Veilige installatie.... 40
Veilig gebruik.... 42
Beschadigd apparaat...... 44
Het voorkomen van materiële schade 46
Milieubescherming en besparing.... 46
Afvoeren van de verpakking 46
Energie besparen 46
Opstellen en aansluiten...... 47
Leveringsomvang 47
Apparaat opstellen en aansluiten.... 47
Criteria voor de opstellocatie ..... 48
Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden 48
Apparaat elektrisch aansluiten...... 48
Uw apparaat leren kennen...... 49
Apparaat.... 49
Bedieningselementen.... 49
Uitrusting...... 49
Legplateau.... 50
Flessenrek 50
Groente- en fruitlade.... 50
Verskoellade.... 50
Opmerkingen bij het gebruik ..... 51
Machine uitschakelen.... 52
Temperatuur instellen.... 52
Extra functies 52
Superkoelen 52
Automatisch Supervriezen 52
Handmatig Supervriezen 53
Vakantiemodus.... 53
Alarm.... 54
Deuralarm.... 54
Temperatuuralarm 54
Koelvak 54
Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak...... 54
Koudezones in het koelvak ...... 55
Verskoelruimte 55
Bewaartijden in de verskoelruimte bij 0 °C.... 55
Vriesvak 55
Invriescapaciteit...... 56
Vriesvakvolume volledig gebruiken.... 56
Tips voor het inkopen van diepvrieskost 56
Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak...... 56
Kleinere hoeveelheid levensmiddelen snel bevriezen .... 57
Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen .... 57
Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij -18 °C 58
Diepvrieskalender.... 58
Ontdooimethodes voor diepvrieswaren 58
Ontdooien.... 58
Ontdooien in het koelvak. 58
Ontdooien in de verskoelruimte ..... 58
Ontdooien in het vriesvak 58
nl
Reiniging en onderhoud 59
Apparaat voorbereiden voor reiniging.... 59
Apparaat schoonmaken...... 59
Onderdelen eruit halen.... 60
Apparaatonderdelen demonteren 60
Storingen verhelpen 62
Functiestoringen 62
Aanwijzingen op het display...... 63
Temperatuurprobleem.... 64
Geluiden 64
Geurtjes 65
Apparaatzelftest uitvoeren...... 66
Opslaan en afvoeren.... 66
Apparaat buiten gebruik stellen ..... 66
Afvoeren van uw oude apparaat.... 66
Servicedienst.... 67
Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD) 67
Houd de informatie omtrent veiligheid aan, zodat u het apparaat veilig kunt gebruiken.
Algemene aanwijzingen
Hier vindt u algemene informatie over deze gebruiksaanwijzing.
■ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. Alleen dan kunt u het apparaat veilig en efficiënt gebruiken. ■ Deze gebruiksaanwijzing is bestemd voor de gebruiker van het apparaat. ■ Neem de veiligheidsvoorschriften en waarschuwingen in acht. ■ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren. ■ Controleer het apparaat na het uitpakken. Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
Bestemming van het apparaat
Om het apparaat veilig en op de juiste manier te gebruiken dient u de aanwijzingen over het beoogd gebruik in acht te nemen.
Dit apparaat is uitsluitend voor de inbouw bedoeld.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
■ volgens deze gebruiksaanwijzing. ■ voor het koelen en invriezen van levensmiddelen en voor ijsbereiding. ■ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving. ■ tot een hoogte van 2000 m boven zeeniveau.
Inperking van de gebruikers
Voorkom risico's voor kinderen en kwetsbare personen.
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.
nl Veiligheid
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet door kinderen worden uitgevoerd, tenzij ze onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen jonger dan 8 jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel kunnen komen.
Kinderen van 3 tot 8 jaar mogen de koelkast/diepvriezer vullen en legen.
Veilig transport
Neem de veiligheidsaanwijzingen in acht bij het transporteren van het apparaat.
⚠ WAARSCHUWING – Gevaar voor letsel!
Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsel veroorzaken.
▶ Til het apparaat niet alleen op.
Veilige installatie
Neem deze veiligheidsaanwijzingen in acht bij de installatie van het apparaat.
⚠ WAARSCHUWING – Gevaar voor een elektrische schok!
■ Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.
- Sluit het apparaat uitsluitend aan en gebruik het volgens de gegevens op het typeplaatje.
- Sluit het apparaat uitsluitend aan op een volgens de voorschriften geïnstalleerd stopcontact met randaarde op een wisselstroomnet.
- Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moet conform de elektrotechnische voorschriften zijn geïnstalleerd.
- Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bijvoorbeeld een tijdschakelaar of besturing op afstand.
- Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegang niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie een alpolige scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften worden ingebouwd.
- Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd.
■ Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
- Nooit het aansluitsnoer met warmtebronnen in contact brengen.
- Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten of randen in contact brengen.
- Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of veranderen.
Wanneer de ventilatie-openingen van het apparaat zijn gesloten, dan kan bij een lek van het koude circuit een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan.
- Sluit ventilatie-openingen in de behuizing van het apparaat of in de inbouwbehuizing niet af.
■ Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
- Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.
- Als het netsnoer te kort is, contact opnemen met de servicedienst. ▶ Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters gebruiken.
■ Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.
- Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen niet aan de achterkant van de apparaten plaatsen.
Veilig gebruik
Neem bij gebruik van het apparaat de veiligheidsaanwijzingen in acht.
⚠ WAARSCHUWING – Gevaar voor een elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes. ▶ Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
■ Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken. ▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden. ▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen. ■ Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken. - Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden. - Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
■ Mechanische inrichtingen of andere middelen kunnen de koudekringloop beschadigen, brandbaar koudemiddel kan lekken en exploderen.
- Gebruik voor het versnellen van het ontdooien geen andere mechanische inrichtingen of andere middelen dan diegene die door de fabrikant zijn aanbevolen.
■ Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen kunnen exploderen, bijv. spuitbussen.
▶ Bewaar geen producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen in het apparaat.
Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brand leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders.
- Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat.
⚠ WAARSCHUWING – Gevaar voor letsel!
■ Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten. - Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in de verskoelruimte bewaren. - Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het vriesvak bewaren. ■ Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen. - De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen.
Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan tot brandwonden door koude leiden.
- Nooit diepvrieswaren in de mond nemen nadat deze uit het vriesvak werden genomen.
- Voorkom dat de huid langdurig in contact komt met diepvrieswaren, ijs en de buizen in het vriesvak.
⚠️ VOORZICHTIG – Gezondheidsrisico!
■ Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van levensmiddelen te voorkomen.
- Wanneer de deur langere tijd wordt geopend, kan dit leiden tot een aanzienlijke temperatuurstijging in de vakken van het apparaat.
- Maak de oppervlakken, die met levensmiddelen en toegankelijke afvoersystemen in contact komen, regelmatig schoon.
nl Veiligheid
▶ Rauw vlees en vis in geschikte containers in de koelkast dusdanig bewaren dat het niet in contact komt met andere levensmiddelen of op deze drupt.
- Wanneer het koel-/vriesapparaat langere tijd leeg staat, het apparaat uitschakelen, ontdooien, reinigen en de deur open laten, om schimmelvorming te voorkomen.
■ Wanneer zure levensmiddelen in contact komen met aluminium in het apparaat, dan kunnen aluminiumionen overdragen naar de levensmiddelen.
▶ Verontreinigde levensmiddelen niet consumeren.
Beschadigd apparaat
Neem deze veiligheidsvoorschriften in acht als uw apparaat beschadigd is.
⚠ WAARSCHUWING – Gevaar voor een elektrische schok!
■ Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.
▶ Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
- Nooit een apparaat met gescheurd of gebroken oppervlak gebruiken.
- Nooit aan het netsnoer trekken om het apparaat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken.
- Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, haal dan direct de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit.
▶ "Neem contact op met de servicedienst." → Pagina 67
▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
■ Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.

Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
- Houd vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat. ▶ Ventileer de ruimte. ▶ "Het apparaat uitschakelen." → Pagina 52
- De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen. ▶ "Neem contact op met de service-afdeling." → Pagina 67
Het voorkomen van materiële schade
Ter voorkoming van materiële schade aan het apparaat, de accessoires of keukenvoorwerpen dient u de aanwijzingen in acht te nemen.
LET OP!
■ Door het gebruik van de plint, laden of apparaatdeuren als zitvlak of opstapje kan het apparaat beschadigd raken. - Niet op de plint, laden of deuren staan of leunen. ■ Door verontreinigingen met olie of vet kunnen kunststofdelen en deurafdichtingen poreus worden. - Houd kunststofdelen en deurafdichtingen olie- en vetvrij. - Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Aluminium reageert bij contact met zure levensmiddelen. - Geen levensmiddelen onverpakt in het apparaat bewaren.
Milieubescherming en besparing
Bescherm het milieu door het apparaat op een hulpbronnenbesparende manier te gebruiken en herbruikbare materialen op de juiste manier af te voeren.
Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
- De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Keuze van de opstellingslocatie
Houd deze aanwijzing aan wanneer u het apparaat plaatst.
■ Stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht. ■ Plaats het apparaat zo ver mogelijk van radiatoren, fornuis en andere warmtebronnen: - Houd 30 mm afstand aan tot elektrische- of gasfornuizen. - Houd 30 cm afstand aan tot olie- en kolenfornuizen.
+ Het apparaat hoeft bij lagere omgevingstemperaturen minder vaak te koelen.
■ Gebruik een nisdiepte van 560 mm. ■ Bedek of blokkeer de ventilatieopeningen niet. + De lucht aan de achterwand van het apparaat kan beter ontsnappen, waardoor het apparaat minder sterk opwarmt. Het apparaat hoeft minder vaak te koelen.
Energie besparen bij het gebruik.
Houd deze aanwijzing aan wanneer u uw apparaat gebruikt.
Aanwijzing: De plaatsing van de uitrustingsonderdelen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat.
■ Bedek of blokkeer de ventilatieopeningen niet. + De lucht aan de achterwand van het apparaat kan beter ontsnappen, waardoor het apparaat minder sterk opwarmt. ■ Open de deur van het apparaat slechts kort. ■ Transporteer gekoelde levensmiddelen in een koeltas en leg ze snel in het apparaat. ■ Laat warme gerechten en dranken eerst afkoelen voordat u ze in het apparaat plaatst. ■ Leg diepvriesproducten ter ontdooiing in het koelvak om de koude ervan te benutten. + De lucht in het apparaat warmt niet zo sterk op. Het apparaat hoeft minder vaak te koelen. ■ Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de achterwand. ■ Verpak de levensmiddelen luchtdicht. + De lucht kan circuleren en de luchtvochtigheid blijft constant. ■ Ontdooi het vriesvak regelmatig. + Een vorstvrij vriesvak is stroombesparend en koelt de diepvrieswaren optimaal. ■ Open de deur van het vriesvak slechts kortstondig en sluit deze zorgvuldig. + Een gesloten deur van het vriesvak beschermt het vriesvak tegen sterke verijzing.
Opstellen en aansluiten
Hier vindt u informatie over waar en hoe u het apparaat het beste opstelt. Ook leest u hoe u het apparaat op het elektriciteitsnet aansluit.
Leveringsomvang
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering. Neem bij klachten contact op met uw dealer of onze servicedienst → Pagina 67.
De levering bestaat uit:
Inbouw ■ Uitrusting en accessoires¹ ■ Montagemateriaal ■ Montagehandleiding ■ Gebruiksaanwijzing ■ Klantenserviceboekje ■ Garantiebijlage ■ Energielabel ■ Informatie over energieverbruik en geluiden
Apparaat opstellen en aansluiten
Voorwaarde: "De leveringsomvang van het apparaat is gecontroleerd." → Pagina 47
- "Houd de criteria aan voor de opstellocatie van het apparaat." → Pagina 48
- Installeer het apparaat conform de meegeleverde montagehandleiding.
- Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden. → Pagina 48
Opstellen en aansluiten
- Het apparaat elektrisch aansluiten. → Pagina 48
Criteria voor de opstellocatie
Houd deze aanwijzing aan wanneer u het apparaat plaatst.

WAARSCHUWING
Explosiegevaar!
Wanneer het apparaat in een te kleine ruimte staat, kan er bij een lek van het koudecircuit een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan.
- Stel het apparaat uitsluitend op in een ruimte, welke tenminste een volume heeft van 1 m³ per 8 g koudemiddel. De hoeveelheid van het koudemiddel staat op het typeplaatje. → Afb. 1 / 5
Het gewicht van het apparaat kan afhankelijk van het model tot 75 bedragen.
De ondergrond moet stabiel genoeg zijn om het gewicht van het apparaat te dragen.
Toegestane ruimtetemperatuur
De toegestane kamertemperatuur is afhankelijk van de klimaatklasse van het apparaat.
De klimaatklasse vindt u op het typeplaatje. → Afb. 1/5
| Klimaatklasse | Toegestane ruimtetemperatuur |
| SN 10 °C...32 °C | |
| N 16 °C...32 °C | |
| ST 16 °C...38 °C | |
| T 16 °C...43 °C |
Het apparaat is volledig functioneel binnen de toegestane binnentemperatuur.
Wanneer u een apparaat van de klimaatklasse SN gebruikt bij lagere kamertemperaturen, dan kunnen beschadigingen aan het apparaat tot een kamertemperatuur van 5 °C worden uitgesloten.
beschadigingen aan het apparaat tot een kamertemperatuur van 5 °C worden uitgesloten.
Nismaten
Neem de nisafmetingen in acht als u uw apparaat in de nis inbouwt. Bij afwijkingen kunnen problemen optreden tijdens de installatie van het apparaat.
Nisdiepte
Bouw het apparaat in de aanbevolen nisdiepte van 560 mm in.
Bij een kleinere nisdiepte wordt het energieverbruik iets hoger. De nisdiepte moet minimaal 550 mm bedragen.
Nisbreedte
Voor het apparaat is een meubelnis met een binnenbreedte van minimaal 560 mm nodig.
Als u 2 apparaten naast elkaar wilt opstellen, moet u tussen de apparaten minimaal een tussenafstand van 150 mm aanhouden.
Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden
- Haal het informatiemateriaal eruit.
- Verwijder de beschermfolie en transportborgingen, bijv. plakstrips en karton.
- "Het apparaat voor de eerste keer reinigen." → Pagina 59
Apparaat elektrisch aansluiten
- De netstekker van het aansluitsnoer van het apparaat in een stopcontact in de omgeving van het apparaat steken.
De aansluitgegevens van het apparaat staan op het typeplaatje.
→ Afb. 1 / 5
- De netstekker op vastheid controleren.
√ Het apparaat is nu gereed voor gebruik.
Uw apparaat leren kennen
Lees meer over de onderdelen van uw apparaat.
Apparaat
Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.
→ Afb. 1
| A | Koelvak |
| B | Verskoelruimte |
| C | Vriesvak |
| 1 | Bedieningselementen |
| 2 | "Flessenrek" → Pagina 50 |
| 3 | Scheidingsplaat met vochtigheidsregelaar |
| 4 | "Groente- en fruitlade" → Pagina 50 |
| 5 | Typeplaatje |
| 6 | "Verskoellade" → Pagina 50 |
| 7 | Vlakke diepvrieslade |
| 8 | Diepvrieslade |
| 9 | "Boter- en kaasvak" → Pagina 50 |
| 10 | Deurrek voor grote flessen |
Aanwijzing: Verschillen tussen uw apparaat en de afbeeldingen zijn mogelijk op basis van uitrusting en grootte.
Bedieningselementen
Via de bedieningselementen kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.
→ Afb. 2
| 1 | Super (koelvak) schakelt Superkoelen in of uit. |
| 2 | 〈〉(koelvak) stelt de temperatuur van het koelvak in. |
| 3 | Toont de ingestelde temperatuur van het koelvak in °C. |
| 4 | Holiday schakelt de vakantiemodus in of uit. |
| 5 | 0°C brandt als het apparaat in werking is. |
| 6 | Alarm schakelt het alarmsignaal uit. |
| 7 | 〈〉(vriesvak) stelt de temperatuur van het vriesvak in. |
| 8 | Toont de ingestelde temperatuur van het vriesvak in °C. |
| 9 | Super (vriesvak) schakelt Supervriezen in of uit. |
| 10 | 1 schakelt het apparaat in of uit. |
Uitrusting
Hier krijgt u een overzicht van de accessoires behorende bij uw apparaat en de manier waarop ze worden gebruikt.
De uitrusting van uw apparaat is modelafhankelijk.
Uitrusting
Legplateau
Om de schappen naar wens te variëren, kunt u het schap uitnemen en op een andere positie weer plaatsen.
→ "Plateau verwijderen", Pagina 60
Flessenrek
Bewaar flessen veilig op het flessenrek.
→ Afb. 3
Om het flessenrek naar wens te variëren, kunt u het flessenrek verwijderen en op een andere plaats weer terugzetten.
→ "Plateau verwijderen", Pagina 60
Groente- en fruitlade
Bewaar vers fruit en groente in de fruit- en groentelade.
Met de vochtigheidsregelaar van de scheidingsplaat en een speciale afdichting kunt u de luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade aanpassen.
→ Afb. 4
De luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade kunt u afhankelijk van het soort en de hoeveelheid bewaarde levensmiddelen door aan de vochtigheidsregelaar te draaien instellen:
■ Lage luchtvochtigheid bij overwegend bewaren van fruit of hoge belading. ■ Gemiddelde luchtvochtigheid bij gemengde belading. ■ Hoge luchtvochtigheid bij overwegend bewaren van groente of bij geringe belading.
Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich in de fruit- en groentelade condenswater vormen.
Het condenswater verwijderen met een droge doek en de luchtvochtigheid in de groentelade aanpassen met behulp van de vochtigheidsregelaar.
Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit en het aroma behouden blijven, moet u koudegevoelig fruit en groente buiten het apparaat bewaren bij temperaturen van ca. 8°C tot 12°C.
| Koudegevoelig fruit ■ | Ananas■ Bananen■ Mango■ Papaya■ Citrusvruchten |
| Koudegevoelige groente | ■ Aubergines■ Komkommers■ Courgette■ Paprika■ Tomaten■ Aardappels |
Verskoellade
Gebruik de lagere temperaturen in de verskoellade om gevoelige levensmiddelen te bewaren, bijv. vis, vlees en worst.
Boter- en kaasvak
Bewaar boter en harde kaas in het boter- en kaasvak.
Om het boter- en kaasvak te openen, drukt u licht midden-onder op de klep.
Aanwijzing Het vak wordt naar onderen geopend. De klep schuift onder het vak.
→ Afb. 5
Deurrekken
Om het deurrek naar behoefte te variëren kunt u het deurrek er uit nemen en op een andere positie weer plaatsen.
→ "Deurrek verwijderen", Pagina 60
Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn speciaal op uw apparaat afgestemd. Hier krijgt u een overzicht van de accessoires behorende bij uw apparaat en de manier waarop ze worden gebruikt.
De accessoires van het apparaat zijn afhankelijk van het model.
Eierplateau
Bewaar eieren veilig op het eierplateau.
Flessenhouder
De flessenhouder voorkomt dat flessen bij het openen en sluiten van de apparaatdeur kantelen.
→ Afb. 6
Diepvriesschaal
In de diepvriesladen kunt u kleinere hoeveelheden voedingsmiddelen snel invriezen, bijv. bessen, stukken fruit, kruiden en groenten.
→ Afb. 7
De diepvriesproducten gelijkmatig in de diepvriesschaal verdelen en ca. 10 tot 12 uur laten invriezen. Vervolgens in een diepvrieszak of een diepvriesdoos doen.
Koude-accu
Gebruik de koude-accu voor het tijdelijk koel houden van levensmiddelen, bijv. in een koeltas.
Tip: De koude-accu vertraagt bij het uitvallen van de stroom of bij een storing het verwarmen van de opgeslagen diepvrieswaren.
IJsblokjesschaal
Gebruik de ijsblokjesschaal om ijsblokjes te maken.
IJsblokjes maken
- De ijsblokjesschaal voor 3/4 met water vullen en in het vriesvak plaatsen. Vastgevroren ijsblokjesschaal alleen met een bot voorwerp, bijv. steel van een lepel, losmaken.
- Om de ijsblokjesschaal los te maken de ijsblokjesschaal iets torderen of kort onder stromend water houden.
De Bediening in essentie
Hier wordt de bediening van het apparaat in essentie beschreven.
Apparaat inschakelen
- indrukken.
√ Het apparaat begint te koelen. - Er weerklinkt een waarschuwingssignaal, de temperatuurindicatie (vriesvak) knippert en Al brandt omdat het vriesvak nog te warm is.
- Het waarschuwingssignaal met Alarm uitschakelen.
√ Al gaat uit zodra de ingestelde temperatuur is bereikt.
- "De gewenste temperatuur instellen." → Pagina 52
Opmerkingen bij het gebruik
■ Wanneer u het apparaat heeft ingeschakeld, duurt het tot enkele uren voordat de ingestelde temperatuur wordt bereikt.
Extra functies
Geen levensmiddelen in het apparaat doen voordat de temperatuur is bereikt.
■ De behuizing rond het vriesvak wordt tijdelijk licht verwarmd. Dit voorkomt vorming van condenswater in de zone van de deurafdichting. ■ Wanneer u de deur sluit, kan een onderdruk ontstaan. De deur gaat dan alleen moeilijker open. Wacht een ogenblik tot de onderdruk wordt gecompenseerd.
Machine uitschakelen
▶ ① indrukken. √ Het apparaat koelt niet meer.
Temperatuur instellen
Nadat u het apparaat heeft ingeschakeld, kunt u de temperatuur instellen.
Koelvaktemperatuur instellen
- Zo vaak op 〈〉 (koelvak) drukken tot de temperatuurindicatie (koelvak) de gewenste temperatuur toont. De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4 °C.
Temperatuur verskoelruimte instellen
Aanwijzing De temperatuur in de verskoelruimte wordt op circa 0 °C gehouden.
- Wanneer rijp op de kleine koel-producten in de verskoelruimte voorkomt, de verskoeltemperatuur hoger instellen. → Pagina 64
Vriesvaktemperatuur instellen
- Druk herhaaldelijk op 〈〉 (vriesvak) totdat de temperatuurindicatie (vriesvak) de gewenste temperatuur toont.
De aanbevolen temperatuur in het vriesvak is -18 °C.
Extra functies
Ontdek welke instelbare extra functies uw apparaat heeft.
Superkoelen
Bij Superkoelen koelt het koelvak zo koud mogelijk. Hierdoor koelen levensmiddelen en dranken snel tot in de kern. Schakel Superkoelen in voordat u grote hoeveelheden levensmiddelen inlaadt.
Opmerking: Als Superkoelen is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.
Superkoelen inschakelen
▶ Druk op Super (koelvak). √ Super (koelvak) brandt.
Opmerking: Na ongeveer 15 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.
Superkoelen uitschakelen
▶ Druk op Super (koelvak). √ De eerder ingestelde temperatuur wordt op de indicatie weergegeven.
Automatisch Supervriezen
Het automatisch Supervriezen schakelt automatisch in wanneer u warme levensmiddelen inruimt. Bij automatisch Supervriezen koelt het vriesvak duidelijk tot een lagere temperatuur dan bij normale werking. Hierdoor bevriezen levensmiddelen snel tot in de kern.
Als het automatische Supervriezen is ingeschakeld, brandt Super (vriesvak) en kunnen er meer geluiden ontstaan.
Het apparaat schakelt na het verstrijken van het automatisch Supervriezen op normale werking.
Automatisch Supervriezen annuleren
▶ Super (vriesvak) indrukken. - De voordien ingestelde temperatuur wordt op indicatie aangegeven.
Handmatig Supervriezen
Bij het Supervriezen koelt het vriesvak zo koud mogelijk. Hierdoor bevriezen levensmiddelen snel tot in de kern.
Schakel Supervriezen 4 tot 6 uur voor het inladen van een hoeveelheid levensmiddelen vanaf 2 kg in het vriesvak in.
Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u Supervriezen.
→ "Voorwaarden voor invriesvermogen", Pagina 56
Aanwijzing Als Supervriezen is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.
Handmatig Supervriezen inschakelen
▶ Super (vriesvak) indrukken. √ Super (vriesvak) brandt.
Aanwijzing Na ca. 60 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.
Handmatig Supervriezen uitschakelen
▶ Super (vriesvak) indrukken. - De voordien ingestelde temperatuur wordt op indicatie aangegeven.
Vakantiemodus
Als u langere tijd afwezig bent, kunt u het apparaat in de energiebesparende vakantiemodus schakelen.
⚠️ VOORZICHTIG Gezondheidsrisico!
Terwijl de vakantiemodus is ingeschakeld, warmt het koelvak op. Door de verhoogde temperatuur kunnen bacteriën ontstaan en de levensmiddelen bederven.
- Bij een ingeschakelde vakantiemodus geen levensmiddelen in het koelvak bewaren.
Het apparaat stelt de temperaturen automatisch om.
| Koelvak 14 °C |
| Verskoelruimte Temperatuur ongewij-zigd |
| Vriesvak Temperatuur ongewij-zigd |
Vakantiemodus inschakelen
▶ Holiday indrukken. √ Holiday brandt. √ De temperatuurindicatie (koelvak) toont geen temperatuur.
Vakantiemodus uitschakelen
▶ Holiday indrukken. - De voordien ingestelde temperatuur wordt op indicatie aangegeven.
Alarm
Uw apparaat beschikt over alarmfuncties.
Deuralarm
Als de deur van het apparaat langere tijd openstaat, wordt het deuralarm ingeschakeld.
Waarschuwingssignaal (deuralarm) uitschakelen
- De apparaatdeur sluiten of op Alarm drukken. √ Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.
Temperatuuralarm
Wanneer het te warm is in het vriesvak, wordt het temperatuuralarm geactiveerd.

VOORZICHTIG
Gezondheidsrisico!
Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.
▶ Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. - Het voedsel pas na koken of braden opnieuw invriezen. - De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
Zonder gevaar voor de diepvrieswaren kan het temperatuuralarm in volgende gevallen inschakelen:
■ Het apparaat wordt in gebruik genomen. ■ Er worden grote hoeveelheden verse levensmiddelen ingeruimd. ■ De deur van het vriesvak is te lang geopend.
Waarschuwingssignaal (temperatuuralarm) uitschakelen
▶ Alarm indrukken. √ Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld. - De temperatuurindicatie (vriesvak) geeft kort de warmste temperatuur weer die in het vriesvak heeft geheerst. Daarna toont de temperatuurindicatie (vriesvak) opnieuw de ingestelde temperatuur. - Vanaf dit moment wordt de warmste temperatuur opnieuw bepaald en in het geheugen opgeslagen. √ Alarm brandt als de ingestelde temperatuur opnieuw is bereikt.
Koelvak
In het koelvak kunt u melkproducten, eieren, bereide gerechten, brood en banket, geopende conservenblikken en harde kaas bewaren.
De temperatuur in het koelvak kunt u van 3 °C tot 8 °C instellen.
De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4 °C.
Door de koelopslag kunt u ook zeer bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de gekozen temperatuur is, des te langer blijven de levensmiddelen vers.
Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak
Volg de tips op bij het bewaren van levensmiddelen in uw koelvak.
- Om ervoor te zorgen dat de versheid en kwaliteit van de levensmiddelen langer behouden blijven, uitsluitend verse en ongeschonden levensmiddelen bewaren.
- Bij kant-en-klaar-producten en gebottelde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum niet overschrijden.
- Om aroma, kleur en versheid te behouden of smaakoverdracht en verkleuringen van de kunststofdelen te vermijden, levensmiddelen goed verpakt of afgedekt bewaren. ■ Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, voordat u deze in het koelvak plaatst.
Koudezones in het koelvak
Door de luchtcirculatie in het koelvak ontstaan verschillende koudezones.
Koudste zone
De koudste zone is op de scheidingsplaat en in het deurrek voor grote flessen.
Warmste zone
De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Tips
■ Bewaar minder gevoelige levensmiddelen in de warmste zone, bijv. harde kaas en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar. ■ Bewaar gevoelige levensmiddelen in de verskoelruimte, bijv. vis, worst en vlees. → "Verskoelruimte", Pagina 55
Verskoelruimte
In de verskoelruimte kunt u verse levensmiddelen tot drie keer langer vers houden dan in het koelvak. De temperatuur in de verskoelruimte wordt op circa 0 °C gehouden.
Door het vershouden blijft de kwaliteit van de opgeslagen levensmiddelen beter behouden. De lage temperatuur en de optimale luchtvochtigheid maken ideale omstandigheden mogelijk voor het bewaren van verse levensmiddelen.
Bewaartijden in de verskoelruimte bij 0 °C
De bewaartijden zijn afhankelijk van de uitgangskwaliteit van uw levensmiddelen.
| Levensmiddel Bewaartijd | |
| Verse vis, zeevruchten tot 3 dagen | |
| Gevogelte, vlees (gekookt/ge-braden) | tot 5 dagen |
| Rundvlees, varkensvlees, lams-vlees, worstwaren (broodbeleg) | tot 7 dagen |
| Gerookte vis, broccoli tot 14 da-gen | |
| Sla, venkel, abrikozen, pruimen tot 21 da-gen | |
| Zachte kaas, yoghurt, kwark, karnemelk, bloemkool | tot 30 da-gen |
Vriesvak
In het vriesvak kunt u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes maken.
De temperatuur is van -16 °C tot -24 °C instelbaar.
Langdurig bewaren van levensmiddelen moet op een temperatuur van -18 °C of lager gebeuren.
Door het invriezen kunt u bederfelijke levensmiddelen gedurende lange tijd bewaren. De lage temperaturen vertragen of stoppen het bederven.
Vriesvak
De tijd die nodig is om verse levensmiddelen volledig diep te vriezen is afhankelijk van verschillende factoren:
■ Ingestelde temperatuur ■ Levensmiddel (grootte en soort) ■ Bewaarde hoeveelheid ■ Reeds bewaarde hoeveelheid levensmiddelen
Invriescapaciteit
Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoeveel uur tot in de kern kan worden ingevroren.
Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje. → Afb. 1/
5
Voorwaarden voor invriesvermogen
- Ca. 24 uur vóór het inladen van verse levensmiddelen, Supervriezen inschakelen. → "Handmatig Supervriezen inschakelen", Pagina 53
- Bij apparaten met een vlakke diepvrieslade eerst deze met levensmiddelen vullen. Bij apparaten zonder vlakke diepvrieslade de onderste diepvrieslade eerst met levensmiddelen vullen. Daar bevriezen de levensmiddelen het snelst.
- Verse levensmiddelen zo dicht mogelijk bij de zijwanden invriezen.
Vriesvakvolume volledig gebruiken
Kom te weten hoe u de maximale hoeveelheid diepvriesproducten in het vriesvak onderbrengt.
- "Alle uitrustingsdelen verwijderen." → Pagina 60
- Levensmiddelen rechtstreeks op de legplateaus en de bodem van het vriesvak bewaren.
Tips voor het inkopen van diepvrieskost
Neem de tips in acht als u diepvrieskost inkoopt.
■ Op onbeschadigde verpakking letten. ■ Op de houdbaarheidsdatum letten. - De temperatuur in de supermarkt-vriezer moet -18°C of kouder zijn. ■ De diepvriesketen niet onderbreken. Diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in het vriesvak leggen.
Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak
Neem de tips in acht als u levensmiddelen in het vriesvak inruimt.
- Om grotere hoeveelheden verse levensmiddelen snel en voorzichtig in te vriezen, deze in de bovenste diepvrieslade leggen. ■ De levensmiddelen naast elkaar in de vakken of diepvriesladen leggen. In te vriezen levensmiddelen niet in aanraking brengen met ingevroren levensmiddelen. Indien nodig diepgevroren levensmiddelen in het vriesvak veranderen van positie. ■ Voor een goede luchtcirculatie in het apparaat de diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven.
Kleinere hoeveelheid levensmiddelen snel bevriezen
Neem de aanwijzingen in acht als u een kleinere hoeveelheid levensmiddelen snel wilt bevriezen.
- De levensmiddelen in de achteraan op de grote diepvrieslade geplaatste diepvriesschaal of van rechts beginnend in de vlakke diepvrieslade leggen.
- De levensmiddelen over een groot oppervlak verdelen.
Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen
Neem de tips in acht als u verse levensmiddelen invriest.
■ Alleen verse en onberispelijke levensmiddelen bevriezen. ■ Bereide levensmiddelen zijn beter geschikt dan rauw eetbare levensmiddelen. - Om voedingswaarde, aroma en kleur te behouden, moet u bepaalde levensmiddelen voorbereiden om in te vriezen. - Groente: wassen, kleiner maken, blancheren. - Fruit: wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascorbinezuuroplossing toevoegen.
Meer aanwijzingen vindt u in de desbetreffende literatuur.
Over het invriezen van geschikte levensmiddelen
■ Brood en banket ■ Vis en zeevruchten ■ Vlees ■ Wild en gevogelte ■ Groente, fruit en kruiden ■ Eieren zonder schaal ■ Melkproducten, bijv. kaas, boter en kwark
■ Bereide gerechten en kliekjes, zoals soep, stoofschotels, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes
Over het invriezen van ongeschikte levensmiddelen
■ Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes ■ Ongepelde of hardgekookte eieren ■ Wijndruiven/druiven ■ Hele appels, peren en perziken ■ Yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise
Diepvrieswaren verpakken
Als u geschikt verpakkingsmateriaal en de juiste soort verpakking kiest, kunt u de productkwaliteit in hoge mate behouden en vriesbrand vermijden.
- De levensmiddelen in de verpakking leggen.
Geschikte verpakking:
- Kunststoffolie van polyethyleen
- Buisfolie van polyethyleen
- Diepvrieszakjes van polyethyleen
- Diepvriesdozen
Niet geschikt als verpakking:
- (in)pakpapier
- Perkamentpapier
- Cellofaan
- Aluminiumfolie
- Vuilniszakken en gebruikte plastic zakken
- De lucht eruit drukken.
- De verpakking luchtdicht afsluiten om te voorkomen dat de levensmiddelen hun smaak verliezen of uitdrogen.
Geschikte afsluitingen:
- Rubberringen
- Kunststofclips
- Koudebestendig plakband
Ontdooien
- De verpakking met de inhoud van de invriesdatum voorzien.
Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij -18 °C
Neem de bewaartijden in acht als u levensmiddelen invriest.
Levensmiddel Bewaartijd
| Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket | Tot 6 maanden |
Gevogelte, vlees Tot 8 maanden
Groente, fruit Tot 12 maanden
Diepvrieskalender
De erop gedrukte vrieskalender geeft de maximale bewaartijd in maanden aan bij een constante temperatuur van -18 °C.
Ontdooimethodes voor diepvrieswaren
Om de productkwaliteit zo goed mogelijk te behouden, de ontdooimethode aan levensmiddel en gebruiksdoel aanpassen.
⚠️ VOORZICHTIG Gezondheidsrisico!
Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. - Het voedsel pas na koken of braden opnieuw invriezen. - De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
Ontdooimethode Levensmiddel
| Koelvak Dierlijke levensmidde-len, zoals vis, vlees,kaas, kwark |
| Ontdooimethode | Levensmiddel |
| Omgevingstempe-ratuur | Brood |
| Magnetron Levensmiddelen voor di-recte consumptie of di-recte toebereiding | |
| Oven of fornuis Levensmiddelen voor di-recte consumptie of di-recte toebereiding | |
Ontdooien
Houdt u de informatie aan, wanneer u uw apparaat wilt ontdooien.
Ontdooien in het koelvak.
Het koelvak van uw apparaat ontdooit automatisch.
Ontdooien in de verskoelruimte
De verskoelruimte van uw apparaat ontdooit automatisch.
Ontdooien in het vriesvak
Omdat de diepvrieswaren niet mogen ontdooien, ontdooit het vriesvak niet automatisch. Een laag rijp in het vriesvak vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.
Vriesvak ontdooien
Het vriesvak regelmatig ontdooien.
- Ca. 4 uur voor het ontdooien Supervriezen inschakelen. → "Handmatig Supervriezen inschakelen", Pagina 53 De levensmiddelen bereiken hierdoor heel lage temperaturen en u kunt de levensmiddelen langer op kamertemperatuur bewaren.
- De diepvrieslade met de diepvrieswaren verwijderen en op een koele plaats bewaren. Koude-accu's, indien voorhanden, op de diepvrieswaren leggen.
- Het apparaat uitschakelen. → Pagina 52
- Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Om het ontdooien te versnellen, een pan met heet water op een onderzetter in het vriesvak zetten.
- Het dooiwater met een zachte doek of een spons opvegen.
- Het vriesvak met een zachte, droge doek droogwrijven.
- Het apparaat elektrisch aansluiten.
- Het apparaat inschakelen. → Pagina 51
- De diepvrieslade met de diepvrieswaren opnieuw plaatsen.
Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
De reiniging van ontoegankelijke plaatsen moet door de servicedienst worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst kunnen kosten verbonden zijn.
Apparaat voorbereiden voor reiniging
Informatie over de wijze waarop u uw apparaat voorbereidt voor reiniging
- Het apparaat uitschakelen. → Pagina 52
- Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
Trek de stekker van het netsnoer uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit.
- Haal alle levensmiddelen uit het apparaat en bewaar ze op een koele plek.
Leg indien beschikbaar koelelementen op de levensmiddelen.
- Laat, indien aanwezig, de rijp laag ontdooien.
- Neem alle uitrustingsdelen uit het apparaat. → Pagina 60
- Demonteer de volgende apparaatonderdelen uit het apparaat:
- → "Scheidingsplaat en afdekking van de fruit- en groentelade", Pagina 60
- → "Telescooprails", Pagina 61
- Afdekking van de deurventilatie
Apparaat schoonmaken
Maak het apparaat schoon zoals voorgeschreven, zodat het niet door een verkeerde reiniging of ongeschikte schoonmaakmiddelen beschadigd raakt.

WAARSCHUWING
Gevaar voor een elektrische schok!
■ Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. - Geen stoomreiniger of hoge-drukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen. ■ Vloeistof in de verlichting kan gevaarlijk zijn. - Het sop mag niet in de verlichting terechtkomen.
LET OP!
- Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.
- Geen harde schuur- of afwassponsjes gebruiken.
- Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen gebruiken.
Reiniging en onderhoud
- Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen gebruiken.
■ Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren.
- Nooit uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigen.
- "Apparaat voorbereiden voor reiniging." → Pagina 59
- Het apparaat, de uitrustingsdelen, de apparaatdelen en de deurafdichtingen met een vaatdoek, lauwwarm water en een beetje pH-neutraal afwasmiddel reinigen.
- Met een zachte, droge doek grondig nadrogen.
- De uitrustingsdelen plaatsen en de apparaatdelen inbouwen.
- Het apparaat elektrisch aansluiten.
- "Het apparaat inschakelen." → Pagina 51
- Doe de levensmiddelen in het apparaat.
Onderdelen eruit halen
Neem wanneer u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen deze uit het apparaat.
Plateau verwijderen
- Het legplateau uittrekken en verwijderen. → Afb. 8
Deurrek verwijderen
- Het deurrek omhoog tillen en verwijderen
→ Afb. 9
Groente- en fruitlade verwijderen
- De fruit- en groentelade naar voren kantelen ① en verwijderen ②. → Afb. 10
Verskoellade verwijderen
- De verskoellade naar voren kantelen ① en verwijderen ②. → Afb. 10
Diepvrieslade verwijderen
- De diepvrieslade tot aan de aanslag uittrekken.
- De diepvrieslade vooraan optillen ① en eruit halen ② → Afb. 11
Apparaatonderdelen demonteren
Als u uw apparaat grondig wilt reinigen, kunt u bepaalde onderdelen uit uw apparaat demonteren.
Scheidingsplaat en afdekking van de fruit- en groentelade
Om de scheidingsplaat en de afdekking van de fruit- en groentelade grondig te reinigen, kunt u deze demonteren.
Scheidingsplaat demonteren
- De glasplaat van de scheidingsplaat verwijderen. → Afb. 12
- De fruit- en groentelade verwijderen.
- De hendels aan de onderkant aan beide zijden indrukken ① en de scheidingsplaat naar voren trekken ②. → Afb. 13
- De scheidingsplaat optillen en zijwaarts naar buiten draaien.
Afdekking demonteren
De afdekking van de fruit- en groentelade optillen, naar voren trekken en zijwaarts naar buiten draaien.
Scheidingsplaat en afdekking inbouwen
- De afdekking van de fruit- en groentelade plaatsen.
- De scheidingsplaat aanbrengen. → Afb. 14
- De glasplaat op de scheidingsplaat plaatsen.
Telescooprails
Om de telescooprails grondig te reinigen, kunt u deze demonteren.
Telescooprails demonteren
- De telescooprail uittrekken. → Afb. 15
- De vergrendeling in de richting van de pijl schuiven ① en van de achterste pen losmaken ② → Afb. 16
- De telescooprail in elkaar schuiven.
- De telescooprail boven de achterste pen naar achteren schuiven ① en losklikken ② → Afb. 17
Uittrekbare rails monteren
- De telescooprail in uitgeschoven toestand op de voorste pen plaatsen ① en om te vergrendelen iets naar voren trekken ② → Afb. 18
- De telescooprail aan de achterste pen plaatsen ① en de vergrendeling naar achteren schuiven ② → Afb. 19
Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.

WAARSCHUWING
Gevaar voor een elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
Functiestoringen
| Storing Oorzaak Verhelpen van storingen | ||
| Apparaat werkt niet.Er brandt geen enkele indicatie. | De stekker zit niet goed in het stopcontact. | ► Controleer of de netstekker van de stroomkabel volledig in het stopcontact is gestoken. |
| De zekering is geactiveerd. | ► Controleer de zekeringen. | |
| De stroom is uitgevallen. 1. Controleer of er stroom is.2. Koude-accu's, indien voorhanden, op de dievrieswaren leggen. | ||
| Apparaat koelt niet, indicaties en verlichting branden. | Het presentatielicht is ingeschakeld. | ► "Voer de apparaatzelftest uit."→ Pagina 66√ Na het verstrijken van de apparaatzelftest gaat het apparaat weer over op normale werking. |
| LED-verlichting functioneert niet.Kapje van de lamp niet verwijderen. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. | ► Neem contact op met de klanten-service.→ "Servicedienst", Pagina 67 |
| De koelmachine schakelt va-ker en langer in. | Apparaatdeur werd vaak geopend. | ► Open de apparaatdeur niet onnodig. |
| De ventilatieopeningen zijn afgedekt. | ► Verwijder blokkades voor de venti-latie-openingen | |
| Automatisch Supervriezen schakelt niet in. | Geen fout. Apparaat beslist zelfstandig of het automa-tisch Supervriezen nodig is en schakelt het automatisch in of uit. | Geen handeling vereist.Geen hande-ling vereist. |
Aanwijzingen op het display
| Storing Oorzaak Verhelpen van storingen | ||
| E of dverschijnt op het temperatuurdisplay. | De elektronica heeft een fout geconstateerd. | ► Neem contact op met de klanten-service.→ "Servicedienst", Pagina 67 |
| Temperatuurindicatie (vriesvak) knippert. | Temperatuur in het vriesvak was te hoog. | 1. Druk op Alarm√ De temperatuurindicatie (vriesvak) geeft kort de warmste temperatuur weer die in het vriesvak heeft geheerst. Daarna toont de temperatuurindicatie (vriesvak) opnieuw de ingestelde temperatuur.2. Druk op Alarm√ De temperatuurindicatie (vriesvak) knippert niet meer. |
| Temperatuurindicatie (vriesvak) knippert, waarschu-wingssignaal weerklinkt en Alarm brandt. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. | ► Druk op Alarm√ Schakel het alarm uit. |
| Deur van het apparaat is open. | ► Sluit de deur van het apparaat. | |
| De ventilatieopeningen zijn afgedekt. | ► Verwijder blokkades voor de venti-latie-openingen | |
| Er zijn grotere hoeveelheden verse levensmiddelen inge-ruimd. | ► Overschrijd het vriesvermogen niet.→ "Invriescapaciteit", Pagina 56 | |
Temperatuurprobleem
| Storing Oorzaak Verhelpen van storingen | ||
| Temperatuur wijkt erg af van de instelling. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. | 1. "Schakel het apparaat uit." → Pagina 522. "Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in." → Pagina 51- Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de temperatuur na een paar uur opnieuw.- Als de temperatuur te laag is, controleer de temperatuur dan de volgende dag opnieuw. |
| Cool-fresh-vak is te warm of te koud | Standaardinstelling is te hoog of te laag, bijv. bevriezing in cool-fresh-vak | Aanwijzing De standaardinstelling van het cool-fresh-vak is vooraf ingesteld op 0. Instelling 0 komt overeen met een temperatuur van ca. 0 °C. U kunt de temperatuur in het cool-fresh-vak tot 3 instellingen warmer of kouder instellen.Een wijziging van de standaardinstelling is van invloed op de temperatuur in het koelvak en het vriesvak.1. Druk op Sophet temperatuur-display (koelvak) knippert.2. Om de instelling te wijzigen drukt u op ⟨⟩(koelvak).- Instelling -3 komt overeen met de koudste instelling.- Instelling +3 komt overeen met de warmste instelling.√ De geselecteerde instelling wordt na een minuut opgeslagen. |
Geluiden
| Storing Oorzaak Verhelpen van storingen | ||
| Apparaat bromt. Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. | Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. | |
| Apparaat borrelt, zoemt of gorgelt. | Geen storing. Er stroomt koudemiddel door de buizen. | Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
| Apparaat klikt. Geen storing. | Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in- of uit. | Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
| Apparaat produceert geluiden. | Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen. | ► Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. |
| Flessen of containers raken elkaar. | ► Haal flessen of containers van elkaar. | |
| Supervriezen is ingeschakeld. | Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. | |
Geurtjes
| Storing Oorzaak Verhelpen van storingen | ||
| Het apparaat ruikt onaange-naam. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. | 1. "Bereid het apparaat voor om te reinigen." → Pagina 592. "Reinig het apparaat." → Pagina 593. Reinig alle levensmiddelenverpak-kingen.4. Verpak sterk ruikende levensmid-delen luchtdicht om geurvorming te voorkomen.5. Controleer na 24 uur opnieuw of er luchtjes zijn ontstaan. |
Apparaatzelftest uitvoeren
- "Het apparaat uitschakelen." → Pagina 52
- "Het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw inschakelen." → Pagina 51
- Binnen 10 seconden na het inschakelen Superesvak) gedurende 3 tot 5 seconden ingedrukt houden tot er een akoestisch signaal weerklinkt.
De apparaatzelftest start. Tijdens de apparaatzelftest weerklinkt tussendoor een lang akoestisch signaal. Als na het einde van de apparaatzelftest 2 akoestische signalen weerklinken en de temperatuurindicatie de ingestelde temperatuur toont, is uw apparaat in orde. Het apparaat gaat over op de normale werking. Als na het einde van de apparaatzelftest 5 akoestische signalen weerklinken en (vriesvak) gedurende 10 seconden knippert, neem dan contact op met de service.
Opslaan en afvoeren
Hier krijgt u uitleg over de manier waarop u het apparaat voorbereidt voor de opslag. Daarnaast leggen we u uit hoe u oude apparaten dient af te voeren.
Apparaat buiten gebruik stellen
- Het apparaat uitschakelen. → Pagina 52
- Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact. Trek de stekker van het netsnoer uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit.
- Het apparaat ontdooien. → Pagina 58
- Het apparaat reinigen. → Pagina 59
- Om de ventilatie van het interieur te waarborgen, laat het apparaat geopend.
Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken.
- Om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen, neem de legplateaus en lades niet uit het apparaat.
- Kinderen uit de buurt van een afgedankt apparaat houden.
Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
- De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen.
- De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- Het netsnoer doorknippen.
- Het apparaat milieuvriendelijk afvoeren.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugname en verwerking van oude apparaten.
Servicedienst
Als u vragen hebt, een storing aan het apparaat niet zelf kunt verhelpen of als het apparaat moet worden gerepareerd, neem dan contact op met onze servicedienst.
Veel problemen kunt u via de informatie voor het verhelpen van storingen in deze gebruiksaanwijzing of op onze website zelf verhelpen. Als dit niet het geval is, neem dan contact op met onze servicedienst.
We vinden altijd een passende oplossing en proberen onnodig bezoek van de servicetechnicus te vermijden. We zorgen ervoor dat het apparaat zowel binnen de garantieperiode als na het verstrijken van de fabrieksgarantie met originele reserveonderdelen door geschoolde servicetechnici wordt gerepareerd.
Om veiligheidsredenen mag alleen geschoold vakpersoneel reparaties aan het apparaat uitvoeren. De garantieclaim vervalt indien reparaties of ingrepen worden uitgevoerd door personen die daartoe niet door ons zijn gemachtigd, dan wel indien onze apparaten worden voorzien van vervangende onderdelen, aanvullende onderdelen of accessoires die geen originele onderdelen zijn en daardoor een defect wordt veroorzaakt.
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Aanwijzing: Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantievoorwaarden gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garantievoorwaarden. De garantievoorwaarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijke recht heeft.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
→ Afb. 1 / 5
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
Technische gegevens
Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.
→ Afb. 1/5
Overige informatie over uw model vindt u op het internet onder https://energylabel.bsh-group.com 1 . Dit webadres bevat een link naar de officiële EU-productdatabase EPREL, waarvan de URL ten tijde van het drukken nog niet was gepubliceerd. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.
