2010 - Caravan Hobby - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 2010 Hobby in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over 2010 Hobby
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Caravan in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 2010 - Hobby en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 2010 van het merk Hobby.
GEBRUIKSAANWIJZING 2010 Hobby
Hartelijk gefeliciteerd met de aankoop van uw nieuwe HOBBY caravan! Wij hopen dat hij tijdens de mooiste dagen van het jaar steeds een goede metgezel voor u zal zijn.
Lees deze gebruiksaanwijzing a.u.b. aandachtig door, ook als u al langere tijd een caravan hebt gehad. U voorkomt daarmee schade aan de caravan en uitrusting als gevolg van verkeerde handelwijzen. Het correct omgaan met alle technische aspecten verhoogt het rijplezier en draagt bij tot het behoud van de waarde van uw caravan.
U hebt de beschikking over een fijnmazig servicenetwerk van dealers in alle delen van Europa. Maak ook gebruik van de ervaring en vakkennis van uw dealer, met wie u beslist een uitvoerig gesprek moet hebben voordat u met uw Hobby caravan gaat rijden.
Wij wensen u en uw medepassagiers veel ontspannende reizen en altijd en overal een goede reis met uw nieuwe Hobby caravan.
1.1 Algemeen....01-1
1.2 Gebruikte termen in de gebruiksaanwijzing 01-2
2 Veiligheid....02-1
2.1 Algemeen....02-1
2.2 Vóór en tijdens de rit 02-2
3.1 Algemeen....03-1
3.2 V-dissel /dwarsbalk 03-1
3.3 Stabilisatiekoppeling WS 3000....03-2
3.4 Neuswiel 03-5
3.5 Handrem....03-6
3.6 Oploopinrichting en wielremmen....03-7
3.7 Uitdraaisteunen 03-8
3.8 Toelating op de weg 03-9
3.9 Keuring 03-9
3.10 Geschiktheid voor snelheden tot 100 km/u 03-10
3.11 Definitie van de massa 03-11
4 Wielen, banden 04-1
4.1 Banden 04-1
4.2 Bandenspanning....04-1
4.3 Profieldiepte, leeftijd van de banden....04-2
4.4 Velgen 04-3
4.5 Het verwisselen van een wiel 04-4
5 Opbouw buiten 05-1
5.1 Beluchting en ontluchting 05-1
5.2 Toegangsdeur 05-3
5.3 Serviceluik 05-5
5.4 Klep van de gasfleskast....05-6
5.5 Toiletklep 05-6
5.6 Dak 05-7
5.7 Voortentlijst en tochtstrooklijst 05-7
5.8 Fietsendrager 05-8
5.9 Dakluifel 05-8
6 Opbouw binnen....06-1
6.1 Deuren, kleppen en schuifladen....06-1
6.2 Mediaovaal 06-3
6.3 Media-schuifkast 06-4
6.4 TV-houder 06-5
6.5 Tafels....06-5
6.6 Zitgroep- en bedombouw....06-7
6.7 Kinderbedden 06-8
6.8 Ramen 06-9
6.9 Dakluiken 06-10
7 Elektrische installaties 07-1
7.1 Veiligheidsinstructies 07-1
7.2 Bedieningspaneel 07-2
7.3 Stroomvoorziening 07-4
7.4 Boordnet....07-7
7.5 Schakelschema buiten 07-9
7.6 Contactschema lichtregelsysteem 07-10
7.7 Verlichting in de caravan 07-11
8 Water....08-1
8.1 Algemeen....08-1
8.2 Tanks 08-2
8.3 Watervoorziening 08-3
8.4 Toilet met waterspoeling....08-6
9 Gasinstallatie....09-1
9.1 Algemene veiligheidsregels voor het gebruik van vloeibaargasinstallaties .....09-1
9.2 Gasvoorziening....09-3
9.3 Gas-buitencontactdoos....09-5
10 Inbouwapparatuur ....10-1
10.1 Algemeen 10-1
10.2 Heteluchtverwarming....10-2
10.3 Elektrische extra verwarming 10-5
10.4 Elektrische vloerverwarming....10-6
10.5 Warmwaterverwarming....10-7
10.6 Boiler 10-13
10.7 Koelkast....10-15
10.8 Kooktoestel....10-17
10.9 Afzuigkap....10-19
10.10 Oven....10-19
11 Accessoires....11-1
12 Onderhoud en reiniging....12-1
12.1 Onderhoud....12-1
12.2 Trekinrichtingen 12-2
12.3 Gloeilampen achterlichten vervangen 12-4
12.4 Ventileren....12-5
12.5 Reiniging....12-5
12.6 Gebruik 's winters....12-10
13 Afvalverwijdering en milieubescherming....13-1
13.1 Milieu en reizen met de caravan....13-1
De ontwikkeling van onze caravans staat niet stil. We vragen uw begrip voor het feit dat wijzigingen in uitrusting, vorm en technische bijzonderheden voorbehouden zijn. Om deze reden kunnen geen rechten jegens HOBBY worden ontleend aan de inhoud van de gebruiksaanwijzing. Deze gebruiksaanwijzing is bijgewerkt tot het moment van ter perse gaan: de beschrijvingen van de diverse uitvoeringen zijn tevens van toepassing op de in essentie gelijke varianten. U zult begrijpen dat het ondoenlijk is elke variant apart te beschrijven. Voor speciale vragen m.b.t. uitrusting en technische bijzonderheden kunt u contact opnemen met uw dealer.
1.1 Algemeen
Uw HOBBY caravan is gebouwd volgens de laatste stand der techniek en conform de erkende technische veiligheidsvoorschriften. Ondanks alle voorzorgsmaatregelen is het mogelijk dat personen gewond raken of de caravan beschadigd raakt als de veiligheidsvoorschriften in deze handleiding of de waarschuwingsaanwijzingen (bijv. op stickers) in de caravan zelf niet worden opgevolgd.
Voorafgaand aan de eerste rit
Gebruik deze handleiding niet alleen als naslagwerk, maar maak uzelf grondig vertrouwd met de inhoud. Vul de in de afzonderlijke gebruiksaanwijzingen bijgesloten garantiekaarten voor de inbouw-apparatuur en de accessoirres in en stuur deze op naar de desbetreffende fabrikanten of vraag dit aan uw dealer. Daardoor zijn uw garantieaanspraken voor alle apparaten gewaarborgd.

HOBBY geeft 5 jaar extra garantie op de dichtheid van de caravan op grond van de garantiebepalingen. Bij het in ontvangst nemen van de caravan ontvangt u een garantieboekje "5 jaar dichtheidsgarantie" via uw dealer.
Aen de jaarlijkse dichtheidscontroles zijn kosten verbonden. NB: Als de dichtheidscontroles niet worden uit- g e v maken op de 5 jaar dichtheidsgarantie.
1.2 Gebruikte termen in de gebruiksaanwijzing

De informatie over de caravan in deze gebruiksaanwijzing is als volgt opgezet:
Teksten en afbeeldingen
Teksten die betrekking hebben op afbeeldingen staan direct naast de afbeeldingen. Details in afbeeldingen (hier: toegangsdeur) zijn met positienummers ① aangeduid.
Opsommingen
- Opsommingen geschieden puntsgewijs en zijn te herkennen aan een daaraan voorafgaand koppelteken.
Werkwijzen
- Werkwijzen staan eveneens puntsgewijs vermeld en worden aangeduid met een ronde stip aan het begin van de zin.
Aanwijzingen

Aanwijzingen attenderen de gebruiker op belangrijke details, die onontbeerlijk zijn voor een perfect functioneren van de caravan en de accessoires. Denkt u er wel om, dat op grond van verschillen in de uitvoering afwijkingen ten opzichte van de beschrijving mogelijk zijn.
Waarschuwingen

Waarschuwingen maken u attent op mogelijke gevaren. Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan ertoe leiden dat materiaal beschadigd raakt en/of mensen worden verwond.
Millieutips

Millieutips doen u suggesties aan de hand waarmee u de belasting van het milieu kunt ontzien.
2. Veiligheid
2.1 Algemeen
Sleutels
Bij de caravan worden twee sleutels geleverd.
Beide sleutels passen op :
- toegangsdeur
- serviceluiken
- toiletluik
- deksel gasfleskast
- sluiting drinkwatertank

Als bestuurder bent u verantwoordelijk voor de staat waarin uw caravancombinatie zich bevindt. Daarom moet u de volgende punten in acht nemen.

text_image
100 mNooduitrusting
Om op noodgevallen voorbereid te zijn, dient u de volgende drie hulpmiddelen altijd bij zich te hebben en met het gebruik daarvan vertrouwd te zijn.
- verbanddoos
- gevarendriehoek
- veiligheidsvest
Preventieve maatregelen tegen brand
- Laat geen kinderen zonder toezicht in de caravan.
- Houd brandbare materialen uit de buurt van alle verwarmings- en kooktoestellen.
- Veranderingen aan de elektrische installatie, de gasinstallatie of de inbouwapparaten mogen uitsluitend worden uitgevoerd door erkende reparateurs.
- Bevestig een brandblusser in de buurt van de toegangsdeur.
- Lees de aanwijzingen op de brandblusser, zodat u weet hoe in noodgevallen te handelen.
- Bewaar een branddeken in de buurt van het kooktoestel.
• Houd alle vluchtwegen vrij. - Stel u op de hoogte van de geldende veiligheidsmaatregelen op campings e.d.
Wat te doen bij brand
- Evacueer onmiddellijk de inzittenden van de caravan.
- Sluit de hoofdafsluiter op de gasfles alsmede de gasafsluiters van de apparaten.
• Schakel de stroomtoevoer af. - Sla alarm en bel de brandweer.
- Bestrijd de brand alleen als dit mogelijk is zonder gevaar voor uzelf.
2.2 Vóór en tijdens de rit

text_image
STOPAls caravaneigenaar bent u te allen tijde voor de conditie van uw caravan verantwoordelijk. Daarom dient u de volgende punten goed in acht te nemen.
Buitenkant
Loop om de combinatie heen en maak deze als volgt klaar voor de reis.
Caravan reisklaar maken
- De caravan moet goed aangekoppeld zijn (zie aanwijzing veiligheidskoppeling WS3000).
- Ontgrendel de handrem van de caravan en koppel de breekkabel aan de trekhaak van het trekkende voertuig.
- Draai bij de eerste rit de wielmoeren na 50 km aan.
- Steek de 13-polige stekker in de contactdoos van het trekkende voertuig.
- Controleer of de verkeersverlichting werkt.
- Uitdraaisteunen omhoogdraaien en neuswiel indraaien en borgen.
- Gasflessen dichtdoen (de verwarming moet tijdens het rijden uit zijn) en borgen.
- Afvalwatertank legen.
- Disselbak sluiten en op slot doen.
- Buitenspiegels op het trekkende voertuig instellen.
- Bandenspanning van de caravan controleren (zie tabel bandenspanning).
- Alle ramen sluiten.
- Sluit de servicekleppen.
- Dakluiken sluiten en goed vergrendelen.
• Voortentverlichting uitschakelen. - Toegangsdeur sluiten en op slot doen.
- Indien van toepassing: trek het 230V netsnoer uit de buitencontactdoos.
- Indien van toepassing: duw de tv-antenne zo ver mogelijk in resp. klap de SAT-schotel om.
- Indien van toepassing: bagage op het dak goed vastmaken en beveiligen tegen schuiven.
- Indien van toepassing: fietsen veilig vastmaken, beveiligen tegen schuiven en ervoor zorgen dat de remlichten en achterverlichting van het voertuig niet aan het zicht onttrokken worden.
- In de winter moet het dak vóór het begin van de rit sneeuw- en ijsvrij worden gemaakt.
Binnenruimte
Ook in het inwendige van de caravan dient u een aantal voorbereidingen te treffen.
Binnenruimte voorbereiden
- Losse voorwerpen ordenen en in de kastjes opbergen.
- Zware en/of grote voorwerpen (bijv. radio, voortent, kratten met drank) vóór de reis veilig opbergen en beveiligen tegen schuiven.
- Evt. koelkast op 12V-voeding omschakelen.
• Binnenverlichting uitschakelen. - Alle vloeistoffen, ook die in de koelkast, tegen uitstromen/lekken beveiligen.
• Gasflessen vastzetten. - Gasfles-hoofdventiel en snelsluitventielen van de verschillende gasverbruikers sluiten.
- Deuren (ook koelkastdeur), schuifladen en kastkleppen goed sluiten.
- Centrale sluiting van de keukenladen sluiten.
• Schuifdeur vergrendelen.
• Tafel neerlaten en vastmaken.
• Medialade, ovaal mediaplateau of TV-houder borgen.

Het verblijf in de caravan is tijdens het rijden bij de wet verboden!
2.3 Belading
Voor de belading geldt
- Verdeel het gewicht van de lading evenwichtig over het linker en rechter gedeelte van de caravan. Zware voorwerpen of voorwerpen die veel ruimte innemen dienen in de onderste opbergruimten te worden opgeborgen; zo dicht mogelijk bij de assen.
- Bij caravans met een tandemas dient het gewicht gelijkmatig over beide assen te worden verdeeld.
- Zorg ervoor dat de achterkant van de caravan niet te zwaar wordt belast (slingergevaar).
- Zware voorwerpen veilig opbergen, zodat ze niet kunnen gaan schuiven.
- Lichte voorwerpen (kleding) opbergen in de hangkasten.
- Het is niet altijd mogelijk om de lading optimaal op te bergen, omdat de bergruimten zich op diverse plaatsen in de caravan bevinden. Zware voorwerpen moeten daarom zonodig in de bagageruimte van het trekkende voertuig worden opgeborgen.
- De bagage in de caravan zelf dient te worden opgeborgen in kasten en opbergruimten.
- Deuren en bovenkasten sluiten.
- Controleer na belading de technisch toelaatbare maximummassa en de asbelasting(en).

De in de caravanpapieren vermelde toelaatbare totaalmassa, alsmede de toegestane verticale kogeldruk, mo- gen niet overschreden worden. Let tevens op de toegestane verticale kogeldruk van het trekkend voertuig.

De in de kentekenpapieren geregistreerde toelaatbare maximummassa en de toelaatbare verticale last mogen niet worden overschreden.

Hoe lager het zwaartepunt van de caravan ligt, hoe beter het gedrag in bochten en het rijgedrag.

Bagagecategorieën in de caravan
- Lichte voorwerpen ① als handdoeken en licht linnengoed.
- Middelzware voorwerpen ② als kleding, linnengoed en levensmiddelen.
- Zware voorwerpen ③ als voortent, bootmotor of kratten met drank.
Als de caravan wordt voorzien van een fietsendrager, dan moet de door het gewicht van de fietsen veroorzaakte verandering van de kogeldruk door de resterende belading worden ge-compenseerd.
Kogeldruk
Enkel een juiste kogeldruk, voor zowel de caravan als het trekkende voertuig, biedt optimale stabiliteit en weggedrag. Kogeldruk is de eenheid in kilogrammen waarmee de dissel (koppeling) van de caravan op de trekhaak van de auto drukt. De laagste van de twee aangegeven kogeldrukgegevens (caravan en auto) mag niet worden overschreden.
Voor de kogeldruk geldt:
- Stel de steunlast juist in! Gebruik daarvoor bijv. een gangbare personenweegschaal, die d.m.v. een houten lat (ca. 400 mm lang) verticaal onder de trekhaak wordt bevestigd. Eventueel kan de verticale last grof worden geschat via de in het neuswiel geïntegreerde steunlast-weegschaal ④. De dissel van de aanhanger moet in dat geval horizontaal staan.
- Controleer de kogeldruk vóór het begin van iedere rit!
- De voorgeschreven kogeldruk (zie gebruiksaanwijzing of typeplaatje) alsook het toegestane totaalgewicht van trekkend voertuig en caravan mogen niet worden overschreden!
Zo wordt de kogeldruk juist bepaald:
- Stel uzelf op de hoogte van de maximale kogeldruk van het trekkende voertuig (autopapieren, typeplaatje,trekhaakplaatje).
- De maximaal toegestane kogeldruk van uw Hobby-caravan bedraagt 100 kg.
- Richt u bij het inladen van de caravan op de kleinste van deze twee waarden. Maar gebruik deze waarde zo mogelijk ten volle.
- De laagst aangegeven kogeldruk – die van het trekkende voertuig of die van de caravan – mag niet worden overschreden.
2.4 Rijgedrag
Rijden
Maak vóór de eerste grote rit een proefrit of volg een veiligheidstraining, om uzelf vertrouwd te maken met het rijgedrag van de combinatie.
Voor het rijden geldt
- Onderschat de lengte en breedte van de combinatie niet.
- Wees voorzichtig bij het inrijden van inritten en doorritten.
- Bij zijwind, ijzel of nat wegdek kan de combinatie gaan slingeren.
- Pas de rijsnelheid aan de wegcondities en de verkeerssituatie aan.
- Lange, iets hellende weggedeelten kunnen gevaar opleveren. Regel de snelheid hier van begin af aan zodanig dat deze zonodig nog kan versnellen, zonder andere verkeersdeelnemers in gevaar te brengen.
- Bij slingerbewegingen van de combinatie op glooiende trajecten: rem voorzichtig maar vlot zodra auto en caravan op één lijn liggen, d.w.z. zodra de combinatie gestrekt is.
- Bij slingerbewegingen nooit accelereren.
- Bergafwaarts beslist niet harder dan bergop-waarts rijden.
- Bij het inhalen van of ingehaald worden door vrachtwagencombinaties of bussen kan de caravancombinatie in een luchtstroom terecht komen. Hierdoor kan de voertuigcombinatie neiging tot overstuur vertonen en aan het slingeren raken.
Rijden van bochten
Uw combinatie is veel langer dan een gewone auto.
Voor het rijden van bochten geldt
- Bochten niet te scherp en te snel aansturen!
- Neem bij het afslaan de bochtradius altijd iets ruimer.
- Houd er rekening mee dat de caravan tot voorbij de achterkant van de auto uitwijkt.
Remmen
Een voertuig met caravan heeft een ander remgedrag dan een voertuig zonder caravan. Om die reden is het zinvol, met name voor ongeoefende bestuurders, op een geschikt terrein een aantal voorzichtige remtests uit te voeren. De remafstand van de combinatie is langer dan die van een voertuig zonder caravan. Deze wordt bovendien in sterke mate beïnvloed door de beladings-toestand van de caravan.
Voor het remmen geldt
- Met langere remweg rekening houden, vooral bij nat weer.
- Bij het bergafwaarts rijden geen hogere versnelling gebruiken dan bergop.
- Tijdens langdurige bergritten kan het door voortdurend oplopen van de caravan gebeuren dat de wielremmen bijzonder warm worden, zodat er in voorkomende gevallen voldoende tijd moet worden genomen om ze weer te laten afkoelen.
Achteruitrijden
Uw Hobby-caravan heeft een remsysteem met automatisch achteruitrijsysteem. Dit maakt het mogelijk om achteruit te rijden zonder dat de oplooprem wordt geactiveerd, omdat de oploopinrichting in principe geen onderscheid kan maken tussen het oplopen of achteruitrijden van de caravan. Bij het achteruitrijden van de caravan moet eerst een gering resterend remkoppel worden overwonnen om het automatische achteruitrijdsysteem te activeren. Vervolgens kan de aanhanger zonder problemen achteruit worden gereden. Bij de volgende voorwaartse beweging van de caravan worden automatisch weer de normale remeigenschappen tot stand gebracht.

Tijdens het achteruitrijden is de rem van de caravan gedeactiveerd.
Voor achteruitrijden geldt
- De caravan beweegt tegengesteld aan de richting waarin u de auto stuurt.
- Bij achteruitrijden iemand laten assisteren.
Rangeren
Uw combinatie is veel langer en groter dan enkel een personenauto.
Voor rangeren geldt
- Ook bij goed afgestelde buitenspiegels is er nog een aanmerkelijk grote dode hoek.
- Bij het inparkeren op onoverzichtelijke plaatsen iemand laten assisteren.

Gebruik bij het handmatig verplaats- en van de caravan uitsluitend de rangeergrepen aan voor- en achter- zijde; duw niet tegen de kunststof onderdelen of de wanden.
2.5 Na de rit
Kampeerplaats
Voor de kampeerplaats geldt
- Kies een zo horizontaal mogelijke kampeerplaats.
- Controleer bij de ingang of de caravan horizontaal staat (belangrijk voor een goede werking van de koelkast).
- Hef een schuine stand in de lengterichting op met het neuswiel.
- Egaliseer een dwarshelling door geschikte planken of oprijwiggen onder een wiel te leggen.

Nivelleer hoogteverschillen niet door van de uitdraaisteunen.
Caravan plaatsen
Voor het plaatsen van de caravan geldt
• Handrem aantrekken.
- Draai de uitdraaisteunen slechts zover uit dat de as meesteunt. (De slinger bevindt zich in de gasfleskast, vastgeklemd op de vloer.)
- Plaats bij een zachte ondergrond onderleggers onder de uitdraaisteunen.
- Borg de wielen met onderlegwiggen. De wiggen bevinden zich aan de binnenkant van het deksel van de disselbak.

Een veeraccumulator aan de handremhendel zorgt ervoor dat de remmen niet vanzelf kunnen lossen, ook niet wanneer de draairichting verandert van vooruit- naar achteruitrijden. Bij een geactiveerd automatisch achteruitrijdsysteem moet de handremhendel hiervoor over het dode punt heen in de eindstand komen.
Apparaten omschakelen
Voor het omschakelen van de apparaten geldt
- Open de hoofdafsluiter op de gasfles alsmede de gasafsluiters van de benodigde apparaten.
- Schakel de koelkast van 12V om op gas of 230V.

Als de contactdoos van de aanhanger op de juiste wijze (DIN ISO 146) is aangesloten op het trekkend voertuig zal de accu van het trekkend voertuig bij uitgeschakelde motor niet leeglopen ingeval de koelkast nog op 12V is geschakeld.
Waterinstallatie
Stilstaand water in de drinkwatertank of in de in de waterleidingen wordt na korte tijd ondrinkbaar.
Controleer daarom vóór elk gebruik of de waterleidingen en de drinkwatertank schoon zijn, behandel ze zo nodig met tankreiniger en spoel ze goed door met voldoende schoon water.

Een goede desinfectie en reiniging kan ook worden bereikt door het gebruik van gebitsreinigers (1 tablet per liter water).

De watervoorzieningsinstallatie voldoet minimaal aan de laatste stand der techniek 03/2009 (richtlijn 2002/72/EG).
3. Chassis, toelating
3.1 Algemeen
Chassisdelen en assen zijn onderdeel van het onderstel. Er mogen geen technische wijzigingen in worden aangebracht, omdat in dat geval de goedkeuring van het voertuig vervalt!

Technische veranderingen mogen alleen worden doorgevoerd met toestemming van de fabrikant.
Met het oog op de verkeersveiligheid dient het chassis van een caravan even zorgvuldig onderhouden te worden als het trekkend voertuig zelf. Laat het onderhoud uitvoeren door uw HOBBY-dealer. Gebruik bij vervanging van onderdelen uitsluitend de door de fabrikant hiervoor bestemde originele onderdelen.

Caravans zijn in principe niet bedoeld om te worden voortgetrokken door vrachtauto's, bestelwagens of busjes. Als dit vaak gebeurt kan schade op- treden.
3.5 V-dissel /dwarsbalk
Langsligger en dissels zijn verbonden met kraagbouten (behalve bij een eendelig chassis). Bij de regelmatige onderhoudsbeurten moeten alle boutverbindingen worden gecontroleerd en zo nodig worden aangedraaid (105 Nm).

Indien beschadigd of verbogen moe- ten ze zo snel mogelijk worden ver- vangen. Het repareren van beschadigde onderdelen is niet toegestaan.

Aan het chassis mogen geen boor- of laswerkzaamheden worden uitgevoerd.

text_image
1Mover-voorbereiding
Alle caravanchassis zijn in de fabriek voorbereid voor de installatie van een speciale Truma Mover. Hiervoor zijn in elk van de twee langsliggers vier boorgaten aangebracht ① voor de montage van de Mover ② van het type H SE (één as) of H TE (tandemas). Afhankelijk van het profiel van de langsliggers, de bandenmaat en de gemonteerde as moet de Mover gestabiliseerd worden met behulp van een hoeksteun ③, die de Mover met de asbuis verbindt.

De Truma Mover H SE / H TE heeft een typegoedkeuring en een algemene gebruiksvergunning (ABE) voor Duitsland gekregen. Controle door een erkende keuringsinstantie (TÜV, DEKRA) is niet noodzakelijk. De algemene gebruiksvergunning (ABE) moet echter wel te allen tijde in het voertuig aanwezig zijn.

In de voorgeboorde gaten mogen uitsluitend Truma Movers van de typen H SE en H TE worden gemonteerd.

Montage van de Mover zonder hoeksteun ③ is niet toegestaan.

Bij alle WLU-modellen is montage van de Mover H SE / H TE niet mogelijk, omdat de inbouwruimte geblokkeerd is door buizen voor de doorvoer van warme lucht.

Voor alle voertuigen waarop de Mover H SE / H TE niet kan of mag worden gemonteerd, kan bij wijze van alternatief de Truma Standard Mover SE resp. TE worden gebruikt.

Wend u a.u.b. tot uw Hobby-dealer voor nadere informatie of voor het laten monteren van het complete systeem.
3.2 Stabilisatiekoppeling WS 3000

De caravan is uitgerust met een veiligheids-koppeling inclusief spoorstabilisator, waarmee slinger- en knikbewegingen van de aanhanger worden onderdrukt. Dit systeem voldoet aan de norm ISO 11555-1 en is toegelaten voor gebruik tot een maximumsnelheid van 100 km/h. Raadpleeg tevens de bijgeleverde gebruiksaanwijzing en veiligheidsinstructies van de fabrikant.

NB: Met een veiligheidskoppeling kunnen geen fysische wetten buiten werking worden gesteld. Wanneer de grenswaarden (snelheid en gewichtsverhoudingen) overschreden worden, is de bestuurder verantwoordelijk voor de gevolgen van ontbrekende tractie en spoorkracht. Neem dus ondanks het extra veiligheidspakket geen onnodig risico.

Aankoppelen/Afkoppelen voorbereiden
- Om aan- of af te koppelen de stabilisatiekoppeling openen (hefboom in stand ①).

Bij hogere kogeldruk kan het aan-of afkoppelen worden vergemakkelijkt door gebruik te maken van een neuswiel.
Aankoppelen
- De geopende stabilisatiekoppeling wordt op de koppelingskogel van het trekkend voertuig geplaatst. Door benedenwaartse druk – meestal is het gewicht van de caravan voldoende – sluit de stabilisatiekoppeling zich (hefboom in stand ②).

Let er beslist op dat de kogel van uw trekhaak blank en vetvrij is.

text_image
WS 3000 ④Aankoppelen controleren
- De trekkogelkoppeling is gesloten als de hendel zich in stand ② of ③ bevindt en de groene pen van de koppelingsindicatie ④ zichtbaar is.

Wanneer de WS 3000 niet op de juiste manier op de trekhaak wordt bevestigd, kan de caravan van het voertuig losraken.

Activeren van de stabilisatie-inrichting
- Daartoe moet de bedieningshefboom vanuit de gesloten stand ② omlaag, tot aan de aanslag, stand ③ gezet worden. Daarbij wordt het verenpakket gespannen, dat de aandrukkracht via de frictie-elementen op de koppelingskogel uitoefent. De bedieningshefboom ligt daarna nagenoeg evenwijdig aan de disselas.
Uitschakelen van de stabilisatie-inrichting
- Door de bedieningshefboom langzaam omhoog te trekken, stand ②, wordt de stabilisatie uitgeschakeld.

Het rijden zonder geactiveerd stabilisatiesysteem is weliswaar mogelijk, bijv. tijdens het rangeren, maar niet raadzaam.

- Ontspan de oploopinrichting zodat de vouwbalg ⑥ volledig is uitgevouwen.
- Maak de losbreekkabel los en verwijder de 13-polige stekker.
- Trek de bedieningshendel langzaam naar boven in stand ② om de stabilisatie uit te schakelen.
- Trek de hendel naar achteren en til hem tegelijkertijd verder op naar stand ① zodat de koppeling wordt geopend.
- Na het neuswiel te hebben uitgedraaid kan de caravan worden gescheiden van het trekkende voertuig.

Als de caravan langdurig niet wordt gebruikt, moet hij met gesloten trekkogelkoppeling worden geparkeerd.

Controle van het stabilisatiesysteem
Na het aankoppelen en activeren van het stabilisatiesysteem kan de toestand van de wrijvingselementen worden gecontroleerd:
- Bevindt de slijtage-indicatie ⑤ zich in de groene OK-zone, zijn de frictievoeringen geschikt om mee te rijden?
- Zodra de indicatie in de gele overgangszone staat, moeten de wrijvingselementen onmiddellijk worden vernieuwd.
- Als de indicatie zich in de rode STOP-zone bevindt, is er geen sprake meer van een stabilisatiefunctie. De geschiktheid voor snelheden tot 100 km/uur vervalt.
3.4 Neuswiel

Omhoogdraaien en vastzetten
- Koppel de caravan aan het trekkend voertuig en richt daarbij het neuswiel ① naar achteren toe.
• Draai de knevelschroef ② los. - Trek der neuswielbuis③ zo ver mogelijk omhoog.
- Draai de knevelschroef ② vast.
- Draai m.b.v. de kruk④ het neuswiel zo ver mogelijk omhoog in de richting van de wijzers van de klok en borg hem tegen verdraaien.

Zorg ervoor dat het neuswiel tijdens het rijden altijd volledig omhoog is gedraaid en geborgd.

- Draai de knevelschroef② los.
- Laat de neuswielbuis③ zo ver zakken totdat het neuswiel ca. 70 mm afstand tot de bodem heeft.
- Draai de knevelschroef② vast.
- Laat het neuswiel zakken door de kruk④ tegen de wijzers van de klok in te draaien totdat deze de bodem raakt.
- Koppel de caravan van het trekkende voertuig af en draai het neuswiel zo nodig verder uit.
3.3 Handrem

text_image
①De onderdelen van de reminrichting, met name oploopinrichting, overbrengingsinrichting en wielrem zijn gecontroleerd volgens de desbetreffende EG-richtlijnen en mogen uitsluitend worden gebruikt in de toegelaten combinatie.
Wanneer u wijzigen aan de reminrichtingcomponenten aanbrengt, vervalt deze goedkeuring.
Wijzigingen zijn alleen toegestaan met goedkeuring van de fabrikant.
Combinatie parkeren of weg-zetten
Bij het parkeren of wegzetten van de combinatie moet de handrem van de caravan worden aangetrokken.
Rem aantrekken
- Trek de handremhefboom aan de greep ① omhoog tot aan de aanslag. Door de gasdrukveer wordt de handremhefboom in de eindstand gedrukt.
Rem los zetten
- Duw de handremhendel naar voren in de uitgangspositie terug.

Bij het achteruit parkeren van de caravan moet de handremhendel over het dode punt heen in de eindstand komen, want anders functioneert de handrem niet optimaal.

Losbreekreminrichting
De losbreekreminrichting is met de handrem gecombineerd. In het geval dat de caravan onbedoeld losraakt van het trekkende voertuig, wordt de handremhendel door de trekwerking van de losbreekkabel ② aangetrokken resp. over het dode punt getrokken. De handrem wordt geactiveerd en de caravan wordt met een noodstop afgeremd. Dit voorkomt dat de caravan na de ontkoppeling onbelemmerd verder rolt.

De losbreekkabel moet vóór elke rit aan het trekkend voertuig worden bevestigd.
3.4 Oploopinrichting en wielremmen
Het oploopremsysteem bestaat uit de oploopinrichting, een overbrengingsinrichting en de wielremmen. De oplooprem zorgt ervoor dat de caravan bij het oplopen op het trekkend voertuig automatisch wordt afgeremd. D.w.z. het oploopremsysteem werkt onafhankelijk van het remsysteem van het trekkende voertuig. De opgewekte remkracht is voornamelijk afhankelijk van de intensiteit van de afremming van het trekkende voertuig en de laadtoestand van de caravan. Een in de oploopinrichting geïntegreerde schokdemper met een gedefinieerde grenswaarde zorgt enerzijds voor een comfortabel oplopen en voorkomt anderzijds dat de caravan al gaat afremmen zodra het trekkende voertuig even gas terugneemt of in een andere versnelling overschakelt.
Oploopinrichting controleren:
- Als de trekstang bij aangetrokken handrem tot meer dan de helft (ca. 45 mm) naar binnen kan worden geschoven, moet de reminrichting onmiddellijk door een garagebedrijf worden bijgesteld.
- Trek ter controle van de grenswaarde de handrem aan en schuif de caravan zo ver achteruit totdat de handremhendel volledig omslaat. Schuif aansluitend de veiligheidskoppeling in de oploopinrichting. De trekstang moet door het gaskussen in de hydraulische demper weer zelfstandig in de nulstand uitschuiven. Mocht dit langer dan 30 sec. duren, dan moet de oploopinrichting in een garage-bedrijf worden gecontroleerd.
Wielremmen
Bij de gebruikte wielremmen gaat het om nietzelfregelende trommelremmen die beschikken over een wegafhankelijk, automatisch achteruitrijdsysteem. De voeringen van de wielremmen zijn slijtageonderdelen; daarom moet de toestand om de 5000 km of uiterlijk na een jaar worden gecontroleerd. Een betrouwbare aanwijzing voor sterk versleten remvoeringen is dat bij de boven beschreven controle van de oploopinrichting de veiligheidskoppeling meer dan ca. 45 mm naar binnen kan worden geschoven.

Het regelmatig bijstellen van de remblokken door een erkend garage-gebedrijf is absoluut noodzakelijk om de slijtage van de remvoeringen te compenseren en de bedieningsslag m.b.t. wielremmen en daarmee ook oploopinrichting te minimaliseren en zo constant mogelijk te houden.

- Zorg voor voldoende afkoeling van de remmen bij afdalingen op bergpassen.
- Rijd in een lage versnelling en in een rustig tempo bergafwaarts.
- Zorg er voor dat u het rempedaal(geheel) loslaat, om te voorkomen dat de caravan voort-durend oploopt en de caravan met slepende remmen afdaalt.
- Maak beslist gebruik van parkeerplaatsen en -inhammen om de remmen te laten afkoelen.
3.6 Uitdraaisteunen

De uitdraaisteunen bevinden zich aan de voor- en achterzijde onder de caravan.
Uitdraaisteunen uitdraaien
- Parkeer het voertuig het liefst waterpas.
- Leg bij een zachte ondergrond onderleggers onder de uitdraaisteunen om te voorkomen dat de caravan wegzakt.
- Draai de uitdraaisteunen uit.

Uitdraaisteunen mogen alleen voor stutten en niet voor het uitlijnen of ikken worden gebruikt.
Uitdraaisteunen indraaien
- Draai de uitdraaisteunen met de slinger tot in horizontale positie (waterpas) in.
De slinger voor de uitdraaisteunen bevindt zich voor in de disselbak, vastgeklikt aan de vloer.
3.7 Toelating op de weg
In Nederland wordt dit uitgevoerd door de rijksdienst voor het wegverkeer(R.D.W.) Indien een caravan is toegelaten is het mogelijk (door tussenkomst importeur en dealer) bij aanschaf van een nieuwe caravan, de volgende documenten te verkrijgen.
Kentekenbewijs deel 1A : voertuigbewijs Kentekenbewijs deel 1B : te naamstellingsbewijs Kentekenbewijs deel 2 : overschrijvingsbewijs
Vergeet a.u.b. niet evt. een 100 km-sticker aan te vragen.
Voor de juiste procedure in deze, verwijzen wij u naar uw dealer.
3.8 Keuring
In Nederland is niet voorzien in een wettelijk kader m.b.t. periodieke keuring van caravans. Wij adviseren u echter nadrukkelijk toe te zien op de staat van onderhoud van uw caravan, door jaarlijks- en/of tweejaarlijks onderhoud te laten uitvoeren door uw Hobby-dealer.
Voertuigidentificatienummer (VIN)
Het 17-cijferige identificatienummer van het voertuig bevindt zich leesbaar vanaf de rechter kant ofwel rechts vooraan op de trekstang (model 400 – 650) ofwel rechts op de voorste dwarsbalk (model 695/780).
Houd a.u.b. het VIN bij de hand bij elke aanvraag en bij elk bezoek aan uw dealer.

text_image
HOBBY-WOHNWAGENWERK Ing. H. Striewski GmbH kg kg 1 - kg 2 - kg 3 - kgTypeplaatje
Vergunningnummer
Identificatienummer van de caravan
Maximaal toelaatbaar totaalgewicht
Het fabrieksplaatje bevindt zich aan de voorkant onderaan tegen de rechter zijwand.

Verwijder of verander het fabrieks- plaatje niet.
3.9 Geschiktheid voor snelheden tot 100 km/u

text_image
100-
Uw Hobby-caravan is technisch berekend op een maximale snelheid van 100 km/h. Deze snelheid mag in geen geval worden overschreden!
-
Neem de ter plaatse geldende voorschriften m.b.t. de maximumsnelheid van caravancombinaties in acht!
-
Let beslist op de volgende punten, want u bent verantwoordelijk voor de naleving ervan.
a) De caravan moet zijn voorzien van hydraulische trillingsdempers (schokdempers), hetgeen bij uw nieuwe Hobby-caravan uiteraard het geval is.
b) De banden van de caravan moeten jonger zijn dan zes jaar.
c) De caravan moet zijn voorzien van een stabilisatiesysteem conform ISO 11555-1 (standaard in Hobby caravans sinds 1997).
- Trekkend voertuig en caravan zijn vrij uitwisselbaar
Verschillende caravans kunnen met verschillende trekkende voertuigen worden gecombineerd.
- Juiste kogeldruk – meer veiligheid
Zie de aanbevelingen m.b.t. de kogeldruk op blz. 02-5
3.10 Definitie van de massa
Definitie van de massa (gewichten) voor caravans
Voor het berekenen van de massa (gewichten) en de daaruit resulterende bijlading van caravans geldt sedert 2001 op Europees niveau de EG-richtlijn 92/27/EG. De hierin opgenomen voorschriften zijn voor het merendeel conform de norm DIN EN 1645-2. In het volgende gedeelte worden de gehanteerde begrippen en berekeningsgrondslagen verduidelijkt.
1. Technisch toelaatbare totaalmassa (t.t.t.)
De specificatie van de technisch toelaatbare totaalmassa geschiedt op basis van de fabrikantgegevens. Deze massa werd via uitvoerige berekeningen en tests bepaald en mag om veiligheidstechnische redenen in geen geval worden overschreden.
2. Rijklaar gewicht
Het rijklaar gewicht komt overeen met de massa van het lege voertuig, inclusief alle fabrieksmatig ingebouwde standaardvoorzieningen te vermeer- deren met de basisuitrusting als gas, water en kabelhaspel.
3. Basisuitrusting
De basisuitrusting omvat alle uitrustingen en vloeistoffen, die voor een veilig en correct gebruik van de caravan noodzakelijk zijn. Daartoe behoren de massa's van gas, water en elektrische voeding (zie voor de samenstelling punt 13.3).
4. Nuttige lading
De nuttige lading is het verschil tussen de technische toelaatbare totaalmassa en het gewicht in rijklare toestand. De resterende nuttige lading moet zo groot zijn dat deze is berekend op een mogelijke extra uitrusting en op de persoonlijke uitrusting.
5. Extra uitrusting
Het extra uitrustingspakket omvat alle aanvullend op de standaarduitrusting door het Hobby Wohnwagenwerk of de dealer ingebouwde uitrustingen of speciale wensen.
Het rijklaar gewicht heeft betrekking op de caravan met standaard uitrusting. Door de inbouw van accessoires neemt de massa evenredig toe.
Vóór het eerste gebruik raden wij u aan het voertuig te wegen op een geijkte weegbrug. Zo kunt u de hoogte van de maximale belading van een voertuig met een individuele uitrusting vaststellen.

Wanneer u niet zeker weet of het te zwaar beladen is, kunt u best controleren op een open-egbrug.

Overbelading kan leiden tot disfunctioneren of zelfs scheuren van de banden! Daardoor bestaat het gevaar dat u de macht over het voertuig verliest. U brengt in dat geval uzelf maar ook andere weggebruikers in gevaar.
4. Wielen, banden
4.1 Banden
Gebruik uitsluitend banden die in de toelatings-papieren 9zijn 9gespecificeerd. 9Voor 9het 9gebruik van andere bandenmaten is goedkeuring van de fabrikant vereist.
- Controleer de banden regelmatig op gelijkmatige profielslijtage, profieldiepte en uiterlijke beschadigingen.
- Gebruik altijd banden van hetzelfde soort en type (zomer- of winterbanden).
- Rijd nieuwe banden de eerste 100 km voorzichtig in, zodat ze hun volledige gripvermogen kunnen ontwikkelen.

Caravans met tandemas kunnen afhankelijk van het model een verhoogde bandenslijtage vertonen.
Raadpleeg 9bij 9gebruik 9van 9sneeuwkettingen 9de montage-instructies van de kettingfabrikant.

Banden met de afmeting 195/70 R 15 C mogen niet worden gebruikt met sneeuwkettingen.
4.2 Bandenspanning

text_image
2931Voor controle van de bandenspanning geldt
- Om 9de 9vier 9weken, 9op 9zijn 9laatst 9om 9de 9drie maanden en voorafgaand aan ieder gebruik de bandenspanning controleren en corrigeren.
- Indien het rijden met geringe bandenspanning niet te vermijden is 9(van 9de 9camping naar het dichtstbijzijnde tankstation) mag de maximum-snelheid ten hoogste 20 km/h bedragen.
- De controle dient met koude banden te geschieden.
Voor de bandenspanning geldt
- correcte bandenspanning ①
- te lage bandenspanning ②
- te hoge bandenspanning ③

text_image
Lufdruck 4,5 bar4.3 Profieldiepte, leeftijd van de banden

Een te lage spanning leidt tot oververhitting van de band. Ernstige schade aan de band kan daarvan het gevolg zijn.

De juiste bandenspanning staat even in de bandenspanning- el in het hoofdstuk 'Technische
Gegevens' of de tabel in de dissel bak.
Vernieuw uw banden uiterlijk wanneer de profiel-diepte nog slechts 1,6 mm bedraagt.

Banden verouderen, ook als ze weinig iet gebruikt worden.
Advies van de bandenfabrikanten
- Na 6 jaar banden verwisselen, ongeacht de profieldiepte.
- Vermijd het botsen tegen trottoirbanden of andere obstakels en het rijden door grote gaten in het wegdek.
Ouderdom van de banden
Banden kunnen beter niet ouder zijn dan zes jaar. Het materiaal wordt door lang stilstaan en veroudering broos. Het viercijferige DOT-nummer op de zijkant van de band (evt. aan de binnenkant checken) geeft de productiedatum aan. De eerste twee cijfers duiden de week, de laatste twee cijfers het productiejaar aan.

text_image
207 51134 0418Voorbeeld:
DOT 0408 betekent week 04 in het productiejaar 2008.
4.4 Velgen
Gebruik alleen velgen die op grond van de speci- ficaties in de voertuigpapieren mogen worden gebruikt. Als u andere velgen wilt gebruiken, moet u de volgende punten in acht nemen.
Voor gebruik van andere velgen geldt:
- maat,
- uitvoering,
- inpersdiepte en
- draagvermogen moeten op het toegestane to- taalgewicht berekend zijn.
- de conus van de bevestigingsschroef moet passen bij de velguitvoering.

Afwijkingen zijn alleen met goedkeu- ring van de fabrikant toegestaan.
Voor wielbouten geldt
- Voor wielbouten geldt: controleer wielbouten voor het eerst na 50 km en daarna in het kader van de normale onderhoudsbeurten.
Aandraaimomenten
- voor staalvelgen: 110 Nm
- voor aluminium velgen: 120 Nm

: Let bij vervanging van velgen al -> aluminium / aluminium -> al) beslist op de bijbehorende ten!
4.5 Het verwisselen van een wiel

Het verwisselen van een wiel voorbereiden
- Zorg in de eerste plaats voor uw eigen veiligheid!
- Verwissel het wiel zo mogelijk bij een aangekoppeld trekkend voertuig.
- Parkeer het voertuig op een zo vlak mogelijke en vaste ondergrond.
- Bij bandenpech op de openbare weg: beveilig het weggedeelte met gevarendriehoek resp. knipperlicht.
- Trekkend voertuig: handrem aantrekken, wielen recht naar voren zetten, in een versnelling schakelen of bij een automatische versnellingsbak in de P-stand schakelen.
- Caravan: handrem aantrekken, neuswiel in rijdende stand laten staan, stabilisatie-inrichting deactiveren (let op: niet helemaal openen!).
- Haal de onderlegkeggen① uit de houders in de disselbak.
- Plaats de onderlegkeggen① vóór en achter het nog intacte wiel, om het voertuig te borgen.
- Draai vóór het opkrikken de wielbouten één slag los, maar draai ze niet verder los.
- Het reservewiel (niet bijgeleverd) ② kan voorin de caravan in de disselbak worden ondergebracht (speciale houder vereist).

Als de caravan beschikt over lichtmetalen velgen, moet er bij het monteren van een reservewiel op stalen velg op worden gelet dat de bij de velg passende wielbouten worden gebruikt.
HHYZJO\^PUNLU IPQ OL[ ]LY^PZZLSLU]HU LLU^PLS

Plaats een geschikte krik uitsluitend op de daarvoor bestemde chassisdelen! Bijvoorbeeld op de asbuis naast de tuimelarmgroep of op de langsligger ter hoogte van de asbevestiging. Wordt de krik op andere plaatsen bevestigd, dan kan dat tot beschadiging van het voertuig of zelfs tot ongevallen door vallen van het voertuig leiden!

De krik dient alleen voor het verwisselen van de banden. Hij mag niet voor werkzaamheden onder het voertuig gebruikt worden!

De uitdraaisteunen dienen niet als krikken!

De krik is geen standaard accessoire en maakt derhalve geen deel uit van het standaardpakket.

Na het verwisselen van het wiel moet na een afstand van 50 km worden gecontroleerd of de wielbouten stevig vastzitten en moeten deze zo nodig aangehaald worden.
/L[□]LY^PZZLSLU□]HU□LLU□^PLS
- Geschikte krik op de asbuis naast de tuimel-armgroep of op de langsligger ter hoogte van de asbevestiging van het te verwisselen wiel plaatsen.
- Bij caravans met dubbele as, krik altijd onder de achteras plaatsen.
Aanbevolen wordt het gebruik van een hydraulische krik (niet bijgeleverd). - Bij zachte ondergrond een stabiele onderlegger onder de krik leggen, b.v. een plank.
- Voertuig opkrikken, tot het wiel 2 tot 3 cm boven de grond hangt.
- Wielbouten verder losdraaien en wiel afnemen.
- Plaats de krik opnieuw zodra deze bij het opkrikken scheef komt te staan.
- Wielbouten indraaien en kruiselings iets aanha- len.
- Reservewiel op de wielnaaf plaatsen en uitlijnen.
- Krik omlaag draaien en wegnemen.
- Wielbouten met wielsleutel gelijkmatig aanhalen. De instelwaarde van het aandraaimoment van de wielbouten bedraagt bij staalvelgen 110 Nm en bij aluminiumvelgen 120 Nm.
- Zet de handrem los en activeer de stabilisatie-inrichting weer.
![Hobby 2010 - /L[□]LY^PZZLSLU□]HU□LLU□^PLS - 1](/content/2026/05/782255/images/91c00c916f146e76df1b80b87fc4d106c23dd2000cbb96ee5023248418d6fa46.jpg)
U dient te allen tijde te beschikken over een gebruiksklaar reservewiel. Laat daarom een defect wiel onmiddellijk vervangen.
![Hobby 2010 - /L[□]LY^PZZLSLU□]HU□LLU□^PLS - 2](/content/2026/05/782255/images/1d4c2d1b12e927dceb420f98b4e6788251c023f30ceca18914b9b8c7bfa5a947.jpg)
Gebruik de bandenreparatieset niet wanneer de band ten gevolge van rijden zonder lucht is beschadigd. Kleine sneden, in het bijzonder in het bandloopvlak, kunnen met de bandenreparatieset afgedicht worden. Verwijder geen voorwerpen (b.v. schroeven of spijkers) uit de band. De bandenreparatieset is te gebruiken bij buitentemperaturen tot ca. -30°C.
![Hobby 2010 - /L[□]LY^PZZLSLU□]HU□LLU□^PLS - 3](/content/2026/05/782255/images/6c468a3aa28b3a6b2a535ce946d9a0e975f2011116162bf85cfe227fd95dd75a.jpg)
text_image
A 1![Hobby 2010 - /L[□]LY^PZZLSLU□]HU□LLU□^PLS - 4](/content/2026/05/782255/images/4d5b603b12ade85402fb0000a9afdae562d1936de20efc8f1fffc54d4d309134.jpg)
text_image
B 3 2![Hobby 2010 - /L[□]LY^PZZLSLU□]HU□LLU□^PLS - 5](/content/2026/05/782255/images/8adbe884678d8e77c1db5593f02bd5a2af0468578d475d8e923f270204d88afa.jpg)
text_image
C 4 1A Schud de fles vóór gebruik. Schroef de vulslang ① op de fles (foliesluiting wordt daarbij doorboord).
B Schroef de ventielklep van het bandventiel af. Schroef het ventiel ② met de ventieluitdraaier ③ uit. Leg het ventielstuk ② niet op zand of op een vuile ondergrond neer.
C Trek de sluitplug ④ van de vulslang ①. Schuif de vulslang op het bandventiel.
D
![Hobby 2010 - /L[□]LY^PZZLSLU□]HU□LLU□^PLS - 6](/content/2026/05/782255/images/c2274dabb751c1639ec39aae35183c6239f46b330e3d4aee9766202f142fbd81.jpg)
D Houd de vulfles met de vulslang omlaag en knijp deze in. Pers de gehele flesinhoud in de band. Verwijder de vulslang ① en schroef het ventielstuk ② met de ventieluitdraaier ③ in het bandventiel vast.
E Schroef de luchtvulslang ⑤ op het bandventiel vast. Steek de stekk⑥ in de contactdoos van de sigarenaansteker. Pomp de band op⑦. Gebruik de elektrische luchtpomp maximaal 8 minuten lang! Oververhittinggevaar! Wordt de vereiste luchtdruk niet bereikt, rijd dan met het voertuig ca. 10 meter vooruit of achteruit, zodat het afdichtmiddel zich in de band kan verdelen. Oppompen herhalen. Zet de rit onmiddellijk voort, opdat het afdichtmiddel zich in de band kan verdelen.
Maximumsnelheid max. 80 km/h. Voorzichtig rijden, met name in bochten.
Controleer na 10 minuten rijden de bandenspanning. Is de bandenspanning beneden deze minimumwaarde ⑧ gedaald, dan mag niet doorgereden worden. Wordt de minimumwaarde nog aangegeven ⑧, stel dan de bandenspanning overeenkomstig het bandenspanningsplaatje in de disselbak juist in. Rijd voorzichtig door naar de eerstvolgende garage en laat de band vervangen.

Gevaar voor ongevallen: Wordt de vereiste luchtdruk ook nu niet bereikt, dan is de band te sterk beschadigd. In dat geval kan de bandenreparatie-set de benodigde afdichting niet leveren. Rijd daarom beslist niet door. Waarschuw een servicestation of de 24-uurs service.
F Plak de bijgeleverde sticker in het zicht van de bestuurder op het dashboard. Deponeer de gebruikte bandenreparatieset in een servicestation bij het afval.

Gevaar voor ongevallen: Laat de band in het eerstvolgende servicestation vervangen.
5. Opbouw buiten
5.1 Beluchting en ontluchting

text_image
A
Voor dwang ventilatie geldt
Een juiste beluchting en ontluchting is een absolute voorwaarde voor aangenaam wooncomfort. In uw caravan zijn een trekvrije beluchting in de vloer Ⓐ en een ontluchting in de dakkappen Ⓑ geïntegreerd, die niet in hun werking belemmerd mogen worden.

Wij adviseren dakluiken te openen bij gebruik van de caravan als woonverblijf.

Door koken, natte kleding enz. ont- staat waterdamp. Ieder mens staat per uur ca. 35 g water aan zijn omgeving af. Daarom moeten, afhankelijk van de relatieve luchtvochtigheid, ook de ramen en dakluiken worden gebruikt voor ventilatie en de aanvoer van frisse lucht (zie ook "Gebruik in de winter").

De veiligheidsventilatie-openingen mo- gen onder geen enkel beding worden afgesloten, ook niet gedeeltelijk.

De koelkast wordt van buiten via roosters van verse lucht voorzien, om voldoende koelvermogen te realiseren. Het ventilatierooster ① bevindt zich onderop de buitenwand van het voertuig. Het ontluchtingsrooster bevindt zich boven het ventilatierooster ②.

Bij geblokkeerde ventilatie-openingen dreigt verstikkingsgevaar! Ventilatie-openingen mogen daarom niet worden afgesloten.

Bij gebruik 's winters moeten speciale afdekplaten worden aangebracht. Deze afdekplaten zijn tegen betaling verkrijgbaar bij uw dealer.

Bij extreem hoge buitentemperaturen wordt aanbevolen de ventilatieroosters te verwijderen. Daardoor wordt een hogere luchttoevoer naar de koelkast verkregen en de koeling verbeterd. Bij neerslag of tijdens het rijden moeten de ventilatieroosters vast gemonteerd zijn.

Lees de aanwijzingen op de afdekkingen. De afdekkingen mogen 's winters alleen bij elektrisch ingeschakelde koelkast gebruikt worden.

Ventilatieroosters verwijderen
- Schuif de vergrendeling(en) ③ tot aan de aanslag naar boven (bij Thetford: beide vergrendelingen centraal naar het midden schuiven).
- Klap het ventilatierooster voorzichtig open, te beginnen aan de linkerkant (Thetford: aan de bovenkant).
- Trek vervolgens de rechterkant uit de houder (Thetford: onderkant naar omlaag uit de houder drukken).
Verwarming
De verwarming wordt van onderen via een ventilatieklep voorzien van verse lucht. De verbrandingsgassen worden via een schoorsteen naar buiten geleid. De schoorsteen ④ bevindt zich op het dak van de caravan.

Bij een geblokkeerde schoorsteen- opening dreigt verstikkingsgevaar!

Zorg bij gebruik 's winters beslist voor een onbelemmerde schoorsteentrek!
5.2 Toegangsdeur

- Draai de sleutel naar links tot het slot hoorbaar openklikt.
- Draai de sleutel in verticale stand terug en trek hem uit het sleutelgat.
- Trek aan de deurgreep.
- Open de deur.
Sluiten
- Sluit de deur.
- Draai de sleutel naar rechts totdat de grendel hoorbaar vastklikt.
- Draai de sleutel in verticale stand terug en trek hem uit het sleutelgat.

Gebruik de geleiderail van de vlie- genhor niet als instaphulp om be- schadigingen hieraan te voorkomen.

De toegangsdeur is uw vluchtweg naar buiten. Daarom de deur nooit barricaderen.

Rijd uitsluitend terwijl de toegangs- deur gesloten is.

- Grijp in de greepuitsparing ^1 , trek aan de ontgrendelhefboom, open de deur en laat de hendel los.
Sluiten
- Trek de deur dicht.
• Druk op de grendelknop ^2 .

Zo kan ook de van buiten vergren- delde deur van binnen uit geopend worden.

Gedeelde toegangsdeur
Bovenste ③ en onderste helft ② van de toe-gangsdeur kunnen afzonderlijk worden geopend en gesloten. Hiervoor moet de bovendeur ③ na het openen van de onderdeur worden ontgren-deld.
Bovendeur ontgrendelen
- Draai de hendel ④ 90° naar links in de verticale stand om boven- en onderdeur van elkaar te scheiden.
- Open de bovendeur helemaal en duw hem tegen de voertuigwand aan. Daarbij klikt de vergrendeling ⑤ van de deur in het contrastuk ⑥ op de voertuigwand, waardoor het dichtklappen van de bovendeur wordt voorkomen.
- Deurframe en onderdeur kunnen nu onafhankelijk van de bovendeur teruggedraaid en op een kier gezet worden.

Sluit de bovendeur nooit bij een gesloten vliegenhor. De vliegenhor moet bij het vergrendelen altijd geopend zijn.
Bovendeur vergrendelen
- Draai de hendel ④ 90° naar rechts en zet hem weer in de verticale stand om boven- en onderdeur met elkaar te verbinden.
- De complete deur sluiten: pak de deur vast bij de greep en duw hem in het frame ①.

Bij het in- en uitstappen geldt
- Zet het opstapje voor de ingang voor de caravan.
- Let erop dat het opstapje op vaste bodem rust. Zo wordt voorkomen dat het opstapje kantelt.

Let op de verschillende treehoogtes et uitstappen op een vaste en dergrond.
5.3 Serviceluik

- Open het slot met de sleutel.
- Pak de vergrendelknop tussen duim en wijsvinger en knijp hem krachtig samen.
- Open de klep naar beneden.
Sluiten
- Draai de klep naar boven.
- Druk de klep links en rechts aan, zodat alle sluitingen ook daadwerkelijk vastklikken.
- Sluit het slot met de sleutel af.

Het serviceluik is pas stevig gesloten als alle sluitingen tijdens het sluiten vastklikken. Als de klep niet correct gesloten is, dan kan dit – vooral bij langdurige stilstand zonder gebruik van de caravan – leiden tot permanente vervorming van het serviceluik.

Behandel de afdichtingen van de serviceklep regelmatig met siliconenspray om ervoor te zorgen dat de serviceklep goed en soepel afsluit..
5.4 Klep van de gasfleskast

- Open het slot ① met de sleutel.
- Draai ter ontgrendeling de naar buiten gekomen knop tegen de wijzers van de klok in en open het deksel van de gasfleskast.
Sluiten
- Sluit het deksel van de gasfleskast
- Vergrendel het deksel door met de wijzers van de klok mee aan de knop te draaien.
- Sluit het slotl af met de sleutel.
- Druk de knop in totdat hij is vastgeklikt en vastgezet.
5.5 Toiletklep

- Open het slot met de sleutel.
- Druk op de kno② en draai de klep naar de zijkant open.
Sluiten
- Sluit de toiletklep aan de zijkant totdat deze vastklikt.
- Sluit het slotl af met de sleutel.
5.6 Dak

text_image
Excellent...M.b.t. de dakbelasting geldt
- Betreed het dak alleen via een genormeerde en goedgekeurde ladder die een stevig houvast biedt.
- Het dak is niet ontworpen voor puntbelastingen. Leg vóór het betreden van het dak iets op de loopzone. Geschikt zijn materialen met een glad en zacht oppervlak, bijvoorbeeld een plaat van piepschuim.
- Kom niet te dicht in de buurt van het dakluik of de dak-airconditioning (houd minstens 30 cm afstand).
- Ga niet op de afgeronde delen aan voor- en achterzijde staan.

De max. totale belasting bedraagt 80 kg!

Wees voorzichtig bij het betreden van het dak. Er bestaat extreem gevaar voor uitglijden bij een vochtig of beijzeld dak.
5.7 Voortentlijst en tochtstrooklijst

De voortentpees kan aan beide kanten van de caravan zowel vanaf de voorzijde als vanaf de achterzijde in de voortentlijst worden getrokken.

De afdichting van de voortentlijst hangt bij de voorste en achterste afsluiting bewust enigszins uit de voortentlijst om ervoor te zorgen dat regenwater en vocht naar behoren kunnen worden afgevoerd. De naar voren springende afdichting mag in geen geval worden verwijderd.

text_image
②Het railkanaal voor de voortent is aan de achterzijde ter hoogte van de achterlichten iets breder ②. Hiermee wordt het eenvoudiger de voortent te bevestigen.

Onderaan de carrosserie van de caravan bevin- den zich de tochtstrooklijsten. De tochtstroken moeten altijd vanuit het midden van het voertuig naar buiten toe worden bevestigd.

Bevestiging voortent
Als dakstanghouder voor het veilig monteren van de voortent aan de caravan gebruikt u de speciaal hiervoor ontwikkelde Vario-Clip-Hobby. Deze kan zonder schroeven worden aangebracht en is speciaal afgestemd op de vorm van de profiellijst. De profiellijsten zijn op de betreffende plaatsen versterkt met een drukstabiele en vochtbestendige honingraatconstructie van kunststof (zie ook de afbeelding in hoofdstuk 14.7).

Uw Hobby-dealer adviseert u graag over alle vragen m.b.t. het bevestigen van de voortent.
5.8 Fietsendrager

Het rijgedrag van de voertuigcombinatie verandert aanzienlijk met een beladen fietsendrager. Pas de rijsnelheid aan deze omstandigheden aan:
- Let erop dat de toelaatbare steunlast bij een beladen fietsendrager volledig benut en overeenkomstig gecorrigeerd wordt.
- Ook bij optimale belading daalt de kritische snelheid dramatisch.
- De bestuurder van het voertuig is verantwoordelijk voor een veilige bevestiging van de fietsen. Ook in onbeladen toestand moet het omhooggeklapte laadsysteem met de aanwezige clips worden beveiligd.
- Let erop dat de remlichten en achterverlichting van het voertuig noch geheel noch gedeeltelijk door de lading aan het zicht worden onttrokken.

De maximaal toelaatbare belasting van de fietsendrager bedraagt 50 kg.
5.9 Dakluifel

text_image
120.82Voor het achteraf monteren van dakluifels zijn passende adapters en aanbouwdelen beschikbaar. Laat u a.u.b. informeren bij uw Hobby-dealer.
De dakluifel moet in principe door een erkend bedrijf worden gemonteerd.
De maximaal toegestane breedte en hoogte mo- gen door de aanbouw van een zonneluifel niet worden overschreden.

Door de aanbouw van een zonne-luifel kan het naloop-/rijgedrag van de caravan negatief worden beïnvloed.
6. Opbouw binnen
6.1 Deuren, kleppen en schuifladen

Bergruimten en bovenkasten
Openen
- Druk op de toets ① aan de meubelgreep voor het ontgrendelen van de klep.
- Trek aan de greep totdat de klep is geopend.
Sluiten
- Pak de klep bij de greep en duw hem dicht totdat de sluiting hoorbaar vastklikt.

Alleen de kleppen van de keukenbovenkasten beschikken over een extra vergrendeling. De overige bovenka-stkleppen sluiten door de veerkracht van de scharnieren.

Meubeldeuren met magnetisch snapslot
Openen
- Trek krachtig aan de greep totdat de klep is geopend.
Sluiten
- Duw de klep bij de greep dicht totdat deze merkbaar door de magneet wordt vastgehouden.

Meubeldeuren met klink
Deur wasruimte
- Druk de klink naar beneden om de deur te openen en sluiten.

Meubeldeuren met draaiknop
Kledingkast
- Draai aan de knop om de deur te openen of te sluiten.
Laden met pushlock (druk-knop-sluiting)
Keukenlade
Openen
- Druk op de pushloc② (drukknop-sluiting) totdat de knop naar buiten springt.
- Trek aan de gree ^3 totdat de lade naar buiten schuift.
Sluiten
• Schuif de lade bij de gree③ dicht.
- Druk op de pushloc② (drukknop-sluiting) totdat de knop vastklikt en de lade is vastgezet.
Keukenladen
De schuifladen van de keuken beschikken over een centrale sluiting ④.
Vergrendelen
- Zet de besteklade ⑤ open.
- Duw de centrale sluiting ④ tot aan de aanslag naar beneden.
- Sluit de besteklade.
Ontgrendelen
- Zet de besteklade ⑤ open.
- Trek de centrale sluiting ④ tot aan de aanslag naar boven.
- Sluit de besteklade.

text_image
6 5Besteklade
De besteklade ⑤ beschikt over een interne vergrendeling. Door op knop ⑥ te drukken kan de schuiflade worden ontgrendeld. Bij het sluiten van de schuiflade wordt deze automatisch vergrendeld.

Sluit vóór vertrek alle kleppen en schuifladen goed af. Het per ongeluk opengaan van de deurtjes en het naar buiten vallen van voorwerpen wordt zo voorkomen.
6.2 Mediaovaal

Mediaovaal (afhankelijk van het model)
Bij het mediaovaal gaat het om een draaibaar gemonteerde ruimtedeler, die zowel als bar alsook als TV-kast voor platte beeldschermen kan worden gebruikt.
Om het mediaovaal te kunnen draaien wordt eerst aan de borghendel ① getrokken en wordt deze na het draaien weer ingedrukt en vastgeklikt om het mediaovaal vast te zetten.
De schakelaar ② voor het in- en uitschakelen van de LED-barverlichting bevindt zich direct onder het mediaovaal naast de 230V-stopcontact-dozen voor de keuken. De barverlichting kan bij de meeste modellen niet via het bedieningspaneel worden bediend.
De 230V-stopcontactdozen en de antenne aan-sluiting ③ voor TV en ontvanger bevinden zich onder het mediaovaal in het bovenste vak van het L-gedeelte van de keuken. De op de foto getoonde 12V-contactdoos ④ is optioneel verkrijgbaar (niet standaard).

Het mediaovaal moet tijdens het rijden beslist vast geborgd en vergrendeld zijn.
6.3 Media-schuifkast (afhankelijk van het model)

Bij de media-schuifkast gaat het om een uittrekbare, draaibaar gemonteerde ruimteverdeler, die zowel als bar of TV-kast voor platte beeldschermen kan worden gebruikt.
Trek aan knop ⑤ om de ruimtedeler uit te schuiven; om hem in uitgeklapte toestand vast te zetten moet deze knop weer vastklikken. Voor het uitdraaien van de bovenste medialade moet eerst de pen ① worden uitgetrokken en vervolgens na het 180° draaien weer worden losgelaten om vast te klikken.
Het in- en uitschakelen van de LED-barver- lichting gebeurt via het bedieningspaneel met de toets "Ambiente 3".
De 230V-contactdozen alsook de antenne-aansluiting ③ voor de TV resp. de ontvanger bevinden zich onder de tv-kast in een afzonderlijk bereikbaar opbergvak.

De De tv-kast moet tijdens het rijden ingeschoven en geborgd zijn. moet tijdens het rijden ingeklapt en geborgd zijn.

De kabels van de antenneaansluitingen van zowel TV-kast als voortent-buitencontactdoos komen in de kledingkast los bij elkaar om een individuele aansluiting van TV-apparatuur mogelijk te maken.
6.4 TV-houder

Alle modellen die niet zijn uitgerust met een medialade/-ovaal, kunnen naar keuze worden voorzien van een TV-houder.
Ontgrendelen
- Trek de pen ① omhoog.
- Draai de draagarmen ② in de gewenste positie.
Vergrendelen
- Klap de TV-houder samen totdat de pen① hoorbaar vastklikt.

Klap de TV-houder vóór elke rit in en borg deze.
6.4 Tafels

- Draai de hendel ① 180°.
- Laat de tafel zakken door op het tafelblad te drukken.
- Draai de hendel ① weer terug en borg het tafelblad.

- Draai de kartelschroef ② los.
- Draai de tafel desgewenst (excentrisch).
- Draai de kartelschroef ② weer aan om het tafelblad vast te zetten.

- Til het tafelblad aan de voorzijde ca. 30° op.
- Trek het onderste deel van de tafelpoot③ naar beneden, klap hem 90° om en leg hem er tegenaan.
- Klap de steunvoeten ④ 90^ uit.
- Trek het tafelblad uit de bovenste wandhouder ⑤.
- Til het tafelblad aan de voorzijde op in een hoek van ongeveer 30° en haak het in de onderste wandhouder.
- Zet het tafelblad aan de voorkant op de grond met de steunvoeten.

- Schuif de greep ⑥ naar boven.
- Draai het tafelblad in een boog naar beneden totdat de vergrendeling vastklikt.
Draaien
- De tafelpoten zijn voorzien van wieltjes in een hoek van 45°, waarmee de tafel desgewenst om zijn middelpunt kan worden gedraaid.

De zwenktafel is niet aan de vloer bevestigd. Voordat u begint te rijden moet de tafel worden neergelaten en de wieltjes met de bijgeleverde transportbeveiligingen worden geborgd.
6.5 Zitgroep- en bedombouw

De zithoek kan voor het slapen gaan tot een comfortabel bed worden omgebouwd.
Ombouw
- Verwijder zitkussens ① en rugleuningen ②.
- Laat de tafel zakken.
- Leg de zitkussens in het midden van de tafel tegen elkaar.
- Vul de lege ruimten op met de rugkussens. Draai hiervoor de rugkussens ② om en leg ze met de brede kant tegen voorpaneel of tussen-schot aan.
- Bij voertuigen met een breedte van 2,50 m moet een extra kussen ③ worden gebruikt voor het opvullen van de extra ruimte.

Let op de juiste bevestiging van het tafelblad, de zitbanken resp. uittrek-elementen en de kussens, zodat er niets omlaag kan vallen.

Bedverbreding voor voertuigen met zijzit-groep
- Druk op de Pushlock ④ voor de ontgrendeling.
- Leg het zijpaneel ⑤ voorzichtig op de vloer.
- Zet het extra liggedeelte⑥ horizontaal en til het aan het uiteinde licht omhoog.
- Klap het zijpaneel ⑤ ca. 60° omhoog en laat het extra liggedeelte ⑥ zakken, totdat de twee delen in elkaar grijpen.
6.6 Kinderbedden

- Ramen bij kinderbedden zijn beveiligd tegen onbedoeld openen, zodat wordt voorkomen dat kinderen naar buiten vallen.

Denk bij gebruik van het bovenste bed door kleine kinderen aan het risico van vallen. Laat kleine kinderen nooit zonder toezicht in de caravan achter.

De maximaal toegestane belasting van het bovenste bed is 75 kg.
6.7 Ramen

Er zijn meerdere standen instelbaar.
• Grendel in verticale positie draaien.
- Raam naar buiten duwen tot een klik gehoord wordt. Het raam blijft automatisch in deze stand staan.

Ramen bij kinderbedden zijn beveiligd tegen onbedoeld openen, zodat wordt voorkomen dat kinderen naar buiten vallen.
Sluiten
- Raam iets omhoog duwen om de uitzetter te ontgrendelen.
- Raam dichtklappen.
• Grendels in horizontale positie draaien.
6.8 Dakluiken
Veiligheidsaanwijzingen

- Open het dakluik niet als het hard waait, regent, hagelt enz., of bij buitentemperaturen onder -20°C!
- Gebruik niet teveel kracht bij het openen van de dakluiken bij vorst of sneeuw, omdat het risico bestaat dat de scharnieren en het openingsmechanisme breken.
- Verwijder sneeuw, ijs of vuil voordat u het dakluik opent. Houd rekening met de ruimte die het geopende dakluik inneemt als u het onder een boom of in een garage opent.
• Ga niet op het dakluik staan. - Sluit en vergrendel het dakluik vóór het begin van iedere rit. Insectenrolgordijn en plisségordijn openen (ruststand).
- Sluit bij sterke zonneschijn de verduistering slechts voor 34 deel, omdat anders gevaar voor oververhitting dreigt.

De ventilatieopeningen van de luchtroosters moeten steeds open blijven. Luchtroosters nooit sluiten of afdekken!

Voordat u het luik opent, dient u zich ervan te vergewissen dat er boven de caravan voldoende ruimte is voor het luik in geopende toestand. Het luik kan tot maximaal 60° worden geopend.
- Grijp in de opening van de uitsparing en klap de draaihendel in de gebruikspositie. Door met de wijzers van de klok aan de hendel te draaien kunt u nu het luik openen tot de gewenste positie. Bij het bereiken van de max. openingshoek voelt u weerstand.
Luik sluiten
- Draai de draaihendel tegen de wijzers van de klok in totdat het luik is gesloten en u weerstand voelt. In gesloten positie kan de draaihendel weer in de uitsparing klappen. Voor een veilige vergrendeling moet de draaihendel in de uitsparing geklapt zijn.

- Het dakluik kan tegen de rijrichting in worden opengezet in drie standen. Druk op de vergrendelknop aan de zijkant, zet het dakluik met de instelbeugel in de gewenste stand en klik hem vast. De maximale openingshoek bedraagt 50°.
Luik sluiten
- Maak de instelbeugel uit het vergrendelpunt los en sluit het dakluik. Het luik is in gesloten toestand automatisch vergrendeld.

Verduisteringsrolgordijn en in- sectenhorren
Zonweringsrolgordijnen en insectenhor zijn in het raamkader geïntegreerd. Het verduisteringsrolgor- dijn kan traploos in verschillende standen worden vastgezet.
Verduisteringsrolgordijnen sluiten
- Trek het verduisteringsrolgordijn bij de greeplijst tot in de gewenste positie en laat hem los. Het rolgordijn blijft in deze positie staan.
Verduisteringsrolgordijnen openen
- Schuif het verduisteringsrolgordijn bij de greeplijst enigszins naar beneden resp. boven. Het rolgordijn wordt automatisch naar boven toe opgerold.
Insectenhor sluiten
- Insectenhor aan de strip geheel omlaag trekken en loslaten. De hor blijft in deze positie staan.
Insectenhor openen
- Insectenhor aan de strip iets omlaag trekken en vervolgens omhoog leiden. De hor wordt automatisch naar boven toe opgerold.

Zonweringsrolgordijn resp. insecten- hor niet plotseling loslaten!

Laat rolgordijnen en horren geopend als de caravan niet wordt gebruikt, om mogelijke schade te voorkomen.
Verduisteringsrolgordijn
Trek het rolgordijn aan de onderste greeplijst omlaag tot in de gewenste positie of tot de sluiting inklikt in de greeplijst van het insectenrolgordijn.
Insectenrolgordijn sluiten /openen
Schuif de greeplijst van de insectenhor en tegen de greeplijst van het verduisteringsrolgordijn totdat ze vastklikken.

De dakventilator kan aan één of twee kanten worden opengezet.
Openen
- Druk op de kliksluiting aan de binnenkant van het dakluik. Duw tegelijkertijd het dakluik aan de handgreep naar boven.
Sluiten
- Trek het dakluik aan beide handgrepen krachtig naar beneden totdat de beide sluitingen vastklikken.
Insectenhor en verduisterings- rolgordijn
Als de insectenhor gesloten en met het verduisteringsrolgordijn vastgezet is, kan het verduisteringsrolgordijn toch nog worden gesloten. Bij het sluiten van het verduisteringsrolgordijn wordt de insectenhor meegetrokken.
Sluiten
- Druk de vergrendeling in de richting van de buitenkant van het dakluik.
- Pak het rolgordijn vast bij de handgreep en trek hem tot aan de handgreep van het tegenoverliggende rolgordijn; daar klikt hij vast.
Openen
- Duw de handgrepen naar elkaar toe. De vergrendeling wordt opgeheven.
- Houd de handgreep van het rolgordijn vast en laat het rolgordijn langzaam teruglopen.
7. Elektrische installaties
7.1 Veiligheidsinstructies
De elektrische installatie in HOBBY-caravans is uitgevoerd overeenkomstig de geldende voorschriften en normen.
Let op het volgende

De veiligheidsinstructies resp. risicowaarschuwingen op de elektrische onderdelen mogen niet worden verwijderd.

Installatieruimten in de buurt van elektrische inbouwapparaten als zekeringverdeelkasten, stroomvoorzieningen enz. mogen niet worden gebruikt als extra bergruimte.

De caravan is niet standaard uitgerust voor een stroomvoorziening d.m.v. accu (Autark).

Werkzaamheden aan de elektrische installatie mogen uitsluitend worden uitgevoerd door een erkend installateur.
7.2 Bedieningspaneel

text_image
Warmwaterboiler Waterniveau-indicatie Hobby Vloerverwarming Voortentlamp Wandlamp Keukenlamp Plafondlamp Hoofdschakelaar Verlichtingsschema 1 Verlichtingsschema 2 Verlichtingsschema 3 WaterStandaard bedieningspaneel

text_image
Warmwaterboiler Vloerverwarming Voortentlamp Wandlamp Keukenlamp Plafondlamp Verlichtingsschema 1 Verlichtingsschema 2 Accuspanningsindicatie Oplaadniveau-indicatie Waterniveau-indicatie Hobby Hoofdschakelaar Verlichtingsschema 3 Accu / water12V- resp. Autark-bedieningspaneel (optie)
Functie hoofdschakelaar
- Nadat de caravan voor het eerst is aangesloten op het 230V-stroomnet moet de hoofdschakelaar of een willekeurige functietoets worden geactiveerd om alle 12V-apparaten en de via het systeem aangesloten 230V-apparaten (bijv. warmwaterboiler, vloerverwarming) aan te zetten.
- Als de installatie in bedrijf is, wordt door het kort indrukken van de hoofdschakelaar de verlichting helemaal uitgeschakeld. Alle permanente 12V-voorzieningen (bijv. warmwater- voorziening, koelkast, heteluchtblazer) blijven aanstaan. Het systeem slaat de instellingen van de eerder ingeschakelde apparaten op; door opnieuw op de knop te drukken, kunnen deze weer worden aangezet.
- Als de installatie in bedrijf is en de hoofdschakelaar wordt minstens vier seconden lang ingedrukt, dan worden niet alleen alle op dat moment geactiveerde apparaten maar ook de 12V-installatie volledig uitgeschakeld (bij zelfvoorzienende caravans wordt het accu-laadproces hierbij niet onderbroken).
- Bij stroomuitval wordt er in het geheugen opgeslagen of de hoofdschakelaar was in- of uitgeschakeld. Zodra de stroomvoorziening weer is geactiveerd, wordt de hoofdschakelaar weer ingeschakeld. Apparaten die permanent stroom afnemen, zoals bijv. de verwarming, worden dan weer ingeschakeld.

Als de motor van het trekkende voertuig is ingeschakeld, schakelt de koelkast automatisch over op 12V; hiervoor hoeft niet de hoofdschakelaar te worden geactiveerd. Alle andere 12V-gebruikers moeten bij stroomvoorziening via de accu van het trekkende voertuig door middel van de hoofdschakelaar worden geactiveerd.
Apparaten en lampen in- en uitschakelen
- Lampen, warmwaterboiler en eventueel de vloerverwarming kunnen door het activeren van de betreffende toets aan- en uitgezet worden.
- Door het vasthouden van de betreffende toets kunnen plafond- en wandverlichting worden gedimd.
- Daarnaast kunnen maximaal drie verschillende verlichtingsschema's via de betreffende toetsen (Ambiente 1-3) worden bediend; voor elk model zijn deze in de fabriek individueel ingesteld.

text_image
Hobby
text_image
Hobby
text_image
Bed links Wandlamp Hoofdschakelaar Bed rechts Plafondlamp VoortentlampWeergaves
- De waterniveau-indicatie en ook de gecombineerde waterniveau- en accuspannings-indicatie in een 12V-voertuig (optie) worden geactiveerd door middel van het aanraken van de betreffende toets.
- De oplaadniveau-indicatie (alleen Autark) geeft het actuele oplaadniveau van de accu aan.
rood knipperend:
De accu is niet aangesloten of geheel leeg; de accu wordt niet geladen. Het opladen kan worden gestart door de activeringstoets van de laadregelaar in te drukken.
rood brandend:
De accu is leeg en wordt opgeladen.
geel brandend:
De accu is bezig met een onderhoudslading. groen brandend:
De accu is opgeladen.
Nevenpaneel bed
- Aan-/uitdoen en dimmen van de spots links en rechts van het bed.
- Aan-/uitdoen en dimmen van de plafondverlichting (middelste toets).
Nevenpaneel wasruimte
- Links: aan-/uitdoen van de inbouwspots boven het toilet.
- Midden: bij modellen met wasruimte aan de zijkant en warmwaterverwarming: aan-/uitdo-en van de omvormer. Overigens: vrij.
- Rechts: aan-/uitdoen van de badkamerverlichting
Afstandsbediening (accessoire)
- Met de handzender kunnen zes functies van het bedieningspaneel op afstand worden aan-/uitgeschakeld.

Houd de knop van de handzender slechts zolang ingedrukt totdat de gewenste functie is geactiveerd, om het vermogen van de gebruikte batterij te sparen.

Voor verdere aanwijzingen verwijzen wij u naar de afzonderlijke gebruikershandleiding van de fabrikant.
7.3 Stroomvoorziening

De caravan kan op de volgende manieren van stroom worden voorzien:
- via een 230V-aansluiting op het elektriciteits-net (50 Hz.)
- via het trekkende voertuig: door een verbinding met de 13-polige stekker (beperkt aantal functies).
- via een ingebouwde hulpaccu (optie). Alle 12V-gebruikers als verlichting, watervoorzie- ning enz. zijn beschikbaar.
Stroomvoorziening via ne- taansluiting
De caravan moet worden aangesloten via de 230V-toevoerstekker CEE in de zijwand van het voertuig.

De externe 230V-voorziening moet worden beveiligd m.b.v. een foutstroom-veiligheidsschakelaar (aardlekschakelaar).
Aansluiten
- Verbreek de verbinding met het trekkende voertuig (13-polige stekker).
- Schakel de veiligheidsschakelaa ^4 uit door de wipschakelaar naar beneden te drukken.
- Pak de afdekklepl van de buitencontactdoos van onderen vast en draai hem naar boven toe.
- Wikkel het netsnoer compleet af, doe de stekker ② erin en klik hem vast.
• Schakel de veiligheidsschakelaa ^4 weer in.
Ontkoppelen
- Schakel de veiligheidsschakelaa ^4 uit door de wipschakelaar ⑤ naar beneden te drukken.
- Duw de hende® in de buitencontactdoos naar beneden.
- Trek de CEE-stekke® eruit.
- Duw de afdekkle ^1 naar beneden totdat deze vastklikt.
Het zekeren van de 230V-installatie gebeurt d.m.v. een tweepolige 13 A-veiligheidsschakelaar ④, die zich in de kledingkast bevindt. (Met uitzondering van inbouwapparaten als Ultraheat, warmwaterverwarming enz. Hiervoor wordt een extra tweepolige 16A-beveiligingsautomaat geïnstalleerd). In dit geval moeten beide automaten worden ingeschakeld.
Voor de netaansluiting geldt
- Aansluiting van de caravan op het 230V-stroomnet mag alleen plaatsvinden met een max. 25 m lange aansluitkabel 3 x 2,5 mm ^2 met CEE-stekker en koppeling.

Bij netvoeding via een kabelhaspel moet deze helemaal zijn afgerold, omdat anders de kabel als gevolg van inductie te heet zou kunnen worden – met het risico dat de kabel vlam vat.
- Het 230V-boordnet in de caravan is berekend op een totaal energieverbruik van 2300 W. Indien extra apparaten als waterkokers enz. worden aangesloten, moet erop gelet te worden dat, in combinatie met de reeds aanwezige gebruikers (koelkast, boiler enz.), het energieverbruik als geheel niet boven deze grens uitkomt.

Als er in uw caravan een FI-veiligheidsschakelaar (accessoire) is ingebouwd, moet deze regelmatig worden gecontroleerd door de testknop te activeren.

text_image
7 8 9 10 6 1 2 4 5 3 11 12 13Toewijzing van het 13-polige stekker (systeem Jäger)
| Contactpunt9Circuit | |
| 19Richtingaanwijzer, links | |
| 29Mistachterlicht | |
| 39Massa (voor circuits nr. 1 t/m 8) | |
| 49Richtingaanwijzer, rechts | |
| 59Rechter achterlicht, contourlicht, spatbordverlichting, nummerplaatverlichting | |
| 69Remlichten | |
| 79Linker achterlicht, contourlicht, spatbordverlichting, nummerplaatverlichting | |
| 99Voedingsstroom (continu plus) | |
| 109Voedingsstroom, contactschakelaar bediend | |
| 119Massa voor circuit nr. 10 | |
| 129Massa voor aanhangersignaal | |
| 139Massa voor circuit nr. 9 |
Stroomvoorziening via trekkend voertuig
Tijdens het rijden neemt de accu van de auto de stroomvoorziening van de 12V-apparatuur voor zijn rekening als contactpunt 9 van de 13-polige stekker op de contrastekker van de auto is aangesloten. Schakel de 12V-voorziening tijdens het rijden, bij langere tussenstops en rustpauzes uit via de hoofdschakelaar op het bedieningspaneel, omdat anders de voertuigaccu wordt ontladen. De koelkast werkt alleen op 12V bij een draaiende motor van het trekkende voertuig. Contactpunt 10 en 11 van de 13-polige stekker.

Bij stroomvoorziening via het trek-kende voertuig kunnen m.b.v. het bedieningspaneel ter beperking van het stroomverbruik max. 3 appara- ten in de caravan gelijktijdig worden bediend (uitzondering: uitvoering met 'Autark-pakket').

Schakel de elektrische verbinding tussen trekkend voertuig en caravan altijd uit voordat er een laagspanningsvoorziening op de caravan wordt aangesloten.

text_image
Bysteine Plate 2014.1.03.2015.07.29, 16:00:00 CNC 100% (100%) Schematic of the Bysteine Plate Bysteine Plate
text_image
Warmwaterboiler Vloerverwarming Voortentlamp Wandlamp Keukenlamp Plafondlamp Verlichtingsschema 1 Verlichtingsschema 2 Accuspanningsindicatie Oplaadniveau-indicatie Waterniveau-indicatie Hobby Hoofdschakelaar Verlichtingsschema 3 Accu / waterWerking m.b.v. hulpaccu (Autark-pakket)

- Er mogen uitsluitend accumulators met gebonden elektrolyten (gel-accu's) ingebouwd worden op door de fabrikant aangeven plaatsen.
- De geïnstalleerde gel-accu mag niet worden geopend.
- Gebruik bij vervanging van de hulpaccu alleen een accu van hetzelfde type en met dezelfde capaciteit.
- Ontkoppel de elektrische verbinding met het trekkende voertuig voordat u de hulpaccu afkoppelt of aankoppelt, schakel de 230V-stroomtoevoer, de 12V-stroomtoevoer alsook alle gebruikers uit.
- Voor het vervangen van de zekeringen moet de laadregelaar spanningsvrij worden geschakeld.
- Voordat u een defecte zekering vervangt, moet de oorzaak van de overbelasting worden opgespoord en verholpen.
- De zekeringen mogen alleen worden vervangen door zekeringen met dezelfde zekeringwaarde.
- Onvoldoende ventilatie van de laadregelaar heeft een geringere laadstroom tot gevolg.
- De buitenkant van de behuizing van de laadregelaar kan tijdens bedrijf heet worden.
Werking en opladen van de hulpaccu
Als de caravan niet is aangesloten op het 230V-stroomnet, voorziet de hulpaccu het boordnetwerk van 12V-gelijkspanning. Omdat de accu maar een beperkte capaciteit heeft, mogen de elektrische gebruikers niet gedurende langere tijd worden gebruikt zonder dat de accu wordt opgeladen of zonder de 230V-stroomvoorziening. Het opladen van de accu gebeurt met behulp van de laadregelaar vanuit drie mogelijke ingangsbronnen (230V-netaansluiting, dynamo van de auto of eventueel zonnepanelen). De ingangsbron met de hoogste ingangsspanning levert daarbij de laadstroom voor de aangesloten accu.
Het opladen van de accu gebeurt in verschillende stappen, die door de controle-LED's voor de oplaadniveau-indicatie op het bedieningspaneel worden aangegeven (zie 7.2 Bedieningspaneel). De hoogte van de actuele accuspanning kan worden afgelezen van de LED-ketting op het bedieningspaneel.

- Laad de hulpaccu vóór iedere reis, direct ná iedere reis en vóór elke periode van langdurige stilstand minstens 20 uur op.
- Benut tijdens uw reis iedere gelegenheid om de accu op te laden.
- Na een bepaalde gebruiksduur en na blootstelling aan lage temperaturen verliest de accu aan vermogen.
- De accu wordt alleen opladen bij een minimale spanning van 8V. Als de spanning onder deze waarde zakt, knippert de rode controle-LED op het bedieningspaneel.
- Voor verdere informatie zie de afzonderlijke gebruikershandleiding van de laadregelaar.
7.4 Boordnet

De omschakeling van accuvoeding naar netvoeding gebeurt automatisch zodra het boordnet op het stroomnet wordt aangesloten.
De voedingseenheid zet m.b.v. een omvormer de externe netspanning om voor de 12V-gebruikers. Alle lampen in de caravan zijn 12V-lampen Alleen grote elektrische apparaten als boiler, vloerver-warming, airconditioning enz. werken op 230 Volt.

text_image
15 15 15 15 75Toewijzing zekeringen
De zekeringen van de afzonderlijke interne stroomkringen bevinden zich in de lichtregelmodule. De zekeringen zijn als volgt gerangschikt (van links naar rechts):

Bij sommige modellen kan er sprake zijn van geringe afwijkingen in de toewijzing.
watervoorziening, Porta Potti, koelkastverlichting
Vervang defecte zekeringen pas nadat de foutoorzaak bekend en verholpen is.

Uw caravan beschikt tevens over een gecombineerde voortent-buitencontactdoos met antenne-aansluiting (accessoire bij De Luxe).
Hierop kan bijv. een TV in de voortent worden aangesloten. De geïntegreerde antenne-aansluiting kan afhankelijk van de gewenste bekabeling als ingangs- resp. uitgangsbus worden gebruikt. Meer informatie is verkrijgbaar bij uw Hobby dealer (zie ook 6.2).
7.5 Schakelschema buiten

text_image
zijmarkeringslicht 5W
voorste begrenzingslicht met reflector 5W
Elektrische 12-V installatie modeljaar 2008

text_image
LED remlichten rond 5W ichtingaanwijzer 21W remlichten 21W achterlicht 10W mistachterlicht 21Wkentekenverlichting 5W

flowchart
graph TD
A["verdeelkast 12 V (voorzijde links)"] --> B["zijmarkeringslicht links"]
B --> C["positie- en contourlicht links"]
C --> D["Kabel A"]
C --> E["wit/rood"]
E --> F["blauw"]
F --> G["blauw/wit"]
G --> H["wit/blauw"]
H --> I["bruin"]
I --> J["wit"]
J --> K["zwart t"]
K --> L["Kabel B"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#cff,stroke:#333
style F fill:#ffc,stroke:#333
style G fill:#cfc,stroke:#333
style H fill:#fcc,stroke:#333
style I fill:#ffc,stroke:#333
style J fill:#fcc,stroke:#333
style K fill:#cff,stroke:#333
style L fill:#fcc,stroke:#333
| PIN | Aderkleur | Doorsnede | Verbruiksapparaat |
| 1 | geel | 1,5 | richtingaanwijzer, links |
| 2 | blauw | 1,5 | mistachterlicht |
| 3 | wit | 2,5 | massa (voor stroomkring 1 tot 8) |
| 4 | groen | 1,5 | richtingaanwijzer, rechts |
| 5 | bruin | 1,5 | rechter achterlicht, contourlicht, begrenzingslicht en kentekenverlichting |
| 6 | rood | 1,5 | remlichten |
| 7 | zwart | 1,5 | linker achterlicht, contourlicht, begrenzingslicht en kentekenve ichting |
| 8 | oranje | 1,5 | achteruitrijli ht |
| 9 | blauw | 2,5 | stroomvoorziening (continu plus) |
| 10 | blauw/wit | 2,5 | stroomvoorziening, contactschakelaar gestuurd |
| 11 | wit/rood | 2,5 | massa voor 10 |
| 12 | paars | 1,5 | aanhangerherkenning massa van 3 |
| 13 | wit/blauw | 2,5 | massa voor 9 |
7.6 Contactschema lichtregelsysteem

geo
230V-apparatuur | Component | Label | | :--- | :--- | | S40 10V11 vom Kfz Zündungsplus | 40 | | S39 | 39 | | S38 | 38 | | S39 zum Laderegler Steuerung RE+ (Nur Autark / 12V) | Plus stroomvoorziening 1 | | 9 und 13 vom Kfz oder Verbindung zum Laderegler Anschluss Batterie bei Autark / 12V | Zekeringen 15A | | S41 | 7,5A | | S37 | Massa stroomvoorziening 2 | | Brücke von S37 auf 4 | Wandlamp dimmer 30 | | Plafondlamp dimmer 31 | Plafondlamp dimmer 31 | | Kinderbed 3 lampen | Kinderbed 4 lampen | | Klodingk. 5 lamp | Klodingk. 5 lamp | | Water-7 voorziening | Water-7 voorziening | | Keuken | Bed rechts dimmer 32 | | Bij WLU bed links | Bij WLU kled. lamp 13 | | Porta Potti | Bij WLU kled. lamp 13 | | Hoofdpaneel | Bed links dimmer 33 | | Voortent-lamp | Voortent-lamp 18 | | Wastafel | Wastafel 23 | | Radiografie | R11 D16 R9 RB D17 IC2 R18 R19 R21 RELJ RELJ | | Bed | R6 R5 D6 R10 R11 T11 C10 C14 R15 R16 R26 REL4 REL4 | | Bed | Jumper 1 bel Autark / 12 Fz geschlossen C4 C8 D20 D21 D26 D27 Douche 27 Ambiente 3b 25 Ambiente 3c 21 Ambiente 1a 28 Ambiente 1c 29 Ambiente 22 | S37 Masse brücke zu PE47.7 Verlichting in de caravan

Rondomlopende inbouwspots ① ter hoogte van de zitgroep


Spot ② en geïntegreerde verlichtingszuil ③ zijn afzonderlijk te bedienen.

text_image
⑤ ⑥ ④ ⑤Indirecte verlichting ④ boven de bergruimten:

Dimbare wandlampen ⑤:

Dimbare plafondlamp ⑥:


Indirecte verlichting ⑦ boven de ramen ter hoogte van de zitgroep


Plafondlamp boven middelste zitgroep (af-hankelijk van het model) kan rechtstreeks bij de lamp handmatig worden bediend.

Lichtovaal ⑧ resp. keukenlamp boven keu- kenwerkblad:


De verlichting van de klerenkast ⑨ wordt bij opening van de kledingkastdeuren geactiveerd via een geïntegreerde contactschakelaar (niet te bedienen via het bedieningspaneel). De LED-lamp werkt op batterijen. Vóór de allereerste ingebruikneming moet de beschermfolie op de batterijcontacten worden verwijderd.

De klerenkastlamp werkt op 2 stuks 3V-lithium-knoopcellen van het formaat CR 2025, die desgewenst via een zijdelingse insteekeenheid kunnen worden vervangen.

Aan- en uitschakelen van het kinderbedlampje via de draaibare 'neus' van de beer.
De lamp kan worden gedimd en worden ingesteld op nachtverlichting ('blauwe oren'), maar kan niet worden bediend via het bedieningspaneel. De nachtverlichting is via een schakelaar aan de onderkant van het kinderbedlampje afzonderlijk in- en uitschakelbaar.

De voortentlamp wordt via het bedieningspaneel in- en uitgeschakeld.


De voortentlamp moet tijdens deelname aan het verkeer zijn uitgeschakeld.
Als de aanhangercontactdoos correct op het trekkende voertuig is aangesloten, wordt de voortentlamp door de Hobby lichtregeling automatisch uitgeschakeld zodra er via de 13-polige stekker een elektrische verbinding met de caravan tot stand wordt gebracht.
8. Water
8.1 Algemeen

De complete waterinstallatie van uw caravan is grotendeels gemaakt van drinkwaterveilige en deels van voedselveilige materialen. Desondanks wordt aanbevolen het getapte water vóór gebruik bijzonder kritisch te proeven.
Aanwijzingen
- Gebruik in de omgang met levensmiddelen altijd water van drinkwaterkwaliteit. Dit geldt ook voor de reiniging van de handen en van voorwerpen die met levensmiddelen in aanraking komen.
- Om een perfecte waterkwaliteit te kunnen waarborgen, dient het water zo mogelijk rechtstreeks uit het openbare drinkwaternet te worden getapt.
- Tuinslangen, gieters en vergelijkbare voor drinkwater ongeschikte materialen mogen in geen geval worden gebruikt voor het vullen van de mobiele installatie.
- Als de caravan gedurende langere tijd niet wordt gebruikt moet de gehele waterinstallatie volledig worden geleegd
- Het watersysteem moet vóór ingebruikneming en na lange periodes van stilstand grondig worden gespoeld. Als er verontreinigingen worden vastgesteld, dan moet het materiaal worden gedesinfecteerd met hiervoor goedgekeurde en geschikte middelen.
Werking van de watervoorziening
Keuken en toiletruimte worden via een dompelpomp van schoonwater voorzien. De dompelpomp werkt elektrisch:
- Bij aansluiting van de caravan met de stekker op het trekkend voertuig via de 12V autoaccu.
- Bij aansluiting van de caravan op het 230V net via de omvormer.
- Bij functie 'Autark' (accessoire) m.b.v. geinstalleerde hulpaccu.
Voor de dompelpomp geldt
- De dompelpomp is alleen voor water geschikt.
- De dompelpomp verdraagt kortstondig temperaturen tot 60°C.
-
Drooglopen vermijden.
-
De pomp tegen vastvriezen beschermen.
- Heftige stoten, slagen of sterk vervuild water kunnen de pomp vernielen.
- De maximale doorvoercapaciteit bedraagt 8,5 l/min.
8.2 Tanks

De tank ① heeft een volume van 25 resp. 50 l (afhankelijk van het model).
Het (bij)vullen van de tank met vers water vindt plaats via de vulopening ② in de zijwand.
De vulopening van de verswatertank is gekenmerkt door een blauwe afsluitdop en een waterkraansymbool op de onderste rand van het frame. De afsluitdop wordt met de meegeleverde sleutel voor de sloten van zijluik en toegangsdeur geopend of afgesloten.
Als het vullen van de tank doorgaat nadat de maximale capaciteit is bereikt, stroomt het over-tollige water weg d.m.v. een overloop onder de bodem van het voertuig.
Door de overloopbuis ③ eruit te draaien kan men het water uit de tank laten weglopen.

Afvalwatertank rolbaar
De verrijdbare vuilwatertank ④ kan onder de caravan worden geschoven als hij op een vaste plaats is neergezet. Hierin wordt het afvalwater verzameld. De tank heeft een inhoud van maximaal 22 liter. De vuilwatertank kan op wieltjes en met een uittrekbare transporthandgreep ⑤ worden getransporteerd, om hem te legen op een daarvoor bestemd vuilwaterinzamelpunt.

Tijdens de reis kan de afvalwatertank ② ruimtesparend in de disselbak worden geplaatst.

Tap vóór elke rit de vuilwatertank af en zet deze vast met de bevestigingsriem in de gasfleskast.

Tap bij bevriezingsgevaar de vuilwa- tertank af.

Laat nooit kokend water in de afvoer van de wasbak weglopen. Dit kan leiden tot vervormingen en lekkage in het afvalwatersysteem.

Leeg de vuilwatertank alleen bij vuilwaterinzamelstations, op campings of op speciaal voor dit doel inge- richte vuilwaterinzamelpunten.
8.3 Watervoorziening

Waterinstallatie vullen
• Zet de caravan horizontaal.
- Schakel de hoofdschakelaar op het bedie-ningspaneel in (minstens 4 sec. lang drukken).
- Sluit de overloopventielen van de boiler.
- Sluit alle waterkranen.
- Ontgrendel het tankdeksel⑥ en open het door tegen de wijzers van de klok in te draaien.
• Vul de verswatertank via de vulopening.
- Zet alle waterkranen op 'warm' en draai ze open. De waterpomp wordt ingeschakeld.
- Laat de waterkranen open staan totdat het water zonder luchtbelletjes uit de waterkranen stroomt. Alleen zo kan men zeker zijn dat de boiler eveneens met water is gevuld.
- Zet alle waterkranen op 'koud' en laat ze geopend. De koudwaterleidingen worden met water gevuld.
- Laat de waterkranen open staan totdat het water zonder luchtbelletjes uit de armaturen stroomt.
- Sluit alle waterkranen.
- Sluit de vulopening.


De inhoud van de drinkwatertank kan via het bedieningspaneel worden gecontroleerd door te drukken op de toets.

Schema van de watervoorziening

Boiler aanzetten gebruiken
- Al naar gelang de stand van de mengkraan/ kranen resp. de voormengkraan wordt het water gemengd en op de ingestelde temperatuur gebracht.
Waterinstallatie leegmaken
- Schakel de stroom voor de waterpomp uit op het bedieningspaneel ⑦ door lang (4 sec.) op de hoofdschakelaar te drukken.
- Draai alle kranen ⑧ half open.
- Hang de handdouche naar boven in de dou- chestand.
- Open de overloopventielen ⑥ van de boiler.
- Schroef de afsluitdop van de reinigingsopening van de drinkwatertank ①.
- Draai de overloopbuis ③ in de drinkwatertank er uit.
- Verwijder de afsluitdop van de watertank. Neem de waterpomp er uit en houd hem naar boven totdat de waterleidingen geheel leeg zijn.
- Controleer of de tank, de boiler, de armaturen en de leidingen geheel leeg zijn. Blaas zono-dig het nog in de leidingen aanwezige water met perslucht naar buiten (max. 0,5 bar).
- Zet de overloopbuis en de waterpomp weer terug in de drinkwatertank en sluit de openingen.
- Laat de kranen ⑧ en het overloopventiel ⑥ geopend.
Warmwaterverwarming
- Schakel de boiler in via het bedieningspaneel. De watertemperatuur wordt door middel van een thermostaat via de 230V-stroomvoorziening op 55°C gebracht.
- De inhoud van de boiler bedraagt ca. 5 liter.
- Bij de warmeluchtfunctie wordt het water in de boiler tevens, bij de functie 'Autark' uitsluitend door de circulerende lucht van de verwarming verwarmd.
Voor de boiler geldt
- Schakel het apparaat op het bedieningspaneel uit als de caravan niet wordt gebruikt.
-
Bij vorstgevaar de boiler ledigen. Bevroren water kan de boiler doen barsten!
-
Bij aansluiting op een centrale watervoorziening of bij krachtiger pompen moet een reduceer-afsluiter geïnstalleerd worden. In de boiler mag slechts een druk heersen van maximaal 1,2 bar. Tevens moet een veiligheids-/aflaatventiel in de koudwatertoevoerleiding ① worden geplaatst.
- Geadviseerd wordt, het water uit de boiler niet als drinkwater te gebruiken.

Sluit de boiler nooit zonder water aan op het stroomnet.

Raadpleeg a.u.b. ook de gebruik- saanwijzing van de fabrikant.
8.4 Toilet met waterspoeling

Vasttoilet met een schoonwa- tertank
Voorbereiding
-
Open het luik aan de buitenkant van uw caravan.
-
Draai de schenktuit van de toilettank 90 graden en verwijder het verlengstuk van de watertank (dit bevindt zich onder de hand-greep het dichtst bij de schenktuit).
-
Draai de vultrechter naar buiten, verwijder het deksel en plaats het verlengstuk op de trechter. Doe de aangegeven hoeveelheid Thetford toiletmiddel in de watertank. Dit zorgt voor een betere en schonere spoeling en houdt het water in de verswatertank fris.
-
Vul de watertank met vers water.

Let erop dat het waterniveau onder de vultrechter blijft.

- Verwijder het verlengstuk en berg hem op, op de oorspronkelijke plaats bij de toilettank.

Is er voldoende ruimte is tussen de deur en de toilettank kan het ver- lengstuk ook met een pen aan de deur worden bevestigd. Schroef het deksel weer op de trechter en druk hem terug naar binnen, in de richting van de verswatertank.

Als de watertank leeg is, bevat de trechter nog 150 ml water.
-
Verwijder de toilettank door de veiligheids-klem naar boven te trekken.
-
Trek de toilettank naar buiten tot aan de aanslag. Zet hem een beetje scheef en haal de tank er vervolgens helemaal uit.
-
Plaats de tank vertikaal met uittrekbare hen- del naar boven en de wieltjes naar beneden.
-
Draai de dop, met de doseerbeker aan de binnenkant, van de schenktuit af en doe de aangegeven hoeveelheid toiletvloeistof in de toilettank. Hierdoor wordt onaangename geurvorming in de toilettank voorkomen en wordt de binnenkant van de toilettank schoon gehouden. Voeg er nog ongeveer twee liter water aan toe, zodat de bodem van de toilettank volledig bedekt is. Draai daarna de doseerbeker terug op de schenktuit. Draai de schenktuit terug naar zijn oorspronkelijke positie.

De doseerbeker van de schenktuit bevindt zich bij de aflevering in de verpakking van de gebruiksaanwijzing van uw toilet.

Voeg nooit toiletvloeistof toe via de schuif of via de toiletpot. In de toilettank wordt de vloeistof direct met water vermengd.

- Schuif de toilettank door de deur weer in zijn oorspronkelijke positie.

Gebruik niet te veel kracht bij het naar binnen schuiven van de toilet-tank. Dit kan tot ernstige beschadigingen leiden.
- Zorg ervoor dat de toilettank goed vaststaat met de veiligheidsklem. Sluit het luik.
Bediening
-
Laat wat water in de toiletpot lopen door kort op de spoelknop te drukken, of open de schuif door de hendel tegen de wijzers van de klok in te draaien. U kunt nu gebruik maken van uw Thetford toilet.
-
Na gebruik opent u de schuif (als die dan nog gesloten is) door de hendel tegen de wijzers van de klok in te draaien. Druk enkele seconden op de spoelknop en spoel het toilet door. Sluit de schuif na gebruik.

Laat geen water in de toiletpot staan, als het toilet niet wordt gebruikt. Dit reduceert geen onaangename geurtjes, en kan alleen maar leiden tot verstopping.

Om verstoppingen te voorkomen, bevelen wij het gebruik van Aqua Soft aan: een snel oplossend toiletpapier van Thetford.
Leegmaken
De toilettank heeft een inhoud van 19 liter en moet geleegd worden uiterlijk als het rode lampje van de niveau-indicator gaat branden. Dat gebeurt als er in de toilettank nog ruimte is voor ongeveer 2 liter, wat overeenkomt met ongeveer 3 toiletbezoeken. Aanbevolen wordt om de toilettank al te legen vóór het zover is.

Zorg er voor dat de afvaltank niet te vol raakt.

- Zorg ervoor dat de schuif gesloten is. Open de servicedeur aan de buitenkant van uw voertuig. Trek de veiligheidsklem naar boven en verwijder de toilettank.
- Verwijder eerst het verlengstuk van de watertank om te voorkomen dat dit bij het legen van de toilettank verloren raakt.
- Zet de toilettank verticaal neer (uitklapbare hendel aan de bovenkant, wieltjes aan de onderkant). Druk de hendel naar beneden en beweeg hem van de toilettank vandaan, zodat hij uit de vergrendeling losspringt.
- Trek de hendel naar boven en breng de toilet-tank voor een adequate verwerking naar een aanbevolen vuilwaterinzamelpunt.
- Schuif de hendel terug. Draai de schenktuit naar boven en verwijder de dop van de schenktuit. Houdt met één hand de toilettank vast bij de bovenste handgreep en met de andere hand bij de achterste handgreep, zodat de ontluchtingsknop tijdens het legen met de duim kan worden bediend. Om de tank zonder spatten leeg te maken, dient u de ontluchtingsknop voorzichtig in te drukken tijdens het legen. Spoel de toilettank na het legen grondig met water. Maak ook de schuif met water schoon.

Druk de ontluchtingsknop pas in als de schenktuit naar beneden gericht is!

- Maak het toilet zo nodig weer gebruiksklaar. Plaats het verlengstuk van de watertank weer op zijn oorspronkelijke plaats bij de toilet-tank. Schuif de toilettank in het toilet en sluit het luik.
Stalling
Als u uw Thetford toilet langere tijd niet gebruikt, is het belangrijk de volgende aanwijzingen op te volgen.
Verwijder al het water uit het centrale watersysteem van uw caravan.
-
Open de schuif door de hendel tegen de wijzers van de klok in te draaien. Houd nu de blauwe knop ingedrukt totdat er geen water meer in de toiletpot stroomt. Sluit daarna de schuif.
-
Open het luik aan de buitenkant van de caravan en draai de vultrechter naar buiten. Verwijder het deksel en leeg de vultrechter door hem een kwartslag te draaien, tegen de wijzers van de klok in.
-
Verwijder de toilettank en leeg hem op adequate wijze bij een officieel vuilwaterinzamelpunt. Volg de aanwijzingen m.b.t. reiniging en onderhoud op.
-
Plaats de toilettank terug en open de schuif door de hendel op het toilet naar links te bewegen.
9. Gasinstallatie
9.1 Algemene veiligheidsregels voor het gebruik van vloeibaargasinstallaties

De gaswerkdkruk bedraagt 30 mbar.
Inspectie van de gasinstallatie
- Laat de vloeibaargasinstallatie vóór de eerste ingebruikneming door een deskundige controleren.
- Ook de gasdrukregelaar en afvoerleidingen moeten gecontroleerd worden.
- Wij adviseren de gasdrukregelaar uiterlijk na 6 jaar te vervangen.
- De gebruiker is zelf verantwoordelijk voor het laten uitvoeren van de inspectie.

Inbouwwerkzaamheden en wijzigingen
- Inbouwwerkzaamheden en wijzigingen aan de gasinstallatie mogen uitsluitend door een deskundige worden uitgevoerd.
- Er mag uitsluitend gebruik worden gemaakt van apparaten met een aansluitdruk van 30 mbar.
- Bij elk verandering van of aan de gasinstallatie moet de installatie opnieuw gekeurd worden door een erkend installateur en is een schriftelijk keuringsrapport vereist.
Regelaar en ventielen
- Gebruik uitsluitend speciale drukregelaars met veiligheidsventiel. Andere regelaars zijn niet toegestaan en zijn niet berekend op de hoge belasting.

De schroefverbindingen van de gasdrukregelaar hebben een linkse schroefdraad.
- Drukregelaars moeten een vaste uitgangs-druk van 30 mbar hebben. Hiervoor gelden de normeisen van EN 12864, bijlage D. De door-stroomhoeveelheid van de regelaar moet 1,2 kg/h bedragen.
- Sluit de drukregelaar zorgvuldig handmatig op de fles aan. Daarbij geen sleutels, tangen of vergelijkbaar gereedschap gebruiken.
- Gebruik bij temperaturen beneden 5°C een ijsbestrijdingsinstallatie (IJs-Ex) voor regelaars.
Vóór de ingebruikneming
- Ventilatieopeningen vrijhouden.
- Schoorsteen zo nodig van sneeuw ontdoen.
- Aanzuigopeningen voor de verbrandingslucht onder de voertuigbodem van vuil en zo nodig sneeuwresten ontdoen. De verbrandingsgassen kunnen anders een ontoelaatbaar hoog CO-gehalte krijgen.
- De veiligheidsontluchtingen mogen niet afgesloten worden.
- Wij raden u aan een poeder-brandblusser met een capaciteit van minstens 1 kg bij de toegangsdeur en een branddeken naast het kooktoestel te plaatsen. Maak uzelf vertrouwd met de op het terrein genomen veiligheidsmaatregelen tegen brand (zie ook 2.1 Algemene informatie).

Lees de gebruiksaanwijzing van de toestelfabrikanten aandachtig door.

Gebruik nooit draagbare kook- of verwarmingsapparaten, met uitzondering van elektrische verwarmingsapparaten (houd rekening met het energieverbruik), maar geen straalkachel, omdat die brand kan veroorzaken of tot verstikking kan leiden.
9.2 Gasvoorziening
De caravan is voorzien van een propaangasinstallatie. Deze installatie voedt de volgende toestellen:
- kooktoestel
- koelkast
- verwarming
- evt. warmwaterboiler
- evt. speciaal toebehoren
- evt. oven

De disselbak is berekend op 2 x 11 kg propaangasflessen ①. De gasflessen zijn via een veiligheidsregelaar ② met een slang ④ op de toevoerleiding ⑤ aangesloten. Elke fles is met twee aparte rie-men ③ aan de bodem van de gasfleskast en aan de caravanwand bevestigd.

Gasflessen mogen uitsluitend in de disselbak worden vervoerd.
Voor de disselbak geldt
- Controleer de bevestiging van de gasflessen vóór iedere rit. De gasflessen moeten rechtop staan en het ventiel moet worden gesloten.
- Trek losse riemen weer vast.
- Steeds als een gasfles verwisseld is, moet met een lekzoekmiddel worden gecontroleerd of de aansluiting van de gasdrukregelaar helemaal dicht is.
- Een disselbak is per definitie niet spatwaterdicht en dus niet geschikt voor het transporteren van goederen (bijv. de voortent e.d.)
- De hoofdafsluiters van de gasflessen moeten te allen tijde bereikbaar blijven.
- De ontluchtingsopening van de disselbak (spleet tussen de bodem van de disselbak en de wand van de caravan mag niet worden afgedekt.
- Sluit de disselbak af met een slot om te voorkomen dat onbevoegden zich toegang verschaffen tot de gasflessen.

Gasflessen moeten tijdens het rijden gesloten zijn.

De symbolen op de gasafsluiters hebben de volgende betekenis:

Tijdens het verwisselen van de gasfles niet roken en geen open vuur ontsteken! Controleer na het verwisselen van de gasfles of er bij de aansluitpunten gas weglekt. Besproei de aansluitpunten daartoe met lekzoekspray.
- Open de klep van de disselbak.
- Sluit de hoofdafsluiter van de gasfles.
- Schroef de gasdrukregelaar en de gasslang met de hand van de gasfles af (linkse schroefdraad).
- Maak de bevestigingsriemen los en neem de gasfles eruit.
- Zet de volle gasfles in de disselbak.
- Maak de bevestigingsriemen zorgvuldig vast.
- Schroef de gasdrukregelaar en de gasslang met de hand op de gasfles (linkse schroefdraad).
- 9Sluit de klep van de gasfleskast.
Afsluitkranen en ventielen
Met deze kranen kan de gastoevoer naar het desbetreffende toestel worden afgesloten. De kranen zijn voorzien van symboolstickers voor de verschillende toestellen.
Inbouwpositie van de gasafsluitkranen
- 9De afsluitkranen bevinden zich in het keukenblok in de bovenste la.
Voor afsluitkranen en ventielen geldt
- Tijdens het rijden alle kranen van gastoestellen sluiten.
- 9Op 9nevenstaande 9foto's 9zijn 9de 9afsluitkranen in 9gesloten 9toestand 9weergegeven. 9Om 9de ventielen te openen moeten deze door draaien verticaal worden gezet.
- 9Tijdens het tanken van brandstof bij een tankstation, op veerboten en in de garage mag geen enkel gasapparaat in bedrijf zijn.

Zodra 9u 9een 9lekkage 9in 9de 9gasinstallatie vermoedt, moeten onmiddellijk de afsluitkranen in de caravan en de afsluitkranen van de gasflessen in de disselbak worden afgesloten.

Wanneer u een lekkage vermoedt, schakel dan uw dealer of een gespecialiseerd gas-installateur 9in 9voor 9het 9uitvoeren 9van een inspectie.

Een 9dichtheidsinspectie 9mag 9nooit 9in 9de buurt van open vuur geschieden.
9.3 Gas-buitencontactdoos

text_image
Gasdruck 30 mbar ① ②De gas-buitencontactdoos (optioneel) kan worden gebruikt voor de aansluiting van gasapparaten (bijv. grill).
Voor het aankoppelen ervan wordt de insteek-verbinding in de veiligheidskoppeling gestoken. De insteekverbinding kan alleen worden aan-gekoppeld als de snelafsluiter ① gesloten is. Door de koppelingshuls terug te schuiven kan de veiligheidsvergrendeling worden losgedraaid.

- 9De werkdruk van de aan te sluiten apparaten moet 30 mbar bedragen.
- 9Maximaal vermogen van de aan te sluiten apparaten: 1,5 KW

Sluit de klepopening af met het kapje ② als de koppeling niet wordt gebruikt.
10. Inbouwapparatuur
10.1 Algemeen
In dit hoofdstuk vindt u aanwijzingen met betrekking tot de inbouwapparatuur van de caravan. De aanwijzingen hebben alleen betrekking op de bediening van de apparaten. In sommige gevalen behoren de beschreven apparaten niet tot de standaard uitrusting. Voor verdere informatie over de afzonderlijke inbouwapparaten verwijzen wij u naar de bijbehorende gebruikershandleidingen, die te vinden zijn in de blauwe servicemap in de caravan.

Reparaties aan inbouwapparaten mogen uitsluitend door een erkend vakman worden uitgevoerd.

Voor onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant worden gebruikt.

Door het aanbrengen van veranderingen aan inbouwapparatuur alsook door het niet naleven van de gebruiksvoorschriften vervalt de garantie en aanvaart HOBBY geen enkele aansprakelijkheid meer. Bovendien vervalt de gebruiksvergunning voor het betreffende apparaat en daardoor in sommige landen tevens de gebruiksvergunning voor de caravan.

Raadpleeg voor het juiste gebruik van gasapparaten, gasregelaars en gasflessen a.u.b. ook de aanwijzingen in hoofdstuk 9.

Raadpleeg voor het juiste gebruik van elektrische apparaten a.u.b. ook de aanwijzingen in hoofdstuk 7.
10.2 Heteluchtverwarming

Het tijdens het rijden aan hebben staan van de kachel is ten strengste verboden.

Vóór de ingebruikneming
- In de caravan zijn diverse luchtafvoeropeningen ingebouwd. Via buizen wordt de warme lucht naar de luchtafvoeropeningen geleid. Draai de uitmondingen zo, dat de warme lucht daar terechtkomt, waar u deze wilt.
- Controleer of de schoorsteen vrij is. Verwijder beslist eventuele afdekplaten.
- Check voordat u de verwarming voor de eerste keer ontsteekt of de batterijen in het batterijvak van de automatische ontsteker vol zijn.

Gebruik de ruimte achter de verwarming niet als bergruimte.

- Flesventiel en snelsluitventiel in de gastoevoerleiding openen.
- Bedieningskno① in thermostaatstand 1-10 draaien.
- Bedieningsknop ^1 tot aan de aanslag omlaag drukken. De gasvlam wordt in deze stand automatisch ontstoken. De ontstekingsvonk is hoorbaar. Tijdens de ontsteking knippert het controlelampje van de ontstekingsautomaat.
- Bedieningsknod nog 10 seconden ingedrukt houden, opdat de ontstekingsbeveiliging wordt geactiveerd.
- Indien de gasleiding met lucht gevuld is, kan het wel een minuut duren voordat gas voor verbranding beschikbaar is. Gedurende deze tijd de bedieningsknop ① ingedrukt houden tot dat de vlam brandt.

Lukt het niet de verwarming aan te steken, wacht dan minstens twee minuten voordat u een nieuwe poging onderneemt. Anders dreigt ontploffingsgevaar! Dit geldt tevens wanneer een reeds in bedrijf gestelde verwarming uitgaat en opnieuw aangestoken wordt.

- Dooft de vlam opnieuw, dan volgt tijdens de sluittijd van de ontstekingsbeveiliging (ca. 30 seconden) een onmiddellijke herontsteking.
- Als er geen vlamvorming tot stand komt, blijft de ontstekingsautomaat ② werken totdat de bedieningsgreep ① op '0' wordt geschakeld.

Als de verwarming voor het eerst in gebruik wordt genomen, is er sprake van lichte rookvorming en een aparte geur. Draai de verwarming direct d.m.v. de bedieningsknop ① op stand "10" en zet het luchtcirculatie-systeem op de hoogste stand. Open ramen en deuren en ventileer goed. Na korte tijd verdwijnen de rook en de geur vanzelf.
Uitschakelen
- Bedieningsknop ^1 in de stand '0' draaien. De ontstekingsautomaat wordt daarmee tevens uitgeschakeld.
- Laat het luchtcirculatiesysteem eventueel nog even aanstaan.
- Bij langdurige stilstand flesventiel en snelsluit-ventiel in de gastoevoerleiding sluiten.

text_image
truma Zünda fumatBatterijen van de ontstekingsautomaat vervangen ②
Als er geen ontstekingsvonken hoorbaar zijn of slechts met tussenpozen van meer dan een seconde, moet de batterij worden vervangen.
- Zorg ervoor dat de verwarming is uitgeschakeld.
- Verwijder het verwarmingspaneel (zie gebruiksaanwijzing Truma).
- Schuif het deksel van het batterijvak naar boven en vervang de batterij (houd rekening met plus en min).
- Sluit het deksel van het batterijvak weer.
- Gebruik slechts een temperatuurbestendige (+70°C) en uitloopbestendige mignon-batterij.

Plaats aan het begin van ieder stook- seizoen nieuwe batterijen.

Lees tevens de afzonderlijke gebruiksaanwijzing van de fabrikant.
Luchtcirculatiesysteem

De verwarming van uw caravan is voorzien van een luchtcirculatie-installatie. Deze verdeelt de warme lucht via diverse luchtafvoeropeningen over de gehele binnenruimte. Elk van de lucht-afvoeropeningen kan zo gedraaid en geopend worden dat de warme lucht met de gewenste sterkte naar de gewenste plaats wordt geblazen. De gewenste verwarmingscapaciteit kan worden ingesteld met de draaiknop ①. De draaiknop ① bevindt zich in het verwarmingspaneel (afbeelding 1 en 2).

Schakel vanaf verwarmingsniveau 3 – 4 altijd het luchtcirculatiesysteem in. Anders bestaat er gevaar voor oververhitting.

- Schakelaar ⑤ in stand ① (afbeelding 3) zetten.
- Gewenst vermogen met draaiknop ④ instellen.
Uit
• Schakelaar ⑤ in stand ② zetten.
Automatisch gebruik
- Schakelaar⑤ in stand ③ zetten. Het vermogen wordt traploos aan de warmte afgifte van de verwarming aangepast. Het maximumvermogen kan met de draaiknop begrenst worden. De overgang van deze max. waarde naar langzamer functioneren geschiedt automatisch.

Wanneer het luchtvermogen afneemt edrijfsgeluid toeneemt, is de
rotor vuil. Stelselmatig na ca. 500 bedrijfsuren verwarmingsommante-ling resp. zuigbuis afnemen en rotor met kwast voorzichtig reinigen.
10.3 Elektrische extra verwarming

De elektrische bijverwarming (Ultraheat) werkt alleen als de caravan op de 230V-stroomtoevoer is aangesloten.

De elektrische bijverwarming is geïntegreerd in de heteluchtverwarming. Daardoor zijn er drie verwarmingsmogelijkheden:
- verwarming alleen op gas
- gas- en elektrische verwarming gecombineerd
- verwarming alleen op elektriciteit
Met de elektrische bijverwarming wordt de cara- van sneller warm. Hij beschikt over drie vermogo- sstanden:
- 500 W
- 1000 W
- 2000 W

Let er, voordat u de Ultraheat inschakelt, beslist op dat de zekeringen van de stroomtoevoer van het kampeerterrein berekend zijn op de ingestelde vermogensstand.

Het verwarmingspaneel wordt deels zeer heet als de Ultraheat in bedrijf is.

text_image
truma Ultraheat 2000 500 1000 230 V ~Inschakelen
- Zet de draaiknop op de gewenste vermogensstand (het groene controlelampje is aan tijdens 'bedrijf').
- Stel de gewenste binnentemperatuur in met behulp van de draaiknop.
Uitschakelen
- Schakel de verwarming uit m.b.v. de draaischakelaar.

Voor een gelijkmatige en snelle verdeling van de warme lucht en een daling van de oppervlaktetemperatuur bij het verwarmingsapparaat moet de verwarming uitsluitend gebruikt worden als het luchtcirculatiesysteem is ingeschakeld.
10.4 Elektrische vloerverwarming
De verwarming bevindt zich in het middelste loopgedeelte van de vloer en heeft een breedte van 60 cm. De lengte is afhankelijk van het voertuig. De verwarming dient niet voor het verwarmen van de ruimte, maar beperkt het warmteverlies via de vloer.
Inschakelen van de vloerverwarming 24V
De schakelaar bevindt zich op het servicepaneel. De vloerverwarming werkt alleen bij aansluiting van de caravan op een 230V-voorziening.

Technische gegevens
Spanning 24V\~uit eigen transformator 230V/24V. Opgenomen vermogen ligt afhankelijk van de op-bouwlengte tussen 150W en 320W.

Laat voorwerpen niet gedurende een langere periode op de ingeschakelde vloerverwarming staan om lokale warmteophopingen te voorkomen. Boor geen gaten in de vloer en draai geen schroeven in de vloer.
10.5 Warmwaterverwarming

Tijdens het rijden mag de warmwaterverwarming niet ingeschakeld zijn.
De verwarming op vloeibaar gas Compact 3010 is een warmwaterverwarming met aparte warmwaterboiler (inhoud: 8,5 l). Het verwarmings-systeem kan worden verwarmd zonder dat de warmwaterinstallatie met schoon water is gevuld.
Installatieplaats
• In de kledingkast.
Belangrijke aanwijzingen
- Lees a.u.b. vóór ingebruikneming van de verwarming de aparte gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
- Schakel altijd de hoofdschakelaar van de verwarming uit als het voertuig niet wordt gebruikt.
- Laat het water bij bevriezingsgevaar altijd uit de warmwaterinstallatie weglopen.
- Zonder glycolvulling mag de verwarming niet worden gestart.
- Om het principe van de convectie optimaal te benutten, mag de circulatie van de lucht in de caravan (bijv. achter rugkussens, winterventilatie, in de bedbakken en achter de bergruimten) op geen enkele manier worden belemmerd.
Bedrijfsmodi
• Werking op vloeibaar gas
• Werking met dompelaar (230V)
- Gecombineerde werking op vloeibaargas c.q. met dompelaar
Functiemodi
• Warmwaterverwarming
• Verwarming en warmwaterverwarming
- Verwarming
Bedieningseenheid
In ruststand wordt weergegeven welke functies van de verwarming geactiveerd zijn; de achtergrondverlichting op de display is uitgeschakeld. De bedieningseenheid gaat – als er geen knop wordt ingedrukt – vanuit de instelstand na twee minuten automatisch over in de ruststand; ook
kan de rustfunctie met de pijltjestoetsen worden ingesteld.
Start de invoer door op een willekeurige knop te drukken. De achtergrondverlichting gaat aan en de instelbare functies lichten op. Kies met de pijltjestoetsen een instelbare functie. De instellingen worden automatisch opgeslagen.

Meer gedetailleerde informatie over bediening, gebruik en verzorging van de warmwaterverwarming kunt u vinden in de aparte gebruiksaanwijzing "Alde Compact 3010".

text_image
blinkt r off ! 20.0 +/On Store Reset -/OffVerwarming aanzetten
Druk op de knop met de pijl totdat "OFF" (hoofdschakelaar) op de display knippert.

text_image
blinkt On 20.0 +/On Store Reset -/OffDruk op de +/ON-knop. "ON" (hoofdschakelaar) knippert op de display.

text_image
On 20.0 +/On Store Reset -/OffDe instellingen zijn klaar. "On" (hoofdschakelaar) wordt op de display aangeduid op het moment dat de bedieningseenheid in de ruststand gaat.

text_image
blinkt On 22.0 +/On Store Reset -/OffVerwarming uitzetten
Druk op de knop met de pijl totdat "ON" (hoofdschakelaar) op de display knippert.

text_image
blinkt Off ! 22.0 +/On Store Reset -/OffDruk op de -/OFF-knop. "OFF" (hoofdschakelaar) knippert op de display.

text_image
Off 20.0 +/On Store Reset -/OffDe instellingen zijn klaar. "OFF" (hoofdschakelaar) wordt op de display aangeduid op het moment dat de bedieningseenheid in de ruststand gaat.

text_image
blinkt On 2 2.0 +/On Store Reset -/OffInstellen van de gewenste temperatuur
Druk op de knop met de pijl totdat het symbool voor de temperatuurkeuze knippert. De aangegeven temperatuur is de op dat moment ingestelde temperatuur (in dit geval 22,0°C).

text_image
blinkar On 25.0 +/On Store Reset -/OffVerhoog de temperatuur door op de +/ON-knop te drukken. Verlaag de temperatuur door op de -/OFF-knop te drukken. Op de afbeelding hebben we de temperatuur op 25,0°C ingesteld.
De instellingen zijn klaar, de verwarming slaat aan en blijft branden totdat de ingestelde temperatuur is bereikt.

text_image
blinkt On 22.0 OFF +/On Store Reset -/OffWarmwatervoorziening
Druk op de knop met de pijl totdat het symbool voor warm water knippert. Naast de temperatuur op de display verschijnt "OFF".

text_image
blinkt On 22.0 ON +/6+1 Store Reset -/OffSchakel de warmwatervoorziening in door op de + / ON -knop te drukken. Naast de temperatuur op de display verschijnt "ON".

text_image
On 22.0 +/On Store Reset -/OffHet symbool voor warm water wordt getoond zodra de bedieningseenheid weer terugkeert naar de ruststand.

text_image
blinkt On 22.0 ON +/On Store Reset -/OffDruk op de knop met de pijl totdat het symbool voor warm water knippert. Naast de temperatuur op de display verschijnt "ON".

text_image
blinkt On 22.0 OFF +/On Store Reset -/OffSchakel de warmwatervoorziening uit door op de-/OFF-knop te drukken. Naast de temperatuur op de display verschijnt "OFF".

text_image
On 22.0 +/On Store Reset -/OffHet symbool voor warm water houdt op te branden zodra de bedieningseenheid weer terugkeert naar de ruststand.

text_image
blinkt On 22.0 OFF +/On Store Reset -/OffVerwarmen met gas
Druk op de knop met de pijl totdat het symbool voor verwarmen met gas knippert. Naast de temperatuur op de display verschijnt "OFF".

text_image
blinkt On 22.0 ON +/On Store Reset -/OffZet de gasverwarming aan door op de +/ON-knop te drukken. Naast de temperatuur op de display verschijnt "ON".

text_image
On 22.0 +/On Store Reset -/OffHet symbool voor gasverwarming wordt getoond zodra de bedieningseenheid weer terugkeert naar de ruststand.

text_image
blinkt On 22.0 ON +/On Store Reset -/OffDruk op de knop met de pijl totdat het symbool voor verwarmen met gas knippert. Naast de temperatuur op de display verschijnt "ON".

text_image
blinkt On 22.0 OFF +/On Store Reset -/OffZet de gasverwarming uit door op de -/OFF-knop te drukken. Naast de temperatuur op de display verschijnt "OFF".

text_image
On 22.0 +/On Store Reset -/OffHet symbool voor gasverwarming houdt op te branden zodra de bedieningseenheid weer terugkeert naar de ruststand.

text_image
blinkt On 22.0 OFF +/On Store Reset -/OffDruk op de knop met de pijl, tot het symbool voor electrisch verwarmen oplicht. „OFF“ naast de temperatuur op het display weergegeven.

text_image
blinkt On 22.0 3 +/On Store Reset -/OffKies het vermogen (1kW, 2kW of 3kW) door op de +/-ON of de -/OFF-knop te drukken. Op de afbeelding is de 3kW-optie gekozen (bij sommige verwarmingen kan alleen worden gekozen tussen 1kW en 2kW).

text_image
On 22.0 3f +/On Store Reset -/OffHet symbool voor elektrisch verwarmen wordt getoond zodra de bedieningseenheid weer terugkeert naar de ruststand.

text_image
blinkt On 22.0 3 +/On Store Reset -/OffDruk op de knop met de pijl totdat het symbool voor elektrisch verwarmen knippert.

text_image
On 22.0 OFF +/On Store Reset -/OffDe elektrische verwarming wordt uitgeschakeld door op de -/OFF-knop te drukken totdat alle vermogensstanden op de display zijn verdwenen. Naast de temperatuur op de display verschijnt "OFF".

text_image
On 22.0 +/On Store Reset -/OffHet symbool voor elektrisch verwarmen houdt op te branden zodra de bedieningseenheid weer terugkeert naar de ruststand.
10.6 Boiler

De boiler met een inhoud van ca. 14 liter verwarmt het water boven een gasbrander of - afhankelijk van het model - tevens elektrisch (optioneel) m.b.v. een geïntegreerd verwarmingselement.

Zet voor het begin van elke reis de schoorsteenkap op de uitgeschakelde boiler.

Voordat u de boiler in gebruik neemt, dient u de schoorsteenkap er beslist af te halen.

Maak de boiler leeg bij vorstgevaar.

Zet de boiler nooit aan als er geen water in zit.

Als uitsluitend gebruik wordt ge- maakt van de koudwatervoorziening zonder boiler, dan wordt de boilerke- tel toch met water gevuld. Om vorst- schade te vermijden, moet dit water worden verwijderd, ook als de boiler niet is gebruikt.
Boiler vullen
- Sluit het overloopventiel in de toevoerleiding van het koude water. Zet de hendel horizontaal.
- Schakel de stroomvoorziening in m.b.v. de hoofdschakelaar op het bedieningspaneel.
- Open ten minste één waterkraan en laat die open staan totdat de boiler door het verdringen van de aanwezige lucht gevuld is en er water begint te stromen.
• Draai de kraan weer dicht.
Boiler aftappen
- Schakel de stroomtoevoer uit via het bedieningspaneel.
- Open de kranen in de keuken en de badkamer.
- Open het overloopventiel van de boiler. Zet de hendel verticaal.
• Het water stroomt direct naar buiten.

text_image
truma Boiler 09 50 0L 40 30Werking op gas
• Verwijder de schoorsteenkap.
- Open de gasfles en de snelsluitklep in de gas-leiding.
- Schakel de boiler in m.b.v. de draaischakelaar op het bedieningspaneel; er gaat een groen controlelampje branden.
- Stel de gewenste watertemperatuur in m.b.v. de draaiknop (ca. 30°C–70°C).

text_image
truma Boiler EL 230 V ~Werking op elektriciteit
- Schakel de boiler in via het bedieningspaneel; het controlelampje gaat branden.

De watertemperatuur kan bij werking op elektriciteit niet worden gekozen, maar staat automatisch ingesteld op ca. 70°C.
Boiler uitschakelen
- Schakel de boiler uit m.b.v. de draaischakelaar.
- Zet de schoorsteenkap erop, sluit de snelsluit-klep en eventueel de gasfles (alleen bij werking op gas).
10.7 Koelkast

Er worden koelkasten van de merken Dometic en Thetford geïnstalleerd.
Bij hoge buitentemperaturen kan het volledige koelvermogen alleen worden gegarandeerd door voldoende ventilatie. Verwijder zo nodig op staanplaatsen het ventilatierooster van de koelkast, om een betere ventilatie te verkrijgen.

Schakel de koelkast minstens 12 uur voordat u hem in gebruik neemt in, en bewaar er zoveel mogelijk alleen voorgekoelde waren in.
Werking
De koelkast werkt op drie manieren. De ge- wenste bedrijfsmodus wordt ingesteld m.b.v. de energiebron-keuzeschakelaar
- op 12 V: elektriciteitsvoorziening via de accu van de auto (contactslot ingeschakeld).
- op 230 V: elektriciteitsvoorziening van externe bron.
- op vloeibaar gas: gasfles van de caravan.
Werking op 12V
- Zet de energiekeuzeschakelaar op het accu symbool.
- Zet de energiekeuzeschakelaar op accuvoeding.
- Het 12V-bedrijf werkt alleen bij een draaiende motor van het trekkende voertuig.
- De koelkast werkt zonder thermostaatregeling (continubedrijf). Het 12V-bedrijf is daarom alleen bedoeld voor het op peil houden van een eenmaal bereikte temperatuur.
- Uitschakelen: draai de energiekeuzeschakelaar in de 0-stand.
Werking op 230V
- Zet de energiekeuzeschakelaar op netvoeding.
- Regel de temperatuur met de thermostaat.
- Uitschakelen: draai de energiekeuzeschakelaar in de 0-stand.
Werking op gas
- Zet de energiekeuzeschakelaar op 'werking op gas'.
- Open de hoofdafsluiter op de gasfles alsmede de gasafsluiter van de koelkast.

- Draai de thermostaat volledig open en houd deze ingedrukt. De koelkast ontbrandt ofwel automatisch ofwel door te drukken op de knop voor handmatige ontsteking (afhankelijk van het model).
- Laat de thermostaat los nadat de brander is ontstoken. Herhaal de laatste stap als er geen ontsteking heeft plaatsgevonden.
- Regel het koelvermogen met de thermostaat.
- Uitschakelen: draai de energiekeuzeschakelaar in de 0-stand.
- Sluit de hoofdafsluiter op de gasfles alsmede de gasafsluiter van de koelkast.
Vergrendeling koelkastdeur

Tijdens het rijden moet de deur van de koelkast altijd gesloten en vergrendeld zijn.
Op de deur van de koelkast bevindt zich een automatische vergrendeling.
Als u de koelkastdeur sluit en goed aandrukt, wordt deze automatisch vergrendeld.
Aan de onderkant van de koelkast bevindt zich bij de Thetford-modellen nog een extra beveiliging.
Dometic-koelkasten kunnen tevens door een deurgrendel worden vastgezet.
De deur van de koelkast kan in twee standen worden vastgezet:
- de deur is gesloten tijdens het rijden en als de koelkast in gebruik is;
- de deur is enigszins geopend (ventilatiestand) als de koelkast niet in gebruik is.

Zet de koelkastdeur bij een uitgeschakelde koelkast altijd vast in de ventilatiestand, om de vorming van schimmel en onaangename geurtjes te voorkomen.

Bij hoge buitentemperaturen en een hoge luchtvochtigheid kunnen zich waterdruppels vormen op de metalen rand van het vriesvak. Daarom is deze rand voorzien van verwarming (alleen Dometic). Schakel bij hoge temperaturen en hoge luchtvochtigheid de randverwarming in via toets nr. ①. Zo voorkomt u corrosie. Als de randverwarming is ingeschakeld, brandt het controle-lampje ②.
10.8 Kooktoestel

Het keukenblok van de caravan is uitgerust met een 3-pits-kooktoestel.
Vóór de ingebruikneming
- Flesventiel en snelsluitventiel in de gastoevoerleiding openen.
- Bij gebruik van het kooktoestel moet het dakluik of het raam geopend zijn.
- Bedieningsknoppen van kooktoestellen die bij inschakelen voor ontsteking moeten worden ingedrukt, moeten automatisch terugveren.
- Alvorens het kooktoestel te gebruiken, moet de bijgeleverde vlambeveiliging worden neergezet of permanent worden gemonteerd, zodat brandgevaarlijke onderdelen van het interieur worden voorzien van een effectieve isolatie.
- De contactdozen boven het kooktoestel mogen niet worden gebruikt als het kooktoestel in gebruik is. Sluit de afdekkapjes.

Kooktoestellen of andere toestellen die bij de verbranding lucht aan de binnenruimte onttrekken, mogen nooit voor verwarming van het voertuig gebruikt worden. Bij veronachtzaming bestaat acuut levensgevaar door zuurstofgebrek en de mogelijke vorming van het reukloze koolmonoxide.

Het kooktoestel mag niet worden gebruikt wanneer het glazen deksel is gesloten.

Gebruik van het kooktoestel
- Open het deksel van het kooktoestel.
- Draaiknop② van de gewenste brander in de ontstekingsstand (grote vlam) zetten en indrukken.
- Steek de brander aan met een gasaansteker, lucifer of aansteker. (Spinflo kooktoestel: druk op de elektronische ontsteking ③.)
- Draaiknop② 10-15 seconden ingedrukt houden.
- Draaikno② loslaten en op de gewenste instelling (grote of kleine vlam) draaien.
- Indien de ontsteking mislukt, de procedure vanaf het begin herhalen.

Gebruik voor het vastpakken van hete potten, pannen en soortgelijke voor-werpen kookhandschoenen of pannenlappen. Gevaar voor letsel!

Laat gas nooit onverbrand ontsnappen in verband met explosiegevaar.

Laat het deksel van het kooktoestel① na het koken nog zo lang open, als de branders hitte afgeven.

Houd licht ontvlambare voorwerpen zoals vaatdoeken, servetten enz. uit de buurt van het kooktoestel. Zorg ervoor dat de bijgeleverde vlambeveiliging van het kooktoestel bij ieder gebruik is aangebracht. Brandgevaar!
10.9 Afzuigkap

De kookinstallatie is optioneel voorzien van een afzuigkap. De ingebouwde blazer leidt de kookdampen rechtstreeks naar buiten.
Zet de afzuigkap aan door op de rechter toets te drukken. Door het vasthouden van de ventilatortoets kan de zuigkracht van de ventilator in 15 verschillende standen worden gezet.

Behalve via het bedieningspaneel kan de keu-kenverlichting worden aan- en uitgeschakeld m.b.v. de linker toets.


Het filter, waarin de vettige aanslag van de kookdampen zich verzamelt, moet regelmatig worden gereinigd.

Caravans van het type Prestige en Excelsior zijn uitgerust met de Dometic afzuigkap CK155. Raadpleeg a.u.b. ook de afzonderlijke gebruikershandleiding.
10.10 Oven

- De ventilatieopeningen bij de oven mogen niet worden afgesloten.
- Neem de oven alleen in bedrijf bij een 230V-netaansluiting (automatische ontsteking).
- Bij gebruik van de oven moet er een dakluik of raam open staan.
- De ovendeur moet tijdens de ontsteking geopend blijven.
- Als er geen ontsteking heeft plaatsgevonden, probeer het dan nog eens.
- Als de brandervlam per ongeluk wordt gedoofd, zet dan de draaiknop in de nulstand en laat de brander minstens een minuut uitgeschakeld. Probeer pas daarna opnieuw de oven te ontsteken.

- Gebruik de oven nooit zonder inhoud (te verwarmen gerechten).
- Gebruik de grill (accessoire) nooit langer dan 25 minuten en uitsluitend bij een geopende ovendeur.
- De oven mag nooit worden gebruikt om de caravan te verwar-men.
Inschakelen
- Schakel de 12V-stroomvoorziening in via de hoofdschakelaar van het bedieningspaneel.
- Open de hoofdafsluiter op de gasfles alsmede de gasafsluiter van de oven.
- Open de ovendeur volledig.
- Plaats de bakplaat resp. het rooster van de oven zodanig dat de vlammen er niet rechtstreeks mee in aanraking komen.
- Druk de draaiknop enigszins in en zet hem in de gewenste ontstekingsstand (oven of evt. grill).
- Druk de draaiknop in. Er stroomt gas naar de brander en de vlam wordt automatisch ont-stoken.
- Houd de draaiknop enkele seconden ingedrukt totdat het veiligheidsventiel van de ontsteking de gastoevoer open houdt.
- Laat de draaiknop los en zet hem op de gewenste vermogensstand (alleen oven).
- Sluit de ovendeur voorzichtig zodat de vlam niet uitgaat.
Uitschakelen
- Zet de draaiknop in de nulstand. De vlam dooft.
- Sluit de hoofdafsluiter op de gasfles alsmede de gasafsluiter van de oven.
11. Accessoires
Neem voor het gebruik van de accessoires a.u.b. de uitvoerige gebruiksaanwijzingen, inbouwvoorschriften en schakelschema's van de betreffende fabrikant in acht. Deze bevinden zich in de servicemap.
- Elke verandering aan de oorspronkelijke staat van de caravan kan het rijgedrag en de verkeersveiligheid in gevaar brengen.
- Accessoires en onderdelen voor in- of aanbouw die niet door HOBBY zijn goedgekeurd, kunnen leiden tot schade aan het voertuig en kunnen de verkeersveiligheid beïnvloeden. Zelfs als zulke onderdelen gecertificeerd zijn, of zijn voorzien van een algemene wettelijke goedkeuring of bouw-vergunning, geeft dat niet altijd de garantie dat deze producten volgens de voorschriften kunnen worden gebruikt.
- Voor schade die is veroorzaakt door het gebruik van onderdelen die niet door HOBBY zijn goedgekeurd of door het aanbrengen van ongeoorloofde veranderingen, kan HOBBY niet aansprakelijk worden gesteld.
In de volgende tabel is te zien welk gewicht de diverse accessoires hebben. Als deze onderdelen in of aan de caravan worden meegevoerd maar niet tot de standaarduitrusting behoren, dan moet hun gewicht worden meegeteld in de bijlading.
AL-KO reservewielhouder EH 1 uitv. C 97,7 9Lastdragers 91,6
Antennemast Teleco 90,9 9LCD-TV – universele draagbeugel 0,5
Batterijhouder 2,0 9Oven met grill 14,1
Beddensprei 1,5 9Reservewiel incl. houder 20,0
Bedverbreding voor eenpersoonsbedden 5,0 Robstop diefstalbeveiliging koppeling 3,0
City-wateraansluiting 0,5 9Stapelbed 3-hoog 15,0
Digitale satellietontvanger (Kathrein) 3,0 Stroomvoorziening 600 VA 0,6
Dometic afzuigkap 3,0 9Tapijt (de luxe) 7 - 10,5
Extra dakluik 400 x 400 3,4 9 Truma Airmix comfortpakket 1,0
F-bed in het midden, dwars 8,0 Truma elektrische boiler i.p.v. boiler 5,0
Fietsendrager 6,8 Truma elektrische extra verwarming Ultrahead 2,0
FI-veiligheidsschakelaar 0,3 Truma gas-/elektrische boiler i.p.v. boiler 16,0
Gas-buitencontactdoos 1,5 9Truma gasboiler i.p.v. boiler 15,0
Geluidssysteem Blaupunkt 11,5 Truma warme-luchtsysteem Isotherm 3,0
Kinderstapelbed i.p.v. middelste zitgroep 14,0 Vloerverwarming 5,0
12. Onderhoud en reiniging
12.1 Onderhoud
Onderhoudsschema
Voor de caravan en de geïnstalleerde onderde- len geld een vast onderhoudsschema.
Voor het onderhoudsschema geldt
- Laat het eerste onderhoud 12 maanden na datum eerste toelating door een HOBBY-dealer uitvoeren.
- Laat alle verdere onderhoudsbeurten één keer per jaar door een HOBBY-dealer uitvoeren.
- Voer het onderhoud aan alle inbouwtoestellen overeenkomstig de in de bijbehorende gebruikshandleidingenaangegeven onderhoudsschema's uit.

HOBBY biedt 5 jaar garantie op dichtheid van de caravan conform de garantievoorwaarden. Daartoe dient het voertuig om de 12 maanden aan de HOBBY-dealer te worden getoond.

Vervang gasdrukregelaar en gas- slang volgens geldende normen.

Controleer en smeer regelmatig de bewegende en gelagerde onderdelen van het chassis. Voor caravans waarmee weinig wordt gereden is een jaarlijkse onderhoudsbeurt vereist.
Voor smeren en olien geldt
- Smeer om de 5000 kilometer de tuimelaarlageringen op de torsiestaafveeras.
- Smeer bewegende onderdelen als bouten en scharnierpunten van handremhendel en om-keerhendel van de oploopinrichting lichtjes in met olie.
- Smeer om de 5000 kilometer de lagerpunten op de behuizing van de oploopinrichting ②.
Belangrijk: De frictie-elementen van de veiligheidskoppeling WS 3000 mogen in geen geval geolied of gesmeerd worden.

- Controleer van tijd tot tijd de speling van de lagerpunten voor de schuifstang.
- Alle glij- en lageronderdelen regelmatig van vuil ontdoen.

De torsiestaafveeras van de caravan is met compactwiellagers uitgerust. Trommelnaaf, compactlagers en asmoer vormen een gesloten eenheid. De compactlagers zijn dankzij het gebruik van een speciaal vet onderhoudsvrij.

Het bijstellen van de wielrem mag nooit met de wartel of de gaffelkop van de remsteller gebeuren! Stel de wielrem alleen bij met de zelfborgende 6-kant-stelmoer!

Zie voor verdere aanwijzingen de bijgeleverde gebruiksaanwijzing van de asleverancier.

Uit veiligheidsoverwegingen moeten de vervangende onderdelen voor verwarmingsapparaten voldoen aan de specificaties van de fabrikant van het betreffende verwarmingsapparaat. Ze moeten worden ingebouwd door de fabrikant zelf of door een door hem geautoriseerde monteur.
12.2 Trekinrichting
Trekhaakkogel op het trekkend voertuig
Let erop dat de koppelingskogel maatvast, onbeschadigd, schoon en vetvrij is. Bij koppelingskogels met Dacromet-coating (mat-zilveren antiroestcoating) en gelakte trekhaakkogels moet de coating voorafgaand aan de eerste rit met schuurpapier, korreling 200-240, geheel verwijderd worden, opdat deze zich niet op het oppervlak van de frictievoeringen kan afzetten. Het oppervlak van de trekhaakkogel moet 'metaalblank' zijn. Een beschadigde of vuile trekhaakkogel veroorzaakt verhoogde slijtage van de frictievoeringen, een vette koppelingskogel vermindert de stabiliserende werking aanmerkelijk. Voor reiniging zijn b.v. een verdunningsmiddel of spiritus geschikt.

Stabilisatiekoppeling
Houd het inwendige van de trekkogelkoppeling ter hoogte van de frictievoeringen schoon en vetvrij. Bij vuile frictievoeringen kan het oppervlak met schuurpapier, korreling 200-240, gereinigd worden. Reinig vervolgens het oppervlak met wasbenzine of spiritus. Alle bewegende lagerdelen en bouten moeten lichtjes worden geolied. Door regelmatige service en onderhoud verbetert u de werking en verhoogt u de levensduur en de veiligheid van uw WS 3000.
Vervanging van de frictievoering
De wrijvingselementen ① kunnen bij slijtage zeer eenvoudig worden vervangen. De fa. Winterhoff biedt een geschikte reserveset aan. Neem a.u.b. goede nota van de uitvoerige, bij de reserveset geleverde montage-instructies van de fabrikant.
Rijgeluiden
Tijdens het rijden kunnen geluiden optreden; deze zijn echter niet van invloed op de werking van de stabilisatiekoppeling. Mogelijke oorzaken van deze geluiden zijn:
- Een van een Dacromet-coating voorziene trek-haakkogel op het trekkend voertuig.
- Een verzinkte of gelakte koppelingskogel op het trekkende voertuig.
- Een beschadigde, roestige of vervuilde koppelingskogel op het trekkende voertuig.
- Vuile frictie-elementen ① in de stabilisatiekoppeling
- Het drooglopen van trekstang of oplooppijp in de lagerbussen van de oploopinrichting.
Remedie:
Schuur de oppervlakken van de koppelingskogel en reinig ze met een verdunmiddel of spiritus.
ad 4.:
Reinig het oppervlak van de frictie-elementen met schuurpapier (korreling 200-240) en reinig dit vervolgens met wasbenzine of spiritus.
ad 5.:
Vet de lagerbussen in d.m.v. smeernippels, trek de vouwbalg eraf en vet de vrij liggende trekstang in.
12.3 Gloeilampen achterlichten vervangen

Verwijder voorzichtig de beschermkappen met een schroevendraaier.

Draai nu met een kruiskopschroevendraaier de vier bevestigingsschroeven los.

Nu kunt u de achterlichten losmaken van de lampdrager.

Verwijder nu de klembeugel door de schroef los te draaien.

U kunt nu bij de lampjes. Vervang ze en monteer alles weer in omgekeerde volgorde.
12.4 Ventileren
Voldoende beluchting en ontluchting van het caravaninterieur is voor een behaaglijk binnenklimaat een absolute voorwaarde. Tevens wordt zo corrosieschade door condensvocht vermeden.
Oppervlaktecondens ontstaat door
- Gering ruimtevolume.
- Adem en uitwaseming van de passagiers.
- Naar binnen brengen van vochtige kleding.
- Gebruik van het kooktoestel.

Zorg voor voldoende ventilatie om schade door condensvorming te voorkomen!
12.5 Reiniging
Reiniging van de buitenkant
De caravan dient niet vaker dan strikt noodzakelijk gewassen te worden.

De caravan alleen op de speciaal daar- voor bestemde wasplaatsen wassen.

Wees zuinig met het gebruik van reini- gingsmiddelen. Agressieve middelen zoals b.v. velgreinigers belasten milieu.

Geen oplosmiddelhoudende reinigings-middelen gebruiken.
het
Voor de buitenreiniging geldt
- Caravan met zwakke waterstraal afspoelen.
- Caravan met zachte spons en normale shampo-oplossing wassen. De spons daarbij frequent uitspoelen.
- Vervolgens de caravan met overvloedig water afspoelen.
• De caravan met zeem drogen. - Na het wassen de caravan nog enige tijd in de open lucht laten staan om het de gelegenheid te geven geheel droog te worden.

Randen van de verlichting grondig afdrogen, aangezien zich op die plaatsen gemakkelijk water ophoopt.

Gebruik in geen geval schuur- of oplosmiddelhoudende schoonmaak-middellen.
Wassen met hogedrukspuit

Richt de straal van de hogedrukspuit niet rechtstreeks op stickers en stripings. Deze zouden kunnen loslaten.
Lees de handleiding van de hogedrukspuit voordat u de caravan met een hogedrukspuit gaat wassen. Houd tijdens het wassen altijd minimaal een afstand van 700 mm in acht. Realiseer u dat de waterstraal onder grote druk uit de sproeikop komt. Door een verkeerd gebruik van de hoge- drukspuit kan de caravan beschadigd raken. De watertemperatuur mag de 60°C niet over- schrijden. Blijf de waterstraal constant bewegen tijdens het wassen. De straal mag niet recht- streeks worden gericht op deur en raamkieren, elektrische aanbouwelementen, aansluitstekkers, afdichtingen, ventilatieroosters van de koelkast of dakluiken. Het voertuig zou beschadigd kunnen raken of water zou in het interieur kunnen binnendringen.
Voor de wasbehandeling van de oppervlakken geldt
- De lakoppervlakken zo nu en dan met was nabehandelen. Daarbij de gebruiksinstructies van de wasfabrikanten opvolgen.
Voor het poetsen van oppervlakken geldt
- In uitzonderingsgevallen verweerde lakoppervlakken met glansmiddel bijwerken. Wij advise-ren oplosmiddelvrije poetspasta.

Poetswerkzaamheden alleen in uit- zonderingsgevallen en niet te vaak uitvoeren, aangezien bij het poetsen de bovenste laklaag verwijderd wordt. Bij frequent poetsen treedt daarom slijtage op.
Voor teer- en harsvervuiling geldt
- Teer-enh ar safze tt in ge na nd ere org an is chev e vuiling verwijderen met wasbenzine of spiritus.

Geen agressieve oplosmiddelen, zoals ether- of ketonhoudende producten gebruiken.
Bij beschadigingen geldt
- Beschadigingen onmiddellijk repareren om verdere schade door corrosie te vermijden. Schakel daarvoor uw Hobby-dealer in.
Bodemplaat
De bodemplaat van de caravan is voorzien van een speciale coating. Bij beschadiging moet deze beschermende laag direct worden hersteld. Behandel gecoate oppervlakken nooit met oliehoudende producten.
Chassis
Zoutafzettingen brengen schade toe aan het gegalvaniseerde chassis en kunnen witte uitslag veroorzaken. Deze uitslag is echter niet schadelijk; het ziet er alleen niet erg fraai uit. Spoel na ritten in de winter of na inwerking door zouthoudend water de gegalvaniseerde oppervlakken af met schoon water.
Ramen en deuren
De ramen moeten in verband met hun kwetsbaarheid bijzonder zorgvuldig worden behandeld.
Voor het onderhoud geldt
- Deur- en raamrubbers lichtjes met talk inwrijven.
- Acrylglasvensters uitsluitend met een schone spons en een zachte doek nat reinigen. Door droge reiniging kunnen krassen op de ramen optreden.

Geen scherpe en agressieve wasmiddelen gebruiken die weekmakers of oplosmiddelen bevatten!

Talk is in speciaalzaken voor autoac- cessoires verkrijgbaar.
Binnenreiniging
Voor stoelbekledingen, bankkussens en gordijnen geldt
- Stoelbekledingen met een zachte borstel of een stofzuiger reinigen.
- Sterk vervuilde zitkussens, bedspreien en gordijnen laten reinigen, niet zelf wassen!
- Zo nodig voorzichtig met het schuim van een fijnwasmiddel reinigen.
Voor tapijtvloeren geldt
- Met stofzuiger of borstel reinigen.
- Indien noodzakelijk met tapijtschuim behandelen of shamponeren.
Voor de PVC-vloerbedekking geldt

Zand en stof op een PVC-vloerbedekking die regelmatig wordt betreden, kunnen het oppervlak beschadigen. Reinig de vloer bij gebruik dagelijks met een stofzuiger of bezem.
- Maak de vloerbedekking schoon met schoonmaakmiddelen die geschikt zijn voor PVC. Leg geen tapijt bovenop de natte PVC-vloerbedekking. Het tapijt en de PVC-vloerbedekking zouden dan aan elkaar kunnen plakken.
- Gebruik in geen geval chemische reinigingsmiddelen of staalwol, omdat hierdoor de PVC-vloerbedekking beschadigd raakt.
Voor meubeloppervlakken geldt
- Houtmeubelfronten met een vochtige doek of spons reinigen.
- Met stofvrije zachte doek droogwrijven.
- Mild onderhoudsmiddel voor meubels gebruiken.
Geen schuurmiddel of intensief onderhoudsmiddel gebruiken, aangezien deze krassen in het oppervlak kunnen veroorzaken!
Voor de toiletruimte geldt
- Met neutrale vloeibare zeep en niet schurende doek reinigen.
- Gebruik voor het schoonmaken van het toilet en de waterinstallatie alsook bij het ontkalken van de waterinstallatie geen azijnhoudend schoonmaakmiddel, omdat dit afdichtingen en delen van de installatie kan beschadigen.

de toiletruimte geen middel gebruiken!

Gooi geen bijtende stoffen in de afvoeropeningen. Gooi geen kokend water in de afvoeropeningen. Bijtende stoffen of kokend water beschadigen afvoerpijpen en sifons.
Voor de spoelbak geldt
- Reinig de spoelbak met een middel voor huis-houdelijk gebruik of een speciaal onderhouds-middel voor edelstaal.
Toebehoren
Voor het onderhoud geldt
- Kunststofdelen (b.v. bumpers, schermen) met max. 60°C warm water en milde huishoud-reiniger reinigen.
- Vettige of met olie besmeurde oppervlakken met spiritus reinigen.
- Zo nodig deurscharnieren en uitdraaisteunen invetten.
- Verswaterleidingen, schoonwatertank en afvalwatertank jaarlijks reinigen.

Geen schuurmiddel gebruiken, aangezien dit krassen op het oppervlak kan voorzaken!

Na beëindiging van de onderhoudswerkzaamheden alle spuitbussen met reinigings- of onderhoudsmiddelen uit het voertuig verwijderen! Bij temperaturen boven 50°C bestaat explosiegevaar!
12.6 Gebruik 's winters

Dankzij het integrale voertuigconcept (alusandwich-constructies met isolatieramen) is uw caravan wintervast.
NB: Voor kamperen in de wintermaanden adviseren wij u uw caravan naar eigen behoefte te optimaliseren.
Uw dealer is u daarbij graag behulpzaam.
Voor de voorbereiding geldt
- Caravan op lak- en roestschade controleren. Schade indien nodig repareren.
- Ervoor zorgen dat geen water in de dwang vloerventilatie en in de verwarming kan binnendringen.
- De metaaldelen van de ondervloer met een beschermmiddel op wasbasis tegen roest beschermen.
- Gelakte buitenoppervlakken met een geschikt middel conserveren.
Winterklaar maken
In het algemeen geldt
- Stal de caravan alleen in een afgesloten ruimte als deze droog en goed geventileerd is. Anders kunt u de caravan beter in de buitenlucht laten staan.
Voor het interieur van de caravan geldt
- Leeg de koelkast en maak hem schoon. Laat de deur van de koelkast open staan.
- Laat deuren van bergruimten en kasten open staan i.v.m. de ventilatie.
- Kussens en matrassen zo neerzetten dat ze niet in contact kunnen komen met condenswater.
- Maak de caravan zonodig grondig droog door hem voor het stallen goed te verwarmen; zo voorkomt u schimmelvorming door condensvocht.
- Zet luchtontvochtigers in de caravan en droog of vervang het granulaat regelmatig.
- Accu's loskoppelen, zo mogelijk verwijderen en ongeveer eenmaal per maand het oplaadni-veau controleren c.q. bijladen.
- Laat alle leidingen van het watersysteem volledig leeglopen.
Gebruik 's winters
Bij gebruik 's winters ontstaat door bewoning van de caravan bij lage temperaturen condens. Om een goede ruimteluchtkwaliteit te waarborgen en schade aan het voertuig door condenswater te voorkomen, is een goede ventilatie zeer belangrijk.
Voor de ventilatie geldt
- In de opwarmfase van de caravan de verwarming in de hoogste stand zetten en bovenkasten, gordijnen en rolgordijnen openen. Daardoor wordt een optimale be- en ontluchting bereikt.
- Uitsluitend met ingeschakelde luchtcirculatie verwarmen.
- 's Morgens alle kussens omhoog zetten, de bergruimten ventileren en vochtige plekken droogmaken.
- Schoorsteenverlengstuk van minimaal 10 cm lengte plaatsen.

Mocht zich desondanks ergens condens vormen, deze dan gewoon opnemen.
Vorstbeschermingsmaatregelen
Bij voldoende verwarming van de binnenruimte is dichtvriezen van de schoonwatertank, de waterleidingen en de warmwaterboiler niet te verwachten. Schoon water pas na verwarming van het voertuig bijvullen. Wel adviseren wij bij lage buitentemperaturen een extra tankverwarming te gebruiken. Uw dealer toont u diverse mogelijkheden. (Niet bijgeleverd)
Voor de afvalwatertank geldt
- Bij lage temperaturen aan het afvalwater een antivriesmiddel of kookzout toevoegen.
- Afvalwater buiten de caravan opvangen.
- Afvoer van de afvalwatertank open houden.
Na beëindiging van het winter- seizoen
Voor het onderhoud geldt
- Was het chassis van de caravan grondig. Daardoor worden corrosiebevorderende ont-dooimiddelen (zouten, loogresten) verwijderd.
- Maak de buitenkant schoon en behandel het plaatwerk met autowas.
- Vergeet niet eventueel het schoorsteenverlengstuk te demonteren.

De caravan uitsluitend op de speciaal daarvoor bestemde wasplaatsen wassen.

Reinigingsmiddelen zo zuinig mogelijk gebruiken. Agressieve middelen zoals b.v. velgreinigers belasten het milieu.
Voor het buitenwerk geldt
- Uitdraaisteunen omlaagdraaien en vervolgens wielen en assen iets ontplasten.
- Gelakte buitenvlakken met geschikt middel conserveren.
- De metaaldelen van de onderkant van de caravan met een beschermmiddel op wasbasis tegen roest beschermen.
- De dwang ventilatie open laten staan.
- De caravan om de drie tot vier weken grondig ventileren.
Voor tanks geldt
- Leeg de drinkwatertank door de overloopbuis eruit te draaien en maak hem schoon.
• Leeg en reinig de vuilwatertank.
• Leeg en reinig de toilettank. - Maak de boiler volledig leeg. Schakel daartoe de 12V-stroomvoorziening m.b.v. de hoofdschakelaar op het bedieningspaneel uit en zet alle waterkranen open. Tevens adviseren wij de waterpomp los te koppelen van de drinkwaterinstallatie.
- Zorg ervoor dat er geen water in de lucht-verversingsopening op vloerniveau en in de verwarming kan binnendringen.

Lees tevens de aanwijzingen en bedieningsinstructies van de fabrikanten van de inbouwapparaten.
13. Afvalverwijdering en milieubescherming
13.1 Milieu en reizen met de caravan

Milieuverantwoordelijk gebruik
Caravaners hebben vanzelfsprekend een bijzondere verantwoording voor het milieu. Daarom dient bij het gebruik van de caravan het milieu altijd te worden ontzien.
Voor een milieuverantwoordelijk gebruik geldt
- Rust en reinheid van de natuur niet verstoren of aantasten.
- Afvalwater, fecaliën (menselijke afvalstoffen) en afval op correcte wijze afvoeren.
- Vertoon voorbeeldig gedrag, zodat caravan-toeristen niet generaliserend als milieuvervuilers kunnen worden bestempeld.
- Als u voor langere tijd in een bepaalde plaats verblijft, ga dan bij voorkeur naar een parkeerterrein speciaal voor caravancombinaties. Informeer a.u.b. tijdig naar de plaatselijke parkeermogelijkheden.

Voor afvalwater geldt
- Afvalwater aan boord uitsluitend in ingebouw-de afval-watertanks of desnoods in andere daarvoor geschikte tanks opslaan!
- Afvalwater nooit in de berm of putten lozen! Straatputten zijn dikwijls niet op zuiveringsinstallaties aangesloten.
- Afvalwatertank zo vaak mogelijk legen, ook wanneer deze niet helemaal vol is (hygiène). Afvalwatertank bij voorkeur bij iedere lediging met schoon water uitspoelen.

Leeg uw afvalwatertank uitsluitend bij de daarvoor bestemde ver-wijderingspunten, maar nooit in de vrije natuur! Verwijderingspunten zijn in de regel te vinden bij snelwegrestaurants, campings of tankstations.

- Gebruik voor de fecaliëntank alleen toegestane ontsmettingsmiddelen.

Door installatie van een filtersysteem met actieve kool (accessoirehandel) kan het gebruik van ontsmettingsvloeistof mogelijk vermeden worden!

Ontsmettingsvloeistof zeer zuinig doseren. Overdosering is geen garantie tegen eventuele geuroverlast!
Legen
- Fecaliëntank nooit te vol laten worden. Uiterlijk wanneer de vulstandindicatie brandt, de tank onmiddellijk legen.

Fecaliëntank alleen op de daarvoor bestemde verwijderingspunten legen, en nooit in de vrije natuur!

Voor alle afval geldt
- Afval scheiden en recycleerbare stoffen in de kringloop terugbrengen.
- Afvalbakken liefst in de daarvoor bestemde tonnen of containers ledigen. Zo worden on-aangename geurvorming en problematische vuilnisophoping aan boord vermeden.
Voor parkeerterreinen geldt
- Rustplaatsen altijd in schone toestand achterlaten, ook wanneer het afval van anderen afkomstig is.
- Huisvuil mag niet in de afvalbakken worden gedeponeerd.
- Laat de motor van het trekkende voertuig niet onnodig draaien. Een koude motor produceert tijdens het stationair draaien bijzonder veel schadelijke stoffen. De bedrijfstemperatuur van de motor wordt het snelst bereikt tijdens het rijden.

Een behoedzame omgang met het milieu ontziet niet alleen de natuur, maar is ook in het belang van alle caravanners!
Als vuistregel kan worden aangehouden, dat een volledig gevulde band elke twee maanden 0,1 bar druk verliest. Om schade of een klapband te voorkomen moet de bandenspanning regelmatig worden gecontroleerd.
| Bandenmaat9Luchtdruk in bar | |
| 155 R 13 C 6PR3,8 | |
| 165 R 13 C3,8 | |
| 185 R 14 C4,5 | |
| 195/70 R 15 C4,5 | |
| 185/70 R 133,0 | |
| 195/70 R 143,0 |
14.2 Gewichten conform 97/27/EG
| Type9Leeg- | gewicht[kg] | Basisuit-voering[kg] | Massa in rijklare[kg] | T.t.tot.gew.[kg] | Bijlading[kg] |
| 400 SF De Luxe907619681100132 | |||||
| 440 SF De Luxe10106110711200129 | |||||
| 455 UF De Luxe | 10376110981300202 | ||||
| 460 UFe De Luxe | 10596111201300180 | ||||
| 460 LU De Luxe | 10406111011300199 | ||||
| 490 UL De Luxe | 11256111861350164 | ||||
| 540 UL De Luxe | 11928612781500222 | ||||
| 540 KMFe De Luxe | 12518613371500163 | ||||
| 560 KMFe De Luxe | 13398614251600175 | ||||
| 400 SF Excellent | 910619711100129 | ||||
| 410 SFe Excellent | 9896110501200150 | ||||
| 440 SF Excellent | 10146110751200125 | ||||
| 440 SFr Excellent | 10256110861200114 | ||||
| 455 UF Excellent | 10396111001300200 | ||||
| 460 UFe Excellent | 10696111301300170 | ||||
| 495 UL Excellent | 11686112291400171 | ||||
| Type Leeg- | gewicht[kg] | Basisuit-voering[kg] | Massa in rijklare[kg] | T.t.tot.gew.[kg] | Bijlading[kg] |
| 495 UFe Excellent1155611216 | 1400184 | ||||
| 540 UL Excellent12138612991 | 500201 | ||||
| 540 WLU Excellent1225711296 | 61500204 | ||||
| 540 UFe Excellent1228861314 | 1500186 | ||||
| 540 UFf Excellent11898612751 | 1500225 | ||||
| 540 KMFe Excellent126286134 | 81500152 | ||||
| 545 KMF Excellent1320711391 | 1600209 | ||||
| 560 UL Excellent13068613921 | 600208 | ||||
| 560 UFe Excellent13118613971 | 1600203 | ||||
| 560 UFf Excellent12978613831 | 1600217 | ||||
| 560 KMFe Excellent135086143 | 61600164 | ||||
| 560 WLU Excellent1368711439 | 1600161 | ||||
| 650 KMFe Excellent150186158 | 71900313 | ||||
| 720 UKFe Excellent176586185 | 12000149 | ||||
| 400 SF La Vita bionda9196198 | 01100120 | ||||
| 440 SF La Vita bionda1019611 | 10801200120 | ||||
| 455 UF La Vita veneto1047611 | 1081300192 | ||||
| 455 UF La Vita Bionda | 104261110 | 31300197 | |||
| 460 UFe La Vita veneto | 107661113 | 71300163 | |||
| 460 UFe La Vita Bionda | 107161113 | 21300 | 168 | ||
| 495 UL La Vita veneto1179611 | 2401400160 | ||||
| 495 UL La Vita Bionda | 116761122 | 81400172 | |||
| 545 KMF La Vita veneto | 132771139 | 81600202 | |||
| 545 KMF La Vita bionda | 132471139 | 51600205 | |||
| 560 KMFe La Vita Bionda | 135586144 | 11600159 | |||
| 575 VIP (La Vita bionda) | 137086145 | 61600144 | |||
| 645 VIP (La Vita Bionda) | 1661 | 86 | 1747 | 1900 | 153 |
| 560 UFe Excelsior1362861448 | 1600152 | ||||
| 610 UL Excelsior15808616661 | 900234 | ||||
| 650 UFf Excelsior1596861682 | 1900218 | ||||
| 495 UFe Prestige | 115861121 | 91500281 | |||
| 540 UL Prestige | 123786132 | 31600277 | |||
| 540 WLU Prestige1240711311 | 1600289 | ||||
| 540 UFe Prestige | 123086131 | 61600284 | |||
| 560 UL Prestige | 133186141 | 71600183 | |||
| 560 UFe Prestige | 133586142 | 11600179 | |||
| 560 WLU Prestige1347711418 | 1600182 | ||||
| Type9Leeg- | gewicht[kg] | Basisuit-voering[kg] | Massa in rijklare[kg] | T.t.tot.gew.[kg] | Bijlading[kg] |
| 610 UL Prestige15258616111800189 | |||||
| 640 FMU Prestige16798617651900135 | |||||
| 650 KFU Prestige16308617161900184 | |||||
| 650 WFU Prestige15607116311900269 | |||||
| 650 UMFe Prestige15708616561900244 | |||||
| 650 KMFe Prestige15808616661900234 | |||||
| 695 VIP Prestige17908618762000124 | |||||
| 720 UML Prestige17148618002000200 | |||||
| 720 UKFe Prestige17808618662000134 | |||||
| 780 WLU Prestige18728619582200242 | |||||
| 780 WFU Prestige18808619662200234 |
De basisuitrusting omvat alle uitrustingsstukken en vloeistoffen die voor een veilig en correct gebruik van het voertuig noodzakelijk zijn.
Daartoe behoort het gewicht van:
| a) Vloeibaargas-voorziening | 400 - 495 | 400 - 500 | 520 - 750 | |
| Aantal ingebouwde gasregelaars | 1 | 1 | 1 | |
| Gewicht van een aluminium gasfles: | 5,5 | 5,5 | 5,5 | kg |
| Gewicht gasvulling (gasfles voor 11 kg): | 11 | 11 | 11 | kg |
| In totaal: | 16,5 | 16,5 | 16,5 | kg |
| b) Vloeistoffen | ||||
| 25 l vaste schoonwatertank | 25 | -- | -- | kg |
| 50 l vaste schoonwatertank | -- | 50 | 50 | kg |
| spoeltank voor toilet C 402 | 15 | 15 | -- | kg |
| spoeltank voor toilet C 200 | -- | -- | -- | kg |
| In totaal: | 40 | 65 | 50 | kg |
| c) Stroomvoorziening | ||||
| Laagspanningsleidingen: | 4 | 4 | 4 | kg |
| Basisuitrusting in totaal:: | 60,5 | 85,5 | 70,5 | kg |
14.5 Laadmogelijkheden
Standaarduitvoering
| Handels-naam | Techn. naam | De Luxe | Excellent | Prestige | La Vita | La V. blonda | Excelsior | TTM [kg] | Asbela-sting [kg] | As Banden Rem Oploo- | pin-richting | Trek-stang | ||
| 400 SF | 30 A | ● | ● | ● | 1100 | 1100 | DB 13 M | 195/70 R 14 LI 91 | 20-2425/1 | KFL 12 B | One-Piece | |||
| 410 SFe | 30 G | ● | 1200 | 1200 | DB 13 M | 195/70 R 14 LI 91 | 20-2425/1 | KFL 12 B | One-Piece | |||||
| 440 SF | 30 F | ● | ● | ● | 1200 | 1200 | DB 13 M | 195/70 R 14 LI 91 | 20-2425/1 | KFL 12 B | One-Piece | |||
| 440 SFr | 30 F | ● | 1200 | 1200 | DB 13 M | 195/70 R 14 LI 91 | 20-2425/1 | KFL 12 B | One-Piece | |||||
| 455 UF | 30 N | ● | ● | ● | ● | 1300 | 1300 | DB 13 M | 185 R 14 C LI 102 | 20-2425/1 | KFL 12 B | One-Piece | ||
| 460 UFe | 30 C | ● | ● | ● | ● | 1300 | 1300 | DB 13 M | 185 R 14 C LI 102 | 20-2425/1 | KFL 12 B | One-Piece | ||
| 460 LU | 30 J | ● | 1300 | 1300 | DB 13 M | 185 R 14 C LI 102 | 20-2425/1 | KFL 12 B | One-Piece | |||||
| 490 UL | 30 R | ● | 1350 | 1350 | DB 15 MV/M | 185 R 14 C LI 102 | 20-2425/1 | KF 20 A | One-Piece | |||||
| 495 UL | 30 D | ● | ● | ● | 1400 | 1400 | DB 15 MV/M | 185 R 14 C LI 102 | 20-2425/1 | KF 20 A | One-Piece | |||
| 495 UFe | 30 E | ● | 1400 | 1400 | DB 15 MV/M | 185 R 14 C LI 102 | 20-2425/1 | KF 20 A | One-Piece | |||||
| 495 UFe | 24 F | ● | 1500 | 1500 | DB 15 MV/M | 185 R 14 C LI 102 | 20-2425/1 | KF 20 A | ZHL 15 A1 | |||||
| 540 UL | 24 M | ● | ● | 1500 | 1500 | DB 15 MV/M | 185 R 14 C LI 102 | 20-2425/1 | KF 20 A | ZHL 15 A1 | ||||
| 24 M | ● | ● | ||||||||||||
| 540 UL | 24 M | ● | 1600 | 1600 | DB 16 MV | 185 R 14 C LI 102 | 20-2425/1 | KF 20 A | ZHL 15 A1 | |||||
| 540 UFe | 24 E | ● | 1500 | 1500 | DB 15 MV/M | 185 R 14 C LI 102 | 20-2425/1 | KF 20 A | ZHL 15 A1 | |||||
| 24 E | ● | |||||||||||||
| 540 UFe | 24 E | ● | 1600 | 1600 | DB 16 MV | 185 R 14 C LI 102 | 20-2425/1 | KF 20 A | ZHL 15 A1 | |||||
| 540 WLU | 24 J | ● | 1500 | 1500 | DB 15 MV/M | 185 R 14 C LI 102 | 20-2425/1 | KF 20 A | ZHL 15 A1 | |||||
| 24 J● | ||||||||||||||
| 540 WLU | 24 J | ● | 1600 | 1600 | DB 16 MV | 185 R 14 C LI 102 | 20-2425/1 | KF 20 A | ZHL 15 A1 | |||||
| 540 UFf | 24 K | ● | 1500 | 1500 | DB 15 MV/M | 185 R 14 C LI 102 | 20-2425/1 | KF 20 A | ZHL 15 A1 | |||||
| 24 K | ● | |||||||||||||
| 540 KMFe | 24 P | ● | ● | 1500 | 1500 | DB 15 MV/M | 185 R 14 C LI 102 | 20-2425/1 | KF 20 A | ZHL 15 A1 | ||||
| 24 P● | ● | |||||||||||||
| 545 KMF | 24 R | ● | ● | ● | 1600 | 1600 | DB 16 MV | 185 R 14 C LI 102 | 20-2425/1 | KF 20A | ZHL 15 A1 | |||
| 560 UL | 24 B | ● | ● | 1600 | 1600 | DB 16 MV | 185 R 14 C LI 102 | 20-2425/1 | KF 20A | ZHL 15 A1 | ||||
| 560 KMFe | 24 C | ● | ● | ● | 1600 | 1600 | DB 16 MV | 185 R 14 C LI 102 | 20-2425/1 | KF 20 A | ZHL 15 A1 | |||
| 560 UFf | 24 D | ● | 1600 | 1600 | DB 16 MV | 185 R 14 C LI 102 | 20-2425/1 | KF 20 A | ZHL 15 A1 | |||||
| 560 UFe | 24 G | ● | ● | ● | 1600 | 1600 | DB 16 MV | 185 R 14 C LI 102 | 20-2425/1 | KF 20A | ZHL 15 A1 | |||
| 560 WLU | 24 H | ● | ● | 1600 | 1600 | DB 16 MV | 185 R 14 C LI 102 | 20-2425/1 | KF 20 A | ZHL 15 A1 | ||||
| 575 VIP | 24 S | ● | 1600 | 1600 | DB 16 MV | 185 R 14 C LI 102 | 20-2425/1 | KF 20 A | ZHL 15 A1 | |||||
| 610 UL | 27 A | ● | 1800 | 1000/1000 | DB 10 L | 155 R 13 C LI 85 | 20-2425/1 | KF 20 A | ZHL 20 | |||||
| 610 UL | 27 H | ● | 1900 | 1000/1000 | DB 10 L | 155 R 13 C LI 85 | 20-2425/1 | KF 20 A | ZHL 20 | |||||
| 650 UMFe | 27 B | ● | 1900 | 1000/1000 | DB 10 L | 155 R 13 C LI 85 | 20-2425/1 | KF 20 A | ZHL 20 | |||||
| 650 KMFe | 27 B | ● | ● | 1900 | 1000/1000 | DB 10 L | 155 R 13 C LI 85 | 20-2425/1 | KF 20 A | ZHL 20 | ||||
| 650 KFU | 27 C | ● | 1900 | 1000/1000 | DB 10 L | 155 R 13 C LI 85 | 20-2425/1 | KF 20 A | ZHL 20 | |||||
| 640 FMU | 27 K | ● | 1900 | 1000/1000 | DB 10 L | 155 R 13 C LI 85 | 20-2425/1 | KF 20 A | ZHL 20 | |||||
| 645 VIP | 27 N | ● | 1900 | 1000/1000 | DB 10 L | 155 R 13 C LI 85 | 20-2425/1 | KF 20 A | ZHL 20 | |||||
| 650 UFf | 27 J | ● | 1900 | 1000/1000 | DB 10 L | 155 R 13 C LI 85 | 20-2425/1 | KF 20 A | ZHL 20 | |||||
| 650 WFU | 27 G | ● | 1900 | 1000/1000 | DB 10 L | 155 R 13 C LI 85 | 20-2425/1 | KF 20 A | ZHL 20 | |||||
| 695 VIP | 19 K | ● | 2000 | 1050/1050 | DB 13 M | 155 R 13 C LI 85 | 20-2425/1 | KF 20 A | ZHF 20 | |||||
| 720 UML | 19 D | ● | 2000 | 1050/1050 | DB 13 M | 155 R 13 C LI 85 | 20-2425/1 | KF 20 A | ZHF 20 | |||||
| 720 UKFe | 19 G | ● | ● | 2000 | 1050/1050 | DB 13 M | 155 R 13 C LI 85 | 20-2425/1 | KF 20 A | ZHF 20 | ||||
| 780 WFU / WLU | 19 J | ● | 2200 | 1200/1200 | DB 13 M | 165 R 13 C LI 91 | 20-2425/1 | KF 25 A | ZHL 27 C1 | |||||
Mogelijke gewichtsverhoging
| Handels-naam | TTM[kg] | Asbelasting[kg] | Asnieuw! | Extradwarsbalkachter | Wielennieuw! | Remnieuw! | Oploo-pin-richting | Trekstangnieuw! | Gewicht |
| 400 SF13501350 | neenee185 | R 14 C LI 102 | neeneenee2,0 | ||||||
| 410 SFe13501350 | neenee185 | R 14 C LI 102 | neeneenee2,0 | ||||||
| 440 SF13501350 | neenee185 | R 14 C LI 102 | neeneenee2,0 | ||||||
| 440 SFr13501350 | neenee185 | R 14 C LI 102 | neeneenee2,0 | ||||||
| 455 UF13501350 | neeneeneeneeneeneee0,0 | ||||||||
| 460 UFe13501350 | neeneeneeneeneeneee0,0 | ||||||||
| 460 LU13501350 | neeneeneeneeneeneee0,0 | ||||||||
| 490 UL15001500 | neeneeneeneeneeneee0,0 | ||||||||
| 495 UL15001500 | neeneeneeneeneeneee0,0 | ||||||||
| 495 UFe15001500 | neeneeneeneeneeneee0,0 | ||||||||
| 495 UFe1600 | 1600DB 16 MV | neeneeneeneeneee4,5 | |||||||
| 540 UL16001600 | DB 16 MV | nee | neeneeneeneee4,5 | ||||||
| 1700 | 1700 | DB 18 MV | 34 1462 93 03 | 195/70 R 15 C LI 104 | 25-2025 | nee | ZHL 15 A | 23,6 | |
| 540 UL | 1700 | 1700 | DB 18 MV | 34 1462 93 03 | 195/70 R 15 C LI 104 | 25-2025 | nee | ZHL 15 A | 19,1 |
| 540 UFe16001600 | DB 16 MV | neeneeneeneeneee4,5 | |||||||
| 1700 | 1700 | DB 18 MV | 34 1462 93 03 | 195/70 R 15 C LI 104 | 25-2025 | nee | ZHL 15 A | 23,6 | |
| 540 UFe | 1700 | 1700 | DB 18 MV | 34 1462 93 03 | 195/70 R 15 C LI 104 | 25-2025 | nee | ZHL 15 A | 19,1 |
| 540 WLU16001600 | DB 16 MV | neeneeneeneeneee4,5 | |||||||
| 1700 | 1700 | DB 18 MV | 34 1462 93 03 | 195/70 R 15 C LI 104 | 25-2025 | nee | ZHL 15 A | 19,1 | |
| 540 WLU | 1700 | 1700 | DB 18 MV | 34 1462 93 03 | 195/70 R 15 C LI 104 | 25-2025 | nee | ZHL 15 A | 19,1 |
| 540 UFF | 16001600 | DB 16 MV | neeneeneeneeneee4,5 | ||||||
| 1700 | 1700 | DB 18 MV | 34 1462 93 03 | 195/70 R 15 C LI 104 | 25-2025 | nee | ZHL 15 A | 21,6 | |
| 540 KMFe | 16001600 | DB 16 MV | neeneeneeneeneee4,5 | ||||||
| 1700 | 1700 | DB 18 MV | 34 1462 93 03 | 195/70 R 15 C LI 104 | 25-2025 | nee | ZHL 15 A | 17,1 | |
| 545 KMF | 1750 | 1750 | DB 18 MV | nee | 195/70 R 15 C LI 104 | 25-2025 | nee | ZHL 15 A | 17,1 |
| 560 UL | 1750 | 1750 | DB 18 MV | nee | 195/70 R 15 C LI 104 | 25-2025 | nee | ZHL 15 A | 17,1 |
| 560 KMFe | 1750 | 1750 | DB 18 MV | nee | 195/70 R 15 C LI 104 | 25-2025 | nee | ZHL 15 A | 17,1 |
| 560 UFF | 1750 | 1750 | DB 18 MV | nee | 195/70 R 15 C LI 104 | 25-2025 | nee | ZHL 15 A | 17,1 |
| 560 UFe | 1750 | 1750 | DB 18 MV | nee | 195/70 R 15 C LI 104 | 25-2025 | nee | ZHL 15 A | 17,1 |
| 560 WLU | 1750 | 1750 | DB 18 MV | nee | 195/70 R 15 C LI 104 | 25-2025 | nee | ZHL 15 A | 17,1 |
| 575 VIP | 1750 | 1750 | DB 18 MV | nee | 195/70 R 15 C LI 104 | 25-2025 | nee | ZHL 15 A | 17,1 |
| 610 UL | 2000 | 1050/1050 | DB 11 M | nee | 165 R 13 C LI 91 | nee | nee | nee | 16,0 |
| 610 UL | 2000 | 1050/1050 | DB 11 M | nee | 165 R 13 C LI 91 | nee | nee | nee | 16,0 |
| 650 UMFe | 2000 | 1050/1050 | DB 11 M | nee | 165 R 13 C LI 91 | nee | nee | nee | 16,0 |
| 650 KMFe | 2000 | 1050/1050 | DB 11 M | nee | 165 R 13 C LI 91 | nee | nee | nee | 16,0 |
| 650 KFU | 2000 | 1050/1050 | DB 11 M | nee | 165 R 13 C LI 91 | nee | nee | nee | 16,0 |
| 640 FMU | 2000 | 1050/1050 | DB 11 M | nee | 165 R 13 C LI 91 | nee | nee | nee | 16,0 |
| 645 VIP | 2000 | 1050/1050 | DB 11 M | nee | 165 R 13 C LI 91 | neeneenee | 16,0 | ||
| 650 UFF | 2000 | 1050/1050 | DB 11 M | nee | 165 R 13 C LI 91 | nee | nee | nee | 16,0 |
| 650 WFU | 2000 | 1050/1050 | DB 11 M | nee | 165 R 13 C LI 91 | nee | nee | nee | 16,0 |
| 695 VIP | 2200 | 1200/1200 | nee | nee | 165 R 13 C LI 91 | nee | KF 25 A | ZHL 27 C1 | 15,9 |
| 720 UML | 2200 | 1200/1200 | nee | nee | 165 R 13 C LI 91 | nee | KF 25 A | ZHL 27 C1 | 15,9 |
| 720 UKFe | 2200 | 1200/1200 | nee | nee | 165 R 13 C LI 91 | nee | KF 25 A | ZHL 27 C1 | 15,9 |
| 780 WFU / WLU | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- |
14.6 Verlichting
| 12V-voertuigverlichting | |||
| Positie Beschrijving | Volt Watt | ||
| buitenknipperlicht links1221 | |||
| buitenknipperlicht rechts1221 | |||
| buitenparkeerlicht125 | |||
| buitenremlicht1221 | |||
| buitenkentekenplaat125 | |||
| buitencontourverlichting123 | |||
| buitenspatbordlamp123 | |||
| buitenSeitenmarkierung123 | |||
| buiten3. remlicht12 | - | ||
| 12V-binnenverlichting | |
| Lampe | Leuchtmittel |
| Plafondlamp rond, grijs | 3 x 5W + 3 x 10W |
| Plafondlamp halogeen | 3 x 10W |
| Klerenkastlamp | LED-Leuchte |
| Kinderbedlamp | 3 x 5W |
| Wasruimtelamp | 3 x 10W |
| Hoeklamp | 2 x 10W |
| Keukenlamp zilver 12V | 4 x 10W |
| Keukenlamp zilver 230/12V | 5 x 5W |
| Inbouwspot 1980/12H/G/chroom | 1 x 10W |
| Inbouwspot zilver | 1 x 5W |
| Spot | 1 x 10W |
| Wandlamp | 1 x 10W |
| LED inbouwspot | 1 x 0,2W |
| Entree-lamp | 2 x 5W |
14.7 Profiellijst
— Versterking met drukstabiele honingraatconstructie van kunststof

text_image
Lijst 30mm breed Blok 60x30mm Blok 200x30mm Blok 60x30mm 2000mm Blok 200x30mmIndex
A
Aankoppelen /afkoppelen 03-3
Accessoires 11-1
Achteruit rijden 02-7
Afsluitkranen
9installatieplaats 09-4
Afstandsbediening 07-3
Afvalwatertank 08-2
Afzuigkap 10-19
Autark-pakket 07-6
B
Banden 04-1
Bandenreparatieset 04-6
Bandenspanning 04-1, 14-1
Basisuitrusting 03-12,14-3
Bedieningspaneel 07-2
Bedombouw 06-7
Belading 02-4
Belading 03-12
Beluchting en ontluchting 05-1
Binnenreiniging 12-8
Bodemplaat 12-7
Boiler 10-13
Boordnet 07-7
9bovenste deel deur 05-4
Brandbestrijding 02-2
Buitenreiniging 12-5
C
CEE-stekker 07-4
Chassis 12-7
D
Daklast 05-7
Dakluik 06-10
Dakreling 05-7
Dakventilator 06-12
Definitie van de massa 03-11
Deuren en kleppen
binnen 06-1
Deuren
9openen en sluiten 06-1
9onderhoud 12-7
Draaisteunen 03-7
Drinkwatertank 08-2
E
Elektrische extra verwarming 10-5
Elektrische vloerverwarming 10-6
Extra uitrusting 03-12
F
Fietsendrager 05-8
G
Gas 09-1
Gasfleskast 09-3
Gasinstallatie
9keuring 09-1
Gastoestel 10-17
9gebruik van het kooktoestel 10-18
Gasvoorziening 09-3
Gebruik in de winter 12-10
Geschiktheid voor snelheden tot 100 km/u 03-10
Gevarendriehoek 02-1
Gloeilampen achterlicht 07-7
H
Handrem 03-5
Hangtafel 06-5
Heteluchtverwarming 10-2
Hulpaccu 07-6
I
Indirecte verlichting 07-11
Insectenhor 06-11, 06-12
K
Keuring van de gasinstallatie 09-1
Keuze staanplaats 02-8
Kinderbedden 06-8
Klep gasfleskast 05-6
Kleppen
9openen en sluiten 06-1
Koelkast 05-1, 10-15
Kooktoestel 10-17
L
Lampen
9gloeilampen achterlicht vervangen 12-4
Leeftijd banden 04-2
Lichtregeling 07-10
Luchtcirculatiesysteem 10-4
M
Media ovaal 06-3
Media schuifkast 06-4
Milieubescherming 13-1
Mover 03-6
N
Nevenpaneel 1 07-3
Nevenpaneel 2 07-3
Nooduitrusting 02-1
0
Oliën 03-1, 12-1
Onderhoud 03-5, 12-1
9onderhoud 12-5
Oplooprem 03-5
Opstapje 05-5
Oven 10-19
P
Periodieke keuring 03-8
Porta-Potti 08-6
Profieldiepte 04-2
Profiellijst 14-9
Pushlock 06-2
R
Ramen
9uitzetraam 06-9
9onderhoud 12-7
Rangeren 02-7
Regelaar 09-1
Remmen 02-7
Rijden 02-6
Rijden door bochten 02-6
Rijgeluiden 12-3
S
Schakelschema buiten 07-9
Serviceklep 05-5
Smeren 03-1, 12-1
Steunlast 02-5
Stroomvoorziening 07-4
9voedingseenheid 07-6
T
Technisch toelaatbaar totaalgewicht 03-12
Technische gegevens
9gewichten 14-1
9bandenspanning 14-1
9laadmogelijkheden 14-6
Tochtstrooklijst 05-7
Toegangsdeur 05-3
9binnen 05-3
Toelating 03-8
Toewijzing zekeringen 07-8
Toilet 08-6
Toilet met waterspoeling 08-6
Toiletluik 05-6
Trekinrichtingen 12-2
U
Ultraheat 10-5
V
Vaste drinkwatertank 08-2
V-dissels 03-6
Veilige plaatsing van de caravan 02-8
Veiligheidsinstructies 07-1
Veiligheidsvest 02-1
Velgen 04-3
Ventielen, kleppen 09-1
Ventilatieroosters 05-1
Ventileren 12-5
Verbanddoos 02-1
Verbruiksapparaten 9omschakelen 02-8
Verlichting 07-11, 14-8
Verlichting van de klerenkast 07-12
Verwarming 05-2, 09-5
VIN (voertuigidentificatienummer) 03-8
Voertuigsleutel 02-1
Voortentlamp 07-13
Voortentlijst 05-7
W
Warmwatervoorziening 08-3
Waterinstallatie 02-9
Watervoorziening 08-1
Wiel verwisselen 04-4
Z
Zuilheftafel 06-5
Zwenktafel 06-6
Begrüßung

HOBBY - Wohnwagenwerk