Santo 70278 KG8 - Koelkast AEG-ELECTROLUX - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Santo 70278 KG8 AEG-ELECTROLUX in PDF-formaat.
| Type product | Koel-vriescombinatie |
| Merk | AEG-Electrolux |
| Model | Santo 70278 KG8 |
| Koelmiddel | Isobutaan (R600a), ontvlambaar |
| Stroomvoorziening | 220–240 V ~ 50 Hz, zekering min. 10 A |
| Klimaatklasse | SN (+10°C tot +32°C), N (+16°C tot +32°C), ST (+16°C tot +38°C), T (+16°C tot +43°C) |
| Temperatuurregeling | Thermostaatknop standen 1 (warmst) tot 4 (koudst) |
| Omgevingstemperatuurschakelaar | Voor omgevingstemperaturen onder +16°C (geel controlelampje) |
| Ontdooiing koelkast | Automatisch |
| Ontdooiing vriezer | Handmatig (gebruik meegeleverde plastic schraper) |
| IJsbakje | Inbegrepen, vul voor 3/4 |
| IJsaccu | 2 ijsaccus inbegrepen (plaats in bovenste lade) |
| Legplanken | Verstelbare glazen planken met plankstoppers |
| Deurvakken | Verstelbare bovenste deurvakken |
| Variabele opbergdoos | Sommige modellen: verschuifbare doos onder deurvak |
| Deur omkeerbaar | Ja (rechts naar links) |
| Deurhandgrepen | Los, moet gemonteerd worden (max. koppel 2 Nm) |
| Afstandhouders achter | Inbegrepen voor goede ventilatie |
| Gloeilamp | 220–240 V, max. 15 W, vervangbaar |
| Condensor reinigen | Eenmaal per jaar met zachte borstel of stofzuiger |
| Koelmiddelcircuit | In de fabriek getest op lekkage |
Veelgestelde vragen - Santo 70278 KG8 AEG-ELECTROLUX
Gebruikersvragen over Santo 70278 KG8 AEG-ELECTROLUX
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Santo 70278 KG8 - AEG-ELECTROLUX en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Santo 70278 KG8 van het merk AEG-ELECTROLUX.
GEBRUIKSAANWIJZING Santo 70278 KG8 AEG-ELECTROLUX
Dubbeldeurs-koelautomaat
Lees eerst aandachtig de gebruiksaanwijzing door voordat u uw nieuwe koelapparaat in gebruik neemt. Hierin staat belangrijke informatie over een veilig gebruik, over het opstellen en over het onderhoud van het apparaat.
De gebruiksaanwijzing s.v.p. bewaren om lager nog eens iets na te kunnen lezen.. Aan eventuele volgende bezitters van het apparaat doorgeven.
Deze gebruiksaanwijzing is voor meerdere, technisch vergelijkbare modellen in diverse uitvoeringen bestemd. S.v.p. alleen op de aanwijzingen letten die op uw apparaat betrekking hebben.

Met de waarschuwingsdriehoek en/of door signaalwoorden (Waarschuwing!, Voorzichtig!, Let op!) wordt de aandacht gevestigd op aanwijzingen die belangrijk zijn voor uw veiligheid of voor het juist functioneren van het apparaat. Hier absoluut op letten.

Na dit symbool wordt uitleg gegeven over de bediening en het praktisch gebruik van het apparaat.

Met het klaverblad worden tips en aanwijzingen voor een economischen milieuvriendelijk gebruik van het apparaat aangegeven.
Voor eventueel optredende storingen staan in de handleiding aanwijzingen om deze zelf op te lossen, zie Hoofdstuk "Wat te doen als...". Als deze aanwijzingen niet voldoende informatie bieden staat onze service-afdeling u te allen tijde ter beschikking.
Inhoud
Veiligheid 4
Weggooien ....5
Informatie over de verpakking van het apparaat ....5
Weggooien van oude apparaten 6
Transportbescherming verwijderen 6
Deurgrepen monteren ....7
Opstellen 7
Opstelplaats 7
Uw koelapparaat heeft lucht nodig 8
Muur-afstandshouders 8
Deurdraairichting....9
Elektrische aansluiting ....11
Voor ingebruikname 11
Bedienings- en controle-inrichting .....12
In gebruik nemen en temperatuurregeling .....12
Interieur 13
Legvlakken 13
Variabele binnendeur 13
Variabele box 14
Koelen van levensmiddelen 14
Invriezen en diepgevroren bewaren ....15
Diepvrieskalender 16
Koude-accu's 16
Maken van ijsblokjes 16
Ontdooien van het apparaat....17
Apparaat uitzetten 18
Reiniging en onderhoud ....18
Tips om energie te besparen 19
Wat te doen als ....20
Hulp bij storingen 20
Lamp vervangen 21
Doel, normen, richtlijnen .....22

Veiligheid
De veiligheid van onze koelapparaten voldoet aan de Europese en Nederlandse normen. Desondanks zien wij ons genoodzaakt u met de volgende veiligheidsaanwijzingen vertrouwd te maken:
Reglementaire toepassing
- Het koelapparaat is voor huishoudelijk gebruik bestemd. Het is geschikt voor het koelen, invriezen en diepgevroren bewaren van levensmiddelen en voor het maken van ijs. Als het apparaat voor andere doeleinden gebruikt wordt kan de fabrikant geen verantwoording nemen voor eventuele schaden.
- Het ombouwen van of veranderingen aan het koelapparaat aanbrengen is uit veiligheidsoverwegingen niet toegestaan.
- Als het koelapparaat commercieel of voor andere doeleinden dan voor het koelen, diepgevroren bewaren en invriezen van levensmiddelen gebruikt wordt, s.v.p. letten op de hiervoor van kracht zijnde wettelijke bepalingen.
Voordat het apparaat voor de eerste keer in gebruik genomen wordt
- Controleer het koelapparaat op transportschaden. Een beschadigd apparaat in geen geval aansluiten! Wend u in geval van schade tot de leverancier.
Koelmiddelen
Het apparaat bevat in het koelvloeistofcircuit de koelvloeistof Isobutan (R600a), een natuurlijk, zeer milieuvriendelijk gas, dat echter wel brandbaar is.
- Bij het transport en het opstellen van het apparaat erop letten dat geen onderdelen van het koelvloeistofcircuit beschadigd worden.
- Bij beschadiging van het koelvloeistofcircuit:
- open vuur en brandhaarden absoluut vermijden;
- het vertrek waar het apparaat staat goed ventileren.
Veiligheid van kinderen
- Verpakkingsdelen (bijv. folies, piepschuim) kunnen voor kinderen gevaarlijk zijn. Verstikkingsgevaar! Verpakkingsmateriaal van kinderen weghouden!
- Oude apparaten voor het weggooien onbruikbaar maken. Stekker uit het stopcontact trekken, stroomkabel doorknippen, eventueel aanwezige snap- of grendelsloten verwijderen of kapotmaken. Daardoor wordt voorkomen dat spelende kinderen in het apparaat opgesloten raken (verstikkingsgevaar!) of in andere levensgevaarlijke situaties terecht komen.
- Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door kinderen, personen met verminderde lichamelijke, zintuigelijke of geestelijke capaciteiten of een gebrek aan kennis en ervaring, tenzij er toezicht is ingesteld door de persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of tenzij zij van deze persoon instructies hebben gekregen over het gebruik. Laat kinderen niet zonder toezicht in de buurt van het apparaat..
Bij dagelijks gebruik
- Containers met brandbare gassen of vloeistoffen kunnen lek raken door de inwerking van koude. Explosiegevaar! Leg geen containers met brandbare stoffen zoals bijv. spraybussen, aanstekers, navullingen van aanstekers etc. in het koelapparaat.
- Flessen en blikken mogen niet in het vriesvak. Ze kunnen springen als de inhoud bevriest – bij koolzuurhoudende inhoud zelfs exploderen! Leg nooit limonades, sappen, bier, wijn, champagne etc. in het vriesvak. Uitzondering: sterke drank met een zeer hoog alcoholpercentage kan in het vriesvak gelegd worden.
- Consumptie-ijs en ijsblokjes niet direct vanuit de vriesruimte in de mond steken. Zeer koud ijs kan aan de lippen of de tong vastvriezen en verwondingen veroorzaken.
- Niet met natte handen aan diepvriesartikelen komen. De handen kunnen daaraan vastvriezen.
- Geen elektrische apparaten (bijv. elektrische ijsmachines, mixers etc.) in het koelapparaat gebruiken.
- Voor het schoonmaken het apparaat altijd uitzetten en de stekker uit het stopcontact trekken of de zekering in de uitschakelen huisinstallatie.
- De stekker altijd aan de stekker zelf uit het stopcontact trekken, nooit aan het snoer.
Bij storing
- Als er een storing aan het apparaat optreedt eerst in de gebruiksaanwijzing kijken onder "Wat te doen als ...". Als de daar gegeven aanwijzingen niet verder helpen zelf niet verder aan het apparaat werken.
- Koelapparaten mogen alleen door geschoold personeel gerepareerd worden. Door ondeskundige reparaties kunnen grote gevaren ontstaan. Wend u zich bij reparaties tot uw vakhandel of tot onze service-afdeling.
Weggooien
Informatie over de verpakking van het apparaat
Alle gebruikte grondstoffen zijn milieuvriendelijk! Ze kunnen zonder gevaar weggegooid of in de vuilverbrandingsoven verbrand worden!
De grondstoffen: de kunststoffen kunnen ook opnieuw gebruikt worden en worden als volgt gekarakteriseerd:
PE< voor polyethyleen, bijv. bij de buitenste verpakking en de zakken binnenin.
PS< voor schuimpolystyrol, bijv. bij de bekledingsdelen, in principe CFK-vrij.
De kartonnen delen zijn van oud papier gemaakt en kunnen ook weer bij het oudpapier gedaan worden.
Weggooien van oude apparaten
Wegens milieuredenen dienen koelapparaten vakkundig ontmanteld te worden. Dit geldt voor uw huidige apparaat en - als het ook aan vervanging toe is - ook voor uw nieuwe apparaat.
Waarschuwing! Apparaten die hun tijd gehad hebben onbruikbaar maken voordat ze weggegooid worden. Stekker er afhalen, netsnoer doorknippen, eventuele snap- of grendelsloten verwijderen of kapotmaken. Hierdoor wordt voorkomen dat spelende kinderen in het apparaat opgesloten worden (verstikkingsgevaar!) of in andere levensgevaarlijke situaties terechtkomen.
Aanwijzingen voor het weggooien:
- Het koelvloeistofcircuit, in het bijzonder de warmtewisselaar aan de achterkant, mag niet beschadigd worden.
- Het symbool op het product of op de verpakking wijst erop dat dit product niet als huishoudafval mag worden behandeld. Het moet echter naar een plaats worden gebracht waar elektrische en elektronische apparatuur wordt gerecycled. Als u ervoor zorgt dat dit product op de correcte manier wordt verwijderd, voorkomt u mogelijk voor mens en milieu negatieve gevolgen die zich zouden kunnen voordoen in geval van verkeerde afvalbehandeling. Voor meer details in verband met het recyclen van dit product, neemt u het best contact op met de gemeentelijke instanties, het bedrijf of de dienst belast met de verwijdering van huishoudafval of de winkel waar u het product hebt gekocht.
Transportbescherming verwijderen
Het apparaat alsmede de onderdelen van het interieur zijn voor het transport beschermd.
- Alle plakband alsmede bekledingsdelen uit het interieur verwijderen.
Uw apparatuur is voorzien van blokkeringen, waardoor de platen tijdens het transport op hun plaats blijven. Handel als volgt om deze te verwijderen:
Beweeg de blokkeringen in de richting van de pijl, til de glasplaat aan de achterkant op en duw deze in de richting van de pijl tot deze los raakt en verwijder de blokkeringen.

- Bovenste greepdrager metgreepstang vastschroeven (1). Onderste greepdrager op de deur monteren (2).
- Bovenste greepdrager op de deur monteren (3) en greepstang met onderste greepdrager vastschroeven (4).
Voorzichtig!
Schroeven niet te vast aantrekken (max. 2 Nm), de deur-grepen kunnen anders beschadigd worden.

Het apparaat in een goed geventileerde en droge ruimte neerzetten.
De omgevingstemperatuur heeft invloed op het stroomverbruik.
Het apparaat daarom
- niet aan directe straling van de zon blootstellen;
- niet bij radiatoren, naast een kachel of andere warmtebronnen plaatsen;
- alleen op een plaats neerzetten waarvan de omgevingstemperatuur overeenkomt met de klimaatklasse waarvoor het apparaat is ontworpen.
De klimaatklassees staan op het typeplaatje dat zich links aan de binnenkant van het apparaat bevindt.
De volgende tabel geeft aan welke omgevingstemperatuur bij welke kli-maatklasse behoort:
Klimaatklasse voor een omgevingstemperatuur van
$$ \mathrm{SN} + 1 0 \mathrm{tot} + 3 2 ^ {\circ} \mathrm{C} $$
$$ \mathrm{N} + 1 6 \text { tot } + 3 2 ^ {\circ} \mathrm{C} $$
$$ \mathrm{ST} + 1 8 \mathrm{tot} + 3 8 ^ {\circ} \mathrm{C} $$
$$ \mathrm{T} + 1 8 \mathrm{tot} + 4 3 ^ {\circ} \mathrm{C} $$
Als het onvermijdelijk is het apparaat naast een warmtebron te plaat-sen, aan weerszijden minimaal de volgende afstanden aanhouden:
- tot elektrische fornuizen 3 cm;
- tot olie- en kolenfornuizen 30 cm.
Als men zich niet aan deze afstanden kan houden, is een warmte-isolerendeplaat tussen fornuis en koelapparaat aan te bevelen.
Als het koelapparaat naast een ander koel- of diepvriesapparaat staat, is een afstand van 5 cm aan weerszijden aan te bevelen, zodat zich geen condens vormt aan de buitenkant van de apparaten ^E
Uw koelapparaat heeft lucht nodig
Om veiligheidsredenen moet de ventilatie zodanig zijn als aangegeven de afbeelding.
Attentie: zorg ervoor dat de ventilatie openingen tijdens gebruik niet worden afgedekt.

Muur-afstandhouders
In het apparaat bevinden zich twee afstandshouders die in de bovenste hoeken aan de achterzijde geplaatst dienen te worden. Draai de schroeven los steek de afstandhouder onder de schroefkop en draai de schroeven weer vast.

Het deurscharnier kan van rechts (stand waarin hij wordt afgeleverd) naar links gewisseld worden als dat voor de opstelplaats nodig is.

Waarschuwing! Bij het wisselen van de deurscharnieren mag het apparaat niet op het lichtnet aangesloten zijn. Van te voren de stekker uit het stop-contact halen.
Ga nu verder als volgt te werk:
- Trek het ventilatierooster (D), dat door palwerk vastgezet is, uit.
- Verwijder het onderscharnier (E) door de schroeven, die het bevestigen, los te draaien.
- Neem de onderdeur uit het tussen- scharnier (H).
- Verwijder het tussenscharnier, trek de bovendeur van stift (G) schroef hem af en breng hem aan de andere kant weer aan.
- Verwijder de twee beschermdopjes van de gaatjes voor de scharnierpinnen en monteer ze aan de andere kant..
- Plaats de bovendeur en het tussen- scharnier (H) aan de andere kant.
- Hermonteer de onderdeur.
- Draai met een sleutel van 10 mm de scharnierpen (E) los en breng deze aan de andere kant van het scharnier aan.
- Hermonteer het onderscharnier (E) aan de andere kant door middel van de schroeven die u eerder verwijderd hebt.
- Verwijder het stopstuk (F) uit het ventilatierooster (D) door het naar de pijlrichting te duwen en breng het aan de andere kant weer aan.
- Hermonteer het ventilatierooster (D), voer het door palwerk in.

12 Bovenste greepdrager van greepstang afschroeven (1).
Onderste greepdrager van deur afschroeven (2).
13. Bovenste greepdrager van de deur afschroeven (3) en rechtsonder op de deur schroeven (4).
14. Greepdrager met greepstang 180° gedraaid met deur (5) en gemon-teerde greepdrager (6) vastschroeven.
15. Verplaats het dopje van rechts naar links.
Belangrijk
Schroeven niet te vast aan-trekken (max. 2 Nm), de deur-grepen kunnen anders beschadigd worden.
Na het omkeren van de deurdraairichting moet u controle- ren of het deurrubber rondom goed op de sponning sluit. In een koud vertrek (in de winter) kan het gebeuren dat dat niet het geval is. Na enkele dagen zal het rubber zich echter aan- gepast hebben. Wilt u dat bespoedigen, dan kunt u het rubber warm maken met een föhn.

Elektrische aansluiting
Voor de elektrische aansluiting is een volgens de voorschriften geïnstalleerde contactdoos met randaarde vereist. De contactdoos moet zodanig worden geïnstalleerd, dat de stekker altijd uit de contactdoos kan worden getrokken.
De elektrische zekering dient minstens 10 Ampère te zijn.
Indien het stopcontact bij een ingebouwd apparaat niet meer toegankelijk is, dient een maatregel in de elektrische installatie er voor te zorgen dat het apparaat van de stroom kan worden afgesloten (bijv. zekering, beveiligingsschakelaar, aardlekschakelaar of dergelijke met een contactopeningsbreedte van minimaal 3 mm).
- Voor ingebruikneming op het typeplaatje van het apparaat controleren of de netspanning en stroomsoort overeenkomen met de waarden van het lichtnet op de plaats waar het apparaat komt te staan.
Bijv.: AC 220 ... 240 V 50 Hz of 220 ... 240 V\~ 50 Hz
(d.w.z. 220 tot 240 Volt wisselstroom, 50 Hertz)
Het typeplaatje bevindt zich links aan de binnenkant van het apparaat.
Voor ingebruikname
- Het interieur van het apparaat en alle accessoires schoonmaken voor het eerste gebruik (zie Hoofdstuk "Reiniging en onderhoud").
Bedienings- en controle-inrichting

A. Lichtcontrolelampje (geel)
B. Klimaatschakelaar (EXTRAFREEZE)
C. Lichtnetcontrolelampje (groen- ON)
D. Temperatuurregelaar
De bedienings- en kontrole-inrichting omvat:
Temperatuurregelaar (D) die tevens dient om het toestel in- en uit te schakelen.
Het groene kontrolelampje (C) brandt als het toestel aan netspanning aangesloten en ingeschakeld is. In deze schakelstand is het koelakkgregaat automatisch in bedrijf.
Temperatuurregeling bij een omgevingstemperatuur beneden +16°C.
Indien de temperatuur in het vertrek waarin zich het apparaat bevindt onder +16°C daalt, dient u de klimaatschakelaar in te drukken. Het gele controlelampje boven de schakelaar licht op. Op deze wijze werkt de compressor gedurende langere tijden, zodat ook bij een lage omgevingstemperatuur de bewaartemperatuur -18°C in de vriesruimte behouden kan worden.
Attentie! Als de omgevingstemperatuur onder +10°C daalt, kunnen wij de werking van het apparaat niet garanderen. Zorg er daarom voor dat de omgevingstemperatuur minimaal +10°C is.
Belangrijk!
Indien de omgevingstemperatuur weer boven +16°C stijgt, dient u de klimaatschkelaar uit te schakelen; dit voorkomt onnodig energieverbruik. Het gele controlelampje dooft.
In gebruik nemen en temperatuurregeling
- U steekt de steker van de koelkast in een contactdoos met randaarde.
Als u de koelkastdeur opent, wordt de binnenverlichting ingeschakeld.
Stand „1“ betekent: hoogste binnentemperatuur, warmste instelling.
Stand „4“ betekent: laagste binnentemperatuur, koudste instelling.
Bij het instellen van de juiste stand dient u er rekening mee te houden dat de temperatuur in het apparaat afhankelijk is van:
- de kamertemperatuur;
- de frequentie waarmee de deuren geopend worden;
- de hoeveelheid levensmiddelen in de kast;
- de plaats van het apparaat.
De temperaturen in koelruimte en vriesvak kunnen niet gescheiden geregeld worden.
Als verse levensmiddelen snel moeten worden ingevroren, kunt u stand „4“ kiezen. Let u erop, dat de temperatuur in de koelruimte niet beneden 0°C komt en zet de temperatuurregelaar tijdig op stand „2“ of „3“ terug.
Belangrijk!
Hoge omgevingstemperatuur (bijv. op hete zomerdagen) en koude instelling van de temperatuurregelaar (stand "3" tot "4") kunnen er voor zorgen dat de compressor continu werkt.
Zet in dat geval de temperatuurregelaar op een warmere stand (stand "2" tot "3"). Bij deze instelling wordt de compressor geregeld en begint het ont-dooien weer automatisch.
Interieur
Legvlakken
Naargelang het model is het apparaat voorzien van glazen legvlakken.
Het legvlak van glas boven de groente- en fruitbakken moet altijd op die plaats blijven liggen, opdat groente en fruit langer vers blijven.

De overige legvlakken zijn in hoogte verstelbaar:
Daartoe het legvlak zover naar voren trekken tot het naar boven of onderen bewogen kan worden en eruit gehaald kan worden.
Om de legvlakken op een andere hoogte te zetten in omgekeerde volgorde te werk gaan.
Variabele binnendeur
Naargelang de behoefte kunnen de deurvakken er naar boven uitgenomen worden en op andere plaatsen gezet worden.
Variabele box
Sommige modellen hebben een variabele box die naar de zijkant verschoven kan worden en onder een deurvak is aangebracht.
De box kan onder ieder deurvak wor- den aangebracht.
Voor het omzetten het deurvak met de variabele box naar boven uit de houders in de deur tillen en de beugel uit de geleider onder het deurvak uitnemen.
Inzetten op een andere hoogte geschiedt in omgekeerde volgorde.

Koelen van levensmiddelen
Voor een optimaal gebruik van de koelruimte adviseren wij u de volgende eenvoudige regels in acht te nemen:
- Plaats geen warme of dampende spijzen of dranken in de koelruimte;
- dek vooral sterk geurend voedsel af of verpak het;
- plaats de levensmiddelen zo, dat de lucht vrij eromheen kan circuleren.
Enkele belangrijke tips:
Vlees (alle soorten): wordt in plastic zakjes op de glazen plaat boven de groentelade geplaatst.
Bewaar vlees niet langer dan één of twee dagen.
Gekookt voedsel, koude schotels enz.: kunnen, goed afgedekt, op elk legvlak geplaatst worden.
Fruit en groente: worden schoongemaakt in de groentelade(n) gelegd.
Boter en kaas: worden, om blootstelling aan de lucht te voorkomen, in speciale koeldozen bewaard of in plastic- of aluminiumfolie verpakt.
Flessen melk: worden, goed gesloten, in het flessenrek geplaatst.
Bewaar niet-luchtdicht verpakte bananen, aardappelen, uien of knoflook niet in de koelkast.
Invriezen en diepgevroren bewaren
In uw koelapparaat kunt u diepvriesproducten bewaren en verse levensmiddelen zelf invriezen.
Attentie!
- Voor het invriezen van levensmiddelen dient de temperatuur in de vriesruimte -18^ of lager te zijn.
- Let op het op het typeplaatje aangegeven vriesvermogen. Het vriesvermogen is de maximale hoeveelheid verse waren die binnen 24 uur ingevroren kunnen worden. Als er gedurende meerdere dagen achter elkaar ingevroren wordt, neem dan slechts 2/3 tot 3/4 van de hoeveelheid aangegeven op het typeplaatje. De kwaliteit is beter, als de levensmiddelen snel tot in de kern bevriezen.
- Warme levensmiddelen voor het invriezen laten afkoelen. De warmte leidt tot verhoogde ijsvorming en verhoogt het energieverbruik.
- Bij het bewaren van kant-en-klare diepvriesproducten dient u zich beslist aan de door de fabrikant opgegeven bewaartijd te houden.
- Eenmaal ontdooide levensmiddelen zonder verdere verwerking (bereiden tot panklare gerechten) in geen geval een tweede keer invriezen.
- Containers met brandbare gassen of vloeistoffen kunnen lek raken door de inwerking van koude. Explosiegevaar! Leg geen containers met brandbare stoffen zoals bijv. spraybussen, aanstekers, navullingen van aanstekers etc. in het vriesapparaat.
- Flessen en blikken mogen niet in de vriesruimte. Ze kunnen springen als de inhoud bevriest – bij koolzuurhoudende inhoud zelfs exploderen! Leg nooit limonades, sappen, bier, wijn, champagne etc. in de vriesruimte. Uitzondering: sterke drank met een zeer hoog alcoholpercentage kan in de vriesruimte gelegd worden.
- Alle levensmiddelen voor het invriezen luchtdicht verpakken, zodat ze niet uitdrogen, de smaak niet verloren gaat en de smaak niet op andere diepvriesproducten overgebracht wordt.
Voorzichtig! Diepvriesartikelen niet met natte handen aanraken. De handen

kunnen daaraan vast vriezen.
Om veiligheidsredenen moet u de laden niet verwijderen.
- De verpakte levensmiddelen in de laden leggen. De in te vriezen levensmiddelen in de bovenste lade van het apparaat plaatsen. Niet-bevroren artikelen mogen niet in aanraking komen met reeds bevroren waren omdat anders de bevroren artikelen kunnen ontdooien.
- Indien u voedsel sneller wilt invriezen of indien u de max. hoeveelheid wilt invriezen, dan dient u 24 uur van te voren de klimaatschakelaar in te drukken. op de koude instelling.
- Diepvriesartikelen het liefst naar soort apart in de laden leggen.
Diepvrieskalender
- De symbolen geven de diverse soorten diepvriesproducten aan.
- De getallen geven voor iedere soort diepvriesproduct de bewaartijd in maanden aan. Of de hoogste of de laagste waarde van de aangegeven bewaartijd geldt, hangt af van de kwaliteit van de levensmiddelen en de behandeling voorafgaand aan het invriezen. Voor levensmiddelen met een hoog vetgehalte geldt altijd de laagste waarde.

Koude-accu's

In één van de laden van de vriesruimte bevinden zich twee koude-accu's.
Als de stroom uitvalt of bij een storing aan het apparaat verlengen de koude-accu's de tijd tot de diepvriesartikelen te warm worden met meerdere uren.
De koude-accu's kunen dit echter alleen optimaal doen als ze in de bovenste lade vooraan boven op de diepvriesartikelen gelegd worden. De koude-accu's kunnen tijdelijk ook als koelelement voor koeltassen gebruikt worden.
Maken van ijsblokjes
- Ijsbakje voor 3/4 met koud water vullen, in de vriesruimte plaatsen en laten bevriezen.
- Om de ijsblokjes los te maken het ijsbakje omdraaien of kort onder stromend water houden.
Attentie! Een eventueel vastgevroren ijsbakje in geen geval met spitse of scherpe voorwerpen losmaken.
Ontdooien van het apparaat
Het ontdooien van de koelruimte
Als de compressor loopt vormt zich op de achterwand van de koelruimte een rijplaag. Deze laag wordt automatisch verwijderd, wanneer de compressor stilstaat. Het dooiwater wordt in een gootje in de achterwand van de koelruimte opgevangen en via een afvoeropening naar een verzamelbak boven de compressor gevoerd, alwaar het verdampt.
Het ontdooien van de vriesruimte
In het vriesvak slaat het vocht dat ontstaat tijdens de werking van het apparaat en tijdens het openen van de deur neer. Daardoor vormt zich in de vriesruimte een rijplaag. Deze dient regelmatig verwijderd te worden met behulp van de speciale kunststof schraper. Een dikke rijplaag in de vriesruimte betekent een hoger energieverbruik. Ontdooi daarom minstens éénmaal per jaar, resp. als zich een rijplaag van ca. 4 mm gevormd heeft, devriesruimte. Dit kunt u het beste doen, wanneer de vriesruimte leeg of slechts voor een klein deel gevuld is.
Ga als volgt te werk:
- Verwijder de diepvriesproducten en bewaar ze op een koele plaats.
- Schakel het apparaat uit en haal de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de huisinstallatie uit.
- Laat de deur van de vriesruimte openstaan.
- Steek de kunststof schraper in de opening onder de vriesruimte en plaats daar een schaaltje of teiltje onder.

- Draai de thermostaatknop in de gewenste stand of steek de stekker weer in het stopcontact. Na twee of drie uur kunt u de diepvriesproducten weer terugplaatsen.

Belangrijk
Gebruik geen metalen voorwerpen om de rijplaag te verwijderen.
Gebruik geen elektrische verwarmingsapparaten o.i.d. om het ontdooiproces te versnellen. Houd u aan de aanwijzingen in dit boekje.
Temperatuurstijging van diepvriesproducten kan hun houdbaarheidsduur verkorten.
Apparaat uitzetten
Voor het uitzetten de temperatuurregelaar op stand "0" draaien.
Als het apparaat gedurende langere tijd niet gebruikt wordt:
- Levensmiddelen uit koelruimte en vriesvak nemen.
- Apparaat uitzetten, daartoe de temperatuurregelaar op stand "0" draaien.
- Stekker uit het stopcontact halen of zekering in de huisinstallatie uitschakelen.
- Diepvriesruimte ontdooien en grondig reinigen (zie hoofdstuk "Reiniging en onderhoud").
- Deuren daarna open laten om geurvorming te voorkomen.
Reiniging en onderhoud
Buitenkant van het apparaat
Let op: Gebruik geen reinigingsmiddel voor roestvrij staal en ook geen andere agressieve of schurende reinigingsmiddelen. De beschermende laklaag van het roestvrij stalen oppervlak kan daardoor worden aangetast.
De aanwezige laklaag beschermt tegen vingerafdrukken, extra reinigings- of onderhoudsmiddelen zijn daarom niet meer vereist.
- Apparaat met een doek en lauwwarm water schoonmaken. Eventueel een beetje normaal afwasmiddel toevoegen.
- Daarna met schoon water afnemen en droogmaken.

Om hygiënische redenen dient het apparaat aan de binnenkant met toebehoren geregeld gereinigd te worden.
Waarschuwing!
- Het apparaat mag tijden het schoonmaken niet op het elektriciteitsnet aangesloten zijn. Gevaar voor schokken! Zet voor het schoonmaken het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering uit.
- Het apparaat nooit met stoomreinigingsapparaten schoonmaken. Er kan vocht in de elektrische onderdelen komen. Gevaar voor schokken! Hete damp kan kunstof onderdelen beschadigen.
- Het apparaat dient droog te zijn voordat het weer in gebruik genomen wordt.
Let op!
- Etherische oliën en organische oplosmiddelen kunnen kunststof onderdelen aantasten, bijv.
- Sap van citroen- of sinaasappelschillen;
- boterzuur;
- schoonmaakmiddelen die azijnzuren bevatten.
Dergelijke substanties niet in contact brengen met apparaatonderdelen.
- Geen schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.
- Koel- en diepvriesartikelen er uit halen. Diepvriesartikelen in meerdere lagen kranten verpakken. Alles afgedekt op een koele plaats leggen.
- Vriesvak voor het schoonmaken ontdooien (zie hoofdstuk "Ontdooien").
- Apparaat uitzetten en de stekker uit het stopcontact halen of de zekering in de huisinstallatie uitschakelen.
- Apparaat en interieur met een doek en lauwwarm water schoonmaken. Eventueel een beetje normaal afwasmiddel gebruiken.
- Daarna met schoon water afnemen en droogmaken.

Stof op de condensor verhoogt het energieverbruik. Daarom eenmaal per jaar de condensor aan de achterkant van het apparaat met een zachte borstel of met de stofzuiger voorzichtig schoonmaken.
- Het dooiwaterafvoergat aan de achterwand van de koelruimte controle-ren. Een verstopt dooiwaterafvoergat met behulp van het groene stopje dat met het toestel is meegeleverd schoonmaken.

- Als alles droog is, de levensmiddelen er weer in doen en het apparaat weer in bedrijf nemen.

Tips om energie te besparen
- Het apparaat niet in de buurt van kachels, verwarmingselementen of andere warmtebronnen plaatsen. Bij een hoge omgevingstemperatuur werkt de compressor vaker en langer.
- Zorgen voor voldoende be- en ontluchting aan de onderkant van het apparaat. Ventilatieopeningen nooit afdekken.
- Geen warme spijzen in het apparaat zetten. Warme spijzen eerst laten afkoelen.
- Deur slechts zo lang open laten als nodig is.
- De temperatuur niet lager dan nodig instellen.
- Diepvriesartikelen voor het ontdooien in de koelruimte leggen. De koude in de diepvriesartikelen wordt zo voor koeling van de koelruimte gebruikt.
- Houd de warmte afgevende verdamper, het metalen rooster aan de achterzijde van het apparaat, schoon.
Wat te doen als ...
Hulp bij storingen
Het kan bij een storing om kleine defecten gaan die u zelf aan de hand van de volgende aanwijzingen kunt oplossen. Voer zelf geen verdere werkzaamheden uit als de volgende informatie in concrete gevallen niet verder helpt.

Waarschuwing! Reparaties aan het koelapparaat mogen alleen door geschoold personeel uitgevoerd worden. Door ondeskundige reparaties kunnen grote gevaren ontstaan voor de gebruiker. Wend u bij reparatie tot onze service-afdeling.
| Storing Mogelijke oorzaken Oplossing | ||
| Apparaat is niet aangezet. Apparaat aanzetten. | ||
| Stekker zit niet in het stopcontact of zit los. | Stekker in stopcontact steken. | |
| Apparaat werkt niet. | Zekering is los of kapot. | Zekering controleren, eventueel vernieuwen |
| Stopcontact is kapot. | Storingen in het lichtnet door uw elektrovakman laten verhelpen. | |
| Apparaat koelt te sterk. | Temperatuur is te laag ingesteld. | Temperatuurregelaar tijdelijk op een hogere stand zetten. |
| Temperatuur is niet juist ingesteld. | Zie hoofdstuk "Ingebruikname". | |
| De levensmiddelen zijn te warm. | Deur heeft te lang openge-staan. | Deur slechts zo lang open laten als nodig is. |
| In de laatste 24 uur zijn gro-tere hoeveelheden warme levensmiddelen opgeslagen. | Temperatuurregelaar op een koudere stand zetten. | |
| Het apparaat staat naast een warmtebron. | Zie hoofdstuk "Opstelplaats". | |
| Binnenverlichting werkt niet. | Lamp is kapot. | Zie hoofdstuk "Lamp vervan-gen". |
| Sterke rijpvorming in het apparaat, eventueel ook aan de deurafdichting. | Deurafdichting is lek (even-tueel na het overzetten van het deurscharnier). | Op de ondichte plaatsen de deurafdichting voorzichtig met een föhn verwarmen (niet heter dan ca. 50 °C). Tegelijkertijd de verwarmde deurafdichting met de hand zo in vorm trekken dat hij weer helemaal sluit. |
| Storing Mogelijke oorzaken Oplossing | ||
| Ongewone geluiden. | Apparaat staat niet recht. | Stelvoetjes bijstellen. |
| Apparaat komt tegen de muur of tegen andere voorwerpen aan. | Apparaat iets wegtrekken. | |
| Een onderdeel, bijv. een leiding, aan de achterkant van het apparaat komt tegen een ander onderdeel van het apparaat aan of tegen de muur. | Dit onderdeel voorzichtig wegbuigen. | |
| Na het wijzigen van de temperatuurinstelling start de compressor niet direct. | Dit is normaal, het betreft geen storing. | De compressor start na enige tijd automatisch. |
| Water op de bodem van de koelruimte of op de legvlakken. | Dooiwaterafvoer is verstopt. | Zie hoofdstuk "Reiniging en onderhoud". |
Lamp vervangen

Waarschuwing! Gevaar voor elektrische schok! Voor het vervangen van de lamp het apparaat uitzetten en de stekker uit het stopcontact trekken of de zekering in de huisinstallatie uitschakelen.
Lampgegevens: 220-240 V
-
Om het apparaat uit te zetten de temperatuurregelaar op stand „0" draaien.
-
Stekker uit het stopcontact trekken.
-
Voor het vervangen van de lamp, dient men op de achterste vasthechting te drukken en tegelijkertijd het dekseltje in de richting van de pijltjes weg te nemen.
-
Vervang de lamp met een exemplaar van gelijke sterkte (het maximum vermogen staat op de lichtverspreider aangegeven).
-
De afdekking weer monteren.
-
De koelkast aanzetten.

Doel, normen, richtlijnen
Het koelapparaat is voor huishoudelijk gebruik bestemd en is met in-acht-neming van de voor deze apparaten geldende normen gemaakt. Bij de fabricage zijn speciaal die maatregelen genomen die vereist zijn volgens de Duitse wet op de veiligheid van toestellen (GSG), volgens de Duitse voorschriften ter voorkoming van ongevallen bij koude-installaties (VBG 20) en volgens de bepalingen van de ver-eniging van Duitse elektotechnici (VDE). De koudecirculatie is op dichtheid getest.
CE Dit apparaat voldoet aan de volgende EG-richtlijnen: - 73/23/EWG van 19.2.1973 - Laagspanningsrichtlijn0 - 89/336/EWG van 3.5.1989 (met inbegrip van Wijzigingsrichtlijn 92/31/EWG) - EMC-richtlijn
© Copyright by AEG Wijzigingen voorbehouden
2223 330-74