KNS3SE18S - Koelkast ELECTROLUX - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KNS3SE18S ELECTROLUX in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over KNS3SE18S ELECTROLUX
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KNS3SE18S - ELECTROLUX en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KNS3SE18S van het merk ELECTROLUX.
GEBRUIKSAANWIJZING KNS3SE18S ELECTROLUX
NL Gebruiksaanwijzing | Koel-vriescombinatie 32
EN User Manual | Fridge Freezer 48
Welkom bij Electrolux! Hartelijk dank dat je voor onze apparatuur hebt gekozen.

Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen, informatie met betrekking tot service en reparatie: www.electrolux.com/support
Wijzigingen voorbehouden.
INHOUDSOPGAVE
- VEILIGHEIDSINFORMATIE....32
- VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN....34
- INSTALLEREN....36
- BEDIENING....38
- DAGELIJKS GEBRUIK.... 39
- TIPS EN ADVIES.... 40
- ONDERHOUD EN REINIGING....42
- PROBLEEMOPLOSSING....43
- GELUIDEN....46
- TECHNISCHE GEGEVENS....46
- INFORMATIE VOOR TESTINSTITUTEN.... 46
- HET MILIEUPERSPECTIEF....46
1. AVEILIGHEIDSINFORMATIE
Lees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor installatie en gebruik van het apparaat. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor verwondingen of schade die voortvloeit uit de onjuiste installatie of het onjuiste gebruik. Bewaar de instructies altijd op een veilige, toegankelijke plek voor toekomstig gebruik.
1.1 Veiligheid van kinderen en kwetsbare personen
- Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en door mensen met een beperkt lichamelijk, zintuiglijk of verstandelijk vermogen of een gebrek aan ervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over het veilig gebruiken van het apparaat en indien zij de gevaren begrijpen. Kinderen in de leeftijd van 3 tot 8 jaar en personen met zeer uitgebreide en complexe beperkingen mogen het apparaat in- en
uitladen op voorwaarde dat ze de juiste instructies hebben gekregen. Kinderen jonger dan 3 jaar dienen, tenzij zijn voortdurend onder toezicht staan, bij het apparaat uit de buurt te worden gehouden.
- Houd toezicht op kinderen om te voorkomen dat zij gaan spelen met het apparaat.
- Kinderen mogen zonder toezicht geen reinigings- en onderhoudswerkzaamheden aan het apparaat uitvoeren.
- Houd alle verpakking uit de buurt van kinderen en gooi het op passende wijze weg.
1.2 Algemene veiligheid
- Dit apparaat is alleen bedoeld voor het bewaren van voedsel en dranken.
- Dit apparaat is bedoeld voor binnenshuis huishoudelijk gebruik.
- Dit apparaat kan worden gebruikt in kantoren, hotelkamers, bed & breakfast-kamers, boerderijgasthuizen en andere soortgelijke accommodaties waar dergelijk gebruik de (gemiddelde) huishoudelijke gebruiksniveaus niet overschrijdt.
- Neem de volgende instructies in acht om besmetting van voedsel te voorkomen:
– open de deur niet gedurende lange perioden;
– reinig regelmatig oppervlakken die in contact kunnen komen met voedsel en toegankelijke afwateringssystemen;
- bewaar rauw vlees en vis in geschikte recipiënten in de koelkast, zodat het niet in contact komt met of druppelt op andere levensmiddelen.
- WAARSCHUWING: Houd de ventilatieopeningen vrij van obstructies. Dit geldt zowel voor losstaande als ingebouwde modellen.
- WAARSCHUWING: Gebruik geen mechanische apparaten of andere middelen om het ontdooiproces te versnellen,
behalve de middelen die door de fabrikant worden aanbevolen.
- WAARSCHUWING: Beschadig het koelcircuit niet.
- WAARSCHUWING: Gebruik geen elektrische apparaten in de bewaarvakken van het apparaat, tenzij dit het type is dat door de fabrikant wordt aanbevolen.
- Gebruik geen waterstralen en stoom om het apparaat te reinigen.
- Reinig het apparaat met een vochtige zachte doek. Gebruik alleen neutrale reinigingsmiddelen. Gebruik geen schuurmiddelen, schuursponsjes, oplosmiddelen of metalen voorwerpen.
- Als het apparaat lange tijd leeg is, schakel het dan uit, ontdooi, reinig en droog het en laat de deur open om te voorkomen dat er schimmel in het apparaat ontstaat.
- Bewaar geen explosieve stoffen zoals spuitbussen met een ontvlambaar drijfgas in dit apparaat.
- Indien het netsnoer beschadigd is, moet het worden vervangen door de fabrikant, een erkende serviceverlener of vergelijkbaar gekwalificeerde personen om gevaar te voorkomen.
2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
2.1 Installeren

WAARSCHUWING!
Alleen een erkende installatietechnicus mag dit apparaat installeren.
- Verwijder alle verpakkingsmaterialen.
- Installeer en gebruik geen beschadigd apparaat.
- Gebruik het apparaat niet voordat u het in de ingebouwde structuur installeert omwille van veiligheidsredenen.
- Volg de afzonderlijke instructies voor de installatie van het apparaat en het achteruitrijden van de deur die beschikbaar zijn op onze website.
- Pas altijd op bij verplaatsing van het apparaat, want het is zwaar. Gebruik altijd
veiligheidshandschoenen en gesloten schoeisel.
- Zorg ervoor dat rondom het apparaat de lucht vrij kan circuleren.
- Bij de eerste installatie of na het omdraaien van de deur moet u minstens 4 uur wachten voordat u het apparaat op de stroom aansluit. Dit is om de olie terug te laten stromen in de compressor.
- Trek de stekker uit het stopcontact voordat u handelingen aan het apparaat uitvoert (bijv. het omdraaien van de deur).
- Installeer het apparaat niet in de buurt van radiatoren of fornuizen, ovens of kookplaten, tenzij anders aangegeven in de installatie-instructies.
- Stel het apparaat niet bloot aan regen.
-
Installeer het apparaat niet als er direct zonlicht is.
-
Installeer dit apparaat niet in ruimtes die te vochtig of te koud zijn.
- Als je het apparaat verplaatst, til het dan op aan de voorrand, om krassen op de vloer te voorkomen.
- Bescherm de vloer tegen krassen bij het omdraaien van de deur van het apparaat.
2.2 Elektrische aansluiting

WAARSCHUWING!
Gevaar voor brand en elektrische schokken.

WAARSCHUWING!
Zorg er bij het plaatsen van het apparaat voor dat het stroomsnoer niet klem zit of wordt beschadigd.

WAARSCHUWING!
Gebruik geen adapters met meerdere stekkers en verlengkabels.
- Zorg ervoor dat de parameters op het vermogensplaatje overeenkomen met elektrische vermogen van de netstroom.
- Dit apparaat moet worden aangesloten op een geaard stopcontact.
- Gebruik altijd een juist geïnstalleerd schokbestendig stopcontact.
- Als het stopcontact voor huishoudelijk gebruik niet geaard is, sluit je het apparaat aan op een aparte aarding in overeenstemming met de huidige voorschriften. Raadpleeg hiervoor een gekwalificeerde elektricien.
- Zorg ervoor dat de elektrische onderdelen (bijv. stekker, netsnoer, compressor) niet beschadigd raken. Neem contact met de Bevoegde Servicedienst of een elektricien om de elektrische onderdelen te wijzigen.
- Het netsnoer moet onder het niveau van de stekker blijven.
- Steek de stekker pas in het stopcontact als de installatie is voltooid. Zorg ervoor dat het netsnoer na installatie bereikbaar is.
- Trek niet aan het netsnoer om het apparaat los te koppelen. Trek altijd aan de stekker.
2.3 Gebruik

WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel, brandwonden of elektrische schokken.

Het apparaat bevat ontvlambaar gas, isobutaan (R600a), een aardgas met een hoge ecologische compatibiliteit. Zorg ervoor dat u het koelcircuit dat isobutaan bevat, niet beschadigt.
- De specificatie van dit apparaat niet wijzigen.
- Elk gebruik van het ingebouwde product als vrijstaand product is ten strengste verboden.
- Dit apparaat is bedoeld voor gebruik bij een omgevingstemperatuur variërend van 16°C tot 38°C. De juiste werking van het apparaat kan alleen worden gegarandeerd binnen het gespecificeerde temperatuurbereik.
- Zet geen elektrische apparaten (bijv. ijsvormers) in het apparaat, tenzij dit van toepassing is op de fabrikant.
- Als er schade optreedt aan het koelcircuit, zorg er dan voor dat er geen vlammen en ontstekingsbronnen in de kamer aanwezig zijn. Ventileer de kamer.
- Laat geen hete voorwerpen de kunststof onderdelen van het apparaat aanraken.
- Zet geen frisdranken in het vriesvak. Hierdoor ontstaat er druk op de drankverpakking.
- Bewaar geen ontvlambare gassen en vloeistoffen in het apparaat.
- Plaats geen ontvlambare producten of artikelen die vochtig zijn met ontvlambare producten in, bij of op het apparaat.
- Raak de compressor of de condensator niet aan. Ze zijn heet.
- Verwijder of raak geen voorwerpen uit het vriesvak als je handen nat of vochtig zijn.
- Vries voedsel dat ontdooid is niet opnieuw in.
- Bewaar de voedingswaren volgens de instructies op de verpakking.
- Wikkel het voedsel in eender welk contactmateriaal voor voedsel alvorens het in het vriesvak te plaatsen.
- Zorg dat er geen voedsel in contact komt met de binnenwanden van de compartimenten van het apparaat.
2.4 Binnenverlichting

WAARSCHUWING!
Gevaar voor elektrische schokken.
- Dit product bevat een of meer lichtbronnen van energie-efficiëntieklasse G.
- Met betrekking tot de lamp(en) in dit product en reservelampen die afzonderlijk worden verkocht: Deze lampen zijn bedoeld om bestand te zijn tegen extreme fysieke omstandigheden in huishoudelijke apparaten, zoals temperatuur, trillingen, vochtigheid, of zijn bedoeld om informatie te geven over de operationele status van het apparaat. Ze zijn niet bedoeld voor gebruik in andere toepassingen en zijn niet geschikt voor verlichting in huishoudelijke ruimten.
2.5 Onderhoud en reinigen

WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel of schade aan het apparaat.
- Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact voordat je onderhoudshandelingen verricht.
- Dit apparaat bevat koolwaterstoffen in de koelunit. Alleen een gekwalificeerd persoon mag het apparaat onderhouden en bijvullen.
2.6 Service
- Neem contact op met de erkende servicedienst voor reparatie van het apparaat. Gebruik alleen originele reserveonderdelen.
- Houd er rekening mee dat zelfreparatie of niet-professionele reparatie gevolgen kan hebben voor de veiligheid en de garantie kan doen vervallen.
- De volgende reserveonderdelen zullen gedurende 7 jaar nadat het model niet meer verkrijgbaar is leverbaar zijn: thermostaten, temperatuursensoren, printplaten, lichtbronnen, deurgrepen, deurscharnieren, laden en mandjes. Deurpakkingen zijn beschikbaar tot 10 jaar nadat het model uit de handel is genomen. De termijn kan in uw land langer zijn. Ga voor meer informatie naar onze website.
- Houd er rekening mee dat sommige van deze reserveonderdelen alleen beschikbaar zijn voor professionele reparateurs en dat niet alle reserveonderdelen relevant zijn voor alle modellen.
2.7 Verwijdering

WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel of verstikking.
- Haal de stekker uit het stopcontact.
- Snij het netsnoer van het apparaat af en gooi dit weg.
- Verwijder de deur om te voorkomen dat kinderen en huisdieren opgesloten raken in het apparaat.
- Het koelcircuit en de isolatiematerialen van dit apparaat zijn ozonvriendelijk.
- Het isolatieschuim bevat ontvlambare gassen. Neem contact met uw plaatselijke overheid voor informatie m.b.t. correcte afvalverwerking van het apparaat.
- Veroorzaak geen schade aan het deel van de koeleenheid dat zich naast de warmtewisselaar bevindt.
3. INSTALLEREN

WAARSCHUWING!
Zie de hoofdstukken over veiligheid.
3.1 Afmetingen

text_image
1763 1780 36 *mm
text_image
541 540
text_image
1059 90° 560
text_image
550 5603.2 Locatie
Om de beste werking van het apparaat te garanderen, mag je het apparaat niet installeren in direct zonlicht. Installeer het apparaat niet in de buurt van de warmtebron (oven, fornuizen, radiatoren, fornuizen, afzuigkappen, kookplaten of afzuigkappen), tenzij anders aangegeven in de installatie-instructies. Zorg ervoor dat lucht vrij kan circuleren rond de achterkant van de kast.
Dit apparaat moet op een droge, goed geventileerde plaats binnenshuis worden geïnstalleerd.
Dit apparaat is bedoeld voor gebruik bij een omgevingstemperatuur variërend van 16°C tot 38°C.

De juiste werking van het apparaat kan enkel worden gegarandeerd bij het opgegeven temperatuurbereik.

Mocht je vragen hebben over de plek waar je het apparaat moet installeren, neem dan contact op met de leverancier, de klantenservice of het dichtstbijzijnde bevoegde servicecentrum.

Het moet mogelijk zijn om het apparaat van de hoofdstroomtoevoer af te halen. De stekker moet daarom na de installatie gemakkelijk toegankelijk zijn.
3.3 Elektrische aansluiting
- Controleer, voordat je de stekker in het stopcontact steekt, of de spanning en frequentie die op het typeplaatje staan overeenkomen met je huishoudelijke voeding.
- Het apparaat moet geaard zijn. De stekker van de voedingskabel is hiervoor voorzien van een contact. Als het stopcontact voor huishoudelijk gebruik niet geaard is, sluit je het apparaat aan op een aparte aarding in overeenstemming met de huidige voorschriften. Raadpleeg hiervoor een gekwalificeerde elektricien.
- Indien de bovenstaande veiligheidsmaatregelen niet in acht worden genomen, wijst de fabrikant alle verantwoordelijkheid van de hand.
3.4 Ventilatievereisten
Er moet voldoende luchtstroom mogelijk zijn achter het apparaat.

Raadpleeg de installatie-instructies voor de installatie.
3.5 De deur omkeren
Raadpleeg het afzonderlijke document met instructies voor installatie en omdraaien van de deur.
LET OP!
Bedek tijdens iedere fase van het omdraaien van de deur de vloer met een duurzaam materiaal, om krassen te voorkomen.
4. BEDIENING
4.1 Bedieningspaneel

flowchart
graph LR
A["1"] --> B["Adjust"]
B --> C["1"]
C --> D["2"]
D --> E["3"]
E --> F["4"]
F --> G["5"]
G --> H["Mode"]
H --> I["3"]
I --> J["4"]
J --> K["5"]
K --> L["Smart"]
1 Aanpassen-toets
2 Controlelampjes temperatuur
3 Modus-toets
4 Vries-modus-indicatielampje
5 Slim-toets
4.2 Temperatuurregeling
De koelruimte heeft 5 temperatuurniveaus: Niveau 1 is het koudste en niveau 5 is het warmste.
Aanbevolen temperatuurinstellingen:
• Zomer: Niveau 2 - 4,
- Milde omstandigheden: Niveau 4,
• Winter: Niveau 4 - 5.
- Druk op de Modus-knop om de gebruikersinstelling te bevestigen.
- Druk herhaaldelijk op de Aanpassen-knop om te schakelen tussen niveaus 1-5.
De temperatuurindicatorlampjes tonen het ingestelde temperatuurniveau.
i
De ingestelde temperatuur wordt binnen 24 uur bereikt. Na een stroomstoring blijft deze opgeslagen.
De temperatuur van de vriezer wordt automatisch geregeld en gehandhaafd op -18 °C.
4.3 Vries-modus-functie
De Vries-modus functie versnelt het invriezen van vers voedsel en beschermt het opgeslagen voedsel tegen opwarmen.
Activeer om vers voedsel in te vriezen de modus ten minste 24 uur voordat je het voedsel in het apparaat plaatst.
Druk op de Vries-modus-toets om de Modus-functie in of uit te schakelen. Deze modus stopt automatisch na 54 uur.
4.4 Slim-modus
Druk op de Modus-knop om de Slim-modus te activeren. Het apparaat past zijn temperatuur automatisch aan op basis van de omgevingstemperatuur.
4.5 In- en uitschakelen
Om het apparaat aan te zetten, houd je de Aanpassen-knop 5 seconden ingedrukt.
Om het apparaat uit te schakelen, houd je de Aanpassen-knop 5 seconden ingedrukt.
4.6 Deur open-alarm
Als de koelkastdeur ongeveer 90 seconden open blijft staan, wordt het alarm geactiveerd. Tijdens het alarm is het geluid aan.
Het alarm stop als de deur wordt gesloten.
5. DAGELIJKS GEBRUIK
5.1 Het plaatsen van de deurschappen
Voor het bewaren van etenswaren van verschillende groottes kunnen de deurrekken op verschillende hoogtes worden geplaatst.
- Trek het rek enigszins omhoog totdat het loskomt.
- Plaats het terug op een gewenste positie.

5.2 Verplaatsbare legrekken
De wanden van de koelkast zijn voorzien van geleiders. U kunt de positie van de planken wijzigen.

Verplaats de glazen plaat boven de groentelade niet, om de juiste luchtcirculatie te garanderen.
5.3 Vers voedsel invriezen
Het vriesvak is geschikt voor het invriezen van vers voedsel en voor het gedurende een lange periode bewaren van ingevroren en diepgevroren voedsel.
Bewaar het verse voedsel gelijkmatig verdeeld in het eerste en tweede vak of in de eerste en tweede lade vanaf de bovenkant.
De maximale hoeveelheid voedsel dat kan worden ingevroren zonder ander vers voedsel toe te voegen, gedurende 24 uur, staat aangegeven op het typeplaatje (een label dat zich aan de binnenkant van het apparaat bevindt).
Wanneer het invriesproces is voltooid, keert het apparaat terug naar de vorige ingestelde temperatuur. Raadpleeg "Vries-modus-functie".
Zie voor meer informatie het hoofdstuk "Tips voor het invriezen".
5.4 Het bewaren van ingevroren voedsel
De vrieslades zorgen ervoor dat je het gewenste voedsel snel en eenvoudig kan terugvinden. Verwijder alle lades als er grote hoeveelheden voedsel bewaard moeten worden en leg het voedsel op de schappen. Laat de onderste lade zitten voor een goede luchtcirculatie.

LET OP!
Bij onbedoelde ontdooiing door bijvoorbeeld stroomuitval, waarbij de stroom langer is uitgeschakeld dan de waarde die op het typeplaatje staat onder 'tijdsduur', moet het ontdooide voedsel snel worden geconsumeerd of onmiddellijk worden bereid, vervolgens afgekoeld en daarna opnieuw worden ingevroren.
5.5 Ontdooien
Diepgevroren of ingevroren voedsel kan voor gebruik in het koelvak of op kamertemperatuur worden ontdooid, afhankelijk van de hoeveelheid tijd die hiervoor nodig is.
Kleine etenswaren kunnen zelfs rechtstreeks vanuit de vriezer gebruikt worden om mee te koken: in dit geval duurt het koken langer.
6. TIPS EN ADVIES
6.1 Tips voor energiebesparing
- Vriezer: De interne configuratie van het apparaat zorgt voor het meest efficiënte energiegebruik.
- Koelkast: Het meest efficiënte energiegebruik is verzekerd in de configuratie waarbij de lades zich in het onderste deel van het apparaat bevinden en de rekken gelijkmatig verdeeld zijn. De positie van de deurbakken heeft geen invloed op het energieverbruik.
- Open de deur niet te vaak of laat deze niet langer open staan dan noodzakelijk.
• Vriezer: Hoe kouder de temperatuurinstelling, hoe hoger het energieverbruik. - Koelkast: Stel de temperatuur niet te hoog in om energie te besparen, tenzij dit nodig is vanwege het soort voedsel.
- Als de omgevingstemperatuur hoog is, de temperatuurregeling op een lage temperatuur staat en het apparaat volledig gevuld is, kan de compressor continu aanstaan waardoor er ijs op de verdamper ontstaat. Stel in dit geval de
temperatuurregeling in op een hogere temperatuur, om automatisch ontdooien mogelijk te maken en zo energie te besparen.
- Zorg voor een goede ventilatie. Dek de ventilatieroosters of -gaten niet af.
6.2 Tips voor het invriezen
- Vóór het invriezen verpakken en verzegelen van vers voedsel in: aluminiumfolie, plastic folie of zakken, luchtdichte containers met deksel.
- Verdeel voor efficiënter invriezen en ontdooien het voedsel in kleine porties.
- Het wordt aanbevolen om etiketten en datums op al uw diepvriesproducten te plakken. Dit zal helpen voedingsmiddelen te identificeren en te weten wanneer ze moeten worden gebruikt voordat ze bederven.
-
Het voedsel moet vers zijn wanneer het wordt ingevroren om een goede kwaliteit te behouden. Vooral groenten en fruit moeten na de oogst worden ingevroren om al hun voedingsstoffen te behouden.
-
Flessen of blikken met vloeistoffen niet invriezen, in het bijzonder dranken die kooldioxide bevatten - ze kunnen exploderen tijdens het invriezen.
- Plaats geen warm voedsel in het koelvak. Koel het af bij kamertemperatuur voordat u het in het vak plaatst.
- Om te voorkomen dat de temperatuur van al ingevroren voedsel toeneemt, dient u vers voedsel hier niet direct naast te plaatsen. Plaats voedsel op kamertemperatuur in het deel van het vriesvak waar geen bevroren voedsel is.
- IJsblokjes, ingevroren water of waterijsjes niet meteen nadat ze uit de vriezer zijn gehaald opeten. Gevaar voor bevriezing.
- Ontdooid voedsel niet opnieuw invriezen. Als het voedsel ontdooid is, kook het dan, koel het af en vries het dan in.
6.3 Tips voor het bewaren van ingevroren voedsel
- De vriesruimte is het vak dat is gemarkeerd met het * ***
- Een hogere temperatuurinstelling in het apparaat kan leiden tot een kortere houdbaarheid.
- Het hele vriesvak is geschikt voor de opslag van diepvriesproducten.
- Laat voldoende ruimte rond het voedsel om de lucht vrij te laten circuleren.
- Raadpleeg voor adequate opslag het etiket van de voedselverpakking om de houdbaarheid van voedsel te bekijken.
- Het is belangrijk om het voedsel zodanig in te pakken dat er geen water, vocht of condens bij kan komen.
6.4 Winkeltips
Na het boodschappen doen:
- Zorg ervoor dat de verpakking niet beschadigd is - het voedsel kan bedorven zijn. Als de verpakking gezwollen of nat is, is deze mogelijk niet in de optimale omstandigheden opgeslagen en is het ontdooien mogelijk al begonnen.
- Om het ontdooiproces te beperken, koopt u diepvriesproducten aan het einde van uw boodschappen en vervoert u ze in een thermische en geïsoleerde koeltas.
-
Plaats de diepvriesproducten onmiddellijk na terugkomst uit de winkel in de vriezer.
-
Als voedsel zelfs gedeeltelijk ontdooid is, mag u het niet opnieuw invriezen. Consumeer het zo snel mogelijk.
- Respecteer de vervaldatum en de bewaarinformatie op de verpakking.
6.5 Houdbaarheid voor vriescompartiment
| Soort voedsel Houd- | |
| baarheid (maanden) | |
| Brood 3 | |
| Fruit (met uitzondering van citrusvruchten) | 6 - 12 |
| Groenten 8 - 10 | |
| Restjes zonder vlees 1 - 2 | |
| Zuivelproducten: | |
| Boter 6 - 9 | |
| Zachte kaas (zoals mozzarella) 3 - 4 | |
| Harde kaas (zoals Parmezaanse kaas, cheddar) | 6 |
| Vis/Zeevruchten: | |
| Vette vis (zoals zalm, makreel) 2 - 3 | |
| Magere vis (zoals kabeljauw, bot) 4 - 6 | |
| Garnalen 12 | |
| Gepelde mosselen en mosselen 3 - 4 | |
| Gekookte vis 1 - 2 | |
| Vlees: | |
| Gevogelte 9 - 12 | |
| Rundvlees 6 - 12 | |
| Lamsvlees 6 - 9 | |
| Worst | 1 - 2 |
| Restjes met vlees | 2 - 3 |
6.6 Tips voor het koelen van vers voedsel
- Een hogere temperatuurinstelling in het apparaat kan leiden tot een kortere houdbaarheid van voedsel.
-
Bedek het voedsel met een verpakking om de versheid en het aroma te behouden.
-
Gebruik altijd gesloten recipienten voor vloeistoffen en voor voedsel, om smaken of geuren in het vak te voorkomen.
- Om kruisbesmetting tussen gekookt en rauw voedsel te voorkomen, bedekt je het gekookte voedsel en scheidt je het van het rauwe.
- Het wordt aanbevolen om het voedsel in de koelkast te ontdooien.
- Plaats geen warm voedsel in het apparaat. Zorg ervoor dat het is afgekoeld bij kamertemperatuur voordat je het in het apparaat plaatst.
- Droog de groenten en fruit voordat u ze in de koelruimte van de koelkast plaatst.
- Om voedselverspilling te voorkomen, moet de nieuwe voorraad voedsel altijd achter de oude worden geplaatst.
6.7 Tips voor het koelen van voedsel
- Het vak voor verse levensmiddelen is het vak dat (op het typeplaatje) gemarkeerd is met het.
- Groente en fruit: grondig reinigen (het zand verwijderen) en in een speciale lade (groentelade) bewaren.
- Het is raadzaam om exotische vruchten zoals bananen, mango's, papaja's, etc. niet in de koelkast te bewaren.
- Groenten zoals tomaten, aardappelen, uien en knoflook mogen niet in de koelkast worden bewaard.
- Boter en kaas: in een luchtdicht bakje leggen of in aluminiumfolie of plastic zakjes wikkelen, om zoveel mogelijk lucht uit te sluiten.
- Flessen: afsluiten met een dop en op de flessenplank van de deur plaatsen of (indien beschikbaar) in het flessenrek.
- Raadpleeg altijd de houdbaarheidsdatum van de producten, om te weten hoelang ze bewaard kunnen worden.
7. ONDERHOUD EN REINIGING

WAARSCHUWING!
Zie de hoofdstukken over veiligheid.
7.1 Algemene waarschuwingen

LET OP!
Voordat u welke onderhoudshandeling dan ook verricht, de stekker uit het stopcontact trekken.

Dit apparaat bevat koolwaterstoffen in de koeleenheid. Onderhoud en hervullen mag alleen uitgevoerd worden door bevoegde technici.

De toebehoren en onderdelen van het apparaat zijn niet geschikt om in een afwasmachine gewassen te worden.
7.2 Het reinigen van de binnenkant
Voordat je het apparaat voor de eerste keer gebruikt, moet je de binnenkant en de interne accessoires wassen met lauwwarm water en een beetje neutraal schoonmaakmiddel om de typische geur van een nieuw product te verwijderen. Daarna moet je het grondig drogen.

LET OP!
Gebruik geen reinigingsmiddelen, schuurpoeders, chloor of reinigers op oliebasis. Deze beschadigen de afwerking.

LET OP!
De accessoires en onderdelen van het apparaat zijn niet vaatwasserbestendig.

LET OP!
Reinig het bedieningspaneel met een vochtige doek. Gebruik geen reinigingsmiddelen. Veeg het bedieningspaneel na het reinigen droog met een zachte doek.
7.3 De afvoer schoonmaken
Maak het afvoergat regelmatig schoon om te voorkomen dat het water overstroomt en in de koelkast druppelt. Het afvoergat bevindt zich aan de achterkant van de koelruimte.
7.4 De vriezer ontdooien

LET OP!
Gebruik nooit scherpe metalen hulpmiddelen om rijp van de verdamper af te schrapen, omdat u deze hiermee zou kunnen beschadigen. Gebruik geen mechanische of andere middelen om het ontdooiproces te versnellen, behalve middelen die door de fabrikant zijn aanbevolen.

Stel ongeveer 12 uur voordat je gaat ontdooien een lagere temperatuur in om voldoende koudereserve op te bouwen in geval van mogelijke onderbrekingen tijdens de werking.
Ontdooi het vriesvak wanneer de rijplaag een dikte van ongeveer 3-5 mm bereikt heeft.
Om het vriesvak te ontdooien:
- Trek de stekker uit het stopcontact of schakel het apparaat uit.
- Verwijder al het opgeslagen voedsel, wikkel het in verschillende lagen krantenpapier en leg het op een koele plek.

LET OP!
Een temperatuurstijging tijdens het ontdooien van de ingevroren levensmiddelen kan de veilige bewaartijd verkorten.
Raak bevroren levensmiddelen niet met natte handen aan. Uw handen kunnen dan aan het voedsel vastvriezen.
- Laat de deur open staan. Bescherm de vloer tegen het dooiwater met bijv. een doek of een platte opvangbak.
- Om het ontdooiproces te versnellen, kunt u een pan met warm water in het vriesvak plaatsen. Verwijder daarnaast stukken ijs die loskomen voordat het ontdooien voltooid is.
- Maak de binnenkant grondig droog na afloop van het ontdooien.
- Zet het apparaat aan en sluit de deur.
- Zet de temperatuurknop op de maximale koude en laat het apparaat drie uur in deze instelling werken.
Plaats het eten pas na deze tijd terug in het vriesvak.
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
8.1 Wat moet je doen als ...
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing
| Het apparaat werkt niet. Het apparaat werd uitgeschakeld. Schakel het apparaat in. |
De stekker zit niet goed in het stop-
contact.
Steek de stekker goed in het stopcontact.
| Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing | ||
| Er staat geen spanning op het stop-contact. | Sluit het apparaat aan op een ander stopcontact. Neem contact op met een erkend elektrotechnisch installateur. | |
| Het apparaat is lawaaig. Het apparaat staat niet stabiel. Controleer of het apparaat stabiel staat. | ||
| IJsblokjes of gemalen ijsdosering. Dit is normaal. Het geluid van het | breken of schuren van het ijs maakt deel uit van het ijsbereidingsproces. | |
| De compressor werkt voortdurend. De temperatuur is verkeerd ingesteld. | Raadpleeg het hoofdstuk "Bedie-ning". | |
| Te veel voedsel wordt tegelijkertijd in het apparaat bewaard. | Wacht een paar uur en controleer dan de temperatuur opnieuw. | |
| De temperatuur in de ruimte is te hoog. | Raadpleeg het hoofdstuk "Installe-ren". | |
| De temperatuur van de voedings-producten in het apparaat was te hoog. | Koel de voedingsmiddelen af voor-dat u ze opbergt. | |
| De deuren zijn niet goed gesloten. Raadpleeg het gedeelte "De deursluiten". | ||
| De deur is niet goed gemonteerd of dekt het ventilatierooster af. | Het apparaat staat niet waterpas. Raadpleeg de installatie-instructies. | |
| Deur gaat moeilijk open. U probeerde deur direct nadat u hem opnieuw te openen. | Wacht even met de deur openen nadat u die hebt gesloten. | |
| De verlichting werkt niet. De stand-bystand van de verlichting is ingeschakeld. | Sluit en open de deur. | |
| De lamp is defect. Neem contact op met de dichtstbij-zijnde klantenservice. | ||
| Er is te veel bevroren rijp en ijs. De deur is niet goed gesloten. Raadpleeg het gedeelte "De deursluiten". | ||
| Het deurrubber is vervormd of vuil. Raadpleeg het gedeelte "De deursluiten". | ||
| De voedingsproducten is niet goed verpakt. | Verpak de voedingsproducten beter. | |
| De temperatuur is verkeerd ingesteld. | Raadpleeg het hoofdstuk "Bedie-ning". | |
| Apparaat is volledig geladen en is ingesteld op de laagste temperatuur. | Stel een hogere temperatuur in. Raadpleeg het hoofdstuk "Bedie-ning". | |
| De ingestelde temperatuur in het apparaat is te laag en de omge-vingstemperatuur is te hoog. | Stel een hogere temperatuur in. Raadpleeg het hoofdstuk "Bedie-ning". | |
| Er stroomt water over de achter-wand van de koelkast. | Tijdens automatisch ontdooien smelt rijp op de achterwand. | Dit is correct. Droog het water af met een zachte doek. |
| Er condenseert teveel water op de achterwand van de koelkast. | De deur werd te vaak geopend. Open de deur alleen als het nodig is. | |
| De deur is niet volledig gesloten. Zorg ervoor dat de deur volledig ge- sloten is. | ||
| Het bewaarde voedsel was niet in- gepakt. | Verpak voedsel in geschikt materi-aal voordat je het in het apparaat plaatst. | |
| Er stroomt water op de vloer. De smeltwaterafvoer is niet aange- sloten op de verdampschaal boven de compressor. | Sluit de smeltwaterafvoer aan op de verdampschaal. | |
| De temperatuur in het apparaat is te laag of te hoog. | De temperatuur is niet correct inge- steld. | Stel een hogere/lagere temperatuur in. |
| De deur is niet goed gesloten. Raadpleeg het gedeelte "De deur sluiten". | ||
| De temperatuur van het voedsel is te hoog. | Koel de voedingsmiddelen af voor- dat u ze opbergt. | |
| Er worden veel voedingsproducten in een keer opgeborgen. | Berg minder voedingsproducten in een keer op. | |
| De deur werd vaak geopend. Open de deur alleen als dat nodig is. | ||
| Er wordt geen koude lucht gecircu- leerd in het apparaat. | Zorg ervoor dat er koude lucht in het apparaat circuleert. Raadpleeg het hoofdstuk "Tips en advies". | |
| De zijwanden van het apparaat zijn heet. | Het apparaat genereert warmte ter- wijl het koude lucht produceert. | Dit is normaal. Gebruik hittebesten- dige handschoenen als u de zijpa- nelen moet aanraken. |

Als het probleem nog steeds optreedt, neem u contact op met een erkende servicedienst.
8.2 Het lampje vervangen
Neem voor het vervangen van de lamp contact op met het erkende servicecentrum.
8.3 De deur sluiten
- Reinig de deurpakkingen.
- Pas zo nodig de deur aan. Zie hoofdstuk Installeren.
- Vervang indien nodig de defecte deurpakkingen. Neem contact op met een geautoriseerde servicecentrum voor meer informatie.
9. GELUIDEN

text_image
SSSRRR! BLUBB! CLICK! OK BRRR! HISSS!De technische gegevens staan op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat en op het energielabel.
De QR-code op het energielabel dat bij het apparaat wordt geleverd, biedt een internetkoppeling naar de informatie gerelateerd aan de prestaties van het apparaat in de EU-EPREL-database. Bewaar het energielabel ter referentie samen met de gebruikershandleiding en alle andere documenten die bij dit apparaat worden geleverd.
Het is ook mogelijk om dezelfde informatie in EPREL te vinden via de koppeling https://eprel.ec.europa.eu en de modelnaam en het productnummer die u vindt op het typeplaatje van het apparaat.
Zie de koppeling www.theenergylabel.eu voor gedetailleerde informatie over het energielabel.
11. INFORMATIE VOOR TESTINSTITUTEN
De installatie en voorbereiding van het toestel voor elke EcoDesign-verificatie moeten in overeenstemming zijn met EN 62552 (EU). De ventilatievoorschriften, de afmetingen van de uitsparingen en de minimale open afstanden aan de achterzijde moeten voldoen
aan de voorschriften van deze gebruikershandleiding in "Installeren". Neem contact op met de fabrikant voor verdere informatie, inclusief laadplannen.
12. HET MILIEUPERSPECTIEF
Recycle materialen met het symbool . Gooi de verpakking in de juiste containers om het te recyclen. Bescherm het milieu en de
volksgezondheid en recycle het afval van elektrische en elektronische apparaten. Gooi apparaten gemarkeerd met het symbool
niet weg met het huishoudelijk afval. Breng het product naar de milieustraat bij je in de buurt of neem contact op met de gemeente.