NBUP4DCK - Oven AEG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis NBUP4DCK AEG in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over NBUP4DCK AEG
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Oven in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding NBUP4DCK - AEG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. NBUP4DCK van het merk AEG.
GEBRUIKSAANWIJZING NBUP4DCK AEG
NL Gebruiksaanwijzing | Oven 3
Welkom bij AEG! Hartelijk dank dat je voor onze apparatuur hebt gekozen.

Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen, informatie met betrekking tot service en reparatie:
www.aeg.com/support
Wijzigingen voorbehouden.
INHOUDSOPGAVE
- VEILIGHEIDSINFORMATIE....3
- VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN....5
- PRODUCTBESCHRIJVING....9
- BEDIENINGSPANEEL....9
- VOOR HET EERSTE GEBRUIK....10
- DAGELIJKS GEBRUIK.... 10
- EXTRA FUNCTIONS.... 15
- KLOKFUNCTIONS....15
- DE ACCESSOIRES GEBRUIKEN.... 16
- AANWIJZINGEN EN TIPS.... 17
- ONDERHOUD EN REINIGING.... 19
- PROBLEEMOPLOSSING.... 22
- ENERGIEVERBRUIK....22
- MILIEUBESCHERMING....24
1. AVEILIGHEIDSINFORMATIE
Lees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor installatie en gebruik van het apparaat. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor verwondingen of schade die voortvloeit uit de onjuiste installatie of het onjuiste gebruik. Bewaar de instructies altijd op een veilige, toegankelijke plek voor toekomstig gebruik.
1.1 De veiligheid van kinderen en kwetsbare personen
- Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en door mensen met een beperkt lichamelijk, zintuiglijk of verstandelijk vermogen of een gebrek aan ervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over het veilig gebruiken van
het apparaat en indien zij de gevaren begrijpen. Kinderen jonger dan 8 jaar en personen met zware en complexe beperkingen dienen altijd uit de buurt van het apparaat te worden gehouden, tenzij ze voortdurend onder toezicht staan.
- Houd toezicht op kinderen, om te voorkomen dat zij gaan spelen met het apparaat.
- Houd alle verpakking uit de buurt van kinderen en gooi het op passende wijze weg.
- WAARSCHUWING: Het apparaat en de toegankelijke onderdelen ervan worden heet tijdens het gebruik. Houd kinderen en huisdieren uit de buurt van het apparaat tijdens het gebruik en bij het afkoelen.
- Als het apparaat is voorzien van een kinderslot, dient dit te worden geactiveerd.
- Kinderen mogen zonder toezicht geen reinigings- en onderhoudswerkzaamheden aan het apparaat uitvoeren.
1.2 Algemene veiligheid
- Dit apparaat is uitsluitend bestemd om mee te koken.
- Dit apparaat is bedoeld voor binnenshuis huishoudelijk gebruik.
- Dit apparaat kan worden gebruikt in kantoren, hotelkamers, bed & breakfast-kamers, boerderijgasthuizen en andere soortgelijke accommodaties waar dergelijk gebruik de (gemiddelde) huishoudelijke gebruiksniveaus niet overschrijdt.
- Alleen een erkende installatietechnicus mag dit apparaat installeren en de kabel vervangen.
- Gebruik het apparaat niet voordat u het in de ingebouwde constructie installeert.
- Trek de stekker van het apparaat uit het stopcontact voordat u welke soort onderhoud dan ook gaat uitvoeren.
- Als het netsnoer beschadigd is, moet de fabrikant, een erkend servicecentrum of een gekwalificeerde persoon
deze vervangen teneinde gevaarlijke situaties met elektriciteit te voorkomen.
- WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat het apparaat is uitgeschakeld voordat u de lamp vervangt om elektrische schokken te voorkomen.
- WAARSCHUWING: Het apparaat en de toegankelijke onderdelen ervan worden heet tijdens het gebruik. Zorg ervoor dat je de verwarmingselementen of het oppervlak van de apparaatruimte niet aanraakt.
- Gebruik altijd ovenhandschoenen om accessoires of ovenschalen te verwijderen of erin te plaatsen.
- Om de inschuifrailen te verwijderen trek eerst de voorkant van de inschuifrail en dan de achterkant uit de zijwanden. Plaats de inschuifrails in omgekeerde volgorde.
- Gebruik geen stoomreiniger om het apparaat schoon te maken.
- Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen of scherpe metalen schrapers om de glazen deur schoon te maken. Deze kunnen krassen veroorzaken op het oppervlak, waardoor het glas zou kunnen breken.
- Haal, vóór pyrolytische reiniging, alle accessoires en overmatige afzettingen/morsingen uit de ovenruimte van het apparaat.
2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
2.1 Installeren

WAARSCHUWING!
Alleen een erkende installatietechnicus mag dit apparaat installeren.
- Verwijder alle verpakkingsmaterialen.
- Installeer en gebruik geen beschadigd apparaat.
- Volg de installatie-instructies die op onze website staan.
- Pas altijd op bij verplaatsing van het apparaat, want het is zwaar. Gebruik altijd
veiligheidshandschoenen en gesloten schoeisel.
- Trek het apparaat nooit aan de handgreep van zijn plaats.
- Installeer het apparaat op een veilige en geschikte plaats die aan alle installatie-eisen voldoet.
- Houd de minimumafstand naar andere apparaten en units in acht.
- Controleer, voordat je het apparaat monteert, of de ovendeur onbelemmerd opent.
- Het apparaat is uitgerust met een elektrisch koelsysteem. Het moet worden gebruikt met de elektrische voeding.
2.2 Elektrische aansluiting

WAARSCHUWING!
Gevaar voor brand en elektrische schokken.
- Alle elektrische aansluitingen moeten door een gediplomeerd elektromonteur worden gemaakt.
- Dit apparaat moet worden aangesloten op een geaard stopcontact.
- Zorg ervoor dat de parameters op het vermogensplaatje overeenkomen met elektrische vermogen van de netstroom.
- Gebruik altijd een juist geïnstalleerd schokbestendig stopcontact.
- Gebruik geen adapters met meerdere stekkers en verlengkabels.
- Zorg dat u de netstekker en het netsnoer niet beschadigt. Indien de voedingskabel moet worden vervangen, dan moet dit gebeuren door onze Klantenservice.
- Laat de stroomkabel niet in aanraking komen met de deur van het apparaat of de niche onder het apparaat, met name niet als deze werkt of als de deur heet is.
- De schokbescherming van delen onder stroom en geïsoleerde delen moet op zo'n manier worden bevestigd dat het niet zonder gereedschap kan worden verplaatst.
- Steek de stekker pas in het stopcontact als de installatie is voltooid. Zorg ervoor dat het netsnoer na installatie bereikbaar is.
- Als het stopcontact los zit, mag u de stekker niet in het stopcontact steken.
- Trek niet aan het netsnoer om het apparaat los te koppelen. Trek altijd aan de stekker.
- Gebruik enkel correcte isolatievoorzieningen: stroomonderbrekers, zekeringen (schroefzekeringen moeten uit de houder worden verwijderd), aardlekschakelaars en contactgevers.
-
De elektrische installatie moet een isolatieapparaat bevatten waardoor het apparaat volledig van het lichtnet afgesloten kan worden. Het isolatieapparaat moet een contactopening hebben met een minimale breedte van 3 mm.
-
Sluit de deur van het apparaat volledig voordat u de stekker in het stopcontact steekt.
- Dit apparaat wordt geleverd met een stekker en een netsnoer.
Kabeltypes die van toepassing zijn op de installatie of vervanging voor Europa:
H07 RN-F, H05 RN-F, H05 RRF, H05 VV-F, H05 V2V2-F (T90), H05 BB-F
Raadpleeg voor het gedeelte van de kabel het totale vermogen op het typeplaatje. U kunt ook de tabel raadplegen:
Totaal vermogen (W) Sectie van de kabel (mm²)
maximaal 1380 3x0.75
maximaal 2300 3x1
maximaal 3680 3x1.5
De aardedraad (groen/gele draad) moet 2 cm langer zijn dan de bruine fase- en blauwe neutrale draden.
2.3 Gebruik

WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel, brandwonden, elektrische schokken of een explosie.
- De specificatie van dit apparaat niet wijzigen.
- Zorg ervoor dat de ventilatieopeningen niet geblokkeerd worden.
- Laat het apparaat tijdens de werking niet onbeheerd achter.
- Schakel het apparaat na elk gebruik uit.
- Wees voorzichtig met het openen van de deur van het apparaat wanneer het apparaat in werking is. Er kan hete lucht vrijkomen.
- Gebruik het apparaat niet met natte handen of als het contact maakt met water.
- Oefen geen druk uit op de open deur.
- Gebruik het apparaat niet als werkblad of als opslagoppervlak.
- Open de deur van het apparaat voorzichtig. Het gebruik van ingrediënten
met alcohol kan een mengsel van alcohol en lucht veroorzaken.
- Laat geen vonken of open vlammen in contact met het apparaat komen wanneer u de deur opent.
- Gebruik altijd glas en potten die zijn goedgekeurd voor conserveringsdoeleinden.
- Plaats geen ontvlambare producten of artikelen die vochtig zijn met ontvlambare producten in, bij of op het apparaat.

WAARSCHUWING!
Risico op schade aan het apparaat.
- Om schade of verkleuring van het email te voorkomen:
- plaats ovenschalen of andere voorwerpen niet rechtstreeks op de bodem van het apparaat.
- leg geen aluminiumfolie op de bodem van de ruimte in het apparaat.
- plaats geen water direct in het hete apparaat.
- bewaar geen vochtige gerechten en voedsel in het apparaat nadat u klaar bent met koken.
-
wees voorzichtig bij het verwijderen of bevestigen van accessoires.
-
Verkleuring van het email of roestvrij staal is niet van invloed op de werking van het apparaat.
- Gebruik een diepe pan voor vochtige taarten. Vruchtensappen veroorzaken vlekken die permanent kunnen zijn.
- Kook altijd met de deur van het apparaat gesloten.
- Als het apparaat achter een meubelpaneel gemonteerd is (bijv. een deur), zorg er dan voor dat de deur nooit gesloten is als het apparaat in werking is. Warmte en vocht kunnen achter een gesloten meubelpaneel ophopen en schade aan het apparaat, de behuizing of de vloer veroorzaken. Sluit het meubelpaneel niet tot het apparaat compleet is afgekoeld na gebruik.
2.4 Onderhoud en reiniging

WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel, vuur of schade aan het apparaat.
- Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact voordat je onderhoudshandelingen verricht.
- Zorg ervoor dat het apparaat koud is. Het risico bestaat dat de glasplaten breken.
- Vervang de glasplaten van de deur onmiddellijk als ze beschadigd zijn. Neem contact op met de erkende servicedienst.
- Wees voorzichtig als u de deur van het apparaat verwijdert, de deur is zwaar.
- Reinig het apparaat regelmatig om te voorkomen dat het materiaal van het oppervlak achteruitgaat.
- Reinig het apparaat met een vochtige zachte doek. Gebruik alleen neutrale schoonmaakmiddelen. Gebruik geen schuurmiddelen, schuursponsjes, oplosmiddelen of metalen voorwerpen.
- Volg als u een ovenspray gebruikt de veiligheidsinstructies op de verpakking.
2.5 Pyrolytische reiniging

WAARSCHUWING!
Risico op letsel / Brand / Chemische uitstoot (dampen) in pyrolitische modus.
- Voor het uitvoeren van de pyrolytische reiniging en de eerste voorverwarming dient u het volgende uit de ovenruimte te verwijderen:
- overtollig voedselresten, olie- of vetresten/afzettingen.
- alle verwijderbare voorwerpen (inclusief planken, zijrails, enz., die bij het apparaat zijn geleverd), met name alle antiaanbakpotten, pannen, dienbladen, keukengerei, enz.
- Lees zorgvuldig alle instructies voor pyrolytische reiniging.
- Houd kinderen uit de buurt van het apparaat als de pyrolytische reiniging in werking is. Het apparaat wordt zeer heet en er komt hete lucht vrij uit de voorste koelopeningen.
- Pyrolytische reiniging gebeurt op hoge temperaturen waarbij dampen kunnen vrijkomen van kookresten en constructiematerialen. Om die reden adviseren wij consumenten:
- zorg voor goede ventilatie tijdens en na de pyrolytische reiniging.
- zorg voor goede ventilatie tijdens en na de eerste voorverwarming.
- Tijdens en na de pyrolytische reiniging mag u geen water op de ovendeur morsen of aanbrengen om beschadiging van de glasplaten te voorkomen.
- Rookgassen die vrijkomen uit alle pyrolytische ovens / kookresten zoals beschreven, zijn niet schadelijk voor mensen, inclusief kinderen of personen met medische aandoeningen.
- Houd huisdieren uit de buurt van het apparaat tijdens en na de pyrolytische reiniging en de initiele voorverwarming. Kleine huisdieren (vooral vogels en reptielen) kunnen zeer gevoelig zijn voor temperatuurveranderingen en uitgestoten dampen.
- Antiaanbaklagen in potten, pannen, bakplaten, bakgerei, enz. kunnen worden beschadigd door de hoge temperatuur van de pyrolytische reiniging van alle pyrolytische ovens. Ook kunnen ze een bron zijn voor schadelijke dampen op laag niveau.
2.6 Binnenverlichting

WAARSCHUWING!
Gevaar voor elektrische schokken.
- Met betrekking tot de lamp(en) in dit product en reservelampen die afzonderlijk worden verkocht: Deze lampen zijn
bedoeld om bestand te zijn tegen extreme fysieke omstandigheden in huishoudelijke apparaten, zoals temperatuur, trillingen, vochtigheid, of zijn bedoeld om informatie te geven over de operationele status van het apparaat. Ze zijn niet bedoeld voor gebruik in andere toepassingen en zijn niet geschikt voor verlichting in huishoudelijke ruimten.
- Dit product bevat een lichtbron van energie-efficiëntieklasse G.
- Gebruik alleen lampjes met dezelfde specificaties.
2.7 Service
- Neem contact op met de erkende servicedienst voor reparatie van het apparaat.
- Gebruik alleen originele reserveonderdelen.
2.8 Verwijdering

WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel of verstikking.
- Neem contact op met uw plaatselijke overheid voor informatie over het afvoeren van het apparaat.
- Haal de stekker uit het stopcontact.
- Snijd het netsnoer vlak bij het apparaat af en gooi het weg.
3.1 Algemeen overzicht

text_image
31 42 5 6 7 8 9 ① ② ③ ④ ⑤ ⑥1 Bedieningspaneel
2 Knop voor verwarmingsfuncties
3 Display
4 Bedieningsknop
5 Verwarmingselement
6 Lamp
7 Ventilator
8 Inschuifrails, verwijderbaar
9 Inzetniveaus
4. BEDIENINGSPANEEEL
4.1 Het apparaat in- en uitschakelen
Het apparaat inschakelen:
- Druk op de knoppen. De knoppen komen eruit.
- Draai aan de knop om de verwarmingsfuncties te selecteren.
- Draai de regelknop om het in te stellen. Draai de knop voor de verwarmingsfuncties naar de uit-stand om het apparaat uit te schakelen 0
4.2 Overzicht bedieningspaneel
| Druk op de knop om timerfuncties in te stellen. | |
| Houd ingedrukt om de functie in te stellen: Snel opwarmen. | |
| Druk op de knop om het lampje van het apparaat in en uit te schakelen. | |
| Houd ingedrukt om de functie in te stellen: Blokkering. | |
| OK | Druk op om de selectie te bevestigen. |
4.3 Indicatielampjes op de display

text_image
88:00:00008 g h : min : s STOP START STOP DEMODisplay met toetsfuncties.
| Het apparaat is vergrendeld. | |
| Submenu: Kookassistentie. | |
| Submenu: Reinigen. | |
| Submenu: Instellingen | |
| Snel opwarmen is ingeschakeld. | |
| Kookwekker is ingeschakeld. | |
| Kooktijd is ingeschakeld. | |
| Tijd uitgestelde start is ingeschakeld. | |
| Uptimer is ingeschakeld. |
-
Voortgangsbalk - geeft visueel aan wanneer het apparaat de ingestelde temperatuur bereikt of wanneer de bereidingstijd ten einde is.
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
5.1 Tijd instellen
Wacht bij eerste aansluiting op de stroom totdat het display het volgende weergeeft: "00:00" of "12:00" (afhankelijk van het model).
- Draai aan de regelknop om de tijd in te stellen.
- Druk op .OK
5.2 Eerste keer voorverwarmen en reinigen
Warm het lege apparaat voor voordat u het voor de eerste keer gebruikt en voordat het met etenswaren in contact komt. Het apparaat kan een onaangename geur en rook afgeven. Ventileer de kamer tijdens het voorverwarmen.
- Haal alle accessoires en verwijderbare inschuifrails uit het apparaat.
- Stel de functie in Stel de maximumtemperatuur in. Laat het apparaat 1 u werken.
- Stel de functie 📄 Stel de maximumtemperatuur in. Laat het apparaat 15 min werken.
- Stel de functie in Stel de maximumtemperatuur in. Laat het apparaat 15 min werken.
- Schakel het apparaat uit en wacht tot het is afgekoeld.
- Reinig het apparaat en de accessoires uitsluitend met een microvezeldoek, warm water en een mild reinigingsmiddel.
- Plaats de accessoires en de verwijderbare inschuifrails terug in hun oorspronkelijke positie.
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
6.1 Verwarmingsfuncties

Hetelucht
Voor het braden van vlees en het bakken van cakes. Stel een lagere temperatuur in dan bij koken met boven + onderwarmte, omdat de ventilator de warmte gelijkmatig verdeelt in de oven.

Boven + onderwarmte
Voor het bakken en roosteren op één ovenni-veau.

Bevroren gerechten
Om kant-en-klaar-gerechten (bijv. patat, aard-appelpartjes of loempia's) krokant te maken.

Pizza-functie
Om pizza en andere gerechten te bakken die van onderaf meer warmte nodig hebben.

Onderwarmte
Om een bruine en krokante bodem te maken. Gebruik de eerste rekstand.

Ontdooien
Om voedsel te ontdooien (groenten en fruit). De ontdooitijd is afhankelijk van de hoeveelheid ingevroren voedsel en de grootte daarvan.

Warmelucht (vochtig)
Deze functie is ontworpen om tijdens de bereiding energie te besparen. Bij het gebruik van deze functie kan de temperatuur in het apparaat verschillen van de ingestelde temperatuur. De restwarmte wordt gebruikt. Het verwarmingsvermogen kan worden verminderd. Raadpleeg voor meer informatie het hoofdstuk "Dagelijks gebruik", opmerkingen op: Warmelucht (vochtig).

Grillen
Om dunne stukken voedsel te grillen en brood te roosteren.

Circulatiegrill
Voor het braden van grote stukken vlees of gevogelte met bot op één niveau. Voor grati- neren en bruinen.

De lamp kan tijdens sommige verwarmingsfuncties automatisch uitschakelen als de temperatuur onder de 80 °C komt.
6.2 Notities over: Warmelucht (vochtig)
Deze functie wordt gebruikt om te voldoen aan de energie-efficiëntieklasse en ecodesign-vereisten (volgens EU 65/2014 en EU 66/2014). Testen in overeenstemming met: IEC/EN 60350-1.
De ovendeur dient tijdens de bereiding gesloten te zijn zodat de functie niet wordt onderbroken en de oven werkt op de hoogst mogelijke energie-efficiëntie.
Bij gebruik van deze functie gaat de verlichting na 30 seconden automatisch uit.
Zie voor bereidingsinstructies het hoofdstuk 'Aanwijzingen en tips', Warmelucht (vochtig). Kijk voor algemene aanbevelingen voor energiebesparing in het hoofdstuk 'Energiezuinigheid', Energiebesparingstips.
6.3 Instellen: Verwarmingsfuncties
- Draai aan de knop van de verwarmingsfuncties om een verwarmingsfunctie te selecteren.
- Draai aan de regelknop om de temperatuur in te stellen.
» Snel opwarmen - houd ingedrukt om de verwarmingstijd te verkorten. Het is alleen beschikbaar voor een aantal verwarmingsfuncties. De ventilator kan automatisch worden ingeschakeld.
6.4 Invoeren: Menu
Open het menu om toegang te krijgen tot de kookassistentiegerechten en -instellingen.
- Draai aan de knop voor de verwarmingsfuncties om
Op het display verschijnt ✗,

- Draai aan de bedieningsknop en selecteer het pictogram om het submenu te openen. Druk op OK
6.5 Instellen: Kookassistentie ✗
Kookassistentie submenu bestaat uit programma's die zijn ontworpen voor speciale gerechten. Programma's beginnen met een geschikte instelling. U kunt de tijd en de temperatuur tijdens het koken aanpassen.
- Draai aan de knop voor de verwarmingsfuncties
- Draai aan de bedieningsknop om te selecteren ✗ En druk op . OK
- Draai aan de regelknop om een gerecht te selecteren (P1 - P...). Druk opOK.
- Draai aan de regelknop om het gewicht aan te passen. Optie is beschikbaar voor geselecteerde gerechten. Druk op OK
- Plaats het voedsel in het apparaat. Druk opOK.
- Als de functie is afgelopen, controleert u of het voedsel klaar is. Verleng de bereidingstijd indien nodig.
Submenu: Kookassistentie
Legenda

Verwarm het apparaat voor voordat je begint met koken.
Legenda

Lagerniveau. Zie het hoofdstuk 'Productbeschrijving'.
Het display toont P en een nummer van het gerecht dat u in de tabel kunt controleren.
| Gerecht Gewicht Schapniveau/accessoire | |||
| P1 | Biefstuk, rauw | 1 - 1.5 kg; 4 - 5 cm dikke stukken | 2; bakplaatBak het vlees een paar minuten in een hete pan. Plaats in het apparaat. |
| P2 | Biefstuk: medium | ||
| P3 | Biefstuk, gaar | ||
| P4 | Biefstuk, medium 180 - 220 g per stuk; 3 cm dikke plakken | 1.5 - 2 kg | braadschaal op bakroosterBak het vlees een paar minuten in een hete pan. Plaats in het apparaat. |
| P5 | Rundvlees geroosterd/gestoofd (prime rib, bovenste ronde, dikke flank) | braadschaal op bakroosterBak het vlees een paar minuten in een hete pan. Vloeistof toevoegen. Plaats in het apparaat. | |
| P6 | Biefstuk, rauw (langzaam koken) | 1 - 1.5 kg; 4 - 5 cm dikke stukken | 2; bakplaatBak het vlees een paar minuten in een hete pan. Plaats in het apparaat. |
| P7 | Biefstuk, medium (langzaam koken) | ||
| P8 | Biefstuk, gaar (langzaam koken) | ||
| P9 | Rundvleesfilet, gaar (lage temperatuur ga-ren) | 0,5 - 1,5 kg; 5 - 6 cm dikke stukken | 2; bakplaatBak het vlees een paar minuten in een hete pan. Plaats in het apparaat. |
| P10 | Filet, gemiddeld (lage temperatuur garen) | ||
| P11 | Rundvleesfilet, gaar (lage temperatuur ga-ren) | ||
| P12 | Geroosterd kalfs-vlees (bijv. schouder) | 0.8 - 1.5 kg; 4 cm dikke stukken | braadschaal op bakroosterVoeg vloeistof toe. Geroosterd bedekt. |
| P13 | Geroosterde var-kenshals of schou-der | 1.5 - 2 kg | braadschaal op bakroosterDraai halverwege de bereidingstijd het vlees om. |
| P14 | Aangetrokken var-kensvlees (lage tem-peratuur garen) | 1.5 - 2 kg | 2; bakplaatDraai het vlees na halverwege de bereidingstijd, om een gelijkmatige bruining te krijgen. |
| P15 | Varkenslende, vers 1 - 1.5 kg; 5 - 6 cm dikke stukken | 1 - 1.5 kg; 5 - 6 cm dikke stukken | 2; braadschaal op bakrooster |
| P16 | Reserveribben var-kensvlees | 2 - 3 kg; gebruik rauwe, 2 - 3 cm dunne spare ribs | ☐ 3; diepe panVoeg vloeistof toe om de bodem van een schaal te be-dekken. Draai halverwege de bereidingstijd het vlees om. |
| P17 | Lambeen met botten | 1.5 - 2 kg; 7 - 9 cm dikke stukken | ☐ 2; braadschaal opbakplaatVloeistof toevoegen. Draai halverwege de bereidingstijd het vlees om. |
| P18 | Hele kip 1 - 1.5 kg; vers | ☐ 3; stoofschotel opbakplaatDraai de kip halverwege de bereidingstijd om voor een gelijkmatige bruining. | |
| P19 | Halve kip 0.5 - 0.8 kg | ☐ 3; bakplaat | |
| P20 | Kippenborst 180 - 200 g per stuk | ☐ 4; stoofschotel opbakroosterBak het vlees een paar minuten in een hete pan. | |
| P21 | Kippenpoten, vers - | ☐ 3; bakplaatAls u eerst kippenpoten hebt gemarineerd, stel dan een lagere temperatuur in en kook ze langer. | |
| P22 | Hele eend 2 - 3 kg | ☐ 5; braadschaal opbakroosterLeg het vlees op de braadschaal. Draai halverwege de bereidingstijd de eend om. | |
| P23 | Gans, heel 4 - 5 kg | ☐ 6; diepe panLeg het vlees op een diepe bakplaat. Draai halverwege de bereidingstijd de gans om. | |
| P24 | Vleesbrood 1 kg | ☐ 2; bakrooster | |
| P25 | Hele vis, gegrild 0.5 - 1 kg per vis | ☐ 2; bakplaatVul de vis met boter, kruiden en specerijen. | |
| P26 | Visfilet - | ☐ 3; stoofschotel opbakrooster | |
| P27 | Cheesecake - | ☐ 2; 28 cm springvorm van opbakrooster | |
| P28 | Appelcake - | ☐ 3; bakplaat | |
| P29 | Appeltaart | - | ☐ 2; taartvorm opbakrooster |
| P30 | Appeltaart | - | ☐ 1 taartvorm op 22 cmbakrooster |
| P31 | Brownies | 2 kg van deeg | ☐ 3; diepe pan |
| P32 | Muffins | - | ☐ 3 muffinbakplaat opbakrooster |
| P33 | Broodcake | - | ☐ 2; broodvorm opbakrooster |
| P34 | Gebakken aardappe- len | 1 kg | 2; bakplaatLeg de gesneden aardappelen met huid op de bakplaat. |
| P35 | Aardappelpartjes 1 kg | 3; bakplaat bedekt met bakpapierSnijd aardappelen in stukken. | |
| P36 | Gegrilde gemengde groenten | 1 - 1.5 kg | 3; bakplaat bedekt met bakpapierSnijd de groenten in stukken. |
| P37 | Aardappelkroketjes, bevroren | 0.5 kg | 3; bakplaat |
| P38 | Patat, bevroren 0.75 kg | 3; bakplaat | |
| P39 | Vlees-/groentelasag- ne met droge pasta- bladen | 1 - 1.5 kg | 2; stoofschotel op bakrooster |
| P40 | Aardappelgratin (ru- we aardappelen) | 1 - 1.5 kg | 1; stoofschotel op bakroosterDraai het gerecht na de helft van de bereidingstijd. |
| P41 | Verse pizza, dun | - | bakplaat bedekt met bakpapier |
| P42 | Verse pizza, dik | - | bakplaat bedekt met bakpapier |
| P43 | Quiche - | 2; bakblik op bakrooster | |
| P44 | Stokbrood / ciabatta / witbrood | 0.8 kg | bakplaat bedekt met bakpapierMeer tijd nodig voor witbrood. |
| P45 | Volkoren / rogge / bruin brood | 1 kg | 2; bakplaat bedekt met bakpapier / bakrooster |
6.6 Wijzigen: Instellingen

- Draai aan de knop voor de verwarmingsfuncties
- Draai aan de bedieningsknop om te selecteren 🌿 En druk op . OK
- Draai aan de controleknop om de instelling te selecteren. Druk op OK
- Draai aan de regelknop om de waarde aan te passen. Druk op OK
- Draai de knop voor de verwarmingsfuncties naar de uit-stand om Menu af te sluiten.
Submenu: Instellingen
Instellingen Waarde
01 Dagtijd Wijzigen
Instellingen Waarde
| 02 | Helderheid display 1 - 5 | |
| 03 | Toetstonen 1 - Piep, 2 - Klik, 3- Geluid uit | |
| 04 | Geluidsvolume 1 - 4 | |
| 05 | Uptimer Aan/uit | |
| 06 | Binnenverlichting | Aan/uit |
| 07 | Snel opwarmen | Aan/uit |
| 08 | Reinigingsherinnering Aan/uit | |
| 09 | Demofunctie | Activeringscode:2468 |
| 10 | Softwareversie Controleren | |
Instellingen Waarde
11
Terug naar fabrieksin- Ja / Nee stellingen
7. EXTRA FUNCTIONS
7.1 Blokkering
Deze functie voorkomt dat de functie van het apparaat per ongeluk wordt gewijzigd.
Wanneer het apparaat wordt geactiveerd terwijl het in gebruik is, vergrendelt het het bedieningspaneel, zodat de huidige kookinstellingen ononderbroken blijven.
Als het apparaat wordt ingeschakeld terwijl het uit staat, blijft het bedieningspaneel vergrendeld, zodat het apparaat niet onbedoeld wordt ingeschakeld.
- houd ingedrukt om de functie in te schakelen.
een geluidssignaal. 📋 - knippert 3 keer wanneer de vergrendeling wordt ingeschakeld.
- houd ingedrukt om de functie uit te schakelen.
7.2 Automatische uitschakeling
Als de verwarmingsfunctie actief is en er geen instellingen worden gewijzigd, wordt het apparaat om veiligheidsredenen na een bepaalde periode automatisch uitgeschakeld.

(°C) (u)

30 - 115 12.5
120 - 195 8.5
200 - 245 5.5
250 - maximaal 3
Als je van plan bent een verwarmingsfunctie te gebruiken voor een duur die langer is dan de automatische uitschakeltijd, stel dan de kooktijd in. Zie het hoofdstuk 'Klokfuncties'.
De automatische uitschakeling werkt niet met de functies: Binnenverlichting, Tijd uitgestelde start.
7.3 Koelventilator
Als het apparaat in werking is, wordt de koelventilator automatisch ingeschakeld om de oppervlakken van het apparaat koel te houden. Als je het apparaat uitschakelt, kan de koelventilator blijven werken totdat het apparaat is afgekoeld.
8. KLOKFUNCTIES
8.1 Omschrijving timerfuncties

Kookwek- ker
Om een afteltijd in te stellen. Wanneer de tijd is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Deze functie heeft geen invloed op de werking van het apparaat en kan op elk moment worden ingesteld.

Kooktijd
Om de bereidingsduur in te stellen. Wanneer de timer stopt, klinkt het signaal en stopt de verwarmingsfunctie automatisch.

Tijd uitge- stelde start
Om het begin en/of het einde van het koken uit te stellen.

Uptimer
Om aan te geven hoe lang het apparaat in werking is. Maximum is 23 u 59 min. Deze functie heeft geen invloed op de werking van het apparaat en kan op elk moment worden ingesteld.
8.2 Instellen: Kookwekker
- Druk op. ⏻ Op het display verschijnt: 0:00 en ♗.
- Draai de regelknop om het Kookwekker in te stellen.
- Druk op . De timer begint onmiddellijk af te tellen.
8.3 Instellen: Kooktijd

- Draai aan de knoppen om de verwarmingsfunctie te selecteren en de temperatuur in te stellen.
- Druk op totdat op het display verschijnt: 0:00 en STOP
- Draai de regelknop om het Kooktijd in te stellen.
- Druk op . De timer begint onmiddellijk af te tellen.
- Wanneer de tijd is verstreken, drukt u op OK en draait u de knop voor de verwarmingsfuncties naar de uit-stand.
8.4 Instellen: Tijd uitgestelde start
- Draai aan de knoppen om de verwarmingsfunctie te selecteren en de temperatuur in te stellen.
- Druk op ⏻ totdat op het display verschijnt: ⏻ en \$START
- Draai aan de knop om de starttijd in te stellen.
9. DE ACCESSOIRES GEBRUIKEN
⚠ WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
- Druk op .OK Op het display verschijnt: --:-- ⏻ STOP
- Draai de regelknop om het in te stellen.
- Druk op .OK De timer begint af te tellen op een ingestelde starttijd.
- Wanneer de tijd is verstreken, drukt u op OK en draait u de knop voor de verwarmingsfuncties naar de uit-stand.
8.5 Instellen: Uptimer
- Draai aan de knop voor de verwarmingsfuncties om te openen Menu.
- Draai aan de bedieningsknop om /° Uptimer te selecteren. Zie het hoofdstuk 'Dagelijks gebruik', Menu: Instellingen.
- Druk op .OK
- Draai de bedieningsknop om de Uptimer in en uit te schakelen.
- Druk op .OK
8.6 Instellen: Dagtijd
- Draai aan de knop voor de verwarmingsfuncties om te openen Menu.
- Draai aan de bedieningsknop om Dagtijd te selecteren. Zie het hoofdstuk 'Dagelijks gebruik', Menu: Instellingen.
- Draai de regelknop om de klok in te stellen.
- Druk op OK.
9.1 Accessoires plaatsen
Toebehoren verkrijgbaar afhankelijk van het model. Scan de QR-code om te controleren hoe u accessoires gebruikt die bij uw apparaat zijn geleverd. Je kunt optionele accessoires afzonderlijk bestellen. Neem voor meer informatie contact op met je plaatselijke leverancier.

Een kleine inkeping bovenaan verhoogt de veiligheid. De inkepingen zijn ook anti-kantelmechanismen. De rand rond het rooster voorkomt dat het kookgerei van het rooster afglijdt.
Plaats het accessoire (draadschap/lade) tussen de geleidestangen van de reksteun. Zorg ervoor dat het rooster de achterkant van de binnenkant van de oven raakt en dat de voeten naar beneden wijzen.

Als uw bakplaat een helling heeft, plaats deze dan in de richting van de achterkant van de oven.
Als er een opschrift op het accessoire staat, zorg er dan voor dat het naar u toe is gericht.
Als u een bak met gaten gebruikt, plaats dan de bak/pan eronder om druppelende vloeistoffen op te vangen.
10. AANWIJZINGEN EN TIPS
10.1 Kookadviezen
De temperatuur en kooktijden in de tabellen zijn slechts als richtlijn bedoeld. Ze zijn afhankelijk van het recept, de kwaliteit en de kwantiteit van de gebruikte ingrediënten.
Je apparaat kan anders bakken of roosteren dan het apparaat dat je tot nu toe gebruikt hebt. De onderstaande hints tonen aanbevolen instellingen voor temperatuur, kooktijd en rekstand voor specifieke soorten voedsel.
Tel de rekniveaus vanaf de bodem van de oven.
Als u voor een speciaal recept de instelling niet kunt vinden, zoek dan naar een soortgelijk recept.
Zie het hoofdstuk "Energie-efficiëntie" voor energiebesparingstips.
Symbolen gebruikt in de tabellen:
| Soort voedsel | |
| Verwarmingsfunctie | |
| Temperatuur |
| Accessoire | |
| Inzetniveau | |
| Kooktijd (min) |
10.2 Warmelucht (vochtig) – aanbevolen accessoires
Gebruik donkere en niet-reflectorende bakjes en schalen. Ze nemen de warmte beter op dan licht en reflecterend servies.
- Pizzapan - donker, niet-reflectorend, diameter 28cm
- Bakschaal - donker, niet-reflectorend, diameter 26cm
- Ramekins - keramiek, diameter 8cm, hoogte 5 cm
- Flanbasistin - donker, niet-reflectorend, diameter 28cm
10.3 Warmelucht (vochtig)
Volg voor de beste resultaten de volgende aanwijzingen op die hieronder in de tabel staan.
| ### | °C | ☐ | ☐ | |
| Zoete broodjes, 16 stuks | bakplaat of lekschaal 180 2 20 - 30 | |||
| Broodjes, 9 stuks | bakplaat of lekschaal 180 2 30 - 40 | |||
| Pizza, bevoren, 0,35 kg | bakrooster 220 2 10 - 15 | |||
| Biscuitrol | bakplaat of lekschaal 170 2 25 - 35 | |||
| Brownie | bakplaat of lekschaal 175 3 25 - 30 | |||
| Soufflé, 6 stuks | keramieken vormpjes op rooster | 200 3 25 - 30 | ||
| Luchtige flanbodem | flanvorm op rooster 180 2 15 - 25 | |||
| Victoriataart met jam-vulling | ovenschaal op rooster 170 2 40 - 50 | |||
| Gepocheerde vis, 0,3 kg | bakplaat of lekschaal 180 3 20 - 25 | |||
| Hele vis, 0,2 kg | bakplaat of lekschaal 180 3 25 - 35 | |||
| Visfilet, 0,3 kg | pizzavorm op rooster 180 3 25 - 30 | |||
| Gepocheerd vlees, 0,25 kg | bakplaat of lekschaal 200 3 35 - 45 | |||
| Sjasliek, 0,5 kg | bakplaat of lekschaal 200 3 25 - 30 | |||
| Koekjes, 16 stuks | bakplaat of lekschaal 180 2 20 - 30 | |||
| Bitterkoekjes, 24 stuks | bakplaat of lekschaal 180 2 25 - 35 | |||
| Muffins, 12 stuks | bakplaat of lekschaal 170 2 30 - 40 | |||
| Hartig gebak, 20 stuks | bakplaat of lekschaal 180 2 25 - 30 | |||
| Zandkoekjes, 20 stuks | bakplaat of lekschaal 150 2 25 - 35 | |||
| Taartjes, 8 stuks | bakplaat of lekschaal 170 2 20 - 30 | |||
| Groenten, gepo-cheerd, 0,4 kg | bakplaat of lekschaal 180 3 35 - 45 | |||
| Vegetarisch omelet | pizzavorm op rooster 200 3 25 - 30 | |||
| Mediterrane groenten, 0,7 kg | bakplaat of lekschaal 180 4 25 - 30 |
10.4 Informatie voor testinstituten
Testen in overeenstemming met IEC 60350-1.
| °C | ||||
| Kleine cakes, 20 stuks per bakplaat | Boven + onderwarmte Bakplaat 3 170 20 - 35 | |||
| Kleine cakes, 20 stuks per bakplaat | Hetelucht Bakplaat 3 150 - 160 20 - 35 | |||
| Kleine cakes, 20 stuks per bakplaat | Hetelucht Bakplaat 2 en 4 150 - 160 20 - 35 | |||
| Appeltaart, 2 blikken ∅20 cm | Boven + onderwarmte Bakrooster 2 180 70 - 90 | |||
| Appeltaart, 2 blikken ∅20 cm | Hetelucht Bakrooster 2 160 70 - 90 | |||
| Vetvrije sponscake, cake-vorm ∅26 cm 1) | Boven + onderwarmte Bakrooster 2 170 40 - 50 | |||
| Vetvrije sponscake, cake-vorm ∅26 cm 1) | Hetelucht Bakrooster 2 160 40 - 50 | |||
| Vetvrije sponscake, cake-vorm ∅26 cm 1) | Hetelucht Bakrooster 2 en 4 160 40 - 60 | |||
| Zandtaartdeeg Hetelucht Bakplaat 3 140 - 150 20 - 40 | ||||
| Zandtaartdeeg Hetelucht Bakplaat 2 en 4 140 - 150 25 - 45 | ||||
| Zandtaartdeeg Boven + onderwarmte Bakplaat 3 140 - 150 25 - 45 | ||||
| Toast 1) | Grillen Bakrooster 4 max. 1 - 5 | |||
1) Warm het apparaat 10 minuten voor.
11. ONDERHOUD EN REINIGING

WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
11.1 Opmerkingen over de reiniging
Reinigingsmiddelen
- Reinig de voorkant van het apparaat uitsluitend met een microvezeldoek met warm water en een mild reinigingsmiddel.
- Gebruik een reinigingsoplossing om metalen oppervlakken te reinigen.
- Reinig vlekken met een mild reinigingsmiddel.
Dagelijks gebruik
- Reinig na elk gebruik de binnenkant van het apparaat. Vetophoping of andere resten kunnen brand veroorzaken.
- Vocht kan in de oven of op de glazen deurpanelen condenseren. Om de condens te verminderen, dien je het apparaat gedurende 10 minuten te laten werken voordat je er iets in plaatst. Bewaar voedsel niet langer dan 20 minuten in het apparaat. Droog de binnenkant van het apparaat na elk gebruik alleen met een microvezeldoek.
Accessoires
- Reinig alle accessoires na elk gebruik en laat ze drogen. Gebruik alleen een zachte doek met warm water en een mild reinigingsmiddel. De accessoires niet in de afwasmachine reinigen.
- Reinig de antiaanbakaccessoires niet met agressieve reinigingsmiddelen of scherpe voorwerpen.
11.2 Verwijderbare inschuifrails
Verwijder de inschuifrails om het apparaat te reinigen.
- Schakel het apparaat uit en wacht tot het is afgekoeld.
- Trek de inschuifrail bij de voorkant uit de zijwand.
- Trek de geleider bij de achterkant uit de zijwand en verwijder het.

text_image
1 2- Plaats de inschuifrails in omgekeerde volgorde.
Als de telescopische geleiders worden geleverd, moeten de borgpennen naar voren wijzen.
11.3 Pyrolytische reiniging

WAARSCHUWING!
Er bestaat gevaar voor brandwonden.

LET OP!
Als er andere apparaten in dezelfde kast zijn geïnstalleerd, gebruik deze dan niet tijdens deze functie. Dit kan de oven beschadigen.
Start de functie niet als je de ovendeur niet volledig hebt gesloten.
- Zorg ervoor dat het apparaat koud is.
- Verwijder alle accessoires
-
Reinig de binnenzijde van de oven en de glazen deur aan de binnenkant met warm water, een zachte doek en een mild reinigingsmiddel.
-
Draai aan de knop voor de verwarmingsfuncties om te openen Menu.
-
Draai aan de bedieningsknop om te selecteren en druk op OK
Reinigingsprogramma Duur
| C1 - Licht reinigen 1 h |
| C2 - Normaal reinigen 1 h 30 min |
| C3 - Grondig reinigen 2 h 30 min |
-
Draai aan de bedieningsknop om het reinigingsprogramma te selecteren en druk op OK
-
Druk op OK om het reinigen te starten. Als het reinigen begint, wordt de deur van het apparaat vergrendeld en is de lamp uit. Totdat de deur wordt ontgrendeld, toont het display ☐.
-
Draai na de reiniging de knop voor de verwarmingsfuncties naar de uit-stand.
- Wacht tot het apparaat is afgekoeld en de deur ontgrendelt. Maak de binnenkant van de oven schoon met een zachte doek en water.
11.4 Reinigingsherinnering
Als na de kooksessie op het display knippert, herinnert het apparaat je eraan om het te reinigen met pyrolytische reiniging. Je kunt de herinnering uitschakelen in het submenu: Instellingen. Raadpleeg het hoofdstuk 'Dagelijks gebruik', Wijzigen: Instellingen.
11.5 De deur verwijderen en installeren
U kunt de ovendeur en de interne glasplaat verwijderen om het schoon te maken. Lees de volledige instructie 'Verwijderen van installatiedeur' voordat u de glasplaten verwijdert.

LET OP!
Gebruik het apparaat nooit zonder de glasplaten.
- Open de deur volledig en houd beide scharnieren vast.

- Sluit de ovendeur in de eerste openingsstand. Til hem daarna op en trek hem naar voren, verwijder hem dan van zijn plek.

-
Plaats de deur op een zachte doek op een stabiele ondergrond.
-
Pak de deurafdekking A aan de bovenkant van de deur aan beide kanten vast en druk deze naar binnen om de klemsluiting te ontgrendelen.

text_image
A 2 1-
Trek de deurlijst naar voren om hem te verwijderen.
-
Houd de glasplaten aan hun bovenkant vast en trek deze een voor een omhoog
uit de geleider. Zorg dat het glas volledig uit de geleiders schuift.

-
Reinig de glasplaten met een sopje. Droog de glazen panelen zorgvuldig. Reinig de glasplaten niet in de vaatwasser.
-
Plaats na het reinigen de glasplaten en de ovendeur. Zorg ervoor dat je de glasplaten weer in de juiste volgorde terugplaatst. Controleer op het symbool / opdruk op de zijkant van het glaspaneel. Als de deur correct is geïnstalleerd, hoor je een klik bij het sluiten van de vergrendelingen.
De afdrukzone moet naar de binnenkant van de deur gericht zijn (naar de binnenkant van de oven gericht).
11.6 Het lampje vervangen

WAARSCHUWING!
Gevaar voor elektrische schokken. Het lampje kan heet zijn.
-
Schakel het apparaat uit en wacht tot het is afgekoeld.
-
Haal de stekker uit het stopcontact.
-
Leg de doek op de vloer van de oven.

LET OP!
Houd de halogeenlamp altijd vast met een doek om te voorkomen dat vetresten op de lamp branden.
Achterlamp
- Draai de glazen afdekking om die te verwijderen.
- Reinig de glasafdekking.
- Vervang de lamp door een geschikte 300 °C hittebestendige lamp.
- Installeer het glazen deksel.
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
12.1 Wat te doen als...
Probleem Controleer of...
| U kunt het apparaat niet inschakelen of bedienen. Het apparaat is op de juiste manier op een elektrische toevoer aangesloten. |
| Het apparaat warmt niet op. De automatische uitschakeling is gedeactiveerd. |
| Het apparaat warmt niet op. De deur van het apparaat is gesloten. |
| Het apparaat warmt niet op. De zekering is niet doorgeslagen. |
| Het apparaat warmt niet op. Blokkering is gedeactiveerd. |
| De lamp is uit. Warmelucht (vochtig) - is geactiveerd. |
| De verlichting werkt niet. De lamp is opgebrand. |
| Err C3 De ovendeur is gesloten of het deurslot is niet kapot. |
| Err F102 De deur van het apparaat is gesloten. |
| Err F102 Het deurslot is niet kapot. |
| Op het display verschijnt 00:00. Er was een stroomstoring. Stel het tijdstip van de dag in. |

Als het display een foutcode weergeeft die niet in deze tabel staat, schakelt u de zekering van het huis uit en weer in om de oven opnieuw te starten. Als de foutcode opnieuw optreedt, neemt u contact op met een erkend servicecentrum.
12.2 Service-informatie
Als je niet zelf het probleem kunt verhelpen, neem dan contact op met je verkoper of een erkende serviceafdeling.
De contactgegevens van de servicedienst staan op het typeplaatje. Het typeplaatje bevindt zich op het voorframe van het apparaat. Het is zichtbaar wanneer u de deur opent. Verwijder het typeplaatje niet uit het apparaat.
Wij raden je aan om de gegevens hier te noteren:
Model (MOD.):
13.1 Productinformatie en productinformatieblad volgens de EU-voorschriften voor ecologisch ontwerp en energie-etikettering
| Naam leverancier AEG |
| Modelnummer NBUP4DCK 949288034 |
| Energie-efficiëntie-index 61.2 |
| Energie-efficiëntieklasse A++ |
| Energieverbruik met een standaard belading, conventionele modus 0.93 kWh/cyclus |
| Energieverbruik met een standaard belasting, heteluchtmodus 0.52 kWh/cyclus |
| Aantal holtes 1 |
| Warmtebron Elektriciteit |
| Volume 72 l |
| Soort oven Inbouwoven |
| Massa 29.9 kg |
| IEC/EN 60350-1 - Huishoudelijke elektrische kooktoestellen - Deel 1: Fornuizen, ovens, stoomovens en grills - Methoden voor het meten van prestaties. |
13.2 Productinformatie voor stroomverbruik en maximale tijd om de toepasselijke modus voor laag vermogen te bereiken
| Stroomverbruik in stand-by 0.8 W | |
| De maximale tijd die de apparatuur nodig heeft om automatisch de toepasselijke modus voor laag vermogen te bereiken | 20 min |
13.3 Energiebesparende tips
De onderstaande tips helpen u energie te besparen bij het gebruik van uw apparaat.
Zorg ervoor dat de deur van het apparaat gesloten is als het apparaat in werking is. Open de deur van het apparaat niet te vaak tijdens het koken. Houd het deurrubber schoon en zorg ervoor dat het goed op zijn plaats vastzit.
Gebruik metalen kookgerei en donkere, niet- reflecterende blikken en containers om energie te besparen
Verwarm het apparaat niet voor voordat u gaat koken, tenzij specifiek aanbevolen.
Houd onderbrekingen tussen het bakken zo kort mogelijk als je een aantal gerechten tegelijkertijd bereidt.
Koken met hete lucht
Gebruik indien mogelijk de bereidingsfuncties met hete lucht om energie te besparen.
Restwarmte
Wanneer de kookduur langer is dan 30 minuten, verlaag dan de oventemperatuur tot minimaal 3-10 minuten voor het einde van het koken. De restwarmte binnen in het apparaat zal blijven koken.
Gebruik de restwarmte om het voedsel warm te houden of andere gerechten op te warmen.
Wanneer u de oven uitschakelt, geeft het display de restwarmte of temperatuur aan.
Eten warm houden
Kies de laagst mogelijke temperatuurinstelling om de restwarmte te gebruiken en het voedsel warm te houden. Het indicatielampje van de restwarmte of temperatuur verschijnt op het display.
Koken met de verlichting uitgeschakeld Schakel de verlichting tijdens het koken uit. Doe het aan als je het nodig hebt.
Warmelucht (vochtig)
Functie is ontworpen om tijdens de bereiding energie te besparen.
Als je deze functie gebruikt, gaat de verlichting na 30 sec. automatisch uit. Je kunt de verlichting weer inschakelen, maar deze handeling vermindert de verwachte energiebesparingen.
14. MILIEUBESCHERMING
Recycleer de materialen met het symbool Gooi de verpakking in een geschikte afvalcontainer om het te recycleren. Bescherm het milieu en de volksgezondheid en recycleer op een correcte manier het afval van elektrische en elektronische apparaten.
Gooi apparaten gemarkeerd met het symbool niet weg met het huishoudelijk afval. Breng het product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente.