EINHELL GC-PC 930/1 I - Zaag

GC-PC 930/1 I - Zaag EINHELL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis GC-PC 930/1 I EINHELL in PDF-formaat.

📄 112 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice EINHELL GC-PC 930/1 I - page 58
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over GC-PC 930/1 I EINHELL

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GC-PC 930/1 I - EINHELL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GC-PC 930/1 I van het merk EINHELL.

GEBRUIKSAANWIJZING GC-PC 930/1 I EINHELL

NL Originele handleiding Kettingzaag voor het verzorgen van bomen

WAARSCHUWING: DEZE KETTINGZAAG MAG ALLEEN WORDEN INGEZET DOOR VOOR HET VERZORGEN VAN BOMEN OPGELEIDE ARBEIDSKRACHTEN. GEBRUIK ZONDER SCHOLING KAN TOT ERNSTIGE VERWONDINGEN LEIDEN.

  1. Veiligheidsaanwijzingen
  2. Beschrijving van het gereedschap en leveringsomvang
  3. Reglementair gebruik
  4. Technische gegevens
  5. Vóór inbedrijfstelling
  6. Bediening
  7. Reiniging, onderhoud, opbergen en bestellen van wisselstukken
  8. Verwijdering en recyclage
  9. Foutopsporing

NL

Gevaar!

Bij het gebruik van toestellen dienen enkele veiligheidsmaatregelen te worden nageleefd om lichamelijk gevaar en schade te voorkomen. Lees daarom deze handleiding / veiligheidsinstructies zorgvuldig door. Bewaar deze goed zodat u de informatie op elk moment kunt terugvinden. Mocht u dit toestel aan andere personen doorgeven, gelieve dan deze handleiding / veiligheidsin- tructies mee te geven. Wij zijn niet aansprakelijk voor ongevallen of schade die te wijten zijn aan niet-naleving van deze handleiding en van de veiligheidsinstructies.

1. Veiligheidsaanwijzingen

De overeenkomstige veiligheidsinstructies vindt u in de bijgaande brochure.

Gevaar!

Lees alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen. Nalatigheden bij de inachtneming van de veiligheidsinstructies en aanwijzingen kunnen elektrische schok, brand en/of zware letsels tot gevolg hebben. Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen voor de toekomst.

2. Beschrijving van het gereedschap en leveringsomvang

2.1 Beschrijving van het gereedschap (fi g. 1A-1C)

  1. Motoreenheid
  2. Geleiderail
  3. Zaagketting
  4. Kettingbescherming
  5. Bougiesleutel
  6. Voorste handbescherming (kettingremhendel)
  7. Voorste handgreep
  8. Achterste handgreep
  9. Startergreep
  10. Aan/Uit-schakelaar
  11. Gashendel
  12. Vergrendeling gashendel
  13. Choke-hendel
  14. Luchtfi Iterafdekking
  15. Luchtfi Iter
  16. Bougie
  17. Klauwaanslag
  18. Kettingvanger
  19. Moer bevestiging geleiderail
  20. Kettingspanschroef

  21. Brandstoftankdop

  22. Olietankdop
  23. Brandstofpomp (Primer)
  24. Mengfl es
  25. Schroevendraaier
  26. Inbussleutel
  27. Schroef bevestiging geleiderail
  28. Ophanginrichting voor bevestigingsriem

Veiligheidsfuncties (fi g. 1A/1B)

3 ZAAGKETTING MET GERINGE
TERUGSTOOT helpt u terugstoten of hun kracht met speciaal ontwikkelde veiligheidsinrichtingen op te vangen.
6 KETTINGREMHENDEL / HANDBESCHER-MER beschermt de linkerhand van de bedieningspersoon mocht die bij draaiende zaag wegglijden van de voorste greep.
KETTINGREM is een veiligheidsfunctie ter vermindering van letsel als gevolg van terugstoten; door deze rem wordt de roterende zaagketting binnen milliseconden stilgezet. Ze wordt gactiveerd door de KETTINGREMHENDEL.
10 STOPSCHAKELAAR stopt de motor on-middellijk als hij uitgeschakeld wordt. De stopschakelar dient op EIN (AAN) te worden gezet om de motor (opnieuw) te starten.
12 VEILIGHEIDSLOSSER voorkomt een toeval- lige verhoging van de motortoeren. De ga- shendel kan alleen worden ingedrukt als de veiligheidslosser ingedrukt is.
18 KETTINGVANGELEMENT reduceert het letselgevaar mocht de zaagketting bij draaiende motor scheuren of ontglijden. Het kettingvangelement dient om een om zich heen slagen-de ketting op te vangen.

Aanwijzing! Maakt u zich vertrouwd met de zaag en haar onderdelen.

2.2 Leveringsomvang

Gelieve de volledigheid van het artikel te controleren aan de hand van de beschreven omvang van de levering. Indien er onderdelen ontbreken, gelieve u dan binnen 5 werkdagen na aankoop van het artikel te wenden tot ons servicecenter of tot het verkooppunt waar u het apparaat heeft gekocht, en leg een geldig bewijs van aankoop voor. Gelieve daarvoor de garantietabel in de service-informatie aan het einde van de handleiding in acht te nemen.

  • Open de verpakking en neem het toestel voorzichtig uit de verpakking.
    • Verwijder het verpakkingsmateriaal alsmede

NL

verpakkings-/transportbeveiligingen (indien aanwezig).

  • Controleer of de leveringsomvang compleet is.
  • Controleer het toestel en de accessoires op transportschade.
  • Bewaar de verpakking indien mogelijk tot het verloop van de garantieperiode.

Gevaar!

Het toestel en het verpakkingsmateriaal zijn geen speelgoed voor kinderen! Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine stukken spelen! Er bestaat inslik- en verstikkingsgevaar!

• Originelehandleiding
• Veiligheidsinstructies

Gevaar! De kettingzaag is een bijzonder type kettingzaag voor het verzorgen van bomen, dat is voorzien voor het gebruik met de rechter hand aan de achterste greep en de linker hand aan de voorste greep, door een in de toepassing opgeleide gebruiker voor het snoeien van takken en het afzagen van staande boomkruinen, en door personen die de meegeleverde veiligheidseisen in de handleiding gelezen en begrepen hebben en die een adequate beschermende uitrusting dragen. De kettingzaag mag alleen worden bediend door een voor dit type kettingzaag opgeleide gebruiker. De gebruiker moet zijn geschoold in alle werktechnieken van met de hand bediende kettingzagen. Volgens het doelmatig gebruik is deze kettingzaag niet voorzien voor de inzet in andere toepassingsgebieden.

De machine mag slechts voor werkzaamheden worden gebruikt waarvoor ze bedoeld is. Elk ander verder gaand gebruik is niet reglementair. Voor daaruit voortvloeiende schade of verwondingen van welke aard dan ook is de gebruiker/bediener, niet de fabrikant, aansprakelijk.

Wij wijzen erop dat onze gereedschappen overeenkomstig hun bestemming niet geconstrueerd zijn voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Wij geven geen garantie indien het gereedschap in ambachtelijke of industriële bedrijven alsmede bij gelijk te stellen activiteiten wordt gebruikt.

Cilinderinhoud van de motor 25,4 cm³

Maximaal motorvermogen 0,9 kW

Snijlengte 24 cm

Lengte geleiderail 12" (30,5 cm)

Kettingdeling (0,375"), 9,525 mm

Kettingdikte (0,05"), 1,27 mm

Stationair toerental ....3300 ± 300 min ^1

Maximaal toerental met

snijgereedschap 11000 min ^-1

Kettingsnelheid max. 21 m/s

Tankinhoud 230 cm³

Olietankinhoud 160 cm³

Anti-trilfunctie ....ja

Tanding kettingwiel 6 tanden x 9,525 mm

Nettogewicht zonder ketting en geleiderail .3,5 kg

Geluidsdrukniveau L _PA (ISO 22868)

op de plek van de bediener 99,2 dB(A)

Onzekerheid K_PA 3 dB(A)

Geluidsdrukniveau L _WA gemeten

(ISO 22868) 108,7 dB(A)

Onzekerheid K _w A 3 dB(A)

Geluidsvermogensniveau L _WA

gegarandeerd (ISO 2000/14/EC) ..... 113 dB(A)

Trilling ahv (voorste handgreep)

(ISO 22867) max. 8,98 m/s²

Onzekerheid K_hv 1,5 m/s²

Trilling ahv (achterste handgreep)

(ISO 22867) max. 8,03 m/s²

Onzekerheid K_hv 1,5 m/s²

Bougie ....L8RTF

Elektrodenafstand 0,6 mm

Type ketting .... Kangxin 3/8 LP-44

.Carlton N1C-BL-44E

.Oregon 91PX044X

Type zwaard ....Kangxin AP12-44-509P

Beperk de geluidsontwikkeling en vibratie tot een minimum!

  • Gebruik enkel intacte toestellen.
    • Onderhoud en reinig het toestel regelmatig.
  • Pas uw manier van werken aan het toestel aan.
    • Overbelast het toestel niet.
    • Laat het toestel indien nodig nazien.
  • Schakel het toestel uit als het niet wordt gebruikt.
    • Draaghandschoenen.

NL

5. Vóór inbedrijfstelling

Gevaar! Start de motor pas als de zaag helemaal geassembleerd en gebruiksklaar is.

Voorzichtig! Draag bij het hanteren van de ketting altijd veiligheidshandschoenen.

5.1 Geleiderail en zaagketting monteren (fi g. 2A-2G)

  1. Kettingrem ontgrendelen, daartoe voorste handbescherming (6) in de richting van de voorste handgreep (7) drukken (fi g. 2A).
  2. Verwijder de afdekking van de geleiderail (A) door de moer (19) en de schroef (27) (fi g. 2B) los te draaien.
  3. Leg de geleiderail (2) in de houder aan de kettingzaag (fi g. 2C).
  4. Leg de ketting (3) om het aandrijfwiel (C) (fi g. 2E). Let op de draairichting van de ketting (3). De snijschakels (B) moeten zoals in fi g. 2D zijn uitgericht.
  5. Leg de ketting om de geleiderail (fi g. 2E)
  6. De aandrijfschakels van de ketting (3) moeten volledig in de rondlopende groef (D), en tussen de tanden van het aandrijfwiel (C) glijden (fi g. 2E).
  7. Draai de kettingspanschroef (20) tegen de klok in, tot de bout (E) zich aan het einde van zijn schuiftraject bevindt (fi g. 2B/2F).
  8. Monteer de railafdekking (A).

Aanwijzing! De bout (E) van de kettingspaninrichting moet vastklikken in de boring (G) van de geleiderail (fi g. 2G).

Schuif daarvoor de geleiderail (2) iets naar voor en terug terwijl u de railafdekking (A) aanbrengt. Draai de moeren (19) handvast aan.

5.2 Kettingspanning instellen (3A/3B)

Voer het instellen van de kettingspanning alleen uit bij uitgeschakelde motor.

  1. Druk de punt van de geleiderail (2) iets naar boven en stel de kettingspanning in met behulp van de kettingspanschroef (20) (fi g. 3A). Een optimale kettingspanning is bereikt, als de ketting (3) aan de onderkant, in het midden van de geleiderail (2) aanligt zoals in fi g. 3B (B).
  2. Blijf een lichte druk uitoefenen op de punt van de rail en draai de moer (19) vast.
  3. Voer een functiecontrole uit. Trek de ketting (3) met de hand 1x om de geleiderail (2). Als de ketting (3) maar moeilijk om de geleiderail (2) kan worden gedraaid of blokkeert, dan is

hij te strak gespannen.

Als dat het geval is, voer dan de volgende kleine instelling uit:

  1. Draai de moer (19) los en draai hem weer handvast aan.
  2. Verlaag de kettingspanning door de kettingspanschroef (20) tegen de klok in te draaien. Stel de spanning in in maar kleine stappen en trek de ketting (3) steeds weer op de geleiderail (2) naar voor en terug om te controleren of de ketting (3) soepel kan worden bewogen, maar toch nog nauw aansluit. Aanwijzing: als de ketting (3) te los zit, dan draait u de kettingspanschroef (20) met de klok mee.
  3. Als de kettingspanning optimaal is ingesteld, dan oefent u een lichte druk uit op de punt van de rail en draait u de moer (19) vast.

Een nieuwe zaagketting rekt uit, daarom is het belangrijk om de ketting bij de eerste inbedrijfstelling in korte tijdsintervallen (ca. 5 sneden) bij te stellen. Deze tijdsintervallen worden langer bij toenemende bedrijfsduur.

Aanwijzing! Als de zaagketting (3) TE LOS of TE HARD GESPANNEN is, gaan het aandrijfwiel, de geleiderail, de ketting en het lager van de krukas sneller afslijten. Fig. 3B informeert over de correcte spanning A (koude toestand) en spanning B (warme toestand). Fig. C toont een te slappe ketting.

5.3 Motorbrandstof en olie

Motorbrandstof

Gebruik voor optimale resultaten normale loodvrije brandstof gemengd met speciale 2-takt-motorolie in een mengverhouding van 1 tot 40.

Brandstofmengeling

Meng de brandstof met 2-takt-olie in een goedgekeurd reservoir. De correcte mengverhouding van brandstof tot olie vindt u terug in de mengtabel. Schud het reservoir goed om alles zorgvuldig te vermengen.

Aanwijzing! Gebruik voor deze zaag nooit onverdunde brandstof. De motor zou daardoor schade oplopen en u zou het recht op garantie voor dit product verliezen. Gebruik geen brandstofmengeling die langer dan 90 dagen is opgeslagen.

Aanwijzing! Als u een 2-takt-olie in afwijking van de speciale olie gebruikt, dient u superolie voor

NL

luchtgekoelde 2-takt-motoren met een mengverhouding van 1 tot 40 te gebruiken. Neem geen 2-takt-olieproduct met een mengverhouding van 1 tot 100. Door onvoldoend oliën wordt de motor beschadigd en u verliest in dit geval het recht op garantie voor de motor.

Aanbevolen brandstoff en

Sommige gebruikelijke soorten benzine zijn vermengd met additieven zoals alcohol- of etherverbindingen om aan normen voor zuivere uitlaatgassen te beantwoorden. De motor draait tevredenstellend op alle soorten benzine die als aandrijfmiddel bedoeld zijn, ook op met zuurstof verrijkte soorten benzine. Gebruik liefst loodvrije normale benzine.

Oliën van ketting en geleiderail

Telkens als u de brandstoftank met benzine vult dient ook de kettingolietank te worden bijgevuld. Het is aan te bevelen daarvoor in de handel verkrijgbare kettingolie te gebruiken.

Motorolie en benzine I Zaagketting
EINHELL GC-PC 930/1 I - Oliën van ketting en geleiderail - 1

Controles voor het starten van de motor

Let op! Start of bedien de zaag nooit als de geleiderail en de ketting niet naar behoren erop geplaatst zijn.

  1. Vul de brandstoftank met de correcte brandstofmengeling (A) (fi g. 4).
  2. Vul de olietank (B) met kettingolie (fi g. 4).

Na het vullen van de ketting- en olietank de tank-dop met de hand aanhalen. Gebruik daarvoor geen gereedschap.

6. Bediening

Controleer het apparaat vóór gebruik op eventuele schade en gebruik het niet indien u schade vaststelt. Het apparaat mag alleen met geactiveerde kettingrem worden gestart. De kettingrem is geactiveerd, als de remhendel (6) naar voor is gedrukt.

Verklaring van de werkwijze, zie - Controle- ren van de kettingrem - Statische controle.

6.1 Kettingrem

De kettingzaag is voorzien van een kettingrem, die verwondingsgevaar op grond van het gevaar van een terugslag vermindert. De rem wordt geactiveerd als er druk wordt uitgeoefend op de handbescherming (6). Bijv. als bij een terugslag de hand van de bediener op de handbescherming (6) slaat. Bij activering van de rem stopt de ketting (3) abrupt.

Waarschuwing: De kettingrem is weliswaar bedoeld om het verwondingsgevaar als gevolg van een terugslag te verminderen, maar hij kan geen adequate bescherming bieden als met de zaag achteloos wordt gewerkt. Controleer regelmatig of de kettingrem naar behoren functioneert. Test de kettingrem vóór de eerste snede, na meermaals snijden, na onderhoudswerkzaamheden en als de kettingzaag aan sterke stoten werd blootgesteld of gevallen is.

6.1.1 Controleren van de kettingrem (fi g. 5A/5B/6)

Statische controle (bij afgezette motor)

Kettingrem gedeactiveerd (ketting (3) vrij verschuifbaar)

  1. Trek de voorste handbescherming (6) in de richting van de voorste handgreep (7). De voorste handbescherming (6) moet hoorbaar vastklikken (fi g. 5A).
  2. De ketting (3) moet op de geleiderail (2) kunnen worden verschoven.

NL

Kettingrem geactiveerd (ketting (3) geblokkeerd)

  1. Druk de voorste handbescherming (6) in de richting van de geleiderail (2). De voorste handbescherming (6) moet hoorbaar vastklikken (fi g. 5B).

  2. De ketting (3) mag op de geleiderail (2) niet kunnen worden verschoven.

Aanwijzing: De voorste handbescherming (6) moet in beide posities vastklikken. Gebruik de zaag niet als u een sterke weerstand voelt, of als de voorste handbescherming (6) niet vastklikt. Breng hem voor reparatie naar de geautoriseerde klantendienst.

Dynamische controle (motor wordt gestart)

  1. Zet de zaag op een hard, eff en vlak.

  2. Met de linker hand houdt u de voorste hand-greep (7) vast.

  3. Start de kettingzaag volgens de startinstructie (zie 6.2 resp. 6.3).

  4. Deactiveer de kettingrem (trek de voorste handbescherming (6) in de richting van de voorste handgreep (7)) (fi g. 5A).

  5. Grijp de achterste greep (8) vast met de rechter hand.

  6. Geef na een korte opwarmfase vol gas. Druk met de rug van de linker hand de voorste handbescherming (6) in de richting van de geleiderail (2). Daardoor wordt de kettingrem geactiveerd (fi g. 6).

Gevaar: Activeer de kettingrem langzaam en met overleg. Houd de zaag met beide handen vast en let op een goede greep. De zaag mag geen voorwerpen raken.

  1. De ketting (3) moet abrupt stoppen. Laat meteen de gashendel (11) los als de ketting (3) stil staat.

Gevaar: Als de ketting (3) niet stopt, dan schakelt u de motor uit en brengt u de zaag voor reparatie naar de geautoriseerde klantendienst.

6.1.2 Controleren van de koppeling

Voer regelmatige functiecontroles van de koppeling uit. Controleer de koppeling vóór de eerste snede, na meermaals snijden, na onderhoudswerkzaamheden en als de kettingzaag aan sterke stoten werd blootgesteld of gevallen is.

  1. Start de kettingzaag volgens de startinstructie (zie 6.2 resp. 6.3).

  2. Activeer kort de gashendel (11) en laat hem weer los, om te garanderen dat de vergren-

deling van de smoorklep werd ontspannen en de motor stationair draait.

  1. De ketting (3) moet in onbelast bedrijf stoppen.

De koppeling is zo ontworpen, dat bij het verhogen van het stationaire toerental met het

1,25-voudige geen beweging van de ketting mag worden vastgesteld.

Gevaar: Als de ketting (3) niet stopt, dan schakelt u de motor uit en brengt u de zaag voor reparatie naar de geautoriseerde klantendienst.

Gevaar: Activeer altijd de kettingrem (6), voordat u de motor start.

6.2 Starten bij koude motor (fi g. 7A-7E)

Giet in de tank een behoorlijke hoeveelheid benzine-/oliemengsel (zie punt 5.3).

  1. Apparaat op een hard, eff en vlak zetten.

  2. Aan/Uit-schakelaar (10) op „I“ zetten (fi g. 7A).

  3. 10x op de brandstofpomp (23) drukken (fi g. 7B).

  4. Choke-hendel (13) uittrekken (fi g. 7C).

Aanwijzing: Door de choke-hendel (13) te activeren word ook de smoorklep iets geopend en in deze stand vergrendeld. Dit heeft een verhoging van het stationaire toerental tot gevolg, en de zaag start sneller.

  1. Het apparaat goed vasthouden en de starter-greep (9) tot de eerste weerstand uittrekken. Nu de startergreep (9) 3x snel aantrekken (fi g. 7C/7D).

  2. Choke-hendel (13) indrukken.

  3. Het apparaat goed vasthouden en de startergreep (9) tot de eerste weerstand uittrekken. Nu de startergreep (9) meermaals snel aantrekken, tot de motor start (fi g. 7D).

Aanwijzing: De startergreep (9) niet laten terug- springen. Dit kan tot beschadigingen leiden. Als de motor is gestart, het apparaat ca. 10 sec. warm laten lopen.

Waarschuwing: Op grond van de iets geopende smoorklep begint het snijgereedschap bij gestarte motor te werken. Bedien kort de gashendel (11). De vergrendeling van de smoorklep wordt ontspannen en de motor keert terug in het onbelast bedrijf (fi g. 7E).

NL

  1. Mocht de motor niet na 8 rukken aan de startergreep niet aanslaan, dan herhaalt u de stappen 1-7.

Opgelet! Slaat de motor ook na meerdere pogingen niet aan, gelieve dan het hoofdstuk „Fouten verhelpen aan de motor“ te raadplegen.

Opgelet! Trek het koord van de startergreep altijd recht eruit. Als het in een hoek wordt uitgetrokken, dan ontstaat er wrijving aan het oog. Door deze wrijving wordt het koord doorgeschuurd en verslijt het sneller. Houd steeds de startergreep vast, als het koord weer vanzelf naar binnen wordt getrokken. Laat de startergreep nooit terugspringen vanuit de uitgetrokken toestand.

6.3 Starten bij warme motor (fi g. 7A-7D)

(Het apparaat stond gedurende minder dan 15-20 min stil)

  1. Het apparaat op een hard, eff en vlak zetten.
  2. Aan/Uit-schakelaar (10) op „I“ zetten (fi g. 7A).

  3. 10x op de brandstofpomp (23) drukken (fi g. 7B).

  4. Het apparaat goed vasthouden en de startergreep (9) tot de eerste weerstand uittrekken. Nu de startergreep (9) meermaals snel aantrekken, tot de motor start Het apparaat moet na 1-2 keer doorhalen starten. Mocht de machine na 6 keer doorhalen nog altijd niet starten, dan herhaalt u de stappen 1-7 onder 6.2 (fi g. 7D).

6.4 Stoppen van de motor

  1. Laat de gashendel los en wacht tot de motor stopt.
  2. Schuif de STOP-schakelaar omlaag om de motor te stoppen.

Aanwijzing: Om de motor in geval van nood te stoppen, activeert u de kettingrem en brengt u de AAN/UIT-schakelaar naar de stand "Stop (0)".

7. Reiniging, onderhoud, opbergen en bestellen van wisselstukken

Trek vóór alle schoonmaak- en onderhoudswerkzaamheid de bougiestekker uit het stopcontact.

7.1 Reiniging

  • Hou de veiligheidsinrichtingen, de ventilatiespleten en het motorhuis zo veel mogelijk vrij van stof en vuil. Wrijf het toestel met een schone doek af of blaas het met perslucht bij lage druk schoon.
  • Het is aan te bevelen het toestel direct na elk gebruik te reinigen.
  • Reinig het toestel regelmatig met een vochtige doek en wat zachte zeep. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen; die zouden de kunststofcomponenten van het toestel kunnen aantasten. Let er goed op dat geen water in het toestel terechtkomt.

7.2 Onderhoud

Waarschuwing! Alle onderhoudswerkzaamheden op de kettingzaag buiten de punten vermeld in deze handleiding mogen slechts door de geautoriseerde klantenservice worden uitgevoerd.

7.2.1 Luchtfi Iter

Aanwijzing! Gebruik de zaag nooit zonder luchtfi Iter. Anders worden stof en vuil de motor in gezogen die daardoor schade oploopt. Hou de luchtfilter schoon! De luchtfilter moet om de 20 bedrijfsuren worden gereinigd of vervangen.

Schoonmaken van de luchtfilter (fig. 8A/8B)

  1. Verwijder de bovenste afdekking (14) door de bevestigingsschroef (A) van de afdekking te verwijderen. De afdekking kan dan worden weggenomen (fi g. 8A).
  2. Til er de luchtfilter (15) uit (fig. 8B).
  3. Maak de luchtfilter schoon. Was de filter in schoon warm zeepsop. Laat hem dan aan de lucht helemaal drogen.

Aanwijzing: Het is aan te raden een filter altijd in reserve te houden.

  1. Zet het luchtfi Iter erin. Zet de afdekking van het luchtfi Iter (14) erop. Let erop dat de afdekking nauwkeurig passend erop wordt gezet. Draai de bevestigingsschroef van de afdekking aan.

NL

7.2.2 Brandstoffi Iter

Aanwijzing! Gebruik de zaag nooit zonder de brandstoffi Iter. Telkens na 100 bedrijfsuren moet de brandstoffi Iter worden schoongemaakt of bij beschadiging vervangen. Maak de brandstoftank helemaal leeg voordat u de fi Iter verwisselt.

  1. Neem de dop van de brandstoftank af.
  2. Buig een zachte metalen draad passend.
  3. Steek de draad de opening van de brandstoftank in en haak de brandstofslang eraan vast. Trek de brandstofslang behoedzaam de opening uit tot u hem met de vingers kan vastgrijpen.

Aanwijzing: Trek de slang niet helemaal de tank uit.

  1. Til de fi lter de tank uit.
  2. Trek de filter met een draaibeweging af en maak hem schoon; indien hij beschadigt is, verwijdert u de filter naar behoren.
  3. Zet er een nieuwe fi liter in. Steek een einde van de fi liter de tankopening in. Vergewis u er zich van dat de fi liter in de onderste hoek van de tank zit. Zet de fi liter, indien nodig mits gebruikmaking van een lange schroevendraaier, op zijn juiste plaats zonder hem echter te beschadigen.
  4. Vul de tank met verse brandstof/olie. Zie hoofdstuk MOTORBRANDSTOF EN OLIE. Breng de dop op de tank terug aan.

7.2.3 Bougie (fi g. 8A/8B)

Aanwijzing! Om het volle vermogen van de zaagmotor te verzekeren, dient de bougie schoon te zijn en de correcte elektrodenafstand (0,6 mm) te hebben. De bougie moet om de 20 bedrijfsuren worden gereinigd of vervangen.

  1. Breng de AAN/UIT-schakelaar naar de stand "stop (0)".
  2. Verwijder de bovenste afdekking (14) door de bevestigingsschroef (A) van de afdekking te verwijderen. De afdekking kan dan worden weggenomen (fi g. 8A).
  3. Trek de ontstekingskabel (C) al draaiend af van de bougie (fi g. 8B).
  4. Verwijder de bougie met behulp van een bougiesleutel (fi g. 1C/5).
  5. Maak de bougie schoon m.b.v. een koperdraadborstel of draai er een nieuwe in.

7.2.4 Carburatorafstelling

De carburator is reeds in de fabriek afgesteld op een optimaal vermogen. Mochten bijregelingen noodzakelijk zijn, breng dan de zaag naar de geautoriseerde klantenservice.

7.2.5 Geleiderail

  • Smeer de ster van de geleiderail om de 10 bedrijfsuren. Dit is vereist, opdat uw kettingzaag het optimale vermogen kan bereiken (fig. 9). Reinig de smeeropening, zet het vetkanon (niet meegeleverd) aan en pomp vet in het lager, tot het aan de buitenkant eruit wordt gedrukt.
  • Reinig de groef waarin de ketting loopt, en de olie-inlaatopening regelmatig met een in de handel verkrijgbaar reinigingsgereedschap (fig. 10A). Dit is belangrijk om een optimale smering van geleiderail en ketting tijdens het bedrijf te garanderen.
  • Verwijder bramen en scherpe randen aan de geleiderail (2) door met een vlakke vijl voorzichtig te vijlen (fig. 10B).
  • Keer de geleiderail (2) om de 8 werkuren, opdat deze aan de boven- en onderkant gelijkmatig verslijt.

Oleidoorlaatopeningen

Oliedoorlaatopeningen op de geleiderail moeten worden schoongemaakt teneinde het behoorlijk oliën van de rail en de ketting tijdens het bedrijf te verzekeren.

Aanwijzing: De toestand van de oliedoorlaatopeningen kan gemakkelijk worden gecontroleerd. Als de doorlaatopeningen schoon zijn, gaat er enkele seconden naar het starten van de zaag automatisch olie wegspatten van de ketting. De zaag heeft een automatische smeerinrichting.

De kettingzaag is uitgerust met een automatische smeerinrichting met tandwielaandrijving. Deze inrichting voorziet de geleiderail en de ketting automatisch van de juiste hoeveelheid olie. Naarmate het motortoerental wordt verhoogd, gaat ook de olie sneller naar de plaat van de geleiderail stromen.

De kettingsmering is in de fabriek optimaal afgesteld. Mochten bijregelingen noodzakelijk zijn, breng dan de zaag naar de geautoriseerde klantenservice.

NL

Aan de onderkant van de kettingzaag bevindt zich de afstelschroef voor de kettingsmering (fi g. 14, pos. A). Door de schroef naar links te draaien verhoogt u de kettingsmering, door ze naar rechts te draaien vermindert u de kettingsmering.

Om de kettingsmering te controleren houdt u de kettingzaag met de ketting over een blad papier en geeft u enkele seconden vol gas. Op het papier kan dan telkens de afgestelde hoeveelheid olie worden gecontroleerd.

Controleer regelmatig of de kettingsmering naar behoren functioneert. Test de kettingsmering vóór de eerste snede, na meermaals snijden en in elk geval na onderhoudswerkzaamheden.

Oliën van de ketting

Vergewis u er zich van dat de automatische smeerinrichting naar behoren werkt. Zorg voor een steeds gevulde olietank met olie voor ketting, geleiderail en vertanding. Terwijl u met de zaag werkt, dienen de geleiderail en de ketting altijd voldoende te worden geolied om wrijving met de geleiderail te verminderen. De geleiderail en de ketting mogen nooit zonder olie zijn. Als u de zaag droog of met te weinig olie gebruikt, gaat het snijvermogen achteruit, wordt de levensduur van de zaagketting korter, wordt de ketting snel bot en slijt de geleiderail fl ink af als gevolg van oververhitting. Te weinig olie ziet u aan de ontwikkeling van rook of aan het verkleuren van de geleiderail.

7.2.6 Onderhoud van de ketting

Scherpen van de ketting

Aanwijzing! Een scherpe ketting produceert welgevormde spanen. Als de ketting zaagmeel produceert, is ze aan een scherpbeurt toe.

Voor het scherpen van de ketting is speciaal gereedschap vereist waarmee gewaarborgd is dat de messen met de juiste hoek en de juiste diepte worden gescherpt. Aan de onervaren gebruiken van kettingzagen is aan te bevelen de zaagketting door een deskundige van de lokale dienst na verkoop te laten scherpen. Als u het scherpen van uw eigen zaagketting aandurft, koop dan het speciale gereedschap aan bij de professionele dienst na verkoop.

Ketting scherpen (fi g. 11)

Scherp de ketting met veiligheidshandschoenen en een ronde vijl.

Scherp de punten alleen met naar buiten gerichte bewegingen (fi g. 12) en neem de waarden volgens fi g. 11 in acht.

Na het scherpen moeten alle snijschakels even breed en lang zijn.

Nadat de snijvlakken 3 tot 4 keer zijn gescherpt dient u telkens de hoogte van de dieptebegrenzers te controleren en die, indien nodig, met een vlakvijl dieper te leggen en dan de voorste hoek af te ronden (fi g. 13).

De voorste randen vijlt u rond.

7.3 Opslag en transport

Breng vóór transport en opslag van de kettingzaag de kettingbescherming (4) aan.

Aanwijzing! Berg de kettingzaag nooit langer dan 30 dagen weg zonder de volgende stappen te doorlopen.

Opbergen van de kettingzaag

Als u een kettingzaag langer dan 30 dagen op- bergt, dient de zaag hiervoor klaargemaakt te worden. Anders zou de rest van de brandstof die zich in de carburator bevindt verdampen en een rubberachtig bezinksel achterlaten. Dit zou de start kunnen bemoeilijken en dure herstelwerk- zaamheden tot gevolg hebben.

  1. Neem de dop van de brandstoftank langzaam eraf om eventuele druk in de tank af te laten. Maak de tank voorzichtig leeg.
  2. Start de motor en laat hem draaien tot de zaag stopt teneinde de brandstof uit de carburator te verwijderen.
  3. Laat de motor afkoelen (ca. 5 minuten).
  4. Reinig de machine grondig.

Aanwijzing: Berg de zaag op een droge plaats en zo ver mogelijk van eventuele ontstekingsbronnen, b.v. kachel, warmwaterboiler die op gas draait, gasdroger etc. op.

Voer de inbedrijfstelling na opslag uit zoals beschreven in hoofdstuk „5. Vóór inbedrijfstelling“.

Transport

• Activeer de kettingrem.
- Beveilig de kettingzaag tegen wegglijden om verlies van brandstof, schade of verwondingen te vermijden.

NL

7.4 Bestellen van wisselstukken:

Gelieve bij het bestellen van wisselstukken volgende gegevens te vermelden:

• Type van het toestel
• Artikelnummer van het toestel
• Ident-nummer van het toestel
• Wisselstuknummer van het benodigd stuk

Actuele prijzen en info vindt u terug onder www.isc-gmbh.info

8. Verwijdering en recyclage

Het toestel bevindt zich in een verpakking om transportschade te voorkomen. Deze verpakking is een grondstof en bijgevolg herbruikbaar of kan naar de grondstofkringloop worden teruggevoerd. Het toestel en zijn accessoires bestaan uit diverse materialen, zoals b.v. metaal en kunststof. Defecte toestellen horen niet thuis in het huisvuil. Om zich van het toestel naar behoren te ontdoen dient het naar een geschikte verzamelplaats te worden gebracht. Als u geen verzamelplaats kent gelieve u dan bij de gemeente te informeren.

NL

9. Foutopsporing

Probleem Mogelijke oorzaak Verhelpen
De motor start niet of hij start maar blijft niet draaien.- Foutief verloop van de start.- Te veel brandstof in de verbrandingsruimte door mislukte startpo-gingen.- Fout ingestelde carburatormenge-ling.- Bougie vol roet.- Brandstoffi Iter verstopt geraakt.- Volg de instructies in deze handlei-ding op.- Wacht ca. 30 minuten tot de brand-stof in de verbrandingsruimte is vervluchtigd, voordat u de ketting-zaag opnieuw probeert te starten.- Laat de carburator instellen door de geautoriseerde dienst na verkoop.- Bougie schoonmaken / afstellen of vervangen.- Vervang de brandstoffi Iter.
De motor start maar draait niet met vol vermogen.- Verkeerde stand van de hendel aan de choke.-Vervuildeluchtfi Iter-Foutingesteldecarburatormenge-ling.- Hendel in de correcte positie breng-gen.- Filter verwijderen, schoonmaken en terug op zijn plaats zetten.- Laat de carburator instellen door de geautoriseerde dienst na verkoop.
Motor draait onregelmatig- Fout ingestelde carburatormenge-ling.- Laat de carburator instellen door de geautoriseerde dienst na verkoop.
Geen vermogen bij belastimg- Fout ingestelde bougie. - Bougie schoonmaken / afstellen of vervangen.
Motor draait onrus-tiger.- Fout ingestelde carburatormenge-ling.- Laat de carburator instellen door de geautoriseerde dienst na verkoop.
Bovenmatigveel rook.-Verkeerdebrandstofmengeling.-Gebruikdejuistebrandstofmenge-ling (verhouding 40 tot 1)
Geen vermogen bij belasting-Kettingbot- Ketting zit los- Ketting scherpen of nieuwe ketting monteren- Ketting spannen
Motor slaat af- Benzine tank leeg.- Brandstoffi Iter in de tank fout gepositioneerd-Benzinetankvullen.- Benzinetank helemaal vullen of brandstoffi Iter in de benzinetank anders positioneren
Onvoldoendeket-tingsmering (zwaard en ketting worden warm)-Kettingolietankleeg.- Oliedoorlaatopeningen verstopt geraakt-Kettingolietankvullen.- Olie-inlaatboring reinigen/groef van de geleiderail reinigen.

Nadruk of andere reproductie van documentatie en geleidepapieren van de producten, geheel of gedeeltelijk, enkel toegestaan mits uitdrukkelijke toestemming van iSC GmbH.

Technische wijzigingen voorbehouden

NL

Service-informatie

Wij werken in alle landen die in het garantiebewijs zijn genoemd, samen met competente servicepartners, wier contactgegevens u kunt afleiden uit het garantiebewijs. Deze staan voor alle diensten zoals reparatie, het verschaffen van wisselstukken of slijtdelen of voor de aankoop van verbruiksmaterialen te uwer beschikking.

U moet er rekening mee houden dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan een slijtage door gebruik of een natuurlijke slijtage, resp. dat de volgende delen nodig zijn als verbruiksmaterialen.

Categorie Voorbeeld
Slijstukken*Zwaard, bougie, luchtfilter, benzinefilter
Verbruiksmateriaal/verbruiksstukken* Zaagketting
Ontbrekende onderdelen

* niet verplicht bij de leveringsomvang begrepen!

Bij gebreken of defecten verzoeken wij u om de fout te melden op het internet onder www.isc-gmbh.info. Gelieve te zorgen voor een nauwkeurige beschrijving van de fout en daarbij in elk geval de volgende vragen te beantwoorden:

  • Heeft het toestel reeds eenmaal gewerkt of was het vanaf het begin defect?
    • Is u iets opgevallen voordat het defect zich voordeed (symptoom vóór het defect)?
  • Welke foutieve werkwijze vertoont het toestel volgens u (hoofdsymptoom)?
    Beschrijf deze foutieve werkwijze.

NL

Garantiebewijs

Geachte klant,

onze producten worden onderworpen aan een strenge kwaliteitscontrole. Mocht dit apparaat echter ooit niet naar behoren functioneren, spijt dit ons ten zeerste en vragen u zich te wenden tot onze service-dienst onder het adres vermeld op dit garantiebewijs. Wij staan ook graag telefonisch tot uw dienst via het vermelde servicetelefoonnummer. Voor eisen in verband met het recht garantie geldt het volgende:

  1. Deze garantievoorwaarden zijn uitsluitend gericht aan de gebruikers, d.w.z. natuurlijke personen die dit product niet in het kader van hun ambachtelijke noch van een andere zelfstandige activiteit willen gebruiken. Deze garantievoorwaarden regelen aanvullende garantieprestaties, die de hieronder genoemde fabrikant kopers van zijn nieuwe apparaten toezegt in aanvulling tot de wettelijke garantie. Uw wettelijke garantieclaims blijven onaangetast door deze garantie. Onze garantieprestatie is voor u gratis.

  2. De garantieprestatie geldt uitsluitend voor gebreken aan een door u aangekocht nieuw apparaat van de hieronder genoemde fabrikant die aantoonbaar berusten op een materiaal- of productiefout, en is naar onze keuze beperkt tot het verhelpen van zulke gebreken aan het apparaat of de vervanging ervan.

Wij wijzen erop dat onze apparaten overeenkomstig hun bestemming niet ontworpen zijn voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Van een garantiecontract is derhalve geen sprake, als het apparaat binnen de garantieperiode in commerciële, ambachtelijke of industriële bedrijven werd ingezet of aan een daarmee gelijk te stellen belasting werd blootgesteld.

  1. Van onze garantie zijn uitgesloten:

- Schade aan het apparaat als gevolg van niet-inachtneming van de montagehandleiding of op grond van ondeskundige installatie, als gevolg van niet-inachtneming van de gebruiksaanwijzing (zoals bijv. door aansluiting aan een verkeerde netspanning of stroomsoort) of niet-inachtneming van de onderhouds- en veiligheidsvoorschriften, door blootstelling van het apparaat aan abnormale omgevingsvoorwaarden of door nalatig onderhoud en verzorging.

- Schade aan het apparaat als gevolg van misbruik of ondeskundige toepassingen (zoals bijv. overbelasting van het apparaat of de inzet van niet toegelaten gereedschappen of toebehoren), binnendringen van vreemde voorwerpen in het apparaat (zoals bijv. zand, stenen of stof, transportschade), gebruik van geweld of als gevolg van externe invloeden (zoals bijv. schade door vallen).

- Schade aan het apparaat of aan delen van het apparaat die valt te herleiden tot slijtage als gevolg van gebruik, en als gevolg van normale of andere natuurlijke slijtage.

  1. De garantieperiode bedraagt 24 maanden en gaat in op de datum van aankoop van het apparaat. Garantieclaims dienen voor het verloop van de garantieperiode binnen de twee weken na het vaststellen van het defect geldend te worden gemaakt. Het indienen van garantieclaims na verloop van de garantieperiode is uitgesloten. De herstelling of vervanging van het apparaat leidt niet tot een verlenging van de garantieperiode noch wordt door deze prestatie een nieuwe garantieperiode voor het apparaat of voor eventueel ingebouwde wisselstukken op gang gebracht. Dit geldt ook bij het ter plaatse uitvoeren van een serviceactiviteit.

  2. Gelieve om een garantieclaim in te dienen het defecte apparaat aan te melden onder: www.isc-gmbh.info. Houd het aankoopbewijs of een ander bewijs van uw aankoop van het nieuwe apparaat bij de hand. Apparaten die zonder bijhorende bewijzen of zonder typeplaatje worden teruggestuurd, worden op grond van de ontbrekende mogelijkheid om het apparaat toe te kennen uitgesloten van de garantieprestatie. Valt het defect van het apparaat binnen onze garantieprestatie, dan bezorgen wij u per omgaande een gerepareerd of nieuw apparaat terug.

Uiteraard staan wij ook tot u dienst om, mits betaling van de kosten, defecten van het apparaat te ver- helpen die buiten de garantieomvang vallen. Te dien einde stuurt u het apparaat aan ons serviceadres op.

Voor slijtstukken, verbruiksmateriaal en ontbrekende onderdelen wordt verwezen naar de beperkingen van deze garantie conform de service-informatie van deze handleiding.

E

Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : EINHELL

Model : GC-PC 930/1 I

Categorie : Zaag