2955081 - Grillplaat BARTSCHER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 2955081 BARTSCHER in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over 2955081 BARTSCHER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grillplaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 2955081 - BARTSCHER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 2955081 van het merk BARTSCHER.
GEBRUIKSAANWIJZING 2955081 BARTSCHER
4.1. Algemene aanwijzingen 4
4.2. Omschrijving van het apparaat 4
4.3. Uitrusting en accessoires 4
4.4. Veiligheidsvoorzieningen 5
4.5. Typeplaatje 5
4.6. Het vervangen van de onderdelen (onderhoudsmonteur) 6
5.1. Beschrijving van de bediening. 6
5.2. Branderontsteking 6
5.3. Montage van het antispatscherm 7
5.4. Tips voor gebruik van het apparaat....7
- REINIGING EN ONDERHOUD 8
6.1. Aanwijzingen voor reiniging en onderhoud 8
6.2. Routine-onderhoud....8
6.3. Het reinigen van de grillplaat....8
-
STORING IN DE WERKING 9
-
INSTALLATIE 9
8.1. Verpakking en uitpakken....9
8.2. Installatie (onderhoudsmonteur) 10
8.3. Gasaansluiting (onderhoudsmonteur)....11
8.4. Het afvoeren van verbrandingsproducten.... 11
8.5. Montage van het apparaat in rij....12
8.6. Omzetting op een andere gassoort (onderhoudsmonteur) 12
8.7. Controle (onderhoudsmonteur) 12
- INSTELLINGEN (onderhoudsmonteur)....13
9.1. Het instellen van de minimale waarde op de gaskraan 25-ST.... 13
9.2. Instelling van de minimale waarde van ventiel 630....13
9.3. Vervanging van het brandermondstuk 14
9.4. Instelling van de luchtinlaat op de brander 15
9.5. . Vervanging van het mondstuk van de ontstekingsvlam.... 15
- VERWIJDERING VAN HET APPARAAT 16
BIJLAGEN ...... I
2. INDEX
A
Aansluiting gas 11
Aanwijzingen voor reiniging en onderhoud 8
Algemene aanwijzingen 4
B
Branderontsteking 6
C
Controle 12
H
Het afvoeren van verbrandingsproducten 11
Het instellen van de minimale waarde op de gaskraan 25-ST 13
Het reinigen van de grillplaat 8
Het vervangen van de onderdelen 6
|
Installatie 10
Instelling van de minimale waarde van ventiel 630 13
INSTELLINGEN 13
L
Langdurig buitengebruik 7
M
Montage van het antispatscherm 7
Montage van het apparaat in rij 12
0
Omschrijving van de bediening 6
Omschrijving van het apparaat 4
Omzetting op een andere gassoort 12
R
Routine-onderhoud 8
s
STORING IN DE WERKING 9
T
Tips voor gebruik van het apparaat 7
Tips voor normaal gebruik van het apparaat 7
Typeplaatje 5
U
Uitpakken 9
Uitrusting en accessoires 4
V
VEILIGHEID 3
Veiligheidsvoorzieningen 5
Verpakking 9
Vervanging van het brandermondstuk 14
VERWIJDERING VAN HET APPARAAT 16
3. VEILIGHEID

Vooraleer het apparaat wordt uikt, dient de gebruikshandleiding keurig te worden gelezen.
De handleiding bevat belangrijke informatie betreffende veilig gebruik en onderhoud van het apparaat.
Bewaar deze handleiding zorgvuldig en raadpleeg wanneer nodig.
De fabrikant heeft bij het ontwerpen en de fabricage speciaal gezorgd om risico's voor de veiligheid en gezondheid van het personeel tijdens de bediening van het apparaat te voorkomen.
Lees aandachtig de instructies in de gebruikshandleiding en alle instructies geplaatst direct op het apparaat. Besteed bijzondere aandacht aan de instructies betreffende veiligheid.
De ingebouwde veiligheidsvoorzieningen mogen nooit worden aangepast of verwijderd. Het niet navolgen van deze regels kan veiligheids- en gezondheidsrisico van de daar werkende personen opleveren.
Het wordt aanbevolen enige testen uit te voeren om over de plaatsing en de functies van de bedieningselementen kennis te krijgen en vooral over deze die voor aan- en uitschakelen van het apparaat zijn verantwoordelijk.
Het apparaat dient alleen te worden bestemd voor het gebruik waarvoor het ontworpen is; ieder ander gebruik wordt beschouwd als incorrect.
De fabrikant aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor materiële schaden of schade aan personen veroorzaakt door incorrect of onjuist gebruik van het apparaat.
Alle onderhoudswerkzaamheden die een specifieke technische kennis of speciale vaardigheden vereisen, worden uitsluitend door gekwalificeerd personeel uitgevoerd.
Om de hygiëne te verzekeren en het voedsel tegen verontreiniging te beschermen, moeten de elementen die direct of indirect in contact met het voedsel komen en alle naburige gebieden grondig worden gereinigd. Hiervoor de wasmiddelen gebruiken die voor de voedingsindustrie zijn geschikt, vermijd het gebruik van brandbare of schadelijke stoffen.
Zorg ervoor dat na elk gebruik alle branders en controle elementen zijn uitgeschakeld en de aansluitkabels zijn losgekoppeld.

Na ieder gebruik van het aat zich ervan verzekeren dat de er uit staat, de ningselementen zijn activeerd en de gastoevoer is schakeld.
i
Het apparaat behoeft tijdens de tie, instelling en aansluiting op het gas stuk 8 „INSTALLATIE“) het gebruik paalde veiligheidsmaatregelen.
i
In het geval van een langere breking in het gebruik van het apparaat, niet alleen alle toevoerkabels te uitgeschakeld, maar ook dienen alle en externe elementen van het mat te worden gereinigd (Hoofdstuk 6 GING EN ONDERHOUD").
i
Het is verboden het apparaat te n onder een directe waterstraal.
4. ALGEMENE AANWIJZINGEN EN WAARSCHUWINGEN
4.1. Algemene aanwijzingen
Deze gebruikshandleiding is door de fabrikant opgesteld om voor bevoegd personeel informatie nodig voor werk met het apparaat te verstrekken.
Het wordt aanbevolen dat de geadresseerden van de informatie het zorgvuldig en strikt doorlezen.
Door het doorlezen van deze informatie kan het risico voor menselijke gezondheid en veiligheid worden voorkomen.
Bewaar deze instructies voor de gehele levensduur van het apparaat op een bekend en goed bereikbare plaats wanneer nodig altijd kan worden geraadpleegd.
Om belangrijke informaties van de tekst te benadrukken of aandacht op belangrijke gegevens te leggen, worden speciale symbolen gebruikt:
Waarschuwing

Het wijst op belangrijke veilig- voorschriften aan. Om de gezond- en de veiligheid van personen niet vaar te brengen en geen schade te rzaken, is het juiste gedrag nodig. chtig

Wijst op belangrijke technischeatie die niet onderschat mogen worden.
4.2. Omschrijving van het apparaat
Dit apparaat, genoemd GAS GRILLPLAAT, is ontworpen en gemaakt voor de professionele keuken om direct gerechten op te bereiden. Afhankelijk van de behoefte, zijn er versies met één of twee grillplaten beschikbaar..
1) Grillplaat
2) Onderbouw
3) In hoogte verstelbare poten
4) Gasaansluiting
5) Afzuiging: afvoer van verbrandingsproducten.
6) Gasregulator: reguleert de temperatuur van de grillplaat
7) Ontsteking van de brander: piëzo-elektrische branderontsteking.
8)

text_image
5 1 6 7 2 3 4 74.3. Uitrusting en accessoires
Het apparaat wordt geleverd met de volgende uitrusting:
A. Vetopvangschaal.
Op bestelling kan het apparaat uitgerust worden met de volgende accessoires:
A. Spatschermopbouw
B. Afdichtstop
4.4. Veiligheidsvoorzieningen

text_image
Veiligheids- voorzieningen A B C D AHet apparaat is uitgerust met de volgende veiligheidsvoorzieningen:
A. Thermokoppel veiligheid: in het geval van het doven van de vlam, blokkeert het de toevoer van gas.
B. Veiligheidsthermostaat: blokkeert de gastoevoer in geval van oververhitting (betreft alleen de verchroomde versie).
C. Gaskraan: Voor het openen en sluiten van de gastoevoerleiding.

ledere dag dient de juiste ng en efficiëntie van de heidsvoorzieningen te worden ntroleerd.
In het geval de veiligheidsthermostaat in werking treedt, dient de oorspronkelijke operationele werking van het apparaat te worden geactiveerd.
- Laat de grillplaat afkoelen.
- Open de deurtjes (D).
- Druk de veiligheidsthermostaat (B) in om de gastoevoer opnieuw te activeren..
- Sluit de deurtjes (D).
Om te weten te komen welk van de veiligheidsthermostaten is geactiveerd in het geval van een apparaat met twee grillplaten, dient te worden gecontroleerd welk van de branders niet werkt, en de knop van de juiste thermostaat dient te worden ingedrukt.
4.5. Typeplaatje
Het op de afbeelding weergegeven typeplaatje wordt direct op het toestel aangebracht. Op het typeplaatje worden alle nodige aanwijzingen en informatie voor gebruiksveiligheid weergegeven.
1) EAN-code
2) Art.-nr./ modelnr. / CE-certificaatnr.
3) Toestelcategorie / type
4) Aansluitwaarden / Gasverbruik / Fabrieks-instelling voor de gegeven soort gas
5) Warmtebelasting
6) Productiedatum
7) Serienr.
8) CE-conformiteitsmarkering
9) WEEE-symbol

text_image
Bartscher GmbH Franz-Kleine-Str.28 D- 33154 Salzkotten Tel.: 01805 971197 2► Art.-No.: Bartscher / Supplier PIN: CE-0063xxxx 3► Categorie _ building type: _ 4► Connected value _ kg/h: _ /adjusted to gas type _ mbar 5► thermal load Qn _ kW (Hi) 6► production date: MM/YYYY 7► Ser.-No.: 11081682 CE Prüfnummer/ test number 8 94.6. Het vervangen van de onderdelen (onderhoudsmonteur)

Activeer alle aanwezige veiligheidsvoorzieningen voordat je een onderdeel vervangt. Let er vooral op de gaskraan te sluiten en de toegang tot voorzieningen die, als ze geactiveerd worden, onverwachte gevaren voor de veiligheid en gezondheid van personen kunnen betekenen, te verhinderen.
Vervang indien nodig versleten onderdelen uitsluitend door originele reserveonderdelen
Wij zijn niet aansprakelijk voor schade aan personen of onderdelen ontstaan door gebruik van andere dan originele onderdelen of ingrepen aan het apparaat zonder de toestemming van de fabrikant, die de veiligheidsvereisten kunnen veranderen.
5.1. Beschrijving van de bediening.
Bedieningselementen voor de belangrijkste functies bevinden zich op het bedieningspaneel van het apparaat.
A) Gasregulator: reguleert de gastoevoer en verandert de tempartuur.
B) Piëzo-elektrische ontsteking: onsteekt de ontstekingsvlam van de brander.

text_image
Symbol ontstekingsvlam A 04 10 250 325 395 460 525 580 640 700 760 Temperatuur- schaal B Piëzo-elektrische 'ontsteking5.2. Branderontsteking
ONTSTEKING
A) Om de ontstekingsvlam te ontsteken, de draaiknop van de gasregulator van de gewenste gasbrander indrukken en naar links draaien (positie 1). De ontstekingsvlam ontsteken met behulp van een lucifer.
B) De draaiknop van de gasregulator ongeveer 10 seconden ingedrukt houden, om het thermische element te verwarmen, en vervolgens loslaten.
C) Om de gasbrander aan te steken, de draaiknop van de gasregulator naar links draaien (positie 2).
D) Het vermogen van de gasbrander intstellen (positie 3).

text_image
MAX 200 DAX DCL D91 D50Pos 0

A) De draaiknop van de gasregulator naar rechts draaien om de gasbrander uit te schakelen (positie 1).
B) De draaiknop van de gasregulator naar rechts draaien om de ontstekingsvlam te doven (positie 0).
VERCHROOMDE GRILLPLAAT
Het apparaat met een verchroomde grillplaat dient ongeveer 30 minuten te worden voorverwarmd op 200 °C.
5.3. Montage van het antispatscherm
Bij de montage van het antispatscherm dient men zich te houden aan de volgende aanwijzingen:
- Het achterste deel van het scherm plaatsen op de grillplaat (A).
- Beide zijschermen inhaken (B) en plaatsen

text_image
A B5.4. Tips voor gebruik van het apparaat
Langdurig buitengebruik
Als het apparaat langere tijd niet zal worden gebruikt, dient op de volgende manier te worden gehandeld:
- De gastoevoer onderbreken met behulp van de afdichtstop.
- Het apparaat en de aansluitende oppervlakken zorgvuldig reinigen.
- Op oppervlakken van roestvrijstaal een laag vaseline aanbrengen.
- Alle onderhoudswerkzaamheden uitvoeren.
Tips voor normaal gebruik van het apparaat
Om het juiste gebruik van het apparaat te kunnen garanderen, dienen de volgende aanbevelingen te worden opgevolgd:
Gebruik uitsluitende de door de producent geleverde uitrusting;
➢ Controleer of de bodem van de oven juist is ingebracht.
Hets apparaat niet gebruiken om te frituren met olie of vet op de grillplaat.
Op de grillplaat geen gerechten grillen die diepgevroren zijn: dit kan leiden tot beschadigingen aan het apparaat.
De plaat niet afschrapen om restjes te verwijderen, het wordt aanbevolen bijzonder voorzichtig te zijn in het geval van een verchroomde grillplaat.
Regelmatig bevoegd personeel de volgende onderhoudswerkzaamheden laten uitvoeren:
- Controle van de druk en de dichtheid van de gasleidingen.
- Controle van de werking van de thermokoppel
- Controle van de onberispelijke werking van de afzuiging en het reinigen ervan als het nodig is
Controle van de veiligheidsthermostaten.
6. REINIGING EN ONDERHOUD
6.1. Aanwijzingen voor reiniging en onderhoud

Alle bestaande veiligheids- ieningen worden voor het houd geactiveerd.
Let er vooral op de gaskraan te sluiten en de toegang tot voorzieningen die, als ze geactiveerd worden, onverwachte gevaren voor de veiligheid en gezondheid van personen kunnen betekenen, te verhinderen.
6.2. Routine-onderhoud
De juiste conservatie houdt in alle elementen die in contact komen met het levensmiddel reinigen en regelmatig de brander en de sproeier reinigen.
Zorgvuldig onderhoud verzekert de beste prestaties, een langere levensduur van het toestel en een goede werking van de veiligheidsvoorzieningen.
Richt geen directe waterstralen of hogedrukreiniger op het toestel.
Gebruik voor het schoonmaken van roestvrij staal geen staalwol of borstels omdat ze ijzerdeeltjes op het oppervlakte kunnen achterlaten die door oxidatie roest veroorzaken.
Gebruik voor het verwijderen van opgedroogde resten, spatels van hout of kunststof of zachte schuursponsjes.
Bij langdurig buitengebruik een laag vaseline op alle roestvrijstalen oppervlakken aanbrengen.

Gebruik geen reinigings-middelen evaarlijke of voor de gezondheid delijke stoffen (oplosmiddelen, ne enz.) bevatten.
Na gebruik dienen te worden gereinigd:
de grillplaat
het apparaat
6.3. Het reinigen van de grillplaat
Ga hiervoor als volgt te werk.
- Met een schraper resten van gerechten van de grillplaat verwijderen (in het bijzonder voorzichtig zijn in het geval van een verchroomde plaat).
- De grillplaat insmeren met een middel dat vet oplost en enkele minuten laten staan.
- De afvoeropening dicht doen met een geschikte stop.
- Heet water over de grillplaat gieten en enkele minuten laten staan.
-
Het vetopvangblad uitnemen.
-
Een verzamelcontainer plaatsen onder de afvoeropening.
- De stop eruit nemen en wachten tot het water stroomt.
- Reinig en droog de grillplaat zorgvuldig.

Er wordt aanbevolen de accessoires vaatwasmachine te wassen.

Zorgvuldig de grillplaat drogen om te den dat er roest ontstaat en vervolgens beschermlaag van vaseline (olie) engen.
7. STORING IN DE WERKING
Volgende informatie wordt gebruikt voor erkenning en verwijdering van eventuele storingen die zich kunnen voordoen tijdens het gebruik van het apparaat.
Sommige van deze problemen kunnen door de gebruiker worden opgelost, bij alle overige is nauwkeurige kennis nodig. Zulke problemen worden opgelost door deskundig personeel.
| Probleem | Oorzaak | Mogelijke oplossingen |
| Gaslucht. | Komt soms vrij bij het doven van de vlam. | Draai de kraan die de gastoevoer sluit, dicht en lucht de ruimte.. |
| Ontstekingsvlam brandt niet. | De ontstekingsvonk doet het niet. | Controleer de werkting van het ontstekingsmechanisme. Initieer de ontstekingsvlam met de hand.. |
| Lucht in de leidingen als gevolg van het langere tijd niet gebruiken. | ||
| De ontstekingsvlam dooft steeds. | De thermokoppel is niet heet genoeg. | Verleng het ontstekingsproces. Controleer of de veiligheids-thermostaat is geactiveerd. |
| De ontstekingsvlam brandt, maar de brander gaat niet aan. | Controleer de veiligheidsthermostaat. ✗ Als het probleem zich nog steeds voordoet, neem dan contact op met de service. | |
| De vlam is geel. | De brander is verontreinigd of de afzuiging is verstopt. | De brander reingien en laten drogen. ✗ Als het probleem zich nog steeds voordoet, neem dan contact op met de service. |
8. INSTALLATIE
8.1. Verpakking en uitpakken
Bij uitpakken en installatie van het apparaat dienen de instructies van de fabrikant worden nageleefd die direct op de verpakking en in deze gebruiksaanwijzing worden omschreven.
Voor hijsen en transport van het product is het gebruik van een vorkheftruck of palletwagen aanbevolen waarbij bijzondere aandacht moet op de gelijkmatige gewichtsverdeling worden besteed om het risico van kantelen te voorkomen (het vermijden van overmatige hellingen!).

Wanneer de standaard wordt ikt, letten op het gas en de e van de poten.
De verpakking bestaat uit kartonnen dosje en de houten pallet. Op de kartonnen doos is aantal symbolen weergegeven die in overeenstemming met de internationale regelgeving over de regels tijdens het laden en het lossen, bij transport en opslag het apparaat informeren.

text_image
HIER NAAR BOVEN LET OP GLAS TEGEN VOCHT BESCHERMENControleer bij ontvangst of de verpakking volledig is en tijdens het vervoer niet wordt beschadigd. Meld de eventuele schade onverwijld bij de vervoerder.
Pak het apparaat zo snel mogelijk uit om te controleren of het niet beschadigd wordt.
Een kartonnen doos niet met scherpe gereedschappen open doen. Dit kan schade aan de roestvrij stalen platen binnen de verpakking veroorzaken.
Haal de kartonnen verpakking uit het apparaat van boven.
Controleer na het uitpakken van het apparaat of de uitrusting met de bestelling overeenkomt.
Bij onregelmatigheid informeer onmiddellijk de verkoper.
Bewaar het verpakkingsmateriaal (nylon zakjes, piepschuim, nieten, ...) buiten het bereik van kinderen!
Verwijder de beschermende PVC-laag van de binnenste en buitenste oppervlaken. Gebruik hiervoor geen metalen gereedschap.
8.2. Installatie (onderhoudsmonteur)
Het hele installatieproces moet vanaf het begin van de uitvoering goed worden overwogen.
De installatieplaats moet van alle toevoeraansluitingen en de afvoerleiding voor productieresten worden voorzien. De plaats moet tevens goed worden verlicht en aan alle hygiënische en sanitaire vereisten volgens de geldende wetgeving voldoen.
De installatie moet op een afstand van minstens 5 cm van de wand gebeuren als deze niet tegen een temperatuur van minstens 150 °C bestand is. Plaats het apparaat horizontaal door het instellen van de afzonderlijke stelvoeten.
Als het apparaat dicht bij de muur, de wand, keukenkastjes of decoratieve elementen enz. moet worden geplaatst, dan moeten deze zijn gemaakt van niet-brandbare materialen en anders moeten zij worden bedekt met niet-brandbare materialen.
Om de goede werking van het apparaat te garanderen, mag het enkel in permanent verluchte ruimten worden geïnstalleerd en gebruikt.

text_image
5 cm ID 06Het interne gastoevoersysteem en de ruimten waarin het toestel wordt opgesteld, moeten aan de geldende bepalingen van het land van gebruik voldoen (ministerieel besluit van 12 juli '96 en UNI-CIG 87/23).
Men dient de voor een regelmatige verbranding van het gas aan de branders vereiste luchthoeveelheid toe te voeren, d.w.z. ong. 2 kubieke meter per uur per kW geïnstalleerd vermogen.
8.3. Gasaansluiting (onderhoudsmonteur)
De gasaansluiting moet volgens de geldende bepalingen gebeuren.
Voordat je het toestel aansluit, dien je de specificaties, het gastype de werkingsdruk en het debiet, die weergegeven worden op het typeplaatje, controleren.
De aansluiting komt tot stand door het verbinden van de aansluitingsslang van het toestel met de buis van het gasnet. Aan de verbinding moet een afsluitklep worden geïnstalleerd om de gastoevoer indien nodig te kunnen onderbreken.
Indien in het gastoevoersysteem aanzienlijke drukschommelingen optreden, dan wordt het gebruik van een drukregelaar aanbevolen.
Na de aansluiting dien je te controleren of er eventueel gaslekken zijn.

text_image
A ID 08Gebruik nooit open vuur om gaslekken te zoeken!
8.4. Het afvoeren van verbrandingsproducten
In het geval van de installatie van apparaten van het type „A” is het gebruik van een uitlaatsysteem niet voorzien, maar is een efficiënte afzuigkap voldoende om de verbrandingsprodukten naar buiten af te voeren.
Installatie onder een afzuigkap (A)
Het apparaat onder een afzuigkap plaatsen (1), en aan de uitlaat van het apparaat een buis bevestigen met de afmetingen die op de afbeelding zijn opgegeven.
Het einde van de afvoerleiding moet zich minstens 1,8 meter boven het intstellingsoppervlak van het apparaat bevinden..
De gastoevoer moet direct ondergeschikt zijn aan het afzuigsysteem: het blokkeren van de afzuigventilator moet het onderbreken van de gastoevoer veroorzaken.
De ventilator moet automatisch aan gaan als het gasventiel open is.
8.5. Montage van het apparaat in rij

Om de apparaten in rij (naast elkaar) te monteren, dien je als volgt te werk te gaan.
Demonteer de bedieningspanelen en verwijder indien nodig de afvoerrooster.
Gebruik op de aangrenzende zijdelen een afdichtband (A).
Schuif de apparaten tegen elkaar aan en plaats ze horizontaal (door het instellen van de stelvoeten).
Verbind de apparaten met de bevestigingselementen.
8.6. Omzetting op een andere gassoort (onderhoudsmonteur)
Het apparaat is door de producent gecontroleerd met het soort gas dat aangegeven is op het typeplaatje. Als een ander soort gas wordt gebruikt, dient op de volgende manier te worden gehandeld:
-
De afdichtstop van de gastoevoer dicht draaien (A).
-
Vervang het brandermondstuk (zie hoofdstuk 9.3)
-
Vervang het mondstuk van de ontstekingsvlam (zie hoofdstuk 9.5).
-
Stel de minimale waarde in op de brander gaskraan (zie hoofdstuk 9.1).
-
Verwijder het stickertje op het typeplaatje en een nieuwe erop plakken die de informatie
bevat die geschikt is voor de gebruikte gasinstallatie (positie 4 typeplaatje).

text_image
A ID 128.7. Controle (onderhoudsmonteur)
Voor het in bedrijf stellen van het apparaat dient de installatie te worden gecontrioleerd om de exploitatievoorwaarden te bepalen voor een enkel onderdeel en eventuele onjuistheden te herkennen..
Het wordt aanbevolen de volgende controles uit te voeren:
-
Het openen van de gaskraan en het controleren van de dichtheid van de aansluitingen;
-
De controle van de juiste werking van de onsteking en vlam van de gasbranders.
-
De controle, en als het nodig is, regulatie van de druk en de gasdoorstroom voor de posities max en min (zie hoofdstuk 9.1).
-
De controle van de juiste werking van de veiligheidsthermostaat.
-
De controle van de gasleidingen met het oog op lekken.
9. INSTELLINGEN (onderhoudsmonteur)

Activeer alle aanwezige
veiligheidsvoorzieningen voordat je het toestel begint in te stellen.
Let er vooral op de gaskraan te sluiten en de toegang tot voorzieningen die, als ze geactiveerd worden, onverwachte gevaren voor de veiligheid en gezondheid van personen kunnen betekenen, te verhinderen.
9.1. Het instellen van de minimale waarde op de gaskraan 25-ST

Deze instellingen alleen uitvoeren als het aangesloten gas anders is dan het controlegas, na omzetting van het toevoersysteem.

Voor het uitvoeren van deze instelling dient te worden gecontroleerd, of de gasdruk in overeenstemming is met de nominale druk (zie tabel in de bijlage).
Handel op de volgende manier:
- Sluit de gaskraan
- Haal de draaiknop van de gasregulator (A).
- Draai schroef (B) los en neem het bedieningspaneel eraf (C).
- Injector D eruit halen en vervangen voor de correcte injector voor dat type gas (zie bijlage). Na instelling de schroef lakken.
- Tot slot het bedieningspaneel (C) monteren en de draaiknop voor de gasregulatie (A).

text_image
ID 09 A C BID 13

text_image
D9.2. Instelling van de minimale waarde van ventiel 630

Deze instellingen alleen uitvoeren als het aangesloten gas anders is dan het controlegas, na omzetting van het toevoersysteem.

Voor het uitvoeren van deze instelling dient te worden gecontroleerd, of de gasdruk in overeenstemming is met de nominale druk (zie tabel in de bijlage).
Handel op de volgende manier:
- Sluit de gaskraan
- Haal de draaiknop van de gasregulator (A).
- Draai schroef (B) los en neem het bedieningspaneel eraf (C).
- Injector (D) eruit halen en vervangen voor de correcte injector voor het gebruikte soort gas (zie bijlage). Na instelling de schroef lakken.
- Tot slot het bedieningspaneel (C) monteren en de draaiknop voor de gasregulatie (A).

Na beëindiging van alle
kalibratie werkzaamheden en regulatie, de dichtheid van de gasaansluiting en de juiste werking controleren.

Zich ervan verzekeren dat de vlam stabiel is bij minimale en maximale inlaatdruk.
Na beëindiging van de regulatie de voorbereide legislatiekenmerken aanbrengen en/of de regulatie-schroeven lakken.

text_image
A B C D9.3. Vervanging van het brandermondstuk
Handel op de volgende manier:
- Sluit de gaskraan
- Haal de draaiknop van de gasregulator (A).
-
Draai schroef (B) los en neem het bedieningspaneel eraf (C).
-
Vervang mondstuk (B) voor het correcte mondstuk voor het gebruikte soort gas (zie bijlagen).
- Tot slot terugkeren naar de oorspronkelijke staat.

text_image
A C B
text_image
ID 17 D9.4. Instelling van de luchtinlaat op de brander
Handel op de volgende manier:
- Sluit de gaskraan
- Haal de draaiknop van de gasregulator (A).
-
Draai schroef (B) los en neem het bedieningspaneel eraf (C).
-
De schroef (D) losdraaien, en de huls (E) instellen afhankelijk van het gebruikte soort gas (zie tabel in de bijlagen).
- Tot slot terugkeren naar de oorspronkelijke staat..

9.5. . Vervanging van het mondstuk van de ontstekingsvlam
Handel op de volgende manier:
- Sluit de gaskraan
- Haal de draaiknop van de gasregulator (A).
-
Draai schroef (B) los en neem het bedieningspaneel eraf (C).
-
De ontstekingsvlam bevindt zich naast de brander..
- De moer losdraaien (D).
- Het mondstuk eruit nemen en vervangen.
- Opnieuw de moer aandraaien en terugkeren naar de oorspronkelijke staat.
- Wyregulować przy pomocy śruby (E).

Het apparaat is in overeenstemming met de Europese richtlijn 2002/96/EG, WASTE ELECTRICAL AND ELECTRONIC EQUIPMENT (WEEE) gekenmerkt.

Door de verwijdering van het act op de juiste manier draagt de iiker bij om potentiële negatieve gen voor het milieu en de hadheid te voorkomen.

Het symbool op het product of op de meegeleverde documentatie informeert dat dit product niet als huishoudelijk afval mag worden behandeld maar het moet in een bepaalde inzamelpunt voor de recycling van elektrische en elektronische apparaten worden geleverd.
Neem de plaatselijke regelgeving in acht voor het verwijderen van afval.
Voor meer informatie over de behandeling, terugwinning en recycling van dit product, neem contact op met de gemeente, het afvalverwerkingsbedrijf of de winkel waar het product wordt gekocht.
Bartscher GmbH