KGN56XIER - Koelkast BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KGN56XIER BOSCH in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over KGN56XIER BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KGN56XIER - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KGN56XIER van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING KGN56XIER BOSCH
[nl] Gebruikershandleiding Koel-vriescombinatie 106

text_image
1 2 3 4 5 6 7 8 9 A B 10 111

text_image
1 2 3 4 6 8 super 10 2 -24 -22 -20 -18 -16 super 9 alarm °C eco holiday fresh ① 3 sec. 8 4 5 72

U kunt online aanvullende informatie en uitleg vinden. Scan de QR-code op de titelpagina.

Inhoudsopgave
1 Veiligheid 107
1.1 Algemene aanwijzingen ..... 107
1.2 Bestemming van het appa-
raat 107
1.3 Inperking van de gebruikers 107
1.4 Veiliger transport 108
1.5 Veilige installatie 108
1.6 Veilig gebruik 109
1.7 Beschadigd apparaat ..... 111
2 Het voorkomen van materiële schade .... 112
3 Milieubescherming en bespa- ring 112
3.1 Afvoeren van de verpakking 112
3.2 Energie besparen 112
4 Opstellen en aansluiten ..... 113
4.1 Leveringsomvang 113
4.2 Criteria voor de opstellocatie 114
4.3 Apparaat monteren 114
4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden ..... 114
4.5 Apparaat elektrisch aansluiten 114
5 Uw apparaat leren kennen ..... 114
5.1 Apparaat 114
5.2 Bedieningspaneel 115
6 Uitrusting 115
6.1 Legplateau 115
6.2 Flessenrek 115
6.3 Bewaarlade 115
6.4 Fruit- en groentelade met
vochtigheidsregelaar .... 116
6.5 Deurrekken 116
6.6 Accessoires 116
7 De Bediening in essentie ..... 117
7.1 Apparaat inschakelen 117
7.2 Opmerkingen bij het gebruik 117
7.3 Machine uitschakelen 117
7.4 Temperatuur instellen ..... 117
8 Extra functies 118
8.1 Superkoelen 118
8.2 Supervriezen 118
8.3 Vakantiemodus 118
8.4 Energiebesparingsmodus .... 118
8.5 Versmodus 119
9 Alarm 119
9.1 Deuralarm 119
9.2 Temperatuuralarm 119
10 Koelvak 120
10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koel-vak 120
10.2 Koudezones in het koelvak 120
11 Vriesvak 120
11.1 Invriescapaciteit 120
11.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken 121
11.3 Tips voor het bewaren van le- vensmiddelen in het vries- vak 121
11.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen ..... 121
11.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij -18 °C ..... 121
11.6 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren 122
12 Ontdooien 122
12.1 Ontdooien in het koelvak. .. 122
12.2 Ontdooien in het vriesvak .. 122
13 Reiniging en onderhoud ..... 122
13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging 122
13.2 Apparaat schoonmaken ..... 122
13.3 Onderdelen eruit halen ..... 123
14 Storingen verhelpen ...... 123
14.1 Stroomuitval 127
14.2 Apparaatzelftest uitvoeren .. 127
15 Opslaan en afvoeren .... 128
15.1 Apparaat buiten gebruik stellen 128
15.2 Afvoeren van uw oude apparaat 128
16 Servicedienst 128
16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD) ..... 129
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
■ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
■ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor la-ter gebruik of voor volgende eigenaren.
■ Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Gebruik het apparaat uitsluitend:
■ om levensmiddelen te koelen en in te vriezen en voor de bereiding van ijsblokjes.
■ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving.
■ tot een hoogte van 2000 m boven zeeniveau.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toe-zicht staan of zijn geïinstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen indien deze niet onder toezicht staan.
Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/diepvriezer vullen en legen.
1.4 Veiliger transport
Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels veroorzaken.
- Het apparaat niet alleen optillen.
1.5 Veilige installatie
⚠ WAARSCHUWING – Kans op elektrische schok!
Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.
- Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de gegevens op het typeplaatje.
- Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïnstalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wisselstroom aansluiten.
- Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moet conform de elektrotechnische voorschriften zijn geïnstalleerd.
- Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bijvoorbeeld een tijdschakelaar of besturing op afstand.
- Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegang niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie een scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften zijn ingebouwd.
- Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
- Nooit het aansluitsnoer met warmtebronnen in contact brengen.
Wanneer de ventilatieopeningen van het apparaat zijn gesloten, dan kan bij een lek van het koude circuit een brandbaar gas-lucht-mengsel ontstaan.
- Ventilatieopeningen in de behuizing van het apparaat of in de inbouwbehuizing niet afsluiten.
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
- Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.
- Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters en netsnoeren gebruiken.
- Wanneer het netsnoer te kort is en er geen langer netsnoer beschikbaar is, neem dan contact op met een elektrospeciaalzaak om de huisinstallatie aan te passen.
Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.
- Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen niet aan de achterkant van de apparaten plaatsen.
1.6 Veilig gebruik
⚠ WAARSCHUWING – Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes.
- Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.
▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.
- Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
- Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
Door beschadiging van de koudemiddelkringloop kan brandbaar koudemiddel lekken en exploderen.
- Gebruik voor het versnellen van het ontdooien geen andere mechanische inrichtingen of andere middelen dan diegene die door de fabrikant zijn aanbevolen.
nl Veiligheid
- Maak vastgevroren levensmiddelen met een stomp voorwerp los, bijv. met een steel van een houten lepel.
Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen kunnen exploderen, bijv. spuitbussen.
- Bewaar geen producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen in het apparaat.
Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brand leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders.
- Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat.
Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten.
- Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het vriesvak bewaren.
Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen.
- De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen.
Het apparaat kan kantelen.
- Niet op de plint, laden of deuren staat of leunen.
⚠ WAARSCHUWING – Kans op brandwonden!
Onderdelen aan de achterkant van het apparaat worden tijdens het gebruik heet.
▶ Raak de hete onderdelen nooit aan.
⚠ WAARSCHUWING – Kans op koude-brandwonden!
Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan tot brandwonden door koude leiden.
- Nooit diepvrieswaren in de mond nemen nadat deze uit het vriesvak werden genomen.
- Vermijd langer contact van de huid met diepvrieswaren, ijs en oppervlakken van het vriesvak.
⚠️ VOORZICHTIG – Kans op gevaar voor de gezondheid!
Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van levensmiddelen te voorkomen.
- Wanneer de deur langere tijd wordt geopend, kan dit leiden tot een aanzienlijke temperatuurstijging in de vakken van het apparaat.
- Maak de oppervlakken, die met levensmiddelen en toegankelijke afvoersystemen in contact komen, regelmatig schoon.
- Rauw vlees en vis in geschikte containers in de koelkast dusdanig bewaren dat het niet in contact komt met andere levensmiddelen of op deze drupt.
- Wanneer het koel-/vriesapparaat langere tijd leeg staat, het apparaat uitschakelen, ontdooien, reinigen en de deur open laten, om schimmelvorming te voorkomen.
Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Wanneer zure levensmiddelen in contact komen met aluminium in contact komen, dan kunnen aluminium- nen overdragen naar de levensmiddelen.
- Verontreinigde levensmiddelen niet consumeren.
1.7 Beschadigd apparaat
⚠ WAARSCHUWING – Kans op elektrische schok!
Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.
- Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
- Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken.
- Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
▶ Neem contact op met de klantenservice. → Pagina 128
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
nl Het voorkomen van materiële schade
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
- Houd vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat.
▶ Ventileer de ruimte.
▶ Het apparaat uitschakelen. → Pagina 117 - De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
▶ Neem contact op met de service. → Pagina 128
2 Het voorkomen van materiële schade
LET OP
Het kantelen van de apparaatwieltjes kan bij het verschuiven van het apparaat de vloer beschadigen.
- Het apparaat met een steekwagen transporteren.
- Bij het verschuiven van het apparaat een vloerbescherming gebruiken en niet zigzag bewegen.
Door het gebruik van het apparaat, de plint, laden of deuren als zitvlak of opstapje kan het apparaat beschadigd raken.
- Niet op het apparaat, de plint, la-
den of deuren staat of leunen.
Door verontreinigingen met olie of vet kunnen kunststofdelen en deurafdichtingen poreus worden.
- Houd kunststofdelen en deuraf-dichtingen olie- en vetvrij.
Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Bij contact met
zuurhoudende levensmiddelen corrodeert en verkleurt het aluminium.
- Levensmiddelen uitsluitend verpakt in het apparaat bewaren.
Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren.
- Nooit uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigen.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpak- king
De verpakkingsmaterialen zijn milieu-vriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
- De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Keuze van de opstellingslocatie
■ Stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht.
- Plaats het apparaat zo ver mogelijk van radiatoren, fornuis en andere warmtebronnen:
- Houd 30 mm afstand aan tot elektrische- of gasfornuizen.
- Houd 300 mm afstand aan tot olie- en kolenfornuizen.
■ Houd een kleine afstand tot de zijwand aan.
- De externe ventilatieopeningen nooit afdekken of blokkeren.
Energie besparen bij het gebruik.
Opmerking: De plaatsing van de uitrustingsonderdelen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat.
- Open het apparaat slechts kort en sluit het zorgvuldig.
- De binnenste ventilatieopeningen of de externe ventilatieopeningen nooit afdekken of blokkeren.
- Transporteer gekoelde levensmiddelen in een koeltas en leg ze snel in het apparaat.
■ Warm voedsel en dranken eerst la- ten afkoelen, daarna in het appa- raat plaatsen. - Leg om de koude van de diepvriesproducten te benutten, deze ter ontdooiing in het koelvak.
■ Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de achterwand.
Bedieningspaneel-energiebespa- ringsmodus
Wanneer het apparaat niet wordt gebruikt, dan schakelt het bedieningspaneel automatisch naar de bedieningspaneel-energiebesparingsmodus.
In de energiebesparingsmodus van het bedieningspaneel wordt de helderheid van het bedieningspaneel en de lichtstrip gereduceerd.
Zodra u het bedieningspaneel bedient, of de deur opent, deactiveert de bedieningspaneel-energiebesparingsmodus.
U kunt de lichtstrip vóór het inschakelen van de besparingsmodus van het bedieningspaneel uitschakelen.
→Pagina 113
Lichtbalk inschakelen
- 2^ + 8^ 3 Seconden ingedrukt houden, tot een akoestisch signaal klinkt.
Lichtbalk uitschakelen
- 2^ + 8^ 3 Seconden ingedrukt houden, tot een akoestisch signaal klinkt.
4 Opstellen en aansluiten
4.1 Leveringsomvang
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering.
Neem bij klachten met uw dealer of onze servicedienst → Pagina 128 contact op.
De levering bestaat uit:
■ Vrijstaand apparaat
■ Uitrusting en accessoires ^1
■ Montagehandleiding
■ Gebruiksaanwijzing
■ Klantenservice overzicht
■ Garantiebijlage ^2
■ Energielabel
nl Uw apparaat leren kennen
- Informatie over energieverbruik en geluiden
4.2 Criteria voor de opstellocatie
Wanneer het apparaat in een te kleine ruimte staat, kan er bij een lek van het koudecircuit een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan.
- Stel het apparaat uitsluitend op in een ruimte, welke tenminste een volume heeft van 1 m ^3 per 8 g koudemiddel. De hoeveelheid van het koudemiddel staat op het type-plaatje.
→ "Apparaat", Fig. 1/5
Pagina 115
Het gewicht van het apparaat kan afhankelijk van het model tot 100 bedragen.
De ondergrond moet stabiel genoeg zijn om het gewicht van het apparaat te dragen.
De ondergrond moet vlak zijn.
Dit apparaat is bedoeld voor gebruik bij omgevingstemperaturen van 10°C tot 43°C.
Het apparaat is volledig functioneel binnen de toegestane binnentemperatuur.
Wanneer u het apparaat gebruikt bij lagere kamertemperaturen, dan kunnen beschadigingen aan het apparaat tot een kamertemperatuur van 5°C worden uitgesloten.
Over-and-Under- en Side-by-Side-opstelling
Als u 2 koeltoestellen boven of naast elkaar wilt opstellen, moet u tussen de toestellen minimaal een tussenafstand van 150 mm aanhouden. Voor bepaalde toestellen is een opstelling zonder minimumafstand mogelijk. Neem hiervoor contact op met uw dealer of keukeninstallateur.
4.3 Apparaat monteren
- Het apparaat conform meegeleverde montagehandleiding monteren.
4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden
- Haal het informatiemateriaal er uit.
- Verwijder de beschermfolie en transportborgingen, bijv. plakstrips en karton.
- Het apparaat voor de eerste keer reinigen. → Pagina 122
4.5 Apparaat elektrisch aan-sluiten
- De netstekker van het aansluit-snoer van het apparaat in een stopcontact in de omgeving van het apparaat steken.
De aansluitgegevens van het apparaat staan op het typeplaatje.
→ "Apparaat", Fig. 1/5
Pagina 115
- De netstekker op vastheid controleren.
√ Het apparaat is nu gereed voor gebruik.
5 Uw apparaat leren kennen
5.1 Apparaat
Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.
→Fig. 1
A Koelvak → Pagina 120
B Vriesvak → Pagina 120
1 Verlichting
2 Inwendige ventilatieopeningen
3 Flessenrek → Pagina 115 ^1
4 Temperatuurregelaar (lade) → Pagina 117
5 Typeplaatje → Pagina 129
6 Bewaarlade → Pagina 115
7 Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar → Pagina 116
8 Diepvrieslade → Pagina 123
9 Stelvoet
10 Bedieningspaneel → Pagina 115
11 Deurrek voor grote flessen → Pagina 116
5.2 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.
→Fig. 2
1 Toont de ingestelde temperatuur van het koelvak in °C.
2 Toont de ingestelde temperatuur van het vriesvak in °C.
3 De lichtbalk geeft optische feedback.
4 alarm schakelt het waarschuwingssignaal uit.
5 eco schakelt de energiebespa-
ringsmodus in of uit.
6 holiday schakelt de vakantiemodus in of uit.
7 fresh schakelt de Fris-modus in of uit.
8 ① 3 sec. schakelt het apparaat in of uit.
9 super (vriesvak) schakelt Super-vriezen in of uit.
10 super (koelvak) schakelt Superkoelen in of uit.
6 Uitrusting
De uitrusting van uw apparaat is modelafhankelijk.
6.1 Legplateau
Om de schappen naar wens te variëren, kunt u het schap uitnemen en op een andere positie weer plaatsen.
→ "Plateau verwijderen", Pagina 123
6.2 Flessenrek
Bewaar flessen veilig op het flessenrek.
Om het flessenrek naar wens te variëren, kunt u het flessenrek verwijderen en op een andere plaats weer terugzetten.
→ "Plateau verwijderen", Pagina 123
6.3 Bewaarlade
In de bewaarlade heersen lagere temperaturen dan in het koelvak.
Temperaturen onder 0 °C kunnen tijdelijk optreden.
Om temperaturen in de buurt van 0°C in de bewaarladen te bereiken, de koelvaktemperatuur op 2°C instellen. → Pagina 117
Gebruik de lagere temperaturen in de lade om snel bedervende levensmiddelen te bewaren, bijv. vis, vlees en worst.
6.4 Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar
Bewaar vers fruit en groente onverpakt in de fruit- en groentelade.
Bewaar gesneden fruit en groente afgedekt of luchtdicht verpakt.
Met de vochtigheidsregelaar kunt u de luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade aanpassen. Hierdoor kunt u vers fruit en verse groente langer bewaren als bij een conventione-le bewaarmethode.
→Fig. 3
De luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade kunt u afhankelijk van het soort en de hoeveelheid bewaarde levensmiddelen instellen door het verschuiven van de vochtigheidsregelaar:
- Naar binnen schuiven voor lage luchtvochtigheid ♘bij het overwe-gend bewaren van fruit, gemengde belading of hogere belading.
- Naar buiten schuiven voor hoge luchtvochtigheid bij overwegen bewaren van groente of geringe belading.
Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich in de fruit- en groentelade condenswater vormen.
Het condenswater verwijderen met een droge doek en een lage lucht-vochtigheid via de vochtigheidsregelaar instellen.
Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit en het aroma behouden blijven, moet u koudegevoelig fruit en groente buiten het apparaat bewaren bij temperaturen van ca. 8 °C tot 12 °C, bijv. ananas, bananen, citrusvruchten, augurken, courgette, paprika, tomaten en aardappelen.
6.5 Deurrekken
Om het deurrek naar behoefte te variëren kunt u het deurrek er uit nemen en op een andere positie weer plaatsen.
→ "Deurrek verwijderen", Pagina 123
6.6 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd. De accessoires van het apparaat zijn afhankelijk van het model.
Eierplateau
Bewaar eieren veilig op het eierplateau.
Flessenhouder
De flessenhouder voorkomt dat fles- sen bij het openen en sluiten van de apparaatdeur kantelen.
→Fig. 4
IJsblokjesschaal
Gebruik de ijsblokjesschaal om ijsblokjes te maken.
IJsblokjes maken
Gebruik voor het maken van ijsblokjes uitsluitend drinkwater.
-
Vul de schaal voor ijsblokjes voor 34 met drinkwater en plaats deze in het diepvriesvak.
Maak vastgevroren levensmidde- len met een stomp voorwerp los, bijv. met een steel van een houten lepel. -
Om de ijsblokjesschaal los te maken de ijsblokjesschaal iets toderen of kort onder stromend water houden.
- Het apparaat elektrisch aansluiten. →Pagina 114
Opmerking: Wanneer het apparaat eerder via het bedieningspaneel werd uitgeschakeld, ①3 sec. 3 seconden ingedrukt houden.
- Het apparaat is nu gereed voor gebruik.
√ Het apparaat begint te koelen. - Er weerklinkt een waarschuwingssignaal en de temperatuurindicatie knippert omdat het vriesvak nog te warm is.
- Het waarschuwingssignaal met alarm uitschakelen.
"alarm" gaat uit zodra de ingestelde temperatuur is bereikt. - De gewenste temperatuur instellen. →Pagina 117
7.2 Opmerkingen bij het gebruik
■ Wanneer u het apparaat heeft ingeschakeld, duurt het tot enkele uren voordat de ingestelde temperatuur wordt bereikt.
Plaats geen levensmiddelen in het apparaat voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.
- De kopzijden van de behuizing worden tijdelijk licht verwarmd. Dit voorkomt vorming van condenswater in de zone van de deurafdichting.
- Let er bij het sluiten van de deur op dat de deur niet door product wordt geblokkeerd.
■ Wanneer u de deur sluit, kan een onderdruk ontstaan. De deur gaat dan alleen moeilijker open. Wacht
een ogenblik tot de onderdruk wordt gecompenseerd.
■ De temperatuur in het apparaat varieert door de volgende condities:
- Het aantal keer dat het apparaat wordt geopend
- Beladingshoeveelheid
- Temperatuur van de vers opgeslagen levensmiddelen
- Omgevingstemperatuur
- Direct instralend zonlicht
7.3 Machine uitschakelen
▶ ① 3 sec. 3 Seconden ingedrukt houden.
7.4 Temperatuur instellen
Koelvaktemperatuur instellen
- Op de gewenste temperatuur drukken.
Schuif om de ingestelde temperatuur te bereiken, de temperatuurregelaar van de bewaarlade op 13 -stand van onderen. → Pagina 117
De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4 °C.
Bewaartemperatuur instellen
▶ Selecteer één van de opties:
- Om de temperatuur te verlagen, de temperatuurregelaar naar boven in de richting van "extra cold" schuiven.
- Om de temperatuur te verhogen, de temperatuurregelaar naar beneden schuiven in de richting van "cold".
→Fig. 5
Vriesvaktemperatuur instellen
- Op de gewenste temperatuur drukken.
De aanbevolen temperatuur in het vriesvak bedraagt -18 °C.
8 Extra functies
Kom te weten over welke instelbare extra functies uw apparaat beschikt.
8.1 Superkoelen
Bij het Superkoelen koelt het koelvak zo koud mogelijk.
Schakel Superkoelen in voor het bewaren van grote hoeveelheden levensmiddelen in het koelvak.
Opmerking: Als Superkoelen is ingeschakeld, kan er meer geluid ont-staan.
Superkoelen inschakelen
▶ Druk op super (koelvak).
"super" (koelvak) brandt.
Opmerking: Na ca. 6 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.
Superkoelen uitschakelen
▶ Druk op super (koelvak).
8.2 Supervriezen
Bij het Supervriezen koelt het vriesvak zo koud mogelijk.
Schakel Supervriezen 4 tot 6 uur voor het inladen van een hoeveelheid levensmiddelen vanaf 2 kg in het vriesvak in.
Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u Supervriezen.
→ "Voorwaarden voor invriesvermo-gen", Pagina 120
Opmerking: Als Supervriezen is ingeschakeld, kan er meer geluid ont-staan.
Supervriezen inschakelen
▶ Druk op super (vriesvak).
"super" (vriesvak) brandt.
Opmerking: Na ca. 54 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.
Supervriezen uitschakelen
▶ Druk op super (vriesvak).
8.3 Vakantiemodus
Als u langere tijd afwezig bent, kunt u het apparaat in de energiebesparen-de vakantiemodus schakelen.
⚠️ VOORZICHTIG –
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Terwijl de vakantiemodus is ingeschakeld, warmt het koelvak op. Door de verhoogde temperatuur kunnen bacteriën zich vermenigvuldigen en de levensmiddelen bederven.
- Bij een ingeschakelde vakantiemodus geen levensmiddelen in het koelvak bewaren.
Het apparaat stelt de temperaturen automatisch om.
Koelvak 14 °C
Vriesvak Temperatuur on- gewijzigd
Vakantiemodus inschakelen
Vakantiemodus uitschakelen
▶ holiday indrukken.
8.4 Energiebesparingsmodus
Met de energiebesparingsmodus schakelt u het apparaat naar de energiebesparende werking om.
Het apparaat stelt de temperaturen automatisch om.
Koelvak 8 °C
Vriesvak -16 °C
Energiebesparingsmodus inschakelen
Druk op eco.
"eco" brandt.
Energiebesparingsmodus uitschakelen
▶ eco indrukken.
8.5 Versmodus
Om de levensmiddelen langer vers te houden kunt u de verskoelmodus van het apparaat inschakelen.
Het apparaat stelt de temperaturen automatisch om.
Koelvak 2 °C
Vriesvak Temperatuur on- gewijzigd
Versmodus inschakelen
- fresh indrukken.
"fresh" is verlicht.
Versmodus uitschakelen
- fresh indrukken.
9 Alarm
9.1 Deuralarm
Als de deur van het apparaat langere tijd open staat wordt het deuralarm ingeschakeld.
Er klinkt een waarschuwingssignaal, "alarm" knippert, de lichtbalk knippert en het temperatuurdisplay van het betreffende vak knippert.
Deuralarm uitschakelen
- De apparaatdeur sluiten of op alarm drukken.
√ Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.
9.2 Temperatuuralarm
Wanneer het te warm is in het vriesvak, wordt het temperatuuralarm geactiveerd.
Er klinkt een waarschuwingssignaal, de ingestelde temperatuur (vriesvak) en "alarm" en lichtbalk knipperen.
⚠️ VOORZICHTIG –
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.
- Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen.
- Het voedsel pas na koken of bra-den opnieuw invriezen.
- De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
Het temperatuuralarm kan in de volgende gevallen inschakelen:
- Het apparaat wordt in gebruik genomen.
Levensmiddelen pas in het apparaat inruimen wanneer de ingestelde temperatuur is bereikt. - Er worden grote hoeveelheden verse levensmiddelen ingeruimd.
Voor het in het apparaat inruimen van grote hoeveelheden levensmiddelen Supervriezen inschakelen.
■ De deur van het vriesvak is te lang geopend.
Controleer of het diepvriesproduct deels of geheel is ontdooid.
Temperatuuralarm uitschakelen
▶ alarm indrukken.
- Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.
10 Koelvak
In het koelvak kunt u vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, bereide gerechten en brood en banket bewaren.
De temperatuur is van 2 °C tot 8 °C instelbaar.
Door de koelopslag kunt u ook licht bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de gekozen temperatuur is, des te langer blijven de levensmiddelen vers.
10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak
- Alleen verse en onbeschadigde levensmiddelen inruimen.
■ Bewaar de levensmiddelen lucht-dicht verpakt of afgedekt. - Om de luchtcirculatie niet te hinderen en het bevriezen van levensmiddelen te vermijden, de levensmiddelen niet vóór de inwendige ventilatieopeningen of direct tegen de achterwand plaatsen.
■ Laat warme etenswaren en dranken eerst afkoelen.
■ Houd de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum in acht.
10.2 Koudezones in het koel- vak
Door de luchtcirculatie in et koelvak ontstaan verschillende koudezones.
Koudste zone
De koudste zone bevindt zich in de bewaarlade.
Tip: Bewaar snel bedervende levensmiddelen in de koudste zone, bijv. vis, worst en vlees.
Warmste zone
De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Tip: Bewaar minder gevoelige levensmiddelen in de warmste zone, bijv. harde kaas en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar.
11 Vriesvak
In het vriesvak kunt u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes maken.
De temperatuur is van -16 °C tot -24 °C instelbaar.
Langdurig bewaren van levensmiddelen moet op een temperatuur van - 18 °C of lager gebeuren.
Door het invriezen kunt u bederfelijke levensmiddelen gedurende lange tijd bewaren. De lage temperaturen vertragen of stoppen het bederven.
11.1 Invriescapaciteit
Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoeveel uur tot in de kern kan worden ingevroren.
Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje.
→ "Apparaat", Fig. 1 / Pagina 115
Voorwaarden voor invriesvermo- gen
- Ca. 24 uur vóór het inladen van verse levensmiddelen, Supervriezen inschakelen.
→ "Supervriezen inschakelen", Pagina 118 - De levensmiddelen eerst in de onderste diepvrieslade leggen.
11.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken
Kom te weten hoe u de maximale hoeveelheid diepvriesproducten in het vriesvak kunt doen.
- Alle uitrustingsdelen verwijderen. →Pagina 123
- De levensmiddelen rechtstreeks op de plateaus en de bodem van het vriesvak bewaren.
11.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak
- Bewaar de levensmiddelen lucht-dicht verpakt.
- Breng in te vriezen levensmiddelen niet in aanraking met ingevroren levensmiddelen.
- De levensmiddelen naast elkaar in de diepvriesladen leggen.
■ Voor een goede luchtcirculatie in het apparaat de diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven.
11.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen
- Alleen verse en onberispelijke levensmiddelen bevriezen.
■ Levensmiddelen per portie invriezen. - Bereide levensmiddelen zijn beter geschikt dan rauw eetbare levensmiddelen.
■ Groente vóór het invriezen wassen, kleiner maken en blancheren. - Fruit vóór het invriezen wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascorbinezuuroplossing toevoegen.
■ Voor het invriezen geschikte levensmiddelen zijn bijv. bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild en gevogelte, eieren zonder schaal,
kaas, boter, kwark, kant-en-klaargerechten en etensresten.
■ Voor het invriezen ongeschikte levensmiddelen zijn bijv. kropsla, radijsjes, eieren met schaal, druiven, rode appels en peren, yoghurt, zure room, crème fraîche en mayo-naise.
Diepvrieswaren verpakken
Geschikt verpakkingsmateriaal en de juiste soort verpakking behouden in hoge mate de productkwaliteit en vermijden vriesbrand.
- De levensmiddelen in de verpakking leggen.
- De lucht eruit drukken.
- De verpakking luchtdicht afsluiten om te voorkomen dat de levensmiddelen hun smaak verliezen of uitdrogen.
- De verpakking met de inhoud van de invriesdatum voorzien.
11.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij -18 °C
| Product Bewaartijd | |
| Vis, worst, klaarge-maakte gerechten, brood en banket | Tot 6 maan-den |
| Gevogelte, vlees Tot 8 maan-den | |
| Groente, fruit Tot 12 maan-den | |
De erop gedrukte vrieskalender geeft de maximale bewaartijd in maanden aan bij een constante temperatuur van -18^ .
11.6 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren
⚠️ VOORZICHTIG – Kans op gevaar voor de gezond- heid!
Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.
- Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen.
- Het voedsel pas na koken of bra-den opnieuw invriezen.
- De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
■ Dierlijke levensmiddelen in het koelvak ontdooien, bijv. vis, vlees, kaas en kwark.
■ Brood bij kamertemperatuur ont-dooien.
■ Levensmiddelen voor directe consumptie in de magnetron, in de oven of op de kookplaat bereiden.
12 Ontdooien
12.1 Ontdooien in het koelvak.
Het koelvak van uw apparaat ont- dooit automatisch.
12.2 Ontdooien in het vriesvak
Door het volledig automatische "NoFrost"-systeem blijft het vriesvak vorstvrij. Ontdooien is niet nodig.
13 Reiniging en onder- houd
De reiniging van ontoegankelijke plaatsen moet door de servicedienst worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst kunnen kosten verbonden zijn.
13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging
- Het apparaat uitschakelen.
→Pagina 117 - Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen. - Alle levensmiddelen eruit halen en op een koele plaats bewaren. Indien beschikbaar koelelementen op de levensmiddelen leggen.
- Verwijder alle uitrustingsdelen en accessoires uit het apparaat.
→Pagina 123
13.2 Apparaat schoonmaken
⚠ WAARSCHUWING – Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedruk-reiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
Vloeistof in de verlichting, in de bedieningselementen of in de inwendige ventilatieopeningen kan gevaarlijk zijn. - Het afwaswater mag niet in de verlichting, in de bedieningselementen of in de inwendige ventilatieopeningen terechtkomen.
LET OP
Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.
- Geen harde schuur- of afwas- sponsjes gebruiken.
- Geen scherpe of schurende reini-gingsmiddelen gebruiken.
- Geen sterk alcoholhoudende reini-gingsmiddelen gebruiken.
Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren.
- Nooit uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigen.
- Apparaat voorbereiden voor reini- ging. → Pagina 122
- Het apparaat, de uitrustingsdelen, de accessoires en de deurafdichtingen met een vaatdoek, lauw water en een beetje pH-neutraal af-wasmiddel reinigen.
- Met een zachte, droge doek grondig nadrogen.
- De uitrustingsdelen plaatsen.
- Het apparaat elektrisch aansluiten. →Pagina 13
- Doe de levensmiddelen in het apparaat.
13.3 Onderdelen eruit halen
Neem wanneer u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen deze uit het apparaat.
Plateau verwijderen
- Het legplateau uittrekken en verwijderen.
→Fig. 6
Deurrek verwijderen
- Het deurrek omhoog tillen en verwijderen.
→Fig. 7
Bewaarlade verwijderen
- De lade tot de aanslag eruit trekken.
- Til de bewaarlade aan de voorkant op ①en verwijder deze ②
→Fig. 8
Groente- en fruitlade verwijderen
- De fruit- en groentelade tot de aan- slag uittrekken.
- Til de fruit- en groentelade aan de voorzijde op ①en verwijder deze ②.
→Fig. 9
Diepvrieslade verwijderen
-
De diepvrieslade tot aan de aan- slag uittrekken.
-
De diepvrieslade vooraan optillen ① en eruit halen ②
→Fig. 10
Ladefront verwijderen
U kunt het ladefront van de fruit- en groentelade verwijderen voor het gemakkelijker schoonmaken.
Druk de klikhaken aan de zijkant van de lade in ①en verwijder het ladefront middels een draaibeweging van de lade ②
→Fig. 11
14 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
⚠ WAARSCHUWING – Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
nl Storingen verhelpen
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
Storing Oorzaak en probleemoplossing
| Apparaat koelt niet, indicaties en verlichting branden. | Het presentatielicht is ingeschakeld.1. Schakel het apparaat uit. →Pagina 1172. Wacht 2 minuten.3. Schakel het apparaat weer in. →Pagina 1174. Wacht 1 minuut en houd aansluitendsuper(koelvak) ingedrukt, tot er 4 akoestische signalen klinken.5. Controleer na korte tijd of uw apparaat koelt. |
| LED-verlichting functioneert niet. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk.► Neem contact op met de servicedienst.Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijgevoegde overzicht van servicediensten. |
| De koelmachine schakelt vaker en langer in. | Het apparaat is te vaak geopend.► Open de apparaatdeur niet onnodig. |
| Externe ventilatieopeningen zijn afgedekt.► Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen. | |
Geen storing. Moderne koelapparaten schakelen vaker in en hebben verschillende vermogensstanden om efficiënter te koelen. ► Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen.► Stel het apparaat met de grootst mogelijke afstand tot verwarmingselementen, fornuis en andere warm-tebronnen op. Vermijd langdurig direct zonlicht op het apparaat.► Open de deur van het apparaat slechts zo kort als mogelijk is.► Laat warme gerechten en dranken voordat deze in het apparaat worden geplaatst eerst afkoelen. | |
| Op de achterwand van het koelvak vormt zich een vorstlaag. | Geen storing. Moderne koelapparaten zorgen voor een gelijkmatigere temperatuur in het koelvak. De achter- |
Storing Oorzaak en probleemoplossing
| Op de achterwand van het koelvak vormt zich een vorstlaag. | wand van het koelvak wordt regelmatig automatisch ontdooid. ▸ Open de deur van het apparaat slechts zo kort als mogelijk is.▸ Verpak de levensmiddelen luchtdicht of dek de levensmiddelen af.▸ Laat warme gerechten en dranken voordat deze in het apparaat worden geplaatst eerst afkoelen.▸ Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de binnenwanden. |
| Zijpanelen van het apparaat zijn warm. | Geen storing. In de zijwanden lopen buizen welk tijdens het koelproces warm worden. Meubels die tegen het apparaat staan, worden niet beschadigd door de warmte.Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
| Er klinkt een waar-schuwingssignaal, het temperatuurdisplay (koelvak), "alarm" en lichtbalk knipperen.Het deuralarm is ingeschakeld. | Deur van het koelvak is open.▸ Sluit de deur van het koelvak. |
| Er klinkt een waar-schuwingssignaal, het temperatuurdisplay (vriesvak), "alarm" en lichtbalk knipperen.Het deuralarm is ingeschakeld. | Vriesvakdeur is open.▸ Sluit de vriesvakdeur. |
| Er klinkt een waar-schuwingssignaal, de ingestelde temperatuur (vriesvak) en "alarm" en lichtbalk knipperen.Temperatuuralarm is ingeschakeld. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk.▸ Druk opalarm.Schakel het alarm uit. |
| Externe ventilatieopeningen zijn afgedekt.▸ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen. | |
| Er zijn grotere hoeveelheden verse levensmiddelen ingeruimd.▸ Overschrijd het vriesvermogen niet.→ "Invriescapaciteit", Pagina 120 | |
| Storing Oorzaak en probleemoplossing | |
| Ingestelde temperatuur wordt niet bereikt.Volautomatische ont-dooien werkt nietmeer. | De deur van het vriesvak was te lang geopend. Er zit heel veel ijs op de verdamper (koudegenerator) in het NoFrost-systeem.Vereiste:De diepvrieswaren zijn goed geïsoleerd en worden op een koele plaats bewaard.Schakel het apparaat uit.→Pagina 117Koppel het apparaat los van de voedingspanning.Haal stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of schakel de zekering in de meterkast uit.Breng het apparaat weg van de muur.Laat de deur van het apparaat open.Na ca. 20 minuten begint het dooiwater in de dooiwateropvangschaal aan de achterwand van het apparaat te lopen.→Fig.12Om te voorkomen dat de dooiwateropvangschaal overloopt: het dooiwater met een spons opzuigen.De verdamper is ontdooid als er geen dooiwater meer in de dooiwateropvangschaal loopt.Reinig de binnenruimte van het apparaat.→Pagina 122Schakel het apparaat weer in.→Pagina 117 |
| Temperatuur wijkt erg af van de instelling. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk.Schakel het apparaat uit.→Pagina 117Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in.→Pagina 117Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de temperatuur na een paar uur opnieuw.Als de temperatuur te laag is, controleer de temperatuur dan de volgende dag opnieuw. |
| Op het oppervlak van het apparaat en de plateaus in het apparaat vormt zich condenswater. | De waterdamp in warme en vochtige lucht condenseert op de koudere oppervlakken van het apparaat.Neem het dooiwater af met een zachte, droge doek.Open het apparaat zo kort mogelijk.Let er op dat het apparaat altijd goed wordt gesloten. |
| Het apparaat bromt, borrelt, zoemt, gorgelt, klikt, of maakt knakgeluiden. | Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen. Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in- of uit. Het automatische ontdooisysteem treedt in werking. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
Storing Oorzaak en probleemoplossing
| Apparaat produceert geluiden. | Het apparaat staat niet waterpas.► Stel het apparaat horizontaal met behulp van een waterpas en de stelvoeten. |
| Apparaat is niet vrijstaand.► Houd de minimum afstanden van het apparaat aan. | |
| Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen.► Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. | |
| Flessen of containers raken elkaar.► Haal flessen of containers van elkaar. | |
| Supervriezen is ingeschakeld.Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
14.1 Stroomuitval
Tijdens een stroomuitval stijgt de temperatuur in het apparaat, hierdoor verkort de bewaartijd en de kwaliteit van de diepvriesproducten vermindert.
Op onze website van uw apparaat vindt in de technische gegevens de bewaartijd van de diepvriesproducten in geval van een storing.
Opmerkingen
- Het apparaat tijdens een stroomuit-val zo weinig mogelijk openen en geen andere levensmiddelen inruimen.
- De kwaliteit van de levensmiddelen onmiddellijk na de stroomuitval controleren.
- Diepvriesproducten die ontdooid en warmer dan 5 °C zijn, weg-gooien.
- Licht ontdooide diepvriesproducten koken of bakken en ofwel verbruiken of opnieuw invriezen.
14.2 Apparaatzelftest uitvoeren
Uw apparaat beschikt over een appa- raatzelftest, welke storingen weer- geeft, die uw service kan verhelpen.
- Het apparaat uitschakelen. → Pagina 117
- Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Het apparaat na 5 minuten opnieuw elektrisch aansluiten. → Pagina 13
- Eén minuut na het inschakelen super (koelvak) gedurende 3 tot 5 seconden ingedrukt houden, totdat een akoestisch signaal klinkt.
- Wanneer na het einde van de apparaatzelftest 2 akoestische signalen weerklinken en de temperatuurdisplay de ingestelde temperatuur weergeeft, dan zijn de temperatuursensoren van uw apparaat in orde. Het apparaat gaat over op de normale werking.
- Wanneer na het einde van de zelftest van het apparaat 5 akoestische signalen klinken en de leds van de temperatuuraanwijzing met verschillende helderheid branden, neem dan contact op met de service. De leds geven de service-dienst aanwijzingen omtrent de actuele storing.
15 Opslaan en afvoeren
15.1 Apparaat buiten gebruik stellen
- Het apparaat uitschakelen. →Pagina 117
- Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Alle levensmiddelen verwijderen.
- Het apparaat reinigen. →Pagina 122
- Om de ventilatie van het interieur te waarborgen het apparaat geopend laten.
15.2 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
⚠ WAARSCHUWING – Kans op gevaar voor de gezond- heid!
Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar gera- ken.
- Om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen legplateaus en lades niet uit het apparaat ne- men.
- Kinderen uit de buurt van een afgedankt apparaat houden.
Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
- De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen.
- De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- Het netsnoer doorknippen.
- Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.

Dit apparaat is geken-merkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
16 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantie- voorwaarden gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garanti- tevoorwaarden. De garantievoor-
waarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijke recht heeft.
Gedetailleerde informatie over de garantieduur en de garantievoorwaarden in uw land ontvangt u via de QR-code op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden, bij onze klantenservice, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de klanten-service vindt u via de QR-code op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoor-waarden of op onze website.
16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
→ "Apparaat", Fig. 1 / Pagina 115 Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.
→ "Apparaat", Fig. 1 / Pagina 115 Dit product bevat een lichtbron van energieklasse F. De lichtbron is leverbaar als reserveonderdeel en mag uitsluitend door een hiervoor getrain-de monteur worden vervangen.
Meer informatie over uw model vindt u op het internet onder https://eprel.ec.europa.eu/¹. Dit webadres verwijst naar de officiële EU-product-databank EPREL. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.

► Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen.► Stel het apparaat met de grootst mogelijke afstand tot verwarmingselementen, fornuis en andere warm-tebronnen op. Vermijd langdurig direct zonlicht op het apparaat.► Open de deur van het apparaat slechts zo kort als mogelijk is.► Laat warme gerechten en dranken voordat deze in het apparaat worden geplaatst eerst afkoelen.
▸ Open de deur van het apparaat slechts zo kort als mogelijk is.▸ Verpak de levensmiddelen luchtdicht of dek de levensmiddelen af.▸ Laat warme gerechten en dranken voordat deze in het apparaat worden geplaatst eerst afkoelen.▸ Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de binnenwanden.