KIL82ADD0 - Koelkast BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KIL82ADD0 BOSCH in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over KIL82ADD0 BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KIL82ADD0 - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KIL82ADD0 van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING KIL82ADD0 BOSCH
Raadpleeg de Digitale Gebruikersgids voormeer informatie.

Inhoudsopgave
1 Veiligheid 86
1.1 Algemene aanwijzingen 86
1.2 Bestemming van het apparaat 86
1.3 Inperking van de gebruikers ... 86
1.4 Veiliger transport 86
1.5 Veilige installment 87
1.6 Veilig gebruik 88
1.7 Beschadigd apparatus 90
2 Het voorkomen van materiele schade 92
3 Milieubescherming en besparing 92
3.1 Afvoeren van de verpakking ... 92
3.2 Energie bespare 92
4 Opstellen en aansluiten 93
4.1 Leveringsomvang 93
4.2 Criteria voor de opstellocatie.. 93
4.3 Apparaat monteren 94
4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden 94
4.5 Apparaat elektrisch aanslui- ten 94
5Uwapparaatlerenkennen. 94
5.1 Apparaat 94
5.2 Bedieningspaneel 95
6 Uitrusting. 95
6.1 Legplateau 95
6.2 Variabel legplateau 95
6.3 Flessenrek 95
6.4 Bewaarlade 95
6.5 Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar 95
6.6 Boter- en kaasvak 96
6.7 Deurrekken 96
6.8 Accessoires 96
7 De Bediening in essentie. 96
7.1 Apparaat inschakelen 96
7.2 Opmerkingen bij het gebruik .. 96
7.3 Machine uitschakelen 96
7.4 Temperatur instellen 97
8Extra functions 97
8.1 Super-functie 97
8.2Sabbat-modus 97
9 Alarm. 98
9.1 Deuralarm 98
10 Koelvak. 98
10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak. 98
10.2 Koudezones in het koelvak... 98
10.3 Sticker "OK" 98
11 Vriesvak. 99
11.1 Deur van het vriesvak 99
11.2 Invriescapaciteit 99
11.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak 99
11.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen 99
11.5 Houdbaarheid van de diep-vrieswaren bij -18 °C 100
11.6 Ontdooimethods voor diepvrieswaren 100
12 Ontdooien 100
12.1 Ontdooien in het koelvak. .... 100
12.2 Ontdooien in het vriesvak ... 100
13 Reiniging en onderhoud..... 101
13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging 101
13.2 Apparaat schoonmaken..... 101
13.3 De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen 102
13.4 Onderdelen eruit halen..... 102
13.5 Apparaatonderdelen demonteren 103
14 Storingen verhelpen 104
14.1 Stroomuitval. 106
14.2 Apparaatzelftest uitvoeren.... 106
15 Opslaan en afvoeren. 106
15.1 Apparaat buiten gebruik stellen 106
15.2 Afvoeren van uw oude apparaat 107
16 Servicedienst 107
16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD) 108
17 Technische gegevens 108

1 Veiligung
Neem de volgende verilgheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
- Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren.
Sluit het apparaat in geval van transportschade nicht aan.
1.2 Bestemming van het apparatus
Dit apparaat is uitsluitend voor de inbouw bedoeld.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
- om levensmiddelen te koelen en in te vriezen en voor de bereiding van ijsblokjes.
- voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving.
tot een hoogte van 2000 m boven zeiniveau.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8aar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijkke beperkin-gen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zich onder toe-zicht staan of+zijn geinstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de waaruit resulterende bevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen nicht met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoudogens nicht worden uitgevoerd door kinderen indien denen nicht onder toezicht staan.
Kinderen vanaf 3aar enjonger dan 8aar mogen de koelkast/ diepvriezer vullen en legen.
1.4 Veiliger transport
WAARSCHUWING-Kans op letse!
Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels veroorzaken.
- Het apparaat nicht alleen optillen.
1.5 Veilige installment
WAARSCHUWING - Kans op elektrische schok!
Ondeskundige installations zijn gevaarlijk.
- Het apparaat uitsluitend aansluten en gebruiken volgens de gegevens op het typeplaatje.
- Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geinstalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wisselstroom aansluten.
- Het randaardesystem van de elektrische huisinstallatie要去 conform de elektrotechnische voorschriften zich geinstalleerd.
Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bijvoorbeeld een tijschakelaar of besturing op afstand. - Wanner het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanner vrij teogang nicht möglich is, moet in de vast geplaatste elektrische installmentie een scheidingsinrichting volgens de installmentevoorschriftenং ingebouwd.
Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer nicht worden afgeklemd of beschadigd.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
Nooit het aansluitsnoer met warmtebronnen in contact brengen.
WAARSCHUWING - Kans op explosie!
Wanneer de ventilatieopeningen van het apparaat zijn gesloten, dan kan bij eenlek van het koude circuit een brandhaar gas-luchtmengsel ontstaan.
- Ventilatieopeneringen in de behuizing van het apparaat of in de inbouwbehuizing Niet afsluiten.
WAARSCHUWING-Kans op brand!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en Niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
- Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.
- Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters en netsnoeren gebruiken.
n1 Veiligheid
- Wanneer het netsnoer te kort is en er geen langer netsnoer beschikbaar is, neem dan contact op met een elektrospecialzaak om de huisinstallatie aan te passen.
Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen können oververhit raken en tot brand leiden.
Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen nicht aan de achterkant van de apparatenplaatsen.
1.6 Veilig gezruik
WAARSCHUWING-Kans op elektrische schok!
Binnendringend�回t kan een elektrische schok veroorzaken.
- Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes.
Stel het apparaat nooit bloot aan große但它 en vochtigheid. - Geen stoomreiniger of hopedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
Kinderen können verpakkingsmaterialial over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
Verpakkingsmaterialui de buurt van kinderen houden.
Laat kinderen nicht met verpakkingsmaterialial spelen.
Kinderen könnenkleine onderdelen inademen of inslikken en hier-door stikken.
Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
- Kinderen nicht met keine onderdelen latenten spelen.
WAARSCHUWING - Kans op explosie!
Door beschadiging van de koudemiddelkringloop kan brandbaar koudemiddellekken en exploderen.
- Gebruik voor het versnellen van het ontdooien geen andere mechanische inrichtingen of andere middelen dan diegene die door de fabrikant� aanbevolen.
Maak vastgevroren levensmiddelen met een stomp voorwerp los, bijv. met een steel van een houten lepel.
Producten met brandbare vrijfussen en explosieve stoffen kūnen exploderen, bijv. spuitbussen.
Bewaar geen producten met brandbare vrijfussen en explosieve stoffen in het apparaat.
WAARSCHUWING-Kans op brand!
Elektrische apparaten binnenin het apparaat kuren tot een brand leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders.
- Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat.
WAARSCHUWING-Kans op letsel!
Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank können barsten.
- Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het vriesvak bewaren.
Letsel aan de ogen door lekkend brandaar koudemiddel en schadelijke gassen.
- De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie nicht beschadigen.
WAARSCHUWING - Kans op koude-brandwonden!
Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan tot brandwonden door koude leiden.
Nooit diepvrieswaren in de mond nemen nadat deze uit het vriesvak werden genommen.
Vermijd langer contact van de huid met diepvrieswaren, ijs en oppervlakken van het vriesvak.
VOORZICHTIG - Kans op gevaar voor de gezondheid!
Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van levensmiddelen te voorkomen.
Wanneer de deur langereijd worden geopend, kan dit leiden tot een aanzienlijke temperatuurstijging in de vakken van het apparaat.
Maak de oppervlakken, die met levensmiddelen en toegankelijke afvoersystemen in contact komen, regelmatig schoon.
Rauw vlees en vis in geschikte containers in de koelkast dusdanig bewaren dat het Niet in contact kommt met andere levensmiddelen of op deze drupt.
n1 Veiligheid
Wanneer het koel-/vriesapparaat langereijd leeg staat, het apparaat uitschakelen, ontdooien, reinigen en de deur open lately, om schimmelvorming te voorkomen.
Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kuren aluminium bevatten. Wanner zure levensmiddelen in contact komen met aluminium in contact komen, dan kuren aluminiumionen overdragen maar de levensmiddelen.
Verontreinigde levensmiddelen nicht consumeren.
1.7 Beschadigd apparatus
WAARSCHUWING - Kans op elektrische schok!
Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.
Nooit een beschadigd apparatusat gebruiken.
- Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken.
- Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Contact opnemen met de servicedienst. Page 107 Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen waarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaatuitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
Wanneer de netaansluitkabel of de apparaataansluitkabel van dit apparaat beschadigd raakt, moet deze worden verrangen door een speciale netaansluitkabel of speciale apparaataansluitkabel die verkrijgbaar is bij de fabrikant of de klantenservice.

Bij beschadiging van de leidingen kuren brandaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
Houd vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat.
Ventileer de ruimte.
Het apparatusuitschakelen. Pagina 96
- De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of dezekering in de meterkast uitschakelen.
Neem contact op met de service. Pagina 107
2 Het voorkomen van materièle schade
LET OP!
Door het gebruik van de plint, laden of apparaatdeuren als zitvlak of opstapje kan het apparaat beschadigd raken.
Niet op de plint, laden of deuren staat of leunen.
Door verontreinigungen met olie of vet kuren kunststofdelen en deurafdichtingen pereus worden.
Houd kunststofdelen en deuraf-dichtingen olie- en vetvrij.
Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kutnen aluminium bevatten. Bij contact met zuurhoudende levensmiddelen corrodeert en verkleurt het aluminium.
Levensmiddelen uitsluitend verpakt in het apparaat bewaren.
Wanner u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze verrormen of verkleuren.
Nooit uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigen.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en können worden hergebruikt.
De afzonderlijke componenten op soort geschienen afvoeren.
3.2 Energie bespare
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Keuze van de opstellingslocatie
Stel het apparaat nicht bloot aan direct zonlicht.
- Plaats het apparaat zo ver mogelijk van radiatoren, fornuis en andere warmtebronnen:
- Houd 30~mm afstand aan tot elektrische- of gasfornuizen.
-
Houd 300mm afstand aan tot olie- en kolenfornuizen.
-
De externe ventilatieopengingen nooit afdekken of blokkeren.
Energie besparen bij het gebruik.
Opmerking: Deplaatsing van de uitrustingsonderdelen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat.
- Open het apparaat slechts kort en sluit het zorgvuldig.
- De binnenste ventilatieopengingen of de externe ventilatieopengingen nooit afdekken of blokkeren.
- Transporteer gekoelde levensmiddelen in een koeltas en leg ze snel in het apparaat.
Warm voedsel en dranken eerst la- ten afkoelen, daarna in het appa- raat plaatsen.
Leg om de koude van de diep-vriesproducten te benutten,dezeter ontdooing in het koelvak.
Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de hinterwand.
Ontdooi het vriesvak regelmatig. - Open het vriesvak slechts kort en sluit het zorgvuldig.
4 Opstellen en aansluiten
4.1 Leveringsomvang
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering. Neem bij klachten met uw dealer of once servicedienst Pagina 107 contact op.
De levering.bestaatuit:
Inbouw
Uitrusting en accessoires
Montagematerialiaal
Montagehandleiding
Gebruiksaanwijzing
Klantenservice overzicht
Garantiebjlagé
Energielabel
Informatie over energieverbruik en geluiden
4.2 Criteria voor de opstello-catie

WAARSCHUWING
Kans op explosie!
Wanneer het apparaat in een te kleine ruimte staat, kan er bij een lek van het koudecircuit een brandbaar gasluchtmengsel ontstaan.
Stel het apparaat uitsluitend op in een ruimte, welke tenminste een volume heeft van 1m^3 per 8 g koudemiddel. De hoeveelheid van het koudemiddel staat op het typeplaatje. Fig. 1/6
Het gewicht van het apparaat kan afhankelijk van het model tot 65 bedragen.
De ondergrond moet stabel genoeg zichn om het gewicht van het apparaat te dragen.
Toegestane ruimteteperatuur
De toegestane kamertemperatuur is afhankelijk van de klimaatklasse van het apparatus.
De klimaatklasse vindt u op het typeplaatje. Fig. 1/6
| Klimaat-klasse | Toegestane ruimte-temperatuur |
| SN 10 °C...32 °C | |
| N 16 °C...32 °C | |
| ST 16 °C...38 °C | |
| T 16 °C...43 °C | |
Het apparaat is volledig functioneel binnen de toegestane binnentemperatuur.
Wanneer u een apparaat van de klimaatklasse SN gezebruikt bij lagere kamertemperaturen, dan+kunnen beschadigingen aan het apparaat tot een kamertemperatuur van 5^ wordenuitgesloten.
Nismaten
Neem de nisafmetingen in acht als u uw apparaat in de nis inbouwt. Bij afwijkingen+kennen problemen optredenijdens de installmente van het apparaat.
Nisdiepte
Bouw het apparaat in de aanbevolen nisdiepte van 560~mm in.
Bij eenkleinere nisdiepte wordt het energieverbruikiets hoger.De nisdiepte moet minimaal 550~mm bedragen.
Nisbreedte
Voor het apparaat is een meubelnis met een binnenbreedte van minimaal 560~mm nodig.
Over-and-Under- en Side-by-Sideopstelling
Als u 2 koeltoestellen boven of naast elkaar wilt opstellen, moet u tussen de toestellen minimaal een tussenafstand van 150~mm aanhouden. Voor bepaalde toestellen is een opstelling zonder minimumafstand möglichk. Neem hiervoor contact op met uw dealer of keukeninstalleur.
4.3 Apparaat monteren
- Het apparaat conform meegeleverde montagehandleiding monteren.
4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden
- Haal het informatiemateriaal er UIT.
- Verwijder de beschermfolie en transportborgingen, bijv. plakstrips en karton.
- Het apparaat voor de eerste keer reinigen. Pagina 101
4.5 Apparaat elektrisch aansluiten
- De apparaatstekker van het aansluitsnoer aan het apparaat aansluiten.
- De netstekker van het aansluit-snoer van het apparaat in een stopcontact in de omgeving van het apparaat steken.
De aansluitgegevens van het apparaat staan op het typeplaatje.
Fig. 1/6
- De netstekker op vastheid contro-leren.
Het apparatus is nu gereed voor gebruik.
5 Uw apparatusl leren kennen
5.1 Apparaat
Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.
Fig. 1
A Vriesvak Pagina 99
B Koelvak Pagina 98
1 Bedieningspaneel Pagina 95
2 Verlichting
3 Flessenrek Pagina 95
4 Bewaarlade Pagina 95
5 Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar Pagina 95
6 Typeplaatje Pagina 108
7 Boter- en kaasvak Pagina 96
8 Deurrek voor große flessen Pagina 96
Opmerking: Verschillen tussen uw apparaat en de afbeeldingen+zijn mogelijk op basis van uitrusting en grootte.
5.2 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld(Int)kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatatie krijgen over de gebruikstoestand.
Fig. 2
| 1 | alarm schakelt het waarschu- wingssignaal UIT. |
| 2 | super schakelt de Super-function in of UIT. |
| 3 | Toont de ingestelde tempera- tuur van het vriesvak in °C. |
| 4 | Toont de ingestelde tempera- tuur van het koelvak in °C. |
| 5 | ① 3 sec. schakelt het appa- raat in of UIT. |
6 Ultrusting
De uitrusting van uw apparaat is modelafhankelijk.
6.1 Legplateau
Om de schappen maar wens te variëren, kurz u het schap uitmelen en op een andere positie weeplaatsen.
"Plateau verwijderen", Pagina 102
6.2 Variabel legplateau
Gebruik het variabel legplateau al-leen om op het waaronder liggende plateau hoge te koelen producten te bewaren, bijv. kannen of flessen. U knot het voorste deel van het variabele legplateau uittrekken en onder het achechterste deel van het variabele legplateau schuiven.
Fig. 3
Wanneer er meer ruimte nodig is kunt u het voorste en achechterste deel van het variabele plateau worden opgeklapt.
Fig. 4
6.3 Flessenrek
Bewaar flessen veilig op het flessenrek.
Om het flessenrek maar wens te variëren,kest u het flessenrek verwijdederen en op een andere plaats wee terugzetten.
"Plateau verwijderen", Pagina 102
6.4 Bewaarlade
In de bewaarlade heersen lagere temperaturen dan in het koelvak.
Temperaturen onder 0^ können tijdelijk optreden.
Om temperaturen in de buurt van 0^ in de bewaarlagen te bereiken, de koelvaktemperatuur op 2^ instellen. Pagina 97
Gebruik de lagere temperaturen in de lade om snel bedervende levensmiddelen te bewaren, bijv. vis, vlees en worst.
6.5 Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar
Bewaar vers fruit en groente onverpakt in de fruit- en groentelade. Bewaar gesneden fruit en groente afgedekt of luchtdicht verpakt. Met de vochtigheidsregelaar kut u de luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade aanpassen. Hierdoor kut u vers fruit en verse groente langer bewaren als bij een conventione bewaarmethode.
Fig. 5
De luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade kunt u afhankelijk van het soort en de hoeveeelheid
bewaarde levensmiddelen door het verschuiven van de vochtigheidsregelaar instellen:
Lage luchtvochtigheid bij overwegenbewaren van fruit, gemengde-of hoge belading.
Hoge luchtvochtigheidbij overwegen bewaren van groente of bij geringe belading.
Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich in de fruit- en groentelade condenswater vormen.
Het condenswater verwijderen met een droge doek en een lage lucht-vochtigheid via de vochtigheidsregelaar instellen.
Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit en het aroma behouden blijven, moet u koudegevoelig fruit en groente buiten het apparaat bewaren bij temperaturen van ca. 8^ tot 12^ , bijv. ananas, bananen, citrusvruchten, augurken, courgette, paprika, tomaten en aardappelen.
Bewaar boter en harde kaas in het boter-en kaasvak.
6.7 Deurrekken
Om het deurrek maar behoefte te variëren kut u het deurrek er uit nemen en op een andere positie weeerplaatsen.
"Deurrek verwijderen", Pagina 102
6.8 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zich op het apparaat afgestemd. De accessoires van het apparaat zich afhankelijk van het model.
Eierplateau
Bewaar eieren veilig op het eierplateau.
7 De Bediening in essen-tie
7.1 Apparaat inschakelen
- Het apparaat elektrisch aansluiten. Pagina 94
Opmerking: Wanner het apparaat erder via het bedieningspaneel werk uitgeschakeld, 3 sec. 3 seconden ingedrukt honden.
Het apparatus begint te koelen.
- De gewenste temperatuur instellen.
$$ \rightarrow \text {P a g i n a} 9 7 $$
7.2 Opmerkingen bij het gebruik
Wanneer u het apparaat heeft ingeschakeld, duurt het tot enkele uren voordat de ingestelde temperatur wird bereikt.
Plaats geen levensmiddelen in het apparaat voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.
Wanner u de deur sluit, kan een onderdruk ontstaan. De deur gaat dan alleen moeilijker open. Wacht een ogenblick tot de onderdruk worden gecompenseerd.
- De temperatuur in het apparaat varieert door de volgende condities:
- Het aantal keer dat het apparaat wordt geopend
- Beladingshoeveelheid
- Temperatuur van de vers opgeslagen levensmiddelen
- Omgevingstemperatuur
- Direct instralend zonlicht
7.3 Machine uitschakelen
忍 sec. 3 Second ingedrukt houden.
7.4 Temperatuur instellen
Koelvaktemperatuur instellen
Op de gewenste temperatuur drukken.
De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4^
"Sticker "OK""', Pagina 98
Vriesvaktemperatuur instellen
Op de gewenste temperatuur drukken.
Opmerking: Omdat de vriesvaktemperatuur afhankelijk is van de koelvaktemperatuur en de omgevingstemperatuur, kan de vriesvaktemperatuur Niet exact worden ingesteld.
De aanbevolen temperatuur in het vriesvak bedraagt -18^
8 Extra functions
Kom te weten over welke instelbare extra functies uw apparaat beschikt.
8.1 Super-functie
Bij de Super-functie koelen het koelvak en het vriesvak sterker.
Schakel de Super-functie 4 tot 6 uur voor het opslaan van een hoeveelheid levensmiddelen vanaf 2kg in.
Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u de Super-functie.
"Invriescapaciteit", Pagina 99
Opmerking: Als de Super-functie is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.
Super-functie inschakelen
super indrukken.
super brandt.
Opmerking: Na ca. 50 uur schakelt het apparaat over op de normale werkung.
Super-functie uitschakelen
Op super drukken.
8.2 Sabbat-modus
Opdat u het apparaat ook op sabbat kunt gebruiken, schakelt de Sabbatmodus alle nicht absolut benodigde functiesuit.
Tijdens de Sabbat-modus zijn de volgende functies uitgeschakeld:
Alarm
Binnenverlichting
Akoestische signalen
Meldingen op het bedieningspaneel
Opmerking: Tijdens de Sabbat-modus schakelt de verlichting van het bedieningspaneeluit. super brandt met gereduceerde helderheid.
Sabbat-modus inschakelen
- super 15 Seconden ingedrukt houden, tot een akoestisch signaal klinkt.
super brandt.
Opmerking: Na ca. 80 our schakelt het apparaat over op de normale werkung.
Sabbat-modus uitschakelen
- super 15 Seconden ingedrukt houden, tot een akoestisch signaal klinkt.
9 Alarm
9.1 Deuralarm
Als de deur van het apparaat langere tijd open staat worden het deuralarm ingeschakeld.
Er klinkt een waarschuwingssignaal, alarm knippert en de ingestelde temperatuur van het betroffen vak knippert.
Deuralarm uitschakelen
De apparataatdeur sluiten of op alarm drukken.
Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.
10 Koelvak
In het koelvak(Int)kunt u vlees, worst vis,melkproducten,eieren,bereide gerechten en brood en banket bewaren.
De temperatuur is van 2^ tot 8^ instelbaar.
Door de koelopslag kunt u ooklicht bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de gekozen temperatuur is, deste langer blijven de levensmiddelen vers.
10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak
Alleen verse en onbeschadigde levensmiddelen inruimen.
Bewaar de levensmiddelen lucht-dicht verpakt of afgedekt.
- Om de luchtcirculation Niet te hinderen en het bevriezen van levensmiddelen te vermijden, de levensmiddelen Niet direct gegen dechterwandplaatsen.
Laat warme etenswaren en dranken eerst afkoelen.
Houd de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum in acht.
10.2 Koudezones in het koelvak
Door de luchtcirculatie in et koelvak ontstaan verschillende koudezones.
Koudste zone
De koudste zone is:tussen de op de zijkant gestempelde pijl en het eronder liggende legplateau.
Tip: Bewaar nsel bedervende levens-middelen in de koudste zone, bijv. vis, worst en vlees.
Warmste zone
De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Tip: Bewaar minder gevoelige levensmiddelen in de warmste zone, bijv. harde kaas en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas betert tot ontwikkeling en blijft de botersmeerbaar.
10.3 Sticker "OK"
Met de sticker OK=kunt u controleren of in het koelvak de voor de levensmiddelen aanbevolen veilige temperatuurbereiken van +4^ of kouder bereikt+zijn.
De sticker OK worden nicht bij alle modellen meegeleverd.
Wanner de sticker OK nicht weergeft, dan de temperatuur stapsgewijze verlagen.
"Koelvaktemperatuur stellen",
Pagina 97
Na ingebruikneming van het apparaat kan het tot wel 12 uw duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.

Correcte instelling
11 Vriesvak
In het vriesvak(Int u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes make.
De temperatuur is van -16^ tot -24^ instelbaar.
Langdurig bewaren van levensmidden要去en temperatuur van - 18^ oflager gebeuren.
Door het invriezen(Int) u bederfelijke levensmiddelen gedurende langeijd bewaren. De lage temperaturen vertragen of stoppen het bederven.
11.1 Deur van het vriesvak
Om ervoor te zorgen dat diepvrieswaren nicht ontdooien en het vriesvak Niet te sterk verijst, dient u de deur van het vriesvak.altijd te sluiten.
11.2 Invriescapaciteit
Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoeveel uwr tot in de Kern kan worden ingevroren.
Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje. Fig. 1/
6
Voorwaarden voor invriesvermogen
- Ca. 24 eer voor het inladen van verse levensmiddelen Super-function inschakelen.
"Super-functie inschakelen",
Pagina 97
- Grotere hoeveelheden verse levensmiddelen onderaan in de buurt van dechterwand bewaren. Daar worden ze het snugst diepgevoren.
11.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak
Bewaar de levensmiddelen lucht-dicht verpakt.
- Breng in te vriezen levensmiddelen Niet in aanraking met ingevroen levensmiddelen.
- De levensmiddelen over een groot oppervlak van het vriesvak verdelen.
11.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmidden
Alleen verse en onberispelijke levensmiddelen bevriezen.
Levensmiddelen per portie invri- zen.
Bereide levensmiddelen zich beter geschickt dan rauw eebare levensmiddelen.
Groente voor het invriezen wassen, kleiner make en blancheren.
Fruit voor het invriezen wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascombinezuroplossing toevoegen.
Voor het invriezen geschikte levensmiddelen zijn bijv. bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild en gevogelte, eieren zonder schaal, kaas, poter, kwark, Kant-en-klaargerechten en etensresten.
Voor het invriezen ongeschikte levensmiddelen zijn bijv. kripsla, radijsjes, eieren met schaal, druiven, rode appels en peren, yoghurt, zure room, crème fraîche en mayonnaise.
Diepvrieswaren verpakken
Geschikt verpakkingsmaterial en de juiste soort verpakking behouden in hoge mate de productkwaliteit en vermijden vriesbrand.
- De levensmiddelen in de verpakking leggen.
- De lucht eruit drukken.
- De verpakking luchtdicht afsluiten om te voorkomen dat de levensmiddelen hun smaak verliezen of uitdrogen.
- De verpakking met de inhoud van de invriesdatum voorzien.
11.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij -18^
| Product Bewaartijd | |
| Vis, worst, klaarge-maakte gerechten, brood en banket | Tot 6 maan-den |
| Gevogelte, vlees Tot 8 maan-den | |
| Groente, fruit Tot 12 maan-den | |
11.6 Ontdooimethododes voor diepvrieswaren
VOORZICHTIG
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Bij het ontdooien können bacteriën zich vermeerdenen en können de diepvrieswaren bederven.
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren nicht opniew invriezen.
- Het voedsel pas na koken of bra-den opniew invriezen.
De maximale bewaartijd nicht meer ten volle benutten.
Dierlijke levensmiddelen in het koelvak ontdooien, bijv. vis, vlees, kaas en kwark.
Brood bij kamertemperatuur ont-dooien.
Levensmiddelen voor directe consumptie in de magnetron, in de oven of op de kookplaat bereiden.
12 Ontdooien
12.1 Ontdooien in het koelvak.
Tijdens het gebruik vormen zich op dechterwand van het koelvak afhankelijk van de werking waterdruppels of rijp. Dechterwand van het koelvak ontdooit automatisch.
Fig. 6
Het dooiwater loopt via de dooiwatergoot in het afvoergat maar de verdampingsschaal en hoeft nicht worden afgeveegd.
Neem de volgende informatatie in acht om ervoor te zorgen dat dooiwater kan weglopen en geurvorming worden vermeden: De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen Pagina 102.
12.2 Ontdooien in het vriesvak
Het diepvriesvak ontdooit nicht automatisch. Een laag rijp in het vriesvak vermindert de afgithe van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.
Vriesvak ontdooien
Het vriesvak regelmatig ontdooien.
- Ca. 4 uur voor het ontdooien de Super-functie inschakelen. "Super-functie inschakelen", Pagina 97
De levensmiddelen bereiken hier-door heel lage temperaturen en u-kunt de levensmiddelen langer op kamertemperatuur bewaren.
- De diepvrieswaren verwijderen en op een koele plaats bewaren. De diepvriesproducten in dekens of krantenpapier met koeleelementen, indien voorhanden, wikkelen.
- Het apparatusaat uitschakelen. Pagina 96
- Haal de stekker van het apparaatuit het stopcontact. De stekker van het netsnoeruit hetstopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- WAARSCHUWING - Kans op brandwonden! Heet water, spat-water en stoom kuren tot verbranding leiden.
- Doe uitsluitend heet en geen kokend water in de pan voor het ontdooprocesses.
Zet om het ontdooien te versnellen een pan met heet, Niet kokend water op een panonderzetter in het vriesvak. - Het dooiwater met een zachte doek of een spon opvegen.
- Het vriesvak met een zachte, droge doek droogwrijven.
- Het apparaat elektrisch aansluiten. Pagina 94
- De diepvrieswaren inladen. Pagina 99
13 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
De reiniging van ontogankelijkeplaatsen要去 door de servicedienst worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst konnen kosten verbonden zijn.
13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging
- Het apparatusuitschakelen. Pagina 96
- Haal de stekker van het apparaatuit het stopcontact. De stekker van het netsnoeruit hetstopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Alle levensmiddelen eruit halen en op een koele plaats bewaren. Indien beschikbaar koeelementen op de levensmiddelen leggen.
- Als een rijplaag voorhanden is, deze lately ontdooien.
- Verwijder alle uitrustingsdelen en accessoiresuit het apparaat. Pagina 102
13.2 Apparaat schoonmaken
WAARSCHUWING Kans op elektrische scl
Binnendringend vocht kan een schokveroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hagedruk-reiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
n1 Reiniging en onderhoud
Vloeistof in de verlichting of in de bedieningselementen kan gevaarlijk sein.
- Het afwaswater mag nicht in de verlichting of in de bedieningselementen terechtkomen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.
- Geen harde schuur- of afwassponsjes gebruiken.
- Geen scherpe of schurende reingingsmiddelen gebruiken.
- Geen sterk alcoholhoudende reingingsmiddelen gebruiken.
Wanner vloeistof in het afvoergat komt, kan de verdampingsschaal overstromen.
- Het sop mag nicht in het afvoergat komen.
Wanner u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deutsche cervormen of verkleuren.
Nooit uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigen.
- Apparaat voorbereiden voor reining. Pagina 101
- Het apparaat, de uitrustingsdelen, de accessoires en de deurafdichtingen met een vaatdoek, lauw water en een beetje pH-neutral af-wasmiddel reinigen.
- Met een zachte, droge doek grondig nadrogen.
- De uitrustingsdelen plaatsen en de apparaatdelen inbouwen.
- Het apparaat elektrisch aansluiten. Pagina 94
- Doe de levensmiddelen in het apparat.
13.3 De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.
Reinig de dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig, om ervoor te zorgen dat het dooiwater kan wegopen.
- De bewaarlade verwijderen.
$$ \rightarrow \text {P a g i n a} 1 0 3 $$
- Legplateau boven de fruit- en groentelade verwijderen.
$$ \rightarrow \text {P a g i n a} 1 0 3 $$
- Reinig de dooiwatergoot en het afvoergat voorzichtig, bijv. met een wattenstaafje.
$$ \rightarrow \text {F i g .} \boxed {7} $$
13.4 Onderdelen eruit halen
Neem wanner u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen undezet het apparaat.
Plateau verwijderen
- Het plateau aan de voorzijde optillen ① eruit trekken en verwijderen ②
$$ \rightarrow \text {F i g .} \boxed {8} $$
Variabel plateau verwijderen
Beide delen van het plateau waar boven klappen ① gezamenlijk verwijdersen ② en aansluitend de rail verwijdersen ③
$$ \rightarrow \text {F i g .} \boxed {9} $$
Vriesvaklegplateau verwijderen
- Het vriesvaklegplateau uittrekken en verwijderen.
$$ \rightarrow \text {F i g .} \quad 1 0 $$
Deurrek verwijderen
- Het deurrek omhoog tillen en verwijderen.
$$ \rightarrow F i g. \quad 1 1 $$
Bewaarlade verwijderen
- De lade tot de aanslag eruit trekken.
- Til de bewaarlade aan de voorkant op ①en verwijder deze ② → Fig. 12
Groente- en fruitlade verwijderen
Ladefront verwijderen
U kunt het ladefront van de fruit en groentelade en de vriesproductenla- de verwijdersen voor het gemakkelijk schoonmaken.
Druk de klikhaken aan de zijkant van de lade in ① en verwijder het ladefront middels een draaibeweging van de lade ②
Fig. 13
13.5 Apparaatonderdelen demonteren
Als u uw apparaat grondig wilt reinigen, kunt u bepaalde onderdelen UIT uw apparaat demonteren.
Legplateau boven de fruit- en groentelade
Om de afdekking van de fruit- en groentelade grondig te reinigen, kunt u deze demonteren.
Legplateau boven de fruit- en groentelade verwijderen
- De bewaarlade verwijderen. Pagina 103
- De fruit- en groentelade verwijderen. Pagina 103
Legplateau boven de fruit- en groentelade inbouwen
- Let erop dat de spoilers op het teg plateauu boven de groente- en fruitlade juist is gespositioneerd.
Fig. 14
- Het legplateau boven de groenteen fruitlade plaatsen.
14 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat(Int)kunt u zelf verhelpen.Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatatie over het verhelpen van storingen.Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparations zijn gevaarlijk.
- Alleen waarvoor geschooldvakpersoneel mag reparaties aan het apparaatuitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat. - Wonneer de netaansluitkabel of de apparaataansluitkabel van dit apparaat beschadigd raakt, moet deze worden verrangen door een speciale netaansluitkabel of speciale apparaataansluitkabel die verkrijgbaar is bij de fabrikant of de klantenservice.
Storing Oorzaak en probleemoplossing
| Apparaat koelt nicht, in- dicates en verlichting branden. | Het presentatielicht is ingeschakeld. 1. Schakel het apparaat uit. → Pagina 96 2. Wacht 2 minuten. 3. Schakel het apparaat weer in. → Pagina 96 4. Wacht 1 minuut en houd aansluitend °C ingedrukt, tot er 4 akoestische signalen klinken. 5. Controller na korteijd of uw apparaat koelt. |
| LED-verlichting functi- oneert nicht. | Verschillende oorzaken�zijn möglichk. ► Neem contact op met de servicedienst. Het nummer van de servicedienst vindt u in het bij- gevoegde overzicht van servicediensten. |
| Er klinkt een waar- schuwingssignaal, de ingestelde tempera- tuur (koelvak) en alarm knipperen. | Deur van het koelvak is open. ► Sluit de deur van het koelvak. |
| Er klinkt een waar- schuwingssignaal, de ingestelde tempera- tuur (vriesvak) en alarm knipperen. | Verschillende oorzaken�zijn möglichk. ► Druk op alarm. ► Schakel het alarm uit. Vriesvakdeur is open. ► Sluit de vriesvakdeur. |
| Externe ventilatieoppeningen�zijn afgedekt. ► Verwijder hindernissen voór de externe ventilatie- openingen. | |
| Storing Oorzaak en probleemoplossing | |
| Er klinkt een waar-schuwingssignaal, de ingestelde tempera-tuur (vriesvak) en alarm knipperen. | Er zijn grotere hoeveelheden verse levensmiddelen in-geruimd. • Overschrijd het vriesvermogen nicht. → "Invriescapaciteit", Pagina 99 |
| Temperatuur wijkt erg af van de instelling. | Verschillende oorzaken zijn möglichk. 1. Schakel het apparaat uit. → Pagina 96 2. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in. → Pagina 96 - Als de temperatuur te hoog is, controlleren dan de temperatuur na een paar=uur opnieuw. - Als de temperatuur te laag is, controlleren de tem-peratuur dan de volgende dag opnieuw. |
| Bodem van het koel-vak is nat. | De dooiwatergoot of het afvoergat is verstopt. • De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen. → Pagina 102 |
| Het apparaat borrelt, zoemt of gorgelt of klikt. | Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen. Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in-of uit. Geen handeling vereist. Geen handeling vereist. |
| Apparaat producerert geluiden. | Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen. • Controller de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. |
| Flessen of containers raken elkaar. • Haal flessen of containers van elkaar. | |
| Super-functie is ingeschakeld. Geen handeling vereist. Geen handeling vereist. | |
14.1 Stroomuitval
Tijdens een stroomuitval stijgt de temperatuur in het apparaat, hierdoor verkort de bewaartijd en de kwaliteit van de diepvriesproducten vermindt.
Op unsere website van uw apparaat vindt in de technische gegevens debewaartijd van de diepvriesproducten in geval van een storing.
Opmerkingen
Het apparaat tijdens een stroomuitval zo weinig möglich openen en geen andere levensmiddelen inruimen.
- De kwaliteit van de levensmiddelen onmiddelijk na de stroomuitval controlleren.
Diepvriesproducten die ontdooid en warmer dan 5^ zich, weggoieten.
- Licht ontdooide diepvriesproducten koken of bakken en ofwel verbruiken of opniew invriezen.
14.2 Apparaatzeltestuitvoeren
Uw apparaat beschikt over een apparaatzeltest, welke storingen weergeeft, die uw service kan verhelpen.
- Het apparatusuitschakelen.
Pagina 96 - Haal de stekker van het apparaatuit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen. - Het apparaat na 5 minuten opniew elektrisch aansluiten.
Pagina 94 - Houd een minuut na de elektrische aansluiting super gedurende 3 tot 5 seconden ingedrukt, totdat het tweede akoestische signaal klinkt.
De apparataatzelftest start wanneer de temperatuurindicaties na elkaar gaan branden.
^+ Als na het einde van de apparaat-zelftest 2 akoestische signalen werkklinken en de temperatuurindicatie de ingestelde temperatuur toont, is uw apparaat in orde. Het apparaat gaat over op de normale werking.
Wanneer na het einde van de zelf-test van het apparaat 5 akoestische signalen klinken en de leds van de temperatuuraanwijzing met verschillende helderheid branden, neem dan contact op met de service. De leds gezven de servicedienst aanwijzingen omtrent de actuèle storing.
15 Opslaan en afvoeren
15.1 Apparaat buiten gebruik stellen
- Het apparatusuitschakelen.
Pagina 96 - Haal de stekker van het apparaatuit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Alle levensmiddelen verwijderen.
- Het apparaat ontdooien.
Pagina 100
- Het apparatus reinigen.
Page 101 - Om de ventilatie van het interieur te waarborgen het apparaat geopend lately.
15.2 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijk afvoer kuren waardevolle grondstoffen opniewuwen worden gebruikt.

WAARSCHUWING
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Kinderen können zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar gereken.
- Om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen legplateaus en lades Niet uit het apparaat nemen.
- Kinderen uit de buurt van een afgedankt apparaat honden.

WAARSCHUWING
Kans op brand!
Bij beschadiging van de leidingen kuren brandbaar koudemiddel enschadelijke gassen ontsnappen enontsteken.
De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie nicht beschadigen.
- De stekker van het netsnoeruit het stopcontact trekken.
- Het netsnoer doorknippen.
- Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kurz u informatatie verkrijgen over de actuèle afvoermethoden.

Dit apparatus is gekenmerkt in overeenstemming met de Europeserechtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektroni
sche apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlij geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
16 Servicedienst
Originele verrangende onderdelen die relevantlijk voor de werkinq in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kut u voor de duur van ten minste 10aar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij荃 serviceedienst verkrijgen.
Opmerking: Het inschakelen van de servicededienst is in het kader van deplaatselijk geldende fabrieksgarantievoorwaarden Gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2aar in overeenstemming met de geldendeplaatselijk garantievoorwaarden. De garantievoorwaarden doeen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijkrecht heeft.
Gedetailleerde informatatie over de garantiepiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij once servicedienst, uw dealer of op once website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicededienstlijst of op unsere website.
16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparatus.
Fig. 1/6
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden,kest u de gegevens noteren.
Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.
Fig. 1/6
Dit product bevat eenlichtbron van energieklasse E. Delichtbron is leverbaar als reserveonderdeel en mag uitsluitend door een hiervoor getrainde monteur worden verrangen. Meer informatie over uw model vindt u op het internet onder https://eprel.ec.europa.eu/1. Dit webadres verwijst maar de officiele EU-product-databank EPREL. Volg dan de aanwijzingen bij het zoekenaar het model op. De modelidentificatie bestaatuit het teken voor de slash van het E-Nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.
