CK677AFE0 - Koelkast CONSTRUCTA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CK677AFE0 CONSTRUCTA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over CK677AFE0 CONSTRUCTA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CK677AFE0 - CONSTRUCTA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CK677AFE0 van het merk CONSTRUCTA.
GEBRUIKSAANWIJZING CK677AFE0 CONSTRUCTA
1.1 Algemene aanwijzingen 64
1.2 Bestemming van het apparaat 64
1.3 Inperking van de gebruikers ... 64
1.4 Veiliger transport 64
1.5 Veilige installment 65
1.6 Veilig gebruik 66
1.7 Beschadigd apparatus 68
2 Het voorkomen van materieleschade 70
3 Milieubescherming en besparing. 70
3.1 Afvoeren van de verpakking ... 70
3.2 Energie bespare 70
4 Opstellen en aansluiten. 71
4.1 Leveringsomvang 71
4.2 Criteria voor de opstellocatie .. 71
4.3 Apparaat monteren 72
4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden 72
4.5 Apparaat elektrisch aanslui- ten 72
5Uwapparaatlerenkennen. 72
5.1 Apparaat 72
5.2 Bedieningspaneel 72
6Uitrusting. 73
6.1 Legplateau 73
6.2 Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar. 73
6.3 Deurrekken 73
6.4 Accessoires 73
7 De Bediening in essentie. 74
7.1 Apparaat inschakelen 74
7.2 Opmerkingen bij het gebruik .. 74
7.3 Machine uitschakelen 75
7.4 Temperatuur instellen 75
8Extra functions 75
8.1 Superkoelen 75
8.2 Automatisch Supervriezen..... 75
8.3 Handmatig Supervriezen 75
8.4Vakantiemodus. 76
9 Alarm. 76
9.1 Deuralarm. 76
9.2 Temperatuuralarm 76
10 Koelvak. 77
10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak. 77
10.2 Koudezones in het koelvak... 77
10.3 Sticker "OK" 78
11 Vriesvak. 78
11.1 Invriescapaciteit 78
11.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken 78
11.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak. 78
11.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen 79
11.5 Houdbaarheid van de diep-vrieswaren bij -18 °C 79
11.6 Ontdooimethods voor diepvrieswaren 79
12 Ontdooien 80
12.1 Ontdooien in het koelvak. .... 80
12.2 Ontdooien in het vriesvak .... 80
13 Reiniging en onderhoud.... 80
13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging 80
13.2 Apparaat schoonmaken.. 81
13.3 De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen 81
13.4 Onderdelen eruit halen 82
13.5 Apparaatonderdelen demonteren 82
14 Storingen verhelpen 83
14.1 Stroomuitval. 86
14.2 Apparaatselftestuitvoeren.... 86
15 Opslaan en afvoeren 86
15.1 Apparaat buiten gebruik stellen 86
15.2 Afvoeren van uw oude ap-paraat 87
16 Servicedienst 87
16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD) 88
Neem de volgende verilgheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
- Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren.
Sluit het apparaat in geval van transportschade nicht aan.
1.2 Bestemming van het apparatus
Dit apparaat is uitsluitend voor de inbouw bedoeld.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
- om levensmiddelen te koelen en in te vriezen en voor de bereiding van ijsblokjes.
- voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving.
tot een hoogte van 2000 m boven zeiniveau.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8aar end door personen met fysieke, sensorische of geestelijkke beperkin-gen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toe-zicht staan of zich geinstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de waaruit resulterende bevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen nicht met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoudogens nicht worden uitgevoerd door kinderen indien denen nicht onder toezicht staan.
Kinderen vanaf 3aar enjonger dan 8aar mogen de koelkast/ diepvriezer vullen en legen.
1.4 Veiliger transport
WAARSCHUWING-Kans op letsel!
Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels veroorzaken.
- Het apparaat nicht alleen optillen.
1.5 Veilige installment
WAARSCHUWING - Kans op elektrische schok!
Ondeskundige installations zijn gevaarlijk.
-
Het apparaat uitsluitend aansluten en gebruiken volgens de gelevens op het typeplaatje.
-
Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geinstalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wisselstroom aansluten.
-
Het randaardesystem van de elektrische huisinstallatie要去 conform de elektrotechnische voorschriften zich geinstalleerd.
Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bijvoorbeeld een tijschakelaar of besturing op afstand.
- Wanner het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanner vrij teogang Niet möglichk is, moet in de vast geplaatste elektrische installmentie een scheidingsinrichting volgens de installmentevoorschriftenং ingebouwd.
Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer nicht worden afgeklemd of beschadigd.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
Nooit het aansluitsnoer met warmtebronnen in contact brengen.
WAARSCHUWING - Kans op explosie!
Wanneer de ventilatie-openingen van het apparaat zichn gesloten, dan kan bij eenlek van het koude circuit een brandhaar gas-luchtmengsel ontstaan.
- Sluit ventilatie-openingen in de behuizing van het apparaat of in de inboundbehuizing Niet af.
WAARSCHUWING-Kans op brand!
Het gebruik van een verlangd netsnoer en Niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
- Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.
- Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters en netsnoeren gebruiken.
n1 Veiligheid
- Wanneer het netsnoer te kort is en er geen langer netsnoer beschikbaar is, neem dan contact op met een elektrospecialzaak om de huisinstallatie aan te passen.
Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen können oververhit raken en tot brand leiden.
Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen nicht aan de achterkant van de apparatenplaatsen.
1.6 Veilig gezruik
WAARSCHUWING - Kans op elektrische schok!
Binnendringend�回t kan een elektrische schok veroorzaken.
- Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes.
Stel het apparaat nooit bloot aan große但它 en vochtigheid. - Geen stoomreiniger of hopedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
Kinderen können verpakkingsmaterialial over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
Verpakkingsmaterialui de buurt van kinderen houden.
Laat kinderen nicht met verpakkingsmaterialial spelen.
Kinderen könnenkleine onderdelen inademen of inslikken en hier-door stikken.
Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
- Kinderen nicht met keine onderdelen latenten spelen.
WAARSCHUWING - Kans op explosie!
Door beschadiging van de koudemiddelkringloop kan brandbaar koudemiddellekken en exploderen.
- Gebruik voor het versnellen van het ontdooien geen andere mechanische inrichtingen of andere middelen dan diegene die door de fabrikant� aanbevolen.
Maak vastgevroren levensmiddelen met een stomp voorwerp los, bijv. met een steel van een houten lepel.
Producten met brandbare vrijfgassen en explosieve stoffen kūn- nen exploderen, bijv. spuitbussen.
Bewaar geen producten met brandbare vrijfussen en explosieve stoffen in het apparaat.
WAARSCHUWING-Kans op brand!
Elektrische apparaten binnenin het apparaat kuren tot een brand leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders.
- Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat.
WAARSCHUWING-Kans op letsel!
Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank können barsten.
- Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het vriesvak bewaren.
Letsel aan de ogen door lekkend brandaar koudemiddel en schadelijke gassen.
- De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie nicht beschadigen.
WAARSCHUWING - Kans op koude-brandwonden!
Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan tot brandwonden door koude leiden.
Nooit diepvrieswaren in de mond nemen nadat deze uit het vriesvak werden genommen.
Vermijd langer contact van de huid met diepvrieswaren, ijs en oppervlakken van het vriesvak.
VOORZICHTIG - Kans op gevaar voor de gezondheid!
Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van levensmiddelen te voorkomen.
- Wanner de deur langereijd worden geopend, kan dit leiden tot een aanzienlijke temperatuurstijging in de vakken van het apparaat.
Maak de oppervlakken, die met levensmiddelen en toegankelijke afvoersystemen in contact komen, regelmatig schoon.
Rauw vlees en vis in geschikte containers in de koelkast dusdanig bewaren dat het Niet in contact kommt met andere levensmid-delen of op deze drupt.
nI Veiligheid
Wanneer het koel-/vriesapparaat langereijd leeg staat, het apparaat uitschakelen, ontdooien, reinigen en de deur open lately, om schimmelvorming te voorkomen.
Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kuren aluminium bevatten. Wanneer zure levensmiddelen in contact komen met aluminium in contact komen, dan kuren aluminiumionen overdragen maar de levensmiddelen.
Verontreinigde levensmiddelen nicht consumeren.
1.7 Beschadigd apparatus
WAARSCHUWING - Kans op elektrische schok!
Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.
Nooit een beschadigd apparatusat gebruiken.
- Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken.
- Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Contact opnemen met de servicedienst. Page 87 Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen waarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaatuitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden verrangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
WAARSCHUWING-Kans op brand!

Bij beschadiging van de leidingen kuren brandhaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
Houd vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat.
- Ventileer de ruimte.
Het apparatusuitschakelen. Pagina 75 - De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
Neem contact op met de service-afdeling. Pagina 87
2 Het voorkomen van materièle schade
LET OP!
Door het gebruik van de plint, laden of apparaatdeuren als zitvlak of opstapje kan het apparaat beschadigd raken.
Niet op de plint, laden of deuren staat of leunen.
Door verontreinigingen met olie of vet kuren kunststofdelen en deurafdichtingen pereus worden.
Houd kunststofdelen en deuraf-dichtingen olie- en vetvrij.
Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kutnen aluminium bevatten. Aluminium reageert bij contact met zure levensmiddelen.
- Geen levensmiddelen onverpakt in het apparaat bewaren.
Wanner u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze verrormen of verkleuren.
Nooit uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigen.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en können worden hergebruikt.
De afzonderlijke componenten op soort geschienen afvoeren.
3.2 Energie bespare
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Keuze van de opstellingslocatie
Stel het apparaat nicht bloot aan direct zonlicht.
- Plaats het apparaat zo ver mogelijk van radiatoren, fornuis en andere warmtebronnen:
- Houd 30 mm afstand aan tot elektrische- of gasfornuizen.
-
Houd 300mm afstand aan tot olie- en kolenfornuizen.
-
Een nisdiepte van 560 mm gebruiken.
- De externe ventilatieopengingen nooit afdekken of blokkeren.
Energie besparen bij het gebruik.
Opmerking: Deplaatsing van de uitrustingsonderdelen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat.
- Open het apparaat slechts kort en sluit het zorgvuldig.
- De binnenste ventilatieopengingen of de externe ventilatieopengingen nooit afdekken of blokkeren.
Transporteer gekoelde levensmiddelen in een koeltas en leg ze snel in het apparaat.
Warm voedsel en dranken eerst la- ten afkoelen, daarna in het appa- raat plaatsen.
Leg om de koude van de diep-vriesproducten te benutten,dezeter ontdooling in het koelvak.
Laat altijd wat ruimte:tussen de levensmiddelen en de hinterwand. - Ontdooi het vriesvak regelmatig.
4 Opstellen en aansluiten
4.1 Leveringsomvang
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering.
Neem bij klachten met uw dealer of once servicedienst Pagina 87 contact op.
De levering bestaatuit:
Inbouw
Uitrusting en accessoires
Montagematerialiaal
Montagehandleiding
Gebruiksaanwijzing
Klantenservice overzicht
Garantiebjlagé
Energielabel
4.2 Criteria voor de opstello-catie

WAARSCHUWING
Kans op explosie!
Wanneer het apparaat in een te kleine ruimte staat, kan er bij een lek van het koudecircuit een brandbaar gasluchtmengsel ontstaan.
Stel het apparaat uitsluitend op in een ruimte, welke tenminste een volume heeft van 1m^3 per 8 g koudemiddel. De hoeveelheid van het koudemiddel staat op het typeplaatje. Fig. 1/3
Het gewicht van het apparaat kan afhankelijk van het model tot 75 bedragen.
De ondergrond要去stabel genoeg zichon om het gewicht van het apparaat te dragen.
Toegestane ruimteteperatuur
De toegestane kamertemperatuur is afhankelijk van de klimaatklasse van het apparaat.
De klimaatklasse vindt u op het typeplaatje. Fig. 1/3
| Klimaat-klasse | Toegestane ruimte-temperatuur |
| SN 10 °C...32 °C | |
| N 16 °C...32 °C | |
| ST 16 °C...38 °C | |
| T 16 °C...43 °C | |
Het apparatus is volledig functioneel binnen de toegestane binnentemperatuur.
Wanneer u een apparaat van de klimaatklasse SN gezruikt bij lagere kamertemperaturen, dan+kunnen beschadigingen aan het apparaat tot een kamertemperatuur van 5^ wordenuitgesloten.
Nismaten
Neem de nisafmetingen in acht als u uw apparaat in de nis inbouwt. Bij afwijkingen+kennen problemen optredenijdens de installmentie van het apparaat.
Nisdiepte
Bouw het apparaat in de aanbevolen nisdiepte van 560~mm in.
Bij eenkleinere nisdiepte wordt het energieverbruikiets hoger.De nisdiepte moet minimaal 550~mm bedragen.
Nisbreedte
Voor het apparaat is een meubelnis met een binnenbreedte van minimaal 560~mm nodig.
Over-and-Under- en Side-by-Sideopstelling
Als u 2 koeltoestellen boven of naast elkaar wilt opstellen, moet u tussen de toestellen minimaal een tussenafstand van 150~mm aanhouden. Voor bepaalde toestellen is een opstelling zonder minimumafstand möglichk. Neem hiervoor contact op met uw dealer of keukeninstalleur.
4.3 Apparaat monteren
- Het apparaat conform meegeleverde montagehandleiding monteren.
4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden
- Haal het informatiematerialiaal er uit.
- Verwijder de beschermfolie en transportborgingen, bijv. plakstrips en karton.
- Het apparaat voor de eerste keer reinigen. Pagina 81
4.5 Apparaat elektrisch aansluten
- De netstekker van het aansluit-snoer van het apparaat in een stopcontact in de omgeving van het apparaat steken.
De aansluitgegevens van het apparaat staan op het typeplaatje.
Fig. 1/3 - De netstekker op vastheid controllederen.
- Het apparaat is nu gereed voor gebruik.
5 Uw apparatusat leren kenne
5.1 Apparaat
Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.
Fig. 1
A Koelvak Pagina 77
B Vriesvak Pagina 78
1 Bedieningspaneel Pagina 72
2 Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar Pagina 73
3 Typeplaatje Pagina 88
Diepvrieslade Pagina 82
5 Deurrek voor große flessen Pagina 73
Opmerking: Verschillen tussen uw apparaat en de afbeeldingen+zijn mogelijk op basis van uitrusting en grootte.
5.2 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld(Int)kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatatie krijgen over de gebruikstoestand.
Fig. 2
1 Super (koelvak) schakelt Superkoelen in ofuit.
2 (koelvak) stelt de temperatuur van het koelvak in.
3 Toont de ingestelde temperatuur van het koelvak in ^ C
4 Holiday schakelt devakantiemodus in ofuit.
| 5 | Alarm schakelt het waarschu- wingssignaal UIT. |
| 6 | 〈〉(vriesvak) stelt de tempera- tuur van het vriesvak in. |
| 7 | Toont de ingestelde tempera- tuur van het vriesvak in °C. |
| 8 | Super (vriesvak) schakelt Su- pervriezen in of UIT. |
| 9 | ① schakelt het apparaat in of uit. |
6 Ultrusting
De uitrusting van uw apparaat is modelafhankelijk.
6.1 Legplateau
Om de schappen maar wens te variëren, kurz u het schap uitmelen en op een andere positie weeer plaatsen. "Plateau verwijderen", Pagina 82
6.2 Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar
Bewaar vers fruit en groente onverpakt in de fruit- en groentelade.
Bewaar gesneden fruit en groente afgedekt of luchtdicht verpakt.
Met de vochtigheidsregelaar en een speciale affdichting kurz u de luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade aanpassen. Hierdoor kurz u vers fruit en verse groente tot tweemaal zo lang bewaren als bij een conventionele bewaarmethode.
De luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade kurz u afhankelijk van het soort en de hoeveeelheid
bewaarde levensmiddelen door het verschuiven van de
vochtigheidsregelaar instellen:
Lage luchtvochtigheid bij overwe-gend bewaren van fruit, gemengde- of hoge belading.
Hoge luchtvochtigkeit bij overwegen bewaren van groente of bijgeringe belading.
Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich in de fruit- en groentelade condenswater vormen.
Het condenswater verwijderen met een droge doek en een lage luchtvochtigheid via de vochtigheidsregelaar instellen.
Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit en het aroma behouden blijven, moet u koudegevoelig fruit en groente buiten het apparaat bewaren bij temperaturen van ca. 8^ tot 12^ , bijv. ananas, bananen, citrusvruchten, augurken, courgette, paprika, tomaten en aardappelen.
6.3 Deurrekken
Om het deurrek maar behoefte te variërenkest u het deurrek eruit nemen en op een andere positie weeerplaatsen.
"Deurrek verwijderen", Pagina 82
6.4 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zich op het apparaat afgestemd. De accessoires van het apparaat zich afhankelijk van het model.
Eierplateau
Bewaar eieren veilig op het eierplateau.
Flessenhouder
De flessenhouder voorkomt dat flessen bij het openen en sluiten van de apparaatdeur kantelen.
Fig. 3
Diepvriesschaal
In de diepvriesladen=kunt u Kleinere hoeveelheden voedingsmiddelen snel invriezen, bijv. bessen, stukken fruit, kruiden en groenten.
Fig. 4
De diepvriesproducten gelijkmatig in de diepvriesschaal verdelen en ca. 10 tot 12 eer laten invriezen. Vervolgens in een diepvrieszak of een diepvriesdoos doeon.
Koude-accu
Gebruik de koude-accu voor het tijdelijk koel houden van levensmidden, bijv. in een koeltas.
Tip: De koude-accu vertraagt bij het uittallen van de stroom of bij een storing het verwarmen van de opgeslagen diepvrieswaren.
IJsblokjesschaal
Gebruik de ijsblokjesschaal om ijsblokjes te make.
IJsblokjes make
Gebruik voor het make van ijsblokjesuitsluitend drinkwater.
- Vul de schaal voor ijsblokjes voor 3 / 4 met drinkwater enplaats deze in het diepvriesvak.
Maak vastgevroren levensmidden met een stomp voorwerp los, bijv. met een steel van een houten lepel.
- Om de ijsblokjesschaal los te make n de ijsblokjesschaal iets torderen of kort onder stromend water houden.
7 De Bediening in essen-tie
7.1 Apparaat inschakelen
- drukken.
Het apparatus begint te koelen.
Er werkklassen waarschuwingsignaal, de temperatuurindicatie (vriesvak) knippert en Alarandt omdat het vriesvak nog te warm is.
- Het waarschuwingssignaal met Alarm uitschakelen.
Alagaat uit zodra de ingesteldetemperatuur is bereikt. - De gewenste temperatuur instellen. Pagina 75
7.2 Opmerkingen bij het gebruik
Wanneer u het apparaat heeft ingeschakeld, duurt het tot enkele uren voordat de ingestelde temperatuur worden bereikt. Plaats geen levensmiddelen in het apparaat voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.
- De behuizing rond het vriesvak worden tijdelijk Licht verwarmd. Dit voorkomt vorming van condenswater in de zone van de deurafdichting.
Wanneer u de deur sluit, kan een onderdruk ontstaan. De deur gaat dan alleen moeilijker open. Wacht een ogenblick tot de onderdruk worden gecompenseerd.
- De temperatuur in het apparaat varieert door de volgende condities:
- Het aantal keer dat het apparaat wordt geopend
- Beladingshoeveelheid
- Temperatuur van de vers opgeslagen levensmiddelen
-
Omgevingstemperatuur
-
Direct instralend zonlicht
7.3 Machine uitschakelen
ndrukken.
7.4 Temperatur instellen
Koelvaktemperatuur instellen
Druk net zo vaak op< (koelvak), todat de temperatuuraanduiding (koelvak) de gewenste temperatuurinstelling weergeeft.
De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4^
"Sticker "OK""',agina78
Vriesvaktemperatuur instellen
Druk net zo vaak op< (vriesvak), todat de temperatuuraanduiding (diepvriesvak) de gewenste temperaturinstelling weergeeft.
De aanbevolen temperatuur in het vriesvak bedraagt -18^
8 Extra functions
Kom te weten over welke instelbare extra functies uw apparaat beschikt.
8.1 Superkoelen
Bij het Superkoelen koelt het koelvak zo koud möglichk.
Schakel Superkoelen voor het inladen van groe hoeveelheden levensmiddelen in.
Opmerking: Als Superkoelen is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.
Superkoelen inschakelen
Druk op Suppeelvak).
Superoelvak) brandt.
Opmerking: Na ca. 15 uur schakelt het apparaat over op de normale werkung.
Superkoelen uitschakelen
Druk op Suppeelvak).
Devoordien ingestelde temperatuur wordt op indicatie aangegeven.
Bij het automatisch Supervriezen koelt het vriesvak duidelijk op een lagere temperatuur dan bij de normale werkung. Hierdoor bevriezen de levensmiddelen sneller tot in de Kern. De automatische Supervriezen schaekt in als u verse levensmiddelen in de,achter op de grote diepvrieslade geplaatste driepvriesschaal of van rechts beginnend in de vlakke diepvrieslade lept.
Als het automatische Supervriezen is ingeschakeld, brandt Superesvak) en er können meer geluiden ontstaan.
Het apparatus schakelt na het verstijken van het automatisch Supervriezen op normale werking.
Automatische Supervziezen annuleren
Druk op Superiesvak).
Devoordien ingestelde temperatuur wordt op indicatie aangegeven.
8.3 Handmatig Supervriezen
Bij het Supervriezen koelt het vriesvak zo koud möglichk.
Schakel Supervriezen 4 tot 6 uur voor het inladen van een hoeveelheid levensmiddelen vanaf 2kg in het vriesvak in.
nI Alarm
Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u Supervriezen.
"Voorwaarden voor invriesvermogen", Pagina 78
Opmerking: Als Supervriezen is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.
Handmatig Supervriezen inschakelen
Druk op Supriesvak).
Superviesvak) brandt.
Opmerking: Na ca. 60 our schakelt het apparaat over op de normale werkung.
Handmatig Supervziezen uitschakelen
Druk op Supriesvak).
Devoordien ingestelde temperatuur wordt opindicatie aangegeven.
8.4 Vakantiemodus
Als u langere tijd afwezig bent, kurz u het apparaat in de energiebesparendevakantiemodus schakelen.

VOORZICHTIG
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Terwijl devakantiemodus is ingeschakeld,warmt het koelvak op. Door de verhoogde temperatuur kunnen bacteriën zich vermenigvuldigen en de levensmiddelen bederven.
Bij een ingeschakeldevakantiemodus geen levensmiddelen in het koelvak bewaren.
Het apparatus stelt de temperaturen automatisch om.
Koelvak 14^
Vriesvak Temperatuur ongewijzigd
Vakantiemodus inschakelen
Druk opHoliday
Hollodndt.
De temperatuurindicatie (koelvak) toont geen temperatuur.
Vakantiemodus uitschakelen
Hiptidrukken.
Devoordien ingestelde temperatuur wordt op indicatie aangegeven.
9 Alarm
9.1 Deuralarm
Als de deur van het apparaat langere tijd open staat worden het deuralarm ingeschakeld.
Er klinkt een waarschuwingssignaal.
Deuralarm uitschakelen
De apparatusatdeur sluiten of op Alarm drukken.
Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.
9.2 Temperatuuralarm
Wanner het te warm is in het vriesvak, wordt het temperatuuralarm geactiveerd.
Er klinkt een waarschuwingssignaal en Alarandt.

VOORZICHTIG
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Bij het ontdooien konnen bacteriën zich vermeerdenen en konnen de diepvrieswaren bederven.
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren nicht opniew invriezen.
- Het voedsel pas na koken of bra-den opniew invriezen.
De maximale bewaartijd nicht meer ten volle benutten.
Het temperatuuralarm kan in de volgende geallen inschakelen:
- Het apparatus wordt in gebruik genomen.
Levensmiddelen pas in het apparaat inruimen wanner de ingestelde temperatuur is bereikt.
Er worden grote hoeveelheden verse levensmiddelen ingeruimd.
Voor het in het apparaat inruimen van groe hoeveelheden levensmiddelen Supervriezen inschakellen. - De deur van het vriesvak is te lang geopend.
Controleer of het diepvriesproduct deels of geheel is ontdooid.
Temperatuuralarm uitschakelen
Aiaadrukken.
Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.
De temperatuurindicatie (vriesvak) geeft kort de warmste temperatuur weer die in het vriesvak heeft geheerst. Daarna toont de temperatuurindicatie (vriesvak) opnieuw de ingestelde temperatuur.
- Vanaf dit moment worden de warmste temperatuur opnieuw bepaalden in het geheugen opgeslagen.
Albrandt als de ingestelde temperatuur opniew is bereikt.
10 Koelvak
In het koelvak(Int)kunt u vlees, worst vis,melkproducten,eieren,bereide gerechten en brood en banket bewaren.
De temperatuur is van 2^ tot 8^ instelbaar.
Door de koelopslag kunt u ooklichtbederfelijke levensmiddelen op korteof middellange termijn bewaren. Hoelager de gekozen temperatuur is, deste langer blijven de levensmiddelenvers.
10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak
Alleen verse en onbeschadigde levensmiddelen inruimen.
Bewaar de levensmiddelen lucht-dicht verpakt of afgedekt.
- Om de luchtcirculatie nicht te hinderen en het bevriezen van levens-middelen te vermijden, de levens-middelen nicht direct gegen de achterwand plaatsen.
Laat warme etenswaren en dranken eerst afkoelen.
Houd de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum in acht.
10.2 Koudezones in het koelvak
Door de luchtcirculatie in et koelvak ontstaan verschillende koudezones.
Koudste zone
De koudste zone is tussen de op de zijkant gestempelde pijl en het eronder liggende legplateau.
Tip: Bewaar snel bedervende levensmiddelen in de koudste zone, bijv. vis, worst en vlees.
Warmste zone
De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Tip: Bewaar minder gevoelige levensmiddelen in de warmste zone, bijv. harde kaas en boter. Hierdoor
nVriesvak
komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de botersmeerbaar.
10.3 Sticker "OK"
Met de sticker OK=kunt u controleren of in het koelvak de voor de levensmiddelen aanbevolen veilige temperatuurbereiken van +4^ of kouder bereikt+zijn.
De sticker OK worden nicht bij alle modellen meegeleverd.
Wanner de sticker OK nicht weergeeft, dan de temperatuur stapsgewijze verlagen.
"Koelvaktemperatuur instellen",
Pagina 75
Na ingebruikneming van het apparaat kan het tot wel 12 uur duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.

Correcte instelling
11 Vriesvak
In het vriesvak(Int u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes make.
De temperatuur is van -16^ tot -24^ instelbaar.
Langdurig bewaren van levensmidden要去en temperatuur van - 18^ oflager gebeuren.
Door het invriezen(Int) u bederfelijke levensmiddelen gedurende langeijd bewaren. De lage temperaturen vertragen of stoppen het bederven.
11.1 Invriescapaciteit
Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoeveel uur tot in de Kern kan worden ingevroren.
Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje. Fig. 1/
3
Voorwaarden voor invriesvermogen
- Ca. 24 our vór het inladen van verse levensmiddelen, Supervriezen inschakelen.
"Handmatig Supervriezen inschakelen", Pagina 76 - Bij apparaten met een vlakke diepvrieslade eerst deze met levensmiddelen vullen. Bij apparaten zonder vlakke diepvrieslade de onderste diepvrieslade eerst met levensmiddelen vullen.
- Verse levensmiddlesen zo zichdmt mogelijk bij de zijwanden invriezen.
11.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken
Kom te weten hoe u de maximale hoeveelheid diepvriesproducten in het vriesvak kunt doein.
- Alle uitrustingsdelen verwijderen. Pagina 82
- De levensmiddelenrechtstreeks op de plateaus en de bodem van het vriesvak bewaren.
11.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak
Bewaar de levensmiddelen lucht-dicht verpakt.
- Breng in te vriezen levensmiddelen Niet in aanraking met ingevroen levensmiddelen.
- De levensmiddelen naast elkaar in de diepvriesladen leggen.
Voor een goede luchtcirculatie in het apparaat de diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven.
11.4 Tips voor het bevriezen van verse levensminderlen
Alleen verse en onberispelijke levensmiddelen bevriezen.
Levensmiddelen per portie invri- zen.
Bereide levensmiddelen zijn beter geschikt dan rauw eerbare levensmiddelen.
Groente voor het invriezen wassen, kleiner make en blancheren.
Fruit voor het invriezen wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascombinezuroplossing toevoegen.
Voor het invriezen geschikte levensmiddelen zijn bijv. bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild en gevogelte, eieren zonder schaal, kaas, poter, kwark, Kant-en-klaargerechten en etensresten.
Voor het invriezen ongeschikte levensmiddelen zijn bijv. kropsla, radijsjes, eieren met schaal, druiven, rode appels en peren, yoghurt, zure room, crème fraîche en mayonnaise.
Diepvrieswaren verpakken
Geschikt verpakkingsmaterial en de juiste soort verpakking behouden in hoge mate de productkwaliteit en vermijden vriesbrand.
- De levensmiddelen in de verpakking leggen.
- De lucht eruit drukken.
-
De verpakking luchtdicht afsluiten om te voorkomen dat de levensmiddelen hun smaak verliezen of uitdrogen.
-
De verpakking met de inhoud van de invriesdatum voorzien.
11.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij -18^
| Product Bewaartijd | |
| Vis, worst, klaarge-maakte gerechten, brood en banket | Tot 6 maan-den |
| Gevogelte, vlees Tot 8 maan-den | |
| Groente, fruit Tot 12 maan-den | |
De erop gedrukke vrieskalender geeft de maximale bewaartijd in maanden aan bij een constante temperatuur van -18^
11.6 Ontdooimethododes voor diepvrieswaren
VOORZICHTIG
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Bij het ontdooien konnen bacteriën zich vermeerdenen en konnen de diepvrieswaren bederven.
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren nicht opniew invriezen.
- Het voedsel pas na koken of bra-den opniew invriezen.
- De maximale bewaartijd nicht meer ten volle benutten.
Dierlijke levensmiddelen in het koelvak ontdooien, bijv. vis, vlees, kaas en kwark.
Brood bij kamertemperatuur ontdooien.
Levensmiddelen voor directe consumptie in de magnetron, in de oven of op de kookplaat bereiden.
12 Ontdooien
12.1 Ontdooien in het koelvak.
Tijdens het gebruik vormen zich op dechterwand van het koelvak afhankelijk van de werking waterdruppels of rijp. Dechterwand van het koelvak ontdooit automatisch. Het dooiwater loopt via de dooiwatergoot in het afvoergat maar de verdampingsschaal en hoeft nicht worden afgeveegd. Neem de volgende informatatie in acht om ervoor te zorgen dat dooiwater kan weglopen en geurvorming worden vermeden: De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen Pagina 81.
12.2 Ontdooien in het vriesvak
Het diepvriesvak ontdooit nicht automatisch. Een laag rijp in het vriesvak vermindert de afgithe van koude aan de diepvrieswaren en verhoegt het energieverbruik.
Vriesvak ontdooien
Het vriesvak regelmatig ontdooien.
- Ca. 4 een voor het ontdooien Supervriezen inschakelen. "Handmatig Supervriezen inschakelen", Pagina 76 De levensmiddelen bereiken hier-door heel lage temperaturen en u kunt de levensmiddelen langer op kamertemperatuur bewaren.
- De diepvrieslade met de diepvrieswaren verwijderen en op een koeleplaats bewaren. Koude-accu's, indien voorhanden, op de dievrieswaren leggen.
-
Het apparatus uitschakelen.
→ Pagina 75 -
Haal de stekker van het apparaatuit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- WAARSCHUWING - Kans op brandwonden! Heet water, spat-water en stoom kuren tot verbranding leiden.
Doe uitsluitend heet en geen kokend water in de pan voor het ontdoopiproces.
Zet om het ontdooien te versnellen een pan met heet, nicht kokend water op een panonderzetter in het vriesvak.
- Het dooiwater met een zachte doek of een spon opvegen.
- Het vriesvak met een zachte, droge doek droogwrijven.
- Het apparaat elektrisch aansluiten. Pagina 72
- Het apparaat inschakelen. Pagina 74
- De diepvrieslade met de diepvrieswaren opniewu wplaatsen.
13 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
De reiniging van ontogankelijkkeplaatsen要去 door de servicedienst worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst konnen kosten verbonden zijn.
13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging
- Het apparatusuitschakelen.
Pagina 75
- Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit h stopcontact trekken of de zekerin in de meterkast uitschakelen.
- Alle levensmiddelen eruit halen en op een koele plaats bewaren. Indien beschikbaar koeleelementen op de levensmiddelen leggen.
- Als een rijplaag voorhanden is, deze lately ontdooien.
- Verwijder alle uitrustingsdelen en accessoiresuit het apparaat. Pagina 82
- Legplateau boven de fruit- en groentelade verwijderen. Pagina 82
13.2 Apparaat schoonmaken
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schokveroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hagedruk-reiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
Vloeistof in de verlichting of in de bedieningselementen kan gevaarlijk sein.
- Het afwaswater mag nicht in de verlichting of in de bedieningselementen terechtkommen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.
- Geen harde schuur- of afwassponsjes gebruiken.
- Geen scherpe of schurende reingingsmiddelen gebruiken.
- Geen sterk alcoholhoudende reingingsmiddelen gebruiken.
Wanneer vloeistof in het afvoergat komt, kan de verdampingsschaal overstromen.
- Het sop mag nicht in het afvoergat komen.
Wanner u uitrustingsdelen en accesssoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deutsche cervormen of verkleuren.
Nooit uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigen.
- Apparaat voorbereiden voor reining. Pagina 80
- Het apparatusat, de uitrustingsdelen, de accessoires en de deurafdichtingen met een vaatdoek, lauw water en een beetje pH-neutral af-wasmiddel reinigen.
- Met een zachte, droge doek grondig nadrogen.
- De uitrustingsdelen plaatsen en de apparaatdelen inbouwen.
- Het apparaat elektrisch aansluiten. Pagina 72
- Het apparaat inschakelen. Pagina 74
- Doe de levensmiddelen in het apparaat.
13.3 De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.
Reinig de dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig, om ervoor te zorgen dat het dooiwater kan weglopen.
Reinig de dooiwatergoot en het afvoergat voorzichtig, bijv. met een wattenstaafje.
$$ \rightarrow \text {F i g .} \boxed {5} $$
n1 Reiniging en onderhoud
13.4 Onderdelen eruit halen
Neem wanner u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen deutsche uit het apparaat.
Plateau verwijderen
- Het legplateau uittrekken en verwijderen.
$$ \rightarrow F i g. \boxed {6} $$
Deurrek verwijderen
- Het deurrek omhoog tillen en verwijderen.
$$ \rightarrow \text {F i g .} \boxed {7} $$
Groente- en fruitlade verwijderen
- De fruit- en groentelade tot de aanslag uittrekken.
- Til de fruit- en groentelade aan de voorzijde op ①en verwijder deze ②.
$$ \rightarrow \text {F i g .} \boxed {8} $$
Diepvrieslade verwijderen
- De diepvrieslade tot aan de aanslag uittrekken.
- De diepvrieslade vooraan optillen ① en eruit halen ②
$$ \rightarrow \text {F i g .} \boxed {9} $$
13.5 Apparaatonderdelen demonteren
Als u uw apparaat grondig wilt reinigen, kunt u bepaalde onderdelenuit uw apparaat demonteren.
Legplateau boven de fruit- en groentelade verwijderen
- De fruit- en groentelade uittrekken.
- Het legplateau verwijderen 1en omdraaien ②
$$ \rightarrow \text {F i g .} \quad 1 0 $$
- De bevestigingen van de onderste afdekkingaar buiten drukken.
$$ \rightarrow F i g. \quad 1 1 $$
- De afdekking aan de voorzijde optillen 1en awhile er uit trekken .2
$$ \rightarrow \text {F i g .} \quad 1 2 $$
14 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat(Int)kunt u zelf verhelpen.Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatatie over het verhelpen van storingen.Zo voorkomt u onnodige kosten.

WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparations zijn gevaarlijk.
Alleen waarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uityoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoor van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden verrangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
Storing Oorzaak en probleemoplossing
| Apparaat koelt nicht, in- dicates en verlichting branden. | Het presentatielicht is ingeschakeld. • Voer de apparaatzelftest uit. → Page 86 • Na het verstreijken van de apparaatzelftest gaat het apparaat waar over op normale werkung. |
| LED-verlichting functi- oneert nicht. | Verschillende oorzaken+zijn möglichk. • Neem contact op met de servicedienst. Het nummer van de servicedienst vindt u in het bij- gevoegde overzicht van servicediensten. |
| E of dverschijnt op het temperatuurdisplay. | De elektronica heeft een foult geconstasteerd. 1. Schakel het apparaat uit. → Page 75 2. Koppel het apparaat los van de voedingsspanning. Haal stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of schakel de zekering in de meterkast uit. 3. Sluit het apparaat na 5 minuten meer aan. 4. Verschijnt de melding nog steeds, neem dan con- tact op met de servicedienst. Het nummer van de servicedienst vindt u in het bij- gevoegde overzicht van servicediensten. |
| Storing Oorzaak en probleemoplossing | |
| Temperatuurindicatie (vriesvak) knippert. | Temperatuur in het vriesvak was te hoog.1. Druk op Alarm✓ De temperatuurindicatie (vriesvak) geeft kort de warmste temperatuur waar die in het vriesvak heeft geheerst. Daarna toont de temperatuurindicatie (vriesvak) opnieuw de ingestelde temperatuur.2. Druk op Alarm✓ De temperatuurindicatie (vriesvak) knippert nichtmeer. |
| Er klinkt een waarschuwingssignaal, het temperatuurdisplay (vriesvak) knippert en Alarm brandt. | Verschillende oorzaken�zijn möglichk.Druk opAlarm✓ Schakel het alarm UIT. |
| Deur van het apparaat is open.Sluit de deur van het apparaat. | |
| Externe ventilatieopeningen�zijn afgedekt.Verwijder hinderissen voór de externe ventilatie-oppeningen. | |
| Erijken grotere hoeveelheden verse levensmiddelen ingeruid.M✓ Overschrijd het vriesvermogen Niet.\( \rightarrow "Invriescapaciteit" \), Page 78 | |
| Temperatuur wijkt erg af van de instelling. | Verschillende oorzaken�zijn möglichk.1. Schakel het apparaat UIT. \( \rightarrow \) Page 752. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in.\( \rightarrow \) Page 74- Als de temperatuur te hoop is, controlleren dan de temperatuur na eenaar uur opnieuw.- Als de temperatuur te laag is, controlleren de tem-peratuur dan de volgende dag opnieuw. |
| Bodem van het koel-vak is nat. | De dooiwatergoot of het afvoergat is verstopt.De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.\( \rightarrow \) Page 81 |
| Het apparaat borrelt, zoemt of gorgelt of klikt. | Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat,ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen.Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in-of UIT.Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
| Apparaat producerert geluiden. | Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen.Controler de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.Flessen of containers raken elkaar. |
| Apparaat producerert geluiden. | Haal flessen of containers van elkaar. |
| Supervriezen is ingeschakeld. Geen handeling vereist. Geen handeling vereist. | |
14.1 Stroomuitval
Tijdens een stroomuitval stijgt de temperatuur in het apparaat, hierdoor verkort de bewaartijd en de kwaliteit van de diepvriesproducten vermindt.
Op unsere website van uw apparaat vindt in de technische gegevens debewaartijd van de diepvriesproducten in geval van een storing.
Opmerkingen
Het apparaat tijdens een stroomuitval zo weinig möglich openen en geen andere levensmiddelen inruimen.
- De kwaliteit van de levensmiddelen onmiddelijk na de stroomuitval controlleren.
Diepvriesproducten die ontdooid en warmer dan 5^ zich, weggoieten.
- Licht ontdooide diepvriesproducten koken of bakken en ofwel verbruiken of opniew invriezen.
14.2 Apparaatzeltestuitvoeren
Uw apparaat beschikt over een apparaatzeltest, welke storingen weergeeft, die uw service kan verhelpen.
- Het apparaat uitschakelen. Pagina 75
- Het apparaat na 5 minuten op-nieuw inschakelen. Pagina 74
- Binnen 10 seconden na het in-schakelen Superesvak) gedurende 3 tot 5 seconden ingedrukt honden tot er een akoestisch signalaal werkblinkt.
De apparatusatzelftest start.
Tijdens de apparaatzeltest werkklinkt tussendoor een lang akoes-tisch signaal.
Als na het einde van de apparaat-zelftest 2 akoestische signalen werkklinken en de temperatuurindicatie de ingestelde temperatuur toont, is uw apparaat in orde. Het apparaat gaat over op de normale werking.
- Als na het einde van de apparaat-zelftest 5 akoestische signalen klinken en Superesvak) gedurende 10 seconden knippert, neem dan contact op met de service.
15 Opslaan en afvoeren
15.1 Apparaat buiten gebruik stellen
- Het apparatusuitschakelen.
$$ \rightarrow \text {P a g i n a} 7 5 $$
- Haal de stekker van het apparaatuit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Alle levensmiddelen verwijderen.
- Het apparaat ontdooien.
$$ \rightarrow \text {P a g i n a} 8 0 $$
- Het apparatus reinigen.
$$ \rightarrow \text {P a g i n a} 8 1 $$
- Om de ventilatie van het interieur te waarborgen het apparaat geopend lately.
15.2 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijk afvoer kuren waardevolle grondstoffen opniewuwen worden gebruikt.

WAARSCHUWING
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Kinderen können zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar gereken.
- Om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen legplateaus en lades Niet uit het apparaat nemen.
- Kinderen uit de buurt van een afgedankt apparaat honden.

WAARSCHUWING
Kans op brand!
Bij beschadiging van de leidingen kuren brandbaar koudemiddel enschadelijke gassen ontsnappen enontsteken.
De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie nicht beschadigen.
- De stekker van het netsnoeruit het stopcontact trekken.
- Het netsnoer doorknippen.
- Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kurz u informatatie verkrijgen over de actuèle afvoermethoden.

Dit apparatus is gekenmerkt in overeenstemming met de Europeserechtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektroni
sche apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlij geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
16 Servicedienst
Originele verrangende onderdelen die relevantlijk voor de werkinq in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kut u voor de duur van ten minste 10aar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij荃 serviceedienst verkrijgen.
Opmerking: Het inschakelen van de servicededienst is in het kader van deplaatselijk geldende fabrieksgarantievoorwaarden Gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2aar in overeenstemming met de geldendeplaatselijk garantievoorwaarden. De garantievoorwaarden doeen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijkrecht heeft.
Gedetailleerde informatatie over de garantiepiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij once servicedienst, uw dealer of op once website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparatusaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicededienstlijst of op unsere website.
16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparatus.
Fig. 1/3
Om uw apparaatgeevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kurz u de geevens noteren.
Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.
Fig. 1/3
Dit product bevat eenlichtbron van energieklasse F. Delichtbron is leverbaar als reserveonderdeel en mag uitsluitend door een hiervoor getrainde monteur worden verrangen. Meer informatie over uw model vindt u op het internet onder https://eprel.ec.europa.eu/1. Dit webadres verwijst maar de officiele EU-product-databank EPREL. Volg dan de aanwijzingen bij het zoekenaar het model op. De modelidentificatie bestaatuit het teken voor de slash van het E-Nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.

de,fr,nl

9001886835
030825