CMG6 - Oven MBM - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CMG6 MBM in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over CMG6 MBM
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Oven in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CMG6 - MBM en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CMG6 van het merk MBM.
GEBRUIKSAANWIJZING CMG6 MBM
Voorwoord - Doel van het document - Lezen van het document - Document bewaren - Doelgroep - Trainingsprogramma operatoren - Voorbereidende werkzaamheden door de klant - Beoogd gebruik - Toegestane omstandigheden voor de functionering - Keuring en garantie - Vergunning
2. ALGEMENE INFORMATIE VOOR DE VEILIGHEID
Beschrijving pictogrammen - Algemene procedures voor persoonlijke bescherming - Signaleringsplaatjes - Voorwoord - Geboden - Verboden - Advies - Aanbevelingen Restrisico's - Werkwijze in geval van gaslucht in de ruimte
3. OPERATIONELE FUNCTIES
Modus en functie van de toetsen - Werkwijze van het bedieningspaneel - Beschrijving van de werkwijzen - Taal software instellen - Beschrijving van de stopmethods
4. INBEDRIJFSTELLING
Eerste inwerkingstelling - Dagelijkse inwerkingstelling - Dagelijkse en langdurige buitenwerkingstelling - Start van de productie - Inschakeling/ Uitschakeling
5. BEDRIJFSPARAMETERS
Datum/Klok- Temperatuur instellen - Tijd instellen - Vochtigheid instellen - Instelling ontluchtingsventiel (alleen convectie) - Instelling snelheid ventilator - Instelling voorverwarming - Instelling snelle koeling - Instelling geprogrammeerde start (uitstel)
6. PARAMETERS KOKEN
Convectie (Rijzen) - Stoom - Combi - Kernsonde en Delta T
7. PROGRAMMERING
Rubriek Recepten (Recept opslaan - Recept wijzigen - Start recept - Recept wissen) USB-unit
8. HET PRODUCT LADEN EN LOSSEN
Het product laden en lossen
9. PERIODIEK ONDERHOUD
Reiniging van de apparatuur - Reiniging voor de eerste inwerkingstelling - Automatisch wassen - Handmatig wassen - Te verrichten periodieke controles
10. SIGNALERING ALARMEN
Lijst van alarmen - Problemen oplossen
ONTMANTELING
Buitenbedrijfstelling en ontmanteling van de apparatuur - Afvalverwerking
Voorwoord
Oorspronkelijke instructies. Dit document is opgesteld door de fabrikant in zijn eigen taal (Italiaans). De in dit document opgenomen informatie is voor het exclusieve gebruik door de voor de bediening van deze apparatuur bevoegde operator.
De operatoren moeten worden opgeleid inzake alle aspecten van de werking en de veiligheid. Er zijn specifieke veiligheidseisen vermeld in het daaraan gewijde hoofdstuk (zie 2. Algemene Informatie voor de Veiligheid). Dit document mag niet ter inzage aan derden worden gegeven zonder schriftelijke toe -stemming van de fabrikant. De tekst mag zonder schriftelijke toestemming van de fabrikant niet gebruikt worden in andere publicaties.
Het gebruik van: Tekeningen/Afbeeldingen/Illustraties/Schema's in het document is enkel indicatief en kan aan wijzigingen onderhevig zijn. De fabrikant behoudt zich het recht voor om wijzigingen aan te brengen zonder verplicht te zijn deze mede te delen.
Doel van het document
Elke interactie tussen de operator en de apparatuur gedurende zijn gehele levenscyclus is, zowel in de ontwerpfase als bij het opstellen van dit document, grondig geanalyseerd. Het is dan ook onze hoop dat deze documentatie kan bijdragen in het handhaven van de kenmerkende efficiëntie van de apparatuur. Wanneer de weergegeven instructies strikt worden opgevolgd wordt het risico op arbeidsongevallen en/of economische schade tot een minimum beperkt.
Het document lezen
Het document is onderverdeeld in hoofdstukken die per argument alle informatie verzamelen die nodig is om het apparaat zonder enig risico te bedienen. Elk hoofdstuk is onderverdeeld in paragrafen, elke paragraaf kan preciseringen bevatten met een ondertitel en een beschrijving.
Het document bewaren
Dit document is een integraal onderdeel van de originele levering en moet daarom goed worden bewaard en gebruikt tijdens de gehele levensduur van de apparatuur.
Doelgroep
Dit document is bedoeld voor het exclusieve gebruik door de "heterogene" operator (Operator met beperkte bevoegdheden en taken). Persoon die gemachtigd en gelastigd wordt met de bediening van de apparatuur met actieve veiligheidsvoorzieningen, in staat om de werkzaamheden voor normaal onder houd te verrichten (Reiniging van de apparatuur).
Trainingsprogramma operatoren
Op uitdrukkelijk verzoek van de gebruiker is het mogelijk de voor de bediening van de apparatuur bevoegde operatoren te trainen volgens de in de orderbevestiging vermelde procedure.
Al naar gelang de behoefte kunnen er, bij de fabriek van de fabrikant of van de gebruiker, voorbereidende cursussen gehouden worden voor:
- Homogene operator voor elektrisch/elektronisch onderhoud (Gespecialiseerd Technicus).
- Homogene operator voor mechanisch onderhoud (Gespecialiseerd Technicus).
- Heterogene operator bevoegd voor de bediening (Bediener - Eindgebruiker).
Door de klant uit te voeren voorbereidende werkzaamheden
In afwezigheid van eventuele andere contractuele overeenkomsten zijn normaal gesproken ten laste van de klant:
• voorbereiding van de ruimtes (met inbegrip van eventueel benodigd metselwerk, funderingen of leidingen);
- antislip vloer zonder oneffenheden;
- voorbereiding van de plaats van installatie en de installatie van de apparatuur zelf met inachtneming van de in de lay-out (fundatieplan) vermelde afmetingen;
• voorbereiding van de eigenbedrijfsinstallatie geschikt voor de behoeften van het systeem (elektriciteits voorziening, watervoorziening, gasaansluiting, afvoersysteem);
- aanleg van de elektrische installatie in overeenkomst met de plaatselijk geldende regelgeving;
- voldoende verlichting in overeenkomst met de plaatselijk geldende regelgeving;
- eventuele vóór en na de elektriciteitsvoorziening geplaatste veiligheidsvoorzieningen (aardlekscha kelaars, equipotentiale aardingssystemen, veiligheidskleppen, enz.) zoals bepaald door de plaatselijk geldende wetgeving;
- aardingssysteem in overeenkomst met de geldende regelgeving
- indien nodig, de aanleg van een wateronthardingssysteem (zie technische specificaties).
Gebruiksbestemming
Dit apparaat is ontworpen voor een professioneel gebruik. Het gebruik van de in deze documentatie beschreven apparatuur moet worden beschouwd als "Beoogd Gebruik" indien toegepast voor het koken of regenereren van voedingsmiddelen; elk ander gebruik moet gezien worden als "Oneigenlijk Gebruik" en dus gevaarlijk. De apparatuur moet worden gebruikt onder de in het contract vermelde voorwaarden en binnen de voorgeschreven toelaatbare belasting zoals beschreven en vermeld in de betreffende paragrafen. Gebruik uitsluitend originele accessoires en reserveonderdelen die door de fabrikant worden geleverd, zodat de overeenstemming met de geldende normen behouden blijft.
Toegestane omstandigheden voor de functionering
De apparatuur is uitsluitend ontworpen voor bedrijf in ruimtes binnen de voorgeschreven technische beperkingen en toelaatbare belasting. Om een optimale werking en veiligheidsomstandigheden te ver krijgen moeten de volgende indicaties in acht worden genomen.
De installatie van de apparatuur moet plaatsvinden op een geschikte plaats waar de normale handelingen voor de bediening en gewoon en buitengewoon onderhoud mogelijk zijn. De ruimte moet derhalve geschikt zijn voor eventuele onderhoudswerkzaamheden, op dusdanige wijze dat de veiligheid van de operator niet in gevaar wordt gebracht.
De ruimte moet verder ook beschikken over de voor de installatie vereiste eigenschappen:
- minimale temperatuur van het koelwater > + 10 °C;
- een antislipvloer en de perfecte waterpasplaatsing van de apparatuur;
- de ruimte moet beschikken over systemen voor ventilatie en verlichting zoals voorgeschreven door de plaatselijk geldende regelgeving;
- de ruimte moet beschikken over een afvoer van grijs water, alsook over schakelaars en afsluitschuiven om indien nodig elke vorm van toevoer stroomopwaarts van de apparatuur te blokkeren;
- De muren in de nabijheid van de apparatuur moeten vlamvertragend zijn en/of geïsoleerd van de mogelijke warmtebronnen.
Keuring en garantie
Keuring: de apparatuur is getest door de fabrikant tijdens de montage op de plaats van de productie. Alle certificaten met betrekking tot de uitgevoerde tests worden op verzoek aan de klant geleverd.
Garantie: de garantie heeft een duur van 12 maanden vanaf de datum van facturering en dekt defecte onderdelen die door de koper vervangen en vervoerd moeten worden. De elektrische onderdelen, de accessoires en alle andere verwijderbare voorwerpen worden niet gedekt door de garantie.
De arbeidskosten voor ingrepen van door de fabrikant geautoriseerde technici op de site van de klant voor het verwijderen van de door de garantie gedekte defecten zijn voor rekening van de dealer, behalve in gevallen waarin de aard van het defect zodanig is dat het gemakkelijk door de klant ter plaatse kan worden opgelost.
Alle eventueel door de fabrikant samen met de machine geleverde werktuigen en eenmalige onderdelen vallen niet onder de garantie.
De ingrepen voor buitengewoon onderhoud of die het gevolg zijn van een onjuiste installatie worden niet gedekt door de garantie. De garantie is alleen geldig ten opzichte van de oorspronkelijke koper.
De fabrikant is verantwoordelijk voor het apparaat in zijn originele configuratie.
De fabrikant is niet verantwoordelijk voor oneigenlijk gebruik van de apparatuur, voor schade als gevolg van handelingen die niet in deze handleiding opgenomen zijn en niet voorafgaand door de fabrikant goedgekeurd zijn.
De garantie vervalt in geval van:
- Schade veroorzaakt door het transport en/of de verplaatsing; in deze gevallen moet de klant de tus senhandelaar en de transporteur per fax of aangetekende brief met ontvangstbevestiging hierover informeren en de gebeurtenissen op de kopieën van de vervoersdocumenten annoteren. De voor de installatie van de apparatuur gespecialiseerde technicus zal op basis van de schade oordelen of de installatie mogelijk is.
De garantie vervalt eveneens in aanwezigheid van:
- Schade veroorzaakt door onjuiste installatie.
- Schade veroorzaakt door slijtage van de onderdelen door oneigenlijk gebruik.
- Schade veroorzaakt door het gebruik van niet-aanbevolen of niet-originele onderdelen.
- Schade veroorzaakt door slecht onderhoud en/of schade veroorzaakt door gebrek aan onderhoud.
- Schade veroorzaakt door de niet-naleving van de in dit document beschreven procedures.
Vergunning
Vergunning om een met de apparatuur verbonden werkzaamheid te verrichten.
De vergunning wordt afgegeven door degene die verantwoordelijk is voor de apparatuur (fabrikant, ko-per, ondertekenaar, tussenhandelaar en/of eigenaar van de onderneming).
Beschrijving van de pictogrammen
GEVAAR

Algemeen gevaar

Gevaar voor elektrocutie

Gevaar hoge temperaturen

Gevaar voor het wegspatten van materialen met hoge temperatuur

Knellingsgevaar van ledematen
VERBODEN

Verbod op alle werkzaamheden door de heterogene operator (onderhoud en/of andere) die onder de gekwalificeerde technische bevoegdheid vallen.

Het is de homogene operator verboden enige werkzaamheden te verrichten (instal - latie, onderhoud en/of andere) zonder eerst de volledige documentatie te raadplegen.
VERPLICHTINGEN

Verplichting om de instructies te lezen alvo- rens enige werkzaamheid te verrichten.

Verplichting om de elektriciteitsvoorziening te blokkeren, telkens wanneer het nodig is in veilige omstandigheden op de apparatuur te handelen.

Verplichting om te voldoen aan de geldende normen voor de afvalverwerking.

Verplichting om een veiligheidsbril te gebruiken.

Verplichting om beschermende handschoenen te gebruiken.

Verplichting om een beschermingshelm te gebruiken.

Verplichting om veiligheidsschoenen gebruiken.

Verplichting om een hoofdbedekking te dragen om onbedoeld verlies van haar te vermijden.
Algemene procedures voor persoonlijke bescherming

Telkens wanneer toegang tot de zone "Ovencompartiment" nodig is, is het belangrijk er aan te denken dat er gevaar voor brandwonden bestaat. Het is dus verplicht om geschikte individuele beschermende maatregelen toe te passen.

Draag een beschermende uitrusting, geschikt voor de te verrichten werkzaamheden. Vermijd het dragen van kleding en voorwerpen zoals armbanden, kettingen, ringen die in het ovencompartiment verstrikt kunnen raken.

Lees de instructies alvorens enige handeling te verrichten.

De elektriciteitsvoorziening blokkeren, telkens wanneer het nodig is in veilige omstandigheden op de apparatuur te handelen.
Op de apparatuur aanwezige signaleringsplaatjes

Op de apparatuur zijn de hierna beschreven signalerings- en waarschuwingsplaatjes en -picto -grammen aangebracht. HET is absoluut verboden de op de apparatuur aanwezige plaatjes en pictogrammen te wijzigen of te verwijderen.
DE gebruiker is verantwoordelijk voor het periodiek controleren van de integriteit van de op de apparatuur aanwezige plaatjes en pictogrammen. Indien deze beschadigd zijn moeten ze verwijderd worden en vervangen met bij de klantendienst van de fabrikant opgevraagde exemplaren.

Algemeen gevaar

Aanwezigheid van spanning

Gevaar voor het wegspatten van materia - len met hoge temperatuur

Aarding

Aansluiting op het equipotentiaalsysteem
Voorwoord
![]() | De handleiding voor gebruik is opgesteld voor de "heterogene" operator (Operator met beperkte bevoegdheden en taken). Persoon die gemachtigd en gelastigd wordt met de bediening van de apparatuur met actieve veiligheidsvoorzieningen, in staat om de werkzaamheden voor normaal onderhoud te verrichten (Reiniging van de apparatuur). |
![]() | De operatoren die de apparatuur gebruiken moeten getraind worden in alle aspecten inzake de functionering en de veiligheid. Ze moeten dus samenwerken, geschikte methoden en instrumenten gebruiken en de vereiste veiligheidsnormen in acht nemen. |
![]() | De in dit document opgenomen informatie heeft geen betrekking op het transport, de installatie en het buitengewone onderhoud dat door voor deze handelingen gekwalificeerde technische operatoren moet worden uitgevoerd. |
![]() | De "heterogene" operator, bestemming van deze documentatie, moet op de apparatuur werken nadat de bevoegde technicus de installatie heeft voltooid (transport, bevestiging, elektrische aansluitingen, water, gas en afvoer). |
![]() | Dit document heeft geen betrekking op informatie betreffende enige wijziging of verandering van deze apparatuur. De fabrikant behoudt zich het recht voor om wijzigingen aan te brengen zonder verplicht te zijn deze mede te delen. |
Verplichtingen - Verboden - Advies - Aanbevelingen
![]() | Bij ontvangst de verpakking van de machine openen en controleren dat de machine en de accessoires tijdens het transport geen schade hebben opgelopen. In dat geval de transpor - teur hierover onmiddellijk informeren en niet verder gaan met de installatie van de apparatuur. Raadpleeg gekwalificeerd en geautoriseerd personeel om het gedetecteerde probleem te mel den. De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade veroorzaakt tijdens het transport. |
![]() | Verbod op alle werkzaamheden door onbevoegde personen (inclusief kinderen, gehandicap - ten en mensen met verminderde lichamelijke, zintuiglijke en verstandelijke vermogens). Verbod op alle werkzaamheden indien men de gehele documentatie niet heeft gelezen. |
![]() | Lees de instructies alvorens enige handeling te verrichten. |
![]() | Alle vormen van voeding (elektriciteit - gas - water) stroomopwaarts van de apparatuur afslui - ten, telkens wanneer men in veilige omstandigheden moet handelen. |
![]() | Draag een beschermende uitrusting, geschikt voor de te verrichten werkzaamheden. Met be - trekking tot de individuele beschermingsmiddelen heeft de Europese Gemeenschap richtlijnen vastgesteld waaraan de operatoren verplicht moeten voldoen. Luchtgeluid ≤ 70 dB |
![]() | Verbod om de ventilatieopeningen van de apparatuur te verstoppen met roosters, bladen of andere accessoires die de vrije luchtstroom blokkeren. |
![]() | Laat geen voorwerpen of brandbare materialen in de buurt van de apparatuur. |
![]() | Voor de verwerking van speciaal afval de geldende regelgeving toepassen. |
![]() | Bij het laden en lossen van het product bestaat het resterende risico van brandwonden, dit als gevolg van het per ongeluk in contact komen met: oppervlakken, schalen, bewerkt materiaal. |
![]() | Gebruik de recipienten voor het koken op zodanige wijze dat het product tijdens de bewerking voor de operator zichtbaar blijft. Recipienten met vloeistoffen kunnen tijdens de bereiding over - koken en gevaarlijke situaties ten gevolge hebben. |
![]() | Ontbrekende hygiène van de apparatuur heeft een vroegtijdige slijtage ten gevolge; deze om - standigheid beïnvloedt de werking en kan tot gevaarlijke situaties leiden. |
![]() | Het is absoluut verboden de op de apparatuur aanwezige plaatjes en pictogrammen te wijzigen of te verwijderen. |
![]() | Bewaar dit document zorgvuldig zodat het altijd beschikbaar is voor raadpleging door alle ge - bruikers van de apparatuur. |
![]() | De bedieningen van de apparatuur kunnen alleen met de hand bestuurd worden. Schade ver - oorzaakt door het gebruik van gepunte, scherpe of soortgelijke voorwerpen doet al het recht op garantie vervallen. |
![]() | Om het gevaar op elektrische schokken en brand zoveel mogelijk te beperken moet het appa - raat niet met natte handen verbonden of losgekoppeld worden. |
![]() | Telkens wanneer toegang tot het ovencompartiment nodig is, is het belangrijk er aan te denken dat er gevaar voor brandwonden bestaat. Het is dus verplicht om geschikte individuele beschermende maatregelen toe te passen. |
DEZE HANDLEIDING IS HET EIGENDOM VAN DE FABRIKANT EN ELKE, OOK GEDEELTELIJKE, REPRODUCTIE IS VERBODEN
Indicaties voor restrisico's
Ondanks de toepassing van regels voor "goede bouwtechniek" en de wettelijke bepalingen die de fabricage en de verkoop van het product regelen, blijven er echter "restrisico's" bestaan waarvan de eliminatie, als gevolg van de aard van de apparatuur, niet mogelijk was. Deze risico's omvatten:
![]() | Restrisico op elektrische schokken: Dit risico bestaat in geval men moet handelen op elektrische en/of elektronische ap - paratuur in aanwezigheid van spanning. |
![]() | Restrisico op brandwonden: Dit risico bestaat in geval men per ongeluk in contact komt met materialen met een hoge temperatuur. |
![]() | Restrisico op brandwonden voor het vrijkomen van materiaal Dit risico bestaat in geval men per ongeluk in contact komt met vrijkomende mate-rialen met een hoge temperatuur. Te volle recipienten met vloeistoffen of met vaste stoffen die tijdens de opwarming van morfologie veranderen (en van een vaste stof veranderen in vloeistof), kunnen, indien verkeerd gebruikt, brandwonden veroor zaken. Tijdens de verwerking moeten de gebruikte recipienten op goed zichtbare niveaus worden geplaatst. |
![]() | Restrisico explosiegevaar Dit risico bestaat in geval van:• gaslucht in de ruimte;• gebruik van de apparatuur in een atmosfeer met mogelijk explosieve stoffen;• gebruik van voedsel in gesloten recipienten (zoals potten en blikken) indien deze niet geschikt zijn voor het doel. |
![]() | Restrisico brandgevaar Dit risico bestaat in geval van:• gebruik met brandbare vloeistoffen (zoals bijvoorbeeld alcohol). |
Werkwijze in geval van gaslucht in de ruimte

In geval van gaslucht in de ruimte is het verplicht om de hierna beschreven procedure met uiterste voorzichtigheid te verrichten.
- Onmiddellijk de gasvoorziening onderbreken (de gaskraan sluiten - detail A).
- De ruimte onmiddellijk ventileren.
- Geen enkel elektrisch apparaat in de ruimte activeren (details B-C-D).
- Geen enkel apparaat activeren dat vonken of vlammen kan maken (details B-C-D).
- Gebruik een, aan de ruimte waar de gas-lucht was, extern communicatiemiddel om de bevoegde entiteiten te waarschuwen (elektriciteitsbedrijf en/of brandweer).

Bediening en functies van de toetsen
De opstelling van de afbeeldingen is louter indicatief en kan onderhevig zijn aan variaties.










Toets "CONVECTIE": bereidingswijze "Convectie".
Toets "STOOM": bereidingswijze "Stoom".
Toets "COMBI": "Gecombineerde" bereidingswijze.
Toets "TEMPERATUUR": temperatuur kookproces.
Toets "TIJD": tijd kookproces.
Toets "MINDER", "MEER" en "SCROLL": om de gekozen parameter te verlagen of te verhogen.
Toets "MENU": voor toegang tot of terug te keren naar het hoofd-menu en om een functie te verlaten.
Toets "VENTILATOR": snelheid van de ventilator van de oven.
Toets "ONTLUCHTING": ventiel open (led knippert), ventiel dicht (led aan).
Toets "ENTER": voor de in- en uitschakeling van de oven. Een func - tie bevestigen/onderbreken.

text_image
Display 1 Display 2 Display 3 Display 4Fig.1
3.2 Bedrijfsmodi van het bedieningspaneel
De toetsen worden gebruikt met betrekking tot de context van de gewenste bewerking; ze kunnen worden gebruikt voor het oproepen of het programmeren van verschillende functies.
De toets "ENTER" is selecteerbaar voor het verrichten van 4 verschillende functies:
- Handmatig kookproces (CONVECTIE standaardinstelling - STOOM - COMBI)
- Het stoppen of het starten van een werkcyclus (en/of toestemming voor toegang tot een specifieke functie, zoals: koken met kerntemperatuursonde, uitgestelde inschakeling).
- Het bevestigen van de keuze van een instelling.
- Het tijdelijk onderbreken van de in uitvoering zijnde functie (druk nogmaals op de toets "ENTER" om de werkcyclus te hervatten - PAUZE-functie).
De gelijktijdige druk op de toets "TIJD" en de toets "TEMPERATUUR" dient voor de instelling van de klok.
3.3 Beschrijving van de werkingsmodi
- Modus "UIT": toets "ENTER" brandt (na 15 minuten in de modus "STAND-BY").
- Modus "STAND-BY": toets "ENTER" brandt en de klok wordt getoond (Afb.1 Display 3).
- Modus "HOOFDMENU": toets "ENTER" brandt, de klok wordt getoond (Afb.1 Display 3), alsook de functies (WASSEN - RECEPTEN - KERNSONDE - UITSTEL - RECEPTEN OPSLAAN - RECEP - TEN IMPORTEREN - UPDATE FW - Afb.1 - Display 1).

De instructies van deze handleiding zijn bedoeld voor de oven in de "STAND-BY"-modus en met de door de fabrikant ingestelde parameters, indien niet anders vermeld
In de modus "selectie van de functie" of "selectie van de parameter" zal de oven, na 5 seconden inactiviteit, de getoonde functie of waarde opslaan (Afb.1 Display 2 - 3 - 4).
De verschillende kookprocessen kunnen door de gebruiker op twee manieren worden beheerd:
- Handmatige MODUS: de operator stelt de bewerkingsparameters elke keer in.
- Automatische MODUS: de operator stelt de werking in door middel van de selectie van een kookprogramma (zie 7.1. Rubriek Recepten).
Het "Programma" en/of "Recept" voor het koken kan worden opgeroepen en indien nodig worden her-haald. De apparatuur kan tot 60 programma's opslaan; de duur van elk programma mag de 9 uur van aaneengesloten bewerking niet overschrijden. In het "Programma" zijn er 5 kookfases mogelijk. De "Kookfase", weergegeven met de melding "FASE" (Afb.1 Display 2) toont de kenmerken van het kook-proces waarmee het voedsel wordt bewerkt.
Bij het gebruik van een "recept" met meerdere bewerkingsfasen, beeindigt het apparaat de kookcyclus aan het einde van de laatste opgeslagen fase (zie 7.1. Rubriek Recepten).
Wanneer het apparaat in de HANDMATIGE modus wordt gebruikt moet de operator telkens alle gewenste bewerkingsparameters instellen (zie 6. Koken).
Wanneer het apparaat in de modus KERNSONDE gebruikt wordt, wordt tijdens het handmatige kookproces en/of fase van het recept altijd de HOOFD-kernsonde geactiveerd (intern, indien beide aanwezig, of de bijgeleverde sonde).
3.4 Instelling taal software
De oven is ingesteld in de Italiaanse taal. Bij de eerste inwerkingstelling verschijnt:
Bijvoorbeeld: Display 1 toont "LINGUA"
Display 2 toont "P 01"
Druk voor het instellen van de gewenste taal op de toets "TIJD" (Afb 2/E - Display 4) en kies door middel van de toetsen "MINDER" en "MEER" (Afb.2/B) de gewenste taal. Druk op de toets "TIJD" (Afb.2/E) om de keuze te bevestigen.
Druk gedurende 3 seconden tweemaal op de toets "ENTER" (Afb.2/A) om op te slaan en de functie af te sluiten.

In geval van onderbreking van de elektrische voeding stroomopwaarts van de apparatuur gedurende een periode langer dan 100 uur, moet de taal van de software opnieuw worden ingesteld.

text_image
Display 1 Display 2 Display 3 Display 4 E B AFig.2
3.5 Beschrijving van de stopmethodes
De lijst van verschillende stopmethods wordt als volgt beschreven:

In geval van dreigend gevaar moet de apparatuur van alle voedingsbronnen worden afgesloten (Elektriciteit-Water-Gas).
1. Noodstop
In situaties of omstandigheden die gevaarlijk kunnen zijn moet de elektriciteitsvoorziening stroomopwaarts van de apparatuur met de specifieke veiligheidsvoorzieningen onderbroken worden.
Herstart:
Raadpleeg, voor het opnieuw starten van de productiecyclus, de geautori-seerde technische servicedienst.
2. Stop tijdens een bewerkingsfase
Ga als volgt te werk om de werking tijdens een productiecyclus te stoppen: Druk op "ENTER" (Afb.2/A) om de werkzaamheden te stoppen,
Druk in de modus "UITSTEL" of "WASSEN" gedurende 3 seconden op de toets "ENTER" (Afb.2/A).
Herstart:
Voor het opnieuw starten van de productiecyclus na een stopzetting, volg de procedure zoals weergegeven in: "Dagelijkse inwerkingstelling".
3. Stop voor de opening van de deur tijdens de functionering
Het is mogelijk om de functionering van de apparatuur onmiddellijk te stoppen door de deur te openen.
Herstart:
Na het oplossen van de omstandigheden die de opening van de deur noodzakelijk maakten, kan de bevoegde operator de functionering van de apparatuur opnieuw starten met het sluiten van de deur.

Het apparaat heeft hete oppervlakken: de deur, het glas en de voorkant. Wanneer de oven heet is moet de deur voorzichtig geopend worden; ga naast het apparaat staan om directe warmtebronnen te vermijden: het verzamelde stoom kan brandwonden veroorzaken.
4.1 Eerste inwerkingstelling

De apparatuur moet bij de eerste inwerkingstelling en na een langdurige inactiviteit zorgvuldig gereinigd worden om elk spoor van restmaterialen te verwijderen (zie par. Normaal Onderhoud).




Reiniging voor de eerste inwerkingstelling
Bij de reiniging van de apparatuur geen directe waterstraal of hogedrukspuit gebruiken. De beschermende kleeffolie handmatig van de buitenkant verwijderen en alle externe delen van de apparatuur zorgvuldig reinigen. Na het voltooien van de beschreven reinigingswerkzaamheden van de externe delen, moet men verder gaan zoals beschreven in "Dagelijkse Reiniging" (zie "9. Normaal Onderhoud").
4.2 Dagelijkse inbedrijfstelling
Procedure:
- Controleer de staat van reiniging en hygiène van de apparatuur.
- Controleer de juiste werking van het afzuigsysteem van de ruimte.
- Indien nodig de stekker van de apparatuur in het betreffende stopcontact steken.
- De netwerkafsluitingen stroomopwaarts van de apparatuur openen (Gas - Water - Elektriciteit).
- Controleer dat de waterafvoer (indien aanwezig) vrij is van verstoppingen.
- Ga verder met de stappen beschreven onder "Start van de productie".
4.3 Dagelijkse en langdurige buitenwerkingstelling
Procedure:
- De netwerkafsluitingen stroomopwaarts van de apparatuur sluiten (Gas - Water - Elektriciteit).
- Controleren of de afvoerkranen (indien aanwezig) in de gesloten positie staan.
- Controleer de staat van reiniging en hygiène van de apparatuur (zie Periodiek Onderhoud).

In geval van langdurige inactiviteit moeten de meest aan oxidatie blootgestelde delen beschermd worden zoals beschreven in het betreffende hoofdstuk (zie Normaal Onderhoud).
4.4 Start van de productie

Alvorens verder te gaan zie "Dagelijkse inwerkingstelling".

Bij het laden en lossen van het product bestaat het resterende risico van brandwonden, dit als gevolg van het per ongeluk in contact komen met: het ovenoppervlak, schalen of bewerkt materiaal.

Gebruik geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen. Draag een beschermende uitrusting, geschikt voor de te verrichten werkzaamheden.

GASBRANDER Aan / °C knippert - GASBRANDER Uit / °C brandt vast (Afb 1/E - Display 3)
4.5 Inschakeling/Uitschakeling
Druk op de toets "ENTER" (Afb.1/A) om over te gaan tot de handmatige kookprocessen (zie 6.1) of druk op de toets "MENU" (Afb.1/B) om het hoofdmenu te openen (Afb.1/B). Door middel van de toetsen "MINDER" e "MEER" de gewenste functie selecteren (Afb.1/C). Druk op de toets "ENTER" om te bevestigen.

In de modus selectie van de functie en/of parameter zal de oven na 5 seconden inactiviteit de getoonde waarde opslaan (Display 2 - 3 - 4)
Voor de uitschakeling:
- Druk in de modus hoofdmenu op de toetsen "MINDER" of "MEER"
(Afb.1/C) tot aan de functie "OFF" (Display 1). Druk op de toets "ENTER" (Afb.1/A) om te bevestigen.
- Druk in de modus functies op de toets "ENTER" om de werking te stoppen, druk op de toets "MENU" (Afb.1/B) en vervolgens op de toets "MINDER" (Afb.1/C) voor de weergave van de functie "OFF" (Display 1). Druk op de toets "ENTER" (Afb.1/A - zie 3.3 Beschrijving van de werkingsmodi).

text_image
D Schermo 1 Schermo 2 180° E Schermo 4 - + C B AFig.1

Alvorens verder te gaan, aandachtig het hoofdstuk 3 "Operationele functies" lezen.
5.1 DATUM/KLOK
Druk voor het instellen van de datum en de tijd gedurende 3 seconden op de toetsen "TIJD" en "TEMPERATUUR" (Afb.1/D en 1/E).
Voorbeeld: Display 1 toont "JAAR". Display 1 toont "2019".
Met de toetsen "MINDER" en "MEER" (Afb.1/B) het huidige jaar selecteren en druk op de toets "ENTER" (Afb.1/A) om te bevestigen.

Herhaal deze laatste handeling om "MAAND", "DAG", "UUR" en "MINUTEN" in te stellen
5.2 INSTELLING TEMPERATUUR
Druk op de toets "ENTER" (Afb 1/A). Selecteer een kookmodus (Afb. 1/C). Druk op de toets "TEMPERATUUR" (Afb.1/D - Display 3) en stel met de toetsen "MINDER", "MEER" of "SCROLL" (Afb.1/B) de temperatuur tussen 40^ e 250^ in.

In de modus STOOM ligt de temperatuur tussen 40° en 100°

Druk voor de weergave van de ingestelde temperatuur op de toets "TEMPERATUUR" (Afb.1/D).
Druk op de toets "TEMPERATUUR" om te bevestigen (Afb.1/D).

text_image
C Display 1 Display 2 Display 3 Display 4 D E - + B H G AFig.1
Druk om de functie af te sluiten en terug te keren naar het hoofdmenu op de toets "MENU" (Afb.1/H).
5.3 TIJD INSTELLEN
Druk op de toets "ENTER" (Afb.1/A). Selecteer een kookmodus (Afb.1/C).
Druk op de toets "TIJD" (Afb.1/E - Display 4) en met de toetsen "MINDER", "MEER" of "SCROLL" (Afb.1/B) de tijd instellen tussen oneindig, 1 minuut en 09:00 uren/minuten. De ingestelde kooktijd wordt weergegeven op het Display 4.
Druk op de toets "TIJD" om te bevestigen (Afb.1/E).

HET is verplicht de tijd in te stellen alvorens de oven te starten.
In de tijdmodus "oneindig" zal de weergegeven tijd toenemen, in de tijdmodus "ingesteld" zal de weergegeven tijd afnemen (Afb.1/E - Display 4).

Druk voor de weergave van de ingestelde tijd op de toets "TIJD" (Afb.1/E).
Druk om de functie af te sluiten en terug te keren naar het hoofdmenu op de toets "MENU" (Afb.1/H).
Druk op de toets "ENTER" (Afb.1/A). Selecteer de kookmodus "COMBI" (Afb.1/C). Druk op de toets "ONTLUCHTING" (Afb.1/G) en met de toetsen "MINDER" en "MEER" (Afb.1/B) het percentage vochtigheid tussen 0% en 100% instellen (Afb.1/E). Druk op de toets "ONTLUCHTING" om te bevestigen (Afb.1/G).
5.5 INSTELLING VAN HET ONTLUCHTINGSVENTIEL (alleen CONVECTIE)
Druk op de toets "ENTER" (Afb.1/A). Druk op de toets "ONTLUCHTING" (Afb.1/G - knipperende led/ONTLUCHTING OPEN, vast brandende led/ONTLUCHTING GESLOTEN) om het ontluchtingsventiel van de oven te openen of te sluiten.

De selectie van de modus "ONTLUCHTING OPEN" bemogelijkt de afvoer van de vochtigheid uit het ovencompartiment, de selectie van de modus "ONTLUCHTING GESLOTEN" behoud de vochtigheid in het ovencompartiment.

Bij het instellen van de functies "COMBI" of "STOOM" wordt de instelling van het "open/gesloten" ventiel automatisch beheerd.
5.6 INSTELLING SNELHEID VAN DE VENTILATOR
Druk op de toets "ENTER" (Afb.1/A). Selecteer een kookmodus (Afb.2/C). Druk op de toets "VENTILATOR" (Afb.2/F) en kies met de toetsen "MIN - DER" en "MEER" een waarde tussen 1 en 6. Druk op de toets "VENTILATOR" om te bevestigen.

HET is mogelijk de functie "RIJZEN" te activeren (zie Parameters modus "CONVECTIE"). In dit specifieke geval kan de ventilator worden ingesteld op "NUL"
5.7 INSTELLING VOORVERWARMING
Druk op de toets "ENTER" (Afb.1/A). Selecteer een kookmodus (Afb.2/C). Stel de temperatuur in (zie 5.2 Instelling temperatuur). Stel de tijd in (zie 5.3 Tijd instellen). Druk gedurende 3 seconden op de geselecteerde kookmodus (Afb.2/C) en druk vervolgens op de toets "ENTER" (Afb.2/A) om de functie te starten.

Fase "VOORVERWARMING" (Afb. 2 - Display 2): 20°C boven de ingestelde temperatuur voor de functies "CONVECTIE" en "COMBI", 10°C boven de ingestelde temperatuur voor de functie "STOOM"
Na het voltooien van de voorverwarming verschijnt de melding "LADEN" (Afb. 2 - Display 2): Open de deur en plaats het product. Daarna de oven -deur sluiten. De ingestelde functie start.
Druk gedurende 3 seconden op de toets "ENTER" (Afb.2/A) om de voor -verwarming te stoppen en op de toets "MENU" (Afb.2/H) om terug te keren naar het hoofdmenu.

text_image
C Display 1 Display 2 Display 3 Display 4 D E B H F G AFig.2
5.8 INSTELLING SNELLE KOELING
Druk, om de temperatuur van het ovencompartiment snel te koelen, op de toets "ENTER" (Afb.2/A) en druk vervolgens op de actieve kookmodus (Afb. 2/C). Druk op de toets "TEMPERATUUR" en stel met de toetsen "MINDER", "MEER" of "SCROLL" (Afb.2/B) de gewenste temperatuur in tot een minimum van 40°.
Druk op de toets "ENTER" om te bevestigen.
Voorbeeld: Display 1 toont "KOELING"
Na het voltooien van de koeling verschijnt op het Display 2 de melding "END". Druk op de toets "MENU" (Afb.2/H) om terug te gaan naar het hoofdmenu.
5.9 INSTELLING VAN DE GEPROGRAMMEERDE START (UITSTEL)

Voor het gebruik van deze functie moet de klok worden ingesteld (zie 5.1. DATUM/KLOK)
Druk op de toets "ENTER" (Afb.2/A) en de toets "MENU" (Afb.2/H) om het hoofdmenu te openen. Selecteer de gewenste functie door middel van de toetsen "MINDER en "MEER" (Afb.2/B). Druk op de toets "ENTER" en selecteer met de toetsen "MINDER" en "MEER" de functie "RECEPT" of "WASSEN". Druk op de toets "ENTER" om te bevestigen (Afb.2/A).
Druk op de toets "TIJD" (Afb.2/E), met de toetsen "MINDER", "MEER" of "SCROLL" (Afb.2/B) de begintijd van het programma selecteren. Druk op de toets "TIJD" (Afb.2/E) om te bevestigen. Druk op de toets "ENTER" (Afb.2/A) en kies het recept of het wasprogramma met de toetsen "MINDER" en "MEER" (Afb.2/B). Druk op de toets "ENTER" (Afb.2/A) om te bevestigen.

De uitsteltijd knippert (Afb. 2 - Display 4):

Voor de functie "RECEPT" is er geen voorverwarming
Bij het bereiken van de ingestelde tijd zal de geselecteerde functie starten en begint de tijd te verminderen.
Druk op de toets "MENU" (Afb.2/H) om de geprogrammeerde functie te annuleren en terug te keren naar het hoofdmenu (Afb.2/A).

Alvorens verder te gaan, aandachtig het hoofdstuk 3 "Operationele functies" lezen.
6.1 CONVECTIE (RIJZEN) - STOOM - COMBI
CONVECTIE: Kookproces zonder ventilatie (statisch) en met ventilatie. Standaardfunctie.
STOOM: delicaat koken, ontdooien en verwarmen van producten.
COMBI: gemend proces, convectie en vochtigheid.
Druk op de toets "ENTER" (Afb.1/A) om het gewenste kookproces te selec teren (Afb.1/C - Display 1).
Stel de temperatuur in (zie 5.2 Instelling temperatuur).
Stel de tijd in (zie 5.3 Tijd instellen).

Bij het koken zonder ingestelde tijd moet de oven handmatig door de operator worden stopgezet

Alleen in de modus "CONVECTIE" is het mogelijk het "Onluchtingsventiel" in te stellen (zie 5.5 Instelling ontluchtingsventiel)
De snelheid van de ventilator instellen (zie 5.6 Instelling snelheid ventilator)

Druk gedurende 3 seconden op de toets "TIJD" (Afb.1/E) voor het instellen van de functie kernsonde (zie 3.1 en 6.2 / A - punt 4).
Druk op de toets "ENTER" (Afb.1/A) om het kookproces te starten.
Op het Display 4 begint de tijd af te nemen (modus ingestelde tijd) of toe te nemen (modus oneindige tijd).

text_image
C Display 1 Display 2 Display 3 Display 4 D E B G F AFig.1

Tijdens de functie "KOKEN" is het mogelijk van een modus naar een andere over te gaan (CONVECTIE, STOOM, COMBI) en alle parameters (tijd, temperatuur, ventilator, ontluchting - zie hoofdstuk 5) te wijzigen

Voor het starten van de functie "VOORVERWARMING" zie 5.7
Druk op de toets "MENU" (Afb.1/G) om de functie te onderbreken en terug te gaan naar het hoofdmenu.
RIJZEN
Deze functie is geschikt voor het bakken van brood en gebak.

Alleen in de modus "CONVECTIE" is het mogelijk de functie "RIJZEN" in te stellen
Druk op de toets "ENTER" en de toets "VENTILATOR" (Afb.1/F) en kies met de toets "MINDER" de parameter "NUL" (Afb.1/B - Display 2).
Druk op de toets "VENTILATOR" om te bevestigen.
Druk op de toets "TEMPERATUUR" (Afb.1/D) en stel met de toetsen "MINDER", "MEER" of "SCROLL" de temperatuur tussen 25° en 40° in.
Druk op de toets "TEMPERATUUR" om te bevestigen.
Druk op de toets "TIJD" (Afb.1/E - Display 4) en met de toetsen "MINDER", "MEER" of "SCROLL" (Afb.1/B) de tijd instellen tussen oneindig, 1 minuut en 09:00 uren/minuten.
Druk op de toets "ENTER" om de functie te bevestigen.
6.2 KERNSONDE en DELTA T
De sonde detecteert de interne temperatuur van een product tijdens het kookproces.
De kooktijd is niet instelbaar of berekenbaar tijdens het gebruik van de sonde. De kookcyclus van de oven beëindigt wanneer de temperatuur van het product de voor de sonde ingestelde temperatuur bereikt.
Er zijn drie manieren om de oventemperatuur te beheren tijdens het gebruik van de modus kernsonde:

- Het gepunte uiteinde van de sonde in het product plaatsen (dat zich op de bakplaat in het ovencompartiment bevindt) tot de punt zich ongeveer in de kern van het product bevindt.
- Sluit de ovendeur, druk op de toets "ENTER" (Afb.1/A) en op de toets "MENU" (Afb.1/F). Selecteer de functie "KERNSONDE" door middel van de toetsen "MINDER en "MEER" (Afb.1/B). Druk op de toets "ENTER" om te bevestigen.
- Selecteer de functie "KERNSONDE" door middel van de toetsen "MIN - DER en "MEER" (Afb.1/F).
- Selecteer de kookmodus (Afb.1/C), de temperatuur (Afb.1/D), de temperatuur van de sonde (Afb.1/E) en de gewenste parameters (zie hoofdstuk 5).
Druk op de toets "ENTER" (Afb.1/A) om het kookproces te starten.

ER kan een temperatuur van de kernsonde tot 99° C worden ingesteld.
Voorbeeld: Display 1 toont "CONV. - KERNSONDE" Display 4 toont "I 90"
Druk om de functie af te sluiten en terug te keren naar het hoofdmenu op de toets "MENU" (Afb.1/F).

text_image
C Display 1 Display 2 Display 3 Display 4 D E - + B F AFig.1
B - DELTA T

DE functie delta T kan alleen met de interne kernsonde worden ingesteld
Herhaal de hierboven onder punten 1 en 2 beschreven procedure.
- Selecteer de functie "DELTA T" door middel van de toetsen "MINDER en "MEER" (Afb.1/F).
Druk op de knop "TEMPERATUUR" (Afb.1/D) en stel het constante temperatuurverschil tussen oven-compartiment en kernsonde in tussen 20° en 120°.
Druk op de toets "TEMPERATUUR" om te bevestigen. Selecteer de gewenste parameters (zie hoofdstuk 5).
Druk op de toets "TIJD" (Afb.1/E) e stel met de toetsen "MINDER" en "MEER" (Afb.1/B) de temperatuur van kernsonde in. Druk op de toets "TIJD" om te bevestigen.
Druk op de toets "ENTER" (Afb.1/A) om het kookproces te starten.
Voorbeeld: Display 1 toont "CONV. - DELTA T"
Display 3 toont "60".
Druk om de functie af te sluiten en terug te keren naar het hoofdmenu op de toets "MENU" (Afb.1/F).

HET IS in alle kookmodi en/of receptfasen mogelijk de functie kernsonde in te stellen
C - DUBBELE KERNSONDE (SINGLEPOINT, MULTIPOINT, VACUÜM)
HET IS mogelijk om twee soorten producten in één enkele kookcyclus te bereiden.
Ga als volgt te werk:
- Plaats de externe kernsonde in de specifieke behuizing onder het dashboard van de oven.
- Plaats het gepunte uiteinde van de externe kernsonde in het product (dat zich op de bakplaat in het ovencompartiment bevindt) tot de punt zich ongeveer in de kern van het product bevindt.
- Plaats het gepunte uiteinde van de interne kernsonde in het product (dat zich op de bakplaat in het ovencompartiment bevindt) tot de punt zich ongeveer in de kern van het product bevindt.
- Sluit de ovendeur en let op de externe kernsonde niet los te koppelen. Druk op de toets "ENTER" (Afb.1/A) en op de toets "MENU" (Afb.1/F) om het hoofdmenu te openen.
Selecteer de functie "DUBBELE KERNSONDE" door middel van de toet - sen "MINDER en "MEER" (Afb.1/B). Druk op de toets "ENTER" (Afb.1/A) om te bevestigen.
- Stel de kookmodus (Afb.1/C), de temperatuur van de sonde (Afb.1/E) en de gewenste parameters voor de interne kernsonde in (zie hoofdstuk 5).
Voorbeeld: Display 3 toont "INT"
Display 4 toont "70".
- Druk op de toets "TIJD" (afb.1/E) en stel de kookmodus (Afb.1/C), de temperatuur van de sonde (Afb.1/E) en de gewenste parameters voor de externe kernsonde in (zie hoofdstuk 5).
Voorbeeld: Display 3 toont "EST"
Display 4 toont "65".

HET IS mogelijk een kerntemperatuur tot 99°C in te stellen
- Druk op de toets "TIJD" (Afb.1/E) en de toets "TEMPERATUUR (Afb.1/D) om de temperatuur van het ovencompartiment in te stellen. Druk op de toets "TEMPERATUUR" om te bevestigen.
Druk op de toets "ENTER" (Afb.1/A) om de functie te starten.
-
Druk om de functie af te sluiten op de toets "MENU" (Afb.1/F).
-
Druk voor het veranderen van de temperaturen van de sondes op de toets "TEMP" en herhaal de handelingen van de punten 5 en 6.
Druk om de temperatuur van het ovencompartiment te wijzigen op de toets "TEMPERATUUR" en herhaal de handelingen vanaf punt 7.
Bij het bereiken van de laagste ingestelde temperatuur begint de melding "END" te knipperen (Afb. 1 Display 4).
Bij het bereiken van de hoogste temperatuur begint de melding "END" te knipperen (Afb. 1 Display 4) en verschijnt het bericht "HANDHAVING".
De oven behoudt de laagste ingestelde temperatuur (Afb. 1 Display 2).
Druk om de functie af te sluiten en terug te keren naar het hoofdmenu op de toets "MENU" (Afb.1/F).



text_image
C Display 1 Display 2 Display 3 Display 4 D E - + B F AFig.1

Alvorens verder te gaan, aandachtig het hoofdstuk 3 "Operationele functies" lezen.
7.1 RUBRIEK RECEPTEN
RECEPTEN opslaan
Druk op de toets "ENTER" om het hoofdmenu (Afb.1/A) te openen. Druk op de toets "MENU" (Afb.1/H). Selecteer met de toetsen "MINDER" en "MEER" (Afb.1/B) de functie "RECEPTEN" en druk op de toets "ENTER" om te bevestigen.
Voorbeeld: Display 1 toont "MENU1"
Display 2 toont "NEW"
Druk op de toets "ENTER" en op de gewenste kookmodus: CONVECTIE, STOOM, COMBI, RIJZEN (Afb.1/C).
Stel de temperatuur in (zie 5.2 Instelling temperatuur).
Stel de tijd in (zie 5.3 Tijd instellen).

HET IS verplicht de tijd in te stellen (niet oneindig) om naar de volgende fase over te gaan
Druk op de toets "MEER" (Afb.1/I) en herhaal de stappen om de andere fasen op te slaan.

Druk gedurende 3 seconden op de toets "TIJD" (Afb.1/E) om de functie kernsonde in te stellen (zie 3.1 en 6.2 / A - punt 4).

Fase "DEUR": druk gelijktijdig op de toetsen "MINDER" en "MEER" (Afb.1/L+I). Deze fase waarschuwt de operator dat de deur geopend moet worden om wijzigingen aan het bewerkte product aan te brengen (bijv. ingrediënten toevoegen)

HET IS mogelijk om tot 60 recepten en 5 fasen/recept op te slaan.

text_image
C Display 1 Display 2 Display 3 Display 4 D E L - + I B H AFig.1
Druk 3 seconden op de toets "ENTER" (Afb.1/A) om de naam van het recept op te slaan.
Voorbeeld: Display 1 toont “-”
Display 2 toont “-_-”
Door middel van de toetsen "MINDER", "MEER" of "SCROLL" (Afb.1/B) de eerste letter van het recept kiezen. Druk op de toets "ENTER" om de letter te bevestigen, indien een verkeerde letter gekozen is, druk dan op de toets "MENU" (Afb.1/H). Schrijf de naam van het recept.
Druk 3 seconden op de toets "ENTER" om de naam van het recept op te slaan (Afb.1/A). Een drievoudig geluidssignaal bevestigt de opslag.
Voorbeeld: Display 1 toont "MENU1"
Display 2 toont "KIP"
Druk op de toets "MENU" om terug te gaan naar het hoofdmenu.
RECEPT wijzigen
HET is mogelijk de functies (CONVECTIE, STOOM, COMBI, RIJZEN), de parameters (tijd, temperatuur, ventilator, ontluchting) en de fasen van een recept te wijzigen (zie RECEPT opslaan).
Druk na het voltooien van de handelingen op de toets "ENTER" (Afb.1/A).
Druk gedurende 3 seconden op de toets "ENTER" om de wijzigingen te bevestigen en vervolgens nogmaals gedu - rende 3 seconden op de toets "ENTER" om het gewijzigde recept op te slaan. Druk op de toets "MENU" (Afb.1/H) om af te sluiten.
FASE WISSEN
Druk op de toets "ENTER" om het hoofdmenu (Afb.1/A) te openen. Druk op de toets "MENU" (Afb.1/H). Selecteer met de toetsen "MINDER" en "MEER" (Afb.1/B) de functie "RECEPTEN" en druk op de toets "ENTER" om te bevestigen. Door middel van de toetsen "MINDER" en "MEER" het te wijzigen recept selecteren en drukken op de toets "ENTER" om het recept te kiezen. Selecteer de te wissen fase door middel van de toetsen "MINDER en "MEER" (Afb.1/B).
Druk op de toets "TIJD" en stel de tijd in op nul door middel van de toets "MINDER" (Afb.1/L).
Voorbeeld: Display 4 toont "0.00"
Druk gedurende 3 seconden op de toets "ENTER" om de wijziging te bevestigen en vervolgens nogmaals gedurende 3 seconden op de toets "ENTER" om het wissen op te slaan. Druk op de toets "MENU" (Afb.1/H) om af te sluiten.
DEZE HANDLEIDING IS HET EIGENDOM VAN DE FABRIKANT EN ELKE, OOK GEDEELTELIJKE, REPRODUCTIE IS VERBODEN
Start RECEPT
Druk op de toets "ENTER" (Afb.2/A) en op de toets "MENU" (Afb.2/C). Selecteer door middel van de toetsen "MINDER" en "MEER"(Afb.2/B) de functie "RECEPTEN". Druk op de toets "ENTER" (Afb.2/A) en selecteer door middel van de toetsen "MINDER", "MEER" of "SCROLL" (Afb.2/B) het te wissen recept.
Druk op de toets "ENTER" om de voorverwarming te starten (zie 5.7 Instelling Voorverwarming).

Druk op de toets "MENU" (Afb.2/C) om het recept te onderbreken en terug te keren naar het hoofdmenu.
RECEPT wissen
Druk op de toets "ENTER" (Afb.2/A) en op de toets "MENU". Selecteer door middel van de toetsen "MINDER", "MEER" of "SCROLL" de functie "RECEPTEN" (Afb.2/B). Druk op de toets "ENTER".
Selecteer het te wissen recept door middel van de toetsen "MINDER", "MEER" of "SCROLL". Druk 3 seconden op de toets "MEER".
Druk op de toets "ENTER" om te bevestigen (Fig 2/A).
Druk op de toets "MENU" om de functie af te sluiten en terug te keren naar het hoofdmenu.
7.2 USB-UNIT
RECEPTEN laden
Ga als volgt te werk om de recepten van de USB-unit in de oven op te slaan: In de "STAND BY"-modus drukken op de toets "ENTER" (Afb.2/A) en op de
toets "MENU" (Afb.2/C). Door middel van de toetsen "MINDER" en "MEER" (Afb.2/B) de functie "RECEPTEN IMPORTEREN" weergeven (Display 2). Open het deurtje onder het dashboard van de oven en plaats de USB-unit. Druk op de toets "ENTER" om te bevestigen (Afb.2/A).

text_image
Display 1 Display 2 Display 3 Display 4 B C AFig.2
Voorbeeld: Display 1 toont "USB"
Display 2 toont "READ"
Display 4 de voortgang van de geladen recepten
(P 1, P 2, P 3 enz)
Voorbeeld: Display 1 toont "USB"
Display 2 toont "FINISH"
Verwijder de USB-unit. Sluit het deurtje.
Druk op de toets "MENU" (Afb.2/C) om terug te gaan naar het hoofdmenu.
RECEPTEN downloaden
Ga als volgt te werk om de recepten van de oven op de USB-unit op te slaan:
In de "STAND-BY"-modus drukken op de toets "ENTER" (Afb.2/A) en op de toets "MENU" (Afb.2/C). Door middel van de toetsen "MINDER" en "MEER" (Afb.2/B) de functie "RECEPTEN OPSLAAN" weer-geven (Display 2). Open het deurtje onder het dashboard van de oven en plaats de USB-unit.
Druk op de toets "ENTER" om te bevestigen (Afb.2/A).
Voorbeeld: Display 1 toont "USB"
Display 4 de voortgang van de opgeslagen recepten
(P 1, P 2, P 3 enz)
Wacht tot het opslaan van de recepten voltooid is.
Voorbeeld: Display 1 toont "USB"
Display 2 toont "FINISH"
Verwijder de USB-unit. Sluit het deurtje.
Druk op de toets "MENU" (Afb.2/C) om terug te gaan naar het hoofdmenu.

Bij het laden en lossen van het product bestaat het resterende risico van brandwonden, dit als gevolg van het per ongeluk in contact komen met: het ovenoppervlak, de schalen of het be - werkte materiaal.

Telkens wanneer toegang tot de zone "Ovencompartiment" nodig is, is het belangrijk er aan te denken dat er gevaar op brandwonden be - staat. Het is dus verplicht om geschikte individuele beschermende maatregelen toe te passen. Draag een beschermende uitrusting, ge - schikt voor de te verrichten werkzaamheden

Draag de juiste persoonlijke beschermende kleding alvorens reinigingswerkzaamheden uit te voeren (masker, handschoenen, bril)

Sta bij het openen van de deur aan de zijkant van het apparaat om contact met directe warmtebronnen te vermijden.

Opening deur: pak de handgreep vast, draai deze naar rechts of links en trek om het veermechanisme vrij te maken. Sluiting deur: pak de handgreep vast en druk de deur tot het blokkeren van het veermechanisme.

Zie hoofdstuk "5. Bedrijfsparameters" alvorens het product
IN DE OVEN TE LADEN
Laad het te bewerken product op de bakplaat (bakplaten) en plaats deze in de vooraf in de oven gemonteerde plaatsteunen. (Afb. 1)
Start de procedure voor de dagelijkse inwerkingstelling (zie 4. Inwerkingstelling) of voor de programmering (zie 7. Programmering).
HET PRODUCT UITLADEN
Open de ovendeur en verwijder de bakplaten uit de plaatsteunen; gebruik hierbij de geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen.

Na het voltooien van de bewerking, indien nodig, de onderhoudsprocedure starten (zie 9. Periodiek Onderhoud).
9.1 REINIGING VAN DE APPARATUUR
Algemene waarschuwingen
De apparatuur wordt gebruikt voor de voorbereiding van levensmiddelen, het is derhalve noodzakelijk bijzondere aandacht te besteden aan alles was betrekking heeft op de hygiène: de apparatuur en de omringende omgeving moeten constant schoon worden gehouden.
De apparatuur moet regelmatig gereinigd worden en iedere aanslag en/of afzetting van voedsel moet verwijderd worden
De reiniging van de apparatuur moet worden uitgevoerd wanneer het ovencompartiment leeg is
In geval van langdurige inactiviteit moeten alle voedingsbronnen losgekoppeld worden; bovendien is het noodzakelijk een grondige reiniging van alle interne en externe onder -delen van de apparatuur te verrichten.
Telkens wanneer toegang tot de zone "Ovencompartiment" nodig is, is het belangrijk er aan te denken dat er gevaar op brandwonden bestaat. Het is dus verplicht om geschikte individuele beschermende maatregelen toe te passen. Draag een beschermende uitrus - ting, geschikt voor de te verrichten werkzaamheden
Draag de juiste persoonlijke beschermende kleding alvorens reinigingswerkzaamheden uit te voeren (masker, handschoenen, bril)
Sta bij het openen van de deur aan de zijkant van het apparaat om contact met directe warmtebronnen te vermijden.
Het chemische effect van zout en/of azijn of andere zure stoffen, kan tijdens het koken op lange termijn leiden tot corrosie van de binnenkant van het ovencompartiment. Derhalve moet de apparatuur aan het einde van de bewerking van deze stoffen grondig gewassen worden met reinigingsmiddel en zorgvuldig gespoeld worden
Het vloeibare reinigingsmiddel voor de reiniging van het compartiment moet bepaalde chemische kenmerken hebben:
- pH hoger dan 12
- vrij van chloride/ammoniak en met een aan water gelijke viscositeit en dichtheid
Lees zorgvuldig de instructies op het etiket van de reinigingsmiddelen. Draag een beschermende uitrusting, geschikt voor de te verrichten werkzaamheden. (Zie beveiligingsmiddelen vermeld op het etiket van de verpakking)
Gebruik niet-agressieve producten voor de externe reiniging van de apparatuur (gebruik reinigingsmiddelen die geschikt zijn voor het schoonmaken van staal en glas)
Let goed op om de roestvrijstalen oppervlakken niet te beschadigen; vermijd in het bijzonder het gebruik van bijtende producten en gebruik geen schurend materiaal of scherp gereedschap
De oppervlakken met drinkwater schoonspoelen en drogen met een absorberende doek of ander niet-schurend materiaal.
Bij de reiniging van de apparatuur geen directe waterstraal of hogedrukspuit gebruiken.
Na het voltooien van de reinigingsprocedure is het noodzakelijk de afdichtingen van de deur te wassen met water en neutrale zeep en ze zorgvuldig te drogen. Vervolgens een laagje talkpoeder over het gehele oppervlak van de afdichting aanbrengen. De werkzaam - heden voor het goede behoud van de afdichtingen moeten wekelijks worden uitgevoerd
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mag niet door kinderen worden gedaan zonder toezicht.
Wacht tot de temperatuur van het apparaat en alle onderdelen is afgekoeld, zodat de gebruiker niet wordt verbrand
Overzichtstabel: taken - handeling - frequentie

Persoon die gemachtigd en gelastigd wordt met de bediening van de apparatuur met actieve veiligheidsvoorzieningen, in staat om eenvoudige taken uit te voeren.

"Homogene" Operator
Ervaren operator, bevoegd voor de hantering, transport, installatie, onderhoud, reparatie, en ontmanteling van de apparatuur.
| TYPE HANDELING FREQUENTIE VAN DE | WERKZAAMHEDEN | |
![]() | Reiniging voor de eerste inwerkingstellingReiniging van het ovencompartimentReiniging filterControle van het niveau vloeibaar reinigingsmiddelReiniging van de opvangbak condensReiniging van het interne en externe glasControle en reiniging afdichting deur | Bij ontvangst, na de installatieAan het einde van de dagelijkse productieIndien nodigElke 2/3 dagen (indien nodig)Aan het einde van de dagelijkse productieIndien nodigAan het einde van de wekelijkse productie |
![]() | Controle en reiniging afvoeren | Elke 30 dagen met zeer hard water zonder wateront-harder |
9.2 REINIGING EERSTE INWERKINGSTELLING

De apparatuur wordt bij het verlaten van de fabriek behandeld met speciale materialen om de meest blootgestelde onderdelen te beschermen.

De apparatuur moet bij de eerste inwerkingstelling grondig gereinigd worden om alle resten van vreemd materiaal aan de binnen- en buitenkant van het compartiment te verwijderen.
De beschermende kleeffolie handmatig van de buitenkant verwijderen en alle externe delen van de apparatuur zorgvuldig reinigen.

Gebruik geen schurende gereedschappen en gebruik geen bijtende reinigingsmiddelen (zie 9.1 algemene instructies)
Ga, na het verrichten van de beschreven handelingen voor de externe reiniging verder met de reiniging van de binnenkant van de oven.
Het ovencompartiment kan, afhankelijk van het model, handmatig of automatisch worden gereinigd, indien de apparatuur met deze functie is uitgerust.

Voor de modellen met de functie wassen moet het filter verbonden worden met de opvangleiding van het reinigingsmiddel in het betreffende recipiënt (Afb. 1/A).

De reiniging van de apparatuur moet worden uitgevoerd wanneer het ovencompartiment leeg is.
Open de deur en verwijder de platen (indien aanwezig) vanuit de plaatsteunen (Afb. 1).
Verwijder de plaatsteunen door ze weg te nemen van de betreffende pennen (Afb. 2/B-C-D).
Afhankelijk van het model, voor de reiniging van het oven- compartiment de instructies in acht nemen zoals vermeld in de paragrafen:
- Reiniging van het ovencompartiment met automatische wasprocedure: de oven verricht een reinigings-
cyclus met reinigingsmiddel en beëindigt de procedure met de spoeling van het compartiment. - Handmatige reiniging van het ovencompartiment: deze procedure wordt toegepast bij ovens die niet over de optie automatische wasprocedure beschikken.

Druk op de toets "ENTER" (Afb.3/A) en de toets "MENU" (Afb.3/C) om het hoofdmenu te openen. Selecteer de functie "WASH" door middel van de toetsen "MINDER en "MEER" (Afb.2/B). Druk op de toets "ENTER" (Afb.3/A) om te bevestigen.

Afhankelijk van de bevuilingsgraad wordt het aanbevolen wasprogramma weergegeven (Afb. 3 - Display 2):
SNEL: wasprogramma met korte duur, zonder reinigingsmiddel.
ALLEEN SPOELEN: gehele wascyclus, zonder reinigingsmiddel.
KORT: wasprogramma met korte duur, een cyclus met reinigingsmiddel.
MEDIUM: gehele wascyclus, twee cycli met reinigingsmiddel.
LANG: gehele wascyclus, drie cycli met reinigingsmiddel.
Voorbeeld: Display 1 toont "WASH"
Display 2 toont "KORT"
Door middel van de toetsen "MINDER" en "MEER" (Afb.3/B - Display 2) is het mogelijk de volgende wasprogramma's te kiezen: SNEL - ALLEEN SPOELEN - KORT - MEDIUM - LANG. Druk op de toets "ENTER" (Afb.3/A) om de cyclus te starten.
Stop WASPROCES
Vóór het inbrengen van het REINIGINGSMIDDEL
(Afb.3 - Display 2- WEKEN)
Druk op de toets "ENTER" (Afb 3/A). Druk, om het wassen te hervatten, op de toets "ENTER" (Afb.3/A). Druk om de functie af te sluiten op de toets "MENU" (Fig 3/C).

text_image
Display 1 Display 2 Display 3 Display 4 - + B C AFig.3
Na het inbrengen van het REINIGINGSMIDDEL (Afb.3 - Display 2 - REINIGINGSMIDDEL + WATER)
Druk op de toets "ENTER" (Afb.3/A).

ALLEEN DE FUNCTIE WASSEN (de overige functies zijn gedeactiveerd)
Mogelijke handelingen: druk op de toets "ENTER" om het onderbroken wasproces te hervatten of kies een ander proces door middel van de toetsen "MINDER" en "MEER" (Afb.3/B). Druk op de toets "ENTER" (Afb.3/A) om de nieuwe wascyclus te starten.
9.4 HANDMATIG WASSEN
De operator wast en spoelt het ovencompartiment met gebruik van vloeibaar reinigingsmiddel tijdens de schoonmaakprocedure en drink-water tijdens het spoelen.

De reiniging van de apparatuur moet worden verricht wanneer het compartiment leeg is, zonder roosters, platen of andere accessoires (Afb.4-5).
De kookmodus STOOM instellen en de parameters TEMPERATUUR op 100°C en TIJD op 20' (zie 6.1 Convectie (Rijzen) - Stoom - Combi).
Na het voltooien van de werkzaamheden de deur enige seconden open laten om het compartiment af te laten koelen.
Met behulp van een gewone verstuivingsfles (Afb. 6) over het gehele oppervlak van het compartiment de reinigingsvloeistof aanbrengen en handmatig met behulp van een niet-schurende spons het gehele oppervlak grondig reinigen (Afb. 6).
Na het voltooien van de werkzaamheden het compartiment grondig met drinkwater spoelen; gebruik hierbij nooit waterstralen onder druk.
Na het voltooien van de beschreven handelingen de oven met een niet-schurende doek zorgvuldig drogen.
Herhaal indien nodig de eerder beschreven verrichtingen voor een nieuwe reinigingscyclus.

9.5 TE VERRICHTEN PERIODIEKE CONTROLES Reiniging van het ovencompartiment
In het compartiment kunnen resten van verschillende aard aanzetten; het is noodzakelijk dit aan het einde van de dag te controleren. Indien nodig de resten handmatig verwijderen en het filter op de bodem van het compartiment (Afb. 7) weg nemen om de afvoer van eventueel achtergebleven resten vrij te maken. Na het voltooien van de handelingen het filter terug plaatsen in het ovencompartiment.

Indien nodig de plaatsteunen van de pinnen (Afb. 8) wegnemen en uit het compartiment verwijderen.
Reiniging filter
Indien nodig het filter losdraaien (Afb. 14), wassen met drinkwater en niet-schurend en of -bijtend materiaal om mogelijke vaste resten te verwijderen. Zorgvuldig drogen. Na het vol- tooien van de handelingen het filter weer vastdraaien.

Bericht "Filter Reinigen" (Display 2): ga verder met het normale onderhoud van het filter.
Druk, na het voltooien van de reiniging gedurende 5 secon- den op de toets "MEER" om het bericht te verwijderen
Reiniging van de opvangbak condens
In de opvangbak condens kunnen resten aanwezig zijn die het wegstromen van de verzamelde vloeistof belemmeren; dit moet aan het einde van de dag gecontroleerd worden. Indien nodig deze resten handmatig verwijderen om het afvoergat vrij te maken (Afb. 10).
Reiniging van het interne en externe glas
Het apparaat heeft een aan de deur bevestigde ruit en een afneembare ruit. Indien nodig en met de compleet geopende deur, de klemmen van de ruit (Afb.9) ontgrendelen en, zeer voorzichtig, de afneembare ruit aan beide kanten reinigen. Alvorens deze weer aan de deur te bevestigen ook, de vaste ruit zorgvuldig reinigen.
Controle en reiniging afdichting deur
Na elke wasprocedure van het ovencompartiment en aan het einde van de dagelijkse cyclus, moet voor het goede behoud de deurafdichting zorgvuldig gereinigd worden (Afb.11). Was de afdichting met niet-schurende en/of niet-bijtende producten, droog zorgvuldig en breng vervolgens over het gehele oppervlak een laagje vaseline-olie geschikt voor voedingswaren aan om de afdichting zacht en goed te bewaren.
Controle van het niveau vloeibaar reini- gingsmiddel
Men moet de met een automatische was-unit uitgeruste apparatuur aan het einde van de dag controleren op de aanwezigheid van reinigingsmiddel in het betreffende recipiënt (Afb. 12).
Indien nodig het reinigingsmiddel bijvullen en/of vervangen. Indien er geen reinigingsmiddel aanwezig is, zal de machine dit niet melden en zal de wasprocedure zonder reinigings-middel worden uitgevoerd.
Controle en reiniging afvoeren
Voor een correcte afvoer van het water naar het riool moet men de gehele leiding op obstakels of andere belemmeringen controleren (Afb.9-13).

text_image
Fig. 7 Fig. 14
10.1 Lijst van alarmen
De storingen worden tijdens de werking op de display 2 weergegeven; zie de beschrijving:
Alarm sonde oven: temperatuursonde defect of onderbroken.
Alarm sonde vochtigheid: sonde vochtigheid defect of onderbroken.
Alarm interne kernsonde: kernsonde defect of onderbroken (het is mogelijk de oven zonder kernsonde te gebruiken).
Alarm externe kernsonde: kernsonde defect of onderbroken of niet correct geplaatst (het is mogelijk de oven zonder kernsonde te gebruiken).
Alarm temperatuur kaart: kaart oververhit (meer dan 70°C).
Alarm motor: motor oververhit.
Alarm geen water: onvoldoende watertoevoer.
EEP: fout laden/update software.
VLAM: geen vlam voeding.
Alarm Ontluchting: afwijkende werking ontluchtingseenheid.
Alarm OFFRUN: snelle stijging van de temperatuur.
Door gedurende 5 seconden te drukken op de toets "MEER" kan het alarm tijdelijk verwijderd worden. Het bericht zal tot het oplossen van het probleem opnieuw weergegeven worden.

Raadpleeg de geautoriseerde servicedienst.
De geautoriseerde onderhoudstechnicus moet de oorzaak van het probleem vaststellen en de correcte werking herstellen
PROBLEMEN OPLOSSEN

Indien de apparatuur niet naar behoren werkt, probeer dan de kleine problemen met behulp van deze tabel op te lossen
| PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK INTERVENTIE | ||
| Het is niet mogelijk het apparaat in te schakelen | De hoofdschakelaar is niet ingeschakeldDe circuitbreker of de magnetothermische schakelaar heeft ingegrepen | De hoofdschakelaar activerenDe circuitbreker en/of de magnetothermische schakelaar herstellen |
| Er wordt geen stoom geproduceerd | De waterkraan is gesloten Open de waterkraan | |
| Het water wordt niet uit de oven afgevoerd | De afvoer is verstopt | Het filter van de afvoer reinigenDe afvoer van eventuele resten vrijmaken |
| De interne wanden zijn bedekt met kalkaanslag | De waterontharder is niet aange - sloten of is ontladen | Verbind het apparaat met een waterontharderDe waterontharder regenererenHet ovencompartiment ontkalken |
| Er zijn vlekken in het ovencompartiment | Kwaliteit van het waterSlecht reinigingsmiddelOnvoldoende spoeling | Het water filtreren (zie waterontharder)Gebruik een aanbevolen reini-gingsmiddelHerhaal de spoeling |
| Het gasapparaat gaat niet aan | Gaskraan geslotenLucht in de leiding | Open de gaskraanHerhaal de startprocedure |
| Gebrek aan water | De waterkraan is gesloten | Open de waterkraan |
| Oververhitting van elektrische onderdelen (Alarm temperatuur kaart) | Koelventilatoren belemmerd | De luchtstroom herstellen of de filters reinigen |
| Bericht Reiniging Filter | Tijdsinterval onderhoud filter over -schreden | De reiniging uitvoeren (zie 9.5 Te verrichten periodieke controles) |

Indien het niet mogelijk is de oorzaak van het probleem op te lossen, schakel dan het apparaat uit en sluit het af van alle voedingsbronnen; raadpleeg vervolgens de bevoeg - de technische servicedienst
Buitenwerkingstelling en ontmanteling van de apparatuur

VERPLICHTING OM DE SPECIALE MATERIALEN TE VERWIJDEREN IN OVEREENKOMST MET DE OP DE PLAATS VAN ONTMANTELING GELDENDE WETTELIJKE PROCEDURE.
IN OVEREENKOMST met de Richtlijnen (zie par.0.1) met betrekking tot de gebruiksvermindering van gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur en tot de verwerking van afvalstoffen. Het op de apparatuur of op de verpakking weergegeven symbool van de doorgekruiste vuilnisbak geeft aan dat het product aan het einde van de levensduur gescheiden van ander afval moet worden ingezameld. De gescheiden inzameling van deze apparatuur aan het einde van de levensduur wordt door de fabrikant georganiseerd en beheerd. De gebruiker die deze apparatuur wenst af te voeren moet dus de fabrikant benaderen en het door deze vastgestelde systeem volgen voor de gescheiden inzameling van de apparatuur waarvan de levensduur ten einde is. De adequate gescheiden inzameling van de voor recycling ontmantelde apparatuur en de latere bestemming voor de milieuvriendelijke verwerking en ontmanteling dragen bij aan het vermijden van mogelijke negatieve effecten op het milieu en de volksgezondheid en bevordert het hergebruik en/of de recycling van de materialen waaruit de apparatuur is samengesteld. De oneigenlijke ontmanteling van het product door de bezitter zal de toepassing van administratieve sancties volgens de geldende regelgeving tot gevolg hebben.

De buitenbedrijfstelling en ontmanteling van de apparatuur moeten worden uitgevoerd door gespecialiseerd personeel
Verwijdering van afval

Vermijd om tijdens het gebruik en onderhoud verontreinigende producten (oliën, smeermiddelen, enz.) in het milieu te morsen en zorg voor de gescheiden verwerking op basis van de samenstelling van de verschillende materialen in overeenstemming met de gel -dende wetgeving
Een oneigenlijke verwijdering van afvalstoffen wordt gestraft met sancties zoals bepaald in de plaatse - lijk geldende wetgeving.




























