T16SDF9R0 - Fornuis NEFF - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis T16SDF9R0 NEFF in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding T16SDF9R0 - NEFF en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. T16SDF9R0 van het merk NEFF.
GEBRUIKSAANWIJZING T16SDF9R0 NEFF
[nl] Gebruikershandleiding en in- stallatie-instructies
Veiligheid 1 Veiligheid Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht. 1.1 Algemene aanwijzingen ¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. ¡ Bewaar de gebruiksaanwijzingen, de appa- raatpas en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren. ¡ Sluit het apparaat in geval van transport- schade niet aan. 1.2 Bestemming van het apparaat Apparaten zonder stekker mogen alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie. Gebruik het apparaat uitsluitend: ¡ om voedsel en dranken te bereiden. ¡ onder toezicht. Houd kortstondige kookpro- cessen ononderbroken in het oog. ¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving. ¡ tot een hoogte van 2000m boven zeeni- veau. Gebruik het apparaat niet: ¡ met een externe timer of een separate af- standsbediening. Dit geldt niet voor het ge- val dat de werking middels de door EN50615 genoemde apparaten wordt uitge- schakeld. 1.3 Inperking van de gebruikers Dit apparaat kan worden bediend door kinde- ren vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij on- der toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij ze 15jaar of ouder zijn en onder toezicht staan. Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel kunnen komen. 1.4 Veilig gebruik WAARSCHUWING‒Brandgevaar! Zonder toezicht koken op kookplaten met vet of olie kan gevaarlijk zijn en brand veroorza- ken. Verlies hete oliën en vetten daarom nooit uit het oog. Nooit proberen om een vuur met water te blussen, maar het apparaat uitschakelen en dan de vlammen bijv. met een deksel of een blusdeken afdekken. 44Materiële schade voorkomen nl Het kookvlak wordt erg heet. Nooit brandbare voorwerpen op het kook- vlak of in de directe omgeving leggen. Nooit voorwerpen op het kookvlak bewaren. Het apparaat wordt heet. Nooit brandbare voorwerpen of spuitbussen bewaren in laden direct onder de kookplaat. Als de kookplaat wordt afgedekt, kan dat on- gelukken veroorzaken, bijvoorbeeld door over- verhitting, in brand vliegen of ontploffende ma- terialen. Dek de kookplaat niet af. Levensmiddelen kunnen vuur vatten. Er moet toezicht worden gehouden op het kookproces. Een korte procedure moet per- manent worden gecontroleerd. WAARSCHUWING‒Kans op brandwon- den! Tijdens het gebruik worden het apparaat en zijn aanraakbare onderdelen heet, vooral een eventueel aanwezig kookplaatframe. Wees voorzichtig om het aanraken van ver- warmingselementen te voorkomen. Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden. Kookplaatbeschermroosters kunnen tot onge- vallen leiden. Nooit kookplaatbeschermroosters gebruiken. Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik. Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen. De grepen van het kookgerei kunnen tijdens het gebruik heet worden. Als de grepen boven de verwarmingszone komen te liggen, kunnen de grepen bijzonder heet worden. Altijd de volledige verwarmingszone met het kookgereik afdekken. Een pannenlap gebruiken. WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok! Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. Er mogen uitsluitend originele reserveonder- delen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat. Als het netsnoer van dit apparaat wordt be- schadigd, moet het door geschoold vakper- soneel worden vervangen. Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk. Nooit een beschadigd apparaat gebruiken. Is het oppervlak gescheurd, dan het appa- raat uitschakelen om een mogelijke elektri- sche schok te vermijden. Hiervoor het appa- raat niet aan de hoofdschakelaar, maar via de zekering in de meterkast uitschakelen. Neem contact op met de klantenservice.
Pagina55 Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken. Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger ge- bruiken om het apparaat te reinigen. Bij hete apparaatonderdelen kan de kabeliso- latie van elektrische apparaten smelten. Zorg ervoor dat de aansluitkabel van elektri- sche apparaten nooit in contact komt met hete onderdelen van het apparaat. WAARSCHUWING‒Kans op letsel! Wanneer er vloeistof zit tussen de bodem van de pan en de kookzone, kunnen kookpannen plotseling omhoog springen. Zorg ervoor dat de kookzone en de bodem van de pan altijd droog zijn. WAARSCHUWING‒Kans op verstikking! Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken. Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinde- ren houden. Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen. Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken. Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden. Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen. Materiële schade voorkomen2 Materiële schade voorkomen LET OP Door ruwe bodems van pannen ontstaan krassen op de glaskeramiek. Kookgerei controleren. Door droogkoken kan het kookgerei of het apparaat be- schadigd raken. Nooit pannen zonder inhoud op een hete kookzone zetten of laten droogkoken. 45nl Milieubescherming en besparing Verkeerd geplaatst kookgerei kan tot oververhitting van het apparaat leiden. Nooit hete kook- of bakpannen op de bedieningsele- menten of de kookplaatrand zetten. Wanneer er harde en puntige voorwerpen op de kook- plaat vallen, kan deze beschadigd raken. Geen harde of puntige voorwerpen op de kookplaat laten vallen. Hittegevoelige materialen smelten op de hete kookzo- nes. Geen beschermingsfolie op de kookplaat gebruiken. Geen aluminiumfolie of kunststof vormen gebruiken. 2.1 Overzicht van de meest voorkomende schade Hier vindt u de meest voorkomende schade en tips om deze te voorkomen. Schade Oorzaak Maatregel Vlekken Overgelopen etenswaar Overgelopen etenswaar on- middellijk verwijderen met een schraper voor vitroke- ramische kookplaat. Schade Oorzaak Maatregel Vlekken Ongeschikte rei- nigingsmiddelen Gebruik alleen reinigings- middelen die geschikt zijn voor glaskeramiek. Krassen Zout, suiker of zand Gebruik de kookplaat niet als werkblad of plateau om iets neer te zetten. Krassen Ruwe bodems van pannen Het kookgerei controleren. Verkleu- ring Ongeschikte rei- nigingsmiddelen Gebruik alleen reinigings- middelen die geschikt zijn voor glaskeramiek. Verkleu- ring Slijtage van pan- nen, bijv. alumi- nium Pannen optillen om ze te verplaatsen. Schelp- vormige bescha- diging van het opper- vlak Suiker of sterk suikerhoudend voedsel Overgelopen etenswaar on- middellijk verwijderen met een schraper voor vitroke- ramische kookplaat. Milieubescherming en besparing3 Milieubescherming en besparing 3.1 Afvoeren van de verpakking De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun- nen worden hergebruikt. De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren. 3.2 Energie besparen Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt het apparaat minder energie. Een kookzone kiezen die bij de grootte van de pan past. Het kookgerei gecentreerd plaatsen. Gebruik kookgerei met een bodemdiameter die over- eenkomt met de diameter van de kookzone. Tip: Fabrikanten van kookgerei geven vaak de bovendi- ameter van de pan aan. Die is dikwijls groter dan de bo- demdiameter. Niet-passend kookgerei of niet volledig afgedekte kookzones verbruiken veel energie. Pannen afsluiten met een passend deksel. Wanneer u zonder deksel kookt, heeft het apparaat aanzienlijk meer energie nodig. Deksel zo min mogelijk oplichten. Wanneer u het deksel oplicht, ontsnapt er veel ener- gie. Glazen deksel gebruiken. Door het glazen deksel kunt u in de pan kijken zon- der het deksel op te lichten. Pannen met vlakke bodem gebruiken. Als de bodem niet vlak is, wordt het energieverbruik hoger. Gebruik kookgerei dat past bij de hoeveelheid levens- middel. Groot kookgerei met weinig product heeft meer ener- gie nodig om op te warmen. Met weinig water koken. Hoe meer water er in het kookgerei zit, des te meer energie is er nodig om op te warmen. Schakel tijdig terug naar een lagere kookstand. Met een te hoge doorkookstand verspilt u energie. De restwarmte van de kookplaat gebruiken. Bij langere bereidingstijden de kookzone 5-10minuten vóór het ein- de van de bereidingstijd uitschakelen. Onbenutte restwarmte verhoogt het energieverbruik. Uw apparaat leren kennen4 Uw apparaat leren kennen De gebruiksaanwijzing geldt voor verschillende kookpla- ten. De afmetingen van de kookplaten vindt u in het ty- peoverzicht.
- Pagina2 46Uw apparaat leren kennen nl 4.1 Bedieningspaneel Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand. 4.2 Indicaties De indicaties geven ingestelde waarden en functies aan. Indicatie Naam - Kookstanden / Restwarmte Powerboost-functie Warmhoudfunctie Timer 4.3 Touchvelden Touch-velden zijn aanraakgevoelige oppervlakken. Om een functie te kiezen het betreffende veld selecteren. Touch- veld Naam Hoofdschakelaar Wrijfbeveiliging Kinderslot Keuze kookzone Instelvelden Bijschakeling van kook- of braadzones Powerboost-functie Warmhoudfunctie Timer Opmerkingen Houd het bedieningspaneel altijd droog. Vocht heeft een nadelige invloed op de werking. Zorg dat er geen pannen in de buurt van indicaties en touchvelden komen. De elektronica kan oververhit raken. 4.4 Kookzones Hier vindt u een overzicht van de verschillende bijscha- kelingen van de kookzones. Wanneer u de bijschakelingen activeert, branden de bij- behorende indicaties. Wanneer u een kookzone inschakelt, wordt deze in de laatst ingestelde grootte ingeschakeld. Kookplaat Bijschakelen en uitschakelen Kookzone met één ring Kookzone met twee ringen Kookzone kiezen. Tik op . Braadzone Op tippen. Opmerkingen Donkere gedeelten in het gloeibeeld van de kookzo- ne hebben een technische oorzaak. Ze zijn niet van invloed op de werking van de kookzone. De kookzone regelt de temperatuur door de verwar- ming in en uit te schakelen. Ook bij het hoogste ver- mogen kan de verwarming inschakelen en uitschake- len. Bij kookzones met meerdere ringen kunnen de ver- warmingen van de binnenste ringen en de verwar- ming van de bijgeschakelde ringen op verschillende tijdstippen worden ingeschakeld en uitgeschakeld. – Gevoelige onderdelen worden daarmee be- schermd tegen oververhitting. – Het apparaat wordt beschermd tegen elektrische overbelasting. – Er worden betere kookresultaten behaald. 4.5 Restwarmte-indicatie De kookplaat heeft voor elke kookzone een restwarmte- indicatie met twee standen. De kookzone niet aanraken zolang de restwarmte-indicatie brandt. Indicatie Betekenis De kookplaat is zo heet dat u kleine ge- rechten kunt warmhouden of couvertures kunt smelten. De kookzone is heet. 47nl De Bediening in essentie De Bediening in essentie5 De Bediening in essentie 5.1 Kookplaat inschakelen of uitschakelen U schakelt de kookplaat met de hoofdschakelaar in en uit. Wanneer u de kookplaat binnen de eerste 4seconden na het uitschakelen weer inschakelt, treedt hij in werking met de vorige instellingen. 5.2 Kookplaat inschakelen Op tippen. Het indicatielampje boven brandt. De indicaties branden. De kookplaat is klaar voor gebruik. 5.3 Kookplaat uitschakelen Wanneer alle kookzones een bepaalde tijd (10-60se- conden) uitgeschakeld zijn, wordt de kookplaat automa- tisch uitgeschakeld. Op tippen. Het indicatielampje boven gaat uit. De indicaties verdwijnen. Alle kookzones zijn uitgeschakeld. De restwarmte-indicatie blijft verlicht totdat de kookzo- nes voldoende zijn afgekoeld. 5.4 Instellen van de kookzones Om een kookzone te kunnen instellen, moet deze geko- zen zijn. In het instelgedeelte stelt u de gewenste kookstanden in. Kookstand 1 laagste stand 9 hoogste stand . Elke kookstand heeft een tussenstand, bijv. 4. . 5.5 Kookstanden instellen Vereiste: De kookplaat is ingeschakeld.
Met de kookzone kiezen. In de kookstandindicatie brandt . Onder de kook- standindicatie brandt .
In de volgende 10 seconden op of tippen. De basisinstelling verschijnt. – kookstand9– kookstand4 5.6 Kookstanden wijzigen
Met de kookzone kiezen.
Op of tippen tot de gewenste kookstand ver- schijnt. 5.7 Kookzone uitschakelen U kunt de kookzone op 2manieren uitschakelen
2keer op tippen. In de kookstandindicatie verschijnt . Na 10seconden verschijnt de restwarmte-indicatie.
De kookzone kiezen en op of tippen tot in de kookstandindicatie verschijnt. Na 10seconden verschijnt de restwarmte-indicatie. Opmerking: De laatst ingestelde kookzone blijft geacti- veerd. U kunt de kookzone instellen zonder opnieuw te hoeven kiezen. 5.8 Aanbevolen instellingen om te koken Hier krijgt u een overzicht van verschillende gerechten en de bijbehorende kookstanden. De bereidingstijd varieert afhankelijk van de soort, het gewicht, de dikte en de kwaliteit van de gerechten. De doorkookstand is afhankelijk van de gebruikte pan. Aanwijzingen voor de bereiding Voor het aan de kook brengen kookstand9 gebrui- ken. Dikvloeibaar voedsel af en toe omroeren. Levensmiddelen die snel en heet worden aangebra- den of waarbij tijdens het aanbraden veel vloeistof vrijkomt, in kleine porties aanbraden. Tips voor energiebesparend koken.
3-4 - Ontdooien en opwarmen Spinazie, diepvries 2.-3. 10-20 Goulash, diepvries 2.-3. 20-30 Gaarstoven of zachtjes laten koken Knoedels, balletjes 2,3 4.-5. 20-30 Vis 2,3 4-5 10-15 Witte saus, bijv. bechamelsaus 1-2 3-6 Geklopte sauzen, bijv. bearnai- sesaus of hollandaisesaus 3-4 8-12 Koken, stomen of stoven Rijst met dubbele hoeveelheid water 2-3 15-30 Rijstepap 1.-2. 35-45 Aardappelen in schil 4-5 25-30 Gekookte aardappelen 4-5 15-25 Deegwaren, pasta 2,3 6-7 6-10 Eenpansgerecht, soep 3.-4. 15-60 Groente, vers 2.-3. 10-20 Groente, diepvries 3.-4. 10-20 Voedsel in de snelkookpan 4-5 - Sudderen Rollades 4-5 50-60 Stoofvlees 4-5 60-100 Goulash 2.-3. 50-60 Braden met weinig olie De gerechten zonder deksel braden. Schnitzel, al dan niet gepaneerd 6-7 6-10 Schnitzel, diepvries 6-7 8-12 Koteletten, al dan niet gepaneerd
6-7 10-20 Borst van gevogelte, 2cm dik
5-6 10-20 Borst van gevogelte, diepvries
5-6 10-30 Vis of visfilet, ongepaneerd 5-6 8-20 Vis of visfilet, gepaneerd 6-7 8-20 Vis of visfilet, gepaneerd en diepvries, bijv. vissticks 6-7 8-12 Scampi, garnalen 7-8 4-10 Groente of paddestoelen vers, sauteren 7-8 10-20 Groente of vlees in reepjes op Aziatische wijze 7.-8. 15-20 Pangerechten, diepvries 6-7 6-10 Pannenkoeken 6-7 ononder- broken Omelet 3.-4. ononder- broken Spiegeleieren 5-6 3-6 Frituren De levensmiddelen in porties van 150-200g in 1-2l olie frituren. De gerechten zonder deksel bereiden. Diepvriesproducten, bijv. frites of chicken nuggets 8-9 - Kroketten, diepvries 7-8 - Vlees, bijv. kip 6-7 - Vis, gepaneerd of in bierdeeg 5-6 - Groente of paddestoelen, gepa- neerd of in bierdeeg Tempura 5-6 - Klein gebak, bijv. beignets of Berlinerbollen, fruit in bierdeeg 4-5 -
Bereid het gerecht zonder deksel.
Het water met afgesloten deksel aan de kook brengen.
Kook het gerecht verder zonder deksel.
Het gerecht meerdere malen keren. 49nl Powerboost-functiePowerboost-functie6 Powerboost-functieMet de Powerboost-functie kunt u grotere hoeveelhedenwater nog sneller verwarmen dan met kookstand9.De Powerboost-functie is alleen beschikbaar bij kookzo-nes die met zijn gemarkeerd. 6.1 Powerboost-functie inschakelen WAARSCHUWING‒Brandgevaar!Oliën en vetten worden met de Powerboost-functie snelheet. Oververhitte oliën en vetten vliegen snel in brand.Verlies het kookproces daarom nooit uit het oog.Vereiste: Bij kookzones met twee kringen moet voor dewerking van de Powerboost-functie de tweede verwar-mingskring zijn bijgeschakeld. De kookzone kiezen. selecteren.De indicatie is verlicht. 6.2 Powerboost-functie uitschakelen Als u de Powerboost-functie niet uitschakelt, wordt dezena een bepaalde tijd automatisch uitgeschakeld. Dekookzone schakelt terug naar kookstand9. De kookzone kiezen. Stel een willekeurige doorkookstand in.De indicatie verdwijnt.Kinderslot7 KinderslotMet het kinderslot kunt u voorkomen dat kinderen dekookplaat inschakelen. 7.1 Kinderslot inschakelen Vereiste: De kookplaat is uitgeschakeld. ca.4seconden ingedrukt houden. is 10seconden lang verlicht.De kookplaat is geblokkeerd. 7.2 Kinderslot uitschakelen ca.4seconden ingedrukt houden.De blokkering is opgeheven. 7.3 Automatisch kinderslot Met deze functie wordt het kinderslot automatisch inge-schakeld wanneer u de kookplaat uitschakelt.Het automatische kinderslot kunt u in de basisinstellin-gen activeren.
Pagina52 Tijdfuncties8 TijdfunctiesUw apparaat beschikt over verschillende tijdfunctieswaarmee u een tijdsduur of een timer kunt instellen. 8.1 Tijdsduur Voer een tijdsduur voor de gewenste kookzone in. Naafloop van de tijdsduur gaat de kookzone automatisch uit. U kunt een tijdsduur tot 99minuten instellen. Tijdsduur instellen Vereiste: De kookzone is gekozen. De kookstand instellen. Op tippen.De indicatie van de kookzone brandt. In de timer-indicatie brandt . Op of tippen.
De voorgestelde waarde wordt weergegeven. – 30minuten. – 10minuten. De tijdsduur loopt af. Wanneer u voor meerderekookzones een tijdsduur hebt ingesteld, wordt detijdsduur van de gekozen kookzone weergegeven.Na afloop van de ingestelde tijd wordt de kookzoneuitgeschakeld. Er klinkt een signaal en in de indicatiebrandt gedurende één minuut. De indicatiebrandt helder. Tijdsduur corrigeren of wissen
De kookzone kiezen. 50Automatische uitschakeling nl
Op tippen. De indicatie brandt helder.
Met of de tijdsduur wijzigen of op zetten. Tijdsduursignaal uitschakelen U kunt het signaal handmatig uitschakelen. Op een willekeurig symbool tippen. De indicaties gaan uit en het geluidssignaal stopt. Automatische timer Met deze functie kunt u vooraf een tijdsduur voor alle kookzones instellen. Na het inschakelen van een kook- zone loopt steeds de vooraf ingestelde tijdsduur af. Na afloop van de tijdsduur gaat de kookzone automatisch uit. De automatische timer schakelt u in de basisinstellingen in.
Pagina52 Tip: De automatische timer geldt voor alle kookzones. Voor een afzonderlijke kookzone kunt u de tijdsduur ver- kleinen of wissen.
Pagina50 8.2 Kookwekker U kunt een tijd tot 99minuten vastleggen na afloop waarvan een signaal klinkt. De kookwekker is onafhan- kelijk van alle andere instellingen. Kookwekker instellen
De kookwekker inschakelen. U kunt de kookwekker op 2verschillende manieren inschakelen. Bij geselecteerde kook- zone. Twee keer binnen 10se- conden op tippen. Bij niet geselecteerde kookzone. Op tippen. De indicatie is verlicht.
Met of de tijd instellen. De tijd loopt af. Wanneer de tijd is verstreken, klinkt er een signaal. In de timer-indicatie brandt . De indicatie voor de kookwekker brandt helder. Na één minuut wordt de indicatie uitgeschakeld. Tijd weergeven Met de kookwekker kiezen. De tijd wordt 10seconden weergegeven. Tijd corrigeren
Met de kookwekker kiezen.
Met of de gewenste tijd instellen. Wekkersignaal uitschakelen U kunt het signaal handmatig uitschakelen. Op een willekeurig touchveld tippen. De indicatie gaat uit en het geluidssignaal stopt. Automatische uitschakeling9 Automatische uitschakeling Als u de instellingen van een kookzone lange tijd niet wijzigt, wordt de automatische uitschakeling actief. Het tijdstip waarop de kookzone wordt uitgeschakeld, wordt bepaald door de ingestelde kookstand (1 tot10uur). Het verwarmen van de kookzone wordt uitgeschakeld. In de kookzone-indicatie knipperen afwisselend en de restwarmte-indicatie / . 9.1 Na automatische uitschakeling verdergaan met koken
Op een willekeurig touchveld tippen. De indicatie verdwijnt.
Opnieuw instellen. Warmhoudfunctie10 Warmhoudfunctie Met de warmhoudfunctie kunt u chocolade of boter smelten en voedsel en servies warmhouden. 10.1 Warmhoudfunctie inschakelen
Symbool selecteren. In de kookstandindicatie is verlicht. 10.2 Warmhoudfunctie uitschakelen
Symbool selecteren. In de kookstandindicatie is verlicht. Wrijfbeveiliging11 Wrijfbeveiliging Wanneer u over het bedieningspaneel wrijft als de kook- plaat ingeschakeld is, kunnen de instellingen verande- ren. Om dit te voorkomen heeft uw kookplaat een wrijf- beveiliging. De hoofdschakelaar is uitgezonderd van de wrijfbeveili- ging. U kunt de kookplaat op elk moment uitschakelen. 51nl Weergave energieverbruik 11.1 Wrijfbeveiliging activeren Op tippen. Er klinkt een signaal. Het indicatielampje boven brandt. Het bedieningspaneel is gedurende 30 seconden ge- blokkeerd. Weergave energieverbruik12 Weergave energieverbruik De functie toont het totale energieverbruik tussen het in- schakelen en uitschakelen van de kookplaat. Na het uitschakelen wordt gedurende 10seconden het verbruik in kilowattuur weergegeven, bijv. 1,08kWh. De precisie van de indicatie is onder andere afhankelijk van de spanningskwaliteit van het elektriciteitsnet. De indicatie kunt u in de basisinstellingen activeren.
Pagina52 Basisinstellingen13 Basisinstellingen U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen. 13.1 Overzicht van de basisinstellingen Hier vindt u een overzicht van de basisinstellingen en de vooraf ingestelde fabriekswaarden. Indica- tie Keuze Automatisch kinderslot – Uitgeschakeld
– Ingeschakeld – Handmatig en automatisch kinderslot zijn uitgeschakeld. Geluidssignaal – Bevestigingssignaal en het signaal verkeer- de bediening zijn uitgeschakeld. Het hoofd- schakelaarsignaal blijft ingeschakeld. – Alleen het signaal verkeerde bediening is ingeschakeld. – Alleen het bevestigingssignaal is ingescha- keld. – Bevestigingssignaal en het signaal Verkeer- de bediening zijn ingeschakeld.
Indicatie energieverbruik Vraag de netspanning op bij uw elektriciteits- maatschappij. – Verbruiksindicatie is uitgeschakeld.
– Verbruiksindicatie bij netspanning 230V. – Verbruiksindicatie bij netspanning 400V. – Verbruiksindicatie bij netspanning 220V. – Verbruiksindicatie bij netspanning 240V. Automatische timer – Uitgeschakeld.
- – Tijdsduur waarna de kookzones worden uitgeschakeld. Tijdsduur van het signaal timer-einde – 10seconden. – 30seconden. – 1minuut.
Bijschakeling van verwarmingselementen – Uitgeschakeld
Indica- tie Keuze – Ingeschakeld – De laatste instelling voor het uitschakelen van de kookzone. Keuzetijd van de kookzones – Onbegrensd: u kunt de laatst gekozen kookzone altijd instellen, zonder deze opnieuw te hoeven selecteren.
– U kunt de laatst gekozen kookzone binnen 10seconden na het selecteren instellen. Daar- na moet u de kookzone opnieuw selecteren om deze in te stellen. Resetten naar de fabrieksinstelling – Uitgeschakeld
– Ingeschakeld 13.2 Basisinstelling wijzigen Vereiste: De kookplaat is uitgeschakeld.
De kookplaat inschakelen.
In de volgende 10seconden 4seconden ingedrukt houden. In het linkerdisplay knipperen en afwisselend. In het rechterdisplay brandt .
Net zo vaak op tippen tot in het linkerdisplay de ge- wenste indicatie verschijnt.
Fabrieksinstelling 52Reiniging en onderhoud nl
Met of de gewenste waarde instellen.
4seconden ingedrukt houden. De instelling is geactiveerd. Tip: Om de basisinstellingen zonder op te slaan af te sluiten de kookplaat uitschakelen met . De kookplaat weer inschakelen en opnieuw instellen. Reiniging en onderhoud14 Reiniging en onderhoud Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken. 14.1 Reinigingsmiddelen Geschikte reinigingsmiddelen en schraper voor vitroke- ramische kookplaat zijn verkrijgbaar bij de service- dienst, in de online-shop of in de vakhandel. LET OP Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlak- ken van het apparaat beschadigen. Nooit ongeschikte reinigingsmiddelen gebruiken. Ongeschikte reinigingsmiddelen Onverdund afwasmiddel Reinigingsmiddelen voor de vaatwasser Schuurmiddelen Agressieve reinigingsmiddelen, bijv. ovensprays of vlekverwijderaars Krassende sponzen Hogedrukreinigers of stoomstraalapparaten 14.2 Glaskeramiek reinigen Reinig de kookplaat na elk gebruik om te voorkomen dat kookresten inbranden. Opmerking: Neem de informatie over de ongeschikte reinigingsmiddelen in acht.
Pagina53 Vereiste: De kookplaat is afgekoeld.
Verwijder hardnekkig vuil met een schraper voor vitro- keramische kookplaat.
Reinig de kookplaat met een reinigingsmiddel voor glaskeramiek. Houd u aan de reinigingsinstructies die op de verpak- king van het reinigingsmiddel staan. Tip: Met een speciale spons voor glaskeramiek kunt u goede reinigingsresultaten boeken. 14.3 Kookplaatrand reinigen Reinig de kookplaatrand na het gebruik, als er vuil of vlekken op zitten. Opmerkingen Neem de informatie over ongeschikte reinigingsmid- delen in acht.
Pagina53 Niet de schraper voor vitrokeramische kookplaat ge- bruiken.
De kookplaatrand reinigen met warm zeepsop en een zachte doek. Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwas- sen.
Met een zachte doek nadrogen. Storingen verhelpen15 Storingen verhelpen Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenser- vice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten. WAARSCHUWING‒Kans op letsel! Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. Bel de servicedienst als het apparaat defect is. "Servicedienst", Pagina55 WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok! Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat. Als het netsnoer van dit apparaat wordt beschadigd, moet het door geschoold vakpersoneel worden vervangen. 53nl Storingen verhelpen WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden! De kookzone warmt op, maar de indicatie functioneert niet Schakel de zekering in de meterkast uit. Neem contact op met de klantenservice. WAARSCHUWING‒Brandgevaar! De kookplaat schakelt vanzelf uit en kan niet meer worden bediend. Hij kan later per ongeluk worden ingeschakeld. Schakel de zekering in de meterkast uit. Neem contact op met de klantenservice. 15.1 Aanwijzingen op het display Storing Oorzaak en probleemoplossing Geen Stroomvoorziening is uitgevallen.
Controleer in de meterkast de zekering voor het apparaat.
Controleer aan de hand van andere elektrische apparaten of er sprake is van een stroomuitval. Alle indicaties knipperen Bedieningspaneel is nat of er liggen voorwerpen op. Maak het bedieningspaneel droog of verwijder het voorwerp. Op meerdere kookzones is gedurende langere tijd op een hoge stand gekookt. Ter bescherming van de elektronica is de kookplaat uitgeschakeld.
Tik op een willekeurig touchveld. Wanneer de melding niet meer verschijnt, is de elektronica voldoende afge- koeld. U kunt het koken voortzetten. Ondanks de uitschakeling met is de elektronica nog heter geworden. Daarom zijn alle kookzones uitgeschakeld.
Tik op een willekeurig touchveld. Wanneer de melding niet meer verschijnt, is de elektronica voldoende afge- koeld. U kunt het koken voortzetten. en de kookstand knipperen afwisselend. Er klinkt een geluids- signaal. Hete pan in de omgeving van het bedieningspaneel. De elektronica dreigt over- verhit te raken. Neem de pan weg. De indicatie verdwijnt even later. en geluidssignaal Hete pan in de omgeving van het bedieningspaneel. Ter bescherming van de elektronica is de kookzone uitgeschakeld.
Tik op een willekeurig touchveld. Wanneer de melding niet meer verschijnt, is de elektronica voldoende afge- koeld. U kunt het koken voortzetten. De kookzone is te lang in gebruik geweest en is automatisch uitgeschakeld. U kunt de kookzone direct weer inschakelen. en kookzones worden niet warm Demomodus is geactiveerd.
Haal de stroom gedurende 30seconden van het apparaat door de zekering in de meterkast uit te schakelen.
Tik binnen de daaropvolgende 3minuten op een willekeurig touchveld. Melding met "E" verschijnt in het display, bijv. E0111. De elektronica heeft een fout geconstateerd.
Schakel het apparaat uit en weer in. Als de storing eenmalig was, verdwijnt de melding.
Verschijnt de melding opnieuw, neem dan contact op met de klantenservice. Geef tijdens het telefoongesprek de exacte foutmelding door. "Servicedienst", Pagina55 54Afvoeren nl Afvoeren16 Afvoeren 16.1 Afvoeren van uw oude apparaat Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt. Voer het apparaat milieuvriendelijk af. Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoerme- thoden. Dit apparaat is gekenmerkt in overeen- stemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equip- ment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en ver- werking van oude apparaten. Servicedienst17 Servicedienst Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten min- ste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen. Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst in het kader van de fabrieksgarantievoorwaarden is gratis. Gedetailleerde informatie over de garantieduur en de garantievoorwaarden in uw land ontvangt u via de QR- code op het meegeleverde document over de service- contacten en garantievoorwaarden, bij onze klantenser- vice, uw dealer of op onze website. Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig. De contactgegevens van de klantenservice vindt u via de QR-code op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden of op onze website. De informatie conform verordening (EU) 66/2014 en (EU) 2023/826 vindt u online op www.neff-home.com op de productpagina en de servicepagina van uw appa- raat bij de gebruiksaanwijzingen en aanvullende docu- menten. 17.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD) Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat. Het typeplaatje vindt u: op de apparaatpas. aan de onderkant van de kookplaat. Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoon- nummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gege- vens noteren. Montagehandleiding18 Montagehandleiding Houd rekening met deze informatie bij de montage van het apparaat. 18.1 Veilige montage Neem bij het monteren van het apparaat de veiligheidsaanwijzingen in acht. ¡ Elektrische aansluiting: alleen door een er- kend vakman. In geval van een verkeerde aansluiting komt de garantie te vervallen. ¡ Alleen als de inbouw op deskundige wijze en conform dit installatievoorschrift wordt uit- gevoerd, is de veiligheid bij het gebruik ge- garandeerd. Bij schade als gevolg van een niet-deskundige inbouw is de monteur aan- sprakelijk. 18.2 Onderbouw Geen koelapparaten, vaatwasmachines, ovens zonder ventilatie en wasmachines onderbouwen. Als u een oven onderbouwt, moet de werkbladdikte minstens 20 mm bedragen, in sommige gevallen ook meer. Neem de aanwijzingen in de installatiehandlei- ding bij de oven in acht. Let erop dat uitstekende delen, zoals de behuizing of het snoer van de netaansluiting, niet in botsing ko- men met bijvoorbeeld een lade. 18.3 Tussenbodem Wanneer de onderkant van de kookplaat kan worden aangeraakt, moet er een tussenschot worden gemon- teerd. Informeer in de vakhandel of er een tussenschot als accessoire verkrijgbaar is. Wanneer u een eigen tussenschot gebruikt, moet de minimale afstand tot de netaansluiting van het appa- raat 10mm zijn. 55nl Montagehandleiding 18.4 Meubel voorbereiden Het werkblad dient egaal, waterpas en stabiel te zijn. De inbouwmeubelen inclusief wandafsluitstrips moeten minstens 90°C hittebestendig zijn. Een nisbekleding binnen 50mm afstand tot de achterwand mag niet brandbaar zijn (bijv. tegels, steen). De snijvlakken hittebestendig afdichten om te voorkomen dat het werkblad door vocht uitzet. 18.5 Elektrische aansluiting Ter bescherming het apparaat eerst uit de piepschuim- verpakking halen, wanneer u het apparaat in de uitspa- ring drukt. Plaats het apparaat niet rechtop op een zij- kant van het apparaat. Controleer de elektrische installatie van de woning vóórdat u het apparaat aansluit. Het apparaat voldoet aan veiligheidsklasse I en mag alleen in combinatie met een geaarde aansluiting worden gebruikt. De geïnstalleerde elektrische installatie dient volgens de opbouwvoorschriften in de fasen te worden voor- zien van een separator. Als op het display van het apparaat verschijnt, is het verkeerd aangesloten. Scheid het apparaat van het net, controleer de aansluiting. Aansluiting met 3-aderige leiding Zorg voor een geschikte beveiliging van de huisinstalla- tie. Neem de kleurcodering van de netaansluitkabel in acht. Groen-geel is de aarddraad . Blauw is de nulleider. Bruin is de fase (buitendraad). De kabel kan indien nodig door een meerfasige aan- sluitkabel worden vervangen. Bij het vervangen van de kabel volgende paragraaf in acht nemen. Aansluiting zonder voorgemonteerde kabel Sluit de kookplaat alleen aan volgens het aansluitsche- ma. Bouw indien nodig de meegeleverde koperbruggen in. De hoofdleiding moet van het type H05 VV-F of hoger zijn. De draaddiameter moet overeenkomstig de stroom- belasting worden bepaald. Niet toegestaan is een dia- meter <1,5mm². Aansluiting met voorgemonteerde 5-aderige aansluitleiding Alleen geschoold servicepersoneel mag de aansluitlei- ding verwisselen. 18.6 Kookplaat inbrengen Zorg ervoor dat de aansluitkabel niet beklemd raakt en niet over scherpe randen wordt geleid. Is er een oven onder de kookplaat geplaatst, dan de leiding via de achterste hoeken van de oven naar de aansluitdoos leiden. De kookplaat kan ook in een voorhanden 500 mm diep uitsparing worden ingebouwd. 56Montagehandleiding nl 18.7 Uitbouw van de kookplaat
Maak het apparaat spanningsloos.
Notice-Facile