GEBRUIKSAANWIJZING KGN392LDC BOSCH

Inhoudsopgave
1 Veiligheid 112
1.1 Algemene aanwijzingen 112 1.2 Bestemming van het apparaat 112 1.3 Inperking van de gebruikers 112 1.4 Veiliger transport 112 1.5 Veilige installatie 113 1.6 Veilig gebruik 114 1.7 Beschadigd apparaat 116
2 Het voorkomen van materiële schade 118
3 Milieubescherming en besparing 118
3.1 Afvoeren van de verpakking 118 3.2 Energie besparen 118
4 Opstellen en aansluiten 119
4.1 Leveringsomvang 119 4.2 Criteria voor de opstellocatie 119 4.3 Apparaat monteren 120 4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden 120 4.5 Apparaat elektrisch aansluiten 120
5 Uw apparaat leren kennen 120
5.1 Apparaat 120 5.2 Bedieningspaneel 120
6 Uitrusting 121
6.1 Legplateau 121 6.2 Flessenrek 121 6.3 Bewaarlade 121 6.4 Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar 121
6.5 Deurrekken 122 6.6 Accessoires 122
7 De bediening in essentie 122
7.1 Apparaat inschakelen 122 7.2 Opmerkingen bij het gebruik 122 7.3 Machine uitschakelen 123 7.4 Temperatuur instellen 123
8 Extra functies 123
8.1 Superkoelen 123 8.2 Automatisch Supervriezen.... 124 8.3 Handmatig Supervriezen..... 124 8.4 Energiebesparingsmodus .... 124
9 Alarm. 124
9.1 Deuralarm 124 9.2 Temperatuuralarm 125
10 Koelvak. 125
10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak 125 10.2 Koudezones in het koelvak. 126
11 Vriesvak. 126
11.1 Invriescapaciteit 126 11.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken 126 11.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak 126 11.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen 127 11.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij -18 °C 127 11.6 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren 127
12 Ontdooien 128
12.1 Ontdooien in het koelvak. .... 128 12.2 Ontdooien in het vriesvak ... 128
13 Reiniging en onderhoud..... 128
13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging 128 13.2 Apparaat schoonmaken..... 128 13.3 Onderdelen eruit halen..... 129
14 Storingen verhelpen 130 14.1 Stroomuitval. 133 15 Opslaan en afvoeren. 133 15.1 Apparaat buiten gebruik stellen 133 15.2 Afvoeren van uw oude apparaat 133 16 Servicedienst 134 16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD) 134 17 Technische gegevens 134

Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren. Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Gebruik het apparaat uitsluitend:
- om levensmiddelen te koelen en in te vriezen en voor de bereiding van ijsblokjes.
- voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving, tot een hoogte van 2000 m boven zeeniveau.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen indien deze niet onder toezicht staan.
Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/diepvriezer vullen en legen.
1.4 Veilig transport
WAARSCHUWING - Kans op letsel!
Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels veroorzaken.
- Het apparaat niet alleen optillen.
1.5 Veilige installatie
WAARSCHUWING - Kans op elektrische schok!
Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.
- Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de gegevens op het typeplaatje.
- Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïnstalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wisselstroom aansluiten.
- Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moet conform de elektrotechnische voorschriften zijn geïnstalleerd.
Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bijvoorbeeld een tijdschakelaar of besturing op afstand.
- Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegang niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie een scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften zijn ingebouwd.
Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
Nooit het aansluitsnoer met warmtebronnen in contact brengen.
WAARSCHUWING - Kans op explosie!
Wanneer de ventilatie-openingen van het apparaat gesloten zijn, kan bij een lek van het koude circuit een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan.
- Sluit ventilatie-openingen in de behuizing van het apparaat of in de inbouwbehuizing niet af.
WAARSCHUWING - Kans op brand!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
- Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.
- Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters en netsnoeren gebruiken.
1.1 Veiligheid
- Wanneer het netsnoer te kort is en er geen langer netsnoer beschikbaar is, neem dan contact op met een elektrospecialzaak om de huisinstallatie aan te passen.
Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.
Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen niet aan de achterkant van de apparaten plaatsen.
1.6 Veilig gebruik
WAARSCHUWING - Kans op elektrische schok!
Binnendringend water kan een elektrische schok veroorzaken.
- Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes. Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden. Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.
Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden. Laat kinderen niet met kleine onderdelen spelen.
WAARSCHUWING - Kans op explosie!
Door beschadiging van de koudemiddelkringloop kan brandbaar koudemiddel lekken en exploderen.
- Gebruik voor het versnellen van het ontdooien geen andere mechanische inrichtingen of andere middelen dan diegene die door de fabrikant worden aanbevolen. Maak vastgevroren levensmiddelen met een stomp voorwerp los, bijv. met een steel van een houten lepel.
Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen kunnen exploderen, bijv. spuitbussen.
Bewaar geen producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen in het apparaat.
WAARSCHUWING - Kans op brand!
Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brand leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders.
- Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat.
WAARSCHUWING - Kans op letsel!
Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten.
- Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het vriesvak bewaren. Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen.
- De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen. Het apparaat kan kantelen. Niet op de plint, laden of deuren staan of leunen.
WAARSCHUWING - Kans op brandwonden!
Onderdelen aan de achterkant van het apparaat worden tijdens het gebruik heet.
Raak de hete onderdelen nooit aan.
WAARSCHUWING - Kans op koude-brandwonden!
Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan tot brandwonden door koude leiden.
Nooit diepvrieswaren in de mond nemen nadat deze uit het vriesvak werden genomen. Vermijd langer contact van de huid met diepvrieswaren, ijs en oppervlakken van het vriesvak.
VOORZICHTIG - Kans op gevaar voor de gezondheid!
Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van levensmiddelen te voorkomen.
Wanneer de deur langere tijd wordt geopend, kan dit leiden tot een aanzienlijke temperatuurstijging in de vakken van het apparaat. Maak de oppervlakken, die met levensmiddelen en toegankelijke afvoersystemen in contact komen, regelmatig schoon. Rauw vlees en vis in geschikte containers in de koelkast dusdanig bewaren dat het niet in contact komt met andere levensmiddelen of op deze drupt. Wanneer het koel-/vriesapparaat langere tijd leeg staat, het apparaat uitschakelen, ontdooien, reinigen en de deur open laten, om schimmelvorming te voorkomen.
Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Wanneer zure levensmiddelen in contact komen met aluminium, dan kunnen aluminiumionen overdragen naar de levensmiddelen.
Verontreinigde levensmiddelen niet consumeren.
1.7 Beschadigd apparaat
WAARSCHUWING - Kans op elektrische schok!
Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.
Nooit een beschadigd apparaat gebruiken. Nooit aan het netsnoer trekken om het apparaat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken. Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen. - Contact opnemen met de servicedienst. → Pagina 134 Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Alleen waarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat. - Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden verrangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.

Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
Houd vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat. - Ventileer de ruimte. Het apparaat uitschakelen. → Pagina 123 - De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen. Neem contact op met de service-afdeling. → Pagina 134
2 Het voorkomen van materiële schade
LET OP!
Het kantelen van de apparaatwieltjes kan bij het verschuiven van het apparaat de vloer beschadigen.
- Het apparaat met een steekwagen transporteren. Bij het verschuiven van het apparaat een vloerbescherming gebruiken en niet zigzag bewegen.
Door het gebruik van het apparaat, de plint, laden of deuren als zitvlak of opstapje kan het apparaat beschadigd raken.
Niet op het apparaat, de plint, laden of deuren staan of leunen.
Door verontreinigingen met olie of vet kunnen kunststofdelen en deurafdichtingen poreus worden.
Houd kunststofdelen en deurafdichtingen olie- en vetvrij.
Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Aluminium reageert bij contact met zure levensmiddelen.
- Geen levensmiddelen onverpakt in het apparaat bewaren.
Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren.
Nooit uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigen.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
De afzonderlijke componenten op juiste wijze afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Keuze van de opstellingslocatie
Stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht. - Plaats het apparaat zo ver mogelijk van radiatoren, fornuis en andere warmtebronnen.
- Houd 30 mm afstand aan tot elektrische- of gasfornuizen.
- Houd 300 mm afstand aan tot olie- en kolenfornuizen.
Houd een kleine afstand tot de zijwand aan. - De externe ventilatieopeningen nooit afdekken of blokkeren.
Energie besparen bij het gebruik.
Opmerking: De plaatsing van de uitrustingsonderdelen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat.
- Open het apparaat slechts kort en sluit het zorgvuldig.
- De binnenste ventilatieopeningen of de externe ventilatieopeningen nooit afdekken of blokkeren. Transporteer gekoelde levensmiddelen in een koeltas en leg ze snel in het apparaat.
Warm voedsel en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen. Leg om de koude van de diepvriesproducten te benutten, deze ter ontdooiing in het koelvak. Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de achterwand.
4 Opstellen en aansluiten
4.1 Leveringsomvang
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering.
Neem bij klachten contact op met uw dealer of onze servicedienst → Pagina 134.
De levering bestaat uit:
Vrijstaand apparaat, uitrusting en accessoires, montagemateriaal, montagehandleiding, gebruiksaanwijzing, klantenservice-overzicht, garantiebijlage, energielabel - informatie over energieverbruik en geluiden.
4.2 Criteria voor de opstellocatie
Wanneer het apparaat in een te kleine ruimte staat, kan er bij een lek van het koudecircuit een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan.
Stel het apparaat uitsluitend op in een ruimte die ten minste een volume heeft van 1m3 per 8 g koudemiddel. De hoeveelheid van het koudemiddel staat op het typeplaatje. → Fig. 1/6
Het gewicht van het apparaat kan afhankelijk van het model tot 75 kg bedragen.
De ondergrond moet stabiel genoeg zijn om het gewicht van het apparaat te dragen.
Toegestane ruimtetemperatuur
De toegestane kamertemperatuur is afhankelijk van de klimaatklasse van het apparaat.
De klimaatklasse vindt u op het typeplaatje. → Fig. 1/6
| Klimaat-klasse | Toegestane ruimte-temperatuur |
| SN 10 °C...32 °C |
| N 16 °C...32 °C |
| ST 16 °C...38 °C |
| T 16 °C...43 °C |
Het apparaat is volledig functioneel binnen de toegestane binnentemperatuur.
Wanneer u een apparaat van de klimaatklasse SN gebruikt bij lagere kamertemperaturen, dan kunnen be
schadigingen aan het apparaat tot een kamertemperatuur van 5 °C worden uitgesloten.
Over- en under- en side-by-side opstelling
Als u 2 koeltoestellen boven of naast elkaar wilt opstellen, moet u tussen de toestellen minimaal een tussenafstand van 150 mm aanhouden. Voor bepaalde toestellen is een opstelling zonder minimumafstand mogelijk. Neem hiervoor contact op met uw dealer of keukeninstallateur.
4.3 Apparaat monteren
- Het apparaat conform meegeleverde montagehandleiding monteren.
4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden
- Haal het informatiemateriaal eruit.
- Verwijder de beschermfolie en transportborgingen, bijv. plakstrips en karton.
- Het apparaat voor de eerste keer reinigen. → Pagina 128
4.5 Apparaat elektrisch aansluiten
- De netstekker van het aansluitsnoer van het apparaat in een stopcontact in de omgeving van het apparaat steken.
De aansluitgegevens van het apparaat staan op het typeplaatje. → Fig. 1/6
- De netstekker op vastheid controleren. Het apparaat is nu gereed voor gebruik.
5 Uw apparaat leren kennen
5.1 Apparaat
Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.
→ Fig. 1
A Koelvak → Pagina 125 B Vriesvak → Pagina 126 1 Bedieningspaneel → Pagina 120 2 Verlichting 3 Flessenrek → Pagina 121 4 Interneventilatie-opening 5 Temperatuurregelaar (lade) → Pagina 123 6 Typeplaatje → Pagina 134 7 Bewaarlade → Pagina 121 8 Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar → Pagina 121 9 Diepvrieslade → Pagina 129 10 Stelvoet 11 Deurrek voor grote flessen → Pagina 122
Opmerking: Verschillen tussen uw apparaat en de afbeeldingen zijn mogelijk op basis van uitrusting en grootte.
5.2 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.
→ Fig. 2
| 1 | alarm brandt wanner het alarm is ingeschakeld. |
| 2 | De temperatuurinstelknop (koelvak) stelt de temperatuur van het koelvak in. |
| 3 | super (koelvak) brandt, wanner Superkoelen is ingeschakeld. |
| 4 | Toont de ingestelde temperatuur van het koelvak in °C. |
| 5 | eco (koelvak) brandt wanner de energiespaarmodus in het koelvak is ingeschakeld. |
| 6 | De temperatuurinstelknop (vriesvak) stelt de temperatuur van het vriesvak in. |
| 7 | super (vriesvak) brandt, wanner Supervriezen is ingeschakeld. |
| 8 | Toont de ingestelde temperatuur van het vriesvak in °C. |
| 9 | eco (vriesvak) brandt wanner de energiespaarmodus in het vriesvak is ingeschakeld |
6 Uitrusting
De uitrusting van uw apparaat is modelafhankelijk.
6.1 Legplateau
Om een beter overzicht te krijgen en levensmiddelen sneller te kunnen uitnemen, trekt u het legplateau eruit. Om de schappen naar wens te variëren, kunt u het schap uitnemen en op een andere positie weerplaatsen. → "Plateau verwijderen", Pagina 129
6.2 Flessenrek
Bewaar flessen veilig op het flessenrek.
Om het flessenrek naar wens te variëren, kunt u het flessenrek verwijderen en op een andere plaats weer terugzetten.
→ "Plateau verwijderen", Pagina 129
6.3 Bewaarlade
In de bewaarlade heersen lagere temperaturen dan in het koelvak. Temperaturen onder 0°C kunnen tijdelijk optreden. Om temperaturen in de buurt van 0°C in de bewaarladen te bereiken, de koelvaktemperatuur op 2°C instellen. → Pagina 123 Gebruik de lagere temperaturen in de lade om snel bedervende levensmiddelen te bewaren, bijv. vis, vlees en worst.
6.4 Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar
Bewaar vers fruit en groente onverpakt in de fruit- en groentelade. Bewaar gesneden fruit en groente afgedekt of luchtdicht verpakt. Met de vochtigheidsregelaar kunt u de luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade aanpassen. Hierdoor kunt u vers fruit en verse groente langer bewaren als bij een conventionele bewaarmethode.
→ Fig. 3 De luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade kunt u afhankelijk van het soort en de hoeveelheid bewaarde levensmiddelen door het verschuiven van de vochtigheidsregelaar instellen:
Lage luchtvochtigheid bij overwegend bewaren van fruit, gekengde- of hoge belading.
nI Bediening
Hoge luchtvochtigheid overwegend bewaren van groente of bij geringe belading.
Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich in de fruit- en groentelade condenswater vormen.
Het condenswater verwijderen met een droge doek en een lage luchtvochtigheid via de vochtigheidsregelaar instellen.
Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit en het aroma behouden blijven, moet u koudegevoelig fruit en groente buiten het apparaat bewaren bij temperaturen van ca. 8°C tot 12°C , bijv. ananas, bananen, citrusvruchten, augurken, courgette, paprika, tomaten en aardappelen.
6.5 Deurrekken
Om het deurrek naar behoefte te variëren, kunt u het deurrek eruit nemen en op een andere positie weer plaatsen.
→ "Deurrek verwijderen", Pagina 129
6.6 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd. De accessoires van het apparaat zijn afhankelijk van het model.
Eierplateau
Bewaar eieren veilig op het eierplateau.
IJsblokjesschaal
Gebruik de ijsblokjesschaal om ijsblokjes te maken.
IJsblokjes maken
Gebruik voor het maken van ijsblokjes uitsluitend drinkwater.
- Vul de schaal voor ijsblokjes voor 3/4 met drinkwater en plaats deze in het diepvriesvak.
Vastgevroren ijsblokjesschaal alleen met een bot voorwerp, bijv. steel van een lepel, losmaken.
- Om de ijsblokjesschaal los te maken, de ijsblokjesschaal iets torderen of kort onder stromend water houden.
7 De Bediening in essentie
7.1 Apparaat inschakelen
- Het apparaat elektrisch aansluiten. → Pagina 120
ν Het apparaat begint te koelen. Er klinkt een waarschuwingssignaal en alarmpictogram omdat het vriesvak nog te warm is. 2. Het akoestische waarschuwingssignaal (vriesvak) met de temperatuurinstelknop uitschakelen. Het alarm gaat uit zodra de ingestelde temperatuur is bereikt. 3. De gewenste temperatuur instellen. → Pagina 123
7.2 Opmerkingen bij het gebruik
Wanneer u het apparaat heeft ingeschakeld, duurt het tot enkele uren voordat de ingestelde temperatuur wordt bereikt. Plaats geen levensmiddelen in het apparaat voordat de ingestelde temperatuur is bereikt. - De kopzijden van de behuizing worden tijdelijk licht verwarmd. Dit voorkomt vorming van condenswater in de zone van de deurafdichting.
Wanneer u de deur sluit, kan een onderdruk ontstaan. De deur gaat dan alleen moeilijker open. Wacht een ogenblik tot de onderdruk wordt gecompenseerd. - De temperatuur in het apparaat varieert door de volgende condities:
- Het aantal keer dat het apparaat wordt geopend
- Beladingshoeveelheid
- Temperatuur van de vers opgeslagen levensmiddelen
- Omgevingstemperatuur
- Direct instralend zonlicht
7.3 Machine uitschakelen
Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
7.4 Temperatuur instellen
Koelvaktemperatuur instellen
Druk net zo vaak op de temperatuurinstelknop (koelvak) tot het temperatuurdisplay (koelvak) de gewenste temperatuur weergeeft. Schuif om de ingestelde temperatuur te bereiken, de temperatuurregelaar van de bewaarlade op 1/3-stand van onderen. → Pagina 123. De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4°C.
Bewaartemperatuur instellen
- Om de temperatuur te verlagen, de temperatuurregelaar in richting extra cold schuiven.
- Om de temperatuur te verhogen, de temperatuurregelaar in richting cold schuiven.
→ Fig. 4
Vriesvaktemperatuur instellen
Druk net zo vaak op de temperatuurinstelknop (vriesvak) tot het temperatuurdisplay (vriesvak) de gewenste temperatuur weergeeft.
De aanbevolen temperatuur in het vriesvak bedraagt -18°C.
Kom te weten over welke instelbare extra functies uw apparaat beschikt.
8.1 Superkoelen
Bij het Superkoelen koelt het koelvak zo koud mogelijk.
Schakel Superkoelen voor het inladen van grote hoeveelheden levensmiddelen in.
Opmerking: Als Superkoelen is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.
Superkoelen inschakelen
Druk net zo vaak op de temperatuurinstelknop (koelvak) tot super (koelvak) brandt.
Opmerking: Na ca. 6 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.
Superkoelen uitschakelen
Druk net zo vaak op de temperatuurinstelknop (koelvak) tot het temperatuurdisplay (koelvak) de gewenste temperatuur weergeeft.
Alarm
Bij het automatisch Supervriezen koelt het vriesvak duidelijk op een lagere temperatuur dan bij de normale werking. Hierdoor bevriezen de levensmiddelen sneller tot in de kern. De automatische Supervriezen schakelt in als u verse levensmiddelen van links beginnend in de onderste diepvrieslade legt.
Als het automatische Supervriezen is ingeschakeld, brandt super (vriesvak) en er kunnen meer geluiden ontstaan.
Het apparaat schakelt na het verstrijken van het automatisch Supervriezen op normale werking.
Automatisch Supervriezen annuleren
Druk net zo vaak op de temperatuurinstelknop (vriesvak) tot het temperatuurdisplay (vriesvak) de gewenste temperatuur weergeeft.
8.3 Handmatig Supervriezen
Bij het Supervriezen koelt het vriesvak zo koud mogelijk.
Schakel Supervriezen 4 tot 6 uur voor het inladen van een hoeveelheid levensmiddelen vanaf 2 kg in het vriesvak in.
Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u Supervriezen.
→ "Voorwaarden voor invriesvermogen", Pagina 126
Opmerking: Als Supervriezen is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.
Handmatig Supervriezen inschakelen
Druk net zo vaak op de temperatuurinstelknop (vriesvak) tot super (vriesvak) brandt.
Opmerking: Na ca. 60 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.
Handmatig Supervriezen uitschakelen
Druk net zo vaak op de temperatuurinstelknop (vriesvak) tot het temperatuurdisplay (vriesvak) de gewenste temperatuur weergeeft.
8.4 Energiebesparingsmodus
Met de energiebesparingsmodus schakelt u het apparaat om naar de energiebesparende werking. Het apparaat stelt de temperaturen automatisch in.
Koelvak 8 °C
Vriesvak -16 °C
Energiebesparingsmodus inschakelen
Druk net zo vaak op de temperatuurinstelknop totdat deze brandt.
Energiebesparingsmodus uitschakelen
Druk net zo vaak op de temperatuurinstelknop tot de gewenste temperatuur op het temperatuurdisplay wordt weergegeven.
9 Alarm
9.1 Deuralarm
Als de deur van het apparaat langere tijd open staat, wordt het deuralarm ingeschakeld.
Er klinkt een waarschuwingssignaal en een alarm.
Deuralarm uitschakelen
De apparaatdeur sluiten. Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.
9.2 Temperatuuralarm
Wanneer het te warm is in het vriesvak, wordt het temperatuuralarm geactiveerd.
Er klinkt een waarschuwingssignaal en een alarm.
VOORZICHTIG
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. - Het voedsel pas na koken of braden opnieuw invriezen. De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
Het temperatuuralarm kan in de volgende gevallen inschakelen:
- Het apparaat wordt in gebruik genomen. Levensmiddelen pas in het apparaat inruimen wanneer de ingestelde temperatuur is bereikt. Er worden grote hoeveelheden verse levensmiddelen ingeruimd. Voor het in het apparaat inruimen van grote hoeveelheden levensmiddelen Supervriezen inschakelen.
- De deur van het vriesvak is te lang geopend. Controleer of het diepvriesproduct deels of geheel is ontdooid.
Temperatuuralarm uitschakelen
Druk op de temperatuurinstelknop (vriesvak). - Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.
10 Koelvak
In het koelvak kunt u vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, bereide gerechten en brood en banket bewaren.
De temperatuur is van 2°C tot 8°C instelbaar.
Door de koelopslag kunt u ook licht bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de gekozen temperatuur is, des te langer blijven de levensmiddelen vers.
10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak
Alleen verse en onbeschadigde levensmiddelen inruimen. Bewaar de levensmiddelen luchtdicht verpakt of afgedekt. - Om de luchtcirculatie niet te hinderen en het bevriezen van levensmiddelen te vermijden, de levensmiddelen niet voor de inwendige ventilatieopeningen of direct tegen de achterwand plaatsen. Laat warme etenswaren en dranken eerst afkoelen. Houd de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum in acht.
10.2 Koudezones in het koelvak
Door de luchtcirculatie in het koelvak ontstaan verschillende koudezones.
Koudste zone
De koudste zone bevindt zich in de bewaarlade.
Tip: Bewaar snel bedervende levensmiddelen in de koudste zone, bijv. vis, worst en vlees.
Warmste zone
De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Tip: Bewaar minder gevoelige levensmiddelen in de warmste zone, bijv. harde kaas en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar.
11 Vriesvak
In het vriesvak kunt u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes maken.
De temperatuur is van -16 °C tot -24 °C instelbaar.
Langdurig bewaren van levensmiddelen moet bij een temperatuur van -18 °C of lager gebeuren.
Door het invriezen kunt u bederfelijke levensmiddelen gedurende lange tijd bewaren. De lage temperaturen vertragen of stoppen het bederf.
11.1 Invriescapaciteit
Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoeveel uur tot in de kern kan worden ingevroren.
Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje. → Fig. 1/
6
Voorwaarden voor invriesvermogen
- Ca. 24 uur vóór het inladen van verse levensmiddelen Supervriezen inschakelen.
→ "Handmatig Supervriezen inschakelen", Pagina 124
- De levensmiddelen eerst in de onderste diepvrieslade leggen.
11.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken
Kom te weten hoe u de maximale hoeveelheid diepvriesproducten in het vriesvak kunt doen.
- Alle uitrustingsdelen verwijderen. → Pagina 129
- De levensmiddelen rechtstreeks op de plateaus en de bodem van het vriesvak bewaren.
11.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak
Bewaar de levensmiddelen luchtdicht verpakt. - Breng in te vriezen levensmiddelen niet in aanraking met ingevroren levensmiddelen. - De levensmiddelen naast elkaar in de diepvriesladen leggen. Voor een goede luchtcirculatie in het apparaat de diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven.
11.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen
Alleen verse en onberispelijke levensmiddelen bevriezen. Levensmiddelen per portie invriezen. Bereide levensmiddelen zijn beter geschikt dan rauw eetbare levensmiddelen. Groente: voor het invriezen wassen, kleiner maken en blancheren. Fruit: voor het invriezen wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascorbinezuuroplossing toevoegen. Voor het invriezen geschikte levensmiddelen zijn bijv. bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild en gevogelte, eieren zonder schaal, kaas, boter, kwark, kant-en-klaargerechten en etensresten. Voor het invriezen ongeschikte levensmiddelen zijn bijv. kropsla, radijsjes, eieren met schaal, druiven, rode appels en peren, yoghurt, zure room, crème fraîche en mayonnaise.
Diepvrieswaren verpakken
Geschikt verpakkingsmateriaal en de juiste soort verpakking behouden in hoge mate de productkwaliteit en vermijden vriesbrand.
- De levensmiddelen in de verpakking leggen.
- De lucht eruit drukken.
- De verpakking luchtdicht afsluiten om te voorkomen dat de levensmiddelen hun smaak verliezen of uitdrogen.
- De verpakking met de inhoud van de invriesdatum voorzien.
11.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij -18 °C
| Product Bewaartijd |
| Vis, worst, klaarge-maakte gerechten, brood en banket | Tot 6 maan-den |
| Gevogelte, vlees Tot 8 maan-den |
| Groente, fruit Tot 12 maan-den |
De erop gedrukte vrieskalender geeft de maximale bewaartijd in maanden aan bij een constante temperatuur van -18 °C.
11.6 Ontdooimethoden voor diepvrieswaren
VOORZICHTIG
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. - Het voedsel pas na koken of braden opnieuw invriezen. De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten. Dierlijke levensmiddelen in het koelvak ontdooien, bijv. vis, vlees, kaas en kwark. Brood bij kamertemperatuur ontdooien. Levensmiddelen voor directe consumptie in de magnetron, in de oven of op het fornuis bereiden.
12 Ontdooien
12.1 Ontdooien in het koelvak.
Het koelvak van uw apparaat ontdooit automatisch.
12.2 Ontdooien in het vriesvak
Door het volledig automatische "NoFrost"-systeem blijft het vriesvak vorstvrij. Ontdooien is niet nodig.
13 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om ervoor te zorgen dat het lang goed blijft werken. De reiniging van ontoegankelijke plaatsen dient door de servicedienst te worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst kunnen kosten verbonden zijn.
13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging
- Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Alle levensmiddelen eruit halen en op een koele plaats bewaren. Indien beschikbaar koelelementen op de levensmiddelen leggen.
- Verwijder alle uitrustingsdelen en accessoires uit het apparaat. → Pagina 129
13.2 Apparaat schoonmaken
WAARSCHUWING Kans op elektrische schok
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen. Vloeistof in de verlichting, in de bedieningselementen of in de interne ventilatie-openingen kan gevaarlijk zijn.
- Het afwaswater mag niet in de verlichting, in de bedieningselementen of in de interne ventilatieopeningen terechtkomen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.
- Geen harde schuur- of afwassponsjes gebruiken.
- Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen gebruiken.
- Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen gebruiken.
Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren.
Nooit uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigen.
- Apparaat voorbereiden voor reiniging. → Pagina 128
- Het apparaat, de uitrustingsdelen, de accessoires en de deurafdichtingen met een vaatdoek, lauw water en een beetje pH-neutraal afwasmiddel reinigen.
- Met een zachte, droge doek grondig nadrogen.
- De uitrustingsdelen plaatsen.
- Het apparaat elektrisch aansluiten. → Pagina 120
- Doe de levensmiddelen in het apparaat.
13.3 Onderdelen eruit halen
Neem wanneer u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen deze uit het apparaat.
Plateau verwijderen
- Het plateau eruit trekken, optillen en verwijderen.
→ Fig. 5
Deurrek verwijderen
- Het deurrek omhoog tillen en verwijderen.
→ Fig. 6
Bewaarlade verwijderen
- De lade tot de aanslag eruit trekken.
- Til de bewaarlade aan de voorkant op ① en verwijder deze ②.
Groente- en fruitlade verwijderen
- De fruit- en groentelade tot de aanslag uittrekken.
- Til de fruit- en groentelade aan de voorzijde op ① en verwijder deze ②.
Diepvrieslade verwijderen
- De diepvrieslade tot aan de aanslag uittrekken.
- De diepvrieslade vooraan optillen ① en eruit halen ②.
Ladefront verwijderen
U kunt het ladefront van de fruit- en groentelade verwijderen voor het gemakkelijk schoonmaken.
Druk de klikhaken aan de zijkant van de lade in ① en verwijder het ladefront middels een draaibeweging van de lade ②.
14 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen hiervoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
Storing Oorzaak en probleemoplossing
| Apparaat koelt nicht, in-dicaties en verlichting branden. | Het presentatielicht is ingeschakeld.
• Houd de temperatuurinstelknop (koelvak) 9 tot 11 seconden ingedrukt, tot een akoestisch signaal klinkt. |
| LED-verlichting functi-oneert nicht. | Verschillende oorzaken zijn möglichk.
• Neem contact op met de servicedienst.
Het nummer van de servicedienst vindt u in het bij-
gevoegde overzicht van servicediensten. |
| Zijpanelen van het ap-
paraat�xCnirm. | Geen storing. In de zijwanden lopen buizen welk tij-
dens het koelproces warm worden. Meubels die gegen
het apparaat staan, worden Niet beschadigd door de
warmte.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
| Er klinkt een waar-
schuwingssignaal en
alarm knippert. | Verschillende oorzaken zijn möglichk.
• Druk op de temperatuurinstelknop (vriesvak).
• Schakel het alarm UIT. |
| Deur van het apparaat is open.
• Sluit de deur van het apparaat. |
| Externe ventilatieoppeningen�xCnirm. |
| Verwijder hindernissen voór de externe ventilatie-
openingen. |
| Er�xCnirm. |
| Overschrijd het vriesvermogen niet.
→ "Invriescapaciteit", Page 126 |
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Ingestelde temperatuur wordt niet bereikt. Volautomatische ontdooiing werkt niet.
De deur van het vriesvak was te lang geopend. Er zit heel veel ijs op de verdamper (koudegenerator) in het NoFrost-systeem.
Vereiste: De diepvrieswaren zijn goed geïsoleerd en worden op een koele plaats bewaard.
- Schakel het apparaat UIT. → Pagina 123
- Koppel het apparaat los van de voedingsspanning. Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit.
- Zet het apparaat weg van de muur.
- Laat de deur van het apparaat open.
Na ca. 20 minuten begint het dooiwater in de dooiwateropvangschaal aan de rechterwand van het apparaat te lopen. → Fig. 11 5. Om te voorkomen dat de dooiwateropvangschaal overloopt: het dooiwater met een spons opzuigen. De verdamper is ontdooid als er geen dooiwater meer in de dooiwateropvangschaal loopt. 6. Reinig de binnenruimte van het apparaat. → Pagina 128 7. Schakel het apparaat weer in. → Pagina 122
Temperatuur wijkt erg af van de instelling.
Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
- Schakel het apparaat uit. → Pagina 123
- Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in. → Pagina 122
- Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de temperatuur na een uur opnieuw.
- Als de temperatuur te laag is, controleer de temperatuur dan de volgende dag opnieuw.
Op het oppervlak van het apparaat en de plateaus in het apparaat vormt zich condenswater.
De waterdamp in warme en vochtige lucht condenseert op de koudere oppervlakken van het apparaat.
- Neem het water af met een zachte, droge doek.
- Open het apparaat zo kort mogelijk.
- Let erop dat het apparaat altijd goed wordt gesloten.
Het apparaat bromt, borrelt, zoemt, gorgelt, klikt of maakt knakgeluiden.
Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen. Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in of uit. Het automatische ontdooisysteem treedt in werking. Geen handeling vereist.
| Storing Oorzaak en probleemoplossing |
| Apparaat producerert geluiden. | Het apparaat staat nicht waterpas.Stel het apparaat horizontaal met behulp van een waterpas en de stelvoeten. |
| Apparaat is Niet vrijstaand.Houd de minimum afstanden van het apparaat aan.Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen.Controler de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.Flessen of containers raken elkaar.Haal flessen of containers van elkaar.Supervriezen is ingeschakeld.Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
14.1 Stroomuitval
Tijdens een stroomuitval stijgt de temperatuur in het apparaat, hierdoor verkort de bewaartijd en de kwaliteit van de diepvriesproducten vermindert.
Op de website van uw apparaat vindt u in de technische gegevens de bewaartijd van de diepvriesproducten in geval van een storing.
Opmerkingen
Het apparaat tijdens een stroomuitval zo weinig mogelijk openen en geen andere levensmiddelen inruimen. - De kwaliteit van de levensmiddelen onmiddellijk na de stroomuitval controleren.
Diepvriesproducten die ontdooid en warmer dan 5°C zijn, weggooien. - Licht ontdooide diepvriesproducten koken of bakken en ofwel verbruiken of opnieuw invriezen.
15 Opslaan en afvoeren
15.1 Apparaat buiten gebruik stellen
- Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Alle levensmiddelen verwijderen.
- Het apparaat reinigen. → Pagina 128
- Om de ventilatie van het interieur te waarborgen het apparaat geopend laten.
15.2 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
WAARSCHUWING
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken.
- Om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen, leg plateaus en lades niet uit het apparaat nemen.
- Kinderen uit de buurt van een afgedankt apparaat houden.
WAARSCHUWING
Kans op brand!
Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontbranden.
De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen.
- De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- Het netsnoer doorknippen.
- Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektroni
sche apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De zichlij geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
16 Servicedienst
Originele verrangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantievoorwaarden gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijk garantievoorwaarden. De garantievoorwaarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijk recht heeft.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
→ Fig. 1/6
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.
→ Fig. 1/6
Dit product bevat een lichtbron van energieklasse G. De lichtbron is leverbaar als reserveonderdeel en mag uitsluitend door een hiervoor getrainde monteur worden vervangen. Meer informatie over uw model vindt u op het internet onder https://eprel.ec.europa.eu/1. Dit webadres verwijst naar de officiële EU-product-databank EPREL. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.
