JD66LF66 - Afzuigkap Junker - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis JD66LF66 Junker in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Afzuigkap in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding JD66LF66 - Junker en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. JD66LF66 van het merk Junker.
GEBRUIKSAANWIJZING JD66LF66 Junker
1 Veiligheid Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht. 1.1 Algemene aanwijzingen ¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. ¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de pro- ductinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren. ¡ Sluit het apparaat in geval van transport- schade niet aan. 1.2 Bestemming van het apparaat Dit apparaat is alleen bestemd voor inbouw. Houd het speciale installatievoorschrift aan. De veiligheid is alleen gewaarborgd bij een deskundige montage volgens de montage- handleiding. De installateur is verantwoordelijk voor een goede werking op de plaats van op- stelling. Gebruik het apparaat uitsluitend: ¡ om kookdamp af te zuigen. ¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving. ¡ tot een hoogte van 2000m boven zeeni- veau. Gebruik het apparaat niet: ¡ met een externe kookwekker. 1.3 Inperking van de gebruikers Dit apparaat kan worden bediend door kinde- ren vanaf 8 jaar en door personen met fysie- ke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begre- pen. Kinderen mogen niet met het apparaat spe- len. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij ze 15jaar of ouder zijn en onder toezicht staan. Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel kunnen komen. 1.4 Veilig gebruik WAARSCHUWING‒Kans op verstikking! Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken. ▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kin- deren houden. ▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateri- aal spelen. Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken. ▶ Kleine onderdelen uit de buurt van kinde- ren houden. ▶ Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.nl Veiligheid
WAARSCHUWING‒Kans op vergiftiging! Teruggezogen verbrandingsgassen kunnen leiden tot vergiftiging. Vuurbronnen die de lucht in de ruimte verbruiken (bijv. apparaten die op gas, olie, hout of kolen worden ge- stookt, geisers, warmwatertoestellen) betrek- ken de verbrandingslucht uit de opstellings- ruimte en voeren de gassen via een afvoer (bijv. schoorsteen) af naar buiten. In combina- tie met een ingeschakelde afzuigkap wordt aan de keuken en aan de naastgelegen ruim- tes lucht onttrokken. Zonder voldoende lucht- toevoer ontstaat er een onderdruk. Giftige gassen uit de schoorsteen of het afvoerkanaal worden teruggezogen in de woonruimte. ▶ Altijd voor voldoende luchttoevoer zorgen, wanneer het apparaat in luchtafvoermodus werkt, en er tegelijkertijd vuurbron is die gebruik maakt van de aanwezige lucht. ▶ U kunt het apparaat alleen dan zonder risi- co gebruiken wanneer de onderdruk in de ruimte waarin de vuurbron zich bevindt niet groter is dan 4 Pa (0,04 mbar). Dit kan worden bereikt wanneer de voor de ver- branding benodigde lucht door niet afsluit- bare openingen, bijv. in deuren, ramen, in combinatie met een ventilatiekast in de muur of door andere technische voorzienin- gen, kan worden toegevoerd. Een luchtaan- voer/afvoereenheid in de muur alleen is niet voldoende om aan de minimale eisen te voldoen. ▶ Raadpleeg in ieder geval het bedrijf dat in uw huis zorgt voor de schoorsteenreiniging. Dit bedrijf is in staat het totale ventilatiesys- teem van uw huis te beoordelen en kan een voorstel doen voor passende maatre- gelen op het gebied van de luchttoevoer. ▶ Indien het apparaat alleen met recirculatie wordt gebruikt, is een onbeperkt gebruik mogelijk. WAARSCHUWING‒Kans op brand! De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ont- branden. ▶ Apparaat nooit zonder vetfilter gebruiken. ▶ De vetfilters regelmatig reinigen. ▶ Nooit in de omgeving van het apparaat met open vuur werken (bijv. flamberen). ▶ Het apparaat alleen in de buurt van een vuurbron voor vaste brandstoffen (bijv. hout of kolen) installeren wanneer de vuurbron een afgesloten, niet verwijderbare afscher- ming heeft. Er mogen geen vonken weg- springen. Hete olie en vet ontvlammen erg snel. ▶ Hete olie en vet permanent in het oog hou- den. ▶ Nooit brandende olie of vet met water blus- sen. Schakel de kookzone uit. Vlammen voorzichtig met een deksel, smoordeksel of iets dergelijks verstikken. Gaskookplaten waar geen pan op staat, ont- wikkelen tijdens het gebruik grote hitte. Een ventilatieapparaat dat daarop is aangebracht kan beschadigd of in brand raken. ▶ Gaskookplaten alleen met erop geplaatste pan gebruiken. Bij gelijktijdig gebruik van meerdere gaskook- zones ontwikkelt zich grote hitte. Een ventila- tieapparaat dat daarop is aangebracht kan beschadigd of in brand raken. ▶ Gaskookplaten alleen met erop geplaatste pan gebruiken. ▶ De hoogste ventilatorstand instellen. ▶ Twee gaskookplaten nooit langer dan 15 minuten gelijktijdig op de hoogste vlam ge- bruiken. Twee gaskookzones komen over- een met één grote brander. ▶ Nooit grote branders met meer dan 5kW met grootste vlam langer dan 15 minuten gebruiken, bijv. wok. WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden! Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet. ▶ De hete onderdelen nooit aanraken. ▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik. ▶ Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen.Materiële schade voorkomen nl
WAARSCHUWING‒Kans op letsel! Bepaalde onderdelen van het apparaat kun- nen scherpe randen hebben. ▶ Binnenkant van het apparaat voorzichtig reinigen. Voorwerpen die op het apparaat geplaatst zijn kunnen vallen. ▶ Plaats geen voorwerpen op het apparaat. Wijzigingen aan de elektrische of mechani- sche opbouw zijn gevaarlijk en kunnen leiden tot functiestoringen. ▶ Geen wijzigingen aan de elektrische of me- chanische opbouw aanbrengen. Verwondingsgevaar bij het openen en sluiten van de scharnieren. ▶ Niet in het bewegende gedeelte van de scharnieren grijpen. Het licht van LED-lampen is zeer fel en kan de ogen beschadigen (risicogroep 1). ▶ Niet langer dan 100 seconden direct in de ingeschakelde LED-lampen kijken. WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok! Binnendringend vocht kan een schok veroor- zaken. ▶ Vóór het reinigen de netstekker uit het stopcontact halen of de zekering in de me- terkast uitschakelen. ▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen. WAARSCHUWING‒Kans op explosie! Sterk bijtende alkalische of sterk zuurhouden- de reinigingsmiddelen in combinatie met alu- miniumdelen in de spoelruimte van vaatwas- machine kunnen tot explosies leiden. ▶ Nooit sterk bijtende alkalische of sterk zuur- houdende reinigingsmiddelen gebruiken. Vooral geen professionele of industriële rei- nigingsmiddelen gebruiken in combinatie met aluminiumdelen, zoals bijv. vetfilters van afzuigkappen. WAARSCHUWING‒Kans op brand! De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ont- branden. ▶ De vetfilters regelmatig reinigen. WAARSCHUWING‒Kans op letsel! Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. ▶ Alleen geschoold vakpersoneel mag repa- raties aan het apparaat uitvoeren. ▶ Bel de servicedienst als het apparaat de- fect is.
- "Servicedienst", Pagina53 WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok! Binnendringend vocht kan een schok veroor- zaken. ▶ Geen natte vaatdoekjes gebruiken. 2 Materiële schade voorkomen LET OP! Condenswater kan leiden tot corrosie. ▶ Om de condensvorming te vermijden, het apparaat bij het koken inschakelen. Als er vocht in de bedieningselementen dringt, kan er schade ontstaan. ▶ Nooit bedieningselementen met een natte doek rei- nigen. Verkeerde reiniging beschadigt de oppervlakken. ▶ Reinigingsinstructies in acht nemen. ▶ Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen ge- bruiken. ▶ Roestvrijstalen oppervlakken uitsluitend reinigen in de slijprichting. ▶ Nooit bedieningselementen met reinigingsmiddelen voor roestvrij staal reinigen. Teruglopend condenswater kan het apparaat beschadi- gen. ▶ Het afvoerluchtknaal moet vanaf het apparaat met minstens 1° helling zijn geïnstalleerd. Als u designelementen verkeerd belast, kunnen deze afbreken. ▶ Niet aan designelementen trekken. ▶ Geen voorwerpen op designelementen plaatsen of eraan ophangen. Beschadiging van het oppervlak doordat de bescherm- folie niet verwijderd is. ▶ De beschermfolie voor het eerste gebruik verwijde- ren van alle apparaatonderdelen. Wanneer een lamp defect is, kunnen de overige lam- pen overbelast raken. ▶ Defecte lampen vervangen. Gelakte oppervlakken zijn gevoelig. ▶ Reinigingsinstructies in acht nemen.
3 Milieubescherming en besparing 3.1 Afvoeren van de verpakking De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun- nen worden hergebruikt.
De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren. 3.2 Energie besparen Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom. Pas de ventilatiestand aan de intensiteit van de kook- damp aan.
Een lagere ventilatiestand betekent minder energie- verbruik. Gebruik de intensiefstand alleen wanneer dit nodig is. Kies bij intensieve kookdampen op tijd een hogere ventilatiestand.
De geuren verdelen zich minder in de ruimte. Schakel de verlichting uit wanneer deze niet langer nodig is.
Als de verlichting is uitgeschakeld, verbruikt deze geen energie. De filter met de opgegeven intervallen reinigen of ver- vangen.
De effectiviteit van het filter blijft behouden. Het kookdeksel erop plaatsen.
De kookdampen en de condens verminderen. Gebruik de extra functies alleen indien nodig.
Het uitschakelen van de extra functies reduceert het stroomverbruik. 4 Functies U kunt uw apparaat gebruiken in de luchtafvoermodus of in de luchtcirculatiemodus. De verzadigingsindicatie moet passend bij de gekozen gebruiksmodus en de gebruikte filters worden inge- steld. 4.1 Gebruik met afvoerlucht De aangezogen lucht wordt door de vetfilters gereinigd en via een buizensysteem naar de buitenlucht afge- voerd. De lucht mag niet worden afgevoerd in een schoorsteen die wordt gebruikt voor afvoergassen van apparaten be- stemd voor het verbranden van gas of andere brandstoffen (dit geldt niet voor ventilatieapparatuur). ¡ Komt de afvoerlucht terecht in een rook- of afvoergasschoorsteen die niet in gebruik is, dan dient hiervoor toestemming van een vakbekwame schoorsteenveger te worden verkre- gen. ¡ Wordt de afvoerlucht door de buiten- muur geleid, dan raden wij u aan een telescoop-muurkast te gebrui- ken. 4.2 Gebruik met circulatielucht De aangezogen lucht wordt door de vetfilters en een geurfilter gereinigd en weer teruggeleid in de ruimte. Monteer een geurfilter om geurtjes te voorkomen bij het gebruik van de circu- latiefunctie. De verschillende manieren om het apparaat met circulatielucht te gebruiken, vindt u in onze catalogus of kunt u navragen bij uw speciaalzaak. Het daartoe benodigde toebehoren is verkrijgbaar bij de speciaalzaak, de klantenservice of in de online-shop.
5 Uw apparaat leren kennen 5.1 Bedieningselementen Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand. Apparaat in- of uitschakelen Ventilatorstand1 inschakelen. Ventilatorstand2 inschakelen. Ventilatorstand3 inschakelen. Intensiefstand Verlichting inschakelen of uitschakelen. 6 Voor het eerste gebruik Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het ap- paraat en de accessoires. 6.1 Functie instellen Uw apparaat is standaard op circulatiefunctie ingesteld. Opmerking:Voor het gebruik in de circulatiefunctie hebt u bijkomend toebehoren nodig. Verzadigingsindicatie instellen De verzadigingsindicatie moet afhankelijk van de ge- bruikte filter worden ingesteld. Opmerking:De verzadigingsindicatie voor het vetfilter is standaard ingesteld. Voor het gebruik in de circula- tiefunctie moet u tevens de verzadigingsindicatie voor het geurfilter activeren. Vereiste:Het apparaat is uitgeschakeld.
en tegelijkertijd gedurende 3seconden ingedrukt houden. a Eerst gaat kort branden, dan branden en tege- lijkertijd kort. a De verzadigingsindicatie voor het geurfilter is geacti- veerd. 7 De Bediening in essentie 7.1 Apparaat inschakelen
Druk op . a Het apparaat is gedurende één minuut geactiveerd. 7.2 Apparaat uitschakelen
twee keer indrukken. 7.3 Intensiefstand inschakelen Als zich een bijzonder sterke geur of damp ontwikkelt, kunt u de intensiefstand gebruiken.
Druk op . a Het apparaat schakelt na ca. 6minuten automatisch terug naar de vorige toestand. 7.4 Verlichting inschakelen De verlichting kunt u onafhankelijk van de ventilatie in- schakelen en uitschakelen.
indrukken. 7.5 Verlichting uitschakelen
indrukken. 7.6 Verzadigingsindicatie De verzadigingsindicatie informeert u wanneer u het vetfilter moet reinigen en wanneer u het geurfilter moet vervangen. ¡ Wanneer het vetfilter gereinigd moet worden, dan knippert . ¡ Wanneer het geurfilter vervangen moet worden, dan knippert . Na het reinigen van het vetfilter en/of het vervangen van het geurfilter, moet u de verzadigingsindicatie re- setten. Verzadigingsindicatie terugzetten Vereiste:Het apparaat is ingeschakeld.
gedurende ca. 3seconden ingedrukt houden. a De verzadigingsindicatie wordt teruggezet. a Het knipperen van of dooft.nl Reiniging en onderhoud
8 Reiniging en onderhoud Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken. 8.1 Reinigingsmiddelen Geschikte reinigingsmiddelen zijn verkrijgbaar bij de klantenservice of in de online-shop. LET OP! Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlak- ken van het apparaat beschadigen. ▶ Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen ge- bruiken. ▶ Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen ge- bruiken. ▶ Geen harde schuur- of afwassponsjes gebruiken. ▶ Glasreinigers, schrapers of onderhoudsmiddelen voor roestvrij staal alleen gebruiken wanneer deze in de gebruiksaanwijzing voor het betreffende on- derdeel worden aanbevolen. ▶ Vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwassen. 8.2 Apparaat schoonmaken Maak het apparaat schoon zoals voorgeschreven, zo- dat de verschillende onderdelen en oppervlakken niet door een verkeerde reiniging of ongeschikte reinigings- middelen beschadigd raken. WAARSCHUWING‒Kans op explosie! Sterk bijtende alkalische of sterk zuurhoudende reini- gingsmiddelen in combinatie met aluminiumdelen in de spoelruimte van vaatwasmachine kunnen tot explosies leiden. ▶ Nooit sterk bijtende alkalische of sterk zuurhouden- de reinigingsmiddelen gebruiken. Vooral geen pro- fessionele of industriële reinigingsmiddelen gebrui- ken in combinatie met aluminiumdelen, zoals bijv. vetfilters van afzuigkappen. WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok! Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. ▶ Vóór het reinigen de netstekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen. ▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen. WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden! Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik. ▶ Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen. WAARSCHUWING‒Kans op letsel! Bepaalde onderdelen van het apparaat kunnen scher- pe randen hebben. ▶ Binnenkant van het apparaat voorzichtig reinigen.
De informatie over de reinigingsmiddelen in acht ne- men.
Afhankelijk van het oppervlak als volgt schoonma- ken: ‒ Roestvrijstalen oppervlakken met een vaatdoekje en warm zeepsop in slijprichting reinigen. ‒ Gelakte oppervlakken met een vaatdoekje en warm zeepsop reinigen. ‒ Aluminium met een zachte doek en glasreiniger reinigen. ‒ Kunststof met een zachte doek en glasreiniger reinigen. ‒ Glas met een zachte doek en glasreiniger reini- gen.
Met een zachte doek nadrogen.
Bij roestvrijstalen oppervlakken een schoonmaak- middel voor roestvrij staal heel dun opbrengen met een zachte doek. Het schoonmaakmiddel voor roestvrij staal is ver- krijgbaar bij de klantenservice of in de onlineshop. 8.3 Bedieningselementen reinigen WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok! Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. ▶ Geen natte vaatdoekjes gebruiken.
De informatie over de reinigingsmiddelen in acht ne- men.
Met een vochtig vaatdoekje en heet zeepsop reini- gen.
Met een zachte doek nadrogen. 8.4 Glazen klep openen
De glazen kap aan de onderrand beetpakken en naar boven trekken. ‒ De geopende glazen kap iets naar achteren schuiven. a De scharnieren klikken in en de glazen kap blijft ge- opend. 8.5 Glazen kap sluiten
De glazen kap iets optillen en naar voren trekken, om de gefixeerde positie van de scharnieren op te heffen.Reiniging en onderhoud nl
De glazen kap voorzichtig naar beneden geleiden, totdat deze vastklikt. 8.6 Vetfilter verwijderen
LET OP! Eraf vallende vetfilters kunnen de eronder liggende kookplaat beschadigen. ▶ Met een hand onder de vetfilter grijpen. Open de vergrendelingen op de vetfilters.
De vetfilters uit de houders nemen. Om naar beneden druppelend vet te vermijden, de vetfilters horizontaal houden. 8.7 Vetfilter met de hand reinigen De vetfilters filteren het vet uit de kookdampen. Regel- matig gereinigde vetfilters zorgen voor een hoge vetaf- scheidingsgraad. Wij adviseren de vetfilters elke 2 maanden te reinigen. WAARSCHUWING‒Kans op brand! De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ontbranden. ▶ De vetfilters regelmatig reinigen. Vereiste:De vetfilters zijn gedemonteerd.
De informatie over de reinigingsmiddelen in acht ne- men.
De vetfilters in een warm zeepsop weken. Gebruik bij hardnekkig vuil een vetoplosmiddel. Vet- oplosmiddel is verkrijgbaar bij de klantenservice of in de webshop.
De vetfilters met een borstel reinigen.
De vetfilters grondig uitspoelen.
De vetfilters laten afdruppelen. 8.8 Vetfilters in de vaatwasmachine reinigen De vetfilters filteren het vet uit de kookdampen. Regel- matig gereinigde vetfilters zorgen voor een hoge vetaf- scheidingsgraad. Wij adviseren de vetfilters elke 2 maanden te reinigen. WAARSCHUWING‒Kans op brand! De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ontbranden. ▶ De vetfilters regelmatig reinigen. LET OP! De vetfilters kunnen door inklemmen in de vaatwasser worden beschadigd. ▶ De vetfilters niet inklemmen. Opmerking:Bij de reiniging van de vetfilter in de vaat- wasmachine kunnen lichte verkleuringen optreden. De verkleuringen hebben geen invloed op de werking van de vetfilters. Vereiste:De vetfilters zijn gedemonteerd.
De informatie over de reinigingsmiddelen in acht ne- men.
De vetfilters los in de vaatwasmachine plaatsen. Sterk verontreinigde vetfilters niet samen met ser- viesgoed reinigen. Gebruik bij hardnekkig vuil een vetoplosmiddel. Vet- oplosmiddel is verkrijgbaar bij de klantenservice of in de webshop.
De vetfilters laten afdruppelen. 8.9 Vetfilters inbouwen LET OP! Eraf vallende vetfilters kunnen de eronder liggende kookplaat beschadigen. ▶ Met een hand onder de vetfilter grijpen.
De vetfilters naar boven klappen en de vergrendelin- gen vastklikken.
Zorg ervoor dat de vergrendelingen vastklikken. 8.10 Geurfilter voor circulatiefunctie Geurfilters binden de geurstoffen in de circulatiefunctie. Regelmatig gewisselde geurfilters zorgen voor een ho- ge geurafscheidingsgraad. De geurfilter moet bij normaal gebruik, ca. een uur da- gelijks, om de 3maanden worden vervangen. De geur- filter kan niet worden gereinigd of geregenereerd. Geurfilters zijn verkrijgbaar bij de klanteservice of in de online-shop. Gebruik alleen originele geurfilters.
Verwijderen van het vetfilter.nl Storingen verhelpen
Plaats het geurfilter op de achterzijde van het vetfil- ter.
Het geurfilter met het rooster op de buitenste gaten vastklemmen. Geurfilters demonteren
Verwijderen van het vetfilter.
Het rooster en het geurfilter verwijderen. 9 Storingen verhelpen Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhel- pen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten. WAARSCHUWING‒Kans op letsel! Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. ▶ Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. ▶ Bel de servicedienst als het apparaat defect is. 9.1 Functiestoringen Storing Oorzaak en probleemoplossing Apparaat werkt niet. Netstekker van de stroomkabel is niet ingestoken.
Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet. De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden.
Controleer de zekering in de meterkast. Stroomvoorziening is uitgevallen.
Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren. LED-verlichting functi- oneert niet. LED-lampje is defect.
Defecte LED-lampen mogen alleen worden vervan- gen door de fabrikant, zijn klantenservice of een er- kend vakman (elektromonteur). 10 Afvoeren 10.1 Afvoeren van uw oude apparaat Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
Voer het apparaat milieuvriendelijk af. Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoer- methoden.Servicedienst nl Dit apparaat is gekenmerkt in over-eenstemming met de Europese richt-lijn 2012/19/EU betreffende afge-dankte elektrische en elektronischeapparatuur (waste electrical and elec-tronic equipment - WEEE).De richtlijn geeft het kader aan voorde in de EU geldige terugneming enverwerking van oude apparaten. 11 Servicedienst Gedetailleerde informatie over de garantieperiode engarantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bijonze servicedienst, uw dealer of op onze website.Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u hetproductnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD)van het apparaat nodig.De contactgegevens van de servicedienst vindt u in demeegeleverde servicedienstlijst of op onze website. 11.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD) Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer(FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.Het typeplaatje bevindt zich afhankelijk van het model:¡ aan de binnenkant van het apparaat (daarvoor devetfilter demonteren).¡ op de bovenkant van het apparaat.Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-tele-foonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u degegevens noteren. 12 Accessoires Accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in devakhandel of op internet. Gebruik alleen originele ac-cessoires, omdat deze precies op uw apparaat zijn af-gestemd.Voor de verschillende apparaten zijn specifieke acces-soires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de pre-cieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.→Pagina53Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat,kunt u zien in onze catalogus, in de online-shop of kuntu navragen bij de klantenservice.www.junker-home.infoAccessoires BestelnummerKoolfilter JZ51GIA1X3Recirculatieset JZ51GIU1X3 13 Montagehandleiding Houd rekening met deze informatie bij de montage vanhet apparaat. 13.1 Inbegrepen in de levering Controleer na het uitpakken alle onderdelen op trans-portschade en de volledigheid van de levering. ø8 x 40
13.2 Afmetingen van het apparaat Hier vindt u de afmetingen van het apparaat.
13.3 Veiligheidsafstanden Neem de veiligheidsafstanden van het apparaat in acht. 13.4 Veilige montage Neem bij het monteren van het apparaat de veiligheidsaanwijzingen in acht. WAARSCHUWING‒Kans op vergiftiging! Teruggezogen verbrandingsgassen kunnen leiden tot vergiftiging. Vuurbronnen die de lucht in de ruimte verbruiken (bijv. apparaten die op gas, olie, hout of kolen worden ge- stookt, geisers, warmwatertoestellen) betrek- ken de verbrandingslucht uit de opstellings- ruimte en voeren de gassen via een afvoer (bijv. schoorsteen) af naar buiten. In combina- tie met een ingeschakelde afzuigkap wordt aan de keuken en aan de naastgelegen ruim- tes lucht onttrokken. Zonder voldoende lucht- toevoer ontstaat er een onderdruk. Giftige gassen uit de schoorsteen of het afvoerkanaal worden teruggezogen in de woonruimte. ▶ Altijd voor voldoende luchttoevoer zorgen, wanneer het apparaat in luchtafvoermodus werkt, en er tegelijkertijd vuurbron is die gebruik maakt van de aanwezige lucht. ▶ U kunt het apparaat alleen dan zonder risi- co gebruiken wanneer de onderdruk in de ruimte waarin de vuurbron zich bevindt niet groter is dan 4 Pa (0,04 mbar). Dit kan worden bereikt wanneer de voor de ver- branding benodigde lucht door niet afsluit- bare openingen, bijv. in deuren, ramen, in combinatie met een ventilatiekast in de muur of door andere technische voorzienin- gen, kan worden toegevoerd. Een luchtaan- voer/afvoereenheid in de muur alleen is niet voldoende om aan de minimale eisen te voldoen. ▶ Raadpleeg in ieder geval het bedrijf dat in uw huis zorgt voor de schoorsteenreiniging. Dit bedrijf is in staat het totale ventilatiesys- teem van uw huis te beoordelen en kan een voorstel doen voor passende maatre- gelen op het gebied van de luchttoevoer. ▶ Indien het apparaat alleen met recirculatie wordt gebruikt, is een onbeperkt gebruik mogelijk.Montagehandleiding nl
Teruggezogen verbrandingsgassen kunnen leiden tot vergiftiging. ▶ Wanneer een afzuigkap wordt geïnstalleerd met een haard die afhankelijk is van de ruimtelucht, dan moet de stroomtoevoer van de afzuigkap zijn voorzien van een ge- schikte veiligheidsschakeling. Teruggezogen verbrandingsgassen kunnen leiden tot vergiftiging. ▶ De luchtafvoer niet in een rookkanaal of rookgasafvoer leiden dat in bedrijf is. ▶ Voer de luchtafvoer niet in een schacht die dient voor het ontluchten van opstelruimtes voor haarden. ▶ Moet de luchtafvoer in een rook- of afvoer- gasschoorsteen worden geleid die niet in gebruik is, dan dient hiervoor toestemming van een vakbekwame schoorsteenveger te worden verkregen. WAARSCHUWING‒Kans op verstikking! Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken. ▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kin- deren houden. ▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateri- aal spelen. WAARSCHUWING‒Kans op brand! De vetafzettingen in het vetfilter kunnen ont- branden. ▶ Werk in de buurt van het apparaat nooit met open vuur (bijv. flamberen). ▶ Installeer het apparaat alleen in de buurt van een vuurbron voor vaste brandstoffen (bijv. hout of kolen), wanneer een gesloten, niet afneembare afdekking aanwezig is. Er mogen geen vonken wegspringen. ▶ Om warmteophoping te voorkomen dienen de voorgeschreven veiligheidsafstanden te worden aangehouden. ▶ Houd de informatie van uw kookapparaten aan. Wanneer er in de installatie-instructies van de kookapparaten een afwijkende af- stand staat, altijd de grootste afstand in acht nemen. Wanneer gaskooktoestellen en elektrische kooktoestellen samen wor- den gebruikt, dan geldt de grootste aange- geven afstand. ▶ Het apparaat slechts aan één zijde direct naast een hoge kast, tegen een bovenkast of tegen een wand installeren. De afstand tot de hoge kast, een bovenkast of de wand moet minstens 50 mm bedragen. WAARSCHUWING‒Kans op letsel! Bepaalde onderdelen in het toestel kunnen scherpe randen hebben. ▶ Draag veiligheidshandschoenen. Is het toestel niet naar behoren bevestigd, dan kan het naar beneden vallen. ▶ Alle bevestigingsschroeven moeten vast worden gemonteerd. Gevaar voor letsel door glassplinters. ▶ De filterafdekking tegen stoten bescher- men. ▶ De filterbescherming niet laten vallen. ▶ Bij de montage een veiligheidsbril dragen. Het toestel is zwaar. ▶ Om het apparaat te bewegen, zijn 2 perso- nen vereist. ▶ Alleen geschikte hulpmiddelen gebruiken. Het toestel is zwaar. ▶ Het apparaat mag niet direct in gipskarton- platen of gelijksoortig licht bouwmateriaal worden gemonteerd. ▶ Voor een juiste montage dient u materiaal te gebruiken dat voldoende stabiel en aan- gepast is aan de bouwkundige situatie en het gewicht van het materiaal. Wijzigingen aan de elektrische of mechani- sche opbouw zijn gevaarlijk en kunnen leiden tot functiestoringen. ▶ Geen wijzigingen aan de elektrische of me- chanische opbouw aanbrengen. Verwondingsgevaar bij het openen en sluiten van de scharnieren. ▶ Niet in het bewegende gedeelte van de scharnieren grijpen. WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok! Scherpe componenten binnen het apparaat kunnen de aansluitkabel beschadigen. ▶ De aansluitkabel niet knikken of inklem- men. Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk. ▶ Het apparaat uitsluitend aansluiten en ge- bruiken volgens de gegevens op het type- plaatje. ▶ Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïnstalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wissel- stroom aansluiten.nl Montagehandleiding
▶ Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moet conform de elektrotech- nische voorschriften zijn geïnstalleerd. ▶ Nooit het apparaat via een externe schakel- inrichting voeden, bijvoorbeeld een tijd- schakelaar of besturing op afstand. ▶ Als het apparaat is ingebouwd, moet de stekker van het netsnoer vrij toegankelijk zijn. Als de vrije toegang niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische in- stallatie een alpolige scheidingsinrichting volgens de voorwaarden van de overspan- ningscategorie III en volgens de installatie- voorschriften worden ingebouwd. ▶ Bij het opstellen van het apparaat erop let- ten dat het netsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd. 13.5 Aanwijzingen voor de elektrische aansluiting Om het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten, dient u deze aanwijzingen in acht te nemen. WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok! Het apparaat moet op elk gewenst moment van de stroom kunnen worden afgesloten. Het mag alleen op een geaarde contactdoos worden aangesloten die vol- gens de voorschriften is geïnstalleerd. ▶ De netstekker van de netaansluitkabel moet na de inbouw van het apparaat vrij toegankelijk zijn. ▶ Is dit niet mogelijk, dan moet in de vast geplaatste elektrische installatie een alpolige scheidingsinrich- ting volgens de voorwaarden van de overspannings- categorie III en volgens de opbouwvoorschriften worden ingebouwd. ▶ De vaste aansluiting mag alleen door een elektricien worden aangelegd. Wij adviseren een aardlekscha- kelaar (FI-schakelaar) in de stroomkring naar het apparaat te installeren. Scherpe componenten binnen het apparaat kunnen de aansluitkabel beschadigen. ▶ De aansluitkabel niet knikken of inklemmen. ¡ De aansluitgegevens zijn te vinden op het typeplaat- je. →Seite53 ¡ De aansluitleiding is ca. 1,30 m lang. ¡ Dit apparaat voldoet aan de ontstoringsvoorschriften van de EG. ¡ Het apparaat is conform de beschermingsklasse 1. Daarom het apparaat alleen met een aarddraa- daansluiting gebruiken. ¡ Het apparaat tijdens de montage niet op de voe- dingsspanning aansluiten. ¡ Ervoor zorgen dat de bescherming tegen aanraking door de inbouw is gegarandeerd. 13.6 Aanwijzingen m.b.t. de inbouwsituatie ¡ Dit apparaat aan de keukenwand monteren. ¡ Voor de montage van extra speciale accessoires de daarbij meegeleverde installatiehandleiding aanhou- den. ¡ Het apparaat slechts aan één zijde direct naast een hoge kast, tegen een bovenkast of tegen een wand installeren. De afstand tot de hoge kast, tot een bo- venkast of de wand moet minstens 50 mm bedra- gen. ¡ De breedte van de afzuigkap moet minstens over- eenkomen met de breedte van het kooktoestel. ¡ Om de kookdamp optimaal op te vangen, het appa- raat in het midden boven de kookplaat monteren. 13.7 Aanwijzingen m.b.t. de luchtafvoerleiding De fabrikant van het apparaat geeft geen garantie bij klachten die te wijten zijn aan het buizentraject. ¡ Een korte, rechte afvoerbuis met een zo groot mo- gelijke buisdiameter gebruiken. ¡ Lange, ruwe afvoerbuizen, vele buisbochten of klei- ne buisdiameters verminderen het afzuigvermogen en verhogen het ventilatorgeluid. ¡ Een afvoerbuis van niet brandbaar materiaal gebrui- ken. ¡ Om het teruglopen van condens te vermijden, de af- voerbuis vanuit het apparaat met 1° verval monte- ren. Vierkante buizen Platte buizen waarvan de binnendoorsnede met de dia- meter van de ronde buizen overeenkomt: ¡ diameter 150 mm komt overeen met ca.177cm². ¡ diameter 120 mm komt overeen met ca.113cm². ¡ Gebruik bij een afwijkende buisdiameter een afdicht- strip. ¡ Geen platte buizen met scherpe bochten gebruiken. Ronde buizen Ronde buizen met een binnendiameter van 150 mm (aanbevolen) of minstens 120mm gebruiken. 13.8 Aanwijzing voor de luchtafvoerfunctie Voor de luchtafvoerfunctie moet een terugslagklep wor- den ingebouwd. Opmerkingen ¡ Wanneer bij het apparaat geen terugslagklep is meegeleverd, dan kan men een terugslagklep in de vakhandel verkrijgen. ¡ Wanneer de afvoerlucht door de buitenwand wordt geleid, dan moet een telescopische muurcassette worden gebruikt. 13.9 Aanwijzingen bij de circulatiefunctie Het apparaat mag alleen worden gebruikt wanneer het goed is geïnstalleerd en de leidingen zijn aangesloten. 13.10 Algemene aanwijzingen Neem deze algemene aanwijzingen bij de installatie in acht. ¡ Bij de installatie moeten de actuele geldige bou- wvoorschriften en de voorschriften van de plaatseli- jke stroom- en gasleverancier in acht worden geno- men. ¡ Bij het afvoeren van afvoerlucht moeten de officiële en wettelijke voorschriften, zoals bijv. de plaatselijke bouwverordeningen, in acht worden genomen.Montagehandleiding nl
¡ Om het apparaat in het geval van service ongehin- derd te bereiken, een gemakkelijk toegankelijke montageplaats kiezen. ¡ De oppervlakken van het apparaat zijn gevoelig. Bij de montage beschadigingen vermijden. 13.11 Installatie Wand controleren
Controleren of de muur verticaal is en voldoende draagvermogen heeft. Het maximale gewicht van het apparaat bedraagt 12 kg.
De boorgatdiepte overeenkomstig de schroeflengte boren. De pluggen dienen goed vast te zitten. De meegeleverde schroeven en pluggen zijn ge- schikt voor het bevestigen van het apparaat aan de volgende soorten muren: massief metselwerk, gas- beton, Poroton bakstenen. Wand voorbereiden
Ervoor zorgen dat zich in het bereik van de borin- gen geen stroomleidingen, gasleidingen of waterlei- dingen bevinden.
Om schade te vermijden, de kookplaat afdekken.
Vanaf de boven- tot de onderkant van het apparaat een loodrechte middellijn op de muur tekenen.
Haal het boorsjabloon uit de verpakking met acces- soires.
Met behulp van de boorsjabloon de posities voor de bevestigingsschroeven opmeten en aftekenen. De onderkant van het apparaat is identiek met de onderkant van de boorsjabloon.
De pluggen vlak met de wand inzetten.
De schroeven voor het ophangen van het apparaat aan-, maar niet volledig vastdraaien.
De beugel voor de schoorsteenafscherming gelijk met het plafond op de hartlijn leggen. De boorgaten voor de bevestigingsschroeven uitme- ten en aftekenen.
De pluggen vlak met de wand inzetten.
De bevestigingshoek voor de schoorsteenafscher- ming vastschroeven. Apparaat voorbereiden
Bij inbedrijfstelling in luchtafvoermodus indien nodig de stuwklep monteren. Apparaat monteren WAARSCHUWING‒Kans op letsel! Bepaalde onderdelen in het toestel kunnen scherpe randen hebben. ▶ Draag veiligheidshandschoenen. LET OP! Wanneer de gasklep te ver wordt geopend en de scharneren te ver uitrekken, dan kan er schade aan het apparaat optreden. ▶ De glazen kap niet door de aanslag naar boven drukken. ▶ De scharnieren niet te ver uitrekken.nl Montagehandleiding
Het apparaat ophangen.
De glazen klep openen. ‒ De glazen kap aan de onderrand beetpakken en naar boven trekken. ‒ De geopende glazen kap iets naar achteren schuiven. a De scharnieren klikken in en de glazen kap blijft ge- opend.
Het apparaat met schroeven horizontaal stellen en vastschroeven.
De 2 extra veiligheidsschroeven aanbrengen en vastschroeven.
Plaats het vetfilter. De vetfilter niet buigen om beschadigingen te voor- komen.
Sluit de glazen klep. ‒ De glazen kap iets optillen en naar voren trek- ken, om de gefixeerde positie van de scharnie- ren op te heffen. ‒ De glazen kap voorzichtig naar beneden gelei- den, totdat deze vastklikt. Buizen Luchtcirculatiemodus Wanneer u het apparaat in de luchtcirculatiemodus ge- bruikt, houd dan de aanwijzingen van het speciale toe- behoren van de circulatielucht aan. Opmerking:Wanneer u een aluminiumbuis gebruikt, maak dan het aansluitgedeelte eerst glad. Wij adviseren het gebruik van buizen met een afvoer- buis van Ø150mm. Luchtafvoerverbinding maken (afvoerbuis Ø 150mm)
De luchtafvoerbuis op het afvoeraansluitstuk beves- tigen.
De verbinding met de afvoerluchtopening maken.
De verbindingspunten afdichten. Luchtafvoerverbinding maken (afvoerbuis Ø 120mm)
Bevestig het verloopstuk op het aansluitstuk van de luchtafvoer.
De luchtafvoerbuis op het afvoeraansluitstuk beves- tigen.
De verbinding met de afvoerluchtopening maken.
De verbindingspunten afdichten. Stroom aansluiten
Steek de stekker in het stopcontact.
Als een vaste aansluiting noodzakelijk is, de aanwij- zingen in het hoofdstuk
- "Aanwijzingen voor de elektrische aansluiting", Pagina56 opvolgen. Schoorsteenafscherming monteren WAARSCHUWING‒Kans op letsel! Bepaalde onderdelen in het toestel kunnen scherpe randen hebben. ▶ Draag veiligheidshandschoenen. Opmerking:Bij de circulatiefunctie moet vóór de mon- tage van de schoorsteenafscherming eerst het schei- dingsfilter gemonteerd worden. Informatie over de mon- tage van het scheidingsfilter vindt u in de montage- handleiding van de accessoires.Montagehandleiding nl
De schoorsteenafscherming aan de zijkant van de beide beugels vastschroeven. Apparaat demonteren
De schoorsteenafscherming verwijderen.
Haal de stekker van het apparaat uit het stopcon- tact.
Maak de afvoerbuis los.
Het vetfilter verwijderen. De vetfilter niet buigen om beschadigingen te voor- komen.
De schroeven voor de ophanging van het apparaat een beetje, maar niet volledig losdraaien.
Het apparaat verwijderen.
Notice-Facile