VC55 LCD - Meetinstrumenten VOLTCRAFT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis VC55 LCD VOLTCRAFT in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over VC55 LCD VOLTCRAFT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Meetinstrumenten in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding VC55 LCD - VOLTCRAFT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. VC55 LCD van het merk VOLTCRAFT.
GEBRUIKSAANWIJZING VC55 LCD VOLTCRAFT
De tweepolige spanningstester is een draagbaarmeetapparaat voor het vaststellen en weergeven van de spanningstoestand van elektrische laagspanningsstroormicuits. HijClient voor de indicate van gelijk-en wisselspanningen in het bereik van 12 tot 690 V, alsmede de polariteit door tweepolig aanleggen. De spanningen worden in 7 niveaus weergegeven.
Vanaf een nominale spanning van 38 V/AC of 120 V/DC brandt voor de spanningsgebieden een waarschuwingsindicatie, die waarschuwt voor gevaarlijke spanning. Deze waarschuwingsindicatie gaat ook branden bij lege batterijen.
De spanningstester voldoet aan de norm voor tweepolige spanningstesters (EN 61243-3/DIN VDE 0682-401) alsmede de beschemingsgraad IP64 (stof- en spatwaterbeschermd) en is bedoeld voor gebruik bij een droge of vochtige omgeving binnen- en buitenshuis. Niet gebruiken bij regen of neerslag. De spanningstester is geconstruendum voor toepassing door elektriciens in combinatie met een persoonlijke beschemende ultrustig.
Het apparaat beschikt aanvullend over een LC-display met actuele waardeweergave van de meetspanning, een audiovisuee doorgangstester, ingebouwde verlichting van het meetpunt alsmede de functie van een "enkelpigoe" fasemeter. Voor de meetfunctie zich twee micro-batterijen (type AAA/LR03) nodig. Niet met accu's gebruiken.
Een draiveldrichtingsindicatie voor geaarde draaiostroomnetten is aanwezig.
De spanningsterger mag alleen in installaties van de meetcategorie CAT III (huisinstallations/onderverdelingen) tot 1000 V resp. in CAT IV (aan de bron van de laagspanningsinstallatie) tot 600 V ten opzichte van aardpotentiaal worden gebruikt.
Deze meetcategorieen zichin inclusief alle Kleinere meetcategorieen (bijv. CAT II en CAT I).
De spanningstester moet tijdens het meten aan de beide grepen (1 en 16) rond worden vastgepakt, Pak tijdens het meten Niet boven de tastbare begrenzingen van de handgreep (5 en 13) vast. Het individatieveld mag Niet afgedekt worden en de metalen contacten evenals de meetpunten moot Niet aangeraakt worden.
Houd ook rekening met alle andere verilgheidsvoorschriften van deze gebruiksaanwijzing.
Het gebruik onder ongunstige omgevingscondities is Niet togetstaan. Ongunstige omgevingscondities zijn:
- Natheid of te hoge luchtvochtigheid
- Stof en brandbare gassen, dampen of oplosmiddelen
-Explosiegevaarlijke gebieden (Ex) - Onweer resp. onweeromstandigheden zoals elektrostatische velden etc.
Een andere toepassing dan hierboven beschren, kan leiden tot beschadiging van het product. Daarnaast bestaat het risico van bijv. kortsluiting, brand of elektrische schokken enz. Het samengestle product dieniet naaegpast resp. omgeboudw te worden! Neem te allen tjide de veilghidesaanwijzingen in ach!
Omvang van de levering
VC-55 met vast bevestigde meetpenbescheming
- 2 schroefcontacten (Ø 4 mm voor CAT II-gebruik)
- 2 kunststof beschermhulzen voor CAT III/CAT IV-gebruik
- 2 micro-batterijen (AAA/LR03)
- Gebruiksaanwijzig

Actuele gebruiksaanwijzingen
Download de actuelle gebruiksaanwijzingen via de link www.conrad.com/downloads of scan ze met behulp van de afgebeelde QR-code. Volg de aanwijzingen op de website.
Verklaring van symbolen

Een uitroepteken in een driehoek wijst op belangrijke instructies in deze gebruiksaanwijzing die absolutut要去en worden opgegovld.

Een bliksemschicht in een driehoek waarschuw voor een elektrische schok of een veiligheidsbeperking van elektrische onderdelen in het apparaat.

Dit apparaat is CE-goedgekeurd en voldoet aan de desbetreffende nationale en internationale richtlijn.

Het pijt-pictogram vindt u bij bijzondere tips en aanwijzingen over de bediening.
Veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen

Dit apparaat heeft de fabrik in onberispelijke staat verlaten.
De gebruiker moet - om diesen toostand te handhaven en om gebruik zonder bevaren te borgen - de verdigeidsaanwijzingen waarschuwingen in acht nemen, weike in deze gebruiksaanwijzing xijin opgenommen. Neem de volgende pictogramm in acht:
Bij beschadigingen verroorzaakt door het hier nelt in acht nemen van deze gebruksaanwijzing, vervalt de waarborg/garantie! Voor gevolgschade ijwn wiet aansprakelijk!
-
Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor materialei schade of persoonlijk letsel veroorzaakt door ondeskundig gebruik of het Niet opvolgen van de veiligheidsaanwijzingen! In dergelijke gevallen verralt elke vom van garantie.
-
Om redenen van verilgheid en toelating is het eigemachtig ombouwen en/of wijzigen van het apparaat Niet toegestaan.
Bij alle werkzaamheden要去 de voorschriften ter voorkoming van ongevallen van de brancheveringen voor elekrotechnische installaties en bedrijfsmiddelen worden nageleefd.
-
In scholen, opledingscentra, hobbyuirmen en werkplaatsen dient door geschoold personeel voldoende toezicht te worden gehouden op de bediening van meet- en testapparatuur en accessoirres.
-
Let erop, dat u het apparaat op juiste wijze in gebruik neemt. Raadpleeg waar bij deze gebruiksaanwijzing.
-
De aangegeven spanningswaarden op de spanningstester zijn nominale spanningen.
Stel het apparataat Niet bloot aan extreme temperaten, sterke trillingen of hoge vochtighie. En individatie vindt alleen paats in en tematuorurbereik van -15 ^ C tot +55^ en een relatieve luchtvochtighie van max. 85% (niet condenserend).
-
Houd de spanningstester alleen aan de waarvoort bestemde handgrepen (1 en 16) vast. Houd de spanningstester nooit buiuten de tastbare begrenzingen van de handgreep (5 en 13) vast.
-
Controller voor en na elk gebruik de spanningster op juiste werkung. Test op een bekende spanningsbron (bijv. netspanning 230 V/AC) en controller de juistheid van de indications. Bij uitval van een of meerere weergavebereiken mag de spanningster niet meer worden gebruikt.
-
De behuizing van de spanningstester mag, behalve voor het openen van het klepje van het batterijvak, Niet worden gedemonnteerd.
-
De spanningssteister mag alleen bij installations met de weergegeven spanningsbereiken worden toegepast.
-
Het erstvolgende hogere spanningsbereik van deiveau-indicatie gaat reeds vanaf de 0,85-voudige nominale waarde branden.
-
De bij geleijkspanning geldige grenswaarde voor de gevaarlijke contactspanning (conform DIN VDE 0100 deel 410) worden door de lichtindicatie 120V aangegeven.
-
De bij wisselspanning geldige grenswaarde voor de gevaarlijke contactspanning (conform DIN VDE 0100 deel 410) worden door de lichtindicatie 50V aangegeven.
-
De spanningstester werkkt alleen bij correct geaarde laagspanningsinstallaties. Bij slecht geaarde installaties of isolerende lichaamsbeschemende middelen kan de individatie negatief worden beinvloed.
Bij onderbroken nulleider (N) of aardleiding (PE) wordt niets weergegeven!
-
Houd de spanningstester schoon en berg hem volgens de voerschriften en droog op.
-
Dit apparaat is geen spelgoed. Houd het buiten bereik van kinderen.
-
Als de tester niert worden gebruikt, koats dan alliijd de meeltpenbescherming op de meetpennen om verwondingen te voorkomen.
Bij gebruik van de spanningster in het bereik van de meetcategorie CAT III en CAT IV wordt aanbevlen de bligevoegde kunststoff beschemingshalzen (2) op de meelpennen te steken om de vrijgegende contactpuntlete verkleinen. Hierdoor wordt het risico voor een möglichkorteisuiing tildens het testen verkleind.
-
Afhankelijk van de binnenste impedantie van de spanningstesters, zichen er bij anwezigheid van stoorspanningsverschillende möglichheden met de aanduiding "Werkspanning aanwezig" of "Werkspanning Niet aanwezig".
-
Een spanningstester met relatief lage binnenste impedantie za in vergelijkking met de referenciewaarde 100k nicht alle stoorspanningen met een oorspronkelijke waarde boven ELV aanduiden. Bij contact met de te testen onderdelen kan de spanningstester de stoorspanningen door ontlading kortstondig tot een peil onder ELV verminderen. Na het verwijderen van de spanningstester za de stoorspanning echter opnieuwhaar oorspronkelijke waarde aanennemen.
-
Wanneer de aanduiding "Spanning aanwezig" net verschijnt, worden met andrang aanbevolen om voor aanvang van de werkzaamheden de aardingsinrichting in te stellen.
-
Een spanningsstester met relatief hoge binnenste impedantie za in vergelijkking met de referenlewaarde 100k bij aanwezigste stoorspanning, "Werkspanning Niet aanwezig" Niet utdrukkelijk aanduiden.
-
Wanner de aanduiding "Spanning aanwezig" bij een onderdeel verschijnt, dat geschienen is van de installmentie, worden met aandrang aanbevolen om met bijkomende maatregelen (bv. gebruik van een geschichte spanningstester, visuèle controle van het ontkoppelpunt in het stroomnetwork, enz.) zich te vergewissen van de toestand "Werkspanning net aanwezig" van het te testen onderdeel en vast te stellen dat de door de spanningstester aangeduide spanning een stoorspanning is.
-
Een spanningsstermer met de aanduiding van twee waarden van de binnenste impedantie heeft de controle van zich uilvoerig ter behandeling van stoorspanningen afgerond en is (binnen de technische grenzen) in staat werkspanning van stoorspanning te anderscheiden en het spanningsstype direct of indirect aan te duiden.
Meitcategorie I voor metingen aan elektrische en elektronische apparaten die Niet direct via de netspanning worden gevoed (bijv. apparaten op batterijen, etc.)
Meetcategorie II voor metingen aan elektrische en elektronische apparaten die via een netstekker direct met netspanning worden gevoed. Deze categorie omvat ook allekleiner categorieen (bijv.CAT I voor het meten van signaln- en sturspanningsen).
CAT III
Meetcategorie III voor metingen in de gebouwinstallatie (bijv. stopcontacten of onderverde-
logen). Deze categorie omvat ook allekleineregatieien (bijv.CAT II voor het meten aan
elektrische apparaten).
CAT IV
Meetcategorie IV voor melingen aan de bron van de laagspanningsinstallatie (bijv. hoofverdeling, huis-overdrachtspunten van het elektriekileitsbedriv) en in het vrij veld. Deze categorie omvat ook alle klinere categorieen.
De volgende symbolen en voorschriften要去en in acht worden genomen:
| L1 - Meetpen voor | fase L1, minpotentiaal bij DC |
| L2 + Meetpen voor | fase L2, enkelpolige fasetest, pluspotentiaal bij DC |
| V AC DC V AC = | wisselspanning V DC = gelijkspanning |
| Indicatie + Pluspotentiaal aan meetpen L2 + | |
| Indicatie - Minpotentiaal aan meetpen L2 + | |
| Indicatie + - Wisselspanning (beide indicaties voor + en - branden) | |
| 12/24/50/120 230/400/690) | Indicatie van het nominale spanningsbereik in Volt (V) |
| Rx Weergave voor doorgangstest | |
| kΩ Elektrische waerstand in kilo-Ohm | |
| f. Nominaal freiagentiebereik van de elektrische spanning | |
| I Weergave van de meetstroom in mA (milliampère) | |
| W Elektrische meeeltlast in Watt | |
| Hz Elektrische freiagentie (Hertz) | |
| Temp °C Toegestaan bedrijfstemperatuurbereik in °Celsius | |
| ON Maximale inschakelduur (ED) in seconden (s) | |
| OFF Minimale bedrijfsonderbreking na een meetcylus in seconden (s) | |
| Date Productiejaar | |
| OL | Overloopindicatie Meetbereik overschreden |
| ---- | Bedrijsindicatie op de display |
| A | Waarschuingsindicatie voor gevaarlijke spanning (>38 V/AC, >120 V/DC (werking ook met lege resp, zonder batterijen möglichk). |
| ●● | Pictogram voor de waarschuingszoemer |
| A | Apparaat en uitvoering voor het werkden onder spanning. Er要去en persoonlijke beschemmende maatregelen worden genomen. |
| L R | Draaiveldrichtingsindicatie aan geaarderiefasenetten. L = linksdraaiend, R = rechtsdraaiend |
| □ | Beschemklasse 2 (dubbele of dikkere isolatie/beschemende isolatie) |
| □+ | Pictogram voor de gebrukte batterijgegevens 2x 1,5 V micro-batterij, LR03, AAA |
| ●● | Indicatie batterijvervanging in de display. Bij het verschijnen van het pictogram要去en de batterijen direct worden verrangen. |
BESCHRIJVING VAN DE AFZONDERLIJKE ONDERDELEN
1 Handgreep meetpen L1 (-)
2 Kunststof beschemmulzen voor CAT III/CAT IV-gebruik
3 4 mm schroefcontacten voor testen van contactdozen aan de voorkant (contactdoos ingebouwd! CAT II)
4 Meetpen L1 (-)
5 Begrenzing van het greepgebied met bevestigingsbeugel
6 Meetpen L2 (+)
7 LED-meetplaatsverlichting
8 LED-niveau-indicatie voor de spanningsbereiken en polariteit 9 Afgeekte geluidsopening voor waarschuingszoemer
10 Waarschuwingsindicatie voor gevaarlijke spanning (>38V / AC, > 120 V/DC (werking ook met legel/zonder batterijen). Fase-indicatie voor enkelpolige fasetest
11 Rx-indicatie voor doorgangstest
12 Draiveldrichtingssindicatie (L = linksdraaiendR=rechtsdraaiend)
13 Begrenzinq van het greepbereik
14 LC-display voor nominale spanningsindicatie en pictogram voor batterijvervanging
15 Toets voor LED-meetpuntverlichting
16 Handgreep meetpen L2 (+)
17 Batterijyak met bajonetsluiting
18 Verbindingskabel
19 Meitpenbescheming

Plaatsen/ervangen van de batterijen
De spanningster wort voor zijn basisfunctie als tweepolige spanningster met spanningsbereikindicatie en de extra functies zoals meetpuntverlichting doorgangsst, draaveldindicatie of „enkelpolige" faseter via batterijen gevoed. Hiervoor zijn twee micro-batterijen (type AAA/LR03, meegeleverd) nodig. Het gebruiken van opiaadbare accu's is nicht teogestaan.
Ga voor hetplaatsen/ervangen als volgt te werk:
- Verwijder de spanningstester van alle meelpunten en steek de beschemende afdekking op de meet-pennen.
- Open het batterijvak (17) door de sluiting met een plat voorwerp (bijv. brede platte schroevendraier) met een 90^ draaig gegen de wijzers van de klok in los te draieren. Aan de zijkant worden eenkleine inpeking zichtaar, waaraan het batterijvakdeksel ut het apparaat kan worden getrokken.
- Plaats de twee neue micro-batterijen (LR03/AAA) in het batterijnak. Op het batterijvakdeksel kunst de polariteisgeveens aflezen. Gebruik indien möglich alsalkine-batterijen, maar deze garant staan voor een langere gebruksduur.
- Sluit en vergrendel het batterijvak in omgekeerde volgorde. Let er.daar bij op dat afdichtingsring op het batterijvakdeksel net worden afgekneld of worden beschadigd.
Het batterijyvakdeksel past slechts in een positie in het apparaat. De inkeping moet zich aan derechtkerkant被动en.
Vervang de batterijnen wanneer de niveau-indicatie (8) bij de functielmetest nicht meer brandt, het pictogram voor batterijvervanging in de LC-display verschrijft of er bij het tegengestelde contact de beiden meetpennen (4 en 6) geen akoestisch signaln Meer geven.

Bij lege batterijen werkst vanaf een testspanning van 38 V/AC en120 V/DC alleen de waarschu-wingsindicatie (10) voor "gevaarlijke spanning". Als deze indicatie brandt, de meetcontacten nooit aanraken.
Het gebruik met geopend batterijvak is Niet loegestaan.
Verwijder de batterijen als u het aparaat gedurende langere tjid Niet gebruikt om te voorkomen dat het door leukende batterijen beschadigd raak. Omdezelfde reden is het raadzaam lege batterijen onmiddellijk te verwijden.
Geschikte alkaline-batterijen zich te verkrijgen onder het volgende besteinummer: Bestelnr. 652303 (2 st. u dient 1x te bestellen).
Gebruik uitsluitend alkaline-batterijen, omdat deze krachtig zich en een lange gebruksduur hebben.
Meetpuntverlichting
Het model VC-55 bezit een op batterijen werkende meetpuntverlichting.
Om deze verlichting in en uit te schakelen de toets (15) kort indrukken. De verlichting blijft ca. 130 seconden ingeschakeld en gaat automatisch waar uit.
Uitvoeren von testwerkzaamheden
De tweepolige spanningstester bestaat uit de beiden meetpennen (4 + 6) , een verbindingskabel (18) en het indicatieveld.
Houd de spanningstester allijd zo vast dat u verticaal op het indicatieveld kut kijken. De verlichtingsindications kannen door sterke lichtinval negatif worden beinvoed.
Bij DC-metingen geen de meetpen L2+ (6) de pluspool en de meetpen L1- (4) de minpool weeer.
De VC-55 schakelt zich bij het begin van de test automatisch in (ingangsniveau >10V ) en na beëindiging van de test waaruit.

Controleer altijd voor en na elk gebruik de spanningstester op werkking. Test op een bekende spanningsbron (bijv. netspanning 230 V/AC) en controller de juistheid van de indications. Bij uilval van een of meerere indicativebenen (8) mag de spanningstester Nieteer worden gebruikt.

Indien het meettoestel geen werkung toont of afzonderlijke indicatielampjes nicht functioneren, de spanningstester uitzieten. Een defecte spanningstester mag Niet worden gebruikt.
Devoerschriften om te werken aan elektrische installations要去en in acht worden genomen. Gebruik de personlijke beschemende ultrusting voor werken aan installations met gevaarlijke elektrische spanning.
De maximaal togeteustane inschakelduur (ON) bedraagt 30 seconden. Na dezeijd要去en een bedrijffspauze (OFF) van minimaal 240 seconden worden aangehouden. Verschijt bij enig meetpunt de uitlezing, Onder spanning' terwijl dat meetpunt elektrisch geschieren van de instalatie zou要去en?! Dan adviseren wui dringend aanvullende maatrageden te treffen (bijvoorbeel door een spanningsterle te gebruiken die voorzin is van een omschakelbare impedanlie, of door het schiedingpunt in het elektricitetnet ne schouwen of door de status, Bedrijffspanning Niet aanwezig" van het te inspecteren deel van de instalatie te verifiefen en vast te stellen dat bij de door de spanningsterer getoonde spanning sprake is van stoorspanning.
Verschijnt de uitlezing, Onder spanning" Niet? Dan adviseren wij u dringend de aardvoorziening in te schakelen alvorens u uwerkzaamheden aanvangt.
De volgende testfuncties können uitgevoerd worden.
a) Tweepolige spanningtest
Houd de spanningstester alleen vast aan de waarvoort bestemde handgrepen (1 en 16). Raak de tester nooit buiten de handgrepen aan (5 en 13).
Breng beiden meetpennen aan op de te controerenmeetpunten. Het spanningsbereik worden in de niveau-indicatie (8) en de aanwezigemeetspanning in de LC-display weergegeven.
De indicateiampjes (+) en (-) geben de spanningssoort en de betreffende polariteit weer. Indien de indications (+) en (-) tegelijkertijd branden, is wisselspanning (AC) aanwezig. De polariteit worden nu via de beide LED's weergegeven.
Vanaf een spanning van ca. 38 V/AC of 100 V/DC klinkt een akoestisch signala. De draaveldindicaties "L" en "R" können bij het meten gaan branden. Dit is een technisch gegeven en heeft geen betekenis resp. involed op het meeteerloop.
De andere meetpennen L1 en L2 kannen aan de zijkant via een bevestigingsbeugel aan de greepbegrenzing van meetpen L1 (5) bij elkaar worden gestoken. 19 mm
De afstand van de beiden meelpennen bedraagt dan 19 mm, en komt overeen met de nom contactafstand van euro- en geaarde contactdozen.
Worden de 4 meegeleverde 4mm schroefadapters vastgeschroefd, vergemakkeligt dit aanvullend het contact in de contactdoos. De tweepolige spanningstester kan dan met een hand worden begeleid.

Let erop dat u met de hand in het greepbereik (16) van meetpen L2 blijf en de indication Niet afdekt.

b) Indicatie van de draaiveldrichting
De VC-55 geeft bij correct geaarde draaiastrocomnetten de draaiveldrichting aan (alleen met batterijen). De spanningsmeter stelt de volgorde vast van de oplopende fasen ten opzichte van het aardpotentiaal.
Houd de spanningstester alleen vast aan de waarvoort bestemde handgrepen (1) en (16). Raak de tester nooit buiten de handgrepen aan.
Breng beside meetpennen oplopend aan op de te controlleren meetpunten.
De meetpen L1 (4) komt overeen met de buitenste leiding (fase) L1.
De meeltpen L2 (6) komt overeen met de builenste leiding (fase) L2.
Het beschikbare spanningsbereik evenals de draiveldrichting worden in het indicatieveld weergegeven.
De indicatielampjes (12)给他们 betreffende draaiveldrichting weeRrechtsdraaiend).
Voorbeeld 1: Voorbeeld 2:
Meetpen L1 aan buitenste leiding L1, meetpen L1 aan buitenste leiding L2,
Meetpen L2 aan buitenste leiding L2, meetpen L2 aan buitenste leiding L3,
Indicatie van de correcte draaveldrichting ^* indicatie van de correcte draaveldrichting ^
Voorbeeld 3:
Meetpen L1 aan buitenste leiding L2,
Meetpen L2 aan buitenste leiding L1.
Weergave van de tegengestelde draaieldrichting "L"
c) Doorgangstest
De VC55 kan bij geplaatste batterijen als doorgangstester gelebruikt worden.
Houd de spanningstester alleen vast aan de waarvoort bestemde handgrepen (1) en (16). Raak de tester nooit buiten de handgrepen aan.
Test voor het begin van de test de werkking.
Verbind de beiden meetpennen met elkaar. Er klinkt een akoestisch signaal en er brandt een indicatie (11).
Is dit nicht het geval, verwang dan de batterijen zoals onder 'Plaatsen/vervangen van de batterijen" is beschrenven.
De doorgangstester signaleert een waterrstand van 0 - 500 kΩ (+50 %) als doorgang.
d) Enkelpolige fasetest
De VC-55 kan bij geplaatste batterijen als enkelpolige fasetester gebruikt worden.
Houd de spanningstester alleen vast aan de waarvoort bestemde handgrepen (1) en (16). Raak de tester nooit buiten de handgrepen aan.

Deze enkeipolige fasetestClient slechts als sneltest en moet voor alle werkzamheden aan deze kabel nogmaals met de tweepolige meetprocedure op spanningsvrijheid gecontroleurd worden. De voorschriften om te werkken aan elektrische installations要去en in acht worden genomen.
Breng de meetpen L2 in contact met het te controlleren meetpunt. De meetpen L1 blijf hierbij zonder contact.
Is er sprake van een wisselspanning van >100V , brandt de waarschuwingsindicatie (10) en wordt een akostisch signal gegeben.

De enkelpolige fase-indicatie kan door ongunstige omgevingsvooraarden (elektrostatische velden, goede isolatie etc.) negatif worden beinvoed. Voer om de spanningsvrijheid vast te stellen in ieder geval een aanvulende,tweepolige spanningsstest uil.
Onderhoud en schoonmaken
Afgezien van een incidente reingingsbeurt en het verzangen van de batterij is de spanningster volledig onderhoudsvrij.
Voor het reinigen moet de spanningstester van alle metobjecten worden losgekoppeld.
Laat het apparaat na het reinigen geheel drogen, voordat u het wee gebruikt.
Probeeriet,afgezien van het batterijvak,de behuizing te openen.
Controleer regelmatig de technische veiligheid van de spanningstester. Er mag worden aangenomen dat correct gebruik Niet langer möglichk is:
-
wonneer het apparaat of de verbindingskabel zichtbaar beschadigd is
-
na langdurige opslag onder ongunstige condities
-
na zware transportbelasting
De buiertenkant van het apparaat dient slechts met een zachte, vochtige doek of borstel te worden gereinigd.
Gebruik in geen geval schurende of chemische schoonmaakmiddelen, aangezien die de behuizing kuren aanasten of de goede werkung kuren schaden.
Verwijdering
a) Algemeen

Atgodankte elektronische apparaten bevatten waardevolle stoffen en behoren nicht bij het huishouldelijk afval. Breng het apparaat een ein de van levensduur conform geldende wetelijk bepalingen湃 een een gemeentelijke inemalpaars. Afvoer via het huisvuil verdembden.
b) Batterijen!
Als eindverbruiker conform de KCA-voerschriften bent u wettelijk verplicht om alle lege batterijen en accu's in te leveren; afvoeren via het huisvuil is Niet toegestaan.

Op batterijen die schadelijkste fockten bevatten, vindt u de hiemaast vermelde symbolen. Deze mogen Niet via het huisvuiw worden verwijdend. De aanduidingen voor de betreffende zware metalen zich: Cd = cadmium, Hg = kwiK Pb = lodd . Lege batterijnen kut u gratis inleven bij de verzamelpaaten van uw gemeente, once filialn of andere verkooppunten van batterijen.
Zo voldoet u aan de wettelijkke verplichtingen en draagt u bij aan het beschemen van het milieu.
Technische gegevens
a) Algemeen
Spanningsindicatie LED 12,24,36,50,120,230,400,690VAC/DC
Spanningsindicatie LCD 12-690VAC/DC
Resolutie LCD 0,1 V
Polariteitsindicatie. +,· , + / - AC
Indicatietolerantie LCD. ± (3% +5 counts)
Indicatietolerantie LED conform EN61243-3
Spanningsindicatie .. automatisch
Akoestisch signaal. >38V,doorgang
Vermogensopname ca.2,4 W bij 690 V
max.teststroom<3,5mA
Waurschwingsindicatie LED. >38 V/AC, >120 V/DC
Meettijd/inschakelduur max. 30 seconden
Pauze 240 seconden
LED/LCD-indicatie vanaf. >10 V AC/DC
Stroomvoorziening. 2x 1,5V (AAA/LR03)
Batterij-stroomverbruik ca.80 mA
Temperatuurbereik bij bedrijf -15 tot +55^
Opslag-temperatuurbereik -20 tot +70°C
Gebruikshoogte max. 2000 m boven N.N. (nominal)
Beschemingsgraad.. IP64
b) Draaiveldrichtingsindicatie
Alleen aan geaarde driefasesystemen!
Spanningsbereik. 120-400 V/wisselstroom