LM001G - Grasmaaier MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis LM001G MAKITA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding LM001G - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. LM001G van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING LM001G MAKITA
Accugrasmaaier GEBRUIKSAANWIJZING 64
Zachte, onbelaste functie 2.500 - 3.200 min
Geluidsonderdrukkingsfunctie 2.500 min
Onderdeelnummer van vervan- gingssnijblad van grasmaaier Recht snijblad van de grasmaaier 191V97-3 191V96-5 Recht snijblad van de grasmaaier*1 - 191W87-2 Mulch-snijblad 191Y64-6 191Y65-4 Afmetingen (l x b x h) tijdens gebruik l: 1.670 mm tot 1.745 mm b: 550 mm h: 965 mm tot 1.075 mm l: 1.740 mm tot 1.810 mm b: 595 mm h: 970 mm tot 1.080 mm tijdens opslag (zonder grasmand) 585 mm x 550 mm x 900 mm 580 mm x 595 mm x 930 mm Rijsnelheid 1,5 of 5,0 km/h Nominale spanning Max. 36 V - 40 V gelijkspanning Nettogewicht 28,0 - 33,0 kg 29,3 - 34,5 kg Beschermingsklasse IPX4 *1. Snijblad voor eciënter opvangen van het gras.
- In verband met ononderbroken research en ontwikkeling, behouden wij ons het recht voor de bovenstaande technische gegevens zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen.
- De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen.
- Het gewicht kan verschillen afhankelijk van de hulpstukken, waaronder de accu. De lichtste en zwaarste com- binatie, overeenkomstig de EPTA-procedure 01/2014, worden getoond in de tabel. Toepasselijke accu’s en laders Accu BL4020 / BL4025 / BL4040* / BL4040F* / BL4050F* / BL4080F*
- : Aanbevolen accu Lader DC40RA / DC40RB / DC40RC / DC40WA
- Sommige van de hierboven vermelde accu’s en laders zijn mogelijk niet leverbaar afhankelijk van waar u woont. WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu’s en laders die hierboven worden genoemd. Gebruik van enige andere accu of lader kan leiden tot letsel en/of brand. WAARSCHUWING: Gebruik geen bekabelde voeding, zoals een accuadapter of draagbare voeding- seenheid met dit gereedschap. De kabel van een dergelijke voeding kan het gebruik hinderen waardoor per- soonlijk letsel wordt veroorzaakt. Symbolen Hieronder staan de symbolen die voor het gereedschap kunnen worden gebruikt. Zorg ervoor dat u de betekenis ervan kent voordat u het gereedschap gaat gebruiken. Wees vooral voorzichtig en let goed op. Lees de gebruiksaanwijzing. Gevaar: let op weggeworpen voorwerpen. Omstanders moeten een afstand van zeker 15 meter bewaren tot het gereedschap. Breng nooit uw handen of voeten dicht bij het maaimes onder de grasmaaier. Het maaimes blijft nadraaien nadat de motor is uitgeschakeld. Waarschuwing: Koppel de accu los alvo- rens onderhoud uit te voeren. Elektrisch gevaar. Contact met water kan een elektrische schok veroorzaken. Giet er geen water op.65 NEDERLANDS Ni-MH Li-ionAlleen voor EU-landenAls gevolg van de aanwezigheid van schade-lijke componenten in het apparaat, kunnen oude elektrische en elektronische apparaten, accu‘s en batterijen negatieve gevolgen hebben voor het milieu en de gezondheid van mensen.Gooi elektrische en elektronische appara-ten en accu‘s niet met het huisvuil weg!In overeenstemming met de Europese richtlijn inzake oude elektrische en elektronische apparaten en inzake accu‘s en batterijen en oude accu‘s en batterijen, alsmede de toepassing daarvan binnen de nationale wetgeving, dienen oude elektrische apparaten, accu‘s en batterijen gescheiden te worden opgeslagen en te worden ingeleverd bij een apart inzamelingspunt voor huishoudelijk afval dat de milieubeschermingsvoorschriften in acht neemt.Dit wordt op het apparaat aangegeven door het symbool van een doorgekruiste afvalcontainer.Gegarandeerd geluidsvermogenniveau conform EU-richtlijn inzake geluidsemissie buitenhuis.Geluidsvermogenniveau conform de Regelgeving Geluidsregeling van NSW, Australië Gebruiksdoeleinden De machine is bedoeld om het gazon te maaien. Geluidsniveau De typische, A-gewogen geluidsniveaus zijn gemeten volgens EN62841-4-3: Model LM001G Gemeten geluidsvermogenniveau (L
): 91 dB (A) Gegarandeerd geluidsvermogenniveau (L
): 81 dB (A) Onzekerheid van het geluidsdrukniveau (K): 3 dB (A) Model LM002G Gemeten geluidsvermogenniveau (L
): 91 dB (A) Gegarandeerd geluidsvermogenniveau (L
): 81 dB (A) Onzekerheid van het geluidsdrukniveau (K): 3 dB (A) OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestme- thode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereed- schap te vergelijken met andere gereedschappen. OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming. WAARSCHUWING: De geluidsemissie tijdens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getroen ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder praktijkom- standigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedu- rende welke het gereedschap is uitgeschakeld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Trilling De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals vastgesteld volgens EN62841-4-3: Model LM001G Trillingsemissie (a
OPMERKING: De totale trillingswaarde(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/ kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te ver- gelijken met andere gereedschappen. OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: De trillingsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getroen ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder praktijkom
standigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedu- rende welke het gereedschap is uitgeschakeld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Verklaringen van conformiteit Alleen voor Europese landen De verklaringen van conformiteit zijn bijgevoegd in Bijlage A bij deze gebruiksaanwijzing. VEILIGHEIDSWAAR- SCHUWINGEN Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap WAARSCHUWING Lees alle veiligheidswaar- schuwingen, instructies, afbeeldingen en techni- sche gegevens die bij dit elektrisch gereedschap worden geleverd. Als niet alle onderstaande instructies worden opgevolgd, kan dat leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoor- schriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos).66 NEDERLANDS Veiligheidswaarschuwingen voor een accugrasmaaier
1. Gebruik de grasmaaier niet bij slechte weers-
omstandigheden, met name wanneer de kans op bliksem bestaat. Dit verkleint de kans om door de bliksem getroen te worden.
2. Inspecteer het gebied waar de grasmaaier
gebruikt gaat worden zorgvuldig op de aanwe- zigheid van dieren. Dieren kunnen gewond raken tijdens het gebruik van de grasmaaier.
3. Inspecteer het gebied waar de grasmaaier
gebruikt gaat worden zorgvuldig en verwijder alle stenen, stokken, draden, botten en andere vreemde voorwerpen. Weggeworpen voorwer- pen kunnen leiden tot persoonlijk letsel.
4. Voordat u de grasmaaier gebruikt, inspecteert
u altijd of het snijblad en de bijbehorende onderdelen niet zijn versleten of beschadigd. Versleten of beschadigde onderdelen verhogen de kans op letsel.
5. Controleer veelvuldig de grasopvanger op
slijtage en beschadigingen. Een versleten of beschadigde grasopvanger kan de kans op per- soonlijk letsel verhogen.
6. Houd de beschermkappen op hun plaats. De
beschermkappen moeten in werkende staat zijn en goed gemonteerd zijn. Een beschermkap die los zit, beschadigd is of niet goed werkt, kan persoonlijk letsel veroorzaken.
7. Zorg ervoor dat alle koelluchtinlaten vrij zijn
van vuil. Verstopte luchtinlaten en vuil kunnen leiden tot oververhitting of de kans op brand.
8. Draag tijdens gebruik van de grasmaaier altijd
slipvast veiligheidsschoeisel. Gebruik de grasmaaier niet wanneer u op blote voeten loopt of open sandalen draagt. Dit verkleint de kans op letsel aan uw voeten door contact met het bewegende snijblad.
9. Draag tijdens gebruik van de grasmaaier altijd
een lange broek. Blootliggende huid verhoogt de kans op letsel door weggeworpen voorwerpen.
Gebruik de grasmaaier niet op nat gras. Loop gewoon en ren niet. Dit verkleint de kans op uitglij- den en vallen die kunnen leiden tot persoonlijk letsel.
11. Gebruik de grasmaaier niet op zeer steile
hellingen. Dit verkleint de kans op verlies van controle, uitglijden en vallen die kunnen leiden tot persoonlijk letsel.
12. Verzeker u bij het werken op hellingen er altijd
van dat u stevig staat, werk altijd dwars op de helling, nooit hellingopwaarts of -afwaarts, en wees uiterst voorzichtig bij het veranderen van richting. Dit verkleint de kans op verlies van controle, uitglijden en vallen die kunnen leiden tot persoonlijk letsel.
13. Wees uiterst voorzichtig wanneer u de gras-
maaier achteruit laat rijden of naar u toe trekt. Wees u altijd bewust van uw omgeving. Dit verkleint de kans op struikelen tijdens gebruik.
14. Raak het snijblad en andere gevaarlijke
bewegende delen niet aan terwijl deze nog bewegen. Dit verkleint de kans op letsel door bewegende delen.
15. Bij het verwijderen van vastgelopen materiaal
of het schoonmaken van de grasmaaier verze- kert u zich ervan dat alle aan-uitschakelaars uit staan en de accu is losgekoppeld. Onverwachts in werking treden van de grasmaaier kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN. WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betref- fende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwij- zing kan leiden tot ernstige verwondingen. BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN WAARSCHUWING: Lees alle veiligheids- waarschuwingen en alle instructies. Het niet vol- gen van de waarschuwingen en instructies kan leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. Instructie
1. Lees de gebruiksaanwijzingen aandachtig
door. Zorg dat u vertrouwd bent met de bedie- ningsorganen en het correcte gebruik van de grasmaaier.
2. Laat nooit kinderen of anderen die niet ver-
trouwd zijn met deze instructies de grasmaaier bedienen. De toegestane leeftijd van gebrui- kers kan ook zijn vastgelegd in de plaatselijke wetgeving.
3. Gebruik de grasmaaier nooit met personen, in
het bijzonder kinderen, of huisdieren dicht in de buurt.
4. Onthoud dat de bediener of gebruiker aanspra-
kelijk is voor ongelukken met letsel aan andere personen of schade aan hun eigendommen.
5. Houd toezicht op kinderen om te zorgen dat ze
niet met de grasmaaier gaan spelen.
6. Lichamelijke conditie - Gebruik de grasmaaier
niet onder de invloed van alcohol, stimule- rende of verdovende middelen, of na het inne- men van medicijnen. Voorbereidingen
1. Draag bij gebruik van de grasmaaier altijd
stevig schoeisel en een lange broek. Gebruik de grasmaaier niet wanneer u op blote voeten loopt of open sandalen draagt. Draag geen juwelen of kleding die erg ruim valt of waar- van koordjes of bandjes los bungelen. Deze kunnen door de bewegende delen gegrepen worden.67 NEDERLANDS
2. Inspecteer de grasmaaier vóór gebruik altijd
visueel op beschadigde, ontbrekende of verkeerd gemonteerde beschermkappen of schilden.
3. Zorg dat er geen andere personen in de buurt
zijn voordat u met maaien begint. Stop de grasmaaier wanneer er iemand nadert.
4. Draag tijdens het gebruik van elektrisch
gereedschap altijd een veiligheidsbril om uw ogen te beschermen tegen letsel. De bril moet voldoen aan ANSI Z87.1 in de Verenigde Staten, aan EN 166 in Europa, en aan AS/ NZS 1336 in Australië en Nieuw-Zeeland. In Australië en Nieuw-Zeeland is het wettelijk verplicht om tevens een spatscherm te dragen om uw gezicht te beschermen. Het is de verantwoordelijkheid van de werk- gever om ervoor te zorgen dat geschikte beschermingsmiddelen gebruikt worden door de gebruikers van het gereedschap en anderen in de onmiddellijke omgeving van de werkplek.
5. Controleer vóór gebruik zorgvuldig de snijbla-
den en de bouten van de snijbladen op barsten of andere beschadigingen. Vervang gebarsten of beschadigde snijbladen of bouten van de snijbladen onmiddellijk.
6. Verwijder vóór het maaien eerst obstakels en
voorwerpen zoals stenen, ijzerdraad, glas, botten en grote takken uit uw werkgebied, om schade aan de grasmaaier en persoonlijk letsel te voorkomen.
7. Als het snijblad van de grasmaaier een voor-
werp raakt, kan ernstig letsel worden veroor- zaakt. Controleer altijd vóór het maaien het gras op voorwerpen die hinder of gevaar kun- nen veroorzaken en verwijder ze op afdoende wijze.
8. Kijk uit voor kuilen, sporen, hobbels, stenen en
andere verborgen voorwerpen. Ongelijkmatig terrein kan leiden tot uitglijden en vallen. In lang gras kunnen obstakels verborgen zitten.
9. Gebruik persoonlijke-veiligheidsmid-
delen. Draag altijd oogbescherming. Veiligheidsmiddelen, zoals stofmaskers, slipvaste veiligheidsschoenen, veiligheidshelm en gehoor- bescherming, gebruikt in toepasselijke situaties, dragen bij tot vermindering van persoonlijk letsel. Bediening
1. Reik niet te ver. Zorg altijd voor een goede
balans. Zorg altijd dat u stevig staat op hellin- gen. Loop gewoon en ren niet.
2. Stop de grasmaaier, schakel de machine uit,
en verzeker u ervan dat alle bewegende delen volledig tot stilstand zijn gekomen: - wanneer u de grasmaaier achterlaat; - voor het opheen van een blokkering of het vrijmaken van het uitwerpkanaal; - voor het controleren, reinigen of werken aan de grasmaaier; - na het raken van een vreemd voorwerp. Inspecteer de grasmaaier op beschadigingen en voer reparatiewerkzaamheden uit alvo- rens de grasmaaier opnieuw te starten en te bedienen, - als de grasmaaier op ongebruikelijke manier begint te trillen.
3. Gebruik de grasmaaier in geen geval wanneer
de beveiligingskappen of schermen defect zijn, of wanneer beveiligingsdelen zoals de keerschotten en/of grasmand afwezig zijn.
4. Vermijd het gebruik van de grasmaaier onder
slechte weersomstandigheden, met name wanneer de kans op bliksem bestaat.
5. Draag tijdens het gebruik van de grasmaaier
altijd oogbescherming en stevige schoenen.
6. Gebruik de grasmaaier alleen bij daglicht of
7. Schakel de grasmaaier zorgvuldig in volgens
de voorschriften, met uw voeten op veilige afstand van de snijblad(en).
8. Wees voorzichtig uw handen en voeten niet te
verwonden aan het snijblad.
9. Zorg er altijd voor dat de ventilatieopeningen
10. Maai altijd horizontaal langs een glooiing,
nooit omhoog en omlaag. Wees uiterst voor- zichtig wanneer u op een hellend vlak van richting verandert. Probeer niet om te maaien op al te steile hellingen.
11. Wees uiterst voorzichtig wanneer u de gras-
maaier achteruit laat rijden of naar u toe trekt.
12. Stop de snijblad(en) wanneer u de grasmaaier
moet kantelen om hem te verplaatsen over een ander oppervlak dan gras, en ook wanneer u de grasmaaier vervoert van of naar het te maaien terrein.
13. Kantel de grasmaaier niet wanneer u de motor
inschakelt, behalve wanneer het noodzakelijk is de grasmaaier iets te kantelen om de motor te starten. In dat geval kantelt u hem niet verder dan strikt noodzakelijk en tilt u alleen het van u afgerichte deel iets omhoog. Zorg er altijd voor dat u beide handen op de bedie- ningspositie houdt voordat u de grasmaaier weer op de grond laat zakken.
14. Plaats nooit uw handen of voeten onder of
vlakbij de draaiende onderdelen. Blijf steeds uit de buurt van de uitwerpopening.
15. Vervoer de grasmaaier niet terwijl de gras-
Gebruik de grasmaaier niet wanneer het gras nat is.
17. Houd de handgreep altijd stevig vast.
18. Raak het snijblad of andere scherpe randen
niet aan bij het optillen of dragen van de grasmaaier.68 NEDERLANDS
19. Houd uw handen en voeten uit de buurt van
het draaiende snijblad. Let op - Het snij- blad blijft nadraaien nadat de grasmaaier is uitgeschakeld.
20. Stop onmiddellijk met het gebruik wanneer u
iets vreemds opmerkt. Schakel de grasmaaier uit. Inspecteer vervolgens de grasmaaier.
21. Als de grasmaaier is uitgerust met een maai-
hoogte-instelling, mag u nooit de maaihoogte veranderen terwijl de grasmaaier draait.
22. Laat de schakelhendel los en wacht tot het
snijblad gestopt is voordat u een tuinpad, trot- toir, oprijlaan, straat of weg oversteekt, of enig terrein waar grind ligt. Schakel ook de machine uit wanneer u de grasmaaier achterlaat, wan- neer u een eindje verder iets moet oprapen, of als u om enige andere reden afgeleid bent van waar u mee bezig was.
23. Als de grasmaaier een vreemd voorwerp raakt,
gaat u als volgt te werk: - Stop de grasmaaier, laat de schakelhendel los en wacht tot het snijblad helemaal tot stil- stand is gekomen. - Verwijder de accu. - Controleer de grasmaaier zorgvuldig op beschadigingen. - Vervang het snijblad als het op enige wijze beschadigd is. Repareer alle beschadigingen voordat u de grasmaaier opnieuw start en in gebruik neemt.
24. Start de grasmaaier niet terwijl u recht voor de
schudden (onmiddellijk controleren) - inspecteer op schade; - vervang of repareer alle beschadigde delen; - controleer op loszittende delen en zet die goed vast.
26. Richt het uitgeworpen materiaal nooit op
iemand. Voorkom dat materiaal wordt uitge- worpen tegen een muur of obstakel. Het mate- riaal kan terugkaatsen naar de gebruiker. Zet het snijblad stil wanneer u een verharde ondergrond oversteekt.
27. Trek de grasmaaier niet naar achteren behalve
indien absoluut noodzakelijk. Wanneer u niet anders kan dan de grasmaaier achteruit te bewe- gen vanaf een afrastering of andere, soortgelijke obstructie, kijkt u omlaag en naar achter de gras- maaier vóór en tijdens het achteruit bewegen.
28. Schakel de motor uit en wacht tot het snijblad
volledig tot stilstand is gekomen, voordat u de grasvanger verwijdert. Denk eraan dat het snijblad blijft nalopen nadat de grasmaaier is uitgeschakeld.
29. Als u het gereedschap op een modderige
ondergrond, natte helling of gladde plaats gebruikt, let u erop dat u stevig staat.
30. Dompel het gereedschap niet onder in een
31. Let bij het gebruik van het gereedschap op
leidingen en kabels. Onderhoud en opslag
Vervang alle versleten of beschadigde onderde- len, voor uw veiligheid. Gebruik uitsluitend ori- ginele vervangingsonderdelen en accessoires.
Inspecteer en onderhoud de grasmaaier regelmatig.
3. Indien niet in gebruik, bewaart u de grasmaaier
buiten bereik van kinderen.
4. Zorg dat alle moeren, bouten en schroeven
stevig zijn aangedraaid, om het gereedschap veilig te kunnen gebruiken.
5. Controleer veelvuldig de grasmand op slijtage
en beschadigingen. Voor de opslag, verzekert u uzelf ervan dat de grasmand leeg is. Vervang een versleten grasmand uit veiligheidsover- wegingen altijd door een origineel, nieuw vervangingsonderdeel.
6. Gebruik uitsluitend de in deze handleiding
door de fabrikant voorgeschreven snijbladen.
7. Wees uiterst voorzichtig tijdens het bijstellen
van de grasmaaier om te voorkomen dat uw vingers bekneld raken tussen het draaiende snijblad en de vaste delen van de grasmaaier.
9. Laat de grasmaaier altijd eerst afkoelen voor-
10. Onthoud goed bij onderhoud aan de snijbla-
den dat ook als de stroom is uitgeschakeld, de snijbladen nog wel kunnen bewegen.
11. Haal de veiligheidsvoorzieningen niet uit
elkaar en knoei er niet aan. Controleer regel- matig of ze correct werken. Doe nooit iets dat de beoogde werking van een veiligheidsvoor- ziening hindert of de bescherming die een veiligheidsvoorziening biedt vermindert.
12. Laat het gereedschap niet onbeheerd buiten in
13. Wanneer u de machine opbergt, vermijdt u
direct zonlicht en regen, en bergt u het op een plaats op die niet heet of vochtig wordt. Gebruik en verzorging van gereedschap dat op een accu werkt
Laad alleen op met de acculader aanbevolen door de fabrikant. Een acculader die geschikt is voor een bepaald type accu, kan brandgevaar opleveren indien gebruikt met een ander type accu.
2. Gebruik elektrisch gereedschap uitsluitend
met de daarvoor bestemde accu. Gebruik van andere accu’s kan gevaar voor letsel of brandge- vaar opleveren.
3. Als de accu niet wordt gebruikt, houdt u deze
uit de buurt van metalen voorwerpen, zoals paperclips, muntgeld, sleutels, spijkers, schroeven en andere kleine metalen voorwer- pen die een kortsluiting kunnen veroorzaken tussen de accupolen. Kortsluiting tussen de accupolen kan leiden tot brandwonden of brand.
4. Onder zware gebruiksomstandigheden kan
vloeistof uit de accu komen. Voorkom aanra- king! Als u er per ongeluk mee in aanraking komt, spoelt u het er met water af. Als de vloei- stof in uw ogen komt, raadpleegt u tevens een arts. Vloeistof uit de accu kan irritatie en brand- wonden veroorzaken.69 NEDERLANDS
5. Gebruik geen accu of gereedschap dat
beschadigd of gewijzigd is. Beschadigde of gewijzigde accu’s kunnen onvoorspelbaar gedrag vertonen dat kan leiden tot brand, explosie of gevaar van letsel.
6. Stel een accu of gereedschap niet bloot
aan vuur of buitensporige temperaturen. Blootstelling aan vuur of temperaturen hoger dan 130 °C kunnen een explosie veroorzaken.
7. Volg alle oplaadinstructies en laad de accu
of het gereedschap niet op buiten het tem- peratuurbereik opgegeven in de instructies. Verkeerd opladen of bij een temperatuur buiten het opgegeven bereik kan de accu beschadigen en de kans op brand vergroten. Elektrische veiligheid en accu
1. Werp de accu(’s) niet in een vuur. De accu kan
exploderen. Raadpleeg de lokale regelgeving voor mogelijke speciale verwerkingsvereisten.
2. Open of vervorm de accu(’s) niet. Het elektrolyt
is agressief en kan letsel toebrengen aan de ogen en huid. Het kan giftig zijn bij inslikken.
3. Laad de accu niet op in de regen of op een
4. Laad de accu niet buitenshuis op.
5. Raak de lader, inclusief de stekker en de con-
tacten van de lader, niet met natte handen aan.
6. Vervang de accu niet in de regen.
Laat de aansluitpunten van de accu niet nat worden met een vloeistof, zoals water, en dom- pel de accu niet onder. Laat de accu niet in de regen liggen en laad of berg de accu niet op een vochtige of natte plaats op. Als de aansluitpunten nat worden of vloeistof binnendringt in de accu, kan kortsluiting ontstaan in de accu en bestaat de kans op oververhitting, brand of explosie.
8. Nadat de accu vanaf het gereedschap of de
acculader is verwijderd, vergeet u niet het accudeksel op de accu te bevestigen en deze op een droge plaats op te bergen.
9. Vervang de accu niet met natte handen.
10. Vermijd gevaarlijke omgevingen. Gebruik de
machine niet op vochtige of natte plaatsen en stel hem niet bloot aan regen. Als water binnen- dringt in de machine, wordt de kans op een elektri- sche schok groter.
11. Als de accu nat wordt, laat u het water eruit
lopen en veegt u hem af met een droge doek. Laat de accu volledig drogen op een droge plaats voordat u hem gebruikt. Reparatie
Laat uw elektrisch gereedschap repareren door een vakbekwame reparateur die gebruik maakt van uitsluitend identieke vervangingsonderde- len. Zo bent u ervan verzekerd dat de veiligheid van het elektrisch gereedschap behouden blijft.
2. Repareer nooit een beschadigde accu. Het
repareren van een accu mag uitsluitend wor- den uitgevoerd door de fabrikant of een erkend servicecentrum. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN. WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betref- fende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwij- zing kan leiden tot ernstige verwondingen. Belangrijke veiligheidsinstructies voor een accu
1. Lees alle voorschriften en waarschuwingen op
(1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de accu in gebruik te nemen.
2. Haal de accu niet uit elkaar en saboteer hem
niet. Dit kan leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.
3. Als de gebruikstijd van een opgeladen accu
aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brand- wonden en zelfs een ontplong veroorzaken.
Als elektrolyt in uw ogen is terechtgekomen, spoelt u uw ogen met schoon water en roept u onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken.
5. Voorkom kortsluiting van de accu:
(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal. (2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spij- kers, munten e.d. worden bewaard. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brand- wonden, en zelfs defecten.
6. Bewaar en gebruik het gereedschap en de
accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50 °C of hoger.
7. Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wan-
neer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan ontploen in het vuur.
Laat de accu niet vallen, sla er geen spijker in, snijd er niet in, gooi er niet mee en stoot hem niet tegen een hard voorwerp. Dergelijke handelingen kunnen leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.
9. Gebruik nooit een beschadigde accu.
10. De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn
onderhevig aan de vereisten in de wetgeving omtrent gevaarlijke stoen. Voor commercieel transport en dergelijke door derden en transporteurs moeten speciale vereisten ten aanzien van verpakking en etikettering worden nageleefd. Als voorbereiding van het artikel dat wordt getrans- porteerd is het noodzakelijk een expert op het gebied van gevaarlijke stoen te raadplegen. Houd u tevens aan mogelijk strengere nationale regelgeving. Blootliggende contactpunten moeten worden afgedekt met tape en de accu moet zodanig worden verpakt dat deze niet kan bewegen in de verpakking.70 NEDERLANDS
11. Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert
u de accu vanaf het gereedschap en gooit u hem op een veilige manier weg. Volg bij het weggooien van de accu de plaatselijke voorschriften.
12. Gebruik de accu’s uitsluitend met de gereed-
schappen die door Makita zijn aanbevolen. Als de accu’s worden aangebracht in niet-compatibele gereedschappen, kan dat leiden tot brand, bui- tensporige warmteontwikkeling, een explosie of lekkage van elektrolyt.
13. Als u het gereedschap gedurende een lange
tijd niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu vanaf het gereedschap worden verwijderd.
14. Tijdens en na gebruik, kan de accu heet wor-
den waardoor brandwonden of koude brand- wonden kunnen worden veroorzaakt. Wees voorzichtig bij het hanteren van een hete accu.
15. Raak de aansluitpunten van het gereedschap
niet onmiddellijk na gebruik aan omdat deze heet genoeg kunnen zijn om brandwonden te veroorzaken.
16. Zorg ervoor dat geen steenslag, stof of grond
vast komt te zitten op/in de aansluitpunten, openingen en groeven van de accu. Hierdoor kan oververhitting, brand, een barst en een storing in het gereedschap of de accu ontstaan waar- door brandwonden of persoonlijk letsel kunnen ontstaan.
17. Behalve indien gebruik van het gereedschap
is toegestaan in de buurt van hoogspannings- leidingen, mag u de accu niet gebruiken in de buurt van een hoogspanningsleiding. Dit kan leiden tot een storing of een defect van het gereedschap of de accu.
18. Houd de accu uit de buurt van kinderen.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. LET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu’s. Het gebruik van niet-originele accu’s, of accu’s die zijn gewijzigd, kan ertoe leiden dat de accu ontploft en brand, persoonlijk letsel en schade veroor- zaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita. Tips voor een maximale levens- duur van de accu
1. Laad de accu op voordat hij volledig ontladen
is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen.
2. Laad een volledig opgeladen accu nooit
opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu.
3. Laad de accu op bij een omgevingstempera-
tuur tussen 10 °C en 40 °C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden.
4. Als de accu niet wordt gebruikt, verwijdert u
hem vanaf het gereedschap of de lader.
5. Laad de accu op als u deze gedurende een
lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken. MONTAGE WAARSCHUWING: Verzeker u er altijd van dat alle accu's zijn verwijderd voordat u enige werkzaamheden aan de machine gaat uitvoeren. Als u niet alle accu's verwijdert, kan dat leiden tot ernstig persoonlijk letsel als gevolg van onbedoeld starten. WAARSCHUWING: Start nooit de grasmaaier voordat het geheel naar behoren is gemonteerd. Het apparaat in een gedeeltelijk gemonteerde toe- stand bedienen, kan na per ongeluk inschakelen leiden tot ernstig persoonlijk letsel. De handgreep aanbrengen KENNISGEVING: Bij het aanbrengen van de handgrepen, let u erop dat het snoer niet bekneld raakt tussen de handgrepen. Als de kabel bescha- digd is, werkt mogelijk de schakelaar van de gras- maaier niet.
1. Lijn de opening in de onderste handgreep uit met
de opening in de bovenste handgreep en steek ver- volgens de bout vanaf de buitenkant erdoor, en draai daarna de vingermoer vanaf de binnenkant vast. Voer dezelfde procedure uit aan de andere kant. ► Fig.1: 1. Bout 2. Vingermoer 3. Onderste hand- greep 4. Bovenste handgreep
2. Trek aan de knop op de onderste handgreep en
draai vervolgens de knop 90° om de vergrendelpen te ontgrendelen. Voer dezelfde procedure uit aan de andere kant. Zet de handgreep omhoog en draai daarna de knop aan beide zijkanten 90°. Verzeker u ervan dat de knoppen stevig op hun plaats zitten. ► Fig.2: 1. Knop OPMERKING: Door de handgreep te ondersteunen is het gemakkelijker om de vergrendelpen te ontgren- delen wanneer u aan de knop trekt. OPMERKING: Wees voorzichtig wanneer u de knop draait dat de kabel niet bekneld raakt onder de knop. ► Fig.3: 1. Knop Het mulch-inzetstuk verwijderen
2. Trek het mulch-inzetstuk een stukje omhoog en
verwijder het. ► Fig.5: 1. Mulch-inzetstuk71 NEDERLANDS De grasmand in elkaar zetten
2. Steek het frame zo ver mogelijk in de grasmand
terwijl u het handvat van het frame vasthoudt. ► Fig.7: 1. Handvat KENNISGEVING: Steek het handvat niet in de grasmand. Zorg ervoor dat het frame langs de stiknaad van de grasmand loopt.
3. Verzeker u ervan dat de hoeken van de grasmand
strak om het frame zitten. ► Fig.8
4. Open de bovenste clip en bevestig hem aan het
5. Bevestig alle andere clips, zoals aangegeven in
de afbeelding. Verzeker u ervan dat alle clips stevig zijn bevestigd aan het frame. ► Fig.10: 1. Clip De grasmand aanbrengen en verwijderen Om de grasmand aan te brengen, volgt u de onder- staande stappen.
2. Pak het handvat van de grasmand vast en haak
vervolgens de grasmand aan de stang van het maai- dek, zoals aangegeven in de afbeelding. ► Fig.12: 1. Grasmand 2. Handvat 3. Stang Om de grasmand te verwijderen, opent u de achterklep en verwijdert u vervolgens de grasmand door het hand- vat vast te pakken. Het mulch-inzetstuk aanbrengen
1. Open de achterklep en verwijder de grasmand.
► Fig.13: 1. Achterklep 2. Grasmand
2. Bevestig het mulch-inzetstuk door het zo ver
mogelijk erin te duwen zodat de uitstekende nokken op het mulch-inzetstuk passen in de gaten in de machine. ► Fig.14: 1. Mulch-inzetstuk 2. Uitstekende nok Het uitwerpkanaal aanbrengen en verwijderen Om het uitwerpkanaal aan te brengen, volgt u de onder- staande stappen.
1. Open de achterklep en verwijder de grasmand en
het mulch-inzetstuk.
2. Haak de openingen in het uitwerpkanaal over de
uitstekende nokken op het maaidek, zoals aangegeven in de afbeelding. ► Fig.15: 1. Uitwerpkanaal 2. Uitstekende nok Om het uitwerpkanaal te verwijderen, opent u de ach- terklep en verwijdert u het uitwerpkanaal.
FUNCTIES De accu aanbrengen en verwijderen LET OP: Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert. LET OP: Houd het apparaat en de accu stevig vast tijdens het aanbrengen of verwijderen van de accu. Als u het apparaat en de accu niet stevig vast- houdt, kunnen deze uit uw handen glippen waardoor het apparaat of de accu kan worden beschadigd of persoonlijk letsel kan worden veroorzaakt. LET OP: Zorg dat u voor gebruik het accu- deksel stevig afsluit. Anders zou er modder, vuil en water in kunnen komen en het gereedschap of de accu kunnen beschadigen. LET OP: Schuif de accu altijd volledig naar binnen totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het apparaat vallen en letsel veroorzaken bij u of anderen in uw omgeving. LET OP: Druk de accu er niet met kracht in. Als de accu er niet soepel in schuift, houdt u die waar- schijnlijk in de verkeerde stand. LET OP: Houd het accudeksel stevig vast tij- dens het aanbrengen of verwijderen van de accu. De accu aanbrengen:
2. Lijn de lip op de accu uit met de gleuf in het appa-
raat en schuif daarna de accu erin tot deze met een klikgeluid op zijn plaats wordt vergrendeld. ► Fig.17: 1. Accu
3. Sluit het accudeksel en duw erop totdat hij wordt
vergrendeld met de borghendel. De accu verwijderen:
1. Trek de vergrendelhendel omhoog en open het
2. Trek de accu uit het apparaat terwijl u de knop aan
de voorkant van de accu verschuift.
3. Sluit het accudeksel.
Beveiligingssysteem voor apparaat/ accu Het apparaat is uitgerust met een beveiligingssysteem voor apparaat/accu. Dit systeem schakelt automatisch de voeding naar de motor uit om de levensduur van het apparaat en de accu te verlengen. Het apparaat kan tij- dens het gebruik automatisch stoppen als het apparaat of de accu aan één van de volgende omstandigheden wordt blootgesteld:72 NEDERLANDS Overbelastingsbeveiliging Als de accu wordt gebruikt op een manier waardoor een abnormaal hoge stroom wordt getrokken, stopt het apparaat automatisch en knippert het bedrijfslampje groen. Wanneer dat gebeurt, schakelt u het apparaat uit en stopt u de toepassing die ertoe leidde dat het appa- raat overbelast raakte. Schakel vervolgens het apparaat in om het weer te starten. Oververhittingsbeveiliging Wanneer het gereedschap oververhit is, stopt het gereedschap automatisch en gaat het bedrijfslampje rood branden. In dat geval laat u het apparaat en de accu's afkoelen, voordat u het apparaat opnieuw inschakelt. OPMERKING: Wanneer de accu oververhit is, knip- pert het bedrijfslampje rood. Beveiliging tegen te ver ontladen Als de acculading onvoldoende is, stopt het appa- raat automatisch en knippert het bedrijfslampje rood. Verwijder in dat geval de accu vanaf het apparaat en laad de accu’s op of vervang de accu’s door volledig opgeladen accu’s. Beveiligingen tegen andere oorzaken Het beveiligingssysteem is ook ontworpen voor andere oorzaken die de machine kunnen beschadigen, en zorgt ervoor dat de machine automatisch stopt. Voer alle volgende stappen uit om de oorzaken op te heen, wanneer de machine tijdelijk is onderbroken of tijdens het gebruik is gestopt.
1. Schakel de machine uit en schakel hem daarna
weer in om hem opnieuw te starten.
2. Laad de accu('s) op of vervang hem/ze door (een)
Als geen verbetering optreedt nadat het beveiligings- systeem is gereset, neemt u contact op met uw lokale Makita-servicecentrum. KENNISGEVING: Als het gereedschap stopt als gevolg van een oorzaak die niet hierboven wordt beschreven, raadpleegt u het hoofdstuk Problemen oplossen. De resterende acculading controleren ► Fig.18: 1. Accu-indicatorlampje Als de resterende acculading laag wordt, knippert het accu-indicatorlampje aan de kant van de betreende accu. Bij verder gebruik stopt de machine en brandt het accu-indicatorlampje. Laad in dat geval de accu op. OPMERKING: Als twee accu's zijn aangebracht, wordt eerst de linker accu gebruikt. OPMERKING: Als twee accu's zijn aangebracht, schakelt de machine automatisch over op de andere accu wanneer de eerste accu leeg raakt. De resterende acculading controleren Druk op de testknop op de accu om de resterende acculading te zien. De indicatorlampjes branden gedu- rende enkele seconden. ► Fig.19: 1. Indicatorlampjes 2. Testknop Indicatorlampjes Resterende acculading Brandt Uit Knippert 75% tot 100% 50% tot 75% 25% tot 50% 0% tot 25% Laad de accu op. Er kan een storing zijn opgetreden in de accu. OPMERKING: Afhankelijk van de gebruiksomstan- digheden en de omgevingstemperatuur, is het moge- lijk dat de aangegeven acculading verschilt van de werkelijke acculading. OPMERKING: Het eerste (meest linker) indicator- lampje knippert wanneer het accubeveiligingssys- teem in werking is getreden. Bedieningspaneel Op het bedieningspaneel zitten de hoofdschakelaar en de functieschakelknop. ► Fig.20: 1. Lamp van de zachte, onbelaste functie
2. Lamp van de geluidsonderdrukkingsfunc-
tie 3. Functieschakelknop 4. Bedrijfslampje
Hoofdschakelaar WAARSCHUWING: Zet altijd de hoofdscha- kelaar uit indien niet in gebruik. Om het gereedschap in te schakelen, drukt u op de hoofdschakelaar. Het bedrijfslampje brandt groen. Om het gereedschap uit te schakelen, drukt u nogmaals op de hoofdschakelaar. OPMERKING: Als het bedrijfslampje rood brandt, of rood of groen knippert, raadpleegt u de instructies voor het apparaat-/accubeveiligingssysteem. OPMERKING: Dit gereedschap maakt gebruik van de automatische uitschakelfunctie. Om onbedoeld starten te voorkomen wordt de hoofdschakelaar auto- matisch uitgeschakeld wanneer de schakelhendel en de aandrijfhendel (indien aanwezig) niet worden ingeknepen binnen een bepaalde tijdsduur nadat de hoofdschakelaar is ingeschakeld.73 NEDERLANDS Functieschakelknop U kunt de bedieningsfunctie veranderen door op de functie- schakelknop te drukken. Wanneer het gereedschap wordt ingeschakeld, start het gereedschap in de normale functie. Raadpleeg de onderstaande tabel voor elke functie. Functie Lamp Beschrijving Normale functie Zowel de lamp van de zachte, onbelaste functie als de lamp van de geluidsonder- drukkingsfunctie is uit. De machine werkt in de normale functie. Zachte, onbe- laste functie De lamp van de zachte, onbelaste functie brandt groen. U kunt de startschok minimaliseren en de machine geleidelijk laten opstarten. Geluidsonder- drukkingsfunctie De lamp van de geluidsonderdrukkings- functie brandt groen. U kunt het geluidsni- veau tijdens het maaien verlagen. De trekkerschakelaar gebruiken WAARSCHUWING: Alvorens u de accu aan- brengt, controleert u eerst of de schakelhendel goed werkt en bij loslaten automatisch naar de oorspronkelijke stand terugkeert. Bediening van het apparaat met een schakelaar die niet goed werkt kan leiden tot ongecontroleerde bewegingen, met kans op ernstig lichamelijk letsel. OPMERKING: De grasmaaier start niet zonder dat u de schakelknop indrukt, ook al trekt u de schakel- hendel in. OPMERKING: De grasmaaier start mogelijk niet vanwege overbelasting wanneer u lang of dicht gras in één keer probeert te maaien. Stel in dat geval de maaihoogte hoger in. Deze machine is uitgerust met de schakelknop. Als er iets niet in orde is met de schakelknop, stopt u onmid- dellijk met het gebruik en laat u de machine controleren door uw dichtstbijzijnde erkende Makita-servicecentrum.
Breng de accu’s aan en sluit daarna het accudeksel.
2. Druk op de hoofdschakelaar.
OPMERKING: Het bedrijfslampje knippert groen als u op de hoofdschakelaar drukt terwijl u aan de schakel- hendel trekt. Laat de schakelhendel los voordat u op de hoofdschakelaar drukt.
3. Trek de schakelhendel naar u toe terwijl u de
schakelknop ingedrukt houdt. Laat de schakelknop los nadat de motor draait. ► Fig.21: 1. Schakelknop 2. Schakelhendel
4. Terwijl u de schakelhendel vasthoudt, duwt u de
aandrijfhendel naar voren en houdt u deze vast om de achterwielen aan te drijven. ► Fig.22: 1. Aandrijfhendel OPMERKING: U kunt de achterwielen aandrijven door de aandrijfhendel naar voren te duwen en deze vast te houden zonder de schakelhendel naar u toe te trekken.
5. Laat de aandrijfhendel en de schakelhendel los
om het apparaat te stoppen. De maaihoogte instellen WAARSCHUWING: Plaats bij het instellen van de maaihoogte nooit uw hand of voet onder de grasmaaierbehuizing. WAARSCHUWING: Controleer vóór het gebruik zorgvuldig of de hendel juist in de gleuf valt. De maaihoogte is instelbaar binnen een bereik van 20 mm tot 100 mm. Schakel de machine uit en trek vervolgens de maai- hoogte-instelhendel tot buiten het maaidek en verplaats deze naar de gewenste maaihoogte. ► Fig.23: 1. Maaihoogte-instelhendel De onderstaande tabel toont het verband tussen het cijfer op het maaidek en de maaihoogte bij benadering. Cijfer Maaihoogte 1 20 mm 2 26 mm 3 32 mm 4 39 mm 5 47 mm 6 55 mm 7 63 mm 8 74 mm 9 86 mm 10 100 mm Houd de onderste handgreep met één hand vast en verplaats vervolgens de maaihoogte-instelhendel met de andere hand. ► Fig.24: 1. Maaihoogte-instelhendel 2. Onderste handgreep OPMERKING: De waarden voor de maaihoogte mogen slechts als richtlijn worden gebruikt. Afhankelijk van de toestand van het gazon en de ondergrond, kan de daadwerkelijke gazonhoogte iets afwijken van de ingestelde hoogte. OPMERKING: Met een maaiproef in een min- der opvallende plaats kunt u door uitproberen de gewenste hoogte vinden. Grasniveau-indicator De grasniveau-indicator geeft de hoeveelheid gemaaid gras aan. Zolang de grasmand nog niet vol is, zal de indicator blijven zweven terwijl de snijbladen draaien. ► Fig.25: 1. Grasniveau-indicator Wanneer de grasmand bijna vol is, zal de indicator niet meer zweven terwijl de snijbladen draaien. In dat geval stopt u onmiddellijk het gebruik en leegt u de grasmand. ► Fig.26: 1. Grasniveau-indicator OPMERKING: Deze indicator is slechts een grove richtlijn. Afhankelijk van de toestand binnenin de gras- mand,werkt deze indicator niet altijd goed.74 NEDERLANDS De hoogte van de handgreep afstellen De hoogte van de handgreep kan worden afgesteld op twee hoogten.
1. Houd de onderste handgreep vast, trek aan de
knop op de onderste handgreep en draai vervolgens de knop 90° om de vergrendelpen te ontgrendelen. Voer dezelfde procedure uit aan de andere kant. ► Fig.27: 1. Onderste handgreep 2. Knop OPMERKING: Door de handgreep te ondersteunen is het gemakkelijker om de vergrendelpen te ontgren- delen wanneer u aan de knop trekt.
2. Stel de hoogte van de handgreep af en draai
daarna de knop aan beide zijkanten 90°. Verzeker u ervan dat de knoppen stevig op hun plaats zitten. ► Fig.28: 1. Knop De rijsnelheid afstellen ► Fig.29: 1. Snelheidshendel De rijsnelheid kan worden ingesteld met behulp van de snelheidshendel. Om de snelheid te verlagen, trekt u de hendel naar u toe, en om de snelheid te verhogen kantelt u de hendel naar voren. Het mulch-inzetstuk gebruiken Het mulch-inzetstuk maakt het mogelijk om het maaisel naar de grond terug te voeren zonder het maaisel op te vangen in de grasmand. Wanneer u het apparaat met het mulch-inzetstuk gebruikt, moet u de grasmand of het uitwerpkanaal verwijderen. KENNISGEVING: Wanneer u de machine met het mulch-inzetstuk gebruikt, verzekert u zich ervan dat de totale lengte van het gras na het maaien 30 mm of meer is, en de maailengte 15 mm of minder is. ► Fig.30: (1) 30 mm of meer (2) 15 mm of minder Het uitwerpkanaal gebruiken Het uitwerpkanaal maakt het mogelijk om het maaisel aan de rechterkant van de machine op de grond te werpen zonder het maaisel op te vangen in de gras- mand. Wanneer u de machine met het uitwerpkanaal gebruikt, moet u de grasmand en het mulch-inzetstuk verwijderen. De achteruitworp gebruiken Met behulp van de achteruitworp kunt u het maaisel aan de achterkant van de machine op de grond te werpen zonder het maaisel op te vangen in de grasmand. Wanneer u de machine met de achteruitworp gebruikt, moet u het mulch-inzetstuk en de grasmand of het uitwerpkanaal verwijderen en de achterklep sluiten. Elektronische functies Het gereedschap is uitgerust met elektronische aanstu- ring voor een gemakkelijke bediening.
- Zachte-start bij aandrijving De functie zachte-start minimaliseert de start- schok en laat het gereedschap geleidelijk starten.
- Elektrische rem Dit apparaat is voorzien van een elektrische rem. Als het apparaat constant niet in staat is de snijbladen van de grasmaaier snel stil te zetten nadat de scha- kelhendel is losgelaten, laat u het apparaat onder- houden door een erkend Makita-servicecentrum. BEDIENING Maaien WAARSCHUWING: Voor het maaien verwij- dert u alle takken en stenen van het te maaien terrein. Bovendien kunt u beter ook van tevoren alle onkruid uit het te maaien grasveld wieden. WAARSCHUWING: Draag bij het maaien altijd een beschermende bril of een veiligheidsbril met volledig gesloten zijkantbescherming. LET OP: Als het maaisel of een vreemd voorwerp zich ophoopt binnenin het maaidek, verwijdert u eerst de accu's en trekt u altijd handschoenen aan voordat u het maaisel of vreemde voorwerp verwijdert. KENNISGEVING: Gebruik deze machine alleen voor het maaien van een gazon. Maai geen onkruid met deze machine. ► Fig.31 Houd bij het maaien de handgreep met beide handen stevig vast. De richtlijn voor de maaisnelheid is onge- veer 7 tot 14 meter per 10 seconden. ► Fig.32 OPMERKING: Als na het maaien van lang of dicht- begroeid gras ongelijkheid in de graslengte of een slechte afwerking wordt geconstateerd, of als u tijdens het maaien merkt dat het motortoerental daalt, verlaagt u het motortoerental tot minder dan is aanbevolen in deze handleiding, of stelt u de maaihoogte hoger in. De middellijnen van de voorwielen kunnen worden gebruikt als richtlijn voor de maaibreedte. Gebruik de middellijnen als richtlijn bij het maaien in banen. Overlap elke baan met de helft of een derde van de breedte van de vorige baan om het gazon gelijkmatig te maaien. ► Fig.33: 1. Maaibreedte 2. Overlapping 3. Middenlijn Verander de maairichting bij elke baan om te voorko- men dat het graspatroon in één richting wordt gevormd. ► Fig.34 Controleer regelmatig het gemaaide gras in de gras- mand. Leeg de grasmand voordat deze vol raakt. Vergeet niet de machine te stoppen en uit te schakelen voorafgaand aan elke regelmatige controle.75 NEDERLANDS KENNISGEVING: Als u de grasmaaier gebruikt met een volle grasmand kan het snijblad niet soe- pel draaien, hetgeen de motor overmatig belast, waardoor de kans op defecten toeneemt. Een lang gazon maaien Probeer niet om een lang gazon in één keer kort te maaien. Maai in plaats daarvan het gazon in meerdere maaibeurten kort. Laat een dag of twee tussen de maai- beurten, tot het gazon gelijkmatig kort is. ► Fig.35 OPMERKING: Als u een lang gazon in één keer kort maait, kan het gras dood gaan. Tevens kan de binnenkant van het maaidek verstopt raken door het gemaaide gras. OPMERKING: Als na het maaien ongelijkheid in de graslengte of een slechte afwerking wordt geconsta- teerd, of als u tijdens het maaien merkt dat het motor- toerental daalt, verlaagt u het motortoerental of stelt u de maaihoogte hoger in. De grasmand legen WAARSCHUWING: Om ongelukken te voor- komen, controleert u regelmatig de grasmand op schade of verzwakking door slijtage. Vervang zo nodig de grasmand.
1. Laat de schakelhendel en de aandrijfhendel los.
2. Schakel de machine uit.
3. Open de achterklep en verwijder de grasmand
door het handvat vast te pakken. ► Fig.36: 1. Achterklep 2. Handvat 3. Grasmand
4. Leeg de grasmand.
ONDERHOUD WAARSCHUWING: Verzeker u er altijd van dat de accu's uit de machine zijn verwijderd voor- dat u de machine opbergt of draagt, of voordat u inspectie of onderhoud gaat verrichten. WAARSCHUWING: Draag handschoenen bij het verrichten van inspectie of onderhoud. WAARSCHUWING: Draag bij het verrichten van inspectie of onderhoud altijd een bescher- mende bril of een veiligheidsbril met zijkappen. KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was- benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoud of afstellingen te worden uitgevoerd bij een erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en altijd met gebruik van Makita-vervangingsonderdelen. Onderhoud
1. Verwijder alle accu’s en sluit daarna het
2. Leg de grasmaaier op zijn zijkant. Reinig het
maaisel dat zich heeft opgehoopt op de onderkant van het maaidek.
3. Giet water op de onderkant van het gereedschap
waaraan het snijblad is bevestigd. KENNISGEVING: Was het gereedschap niet met water onder hoge druk.
5. Inspecteer de bewegende onderdelen op schade,
defecten en slijtage. Beschadigde of ontbrekende onderdelen moeten worden gerepareerd of vervangen.
6. Berg de grasmaaier op een veilige plaats op bui-
ten bereik van kinderen. KENNISGEVING: Giet geen water op het gedeelte aangegeven in de afbeelding. Als u water giet op de motoreenheid kan een storing in het appa- raat worden veroorzaakt. ► Fig.37: 1. Gebied waar geen water op mag worden gegoten KENNISGEVING: Giet geen water op de machine terwijl de machine rechtop staat, zoals aangegeven in de afbeelding. Als de machine rechtop staat, kan het water in de motor stromen en een storing in de machine veroorzaken. ► Fig.38 De grasmaaier dragen LET OP: Voordat u de grasmaaier draagt, ver- zekert u zich ervan dat de accu's zijn verwijderd. Wanneer u de grasmaaier draagt, houdt u het achter- handvat en de onderste draaggreep aan de voorkant van de machine met twee personen vast, zoals aange- geven in de afbeelding. ► Fig.39: 1. Onderste draaggreep 2. Achterhandvat Opbergen LET OP: Wanneer u de machine rechtop zet, plaatst u de machine op een vlakke en stabiele ondergrond. Als de machine op een instabiele ondergrond wordt geplaatst, kan de machine omval- len en letsel veroorzaken. Berg de grasmaaier binnenshuis op, in een koele, droge en afgesloten ruimte. Berg de grasmaaier en de accula- der niet op op een plaats waar de temperatuur tot 40 °C of hoger kan oplopen.
1. Verwijder alle accu’s.
2. Trek aan de knop op de onderste handgreep en
draai vervolgens de knop 90° om de vergrendelpen te ontgrendelen. Voer dezelfde procedure uit aan de andere kant en kantel daarna de handgreep voorover. ► Fig.40: 1. Knop76 NEDERLANDS OPMERKING: Door de handgreep te ondersteunen is het gemakkelijker om de vergrendelpen te ontgren- delen wanneer u aan de knop trekt.
3. Draai de knop aan beide zijkanten 90°. Verzeker u
ervan dat de knoppen stevig op hun plaats zitten. ► Fig.41: 1. Knop KENNISGEVING: Let bij het omklappen van de handgreep erop dat de snoeren niet bekneld raakt.
4. Draai de vingermoer aan beide zijkanten los en
klap daarna de bovenste handgreep om, zoals aange- geven in de afbeelding. ► Fig.42: 1. Vingermoer 2. Bovenste handgreep
5. Zet de machine rechtop.
OPMERKING: Wanneer u de grasmaaier rechtop zet, mag u niet alleen de handgreep vastpakken, maar pakt u het maaidek en de handgreep vast.
Berg de grasmand op zoals aangegeven in de afbeelding. ► Fig.43: 1. Grasmand ► Fig.44: 1. Grasmand Het snijblad van de grasmaaier aanbrengen of verwijderen WAARSCHUWING: Nadat de schakelhen- del is losgelaten, blijft het snijblad nog enkele seconden nadraaien. Voer geen enkele handeling uit voordat het snijblad volledig tot stilstand is gekomen. WAARSCHUWING: Verwijder altijd alle accu's voordat u het snijblad gaat verwijderen of aanbrengen. Als u niet alle accu's verwijdert, kan dat leiden tot ernstig letsel. WAARSCHUWING: Draag bij het hanteren van het snijblad altijd handschoenen. KENNISGEVING: Gebruik bij het verwijderen en aanbrengen van het maaimes de pijpsleutel die in de verpakking van het gereedschap werd geleverd. Het snijblad van de grasmaaier verwijderen
1. Leg de grasmaaier zodanig op zijn zijkant dat de
maaihoogte-instelhendel bovenop komt.
2. Om het snijblad te blokkeren, steekt u de pen zo
ver mogelijk in de opening in het maaidek.
3. Draai de bout linksom met pijpsleutel 17.
Verwijder de bout en daarna het snijblad van de grasmaaier. ► Fig.46: 1. Snijbladvoet 2. Snijblad van de gras- maaier 3. Bout 4. Uitstekende nok KENNISGEVING: Bij het aanbrengen van het snijblad van de grasmaaier, verzekert u zich ervan dat de uitstekende nokken op de snijbladvoet in de openingen van het snijblad van de grasmaaier vallen. Het snijblad van de grasmaaier monteren WAARSCHUWING: Breng het snijblad van de grasmaaier zorgvuldig aan. Het heeft een boven- en onderkant. WAARSCHUWING: Draai de bout rechtsom stevig aan om het snijblad vast te zetten. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat het snij- blad van de grasmaaier en alle bevestigingsdelen correct zijn aangebracht en stevig zijn vastgezet. WAARSCHUWING: Als u het snijblad ver- vangt, volgt u altijd de instructies die in deze handleiding worden gegeven. KENNISGEVING: Na het aanbrengen van de snijbladen van de grasmaaier, verwijdert u de pen uit het maaidek. KENNISGEVING: Bij het vastdraaien van de bout waarmee het maaimes wordt bevestigd, oefent u een aanhaalkoppel van 19 - 29 N•m uit (deze waarden zijn slechts ter referentie). Om de snijbladen van de grasmaaier aan te brengen, volgt u de verwijderingsprocedure in omgekeerde volgorde.77 NEDERLANDS PROBLEMEN OPLOSSEN Alvorens u verzoekt om reparatie, kunt u zelf als volgt het probleem opsporen en oplossen. Als u een probleem ondervindt dat niet in deze gebruiksaanwijzing wordt beschreven, mag u niet proberen het apparaat uit elkaar te halen. Laat reparaties over aan een erkend Makita-servicecentrum, uitsluitend met gebruik van originele Makita-vervangingsonderdelen. Probleemomschrijving Waarschijnlijke oorzaak (storing) Oplossing De grasmaaier start niet. De accu is niet aangebracht. Breng een opgeladen accu aan. Probleem met de accu (onvoldoende spanning) Laad de accu op. Als het opladen geen eect heeft, vervangt u de accu. Na kortstondig gebruik stopt de motor al gauw. De accu is bijna leeg. Laad de accu op. Als het opladen geen eect heeft, vervangt u de accu. De maaihoogte is te laag. Vergroot de maaihoogte. Maaisel heeft zich opgehoopt in de grasmaaier. Verwijder het opgehoopte maaisel vanaf de grasmaaier. Het maximale motortoerental wordt niet bereikt. De accu is niet juist aangebracht. Breng de accu aan zoals beschreven in deze handleiding. De accuspanning valt weg. Laad de accu op. Als het opladen geen eect heeft, vervangt u de accu. Het aandrijfsysteem werkt niet goed. Vraag uw plaatselijke erkende servicecentrum om reparatie. Het snijblad van de grasmaaier draait niet rond: stop de grasmaaier onmiddellijk! Een vreemd voorwerp, zoals een tak, is vastgeraakt dichtbij het snijblad. Verwijder het vreemde voorwerp. Het aandrijfsysteem werkt niet goed. Vraag uw plaatselijke erkende servicecentrum om reparatie. Abnormale trillingen: stop de grasmaaier onmiddellijk! Het snijblad is niet meer gebalanceerd, of overmatig of ongelijkmatig gesleten. Vervang het snijblad. OPTIONELE ACCESSOIRES LET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita- apparaat dat in deze gebruiksaanwijzing wordt beschreven. Het gebruik van andere accessoires of hulpstukken kan gevaar voor persoonlijke verwonding opleveren. Gebruik accessoires of hulpstukken uit- sluitend voor de aangegeven doeleinden. Wenst u meer bijzonderheden over deze acces- soires, neem dan contact op met het plaatselijke Makita-servicecentrum.
- Snijblad van de grasmaaier
- Originele Makita-accu en -acculader OPMERKING: Sommige items op de lijst kunnen zijn inbegrepen in de doos van het product als stan- daard toebehoren. Deze kunnen van land tot land verschillen.78 ESPAÑOL ESPAÑOL (Instrucciones originales) ESPECIFICACIONES Modelo: LM001G LM002G Anchura de la siega (diámetro de la cuchilla) 480 mm 534 mm Velocidad en vacío Modo normal 3.200 min
Notice-Facile