DF2212 - Zekeringen IFM - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DF2212 IFM in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over DF2212 IFM
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zekeringen in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DF2212 - IFM en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DF2212 van het merk IFM.
GEBRUIKSAANWIJZING DF2212 IFM
Gebruiksaanwijzing
Elektronische zekeringen, IO-Link
voor het 24 V DC secundaire circuit
DF21xx
DF22xx
DF25xx
Inhoud
1 Voorafgaande opmerking 3
1.1 Gebruikte symbolen 3
2 Veiligheidsinstructies 4
3 Beoogd gebruik 5
4 Werking 6
4.1 Temperatuurfactor / continustroombepaling 6
4.2 Fail-Safe-element 6
4.3 IO-Link 7
5 Montage 8
6 Elektrische aansluiting 9
6.1 Voedingsmodules, terugvoedingsmodules en potentiaalmodules 9
7 Bedienings- en indicatie-elementen 10
7.1 Voedingsmodules DF21xx 10
7.1.1 Storingsvrije werking 10
7.1.2 Autonome werking 10
7.1.3 Niet-kritieke fout 11
7.1.4 Kritieke fout 11
7.1.5 Systeemstart 11
7.2 Zekeringsmodules DF22xx 11
7.3 Controle van de ingestelde nominale stroom 11
7.4 Instelling van de nominale stroom 12
8 Onderhoud, reparatie en afvoer 13
1 Voorafgaande opmerking
Gebruiksaanwijzing, technische gegevens, goedkeuringen en aanvullende informatie via de QR-code op het apparaat / de verpakking of op www.ifm.com.
1.1 Gebruikte symbolen
√ Voorwaarde
▶ Uit te voeren handeling
▷ Reactie, resultaat
[...] Aanduiding van een toets, een knop of een weergave
→ Verwijzing

Belangrijke opmerking
Het niet naleven kan leiden tot storingen of verstoringen

Informatie
Aanvullende opmerking
2 Veiligheidsinstructies
- Het hier beschreven apparaat is een component die in een systeem moet worden geïntegreerd.
- De installateur van het systeem is verantwoordelijk voor de veiligheid van het systeem.
-
De installateur van het systeem is verplicht een risicobeoordeling uit te voeren en op basis daarvan een documentatie op te stellen die voldoet aan alle wettelijke eisen en aan de normen, en deze aan de exploitant en de gebruiker van het systeem te verstrekken. Deze documentatie moet alle informatie en veiligheidsinstructies bevatten die nodig zijn voor de exploitant en de gebruiker en, in voorkomend geval, voor al het door de installateur van het systeem geautoriseerde servicepersoneel.
-
Lees dit document vóór de inbedrijfstelling van het product en bewaar het gedurende de gebruiksduur van het product.
- Het product moet zonder enige gebruiksbeperking geschikt zijn voor de betreffende toepassingen en omgevingsomstandigheden.
- Gebruik het product uitsluitend voor de toepassingen waarvoor het bestemd is (→ Beoogd gebruik).
- Het niet naleven van de instructies of de technische gegevens kan materiële schade en/of lichamelijk letsel veroorzaken.
- De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid of garantie voor de gevolgen van verkeerd gebruik of van door de gebruiker aan het product aangebrachte wijzigingen.
- De montage, de elektrische aansluiting, de inbedrijfstelling, de werking en het onderhoud van het product moeten worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel dat door de verantwoordelijke voor de installatie is geautoriseerd.
- Zorg voor een doeltreffende bescherming van de apparaten en de kabels tegen beschadiging.
- Vervang beschadigde apparaten, omdat anders de technische gegevens en de veiligheid worden aangetast.
- De apparaten zijn uitsluitend bestemd voor gebruik op een veiligheidslaagspanning van 24 V DC.
- Een aansluiting op een hogere spanning en/of een spanning zonder veilige scheiding kan leiden tot gevaarlijke situaties met levensgevaar of tot schade aan het apparaat.
- Gebruik voor de voedingsmodule uitsluitend de daarvoor bestemde zekeringsmodules.
- Plaats de apparaten en breng de contacthendels omlaag in spanningsloze toestand.
- Verhelp na het aanspreken van een zekeringsmodule en vóór het opnieuw inschakelen de oorzaak van het aanspreken (kortsluiting of overbelasting).
- Controleer vóór de installatie of de apparaten niet beschadigd zijn. Defecte apparaten mogen niet worden gebruikt.
- Voed de apparaten pas na een correcte installatie.
3 Beoogd gebruik
Elektronische beveiliging tegen stroomoverbelasting voor primair geschakelde 24 V DC schakelende voedingen. Een voedingsmodule wordt gecombineerd met ten minste één zekeringsmodule en optioneel aangevuld met voedingsmodules/terugvoedingsmodules/potentiaalmodules.
4 Werking
De zekeringsmodules zijn verkrijgbaar met vaste en met instelbare stroomwaarden en bevatten een Fail-Safe-element (interne zekering).
| DF210x | DF2208 | DF2210 | DF2212 | DF2214 | DF2216 | DF2220 | DF2520 | DF2524 | |||
| Voedingsmodule | ● | — | |||||||||
| Zekeringsmodule | — | ● | |||||||||
| Interface | IO-Link | ||||||||||
| Max. aantal zekeringsmodules per voedingsmodule | — | 16 | 8 | ||||||||
| Elektrische gegevens | |||||||||||
| Ingangsspanning | [V] | 18 tot 30 DC (SELV/PELV) | |||||||||
| Nominale spanning | [V] | 24 DC | |||||||||
| NEC klasse 2 | — | — | ● | ● | — | — | — | ● | |||
| Ingangsstroom (= max. totale stroom) | [A] | 40 | — | ||||||||
| Aantal kanalen | — | 1 | 2 | ||||||||
| Nominale stroom IN | [A] | 8 | 10 | 2 | 4 | 6 | 1 tot 10 | 1 tot 10 | 1 tot 4 | ||
| Fail Safe IN | [A] | 8 | 10 | 2 | 4 | 6,3 | 16 | 16 | 4 | ||
| Mechanische gegevens | |||||||||||
| Montage | DIN-rail TH35 (volgens EN 60715) | ||||||||||
| Breedte van het apparaat | [mm] | 12,5 | |||||||||
| Omgevingstemperatuur | [°C] | -25 tot 60 | |||||||||
| Opslagtemperatuur | [°C] | -40 tot 70 | |||||||||
| Beschermingsgraad → Montage | IP 30 (ingebouwd deel) IP 20 (voorzijde) | ||||||||||
| Elektrische aansluiting | |||||||||||
| Type | push-in klemmen, contacthendel/contactrail | ||||||||||
| ● = van toepassing | |||||||||||
4.1 Temperatuurfactor / continustroombepaling
De tijd/stroom-karakteristiek is afhankelijk van de omgevingstemperatuur. Vermenigvuldig, om de max. toegestane belastingsstroom te bepalen, de nominale stroom van het apparaat met de temperatuurfactor en houd rekening met de factor voor montage naast elkaar.
| Omgevingstemperatuur [°C] | 0 | 10 | 23 | 40 | 50 | 60 |
| Temperatuurfactor | 1 | 1 | 1 | 0,95 | 0,90 | 0,85 |
Bij montage naast elkaar mag de nominale stroom van het apparaat maximaal 80 % bedragen of moet het apparaat ruimer worden gedimensioneerd. Bij een hoge temperatuur wordt de waarschuwingsdrempel van de belastingsstroom "waarschuwingsdrempel typ. 0,8 x IN" verlaagd met de temperatuurfactor.
4.2 Fail-Safe-element
Als aanvullende beveiliging van het belastingsstroomcircuit bevatten de zekeringsmodules een Fail-Safe-element (interne zekering). Het Fail-Safe-element is afgestemd op de nominale stroom IN van de betreffende zekeringsmodule en op de bijbehorende kabeldoorsneden.
4.3 IO-Link

De waarschuwingsdrempel van de belastingsstroom kan via de IO-Link-interface worden geparametreerd om bij een belasting tussen 50 en 100 % een optische alarmmelding en een alarmmelding via IO-Link te genereren.

De IO-Link-apparaten kunnen ook als autonoom apparaat zonder IO-Link-master worden gebruikt.
Uitgebreide functies van de voedingsmodule DF2101 via IO-Link:
- Min./max.-functie van de gemeten stroom- en spanningswaarden voor elk kanaal gedurende een instelbare periode
- Gemiddeldefunctie van de gemeten stroom- en spanningswaarden voor elk kanaal gedurende een instelbare periode
- Permanent inschakelen van afzonderlijke kanalen om de cyclische gegevensuitwisseling te negeren (bijv. om de spanningsvoorziening van belangrijke apparaten te waarborgen). De beveiligingsfunctie blijft actief.
De IODD's die nodig zijn voor de configuratie van een IO-Link-apparaat, evenals gedetailleerde informatie over parametreertools, de structuur van de procesgegevens, diagnose-informatie en de parameteradressen zijn beschikbaar op www.ifm.com/nl/io-link.
5 Montage
▶ Monteer de apparaten op een 35 mm rail.

Afb. 1: Voorbeeld zekeringsmodule DF22xx
1 : Rail
2: Contacthendel
3: Ingebouwd deel
4: Voorzijde
6 Elektrische aansluiting
▶ Dimensioneer de kabels op basis van de ingangs- en uitgangsstroom.
▶ Steek de aders rechtstreeks in de klemmen volgens het etiket van het apparaat.
| Referentie | Klemmen | Potentiaal | Doorsnede [mm2] | Striplengte [mm] |
| DF21xx | 24 V DC | voeding | 0,5...10 | 18 |
| 0 V | 0,14...2,5 | 8...10 | ||
| L+, C/Q, L- | IO-Link | 0,25...0,5 | 6 | |
| DF22xx | O1 of O1/O2 | stroomuitgangen | 0,14...2,5 | 8...10 |

Druk om los te koppelen met een geschikt gereedschap op de oranje drukknop.
Gebruik een microschroevendraaier met een breedte van 2 mm om de IO-Link push-in klemmen te openen.
6.1 Voedingsmodules, terugvoedingsmodules en potentiaalmodules
GND-voedingsmodules (DF310x) worden gebruikt in combinatie met GND-potentiaalmodules (DF311x) om de bekabeling te beperken.
Om te voorkomen dat achtergelegen modules spanningsloos worden bij het openen van een contacthendel, kan een terugvoedingsmodule (DF3210) worden gebruikt om te waarborgen dat de betreffende modules van spanning voorzien blijven.
Een LOAD-potentiaalmodule (DF320x) wordt gebruikt om de uitgangen van de zekeringen +24 V DC naar andere aansluitingen uit te breiden.
7 Bedienings- en indicatie-elementen

Afb. 2: Voorbeeld voedingsmodule DF21xx
1 : Etiket
2: Status-LED
3: IO-Link push-in klemmen
4: Push-in klem 0 V
5: Push-in klem 24 V DC

Afb. 3: Voorbeeld zekeringsmodule DFx2xx
1 : Etiket
2: ON/OFF/reset-knop en status-LED (kanaal 2)
3: ON/OFF/reset-knop en status-LED (kanaal 1)
4: Push-in klemmen uitgangen 1/2
7.1 Voedingsmodules DF21xx
De verschillende bedrijfstoestanden van de zekeringsmodules worden door de status-LED aangegeven.
| Status-LED | Bedrijfstoestand | IO-Link-communicatie | |
| — | uit | Geen voedingsspanning | nee |
| groen | brandt | Storingsvrije werking | ja |
| knippert | Autonome werking | nee | |
| oranje | brandt | Niet-kritieke fout | ja |
| knippert | nee | ||
| rood | brandt | Kritieke fout | nee |
| knippert | Systeemstart | nee | |
Tab. 1: Status-LED voedingsmodules DF21xx
7.1.1 Storingsvrije werking
Er is geen fout aanwezig, het apparaat is verbonden met de IO-Link-master.
7.1.2 Autonome werking
Geen verbinding met de IO-Link-master. Zonder verbinding met de IO-Link-master na het inschakelen draagt de voedingsmodule de parametergegevens over aan de aangesloten zekeringsmodules. Het gedrag van de aangesloten zekeringsmodules wordt bepaald door de configuratie van de voedingsmodule. Ofwel blijft de toestand van de zekeringsmodules ongewijzigd (FREEZE), ofwel worden de zekeringsmodules uitgeschakeld (UNFREEZE). Als de verbinding met de IO-Link-master wordt hersteld en er geen fout aanwezig is, gaat het apparaat over naar de bedrijfsmodus "storingsvrije werking".
7.1.3 Niet-kritieke fout
Er zijn geen geldige configuratiegegevens beschikbaar. De aangesloten zekeringsmodules blijven uitgeschakeld. Een cyclische gegevensuitwisseling is niet mogelijk, een acyclische gegevensuitwisseling is beperkt mogelijk. Na ontvangst van geldige configuratie- en parametergegevens verlaat het apparaat deze bedrijfsmodus.
7.1.4 Kritieke fout
Bij de initialisatie wordt een fout vastgesteld of treedt een kritieke fout op. Communicatie met de IO-Link-master is niet mogelijk. De aangesloten zekeringsmodules zijn en blijven uitgeschakeld.
▶ Start het apparaat opnieuw op.
7.1.5 Systeemstart
Bij het inschakelen wordt de voedingsmodule geïnitialiseerd. Gedurende deze tijd is geen communicatie met de IO-Link-master mogelijk.
7.2 Zekeringsmodules DF22xx
De verschillende bedrijfstoestanden van de zekeringsmodules worden door de status-LED aangegeven.
| Status-LED | Bedrijfstoestand | Toestand belastingsuitgang | |
| — | uit | Geen voedingsspanning, fout tijdens de initialisatie of kanaal uitgeschakeld via knop | uitgeschakeld |
| groen | brandt | Kanaal ingeschakeld via knop en IO-Link, geen fout | ingeschakeld |
| groen / oranje | knippert | Waarschuwingsdrempel van de belastingsstroom bereikt | ingeschakeld |
| oranje | brandt | Overbelasting of kortsluiting tot aan de uitschakeling | ingeschakeld |
| Kanaal ingeschakeld via knop en uitgeschakeld via IO-Link | uitgeschakeld | ||
| rood | brandt | Uitschakeling door kortsluiting of overbelasting | uitgeschakeld |
| Onderspanning in ingeschakelde toestand met automatische herinschakeling | |||
Tab. 2: Status-LED zekeringsmodules DF22xx
7.3 Controle van de ingestelde nominale stroom
Alleen voor zekeringsmodules met instelbare nominale stroom.
▶ Druk gedurende 2 tot 5 seconden op de ON/OFF/reset-knop van het gewenste kanaal.
▷ De status-LED van het geselecteerde kanaal knippert 1 x rood.
▷ De status-LED knippert snel oranje om de ingestelde nominale stroom weer te geven en knippert vervolgens 1 x rood. Het aantal oranje knipperingen komt overeen met de ingestelde nominale stroom in ampère (1 x oranje knipperen = 1 A; 2 x oranje knipperen = 2 A; enz.).
▷ De ingestelde nominale stroom wordt zo 5 x weergegeven. Daarna gaat de weergave over naar de actuele bedrijfstoestand.
▶ Druk op de ON/OFF/reset-knop van het gewenste kanaal om de controlemodus direct te verlaten.
7.4 Instelling van de nominale stroom
Alleen voor zekeringsmodules met instelbare nominale stroom.
▶ Stel de nominale stroom in via IO-Link met een geschikte parametreersoftware.
8 Onderhoud, reparatie en afvoer
Dit apparaat is onderhoudsvrij.
Het apparaat mag uitsluitend door de fabrikant worden gerepareerd.
▶ Zorg na gebruik voor een milieuvriendelijke afvoer van het apparaat volgens de geldende nationale voorschriften.
Reiniging:
▶ Schakel het apparaat spanningsloos.
▶ Verwijder vuil met een zachte, droge en chemisch onbehandelde microvezeldoek.