BORETTI CFBI901AN - Fornuis

CFBI901AN - Fornuis BORETTI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis CFBI901AN BORETTI in PDF-formaat.

📄 212 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice BORETTI CFBI901AN - page 3
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Nederlands NL

Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CFBI901AN - BORETTI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CFBI901AN van het merk BORETTI.

GEBRUIKSAANWIJZING CFBI901AN BORETTI

NL | MONTAGEVOORSCHRIFTEN EN GEBRUIKSAANWIJZING

VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING CE

  • Dit fornuis is ontworpen om uitsluitend dienst te doen als kooktoestel. Ieder ander gebruik (bijv. als kachel) is oneigenlijk en dientengevolge gevaarlijk.
  • Dit fornuis is ontworpen, gebouwd en op de markt gebracht in overeenstemming met: - De veiligheidsvoorschriften van “Laagspanning” Richtlijn 2014/35/EU; - De voorschriften van “EMC” Richtlijn 2014/30/EU; - De voorschriften van Richtlijn 93/68/EEG; - De voorschriften van Richtlijn 2011/65/EU. BELANGRIJKE INFORMATIE VOOR DE CORRECTE VERWERKING VAN HET PRODUCT IN OVEREENSTEMMING MET DE EUROPESE RICHTLIJN 2012/19/EC.Aan het einde van zijn nuttig leven mag het product niet samen met het gewone huishoudelijke afval worden verwerkt. Het moet naar een speciaal centrum voor gescheiden afvalinzameling van de gemeente worden gebracht, of naar een verkooppunt dat deze service verschaft. Het apart verwerken van een huishoudelijk apparaat voorkomt mogelijke negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid die door een ongeschikte verwerking ontstaan en zorgt ervoor dat de materialen waaruit het apparaat bestaat teruggewonnen kunnen worden om een aanmerkelijke besparing van energie en grondstoffen te verkrijgen. Om op de verplichting tot gescheiden verwerking van elektrische huishoudelijke apparatuur te wijzen, is op het product het symbool van een doorgekruiste vuilnisbak aangebracht.4

BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES EN AANBEVELINGEN

BELANGRIJK: Dit toestel is enkel ontworpen en geproduceerd voor het koken van huishoudelijk voedsel en is niet geschikt voor enige niet-huishoudelijke toepassing. Om die reden mag het niet gebruikt worden in een commerciële omgeving. De garantie van het toestel vervalt wanneer het toestel wordt gebruikt in een niet-huishoudelijke omgeving, d.w.z. in een semi-commerciële, commerciële of gemeenschappelijke omgeving. Lees aandachtig de instructies vooraleer u het toestel installeert en gebruikt.

  • Dit apparaat is ontworpen en geproduceerd in overeenstemming met de geldende normen voor huishoudelijke keukenapparatuur, inclusief de standaarden voor oppervlaktetemperatuur. Mensen met een gevoelige huid kunnen een hoge temperatuur waarnemen, ondanks dat de maximale temperatuur binnen de norm valt. De veiligheid van het apparaat is afhankelijk van het correct gebruik hiervan. Wij raden daarom aan om extra goed op te letten tijdens het gebruik van het apparaat, vooral in het bijzijn van kinderen.
  • Haal het toestel uit de verpakking. Controleer of het beschadigd is en of de ovendeur goed sluit. Gebruik het toestel bij twijfel niet en neem contact op met de producent of met een vakkundig opgeleid technicus.
  • Houd onderdelen van de verpakking (bijv. plastic zakken, polystyreenschuim, nagels, bandjes, enz.) buiten het bereik van kinderen, aangezien deze ernstige verwondingen kunnen veroorzaken.
  • Op de stalen en aluminium onderdelen van sommige toestellen is een beschermende laag aangebracht. Verwijder deze laag vooraleer u het toestel gebruikt.
  • BELANGRIJK: Het is aangeraden geschikte beschermingskleding en -handschoenen te gebruiken voor het hanteren of reinigen van dit toestel.5
  • Probeer niet om de technische eigenschappen van dit toestel te wijzigen, aangezien dat gevaar bij het gebruik kan veroorzaken. De producent is niet aansprakelijk voor ongemak door niet- naleving van deze instructie.
  • Gebruik het toestel niet met een externe timer of een afzonderlijk afstandsbedieningssysteem
  • Koppel het toestel los van de elektriciteit vooraleer u het reinigt of onderhoudt.
  • WAARSCHUWING: Vermijd elektrische schokken door het toestel uit te schakelen vooraleer u de ovenlamp vervangt.
  • Gebruik geen stoomreiniger. Het vocht kan in het toestel terechtkomen en dat onveilig maken.
  • Raak het toestel niet aan met natte of bedampte handen (of voeten).
  • Gebruik het toestel niet blootsvoets.
  • Wanneer u het toestel niet meer gebruikt (of het wenst te vervangen door een ander model), is het aangeraden om het – voor u het weg doet – op een geschikte manier buiten werking te stellen, in overeenstemming met de gezondheids- en milieubepalingen, en er vooral voor te zorgen dat alle mogelijk gevaarlijke onderdelen onschadelijk worden gemaakt, vooral met het oog op kinderen die met ongebruikte toestellen zouden kunnen spelen.
  • De verschillende componenten van het toestel zijn recyclebaar. Verwijder deze als afval conform de geldende bepalingen in uw land. Verwijder de elektriciteitskabel wanneer het toestel wordt afgedankt.
  • Zorg ervoor dat de knoppen na gebruik in de uit-positie staan.
  • Houd kinderen onder de 8 jaar uit de buurt van het toestel, tenzij ze continu onder toezicht staan.
  • Dit toestel mag gebruikt worden door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met beperkte lichamelijke, sensorische of geestelijke vaardigheden of met een beperkte ervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan, na gepaste instructies over het veilige gebruik van dit toestel en indien zij de mogelijke risico’s begrijpen. Laat kinderen niet met het toestel spelen. Kinderen mogen het toestel niet reinigen en onderhouden zonder toezicht.6
  • De producent is niet aansprakelijk voor letsels van personen of schade aan eigendom door incorrect of ongepast gebruik van het toestel.
  • WAARSCHUWING: Tijdens het gebruik worden het toestel en de bereikbare onderdelen heet; ook na gebruik blijven deze nog enige tijd heet. – Wees voorzichtig en raak geen verwarmingselementen aan (zowel aan de kookplaat als in de oven). – De deur is heet, gebruik de handgreep. – Houd jonge kinderen uit de buurt om brandwonden te vermijden.
  • Zorg ervoor dat de elektriciteitskabels van andere toestellen in de buurt van het fornuis niet in contact kunnen komen met de kookplaten en niet tussen de ovendeur geklemd kunnen raken.
  • WAARSCHUWING: Onbeheerd koken op een kookplaat met vet of olie kan gevaarlijk zijn en brand veroorzaken. Probeer NOOIT brand te doven met water, maar schakel het toestel uit en dek het vuur af, bijv. met een deksel of een vuurdeken.
  • WAARSCHUWING: Brandgevaar: bewaar geen voorwerpen op het kookoppervlak.
  • Plaats lege pannen niet op de glaskeramische kookplaat.
  • Laat geen zware of scherpe voorwerpen op de glaskeramische kookplaat vallen.
  • Kras de kookplaten niet met scherpe voorwerpen. Gebruik de kookplaten niet als werkoppervlak.
  • WAARSCHUWING: Wanneer de kookplaten gebarsten of op een andere manier beschadigd zijn, bijv. door gevallen voorwerpen, koppel dan het toestel los van de elektriciteit om elektrische schokken te vermijden en neem contact op met de klantenservice.
  • WAARSCHUWING: Wanneer dit product correct geplaatst is, voldoet het aan alle veiligheidseisen voor deze productcategorie. Wees echter extra voorzichtig bij de achter- of onderkant van het toestel, aangezien deze zones niet ontworpen en bedoeld zijn om aan te raken en scherpe of ruwe kanten kunnen hebben, die letsels kunnen veroorzaken.7
  • EERSTE GEBRUIK VAN DE OVEN – volg deze instructies: – Richt de binnenkant van de oven in zoals beschreven in het hoofdstuk ‘REINIGING EN ONDERHOUD’. – Zet de lege oven op de maximumstand om vet van de verwarmingselementen te verwijderen. – Koppel het toestel los van de elektriciteit, laat de oven afkoelen en reinig de binnenkant met een doek, water en een neutraal reinigingsmiddel; droog daarna goed af.
  • OPGELET: Gebruik geen ruwe schuurmiddelen of scherpe metalen schrapers om het glas van de ovendeur te reinigen, aangezien deze krassen op het oppervlak kunnen veroorzaken waardoor het glas kan barsten.
  • Breng geen aluminiumfolie aan op de wanden van de oven. Plaats bakplaten of de druipplaat niet op de bodem van de oven.
  • BRANDGEVAAR! Bewaar geen ontvlambaar materiaal in de oven of in de opslagruimte.
  • Gebruik altijd ovenwanten om schotels en bakplaten uit de hete oven te halen.
  • Hang geen handdoeken, theedoeken of andere voorwerpen aan het toestel of aan de handgreep – dat kan brandgevaar opleveren.
  • Reinig de oven regelmatig en zorg ervoor dat er zich geen vet of olie verzamelt op de bodem van de oven of van de druipplaat. Verwijder gemorste resten meteen.
  • Sta niet op het fornuis of op de geopende ovendeur.
  • Ga even achteruit wanneer u de ovendeur opent, zodat stoom en hete lucht kunnen ontsnappen vooraleer u het voedsel eruit haalt.
  • VEILIG OMGAAN MET VOEDSEL: Laat het voedsel voor en na het koken zo kort mogelijk in de oven. Op die manier vermijdt u verontreiniging door organismen, die voedselvergiftiging kunnen veroorzaken. Let hier vooral voor op bij warm weer.
  • WAARSCHUWING: Til het fornuis NIET op met de handgreep.
  • WAARSCHUWING: Houd altijd toezicht op het kookproces. Ook tijdens korte bereidingen dient continue toezicht te worden gehouden.8
  • Het apparaat mag niet achter een front worden geïnstalleerd om oververhitting te voorkomen.
  • De ovenaccessoires (zoals bijvoorbeeld ovenrekken) dienen correct te worden geïnstalleerd zoals aangegeven op pagina 34.
  • Indien het aansluitsnoer beschadigd is, mag dit uitsluitend worden vervangen door een geautoriseerde monteur om risico’s te voorkomen.
  • INDUCTIEKOOKPLATEN – Metalen voorwerpen zoals messen, vorken, lepels of deksels mogen niet op de kookplaat geplaatst worden aangezien zij warm kunnen worden. – Gebruik geen metalen keukenvoorwerpen (zoals opscheplepels). Het is aangeraden om plastieke of houten voorwerpen te gebruiken. – Gebruik kookpannen met de aanbeveelde diameter (zie minimum diameter van kookpannen) Het is niet aangeraden om kookpannen kleiner dan de kookzone te gebruiken. De kookpannen moeten in het midden van de kookzone geplaatst worden. – Gebruik geen beschadigde kookpannen of pannen met een ronde bodem. – Gebruik kookpannen special voor inductiekoken. – Hou een minimum afstand van de electromagnetische velden door 5-10 cm van de kookzones te staan. Wanneer mogelijk gebruik de kookzones achteraan. – Magnetische voorwerpen (bijv. kredietkaarten, diskettes, geheugenkaarten) en electronische instrumenten (bijv. computers) mogen niet in de buurt van de inductiekookplaat geplaatst worden. – Het gebruik van magnetische blikken is verboden! Gesloten blikken kunnen ontploffen door te hoge druk by het opwarmen. Brandgevaar is ook mogelijk met open blikken, omdat de integrale temperatuursbeveiliging hier niet kan werken. – BELANGRIJKE WAARSCHUWING: de inductiekookplaat voldoet aan de Europese normen voor huishoudapparaten.9

ENERGIE-ETIKETTERING/ECOLOGISCH ONTWERP

  • Gedelegeerde verordening (EU) Nr. 65/2014 van de commissie (houdende aanvulling van Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad).
  • Verordening (EU) Nr. 66/2014 van de commissie (tot uitvoering van Richtlijn 2009/125/ EG van het Europees Parlement en de Raad). Verwijzing naar de meet- en berekeningsmethoden die gebruikt zijn om de overeenstemming met bovenstaande eisen vast te stellen:
  • Controleer dat de deur van de oven steeds goed sluit en dat de pakking van de deur schoon is en goed werkt. Open de deur van de oven tijdens gebruik alleen wanneer dat strikt noodzakelijk is. Zo voorkomt u warmteverlies (voor sommige functies kan het nodig zijn de oven te gebruiken met de deur half gesloten, raadpleeg de gebruiksinstructies van de oven).
  • Zet de oven 5-10 minuten voor het einde van de theoretische bereidingstijd uit, om de opgeslagen hitte te recupereren.
  • We raden aan dat u geschikte ovenschotels gebruikt en de oventemperatuur indien nodig aanpast tijdens de bereiding. KOOKPLATEN

INDUCTIEKOOKZONES EN/OF -GEBIEDEN

  • Gebruik indien mogelijk een deksel, om elektriciteit te besparen.
  • Wanneer de vloeistof in de pan kookt, zet u de temperatuur lager naar de gewenste stand.
  • Gebruik geschikte pannen die gemarkeerd zijn voor inductiekookplaten. Sommige kookgerei dat wordt verkocht heeft een kleiner doeltreffend ferromagnetisch gebied dan de diameter van de pan zelf. Voorkom het gebruik van dit soort kookgerei. Het inductiekookfornuis zal in dit geval niet goed werken of kan zelfs worden beschadigd.
  • Gebruik steeds pannen/kofeketels met een dikke, compleet vlakke bodem. Gebruik geen pannen/kofeketels met een holle of bolle bodem. Deze kunnen ervoor zorgen dat de kookzone oververhit raakt.
  • Belangrijk: gebruik geen tussenstukken voor kookpotten/kofeketels.10 Deze tekening is slechts indicatief Kookplaatbe- scherming Handgreep/ handgrepen deur OPGELET – HEEL BELANGRIJK ! BRAND/OVERVERHITTINGSGEVAAR:
  • Geen servetten, lappen of andere voorwerpen op de kookplaatbescherming of de handgreep/handgrepen van de ovendeur aanbrengen terwijl het apparaat werkt of warm is. OM SCHADE AAN HET APPARAAT TE VOORKOMEN:
  • Het beschermende blad of de handgreep/handgrepen van de ovendeur niet gebruiken om het fornuis op te heffen/te verplaatsen.
  • Niet op de kookplaatbescherming blad of de handgreep/ handgrepen van de ovendeur steunen.11 Afb. 1.1

Aandacht: Indien u een barst op de glasplaat vaststelt, schakelt u meteen de elektrische stroom uit en contacteert u de servicedienst. Plaats geen metalen voorwerpen zoals messen, vorken, lepels en desksels op de kookplaat aangezien zij heet kunnen worden.

Inductie kookzone Ø 200 mm Normaal vermogen: 2300 W Maximaal ‘BOOST’ vermogen: 3000 W

Inductie kookzone Ø 160 mm Normaal vermogen: 1400 W

Opmerking: het normale en maximale vermogen kan veranderen afhankelijk van de grootte en materiaal van de kookpan op the kookplaat. KOOKZONES KOOKTAFEL

KNOPPENBORD Beschrijving van de bedieningsknoppen

1. Bedieningsknop kookplaat rechtsvoor

2. Bedieningsknop kookplaat rechtsachter

3. Bedieningsknop kookplaat linksachter

4. Bedieningsknop kookplaat linksvoor

6. Keuzeknop voor de bediening van de oven

8. Oven indicatie lampje

De vitrokeramische kookplaat is uitgerust met inductiekookzones. Deze zones, aangeduid met gedrukte cirkels op het keramisch oppervlak, worden geregeld door aparte bedieningsknoppen op de display. INDUCTIEKOOKSYSTEEM Zodra u een inductiekookzone aanzet en een kookzone kiest, gaan de elektronische schakelingen inductiestromen produceren die onmiddellijk de bodem van de pan opwarmen en de warmte doorgeven aan het gerecht. Op die manier is er bijna geen energieverlies tussen de kookplaat en het gerecht. Uw inductiekookplaat werkt alleen indien de juiste kookpan met juiste kenmerken op een kookzone wordt geplaatst. Zie KOOKPANNEN VOOR INDUCTIEKOKEN. Indien de indicator voor het herkennen van de kookpan op de display verschijnt is uw kookpan niet geschikt en zal uw inductiekookplaat niet werken. Indien na 10 minuten geen kookpan herkend is, zal de kookzone automatisch uitgeschakeld worden en kan alleen ingeschakeld worden nadat de bedieningsknop terug op “O” (OFF) staat. Vooraan in het midden van de kookplaat duidt de display (bestaande uit 4 verlichtte cijfers - één voor elke zone - het volgende aan: = Kookzone OFF niet ingeschakeld = Kookzone ON (ingeschakeld maar niet in werking) Indien alle zones in nul staan, gaat de display vanzelf uit (kookzones OFF) na ongeveer 10 seconden.

= Instellen van vermogen = Functie “snelkoken” = Functie “BOOST” - koken op maximale sterkte = Indicator voor de overblijvende warmte = Indicator voor het herkennen van de kookpan = Kinderbeveiliging Opmerking: elk verlicht cijfer verwijst naar de respectieve kookzone. Afb. 3.1

Wanneer de kookzone nog heet is, zal de respectievelijke indicator voor overblijvende warmte op de display in werking zijn om u voor het hete oppervlak opmerkzaam te maken. Raak de kookzone van de kookplaat niet aan. Let vooral op kinderen. Wanneer de op de display verlicht is, is het mogelijk om opnieuw te beginnen koken. Stel de bedieningsknop op het gewenste vermogen in.

KOOKPANNEN VOOR INDUCTIEKOKEN

Het inductiekooksysteem WERKT ALLEEN indien de juiste kookpannen voor inductiekoken gebruikt worden. De bodem van de kookpan moet ferromagnetisch zijn om de inductiestromen, die nodig zijn voor het verwarmingsproces, te generen. Dit wil zeggen dat een magneet aan de bodem van de kookpan moet kleven. Kookpannen bestaande uit de volgende materialen zijn niet geschikt:

  • Glas, hout, porcelain, keramiek, aardewerk;
  • Puur roestvrij staal, aluminium of koper zonder magnetische bodem. Om te testen of een kookpan geschikt is of niet:
  • Test de bodem van de kookpan met een magneet; indien de magneet kleeft, is de kookpan geschikt.
  • Indien een magneet niet beschikbaar is, vul de kookpan met een kleine hoeveelheid water and plaats op een kookzone. Schakel de kookzone in: indien het symbol (indicator voor het herkennen van de kookpan) verschijnt op de kookzonedisplay (in plaats van het kookvermogen), is de pan niet geschikt. Belangrijke opmerking: the kookzones zullen niet werken indien de diameter van de kookpan te klein is ( indicator voor het herkennen van de kookpan zal verschijnen op de kookzonedisplay). Om de kookzones correct te gebruiken, volg de aanwijzigingen in de tabel: Inductiekookzone Minimum aanbeveelde diameter van kookpan Vooraan rechts Ø 160 mm 110 mm Achteraan rechts Ø 200 mm 145 mm Achteraan links Ø 160 mm 110 mm Vooraan links Ø 200 mm 145 mm Aandacht: de kookpan moet altijd in het midden van de kookzone geplaatst worden. Het is mogelijk om te grote kookpannen te gebruiken maar de bodem van de kookpan mag de andere kookzones niet raken. Gebruik altijd kookpannen met een dikke, totaal vlakke bodem. Gebruik geen kookpan met holle of bolle bodem; deze kunnen de kookzone doen overhitten. Nota: sommige types van kookpannen kunnen een geluid maken wanneer ze in gebruik zijn op een inductiekookzone. Dit geluid betekent niet dat er een probleem is met uw apparaat and heeft geen invloed op het koken.15 Afb. 3.2b

TIJDSLIMIET VAN DE KOOKZONES

Elke kookzone wordt automatisch uitgeschakeld OFF na een maximaal vooropgestelde tijd indien het product niet in werking is. De maximaal vooropgestelde tijd is afhankelijk van het kookvermogen, zoals aangeduid in dit schema. Bij elk gebruik van de knoppen van de kookplaat zal de maximaal vooropgestelde tijd naar de beginwaarde herzet worden. Kookvermogen van de koozones Tijdslimiet 360 minuten 360 minuten 300 minuten 300 minuten 240 minuten 90 minuten 90 minuten 90 minuten 90 minuten BEDIENINGSKNOPPEN Elke kookzone kan worden ingesteld met een individuele bedieningsknop die op het controlepaneel staat. Het koken wordt geregeld door een elektronisch systeem. Indien een kookzone niet uitgeschakeld is (OFF), zal het elektronisch systeem deze automatisch uitschakelen na een vooropgestelde tijd die afhankelijk is van het kookvermogen. Afb. 3.2a

O Kookzone niet in werking 1 tot 2 Smelten Opwarmen Sauzen, boter, chocolade, gelatine Gerechten op voorhand bereid 2 tot 3 Sudderen Ontdooien Rijst, pudding, suikersiroop Gedroogde groenten, vis, bevroren producten 3 tot 4 Stomen Groenten, vis, vlees 4 tot 5 Water Gestoomde aardappelen, soepen, pasta, verse groenten 6 tot 7 Medium koken Sudderen Vlees, lever, eieren, worstjes Goulash, rollade, pens 7 tot 8 Koken Aardappelen, gerechten in beslag, wafeltjes

Frituren, roosteren Water koken Biefstuk, omeletten, gefrituurde gerechten Water 1 ÷ 9 KOOKVERMOGEN Draai de bedieningsknop met de wijzers van de klok mee tot aan het gewenste kookvermogen tussen 1 (minimum) en 9 (maximum). Het kookvermogen kan op eender welk moment veranderd worden door de bedieningsknop met de wijzers van de klok of tegen de wijzers van de klok naar een ander kookvermogen te draaien. De kookzonedisplay zal het geselecteerde kookvermogen tonen.17 FUNCTIE ‘SNELKOKEN’ Draai de bedieningsknop tegen de wijzers van de klok in tot aan en laat de bedieningsknop los (na de “beep”); het respectievelijke symbool zal verschijnen. Draai de bedieningsknop binnen 5 seconden tot aan het gewenste kookvermogen (tussen 1 en 9); eenmaal het kookvermogen geselecteerd is, zullen en het geselecteerde kookvermogen afwisselend knipperen op de kookzonedisplay. Deze functie laat de kookzone toe om op maximum vermogen (100%) te werken gedurende een bepaalde tijd die afhangt van het kookvermogen. Deze functie is beschikbaar op alle kookzones. Gedurende het snelkoken is het mogelijk om op eender welk moment het geselecteerde kookvermogen hoger in te stellen, maar het is niet mogelijk om het te verlagen; door de bedieningsknop tegen de wijzers van de klok in te draaien naar een lager kookvermogen zal de functie uitgeschakeld worden. Deze functie zal ook uitgeschakeld worden indien de bedieningsknop op 0 (OFF) ingesteld wordt of indien de ‘BOOST’ functie gekozen wordt. Opmerking: indien de kookpan van de kookzone wordt verwijderd voordat het kookprogramma is beëindigd, kan de functie ‘snelkoken’ vervolledigd worden met de overgebleven tijd indien de kookpan terug op de kookzone wordt gezet binnen 10 minuten. FUNCTIE ‘BOOST’ - KOKEN OP MAXIMALE STERKTE Draai de bedieningsknop met de wijzers van de klok mee om het maximale kookvermogen (9) in te stellen. Draai dan de bedieningsknop met de wijzers van de klok tot and laat de bedieningsknop los (na de “beep”). De bedieningsknop stelt zich automatisch in op het maximale kookvermogen (9) and het respectievelijke symbool verschijnt op de kookzonedisplay. Het BOOST programma is nu in werking. Deze functie laat de kookzone toe om op maximale sterkte (hoger dan normal vermogen) te werken voor een maximum van 5 minuten. Dit kan worden gebruikt om bijvoorbeeld een grote hoeveelheid water snel op te warmen. Deze functie is beschikbaar op: kookzones achteraan rechts en vooraan links. Om deze functie uit te schakelen, draai de bedieningsknop tegen de wijzers van de klok in naar een lager kookvermogen of naar “O” (OFF). BOOST wordt ook uitgeschakeld door de bedieningsknop opnieuw naar te draaien; in dit geval zal de kookzone werken op kookvermogen 9. Opmerking: indien een kookzone nog warm is, is het niet mogelijk om de BOOST functie te gebruiken. Indien u dit probeert aan te zetten, zal knipperen. De kookzone wordt automatisch op het maximum kookvermogen 9 ingesteld. Het BOOST programma werkt slechts voor een maximum van 5 minuten. Het programma kan terug opnieuw gebruikt worden na het wachten van 5 minuten. BELANGRIJK: het BOOST programma is niet geschikt voor het koken van gerechten zonder water. Gebruik dit programma niet voor het opwarmen van olie (bijv. frituurvet)18

MAXIMUM BESCHIKBAAR VERMOGEN VOOR

DE KOOKZONES De rechter- en linkerkookzone werken met twee afzonderlijk electronische circuits en het maximum vermoger per circuit is 3700 W. Indien een kookzone meer dan 3700 W nodig heeft, dan heeft het laatste kookvermogen voorrang en zal het kookvermogen van de andere kookzone automatisch verminderd worden naar het overgebleven beschikbaar vermogen. Als dit zich voordoet, zal het symbool op de kookzone knipperen voor ongeveer 3 seconden voordat het automatisch het nieuwe kookvermogen toont. Dit betekent bijvoorbeeld dat:

  • Indien de BOOST functie voor een tweede kookzone wordt ingesteld, zal de andere kookzone automatisch naar een lager beschikbaar vermogen ingesteld worden.
  • Wanneer de BOOST functie voor de eerst kookzone wordt ingesteld en een ander kookvermogen voor de tweede kookzone, maar het totale kookvermogen is meer dan 3700 W, dan zal de BOOST functie gestopt worden en het kookvermogen automatisch naar een lager beschikbaar vermogen ingesteld worden. HITTEBEVEILIGING De inductiekookplaat is uitgerust met veiligheidsmaatregelen die het electronisch systeem beveiligen en die elke kookzone van oververhitting beveiligen. In geval van oververhitting zal een van de volgende functies automatisch gestart worden door het electronisch system:
  • BOOST functie wordt gestopt en kookvermogen gereduceerd;
  • een of meer kookzones worden uitgeschakeld OFF;
  • de koelventilator van de inductiekookplaat wordt gestart. KINDERBEVEILIGING Indien de inductiekookplaat niet in gebruik is, stel de kinderbeveiliging in om te voorkomen dat kinderen door ongeluk de kookzones inschakelen. Zorg ervoor dat alle kookzones uitgeschakeld zijn OFF draai dan de bedieningsknoppen van de kookzones liks tegelijkertijd naar links ( en hou beide bedieningsknoppen ingedrukt totdat verschijnt op de kookzonedisplay; laat dan de bedieningsknoppen los. Om de kinderbeveiliging uit te zetten, volg dezelfde procedure totdat verschijnt op de kookzonedisplay; laat dan de bedieningsknoppen los. Electronisch circuit 2 Electronisch circuit 119 Foutmelding Voorbeeld Wat te doen Erxx of Ex (niet E2 of EH)

1. Schakel het fornuis en de electrische

2. Wacht 1 minuut en schakel het fornuis en

niet meer verschijnt, kunnen de kookzones opnieuw gebruikt worden.

4. Indien de foutmelding opnieuw verschijnt,

herhaal stap 1 tot 3.

5. Als het probleem zich blijft voordoen,

gebruik de inductiekookplaat niet (alleen de oven) en contacteer de servicedienst.

E en 2 knipperen afwisselend voor een of meerdere kookzones. Dit betekent dat een of meerdere kookzones overhit zijn.

1. Schakel het fornuis uit en laat het

2. Als het probleem zich blijft voordoen,

gebruik de inductiekookplaat niet (alleen de oven) en contacteer de servicedienst.

display werkt niet Het fornuis is foutief aangesloten. Het apparaat moet aan de juiste electriciteit aangesloten worden door een erkend technicus. Symbool zoals op de tekening Dit duidt een onjuiste uitvoering van een of meerdere bedieningsknoppen van de kookzones aan.

1. Draai de bedieningsknop van de kookzone

naar 0 (OFF), schakel het fornuis en de electrische stroom uit.

2. Wacht 1 minuut, schakel het fornuis en de

niet meer verschijnt, kunnen de kookzones opnieuw gebruikt worden.

4. Indien de foutmelding opnieuw verschijnt,

herhaal stap 1 tot 3.

5. Als het probleem zich blijft voordoen,

gebruik de inductiekookplaat niet (alleen de oven) en contacteer de servicedienst.

  • Controleer welke knop de gekozen kookzone bedient voordat u aan de knoppen draait. Het is raadzaam de pan op de kookzone te zetten voordat u deze aan zet, en de pan te verwijderen wanneer het koken klaar is.
  • Gebruik pannen met een platte, gladde bodem. Een oneffen of ruwe bodem kan de glaskeramische plaat bekrassen. Controleer of de bodem van de pan schoon en droog is.
  • Laat een vochtig deksel niet op de kookplaat liggen.
  • Het glaskeramische oppervlak en de pannen moeten schoon zijn. Verwijder alle voedselresten (vooral die van suikerrijk voedsel), vuil, enz. zorgvuldig met afwasmiddel.
  • Gebruik geen pannen met een steel die zo lang is dat deze over de rand van de kookplaat uitsteekt, om te voorkomen dat de pan per ongeluk wordt omgestoten. Met deze voorzorg is de pan ook moeilijker te bereiken voor kinderen.
  • Buig u niet over de kookplaat wanneer de kookzones in bedrijf zijn.
  • Laat geen zware of scherpe voorwerpen op de keramische kookplaat vallen. Neem de stekker uit het stopcontact als het keramische oppervlak beschadigd is en stel u in verbinding met de servicedienst.
  • Leg geen aluminiumfolie of plastic voorwerpen op de kookzones wanneer deze warm zijn.
  • Volg de schoonmaakinstructies nauwgezet op. Gebruik geen pannen met een ruwe ronde bodem. Afb. 3.4 Afb. 3.321 Kras het keramische oppervlak niet met scherpe voorwerpen Gebruik het keramische oppervlak niet als werkblad of bergplaats. REINIGING
  • Vooraleer u de kookplaat reinigt, dient u na te gaan of het toestel uitgeschakeld is.
  • Volg de schoonmaakinstructies nauwgezet op.
  • Verwijder eventuele voedselresten of andere stoffen die zich habben vastgezet.
  • Verwijder stof met een vochtige doek.
  • U kan ook gebruik maken van niet schurende of niet corrosieve detergenten.
  • Het is aanbevolen alles dat door warmte kan smelten, van de kookplaat te verwijderen: plastic voorwerpen, aluminiumfolie, suiker of heel zoete produkten.
  • Indien een voorwerp of materiaal op de plaat gsmolten is, dient u dit onmiddellijk te verwijderen (terwijl het oppervlak nog warm is) met de schraper om beschadiging van het vitroceramische vlak te vermijden.
  • Gebruik geen messen of puntige voorwerpen, want zij kunnen de kookpmaat onherroepelijk beschadigen.
  • Gebruik ook geen schurende schilfers of schuursponsen die onherstelbare krassen kunnen veroorzaken. OPGELET: HEEL BELANGRIJK! Ingeval van schoonmaak van de plaat in glasceramiek met behulp van een accessoire (bijvoorbeeld een kleine schraper) moet men erop letten dat de pakking ter hoogte van de hoeken van het glasceramiek oppervlak niet beschadigd wordt.

Afb. 3.522 Opgelet : Tijdens de werking van de oven is de ovendeur warm. Houdt de jonge kinderen op afstand. ALGEMENE KENMERKEN Zoals zijn naam het zegt, gaat het hier om een oven die specifieke funktionele kenmerken bezit Het is inderdaad mogelijk 8 verschillende funkties te gebruiken om aan elke kookvereiste te voldoen. Deze 8 funkties, met thermostatische controle, worden verwezenlijkt door 4 verwarmingselementen:

  • Ringvormige weerstand OPMERING: Voor het eerste gebruik is het raadzaam om de lege oven 30 minuten op stand

laten werken en vervolgens nogmaals 30 minuten op de maximumtemperatuur (thermostaatknop op 250°C) in de standen

, om alle sporen van vet van de verwarmingselementen te verwijderen. Maak de oven en zijn accessoires schoon met warm water en vloeibaar afwasmiddel. WERKINGSPRINCIPE Het opwarmen en koken met de MULTIFUNKTIE oven gebeurt als volgt: a. door natuurlijke convectie De warmte wordt produceerd door de boven- en onderweerstand. b. door gedwongen convectie Een turbine zuigt de lucht in de moffel van de oven aan, stuwt deze door de witgloeiende schroefgangen van een elektrische weerstand en stuwt deze weer in de moffel. De warme lucht - alvorens weer aangezogen te worden om dezelfde cyc/us te hernemen - omhult de gerechten in de oven waardoor deze vlug en volledig gaargekookt worden. Bovendien kan men verschillende gerechten tegelijkertijd koken. c. door semi-gedwongen convectie De door de boven- en onderweerstand geproduceerde warmte wordt door de turbine in de oven verdeeld. d. door straling De warmte wordt door de infra- roodstralen van de grillweerstand uitgestraald. e. door straling en ventilatie De door de infra-roodgrillweerstand uitgestraalde warmte wordt door de turbine in de oven verdeeld. f. ventilatie Het voedsel wordt zonder verwarming door de ventilator ontdooid.

WAARSCHUWING: De deur is heet. Gebruik het handvat. Gedurende het gebruik wordt het apparaat warm. Opletten om niet de warme elementen binnen de oven te treffen.23 Afb. 4.2 Afb. 4.1 THERMOSTAAT (Afb. 4.2) De verwarmingselementen van de oven worden ingeschakeld door de knop op de gewenste funktie te plaatsen en door de thermostaatknop op de gewenste temperatuur in te stellen. De controle van de werking (ON-OFF) van de verwarmingselementen wordt uitgevoerd door de thermostaat; zijn werking wordt aangegeven door het lampje op het knoppenbord. BAKSTANDENSCHAKELAAR (Afb. 4.1) Draai de knop met de klok mee om één van de bakstanden in te stellen. VERLICHTING Bij het instellen van de knop in deze positie, licht het ovenlampje op. De oven blijft verlicht als de schakelaar op één van de funkties is ingesteld. TRADITIONEEL KOKEN-CONVECTIE Werking van de onder- en bovenweerstand. De warmte wordt door natuurlijke convectie verspreid en de temperatuur moet geregeld worden van 50° tot 250 °C met de thermostaatknop. De oven dient voorverwarmd te worden alvorens de gerechten in de oven te plaatsen. Aangeraden Gebruik: Voor gerechten die volledig gaargekookt moeten worden. Vb: gebraad, varkensribben, schuimgebak (meringue). ONDERSTE VERWARMINGSELEMENT In deze stand wordt enkel het onderste verwarmingselement ingeschakeld. De warmte verspreidt zich door natuurlijke convectie. De temperatuur dient geregeld te worden van 50° tot 250 ° C met de thermostaatknop. Aangeraden Gebruik: Geschikt voor het verhitten van gerechten waarvan de bodem op een hoge temperatuur moet worden verhit.24 OVENSTE VERWARMINGSELEMENT In deze stand wordt enkel het bovenste verwarmingselement ingeschakeld. De warmte verspreidt zich door natuurlijke convectie. De temperatuur dient geregeld te worden van 50° tot 250 ° C met de thermostaatknop. Aangeraden Gebruik: Geschikt voor het verhitten van gerechten waarvan de bovenkant op een hoge temperatuur moet worden verhit. GRILLEN Het infrarood-verwarmingselement is ingeschakeld. De warmte verspreidt zich via straling. Gebruik het apparaat met gesloten ovendeur en met de thermostaatknop tussen 50 en 225 °C. In de -stand zal de rotisseriemotor worden ingeschakeld. Voor correct gebruik, lees “GEBRUIK VAN DE GRILL” en “GEBRUIK VAN DE ROTISSERIE”. Opmerking: Het wordt aangeraden om niet langer dan 30 minuten achter elkaar te grillen. Attentie: tijdens het gebruik wordt de ovendeur zeer heet. Houd kinderen weg van de oven. Aangeraden Gebruik: De grill is te gebruiken voor gerechten die dienen te worden gebraden, opgewarmd, gegratineerd, geroosterd, etc.

KOKEN MET GEVENTILEERDE GRILL

Werking van de infra-roodgrillweerstand en de turbine. De warmte wordt hoofdzakelijk verspreid door straling en de ventilator verdeelt de warmte over de ganse oven. De temperatuur moet d.m.v. de thermostaatknop worden geregeld op een stand tussen 50° en 225° (voor maximaal 30 minuten). De oven moet voorverwarmd worden gedurende 5 minuten. Attentie: Voor gebruik moet de deut-van de oven gesloten zijn. Attentie: tijdens het gebruik wordt de ovendeur zeer heet. Houd kinderen weg van de oven. Voor een correct gebruik verwijzen wij naar het hoofdstuk “ROOSTEREN EN GRATINEREN” . Aangeraden Gebruik: Voor het roosteren van gerechten waarvan de buitenkant gebruind moet worden om het vleessap binnenin te behouden. Vb: kalfsbiefstuk, entre-côte, hamburger, enz.25

KOKEN MET GEDWONGEN CONVECTIE

Werking van de onder- en bovenweerstand en van de turbine. De boven-en onderwarmte wordt in de oven verdeeld door semi gedwongen convectie. De temperatuur dient geregeld te worden van 50° tot 250 ° C met de thermostaatknop. Aangeraden Gebruik: Voor grote hoeveelheden en grotere volumes die gelijkmatig moeten gebakken of gebraden worden. Vb.: roulades, kalkoen, lamsbout, taart, enz.

KOKEN MET WARME LUCHT

Werking van de ringvormige weerstand en van de turbine. De warmte wordt door gedwongen convectie verspreid en de temperatuur dient geregeld te worden van 50° tot 250 °C d.m.v. de thermostaatknop. De oven moet niet voorverwarmd worden. Aangeraden Gebruik: Voor gerechten die een goedgebakken korstje moeten hebben en binnen zacht of roze dienen te zijn. Vb.: lasagne, lamsvlees, rosbif, gehele vissen, enz.

ONTVRIEZEN VAN INGEVRO REN VOEDINGSMIDDELEN

Enkel werking van de ovenventilator. Te gebruiken met de thermostaatknop op stand “

  • ” daar elke andere stand geen enkele uitwerking heeft. Het ontvriezen gebeurt door de ventilatie, zonder verwarming. Aangeraden Gebruik: Om snel de ingevroren gerechten te ontvriezen. Ongeveer één uur per kilo. De duur variëert in funktie van de kwaliteit en het soort te ontvriezen voedingsmiddelen.26 KOOKWENKEN STERILISEREN Het steriliseren van levensmiddelen in bokalen gebeurt als volgt (volle bokalen, hermetisch gesloten): a. de schakelaar op stand plaatsen; b. de thermostaatknop op stand 185 °C plaatsen en de oven voorverwarmen; c. de druipplaat met warm water vullen; d. de bokalen op de druipplaat zetten en erop letten dat ze elkaar niet raken; de deksels bevochtigen met water; de ovendeur sluiten en de thermostaatknop op stand 135 °C plaatsen. Wanneer het steriliseren begint, t.w. wanneer er luchtbellen in de bokalen gevormd wor den, de oven uitschakelen en laten afkoelen. VERBETEREN De schakelaar op stand plaatsen en de thermostaatknop op stand 150 °C. Brood wordt weer knappend vers als men het ongeveer 10 minuten in de oven plaatst nadat het lichtjes bevochtigd werd. BRADEN Om op de klassieke manier te braden (gaar gebakken) volstaat het volgende punten in acht te nemen:
  • de oventemperatuurinstellen tussen 180° en 200 ° C .
  • de hoeveelheid en de kwaliteit van het vlees. SIMULTAAN KOKEN De standen en de MULTIFUNKTIE oven laten toe verschillende heterogene bereidingen simultaan te koken. Aldus kan men tezelfdertijd verschillende gerechten koken zoals vb. vis, taart en vlees zonder dat de aroma’s en smaken zich vermengen. Dit is mogelijk omdat de dampen en vetten geoxydeerd worden door de elektrische weerstand en zich dus niet kunnen afzetten op de gerechten. De enige te nemen voorzorgen zijn:
  • de kooktemperaturen moeten zo dicht mogelijk bij elkaar liggen met een verschil van maximum 20° tot 25 °C tussen de extreem vereiste temperaturen voor de verschillende gerechten;
  • de gerechten zullen op verschillende tijdstippen in de oven geplaast worden, rekening houdend met de verschillende kookduur. Het resultaat van deze kookwijze is een evidente energie en tijdbesparing.

ROOSTEREN EN GRATINEREN

Met de schakelaar op stand kan het roosteren zonder braadspit gbeuren, daar delucht volledig rond de gerechten verspreid wordt. De thermostaatknop op stand 225°C plaatsen en na voorverwarming van de oven de gerechten op het rooster plaatsen, de ovendeur sluiten en de oven laten verder verwarmen tot het roosteren voleindigd is. Voor het eind van de kooktijd enkele boterkrulletjes toevoegen om het mooie gravneffekt te bekomen. De grill niet langer dan 30 min. gebruiken. Attentie: tijdens het gebruik wordt de ovendeur zeer heet. Houd kinderen weg van de oven.27

De oven moet voorverwarmd worden gedurende 5 minuten. Voor gebruik moet de deur van de oven gesloten zijn. Het gerecht op het ovenroosterplaatsen dat zo hoog mogelijk in de oven wordt geschoven. Breng de ovenschaal onder de grill aan, om het vet en de sappen op te vangen. Attentie: Voor gebruik moet de deur van de oven gesloten zijn. De grill niet langer dan 30 min. gebruiken. Attentie: tijdens het gebruik wordt de ovendeur zeer heet. Houd kinderen weg van de oven.

De oven voorverwarmen op de gewenste temperatuur. Wanneer de oven de gewenste temperatuur bereikt heeft, het gerecht in de oven plaatsen en de kooktijd nakijken. De oven 5 min. voor het eind van de kooktijd uitschakelen om de in de oven opgestapelde warmte te benutten. Ter informatie geven we in volgende tabel enkele gerechten met hun bereidingstemperauren in °C. Tijd en temperatuur schommelen afhankelijk van de hoeveelheid en de grootte van de stukken. GERECHTEN TEMPERATUUR Savoiegebakjes 150°C Chocoladecake 150°C Rijst in de oven 150°C Konijnepastei 175°C Kaassoufflé 175°C Rundsvlees met uitjes 175°C Macaronikrans 175°C Vier-vierde gebak 175°C Karamelvla 175°C Gevulde tomaten 200°C Pizza 200°C Zeebrasem met uitjes 200°C Forel met amandelen 200°C Wijting in de oven 200°C Eend 200°C Aardappelen in de oven 200°C Appeltaart 200°C Soezendeeg 200°C Geroosterde paprika’s 200°C Kalfskotelet 200°C Varkenskotelet 200°C Lamskotelet 225°C Kalfsgebraad 225°C Kippegebraad 225°C Appelen in de oven 225°C Eieren in vuurvaste schoteltjes 225°C Omelet 225°C Rundsgebraad 225°C Lamsbout 225°C Lamsschouder 225°C Gegratineerde macaroni 225°C28 De elektronische programmering is een mechanisme met de volgende functies:

  • 24-uurs klok met lichtgevend display
  • Kookwekker (in te stellen tot aan 23 uur en 59 minuten)
  • Programma voor automatisch bakken in de oven.
  • Programma voor half-automatisch bakken in de oven. Beschrijving van de drukknoppen: Kookwekker Baktijd Einde baktijd Handmatige bediening en ongedaan maken van de ingeschakelde programma’s. Vooruit zetten van de cijfers van alle functies Achteruit zetten van de cijfers van alle functies en instellen van het geluidssignaal. Beschrijving van de oplichtende tekens: AUTO - knipperend - Programmering op automatische bediening maar nog niet geprogrammeerd (men kan de oven niet aan zetten). AUTO - Brandt, maar knippert niet - Programmering op automatische of halfautomatische bediening met ingeschakeld programma. Programmering op handmatige bediening of automatisch bakken in werking. Kookwekker in werking en AUTO - knipperend en met geluidssignaal - Verkeerde pro- grammering (de baktijdinstel- ling is langer dan de instelling van einde baktijd). Opmerking: Het programmeren (met één hand) gebeurt door het indrukken van de knop die overeenkomt met de gewenste functie. Nadat men deze weer heeft losgelaten dient men binnen 5 seconden de tijd in te stellen met de toetsen

edere keer dat de stroom uitvalt wordt de programmering op nul gezet. Afb. 5.2Afb. 5.1

DIGITAALKLOK (afb. 5.2) De programmeer-eenheid is voorzien van een elektronische klok met lichtgevende cijfers die de uren en de minuten aangeven. Bij de eerste aansluiting van de oven op het elektriciteitsnet of na een stroomstoring zijn er drie knipperende nullen zichtbaar op het display van de programmeer-eenheid. Om de tijd in te stellen dient U het knopje en vervolgens het knopje of ingedrukt houden totdat de klok op de juiste tijd staat (afb. 5.2). Er bestaat ook een ander systeem: druk de knopje , egelijk in en druk tegelijkertijd op de knopjes of . Opmerking: Bij het instellen van de tijd worden eventuele in werking zijnde of ingestelde programma’s op nul gezet.

Om de oven handmatig te bedienen, zonder gebruik van de programmering, moet het knipperende opschrift AUTO worden uitgezet door op de knop

drukken (het opschrift AUTO zal uitgaan, terwijl het symbool gaat branden). Let op: Als het opschrift AUTO niet knippert (hetgeen betekent dat er al een bakprogramma is ingesteld) zorgt het indrukken van de knop voor het wissen van het programma en voor het omschakelen naar de handmatige bediening. Indien de oven aanstaat dient men hem handmatig uit te zetten. ELEKTRONISCHE KOOKWEKKER De kookwekkerfunctie bestaat slechts uit een geluidssignaal dat ingesteld kan worden voor een tijdsbestek van maximaal 23 uur en 59 minuten. Om de tijd in te stellen moet U op het knopje drukken en vervolgens op het knopje of totdat het display de gewenste tijd aangeeft (afb. 5.4). Als de kookwekker is ingesteld verschijnt de tijd van de klok weer op het display en gaat het symbool branden. Het terugtellen begint onmiddellijk. Dit is op elk gewenst moment te zien op het display wanneer U het knopje indrukt. Als de ingestelde tijd verstreken is gaat het symbool uit en hoort U een repeterend geluidssignaal dat uitgezet kan worden door op een willekeurige knop te drukken.

INSTELLING VAN DE TOON VAN

HET GELUIDSSIGNAAL Door op de knop te drukken hoort U na elkaar drie verschillende klanken. Het als laatste gehoorde geluidssignaal blijft ingesteld. Afb. 5.4Afb. 5.330 AUTOMATISCH BAKKEN (afb. 5.5 - 5.6) Voor het automatisch bakken in de oven moet U:

1. De baktijd instellen

2. Einde baktijd instellen

3. Temperatuur en functie van de oven

instellen. Hiervoor gaat U als volgt te werk:

1. Stel de baktijd in door op de knop te

drukken en vervolgens op de knop (vooruit) of (achteruit, als men over de gewenste tijd heen is gegaan). Het opschrift AUTO en het symbool gaan branden.

2. Druk op de knop ; de baktijd, reeds

opgeteld bij het tijdstip van de klok verschijnt op het display. Stel het tijdstip van einde baktijd in door op de knop ; te drukken; indien men over het gewenste tijdstip heen gaat kan men achteruit gaan door op de knop te drukken. Na deze instelling zal het symbool doven. Indien na deze instelling het opschrift AUTO op het display knippert en men een geluidssignaal hoort, betekent dat dat er een fout is gemaakt bij het programmeren, dat wil zeggen, dat de baktijd over de tijd van de klok heen is ingesteld. in dit geval dient men het tijdstip einde baktijd of de baktijd te wijzigen op de hierboven aangegeven wijze.

3. Stel de temperatuur en de bakfunctie

in met behulp van de schakelaar en de thermostaat van de oven (zie de betreffende hoofdstukken). De oven is nu geprogrammeerd en alle zal automatisch functioneren: de oven zal op het juiste moment worden ingeschakeld en vervolgens, na het verstrijken van de baktijd op het geprogrammeerde tijdstip weer uit te gaan. Tijdens het bakken blijft het symbool branden en door op de knop te drukken kan men op het display aezen hoe lang het nog duurt tot het einde van de baktijd. Het bakprogramma kan op ieder gewenst ogenblik worden uitgeschakeld door op de knop te drukken. Na het verstrijken van de ingestelde baktijd wordt de oven automatisch uitgeschakeld. Het symbool gaat uit, het opschrift AUTO knippert en men hoort een geluidssignaal dat kan worden afgeze t door op een willekeurige knop te drukken. Zet de schakelaar en de thermostaat van de oven op de nulstand, en zet vervolgens de programmeer-eenheid op de “handmatige” bediening door op de knop te drukken. Let op: Als de stroom uitvalt springt de klok op nul en worden alle ingestelde programma’s gewist. De stroomuitval wordt gesignaleerd door het de knipperende cijfers op het display. Afb. 5.6Afb. 5.531 HALFAUTOMATISCH BAKKEN Met deze instelling gaat de oven automatisch uit na de gewenste baktijd. Er zijn twee manieren om half-automatisch te bakken: 1e MANIER: Programmering van de baktijd (afb. 5.7) – Stel de baktijd in door op de knop te drukken en vervolgens op de knop (vooruit) of de knop (achteruit, wanneer men over de gewenste tijd heen is gegaan). Het opschrift AUTO en het symbool gaan branden. 2e MANIER: Programmering van einde baktijd (afb. 5.8) – Stel het tijdstip van einde baktijd in door op de knop te drukken en vervolgens op de knop (vooruit) of de knop (achteruit, wanneer men over de gewenste tijd heen is gegaan). Het opschrift AUTO en het symbool gaan branden. Wanneer men één van deze programmeringen heeft uitgevoerd dient men de temperatuur en de bakfunctie van de oven in te stellen met behulp van de schakelaar en de thermostaat (zie de betreffende hoofdstukken). De oven zal onmiddellijk worden ingeschakeld en na het verstrijken van de ingestelde tijd of bij het bereiken van het als einde baktijd ingestelde tijdstip zal hij automatisch weer worden uitgeschakeld. Tijdens het bakken blijft het symbool branden en door op de knop e drukken kan men van het display aezen hoe lang het nog duurt voordat de baktijd afgelopen is. Het bakprogramma kan op ieder gewenst moment ongedaan worden gemaakt door op de knop te drukken. Als de baktijd verstreken is wordt de oven uitgeschakeld en dooft het symbool het opschrift AUTO knippert en men hoort een geluidssignaal dat uitgezet kan worden door op een willekeurige knop te drukken. Zet de schakelaar en de thermostaat op de nulstand en zet de programmering op de handmatige bediening door op de knop te drukken. Afb. 5.8Afb. 5.732

BELANGRIJK – OVEN WERKT NIET

Als de oven niet werkt, is het mogelijk dat deze per ongeluk op “AUTOMATIC” staat, of dat het apparaat tijdelijk geen stroom heeft gehad. Indien de timer “AUTO” aangeeft, of de tijd aan het knipperen is, kan de Oven mogelijk niet worden aangezet of reageert deze vertraagd. Voordat u vraagt om assistentie van een monteur verzoeken wij u om de instellingen van de timer, te vinden in deze gebruiksaanwijzing, grondig door te lezen. Zorg dat de timer op “MANUAL” staat. Deze stand is te herkennen aan het -symbool dat in de timer verschijnt, te zien in de afbeelding hieronder. NB. Het resetten van de timer valt niet onder de garantie; een servicebeurt van onze monteur zal kosten met zich mee brengen.33 Belangrijk: De fabrikant wijst alle aansprakelijkheid af voor mogelijke schade veroorzaakt door het schoonmaken van het apparaat met ongeschikte producten. Let op Het apparaat kan zeer heet worden, vooral rondom de kookzones. Daarom is het belangrijk dat kinderen niet alleen in de keuken worden gelaten wanneer het apparaat in werking is. Geen machine met stoomstralen gebruiken want het vocht zou in het apparaat kunnen binnendringen en het gebruik ervan gevaarlijk maken. Gebruik geen harde schurende poetsmiddelen of scherpe metalen voorwerpen om het glas te poetsen aangezien zij het oppervlak kunnen krassen, dit kan leiden tot het breken van het glas. ONDERHOUD

EMAIL De geëmailleerde delen mogen enkel schoongemaakt worden met een spons en zeep of andere nietschurende middelen. Bij voorkeur met een zachte doek. Alkalische of zure vlekken (citroensap, azijn, enz...) moeten onmiddellijk verwijderd worden. Ook het gebruik van chloor- of zuurhoudende producten dient vermeden te worden.

Reinig deze onderdelen en oppervlakken met een hiervoor geschikt reinigingsmidel. Droog ze daarna zeer zorgvuldig af. BELANGRIJK: deze onderdelen dienen altijd zeer zorgvuldig gereinigd te worden om beschadigingen te voorkomen. U wordt geadviseerd een zachte doek en een neutraal reinigingsmiddel te gebruiken. LET OP: Gebruik nooit schurende of bijtende reinigingsmiddelen aangezien deze het oppervlak onherstelbaar beschadigen. GLASKERAMISCHE KOOKPLAAT – Bladzijde 21. ALGEMENE RAADGEVINGEN

  • Ga nooit over tot onderhoud of reiniging van het toestel zonder dat u het vooraf van het stroomnet heeft afgekoppeld.
  • Ga nooit over tot onderhoud of rei- niging van het toestel zonder dat u het vooraf van het stroomnet heeft afgekoppeld.
  • Laat geen alkalische of zure stoffen (zoals citroensap of azijn).
  • Gebruik geen schoonmaakprodukten op basis van chlorine of azijn.
  • Belangrijk: Voor het hanteren/ gebruik van dit apparaat wordt het gebruik van beschermende kleding/ handschoenen aanbevolen. LET OP Bij een correcte installatie, voldoet uw product aan alle veiligheidsmaatregelen die voor dit type van productcategorie voorgeschreven zijn. Niettemin moet u speciale aandacht besteden aan de achter- of onderzijde van het apparaat aangezien deze zones niet ontworpen zijn met de bedoeling ze aan te raken. Bovendien bevatten ze scherpe of ruwe randen waar u zich zou kunnen aan verwonden.34 OVENRUIMTE Maak de ovenruimte na iedere kookbeurt schoon. Voor de schoonmaak de rekken aan de zijkanten van de oventuimte uitnemen en deze terugmonteren als u klaar bent. Wanneer de oven nog lauw is, de binnenwanden afwassen met een doek die in heet water met zeep of een ander geschikt product gedrenkt is. De bodem van de oven, de zijdelingse rekken, de druipschaal en het rooster zijn uit te nemen en in de gootsteen te wassen. Opgelet: de vervaardiger of dit product accepteert geen verantwoordelijkheid voor schade toegebracht door chemische of harde schoonmaakmiddelen. Laat de oven eerst afkoelen en raak geen warme elementen aan in de oven.
  • Monteer de zijrekken en bevestig deze met 2 schroeven aan de ovenwanden (afb. 6.1).
  • Schuif de druipbak en het rooster in het frame zoals afgebeeld in afb. 6.2. De plaat moet zo geplaatst worden dat de veiligheidsgroef, waardoor de plaat er niet uitglijdt, naar de binnenkant van de oven gericht is; de geleiderail bevindt zich aan de achterkant.
  • Het demonteren geschiedt in omgekeerde volgorde. Afb. 6.1 Afb. 6.2 Geleiderail Stopgroef35 DRAGERS TELESCOPISCHE VERSCHUIFBARE LEGGERS (afb. 6.3) De dragers van ons telescopisch systeem met verschuifbare leggers maken het veiliger en eenvoudiger om de roosters in en uit de oven te halen. De drager blokkeert indien deze niet verder kan worden uitgetrokken. Belangrijk! Volg bij het plaatsen van de dragers de volgende stappen:
  • Zorg dat de linker- en rechterschuifrail bevestigd worden aan de bevestigingsdraden (afb. 6.4).
  • Bevestig de linker- en rechterschuifrail aan de bevestigingsdraden (afb. 6.5). U hoort een klik op het moment dat de rail correct aan het draad is bevestigd.
  • Plaats het ovenrooster op de leggers (afb. 6.6 en 6.8).
  • U kunt het rooster nu, via de sleuven in de wanden van de oven, in en uit de oven schuiven. Let er hierbij op dat: – het ovenrooster uit de oven kan worden geschoven; – de bovenste sleuf niet gebruikt wordt; – de korte zijde van de steun zich aan de achterzijde van de oven bevindt; – de veiligheidsreling zich aan de achterzijde van de oven bevindt. Stappen om de linker- en rechterschuifrail los te koppelen van de bevestigingsdraden:
  • Zoek de veiligheidssloten. Dit zijn de uitsteeksels die zich om de draad hebben gevoegd (pijl 1 in afb. 6.8).
  • Trek het veiligheidsslot weg van de draad om de schuifrail los te koppelen (pijl 2 in afb. 6.8) Het schoonmaken van de schuifraildragers:
  • Reinig de dragers met een vochtige doek en enkel met mild reinigingsmiddel.
  • Was de dragers niet in de vaatwasser, dompel ze niet onder in zeepwater en gebruik geen ovenreiniger. Linkerschuifrail Bevestigingsdraden Veiligheidsreiling Rechterschuifrail Lange zijde Korte zijde Draagsteun

LET OP: Wees zeker dat het apparaat uitgeschakeld is alvorens de ovenlamp te vervangen om elektrische schokken te vermijden.

  • laat indien nodig de oven en verwarmingselementen afkoelen.
  • Trek de stekker uit het stopcontact.
  • Verwijder het verlichtingskapje “A” (afb. 6.9).
  • Vervang de halogeenlamp “B” door een lamp die bestand is tegen hoge temperaturen (300°C) en die over de volgende specicaties beschikt: 220-240 V, 50/60Hz, en over hetzelfde vermogen als de vervangen lamp (controleer het vermogen in watt dat op de lamp is aangebracht). BELANGRIJK: vervang de lamp nooit met uw blote handen; vuil van uw handen kan de levensduur van de lamp verkorten. Gebruik altijd een schone doek of draag handschoenen.
  • Herplaats het verlichtingskapje “A”. OPMERKING: De vervanging van de lamp valt buiten de garantie. Afb. 6.9 B B

WRONG CORRECT GOED FOUT37 SCHOTELWARMHOUDRUIMTE De schotelwarmhoudruimte is toegankelijk door het opklapbare paneel te openen (afb. 6.10). Afb. 6.10 Zet geen ontvlambare materialen in de accessoirevak, want die zouden vlam kunnen vatten tijdens de werking van het apparaat.38 VERWIJDEREN EN VERVANGING VAN DE RUITEN IN DE BINNENDEUREN VOOR REINIGING Indien u wenst de binnenruiten van de deur te reinigingen, moet u de volgende voorzorgsmaatregelen en instructies nauwkeurig opvolgen. Indien de glazen ruit en de deur incorrect vervangen worden, kan dit leiden tot schade aan het apparaat en gevolgens uw garantie beeindigen. BELANGRIJK!

  • Let op, de ovendeur is zwaar. Bij twijfel, tracht niet de ovendeur te verwijderen.
  • Wees zeker dat de ovenmoffel en alle onderdelen afgekoeld zijn. Probeer nooit de onderdelen van een warme oven aan te raken.
  • Besteed extra aandacht wanneer u de glazen ruit hanteert. Vermijd enige aanraking van de glaswanden tegen het oppervlak. Dit kan leiden tot glasbreuk.
  • OPGEPAST: Gebruik geen bijtende reinigingsproducten of harde metalen krabbers om de glazen ovendeur te reinigen. Dit kan het glas beschadigen en leiden tot glasbreuk.
  • Indien u enige vorm van schade opmerkt aan de glazen ruiten ( zoals scherven of barsten), gebruik de oven niet. Neem contact op met uw Servicedienst.
  • Let erop dat u de glazen ruit correct vervangt. Gebruik de oven niet zonder dat de glazen ruit correct geinstalleerd is.
  • Wanneer u met moeite de glazen ruit kan vervangen of verwijderen, forceer niet. Neem contact op met uw Servicedienst voor hulp. AANDACHT: Onderhoudsbijstand of algemeen gebruik van de oven door een vertegenwoordiger van de servicedienst vallen niet onder uw garantie.39

VERWIJDEREN VAN DE OVENDEUR

U verwijdert de ovendeur zonder moeite als volgte:

  • Houd de deur vast zoals aangeduid in afb. 6.14.
  • Sluit de deur zachtjes (afb. 6.13) totdat de hefbomen “A” van de linkse en rechtse scharnieren vasthangen aan deel “B” van de deur (afb. 6.12).
  • Trek de scharnierhaakjes weg van hun plaats volgens pijl “C” (afb. 6.15).
  • Laat de deur op een zachte ondergrond rusten.

Afb. 6.15 Afb. 6.14 Afb. 6.13 Afb. 6.12 Afb. 6.11 BELANGRIJK Hou steeds een veilige afstand van de scharnieren van de ovendeur, vooral uw handen. Als de scharnieren niet in correcte positie zitten, dan zouden deze kunnen loskomen en zou de deur plots en onverwacht kunnen sluiten met het risico op blessures.40

VERWIJDEREN VAN DE GLAZEN BINNENRUIT

  • nr 1: binnenzijde Om beide zijdes te kunnen reinigen, moet u de binnenruit als volgt verwijderen:

VERWIJDER DE GLAZEN BINNENBORGVEER

1. Verwijder de ovendeur en leg het op een zachte ondergrond BELANGRIJK: De deur

moet horizonaal neergelegd worden zoals aangeduid in afb. 6.16.

2. Druk op beide aanslagen om de glazen borgveer los te clippen.

3. Verwijder de glazen borgveer.

VERWIJDER DE GLAZEN BINNENRUIT

Til de binnenruit zachtjes op om ze alsvolgens te verwijderen, zoals aangeduid in afbeelding

Wanneer u de glazen binnenruit terugplaatst, moet u ervoor zorgen dat:

  • de ruit correct is teruggeplaatst, zoals aangeduid. De ruit moet in de positie liggen zoals hieronder wordt beschreven opdat ze in de deur past en alsvolgens het apparaat veilig en correct kan functioneren.
  • U er extra op let dat de randen van het glas geen enkel ander voorwerp of oppervlakte raken.
  • U de ruit zonder forceren terugplaatst. Indien u moeilijkheden ondervindt tijdens het terugplaatsen van de ruit, verwijder de ruit en herneem het proces van het begin. Indien dit nog steeds niet helpt, neemt u best contact op met de Servicedienst.
  • U de ruit juist vasthoudt. U zou de formulering op de ruit in de juiste richting moeten kunnen lezen .
  • De email “A” goed zit. Indien dit niet zo is, moet u de email juist tegen de toprand van de binnenruit leggen (in het midden).

1. Breng de binnenruit aan het hoogste paar gleuven en geef het een zachte duw (pijl 1

2. Breng het voorzichtig op zijn plaats (pijl 2 in afb. 6.18).

1. Breng de glazen borgveer in plaats, zoals aangeduid in afb. 6.19. Het zou aan de

onderrand van de buitenruit moeten zitten. Controleer of de aanslagen “M” noch vervormd of beschadigd zijn.

2. Duw de glazen borgveer zachtjes terug op haar plaats. U zou beide aanslagen moeten

zoals aangeduid in afb. 6.21.

3. Open de ovendeur volledig.

4. Sluit de hefbomen “A” van de linkse en rechtse scharnieren, zoals aangeduid in afb

5. Sluit de ovendeur en controleer of alles juist op zijn plaats zit.

  • De installatie mag uitsluitend worden uitgevoerd door een gekwaliceerd elektricien, in overeenstemming met de lokaal geldende voorschriften en de aanwijzingen van de fabrikant. Als hieraan niet wordt voldaan, vervalt de garantie.
  • Alle ingrepen moeten uitgevoerd worden wanneer het toestel uitgeschakeld is.
  • Sommige apparaten worden geleverd met de stalen en aluminium delen ervan bedekt door beschermfolie. U moet de beschermfolie verwijderen voordat u het fornuis in gebruik neemt. Aanwijzingen voor de installateur46 INSTALLATIEVoor wat betreft de bescherming tegen de verhitting van de aan het fornuis aangrenzende oppervlakken, moeten de montagecondities conform zijn de aanwijzingen op afb. 7.1.De meubelwanden moeten bestand zijn tegen een temperatuur van 75 °C boven de omgevingstemperatuur.Installeer het komfoor niet in de buurt van brandbaar materiaal (bijv. gordijnen).Indien het fornuis op een sokkel staat, moet men de juiste afmetingen nemen om te vermijden dat het toestel van de sokkel glijdt.Afb. 7.1 50 mm 500 mm 650 mm 450 mm INSTALLATIE

ACHTERSCHERM Assembleer het achterscherm “C” (afb. 7.2) alvorens het fornuis te installeren.

  • Het achterscherm “C” vindt u in de verpakking achter het fornuis.
  • Verwijder de beschermfolie en plakband voordat u het achterscherm assembleert.
  • Verwijder de twee afstandsringen “A” en de schroef “B” van de achterkant van de kookplaat.
  • Assembleer het achterscherm zoals aangegeven in afbeelding 7.2 en bevestig het door de schroef “B” en de afstandsringen “A” vast te draaien. Afb. 7.2

MONTEREN De verstelbare voeten moeten aan de onderkant van het fornuis worden gemonteerd voordat het fornuis in gebruik wordt genomen. Leg het fornuis met zijn achterkant op een stuk piepschuim van de verpakking, zodat de onderkant toegankelijk is en de voeten gemonteerd kunnen worden.

HET FORNUIS WATERPAS ZETTEN

Het fornuis kan waterpas geplaats worden door de uiteinden van zijn voeten IN of UIT te draaien (afb. 7.4). Afb. 7.4 Afb. 7.349

BEWEGINGSSYSTEEM VAN HET

FORNUIS WAARSCHUWING Het rechtop zetten van het fornuis moet altijd door twee personen worden gedaan, om te voorkomen dat de verstelbare voeten schade oplopen tijdens deze manoeuvre (afb. 7.5). WAARSCHUWING Pas op: til het fornuis bij het rechtop zetten niet op aan de deurhendel (afb. 7.6). WAARSCHUWING SLEEP het fornuis NIET over de vloer wanneer u het naar de plaats van installatie vervoert (afb. 7.7). Til het fornuis zo ver op dat zijn voeten de vloer niet raken (afb. 7.5).

Afb. 7.7 Afb. 7.6 Afb. 7.550 BEVESTIGINGSSTEUN Waarschuwing: Om te vermijden dat het apparaat toevallig kantelt, moet het ondersteund worden door een steun aan de achterzijde van het apparaat te plaatsen en het veilig aan de muur te bevestigen. Om de bevestigingssteun te plaatsen:

1. Bepaal de plaats van het fornuis. Duid op de muur de plaats aan waar de twee schroeven

van de bevestigingssteun moeten komen. Volg de instructies in afbeelding 7.8.

2. Boor twee gaten met een diameter van 8 mm in de wand en steek er de bijgeleverde

plastieken pluggen in. Belangrijk! Controleer of er geen leidingen of elektriciteitsdraden beschadigd kunnen worden door de gaten te boren.

3. Plaats de bevestigingssteun losjes met de twee bijgeleverde schroeven.

4. Zet het fornuis tegen de muur en pas de hoogte van de bevestigingssteun aan, zodat

deze in de gleuven aan de achterzijde van het fornuis past (zie afb. 7.8).

5. Draai de schroeven van de bevestigingssteun vast.

6. Duw het fornuis tegen de muur zodat de bevestigingssteun zich volledig in de gleuven

aan de achterzijde van het fornuis bevindt. Opgelet! Let goed op wanneer u het fornuis op zijn plaats schuift om te voorkomen dat de voedingskabel in de steunbeugel wordt vastgeklemd. Afb. 7.851 Trek altijd de stekker uit alvorens werken uit te voeren aan het elektrische gedeelte van het toestel. BELANGRIJK: De aansluiting op het elektriciteitsnet moet uitgevoerd worden door een bevoegd vakman en voldoen aan de geldende voorschriften. Een foute installatie kan schade aan personen, dieren en zaken ten gevolge hebben waarvoor de fabrikant zich niet aansprakelijk stelt.

  • De aansluiting op het elektriciteitsnet moet uitgevoerd worden door een vakman en voldoen aan de geldende veiligheidsvoorschriften;
  • het apparaat moet aangesloten worden op het elektriciteitsnet, nadat men eerst heeft vastgesteld dat de netspanning overeenstemt met de voedingsspanning die op het typeplaatje is vermeld en dat de elektrische voorziening de aansluitwaarde van het toestel kan dragen;
  • het is mogelijk om het apparaat direct op het elektriciteitsnet aan te sluiten door middel van een lijnschakelaar met een minimumafstand van 3 mm tussen de contacten;
  • de voedingskabel mag niet in aanraking komen met hete oppervlakken en moet zo geplaatst worden dat de temperatuur nergens boven de 75°C komt;
  • het toestel moet zo worden geïnstalleerd dat de lijnschakelaar altijd bereikbaar zijn. N.B. Gebruik geen adapters, verloopstekkers en meervoudige stekkerdozen omdat deze oververhitting en verbrandingen kunnen veroorzaken. Als de elektrische voorziening in uw woning aangepast moet worden om het toestel te installeren, laat de nodige werkzaamheden dan verrichten door een bevoegd vakman. Deze moet bovendien controleren of de doorsnede van de bekabeling van de elektrische voorziening in uw woning groot genoeg is voor het vermogen dat het toestel opneemt. BELANGRIJK: dit kooktoestel moet worden aangesloten op een geschikte tweepolige schakelaar die in de buurt van het toestel is gemonteerd. WAARSCHUWING! Het is verplicht het apparaat te aarden. De aarding van het toestel is verplicht. De fabrikant wijst alle verantwoor- delijkheid af wanneer schade veroorzaakt wordt door het niet in acht nemen van deze voorwaarde. ELEKTRISCH GEDEELTE

LET OP: Indien de voedingskabel beschadigd is, mag deze uitsluitend vervangen worden door een vertegenwoordigde operator van de Servicedienst om eventuele risico’s te vermijden.

  • Open het toegangsplaatje door de twee schroeven “A” los te draaien. (afb. 8.1).
  • Maak schroef “D” los en open de kabel klem “E” in zijn geheel (afb. 8.2-8.3-8.4).
  • Verbind de aansluitingen met klemhouder “F” (afb. 8.2-8.3-8.4) volgens het schema in afb. 8.5.
  • Sluit de fase-, nul- en aardedraden aan op het aansluitblok “G” volgens het schema in afb. 8.5.
  • Blokkeer de kabel met de kabel klem “E” (door het vastschroeven van schroef “D”).
  • Sluit het toegangsplaatje (controleer of de twee schroeven goed zijn vastgedraaid). BELANGRIJK: De aardingsgeleider moet ongeveer 3 cm langer zijn dan de andere kabels. BELANGRIJK: Om de voedingskabel aan te sluiten, kan u de schroeven van het toegangsplaatje achter het klemmenbord NIET LOSDRAAIEN.

(**) Rechtstreekse aansluiting op een elektrische muurdoos – Gelijktijdigheidsfactor van toepassing. – Alle aansluitingen dienen gedaan te worden door een erkend installateur.53 230 V ~

of the door (g. 6.12).

Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BORETTI

Model : CFBI901AN

Categorie : Fornuis