QLIMA SC6026 - Airconditioning

SC6026 - Airconditioning QLIMA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis SC6026 QLIMA in PDF-formaat.

📄 192 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice QLIMA SC6026 - page 144
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Nederlands NL

Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SC6026 - QLIMA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SC6026 van het merk QLIMA.

GEBRUIKSAANWIJZING SC6026 QLIMA

OPERATING MANUAL GEBRUIKSAANWIJZING

1. LEES EERST DE GEBRUIKSAANWIJZING.

2. RAADPLEEG BIJ TWIJFEL UW DEALER.

Geachte mevrouw, meneer, Van harte gefeliciteerd met de aankoop van uw airconditioner Qlima. U hebt een kwaliteitsproduct gekocht waar u, indien het verantwoord gebruikt wordt, jaren van zult genieten. Lees eerst deze gebruiksaanwijzingen om ervoor te zorgen dat u van de maximale levensduur van uw airconditioner kunt genieten. Wij bieden, namens de fabrikant, een garantie van 24 maanden op alle materiaaldefecten en productiefouten en een garantie van 48 maanden op de compressor van de airconditioner. Geniet van uw airconditioner. Met vriendelijke groet, PVG Holding b.v. Afdeling Klantenservice1

OPMERKING! Installatie, onderhoud en reparaties van deze unit moeten uitgevoerd worden door een gecertificeerd technicus.

J. AANSLUITING VAN DE LEIDINGEN MET KOELMIDDEL K. ELEKTRISCHE CONTROLES EN CONTROLES OP GASLEKKEN L. TESTRUN M GARANTIEVOORWAARDEN BELANGRIJKE OPMERKING: Lees deze handleiding aandachtig vóór het installeren of bedienen van uw nieuwe airconditioning. Bewaar deze handleiding voor raadpleging in de toekomst.1

VEILIGHEIDSMAATREGELEN Lees de veiligheidsmaatregelen voor het gebruiken en installeren Een onjuist installatie omwille van het nege- ren van instructies, kan leiden tot ernstige schade of let- sel. De ernst van mogelijke schade of letsel, wordt aan- gegeven via de woorden WAARSCHUWING of OPGELET. WAARSCHUWING Dit symbool wijst op de mogelijkheid op persoonlijk letsel of een fataal ongeluk. OPGELET Dit symbool wijst op de kans op schade aan eigendom of ernstige gevolgen. WAARSCHUWING Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen ouder dan 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of verstan- delijke beperkingen of gebrek aan ervaring of kennis, als ze onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over het veilig gebruik van het apparaat en de gevaren begrijpen die met het gebruik ervan samenhangen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Het schoonmaken en uitvoeren van ander onderhoud mag niet worden gedaan door kinderen zonder toezicht(Landen van de Europese unie). Dit apparaat is niet geschikt voor gebruik door personen (met inbegrip van kinderen) met verminderde fysische, motorische of mentale mogelijkheden, of met een gebrek aan ervaring en kennis, behalve onder toezicht of wanneer ze uitleg betref- fende het gebruik van het apparaat hebben gekregen van een persoon verantwoordelijk voor hun veiligheid. Kinderen moeten onder toezicht staan, om te verzekeren dat ze niet met het apparaat spelen.1

  • Als er zich een abnormale toestand voordoet (zoals een brandgeur), zet het apparaat dan onmiddellijk uit en koppel de voeding los. Bel uw verdeler voor aanwijzingen om een elektrische schok, brand of letsel te vermijden.
  • Steek geen vingers, stangen of andere voorwerpen in de luchtinlaat en luchtuitlaat. Dit kan letsel veroorzaken, omdat de ventilator tegen hoge snelheid kan draaien.
  • Gebruik geen brandbare spray's, zoals haarlak, lak of verf in de buurt van de unit. Dit kan brand of ontsteking ver- oorzaken.
  • Gebruik de airconditioner niet op plaatsen in de buurt van brandbare gassen. Uitgestoten gas kan zich rond de unit verzamelen en een ontploffing veroorzaken.
  • Installeer uw airconditioner niet in een vochtige ruimte, zoals een badkamer of wasplaats. Te veel blootstelling aan water kan leiden tot een kortsluiting van de elektrische onderdelen.
  • Stel uw lichaam niet gedurende lange tijd rechtstreeks bloot aan gekoelde lucht.
  • Laat kinderen niet met de airconditioner spelen. Kinderen in de buurt van de unit moeten te allen tijde onder toezicht staan.
  • Als de airconditioner samen met kachels of andere ver- warmingen gebruikt wordt, zorg dan voor een goede verluchting van de ruimte om een zuurstoftekort te ver- mijden.
  • In bepaalde werkomgevingen, zoals keukens, serverruimtes, enz., wordt het gebruik van speciaal ontworpen aircondi- tioners ten zeerste aanbevolen.

WAARSCHUWINGEN VOOR REINIGING EN ONDERHOUD

  • Schakel het apparaat uit en koppel de voeding los vóór het reinigen. Dit nalaten kan een elektrische schok ver- oorzaken.
  • Reinig de airconditioner niet met overmatige hoeveelheden water.1
  • Reinig de airconditioner niet met brandbare reinigings- middelen. Brandbare reinigingsmiddelen kunnen brand of vervorming veroorzaken. OPGELET
  • Schakel de airconditioner uit en koppel de voeding los wanneer u deze gedurende lange tijd niet zult gebruiken.
  • Schakel de unit uit en koppel de voeding los tijdens storm- weer.
  • Zorg ervoor dat het gecondenseerde water ongehinderd uit de unit kan lopen.
  • Bedien de airconditioner niet met natte handen. Dit kan een elektrische schok veroorzaken.
  • Gebruik het apparaat niet voor een ander doeleinde dan het bedoelde gebruik.
  • Klim niet op of plaats geen voorwerpen op de buitenunit.
  • Laat de airconditioner niet gedurende langere periodes werken met geopende ramen of deuren of wanneer de vochtigheid zeer hoog is. ELEKTRISCHE WAARSCHUWINGEN
  • Gebruik alleen de bijgeleverde stroomkabel. Als de stroomkabel beschadigd is, moet deze door de fabrikant, diens onderhoudsvertegenwoordiger of een vergelijkbaar gekwalificeerde persoon worden vervangen, om gevaren te vermijden.
  • Houd de voedingsstekker schoon. Vermijd dat er zich stof or vuil op of rond de stekker verzamelt. Vuile stekkers kunnen brand of een elektrische schok veroorzaken.
  • Trek niet aan de stroomkabel om de stekker uit het stop- contact te trekken. Houd de stekker stevig vast en trek deze uit het stopcontact. Aan de kabel trekken kan deze bescha- digen, met brand of een elektrische schok als gevolg.
  • Pas de lengte van de stroomkabel niet aan of gebruik geen verlengkabel om de unit te voeden.
  • Deel geen stopcontact met andere apparaten. Een onjuiste1

of onvoldoende voeding kan brand of een elektrische schok veroorzaken.

  • Het product moet tijdens de installatie gepast geaard worden of een elektrische schok kan het gevolg zijn.
  • Volg voor alle elektrische werkzaamheden de plaatselijke en nationale standaarden en regelgeving inzake bedrading en de installatiehandleiding. Sluit kabels stevig aan en maak ze goed vast om te voorkomen dat de externe oppervlakken de klemmenstrook beschadigen. Slechte elektrische aanslui- tingen kunnen oververhitten en brand veroorzaken, naast een elektrische schok. Alle elektrische aansluitingen moeten uitgevoerd worden overeenkomstig het elektrisch aansluit- schema op de panelen van de binnen- en buitenunits.
  • Alle bedrading moet gepast geïnstalleerd worden, om ervoor te zorgen dat het deksel goed gesloten kan worden. Wanneer het deksel van het regelbord niet goed gesloten is, kan dit leiden tot corrosie en ervoor zorgen dat de aansluitpunten op de klemmenstrook opwarmen, vuur vatten of een elektrische schok veroorzaken.
  • Wanneer de voeding op bestaande bedrading aangesloten wordt, moet een meerpolige onderbrekingsuitrusting met een minimale speling van 3 mm op alle polen en een maximale lekstroom van 10 mA en een verliesstroom- schakelaar (RCD) van 30 mA voorzien worden en moet de onderbreking opgenomen worden in de aangesloten bedrading, overeenkomstig de betreffende regels. LET OP DE SPECIFICATIES VAN DE ZEKERINGEN De printplaat (PCB) van de airconditioner is uitgerust met een zekering om te beschermen tegen overstroom. De speci- ficaties van de zekering zijn op de printplaat gedrukt, zoals T3.15Al/250VAC, T5Al/250VAC, T3.15A/250VAC, T5A/250VAC, T20A/250VAC, T30A/250VAC, enz. OPMERKING: Voor de units met R32- of R290-koelmiddel, mag alleen de explosievrije, keramische zekering worden gebruikt.1

UV-C-lamp (alleen van toepassing op de units met een UV-C-lamp) Dit apparaat is voorzien van een UV-C-lamp. Lees de volgende aanwijzingen vóór het openen van het apparaat.

1. Gebruik de UV-C-lampen niet buiten het apparaat.

2. Apparaten met zichtbare schade mogen niet gebruikt

3. Het op een niet zoals bedoelde manier gebruiken van

het apparaat of beschadiging van de behuizing, kan leiden tot het ontsnappen van gevaarlijke UV-C-straling. UV-C- straling kan, zelfs in kleine dosissen, schadelijk zijn voor de ogen en de huid.

4. Houd vóór het openen van deuren en toegangspanelen

met het gevarensymbool ULTRAVILOLET STRALING reke- ning tijdens het uitvoeren van ONDERHOUD, het wordt aanbevolen om de voeding los te koppelen.

5. De UV-C-lamp kan niet gereinigd, gerepareerd en ver-

6. UV-C-AFSCHERMINGEN met het gevarensymbool

ULTRAVIOLET STRALING mogen niet verwijderd worden. WAARSCHUWING Dit apparaat bevat een UV-zender. Niet in de lichtbron kijken.

1. Installatie moet door een erkend verdeler of specialist uit-

gevoerd worden. Een slechte installatie kan een waterlek, elektrische schok of brand veroorzaken.

2. De installatie moet worden uitgevoerd volgens de

installatie -instructies. Een slechte installatie kan leiden tot een waterlek, elektrische schok of brand. (In Noord- Amerika moet de installatie uitgevoerd worden door gekwalificeerd personeel, overeenkomstig de vereisten van NEC en CEC.)1

3. Neem contact op met een erkend monteur voor reparatie

of onderhoud van deze unit. Dit apparaat moet geïnstal- leerd worden overeenkomstig de nationale regelgeving voor elektrische bedrading.

4. Gebruik alleen de inbegrepen accessoires, onderdelen en

de opgegeven onderdelen voor installatie. Het gebrui- ken van niet standaard onderdelen kan een waterlek, elektrische schok, brand veroorzaken of de unit doen vallen.

5. Installeer de unit op een stevige plaats die het gewicht

van de unit kan dragen. Als de gekozen plaats het gewicht van de unit niet kan dragen of wanneer de installatie niet goed uitgevoerd wordt, kan de unit vallen en ernstig letsel en ernstige schade veroorzaken.

6. Installeer de afvoerleidingen overeenkomstig de aanwij-

zingen in deze handleiding. Slechte afvoer kan water- schade aan uw huis en eigendom veroorzaken.

7. Units die uitgerust zijn met een elektrische hulpverwarming

mogen niet op een afstand van minder dan 1 meter (3 feet) van brandbare materialen geplaatst worden.

8. Als er zich brandbaar gas rond de unit verzamelt, kan dit

9. Sluit de voeding niet opnieuw aan voordat alle werken

10. Vraag bij het verplaatsen of op een nieuwe plaats instal-

leren van de airconditioner raad aan ervaren onderhouds- monteurs voor het loskoppelen en opnieuw installeren van de unit.

11. Lees, voor het installeren van het apparaat op zijn steun,

de informatie in de delen "installatie binnenunit" en "installatie buitenunit" voor details. Opmerking over gefluoreerde gassen (Niet van toepassing op de unit met R290-koelmiddel)

1. De airconditioning bevat gefluoreerde broeikasgassen.

Voor specifieke informatie over het type van gas en de hoeveelheid, raadpleeg naar het betreffende label op1

de unit of de "Gebruikshandleiding - Productfiche" in de verpakking van de buitenunit. (Alleen producten in de Europese Unie).

2. Installatie, onderhoud en reparaties van deze unit moe-

ten uitgevoerd worden door een gecertificeerd technicus.

3. Ontmanteling en recyclage moeten uitgevoerd worden

door een gecertificeerd technicus.

4. Voor apparatuur die gefluoreerde broeikasgassen bevat

in hoeveelheden van 5 ton CO

-equivalent, Indien het systeem is uitgerust met een lekdetectiesysteem, moet er minstens elke 24 maanden op lekken gecontroleerd worden.

5. Wanneer de unit is gecontroleerd op lekken, wordt een

gepaste archivering van alle controles sterk aanbevolen. WAARSCHUWING bij het gebruik van R32/R290-koelmiddel

  • Wanneer brandbaar koelmiddel gebruikt wordt, moet het apparaat opgeslagen worden in een goed geventi- leerde ruimte met afmetingen die overeenstemmen met de gespecificeerde afmetingen voor bedrijf. Voor modellen met R32-koelmiddel: Het apparaat moet worden geïnstalleerd, gebruikt en bewaard in een kamer met een oppervlakte van meer dan 4 m². Voor modellen met R290-koelmiddel, moet het apparaat geïnstalleerd, gebruikt en bewaard worden in een kamer met een oppervlakte van meer dan: <=9000 Btu/h units: 13 m
  • Herbruikbare mechanische aansluitingen en koppelingen met ontluchtingen zijn binnenshuis niet toegelaten. (EN standaard vereisten).
  • Mechanische aansluitingen die binnenshuis gebruikt wor- den, mogen niet meer dan 3g/jaar verliezen bij 25% van de maximaal toegestane druk. Wanneer mechanische aansluitingen binnenshuis opnieuw gebruikt worden,1

moeten de dichtingen vernieuwd worden. Wanneer kop- pelingen met ontluchting binnenshuis opnieuw gebruikt worden, moet de ontluchting opnieuw gefabriceerd worden. (UL standaard vereisten)

  • Wanneer mechanische aansluitingen binnenshuis opnieuw gebruikt worden, moeten de dichtingen vernieuwd worden. Wanneer koppelingen met ontluchting binnens- huis opnieuw gebruikt worden, moet de ontluchting opnieuw gefabriceerd worden. (IEC standaard vereisten)
  • Mechanische aansluitingen die binnenshuis gebruikt worden, moeten conform ISO 14903 zijn. Europese richtlijnen voor verwijdering De markering op het product of in de documentatie, geeft aan dat elektrisch afval en elektrische appara- tuur niet samen met algemeen/huishoudelijk afval verwijderd mag worden. Juiste verwijdering van dit product (Elektrisch afval & elektrische apparatuur) Dit apparaat bevat koelmiddel en andere mogelijk gevaarlijke stoffen. Bij het verwijderen van dit apparaat, vereist de wet een speciale inzameling en behandeling. Verwijder dit product niet als niet huishoudelijk afval of niet gesorteerd gemeentelijk afval. Voor het verwijderen van dit apparaat, hebt u de volgende opties:
  • Breng het apparaat naar het aangewezen gemeentelijk inzamelpunt voor elektronisch afval.
  • Bij het kopen van een nieuw apparaat, zal de handelaar het oude apparaat gratis terugnemen.
  • De fabrikant zal het oude product gratis terugnemen.
  • Verkoop het apparaat naar erkende handelaars in oud ijzer.

OPMERKING Dit apparaat in het bos of andere plaatsen in de natuur achterlaten, brengt uw gezondheid in gevaar en is slecht voor het milieu. Gevaarlijke stoffen kunnen in het grondwater lekken en in de voedselketen terechtkomen.1

Scherm binnenunit OPMERKING: Verschillende modellen hebben verschillende voorpanelen en schermen. Niet alle hier onder beschreven schermcodes zijn beschikbaar voor de airconditioner die u gekocht hebt. Controleer het scherm van de binnenunit van de unit die u gekocht hebt. Afbeeldingen in deze handleiding zijn ter verduidelijking. De werkelijke vorm van uw binnenunit kan lichtjes afwijken. De werkelijke vorm zal voorrang hebben. wanneer de functie Vers en UV-C-lamp (indien uitgerust) geactiveerd is (sommige units) wanneer de ontdooifunctie geactiveerd is. wanneer de unit ingeschakeld is. wanneer TIMER ingesteld is. wanneer de functie Draadloze bediening geactiveerd is (sommige units) Geeft de temperatuur, bedrijfsfunctie en foutcodes weer: gedurende 3 seconden wanneer:

  • TIMER AAN ingesteld is (als de unit UIT staat, blijft aan wanneer TIMER AAN ingesteld is)
  • De functie VERS, UV-C-lamp, SWING, TURBO, ECO of STIL is uitgeschakeld tijdens ontdooien wanneer de functie 8°C verwarmen ingeschakeld is (sommige units) wanneer de functie Actief reinigen ingeschakeld is (Voor het lnverter split-type) wanneer de unit zichzelf reinigt (Voor het type met vast toerental) Bedrijfstemperatuur Wanneer uw airconditioner buiten de volgende temperatuurbereiken gebruikt wordt, kunnen bepaal- den veiligheidsfuncties geactiveerd worden en ervoor zorgen dat de unit uitgeschakeld wordt. Voorpaneel Netsnoer (Sommige units) Afstandsbediening Luchtuitlaatklep Functioneel filter Display Houder afstandsbediening (Sommige units) (Op de achterkant van het hoofdfilter - Sommige units)1

Inverter split-type KOEL-modus HEAT-modus DROOG-modus Kamertemperatuur 16°C - 32°C 0°C - 30°C 10°C - 32°C Buitentemperatuur 0°C - 50°C -15°C - 30°C 0°C - 50°C -15°C - 50°C (Voor modellen met koel- systemen voor lage tempe- ratuur.) 0°C - 52°C (Voor speciale tropische modellen) 0°C - 52°C (Voor speciale tropische modellen)

VOOR BUITENUNITS MT EEN ELEKTRISCHE HULPVERWARMING

Wanneer de buitentemperatuur lager is dan 0°C, raden we sterk aan om de voeding van de unit te allen tijde ingeschakeld te houden, om een probleemloze ononderbroken werking te verzekeren. Type met vast toerental KOEL-modus HEAT-modus DROOG-modus Kamertemperatuur 16°C - 32°C 0°C - 30°C 10°C - 32°C Buitentemperatuur 18°C - 43°C -7°C - 24°C 11°C - 43°C -7°C - 43°C (Voor modellen met koel- systemen voor lage tempe- ratuur.) 18°C - 43°C 18°C - 52°C (Voor speciale tropische modellen) 18°C - 52°C (Voor speciale tropische modellen) OPMERKING: Relatieve vochtigheidsgraad in de kamer lager dan 80%. Als de airconditioner blijft werken wanneer dit getal hoger is, kan er zich condensatie op het oppervlak van de airconditioner vormen. Stel de verticale luchtuitlaatkleppen op de maximale hoek (verticaal naar de grond gericht) en stel de ventilatormodus op HOOG in. Doe de volgende zaken om de prestaties van uw unit verder te optimaliseren:

  • Houd deuren en vensters dicht.
  • Beperk het energieverbruik door de functies TIMER AAN en TIMER UIT te gebruiken.
  • Blokkeer geen luchtinlaten of luchtuitlaten.

Een handleiding voor het gebruik van de infrarood afstandsbediening is niet inbegrepen bij de documentatie. Niet alle functies zijn beschikbaar voor de airconditioner, controleer het scherm op de binnenunit en de afstandsbediening van de unit die u gekocht hebt. Andere functies

  • Automatisch opnieuw starten (sommige units) Als de voeding van de unit wegvalt, zal deze automatisch opnieuw starten met de vorige instellingen zodra er terug voeding is.
  • Antischimmel (sommige units) Bij het uitschakelen van de unit van de modi KOELEN, AUTO (KOELEN) of DROGEN, zal de airconditioner blijven werken met zeer laag vermogen om gecondenseerd water te drogen en de groei van schimmel te voorkomen.
  • Draadloze bediening (sommige units) Met draadloze bediening kunt u uw airconditioner regelen met uw mobiele telefoon en een draadloze verbinding. Toegang tot het USB-apparaat, vervanging, onderhoudsactiviteiten mogen alleen uitgevoerd worden door professionele monteurs.
  • Geheugen hoek luchtuitlaatkleppen (sommige units) Wanneer u de unit inschakelt, zullen de luchtuitlaatkleppen automatisch naar de vorige hoek gaan.
  • Functie Actief reinigen (sommige units) -- De Actief reinigen-technologie wast stof weg wanneer dit zich op de warmtewisselaar hecht, door automatisch te bevriezen en daarna snel te ontdooien. Een “pi-pi”-geluid zal hoorbaar zijn. De handeling Actief reinigen, wordt gebruikt om meer condensatie te produceren om het reinigingseffect te verbeteren en de koude lucht zal afgeblazen worden. Na het reinigen zal het interne luchtwiel in werking blijven met warme lucht om de verdamper droog te blazen en de binnenkant schoon te houden. -- Wanneer deze functie ingeschakeld is, zal het scherm van de binnenunit “CL” weergeven, na 20 tot 130 minuten zal de unit automatisch uitschakelen en de functie Actief reinigen annuleren. -- ij sommige units, zal het systeem het proces voor reiniging met hoge temperatuur starten, de temperatuur van de luchtuitlaat wordt zeer hoog. Blijf uit de buurt van de luchtuitlaat. Dit zal ook zorgen voor een toename van de kamertemperatuur.
  • Luchtstroming weg van het lichaam (sommige units) Deze functie voorkomt dat lucht naar het lichaam geblazen wordt en biedt u een aangename, zachte koeling.
  • Detectie lek koelmiddel (sommige units) Het scherm van de binnenunit zal automatisch "ELOC" weergeven of er zullen LEDS knipperen (afhankelijk van het model) wanneer er een lek van koelmiddel gedetecteerd wordt.
  • Slaapmodus De functie SLAAP wordt gebruik om het energieverbruik te verminderen wanneer u slaapt (en u niet dezelfde temperatuurinstelling nodig hebt om comfortabel te blijven). Deze functie kan alleen via de afstandsbediening geactiveerd worden. En de functie Slaap is niet beschikbaar in de modi VENTILATOR of DROGEN. Druk op de knop SLAAP wanneer u klaar bent om te gaan slapen. In de modus KOELEN, zal de unit de temperatuur verhogen met 1°C na 1 uur en nog eens met 1°C na het volgende uur. In de modus VERWARMEN, zal de unit de temperatuur verlagen met 1°C na 1 uur en nog eens met 1°C na het volgende uur.1

De slaapfunctie zal na 8 uur stoppen en het systeem zal in werking blijven met deze instellingen. OPMERKING: De volgende functies zijn niet beschikbaar voor multi-split airconditioners: De functie Actief reinigen, de functie Stil, de functie windrichting weg van het lichaam, de functie detectie lek van het koelmiddel en de Eco-functie. De hoek van de luchtstroming instellen De verticale hoek van de luchtstroming instellen Gebruik, met de unit ingeschakeld, de knop SWING/RICHTEN op de afstandsbediening om de richting (verticale hoek) van de luchtstroming in te stellen. Raadpleeg de handleiding van de afstandsbediening voor meer informatie. OPMERKING OVER DE HOEK VAN DE LUCHTUITLAATKLEPPEN Stel, in de modus KOELEN of DROGEN, de luchtuitlaatklep niet in op een te verticale hoek gedurende een langere periode. Dit kan ervoor zorgen dat het water op de uitlaatklep condenseert, wat op uw vloer of meubels zal druppelen. De luchtuitlaatklep, in de modus KOELEN of VERWARMEN, op een te verticale hoek instellen, kan de prestaties van de unit verminderen omwille van de beperkte luchtstroming. OPMERKING: Stel, overeenkomstig de vereisten van de relatieve standaarden, de verticale luchtuitlaatklep in op de maximale hoek tijdens het testen van het verwarmingsvermogen. De horizontale hoek van de luchtstroming instellen De horizontale hoek van de luchtstroming moet handmatig ingesteld worden. Neem de richtstang (zie Afb.B) vast en pas deze handmatig aan volgens uw gewenste richting. Bij sommige units kan de horizontale hoek van de luchtstroming ingesteld worden met de afstandsbediening. Raadpleeg de handleiding van de afstandsbediening. Handmatige bediening (zonder afstandsbediening) OPGELET De knop voor handmatige bediening is alleen bedoeld voor testdoeleinden en noodgevallen. Gebruik deze functie niet, tenzij de afstandsbediening verloren is en het absoluut noodzakelijk is. Gebruik de afstandsbediening om de unit opnieuw in te schakelen en de normale werking te hervatten. De unit moet uitgeschakeld worden voor handmatige bediening. SLAAP-modus Instel- temperatuur In bedrijf houden Koelmodus (+1°C) per uur gedurende de eerste twee uur Verwarmingsmodus (-1°C) per uur gedurende de eerste twee uur Energie besparen tijdens het slapen 1hr 1hr1

1. Open het voorpaneel van de binnenunit.

2. Zoek de knop HANDMATIGE BEDIENING aan de rechterkant van de unit.

3. Druk een keer op de knop HANDMATIGE BEDIENING om de modus GEFORCEERD AUTOMATISCH te

5. Druk een derde keer op de knop HANDMATIGE BEDIENING om de unit uit te schakelen.

6. Sluit het voorpaneel.

OPMERKING: Beweeg de luchtuitlaatklep niet met de hand. Dit zal ervoor zorgen dat de uitlaatklep niet meer gesynchroniseerd is. Wanneer dit voorvalt, schakelt u de unit uit en trekt u de stekker enkele minuten uit het stopcontact. Start de unit daarna opnieuw. Dit zal de luchtuitlaatklep resetten. OPGELET Plaats geen vingers in of in de buurt van de blazer en de aanzuigkant van de unit. De hogesnelheidsventilator in de unit kan letsel veroorzaken. Deflectorstang Afb. B Knop voor handmatige bediening Bereik Afb. A1

OPGELET Gebruik alleen een zachte, droge doek om de unit schoon te vegen. Als de unit zeer vuil is, kunt u een doek geweekt in warm water gebruiken om de unit schoon te vegen. • Gebruik geen chemicaliën of chemisch behandelde doeken om de unit schoon te maken• Gebruik geen benzeen, verfthinner, schuurpoeder of andere oplosmiddelen om de unit schoon te maken. Ze kunnen veroorzaken dat het plastic oppervlak scheurt of vervormt.• Gebruik geen water warmer dan 40°C om het voorpaneel schoon te maken. Dit kan ervoor zorgen dat het paneel vervormt of verkleurt.Uw luchtfilter reinigenEen verstopte airconditioner kan het koelrendement van uw unit verminderen en kan ook slecht voor uw gezondheid zijn. Zorg ervoor dat het filter iedere twee weken gereinigd wordt. 1. Til het voorpaneel van de binnenunit op. 2. Druk op het lipje op het einde van de filter om de gesp lost te maken, til het op en trek het naar u toe. 3. Trek nu het filter uit het apparaat. 4. Wanneer uw filter een klein filter voor luchtverversing heeft, klik dit dan los van het grote filter. Reinig dit filter voor luchtverversing met een draagbare stofzuiger.5. Reinig het grote luchtfilter met warm zeepsop. Zorg ervoor dat u een zacht reinigingsmiddel gebruikt. 6. Spoel het filter met schoon water en schud daarna het teveel aan water van het filter.7. Laat het drogen op een koele, droge plaats en stel het niet bloot aan direct zonlicht.8. Klik het filter voor luchtverversing na het drogen opnieuw op het groter filter en schuif het opnieuw in de binnenunit. 9. Sluit het voorpaneel van de binnenunit. OPGELET Raak het filter voor luchtverversing (Plasma) niet aan binnen de 10 minuten na het uitschakelen van de unit.FilterlipjeHaal het filter voor luchtverversing uit de achterkant van het grotere filter (sommige units)1

  • Schakel de unit uit en koppel de voeding los voor het vervangen of reinigen van het filter.
  • Raak tijdens het vervangen van het filter de metalen onderdelen in de unit niet aan. U kunt zich snijden aan de scherpe randen.
  • Gebruik geen water om de binnenkant van de binnenunit te reinigen. Dit kan de isolatie vernietigen en een elektrische schok veroorzaken.
  • Stel het filter niet bloot aan direct zonlicht tijdens het drogen. Dit kan ervoor zorgen dat het filterpaneelkrimpt en vervormt of verkleurt. Herinneringen voor luchtfilters (Optioneel) Herinnering voor het reinigen van het luchtfilter Na 240 bedrijfsuren, zal "CL" knipperen op het scherm van de binnenunit. Dit is een herinnering om uw filter te reinigen. Na 15 seconden zal het scherm opnieuw de vorige informatie weergeven. Druk om de herinnering te resetten 4 keer op de LED-knop op uw afstandsbediening of druk 3 keer op de knop HANDMATIGE BEDIENING. Als u de herinnering niet reset, zal de indicatie "CL" opnieuw knipperen wanneer u de unit opnieuw start. Herinnering voor het vervangen van het luchtfilter Na 2880 bedrijfsuren, zal "nF" knipperen op het scherm van de binnenunit. Dit is een herinnering om uw filter te vervangen. Na 15 seconden zal het scherm opnieuw de vorige informatie weergeven. Druk om de herinnering te resetten 4 keer op de LED-knop op uw afstandsbediening of druk 3 keer op de knop HANDMATIGE BEDIENING. Als u de herinnering niet reset, zal de indicatie "nF" opnieuw knipperen wanneer u de unit opnieuw start.
  • Alle onderhoudswerken en het reinigen van de buitenunit moeten uitgevoerd worden door een erkende verdeler of een bevoegde serviceprovider.
  • Alle reparaties van de unit moeten uitgevoerd worden door een erkende verdeler of een bevoegde serviceprovider. Onderhoud - Lange periodes van niet gebruik Doe de volgende zaken wanneer u van plan bent om uw airconditioner lange tijd niet te gebruiken: Reinig alle filters Schakel de functie VENTILATOR is tot de unit volledig droog isSchakel de unit uit en koppel de voeding losHaal de batterijen uit de afstandsbediening1

Onderhoud - Inspectie voor het seizoen Doe de volgende zaken na lange periodes van niet gebruik of voor periodes van regelmatig gebruik:

VEILIGHEIDSMAATREGELEN Als er zich EEN van de volgende situaties voordoet, schakel uw unit dan onmiddellijk uit!

  • Het netsnoer is beschadigd of abnormaal warm
  • U merkt een brandgeur
  • De unit maak veel of abnormaal geluid
  • Een zekering of de stroomonderbreker schakelt regelmatig uit
  • Water of voorwerpen vallen in of uit de unit PROBEER DEZE ZAKEN NIET ZELF OP TE LOSSEN! NEEM ONMIDDELLIJK CONTACT OP MET EEN BEVOEGDE SERVICEPROVIDER! Controleer op beschadigde bedradingReinig alle filters Controleer op lekken Vervang de batterijenVerzeker dat er niets de luchtinlaten en luchtuitlaten blokkeert1

Vaak voorkomende problemen De volgende problemen zijn geen storing en zullen in de meeste gevallen geen reparaties vereisen. Probleem Mogelijke oorzaken De unit schakelt niet aan na het drukken op de AAN/UIT-knop De unit kan pas na 3 minuten wachten aangezet worden om overbelasting te voorkomen. De unit kan na uitzetten pas drie minuten later opnieuw aangezet worden. De unit schakelt over van de modus KOELEN/VERWARMEN naar de modus VENTILATOR De unit kan de instelling wijzigen om te voorkomen dat er vorst op de unit gevormd wordt. Zodra de temperatuur stijgt, zal de unit opnieuw werken in de voordien geselecteerde modus. De insteltemperatuur werd bereikt. Op dit punt zal de unit de compressor uitschakelen. De unit zal verder werken als de temperatuur opnieuw schommelt. De binnenunit verspreidt een witte mist In vochtige regio’s zal een groot temperatuurverschil tussen de lucht in de kamer en de behandelde lucht een witte mist veroorzaken. Zowel de binnen- als buitenunit verspreiden een witte mist Als de unit na ontdooien opnieuw opstart in de modus VERWARMEN kan er een witte mist verspreid worden door het vocht dat gevormd werd tijdens het ontdooien. De binnenunit maakt lawaai Er is mogelijk een geluid van stromende lucht hoorbaar wanneer de luchtklep naar een andere plaats beweegt. Er kan een krakend geluid hoorbaar zijn na het werken in de modus VERWARMEN vanwege het uitzetten en krimpen van de plastic onderdelen van de unit. Zowel de binnen- als buitenunits maken geluiden Een laag sissend geluid tijdens werking: Dit is normaal en wordt veroorzaakt door het koelmiddel dat door zowel de binnen- als de buitenunits stroomt. Laag sissend geluid wanneer het systeem opstart, net stopte met draaien of aan het ontdooien is: Dit geluid is normaal en wordt veroor- zaakt door het koelmiddel dat stop of van richting verandert. Krakend geluid: Het normaal uitzetten en krimpen van plastic en metalen onderdelen veroorzaakt door temperatuurwijzigingen tijdens werking kan krakende geluiden veroorzaken. De buitenunit maakt geluiden De unit zal verschillende geluiden maken, gebaseerd op de huidige bedrijfsmodus. Er wordt stof verspreid door de bin- nen- of buitenunit Er kan zich tijdens langere periodes van inactiviteit stof ophopen op de unit. Dit stof zal verspreid worden als de unit aangezet wordt. Dit kan voorkomen worden door de unit tijdens langere periodes van inactiviteit te bedekken. De unit verspreidt een vieze geur De unit kan geuren absorberen vanuit de omgeving (zoals van meubilair, koken, sigaretten, enz.) Deze geuren zullen tijdens de werking verspreid worden. De filters van de unit zijn beschimmeld en moeten gereinigd worden. De ventilator van de buitenunit werkt niet Tijdens werking wordt de snelheid van de ventilator geregeld voor een optimale werking. De werking is onregelmatig, onvoor- spelbaar of de unit reageert niet Storingen van masten voor mobiele telefonie en versterkers kunnen ervoor zorgen dat de unit niet naar behoren werkt. Probeer in dit geval het volgende:

  • Schakel de voeding uit en daarna weer in.
  • Druk op de AAN/UIT-knop op de afstandsbediening om het apparaat opnieuw in werking te zetten. OPMERKING: Neem als het probleem aanhoudt contact op met een plaatselijke verdeler of uw dichtstbijzijnde servicecentrum. Geef ze een gedetailleerde beschrijving van de fout en het modelnummer.1

Problemen oplossen Controleer bij problemen de volgende zaken voordat u contact opneemt voor reparatie. Probleem Mogelijke oorzaken Oplossing Slechte koeling De temperatuur is mogelijk hoger ingesteld dan de kamertemperatuur Stel de temperatuur lager in De warmtewisselaar op de binnen- of buitenunit is vuil Reinig de vuile warmtewisselaar Het luchtfilter is vuil Verwijder het filter en reinig het volgens de instructies De luchtinlaat, -uitlaat of beide zijn geblokkeerd Zet de unit uit, verwijder de obstructie en zet de unit terug aan Deuren en ramen staan open Zorg ervoor dat alle deuren en ramen tijdens gebruik gesloten zijn Er wordt overmatige warmte opge- wekt door zonlicht Sluit vensters en gordijnen bij periodes van grote warmte of heldere zonneschijn Er bevinden zich te veel warm- tebronnen in de kamer (mensen, computers, elektronische appara- tuur, enz.) Verminder het aantal warmte- bronnen Laag peil van het koelmiddel van- wege een lek of langdurig gebruik Controleer op lekken, dicht het koelcircuit opnieuw af en vul koel- middel bij De functie STIL is geactiveerd (opti- onele functie) De functie STIL kan de prestaties verminderen door de werkings- frequentie te verlagen. Schakel de functie STIL uit. De unit werkt niet Stroomonderbreking Wacht tot de stroomtoevoer hersteld is De unit is uitgeschakeld Zet de unit aan De zekering is doorgebrand Vervang de zekering De batterijen van de afstands- bediening zijn leeg Vervang de batterijen De 3-minuten veiligheidsfunctie van de unit is geactiveerd Wacht drie minuten na het opnieuw aanzetten van de unit Timer is geactiveerd Zet de timer uit De unit start en stopt regelmatig Er bevindt zich te veel of te weinig koelmiddel in het systeem Controleer op lekken en vul koel- middel bij. Er is niet samendrukbaar gas of vloeistof in het systeem terecht- gekomen. Verwijder het gas of de vloeistof en vul het systeem opnieuw met koelmiddel De compressor is defect Vervang de compressor De spanning is te hoog of te laag Installeer een manostaat om de spanning te regelen Slechte verwarming Het is buiten extreem koud Gebruik een bijkomend verwarmingsapparaat De koude lucht komt binnen door deuren en vensters Zorg ervoor dat alle deuren en ramen tijdens gebruik gesloten zijn Laag peil van het koelmiddel van- wege een lek of langdurig gebruik Controleer op lekken, dicht het koelcircuit opnieuw af en vul koelmiddel bij1

Indicatielampje knippert voortdurend De unit kan stoppen of veilig verder werken. Wacht ongeveer 10 minuten als het indicatielampje blijft knipperen of als er een foutcode verschijnt. Het probleem lost zichzelf mogelijk op. Schakel, als dit niet het geval is, de voeding uit en daarna opnieuw in. Zet de unit aan. Schakel als het probleem aanhoudt de voeding uit en neem contact op met uw dichtstbijzijnde servicecentrum. De foutcode wordt weergegeven en begint met de volgende letters op het scherm van de binnenunit: E(x), P(x), F(x) EH(xx), EL(xx), EC(xx) PH(xx), PL(xx), PC(xx) OPMERKING: Als uw probleem aanhoudt na het uitvoeren van bovenstaande controles en diagnostiek, schakel uw unit dan onmiddellijk uit en neem contact op met een erkend servicecentrum.

ACCESSOIRES De airconditioning wordt geleverd met de volgende accessoires. Gebruik alle installatieonderdelen en accessoires om de airconditioner te installeren. Een onjuiste installatie kan leiden tot een waterlek, elektrische schok en brand of kan leiden tot een slechte werking van de apparatuur. De items die niet bij de airconditioner inbegrepen zijn, moeten afzonderlijk gekocht worden. Naam van de acces- soires Aantal (stuks) Vorm Naam van de acces- soires Aantal (stuks) Vorm Handleiding 2~3 Afstandsbediening 1 Afvoeraansluiting (voor modellen met koeling en verwar- ming) 1 Batterij 2 Dichting (voor model- len met koeling en verwarming) 1 Houder afstandsbedie- ning (optioneel)

Bevestigingsplaat 1 Bevestigingsschroef voor de houder van de afstandsbediening (optioneel)

Anker 5~8 (afhanke- lijk van het model) Klein filter (Moet tijdens de instal- latie van het apparaat op de achterkant van het hoofdluchtfilter geïnstalleerd worden door een erkend tech- nicus) 1~2 (afhanke- lijk van het model) Bevestigingsschroef montageplaat 5~8 (afhanke- lijk van het model)1

Naam Vorm Aantal (Stuks) Een koelmiddelleiding snel aanslui- ten

(gebruikt om de snelkoppelingen te omwikkelen) Isolatievel

(Op de snelkoppelingen van de leiding aanbrengen)1

1. De plaats van installatie

2. De positie van het gat in de

3. De bevestigingsplaat monteren

4. Het gat in de muur boren 5. Leidingen aansluiten 6. Bedrading aansluiten

(niet van toepassing voor sommige plaatsen in Noord- Amerika)

7. De afvoerslang voorbereiden

8. Leidingen en kabels isoleren

(niet van toepassing voor sommige plaatsen in Noord-Amerika)

OPMERKING: De installatie moet uitgevoerd worden overeenkomstig de vereisten van lokale en nationale standaarden. De installatie kan licht afwijken op verschillende plaatsen.

1. Plaat voor bevestiging tegen de

Afbeeldingen in deze handleiding zijn ter verduidelijking. De werkelijke vorm van uw binnenunit kan lichtjes afwijken. De werkelijke vorm zal voorrang hebben.

INSTALLATIE BINNENUNIT Installatie-instructies - Binnenunit Voor installatie Raadpleeg vóór het installeren van de binnenunit het etiket op de doos van het product, om ervoor te zorgen dat het modelnummer van de binnenunit overeenstemt met het modelnummer op de buitenunit. Schakelaar voor het onderbreken van de luchtstroming1

Stap 1: Kies de plaats van installatie vóór het installeren van de binnenunit, u moet een geschikte plaats kiezen. De volgende zijn standaarden die u zullen helpen om een geschikte plaats voor de unit te kiezen. Goede plaatsen voor installatie voldoen aan de volgende standaarden:

  • Goede luchtcirculatie
  • Lawaai van de unit zal andere mensen niet storen
  • Stevig en sterk-de locatie zal niet trillen
  • Sterk genoeg om het gewicht van de unit te dragen
  • Een locatie op een afstand van minimaal een meter van alle andere elektrische apparaten (zoals een TV, radio, computer) Installeer de unit NIET op de volgende locaties:
  • In de buurt van een bron van warmte, stoom of brandbaar gas
  • In de buurt van brandbare zaken zoals gordijnen of kledij
  • In de buurt van een voorwerp dat de luchtcirculatie kan hinderen
  • In de buurt van een deur
  • Op een locatie met direct zonlicht

OPMERKING OVER HET GAT IN DE MUUR Wanneer er geen vaste leidingen voor koelmiddel zijn: Let er tijdens het kiezen van een locatie op dat u voldoende ruimte laat voor een gat in de muur (zie de stap Een gat in de muur boren voor de leidingen) voor de signaalkabel en de leidingen voor koelmiddel die op de binnen- en buitenunits aangesloten moeten worden. De standaardpositie voor alle leidingen is aan de rechterkant van de binnenunit (kijkend naar de unit). De unit kan echter geïnstalleerd worden met leidingen aan de linker- en de rechterkant. Raadpleeg het volgende schema om te zorgen voor een voldoende afstand van muren en het plafond: 15 cm of meer12 cm of meer12 cm of meer2,3 m of meer Stap 2: De bevestigingsplaat tegen de muur monteren De bevestigingsplaat is het onderdeel waar u de binnenunit op monteert.

  • Verwijder de schroef die de bevestigingsplaat aan de achterkant van de binnenunit bevestigt.
  • Zet de bevestigingsplaat plaat vast tegen de muur met de bijgeleverde schroeven. Zorg ervoor dat de bevestigingsplaat vlak tegen de muur wordt geplaatst.

Wanneer de muur gemaakt is van steen, beton of een gelijkaardig materiaal, boor dan gaten met een diameter van 5 mm (0,2 inch diameter) in de muur en plaats de bijgeleverde doorvoerankers. Zet daarna de bevestigingsplaat vast tegen de muur door de schroeven direct in de klemankers vast te draaien.1

Stap 3: Een gat in de muur boren voor de leidingen

1. Bepaal de locatie van het gat in de muur, op basis van de positie van de bevestigingsplaat. Raadpleeg

de Afmetingen van de bevestigingsplaat.

2. Boor een gat in de muur met een 65 mm of 90 mm (afhankelijk van het model) boor. Zorg ervoor

dat het gat in een licht neerwaartse hoek geboord wordt, zodat het buitenste einde van het gat zich ongeveer 5 mm tot 7 mm lager bevindt dan het binnenste einde. Dit zal zorgen voor een gepaste afvoer van water.

3. Plaats de beschermende muurplug in het gat. Dit beschermt de randen van het gat en zal helpen bij

het afdichten wanneer u het installatieproces voltooid.

OPGELET Zorg er tijdens het boren van het gat in de muur voor dat u geen draden, leidingen of andere gevoelige onderdelen raakt. Muur Binnen Buiten

AFMETINGEN VAN DE BEVESTIGINGSPLAAT

Verschillende modellen hebben verschillende bevestigingsplaten. Voor de verschillende aanpassingsver- eisten, kan de vorm van de bevestigingsplaat licht afwijken. Zie type A en type B als voorbeeld: Juiste richting van de bevestigingsplaat1

OPMERKING In geval van muurdoorvoer via linkerzijde, is een extra aansluitingskit noodzakelijk (niet meegeleverd).

OPMERKING Wanneer de verbindingsleiding aan de gaszijde Φ 16mm of groter is, moet het gat in de muur 90mm zijn. Stap 4: De leidingen voor koelmiddel voorbereiden De leidingen voor koelmiddel bevindt zich binnen een isolerend omhulsel dat tegen de achterkant van de unit bevestigd is. U moet de leiding voorbereiden voordat u deze door het gat in de muur voert. Unit is instelbaar Denk eraan dat de haken op de bevestigingsplaat kleiner zijn dan de gaten op de achterkant van de unit. Als u vaststelt dat er onvoldoende ruimte is om leidingen in de muur op de binnenunit aan te sluiten, kan de unit ongeveer 30-50 mm naar links of rechts verplaatst worden, afhankelijk van het model.

4.1 Benodigde gereedschappen

U zult de volgende gereedschappen nodig hebben om deze installatie op de juiste manier uit te voeren: 1x steeksleutel, 19 mm 1x steeksleutel, 22 / 24 mm 1x steeksleutel, 24 / 27 mm1

1x inbussleutel, 5 mm 1x kruiskopschroevendraaier 1x lekdetectiemiddel of zeepsop (water/detergent mengsel

4.2 Belangrijke gegevens

  • Volg de gedetailleerde aanwijzingen voor het aansluiten van de leidingen met koelmiddel op de binnen- en buitenunit. We kunnen alleen garantie geven als de leidingen juist werden geïnstalleerd zoals wordt beschreven in de instructies.
  • Verwijder de afdichtingsdoppen en stoppen niet tot net voordat u de leidingen installeert.
  • Zorg er om lekken te vermijden voor dat de snelschroefkoppelingen volledig proper zijn. Vocht of vreemde voorwerpen zullen een nadelig effect hebben op de werking van de snelkoppelingen met het risico op verlies van koelmiddel als gevolg (niet gedekt door de garantie).
  • Installeer leidingen met koelmiddel buitenshuis alleen bij droge weersomstandigheden.
  • De leidingen met koelmiddel mogen na installatie niet met plaaster worden bedekt.
  • Zorg ervoor dat er nooit koelmiddel naar de omgeving kan lekken. Onjuiste behandeling van koel- middel kan schadelijk zijn voor de gezondheid. Draag altijd handschoenen en een veiligheidsbril tij- dens het werken met koelmiddel.
  • Rook niet tijdens de installatiewerkzaamheden. De apparatuur mag nooit worden gebruikt zonder aangesloten leidingen met koelmiddel, de apparatuur zal hierdoor onmiddellijk worden beschadigd. Fig. 4.5 aansluitingen koelmiddelleidingen (beide uiteinden)
  • De geschroefde aansluitingen mogen alleen worden vastgezet met de gepaste steeksleutel Aansluitingen leiding met koelmiddel (beide eindes)
  • Onthoud dat als ze met een te klein moment worden vastgedraaid ze zullen lekken, maar als ze met een te groot moment worden vastgedraaid zullen de schroefverbindingen worden beschadigd. Als u zich niet zeker voelt over het zelf aansluiten van de koelmiddelleidingen, is het absoluut noodzake- lijk dat u contact opneemt met uw klantendienst of een monteur van koelsystemen. BELANGRIJK: De EQ-ventielen zijn ontworpen voor eenmalige installatie. Hun afdichting kan niet worden gegarandeerd als ze meer dan eens worden geïnstalleerd. Hierdoor zal ook de garantie vervallen.

4.3 De leidingen met koelmiddel aansluiten op de binnenunit

1. Verwijder de plastic dichtingen van de onderdelen van de binnenunit en de leiding met koelmiddel

pas net voordat u ze gaat aansluiten.

2. Lijn de leidingen met koelmiddel juist uit, zorg ervoor dat de afmetingen van de aan te sluiten leidin-

gen hetzelfde zijn. Plaats de schroefkoppeling van de leidingen met koelmiddel net op de draad van de binnenunit en zet deze eerst enkele omwentelingen met de hand vast. BELANGRIJK: Vooraleer u verder gaat is het cruciaal dat u de volgende aanwijzingen aandachtig leest.

OPMERKING In geval van muurdoorvoer via linkerzijde, is een extra aansluitingskit noodzakelijk (niet meegeleverd).

OPMERKING Wanneer de verbindingsleiding aan de gaszijde Φ 16mm of groter is, moet het gat in de muur 90mm zijn. Stap 4: De leidingen voor koelmiddel voorbereiden De leidingen voor koelmiddel bevindt zich binnen een isolerend omhulsel dat tegen de achterkant van de unit bevestigd is. U moet de leiding voorbereiden voordat u deze door het gat in de muur voert. Unit is instelbaar Denk eraan dat de haken op de bevestigingsplaat kleiner zijn dan de gaten op de achterkant van de unit. Als u vaststelt dat er onvoldoende ruimte is om leidingen in de muur op de binnenunit aan te sluiten, kan de unit ongeveer 30-50 mm naar links of rechts verplaatst worden, afhankelijk van het model.

4.1 Benodigde gereedschappen

U zult de volgende gereedschappen nodig hebben om deze installatie op de juiste manier uit te voeren: 1x steeksleutel, 19 mm 1x steeksleutel, 22 / 24 mm 1x steeksleutel, 24 / 27 mm1

3. Houd de gemarkeerde punten “1” vast met een steeksleutel en draai alleen de schroeven van op

de gemarkeerde punten “2” vast met een steeksleutel (Kies de geschikte sleutel overeenkomstig de afmetingen van de aansluiting). Zie Afb. 4.7. en 4.8. Fig. 4.7 Fig. 4.8

4. Zorg ervoor dat de schroefkoppelingen niet scheef staan als u ze vast zet en ga snel te werk.

BELANGRIJK: Omdat de koppeling werkt met tappende ringen kan deze lekken als u de koppeling ver- breekt en de leidingen opnieuw aansluit. Hierdoor zal ook de garantie vervallen.

5. Gebruik na het aansluiten de tape om de leiding met koelmiddel en de aansluitkabel samen te kleven. Zie Afb. 4.9.

6. Voer na het aansluiten van de snelkoppelingen de drainleiding en leidingen met koelmiddel

door de opening in de muur zoals weergegeven in Afb. 4.10. OPMERKING: De onderdelen van de snelkoppeling moeten buiten de kamer worden geplaatst. Gebruik de sleuf, dop en neopreen om het gat in de muur te dichten.

7. Om te voorkomen dat de onderdelen van de snelkoppeling aan de lucht worden blootgesteld,

moeten de geluiddempende onderleggers worden gebruikt tijdens installatie, zee Afb. 4.11. Fig. 4.11

8. Wikkel de snelkoppelingen in de geluiddempende onderleggers en verpak de onderleggers zo

stevig mogelijk as shown in Afb. 4.12 Fig. 4.12

9. Wikkel de koppelingen daarna in het zwarte isolatiemateriaal, gebruik het witte isolatiemateri-

aal voor het blootgestelde deel bovenaan (meegeleverd in de doos met accessoires) om alles vol- ledig in te wikkelen as shown in Afb. 4.13.1

10. Gebruik tot slot de tape om de leiding met koelmiddel en de aansluitkabel samen te kleven.

Leidingen voor koelmiddel kunnen links achteraan uit de unit komen (wanneer u naar de achterkant van de unit kijkt) Fig. 4.14

OPGELET Ga zeer voorzichtig te werk om het leidingwerk niet te beschadigen tijdens het wegbuigen van de unit. Deuken in het leidingwerk zullen de prestaties van het apparaat beïnvloeden.

Stap 5: De afvoerslang aansluiten Standaard is de aflaatslang aangesloten aan de linkerzijde van de unit (wanneer u naar de achterkant van de unit kijkt). Het kan echter ook aan de rechterzijde aangesloten zijn.

  • Wikkel het aansluitpunt stevig in met Teflon om te zorgen voor een goede afdichting en om lekken te voorkomen.
  • Verwijder het luchtfilter en giet een weinig water in de afvoerbak om te verzekeren dat het water makkelijk uit de unit stroomt.1

OPMERKING OVER DE PLAATSING VAN DE AFVOERSLANG Zorg ervoor dat de afvoerslang geplaatst wordt overeenkomstig de volgende afbeeldingen. JUISTZorg ervoor dat er geen knikken in de afvoerslang zijn om een goede afvoer te verzekeren.NIET JUISTKinken in de afvoerslang zullen watersloten creëren. NIET JUISTKinken in de afvoerslang zullen watersloten creëren.NIET JUISTPlaats het einde van de afvoerslang niet in water of in containers die water opvangen.Dit zal een goede afvoer voorkomen. Plaats een stop in het niet gebruikte afvoergat Om ongewenste lekken te voorkomen, moet u het niet gebruikte afvoergat dicht maken met de bijgeleverde rubberen plug. LEES DEZE REGELGEVING VOOR HET UITVOEREN VAN ELEKTRISCHE WERKZAAMHEDEN

1. Alle bedrading moet conform lokale en nationale elektrische codes, regelgeving zijn en moet door

een erkend elektricien geïnstalleerd worden.

2. Alle elektrische aansluitingen moeten uitgevoerd worden overeenkomstig het elektrisch aansluit-

schema op de panelen van de binnen- en buitenunits.

3. Stop onmiddellijk met werken als er een ernstig probleem is met de veiligheid van de elektrische

voeding. Leg uw redenering uit aan de klant en weiger om de unit te installeren tot het probleem met de veiligheid opgelost is.

4. De voedingsspanning moet binnen 90-100% van de nominale spanning zijn. Een te lage voedings-

spanning kan storingen, een elektrische schok of brand veroorzaken.

5. Bij het aansluiten van de voeding op bestaande bedrading, moet een overspanningsbeveiliging en

een onderbrekingsschakelaar geïnstalleerd worden.

6. Bij het aansluiten van de voeding op bestaande bedrading, moet een schakelaar of stroomonder-

breker die alle polen loskoppelt en een contactscheiding heeft van minimaal 3 mm opgenomen worden in de bestaande bedrading. De gekwalificeerde elektricien moet een goedgekeurde stroomonderbreker of schakelaar gebruiken.

7. Sluit de unit alleen aan op de uitgang van een afzonderlijke kring. Sluit geen andere apparaten

aan op die uitgang.1

9. Elke draad moet stevig aangesloten zijn. Losse bedrading kan de klemmenstrook oververhitten

met een slechte werking van het product en mogelijk brand als gevolg.

10. Laat de draden niet in contact komen of rusten tegen leidingen met koelmiddel of bewegende

delen binnen de unit.

11. Als de unit uitgerust is met een elektrische hulpverwarming, moet deze op een afstand van mini-

mum 1 meter van brandbare materialen geïnstalleerd worden.

12. Raak de elektrische onderdelen nooit aan kort na het uitschakelen van de voeding, om een elek-

trische schok te vermijden. Wacht na het uitschakelen van de voeding altijd 10 minuten of langer voordat u elektrische onderdelen aanraakt.

WAARSCHUWING Schakel de hoofdvoeding naar het systeem uit voor het uitvoeren van elektrisch of bedradingswerk. Stap 6: De signaalkabel en de voedingskabels aansluiten De signaalkabel zorgt voor de communicatie tussen de binnen- en buitenunits. U moet eerst de juiste dia- meter van de kabel kiezen voordat u de aansluiting voorbereidt. OPMERKING: Het aansluiten van de kabel van de binnenunit werd in de fabriek uitgevoerd. Types van kabels

  • Signaalkabel: H07RN-F Minimale diameter van voedings- en signaalkabels (ter referentie) Nominale stroom van het apparaat (A) Nominale diameter (mm

De diameter van de voedingskabel, signaalkabel, zekering en schakelaar wordt bepaald door de maxi- mumstroom van de unit. De maximumstroom wordt aangegeven op het typeplaatje op het zijpaneel van de unit. Bekijk dit typeplaatje om de juiste kabel, zekering of schakelaar te kiezen.

WAARSCHUWING Alle bekabeling moet strikt overeenkomstig het bedradingsschema, dat op de achterkant van het voorpaneel van de binnenunit weergegeven wordt, uitgevoerd worden. Het aansluiten van de bedrading tussen de binnen- en buitenunit: Breng de twee aansluitingen op gelijke hoogte en plaats ze in elkaar tot ze vast zitten en een klik hoor- baar is. De geelgroene draad moet afzonderlijk worden aangesloten. Zet de kabel vast op het bedrading- spaneel met de kabelklem1

Buitenunit Voedingsspanning Aansluiting Binnenunit

Stap 7: Leidingen en kabels inpakken Voordat u de leidingen, aflaatslang en de signaalkabel door het gat in de muur voert, moet u ze samen- bundelen om plaats te besparen, ze beschermen en ze isoleren (niet van toepassing in Noord-Amerika).

1. Bundel de aflaatslang, leidingen voor koelmiddel en de signaalkabel samen zoals hieronder weerge-

geven wordt: Binnenunit Ruimte achter de unit Leidingen voor koelmiddel Isolatietape Signaalkabel Afvoerslang

DE AFVOERSLANG MOET ZICH ONDERAAN BEVINDEN

Zorg ervoor dat de afvoerslang zich onderaan deze bundel bevindt. De afvoerslang bovenaan de bundel plaatsen, kan ertoe leiden dat de afvoerbak overloopt, wat brand of waterschade kan veroorzaken. WIKKEL DE SIGNAALKABEL NIET ROND ANDERE KABELS Wanneer deze items samengebundeld worden, wikkel of kruis de signaalkabel dan niet met andere kabels.

2. Gebruik vinyl tap om de aflaatslang aan de onderkant van de leidingen voor koelmiddel te bevestigen.

3. Kleef de signaalkabel, leidingen voor koelmiddel en de afvoerslang stevig aan elkaar met isolatietape.

Controleer opnieuw of alle items samengebundeld zijn.

DE EINDES VAN LEIDINGEN NIET INWIKKELEN

Laat bij het inwikkelen van de bundel de eindes van de leidingen vrij. Ze moeten toegankelijk zijn voor het testen op lekken op het einde van het installatieproces (raadpleeg de delen Elektrische controles en Controle op lekken in deze handleiding).1

Stap 8: De binnenunit monteren Doe het volgende wanneer u nieuwe verbindingsleidingen op de buitenunit geïnstalleerd hebt:

1. Ga naar stap 4 wanneer u de leidingen voor koelmiddel als door het gat in de muur gevoerd hebt.

2. Controleer anders opnieuw dat de einden van de leidingen voor koelmiddel dicht zijn, om te voor-

komen dat er vuil of vreemde voorwerpen in de leidingen komen.

3. Voer de samengebundelde leidingen voor koelmiddel, afvoerslang en signaalkabel traag door het

4. Haak de bovenkant van de binnenunit op de bovenste haak van de bevestigingsplaat.

5. Controleer dat de unit stevig op de bevestiging gehaakt is door licht te drukken op de linker- en

rechterzijde van de unit. De unit mag niet schudden of kantelen.

6. Druk, met ongelijke kracht, de onderste helft van de unit omlaag. Blijf omlaag drukken tot de unit

op de haken op de onderkant van de bevestigingsplaat klikt.

7. Controleer opnieuw dat de unit stevig gemonteerd is door licht te drukken op de linker- en rechter-

INSTALLATIE BUITENUNIT Installeer de unit overeenkomstig de lokale codes en regelgeving, er kunnen kleine verschillen zijn tussen regio's.

60 cm naar boven 30 cm naar links 30 cm van de achterkant tot de muur 60 cm naar rechts 200 cm vooraan

Installatie-instructies - Buitenunit Stap 1: De plaats van installatie kiezen U moet een gepaste de plaats kiezen voor van de installatie van de binnenunit. De volgende zijn standaarden die u zullen helpen om een geschikte plaats voor de unit te kiezen. Goede plaatsen voor installatie voldoen aan de volgende standaarden:

  • Voldoet aan alle vereisten inzake ruimte die hierboven weergegeven worden in Vereisten inzake installatieruimte.
  • Goede luchtcirculatie en ventilatie
  • Sterk en stevig - de locatie kan het gewicht van de unit dragen en zal niet trillen
  • Lawaai van de unit zal anderen niet storen
  • Beschermd tegen langdurige blootstelling aan direct zonlicht of regen1
  • Til de unit boven de basis wanneer er sneeuw verwacht wordt, om het opbouwen van ijs en beschadiging van de spoel te voorkomen. Plaats de unit hoog genoeg, hoger dan de gemiddeld verwachte sneeuwval. De minimumhoogte moet 18 inch zijn Installeer de unit NIET op de volgende locaties:
  • In de buurt van een obstakel dat de luchtinlaten en uitlaten zal blokkeren
  • In de buurt van een openbare weg, drukke plaatsen of waar het geluid van de unit anderen zal storen
  • In de buurt van dieren of planten die hinder zullen ondervinden van de uitlaat van warme lucht
  • In de buurt van een bron van brandbaar gas
  • Op een locatie waar de unit wordt blootgesteld aan grote hoeveelheden stof
  • Op een locatie waar de unit blootgesteld wordt aan overmatige hoeveelheden zout

SPECIALE OVERWEGINGEN VOOR EXTREME WEERSOMSTANDIGHEDEN

Wanneer de unit blootgesteld wordt aan hevige wind: Installeer de unit op een manier waarop de uitlaatventilator onder een hoek van 90° tegenover de wind- richting staat. Bouw indien nodig een afscherming voor de unit om deze te beschermen tegen extreme windstoten. Zie onderstaande afbeeldingen. Sterke wind Sterke wind Sterke wind Windstoot Wanneer de unit regelmatig blootgesteld wordt aan hevige regen of sneeuw: Bouw een afscherming boven de unit om deze tegen de regen of sneeuw te beschermen. Let op dat u de luchtstroming rond de unit niet hindert. Wanneer de unit regelmatig blootgesteld wordt aan zoute lucht (zeelucht): Gebruik een buitenunit die speciaal ontwikkeld werd om bestand te zijn tegen corrosie. Stap 2: De afvoeraansluiting installeren (alleen units met een warmtepomp) Voordat u de buitenunit op zijn plaats vast boort, moet u de afvoeraansluiting op de onderkant van de unit installeren. Merk op dat er twee types van afvoeraansluitingen bestaan, afhankelijk van het type van de buitenunit. Wanneer de afvoeraansluiting geleverd wordt met een rubberen afdichting (zie Afb. A), doet u het volgende:

1. Plaats de rubberen afdichting op het einde van de afvoeraansluiting, die op de buitenunit aangesloten

2. Plaats de afvoeraansluiting in het gat in de basis van de unit.

3. Draai de afvoeraansluiting 90° tot deze op zijn plaats klikt, naar de voorkant van de unit gericht.

4. Sluit een verlenging van de afvoerslang (niet inbegrepen) aan op de afvoeraansluiting om het water

van de unit af te leiden tijdens de verwarmingsmodus.1

Wanneer de afvoeraansluiting niet geleverd wordt met een rubberen afdichting (zie Afb. B), doet u het volgende:

1. Plaats de afvoeraansluiting in het gat in de basis van de unit. De afvoeraansluiting zal op zijn plaats

2. Sluit een verlenging van de afvoerslang (niet inbegrepen) aan op de afvoeraansluiting om het water

van de unit af te leiden tijdens de verwarmingsmodus.

Gat in de basis van de buitenunit Dichting Dichting Afvoerkpakking

Zorg er in koude klimaten voor dat de afvoerslang zo verticaal mogelijk geplaatst wordt, om een vlotte afvoer van water te verzekeren. Als het water te traag afgevoerd wordt, kan het bevriezen in de slang en de unit onder water zetten. Stap 3: De buitenunit verankeren De buitenunit kan aan de grond of aan een tegen de muur gemonteerde beugel verankerd worden met een bout (M10). Bereid de installatiebasis van de unit voor overeenkomstig onderstaande afmetingen.

AFMETINGEN VOOR MONTAGE VAN DE UNIT

Het volgende is een lijst met buitenunits met verschillende afmetingen en de afstand tussen hun montagepoten. Bereid de installatiebasis van de unit voor overeenkomstig onderstaande afmetingen. Luchtuitlaat Luchtinlaat Luchtinlaat1

Afmetingen buitenunit (mm) BxHxD Montageafmetingen afstand A (mm) Montageafmetingen afstand B (mm)681x434x285 (26,8”x17,1”x11,2”) 460 (18,1”) 292 (11,5") 700x550x270 (27,5”x21,6”x10,6”) 450 (17,7”) 260 (10,2") 700x550x275 (27,5”x21,6”x10,8”) 450 (17,7”) 260 (10,2") 720x495x270 (28,3”x19,5”x10,6”) 452 (17,8”) 255 (10,0") 728x555x300 (28,7”x21,8”x11,8”) 452 (17,8”) 302 (11,9") 765x555x303 (30,1“x21,8”x11,9”) 452 (17,8”) 286 (11,3") 770x555x300 (30,3”x21,8”x11,8”) 487 (19,2“) 298 (11,7") 805x554x330 (31,7”x21,8”x12,9”) 511 (20,1“) 317 (12,5") 800x554x333 (31,5”x21,8”x13,1“) 514 (20,2”) 340 (13,4") 845x702x363 (33,3”x27,6”x14,3”) 540 (21,3”) 350 (13,8") 890x673x342 (35,0”x26,5”x13,5”) 663 (26,1“) 354 (13,9") 946x810x420 (37,2”x31,9”x16,5”) 673 (26,5”) 403 (15,9") 946x810x410 (37,2“x31,9”x16,1“) 673 (26,5”) 403 (15,9") Doe het volgende wanneer u de unit op de grond of een betonnen installatieplatform installeert:

1. Markeer de posities voor de vier expansiebouten, op basis van de tabel met afmetingen.

2. Boor de gaten voor de expansiebouten voor.

3. Plaats een moer op het einde van elke expansiebout.

4. Klop de expansiebouten met een hamer in de voorgeboorde gaten.

5. Verwijder de moeren van de expansiebouten en plaats de buitenunit op de bouten.

6. Plaats een borgring op elke expansiebout en vervang daarna de moeren.

7. Zet elke muur vast met een moersleutel.

WAARSCHUWING Tijdens het boren in beton wordt het te allen tijde dragen van oogbescherming aanbevolen. Doe het volgende wanneer u de unit op een tegen de muur gemonteerde beugel installeert:

OPGELET Zorg ervoor dat de muur gemaakt is met volle steen, beton of een gelijkaardig sterk materiaal. De muur moet minstens vier keer het gewicht van de unit kunnen dragen.

1. Markeer de posities van de gaten van de beugel, op basis van de tabel met afmetingen.

2. Boor de gaten voor de expansiebouten voor.

3. Plaats een borgring en een moer op het einde van elke expansiebout.

4. Draai de expansiebouten door de gaten in de bevestigingsbeugels, zet de bevestigingsbeugels op

het plaats en klop de expansiebouten in de muur met een hamer.

5. Controleer dat de bevestigingsbeugels waterpas staan.

6. Til de unit voorzichtig op en plaats de montagepoten op de beugels.

7. Draai de bouten stevig vast op de beugels.

8. Installeer, wanneer dit is toegestaan, de unit met rubberen pakkingen om trillingen en geluid te

verminderen. Stap 4: De signaal- en voedingskabels aansluiten De achterkant van klemmenstrook van de buitenunit wordt beschermd door een deksel voor de elektrische bedrading op de zijkant van de unit. Een gedetailleerd bedradingsschema is op de binnenkant van het deksel gedrukt.1

WAARSCHUWING Schakel de hoofdvoeding naar het systeem uit voor het uitvoeren van elektrisch of bedradingswerk.

1. Bereid de kabel voor om aan te sluiten:

GEBRUIK DE JUISTE KABEL

Kies de juiste kabel, raadpleeg "Types van kabels".

KIES DE JUISTE KABELDIAMETER

De diameter van de voedingskabel, signaalkabel, zekering en schakelaar wordt bepaald door de maxi- mumstroom van de unit. De maximumstroom wordt aangegeven op het typeplaatje op het zijpaneel van de unit. a. Strip de rubberen mantel van beide kant van de kabel met een kabelstripper, om ongeveer 40 mm van de draden vrij te maken. b. Strip de isolatie van beiden eindes van de draden. c. Krimp u-schoenen op de eindes van de draden met een krimptang.

LET OP KABELS ONDER SPANNING

Zorg er tijdens het krimpen van draden voor dat u de draad onder spanning ("L") duidelijk kunt onder- scheiden van ander draden.

WAARSCHUWING Alle bekabelingswerk moet strikt overeenkomstig het bedradingsschema, dat binnenin het kabeldeksel van de buitenunit weergegeven wordt, uitgevoerd worden.

2. Schroef het deksel van de elektrische bedrading los en verwijder het.

3. Schroef de kabelklem onder de klemmenstrook los en leg deze aan de kant.

4. Sluit de draad aan volgens het aansluitschema en schroef de u-schoen van elke draad stevig vast op

de betreffende klem.

5. Na het controleren of elke aansluiting stevig is, draait u de draden in een lus om te voorkomen dat er

water in de klemmenstrook loopt.

6. Zet de kabel vast op de unit met de kabelklem. Schroef de kabelklem stevig vast.

7. Isoleer niet gebruikte kabels met PVC elektrische tape. Plaats ze zodanig dat ze geen elektrische of

metalen onderdelen raken.

8. Plaats de kabelafdekking aan de zijkant van de unit terug en schroef deze vast.

Afdekking Schroef OPMERKING: Als de kabelklem er als volgt uitziet, kies dan de gepaste doorvoeropening, overeenkomstig de diameter van de draad. BELANGRIJK: Plaats, na het voltooien van de aansluiting, de bedrade stekkers op de juiste plaats, zoals hieronder wordt weergegeven, anders wordt het deksel van de elektrische bedrading opgetild.1

Een-dubbel Een-drie Gebruik de gesp om de kabel samen te drukken wanneer deze niet vast genoeg zit, zodat de kabel stevig vastgemaakt kan worden. J AANSLUITING VAN DE LEIDINGEN MET KOELMIDDEL De leidingen met koelmiddel aansluiten op de buitenunit OPGELET: Draag voor uw veiligheid altijd een veiligheidsbril en handschoenen tijdens het aansluiten van de leidingen. OPMERKING: Alle afbeeldingen zijn enkel ter verduidelijking. De werkelijke vorm van de buitenunit die u gekocht hebt kan lichtjes afwijken.

1. Verwijder eerst de wateropvang van de buitenunit zoals weergegeven in Afb. 6.1.1

2. Verwijder de plastic dichtingen van de buitenunit en de leidingen met koelmiddel pas net vooraleer u

ze aansluit, Afb. 6.2. Fig. 6.2

3. Lijn de leidingen met koelmiddel juist uit zodat ze zich op dezelfde hoogte bevinden van de kleppen

en niet onder spanning staan. Plaats de schroefkoppeling van de leidingen met koelmiddel juist op de draad van de buitenunit en zet deze eerst enkele omwentelingen met de hand vast, Afb. 6.3. OPMERKING: De leidingen moeten op de kleppen van de buitenunit worden aangesloten met ze weinig mogelijk spanning op de leidingen. BELANGRIJK: Vooraleer u verder gaat is het cruciaal dat u de volgende aanwijzingen aandachtig leest.1

4. Zet nu eerst de onderste schroefkoppeling en daarna de bovenste schroefkoppeling vast met de

steeksleutel. Houd de gemarkeerde punten “1” vast met een steeksleutel en draai alleen de schroev- en vast op de gemarkeerde punten “2” met een steeksleutel (Kies de gepaste sleutel overeenkomstig de afmetingen van de aansluiting), zie Afb. 6.4.

  • Zorg ervoor dat de schroefkoppelingen niet scheef staan als u ze vast zet en ga snel te werk. Bekijk de volgende pagina voor het juiste moment. BELANGRIJK: Omdat de koppeling werkt met tappende ringen kan deze lekken als u de koppeling verbreekt en de leidingen opnieuw aansluit. Hierdoor zal ook de garantie vervallen.

Fig. 6.4 Grootte van de koppeling (laatste 2 onderdeelnummers) Pound-force foot (1 bf-ft) Newton meter (N-m) Kilogram-force meter (kgf-m) 06 (9,5 mm punt/streep grootte)

16 (25,4 mm punt/streep grootte)

60 - 65 81.3 - 88.1 8.2 - 8.9

Controleer na het voltooien van stappen 1-4 dat alle aansluitingen goed afdichten met een lekdetec- tiemiddel of zeepsop. Als er luchtbellen worden gevormd, is er een lek in het systeem en moeten de schroefkoppelingen opnieuw worden vastgezet met een steeksleutel.

5. Verwijder nu het deksel van de bovenste klep met een 19 mm steeksleutel. Open de klep door ze zo

ver mogelijk in tegenwijzerzin te draaien met een 5 mm inbussleutel. De klep staat nu open. Als de klep niet volledig wordt geopend, kan het systeem slecht werken en worden beschadigd. Schroef het deksel terug op de bovenste klep en zet het goed vast om ervoor te zorgen dat het goed afdicht. Zie Afb. 6.5.1

6. Verwijder nu het deksel van de onderste klep met een 19 mm steeksleutel. Open de klep door ze

zo ver mogelijk in tegenwijzerzin te draaien met een 5 mm inbussleutel. De klep staat nu open. Als de klep niet volledig wordt geopend, kan het systeem slecht werken en worden beschadigd. Schroef het deksel terug op de onderste klep en zet het goed vast om ervoor te zorgen dat het goed afdicht. Zie Afb. 6.6. Fig. 6.6 Belangrijk! De conische ring op de klep heeft een belangrijke afdichtingsfunctie, samen met de zitting in de doppen. Zorg ervoor dat u de cone niet beschadigd en vrij houdt van vuil en stof.

7. Controleer na het voltooien van stappen 1-6 dat alle aansluitingen goed afdichten met een lekde-

tectiemiddel of zeepsop. Als er luchtbellen worden gevormd, is er een lek in het systeem en moet- en de schroefkoppelingen opnieuw worden vastgezet met een steeksleutel.

8. Start de apparatuur zodat de werkingsdrukken binnenin worden opgebouwd. Controleer alle

aansluitingen nogmaals op lekken1

a) tijdens de koelmodus b) in de verwarmingsmodus Als er luchtbellen worden gevormd, is er een lek in het systeem en moeten de schroefkoppelingen opnieuw worden vastgezet met een steeksleutel.

Voor de testrun Voer alleen een testrun uit wanneer u de volgende stappen voltooid hebt:

  • Elektrische veiligheidscontroles - Bevestig dat het elektrisch systeem van de unit veilig is en goed werkt
  • Controles op gaslekken - Controleer alle flensverbindingen en bevestig dat er geen lekken in het systeem zijn
  • Bevestig dat de gas- en vloeistofkleppen (hoge en lage druk) volledig open staan Elektrische veiligheidscontroles Bevestig na installatie dat alle elektrische bedrading geïnstalleerd is overeenkomstig lokale en nationale regelgeving en overeenkomstig de installatiehandleiding.

Controleer de aarding Meet de aarding door visuele detectie en een tester voor de aardingsweerstand. De aardingsweerstand moet minimaal 0,10 zijn. OPMERKING: Dit is mogelijk niet vereist op sommige plaatsen in de VS.

Controleer op elektrische lekstromen Gebruik tijdens de testrun een elektrosonde en multimeter om een uitgebreide test voor elektrische lekstromen uit te voeren. Als er een elektrische lekstroom gedetecteerd wordt, schakel de unit dan onmiddellijk uit en bel een erkend elektricien om de oorzaak van de lekstroom op te sporen en op te lossen. OPMERKING: Dit is mogelijk niet vereist op sommige plaatsen in de VS.

WAARSCHUWING - RISICO OP EEN ELEKTRISCHE SCHOK Alle bedrading moet conform lokale en nationale elektrische codes zijn en moet door een erkend elektricien geïnstalleerd worden. Controles op gaslekken Er zijn twee verschillende methoden om te controleren op gaslekken. De methode met water en zeep Breng met een zachte borstel wat zeepsop op vloeibaar reinigingsmiddel aan op alle aansluitpunten van leidingen van de binnen- en de buitenunit.De aanwezigheid van luchtbellen wijst op een lek. Methode met lekdetector Wanneer u een lekdetector gebruikt, raadpleeg dan de gebruikshandleiding van het apparaat voor de juiste gebruiksaanwijzingen.1

NA HET UITVOEREN VAN DE CONTROLES OP GASLEKKEN Na het bevestigen dat er GEEN verbindingen van leidingen lekken, vervangt u het klepdeksel op de buitenunit. Controlepunt van binnenunit Controlepunt van buitenunit A: Lagedrukafsluitklep B: Hogedrukafsluitklep C & D: Flensmoeren binnenunit

TESTRUN Instructies voor de testrun U moet de testrun minimaal 30 minuten uitvoeren.

1. Sluit de voeding aan op de unit.

2. Druk op de AAN/UIT-knop op de afstandsbediening om de unit in te schakelen.

3. Druk op de knop MODUS om de volgende functies te doorlopen, een voor een:

  • KOELEN - Selecteer de laagst mogelijke temperatuur
  • VERWARMEN - Selecteer de hoogst mogelijke temperatuur

4. Laat elke functie 5 minuten in werking en voer de volgende controles uit:

Lijst met uit te voeren controles GESLAAGD / GEZAKT Geen elektrische lekstroom Unit is goed geaard Alle elektrische klemmenstroken zijn goed afgedekt Binnen- en buitenunits zijn stevig geïnstalleerd Er lekken geen verbindingspunten van leidingen Buiten (2): Binnen (2): Het water stroomt vrij uit de afvoerslang Alle leidingen zijn goed geïsoleerd De unit KOELT goed De unit VERWARMT goed De luchtuitlaatkleppen van de binnenunit draaien goed De binnenunit reageert op de afstandsbediening

CONTROLEER DE LEIDINGVERBINDINGEN OPNIEUW

Tijdens bedrijf zal de druk van het koelmiddelcircuit toenemen. Dit kan er op wijzen dat er lekken zijn die niet aanwijzing waren tijdens uw initiële controle op lekken. Neem tijdens de testrun de tijd om opnieuw te controleren dat er geen verbindingspunten van de leidingen voor koelmiddel lekken. Raadpleeg het deel Controles op gaslekken voor instructies.

5. Doe het volgende na het succesvol voltooien van de testrun en na het bevestigen dat alle punten in de

lijst met controles GESLAAGD zijn:1

a. Zet de unit opnieuw op de normale bedrijfstemperatuur met de afstandsbediening. b. Wikkel de verbindingen van de leidingen met koelmiddel binnen die u vrij hebt gelaten tijdens de installatie van de binnenunit, in met isolatietape. WANNEER DE OMGEVINGSTEMPERATUUR LAGER IS DAN 16°C U kunt de afstandsbediening niet gebruiken om de modus KOELEN in te schakelen wanneer de omgevingstem- peratuur lager is dan 16° C. In dit geval kunt u de knop voor HANDMATIGE BEDIENING gebruiken om de func- tie KOELEN te testen.

1. Til het voorpaneel van de binnenunit op tot het op zijn plaats klikt.

2. De knop HANDMATIGE BEDIENING bevindt zich aan de rechterkant van de unit. Druk er 2 keer op om de

functie KOELEN te selecteren.

3. Voer de testrun uit zoals normaal.

Knop voor handmatige bediening M GARANTIEVOORWAARDEN Dit airconditioner wordt geleverd met een garantie van 48 maanden op de compressor en 24 maanden op de andere onderdelen, te beginnen op de datum van aankoop. De volgende regels zijn van toepassing:

1. We weigeren expliciet alle andere schuldvorderingen, inclusief schuldvorderingen voor nevenschade.

2. Herstellingen aan of vervanging van onderdelen tijdens de garantieperiode zullen niet leiden tot ver-

lengen van de garantieperiode.

3. De garantie is niet meer geldig wanneer er veranderingen aangebracht zijn, er niet-originele onderdelen

gebruikt zijn of wanneer er herstellingen door derde partijen uitgevoerd zijn.

4. Onderdelen onderhevig aan normale slijtage, zoals het filter, vallen niet onder de garantie.

5. De garantie is enkel geldig wanneer u de originele, gedateerde aankoopfactuur kan voorleggen en als

er geen aanpassingen zijn aangebracht.

6. De garantie dekt geen schade die veroorzaakt werd door nalatigheid of door acties die afwijken van

deze in dit instructieboekje.

7. Transportkosten en de risico’s verbonden aan het transport van de airconditioner of onderdelen van de

airconditioner zijn steeds voor rekening van de koper.

8. Schade die veroorzaakt werd door gebruik van niet geschikte filters, wordt niet gedekt door de garantie.

9. Verlies van koelmiddel en/of een lek omwille van slecht aansluiten/loskoppelen van de units en/of het

aansluiten/loskoppelen van de units door niet gekwalificeerd personeel, wordt niet gedekt door de garantie, overeenkomstig de voorwaarden die gelden voor dit product. Schade aan units niet gemonteerd, aangesloten en/of losgekoppeld werden overeenkomstig de lokale wet en/of regelgeving en/of waarbij de richtlijnen in deze handleiding niet gevolgd werden, worden niet gedekt door de garantie, overeen- komstig de voorwaarden die gelden voor dit product.1

Wanneer deze aanwijzingen geen oplossing bieden, raadpleeg dan uw verdeler voor reparaties. Zorg ervoor dat u in het onwaarschijnlijke geval dat loskoppelen nodig is, dat dit altijd uitgevoerd wordt door gekwali- ficeerd, bevoegd personeel en overeenkomstig uw lokale wetten en regelgeving. Verwijder geen elektrische apparaten als ongesorteerd huishoudelijk afval. Gebruik aparte inzamelvoorzieningen. Contacteer uw lokale overheid voor informatie over de beschikbare inzamelvoorzieningen. Wanneer elektrische apparaten achtergelaten worden op stortplaatsen of vuilnisbelten kunnen gevaarlijke stoffen in het grondwater lekken en in de voedingsketen terecht komen, en zo uw welzijn en gezondheid schaden. Bij het vervangen van oude appara- ten is de kleinhandelaar wettelijk verplicht uw oude apparaat gratis over te nemen en het te verwijderen. Werp geen batterijen in vuur, waar ze kunnen ontploffen of gevaarlijke vloeistof- fen kunnen vrijgeven. Wanneer u de afstandsbediening vervangt of vernietigt, verwijder de batterijen dan en gooi ze weg overeenkomstig de geldende regelgeving, omdat ze gevaarlijk voor het milieu kunnen zijn. Milieu-informatie: Deze apparatuur bevat gefluoreerde broeikasgassen, die onder het Kyotoprotocol vallen. Ze mag allen onderhouden of gedemonteerd worden door professioneel, opgeleid personeel. Deze apparatuur bevat R32-koelmiddel, in de mate die in bovenstaande tabel weergegeven wordt. Ontlucht R32 niet naar de atmosfeer: R32 is een gefluoreerd broeikasgas met een globaal opwarmingspotentieel (GWP) = 675 Internet: Voor uw gemak kunt de laatste versie van de gebruiks-, installatie- en/of onderhoudshandleiding downloaden op www.Qlima.com1

Als u informatie nodig hebt of als u een probleem hebt, bezoek dan de onze website (www.qlima.nl / www.qlima.be) of neem contact op met de afdeling sales support (T: +31 412 694 694 / +32 (0)3 326 39 39).

Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : QLIMA

Model : SC6026

Categorie : Airconditioning