BOSCH KGN39VIBT - Koelkast

KGN39VIBT - Koelkast BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis KGN39VIBT BOSCH in PDF-formaat.

📄 112 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice BOSCH KGN39VIBT - page 86
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE Italiano IT Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BOSCH

Model : KGN39VIBT

Categorie : Koelkast

Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KGN39VIBT - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KGN39VIBT van het merk BOSCH.

GEBRUIKSAANWIJZING KGN39VIBT BOSCH

1.1 Algemene aanwijzingen ...........86

1.2 Bestemming van het appa-

raat ...........................................86

1.3 Inperking van de gebruikers ....86

2 Het voorkomen van materiële schade ........................................92 3 Milieubescherming en bespa- ring..............................................92

3.1 Afvoeren van de verpakking ....92

3.2 Energie besparen.....................92

4 Opstellen en aansluiten.............92

4.1 Leveringsomvang .....................92

4.2 Criteria voor de opstellocatie ...93

4.3 Apparaat monteren ..................93

4.4 Het apparaat voor het eerste

gebruik voorbereiden ...............93

4.5 Apparaat elektrisch aanslui-

7.2 Opmerkingen bij het gebruik ...95

10.1 Tips voor het bewaren van

levensmiddelen in het koel- vak..........................................98

10.2 Koudezones in het koelvak....99

11.3 Tips voor het bewaren van

levensmiddelen in het vries- vak..........................................99

11.4 Tips voor het bevriezen van

verse levensmiddelen ..........100

11.5 Houdbaarheid van de diep-

vrieswaren bij −18°C ..........100

11.6 Ontdooimethodes voor

diepvrieswaren .....................100 12 Ontdooien...............................101

12.1 Ontdooien in het vriesvak ....101

13 Reiniging en onderhoud........101

13.1 Apparaat voorbereiden

voor reiniging .......................101

14.2 Apparaatzelftest uitvoeren....106nl

15 Opslaan en afvoeren..............106

15.1 Apparaat buiten gebruik

stellen ...................................106

15.2 Afvoeren van uw oude ap-

productienummer (FD).........108 17 Technische gegevens............108nl Veiligheid

1 Veiligheid Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht. 1.1 Algemene aanwijzingen ¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. ¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor la- ter gebruik of voor volgende eigenaren. ¡ Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan. 1.2 Bestemming van het apparaat Gebruik het apparaat uitsluitend: ¡ om levensmiddelen te koelen en in te vriezen en voor de berei- ding van ijsblokjes. ¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de hui- selijke omgeving. ¡ tot een hoogte van 2000m boven zeeniveau. 1.3 Inperking van de gebruikers Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkin- gen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toe- zicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het appa- raat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen indien deze niet onder toezicht staan. Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/ diepvriezer vullen en legen. 1.4 Veiliger transport WAARSCHUWING‒Kans op letsel! Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels ver- oorzaken.

Het apparaat niet alleen optillen.Veiligheid nl

1.5 Veilige installatie WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok! Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.

Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de ge- gevens op het typeplaatje.

Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïn- stalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wis- selstroom aansluiten.

Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moet conform de elektrotechnische voorschriften zijn geïnstalleerd.

Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bij- voorbeeld een tijdschakelaar of besturing op afstand.

Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegang niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie een alpolige scheidingsinrichting volgens de installatievoor- schriften worden ingebouwd.

Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd. Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.

Nooit het aansluitsnoer met warmtebronnen in contact brengen. WAARSCHUWING‒Kans op explosie! Wanneer de ventilatie-openingen van het apparaat zijn gesloten, dan kan bij een lek van het koude circuit een brandbaar gas-lucht- mengsel ontstaan.

Sluit ventilatie-openingen in de behuizing van het apparaat of in de inbouwbehuizing niet af. WAARSCHUWING‒Kans op brand! Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adap- ters is gevaarlijk.

Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.

Als het netsnoer te kort is, contact opnemen met de service- dienst.

Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters gebruiken.nl Veiligheid

Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare net- voedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.

Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen niet aan de achterkant van de apparaten plaat- sen. 1.6 Veilig gebruik WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok! Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.

Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes.

Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid.

Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het ap- paraat te reinigen. WAARSCHUWING‒Kans op verstikking! Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.

Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.

Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen. Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hier- door stikken.

Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.

Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen. WAARSCHUWING‒Kans op explosie! Door beschadiging van de koudemiddelkringloop kan brandbaar koudemiddel lekken en exploderen.

Gebruik voor het versnellen van het ontdooien geen andere me- chanische inrichtingen of andere middelen dan diegene die door de fabrikant zijn aanbevolen.

Maak vastgevroren levensmiddelen met een stomp voorwerp los, bijv. met een steel van een houten lepel. Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen kun- nen exploderen, bijv. spuitbussen.

Bewaar geen producten met brandbare drijfgassen en explosie- ve stoffen in het apparaat.Veiligheid nl

WAARSCHUWING‒Kans op brand! Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brand leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders.

Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat. WAARSCHUWING‒Kans op letsel! Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten.

Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het vriesvak bewaren. Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen.

De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet be- schadigen. Het apparaat kan kantelen.

Niet op de plint, laden of deuren staat of leunen. WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden! Onderdelen aan de achterkant van het apparaat worden tijdens het gebruik heet.

Raak de hete onderdelen nooit aan. WAARSCHUWING‒Kans op koude-brandwonden! Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan tot brandwonden door koude leiden.

Nooit diepvrieswaren in de mond nemen nadat deze uit het vriesvak werden genomen.

Vermijd langer contact van de huid met diepvrieswaren, ijs en oppervlakken van het vriesvak. VOORZICHTIG‒Kans op gevaar voor de gezondheid! Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van le- vensmiddelen te voorkomen.

Wanneer de deur langere tijd wordt geopend, kan dit leiden tot een aanzienlijke temperatuurstijging in de vakken van het appa- raat.

Maak de oppervlakken, die met levensmiddelen en toegankelij- ke afvoersystemen in contact komen, regelmatig schoon.nl Veiligheid

Rauw vlees en vis in geschikte containers in de koelkast dusda- nig bewaren dat het niet in contact komt met andere levensmid- delen of op deze drupt.

Wanneer het koel-/vriesapparaat langere tijd leeg staat, het ap- paraat uitschakelen, ontdooien, reinigen en de deur open laten, om schimmelvorming te voorkomen. Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kun- nen aluminium bevatten. Wanneer zure levensmiddelen in contact komen met aluminium in contact komen, dan kunnen aluminiumio- nen overdragen naar de levensmiddelen.

Verontreinigde levensmiddelen niet consumeren. 1.7 Beschadigd apparaat WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok! Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaar- lijk.

Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.

Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektri- citeitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken.

Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de ze- kering in de meterkast uitschakelen.

Contact opnemen met de servicedienst. →Pagina107 Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.

Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden ge- bruikt voor reparatie van het apparaat.

Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.Veiligheid nl

WAARSCHUWING‒Kans op brand! Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemid- del en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.

Houd vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat.

Het apparaat uitschakelen. →Pagina96

De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

Neem contact op met de service-afdeling. →Pagina107nl Het voorkomen van materiële schade

Het voorkomen van materiële schade 2 Het voorkomen van materiële schade Het voorkomen van materiële schade LET OP! Door het gebruik van de plint, laden of apparaatdeuren als zitvlak of op- stapje kan het apparaat beschadigd raken.

Niet op de plint, laden of deuren staat of leunen. Door verontreinigingen met olie of vet kunnen kunststofdelen en deurafdich- tingen poreus worden.

Houd kunststofdelen en deuraf- dichtingen olie- en vetvrij. Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen alu- minium bevatten. Aluminium reageert bij contact met zure levensmiddelen.

Geen levensmiddelen onverpakt in het apparaat bewaren. Milieubescherming en besparing 3 Milieubescherming en besparing Milieubescherming en besparing 3.1 Afvoeren van de verpak- king De verpakkingsmaterialen zijn milieu- vriendelijk en kunnen worden herge- bruikt.

De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren. 3.2 Energie besparen Als u deze aanwijzingen opvolgt, ver- bruikt uw apparaat minder stroom. Keuze van de opstellingslocatie ¡ Stel het apparaat niet bloot aan di- rect zonlicht. ¡ Plaats het apparaat zo ver moge- lijk van radiatoren, fornuis en ande- re warmtebronnen: – Houd 30mm afstand aan tot elektrische- of gasfornuizen. – Houd 300mm afstand aan tot olie- en kolenfornuizen. ¡ Houd een kleine afstand tot de zij- wand aan. ¡ Nooit de externe ventilatie-opening afdekken of dicht maken. Energie besparen bij het gebruik. Opmerking:De plaatsing van de uit- rustingsonderdelen heeft geen in- vloed op het energieverbruik van het apparaat. ¡ Open het apparaat slechts kort en sluit het zorgvuldig. ¡ Nooit de ventilatie-openingen bin- nenin, of de ventilatieroosters aan de buitenzijde afdekken of dicht maken. ¡ Transporteer gekoelde levensmid- delen in een koeltas en leg ze snel in het apparaat. ¡ Warm voedsel en dranken eerst la- ten afkoelen, daarna in het appa- raat plaatsen. ¡ Leg om de koude van de diep- vriesproducten te benutten, deze ter ontdooiing in het koelvak. ¡ Laat altijd wat ruimte tussen de le- vensmiddelen en de achterwand. Opstellen en aansluiten 4 Opstellen en aansluiten Opstellen en aansluiten 4.1 Leveringsomvang Controleer na het uitpakken alle on- derdelen op transportschade en de volledigheid van de levering. Neem bij klachten met uw dealer of onze servicedienst →Pagina107 contact op. De levering bestaat uit:Opstellen en aansluiten nl

¡ Vrijstaand apparaat ¡ Uitrusting en accessoires

¡ Montagehandleiding ¡ Gebruiksaanwijzing ¡ Klantenservice overzicht ¡ Garantiebijlage

¡ Energielabel ¡ Informatie over energieverbruik en geluiden 4.2 Criteria voor de opstello- catie WAARSCHUWING Kans op explosie! Wanneer het apparaat in een te klei- ne ruimte staat, kan er bij een lek van het koudecircuit een brandbaar gas- luchtmengsel ontstaan.

Stel het apparaat uitsluitend op in een ruimte, welke tenminste een volume heeft van 1m

per 8g koudemiddel. De hoeveelheid van het koudemiddel staat op het type- plaatje. →Fig.

Het gewicht van het apparaat kan af- hankelijk van het model tot 120 be- dragen. De ondergrond moet stabiel genoeg zijn om het gewicht van het apparaat te dragen. Toegestane ruimtetemperatuur De toegestane kamertemperatuur is afhankelijk van de klimaatklasse van het apparaat. De klimaatklasse vindt u op het type- plaatje. →Fig.

Klimaat- klasse Toegestane ruimte- temperatuur SN 10°C…32°C Klimaat- klasse Toegestane ruimte- temperatuur N 16°C…32°C ST 16°C…38°C T 16°C…43°C Het apparaat is volledig functioneel binnen de toegestane binnentempe- ratuur. Wanneer u een apparaat van de kli- maatklasse SN gebruikt bij lagere ka- mertemperaturen, dan kunnen be- schadigingen aan het apparaat tot een kamertemperatuur van 5°C wor- den uitgesloten. 4.3 Apparaat monteren

Het apparaat conform meegelever- de montagehandleiding monteren. 4.4 Het apparaat voor het eer- ste gebruik voorbereiden

1. Haal het informatiemateriaal er uit.

2. Verwijder de beschermfolie en

transportborgingen, bijv. plakstrips en karton.

3. Het apparaat voor de eerste keer

reinigen. →Pagina101 4.5 Apparaat elektrisch aan- sluiten

1. De netstekker van het aansluit-

snoer van het apparaat in een stopcontact in de omgeving van het apparaat steken. De aansluitgegevens van het ap- paraat staan op het typeplaatje.

Afhankelijk van de apparaatuitvoering

2. De netstekker op vastheid contro-

leren. a Het apparaat is nu gereed voor ge- bruik. Uw apparaat leren kennen 5 Uw apparaat leren ken- nen Uw apparaat leren kennen 5.1 Apparaat Hier vindt u een overzicht van de on- derdelen van uw apparaat.

Deurrek voor grote flessen

  • Pagina95 Opmerking:Verschillen tussen uw apparaat en de afbeeldingen zijn mo- gelijk op basis van uitrusting en grootte. 5.2 Bedieningspaneel Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruiks- toestand.

schakelt het waar- schuwingssignaal uit.

schakelt Superkoe- len in of uit.

Toont de ingestelde tempera- tuur van het vriesvak in°C.

Toont de ingestelde tempera- tuur van het koelvak in°C.

schakelt het apparaat in of uit. Uitrusting 6 Uitrusting Uitrusting De uitrusting van uw apparaat is mo- delafhankelijk. 6.1 Legplateau Om de schappen naar wens te varië- ren, kunt u het schap uitnemen en op een andere positie weer plaatsen.

  • "Plateau verwijderen", Pagina102 6.2 Flessenrek Bewaar flessen veilig op het flessen- rek. Om het flessenrek naar wens te vari- ëren, kunt u het flessenrek verwijde- ren en op een andere plaats weer te- rugzetten.
  • "Plateau verwijderen", Pagina102 6.3 Bewaarlade In de bewaarlade heersen lagere temperaturen dan in het koelvak. Temperaturen onder 0°C kunnen tij- delijk optreden. Om temperaturen in de buurt van 0°C in de bewaarladen te bereiken, de koelvaktemperatuur op 2°C instel- len.De Bediening in essentie nl

Gebruik de lagere temperaturen in de lade om snel bedervende levens- middelen te bewaren, bijv. vis, vlees en worst. 6.4 Groente- en fruitlade Bewaar vers fruit en groente verpakt in de fruit- en groentelade. Bewaar gesneden fruit en groente af- gedekt of luchtdicht verpakt. Afhankelijk van de soort levensmid- delen en de hoeveelheid kan zich in de fruit- en groentelade condenswa- ter vormen. Verwijder het condenswater met een droge doek. Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit en het aroma behouden blijven, moet u koudegevoelig fruit en groente bui- ten het apparaat bewaren bij tempe- raturen van ca. 8 °C tot 12 °C, bijv. ananas, bananen, citrusvruchten, au- gurken, courgette, paprika, tomaten en aardappelen. 6.5 Deurrekken Om het deurrek naar behoefte te vari- ëren kunt u het deurrek er uit nemen en op een andere positie weer plaat- sen.

  • "Deurrek verwijderen", Pagina102 6.6 Accessoires Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd. De accessoires van het apparaat zijn afhankelijk van het model. Eierplateau Bewaar eieren veilig op het eierpla- teau. IJsblokjesschaal Gebruik de ijsblokjesschaal om ijs- blokjes te maken. IJsblokjes maken Gebruik voor het maken van ijsblok- jes uitsluitend drinkwater.

1. Vul de schaal voor ijsblokjes voor

¾ met drinkwater en plaats deze in het diepvriesvak. Vastgevroren ijsblokjesschaal al- leen met een bot voorwerp, bijv. steel van een lepel, losmaken.

2. Om deijsblokjesschaal los tema-

ken de ijsblokjesschaal iets torde- ren of kort onder stromend water houden. De Bediening in essentie 7 De Bediening in essen- tie De Bediening in essentie 7.1 Apparaat inschakelen

1. Het apparaat elektrisch aansluiten.

  • Pagina93 Opmerking:Wanneer het apparaat eerder via het bedieningspaneel werd uitgeschakeld, 3se- conden ingedrukt houden. a Het apparaat begint te koelen. a Er klinkt een waarschuwingssig- naal, het temperatuurdisplay (vries- vak) en knipperen omdat het vriesvak nog te warm is.

2. Het waarschuwingssignaal met

uitschakelen. a gaat uit zodra de ingestel- de temperatuur is bereikt.

3. De gewenste temperatuur instellen.

  • Pagina96 7.2 Opmerkingen bij het ge- bruik ¡ Wanneer u het apparaat heeft in- geschakeld, duurt het tot enkele uren voordat de ingestelde tempe- ratuur wordt bereikt.nl Extra functies

Plaats geen levensmiddelen in het apparaat voordat de ingestelde temperatuur is bereikt. ¡ De kopzijden van de behuizing worden tijdelijk licht verwarmd. Dit voorkomt vorming van condenswa- ter in de zone van de deurafdich- ting. ¡ Wanneer u de deur sluit, kan een onderdruk ontstaan. De deur gaat dan alleen moeilijker open. Wacht een ogenblik tot de onderdruk wordt gecompenseerd. 7.3 Machine uitschakelen

3Seconden ingedrukt hou- den. 7.4 Temperatuur instellen Koelvaktemperatuur instellen

Op de gewenste temperatuur druk- ken. De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4°C. Vriesvaktemperatuur instellen

Op de gewenste temperatuur druk- ken. De aanbevolen temperatuur in het vriesvak bedraagt −18°C. Extra functies 8 Extra functies Extra functies 8.1 Superkoelen Bij het Superkoelen koelt het koelvak zo koud mogelijk. Schakel Superkoelen vóór het inla- den van grote hoeveelheden levens- middelen in. Opmerking:Als Superkoelen is inge- schakeld, kan er meer geluid ont- staan. Superkoelen inschakelen

Druk op . a brandt. Opmerking:Na ca. 6 uur schakelt het apparaat over op de normale werking. Superkoelen uitschakelen

indrukken. 8.2 Automatisch Supervrie- zen Bij het automatisch Supervriezen koelt het vriesvak duidelijk op een la- gere temperatuur dan bij de normale werking. Hierdoor bevriezen de le- vensmiddelen sneller tot in de kern. De automatische Supervriezen scha- kelt in als u verse levensmiddelen van rechts beginnend in de onderste diepvrieslade legt. Het automatische Supervriezen is af- fabriek geactiveerd. U kunt het auto- matische Supervriezen deactiveren. Als het automatische Supervriezen is ingeschakeld, brandt en er kunnen meer geluiden ontstaan. Het apparaat schakelt na het verstrij- ken van het automatisch Supervrie- zen op normale werking. Automatisch Supervriezen activeren

5seconden ingedrukt houden. a Als er 2 akoestische signalen te horen zijn, is het automatische Su- pervriezen geactiveerd.Extra functies nl

5seconden ingedrukt houden. a Als er 3 akoestische signalen te horen zijn, dan is het automatische Supervriezen gedeactiveerd. Automatisch Supervriezen annuleren

Druk op . 8.3 Handmatig Supervriezen Bij het Supervriezen koelt het vries- vak zo koud mogelijk. Schakel Supervriezen 4 tot 6 uur voor het inladen van een hoeveelheid levensmiddelen vanaf 2 kg in het vriesvak in. Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u Supervriezen.

  • "Voorwaarden voor invriesvermo- gen", Pagina99 Opmerking:Als Supervriezen is inge- schakeld, kan er meer geluid ont- staan. Handmatig Supervriezen inschakelen

Druk op . a brandt. Opmerking:Na ca. 54 uur schakelt het apparaat over op de normale werking. Handmatig Supervriezen uitschakelen

Druk op . 8.4 Sabbat-modus Opdat u het apparaat ook op sabbat kunt gebruiken, schakelt de Sabbat- modus alle niet absoluut benodigde functies uit. Tijdens de Sabbat-modus zijn de volgende functies uitgeschakeld: ¡ Superkoelen ¡ Automatische Supervriezen en handmatige Supervriezen ¡ Alarm ¡ Binnenverlichting ¡ Akoestische signalen ¡ Meldingen op het bedieningspa- neel Opmerking:Tijdens de Sabbat-mo- dus schakelt de verlichting van het bedieningspaneel uit. brandt met gereduceerde helderheid. Sabbat-modus inschakelen

15Seconden ingedrukt houden, tot een akoestisch signaal klinkt. a brandt. Opmerking:Na ca. 80 uur schakelt het apparaat over op de normale werking. Sabbat-modus uitschakelen

15Seconden ingedrukt houden, tot een akoestisch signaal klinkt.nl Alarm

Alarm 9 Alarm Alarm 9.1 Deuralarm Als de deur van het apparaat langere tijd open staat wordt het deuralarm ingeschakeld. Er klinkt een waarschuwingssignaal, knippert en de ingestelde temperatuur van het betroffen vak knippert. Deuralarm uitschakelen

De apparaatdeur sluiten of op drukken. a Het waarschuwingssignaal is uitge- schakeld. 9.2 Temperatuuralarm Wanneer het te warm is in het vries- vak, wordt het temperatuuralarm ge- activeerd. Er klinkt een waarschuwingssignaal, de ingestelde temperatuur (vries- vak)en knipperen. VOORZICHTIG Kans op gevaar voor de gezond- heid! Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.

Half of geheel ontdooide diepvries- waren niet opnieuw invriezen.

Het voedsel pas na koken of bra- den opnieuw invriezen.

De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten. Het temperatuuralarm kan in de volgende gevallen inschakelen: ¡ Het apparaat wordt in gebruik ge- nomen. Levensmiddelen pas in het appa- raat inruimen wanneer de ingestel- de temperatuur is bereikt. ¡ Er worden grote hoeveelheden ver- se levensmiddelen ingeruimd. Voor het in het apparaat inruimen van grote hoeveelheden levens- middelen Supervriezen inschake- len. ¡ De deur van het vriesvak is te lang geopend. Controleer of het diepvriesproduct deels of geheel is ontdooid. Temperatuuralarm uitschakelen

indrukken. a Het waarschuwingssignaal is uitge- schakeld. Koelvak 10 Koelvak Koelvak In het koelvak kunt u vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, bereide gerechten en brood en banket bewa- ren. De temperatuur is van 2°C tot 8°C instelbaar. Door de koelopslag kunt uook licht bederfelijke levensmiddelen opkorte ofmiddellange termijn bewaren. Hoe lager de gekozen temperatuur is, des te langer blijven de levensmiddelen vers. 10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak ¡ Alleen verse en onbeschadigde le- vensmiddelen inruimen. ¡ Bewaar de levensmiddelen lucht- dicht verpakt of afgedekt. ¡ Laat warme etenswaren en dran- ken eerst afkoelen. ¡ Houd de door de fabrikant vermel- de houdbaarheidsdatum of ge- bruiksdatum in acht.Vriesvak nl

10.2 Koudezones in het koel- vak Door de luchtcirculatie in et koelvak ontstaan verschillende koudezones. Koudste zone De koudste zone is tussen de op de zijkant gestempelde pijl en het eron- der liggende legplateau. Tip:Bewaar snel bedervende levens- middelen in de koudste zone, bijv. vis, worst en vlees. Warmste zone De warmste zone bevindt zich hele- maal bovenaan in de deur. Tip:Bewaar minder gevoelige le- vensmiddelen in de warmste zone, bijv. harde kaas en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar. Vriesvak 11 Vriesvak Vriesvak In het vriesvak kunt u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes maken. De temperatuur is van −16°C tot −24°C instelbaar. Langdurig bewaren van levensmidde- len moet opeen temperatuur van – 18°C of lager gebeuren. Door het invriezen kunt u bederfelijke levensmiddelen gedurende lange tijd bewaren. De lage temperaturen ver- tragen of stoppen het bederven. 11.1 Invriescapaciteit Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoe- veel uur tot in de kern kan worden in- gevroren. Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje. →Fig.

Voorwaarden voor invriesvermogen

1. Ca. 24 uur vóór het inladen van

verse levensmiddelen, Supervrie- zen inschakelen.

  • "Handmatig Supervriezen in- schakelen", Pagina97

2. De levensmiddelen eerst van

rechts beginnend in de onderste diepvrieslade leggen. 11.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken Kom te weten hoe u de maximale hoeveelheid diepvriesproducten in het vriesvak kunt doen.

1. Alle uitrustingsdelen verwijderen.

2. De levensmiddelen rechtstreeks

op de plateaus en de bodem van het vriesvak bewaren. 11.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak ¡ Bewaar de levensmiddelen lucht- dicht verpakt. ¡ Breng in te vriezen levensmiddelen niet in aanraking met ingevroren levensmiddelen. ¡ De levensmiddelen naast elkaar in de vakken of diepvriesladen leg- gen.nl Vriesvak

¡ Om grotere hoeveelheden verse levensmiddelen snel en voorzichtig in te vriezen, deze in de onderste diepvriesladen leggen. ¡ Voor een goede luchtcirculatie in het apparaat de diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven. 11.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmidde- len ¡ Alleen verse en onberispelijke le- vensmiddelen bevriezen. ¡ Levensmiddelen per portie invrie- zen. ¡ Bereide levensmiddelen zijn beter geschikt dan rauw eetbare levens- middelen. ¡ Groente vóór het invriezen wassen, kleiner maken en blancheren. ¡ Fruit vóór het invriezen wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascorbinezuur- oplossing toevoegen. ¡ Voor het invriezen geschikte le- vensmiddelen zijn bijv. bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild en gevogelte, eieren zonder schaal, kaas, boter, kwark, kant-en-klaar- gerechten en etensresten. ¡ Voor het invriezen ongeschikte le- vensmiddelen zijn bijv. kropsla, ra- dijsjes, eieren met schaal, druiven, rode appels en peren, yoghurt, zu- re room, crème fraîche en mayo- naise. Diepvrieswaren verpakken Geschikt verpakkingsmateriaal en de juiste soort verpakking behouden in hoge mate de productkwaliteit en vermijden vriesbrand.

2. De lucht eruit drukken.

3. De verpakking luchtdicht afsluiten

om te voorkomen dat de levens- middelen hun smaak verliezen of uitdrogen.

4. De verpakking met de inhoud van

de invriesdatum voorzien. 11.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij −18°C Product Bewaartijd Vis, worst, klaarge- maakte gerechten, brood en banket Tot 6 maan- den Gevogelte, vlees Tot 8 maan- den Groente, fruit Tot 12 maan- den De erop gedrukte vrieskalender geeft de maximale bewaartijd in maanden aan bij een constante temperatuur van –18°C. 11.6 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren VOORZICHTIG Kans op gevaar voor de gezond- heid! Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.

Half of geheel ontdooide diepvries- waren niet opnieuw invriezen.

Het voedsel pas na koken of bra- den opnieuw invriezen.

De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten. ¡ Dierlijke levensmiddelen in het koelvak ontdooien, bijv. vis, vlees, kaas en kwark. ¡ Brood bij kamertemperatuur ont- dooien.Ontdooien nl

¡ Levensmiddelen voor directe con- sumptie in de magnetron, in de oven of op het fornuis bereiden. Ontdooien 12 Ontdooien Ontdooien 12.1 Ontdooien in het vries- vak Door hetvolledig automatische “NoF- rost”-systeem blijft hetvriesvak vorst- vrij. Ontdooien isniet nodig. Reiniging en onderhoud 13 Reiniging en onder- houd Reiniging en onderhoud Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken. De reiniging van ontoegankelijke plaatsen moet door de servicedienst worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst kunnen kosten verbonden zijn. 13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging

1. Het apparaat uitschakelen.

2. Haal de stekker van het apparaat

uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

3. Alle levensmiddelen eruit halen en

op een koele plaats bewaren. Indien beschikbaar koelelementen op de levensmiddelen leggen.

4. Verwijder alle uitrustingsdelen en

accessoires uit het apparaat.

groentelade verwijderen.

  • Pagina102 13.2 Apparaat schoonmaken WAARSCHUWING Kans op elektrische schok! Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.

Geen stoomreiniger of hogedruk- reiniger gebruiken om het appa- raat te reinigen. Vloeistof in de verlichting, in de be- dieningselementen of in de interne ventilatie-openingen kan gevaarlijk zijn.

Het afwaswater mag niet in de ver- lichting, in de bedieningselemen- ten of in de inwendige ventilatie- openingen terechtkomen. LET OP! Ongeschikte reinigingsmiddelen kun- nen de oppervlakken van het appa- raat beschadigen.

Geen harde schuur- of afwas- sponsjes gebruiken.

Geen scherpe of schurende reini- gingsmiddelen gebruiken.

Geen sterk alcoholhoudende reini- gingsmiddelen gebruiken. Wanneer u uitrustingsdelen en acces- soires in de vaatwasser reinigt, kun- nen deze vervormen of verkleuren.

Nooit uitrustingsdelen en accessoi- res in de vaatwasser reinigen.

1. Apparaat voorbereiden voor reini-

2. Het apparaat, de uitrustingsdelen,

de accessoires en de deurafdich- tingen met een vaatdoek, lauw wa- ter en een beetje pH-neutraal af- wasmiddel reinigen.

3. Met een zachte, droge doek gron-

dig nadrogen.nl Reiniging en onderhoud

4. De uitrustingsdelen plaatsen en de

apparaatdelen inbouwen.

5. Het apparaat elektrisch aansluiten.

6. Doe de levensmiddelen in het ap-

paraat. 13.3 Onderdelen eruit halen Neem wanneer u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen deze uit het ap- paraat. Plateau verwijderen

Het plateau van achteren optillen en verwijderen .

Het deurrek omhoog tillen en ver- wijderen.

Bewaarlade verwijderen

1. De lade tot de aanslag eruit trek-

2. Til de bewaarlade aan de voorkant

op en verwijder deze .

Groente- en fruitlade verwijderen

1. De fruit- en groentelade tot de aan-

2. Til de fruit- en groentelade aan de

voorzijde op en verwijder deze

Diepvrieslade verwijderen

1. De diepvrieslade tot aan de aan-

2. De diepvrieslade vooraan optillen

Ladefront verwijderen U kunt het ladefront van de fruit en groentelade en de vriesproductenla- de verwijderen voor het gemakkelij- ker schoonmaken.

Druk de klikhaken aan de zijkant van de lade in en verwijder het ladefront middels een draaibewe- ging van de lade .

13.4 Apparaatonderdelen de- monteren Als u uw apparaat grondig wilt reini- gen, kunt u bepaalde onderdelen uit uw apparaat demonteren. Legplateau boven de fruit- en groentelade verwijderen

1. De fruit- en groentelade verwijde-

2. Verwijder de bewaarlade

3. Om de haken aan de zijkanten los

te maken, het afdichtframe naar boven en naar buiten drukken.

ken het afdichtframe optillen en naar achteren schuiven.

5. Het afdichtframe verwijderen.

6. Het plateau boven de fruit- en

groentelade optillen en zijdelings eruit draaien.

Storingen verhelpen 14 Storingen verhelpen Storingen verhelpen Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten. WAARSCHUWING Kans op elektrische schok! Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.

Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor repa- ratie van het apparaat.

Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een an- dere gekwalificeerde persoon. Storing Oorzaak en probleemoplossing Apparaat koelt niet, in- dicaties en verlichting branden. Het presentatielicht is ingeschakeld.

1. Houd 9 tot 11seconden ingedrukt tot een

geluidssignaal te horen is.

2. Controleer na korte tijd of uw apparaat koelt.

Zijpanelen van het ap- paraat zijn warm. Geen storing. In de zijwanden lopen buizen welk tij- dens het koelproces warm worden. Meubels die tegen het apparaat staan, worden niet beschadigd door de warmte. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. Temperatuurdisplays en branden. Er is een sensor defect.

Neem contact op met de servicedienst. Het nummer van de servicedienst vindt u in het bij- gevoegde overzicht van servicediensten. Er klinkt een waar- schuwingssignaal, de ingestelde tempera- tuur (koelvak) en knipperen. Deur van het koelvak is open.

Sluit de deur van het koelvak. Er klinkt een waar- schuwingssignaal, de ingestelde tempera- tuur (vriesvak)en knipperen. Verschillende oorzaken zijn mogelijk.

Druk op . a Schakel het alarm uit. Vriesvakdeur is open.

Sluit de vriesvakdeur. Ventilatieroosters aan de buitenkant zijn afgedekt.

Verwijder blokkades voor de externe ventilatieroos- ters.nl Storingen verhelpen

Storing Oorzaak en probleemoplossing Er klinkt een waar- schuwingssignaal, de ingestelde tempera- tuur (vriesvak)en knipperen. Er zijn grotere hoeveelheden verse levensmiddelen in- geruimd.

Overschrijd het vriesvermogen niet.

  • "Invriescapaciteit", Pagina99 Ingestelde tempera- tuur wordt niet bereikt. Volautomatische ont- dooien werkt niet meer. De deur van het vriesvak was te lang geopend. Er zit heel veel ijs op de verdamper (koudegenerator) in het NoFrost-systeem. Vereiste:De diepvrieswaren zijn goed geïsoleerd en worden op een koele plaats bewaard.

Schakel het apparaat uit. →Pagina96

2. Koppel het apparaat los van de voedingspanning.

Haal stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of schakel de zekering in de meterkast uit.

3. Neem contact op met de servicedienst.

Het nummer van de servicedienst vindt u in het bij- gevoegde overzicht van servicediensten. Temperatuur wijkt erg af van deinstelling. Verschillende oorzaken zijn mogelijk.

Schakel het apparaat uit. →Pagina96

2. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in.

  • Pagina95 ‒ Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de temperatuur na een paar uur opnieuw. ‒ Als de temperatuur te laag is, controleer de tem- peratuur dan de volgende dag opnieuw. Op het oppervlak van het apparaat en de plateaus in het appa- raat vormt zich con- denswater. De waterdamp in warme en vochtige lucht conden- seert op de koudere oppervlakken van het apparaat.

1. Neem het water af met een zachte, droge doek.

2. Open het apparaat zo kort mogelijk.

3. Let er op dat het apparaat altijd goed wordt geslo-

ten. In de fruit- en groente- lade verzamelt zich vaak veel condenswa- ter. Afhankelijk van de bewaarhoeveelheid en het product vormt er zich in de fruit- en groentelade condenswa- ter.

De fruit- en groentelade verwijderen. →Pagina102

2. De ontluchtingsclips verwijderen en omgedraaid

Storing Oorzaak en probleemoplossing Het apparaat bromt, borrelt, zoemt, gorgelt, klikt, of maakt knakge- luiden. Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen. Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in- of uit. Het automatische ontdooisysteem treedt in wer- king. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. Apparaat produceert geluiden. Het apparaat staat niet waterpas.

Stel het apparaat horizontaal met behulp van een waterpas en de stelvoeten. Apparaat is niet vrijstaand.

Houd de minimum afstanden van het apparaat aan. Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen.

Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. Flessen of containers raken elkaar.

Haal flessen of containers van elkaar. Supervriezen is ingeschakeld. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.nl Opslaan en afvoeren

14.1 Stroomuitval Tijdens een stroomuitval stijgt de temperatuur in het apparaat, hierdoor verkort de bewaartijd en de kwaliteit van de diepvriesproducten vermin- dert. Op onze website van uw apparaat vindt in de technische gegevens de bewaartijd van de diepvriesproducten in geval van een storing. Opmerkingen ¡ Het apparaat tijdens een stroomuit- val zo weinig mogelijk openen en geen andere levensmiddelen inrui- men. ¡ De kwaliteit van de levensmiddelen onmiddellijk na de stroomuitval controleren. – Diepvriesproducten die ontdooid en warmer dan 5°C zijn, weg- gooien. – Licht ontdooide diepvriesproduc- ten koken of bakken en ofwel verbruiken of opnieuw invriezen. 14.2 Apparaatzelftest uitvoe- ren

1. Het apparaat uitschakelen.

2. Haal de stekker van het apparaat

uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

3. Het apparaat na 5minuten op-

nieuw elektrisch aansluiten.

4. Binnen 10 seconden na het in-

schakelen van de elektrische aan- sluiting gedurende 3 tot 5 seconden ingedrukt houden tot een akoestisch signaal klinkt. a De apparaatzelftest start wanneer de temperatuurindicaties na elkaar gaan branden. a Als na het einde van de apparaat- zelftest 2 akoestische signalen weerklinken en de temperatuurindi- catie de ingestelde temperatuur toont, is uw apparaat in orde. Het apparaat gaat over op de normale werking. a Wanneer na het einde van de zelf- test van het apparaat 5akoesti- sche signalen klinken en de leds van de temperatuuraanwijzing met verschillende helderheid branden, neem dan contact op met de servi- cedienst. De leds geven de servi- cedienst aanwijzingen omtrent de actuele storing. Opslaan en afvoeren 15 Opslaan en afvoeren Opslaan en afvoeren Hier krijgt u uitleg over de manier waarop u het apparaat voorbereidt voor de opslag. Daarnaast leggen we u uit hoe u oude apparaten dient af te voeren. 15.1 Apparaat buiten gebruik stellen

1. Het apparaat uitschakelen.

2. Haal de stekker van het apparaat

uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

3. Alle levensmiddelen verwijderen.

4. Het apparaat reinigen.

5. Om de ventilatie van het interieur

te waarborgen het apparaat geo- pend laten.Servicedienst nl

15.2 Afvoeren van uw oude apparaat Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen op- nieuw worden gebruikt. WAARSCHUWING Kans op gevaar voor de gezond- heid! Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar gera- ken.

Om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen legplateaus en lades niet uit het apparaat ne- men.

Kinderen uit de buurt van een af- gedankt apparaat houden. WAARSCHUWING Kans op brand! Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.

De buizen van de koudemiddel- kringloop en de isolatie niet be- schadigen.

1. De stekker van het netsnoer uit het

stopcontact trekken.

2. Het netsnoer doorknippen.

3. Voer het apparaat milieuvriendelijk

af. Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoer- methoden. Dit apparaat is geken- merkt in overeenstem- ming met de Europese richtlijn 2012/19/EU be- treffende afgedankte elektrische en elektroni- sche apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het ka- der aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten. Servicedienst 16 Servicedienst Servicedienst Als u vragen hebt, een storing aan het apparaat niet zelf kunt verhelpen of als het apparaat moet worden ge- repareerd, neem dan contact op met onze servicedienst. Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetref- fende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen. Opmerking:Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantie- voorwaarden gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Eu- ropese Economische Ruimte be- draagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garan- tievoorwaarden. De garantievoor- waarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijke recht heeft. Gedetailleerde informatie over de ga- rantieperiode en garantievoorwaar- den in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website.nl Technische gegevens

Als u contact opneemt met de servi- cedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig. De contactgegevens van de service- dienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website. 16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD) Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.

Om uw apparaatgegevens en de ser- vicedienst-telefoonnummers snel te- rug te kunnen vinden, kunt u de ge- gevens noteren. Technische gegevens 17 Technische gegevens Technische gegevens Koudemiddel, netto inhoud en overi- ge technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.

Meer informatie over uw model vindt u op het internet onder https:// eprel.ec.europa.eu/

. Dit webadres verwijst naar de officiële EU-product- databank EPREL. Volg dan de aan- wijzingen bij het zoeken naar het mo- del op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E- nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Al- ternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU- energielabel.