MKK088LF2A - Koelkast BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MKK088LF2A BOSCH in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MKK088LF2A - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MKK088LF2A van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING MKK088LF2A BOSCH
[nl] Gebruiksaanwijzing Koelvriescombinatie 1087
- Inhoudsopgave Veiligheid p. 110
- Algemene aanwijzingen p. 110
- Bestemming van het apparaat p. 110
- Inperking van de gebruikers p. 110
- Veiliger transport p. 111
- Veilige installatie p. 111
- Veilig gebruik p. 112
- Beschadigd apparaat p. 115
- Het voorkomen van materiële schade p. 116
- Milieubescherming en bespa- ring p. 116
- Afvoeren van de verpakking p. 116
- Energie besparen p. 116
- Opstellen en aansluiten p. 117
- Leveringsomvang p. 117
- Apparaat opstellen en aanslui- ten p. 117
- Criteria voor de opstellocatie p. 118
- Het apparaat voor het eerste ge- bruik voorbereiden p. 118
- Apparaat elektrisch aansluiten p. 118
- Uw apparaat leren kennen p. 119
- Apparaat p. 119
- Bedieningselementen p. 119
- Uitrusting p. 119
- Legplateau p. 119
- Flessenrek p. 119
- Groente- en fruitlade p. 119
- Deurrekken p. 120
- Accessoires p. 120
- De Bediening in essentie p. 120
- Apparaat inschakelen p. 120
- Opmerkingen bij het gebruik p. 120
- Machine uitschakelen p. 120
- Temperatuur instellen p. 121
- Extra functies p. 121
- Supervriezen p. 121
- Koelvak p. 121
- Tips voor het bewaren van le- vensmiddelen in het koelvak p. 121
- Koudezones in het koelvak p. 122
- Sticker "OK" p. 122
- Vriesvak p. 122
- Deur van het vriesvak p. 122
- Invriescapaciteit p. 123
- Tips voor het inkopen van diep- vrieskost p. 123
- Tips voor het bewaren van le- vensmiddelen in het vriesvak p. 123
- Tips voor het bevriezen van ver- se levensmiddelen p. 123
- Houdbaarheid van de diepvries- waren bij −18°C p. 124
- Ontdooimethodes voor diep- vrieswaren p. 124
- Ontdooien p. 125
- Ontdooien in het koelvak p. 125
- Ontdooien in het vriesvak p. 125
- Reiniging en onderhoud p. 125
- Apparaat voorbereiden voor rei- niging p. 125
- Apparaat schoonmaken p. 126
- De dooiwatergoot en het afvoer- gat reinigen p. 126
- Onderdelen eruit halen p. 126
- Storingen verhelpen p. 128
- Functiestoringen p. 128
- Aanwijzingen op het display p. 129
- Temperatuurprobleem p. 129
- Geluiden p. 129
- Geurtjes nl p. 130
- Opslaan en afvoeren p. 131
- Apparaat buiten gebruik stellen p. 131
- Afvoeren van uw oude apparaat p. 131
- Servicedienst p. 131
- Productnummer (E-nr.) en pro- ductienummer (FD) p. 132
- Technische gegevens nl Veiligheid p. 132
Veiligheid Houd de informatie omtrent veiligheid aan, zodat u het apparaat veilig kunt gebruiken. Algemene aanwijzingen Hier vindt u algemene informatie over deze gebruiksaanwijzing. ¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. Alleen dan kunt u het apparaat veilig en efficiënt gebruiken. ¡ Deze gebruiksaanwijzing is bestemd voor de gebruiker van het apparaat. ¡ Neem de veiligheidsvoorschriften en waarschuwingen in acht. ¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor la- ter gebruik of voor volgende eigenaren. ¡ Controleer het apparaat na het uitpakken. Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan. Bestemming van het apparaat Om het apparaat veilig en op de juiste manier te gebruiken dient u de aanwijzingen over het beoogd gebruik in acht te nemen. Dit apparaat is uitsluitend voor de inbouw bedoeld. Gebruik het apparaat uitsluitend: ¡ volgens deze gebruiksaanwijzing. ¡ om levensmiddelen te koelen en in te vriezen en voor ijsberei- ding. ¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de hui- selijke omgeving. ¡ tot een hoogte van 2000m boven zeeniveau. Inperking van de gebruikers Voorkom risico's voor kinderen en kwetsbare personen. Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkin- gen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toe- zicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het appa- raat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.Veiligheid nl
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen indien deze niet onder toezicht staan. Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het ap- paraat of de aansluitkabel kunnen komen. Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/ diepvriezer vullen en legen. Veiliger transport Houd de veiligheidsaanwijzingen aan wanneer u het apparaat transporteert. WAARSCHUWING‒Gevaar voor letsel! Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels veroorzaken.
Het apparaat niet alleen optillen. Veilige installatie Houd deze veiligheidsaanwijzingen in acht bij de installatie van het apparaat. WAARSCHUWING‒Gevaar voor een elektrische schok! ¡ Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.
Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de gegevens op het typeplaatje.
Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïnstalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wisselstroom aansluiten.
Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moet conform de elektrotechnische voorschriften zijn geïn- stalleerd.
Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voe- den, bijvoorbeeld een tijdschakelaar of besturing op af- stand.nl Veiligheid
Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegang niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie een alpolige scheidingsinrichting vol- gens de installatievoorschriften worden ingebouwd.
Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het net- snoer niet wordt afgeklemd of beschadigd. ¡ Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
Nooit het aansluitsnoer met warmtebronnen in contact bren- gen.
Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten of randen in contact brengen.
Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of veranderen. WAARSCHUWING‒Risico van brand! ¡ Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebrui- ken.
Als het netsnoer te kort is, contact opnemen met de servi- cedienst.
Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters gebruiken. ¡ Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.
Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagba- re netvoedingen niet aan de achterkant van de apparaten plaatsen. Veilig gebruik Neem bij gebruik van het apparaat de veiligheidsaanwijzingen in acht. WAARSCHUWING‒Gevaar voor een elektrische schok! Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes.
Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid.Veiligheid nl
Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen. WAARSCHUWING‒Verstikkingsgevaar! ¡ Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.
Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen. ¡ Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.
Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen. WAARSCHUWING‒Explosiegevaar! ¡ Mechanische inrichtingen of andere middelen kunnen de kou- dekringloop beschadigen, brandbaar koudemiddel kan lekken en exploderen.
Gebruik voor het versnellen van het ontdooien geen andere mechanische inrichtingen of andere middelen dan diegene die door de fabrikant zijn aanbevolen. ¡ Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen kunnen exploderen, bijv. spuitbussen.
Bewaar geen producten met brandbare drijfgassen en ex- plosieve stoffen in het apparaat. WAARSCHUWING‒Risico van brand! ¡ Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brand leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbe- reiders.
Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat. ¡ De dampen van brandbare vloeistoffen kunnen ontsteken (ex- plosieve verbranding)
Dranken met een hoog alcoholpercentage uitsluitend goed afgesloten en staand bewaren.nl Veiligheid
WAARSCHUWING‒Gevaar voor letsel! ¡ Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen bar- sten.
Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het vriesvak bewaren. ¡ Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen.
De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen. WAARSCHUWING‒Verbrandingsgevaar door kou! Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan tot brandwonden door koude leiden.
Nooit diepvrieswaren in de mond nemen nadat deze uit het vriesvak werden genomen.
Voorkom dat de huid langdurig in contact komt met diep- vrieswaren, ijs en de buizen in het vriesvak. VOORZICHTIG‒Gezondheidsrisico! Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van levensmiddelen te voorkomen.
Wanneer de deur langere tijd wordt geopend, kan dit leiden tot een aanzienlijke temperatuurstijging in de vakken van het apparaat.
Maak de oppervlakken, die met levensmiddelen en toegan- kelijke afvoersystemen in contact komen, regelmatig schoon.
Rauw vlees en vis in geschikte containers in de koelkast dusdanig bewaren dat het niet in contact komt met andere levensmiddelen of op deze drupt.
Wanneer het koel-/vriesapparaat langere tijd leeg staat, het apparaat uitschakelen, ontdooien, reinigen en de deur open laten, om schimmelvorming te voorkomen.Veiligheid nl
Beschadigd apparaat Neem deze veiligheidsvoorschriften in acht als uw apparaat be- schadigd is. WAARSCHUWING‒Gevaar voor een elektrische schok! ¡ Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is ge- vaarlijk.
Nooit een beschadigde apparaat gebruiken.
Nooit een apparaat met gescheurd of gebroken oppervlak gebruiken.
Neem contact op met de servicedienst. →Pagina131
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. ¡ Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fa- brikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde per- soon. WAARSCHUWING‒Risico van brand! Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koude- middel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
Houd vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het ap- paraat.
Het apparaat uitschakelen. →Pagina120
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
Neem contact op met de service-afdeling. →Pagina131nl Het voorkomen van materiële schade
Het voorkomen van materiële schade Het voorkomen van mate- riële schade Ter voorkoming van materiële scha- de, aan het apparaat, de accessoires of keukenvoorwerpen dient u de aan- wijzingen in acht te nemen. LET OP! ¡ Door verontreinigingen met olie of vet kunnen kunststofdelen en deurafdichtingen poreus worden.
Houd kunststofdelen en deuraf- dichtingen olie- en vetvrij. ¡ Door het gebruik van de plint, la- den of apparaatdeuren als zitvlak of opstapje kan het apparaat be- schadigd raken.
Niet op de plint, laden of deuren staat of leunen. Milieubescherming en besparing Milieubescherming en be- sparing Bescherm het milieu door het appa- raat op een hulpbronnenbesparende manier te gebruiken en herbruikbare materialen op de juiste manier af te voeren. Afvoeren van de verpakking De verpakkingsmaterialen zijn milieu- vriendelijk en kunnen worden herge- bruikt.
De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren. Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoer- methoden. Energie besparen Als u deze aanwijzingen opvolgt, ver- bruikt uw apparaat minder stroom. Keuze van de opstellingslocatie Houd deze aanwijzing aan wanneer u het apparaat plaatst. ¡ Stel het apparaat niet bloot aan di- rect zonlicht. ¡ Plaats het apparaat zo ver moge- lijk van radiatoren, fornuis en an- dere warmtebronnen: – Houd 30mm afstand aan tot elektrische- of gasfornuizen. – Houd 30cm afstand aan tot olie- en kolenfornuizen. Het apparaat hoeft bij lagere om- gevingstemperaturen minder vaak te koelen. ¡ Ventilatieopeningen niet afdekken of blokkeren. ¡ Ventileer de ruimte dagelijks. De lucht aan de achterwand van het apparaat kan beter ontsnap- pen, het apparaat warmt niet zo sterk op. Het apparaat hoeft minder vaak te koelen. Energie besparen bij het gebruik. Houd deze aanwijzing aan wanneer u uw apparaat gebruikt. AanwijzingDe plaatsing van de uit- rustingsonderdelen heeft geen in- vloed op het energieverbruik van het apparaat.Opstellen en aansluiten nl
¡ Ventilatieopeningen niet afdekken of blokkeren. De lucht aan de achterwand van het apparaat kan beter ontsnap- pen, het apparaat warmt niet zo sterk op. ¡ Open de ovendeur slechts kort. ¡ Transporteer gekoelde levensmid- delen in een koeltas en leg ze snel in het apparaat. ¡ Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen. ¡ Leg om de koude van de diep- vriesproducten te benutten, deze ter ontdooiing in het koelvak. De lucht in het apparaat warmt niet zo sterk op. Het apparaat hoeft minder vaak te koelen. ¡ Laat altijd wat ruimte tussen de le- vensmiddelen en de achterwand. ¡ Verpak de levensmiddelen lucht- dicht. De lucht kan circuleren en de luchtvochtigheid blijft constant. ¡ Vriesvak regelmatig ontdooien. Een vorstvrij vriesvak is stroombe- sparend en koelt de diepvrieswa- ren optimaal. ¡ Deur van het vriesvak slechts kort- stondig openen en zorgvuldig slui- ten. Een gesloten deur van het vries- vak beschermt het vriesvak tegen sterke verijzing. Opstellen en aansluiten Opstellen en aansluiten Leveringsomvang Controleer na het uitpakken alle on- derdelen op transportschade en de volledigheid van de levering. Neem bij klachten met uw dealer of onze servicedienst →Pagina131 contact op. De levering bestaat uit: ¡ Inbouw ¡ Uitrusting en accessoires
¡ Montagemateriaal ¡ Montagehandleiding ¡ Gebruiksaanwijzing ¡ Klantenserviceboekje ¡ Garantiebijlage
¡ Energielabel ¡ Productgegevensblad ¡ Informatie over energieverbruik en geluiden Apparaat opstellen en aansluiten Voorwaarde:De leveringsomvang van het apparaat is gecontroleerd.
1. Houd de criteria aan voor de op-
stellocatie van het apparaat.
2. Het apparaat conform meegelever-
de montagehandleiding installeren.
3. Het apparaat voor het eerste ge-
bruik voorbereiden. →Pagina118
4. Het apparaat elektrisch aansluiten.
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
Niet in alle landennl Opstellen en aansluiten
Criteria voor de opstellocatie Houd deze aanwijzing aan wanneer u het apparaat plaatst. WAARSCHUWING Explosiegevaar! Wanneer het apparaat in een te klei- ne ruimte staat, kan er bij een lek van het koudecircuit een brandbaar gas- luchtmengsel ontstaan.
Stel het apparaat uitsluitend op in een ruimte, welke tenminste een volume heeft van 1m
per 8g koudemiddel. De hoeveelheid van het koudemiddel staat op het type- plaatje. →Afb.
Het gewicht van het apparaat kan af- hankelijk van het model tot 45 bedra- gen. De ondergrond moet stabiel genoeg zijn om het gewicht van het apparaat te dragen. Toegestane ruimtetemperatuur De toegestane kamertemperatuur is afhankelijk van de klimaatklasse van het apparaat. De klimaatklasse vindt u op het type- plaatje. →Afb.
Toegestane ruimtetempe- ratuur SN 10°C…32°C N 16°C…32°C ST 16°C…38°C T 16°C…43°C Het apparaat is volledig functioneel binnen de toegestane binnentempe- ratuur. Wanneer u een apparaat van de kli- maatklasse SN gebruikt bij lagere ka- mertemperaturen, dan kunnen be- schadigingen aan het apparaat tot een kamertemperatuur van 5°C wor- den uitgesloten. Nismaten Neem de nisafmetingen in acht als u uw apparaat in de meubelnis in- bouwt. Bij afwijkingen kunnen proble- men optreden tijdens de installatie van het apparaat. Nisdiepte Bouw het apparaat in de aanbevolen nisdiepte van 560 mm in. Bij een kleinere nisdiepte wordt het energieverbruik iets hoger. De nis- diepte moet minimaal 550 mm be- dragen. Nisbreedte Voor het apparaat is een meubelnis met een binnenbreedte van minimaal 560 mm nodig. Het apparaat voor het eerste ge- bruik voorbereiden
1. Haal het informatiemateriaal er uit.
2. Verwijder de beschermfolie en
transportborgingen, bijv. plakstrips en karton.
3. Het apparaat voor de eerste keer
reinigen. →Pagina126 Apparaat elektrisch aansluiten
1. De netstekker van het aansluit-
snoer van het apparaat in een stopcontact in de omgeving van het apparaat steken. De aansluitgegevens van het ap- paraat staan op het typeplaatje.
2. De netstekker op vastheid contro-
leren. a Het apparaat is nu gereed voor ge- bruik.Uw apparaat leren kennen nl
Uw apparaat leren kennen Uw apparaat leren ken- nen Lees meer over de onderdelen van uw apparaat. Apparaat Hier vindt u een overzicht van de on- derdelen van uw apparaat.
Deurrek voor grote flessen AanwijzingVerschillen tussen uw ap- paraat en de afbeeldingen zijn moge- lijk op basis van uitrusting en grootte. Bedieningselementen Via de bedieningselementen kunt u alle functies van uw apparaat instel- len en informatie krijgen over de ge- bruikstoestand.
De hoofdschakelaar schakelt het ap- paraat in of uit.
schakelt Supervriezen in of uit.
Toont de ingestelde temperatuur van het koelvak in°C.
stelt de temperatuur van het koel- vak in. Uitrusting Uitrusting Hier krijgt u een overzicht van de ac- cessoires behorende bij uw apparaat en de manier waarop ze worden ge- bruikt. De uitrusting van uw apparaat is mo- delafhankelijk. Legplateau Om de schappen naar wens te varië- ren, het schap uitnemen en op een andere positie weer plaatsen.
- "Plateau verwijderen", Pagina126 Flessenrek Bewaar flessen veilig op het flessen- rek. Om het flessenrek naar wens te vari- ëren, het flessenrek verwijderen en op een andere plaats weer terugzet- ten.
- "Flessenrek verwijderen", Pagina126 Groente- en fruitlade Bewaar vers fruit en groente in de fruit- en groentelade. Afhankelijk van de soort levensmid- delen en de hoeveelheid kan zich in de fruit- en groentelade condenswa- ter vormen. Verwijder het condenswater met een droge doek. Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit en het aroma behouden blijven, moet u koudegevoelig fruit en groente bui- ten het apparaat bewaren bij tempe- raturen van ca. 8°C tot 12°C. Koudegevoelig fruit ¡ Ananas ¡ Bananen ¡ Mango ¡ Papaya ¡ Citrusvruchtennl De Bediening in essentie
Koudegevoelige groente ¡ Aubergines ¡ Komkommers ¡ Courgette ¡ Paprika ¡ Tomaten ¡ Aardappels Deurrekken Om het deurrek naar behoefte te vari- ëren deze er uit nemen en op een andere positie weer plaatsen.
- "Deurrek verwijderen", Pagina127 Accessoires Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn speciaal op uw apparaat af- gestemd. Hier krijgt u een overzicht van de accessoires behorende bij uw apparaat en de manier waarop ze worden gebruikt. De accessoires van het apparaat zijn afhankelijk van het model. Eierplateau Bewaar eieren veilig op het eierpla- teau. IJsblokjesschaal Gebruik de ijsblokjesschaal om ijs- blokjes te maken. IJsblokjes maken
1. De ijsblokjesschaal voor ¾ met
water vullen en in het vriesvak plaatsen. Vastgevroren ijsblokjesschaal al- leen met een bot voorwerp, bijv. steel van een lepel, losmaken.
2. Om deijsblokjesschaal los tema-
ken de ijsblokjesschaal iets verbui- gen of kort onder stromend water houden. De Bediening in essentie De Bediening in essentie Hier wordt de bediening van het ap- paraat in essentie beschreven. Apparaat inschakelen
1. Het apparaat met hoofdschakelaar
a Het apparaat begint te koelen. a De temperatuurindicatie knippert tot in het apparaat de ingestelde temperatuur is bereikt.
2. De gewenste temperatuur instellen.
- Pagina121 Opmerkingen bij het gebruik ¡ Wanneer u het apparaat heeft in- geschakeld, wordt de ingestelde temperatuur pas na enkele uren bereikt. Geen levensmiddelen in het apparaat doen voordat de tem- peratuur is bereikt. ¡ Wanneer u de koelvakdeur regel- matig opent, grote hoeveelheden levensmiddelen plaatst of de ka- mertemperatuur te hoog is, dan wordt de koelvaktemperatuur ho- ger. ¡ Vermijd het contact tussen de le- vensmiddelen en de achterwand. Anders wordt de luchtcirculatie verminderd. Levensmiddelen of verpakkingen kunnen aan de ach- terwand vastvriezen. Machine uitschakelen
Het apparaat met de hoofdschake- laar uitschakelen. →Afb.
a Het apparaat koelt niet meer.Extra functies nl
Temperatuur instellen Nadat u het apparaat heeft ingescha- keld, kunt u de temperatuur instellen. Koelvaktemperatuur instellen
Zo vaak op drukken tot de tem- peratuurindicatie de gewenste tem- peratuur toont. De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4°C.
Om de vriesvaktemperatuur in te stellen, de koelvaktemperatuur wij- zigen →Pagina121. De koelvaktemperatuur beïnvloedt de vriesvaktemperatuur. Hoger in- gestelde koelvaktemperaturen zor- gen voor hogere vriesvaktempera- turen. Extra functies Extra functies Kom te weten over welke instelbare extra functies uw apparaat beschikt. Supervriezen Bij het Supervriezen koelt het vries- vak zo koud mogelijk. Hierdoor be- vriezen levensmiddelen snel tot in de kern. Schakel Supervriezen 4 tot 6 uur voor het inladen van een hoeveelheid levensmiddelen vanaf 2 kg in het vriesvak in. Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u Supervriezen.
- "Voorwaarden voor invriesvermo- gen", Pagina123 AanwijzingAls Supervriezen is inge- schakeld, kan er meer geluid ont- staan. Supervriezen inschakelen
indrukken. a brandt. AanwijzingNa ca. 60 uur schakelt het apparaat over op de normale werking. Supervriezen uitschakelen
indrukken. Koelvak Koelvak In het koelvak kunt u vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, bereide gerechten en gebak bewaren. De temperatuur in het koelvak kunt u van 2°C tot 8°C instellen. De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4°C.
- "Sticker "OK"", Pagina122 Door de koelopslag kunt uook zeer bederfelijke levensmiddelen opkorte ofmiddellange termijn bewaren. Hoe lager de gekozen temperatuur is, des te langer blijven de levensmiddelen vers. Tips voor het bewaren van le- vensmiddelen in het koelvak Volg de tips op bij het bewaren van levensmiddelen in uw koelvak. ¡ Om ervoor te zorgen dat de vers- heid en kwaliteit van de levensmid- delen langer behouden blijven, uit- sluitend verse en ongeschonden levensmiddelen bewaren. ¡ Bij kant-en-klaar-producten en ge- bottelde producten de door de fa- brikant vermelde houdbaarheids- datum of gebruiksdatum niet over- schrijden.nl Vriesvak
¡ Om aroma, kleur en versheid te behouden of smaakoverdracht en verkleuringen van de kunststofde- len te vermijden, levensmiddelen goed verpakt of afgedekt bewaren. ¡ Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, voordat u de- ze in het koelvak plaatst. Koudezones in het koelvak Door de luchtcirculatie in et koelvak ontstaan verschillende koudezones. Koudste zone De koudste zone is tussen de op de zijkant gestempelde pijl en het eron- der liggende legplateau. Tip:Bewaar gevoelige levensmidde- len in de koudste zone, bijv. vis, worst en vlees. Warmste zone De warmste zone bevindt zich hele- maal bovenaan in de deur. Tip:Bewaar minder gevoelige le- vensmiddelen in de warmste zone, bijv. harde kaas en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar. Sticker "OK" Met de sticker OK kunt u controleren of in het koelvak de voor de levens- middelen aanbevolen veilige tempe- ratuurbereiken van +4°C of kouder bereikt zijn. De sticker OK wordt niet bij alle mo- dellen meegeleverd. Wanneer de sticker OK niet weer- geeft, dan de temperatuur stapsge- wijze verlagen.
- "Koelvaktemperatuur instellen", Pagina121 Na ingebruikneming van het appa- raat kan het tot wel 12 uur duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt. Correcte instelling Vriesvak Vriesvak In het vriesvak kunt u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes maken. De temperatuur in het vriesvak is af- hankelijk van de temperatuur in het koelvak. Langdurig bewaren van levensmidde- len moet opeen temperatuur van – 18°C of lager gebeuren. Door het invriezen kunt u bederfelijke levensmiddelen gedurende lange tijd bewaren. De lage temperaturen ver- tragen of stoppen het bederven. De tijd die nodig isom verse levensmiddelen volledig diep tevriezen isafhankelijk van verschillende factoren: ¡ Ingestelde temperatuur ¡ Levensmiddel (grootte en soort) ¡ Bewaarde hoeveelheid ¡ Reeds bewaarde hoeveelheid le- vensmiddelen Deur van het vriesvak Om ervoor te zorgen dat diepvrieswa- ren niet ontdooien en het vriesvak niet te sterk verijst, dient u de deur van het vriesvak altijd te sluiten. AanwijzingAls u de deur van het vriesvak sluit, klikt deze hoorbaar vast.Vriesvak nl
Invriescapaciteit Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoe- veel uur tot in de kern kan worden in- gevroren. Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje. →Afb.
Voorwaarden voor invriesvermogen
1. Ca. 24 uur vóór het inladen van
2. De levensmiddelen van rechts be-
ginnend in het diepvriesvak leg- gen. Tips voor het inkopen van diep- vrieskost Neem de tips in acht als u diepvries- kost inkoopt. ¡ Op onbeschadigde verpakking let- ten. ¡ Op de houdbaarheidsdatum letten. ¡ De temperatuur in de supermarkt- vriezer moet –18°C of kouder zijn. ¡ De diepvriesketen niet onderbre- ken. Diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in het vriesvak leggen. Tips voor het bewaren van le- vensmiddelen in het vriesvak Neem de tips in acht als u levens- middelen in het vriesvak inruimt. ¡ De levensmiddelen over een groot oppervlak van het vriesvak verde- len. ¡ In te vriezen levensmiddelen niet in aanraking brengen met ingevroren levensmiddelen. Indien nodig diepgevroren levens- middelen in het vriesvak verande- ren van positie. Tips voor het bevriezen van ver- se levensmiddelen Neem de tips in acht als u verse le- vensmiddelen invriest. ¡ Alleen verse en onberispelijke le- vensmiddelen bevriezen. ¡ Voor het verbruik gekookte, gebra- den of gebakken levensmiddelen zijn geschikter dan rauw te eten le- vensmiddelen. ¡ Om voedingswaarde, aroma en kleur te behouden, moet u bepaal- de levensmiddelen voorbereiden om in te vriezen. – Groente: wassen, kleiner maken, blancheren. – Fruit: wassen, ontpitten en even- tueel schillen, eventueel suiker of ascorbinezuuroplossing toe- voegen. Meer aanwijzingen vindt u in de des- betreffende literatuur. Over het invriezen van geschikte levensmiddelen ¡ Brood en banket ¡ Vis en zeevruchten ¡ Vlees ¡ Wild en gevogelte ¡ Groente, fruit en kruiden ¡ Eieren zonder schaal ¡ Melkproducten, bijv. kaas, boter en kwark ¡ Bereide gerechten en kliekjes, zo- als soep, stoofschotels, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes Over het invriezen van ongeschikte levensmiddelen ¡ Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjesnl Vriesvak
¡ Ongepelde of hardgekookte eieren ¡ Wijndruiven/druiven ¡ Hele appels, peren en perziken ¡ Yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise Diepvrieswaren verpakken Als u geschikt verpakkingsmateriaal en de juiste soort verpakking kiest, kunt u de productkwaliteit in hoge mate behouden en vriesbrand vermij- den.
2. De lucht eruit drukken.
3. De verpakking luchtdicht afsluiten
om te voorkomen dat de levens- middelen hun smaak verliezen of uitdrogen. Geschikte afsluitingen: – Rubberringen – Kunststofclips – Koudebestendig plakband
4. De verpakking met de inhoud van
de invriesdatum voorzien. Houdbaarheid van de diepvries- waren bij −18°C Neem de bewaartijden in acht als u levensmiddelen invriest. Levensmiddel Bewaartijd Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en ban- ket Tot 6 maanden Gevogelte, vlees Tot 8 maanden Groente, fruit Tot 12 maanden Ontdooimethodes voor diep- vrieswaren Om de productkwaliteit zo goed mo- gelijk te behouden, de ontdooimetho- de aan levensmiddel en gebruiksdoel aanpassen. VOORZICHTIG Gezondheidsrisico! Bij het ontdooien kan er bacterievor- ming optreden en kunnen de diep- vrieswaren bederven.
Half of geheel ontdooide diepvries- waren niet opnieuw invriezen.
Het voedsel pas na het koken of braden opnieuw invriezen.
De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten. Ontdooimethode Levensmiddel Koelvak Dierlijke levensmidde- len, zoals vis, vlees, kaas, kwark Omgevingstempe- ratuur Brood Magnetron Levensmiddelen voor di- recte consumptie of di- recte toebereiding Oven of fornuis Levensmiddelen voor di- recte consumptie of di- recte toebereidingOntdooien nl
Ontdooien Ontdooien Houdt u de informatie aan, wanneer u uw apparaat wilt ontdooien. Ontdooien in het koelvak. Tijdens het gebruik vormen zich op de achterwand van het koelvak af- hankelijk van de werking waterdrup- pels of rijp. De achterwand van het koelvak ontdooit automatisch. Dooiwater of rijp loopt via de dooiwa- tergoot in het afvoergat naar de ver- dampingsschaal en moeten niet wor- den afgeveegd. Neem de volgende informatie in acht om ervoor te zorgen dat dooiwater kan weglopen en geurvorming wordt vermeden:
- "De dooiwatergoot en het afvoer- gat reinigen.", Pagina126. Ontdooien in het vriesvak Omdat de diepvrieswaren niet mogen ontdooien, ontdooit het vriesvak niet automatisch. Een laag rijp in het vriesvak vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en ver- hoogt het energieverbruik. Vriesvak ontdooien Het vriesvak regelmatig ontdooien.
1. Ca. 4uur voor het ontdooien Su-
pervriezen inschakelen.
- "Supervriezen inschakelen", Pagina121 De levensmiddelen bereiken hier- door heel lage temperaturen en u kunt de levensmiddelen langer op kamertemperatuur bewaren.
2. De diepvrieswaren verwijderen en
op een koele plaats bewaren. Kou- de-accu's, indien voorhanden, op de dievrieswaren leggen.
3. Het apparaat uitschakelen.
4. Haal de stekker van het apparaat
uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
5. Om het ontdooien te versnellen,
een pan met heet water op een on- derzetter in het vriesvak zetten.
6. Het dooiwater met een zachte
doek of een spons opvegen.
7. Het vriesvak met een zachte, dro-
ge doek droogwrijven.
8. Het apparaat elektrisch aansluiten.
9. Het apparaat inschakelen.
- Pagina120 10.De diepvrieswaren inladen.
- Pagina123 Reiniging en onderhoud Reiniging en onderhoud Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken. De reiniging van ontoegankelijke plaatsen moet door de servicedienst worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst kunnen kosten verbonden zijn. Apparaat voorbereiden voor rei- niging Informatie over de wijze waarop u uw apparaat voorbereid voor reiniging
1. Het apparaat uitschakelen.
2. Haal de stekker van het apparaat
uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.nl Reiniging en onderhoud
3. Haal alle levensmiddelen uit het
apparaat en bewaar deze op een koele plek. Indien beschikbaar koelelementen op de levensmiddelen leggen.
4. Als een rijplaag voorhanden is, de-
5. Neem alle uitrustingsdelen uit het
apparaat. →Pagina126 Apparaat schoonmaken Maak het apparaat schoon zoals voorgeschreven, zodat het niet door een verkeerde reiniging of onge- schikte schoonmaakmiddelen be- schadigd raakt. WAARSCHUWING Gevaar voor een elektrische schok! ¡ Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
Geen stoomreiniger of hoge- drukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen. ¡ Vloeistof in de verlichting kan ge- vaarlijk zijn.
Het sop mag niet in de verlich- ting terechtkomen. LET OP! ¡ Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.
Geen harde schuur- of afwas- sponsjes gebruiken.
Geen scherpe of schurende rei- nigingsmiddelen gebruiken.
Geen sterk alcoholhoudende rei- nigingsmiddelen gebruiken. ¡ Wanneer u uitrustingsdelen en ac- cessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleu- ren.
1. Apparaat voorbereiden voor reini-
2. Het apparaat, de uitrustingsdelen
en de deurafdichting met een vaat- doek, lauwwarm water en een beetje pH-neutraal afwasmiddel rei- nigen.
3. Met een zachte, droge doek gron-
4. Plaats de uitrustingsdelen in het
5. Het apparaat elektrisch aansluiten.
6. Het apparaat inschakelen.
7. Doe de levensmiddelen in het ap-
paraat. De dooiwatergoot en het afvoer- gat reinigen. Reinig de dooiwatergoot en het af- voergat regelmatig, om ervoor te zor- gen dat het dooiwater kan weglopen.
Reinig de dooiwatergoot en het af- voergat voorzichtig, bijv. met een wattenstaafje.
Onderdelen eruit halen Neem wanneer u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen deze uit het ap- paraat. Plateau verwijderen
Til het plateau omhoog, trek het er uit, laten zakken en zijwaarts naar buiten draaien.
Flessenrek verwijderen
Het flessenrek uittrekken en verwij- deren.
- Afb. 5Reiniging en onderhoud nl
Het deurrek omhoog tillen en ver- wijderen
Groente- en fruitlade verwijderen
1. De lade tot de aanslag eruit trek-
2. De lade vooraan optillen en eruit
- Afb. 7nl Storingen verhelpen
Storingen verhelpen Storingen verhelpen Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten. WAARSCHUWING Gevaar voor een elektrische schok! Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor repa- ratie van het apparaat.
Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een an- dere gekwalificeerde persoon. Functiestoringen Storing Oorzaak Verhelpen van storingen Apparaat werkt niet. Er brandt geen enkele indi- catie. De stekker zit niet goed in het stopcontact.
Sluit de stekker aan. De zekering is geactiveerd.
Controleer de zekeringen. De stroom is uitgevallen. 1. Controleer of er stroom is.
2. Koude-accu's, indien voorhanden,
op de dievrieswaren leggen. LED-verlichting functioneert niet. Lamp is defect. 1. Schakel het apparaat uit.
2. Koppel het apparaat los van de voe-
dingspanning. Haal stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of schakel de zekering in de meterkast uit.
3. Trek het afdekrooster naar voren.
4. Vervang het lampje.
Vervangend lampje: 220–240 V wisselstroom, fitting E14, zie defect lampje voor het wattage.
De lichtschakelaar klemt.
Controleer of de lichtschakelaar ge- makkelijk beweegt.
Storing Oorzaak Verhelpen van storingen De koelmachine schakelt va- ker en langer in. Apparaatdeur werd vaak ge- opend.
Open de apparaatdeur niet onno- dig. De ventilatieopeningen zijn afgedekt.
Verwijder blokkades voor de venti- latie-openingen Bodem van het koelvak is nat. De dooiwatergoot of het af- voergat is verstopt.
De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen. →Pagina126 Aanwijzingen op het display Storing Oorzaak Verhelpen van storingen De temperatuurindicatie knippert. Apparaatdeur werd vaak ge- opend.
Open de apparaatdeur niet onno- dig. Er zijn grotere hoeveelheden verse levensmiddelen inge- ruimd.
Schakel Supervriezen vóór het op- slaan van een grotere hoeveelheid levensmiddelen in.
- "Supervriezen inschakelen", Pagina121 De ventilatieopeningen zijn afgedekt.
Verwijder blokkades voor de venti- latie-openingen Temperatuurprobleem Storing Oorzaak Verhelpen van storingen Temperatuur wijkt erg af van deinstelling. Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
1. Schakel het apparaat uit.
2. Schakel het apparaat na ca. 5 minu-
ten opnieuw in. →Pagina120 ‒ Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de tempe- ratuur na een paar uur op- nieuw. ‒ Als de temperatuur te laag is, controleer de temperatuur dan de volgende dag op- nieuw. Geluiden Storing Oorzaak Verhelpen van storingen Apparaat bromt. Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. Geen handeling vereist.Geen hande- ling vereist.nl Storingen verhelpen
Storing Oorzaak Verhelpen van storingen Apparaat borrelt, zoemt of gorgelt. Geen storing. Er stroomt koudemiddel door de bui- zen. Geen handeling vereist.Geen hande- ling vereist. Apparaat klikt. Geen storing. Motor, schake- laars of magneetventielen schakelen in- of uit. Geen handeling vereist.Geen hande- ling vereist. Apparaat produceert gelui- den. Het apparaat staat niet wa- terpas.
Stel het apparaat horizontaal met behulp van een waterpas. Leg er zo nodig iets onder. Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen.
Controleer de uitneembare uitrus- tingsdelen en zet ze eventueel op- nieuw in het apparaat. Flessen of containers raken elkaar.
Haal flessen of containers van el- kaar. Supervriezen is ingescha- keld. Geen handeling vereist.Geen hande- ling vereist. Geurtjes Storing Oorzaak Verhelpen van storingen Het apparaat ruikt onaange- naam. Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
1. Bereide het apparaat voor om te rei-
delen luchtdicht om geurvorming te voorkomen.
5. Controleer na 24 uur opnieuw of er
luchtjes zijn ontstaan.Opslaan en afvoeren nl
Opslaan en afvoeren Opslaan en afvoeren Hier krijgt u uitleg over de manier waarop u het apparaat voorbereidt voor de opslag. Daarnaast leggen we u uit hoe u oude apparaten dient af te voeren. Apparaat buiten gebruik stellen
1. Het apparaat uitschakelen.
2. Haal de stekker van het apparaat
uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
3. Het apparaat ontdooien.
4. Het apparaat reinigen.
5. Laat de deur van het apparaat
open. Afvoeren van uw oude apparaat Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen op- nieuw worden gebruikt. WAARSCHUWING Gezondheidsrisico! Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar gera- ken.
Om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen legplateaus en lades niet uit het apparaat ne- men.
Kinderen uit de buurt van een af- gedankt apparaat houden. WAARSCHUWING Risico van brand! Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
De buizen van de koudemiddel- kringloop en de isolatie niet be- schadigen.
Het apparaat milieuvriendelijk af- voeren. Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Euro- pese richtlijn 2012/19/EU be- treffende afgedankte elektri- sche en elektronische appara- tuur (waste electrical and elec- tronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terug- neming en verwerking van oude apparaten. Servicedienst Servicedienst Als u vragen hebt, een storing aan het apparaat niet zelf kunt verhelpen of als het apparaat moet worden ge- repareerd, neem dan contact op met onze servicedienst. Veel problemen kunt u via de infor- matie voor het verhelpen van storin- gen in deze gebruiksaanwijzing of op onze website zelf verhelpen. Als dit niet het geval is, neem dan contact op met onze servicedienst. We vinden altijd een passende oplos- sing en proberen onnodig bezoek van de servicetechnicus te vermijden. We zorgen ervoor dat het apparaat zowel binnen de garantieperiode als na het verstrijken van de fabrieksga- rantie met originele reserveonderde- len door geschoolde servicetechnici wordt gerepareerd.nl Technische gegevens
Om veiligheidsredenen mag alleen geschoold vakpersoneel reparaties aan het apparaat uitvoeren. De ga- rantieclaim vervalt indien reparaties of ingrepen worden uitgevoerd door personen die daartoe niet door ons zijn gemachtigd, dan wel indien onze apparaten worden voorzien van ver- vangende onderdelen, aanvullende onderdelen of accessoires die geen originele onderdelen zijn en daardoor een defect wordt veroorzaakt. Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetref- fende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen. AanwijzingHet inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantie- voorwaarden gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Eu- ropese Economische Ruimte be- draagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garan- tievoorwaarden. De garantievoor- waarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijke recht heeft. Gedetailleerde informatie over de ga- rantieperiode en garantievoorwaar- den in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website. Als u contact opneemt met de servi- cedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig. De contactgegevens van de service- dienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website. Productnummer (E-nr.) en pro- ductienummer (FD) Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
Om uw apparaatgegevens en de ser- vicedienst-telefoonnummers snel te- rug te kunnen vinden, kunt u de ge- gevens noteren. Technische gegevens Technische gegevens Koudemiddel, netto inhoud en overi- ge technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.
Overige informatie over uw model vindt u op het internet onder https:// energylabel.bsh-group.com
. Dit we- badres bevat een link naar de officië- le EU-productdatabase EPREL, waar- van de URL ten tijde van het drukken nog niet was gepubliceerd. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het ty- peplaatje. Alternatief vindt u de mo- delidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.
Notice-Facile