TI64IB1BFB - Fornuis AEG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TI64IB1BFB AEG in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TI64IB1BFB - AEG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TI64IB1BFB van het merk AEG.
GEBRUIKSAANWIJZING TI64IB1BFB AEG
NL Gebruiksaanwijzing | Kookplaat 2 FR Notice d'utilisation | Table de cuisson 25 DE Benutzerinformation | Kochfeld 49 PT Manual de instruções | Placa 75 aeg.com\registerWelkom bij AEG! Hartelijk dank dat je voor onze apparatuur hebt gekozen. Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen, informatie metbetrekking tot service en reparatie:www.aeg.com/supportWijzigingen voorbehouden. INHOUDSOPGAVE
Lees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor installatie en gebruik van het apparaat. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor verwondingen of schade die voortvloeit uit de onjuiste installatie of het onjuiste gebruik. Bewaar de instructies altijd op een veilige, toegankelijke plek voor toekomstig gebruik.
1.1 Veiligheid van kinderen en kwetsbare personen
- Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en door mensen met een beperkt lichamelijk, zintuiglijk of verstandelijk vermogen of een gebrek aan ervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over het veilig gebruiken van het apparaat en indien zij de gevaren begrijpen. Kinderen jonger dan 8 jaar en personen met zware en complexe 2 NEDERLANDSbeperkingen dienen altijd uit de buurt van het apparaat te worden gehouden, tenzij ze voortdurend onder toezicht staan.
- Houd toezicht op kinderen, om te voorkomen dat zij gaan spelen met het apparaat.
- Houd alle verpakking uit de buurt van kinderen en gooi het op passende wijze weg.
- WAARSCHUWING: Het apparaat en de toegankelijke onderdelen ervan worden heet tijdens het gebruik. Houd kinderen en huisdieren uit de buurt van het apparaat tijdens het gebruik en bij het afkoelen.
- Als het apparaat is voorzien van een kinderslot, dient dit te worden geactiveerd.
- Kinderen mogen zonder toezicht geen reinigings- en onderhoudswerkzaamheden aan het apparaat uitvoeren.
1.2 Algemene veiligheid
- Dit apparaat is uitsluitend bestemd om mee te koken.
- Dit apparaat is bedoeld voor binnenshuis huishoudelijk gebruik.
- Dit apparaat kan worden gebruikt in kantoren, hotelkamers, bed & breakfast-kamers, boerderijgasthuizen en andere soortgelijke accommodaties waar dergelijk gebruik de (gemiddelde) huishoudelijke gebruiksniveaus niet overschrijdt.
- WAARSCHUWING: Het apparaat en de toegankelijke onderdelen ervan worden heet tijdens het gebruik. U dient te voorkomen de verwarmingselementen aan te raken.
- WAARSCHUWING: Onbewaakt koken op een kookplaat met vet of olie kan gevaarlijk zijn en tot brand leiden.
- Rook is een indicatie van oververhitting. Gebruik nooit water om het kookvuur te blussen. Schakel het apparaat uit en bedek de vlammen met bijv. een branddeken of deksel.
- WAARSCHUWING: Het apparaat mag niet van stroom worden voorzien door een extern schakelapparaat, zoals een tijdklok, of aangesloten worden op een circuit dat door NEDERLANDS 3het elektriciteitsbedrijf regelmatig aan en uit wordt geschakeld.
- OPGELET: Tijdens het kookproces moet u in de buurt blijven (zelfs bij de automatische kookfuncties). Een kort kookproces moet voortdurend bewaakt worden.
- WAARSCHUWING: Brandgevaar: Bewaar geen voorwerpen op de kookoppervlakken.
- Metalen voorwerpen, zoals messen, vorken, lepels en deksels mogen niet op het oppervlak van de kookplaat worden geplaatst, aangezien ze heet kunnen worden.
- Gebruik het apparaat niet voordat u het in de ingebouwde constructie installeert.
- Gebruik geen stoomreiniger om het apparaat schoon te maken.
- Schakel het kookplaatelement na elk gebruik uit met de bedieningstoetsen. Vertrouw niet op de pandetector.
- WAARSCHUWING: Als het oppervlak gebarsten is, schakel het apparaat dan uit om de kans op elektrische schokken te vermijden. In het geval het apparaat rechtstreeks op de stroom is aangesloten met een aansluitdoos, verwijdert u de zekering om het apparaat van de stroom te halen. Neem altijd contact op met de erkende servicedienst.
- Indien het netsnoer beschadigd is, moet het worden vervangen door de fabrikant, een erkende service of vergelijkbaar gekwalificeerde personen om gevaar te voorkomen.
- WAARSCHUWING: Gebruik alleen kookplaatbeschermers die door de fabrikant van het kookapparaat zijn ontworpen of door de fabrikant van het apparaat in de gebruiksinstructies als geschikt zijn aangegeven of kookplaatbeschermers die in het apparaat zijn geïntegreerd. Het gebruik van ongeschikte kookplaatbeschermers kan ongelukken veroorzaken.
2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
4 NEDERLANDS2.1 Installeren WAARSCHUWING! Alleen een erkende installatietechnicus mag dit apparaat installeren. WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel of schade aan het apparaat.
- Verwijder alle verpakkingsmaterialen.
- Installeer en gebruik geen beschadigd apparaat.
- Volg de installatie-instructies die zijn meegeleverd met het apparaat.
- Houd de minimumafstand naar andere apparaten en units in acht.
- Pas altijd op bij verplaatsing van het apparaat, want het is zwaar. Gebruik altijd veiligheidshandschoenen en gesloten schoeisel.
- Dicht de oppervlakken af met kit om te voorkomen dat ze gaan opzetten door vocht.
- Bescherm de bodem van het apparaat tegen stoom en vocht.
- Installeer het apparaat niet naast een deur of onder een raam. Dit voorkomt dat heet kookgerei van het apparaat valt als de deur of het raam wordt geopend.
- Elk apparaat heeft koelventilatoren op de bodem.
- Als het apparaat gemonteerd wordt boven een lade: – Leg geen kleine dingen of papier dewelke kunnen binnengezogen worden, omdat ze de koelventilatoren kunnen beschadigen of het koelsysteem kunnen belemmeren. – Houd een minimumafstand van 2 cm tussen de bodem van het apparaat en de voorwerpen die u in de lade opbergt.
- Verwijder de afscheidingspanelen die in de kast onder het apparaat zijn geïnstalleerd.
2.2 Elektrische aansluiting
WAARSCHUWING! Gevaar voor brand en elektrische schokken.
- Alle elektrische aansluitingen moeten worden uitgevoerd door een gekwalificeerde elektricien.
- , moet het apparaat geaard worden.
- Verzeker jezelf ervan dat de stekker uit het stopcontact is getrokken, voordat je welke werkzaamheden dan ook uitvoert.
- Zorg ervoor dat de parameters op het vermogensplaatje overeenkomen met elektrische vermogen van de netstroom.
- Controleer of het apparaat correct geïnstalleerd is. Losse en onjuiste stroomkabels of stekkers (indien van toepassing) kunnen ertoe leiden dat de contactklem te heet wordt.
- Gebruik het juiste netsnoer.
- Zorg dat de stroomkabel niet verstrikt raakt.
- Controleer of er een aardlekschakelaar is geïnstalleerd.
- Gebruik de trekontlastingsklem op de kabel.
- Zorg ervoor dat de stroomkabel of stekker (indien van toepassing) het hete apparaat of heet kookgerei niet aanraakt als je het apparaat op een nabijgelegen contactdoos aansluit.
- Gebruik geen adapters met meerdere stekkers en verlengkabels.
- Zorg ervoor dat je de stekker (indien van toepassing) of het netsnoer niet beschadigt. Neem contact op met ons erkende servicecentrum of een elektricien om een beschadigde stroomkabel te vervangen.
- De schokbescherming van delen onder stroom en geïsoleerde delen moet op zo'n manier worden bevestigd dat het niet zonder gereedschap kan worden verplaatst.
- Steek de stekker pas in het stopcontact als de installatie is voltooid. Zorg ervoor dat het netsnoer na installatie bereikbaar is.
- Als het stopcontact los zit, mag u de stekker niet in het stopcontact steken. NEDERLANDS 5• Trek niet aan het netsnoer om het apparaat los te koppelen. Trek altijd aan de stekker.
- Gebruik enkel correcte isolatievoorzieningen: stroomonderbrekers, zekeringen (schroefzekeringen moeten uit de houder worden verwijderd), aardlekschakelaars en contactgevers.
- De elektrische installatie moet een isolatieapparaat bevatten waardoor het apparaat volledig van het lichtnet afgesloten kan worden. Het isolatieapparaat moet een contactopening hebben met een minimale breedte van 3 mm.
- Als de E3-code op het scherm verschijnt, koppelt u de kookplaat onmiddellijk los en controleert u of de elektrische aansluiting en de netspanning correct zijn.
WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel, brandwonden of elektrische schokken.
- De specificatie van dit apparaat niet wijzigen.
- Verwijder voor het eerste gebruik alle verpakkingsmaterialen, etiketten en beschermfolie (indien van toepassing).
- Zorg ervoor dat de ventilatieopeningen niet geblokkeerd worden.
- Laat het apparaat tijdens de werking niet onbeheerd achter.
- Zet de kookzone op "uit" na ieder gebruik.
- Plaats geen bestek of deksels van steelpannen op de kookzones. Ze kunnen heet worden.
- Gebruik het apparaat niet met natte handen of als het contact maakt met water.
- Gebruik het apparaat niet als werkblad of als opslagoppervlak.
- Als het oppervlak van het apparaat gebarsten is, koppel het apparaat dan onmiddellijk los van de stroomtoevoer. Dit dient om een elektrische schok te voorkomen.
- Gebruikers met een pacemaker moeten een afstand van minimaal 30 cm aanhouden tot de inductiekookzones als het apparaat in werking is.
- Als u voedsel in hete olie plaatst, kan het spatten.
- Gebruik geen aluminiumfolie of andere materialen tussen het kookoppervlak en het kookgerei, tenzij anders aangegeven door de fabrikant van dit apparaat.
- Gebruik alleen accessoires die door de fabrikant voor dit apparaat worden aanbevolen. WAARSCHUWING! Risico op brand en explosie.
- Wanneer ze verwarmd worden, kunnen vetten en oliën ontvlambare dampen afgeven. Houd open vuur of verwarmde voorwerpen uit de buurt van vetten en oliën wanneer u ermee kookt.
- De dampen die boven erg hete olie ontstaan kunnen spontaan ontbranden.
- Gebruikte olie, die voedselresten kan bevatten, kan ontbranden bij een lagere temperatuur dan olie die voor de eerste keer wordt gebruikt.
- Plaats geen ontvlambare producten of artikelen die vochtig zijn met ontvlambare producten in, bij of op het apparaat. WAARSCHUWING! Risico op schade aan het apparaat.
- Laat geen heet kookgerei op het bedieningspaneel staan.
- Leg geen hete deksel op het glazen oppervlak van de kookplaat.
- Laat kookgerei niet droogkoken.
- Zorg ervoor dat je geen voorwerpen of kookgerei op het apparaat laat vallen. Het oppervlak kan beschadigd raken.
- Schakel de kookzones niet terwijl er leeg kookgerei of geen kookgerei op geplaatst is.
- Kookgerei gemaakt van gietijzer of met een beschadigde bodem kan krassen op het glas/glaskeramiek veroorzaken. Til deze voorwerpen altijd op als je ze op de kookplaat moet verplaatsen. 6 NEDERLANDS2.4 Onderhoud en reiniging
- Reinig het apparaat regelmatig om te voorkomen dat het materiaal van het oppervlak achteruitgaat.
- Schakel het apparaat uit en laat het afkoelen voordat u het schoonmaakt.
- Gebruik geen waterstralen en stoom om het apparaat te reinigen.
- Reinig het apparaat met een vochtige zachte doek. Gebruik alleen neutrale schoonmaakmiddelen. Gebruik geen schurende producten, schuursponsjes, oplosmiddelen of metalen voorwerpen, tenzij anders aangegeven.
- Neem contact op met de erkende servicedienst voor reparatie van het apparaat. Gebruik alleen originele reserveonderdelen.
- Met betrekking tot de lamp(en) in dit product en reservelampen die afzonderlijk worden verkocht: Deze lampen zijn bedoeld om bestand te zijn tegen extreme fysieke omstandigheden in huishoudelijke apparaten, zoals temperatuur, trillingen, vochtigheid, of zijn bedoeld om informatie te geven over de operationele status van het apparaat. Ze zijn niet bedoeld voor gebruik in andere toepassingen en zijn niet geschikt voor verlichting in huishoudelijke ruimten.
WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel of verstikking.
- Neem contact op met uw plaatselijke overheid voor informatie over het afvoeren van het apparaat.
- Haal de stekker uit het stopcontact.
- Snijd het netsnoer vlak bij het apparaat af en gooi het weg.
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
Voordat u de kookplaat installeert, dient u de onderstaande informatie van het typeplaatje te noteren. Het typeplaatje bevindt zich onderop de kookplaat. Serienummer ...........................
3.2 Ingebouwde kookplaten
Inbouwkookplaten mogen alleen worden gebruikt nadat zij ingebouwd zijn in geschikte inbouwunits of werkbladen die aan de normen voldoen.
- De kookplaat wordt geleverd met een aansluitkabel
- Gebruik als vervanging van het beschadigde netsnoer het volgende snoertype: H05V2V2-F die bestand is tegen een temperatuur van 90 °C of hoger. Een enkele draad moet een minimale doorsnede hebben volgens de onderstaande tabel. Neem contact op met onze serviceafdeling. Het vervangen van de verbindingskabel mag alleen worden gedaan door een gekwalificeerde elektricien. WAARSCHUWING! Alle elektrische aansluitingen moeten door een gekwalificeerde elektricien worden aangelegd. LET OP! Aansluitingen via contactpluggen zijn verboden. LET OP! Boor of soldeer de draaduiteinden niet. Het is verboden. LET OP! Sluit de kabel niet aan zonder de huls voor het kabeluiteinde. NEDERLANDS 7Eenfasige aansluiting
1. Verwijder de huls voor het kabeluiteinde
van de zwarte, bruine en blauwe draden.
2. Verwijder een deel van de isolatie van de
bruine, zwarte en blauwe kabeluiteinden.
3. Sluit de uiteinden van zwarte en bruine
4. Breng een nieuwe draadeindhuls aan op
het uiteinde van de gedeelde draad (speciaal gereedschap vereist).
5. Sluit de uiteinden van twee blauwe kabels
6. Breng een nieuwe draadeindhuls aan op
het uiteinde van de gedeelde draad (speciaal gereedschap vereist). Tweefasige aansluiting
1. Verwijder de kabeleindhuls van de
2. Verwijder een deel van de isolatie van de
blauwe kabeluiteinden.
3. Sluit de uiteinden van twee blauwe kabels
4. Breng een nieuwe kabeleindhuls aan op
het gemeenschappelijke kabeluiteinde (speciaal gereedschap vereist).
Tweefasige aansluiting: 400 V2N~ Eenfasige aansluiting: 220 - 240 V~ 5x1,5 mm² 5x1,5 mm² of 4x2,5 mm² 5x1,5 mm² of 3x4 mm² Groen - geel Groen - geel Groen - geelN Blauw en blauw N Blauw en blauw N Blauw en blauwL1 Zwart L1 Zwart L Zwart en bruinL2 Bruin L2 Bruin
Als je de kookplaat onder een kap installeert, raadpleeg je de installatie-instructies van de afzuigkap voor de minimumafstand tussen de apparaten. min. 50mm min. 500mm 8 NEDERLANDSAls het apparaat boven een lade wordt geïnstalleerd, kan de ventilatie van de kookplaat de artikelen die zich in de lade bevinden tijdens het bereidingsproces opwarmen. min. 50 Zoek de videotutorial "Hoe installeert u uw AEG inductiekookplaat - installatie op het aanrecht" door de volledige naam die in de onderstaande afbeelding staat in te typen. www.youtube.com/electroluxwww.youtube.com/aegHow to install your AEG Induction Hob - Worktop installation
4. BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT
4.1 Indeling van het kookoppervlak
Bedieningspaneel Raadpleeg ‘Technische gegevens’ voor gedetailleerde informatie over de maten van de kookzones.
NEDERLANDS 9Gebruik de tiptoetsen om het apparaat te bedienen. De displays, indicatielampjes en geluiden tonen welke functies worden gebruikt. Tip‐ toets Functie Omschrijving
Aan / Uit Het apparaat in- en uitschakelen.
Pauze De functie in- en uitschakelen.
Timer De functie instellen.
- De tijd verlengen of verkorten.
- Timerdisplay De tijd in minuten weergeven.
SenseBoil® SenseBoil®. Om de temperatuur van het water automa‐ tisch aan te passen, zodat het niet kookt zodra het kookpunt is bereikt.
Bridge De functie in- en uitschakelen.
Hob²Hood De handmatige modus van functie in- en uitschakelen.
- Bedieningsstrip Het instellen van de kookstand.
PowerBoost Het inschakelen van de functie.
Blokkering / Kinderbeveiligingsin‐ richting Het bedieningspaneel vergrendelen/ontgrendelen.
4.3 Indicatielampjes op de display
Indicatielampje Omschrijving + cijfer Er is een storing.
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
5.1 Energiebeperking
Energiebeperking bepaalt hoeveel stroom de kookplaat in totaal gebruikt, binnen de grenzen van de zekeringscapacitiet van de huisinstallatie. De kookplaat is standaard op het hoogst mogelijke vermogensniveau ingesteld. Om het vermogensniveau te verlagen of verhogen:
1. Open het menu: houd 3 seconden
ingedrukt. Houd vervolgens ingedrukt.
op de timer aan de voorzijde tot verschijnt.
3. Druk op / op de timer aan de
voorkant om het vermogensniveau in te stellen. 10 NEDERLANDS4. Druk op om af te sluiten. Vermogensniveaus Zie het hoofdstuk 'Technische gegevens'. LET OP! Zorg ervoor dat het gekozen vermogen aansluit op de zekeringenkast in huis. LET OP! Als het vermogen lager is dan 2000 W, kunt u SenseBoil® niet activeren.
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
6.1 In- en uitschakelen
Houd ingedrukt om de kookplaat in of uit te schakelen.
Deze functie geeft de aanwezigheid van kookgerei op de kookplaat aan en schakelt de kookzones uit als er tijdens een kooksessie geen kookgerei wordt gedetecteerd. Als je kookgerei op een kookzone plaatst voordat je een kookstand selecteert, verschijnt het indicatielampje boven 0 op de regelbalk. Als je kookgerei uit een geactiveerde kookzone verwijdert en deze tijdelijk opzij zet, gaan de indicatielampjes boven de bijbehorende regelbalk knipperen. Als je het kookgerei niet binnen 120 seconden terugplaatst op de geactiveerde kookzone, wordt de kookzone automatisch uitgeschakeld. Plaats het kookgerei weer op de kookzones binnen de aangegeven time-out om het koken te hervatten.
6.3 De kookzones gebruiken
Plaats het kookgerei in het midden van de gekozen kookzone. Inductiekookzones passen zich tot op zekere hoogte automatisch aan de afmetingen van pannen aan. Gebruik voor een optimale warmteoverdracht kookgerei met een bodemdiameter die vergelijkbaar is met de grootte van de kookzone (d.w.z. de maximale waarde van de diameter van het kookgerei in "Technische gegevens" > "Specificatie van de kookzone"). Zorg ervoor dat het kookgerei geschikt is voor inductiekookplaten. Kijk voor meer informatie op types kookgerei in het hoofdstuk 'Hints en tips'. U kunt met de functie Bridge groot kookgerei op twee kookzones tegelijkertijd koken. Het kookgerei dient het midden van beide zones te bedekken, maar niet voorbij de gebiedsmarkering komen. Als het kookgerei tussen beide middenzones wordt geplaatst, wordt de functie Bridge niet geactiveerd. NEDERLANDS 116.4 Warmte-instelling
1. Druk op de gewenste warmte-instelling
op de regelbalk. De indicatielampjes boven de regelbalk verschijnen tot het geselecteerde warmteniveau.
2. Druk op 0 om een kookzone uit te
Deze functie maakt meer vermogen beschikbaar voor de inductiekookzones. De functie kan voor een beperkte tijdsduur voor uitsluitend de inductiekookzone worden geactiveerd. Daarna wordt de inductiekookzone automatisch teruggeschakeld naar de hoogste kookstand. Zie het hoofdstuk 'Technische gegevens'. Om de functie voor een kookzone in te schakelen: raak aan. De functie uitschakelen: wijzig de kookstand.
6.6 OptiHeat Control (3-staps
restwarmte-indicator) WAARSCHUWING! / / Zolang het indicatielampje zichtbaar is, bestaat er een risico op brandwonden door restwarmte. De inductiekookzones creëren de voor het kookproces benodigde warmte rechtstreeks in de bodem van het kookgerei. Het glaskeramiek wordt verwarmd door de warmte van het kookgerei. De indicatielampjes verschijnen als een kookzone heet is. De aanduidingen tonen het niveau van de restwarmte voor de kookzones die je momenteel gebruikt: - doorgaan met koken, - warm houden, - restwarmte. Het indicatielampje kan ook verschijnen:
- voor de aangrenzende kookzones, zelfs als je ze niet gebruikt,
- als er heet kookgerei op de koude kookzone wordt geplaatst,
- als de kookplaat is uitgeschakeld, maar de kookzone nog heet is. Het indicatielampje verdwijnt als de kookzone is afgekoeld.
Timer met aftelfunctie Gebruik deze functie om aan te geven hoelang een kookzone moet werken tijdens een enkele kooksessie. Stel eerst de wartme-instelling voor de geselecteerde kookzone in en stel daarna de functie in.
. 00 verschijnt op het timerdisplay.
2. Druk op of op om de tijd in te
stellen (00-99 minuten).
3. Druk op om de timer te starten of
wacht 3 seconden. De timer begint af te tellen. Om de tijd te wijzigen: selecteer de kookzone met en druk op of . Om de functie uit te schakelen: selecteer de kookzone met en druk op . De resterende tijd telt terug tot 00. 12 NEDERLANDSDe timer is klaar met aftellen, er klinkt een signaal en 00 knippert. Schakelt de kookzone uit. Druk op een willekeurig symbool om het signaal en te knipperen te stoppen. Kookwekker U kunt deze functie gebruiken als kookwekker terwijl de kookplaat is ingeschakeld maar de kookzones niet werken. De kookstand toont 00.
2. Druk op of om de tijd in te stellen.
De timer is klaar met aftellen, er klinkt een signaal en 00 knippert. Druk op een willekeurig symbool om het signaal en te knipperen te stoppen. Om de functie uit te schakelen: tik op
druk op . De resterende tijd telt terug tot
Als er meerdere zones actief zijn en het verbruikte vermogen de limiet van de stroomtoevoer overschrijdt, verdeelt deze functie het beschikbare vermogen tussen alle kookzones. De kookplaat regelt de warmte- instellingen om de zekeringen van de installatie in het huis te beschermen.
- Als de kookplaat de limiet van het maximaal beschikbare vermogen bereikt (zie het typeplaatje) wordt het vermogen van de kookzones automatisch verlaagd.
- De warmte-instelling van de als eerste gekozen kookzone heeft altijd prioriteit. Het resterende vermogen zal tussen de overige kookzones worden verdeeld, in omgekeerde volgorde van selectie.
- Voor kookzones met verminderd vermogen knippert het bedieningspaneel tweemaal en toont het de maximaal mogelijke warmte-instellingen.
- Wacht totdat het display stopt met knipperen of verlaag de opwarmstand van de geselecteerde kookzone als laatste. De kookzones blijven werken met de verlaagde warmte-instelling. Wijzig indien nodig handmatig de warmte-instellingen van de kookzones.
De functie past de temperatuur van het water automatisch aan zodat de pan niet overkookt zodra het kookpunt is bereikt. Wanneer er nog restwarmte ( / / ) op de kookzone die u wilt gebruiken aanwezig is, klinkt er een akoestisch signaal en zal de functie niet starten. De functie werkt niet met kookgerei met anti-aanbaklaag. LET OP! Gebruik de functie niet met leeg kookgerei. Laat de kookplaat niet onbeheerd achter terwijl de functie in werking is.
1. Plaats pannen gevuld met 1 - 5 l koud
water op de beschikbare kookzones waarvoor u de functie wilt starten. Als u slechts één pan op één kookzone plaatst, start de functie automatisch.
aan om de kookplaat in te schakelen.
3. Raak aan om de functie te activeren.
verschijnt een knipperend indicatielampje hierboven voor elke kookzone waarop u de functie momenteel kunt gebruiken.
4. Raak ergens op de schuifregelaar van de
gekozen kookzone aan. De functie start. Zodra de functie start, verschijnen de indicatielampjes boven de schuifregelaar en begint de animatie te draaien. Als u binnen 5 seconden geen pan op een van de kookzones plaatst, wordt de functie automatisch uitgeschakeld. Wanneer de functie het kookpunt bereikt, geeft de kookplaat een akoestisch signaal en verandert het verwarmingsniveau automatisch ineen standaard sudderniveau. Raak of 0 aan om de functie uit te schakelen voordat het kookpunt is bereikt. NEDERLANDS 13Om de functie uit te schakelen nadat het kookpunt is bereikt, raakt u de schuifregelaar aan en past u de kookstand handmatig aan. Als u de pan activeert Pauze of verwijdert, wordt de functie uitgeschakeld. Als u een Timer met aftelfunctie op een van de kookzones plaatst en de ingestelde tijd is verstreken voordat het kookpunt is bereikt, wordt de functie automatisch uitgeschakeld. Tips en advies:
- De functie is het meest geschikt voor het koken van water en het koken van aardappelen.
- De functie werkt mogelijk niet goed voor waterkokers en espressopotjes op de kachel.
- Vul tussen de helft en driekwart van de pan met koud kraanwater en laat 4 cm vanaf de rand van de pan leeg. Gebruik niet minder dan 1 l of meer dan 5 l water. Zorg ervoor dat het totale volume van het water (of het water en de aardappelen) tussen 1-5 kg ligt. max. 5l / 5kg / 75% min. 1l / 1kg / 50%
- Voor het beste resultaat kookt u hele, ongeschilde, middelgrote aardappelen. Zorg ervoor dat u de aardappelen niet te strak verpakt.
- Vermijd tijdens de opwarmfase energiek roeren in andere potten en parallelle kookprocessen (zoals frituren of koken) op andere kookzones.
- Vermijd externe trillingen (bijvoorbeeld door een blender te gebruiken of een mobiele telefoon naast de kookplaat te plaatsen) wanneer de functie actief is.
- Afhankelijk van het soort gerecht en kookgerei kunt u de kookstand aanpassen nadat het kookpunt is bereikt.
- Voeg zout toe zodra het kookpunt is bereikt.
- Gebruik een deksel om energie te besparen.
De tabel toont de basismenustructuur. Gebruikersinstellingen Sym‐ bool Instellingen Mogelijke opties b Geluid Aan / Uit (--) P Energiebeperking 15 - 73 H Afzuigkapmodus 0 - 6 E Alarm / foutge‐ schiedenis De lijst met recente alarmen / fouten. Om gebruikersinstellingen in te voeren: 3 seconden ingedrukt houden . Houd vervolgens ingedrukt. De instellingen verschijnen op de timer van de linker kookzones. Navigeren door het menu: het menu bestaat uit het instellingssymbool en een waarde. Het symbool verschijnt op de timer aan de achterkant en de waarde verschijnt op de timer aan de voorkant. Om tussen de instellingen te navigeren, druk je op op de timer aan de voorzijde. Druk op of op de timer aan de voorzijde om de instellingswaarde te wijzigen. Om het menu te verlaten: druk op . OffSound Control Je kunt de geluiden in / uitschakelen in Menu > Gebruikersinstellingen. Zie "Menustructuur". Wanneer de geluiden uit zijn, kun je het geluid nog steeds horen als:
- druk je op een inactief symbool.
14 NEDERLANDS7. EXTRA FUNCTIES
7.1 Automatische uitschakeling
De functie schakelt de kookplaat automatisch uit als:
- alle kookzones zijn uitgeschakeld,
- je na het inschakelen van de kookplaat geen kookstand of ventilatorsnelheid instelt,
- je iets hebt gemorst of langer dan 10 seconden iets op het bedieningspaneel hebt gelegd (een pan, doek). Er klinkt een signaal en de kookplaat wordt uitgeschakeld. Verwijder het object of reinig het bedieningspaneel.
- het apparaat te heet wordt (bijv. als een steelpan droogkookt). Laat de kookzone afkoelen voordat je de kookplaat weer gebruikt.
- je een kookzone niet uitschakelt of de kookstand wijzigt. Na enige tijd wordt de kookplaat uitgeschakeld. De relatie tussen de kookstand en de tijd waarna het apparaat wordt uitgeschakeld: Warmte-instelling De kookplaat wordt uitgeschakeld na
Deze functie stelt alle kookzones in die op de laagste warmte-instelling werken. Als de functie in werking is kunnen
worden gebruikt. Alle andere symbolen op het bedieningspaneel zijn vergrendeld. De functie stopt de timerfuncties niet.
1. Om de functie in te schakelen: druk op
De warmte-instelling wordt verlaagd naar 1.
2. Om de functie uit te schakelen, druk op
De vorige kookstand verschijnt.
U kunt het bedieningspaneel vergrendelen terwijl de kookplaat in werking is. Dit voorkomt een onbedoelde wijziging van de kookstand Stel eerst de kookstand. Om de functie in te schakelen: druk op . Om de functie uit te schakelen: druk nogmaals op
De functie wordt uitgeschakeld, als je de kookplaat uitschakelt.
7.4 Kinderbeveiligingsinrichting
Deze functie voorkomt onbedoeld gebruik van de kookplaat . Om de functie te activeren: druk op . Stel geenin. Houd 3 seconden ingedrukt tot het indicatielampje boven het symbool verschijnt. Schakel de kookplaat uit met
Als je de kookplaat uitschakelt, is de functie nog steeds actief. Het indicatielampje hierboven brandt. Om de functie uit te schakelen: druk op . Stel geen kookstandin. Houd 3 seconden ingedrukt totdat het indicatielampje boven het symbool verdwijnt. Schakel de kookplaat uit met . Koken met de functie ingeschakeld: druk op en druk vervolgens 3 seconden op tot het indicatielampje boven het symbool verdwijnt. Je kunt de kookplaat bedienen. Als je de kookplaat uitschakelt met de - functie, werkt weer. NEDERLANDS 157.5 Bridge De functie werkt als de pan de middelpunten van beide zones bedekt. Raadpleeg "De kookzones gebruiken" voor meer informatie over de juiste plaatsing van kookgerei. De functie werkt niet terwijl SenseBoil® in werking is. De functie verbindt twee kookzones en ze werken als één kookzone. Stel eerst de kookstand in voor één van de kookzones aan de linkerkant. Om de functie te activeren: raak aan. Raak een van de regelsensoren aan om de warmte-instelling in te stellen of te wijzigen. Om de functie uit te schakelen: raak aan. De kookzones werken onafhankelijk van elkaar.
Het is een geavanceerde automatische functie die de kookplaat op een speciale kap aansluit. Zowel de kookplaat als de afzuigkap hebben een infraroodontvanger. Snelheid van de ventilator wordt automatisch bepaald op basis van modusinstelling en temperatuur van de heetste pan op de kookplaat. Je kunt de ventilator ook handmatig van de kookplaat bedienen. Bij de meeste afzuigkappen is het afstandsbedieningssysteem in eerste instantie uitgeschakeld. Activeer het voordat je de functie gebruikt. Zie voor meer informatie de gebruikershandleiding van de afzuigkap. De functie automatisch bedienen Om de functie te bedienen, stelt u de automatische modus automatisch in op H1 – H6. De kookplaat is oorspronkelijk ingesteld op H5. De afzuigkap reageert wanneer u de kookplaat bedient. De kookplaat herkent de temperatuur van de pannen automatisch en stelt de snelheid van de ventilator erop af. Automatische modi Automa‐ tisch lampje Koken
H0 Uit Uit Uit H1 Aan Uit Uit
Aan Ventilator‐ snelheid 1 Ventilator‐ snelheid 1 H3 Aan Uit Ventilator‐ snelheid 1 H4 Aan Ventilator‐ snelheid 1 Ventilator‐ snelheid 1 H5 Aan Ventilator‐ snelheid 1 Ventilator‐ snelheid 2 H6 Aan Ventilator‐ snelheid 2 Ventilator‐ snelheid 3
De kookplaat detecteert het kookproces en activeert de ventilatorsnelheid overeenkomstig de automatische modus.
De kookplaat detecteert het bakproces en activeert de ventilatorsnelheid overeenkomstig de automatische modus.
Deze modus activeert de ventilator en de verlichting en reageert niet op de temperatuur. De automatische modus wijzigen
1. De kookplaat uitschakelen.
2. Druk 3 seconden op . Het display gaat
3. Druk 3 seconden op .
4. Druk een paar keer in tot H gaat
5. Druk op van de timer om een
automatische modus te selecteren. Schakel de automatische modus van de functie uit om de afzuigkap rechtstreeks op het afzuigkappaneel te bedienen. 16 NEDERLANDSAls je klaar bent met koken en de kookplaat uitschakelt, werkt de ventilator mogelijk nog even. Daarna schakelt het systeem de ventilator automatisch uit en wordt voorkomen dat je de ventilator per ongeluk in de komende 30 seconden activeert. De ventilatorsnelheid handmatig bedienen Je kunt de functie ook handmatig bedienen. Druk hiervoor op als de kookplaat actief is. Hierdoor wordt de automatische werking van de functie uitgeschakeld en kun je de ventilatorsnelheid handmatig wijzigen. Als je op drukt, wordt de ventilatorsnelheid met één verhoogd. Als je een intensief niveau bereikt en weer op drukt, stel je de ventilatorsnelheid in op 0 waardoor de afzuigkapventilator uitschakelt. Om de ventilator weer te starten met ventilatorsnelheid 1, druk op . Schakel de kookplaat uit en weer aan om automatische bediening van de functie te activeren. Het lampje inschakelen Je kunt de kookplaat instellen om het licht automatisch te activeren wanneer je de kookplaat activeert. Zet daarvoor de automatische modus op H1 – H6. Het lampje op de afzuigkap gaat 2 minuten na het uitschakelen van de kookplaat uit.
8. AANWIJZINGEN EN TIPS
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
Voor inductiekookzones creëert een sterk elektromagnetisch veld de hitte in de pannen zeer snel. Gebruik de inductiekookzones met geschikte pannen.
- Om oververhitting te voorkomen en de prestaties van de zones te verbeteren, moet het kookgerei zo dik en vlak mogelijk zijn.
- Zorg ervoor dat bodems schoon en droog zijn voordat het kookgerei op de kookplaat worden gezet.
- Let er altijd op dat u het kookgerei niet schuift of wrijft op de randen en hoeken van het glas , omdat dit het glasoppervlak kan beschadigen. Panmaterialen
- goed: gietijzer, staal, geëmailleerd staal, roestvrij staal, meerlaagse bodem (aangemerkt als geschikt door de fabrikant).
- niet goed: aluminium, koper, messing, glas, keramiek, porselein. Een pan is geschikt voor een inductiekookplaat als:
- water op de hoogste kookstand binnen korte tijd wordt verwarmd,
- een magneet op de onderkant van het kookgerei plakt. Afmetingen van pannen
- Inductiekookzones passen zich tot op zekere hoogte automatisch aan de afmetingen van pannen aan. Raadpleeg "Technische gegevens" > "Specificatie van kookzones" voor de juiste afmetingen van kookgerei. Plaats het kookgerei in het midden van de gekozen kookzone.
- De efficiëntie van een kookzone hangt samen met de diameter van de pan. Gebruik voor een optimale warmteoverdracht kookgerei met een bodemdiameter die vergelijkbaar is met de grootte van de kookzone (d.w.z. de maximale waarde van de diameter van het kookgerei in "Technische gegevens" > "Specificatie van de kookzone"). NEDERLANDS 17– Pannen met een diameter kleiner dan een bepaalde kookzone ontvangen slechts een deel van het vermogen dat door de kookzone wordt opgewekt, wat resulteert in een langzamere opwarming. – Gebruik zowel om veiligheidsredenen als voor optimale kookresultaten geen pannen groter dan aangegeven in de kookzonespecificaties. Zorg ervoor dat pannen tijdens het koken niet dicht bij het bedieningspaneel blijven. Dit kan invloed hebben op de werking van het bedieningspaneel of onbedoeld de kookplaatfuncties activeren. Raadpleeg de technische gegevens.
8.2 Geluiden tijdens bedrijf
Deze geluiden zijn normaal en hebben niets met een defect te maken. Geluiden van kookgerei kunnen variëren afhankelijk van het materiaal van het kookgerei en het vermogen. Geluiden gerelateerd aan kookgerei:
- kraakgeluid: kookgerei is gemaakt van verschillende materialen (sandwich- constructie).
- fluitend geluid: bij gebruik van een kookzone met een hoge kookstand en als het kookgerei is gemaakt van verschillende materialen (een sandwich- constructie).
- bromgeluid: als u een hoge kookstand gebruikt. Kookplaatgerelateerde geluiden:
- klikken: er treedt elektrische schakeling op.
- sissen, zoemen: de ventilator werkt.
- ritmisch geluid: kookgerei wordt gedetecteerd.
8.3 Öko Timer (Eco-timer)
Om energie te besparen, wordt de verwarming van de kookzone uitgeschakeld voordat de afteltimer klinkt. Het verschil in bedrijfstijd is afhankelijk van het kookstandniveau en de duur van de bereiding.
8.4 Vereenvoudigde kookgids
De correlatie tussen de kookstand en het stroomverbruik van de kookzone is niet lineair. Wanneer u de kookstand verhoogt, is dit niet proportioneel met de toename in stroomverbruik van de kookzone. Het betekent dat een kookzone op de medium kookstand minder dan de helft van het vermogen gebruikt. De gegevens in de tabel dienen alleen als richtlijn. Warmte-instel‐ ling Gebruik om het volgende te doen: Tijd (min) Tips 1 Houd gekookt voedsel warm. indien no‐ dig Doe een deksel op het kookgerei.
10 - 40 Kook met een deksel erop.
2 - 3 Zachtjes aan de kook brengen van rijst
en gerechten op basis van melk, reeds bereide gerechten opwarmen.
25 - 50 Voeg minimaal twee keer zo veel
vocht toe als rijst en roer gerechten op melkbasis halverwege de procedure door. 18 NEDERLANDSWarmte-instel‐ ling Gebruik om het volgende te doen: Tijd (min) Tips
3 - 4 Stoofgroenten, vis, vlees. 20 - 45 Voeg een paar eetlepels water toe.
Controleer de hoeveelheid water tij‐ dens het proces.
20 - 60 Bedek de bodem van de pan met 1-2
cm water. Controleer het waterpeil tij‐ dens het proces. Houd het deksel op de pan.
4 - 5 Kook grotere hoeveelheden voedsel,
stoofschotels en soepen.
5 - 15 Draai om wanneer nodig.
9 Kook water, kook pasta, schroei vlees (goulash, braadpan), frituur frietjes. Kook grote hoeveelheden water. PowerBoost is ingeschakeld.
8.5 Praktische tips voor Hob²Hood
Wanneer je de kookplaat gebruikt met de functie:
- Bescherm het paneel van de kap tegen direct zonlicht.
- Schijn geen halogeenlicht op het paneel van de kap.
- Dek het bedieningspaneel van de afzuigkap niet af.
- Onderbreek het signaal tussen de kookplaat en de afzuigkap niet (bijvoorbeeld met een hand, een handgreep van een pan of een grote pan). Zie de afbeelding. De kap hieronder is alleen bedoeld ter illustratie. Andere op afstand bediende apparaten kunnen het signaal hinderen. Gebruik dergelijke apparaten niet in de buurt van de kookplaat terwijl Hob²Hood ingeschakeld is. Afzuigkappen met de Hob²Hood-functie Voor het volledige assortiment afzuigkappen dat met deze functie werkt, raadpleeg je onze website van de consument. De AEG- NEDERLANDS 19afzuigkappen die met deze functie werken, moeten het symbool hebben.
9. ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
9.1 Algemene informatie
- Reinig de kookplaat na elk gebruik.
- Gebruik altijd kookgerei met een schone bodem.
- Krassen of donkere vlekken op het oppervlak hebben geen invloed op de werking van de kookplaat.
- Gebruik een specifiek schoonmaakmiddel voor het oppervlak van de kookplaat.
- Gebruik altijd een schraper die wordt aanbevolen voor kookplaten met een glazen oppervlak. Gebruik de schraper alleen als extra hulpmiddel voor het reinigen van het glas na de standaard reinigingsprocedure. WAARSCHUWING! Gebruik geen messen of ander scherp, metalen gereedschap om het glasoppervlak te reinigen.
9.2 Het kookplaat reinigen
- Verwijder onmiddellijk: gesmolten kunststof, plastic folie, zout, suiker en suikerhoudend voedsel, anders kan dit schade aan de kookplaat veroorzaken. Doe voorzichtig om brandwonden te voorkomen. Gebruik de speciale schraper op de glazen plaat en verwijder resten door het blad over het oppervlak te schuiven.
- Verwijder dit als de kookplaat voldoende afgekoeld is: kalkringen, waterringen, vetvlekken, glanzende metaalverkleuring. Reinig de kookplaat met een vochtige doek en een beetje niet- schurend reinigingsmiddel. Veeg de kookplaat na het reinigen droog met een zachte doek.
- Verwijder glanzende metaalverkleuring: reinig het glazen oppervlak met een doek en een oplossing van water met azijn.
10. PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
10.1 Wat moet je doen als ...
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing Je kunt de kookplaat niet inscha‐ kelen of bedienen. De kookplaat is niet aangesloten op een stopcontact of niet goed geïn‐ stalleerd. Controleer of de kookplaat goed aan‐ gesloten is op het lichtnet. De zekering is doorgeslagen. Verzeker je ervan dat de zekering de oorzaak van de storing is. Als de zeke‐ ringen keer op keer doorslaan, neem je contact op met een erkende installa‐ teur. 20 NEDERLANDSProbleem Mogelijke oorzaak Oplossing Je stelde gedurende 60 seconden geen kookstand in. Schakel de kookplaat opnieuw in en stel de kookstand binnen 60 seconden in. Je hebt 2 of meer sensorvelden te‐ gelijkertijd aangeraakt. Raak slechts één sensorveld aan. Pauze is in werking. Zie "Pause". Water of vetvlekken op het bedie‐ ningspaneel. Reinig het bedieningspaneel. Je kunt een constant piepgeluid horen. De elektrische aansluiting is ver‐ keerd. Trek de stekker van de kookplaat uit het stopcontact. Laat de installatie controleren door een erkende elektri‐ cien. Je kunt de maximale warmte‐ stand niet instellen voor één van de kookzones. De andere zones verbruiken het maximaal beschikbare vermogen. Je kookplaat werkt correct. Verlaag de warmtestand van de ande‐ re kookzones die op dezelfde fase zijn aangesloten. Zie 'Stroommanage‐ ment'. Er klinkt een geluidssignaal en de kookplaat wordt uitgeschakeld. Als de kookplaat wordt uitge‐ schakeld, klinkt er een geluids‐ signaal. Je hebt iets op een of meer sensor‐ velden geplaatst. Verwijder het voorwerp van de sensor‐ velden. De kookplaat wordt uitgescha‐ keld. Je hebt iets op het sensorveld geplaatst. Verwijder het voorwerp van het sen‐ sorveld. De restwarmte-indicator gaat niet aan. De zone is niet heet omdat deze slechts kortstondig is gebruikt, of de sensor is beschadigd. Als de zone voldoende lang gebruikt is om heet te zijn, neem je contact op met een erkende servicedienst. Hob²Hood werkt niet. Je hebt het bedieningspaneel afge‐ dekt. Verwijder het voorwerp van het bedie‐ ningspaneel. Je maakt gebruik van een hele hoge pan die het signaal blokkeert. Gebruik een kleinere pan, verander van kookzone of bedien de afzuigkap handmatig. Het bedieningspaneel wordt heet bij aanraking. Het kookgerei is te groot of je plaatst het te dicht bij het bedieningspaneel. Plaats grotere pannen indien mogelijk op de achterste kookzones. Er klinkt geen geluidsignaal wan‐ neer je de tiptoetsen van het be‐ dieningspaneel aanraakt. De signalen zijn uit. Schakel de geluiden in. Raadpleeg ‘Dagelijks gebruik’. Het indicatielampje boven het symbool gaat aan. Kinderbeveiligingsinrichting of Blok‐ kering werkt. Zie "Kinderbeveiliging" en "Blokke‐ ring". De bedieningsbalk knippert. Er staat geen pan op de zone, of de zone is niet volledig bedekt. Zet een pan op de zone, zodat de pan de zone volledig bedekt. De pan is niet geschikt. Gebruik kookgerei dat geschikt is voor inductiekookplaten. Zie 'Aanwijzingen en tips'. NEDERLANDS 21Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing De diameter van de bodem van de pan is te klein voor de zone. Gebruik pannen met de juiste afmetin‐ gen. Raadpleeg de technische gege‐ vens. Opwarmen duurt lang. Pan is te klein en ontvangt slechts een deel van het vermogen dat door de kookzone wordt gegenereerd. Gebruik voor een optimale warmte‐ overdracht kookgerei met een bodem‐ diameter die vergelijkbaar is met de grootte van de kookzone (d.w.z. de maximale waarde van de diameter van het kookgerei in "Technische gege‐ vens" > "Specificatie van de kookzo‐ ne"). en verschijnen tegelijker‐ tijd. Het vermogen is te laag vanwege een ongeschikte of lege pan. Gebruik het geschikte type pannen. Zie 'Aanwijzingen en tips' en 'Techni‐ sche gegevens'. Activeer geen zones waarop een lege pan is geplaatst. en verschijnen tegelijker‐ tijd. De pan is leeg of bevat andere vloei‐ stof dan water, bijvoorbeeld olie. Vermijd gebruik van deze functie met andere vloeistoffen dan water. en verschijnen tegelijker‐ tijd. Er bevindt zich te veel of te weinig water in de pan. Je hebt ander voedsel gekookt dan water en aardappelen. Het kookpunt werd verplaatst in de tijd, en Sense‐ Boil® kon niet goed werken. Kook alleen water en aardappelen met behulp van SenseBoil®. Zie "Aanwij‐ zingen en tips". Je hoort een piepgeluid. De indi‐ catoren boven knipperen en SenseBoil® start niet. Geen van de kookzones is klaar voor gebruik met SenseBoil®. Er is wat restwarmte op de kookzones die je wilt kiezen of die nog in gebruik zijn. Rond je vorige kookactiviteiten af en kies een vrije kookzone zonder enige restwarmte. SenseBoil® werkt niet. Het vermogen van de kookplaat is te laag. Stel het vermogensniveau in op een hogere waarde. Zorg ervoor dat het gekozen vermogen aansluit op de ze‐ keringenkast in huis. Raadpleeg “Voor het eerste gebruik > " Energiebeper‐ king". en een getal gaan branden. Er is een fout opgetreden in de kookplaat. Schakel de kookplaat uit en schakel deze na 30 seconden weer in. Wan‐ neer weer verschijnt, trek je de stekker van de kookplaat uit het stop‐ contact. Steek de stekker van de kook‐ plaat er na 30 seconden weer in. Als het probleem zich blijft voordoen, neem je contact op met een erkende servicedienst.
10.2 Als je geen oplossing kunt
vinden... Als je niet zelf het probleem kunt verhelpen, neem dan contact op met je verkoper of een erkende serviceafdeling. Geef de gegevens op het typeplaatje. Zorg ervoor dat je de kookplaat correct gebruikt. Als dit niet het geval is, is het onderhoud van een servicemonteur of dealer niet gratis, ook tijdens de garantieperiode. De informatie over garantieperiode en geautoriseerde servicecentra vind je in het garantieboekje.
11.2 Specificatie kookzones
Kookzone Nominaal vermo‐ gen (max warmte- instelling) [W] PowerBoost [W] PowerBoost maximale duur [min] Diameter van het kookgerei [mm] Links voor 2300 3200 10 125 - 210 Links achter 2300 3200 10 125 - 210 Rechtsvoor 1400 2500 4 125 - 145 Rechtsachter 1800 2800 10 145 - 180 Het vermogen van de kookzones kan binnen een bepaalde kleine marge verschillen van de gegevens in de tabel. Dit kan veranderen afhankelijk van het materiaal en de afmetingen van het kookgerei. Gebruik voor een optimale warmteoverdracht en kookresultaat kookgerei met een bodemdiameter die vergelijkbaar is met de grootte van de kookzone (d.w.z. de maximale waarde van de diameter van het kookgerei in de tabel). Gebruik geen kookgerei dat groter is dan de diameter van de kookzone.
12. ENERGIEZUINIGHEID
12.1 Productinformatie volgens de EU Ecodesign regulering
Modelnummer TI64IB1BFB Type kookplaat Inbouwkookplaat Aantal kookzones 4 Verwarmingstechnologie Inductie Diameter van ronde kookzones (Ø) Links voor Links achter Rechtsvoor Rechtsachter
NEDERLANDS 23Energieverbruik per kookzone (EC electric cooking) Links voor Links achter Rechtsvoor Rechtsachter
Energieverbruik van de kookplaat (EC electric hob) 185.0 Wh/kg IEC / EN 60350-2 - Huishoudelijke elektrische kookapparaten - Deel 2: Kookplaten - Methoden voor het meten van prestaties. De energiemetingen betreffende het kookgebied worden geïdentificeerd door de markeringen van de respectievelijke kookzones.
12.2 Energiebesparende
Je kunt energie besparen tijdens het dagelijks koken als je de onderstaande aanwijzingen volgt.
- Gebruik bij het opwarmen van water alleen de hoeveelheid die je nodig hebt.
- Plaats, indien mogelijk, altijd de deksels op het kookgerei.
- Plaats het kookgerei direct in het midden van de kookzone.
- Gebruik de restwarmte om het voedsel warm te houden of om het te laten smelten.
12.3 Productinformatie voor stroomverbruik en maximale tijd om de
toepasselijke modus voor laag vermogen te bereiken Stroomverbruik in uit-modus 0.3 W De maximale tijd die de apparatuur nodig heeft om automatisch de toepasselijke modus voor laag vermogen te bereiken 2 min
13. MILIEUBESCHERMING
Recycleer de materialen met het symbool . Gooi de verpakking in een geschikte afvalcontainer om het te recycleren. Bescherm het milieu en de volksgezondheid en recycleer op een correcte manier het afval van elektrische en elektronische apparaten. Gooi apparaten gemarkeerd met het symbool niet weg met het huishoudelijk afval. Breng het product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente. 24 NEDERLANDSBienvenue chez AEG ! Nous vous remercions d’avoir choisi l’un de nos appareils. Obtenir des conseils d’utilisation, des brochures, des dépannages, des informationssur le service et les réparations :www.aeg.com/supportSous réserve de modifications.
Notice-Facile