CO CHFA 150 - Vriezer CANDY - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CO CHFA 150 CANDY in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Vriezer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CO CHFA 150 - CANDY en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CO CHFA 150 van het merk CANDY.
GEBRUIKSAANWIJZING CO CHFA 150 CANDY
In deze handleiding vindt u alle belangrijke aanwijzingen voor het gebruik van het apparaat. Deze gebruiksaanwijzingen gelden voor verschillende apparaten en daarom kunnen sommige details per apparaat verschillen. Bewaar dit boekje zorgvuldig. Als u het apparaat verkoopt, overhandig het dan aan de nieuwe eigenaar. LEES DEZE HANDLEIDING AANDACHTIG DOOR VOORDAT U HET APPARAAT INSTALLEERT EN GEBRUIKT. - AL HET ONDERHOUD, INCLUSIEF HET VERVANGEN VAN HET NETSNOER, MOET UITGEVOERD WORDEN DOOR DE TECHNISCHE KLANTENSERVICE OF DOOR GEKWALIFICEERD PERSONEEL. Dit apparaat is bestemd om met voedingsmiddelen in aanraking te komen en voldoet aan D.L. 108 van 25-01-92 (Europese richtlijn 89/109CE) Dit apparaat is ontworpen, gebouwd en in de handel gebracht conform de volgende richtlijnen: Laagspanningsrichtlijn 73/23 CE Richtlijn EMC 89/336 CE Richtlijn markering CE 93/68/CE Richtlijn energie-efficiëntie 96/57/CE
- INFORMATIE M.B.T. HET MILIEU Dit apparaat is ontworpen en gebouwd met de grootste zorg en respect voor het milieu. Om dezelfde zorg ook bij de sloop te garanderen (in het apparaat zijn vervuilende of ontvlambare materialen aanwezig zoals bijvoorbeeld de smeerolie van de compressor) wordt u geadviseerd om het apparaat nooit in het milieu achter te laten, en u voor het afdanken van het apparaat te wenden tot de plaatselijke afvalverwerkingsbedrijven. Dit apparaat bevat geen CFK (het koelcircuit bevat R134a) of HFK (het koelcircuit bevat R600a – ISOBUTAAN). Het in uw apparaat gebruikte type gas staat vermeld op het typeplaatje van het apparaat.
- Voor apparaten met ISOBUTAAN (R600a) Isobutaan is een natuurlijk gas dat geen invloed heeft op het milieu, maar wel ontvlambaar is. Daarom dient u goed te controleren of de leidingen van het koelcircuit niet beschadigd zijn, voordat u het apparaat op het elektriciteitsnet aansluit. INSTALLATIE - Het apparaat moet door twee personen geïnstalleerd worden om schade aan voorwerpen of letsel bij personen te voorkomen. Het apparaat moet horizontaal op een stevige vloer geplaatst worden. Alleen op die manier kan een onbelemmerde koelcirculatie gegarandeerd worden. Gebruik de verstelbare pootjes (V) om het apparaat waterpas te zetten. - Zet het apparaat nooit op een plaats waar het in direct zonlicht komt te staan. De ideale plaats voor de installatie van het apparaat is een koele kamer, die goed geventileerd en droog is, en verwijderd van warmtebronnen zoals verwarmingen, kachels of zonnestralen. Plaats op de koelkast/vriezer geen apparaten die warmte afgeven, zoals: magnetrons, broodroosters enz. - Lees de klimaatklasse van het apparaat af op het typeplaatje op de achterkant: fig.1 (W) bij “SN” (werkt het apparaat bij omgevingstemperaturen) van +10°C tot +32°C; bij: “N” (werkt het apparaat bij omgevingstemperaturen) van +16°C tot +32°C; bij: “ST” (werkt het apparaat bij omgevingstemperaturen) van +18°C tot +38°C; bij: “T” (werkt het apparaat bij omgevingstemperaturen) van +18°C tot +43°C; - Blokkeer nooit het ventilatierooster fig.1 (F). Bij apparaten zonder ventilatierooster dient u voldoende afstand te houden tussen de achterkant van de vriezer en de muur, zodat de warme lucht ongehinderd weg kan. Tussen de achterkant van het apparaat en de muur moet er een afstand van tenminste 20 mm zijn, en 100 mm tussen het apparaat en eventuele hangkasten die boven het apparaat geplaatst zijn. Gebruik (indien meegeleverd) de daarvoor bestemde afstandshouders. fig.1 (U). - Het netsnoer van het apparaat moet altijd toegankelijk blijven om de stekker uit het stopcontact te kunnen trekken als dat nodig is. ATTENTIE! Laat het apparaat tenminste 2 uur in de uiteindelijke positie staan voordat u het aansluit op het elektriciteitsnet, zodat de circulerende koelvloeistof zich stabiliseert, en om mogelijke afwijkingen in de functionering te vermijden.
- TYPEPLAATJE Het typeplaatje waarop de technische gegevens vermeld staan bevindt zich op de achterkant van de behuizing (W) van het apparaat.28 ELEKTRISCHE AANSLUITING VEILIGHEIDSMAATREGELEN - Aarding van het apparaat is wettelijk verplicht. Daarom is het apparaat voorzien van een geschikte stekker met een aardleiding, die in een stopcontact van hetzelfde type gestoken moet worden. De fabrikant wijst iedere verantwoordelijkheid voor eventuele schade aan voorwerpen of letsel bij personen af, die voorvloeit uit het niet nakomen van deze eis. - Controleer het voltage op het typeplaatje aan de achterkant, en verzeker u ervan dat het overeenkomt met de netspanning. - Voer geen enkele mechanische handeling uit op het koelsysteem, in het bijzonder niet op de volgende toegankelijke onderdelen: de condensator aan de achterkant (Q)(S); de compressor (N); slangetje/terugstroomslang (R); drogingsfilter (O); ventilator (P); reparaties aan het koelsysteem mogen uitsluitend uitgevoerd worden door gekwalificeerd personeel.
IN WERKING STELLEN VAN HET APPARAAT
Pak het apparaat helemaal uit
Verwijder de stukken piepschuim in de compressorruimte (indien aanwezig) (M) Verwijder alle documentatie en de eventueel aanwezige accessoires uit de compressorruimte binnenin het apparaat Reinig de binnenruimte met lauw water en azijn en maak deze goed droog met een doek Sluit het apparaat Stop de stekker in het stopcontact
Draai de temperatuurregelaar naar rechts tot op stand MAX. fig.2 (A) Het groene(B) en rode lampje(C) gaan branden. fig.2 Zet de schakelaar SUPERVRIEZEN (E) aan, indien aanwezig (ook het gele lampje (D) gaat branden) Open het apparaat niet gedurende ca. 4 uur, totdat het rode lampje uitgaat, zodat de binnenruimte de gewenste koude kan produceren. Pas nu kan er vriesgoed in de vriezer geplaatst worden (zie “maximale stapelhoogte”) Zet na 24 uur de schakelaar SUPERVRIEZEN uit. CONTROLELAMPJES Als uw apparaat controlelampjes heeft, hebben deze de volgende betekenis als ze branden: fig.2 Groen lampje – CONTROL (B) het apparaat is aangesloten op het elektriciteitsnet en is in werking. Het groene lampje moet altijd branden als het apparaat is aangesloten op het elektriciteitsnet en is ingeschakeld. Het groene lampje is bijzonder belangrijk, omdat in geval van spanningsverlies het rode of het gele lampje niet meer werken en u dus geen informatie meer kunnen geven. Rood lampje – ALARM (C) Temperatuur is te hoog Er zijn omstandigheden waarin het branden van het rode lampje normaal is, te weten: Bij de eerste keer dat het apparaat in werking wordt gesteld Bij het opnieuw in werking stellen van het apparaat na ontdooiing Bij het plaatsen van verse voedingsmiddelen in de vriezer Het rode lampje gaat automatisch uit als de binnentemperatuur ca. –18°C heeft bereikt Zet indien aanwezig de schakelaar voor supervriezen aan (E). Als het rode lampje na 12 tot 24 uur nog steeds brandt, is het mogelijk dat er een echte storing is opgetreden. Geel lampje (D) – De schakelaar SUPERVRIEZEN is aangezet en de thermostaatfunctie is geannuleerd. De compressor blijft doorgaan met koelen tot de schakelaar SUPERVRIEZEN weer uitgezet wordt. MODEL VARIANTEN (FIG. 2) (G)
Geïntegreerd model: met aparte schakelaar voor de functie supervriezen (E).
Geïntegreerd model: met schakelaar voor de functie supervriezen. Functie supervriezen zonder controlelampje (D).
Geïntegreerd model: zonder functie supervriezen.
Model met AAN/UIT-schakelaar (F) en schakelaar supervriezen (E).
Model met alleen schakelaar voor supervriezen (E).
Model zonder de functie supervriezen. TEMPERATUURREGELAAR (thermostaat) Met de temperatuurregelaar kunt u de koeltemperatuur instellen. Inschakelen: draai de regelaar naar rechts > (A) fig. 229 Stel de temperatuur in tussen: Min (minimale koeling) en Max (maximale koeling) Uitschakelen: draai de regelaar naar links < (A) fig. 2 Stand “0” geeft aan dat de werking van het apparaat is onderbroken (apparaat staat uit). De instelling van de temperatuur moet afgestemd worden: 1) op de temperatuur van de omgeving waarin het apparaat geplaatst is; 2) op de hoeveelheid voedingsmiddelen in het apparaat; 3) op de frequentie waarmee de deur geopend wordt.
BINNENVERLICHTING (indien aanwezig) fig.1 (C) In de apparaten die voorzien zijn van binnenverlichting is een schakelaar opgenomen. Bij het openen van de deur gaat de verlichting automatisch aan, en als de deur gesloten wordt gaat de verlichting weer uit. Het gloeilampje word beschermd door een transparant dekseltje. fig.3 Voor het vervangen van het lampje gaat u als volgt te werk: trek de stekker uit het stopcontact of zet de hoofdschakelaar van de elektriciteitsinstallatie bij u thuis uit, en verwijder het deksel van het lampje door op de uiteinden te drukken. Gebruik uitsluitend een vervangend lampje van max 15 W. CONSERVERING/INVRIEZING Plaats verse voedingsmiddelen in het zijvak fig.1 (I) (niet bij alle modellen aanwezig) of op de bodem van de vriezer, waar de temperatuur het laagst is. (E) De twee ruimtes worden verdeeld door een afscheiding, die afhankelijk van het model vast of verplaatsbaar is. fig.1 (H) Plaats binnen 24 uur niet meer vriesgoed dan de invriescapaciteit van de vriezer toestaat. Zie voor gegevens over de capaciteit het typeplaatje van het apparaat. Zet de schakelaar SUPERVRIEZEN (indien aanwezig) aan voordat u het vriesgoed in de vriezer plaatst. Haal de ingevroren producten na 24 uur weg van de bodem van de vriezer en plaats ze in een mandje (L), zodat de ruimte voor het voorvriezen of de bodem van de vriezer vrijgemaakt worden voor het invriezen van ander vriesgoed. Zet de schakelaar SUPERVRIEZEN fig.2 (E) uit (het gele lampje gaat uit) Stel de temperatuurregelaar in op een geschikte stand voor de mate van belading van het apparaat. Maximale stapelhoogte Om een optimale conservering van de ingevroren producten te garanderen, wordt geadviseerd om het vriesvak nooit tot aan de bovenkant te vullen. Tussen de bovenkant en de ingevroren producten moet altijd een bepaalde afstand aanwezig zijn. Overschrijd het merkteken van de fabrikant voor het opstapelen niet fig.1 (T). Symbool voedingsmiddel Beschrijving Conserveringstijden/Verpakking Gehakt Worst/vleeswaren 2-3 maanden Vis in polyethyleen zakjes IJs Fruit Kaas 4 maanden Brood in zakjes van polyethyleen Taarten/Koekjes Varkensvlees 6 maanden Rundvlees in aluminiumfolie Konijn/lamsvlees Paddestoelen/Asperges in zakjes van polyethyleen Groente (gesneden) in aluminiumfolie Kip/Kalkoen 8 maanden Eend/Gans Bloemkool 10-12 maanden Bonen/Paprika's in zakjes van polyethyleen Conserven in glazen potten Gekookt fruit in aluminiumfolie.
REINIGING EN ONDERHOUD
Trek de stekker uit het stopcontact voordat u met reinigingswerkzaamheden begint.30 Voor de reiniging van de binnenkant van het apparaat en de accessoires wordt geadviseerd om water en azijn te gebruiken; gebruik nooit schuurmiddelen, reinigingsmiddel of zeep. Als het apparaat is uitgerust met een condensator aan de buitenkant fig.1 (S), verwijder dan van tijd tot tijd vuil en stof hiervan, omdat deze de afgifte van warmte vanuit de binnenruimte belemmeren. Het ijs dat zich aan de binnenkant van de vriezer vormt, heeft invloed op de afgifte van koude, en moet van tijd tot tijd verwijderd worden. Gebruik hiervoor alleen de hulpmiddelen die door de fabrikant bijgeleverd zijn. ONTDOOIEN Om de vriezer te ontdooien gaat u als volgt te werk: - draai de thermostaat op stand 0; fig.2 (A) - trek de stekker uit het stopcontact of sluit de hoofdschakelaar van de elektriciteit af; - haal al het vriesgoed uit de vriezer; - verwijder de dopjes van het afvoerkraantje aan de binnen- en buitenkant van de kast, indien aanwezig; fig.1 (Z) - vang het water op in een bak onder het afvoergat naar buiten; - maak de binnenkant goed droog. Bij normaal gebruik (deur wordt 3-4 keer per dag geopend) moet de vriezer één- tot tweemaal per jaar ontdooid worden. Gebruik nooit elektrische apparaten zoals föhns, thermoventilatoren of hulpmiddelen met een vlam voor het ontdooien. SERVICE Wend u alleen tot de klantenservice als u niet in staat bent om zelf de oorzaak van een storing te vinden. Lees de aanwijzingen in “Opsporen van storingen/Oorzaken/Oplossingen” Om snel geholpen te kunnen worden, dient u de belangrijkste gegevens van uw apparaat bij de hand te houden als u belt:
- Merk van het apparaat;
Een afwijkende werking is niet altijd te wijten aan een defect van het apparaat, maar wordt vaak veroorzaakt door een verkeerde installatie of verkeerd gebruik. Om onnodige reparaties en daaruit voortvloeiende kosten te vermijden, wordt u geadviseerd om de volgende punten na te gaan: Geen functionering: het apparaat werkt niet Controleer of: De thermostaat niet op 0 staat; De stekker van het apparaat in goede staat is en op de juiste manier in het stopcontact gestoken is; Er geen stroomuitval is. Het apparaat koelt niet voldoende Het invriezen van invriezen duurt te lang De compressor slaat te vaak aan Controleer of: De deur goed gesloten is; fig.1 (A) De thermostaat op de juiste stand staat; fig.2 (A) De vriezer zich niet in de nabijheid van een warmtebron bevindt; Er zich niet te veel ijs gevormd heeft. Het apparaat maakt te veel lawaai Controleer of: Het apparaat goed recht staat; Het achterste slangetje niet de muur raakt; fig.1 (S) Let op: het apparaat kan de volgende vormen van geluid produceren: geklik dat het gevolg is van het in- en uitschakelen van de compressor; gezoem zodra de compressor begint te draaien; gegorgel wanneer het koelgas door de buizen stroomt, ook na uitschakeling van de compressor. LET OP! De fabrikant wijst iedere verantwoordelijkheid voor eventuele schade aan voorwerpen of letsel bij personen en huisdieren af, die direct of indirect ontstaan als gevolg van het niet naleven van alle voorschriften in deze handleiding.3132
Notice-Facile