Atag KD80140BFN - Koelkast

KD80140BFN - Koelkast Atag - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis KD80140BFN Atag in PDF-formaat.

📄 44 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice Atag KD80140BFN - page 2
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Atag

Model : KD80140BFN

Categorie : Koelkast

Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KD80140BFN - Atag en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KD80140BFN van het merk Atag.

GEBRUIKSAANWIJZING KD80140BFN Atag

  • Gebruikshandleiding Inbouwkoelkast met Climat-Freshbox Gebrauchsanweisung Einbau-Kühlschrank mit Climat-Freshbox User Guide integrated fridge with Climate Freshbox Notice d’utilisation réfrigérateur encastrable avec Climat-Freshbox KD80122AFN KD80140AFN KD80140BFN KD80178AFN 655095Inhoudsopgave 1 Het apparaat in vogelvlucht p. 21
  • .1 Apparaten- en uitrustingsoverzicht p. 21
  • .2 Toepassingsgebied van het apparaat p. 21
  • .3 Conformiteit p. 31
  • .5 EPREL-database p. 31
  • .6 Energie sparen p. 32
  • Algemene veiligheidsvoorschriften p. 33
  • Bedienings- en controle-elementen p. 53
  • .1 Bedienings- en controle-elementen p. 53
  • .2 Temperatuurweergave p. 54
  • In gebruik nemen p. 54
  • .1 Apparaat inschakelen p. 55
  • Bediening p. 55
  • .1 Kinderbeveiliging p. 55
  • .2 Deuralarm p. 55
  • .3 Koelgedeelte p. 55
  • .4 Climat-Freshbox-gedeelte p. 65
  • .5 Vriesvak* p. 86
  • Onderhoud p. 86
  • .1 Ontdooien p. 86
  • .2 Apparaat reinigen p. 96
  • .3 Technische Dienst p. 97
  • Storingen p. 98
  • Uitzetten p. 108
  • .1 Apparaat uitschakelen p. 108
  • .2 Buiten werking stellen p. 109
  • Apparaat afdanken De fabrikant werkt voortdurend aan de verdere ontwikkeling van alle typen en modellen. Daarom vragen wij om uw begripvoor het feit dat wij wijzigingen in vorm, uitvoering en techniekmoeten voorbehouden. Om alle voordelen van uw nieuwe apparaat te leren kennen, de instructies in deze handleiding aandachtig doorlezen a.u.b. De handleiding geldt voor meerdere modellen, afwijkingen zijn mogelijk. Paragrafen die alleen voor bepaalde apparaten van toepassing zijn, zijn gekenmerkt met een sterretje (*).Gebruiksaanwijzingen zijn gekenmerkt met een ,gebruiksresultaten met een . 1 Het apparaat in vogelvlucht p. 11

1.1 Apparaten- en uitrustingsoverzicht

Fig. 1 (1) Bedienings- encontrole-elementen(10) Flessenhouder (2) Boter- en kaasvak (11) Flessenrek (3) Vriesvak* (12) Climat-Freshbox, DrySafe (4) Ventilator (13) Afvoeropening (5) Conservenhouder (14) Climat-Freshbox, Hydro- Safe (6) Conservenrekje (15) Vochtreguleringsplaat (7) LED-binnenverlichting (16) Typeplaatje (8) Plateau (17) Sluitdempers (9) Draagplateau, deelbaarAanwijzing

Levensmiddelen zoals in de afbeelding getoond sorteren. Zo werkt het apparaat energiebesparend.

Plateaus, schuifladen of manden zijn in de geleverde toestand voor een optimale energie-efficiëntie ingedeeld.

1.2 Toepassingsgebied van het appa-

raat Gebruik volgens de voorschriften Het apparaat is uitsluitend geschikt voor het koelen van levensmiddelen voor huishoudelijke of soortgelijke doeleinden. Hieronder valt bijv. het gebruik Het apparaat is niet geschikt voor het invriezen van levensmiddelen.*

in privékeukens, ontbijtgelegenheden, Het apparaat in vogelvlucht 2 * afhankelijk van model en uitvoering- door gasten in landhuizen, hotels, motels en andere accommodaties,

bij catering en vergelijkbare service in de groothandel. Alle andere toepassingen zijn niet toegestaan. Voorzienbaar verkeerd gebruik De volgende toepassingen zijn uitdrukkelijk verboden:

Opslag en koeling van medicijnen, bloed- plasma, laboratoriumpreparaten of vergelijk- bare, overeenkomstig de Europese richtlijn 2007/47/EG medische hulpmiddelen, ten grondslag liggende stoffen en producten

Gebruik in explosiegevaarlijke gebieden Verkeerd gebruik van het apparaat kan tot beschadigingen van de opgeslagen goederen of het bederf hiervan leiden. Klimaatklassen Het apparaat kan afhankelijk van de klimaat- klasse, bij begrensde omgevingstemperaturen, worden gebruikt. De voor uw apparaat betref- fende klimaatklasse staat op het typeplaatje vermeld. Aanwijzing

Om een probleemloze werking te waar- borgen, moet de aangegeven omgevingstem- peratuur worden aangehouden. Klimaatklasse voor omgevingstemperaturen vanSN 10 °C t/m 32 °CN 16 °C t/m 32 °CST 16 °C t/m 38 °CT 16 °C t/m 43 °C

Het koudemiddelcircuit is gecontroleerd op dichtheid. Het apparaat voldoet in de inbouwtoestand aan de desbetreffende veiligheidsvoorschriften alsmede de richtlijnen 2014/35/EU,2014/30/EU, 2009/125/EG, 2011/65/EU en 2010/30/EU. De Climat-Freshbox voldoet aan de eisen van een koelvak conform DIN EN 62552:2020.

Vanaf 1 maart 2021 zijn informatie over etikettering inzake energieverbruik en vereisten inzake ecologisch ontwerpte vinden in de Europese productdatabase (EPREL). U krijgt toegang tot de productdatabase via de link https:// eprel.ec.europa. eu/. Hier wordt u gevraagd de modelidentifi- catie in te voeren. De modelidentificatie vindt u op het type-plaatje.

Let altijd op de be- en ontluchting. Dek de ventilatieope- ningen resp. -roosters niet af. Houd de ventilatieluchtopeningen altijd vrij. Plaats het apparaat niet naast een fornuis, verwarming ofdergelijke en stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht. Het energieverbruik is afhankelijk van de plaatsings- omstandigheden zoals bijv. de omgevingstemperatuur (zie 1.2 Toepassingsgebied van het apparaat) . Bij een warmere omgevingstemperatuur kan het energieverbruiktoenemen. Open het apparaat, indien mogelijk zo kort mogelijk.

Hoe lager de temperatuur wordt ingesteld, hoe hoger het energieverbruik.

Levensmiddelen gesorteerd plaatsen (zie 1 Het apparaat in vogelvlucht) .

Alle levensmiddelen goed verpakt en afgedekt bewaren. Condensvorming wordt voorkomen.

Levensmiddelen zolang als nodig eruit halen, zodat ze niet te warm worden.

Warme gerechten plaatsen: eerst tot op kamertemperatuur laten afkoelen. Diepvriesproducten in de koelruimte ontdooien.* Als in het apparaat een dikke ijsaanslag aanwezig is: Appa-raat ontdooien.* 2 Algemene veiligheidsvoor- schriften Gevaren voor de gebruiker:

Dit apparaat kan door kinderen alsmede door personen met verminderde psychische, sensorische of mentale bekwaamheden of een gebrek aan ervaring en kennis worden gebruikt onder toezicht van een derde of met betrekking tot het veilige gebruik van het apparaat zijn onderwezen en de gevaren kennen en begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. De reiniging en het onderhoud mag niet door kinderen zonder toezicht worden uitgevoerd. Kinderen van 3-8 jaar mogen het apparaat inladen en uitladen. Kinderen jonger dan 3 jaar dienen uit de buurt van het apparaat te worden gehouden, als het apparaat niet continu onder toezicht staat.

Als u het stroomsnoer van het apparaat uit het stopcontact trekt, altijd bij de stekker nemen. Niet aan het snoer trekken.

Trek, in geval van een storing, de stekker uit het stopcontact of schakel de beveiliging uit.

Beschadig het netsnoer niet. Gebruik het apparaat niet wanneer het netsnoer defect is.

Reparaties en ingrepen aan het apparaat en het vervangen van de netaansluiting mag alleen worden uitgevoerd door de klantenser- vice of ander vakpersoneel dat hiervoor is opgeleid.

Het apparaat alleen conform de beschrijving in de handleiding inbouwen, aansluiten en afvoeren. Algemene veiligheidsvoorschriften

  • afhankelijk van model en uitvoering 3- Het apparaat alleen in ingebouwde toestand in gebruik nemen.

Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig en geef hem eventueel aan de volgende eige- naar door. Brandgevaar:

Het gebruikte koelmiddel (gegevens op het typeplaatje) is milieuvriendelijk maar brandbaar. Koelmiddel dat ontsnapt kan ontbranden.

Pijpleidingen van het koelcircuit niet beschadigen.

Vermijd het hanteren van ontstekings- bronnen in de binnenkant van het apparaat.

Binnen het apparaat geen elektrische toestellen gebruiken (bijv. stoomreinigers, verwarmingen, ijsmakers, enz.).

Als koudemiddel weglekt: Open vuur of ontstekingsbronnen vlakbij het lek verwij- deren. Vertrek goed ventileren. Informeer de klantendienst.

Geen explosieve stoffen of spuitbussen met brandbare drijfgassen, zoals b.v. butaan, propaan, pentaan enz. in het apparaat bewaren. Zulke spuitbussen zijn herkenbaar aan de op de verpakking vermelde inhouds- stoffen of een vlammensymbool. Eventueel ontsnappende gassen kunnen door elektri- sche componenten vlam vatten.

Alkoholische dranken of andere verpakkingen die alcohol bevatten, mogen uitsluitend goed afgesloten worden bewaard. Eventueel uittre- dende alcohol kan door elektrische compo- nenten vlam vatten. Gevaar voor vallen en omkiepen:

Plint, laden, deuren enz. niet als voetensteun of om te leunen misbruiken. Dit geldt in het bijzonder voor kinderen.

Kantelgevaar bij geopende deur als het appa- raat nog niet correct werd ingebouwd. Gevaar voor voedselvergiftiging:

Te lang opgeslagen levensmiddelen niet meer nuttigen. Gevaar voor bevriezingen, gevoelloosheid en pijn:

Vermijd permanent contact van de huid met koude oppervlakken of gekoelde/bevroren producten of tref beschermende maatre- gelen, gebruik bijvoorbeeld handschoenen. Gevaar voor verwonding en beschadiging:

Hete stoom kan letsel tot gevolg hebben. Voor het ontdooien geen elektrische kachel- tjes of stoomreinigers, open vuur of ontdoois- pray gebruiken.

IJs niet met scherpe voorwerpen verwijderen. Klemgevaar:

Bij het openen en sluiten van de deur niet in het scharnier grijpen. Vingers kunnen inge- klemd raken. Symbolen op het apparaat: Het symbool kan zich op de compressor bevinden. Het heeft betrekking op de olie in de compressor en wijst op het volgende gevaar: Kan bij het inslikken en indringen in de luchtwegen dodelijk zijn. Deze aanwijzing is alleen voor het recyclingproces van belang. In de normale modus bestaat er geen gevaar. Het symbool bevindt zich op de compressor en wijst op het gevaar van ontvlambare stoffen. De sticker niet verwijderen. Deze of een vergelijkbare sticker kan op de achterkant van het apparaat zijn aangebracht. Deze heeft betrekking op de schuimpanelen in de deur en/of de behuizing. Deze aanwij- zing is alleen voor het recyclingproces van belang. De sticker niet verwijderen. Neem de specifieke aanwijzingen in de overige hoofdstukken in acht: GEVAAR duidt een direct gevaar aan, die de dood of ernstig lichamelijk letsel tot gevolg kan hebben wanneer dit gevaar niet vermeden wordt. WAAR- SCHUWING duidt een gevaarlijke situatie aan, die de dood of ernstig lichame- lijk letsel tot gevolg kan hebben wanneer dit gevaar niet vermeden wordt. VOORZICH TIG duidt een gevaarlijke situatie aan, die licht of middelzwaar lichame- lijk letsel tot gevolg kan hebben wanneer dit gevaar niet vermeden wordt. LET OP duidt een gevaarlijke situatie aan, die materiële schade tot gevolg kan hebben wanneer dit gevaar niet vermeden wordt. Aanwijzing duidt op nuttige informatie en tips. Algemene veiligheidsvoorschriften 4 * afhankelijk van model en uitvoering3 Bedienings- en controle- elementen

3.2 Temperatuurweergave

In de normale modus worden: de gemiddelde koeltemperatuurDe volgende weergaven wijzen op een storing. De mogelijkeoorzaken en maatregelen voor het oplossen: (zie 7 Storingen) .

Open de deur. Aan/uit-toets Fig. 2 (1) indrukken. Het temperatuurdisplay licht op. Bij het openenvan de deur gaat de binnenverlichting aan. Hetapparaat is ingeschakeld.

Wanneer op het display „DEMO” wordt aange- geven, is de demonstratiemodus geactiveerd. Ukunt contact opnemen met de Technische Dienst. 5 Bediening

5.1 Kinderbeveiliging

Met de kinderbeveiliging zorgt u ervoor dat kinderenbij het spelen het apparaat niet onbedoeld uitscha-kelen.

Voor koel- / BioFresh-gedeelte Als de deur langer dan 60 seconden open staat, klinkt er een geluidssignaal.Het geluidssignaal dooft automatisch, als de deurwordt gesloten.

5.2.1 Deuralarm deactiveren

Het akoestisch alarm kan bij geopende deur worden uitgescha-keld. Het deactiveren werkt zolang de deur open staat. Toets Alarm Fig. 2 (6) indrukken. Het akoestisch alarm gaat uit.

Door de natuurlijke luchtcirculatie in het koelgedeelte ontstaane verschillende temperatuurbereiken. Direct boven de afschei-ding tussen de ClimatFreshbox zone en de achterzijde is hethet koudste. Voorin aan de bovenkant en in de deur is het hetwarmste.

5.3.1 Levensmiddelen koelen

Aanwijzing Het energieverbruik stijgt en de koelprestatie vermindert bij onvoldoende ventilatie. Ventilatieluchtspleten altijd vrijlaten. In het bovenste bereik en in de deur boter en conserven-blikken neerzetten. (zie 1 Het apparaat in vogelvlucht) Voor het inpakken herbruikbare kunststof, metalen, alumi-nium of glazen bakken en vershoudfolie gebruiken. Rauw vlees of vis altijd in schone, afgesloten bakjes op deonderste plank van het koelgedeelte bewaren, zodat ze nietin contact komen met ander voedsel en er geen vloeistofvan vlees of vis op ander voedsel kan druipen.

Levensmiddelen, die gemakkelijk een geur of smaak aannemen of afgeven, zoals vloeistoffen, altijd in geslotenreservoirs of afgedekt bewaren. Het voorste vlak van de koelbodem alleen gebruiken voorhet kort plaatsen van koelproducten, bijv. bij het verplaatsenof uitsorteren. Koelproducten echter niet laten staan, anders kan deze bij het sluiten van de deur naar achter worden geschoven of omvallen. Levensmiddelen niet te dicht opslaan, zodat de lucht goedkan circuleren.

5.3.2 Temperatuur instellen

De temperatuur is afhankelijk van de volgende factoren: hoe vaak de deur wordt geopend de duur van het openen van de deur de ruimtetemperatuur op de opstellocatie de aard, temperatuur en hoeveelheid levensmiddelenAanbevolen temperatuurinstelling: 5 °CIn het vriesvak ontstaat dan een gemiddelde temperatuur vanca. -18 °C .* De temperatuur kan doorlopend worden veranderd. Is de instelling 3 °C bereikt, wordt weer bij 9 °C begonnen. Temperatuurfunctie oproepen: Druk de insteltoets“+/-” Fig. 2 (3) in.

Op het temperatuurdisplay wordt de tot nog toe ingestelde waarde knipperend aangegeven.

Temperatuur in 1 °C stappen wijzigen: Druk de insteltoets “+/-” Fig. 2 (3) net zo vaak in, totdat degewenste temperatuur op het temperatuurdisplayoplicht.

Temperatuur doorlopend veranderen: insteltoets ingedrukt houden. Tijdens het instellen wordt de waarde knipperendweergegeven. Ca. 5 seconden nadat de toets voor de laatste keer werd ingedrukt, wordt de nieuwe instelling overgenomen en de daadwerkelijke temperatuur weer aangegeven. De tempera-tuur in de binnenruimte past zich langzaam aan de nieuweinstelling aan. Bedienings- en controle-elementen

  • afhankelijk van model en uitvoering 55.3.3 Fast-Cool Met FastCool schakelt u naar het hoogste afkoelvermogen.Hiermee worden lagere temperaturen bereikt:* in het koelgedeelte in het vriesvak*Gebruik FastCool om grote hoeveelheden levensmiddelen snelte koelen.Wanneer u levensmiddelen wilt invriezen, dient u FastCool in teschakelen wanneer u de producten in het apparaat legt.*Wanneer Fast-Cool ingeschakeld is, draait de ventilator*. Hetapparaat werkt met maximaal koelvermogen, daardoor kan hetgeluid van het koelaggregaat tijdelijk luider zijn.Fast-Cool heeft een iets hoger energieverbruik.Met Fast-Cool koelen Toets Fast-Freeze Fig. 2 (4) kort indrukken. Het symbool Fast-Cool Fig. 2 (5) brandt op het display. De koeltemperatuur daalt tot op de koudste waarde.Fast-Cool is ingeschakeld. De vriestemperatuur daalt naar de koudste waarde.* Fast-Cool schakelt na ca. 12 uur automatisch uit. Het appa-raat werkt in de energiebesparende normale modus verder.Fast-Cool voortijdig uitschakelen Toets Fast-Freeze Fig. 2 (4) kort indrukken. Het symbool Fast-Cool Fig. 2 (5) op het display gaat uit. Fast-Cool is uitgeschakeld.

Plateaus verplaatsen of uitnemenDe draagplateaus moeten worden beveiligd tegen het perongelijk omlaag vallen door uittrekaanslagen.Fig. 3 Draagplateau omhoog tillen en een beetje naar vorentrekken. Draagplateau qua hoogte instellen. Schuif hiervoor deuitsparingen langs de steunen.

Om het plateau helemaal uit te nemen, moet het schuin worden gezet en er naar voren toe uit worden getrokken. Draagplateau inschuiven, met de aanslagrand aan deachterzijde en naar boven toe wijzend. De levensmiddelen vriezen niet aan de achterwand vast.Draagplateaus demonteren De draagplateaus kunnenvoor het reinigen gedemon-teerd worden.

5.3.5 Deelbare draagplateau gebruiken

Deelbaar draagplateauvolgens de afbeeldingonderschuiven.Fig. 4 De glasplaat met aanslagrand (2) moet achteraan liggen. De glasplaat (1) met de uittrekstoppers moet vooraanliggen, zodat de stoppers (3) naar beneden wijzen. Breng geleiders en deelbare plateaus bij apparaten met eenvriesvak niet aan vóór de ventilator.*

Opbergvakken in de deur verplaatsen Vakken uitnemen volgens de afbeel-ding.Boter- en kaasvak altijd tegelijkertijdmet het deksel verwijderen. Deksel verwijderen: een zijkant van het boter- en kaasvak naar buiten drukken, tot de dekseltap vrij is, dandeksel zijdelings verwijderen.

5.3.7 Flessenhouder uitnemen

Flessenhouder volgens afbeeldinguitnemen.

5.4 Climat-Freshbox-gedeelte

Het Climat-Freshbox-gedeelte maakt het mogelijk om verschil- lende soorten verse levensmiddelen driemaal langer dan bij normaal koelen met behoud van kwaliteit te bewaren.Voor levensmiddelen met een vervaldatum geldt altijd dedatum vermeld op de verpakking.

De DrySafe is geschikt voor het bewaren van droge of verpakte levensmiddelen (bijv. zuivelproducten, vlees, vis, vleeswaren). Hier ontstaat een relatief droog bewaarklimaat.

De luchtvochtigheid in de HydroSafe is afhankelijk van het in het vak geplaatste koelgoed alsmede van de frequentie van Bediening 6 * afhankelijk van model en uitvoeringhet openen en sluiten van het vak. U kunt de vochtigheid zelf instellen. De HydroSafe is geschikt voor het instellen van de hoge luchtvochtigheid voor het opslaan van niet verpakte salade, groenten en fruit met een hoog vochtgehalte. Bij een goed gevulde schuiflade wordt een dauwvers klimaat ingesteld.

lage luchtvochtigheid: schuifrege- laar naar links schuiven.

hoge luchtvochtigheid: schuifrege- laar naar rechts schuiven.

In het Climat-Freshbox-gedeelte horen geen groenten zoals augurken, aubergines, tomaten, zucchini en zeevruchten die gevoelig zijn voor kou.

Zorg ervoor dat levensmiddelen niet bederven door overge- dragen bacteriën: bewaar onverpakte dierlijke en plantaar- dige levensmiddelen gescheiden van elkaar in de laden. Dat geldt ook voor verschillende soorten vlees. Als u levensmiddelen omwille van plaatsgebrek samen moet bewaren:

Richtwaarden voor de opslagduur bij een lage lucht- vochtigheid bij 0 °C boter tot 90 dagen harde kaas tot 110 dagen melk tot 12 dagen worst, beleg tot 9 dagen gevogelte tot 6 dagen varkensvlees tot 7 dagen rundvlees tot 7 dagen wild tot 7 dagen Aanwijzing

Denk erom dat eitwitrijke levensmiddelen sneller bederven. D.w.z. schaal- en schelpdieren bederven sneller dan vis, vis sneller dan vlees. Richtwaarden voor de opslagduur bij een hoge lucht- vochtigheid bij 0 °C groenten, salade artisjokken tot 14 dagen selderij tot 28 dagen bloemkool tot 21 dagen broccoli tot 13 dagen chicorée tot 27 dagen veldsla tot 19 dagen erwten tot 14 dagen boerenkool tot 14 dagen wortels tot 80 dagen Richtwaarden voor de opslagduur bij een hoge lucht- vochtigheid bij 0 °C knoflook tot 160 dagen koolrabi tot 55 dagen kropsla tot 13 dagen kruiden tot 13 dagen prei tot 29 dagen champignons tot 7 dagen radijsjes tot 10 dagen spruitjes tot 20 dagen asperge tot 18 dagen spinazie tot 13 dagen savooiekool tot 20 dagen Fruit abrikozen tot 13 dagen appels tot 80 dagen peren tot 55 dagen braambessen tot 3 dagen dadels tot 180 dagen aardbeien tot 7 dagen vijgen tot 7 dagen blauwe bosbessen tot 9 dagen frambozen tot 3 dagen rode bessen tot 7 dagen kersen, zoet tot 14 dagen kiwi tot 80 dagen perziken tot 13 dagen pruimen tot 20 dagen vossenbessen tot 60 dagen rabarber tot 13 dagen kruisbessen tot 13 dagen druiven tot 29 dagen

5.4.6 Temperatuur in het Climat-Freshbox-

gedeelte instellen Aanbevolen instelling koelgedeelte: 5 °C. De Climat-Freshbox- temperatuur wordt automatisch geregeld en ligt tussen het bereik van 0 °C en 3 °C. U kunt de temperatuur een beetje kouder of warmer instellen. De temperatuur is instelbaar van b1 (laagste temperatuur) tot b9 (hoogste temperatuur). Standaard is de waarde b5 inge- steld. Bij de waarden b1 t/m b4 kan de temperatuur onder de 0 °C zakken, zodat de levensmiddelen kunnen aanvriezen. De waarde kan doorlopend worden veranderd. Is de instelling b9 bereikt, dan wordt weer met b1 begonnen.

Het symbool menu Fig. 2 (7) licht op. Op de temperatuurdis- play wordt c aangegeven. Bediening

  • afhankelijk van model en uitvoering 7u Druk de insteltoets “+/-” Fig. 2 (3) net zovaak in, totdat op het display b knippert. Bevestigen: toets Fast-Cool Fig. 2 (4) kortindrukken. Druk de insteltoets “+/-” Fig. 2 (3) net zovaak in, totdat de gewenste waarde op hetdisplay wordt weergegeven. Bevestigen: toets Fast-Cool Fig. 2 (4)indrukken. Op het temperatuurdisplay knipppert b. Instelmodus deactiveren: druk op toets On/Off Fig. 2 (1)

Op het temperatuurdisplay wordt de temperatuur van het koelgedeelte weer aangegeven. De temperatuur in het Climat-Freshbox-gedeelte stelt zichlangzaam op de nieuwe waarde in.

Fig. 5 Schuiflade uittrekken, achterkant optillen en naar voren eruitlichten. Geleiders weer erin schuiven.Fig. 6 Rails uitschuiven. Schuiflade op de rails plaatsen en inschuiven tot deze aande achterkant hoorbaar vastklikt.

5.4.8 Vochtreguleringsplaat

Fig. 7 Vochtreguleringsplaat verwijderen: plaat bij verwijderdeschuifladen voorzichtig naar voren trekken en naar benedeneruit lichten.

Vochtreguleringsplaat terugplaatsen: dekselranden van de plaat van onder in de achterste houder Fig. 7 (1) plaatsen enaan de voorkant in de houder Fig. 7 (2) vastklikken.

In het vriesvak kunt u bij een temperatuur van -18 °C en lagerdiepvriesproducten en ingevroren levensmiddelen meerderemaanden bewaren, ijsblokjes maken en verse levensmiddeleninvriezen.De luchttemperatuur in het vak, gemeten met een thermometerof andere meetapparatuur, kan schommelen.

5.5.1 Levensmiddelen invriezen

U kunt maximaal zo veel kilo verse levensmiddelen binnen24 uur invriezen, als op het typeplaatje (zie 1 Het apparaat invogelvlucht) onder „Invriescapaciteit ... kg/24h” is aangegeven. VOORZICHTIG Gevaar voor verwonding door glasscherven!Flessen en blikjes drinken kunnen bij het invriezen springen. Ditgeldt met name voor koolzuurhoudend drinken. Flessen en blikjes met drinken niet invriezen! Bij het plaatsen van de levensmiddelen Fast-Cool(zie 5.3.3 Fast-Cool) instellen.Om ervoor te zorgen dat de levensmiddelen door en door inge-vroren worden, dient u de volgende hoeveelheden per verpak-king niet te overschrijden:- Groente, fruit tot 1 kg- Vlees tot 2,5 kg Levensmiddelen in diepvrieszakjes, her te gebruiken kunst-stof, metalen of aluminium bakjes in porties verpakken.

Richtwaarden voor de houdbaarheid van verschillende levensmiddelen in het vriesvak:Consumptieijs 2 tot 6 maandenWorst, ham 2 tot 6 maandenBrood, bakkerijproducten 2 tot 6 maandenWild, varkensvlees 6 tot 10 maandenVette vis 2 tot 6 maandenMagere vis 6 tot 12 maandenKaas 2 tot 6 maandenPluimgedierte, rundvlees 6 tot 12 maandenGroente, fruit 6 tot 12 maandenDe vermelde bewaartijden zijn richtwaarden.

5.5.3 Levensmiddelen ontdooien

- in het koelgedeelte- in een magnetron- in een oven/heteluchtoven- bij kamertemperatuur

Neem alleen zoveel levensmiddelen als u nodig heeft. Ontdooide levensmiddelen zo snel mogelijk verwerken. Ontdooide levensmiddelen alleen bij wijze van uitzonderingweer invriezen. 6 Onderhoud

6.1.1 Koelgedeelte ontdooien

Het koelgedeelte ontdooit automatisch. Het dooiwater verdampt. Waterdruppels op de achterwand zijn normaal en wijzen niet op een storing. Afvoeropening regelmatig reinigen, zodat het dooiwater kanweglopen (zie 6.2 Apparaat reinigen) .

6.1.2 Vriesvak ontdooien*

In het vriesvak vormt zich na verloop van tijd een rijp- resp. ijslaag. Dat is heel normaal. De rijp- resp. ijslaag wordt sneller gevormd, indien de deur vaak wordt geopend of indien de ingelegde levensmiddelen warm zijn. Een dikke ijslaag doet echter het energieverbruik stijgen. Daarom moet u het apparaatregelmatig ontdooien. Onderhoud 8 * afhankelijk van model en uitvoeringWAARSCHUWING Gevaar voor verwonding en beschadiging Geen mechanische hulpmiddelen of andere middelengebruiken die niet door de fabrikant werden aanbevolen, omhet ontdooien te versnellen. Voor het ontdooien geen elektrische kacheltjes of stoomrei-nigers, open vuur of ontdooispray gebruiken. IJs niet met scherpe voorwerpen verwijderen.

De buisleidingen van het koudemiddelcircuit niet bescha- digen. Schakel het apparaat uit. De temperatuurdisplay gaat uit. Als de temperatuurdisplay niet uitgaat, is de kinderbeveili-ging ingeschakeld (zie 5.1 Kinderbeveiliging) . Trek de stekker uit. Wikkel de diepvriesproducten in krantenpapier of in eendeken en bewaar op een koele plek. Laat de deur van het vak en van het apparaat open tijdenshet ontdooien. Losgeraakte ijsstukken uitnemen. Let erop, dat er geen dooiwater in de ombouw loopt. Indien nodig neemt u het dooiwater enkele keren op met eenspons of doek. Het vak reinigen (zie 6.2 Apparaat reinigen) .

6.2 Apparaat reinigen

Het apparaat regelmatig reinigen. WAARSCHUWING Gevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom!Hete stoom kan brandwonden veroorzaken en de opper-vlakken beschadigen. Gebruik geen stoomreinigers! LET OP Verkeerd reinigen kan het apparaat beschadigen! Gebruik reinigingsmiddelen niet in geconcentreerde vorm. Gebruik geen schurende of krassende sponsjes of staalwol. Geen scherpe, schurende, zand-, chloor- of zuurhoudendeschoonmaakmiddelen gebruiken. Gebruik geen chemische oplosmiddelen. Beschadig of verwijder het typeplaatje aan de binnenkantvan het apparaat niet. Dit is belangrijk voor de TechnischeDienst. Kabels of andere onderdelen niet afbreken, knikken ofbeschadigen.

Laat geen reinigingswater in de afvoergoot, de ventilatie- roosters en elektrische delen terecht komen. Gebruik zachte poetsdoeken en een allesreiniger met eenneutrale pH-waarde. Gebruik in de binnenruimte van het apparaat alleen levens-middelenvriendelijke reinigings- en onderhoudsproducten. Apparaat uitruimen. Trek de stekker uit. Uit- en inwendige oppervlaktes van kunststof met lauw-warm water en een beetje afwasmiddel met de handreinigen.

Afvoeropening reinigen: afzet-tingen met een dun hulpmiddel, bijv.een wattenstaafje verwijderen.

De meeste onderdelen kunnen worden gedemonteerd omte worden gereinigd: zie het desbetreffende hoofdstuk. De laden met lauw water en een beetje afwasmiddel hand-matig reinigen.

Andere onderdelen met lauwwarm water en een beetje afwasmiddel met de hand reinigen. Telescooprails alleen met een vochtige doek reinigen. Hetvet in de geleiders dient ter smering en mag niet wordenverwijderd.Na het reinigen: Apparaat en onderdelen droogwrijven. Apparaat weer aansluiten en inschakelen.Wanneer de temperatuur voldoende koud is: de levensmiddelen er weer in leggen.

6.3 Technische Dienst

Probeer eerst of u de storing zelf kunt verhelpen (zie 7 Storingen) . Mocht dit niet het geval zijn, neem dan contact op met de Technische Dienst. Het adres vindt u in hetbijgevoegd overzicht. WAARSCHUWING Gevaar voor verwonding door onvakkundige reparatie! Reparaties en ingrepen aan het apparaat en de stroomaan-sluiting die niet uitdrukkelijk genoemd worden (zie 6 Onder- houd) , uitsluitend door de Technische Dienst laten uitvoeren. ApparaataanduidingFig. 8 (1), service- nr. Fig. 8 (2) enserie-nr. Fig. 8 (3)van het typeplaatjeaflezen. Het type-plaatje bevindt zichaan de linkerkantbinnen in het appa-raat.Fig. 8

Contact opnemen met de Technische Dienst en het probleem, apparaataanduiding Fig. 8 (1), service-nr.Fig. 8 (2) en serie-nr. Fig. 8 (3) mededelen. Dit maakt een snelle en doelgerichte service mogelijk.

Het apparaat gesloten laten, totdat de Technische Dienst komt. De levensmiddelen blijven langer koel. Trek de stekker uit het stopcontact (daarbij niet aan hetsnoer trekken) of de draai de zekering uit. 7 Storingen Uw apparaat is zo ontworpen en gebouwd, dat een veilige werking en lange levensduur gegarandeerd zijn. Mocht erdesondanks een storing optreden, dan svp eerst controlerenof de storing door een bedieningsfout werd veroorzaakt. In ditgeval moeten wij de ontstane kosten ook in de garantieperiodein rekening brengen. Volgende storingen kunt u zelf verhelpen:Het apparaat functioneert niet. Het apparaat is niet ingeschakeld. Apparaat inschakelen. De stekker zit niet goed in het stopcontact. Storingen

  • afhankelijk van model en uitvoering 9u Stekker controleren. De zekering van het stopcontact is niet in orde. Zekering controleren.De compressor blijft lopen. De compressor schakelt bij een verminderde koudebe-hoefte over op een lager toerental. Hoewel de looptijd daar-door langer is, wordt energie bespaard. Dat is bij energiebesparende modellen normaal. Fast-Cool is ingeschakeld. Om de levensmiddelen snel af te koelen, draait decompressor langer. Dit is normaal.Een LED onder aan de achterkant van het apparaat (bij decompressor) knippert regelmatig om de 5 seconden*. Het betreft een storing. Neem contact op met de Technische Dienst (zie 6 Onder-houd) .Geluiden zijn te luid. Toerentalgeregelde* compressoren kunnen naar aanleidingvan de verschillende draaisnelheden verschillende geluidenveroorzaken. Het geluid is normaal.Een borrelen en klateren Dit geluid komt van het koelmiddel, dat door het koelcircuitstroomt. Het geluid is normaal.Een zacht klikken Het geluid ontstaat bij het automatisch in- en uitschakelenvan het koelaggregaat (de motor). Het geluid is normaal.Een brommend geluid. Kan voor korte tijd iets luider zijn,wanneer het koelaggregaat (de motor) inschakelt. Bij ingeschakelde Fast-Cool, nieuw opgeslagen levensmid-delen of na lang geopende deur wordt het koelvermogenautomatisch verhoogd. Het geluid is normaal. De omgevingstemperatuur is te hoog. Oplossing: (zie 1.2 Toepassingsgebied van het apparaat)Een lage bromtoon. Het geluid ontstaat door luchtstromingsgeluiden van deventilator. Het geluid is normaal.Trilgeluiden

Het apparaat staat niet vast op de vloer. Daardoor gaan voorwerpen en meubels in de buurt van het lopendekoelaggregaat trillen. De inbouw controleren en eventueel het apparaat opnieuwuitlijnen. Flessen en bakken uit elkaar drukken.Een stromingsgeluid aan de sluitdemper. Het geluid ontstaat bij het openen en sluiten van de deur. Het geluid is normaal.In de temperatuurdisplay wordt aangegeven: F0 tot F9 Het betreft een storing. Neem contact op met de Technische Dienst (zie 6 Onder-houd) .In de temperatuurdisplay brandt DEMO. De demonstratie-modus is geactiveerd. Neem contact op met de Technische Dienst (zie 6 Onder-houd) .Het apparaat is aan de buitenkant warm*. De warmte van het koelmiddelcircuit wordt gebruikt omcondenswater te voorkomen. Dit is normaal.Temperatuur is niet laag genoeg. De deur is niet goed gesloten. Deur van het apparaat sluiten. Niet voldoende be- en ontluchting. Ventilatieroosters vrijmaken en reinigen. De omgevingstemperatuur is te hoog. Oplossing: (zie 1.2 Toepassingsgebied van het apparaat) . Het apparaat werd te vaak of te lang geopend. Afwachten of de benodigde temperatuur weer vanzelf wordtbereikt. Zo niet, contact opnemen met de TechnischeDienst (zie 6 Onderhoud) . De temperatuur is verkeerd ingesteld. Stel de temperatuur lager in en controleer deze na 24 uur.

Het apparaat staat te dicht bij een warmtebron (fornuis, verwarming enz.). Verander de standplaats van het apparaat of van de warm-tebron. Het apparaat werd niet juist in de nis ingebouwd. Controleer of het apparaat juist is ingebouwd en de deurgoed sluit.De binnenverlichting brandt niet. Het apparaat is niet ingeschakeld. Apparaat inschakelen. De deur was langer dan 15 min. open. De binnenverlichting schakelt zich bij een geopende deurna ca. 15 min. automatisch uit. De LED-verlichting is defect of de afdekking is beschadigd: WAARSCHUWING Gevaar voor verwonding door een elektrische schok!Onder de afdekking bevinden zich stroomgeleidende delen. LED-binnenverlichting uitsluitend door de Technische Dienstof daarvoor geschoold personeel laten vervangen of repa-reren. WAARSCHUWING Risico op letsel door LED-lamp!De lichtintensiteit van de led-verlichting komt overeen met risi-cogroep RG 2.Als de afdekkap defect is: Niet met optische lensen uit directe nabijheid direct in deverlichting kijken. Hierdoor kan oogletsel ontstaan.Bij omgevingstemperaturen lager dan 18 °C wordt hetapparaat bij het rechter zijwandvlak van de koelruimteplaatselijk licht verwarmd.* Dat gebeurt bij deze functie automatisch. Dit is normaal. 8 Uitzetten

8.1 Apparaat uitschakelen

Druk de On/Off-toets Fig. 2 (1) in gedurendeca. 2 seconden. Er klinkt een lange pieptoon. Het temperatuurdis-play is uit. Het apparaat is uitgeschakeld.

Wanneer het apparaat niet kan worden uitgeschakeld, is de kinderbeveiliging actief (zie 5.1 Kinderbeveiliging) .

8.2 Buiten werking stellen

Apparaat leegmaken. Apparaat uitschakelen (zie 8 Uitzetten) . Uitzetten 10 * afhankelijk van model en uitvoeringu Netstekker eruit halen.

Apparaat reinigen (zie 6.2 Apparaat reinigen) .

Laat de deuren een stukje open staan zodat er geen onaan- gename geuren kunnen ontstaan. 9 Apparaat afdanken Het apparaat bevat nog waardevolle materialen en mag niet met het gewoon huis- of grofvuil worden meegegeven. Het recyclen van afgedankte appa- raten moet vakkundig gebeuren overeenkomstig de plaatselijk geldende voorschriften en wetten. Let erop dat bij het afvoeren van het afgedankte apparaat het koelmiddelcircuit niet wordt beschadigd, zodat het koelmiddel (informatie op het typeplaatje) of de olie erin niet ongewild vrijkomen.

Apparaat onbruikbaar maken.

Trek de stekker uit.

Snijd het aansluitsnoer door. Apparaat afdanken